__MAIN_TEXT__

Page 1

NOTA BENE

JFAS nummer 42 herfst 2015 jaargang 23

Wereldwijd Wereldwij

De presidentiële campagnes Over clowns en socialisten •

Vluchten voor je leven Studenten helpen vluchtelingen •

Zonnige interviews Studeren in Milaan •


Collegebundel. Meest geliefd. Meest gebruikt.

‘Ik kan geen dag meer zonder hem’ Sophie Schilperoort 2e jaars Rechtsgeleerdheid, Universiteit Utrecht

Kijk voor meer informatie op wolterskluwer.nl/collegebundel!


HOOFDREDACTIONEEL

D

it jaar mag ik het hoofdredacteurschap van de Nota Bene op mij nemen. Het is mij een waargenoegen een jaargang van dit mooie blad tot stand te brengen. Gelukkig is er ook dit jaar een goede redactie die mij hierbij steunt. Toch is er altijd plaats voor meer goede schrijvers of interviewers dus schroom niet om je later in het jaar bij ons aan te sluiten. Deze editie wijden wij aan onderwerpen die de landsgrenzen overstijgen. Zoals jullie waarschijnlijk niet is ontgaan vertrekt de UvA student graag naar het buitenland. Ik geloof dat wij dit doen uit oprechte interesse in andere culturen hoewel een slechte zomer en een nog teleurstellender najaar zullen vast ook een rol spelen. Wat wij onderweg allemaal meemaken zal je kunnen lezen in deze editie. Zo blijkt Italië een favoriete bestemming onder onze redactieleden. Natuurlijk zal de humanitaire ramp die zich op het moment voltrekt niet onbelicht blijven. Ook zal de mogelijke ramp aan de overkant van de oceaan aandacht krijgen. Zelf zal ik komend jaar ook genoeg reizen. Met de JFAS doen wij bijvoorbeeld weer een paar mooie bestemmingen aan. Bovendien kan ik alle mooie (reis)verhalen van mijn redactie aanhoren en met jullie delen. Wat ik graag nog kwijt wil in deze – voor mij eerste Hoofdredactioneel – is dat ik hoop dat iedereen aan het lezen blijft. Lang voordat ik een blad aan de man probeerde te brengen zag ik iemand graag lopen met papierwerk in zijn of haar hand. Dat eindeloos naar een beeldscherm staren breekt mijn hart. Niet enkel omdat ik nu wel heel erg mijn best moet doen de aandacht te krijgen van het knappe meisje dat tegenover mij zit. Het gevoel om het stuk dat jij geschreven hebt in je handen te houden geeft een te fijn gevoel om te verliezen. Mijn boodschap is dan ook; blijf van het papier lezen en pak de Nota Bene! Lars Groeneveld Hoofdredacteur Nota Bene 2015-2016

3


Colofon

De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. De Nota Bene verschijnt vier maal per jaar. Hoofdredactie Lars Groeneveld Eindredactie Marjolijn Feenstra Hannah van Kolfschooten Redactie Louisa Bergsma Sebastian de Bruijn Lars Groeneveld Saar Hoek Kim Hogewoning Anna Ida Humig Baruch Hummen Hannah van Kolfschooten Bastiaan Loopstra René Lieshout Thomas Verstege Fedde Westera Nicky Willemsen Overige bijdrage Guido Bongers Stijn Peerik Adverteerders Dirkzwager advocaten & notarissen Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten & notarissen Wolters Kluwer

Volg de Nota Bene ook via Facebook en Instagram

Sponsorexploitatie Sebastian de Bruijn

Like onze pagina ‘Studievereniging JFAS’

Vormgeving Willem Don, willemdon.nl Drukkerij Studiemags Fotografie Joris Vroegop JFAS Bestuur Sebastian de Bruijn Marcus Wester Jeffrey Timman Marianne Meijer Maxime van Leeuwen Maya Boot Lars Groeneveld

voorzitter@jfas.com vvz@jfas.com penningmeester@jfas.com secretaris@jfas.com intern@jfas.com extern@jfas.com media@jfas.com

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A2.04 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 E-mail: voorzitter@jfas.com Internet: www.jfas.com De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@ jfas.com.

Volg ons op @studieverenigingjfas


INHOUD

JFAS 6 De redactie laat weer van zich horen 8 Redactievergadering te White Label Coffee

15

De presidentiële campagnes

9 Het 105de JFAS-bestuur stelt zich voor OPINIE 11 Misdaad en Straf 12 De blijvende invloed van de Franco-tijd 15 De presidentiële campagnes - Over clowns en socialisten

VERDIEPING 17 Altijd verbonden dankzij het World Wide Web 19 Vluchten voor je leven 24 Een broeierige zaak

19

Vluchten voor je leven

CARRIÈRE 27 “Italianen zijn niet gewend om te polderen” 30 Zonnige interviews met internationale studenten 32 Werken bij het Openbaar Ministerie je moet het maar kunnen! 35 Gedicht ‘Herfst’

30

Zonnige interviews

5


‘Tranquilo. Dat lijken Italianen de

Louisa

‘Voor deze editie interviewde ik

Angela Mannaerts, advo-

René

caat met jarenlange werkervaring in New York, Amsterdam en Rome.’

‘Suits’

‘Als je van veel kijken advocaat zou kunnen worden, dan was ik dat al lang geweest.’

Fedde

NB

6

hele dag tegen zichzelf te herhalen. Colleges beginnen standaard 10 minuten later, als je met de trein gaat moet je altijd een kwartiertje optellen bij de reistijd, caissières laten zich niet opjagen door lange rijen en voor efficiëntie bestaat er – denk – ik geen Italiaans woord. Dit klinkt misschien negatief, maar nu ik er aan begin te wennen vind ik het eigenlijk wel relaxt. Uiteindelijk komt iedereen toch wel waar hij of zij wezen moet, net als in Nederland, maar dan zonder stress en een tikkie later.’

nummer 41

|

jaargang 23


Guido

“Play the game to change the game” 7

– J. Cole

Saar

een muis

‘Onze kat heeft voor ons gevangen. Een dikke. Terwijl onze matig gevulde magen enigszins draaien bij het opvegen van het bebloede lijkje met stoffer en blik, vraag ik me af waarom ik ooit volwassen wilde worden.’

Bastiaan

‘Vluchtelingen,

ze zijn niet meer uit het nieuws weg te denken. Voor deze editie was ik zo intens met de problematiek bezig, dat ik me probeerde voor te stellen hoe de overtocht naar Europa voor die mensen moet zijn. Eng, want misschien verdrink je, frustrerend, want staten sluiten de grenzen, stressvol, want je wil je gezin veilig en gezond houden in erbarmelijke omstandigheden. Mijn artikel draag ik op aan de overleden vluchtelingen. Moge de rest humaan ontvangen worden en de politieke oplossing nabij zijn.


White Label Coffee

Jan Evertsenstraat 136

NB

8

V

oor onze eerste vergadering hebben wij gezeten bij White Label Coffee. Dit koffiezaakje in West weet zich goed te onderscheiden van al die andere koffietenten die onze mooie stad rijk is. Niet enkel door de inrichting die verrassend is maar ook dankzij de koffie die geserveerd wordt. Zelfs de redactieleden die lang in Italië hebben gewoond waren te spreken over het bakkie troost. Vooral de temperatuur waarop werd uitgeserveerd bleek on-Hollands goed. Door de barista van dienst heb ik mij laten vertellen dat het branden van de bonen door hen zelf gebeurd en voor een unieke smaak zorgt. Mede dankzij deze koffie hebben we een productieve middag gehad met goede ideeën en concepten. Misschien is het voor de verwende Poortganger wat ver fietsen maar bij White Label Coffee kun je heerlijk je middag doorbrengen. Toch veel beter dan het karton dat op de Uni geserveerd wordt. Voor de echt luie studenten heeft White Label Coffee toch iets verzonnen, de koffiekoerier. Via de TringTring fietskoerier app kun je een pak koffie, door White Label zelf gebrand, laten bezorgen. Het enige nadeel is dat je wel in het bezit moet zijn van een koffiemolen.

nummer 41

|

jaargang 23


JFAS

Woord van de voorzitter:

JFAS-Bestuur ‘15/’16 Lief lid, Het is mij een waar genoegen om je voor te mogen stellen aan het honderdvijfde bestuur van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten. Op het moment van schrijven zijn wij al drie maanden met zijn zevenen bezig om ook van dit jaar weer een zeer succesvol JFAS-jaar te maken. Onze uitgebalanceerde en talentvolle groep is hard aan het werk en gaat geen uitdaging uit de weg. Wij zijn echter niet zomaar bij elkaar gekomen; hier is een zenuwslopende weg aan voorafgegaan. Helaas mag ik daar weinig meer over bekend maken dan dat er een lang en zorgvuldig sollicitatieproces aan vooraf is gegaan, maar enkele woorden die het goed beschrijven zijn: zenuwen, licht, donker, theedoek, pijn, water, zand, rook en Polen.

Hieronder zal ik mijn bestuursgenoten introduceren en hun functies kort toelichten. Wij zijn altijd te bereiken op de JFASkamer, via de website, e-mail, Facebook, telefoon, Instagram, fax, telegram of postduif. Graag tot ziens bij de JFAS!

Als je dit leest, zijn we inmiddels naar Berlijn vertrokken en ook alweer teruggekeerd. Het was erg leuk. Dit betekent echter niet dat wij op onze lauweren kunnen gaan rusten. Sterker nog; het wordt alleen maar drukker! Dit jaar wordt wat ons betreft sowieso schitterend, maar heeft in ieder geval een gouden randje omdat de JFAS maar liefst 105 wordt dit jaar. Dat betekent dat wij het 21e lustrum gaan vieren en dat doen we in stijl! Bereid je dus voor op een jaar vol interessante activiteiten, spetterende feesten, gezellige borrels en mooie reizen, want daarvoor zit je in 2015-2016 bij de JFAS gebakken.

Secretaris De 22 jaar jonge Marianne Meijer, geboren Groningse, is het aankomende jaar onze secretaris. Die leuke Facebookberichten van de JFAS? Daar zit allemaal Marianne achter. Zij zal er dit jaar ook voor zorgen dat onze uitgebreide en afdwalende gesprekken tijdens de bestuursvergaderingen op een duidelijke en neutrale manier op papier staan. Daarnaast beheert Marianne ons ledenbestand en verzorgt zij alle inkomende en uitgaande correspondentie. Aan het eind van dit jaar staat ze waarschijnlijk met een bachelordiploma in haar handen, want Marianne rondt het aankomende jaar haar bachelor Rechtsgeleerdheid af.

PS: Vind jij Instagram ook zo leuk? Volg dan nu @studieverenigingjfas en blijf op de hoogte van de leukste JFAS-foto’s en gekste tags! Vind jij Instagram ook zo waardeloos? Het is nu een stukje leuker geworden! Volg @studieverenigingjfas en blijf op de hoogte van de interessantste JFAS-berichten en de mooiste pica’s.

Penningmeester De uit Purmerend afkomstige Jeffrey Timman (22) gaat een druk jaar tegemoet. Niet alleen moet hij onze eindeloze stroom declaratieverzoeken afwijzen, ook zal hij onze facturen versturen en rekeningen betalen. Sommigen zeggen dat de penningmeester eigenlijk de voorzitter is. Of dat waar is, weet ik niet, maar de financiën van de JFAS in de gaten houden is in ieder geval een schone taak. Jeffrey gaat die dan ook met veel plezier tegemoet. Dat geldt overigens ook voor zijn master Commerciële rechtspraktijk, die hij dit jaar hoopt af te ronden.

9


NB

10

Commissaris extern Maya Boot, 22 jaar en een echte Jordanese, is dit jaar de commissaris extern. Alle activiteiten die de JFAS dit jaar op inhoudelijk vlak organiseert, zijn door haar bedacht of goedgekeurd. Onder Maya’s bezielende leiding zullen dit jaar weer vertrouwde evenementen als kantoorbezoeken plaatsvinden, maar er zal ook een breed aanbod aan andere activiteiten zijn. Om zich hierop voor te bereiden, is Maya bij praktisch alle acquisitiegesprekken van afgelopen zomer aanwezig geweest. Ze heeft meer ideeën dan er in een jaar passen en zal die dit jaar op haar commissie afvuren. Daarnaast is Maya nog bezig aan haar bachelor Rechtsgeleerdheid. Commissaris intern Onze 22-jarige commissaris intern, Maxime van Leeuwen, is afkomstig uit Den Haag, en houdt zich momenteel bezig met de masters Arbeidsrecht en Privaatrecht. Zij vertegenwoordigt het aankomende jaar de sociale kant van de JFAS en is verantwoordelijk voor de maandelijkse borrel, het gala en eindfeest. Ook de prachtige reizen naar Berlijn en Brussel, de bachelorreis en de masterreis zullen onder Maxime’s strenge doch rechtvaardige leiding georganiseerd worden. Geen lichte taak, maar Maxime heeft hier vorig jaar al de nodige ervaring in opgedaan. Daarnaast kan ze rekenen op de hulp van al haar commissies. Commissaris media De 23-jarige Haarlemmer Lars Groeneveld is onze commissaris media. Hij is daarmee verantwoordelijk voor het prachtige verenigingsblad dat je nu voor je hebt; de Nota Bene. Ook onze frisse, snelle en overigens totaal vernieuwde website wordt door hem fris en snel gehouden. Op dit moment is Lars alweer druk bezig met de volgende editie van de Nota Bene, naast zijn bachelor Rechtsgeleerdheid. Met zijn zorgvuldig gekozen redactie zal Lars dit jaar weer de mooiste artikelen op papier zetten. Vice-voorzitter Marcus ‘Max’ Wester (21) zal dit jaar de vicevoorzitter zijn. Zijn zomer heeft deze Leidschendammer volledig besteed aan het in goede banen leiden van de boekenverkoop en de rest van het jaar zal Max voornamelijk wijden aan het organiseren van een knallend lustrum. Ook de interne verhoudingen staan op zijn agenda, net als de alumniborrel aan het eind van het jaar. Er wordt daarnaast ook nog gestudeerd; Max hoopt dit jaar zijn bachelor Rechtsgeleerdheid af te ronden en begint volgend jaar aan de master Internationaal publiekrecht. Voorzitter Dit collegejaar ben ik de voorzitter van de JFAS. Ik ben 20 jaar oud en kom uit Cambridge. Naast het besturen van de JFAS werk ik een aantal dagen per week bij een Amsterdams

advocatenkantoor en probeer ik zoveel mogelijk vakken van mijn bachelor Rechtsgeleerdheid af te ronden. De afgelopen zomer heb ik voornamelijk besteed aan het voeren van acquisitiegesprekken voor de vereniging en het aankomende jaar zal ik contact onderhouden met al onze partners. Daarnaast leid ik onze vergaderingen en ben ik het eerste aanspreekpunt voor ieder lid en elke geïnteresseerde. Schroom dus niet contact met mij op te nemen! Tot zover deze introductie van het 105e bestuur van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten. Wij gaan een heel mooi jaar neerzetten en zien je graag terug op de JFAS-kamer (OMHP A2.04), in de UB, op het pleintje voor de Poort of op donderdag in de Heeren van Aemstel! Sebastian de Bruijn Voorzitter JFAS 2015 - 2016

nummer 41

|

jaargang 23


OPINIE

Misdaad en Straf Tekst: Lars Groeneveld

Iedere zelf respecterende academicus is natuurlijk gezwicht voor de schoonheid van de literatuur en heeft alle boeken die ik in deze recensiereeks voorbij zal laten komen al gelezen. Voor diegene die hier niet bij horen zal ik de boeken recenseren waarvan je in ieder geval de Wikipedia pagina uit je kop moet hebben geleerd.

D

it keer zal ik het hebben over Misdaad en Straf of voor de katholieke onder ons Schuld en Boete. Dit boek geschreven door Fjodor Dostojevski is opvallend populair onder juristen. Het verhaal gaat over een arme (rechten) student, Rodion Raskolnikov, uit Sint Petersburg welke tot zijn eigen ongenoegen nooit tot grote hoogte is gestegen. Opgesloten in een depressie die leidt tot een verrassend heldere tunnelvisie slijt hij zijn dagen in eenzaamheid. Om zijn bestaan nog van enige betekenis te laten zijn stelt Raskolnikov zichzelf een daad. Zijn huisbaas, die hem, met vele anderen, het leven zuur maakt zal hij vermoorden. Het zal volgens Raskolnikov een gerechtvaardigde moord zijn welke hij met zuiver geweten zal kunnen plegen. De daad die hij hiermee stelt zal vele levens betere iets dat niet opweegt tegen het leed wat hij zal veroorzaken. De oplettende de lezer ontdekt hier een utilitaristisch gedachtespoor. Toch is Misdaad en Straf veel meer dan dit klassieke probleem. Het boek neemt je mee in de gedachtestroom van Raskolnikov die langzamerhand steeds meer vervreemdt van de samenleving. Naast de vele filosofische overwegingen in het boek is het de gedachtestroom van Raskolnikov waarin de genialiteit van dit boek zich het duidelijkst manifesteert. De maalstroom van steeds extremere gedachtes vloeien in prachtig ritme door elkaar. De lezer wordt in al haar burgerlijke overtuigingen aan het wankelen gebracht. Voor mij staat dit boek hoog in mijn lijstje favorieten omdat het mij op een geweldige manier kennis heeft laten maken met de rijke Russische bibliotheek. De intelligentie en oprechtheid waarmee de ‘grote Russen’ schrijven vind ik ontroerend en op een ietwat neerslachtige en zwaarmoedige wijze hoopgevend. Dostojevski heeft mij namelijk tot tranen geroerd met prachtige formulering tegen welke ik aanhikte maar wegens gebrek aan talent nooit zelf heb kunnen uitschrijven. Ik zal hier kort een van mijn favorieten citaten delen – welke haast terloops door Raskolnikov wordt uitgesproken – in de hoop dat ik zo iemand op de zelfde wijze ontroer.

“Het was er een van dat talloze en gedifferentieerde legioen der banalen, hijgende halfmensen en onvolleerde eigendwazen, die ogenblikkelijk juist het meest in de mode zijnde der gangbare ideeën aanhangen om het terstond te vulgariseren, om ogenblikkelijk een karikatuur te maken van alles wat zij soms uit de grond van hun hart dienen.” Onlangs heeft Woody Allen zich wederom laten inspireren door de gerechtvaardigde moord. In de film met de toepasselijke titel Irrational Man wordt zelfs met naam en toenaam verwezen naar het boek van het genie van Sint Petersburg. Helaas komt de film niet verder dan een slap zoetsappig Hollywoodaftreksel van het origineel. De maalstroom waarin men zich moet verliezen leent zich eigenlijk helemaal niet voor het witte doek. De bezielde taal van Dostojevski welke hem tot groot kunstenaar maakt is niet op een andere wijze over te brengen dan via het origineel. Het is dan ook zaak dit boek te lezen, punt. Ik hoop dat degen die dit boek zullen gaan lezen dit zullen doen met even veel plezier en ontroering als ik dat heb gedaan. Dit boek is dan ook meer dan een aanrader, beschouw het maar – zeker als jurist – als verplichte kost.

“De lezer wordt in al haar burgerlijke overtuigingen aan het wankelen gebracht.”

11


NB

12

De blijvende invloed van de Francotijd Tekst: Fedde Westera

Veertig jaar na de dood van Francisco Franco zorgt de Spaanse dictator nog steeds voor verdeeldheid in Spanje. Het strakke regime van Franco, tussen de jaren 1939 en 1975, hebben duizenden burgers met hun leven moeten bekopen. Nabestaanden van de slachtoffers weten nog steeds niet wat er met hun familie gebeurd is. Als het aan de huidige regering van Spanje ligt zullen zij hier ook nooit achter komen.

F

rancisco Franco kwam in 1939 aan de macht na een drie jaar lange burgeroorlog. Een oorlog die in totaal ruim tweehonderdduizend mensenlevens zouden hebben gekost.1 Dat Franco zich hier niet al te veel van aantrok was goed zichtbaar in zijn strakke regime, waarin hij tegenstanders de kop in drukte. Door middel van het door Franco tot stand gebrachte ‘Tribunaal voor de openbare orde’ werden politieke misdrijven bestraft, zoals het bekritiseren van het staatshoofd en de regering. Burgers werden vermoord, gemarteld en in kampen gestopt.2

leiderschap van Hitler en Mussolini.3 Voor Spanje betekende dit dat zij in economisch opzicht achterliepen op landen die wel tot de ‘EEG’ behoorden. De economisch hard nodige overgang van een dictatuur naar een democratie werd volgens velen gemakkelijker gemaakt door de amnestiewet van 1977. Deze amnestiewet heeft als gevolg dat alle misdrijven uit politiek oogpunt, die hadden plaatsgevonden tijdens het regime van Francisco Franco, niet kunnen worden vervolgd. De bevolking moest het verleden maar vergeten, alsof Francisco Franco en zijn aanhangers nooit hadden bestaan.

Na de dood van Francisco Franco in 1975 werd Spanje onder leiding van koning Juan Carlos omgevormd tot een parlementaire democratie. De voornaamste reden voor deze omslag was dat de Europese landen Spanje niet toe lieten treden tot de Europese economische gemeenschap (EEG). Europa moest niets hebben van het Spanje onder leiding van Francisco Franco, omdat zijn leiderschap verwant was aan het

Na iets minder dan veertig jaar is er weinig veranderd. Nog steeds worden misdadigers uit de Franco-tijd niet vervolgd, en wordt er zelfs geen onderzoek gedaan naar de slachtoffers uit het Franco-tijdperk. Dit tot groot ongenoegen van een groot deel van de bevolking, dat iedere week op het Plaza Mayor protesteert tegen dit beleid van de regering. Ook de VN is van mening dat er onderzoek moet worden gedaan

nummer 41

|

jaargang 23


13

door Spanje naar de misdaden die plaatsvonden in het Franco-tijdperk, maar dit heeft tot aan vandaag de dag nog nergens toe geleid.4 Dat dit nergens toe leidt komt mede omdat rechtbanken in Spanje zaken tegen misdadigers uit het Franco-tijdperk niet onderzoeken. Volgens oud-rechter Baltasar Garzón worden dit soort zaken niet onderzocht, omdat de rechterlijke macht in Spanje niet onafhankelijk is. De regering in Spanje heeft namelijk veel invloed op de rechterlijke macht. “De regering heeft de lopende onderzoeken alleen maar proberen tegen te houden door zich van lastige rechters te ontdoen”, zegt hij. Zelf is hij hier een goed voorbeeld van. Garzón beweert dat hij de regering te dicht op de huid kwam, waardoor hij uit zijn rechtsambt werd gezet. Hij leidde het onderzoek naar de duizenden slachtoffers uit de Franco-tijd en de corruptieschandalen van de huidige regering.5 Het heeft er alle schijn van dat de huidige regering het verleden het liefst in de doofpot wil stoppen. Dit tot groot ongenoegen van de bevolking. Tenminste een deel van de bevolking, sinds Francisco Franco nog steeds relatief veel aanhangers heeft in Spanje. Het verleden heeft het land doen splijten. “Een deel van Spanje wil heel graag beginnen met een verwerking van het verleden, maar een ander groot deel is nog steeds erg direct gelinkt aan die dictatuur”, zo meent historicus Marije Hristova.6

Deze link is nog steeds heel goed zichtbaar in de regeringspartij ‘Partido Popular’, waar premier Mariano ‘Rajoy’ Brey lid van is. De partij van Rajoy is de opvolger van de Allianz Popular, een partij gevormd door ministers van Francisco Franco. Oud-minister Manuel Fraga Iribarne was de oprichter en daarnaast een hartstochtelijk aanhanger van Franco. Toen de Allianz Popular opging in het huidige ‘Partido Popular’

‘Europa moest niets hebben van het Spanje onder leiding van Francisco Franco, omdat zijn leiderschap verwant was aan het leiderschap van Hitler en Mussolini.’


werd Fraga erevoorzitter binnen de partij.7 Het is dan ook niet zo gek dat de regerende partij van Rajoy de straffeloosheid in Spanje, onder het mom van de amnestiewet van 1977, wil voorzetten. De partij bestaat immers uit oud-collega’s van de charismatische dictator die veertig jaar geleden zijn politieke tegenstanders in kampen stopte.

NB

14

Dat deze doorwerkende invloed van Francisco Franco binnen de ‘Partido Popular’ nog steeds zichtbaar is heeft de partij dit jaar weer eens duidelijk gemaakt. Niet alleen het niet bestraffen van misdadigers uit de Franco tijd, maar ook de mond van de bevolking snoeren is sinds kort het beleid van de huidige regering in Spanje. Op 1 juli dit jaar is de wet “Ley de Ciudadanos” ingetreden.8 Deze wet maakt het uiten van kritiek op de regering tot een strafbaar feit. Alleen al kritiek uiten op het land, de regering of het staatshoofd tijdens een protest of via social media zal de opstandige burger 30.000 euro kosten. Dat is nog een schrale boete in vergelijking met het ‘verstoren van de orde’ op een plaats waar dat niet is toegestaan, waar een boete van 600.000 euro op staat. Dit is eigenlijk precies hetzelfde als het eerder besproken ‘Tribunaal voor de openbare orde’, waar men voor dezelfde feiten werd vervolgd in de Franco-tijd.

‘Niet alleen het niet bestraffen van misdadigers uit de Franco tijd, maar ook de mond van de bevolking snoeren is sinds kort het beleid van de huidige regering in Spanje.’

Hoelang het Koninkrijk Spanje zich nog een democratie mag noemen vraag ik mij, gezien de blijvende sterke invloed van Francisco Franco, sterk af. Al ben ik allang blij dat er na publicatie van dit stuk geen boete boven mijn hoofd hangt.

Noten 1 Naomi Westland 18-06-13, Why Spain must investigate Franco-era crimes, Amnesty.org.uk. 2 Gijs Verstegen 2006, historischnieuwsblad.nl, Generaal Francisco Franco (1912-1975). 3 cvce.eu, Franco’s Spain and European Integration, 13-0912. 4 Sung un Kim 7-11-13, jurist.org, Spain officials will not review amnesty law. 5 Steven Adolf 14-02-15, Volkskrant.nl, Spaanse “superrechter” strijdt tegen corruptie. 6 Brandpunt uitzending 29 mei 2014, De bittere erfenis van de Franco dictatuur. 7 demorgen.be, 16-01-2012, Franco-aanhanger Iribarne (89) overleden. 8 Carlijn Teeven 24-12-2014, hpdetijd.nl, Gaat Spanje met nieuwe wet terug naar Franco-tijd

nummer 41

|

jaargang 23


OPINIE

De presidentiële campagnes Over clowns en socialisten Tekst: Saar Hoek

Elke vier jaar breekt het tumult weer los aan de overkant van de oceaan. De leider van de vrije wereld – overigens een zeer bescheiden zelfverkozen titel – sluit zijn termijn af, gevolgd door een handjevol hoopvolle kandidaten die de strijd aangaan om zijn plaats in te nemen. Een strijd die het bespreken waard is.

V

oordat in november 2016 daadwerkelijk de nieuwe president zal worden verkozen, moeten de definitieve kandidaten voor de Democraten en de Republikeinen eerst nog in de voorverkiezingen worden gekozen. Het proces van verkiezingen duurt belachelijk lang en is absurd duur in de Verenigde Staten. De Amerikaanse verkiezingen duren ongeveer 23 keer langer en kosten 40 keer zo veel als in het Verenigd Koninkrijk.1 Want zoals alles in de VS: the bigger the better. Het gevolg hiervan is echter dat de nadruk veel meer ligt op de campagnes van de kandidaten. In deze maanden moeten ze het volk voor zich winnen. Hun imago, charisma en een goed kapsel lijken meer invloed te hebben op de

uitkomst van de verkiezingen dan het daadwerkelijke politieke beleid. De Republikeinse partij levert momenteel maar liefst zestien kandidaten, en tot het grote chagrijn van de hele partij wordt deze momenteel gedomineerd door vastgoedmagnaat Donald Trump. Met zijn 24 procent van de stemmen in de laatste peiling loopt hij fors op kop.2 Zijn campagne steunt op kreten en ideeën die weinig vernieuwend lijken. Terrorisme moet worden aangepakt, immigranten vanuit het kwaadaardige Mexico moeten worden gestopt en China’s economie zal wederom huiveren onder het gewicht van de American Dream. Loze kreten die we al ontelbaar vaak hebben gehoord en niet meer inhouden dan opzwepend gedrag. Maar juist dat opzwepen is de bron van zijn succes, want dat is waar het allemaal om draait in de campagnes. De man is een excentriek figuur die ronduit racistisch uit de hoek kan komen, die oude slogans en ideeën van anderen

‘Hoewel hij wereldwijd voor clown wordt uitgemaakt, doet hij het angstaanjagend goed in de peilingen.’ herkauwt en presenteert als eigen maak, die een waterdichte tactiek beweert te hebben maar deze weigert prijs te geven. Niemand kan echter zeggen dat hij niet memorabel is. Hoewel hij wereldwijd voor clown wordt uitgemaakt, doet hij het angstaanjagend goed in de peilingen. Hoe serieus de cijfers zijn is echter nog onduidelijk, gezien de kandidaat “Deez Nuts”, bedacht door een vijftienjarige jongen, in de peilingen van North Carolina 9 procent van de stemmen bemachtigde.3 Het lijkt onwaarschijnlijk dat zo’n ab-

15


‘Sanders noemt zichzelf publiekelijk een socialist, wat nogal wat is in een land waar deze term gebruikt wordt als scheldwoord.’

NB

16

surd personage als Donald Trump een echte kans maakt, maar hij brengt in ieder geval een reactie teweeg. Dit kan niet of nauwelijks gezegd worden over de andere Republikeinse kandidaten, zelfs kandidaat Bush, afkomstig uit een politieke familie, stelt teleur. De Democraten hebben momenteel vijf bevestigde kandidaten. Niet geheel onverwacht haalt Hillary Clinton momenteel de meeste stemmen binnen. Ze heeft een indrukwekkend CV en is een goede publieke spreker, maar er is nogal wat controverse omtrent haar persoon en ze is niet echt progressief. Vooral dat laatste is waarschijnlijk de reden voor het grote succes van de verrassing van het jaar: de senator van Vermont, Bernie Sanders. Naarmate de campagnes vorderen stijgen zijn cijfers, en terecht. Sanders noemt zichzelf publiekelijk een socialist, wat nogal wat is in een land waar deze term gebruikt wordt als scheldwoord. In tegenstelling tot de meeste kandidaten richt hij zich op de grote interne

problemen die de Verenigde Staten momenteel hebben, zoals het feit dat een miljoen burgers per jaar failliet gaan door de enorme kosten van gezondheidszorg, dat 99 procent van het inkomen naar de bovenste 1 procent van de burgers gaat en dat het gros van de burgers geen hoger onderwijs kan betalen. Hij is voorstander van het Scandinavische stelsel, weigert grote investeringen van Wall Street en is al zijn hele politieke carrière consistent. Hij zet het veelvoorkomende idee dat alles goed gaat in de Verenigde St�aten behalve externe dreiging opzij, en zoekt naar oplossingen van binnenuit. Zijn campagne is niet bepaald gepolijst en hijzelf zal niet snel de glimlach van het jaar-verkiezing winnen, maar hij is betrokken en oprecht en naar mijn mening precies wat de VS nodig heeft. Afijn, het kan (en zal vast) nog gruwelijk misgaan, maar de tijd zal het leren.

Noten 1 L. Vanoost, Presidentsverkiezingen VS: same show, different faces, 08-092015,http://www.dewereldmorgen. be/long-read/2015/09/08/presidentsverkiezingen-vs-same-show-differentfaces 2 S. Spierings, Trump ook na debat ruim aan kop in peiling, 10-08-2015, http://www.volkskrant.nl/buitenland/ trump-ook-na-debat-ruim-aan-kop-inpeiling~a4117427/ 3 S. Gorman, Faux candidate Deez Nuts polls nine percent in ClintonTrump match-up, 20-08-2015, http:// www.reuters.com/article/2015/08/21/ us-usa-election-deeznuts-idUSKCN0QQ02420150821

nummer 41

|

jaargang 23


VERDIEPING

17

Altijd verbonden dankzij het World Wide Web ‘De eerste internetverbinding stuurde de letters “Lo”. Meer dan dit was het niet omdat de computer crashte.’

Tekst: Nicky Willemsen

De wereld is een dorp geworden dankzij het internet. Voor velen is het world wide web inmiddels onmisbaar dankzij de talloze mogelijkheden dat het biedt: even skypen met een vriend die studeert aan de andere kant van de wereld, online winkelen of informatie opzoeken die nu volop toegankelijk is dankzij het web. Voor velen is dit vanzelfsprekend, maar hoe zit het eigenlijk met de totstandkoming van dit krachtige massamedium?


NB

18

ver. In dat jaar werd het eerste bericht via het ARPANET verstuurd. Geen geheime code of lappen tekst werden verstuurd natuurlijk. Er werd informatie uitgewisseld van een computer naar een andere computer die 500 kilometer verder op stond. Charley Kline verstuurde de eerste twee letters van het woord ‘login’. Meer dan dit was het niet omdat de computer crashte.2 Dit was de bescheiden start van het internet dat nu niet meer weg te denken is uit onze maatschappij. Het ARPANET was lokaal en beperkt. Men had de behoefte om grootser te werk te gaan. Om deze reden werd er gewerkt aan meer bereik om zo op een grotere en intensieve schaal gebruik te maken van deze nieuwe techniek. In de vroege jaren 80 werd de TCP/IP (Transmision Control Protocol/ Internet Protocol) ontwikkeld waardoor het mogelijk werd om op een grotere schaal te werken.3 Andere afdelingen van de Amerikaanse overheid gingen

ook gebruik maken van deze techniek, zo ook de NSF (national science foundation).4 Doordat de NSF aan de slag ging met het ARPANET, werd er veel vooruitgang geboekt met de ontwikkeling van de software. De echte grote doorbraak voor het internet zoals we het nu kennen, hebben we te danken aan de Brit Tim Berners-Lee. In 1989 presenteerde Berners-Lee het Hypertext Project. In 1990 had hij zijn eerste doorbraak. Hij heeft zowel de HTML en HTTP software geschreven, die het mogelijk maken om internet pagina’s te creëren en door te zenden via webservers en webbrowsers.5 De Times heeft Berners-Lee uitgeroepen tot ‘one of the greatest minds of the twentieth century’. Zonder zijn bijdrage aan de wetenschap zaten wij studenten wellicht nog uren door fysieke boeken te bladeren naar informatie die nu twee muisklikken verwijderd is..

Noten 1 Ideological and Policy Origins of the Internet, 1957-1969 Andrew L. Russell p.6 2 G. Vinton, The day that the Internet age began, 29-10-2009, http://www. nature.com/nature/journal/v461/ n7268/full/4611202a.html#close 3 Introduction to IP Address Management, Rooney, T. p. 21,22 4 The computer science research network CSNET: a history and status report, Comer, Douglas en Denning, Peter p.1 5 Tim Berners-Lee: The internet’s creator looks to the next evolution

‘De Times heeft Berners-Lee uitgeroepen tot ‘one of the greatest minds of the twentieth century’.’ nummer 41

|

jaargang 23


VERDIEPING

Vluchten voor je leven

19

Tekst: Bastiaan Loopstra

In april van dit jaar vlogen vier jonge studenten uit Utrecht en Amsterdam naar het noorden van Irak om een documentaire te maken over het lot van ontheemde Koerdische Irakezen. Het werd een persoonlijk, indringend portret, dat ze bij terugkeer onder andere in het Europees Parlement mochten vertonen.

I

kzelf ben ook in directe aanraking geweest met vluchtelingen, toen ik in augustus een paar dagen in Belgrado was. Er ligt daar naast het station een groot park, en tot mijn verbazing puilde dat uit van de jonge, energieke vluchtelingen voor wie de Servische overheid geen vinger uitstak. Wat voor mij een vakantiebestemming was, was voor hen een pitstop op weg naar een menswaardig bestaan. Ondertussen is de situatie alleen maar verergerd: opvangcentra in de regio puilen uit, het aantal vluchtelingen dat de oversteek naar Europa waagt blijft toenemen, staten doen hun grenzen dicht. Dit artikel zal het probleem van verschillende kanten belichten, en duidelijk maken waarom het de politiek is, meer dan het recht, waarop vluchtelingen hun hoop moeten vestigen. Een lange weg te gaan De documentaire van de Utrechtse en Amsterdamse studenten heet: ‘Long Road Ahead’. Één van de makers was vorig jaar toevallig een tijdje mijn huisgenoot. Hij heet Paul Voors en is een 21-jarige student Politicologie aan de UvA, al is hij daarmee gestopt voordat hij aan de documentaire ging werken. Gevraagd naar zijn beweegredenen om deze film te maken, vertelt hij een persoonlijk verhaal. Zijn moeder is namelijk Irakees, en kwam dertig jaar geleden naar Nederland om te studeren. Ze is echter altijd betrokken gebleven bij de regio en is actief bij ontwikkelingsorganisatie Dorcas. “Ik wist wel dat er erge dingen gebeurden in Irak,” vertelt Paul, “maar de verhalen die mijn moeder vertelde waren zó

verschrikkelijk dat ik dacht: misschien moet ik er eens iets mee doen.” Paul en de andere drie jongens – waaronder filmstudenten van de HKU – interviewden zo’n zeventig vluchtelingen die niet in een kamp pasten, waardoor hun situatie zo mogelijk nóg schrijnender was dan die van anderen. Alle geïnterviewden waren op de vlucht voor de terreur van IS, de meesten van hen soennitische moslims. Eind 2014 waren er volgens UNHCR, de vluchtelingenhulporganisatie van de VN, meer dan drie miljoen vluchtelingen in Irak.1 Wat de jonge documentairemakers het meest raakte – en wat volgens hen moeilijk voor te stellen is voor mensen die er niet persoonlijk mee in aanraking gekomen zijn – waren de gevoelens van machteloosheid en uitzichtloosheid die alle vluchtelingen overbrachten. Een oplossing van het conflict lijkt er immers de komende jaren niet in te zitten. Paul: “Deze mensen zitten opgesloten in hun veilige gebied. Ze kunnen de hele dag niks doen – niet werken, niet zorgen voor hun gezin, niet studeren. En dat terwijl ze hun vrouwen en zussen, die

‘Je realiseert het je niet als je de nieuwsbeelden ziet, maar de levens van deze mensen verschilden in weinig van die van ons, westerlingen.’


NB

20

‘Na lange periodes zonder verbetering, of zelfs van verslechtering van hun situatie, vervliegt de hoop en zien vluchtelingen het Westen als de enige leefbare uitweg.’

Marjoleine Zieck

ontvoerd zijn door IS, vaak al maandenlang niet gesproken hebben.” IS heeft de gewoonte om ontvoerde vrouwen tot seksslaaf te maken, en één van de geïnterviewde meisjes heeft dat aan den lijve ondervonden. “Ik werd dagelijks geslagen en verkracht,” zegt ze in de film. Ook interessant is de kracht van beeldvorming. Eén van de vluchtelingen liet op een videoband beelden zien van een bruiloft een paar maanden eerder. Paul: “Daarop zag iedereen er prachtig uit. Maar nu waren het net zwervers.” Ze wonen in primitieve hutjes, waar het stinkt, en waar nauwelijks privacy is. Je realiseert het je niet als je de nieuwsbeelden ziet, maar de levens van deze mensen verschilden in weinig van die van ons, westerlingen. Volgens Paul komen mensen alleen naar Europa wanneer hun situatie volledig uitzichtloos is. “De meesten willen liever in het Midden-Oosten blijven, omdat ze de hoop koesteren op den duur terug te kunnen keren naar hun ‘thuis’. In Noord-Irak is dat bijvoorbeeld mogelijk, omdat het sterke Koerdische leger een redelijke mate van veiligheid biedt.” Veel vluchtelingen lopen op een gegeven moment echter tegen een keerpunt aan. “Na lange periodes zonder verbetering, of zelfs van verslechtering van hun situatie, vervliegt hun hoop en zien ze het Westen als de enige leefbare uitweg.” Het team van filmmakers maakt zich boos over de weerwil van de Golfstaten en Saudi-Arabië om vluchtelingen op te vangen. Die hebben immers wel geld, maar houden simpelweg de grenzen dicht. Angst voor een overspoelde arbeidsmarkt en aanhangers van het vijandige Syrische regime zou hier de raadgever zijn. De jongens hebben op hun website (www.longroadahead.nl) een petitie opgezet om Nederlandse en Europese politici ertoe aan te sporen om druk op deze regio uit te oefenen. Long Road Ahead kan hopelijk bijdragen aan de ‘vermenselijking’ van het probleem. De ‘getallen’ moeten immers een gezicht krijgen, zodat de aandacht van de wereld niet verslapt. Deze mensen verkeren in diepe nood. Verdeelsleutels en langdurige vluchtelingenkampen De vice-decaan van onze faculteit, Marjoleine Zieck, is tevens hoogleraar in het internationaal vluchtelingenrecht. Ze geeft aan teleurgesteld te zijn over de rol van UNHCR in deze crisis. Want waar Europese leiders als Jean-Claude Juncker en Angela Merkel de morele standpunten niet schuwen, ontbreekt een UNHCR-vertegenwoordiger die hetzelfde doet. Bondskanselier Merkel liet het daarbij niet bij woorden, maar liet ook weten dat Duitsland Syrische vluchtelingen die Duitsland bereiken, zal opvangen, waarbij geschat wordt dat het dit jaar om 800.000 vluchtelingen gaat. Staten mogen onder het internationale vluchtelingenrecht geen vluchtelingen terugsturen naar gebieden waar hun leven of vrijheid bedreigd wordt, wat bekend staat als het verbod van refoulement. Echter, de Dublinverordening,

nummer 41

|

jaargang 23


VERDIEPING

die voor vrijwel alle Europese staten geldt, bepaalt dat vluchtelingen alleen asiel kunnen aanvragen in het Europese land van aankomst.2 Omdat de Dublinverordening niet voorziet in een verdeelmodel waarmee vluchtelingen vervolgens gelijkelijk over Europa verdeeld kunnen worden, raken de staten die de buitengrenzen van de Europese Unie vormen (Italië, Griekenland, Hongarije) onevenredig belast. Zolang er niet wordt besloten tot een verdeelmodel op Europees niveau, kunnen individuele staten alleen op eigen houtje hulp bieden – zoals Duitsland doet – of vluchtelingen conform Dublin terugsturen naar het land waar zij Europa binnen zijn gekomen. Het is de vraag waarom die Europese samenwerking zo moeizaam verloopt: de Europese Unie telt momenteel ongeveer 507 miljoen inwoners en opname van alle vier miljoen Syrische vluchtelingen zou een toename van de totale EU-bevolking betekenen van 0,008%. “Bovendien,” zegt Zieck, “is dit niet alleen een Europees probleem. Pakistan huisvest al jarenlang miljoenen Afghaanse vluchtelingen, Turkije huist twee miljoen Syrische vluchtelingen in kampen en een kwart van de bevolking van Libanon is vluchteling. De noodzaak van verdeling betreft niet alleen Europa, maar moet op globaal niveau aangepakt worden.”

Zieck bewondert Angela Merkel. “Zomaar de grenzen open stellen voor potentieel miljoenen vluchtelingen, dat is bijzonder en dapper. Of het verstandig is, is een tweede, maar een dergelijk besluit dwingt de Europese Unie wel tot het vinden van een oplossing.” Tevens benadrukt Zieck dat het vluchtelingenrecht slechts bedoeld is als een tijdelijke vorm van bescherming: politici zouden harder moeten werken aan het oplossen van de conflicten die het vluchten veroorzaken. De praktijk is nu dat vele generaties vluchtelingen als vluchteling geboren worden. Zieck: “In Algerije zitten Sahrawi vluchtelingen al sinds de jaren ’70 in vluchtelingenkampen, in Pakistan zitten Afghaanse vluchtelingen al dertig jaar in kampen, en ook de Palestijnen zijn al vele generaties vluchteling. 54% van alle vluchtelingen in de wereld bevindt zich in dergelijke uitzichtloze situaties, die bekend staan als ‘protracted refugee situations’. Dáár moet eens iets aan gedaan worden, dat zijn bijna vergeten situaties.” De suggestie dat er meer opvang in de regio zou moeten plaatsvinden, waarvan Nederlandse politici de mond vol hebben, maakt Zieck boos. “Tachtig procent van de vluchtelingen in de wereld zitten al in de regio – en dus niet

21


NB

22

bij ons. En het gros van de landen die deze opvang verzorgen, zijn minder ontwikkelde landen in de wereld. Van de Syrische vluchtelingen wordt 95% opgevangen in de regio, in Turkije, Libanon – anderhalf miljoen vluchtelingen op een bevolking van 4,4 miljoen –, Jordanië – bijna een miljoen –, Egypte en Irak. Opvang in de regio gebeurt al, laten wij in Europa nu maar gewoon genereus opvang aanbieden.” Nederlandse politici hebben gesuggereerd om de vluchtelingen alleen in de regio de mogelijkheid te bieden om bij Europese landen asiel aan te vragen, en ook daarover is Zieck sceptisch. Hoe selecteer je immers in zulke grote aantallen? Bovendien is het nog maar de vraag of extra opvang in de regio de overtochten in gammele bootjes zou stoppen, want die worden ook door veel zogenaamde ‘economische vluchtelingen’ ondernomen. Dat zijn mensen die in hun thuisland geen enkel vooruitzicht hebben, maar ook geen vluchteling zijn. Zieck: “Wij hebben geen enkel regulier kanaal op grond waarvan die mensen naar Europa kunnen komen. Tegelijkertijd vergrijst Europa, en zouden wij die mensen in veel sectoren van de economie goed kunnen gebruiken.”

‘Zolang er niet wordt besloten tot een verdeelmodel op Europees niveau, kunnen individuele staten alleen op eigen houtje hulp bieden, of vluchtelingen terugsturen naar het land waar zij Europa binnen zijn gekomen.’

Ook is het – mijns inziens [BL] – maar de vraag of vluchtelingen zich echt laten tegenhouden door betere opvang: wie wil er nou jarenlang in een vluchtelingenkamp wonen, voor de levensvoorziening afhankelijk zijn van Europese donaties en zonder toekomstperspectief, terwijl je met een asielaanvraag in een Europees land een nieuw bestaan kunt opbouwen? De maatregel, gesuggereerd door de VVD, om vluchtelingen die de overtocht tóch wagen terug te sturen naar de regio, ter afschrikking, is waarschijnlijk niet heel realistisch. Allereerst heeft de UNHCR een tekort van 3 miljard euro op de begroting van 4,5 miljard om de vluchtelingen in kampen van voedsel en onderwijs te kunnen voorzien.3 Zolang die voorzieningen er niet zijn, verzaken Europese landen mogelijk hun mensenrechtenverplichtingen onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens als ze vluchtelingen terugsturen. Bovendien leggen die vluchtelingen nu al een enorme druk op de betreffende regio’s – die zullen er echt niet zomaar mee akkoord gaan als Europa hen met nog meer vluchtelingen wil opzadelen. “Weet je hoe ik het zie,” zegt Zieck op persoonlijke toon. “Wij kiezen niet waar we geboren worden. Wij zijn bofferds. We hebben vrede, veiligheid, en we kunnen eigenlijk alles doen wat we willen. Jij en ik hadden ook geboren kunnen worden in een Afghaans vluchtelingenkamp. Op het moment dat je je dat realiseert – dat je daar zelf geen keuze in hebt gehad – wat voor recht heb je dan om te zeggen: we doen de grenzen dicht, en helpen maar heel weinig?” Het is een pijnlijk besef. Zieck: “Dit zijn allemaal mensen, vaak ook hooggeschoold, vooral de Syriërs. Alles is voor hen verwoest – bezittingen, vooruitzichten, alles. En daar zit je dan, met je kinderen. Wat zou jij dan doen?” Dit gesprek vond half september plaats – inmiddels heeft de Europese Unie besloten om de verdeling van 120.000 vluchtelingen af te dwingen in Europa. Het gaat hierbij om Syrische vluchtelingen die Europa al hebben bereikt, en dient ter verlichting van de lasten van de frontstaten. Dat Europa dit voor elkaar heeft gekregen, ondanks de weerstand van vier Oost-Europese staten, is een hoopvol begin, maar, mailt Zieck nog, “gelet op de aantallen en de noden in de regio, veel te mager.” Nederland verwelkomt Op 12 september konden Amsterdammers op drie verschillende plekken in de stad spullen en houdbaar eten doneren voor de vluchtelingen die naar Nederland komen. Het was georganiseerd door een aantal studenten onder de naam ‘Amsterdam Verwelkomt’. Ik nam een kijkje bij Paradiso, wat één van de ter beschikking gestelde locaties was. In de grote zaal was een lange tafel neergezet waarachter vrijwilligers – waaronder ook de organisatoren zelf – zich ontfermden over de gedoneerde pakketten. De formaten van de dozen varieerden van koekblik tot verhuisdoos, en

nummer 41

|

jaargang 23


VERDIEPING

sommige mensen brachten losse spullen, die dan aan andere dozen werden toegevoegd. Het transport van de dozen werd geregeld door het bedrijf Studentverhuisservice. Ze brachten de dozen naar een depot in Amsterdam, vanwaar ze naar de 55 Nederlandse distributiepunten gebracht worden. Er zijn die dag zeven volle vrachtwagens aan dozen ingezameld. Judith Alkema, ook student Rechtsgeleerdheid aan de UvA, is er de hele dag in de weer als coördinator van de vrijwilligers. Ze overziet de binnenkomende mensen, de inpakkers en de verhuizers. “Eén van de organisatoren is een vriendin van me en die belde me een paar dagen geleden,” vertelt Judith. “Ze had hulp nodig, want er waren binnen een paar dagen al honderden mensen die op Facebook aangaven een pakket te komen doneren.” De drie locaties in Amsterdam werden gratis door de beherende bedrijven aangeboden. De verhuizers zijn vrijwilligers, en ook de mannen die koffie zetten in de hal doen het voor niks. “Alle mensen zijn zo aardig,” zegt Judith. “Iedereen is in een tophumeur. Je kunt niet geloven wat mensen allemaal langs komen brengen – de meest gigantische dozen, hele kledingkasten en voedselpakketten worden hier gedoneerd.” Alle aanwezigen leken die dag inderdaad gevoelens van optimisme en compassie te delen. Waar vluchtelingen zich machteloos voelen, voelden wij ons nu juist machtig: wij vertaalden het drama in de media naar concrete handelingen, wat iets humaans had. De vluchteling wordt zijn huis uit gebombardeerd terwijl wij rustig tv kijken, maar nu was het andersom: wij komen in actie en zíj hoeven verder niks meer te doen. “Kijk”, zeggen de verzamelde jassen, laarzen, dekens, kleurpotloden, soepblikken, stroopwafels en truien, “wij hebben jullie leed gezien en we willen jullie helpen.” Dit soort private initiatieven zijn op korte termijn van vitaal belang, en kunnen vluchtelingen het gevoel geven dat ze welkom zijn in Europa. Nederlanders helpen graag: het

‘Jij en ik hadden ook geboren kunnen worden in een Afghaans vluchtelingenkamp.’

Rode Kruis gaf in september aan dat haar vrijwilligersaantal verdubbeld was nadat er een landelijke oproep was geplaatst. Het Rode Kruis is zeer blij met de 13.000 man die het nu heeft, maar heeft met haar streefgetal van 20.000 nog altijd ruimte voor meer. Toch blijft al dat inzamelen en uitdelen van voedsel en kleding voorlopig dweilen met de kraan open. Op het hoogste politieke niveau moeten snel structurele oplossingen gevonden worden voor de oorlogsgebieden, waar vrijwel alle vluchtelingen het liefst ooit naar zouden terugkeren. ‘Long Road Ahead’ wordt de komende weken op diverse plaatsen in het land vertoond, en zal daarna ook op tv te zien zijn. Volg de voortgang op www.longroadahead.nl.

Noten 1 UNHCR, 18 juni 2015, Global Trends Forced Displacement 2014 2 Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 3 UNHCR, 4 oktober 2013, Biennial programme budget 2014-2015

23


Een broeierige zaak Tekst: Guido Bongers

NB

24

Op 24 juni 2015 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de Staat ervoor moet zorgen dat de emissie van broeikasgassen in Nederland in het jaar 2020 ten minste 25 procent lager is dan in het jaar 1990.1 Stichting Urgenda (hierna: Urgenda), een organisatie die pleit voor duurzaamheid en innovatie, heeft dit rechterlijk bevel jegens de Staat verkregen door laatstgenoemde te dagvaarden uit hoofde van onrechtmatige daad.

U

rgenda stelt dat er door bovenmatige antropogene broeikasgasemissie op mondiaal niveau een klimaatverandering dreigt die gevaarlijk is voor het menselijk bestaan. De uitstoot van broeikasgassen zorgt er volgens Urgenda voor dat de atmosfeer meer warmte vasthoudt, hetgeen tot gevolg heeft dat de planeet opwarmt en daarmee het menselijk leven in gevaar brengt. Om dit aan te tonen doet Urgenda een beroep op een groot aantal wetenschappelijke documenten waarbij vooral de rapporten van het International Panel of Climat Change centraal staan. In deze bronnen worden de stellingen van Urgenda be-

vestigd; een broeikasgasreductie van 25 procent in 2020 t.o.v. van 1990 is noodzakelijk om nog in een geloofwaardig traject te blijven ter voorkoming van gevaarlijke opwarming van de aarde. Het aangevoerde bewijs is echter niet geheel wetenschappelijk onomstreden. Er zijn namelijk ook gezaghebbende wetenschappers die beweren dat genoemde bevindingen misleidend zijn en dat menselijke invloed op de natuurlijke klimaatverandering onzeker is.2 Opmerkelijk is dat de rechter bij de vaststelling van de feiten bij deze procedure desalniettemin geen probleem zag bij het aannemen van het door Urgenda aangebrachte

bewijs als feit. Het burgerlijk procesrecht schrijft dit namelijk voor; het initiatief tot bewijslevering ligt bij partijen en de rechter alleen kan opdragen tot het leveren van bewijs wanneer de feiten door partijen voldoende zijn betwist. Genoemde wetenschappelijke inzichten aangevoerd door Urgenda worden door de Staat echter niet betwist maar juist erkend. Het is bijzonder om te zien hoe een onderwerp van maatschappelijke discussie zich vormgeeft in de private rechtsďŹ guur van het aansprakelijkheidsrecht. Verder is het uitzonderlijk dat burgers door het aanspannen van

nummer 41

|

jaargang 23


VERDIEPING

‘Het huidige nationale klimaatbeleid, met een reductieniveau van hoogstens 17 procent, moet volgens de rechter drastisch worden aangepast.’ een civielrechtelijk proces de Staat hebben weten te bevelen tot vergaande wijziging van het nationale beleid. Het feit dat klimaatverandering en het klimaatbeleid al jaren onderdeel zijn van een politieke en wetenschappelijke discussie brengt mee dat de Rechtbank bij het doen van deze uitspraak zich op controversieel terrein heeft begeven. Het oordeel heeft dan ook de nodige commotie meegebracht. Aan de ene kant zijn er een aantal rechtsgeleerden die stellen dat instandhouding van het vonnis ongewenste consequenties meebrengt zoals inbreuk op het fundamentele beginsel van machtenscheiding en aanleiding tot excessieve

aansprakelijkheidsprocedures jegens de overheid. Aan de andere kant zijn er rechtsgeleerden, zoals advocaat-generaal mr. Jaap Spier, die beweren dat het leerstuk van overheidsaansprakelijkheid wel geschikt is voor een zaak als deze. Het huidige nationale klimaatbeleid, met een reductieniveau van hoogstens 17 procent, moet volgens de rechter drastisch worden aangepast.3 Op 1 september 2015 is er door staatssecretaris Mansveld aangekondigd dat de Staat in beroep gaat tegen het vonnis. Naar verwachting zal de procedure door het instellen van dit rechtsmiddel geruime tijd duren. Totdat er een

andersluidende uitspraak van het Gerechtshof is gewezen dient de staat over te gaan tot uitvoering van het vonnis van de Rechtbank aangezien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.

Noten 1 ECLI:NL:RBDHA:2015:7145 2 The Heartland Institute, Juli 2009, Climate Change Reconsidered: The 2009 Report of the Nongovernmental International Panel on Climate Change (NIPCC) 3ECLI:NL:RBDHA:2015:7145

25


Neem het recht in eigen hand.

Download de Dirkzwager KennisBoek App. Je kan niet alles zelf weten, dat snappen we bij Dirkzwager. De KennisBoek App is hĂŠt antwoord op al je juridische vragen. Met de mogelijkheid om deze af te stemmen op jouw persoonlijke informatiewens. Daarnaast biedt KennisBoek ruimte voor interactie. Zo kun je reageren op artikelen, deelnemen aan groepsdiscussies en content eenvoudig delen via social media. En dat allemaal in een fraaie App, waar je snel en makkelijk doorheen bladert. Interesse in de App? Kijk snel op www.kennisboek.nl


CARRIÈRE

Angela Mannaerts - advocate in Rome

“Italianen zijn niet gewend om te polderen”

Tekst: René Lieshout

De Nederlandse advocate Angela M.H. Mannaerts (Tilburg, 1963) staat ingeschreven bij de Orde van Advocaten van de State of New York, Amsterdam én Rome. Inmiddels woont ze al 16 jaar in de Italiaanse hoofdstad, waar ze medeoprichter en partner is van het advocatenkantoor Pontecorvi, Mannaerts & Triboldi.

‘De advocatuur in Italië wordt nog steeds beheerd door mannen en je moet als vrouw extra hard werken om je waar te maken.’

Van de UvA via New York naar Rome Na haar studie aan de Universiteit van Amsterdam vertrekt Angela Mannaerts in 1989 naar de Verenigde Staten voor een vervolgstudie Amerikaans recht aan de Universiteit van Nebraska. Na het behalen van haar Juris Doctor krijgt Mannaerts een baan aangeboden als griffier voor een rechter van de Hoge Raad van de Staat Nebraska, waar ze haar kennis van het Amerikaanse recht perfectioneert. Een jaar later maakt ze de grote stap naar de top van de internationale advocatuur in New York, door te gaan werken bij het prestigieuze kantoor Paul Weiss Rifkind Wharton & Garrison. Daar legt ze de basis voor haar succesvolle carrière, die haar ‘’na een paar jaar héél hard te hebben gewerkt in the city that never sleeps’’ weer naar Europa brengt. In Amsterdam volbrengt Mannaerts haar Nederlandse stage bij Loef Claeys

Verbeke, de voorganger van Allen & Overy en Loyens & Loeff, en in 1999 vertrekt ze naar het mooie Italië. Nederlandse in Rome - Na haar verhuizing naar Italië gaat Mannaerts aan de slag bij Pavia & Ansaldo, een groot Italiaans advocatenkantoor. In 2006 splitst ze zich met een aantal kantoorgenoten af en richt ze haar eigen kantoor op, Pontecorvi, Mannaerts & Triboldi, met vestigingen in Rome en Milaan. Dat is als buitenlander niet vanzelfsprekend in Italië, en al helemaal niet als vrouw: “De advocatuur in Italië wordt nog steeds beheerd door mannen en je moet als vrouw extra hard werken om je waar te maken. Er komen steeds meer vrouwelijke advocaten en bij de Balie van Milaan zijn zelfs meer vrouwen dan mannen ingeschreven, maar dat zie je nog niet terug in de maatschappen van grote en middelgrote advocatenkantoren.

27


En hoewel er bij de rechtbanken wel veel vrouwelijke rechters zijn, is dat niet het geval bij de gerechtshoven en de Hoge Raad.” Te veel advocaten - De concurrentie onder Italiaanse advocaten is moordend. Ter verduidelijking: in Rome zijn er bijna evenveel advocaten actief als in heel Frankrijk. Dat heeft ook gevolgen voor het aantal zaken, legt Mannaerts uit: ‘’Aangezien de concurrentie groot is, zijn veel advocaten bereid om voor een laag tarief te procederen, waardoor er meer dan 5 miljoen procedures aanhangig zijn bij de civiele rechtbanken. Dit getal stijgt elk jaar omdat er meer nieuwe zaken bijkomen dan dat er uitspraken zijn. De Italiaanse regering probeert dit probleem te verhelpen door mediation in te voeren, maar daar is weinig behoefte aan. Ten eerste zijn de Italianen niet gewend om te ‘polderen’ en ten tweede zijn de advocaten bang dat ze minder zullen verdienen. Hun angst is dat ze geen lange procedures meer kunnen voeren door mediation en als gevolg moedigen ze de cliënten niet aan om de zaak via mediation op te lossen. “

NB

28

‘Het komt wel eens voor dat een ambtenaar het je zo moeilijk maakt dat je je afvraagt of hij geld wil zien.’

Variatie - Een van de leukste aspecten van haar werk vindt Mannaerts de variatie in haar praktijk. ‘’In New York en in Amsterdam heb ik me gespecialiseerd in ondernemingsrecht, maar in Italië is mijn praktijk heel gevarieerd. Er komen verschillende soorten zaken binnen, met name via Nederlandse advocatenkantoren, maar ook via de Nederlandse Ambassade. De zaken die te maken hebben met ondernemingsrecht behandel ik zelf, maar aan de rest werk ik met een team van 12 Italiaanse kantoorgenoten om mij heen. De Amsterdamse en New Yorkse kantoren waarvoor ik werkte namen alleen hele grote zaken aan. Ik behandel hier nu grote en kleine zaken en het cliëntenbestand bestaat uit multinationals, MKB-bedrijven, maar ook parti-

nummer 41

|

jaargang 23


CARRIÈRE

culieren. Op dit moment ondersteunen wij bijvoorbeeld een aantal grote vastgoedpartijen die willen investeren in Italië, maar we staan ook een voetballer bij die in dit land speelt en zelfs een spelersmakelaar, die zijn commissie voor een voetbaltransfer nog moet ontvangen.’’ Mannaerts’ kantoor behandelt ook geregeld zaken die de krant halen: “In de Fyra-zaak stonden wij de Belgische spoorwegen bij in Italië, aangezien AnsaldoBreda en haar aandeelhoudster Finmeccanica de zaak tweemaal hebben geprobeerd naar de Italiaanse rechtbank te halen (terwijl in de contracten stond dat de Nederlands rechter bevoegd was). Na in Milaan en Rome te hebben geprocedeerd is het ons uiteindelijk gelukt om de zaak goed te schikken voor onze cliënt, die een schadevergoeding heeft gekregen van 2,5 miljoen euro.” Netwerken - Meer dan in elk ander Europees land is het in Italië essentieel om een goed netwerk te hebben. Mannaerts raadt Nederlandse ondernemers dan ook aan om de Italiaanse markt niet zelfstandig te betreden, maar om vooral een Italiaanse partner te vinden. “De Italiaanse ondernemers zijn creatief en innovatief en de combinatie met het Nederlandse pragmatisme en efficiëntie kan een succesvolle jointventure opleveren.” Zélf is Mannaerts voorzitter van de Nederlandse Romeinen Business Club en is ze actief bezig om de contacten met Italiaanse

lokale overheden te onderhouden. ‘’Ik werk samen met de stad Turijn en ben externe adviseur van de Regio Toscane, met het doel om buitenlandse vastgoedinvesteerders aan te trekken. Nu Italië weer interessant is geworden voor buitenlandse partijen komen deze contacten goed van pas.’’ Ook met de Gemeente Rome heeft Mannaerts goede banden, met ‘dank’ aan de Feyenoordsupporters die begin dit jaar rondom een wedstrijd tegen AS Roma de beroemde Barcaccia-fontein hebben beschadigd. Als gebaar naar de stad Rome en haar inwoners heeft Mannaerts samen met andere vertegenwoordigers van de Nederlandse gemeenschap de vereniging Salviamo La Barcaccia (Laten we de Barcaccia redden) opgericht. “We hebben ongeveer 20.000 euro opgehaald voor de gemeente Rome en in samenwerking met Koninklijke Woudenberg - het bedrijf dat o.a. de gevels van het Rijksmuseum heeft gerestaureerd - gaan we twee fonteinen restaureren. Wij doneren geld en Koninklijke Woudenberg levert gratis een restaurateur. Om welke fonteinen het gaat is nog geheim omdat de contracten met de gemeente Rome nog moeten worden getekend. Hopelijk is dat binnenkort te lezen in de Nederlandse kranten.’’ Bureaucratie en corruptie - Een ander verschijnsel dat onlosmakelijk aan Italië verbonden lijkt, is de bureaucratie. Een serieus probleem, zegt Mannaerts:

PMT

‘’Italië kent een enorme hoeveelheid wetten en ook een simpele zaak, zoals het aanvragen van een bouwvergunning, is ingewikkeld.’’ Een gevolg van de bureaucratie is vaak corruptie, maar daar heeft de advocate in haar praktijk gelukkig niet vaak mee te maken gehad. ‘’Ik werk in de private sector en slechts af en toe heb ik te maken met de overheid. Maar het komt wel eens voor dat een ambtenaar het je zo moeilijk maakt dat je je afvraagt of hij geld wil zien.’’ Bij corruptie moet overigens niet altijd gedacht worden aan een envelop met geld, waarschuwt Mannaerts: ‘’Ik werk voor een bedrijf dat een aantal schepen bezit die onder de Italiaanse vlag varen. Op een gegeven moment moest een schip in het buitenland worden gekeurd, door een Italiaanse inspecteur. De inspecteur belde me op om het bezoek aan het schip met mij te regelen, waarbij hij vertelde dat hij bij zijn laatste keuring in het buitenland een schip had afgekeurd ‘omdat hij zich niet lekker voelde’. De reden daarvoor was, zo benadrukte hij, dat hij toen niet Business Class had gevlogen én niet in een 4-sterrenhotel had geslapen.... Mijn cliente heeft na dit voorval alle Italiaanse schepen direct onder een andere vlag gebracht.’’ Nooit meer weg uit Rome - Het leven in Italië bevalt Angela Mannaerts goed, mede door het aangename klimaat en de cultuur. “Mijn kantoor bevindt zich in een pand uit de 17e eeuw dat is gelegen tussen Piazza Navona en de Engelenburcht. Elke avond na mijn werk steek ik met de scooter de Tiber over en rijd ik langs de Sint Pieter naar huis.” Na 16 jaar in Rome kan ze zich niet meer voorstellen dat ze er ooit nog weg gaat: “Ik heb hier mijn draai gevonden en ben dan ook niet van plan terug te keren naar Nederland.’’ www.pmtlex.com

29


NB

30

Zonnige interviews met internationale studenten Tekst: Louisa Bergsma

Dit semester studeer ik aan L’universita Bocconi in Milaan. In de collegezaal zit ik tussen rechtenstudenten uit de hele wereld. Ik ben heel benieuwd naar de verschillen tussen onze opleidingen en het studentenleven. Daarbij zijn Italianen die in het Engels college proberen te geven onverstaanbaar. Kortom, de uitgelezen kans om mijn medestudenten te ondervragen. Jaron Chui Nationaliteit: Singaporees Universiteit: National University of Singapore Jaron komt uit Singapore en woont daar bij zijn ouders, het is daar gebruikelijk om thuis te blijven wonen tot je gaat trouwen. Via de universiteit zijn wel studentenaccommodaties beschikbaar, maar op jezelf wonen is heel erg duur in Singapore. De kamers kosten echter maar 350 euro per maand, daar draaien wij in Amsterdam onze hand niet voor om! De Singaporese studenten spenderen dit geld echter liever aan andere dingen. Dat begin ik te begrijpen wanneer hij me enthousiast vertelt dat ze “maar” 6000 euro per jaar aan collegegeld betalen. Dit vindt hij heel sympathiek van de overheid aangezien buitenlanders maar liefst 15.000 euro per jaar moeten betalen. Van stufi hebben ze in Singapore overigens nog nooit gehoord. Een studen-

tenlening bestaat wel, maar alleen via de bank en dit is dan ook niet erg gebruikelijk. Er is overigens wel subsidie voor de mensen met de allerlaagste inkomens. In Singapore kan dit erg laag zijn, want een minimuminkomen bestaat niet. Jaron zit in het derde jaar van zijn Bachelor rechten, deze duurt in totaal vier jaar. Om hierna advocaat te worden hoeft hij geen master te doen, maar moet hij bar-examens halen. Dit

duurt zes maanden. Daarna moet hij een stage zoeken bij een advocatenkantoor. Rechter worden is alleen voor de allerbesten weggelegd. Met heel veel ervaring en excellente resultaten kan je als rechter worden uitgenodigd door de overheid. Joran bevestigt verder het clichébeeld van de hardwerkende Aziaat. Je moet volgens hem wel hard werken omdat er grote concurrentie bestaat op de universiteit. Cijfers worden niet gebaseerd op het aantal fouten, maar in plaats daarvan krijgt de best presterende leerling het hoogste cijfer. Als je alles goed hebt ben je nog steeds niet verzekerd van een 10, hier heb je pas kans op als je ook nog allemaal ongevraagde doch interessante informatie opschrijft. Aantekeningen worden daarom met niemand gedeeld. In Singapore is het ieder voor zich.

‘Van stufi hebben ze in Singapore nog nooit gehoord.’ nummer 41

|

jaargang 23


CARRIÈRE

Jimmy Hababou Nationaliteit : Frans Universiteit : Université Paris-est Céreil (UPEC) Jimmy is geboren en getogen in een klein plaatsje in de buurt van Parijs: Joinville. Hier woont hij nog bij zijn ouders. In zijn cultuur - Jimmy is Joods - is het gebruikelijk om tot het huwelijk in het ouderlijk huis te blijven wonen. Daarbij ligt zijn universiteit ook net buiten Parijs en kan hij deze vanaf Joinville per auto veel sneller bereiken dan wanneer hij in de binnenstad zou wonen. Andere mensen op zijn universiteit wonen vaak ook niet in Parijs omdat dit te kostbaar is, namelijk 500 à 600 euro per maand voor een kleine kamer. Studeren is daarentegen juist heel goedkoop: Jimmy betaalt 300 euro per jaar aan collegegeld. Hij ontvangt geen studiefinanciering. Hier heb je wel recht op als je zelfstandig woont of wanneer je ouders het niet breed hebben. De bachelor rechten duurt drie jaar en het Franse systeem lijkt in veel opzichten op het Nederlandse systeem. Voor elk vak heb je colleges en werkgroepen (op Bocconi maken ze dit onderscheid niet) en het cijfersysteem werkt ook hetzelfde.

Opvallend is dat iedereen zich in Frankrijk voor een universiteit mag aanmelden. Ze kennen geen verschil in niveau op de middelbare school en er zijn geen toelatingseisen voor de studie rechten. Na het eerste jaar vallen er dan ook erg veel studenten af. Wanneer je echter naar een universiteit wil die niet binnen je eigen regio ligt, moet je hiervoor wel een moeilijke toelating door. Als Jimmy bijvoorbeeld naar Sorbonne had gewild – deze universiteit ligt verder van zijn huis dan UPEC - had hij een moeilijke toelating moeten doen waarbij gekeken wordt naar cijfers, CV en motivatie.

huurprijzen liggen rond de 500 euro per maand en de meesten kunnen dat niet zomaar betalen. Het collegegeld bedraagt 2300 euro per jaar en je krijgt als student geen studiefinanciering.

Jimmy zit in het eerste jaar van zijn Master in Business Law. Na dit jaar is er mogelijk nog een tweede jaar, maar dit is alleen weggelegd voor de allerbeste studenten. Om hierna advocaat te worden moet hij bar-examens doen. Op basis hiervan worden twee op de tien mensen die hieraan meedoen toegelaten tot de verdere opleiding. Vervolgens volg je achttien maanden lessen en een stage bij een advocatenkantoor. Jimmy is hard aan het werk om hier ook bij te kunnen horen; hij zit elke dag van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds in de bibliotheek om te studeren en zijn lessen voor te bereiden. Daarna gaat hij ook graag naar een feestje. Hij werkt dan ook hard om dit te kunnen combineren.

Hij vindt het opvallend dat computers kennelijk nog niet zo lang worden gebruikt op Bocconi; op zijn eigen universiteit wordt hier al veel meer gebruik van gemaakt. Er zijn bijvoorbeeld geen stopcontacten in de collegezalen, dit is hij in Tel Aviv wel gewend.

Eylon Szatmary Nationaliteit: Israëlisch Universiteit: Tel Aviv University Eylon woont samen met zijn vriendin in Tel Aviv in een appartement vlakbij de universiteit. Normaal blijven studenten die dichtbij of in de stad wonen zo lang mogelijk bij hun ouders wonen. Wanneer ze uit huis gaan krijgen studenten vaak hulp van hun ouders of ze gaan niet naar de colleges om veel te kunnen werken om de huur te betalen. De

Eylon is nog bezig met zijn bachelor, deze duurt in totaal drie en een half jaar. Om toegelaten te worden moet je een psychometrisch examen doen, in combinatie met je cijfers van de middelbare school leidt dit tot een bepaalde score. Het verschilt per studie hoe hoog deze score moet zijn om toegelaten te worden.

Na zijn studie wil Eylon advocaat worden. Hiervoor moet hij een jaar stage lopen en daarna de bar-examens halen. Na een paar jaar als advocaat gewerkt te hebben staat hij ook open voor andere carrières die op zijn pad komen: “I am trying to be open-minded about it”.

31


NB

32

Werken bij het Openbaar Ministerie, je moet het maar kunnen! Tekst: Stijn Peerik

Strafrecht heeft allure. Althans, dat heeft het voor mij, maar ik weet zeker dat dit ook voor vele andere (aankomende) rechtenstudenten geldt. Het is een rechtsgebied dat vaak het nieuws haalt en daarbij woede, verontwaardiging en dilemma’s oproept bij velen in de samenleving. De materie is prikkelend, en je wordt met regelmaat voor lastige vragen gesteld. Als strafrechtjurist ben jij degene die een definitief antwoord moet geven op die vragen.

D

it laatste is uiteindelijk het verschil tussen strafrecht bestuderen en praktiseren. De praktijkjurist wordt gedwongen een ondubbelzinnig standpunt in te nemen. Ik heb zelf mogen ervaren hoe lastig dat soms kan zijn gedurende de drie maanden dat ik stage heb gelopen bij het Openbaar Ministerie (hierna: “OM”). Een mooi voorbeeld is de Raadkamer Gevangenhouding. Iedere donderdag kwamen daar ongeveer tussen de vijftien en twintig zaken voor waarin een verdachte verzocht om opheffing dan wel schorsing van zijn voorlopige hechtenis. De Advocaat-Generaal (A-G) en een meervoudig college worden dan

geconfronteerd met de vraag of er is voldaan aan de vereisten voor dit dwangmiddel. Zelf bereidde ik de zaken voor, wat er op neer kwam dat je die punten uit het dossier moest halen waaruit de verdenking viel op te maken. Meestal was dit niet zo lastig, maar er zaten ook regelmatig complexe zaken tussen waar je zeker als beginneling goed de tijd voor moest nemen. Ik vond het dan ook imponerend om te zien hoe snel één A-G in een dag door een stapel heengaat, en zijn standpunten vervolgens toelicht op zitting. Je neemt immers wel een beslissing over iemands vrijheid. De omvang van het aantal zaken dwingt

een A-G ertoe om dit snel toe doen, de belangen die op het spel staan dwingen hen hiernaast om tot een goede afweging te komen. Voor wie voor het eerst toeschouwer is van de behandeling van dit soort zittingen, is het een bizar tafereel. De ene na de andere verdachte komt de zaal binnen. De rechters horen in een relatief hoog tempo aan wat hij of zij te vertellen heeft. Soms is het best meelijwekkend. Juridische aspecten lijken even te verdwijnen zodra de verdachte uit het dossier een gezicht krijgt. Het voortduren van de gevangenhouding kan immers betekenen dat iemand zijn stage niet kan afronden of niet meer

‘Bepleit je een veroordeling, met mogelijkerwijs nevenschade als gevolg, of verzoek je om vrijspraak en laat je een ernstig feit onbestraft?’ nummer 41

|

jaargang 23


33


‘Je moet je mening durven geven, en zolang je die kan onderbouwen met neutrale argumenten levert dat net zo goed een houdbaar standpunt op.’

NB

34

aan zijn opleiding kan beginnen. Mijn sympathie voor de advocatuur groeide erdoor, al moest ik tegelijkertijd erkennen dat veel van de mensen die voorkwamen een imponerend strafblad hadden. De dag na zo’n zitting krijg je in je mailbox de uitslag teruggekoppeld, die in vrijwel alle gevallen luidde dat een beroep is afgewezen. Het OM gaat echter niet altijd tot vervolging over, zij kan de zaak ook seponeren. Het slachtoffer kan dan zijn beklag doen bij de officier, en uiteindelijk bij het Gerechtshof. De A-G brengt dan een advies uit, waar je als stagiair aan meewerkt. Je kan tot de conclusie komen dat de zaak inderdaad niet haalbaar is. Dat voelt soms wrang aan. In zo’n geval moet je altijd nog wel zo goed mogelijk motiveren waarom de zaak niet tot een succesvolle vervolging zal leiden. Dat is wel zo gepast richting het slachtoffer. Hoe spannend en lastig het werk van een OM’er soms kan zijn heb ik rich-

ting het einde van de stage ervaren. Ik kreeg ik namelijk een bijzondere zedenzaak van de A-G waar ik hoofdzakelijk voor werkte. Ze was nieuwsgierig wat ik er van vond. Aangezien deze zaak nog op zitting moet komen, en de casus beslist niet eenvoudig is, kan ik er helaas niet veel over kwijt. Uiteindelijk heb ik ervan geleerd hoe uitdagend het kan zijn om de definitieve beslissing te nemen. Bepleit je een veroordeling, met mogelijkerwijs nevenschade als gevolg, of verzoek je om vrijspraak en laat je een ernstig feit onbestraft? De ideale oplossing is er blijkbaar niet altijd, zelfs niet voor het OM die uiteindelijk alle belangen in het oog kan en moet houden. Wat is mij na al die maanden het meeste bijgebleven? Voornamelijk dat het bijzonder lastig kan zijn om stelling te nemen, zeker als je je eerste stappen in de rechtspraktijk zet. Dat kan allerlei redenen hebben. Het kan aan de juridische complexiteit van de zaak liggen,

een moreel dilemma of omdat er nu eenmaal meerdere visies op een zaak denkbaar zijn. Als beginneling ben je dan ook nog eens omringd door ervaren professionals die al heel wat meer voorbij hebben zien komen dan jij, wat het niet eenvoudiger maakt. Gelukkig kreeg ik van iemand een goed advies: “Je moet je mening durven geven, en zolang je die kan onderbouwen met neutrale argumenten levert dat net zo goed een houdbaar standpunt op.”

nummer 41

|

jaargang 23


Herfst

Mijn antwoord op celluloidbederf Is de eindeloze weg aangegaan Met lange ranke halen Op klanken duister zoet

Als afvallige schone Niets dat beter past Bij welwillende herfst gloed

Gedrapeerd in gedachte van de ander Leef jij voorbij

– Alberto Geus


Fotograaf: Marie Cécile Thijs

Z

mr. , de masterclass van Pels Rijcken Tijdens onze masterclass gaat het er vaak stevig aan toe. De zaak die je krijgt is dan ook, op z’n zachtst gezegd, een uitdaging. Samen met je team moet jij de overwinning behalen voor je cliënt. Wat zijn de feiten, waar liggen de valkuilen? Geen praatjes, maar inhoud. Geen gestotter, maar een bulletproof pleidooi. Daag jezelf uit. Meld je aan voor de masterclass mr. Z op 25, 26 en 27 november 2015. Ga naar www.pelsrijcken.nl/jongemeesters of scan de QR-code. Tot zo. Pels Rijcken Bron van inzicht

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen

Profile for JFAS

Nota Bene herst 2015: Wereldwijd  

Nota Bene herst 2015: Wereldwijd  

Advertisement