__MAIN_TEXT__

Page 1

NOTA BENE Europa nummer 36 april 2014 jaargang 21

R


Link up. Vind je het een spannende uitdaging om hechte relaties op te bouwen met gerenommeerde, internationale cliënten? Wil je de grenzen van je praktijkgebied verleggen naar een breed spectrum van sectoren? Heb je het talent, inzicht én de energie om de meest complexe transacties succesvol af te ronden? Link dan met Linklaters! Wij zijn een wereldwijd, toonaangevend kantoor met advocaten, notarissen en fiscalisten. We zijn altijd op zoek naar jong toptalent. Dus als jij carrière wilt maken in een open en toegankelijke omgeving, waarin pragmatisme en vernieuwend denken centraal staan, bekijk dan onze stagemogelijkheden en vacatures op www.linklatersgraduates.nl

319081_Holland_A4_[+3mm].indd 1

17/09/2013 19:01


HOOFDREDACTIONEEL

I

nmiddels is de Europese Unie zo goed als synoniem voor Europa, en dat is helemaal zo gek nog niet. De EU telt namelijk al achtentwintig lidstaten, dat is ruim de helft van alle landen op het Oude Continent.1 En nog steeds is zij zoekende naar expansiemogelijkheden, hoewel langzamer dan voorgaande jaren.

Een aantal mensen is het daarmee oneens, en heeft zich verenigd in opstandige partijen. In Nederland hebben wij een Wilders, in Frankrijk is er een Le Pen en ga zo maar door. Eén ding hebben ze allen gemeen. Het zijn boze mensen, verlangend naar simpeler tijden. Ze dromen van een wereld zoals vroeger, waar globalisatie en de daarbij horende migratiestromingen ondenkbaar leken. Vaak gefrustreerd door de veronderstelling dat de elite aan de top en de paupers aan de onderzijde zich verrijken ten koste van de werkende klasse. Uiteraard volledig onder de bezielende leiding van de bureaucraten in Brussel, die er enkel op uit zijn het leven van de mensen te bepalen – en verzieken. Frappant. Want juist door deelname aan dit grootse politieke project wordt Nederland extra verrijkt. Zowel financieel als qua diversiteit, op allerlei vlakken. Wellicht belangrijker nog, en iets waar de zelfbenoemde patriotten wel degelijk rekening mee moeten houden: internationaal kunnen we onze stem eindelijk weer doen gelden. Als piepklein land. Een rondgang langs onze diplomatieke dienst in Den Haag en Boedapest (in het kader van de studiereis) bevestigt deze positieve gedachte. Toch werden wij er tijdens ons bezoek aan Hongarije ook op gewezen dat de EU evenwel haar imperfecties heeft, en nog een lange weg te gaan heeft. Echter, als we wat minder blèren en wat meer stilstaan bij de pluspunten, komt het helemaal goed met onze goedgezinde gemeenschap. Ik wens u dan ook heel veel plezier met het lezen van deze Europa-editie van de Nota Bene!

Rogier van der Wolk Commissaris Media 2013-2014

1 http://www.europa-nu.nl/id/vh89nvo47vi0/europese_landen

3


Colofon

De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en verschijnt vier maal per jaar. Hoofdredactie Rogier van der Wolk Eindredactie Laura Aalders Jacqueline de Vries Redactie Bastiaan Loopstra Inger Bults Mick Creusen Salima Guettache Tahmina Faez Tarek Hiemstra Vincent de Haan

Susanna Nijsten Roie Nieboer Richte van Ginneken Hannah van Kolfschooten Rene Lieshout Sascha van Gerrevink

Fotografie Rebecca Vermeulen Overige bijdragen Frans Timmermans, en diens speechschrijver Thijs Kleinpaste Anna van Gijssel – De Brauw Blackstone Westbroek Thomas Brunklaus - Rabobank Lars Groeneveld Rosan Bleijendaal & Lisa Vlug Adverteerders Linklaters Stibbe Dirkzwager Pels Rijcken & Drooglever Fortuijn Loyens & Loeff Allen & Overy Boekel De Nerée

JFASACTIVITEITEN 2014 3 april - 9 mei: Themaronde 17 april: dies natalis-borrel 19 april - 1 mei: masterreis Singapore 22 april: bezoek Hoge Raad 8 mei: meiborrel Extra informatie komt op www.jfas.com te staan. Vragen kunt u mailen naar intern@ jfas.com dan wel extern@jfas.com.

Sponsorexploitatie Daan van Schaik & Rogier van der Wolk Vormgeving Willem Don, willemdon.nl Drukkerij Grafiplan Nederland B.V. te Grootebroek JFAS Bestuur Daan van Schaik – Voorzitter voorzitter@jfas.com Djariah van Gijen – Vice-voorzitter vvz@jfas.com David de Groot – Penningmeester penningmeester@jfas.com Rebecca Vermeulen - Secretaris secretaris@jfas.com Rozemarijn Claessen – Commissaris intern intern@jfas.com Sam van Zwam – Commissaris extern extern@jfas.com Rogier van der Wolk – Commissaris media media@jfas.com Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A2.04 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 Email: voorzitter@jfas.com Internet: www.jfas.com Met dank aan Alle bestuursleden en sponsoren die deze Nota Bene hebben gemaakt. De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@jfas. com. Heb je de Nota Bene niet ontvangen of zijn je adresgegevens gewijzigd? Mail dan naar secretaris@jfas.com.

Volg de Nota Bene ook via Facebook: Like onze pagina ‘Studievereniging JFAS’ Wil je de Nota Bene digitaal lezen? Houd Google Play en iTunes in de gaten, want binnenkort verschijnt hierop de Nota Bene App. (alleen geschikt voor tablets, geen smartphones)


INHOUD

8

In gesprek met Frans Timmermans

11 22 35

Speelgoedzaak: Buitensporige TTIP: Een lucratieve uitgaven binnen Amerikaanse overtreding de EU producten vrij op de europese markt en vice versa

PRELUDIUM

ACTUALITEIT

OPINIE

7 Bar Italia

11 Speelgoedzaak: Een lucratieve overtreding

18 Rechtspraak in bakstenen

8 In gesprek met Frans Timmermans

13 Eindelijk revolutie in Italië?

22 Buitensporige uitgaven binnen de EU 25 International I amsterdam

14 Dr. Ironfist 16 Reisverslag Boedapest

CARRIÈRE NA(AST) JE STUDIE 39 Leven in een Gentse kot 41 Stukafest 44 The City: De Brauw 47 The City: Rabobank

VERDIEPING

& VERDER

27 De emigrerende BV

37 Fotopagina JFASborrels

29 Privaatrechtelijke handhaving in het mededingingsrecht 31 “I have a dream” 33 In heel Europa is er niemand zoals Geert 35 TTIP: Amerikaanse producten op de europese markt en vice versa

50 Juridische quiz

5


“Gedreven zonder te overdrijven� Mayke van den Brink, Rechtenstudent Radboud Universiteit Nijmegen

www.boekel.com/werkenbij Wij leveren zakelijke, juridische dienstverlening voor bedrijven, overheidsinstellingen en non-profit organisaties. daarbij ligt de focus op vastgoed, ondernemingsrecht en arbeidsrecht. Wij zijn gevestigd in Amsterdam en Londen.

Advertentie Gedreven A4.indd 1

3-5-2012 17:32:00


PRELUDIUM

Bar Italia (Rokin 81-83 / Nes 96)

T

er voorbereiding op deze derde editie had de redactie wederom een prachtige plek gevonden om te vergaderen. Niet zomaar een locatie, maar eentje waarvan op eerste gezicht de naam doet verlangen naar een warmer Europa. Op loopafstand van de Oudemanhuispoort, vanaf het Rokin verscholen achter de bouwput genaamd de Noord/Zuidlijn, maar vanaf de Nes ook prima binnen te stappen. Bar Italia. In verband met het wintersportseizoen telden wij een verkleinde groep. Bij binnenkomst werden wij gastvrij ontvangen in de zogenoemde Espresso Bar. Deze ruimte bevindt zich in het souterrain, aan de voorzijde van het immense gebouw en dient als lunchroom terwijl het restaurantgedeelte zich voorbereidt op een avond vol Italiaanse gezelligheid, en de bar erboven herstellende is van de lange nacht daarvoor. Wij mochten achterin plaatsnemen aan mooi gedekte tafeltjes en kregen terstond prachtige schalen Italiaanse delicatessen voorgeschoteld. Onder het genot van schuimende cappuccino’s en andere drankjes hebben wij fijn vergaderd. Een bezoek aan deze zaak is zeker de moeite waard voor onze trouwe lezer. Zoals gezegd bij de Poort om de hoek, met gratis wifi, studentenkortingen en andere aantrekkelijke acties!

7


‘Politiek is geen roeping, maar het is ook geen baan als alle andere’


PRELUDIUM

In gesprek met Frans Timmermans Alhoewel er veel kritiek is op de huidige regering, wordt er vaak lovend over deze minister gesproken. Een man die correct doch zonder blasé antwoordt, het volk graag op de hoogte houdt van zijn vele activiteiten én de hele wereld afreist voor het Nederlandse belang. Uiteraard hebben we het over Frans Timmermans, huidig minister van Buitenlandse Zaken. Tussen zijn gebruikelijke werk en de perikelen op de Krim door, konden wij hem snel een paar uiteenlopende vragen stellen. U heeft in Nijmegen en Nancy gestudeerd. Waarom koos u voor Nijmegen, en waarom bent u daarna naar Nancy vertrokken? Was dat achteraf gezien een juiste keuze? Ik koos uiteindelijk voor Nijmegen omdat mijn beste vriend Maarten Grond een jaar eerder voor Nijmegen had gekozen en daar Klassieke Talen was gaan studeren. Nancy was een idee van Rob Keurentjes, mijn docent Europees recht, die er een aantal jaren eerder een postdoc Europees recht en politiek had gedaan. Nancy bleek een uitstekende keuze omdat ik er zowel Europees recht als Franse literatuur kon studeren. Waarom bent u bij BZ gaan werken, en wat was uw eerste indruk/ervaring van het werk binnen het ministerie? Mijn keuze voor Buitenlandse Zaken heeft te maken met mijn passie voor buitenlands beleid en mijn grote belangstelling voor het doorgronden van andere landen en culturen en, vanuit kennis van die landen en culturen, het bevorderen van het Nederlandse belang. Aanvankelijk was het wennen, omdat BZ toen ik er kwam werken een sterk hiërarchische, en op de posten soms ook corporale organisatie was, waar ik me niet altijd in wenste te voegen. Inmiddels is het ministerie sterk veranderd: opener, moderner, resultaatgerichter. Ziet u de politiek als uw roeping? Wat drijft u? Politiek is geen roeping, maar het is ook niet een baan als alle andere. Je moet de wens hebben mensen te overtuigen jou te steunen bij het de wereld een beetje beter proberen te maken. Mijn grote leermeester is Max van der Stoel. Het opkomen voor de rechten van de mens, in Europa en in de rest van de wereld, was voor hem een grote drijfveer. Dat geldt ook voor mezelf.

Wat zijn volgens u de grootste moeilijkheden als mens en minister? Hoe verdeelt u uw tijd, zodat u naast werk genoeg tijd heeft voor boeken, social media en bovenal het gezinsleven? Het ministerschap is geen rustige baan, dat geldt voor al mijn collega’s. Maar door het vele reizen geldt dat ik soms ook de weekenden niet thuis ben. Dat is een grote belasting voor het gezinsleven. Ik probeer zo veel als mogelijk tijdens de weekenden thuis in Heerlen te zijn, zoals volgers van mijn Facebook-pagina ongetwijfeld is opgevallen. Dan ga ik met de kinderen mee naar sport. Die weekenden zijn belangrijk. Ik kan vrij vlug lezen, dus voor non-fictie heb ik, zeker op lange vluchten, nog wel tijd.

‘BZ was een sterk hiërarchische organisatie. Inmiddels is het ministerie veranderd: opener, moderner, resultaatgerichter.’ Hoe ziet een gemiddelde dag ‘op kantoor’ er uit? Heeft u überhaupt wel tijd voor een gezonde maaltijd? Als ik niet op reis ben, voer ik debatten in de Tweede Kamer, leg ik werkbezoeken af, geef ik zo nu en dan een toespraak, voer ik overleg met ambassadeurs, ontvang ik internationale gasten of heb ik afspraken op mijn kantoor in het ministerie.

9


de ambassade in Rome, Frans op school in Frankrijk en België en Russisch tijdens mijn dienstplicht, zodat we mogelijk Sovjetkrijgsgevangenen zouden kunnen verhoren. Duits is een taal die veel mensen uit Limburg vrij goed beheersen: Limburg is een echte Europese regio. Aken en Keulen liggen om de hoek, Den Haag is meer dan twee-en-een-half uur reizen met de trein. Welke buitenlandervaring is u het meest bijgebleven? De drie jaar die ik werkte als tweede secretaris op de ambassade in Moskou (1990-1993) waren zeer turbulent en lieten een onuitwisbare indruk achter. Ik ging naar de Sovjetunie en kwam terug uit Rusland, na twee revoluties en het uiteenvallen van een wereldrijk.

10

Academische loopbaan Frans Timmermans (1961) • Franse letterkunde, Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1980 tot 1985 • Europees recht, Universiteit van Nancy, van 1984 tot 1985 • Franse letterkunde, Universiteit van Nancy, van 1984 tot 1985 • Geschiedenis, Universiteit van Nancy, 1985

Dit werk heeft eigenlijk geen echte ‘gemiddelde’ dagen. Als minister heb je de luxe dat er goed voor je gezorgd wordt, ook wat betreft het eten. Ik krijg op tijd een gezonde Hollandse lunch, en hoef er niet zelf op uit om een broodje te halen. Heeft u het gevoel dat uw academische kennis/vaardigheden te pas komen bij uw (huidige) werkzaamheden? Ja, dat gevoel heb ik, al blijft de oude waarheid dat er geen betere leerschool bestaat dan de praktijk ook waar. Gedegen kennis van de wereld is onmisbaar voor iedere diplomaat. Die kennis berust voor een groot deel op academische vaardigheden. Maar wie een goede diplomaat is op papier, is dat niet noodzakelijk ook in de praktijk. Diplomaten moeten beschikken over Fingerspitzengefühl om het land waar ze werken, hun collega’s, de politieke situatie, de stemming onder de bevolking en de internationale verhoudingen, om een begin te maken, goed aan te voelen. Academische kennis bereidt mensen er vanzelfsprekend op voor dat zo goed mogelijk te doen, maar er gaat niets boven de praktijk.

Ziet u de samenwerking tussen de PvdA en de VVD als een succes, vanuit uw PvdA-achtergrond? De sfeer in het kabinet is goed, en we pakken de problemen aan. Met twee PvdA-ministers op het ministerie van Buitenlandse Zaken kunnen we goed onze stempel drukken op die samenwerking. In een crisis krijgt geen enkele coalitie meteen de handen op elkaar, dat besef ik heel goed. Maar ik wacht rustig het oordeel van de kiezers af als wij na onze vier jaar weer verantwoording moeten afleggen. U bent van 2007-2010 Staatsecretaris van Buitenlandse Zaken geweest en voerde in het buitenland de titel minister voor Europese Zaken. Is er een inhoudelijk verschil met uw huidige functie, waar u immers ook de portefeuille Europese Zaken bezit? En zo ja, wat is het verschil? De titel ‘minister van Europese zaken’ voerde ik in Brussel. Staatssecretaris is een bijna onvertaalbaar Nederlands woord, en een functie die ze in andere Europese landen niet kennen: ‘minister’ is dan wel zo praktisch. Nu ben ik minister van Buitenlandse Zaken, waar de portefeuille Europa onderdeel van is. Inhoudelijk is mijn werk nu veel breder: niet alleen Europa, maar de hele wereld, van het Amerikaanse continent tot Azië en alles daartussen. Voor beide portefeuilles verrijkt het mijn perspectief. De rest van de wereld kan een voorbeeld nemen aan de manier waarop Europeanen samenwerken, de Europeanen zouden op hun beurt soms best wat bewuster mogen zijn van wat zich in de rest van de wereld afspeelt. U reist in tegenstelling tot uw voorganger veel meer. Merkt u dat de bilaterale banden met de betreffende landen daardoor versterkt/verbeterd zijn? Reizen is een integraal onderdeel van diplomatie. Het afleggen van een officieel bezoek versterkt de band tussen landen. De wereld is van elkaar afhankelijk en moet het samen zien te rooien—je kunt bijna niet genoeg met elkaar spreken!

Kunt u ons vertellen welke talen u allemaal (vloeiend) spreekt en hoe u dit bereikt heeft? Heeft het wonen als kind in verschillende landen daarbij een rol gespeeld of beschikt u over een talenknobbel? Ik spreek naast Nederlands ook Engels, Duits, Frans, Italiaans, Spaans en Russisch. Italiaans leerde ik toen mijn vader werkte op

nb

nummer 36

|

jaargang 21


ACTUALITEIT

e v e i t a r c u l n g e n E i d e r t r e ov

dzaken: e o g l e e Sp

Tekst: Vincent de Haan

Je onfatsoenlijk gedragen, een strafbaar feit plegen en vervolgens geld verdienen. Het klinkt als een geschiedenis uit de onderwereld, maar dit overkwam mij op mijn treinreis tussen Amsterdam en Heerhugowaard.

T

ijdens de betreffende treinreis had ik plaatsgenomen in een stiltecoupé, alwaar ik – toegegeven, in weerwil van de aldaar geldende norm – een kort, gedempt, zakelijk telefoongesprek voerde. Ik voelde mij hierover maar enigszins bezwaard, omdat ook anderen in de coupé spraken. Door de hoofdconductrice – een dame van rond de 40 met donkerblond haar, die zich verder niet aan mij gelegitimeerd heeft – werd ik er, nadat ik mijn vervoersbewijs had getoond, met handgebaren op attent gemaakt dat ik in een stiltecoupé verbleef en derhalve niet gerechtigd was te telefoneren. Mij werd verzocht de coupé te verlaten. Omdat ik een gesprek voerde waarbij ik graag enige notities maakte, en het zitten mij dus veel waard was, besloot ik de overtreding in stand te laten en de aan mij op te leggen (financiële) sanctie te aanvaarden. Ik bood dus een wettig legitimatiebewijs aan, zodat de hoofdconductrice mij kon beboeten voor mijn wangedrag, terwijl ik mijn telefoongesprek kon afronden. Zij weigerde dit echter, en gebood mij

nogmaals de coupé te verlaten. Tevens informeerde zij mij over het feit dat het verboden is het gebod van een hoofdconducteur te negeren. Hierop besloot ik ook dit verbod te overtreden, ook de daarmee gepaard gaande (financiële) sanctie op de koop toe nemend. De hoofdconductrice weigerde echter nog steeds mij te beboeten, en kondigde aan dat ik op het volgende station verwijderd zou worden. Op het volgende station aangekomen, was het telefoongesprek al lang afgerond, en wachtte ik met enige nieuwsgierigheid op wat komen ging. Ten minste drie conducteurs, aangevoerd door voornoemde hoofdconductrice, kwamen de coupé binnen, alwaar ik inmiddels als een voorbeeldige treinreiziger een boek aan het lezen was. Mij werd verzocht mee te gaan naar het perron. Hoewel ik geen enkele aanleiding zag tot uitstappen, besloot ik de sterke arm niet af te wachten en slechts verbaal te protesteren. Daarna liep ik vrijwillig mee, maar ik stelde wel één voorwaarde: ik wilde dat proces-verbaal werd opgemaakt. Mij werd toegezegd dat dit zou gebeuren op het perron. Eenmaal aangekomen op het perron, werden nog enkele collega-conducteurs opgeroepen, die spoedig ter plaatse waren. Over de portofoon werd ik zelfs aangemerkt als ‘lastige reiziger’. Vervolgens werden alle deuren van de trein ge-

sloten, behalve de deur waarvoor dit alles zich afspeelde. Tot dan toe had dit hele tafereel mij al enigszins verbaasd, omdat ik meende dat ik weliswaar niet geheel normconform gehandeld had, maar dat de reactie van de conducteurs rijkelijk disproportioneel was. Wat er toen gebeurde, verbijsterde mij echter, omdat het een ernstige inbreuk was op mijn grondrechten – in het bijzonder mijn recht op een eerlijk proces: het gehele gezelschap van conducteurs stapte snel in de trein, mij werd geïnstrueerd buiten te blijven, en voor ik daartegen kon protesteren, waren de deuren gesloten. Door de sluitende deuren werd mij nog toegeroepen dat ik geen proces-verbaal zou ontvangen, en dat ik maar naar de

11


12

klantenservice moest als ik mij in de gang van zaken niet kon vinden. Ik was dus uit een trein gezet zonder ook maar enig schriftelijk bewijs dat ik de bovenstaande geschiedenis niet volledig verzonnen heb. Ik had hierdoor een half uur vertraging, het ongemak te moeten wachten op een koud station, en een hoogst onplezierige ervaring met het treinpersoneel. Als ik dan ten minste een bekeuring had gekregen, had ik deze gang van zaken door een onafhankelijke rechter kunnen laten toetsen. Dat recht was mij nu ook ontnomen. Omdat ik mij in een buitengewoon benarde bewijspositie bevond, besloot ik onmiddellijk te bellen naar de klantenservice. Hier heb ik het verhaal doen optekenen onder vermelding van mijn personalia. De medewerker van de klantenservice meende met mij dat dit een vreemde gang van zaken was, maar kon mij helaas niet verder helpen.Daarop heb ik mij per post tot de klantenservice gewend. In een drie kantjes lange brief heb ik eerst nog eens helder de feiten uiteengezet, mij beklaagd over de gang van zaken, en uitgelegd waarom deze gang van zaken onrechtmatig was. Ik eiste dat excuses zouden volgen, alsmede een intern onderzoek naar de betrokken personeelsleden. Ook eiste ik €2,75 terug: de vergoeding die bij mijn abonnement wordt uitgekeerd in het geval van een half uur vertraging.

“[...] Het spijt mij dat de interactie met ons personeel op de door u omschreven manier is verlopen. Ik ben blij dat u de moeite doet om ons hiervan op de hoogte te brengen. Wij zullen uw feedback serieus oppakken en met de betrokken medewerker bespreken. Tijdens dit interne gesprek worden de door u gestelde punten [...] besproken. Dit uiteraard om herhaling te voorkomen. [...] U kunt er verzekerd van zijn dat wij uw klacht serieus zullen behandelen. Omdat u geen rekeningnummer in uw brief vermeld is kan ik uw vertragingsclaim helaas niet in behandeling nemen. U kunt uw rekeningnummer telefonisch aan ons doorgeven zodat wij u daarin tegemoet kunnen komen.” Door velen wordt geklaagd over de gebrekkige stilte in de stiltecoupés. De conductrice die zich deze klachten ter harte genomen heeft, kreeg echter een “lastige reiziger” tegenover zich. De conclusie is eenduidig: bellen in de stiltecoupé wordt niet alleen gedoogd, maar het loont zelfs. De volgende keer eis ik €50,immateriële schade.

Enkele weken later kreeg ik een keurige email van de klantenservice:

nb

nummer 36

|

jaargang 21


ACTUALITEIT

Eindelijk revolutie in Italië? Tekst: Rene Lieshout

Een broedermoord, maar noodzakelijk om Italië te veranderen: de jonge Florentijn Matteo Renzi (39) is aan de macht gekomen door zijn partijgenoot Enrico Letta publiekelijk een mes in de rug te steken. Als nieuwe premier van Italië heeft Renzi grote ambities, aangezien hij binnen vier maanden een aantal essentiële problemen wil aanpakken dat al jaren speelt, maar nog geen enkele regering heeft kunnen oplossen. Zal hij het land dan eindelijk hervormen?

Z

onder hervormingen blijft Italië in ieder geval ver achter op de rest van Europa. Normaal gesproken is klagen over het systeem een voorrecht van de Italianen zelf en is er als buitenstaander voorzichtigheid geboden bij het leveren van kritiek; nu kan niemand er meer omheen. Net als andere Zuid-Europese landen kampt Italië met een enorme (jeugd)werkloosheid en overheidsbureaucratie, die de economie absoluut geen goed doen. Herziening van het belastingstelsel is ook cruciaal, aangezien in 2013 al 21 procent van het BBP onbelast is gebleven in Italië, een cijfer dat nog los staat van de criminele economie.1

Het meest sprekende voorbeeld van de crisis waarin Italië zich momenteel bevindt is de kieswet, die in december 2013 ongrondwettig is verklaard door het Constitutioneel Hof in Rome.2 Het ontbreken van een grondwettige kieswet is de voornaamste reden dat er nog geen nieuwe verkiezingen zijn uitgeschreven en dus ook dat Renzi als premier is aangesteld zonder direct te zijn gekozen. Saillant detail is dat de premier zijn regeerperiode volledig wil uitdienen, in plaats van president Napolitano te verzoeken nieuwe verkiezingen uit te schrijven zodra er een goede kieswet is. Maar ach: zijn twee voorgangers Monti en Letta waren ook niet direct gekozen.... Aan zijn goede bedoelingen valt echter niet te twijfelen, aangezien Renzi de aanpassing van de kieswet en andere institutionele hervormingen tot eerste pijler van zijn nieuwe beleid heeft bestempeld. Om tot een daadwerkelijke oplossing te komen zal Renzi moeten samenwerken, gezien het feit dat hij een instabiele coalitie van zes partijen leidt. Tot nu toe blijkt Renzi slagvaardig, onder andere door het overleg met Berlusconi en zijn aanhangers niet uit de weg te gaan: een bijzondere opstelling voor een leider van de linkse Partito Democratico (PD). Het blijft geen makkelijke taak, zeker in de wetenschap dat een van zijn voorgangers, de alom geprezen Mario Monti, ook slachtoffer werd van de verdeeldheid in de Italiaanse politiek. Hoop is er in ieder geval wel in Italië en ook daarbuiten hoopt iedereen mee. De vraag is alleen of het Matteo Renzi en vooral zijn partij gegund wordt om een regeerperiode vol te maken en alle plannen door te voeren. Bij het vormen van de regering Renzi I bleken de coalitiepartners uit het vorige kabinet direct bereid tot grote hervormingen. De toekomst zal uitwijzen in hoeverre hun steun oprecht is en zij Renzi een kans geven de verwachtingen waar te maken. Enige twijfel bij de spontane hervormingsgezindheid in de Italiaanse politiek is wellicht op zijn plaats. Tomasi de Lampedusa omschreef het conservatisme perfect in zijn literaire meesterwerk Il Gattopardo: ‘’Se vogliamo che tutto rimanga come è, bisogna che tutto cambi.’’ Vrij vertaald: ‘’Als we willen dat alles hetzelfde blijft, moet alles veranderen.’’ Laten we hopen dat de progressieve houding van de Italiaanse politiek niet slechts schone schijn is.

Noten 1 http://www.neurope.eu/article/eesc-common-approach-neededagainst-shadow-economy 2 http://www.reuters.com/article/2013/12/04/us-italy-lawunconstitutional-idUSBRE9B30YW20131204

13


14

Dr. Ironfist Tekst: Mick Creusen

Slechts een selecte groep mensen zal weten over wie ik het heb als men de titel leest. Het is voor mij dan ook één van de laatste mensen over wie ik dacht dat ik zou gaan schrijven sinds ik voor Nota Bene werk. Als fervent boksfan vind ik het dan ook een eer een artikel over deze bokser te schrijven.

H

et was al langer bekend dat hij zich meer wilde concentreren als één van de oppositieleiders in het verscheurde Oekraïne. Voor mij kwam het dan ook niet geheel als een verrassing toen hij 16 december verleden jaar afstand deed van zijn titel in het boksen. De kampioen wilde zich volledig focussen op zijn politieke carrière. De WBC-kampioen had zijn titel vrijwillig opgegeven om te strijden tegen de regering van president Janoekovitsj. Bij de meeste mensen zal waarschijnlijk nog steeds geen belletje rinkelen, maar ik heb het over de Oekraïense bokser Vitali Klitsjko. Zijn verhaal, eigenlijk een idee voor een goede film, is mooi samen te vatten. Een bokskampioen die zijn titel opzij zet en het buiten de ring opneemt tegen de machtswellustelingen van zijn vaderland. In dit artikel wil ik het gaan hebben over Klitsjko’s imposante carrière, zijn ongekende populariteit en zijn kansen om te slagen als als president sinds hij zich hiervoor kandidaat heeft gesteld.1 Achtergrond Als zoon van een Sovjetofficier begon Klitsjko in 1985 met kickboksen. In totaal verwierf hij in zijn tijd als kickbokser zes maal een wereldtitel, waarvan vier op professionele basis. Door een dopingschandaal in 1996 mocht hij niet meedoen aan de Olympische Spelen van dat jaar, en heeft hij zich volledig gestort op het boksen. In 1999 won hij zijn eerste wereldtitel als zwaargewicht, welke hij al gauw weer moest afstaan. Na het heroveren van de titel in 2004 mocht hij zich weer kampioen noemen. Door blessures kon hij deze titel

nb

echter niet verdedigen en stopte hij als gevolg hiervan. Na een rustperiode van 3 jaar stond hij in 2008 toch weer in de ring om de titel definitief voor een langere tijd onder zich te scharen. Dr. Ironfist, deze naam dankt hij aan zijn universitaire opleiding in sportwetenschappen en zijn ongelofelijke vuistkracht, bleef wereldkampioen totdat hij afgelopen december besloot te stoppen. Met een record van 45 winstpartijen tegen twee verliespartijen2 kan voorzichtig worden gesteld dat hij tot het illustere rijtje van Mohammed Ali en Mike Tyson behoort. Al tijdens zijn bokscarrière kwam zijn politieke carrière om de hoek kijken. In deze tijd probeerde hij tevergeefs al burgemeester van Kiev te worden.3 Ook zijn poging om in het parlement te komen werd een teleurstelling. Toch is hij ondanks deze tegenslagen ontzettend populair geworden en gebleven. Populariteit Vanwege de geweldige verrichtingen in zijn bokscarrière ziet de Oekraïense bevolking Klitsjko als een held. Hij is al jarenlang de trots van Oekraïne. Dit, in tegenstelling tot Janoekovitsj die in paleizen leefde met privégolfbanen, en zelfs een restaurant in de vorm van een piratenschip liet bouwen in zijn achtertuin.4 Klitsjko is meer een man van het volk. Hij is, als je hem vergelijkt met de vele andere politici in Oekraïne, niet corrupt en heeft zijn fortuin op een eerlijke manier verdiend. Klitsjko komt in interviews oprecht over. Het is een rustige man die zijn woorden zorgvuldig weegt. Ook vergroot hij zijn populariteit nummer 36

|

jaargang 21


ACTUALITEIT

door zijn bokscarrière over te laten vloeien in zijn politieke. Een voorbeeld hiervan is dat zijn partij ‘Ukrainian Democratic Alliance for Reform’ heet. Afgekort UDAR, wat ‘stoot’ in het Russisch betekent. En ook tijdens publieke optredens kan men altijd wel rekenen op een subtiele metafoor naar een term of een gebruik in het boksen. Dit soort kleine dingen vindt de bevolking mooi, en wakkert zijn strijdlust aan. Janoekovitsj Janoekovitsj werd In 1967 drie jaar het gevang in gestuurd wegens een gewelddadige overval. Tevens werd hij in 1969 gearresteerd voor het vechten in een bar en is hij ook nog eens verdacht geweest van een groepsverkrachting.5 Hoewel dit allemaal redelijk lang geleden is, is het erg lastig je geschiedenis te wissen en dragen deze gebeurtenissen alleen maar bij aan de populariteit van Klitsjko, die een blanco strafblad heeft. De Oekraïense bevolking had het dus al niet op Janoekovitsj en is woedend op alle loze beloften die de afgelopen jaren door hem en anderen zijn gedaan. Zeker na alle doden die zijn gevallen tijdens de protesten de afgelopen maanden, kan men zijn spreekwoordelijke bloed wel drinken. Niet voor niets is hij op het moment van schrijven het land uitgevlucht. Hoge bomen… De verwachtingen van Klitjsko zijn zo hoog, dat alles wat hij doet eigenlijk alleen maar tegen kan vallen. In een interview met het Duitse blad Der Spiegel geeft hij het volgende antwoord op de vraag of het een last is om de enige hoop te zijn van al deze mensen. “Klitsjko: You’re right. The expectations of my fellow Ukrainians are in fact colossal, and the worst thing that could happen is for them to be disappointed. I’m afraid of that. But it also motivates me.”6 Het zou natuurlijk gek zijn als hij iets anders zou antwoorden, maar hij moet voorzichtig zijn met het geven van hoop. Een ander kritisch punt op Klitsjko is dat hij geen geboren leider is. Een toespraak zoals Obama kan geven zal je hem nooit horen en zien doen. Klitsjko mist het charisma dat andere leiders zoals – helaas – Poetin wel hebben. Dat hoeft geen problemen op te leveren. Maar stel dat Klitsjko president wordt, en die kans is gezien zijn huidige status best groot, dan kan hem dat politiek fataal worden. Het is immers een beginnend politicus die nog niet alle trucjes van het vak onder de knie heeft. Gaat het een keer fout, dan is het nog maar de vraag of hij zich ook hier weer weet terug te vechten. Conclusie Vitali klitsjko is sinds zijn indrukwekkende bokscarrière een nieuwe carrière begonnen in de politiek. Als groot kampioen is hij de nationale trots voor velen in Oekraïne. Door zijn onomkoopbaarheid en eerlijkheid is hij immens populair. In tegenstelling tot Janoekovitsj, is Klitsjko een man die zich inzet voor het volk en zich ook tussen de bevolking durft op te stellen. Als ik naar Klitsjko kijk zie ik een man van

‘Zijn partij heet Ukrainian Democratic Alliance for Reform, afgekort UDAR, wat ‘stoot’ betekent in het Russisch.’

eenvoud, die nog wel een aantal dingen te leren heeft voordat hij president kan worden. Ik ben bang dat hij slachtoffer wordt van zijn eigen succes. Mijns inziens kan alles wat hij nu doet alleen nog maar tegenvallen. En wat als het echt een keer fout gaat? Heeft hij dan de middelen om zich daaruit te redden? Natuurlijk zal er wel een heel team achter zitten, maar toch maak ik mij zorgen. Een kampioen blijft hij voor mij echter altijd. Wilt u een ‘Klitsjko’ toch nog een keer in actie zien tijdens een bokswedstrijd, dan moet u de wedstrijden van zijn broer Wladimir bekijken. Noten 1 Klitsjko in Oekraïense presidentsrace, Telegraaf. <http:// www.telegraaf.nl/buitenland/22331368/__Klitsjko_in_ presidentsrace__.html> 2 <http://www.klitschko.com/en/vitali-wladimir/vitaliklitschko/> 3 Bokser Klitsjko wil president worden, NOS. <http://nos.nl/ artikel/566699-bokser-klitsjko-wil-president-worden.html> 4 Behind Gates, Bizarre Vision of Opulence, New York Times, <http://www.nytimes.com/2014/02/23/world/europe/dazedukrainians-take-first-look-at-the-opulence-their-leader-leftbehind.html> 5 Peter Byrne, From Prison to President, Kyiv Post. <https:// www.kyivpost.com/content/ukraine/from-prison-topresident-59338.html> 6 Benjamin Bidder and Erich Follath, Ukraine’s Vitali Klitschko: ‘The People Intend to Fight’. http://www.spiegel. de/international/europe/interview-vitali-klitschko-on-ukraineopposition-movement-a-939355.html

15


Reisverslag Boedapest Door: Guido Bongers

Het is 19 februari 2014. Na een korte vlucht bereiken de JFAS-afgezanten hun eindbestemming Boedapest. Dit illustere gezelschap, zo zal blijken, heeft maar een paar dagen nodig om de stad in haar greep te krijgen. In hoog tempo worden de eerste stappen gezet richting totale omverwerping van de gevestigde orde. Van universiteit naar ambassade, van ambassade naar de onderwereld.

16

M

et groot genoegen werden deze helden door de stad gereden. De chauffeurs werden dan ook ruim betaald voor de soms enkele meters die zij moesten afleggen. Het zal de desbetreffende taxicentrale nog lang heugen. Toch is niet alles geheel vlekkeloos verlopen. U moet weten dat binnen zo’n onstuimige groep slechts het drankgebruik enige vorm van discipline kent. De dorst was bij sommigen zo groot dat hun tijdelijk onderkomen fungeerde als kroeg, ook voor de rest van het gezelschap. Hier is veel gelachen, gerookt en gedronken. Hier zijn flessen wodka en kamerplanten spoorloos verdwenen. Het is dan ook niet gek dat deze subgroep in de vroege ochtend religie heeft gelaten voor wat zij was. Hierover wil ik het met u hebben, de petite histoire van deze roemruchte zegetocht in het oosten van Europa. Één waarbij de huidige onrust in Oekraïne in het niet valt. Vergeeft u mij als ik begin op dag 3. Ikzelf vind hetgeen zich op de ambassade heeft afgespeeld tekenend voor dit gezelschap en derhalve essentieel voor een beter begrip van ook uw geschiedenis. Typerend was de aandacht en interesse voor het politieke bestel in Hongarije. Het gemak waarmee deze groep de problematiek in het huidige politieke bestel wist te vatten is bewonderenswaardig. De charmante wijze waarop deze misschien stoffige bezigheid bezegeld werd met halve liters bier is tot op de dag van vandaag jaloersmakend. Gekscherend zegt men weleens dat er iets in de soep van deze protagonisten moet hebben gezeten. Een volksfabel die slechts ten dele onwaar kan zijn. De hoeveelheid soep die naar binnen is gewerkt dient een rol te hebben gespeeld. Ook deze avond, na op gepaste wijze afscheid te hebben genomen van de ambassade, werd zij uitgeserveerd. Iedere hap werd begeleid met een loflied dat door het gehele restaurant klonk. Gul als zij waren vulden zij de pet die na afloop rondging enkel met briefgeld. Na het feestmaal maakte men zich traditie getrouw op voor het nachtleven. Op dit punt wil ik graag stilstaan bij de nacht na de laatste Hongaarse soep.

nb

‘Flessen wodka en kamerplanten spoorloos verdwenen’ Afgereisd naar de rand van de stad maakte welhaast het gehele gezelschap zich op voor de schoonheid die hen te wachten stond. Alleen het neusje van de zalm dat Boedapest te bieden had was goed genoeg. Omgeven door plaatselijke grootheden en schoonheden hebben zij ook hier indruk weten te maken. De gracieuze dans van een van de groepsleden die onder de naam ‘Boco’ bezig is aan een opmars in het Hongaarse nachtleven geeft een indicatie van hun succes. Een ander spoor dat naar het bezoek van de JFAS leidt, is de vreemde traditie om bij het bouwen van een hostel af te zien van het plaatsen van deuren. Zo is een hele lijst te maken van gebruiken die haar oorsprong vinden bij dit bezoek. Noemenswaardig is het delen van een herentoilet waar niemand meer raar van opkijkt. Het is ondoenlijk om een volledig beeld van deze dagen te schetsen, veel blijft in duisternis gehuld. Zelfs al is men druk bezig geweest met het uitvoerig documenteren van deze reis. Her en der zijn nog wat originele JFAS stickers terug gevonden, sommige onherstelbaar aangetast. De zoektocht naar al dat het daglicht niet kan verdragen heeft gezorgd voor een mythevorming, waar ook ik geen weerstand aan kan bieden. Ik wil dan ook afsluiten met een gebruikelijk Hongaars gezegde, Szeretnénk kifejezni hálánkat a JFAS.

nummer 36

|

jaargang 21


ACTUALITEIT

17


Rechtspraak in bakstenen Tekst: Hannah van Kolfschooten

Architectuur is de kunst van het bouwen. Gebouwen 18 moeten mooi zijn, maar ook functioneel. Architecten hebben de taak esthetica en functionaliteit te verenigen in één bouwwerk. De functie van een gebouw is vaak af te leiden aan de vorm. Ook liggen er culturele invloeden besloten in de vormgeving – zo spreken we over gotische en neoclassicistische architectuur; vormen die beantwoorden aan de esthetische waarden van die tijd.

E

r is in een architectonisch bouwwerk vaak een duidelijke relatie te ontdekken tussen de functie van een gebouw, de vormgeving, en de heersende opvattingen van de tijd. Hoe zit dit met de verschillende gerechtsgebouwen in Europa? Is er een algemene stijl aanwezig, of past elk land de stijl van zijn gerechtsgebouwen aan de eigen rechtscultuur aan? Is aan de vorm van de gebouwen altijd af te leiden dat het om een gerechtsgebouw gaat? En wat zegt de architectuur van een gerechtsgebouw over het rechtssysteem van het betreffende land?

Oude Paleis van Justitie aan de Prinsengracht Jarenlang zetelde het Paleis van Justitie midden in de Amsterdamse binnenstad, in een monumentaal gebouw op de exclusieve grachtengordel. Het gebouw staat er al sinds de zeventiende eeuw. Het werd destijds gebouwd en gebruikt als armenhuis, en werd later een weeshuis. In 1836 werd het in gebruik genomen als Paleis van Justitie. 1 In die tijd rezen er overal in het land statige gerechtsgebouwen op. Nederland was na jaren van Franse overheersing eindelijk onafhankelijk geworden, en zodoende was het Nederlandse recht

aan grote veranderingen onderhevig. Er werden nieuwe wetten geschreven en er vond een grootschalige reorganisatie plaats: het Koninkrijk der Nederlanden was geboren. 2 Ik denk dat deze nieuwe, machtige, onafhankelijke positie van het Koninkrijk zichtbaar moest zijn in de vormgeving van het gerechtsgebouw. Iedereen moest kunnen zien dat deze vernieuwde staat wél stand zou houden. Een grote verbouwing was hiervoor noodzakelijk: een gerechtsgebouw kon natuurlijk niet dezelfde inrichting als een weeshuis hebben – het moest sierlijk zijn, maar ook macht uitstralen. De verbouwingen maakten van het voormalige armenhuis een statig, monumentaal gebouw. Het belang van het recht voor de maatschappij lijkt weergegeven te worden in de vorm. Het gebouw werd verbouwd in de typische classicistische stijl van de negentiende eeuw. Symmetrie, zuilen, en enormiteit: allen refererend aan de machtige rechtsstaat die de Romeinen ooit bestuurden. Op de muren pronkten citaten van wijze rechtsgeleerden. Het gebouw op de Prinsengracht heeft tot 2013 als Paleis van Justitie gediend. Een gebouw met een imponerend karakter; symbool voor de nieuwe, machtige rechtsorde van het Koninkrijk der Nederlanden. Paleis van Justitie aan het IJ Het huidige recht heeft een andere positie in de samenleving dan twee eeuwen geleden. Althans, dat lijken we te kunnen aflezen aan de architectuur van het onlangs verrezen Paleis van Justitie aan het IJDock. Nog net zo groot en imponerend als zijn voorganger huist het gebouw vlak naast het Centraal Station aan het Amsterdamse IJ. De stijl is echter totaal anders. Dit nieuwe paleis is modern, bij de tijd – net als de rechtspraak, lijkt het te zeggen. 3 Architect Felix Claus vertelt in het NRC dat hij verschillende gerechtshoven in Europa heeft bezocht voor inspiratie. Bepaalde

nb

nummer 36

|

jaargang 21


OPINIE gebouwen straalden een negatieve sfeer uit, “duidelijk bedoeld om te straffen”. Het gerechtshof Amsterdam moest anders aan gaan voelen. Het moest een “optimistische, hoopgevende” uitstraling hebben, met veel wit, veel licht, en een mooi uitzicht. 4 In plaats van het nieuwe Paleis op de Zuidas te plaatsen, in de buurt van de Amsterdamse rechtbank, is gekozen voor een locatie in de binnenstad – midden in de samenleving. Claus heeft gekozen voor veel grote ramen, omdat de verbinding tussen binnen en buiten zo belangrijk is5. Een referentie naar transparante rechtspraak. De vorm van het gebouw lijkt te zeggen dat er in een tijd van referenda, opiniepeilingen en openbare debatten ook behoefte is aan transparantie van rechters: de rechter moet niet meer onbereikbaar zijn en boven de samenleving staan, maar er midden in. Toch lijkt het niet helemaal gelukt om het gerechtshof “onder de mensen” te brengen. Het gebouw is nog steeds indrukwekkend, en daardoor bijna angstaanjagend. Ondanks het mooie uitzicht over de stad, het omringd zijn door het IJ, en de lichte kleuren, blijft het een sfeer van macht uitstralen. Het is geen menselijk gebouw. De marmeren vloeren en minimalistische ruimtes stralen een bepaald soort luxe uit waar de “gewone” mens zich niet mee kan sympathiseren. Het gebouw blijft onbereikbaar, waardoor de rechtsorde nog steeds boven, en niet in de maatschappij staat. Misschien is dat ook wel noodzakelijk voor een

19

gerechtshof: rechters moeten immers onafhankelijk en onpartijdig handelen. Le Palais de Justice de Paris Het Parijse Palais de Justice is gebouwd op de plek waar de Romeinen vroeger al hun stad bestuurden. Het complex werd in de middeleeuwen door verschillende koningen aangevuld met mooie gebouwen. Zo bouwde Lodewijk IX er in de 13e eeuw een kapel. Het parlement heeft er enkele jaren gezeteld, en eind 14e eeuw vestigde het hoogste gerechtshof van het koninkrijk er. 6 Duizenden mensen vonden hier de dood, gestorven door de gruwelijke guillotine. Onder hen waren Revolutie-slachtoffers als koning Lodewijk XIV en Marie-Antoinette, maar ook De Robespierre – bedenker van de Franse Revolutie. De Fransen hebben eeuwenlang een

systeem van absolutisme gekend: de staatsmacht was in handen van één vorst. Om niet van de troon gestoten te worden, moest deze vorst op alle fronten angst inboezemen – zijn macht kenbaar maken om het volk te laten gehoorzamen. De architectuur van het gebouw past bij dit onverbiddelijke rechtssysteem van absolute macht van de koning. Het paleis straalt op alle punten macht uit: de gigantische omvang, de kolossale hekken, en de imposante entree. Ook wordt niet verbloemd hoeveel geld de staat in haar organisatie stak: het gebouw is overladen met bladgoud, sierlijke ornamenten en gedetailleerde beelden. Het gebouw kent verschillende symbolen die de functie van het gebouw benadrukken. Zo staat er een beeld van Zeus, stichter van de maatschappelijke orde op aarde, en een beeld van Vrouwe Justitia, beschermvrouwe van de rechtvaardigheid. Er zijn verschillende symbolen die de macht van de koningen in het rechtssysteem uitdrukken. Standbeelden van de koningen van Frankrijk in de hal, een adelaar – het symbool van Napoleon – aan de muur, en een gedenksteen voor Louis IX. Ook zijn er overal kronen en zwaarden – symbolen voor vorstelijke macht – te ontdekken.7 Het Palais de Justice in Parijs is een typisch voorbeeld van een gebouw dat de status van het rechtssysteem van die tijd uitdrukt: hoog verheven boven het volk, in macht én in rijkdom. Het Vlinderpaleis in Antwerpen Na verschillende fouten van Belgische justitie, vooral omtrent de omstreden zaak Dutroux, begon de burger zijn


20

vertrouwen in de rechterlijke macht te verliezen. De organisatie was chaotisch, en voor het volk was de rechtspraak vaak moeilijk te volgen. Dit kwam deels doordat alle gerechtelijke diensten in het vroegere Antwerpen verspreid waren over tientallen verschillende locaties. 8 Het was tijd voor centralisatie van de rechtspraak, en dus voor een nieuw gebouw waar alle gerechtelijke diensten verenigd waren. De gemeente Antwerpen organiseerde een internationale architectuurwedstrijd. Het winnende ontwerp zou gebouwd worden en als gerechtshof dienen. In 2006 verrees in Antwerpen een – voor de stad – extreem modernistisch gebouw: het nieuwe Paleis van Justitie. Het Antwerpse gerechtsgebouw is ontworpen door architect Richard Rogers, die tevens aan de tekentafel zat bij het ontwerpen van beroemde gebouwen als het Centre Pompidou in Parijs en het Millennium Dome in Londen. Hij liet zich inspireren door de zeilschepen op de Schelde, naar aanleiding waarvan hij de puntdaken ontwierp. De Antwerpenaren noemen het gebouw het “Vlinderpaleis”, vanwege het bovenaanzicht. Van bovenaf gezien lijken de zes vleugels namelijk samen een vlinder te vormen. Een andere bijnaam is “de frietzakskes”, vanwege de puntdaken. 9 �10

De Belgen wilden af van het nietige gevoel dat een gerechtsgebouw iemand kan geven, en meer focussen op de functie van het recht in de 21e eeuw: het recht dient de burger, en niet andersom. De meeste bezoekers van een gerechtsgebouw zijn immers onschuldig. Het hypermoderne

gebouw symboliseert dat. Het veelvuldig gebruik van glas duidt op het open karakter van het rechtssysteem, en verwelkomt de burger in het eens zo gesloten rechtssysteem. De focus op het milieuvriendelijke, en het veelvuldig gebruik van vergevorderde technologie sluiten aan bij de vooruitgangsgeest van de hedendaagse mens. 11 12 Van buiten is niet te zien dat het gebouw als Paleis van Justitie dient. Het lijkt erop dat de Antwerpse gemeente bij het uitkiezen van een ontwerp meer heeft gelet op de naam van de architect, dan op de relatie van vorm en functie. Waarschijnlijk dachten ze dat een naam als Richard Rogers veel toeristen zou trekken, zoals hij dat met zijn Centre Pompidou deed. De Belgen hebben dan ook veel kritiek op het gebouw, dat niet in de Antwerpse architectuur zou passen. Vrouwe Justitia Veel gelijkenis lijkt er niet tussen de moderne Europese gerechtsgebouwen. De oude “huizen van rechtvaardigheid” lijken een stuk meer op elkaar. Deze zijn meestal in classicistische stijl gebouwd, en rijk aan bepaalde symbolen die vaak worden gebruikt om de functie van het recht in het gebouw weer te geven. Al eeuwenlang siert het beeld van Vrouwe Justitia, de godin van de gerechtigheid, verschillende gerechtshoven over de hele wereld. Een beeld van de godin aan de poorten van het gebouw betekent immers dat er rechtvaardige rechters werken. De Romeinse godin bedekt haar weelderige vormen met een sierlijk gedrapeerde

toga. Vaak heft ze met haar ene hand de weegschaal van evenwichtigheid hoog op naar de hemel, en houdt ze in de ander het zwaard, om knopen mee door te hakken. Soms heeft ze ook nog een blinddoek om. Een goede rechter moet immers onpartijdig, zonder de persoon te zien, kunnen oordelen, zorgvuldig de argumenten van beide partijen afwegen, en de goede beslissing kunnen maken – het juiste oordeel vellen.13 Voor de afschaffing ervan in 1854, was de schandpaal, of een schandblok, ook vaak in de buurt van het gerechtsgebouw te vinden. Filosoferen over architectuur Duidelijk is dat architecten gerechtsgebouwen hebben ontworpen met de functie in hun achterhoofd. Lastiger is het om te bepalen of deze functie nou daadwerkelijk af te lezen valt aan het gebouw – wij weten immers dat het om een gerechtsgebouw gaat, en hoeven aanwijzingen slechts te deduceren. Ook is duidelijk dat vroegere gerechtsgebouwen de functie een stuk duidelijker naar voren lieten komen door bepaalde algemene symbolen als beelden en gevelopschriften te gebruiken. Dit gebeurt tegenwoordig minder. De architecten van de nieuwere gerechtsgebouwen lijken meer te focussen op esthetiek. Het is een interessante gedachte dat de architectuur van een gerechtsgebouw iets zegt over het rechtssysteem van een land, maar dit is moeilijk te bewijzen. Het zegt waarschijnlijk meer over hoe de opdrachtgever wil dat het recht in de samenleving ondervonden wordt. Is een gebouw groot, met imposante deuren en duur bladgoud? De opdrachtgever wil dat de rechters de verdachte angst inboezemen, en daardoor eerbied tonen. Is het gebouw transparant door veel grote ramen? De opdrachtgever wil het volk laten denken dat de rechters naar waarheid oordelen, en niet liegen: het volk kan dit zelf controleren – het gebouw is immers transparant. 14 Misschien ligt dus niet “het zijnde van het recht” in de vormgeving besloten, maar het zou goed kunnen dat deze vormen wél invloed hebben op de mening van het volk over het recht. Vormen kunnen immers een bepaald gevoel bij iemand opwekken – zwart stemt somber en geel maakt vrolijk. Dit werkt waarschijnlijk

nb

nummer 36

|

jaargang 21


OPINIE hetzelfde met gebouwen. Bepaalde gebouwen stellen je op je gemak, andere niet. Als een gebouw gigantisch is, voel je je nietig. Als dit gebouw het huis van rechters is, maakt het misschien dat je je lager voelt dan de rechters – je kijkt naar ze op. Zo hebben architecten toch een aandeel in de invloed van het recht op de samenleving. “We shape our buildings; thereafter they shape us.”, zei Winston Churchill ooit.

Noten 1 http://www.amsterdam.nl/ kunst-cultuur-sport/monumenten/ monumenten-0/gebouwen-gebieden/ beschrijvingen/paleis_van_ justitie/@549526/pagina/ 2 G.C. Makkink & N. van Wijnen (red.), Vorm en inhoud, rechtspraak en architectuur, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2013, “Het Paleis van Justitie aan de Prinsengracht in de negentiende eeuw”,

p.13-24 3 Bernard Hulsman, “Luxe ijsbergen met ‘Keizersnede’ aan ’t IJ”, NRC 6 februari 2013, http://www.nrc.nl/handelsblad/ van/2013/februari/06/luxe-ijsbergen-metkeizersnede-aan-t-ij-1205315 4 Yasmina Aboutaleb, “Gerechtshof voor de 22ste eeuw”, NRC 28 januari 2003, http://www.nrc.nl/handelsblad/van/2013/ januari/28/gerechtshof-voor-de-22steeeuw-1200191 5 Michiel van Raaij, “Claus: ‘Een echt Amsterdams gebouw’”, Architectenweb 14 augustus 2013, http://www. architectenweb.nl/aweb/redactie/ redactie_detail.asp?iNID=31962 6 http://www.napoleon.org/en/magazine/ museums/files/Palais_Justice_Law_ Courts.asp 7 http://www.ca-paris.justice.fr/index.ph p?rubrique=11018&ssrubrique=11078&ar ticle=15480 8 http://www.buildingsagency.be/ realisatieberichten_nl.cfm?key=3

9 http://www.vai.be/nl/project/ gerechtsgebouw-antwerpen 10 G.C. Makkink & N. van Wijnen (red.), Vorm en inhoud, rechtspraak en architectuur, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2013, “Het gerechtshof mag/moet gezien worden”, p.3-7 11 http://www.nieuwsblad.be/article/ detail.aspx?articleid=2A2CITBL 12 G.C. Makkink & N. van Wijnen (red.), Vorm en inhoud, rechtspraak en architectuur, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2013, “Van Doolhof naar Glazenhuis; drie Belgische gerechtsgebouwen en de relatie tot het publiek”, p.54-55 13 http://sculptorsdominion.org/ UserFiles/File/08LadyJusticePressCOPY. pdf 14 G.C. Makkink & N. van Wijnen (red.), Vorm en inhoud, rechtspraak en architectuur, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2013, “Bij het Nieuwe Hof”, p.25-27

ingezonden mededeling

ZONDAG T/M WOENSDAG VAN 23:30 - 01:30 ALLE DRANKJES €2,-

(Alleen geldig op standaardassortiment bier, fris wijn en sterk)

Rokin 83, Amsterdam T: +31 20 620 2442 www.bar-italia.nl reserveren@bar-italia.nl

21


Buitensporige uitgaven binnen de EU Tekst: Tarek Hiemstra

Iedereen heeft tegenwoordig wel een mening over de Europese Unie. 22 De EU lijkt steeds minder populair te worden. Dit komt voornamelijk omdat tegenstanders menen dat de EU te veel macht zou hebben en te veel zou kosten. We zouden daar vervolgens te weinig van terug zien. De PVV wil zelfs helemaal uit de Unie stappen, omdat dat volgens Geert Wilders miljarden zou opleveren.1

I

kzelf ben een groot voorstander van de Europese Unie, omdat ik van mening ben dat de welvaart enorm stijgt door de Europese Unie, ook voor landen als Nederland die nu jaarlijks meer moeten afstaan dan dat ze krijgen.2 Toch meen ik dat men steeds moet blijven kijken naar het kostenplaatje van de Europese Unie, het gaat tenslotte om geld van de Europese belastingbetaler. Alle salarissen van ambtenaren zijn ver boven modaal, zeker voor de landen in de EU waar de lonen een stuk lager liggen dan in Nederland. Er doen ook verhalen de ronde dat er op grote schaal misbruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot onkostenvergoedingen. Veel burgers zien de Europese Unie als een plek waar politici en ambtenaren snel rijk kunnen worden op kosten van de burger. Zijn de kosten echt buitensporig en worden we echt zoveel slechter van de EU, zoals de PVV doet voorkomen? Straatsburg Ik begin met het naar mijn inziens meest sprekende voorbeeld van geldverspilling binnen de EU: Straatsburg. Het moge duidelijk zijn, dat telkens heen en weer verhuizen naar Straatsburg niet erg efficiënt is. Het brengt de nodige kosten met zich mee en is ook nog eens totaal zinloos. De maandelijkse verhuizing naar Straatsburg zou maar liefst tussen de 169 en 204 miljoen euro per jaar bedragen! Steeds meer Europarlementariërs willen deze maandelijkse verhuizing het liefst afschaffen zodat ze alleen nog maar in Brussel vergaderen. Maar Frankrijk is hier fel op tegen en daarom kan het verdrag niet worden gewijzigd. De leider van de VVD in het Europees Parlement, Hans van Baalen, heeft al

nb

geopperd dat Frankrijk alle kosten van Straatsburg voor eigen rekening zou moeten nemen.3 De Europarlementariër Het imago van de EU is niet al te best, en alleen daarom al is het belangrijk dat er steeds gekeken moet worden of en hoe er geld bespaard kan worden. Presentator Tom Staal maakte voor de website geenstijl.nl een tweedelige rapportage over de EU. 45Hij ging samen met Europarlementariër Daniël van der Stoep (PVV) een kijkje nemen in Straatsburg en Brussel. Wat kwam er zoal in deze rapportage naar boven? Een Europarlementariër krijgt een hoog basisloon, veel onkostenvergoeding en mag veel geld besteden aan personeelsleden. Verder krijgen de Europarlementariërs reis- en ook afstandsvergoeding om dagelijks heen en weer te reizen naar het Europees Parlement. Sommige Europarlementariërs laten dagelijks een chauffeur naar Brussel of Straatsburg rijden met de auto, of boeken zelf een Easyjet-ticket. Dat kan iemand uit Oost-Europa al gauw €3000,- per rit opleveren. Verder krijg je standaard €300,- per dag voor elke dag dat je intekent bij het Europese parlement (om te vergaderen). Dat kan vijfmaal per week tot tien uur ’s avonds. Nu komt het voor dat mensen om zes uur ‘s avonds arriveren en daarna meteen weer het gebouw verlaten. Dit gebeurde twee keer tijdens de rapportage en toen de twee Europarlementariërs hiermee geconfronteerd werden, reageerden ze agressief en werden ze handtastelijk. Tot slot, het pensioen van een Europarlementariër is zeer riant en

nummer 36

|

jaargang 21


OPINIE

bouw je op in slechts vijf jaar. Kort samengevat verdient een Europarlementariër: Basisloon: €6200,- per maand. Algemene onkostenvergoeding: max. €4200,- per maand. Personeelskosten: max. €21000,Dagvergoeding: €300,- per dag dat je vergadert. Pensioen: €1250,- Bouw je op in vijf jaar en gaat in vanaf je 63e. Reisvergoeding en afstandsvergoeding: afhankelijk van waar je woont, zie Eur-Lex.6 De Europees ambtenaar Naast de Europarlementariërs zijn er nog zeer veel andere ambtenaren binnen de EU. De Volkskrant zette op 3 augustus 2012 uiteen wat een Europees ambtenaar nou zoal verdient. Uit dit artikel7 blijkt onder andere dat er ca. 33.000 beleidsambtenaren voor de Europese Commissie werken. Bij het Europees Parlement werken 6160 ambtenaren, waarvan 714 de Nederlandse nationaliteit bezitten. Het maandsalaris van een EU beleidsambtenaar loopt uiteen van 4300 euro (startsalaris) tot maximaal 18370 euro (40 van de 33000 beleidsambtenaren). De Oostenrijkse EU-afgevaardigde Martin Ehrenhauser onthulde twee jaar eerder al dat 37 topambtenaren meer verdienen dan de minister president en 5461 ambtenaren meer dan €10000,per maand krijgen.8 Uit zijn onthullingen bleek ook dat niet alleen de ambtenaren veel verdienen, maar ook bijvoorbeeld de secretaresses. Die hebben een beginsalaris van €2550,- 9 De Nederlandse belastingbetaler Maar wat kost Europa ons nu per hoofd van de bevolking? Voor een klein land als Nederland, dat altijd een handelsland is geweest, is de Europese Unie zeer belangrijk. Rotterdam bijvoorbeeld, is de grootste haven van Europa en biedt zowel direct als indirect werkgelegenheid aan ongeveer 300.000 mensen.10 Als land dragen wij meer af dan dat wij terugkrijgen aan Europese steun. Van 1981 tot 1990 was Nederland een Netto-ontvanger, maar sinds 1990 niet meer.11 “Nederland draagt per persoon ongeveer 230 euro bij aan Europa, maar krijgt daar aan welvaart 1.500 tot 2.000 euro per jaar voor terug”, aldus Alexander Pechtold in het programma Buitenhof. NRC Next controleerde deze bewering en kwam tot de conclusie dat dit grotendeels waar is.12� Zijn de kosten buitensporig en moet daar wat aan gedaan worden? Ja, in het geval van Straatsburg en onterechte declaraties. Ik vind zeker dat Frankrijk de kosten van Straatsburg zou moeten betalen. En ik vind ook dat er gekeken moet worden of de salarissen en vergoedingen niet wat naar beneden kunnen. Maar moeten die echt zoveel lager? Enerzijds ja, om het imago van de EU weer wat op te krikken en omdat het hier gaat om belastinggeld. Anderzijds nee, omdat je met hoge lonen in het vooruitzicht de grootste kans hebt om de meeste geschikte politici en ambtenaren te werven. Als je in de top werkt en je hebt veel verantwoordelijkheden, is het nou eenmaal gebruikelijk dat je veel verdient.

23

Noten 1 http://www.ad.nl/ad/nl/1012/Nederland/article/ detail/3591400/2014/02/06/Wilders-EU-verlaten-levertmiljarden-op.dhtml 2 http://www.europa-nu.nl/id/vh9w9l2qtnwn/wat_kost_ europa_ons 3 http://www.nu.nl/politiek/3633678/eu-parlementariers-willenweg-straatsburg.html 4 http://www.geenstijl.nl/mt/archieven/2013/06/tom_staal_ trekt_de_rioolput_eu.html 5 http://www.geenstijl.nl/mt/archieven/2013/06/tom_staal_ trekt_rioolput_eu_op.html 6 http://eur-lex.europa.eu/smartapi/cgi/sga_doc?smartapi!ce lexapi!prod!CELEXnumdoc&lg=nl&numdoc=32009D0713% 2801%29&model=guichet “Besluit van het Bureau van het Europees Parlement van 19 mei en 9 juli 2008 houdende de uitvoeringsbepalingen van het Statuut van de leden van het Europees Parlement “(art. 20 voor de afstandsvergoeding en art. 21 voor de reisduurvergoeding) 7 http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2800/Europese-Unie/article/ detail/3296052/2012/08/03/Wat-verdient-een-Europeesambtenaar-eigenlijk.dhtml 8 http://www.nrc.nl/carriere/2012/10/25/veel-verdienen-alsambtenaar-ga-naar-het-buitenland/ 9 http://www.zonnewind.be/eu/financien/salarissen/luxe-euhoge-salarissen-geen-belasting.shtml 10 http://www.rotterdamworldgateway.nl/de-haven/economie/ 11 http://www.europa-nu.nl/id/vh9w9l2qtnwn/wat_kost_ europa_ons 12 http://www.nrcnext.nl/blog/2012/06/15/next-checkt-europakost-230-euro-per-persoon-per-jaar-maar-levert-1-500-tot-2000-euro-op/


All A4.indd 8

19-01-2007 15:48:20


OPINIE

International Tekst: Salima Guettache

Het thema ‘Europa’ deed mij meteen denken aan mijn huidige internationale studie-ervaring: namelijk de Master European and International Law die ik volg. Voor deze editie van de Nota Bene leek het mij een leuk idee om een aantal van mijn mede internationale studenten te interviewen over hun ervaringen aan de UvA. Ghenia (Oekraïne), George (Slowakije), Sasha (Rusland), Lydia (Roemenië), Christy (Armenië) en Lisa (Slovenië) vertelden mij over hun belevenissen in hartje Amsterdam. Waarom heb je gekozen voor Amsterdam en de UvA? Ghenia: De UvA is de eerste buitenlandse universiteit geweest die mij heeft aangenomen. De UvA heeft mij zelfs de ‘Amsterdam Merit Scholarship’ aangeboden. Daarnaast is de locatie geweldig, het is midden in het centrum! Verder vind ik de Master ‘Trade and Investment Law’ leuk en is het een bekend gegeven dat Nederland in het hart van de Europese handel ligt. George: In Slowakije heb ik mijn Master behaald, maar ik voelde dat ik wat extra internationale ervaring nodig had. Voordat ik mijn Master behaald had werkte ik op een advocatenkantoor waar een van de vennoten een UvA alumnus was. Hij raadde mij aan om het ‘Competition Law’ programma in Amsterdam te gaan volgen, een rechtsgebied waarin ik mij interesseerde. Ik heb mij toen meteen ingeschreven aan de UvA. Sasha: De Universiteiten in Nederland zijn de beste uit Europa, wat mijn rechtsgebied ‘Public International Law’ betreft. Bovendien heeft de UvA mij, net als bij Ghenia, een volle studiebeurs gegeven. Lydia: Ten eerste, omdat het rechtsgebied waarin ik mij wil specialiseren, ‘Public International Law’, een goede reputatie heeft aan deze universiteit. Daarnaast zijn er veel mogelijkheden tot stages. En natuurlijk is de internationale omgeving een pluspunt. Christy: Ik ben eerder in Amsterdam geweest en ik vond het toen helemaal geweldig! De stad, de gebouwen en natuurlijk de

lange, blonde mannen met blauwe ogen. Dus op een dag dacht ik: laat ik naar Amsterdam gaan om te studeren. De UvA was de meest vanzelfsprekende keuze. Lisa: Een aantal jaren geleden heb ik een zomerprogramma in Amsterdam gevolgd en als gevolg daarvan heb ik een geweldige zomertijd doorgebracht. Ik heb veel nieuwe vrienden ontmoet en het gevoel was ongelooflijk. Ik vond het zomerprogramma en de professoren geweldig. Ik wist dat deze sfeer goed bij mij paste, dus toen ik mijn Master koos, stond Amsterdam boven aan de lijst. En wat ben ik blij om hier te zijn! Wat zijn de pluspunten van de UvA? Ghenia: De UvA heeft uitstekende bibliotheken, vooral de juridische bibliotheek. Het personeel is erg vriendelijk, attent en altijd bereid om te helpen. George: De UvA ligt midden in hartje Amsterdam, en het is naar mijn mening een van de mooiste universiteiten van Nederland. De faculteit en het personeel zijn hooggekwalificeerd. De studenten zijn erg betrokken en eigenzinnig. Sasha: De hoogleraren aan de UvA hebben relevante werkervaring. Daarnaast zijn er veel internationale studenten, en dat maakt het studeren leuk. Lydia: De variatie in Engelstalige vakken die worden aangeboden en de diversiteit van de internationale studenten, die vanuit heel de wereld naar de UvA zijn gekomen om te studeren. Christy: Het grootste pluspunt is dat de UvA in het centrum van Amsterdam ligt, in één van de mooiste Amsterdamse wijken. Een ander pluspunt is dat de studie erg flexibel is. Je kunt zelf je vakken kiezen, je rooster samenstellen en er zijn maar weinig verplichte vakken in deze Master. Lisa: De informele sfeer is zeker een pluspunt. Dit maakt het makkelijker om te studeren en om je eigen mening te vormen. Daarnaast brengt studeren aan de UvA ook verantwoordelijkheden met zich mee. Professoren verwachten veel van je en je moet je op veel punten bewijzen. Tegelijkertijd zijn de hoogleraren ook bereid om je te helpen en te adviseren. Ik vind dit een perfecte combinatie. Een ander groot pluspunt zijn de verschillende studieverenigingen en de internationale studentenomgeving binnen de faculteit. Wat zijn de minpunten van de UvA? Ghenia: Het chipknipsysteem in de kantine. Ik snap niet waarom ik niet gewoon met cash kan betalen in de kantine en cafetaria. En wat mij betreft zijn er te weinig werkgroepen, we hebben alleen hoorcolleges. Ik denk dat meer werkgroepen en discussies met professoren goed zouden zijn. George: Er is altijd ruimte voor verbetering, maar ik kan niet een wezenlijk minpunt bedenken. Sasha: Ik vind dat er niet genoeg keuzevakken zijn. Lydia: De hoeveelheid aan informatie die gedoceerd wordt, is soms overweldigend. Maar buiten dat, zijn er niet veel dingen waar ik me aan stoor. Christy: Er zijn niet zoveel Nederlandse studenten die deze Master volgen. Daarom zijn er maar weinig mogelijkheden om Nederlanders te ontmoeten, te integreren en de taal te leren. Lisa: Het enige minpunt vind ik de complexe en frustrerende

25


aanmeldingsprocedure. Voor iemand die het Nederlandse systeem niet gewend is, is het best lastig om je weg te vinden binnen de UvA administratie. Studiebeurzen, studiefinanciering, het curriculum en de roosters worden allemaal door verschillende instanties beheerd, en dat maakt het lastig om al je activiteiten in te plannen.

‘Nederlanders hebben soms regels, maar de meerderheid maakt er uitzonderingen op’

26

Hoe voelt het om in de stad van gedoogde drugs en gelegaliseerde prostituees te wonen? Ghenia: Ik geef niets om drugs en prostitutie. Ik denk dat het een goede marketingstrategie is, om drugs en prostituees te ‘legaliseren’. Dit, omdat het veel toeristen naar Amsterdam trekt. George: Heel goed. Om eerlijk te zijn, rook ik geen marihuana, en ben ik ook geen frequente bezoeker van het Red Light District, maar het feit dat het kan brengt een raar gevoel van vrijheid met zich mee (beter kan ik het niet beschrijven). Bovendien heb ik opgemerkt dat de meeste Nederlanders niets geven om drugs of prostituees. Zij zouden het liever niet zien. Drugs en prostituees zijn vooral lokmiddelen voor toeristen, maar tegelijkertijd zijn het onbetwist de factoren die Amsterdam haar aantrekkingskracht geven. Sasha: Ik heb nooit zo nagedacht over dit gedeelte van de stad. Voor mij is Amsterdam een hele leuke en veilige stad. Het doet mij soms denken aan een dorp, leuk en rustig. Misschien komt dit omdat Amsterdam drie keer zo klein is als mijn thuisstad. Lydia: Zo zie ik Amsterdam niet om eerlijk te zijn. Nadat ik hier al een aantal maanden woon, kan ik je vertellen dat dit vooral de eerste indruk van toeristen is, en niet behoort tot de actuele levensstijl of normen en waarden van Nederlanders die in Amsterdam wonen. Persoonlijk houd ik van deze stad: Amsterdam zit vol met energie, diversiteit en veel activiteiten, op ieder moment van de dag. Christy: Ik krijg er weinig van mee. Ik woon ver van de Wallen en ga ik er bijna nooit heen. Lisa: Ik moet toegeven dat dit aspect geen verschil maakt. Ik voel me veilig in Amsterdam en ik geloof dat deze liberale regelingen juist aanleiding geven tot discussie. Ik denk dat hierdoor de problemen beter kunnen worden aangepakt, omdat zij geen taboe meer zijn. Daarom denk ik dat prostitutie en drugs hier minder problematisch zijn dan in andere landen. Wat is tot nu toe jouw beste herinnering aan Amsterdam? Ghenia: Mijn vrienden komen me vaak opzoeken. Er zijn zoveel grappige verhalen! Wat mij het meest bij is gebleven, is dat we ’s nachts verdwaald raakten in Amsterdam. De volgende ochtend

nb

hadden we een vlucht…en die hebben we gemist. George: Alle dagen waarin de temperatuur tussen de 15 en 20 graden was, behoren tot mijn beste herinneringen aan Amsterdam. Sasha: De Halloweenparade in het centrum. Lydia: Ik heb niet één beste herinnering, maar wat mij het beste bij zal blijven zijn zeker weten de geweldige vrienden die ik hier heb ontmoet. Christy: Mijn Nederlandse ex-vriend die ik hier heb ontmoet… Lisa: Een zonnige dag en vrienden zijn de recepten voor een mooie herinnering. Een fietstocht langs de grachten, even stoppen om een drankje te doen of een picknick in het park. Dat zijn allemaal ingrediënten voor een mooie dag hier. Amsterdam biedt ook zoveel aan concerten, shows, musea, brunches, lunches en diners. Een goed gezelschap in deze bijzondere stad maakt elke herinnering uniek. Wat kan jij leren van Nederlanders? Ghenia: Van de Nederlanders kan ik leren wat vrolijker te zijn en wat vaker een glimlach op mijn gezicht te toveren. Nederlanders glimlachen altijd zoveel! Dit zijn mijn mensen. George: Wat ik kan leren is kritisch nadenken, praktisch nadenken, meer sporten en kwaliteitsvoedsel eten. Sasha: De Nederlandse taal, deze moet je volgens mij wel beheersen om hier een baan te krijgen. Meer ‘groen’ worden door veel te recyclen en te fietsen. De stad wordt altijd netjes gehouden. Mensen zijn daarnaast aardig tegen elkaar, en vooral tegen mensen die geen Nederlands spreken. Lydia: Nederlanders zijn extreem georganiseerd, gastvrij en aardig tegen iedereen die hen om hulp of informatie vraagt. Bovendien zijn ze erg optimistisch en lijken Nederlanders mij heel verantwoordelijk. Christy: Om onverschillig te zijn wat betreft alle gebeurtenissen in het leven en om direct te zijn. En natuurlijk, klagen over het weer, zelfs wanneer het niet zo slecht is! Lisa: Wat ik bewonder is tolerantie, het respect voor verschillende meningen en culturen. Als een buitenlander voel ik mij hier altijd welkom en dat vind ik ontzettend belangrijk. Wat kunnen Nederlanders van jou leren? Ghenia: Vanuit Oekraïne kunnen Nederlanders leren om wat meer gastvrij te zijn. George: Wanneer er een regel is, leef er dan naar. Het feit dat er een regel is, maar niemand die daar naar leeft, brengt veel onzekerheid met zich mee. Met andere woorden: Nederlanders hebben soms regels, maar de meerderheid maakt er uitzonderingen op. Dit maakt mij soms gek. Bovendien is het niet altijd nodig om commentaar op alles en iedereen te leveren of om extreem direct te zijn. Sasha: Mensen zouden zich hier wat meer open mogen stellen. Lydia: Behalve de Roemeense mooie en vriendelijke natuur, zou men hier meer moeten leren om niet zo afhankelijk te zijn. Dat wil zeggen dat men zich moet leren aanpassen aan verschillende situaties en omstandigheden. Christy: Een goed gevoel voor humor en gezelligheid! Lisa: Tsja, de typische Nederlandse keuken zou weleens wat nieuwe ingrediënten kunnen gebruiken.

nummer 36

|

jaargang 21


VERDIEPING

De emigrerende BV Tekst: Richte van Ginneken

Stel: u heeft in Nederland een BV opgericht. Het is crisis en de zaken gaan slecht. U ziet echter dat een land als Polen het prima doet. U ruikt geld en u besluit de hele handel naar Polen te verplaatsen. Kan dat zomaar? In onze prachtige interne markt waarin wij allen vrijheid van vestiging hebben rijzen er vaak vragen ten aanzien van verplaatsing van een vennootschap naar een ander lidstaat. In dit 27 artikel zal ik de problematiek rondom dit vraagstuk uiteenzetten en de huidige stand van zaken proberen weer te geven aan de hand van relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ).

D

e artikelen 49 en 54 VWEU beschermen ons recht op vrijheid van vestiging binnen de Europese Unie. Deze bescherming heeft niet slechts betrekking op de vrijheid om u als werknemer te vestigen, maar geeft u ook het recht om in elke lidstaat van de Unie een onderneming te beginnen. Tevens geven deze artikelen u het recht om vervolgens met die ondernemingen bedrijfsactiviteiten te ontplooien in iedere lidstaat middels bijvoorbeeld een filiaal. Het ligt voor de hand dat u als beginnend ondernemer, de keuze hebbend uit 27 vennootschapsrechtelijke regimes, het regime zal kiezen dat voor u het gunstigste is. Het is echter mogelijk dat met de tijd de omstandigheden en uw behoeften veranderen. Dan kan het aantrekkelijk zijn om met uw vennootschap te ‘verhuizen’ naar een ander land. Dit levert vaak veel problemen op ten aanzien van de erkenning van uw ‘buitenlandse’ vennootschap(pen). Ten aanzien van grensoverschrijdende zetelverplaatsing is er namelijk geen harmonisatie binnen de Unie. De lidstaten mogen zelf bepalen hoe ze omgaan met buitenlandse vennootschappen. We kunnen in de Unie twee systemen met betrekking tot de erkenning van buitenlandse vennootschappen onderscheiden: het incorporatiestelsel enerzijds en het stelsel van de werkelijke zetel anderzijds. Wat is het verschil tussen deze twee stelsels? Wanneer een land het incorporatiestelsel aanhangt – dat doen landen als Nederland, Engeland en Ierland – blijft een vennootschap, opgericht naar het recht van een lidstaat, ook altijd onderworpen aan het recht van die lidstaat.1 Het inwendig bestel van zo’n rechtspersoon wordt in principe ook door het recht van het land van herkomst geregeerd. Neem een voorbeeld. Een Engelse ‘Limited’ die activiteiten in Nederland verricht wordt door Nederland als rechtspersoon erkend, ook al voldoet hij misschien niet aan de eisen die de Nederlandse wet stelt voor in Nederland op te richten vennootschappen. Nederland kijkt slechts naar het recht van het land van herkomst. Dit stelsel bevat vaak wel provisies tegen het verplaatsen van de statutaire zetel over de grens. Zo is in Nederland het verplaatsen van de statutaire zetel naar het buitenland nietig.2 Wat zegt het stelsel van de werkelijke zetel, zoals aangehangen door België, Frankrijk en Duitsland? Dit stelsel is het met de gedachte van het incorporatiestelsel eens dat een bedrijf gevormd

moet worden volgens het recht van het land van oprichting.3,4 In aanvulling hierop stelt het stelsel van de werkelijke zetel echter dat de centrale plaats van controle en bestuur ook in het land van incorporatie moet liggen. Dat is volgens het stelsel namelijk de ‘werkelijke zetel’.5 Neem een voorbeeld. Een Franse SA is in Frankrijk opgericht en heeft daar al haar activiteiten. Volgens Frans recht is dit dus een Frans bedrijf. Als dit bedrijf haar werkelijke zetel naar Nederland zou verplaatsen houdt het ook op een Frans bedrijf te zijn. In de literatuur wordt er ook wel gesproken dat het bedrijf wordt ‘vermoord aan de grens’. De Franse SA zal ontbonden worden en zal zich opnieuw moeten incorporeren in Nederland. Het stelsel van de werkelijke zetel sluit dus iedere mogelijkheid van een grensoverschrijdende zetelverplaatsing (werkelijk of statutair) uit. Het incorporatiestelsel sluit alleen een verplaatsing van de statutaire zetel uit.6

‘In de literatuur wordt er ook wel gesproken dat het bedrijf wordt ‘vermoord aan de grens’.’ U kunt zich voorstellen dat er zich, door deze verschillen in nationale wetgeving, nog wel eens conflicten kunnen voordoen. Het verplaatsen van een werkelijke zetel van Nederland naar bijvoorbeeld Ierland zal geen problemen opleveren. Het verplaatsen van de statutaire zetel wel. Wanneer u te maken krijgt met een land dat het stelsel van de werkelijke zetel aanhangt wordt de zaak veel ingewikkelder. Vertrekkende (‘outbound’) vennootschappen worden ontbonden en inkomende (‘inbound’) vennootschappen moeten zich vaak herincorporeren of worden niet erkend. Er kunnen zich aldus situaties voordoen waarin twee


rechtsstelsels op één onderneming van toepassing zijn, maar soms zelfs ook geen enkel rechtsstelsel. U kunt zich voorstellen dat deze belemmeringen op gespannen voet staan met de vrijheid van vestiging, die immers stelt dat vennootschappen zich vrijelijk moeten kunnen bewegen binnen de Unie. Om de vrijheid van vestiging en de mobiliteit van vennootschappen te waarborgen is het Hof van Justitie van de Europese Unie te hulp geschoten.

28

Wie de jurisprudentie van het Hof leest, ziet daarin een duidelijke trend. Het Hof geeft de voorkeur aan het incorporatiestelsel en haar uitspraken doen langzaam afbreuk aan het stelsel van de werkelijke zetel. Het Hof stelt voorop dat grensoverschrijdende zetelverplaatsing van ondernemingen onder de reikwijdte van de vrijheid van vestiging valt. Deze vrijheid van vestiging houdt niet slechts in dat buitenlandse bedrijven hetzelfde moeten worden behandeld als nationale bedrijven, maar ook dat lidstaten de vestiging van ondernemingen in een andere lidstaat niet mogen bemoeilijken. Ook erkent het Hof, in afwezigheid van Europese wetgeving, het belang van nationale wetgeving. Zij leest namelijk in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) dat lidstaten de bedoeling hebben gehad om deze verschillende stelsels van elkaar te accepteren. Ondernemingen zijn ‘wezens van nationaal recht’ en het staat lidstaten vrij om de binding tussen ondernemingen en het nationale recht te regelen. De vrijheid van vestiging stelt hier echter beperkingen aan. Het Hof heeft hier een aantal belangrijke uitspraken over gedaan die ik hieronder behandel. De eerste keer dat het Hof zich heeft uitgelaten over grensoverschrijdende zetelverplaatsing is in het Daily Mailarrest.7 Daarin stelt het Hof dat lidstaten niet toe hoeven te staan dat een onderneming haar hoofdkantoor verplaatst naar een ander land, maar dat de onderneming nog wel onder het recht van het land van vertrek valt. Het Hof is hier van mening dat dit niet onder de vrijheid van vestiging valt.8 De hoofdregel dat lidstaten dus zelf beslissen over het leven en dood van hun vennootschappen is in latere rechtspraak beperkt.9 Zoals gezegd hebben bedrijven ook de mogelijkheid om in iedere lidstaat middels een filiaal zaken te doen. Het staat burgers dus ook vrij om in een andere lidstaat een onderneming op te richten – om zo mogelijk strengere vennootschapsregels te omzeilen – en middels een filiaal in eigen land alle bedrijfsactiviteiten te hebben. Het stelsel van de werkelijke zetel staat dit niet toe, maar daar heeft het Hof een streep doorgezet. De inschrijving van een dergelijk filiaal mag niet worden geweigerd.10 De zaak-Überseering was de volgende klap voor het stelsel van de werkelijke zetel.11 Het Hof opende hier in feite de mogelijkheid voor grensoverschrijding van een werkelijke zetel. Dit echter alleen bezien vanuit de lidstaat van vestiging: een lidstaat mag niet een ‘inbound’ vennootschap weigeren en rechtspersoonlijkheid en procesbevoegdheid weigeren op grond van het werkelijk zetel stelsel. Een belangrijke uitspraak van het Hof is tevens Cartesio.12 Hierbij een illustratie. Stel dat u een onderneming heeft met zetel (statutair en werkelijk) in een land dat het stelsel van de werkelijke zetel aanhangt. U wilt uw statutaire zetel verplaatsen naar een ander land, maar nog wel onder het recht van het land van herkomst blijven vallen. Volgens het stelsel van de

nb

werkelijke zetel is dit niet mogelijk en moet de onderneming geliquideerd worden. Wat vindt het Hof hier van? Ten eerste bevestigt het Hof de Daily Mail-uitspraak opnieuw door te stellen dat ondernemingen ‘wezens van nationaal recht’ zijn. Een lidstaat heeft het recht om de verbindende factor tussen de onderneming en het nationale recht te bepalen. Het Hof gaat echter voorbij aan de vraag of deze statutaire zetelverplaatsing mag en stelt dat wanneer een onderneming zich wil omzetten in een onderneming van een andere lidstaat en onder het recht van die lidstaat wil vallen – en de desbetreffende lidstaat staat dit toe – dat dan het recht van het land van vertrek niet de ontbinding en liquidatie van die onderneming mag eisen.13 Het Hof kiest eigenlijk de weg van een grensoverschrijdende omzetting. De meest recente en relevante uitspraak van het Hof is die in de zaak-VALE.14 Hierin wordt het stelsel van de werkelijke zetel nog verder ingeperkt. Zo oordeelde het Hof dat het lidstaten niet is toegestaan om conversie van buitenlandse ondernemingen naar nationaal recht te weigeren wanneer het wel de conversie van nationale ondernemingen naar buitenlandse ondernemingen toestaat. Dat zou immers discriminerend zijn. Met de VALE-uitspraak lijkt het Hof de controverse grotendeels te hebben beslecht. Zeker wanneer u deze uitspraak leest in samenhang met de eerdere uitspraken. Het is niet toegestaan om omzetting te weigeren wanneer het land van vestiging die conversie mogelijk maakt en het land van vestiging mag die conversie niet weigeren. Let wel op dat het Hof hier de weg kiest van grensoverschrijdende omzetting (conversie) van ondernemingen. Het verplaatsen van de statutaire zetel is nog steeds dubieus.

Noten 1 Art. 10:118 e.v. BW. Zie ook: R.J. Noordam, De zaak VALE. Sluitstuk van de grensoverschrijdende zetelverplaatsing?, Europese Fiscale Studies, 2012. 2 Artikel 2:14 jo. 2:66 BW. 3 Antonio Frada de Sousa, Company’s Cross-Border Transfer of seat in the EU after Cartesio, Jean Monnet Working Paper 07/09. 4 The Conflict of Laws: A comparative study, Vol. II, Ernst Rabel, University of Michigan Press, 1947. 5 Antonio Frada de Sousa, Company’s Cross-Border Transfer of seat in the EU after Cartesio, Jean Monnet Working Paper 07/09. 6 Antonio Frada de Sousa, Company’s Cross-Border Transfer of seat in the EU after Cartesio, Jean Monnet Working Paper 07/09. 7 HvJEU 27 september 1988, C-18/87 (Daily Mail). 8 P. Roos, ‘Europees vennootschapsrecht, vestigingsvrijheid, zetelverplaatsing en IPR’, Ars Aequi 1989, p. 382-390. 9 R.J. Noordam, ‘De zaak VALE. Sluitstuk van de grensoverschrijdende zetelverplaatsing?’, Europese Fiscale Studies, 2012. 10 HvJEU 9 maart 1999, C-212/97 (Centros). 11 HvJEU 5 november 2002, C-208/00 (Überseering). 12 HvJ 16 december 2008, C-210/06 (Cartesio). 13 R.B. van Hees, ‘Het Cartesio-arrest en re-incorporatie binnen de Europese Unie’, Vennootschap & Onderneming, 2009, nr. 1. 14 HvJ 12 juli 2012, C-378/10 (VALE Epitesi). nummer 36

|

jaargang 21


VERDIEPING

Privaatrechtelijke handhaving in het mededingingsrecht 29 Tekst: Susanna Nijsten

Voor iedereen komt het moment daar: je gaat het huis uit. Je eigen stekkie, ver weg van pap en mam. En wat moet er in dat huis komen te staan? Juist, een televisie natuurlijk!

D

e gemiddelde Nederlander staart immers 3 uur en 15 minuten per dag naar de welbekende beeldbuis. Dus op naar de lokale Mediamarkt om zo’n prachtdingetje uit te zoeken. Je koopt een mooi exemplaar, met Lcd-scherm uiteraard: je moet natuurlijk wel een beetje met de tijd meegaan. Het was wel een flinke aanslag op je portemonnee, maar dat moet je er voor over hebben denk je maar. Helemaal tevreden met je aankoop, totdat je enkele maanden later hoort dat verschillende elektronicabedrijven prijsafspraken hadden gemaakt over de prijzen voor Lcd-schermen. Door deze prijsafspraken lag de prijs van jouw pas gekochte televisie veel hoger dan hij onder gewone omstandigheden zou zijn geweest. De grote vraag die natuurlijk gelijk komt bovendrijven - je blijft een Nederlander – is: kan ik het te veel betaalde geld terugkrijgen? Mededingingsrecht en handhaving Eerst een kleine inwijding in het mededingingsrecht. Het mededingingsrecht beoogt een markt te creëren welke door natuurlijke concurrentie gereguleerd wordt. Door deze marktwerking moeten gelijke kansen voor ondernemers ontstaan en worden voorkomen dat een enkele partij invloed kan uitoefenen op de marktprijs.1 Om tot deze doelstellingen te komen heeft zowel de Europese als de Nederlandse wetgever enkele verbodsbepalingen in de wet opgenomen. De Europese wetgever heeft deze verboden vormgegeven in artikel 101 (kartelverbod) en 102 (misbruik van machtspositie) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), de Nederlandse wetgever in de Mededingingswet onder artikel 6 respectievelijk artikel 24. Op grond van deze bepalingen is het verboden om kartelafspraken te maken of een eventuele economische machtspositie te misbruiken. Wanneer ondernemingen een van deze verboden toch overtreden moet er worden ingegrepen. De meest bekende vorm van handhaving in het mededingingsrecht is de publiekrechtelijke variant. Bij publiekrechtelijke handhaving treedt de Europese

Commissie, op Europees niveau, dan wel de Autoriteit Consument en Markt (ACM), op nationaal niveau, op tegen de inbreuken. Bij dergelijk optreden worden vaak forse boetes uitgedeeld aan de overtredende ondernemingen. Deze boetes verdwijnen echter in de kas van ‘Brussel’ dan wel de Staat. De benadeelde particulier krijgt door deze handhaving dus nog geen genoegdoening voor zijn schade. Daarvoor moet hij gebruik maken van de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. Hierbij kan de benadeelde consument of ondernemer een vordering instellen op grond van schending van de regels van het mededingingsrecht. Schadevergoeding De algemene gedachte in het schadevergoedingsrecht is dat wanneer iemand schade lijdt door het toedoen van een ander, de veroorzaker van die schade deze moet vergoeden. Dit noemt men ook wel de compensatiefunctie van het schadevergoedingsrecht. Dit is niet anders in het geval dat de schade wordt veroorzaakt door een overtreding van het mededingingsrecht. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) bracht dit onder de aandacht in het arrest Courage/Crehan. Het HvJ wijst er in dit arrest op dat de volle werking van art. 101 niet wordt gegarandeerd indien het niet voor eenieder, die schade heeft geleden, mogelijk is schadevergoeding te eisen op grond van schending van dit artikel.2 Het HvJ verklaart voor het recht dat een partij bij een overeenkomst die de mededinging kan beperken in de zin van art. 101 VWEU, zich kan beroepen op de schending van het in dit artikel neergelegde kartelverbod. Art. 101 lid 2 verklaart immers dat alle overeenkomsten en besluiten die krachtens dit artikel verboden zijn van rechtswege nietig zijn. Wel moet de rechter er volgens het HvJ op letten dat het toekennen van schadevergoeding niet leidt tot ongerechtvaardigde verrijking van de rechthebbenden.3 Dit kan onder meer voorkomen in het geval van een passing on situatie. Dit houdt in dat de benadeelde particulier, meestal een ondernemer, de te hoge prijs reeds heeft doorberekend aan zijn eigen wederpartijen. In deze situatie is er ten aanzien van de ondernemer immers niet langer sprake van geleden schade. Collectieve acties Wanneer een individu schade lijdt door schending van het mededingingsrecht heeft deze aldus de mogelijkheid om schadevergoeding te eisen op grond van de desbetreffende verbodsbepaling (art. 101 dan wel art. 102 VWEU) in combinatie met art. 3:40 BW (nietigheid) of art. 6:162 (de welbekende onrechtmatige daad).


30

Indien het mededingingsrecht geschonden wordt, is er echter vaak een groot aantal ondernemers en consumenten dat schade lijdt. Dit fenomeen wordt ook wel aangeduid met het begrip ‘strooischade’. In de meeste gevallen is de schade van de afzonderlijke gedupeerden in zulke gevallen niet dermate substantieel dat het zin heeft om individueel een schadevergoedingsactie te starten bij de burgerlijke rechter. De oplossing hiervoor ligt natuurlijk voor de hand: een collectieve actie starten met alle benadeelden gezamenlijk. De Nederlandse wetgever heeft de grondslag hiervoor in art. 3:305a BW neergelegd. Op grond van dit artikel heeft een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid de mogelijkheid om een rechtsvordering in te stellen ter bescherming van de belangen van andere personen, voor zover zij deze belangen door haar daadwerkelijke activiteiten en op grond van haar statuten ook daadwerkelijk behartigt. Op grond van art. 3:305a BW kan men een rechterlijk verbod dan wel gebod eisen, een verklaring voor het recht van de schending vragen of een vordering uit onverschuldigde betaling instellen. Op grond van art. 3:305a lid 3 staat de Nederlandse wetgever echter schadevergoeding te voldoen in geld niet toe. Als argument hiervoor gebruikt zij dat bij een vordering tot schadevergoeding slechts individueel kan worden bepaald in hoeverre een persoon door de onrechtmatige handeling schade heeft geleden.4 In de literatuur wordt deze argumentatie niet als overtuigend beschouwd, zeker omdat men in Amerika ook het fenomeen class actions kent waar de pluriformiteit van belanghebbenden ook geen beletsel speelt. Deze problematiek speelt al geruime tijd en er is dan ook eind 2011 een motie aangenomen die het mogelijk zou moeten maken om als consument collectieve schadevergoeding te eisen. Hier is echter tot vandaag de dag nog niets concreets mee gebeurd. Commissie Voorstel Richtlijn betreffende privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht In 2008 heeft de Europese Commissie een voorstel voor collectieve schadevergoedingsacties in haar Witboek betreffende schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels gepubliceerd. Hierop volgde op 11 juni 2013 haar richtlijnvoorstel, welk moet leiden tot een Richtlijn betreffende privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. Met dit voorstel wil de Commissie een effectieve handhaving van het mededingingsrecht van de Unie bereiken door de wisselwerking tussen de publieke en private handhaving hiervan te optimaliseren en door te zorgen dat slachtoffers van inbreuken de schade die zij hebben geleden volledig vergoed kunnen krijgen.5 In het voorstel wordt onder andere in gegaan op het hierboven reeds aangehaalde passing on-verweer, de bewijsvergaring, doorwerking van de beslissingen van nationale mededingingsautoriteiten, de verjaringstermijn en de aansprakelijkheid van de inbreukmakers. In het voorstel zelf wordt niet gerept over de collectieve acties. Het voorstel gaat gepaard met een aanbeveling welke ziet op de introductie van een generieke methode voor collectieve schadeafwikkeling, voor zover daar in nationale wetgeving nog niet in is voorzien. In de aanbeveling worden enkele voorstellen gedaan over hoe de lidstaten de collectieve acties het beste zouden kunnen inrichten. De Commissie kiest hier onder andere voor een opt-in mechanisme. Dit houdt in dat een groep eisers alleen op basis van uitdrukkelijke instemming van de schadelijdende partijen gevormd dient te worden. Reden dat de collectieve actie in de aanbeveling wordt besproken en niet in het voorstel zelf komt door de controversiële aard van het onderwerp. Door de collectieve

nb

schadeafwikkeling afzonderlijk te behandelen loopt de rest van het Voorstel minder gevaar tevens te worden afgewezen. Het gevolg hiervan is echter dat de Aanbevelingen met betrekking tot de collectieve acties niet-bindend zijn.6 Nederland onderschrijft de in het Voorstel geuite doelstelling, maar zet vraagtekens bij de proportionaliteit en subsidiariteit die Europa in acht moet nemen bij het opleggen van regels aan de Lidstaten.7 Dit, vanwege het ingrijpende karakter van het voorstel in het Nederlands burgerlijk (proces)recht. Daarnaast vindt de Nederlandse overheid dat het voorstel weinig meerwaarde heeft voor ondernemers en consumenten in Nederland, mede omdat er bij schade door overtreding van het kartelverbod tevens sprake kan zijn van schade op grond van een onrechtmatige daad. Dit zou volgens de Nederlandse overheid kunnen leiden tot misbruik van de desbetreffende regels en nadelige gevolgen voor de uitvoerbaarheid.8 Vanwege het niet-bindende karakter van de Aanbeveling, waarin wordt ingegaan op de collectieve schadevergoedingsactie, is het dus niet te verwachten dat de Nederlandse wetgever deze mogelijkheid binnen afzienbare zal invoeren. Daarbij moet overigens wel in het oog moet worden gehouden dat de Richtlijn alleen zou gaan gelden in communautaire gevallen, dus bij overtreding van artikel 101 of 102 VWEU, en niet in louter interne gevallen zoals bij schending van artikel 6 dan wel 24 Mw. Concluderend kan worden gesteld dat er op dit moment wel consensus is over bindende regelgeving op het gebied van schadevorderingen wegens inbreuk op het mededingingsrecht, maar dat er nog geen overeenstemming is met betrekking tot bindende regelgeving ten aanzien van het hiermee gemoeide collectieve verhaal van massaschade.9 Op het teveel betaalde geld voor je televisie zal je dus helaas nog even moeten wachten…

Noten 1 L.E.J. Korsten & M. van Wanroij, ‘Nederlands mededingingsrecht’, 2008, p. 13. 2 HvJEU 20 september 2001, nr. C-453/99 (Courage/Crehan), r.o. 25. 3 E.-J. Zippro, ‘Privaatrechtelijke handhaving in het mededingingsrecht’, 2009, p. 323 en 326. 4 E.-J. Zippro, ‘Privaatrechtelijke handhaving in het mededingingsrecht’, 2009, p. 495-496. 5 Kamerstukken II 2012/13, 22112, nr. 1664. 6 I.N. Tzankova, M.J. Plomp & T. Raats, ‘Handhaven en balanceren: een tussenstand van privaatrechtelijke handhaving in Europa’, M&M 2013-6, p. 186. 7 Proportionaliteit: wanneer nieuwe regelgeving op verschillende manieren ingevoerd kan worden, moet de Europese Unie kiezen voor de manier die het meeste vrijheid aan de lidstaat laat. Subsidiariteit: de Europese Unie mag slechts optreden indien dit noodzakelijk is en hetzelfde doel niet (doeltreffend) door de Lidstaten zelf bereikt kan worden. 8 Kamerstukken II 2012/13, 22112, nr. 1664, p. 8. 9 I.N. Tzankova, M.J. Plomp & T. Raats, ‘Handhaven en balanceren: een tussenstand van privaatrechtelijke handhaving in Europa’, M&M 2013-6, p. 181.

nummer 36

|

jaargang 21


VERDIEPING

“I have a dream…“ Tekst: Bastiaan Loopstra

Some men see things as they are and say: “why” I dream things that never were and say: “why not” Robert F. (Bobby) Kennedy – 1968

A

merikanen weten hoe dat moet, een retorisch sterk verhaal vertellen. Zoiets kennen we niet in Europa, al is de Europese Unie gestoeld op een revolutionair idee. Schuman, Adenauer en Monnet begonnen in 1958 aan een uniek transnationaal democratisch project: een samenwerkingsverband tussen de oorlogszuchtige volkeren op het Oude Continent, toegankelijk voor iedere staat ten westen van de Russische Federatie en boven de Middellandse Zee. Voor het welslagen zouden Europeanen een sterker gevoel van solidariteit moeten ontwikkelen, maar nog liever eigenlijk ‘vanzelf’ verkrijgen door het wegvallen van interne grenzen. De Unie kan namelijk slechts bestaan bij de gratie van effectieve samenwerking en evenwichtige belangenafwegingen. Tegenwoordig lijken echter maar weinig regeringsleiders bereid om dat aan het volk uit te leggen. Sterker nog, Eurofoben als Geert Wilders en Marine Le Pen genieten meer naamsbekendheid en aanzien dan Eurofielen. In 2014, een paar generaties na de Tweede Wereldoorlog, rijst daarom de vraag hoe de toekomst van de Europese Unie eruit gaat zien. Is verdere uitbreiding nog wenselijk voor Europa als machtsblok of zijn we sterker met een meer harmonieuze minderheid? Kan in dat licht een land als Oekraïne bij de Europese politiek betrokken worden, of zijn haar culturele en politieke banden met Rusland daarvoor te sterk? We spreken professor P.J. Kuijper, hoogleraar Internationaal Publiekrecht aan de UvA en oud-directeur van het team voor de ‘External Relations and International Trade’ bij de juridische afdeling van de Europese Commissie, over Europa en haar toekomst1. Machtsblokken Wat is in het grote geheel de raison d’être van de Europese Unie? Simpel: in een wereld die steeds meer uit machtsblokken bestaat en rekening moet houden met opkomende economieën als India, China en Brazilië, zijn de landen van de Europese Unie (en Nederland in het bijzonder) erbij gebaat om samen een grootmacht te vormen. Ook militair. Kuijper: “Geopolitiek is altijd een combinatie van soft power in

de publieke sfeer en ‘hard power’ op de achtergrond: diplomatie en strijdmachten dus. Dat is noodzakelijk om druk te kunnen uitoefenen en afschrikwekkend te zijn, wanneer dat nodig is.” Het onderhouden van zo’n diplomatiek en militair leger is een stuk makkelijker met wat internationale hulp, ook voor Nederland.“ Het is bekend dat Rusland bezig is met een uitbreiding van de strijdmacht: zit daar een element van revanchisme in? “We weten het niet, maar moeten onze militaire macht wel op peil houden.” Uit zelfbehoud en voor economische macht kunnen EU-landen zich waarschijnlijk het best blijven inzetten voor een sterk geheel. Solidariteit Maar hoe ervaren individuele lidstaten de samenwerking? Op persoonlijk niveau zijn wij, Nederlandse studenten, haast ‘kinderen van Europa’. Ons multiculturele gedachtegoed is het resultaat van de Europese integratie. Culturele verrijking ligt voor iedere gemiddelde burger binnen handbereik. De Euro heeft economische markten veel transparanter gemaakt. Maar het succes van het geheel kan de problemen van individuele landen niet verhullen: de “ouderwetse administratieve cultuur” van Griekenland (een eufemisme voor corruptie en nepotisme), het cynisme waarmee de Hongaarse regering grote sommen EUgeld laat bijschrijven, maar anti-Europa praatjes verkoopt aan haar bevolking en tot slot de bindingsangst van Groot-Brittannië. Kuijper: “Volgens mij moeten we Engeland laten gaan, op een geschikt moment.” Hij klinkt pragmatisch. “Engeland is gewoon geen betrouwbare partner meer, niet voor Europa en niet voor Nederland.” Engeland loopt misschien wel voorop in de hypocrisie die Europese leiders parten lijkt te spelen: graag willen profiteren van de interne markt, maar afwillen van regels uit Brussel. Voor de Hongaarse houding weet Kuijper wel een oplossing: geduld. “Je kunt niet overgaan op openlijke chantage van Hongarije, dat is niet in overeenstemming met de solidaire werkwijze van de Unie. We kunnen alleen maar duwen, duwen, duwen en af en toe een beetje straffen. Te snel en te hard reageren werkt averechts.” Als je weet dat vele miljoenen euro’s jaarlijks naar het straatarme Hongarije vloeien om landbouw mee te bedrijven, maar Professor P.J. Kuijper

31


de corrupte regering al de landbouwgrond door juridische listen aan rijke vrienden en familie van de partij heeft toebedeeld, dan gaat je EU-bloed toch minder hard stromen. “Toen deze landen toetraden wisten we dat het moeilijk zou worden, maar daarover mocht je toentertijd niet praten. Deze landen zijn om eerder genoemde politieke redenen toegetreden: een grote Unie staat sterk.” En daarin zit de kiem van het probleem: de solidariteitsgedachte kan een goed fundament zijn voor samenwerking, maar moet al bij de intreding van landen worden geëerbiedigd. Anders kan het gebrek aan solidariteit leiden tot politieke verlamming.

32

’Oekraïne hoeft de komende decennia geen EU-lidmaatschap tegemoet te zien’ Gemeenschappelijke buitenlandpolitiek Het lijkt erop dat de Europese expansie nu tegen de grenzen aanloopt van wat geografisch mogelijk is en dat Europa tijd krijgt om zich te concentreren op haar interne organisatie. Het gemeenschappelijk buitenlandbeleid zal steeds minder gericht zijn op uitbreiding. Sterker nog, is het met het oog op de interne problemen van de Unie überhaupt nog wel verstandig om een uitbreidingspolitiek te voeren? “De Europese Unie zal een actieve externe politiek houden”, zegt Kuijper, “maar Oekraïne hoeft de komende decennia geen lidmaatschap tegemoet te zien.” Niet ieder land waarmee goede betrekkingen worden onderhouden, komt ook terecht op de lijst met potentiële EU-leden. Ook met Europa-gezinde oostelijke staten bestaan (economische) verhoudingen, de zogenaamde ‘Eastern Partnerships’2. “Wat bij Oekraïne specifiek een rol speelt, is het Koude Oorlog-verleden van Rusland en de EU. Er gaan geruchten dat er ten tijde van het vallen van de Berlijnse muur toezeggingen zijn gedaan aan Rusland om van Oekraïne een ‘bufferstaat’ tussen West en Oost te maken.” Het land is voor de helft pro-Russisch en het economisch interessante schiereiland De Krim is zelfs in 1954 door Rusland cadeau gedaan aan Oekraïne. Er leeft daar nog altijd een Russische minderheid. Een aanbod van EU-lidmaatschap zou Rusland dus schofferen en het nieuws van de afgelopen maanden maakt duidelijk dat Rusland de besprekingen over een handelsakkoord ook inderdaad als zodanig opvat. Bovendien zou de corrupte werkwijze en de Russische cultuur aldaar de interne besluitvaardigheid van de Unie weinig goed doen. Een mogelijke oplossing is een midden te zoeken tussen Russische politieke inmenging en Europese

nb

handelsvoordelen. Europa zal daarbij wel moeten afdwingen dat een democratisch stappenplan wordt afgelopen en dat corruptie wordt aangepakt. Wat er dan op de lange termijn over een jaar of 20, 30 gebeurt, dat zien we dan wel. Een Europees retoricus De Europese Unie lijkt dus een zeer grijs gebied: er valt weinig positiefs over te zeggen zonder een kanttekening te plaatsen, maar niettemin zijn de voordelen overweldigend. Gelukkig heeft Kuijper nog een leuke anekdote die de Nederlandse deelname lijkt te rechtvaardigen “al moet je natuurlijk nooit naar het verleden kijken, maar altijd naar de situatie zoals die is”. Kuijper: “Een belangrijke reden dat Nederland bij de Euro wilde, is dat we niet meer altijd achter de Bundesbank aan wilden lopen. De enige keer dat we die niet volgden qua monetair beleid, slechts twintig jaar geleden, ging het helemaal fout. Nu kunnen we ten minste proberen om een meerderheid te mobiliseren om een andere kant op te gaan. Maar dat lijkt het Nederlandse volk vergeten.” Je kunt volgens Kuijper alleen van Europa houden wanneer je vergezichten schetst. Je moet het grote geheel zien om er de goede dingen van te begrijpen. Want die blijven de nadelen toch echt overheersen. Europese politici lijken echter bang met eerlijkheid het volk tegen zich in het harnas te jagen, het volk dat luistert naar radicaal-rechtse Eurofoben. Zij spreken thuis met het hart en in Brussel met het hoofd. Wat meer optimisme zou de Unie een schop in de goede richting kunnen geven: hoop doet immers leven. Dus, bij gebrek aan Europese Kennedy’s, wie van ons is die briljante retoricus die het Europese verhaal aan het volk weet te vertellen?

Noten 1 Dit interview vond plaats op 25 februari 2014, enkele dagen voordat Russische troepen de Krim binnentrokken. 2 EAP Summit – 29-30 September, Warsaw, Update on Eastern Partnership implementation

nummer 36

|

jaargang 21


VERDIEPING

In heel Europa is er niemand zoals Geert Tekst: Roie Nieboer

De Olympische Spelen in Sotsji waren voor Nederland een onbetwist succes. De nationale 33 trots was zelfs van zo’n opportune orde, dat Geert Wilders er één van zijn belangrijkste speerpunten mee inleidde: kritiek op de Europese Unie (EU). In een persbericht1 op Youtube vormt dit het begin van een tirade over de kandidaatstelling van Guy Verhofstadt voor de Commissie en Wilders’ pleidooi om de EU te verlaten.

EU-technocraten willen van de EU namelijk een superstaat maken en dat is, kennelijk, helemaal niet goed. “Ze zullen het Nederlandse volkslied verdringen en straks op de Spelen zelfs onze Nederlandse vlag willen vervangen door de Europese”, aldus Wilders. Het is dus zaak dat we ons zo snel mogelijk terugtrekken uit de Europese Unie. Zo kunnen de belastingen omlaag en kan de Nederlandse economie weer groeien. De bloemen gaan weer bloeien, de zon gaat weer schijnen en we kunnen ons dan eindelijk weer tegoed doen aan een stukje Nederlands optimisme. Nederland moet immers ook - zoals de woordvirtuoos in al zijn creativiteit zegt - als land voor goud gaan! En hoe kan Nederland opnieuw juichen en dan eindelijk de vrijheidsklok luiden? Natuurlijk door bij de verkiezingen voor het Europees Parlement op 22 mei op de PVV te stemmen. En wie heeft er behalve Wilders nou een vrijheidsklok? Het Europa van Wilders is dan ook een culturele en economische goudmijn, over een electorale goudmijn nog maar te zwijgen. Het is een Nederland zonder grenzen. Het is een Nederland zonder Europa, een Europa dat vooral nog uit Nederland zal bestaan. Dat het nu crisis is en de meeste directe nadelen van de EU daaruit voortvloeien, verdient evengoed geen rol in de verkiezingsretoriek. Het werkt echter wel mijn sarcasme in de hand. De verkiezingen zelf zijn ook erg interessant. Ze zullen ongetwijfeld veel stof doen opwaaien, vooral vanwege de coalitie die Wilders probeert te vormen in het Europees Parlement. Veel van die partijen worden verdacht van of zijn veroordeeld voor het hebben van racistische of antisemitische opvattingen. Sommige EU-sceptische partijen, zoals de Britse Ukip, vinden Wilders te radicaal in zijn Islamstandpunten. Andere partijen, waaronder het Vlaams Belang, vinden Wilders plan om uit de EU te stappen te radicaal. Met Marine Le Pen is in ieder geval wel een belangrijk verbond gesloten om tot een anti-EU-coalitie te komen. We hebben hierover twee rapporten te danken van de ijverige heer Wilders. Enerzijds het rapport van Lombard Street en anderzijds dat van Capital Economics. Het eerste2, over een terugkeer naar de

gulden, noemt het Cpb gebrekkig en het tweede3 over de ‘nexit,’ een Nederlandse exit, is beschreven als: ‘Wel baten, geen lasten.’ Hier valt over te twisten, maar de PVV heeft natuurlijk ook idealen. Als eerste zouden de grenzen dicht moeten, zo leert zijn gedachtegang. Als visie4 voor Europa heeft de PVV een vijftal punten uitgezet. Dat Wilders wellicht geen samenhangende visie is toe te schrijven, is makkelijk te verklaren. Hij vindt immers dat er te veel samenhang is in Europa. De PVV wil het Nederlandse belang voorop stellen, geen enkel vetorecht opgeven, en voor het Parlement de aloude omnipotentie terugvorderen. Uit ongerechtvaardigde verrijking, stel ik me zo voor. Want,


34

we willen ons geld terug en Nederland is de grootste nettobetaler. Ons belastinggeld kunnen we, en moeten we, gebruiken voor Nederland en niet voor Brussel. In Wilders’ Europa zullen er dus geen miljarden meer zijn om de boeren in Polen en Frankrijk te spekken en zullen er geen nieuwe wegen worden aangelegd met Nederlands geld in Bulgarije en Portugal. We leren uit een tweet 5 van Wilders dat als voorgenoemde miljarden niet naar het buitenland gaan, dat dan tenminste ouderen niet meer op straat geschopt hoeven te worden. Het verband kan genoemd worden en dat is toch fantastisch! Oh, die vrijheidsklok!

‘De islam staat haaks op onze cultuur’ Verder zijn volgens Wilders de rampzalige massa-immigratie en islamisering evident aan Europese thematiek te koppelen. Deze moeten gestopt worden en ‘daarom willen wij zelf uitmaken wie we nog toelaten.’ Wij leren hier van Wilders dat gesloten grenzen een toereikend middel zijn om mensen te weren vanwege hun islamitische godsdienst of etniciteit. Dit alles leren wij onder het kopje: ‘Eurabië of Europa?’. Het doet me wel even afvragen waarom er niet gewoon ‘Nederland’ staat. Maar het dilemma is in ieder geval duidelijk. Verder moet ook het veto op immigratiebeleid behouden blijven. Dit is vooral handig als we eenmaal uit de EU zijn gestapt. In het verlengde hiervan leren we dat Turkije nooit welkom zal zijn in de EU, ‘ook niet over honderd jaar’. In het Europa van Wilders zullen wij dus geen lid zijn van de EU en gelukkig Turkije ook niet. Hierbij moet waarschijnlijk de volgende beredenering in het achterhoofd gehouden worden. Turkije is nu een probleem vanwege de islamisering en massaimmigratie: ‘De islam staat haaks op onze cultuur.’ Als het zich desondanks tot een modern, westers, cultureel Europees land weet te ontwikkelen, dan is het duidelijk dat ze op dat moment uit de EU zullen willen stappen en het dus beter is om deze moeilijke stap, waar Wilders natuurlijk de weerstand van kent, te kunnen voorkomen. Verder ook: ‘geen uitbreiding, genoeg is genoeg’. Ieder nieuw land betekent namelijk meer geld naar Europa en

nb

een afbreuk aan onze zeggenschap. Daarnaast moeten Roemenië en Bulgarije in ieder geval uit de EU. Dat zijn al twee landen minder, wat het totaal van EU landen op 25 of minder zal brengen. Hier is de Nederlandse uittrede idealiter bij ingerekend. Het is duidelijk dat zowel Nederland, alsook corrupte staten niet thuishoren in de EU. Wel beoogt Wilders economische samenwerking, waarbij verdragen buiten de EU gesloten kunnen worden. Een politieke superstaat zal er als het aan de PVV ligt niet komen. Gelukkig zit daar ook ‘niemand op te wachten’. Dit leidt namelijk tot een zin die geen werkwoord behoeft: ‘nog meer bureaucraten, nog meer regels, nog meer belastingen’, en verder: ‘economische samenwerking, prima!’ Erg verrassend is deze visie niet. Wilders wil immers uit de Europese Unie en de politiek die hij idealiter dus wil voeren, is binnenlandse politiek. Belangrijk is de vraag hoeveel macht de EU-sceptische partijen zullen krijgen in het Europees Parlement. Samen met het Front National zou de PVV weleens een relatief groot aantal zetels kunnen winnen. Toch zijn de partijen verdeeld en verschillen ze op belangrijke punten. De PVV zal veel samenwerken met EU-sceptische partijen, maar Wilders blijft een persoon op zich. Het lijkt er in ieder geval op dat Wilders zich tot één van de meest prominente gezichten van deze campagne kan rekenen. In heel Europa is er maar één Geert.

Noten 1 <https://www.youtube.com/watch?v=Ry3OGQa7Y4A&feat ure=youtube_gdata_player> 2 <http://www.cpb.nl/persbericht/3211502/euro-onderzoeklombard-street-research-gebrekkig> 3 <http://www.elsevier.nl/Europese-Unie/nieuws/2014/2/ Rapport-Nederlands-vertrek-uit-EU-levert-welvaart-op1457993W/> 4 <http://www.pvv-europa.nl/index.php/visie/standpunten. html> 5 Tweet van 1 maart 2014, 2:04 uur. Te vinden op: <https:// twitter.com/geertwilderspvv/statuses/439702712867766274>

nummer 36

|

jaargang 21


VERDIEPING

TTIP

Amerikaanse producten vrij op de Europese markt en vice versa: wie wil dat nu niet? Tekst: Inger Bults

De Europese Unie en de Verenigde Staten zijn druk bezig met onderhandelingen over de vorming van de grootste vrijhandelszone ter wereld. Dit pact moet belemmeringen van de onderlinge handel 35 wegnemen en aan beide kanten van de Atlantische Oceaan de economische groei een stimulans geven. De naam hiervan is het Transatlantic Trade and Investment Partnership, TTIP.

De relatie tussen de EU en de VS De trans-Atlantische handelsrelatie is een diepgewortelde, die al vele eeuwen van gedeelde geschiedenis kent. In de naoorlogse periode werd dit niet alleen getoond door gezamenlijke stappen richting het moderne multilaterale systeem, maar ook door initiatieven voor het sluiten van een regionale handelsovereenkomst. Inmiddels zijn de EU en de VS bovendien elkaars belangrijkste investeringspartners.1 Dagelijks gaat circa twee miljard euro aan goederen en investeringen heen en weer tussen de EU en de VS. Deze entiteiten kunnen opkomende economieën als die van China, India en Brazilië niet negeren. De vraag hoe we zorgen voor handel op basis van spelregels en zonder het overboord gooien van bescherming van mens en milieu, leidde tot de gedeelde politieke beslissing van regeringen van lidstaten om te streven naar een handels- en investeringsverdrag tussen de twee grootste markten ter wereld. Een vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS zal zorgen voor een aanzienlijke economische groei.2 Het begin van de onderhandelingen In 2012 begonnen de VS en de EU aan een uitgebreide dialoog over de mogelijkheden om de handels- en investeringsrelatie nog verder te verbeteren. De onderhandelingen zijn nu in volle gang en gaan vooral over het afschaffen van douanetarieven, regulatie en procedures. Er zijn op dit moment verschillende regelingen, standaarden en systemen waarmee bedrijven, die producten op de buitenlandse markt willen brengen, te maken krijgen. Deze kosten de bedrijven veel tijd en geld en dat is volgens de twee handelsblokken onwenselijk en zelfs onnodig.3 Afgelopen 30 januari was er een grote conferentie rondom het Transatlantic Trade and Investment Parnership (TTIP) en werd er een tipje van de sluier gegeven over de geheime onderhandelingen: het TTIP wordt een soort van herschepping van de Europese gemeenschappelijke markt op Atlantische schaal, compleet met onder andere productreguleringen en harmonisatie van standaarden.4

Doelen van het TTIP Het motto van het TTIP is ‘making trade work for you’. Doel nummer een is om handelsbarrières in een breed scala van economische sectoren te verwijderen om het gemakkelijker te maken om goederen te kopen en verkopen, evenals om diensten te leveren en af te nemen.5 De markttoegang kan verbeterd worden door middel van bijvoorbeeld snijden in de huidige douanetarieven op import, bedrijven toestaan om te bemiddelen, servicemarkten te openen en door het makkelijker te maken om te investeren. Er zullen meer banen komen en meer economische groei, waardoor Europa een zetje zal krijgen om uit de crisis te komen.6 Het TTIP wil onnodige barrières, onnodige uitgaven en onnodige duplicatie van regels en kosten wegnemen. Het faciliteren van het handelsverkeer tussen de VS en de EU zal leiden tot een verhoging van de economische activiteiten en tot een verlaging van de productiekosten en inkoopprijzen. Dit zal zich daadwerkelijk vertalen in economische groei.7 Hoe zal dit allemaal gereguleerd worden? Er wordt veel onderhandeld over regels die mensen moeten beschermen tegen risico’s voor hun gezondheid, veiligheid, milieu en regels die het de financiële- en dataveiligheid moeten garanderen. Bovendien moeten er voorschriften komen met betrekking tot voedselveiligheid en dier- en plantgezondheid en er moeten allerlei procedures voor onderzoek en certificering worden ontworpen.8 Er zijn hier veel controversiële punten, zoals


36 genetisch gemodificeerde gewassen, investeringsbescherming en verschillen in milieueisen. Het is niet het streven om alles gelijk te trekken, maar wel om zoveel mogelijk drempels weg te nemen om de handel te bevorderen en simpeler te maken. Het is aan de volksvertegenwoordigers om ervoor te zorgen dat bescherming van onder meer privacy, milieu en kwaliteitseisen (waaraan we in Europa waarde hechten) overeind zal blijven.9 De belangen Het TTIP zal een groot voordeel opleveren voor de EU en de VS, maar het zal ook een forse uitdaging in het leven roepen voor de Europese interne markt en bovendien zwaar drukken op de economieën van opkomende landen. Door het TTIP zullen de traditionele intracommunautaire handelsrelaties naar alle waarschijnlijkheid minder sterk worden en bepaalde lidstaten zullen minder afhankelijk worden van de Europese interne markt, die toch een van de voornaamste successen en voordelen van de Europese integratie mag worden genoemd.10 Ook voelen veel Europeanen met anti-Europa-gevoelens zich in het nauw gedreven en zijn zij bang dat er achter hun rug om belangrijke beslissingen, die hun toekomst zullen beïnvloeden, worden genomen door de Europese Commissie. Dit is echter niet waar, want de beslissingen worden niet genomen zonder input van veel verschillende standpunten en van uiteenlopende experts.11 De verwachtingen Kort gezegd zullen de beide economische grootmachten proberen de invoerrechten op de onderling verhandelde goederen af te schaffen en om een goed systeem op te zetten voor onderlinge ‘vrijhandel’: ze zullen zich er sterk voor maken de bureaucratie te verminderen, zodat internationale bedrijven gemakkelijker kunnen uitbreiden. De verwachting is dat het TTIP 119 biljoen per jaar zal opleveren voor Europa en 96 biljoen per jaar voor Amerika. Voor een gemiddeld Europees gezin zal dit neerkomen op een besparing van 545 euro per jaar, voor een gemiddeld Amerikaans gezin 655 euro.12 De omvang van de handelsrelatie van de EU met de VS is zodanig dat zelfs kleine verbeteringen een aanzienlijk effect op de economieën aan beide zijden van de Atlantische Oceaan zal hebben. Het handelsvolume tussen de twee economische blokken is zo groot dat elke reductie van invoerrechten

nb

aanzienlijke besparingen zou opleveren. Er zou 28% meer export vanuit de EU naar de VS kunnen ontstaan.13 Kortom, wat zit erin voor ons? Als het TTIP in werking gaat, zal het handelsverkeer tussen de EU en de VS, oftewel tussen ons en de VS, leiden tot een verhoging van de economische activiteiten tussen beide grootmachten en tot een verlaging van de productiekosten en inkoopprijzen. Een Amerikaans product zal voor ons dus makkelijker te vinden en voor een betere prijs aan te schaffen zijn. We zullen niet meer per se met extra grote koffers naar Amerika hoeven, en we zullen ook niet meer hoeven smeken bij vrienden die naar de VS op reis gaan om die ene iPad of dat ene paar schoenen te scoren (of natuurlijk een gehele nieuwe garderobe mee te nemen…)!

Noten 1 <http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2013/march/ tradoc_150737.pdf> 2 <http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/24570_feiten_ rond_verdrag_eu_vs_zijn_anders_dan_baudet_en_rijpkema_ beweren/> 3 <http://www.europa-nu.nl/id/vjf5k35389v3/ handelsverdragen_eu> 4 <http://www.mo.be/opinie/debat-over-het-eu-vs-verdrag-gaatdoor> 5 <http://ec.europa.eu/trade/policy/in-focus/ttip> 6 <http://trade.ec.europa.eu/doclib/press/index.cfm?id=1007> 7 <http://www.presseurop.eu/nl/content/article/4015361vrijhandelszone-de-voors-en-tegens> 8 <http://trade.ec.europa.eu/doclib/press/index.cfm?id=1007> 9 <http://www.marietjeschaake.eu/nl/2014/02/media-nrchandelsverdrag-we-moeten-het-goede-houden/> 10 <http://www.presseurop.eu/nl/content/article/3950211-dedeal-van-de-eeuw-wat-zijn-de-belangen> 11 <http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/january/ tradoc_152075.pdf> 12 <http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2013/march/ tradoc_150737.pdf> 13 <http://www.presseurop.eu/nl/content/article/3950211-dedeal-van-de-eeuw-wat-zijn-de-belangen>

nummer 36

|

jaargang 21


37


38

nb

nummer 36

|

jaargang 21


NA(AST) JE STUDIE

Leven in een Gentse kot Tekst: Sascha van Gerrevink

Het eerste semester zit er alweer een tijdje op en na een welverdiende vakantie van maar liefst drie weken brak het tweede semester voor mij aan. Ook wel het semester van het harde werken genoemd. De vakken waarvoor ik mij het meest interesseer vallen namelijk zo goed als allemaal in deze periode, met als gevolg dat ik nu zeven vakken tegelijk volg. Nu ik ben overgestapt van op z’n Vlaams lanterfanten naar op z’n Vlaams studeren leek het me een goed moment om eens te vertellen hoe het studerende leven er hier daadwerkelijk aan toegaat.

G

rootste verschil met studeren aan de UvA is dat de UGent uitsluitend hoorcolleges kent. Wat mij aanvankelijk een hele vooruitgang leek, omdat ik in de afgelopen jaren in het gros van de gevallen toch altijd te beroerd was om de werkgroep voor te bereiden maar dan vervolgens wel uiterst actief aan het pennen was om zo oogcontact met de docent te vermijden opdat ik maar geen beurt kreeg. Deze angst is mij nu ontnomen, maar vervangen voor zo mogelijk nog grotere angst voor tentamens. Hoe moet je in godsnaam weten wat ze op een tentamen gaan vragen als je het hele vak lang nog geen opgave hebt gezien? Teruggrijpen naar oude tentamens is ook geen mogelijkheid want negen van de tien tentamens wordt hier mondeling afgenomen. Ja, je leest het goed: mon-de-ling. Allereerst moet je dus over je angst voor je tentamen heen stappen en dat vervolgens ook nog eens in het bijzijn van je docent. Een vraag overslaan en er later op terugkomen als je het antwoord niet weet of bij totale onkunde oeverloos door je wetbundel bladeren in de hoop dat het antwoord zich op magistrale wijze aanbiedt is er bij een mondeling

houvast dan de stapels kopietjes waar ik het hier mee moet doen. Mijn grootste verbazing tot op heden: ik heb nog geen wetbundel gezien. Al het bovenstaande bij elkaar opgeteld snap ik ineens ook waarom het onderwijs hier zo goedkoop is. Gezien het (in verhouding) geringe aantal uren op de faculteit zelf spendeer ik veel tijd op kot. Tot mijn grote vreugde bestaan zijn mijn huisgenoten zeer uiteenlopende figuren waarvan er altijd wel een wakker en thuis is, en te porren voor gezelligheid. Kotgenoot N. is een pittge Vlaamse tante die na het behalen van haar bachelor in Brussel nu een jaar aan Vlerick studeert, het Belgische equivalent van Nyenrode. Hoewel wij even oud zijn, zijn onze ideeën over het studerende leven toch op z’n minst gezegd uiteenlopend. Zo heeft ze gedurende haar gehele bachelor thuis gewoond. Niet vanwege een beperkte woningmarkt in Brussel of geldnood, maar gewoon omdat het zo heerlijk is om thuis te wonen. Vlerick is echter te ver om elke dag vanuit het ouderlijk huis heen en weer te reizen dus was ze op haar

niet bij. Antwoorden begonnen bij mij erg hakkelend en eindigde steevast door een afkapping van de docent omdat ik uit pure paniek maar door bleef ratelen. Wat door de ene docent niet zo werd gewaardeerd (‘Je kwam niet echt tot de essentie’: cijfer 6), maar tot grote lof van en andere docent (‘Het is duidelijk dat je je erg hebt verdiept in de stof’: cijfer 9). Wat me wel opviel is dat mijn cijfers gemiddeld hoger waren voor de vakken die in het Engels waren en lager voor de vakken in het Nederlands. Blijkbaar gedij ik beter in een omgeving van internationale studenten. Voor het tweede semester heb ik mijn vakkenpakket hier wijselijk op aangepast en volg ik bijna alles in het Engels waardoor ik buitengewoon intelligent lijk in vergelijking met bijvoorbeeld de Chinese studenten - die overigens zeer slim zijn, maar simpelweg niet te verstaan. Wat het studeren hier ook bemoeilijkt is het begeleidende materiaal bij de lessen. Studieboeken behoren simpelweg niet tot de voorgeschreven literatuur (overigens ook niet tot de optionele literatuur). Niet dat ik wil zeggen dat Pitlo zo lekker wegleest, maar het biedt toch zeker meer

tweeëntwintigste toch genoodzaakt het nest te verlaten. Geheel op eigen benen staat ze echter nog niet. Elke vrijdag wordt de valies weer op de trein naar Brussel gehesen om thuis vertroeteld te worden en de was te laten doen. Ook

39


40

het koken heeft huisgenoot N. door haar moeders goede zorgen nog niet onder de knie. Onder koken verstaat zij louter pasta koken en het opwarmen van moeders prakjes. Elke zondagavond reist zij terug naar Gent voorzien van een weekvoorraad aan ready-to-microwaveavondeten. De selectie plastic bakjes die onze keukenkastjes rijk is, is ondertussen uitgebreider dan de collectie van Tupperware. Naast kotgenoot N. is kotgenoot Z. - een Vlaams menneke dat aan het Conservatorium studeert ook een fervent verzamelaar van plastic waar in alle vormen en maten. Alhoewel op een iets minder fanatieke wijze. Op het Conservatorium wordt namelijk ’s middags warm gegeten waardoor zijn avondeten zich meestal beperkt tot brood. Snackjes bestaan steevast uit Royco, aka Belgische Cup-A-Soup (wist je trouwens dat CupA-Soup aanvankelijk enkel gericht was op vrouwen vanaf 35 jaar, die laat in de ochtend of ’s middags thuis een kopje soep voor zichzelf wilden maken?). Zijn voorliefde voor Royco is zo vergaand dat zijn wastafelkastje uitpuilt van de instant soup en kartonnen bekers, en dat er ter gemak op zijn wastafel een waterkoker balanceert. Gezien de regelmaat van zijn consumptie is hij blijkbaar tot de conclusie gekomen dat het efficiënter is om een extra waterkoker te kopen dan heen en weer te lopen naar de keuken. Ik moet eerlijk toegeven dat er op mijn wastafel sinds enige tijd een fles ranja prijkt omdat mijn badkamerdeur aanzienlijk makkelijker opengaat dan de

nb

deuren naar de keuken die voorzien zijn van zeer zwaar afgestelde drangers. In iedereen schuilt blijkbaar ergens diep van binnen een luiwammes. Als hij ’s avonds dan toch trek heeft in iets warms wordt er een lasagne opgepiept, zonder enige vorm van variatie. Kotgenoot Z. heeft werkelijk waar nog nooit het fornuis of een pan aangeraakt, zijn kennis van de keuken reikt niet verder dan de magnetron. Een voordeel is wel dat er altijd iemand aanwezig is die me kan uitleggen wat het verschil is tussen de convectiefunctie en de crispfunctie, wanneer welke functie moet worden gebruikt en vooral welke serie van knoppen ik moet indrukken en aan draaien om tot een gewenst resultaat te komen. Als enig mannelijk huisgenoot is hij daarnaast ook het aanspreekpunt voor allerhande - in mijn inzicht mannelijke - klusjes. Zo heeft mijn deurklink de neiging liever in de hand te verblijven dan in de deur, en wegens vrees voor gevangenschap in mijn eigen kamer heb ik Z. gevraagd zijn vaardigheden hier eens op los te laten. Vol goede moed begon hij met een schaar (?!) te pielen en het eindigde in een teleurstellend ‘roept maar als ge vast zit’. Enfin. Mocht ik een keer dagenlang opgesloten zitten, dan in ieder geval met muzikale begeleiding: huisgenoot Z. oefent namelijk dag en nacht op basgitaar en piano, zo nu en dan vergezeld van een zeer vals gezongen toonladder.

ons even te veel wordt zoeken we toevlucht bij elkaar en kijken we samen De Wereld Draait Door onder het genot van een grote mok thee (met stroopwafel) om ons zo weer voor even thuis te wanen. Ook is het steeds weer een verademing om op hoog tempo te kunnen converseren: geen van beide gesprekspartners hoeft in opperste concentratie te verkeren om de ander te verstaan en het zoeken van begrijpelijke synoniemen en het uitleggen van gezegdes kan achterwege blijven. Daarnaast is het gemakkelijker om samen Belgische eigenaardigheden te ontraadselen dan alleen. Gezien onze Vlaamse huisgenoten vanuit huis gewend zijn dat moeders achter hun kont opruimt komt het niet in hen op om het afval buiten te zetten. Op zich vind ik het een kleine moeite om deze taak op mij te nemen, zij het niet dat in Gent zeker zeven verschillende soorten afval bestaan die allemaal op een verschillend moment in verschillende verpakking aan de weg moeten worden gezet. Na een halfjaar papier, plastic en glas te hebben opgeslagen in verschillende delen van het huis waren M. en ik het zat en hebben we de afvalwijzer minutieus bestudeerd. Vervolgens hebben we het papier in dozen gedaan (voor de zekerheid een touw eromheen, want de doos was niet zoals voorgeschreven van boven afgesloten), glas zonder dopjes, deksels of andere aanhangsels in een ton geladen (de plastic boodschappenkrat was de vorige keer om onduidelijke reden aanleiding geweest voor de vuilnisman om er aan voorbij te gaan) en plastic flessen in een blauwe vuilniszak gestopt samen met drankpakken en metaal maar zonder enig andere vorm van plastic. Het glas is opgehaald (hoera!) maar het papier staat tot op dit moment nog in de regen te verpieteren... Wordt vervolgd.

Tot slot is er nog kotgenoot M., mijn Nederlandse lotgenote. Wanneer België

nummer 36

|

jaargang 21


NA(AST) JE STUDIE

Stukafest Door: Rosan Bleijendaal & Lisa Vlug

Halverwege februari was alweer de zevende editie van Stukafest Amsterdam, en een daverend succes. Wij spraken met bestuurslid Rosan Bleijendaal over de organisatie, het succes en de toekomst van dit groeiende studentenfestival.

Wat is Stukafest precies, en hoe is het ontstaan? Stukafest (afkorting van Studentenkamerfestival) is een festival in steden door heel Nederland waarbij culturele optredens in studentenkamers plaatsvinden. Stukafest is gestart in Nijmegen in 2001 als onderdeel van Cultuur op de Campus. Het was een groot succes en de populariteit waaide al snel over naar andere steden. In 2014 zijn er 13 steden waar Stukafest plaats heeft gevonden. Tijdens Stukafest Amsterdam werden 20 gezellige studentenkamers in het centrum omgetoverd tot mini-podia waar bezoekers naar drie verschillende rondes konden gaan met muziek, theater, comedy, literatuur, dans, kleinkunst en meer. Met een passe-partout voor maar 12,50 wil Stukafest studenten op een laagdrempelige manier in contact brengen met kunst en cultuur.

41

Door wie wordt de organisatie geleid, en wat moet er allemaal geregeld worden? De organisatie wordt geleid door 6 bestuursleden: de voorzitter, secretaris, PR-functionaris, penningmeester, programmeur en kamercoรถrdinator. In het begin van het bestuursjaar brainstorm je over programmering en bezoek je voorstellingen en concerten om te bekijken welke artiesten je wilt boeken voor het festival en het eindfeest. Er wordt een begroting gemaakt, fondsen en sponsoren geworven en op zoek gegaan naar gezellige kamers voor de twintig verschillende acts. Daarna worden posters

Is Stukafest altijd hetzelfde geweest of is het veranderd door de jaren heen? Het concept van Stukafest is altijd hetzelfde geweest, maar door de jaren heen zijn er wel veel steden bijgekomen. Elk jaar wordt Stukafest Amsterdam georganiseerd door een nieuw bestuur, wat altijd weer andere invloeden met zich meebrengt en een nieuwe visie op de programmering. Daarom is geen editie hetzelfde. Het is altijd goed om te blijven groeien en ontwikkelen, en vooral om te leren van elkaar. Is er een bepaald doel waar jullie naartoe proberen te werken? Het doel van Stukafest is om er toe bij te dragen dat studenten uit hun comfortzone treden, en bijvoorbeeld eens een theater-, dans- of cabaretvoorstelling te bezoeken in plaats van een concert van hun favoriete band. Ieder jaar streven alle steden er weer naar om er voor te zorgen dat Stukafest kan blijven bestaan. Met de huidige cultuurbezuinigingen wordt het ieder jaar een grotere uitdaging om onze doelgroep - studenten tussen de 18 en 30 jaar - deze ervaring te kunnen blijven bieden. Mede daarom heeft Stukafest Amsterdam dit jaar een aantal doelen gesteld; namelijk vernieuwen, verassen en verbinden. Binnen de kaders van het concept van Stukafest hebben wij geprobeerd op deze manier een unieke en onvergetelijke avond te verzorgen. Terugkijkend hebben wij deze doelen met vlag en wimpel behaald. Nu is het doel om te zorgen dat het stokje overgedragen wordt aan een nieuw bestuur, dat er ook weer een geslaagde editie van mag gaan maken.

Mama Franko by Anne Lakeman

Neil Robinson by Anne Lakeman


en programmaboekjes ontworpen en probeer je zoveel mogelijk aandacht te genereren voor Stukafest. Wanneer het festival nadert regel je de kaartverkoop, techniek, communicatie tussen artiesten en de kamers waar ze optreden, en zorg je dat het festival en het eindfeest soepel verlopen.

42

Wat waren de hoogte- en dieptepunten van het huidige bestuur? Het absolute hoogtepunt was de dag van Stukafest zelf. Het is onwijs leuk en mooi om het eindresultaat te zien van iets waar je met z’n zessen zo lang en met zoveel passie en enthousiasme aan hebt gewerkt. Tijdens de eerste ronde bezochten wij Tessa Rose Jackson en keken vol trots en voldoening om ons heen. We hadden toch mooi zelf dat festival neergezet! Als we een dieptepunt moeten noemen is dat het feit dat we weinig toezeggingen kregen van fondsen en sponsoren. Stukafest is een prachtig festival dat verschillende vormen van cultuur erg toegankelijk maakt voor studenten, het is jammer dat instanties dat niet inzien.

Stuka Eindfeest by Sebastiaan Been ingezonden mededeling

Naar wat voor mensen zijn jullie op zoek om jullie taken over te nemen? Wij zijn op zoek naar ambitieuze studenten of net afgestudeerden met innovatieve ideeën. In het bestuur van Stukafest staan creativiteit, flexibiliteit en affiniteit met cultuur hoog in het vaandel. Daarnaast moet je goed in een team kunnen werken en natuurlijk ook gezellig zijn! Dan kunnen wij je echt een geweldig jaar bieden waarin je jouw organisatieskills goed kunt ontwikkelen. In een paar woorden: waarom moeten studenten Stukafest bezoeken? Stukafest is uniek en intiem! Prachtige muziek, lachen bij comedians, meeleven met theater, biertjes voor een euro en helemaal los gaan bij vette bands. Dat allemaal in knusse studentenkamers, dat is toch geweldig?

nb

nummer 36

|

jaargang 21


The City 43

In The City nemen we een kijkje bij potentiĂŤle werkgevers voor de rechtenstudenten van nu. De kleinere advocatenkantoren aan de Amsterdamse grachten, maar ook het internationale(re) werk aan de Zuidas. Echter, daar blijft het niet bij. Zo gaan we ook langs bij multinationals waar men als bedrijfsjurist aan de slag kan, en overheidsorganen waar men als keurige ambtenaar uit de voeten kan.


44

Anna van Gijssel geeft ons een kijkje in De Brauwerij Het rijtje giganten aan de Claude Debussylaan eindigt wellicht met de mooiste wolkenkrabber (Nederlands formaat). De nog prille lentezon straalt door het glaswerk. In de hal wacht een groep trappelende studenten, klaar voor een kantoorbezoek. Uw hoofdredactie mag zich melden bij de receptie, waar wij hotelwaardig worden ontvangen. Dat kan ook haast niet anders bij het alom gerenommeerde De Brauw Blackstone Westbroek. Op de planning staat een rondleiding door voormalig JFAS-lid Anna van Gijssel, gevolgd door een uitgebreid interview. Gaaf!

Je bent nu advocaat-stagiaire bij De Brauw, maar wat is jouw studieachtergrond precies en heb je daarnaast nog leerzame ervaring opgedaan? In 2006 ben ik begonnen met Rechtsgeleerdheid, zoals gezegd op de UvA. Mijn studieresultaten waren goed, dus ben ik in het tweede jaar overgestapt op het honoursprogramma. Hierdoor was ik in de gelegenheid extra vakken te volgen, en aan verschillende activiteiten deel te nemen. Omdat ik studeren leuk vond, leken de verdiepende vakken mij een mooie aanvulling op het reguliere vakkenpakket. Na mijn bachelorfase wilde ik alle opgedane kennis en ervaringen laten bezinken, en koos ik voor een tussenjaar. Waar velen gaan rondzwerven over de wereld, bleef ik op de Poort. Ik ging bij de FSR aan de slag, en combineerde dat met werkzaamheden voor het overkoepelende CSR. Daarnaast ging ik, voornamelijk door mijn interesse in het staats- en bestuursrecht, voor die leerstoel als studentassistent aan de slag. Hierna ben ik de Research Master International Public Law gaan doen. Een ideale kans om mij door middel van onderzoek te verdiepen in de vele grootse zaken die het

nb

IPUR rijk is. Hoewel er twee jaar voor staat, heb ik het uiteindelijk opgerekt met één jaar door stage te lopen bij Buitenlandse Zaken en de Raad van Europa. Waarom De Brauw, en bovenal, hoe ben je binnengekomen? Mijn stage bij Buitenlandse Zaken vond ik tegenvallen door de ouderwetse bureaucratie die vereist is voor het diplomatieke spel, en Straatsburg was juridisch weinig uitdagend en daarom al helemaal niet om over naar huis te schrijven. Wel heb ik daar verschillende sollicitatiebrieven uitgetypt. Enkel voor de grote kantoren, want vanuit mijn theoretische interesse in het recht leek ik meer affiniteit te hebben met de grotere zaken. Nadat ik op een paar brieven een reactie had gekregen, ging ik voor mezelf na wat er tijdens een gesprek allemaal naar voren kon komen. Als je daar even voor gaat zitten kom je zo op een hele lijst uit. Vervolgens daar overal een eerlijk antwoord op verzinnen en je kunt er tegenaan. Ik had verschillende gesprekken op de Zuidas, maar waarom dan toch voor De Brauw gekozen? Ik vond het gesprek hier heel fijn, en ik werd niet meteen afgerekend nummer 36

|

jaargang 21


NA(AST) JE STUDIE

op het feit dat ik geen privaatrechtelijke master had gekozen. Het mooie aan dit kantoor is dat er vooral naar de persoon wordt gekeken; als er enthousiasme is voor het vak, dan leert men de dingen heus nog wel. Zo geschiedde. Je zit nu in De Brauwerij. Kun je ons daar mee over vertellen? De Brauwerij is het interne opleidingsprogramma van De Brauw. De meeste kantoren sturen hun advocaat-stagiaires naar de Law School Firm, maar bij ons is er voor gekozen om het merendeel van de opleiding binnenshuis te doen. Je begint met een intensieve cursus van twee weken, waarin arbeids-, burgerproces- en contractenrecht worden behandeld. In deze periode leg je ook contact met de vorige lichting van De Brauwerij, omdat je uiteindelijk hun zaken moet overnemen. De overige vijfeneenhalve maand ga je vervolgens aan de slag met die zaken, en nieuwe zaken die via rechtsbijstand binnenkomen. Hoewel onder begeleiding, zijn deze zaken volledig van jou. Zo leer je het hele rechtssysteem van onderen kennen en zelfstandig een praktijk te voeren. Ook krijg je gedurende deze periode presentaties van de verschillende secties, zodat je je kunt oriënteren op de resterende drie jaar na De Brauwerij. Het idee is dat je de helft van die tijd op een procespraktijk aan de slag gaat, en de andere helft op een transactiepraktijk. Maak je geen zorgen, er wordt veel rekening gehouden met persoonlijke voorkeuren zodat je die drie jaar goed doorkomt. Om aan het benodigde aantal opleidingspunten te komen worden er de gehele 3,5 jaar dagdelen uitgetrokken voor interne en externe cursussen. Inhouse zoals aangegeven voor al het inhoudelijke, en al het overige, denk aan algemene vaardigheden, zoals schrijf- en presentatievaardigheid, door de Orde. Hoe is een dag op kantoor en wat voor sfeer hangt er? Zijn er nog dingen die je graag doet, en misschien juist helemaal niet? Omdat je hier heel zelfstandig te werk mag gaan heb je ook enige flexibiliteit wat uren betreft. Maar laten we zeggen dat de meesten rond 09:00 binnenkomen, en dan rond 19:00 weer naar huis keren. Vanzelfsprekend zitten er ook uitschieters tussen. Omdat je toch een hechte band opbouwt met de overige deelnemers van De Brauwerij, wordt er voor gezorgd dat wekelijks eenmaal gezamenlijk gegeten wordt tijdens de lunch. Uiteraard geldt dit voor de periode beginnend na de eerste zes maanden. Daarnaast zie je je lichting ook nog tijdens door kantoor georganiseerde reizen en dergelijken. Er wordt gezegd dat er hier een extreme concurrentiesfeer hangt omdat van alle advocaat-stagiaires maar een klein deel overblijft. Daar heb ik zelf nog niets van meegekregen, en volgens mij verschilt ons percentage helemaal niet zo van dat van de rest. Natuurlijk is er een aantal dat er zelf genoeg van krijgt, en geen medewerker wordt. Het uitgangspunt bij De

Brauw is dat ze het liefst zoveel mogelijk stagiaires behouden die bij het kantoor passen. Er wordt immers erg veel geld in alle stagiaires geïnvesteerd! Terugkoppelend op de eerdergenoemde reizen: er wordt hier veel in groepsverband gedaan. Ikzelf ben nooit een fan geweest van verplichtingen van bovenaf opgelegd, en al helemaal niet met een groep onbekenden. Het verbaast me daarom dat ik daar hier totaal geen last van heb, het is juist geweldig. Zo veel verschillende mensen, misschien juist daarom zo geslaagd. Wat ik vervolgens als minpunt zou kunnen noemen zijn wellicht de juridisch minder uitdagende zaken waar je in De Brauwerij soms mee te maken krijgt. Maar het is dubbel, want op praktisch gebied leer je er ontzettend veel van waardoor je het eerste half jaar een grote stap zet in professionaliteit. Wat zijn jouw toekomstplannen en zou je de studenten van nu nog iets willen meegeven? De komende drie jaar blijf ik in ieder geval bij De Brauw. Wie weet dat ik op latere leeftijd nog de overstap maak naar de publieke sector, maar voor nu geniet ik van het hoge tempo dat bij dit werk hoort. Studenten zou ik graag mee willen geven dat je echt moet studeren wat je leuk vindt. Dat zorgt niet alleen voor plezier, maar ook voor betere resultaten. Qua studiekeuze adviseer ik dus niet te veel met een bepaald toekomstbeeld bezig te zijn, zolang je je eigen keuzen maar goed kunt onderbouwen. Wel raad ik je aan om op tijd praktijkervaring op te doen door bijvoorbeeld aan de slag te gaan bij een rechtswinkel. Dat helpt je bij de voorkeur voor een bepaald rechts- of vakgebied, en komt later altijd van pas!

Zie ommezijde voor meer informatie over werken bij De Brauw.

Educatie Anna van Gijssel 2006-2009 honoursprogramma Rechtsgeleerdheid 2010-2012 Research Master International Public Law

Casual Friday, ook bij De Brauw

45


46

De Brauw Blackstone Westbroek Werken bij De Brauw is een van de mooiste dingen die je als jurist kan overkomen. Wat is er zo mooi aan? Vraag het de mensen die het weten kunnen. Ze zullen het hebben over het streven naar kwaliteit van De Brauw. De combinatie van proces- én transactiepraktijk. De indrukwekkende lijst van cliënten. De diversiteit van de collega’s. Het ondernemerschap. En vooral:de teamspirit.

Buitenland. De Brauw vindt het belangrijk dat kantoorgenoten ervaring opdoen in het buitenland. Afhankelijk van je voorkeur en de beschikbare plaatsen kan dat bij onze vestigingen in Beijing, Brussel, Londen of New York, of bij een van onze bevriende kantoren in het buitenland. Dit kan voor een kortere periode (twee maanden) of voor een langere periode (meestal één tot twee jaar).

De Brauw Blackstone Westbroek is een internationaal georiënteerd advocatenkantoor dat meer dan 70% van dehoofdkantoren van multinationals in Nederland adviseert. De Brauw is gespecialiseerd in hoogwaardig juridisch advies in complexe transacties, procedures en compliance vraagstukken voor ondernemingen en financiële instellingen. Bij De Brauwwerken circa 650 werknemers in Amsterdam, Beijing, Brussel, London New York en Singapore.

Sollicitatieprocedure. Solliciteer vóór het weekend via de website. Je hoort dinsdag of je die eerstvolgende vrijdag uitgenodigd wordt voor de eerste ronde: twee één-op-één gesprekken met een compagnon. Vervolgens maak je een korte capaciteitentest (de Watson Glaser Kritisch Denken Test) en dezelfde middag hoor je of je door bent naar de tweede ronde. Die is de volgende vrijdag; weer twee één-op-één gesprekken met een compagnon en een informatieve lunch met twee stagiaires. Veelal hoor je dezelfde dag of je een aanbod krijgt.

Over De Brauw. “Who’s Who Legal has once again chosen De Brauw Blackstone Westbroek as the leading firm in Netherlands”. “De Brauw Blackstone Westbroek has been named “Netherlands Law Firm of the Year 2011, 2012 and 2013” by Chambers and Partners”.

Contact. Wordt van harte aangemoedigd! Bel of mail met recruiter Lisette de Vreeze: 020 - 577 1044, Lisette.deVreeze@debrauw.com. En kijk vooral op www. werkenbijdebrauw.nl.

Oriënteren. Een goede manier om kennis te maken met De Brauw is door een studentstage te lopen, als studerend medewerker bij De Brauw te werken of deel te nemen aan een van de Business Courses. Bij De Brauw is zo’n business course niet alleen een sociaal evenement maar ook iets waar je wat aan hebt. Je kunt De Brauw ook ontmoeten op beurzen, banenmarkten en congressen in het hele land. En uiteraard kun je bellen of mailen met een specifieke vraag. Studentstage. Een stage bij De Brauw is een goede manier om kennis te maken met de praktijk. Wij hebben op iedere sectie plaats voor studenten (advocatuur, notarieel en fiscaal). Je draait gedurende acht weken volledig mee. De Brauwerij. De Brauw gelooft in constante ontwikkeling, en dat start in De Brauwerij. Alle stagiaires beginnen in deze aparte sectie waarin ze namens hun eigen cliënten geheel zelfstandig zaken behandelen. Je leert er alle facetten van het vak in de praktijk. Natuurlijk is daarbij volop hulp en begeleiding. Iedereen die De Brauwerij heeft gedaan is razend enthousiast: “Ik heb hier meer geleerd dan tijdens m’n studie”.

nb

nummer 36

|

jaargang 21


NA(AST) JE STUDIE

Thomas Brunklaus, jurist bij de Rabobank Wat is je studieachtergrond? Heb je naast je studie nog relevant werk gedaan of (bestuurs)ervaring opgedaan? Na een mislukte poging bij Fiscaal recht ben ik in 2007 begonnen met Rechtsgeleerdheid. Dit heb ik in 2012 afgesloten met de master Financieel recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tijdens mijn studie heb ik verschillende nevenactiviteiten vervuld. Zo heb ik bij de Rechtswinkel Rotterdam gewerkt, in verschillende commissies gezeten en heb ik bestuurservaring opgedaan. Binnen mijn studentenvereniging heb ik met mijn jaarclub een nieuw dispuut opgericht, daarbinnen verschillende commissies gedaan en daar ook weer in het bestuur gezeten. Daarnaast was ik ook nog lid van de studievereniging (Juridische Studentenvereniging Rotterdam), waarmee ik op studiereis naar Buenos Aires ben geweest. Verder heb ik via verschillende business courses de grote advocatenkantoren en banken leren kennen.

Hoe ben je bij Rabobank beland? Hoe kwam je erop, en hoe heb je je erop voorbereid? Tijdens mijn master kregen we uitgebreid college over de financiële crisis en de juridische ontwikkelingen op de financiële markt. De rol van banken, toezichthouders en de economische rationale achter bepaalde producten. Allemaal ontzettend interessant. In het begin van mijn master heb ik stage gelopen op de M&A-afdeling van een groot advocatenkantoor, maar ik was hierdoor nog niet geheel overtuigd. Het juridisch inhoudelijke vond ik interessant, maar ik miste de mogelijkheid om mijn commerciële kant te gebruiken. Mijn master vorderde en papers binnen mijn master schreef ik steevast over bankgerelateerde onderwerpen. Daarnaast was er binnen de master ook de mogelijkheid om verschillende inhousedagen bij banken bij te wonen. Daar ontdekte ik het fascinerende speelveld dat zich afspeelt binnen een bank.

47


48

Ik wist het zeker, ik zou een juridische stage gaan lopen bij een bank. De keuze was snel gemaakt: Rabobank. Een bank die midden in de maatschappij staat, meerdere malen favoriete werkgever van het jaar was geworden en een van de meest solvabele banken ter wereld is. Tijdens mijn stage voelde ik mij als een vis in het water, het klikte goed tussen mij en de afdeling waar ik stage liep en zodoende ben ik na mijn stage direct als jurist begonnen bij de Rabobank.

Met andere woorden, je moet als bedrijfsjurist de vertaalslag maken van een juridisch vraagstuk naar een commerciële oplossing. De business moet met je advies vooruit kunnen. Ter vergelijking, ik heb stage gelopen bij een groot advocatenkantoor, maar daar heb ik het gevoel aan overgehouden dat je steeds maar een klein radartje binnen het grotere web bent. Ik zag nooit het eindproduct en er was onvoldoende klantcontact, dat miste ik heel erg.

Hoe lang zit je er nu al, en wat houdt jouw functie precies in? Ik zit nu bijna anderhalf jaar bij de bank en heb in die periode al drie verschillende afdelingen gezien. Bij indiensttreding begon ik in Utrecht bij International Services. Dit is de afdeling die ondersteuning biedt aan de business bij het financieren van Nederlandse ondernemingen in hun buitenlandse kredietbehoefte. Het ging hier voornamelijk om kredieten en leningen binnen Europa.

Waarom ik voor werk als bedrijfsjurist heb gekozen? Je hebt nagenoeg dezelfde opleidingsmogelijkheden (lees: beroepsopleiding bedrijfsjuristen) als binnen de advocatuur. Daarnaast ben je niet alleen juridisch bezig, maar moet je ook zeker een sterk commerciële kant hebben en dat trok mij zeer. Ook ben je vanaf het begin tot het einde bij de transactie betrokken en je kan zelfs met de business op klantbezoek gaan.

Hierna ging ik – eveneens in Utrecht - naar de juridische afdeling die de groot zakelijke markt (bedrijven 2006 met een omzet van meer Fiscaal Recht dan 2,5 miljoen) binnen Nederland ondersteunt. 2007-2010 Hier heb ik de basis Rechtsgeleerheid gelegd die mij verder heeft geholpen in mijn huidige 2011-2012 functie als jurist binnen master Financieel recht het Corporate Banking team. Net zoals binnen het Grootzakelijk team gaat het bij het CB team primair om kredieten en leningen, maar deze financieringen worden vaker door meerdere banken verstrekt en aan klanten die wereldwijd ondernemen. Alle drie deze teams zijn transactieteams, waarbij ik mij met name bezig houd met het opstellen en beoordelen van overeenkomsten en andere juridische stukken om risico’s voor de bank te minimaliseren, zonder het belang van de klant uit het oog te verliezen. Verder onderhoud ik contact met verschillende afdelingen van de business binnen de bank en heb ik overleg met verschillende (internationale) advocatenkantoren.

Educatie Thomas Brunklaus

Hoe verschilt jouw juridische werk van dat binnen de advocatuur, en waarom heb jij ervoor gekozen bedrijfsjurist te worden? Als bedrijfsjurist werk je voor de bank, je hebt hierdoor maar één klant. Je bent een trusted advisor voor de commerciële afdeling waarvoor je opgesteld staat en signaleert specifieke risico’s voor de bank. Je bent ook in een veel eerder stadium betrokken en je bent veel commerciëler bezig. Je signaleert niet alleen risico’s, je geeft hierbij ook praktisch advies hoe deze risico’s te mitigeren of te omzeilen.

nb

Hoe onderscheidt Rabobank zich van andere soortgelijke instellingen? Rabobank als bank onderscheidt zich door midden in de maatschappij te staan en veel terug te doen voor de maatschappij. We sporen ondernemers aan om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. We zijn een leidende Food & Agri bank en kunnen onze zakelijke klanten wereldwijd volgen en voorzien in hun kredietbehoefte. Door de uitstekende kredietwaardigheid van Rabobank zijn we een stabiele partner voor onze klanten, waarbij een langetermijnrelatie vooropstaat. Rabobank Juridische Zaken streeft ernaar een van de beste bedrijfsjuridische afdelingen van Nederland te zijn. Er wordt dan ook veel tijd en geld geïnvesteerd in de ongeveer 130 medewerkers op Juridische Zaken (JZ). Enerzijds door starters in te laten stromen in het JZ Young Professional Program, speciaal ontworpen om soft skills onder de knie te krijgen, en de beroepsopleiding bedrijfsjuristen voor de inhoudelijke basis aangevuld met allerlei cursussen. Anderzijds krijg je een mentor toegewezen voor de dagelijkse inhoudelijke zaken, een manager om je soft skill-ontwikkeling te monitoren en een buddysysteem zodat je kan klankboorden en ervaringen kan uitwisselen met medestarters uit het JZ Young Professional Program. Daarnaast is er de mogelijkheid om unplugged (lees: tijd en plaats onafhankelijk) te werken, waardoor je flexibeler met je werktijden kan omgaan. Hoe ziet jouw (Rabo-)toekomst eruit? De afdeling Wholesale Banking en Finance – waar het CB team waar ik in werk onderdeel van is – is een transactiepraktijk. Hier voel ik mij echt thuis, je wordt niet alleen juridisch maar ook zeker commercieel uitgedaagd. Vanwege het feit dat Rabobank een brede klantenportefeuille heeft is de dynamiek op de afdeling geen dag hetzelfde. Binnen de afdeling wordt het rouleren tussen de teams – Wholesale

nummer 36

|

jaargang 21


NA(AST) JE STUDIE B&F heeft drie teams – gestimuleerd. Hierdoor wordt mij de mogelijkheid geboden om mijzelf te ontwikkelen tot allround transactiejurist met een scherp commerciële geest. Een tijdje in het buitenland zitten voor de bank zou ik niet erg vinden, ik heb al twaalf jaar in het buitenland gewoond, waardoor ik deze kans – werken en wonen in het buitenland - met beide handen zou aangrijpen. Rabobank is internationaal, wat merk jij daarvan en wat zijn de mogelijkheden om in het buitenland een plek te bemachtigen? Rabobank is actief in meer dan 47 landen en heeft de capaciteit om zakelijke klanten wereldwijd in hun kredietbehoefte te voorzien. De voertaal in documentatie is hierdoor Engels en vaak zit je dan ook in transactie met grote Europese, en zelfs Amerikaanse banken. Binnen Juridische Zaken zijn er afdelingen waarbij je als jurist makkelijker naar het buitenland kan voor een bepaalde periode. De afdelingen Financial Markets en Wholesale Banking en Finance lenen zich hiervoor het beste. Zo hebben collega’s uit het JZ Young Professional Program al in landen als Engeland (Londen), China (Hong Kong), Japan (Tokyo), Indonesië (Jakarta) en Amerika (New York) gezeten. Er zijn dus genoeg mogelijkheden om een buitenlands avontuur aan te gaan binnen de Rabobank organisatie. Heb je nog tips die je aan studenten zou willen meegeven? Zorg dat je jezelf breed oriënteert op de arbeidsmarkt. Zorg dat werkgevers je leren kennen en laat ze weten dat je binnenkort de arbeidsmarkt op gaat. Ga dus inhousedagen en business courses af. Zorg dat je stage hebt gelopen zodat je een beter beeld krijgt van de sfeer en de inhoudelijke werkzaamheden bij die organisatie. Durf tijdens je stage, neem initiatief en laat zien dat er groeipotentie in je zit. Vraag je daarnaast af of de werkgever bij je past en of er voldoende toekomstperspectief binnen de onderneming voor je is.

Jouw toekomst bij de Rabobank Samen sta je sterker. Bereik je meer dan alleen. Dat is in het kort onze coöperatieve gedachte. Wat we bereikt hebben? De Rabobank is uitgegroeid tot een van de meest betrouwbare en innovatieve financiële dienstverleners ter wereld. Met duurzame klantrelaties en oog voor de samenleving. Een coöperatieve bank waar fatsoenlijk en succesvol zakendoen hand in hand gaan. Geworteld in Nederland en inmiddels in 47 landen actief. Ruim 60.000 medewerkers werken aan duurzame relaties met onze klanten voor het realiseren van ambities. Werken samen aan de toekomst. Jouw toekomst? Waar start jij? De Rabobank biedt jou uitdagende stages. Een stage bij Juridische Zaken is bijvoorbeeld een goede manier om kennis te maken met de juridische praktijk. Wij hebben op verschillende afdelingen binnen Juridische Zaken plaats voor studenten. Je draait gedurende twee maanden volledig mee. Daarnaast heeft de Rabobank traineeships: bijvoorbeeld het Corporate Management Traineeship en Management Traineeship ICT. Maar ook ambitieuze startersfuncties: Mergers & Acquisitions en Equity Capital Markets, Mid Office Product Control, het Global Financial Markets Rotation Programme en het Young Professional Programme Mid Corporate. Waar je ook start, je krijgt verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen initiatief. Een loopbaanpad dat is afgestemd op jouw toekomst bij de Rabobank. Kijk vooruit Als starter heb je een droom. We bieden jou kansen om die te realiseren. En ruimte om je persoonlijk en professioneel te ontwikkelen. Een onderscheidend cv en een gezonde portie ambitie zijn een prima startkapitaal. Durf jij verantwoordelijkheid te nemen en overtuigend je visie uit te dragen? Dan maken we graag kennis. We kijken uit naar jonge mensen met lef en een aansprekende persoonlijkheid, met ambitie en de gave om anderen te inspireren. We zijn benieuwd of we samen onze én jouw toekomst kunnen vormgeven. Reageren is vooruitzien. Start nu je toekomst bij de Rabobank. Bekijk onze traineeships, stages en startersfuncties op rabobank.nl/graduates Samen sterker.

49


50

Quiz 1. Wat betekent ‘pro deo’ (letterlijke vertaling)? 2. Een rechter wordt voor het leven benoemd, tot wanneer is dit? 3. Wat is de aanspreektitel van een raadsheer van de Hoge Raad? 4. De zwarte en witte kleur van een toga hebben beide een betekenis, waar staan zij voor?

3. Edelhoogachtbare 2. Tot zijn zeventigste Antwoorden: 1. Voor god

Nederland

4. Zwart voor de afwijzing van ijdelheid, wit voor neutraliteit

nb

kende

5. Officieren van Justitie

9. Tot wanneer juryrechtspraak?

6. The International Court of Justice (ICJ)

8. De huidige rechterlijke organisatie in Nederland is gebaseerd op de rechterlijke organisatie van welk land?

7. Johannes Silvis

7. Hoe heet de Nederlandse rechter van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens?

8. Frankrijk

6. Wat is het belangrijkste gerechtelijke orgaan van de VN?

9. 1813.

5. Wie worden er bedoelt met ‘staande magistratuur’?

nummer 36

|

jaargang 21


Fotograaf: Marie CĂŠcile Thijs

51

Als advocaat bij Pels Rijcken sta je regelmatig in de rechtszaal. Procederen, pleiten... het echte werk. Dat vraagt om passie, overtuiging en vooral vakmanschap. En als je ergens het juridische vak tot in je vingertoppen leert beheersen, dan is het bij Pels Rijcken. Dat zeggen wij, dat zegt de branche. Maar natuurlijk moet je dit zelf ervaren. Laten we snel kennis maken. Tijdens een zitting, masterclass of student-stage. Ga naar www.pelsrijcken.nl/jongemeesters of scan de QR-code. Tot zo. Pels Rijcken Bron van inzicht

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen


52

Sommige studenten hebben een wereldreis nodig om zichzelf te leren kennen. Anderen doen het in 5 dagen.

De Loyens & Loeff Summer Course 2014. Ben jij die talentvolle derde- of vierdejaars student Nederlands recht, notarieel recht, fiscaal recht en/of fiscale economie, die deze zomer zichzelf ĂŠn Loyens & Loeff nog beter wil leren kennen? Meld je dan aan voor deze ministage van 7 t/m 11 juli, waarbij je op onze kantoren in Amsterdam, Rotterdam en Londen aan een actuele casus werkt en diverse trainingen volgt. Inschrijven kan tot 19 mei via www.loyensloeffacademy.com

AC A D E M Y

nb Summer_Course2014_A4_ad.indd 1

nummer 36

|

jaargang 21

05-12-13 08:51

Profile for JFAS

Nota Bene april 2014 - Europa  

Verenigingsblad Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

Nota Bene april 2014 - Europa  

Verenigingsblad Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

Advertisement