Issuu on Google+

NOTA BENE

Verleiding De shari’a, echtscheiding en overspel Politiek: Gewoonte of misleiding? Hongkong: Gucci bags en polospelers Nederland het beloofde land anno 2011? Liefde op de werkvloer De verleiding tot schikken En: BelgiÍs eigenaardigheid, Louis Vuitton tegen Darfur.

nummer 25 juni 2011 jaargang 18


All A4.indd 8

19-01-2007 15:48:20


Hoofdredactioneel

Het is 15.00 uur. Buiten schijnt de warme zon. Samen met de zon drinken je vrienden een drankje op het terras, zonder jou. Waar ben jij? Juist, binnen aan het studeren. De verleiding om je spullen te pakken en aan te schuiven wordt dan erg groot. Toch beweeg je je na de koffiepauze traagjes weer richting datgene wat boek of computer heet. Helemaal nu het huidige kabinet haar plannen voor de bezuinigingen op het hoger onderwijs door zal voeren, weliswaar met een jaar uitstel. Dat zorgt weer voor de nodige overpijnzingen wat betreft het haastig halen van goede cijfers, het snel vinden van de juiste master, de uiteindelijke droombaan, en het nadenken over andere idealen in ‘turbo’ modus. Om er wellicht naderhand achter te komen dat wat er beslist is in zekere zin strijdig is met de rechtszekerheid en wij, studenten, op die manier keer op keer misleid worden.

‘Drankje doen..?’ Misleiding, verleiding, afleiding. Alle drie hebben ze met elkaar te maken en vormen het thema van deze editie. Onze van Dale beschrijft verleiding als bekoring, verlokking. Verleiding is een aantrekking, het beweegt tot actie. Denk bijvoorbeeld aan de verleiding tot overspel en de actie tot echtscheiding. Hoe wordt krachtens de shari’a overspel vastgesteld en hoe verhoudt zich dat tot Nederlandse wetgeving? En wat voor merkwaardige wijze houden onze typische zuiderburen hierop na? Of stel je het volgende voor: je wordt op de werkvloer verliefd op een partner van een concurrerend kantoor en jullie beginnen een relatie. Is hier sprake van schade bij de werkgever vanwege aannemelijke belangenschade? Een meer figuurlijke benadering van dit thema ziet op rechterlijke schikkingen. Waarom verleidt de rechter partijen te laten schikken? Is het omdat edelachtbare dan eerder thuis kan zijn voor het avondeten? Hoe lang zal men in Hongkong nog in krakkemikkige kamertjes getrokken worden met de vraag welk (namaak) modemerk je het liefst hebben wilt? En hoe groot de verleiding ook is om met een bootje de Atlantische oceaan te bevaren om vervolgens in het beloofde Europa aan te komen: wordt men als immigrant niet ontzettend misleid? Hoe is dat met betrekking tot de Nederlandse kiezer en de nakoming van toegezegde beloftes door nationale politieke partijen (zoals o.a. de PVV)? Genoeg in deze editie om over na te denken dus, maar nu eerst nog die ‘oh zo geliefde’ tentamens, essays en scripties. Dat drankje op het terras zullen we voor nu even moeten laten. Ook al is het nog zo fijn om aan de verleiding toe te geven.. Valeria Boshnakova Hoofdredactrice Nota Bene 2010-2011

3


p.

4

11 p.12

15 p.26

p.

ACTUALITEIT

3

Hoofdredactioneel ‘Drankje doen?’

6

The Clinic/colofon De Clinic zoekt medewerkers

7

De wetwinkel Over bestuursrecht, de buienradar en parkeren

OPINIE

8

Politiek: Gewoonte of misleiding? Over politieke dwaling

RUBRIEKEN

11

Arrestbespreking Louis Vitton tegen kunstenares

12

Buitenlandervaring Canterbury tales

14

De vaststelling van overspel Belgiës eigenaardigheid

15

Hongkong Lantau, Macau, The High Court en meer

19

Hongkong ‘Mind your step’ en ander gevaar

20

Interview met strafadvocaat mr. Mike L.M. van den Bosch

24

Istanbul In vogelvlucht Cultuurschok?

26

Lustrumverslag 100 jaar JFAS succes!

28

Fotopagina Lustrumgala

42

Vragenrubriek


inhoud

36 p.38

p.

VERDIEPING

30

It takes two to tango De shari’a, echtscheiding en overspel

33

Liefde op de werkvloer Wat zijn de grenzen aan artikel 8 EVRM?

36

De verleidingen van Hongkong Gucci bags en polospelers

38

De verleiding tot schikken Is een schikking wenselijk?

40

Nederland het beloofde land anno 2011? Over ons immigratiebeleid

p.

40

5


Nieuwe medewerkers gezocht voor de Clinic Wat is de Clinic? De Clinic is de eerste en enige gespecialiseerde rechtswinkel op het gebied van Technologie, Media en Communicatie (TMC). De Clinic geeft gratis juridisch advies op dit gebied aan minder vermogende particulieren en kleine, startende ondernemingen. De Clinic is ontstaan op initiatief van SOLV Advocaten (www.solv.nl). Hoe werkt de Clinic? De Clinic is een zelfstandige stichting en wordt gerund door 6 studenten. Vragen aan de Clinic worden gesteld via haar website www.clinic.nl. Iedere woensdag komen de studenten bijeen om tijdens de lunch met gespecialiseerde advocaten en juristen die zich bezig houden met vraagstukken op het gebied van technologie, media en communicatie de vragen te bespreken. Wie zoeken wij? De Clinic is op zoek naar getalenteerde en enthousiaste rechtenstudenten in het laatste jaar van hun bachelor of aan het begin van hun master, die affiniteit hebben met TMC. De studenten moeten ten minste een jaar beschikbaar zijn voor de Clinic, liefst per direct maar in ieder geval per 1 september 2011. Kennis van het auteursrecht, merkenrecht, media- en informatierecht, reclamerecht, privacy en/of e-commerce is een pré, maar niet noodzakelijk. Wat bieden wij? De Clinic biedt een unieke eerste kennismaking met de juridische praktijk. Het is dé kans voor studenten om hun kennis van het recht toe te passen, verder te ontwikkelen en zelfstandig cliënten te adviseren. Daarnaast biedt de Clinic een prettige en kleinschalige werkomgeving met medestudenten en ervaren advocaten en specialisten. Geïnteresseerd? Stuur dan een brief met motivatie, C.V. en cijferlijst naar de Clinic, t.a.v. Mattijs Franken via sollicitaties@clinic.nl. ___________________________________________________________

Commissieleden gezocht! De JFAS is voor het volgend studiejaar weer op zoek naar commissieleden voor verschillende functies. Lijkt het jou leuk om actief te worden in een commissie en aan je c.v. en ervaring te werken? Mail dan naar secretaris@jfas.nu. De volgende commissies komen in aanmerking: Almanakcommissie Boekenverkoopcommissie Borrelcommissie Kantoorcommissie Nota Bene redactie PR-commissie Reiscommissie Websitecommissie Zie hierover meer op onze website: www.jfas.nu

6

Colofon

De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en verschijnt vier keer per jaar. Hoofd- en eindredactie Valeria Boshnakova Studentredactie Aan deze editie hebben meegewerkt: Bas Kentie Bouke Knop Eline Botter Hassan Chenti Jaimy Lankman Maartje Stabel Rutger de Beer Sharon Amo-Adjei Suzanne van den Broek Vivian Oliana Overige bijdragen aan deze editie: Anouk Vendel, Daan van Lier, Jolanda Bakker, Jorn Quackelstein, Laurens Waters, Max ten Velden, Vincent de Haan, Wetwinkel Amsterdam. Adverteerders: AKD advocaten en notarissen JPR advocaten Stibbe Sponsorexploitatie Dianora Rekveld Vormgeving Willem Don, willemdon.nl Drukkerij Grafiplan Nederland B.V. te Grootebroek JFAS bestuur Dianora Rekveld Voorzitter voorzitter@jfas.nu Bas Kentie Vice-voorzitter vvz@jfas.nu Floris Maessen Penningmeester penningmeester@jfas.nu Nina Tutein Nolthenius Secretaris secretaris@jfas.nu Nina de Groote PR & Activiteiten activiteiten@jfas.nu Anouk Vendel Reiscommissaris reiscommissie@jfas.nu Valeria Boshnakova Hoofdredactie Nota Bene notabene@jfas.nu

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A 204 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 Email: voorzitter@jfas.nu Internet: http://www.jfas.nu

Met dank aan Alle bestuursleden en sponsoren die deze Nota Bene mogelijk hebben gemaakt. In de Nota Bene geplaatste artikelen vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op notabene@jfas.nu. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar notabene@jfas.nu. Heb je de Nota Bene niet ontvangen of zijn je adresgegevens gewijzigd? Mail dan naar secretaris@jfas.nu


actualiteit

Over bestuursrecht, de buienrader en parkeren Door Bastiaan Suurmond

K

omt u wel eens met de auto in Amsterdam? Dan bent u waarschijnlijk ook geconfronteerd met de puzzel die parkeren heet. Een aantal jaar geleden heeft de Gemeente - naar ik aanneem - gezelschapsspellenfabrikant MB de opdracht gegeven de parkeerautomaten uitdagender te maken. De oude vertrouwde parkeerautomaten werden vervangen door moderne interpretaties van Dr.Bibber en Mens erger je niet. Niet iedereen is gecharmeerd van dit initiatief. Zo ook de heer B., een oudere mediterrane Amsterdammer die zich tot Stichting Wetwinkel Amsterdam wendde met het verzoek zijn belangen te behartigen inzake het volgende. Op een donkere, regenachtige avond parkeerde meneer zijn auto en snelde naar de dichtstbijzijnde parkeerautomaat om aldaar wat de Hoge Raad noemt ‘uitvoeringshandelingen’ te verrichten teneinde de verschuldigde parkeerheffing te voldoen. Wat leek, een ogenblik later stapte meneer triomfantelijk richting zijn vehikel, om aldaar de procedure te voltooien door de met bloed zweet en tranen verkregen trofee zichtbaar achter de voorruit te positioneren. Echter, ter plaatse aangekomen verdween de overwinningsroes terstond! Tussen de voorruit en de ruitenwisser die hem die regenachtige avond het rijden mogelijk had gemaakt bevond zich een kersverse naheffingsaanslag. Dat moest een vergissing zijn. Een goede vriend van de heer B. klom in de pen en verwoordde het als volgt: “Het klopt niet want ik heb netjes betaald.” Een fotokopie van het parkeerkaartje bijgevoegd, gelikt, bezegeld en verzonden. Er op vertrouwende het bestuursorgaan daarmee voldoende te hebben geïnformeerd, verbleven zij. Binnen zes weken ontving meneer een uitspraak op bezwaar1, waarin het bestuursorgaan te kennen gaf in het bezwaar geen aanleiding te zien het besluit in heroverweging te nemen. De heer B. liet het er niet bij zitten en besloot het spreekuur van de Wetwinkel te bezoeken, immers: “Als je niks doet, dan blijven ze je geld pakken”, aldus de heer B. Meneer had weinig tijd, verleende ondergetekende en zijn - door dit onrecht zichtbaar aangedane - collega een volmacht, mompelde iets met fout parkeren en vertrok.

De volgende dag waren wij om 09.00 op locus delicti. Althans, wij zaten achter ons bureau met een kop koffie en staarden naar langzaam scherper wordende foto’s op Google Street View. Volgens het archief van Buienradar.nl viel in Amsterdam op de bewuste avond tussen de 5 en 10 millimeter neerslag. Print screen. Na deze digitale descente concludeerden wij dat het niet ondenkbaar was dat de beambte de heer B. simpelweg over het hoofd gezien had. De straat telde slechts enkele straatlantaarns en bovendien was het slecht weer die avond. Dat het besluit zo onbillijk uitpakte voor meneer dat het niet in stand kon blijven stond onzes inziens vast. Maar zou een rechter daar ook zo over denken? Nog een paar dagen en de uitspraak op bezwaar zou formele rechtskracht krijgen. Wij deden een beroep op bestuursrechtelijk zwaargewicht prof. Bart Jan van Ettekoven. “Het verhaal heeft natuurlijk een hoge Z-factor, daar kan een rechter gevoelig voor zijn.” Niet zo zwart-wit als we gehoopt hadden, maar wel het proberen waard, immers: “Nu kun je de hele machine nog laten draaien voor 41 euro”, aldus Van Ettekoven. De heer B. bleek dezelfde mening toegedaan, “ik dach lamaar doen”, was zijn reactie op ons weinig concrete advies. Betreft: Beroepschrift. Edelachtbare Heer, Vrouwe, Ondergetekenden tekenen beroep aan [...] naheffingsaanslag [...] donker en regenachtig [...] onbillijk [...] feit van algemene bekendheid [...] zorgvuldigheidsbeginsel [...] kosten van het geding [...] Hoogachtend, [...] Stichting Wetwinkel Amsterdam. Drie maanden later ontvingen wij post van de rechtbank. Het bestuursorgaan trok het boetekleed aan. Zij vernietigde het bestreden besluit waarna het bedrag van de naheffingsaanslag gegireerd zou worden, alsmede het griffierecht. Het beroep trokken wij in, met dit mea culpa ‘verweer’ verdampte immers ons procesbelang. De heer B. was in zijn nopjes en het recht had gezegevierd. Bastiaan Suurmond is werkzaam bij Stichting Wetwinkel Amsterdam. De Wetwinkel is voortdurend op zoek naar nieuwe medewerkers. Interesse? Stuur je C.V. en een korte motivatie naar sollicitatie@wetwinkelamsterdam.nl. Noten

1 In het belastingrecht wordt op bezwaar niet beslist maar uitspraak gedaan.

7


Politiek: Gewoonte of misleiding? Door Max ten Velden

P

olitiek gaat over mensen. Maar ook over afspraken. Het is onderdeel van het politieke spel om deals te maken en vaak wordt als belangrijk deel van politiek bedrijven ook geaccepteerd dat politici achter elkaars rug om elkaar proberen te flessen. Delicater wordt het al als de politiek gemaakte beloftes niet nakomt. In het recht kan men zich als rechtspersoon beroepen op dwaling als iemand een verbintenis is aangegaan onder verkeerde voorwendselen of door verkrijging van verkeerde informatie, waarvan de wederpartij niet wist of mocht verwachten dat iemands keuze hiervan afhing. Maar in de relatie tussen burger en politiek is hier geen sprake van. Het is bijna alsof het maatschappelijk geaccepteerd is dat de politiek gemaakte afspraken niet nakomt. Er lijken hier zelfs twee groepen te zijn ontstaan; de eerste groep heeft allang door dat zij bedrogen wordt en heeft het stemmen en de hoop op verandering opgegeven. De tweede groep heeft het nog niet door, of weigert erin te geloven en blijft stemmen. Tijdens de ontzuiling is er een neerwaartse trend ontstaan om te gaan stemmen, en dit lijkt verband te houden met een gepolariseerde maatschappij en een verlies van vertrouwen in de overheid. Allereerst zal ik beginnen met te ontkrachten dat tussen de burger (de kiezer) en de politiek niet een verbintenis zou bestaan en dus geen dwaling zou kunnen optreden. Een globale definitie van democratie is dat het volk regeert via het geven van haar mandaat aan een gekozen afspiegeling van dat volk. Daarnaast is onderdeel van deze definitie dat deze volksvertegenwoordiging alleen maar wetten en verbintenissen mag uitvaardigen indien deze ook daadwerkelijk door de meerderheid van de kiezers wordt gesteund. Wanneer een politicus of een politieke partij bepaalde speerpunten heeft tijdens de verkiezingen of bepaalde beloftes doet en een kiezer vanwege die punten/ beloftes stemt, mag de kiezer verwachten dat die politicus/ partij ook daadwerkelijk zich aan die beloftes houdt en niet opeens het tegenovergestelde gaat doen. Dit zou immers het niet nakomen van de afspraak zijn. Er bestaat dus, weliswaar ongeschreven, een verbintenis tussen de kiezer en de politiek. Nu is het zo dat het mogelijk is voor een politicus om te doen wat hij wil, vanwege het stemmen zonder ruggespraak of last. Ook zou men kunnen tegenwerpen dat als een politicus niet ‘voldoet aan de eisen’ van zijn achterban, deze daarop afgerekend zal

8

worden bij de volgende verkiezingen. Dit is de zogenaamde politieke verantwoording aan de achterban. De kiezer zal dan door middel van de verkiezingen laten blijken of de politicus/ de partij zijn beloften voldoende is nagekomen. Men zou dit ook kunnen zien als een controle van het parlement door de kiezer.

‘Er bestaat, weliswaar ongeschreven, een verbintenis tussen de kiezer en de politiek’ Maar juist bij deze controle van het parlement doet zich een probleem voor. In de eerste plaats is het dubieus dat sprake is van volksvertegenwoordiging en het ‘uiten van de wil van de meerderheid’ in een politiek landschap waar weliswaar bij de tweede kamerverkiezingen nog wel een opkomst is van 74%, maar bij de eerste kamerverkiezingen maar rond de 55% en de waterschapsverkiezingen niet eens boven de 24%. Nog veel dubieuzer is het feit dat uit onderzoek is gebleken dat het collectief geheugen van de kiezers een periode beslaat van 2 dagen tot maximaal een week12. Dit houdt in dat wanneer er iets in het nieuws is geweest, of dat wanneer er een schandaal naar buiten komt, men daar in eerste instantie helemaal in op gaat. Vervolgens zelfs massaal roept om herstel, verandering, misschien zelfs wel revolutie. En dat men na een week het allemaal weer vergeten is. Uit bovenstaande blijkt dat het bijna niet mogelijk is voor de kiezer om te controleren of de politiek gemaakte beloften nakomt, omdat de kiezer zich dit simpelweg niet meer herinnert! Er is dan geen sprake van democratische controle meer. Dit leidt er dan ook toe dat er een zekere politieke willekeur ontstaat. De politiek doet in de aanloop naar de verkiezingen allerlei mooie toezeggingen aan haar achterban. Daarbij worden grote veranderingen en zogenaamde breekpunten aangekondigd. Mocht de partij winnen en in de coalitieonderhandelingen terecht komen dan zijn dat de punten die de partij op zijn minst wil verzilveren.


opinie

Het mooiste voorbeeld hiervan is hoe de PVV de kwestie van de AOW-leeftijd heeft afgehandeld. Bij monde van Geert Wilders bezwoer de PVVde AOW-leeftijd niet te zullen verhogen. Onmiddellijk na de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen verkondigde hij dat alles bespreekbaar was, ook de AOWleeftijd. Kiezersbedrog van een jewelste. Maar waar heeft dat toe geleid? Juist, een ruime overwinning voor de PVV bij de Eerste Kamerverkiezing. Verbijsterend als je het mij vraagt en een gevolg van het feit dat zijn achterban allang weer vergeten is hoe hij hun bedrogen heeft. En wat te denken van het volgende: Een regering, met een meerderheid in de coalitie, krijgt het voor elkaar dat een bepaalde motie wordt aangenomen door de Tweede Kamer. Dit betekent dat deze motie bindend is geworden. Het moet uitgevoerd worden, anders is het in strijd met de democratische beginselen. Vervolgens wordt er niks meer met de motie gedaan, raakt het in de vergetelheid, en tien jaar later roept een kamerlid op tot dezelfde motie niet wetende dat deze allang is besproken en aangenomen. Onwaarschijnlijk scenario? Nee, helaas niet. De exacte cijfers van dit soort voorvallen zijn onbekend, maar het voorbeeld waar ik op doelde was naar aanleiding van een recente oproep om het koningshuis een meer ceremoniele rol te laten spelen in plaats van een formele rol. In 1986 is al eens een motie aangenomen die dit bewerkstelligt. Nooit wat mee gedaan... Maar wat kun je hier aan doen? Dit is toch hoe politiek altijd al heeft gewerkt. Een betere manier en zeker een democratischer manier bestaat toch niet? Nou ja, het recht biedt een oplossing. Zoals al gezegd bestaat er een verbintenis tussen de kiezer en de politiek. Als de politiek gemaakte afspraken niet nakomt, wordt er feitelijk kiezersbedrog gepleegd. De kiezer heeft immers via mandaat de opdracht aan de politiek gegeven om te regeren. Als de politiek dan niet eens zelf in staat is om eigen interne afspraken na te komen, is dit een schending van dit vertrouwen. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn het instellen van een onafhankelijke commissie of orgaan, bestaande uit notarissen, juristen en oud-politici, gelijkend op de rechterlijke macht, met als enig doel en opdracht: het controleren of het parlement gemaakte afspraken nakomt. Dit zou ook voorkomen dat het wiel meerdere keren uitgevonden hoeft te worden, omdat deze

commissie tegen de Staten-Generaal kan zeggen; ‘hé, dat heb je al eens besloten, doe er wat mee. Geef ambtenaren de opdracht dat uit te voeren.’ Op deze manier zou ook de stem van de kiezer gebaat zijn, omdat deze commissie daadwerkelijk een parlementaire controle kan uitoefenen, waar de kiezer niet toe in staat is. Het succes van deze commissie zou erin zitten dat zij bepaalde beslissingen van de Staten-Generaal kan vetoën, als deze

‘Uit onderzoek is gebleken dat het collectief geheugen van de kiezers een periode beslaat van 2 dagen tot maximaal een week’ bijvoorbeeld in tegenspraak is met een huidige regeerakkoord. Of dat zij in de aanloop naar de verkiezingen laat zien welke partij zich het best heeft gehouden aan haar verkiezingsbeloftes, en dus welke partij het meest betrouwbaar is. Ik weet niet zeker of een dergelijke commissie daadwerkelijk voldoet aan het democratisch vereiste, maar ik weet wel dat het vertrouwen van de kiezer in de politiek misschien hiermee teruggewonnen zou kunnen worden en ook dat falen van de democratische controle hiermee ondervangen wordt. Noten

1 Nationaal Kiezersonderzoek 2002/2003 2 Roediger en McDermott 2000, Crombag e.a. 1996

9


Wat neem jij mee?

Wat je elke dag bij je hebt, zegt veel over wie je bent. Over wat je bezighoudt, de dingen die je meemaakt en wat je motiveert. Bij AKD zijn we benieuwd naar wat mensen ‘meenemen’. Naar hun interesses en ambitie. Wat deed jou besluiten rechten te gaan studeren? En wat wil je bereiken? AKD bestaat uit een hecht team van bevlogen advocaten en notarissen. Professionals met een eigen stijl. Vastbesloten alles eruit te halen wat erin zit. We investeren dan ook veel in de ontwikkeling van jong talent. Spreekt onze werkwijze jou aan? Laat het ons weten. We zijn benieuwd naar wat jij meeneemt. Kijk op watneemjijmee.nl.


Rubrieken

Louis Vuitton versus Darfur Door Jaimy Lankman

K

unstenaars genieten wettelijke vrijheid op het gebied van verantwoording in hun beeldspraak en tevens op het gebied van vrijheid van meningsuiting. Toch gebeurt het, helaas, steeds vaker dat de desbetreffende personen worden beperkt op de bovengenoemde gebieden. Door deze artistieke beperking zullen bewuste en maatschappelijke kunstenaars (maar ook cartoonisten) hier in de toekomst veel last van ondervinden. Een vraag dat hierbij gesteld kan worden: hoe ver mag een kunstenaar gaan om te voorkomen dat er geen inbreuk ontstaat? Ook kunstenares Nadia Plesner heeft hier de nadelige feiten van moeten ondervinden. De van oorsprong Deense burger heeft het logo van het bekende merkennaam ‘Louis Vuitton’ gebruikt in haar schilderij ‘Darfurnica’. Zij dacht dat het beeldmerk gebruikt mocht worden, omdat ‘de artistieke vrijheid van de kunstenaar’ dan geldig zou zijn. De Haagse Rechtbank oordeelde dat er hier geen sprake van was met als gevolg dat Plesner het dessin niet mocht gaan gebruiken. Mevrouw moet elke dag EUR 5.000 aan de modegigant betalen zolang zij het kunstwerk nog voor exposities in de Europese Unie vertoont en op haar website laat zien. Halverwege 2008 begon Plesner met het ontwerpen van een kunstwerk dat een jongetje afbeeldt die een handtas vasthoudt. De desbetreffende tas heeft veel weg van het merk Louis Vuitton. De achterliggende gedachte van dit kunstwerk was dat Plesner zich verbaasde over het feit dat de media al hun aandacht vestigden op celebrities, zoals Paris Hilton, en (bijna) niet op

een humanitaire ramp als in de provincie Dafur. Het merk wil dat de kunstenares het dessin niet gebuikt, omdat het bedrijf in verband zou kunnen worden gebracht met de nare omstandigheden in Dafur. Mevrouw Plesner zou deze tas echter niet in dit verband hebben gebracht, want het ging haar meer om een symbool. Volgens de advocaat van Plesner, Jens van den Brink, keek de rechter van de Haagse Rechtbank meer naar het intellectueel eigendom dan naar de vrijheid van meningsuiting omtrent het beroep als kunstenaar die mevrouw Plesner beoefent. Volgens Dirk Visser, hoogleraar eigendomsrecht, gaat de kunstvrijheid in deze zaak boven het recht van intellectueel eigendom: ‘Het gaat namelijk om het gebruik als onderdeel in een kunstwerk dat een ‘boodschap’ heeft en hierbij een bijdrage wil leveren aan een maatschappelijk debat van algemeen belang.’ Ook tekenaar Oppenheimer en voormalig politica Femke Halsema zijn niet te spreken over de uitspraak van de rechter omtrent deze zaak. Volgens tekenaar Oppenheimer is er niet alleen schade in vrijheid van meningsuiting, maar ook ontstaat er een grote beperking in de kunstwereld. Femke Halsema was onthutst toen zij de uitspraak hoorde van de Haagse Rechtbank: ‘Please Louis Vuitton, respect freedom of speech and artistic freedom of artist Nadia Plesner and stop suing her.’ Na deze uitspraak is er veel commotie ontstaan met betrekking tot de bovengenoemde vraag: tot hoe ver mag een kunstenaar nog gaan om te voorkomen dat er inbreuk in de beeldspraak ontstaat? Oppenheimer laat zich niet ontmoedigen door deze uitspraak en gaat gewoon door met het gebruiken van merknamen en dergelijke. Want deze zijn toch vooralsnog gemeengoed in de beeldtaal van ons allemaal?!

11


Canterbury Tales Door Jorn Quackelstein

‘C

anterbury? Ja ja, wel eens van gehoord, ja’, is in combinatie met een uiterst twijfelende blik, de meest voorkomende reactie wanneer ik het verhaal van mijn uitwisseling in the United Kingdom vertel. Sommigen hebben wel eens van de verhalen van Chaucer gehoord. Anderen weten uit de geschiedboekjes te herinneren dat in de Canterbury Cathedral de headquarters van de Anglicaanse kerk huist. Een enkeling wist het zelfs te onderscheiden als de geboortestad van Orlando ‘Legolas’ Bloom, wat overigens ook voor mij nieuw was. Weinigen weten echter dat dit eeuwenoude Engelse stadje met haar onbetwiste culturele en historische waarden het thuisfront is van drie grote universiteiten. Een studentenpopulatie van meer dan 31,000 sterk (zo’n 22% van de inwoners is full-time student) maakt van Canterbury een heuse studentenstad. Op de meest omvangrijke van deze drie universiteiten, The University of Kent, heb ik zeven maanden vertoefd in het kader van een Erasmus Exchange.

Voorbereiding en arrival Voor veel studenten is een uitwisseling een ver-van-mijn-bed show. Verhalen over hoge cijfers en strenge selecties zijn voor velen een barricade die hen van verdere oriëntatie belet. Dit geldt misschien voor die paar Ivy League universiteiten, maar het tegenovergestelde is waar voor een Erasmus Exchange. Met een gezonde portie enthousiasme en een goede motivatie kom je hierbij al een heel eind. Geen zesjesdenker maar cijfertechnisch gezien ook zeker geen excellente student heb ik mij begin

12

‘Gitaarmuziek, biertjes en gezang vulden alle coupés van de trein van de luchthaven naar de campus’ 2010 zonder al te veel moeite aangemeld voor twee trimesters in de UK. Uiteraard: de Oxbridge blijft buiten schot, maar het keuzeaanbod dat de Erasmus biedt is zeker niet gering. Mijn voorkeur lag van het begin af aan bij de UK en na een kleine flirt met Milaan ben ik uiteindelijk voor pittoresk Canterbury gezwicht. Als geboren en getogen Amsterdammer was ik in den beginne nogal onzeker over de keuze voor een dergelijk ‘dorpje’, maar de omvangrijke campus, thuis voor zo’n 4,300 studenten, 5 bars, een bioscoop/theater en twee nachtclubs, in combinatie met de reputatie als ‘the UK’s European University’ en de nabijheid van een van de grootste metropolen van Europa trokken me over de lijn der twijfel. Daar stond ik dan. Zes maanden later, een schappelijke administratieve rompslomp en een klein uurtje vliegen verder: London Gatwick. Het laatste traject van mijn reis naar de Canterbury zette direct de toon voor hoe het leven in de studentenstad eruit zou gaan zien. Gitaarmuziek, biertjes en gezang vulden alle coupés van de trein van de luchthaven naar de campus. Het openbaar vervoer was met studenten overspoeld en nieuwe kennissen waren snel gemaakt. Ondanks de chaos van de duizenden terugkerende studenten was de weg naar campus snel gevonden. Aan architectonische schoonheid ontbreekt het helaas wel een beetje op deze ‘plate glass university’, maar dat maakt het aan locatie en gezelligheid meer dan goed. De campus ligt op een groene, met hazen, eekhoorntjes en andere wildlife bezaaide heuvel drie kilometer van het centrum met een prachtig uitzicht over statig Canterbury en haar contreien (‘the Garden of England’), waar haar wereldberoemde kathedraal trots bovenuit prijkt. Wel


Rubrieken

even slikken na 3 jaar op onze oh zo geliefde Poort middenin druk Amsterdam. Er stond een kamertje op mij te wachten in een zespersoons studentenhuis in een gedeelte van de campus waar honderden rijtjeshuizen een afgezonderd studentendorp vormen waarin muziek en gezelligheid permanente bewoners zijn onder een dichte sfeer van saamhorigheid. Twaalf vierkante meter, een grote gedeelde keuken, twee gedeelde badkamers verdeeld over twee verdiepingen zouden de komende zeven maanden mijn thuis zijn. Uni Life Na een uitgebreide Welcome Week met vele inhoudelijk maar nog veel meer sociale activiteiten was het tijd om te ervaren wat deze universiteit op academisch vlak te bieden had. In eerste instantie had ik mij voorbereid om mij in het Engelse Common Law te verdiepen, maar wegens een misstap ergens in het administratieve proces moest ik mijn gehele vakkenpakket omgooien. Hier kreeg ik veel vrijheid in en ik eindigde met een uitstapje naar politicologie en filosofie met slechts een paar rechtenvakken als resultaat. Vrij snel kwam ik erachter dat je als Erasmus student best wel wat leverage hebt. Vooral op een universiteit die zich onderscheidt als ‘the UK’s European University’ hechten ze veel waarde aan je oordeel en proberen ze het je zo goed mogelijk naar de zin te maken. Met een vlotte babbel en een onwetende glimlach kun je daarom al aardig wat zaken naar je hand zetten. De faciliteiten en de leerwijze waren vrij vergelijkbaar met die van de UvA, behalve dat alle faculteiten naast elkaar op dezelfde campus zitten wat zorgt voor een grote variatie aan studenten. Ieder vak heeft een lecture en een seminar, beide van een uurtje. Veel vrije tijd en zelfstudie dus. Wat wel meteen opviel is dat de nadruk veel meer ligt op het behaalde cijfer dan op de voldoende of onvoldoende. Vanaf 40% heb je een voldoende. Tussen de 40-50% heb je een ‘Third’. Tussen de 50-60% een ‘Lower Second’. Tussen de 60-70% een ‘Upper Second’, en met 70% en hoger heb je een ‘First’. Er moet iets vreemds gebeuren wil je geen voldoende halen maar je krijgt ook zeker niet zomaar een ‘First’. Of je in aanmerking komt voor een baan, een stage of een master hangt niet alleen af van het al dan niet behalen van je bachelor, maar in grote mate ook van de degree van je cijfers. Met minder dan een ‘First’ hoef je bij de topbedrijven en -universiteiten niet aan te komen.

mijns inziens toch een academische vaardigheid is die iedere jurist dient te bezitten. In totaal heb ik in twee terms tien essays geschreven van verschillende omvang en heb zo het essayschrijven goed onder de knie gekregen. Ook deden ze (te) veel moeite om de individuele studenten te micro-managen. Met zoveel studenten wordt dit al gauw een bureaucratisch zooitje. Zo heb ik mij meerdere malen moeten verantwoorden voor mijn ‘non-attendances’ in de seminars van een vak dat ik reeds met een 80% had afgesloten. Dit kwam, vooral als je de vrijheid van de UvA gewend bent, wel een beetje middelbaar schools over. Al met al week the University of Kent op het academische vlak niet veel af van de UvA. Wel heb ik veel geleerd van het vele essayschrijven, waarin de FdR mijns inziens nogal eens tekort schiet.

‘Een groot verschil met de rechtenstudie aan de UvA is dat er veel meer aandacht werd besteed aan schrijfvaardigheid’ Terugblik Inmiddels ben ik weer een weekje of 4 terug in ons prachtig Amsterdam en kijk ik met een vreugdevolle blik terug op mijn uitwisseling. Er stonden geen grote namen op de lecture podia zoals bij mijn voorganger in deze rubriek, maar de docenten waren erg toegankelijk en er hing een aimabele sfeer. Je ging gerust een kopje koffie drinken met de seminar leader en had genoeg tijd om zonder zelfmoord neigingen een uitgebreid internationaal netwerk op te bouwen onder het genot van een lauwe pint. Voor degenen die nog in twijfel zitten over een uitwisseling voor academische dan wel sociale redenen: stap gewoon eens het International office binnen!

Een groot verschil met de rechtenstudie aan de UvA is dat er veel meer aandacht werd besteed aan schrijfvaardigheid, wat

13


De vaststelling van overspel Door Vincent de Haan

D

e bel gaat. “Vijf uur stipt. Shit. Dat is voor een huiszoeking of een gerechtsdeurwaarder,” zucht de ontwakende Raymond, die al weet hoe laat het is. “We gaan niet open doen. Jij moet hier eerst weg,” maar zijn zoon heeft al opengedaan. “Ik ben hier op verzoek van uw echtgenote. Bij beschikking van de rechtbank van eerste aanleg hebben ze mij voorgedragen om proces-verbaal op te maken van overspel,” zegt een grijze man, geflankeerd door twee agenten. “De slaapkamer is boven, neem ik aan?” Na aan het bed gevoeld te hebben: “beslapen.” De grijsaard pakt een sok op: “Is dit van u?” Raymond knikt. “En dit?” bij een veel vrouwelijker kledingstuk. Raymond slikt, terwijl de grijsaard de linnenkast opent. Daar vindt hij Carla, die toch twintig jaar jonger is dan de echtgenote van Raymond, met rood haar en weinig kleren.1

Wat Raymond en Carla overkomen is, mag lijken op een slapstick, die de draak steekt met het echtscheidingsrecht; in België is dit echter algemene praktijk. In dit artikel bespreek ik enkele perikelen omtrent de vaststelling van overspel. Art. 229 Belgisch BW geeft als grond voor echtscheiding net als in Nederland ‘onherstelbare ontwrichting’2. Een reden om onherstelbare ontwrichting aan te nemen is overspel maar dat moet dan wel bewezen worden - en hoe kan men iets beter bewijzen dan het door een gerechtsdeurwaarder te laten vaststellen? Precies. Dat moet de Belgische wetgever ook gedacht hebben, want hoewel de deurwaarder een algemene bevoegdheid heeft om vaststellingen te verrichten3, heeft hij een aparte bevoegdheid gekregen om overspel vast te stellen. Art. 1016bis Gerechtelijk Wetboek luidt: “Het bewijs van overspel kan worden geleverd door vaststelling bij gerechtsdeurwaarder. (...) De voorzitter van de rechtbank kan een gerechtsdeurwaarder aanstellen om hem toe te laten (...) een bepaalde plaats of bepaalde plaatsen binnen te gaan om de nodige vaststellingen te doen die wijzen op overspel. (...) Geen enkele vaststelling mag worden gedaan tussen 21 uur en 5 uur.” Een dergelijke vaststelling is overigens niet goedkoop. Er wordt €800,- in rekening gebracht.4 In de praktijk zal de deurwaarder niet in staat zijn het overspel zelf vast te stellen, aangezien men daar meestal wel mee is opgehouden tegen de tijd dat de deurwaarder de slaapkamer bereikt heeft. De deurwaarder zal dan aanwijzingen vaststellen,

14

zoals een beslapen bed en kleding van beide seksen. Dan is natuurlijk nog wel de vraag hoe deze feitelijke omstandigheden beoordeeld moeten worden. Hiervoor hebben onze zuiderburen in de jurisprudentie een creatieve maar dogmatisch correcte oplossing gevonden. Ten eerste is van overspel slechts sprake bij geslachtsgemeenschap. Andere seksuele handelingen leveren geen overspel op. En gelijkgeslachtelijke seks? Volgens de minister is dat ook geen overspel.5 Daar doet zich een complicatie voor met de invoering van het homohuwelijk: pleegt een homoseksuele man nu juist overspel door seks te hebben met een man of met een vrouw? Na het proces-verbaal dat door de deurwaarder is opgemaakt, wil de echtgenoot dan wel toegeven dat hij (of zij) met een ander het bed gedeeld heeft in letterlijke zin, maar dat nog niet bewezen is dat dit ook in figuurlijke zin gebeurd is. Er is echter uitgemaakt dat het letterlijk samen slapen dan weliswaar geen overspel is, maar wel een grove belediging kan opleveren, dus dan wordt de echtscheiding op deze grond toegewezen.6 Op deze manier wordt homoseksueel overspel ook opgelost. Interessant is dan nog de zaak waarin beide (heteroseksuele) echtgenoten zijn vreemdgegaan, de man met een andere man. Omdat de man eerst een homoseksuele relatie had en dit bekend was, kan het vreemdgaan van de vrouw niet als beledigend voor hem worden aangemerkt. De eis van de man werd dan ook afgewezen.7 De belgen hebben dan misschien wel een middel gegeven om aan bewijsnood tegemoet te komen, maar of een scheiding daardoor makkelijker is geworden, valt te betwisten. Wel is zeker dat je er een leuke jurisprudentiemiddag aan kunt beleven!

Noten 1 Enigszins verkort komt deze scène uit de Vlaamse serie Flikken, seizoen 8, aflevering 4. 2 Voor 2007 stond overspel als zodanig genoemd als grond voor echtscheiding, evenals grove beledigingen, gewelddaden en mishandelingen. 3 art. 516 Gerechtelijk Wetboek 4 http://bit.ly/hqaaUb 5 http://bit.ly/hXIxiI 6 P. Senaeve, Compendium van het personen- en familierecht, Boekdeel 3 Familierecht (vervolg), p. 146 7 Rb. Tongeren 11 juni 2004, Rechtskundig weekblad 20042005, nr. 30


Rubrieken

Hongkong

D

e stad waar het waait in de metro, waar de gebouwen altijd hoger kunnen en de mensen altijd kleiner. Waar het heel normaal is om 30 miljoen euro te betalen voor een 2-bedroom flat en waar je hond niet te eten krijgt, maar het eten is. Hongkong, de stad waar de JFAS 10 volle dagen heeft mogen spenderen. Vrijdag 1 april Nog geen 14 uur geleden stonden er 25 masterstudenten op Schiphol. Terwijl ik door mijn vliegtuigraampje kijk naar de groene bergen, wolkenkrabbers en mediterraan blauwe zee bezaaid met vissersbootjes, vertelt de co-piloot dat we een half uur te vroeg aankomen. Te vroeg... Wat een geweldige manier om de reis te beginnen. Na alle formaliteiten op Hong Kong International Airport doorlopen te hebben lopen we vrolijk met de buschauffeur mee die ons naar het Hong Kong Hostel zal brengen. Zaterdag 2 en zondag 3 april Onze eerste dag in Hongkong. We wandelen door het district ‘Central’ en passeren een aantal belangrijke gebouwen zoals de Bank of China en het HSBC gebouw. Het HSBC gebouw blijkt feng shui vormgegeven te zijn. Er kan namelijk een draak onderdoor vliegen. De middag zullen wij spenderen op Victoria Peak. Om daar te komen nemen we ‘The Peak tram’ naar het hoogste punt van de berg midden in Hongkong. Hier zullen wij een 360 graden view hebben over Hongkong en voor het eerst echt zien waar wij de komende tien dagen zullen spenderen. Volgens een aantal locals hebben we geluk. Het is zelden zulk helder weer als vandaag, waardoor het uitzicht op ‘Victoria Peak’ nog mooier is dan normaal. Op zondag zetten wij koers naar Lantau. Lantau, hetzelfde eiland als waar het vliegveld zich bevindt, heeft meer te bieden dan landingsbanen en een hoog CO2 gehalte. We nemen de langzame maar mooiere route via de zee. Het waait, dus een gemoedelijk boottochtje kun je het helaas niet noemen. Desalniettemin komen wij zonder ‘Titanic-taferelen’ aan op Lantau. Na in de bus een uur zig-zag weggetjes bereden te hebben komen we aan bij de ‘Big Buddha’, die zich overigens op het hoogste punt van het eiland bevindt. De Buddha samen met twee mooie tempels, geven een leuke afwisseling op de enorme hoeveelheid wolkenkrabbers die te vinden zijn op Hong Kong Island. Na van wat cultuur en het zonnetje genoten te hebben

Hong Kong Time Square

Victoria Peak

15


nemen we de kabelbaan terug naar het punt waar wij de rest van onze dag zullen besteden: de markten van Kowloon. Maandag 4 april De tijd om over de jetlag heen te komen is voorbij. We hebben nu fijn een weekend cultuur gesnoven, tijd om het inhoudelijke gedeelte van de reis te beginnen. We hebben vandaag twee bezoeken op het programma staan. Een bezoek aan de ‘Intellectual Propery Department’ en de ‘Hoge Raad’. Na vriendelijke ontvangen te zijn bij de IP Department kregen wij een perfecte introductie over de gang van zaken omtrent het intellectueel eigendomsrecht in Hongkong. Later die middag, bij de Hoge Raad, werden de huisregels ons flink op het hart gedrukt. Gij zult buigen naar de rechter, geen woord spreken, niet lachen, niet kuchen, niet kauwen en niet bewegen. Het

16

beloofde een ontspannen bezoek te worden... Uiteindelijk viel de extremiteit van het ‘in het gareel gehouden worden’ wel mee want de rechter viel in slaap (?!). Dinsdag 5 april Midden in onze inhoudelijke week bleek een feestdag te vallen. Of nou, eigenlijk een rouwdag. Tijdens het ‘Ching Ming festival’ gaan bewoners van Hongkong naar de graven van hun overleden familieleden. Op zon- en feestdagen hebben eveneens alle Filipijnse huishoudsters vrij. Met vrij wordt dan niet enkel bedoeld dat ze niet hoeven te werken maar eveneens dat ze niet in hun huis van verblijf mogen komen. Tijdens het Ching Ming festival zijn de straten van Hongkong dan ook bezaaid met vakantievierende Hongkongers en héél véél Filipijnse vrouwen die op straat hun nagels aan het lakken zijn.


Rubrieken

De rustige dag, waar we het strand en wat bezienswaardigheden van Hongkong hebben bezocht sluiten we af met een dinnercruise. Na met de boot naar een plaatsje buiten Hongkong gebracht te zijn lopen we over de vismarkt naar het visrestaurant waar we vandaag zullen gaan eten. Na lekker gegeten te hebben varen wij ’s avonds op de terugweg langs de prachtig verlichte skyline van Hongkong. Een geslaagde dag. Woensdag 6 en donderdag 7 april So much to do, so little time. Deze twee dagen hebben wij bezocht : DLA piper, Clifford Chance, het Nederlands Consulaat, de Kamer van Koophandel en de Chinese University of Hongkong. Een vol programma, maar ontzettend interessant. We hebben gesproken met veel verschillende soorten mensen. DLA Piper bestond hoofdzakelijk uit locals, terwijl Clifford Chance hoofdzakelijk bestond uit mensen uit Engeland. Dit is natuurlijk niet verwonderlijk gezien het feit dat Clifford Chance een angelsaksisch kantoor is. Toch is en blijft het leuk de verschillen te zien. Bij een kantoor waar hoofdzakelijk locals aan het werk zijn word je op zeer officiele wijze ontvangen en merk je dat er uitermate veel waarde wordt gehecht aan ‘de juiste manier van doen’. Het met twee handen overhandigen van een visite kaartje is hier een voorbeeld van. Bij een kantoor waar hoofdzakelijk westerlingen werken is de sfeer vaak iets informeler.

Clifford Chance

Het Nederlands Consulaat

17


Vrijdag 8 april Vandaag verlaten we Hongkong en vertrekken we naar een andere plaats: Macau. Macau is van oudsher een Portugese kolonie en staat bekend om zijn Portugese architectuur (logisch) en om het gokken. Gokken is in Hongkong niet toegestaan. Daar werd in Macau dan ook flink gebruik van gemaakt. Alle grote Casino’s zoals die te vinden zijn in Las Vegas zijn hier nagebouwd.. maar dan groter. De ‘MGM Grand’, de ‘Grand Lisboa’ en het paradepaardje ‘The Venetian’ staan er alleen fier bij op het moment dat wij er langsrijden. De tegenstellingen op het eiland zijn echt enorm. Overdag een rustig plaatsje waar je Kodak-momentjes voor een kerkje kunt hebben, ’s avonds alle pracht en praal van de rijke expats en Chinezen die hun overige valuta even komen vergokken.

Macau

Zaterdag 9 en Zondag 10 April Dit weekend heeft iedereen vrij. Er zijn een aantal mensen naar Disneyland, anderen zijn hiken in ‘The New Territories’. Ik ga met een groep genieten van het heerlijke weer op South Bay Beach en kijk terug naar een geslaagde week. Maandag 11 april Net toen ik het schrijven van dit stuk op mijn kleine qwerty touchtelefoon bijna had afgerond, was de levensduur van mijn batterij aan zijn einde gekomen. Gelukkig is in Hongkong de kans dat je op de grond exact de juiste batterij voor je telefoon vindt, nieuw in plastic en met stroom, vrij groot... Ik kon mijn stuk afronden, de bus in en richting het vliegveld. Anouk Vendel Reiscommissaris JFAS 2010-2011

18

South Bay Beach


Rubrieken

‘Mind your step’ in Hongkong Door Laurens Waters

D

e Britse minister van Buitenlandse Zaken – Lord Palmerston – omschreef Hongkong in 1842 als ‘een kaal eiland met vrijwel geen huizen’. De archipel is ondertussen omgetoverd in een overweldigende metropool. De indrukwekkende gebouwen, smalle straatjes en tegenstellingen tussen exotisch en westers maken de stad uniek. De JFAS bracht een bezoek aan deze enigszins overgereguleerde stadsstaat. Overleven in de ‘urban-jungle’ van Hongkong schijnt niet makkelijk en zelfs gevaarlijk te zijn. Gelukkig is de overheid zo vriendelijk een helpende hand te bieden. Op risicovolle gebieden plaatst zij een waarschuwingsbord. En dat is maar goed ook. Want wie staat erbij stil dat een roltrap stiekem een risicogebied is? Het inmiddels bekende ‘mind your step’ wordt aangevuld door enige extra waarschuwingen. Om de twee meter wordt je aangemoedigd de leuning vast te houden, want je weet maar nooit. Maar het grootste gevaar licht op de loer als je het apparaat betreedt op je lichtblauwe Crocs. Op welk onheil je bedacht moet zijn, blijft na 12 dagen onderzoek echter in het ongewisse. De oppervlakte van Hongkong is niet groter dan de provincie Utrecht. Toch wonen er ruim 7 miljoen mensen. Het is hierdoor een van de drukst bevolkte gebieden ter wereld. Deze wirwar aan mensen wordt in het gareel gehouden door een groot aantal verboden en de daarbij behorende boetes. Spugen uit het raam van de tram? Een boete van HK$ 1.500,-- (€ 150,--) wacht op u. Een sigaretje roken in een shoppingcenter kost maar liefst HK$ 5000,--. Luieren aan de rand van een fontein: een vriendelijke stadswacht maant u aan. Topless zonnen schijnt ook verboden te zijn, al deed de strandwacht geen enkele moeite dit te voorkomen. ‘Geurige haven’ is de oorspronkelijke betekenis van Hongkong. Het dankt haar naam aan de specerijen die ooit in de haven verhandeld werden. Geuren zijn er inderdaad in overvloed in de stad. Of ze welriekend zijn is soms echter een tweede. Als je een opmerkelijke geur volgt kom je vaak bij een eettentje uit. Chinezen hebben namelijk de neiging alles te eten. Van gefermenteerde (duizend jaar oude) eieren tot gekookte eendenpoten in een ondefinieerbaar sausje. Wees vooral alert voor alle producten waarin ‘doerian’ verwerkt is. Doerian is een eivormige vrucht met dikke stekels. Zodra de vrucht open wordt gesneden komt een zeer penetrante geur vrij. De stank is zo ondragelijk dat Doerian verboden is in de metro. En daar zijn verbodsbordjes voor.

19


Interview met mr. Mike L.M. van den Bosch Door Eline Botter

R

uim 16 jaar is hij strafrechtadvocaat en sinds april 2009 is hij een eigen kantoor op Curaçao gestart. Over het werk als strafrechtadvocaat op Curaçao, de verschillen met Nederland, zijn verblijf op Curaçao en meer.. Hij begon in 1989 met Rechten in Amsterdam, maar heeft zijn studie afgemaakt in Tilburg. ‘Amsterdam gaf in die tijd iets te veel verleidingen, ik had in die tijd een bruisend studentenleven. Daarbij was de organisatie van de UvA in die tijd niet goed en dat was merkbaar in de studie, de verwachtingen waren niet duidelijk. Na een jaar Amsterdam ben ik overgestapt naar Tilburg. Daar hoorde ik toen erg goede verhalen over.’ Later bleek dat de Universiteit van Tilburg in verschillende onderzoeken steeds als beste uit de bus kwam. Achteraf een goede beslissing. ‘Ik vind Amsterdam nog steeds een heerlijke stad, maar mijn studie had daar wel eens heel lang kunnen duren.’ Stage bij Moszkowicz Advocaten. ‘Toen ik in 1994 in Tilburg aan het afstuderen was, ben ik als student-stagiair stage gaan lopen bij Moskowicz Advocaten in Maastricht.’ In die tijd was het overigens helemaal niet zo eenvoudig om een stageplaats te bemachtigen. Mr. M. Moszkowicz sr. vond echter dat ik een goede brief had geschreven en nodigde mij uit voor een sollicitatiegesprek. Ik was bloednerveus. Het werd echter een goed gesprek waarna Moszkowicz sr. mij een stageplaats aanbood. De stage bij Moszkowicz was geweldig interessant. Ik mocht meewerken aan zaken en leerde veel. Na een maand stage heb ik Moszkowicz sr. gevraagd of ik nog een maand mocht blijven. Moszkowicz sr. zei toen dat hij zeer tevreden over mij was. In datzelfde gesprek heeft Moszkowicz sr. mij toen een baan onder voorbehoud aangeboden. Hij zei: “Wat dat betreft is het goed dat u nog een maand blijft, kunt u nog eens laten zien wat u waard bent.” Zo gezegd zo gedaan. Na de tweede maand stage werd die toezegging onder voorbehoud definitief. Ik was op dat moment echter nog niet afgestudeerd. Ik kreeg twee maanden de tijd om af te studeren. Dat werd wel nachtwerk, maar is gelukt. Ik studeerde op 30 januari 1995 af en twee dagen later begon ik.’

20

Strafrechtadvocaat.. ‘De keus van strafrechtadvocaat was een zeer bewuste. Ik ben strafrechtelijk afgestudeerd, doe het nu ruim 16 jaar en zou ook niks anders willen doen. Ik denk wel dat je uit een bepaald hout gesneden moet zijn om dit werk te kunnen doen. In de jaren dat ik bij Moszkowicz werkte heb ik daar veel grote en vaak spraakmakende zaken gedaan. Daar zaten veel zaken met commune delicten bij, je moet dan denken aan de meest ernstige delicten die het wetboek van Strafrecht kent, zoals moord, doodslag of ernstige geweldsdelicten. Sommige zaken kennen een vreselijke toedracht. Ik heb daar in het begin nog wel even moeite mee gehad maar dat heeft niet zo lang geduurd. Het is een dooddoener, maar je moet als het ware een knop kunnen omzetten. Dat heeft ook wel te maken met mijn persoonlijke ‘grondhouding’, hoe ernstig het ook is waar iemand van wordt verdacht, ik vind dat diegene, en misschien wel juíst zo iemand, recht heeft op een goede, adequate verdediging.’ Bezwaren.. ‘De vraag of je als strafrechtadvocaat geen last hebt van je geweten, doordat je soms mensen verdedigd waarvan je weet dat ze schuldig zijn, is een veelgestelde vraag. Ik noem het ook wel eens de vaste verjaardagsfeestjes-vraag. Ik heb over het algemeen professioneel weinig last van mijn geweten. Dat zou mij ook geen goed strafrechtadvocaat maken. Als voorbeeld zou ik een zaak willen noemen die onlangs hier op Curaçao heeft gediend. In die zaak werden zo’n tien personen verdacht van zeer omvangrijke handel in verdovende middelen. Ik heb die zaak overgenomen in hoger beroep en stond de twee hoofdverdachten bij. Uit het dossier bleek dat de telefoons van alle verdachten, waaronder mijn cliënten, veelvuldig waren afgeluisterd. Op enig moment bleek dat de transcripties van de telefoontaps in het proces-verbaal niet overeen kwamen met de daadwerkelijk gevoerde telefoongesprekken. Toen de verdediging de geluidsopnames van de afgeluisterde telefoongesprekken wilden beluisteren, kregen wij van het Openbaar Ministerie te horen dat deze opnames niet meer beschikbaar zouden zijn omdat de server, waarop al die gesprekken waren opgeslagen, zou zijn gecrashed. Naar zeggen van de politie konden deze opgeslagen telefoongesprekken niet meer worden gereproduceerd. Naar aanleiding van pleidooien van de verdediging heeft het Gemeenschappelijk Hof daarover toen behoorlijk wat kritische vragen aan de Procureur-Generaal gesteld. Ik geloofde er eerlijk gezegd ook geen fluit van dat alles


Rubrieken

zou zijn gecrashed, maar dat doet er niet toe. Het gevolg was dat wij slechts konden beschikken over selecties van onjuiste gebleken samenvattingen van telefoontaps en dat toetsing daarvan dus niet plaats kon vinden. Hierdoor heb ik het Hof verzocht om de samenvattingen van de telefoontaps uit te sluiten van het bewijs.’ ‘Het Hof heeft dat verzoek ingewilligd. Het gevolg van deze bewijsuitsluiting was dat vrijwel alle verdachten in deze zaak, waaronder mijn cliënten, nagenoeg volledig werden vrijgesproken en onmiddellijk in vrijheid werden gesteld. Op zichzelf heb je dan je werk als strafrechtadvocaat goed gedaan. De keerzijde is dat er momenteel wel mensen vrij rondlopen die vermoedelijk betrokken waren bij drugshandel. Enerzijds zou je kunnen zeggen dat die ‘de dans ontsprongen’ zijn. Ik heb hier geen gewetensbezwaren bij. Want anderzijds heeft de vrijspraak van deze verdachten in meer algemene zin ook heel duidelijk een gunstig bijeffect. ‘Zo’n fout als waar ik het Hof in deze zaak op heb gewezen zal hier op Curaçao namelijk niet gauw meer worden gemaakt.’ In die zin kun je strafrechtadvocaten wel zien als ‘waakhonden van de rechtstaat’. Eigenlijk zou een Procureur-Generaal in een geval als dit de hand in eigen boezem moeten steken en zou deze zelf moeten besluiten dat dergelijk discutabel bewijs dient te worden uitgesloten van de bewijsvoering, maar dat is iets wat je maar zelden ziet. Het zijn vaak strafrechtadvocaten die dit soort misstanden aan de kaak stellen en in feite iedereen, alle procesdeelnemers en ook de politie, als het ware weer op scherp zetten.’ Verschillen Curaçao/NL.. Het zojuist genoemde geval betreft een zeer omvangrijke zaak. ‘Wat je in kwesties als deze hier nog wel eens ziet, is een capaciteitsprobleem. In het hele Caribische gebied, waar politiediensten veel samenwerken, heeft het Openbaar Ministerie bijvoorbeeld momenteel welgeteld één IT-specialist tot haar beschikking. Als je deze nodig hebt is hij vaak met andere zaken bezig. In Nederland had je een jaar of acht geleden hetzelfde probleem, daar is toen hard aan gewerkt. Inmiddels beschikt de politie in Nederland over behoorlijk wat digitale rechercheurs. Wat je ziet is dat daar in opsporingsonderzoeken meer en meer behoefte aan is. Ik verwacht dus dat het aantal digitale rechercheurs hier ook wel uitgebreid zal gaan worden. Ik kan niet zeggen dat politie en justitie hier achter lopen. Er worden regelmatig ervaren rechercheurs vanuit Nederland ingevlogen. Voorts zie je dat rechtspraak dikwijls aansluiting zoekt bij onlangs gewezen arresten van de Hoge Raad of het Europees Hof. Als je als

‘De keus van strafrechtadvocaat was een zeer bewuste’ verdediging dingen gedaan wil krijgen – en dat wil ik nogal eens - is er zeker geen sprake van onwil. Als het niet of niet meteen lukt komt dat meestal vooral door een gebrek aan capaciteit. Ik maak bijvoorbeeld mee dat rapporten van een onderzoeksteam van de politie, ondanks toezeggingen door een officier van justitie, niet worden aangeleverd omdat de leden van dat onderzoeksteam op dat moment bijvoorbeeld aan het werk zijn op Bonaire. Het gaat hier dus af en toe wat minder snel dan je denkt. Voorzichtig gezegd ligt dat soms misschien ook aan een wat langzamere werkmentaliteit. Al heb ik het in Nederland bij sommige parketten ook wel meegemaakt dat ik boze brieven naar een officier van justitie moest sturen omdat een parketmedewerker mijn brieven niet beantwoordde. Het is in ieder geval niet zo dat op de Antillen niemand vooruit te branden is. Integendeel. Ik heb momenteel een aantal

21


‘Het is een dooddoener, maar je moet als het ware een knop kunnen omzetten’ omvangrijke zaken onder mij en als je de processen-verbaal van die dossiers leest, zie je dat er hier echt wel hard gewerkt wordt.’ Caribisch wetboek van Strafrecht.. ‘Het Caribisch wetboek van Strafrecht en Strafvordering, is voor zo’n 90% geschreven op Nederlandse wetgeving. Hier en daar zijn wel verschillen, dat heeft vooral te maken met termijnen. Wanneer je hier wordt aangehouden en in verzekering gesteld wordt je binnen twee dagen al voorgeleid bij de Rechter-Commissaris. Wanneer deze de aanhouding en inverzekeringstelling rechtmatig acht kan deze meteen verlengd worden met acht dagen. In Nederland is dit twee keer twee dagen. Wat ik hier voorts heb gemerkt is dat officieren van justitie en met name rechtercommissarissen buitengewoon praktisch zijn ingesteld en zo ook naar het onderzoek kijken. Zo willen ze na afloop van een voorgeleiding, in voorkomende gevallen, in een kort informeel gesprek, bijvoorbeeld wel eens wat zeggen over het verloop van het onderzoek. Waar in Nederland ‘in het belang van het onderzoek’ dikwijls geen informatie wordt prijsgegeven, wordt hier bijvoorbeeld aangegeven dat er nog een bepaalde getuige moet worden gehoord voordat de onderzoeksgrond kan komen te vervallen. Dat kan van belang zijn voor de vraag wanneer je cliënt vrij komt.’ ‘Het is hier ook kleiner, de lijntjes zijn korter. Een rechtercommissaris belt mij bijvoorbeeld gewoon op mijn mobiele telefoon. Dat zie je in Nederland wat minder. Om nog een voorbeeld van slagvaardig handelen te noemen; in een omvangrijke lopende zaak heb ik hier onlangs in een overleg met de rechter-commissaris en de zaaksofficier van justitie, in vijf

22

minuten een aantal hele praktische zaken aan tafel geregeld. In Nederland gaan dat soort dingen over het algemeen vrij formeel met het versturen van allerlei brieven. Daar is Nederland toch wat langzamer in, zou je kunnen zeggen. Ze zouden misschien wat meer af moeten stappen van formaliteiten om sneller te kunnen schakelen. Ik vind het zoals het hier op Curaçao gaat overigens buitengewoon prettig. Je hebt hier snel resultaat, weet waar je aan toe bent en kunt dit ook snel terugkoppelen aan je cliënt.’ 10-10-10.. ‘We hebben nu 10-10-10 gehad, Curaçao is sinds 10 oktober 2010 een land met meer zelfstandigheid geworden. De rechtsmachtverhoudingen zijn sindsdien wat meer geformaliseerd en gescheiden, maar in de praktijk merk je daar niet veel van. Curaçaose rechters kunnen bijvoorbeeld nog steeds optreden als rechter op Bonaire. Maar daar moeten tegenwoordig meer formaliteiten voor worden vervuld. Als voorbeeld noem ik een zaak uit mijn praktijk die eigenlijk diende voor de rechtbank op Bonaire, doch die eerder vanwege praktische redenen van Bonaire naar Curaçao was verwezen, omdat alle procesdeelnemers, behalve de cliënt zelf, zich op Curaçao bevonden. Vanwege 10-10-10 is de zaak onlangs weer terugverwezen naar Bonaire. De zaak dient momenteel formeel dus weer bij de rechtbank te Bonaire, doch heeft feitelijk Curaçao als zittingsplaats. Binnenkort moeten er in die zaak getuigen in Zuid-Amerika worden gehoord. Daarvoor moeten er door de rechter-commissaris rechtshulpverzoeken worden opgesteld. De zaaksofficier van justitie heeft de rechter-commissaris er toen op gewezen dat die rechtshulpverzoeken, vanwege de terugverwijzing naar Bonaire, dan wel op briefpapier van Bonaire dienen te worden opgesteld. Dat zijn dingen waaraan je merkt dat de scheidingsmuren tussen de staatskundige verhoudingen sinds 10 oktober wel wat meer zijn opgetrokken. Feitelijk heb ik zelf nog eigenlijk geen veranderingen na 1010-10 gemerkt, het zit, zoals ik al aangaf, voornamelijk in de formaliteiten. Al heb ik onlangs wel een bevriende advocaat gesproken die een soort van hiaat in wetgeving had ontdekt, wat volgens hem maakte dat een bepaalde opsporingsdienst ingevolge een bepaalde Politieverordening niet meer bevoegd zou zijn. Je merkte ook dat er zeker in het begin zowel bij officieren van justitie als bij de rechterlijke macht best wel wat


Rubrieken

onduidelijkheid heerste. Er was nauwelijks overgangswetgeving, maar deze wordt ondertussen meer en meer ontwikkeld.’ Vertrek.. ‘Een jaar of 12 geleden ben ik voor het eerst op Curaçao gekomen. Een studievriend van mij was hier toen al een paar jaar als advocaat aan het werk. Ik was benieuwd hoe hij het op Curaçao had en hij nodigde me toen uit voor een vakantie. Toen ik hier voor het eerst kwam is eigenlijk al het idee ontstaan om mij hier zakelijk te vestigen. Iedere keer als ik hier weer was leefde de gedachte om hier een kantoor te beginnen weer op. Drie jaar geleden was ik hier weer op vakantie en toen heb ik mij ook meer georiënteerd op zakelijk gebied. Kort daarna heb ik de beslissing genomen om mij hier in 2009 te vestigen. Ik zag dat vooral zakelijk als een uitdaging. Het is niet heel eenvoudig om hier als advocaat een voetje tussen de deur te krijgen. Curaçao kent momenteel zo’n 170 advocaten, dat is relatief veel. Het overgrote merendeel hiervan betreft geen strafrechtadvocaten maar civilisten. Dit heeft voornamelijk te maken met de procescultuur die hier heerst. Waar in Nederland in civiele zaken vaak wordt geprobeerd om tot een schikking te komen, heerst hier de meer Amerikaanse ‘see you in court’cultuur. Bij het minste of geringste wordt er geprocedeerd en dat gaat er soms hard aan toe. In civilibus is er, zo hoor ik af en toe, nog wel eens haat en nijd onder advocaten. Ik doe uitsluitend strafzaken dus ik heb daar gelukkig geen last van. De advocaten die hier strafzaken doen gaan zelfs heel gemoedelijk met elkaar om.

‘In die zin kun je strafrechtadvocaten wel zien als waakhonden van de rechtstaat’

In totaal zijn er hier zo’n 40 advocaten die strafrecht doen, waarvan er een top 10 is die vrijwel uitsluitend strafzaken behartigd. Ik heb mijn plaats hierbinnen inmiddels wel veroverd, kan ik denk ik wel zeggen. Dat is vrij snel gegaan. Misschien heb ik geluk gehad, maar geluk kun je afdwingen, zeggen ze wel eens. Ik zit nu ruim twee jaar hier, als ik daar op terugkijk is het, denk ik, vooral een combinatie van de juiste contacten, zaken en cliënten geweest. Het gaat er niet om wie je bent, maar wie je kent, zeggen ze hier wel eens. Privé heb ik het hier overigens ook erg goed naar mijn zin. Dit moet, denk ik, goed samengaan om ergens prettig te kunnen werken. Voorlopig zie ik mij hier dus wel blijven, misschien ga ik zelfs wel nooit meer weg.’

23


Istanbul in vogelvlucht Door Daan van Lier

V

an te voren verwachtte ik een grote cultuurschok mee te maken in Istanbul omdat ik tot dan toe nog nooit buiten West-Europa was geweest. De busreis vanaf het vliegveld naar het hostel zette wat dat betreft gelijk al de toon. We stonden in een enorme file van hoofdzakelijk forensisch verkeer over onder andere de brug die Europa met Azië verbindt. Hoewel het nacht was en er dus nog weinig te zien was van de architectuur, viel al direct op dat bij bijna elke auto wel een verkoper zijn geluk stond te beproeven. Onze gids zei volkomen terecht over het lokale verkeer dat de enige regel is dat er géén regels zijn en heette ons gekscherend welkom in India. Overigens heeft Istanbul volgens Wikipedia maar zo’n vijftigduizend inwoners minder dan Delhi, dus zo gek is die vergelijking eigenlijk helemaal niet. Gelukkig lag het hostel in een relatief rustig straatje, terwijl de belangrijkste trekpleisters én de Bosporus perfect zichtbaar waren vanaf het dakterras. Daarnaast was er altijd een waterpijp beschikbaar en werden we gastvrij ontvangen. De campus van de Yeditepe University waar we de volgende dag een bezoek aan hebben gebracht, draagt de mission statement van deze in 1996 opgerichte universiteit mooi uit. Op een 125.000 m² groot gebied in de heuvels aan de Aziatische kant staat een flink aantal grote moderne gebouwen waar duizenden Turkse jongeren wonen en studeren. De stoelen in het zaaltje waar we ontvangen werden waren zelfs zo luxe dat de decaan het idee kreeg dat we wat vermoeid waren. Uit zijn bij vlagen komische verhaal over het decennialange getouwtrek rondom de Turkse kandidaat-lidmaatschap van de EU bleek dat hij er weinig vertrouwen in heeft dat het wèl zal lukken met de huidige regering van Turkije. De volgende spreker was afkomstig van een Staatsuniversiteit en dat was duidelijk te merken. Zijn Engels was vaak slecht te volgen en na afloop hadden sommigen van ons het idee dat hij niet vrijuit had kunnen spreken over enkele controversiële onderwerpen zoals Noord-Cyprus, Koerdistan of de journalisten die recentelijk zijn vastgezet. Marleen, een Turks-Nederlandse die ons begeleidde op de Universiteit, kon gelukkig de lacunes invulling geven vanuit Nederlands perspectief. Toen één van ons vroeg of ze zich geen zorgen maakte over ontwikkelingen zoals de recente arrestaties gezien de politieke lading van haar inzet voor vrouwenrechten in het oosten van Turkije, beriep ze zich veelzeggend op haar Nederlandse paspoort.

24

Yeditepe University De Helsinki Citizens Assembly waar we later die dag op bezoek gingen, was niet heel makkelijk te vinden. Door twee overvolle busjes werden we er midden op een kruispunt uitgegooid en het was nog even zoeken naar het kantoortje dat nèt genoeg plaats bood voor onze groep. De medewerker van de HCA vertelde over de manier waarop Turkije met vluchtelingen en asielzoekers omgaat en wat zij proberen te doen om door middel van een procedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bescherming voor deze kwetsbare groep te bieden. Hij benadrukte dat de route van Turkije naar Griekenland door veel economische vluchtelingen wordt gebruikt om de EU binnen te komen en elders heil te zoeken. In Turkije zelf worden asielzoekers volgens hem min of meer aan hun lot overgelaten als ze uitgeprocedeerd zijn. Wat dat betreft weinig verschil met Nederland dus. Ook kunnen homoseksuelen en transseksuelen in Turkije op weinig tolerantie rekenen. Toch kan hiervan gezegd worden dat de situatie zoals geschetst door de HCA-medewerker nog heel wat primitiever is dan die hier in Nederland.


Rubrieken

Het Nederlands Consulaat

konden ze dan ook geen eenduidig antwoord geven op onze vragen. Zo stelde ĂŠĂŠn van hen dat hij soms best wanhopig kon worden van de huidige gang van zaken, terwijl zijn collega zich niet echt in deze woorden herkende en een meer optimistische boodschap verkondigde. Het is altijd leuk om juristen uit een andere cultuur te horen praten over het vak, maar er werd enkele keren doorheen gepraat (door locals die ook naar het verhaal kwamen luisteren) en er bleven maar mensen in en uit het zaaltje komen, waardoor het af en toe moeilijk te volgen was. Desalniettemin was het een interessant bezoek en gingen we niet met lege handen weg. Het tegenovergestelde kan trouwens gezegd worden van de eerste twee clubs van de kroegentocht later die avond. Aangezien slaapgebrek inmiddels zijn tol begon te eisen heb ik het de laatste dag rustig aan gedaan bij het Topkapi Paleis en de Harem. We werden onverwacht op een heerlijke zonnige dag getrakteerd, dus was het erg verleidelijk om lekker uit te rusten. De ontspannende laatste activiteit, het badhuis (of hamam) bleek toch behoorlijk intens. De massages zagen mij er iets te ruig uit en na een kwartiertje in de sauna begon ik bijna te hallucineren. Na een hapje te hebben gegeten sloten we de studiereis traditioneel af met een drankspelletje in het hostel, waar onze Turkse vrienden in het hostel volgens mij met enige verbazing naar hebben zitten kijken.

De volgende dag namen we een kijkje bij het Nederlands Consulaat, gelegen aan een drukke winkelstraat. Eenmaal door het hek bij de ingang, merk je daar overigens niets meer van. We werden ontvangen in een klein gospelachtig kerkje zoals je die in het zuiden van de VS verwacht. Hier kregen we een korte toelichting op de activiteiten van het consulaat en de ambassade in Ankara. Vervolgens konden we nog even rondlopen door de tuin en het hoofdgebouw van het consulaat. Met het oog op de cultuurschok was dit even een oase van rust en herkenning natuurlijk, die weer wreed verstoord werd toen we terugkeerden naar de winkelstraat. Als je de vele verkopers op straat niet totaal negeert, blijven ze volhouden in de hoop dat je toehapt.

Hoewel ik in principe voorstander ben van Turkije als lid van de EU, heb ik mijn beeld van het huidige land wel flink bij moeten stellen. Voor Turkse begrippen is Istanbul een moderne, westerse stad, voor mij als westerling zonder relevante reiservaring was het echter een soms bijna surrealistisch mengsel van totaal uiteenlopende werelden. Het was niet ongewoon om bedelende kinderen of gehandicapten en talloze straatkatten en -honden te passeren op weg naar een lezing van een stel advocaten strak in het pak. Misschien is het beter te verwerken als je rustig de tijd neemt om de vele gezichten van deze Turkse metropool te leren kennen. Al met al heeft Istanbul een onuitwisbare indruk op me achtergelaten en kon ik een licht gevoel van euforie niet onderdrukken toen ik weer in de 53 richting Gaasperplas zat.

Verderop in een zijstraatje van de winkelstraat zat de Istanbul Bar Association, oftewel de Orde van Advocaten. Het contrast met de verkopers op straat had haast niet groter kunnen zijn, want hier zat een delegatie juristen in formele kleding klaar om ons bij te praten over de juridische praktijk in Turkije. Af en toe

25


Lustrumverslag 100 jaar JFAS Door Bas Kentie

N

a 100 jaar wachten was daar eindelijk… het 100-jarig lustrum! Op 18 april luidden we de verjaardag van de JFAS feestelijk in door aan alle studenten op de Oudemanhuispoort een glaasje champagne en een cakeje aan te bieden.

Onverantwoord vroeg op maandag en ietwat beschonken in de collegezaal, het maakte ons na 100 jaar succes even niets meer uit. Terwijl de champagne opraakte, begonnen de voorbereidingen voor het symposium. Dit inhoudelijk hoogtepunt van het lustrum bezorgde enige spanning, aangezien drie sprekers uit compleet andere disciplines tegenover geplaatst zouden worden. De prachtige Aula aan ’t Spui stroomde vol met geïnteresseerde studenten en om drie uur luidde professor Sutorius, bekend zowel binnen als buiten de UvA, het symposium in door middel van het aankondigen van de eerste spreker. Professor Ton Derksen stond graag voor het spreekgestoelte, omdat hij op die manier betrouwbaarder zou overkomen. Hij is, naar eigen zeggen, klein van stuk en achter het spreekgestoelte zou er vrij weinig van hem overblijven.

Ik weet niet of het geholpen heeft, maar zijn verhaal was zeker sterk. Vanuit kansberekeningen en statistieken plaatste hij belangrijke vraagtekens bij de juridische beslommeringen bij de zaak Lucia de B. Vervolgens kwam mr. Leendert Verheij, president van het Hof van Amsterdam, aan het woord. Als prominent persoon binnen de rechtspraak, gaf hij duidelijk maar diplomatiek commentaar op de ondervindingen van de eerste spreker. Dit deed hij uitgebreid beargumenteerd, waardoor Mr. Bart Nooitgedagt zijn verhaal inkortte. Kern van zijn verhaal bleek zijn commentaar op de rechterlijke opleiding, hou het wetenschappelijk! Tijdens de betogen werd door iedere spreker al enige kritiek geleverd op de andere sprekers, men stond te popelen om met elkaar in discussie te gaan. Onder het genot van een biertje en een bitterbal werd de discussie voortgezet. Enigzins tussen de studenten onderling, maar veel meer met de sprekers zelf, die dermate interessant waren. Het was boeiend en voor vele studenten een uitgelezen mogelijkheid om vragen te stellen aan zulke geleerde personen.

Professor Ton Derksen

26


opinie

Op de verjaardag van de JFAS zelf was een feestje noodzakelijk, waardoor wij in de Heeren van Aemstel ieder lid hadden uitgenodigd om een borrel te komen drinken. Er heerste veel gezelligheid en de avond duurde tot in de vroege uurtjes, mede dankzij de karaokeset die wij tot onze beschikking hadden. De volgende ochtend werden enkele workshops gegeven. De Brauw deed een boekje open over de advocatuur, Professionals at Law verzorgde een verrassende sollicitatietraining met veel praktijkopdrachten en Brunel Legal toonde ons een geheel nieuwe presentatie over detachering en solliciteren. Achteraf werd mij toegefluisterd dat dit de primeur was, maar dat was door niemand opgemerkt. Professioneel en bovendien erg knap! Het bestuurlijke hoogtepunt vond plaats op de dinsdagavond. In de volle namiddagzon werden de afgelopen tien JFASbesturen door een boot opgewacht, die ons door de prachtige grachten vervoerde naar restaurant Edel, waar iedereen genoten heeft van een heerlijk diner. Het werd een avond vol nostalgie, opgerakelde hoogte- en dieptepunten en veel herkenning.

Boottocht oud-bestuur 2000-2010

Restaurant Edel Op woensdag 20 april werd het 100-jarig lustrum afgesloten door een gala in Werck aan de Prinsengracht. Geheel uitverkocht barstte Werck bijna uit zijn voegen. Buiten genoten mensen van het heerlijke weer en binnen gingen de voetjes van de vloer door de DJ’s. Zo nu en dan was het wat druk achter de bar, maar het mocht de pret niet drukken. Met een zeer geslaagd gala hebben we de komende 100 jaar van de JFAS ingeluid. Maar nu gaan we eerst verder waar de JFAS groot mee is geworden: klaarstaan voor de rechtenstudent tijdens de studie.

27


JFAS Lustrumgala

28


de Verdieping ‘Liefde op de werkvloer: prevaleert art. 8 EVRM?’ (p.33) ‘Het aanbod en de verleiding van namaak merkartikelen blijft groot’ (p.36) ‘Rechters verleiden procespartijen vaak tot een poging tot schikking’ (p.38)

‘Waar zal het Nederlandse immigratie- en asielbeleid eindigen?’ (p.40)


It takes two to tango... Door Hassan Chenti

M

et het afwijzen van het laatste wrakingsverzoek van mr. Moskowicz door de wrakingskamer, is er weer een nieuw hoofdstuk in het leven van Geert Wilders geschreven en afgesloten. De man heeft met zijn politieke optreden de laatste jaren de islam een prominente plek naast hem gegund in de spotlichten, waardoor de gemiddelde Nederlander gevoeliger is geworden voor de verschillen tussen de islamitische en westerse cultuur alsmede de wetgeving. Daar cultuur onder andere door wetgeving wordt gewaarborgd, zal ik in dit stuk ingaan op een aspect uit de islamitische wetgeving dat niet kan bestaan zonder eerst daartoe te worden verleid (thans het thema van deze editie): Overspel. Er zijn gronden om aan te nemen dat het verbod op overspel (zowel moreel als strafrechtelijk) niet gebaseerd is op religieuze grondslagen uit de maatschappij, waarin het verbod wordt gehandhaafd. In Nederland bijvoorbeeld, is het delict ‘overspel’ pas bij wet van 6 mei 1975 uit het Wetboek van Strafrecht geschrapt, na eerst ingevoerd te zijn in de Code Pénal in 1811 en vervolgens, lang na afscheid van Napoleon Bonaparte, door ons eigen Wetboek van Strafrecht uit 1886.1 Bij het invoeren van overspel als delict was de overweging dat overspel als een inbreuk op de maatschappelijke orde moest worden beschouwd, daar de basis van de maatschappij het gezin is. In de islam wordt op dezelfde manier gedacht, het strafbaar stellen van overspel (Arabisch: zina) bij shari’a2 is volgens de islamitische geleerden gedaan om de openbare zeden (seksualiteit) alsmede de familierechtelijke verplichtingen te waarborgen.3 De islamitische strafbaarstelling van overspel is echter niet onomstreden. Volgens verschillende wetenschappers wordt de strafbaarstelling van overspel afgeleid uit de islamitische jurisprudentie (Arabisch: fiqh) en niet uit de constitutieve kracht van de Koran. De gedachte achter deze redenering is dat overspel weliswaar door de Koran moreel wordt veroordeeld, maar feitelijk door moslims bij wet strafbaar is gesteld. En islamitische wetten die door de moslims zijn bekrachtigd, kunnen daarom onderwerp zijn van discussie en onderhevig zijn aan veranderingen. Het gaat dan niet zozeer om de discussie te voeren op het punt of overspel maatschappelijk gewenst gedrag is, maar meer of overspel een aangelegenheid is waarover de wetgever zich zou moeten buigen en waarover hij zou moeten oordelen. Wat men hier aanvoert is een cruciaal verschil tussen de Goddelijke (Arabisch: hudud Allah) en menselijke normering (Arabisch: ta’zir) van gedragingen.4

30

Ook de discriminatie die plaatsvond bij het veroordelen van de pleger is vergelijkbaar. In Nederland werd, en in streng islamitische staten wordt een vrouw die zich schuldig maakt(e) aan overspel veel vaker gestraft dan een man.5 Afgelopen jaren hebben wij vanuit de media verschillende zaken kunnen vernemen waarin autocratische islamitische staten vrouwen veroordeelden tot de doodstraf wegens overspel, terwijl de medepleger/medeplichtige, de man, ervan afkwam met een mildere straf (zweepslagen). Dat mannen in sommige situaties gezien worden als ‘slachtoffer’ wegens diens onvermogen om hun seksuele driften te beheersen, vorm(t)(de) in beide rechtssystemen een legitieme grond om de man een andere strafmaat op te leggen dan de vrouw.6

‘De strafbaarstelling van overspel wordt afgeleid uit de islamitische jurisprudentie en niet uit de constitutieve kracht van de Koran’ Maar komen de manieren waarop de bewezenverklaring van overspel tot stand komt ook overeen? Op grond van het volgende neem ik aan van niet. Voor zover mij bekend zijn er geen literaire bronnen of jurisprudentie beschikbaar, waarin uit de doeken wordt gedaan hoe men in Nederland voor de rechtbank overspel aantoonde. In België echter wordt dit gedaan door een gerechtsdeurwaarder in te schakelen die met behulp van een privé-detective de gangen van een overspeler naging en zich met behulp van de politie en de sleutelmaker zichzelf de toegang verschafte tot het lokaal, alwaar de overspeler zich ophield.7 Vervolgens noteerde de gerechtsdeurwaarder de door hem geobserveerde feiten, waarbij men kan denken aan:“Ik zag dat meneer .. en mevrouw ontkleed waren. Ik zag dat meneer .. en mevrouw .. in bed lagen. Ik zag dat meneer .. en mevrouw .. lepeltje-lepeltje sliepen.”, etc. Dit is voor de Belgische rechtbank voldoende om overspel aan te nemen en derhalve echtbreuk te constateren. In tegenstelling tot de islamitische rechtbank.


verdieping

Een bewezenverklaring van overspel volgens de islamitische wetten kan alleen bereikt worden door een stellige bekentenis van de overspelige afgelegd op vier verschillende momenten of door verklaringen van vier getuigen, die de daadwerkelijke penetratie van en door het overspelige moeten hebben gezien. Observaties zoals door de Belgische gerechtsdeurwaarder zijn dus niet voldoende, omdat ook andere verklaringen dan seksuele interactie voor hun samenzijn kan worden gegeven. Overspel moet dus beyond reasonable doubt zijn bewezen. Om op deze manier tot bewezenverklaring van de delictpleging te komen is haast onmogelijk. Het islamitische rechtssysteem gaat echter een stapje verder. Indien de getuige de daad van penetratie hebben gadegeslagen door de privacy van de overspeligen te hebben geschonden, mag de getuigenis van diegene niet worden gebruikt om tot een bewezenverklaring van het delict te komen. Ook in de islam wordt het recht op privacy beschermd.8 Zo bezien is er praktisch alles gedaan om tot een strafrechtelijke veroordeling van een overspelige te komen. Ondanks de voornoemde ingebouwde zekeringen, slagen autocratische en dictatoriale islamitische staten er toch in om vooral vrouwen te veroordelen wegens overspel. Een veel gehoorde verklaring die hiervoor wordt gegeven, is dat de genoemde staten derdewereldlanden zijn waar onderwijs van arme mensen en in het bijzonder van vrouwen slecht is geregeld. Analfabete vrouwen worden tijdens verhoren gevraagd om een verklaring te ondertekenen, welke zij nooit hebben kunnen doorlezen.

In Pakistan is dat anders. Wanneer een vrouw niet kan bewijzen dat zij verkracht is en vervolgens zwanger raakt, dan wordt zij vervolgens vervolgd wegens overspel. Het meten met twee maten blijkt hier overduidelijk. Een verkrachte vrouw kan weliswaar niet aantonen dat zij verkracht is (wegens ontbreken van materiële getuigen), maar door de buitenechtelijke zwangerschap is overspel wel aangetoond. Met een DNA-test zou weliswaar haar medepleger kunnen worden achterhaald, maar dat soort technologie moet maar beschikbaar zijn in het land waar dit zich afspeelt. En een tragedie is het, wat een van de bekendste islamitische denkers ertoe zet om in een artikel te pleiten voor een moratorium op het toepassen van de straf voor overspel.11 Volgens Tarik Ramadan is de constitutieve basis voor de strafbaarstelling van overspel alsmede de vermeende sancties die hiervoor gelden niet eenduidig te herleiden en worden hierover vage standpunten ingenomen. Een moratorium is daarom een eerste stap in de morele uitbanning van de straffen, waarvan in de eerste instantie nooit werd gedacht dat deze (als gevolg van de eerdergenoemde zekeringen) überhaupt zou worden uitgevoerd. In de academische discussie die daarop zou plaatsvinden, zou nauwgezet worden gediscussieerd over de ‘islamitische grondwettelijke basis’ van de strafbaarstelling van overspel. Menigeen in het westen denkt nu waarom het uitbannen van deze straffen zo omslachtig moet, terwijl verschillende verdragen – waartoe ook islamitische landen een verdragsluitende partij zijn – het verbieden om mensen te onderwerpen aan onmenselijke straffen.12

Via de media vernemen wij berichten over vrouwen die in (veelal) islamitische derdewereldlanden tot de doodstraf zijn veroordeeld wegens vermeend overspel. Zie bijvoorbeeld de zaak van het Somalische meisje.9 Voor deze – op zijn zachtst gezegd – overtrokken reactie van de militanten in Soedan, kan misschien een verklaring worden gevonden in Amerikaanse onderzoeken.10 Hieruit is gebleken dat men in een willekeurige maatschappij, of dat nou een Westerse of islamitische is, een verkrachte vrouw in een bepaalde positie dwingt, door bijvoorbeeld bij haar de bewijslast te leggen voor het feit dat het geslachtgemeenschap zonder haar consensus heeft plaatsgevonden. In het geval zoals voornoemd ben ik geneigd om te concluderen dat dit een geval is waarin figuren elkaar de hand boven het hoofd houden. In dit geval is het verkrachte meisje een materieel getuige, waar de dader(s) c.s. zo spoedig mogelijk van af moeten.

‘Overspel moet beyond reasonable doubt zijn bewezen’ Of godsdienstvrijheid moet wijken voor het recht op integriteit van lichaam en geest is een moeilijke vraag te beantwoorden, waar ik in dit artikel niet verder op in ga. Ik ben meer van het praktische en zou in een geval als in Pakistan de zaak omdraaien en in die situatie de schuld van het overspel bij de man plaatsen. Want het is niet te rechtvaardigen dat de ‘verdachte’ in kwestie, de vrouw, in werkelijkheid een slachtoffer is van verkrachting en de verkrachter daarmee de vervolging kan ontlopen. Wanneer de islamitische wetten door islamitische staten rigide worden toegepast, dan zou ik daar in de verdediging ook gebruik van

31


maken. Een vrouw dat betrokken raakt in geslachtgemeenschap dat niet aangemerkt kan worden als verkrachting, wordt behandeld als een dader. Maar net als in het Nederlandse rechtssysteem, kent ook het islamitische rechtssysteem de figuur van het doen plegen. In een patriarchale maatschappij is het goed denkbaar en verdedigbaar dat vrouwen instemmen met seks, wegens het feit dat mannen in voornoemde maatschappij een mentaal overwicht hebben. Ook al zouden de vrouwen in bepaalde situaties instemmen, men zou in feite kunnen zeggen dat de instemming van vrouwen vernietigbaar is, hoewel de context zich wellicht daar niet voor leent. In een situatie waarin een vrouw zich alleen bevindt met een man, kan ik mij goed indenken dat een vrouw zich überhaupt in een knellende situatie bevindt en daarom toegeeft aan de druk van de situatie. In een land als Pakistan kan dat in mijn optiek vallen onder misbruik van omstandigheden (‘per ongeluk’ontmoeten bij de waterput) of bedrog (‘Ik beloof het, we gaan trouwen’). Dit is enigszins vergelijkbaar met het culturele verweer dat in de Verenigde Staten door de Amerikaanse rechter wordt geaccepteerd.13 Analoog met de zaak Dong Lu Chen - die onder nummer 118 wordt geciteerd – veroorzaakte de culturele erfenis van de vrouw een druk, waardoor zij weinig anders kon doen dan de culturele codes te volgen en de doen pleger (de overspelige man) te gehoorzamen.

Noten

1 “Overspel”, mr. Gerard Spong, aflevering 37, 15 oktober 2004, http:// www.recht.nl/proxycache.html?cid=33704.

2

Het islamitische rechtssysteem, zie http://nl.wikipedia.org/wiki/

Sharia.

3 “Criminalizing Sexuality: Zina Laws as Violence Against Women in Muslim Contexts”, Ziba Mir Hosseini, maart 2010, blz. 20, hoofdstuk 6, eerste alinea, http://www.wisemuslimwomen.org/images/uploads/ ZMH_Criminalizing_Sexuality_-_Zina_Laws_as_Violence_Against_ Women_in_Muslim_Contexts.pdf.

4 “Criminalizing Sexuality: Zina Laws as Violence Against Women in Muslim Contexts”, Ziba Mir Hosseini, maart 2010, blz. 11, hoofdstuk 4, eerste alinea, voor weblink: zie voetnoot 3.

5 In Nederland zijn in de periode 1850 – 1870 157 mensen veroordeeld, 38 mannen en 119 vrouwen, voor bron: zie voetnoot 1.

6

Zie bijvoorbeeld voor België deze link, de zalmroze gemarkeerde

kolom: http://www.elfri.be/hoe-gebeurt-een-vaststelling-overspel.

7

Zie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Echtbreuk#Overspel_volgens_

Belgisch_recht, de gerechtsdeurwaarder is wel gebonden aan formele eisen voor zintuiglijke waarnemingen.

8

Koran, hoofdstuk 19, vers 42: “Do not spy on one another”. Zie

voor uitleg hierover “The Right of the Individual to Personal Security in islam”, door Osman Abd-el-Malek al-Saleh, bladzijde 55 en 69-70.

9

http://www.dailymail.co.uk/news/worldnews/article-1081214/

Somali-girl-pleaded-mercy-islamists-stoned-death-raped.html.

Maar we moeten de situatie anno 2011 ook gewoon onder ogen zien. Mensen hebben nu eenmaal seks met elkaar met elkaars instemming, ook in een land als Pakistan. Een dergelijk cultureel verweer toepassen, zou vrouwen de mogelijkheid geven om zich te ontrekken aan de strafvervolging die in het betreffende land van toepassing is. En dat is naar mijn mening geen recht, ook al ben ik van mening dat overspel niet een delict is waar de maatschappij zich mee bezig zou moeten houden, laat staan ambtshalve vervolgd moet worden. Dat dit wishful thinking is, blijkt ook wel uit het feit dat hoewel overspel als delict uit het Wetboek van Strafrecht is geschrapt, de Nederlandse wetgever – en indirect ook de Nederlandse maatschappij – hierover toch van zich laat horen.14 Wat rechtvaardig moge zijn bij overspel, daar kunnen we allemaal van mening over verschillen. En iemand die net bedrogen is, zal misschien iets heftiger reageren. Maar laten we in ieder geval proberen om Vrouwe Justitia trouw te blijven..

10 “Sociology: Exploring the Architecture of Everyday Life”, David M. Newman, Pine Forge Press, 2008, blz. 384 -385. Zie ook Rape Crisis Information Pathfinder, http://www.ibiblio.org/rcip/vb.html.

11 “Internationale oproep tot een moratorium op lijfstraffen, steniging en doodstraf in de islamitische wereld”, Tarik Ramadan, 2005, http:// www.flw.ugent.be/cie/CIE2/ramadan6.htm.

12

Zie artikel 3 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de

Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden, gewijzigd door Protocol 11, Leden van de Raad van Europa, 4 november 1950, Rome. Of in deze context: artikel 7 van het Internationaal Verdrag Inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, 16 december 1966, New York.

13

Studie“Cultuur als Verweer”, J.M. ten Voorde, Wolf Legal

Publishers, juni 2007, zie paragraaf 3.2. http://publishing.eur.nl/ir/ repub/asset/10419/Ten_Voorde_definitief_20mei.pdf

14 Overspel is een reden om te scheiden. Daarnaast bepaalt artikel 4:13 BW dat onder ervende echtgenoot niet wordt verstaan: een van tafel en bed gescheiden echtgenoot, voor bron: zie voetnoot 1.

32


verdieping

Liefde op de werkvloer Door Suzanne van den Broek

I

n situaties waar mensen intensief met elkaar omgaan is het onvermijdelijk dat er niet alleen sprake is van het uitwisselen van feitelijke informatie, maar ook van het delen van emoties. Dat is bij uitstek het geval op de werkvloer. Vrijwel dagelijks zien collega’s elkaar, een goede onderlinge verhouding is dan ook geen overbodige luxe. Maar wat als het meer wordt? Aantrekkingskracht is onvermijdelijk op de werkvloer. De werkgever is er vaak niet blij mee als deze ‘goede’ onderlinge verhouding groeit naar een liefdesrelatie. Probleem is dat hij moeilijk kan ingrijpen, omdat een werknemer recht heeft op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM). Een werkgever kan zijn instructiebevoegdheid niet tot het privédomein laten gelden, hieronder valt een liefdesrelatie op de werkvloer. Soms mag een werkgever echter wel grenzen stellen aan de toelaatbaarheid van een relatie op de werkvloer. Er is veel casuïstische jurisprudentie over liefde op de werkvloer. Liefdesrelatie tussen een meerdere en een ondergeschikte Na een eerdere liefdesrelatie tussen een directeur van een basisschool en zijn adjunct, blijft de directeur toenadering zoeken. Seksuele intimidatie door de directeur staat vast, maar er is geen sprake van een functioneel verband tussen de gedragingen van de directeur en de werkzaamheden1. Werkneemster was adjunct-directeur op een basisschool. De directeur van de basisschool zou haar persoonlijke vragen hebben gesteld en op verschillende manieren hebben aangeraakt. Zij heeft gevraagd hiermee op te houden, wat erin resulteerde dat de directeur het zakelijk contact vermeed, maar haar wel bleef aanraken en aanspreken met ‘vrouwke’. Dit heeft werkneemster zeer aangegrepen, waardoor zij een grote hoeveelheid kalmeringstabletten op het werk heeft ingenomen. De directeur heeft nagelaten een arts te raadplegen, werkneemster kreeg zodoende geen medische hulp. Werkneemster heeft een en ander bij de klachtencommissie gemeld, deze heeft geoordeeld dat sprake was van ongewenste intimiteiten. Werkneemster stelt hierdoor aanzienlijke materiële schade en immateriële schade te hebben geleden, daarom stelt zij de directeur en de werkgever aansprakelijk. De werkgever zou laakbaar hebben gehandeld door een onzorgvuldige klachtenprocedure te hanteren en door niet in te grijpen. De directeur verweert zich door te stellen dat een bepaalde periode sprake is geweest van een liefdesrelatie

tussen hem en de werkneemster. In deze periode zouden zijn handelingen dus in ieder geval voor beide partijen geen onvrijwillig karakter hebben gehad. Het bestuur van de basisschool stelt zich op het standpunt dat mevrouw zelf ook een laakbare rol heeft gespeeld. Zij zou niet afwijzend hebben gestaan tegenover contacten met de directeur.

‘De directeur vermeed het zakelijk contact, maar bleef haar wel aanraken en aanspreken met ‘vrouwke’’ De rechtbank concludeert dat er een bepaalde periode een persoonlijke relatie is geweest tussen werkneemster en de directeur, dit blijkt onder andere uit intensieve correspondentie tussen partijen in deze periode. Er is sprake van seksuele intimidatie, omdat de directeur ook na de relatie is doorgegaan met bemoeienis met het privéleven van werkneemster en haar ‘vrouwke’ bleef noemen terwijl zij aangaf dit niet te willen en er bovendien sprake was van een hiërarchische relatie. Hoewel wordt aangenomen dat sprake is van seksuele intimidatie bestaat geen aansprakelijkheid voor de kosten van psychotherapie, omdat aan de noodzaak van deze behandeling meer gebeurtenissen ten grondslag lagen. Ook bestaat geen aansprakelijkheid voor de loonschade. Werkneemster heeft na afloop van de seksuele intimidatie nog anderhalf jaar op de school gewerkt en er zijn mogelijk factoren buiten de intimidatie die tot de onwerkbare situatie hebben geleid. Doordat onvoldoende causaal verband aanwezig is tussen de seksuele intimidatie en de kosten voor psychotherapie en de loonschade komt ook de (gestelde) immateriële schade niet voor vergoeding in aanmerking. Belangrijke overweging van de rechtbank is dat eerdere instemming met gedragingen geen vrijbrief zijn voor het voortzetten hiervan indien een relatie is beëindigd, echter het feit dat er een relatie is geweest speelt wel mee bij de weging van de ernst van de gemaakte inbreuk. Ook speelt het feit dat er een relatie is geweest een belangrijke rol, omdat voorwaarde voor aansprakelijkheid is, dat de kans op de

33


fout door de opdracht tot het verrichten van de taak is vergroot en de werkgever zeggenschap had over de gedraging waarin de fout is gelegen. De correspondentie tijdens de relatie speelde zich voor een groot deel af buiten de schoolse werkzaamheden. Hierdoor is er onvoldoende functioneel verband tussen de gedragingen en de werkzaamheden.

‘Hoewel wordt aangenomen dat sprake is van seksuele intimidatie bestaat geen aansprakelijkheid voor de kosten van psychotherapie’ Liefdesrelatie met een cliënt Ontslag op staande voet vanwege een liefdesrelatie met een psychiatrische patiënt2 Werkneemster werkt in de functie van persoonlijk begeleider en zorgbemiddelaar bij een organisatie gericht op geestelijke gezondheidszorg. De organisatie kent een gedragscode waarin seksueel contact met cliënten wordt verboden. Werkneemster is van deze code op de hoogte als zij op enig moment gevraagd wordt de begeleiding op zich te nemen van een sterk vervuilde en depressieve psychiatrische patiënt. Werkneemster verzorgd de patiënt een tijd vanuit haar dienstbetrekking in loondienst. Op enig moment geeft de patiënt aan geen contact meer te willen hebben met de zorgorganisatie, hij stelt het echter wel op prijs als de zorg wordt voortgezet door werkneemster. Vervolgens groeit er een liefdesrelatie, waarin sprake is van seksueel contact. De moeder van de patiënt brengt de zorgorganisatie op de hoogte van de liefdesrelatie, deze besluit werkneemster op staande voet te ontslaan. De kantonrechter komt tot een voorwaardelijke ontbinding van

34

de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. In dit geval is het gerechtvaardigd, dat de werkgever een seksuele relatie met zijn cliënten verbiedt. De cliënten verkeren immers in een kwetsbare situatie en zijn door hun ziektebeeld vaak niet in staat objectieve beslissingen te nemen. Ook is er sprake van een afhankelijkheidsrelatie met de hulpverlener en hierdoor een gebrek aan gelijkwaardigheid. Het belang van het naleven van het verbod is aldus gelegen in het belang van de cliënt, de integriteit van de hulpverlener en de goede naam van de werkgever. Liefdesrelatie met de concurrent Advocaat heeft een liefdesrelatie met de oprichter en partner van een concurrerend kantoor3 Werkneemster is werkzaam in de functie van advocaat huurrecht bij een internationaal advocatenkantoor. Naar aanleiding van een gerucht over een liefdesrelatie die zij zou hebben met de oprichter en partner van een concurrerend kantoor (tevens haar ex-werkgever) vindt een gesprek met haar plaats. In eerste instantie ontkent werkneemster de relatie, enige tijd later komt zij echter met de mededeling wel degelijk een relatie te hebben en bovendien samen te wonen met de partner van het concurrerende kantoor. Werkgever verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, volgens hem worden zijn belangen geschaad, omdat er een te groot risico bestaat dat bedrijfsgevoelige informatie bij de concurrent terecht komt. Dit risico zou zo groot zijn, omdat werkneemster en de partner beide op hetzelfde rechtsgebied (huurrecht/ vastgoed) werkzaam zijn en werkneemster door haar positie het recht heeft aandeelhoudersvergaderingen en jaarvergaderingen bij te wonen. Volgens werkgever was werkneemster niet geïnteresseerd in overplaatsing naar een andere sectie. Werkneemster verweert zich door te stellen dat er geen aanwijzingen zijn dat zij bedrijfsgevoelige informatie zal uitwisselen. Ook vindt zij dat er inbreuk wordt gemaakt op haar privacy, omdat de discussie over haar relatie in alle openheid wordt gevoerd. Werkneemster vindt ontslag disproportioneel en meent dat onvoldoende is gezocht naar alternatieve oplossingen. De kantonrechter stelt dat de kans bestaat dat er een loyaliteitsconflict ontstaat, doordat werkneemster met vertrouwelijke informatie in aanraking komt. De belangen van de werkgever dienen te prevaleren boven het recht van werkneemster op eerbiediging van haar persoonlijke levenssfeer


verdieping

(art. 8 EVRM). Het is weliswaar zo dat werkneemster in haar carrière heeft geïnvesteerd en misschien niet direct op dezelfde voorwaarden bij een ander kantoor in dienst kan treden, maar dit ligt in de risicosfeer van werkneemster. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van € 10.000,- bruto.

aansprakelijk worden geacht. Hoewel de bewijslastverdeling bij werkgeversaansprakelijkheid op een aantal punten gunstig is voor de werknemer moet nog wel worden aangetoond dat schade ‘in uitoefening van werkzaamheden’ is ontstaan. Dit laatste is complex bij een (voormalige) liefdesrelatie die onvermijdelijk de privésfeer behelst.

Relatie van werkneemster met een directielid van de concurrent is geen reden voor op non-actiefstelling, omdat werkgever al jaren op de hoogte was van de relatie4.

‘De moeder van de patiënt brengt de zorgorganisatie op de hoogte van de liefdesrelatie, deze besluit werkneemster op staande voet te ontslaan’

Werkneemster en haar partner zijn bij met elkaar concurrerende merkenbureaus in dienst. Deze situatie bestaat al ongeveer 5 jaar als werkneemster wordt gevraagd om op gesprek te komen bij de algemeen directeur en een ander directielid van de werkgever. Haar wordt te kennen gegeven dat zij met onmiddellijke ingang op non-actief wordt gesteld om te komen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De reden die werkgever aanvoert is haar relatie met een directielid van de concurrent. Werkneemster vindt dit onredelijk, omdat werkgever volgens haar altijd op de hoogte is geweest van de relatie en zelfs bij het huwelijk aanwezig is geweest. Werkgever voert aan dat er sprake is van een ingrijpende reorganisatie onder leiding van haar nieuwe directeur, de kans dat er informatie bij de concurrent terechtkomt over de nieuwe koers die het bedrijf wil inslaan is te groot. Vast staat dat de werkgever al jarenlang bekend is met de relatie van werkneemster. Hij heeft op geen enkel moment aangetoond dat er in al die jaren iets is voorgevallen dat kan duiden op belangenverstrengeling. De op non-actiefstelling lijkt dan ook voornamelijk te zijn ingegeven door de komst van de nieuwe directeur. De voorzieningenrechter veroordeelt werkgever tot het weer toelaten van werkneemster tot haar gebruikelijke werkzaamheden onder de gebruikelijke arbeidsvoorwaarden. Concluderend Een werknemer heeft recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM). Enerzijds is dit voor het hebben van een liefdesrelatie op de werkvloer een voordeel, een werkgever kan hierdoor immers slechts in beperkte mate zijn instructiebevoegdheid doen gelden. Het feit dat de instructiebevoegdheid eindigt bij de grens van het privédomein kan echter ook in het nadeel van de werknemer uitvallen. Indien er in eerste instantie een gewenste liefdesrelatie is en deze slaat om in ongewenste gedragingen van een van de betrokkenen, dan zal een werkgever bij niet of nauwelijks ingrijpen minder snel

De instructiebevoegdheid van een werkgever hoeft niet altijd te wijken voor het recht op een persoonlijke levenssfeer. Begrenzing hiervan zal met name gerechtvaardigd zijn, wanneer het gaat om een liefdesrelatie tussen een werknemer en een cliënt, met wie een afhankelijkheidsrelatie bestaat. Bij beroepen in de zorg waar patiënten vaak in een kwetsbare positie verkeren wordt veel belang gehecht aan zakelijke distantie van de werknemer. In meerdere arresten is uitgemaakt dat een liefdesrelatie tussen een werknemer en een belangrijk concurrent beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, mits er een voldoende duidelijk risico bestaat op belangenverstrengeling en mits de werkgever niet al lange tijd op de hoogte is en de situatie oogluikend heeft toegestaan. Welke criteria worden aangehouden om te bepalen of begrenzing van de persoonlijke levenssfeer gerechtvaardigd is, is verder sterk afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden. Noten

1 Rb. Breda 5 maart 2002, JAR 2002/223 2 Ktr. Lelystad 31 oktober 2007, JAR 2007/295 3 Ktr. Amsterdam 27 september 2010, JAR 2011/27 4 Rb. Amsterdam (vzr.) 25 maart 2002, JAR 2002/147

35


De verleidingen van Hongkong Door Maartje Stabel

Z

ijn het de Kantonese delicatessen die de grootste verleiding in Hongkong vormen? Nee. Het Tsingtao bier uit de 7-Eleven? Misschien. De grootste verleiding van Hongkong is echter het shoppen. Eraan ontkomen lukt niet; overal in Hongkong schreeuwen neon reclameborden je tegemoet, op elke hoek bevindt zich een shoppingmall. Je waant je in Hongkong in een shoppingwalhalla. Van Louis Vuitton tot de Ladiesmarket1, voor elk budget is er wat te vinden. Hongkong staat dan ook bekend om het grote aanbod van namaak merkartikelen. Hoewel het probleem wordt aangepakt, blijft het aanbod en de verleiding groot.

‘Wie houdt van volgepropte winkels en opdringerige verkopers, is hier aan het juiste adres’ Do you wanna buy a Gucci bag? Bij de combinatie intellectueel eigendom en Hongkong denk je meteen aan namaak merkartikelen. Maar ook op andere gebieden liep Hongkong achter wat betreft de registratie van handelsmerken en octrooien. In 1990 werd daarom de Intellectual Property Department opgericht. Deze organisatie houdt zich onder andere bezig met de registratie van octrooien en handelsmerken voor goederen. Hoewel het recht op het gebied van intellectueel eigendom zich sterk ontwikkeld heeft, schiet de handhaving ervan nog tekort. Dit ligt volgens de Intellectual Property Department niet enkel aan de Hongkongse overheidsdiensten. Grote ondernemingen nemen niet de moeite om naar Hongkong af te reizen en mee te werken aan de berechting van een straatverkoper. Daarmee wordt natuurlijk ook niet het probleem bij de kern aangepakt; de ene straatverkoper vervangt de andere straatverkoper. Volgens Christopher Clarke van DLA Piper ligt het probleem niet aan de medewerking van grote ondernemingen, maar aan het gebrek aan handhaving door de Hongkongse overheid en de slinkse verkooptrucs. Hoewel verkopers altijd voorzichtig zijn

36

geweest bij de verkoop van namaak merkartikelen, vond je acht jaar geleden de artikelen nog in shoppingmalls. Om niet betrapt te worden, moest je als klant het geld in een doos stoppen. Even later werd de namaak designertas vanuit een achterdeurtje naar je toegebracht. Omdat de Hongkongse Douane het probleem aan probeert te pakken door zelf namaak merkartikelen te kopen, gaan verkopers tegenwoordig wat slimmer te werk. Op de Ladiesmarket worden toeristen aangesproken: “Do you wanna buy a Gucci bag?” Geef je toe aan de verleiding, dan loodst de verkoper je via een paar steegjes naar een woontoren. Om te voorkomen dat de verkoper een douanier meeneemt, wordt je ondervraagd. Ben je al vaker in Hongkong geweest? Vervolgens wordt je naar een woning geleid en wordt drie maal op de deur geklopt. Binnen bevinden zich honderden namaak merkartikelen – van horen zeggen niet de mooiste artikelen. Ondanks dat verkopers anticiperen op de strengere aanpak van de Hongkongse overheid, is het niet moeilijk een namaak merkartikel te bemachtigen. Het is niet noodzakelijk een eng kamertje in te gaan; de artikelen liggen ook open en bloot op de Ladiesmarket. Het bemachtigen van de artikelen is dus, ondanks de beweringen van Christopher Clarke, geen enkel probleem. Het lijkt eerder de samenwerking tussen verschillende partijen die de aanpak van piraterij bemoeilijkt. Zonder medewerking van grote ondernemingen is het niet mogelijk om de producenten, distributeurs en verkopers aan te pakken. Echter, als de Hongkongse overheid problemen heeft met het in kaart brengen van deze handel en de handhaving tekortschiet, zullen grote ondernemingen niet de voordelen zien van medewerking. Dit kost geld en anderen vullen het gat in deze lucratieve markt weer op.


verdieping

Dagje Shenzhen Waarom smalle steegjes en enge kamertjes achter de Ladiesmarket ingaan, als je jezelf ook in Mainland China kunt laten verleiden tot het kopen van namaak merkartikelen? Met slechts drie metro’s en een trein loop je vanaf de grens na 50 meter al een vier verdiepingen hoge shoppingmall binnen. Shenzhen, dat door een rivier gescheiden wordt van Hongkong, werd in 1979 gecreëerd als Speciaal Economische Zone en sindsdien is het vissersdorpje uitgegroeid tot de rijkste stad van China en telt 14 miljoen inwoners. Met name toeristen en expats ‘doen een dagje Shenzhen’ en kopen voor €20 een “shoppingvisum” aan de grens. Wie houdt van volgepropte winkels en opdringerige verkopers, is hier aan het juiste adres. Één ding is zeker, wie een Birkin of Motorcycle bag zoekt, zal geen problemen ondervinden om zich in Shenzhen te laten verleiden. De Chinese overheid biedt minder bescherming aan producenten tegen piraterij. Enkel de intellectuele eigendomsrechten van binnenlandse producenten worden beschermd. Ook de handhaving lijkt erg minimaal te zijn. Toch doet de Chinese overheid af en toe een inval in de shoppingmalls in Shenzhen. Enkele verkopers worden gearresteerd en de namaak merkartikelen worden ingeladen; als de politie weg is worden de lege winkels weer volgeladen met nieuwe producten en wordt de verkoop voortgezet. Niet alleen namaak Dat handelsmerken en octrooien niet altijd goed beschermd worden door de Hongkongse overheid bewijst het verhaal van Polo Santa Barbara. Het logo van de winkel is te herkennen aan een polospeler en tartan die sterk overeenkomen met de polospeler van het logo van Ralph Lauren Polo Sport en de Burberry tartan. Docent aan de Hong Kong University, voormalig UvA-rechtenstudent Danny Friedmann, schrijft met veel verbazing op zijn blog over de registratie van de merknaam en het logo van Polo Santa Barbara bij de Intellectual Property Department. Ralph Lauren registreerde haar merk veel eerder dan Polo Santa Barbara en de registratie werd ondanks de grote overeenkomsten toch goedgekeurd.2 Ralph Lauren maakte daarbij overigens een veelgemaakte fout; de Chinese vertaling van het merk werd niet geregistreerd, waardoor het de naam “San Jiao Ma” kreeg dat “driepotig paard” betekent. Nadat Danny Friedmann in januari 2011 over de winkel van Polo Santa Barbara berichtte, verdween de Burberry tartan uit het logo; slechts de polospeler prijkt nog op de voorgevel van de winkel.

‘Als de politie weg is worden de lege winkels weer volgeladen met nieuwe producten en wordt de verkoop voortgezet’ Het andere Azië Niet alleen China, maar ook de wijk Chinatown in New York wordt geplaagd door de verkoop van namaak merkartikelen. In de toekomst kunnen kopers niet alleen een bezoekje van de’ Fashion Police’ verwachten; zij riskeren een hoge boete als het aan raadslid Margeret Chin ligt. Eind april kondigde zij haar nieuwe wetsvoorstel aan: kopers die betrapt worden bij het kopen van een namaaktas krijgen een boete van $1000 en riskeren zelfs een gevangenisstraf.3 Deze maatregelen lijken erg ver te gaan, maar toch zijn ze nodig volgens sommigen. Het lijkt echter alsof het probleem bij de koper wordt neergelegd om de incompetentie van overheidsinstellingen en grote ondernemingen te verbergen. Er is wetgeving, nu moet de handhaving ervan versterkt worden. Want, zolang als de markt van vraag en aanbod blijft bestaan, lijkt het onmogelijk je niet te laten verleiden.

Noten 1 Op de Ladiesmarket kun je souvenirs kopen, waaronder prullaria, voetbalshirts en namaak merkartikelen. Voor toeristen een begrip in Hongkong, maar de Ladiesmarket was van oorsprong een markt waar veel ‘locals’ kwamen. 2 Danny Friedman houdt een blog bij over intellectuele eigendom in China. Zie www.ipdragon.blogspot.com. 3 John Doyle, ‘Bill would bag phony-purse buyers’, New York Post 26 april 2011.

37


De verleiding tot schikken Door Jolanda Bakker

I

n het kader van de minor rechtswetenschappelijk onderzoek, heb ik samen met twee medestudenten een empirisch onderzoek uitgevoerd, naar het gedrag van rechters met betrekking tot het schikken van zaken. Ik zal hoofdzakelijk de rechtssociologische onderzoeksresultaten bespreken, na een korte inleiding van de minor zelf. De onderzoeksminor werd dit onderwijsjaar – anno 2010-2011 – geïntroduceerd. Op rechtswetenschappelijk, rechtssociologisch en rechtsfilosofisch gebied werd de mogelijkheid geboden om op verschillende manieren onderzoek te doen. Denk hierbij aan kwantitatief of kwalitatief empirisch onderzoek of bijvoorbeeld aan literatuuronderzoek. Het doel van het onderzoek was om te onderzoeken vanuit drie verschillende invalshoeken: een rechtsfilosofisch, een rechtswetenschappelijk en een rechtssociologisch gedeelte. Wij kozen voor het onderwerp ‘schikken bij de civiele rechter’. Het zat ons echter niet mee wat betreft de uitvoering van de onderzoeksmethoden – het uitvoeren van kwalitatief onderzoek o.b.v interviews – vanwege een moeilijke toegang tot het onderzoeksveld. Wij wilden graag procespartijen, die een schikking bij de civiele rechter overeen waren gekomen, en rechters interviewen. Dit lukte niet, omdat dit in een wereldje van een student zonder connecties, niet realiseerbaar was. Wij moesten ons onderzoek omgooien wat later alleen maar leuker zou blijken: nu konden we namelijk observeren. Ik heb negen dagen bij de rechtbank van Amsterdam gespendeerd. In die negen dagen heb ik eenëntwintig zaken kunnen volgen. Dit waren arbeidszaken, huurzaken en contractenrechtszaken. Hierbij kwamen een hoop emoties mee de rechtszaal in, wat het erg leuk maakte. Dit zorgde voor veel soapachtige taferelen! Ik raad het dan ook elke rechtenstudent aan, ook al is het een blauwe maandag, om eens een dagje in de rechtbank door te brengen. Niet alleen civiele zaken zijn de moeite waard om bij te wonen, ook straf- en bestuurszaken zijn leuk om eens van dichtbij te zien. Vergeet dan niet om ruim van te voren je telefoon uit te zetten! Zelfs partijen of advocaten vergeten het wel eens. Het hangt er dan vanaf hoe goed het humeur van de rechter is. Ik probeerde zoveel mogelijk schikkingen bij te wonen. Wanneer partijen even naar de gang gingen om een schikking te bespreken, ging ik mee. Ik mocht er eigenlijk niet bij zijn, maar ging dan gewoon een eind verderop zitten met mijn notitieblok en schreef alles op wat ik zag en hoorde. Het ging er soms hard

aan toe, vooral wanneer de partijen zich bemoeiden met de schikkingspoging tussen hun advocaten. Zo was er een procespartij die zich steeds aan het bemoeien was met de schikkingspoging van de advocaten. Op een gegeven moment hebben zij de man naar de kantine gestuurd en hem duidelijk uitgelegd dat bij een schikking de advocaten dit beter kunnen oplossen. Dit omdat zij geen persoonlijk belang hebben in de zaak, en zij zich natuurlijk minder snel laten overspoelen door heftige emoties dan de partijen zelf. Dat is een goed argument als er twee advocaten bij een zaak betrokken zijn, maar in sommige gevallen is er geen verplichte procesvertegenwoordiging. De rol van de procesvertegenwoordiging en de gevolgen daarvan, vormden een belangrijk onderdeel in ons onderzoek.

‘Soms verleidt de rechter de procespartijen door aan te geven dat een schikking veel minder duur is dan een uitspraak van de rechter’ Een beduidend begrip in ons onderzoek was het begrip ‘winkans’. Dit gebruikten wij om aan te geven wanneer de rechter zijn mogelijke beslissing liet doorschemeren. In negen van de vijfentwintig zaken werd er een dergelijke winkans gegeven. Daarnaast het begrip ‘druk’. Dit kwam ter sprake indien de rechter enigszins druk uitoefende op de partijen, om ze zo tot een schikking te bewegen. In acht van de vijfentwintig zaken werd deze druk uitgeoefend. De winkans kan in sommige gevallen ook als druk gelden. Bijvoorbeeld in een zaak waarbij de partijen niet instemmen met een voorstel tot schikken van de rechter. De rechter gaf daarna aan dat als het tot een uitspraak zou komen, er een bewijslast op de verhuurder zou komen te rusten. Die verhuurder zag toen wel een mogelijkheid tot schikken. Een ander voorbeeld van een duidelijke verleiding van de rechter komt voor in een arbeidszaak over een vrouw zonder pro-


verdieping

cesvertegenwoordiging. De rechter drukte er een positieve regeling doorheen voor de werkneemster, onder het mom van: “ik denk ook aan de werkgever, want een nieuwe procedure kost veel meer geld”. De rechters zijn trouwens erg inventief in het variëren van hun zins- en woordkeuze bij het voorstellen van een schikking. Verschillende citaten kwamen langs: “Of er nog muziek in zit voor de toekomst”; “ligt het nog in de verwachting dat er onderling naar een oplossing kan worden gekomen? “; “zie ik nog een gaatje over het hoofd?”; “ik heb het eerder al ter sprake gebracht of er mediation mogelijk is om het gezellig te maken, maar toen was het niet mogelijk, ziet u nu nog iets in mediation?”; “misschien is het toch verstandig dat jullie met elkaar gaan praten, op de gang.”; “heeft het zin dat ik aan u vraag om onderling tot een oplossing te komen?” Bij weer een andere zaak zijn de partijen nieuwsgierig naar de mogelijke uitkomst van de rechtszaak. Wanneer een partij hiernaar vraagt stelt de rechter alleen de winkans te willen vrijgeven, als partijen beloven dat zij een poging tot schikking zullen uitvoeren. Soms verleidt de rechter de procespartijen door aan te geven dat een schikking veel minder duur is dan een uitspraak van de rechter. We blijven natuurlijk wel echte Hollanders met z’n allen, ook de rechter weet dat. Er was ook een flink aantal verschillen in formaliteit van rechters. De ene rechter was zeer formeel en streng, terwijl er ook rechters waren die wat informeler te werk gingen. Deze rechters legden bijvoorbeeld uit waarom zij een schikking voorstelden, en dat de partijen niet bang hoefden te zijn om dit schikkingsvoorstel af te wijzen als zij daar echt op tegen waren. Ook gaven zij aan dat er niet per se een schikking hoefde te volgen: dit wordt niet meegenomen in de afweging bij de uitspraak.

het zou zomaar kunnen dat de rechter rekening heeft gehouden met de extra kosten van een uitspraak, en daarom de partijen heeft verleid tot een schikking, door de ongunstigere berekening te geven.

‘Zelfs partijen of advocaten vergeten wel eens hun telefoon uit te zetten. Het hangt er dan van af hoe goed het humeur van de rechter is’ Rechters verleiden procespartijen dus vaak tot een poging tot schikking, of tot daadwerkelijk schikken. Hier kan echter wel een belangrijke reden achter zitten. Een ongunstige uitkomst voor de zwakkere partij (werknemer/ huurder) en de kosten van een uitspraak kunnen redenen zijn. Ook het feit dat een partij geen advocaat heeft en de andere partij wel, kan een grond zijn. Of de rechter alleen wil schikken op grond van zijn/haar humeur of omdat hij/zij in tijdnood zit, hebben we helaas niet kunnen onderzoeken. Misschien een idee voor het volgend studiejaar?

Een ander voorbeeld betreft een bijzondere arbeidszaak: een mevrouw wordt na circa dertig jaar ontslagen door reorganisatie. Bij de schikking op de gang laat zij haar emoties nog erger oplopen dan in de rechtszaal. De partijen hebben tweemaal geprobeerd om op de gang tot een schikking te komen. Na deze tweede keer berekenen zij samen met de rechter de ontslagvergoeding. Volgens deze berekening krijgt de werknemer nog minder dan het voorstel van de werkgever, dus gaat de werknemer akkoord met het voorstel van de werkgever. Of de berekening van de rechter op de zitting gebruikt zal worden, indien het zou komen tot een uitspraak, moet worden bezien. Maar

39


Nederland, Het Beloofde Land Anno 2011 Door Vivian Oliana

E

uropa en in het bijzonder Nederland stonden voor vele asielzoekers te boek als de beloofde regio, maar kan hier anno 2011 nog steeds van gesproken worden? Met de beperkingen in het immigratie- en asielbeleid van het kabinet-Rutte lijkt er een einde te komen aan de decennia lange tolerante houding van Nederland. Zelfs Europa lijkt nu door de komst van duizenden Tunesiër te zwichten voor nationale belangen, weliswaar slechts in bijzondere gevallen, door grenscontroles ter discussie te stellen. In dit artikel zullen we ons echter richten op de koers van Nederland. Waar zal het Nederlandse immigratie- en asielbeleid eindigen? Het regeerakkoord van het kabinet-Rutte besteedt zes pagina’s aan het immigratiebeleid1. Daarmee is dit beleid het meest omvangrijke onderwerp van het regeerakkoord. Niet onbegrijpelijk daar de reden hiervoor ligt gelegen in het belang van dit onderwerp, met name voor gedoogpartner PVV. Voornaamste doelstelling is namelijk om de instroom van immigranten in te krimpen. De maatregelen die daarmee gepaard gaan zorgen ervoor dat de realiteit voor vele immigranten bij aankomst in Nederland steeds vaker vies tegen valt. Daarmee verliest Nederland langzamerhand haar imago, dat elk jaar nog door Koningin Beatrix in haar kersttoespraak wordt geprezen, als ‘tolerant’ land. Het keerpunt in het immigratie- en asielbeleid Het immigratie- en asielbeleid werd met behulp van Rita Verdonk (VVD, Integratie) in 2003 al eerder aangescherpt door de eis in te voeren dat iedereen die legaal in Nederland verblijft en een partner uit het buitenland wil halen, minimaal 120% van het wettelijk minimuminkomen moet verdienen en garant moet staan voor zijn of haar toekomstige partner. Dit besluit is echter op 10 maart 2010 door toenmalig demissionair minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) ingetrokken naar aanleiding van een uitspraak van het Europese Hof in Luxemburg2. Het Hof bepaalde in deze uitspraak dat de inkomenseis van 120% in strijd is met het recht op gezinshereniging. Volgens het Hof moet per individu worden bekeken of iemand over ‘stabiele en regelmatige inkomsten’ beschikt. Echter bleef wel overeind dat degene die zijn partner uit het buitenland wil laten overkomen, geen beroep op een bijstandsuitkering mag doen3.

40

Daarnaast ging op 15 maart 2006 de ‘Wet inburgering in het buitenland’4 in, waarin staat omschreven dat migranten in het land van herkomst al een inburgeringexamen moeten afleggen. Als gevolg hiervan daalde het aantal immigranten in eerste instantie sterk. Dit betekende echter niet dat immigranten Nederland niet meer bereiken. Vele immigranten omzeilen de Nederlandse wetgeving namelijk door zich eerst in een EU-land met soepele regels te vestigen om vervolgens op basis van Europese wetgeving (vrij verkeer van personen) door te reizen naar Nederland. Maar als het aan het kabinet-Rutte ligt zullen de regels met betrekking tot het immigratie- en asielbeleid alleen nog maar meer worden aangescherpt.

‘Nederland verliest langzamerhand haar imago, dat elk jaar nog door Koningin Beatrix in haar kersttoespraak wordt geprezen, als ‘tolerant’ land’


verdieping

Acht maanden nadat het regeerakkoord is bereikt rijst de vraag in hoeverre het kabinet-Rutte zijn doelstellingen met betrekking tot het immigratie- en asielbeleid heeft kunnen verwezenlijken. Op pagina 21 van het regeerakkoord stellen de partijen VVDCDA, met gedoogpartner PVV, in één enkel zin dat illegaliteit strafbaar wordt gesteld. Geen enkele redenering wordt hier door de partijen aan gegeven en acht maanden later wordt het ook duidelijk dat deze uitspraak wellicht iets te hoog gegrepen was. Het Europese Hof in Luxemburg oordeelde, wederom ten nadele van Nederland, namelijk op 28 april 2011 dat het bestraffen van illegaliteit met een gevangenisstraf disproportioneel is, waardoor deze optie voor Nederland verloren lijkt te gaan nu de uitspraak van het Hof voor iedere lidstaat bindend is. In het hedendaagse beleid worden illegalen die op uitzetting wachten in zogenaamde detentiecentrums in bewaring genomen waar ze strikt gescheiden moeten zijn van strafrechtelijke gedetineerden. Hier zal hoogstwaarschijnlijk met het oog op de uitspraak van het Hof in de toekomst ook geen verandering in gaan komen.

vinden. In een rechtvaardige rechtsstaat is het mede van belang dat elk geval individueel wordt bekeken. Een algemene regel die illegaliteit strafbaar stelt ontgaat eventuele bijzondere omstandigheden. Oud-minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) benadrukte dit gegeven ook bij de afgelopen Thomas More lezing in Den Bosch. Volgens Ballin kan in een rechtscultuur die oog wil hebben voor mensen niet volstaan worden met harde toepassing van algemene regels. Naar zijn mening strookt dat niet met het rechtvaardigheidsbeginsel.

‘De regering wil illegalen niet opsluiten, maar beboeten’

Echter wat betekent de beperking van het immigratiebeleid voor de toekomstige immigrant? Het zal hoogstwaarschijnlijk niet gemakkelijk worden om Nederland binnen te komen. Enerzijds begrijpelijk, wie graag in Nederland wil verblijven mag daar ook wel iets voor over hebben, maar aan de andere kant is het de vraag of we een ieder ook op die manier kunnen en mogen behandelen. We kunnen en mogen de toekomstige immigranten namelijk niet over één kam scheren. Daarom is het maar goed dat we in Luxemburg onze watchdog hebben zitten, die af en toe weer eens goed aan de lijn trekt.

Het is niet de eerste keer dat Nederland kritiek krijgt uit Europese hoek. Europees Commissaris Malmström (Justitie) en de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken uitte zich eerder ook al kritisch over de plannen van het kabinet om illegaliteit strafbaar te stellen. Een verwijzing werd toen gemaakt naar de Europese Terugkeerrichtlijn die dwingend voorschrijft hoe illegalen uitgezet mogen worden. Ook al is een richtlijn een aanwijzing voor een bepaald te volgen gedrag, afwijking van de essentie van deze richtlijn is uit den boze. Strafbaarstelling van illegaliteit strookt in ieder geval niet met deze richtlijn en is volgens Malmström in strijd met het evenredigheidsbeginsel5. Naast de juridische argumenten die genoemd kunnen worden, zijn er tevens filosofische punten te bedenken waardoor de voorstellen van het kabinet geen doorgang kunnen en mogen

De reactie van minister Leers (Asiel- en Immigratiebeleid)? Hij voorziet geen enkel probleem naar aanleiding van de negatieve uitspraak van het Hof met betrekking tot de strafbaarstelling van illegaliteit, daar de regering naar zijn zeggen illegalen niet wil opsluiten, maar wil beboeten. Het Hof heeft zich over het beboeten van illegalen nog niet uitgesproken. In de toekomst zal dit punt hoogstwaarschijnlijk dan ook wel aan bod komen bij het Hof wanneer de Nederlandse politiek beslist om het beboeten van illegalen door te voeren.

Noten 1 Regeerakkoord kabinet Rutte-Verhagen, “Vrijheid en Verantwoordelijkheid”, 30 september 2010 2 Europees Hof Luxemburg, Chakroun v. Minister van Buitenlandse Zaken, C-578/08 3 NRC Handelsblad, “Inkomenseis bij hereniging met huwelijkspartner vervalt”, 10 maart 2010 4 Wet en Regelgeving, Wet inburgering in het buitenland, overheid.nl 5 NRC Handelsblad, “Europees Hof: strafbaarstelling illegaliteit strijdig met EU-recht”, 28 april 2011

41


Bouke:

“Tijdens de tentamenperiode ben ik meestal productiever dan anders. In schilderen en gitaarspelen tenminste. Ik ga er, meestal terecht, soms onterecht, van uit dat ik de stof toch wel beheers en maak van de vrije dagen gebruik om schilderijen af te maken en nieuwe nummers te leren of te bedenken. Dat zorgt er vaak wel weer voor dat ik vrij ontspannen de tentamens in ga en dat is denk ik ook een belangrijke factor in de voorbereidingen.”

Vivian:

“Studie ontwijkend gedrag (SOG), de grootste plaag tijdens tentamenperiodes. Ik ben er gelukkig nu vanaf, maar op de één of andere manier waren de leukste feesten, lees ‘Amsterdam Dance Event’ weekend, altijd vooraf aan de tentamens. Best frustrerend om te bedenken dat wij tot 23.45 uur in de UB zaten en dan netjes naar bed gingen, terwijl heel Amsterdam uit zijn plaat ging..”

Valeria:

Maartje: Suzanne:

“Aangezien ik niet bepaald een ochtendmens ben is de grootste verleiding tijdens de tentamenperiode om lekker lang door te slapen. Vervolgens rustig lunchen en dan tegen de avond heel veel koffie drinken en blokken maar.”

“Schema’s maken. Schema’s van mijn nieuwe studierooster, van mijn ideeën voor het volgend studiejaar, een sportschema, een vakantieschema. Je kan het zo gek nog niet bedenken of ik heb er al een schema van gemaakt. Of ik mij aan mijn schema’s houd? Soms. Het is vaak leuker om een schema te maken waarbij je al bij voorbaat weet dat je je er niet aan zal houden. Dan heb je weer een excuus om meer schema’s te maken. Uiteraard onder het genot van een kopje koffie; koffiepauzes zijn er niet voor niets.”

42

“Tijdens het schrijven van mijn scriptie checkte ik wel honderd keer per dag nu.nl. Soms wel tien minuten na de laatste keer dat ik de site bezocht. Zoveel “nieuw” nieuws was er natuurlijk niet, dus heb ik erg rare artikelen gelezen gedurende die periode. Na nu.nl kwamen uiteraard mijn mail en sociale netwerk sites aan de beurt, en moest ik ook nog even checken of er nog een leuk item bij de H&M site besteld kon worden. Om vervolgens een paar zinnen te typen en het riedeltje te herhalen. Ik studeer toch liever ouderwets uit mijn boeken!”


Vraag en antwoord

“Wat zijn de grootste verleidingen tijdens de tentamenperiode?” De tentamens zijn nog volop aan de gang, de scriptiedeadline nadert, of je bent net klaar en geniet van de zomer. Ondanks de ijverigheid die er in is geslagen dankzij de nieuwe kabinetsplannen, zal het meerendeel van de studenten het toch nog vaak genoeg moeten doorstaan: de helse tentamenperiodes. De geschikte tijd om je aan de meest onnodige verleidingen over te geven. Noem het studie ontwijkend gedrag, noem het ontspanning. Het feit is dat we onze verleidingen niet te baas zijn gedurende deze tijd. Wat zijn nu de grootste verleidingen tijdens deze befaamde blokperdiodes? We vroegen het de redactie.

Rutger:

Hassan:

“Sweet day dreams. Als ik door een stapel boeken moet werken, dan is het verleidelijk te dagdromen over andere plekken dan dat suffe bureau waaraan ik mij geketend voel. Ik bevrijd me dan mentaal door te reizen naar verre oorden, waar het geen bal uitmaakt wat nou een belastbaar feit is en wie ook alweer de belastingplichtige is. Ik verkeer even in een andere dimensie die gevoelsmatig zo dichtbij is, and yet so far. Het is mijn opkikker van de dag, alleen neem ik die naar mijn mening niet om 16:00 uur, maar veel vaker!”

“Complete willekeur. Zo benoem ik de eerste fase van mijn voorbereiding. Ik mag het eigenlijk nog geen voorbereiding noemen. Het is die onvermijdelijke week compleet negeren, om vervolgens als een kip zonder kop en impulsief mijn tijd te vullen met hetgeen mijn pad toevallig mag kruizen. Dan volgt een moedige ingeving en druk ik mijn neus op de feiten. Schematijd: het onvermijdelijke nadert. Ik sluit me een glorieuze week van 12:00 tot 22:00 op in een studiecel in het epicentrum van nerdheid: Science Park. Op de fiets klinkt elke morgen de soundtrack van “Rocky” “Eye Of The Tiger” in mijn oren. Je moet het wel een beetje leuk voor jezelf maken!”

Sharon:

“Mezelf trakteren. Tijdens een tentamenperiode maak ik lange uren. Om dat zo goed mogelijk vol te houden, grijp ik elke mogelijkheid aan om mezelf te trakteren. Ik denk dan bij mezelf, ik heb nu de hele dag gestudeerd, dus ik mag vanavond naar de bios. Of ik heb er nu 5 uurtjes op zitten, dus ik mag nu een uur met een vriendin in dat leuke café bijkletsen. Wel apart, maar het werkt wel zo’n beloningssysteem!”

Jaimy:

“Na 7 weken les te hebben gehad, is het weer tijd voor de ‘leukste’ periode van het studentenleven; de tentamenweek. Of er dan ook in die periode fulltime geleerd wordt, is nog maar de vraag. De verleiding om bijvoorbeeld buiten wat te drinken, af te spreken of héél lang te surfen op het internet is dan ook erg groot. Zelf doe ik veel aan sport; wielrennen en hardlopen. Tijdens de tentamenweek heb ik dan ook de neiging om lange stukken te gaan fietsen. Dit neemt natuurlijk veel tijd in beslag wat waarschijnlijk wel ten koste gaat van de studie..”

43


de ideale werkplek in oost nederland voor een advocaatstagiaire of een studentstage Kijk op www.jpr.nl

voor eigenzinnige professionals met ambitie

44 7055020_A4_Adv_Studentenwerving.indd 1

09-11-2010 12:38:40


Nota Bene juni nr. 25