Page 1

NOTA BENE nummer 29 juni 2012 jaargang 19

Pedofilie... Bangalijsten...

Schandaal!


Link up. Vind je het een spannende uitdaging om hechte relaties op te bouwen met gerenommeerde, internationale cliënten? Wil je de grenzen van je praktijkgebied verleggen naar een breed spectrum van sectoren? Heb je het talent, inzicht én de energie om de meest complexe transacties succesvol af te ronden? Link dan met Linklaters! Wij zijn een wereldwijd, toonaangevend kantoor met advocaten, notarissen en fiscalisten. We zijn altijd op zoek naar jong toptalent. Dus als jij carrière wilt maken in een open en toegankelijke omgeving, waarin pragmatisme en vernieuwend denken centraal staan, bekijk dan onze stagemogelijkheden en vacatures op www.linklatersgraduates.nl Delicious

Flickr

Twitter

Retweet

Facebook

MySpace

StumbleUpon

Digg

Slash Dot

Mixx

Skype

Technorati

312152Holland_A4.indd 1

15/09/2011 13:10


Hoofdredactioneel

W

e moesten er lang op wachten, maar 27 april was het eindelijk zover. De Masterreis met als thema ‘Ondernemen in Brazilië’. Als beloning van een jaar lang hard werken vertrok het bestuur samen met 18 studenten richting São Paulo. De stad van de smog, de wolkenkrabbers en de zwervers. En naar Rio de Janeiro, de stad van de Copacabana, Christo Redentor en de trappen uit de clip van ‘Beautiful’ van Snoop Dogg en Pharrel. En wat hebben we veel geleerd over ondernemen in Brazilië; want creatief in ondernemen, dat zijn de Brazilianen zeker. Er zijn vele manieren om je geld te verdienen in Brazilië. In São Paulo: open een Havaianas Flagshipstore. Ze hebben slippers in alle kleuren van de regenboog; je kunt zelfs je eigen slippers samenstellen met diamantjes en frutseltjes. Barbie’s droomhuis is er niets bij. Vooral Nederlandse meisjes, die kopen er zes, omdat ze maar 10 euro per stuk kosten. Je kunt nooit genoeg slippers hebben. En, ‘de wereld behandelt goed geklede mensen beter,’ zo luidt een Braziliaans gezegde.

Ondernemen in Brazilië doe je zo... Of in Rio de Janeiro bijvoorbeeld. Je ziet een groep van 25 jongeren liggen, de een nog witter en blonder dan de ander. Daar kom je dan met je troep. Handdoeken, bikini’s, sleutelhangers, voetbalshirts, hoedjes, armbandjes. Er is niets dat een Nederlander niet zou kopen in Brazilië. Als er maar ‘Copacabana’ of ‘Brasil’ of ‘Rio de Janeiro’ op staat. Om iedereen in Nederland te laten weten dat je er bent geweest. Ook naar een voetbalwedstrijd gaan doen wij Nederlandse studenten in stijl. T-shirts, vlaggen, armbanden en kettingen. De tijd van ‘kijken, kijken, niet kopen’ is allang voorbij. Die Brazilianen weten het allang: wij kopen alles. Wil je ons – Nederlandse studenten – helemaal gek maken, dan verblijd je ons tijdens het vrije middagje aan de Copacabana met caipirinhas in alle soorten en smaken. De cocktailman, zoals wij hem liefkozend noemden, mixte uren lang de een na de andere caipirinha voor onze neuzen. Kai prima waren ze! En als wij het strand hadden verlaten, dan stond de goede man als uitsmijter bij de club waar wij onze laatste avond doorbrachten. Maar sommige manieren van ondernemen zijn schandaliger dan anderen. Het uitbuiten van blanken is – gelet op de geschiedenis – geoorloofd. En natuurlijk koesteren de Brazilianen nog steeds wrok jegens de Nederlanders voor het ‘stelen’ van hun finale tijdens het WK in 2010. Maar skimming? Ondanks onze verwoede pogingen de lokale middenstand te steunen waren onze bankrekeningen voor duizenden euro’s geplunderd. Hopelijk wordt het geld gebruikt om een bedrijfje te starten. Dan komen we snel terug om het ondernemerschap in Brazilië wederom onder de loep te nemen! Maartje Stabel Hoofdredacteur Nota Bene 2011-2012

3


6 p.11p.9

p.

4

16

p.

ACTUALITEIT

3

Hoofdredactioneel Ondernemen in Brazilië doe je zo

6

Hoogtepunten van 2011-2012 en colofon

7

Een avondje Wetwinkel Door Frédérique Hanselaar, medewerker Stichting Wetwinkel Amsterdam

8

Een actieve student is niet lui De week van de Actieve Student

12

Commissieleden 2012-2013 gezocht

OPINIE

14

SIS bedankt!

17

Wir haben es nicht gewusst Column door Jaimy Lankman

RUBRIEKEN

9

Apple Inc., IT-wolf in schaapskleren

16

Trial by media Wat is nou het echte schandaal hier?

42

Fotopagina Het Eindfeest

43

Fotopagina Eindborrel


inhoud

p.

20

23 p.35 p.37

p.

REISVERSLAG

20

PRAHA – De JFAS Bachelorreis

23

JFAS Masterreis Brazilië 2012

VERDIEPING

28

“Ik realiseer me dat de aangekondigde intrekking van de wetsvoorstellen 28 746 en 31 065 voor sommigen onverwacht is gekomen” Over het ingetrokken Wetsvoorstel personenvennootschappen inzake titel 7.13 BW

30

Eigen huis en puin Buitengerechtelijke procedure: moddergooien via internet

33

Pas op met wat je je werkgever toewenst op sociale media!

35

Bangalijst: straffen of niet?

37

Over pedofilie Slachtoffer door pedofilie of de maatschappij?

5


Hoogtepunten van 2011-2012 30 september

Eerstejaarsreis naar Berlijn

22 december

Kerstgala

8 maart

Bachelorreis naar Praag

Colofon De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en verschijnt vier maal per jaar. Hoofdredactie Maartje Stabel Eindredactie Vincent de Haan Redactie Laura Aalders Daan Barbiers Valeria Boshnakova Eline Botter

Salima Guettache Tarek Hiemstra Bas Kentie Jaimy Lankman

Stasja Olejniczak Veysi Tas Melle Timmers Rogier van der Wolk

Overige bijdrage Kimberly Friesen Frederique Hanselaar, Stichting Wetwinkel Amsterdam Kim Hogewoning Albert Verhoeven Adverteerders ASVA studentenunie De Brauw Blackstone Westbroek Linklaters LLP Sponsorexploitatie Jeroen Postma Vormgeving Willem Don, willemdon.nl

18 april

Uitreiking 1e JFAS almanak

28 april

Masterreis naar São Paulo en Rio de Janeiro

Drukkerij Grafiplan Nederland B.V. te Grootebroek JFAS Bestuur Jeroen Postma – Voorzitter – voorzitter@jfas.com Evy Heldens – Vice-voorzitter – vvz@jfas.com Jorn Kwakkelstein – Penningmeester – penningmeester@jfas.com Brenda Stuart - Secretaris – secretaris@jfas.com Mirjam Davelaar – Commissaris intern – intern@jfas.com Joost ter Linden – Commissaris extern – extern@jfas.com Maartje Stabel – Hoofdredacteur Nota Bene – notabene@jfas.com Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A2.04 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 Email: voorzitter@jfas.com Internet: www.jfas.com Met dank aan Alle bestuursleden en sponsoren die deze Nota Bene hebben gemaakt. De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op notabene@jfas. com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar notabene@jfas.com. Heb je de Nota Bene niet ontvangen of zijn je adresgegevens gewijzigd? Mail dan naar secretaris@jfas.com.

6


actualiteit

Een avondje Wetwinkel Door Frédérique Hanselaar, medewerker Stichting Wetwinkel Amsterdam

D

insdag. Tien voor zeven ’s avonds. Ik kom op m’n fietsje aan geracet en parkeer deze netjes tegen het hek waar groots ‘geen fietsen plaatsen’ staat geschreven. Tegenover dit hek, net voor de beroemde poort waar literatuur en lectuur voor een ieder wordt verhandeld, staat op de ruit groot ‘Belastingwinkel Amsterdam’ geschreven. Slechts op de deur staat in kleine letters vermeld waarom ik deze avond een bezoekje breng aan de Oudemanhuispoort: ‘Wetwinkel Amsterdam’. Buiten staan verschillende cliënten te wachten tot het spreekuur begint. ‘Hey schatje, hoe is het dan?’ roept een meneer die deze dag – af te lezen aan de verfstrepen – duidelijk hard gewerkt heeft en z’n overall lekker heeft aangehouden. Ik lach vriendelijk terug en stap naar binnen. Op m’n hielen word ik gevolgd door een mevrouw, ‘Ik was eerder hoor!’. ‘Helemaal waar, maar ik leg de wetboeken vast klaar!’, reageer ik en doe de deur nog voor een paar minuten achter me dicht. Op de dinsdag- en donderdagavond is er van zeven tot negen uur inloopspreekuur bij de Wetwinkel. Eén medewerker draait telefoondienst en de andere zes medewerkers nemen in tweetallen zaken van cliënten aan. Voordat de deur om zeven uur open gaat, wordt de magische laptop met reusachtige database tevoorschijn getoverd en stelt ieder elkaar op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op juridisch (en ook ander) vlak. Ik denk terug aan mijn eerste spreekuur bij de Wetwinkel. Ik was dan wel derdejaars bachelorstudent, maar het idee dat ik met mijn juridische kennis daadwerkelijk mensen kon helpen had ik – zacht gezegd – totaal niet. Die eerste dag kwam er een meneer binnen met, zo schatte ik, de leeftijd van mijn vader. Hij schetste zijn huursituatie. Na grondig uitzoekwerk de volgende dag waren mijn collega en ik in staat om hem te vertellen dat hij als huurder een sterke rechtspositie had en dat hij op de genoemde gronden zijn huis absoluut niet hoefde te verlaten. Je realiseert je dan hoe belangrijk het recht is, wat je er wel niet mee kan en hoe leuk het is om er daadwerkelijk mensen mee te helpen. De rechtsgebieden die voornamelijk aan bod komen zijn huur-, sociale zekerheids-, consumenten-, bestuurs- en arbeidsrecht. Ook op het gebied van ondernemingsrecht is er de laatste tijd een groei aan zaken te signaleren. Nadat de zaken op het

‘Je realiseert je hoe belangrijk recht is, wat je er mee kan en hoe leuk het is om er mensen mee te helpen’ spreekuur worden aangenomen, wordt of direct advies gegeven of is nader onderzoek vereist. Op de bovenste verdieping van de Oudemanhuispoort wordt in de Wetwinkelkamer aan deze zaken gewerkt. Soms is met het plegen van een telefoontje naar de desbetreffende instantie de zaak al afgedaan, maar een zaak kan ook uitmonden in het schrijven van processtukken en het procederen bij de rechter. Na het spreekuur wordt altijd kort geëvalueerd. Welke nieuwe zaken zijn er binnengekomen? Weet iemand al veel over dit onderwerp? Is de cliënt al bekend bij de Wetwinkel? En heeft de wederpartij zich niet al bij de Wetwinkel gemeld? Toevalligerwijs heeft deze onafhankelijkheidskwestie zich recentelijk nog voorgedaan. Nadat de onderhuurder bij ons beklag had gedaan over de hoofdhuurder, kwam een paar weken later de hoofdhuurder binnen wandelen voor juridisch advies. Toen partijen niet instemden met De Wetwinkel als ‘mediation partner’, hebben we de partij die later kwam, toch moeten doorverwijzen. Om vijf over negen stap ik toch enigszins moe naar buiten. ‘Lekker naar huis’, hoor ik mezelf denken. Maar op de plek waar ik zo netjes m’n fiets had neergezet, valt de tekst ‘Verboden te parkeren’ nu wel erg op. Fiets weg. Het recht heeft gezegevierd. Er zit er niets anders op, dan maar borrelen. Op naar café Zeppos…. Wil jij bij Wetwinkel Amsterdam werken? Rond mei/juni zullen er nieuwe sollicitatierondes plaatsvinden. Nadere informatie is te vinden op www.wetwinkelamsterdam.nl.

7


Een actieve student is niet lui De week van de Actieve Student Door Maartje Stabel

V

an 2 tot en met 5 april organiseerde de ASVA in samenwerking met verschillende studieverenigingen, medezeggenschapsraden en andere studentenorganisaties ‘De Week van de Actieve Student’ (WAS).1 Tijdens de WAS konden zowel studenten als niet-studenten deelnemen aan onder andere het Chemisch voetbaltoernooi, een grachtentour en een grondboorwedstrijd. Ook de JFAS nam deel aan de WAS; op dinsdag 3 april werd een bezoek gebracht aan de Koepelgevangenis in Haarlem. Zo’n 15 studenten kregen een rondleiding door de gevangenis. Hier kregen zij een kijkje in de leefwijze van gevangenen in het Huis van Bewaring. Kickoff Op maandag 2 april vond de kickoff plaats in het Crea gebouw. ASVA-voorzitter Eline Peters beet het spits af. Het beeld dat velen van studenten hebben – dat ze ofwel lui zijn of alleen bezig zijn met cv-building – is niet juist. Ze verwees tijdens haar toespraak naar het artikel van Leon van Wijk in de Volkskrant van 3 maart 2012.2 In het artikel werd gepleit voor collegegeldvrij besturen. Volgens Van Wijk worden bestuurders “al genoeg gestraft als ze bij het solliciteren te horen krijgen dat de werkgever de ijverige student verkiest boven de huichelachtige, egoïstische en berekenende cv-builder die weinig besef heeft van wat er in de wereld gebeurt, maar wél heel goed weet waar het beste bier het goedkoopst is.”3 Van Wijk omschrijft het leven van een stereotype studentbestuurder: “Waar hun leven vóór hun bestuursfunctie met name bestond uit zuipen en een beetje studeren, bestaat het tijdens hun bestuursfunctie uit zuipen, het organiseren van borrels waar ze samen kunnen zuipen en het versturen van uitnodigingen voor die borrels waarin het woord ‘leuk’ in alle zinnen terugkomt.”4 Niet waar, volgens Peters. Ook actieve studenten studeren, maar zijn daarnaast maatschappelijk betrokken. Het negatieve beeld dat Van Wijk schetst in zijn artikel wijkt niet af van het beeld dat Den Haag van de student heeft. Tussen al dat bier drinken moet er gewoon gestudeerd worden; met een boete van 3000 euro bij overtreding. Na de voordracht van Peters nam Nico Keuning – docent aan de HvA – het woord. Hij bepleitte dat de langstudeerboete

8

te weinig rekening houdt met topsportende studenten. Daarnaast kwam ook CSR-voorzitter Ad Korf aan het woord over medezeggenschap en het belang hiervan. Ook vond er een debat plaats over de rol en verantwoordelijkheid van de actieve student. Het panel bestond uit Marijke Shahsavari (Fractievoorzitter CDA Amsterdam), Elroy Huijsman (Voorzitter JOVD Amsterdam), Yke Ntoane (Voorzitter studievereniging Machiavelli) en Jan Boers (Praeses LKvV). Zij gingen in discussie over de rol van de overheid bij het stimuleren van de actieve student. Niet alleen het onderwerp collegegeldvrij werd uitgebreid besproken, maar ook de houding en inzet van actieve studenten kwam aan bod.

‘Actieve studenten studeren én zijn maatschappelijk betrokken’ Al met al een goed initiatief om te laten zien dat studenten niet alleen bier drinken, maar dat studieverenigingen, medezeggenschapsraden en andere organisaties juist diepgang willen bieden aan de vaak te theoretische studies en sociale contacten tussen studenten, docenten en alumni willen stimuleren.

Noten 1 Voorheen ‘De Week van de Amsterdamse Student’. 2 Leon van Wijk, ´De ´actieve student´ is iemand die veel zuipt en niet studeert´, de Volkskrant, 3 maart 2012. Zie http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/ detail/3214140/2012/03/03/De-actieve-student-is-iemanddie-veel-zuipt-en-niet-studeert.dhtml. 3 Ibid. 4 Ibid.


Rubriek

Apple Inc., IT-wolf in schaapskleren Door Rogier van der Wolk

T

rias Politica uit L’Esprit des Lois van ons aller bekend De Montesquieu dateert alweer van 1748. Toch wordt er nog volop over gesproken, aangezien het verweven is met het hedendaagse systeem van de democratische rechtstaat. Het ene land heeft het wat anders geïmplementeerd in haar rechtsstelsel dan het ander, maar het komt uiteindelijk allemaal op hetzelfde neer: een scheiding der machten zodat de mogelijkheden van een orgaan worden beperkt, zodat deze niet te veel gezag krijgt. Te veel macht is namelijk nooit goed, zo blijkt uit de mondiale (oorlogs)geschiedenis. En juist nu de globalisering alle ellende én commerciële mogelijkheden ter wereld aan elkaar heeft gekoppeld, worden naast staten ook corporaties bijzonder machtig. In sommige gevallen zelfs machtiger. Omar al-Bashir, de treurige luitenant-generaal die dagelijks met koppijn zijn bed uit moet voor weer een dagje regeren in Soedan, zal vast een minder sterke positie hebben dan Tim Cook (Steve Jobs 2.0). De laatstgenoemde is tegenwoordig CEO van het allergrootste bedrijf ter wereld, Apple. Weet je wel? De producent van die afgelebberde appeltjes die je tegenwoordig overal ziet. De kleur van deze afgeknabbelde boomvrucht beperkt zich niet alleen tot de natuurlijke fruitkleuren, maar is soms ook in zwart of zilver verkrijgbaar. Af en toe zelfs spiegelig. En nog veel vaker, lichtgevend! Maar zodra je even het web hebt door gescrolld kom je er al gauw achter dat deze strak ontworpen multinational niet alleen rozengeur en maneschijn is. Een aantal schandalen op een rij. Om de zoveel tijd wordt een aantal fabrieksarbeiders vergiftigd tijdens het productieproces. Hier en daar afgewisseld met een paar zelfmoorden als gevolg van de erbarmelijke omstandigheden onder welke moet worden gewerkt voor een schamel loontje. En heel af en toe stort een werknemer gewoon dood neer op de grond, pal aan de werkband waar onze nieuwste aankoop voorbij rolt. Gelukkig gebeurt dat laatste alleen wanneer men een dienst van meer dan dertig uur achter de rug heeft. Nu maar hopen dat de duizenden kinderen die worden ingezet bij de productie van onze iProducts het beter hebben in het verre oosten.

preventief bezig op het gebied van zelfdoding, door alle grauwe arbeiderswoningen (lees: torenhoge flats tegenover de fabriekshallen) te voorzien van vangnetten tegen de Aziatische varianten op Herman Brood. Blijkbaar beginnen de nerds van het voormalig Macintosh eindelijk in te zien dat wij in deze moderne wereld bepaalde eisen stellen en dat je het niet redt met slechts de hebzucht die filmpersonage Gordon Gekko (uit de film “Wallstreet”) eind jaren tachtig introduceerde. Respect is hierin het sleutelwoord, niet winst. Een groeiende groep mensen in de westerse wereld meent namelijk dat de kostprijs – in de

‘Hoewel Apple toch enigszins aan de betere hand is bij de geelkleurige onderdeurtjes, wordt de consument in het westen nog volop belazerd’

Gelukkig belooft Apple beterschap. Zo gaat het strenger toezicht houden op leveranciers zoals Foxconn. En is het zelfs ongekend

9


wetenschap dat deze coherent is aan de verkoopprijs – niet ten koste (zie je de woordspeling?) van alles mag worden gedrukt. Eerlijk en verantwoord handelen, als gevolg van respect, staat voorop.

iStore aan de Rozengracht gaven aan dat het om een falende harde schijf ging. In hun ogen buitengewoon opmerkelijk gezien de goede staat van het apparaat, zowel extern als intern. De ellende was begonnen.

Hoewel Apple toch enigszins – al is het minimaal – aan de betere hand is bij de geelkleurige onderdeurtjes, wordt de consument in het westen nog volop belazerd. In Europa alleen al heeft bijna elk land een afgevaardigde consumentenorganisatie die strijd levert tegen deze steenrijke elektronicagigant. Het merendeel van de zaken gaat over het aan de laars lappen van de nationale en Europese regelgeving. Klanten worden besodemieterd met valse garantieverhalen. Er wordt hun namelijk voorgehouden dat zij maar één jaar garantie hebben bij Appleproducten, en kunnen daarom via Apple Care een veiligheidstermijn van 2 à 3 jaar afkopen. Oftewel, de klant behoeden voor fabricagefouten die sowieso al dienen te worden gedekt door de fabrikant. En niet alleen de verschillende consumentenbonden zijn verwikkeld in langlopende vetes. Ook de consument zelf heeft het harnas aangetrokken.

Het adres van de juridische afdeling dat ik destijds gebruikte voor het defecte beeldscherm was alweer veranderd. De winkelmedewerkers wisten niet waar ik mijn prachtig geformuleerde brief nu wel naartoe kon sturen. Een telefoontje plegen naar het hoofdkantoor kon ook niet, want het systeem daar lag plat. Uiteindelijk, door eigen onderzoek, het postadres toch weten te bemachtigen. Een maand nadat ik de envelop in de rode bak op de straathoek had gedonderd, kreeg ik dan eindelijk dat langverwachte telefoontje. Maar helaas, de in Ierland gevestigde medewerker kon mij slechts mededelen dat Apple geen uitzondering voor mij kon maken. Saillant detail was dat ik geen specialere klant voor ze was, ondanks dat mijn driekoppig ouderlijk huishouden in het bezit was van een gigantische verzameling Apple producten (drie iMacs, twee MacBook Airs, één MacBook Pro, zes iPods, drie iPhones en sinds kort een iPad). Dat de betreffende laptop een speciale waarde voor mij had aangezien hij van mijn overleden vader was – en daardoor overigens ook minstens een halfjaar niet eens is gebruikt (waar zij wel rekening mee hielden toen ik alle kleuren van de regenboog op het scherm kreeg afgebeeld) – deerde overigens ook niet. En last but not least, de Apple-garantie stond volgens hen compleet los van het consumentenrecht.

‘Wat met de schurken van Noord-Afrika gebeurde na een korte ‘lente’, kan ook Apple overkomen’ Zo ook ik. Meer dan een half jaar geleden hield mijn MacBook Air er weer mee op – alhoewel op Apple.com aangemerkt als ‘the future of notebooks’. Hoewel hij een jaar daarvoor al tijdelijk buiten dienst was door de bekende kwaal van de tweede generatie MacBook Airs, een defect beeldscherm, was het nu echt over en uit. De laptop startte niet meer op. Technici van de

10

Nu, een half jaar verder met juridische brieven en bezoekjes aan hun nieuwe hoofdkantoor zit ik nog steeds met een kapotte laptop die een aanschafprijs van 1100 euro had. Op de brieven heb ik nooit een antwoord gekregen en in de Hirsch Building (Leidseplein 29) kreeg ik telkens te maken met receptionistes die mij te woord stonden, als mij niet al werd voorgehouden dat er die dag niet (meer) werd gewerkt of niemand aanwezig was. Tot 3 mei jl. was dit in ieder geval de gang van zaken. Tegenwoordig staat namelijk alleen nog maar de beveiliger mij te woord, omdat ik niet namens een organisatie kom. Hartstikke lieve kerels die het beste met mij voor hebben, daar niet van. Maar ik zou het toch prettiger vinden om iemand met verstand van zaken – niet dat de receptionistes deze eigenschap bezaten, maar die konden het in ieder geval allemaal poeslief doorspelen


Rubriek

‘Tegenwoordig staat alleen nog de beveiliger mij te woord’

– tegenover mij te hebben om mijn onduidelijkheden weg te nemen. Dus wat mij op zo’n moment rest is om het dure 0900-nummer tevoorschijn te halen. Door alle doorverbindingen heb ik uiteindelijk de hele Apple Care staf aan de lijn gehad. Van de een werd je nog minder wijs dan van de ander. Met als klap op de vuurpijl een heuse Senior Advisor, zoals hij zichzelf graag noemde. Aan de stem te horen betrof het een man wiens carrièresuccessen vergelijkbaar zijn met het rendement van de befaamde Betuwelijn. Nergens had hij antwoord op. Hij ontkende zelfs dat Apple een kantoor heeft aan het Leidseplein en kwam bovendien met de inmiddels bekende lariekoek: wij staan los van het consumentenrecht. Mij doorverbinden met de juridische afdeling was ook niet mogelijk, daar zou ik een advocaat voor moeten inschakelen. Lekker klantvriendelijk allemaal! Zoals u zult begrijpen is mijn strijd en die van vele anderen nog lang niet gestreden. Apple maakt mooie producten, is vaak revolutionair, maar moet oppassen. Het bedrijf is te groot geworden voor zijn eigen schoenen. Het succes maakt het afstandelijk tegenover trouwe klanten die het bedrijf hebben grootgemaakt. Door arrogantie houden zij zich tegenwoordig volop – zoals in 2009 al tegenover klachten van de Consumentenbond – Oost-Indisch doof tegenover een kleine groep klanten die doodnormaal een probleem probeert op te lossen. Zij verkeren blijkbaar in de wetenschap dat er nog veel meer klanten zijn die nog geen slechte ervaringen hebben gehad en wel nog onvoorwaardelijk Apple kiezen. Maar wat ik graag tegen Tim Cook c.s. zou willen zeggen is het volgende: memento mori. Wat onverwacht met de schurken van NoordAfrika gebeurde na een korte ‘lente’, geldt ook voor concerns. Ook Apple is sterfelijk – zoals in 1997 wel bleek toen zij op het randje van de afgrond stonden en ternauwernood door Microsoft werd gered.

Rogier voor de Apple Store aan het Leidseplein. “Alleen de beveiliger staat mij nog te woord.”

De iPodmakers moeten zich realiseren dat zij in deze concurrerende markt niet te veel op hun naam kunnen blijven teren. Op het moment graven zij hun eigen graf, want als wij de commercial van de LOI moeten geloven kent binnenkort elke boerenpummel het Burgerlijk Wetboek uit zijn hoofd.

11


Commissieleden 2012-2013 gezocht

T

erwijl iedereen nog ligt te genieten op het strand, werken de bestuursleden van de JFAS hard aan de activiteiten voor het komende studiejaar. Maar zonder commissieleden, geen activiteiten. Meld je daarom op tijd aan als commissielid. Houd www.jfas.com in de gaten voor de aanmeldingsprocedure. Hier vind je alvast een overzicht van commissies.

Boekenverkoopcommissie De week voor de colleges gaat de halfjaarlijkse boekenverkoop van de JFAS weer van start. Wil jij helpen met de voorbereiding van de boekenverkoop en/of de verkoop zelf? Meld je dan snel aan via voor de boekenverkoopcommissie, want we kunnen je hulp goed gebruiken! Redactie Nota Bene Wil jij je verdiepen in juridische, politieke en maatschappelijke vraagstukken en je schrijfvaardigheid vergroten? Lijkt het je leuk zelf mee te beslissen over de thema’s, onderwerpen en vormgeving van de Nota Bene? Meld je dan snel aan voor de redactie, want de eerste editie wordt al in oktober uitgebracht. Almanakcommissie Dit jaar werd de eerste JFAS almanak gemaakt, met een feestelijke uitreiking als afsluiter. Dat moet volgend jaar natuurlijk ook gebeuren! Kun jij goed acquireren, teksten schrijven en redigeren, foto’s maken en/of vormgeven en heb je zin om mee te werken aan deze beginnende traditie? Meld je dan aan voor de almanakcommissie en wellicht help jij volgend jaar de almanak naar een hoger niveau te tillen! Borrelcommissie Houd jij van feesten en borrels, en ben je goed in de organisatie daarvan? Meld je dan aan voor de legendarische BoCo, en misschien organiseer jij aankomend jaar wel de feesten en de maandelijkse borrel. Kantoorcommissie Wil jij helpen met het organiseren van inhoudelijke activiteiten en daardoor alvast een kijkje te nemen in de praktijk? Meld je aan voor de kantoorcommissie.

12

Alumnicommissie De JFAS bestaat al 101 jaar, dus dat betekent ook heel veel oud-leden. De JFAS wil deze oud-leden bij elkaar brengen en een alumnidag organiseren. Hierbij kan de vice-voorzitter hulp gebruiken. Ben jij goed in het verzinnen van creatieve oplossingen om zoveel mogelijk oud-leden te bereiken en het organiseren van een leuke alumnidag? Meld je dan aan voor de alumnicommissie. Berlijnreiscommissie Ook dit jaar gaat de JFAS in oktober weer een weekend naar Berlijn met zo’n 75 eerstejaars studenten. Lijkt het je leuk deze reis te organiseren? Meld je dan aan voor de Berlijnreiscommissie. Houd er rekening mee dat de voorbereidingen in de zomer beginnen. Bachelorreiscommissie Wil jij je inzetten voor de bachelorreis van de JFAS, door activiteiten te organiseren in een grote Europese stad, en daar onderdeel te zijn van de reisleiding? Meld je dan aan voor de Bachelorreiscommissie. Masterreiscommissie De studiereis voor masterstudenten vraagt om de organisatie van een juridisch inhoudelijk sterk programma, maar daarnaast ook om culturele verdieping en sociale activiteiten in een wereldstad. Wil jij hierbij helpen en er tijdens de reis voor zorgen dat alles volgens plan verloopt? Meld je dan aan voor de Masterreiscommissie.


ZO LIJKT HET...

ORGANISEREN PLANNEN GEZELLIGHEID VERGADEREN DEADLINES

BRAINSTORMEN SAMENWERKEN NETWERKEN BUDGETTEREN SPONSORS WERVEN

ZO IS HET. 13


SIS bedankt! Door Laura Aalders

W

e staan aan de vooravond van iets wat men vrij uniek mag noemen: een informatiebijeenkomst van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Morgen zullen alle eerste- en tweedejaarsstudenten de gelegenheid krijgen om hun vragen af te vuren over het nieuwe 8-8-4-systeem. Het zal mij benieuwen, maar het feit dat de FdR studenten in ieder geval de gelegenheid geeft om informatie te winnen doet mij deugt. Ik begon mijn rechtsgeleerdheidcarrière in september 2010. Werkgroep 33 ging van start. Als nog onwetende nieuwkomer begon ik het jaar met Inleiding in de Rechtswetenschap. Bij dit vak hoorde ook een zogenaamd ‘onderzoeksproject’. Spannend! Zo vonden ook de (sommige) al jarenlang met de FdR verbonden docenten. Want, wat moeten die studenten nu eigenlijk precies doen? Wat mag wel en wat mag niet? Hoe wordt deze opdracht precies beoordeeld? Allemaal vragen van onzekere eerstejaarsstudenten. De docenten zelf werden misschien wel het meest onzeker van al die vragen. Dit onderzoeksproject was de proef op de som! Niet vanwege het feit dat de docenten konden zien wat voor nieuwe Spongs of Hammersteins zij in de kuip hadden. Nee, de studenten konden nu zien hoe het eraan toeging op de FdR wat betreft informatie verstrekken. De ene docent had een nog mooier verhaal over hoe dit project moest verlopen dan de andere, echter geen van de verhalen toonde gelijkenis. Maar ach! Dit is dan ook een onderling bekende karaktertrek van de mooiste faculteit van Amsterdam. Het is een beetje rommelig hier en daar, maar dat maakt de sfeer juist persoonlijk en hecht. Tot dusver een eerste kennismaking met de communicatieve vaardigheden op de FdR. De rode draad van de manier van aanpak gaat verder. In september 2011 stond de studenten van de UvA een grote verrassing te wachten. De UvA ging van het oude vertrouwde ‘www.mijnuva.nl’, naar de online pagina van het SIS (studenteninformatiesysteem). Dit is met recht de uitvinding van de eeuw! Niks geen makkelijke druk op de knop om je in te schrijven voor een vak of tentamen. Vanaf nu hebben we te maken met een heus vierstappenplan. Echter, om bij dit vierstappenplan te komen dient men eerst een keuze te maken hoe men hier überhaupt terechtkomt. Dit kan namelijk op drie uiteenlopende manieren: via een studiegidsnummer, via je eigen studieplan of door middel van een studieactiviteitsnummer. Juist,

14

mijn opa zou al afgehaakt zijn bij het woord studiegidsnummer. Toch zonde, een uiterst intelligente man die op zijn oude dag misschien nog terug zou willen gaan naar de collegebanken. Al krijg ik zelf ook de kriebels van al deze termen met mijn schamele tweeëntwintig jaar. Ik zal er helaas wel aan moeten geloven, wil ik ooit een diploma in de wacht slepen. Vandaar dat ik zelf altijd kies voor de knop ‘via mijn studieplan’. Hierin staan alle verplichte vakken en tentamina namelijk al voor je voorgekauwd en hoef je enkel op het vak naar keuze te klikken om door te mogen naar het vierstappenplan.

‘SIS, met recht de uitvinding van de eeuw’ Dan begint het leukste: men kan gaan winkelen! Net als op de online Zara- of Hennes & Maurits-sites, krijgt men een online winkelwagentje aangeboden. Voordeel is wel dat je hier geen muntje in hoeft te gooien. Je vinkt gewoon aan welk tentamen of welke werkgroepplaats je graag wilt ‘kopen’ en dan druk je op de knop ‘in winkelwagen’. Stap twee: zoek de winkelwagen, zet weer een vinkje voor het tentamen of de werkgroep die je wilt en kijk even of deze wel beschikbaar is. U leest het goed, het zou namelijk zo maar eens kunnen zijn dat het tentamen of de werkgroep vol zit dan wel dat je op een wachtlijst wordt geplaatst. Een tip: vertrouw nooit op deze wachtlijst! Overigens lijkt het mij niet dat tentamens vol kunnen zitten. Afijn, wanneer er een groen bolletje naast het tentamen/vak staat dan kan je de inschrijving voltooien, dit is stapje drie. Stap vier: controleer uw inschrijving. Oftewel: kijk even goed of je niet liever Bestuursrecht in plaats van Inleiding had willen maken. Lijkt me wel handig als ze mij dat ook gaan vragen bij de Albert Heijn: “Mevrouw had u niet liever de bananen gehad in plaats van de sinaasappelen? Dan kunt u deze nu nog uit uw winkelwagen mieteren.”


opinie

Tot dusver heb ik een geslaagde poging om me in te schrijven verwoord. Maar, het gevaar schuilt vaak in een klein hoekje. Zo ook bij SIS, dat volgens alle aanspreekpunten op de FdR veel beter en uitgebreider zou moeten worden dan het oude vertrouwde ‘mijnuva.nl’. Het lukte mij namelijk opeens niet meer om mij (keurig op tijd) in te schrijven voor de werkgroepen van verplichte vakken. Het vak zat dan al ‘vol’ volgens SIS. Toen ik op de faculteit verscheen tijdens een hoorcollege hoorde ik meer van dit soort verhalen om mij heen. Vervolgens ben ik navraag gaan doen bij de onderwijsbalie van de FdR. Ik kreeg het heldere advies om een naplaatsingsformulier in te vullen, wederom online. Hierdoor zou ik op de bekende wachtlijst komen te staan en zou ik ‘eventueel’ nog kunnen worden nageplaatst in een werkgroep. Dit zou ik pas na twee weken horen. De twee weken dat ik nog geen werkgroep zou hebben, deed ik er goed aan in ieder geval te verschijnen op het extensieve onderwijs. Hierbij was het dan wel weer belangrijk om me ook hiervoor online in te schrijven. Dit moest niet gekker worden! Vol goede moed hield ik mijn e-mail in de gaten of ik zou zijn ingedeeld in een werkgroep. Quod non. Ik liet het voor het desbetreffende vak maar zitten en heb mezelf de studiestof zo goed en zo kwaad als het ging aangeleerd. Toch zonde van de 1771,- euro collegegeld. Later dit studiejaar gebeurde mij weer precies hetzelfde. Ik wilde mij keurig op tijd aanmelden voor het vak Algemene Rechtsleer en dat zat binnen een half uur blijkbaar ook helemaal vol. Ik zou volgens de hoorcollegedocent even een email moeten sturen naar de heer Kerbosch. Dit heb ik direct na het hoorcollege gedaan, zij het met enige bagage van de vorige vete in mijn achterhoofd. “Geachte heer Kerbosch,

 Ik heb uw e-mailadres doorgekregen van de heer T. Wolf van uw vakgroep Algemene rechtsleer. Ik was vanochtend bij het eerste hoorcollege aanwezig en wil dolgraag intensief onderwijs volgen, hier wilde ik mij ook netjes op het tijdstip van inschrijven voor aanmelden, echter liep SIS geheel vast, een niet al te onbekend probleem. Later zaten alle werkgroepen al vol. Het naplaatsingsformulier heb ik ook al ingevuld, de hoorcollegedocent zij mij dat ik gewoon mee moest doen met de ingangstoets van 13 februari 2012. Wat adviseert u mij voor de rest van de gang van zaken? Ik heb vaak verhalen gehoord

van studenten die van het kastje naar de muur worden geslingerd. Ik zou graag enige zekerheid willen hebben over een plekje binnen het intensieve onderwijs. Het SIS-systeem werkt bij veel studenten niet wanneer zij het nodig hebben, gemotiveerde studenten worden hiermee onterecht in een hoek gezet. Daarbij betaalt men collegegeld o.a. voor het volgen van werkgroepen. Begrijp mij niet verkeerd, dit is geen verwijt aan u, maar aan het systeem. Ik hoop dan ook vurig dat u mij kunt helpen. Met vriendelijke groeten,

 Laura Aalders”

‘Met enige bagage van de vorige vete in mijn hoofd stuurde ik de docent toch een e-mail’ Vol spanning wachtte ik het antwoord af, met de hoop op enige uitleg. Zie hieronder het klinkklare antwoord op al mijn vragen: Geachte mevrouw Aalders,   U kunt de ingangstoets wel maken, maar op naplaatsing kan ik u geen enkele garantie geven.   Met vriendelijke groet, Matthieu Kerbosch UvA / Faculteit der Rechtsgeleerdheid Daar ben je dan mooi klaar mee als gemotiveerde student. Ik heb dit probleem niet alleen bij mijzelf ondervonden, maar zoals ik al zei klagen er veel meer studenten over. Maar wat valt er aan te doen? De heer Kerbosch zit er in ieder geval niet mee zo te zien. Wellicht heeft de desbetreffende heer zelf nog tien jaar over zijn studie kunnen doen en of hij nu bananen of sinaasappels in zijn winkelwagentje gooide maakte waarschijnlijk ook niet uit. SIS, je wordt bedankt!

15


Trial by media Door Stasja Olejniczak

W

ie bij Google Afbeeldingen “juwelier Den Haag” intikt, treft al op een van de eerste pagina’s de foto’s van de inmiddels beroemde verdachten van de roofmoord op de Haagse juwelier Ruud Stratmann. Bij de zoekactie “pedofiel” vind je vrij snel foto’s van Keith Bakker en Robert M. Zoekactie “Natalee” vindt Joran van der Sloot op pagina één. Bij “Lucia de B.” tref je tekeningen van een heks met ingevallen wangen en haakneus, compleet met slierterig haar. Deze (ex)verdachten zijn allemaal voorbeelden van trial by media, het fenomeen waarbij de verdachte al voor en tijdens het proces door de media veroordeeld wordt.

‘Weegt tijdsbesparing op tegen de gevolgen van trial by media?’ wet geregeld zijn, is dat bij deze methode niet zo. Peter R. de Vries vindt het wel makkelijk om de foto’s openbaar te maken: het bespaart tijd. Maar weegt deze tijdbesparing op tegen de

Dominique Strauss-Kahn, Joran van der Sloot en Keith Bakker. Allen ‘slachtoffer’ van trial by media.

Trial by media zorgt ervoor dat de verdachte door de media en het publiek door middel van beeldvorming veroordeeld wordt. Deze veroordeling is natuurlijk anders dan de veroordeling door de rechter, die zijn oordeel vormt op basis van feiten. De gevolgen voor de verdachte kunnen echter gigantisch zijn: Lucia de B. werd uiteindelijk vrijgesproken, maar welk ziekenhuis zal haar nog aannemen als verpleegkundige? Wie zou nog door Lucia de B. verpleegd willen worden? Door het lak aan fatsoen van de media wordt de reputatie van de verdachten beschadigd; zij krijgen maatschappelijk levenslang. In de uitzending van Pauw en Witteman van 2 mei ging advocaat Plasman in gesprek met Peter R. de Vries over trial by media. Plasman juicht, zoals het een goed advocaat betaamt, het openbaar maken van foto’s van verdachten niet toe. Hoewel veel minder vergaande opsporingsbevoegdheden wel in de

16

gevolgen van de methode? De rechter zou kunnen beslissen om strafvermindering op te leggen. Wat gebeurt er met de foto’s als de verdachten onschuldig blijken te zijn? Foto’s verdwijnen niet even gemakkelijk van het internet als dat ze erop gekomen zijn. Helaas valt trial by media niet te voorkomen, dat is niet realistisch. Mensen zullen altijd de behoefte hebben om te roddelen, met modder te gooien en te provoceren. Geïnteresseerden kunnen het boek Trial by media. Wie beschermt de verdachte in een mediaproces? van Peter Schouten lezen. Hij pleit in dit boek voor een betere bescherming van verdachten. Tijdens de boekpresentatie sprak hij er schande van hoe verdachten geprofileerd worden. Het werkelijke schandaal is het feit dat hij degene is geweest die de Joran van der Sloot-tapes verkocht heeft aan de Verenigde Staten.


opinie

Wir haben es nicht gewusst Door Jaimy Lankman

“E

r werd op de deur geklopt en ik probeerde te schreeuwen, maar er kwam niks uit mijn strot.” De heer Geraets werd vanaf zijn elfde herhaaldelijk misbruikt door een pater van het rooms-katholieke internaat waar hij destijds woonde.1 De Katholieke Kerk heeft sinds de twintigste eeuw te maken met de onthulling van vele schandalen met betrekking tot seksueel misbruik van minderjarigen door religieuzen. De problematiek van het voorgenoemde was bekend binnen de bisdommen en ordes van de kerk. Echter bleef adequaat optreden en voldoende aandacht voor de slachtoffers uit.2 Onderzoekscommissie Deetman heeft van medio 2010 tot december 2011 onderzoek gedaan naar het bovenstaande en schat dat er tussen 10.000 en 20.000 minderjarigen in de katholieke internaten, kostscholen en weeshuizen het slachtoffer zijn geworden van (zwaar) seksueel misbruik.3 Daarnaast stelt de commissie dat de omgang van de kerkelijke leiding met de slachtoffers ernstige tekortkomingen kent. Maatregelen bleven uit om schandalen te voorkomen en hulp voor degenen die waren misbruikt, was op een hand te tellen. Met name de heer Bär, voormalig bisschop van Rotterdam, kreeg veel kritiek te verduren. De bisschop plaatste priesters die zich al hadden vergrepen aan minderjarigen, over naar andere bisdommen met het risico dat zij zich wéér zouden vergrijpen. Er werd echter geen voorzorgsmaatregel en geen enkele vorm van correctie toegepast om herhaling te voorkomen, terwijl dit wél naar buiten toe werd volgehouden.4 Niet alleen de kerkelijke leiding, maar ook de overheid dient zich beter te verdiepen in deze problematiek. De heer Baartmans, hoogleraar kindermishandeling, voegt hieraan toe: “Als je een probleem duidelijk wilt maken, moet je daarbij ook de instrumenten hebben om het probleem te kunnen verhelpen. En daar schort het op dit moment aan, want dezer dagen wordt geklaagd dat het hulpaanbod voor mishandelde kinderen ontoereikend is.”5 Het rapport van Deetman bevestigt dat er sprake is van een maatschappelijk probleem in de huidige samenleving. De onderzoekscommissie wil daarom dat de overheid met een effectieve en geïntegreerde aanpak van misbruik en geweld tegen minderjarigen komt.

Daarnaast heeft de commissie aangekaart dat de religieuze oversten en bisschoppen moeten worden opgeroepen om de opleidingen van toekomstige priesters nader te bestuderen, en dat het personeelsbeleid moet worden verbeterd.6 Ook tijdens het misbruikcongres, dat plaats zal vinden in de hoofdstad van Italië, zullen er concrete maatregelen komen waarmee seksueel misbruik van minderjarigen kan worden bestreden en voorkomen. Daarbij geeft Hans Zollner, hoogleraar Psychologie aan de universiteit Gregoriana en Duitse Jezuïet, aan dat er onder andere verantwoordelijkheid zal worden genomen met betrekking tot het verleden. De slachtoffers die zijn misbruikt, zullen dan ter compensatie schadevergoeding krijgen voor het leed dat hen is aangedaan. De vergoeding varieert van ongeveer 5.000 tot 100.000 euro.7 De vergoeding neemt toe naar gelang de ernst van het misbruik. Maar deze schadevergoeding zal niet voor ieder slachtoffer toereikend zijn, want voor de meeste strafbare fei-

‘De bisschop plaatste priesters, die zich al hadden vergrepen aan minderjarigen, over naar andere bisdommen met het risico dat zij zich wéér zouden vergrijpen’ 17


ten geldt een verjaringstermijn. Voor (ernstige) zedenmisdrijven geldt dat zij onderhevig zijn aan een verjaringstermijn van twaalf dan wel twintig jaar.8 Deze huidige regeling houdt onvoldoende rekening met het feit dat er soms decennia voorbijgaan voordat het slachtoffer van een zedenmisdrijf met zijn verhaal naar buiten treedt. Daarom is er een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer aanhangig gemaakt waarin de verjaring voor ernstige zedenmisdrijven9 wordt opgeheven.10 Dit betekent echter niet dat ieder slachtoffer naar de rechter kan stappen voor een schadevergoeding, want het doen herleven van de verjaringstermijnen van reeds verjaarde feiten zal in strijd komen met artikel 7 EVRM. De overheid neemt steeds meer maatregelen inzake seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk. Het wetsvoorstel met betrekking tot de verjaringstermijn kan hierbij als goed voorbeeld worden beschouwd, maar in wezen is de Staat te laat met het treffen van maatregelen. Niet ieder slachtoffer kan met deze maatregelen voldoende worden geholpen. Om dit nog enigszins te compenseren dient de Staat nu wél voldoende aandacht te schenken aan de (toekomstige) slachtoffers van seksueel misbruik, maar ook aan de daders zodat we later niet weer te horen krijgen: “Wir haben es nicht gewusst.”11

18

Noten 1 Robert Chesal, ‘Ook in Nederland seksueel misbruik in de katholieke kerk’, Radio Nederland Wereldomroep, 26 februari 2010, http://www.rnw.nl/nederlands/article/ook-nederlandseksueel-misbruik-de-katholieke-kerk. 2 Wim Deetman, ‘Eindrapport seksueel misbruik van minderjarigen in katholieke kerk’, december 2011, http:// www.onderzoekrk.nl/eindrapport.html. 3 Ibid. 4 RTV Rijnmond, ‘Bisschop Bär nam geen maatregelen tegen misbruik’, 16 december 2011, http://www.rijnmond. nl/nieuws/16-12-2011/bisschop-b%C3%A4r-nam-geenmaatregelen-tegen-misbruik. 5 Frans Regtien, ‘Maatregelen ontbreken bij taskforce kindermishandeling’, 17 januari 2012, http://www.rnw.nl/ nederlands/article/maatregelen-ontbreken-bij-taskforcekindermishandeling. 6 Wim Deetman, ‘Eindrapport seksueel misbruik van minderjarigen in katholieke kerk’, december 2011. 7 Binnenland nieuws, ‘Schadevergoeding voor slachtoffers misbruik rk-kerk’, 20 juni 2011, http://binnenland.nieuws. nl/647562. 8 Art. 70, 71 en 72 Sr. 9 Art. 240b tweede lid en 246 Sr. 10 Kamerstukken II, 2010/11, 32890, p. 3-4. 11 NRC, ‘Kardinaal Simonis: Wir haben es nicht gewusst’, 24 maart 2010, http://vorige.nrc.nl/nieuwsthema/misbruik_kerk/ article2510045.ece/Kardinaal_Simonis_Wir_haben_es_ nicht_gewusst.


de Reisverslagen JFAS op reis

19


PRAHA – De JFAS Bachelorreis Door Salima Guettache, Kim Hogewoning en Kimberly Friesen

E

indelijk is het zover: we gaan naar Praag! De 35 JFASleden verzamelen zich op Schiphol en het is tijd om te vertrekken. Hoewel het buiten hard regent en het vliegtuig net zo klein is als een bus, verloopt de vliegreis voorspoedig en zonder turbulentie. Na ongeveer een uur en een kwartier (ja ja, korter dan een hoorcollege) komen we dan eindelijk aan in Praag. De reis waarin we kennis zullen maken met nieuwe mensen, het Praagse nachtleven, de Tsjechische cultuur en waarin we activiteiten op het gebied van mensenrechten zullen ondernemen. En dit alles in vier dagen! Op het vliegveld van Praag worden we opgehaald door een bus die ons zal vervoeren naar het Hostel ‘Rosemary’. De Tsjechen weten wel wat een veilige rit is: met 30 km/uur over de snelweg. Na twintig rondjes door het centrum gereden te hebben en een uur later komen we dan eindelijk aan bij het hostel. Nadat iedereen zijn kamer had uitgezocht en zijn koffers had uitgepakt, gingen we met z’n allen de stad in. Tijd voor een feestje! Maar eerst nog even een vette hap bij de McDonald’s. Terwijl sommigen van ons het goedkope bier beproefden in kroegjes, namen anderen JFAS leden plaats in een Hardrockcafé; weer eens wat anders! Aan het eind van de avond eindigden de meeste van ons in een karaokebar, waar de JFAS-leden de sterren van de hemel zongen. Of beter gezegd: schreeuwden.

‘In slechts vier dagen maakten wij kennis met nieuwe mensen, het Praagse nachtleven, de Tsjechische cultuur en ondernamen we activiteiten op het gebied van mensenrechten’ Donderdag De nacht was kort en de wekkers gingen vroeg af. Om 10 uur stond namelijk een bezoek aan de Nederlandse Ambassade gepland. De plaatsvervangend ambassadeur vertelde ons eerst over zijn taken in het algemeen en over het leven in Tsjechië als Nederlander. Nog leuker was toen hij zijn werkervaring in Afghanistan en Israël met ons deelde. Na afloop maakte de ambassadeur met zijn smartphone nog even een groepsfoto van ons die hij vervolgens op de Facebookpagina van de Nederlandse Ambassade in Praag plaatste. We zijn ook zo leuk! Na dit leerzame bezoek besloot een paar mensen om in een leuk lunchtentje te gaan lunchen. Het goedkope Tsjechië bleek toch niet zo goedkoop: een jus d’orange kostte acht euro en een broodje maar liefst 12 euro! Opgelicht dus. Volgende keer maar weer een Macje! Het overgrote deel van de groep genoot in de middag van de leuke winkeltjes in Praha, terwijl de rest zijn bed in dook om bij te slapen. In de avond vond het mensenrechtenfestival plaats, waarin we met zijn allen een heftige film bezochten over mensenhandel in de modellenwereld (Girl Model). En ’s avonds laat was het natuurlijk weer tijd om het Praagse nachtleven verder te verkennen. Party time 2.0!

20


Reisverslag

Bij de Nederlandse Ambassade in Praag

Vrijdag Vrijdag was weer een vroege ochtend. Dit keer brachten we een bezoek aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de ‘Univerzita Karlova’, waar we een hoorcollege bijwoonden over deRoma kinderen in Tsjechië. Na afloop genoten we van een heerlijke lunch. Nog meer genoten we van het lekkere weer. Terwijl het zonnetje scheen maakten we een boottocht door deze mooie stad. Een betere timing konden we ons niet wensen. Vervolgens gingen we met de groep als geheel uit eten. Nadat we vele rondjes hadden gelopen met knorrende magen, hadden we (dankzij Joost) uiteindelijk het restaurant gevonden waar we heerlijk hebben gegeten. En na afloop was het wederom tijd voor een feestje. Dit keer was de beruchte discotheek met vijf verdiepingen – Karlovy Lazne Club – aan de beurt om onze JFAS-gangers een leuke avond te bezorgen. Dat is zeker gelukt!

Zaterdag Zaterdag: tijd voor cultuur. Een gids haalde ons op bij het hostel en nam ons onder andere mee naar de Joodse wijk, de Burcht en het Koninklijk paleis van Praag. We voelden het soms wel aan onze voeten, maar daardoor hebben we wel extra kunnen genieten van de geweldige gebouwen in Praag. Nadat we een stukje geschiedenis van Praag rijker waren, was het nog even tijd voor ontspanning. Aan het eind van de dag gingen we voor de laatste keer gezamenlijk uit eten in het restaurant ‘Usadlu’. Het einde van de avond stond – je raadt het al – in het teken van het Tsjechische nachtleven. Terwijl we onze laatste dansjes dansten, namen we afscheid van het uitgaansleven in Praag.

21


Zondag Zondag konden we eindelijk een beetje uitslapen. Na ons laatste ontbijt in het hostel, pakte iedereen zijn laatste spullen bij elkaar en was het tijd om Hostel Rosemary te verlaten. De laatste middag in Praag betekende nog even shoppen, lunchen en rondwandelen door de stad. Om half twee stond de bus ons op te wachten om ons terug te vervoeren naar het vliegveld. De busreis ging dit keer een stuk sneller (plankgas!). Na een prettige vliegreis kwamen we weer aan in ons kikkerlandje waar we opgewacht werden door de zon. Weer eens wat anders dan we normaliter gewend zijn: aankomst in de regen. Een heerlijke terugkomst, maar wel een beetje heimwee naar Praag. In de Univerzita Karlova JFAS Bachelorreiscommissie bedankt voor het organiseren van deze topreis!

22


Reisverslag

JFAS Masterreis Brazilië 2012 Door Albert Verhoeven

V

rijdag middag 27 april 2012, kwart voor vijf. Bij het verzamelpunt is iedereen bijeengekomen en staan wij gezamenlijk in spanning te wachten tot het moment dat we dan echt door de douane zullen gaan. Na een hoop lieve glimlachen naar het incheckmeisje, in de hoop dat ze zich niet (moedwillig) vergist in de bestemming van de bagage, zijn we los. De beperkte aanhang is achtergelaten en de groep is klaar voor vertrek. Om tien voor acht stijgt het vliegtuig op waarna wij – met een overstap in Zurich – enkele uren later vermoeid en verhit zullen aankomen in São Paulo, het economisch en cultureel centrum van Brazilië. In zes dagen gaan wij proberen om dit tweetal kwalificaties aan den lijve te ondervinden om vervolgens door te reizen naar Rio de Janeiro.

Bij het vliegveld werden we opgepikt door een minibus die van alle gemakken was voorzien. Tijdens de één uur durende rit naar het hostel – te vinden op Google Maps onder de naam: Globel Hostel – bleek al gauw dat het JFAS-informatieboekje informatie bevat die niet ver van de waarheid is verwijderd. Aan alle kanten schoten op de snelweg bussen voorbij waar de mensen elkaar nog net niet vast moesten houden om het er uit vallen tegen te gaan. Hiermee was de toon voor de rest van de reis gezet. Brazilië bestaat op veel gebieden uit tegenstellingen. Zo zijn door de relatief snelle ontwikkeling van het land de verschillen tussen arm en rijk op grote schaal vertegenwoordigd in het dagelijks leven. Zo bewegen zij die zich geen ander middel kunnen veroorloven, zich voort in opgepropte bussen terwijl de rijkeren des lands zich per helikopter overal heen laten vliegen. Enfin, deze ervaring rijker lieten we onze spullen achter in het hostel om ons te begeven richting ‘het’ park – Parque di Ibirapueara – om bij te komen van de reis. Die avond zouden we alle energie nodig hebben om ons door de kennismaking met het Braziliaanse – veelal gefrituurde – eten heen te slaan. Met volle maag en veel zin in de avond liepen wij een klein aantal uren later door de veelal communistisch ogende wijken op zoek naar de discotheek van São Paulo: Club D-Edge. Deze club staat bekend om haar futuristische inrichting en haar programmering. De club had wat mij betreft ook bekend kunnen staan om haar afgelegen ligging. Al met al toch zeker goed genoeg om een avondje door te brengen. Om een top avond te verzekeren hadden een paar attente bestuursleden de viplounge geregeld.

Met een eigen dj, bar en dakterras werd de eerste kennismaking met het nachtleven van Brazilië door de meesten onder ons daarom al helemaal als niet vervelend ervaren. Op zondag was het dan echt tijd voor de klassieke culturele benadering van São Paulo. De club ver achter ons gelaten begaven wij ons tot enkele bezienswaardigheden. Tot de plaatsen die wij persoonlijk hebben vereeuwigd met onze camera’s behoren onder meer de Catedral Metropolitane, het Teatro Munipical, het Mercado Munipical en de alom bekende zondagse markt waar menigeen zijn vers fruit en andere producten wekelijks inslaat. Om dit gezonde fruit enigszins te compenseren werd die avond de aanval geopend op een stapel pizza’s. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de zelfbenoemde reisgids, gedurende de transfer van het vliegveld naar het hostel, gelijk had: de pizza’s in São Paulo zijn goddelijk. De goddelijke sferen werden voortgezet in Vila Madalena. Een straat die, zeker na Club D-Edge van de avond ervoor, het Brazilië vertegenwoordigde dat je hoopt tegen te komen vanaf het moment dat je de grond raakt met het vliegtuig. Drukte en gezelligheid alom. Onder het genot van een drankje en livemuziek werden de eerste echte contacten gelegd met de lokale bevolking, eenieder deed dit vanzelfsprekend op zijn of haar eigen manier.

Menigeen was dan ook erg dankbaar ten opzichte van de programmamakers dat er op maandag – Koninginnedag – tijd was ingeroosterd om uit te slapen. Terwijl de koningin haar ogen goed de kost gaf in – of all places – Veenendaal, maakten wij ons gereed voor een tocht door een van de talrijke Favela’s die Brazilië kent. Met ruim elf miljoen inwoners – die 6% van de

23


totale bevolking vertegenwoordigen – in krottenwijken kon een dergelijke trip niet achterblijven. Louis – onze gids – begeleidde ons samen met Berbela – een gerespecteerde locale kunstenaar – rond door de Favela. De heren brachten ons onder andere naar het huis van de kunstenaar Estevão. In een tijdsbestek van 26 jaar heeft hij zijn huis tot een waar kunstwerk verheven. Wat ooit begon als ondersteuningswerken voor de bomen in zijn tuin, is luttele decennia later omgetoverd tot een wirwar van met beton overgoten stalen constructies. In dit beton heeft Estavão alle voorwerpen vastgemaakt die je maar kunt bedenken. Van klokken tot tuinkabouters en van oude telefoons tot whiskyflessen; alles wat je maar kan bedenken is in zijn werk vertegenwoordigd. De tocht van ruim een uur bracht ons tot slot bij een – naar wat wij verstaan onder – snackbar aan de straat. Met terugwerkende kracht durf ik te stellen dat hier zeker niet het slechtste eten de revue is gepasseerd. Eigenlijk was het zelfs heel goed. Wat ons restte was de terugtocht naar het hostel.

Woensdag was de dag waarop wij juristen ons eindelijk tegoed konden doen aan de Braziliaanse Corporate Governance. Het onontgonnen kennisgebied waar wij ons op korte termijn een route doorheen wilde banen. In deze wonderbaarlijke zoektocht belandden wij allereerst bij het Braziliaans Instituut voor Corporate Governance (IBGC). Het IBGC zet zich sinds haar oprichting in 1995 in voor de introductie en verspreiding van corporate governance in Brazilië. De non-profit organisatie doet dit onder andere door het geven van lezingen en het verspreiden van themaboekjes. Onder veel grote bedrijven en financiële instellingen is het IBGC een begrip. De wachtlijst voor de trainingsprogramma’s is dan ook altijd goed gevuld. In het kader van geven en nemen nam een tweetal uit onze groep, Niels Pietersen en Teodora Kasabova, de nobele taak op zich om als dank een korte presentatie te geven over het Nederlandse Corporate Governance. En dit deden zij op alleraardigste wijze.

Parque di Ibirapueara

Favela tour

In een ultieme ode aan de koningin kleedden wij ons die avond geheel oranje om onze vaderlandsliefde vervolgens te ventileren bij de lokale bevolking in – alweer – Vila Madalena. Onder hevige discussies met betrekking tot het afgelopen WK, diepzinnige gesprekken met de artiest van de avond – luisterend naar de naam Juliano Juba – en swingende salsalessen gleed de avond aan ons voorbij. De volgende dag splitste de groep zich uiteen waarbij de diepste behoeften van dezen en genen werden blootgelegd. De een gaf gehoor aan zijn niet te stillen honger naar Havaianas (lees: slippers) terwijl de ander een balletje trapte in het park.

Met een aantal themaboekjes op zak stonden wij die middag oog in oog met de Nederlandse consul-generaal. In beperkte tijd probeerde deze met een flamboyante persoonlijkheid toebedeelde man ons – in navolging van de ministers en staatssecretarissen die ons waren voorgegaan – een introductie te geven met betrekking tot de Nederlandse belangen in Brazilië. En zonder er doekjes om te winden kan gerust gesteld worden dat Nederland in Brazilië aanwezig is ten behoeve van eigen economisch gewin. Desalniettemin een verrijking van de reis om deze ‘VOC-mentaliteit’, weliswaar in een hedendaags jasje verpakt, te leren kennen.

24


Reisverslag

Om ons – drukbezette studenten – niet te overbelasten was de voorzitter van Dutcham zo vrij geweest zich te voegen bij ons gezelschap op het consulaat. Dutcham is de Nederlandse Braziliaanse Kamer van Koophandel. Hun missie zit hem in het ondersteunen en verbeteren van de commerciële uitwisseling tussen het bedrijfsleven van Brazilië en Nederland. De vanzelfsprekendheid dat dergelijke uitwisselingen op grote schaal bestaan wordt haar bestaansrecht ontzegd na een lezing zoals wij die kregen. Naar verluidt is Brazilië een markt die enigszins is aan te merken als protectionistisch. De vele belastingvormen, handhavingsmechanismen en bureaucratie maken het ondernemen in Brazilië als voortbewegen op drijfzand. Hier reikt Dutcham een hand aan, en met succes.

Hiken in Tijuca National Park eetgewoontes te worden geconfronteerd...

Op het Nederlandse Consulaat in São Paulo

Belastingen of niet, de derde pizza van de reis was ’s avonds een feit. Voor onze zes uur durende reis naar Rio de Janeiro schoven wij aan in een gezellig restaurant. Een aloude Braziliaanse traditie werd van stal gehaald: het delen van eten. In de praktijk kwam dit er op neer dat wij – individualistisch ingestelde – Nederlanders al watertandend toekeken hoe stukje voor stukje de pizza werd neergelegd op onze borden terwijl het overige eten koud stond te worden op een tafel naast ons. De mogelijkheid om verschillende stukjes te eten werd door enkelen aangegrepen en zij die zich er aan waagden moesten bij vlagen haatvolle blikken zien te ontlopen. Toch goed zo’n reis om eens even met je eigen

Donderdagochtend 3 mei 2012. Pal naast de Suikerbroodberg doemt een groot gebouw op. Goed gekleed en wel draven wij door de 30 graden zon naar onze bestemming van die middag: advocatenkantoor Machado Meyer. Het kantoor werd in 2010 en in 2011 verkozen tot ‘Law Firm of the Year’ in Brazilië. Met haar internationale uitstraling heeft het kantoor meerdere vestigingen en ruim 300 advocaten. Bij binnenkomst wachtte een van de partners ons op in een presentatieruimte. De man die ik al meerdere malen voor me heb gezien bij het lezen van de Grisham-reeks werd vergezeld door een tweetal advocaten: Guilherme Pinheiro en Julia Salvador P. Da Motta (alleen vanwege de namen al een vermelding waard). Het drietal zette een en ander uiteen over hun kantoor en een aantal onderwerpen waarvan de bespreking de reikwijdte van dit – toch al lange – verslag ver te buiten zou gaan. De moeite waard om te vertellen is in ieder geval dat het voor Nederlandse studenten geen onmogelijkheid is om advocaat in Brazilië te worden. Wel eerst Portugees leren. De laatste dagen zijn we groepsgewijs door Rio getrokken om meerdere bezienswaardigheden aan te doen. Naast enkele kerken en een klooster dat we bezochten, klommen we ruim anderhalf uur tot een hoogte van meer dan 1000 meter wat ons een geweldig uitzicht gaf op … de wolken. Gelukkig zo nu en dan ook een glimp van het prachtige Rio. Het gemis aan uitzicht werd nog diezelfde dag goedgemaakt door een bezoek aan het beroemde Jezusbeeld. In zijn eeuwige groet aan Rio geniet

25


die twee avonden na elkaar een vergeten camera respectievelijk een mobiel terugbrachten. Zo was er de chauffeur die een week voor onze reis twee dagen aan het bed heeft gezeten van een in zijn rug geschoten toerist die probeerde te ontkomen aan een straatroof. En zo was er de zingende chauffeur die het hart van meerdere dames sneller liet kloppen. In Brazilië zelf zijn we tegen alle verwachtingen slechts één keer geconfronteerd met criminaliteit. Het kettinkje van Coco werd overdag op straat van haar nek getrokken door een straatschoffie. Alle andere verliezen – zoals de pinpas van Louise die ronddrijft voor de Copacabana – komen voor eigen rekening ware het niet dat bij terugkomst een zestal van ons geskimd bleek te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid wordt de schade volledig vergoed door de banken. Zodoende eind goed al goed. de Heere vanuit alle wijken van de stad aanzien. Dit betekent dus ook dat vanaf het beeld bijna heel Rio zichtbaar is. Voor enkelen was dit nog steeds niet genoeg en zij beproefden hun geluk middels hanggliding boven Rio. In navolging werden bezocht: de Copacabana, de Suikerbroodberg en nog eens de Copacabana. Op de laatste dag kwam tevens een droom uit voor het merendeel van de mannen en Maartje: een Braziliaanse voetbalwedstrijd bijwonen. In het hartje van een sloppenwijk stond het stadion waar voorafgaand aan Oranje in 2014 Botafogo speelde in een lokale finale tegen Fluminense. Onze clubshirtjes en hard geschreeuw brachten ons tot de – in mijn ogen – F-side van Botafogo. Op de heenweg stonden we wel nog even te kijken van het uitzicht vanuit de bus; een auto was compleet gedemonteerd en de sleepauto ervoor eveneens. Op de terugweg was het even omlopen voor een traangasbom, but we’ve made it, ondanks het verlies van ‘Jorn z’n clubbie’ met 4-1. Bijna tot slot. Geen verhaal over Brazilië is compleet zonder te memoreren aan de taxichauffeurs. De taxichauffeurs in Brazilië zijn van de buitencategorie. Ze rijden alsof hun leven ervan afhangt. En door die mentaliteit hangt het leven van de passagiers veelal af van de reflexen van de chauffeur. Zo lijkt het dan ook dat de slogan van Jolande Sap – “wij gaan door waar anderen stoppen” – behoorlijk is aangeslagen bij deze groep Brazilianen. Menigmaal ben ik in de veronderstelling geweest dat de naderende bus weleens de laatste bus zou kunnen zijn die ik ooit zou zien. Het voorgaande daargelaten verdienen enkele chauffeurs een eervolle vermelding. Zo waren er de chauffeurs

26

To save the best for last. Een groot compliment dient te worden gegeven aan het (tijdelijk) achtkoppige bestuur van de JFAS met in het bijzonder de organisatoren van de reis. Mirjam, Sascha, Jeroen, Jorn, Brenda, Evy, Maartje en Joost hebben deze onvergetelijke ervaring mogelijk gemaakt. Met een souplesse waar menig bestuur nog een puntje aan kan zuigen hebben zij zich met ons in de rugzak een weg gebaand door de Braziliaanse Corporate Governance en zeker ook de Braziliaanse cultuur. TNX! Aan de Copacabana


27

de Verdieping


“Ik realiseer me dat de aangekondigde intrekking van de wetsvoorstellen 28 746 en 31 065 voor sommigen onverwacht is 1 gekomen”

Over het ingetrokken Wetsvoorstel personenvennootschappen inzake titel 7.13 BW Door Veysi Tas

O

ns personenvennootschapsrecht, dat dateert uit 1838 en dat verspreid is over Boek 7A BW en het Wetboek van Koophandel (WvK), zal voorlopig niet herzien worden. Onze Minister van Veiligheid en Justitie heeft het Wetsvoorstel personenvennootschappen namelijk bij brief van 15 december 2011 ingetrokken.2 De huidige regeling is verouderd, onvolledig, onduidelijk en versnipperd, zoals wel wordt betoogd.3 De voordelen van de aangeboden vernieuwingen zijn kennelijk vertroebeld gedurende het wetgevingsproces. Daarom worden deze kort aangestipt. En om de genomen politieke keus van de minister te verklaren, zullen de gerezen bezwaren ook hun plaats eisen in deze bespreking. Uit een en ander zal blijken, dat de intrekking door de minister heeft plaatsgevonden om de ondernemers tegemoet te komen. Er is onvoldoende nagegaan op welke juridische wijze aan de bezwaren tegemoet kan worden gekomen. Ten slotte wordt stilgestaan bij de verdiensten van het ingetrokken wetsvoorstel voor het huidige personenvennootschapsrecht. Het voorstel bood grote voordelen Titel 7.13 BW strekte ertoe de beide regelingen met betrekking tot de personenvennootschappen, te weten de negende titel van Boek 7A BW en de derde titel van het Eerste Boek van het WvK, te vervangen. De MvT stelt voorop dat de behoefte aan een fundamentele herziening, die resulteert in een praktisch bruikbare regeling voor de personenvennootschappen, onverminderd is blijven bestaan.4 De primaire doelstelling van het wetsvoorstel is het faciliteren van ondernemers. Daartoe biedt het drie grote voordelen: - De samenvoeging van de v.o.f. en de openbare maatschap; - De uitbreiding van bepalingen van dwingend recht en het bestaan naast art. 7A:1672 BW (verbod van societas leonia) en art. 7A:1684 BW (de rechter kan de maatschap en de v.o.f. wegens een gewichtige reden ontbinden); - De mogelijkheid om de personenvennootschap partieel te ontbinden. Uitgangspunt is dan dat dood, onbekwaamheid en faillissement, alsmede opzegging door één van de

28

vennoten, de continuïteit van de vennootschap niet in gevaar brengen.5 Daarnaast is er de keuzemogelijkheid voor de vennoten om aan de openbare maatschap rechtspersoonlijkheid toe te kennen. Deze vernieuwing (van geen rechtspersoonlijkheid naar optionele rechtspersoonlijkheid) lijkt in eerste instantie goederenrechtelijk gunstige aspecten mee te brengen. Immers, de openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid (OVR) is rechthebbende, zodat omslachtige leveringsformaliteiten bij o.a. wisseling in de vennoten vermeden worden.6 Echter, deze rechtsfiguur levert ons mogelijkerwijs een dogmatisch onaantrekkelijke constructie op. Daarop wordt later teruggekomen. Bezwaren omtrent het wetsvoorstel In de introductie is reeds aangegeven dat de intrekking van het wetsvoorstel heeft plaatsgevonden om de werkgeversorganisaties tegemoet te komen. Om preciezer te zijn: Onze Minister van Veiligheid en Justitie heeft als argument aangevoerd dat de primaire doelstelling van de wetgeving – het faciliteren van ondernemers – onvoldoende tot zijn recht komt. Met name ondernemers in het midden- en klein bedrijf hebben geen behoefte aan de nieuwe personenvennootschappen en zij vrezen de te verwachten kosten.7 Werkgeversorganisaties vinden met name de kosten van juridisch advies bezwaarlijk, omdat het wetsvoorstel het aanbrengen van wijzingen in bestaande vennootschapsovereenkomsten zal induceren. Ook de kosten die verband houden met de notariële tussenkomst voor de OVR worden verontwaardigd bejegend.8 De werkgeversorganisaties lijken voorbij te gaan aan het feit, dat deze kosten van notariële tussenkomst uitsluitend bestaan wanneer vennoten daadwerkelijk voor rechtspersoonlijkheid kiezen. De vennoten bepalen dus of de keuze voor de OVR opportuun is. De rechtszekerheid is daarentegen gediend met de notariële tussenkomst: het moment waarop de rechtspersoon tot stand is gekomen staat vast.9


Verdieping

‘De minister heeft ons verleid in een intens voorspel om ons vervolgens de overgang tot gemeenschap koel te ontzeggen. Uiterst onbevredigend’ Zelfs dan mag de lastenverzwaring in twijfel worden getrokken. Reclamekosten bijvoorbeeld kunnen ondernemers per dag meer kosten dan eenmalige kosten voor de aanpassing van het vennootschapscontract. Ook kan in dit verband een lijn getrokken worden naar het reeds aanvaarde wetsvoorstel omtrent flexibilisering van het BV-recht: wetsontwerpen als deze maken wijziging van het contract soms noodzakelijk. De hier vermelde bezwaren van werkgeversorganisaties waren destijds niet opgeworpen.10 Tot slot mogen we hier de meerwaarde van de goederenrechtelijke werking niet onvermeld laten. Leveringsformaliteiten blijven namelijk kosten meebrengen. Eerder is de vernieuwing om van geen rechtspersoonlijkheid over te stappen tot optionele rechtspersoonlijkheid als potentieel struikelblok genoemd. Als we kijken naar de flexibilisering van het BV-recht, dan bestaat er vrijwel geen onderscheid tussen de aandeelhouder van een BV en een vennoot in een personenvennootschap. De plicht tot inbreng en volstorting van een oprichtingskapitaal is immers afgeschaft in een geflexibiliseerde BV, terwijl voorheen de aandeelhouders een bedrag van €18.000 moesten storten en de aandelen in een BV niet met arbeid kunnen worden volgestort. Is daarmee het ontbreken van een regeling omtrent een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid wenselijk, aangezien we ons niet mengen in een dogmatisch onaantrekkelijke constructie van de toekenning van rechtspersoonlijkheid aan een contract?11 Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden.

Is dit het einde? Aan het voorgaande kunnen we ten minste de conclusie verbinden dat het wetsvoorstel niet weloverwogen is ingetrokken. De minister heeft ons verleid in een intens voorspel om ons vervolgens de overgang tot gemeenschap koel te ontzeggen. Uiterst onbevredigend. De voltooiing van titel 7.13 BW zou als sluitstuk van het huidige BW het wetgevingsproces sinds 1992 afronden. Toch kan niet gezegd worden dat het wetsvoorstel voor de praktijk van geen nut is. De rechter ziet een fraai uitgekiende regeling voor zich, waarover uitgebreid is gediscussieerd en waarvoor de Tweede Kamer haar standpunt al in positieve heeft uitgesproken. De regelingen waarover eenstemmigheid bestond in beide Kamers kunnen de rechter nopen tot anticiperende rechtspraak als deze moet oordelen in een geschil in personenvennootschap.12

Noten 1 Ontleend aan: Aanhangsel Handelingen II 2011/12, nr. 962. Vragen van het lid Schouw (D66) over de staat van het vennootschapsrecht, ingezonden op 24 november 2011, en antwoord van minister Opstelten, ontvangen op 19 december 2011. 2 Kamerstukken I 2011/12, 31 065, nr. D. 3 Zie M. Kroeze, ‘De ingetrokken wetsvoorstellen over titel 7.13. Een bron van recht’, Ondernemingsrecht 2012/43, p. 1. 4 Kamerstukken II 2002/03, 28 746, nr. 3, p. 1. 5 W.J. Slagter, ‘De toekomst van de personenvennootschap’, Ondernemingsrecht 2012/45, p.1. 6 H.E. Boschma en P.P.D. Mathey-Bal, ‘Zijn de wetsvoorstellen rondom titel 7.13 terecht ingetrokken?’, Ondernemingsrecht 2012/44, p. 1. 7 Kamerstukken I 2011/12, 31 065, nr. D. 8 Zie H.E. Boschma en P.P.D. Mathey-Bal, ‘Zijn de wetsvoorstellen rondom titel 7.13 terecht ingetrokken?’, Ondernemingsrecht 2012/44, pp. 7-8, en de daar vermelde voetnoten. 9 Ibidem, p. 4. 10 W.J. Slagter, ‘De toekomst van de personenvennootschap’, Ondernemingsrecht 2012/45, p.1. 11 Ibidem, pp. 2-3. 12 Zie M. Kroeze, ‘De ingetrokken wetsvoorstellen over titel 7.13. Een bron van recht’, Ondernemingsrecht 2012/43, p. 2.

29


Eigen huis en puin Door Bas Kentie

T

wee mensen uit het idyllische Groningen nemen een besluit om hun huis te verbouwen. Zij sluiten met een aannemer, die voornamelijk Roemeense werknemers heeft, een overeenkomst. De aannemer zal ervoor zorgen dat hun huis uiteindelijk wordt verbouwd tot hun droomhuis. Er waren duidelijke plannen en afspraken gemaakt, dus de bewoners van het huis wachtten met veel vertrouwen af. Tot dusverre verliep alles zeer rustig en gemoedelijk in het Hoge Noorden. In de aanneemovereenkomst hebben de aannemer en de bewoners een aanneemsom van €110.000 vastgelegd. Nadat de bewoners een bedrag €21.322 hadden aanbetaald, kwamen de werknemers opdraven en begonnen zij aan de verbouwing. Op enig moment, in ieder geval snel, bleek dat de al verrichte werkzaamheden in het geheel niet tegemoetkwamen aan de wensen van de bewoners. De bewoners hebben netjes laten weten dat zij ontevreden waren over de werkzaamheden. De aannemer heeft toen zelf nog enige metselwerkzaamheden verricht, en hij heeft enkele dagen later zelf zijn werkzaamheden beëindigd. De verbouwing was echter nog niet afgerond. Het vertrouwen in de aannemer was bij de bewoners verdwenen. Met een beroep op artikel 6:265 BW hebben zij de overeenkomst ontbonden en zij vorderden op grond van artikel 6:272 BW schadevergoeding. Dit geschil had eenvoudig kunnen eindigen, maar in plaats van een gerechtelijke procedure besloten de bewoners te proberen het geschil op een heel andere manier op te lossen. Dit zou uiteindelijk leiden tot uitgebreide gerechtelijke procedures. De dag na de buitengerechtelijke ontbinding hebben de bewoners de website www.eigenhuisenpuin.nl opgericht. Hoogstwaarschijnlijk waren zij teleurgesteld en kwaad. De foto’s op de website kunnen dit enigszins verklaren. Ook al zijn de ergernissen hier en daar wat overdreven geuit, de foto’s liegen er niet om. De werknemers hebben het voor elkaar gekregen een nevengebouw in elkaar te metselen dat onveilig is en op instorten staat. De bewoners schroomden niet om alle verrichte werkzaamheden uitgebreid te bespreken en te tonen. De website werd zelfs een plaats waar derden ook nog hun ergernissen over de aannemer kwijt konden. De foto’s leveren in ieder geval al fatsoenlijk bewijs om schadevergoeding te vorderen op een

30

‘Door kwaad en teleurstelling gedreven, plaatsten de bewoners de naam van de aannemer ook op sites als www. ikbengenaaid.nl’ nette manier, namelijk een gerechtelijke procedure. Door kwaad en teleurstelling gedreven, plaatsten de bewoners de naam van de aannemer ook op sites als www.ikbengenaaid.nl. Uiteraard liet de aannemer niet over zich heen lopen. Hij zinde op wraak en besloot op zijn manier de bewoners in een kwaad daglicht te stellen. De bewoners zijn door onbekende personen benaderd, die reageerden op een advertentie inzake erotisch contact. De bewoners hebben deze advertentie, uiteraard, niet zelf geplaatst. Uit een IP-check is gebleken dat het IP-adres van de plaatser van de seksadvertentie overeenkomt met het IPadres van de aannemer. Ook vermeldt de aannemer op de site van Tros Opgelicht de namen en het adres van de bewoners. De aannemer ziet in dat de voorgevallen feiten redelijk kinderachtig zijn en hij besluit naar de rechter te stappen. Bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Groningen vordert de aannemer de bewoners te veroordelen alle internetpagina’s, webadressen en postings waarbij de bewoners betrokken zijn en waarop onrechtmatige uitingen jegens de aannemer zijn gedaan, te verwijderen en verwijderd te houden. De bewoners vorderen op hun beurt de aannemer te veroordelen tot onthouding van onrechtmatige uitingen jegens hen, waardoor hun eer en goede naam wordt aangetast. Helaas voor beide partijen kan de rechter nog niet tot een inhoudelijk oordeel komen. De bewoners doen een beroep op een procedurele eis. Ingevolge artikel artikel 45 Rv jo artikel 120 Rv is het niet vermelden van de woonplaats


Verdieping

van de eiser (i.c. de aannemer) in de inleidende dagvaarding een gebrek dat nietigheid met zich mee brengt. Ingevolge artikel 122 Rv kan deze nietigheid echter voor gedekt worden verklaard indien de rechter van oordeel is dat het gebrek gedaagden (i.c. de bewoners) niet onredelijk in hun belangen heeft geschaad. De bewoners moeten bij een eventuele proceskostenveroordeling kunnen achterhalen waar de aannemer woonachtig is. De advocaat van de aannemer heeft verklaard niet te zullen instaan voor een eventuele proceskostenveroordeling. De bewoners zijn op onredelijke wijze in hun belangen geschaad, omdat zij niet kunnen achterhalen waar de aannemer woonachtig is.1 Tot zover de procedurele problemen van deze zaak. Enige maanden later proberen de bewoners toch hun schadevergoeding te krijgen en zij verzoeken het College van Arbiters van de Raad van Arbitrage voor de Bouw een scheidsrechterlijk vonnis te wijzen. De arbiter acht alle vorderingen die zien op het verkrijgen van de schadevergoeding in beginsel niet onrechtmatig of ongegrond. De bewoners worden geheel in het gelijk gesteld en zij hebben volgens de arbiter recht op een schadevergoeding ten belope van €62.7661,24.2 Het geschil is beslecht, maar de partijen zijn nog niet uitgeprocedeerd. De beslissing tot schadevergoeding wordt niet meer aangevochten, maar de aannemer voelt zich nog steeds onheus bejegend en probeert in de hogere rechtssferen zijn gelijk te halen. Bij een andere Voorzieningenrechter, weer bij dezelfde Rechtbank Groningen doet de aannemer een beroep op het EVRM. De bewoners hebben de aannemer onder andere gekwalificeerd als ‘bedrieglijk persoon’, ‘een zichzelf noemende aannemer’ en een ‘boef’, wat voor hem reden genoeg is een beroep te doen op het recht op bescherming van eer of goede

‘De bewoners noemden de aannemer onder andere een ‘bedrieglijk persoon’ en een ‘boef’ naam. Dit is een klassiek geval van botsende grondrechten; de aannemer vordert herstel van de eer of goede naam, maar dit houdt automatisch een beperking in van recht op vrijheid van meningsuiting, neergelegd in artikel 10 van het EVRM. De Voorzieningenrechter komt uiteindelijk tot een tweeledig oordeel. De uitingen die betrekking hebben op een beschrijving van de geheel mislukte verbouwing zijn niet onrechtmatig. Voor zover termen zijn gebezigd als een ‘bedrieglijk persoon’, ‘een zichzelf noemende aannemer’ en een ‘boef’, komt de rechter tot het oordeel dat deze bezwaarlijk als zeer krenkend en als een zodanige aantasting van de eer en goede naam van de aannemer aan te merken zijn, dat deze onrechtmatig jegens de aannemer zijn. Vervolgens komt de rechter tot het m.i. onbegrijpelijke oordeel, dat de vorderingen van de aannemer, herstel van de eer en goede naam, toch niet toewijsbaar zijn. De aannemer is niet in staat geacht de onrechtmatige uitlatingen jegens hem nader te concretiseren. Dit zou erop kunnen wijzen dat het einde van de procedures tussen deze partijen nog niet in zicht is.3 Wat begon met een overeenkomst die buitengerechtelijk ontbonden kon worden, resulteerde in een juridische nasleep waarvan het einde nog niet in zicht is. Partijen staan nog onder aan de gerechtelijke trap. Er kunnen nog vele jaren overheen gaan voordat er een definitieve uitspraak komt die een einde moet maken aan alle problemen tussen de aannemer en de bewoners.

Noten 1 Voorzieningenrechter Rechtbank Groningen 7 maart 2011, LJN: BV6091. 2 College van Arbiters van de Raad van Arbitrage voor de Bouw 18 juli 2011, nr. 30.964. 3 Voorzieningenrechter Rechtbank Groningen 25 november 2011, LJN: BV5602.

31


De centrale belangenbehartiger van Amsterdamse studenten

‘Foutje’ UvA kost studenten duizenden euro’s Minstens vijftig UvA-studenten ontvingen sinds december

ASVA liet het hier niet bij zitten en eiste compensatie voor

een alarmerende brief. Wegens een fout van de UvA dien-

iedere student. Om dit voor elkaar te krijgen heeft ASVA di-

den zij alsnog instellingscollegegeld te betalen voor het

rect contact gezocht met de UvA om de onderste steen bo-

huidige collegejaar. Dit terwijl deze studenten in september

ven te krijgen. Ook organiseerde ASVA een voorlichtings-

nog was verzekerd dat zij tegen het wettelijk collegegeldta-

avond waar gedupeerde studenten werden bijgepraat over

rief aan de UvA mochten studeren. De ASVA studentenunie

de stand van zaken. Advocaat Maarten Kalwiek was hierbij

sprong op de bres voor deze studenten. Met succes.

aanwezig om de jurisprudentie door te nemen. Het ASVA rechtsbureau heeft vervolgens een standaardbezwaar op-

Op het rechtsbureau van ASVA kwamen in februari binnen enkele dagen opvallend

gesteld dat iedere student kon invullen. Inmiddels is er voor alle gedupeerde studen-

gelijkende berichten binnen van

ten die niet juist zijn geïnformeerd

bezorgde studenten. Vol-

een uitzondering gemaakt en

gens de UvA moesten zij met

kunnen zij tegen het wet-

terugwerkende

telijk collegegeld het

kracht instellings-

studiejaar afmaken.

collegegeld gaan betalen

voor

Naar aanleiding

het onderwijs

van deze zaak

dat zij vol-

heeft de UvA

gen. Dit zou

enkele

betekenen

passingen

dat iedere

doorgevoerd

student

in de beta-

duizenden

lingsmodule,

euro’s

ex-

maar de uni-

tra zou gaan betalen.

aan-

versiteit ‘’kan

Het

de

instellingscol-

juistheid,

volledigheid, en

legegeld kan aan

actualiteit van de

de UvA oplopen

informatie niet ga-

tot meer dan 10.000

randeren’’. Studenten

euro per jaar.

die een tweede studie willen gaan volgen kunnen dus

Alsof dat nog niet genoeg is, legde de UvA de schuld doodleuk neer bij

maar beter geen gebruik maken van deze ‘service’.

de studenten zelf. Zij zouden zich niet goed hebben geïnformeerd en daarom verantwoordelijk zijn voor

Rechtsbureau zoekt versterking

hun eigen financiële strop. De studenten bleken echter

Studeer jij Rechten en wil je al die juridische kennis ein-

verkeerd te zijn voorgelicht, want zowel studieadviseurs

delijk eens gaan toepassen? Het ASVA rechtsbureau helpt

als de online betalingsmodule, waar je zelf kunt uitreke-

studenten met allerhande rechtsproblemen en is altijd

nen hoe veel collegegeld je moet betalen, gaven aan dat

op zoek naar verse krachten! Ga naar ASVA.nl/vacatures

er slechts 1.700 euro aan collegegeld diende te worden be-

voor meer informatie.

taald. De schuldige bleek de UvA zelf. Een fout in de betalingsmodule was de grote boosdoener.

32


Verdieping

Pas op met wat je je werkgever toewenst op sociale media! Door Melle Timmers

H

oe ver mag je als werknemer gaan met uitlatingen op Facebook? Een tweetal recente rechterlijke uitspraken toont aan dat negatieve uitspraken ten opzichte van de werkgever een dringende reden voor ontslag kunnen opleveren.

Allereerst een zaak waarin een werknemer zijn verzoek tot een voorschot door zijn werkgever Blokker niet ziet worden gehonoreerd. Vervolgens laat hij zich negatief uit over zijn werkgever op zijn Facebookpagina, waarna zijn werkgever hem schriftelijk waarschuwt dergelijk gedrag in de toekomst niet meer te zullen tolereren. Lichtelijk gefrustreerd post de werknemer de volgende statusupdate op zijn Facebookprofiel: “blokker wat een hoerebedrijf spijt dak er ben gaan werken en die mensen ook d er werken vooral me teamleider wat een gore achter de ellebogen nijmegseple nep wout je ken aan die kkstreken van hem wel merken dat hij uit nijmegen ko en wout uis geweest de hoerestumperd ooit komt mijn dag en geloof me dan st ze te janken kkhomo,s.”1 

op Facebook heeft geconfronteerd, meent hij dat de gewraakte teksten onder zijn recht op vrijheid van meningsuiting vallen. Blokker is van mening dat hij zich met zijn gedrag niet als een goed werknemer in de zin van art. 7:611 BW heeft gedragen en verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst wegens

‘Volgens de kantonrechter heeft de grove belediging op Facebook niets met vrijheid van meningsuiting te maken’

Een collega van de werknemer die op Facebook tot zijn vrienden behoort licht na kennis te hebben genomen van zijn uitlatingen Blokker in. Nadat Blokker de werknemer met zijn uitlatingen

33


dringende reden te ontbinden. Volgens de kantonrechter heeft de grove belediging op Facebook niets met vrijheid van meningsuiting te maken. Ook kan de werknemer zich er niet op beroepen dat zijn Facebookprofiel tot zijn privédomein behoort, aangezien volgens de kantonrechter het privékarakter van Facebook betrekkelijk is, evenals het begrip ‘vrienden’ op dit sociale medium.2 Aldus bepaalt de kantonrechter dat van Blokker niet kan worden gevergd dat de arbeidsrelatie wordt voortgezet en dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen per direct wordt ontbonden. Aangezien de werknemer was gewaarschuwd wordt een vergoeding afgewezen. Het feit dat ook anderen via Facebookvrienden van zijn uitingen over Blokker op de hoogte kunnen komen, noemt de rechter, doordat de Facebook- en Twitterpagina van de werknemer zijn gekoppeld, “het risico van re-tweeten”.3

Bedrijven hebben geanticipeerd op toewensingen via sociale media door speciale reglementen op te stellen voor het gebruik van sociale media door hun werknemers.7 Bedrijven die niet beschikken over een specifiek reglement kunnen terugvallen op een algemene gedragscode dan wel standaard protocol om negatieve uitingen van werknemers tegen te gaan. Denkbaar is dat niet alleen werknemers, maar ook studenten last kunnen ondervinden van uitlatingen jegens hun professoren op sociale media. Mocht je zo nodig je gal willen spuwen over een inspiratieloos hoorcollege door een gastdocent, zorg dan dat je tweets zijn afgeschermd. Anders kan het gebeuren dat je nooit de kans zult krijgen je toekomstig werkgever online te beledigen doordat je nooit je diploma hebt behaald na een schorsing om een offensive tweet op de universiteit…

Nog geen maand later opnieuw een gerelateerde uitspraak. Een hulpmonteur van vloerverwarming laat zich op Facebook discriminerend uit over een directe collega, onder meer door de update “Ja hoor mag je morgen weer met die zwarte mee jezus zeg gvd moet lekker doorgaan zo dan ben ik er gauw klaar mee # JK” op zijn profiel te plaatsen.4 Ook zou de werknemer tijdens zijn werkzaamheden bij een klant thuis zonder toestemming snoep uit een keukenkastje hebben gepakt en is hij nadien door zijn werkgever hiervoor gewaarschuwd. Deze waarschuwing in combinatie met de berichten op Facebook leiden er volgens de werkgever toe dat een ernstige vertrouwensbreuk is ontstaan. Bij de kantonrechter wordt een ontbindingsverzoek van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen ingediend door de werkgever.

Noten 1 Rechtbank Arnhem 19 maart 2012, LJN BV9483, r.o. 2.2. 2 Rechtbank Arnhem 19 maart 2012, LJN BV9483, r.o. 2.5. 3 Folkert Jensma, ‘#$^^%*Baas!@theoffice’, NRC-Next, 9 mei 2012. 4 Rechtbank Arnhem 11 april 2012, LJN BW2006, r.o. 2.5. 5 Rechtbank Arnhem 11 april 2012, LJN BW2006, r.o. 4.4. 6 Rechtbank Arnhem 11 april 2012, LJN BW2006, r.o. 4.6 t/m 4.7. 7 Martine Huijbregts, ‘Een online frustratietje kan grote gevolgen hebben’, NRC-Next, 9 mei 2012.

Met zijn negatieve en discriminerende uitlatingen heeft de werknemer volgens de kantonrechter zeer laakbaar gehandeld.5 Het incident met het snoep wordt afgedaan als een verklaring ‘van horen zeggen’ en is derhalve niet van doorslaggevende betekenis. De kantonrechter maakt duidelijk dat in het algemeen kwetsende uitlatingen op Facebook onvoldoende zijn om een dringende reden voor ontbinding van een arbeidsovereenkomst aan te nemen, zonder dat eerst een laatste waarschuwing aan een werknemer is gegeven. Echter is volgens de kantonrechter de vertrouwensrelatie tussen partijen wel zodanig geschaad dat de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden wegens wijziging in de omstandigheden in de zin van art. 7:685 BW.6 De hulpmonteur krijgt door het ontbreken van de laatste waarschuwing wel een reguliere ontslagvergoeding mee.

34


Verdieping

Bangalijst: straffen of niet? Door Salima Guettache

B

anga – een term die ons in eerste instantie doet denken aan de beruchte feestjes van Silvio Berlusconi, heeft nu ook zijn weerslag in Nederland: namelijk in de vorm van de zogenaamde bangalijst. Banga is straattaal voor slet of hoer en de bangalijst bestaat dan ook – je raadt het al – uit de top 10 sletten. Typisch iets voor de jeugd van tegenwoordig zou je denken. Deze vorm van pesterij wordt echter een stuk serieuzer nu deze lijsten openbaar worden gemaakt via de bekende social media zoals Hyves, Twitter en Facebook. Erg pijnlijk wanneer heel de wereld jouw reputatie als slet kent. De politie roept slachtoffers daarom op tot aangifte. Maar moeten we de makers van bangalijsten eigenlijk wel bestraffen? De politie meent in ieder geval van wel. Meerdere malen liet de politie via de media weten dat het zeer belangrijk is om aangifte te doen, wanneer je als tiener jouw naam op een bangalijst treft. Het maken van zo een lijst is namelijk strafbaar gesteld als smaad of laster, in de artikelen 261 en 262 van het Wetboek van Strafrecht.1 Op de website ‘vraaghetdepolitie.nl’ staat aangegeven hoe men het beste aangifte kan doen. Hoewel de politie zich graag wil inzetten voor de slachtoffers, laat het op zijn site toch weten dat niet elk slachtoffer daadwerkelijk geholpen kan worden. Het is namelijk nog maar de vraag of de bangalijst zich genoeg kenmerkt als smaad dan wel laster. Daarnaast is het niet zeker of de daders opgespoord kunnen worden.

‘We moeten uitkijken dat we niet te hyperig gaan doen over die lijsten’ Doe geen aangifte! De Raad van Korpschefs waarschuwt dan ook dat het een zeer moeilijke klus zal worden voor de politie om de bangadaders op te sporen. Nu het gaat om lijsten die verspreid worden via het

internet, kunnen de daders alleen worden opgespoord wanneer de politie alle afzonderlijke ip-adressen zal achterhalen. Hier zal een enorm team rechercheurs voor nodig zijn.2 Verder is het niet helemaal duidelijk of een bangalijst aan kan worden gemerkt als smaad of laster. Het enkel opstellen van een lijst met namen kan immers niet strafbaar worden gesteld. De Raad stelt dat de slachtoffers van de bangalijsten dus niet meteen aangifte moeten doen bij de politie. Echter, wanneer er sprake is van een grove privacyschending of bedreiging meent de Raad wel dat de politie een belangrijke rol kan spelen. ‘Maar we moeten uitkijken dat we niet te hyperig gaan doen over die lijsten,’ aldus een woordvoerder van de Raad van Korpschefs.3 Hyperig of niet, een bangalijst kan nare gevolgen hebben voor tieners. Zo pleegde een 13-jarig meisje zelfmoord, kort nadat ze vermeld werd als banga. Maar al gauw bleek dat dit meisje uit Pijnacker vele problemen had op school en in haar privéleven. Deze schrikwekkende actie bleek uiteindelijk niets met haar naam in een bangalijst te maken hebben.4 Mediahype Mediawetenschapper Peter Vasterman trekt de conclusie dat de bangalijst een mediahype is.5 Het aantal bangalijsten is niet zo groot, dus waarom zouden we er zo een punt van maken? De media versterkt het effect van deze lijsten alleen maar. De zelfmoordactie van het meisje uit Pijnacker werd immers door de media gekoppeld aan de bangalijst, terwijl de lijst er vrij weinig mee te maken had. Ook mediaonderzoeker Linda Duits meent dat de consequenties van de bangalijst sterk worden overdreven.

35


Ze stelt namelijk dat pesterijen nou eenmaal horen bij de jeugd.6 Straffen? Moeten we de makers van de bangalijsten nu bestraffen? Ik denk het niet. Zulke grote gevolgen heeft het verspreiden van deze lijsten immers niet gehad. Deze vorm van pesterij aanpakken via het strafrecht zal onevenredig zijn. Slachtoffers zullen bovendien beter terecht kunnen bij de school of bepaalde vertrouwenspersonen in de omgeving dan bij de politie. De vraag rijst immers of we de daders überhaupt kunnen bestraffen. Voor de politie is het een bijna onmogelijke taak om de daders op te sporen, nu het gaat om digitaal verspreide lijsten. Bovendien zal niet elke bangalijst onder de reikwijdte van de artikelen 261 of 262 van het Wetboek van Strafrecht vallen. Het strafrecht zal dus niet veel opleveren voor onze getroffen tienermeisjes.

36

Noten 1 Wet van 3 maart 1881, Stb. 35, zoals deze wet laatstelijk is gewijzigd bij de Wet van 28 oktober 2010, Stb. 2011, 24. 2 ‘Die meid doet alles voor 3 eu’, Trouw 31 maart 2012, http://www.trouw.nl/tr/nl/5133/Media-technologie/article/ detail/3234127/2012/03/31/Die-meid-doet-alles-voor-3-eu. dhtml. 3 ‘Korpschefs: niet meteen naar de politie om bangalijst’, Volkskrant 31 maart 2012, http://www.volkskrant.nl/vk/ nl/2686/Binnenland/article/detail/3234122/2012/03/31/ Korpschefs-niet-meteen-naar-politie-om-bangalijst.dhtml. 4 ‘Bangalijst reden voor zelfmoord? Bullshit!’, Algemeen Dagblad, 29 maart 2012, http://www.ad.nl/ad/nl/1040/DenHaag/article/detail/3233091/2012/03/29/Bangalijst-redenvoor-zelfmoord-Bullshit.dhtml. 5 Evelien Flink, ‘Consequenties bangalijst worden flink overdreven’, Volkskrant, 31 maart 2012, http://www.volkskrant. nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/3233759/2012/03/31/ Consequenties-bangalijst-worden-flink-overdreven.dhtml. 6 Ibid.


Verdieping

Over pedofilie Door Vincent de Haan

D

it artikel beoogt niet te pleiten voor het legaliseren van pedofilie, noch aan te zetten tot het begaan van strafbare feiten. Het doel is de bij velen reeds bestaande gedachten te nuanceren. Inleiding Sinds de Amsterdamse zedenzaak is in de media het idee ontstaan dat seks met kinderen het ergst denkbare misdrijf is. Wie het Wetboek van Strafrecht leest, ziet dat de wetgever het weliswaar als een ernstig misdrijf gezien heeft, maar, blijkens het strafmaximum, niet als het ergst denkbare. Niet alleen over de strafwaardigheid, maar ook over de persoonlijkheid van de daders (of verdachten) is weinig goeds te horen in de media. Pedofielen zouden beesten zijn, viezerds, psychopaten en wie weet wat nog meer. Met name daartegen wil ik mij richten in dit artikel, om een drietal redenen: ten eerste, zoals elke advocaat desgevraagd verklaart, kunnen ook goede mensen slechte dingen doen, maar ten tweede, omdat ik er soms aan twijfel of seks met kinderen wel altijd slecht is, en ten derde, omdat – zelfs áls seks met kinderen slecht is – maar weinigen goed kunnen beargumenteren waarom precies.

Voor ik een verhandeling over een onderwerp dat zo gevoelig is begin, moet ik eerst definiëren wat ik onder pedofilie versta. Pedofilie is het seksueel contact tussen een volwassene en een kind dat nog niet geslachtsrijp is. Technisch gezien behoort ook het platonisch beminnen van een kind tot pedofilie, maar dat zal ik hier buiten beschouwing laten. Ook geen pedofilie is de relatie tussen een 20-jarige loverboy en zijn 15-jarige vriendinnetje; naar de letter van de wet is dat wel het geval, maar die situatie verschilt zozeer van het onderwerp dat ik hier behandel, dat die een eigen verhandeling behoeft en dus hier buiten beschouwing blijft. Bovendien ga ik er bij het volgende vanuit dat er geen fysieke dwang plaatsvindt. Een kind dwingen tot seks is, evenals een volwassenen daartoe dwingen, verkrachting en om andere redenen strafbaar gesteld. Ook het fysiek beschadigen van een kind door seks is om andere redenen strafbaar gesteld, als mishandeling. Sommigen zullen zeggen dat een kind nooit iets vrijwillig doet, zeker niet in relatie tot zijn ouders, en dat er dus altijd dwang is. Deze dwang is echter niet fysiek, maar geestelijk, en is algemeen geaccepteerd. Niemand zal de ouders die hun kind sommeren de afwas te doen, betichten van mishandeling, en het kind dat de auto wast in ruil voor een kleine beloning,

37


wordt geacht een goede opvoeding te genieten. Als het om seks gaat, is dat ineens anders, volgens velen, en hoe dat komt, zal hierna duidelijk worden. Het schadebeginsel Waarom is pedofilie strafbaar? Vraag het een willekeurige voorbijganger en er volgen grofweg twee antwoorden: 1. het is schadelijk voor het kind, of 2. het is “gewoon” vies. Met dat eerste antwoord knoopt de voorbijganger aan bij het schadebeginsel – dat is mijns inziens de juiste maatstaf – zoals geformuleerd door John Stuart Mill: alles is geoorloofd, zolang het geen schade aan anderen toebrengt. Het schadebeginsel is het uitgangspunt van het Nederlandse strafrecht en heeft geleid tot onder meer de decriminalisering van homoseksualiteit en de vrijheid van godsdienst en meningsuiting. Ook op pedofilie kan het toegepast worden: als pedofilie schadelijk is, moet het verboden worden. Is pedofilie dan schadelijk? Ja, natuurlijk, zegt de voorbijganger, maar op de vraag waarom, moet hij het antwoord schuldig blijven. “Dat is gewoon zo,” of: “Daar is een kind toch niet voor gemaakt,” is vaak het beste wat er uitkomt. Als dingen “gewoon zo” zijn, is dat vaak het moment om eens goed na te denken.

38

‘Men hoeft de televisie maar aan te zetten of er zijn getraumatiseerde slachtoffers van pedofilie te zien’ Uit psychologisch onderzoek blijkt dat mensen de kans dat ze een bepaalde aandoening krijgen, hoger inschatten als ze met die aandoening (via de media) in contact zijn gekomen. Als een filmster aan kanker overlijdt, en men vraagt mensen hoe groot de kans is dat ze zelf aan kanker overlijden, zullen ze een hoger percentage noemen dan een maand daarvoor. Als er net een vliegtuig is neergestort, schatten ze de gevaren van een vliegreis (onrealistisch) hoog in. Men hoeft de televisie maar aan te zetten of er zijn getraumatiseerde slachtoffers van pedofilie te zien. Het is dus heel begrijpelijk dat de gemiddelde Nederlander denkt


Verdieping

dat pedofilie een bijzonder schadelijke bezigheid is – dat het begrijpelijk is, wil nog niet zeggen dat het waar is. In de geneeskunde is het nog wel eens moeilijk om causaal verband vast te stellen. Iemand heeft koorts en er zijn bacteriën in zijn lichaam gevonden die er eerst nog niet waren. Is de koorts nu de oorzaak van de bacteriën? Een experiment kan uitkomst bieden: dien sommige gezonde mensen die bacteriën toe, en anderen niet, en kijk welke er koorts krijgen. Om ethische redenen zijn dergelijke experimenten vaak niet uitvoerbaar, zeker niet als het om ernstige aandoeningen gaan. Met een correlatie kan men echter ook tevreden zijn: als mensen mét bacteriën koorts hebben, en mensen zónder bacteriën geen koorts, hebben die bacteriën waarschijnlijk wat met die koorts te maken. Ten aanzien van pedofilie en geestelijk letsel is er echter een statistisch probleem: om een correlatie vast te stellen, moeten we een groep mensen hebben met pedofiele ervaringen, en tellen hoeveel daarvan getraumatiseerd zijn. Probleem: waar vindt men zo’n groep? Mensen die een aangename of neutrale pedofiele ervaring hebben gehad, staan waarschijnlijk niet te popelen om zich te melden voor wetenschappelijk onderzoek. Zij koesteren hun herinnering in stilte en houden zich op de vlakte in het maatschappelijk debat. Degenen die we wel zien, zijn degenen die wel getraumatiseerd zijn, maar het is onmogelijk vast te stellen hoe groot hun aandeel is in het totaal. (Ter analogie: wie in een skigebied op de EHBO gaat kijken, krijgt de indruk dat skiën levensgevaarlijk is en ellendig bovendien, maar wie naar de après ski gaat, krijgt een heel andere indruk. Het verschil met skiën en pedofilie is dat mensen over skiën durven te praten, over pedofilie niet.) Interpretatie Het blijkt dus moeilijk – maar misschien niet onmogelijk – om statistische informatie te verzamelen over de schadelijkheid van pedofilie. Men zou zich echter ook in kunnen leven in het kind, en kunnen proberen te begrijpen waar mogelijke schade door veroorzaakt zou kunnen worden. Wie zich echt inleeft in het kind – en het kind daarbij niet beschouwt als een kleine volwassene – zal zien dat dit behoorlijk moeilijk is. Waarom zou het kind het naar vinden om seksuele handelingen te verrichten met een volwassene? Niet omdat het seksuele handelingen zijn, want een kind weet niet wat dat betekent. Het zal de handelingen beoordelen op de hoeveelheid pijn en plezier die ze met zich meebrengen, of het zal zeggen: “Ik ga die piemel niet aanraken, want daar komt plas uit, en dat is vies.”

Wie zich dat realiseert, heeft zich al goed in het kind ingeleefd. Hij realiseert zich dan ook dat dit probleem gemakkelijk te verhelpen is door (in aanwezigheid van het kind) de penis te wassen. Het kan zelfs nog verder gaan: als het kind telkens na een pedofiele ervaring een snoepje krijgt – of een nieuwe spelcomputer – dan ligt het voor de hand dat hij al enthousiast wordt als zijn pedofiel de broek losmaakt. Dat is, althans, de conditionering die volgens Pavlov op zou treden. Maar later leert het kind toch dat dit niet hoort? Dat is waar. Dat leert het kind later. Dan kan men zich afvragen, waardoor het trauma dan is ontstaan: door de pedofilie, of door kennisname van de maatschappelijke opvatting daarover. Dat is een moeilijke vraag, waar gedegen onderzoek naar uitgevoerd zou moeten worden. Hier springen echter twee zaken in het oog: de Amsterdamse zedenzaak en de schandalen uit de Katholieke Kerk.

‘Het is niet ondenkbaar dat de maatschappij meer schade toebrengt dan de pedofiele ervaring’

Robert M. wordt ervan verdacht een groot aantal kinderen te hebben ‘misbruikt’. Deze kinderen waren allemaal erg jong, en het is zeer de vraag of zij zich dit later zullen herinneren. Hun ouders zullen dat echter zeker wel. Ook de kranten en zelfs de juridische studieboeken zullen deze kinderen niet vergeten. Hoe zou het zijn om op te groeien en te leren dat er iets met je gebeurd is, waar je zelf niets meer van weet, maar wat volgens de maatschappij het ergste is wat je had kunnen overkomen? Ik kan me goed voorstellen dat een mens dáár psychische problemen van krijgt. Deze kinderen zullen vermoedelijk hun hele jeugd van psycholoog naar psycholoog gesleept worden, en elke afwijking in hun gedrag zal geduid worden als een symptoom.

39


Het is niet ondenkbaar dat dat meer schade toebrengt dan de pedofiele ervaring, die ze zich niet eens kunnen herinneren. De vraag dringt zich dan op wie daar de oorzaak van is: de pedofiel of de maatschappij? Dat een dergelijk verschijnsel niet ondenkbaar is, is te zien aan het schandaal rond de Katholieke Kerk. Enkele decennia geleden hebben vele kinderen daar pedofiele ervaringen opgedaan. Recentelijk is dit aan het licht gekomen, en sindsdien melden zich steeds meer slachtoffers. Zonder verdere informatie kan men hier op twee manieren over denken: òf de slachtoffers waren altijd al getraumatiseerd en melden zich pas nu, òf de slachtoffers worden nu met terugwerkende kracht getraumatiseerd. (Een derde denkwijze, overigens, voor de kwaadwillenden onder ons: òf de slachtoffers zien een mogelijkheid er wat aan te verdienen.) Deze hypothesen zijn te toetsen, maar het is tekenend dat daar in de media geen aandacht aan wordt besteed. Het verhaal van het slachtoffer wordt voor zoete koek geslikt – en natuurlijk, het kan waar zijn, maar even goed ook niet.

‘Met kleine schokjes, alsof een fietspomp er steeds een beetje meer lucht in blies, werd die groter en langzaam kwam-ie omhoog’ Positieve ervaringen Tot nu toe heb ik slechts het idee dat pedofilie schadelijk is voor een kind in twijfel getrokken. Ik heb laten zien dat de schadelijkheid moeilijker is vast te stellen dan op het eerste gezicht lijkt, en dat gevonden schade ook wel eens door de maatschappij veroorzaakt zou kunnen zijn. Aantonen dat pedofilie geheel onschadelijk is, kan ik echter evenmin. Tot zo ver zou het dus redelijk zijn om geen risico’s te nemen, en pedofilie uit voorzorg te verbieden. Ik heb immers nog geen enkele aandacht besteed aan de mogelijke voordelen voor het

40

kind. In deze tijd, waarin iedereen zo’n sterke afkeer heeft van pedofilie, is het moeilijk voor te stellen dat kinderen dit niet alleen kunnen ervaren, maar er ook van kunnen genieten. Toch beschrijft Ted van Lieshout in zijn recent verschenen boek Mijn Meneer hoe hij als elfjarig jongetje een zomer lang een relatie had met een volwassen man. Wie het boek leest – dat overigens briljant geschreven is – ziet veel van het bovenstaande terugkomen: niet de seksualiteit schrok hem af, maar de maatschappij; niet de penis schrok hem af, maar de vieze plas die eruit kwam. Het boek is goed omdat het geschreven is vanuit het perspectief van een elfjarige, en omdat Van Lieshout erin geslaagd is het boek niet te vervuilen met volwassen interpretaties. Wie het leest, kan zich goed voorstellen dat hij er destijds oprecht van genoten heeft – hoewel op een andere manier dan zijn pedofiel dat deed. Ik citeer: “Ik keek naar zijn piemel. Ik zag dat die bewoog. Met kleine schokjes, alsof een fietspomp er steeds een beetje meer lucht in blies, werd die groter en langzaam kwam-ie omhoog. Het idee dat dat door mij kwam maakte me ongelooflijk trots. Dat ik in staat was om ervoor te zorgen dat een grote man een stijve kreeg, dat was een soort wonder. Er zijn geen andere kinderen die dat kunnen, dacht ik. Toen heb ik net zo lang gevoeld aan zijn ding tot hij helemaal stijf was.”1 Dit is één verhaal, ontleend aan een boek dat toch in de eerste instantie bedoeld is als literatuur. De actualiteit bracht onlangs echter een ander sprekend voorbeeld, met waarschijnlijk meer dan 100 ‘slachtoffers’: de pedofiel uit Westkapelle. Hij zou gedurende 30 jaar met meer dan 100 kinderen seksuele handelingen hebben verricht, en het hele dorp wist ervan! Hij plakte ook hun banden en iedereen vond hem aardig. Hij was een soort klusjesman. Het is opmerkelijk dat deze zedenzaak, die in omvang minstens vergelijkbaar is met de Amsterdamse, zo snel uit de publiciteit verdwenen is. De vriendelijke behulpzame Zeeuwse pedofiel is blijkbaar een stuk minder mediageniek dan het Amsterdamse monster uit Wit-Rusland. Communitarisme Tot nu toe ben ik ervan uitgegaan dat het schadebeginsel de maatstaf was waaraan pedofilie moest worden afgemeten. Dat leidde tot een uitgebreide discussie over causaliteit en schade, die mijns inziens waardevol is, maar die waarschijnlijk buiten de academische wereld weinig waardering zal krijgen. Sommigen zijn echter helemaal niet geïnteresseerd in schade; zij vinden,


Verdieping

zoals gezegd, pedofilie “gewoon vies” en om die reden zou het verboden moeten worden. Wat zou er gebeuren als op basis van de bovenstaande discussie over causaliteit de wijze mannen en vrouwen die ons land besturen, zouden besluiten pedofilie te legaliseren? Vermoedelijk zou het aantal geweldsdelicten tegen pedofielen schrikbarend toenemen. De politici die hiervoor verantwoordelijk zouden zijn, zouden onmiddellijk politieke zelfmoord plegen, om nog maar te zwijgen over de bedreigingen van hun leven. De gevolgen die ik hier schets zijn niet illusoir. Een veroordeelde pedofiel die zijn straf heeft uitgezeten, kan ook nu al moeilijkheden verwachten met het vinden van een woning. Zelfs na zijn gevangenisstraf, die zowel vergelding als tijdverloop met zich meegebracht heeft, wekt een pedofiel bij velen grote agressie op. Wij, juristen, vinden die mensen onredelijk. Eigenrichting is verboden, en terecht. Toch zijn deze mensen er wel, en ze zijn talrijk, en over het algemeen zijn het weldenkende mensen. “En als deze redelijke mensen geloven dat een gedraging immoreel is, en menen dat – ongeacht of die mening juist is of onjuist [...] – geen ander weldenkend lid van zijn gemeenschap daar anders over kan denken, dan is deze handeling wat betreft het recht immoreel.” In de context van pedofilie klinkt dit best aannemelijk, maar dit is een citaat uit The Enforcement of Morals2, waarin Patrick Devlin betoogt dat homoseksualiteit strafrechtelijk verboden moet worden in Engeland. Niet relevant is of dat standpunt met redenen omkleed is; het gaat slechts om de vraag of het gedragen wordt door ‘the man in the street’. Deze tekst uit 1965 leest tegenwoordig wat onnatuurlijk, omdat in de academische wereld – niet overal daarbuiten – homoseksualiteit volledig geaccepteerd is. Vervang homoechter door pedo- en de tekst wordt weer volledig actueel. Dat is opmerkelijk, omdat het argument – de meerderheid vindt het slecht, dus moet het verboden worden – op gespannen voet staat met het liberalisme waarop onze grondrechten gestoeld zijn. In bijvoorbeeld Somalië vindt de meerderheid – ‘the man in the street’ – homoseksualiteit verwerpelijk. Volgens deze redenering is het vanzelfsprekend dat men daar – niet hier – homoseksualiteit strafbaar stelt. Wie zijn wij om daar kritiek op te leveren? Zo is het ook denkbaar dat pedofilie in een andere maatschappij, misschien die van de Oude Grieken, of die van ons over 100 jaar, volledig geaccepteerd is. Zo kom ik tot de wonderlijke conclusie dat de beste rechtvaardiging voor het verbod op pedofilie te vinden is in een communitaristische theorie, die tegelijkertijd een verbod op homoseksualiteit in

Somalië rechtvaardigt. Zijn wij wel zo liberaal als we beweren? Determinisme Toen ik mensen vertelde dat ik aan dit artikel werkte, kreeg ik vaak de reactie: “Dan ga je zeker dat boek van Dick Swaab erbij betrekken?” Hoe vaker dat gebeurde, hoe meer het mij stoorde, en dat dwingt mij ertoe dit boek toch niet ongenoemd te laten, om een gigantisch misverstand uit de weg te ruimen. In zijn boek Wij zijn ons brein legt Swaab uit dat er goede aanwijzingen zijn dat pedofilie is aangeboren. Wat betekent dat voor de wenselijkheid van pedofielen? Helemaal niets. Als pedofilie schadelijk is, moeten pedofielen nog steeds aan de samenleving onttrokken worden. Iemand die gevaarlijk is, moet worden opgesloten, of hij er nu wat aan kan doen of niet. Dit kan wel een rol spelen bij de plek waar hij wordt opgesloten – een gevangenis of een psychiatrisch ziekenhuis. Deze discussie raakt echter niet aan de veel essentiëlere vraag die ik aan de orde heb willen stellen: waarom is pedofilie eigenlijk onwenselijk? Conclusie In dit artikel heb ik geprobeerd een ander licht te laten schijnen pedofilie, een onderwerp waar iedereen een mening over lijkt te hebben, maar waar slechts weinigen goed over hebben nagedacht. Het is geen pleidooi voor of tegen strafbaarstelling. Het is slechts bedoeld als handvat om verdere discussie op gang te brengen. Ik ben ervan overtuigd dat de lezer zich meermalen geconfronteerd heeft gezien met argumentatie die eerder nog niet in hem was opgekomen, en ik hoop dat deze confrontatie leidt tot een genuanceerdere opvatting over pedofilie. Zelf zie ik pedofielen graag als mensen die de wet hebben overtreden, maar niet als slechte mensen – tot het vellen van een dergelijk waardeoordeel acht ik mijzelf niet in staat.

Noten 1 Van Lieshout, T.A., Mijn Meneer, Amsterdam: Querido, 2012. 2 Devlin, P.A., The Enforcement of Morals, Oxford: Oxford University Press, 1965.

41


Het Eindfeest - De Gouden editie

42


Eindborrel

43


elke dag ontmoeten ze elkaar bij de koffie

onze bibliotheek is de perfecte plek om je scriptie te schrijven

Kennismaken met De Brauw “ Wat is de beste manier om De Brauw goed te leren kennen?”

“Een studentstage is volgens ons de ideale manier om kennis te maken. Jij leert ons beter kennen, en wij jou. Van uur tot uur maak je mee wat het werk in de praktijk precies inhoudt. Dat kan in Amsterdam, maar ook op één van onze kantoren in het buitenland. Ook kun je op kantoor je scriptie schrijven. Je kunt dan gebruik maken van al ons bronnenmateriaal. Daarnaast hebben we plek voor studerend medewerkers, bieden we oriënterende gesprekken aan en organiseren we interessante business courses.” werkenbijdebrauw.nl


Nota Bene juni editie 2011-2012  

De Nota Bene is het verenigingsblad van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten (JFAS) en wordt vier maal per jaar uitgegeven.

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you