__MAIN_TEXT__

Page 1

NOTA BENE

Vrijheid

T ME

W VIE R E INT F IE US L C EX

S N HA

JFAS nummer 41 zomer 2015 jaargang 23

ER K AN

Vrijheid, kwaliteit

& rendement op de

FdR

Hoe vrij

voel jij je in het verkeer?

en:

De vrijheid van een

longstay-patient

R


Jij wordt niet snel ergens stil van.

Als starter kies je bewust voor een Top 5-kantoor. Jouw frisse blik geeft de cliënt vaak een andere kijk op de zaak en je vecht graag voor jouw ideeën. Je hebt een uitgesproken mening, ook als het spannend wordt. Je houdt van aanpakken, no-nonsense en een steile leercurve. Sta je op scherp? Bel met Tamara of Thaira: 088-253 53 86 of mail naar recruitment@akd.nl.

Kijk op werkenbijakd.nl AmSTerdAm BredA eindhoven roTTerdAm BruSSel


HOOFDREDACTIONEEL

D

it is alweer mijn laatste redactioneel als hoofdredacteur van de Nota Bene. Ik schrijf dit op onze masterreis in New York City, dé stad van the United States of America, land of freedom, land of opportunity. Vrijheid vormt de basis van de gehele Amerikaanse samenleving. The Statue of Liberty, de fakkel hoog in de lucht gestoken en de Declaration of Independence in haar andere hand, symboliseert voor de Amerikanen het grootste goed dat een mens kan bezitten. Wakend over de idealen van vrijheid begroet het standbeeld de nieuwkomers in Amerika. Vrijheid is een breed begrip waar iedereen zijn eigen invulling aan kan geven. De een zal zich al vrij voelen als hij kan gaan en staan waar hij wil, en niet in zijn bewegingen wordt beperkt, zoals in een gevangenis. De ander ervaart pas vrijheid als hij daarbovenop de middelen heeft om alles te doen wat hij wil. Weer een ander als hij kan stemmen op wie hij wil, de godsdienst kan kiezen die hij wil, of kan publiceren wat hij wil. De vrijheden waar ík dit jaar veel mee te maken heb gehad, zijn vrijheid van meningsuiting en persvrijheid: gevoelens en gedachten zonder beperkingen openbaar en kenbaar maken, in woord en geschrift. Een vrijheid die, sinds de pamfletten van Luther in de zestiende eeuw, geleidelijk aan vanzelfsprekend is geworden in onze Westerse samenleving, maar kennelijk toch ook weer niet voor iedereen, blijkens de schokkende aanslagen op het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo begin dit jaar. Zonder deze persvrijheid zou de Nota Bene niet in zijn huidige, ongecensureerde vorm bestaan. Laten we deze vrijheid, in het klein vormgegeven in de Nota Bene, omhelzen en toejuichen. Leve het vrije woord!

Hannah van Kolfschooten Hoofdredactrice Nota Bene & Commissaris media 2014–2015

3


Colofon

De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. De Nota Bene verschijnt vier maal per jaar. Hoofdredactie Hannah van Kolfschooten Eindredactie Marjolijn Feenstra Rogier van der Wolk Redactie Louisa Bergsma Sebastian de Bruijn Stephan Edgar Lars Groeneveld Kim Hogewoning Anna Ida Hudig Baruch Hummen Bastiaan Loopstra Nicky Willemsen Overige bijdrage Marjolijn Feenstra Sasha van Gelder Adverteerders AKD advocaten & notarissen Baker & McKenzie Van Doorne Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn Sponsorexploitatie Sasha van Gelder Vormgeving Willem Don, willemdon.nl Drukkerij Puurdrukken Fotografie Jaëla Arian JFAS Bestuur Sasha van Gelder Lucas Wolthuis Scheeres Marjolijn Feenstra Anna-Maria Kempers Nina Visser Mathijs IJkhout Hannah van Kolfschooten

voorzitter@jfas.com vvz@jfas.com penningmeester@jfas.com secretaris@jfas.com intern@jfas.com extern@jfas.com media@jfas.com

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A2.04 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 E-mail: voorzitter@jfas.com Internet: www.jfas.com De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@ jfas.com.

Volg de Nota Bene ook via Facebook: Like onze pagina ‘Studievereniging JFAS’


INHOUD

6 De redactie blikt terug op een goed jaar 8 JFAS Hoogtepunten van 2014-2015

32

Interview met Hans Anker, strafrechtadvocaat

OPINIE 10 Advocatenseries, zoggen zonder schuldgevoel 12 Het Proces 13 Vrijheidskwaliteit 15 Vrijspraak zonder vrijheid

VERDIEPING 17 Vrijheid, kwaliteit en rendement op de FdR 22 Het zicht op vrijheid van een longstaypatiënt 24 Hoe vrij voel jij je in het verkeer?

17

Vrijheid, kwaliteit en rendement op de FdR

26 Creatieve vrijheid?

STUDIE 28 Mijn zes jaar op de Poort 40 Foto’s JFASreis New York-Washington

CARRIÈRE 32 Interview met Hans Anker, strafrechtadvocaat: Voor iedere verdachte door het vuur

22

Het zicht op vrijheid van een longstay-patiënt

38 Interview met Floor Overbosch: Junior Associate bij Baker & McKenzie 43 Life’s a beach

5


NB

6

Nota Bene: de redactie blikt terug op een goed jaar Met mijn artikelen voor de Nota Bene wil ik graag studenten iets nuttigs bijbrengen over rechtsgebieden waar niet iedereen in geïnteresseerd is, maar waar wel bijna iedereen zich in kan herkennen. Ik hoop dat het gelukt is!

Ik ben heel blij dat ik heb gesolliciteerd voor de Nota Beneredactie. Het schrijven van mijn stuk over euthanasie bij dementie, het interview met Bénedicte Ficq en mijn verhaal over Het Proces van Kafka, hebben mij op een andere - leukere - manier naar het recht doen kijken!

De eerste keer dat ik mijn mederedactieleden zag was tijdens een commissieuitje welke bestond uit bowlen. Eerste worp, strike, het werd een goed jaar.

Mijn tijd bij de Nota Bene had er heel anders uitgezien als ik niet voor en na elke vergadering bij de fietscoach terechtkon om mijn fiets in en uit het rek te krijgen. Hulde!

Onder het genot van een drankje, samen filosoferen over onderwerpen om over te schrijven. Om vervolgens aan de slag te gaan met schijven en uiteindelijk samen een mooi nummer te maken!

De laatste woorden op het nippertje van de deadline. Sinds het begin van het jaar heb ik op dat vlak kennelijk nog niet veel bijgeleerd. Ondanks alle stress ben ik blij dat ik dit jaar deel mocht uitmaken van de redactie van de Nota Bene en trots op het resultaat. Dank voor alle leuke reacties!

nummer 41

|

jaargang 23


Mijn belevenis van afgelopen jaar was toch het interview met Bart Middelburg van het Parool. Bijzonder grappige anekdotes wist hij te vertellen, zonde dat de column van de politierechter niet meer verschijnt!

Dit jaar was ik slechts bij één van de vier Nota Benevergaderingen: de laatste. (Tijdens de eerste twee was ik op exchange, en tijdens de derde was ik verhinderd.) Van te voren was ik bang dat het Nota Bene-vuur in mij wellicht gedoofd was: ik kende de redactie nauwelijks en wist niet waar ik over moest schrijven. Maar dat gevoel bleek ongepast: na de vergadering hadden mijn zorgen plaatsgemaakt voor een hernieuwd geloof in ons verenigingsblad. De ideeën waren talrijk, de redactieleden enthousiast, en, zeg nou zelf: iedereen leest dat tijdschrift toch iedere keer weer met plezier door?

7

Lieve redactie, Wat hebben we vier ongelooflijk mooie edities uitgebracht samen! Bedankt voor al jullie goede ideeën, de gezellige vergaderingen en vooral voor jullie prachtige artikelen. Bedankt Sebastian, Aleida, Stephan en Anna Ida voor de goede interviews, Thomas voor je internationale artikelen, Louisa voor je filmrecensies, Kim voor alle praktische juridische lessen, Loes voor je artikel over Dutchbat, Lars voor je filosofische verhandelingen, Bastiaan voor je uitgebreide reisverslagen, Baruch voor het interview met Bart Middelburg, Nicky voor je artikelen over media en Rogier, Jacqueline en Marjolijn voor het perfectioneren van alle teksten. Het was een mooi jaar! Liefs, Hannah


NB

8

“Toen ik mijn klant niet binnen een halfuur terug mailde, belde hij om te vragen of ik dood was.�

nummer 41

|

jaargang 23


Woord van de voorzitter:

Hoogtepunten ‘14/’15 Lieve leden, Het eind van het collegejaar is in zicht en de zomervakantie breekt aan. Het festival seizoen is officieel begonnen en de eerste vluchten naar het buitenland zullen snel vertrekken. De aankomende maanden staan in het teken van ontspanning en zijn bedoeld om jezelf op te laden voor een wederom intensief collegejaar. Met het eind van het collegejaar loopt ook het bestuursjaar af van het huidige JFAS-bestuur en zullen zeven nieuwe bestuursleden het stokje van ons overnemen. In deze laatste Nota Bene editie van dit jaar grijp ik graag de kans om nog even terug te blikken op de afgelopen tijd. Het zou onmogelijk zijn om alle activiteiten van het afgelopen jaar toe te lichten en al mijn ervaringen met je te delen. Ik zal mij moeten beperken tot een aantal hoogtepunten. Ik wil je wel van harte uitnodigen om jezelf aan te melden voor onze activiteiten, om op deze manier zelf mee te maken wat de JFAS allemaal te bieden heeft. Reizen Zoals elk jaar, zijn wij opnieuw met een ontzettend gezellige groep eerstejaars rechtenstudenten afgereisd naar het mooie Berlijn. Overdag bezochten wij de bekende sights en in de nachtelijke uurtjes werd er wat af gefeest. Kortom: voor veel startende rechtenstudenten de ideale setting om elkaar beter te leren kennen. Het was een zeer geslaagde reis en hopelijk hebben de nieuw ontstane vriendschappen ervoor gezorgd dat de eerste-college uurtjes wat draaglijker zijn geworden. Ook onze bachelorreis was zeer geslaagd. Barcelona, de stad van tapas, Gaudí en Picasso, heeft ontzettend veel te bieden en we hebben er optimaal van genoten. De culturele en juridische activiteiten, maar ook het uitgaan in de beroemde nachtclubs van Barceloneta: alles was even geweldig! Verder staan wij op het punt om met een groep masterstudenten te vertrekken naar New York en Washington D.C. We hebben een geweldig programma met genoeg ruimte voor vrije tijd. Ik denk dat ik wel kan zeggen dat iedereen er ontzettend veel zin in heeft. Borrels Elke eerste donderdag van de maand stond de Heeren van Aemstel weer afgeladen vol met JFAS-leden. Het bier vloeide gratis uit de tap, totdat de rekening vol was. Onze dies-borrel was ook een groot succes. Wij vonden dat de 104e verjaardag van de JFAS gevierd moest worden met al onze leden en daarom gaven wij een extra feestje in onze stamkroeg. Hoewel niet alle leden op zijn komen dagen, hetgeen met 3500 man in de Heeren ook wel lastig zou zijn geworden, was de opkomst hoog en kan ik zeggen dat het een prachtige avond was. Verder hebben wij er opnieuw voor gekozen om een pubquiz te houden in een cafeetje in Amsterdam.

Op deze avond kregen wij veel positieve reacties. Zeker een leuk idee om volgend jaar opnieuw te organiseren dus. Dit jaar vond het gala plaats in Studio K. Iedereen had zijn meest classy outfit uit de kast getrokken en zag er prachtig uit. De mensen, de goede muziek en de open bar maakten het tot een top avond. Inhoudelijke evenementen Het aantal inhoudelijke evenementen is dit jaar flink uitgebreid. Zo hebben er verschillende in-house evenementen plaatsgevonden bij bekende advocatenkantoren en bedrijven. Met name voor de rechtenstudenten in de eindfase van hun studie was dit de uitgelezen kans om zich alvast een beetje te oriënteren op de arbeidsmarkt. Eén van de grootste in-house evenementen van dit jaar was de ‘Themaronde’. In het thema ‘Start to Finish’ hebben wij drie vaardigheden getraind bij respectievelijk drie verschillende gerenommeerde advocatenkantoren. Naast inhouse evenementen, hebben er lezingen en sollicitatietrainingen plaatsgevonden. Het tot stand komen van alle activiteiten zou naast de inzet van mijn lieve bestuursgenootjes niet mogelijk zijn geweest zonder de hulp van al onze commissieleden, die zich dit jaar geweldig hebben ingezet. Om hen te bedanken, hebben wij in het begin van het jaar een commissieleden-avond georganiseerd. Op een warme dag in juni zullen wij nog een commissieleden-dag organiseren, waarmee we het jaar met een groot feest zullen afsluiten. Hoewel de commissieleden een grote bijdrage hebben geleverd, wil ik hier ook nog even van de mogelijkheid gebruik maken om alle bestuursleden nog kort persoonlijk te bedanken voor alles dat zij dit jaar voor elkaar hebben gebokst. Allereerst wil ik Hannah bedanken voor het tot stand brengen van alle prachtige edities van de Nota Bene dit jaar. Het blad bestond telkens weer uit interessante en leuk geschreven artikelen. Nina wil ik graag bedanken voor het tot stand brengen van alle reizen, feesten en borrels. De organisatie van de inhoudelijke activiteiten is te danken aan Mathijs en de boekenverkoop was niet mogelijk geweest zonder Lucas. Verder wil ik Anna bedanken voor het voeren van onze administratie en tenslotte is het aan Marjolijn te danken dat onze vereniging nog financieel gezond is. Ik wens je een hele fijne zomervakantie toe en wellicht tot volgend jaar! Liefs, Sasha van Gelder Voorzitter JFAS 2015-2016

9


Soggen zonder schuldgevoel

Advocatenseries Tekst: Louisa Bergsma

NB

10

Met acht tot twaalf contacturen per week heb je als rechtenstudent best veel vrije tijd. Het is natuurlijk de bedoeling dat wij deze tijd invullen met lezen, studeren en andere intelligente activiteiten. Anders haal je nooit de vereiste 40 uren studeren per week. Dit zelf invullen van je vrije tijd vereist echter een bepaalde discipline die niet altijd aanwezig is. Alhoewel het dan heerlijk is om even iets anders te doen, zoals bier drinken in het park of alle seizoenen van Breaking Bad opnieuw kijken, blijft er toch altijd iets knagen. Het schuldgevoel. Gelukkig is er een gulden middenweg. Speciaal voor die dagen dat het te koud is om naar het strand te gaan, maar je ook absoluut even niet kan (lees: wil) studeren, hebben wij een paar suggesties. Deze series kan je zonder schuldgevoel kijken, want ze gaan over… rechten. Rechters, advocaten en wettenbundels komen hier zo vaak voorbij dat je er toch zeker wel iets van moet opsteken. Hieronder een paar aanraders – maar er zijn er zeker nog veel meer te vinden zodat je je geen moment hoeft te vervelen (of schuldig te voelen).

Suits (2011 - …) Aanrader voor studenten die: geïnteresseerd zijn in het leven op de Zuidas en van mooie en dure kleding houden, en ook naar romantiek en spanning verlangen. Zonder twijfel de populairste serie onder rechtenstudenten. Nog niet gezien? Je loopt vijf seizoenen achter. Mike Ross is een jaloersmakend intelligente jongen zonder diploma, maar met erg veel kennis van het recht. Per toeval wordt hij de rechterhand van Harvey Specter, een van de beste advocaten van New York. Samen winnen ze de meest onmogelijke zaken en daarbij zien ze er ook nog eens erg goed uit. Naast de juridische kwesties komen er nog veel meer verhaallijnen aan bod waardoor het geen minuut zal vervelen.

nummer 41

|

jaargang 23


OPINIE

Better call Saul (2015 - …) Aanrader voor studenten die: fan zijn van Breaking Bad, een louche advocaat willen worden, advocaat willen worden maar er niet al te best voor staan. Jamie McGill is een mislukking; een advocaat met een minuscuul kantoortje ergens achterin een Vietnamese nagelsalon en een schraal inkomen uit pro deo zaken. Misschien is Jamie McGill wel de perfecte motivatie om de serie uit te zetten en je boeken maar weer eens open te slaan. Maar toch raden we je aan om deze serie af te kijken! Jamie ontwikkelt zich namelijk langzaam tot de louche en hilarische advocaat Saul Goodman, zoals bekend uit topserie Breaking Bad. Het eerste seizoen is net afgelopen, maar er zullen er zeker meer volgen. Keyzer & de Boer advocaten (2005 – 2008) Aanrader voor studenten die: Nederlands recht studeren, houden van Nederlandstalige series, geïnteresseerd zijn in het leven in en rond een advocatenkantoor. Aangezien de meeste lezers Nederlands recht studeren, moet er ook een serie van eigen bodem bij. Deze serie volgt zes advocaten van een klein advocatenkantoor in Amsterdam Zuid. Een feest der herkenning voor de Amsterdamse rechtenstudent. Daarbij geen gedoe met downloaden of Netflix; de hele serie is terug te zien op www.npo. nl.

‘Deze series kan je zonder schuldgevoel kijken, want ze gaan over… rechten!’


Het Proces Tekst: Anna Ida Hudig

NB

12

Stel je voor: Op een dag word je door twee agenten van je bed gelicht en gearresteerd. In principe ben je vrij om te gaan en te staan waar je wilt, maar je staat wel onder arrest. Waarom en door wie weet je niet. En dat zal je ook nooit te weten komen. Het enige wat je kan doen is in tegenspraak komen. Maar waartegen, en tegen wie, dat weet je ook niet. Dit overkwam Josef K., de hoofdpersoon van Het Proces, geschreven door Kafka. K. is een keurige man, werkend bij de bank en overtuigd van zijn eigen onschuld. Zijn wereldbeeld – maar ook dat van de lezer – raakt compleet ontregeld door de arrestatie. ‘K. leefde toch in een rechtsstaat, overal heerste vrede, alle wetten werden gehandhaafd, wie durfde hem in zijn woning te overvallen?’ Dit boek las ik in de zomer voordat ik rechten ging studeren. Toevallig was ik in Praag, de woonplaats van Franz Kafka (die overigens zelf ook jurist was). Ongeveer tien maanden later – bij het vak straf(proces)recht – legde professor Blom mij de algemene beginselen van een behoorlijk proces uit. Eén daarvan is recht op openbaarheid. Dit recht garandeert dat betrokkenen inzage hebben in alle stukken. Het is evident dat de openbaarheid in Het Proces ontbrak, aangezien de aanklacht geheim blijft. Niettemin blijven ook vele andere strafrechtelijke voorwaarden voor aansprakelijkheid onvoldaan. Wat volgt is een absurd, langdurig proces. K. gaat in verzet en raakt verstrikt in een wirwar van bureaucratie. Zijn schuld wordt simpelweg aangenomen, maar de delictsomschrijving ontbreekt. Als je niet weet waartegen je in tegenspraak komt, is het onmogelijk om je te verweren. Machteloos staat hij alleen tegenover het rechtssysteem: ‘Een organisatie, die niet alleen omkoopbare bewakers, laffe

opzieners en rechters-commissarissen, die in het gunstigste geval bescheiden zijn, in haar dienst heeft, doch die vervolgens nog een schare rechters in allerlei graderingen in stand houdt. (…) Hoe is bij deze zinloosheid van het gehele geval de ergste corruptie van ambtenaren de vermijden? Dat is onmogelijk.’ Hij lijkt hiermee een systeem te schetsen waarin de individuele mens prooi is aan juridische machten, die ieder hun eigen belang nastreven. K. zoekt zijn heil bij vrouwen, en vraagt verschillende mensen om advies. De gesprekken zijn een boeiende combinatie van small talk en bespreking van ethisch-juridische dilemma’s. De schilder Titorelli legt K. drie de opties voor: werkelijke vrijspraak, schijnbare vrijspraak en het op de lange baan schuiven. Processtukken die vrijspraak inhouden worden vernietigd. Schijnbare vrijspraak niet, maar dit leidt tot een constant circulair proces van vrijspraak, arrestatie en een nieuw proces. De derde optie leidt niet tot veroordeling, maar betekent ook dat je nooit meer vrij zult zijn. Het proces gaat gepaard met fascinerende, eindeloze overpeinzingen van de hoofdpersoon. Het doet je met een andere blik naar ons eigen strafrechtsysteem kijken. Hoe het afloopt, vertel ik niet. Heb je wel eens van de term ‘kafkaësk’ gehoord? Kafka is de enige schrijver die ik ken naar wie een bijvoeglijk naamwoord is vernoemd. De Van Dale definieert ‘kafkaësk’ als een op raadselachtige

‘De gesprekken in “Het Proces” zijn een boeiende combinatie van small talk en bespreking van ethischjuridische dilemma’s.’ wijze beangstigende, bedreigende sfeer, ‘vooral door een overgeperfectioneerde samenleving die zich aan de controle van een individu onttrekt’. Kortom: Het Proces is een algemeen erkend absurd boek, dat de noodzaak van bepaalde grondbeginselen in de rechtsstaat doet inzien. En ook best wel een mindfucker.

nummer 41

|

jaargang 23


OPINIE

Vrijheidskwaliteit Tekst: Lars Groeneveld

Vrijheid is een onderwerp waarmee de knapste koppen in de geschiedenis van het denken zich hebben beziggehouden. Met als gevolg de inrichting van de samenleving zoals wij haar kennen. Elk idee over vrijheid dat wij simpele burgers ons kunnen permitteren zal dan ook gekleurd zijn door één van deze denkers. Laat mij dan ook zelf geen standpunt innemen met betrekking tot dit onderwerp aangezien dit hoogst oninteressant zal zijn. Wel lijkt het mij de moeite waard een filosoof te bespreken waar ik mijn ideeën (u wellicht ook uw ideeën) over vrijheid aan te danken heb.

O

m het gigantische theoretische veld wat vrijheid bestrijkt iets makkelijker behapbaar te maken zal ik mij beperken tot het bespreken van de vrijheid van meningsuiting. Naast dat het voor ons juristen altijd helpt ergens een artikel bij te kunnen plakken (art. 7 Gw en art. 10 EVRM) is dit onderwerp ook zo uitgekauwd dat het ogenschijnlijk haar relevantie heeft verloren. Laat dit nu net zo mooi passen in de argumentatie van Mill. Mill draagt verschillende redenen aan ter bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Het niet willen of mogen luisteren naar een afwijkende mening is het aannemen van de eigen onfeilbaarheid, zo stelt hij. Mocht een mening een ‘onjuiste’ zijn, dan nog is het volgens Mill zaak hiernaar te luisteren, het kan immers een deel van de waarheid bevatten. Juist deze tegenstelling kan zorgen voor een ontwikkeling naar de waarheid. Dit lijkt een hele instrumentele benadering van de vrijheid van meningsuiting. Wij juristen zullen het accepteren van een afwijkende mening primair als recht van het individu beschouwen. Mill laat zien waarom wij dit ook zo moeten opvatten. Het volgende argument van Mill komt erop neer dat, mocht er zoiets bestaan als een volledige waarheid, dan nog moet de tegengestelde mening gehoord worden. De bestaande waarheid wordt op die manier bevestigd tegenover deze onware mening en zal op die manier niet meer worden aanvaard als ware zij een ‘dead dogma’ maar zal tot ‘living truth’ verworden. Met andere woorden: men wordt aangezet tot nadenken in deze “vrije markt” van ideeën. Het aanhalen van dit uitgekauwde onderwerp heeft dus wel

13


NB

14

‘De jurist die wil weten “welk artikel zegt hoe het zit” moet oppassen.’

degelijk zin volgens Mill. Ook vraagt het van ons als studenten om een continue kritische houding tegenover dat recht wat ons binnen wordt gestampt aan te nemen. De aard van het recht brengt nog weleens een waarheidsclaim met zich waar wij volgens Mill dus kritisch mee moeten omspringen. De jurist die wil weten “welk artikel zegt hoe het zit”, moet dus oppassen. Zoals al eerder gezegd zijn deze argumenten verschillend te interpreteren. Ogenschijnlijk lijkt Mill vooral de waarde van de verschillende meningen te zoeken in het feit dat zij zouden kunnen leiden tot de waarheid. Immers, het klakkeloos aannemen van de theorie dat de zon om de aarde draait, bracht ons niet dichterbij de waarheid. Waar ik zelf meer in zie is dat de verdediging van Mill voor de vrijheid van meningsuiting primair een verdediging is voor de autonomie (en zoals we zullen zien daarmee ook het welzijn) van een mens. De ‘vrije markt’ van ideeën is noodzakelijk voor een mens om zich te kunnen ontwikkelen. Binnen de ‘vrije markt’ van ideeën wordt u zoals vastgesteld gedwongen na te denken. U moet als autonoom wezen bepalen of u bijvoorbeeld wilt gaan studeren of gaan werken. Ieder mens prefereert immers iets anders en om een goed leven te kunnen leiden moet er een pluriformiteit van keuzes kunnen bestaan. U zult zich bezig moeten houden met moeilijke vragen en zal dus sneller uw ‘higher faculties’ moeten aanspreken. In het licht van de wereldberoemde uitspraak van Mill “It is better to be unhappy Socrates than a happy pig” draagt de ‘vrije markt’ van ideeën dus ook bij aan het welzijn van de mens. De uiteindelijke keuze

binnen de ‘vrije markt’ van ideeën zal een keuze van uzelf zijn. Deze keuze is waardevol precies doordat hij gemaakt is door uzelf. In de gemaakte keuze zit namelijk het respect voor de persoon en haar autonomie besloten. Ik kan u met dit in het achterhoofd slechts het volgende zeggen: fijne vakantie en help uzelf en de rest van de samenleving door overal ter wereld kritisch te zijn en uw ideeën te delen. Jammer genoeg is de vrijheid van meningsuiting niet overal ter wereld al zo banaal als in ons landje.

nummer 41

|

jaargang 23


OPINIE

Vrijspraak zonder vrijheid 15 Tekst: Sebastian de Bruijn

We schrijven 6 oktober 2010. In de rechtbank ’s-Hertogenbosch spreekt de voorzitter van de rechtbank de volgende woorden uit: “U bent vrijgesproken”. Het leven van degene tegenover hem is zojuist volledig op zijn kop gezet. Na 24 jaar blijkt iemand volledig onschuldig.

I

n 1986 wordt een bejaarde vrouw dood aangetroffen in haar woning. Na korte tijd wordt haar verzorgster, Ina Post, verdacht van het doden van de vrouw. Onder druk van rechercheurs bekent ze, maar deze verklaring trekt ze later in. Dan is het echter al te laat: de rechters gaan met de rechercheurs mee en later dat jaar wordt ze veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens doodslag. Na vier jaar wordt Post vrijgelaten. Vanaf dat moment zet zij zich samen met haar advocaat, Geert-Jan Knoops, in om haar onschuld te bewijzen. Vier herzieningsverzoeken worden afgewezen, maar de vijfde niet. En die leidt uiteindelijk tot het bevrijdende vonnis.


De vrijspraak van Post levert haar echter niet het gewenste resultaat op. Vrij was ze immers al; haar reputatie had ze nog niet terug. Post had het gevoel dat het woord ‘schuldig’ op haar voorhoofd getatoeëerd stond. Niet geheel opvallend, want een groot deel van het publiek zal haar met de moord blijven associëren. Dat werpt de vraag op hoe vrij je daadwerkelijk bent als je na een strafproces vrijgesproken wordt. Vast staat dat een verdachte in een geruchtmakende strafzaak aandacht zal krijgen, en dan hebben we het niet over opbouwende kritiek. Verdachten als Lucia de B. en Robert M. zijn volledig neergesabeld, ook toen het tenlastegelegde nog niet bewezen was. Mocht je beschuldigd worden van iets vreselijks, dan kun je er van op aan dat iemand in je omgeving daar uiteindelijk mee naar buiten zal treden. En hoewel Oscar Wilde nog zei dat “the only thing worse than being talked about is not being talked about”, levert slechte publiciteit je weinig meer op dan imagoschade. Dankzij de media is een beschuldiging vaak een schuldigverklaring. Hoe kan het onfeilbare apparaat van justitie je nou in dat traject gooien zonder dat je ook maar iets gedaan hebt dat daartoe aanleiding geeft? Toch vergeet men vaak dat in een dergelijk bericht de nuance ontbreekt. Bij het uitspreken van een schuldigverklaring of vrijspraak, is een veelvoud aan factoren van belang. De uitspraak van verdenking, echter, zal al ernstige gevolgen hebben. Men stort zich op de ‘schuldige’ en eist een veroordeling. In toenemende mate is de rechter daarvoor gevoelig. Degene die tegenover hem staat, zal nooit meer onbesmet zijn.1

Het verdient daarom de aanbeveling terughoudend te zijn met het beschuldigen van een verdachte. Natuurlijk verdient de dader van een vreselijke daad het om nooit meer vrij te komen, of in ieder geval te krijgen wat hem toekomt. Degene die het niet gedaan heeft, echter niet. Degene die beschuldigd wordt van een feit dat niet door diegene gepleegd is, is daardoor al genoeg beschadigd. Dat blijkt helaas ook uit het verhaal van Ina Post: “Ik kom het huis niet meer uit. Als ik boodschappen ga doen, vrees ik dat alles weg is als ik terugkom. Dat ze me alles hebben afgenomen; dat de honden weg zijn; mijn huis leeg is. Ik weet dat het niet reëel is, maar die angst, dat wantrouwen is bij mijn karakter gaan horen.” Het politiedossier blijkt aan alle kanten te rammelen. Getuigen zijn weggelaten of verkeerd geciteerd en schokkende foto’s van agenten duiken op.2 Met dank aan vasthoudende familie en een alerte advocaat weet Post haar status juridisch te herstellen. Met een beetje googelen is er wel een stichting of kantoor te vinden dat schadevergoeding probeert te vorderen voor cliënten die zijn vrijgesproken na een onterechte gevangenisstraf. Er zou daar echter een regeling voor moeten bestaan. Het huidige effect dat het strafproces heeft op de reputatie van een onterecht als verdachte aangemerkt individu wordt onderschat en vergt wettelijke ondersteuning. Het is niet minder dan rechtvaardig dat een onterecht als verdachte aangemerkt individu voor dat onrecht gecompenseerd wordt.

‘Dankzij de media is een beschuldiging vaak een schuldigverklaring.’

Noten 1 Zie ook O. Hammerstein, Ik heb de tijd, Amsterdam: Meulenhoff Boekerij 2014. 2 Re d., ‘ Vrijge sproken, maar wat geluk is, weet ik niet meer’, Algemeen Dagblad 2 februari 2013.


VERDIEPING

Vrijheid, kwaliteit en rendement op de FdR Tekst: Bastiaan Loopstra

Toen het 8-8-4 systeem werd ingevoerd, was onze decaan, Edgar Du Perron, tegen. Zo erg tegen zelfs, dat hij publiekelijk heeft aangegeven dat als hij één moment zou moeten aanwijzen waarop hij wellicht als decaan had moeten aftreden, het ten tijde van de invoering van 8-8-4 zou zijn.

H

et was een besluit dat verscheidene verdiepingsvakken deed verdwijnen, en dat Personen-, Familie- en Erfrecht van een 10-weeks vak reduceerde tot een 3-weeks vak. Maar erger nog: het heeft van de rechtenstudie een soort sprintwedstrijd gemaakt. Nieuwe stof van vrijdag kan op maandag al in het tentamen staan, tijdens de tentamenweek komen de eerste mails alweer binnen van docenten voor het volgende vak, en hertentamens worden in dezelfde week gepland als de normale tentamens. Weken van rust en voorbereiding, die in het oude systeem wel waren ingebouwd, zijn verdwenen. De geleerde stof krijgt daardoor veel minder de mogelijkheid om ‘in te zinken’ en echt te blijven hangen, en in plaats daarvan moeten studenten vooral veel stampen in de tentamenweek en hopen dat alles er op het goede moment uitkomt. Een schrijnend voorbeeld van een top-down beslissing die beter niet was doorgevoerd. Opleiding vs. ontwikkeling Het Maagdenhuis is ontruimd en haar bezetters slapen weer thuis. Maar de beweging voor méér democratie en mínder rendementsdenken heeft wortel geschoten, en woedt nog onverminderd voort. Het oude systeem, zo lijkt het, is dat de universiteit als een BV wordt gerund, met meerdere managerslagen, targets en zelfs een heus vastgoedbeleid. Echter, niet het rendement, maar de kwaliteit van het onderwijs moet weer voorop komen te staan, zo beweren althans onze wetenschappers, docenten en betrokken studenten.

Maar welke veranderingen moeten er dan concreet worden doorgevoerd, en wat merken wij daarvan op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid? De universiteit heeft een wetenschappelijk en economisch uitgangspunt: aan de ene kant wordt er wetenschap bedreven en aan de andere kant worden er studenten opgeleid tot professionals. Het bedrijven van wetenschap laat ik even voor wat zij is, ook al is het ook dáár van groot belang dat wetenschappers de mogelijkheid krijgen om zelf te bepalen hoe hun onderzoek het beste kan worden ingericht. Ik focus even op de opleiding van studenten: hoe transformeer je een scholier in een volwaardige jurist? Hoe druk je de voortgang van een student uit? Op de FdR is het antwoord helder: door het afnemen van tentamens. En dat knelt al meteen, want tentamens meten niet alles. De kwaliteit van een jurist wordt immers niet bepaald door tentamencijfers, maar blijkt uit hoe hij in de

17


NB

18

praktijk functioneert. Belangrijker dan die drie-uur-durende prestaties in het IWO is dus eigenlijk hoe lang de opgedane kennis blijft hangen, en of een student er ook buiten de veilige muren van de Oudemanhuispoort mee aan de slag kan. Hoge cijfers, graag Maar op de FdR lijkt die werkelijkheid niet te gelden: het is een instituut waar tentamencijfers de enige officiële uitdrukking van iemands inspanningen zijn. En dan ontstaat al snel de perverse prikkel bij zowel studenten als docenten om niet te proberen een zo goed mogelijk jurist te worden/ op te leiden, maar om het tentamen zo goed mogelijk te maken. Want wat doet iedereen in de tentamenweek? Juist, “oude tentamens oefenen”. Ga vooral niet alle verdiepende artikelen nog eens doorlezen of de gastcolleges terugkijken, want “zo diep gaan we er op het tentamen echt niet op in”. Wetenschappelijk inzicht wordt niet of nauwelijks getest. Bovendien is het een extreme momentopname. Studenten die gestrest, ziek of onzeker zijn tijdens een tentamen, worden daardoor niet op waarde geschat. Hetzelfde geldt voor studenten die de stof door en door kennen, behalve dat ene stuk dat uitgebreid op het tentamen werd getoetst. Kan het ook anders? Jazeker: geef studenten na drie weken eens een opdracht die voor 40% van het eindcijfer meetelt. Neem een tentamen mondeling af. Laat 10% van het cijfer bepaald worden door ‘participatie in de klas’. Laat studenten een gesimuleerde rechtszaak tegen elkaar voeren, en geef ze daar een punt voor. Mogelijkheden genoeg, maar momenteel is het de barse stem van het rendement die de boventoon voert.

Een ander voorbeeld van de eenzijdige resultaatgerichtheid van de FdR is de voorgestelde maatregel om de geldigheidsduur van behaalde tentamens te verkorten van 10 naar 4 jaar. Als je in zo’n systeem een paar vakken niet haalt, en als gevolg daarvan weer andere vakken niet haalt doordat de herkansingen altijd tijdens tentamenweken zijn, dan móet je je studie wel in 4 jaar halen. Want zodra je dat 5e jaar ingaat, vervalt de geldigheid van de vakken die je in je eerste jaar hebt gehaald. Dus dan zie je ofwel een vierjarige studie in rook opgaan, of moet je je aan de bijna onmogelijke en bovendien volslagen nutteloze taak zetten om al je gehaalde

‘Belangrijker dan die drie-uur-durende prestaties in het IWO is eigenlijk hoe lang de opgedane kennis blijft hangen.’ nummer 41

|

jaargang 23


VERDIEPING

eerstejaarsvakken opnieuw te halen, naast de vakken die je volgens je gewone schema moet doen. Kortom: een bestuursjaar, een jaar naar het buitenland of gewoon een half jaartje pauze nemen omdat de studie je even te veel wordt, kun je maar beter uit je hoofd laten, of jij nu vindt dat dat veel toevoegt aan jouw ontwikkeling als jurist, of niet. Of neem het Honours-programma, het klasje geprivilegieerde studenten waar de FdR zo trots op is. De enige manier om daarin te komen en te blijven is door al je vakken te halen, en ook nog met hoge cijfers. Studenten die een paar vakken niet halen zijn blijkbaar automatisch de voorkeursbehandeling van deze klas onwaardig, hoe intelligent en gedreven ze ook mogen zijn. Een alternatief om meer verdieping te krijgen, is er niet. De leus tegen het rendementsdenken van de FdR zou dan ook kunnen zijn: geef juristen in spé de mogelijkheid om zich breed te ontwikkelen, in plaats van je dood te staren op het verstikkende oordeel van tentamencijfers. Een faculteit die maatschappijkritische mensen op wil leiden, ‘competente rebellen’ of hoe je ze ook wil noemen, maar die slechts 12% van het curriculum (18 van de 150 ECTS) besteedt aan maatschappelijk gelieerde vakken (respectievelijk Inleiding in de rechtswetenschap, Recht en menselijk gedrag en Rechtsfilosofie), zou als basisprincipe moeten hebben dat studenten kennis nemen van de gedragswetenschappen, goed onderbouwde essays leren schrijven en praktische kennis opdoen in stages of bestuursjaren. Anders is de universitaire ervaring niet meer dan een veredelde hbostudie, waarin kritische discussies in de laatste 5 minuten van de werkgroep worden afgeraffeld “als we tijd over hebben” en een AVV’tje voor de belachelijk simpele opdrachten van het ‘vaardighedenlint’ ons zou moeten klaarstomen voor het echte werk. Studenten die die diepgang niet willen, zouden overigens ook gewoon niet naar de universiteit moeten komen, maar voor de hbo-studie moeten gaan. Helaas rust op zo’n beslissing nog altijd een taboe, vooral onder ouders die vinden dat je na het vwo gewoon naar de universiteit móet. De anti-rendementsbeweging Nu, de laatste tijd is herhaaldelijk de vraag opgekomen wie over zulke kwaliteitsvraagstukken zou moeten beslissen. En de verenigde activisten zijn het met elkaar eens: dit geschiedt bij voorkeur níet top-down. Want bestuurders kijken liever naar cijfers dan naar juridische ontwikkeling, zeker als ze

meer kennis hebben van vastgoed dan van onderwijs. En inspraak zonder inzicht, leidt tot uitspraak zonder uitzicht. Om hen dus alle macht te geven, is alsof je Wolfgang Amadeus Mozart voorschrijft in welke volgorde hij zijn studenten nieuwe stukken moet leren, hoelang ze erover mogen doen en op welke wijze ze getoetst moeten worden – en dat alles zonder Mozart in de besluitvorming te betrekken.

‘Eén ding is duidelijk: inspraak zonder inzicht, leidt tot uitspraak zonder uitzicht.’ Gelukkig bestaan er binnen de universiteit twee substantiële groepen die best wel een aardige mening kunnen vormen over hoe de kwaliteit van een studie gewaarborgd kan worden: professionals (wetenschappers en docenten) en studenten. Vandaar de roep om ‘democratie’: laat ons toch zélf beslissen over onze professie, in plaats van deze tergende uitholling uit naam der rendement. En zo wist een studentenprotest op de Faculteit der Geesteswetenschappen zeer breed gedragen gevoelens los te maken over hoe de universiteit bestuurd ‘behoort’ te worden. Ook de FdR schudde op zijn grondvesten, waardoor onze decaan, Edgar du Perron, direct een debat organiseerde. Er zouden er nog vele volgen, ook onder organisatie van andere instanties, maar doorgaans met hetzelfde publiek. Studenten, docenten, ondersteunend personeel, de Ondernemingsraad, de studentenraden: in de maanden februari en maart togen ze allemaal massaal naar D1.09 om kritische vragen op elkaar en op de decaan af te vuren, en uiteindelijk zelfs op het CvB zelf, die de FdR als eerste faculteit van de UvA met een speciaal bezoek vereerde.

19


NB

20

Dat bezoek kwam er overigens niet vanzelf. Een significante groep van meer dan 90 docenten op de FdR had zich ondertussen namelijk verenigd in ReThink UvA-FdR, een ‘tak’ van de universiteitsbrede docentenbeweging ReThink UvA die in navolging van de studentenprotesten op haar eigen manier de “te lang uitgestelde” discussie over rendement en democratie voert. Zij heeft werkgroepen opgericht, met name ‘Institutional Reform’ en ‘Legal Education’, die fundamentele discussies voeren en adviezen uitbrengen aan de faculteit. (Liefhebbers van Rechtswetenschappers in action kunnen eens rondkijken op de website: https://rethinkfdr.wordpress. com/about-rethink-uva/. Er gebeurt niet zo veel, maar je kunt je inschrijven voor de mailinglist die bij vlagen heel actief gebruikt wordt, en je kunt zien welke docenten zich allemaal openlijk bij de beweging hebben aangesloten.)

‘We hebben het talent en de wil in huis om een goed functionerende medezeggenschapsraad op te tuigen, maar de strijd is nog niet gewonnen.’

De faculteitsraad Dit alles bleef niet zonder resultaat: op 26 maart presenteerde ReThink UvA-FdR het plan om een faculteitsraad op te richten. Qua samenstelling zou deze uit alle huidige medezeggenschapsorganen bestaan, dus dat zijn respectievelijk de studenten, docenten, en al het personeel (dus ook ondersteunend, niet-wetenschappelijk personeel). De studentenraad zoals wij die nu kennen, zou dus volgens het voorstel ook in die raad opgaan. De faculteitsraad zou een aantal interessante rechten krijgen, zoals het recht om de decaan te benoemen en te ontslaan met een gekwalificeerde meerderheid. Ook zouden er agenderings-, budget- en vetorechten moeten komen met betrekking tot belangrijke beslissingen. Meer democratie dus, want dat soort rechten bestaan nu nog niet voor die organen, of in ieder geval niet van de voorziene omvang. Een ander voordeel van deze nieuwe vorm zou zijn dat de verschillende organen meer zouden samenwerken, nu ze in eenzelfde raad zitten, in plaats van elkaar tegen te werken, een argument waarvoor ook Du Perron heeft gezegd gevoelig te zijn. (Overigens bestaat er voor dit argument ook een omvangrijk tegenkamp, dat meent dat de verschillende belangen tussen studenten en docenten juist beter vertegenwoordigd zijn in een systeem met twéé raden. Bijvoorbeeld de Leidse hoofddocent Rechtsfilosofie Hendrik Kaptein. ) Een belangrijke voorwaarde voor het functioneren van de raad is dat er qua beleid meer transparantie moet komen: de raad moet op tijd bij ingrijpende veranderingen betrokken worden, zodat zij zich daarover een mening kan vormen alvorens ze al dan niet worden doorgevoerd. Het pijnlijke is namelijk dat zo’n systeem er ten tijde van de invoering van het 8-8-4 systeem nog niet was: toen was vrijwel iedereen tegen, maar toch kwam het er. Dat willen we dus niet meer. En gezien de bezuinigingen die de FdR boven het hoofd hangen (vijf miljoen euro in de periode tot en met 2017 ) lijkt meer inspraak inderdaad van levensbelang, voordat zich al te grote doemscenario’s voltrekken op onze geliefde Oudemanhuispoort.

nummer 41

|

jaargang 23


VERDIEPING

21

En hoe nu verder? Dus wat staat de studenten en docenten van onze faculteit te doen? We hebben het talent en de wil in huis om een goed functionerende medezeggenschapsraad op te tuigen, maar de strijd is nog niet gewonnen. Er klinkt kritiek, ook vanuit de eigen gelederen: Huub Dijstelbloem, hoogleraar Filosofie van wetenschap en politiek aan de UvA, sprak in een opiniestuk in NRC Handelsblad zijn twijfel uit over het succes van de protestbeweging. Volgens hem ligt de aandacht nu te veel op het herinrichten van de interne structuren, zonder dat er eerst fundamenteel is nagedacht over de rol van de universiteit in de maatschappij. Bovendien zouden veel actievoerders te veel streven naar het ‘ideaal’ van wetenschappelijke vrijheid waarin controle en sturing van buitenaf (lees: van de financierende belastingbetaler) volledig ontbreekt. Dat is volgens Dijstelbloem geen reële verwachting, en daarom moet er over een alternatief worden nagedacht, waar we daadwerkelijk naartoe kunnen werken.

worden, en hoe deze vakken over het jaar verdeeld moeten worden. Waarom zouden de togaberoepen zo veel invloed hebben, wanneer slechts een klein deel van de studenten in die sector gaat werken, of dat überhaupt ambieert? Bij docenten klinkt vrijwel unaniem het verzoek: geef ons zélf inspraak in het curriculum!

Ook moeten er in dit hele verhaal twee belangrijke externe factoren verdisconteerd worden, waaraan de FdR zich niet zomaar kan ontworstelen. Allereerst de eerder genoemde bezuinigingen. Want juridische ontwikkeling is natuurlijk leuk, maar als er 5 miljoen uit het budget moet, wat ruim 10 procent van de begroting is, focust de faculteitsleiding liever op de wet zelf, en dat is ook wel weer begrijpelijk. En ten tweede lijdt het curriculum onder het juk van de togaberoepen: zij zijn het die in grote mate beslissen hoe er op de faculteit onderwezen moet worden. Denk aan de beslissing hoeveel ECTS er aan welke vakken besteed moeten

De betrokken rechtenstudent kan nu in ieder geval van zich laten horen: iedereen kan zich aanmelden voor de mailinglist of een werkgroep van ReThink UvA-FdR, of kan een beroep doen op de studentenraad om voor bepaalde belangen op te komen. Let ook op (de site van) universiteitsblad Folia, dat bijna dagelijks bericht over de laatste ontwikkelingen op zowel de FdR als op de rest van de universiteit. En ga eens naar een debat toe, daarvan worden er op de faculteit nog steeds vele georganiseerd. Want: een protest is leuk, maar er zal alleen met trots op worden teruggekeken als het ook daadwerkelijk iets verandert ten goede van de universiteit.

‘De rechtenstudent kan nu van zich laten horen.’


Het zicht op vrijheid van een longstay-patient Tekst: Baruch Hummen

NB

22

Je bent veroordeeld voor een misdrijf, maar deze kan je niet worden toegerekend vanwege je gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis. De rechter vreest voor recidive en een lang verblijf in een koude, kille cel ligt in het verschiet. Hoewel dit al erg genoeg is, kan het nog erger. Het kan namelijk zijn dat je tbs opgelegd krijgt, of nóg erger, dat je overgeplaatst wordt naar de longstayafdeling. Heb je dan nog wel zicht op vrijheid, of zit je een verkapte levenslange gevangenisstraf uit?

D

e achterliggende gedachte van de tbs-maatregel is dat de veroordeelde (inmiddels omgedoopt tot patiënt) de nodige behandeling krijgt om weer terug te kunnen keren in de maatschappij.1 De resocialisatie van de tbs-gestelde is daarmee de grootste prioriteit.2 In uitzonderlijke gevallen helpen deze behandelingen niet en is er geen zicht meer op de resocialisatie van de patiënt. De minister van Veiligheid & Justitie kan dan besluiten de tbs-gestelde over te plaatsen naar een longstay-afdeling, waar enkel de dagelijkse verzorging van de patiënt centraal staat en er geen actieve behandelingen meer worden uitgevoerd. In 2013 zaten 148 patiënten in een dergelijke longstay-afdeling, wat neerkomt op iets minder dan 10% van alle tbs-gestelden.3 Hoewel er periodiek getoetst wordt of de longstay-plaatsing en de tbs-

‘De meeste longstaypatiënten overlijden op de afdeling.’

maatregel nog gehandhaafd moeten worden, overheerst bij de patiënten het gevoel dat zij levenslang gevangen zullen zitten. Het is inderdaad waar dat het zicht op vrijheid klein is als je in de longstay verblijft. Toch is het niet onmogelijk om er uit te komen. Een nieuwe behandelmethode kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat de tbs-behandeling nieuw leven wordt ingeblazen. Een dergelijke nieuwe behandelmethode kan er voor zorgen dat de Landelijke Adviescommissie Plaatsing Longstay Forensische Zorg (LAP) aan de minister van Veiligheid & Justitie opheffing van de longstay-plaatsing zal adviseren. De minister neemt dit advies bijna altijd over. Naarmate de maatregel van tbs en de longstay-plaatsing langer duurt, zal de proportionaliteit en subsidiariteit van deze maatregel ook meer meewegen.4 Volgens het hof Arnhem houdt dit in dat in een afweging tussen de belangen van de maatschappij en die van de terbeschikkinggestelde, het belang van de terbeschikkinggestelde steeds zwaarder dient te wegen.5 Rekening houdend met deze rechtsbeginselen hoeft niet te betekenen dat de tbs-gestelde vrijgelaten hoeft te worden, maar het zou wel kunnen betekenen dat er gekeken zal moeten worden naar eventuele minder vergaande maatregelen dan de longstay.6 Dit kan betekenen dat de patiënt overgeplaatst moet worden naar een reguliere GGZafdeling waar er wel zicht is op resocialisatie, en daarmee ook weer op vrijheid. Hoewel de onbepaaldheid van de duur van de longstayplaatsing frustrerend voor de patiënt kan zijn, is het ook noodzakelijk. Als een patiënt er niet – of nooit – klaar voor is om terug te keren in de maatschappij, is het voor de veiligheid van de samenleving ook niet wenselijk om hem terug te laten keren. De meeste longstay-patiënten overlijden op de afdeling, maar sommigen komen er ook weer uit. Nee, het is dus niet zo dat er sprake is van een verkapte levenslange gevangenisstraf. Ja, het is wel verdomde moeilijk om uit de longstay te komen.

Noten 1 Zie artikel 37c WvSr. 2 Zie artikel 2 lid 1 Wet Bvt. 3 MvJ, Forensische Zorg in getal, Den Haag: 2014, p. 20. 4 Kamerstukken II 1991/92, 22329, 2, p. 78. 5 Hof Arnhem 21 juli 2003, NJ 2003, 582. 6 Ibid.

nummer 41

|

jaargang 23


23


Hoe vrij voel jij je in het verkeer?

NB

24

Tekst: Kim Hogewoning

Onlangs was ik bij een vriendin in Rome op bezoek. Nadat ik in één dag een halve marathon had gelopen om de belangrijkste highlights van de stad te aanschouwen, werd het tijd om de dag af te sluiten in een heerlijk Italiaans restaurantje op een van de zeven heuvels waarop de stad gebouwd is. Dit kon ik niet meer lopend aan, dus hebben we besloten om een car2go te huren. Vanaf de eerste minuut dat wij ons op de drukke Romeinse wegen bevonden, voelden wij ons zo vrij dat we de auto daarna hebben gebruikt om door de hele stad te crossen. Wat een vrijheid. Iedereen die weleens in Rome is geweest, weet dat de Romeinen gevaarlijk rijden, maar ondanks dat weerhield het ons er niet van om telkens weer in die auto te stappen.

Z

eker in een stad als Rome denk je extra na over de consequenties van een eventueel ongeval of schade, maar het idee dat je binnen een kwartier op de mooiste plekken van Rome bent, doet deze gedachtes in het niet vallen. Ondanks dat mensen autorijden als een grote vrijheid beschouwen, is voor sommigen deze vrijheid voor altijd afgenomen nadat zij betrokken zijn geraakt bij een verkeersongeval. Dit kan zowel een psychische, lichamelijke of financiële oorzaak hebben. In dit artikel wil ik de gevaren van het autorijden bespreken in het licht van de aansprakelijkheid van de bestuurder van een motorrijtuig. Over het algemeen stap je niet in een

auto met de gedachte dat je betrokken kan raken bij een verkeersongeval, laat staan dat je nadenkt over de consequenties die dat op de langere termijn kan hebben. De vrijheid die het autorijden in eerste instantie oplevert, kan echter in één seconde veranderen in een levenslange nasleep van een verkeersongeval. Ongelukken gebeuren vaak doordat een verkeersregel wordt overtreden, maar dit hoeft natuurlijk niet altijd het geval te zijn. Zelfs als jij als bestuurder geen verkeersregel overtreedt, kun je aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen ervan. In een televisie programma van de publieke omroep worden mensen geïnterviewd die ooit betrokken zijn geweest bij een

verkeersongeval, het zijn bestuurders die een andere weggebruiker blijvende schade hebben toegebracht met hun auto, hetzij door een fout van zichzelf, hetzij door een fout van deze andere weggebruiker. In het programma wordt veel aandacht besteed aan de psychische impact van een verkeersongeval, in dit artikel wil ik mij echter richten op de aansprakelijkheid van de bestuurder van een auto jegens een ongemotoriseerde weggebruiker op grond van art. 185 Wegen-verkeerswet (WvW) jo. art. 6:162 BW (onrechtmatige daad). Het gebeurt regelmatig dat je door een woonwijk rijdt waar veel kinderen op straat spelen of plotseling kunnen oversteken. Ondanks dat jij je aan de

nummer 41

|

jaargang 23


VERDIEPING

maximale snelheid hebt gehouden en je verder geen verkeersovertreding te verwijten valt, betekent het niet dat jij niet 100% aansprakelijk kan worden gehouden voor een aanrijding met een kind dat jonger is dan 14 jaar. Op grond van art. 185 WvW ben je als eigenaar, of als bestuurder op grond van art. 6:162 BW, van een motorrijtuig dat op de openbare weg rijdt aansprakelijk voor schade die je veroorzaakt aan dit kind. Bij verkeersongevallen waar een kind bij is betrokken dat jonger is dan 14 jaar, is de automobilist volledig aansprakelijk (100%), tenzij sprake is van opzet of daaraan grenzende roekeloosheid van het kind.1 Van dit laatste is echter niet snel sprake, zelfs als het kind plotseling oversteekt en niet oplet, is niet aan dit criterium voldaan. Als je te maken hebt met een persoon van 14 jaar of ouder gelden andere regels. Stel dat je met 50 km/h afrijdt op een groen stoplicht. In je linkerooghoek zie je iemand lopen. Je verwacht dat deze persoon zal wachten voor zijn rode stoplicht en je rijdt door. Op het moment dat jij het stoplicht nadert zie je dat de persoon zonder te kijken de

‘De vrijheid die het autorijden oplevert kan in één seconde veranderen in een levenslange nasleep van een verkeersongeval.’ weg oversteekt, en dus het rode stoplicht negeert. Machteloos als je bent, rijd je de persoon met volle snelheid aan. De persoon heeft het ongeval overleefd, maar heeft wel ernstige letselschade opgelopen. Waarschijnlijk denk je nu: eigen schuld, dan had hij maar niet door rood moeten lopen. In het aansprakelijkheidsrecht geldt echter, dat als sprake is van eigen schuld aan de zijde van het slachtoffer, de automobilist alsnog ten minste 50% van schade dient te vergoeden in verband met de billijkheid, tenzij sprake is van opzet of daaraan grenzende roekeloosheid van de ongemotoriseerde.2 De 50% regel, ook wel billijkheidscorrectie genoemd, is in het leven geroepen door het gevaar dat een gemotoriseerde, vanwege de massa en de snelheid, in het verkeer met zich meebrengt met name ten opzichte van een ongemotoriseerde. Voor aan opzet grenzende roekeloosheid is in beginsel bewustheid van het gevaar bij het slachtoffer vereist. De aansprakelijk gestelde partij, in dit geval de automobilist, dient feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit de bewustheid bij het slachtoffer kan worden afgeleid.3 Dit is lastig. Indien je als automobilist ook eigen schuld hebt aan het ongeval doordat je bijvoorbeeld te hard hebt gereden, kan de causale verdeling meebrengen dat je vergoedingsplicht hoger is dan

50%. Hierbij wordt ook de ernst van het opgelopen letsel in de beoordeling betrokken.4 In dit artikel is slechts een gedeelte besproken van de mogelijke aansprakelijkheidsgronden die mee kunnen spelen bij een verkeersongeval. Het artikel is zeker niet bedoeld om je te ontmoedigen om auto te rijden, maar om de volgende keer dat je in de auto stapt nog beter op te letten. Bovenstaande gevallen verduidelijken dat je zelfs als nette automobilist flink in de problemen kan komen door een fout van een ander. In het geval dat jou als automobilist niets te verwijten valt, zal de verzekering de schade (grotendeels) vergoeden. Zodra jou als automobilist echter een verwijt valt te maken, doordat jij bijvoorbeeld roekeloos hebt gereden, is de kans groot dat jij zelf zal moeten opdraaien voor de kosten van de schadevergoeding, dus drive savely!

Noten 1 HR 1 juni 1990, NJ 1991/720 (Ingrid Kolkman) 2 HR 28 februari 1992, NJ 1993/566 (IZA/Vrerink) 3 HR 30 maart 2007, NJ 2008/64 4 https://www.verzekeraars.nl/verzekeringsbranche/publicaties/Publicaties/ Spoorboekje%20artikel%20185%20 WW.pdf

25


Creatieve vrijheid? Tekst: Nicky Willemsen

NB

26

“Had ik dit maar bedacht”, zal geregeld door het hoofd van muzikanten schieten. Het zijn vaak de pakkende tonen of die pakkende tekst die gekopieerd worden door andere muzikanten. Een veelgehoord excuus is dat men geïnspireerd werd door het werk van een ander. Hier tien voorbeelden van bekende artiesten die beschuldigd zijn van plagiaat. Sam Smith – Stay With Me (2014) vs. Tom Petty –Won’t Back Down (1989) Sam Smith scoorde en hit met het nummer “Stay With Me”. Het lijkt er echter op dat hij deze hitsong niet helemaal zelf bedacht heeft. Hij werd door Tom Petty beschuldigd van auteursrechtinbreuk. De woordvoerder van Smith liet aan tijdschrift Rolling Stone weten dat er gelijkenissen zijn tussen de twee nummers, maar dat dit volkomen toevallig was. De twee partijen bereikten een schikking en Petty kreeg de status van co-writer. Onduidelijk is of hij een gedeelte van de toekomstige inkomsten ontvangt.1 Robin Thicke – Blurred Lines (2013) vs. Marvin Gaye – Got to Give it Up (1977) “Blurred Lines” van Robin Thicke en Pharrell Williams lijkt wel heel erg op het nummer “Got to Give it Up” van Marvin Gaye uit 1977. Aan de hand van het Amerikaanse auteursrecht heeft de jury de twee songs niet met elkaar vergeleken om te kijken of ze gelijk aan elkaar waren, maar of Thicke elementen van de opname die niet in de muzikale compositie zelf zitten, heeft gebruikt. Toegevoegde elementen kunnen niet de basis zijn voor een inbreuk, omdat ze niet beschermd worden door het auteursrecht.2 Uiteindelijk besluit de rechter dat er sprake is van inbreuk en de jury laat Thicke en zijn consorten bijna 7.4 miljoen US dollar betalen aan de nabestaanden Gaye.3

Will.i.am – Lets Go (2013) vs. DJ Arty – Rebound (2011) Will.i.am kan er ook niet aan ontkomen. Ook hij zou auteursrechtinbreuk hebben gepleegd. Via Twitter slingerde DJ Arty de beschuldiging de wereld in. De reactie van Will.i.am was als volgt:”Arty is a dope producer so I wrote this song to ‘Rebound’ this last year. I got in touch with Arty and showed it to him, did a different version to it because I asked him [to] make it newer, because I don’t just want to take your song and rap over it.”4 Hij liet ook weten hoe hij denkt over DJ Arty: “I’m a fan of Arty. I think he’s great and the world needs to know about how talented those guys are. “ Ook in dit geval kwamen de partijen tot een schikking.5 Lady Gaga – Born This Way (2011) vs. Madonna – Express yourself (1989) Alhoewel het hier nooit tot een proces is gekomen, beschuldigde Madonna Lady Gaga van auteursrechtinbreuk. Gaga antwoordde dat ze erg geïnspireerd is geraakt door het nummer van Madonna, maar dat ze er geen inbreuk op heeft gemaakt.6 De strijd tussen de twee zangeressen ging verder. Ze maken elkaar nog steeds zwart tijdens concerten. Zo maakte Madonna een mash-up van twee nummers van Gaga die ze zong tijdens een optreden, tot grote woede van Lady Gaga.

nummer 41

|

jaargang 23


VERDIEPING

Coldplay – Viva La Vida (2008) vs. Joe Satriani – If I Could Fly (2004) “Viva La Vida” leverde de Britse band Coldplay veel succes op. Echter, Satriani klopte aan bij de band; het zou te veel op zijn nummer “If I Could Fly” lijken. Buiten de rechtszaal kwamen de partijen tot een schikking. Hoeveel Coldplay uiteindelijk heeft betaald, is niet bekend. 7 Avril Lavigne Girlfriend (2007) –vs. The Rubinoos –I Wanna Be Your Boyfriend (1979) The Rubinoos vonden dat het nummer van Avril Lavigne wel erg op hun eigen nummer “I Wanna Be Your Boyfriend” leek. Volgens de manager van de zangeres is er geen sprake van gelijkenis tussen de nummers.8 Je moet toch behoorlijk amuzikaal zijn om de gelijkenissen niet te horen. Lavigne had het wat subtieler aan kunnen pakken. The Verve- Bittersweet Symphony (1997) vs. The Rolling Stones – The Last Time (1965) Wie kent het nummer “Bittersweet Symphony” niet? Het was, door zijn pakkende melodie, juist dit opvallende deuntje uit het nummer van de Stones dat The Verve beter niet had kunnen gebruiken. Ook in de rechtszaal bleken de overeenkomsten overduidelijk. Jagger en Richards van The Stones hebben alle songcredits van het nummer “Bittersweet Symphony” gekregen. 9 Oasis – Step Out (1996) vs. Stevie Wonder – Uptight (1966) Oasis is niet geheel onbekend met het “lenen” van muziek van collega-artiesten. “Step out” is een van de vele voorbeelden dat is voortgekomen uit het leentjebuur spelen bij andere muzikanten door Oasis. Vanwege de gelijkenissen met “Uptight” is het nummer “Step Out” uiteindelijk niet op de CD Morning Glory gekomen, wat wel het oorspronkelijke plan was.10 Vanilla Ice – Ice Ice Baby (1989) vs. Queen en David Bowie – Under Pressure (1982) Vanilla Ice werd berucht toen bleek dat de zangers niet hun eigen stemgeluid lieten horen, maar de hele tijd playbackten. Daarnaast kregen ze ook een proces aan de broek door Queen en David Bowie. “Ice Ice Baby” was een grote hit, maar dat kan ook bijna niet anders als je van de meesters steelt. Het is bijna identiek aan “Under Pressure”. Daarom is het dan ook vanzelfsprekend dat Bowie en Mercury de credits kregen.11

Ray Parker Jr. “Ghostbusters Theme” (1984) vs. Huey Lewis and the News “I Want A New Drug” (1984) Ook in dit geval is het overduidelijk dat er wederrechtelijk werk “geleend” is van een ander. In 1984 startte Huey Lewis een procedure tegen Parker Jr. omdat de themesong van de bekende film sterk leek op “I Want A New Drug”. Uiteindelijk kwamen de twee partijen achter gesloten deuren tot een schikking.12 In 2001 heeft Parker Jr. de geheimhoudingsclausule verbroken door mee te werken aan een uitzending van Behind The Scenes van MTV. 13

Noten 1 http://www.rollingstone.com/music/news/sam-smith--tompetty-settlement-20150126 2 http://www.washingtonpost.com/news/volokh-conspiracy/ wp/2015/03/12/blurred-lines-and-copyright-infringement/ 3 http://www.solv.nl/weblog/blurred-lines-uitspraak-in-ushas-blurred-the-lines/20417 4 http://www.nme.com/news/william-0/69915 5 http://www.nydailynews.com/entertainment/music-arts/ admits-borrowing-beat-russian-producers-article-1.1325204 6 http://www.shortlist.com/entertainment/music/songs-that%28allegedly%29-rip-off-other-songs 7 http://www.theguardian.com/music/2009/sep/16/coldplayjoe-satriani-lawsuit-dismissed 8 ht tp: //w w w.billboard.com /ar ticles /news /1051129/ seventies-band-sues-lavigne-over-girlfriend 9 http://www.rollingstone.com/music/pictures/readers-pollyour-favorite-1990s-one-hit-wonders-20120815/5-the-vervebitter-sweet-symphony-0975580 10 http://www.rockcellarmagazine.com/2011/08/15/steviewonder-vs-oasis-ripped-off-riffs-5/ 11 http://www.nydailynews.com/entertainment /famousmusic-lawsuits-gallery-1.2145982?pmSlide=1.2145973 12 h t t p: //e n t e r t ain m e n t .t im e.c o m / 2013/ 0 8 / 2 2 / 11suspiciously-s ound -alike -s ong s /slide /ray- parker-jrghostbusters-theme-1984-vs-huey-lewis-and-the-news-iwant-a-new-drug-1984/ 13 http://www.mtv.com/news/1442126/ray-parker-jr-suinghuey-lewis-over-ghostbusters-comment/

27


Mijn zes jaar op de Poort NB

28

Tekst: Marjolijn Feenstra

Hoewel het in deze tijd van bezuinigingen, wel/geen langstudeerboete, afschaffen van de studiefinanciering en harde deadlines aan de scripties niet meer goed voor te stellen is, zijn ze er wel nog: langstudeerders. Ik ben er daar één van.

N

adat ik eerst vier jaar HBO-rechten heb gedaan, loop ik nu alweer zes jaar rond op de Poort. Op dit moment ken ik nog twee mensen die net zo lang bezig zijn als ik, inclusief HBO, maar het lijkt erop dat we een uitstervend ras zijn. En dit vind ik jammer. Niet omdat ik mensen nou zo graag aan wil sporen om net zo lang over de studie te gaan doen als ik, maar omdat je studententijd toch echt de mooiste tijd van je leven is. En die zou best een paar jaartjes langer mogen zijn dan strikt noodzakelijk als je het mij vraagt. De overheid, de hogescholen en de universiteiten willen ons allemaal zo snel mogelijk, lees: binnen de gestelde vier jaar, ons diploma laten halen. Dat zou betekenen dat mensen die op hun 18e van het VWO afkomen, op hun 22e afgestudeerd zijn. Toen ik 22 was, was ik net terug van een heerlijke stage van zes maanden op Curaçao en was ik me aan het oriënteren op een vervolgstudie aan de UvA. Ik kan me niet voorstellen dat ik op dat moment al aan een (fulltime) baan had moeten gaan denken. En die vrijheid gun ik iedereen. Als het dan ook maar even kan: ga stage lopen, doe een bestuursjaar of maak een mooie (wereld)reis. Hoewel het studenten erg lastig wordt gemaakt, is dit toch de tijd om deze ervaringen op te doen. En zeg nou zelf, wie weet er op z’n 22e al wat hij/zij wil met de rest van z’n leven. Op mijn 28e kan ik dat natuurlijk nog steeds niet zeggen, maar ik kan wel zeggen dat ik, en dit geef ik niet graag toe, tijdens mijn jaren op de Poort volwassen ben geworden. En terwijl ik zelf in deze tijd ben veranderd, heb ik ook de Poort zien veranderen. Kleine veranderingen, zoals niet meer roken voor de ingang, het steeds wisselende systeem voor het inschrijven van vakken en tentamens en de ‘echte’ collegekaarten die we nu krijgen door zelf een foto te uploaden en een kaart te laten maken. Toen ik begon kreeg je een zwart-wit papiertje met een onduidelijke foto thuisgestuurd waar je zelf een plasticje overheen moest plakken. Deze vodjes, zo noemden we ze ook, hielden het meestal geen jaar vol, waardoor het beleid van de Uva sowieso al was dat je ieder jaar een nieuwe kreeg. Maar ook grotere veranderingen, zoals het steeds meer betrokken zijn van studenten bij hun faculteit door het deelnemen in bijvoorbeeld studentenraden en, bij veel studenten favoriet, het opnemen van (bijna) alle hoorcolleges zodat studenten wat vaker uit kunnen slapen. Kortom: veel goede verbeteringen. Toch is er één belangrijk punt waar ik zelf geen verbetering zie: het nakijken van tentamens. Hoe vaak dat wel niet mis gaat, en dan vooral de tentamens in meerdere delen of die je tijdens

nummer 41

|

jaargang 23


STUDIE

‘Waar vind je een werkgever die je vergaderingen bij laat wonen vanuit je bed?’ het tentamen zelf op meerdere antwoordbladen in moet vullen. Zo ben ik tijdens de inzage van een tentamen op het secretariaat eens tot de ontdekking gekomen dat ze een antwoordblad van mij kwijt waren, dat scheelt dan zo even één derde van je punten. Ook heeft er een keer een fout gezeten in de optelling in Excel waardoor één deel van een tentamen niet werd meegeteld. Daardoor had ik een 4,5 en had ik bijna een jaar extra over mijn bachelor gedaan. Ook

heb ik eens ten onrechte geen punten bij een tentamenvraag gekregen omdat, en ik citeer: ‘Ja, het antwoord dat jij bij deze vraag hebt gegeven was eigenlijk het standaardantwoord, maar omdat niemand behalve jij de vraag heeft begrepen, hebben we het standaardantwoord aangepast’. Ik snap dat het nakijken van tentamens mensenwerk is en dat mensen fouten maken. Maar leer daar dan van, net zoals ik in de afgelopen tien jaar heb gedaan. Gelukkig zit het leed dat tentamens heet er bijna op voor mij, en zal ik na het schrijven van mijn scripties dan toch echt afstuderen. En dat zal vreemd zijn, na tien jaar in de collegebanken te hebben gezeten. Met het afstuderen, zal ik ook een deel van mijn vrijheid kwijt zijn. Het werkende leven ziet er toch heel anders uit dan mijn dagen op de Poort. Immers, waar vind je een werkgever die je om de drie kwartier koffiepauze geeft? Of die je vergaderingen bij laat wonen vanuit je bed? Ook moet ik de eerste werkgever nog tegenkomen die het prima vindt als je besluit dat je een dagje geen zin hebt en de hele dag series gaat kijken. En is er, op het onderwijs na, geen beroepsgroep te vinden die acht weken vakantie per jaar krijgt. Ik vermoed dat ik deze dagen erg ga missen wanneer ik de hele dag op kantoor achter de computer zit. Maar met het afstuderen, creëer je ook nieuwe vrijheden. Na lang en hard studeren, heb je dan eindelijk die felbegeerde titel en dat opent weer nieuwe deuren. Daarnaast kun je eindelijk goed geld gaan verdienen wat ook weer tal van mogelijkheden met zich mee brengt. En je ontwikkeling staat natuurlijk nooit stil. Al met al, kan ik na tien jaar en met straks drie masters op zak zeggen: ik ben er klaar voor! Ik zal de Poort ontzettend missen maar het is mooi geweest zo. Tot slot nog een tip van één van de laatste langstudeerders van de Uva: geniet van je studententijd! Hoe cliché ook, je kan het nooit meer overdoen. Als jij er een jaartje langer over wil doen om een bestuur of stage te doen, neem dan dat jaar! Je wordt er volwassener van. En dan mijn allerlaatste tip: controleer altijd je tentamencijfers, dan kan je dan zomaar weer een jaar opleveren.

29


De wet van Van Doorne:

Meelopen is geen goede stage

Bij Van Doorne werken gedreven en geslepen geesten. Advocaten, notarissen en fiscalisten die hun vak verstaan. Kom je bij ons stage lopen, dan leren we je dat vak graag. Maar weet wel waar je aan begint. Aan meelopers hebben we hier geen behoefte, aan mensen die vooroplopen en vooruitdenken des te meer. Onze praktijk leert dat talent pas komt bovendrijven wanneer het zich mag bewijzen. Kijk op www.werkenbijvandoorne.nl hoe je je talent op scherp kunt zetten. Maak kennis met je nieuwe collega’s, neem een kijkje op je nieuwe werkplek en kies de toekomst die je wilt. Heb je vragen of wil je solliciteren, neem dan contact op met onze recruiter, telefoon 020 6789 338, recruitment@vandoorne.com

Van Doorne houdt je scherp


31


NB

32

Voor iedere verdachte door het vuur

Interview met strafrechtadvocaat Hans Anker Interview door Stephan Edgar

Vrijwel alles doen ze samen. Van het hartstochtelijk steunen van een voetbalclub tot het organiseren van het jaarlijks terugkerende fierljeppen in hun woonplaats Akkrum. Maar bovenal staat het advocatenduo Hans & Wim Anker bekend als strafpleiters. Zo verdedigden ze al Ferdi E (de ontvoerder en moordenaar van een Ahold-directeur), Richard Klinkhamer (de man die zijn vrouw vermoordde en begroef), en recentelijk Robert M.

D

e afgelopen jaren zijn er ook twee uitvoerige documentaires over hen verschenen, waar men een kijkje in de keuken van de strafadvocatuur kreeg en hun praktijk in het bijzonder. Wim pleit meestal in de grote, publiciteitsgevoelige zaken, terwijl Hans veelal de interne organisatie van het kantoor voor zijn rekening neemt. Op een van de eerste warme lentedagen van maart bezoek ik Hans in hun pand in hartje Leeuwarden. Een vriendelijke Fries had me de weg ernaartoe gewezen, die, zoals hij zelf zei, nog aan het bijkomen was van het Noordelijk Lentebierfestival van eergisteren. Eenmaal in de wachtruimte valt mijn oog ogenblikkelijk op twee enorme plakkaten met opschriften over gedragsregels voor advocaten. Op de tafel liggen wat edities van het Skûtsje Journaal en het clubblad van hun geliefde SC Heerenveen. Verder hangt er een imposant portret van een van de broers. Bij binnenkomst van Hans vraagt hij me wie ik denk dat het is. ‘Uw broer’, zeg ik en ik blijk goed te hebben gegokt. We lopen samen de trap op naar een beschikbare kamer en het is niet moeilijk de catastrofale gevolgen van zijn val met de racefiets van vorig jaar op te merken – hij brak daarbij beide benen en ik las dat zijn dokter

nummer 41

|

jaargang 23


dat incident vergeleek met een neergang met een parachute die niet open ging. Onderweg naar boven vertelt Hans over de oorsprong van dit pand; begin zeventiende eeuw woonde hier namelijk Saskia van Uylenburgh, de vrouw van Rembrandt van Rijn. Het schijnt dat hij enkele van zijn meest beroemde schilderijen in dit bewuste pand zou hebben geschilderd. Op de bovenste verdieping is nog een kamer vrij, daar nemen we tegenover elkaar plaats. Vanaf deze hoogte is goed de Blokhuispoort, het voormalige huis van bewaring, te zien. “Ik werp daar altijd even een blik op, dan weet ik weer voor wie we dit werk doen’’, aldus Hans. Tijd om ter zake te komen. Zelf overweeg ik ook nog om strafpleiter te worden, dus lijkt het me verstandig om eerst te vragen waar ik dan aan moet voldoen. Welke eigenschappen zijn onontbeerlijk voor iedere advocaat en hoe zou u in dat licht uzelf als advocaat omschrijven? Van belang is in de eerste plaats dat hij of zij grote kennis van zaken heeft op het vakgebied waar hij werkzaam is en dat hij consequent nieuwe jurisprudentie en vakliteratuur bijhoudt. Dat hij op de hoogte is van de laatste ontwikkelingen binnen zijn terrein, ook al klinkt dat als vanzelfsprekend. Daarnaast moet je goed met mensen kunnen omgaan, je

moet beschikken over goede sociale en communicatieve vaardigheden en ook stressbestendig zijn. Wij staan allerlei type mensen bij, te weten; junks, alcoholisten, thuislozen, prostituees, maar ook directeuren van grote bedrijven, burgemeesters en politierechercheurs. Het is noodzakelijk om met al die verschillende mensen een vertrouwensband op te bouwen. Is dat wel eens niet gelukt? Dat gebeurt nauwelijks. Enkel in die gevallen waarin de cliënt een zodanig gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens heeft dat hij totaal niet begrijpt wat jouw taak en functie behelst. Ik had een keer een cliënt die dacht dat ik ook degene was die hem later zou veroordelen. Die werkte dus totaal niet mee. Wat is een veelgemaakte fout van een beginnende advocaat? In beginsel zijn dat volgens mij twee punten. Het is verleidelijk om in het begin te veel achter de cliënt aan te lopen en dat je zijn versie van de werkelijkheid vrijwel letterlijk overneemt in je pleidooi. Het is echter jouw taak om daar kritisch op te zijn. In hoeverre is het verhaal van de verdachte geloofwaardig en aannemelijk voor de rechter in het licht van de bewijslast? Adviseer je cliënt zo goed mogelijk over te voeren processtrategie. Ook komt het geregeld voor dat jonge advocaten een prachtig, maar zeer langdradig pleidooi houden en daarbij dus voortdurend in herhaling vallen. De kunst van een goed pleidooi is om snel tot de kern te komen; bijkomend voordeel is dat je de rechter daarmee behaagt. En wat is de grootste misvatting die er bij leken over advocaten heerst? Dat je een verlengstuk van de verdachte bent en de daad in plaats van de persoon verdedigt. Je bent echter een belangenbehartiger, je verdedigt de rechten van de verdachte en dat wil niet zeggen dat je achter de feiten staat. Wie heeft beroepsmatig de meeste invloed op u gehad? Wij (samen met broer Wim, red.) hebben ontzettend veel opgestoken van meester Koster. Hij was een geweldige advocaat. Hij is ook patroon van mijn broer geweest en heeft in de strafkamer van de Hoge Raad gezeten. We spiegelden ons aan hem en hadden ook dezelfde opvattingen over integriteit en wat de juiste gedragsregels van een goede advocaat zouden moeten zijn. In hoeverre heeft de rol van uw vader als burgemeester uw keuze voor dit ambacht bepaald? Die is uiteraard medebepalend geweest, maar het is lastig om precies zijn invloed in te schatten. Toen ik jong was, en net als vele anderen niet precies wist welke kant ik op moest, overweeg ik even om een taal, en dan het liefst Duits te studeren. Maar in die tijd vertelde mijn vader ook

33


regelmatig over zijn ervaringen in de gemeenteraad. Hij was een self-made man die als hoofd van de politie wel baalde van zijn gebrek aan juridische achtergrond. Als ik terugkijk denk ik dat dat het eerste moment is geweest waarop het juridisch belletje bij mij ging rinkelen.

NB

34

En toen uw broer en u eenmaal advocaat waren, kwam hij dan wel eens kijken tijdens een zitting? Ja, al heeft hij ons verteld dat hij liever had gehad dat we officier van justitie waren geworden. Wat heel begrijpelijk is natuurlijk, gezien zijn achtergrond. Hij vond het goed werk wat we deden, maar was het wonderbaarlijk genoeg toch bij iedere zaak weer eens met de officier, en niet met ons – haha. Dus u heeft ook nooit overwogen een ander carrièrepad na te jagen, zoals bijvoorbeeld rechter of officier van justitie? Geen moment. We wisten allebei zeker dat we strafpleiter wilden worden, maar toen we jurist werden was er drie jaar lang geen werk in deze sector. Mijn broer ging toen bij het ministerie van Justitie werken en ik werd leraar Staatsinrichting, maatschappijleer en recht. Vanaf het moment dat we echter advocaat konden worden, stapten we onmiddellijk over.

Verschilt u wel eens met uw kantoorgenoten fundamenteel over hoe u een zaak het best denkt aan te kunnen pakken? Nauwelijks. Binnen dit kantoor hebben we grotendeels dezelfde opvattingen daarover. In de eerste plaats kijken wij op basis van rechtspraak en wetten naar de mogelijke juridische verweren. We proberen het onderste uit de kan te halen en zijn op de zitting zeer stellig in ons standpunt, maar treden altijd met respect en fatsoen richting rechters en officieren van justitie op. We zullen dus nooit zand in de juridische machine strooien of resultaat proberen te verkrijgen door oneigenlijke gronden naar voren te brengen. Onlangs schreef u een artikel over een uitspraak van de Hoge Raad waarin het begrip medeplegen, in relatie tot medeplichtigheid, scherper werd gedefinieerd. Zijn er volgens u voorheen veel verdachten ten onrechte voor medeplegen veroordeeld? Jazeker, al zie je vanaf 2009 een duidelijke kentering in de rechtspraak waarin steeds strengere eisen aan medeplegen werden gesteld. Deze uitspraak zat er dus al een tijdje aan te komen. En je kan makkelijk de brug slaan naar voorbedachten rade, een materieel rechtelijk begrip dat vroeger ook eerder werd aangenomen door de rechter dan tegenwoordig. En beide ontwikkelingen zijn fortuinlijk in ons voordeel.

nummer 41

|

jaargang 23


CARRIÈRE

Is het wel eens voorgekomen dat een cliënt tegenover u de misdaad bekent, vervolgens in de rechtszaal ontkent en uiteindelijk wegens gebrek aan voldoende bewijs wordt vrijgesproken? Al meerdere malen, en ik vertel dit klassieke voorbeeld dan ook altijd tijdens lezingen. De zaal reageert dan immer geschokt en dat zijn tevens de momenten waarop er veel onbegrip over ons vak ontstaat. Wij advocaten liegen nooit, maar tegen de rechter zeg ik dan: ‘U hoort mijn cliënt ontkennen. Er is slechts een vaag signalement en er zijn geen DNA-sporen aangetroffen; u kunt niet anders dan mijn cliënt vrijspreken.’ En geregeld heeft dat dan inderdaad tot vrijspraak geleid. Maar u hapert of aarzelt geen moment wanneer u dat tegen de rechter zegt? Nee. Bovendien heb ik op basis van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht ook een geheimhoudingsplicht. Daar wil ik nog aan toevoegen dat recente zaken (Schiedammer Parkmoord en Puttense moordzaak, red.) hebben bewezen dat je beperkte betekenis aan bekentenissen moet toekennen. Probeer te achterhalen of diegene een kwetsbare persoonlijkheid heeft, de bekentenis onder psychologische of fysieke druk is afgelegd, of dat degene die bekende de echte dader wilde sparen. Dat kan allemaal meespelen, wees daar dus voor op je hoede. Zou u een van moord verdachte buurman of goede vriend kunnen verdedigen? Formeel gezien wel. De gedragsregels verzetten zich er niet tegen. Of je het ook moet doen is een tweede vraag. Je bent er ongetwijfeld directer en meer emotioneler bij betrokken en de vraag is dan of je de noodzakelijke distantie dan nog wel kan betrachten. Je moet van geval tot geval bekijken of het verstandig is of je die zaak zelf doet of dat je het aan een ander overlaat. Zou het niet kunnen dat u dan juist een nog meer gedreven en bevlogen pleidooi kunt houden? Nee, zeer zeker niet. Wij maken geen onderscheid tussen cliënten en lopen niet harder voor de een dan voor de ander. Afgelopen vrijdag had ik nog een winkeldief die voor het luttele bedrag van 20 euro aan spullen had gestolen. En ook dan haal ik alles uit de kast om die man vrijgesproken te krijgen. Uw kantoor heeft zich ten tijde van de zaak van Robert M. enorm opgewonden over het tegen de wetssystematiek toekennen van spreekrecht aan de ouders van slachtoffers. De rechtbank preludeerde daarmee op toekomstige wetgeving. Wraking bood destijds echter geen uitkomst.

‘Wij maken geen onderscheid tussen cliënten en lopen niet harder voor de een dan voor de ander.’ Hoe kijkt u inmiddels, nu er wat tijd overheen gegaan is, tegen die gang van zaken? Precies hetzelfde. Wij zijn daar ambtshalve ontstemd over. De wet is voor iedereen gelijk, ook voor Robert M. Zeker in een publiciteitsgevoelige zaak dient de rechter zijn rug recht te houden en moet hij gewoon de wet toepassen. We hadden goede hoop dat het wrakingsverzoek zou worden toegewezen, maar het mocht niet zo zijn. Tijdens diezelfde zaak heeft dit kantoor enorm veel heftige bedreigingen ontvangen. U heeft zelfs wel eens gezegd: ‘overdag verdedigen we onze cliënten en ’s avonds onszelf’. Zou het toenemende aantal verwensingen uit de samenleving jegens uw kantoor een reden kunnen zijn om eerder nee te zeggen tegen een zaak? Kort gezegd: nee. Wij lopen langer mee dan vandaag; al meer dan 36 jaar beoefenen we dit vak. Nooit hebben we aangifte gedaan, dat werkt alleen maar als koren op de molen. Wel hadden we een vast aanspreekpunt hierover bij politie. En natuurlijk hebben we dit intern breed besproken en geëvalueerd. De reacties op zaken die in de media terecht komen worden heftiger en heftiger en de zaak Robert M. heeft ook een enorme wissel op onze praktijk getrokken. In de toekomst zullen we een soortgelijke zaak gewoon weer aannemen, maar dan wel met andere advocatencombinaties. Hebben de twee documentaires over u en uw broer geleid tot meer telefoontjes van potentiele cliënten? Ja, dat is het geval. Al was dat destijds niet onze reden om eraan mee te werken. Wij wilden dat meer mensen een beter beeld kregen van hoe een advocaat werkt. Want ook tijdens de lezingen die wij veel geven, merken we iedere keer weer dat er onder een groot deel van de bevolking een vertekend beeld van ons vak heerst. Dat de advocaat een verlengstuk is van de verdachte bijvoorbeeld.

35


Maakt u zich over het nieuws dat meer en meer collega’s van u, in tegenstelling tot uw gouden stelregel, cliënten ronselt? Dat is zeker een ergernis die momenteel speelt, wij merken veranderend gedrag van advocaten daaromtrent. Het is een evidente schending van de gedragsregels en we zullen, iedere keer als we zoiets horen, het melden bij de deken van de Orde van Advocaten.

NB

36

Is dit gedrag van zogenoemde ‘cowboy-advocaten’ niet te verklaren door het sterk teruglopende aantal zaken? Dat is het ook, en we begrijpen ook dat bij sommige advocaten de nood aan de man is, maar desondanks veroordelen we dergelijke acties hard. Het is trouwens niet alleen de immer voortdurende crisis waar advocaten onder te lijden hebben, ook dat tegenwoordig 80% van de zaken bij de politierechter met een strafbeschikking wordt afgedaan en dat de vergoedingen voor pro-deo advocaten aanzienlijk zijn verlaagd spelen in deze mee. En daar komt nog bovenop dat de geregistreerde misdaad jaar na jaar blijft dalen. Dus begrijpelijk is het gedrag wel, goedpraten doen we het niet.

En hebt u inmiddels het gevoel dat dat beeld ten positieve is bijgesteld? Jazeker, maar dat moet ook voor een groot deel op het conto van de makers worden geschreven. Wij hebben volledig de regie uit handen gegeven en het is hun verdienste dat het uiteindelijk zo’n geslaagd project is geworden. En ik denk ook dat het meehielp dat Tjalling (van der Goot, red.) en mijn broer heel natuurlijk voor een camera kunnen verschijnen. Welke zaak beschouwt u tot op heden als uw persoonlijke hoogtepunt? In principe houd ik me daarvan op de vlakte. Ik vind het niet gepast om in termen van hoogte- en dieptepunten te spreken, maar de Medicinale Cannabis zaak bij de Hoge Raad heeft in ieder geval interessante jurisprudentie opgeleverd. Onze cliënt, een ernstig zieke multiple sclerosis (MS) patiënt die zelf cannabis teelde om zijn ongeneesbare ziekte draaglijk te maken, is uiteindelijk ontslagen van alle rechtsvervolging. Het was een principiële kwestie die een ijkpunt voor vergelijkbare patiënten betekende en om die reden gaf me dat veel genoegen.

U hebt meerdere malen uw teleurstelling uitgesproken over het optreden van Opstelten en Teeven. Hoe zouden, in het kader van het strafrecht, hun opvolgers zich idealiter moeten gedragen? Heel helder. In nieuwe wetgeving moet de rechtsbescherming en -bijstand weer centraal komen te staan, en dat alles met uiterste zorgvuldigheid. Het is nu te veel gericht op effectiviteit, vergelding en repressie, maar dat zijn in ons enkel electorale en symbolische maatregelen. Het is onmiskenbaar dat de rechten van de verdachte en de rechtpositie van gedetineerde in het gedrang zijn gekomen. De vergoedingen voor sociale of pro-deo advocaten lopen sterk terug door de ingevoerde bezuinigingen van Opstelten en Teeven, waardoor de toegang tot de rechter in het geding komt. Het kabinet denkt niet meer aan de gewone man op straat. Dat vinden wij een zeer zorgelijke ontwikkeling, en om die reden hebben wij op 4 november 2013 ook meegedaan aan de stakingsdag in Amsterdam. Verwacht u daarom ook dat de advocatuur over pakweg tien jaar fundamenteel anders opereert? Ik vrees dat er steeds minder mensen in het strafrecht actief worden. Uit vakliteratuur blijkt dat over acht jaar de helft minder advocaten aan de slag kunnen. De beroepsopleiding wordt ook steeds duurder en als werkgever wil je begrijpelijkerwijs niet meer het risico lopen dat je een

nummer 41

|

jaargang 23


CARRIÈRE

‘Ik vrees dat er steeds minder mensen in het strafrecht actief worden.’

verkeerde kandidaat hebt binnengehaald. Ik las ook dat binnen afzienbare tijd meer en meer sociale advocaten verwachten te moeten stoppen, dat ze op zoek moeten naar een andere baan. Wat een zorgbarende ontwikkeling. Al is dat nog lang niet alles. In januari is een kritisch rapport van de procureur-generaal verschenen over de laakbare wijze waarop het Openbaar Ministerie strafbeschikkingen uitvaardigt. Wij blijven vechten tegen strafbeschikkingen; al deze betrokkenen verdienen fatsoenlijke rechtsbijstand. Nu is het zo dat aan ten onrechte veroordeelden van dit dubieuze systeem geen Verklaring Omtrent Gedrag (V.O.G.) wordt verstrekt. Dus we hopen van harte dat hier binnenkort verandering in komt. Wat waren voor u psychologisch gezien de moeilijkste momenten van uw werk? Het eerste wat me te binnen schiet is de afhandeling van de Volendambrand uit 2001. Veertien, voornamelijk jonge mensen, kwamen daarbij om het leven en honderden hielden

er brandwonden aan over. Ik herinner me nog dat er destijds veel slachtoffers met zichtbaar ernstige brandwonden in de rechtszaal zaten, zeer indrukwekkend. De zaak was deels te vergelijken met artikel 6 van de Wegenverkeerswet, maar er was hier sprake van een enorme discrepantie tussen het leed en het strafrechtelijke verwijt dat gemaakt kon worden aan de verdachten. Twee van de drie werden vrijgesproken. De derde, de eigenaar van het café, kreeg een werkstraf opgelegd. Die discrepantie zal er altijd blijven; daar kan het strafrecht niet in voorzien. De enorme ellende die was aangericht kon geen duidelijke schuldenaar vinden. Ik begrijp de frustratie van de slachtoffers, maar er was absoluut geen opzet in het spel, je kon ze hoogstens onnadenkendheid verwijten. Ik weet nog dat de eigenaar ook vrijgesproken wilde worden, en dat ik toch besloot niet in hoger beroep te gaan vanwege de emotionele impact van de zaak. Wat is het beste advies dat u aan een advocaat in spe kunt meegeven? Zorg dat je alles bijhoudt op je vakgebied, van vakbladen en gepubliceerde jurisprudentie tot nieuwe wetsvoorstellen en wetten. Wees daar uiterst gedisciplineerd en fanatiek in. En ga vervolgens met heel veel passie dit vak uitoefenen. Strafrechtadvocaat ben je immers 24 uur per dag, dus als je het met tegenzin doet, stop er dan onmiddellijk mee. Probeer daarnaast in teamverband te werken; spar veel met collega’s, met name als je net bent begonnen. Dan weet je namelijk nog niet exact hoe het werkt, waar je wel en niet op moet letten. En tot slot, al is dat wellicht een vanzelfsprekendheid, woon zittingen bij en let dan goed op al het doen en laten van de advocaat. Uw broer Wim heeft onlangs de prijs gekregen voor meest gewaardeerde advocaat. Die eer had natuurlijk u ten deel moeten vallen. Haha, hij heeft inderdaad pure mazzel gehad dat ik er twaalf maanden uit heb gelegen door een val met mijn racefiets. Maar u begrijpt natuurlijk wel dat wanneer ik die twaalf maanden gewoon aan de slag kon, mijn broer tevreden moest zijn met een mooie tweede plaats. In alle bescheidenheid natuurlijk! En tot slot ben ik zeer benieuwd hoe eigenlijk de gewoonte van uw broer en u is ontstaan om elkaar Joop te noemen? Dat gaat terug tot de tijd dat mijn broer nog op het ministerie van Justitie werkte. Een collega van hem besloot hem toen Joop te noemen, dan wist hij zeker dat ie goed zat. Velen noemen ons trouwens slechts Anker, als ze twijfelen wie van ons het is.

37


Interview met Floor Overbosch, Baker & McKenzie NB

38

Wat is je studieachtergrond en wat heb je naast je studie allemaal gedaan? In eerste instantie ben ik rechten gaan studeren doordat een goede vriend van mijn ouders mij daar enthousiast voor heeft gemaakt. Hij is rechter en hij vertelde mij vooral mooie verhalen over het strafrecht – als je jong bent spreken dit soort verhalen je natuurlijk veel meer aan dan verhalen over goederenrecht. Mede hierdoor heb ik gekozen om rechten te gaan studeren. Samen met drie vriendinnen van de middelbare school vertrok ik naar Amsterdam voor de studie Rechten. Jammer genoeg haakten zij al na een (half) jaar af en ik bleef als enige over. Kiezen voor rechten “omdat het zo lekker breed is” werkt dus toch niet voor iedereen. Uiteindelijk merk je ook dat als je bij een kantoor als Baker werkt, je het recht ook zeker leuk moet vinden aangezien je er, ondanks de vele leuke activiteiten, toch elke dag mee bezig bent. Mijn eerste studiejaar heb ik gelukkig in één keer gehaald. Daarna ben ik vooral een echte student geweest: veel uitgaan en veel werken in de kroeg. In mijn derde jaar ben ik weer serieuzer aan de slag gegaan met mijn studie. Omdat ik graag bij een groot advocatenkantoor wilde werken heb ik mij de laatste twee jaar van mijn studie vooral gefocust op business courses en stages en gekozen voor de master commerciële rechtspraktijk. Vooral business courses kan ik

iedereen zeer aanraden. Je leert een kantoor en de mensen snel kennen op een leuke manier en je ziet goed hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Hoe ben je uiteindelijk bij Baker & McKenzie terechtgekomen? Bij Baker heb ik de hele route gelopen. Eerst heb ik de Banking & Corporate business course gedaan. Na de business course werd mij gevraagd om te solliciteren voor de Bankingafdeling. Eerlijk gezegd wist ik nog steeds niet helemaal wat ze nou precies bij Banking deden, iets met banken? Daarom heb ik eerst nog twee maanden stage gelopen bij Banking en . dit beviel mij heel erg goed! Het werk is inhoudelijk erg uitdagend Je moet niet alleen het Burgerlijk Wetboek en de financiële toezichtregels goed kennen, maar het praktisch managen van een zaak is ook van groot belang. Bij Banking vallen al deze vaardigheden samen. Tijdens mijn stage bij Banking mocht ik veel leuke vragen uitzoeken en kleine documenten opstellen. Bij elke opdracht kreeg ik duidelijke feedback en er werd veel aandacht besteed aan het nakijken van mijn opdrachten, vooral door mijn toenmalige kamergenoten. Ik heb hier heel veel van geleerd! Daarnaast waren de mensen heel gezellig en aardig en hadden we (vooral de jonkies!) naast het werk veel borrels. Op dit moment ben ik Junior Associatie op de afdeling Banking & Finance. Op de Banking & Finance-afdeling doen wij veel verschillende dingen: we hebben bijvoorbeeld een team

nummer 41

|

jaargang 23


CARRIÈRE

‘Je takenlijstje verandert constant, wat maakt dat het een zeer spannende en dynamische baan is.’ dat gespecialiseerd is op het gebied van financieel toezicht, maar ook een team dat betrokken is bij grote transacties zoals leningen aan grote ondernemingen en projectfinancieringen. Zelf werk ik vooral voor het Structured Finance-team waarbij ik mij vooral bezighoud met securitisatie en het obligatie uitgiftes.

De sfeer is altijd goed bij Baker. Er werken erg veel jonge mensen en we borrelen veel met collega’s Zo zijn we ook bij de Jonge Balie borrels altijd met een grote groep aanwezig (de Jonge Balie is onderdeel van de Orde van Advocaten Amsterdam. De stichting organiseert evenementen voor pas beëdigde advocaten – red.).

Hoe ziet een kantoordag eruit bij Baker & McKenzie? Wat voor sfeer hangt er? Wat voor taken krijg je zoal? Rond 9 uur kom ik binnen op kantoor en haal ik een koffietje voor mij en mijn kamergenoot (of als ik geluk heb staat er al eentje klaar). Vervolgens check ik in mijn agenda of ik afspraken heb. Meestal heb ik een aantal afspraken met verschillende partners die ik moet voorbereiden of een call met cliënten.

Wat hoop je in de toekomst nog te bereiken? Wellicht ooit partner worden… Of ik begin lekker mijn eigen restaurant in een warm, ver land!

Als junior stel je zelfstandig al veel contracten op, maar met vragen kan je altijd terecht bij collega’s die er al langer werken en ook de partners zijn vaak beschikbaar om te helpen. Tijdens het werk word je veel gebeld en krijg je e-mails met vragen van cliënten. Je takenlijstje verandert constant, wat maakt dat het een zeer spannende en dynamische baan is waarbij je voortdurend moet omschakelen. Een zaak die me is bijgebleven is er één voor een bekend bedrijf. Tot op heden is nog steeds niet bekend geworden waar wij al die tijd zo hard aan hebben gewerkt omdat de zaak helaas geheim moet blijven. Laten we zeggen dat het allemaal erg snel moest: veel calls, veel meetings, veel uitzoekwerk en veel verantwoordelijkheid. Op zo’n moment moet je even alle andere zaken uit handen laten vallen, als dat kan natuurlijk.

Wat zijn de mogelijkheden voor studenten bij Baker & McKenzie? Heb je nog sollicitatietips? Ik kan zeker aanraden om mee te doen aan de Banking & Corporate Business Course. Daarnaast zou ik ook zeker een stage komen lopen of als werkstudent aan de slag gaan. Als je je even wilt oriënteren of iets meer wil weten is het altijd mogelijk om te bellen voor een koffie met mij of een collega. Voor je sollicitatiegesprek zou ik de mensen waar je mee gaat praten even opzoeken op internet of LinkedIn. Hier kan je dan tijdens het gesprek een leuke opmerking over maken.

39


JFAS-reis in foto’s

(en Washington)

NB

40

New York, New York

nummer 41

|

jaargang 23


STUDIE

41

‘14 dagen met 25 studenten in de U.S. of A.’


NB

42

nummer 41

|

jaargang 23


Life’s a beach “Het is eindelijk zomervakantie! Is de verveling al toegeslagen? Begin je de Oudemanhuispoort al te missen of krijg je zelfs de neiging om je wettenbundel weer tevoorschijn te halen? Vul dan snel dit verhaal in om de verveling tegen te gaan. Het werkt zo: vul op de puntjes (...) de woorden behorend bij de cijfers aan de rechterkant in. Lees daarna het verhaal. Fijne vakantie!”

Ik zit op het strand van [………….1………….] te bladeren in mijn wettenbundel. Net als ik [………….2………….] aandachtig probeer te lezen, trekt iets in de verte mijn aandacht. Ik kijk omhoog en zie een [………….3………….] enthousiast op en neer springen in de hoogste takken van een grote boom. Als de [………….3………….] dan ook nog luidkeels [………….4………….] begint te zingen, schrik ik me een [………….5………….]. Ik wist niet dat dieren konden zingen, laat staan in het Nederlands! Met grote vaart springt de [………….3………….] uit de boom en landt bovenop mijn wettenbundel. Hij kijkt me aan met zijn grote [………….6………….] ogen en knippert een paar keer. “Heb je wel goed geleerd voor je tentamen [………….7………….]”? vraagt hij dan. Zijn stem komt me vaag bekend voor. Het lijkt de stem van [………….8………….] wel! Ik wrijf ongemakkelijk over mijn [………….9………….] en weet niet wat ik moet zeggen. De [………….3………….] springt van de wettenbundel af en slaat hem open. “Je moet [………….10………….] goed kennen, anders haal je je tentamen niet!” zegt hij op een boze toon. Ik open mijn ogen. Het was een droom. Het is zomervakantie.

[1] Warm land [2] Favoriet wetsartikel [3] Exotisch dier [4] Nederlands lied [5] Kledingstuk [6] Kleur [7] Moeilijk vak [8] Werkgroepdocent [9] Lichaamsdeel [10] Favoriet arrest

43


Fotograaf: Marie CĂŠcile Thijs

NB

44

Als advocaat bij Pels Rijcken sta je regelmatig in de rechtszaal. Procederen, pleiten... het echte werk. Dat vraagt om passie, overtuiging en vooral vakmanschap. En als je ergens het juridische vak tot in je vingertoppen leert beheersen, dan is het bij Pels Rijcken. Dat zeggen wij, dat zegt de branche. Maar natuurlijk moet je dit zelf ervaren. Laten we snel kennis maken. Tijdens een zitting, masterclass of

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen

student-stage. Ga naar www.pelsrijcken.nl/jongemeesters of scan de QR-code. Tot zo. Pels Rijcken Bron van inzicht

nummer 41

|

jaargang 23

Profile for JFAS

Nota Bene zomer 2015: Vrijheid  

Nota Bene zomer 2015: Vrijheid  

Advertisement