__MAIN_TEXT__

Page 1

NOTA BENE

• Ernst Jansen Steur: de charmante neuroloog • Het milgram experiment

• De val van SNS • Gaan verantwoordelijkheid en moralisme samen?

nummer 32 april 2013 jaargang 20

e? bl

Who’s respo ns i


Winnaar Gouden Zandloper: snelste groeier 2008 – 2012

Link up. Vind je het een spannende uitdaging om hechte relaties op te bouwen met gerenommeerde, internationale cliënten? Wil je de grenzen van je praktijkgebied verleggen naar een breed spectrum van sectoren? Heb je het talent, inzicht én de energie om de meest complexe transacties succesvol af te ronden? Link dan met Linklaters! Wij zijn een wereldwijd, toonaangevend kantoor met advocaten, notarissen en fiscalisten. We zijn altijd op zoek naar jong toptalent. Dus als jij carrière wilt maken in een open en toegankelijke omgeving, waarin pragmatisme en vernieuwend denken centraal staan, bekijk dan onze stagemogelijkheden en vacatures op www.linklatersgraduates.nl Delicious

Flickr

Twitter

Retweet

Facebook

MySpace

StumbleUpon

Digg

Slash Dot

Mixx

Skype

Technorati

315174_holland_297x210 [+3].indd 1

19/06/2012 09:38


HOOFDREDACTIONEEL

S

hell en Nigeria komen hun beloftes om de olievervuiling in de Nigerdelta aan te pakken niet na. De minister van Buitenlandse Handel Lilianne Ploumen zegt hierover: “Shell moet hier verantwoordelijkheid nemen. Het is heel simpel: als je afspraken maakt, dan moet je je daaraan houden.”1 Het klinkt logisch om verantwoordelijkheid te nemen, maar doen we dat ook? In de praktijk blijkt dat we dat vaak nalaten. Een heel goed voorbeeld hierbij is natuurlijk de huidige economische crisis. Wie is/zijn hier nou verantwoordelijk voor? Zijn het de Brusselse technocraten, de graaiende bankiers, het volk dat steeds maar op dezelfde partijen blijft stemmen of zijn het de Haagse Eurofielen? Velen zien toplui en de inhalige bankiers uit de financiële wereld als de verantwoordelijken voor de financiële ineenstorting. Of wat te denken van de CO2-uitstoot op aarde? De bedrijven zorgen voor deze uitstoot, maar de consument reageert hier weer op door het geproduceerde artikel te kopen. Wie is er nou verantwoordelijk? De bedrijven of de consument? Koningin Beatrix maakte op 28 januari bekend dat zij het ambt zal gaan neerleggen. Dit betekent dat haar zoon, prins Willem-Alexander, haar functie zal gaan opvolgen. Ook hierbij rijst er een vraag: is er ministeriële verantwoordelijkheid voor de beslissing te abdiceren?

‘Verantwoordelijkheid nemen is een hele verantwoordelijkheid’ Verantwoordelijkheid nemen is een hele verantwoordelijkheid. Dat klinkt misschien als een open deur, maar dat is het niet. Sommige taken en banen zorgen voor veel verantwoordelijkheid. Er kunnen veel belangen mee gemoeid zijn, waaronder geld of juist mensenlevens. Mensen met een verantwoordelijkheidsgevoel zijn voortdurend alert. Deze personen beschikken over een zekere vorm van besluitvaardigheid. Helaas wordt het bovengenoemde niet altijd verwezenlijkt. Als ieder mens zijn verantwoordelijkheid draagt en zich aan de afspraken houdt, zou er dan nu nog een economische crisis zijn? Jaimy Lankman Commissaris Media 2012-2013

Noten 1 Jan Vos, ´Olieramp Nigerdelta: vervuiling aanpakken´, 27 november 2012, http://www.pvda.nl/berichten/2012/11/ Olieramp+Nigerdelta%3A+vervuiling+aanpakken

3


ACTUALITEIT

7

3

Hoofdredactioneel Verantwoordelijkheid nemen is een hele verantwoordelijkheid

6

Activiteitenkalender en colofon

7

UNISCA zomer in je bol?

9

Stichting wetwinkel Amsterdam Boedapest; een uitje om niet snel te vergeten

OPINIE

9 11 21 4

11

Californication

15

Het Caribische avontuur Column door Stefanie Driever en Judith Wiarda

19

Chair Umpire Een kritische blik op beide geslachten


INHOUD

RUBRIEKEN

13

Zijn westerse staten verantwoordelijk voor schade aan voormalige koloniën?

17

Het Milgram experiment Hoe ver gaan mensen in het nemen van verantwoordelijkheid?

22

De juist kledingstijl in de juridische sector De do’s en de don’ts

24

Fotopagina Kerstgala

26

Spraakmakende rechtspraak

28

Rondvraag: Gaan verantwoordelijkheid en moralisme samen?

44

Fotopagina’s Carnavalsborrel en Pubquiz

13 26

VERDIEPING

32

De ministeriële verantwoordelijkheid voor de abdicatie: Wat houdt dat precies in?

34

De charmante neuroloog Ernst Jansen Steur

37

Wie moet verantwoordelijkheid dragen voor de val van SNS? Een Friedman benadering van een bankredding

41

Fraude in de vastgoedwereld

32 41 5


Activiteitenkalender 2013

Colofon De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en verschijnt vier maal per jaar. Hoofdredactie Jaimy Lankman

5 april:

Themaronde – bezoek aan Stibbe 11 april:

Themaronde – bezoek aan Loyens & Loeff 12 april:

Themaronde – bezoek aan De Brauw 14 april:

Sluiting sollicitatie JFAS Bestuur 18 april:

JFAS Dies 24 april:

Themaronde – Recruitmentdiner 26 april t/m 7 mei:

Masterreis naar Zuid-Afrika 9 mei:

Eindborrel 17 mei:

Bezoek aan Amnesty International Aanmelden en extra informatie vind je op www.jfas.com.

6

Eindredactie Eline Botter Redactie Laura Aalders Salima Guettache Madeline Kniest Nammy Vellinga

Sascha van Gerrevink Richte van Ginneken Vincent de Haan Tarek Hiemstra Daniëlle Sinnige Veysi Tas Rogier van der Wolk

Overige bijdrage Stefanie Driever Jean-Paul Samson Stichting Wetwinkel Amsterdam UNISCA Judith Wiarda Adverteerders AKD advocaten en notarissen Allen & Overy De Brauw Blackstone Westbroek Hoyng Monegier Linklaters LLP Loyens & Loeff Sponsorexploitatie Annika van Beek Vormgeving Willem Don, willemdon.nl Drukkerij Grafiplan Nederland B.V. te Grootebroek JFAS Bestuur Annika van Beek – Voorzitter Kerim van Oosten – Vice-voorzitter Jacqueline de Vries – Penningmeester Kimo Smits – Secretaris Sascha van Gerrevink – Commissaris intern Ivanka van Hassel – Commissaris extern Jaimy Lankman – Commissaris media

voorzitter@jfas.com vvz@jfas.com penningmeester@jfas.com secretaris@jfas.com intern@jfas.com extern@jfas.com media@jfas.com

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A2.04 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 Email: voorzitter@jfas.com Internet: www.jfas.com Met dank aan Alle bestuursleden en sponsoren die deze Nota Bene hebben gemaakt. De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@jfas.com. Heb je de Nota Bene niet ontvangen of zijn je adresgegevens gewijzigd? Mail dan naar secretaris@jfas.com.


ACTUALITEIT

De zomer in je bol Door Laura Daniela Vinkeles Melchers

D

eze zomer organiseer ik samen met mijn bestuur The Most Rewarding Summer Academy UNISCA. Gedurende het jaar werken we hier naartoe om studenten academisch verantwoord op te leiden. De organisatie legt verantwoordelijkheden af jegens universiteiten, het bestuur van toezicht, de studenten en jegens elkaar. UNISCA is een Summer Academy van twee weken lang, die georganiseerd wordt vanuit de UvA. Door de erkenning van de UvA krijgen studenten voor de deelname zes EC toegekend indien deze succesvol is afgerond. De studenten die hieraan meedoen zijn erg divers, omdat dit een internationaal programma is waardoor studenten van andere universiteitsinstellingen hieraan mee kunnen doen. De Summer Academy zelf bestaat uit drie programma’s: een United Nations simulatie, een International Court of Justice en een Journalisten programma. In de eerste week hebben we een lecture week en de tweede week een conference week. In de lecture week word je onderwezen in hoe de UN zich verhoudt, zowel intern als extern. Ook krijg je interactieve workshops. Vorig jaar kregen wij onder andere een workshop van het Clingendael Instituut over hoe je moet

onderhandelen, van Bonaparte over hoe je moet presenteren en nog veel meer. In deze week moet je ook een tentamen afleggen. In de tweede week ga je alles wat je geleerd hebt in de praktijk brengen en ga je een resolutie schrijven, pleiten of een redactie draaien. Daarbovenop wordt er onderscheid gemaakt tussen bachelor- en masterstudenten. Ter ontspanning bieden we na een lange dag werken iedere avond een avondprogramma aan. In eerste instantie draagt ons bestuur de verplichting om ervoor te zorgen dat UNISCA goed verloopt. Hoe krijg je dat voor elkaar? De toegewezen rolverdeling is essentieel voor de specifieke zorg, besluitvorming en doelstellingen. Het takenpakket streeft individueel naar de doelstelling die je gezamenlijk hebt. Onze academics puzzelen de inhoud van

Deelnemers van UNISCA

7


‘Cruciaal is om te leren van de fouten van voormalige besturen en verbeterpunten op te stellen’ de programma’s in elkaar. De onderwerpen voor de delegates variëren van globale wapenhandel tot landbouwontwikkeling. De ICJ Case ging vorig jaar over de piraterij bij Somalië. De journalisten schrijven columns, nieuwsartikelen, interviews enzovoorts. Dat iedereen hiervan op de hoogte is, is mijn taak; als Public Relations zorg je voor de bekendheid van UNISCA en maak je studenten enthousiast om te participeren. Hiervoor heb ik een webredactie, promotie- en marketingplan, zodat studenten op een efficiënte manier kennis kunnen maken met ons programma en bestuur. Wil jij je inschrijven? Dit kan bij onze Secretary. Daarnaast is zij ook bezig met onderhandelingen om huisvesting en scholarships te kunnen bewerkstelligen voor onze participanten. Natuurlijk zijn er overlappingen wat een goed speerpunt is om elkaar te overbruggen. Het geld wordt geregeld door een nauwe samenwerking van de Treasurer, de Fundraiser en PR. De creativiteit wordt meer gestimuleerd, omdat je input krijgt van verschillende personen. De voorzitter houdt een oogje in het zeil dat dit allemaal goed gebeurt. Boven ons hebben wij een bestuur van toezicht, die wordt bekleed door mensen die al eerder een bestuursfunctie hebben vervuld binnen UNISCA. Zij zijn ons klankbord en door hen leren we ook veel van de voorgaande jaren.

8

Tenslotte heb je verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar; je wilt deadlines samen op tijd behalen. Meestal worden er tijdens de vergaderingen actiepunten genotuleerd, zodat iedereen van elkaar weet wat er gedaan moet worden. Op het moment dat jij te kort hebt aan tijd weet je ook op wie je eventueel kan terugvallen. Dit zijn over het algemeen korte termijn plannen. Je loopt ook tegen lange termijn plannen aan. Zo is UNISCA van de winter naar de zomer verplaatst. Dat heeft niet alleen met seizoenswisseling te maken, maar ook met de organisatorische aspecten, zoals tijd, locatie, studenten etc. De realisatie van UNISCA geschiedt door samenwerking, taakverdeling, deadlines en onverwachte wendingen. Cruciaal is om te leren van de fouten van voormalige besturen en verbeterpunten op te stellen. Daarnaast moet je rekening houden met allerlei instanties en een goede service neerzetten, zodat de waardering hoog blijft. Ondertussen zijn wij als bestuur een groep vrienden geworden van elkaar. We vergaderen elke week, appen, mailen, netwerken en feesten! Het belangrijkste is om passie te hebben voor wat je doet, dan kun je alle verantwoordelijkheden aan. Daarom kan ik mij heel goed vinden in de achterliggende gedachte van UNISCA: zorgen voor een groeiende kwalitatieve wereld.

‘De toegewezen rolverdeling is essentieel voor specifieke zorg, besluitvorming en doelstellingen’


ACTUALITEIT

Stichting Wetwinkel Amsterdam bezoekt Boedapest Wat was het gezellig

Door Lieneke Buitenhuis

I

n het kader van een juridisch verantwoord reisje bezocht Stichting Wetwinkel Amsterdam van 2 tot 6 november 2012 de hoofdstad van Hongarije, jawel Boedapest! De stad waar Sissi op 8 juni 1867 werd gekroond tot koningin van Hongarije. En waar een halve liter bier slechts 69 cent kost. Redenen genoeg dus voor een bezoek door de Wetwinkel. Maar waar het leven voor de consument in Boedapest vrijwel gratis is, blijkt de vriendelijkheid niet te koop. Na 400 jaar Romeinse overheersing en 150 jaar Turkse overheersing, is vooral de sfeer van 45 jaar Sovjet-Unie in de stad blijven hangen. In de ogen van de mensen blinkt het ijzeren gordijn je nog tegemoet. De extreem norse houding van de Hongaren werd met het betreden van het vliegtuig al direct duidelijk toen we met een felle schreeuw (“SIT DOWN!”) tot zitten werden gemaand. Maar de Wetwinkel maakt haar eigen gezelligheid en na een vlucht van nog geen twee uur arriveerden we in ons fijne hotel waar we allemaal op een grote kamer sliepen en de badkamer wél twee deuren had maar geen slot. Dankzij het winnen van een aantal rechtszaken en het gulle hart van onze penningmeester verbleven we daar geheel gratis. Wetwinkel-weldaad! Maar voordat we onze ‘groep-8-kamp-ervaringen’ in de grote slaapzaal gingen herbeleven moest Boedapest ontdekt worden en omdat niemand wist waar we ons in de stad begaven struinden we wat door de straten totdat wij bij de Hongaarse neef van Kapitein Zeppos kwamen. Aanvankelijk bestelden we wat huiverig ons eten omdat we allemaal geen idee hadden hoeveel de munt waard was, maar al snel bleek het allemaal niks te kosten en kochten we de hele wijnvoorraad op. Een Nederlandse investering in de Hongaarse economie, heel

verantwoord. Al met al werd het een enorm gezellige avond die niemand zich echt meer goed lijkt te kunnen herinneren. In de dagen die daarop volgden, brachten we een bezoek aan de grootse trekpleisters (zoals de citadel en het parlementsgebouw) en probeerden we te ontspannen in een van grootste badhuizen die Boedapest rijk is. Dit ging heel aardig totdat onze voorzitter werd bestolen en ze uren op het politiebureau moest doorbrengen.

‘De stad waar Sissi op 8 juni 1867 werd gekroond tot koningin van Hongarije, en waar een halve liter bier slechts 69 cent kost. Redenen genoeg voor een bezoek’

9


Nadat we allemaal enigszins van deze schrik waren bekomen, sloten we het weekend af met het werkelijke doel van onze reis; een bezoek aan het Hongaarse Helsinki Comité! Deze mensenrechtenorganisatie zet zich in voor de Hongaarse burger die door de overheid in zijn rechten wordt aangetast. Iets wat - naar wij hoorden - op redelijk grote schaal gebeurt. Geboeid luisterden wij naar de enthousiaste verhalen van twee extreem bevlogen medewerkers en hoorden we hoe zij opkomen voor Hongaarse burgers die door de overheid in het nauw worden gedreven en vervolgens geen rechtshulp kunnen betalen. Omdat de staat deze burgers niet voorziet in een systeem van ‘toevoegingsadvocaten’, zoals wij dat in Nederland hebben, ziet het Helsinki Comité zich genoodzaakt om deze mensen gratis te vertegenwoordigen. Deze organisatie die puur draait op het werk van vrijwilligers neemt daarbij de verantwoordelijkheid van de overheid op zich. En altijd vol overgave. Ik vroeg nog of ze niet omkwamen in het werk maar ze wuifden mijn vraag weg door te zeggen dat zij hun werk als een missie zagen in hun leven. Een missie die vervuld moest worden. Ik keek nog even naar hun afhangende schouders, waar de verantwoordelijkheid voor de hulp van heel onrecht-Hongarije op leek te rusten, de donkere kringen in hun gezicht maar hun altijd fel glinsterende ogen. Ja ze waren op een missie. Waar de Wetwinkel voor ons een fijne juridische bijbaan is, is het Helsinki Comité voor hen het lichtbaken dat zij vormen voor heel grauw Hongarije. En toen ik bij het afscheid nemen plotseling de badkamer instapte in plaats van de wc, wist ik het zeker; deze mensen hebben een niet te stoppen toewijding om diegenen te helpen die door de overheid in de steek worden gelaten. Eenmaal weer buiten waren mijn Wetwinkelcollega’s en ik zichtbaar onder de indruk van deze juridische bevlogenheid. Een badkamer op kantoor; het summum van verantwoordelijkheid nemen!

10

‘En toen ik bij het afscheid nemen plotseling de badkamer instapte in plaats van de wc, wist ik het zeker; deze mensen hebben een niet te stoppen toewijding om diegenen te helpen die door de overheid in de steek worden gelaten’


OPINIE

Californication Door Rogier van der Wolk

J

e meldt je aan bij een commissie want het werk lijkt je wel leuk en je hoopt meer bij je studie betrokken te raken dan voorheen het geval was. Maar uiteraard doe je het vooral om die cv eindelijk eens van de grond te krijgen. Omdat je natuurlijk niet al op jonge leeftijd over wilt komen als de ijverige solist laat je die motivatie echter achterwege. Zo ging het ook bij mij. Anderhalf jaar geleden, na een noodkreet van de JFAS wegens versterkingen voor de Nota Bene, meldde ik mij aan. Dit leek het begin te zijn van een jongensdroom. De eerste vergadering waar ik acte de présence mocht geven was die voor de tweede uitgave van cursusjaar 2011/12. Gespannen ging ik op zoek naar de vergaderruimte in een van de verlepte gebouwen waar het UvA-logo aangehecht is. Eenmaal aangeschoven aan de beraadtafel, keurig te laat zoals iemand met Zuid-Amerikaans bloed betaamt, moest ik mijzelf verkopen aan mijn nieuwe collegae. Ik wist mij professioneel van een ondergang te redden door mijn gehele Haagse (in plaats van het gebruikelijke Haegsche) vocabulaire er doorheen te jassen. De taal als succesfactor van ‘Oh Oh Cherso’ sloeg geweldig aan binnen de groep, en zo kon ik nu nog profiteren van mijn intensieve deelname aan voetbal. Zoals u allicht

‘Meteen was het succes voelbaar. Ik kreeg bij de borrels van de JFAS gratis bier en vrouwen wierpen zich voor me’ begrijpt beoefende ik deze volksport in de regio in en rondom de Hofstad, maar om niet volledig als een debiele proleet over te komen met kanttekening dat mijn club gevestigd was in Wassenaar (of Koninkrijk Wassenaer, het is maar hoe je het gewend bent). Enfin, mijn eerste artikel was meteen raak. Een tekst die tussen 03:30 en 07:30 uur in elkaar geflanst was om de deadline van negen uur ’s ochtends te halen, waarin ik in ging op een paar studentenverenigingen, was een meesterzet. Het verhaal was nogal eentonig gezien de gemeenschappelijke aard van de meeste verenigingen, maar het was mij gelukt het wat op te fleuren met oneliners en wat sneren naar Oostblokkers, die zogenaamd allemaal een hoer als zus hebben, en Amerikanen, die te dik en simpel zouden zijn. Dat eerste was vooral een populistische grap. De tweede moet gezegd is wel degelijk werkelijkheid, daar ik in Rome, tegenover het Pantheon om kraakhelder exact te zijn, heb aanschouwd hoe Yankees niet voor een van de gelateria’s kiezen maar voor een simpele sundae van de MacDonald’s. Wat de boer niet kent, vreet hij niet, zo blijkt maar weer.

Are you sexually harassing me right now? Because if you are, I think I’m gonna have to report you. For giving me a serious boner.

11


‘Onder de bezielende leiding van De Haan kregen zij het voor elkaar mij uit te roepen tot Held van de Nota Bene’ Meteen was het succes voelbaar. Ik kreeg bij de borrels van de JFAS gratis bier en vrouwen wierpen zich voor me. De onjuridische werken (genre extreme soft-law) leken moeiteloos uit mijn pen – eigenlijk typ ik net als ieder andere randdebiel anno 2013, maar ik probeer de sexy charme van het schrijversvak zoals bekend uit Californication nog een beetje op te rakelen – te vloeien en zorgden voor amusement op onze faculteit. Het aantal abonnees steeg tot ongekende hoogte en ik zag mijn arbeid beloond worden met een plek in de eerste JFAS-almanak. Niks leek een rooskleurige toekomst nog in de weg te staan.

Niet iedereen was blij met deze zelfbenoemde god. Mijn schrijfkameraden voelden zich ondergewaardeerd en kwamen met een list. Onder de bezielende leiding van De Haan kregen zij het voor elkaar mij uit te roepen tot ‘Held van de Nota Bene’, een vanaf nu jaarlijkse traditie, wetende dat ik niet bestand zou zijn tegen de overweldigende verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat. Zo geschiedde. De god werd de schlemiel. Telkens wanneer ik achter mijn computer kroop voor een nieuw artikel bibberde ik er inspiratieloos op los. Niks leek meer leuk genoeg te zijn voor de verwende lezer. Elke grap dacht ik al te hebben geschreven waardoor ik alleen nog maar het vertrouwen van mijn lezers zou kunnen beschamen. Bovendien bleek bier op borrels voor iedereen gratis en dat de eerdergenoemde vrouwen zich bij elke aanwezige zich zo gedroegen door een nieuwe networking trend. De druk om te presteren was te groot geworden voor deze jonge god en zo zorgde verantwoordelijkheidsgevoel ervoor dat hij weer met beide beentjes op de grond belandde. En weer de lieve nuchtere en spontane jongen werd zoals toen bij die eerste vergadering, zodat hij nu weer luchtig zijn verhaal kan doen in de Nota Bene, met de stiekeme hoop ooit toch de nieuwe Hank Moody te worden...

Cheers!

12


RUBRIEK

Westerse staten verantwoordelijk voor schade aan voormalige koloniën? Door Salima Guettache

K

olonisatie, een fenomeen van eeuwen geleden, maar met grote gevolgen voor het heden. Sommigen zijn er op vooruit gegaan, anderen er flink op achteruit. Het Westen is rijk, en de voormalige koloniën zijn arm. De vraag rijst dan ook: zijn de westerse landen verantwoordelijk voor de schade die toegebracht is aan de voormalige koloniën, en zo ja kunnen zij hier ook verantwoording voor afleggen?

We acknowledge the suffering caused by colonialism and affirm that, wherever and whenever it occurred, it must be condemned and its reoccurrence prevented. We further regret that the effects and persistence of these structures and practices have been among the factors contributing to lasting social and economic inequalities in many parts of the world today”1

Politieke verantwoordelijkheid Het besef dat voormalig gekoloniseerde landen veel schade hebben geleden is er. Zo hebben de Verenigde Naties tijdens de Wereld Conferentie tegen Racisme, Rassendiscriminatie, Vreemdelingenhaat en Onverdraagzaamheid in 2001 zich uitgesproken over de vreselijke gevolgen van kolonisatie: “We recognize that colonialism has led to racism, racial discrimination,xenophobia and related intolerance, and that Africans and people of African descent, and people of Asian descent and indigenous peoples were victims of colonialism and continue to be victims of its consequences.

Naast het politieke besef van de verantwoordelijkheid van de bezetters tegenover het bezette volk, kan de verantwoordelijkheid ook filosofisch gezien verantwoord worden. Filosofische verantwoordelijkheid Kolonisatie ging vooral gepaard met eigendomsonttrekking aan de gekoloniseerde staten. Zo kwamen de rijke westerse staten als indringers andere staten bezetten en werden de gekoloniseerde staten economisch geëxploiteerd. De westerse landen werden rijker, en de gekoloniseerde staten armer; de economische ongelijkheid werd alleen maar groter. Robert Nozick, een groot

13


filosoof kwam met zijn entitlement theory. Eigendom is volgens Nozick een groot goed waar men mee moet kunnen doen wat hij wil. De voorwaarde hiervoor is echter wel dat het om rechtmatig eigendom moet gaan. In zijn theorie bespreekt Nozick wanneer eigendom rechtmatig is. Het eerste principe van Nozick is dat eigendom op een rechtmatige wijze verkregen moet worden. Het tweede principe is het beginsel van rechtmatige overdracht; wanneer een goed rechtmatig is overgedragen aan een ander, dan is hij ook rechtmatig bezitter van dat eigendom. Als laatste geldt het beginsel van herstel; wanneer het eigendom op onrechtmatige wijze verkregen is (dus in strijd met het eerste en/of het tweede beginsel), moet men dit onrecht herstellen. 2 Zouden we Nozick zijn theorie volgen, dan zouden we kunnen stellen dat de westerse staten het onrecht in de voormalig bezette landen moeten herstellen. Veel van het eigendom is immers onrechtmatig verkregen door economische uitbuiting van de locals en de handel in de ex-koloniën, waardoor groot onrecht en armoede is ontstaan. Terwijl de gekoloniseerde staten er alleen maar op achteruit gingen, ondervonden de westerse landen juist voordeel van het geleden nadeel. De rijkdommen van het Westen als gevolg van de kolonisaties werden onrechtmatig verkregen en volgens het beginsel van herstel, zou het Westen er alles aan moeten doen om van deze onrechtmatige situatie een rechtmatige te maken. Het beginsel van herstel Verantwoordelijk zijn en verantwoording afleggen zijn twee verschillende dingen. Zo kunnen we wel stellen dat de westerse landen verantwoordelijk zijn voor het onrecht dat aangedaan is in de voormalige koloniën, maar zo zullen we zien dat het in de praktijk ontzettend lastig blijkt te zijn om het onrecht te bestrijden. Waarom zou immers de huidige westerse bevolking verantwoording af moeten leggen voor iets wat de leiders van deze bevolking eeuwen geleden gedaan hebben, toen de huidige bevolking niet eens bestond? En nog belangrijker, hoe kunnen we meten of de schade die door de kolonisaties is

14

toegebracht nu nog steeds schade toebrengt aan de voormalige gekoloniseerde staten? En als herstellen betekent dat je de slachtoffers terug moet brengen in de situatie waarin ze zouden verkeren wanneer hen geen onrecht aan zou zijn gedaan, hoe moet zo’n juiste situatie berekend worden? En waaruit moet het herstel bestaan? Symbolische activiteiten, zoals het bieden van de excuses van een staat, en een verklaring van de Verenigde Naties, zijn niet genoeg. Ook een geldsom kan al het onrecht wat eeuwenlang aangedaan is niet goedmaken. Het is bijna onmogelijk om een juiste remedie te vinden tegen de zware gevolgen van de kolonisaties. Maar helemaal niets doen om het onrecht te herstellen, levert een nog groter onrecht op.3 Hoewel de westerse staten verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor het onrecht en de schade die is toegebracht aan de voormalige koloniën, is het nog maar de vraag of zij hier ook hun verantwoording voor af kunnen leggen. Niet alleen is het moeilijk om te rechtvaardigen wie er op moet draaien voor de geleden schade, maar ook lijkt het onmogelijk om het juiste middel te vinden om het onrecht in de ex-koloniën te herstellen. Deze argumenten moeten echter geen aanleiding geven voor de westerse staten om niets te doen aan het herstellen van het onrecht. Het niet herstellen van het veroorzaakte levert immers een alleen maar groter onrecht op, en dat is nu juist wat we tegen willen gaan!

Noten 1 Art. 14, Report of the World Conference against Racism, Racial Discrimination, Xenophobia and Related Intolerance, United Nations, Durban 2001. 2 D.L. Philips, ‘Equality and Social Justice’, in: Equality, Justice and Rectification, An Exploration in Normative Sociology, London/ New Yrk: Academic Press 1979. 3 Daniel Butt, ‘Repairing Historical Wrongs and the End of Empire’, Social and Legal Studies, 2012, Vol. 21 (2), pp. 227242.


OPINIE

Saba, The Unspoiled Queen Door Stefanie Driever en Judith Wiarda

H

oe het allemaal begon... Na drie jaar studeren aan de UvA kwamen de reiskriebels weer naar boven en had ik de behoefte om de inmiddels vergaarde juridische kennis in de praktijk te brengen. Aanvankelijk zocht ik een stageplek waar ik mijn beide Bacheloropleidingen kon combineren (Rechtsgeleerdheid & Spaanse Taal en Cultuur) maar tussen alle vacatures hing er een die de aandacht trok: juridisch advies geven aan de Gezaghebber van het eiland Saba. Wikipedia vertelde me dat Saba een heel klein eiland in de Cariben is, ongeveer 1500 inwoners telt en tot de voormalige Nederlandse Antillen behoort. Niet geschoten altijd mis, dus ik waagde het erop en solliciteerde bij Van Voorst Advocaten. Na een uitgebreide sollicitatie werd mij medegedeeld dat ik naar Saba mocht. Klaar voor deze uitdaging was ik zeker, maar zou het niet perfect zijn een dergelijke unieke ervaring met iemand te kunnen delen? Er bleek immers voldoende werk voor twee te zijn. Zo begon ik samen met Stefanie aan dit Caribische avontuur.

In de aanloop naar ons vertrek werden we ingewerkt op het advocatenkantoor in Amsterdam; we schreven ons eerste advies, formuleerden brieven en werden vooral op de hoogte gebracht van alle Sabaanse roddels en de gang van zaken binnen de lokale overheid. Op 24 augustus 2012 stapten we met ons hele hebben en houden het vliegtuig in naar Sint Maarten en twaalf uur later vlogen we in een mini-vliegtuigje op een grote vulkanische rots af met de kleinste landingsbaan ter wereld, ons nieuwe thuis voor de komende maanden.

‘Saba, is dat niet zo’n bijzondere gemeente van Nederland of in de rimboe van Indonesië?’ Het Kabinet van de Gezaghebber van Saba Misschien is het handig om eerst even duidelijk te hebben waar we precies zitten. Toen we aan menigeen vertelden dat we vijf maanden voor een stage naar Saba gingen, waren de reacties vooral: “Saba, is dat niet zo’n bijzondere gemeente van Nederland of in de rimboe van Indonesië?” Om alle onduidelijkheid uit de wereld te helpen, hierbij een korte samenvatting van de status van Saba binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Na 10 oktober 2010 hebben Saba, Sint Eustatius en Bonaire de status van openbaar lichaam binnen Nederland verworven. Sint Maarten, Curaçao en Aruba zijn landen binnen het Koninkrijk geworden. Dit betekent onder andere dat de BESeilanden mogen stemmen voor de Tweede Kamer, dat er een aantal Nederlandse wetten op deze eilanden van toepassing zijn en dat veel ambtenaren profiteren van een zakenreisje naar de Cariben. De Gezaghebber voor wie wij werken is enigszins te vergelijken met een burgemeester in het Europese deel van Nederland. Echter, zijn functie is tevens een soort ‘vader’ van het eiland. Saba is een kleine gemeenschap, en daarom zien de eilandbewoners de Gezaghebber als aanspreekpunt voor diverse problemen. We werken als zijnde Kabinet van de Gezaghebber en we zijn eigenlijk zijn persoonlijke juridische adviseurs. Onze werkzaamheden zijn erg uiteenlopend; van participeren in een rampenoefening van de Koninklijke Marine tot het wijzigen van de Algemene Plaatselijke Verordening. We schrijven brieven aan Ministeries en onderhouden contacten met de omringende Caribische eilanden. Aangezien de Gezaghebber belast is met de handhaving van de openbare orde, zijn wij grotendeels bezig met het beleid en de gang van zaken hieromtrent. Naar gelang onze stage vorderde, kregen wij steeds meer verantwoordelijkheden toegewezen en kregen we tevens de ruimte om werkzaamheden naar eigen initiatief en idee in te vullen.

15


Naast de adviseur van de Gezaghebber zijn wij ook het juridisch aanspreekpunt van de Sabaanse bevolking en regelmatig komen er eilandbewoners binnenlopen met allerlei vragen en problemen: hulp bij de aanvraag van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), het opstellen van een contract maar ook het checken van een sollicitatiebrief of een begroting voor de opkomende Saba Day. Inmiddels is duidelijk dat we ons voor het eiland zelf inzetten en niet de Nederlandse belangen proberen te behartigen en dit maakt de afstand tot de Sabanen een stuk kleiner.

Livin’ the Caribbean life Saba heeft als bijnaam The Unspoiled Queen en een betere omschrijving had niet gekozen kunnen worden. Het eiland rijst als een grote rots op uit de zee en heeft een wonderbaarlijk prachtige natuur. Witte zandstranden zijn hier niet te vinden, maar met een ruige kust en alleen maar typische Sabaanse roodwit-groene huisjes heeft het eiland een hele pure uitstraling. De cultuur is een goede cocktail van Nederlandse en Caribische roots en er zijn veel verschillende nationaliteiten van de omringende eilanden present. Het uitgaansleven bestaat uit de wekelijkse karaoke op vrijdag, het nuttigen van de lokale rum Saba Spice of een koud Carib-biertje, en als we iets te vieren hebben kunnen we heerlijk uit eten gaan in een van de goede restaurants die het eiland kent.

16

De beschikbaarheid van de voorzieningen is afhankelijk van het weer. Er komt slechts eenmaal per week een boot om de voorraad in de supermarkten aan te vullen en daarnaast hangt het van de regenval af of er voldoende water is. Toen wij aankwamen was het orkaanseizoen nog in volle gang en was de zee onbegaanbaar. Zonder verse groente, fruit en andere levensmiddelen waren onze eerste maaltijden erg creatief maar gaandeweg leerden we hoe met dit probleem om te gaan. Het zonnetje schijnt iedere dag, na werk tettert Bob Marley uit onze speakers en in het weekend trekken we het regenwoud in om de hoogste berg van Nederland (Mount Scenery, 877 meter) te beklimmen. Naast onze dagelijkse werkzaamheden zijn wij ook in de gelegenheid gesteld om meer van de Cariben te zien. Zo hebben we genoten van de zonsondergang op de stranden van Anguilla, Sint Eustatius, Curaçao, Dominica, Sint Maarten, Sint Kitts en Puerto Rico. Veel van deze eilanden liggen heel dichtbij elkaar maar dat wil niet zeggen dat de cultuur en de flora & fauna vergelijkbaar zijn. Ieder eiland is uniek en ademt weer een andere sfeer uit. De oceaan ligt praktisch in onze achtertuin en bij het opstaan zien we bij goed weer een mooi rijtje eilanden liggen, wat soms helpt tegen de zogenaamde island fever. Het regelmatig frisse lucht halen op een andere Caribische stek heeft er voor gezorgd dat we niet gillend gek zijn geworden op het kleine Saba; we zijn er juist steeds meer van gaan houden. Saba is zo’n plek waarvan je zegt “You either hate it or love it”, wij doen duidelijk dat laatste. Haar veiligheid heeft ervoor gezorgd dat we ons heel snel thuis voelden en inmiddels hebben we iedereen leren kennen. Je maakt met Jan en alleman een praatje op straat, in de supermarkt en op werk en het is gebruikelijk daar ook tijd voor te maken. 24/7 zwaaien naar iedereen die voorbij komt is de sport die men hier op Saba beoefent. Met een strakblauwe lucht en een tropische temperatuur is er weinig om over te klagen en we genieten van Saba voor wat zij is. Toen wij op onze eerste dag nog midden in onze cultuurshock en jetlag verkeerden, vertelde een wijze vrouw haar Sabaanse levensmotto dat onze ervaring perfect weergeeft: “Here on Saba you don’t do, you just be. That is more than enough to be happy.”


RUBRIEK

Het Milgram experiment Door Nammy Vellinga

I

n de eerste week van het nieuwe semester werd tijdens het derde uur van het nieuwe vak ‘recht en menselijk gedrag’ een deel uitgezonden van het zogenaamde ‘Milgram experiment’. Het thema van deze Nota Bene betreft verantwoordelijkheid. Dit gaat erg goed samen met het experiment, omdat de kandidaten die meedoen vaak geen eigen verantwoordelijkheid willen nemen voor de door hen uitgevoerde opdrachten. Doel Het experiment komt uit de sociale psychologie. Stanley Milgram was psycholoog aan de Yale University. Hij schreef twee boeken over het experiment: Behavioral Study of Obedience en Obedience to Authority: An Experimental View uit respectievelijk 1963 en 1974. In het experiment werd gekeken naar de gehoorzaamheid van de deelnemers die opdrachten moeten uitvoeren afkomstig van een gezaghebbend persoon. Milgram wilde met zijn experiment onderzoeken in welke mate mensen bereid waren om die opdrachten uit te voeren. Het experiment begon in juli 1961, een jaar na het proces van Adolf Eichmann. Milgram bedacht het experiment om te kunnen beantwoorden of het mogelijk zou zijn geweest dat Eichmann in de Holocaust enkel en alleen orders heeft opgevolgd. Hij onderzocht dus of er rechtvaardiging bestond voor de handelingen omtrent de genocide. De rechtvaardiging zou hierin schuilen dat men enkel en alleen de orders opvolgde en dus gehoorzaamde aan de orders van de leidinggevenden.1 Procedure Er werd aan de deelnemers verteld dat ze meededen aan een experiment dat onderzoek deed naar de invloed van het geven van een straf bij leren. De deelnemers zelf kregen in eerste instantie dus niet de ware reden van het experiment te horen. De setting kent drie personen; de leraar, de leerling en de experimentleider. De leraar kan de leerling niet zien. Tegen de leraar wordt gezegd dat de leerling aangesloten zit op een systeem dat elektrische schokken kan geven. De leraar moet vervolgens een lijst van woordparen voorlezen die de leerling moet onthouden. Later moet de leerling het juiste woord aangeven uit vier mogelijkheden, dit doet hij door middel van

‘Milgram wilde met zijn experiment onderzoeken in welke mate mensen bereid waren om martelopdrachten uit te voeren’

17


het indrukken van een knop. Als het antwoord juist is dan gebeurt er niks en gaat de leraar verder met de volgende woordgroep. Als het antwoord echter fout is, krijgt de leerling een schok. Deze schok wordt per fout antwoord verhoogd met 15 volt. De leraar gaat er natuurlijk vanuit dat hij echte schokken uitdeelt aan de leerling. Dit is gelukkig niet het geval. De leerling is dus ook onderdeel van het experiment. Op het moment dat de leraar wilde stoppen, geeft de experimentleider hem een standaard antwoord. Dit kan zijn: * “Please continue.” * “The experiment requires you to continue.” * “It is absolutely essential that you continue.” * ”You have no other choice but to continue.”

‘Uit het experiment bleek dat als mensen zelf niet voelden dat zij de verantwoordelijkheid droegen, doorgingen met het geven van schokken’

Als de leraar vraagt wie er verantwoordelijk is als er iets zou misgaan met de leerling, dan zegt de experimentleider dat hij verantwoordelijk is.2 Dit heeft ervoor gezorgd dat veel mannen die meededen aan het experiment verder gingen met de procedure. Verantwoordelijkheid Uit de resultaten van het Milgram experiment bleek dat van de 40 leraren iedereen doorging tot 300 volt. Nog eens 25 van deze mannen gingen door tot het maximale voltage van 450.3 Milgram toonde met zijn experiment aan dat het gedrag van mensen verklaard kan worden door hun ontzag voor autoriteit. De mens wordt groot gebracht met gehoorzamen aan autoriteiten zoals op scholen of thuis waar de ouders de autoriteit zijn. Uit het experiment bleek dat als mensen zelf niet voelden dat zij de verantwoordelijkheid droegen, doorgingen met het geven van schokken. Het feit dat de experimentleider de verantwoordelijkheid neemt voor het gevolg, geeft veel mensen het idee dat zij zelf niet meer die verantwoordelijkheid dragen voor het overhalen van de knoppen. Waarschijnlijk had niemand van tevoren deze resultaten kunnen voorspellen. In mijn ogen is het daarom ook moeilijk te zeggen wat je zou doen als een persoon met autoriteit een order zou geven. Gehoorzamen of niet?

18

Noten 1 Saul McLeod, The Milgram Experiment, simply psychology 2007, http://www.simplypsychology.org/milgram.html. 2 Milgram Experiment - Obedience to Authority, explorable 6 november 2011, http://explorable.com/stanley-milgramexperiment. 3 Saul McLeod, The Milgram Experiment, simply psychology 2007, http://www.simplypsychology.org/milgram.html


OPINIE

Chair Umpire; bepaalde onvolmaaktheden Door Rogier van der Wolk

T

he King’s Speech, een prachtige film waarin Collin Firth excelleert en herkenning bij mij oproept. Enerzijds qua uiterlijk net mijn oudeheer, anderzijds mijn eigen inmiddels befaamde gehakkel en gestamel. Aan de openingsscène is te zien dat de regisseur subliem in de schoenen van een stotteraar is gekropen. Typerend hoe alles om je heen stil valt wanneer je daar staat, alle ogen op je gericht en de kleinste beweging binnen je gezichtsveld op je af komt. Zelf wacht je op die eerste verbale struikeling, die geheid komen zal, wetende dat er dan geen houden meer aan is. Met die vloedgolf aan vernederende ellende in het achterhoofd sta je daar als bibberende gladiator. Dergelijke situaties omzeilend houd je vaker dan je lief is je smoel. Echter, vreest u niet, ook deze belemmering kent z’n voordeel. Gevangen achter het eigen middenrif ben je veelal in de gelegenheid de wereld en de subjecten daarop in alle rust te aanschouwen. Net als koning George VI neem ik mijn verantwoordelijkheid en zie het als mijn plicht om u vanaf mijn positie als chair umpire op bepaalde onvolmaaktheden te attenderen. Ik ben een opgefokt klein (1.74m, naar Nederlands begrip) mannetje. Dat is het gevolg van ongeduld, de eerder genoemde beperking, wat Zuid-Amerikaanse furie en verbazing over andermans onkunde. Ik raak dan ook bijzonder snel geïrriteerd. Ik was van plan om voor deze editie van de Nota Bene, met als hoofdthema ‘verantwoordelijkheid’ – ik verzin het niet – een verhaal te smeden over de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Het zou een schreeuw om hervormingen moeten worden gezien de huidige indeling van dit machtige orgaan. Immers, mijns inziens is het logischer om in plaats van de krachtige schurkenstaten de verstandige(re) landen te laten beslissen over het wel en wee van de mondiale veiligheid. Een troepenmacht staat uiteindelijk sowieso tot de beschikking. Enfin, ik moet niet te veel afdwalen. Het begon allemaal vorige week woensdagavond. Ik stond in de witte wachtruimte van de sanitaire voorziening van een Haags restaurant. Daar ik beschik over een aanhangsel tussen de benen stond ik keurig gepositioneerd aan de kant van de heren. Ongeduldig glurend door het matte raampje van de deur zie ik een opgeschoren koppie. Even later draait het rode vakje wit, en opent de deur. Tot mijn grote verbazing staat er een dame van een zekere leeftijd voor me. Voor mij was dat de druppel om dit artikel te schrijven. In

principe slechts figuurlijk, allicht door het lange wachten ook letterlijk – maar dat zal onderzoek aan mijn ondergoed moeten uitwijzen. Ik heb er geen moeite mee dat de mevrouw in kwestie stiekem voor de mannenplee koos. Als zij liever met de hakjes over de met urine bevlekte vloer waggelt, moet zij dat vooral niet laten. Maar kom op zeg, dat haar. Voordat zij uit het closet kwam dacht ik dat het een sportief geknipte kerel was! En zo werd dit artikel een uitlaatklep voor mijn ergernissen... Ik kan u garanderen; het stereotype Hollandse vrouw is internationaal nauwelijks in trek. Vaak beschikken de blondines over de nodige verticale centimeters en naarmate de jaren verstrijken is er ook nog sprake van kwadratische uitdijing. Uiteindelijk kunnen Henk en Ingrid dezelfde maat kleren kopen. En u raadt het al, ik bedoel dan de welbekende vlotte regenjacks en groene broeken. In spiegelend kostuum zijn de echtparen te aanschouwen langs de landwegen, wandelend door regen en wind naar de volgende camping, of luidsprekend in een of ander religieus monument in een afgelegen Europese stad.

King George VI

19


Het dier gaat vaak op het baasje lijken, zo uiteindelijk ook hier. Onder het mom van ‘lekker makkelijk’ laat de echtgenote haar coupe omtoveren door bij de kapper naar een foto van haar man te wijzen. Ik volsta hier met dit voorbeeld.

‘De togadragers van de toekomst renden als dolle honden over de dansvloer van het weinig allurevolle decor, gekleed in patserige outfits, niks herinnerend aan de keurige gala’s van weleer’ Na een korte omschrijving van mijn verbijstering casu quo ergernis met betrekking tot de vermannelijking, of eerder gezegd de verontvrouwelijking van de Nederlandse vrouw, is de stap naar mijn nu te beschrijven ergernis makkelijk gezet. Want hoe staat de gemiddelde man in onze samenleving er nou voor? Nou, daar kan ik heel kort maar krachtig over zijn: in hun dwangneurose om het alfamannetje te zijn, met alle bijkomende zaken, schromen zij niet om primaire normen en waarden opzij te zetten. Het meest schokkend is dat dit primitieve gedrag zich niet alleen op ROC- en MBO-speeltuinen (weet je wel, ‘de ruggengraat van Nederland’) concentreert, maar na volledige overname van het HBO-onderwijs – wat wel te verwachten was gezien de laagdrempeligheid – nu ook zijn intrede maakt in het wetenschappelijk onderwijs. Dit werd pijnlijk bevestigd op het JFAS-gala van afgelopen december. De woorden die mederedacteur Vincent de Haan, tevens voorvechter van een beschaafder Nederland, in een brandbrief aan zijn rector ooit gebruikte ter omschrijving van een soortgelijk echec op de middelbare school waar

20

hij opgroeide zijn dan ook passend voor deze situatie: “Toen ik de foto’s bekeek, nam mijn ontreddering echter astronomische proporties aan, waar ik naar keek was geen gala, maar een verkleedpartij waaraan alle stijl ontnomen was.” De togadragers van de toekomst renden soms als dolle honden over de dansvloer van het weinig allurevolle decor, gekleed in patserige outfits, niks herinnerend aan de keurige gala’s van weleer. Met de besmetting van de faculteit der rechtsgeleerdheid, een bijzonder oud en gerenommeerd instituut waar een klassieke studie wordt onderwezen, zet de algehele verloedering zich door en zullen praktijken à la Moszkowicz en Hammerstein in de toekomst eerder regel dan uitzondering worden. En uiteraard, de autochtone boerenpummel of Surinamer met hondenketting om de nek alleen is hier niet debet aan. Het zijn vaak de ouders die met hun slappe houding en eigen handelen het slechte voorbeeld geven. En dan heb ik het ook over de blanke man uit de bovenste regionen van de middenklasse die met het gezin op stap is en het niet kan laten om een paar stappen te wachten om nog even stiekem het achterwerk van mijn vriendin te bekijken. Voorgemeld heb ik enkel kort op een paar aspecten van beide geslachten ingezoomd, maar er is nog veel werk aan de winkel om ons polderlandje weer positief op de kaart te zetten. Zo kan ik nog wel uren doorgaan over verschillende negatieve fenomenen die helaas veel vaker beginnen voor te komen, maar daar doe ik u als inmiddels ingekakte lezer geen plezier mee. Ik zal in de trend van de inperking van de koninklijke macht mijn wil niet te veel opdringen en mijn verhaal afronden. Velen van u zullen mij zien als een rechtse rakker, maar ik moet u helaas teleurstellen. Ik ben immers voornamelijk links georiënteerd. Echter, gezien de ontwikkelingen die wij heden ten dage te verwerken krijgen – zoals een groep jongens die knallend met eveneens knallende muziek langs mij razen en pontificaal een halve coupé bezetten terwijl ik dit schrijf – voel ik mij genoodzaakt steeds hardere taal uit te slaan. Het probleem moet aan de kaak gesteld worden en de dappere paar mensen, die zich nog fatsoenlijk weten te gedragen, moeten gezamenlijk sterk staan zodat Nederland een degelijk land blijft. Die slappe zak van een Balkenende had toch gelijk met zijn normen en waarden...


21


Een non-formal kledingstijl is een onverantwoorde keuze voor professionals in de juridische sector. Door Jean-Paul Samson

H

een oogwenk zullen beoordelen en een waardeoordeel op je plakken. Test maar eens hoe snel je dat zelf doet wanneer je met een vreemde in de lift staat.

Wellicht is de eerste reactie dat het bovenstaande statement te kort door de bocht is. Wat heeft je kleding te maken met jouw kwaliteit als advocaat? Het betreft hier de perceptie en associatie oftewel hoe anderen, klanten en collega’s, je waarnemen.

Praktische en praktijkgerichte tips: Mocht je inmiddels geprikkeld zijn of je wist al dat je imago belangrijk is, dan hier een aantal tips voor in het bijzonder advocaten.

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar wanneer ik € 350 p/u betaal voor juridische bijstand, dan wil ik dat mijn getalenteerde advocaat met dito hoog uurtarief er dan ook uitziet als een getalenteerde en kostbare advocaat .. in een pak. Polished and Professional simple as that.

Je kan het er mee eens zijn of niet; imago is bepalend.

et is duidelijk waar te nemen dat advocaten heden ten dage zich minder formeel kleden. Minder dan 25% draagt een pak met das (of een vrouwelijk equivalent) op regelmatige basis en meer dan 70% geeft aan dat de werkplek meer casual is geworden qua dress code in de afgelopen 5 jaar. Dress codes zijn zeker anders dan 25 jaar geleden. Maar komt dit de juridische sector wel ten goede?

First impressions zijn krachtig en blijvend. Het is bijna onmogelijk om nog een andere indruk op te roepen wanneer de eerste niet voldoet. Je hebt een kans, dus zorg dat die indruk de beste is die je kunt maken.

Hoewel je kledingstijl niks zegt over de professionele kwaliteiten heeft het veel meer te maken met hoe anderen je kwaliteiten inschatten. Daarmee dus een factor die zeer bepalend is in het wel of niet doen slagen van je werkzaamheden en de ontwikkeling van je carrière en kantoor.

• Het is geen geheim dat mensen oordelen op basis van je kwalitieiten maar steeds meer op basis van je uiterlijke presentatie en de associaties die men hiermee legt. Goed voorbeeld: Bram Moszkowicz, wint geen zaak maar heeft toch de stempel ‘top advocaat’; dit vanwege zijn kledingstijl en vriendenkring die men met succes associeert. Zo kennen we allemaal wel personen die tegen een glazen plafond aanlopen vanwege een slechte uiterlijke presentatie en social skills. Feitelijk blijkt uit onderzoek van Hotjobs.com dat 89% van de HR-professionals zegt dat imago bepalend is bij het maken van promotie of niet. Verrassend is hoe snel mensen oordelen. Malcolm Gladwell, auteur van de bestseller ‘Blink’, bevestigt dat mensen je in

22

Besteed aandacht aan hoe je er uitziet omdat anderen het doen Wees trots op je presentatie als advocaat. Het is een nobel beroep dat een bepaalde distinctie met zich meebrengt. Wees je bewust omtrent je kledingstijl en vraag je af hoe je overkomt bij anderen. Koop het beste dat je budget toe laat Het is beter te investeren in een garderobe van hoge kwaliteit dan een kast vol te hebben met goedkope kleding volgens de laatste mode. Investeer in klassieke kleding die de tand destijds qua stijl heeft doorstaan. Je kunt altijd meer fashionable zijn door te spelen met dassen en de dames met shawls en passende sieraden. Draag kleuren die je goed staan Dit bepaal je naar gelang je haar-, oog- en huidskleur. Sommige kleuren zullen je beter staan dan anderen. Gebruik je gezond verstand en kijk in de spiegel en volg niet blind de mode. Neem hier de tijd voor of win advies in van een professional op dit gebied en bouw je garderobe van hier uit op. Vind een goede kleermaker Je kunt het duurste pak bij de duurste winkel kopen, maar wanneer het niet past bij je postuur en silhouette dan zal dit weinig positiefs aan je imago bijdragen. Vraag de best geklede mensen op jouw kantoor of netwerken waar zij naar toe gaan. Een goede kleermaker kost geld, dat zie je dan ook terug in de uitstraling en je business. Als goed


RUBRIEK

voorbeeld kunnen we de heer Hiddema in Nederland nemen. Zo hoort het. Vind een goede stomerij Daar zijn er in Nederland niet zo veel van. Een goede stomerij is duurder maar zorgt dat kleuren, pasvormen behouden blijven. Onderaan de streep doe je vele malen langer met je kleding en ben je waarschijnlijk zelfs goedkoper uit. Schoenen dienen gepoetst te zijn Zorg dat je goede lederen schoenen draagt die je ook regelmatig poetst. Dit geldt in het bijzonder voor de dames. Ook hakken en laarzen dienen ingevet te worden. Het beste is om voor zwart te kiezen, bruin is voor Out of Town. Je buitenlandse opdrachtgever zal je vragen of je met paard en wagen bent gekomen wanneer je dergelijke speculaas stappers aan de voeten hebt. Juwelen mogen maar je bent geen kerstboom Stijlvolle accessoires maken het verschil en geven een personal spice aan je outfit. Overdrijf niet – less is more, en ook hier geldt weer: investeer in kwaliteit. Met name te dikke klokjes zijn werkelijk ongepast. Piercings, tattoeages en andere body art dien je nimmer te tonen. Parfum en geurwatertjes Net als juwelen in gepaste mate gebruiken. Kun je je de laatste keer herinneren dat je in de lift stond met iemand

die te veel op had? Zorg dat jij die persoon niet bent. Beter Overdressed dan Underdressed Niemand zal je negatief beoordelen als je te goed gekleed bent; dat ben je vrij snel in Nederland. Je kunt altijd down dressen als de specifieke situatie hier om vraagt.

Samengevat Je dient er immer verzorgd en professioneel uit te zien tijdens het werk als advocaat. Dit gaat verder dan een pak aantrekken zonder je bewust af te vragen wat dit voor je doet. Het imago dat je oproept straalt af en uit op het kantoor, collega’s, klanten en een ieder die jou waarneemt. Wees trots op je imago en hoe je je kleedt. Het is een cruciaal onderdeel van jouw professionaliteit! Heb je vragen, opmerkingen of wil je weten hoe je jouw kledingstijl of dat van het kantoor kunt versterken neem dan contact op met: Dhr. J.P.I. Samson De Oost Bespoke Tailoring BV samson@deoost.nl www.deoost.nl

23


Kerstgala

24


25


Staat-/uitzichtloos Door Eline Botter

I

edere Europese burger wordt beschermd door zijn grondrechten, welke immers een waarborg jegens de overheid bevatten, maar ook een inspanningsverplichting van diezelfde overheid. Voor deze grondrechten hoeft men niet zoveel te doen; slechts het zijn van een burger van een lidstaat is voldoende. Dit nationaal burgerschap wordt daarbij automatisch aangevuld met het Europees burgerschap. Uit dit burgerschap vloeien enorm veel rechten en plichten voort, waarvan misschien een van de belangrijkste: het recht voor iedere burger van de Unie om zich vrij op het grondgebied

van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven (artikel 45 Handvest grondrechten EU). Daarbij geniet een burger van de Unie diplomatieke bescherming; niet alleen van de eigen lidstaat maar ook van andere lidstaten (artikel 46 Handvest grondrechten EU). Kort samengevat; een burger in Europa valt niet alleen onder de verantwoordelijkheid van zijn eigen lidstaat, maar ook onder die van andere Europese lidstaten. Voor een geschat aantal van 12 miljoen1 mensen wereldwijd is het Europese burgerschap echter helemaal niet zo vanzelfsprekend. Er zijn namelijk ook nog personen die als staatloos worden

‘Kort samengevat; een burger in Europa valt niet alleen onder de verantwoordelijkheid van zijn eigen lidstaat, maar ook onder die van andere Europese lidstaten’ 26


SPRAAKMAKENDE RECHTSZAAK

aangemerkt. Zij zijn geen burger en missen dus ook de rechten en plichten die bij deze status hoort. Volgens United Nations High Commissioner for Refugees (UNCHR) kan iemand op verschillende manieren staatloos worden2. De oorzaken kunnen in vier categorieën worden gegroepeerd; 1) juridisch-technische en bureaucratische oorzaken; 2) oorzaken gekoppeld aan statenopvolging en herstel; 3) oorzaken gegrond in discriminatie van vrouwen en kinderen; 4) oorzaken met betrekking tot het willekeurig ontnemen van een nationaliteit. Staatlozen komen van alle continenten, al zijn er specifieke volkeren die een verhoogd risico blijken te lopen. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld miljoenen Joden en Roma die na de Tweede Wereldoorlog hun burgerschap verloren (zij wisten deze veelal te verwerven, een aantal Roma is dit tot op heden nog niet gelukt). Maar ook Nederland kent schrijnende gevallen van staatloosheid. Op 17 februari 2012 verklaarde de Rechtbank te ‘s-Hertogenbosch3 een Oekraïens echtpaar niet-ontvankelijk in hun bezwaar tegen uitzetting van Nederland naar de Oekraïne. Er was geen sprake van een uitzonderlijk geval. Zij vroegen in 2008 asiel aan in Nederland, welke op 8 december 2011 onherroepelijk werd afgewezen en een definitieve uitzetting naar Oekraïne tot gevolg had. Klinkt als een reguliere, wellicht treurige, asielzaak. Ware het niet dat dit echtpaar helemaal niet in Nederland wil wonen, maar terug wil naar de Verenigde Staten, waar zij een heel leven hebben opgebouwd. Ze zijn in 1990 gevlucht vanuit de Oekraïne, naar de VS, voor de Sovjet-Unie in 1991 uit elkaar viel. Na in de Verenigde Staten asiel aan te hebben gevraagd, werd dit na elf jaar in 2002 afgewezen. Door het instorten van de Sovjet-Unie en het niet aanvragen van het Oekraïense burgerschap raakten ze staatloos. In 2006 werden ze in de Verenigde Staten gedetineerd en in 2007 met ogenschijnlijk vervalste identiteitspapieren gedeporteerd, terug naar Oekraïne. Wegens hun vervolgingen in het verleden vochten ze hun Oekraïense nationaliteit met succes aan. In 2008 werden ze vanuit de Oekraïne weer gedeporteerd naar de Verenigde Staten. Daar steekt de Nederlandse marechaussee een stokje voor; ze worden aangehouden in Nederland. Sindsdien verblijven ze hier, in asielzoekerscentra en vreemdelingendetentie. Bovenstaande zaak is een van de twee pogingen om ze naar de Oekraïne uit te zetten. Die wil ze echter niet hebben, want ze zijn immers geen Oekraïense staatsburgers en zijn dit volgens hen ook nooit geweest. Ook terug naar hun huis in de Verenigde Staten kan niet meer; ze zijn immers geen staatsburgers.

‘Het Europese Hof van Justitie heeft op 2 maart 2010 bepaald dat een lidstaat iemands nationaliteit mag intrekken als die persoon heeft gelogen bij de naturalisatie, ook als dat betekent dat iemand daardoor staatloos wordt’ Het probleem van staatlozen wordt wel degelijk erkend. Artikel 15 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt dat een ieder het recht heeft op een nationaliteit. Daarbij is in 1954 het Verdrag betreffende de status van staatlozen opgericht en in 1961 werd de Conventie voor het Verminderen van Stateloosheid opgericht. Daartegenover heeft het Europese Hof van Justitie op 2 maart 20104 bepaald dat een lidstaat iemands nationaliteit mag intrekken als die persoon heeft gelogen bij de naturalisatie, ook als dat betekent dat iemand daardoor staatloos wordt. Vermoedelijk geen stap in de juiste richting; het verminderen van de minstens 12 miljoen staatlozen wereldwijd. Noten 1 UNCHR, “Action to Address Statelessness: A Strategy Note, (2010), 4. 2 UNHCR, “Staatloosheid in Nederland”, (2010), 10. 3 Rb. ’s-Hertogenbosch, 21 februari 2012, LJN: BV6123 4 HvJ EU, 2 maart 2010, C-135/08

27


Gaan verantwoordelijkheid Door Richte van Ginneken Ik ben van mening dat moralisme iets is dat ex ante opereert en verantwoordelijkheid ex post. Men kiest ervoor om verantwoordelijkheid te nemen op basis van een zekere morele overtuiging. Deze overtuiging is niet datgene waarvoor verantwoordelijkheid wordt genomen zozeer moreel juist is, maar dat het nemen van verantwoordelijkheid in zichzelf moreel juist is.

Door Salima Guettache Verantwoordelijkheid nemen voor jezelf en je eigen daden gaat zeker gepaard met moralisme. Ook verantwoordelijk nemen voor een ander, zoals een ouder dat voor zijn kind doet die zelf nog niet op een rationele wijze zijn eigen keuzes kan maken, is moreel gezien het juiste om te doen.

28


RUBRIEK

en moralisme samen? Door Veysi Tas Verantwoordelijkheid houdt in: de verplichting tot rekenschap. Wie verantwoordelijk wordt gehouden voor een daad, had anders kunnen en moeten handelen als we letten op de heersende normen en waarden; er was sprake van vrije wil. Maar niet ieder mens trekt

Door DaniĂŤlle Sinnige Niet altijd. Moralisme kan uitmonden in verantwoordelijkheid, maar verantwoordelijkheid kan ook op zichzelf staan. Wanneer ze samengaan, zorgt je moraal ervoor dat je optreedt als een verantwoordelijke; vanwege je normen en waarden voel je je verantwoordelijk. Dit gevoel hoeft echter niet altijd aanwezig te zijn. Denk aan mensen die hun taak niet uitoefenen maar dat wel zouden moeten doen; plichtsbesef en plichtuitoefening komen dan niet overeen.

Door Sascha van Gerrevink Gaan moralisme en verantwoordelijkheid samen? Is het je bewuste keuze om er een moralistische levenswijze op na te houden, dan zal je er ook altijd voor kiezen je verantwoordelijkheid te nemen. Dit is moreel gezien namelijk het juiste om te doen, toch?

29


VERDIEPING

‘De verdachten in de Klimopzaak hebben de samenleving grote schade toegebracht’ pag. 41 Deze nationalisatie heeft de Nederlandse belastingbetaler €3,7 miljard gekost.’ pag. 37 ‘Het meest verbijsterende is dat iedereen in het ziekenhuis op de hoogte was van de malversaties van de neuroloog’ pag. 34

31


Door Vincent de Haan

O

De ministeriële verantwoordelijkheid voor de abdicatie

ver anderhalve maand is het zo ver; koningin Beatrix zal abdiceren. Hiertoe maakte zij op 28 januari van dit jaar bekend het ambt neer te leggen. Hiermee maakte ze een eind aan jarenlange speculaties over de grote vraag: wanneer zou ze opstappen? Als ze 75 jaar is? Als de kinderen van Willem-Alexander wat ouder zijn? Als Wilders wat is geneutraliseerd? Allemaal goede suggesties, maar de beslissing om afstand van de troon te doen, en de troonopvolging niet aan de grillen van de dood over te laten, is, als we kijken naar de geschiedenis, helemaal niet zo vanzelfsprekend. Eerder in de Nederlandse koninklijke geschiedenis gebeurde dit slechts drie keer. En dit wordt dus de vierde. Over deze zeldzame

32

gebeurtenis gaat echter wel een artikel in de Grondwet: artikel 27. Dit artikel doet de vraag rijzen: is er ministeriële verantwoordelijkheid voor de beslissing te abdiceren? Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden moet eerst iets duidelijk worden over het karakter van de abdicatie: is zij publiek- of privaatrechtelijk? Ook moeten we iets weten over de werking van de ministeriële verantwoordelijkheid en de relatie tussen de regering en de volksvertegenwoordiging op dit gebied. Ten slotte is de vraag die men – terecht – kan stellen of deze hele exercitie niet van louter academisch belang is. Van oudsher hadden koningshuizen interne regels die bepaalden hoe de troonopvolging geschiedde. De grondwetgever heeft echter gemeend dat de troonopvolging een dermate belangrijke en publieke aangelegenheid is, dat deze niet aan de eigen keuze van de zittend vorst kan worden overgelaten. Men stelt zich hier met enige fantasie een hoffelijk banket voor, waar Willem-Alexander en zijn broers elkaar appels en eieren naar het hoofd slingeren in hun ruzie over wie mama op mag volgen op het pluche. Dat soort – overigens hilarische – taferelen heeft de wetgever willen voorkomen. In lijn daarmee is ook dat het de beoogde troonopvolger niet mogelijk is al afstand te doen van de troon voor het zover is. Hiermee is dus voorkomen dat Willem-Alexander in zijn hoedanigheid van Prins Pils in een dronken bui zijn toekomstige aanspraak op het koningschap heeft kunnen wegwuiven. Dat doet dan wel de vraag opkomen: is het voornemen te abdiceren een Koninklijk Besluit? Het is een besluit van de koning(in), uiteraard, maar een Koninklijk Besluit wordt mede ondertekend door een of meer ministers. De beslissing om af te treden is er echter een van de koning(in) zelf. Is de minister er dan toch verantwoordelijk voor? Artikel 42 van de Grondwet bepaalt dat de ministers verantwoordelijk zijn voor het handelen van de koning. Enerzijds is dat in lijn met het systeem van de democratie, waarin iedereen met verantwoordelijkheid op die positie gekomen is door de wil van het volk, maar anderzijds is de constructie ook zeer problematisch; de ministers zijn verantwoordelijk voor handelingen waarover zij geen invloed kunnen uitoefenen. Als de koning een of ander schimmig vakantiehuis laat bouwen, waarbij allerlei zaken misgaan, zijn de ministers ook daarvoor verantwoordelijk.


VERDIEPING

Die verantwoording geldt jegens de Staten-Generaal. In theorie zou het dus als volgt kunnen werken: het parlement is van mening dat het wel eens tijd wordt voor een frisse wind op de troon, en neemt een motie aan die daartoe strekt. Deze motie kan worden gehandhaafd door de vertrouwensregel: als het parlement het vertrouwen in de minister opzegt, zal hij moeten aftreden. Dat zal de minister in het algemeen proberen te voorkomen. Vervolgens spoedt de minister, over het algemeen de minister-president, zich naar het koninklijk paleis, om daar onder het genot van een kopje thee er toch eens licht op aan te dringen dat de koning afstand van de troon doet. Maar zo gaat het natuurlijk niet, in de praktijk.

‘Men stelt zich een hoffelijk banket voor, waar Willem-Alexander en zijn broers elkaar appels en eieren naar het hoofd slingeren in hun ruzie over wie mama op mag volgen op het pluche’ Het standpunt van de grondwetgever bij de herziening in 1983 was dat de ministers niet verantwoordelijk zijn voor de beslissing te abdiceren, maar wel voor de gevolgen daarvan. Wat dat precies betekent, is echter niet op het eerste gezicht duidelijk. Het spreekt voor zich dat de ministers van de daarbij betrokken departementen verantwoordelijk zijn voor een ordentelijk verloop van de plechtigheid. Als er zich over anderhalve maand weer grootschalige rellen voor zullen doen in Amsterdam, net

zoals bij de inhuldiging van Beatrix in 1980, dan zullen de ministers van Veiligheid en Justitie en Binnenlandse zaken daar allicht nog wat van horen. Dat heeft echter weinig te maken met de abdicatiebeslissing zelf. De grondwetgever wijst erop dat indien er bezwaren zijn tegen het aftreden van de koning, de ministeriële verantwoordelijkheid ertoe kan dwingen dat de minister in actie komt. Hoe hij dat moet doen, en welke middelen hij daarvoor heeft, anders dan een goed gesprek boven een kop thee, blijft onduidelijk. Ook moet men wat fantasie hebben om zich dergelijke bezwaren te kunnen voorstellen. Zijn er situaties te bedenken waarin het onwenselijk kan zijn dat een troonswisseling plaatsvindt? Het is eigenlijk moeilijk voor te stellen. Misschien is het niet handig om in een tijd van oorlog de scepter over te geven, maar heel veel meer kan ik eigenlijk niet bedenken.

Daarmee is de vraag naar de ministeriële verantwoordelijkheid voor de abdicatie, hoewel staatsrechtelijk interessant, eigenlijk totaal irrelevant. Hoewel sommige leden van het koningshuis wel eens ‘een beetje dom’ zijn, lijken de beslissingen tot troonsafstand toch redelijk weloverwogen. Toch is het leuk om de wetsgeschiedenis eens door te bladeren om te zien hoeveel aandacht nog is besteed aan een dergelijk academisch probleem.

33


De disfunctionerende, charmante neuroloog Ernst Jansen Steur Door Veysi Tas

I

ntroductie Horrorarts.1 Schandaalarts.2 Inmiddels schromen de media niet om de in opspraak geraakte ex-neuroloog Ernst Jansen Steur te onderwerpen aan een nadere verkrachting. De medisch specialist werkte van 1992 tot 2005 in het Medisch Spectrum Twente (MST) te Enschede. In die periode stelde hij voortdurend verkeerde diagnoses en was hij verslaafd aan medicijnen. De aansprakelijkheidsverzekeraar van MST wordt overvallen met schadeclaims van gedupeerde patiënten. In een deel van de claims heeft MST aansprakelijkheid erkend en een schikking getroffen.3 Als beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg was Jansen primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg en de patiëntveiligheid. De patiënten hebben zich in hun kwetsbare momenten toevertrouwd aan zijn zorg, en dat vertrouwen heeft hij beantwoord met psychische en fysieke schade. Zij dachten aan ziekten als Alzheimer, Parkinson en MS te lijden, terwijl dat onjuist was. Het meest verbijsterende aan de kwestie is dat iedereen in het ziekenhuis op de hoogte was van de malversaties van de neuroloog, maar niemand – niet intern, noch extern – voelde zich verantwoordelijk voor de gevolgen voor de zorg. Hoe konden de wanpraktijken van de neuroloog zo lang voortduren? De patiënten verwachten immers toch dat een onzorgvuldig handelend arts tijdig gecorrigeerd wordt

‘Iedereen in het ziekenhuis was op de hoogte van de malversaties van de neuroloog, maar niemand voelde zich verantwoordelijk voor de gevolgen’ 34

door de omgeving waarin hij werkzaam is (Raad van Bestuur, Inspectie voor de Gezondheidszorg, collega’s)? Feiten en achtergronden De huidige Raad van Bestuur (RvB) van het MST heeft een onafhankelijke onderzoekscommissie ingesteld (Lemstra I). Het rapport verschijnt in september 2009 en draagt de titel: ‘En waar was de patiënt...?’4. De commissie beschrijft het disfunctioneren van Jansen Steur en concentreert zich op de vraag of betrokkenen in zijn professionele omgeving – in de periode tot aan het feitelijke vertrek in december 2003 – gehandeld hebben zoals verwacht mag worden. Dat wil zeggen: signalerend en corrigerend. De commissie geeft inzicht in de praktijkvoering van Jansen Steur door een onderzoek te doen naar 35 patiëntendossiers. De dossiervorming is gebrekkig, diagnoses zijn niet of onvolledig onderbouwd, er zijn ongefundeerde behandelingen ingezet, aanvullend onderzoek (o.a. MRI, uitgebreid bloed- en hersenvochtonderzoek) wordt veelvuldig aangevraagd (zonder duidelijke indicatie daarvoor), en de resultaten ervan worden op een eigen wijze geïnterpreteerd. Jansen Steur heeft ook veel wetenschappelijk onderzoek verricht op proefpersonen en met postmortaal verkregen lichaamsweefsels. Zo heeft Jansen in maart 1997 bij meer dan 100 patiënten lumbaalpuncties verricht (hersenvocht, verkregen met ruggenprik). Het is niet vast te stellen of hij patiënten heeft geïnformeerd over zijn onderzoeken en of hij hen om toestemming heeft gevraagd voor deelname. De vakgroep plaatst vraagtekens bij de uitvoering en de opzet van het onderzoek en zij licht de RvB in. De RvB sluit de zaak door het probleem toe te schrijven aan de werkverhoudingen in de neurologische praktijk. Of de verstoorde werkverhoudingen nadelige consequenties zouden kunnen hebben voor de patiëntenzorg, is niet als vraag opgekomen. De relatie tussen Jansen en andere vakgroepleden is net zo verstoord als die tussen getrouwde mensen. Jansen is eenzelvig en niet aanspreekbaar op zijn gedrag. Zijn misplaatste superioriteitsgevoel bemoeilijkt de situatie. Op 2 november 1995 schrijft hij naar de overige vakgroepleden: “Mijn superieur neurologisch handelen in de grootste neurologische praktijk van


VERDIEPING

Twente die ik bedrijf, komt onder deze omstandigheden niet tot zijn recht. Niemand kan mij beletten mijn kostbare tijd optimaal en nuttig te besteden.”6 Op 23 april 1998 schrijft een van de neurologen een brief aan de RvB met de mededeling dat in zeven patiëntendossiers van Jansen documentatie over diagnose, indicatie of reden voor ongebruikelijke medicatie ontbreekt. De RvB laat niets van zich horen. De RvB sluit op 7 december 2001 een vaststellingsovereenkomst met een oud-patiënte van Jansen. De voormalig patiënte heeft haar tuchtklacht bij het Regionaal Tuchtcollege Zwolle ingetrokken, aangezien absolute geheimhouding ten aanzien van de behandeling een van de voorwaarden was. De IGZ is betrokken geweest bij de afhandeling van de melding.7 Pas in de periode van mei 2003 tot december 2003, wanneer Jansen medicijnen uit de medicijnkast ontvreemdt, op eigen recept bijzondere hoeveelheden medicijnen voorschrijft voor eigen gebruik en recepten uitschrijft voor eigen gebruik op naam van anderen, is hij tot vertrek gedwongen (met ziekteverlof). Een van de neurologen heeft anoniem een kennisgeving doen uitgaan naar de IGZ aangaande de problematiek rond Jansen. De RvB instrueert de vakgroep om uitsluitend aantekeningen te maken van misdiagnoses en de situatie binnenskamers te houden. De vakgroep is wel van mening dat een formele melding bij de IGZ passend is. In april 2004 sluit de RvB, met inachtneming van de bezwaren van de vakgroep, met Jansen een vaststellingsovereenkomst: Jansen gaat met vervroegd pensioen, hij zal tot 1 oktober 2005 niet werkzaam zijn als neuroloog en het MST zal zwijgen over de werkelijke toedracht, terwijl het OM en Medisch Tuchtcollege niet zullen worden ingelicht. De inspecteur van de IGZ gaat mee, en maakt tevens afspraken met Jansen, gericht op werkhervatting vanaf 1 oktober 2005. In de vergadering van 4 augustus 2004 laat de RvB aan de Raad van Commissarissen (RvC) weten dat de kwestie van medicijnverslaving en –ontvreemding aanleiding was tot het sluiten van een vaststellingsovereenkomst met Jansen. Er wordt niet gesproken over misdiagnoses, schadeclaims of onverantwoorde zorg.8 Niet alleen Jansen Steur voor tuchtrechter gedaagd Jansen Steur moet zich voor de tuchtrechter verantwoorden. Dat was te verwachten, maar waarom? Als beroepsbeoefenaar heeft hij de eerste tuchtnorm overtreden: zorgvuldig handelen

De charmante neuroloog Ernst Jansen Steur

ten opzichte van de patiënt of zijn naasten. Het gaat om onder andere de verkeerde diagnoses en de behandeling met verkeerde geneesmiddelen.9 Als de tuchtrechter de klacht gegrond acht, dan is een van de mogelijke maatregelen de ontzegging van het recht om opnieuw te worden ingeschreven in het register. De klagers verzoeken de rechter daarvoor te kiezen.10 Terecht; het doel van het tuchtrecht is immers het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de zorgverlening. Dat veronderstelt dat de burgers beschermd moeten worden tegen ondeskundig en onzorgvuldig medisch handelen, en de eerder genoemde maatregel is een instrument ter realisering van dat doel. De klagers nemen geen genoegen met Jansen Steur. Zijn tuchtklacht richt zich ook tegen enkele oud-bestuurders van het MST, de huidige voorzitter van de RvB en twee oud-inspecteurs van de IGZ.11 De voormalige patiënten van Jansen verwijten betrokkenen het overtreden van de tweede tuchtnorm: handelen in het algemeen belang van de individuele gezondheidszorg.12 De RvB ‘bestuurt’ het ziekenhuis en dient controle uit te oefenen op het handelen van de artsen. Enkel hij is bevoegd de medisch specialist aanwijzingen te geven en zo nodig disciplinaire maatregelen te treffen. De RvB is de interne toezichthouder. Het spiegelbeeld daarvan, de externe toezichthouder, is de IGZ. De IGZ is de taak toebedeeld om in een vroeg stadium gezondheidsen veiligheidsrisico’s op te pikken en actie te ondernemen. Zij is afhankelijk van meldingen.13 Uit de feiten die de commissie-Lemstra I heeft vastgesteld blijkt dat betrokkenen het patiëntenbelang en de kwaliteit van de zorg nauwelijks erkenden. Het belang van het vermijden van verdere conflicten leek leidraad te zijn bij de aanpak van de kwestie Jansen Steur. De RvB vond de verstoorde werkrelaties een zaak voor de vakgroep en distantieerde zich van verantwoordelijkheid,

35


‘Het belang van het vermijden van verdere conflicten leek leidraad te zijn bij de aanpak van de kwestie Jansen Steur’ zonder zich af te vragen wat de gevolgen voor de zorg waren. Reputatieschade werd gevreesd, dus werden misstappen van de neuroloog geheim gehouden. De IGZ valt een vergelijkbaar verwijt te maken. Ook zij concentreerde zich op de interne problemen in plaats van het belang van de patiënt. Nadat zij enerzijds bekend was geworden met de schikking die getroffen werd in 2001 tussen het MST en een oud-patiënte, en anderzijds bekend werd met de ontvreemding van medicijnen door Jansen in 2004, behoorde zij haar toezichthoudende taak te vervullen en nader onderzoek in te stellen.14 Waarom ook niet een strafzaak? De voormalig neuroloog moet zich in een strafrechtelijke zaak voor de rechtbank Almelo verantwoorden. Hij wordt onder meer verdacht van het opzettelijk benadelen van de gezondheid van patiënten, het opzettelijk in hulpeloze toestand brengen en laten van patiënten (met zwaar lichamelijk letsel en de dood tot gevolg), diefstal, verduistering en valsheid in geschrifte.15 Het opzettelijk in hulpeloze toestand brengen en laten van patiënten, met de dood tot gevolg, wordt gesanctioneerd met een gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren (art. 255 jo. art. 257 lid 2 Wetboek van Strafrecht). Gelet op de andere delicten, kan een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaar geëist worden (art. 58 WvSr). Alles overziend moeten we ook rekening houden met het belang van Ernst Jansen Steur. Hij zegt dat hij een gebroken man is. “Ik moet oppassen dat ik niet depressief word.”

36

Noten 1 S. Docter, ‘Horrorarts vecht zijn ontslag aan’, Algemeen Dagblad, 1 februari 2013. 2 M. de Witte, ‘Schandaalarts Jansen Steurs vele gezichten’, Algemeen Nederlands Persbureau, 31 januari 2013. 3 Website van Drost Letselschade, ‘MST betuigt spijt over Jansen Steur’, 10 februari 2013, http://www.drost.nl/mstbetuigt-spijt-over-jansen-steur. 4 W. Lemstra e.a., En waar was de patiënt...? Rapport over het (dis)functioneren van een medisch specialist en zijn omgeving (embargo tot 1 september 2009). 5 Rapport commissie-Lemstra I, pp. 10-14. 6 Ibidem, pp. 18-21. 7 Rapport commissie-Lemstra I, pp. 22-24. 8 Ibidem, pp. 26-30. 9 Kamerstukken II, 2012-13, 31 016, nr. 37, p. 3. 10 J. den Blijker, ‘Breng ook inspectie en Kingma voor tuchtrechter’, Trouw, 26 januari 2013. 11 M. Remie, ‘Bestuurders ziekenhuis omstreden neuroloog voor tuchtrechter’, NRC Handelsblad, 25 januari 2013. 12 Kamerstukken II, 2012-13, 31 016, nr. 37, p. 3. 13 Ph.S. Kahn, ‘De inspectie opnieuw onderzocht. Bespreking van de rapporten Sorgdrager en van der Steenhoven over de Inspectie voor de Gezondheidszorg’, Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, p. 32. 14 Zie Rapport commissie-Lemstra I, pp. 38-46. 15 L. Boon, ‘Strafzaak tegen ex-neuroloog opgeschort – inhoudelijke behandeling in najaar’, NRC Handelsblad, 28 november 2012.


VERDIEPING

Wie moet verantwoordelijkheid dragen voor de val van SNS? Een Friedman benadering van een bankredding Door Richte van Ginneken

O

p 1 februari 2013 heeft de Nederlandse overheid €3,7 miljard betaald om SNS REAAL te redden van de ondergang. De noodlijdende vastgoedtak werd het bedrijf uiteindelijk fataal. Nu we hierdoor allemaal €220 armer zijn lijkt het me belangrijk om deze zaak eens goed te analyseren. Dit is niet de eerste bank die met belastinggeld is gered, noch in Nederland, noch in Europa. Zo heeft de Staat in 2007 ook het noodlijdende Fortis met belastinggeld omhooggehouden. Deze redding is echter niet onverdeeld succesvol nu het toch zeer waarschijnlijk lijkt dat de Staat hierop gaat verliezen. Dit noopt tot vele vragen omtrent de redding van SNS REAAL. Was deze nationalisatie eigenlijk wel nodig? Wie zou hier verantwoordelijkheid voor moeten nemen? Eerst de feiten. SNS REAAL is houdstermaatschappij van SNS Bank NV en het verzekeringsbedrijf REAAL NV. Vervolgens is SNS Bank NV zelf ook houdstermaatschappij van verschillende bedrijven, waaronder SNS Property Finance BV waar de problemen begonnen zijn. Ten gevolge van de kredietcrisis heeft SNS REAAL al in november 2008 een kapitaalinjectie gekregen van €1,25 miljard euro. Sindsdien is het niet veel beter gegaan met het bedrijf. Op verzoek van de Minister van Financiën heeft De Nederlandse Bank (DNB) in oktober 2012 bij brief de ontwikkelingen geschetst die sinds 2009 hebben geleid tot de fragiele situatie waarin SNS REAAL op dat moment verkeerde. DNB stelde vast dat de markt voor commercieel vastgoed, waar SNS Property Finance flink in geïnvesteerd had, erg verslechterd was. De verliezen die SNS Property Finance hierdoor leed, legde een grote claim op de toenmalige en toekomstige solvabiliteit van het bedrijf. Dit vanwege een domino effect. SNS Bank NV staat middels een ‘403-verklaring’1 garant voor de verplichtingen van SNS Property Finance. SNS REAAL heeft zich ook middels een ‘403-verklaring’ garant gesteld voor de verplichtingen van SNS Bank NV. Nu SNS Bank NV niet over voldoende buffers beschikte om de verliezen van SNS Property Finance op te vangen, zou SNS Bank failliet gaan. Omdat SNS REAAL niet beschikte over het kapitaal om dit verlies op te vangen zou zij ook failliet zijn gegaan. Waarom heeft de Staat nu besloten SNS REAAL te nationaliseren? Bij SNS REAAL en al haar dochterondernemingen stond zo’n

€35 miljard aan spaargeld geparkeerd. Op basis van het depositogarantiestelsel zou dit geld uitgekeerd moeten worden aan de rekeninghouders van deze spaarrekeningen. Als het depositogarantiestelsel in werking wordt gesteld, keert DNB aan de rekeninghouders hun geld uit en vervolgens betalen de andere Nederlandse banken dit geld terug aan DNB. Het depositogarantiestelsel wordt dus gefinancierd door alle Nederlandse banken. Het bedrag dat de banken per jaar aan DNB moeten terugbetalen is vastgesteld op maximaal 5% van het eigen vermogen. Door een faillissement van SNS REAAL en de inwerkingstelling van het depositogarantiestelsel zouden de Nederlandse banken gezamenlijk jaarlijks €5,8 miljard per jaar aan DNB moeten aflossen, wat ver boven de eerder genoemde 5% gaat. Dit zou een te grote druk gelegd hebben op de andere Nederlandse banken. Omdat het de Staat niet is toegestaan om zelf de betalingsverplichtingen van de banken ten aanzien van het depositogarantiestelsel over te nemen, zou dit waarschijnlijk geleid hebben tot meer kapitaalinjecties bij andere banken. Om deze reden heeft de Staat op 1 februari 2013 SNS REAAL en SNS Bank NV genationaliseerd2. Deze nationalisatie heeft de Nederlandse belastingbetaler €3,7 miljard gekost. De Nederlandse belastingbetaler moet nu de verantwoordelijkheid dragen voor een falende bank. Is dat juist? Bedrijven als SNS opereren in een vrije markt. Veel mensen denken dat deze markt hoofdzakelijk op winst gebouwd is. Dit is echter onjuist. Deze markt is zowel op winst als op verlies gebouwd en het verlies-aspect van de markt is misschien nog wel belangrijker dan de winst. Verlies is namelijk wat de markt reinigt van bedrijven die slecht bestuurd worden, slechte producten verkopen voor te veel geld, niet competitief zijn enzovoorts. SNS is in de problemen gekomen door mismanagement en slechte investeringen. Waarom zou het bedrijf daar niet mee geconfronteerd moeten worden? Waarom moet de belastingbetaler geld op tafel leggen, waar ze liever producten van SNS mee had gekocht, om te betalen voor de

37


redenen van het verlies van SNS? Sommigen zeggen dat SNS niet mag vallen, omdat veel werknemers dan hun baan kwijtraken. Dat is een drogreden. Het is niet zo dat wanneer SNS failliet zou gaan, dat dan gelijk al haar werknemers op straat komen te staan. Een waarschijnlijker scenario is dat bedrijfsonderdelen die op zichzelf wel winstgevend zijn, bij de liquidatie verkocht worden aan andere partijen en dus gewoon verder functioneren. Het zal echter onvermijdelijk zijn dat een aantal werkgevers hun baan kwijt zullen raken. Waarom is dat zo’n bezwaar? Het risico op ontslag, als gevolg van faillissement of niet, is bij elk bedrijf, groot of klein, aanwezig. Echter, de plaatselijke buurtsuper zal niet door de overheid gered worden, ook al zullen vijftig mensen op straat komen te staan. Die mensen zullen nieuw werk vinden, net als de mensen bij SNS. Is het dan gerechtvaardigd om 16 miljoen Nederlanders te laten betalen zodat een klein groepje mensen hun werk behoud? Sommigen zouden zeggen dat SNS niet om mag vallen omdat investeerders en beleggers hun geld kwijtraken. Dit snijdt geen hout. Die investeerders en beleggers kiezen ervoor om hun zuurverdiende geld, willens en wetens, te investeren in bedrijven en producten terwijl ze weten dat er een risico is dat ze dat geld nooit meer terugkrijgen. Dat is een risico waarvan ze wisten dat ze het namen toen ze investeerden in SNS. Waarom zou hun investering beschermd moeten worden? Het alternatief is namelijk ook niet gratis. Iedere euro die de staat uitgeeft komt uit de portemonnee van de belastingbetaler. Er bestaat niet zoiets als gratis geld. Deze beleggers zullen per saldo beter af zijn als zij gecompenseerd worden daar de waarde van hun investeringen waarschijnlijk hoger is dan hun aandeel in de compensatie. Is het echter verdedigbaar dat 16 miljoen Nederlanders betalen om een paar beleggers te compenseren voor een verlies op hun beleggingen? Als deze beleggers geen verlies hadden willen lijden, dan hadden zij middels de macht die zij hebben als aandeelhouders invloed op het beleid kunnen uitoefenen, wat ze niet gedaan hebben. Hun verlies hebben ze vooral aan zichzelf te wijten. Velen zullen zeggen dat de spaarders hun geld niet zouden mogen kwijtraken. Het is toch immers niet hun schuld dat SNS in problemen is gekomen. Ik zou hier natuurlijk advocaat van de duivel kunnen spelen door te zeggen dat het wel degelijk hun schuld is. Zij hebben ervoor gekozen om hun geld te stallen bij een bedrijf waarvan ze wisten, of hadden kunnen weten, dat het riskante en slechte investeringen met hun geld deed. Zij hebben, letterlijk, het slechte beleid van SNS geďŹ nancierd.

38

Voormalig topman van SNS Reaal, Sjoerd van Keulen, is ondergedoken na dreigementen. Laten we nu echter zeggen dat het onwenselijk is dat deze mensen hun spaargeld kwijtraken. Zeker spaarders bij andere banken wiens spaartegoeden, door het depositogarantiestelsel, ook in gevaar komen. Wat heeft een nationalisatie echter voor een effect? Een nationalisatie frustreert de werking van de vrije markt. De Staat stuurt een signaal naar al die andere banken dat de belastingbetaler ten alle tijden bij zal springen wanneer zij door hun eigen incompetentie in de problemen komen. Al die oorzaken en factoren die hebben bijgedragen aan het ontstaan van de kredietcrisis (en aan de crisis bij SNS) blijven op deze manier bestaan wanneer je de markt haar reinigende functie ontneemt. Deze banken zullen op dezelfde voet doorgaan met het nemen van riskante investeringen, het uitkeren van hoge bonussen enzovoorts. Door de overheid zullen deze banken niet afgestraft worden. Als de vrije markt echter haar werking mag doen en SNS niet gered zou zijn, dan zouden banken in de toekomst minder riskante investeringen doen, minder bonussen uitkeren en voorzichtiger met het geld van de klant omgaan. Banken die weigeren hun gedrag te veranderen zullen hiervoor door de markt afgestraft worden wanneer nieuwe banken opkomen die wel een betrouwbaar huis zullen zijn. Door de markt te frustreren middels een nationalisatie zal er niets veranderen in het bankwezen waardoor een nieuwe crisis, met de tijd, onvermijdelijk zal zijn. Hoeveel gaat die nieuwe crisis ons dan kosten? En de crisis daarop?3 De afweging die de Staat heeft gemaakt is niet geheel onbegrijpelijk. Ze maakt een simpele kosten-baten afweging waarna ze tot de conclusie komt dat het omvallen van SNS duurder zal zijn dan de kosten van een redding. Dit is echter kortzichtig. De redenen die nopen tot een redding van SNS zijn namelijk door de overheid zelf gecreĂŤerd. Neem een regeling als het depositogarantiestelsel. Hierin


VERDIEPING

worden banken in feite verplicht om op te draaien voor het feit dat andere banken verlies draaien. Is dat juist? Is het juist dat mijn spaargeld, dat ik bij een bank heb gezet die daar keurig mee om is gegaan, in gevaar komt wanneer die bank verplicht wordt mee te betalen aan de verplichtingen van een andere bank die niet goed met het geld van zijn klanten is om gegaan? Wat voor een signaal wordt hiermee gestuurd naar banken? Door het creëren van een dergelijk vangnet voor als de dingen fout gaan, zal het alleen maar waarschijnlijker worden dat dingen ook fout gaan. De bank zal riskantere investeringen gaan nemen nu hij weet dat, als de boel over de kop gaat, de andere banken hem wel zullen helpen. Als je het depositogarantiestelsel afschaft zal je niet alleen bereiken dat banken voorzichtiger met het geld van hun klanten omgaan, maar ook zullen banken minder snel in de liquiditeitsproblemen komen en ironisch genoeg een grotere garantie voor spaargeld kunnen geven. Ze hebben immers niet meer een verplichting om geld bij te dragen. Daardoor worden hun financiële buffers groter en is het spaargeld van hun klanten veiliger. Uiteindelijk zal de consument hier meer mee gebaat zijn. Je hebt meer aan een stabiele bank die jou, op lange termijn, al jouw spaargeld kan teruggeven, dan een depositogarantiestelsel dat jou in een keer slechts een deel van je spaargeld teruggeeft (het garandeert namelijk maar tot een bepaald bedrag). Wie betaalt er trouwens voor het depositogarantiestelsel? De gedachte achter het stelsel is dat dit ten laste van de banken zelf komt. Dit lijkt zeer redelijk daar op deze manier de gewone burger wordt ontzien. Dit is echter een illusie. Het depositogarantiestelsel wordt wel degelijk gefinancierd door de burger. Denk je dat de bank zijn verplichtingen ten laste laat komen van zijn winst? Natuurlijk niet. Dat komt ten laste van de gewone burger die meer moet gaan betalen voor de producten van de bank, een hogere rente moet betalen, lager salaris krijgt van de bank enzovoorts. Het is uiteindelijk de gewone burger die zal betalen voor deze maatregel, niet de bank zelf. Dat is ook de reden waarom iets als een bankenbelasting onzinnig is omdat het uiteindelijk de klant en de werknemer zijn die zullen opdraaien voor die belasting. Ik twijfel niet aan de goede intenties van een depositogarantiestelsel. Ik vind het zeker ook verstandig om te streven naar een grotere zekerheid voor het spaargeld van de consument. Echter, het depositogarantiestelsel bereikt het tegenovergestelde. Het stimuleert riskant gedrag, doet afbreuk aan de kredietwaardigheid van de bank en wordt per saldo betaald door de gewone burger met als gevolg dat zijn spaargeld

minder veilig is dan het had kunnen zijn4. Tevens laat je de burger, door deze verschillende maatregelen, betalen voor drie verschillende mechanismen. Mechanismen die allen bedacht zijn om spaargeld te garanderen dat per saldo veiliger zal zijn zonder deze mechanismen. Ten eerste betalen ze 3,7 miljard voor het redden van een bank, tevens komt de verplichting van een depositogarantiestelsel ten laste van hen en tot slot betalen ze bij inwerkingstelling van het depositogarantiestelsel in de vorm van het spaargeld dat ze niet terugkrijgen. De oplossing voor dit alles ligt niet, zoals bepaalde conservatieve partijen zeggen, in méér overheidsregulering, maar juist in minder. De beste manier om bedrijven in de pas te krijgen is door de vrije markt haar werk te laten doen. Het is namelijk de overheid geweest die de voorwaarden heeft gecreëerd die de redding van SNS onvermijdelijk maakte. Het is tevens de verantwoordelijkheid van de overheid om de problemen die ze gecreëerd heeft op te lossen. Laat ik echter wel zeggen dat ik de beslissing om SNS te redden niet onbegrijpelijk vind gelet op de omstandigheden van het geval. In het speelveld dat de overheid heeft gecreëerd is het begrijpelijk dat ze SNS hebben gered. Als je bedrijven met ketenen aan elkaars lot verbindt, is het logisch dat je niet kan toestaan dat één de afgrond in valt. Ik zeg daarom ook niet dat het laten vallen van SNS alle problemen had opgelost. Dat had het zeker niet gedaan. De overheid had wel in het geval van SNS verantwoordelijkheid kunnen nemen door de ketenen los te maken (i.e. het depositogarantiestelsel af te schaffen) en de bank te laten vallen. Daarmee had ze, weliswaar op langere termijn, in combinatie met verdere deregulering, een stabiel en betrouwbaar bancair systeem kunnen creëren. Door deze kans te laten gaan is het wachten op de volgende crisis waarin de Nederlander weer haar portemonnee mag trekken.

Noten 1 Art. 2:403 BW. 2 Onteigeningsbesluit SNS REAAL en SNS Bank, Minister van Financiën J.R.V.A. Dijsselbloem, 1 februari 2013, Den Haag. 3 Milton Friedman, ‘The business community’s suicidal impulse’, Cato Policy Report, March/April 1999 Vol. 21, No. 2. 4 Milton Friedman, ‘The Social Responsibility of Business is to Increase its Profits’, The New York Times Magazine, 13 September, 1970.

39


40


VERDIEPING

Verantwoordelijkheid op een laag pitje Is fraude de norm in de vastgoedwereld? Door Madeline Kniest

V

erantwoordelijkheid; iedereen aanvaardt het op papier, maar wordt het ook in de praktijk genomen? Dat is precies waarover de vastgoedfraude mijns inziens gaat. Ik heb het over een megafraudezaak, gesproken wordt over de grootste vastgoedfraudezaak in de Nederlandse geschiedenis. Deze zaak is bekend geworden onder de codenaam ‘De Klimop-zaak’. Het is een strafzaak tegen onder andere enkele directeuren van Bouwfonds, een voormalig Nederlands semi-overheidsbedrijf, en het Philips pensioenfonds. Het onderzoek legt een wijdvertakt fraudenetwerk aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven bloot. Jarenlang zouden projectontwikkelaars, pensioenfondsdirecteuren en vastgoedhandelaren - met hulp van adviseurs, bankiers en notarissen - tientallen miljoenen bij hun ondernemingen hebben weggesluisd1. Verdachten hebben deelgenomen aan een criminele organisatie die erop uit was om Bouwfonds en het Philips Pensioenfonds op te lichten en geld van deze ondernemingen te verduisteren om er zelf beter van te worden. Bouwfonds, Philips Pensioenfonds, hun aandeelhouders en pensioengerechtigden zijn hier de dupe van geworden2. Twee projecten aan de Zuidas in Amsterdam, maar ook projecten in andere steden, spelen een rol in deze vastgoedfraudezaak. Elf personen en vier bedrijven daaromheen staan voor de rechter. Drie zeer ervaren rechters en twee griffiers hebben meer dan een jaar aan de zaak gewerkt. Meer dan 80 zittingsdagen hebben de rechters, griffiers, advocaten, officieren en verdachten besteed aan bespreking van de verdenkingen. Het proces mondt uit in een vonnis van duizend pagina’s. In de ochtend van donderdag 13 november 2007 werd door de FIOD op meer dan 50 locaties in Nederland, België en Zwitserland invallen gedaan door 600 rechercheurs en 30 officieren van justitie in verband met vastgoedfraude rondom Bouwfonds en Philips Pensioenfonds3. Het onderzoek, dat onder leiding van het Functioneel Parket werd uitgevoerd door de FIOD, startte in september 2006. De hoofdverdachte Jan Van Vlijmen, destijds onderdirecteur van de Afdeling commercieel vastgoed bij Bouwfonds, werd ervan verdacht samen met zijn oom Nico Vijsma honderden miljoenen euro’s te hebben weggesluisd van Bouwfonds en Philips Pensioenfonds onder het motto ‘we worden allemaal rijk’. Verdachten waren betrokken bij de ontwikkeling van grote vastgoedprojecten en hebben gefraudeerd door rekeningen op te hogen of door rekeningen te versturen waarvoor geen diensten geleverd zijn.

Van Vlijmen liet aan de hand van spookfacturen een groot deel van de winsten op vastgoedprojecten aan derden uitbetalen. Het grootste deel van de winst heeft hij zelf geïncasseerd. De bij de Bouwfonds werkende verdachten maakten afspraken met projectontwikkelaars die rekeningen doorbetaalden. De projectontwikkelaars stuurden facturen aan Bouwfonds waar geen, of slechts ten dele een zakelijke prestatie tegenover stond. Bouwfonds betaalde dan bijvoorbeeld niet 1 miljoen euro maar 5 miljoen euro aan de projectontwikkelaar. Het verschil van 4 miljoen euro werd weggesluisd. De projectontwikkelaars hebben op deze manier miljoenen euro’s weggesluisd naar de verdachten in de vastgoedfraude waarvan een groot deel in handen van de hoofdverdachten belandde4. Daarnaast zijn pakketten onroerend goed onder de marktprijs verhandeld, wetende dat die uiteindelijk veel meer zouden opbrengen. De meeropbrengsten werden via een tevoren afgesproken verdeelsleutel onder de verdachten verdeeld5. Hierbij werd hulp geboden door mensen op cruciale posities bij het Bouwfonds. Meerdere pensioenfondsdirecteuren worden ervan verdacht in ruil voor smeergeld vastgoed te hebben gekocht en verkocht tegen zeer ongunstige prijzen. Deze megafraudezaak kent vier belangrijke verdachten. Op

41


‘Verdachten waren betrokken bij de ontwikkeling van grote vastgoedprojecten en hebben gefraudeerd door rekeningen op te hogen of door rekeningen te versturen waarvoor geen diensten geleverd zijn’

de eerste plaats Will Frencken, vastgoeddirecteur bij Philips Pensioenfonds. Hij heeft frauduleuze zaken met Jan van Vlijmen gedaan in ruil voor tientallen miljoenen euro’s. Frencken speelde een voorname rol bij het doorsluizen van criminele gelden door onder andere valse facturen en brieven op te stellen. Hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar. Zijn opvolger, Rob Lagaunne, heeft kantoorpanden te goedkoop aan Van Vlijmen verkocht waarvoor hij beloond is met contant geld en horloges. Lagaunne mag één jaar zitten. Een andere verdachte is Cees Hakstege, ex-bestuursvoorzitter van Bouwfonds. Hij is veroordeeld voor witwassen en heeft 240 uur taakstraf in de vorm van werkstraf gekregen, wat opmerkelijk is omdat hij van alle verdachten de zwaarste functie had ten tijde van de fraude en in het verleden zelfs koninklijk is onderscheiden. Jan Van Vlijmen, de hoofdverdachte in deze grote vastgoedfraudezaak is veroordeeld tot vier jaar cel voor valsheid in geschrifte, witwassen, omkoping, wapenbezit en het onbetwist leiding geven aan twee criminele organisaties. Zeven jaar had het OM tegen hem geëist. De rechtbank heeft bij oplegging van de straf rekening gehouden met het feit dat Van Vlijmen als een van de weinigen zonder overdreven terughoudendheid zijn verhaal heeft verteld en daarbij zijn best heeft gedaan om de rechtbank een kijkje te geven in de wereld van het vastgoed. Los van deze strafzaak heeft Van Vlijmen in 2010 een schikking met het OM getroffen voor in totaal meer dan 70 miljoen euro. Vijf vennootschappen van Van Vlijmen werden verdacht van onder meer witwassen, valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie. De vennootschappen hebben een boete van 5 miljoen euro aan het Openbaar Ministerie betaald en het resterend vermogen aan het Philips pensioenfonds en de rechtsopvolgers van Bouwfonds, de Rabo Vastgoedgroep6. Ook ‘bekende’ Nederlanders spelen een rol in de vastgoedfraude. Harry Mens en diens onderneming Mens Makelaardij B.V. is met het OM een transactie van in totaal 100.000 euro boete overeengekomen voor het opmaken van een valse factuur. Die onderneming heeft een factuur verzonden aan Bouwfonds voor niet verrichte werkzaamheden. Daarnaast heeft de onderneming een vergoeding moeten betalen van 650.000 euro, het bedrag dat verdiend is door indiening van de valse factuur. Deze laatste vergoeding komt ten goede aan Rabo Vastgoed7. Op 12 december 2012 kwam ook Edwin de Roy van Zuydewijn voor de rechter voor het opmaken van een valse factuur8. De verdachten in de Klimop-zaak hebben de samenleving grote schade toegebracht. Het Functioneel Parket stelt dat de verdachten door hun handelingen de integriteit van het

42


VERDIEPING

Nederlandse bedrijfsleven op het spel hebben gezet en daarmee het vertrouwen in ons economisch systeem. Volgens de officieren van justitie “roofden zij niet alleen tientallen miljoenen bij grote bedrijven maar hebben verdachten ook het vertrouwen aangetast dat mensen op hoge, verantwoordelijke posities, vertrouwd kunnen worden”. Ook het feit dat verdachten voor hun vermoedelijk criminele handelingen gebruik gemaakt hebben van legale ondernemingen vormt een ernstige bedreiging voor de maatschappij. “De verdachten roofden uit pure hebzucht, ze hadden het al goed en wilden steeds meer”, aldus de officieren9. Verontrustend is, volgens emeritus hoogleraar rechtspsychologie Hans Crombag, dat fraude tegenwoordig de norm in de vastgoedwereld is. Dit blijkt tevens uit het gemak waarmee Van Vlijmen zegt: “Ach, zo deden we dat nu eenmaal.” Geen van de verdachten erkent zijn verantwoordelijkheid in deze maatschappelijke vastgoedfraudezaak. Hans van Crombag geeft aan dat hij toch een mogelijkheid ziet om de vastgoedfraude te stoppen: “De belangrijkste les uit de vastgoedfraude is dat je de gelegenheid moet uitsluiten. Dat betekent meer reguleren, strenger toezicht.” Waarin ook een les voor de verantwoordelijkheid van de overheid is weggelegd.

‘Jarenlang zouden projectontwikkelaars, pensioenfondsdirecteuren en vastgoedhandelaren met hulp van adviseurs, bankiers en notarissen - tientallen miljoenen bij hun ondernemingen hebben weggesluisd’

Noten 1 ‘Proces vastgoedfraudezaak Klimop van start’, Openbaar Ministerie, 2 maart 2011. 2 ‘Gevangenisstraffen tot 5 jaar geëist tegen verdachten vastgoedfraude’, Openbaar Ministerie, 6 november 2012. 3 ‘Transactie in vastgoedfraudeonderzoek Klimop’, Openbaar Ministerie, 27 juni 2010. 4 ‘OM eist in hoger beroep 20 maanden celstraf fraudeonderzoek Klimop’, Openbaar Ministerie, 12 oktober 2012. 5 ‘Proces vastgoedfraudezaak Klimop van start’, Openbaar Ministerie, 2 maart 2011. 6 ‘Vier jaar voor hoofdverdachte vastgoedfraude’, NOS, 27 januari 2012. 7 ‘Transactie met Mens Bedrijfsmakelaardij B.V.’, Openbaar Ministerie 29 mei 2012. 8 Vasco van der Boon, ‘De Roy van Zuydewijn komt voor de rechter om rol in vastgoedfraude’, Financieel Dagblad, 7 december 2012. 9 ‘Gevangenisstraffen tot 5 jaar geëist tegen verdachten vastgoedfraude’, Openbaar Ministerie 6 november 2012.

43


44


Carnavalsborrel

45


Pubquiz

46


48

Profile for JFAS

Nota Bene 'Verantwoordelijkheid'  

Verenigingsblad Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

Nota Bene 'Verantwoordelijkheid'  

Verenigingsblad Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

Advertisement