Issuu on Google+

NOTA BENE Internet nummer 35 januari 2014 jaargang 21

R


Link up. Vind je het een spannende uitdaging om hechte relaties op te bouwen met gerenommeerde, internationale cliënten? Wil je de grenzen van je praktijkgebied verleggen naar een breed spectrum van sectoren? Heb je het talent, inzicht én de energie om de meest complexe transacties succesvol af te ronden? Link dan met Linklaters! Wij zijn een wereldwijd, toonaangevend kantoor met advocaten, notarissen en fiscalisten. We zijn altijd op zoek naar jong toptalent. Dus als jij carrière wilt maken in een open en toegankelijke omgeving, waarin pragmatisme en vernieuwend denken centraal staan, bekijk dan onze stagemogelijkheden en vacatures op www.linklatersgraduates.nl


HOOFDREDACTIONEEL

In de tweede helft van de negentiger jaren, toen computers nog niet automatisch met het internet verbonden waren, had men inbelverbindingen. Het toen nieuwe wereldwijde web werd onder begeleiding van een digitaal orkest, beginnend met telefoontoetsen, gevolgd door ruisgeluid in de hoofdrol betreden. Alle informatie lag voor het oprapen, al ging het tergend langzaam. Inmiddels al bijna twee decennia verder heeft het razendsnelle draadloze netwerk dit muzikaal opus genadeloos verbannen tot niet meer dan een nostalgisch verlangen. Het ontketende internet grijpt gretig om zich heen en verslindt alles op zijn pad, van mobiele telefoons tot ijskasten. Niks wordt gespaard. Men wordt geacht continu online te zijn. Moet gezegd, het maakt het leven vaak gemakkelijk(er), maar zet volledige rust buiten spel. En inmiddels blijkt dat niet alleen de rust in het gedrang is, maar ook de privacy. Want hoewel het internet de begrenzing van onze kennis heeft doen verdwijnen, heeft het onze geheimen ook op straat gegooid. En die liggen niet alleen voor het oprapen voor de vervelende buurman van links waarmee je in een rechtszaak verwikkeld bent, maar ook voor verschillende instanties – zo leert het PRISM-schandaal ons. Populaire social media worden tegenwoordig massaal in de gaten gehouden om terroristen te snel af te zijn en opstanden de kop in te drukken. Maar het lijkt mij stug dat nieuwe hype ‘Tinder’ daar ook bij hoort – een applicatie waar je heel eenvoudig en oppervlakkig door medegebruikers in de buurt kunt ‘scrollen’. Of zou dat juist wel een mooie aanvulling zijn voor de veiligheidsdiensten gelet op te verspreiden opsporingsberichten? Laten we hopen dat het niet zo ver komt en deze privacyschendende praktijken eindelijk helemaal tot een halt worden geroepen. En mocht de hoop op een vrijer internet naïef blijken, kunnen we alsnog terugstappen op ouderwets bladschrift. Vindt u niet? Namens de gehele redactie wens ik u veel leesplezier bij deze tweede editie!

Rogier van der Wolk Commissaris Media 2013-2014

3


Colofon

De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en verschijnt vier maal per jaar. Hoofdredactie Rogier van der Wolk Eindredactie Laura Aalders Jacqueline de Vries Redactie Roie Nieboer Bastiaan Loopstra Hannah van Kolfschooten Inger Bults Mick Creusen Susanna Nijsten Sascha van Gerrevink

JFASACTIVITEITEN 2014 8-12 januari: JFAS wintersport

Salima Guettache Tahmina Faez Tarek Hiemstra Vincent de Haan Alban Mik Richte van Ginneken

Overige bijdrage Suzanne van Duijn Niels van der Neut Daniëlle van Dorst Robert Jan Dettmeijer - VoskampLawyers Emilie Renardel de Lavalette - Stibbe Adverteerders Linklaters Dirkzwager Stibbe Holland van Gijzen Sponsorexploitatie Daan van Schaik & Rogier van der Wolk Vormgeving Willem Don, willemdon.nl Drukkerij Grafiplan Nederland B.V. te Grootebroek JFAS Bestuur Daan van Schaik – Voorzitter voorzitter@jfas.com Djariah van Gijen – Vice-voorzitter vvz@jfas.com David de Groot – Penningmeester penningmeester@jfas.com Rebecca Vermeulen - Secretaris secretaris@jfas.com Rozemarijn Claessen – Commissaris intern intern@jfas.com Sam van Zwam – Commissaris extern extern@jfas.com Rogier van der Wolk – Commissaris media media@jfas.com Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A2.04 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 Email: voorzitter@jfas.com Internet: www.jfas.com Met dank aan Alle bestuursleden en sponsoren die deze Nota Bene hebben gemaakt. De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@jfas. com. Heb je de Nota Bene niet ontvangen of zijn je adresgegevens gewijzigd? Mail dan naar secretaris@jfas.com.

16 januari: bezoek De Nederlandsche Bank 6 februari: inhousedag Rabobank en JFASborrel 13 februari: bezoek Baker & McKenzie 19-23 februari: Bachelorreis Boedapest 6 maart: JFAS-borrel 12 maart: lezing Lawyers for Lawyers april (precieze data en informatie volgt binnenkort): masterreis Extra informatie komt op www.jfas.com te staan. Vragen kunt u mailen naar intern@ jfas.com dan wel extern@jfas.com.

Volg de Nota Bene ook via Facebook: Like onze pagina ‘Studievereniging JFAS’ Wil je de Nota Bene digitaal lezen? Houd Google Play en iTunes in de gaten, want binnenkort verschijnt hierop de Nota Bene App. (alleen geschikt voor tablets, geen smartphones)


INHOUD

8

20 33 47

Speelgoedzaak: @MinPres #politiek De versnelde trein

Google Adwords: Slimme marketing of inbreuk?

Poen, durf of waarheid?

PRELUDIUM

ACTUALITEIT

OPINIE

6 Café Droog

8 Speelgoedzaak: De versnelde trein

20 @MinPres #politiek

7 De redactie facebookt

CARRIÈRE NA(AST) JE STUDIE 43 Belgische ambtenarij 45 Rechtswinkel Bijlmermeer 47 Poen, durf of waarheid? 51 Groot vs klein: Stibbe 53 Groot vs klein: VoskampLawyers

10 “Is this a secure line?”

22 HELP! Ben ik internetverslaafd?

13 Silk Road: online drugs bestellen

24 Baby te koop! Twee voor de prijs van een!

16 Snowden: Spion of dubbelspion?

26 Second Love, Tinder en andere propaganda...

VERDIEPING

& VERDER

30 Een inkijkje in het ICT-recht

42 Fotopagina JFASborrels

33 Google AdWords Slimme marketing of inbreuk?

55 Juridische quiz

36 De Facebookmoord: een gruwelijke zaak 38 Trial by (social) media 40 Uitgecensureerd?

5


Café Droog

(Staalstraat 7B, boven winkel Droog)

6

V

oor de tweede redactievergadering hoefden wij bepaald niet ver te reizen. Wij kwamen namelijk bijeen in het café van Hôtel Droog, halverwege de Staalstraat, op luttele meters afstand van ons aller Oudemanhuispoort. Dit hotel bestaat sinds anderhalf jaar, en is ontstaan uit het succes van het gelijknamige designmerk, dat op diezelfde locatie al langere tijd een shop heeft. Niet slecht bedacht, want zowel hotel als café staan vol met leuke meubels en producten uit eigen assortiment, zodat men op deze wijze kosteloos propageert. De grootste redactiegroep uit de geschiedenis van de Nota Bene mocht plaatsnemen aan een lange houten tafel. Onder het genot van verschillende – buitenlandse – drankjes begon de vergadering. Anderhalf uur en vele discussies later stond de inhoud van deze editie vast, en werden wij door het vriendelijke personeel verwend met allemaal lekkere borrelhapjes en gedroogd fruit. Een enkeling ging richting begane grond om de winkel te inspecteren, terwijl de rest nog even bleef naborrelen. Café Droog is een prachtige locatie vol met leuke meubels en uitzet, wat volledig tot zijn recht komt door de grote lichte ruimtes. Zoals gezegd bevindt het zich op loopafstand van de Poort, dus fungeert het als een prima plek om jezelf tijdens een tussenuur volledig in rust te kunnen afzonderen. Tijdens de koude winterdagen met een warme kop chocolademelk lerend achter de laptop, of gewoon gezellig lunchend met (studie)vrienden.

nb

nummer 35

|

jaargang 21


PRELUDIUM

7


n i e r t e d l e n s r e De v

zaken: d e o g l e Spe

Tekst: Vincent de Haan Foto: Rebecca Vermeulen

8

I

k had graag gezien dat het zo gegaan was, maar helaas was ik daarvoor niet ad rem genoeg. Een half uur eerder kwam ik werkelijk precies op tijd de roltrap oprennen. Ik denk dat ik nog zo’n 5 seconden had voor de klok 18:42:00 zou slaan, en ik zag de deuren sluiten. Terwijl ik de rode achterlichten van de trein in de verte zag verdwijnen, realiseerde ik mij het volgende:

Het is maandag 19 augustus en de stationsklok slaat 19 uur, 11 minuten en 47 seconden. Ik kom het perron op gerend over de roltrap. Amsterdam Centraal, spoor 8a. Ik zie de trein naar Den Helder. De deuren sluiten. Ik kijk op de klok. Ik zie de vertrektijd: 19:12 uur. De deuren zijn dus 13 seconden te vroeg gesloten, denk ik. Ik pak mijn telefoon uit mijn broekzak, activeer de camera en vang de klok, de gesloten deur, het lege perron en de aanduiding van de trein in één shot. Het bewijs van iets wat in de ogen van velen als onwaarschijnlijk klinkt: een trein die niet te laat, zelfs niet op tijd, maar te vroeg vertrekt. Mijn trein was niet vertraagd, maar versneld.

(1) De trein is te vroeg, dus niet volgens de dienstregeling, vertrokken. (2) Ten gevolge hiervan heb ik een half uur vertraging. (3) Bij een half uur of meer vertraging is het mogelijk om geld terug te vragen. (4) Ik had dit kunnen bewijzen indien ik een gunstig getimede foto had genomen. Hoe vanzelfsprekend deze gedachten ook zijn, ik kreeg ze niet op het moment waarop ik ze had moeten krijgen, namelijk, het moment dat ik de foto had moeten maken. Ik besloot dus in het halve uur dat mij nog restte tot de volgende trein zou komen, mij te voorzien van enig proviand en een formulier ‘geld terug bij vertraging’.

Bij grondige bestudering van dit formulier viel mijn oog op het volgende: “Voorwaarden [...] 8. Een restitutieverzoek wordt mede beoordeeld aan de hand van: a. de door Railverkeersleiding (ProRail) vastgestelde en geregistreerde aankomst- en vertrektijden; b. [...]; c.[...]. De hierboven vermelde gegevens hebben volledige bewijskracht, behoudens door u aan te leveren tegenbewijs.” Ik hoefde dus alleen maar de foto mee te sturen en ik zou mijn geld, althans, 1/36 deel van de kosten van mijn abonnement, in dit geval € 2,75, terug krijgen. Tenminste, dat zou gebeuren in een wereld van rechtvaardigheid. Ik besloot dus af te wachten of de volgende trein weer versnelling – het omgekeerde van vertraging – zou hebben, en als dat zo was, dáár een foto van te maken. Dan zou ik die trein weliswaar ook weer missen, en had ik dus in totaal een uur vertraging, maar zou ik in elk geval voor het tweede half uur gecompenseerd worden. Dit bleek inderdaad het geval. De deuren sloten zelfs 13 seconden eerder dan verwacht. Vertrouwensvol vulde ik mijn claim in, in de verwachting binnenkort mijn vergoeding overgemaakt te krijgen. De realiteit was helaas weerbarstiger. Ik kreeg een standaardbrief waaruit op geen enkele wijze was af te leiden dat de door mij opgestuurde foto was aangekomen, laat staan bestudeerd en bij de beoordeling betrokken. Mijn verzoek werd afgewezen.

nb

nummer 35

|

jaargang 21


ACTUALITEIT Vooruit, dacht ik, het is begrijpelijk dat die verzoeken allemaal gestandaardiseerd worden afgehandeld, en dat de slaven – of computers? – die voor die behandeling zijn aangesteld, niet weten wat ze met moeilijke gevallen aan moeten, is ook verontschuldigbaar. Het moet immers een hels karwei zijn om dagelijks stapels formulieren te openen, handschriften te ontcijferen en vervolgens aan de hand van allerlei gegevensbronnen vast te stellen of de ingediende claims voor inwilliging in aanmerking komen. Daarom schreef ik een brief waarin ik mij beklaagde over de gang van zaken en uitdrukkelijk verzocht tot heroverweging van mijn claim met inachtneming van het door mij aangeleverde tegenbewijs als bedoeld in artikel 8 van de voorwaarden. Deze brief wist het wel tot een medewerker met een iets hoger opleidingsniveau te schoppen. Op 11 oktober 2013 schreef de Operationeel Manager Klantenservice – zou dat betekenen dat hij van alle baliemedewerkers de belangrijkste baliemedewerker is? – het volgende: “Ik moet u vertellen dat [...] correct gehandeld is door het treinpersoneel. De deuren zullen gesloten moeten zijn op de officiële vertrektijd, zodat de trein op tijd kan vertrekken. Ik kan u slechts adviseren meer speling in te calculeren bij uw volgende treinreizen.” Deze heer had ons geschil van een bewijsprobleem naar een juridisch probleem verplaatst. Niet langer was in geschil hoe laat de deuren gesloten waren – dit werd immers niet weersproken – maar of dit überhaupt een relevant gegeven was. Nu moest de rechtsvraag beantwoord worden wat er precies moet gebeuren op de aangegeven vertrektijd: het sluiten van de deuren of het in beweging zetten van de trein. In dat laatste geval zullen de deuren uiteraard iets eerder moeten sluiten.

‘Mijn tweede brief wist het tot een medewerker met een iets hoger opleidingsniveau te schoppen.’ 9 Deze vraag zal ik in een drie kantjes lang klaagschrift voorleggen aan de Geschillencommissie Openbaar Vervoer. Het argument dat in dit klaagschrift naar voren komt, en aan de hand waarvan ik stel dat op de aangegeven vertrektijd de deuren moeten sluiten, is ongeveer als volgt: de dienstregeling zoals aangegeven op de stations, is bedoeld voor de reiziger. Het interesseert de reiziger in het geheel niet wanneer een trein gaat rijden; hij is slechts geïnteresseerd in hoe laat hij aanwezig moet zijn om nog mee te kunnen. Andersom geldt dit overigens ook: als de trein op tijd op het station tot stilstand komt, maar het niet mogelijk blijkt de deuren te openen, dan is ook sprake van vertraging. Het argument dat de trein op tijd tot stilstand gekomen is, is dan vanzelfsprekend onhoudbaar. Overigens dient mijn claim, ook als de Geschillencommissie mij gelijk geeft, te worden afgewezen. Wat tot op heden iedereen ontgaan is, is immers dat ik door een andere route te kiezen – weliswaar met overstap – mijn vertraging had kunnen beperken tot 28 minuten, en pas vanaf een half uur wordt er een vergoeding uitbetaald. Wordt vervolgd.


“Is this Z a secure line?”

10

Tekst: Bastiaan Loopstra

“Tijdens zijn eerste presidentscampagne was Barack Obama vrijwel onafscheidelijk van zijn BlackBerry 8830. Het was zijn meest persoonlijke assistent. Zijn intiemste gesprekken, zijn belangrijkste tactieken en zijn beste ideeën communiceerde hij via het toestel. Obama was geschokt toen hem werd verteld dat hij de telefoon moest inleveren voordat hij zich aan zijn presidentiële taken mocht wijden. Zijn geliefde BlackBerry was een onaanvaardbaar veiligheidsrisico geworden.”1

nb

o begint een artikel van een Amerikaans nieuwsmedium, dat ingaat op de “secure line” die president Obama moest laten aanleggen voordat hij zichzelf president mocht noemen. Waarom de Amerikaanse veiligheidsdiensten er vanaf het begin zo bovenop zaten, zou de wereld pas later begrijpen: omdat ze overal bovenop zaten. Bij het massale afluisteren van telefoongesprekken en lezen van e-mails waar iedereen de NSA tegenwoordig van kent, is een mooie taak weggelegd voor juristen. Hoe verzekeren we privacybescherming voor burgers en bieden onze huidige wetten die bescherming? Maar eerst rijst de vraag: op welke manieren zijn inbreuken op privacy voelbaar? Afluisterpraktijken Stel, je bent een internationaal bedrijf dat allerhande bedrijven juridisch advies geeft over fiscale voordelen. Belastingontwijking in de volksmond. Dan heb je liever niet dat mensen rondneuzen in je klantenbestand (want: imagoschade voor de betreffende bedrijven) of dat überhaupt bekend wordt dat interne bestanden in jouw bedrijf weleens lekken (imagoschade voor het eigen bedrijf). Voor de concurrentiepositie van een bedrijf op een zeer competitieve markt kan het lekken van je (groei)strategie zelfs fataal zijn.

We praten met Wouter Seinen2, advocaat bij CMS-DSB en gespecialiseerd in het IT-recht. Hij leidt binnen zijn sectie het dataprivacyteam en adviseert bedrijven hieromtrent. “Onze infrastructuur is veel kwetsbaarder dan vroeger en er zijn eigenlijk nog maar weinig goede ideeën om dat te verbeteren. Dat is voor onze privacy- en databescherming problematisch.” Afluisteren is een tactiek die zo oud is als de mens, maar door het internet heeft het probleem een nieuwe, internationale dimensie gekregen. Waar worden gegevens fysiek opgeslagen? In welk land en bij welk bedrijf? Wie heeft het

eigendom? Welk rechtsgebied is erop van toepassing? Volgens Seinen weten de meeste bedrijven het antwoord op deze vragen niet en zijn we nog onvoldoende van de risico’s doordrongen. “Vooral bedrijven die heel gevoelig zijn voor reputatieschade willen investeren in een goed privacy-beleid. Toch dringt het belang ervan tot steeds meer bedrijven door en het zal zeker een serieus item worden wanneer de Europese privacyverordening3 wordt ingevoerd.” De Europese Commissie lijkt het probleem bij de wortels te willen aanpakken aangezien zij op Unie-niveau, internationaal dus, regulering voorschrijft. In het voorstel voor de verordening dat naar nationale parlementen is verstuurd spreekt zij vooral haar zorgen uit over de economische problemen die onzekerheid over datasecurity met zich meebrengen. Nu steeds meer zaken efficiënt via het internet gekocht en geregeld kunnen worden, is het van cruciaal belang dat consumenten hun gang kunnen gaan zonder dat “het beeld bestaat dat onlineactiviteit aanzienlijke risico’s inhoudt”. Het zijn dan ook de bedrijven die gesommeerd worden om voor beveiliging garant te staan. “Wanneer de regeling wordt ingevoerd, waarschijnlijk in het voorjaar van 2014, komt de maximale boete op het overtreden van de Europese privacyregels waarschijnlijk op twee procent van de wereldwijde jaaromzet te liggen. Daar worden directies wel van wakker.” Volgens Seinen kunnen bedrijven momenteel al een voorbeeld nemen aan strafrechtadvocaten, die in dat opzicht een verhoogd bewustzijn hebben. Volgens hem komt dit doordat zij zich aan de ene kant uitstekend realiseren op welke schaal er wordt ‘getapt’, en aan de andere kant doordat onrechtmatig verkregen bewijs in een strafproces niet wordt geaccepteerd. Zij moeten wel. Ook Amerikaanse advocaten weten wat dat betreft waar ze mee bezig zijn: ‘Is this a secure line?’ is een steeds vaker gehoorde openingszin. nummer 35

|

jaargang 21


ACTUALITEIT

11

Vrijheid Op een ander niveau: hoe relevant is databescherming voor mensen die nog geen beursgenoteerd bedrijf leiden? Wat doen Facebook, Dropbox, Gmail, WeTransfer en onze iPhone zelf aan data-tracking? Medestudent aan de rechtenfaculteit en tevens ondernemer, consultant en internetexpert Danny Mekiç lijkt zich op het eerste gezicht weinig zorgen te maken over zijn anonimiteit op het net. Zijn emailadres is d@nny.nl, zijn website da.nny.nl en als je googelt op ‘danny’ is deze website het eerste dat je vindt. Toch is IT-privacy op individueel niveau één van zijn speerpunten. Het probleem in het kort4: “In plaats van het weinig tot de verbeelding sprekende begrip ‘privacy’, kunnen we het beter hebben over vrijheid. De vrijheid om te doen en laten wat je wil, binnen de kaders van de wet

dig is om ons zo in de gaten te houden. Het gebeurt bovendien op zo’n manier dat we niet precies weten dat het gebeurt en hoe het gedaan wordt. Om nog maar te zwijgen over het toezicht dat op het beleid zelf (niet) plaatsvindt.” Volgens Danny is een veelgebruikt maar slecht onderbouwd argument van de overheid dat haar praktijken nodig zijn in het kader van terrorismebestrijding. Want hoeveel mensen gaan er jaarlijks eigenlijk dood ten gevolge van een terroristische aanslag? “We kunnen [als burger] onmogelijk inzien of het effectief is dat we vrijheid inleveren.” Een veelgehoord argument in de persoonlijke databescherming-discussie is dat ‘ik toch niks te verbergen heb’. Wat gaat het Obama nu aan dat ik ruzie heb met mijn vriendin? Een begrijpelijk standpunt, vindt Danny, maar denk eens verder vooruit. “Er worden complete da-

‘De overheid ontneemt ons vrijheid op zo’n manier, dat we niet precies weten dat het gebeurt en hoe het gedaan wordt.’ natuurlijk. De overheid ontneemt ons die vrijheid door steeds vaker onze persoonlijke levenssfeer te beperken, maar laat ons onvoldoende weten waarom het no-

tacentra in woestijnen opgetuigd om onze gegevens ook in de toekomst te bewaren. Allicht vertrouwen we Obama, maar wat als er over 10 jaar een dictatoriaal regime

toegang tot onze gegevens heeft? Dan liggen al onze gegevens wellicht op straat.” Danny pleit voor een “democratisch debat” over de beperking van privacy. Momenteel zijn er veel te weinig waarborgen voor privacy- en databescherming, ook weer door het grensoverschrijdende aspect. “Wanneer persoonlijke informatie in het buitenland of in de cloud wordt opgeslagen, is vaak niet duidelijk welke partijen toegang tot die informatie hebben en welk recht erop van toepassing is. Op dit moment bestaat de scheve situatie dat we binnen Europa in grote mate afhankelijk zijn van Amerikaanse platforms, waar Amerikaans recht op van toepassing is. Daardoor hebben wij als buitenlanders weinig recht op privacy – in tegenstelling tot Amerikanen zelf.” Wederom lijkt internationale samenwerking de oplossing, maar voordat die tot stand is gekomen is er ook nog wel het een en ander dat wij zelf alvast kunnen doen. Danny promoot het idee van de persoonlijke cloud voor ieder huishouden. Want: “Nederlandse huishoudens hebben gemiddeld de beschikking over zeer snelle internetverbindingen, en onze modems staan altijd aan: waarom die modem niet uitbreiden met een beveiligde harde schijf en een deel van onze eigen data versleuteld onderbrengen op beveiligde delen van harde schijven van onze vrienden?” Daarnaast is het verstandig om je data goed te ‘versleutelen’. Een aantal tips:


1. Gebruik nooit op twee plaatsen hetzelfde wachtwoord. 2. Verander je wachtwoorden regelmatig. 3. Maak bij voorkeur geen gebruik van openbare Wi-Fi netwerken (die waarvoor geen wachtwoord nodig is om in te loggen) 4. Probeer websites die je bezoekt zoveel mogelijk via httpsverbindingen te openen (te herkennen aan een groene adresbalk of een slotje, afhankelijk van je browser) 5. Wees je bewust van welke informatie je zelf vrijwillig online plaatst en wees alert op – vooral gratis – cloud-diensten. Vaak vragen die het recht om je data te mogen (her)gebruiken.

12

Onthoud verder: wanneer een internetdienst ‘gratis’ is, ben jij meestal niet de klant, maar het product. Dit geldt dus voor iedere e-mail die je verstuurt via Gmail, iedere foto die je deelt op Facebook en iedere locatie die je registreert op Foursquare. Nee, Obama zal zich niet persoonlijk met jouw relatie gaan bemoeien, maar wanneer de overheid steeds nauwkeuriger het leven van al haar burgers, ieder moment van de dag, in kaart kan brengen, zullen kwaadwillende hackers of regimes steeds gemakkelijker weten waar ze gevoelige informatie kunnen vinden.

PRISM We zijn dus net voorbij een fase waarin de krachten van datatrackers om burgers in de gaten te houden exponentieel gegroeid zijn. Nu is het tijd voor de regulering daarvan op zowel nationaal, internationaal als individueel niveau. PRISM lijkt de wereld (een beetje) wakker te hebben geschud. Overigens voelde Obama er niets voor om zijn BlackBerry in te leveren. Hij gaf zijn beveiligingsdiensten de opdracht om rondom hem een gesloten netwerk aan te leggen. Hij kreeg een speciale encryptiesoftware die mensen die met hem bellen ook moeten installeren. Om te voorkomen dat hackers de locatie van de president kunnen vinden, reist hij altijd met een veiligheidsstation waarmee alleen zijn telefoon verbinding kan maken. Dit station is weer met de rest van de wereld verbonden door een satelliet. Er is maar één ding dat hij echt jammer vindt: niemand durft de president meer grappige filmpjes en foto’s door te sturen, omdat alles onderworpen wordt aan de ‘presidential records act’. “Nobody wants to send me the real juicy stuff”, aldus Obama – zijn collega’s houden niet van het idee dat er altijd iemand meekijkt. Bronnen 1 ‘Creating a secure line for Obama, News24, 28-10-2013, http://www.news24.

‘Wanneer een internetdienst ‘gratis’ is, ben jij meestal niet de klant, maar het product.’

nb

com/Technology/News/Creating-a-secure-line-for-Obama-20131028 2 Annelieke Fenstra, ‘(Ver)stand van zaken … ICT-recht, Mr. – Magazine voor juristen, nr. 10, 2013, pp. 86-93 3 Voorstel Europese privacyverordening: COM(2012) 11 final 4 ‘Zorgen om internetprivacy niet onterecht’, EO, 16-10-2013, http://www.eo.nl/ radio/ditisdedag/artikel-detail/danny-mekic-we-moeten-waakzaam-zijn/

nummer 35

|

jaargang 21


ACTUALITEIT

Silk Road: online drugs bestellen Tekst: Tarek Hiemstra

Veel mensen hebben er misschien nog nooit van gehoord, maar tot 2 oktober 2013 was Silk Road jarenlang de populairste marktplaats van het zogenaamde ‘dark web’. Op 2 oktober werd bekend dat Silk Road is opgerold door de FBI en dat eigenaar Ross William Ulbrich, een 28 jarige man uit Texas, is gearresteerd.1

S

ilk Road was een soort van Amazon of eBay, maar dan speciaal gemaakt voor het kopen en verkopen van illegale goederen en diensten, met name drugs. De drugs werden na een bestelling in een envelopje naar je huis gestuurd en bleken ook nog eens van veel hogere kwaliteit te zijn dan de drugs aangeboden op straat. Hoe was dit alles mogelijk en waarom heeft het zo lang geduurd voordat men de website uit de lucht haalde? Volledige anonimiteit gewaarborgd Silk Road waarborgde de anonimiteit op drie manieren: browsen alleen mogelijk met behulp van de ‘Tor Browser’, betalen enkel en alleen met ‘bitcoins’ en communiceren door middel van‘PGP encryptie’. Tor Browser Je kon Silk Road niet zomaar bezoeken via je internetbrowser en de site zelf was ook niet vindbaar in zoekmachines. De URL van Silk Road, namelijk silkroadvb5piz3r.onion, kon je wel op veel websites vinden. Echter, een website bezoeken met de extensie .onion kan alleen met behulp van de Tor Browser2. Doordat je gebruik maakt van Tor blijven zowel de site als jijzelf anoniem. Door gebruik te maken van Tor maskeer je namelijk je IP-adres. Dat is ook de voornaamste reden dat Silk Road zo lang heeft kunnen bestaan: het IP-adres van de website was niet bekend, dus wist men ook niet wie de website runde en waar

‘Silk Road was een soort van Amazon of eBay, maar dan speciaal gemaakt voor het kopen en verkopen van illegale goederen en diensten’

13


de servers stonden. De FBI heeft de eigenaar uiteindelijk toch kunnen opsporen, maar dit kwam omdat na onderzoek bleek dat hij in het begin per ongelijk de website promootte onder zijn eigen naam.

14

Bitcoins Betalen op Silk Road kon alleen met bitcoins3. Dat is een digitale munteenheid die steeds populairder wordt, waardoor de digitale valuta ook steeds meer in waarde stijgt. Als men iets wilde kopen op Silk Road moest je dus eerst een bitcoinportemonnee aanmaken. Dat kan op meerdere manieren, bijvoorbeeld via een website als Blockchain.info of door zelf de portemonnee op je eigen computer te beheren. De bitcoins zelf koop je van andere particulieren of van groothandelaren. Dit betaalverkeer is vrijwel niet te traceren, waardoor het een ideaal betaalmiddel is voor illegale transacties. PGP De communicatie op Silk Road verliep met behulp van PGP encryptie. Met PGP kun je een sleutel aanmaken waar je een wachtwoord aan koppelt. De sleutel bestaat uit een lange reeks letters en cijfers. De verkopers op Silk Road hadden allemaal een eigen sleutel en ze zetten deze sleutel ook in hun profiel. Door deze sleutel in een speciaal programma4 te importeren kon je een tekst of een vraag die je wilde stellen aan de verkoper coderen. Deze gecodeerde tekst ziet er dan vervolgens ook weer uit als een lange reeks cijfers en letters. Alleen degene die in het bezit is van de sleutel en het bijbehorende wachtwoord, is in staat de tekst te decoderen. Deze kennis van PGP was alleen nodig als je wilde communiceren met een verkoper. Als je slechts een bestelling wilde plaatsen kon je gewoon je gegevens invullen en dan zorgde de website ervoor dat dit gecodeerd aankwam bij de verkoper.

nb

Kopen op Silk Road Hoe wist je nou zeker dat je bestelling aankwam en dat je niet gewoon werd opgelicht? Ten eerste werden de bestellingen verzonden in neutrale enveloppen. Dit was mogelijk, omdat drugs vaak gekocht worden in kleine hoeveelheden. Een envelop versturen is makkelijk en kost niet alleen weinig geld, maar is ook nog eens heel veilig, omdat ze in principe nooit gecontroleerd worden door opsporingsinstanties – dat zou immers veel te omslachtig zijn en opsporingsinstanties hebben daar gewoonweg de capaciteiten niet voor. Ten tweede maakte de site gebruik van een feedbacksysteem, een zeer belangrijk onderdeel. Op het profiel van een verkoper kon je zien sinds wanneer deze verkoper lid was van de site. Daaronder stond verder hoeveel en wat voor feedback de verkoper sinds die datum heeft gekregen. Als een verkoper al langer dan een jaar lid was en hij had bijvoorbeeld 300 positieve reacties, dan wist je als koper dat je hier met een betrouwbare verkoper te maken had die uitstekende producten verkocht. Ten derde had de site een Escrow systeem. Dit hield in dat na een bestelling, de bitcoins in een tijdelijke Escrow account werden opgeslagen. Als de verkoper de bestelling had verzonden klikte hij op een knop en kreeg de koper een melding dat de bestelling was verzonden. En als de koper de bestelling ontvangen had, klikte hij op ‘Finalize Escrow’. Pas dan was de transactie voltooid en was de verkoper zeker dat de bitcoins van hem waren. Dit systeem was bedoeld om bescherming te bieden aan beide partijen. Verkopen op Silk Road Als je iets wilde verkopen op Silk Road kon je een verkoperaccount kopen voor 100 dollar. Vervolgens kon je je producten aanprijzen, maar aangezien je nog geen enkele vorm van feedback had als je net lid werd, was het erg lastig

nummer 35

|

jaargang 21


ACTUALITEIT

om bekend en vertrouwd te raken onder de kopers. Zodra je door veel inspanning er toch een slaagde een goede reputatie op te bouwen, dan kon je – in ieder geval als drugsdealer – heel veel geld verdienen, zonder te hoeven vrezen voor de politiële instanties. Verder was het een open markt. Verkopers konden aangeven naar welke landen ze verstuurden of extra voorwaarden stellen, zoals een verplichte ‘Finalize Escrow’ voordat de bestelling werd verzonden. Dit laatste vooral bij kopers die in het verleden minder dan 10 succesvolle transacties hadden gedaan of als de kopers uit een land van buiten de EU kwamen. Zo konden verkopers voor extra zekerheid zorgen. Het dark net na 2 oktober Silk Road was geen synoniem voor dark net en er zijn, zoals je misschien wel zou verwachten, nog veel meer van dergelijke sites. Goed nieuws dus voor de recreatieve drugsgebruiker. Die wil namelijk eenvoudig aan zuivere drugs komen. Slecht nieuws voor de maatschappij: Silk Road verbood namelijk alles dat als doel “kwaad doen of frauderen” had. Kinderporno, gestolen credit cards, huurmoorden, en massavernietigingswapens mochten niet op de site aangeboden worden.5 De alternatieve websites doen dat niet…

Noten 1 De Winter, Brenno (3 oktober 2013). Ondergrondse markplaats Silk Road opgerold, http://www.nu.nl/ tech/3591611/ondergrondse-marktplaats-silk-road-opgerold. html 2 Tor. Want Tor to really work?, https://www.torproject.org/ download/ 3 http://bitcoin.org/nl 4 http://www.gpg4win.org/ 5 Poort, Floris. Vijf vragen over digitale zwarte markt Silk Road, http://nutech.nl/internet/3596447/vijf-vragen-digitalezwarte-markt-silk-road.html

‘er zijn, zoals je misschien wel zou verwachten, nog veel meer van dergelijke sites. Goed nieuws dus voor de recreatieve drugsgebruiker. Slecht nieuws voor de maatschappij’

15


16

Snowden: Spion of dubbelspion? Tekst: Roie Nieboer

Bij het geïnteresseerd lezen van nieuwsbronnen over Edward Snowden, is de volgende vraag bij me opgekomen. Maak ik me niet ook schuldig aan de aan Snowden tenlastegelegde spionage?1 Staat de CIA morgenvroeg op mijn stoep, om mij geblinddoekt en vastgebonden achterin een minivan van mijn volgende gedachtespinsel te gooien? Inmiddels ben ik wijzer: de kans is vele malen groter dat ik via complexere wegen al lang en breed ben uitgelicht door de National Security Agency.

U

it Snowdens stukken blijkt dat de NSA tot nu toe grote vrijheid heeft gehad om persoonlijke gegevens te onderzoeken. Snowden meent hier dan ook juist voor grondwettelijke principes op te komen en citeert Founding Father Benjamin Franklin als volgt: “Those who would give up essential Liberty, to purchase a little temporary Safety, deserve neither Liberty nor Safety.”2 Los van de oorspronkelijke context 3 wordt uit deze woorden één ding duidelijk: Snowden ziet de huidige praktijken van de NSA als een disproportionele maatregel, met slechts een tijdelijk nut. FISA en de Patriot Act. De Foreign Intelligence Surveillance Act uit 1978 (FISA) is bedoeld om duidelijk te maken dat de NSA zijn diensten alleen voor buitenlandse dreigingen aanwendt. Als er een specifieke spion of geheim agent in het vizier ligt, dan kan via het FISA Court om indringende bevoegdheden worden gevraagd. In een amendement uit 2008, vernieuwd in 2012, staat echter de mogelijkheid toe diepgaandere inlichtingen te vergaren zonder het FISA Court te raadplegen. Deze mogelijkheid is er wanneer een betrokkene in het dataverkeer geen Amerikaans staatsburger is.

nb

De NSA verzamelt metadata met bevoegdheden die voortvloeien uit de Patriot Act uit 2001, de wet die is aangenomen na de val van de Twin Towers en het begin van de war on terror. Een totaaloverzicht van de spionagepraktijken is duidelijk en overzichtelijk opgesteld door The Guardian.4 Wat is er duidelijk geworden? In de afgelopen maanden is druppelsgewijs – via de stukken van Snowden en de hierover gepubliceerde nieuwsberichten – duidelijk geworden welke vormen de bewaking van de Amerikaanse veiligheid heeft aangenomen.5 Ik zet één en ander op een rijtje. Uit de stukken van Snowden blijkt dat Verizon, een van de grootste telefoonproviders van de VS, bij gerechtelijk bevel van het FISA Court alle metadata van telefoongesprekken voor een onbepaalde periode heeft moeten overhandigen. Metadata zijn gegevens over alles behalve de inhoud van een gesprek, maar deze gegevens zijn eigenlijk net zo gemakkelijk te analyseren. In eerste instantie omvatten deze gegevens de telefoonnummers van de deelnemers van een gesprek, de bellocatie en de duur ervan. Daarnaast is er het PRISM-project. Hiermee worden alle gegevens van gebruikers van de diensten van

nummer 35

|

jaargang 21


ACTUALITEIT

17 populaire internetdiensten onderzocht: Google, Facebook, Apple, Microsoft, PalTalk, YouTube, Skype en AOL. Ook de inhoud van berichten, e-mails en foto’s ontkomen niet aan het onderzoek. Iedereen die is verbonden met glasvezelkabels die over Brits en Amerikaans gebied lopen – waarbij het signaal begint en eindigt buiten Amerika – wordt op deze manier ‘doorgelicht’. Dit fenomeen heet upstream collection. Tot slot schijnt het Belgische telecombedrijf Belgacom te zijn gehackt en wordt er in meer of mindere mate informatie verzameld over de Verenigde Naties, de Europese Unie, het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) en tachtig ambassades en consulaten. Het lijkt erop dat al deze gebeurtenissen in een internationaal samenwerkingsverband plaatsvinden, waarbij de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zich in het epicentrum van deze spionagepraktijk bevinden. Successen De NSA claimt 54 terreuraanvallen te hebben voorkomen, waarvan het merendeel buiten de VS. Er wordt echter getwijfeld aan de invulling die aan gebruikte termen is gegeven, thans zijn er maar vier gevallen bevestigd.6 De discussie Het klassieke debat omtrent vrijheid en veiligheid is aan modernisering toe. Waar vroeger vrijheid van meningsuiting en het inmiddels nagenoeg metaforische vrijheid van drukpers voornamelijk hebben gewaarborgd tegen oneigenlijke overheidsbemoeienis, lijkt de overheid ons in steeds grotere mate te moeten beschermen tegen terroristische willekeur. Enerzijds is er de reële terroristische dreiging, waarbij kwaadwillende organisaties of individuen het internet gebruiken ter rekrutering of voor het plannen van aanslagen, anderzijds zijn er digitale dreigingen en pogingen tot sabotage van vijandige overheden, organisaties en particulieren. Dat deze bescherming in de vorm van dataopslag en –analyse vatbaar is voor misbruik is één ding, maar zelfs bij een ultieme waarborg en integere benadering van onze gegevens is de discussie nog niet uitgemaakt.

‘Those who would give up essential Liberty, to purchase a little temporary Safety, deserve neither Liberty nor Safety.’


18

Er is nooit een dusdanig onbeteugelde samenleving geweest, waar de reikwijdte van sociale controle, zo ook het strafrecht, zo miniem is gebleken. Staatsgrenzen zijn er onhoudbaar en particuliere organisaties, multinationals en de vrije markt zijn de leidende orde van bestuur. Programmeurs en hackers staan als mogendheden lijnrecht tegenover elkaar. Overheden kruisen er de degens. Naarmate het sociale en intellectuele belang en ook de economische waarde van het internet ongebreideld kan groeien, zal juist ons perspectief op onze eigen samenleving aan noodzakelijke overdenking onderhevig blijken. Zijn maatschappelijke, morele grenzen nog wel houdbaar als deze op het internet zo massaal overschreden worden? In de duistere krochten van het heimelijke overheidsdenken is al reeds gebleken welke vormen deze morele grensvervaging heeft kunnen aannemen. Dit nog terzijde van de algemene, maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van de vrijheid van meningsuiting en initiatieven tot eigenrichting.

‘particuliere organisaties, multinationals en de vrije markt zijn de leidende orde van bestuur.’

Toch moet er nogmaals gerelativeerd worden. Bepaalde taken voor de overheid blijven onverminderd voortbestaan. Hoe publiek- en civielrecht zich in brede zin zullen moeten of moeten kunnen manifesteren op het internet is een moeilijke vraag. In absolute zin zal het haast onmogelijk zijn een rechtsorde tot stand te brengen op het internet, al spreken de manieren van aanpak wat mij betreft erg tot de verbeelding. Als diender van vrijheden en beschermer van privacy zou de overheid zich toch ook zeker hard kunnen maken en kunnen investeren in bijvoorbeeld beleidsregels, controle, en veiligheidscoördinatie voor internetgemeenschappen, communicatienetwerken en andere data zoals geld en dienstenverkeer, dingen die zich ook – veelal op particulier niveau – op het internet afspeelt. Bij de dreiging van cybercriminaliteit, cyberterrorisme en digitaal-nationale oorlogsvoering ligt zeker een taak bij de overheid. Dit, in het verlengde van de maatschappelijke en fysieke taak die er voor haar is weggelegd. Juist door het ondersteunen van grote bedrijven zoals Twitter en Facebook, en het controleren van hun beleid en veiligheidssysteem, kan een slag gemaakt worden om zowel veiligheid als vrijheid te waarborgen. Niet alleen de Amerikaanse maar ook de Nederlandse trots stoelde eens op vrijheid en tolerantie. Nu de illusie van de laatste jaren omtrent veiligheid echter is verbroken, ga ik toch maar gewoon lekker slapen. Dan ben ik morgen weer een illusie rijker.

Noten 1 Peter Finn en Sari Horwitz (21 juni 2013). The Washington Post, ‘U.S. charges Snowden with espionage’, http://articles.washingtonpost.com/2013-06-21/ world/40116763_1_hong-kong-nsa-justice-department 2 MacAskill, Ewen (12 juni 2013). The Guardian, ‘Edward Snowden: how the spy story of the age leaked out’, http://www.theguardian.com/world/2013/ jun/11/edward-snowden-nsa-whistleblower-profile 3 Wittes, Ben (12 juni 2013). Brookings, ‘Would Franklin Trade Liberty for

Als de overheid bij ieders huis en leefomgeving continu informatie zou bijhouden over waar, hoelang en hoever je loopt, wat je koopt, wat je uitgeeft, waar je naar zoekt, dan kan je wel op één hand tellen dat het niet moeilijk is om uit te zoeken wat je gaat doen. Het doel van deze gedachteanalogie komt dan ook neer op een verontrustend stelsel van kolommen: statistieken. Wat we overhouden is een doorgedraaide vorm van het Gesinnungs(straf)recht7: niet alleen onze gedachten, oriëntatie en verlangens zullen onder de loep worden genomen. Dit aloude utilitaristische schrikbeeld van de absolute preventieleer zal ook nog eens in grote mate de rechterlijke controle ontberen. Sarcastisch moet men denken, dat we in tijden van politieke deining in ieder geval een bureaucratische basis hebben gelegd voor totalitair beleid. Dat is niet erg veilig.

nb

Wiretapping?’,

http://www.brookings.edu/blogs/up-front/posts/2013/06/11-

ben-franklin-liberty-wiretapping-security 4

Filmpje:

http://www.theguardian.com/world/interactive/2013/nov/01/

snowden-nsa-files-surveillance-revelations-decoded#section-1 5 NRC ( 31 oktober 2013), ‘Dit is wat we nu weten over de NSA. De onthullingen op een rijtje’, http://www.nrc.nl/nieuws/2013/10/31/dit-is-watwe-nu-weten-over-de-nsa-de-onthullingen-op-een-rijtje/ 6 Justin Elliot en Theodoric Meyer (23 oktober 2013). ProPlubica, ‘Claim on “Attacks Thwarted’’ by NSA Despite Lack of Evidence’, http://www.propublica. org /article/claim-on-attacks-thwarted-by-nsa-spreads-despite-lack-ofevidence 7 Vrij vertaald: een strafrecht waarin ook intentie ofwel bedoeling als dusdanig wordt beoordeeld en bestraft.

nummer 35

|

jaargang 21


19


@MinPres #politiek Tekst: Hannah van Kolfschooten

20

Twitter. Je diepste gedachten gevat in maximaal 140 tekens, openbaar te bezichtigen op het world wide web. Het dagboek van de 21e eeuw: weggerukt uit de geheime kluis met 10-cijferig codeslot, nu, zonder breekijzer, beschikbaar voor iedereen.

E

nkele jaren geleden meldde ik me uit nieuwsgierigheid aan op Twitter, benieuwd naar de hersenspinsels van jongen X, actief twitteraar. Na een aantal tweets gelezen te hebben knapte ik af op X, maar ook op Twitter. Ik was bij nader inzien niet geïnteresseerd in hoe mijn kennissen hunkerden naar het weekend (#zinin), of in hun weerzin tegen leren (#sog #studieontwijkendgedrag). Ook las ik op Twitter eindeloos veel gezeur – er verschijnen daar dagelijks meer klachten dan de klantenservice van Vodafone maandelijks te verwerken krijgt (#firstworldproblems). Toegankelijke politiek Twitter wordt echter niet alleen gebruikt als uitlaatklep voor het lief en leed van het “gewone” volk – ook onze Tweede Kamerleden twitteren vrolijk mee. Tweets over #honger zal je ze echter niet zien plaatsen. De Nederlandse politici gebruiken Twitter voor hun werk in Den Haag, en de manier waarop ze dit doen varieert sterk. Zo schrijft @MinPres, onze minister-president Mark Rutte, voornamelijk over de huidige stand van zaken in de Hofstad. Hij laat weten wat hij zoal doet op een dag, en linkt hierbij graag naar de website van de Rijksoverheid, die in simpel Nederlands geschreven is en dus begrijpelijk voor iedereen. Ook laat hij weten wanneer hij de pers te woord staat, en waar zijn interviews te vinden zijn.1

PVV-lid Geert Wilders, @geertwilderspvv, gebruikt Twitter net even anders. Hij bekritiseert Rutte II, de islam en de Europese Unie aan de lopende band. Hij zegt ronduit wat hij vindt, en is ook niet vies van een beetje Photoshop om zijn mening te versterken. Op

nb

deze manier informeert hij zijn “volgers” over wat hij in de Kamer probeert te bereiken, en hoe het volgens hem met het huidige beleid gesteld is.2 Beide politici doen, ondanks hun compleet andere benadering, echter hetzelfde: ze maken politiek toegankelijk voor de gemiddelde burger. Onze minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans, gebruikt om diezelfde reden ook graag Twitter. Hij wil dat zijn diplomaten ook meer gaan twitteren, om de politiek en het beleid in Nederland transparanter te maken. De meeste Nederlanders voelen zich namelijk niet betrokken bij wat er in Den Haag besloten wordt – hebben het idee dat dit niet over hen gaat, of hebben het idee dat het toch te ingewikkeld is om te volgen. Twitter kan dit verhelpen: het maximum aan karakters dat een tweet kent, verplicht politici informatie kort en helder over te brengen, voor iedereen te lezen op het internet. Band met de kiezer en burgerinitiatief Twitter is, anders dan kranten en televisie, een sociaal medium. Via Twitter kun je communiceren, reageren. Het contact komt van twee kanten: een minister plaatst een tweet, en nodigt daarmee de burger uit om te reageren. Dit versterkt zijn band met de kiezer. Omgekeerd kan de burger ook zélf initiatief nemen, door een tweet aan een politicus te zenden. Hij kan zo direct “in gesprek” met de machthebbers. Politici komen op deze manier een stuk dichterbij, burgers voelen zich meer betrokken bij de politiek. Dit versterkt het gevoel dat de burger inspraak heeft in de samenleving, en niet, na de verkiezingen, braaf moet afwachten of de partijen daadwerkelijk doen wat ze in hun campagnes beloofd hebben. Burgers kunnen door middel van Twitter actief participeren in de politiek, hun mening geven, en daarmee een belangrijk onderdeel vormen van de idee- en besluitvorming. Of deze vorm van burgerinitiatief een succes zal worden in Nederland, is echter nog niet te zeggen. De meeste politici houden het op het moment op eenzijdige communicatie, en gaan niet in op de vele tweets die hun volgers dagelijks aan ze richten.

nummer 35

|

jaargang 21


OPINIE

‘Twittert Rutte überhaupt wel zelf, of laat hij dit over aan zijn stagiaires?’ 21

Permanente campagne Twitterende politici zien blijkbaar veel voordelen in het gebruik van Twitter. Ten eerste voeren ze eigenlijk permanent campagne. Bij de volgende verkiezingen zullen er misschien meer voorkeursstemmen vallen voor de politicus die zo gedreven zijn achterban bleef informeren, sympathiek reageerde op tweets, of daadwerkelijk iets deed met voorstellen of klachten van burgers. Ze laten hun belangen nu dagelijks zien, in plaats van alleen in verkiezingstijd. Ook weet de politicus, door het gebruik van Twitter, wat er leeft bij de kiezer. Omdat de meeste twitteraars niet bang zijn hun mening luid en duidelijk te verkondigen, kan het Kamerlid simpel achterhalen wat veel mensen belangrijk vinden. Met deze informatie kan hij makkelijker beslissen met welk voorstel hij sympathie onder zijn achterban kan verkrijgen, of nieuwe kiezers zal winnen bij de volgende verkiezingen. Fictieve accounts Het gaat natuurlijk ook wel eens mis. Politici klappen te veel uit de school, reageren ongepast op tweets, of maken fouten in de informatie die ze geven. Zo twitterde oud-minister Verhagen een aantal jaar geleden een foto van een kabinetsberaad. Balkenende gaf aan dit ongepast te vinden, en er ontstond een kleine ophef omtrent twitterende politici: wat was geheim, en wat

kon openbaar met de buitenwereld gedeeld worden? Ook zijn er heel wat fictieve accounts in omloop: mensen maken zelf een account aan op de naam van bekende Kamerleden, en laten ze grappige dingen tweeten – vaak met een kritische ondertoon. Zo bestaan er meerdere accounts op naam van Emiel Roemer3, maar ook voor onze koning Willem-Alexander is er een account gemaakt.4 Dit is een bijkomstigheid van het internet: je weet nooit met wie je te maken hebt – er zit altijd een beeldscherm tussen. Twittert Rutte überhaupt wel zelf, of laat hij dit over aan zijn stagiaires? Laagdrempelig Twitter bestaat dus niet alleen maar uit berichtgeving over (vaak oninteressante) gebeurtenissen in de levens van gemiddelde mensen. Twitter maakt de politiek toegankelijker en laagdrempeliger: de burger wordt in simpele taal op de hoogte gehouden van de gebeurtenissen in Den Haag en kan ook zelf actief zijn of haar mening en ideeën spuien. Dat is uiteindelijk goed om de kloof te dichten die veel burgers steeds meer voelden tussen de maatschappij en de politiek.

Noten 1

https://twitter.com/MinPres

2

https://twitter.com/geertwilderspvv

3

https://twitter.com/RoemerEmiel

4

https://twitter.com/Koning_NL


HELP! Ben ik

INTERNETVERSLAAFD? Tekst: Alban Mik

Laatst stond ze opeens tegen me te schreeuwen. Hoe ik het verdomme in mijn hoofd haalde, dat ik dit nooit meer moest doen en dat ik een vuile verslaafde was! Ik hoorde het aan, mijn aandacht nog half bij de nieuwste voetbalfeitjes die ik vanachter de pc tot mij nam. Vanwaar al deze ophef? Waarom deze plotsklapse woede-uitbarsting?

22

Z

e had schijnbaar gevraagd of ze ook even op de computer mocht. Háár computer. Ze moest haar email checken. Toen heb ik haar blijkbaar afgesnauwd. Gezegd dat ik nog niet klaar was, dat ze niet moest zeuren en haar e-mails best even konden wachten. En toen zat ik daar opeens, met een schuimbekkende moeder, me maar half bewust van wat ik nu verkeerd had gedaan. Ben ik inderdaad, zoals zij het noemde, ‘internetverslaafd’? Dagelijks breng ik uren op mijn computer, meer specifiek het internet door. Vaak langer dan me lief is. Het afstruinen van vrijwel identieke nieuwswebsites, voetbalsites en webpagina’s met flauwe filmpjes tezamen met het compulsief checken van mijn Facebook en email-account kan ik moeilijk ontkennen. Op de spaarzame momenten dat ik mij wel los weet te trekken van de pc, is er altijd nog mijn smartphone die het mij onmogelijk maakt de wondere wereld van het internet even voorgoed achter mij te laten. Een enigszins verontrustende constatering. Maar een verslaving? Ik besloot een kleine zoektocht, op het internet, te beginnen naar internetverslaving en of ik wellicht tot die categorie behoor. Het simpel intikken van het woord internetverslaving op Google leverde een hoop interessants op. Zo vond ik een bericht uit de New York Times dat er in Zuid-Korea hele door de overheid gefinancierde afkickkampen zijn opgericht ter bestrijding van internetverslaving.1 Militaire trainingen, groepstherapie, pottenbakken en paardrijden moeten de Koreanen in 12 dagen over hun verslaving heen brengen. Ook stuitte ik via de site van ‘centre for behavioral internet science’ op een rapportage waarin duidelijk werd dat in Nederland bij 12,2% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar sprake is van disfunctioneel internetgebruik (d.w.z. lichte tot

nb

zware symptomen van verslavend internet gedrag).2 Vond ik persoonlijk nogal laag. Gevoelsmatig had ik het toch op minstens 50 % gegooid. Immers, elke avond dat ik met een groep vrienden wat ga drinken is het houden van een actief (groeps) gesprek vrijwel onmogelijk. Alle telefoons hebben we dan voor ons op tafel liggen. Klaar voor het grijpen in afwachting van het onvermijdelijk gezoem. Zoemt het apparaat eens een kwartier niet en beginnen zowaar de contouren van een gesprek zich af te tekenen, dan grijpen er altijd wel een paar uit eigen beweging naar hun apparaat. Om dan met een soort onbegrip in de ogen te constateren dat er inderdaad een vol kwartier geen enkele app wat van ze wilde. En dat is dan alleen internet in de vorm

‘Militaire trainingen, groepstherapie, pottenbakken en paardrijden moeten de Koreanen in 12 dagen over hun verslaving heen brengen.’ nummer 35

|

jaargang 21


OPINIE

23

van de smartphone. En uiteindelijk vond ik ook hetgeen waarnaar ik eigenlijk echt op zoek was: een test van verslavingsinstituut Jellinek waar ik kon nagaan of ik zelf internetverslaafd was.3 Het uur van de waarheid was aangebroken. Was mijn internetgebruik inderdaad zo extreem? Of heeft het toch niks met verslaving te maken? Twintig vragen moest ik beantwoorden. ‘Hoe vaak zit ik langer op internet dan ik van plan was? Hoe vaak verwaarloos je huishoudelijke karweitjes om maar langer op het internet te kunnen zijn? Hoe vaak kies je voor internet in plaats van uitgaan met vrienden’, en zo ging het nog 17 vragen door. Na de twintig vragen beantwoord te hebben klikte ik op het resultaat..en.... ik hoefde me geen enkele zorgen te maken! Zie je wel! Tegen deze wetenschappelijk verantwoorde, waterdichte test zou mijn moeder nooit wat kunnen inbrengen! Misschien duidde haar reactie wel op haar eigen internetverslaving! Ik stuur haar gelijk even een berichtje. Via de Facebook-chat, maar dat doet er nu even niet toe.

Noten 1 Fackler, M, ‘In Korea a bootcamp cure for web obsession’, 18-11-2007 2 Duin, L. van, Schoenmakers, T. M., Veldhuis, L., & Janikian, M. (2013) Factsheet risico’s in internetgebruik door jongeren. Verslag over de Nederlandse jongeren binnen een Europees onderzoek naar risicovol en verslavend internetgebruik.Rotterdam: IVO. 3 http://www.jellinek.nl/test-uw-kennis-of-gebruik/test-uw-gebruik/

‘Met een soort onbegrip in de ogen wordt er geconstateerd dat er inderdaad al een vol kwartier geen enkele app wat van ze wil’


Baby te koop! Twee voor de prijs van één!

24

Tekst: Tahmina Faez

Het internet is geweldig. Het heeft onze wereld naar een hoger plan gebracht waardoor voor mensen in Nederland Zuid-Afrika om de hoek ligt en de mensen in New-York zo van achter hun luie bureaustoel een kijkje kunnen nemen in Bangkok met behulp van Google Maps. Het internet is werkelijk een uitvinding waardoor de mensheid dichter bij elkaar is komen te staan. Met een klik op de muis kan je elektrische apparaten uit China bestellen en nieuwe jurken uit Amerika. Maar net als veel andere dingen heeft dit natuurlijk ook zijn keerzijde. Daar het internet een wereldwijd netwerk is waar iedereen toegang tot heeft, is het verstandig om te beseffen dat er naast al dat goeds ook slechte zaken zijn die het internet mogelijk maakt. Zo blijft men kritisch over wat er allemaal op het computerscherm verschijnt. Wanneer ik aan het surfen ben op het web en ik een website tegenkom waarop vrouwen met behulp van een financiële tegemoetkoming een kind willen baren voor een ander stel, ben ik toch even verbaasd. Natuurlijk is draagmoederschap een bekend feit. Het draagmoederschap is een overeenkomst die gesloten wordt tussen een vrouw en de wensouders om een kind ter wereld te brengen.1 Commercieel draagmoederschap houdt in dat een ander tegen betaling draagmoeder voor jouw kind is.2 Een vrouw, de draagmoeder, baart een kind dat na de geboorte wordt afgestaan aan een ander, de wensouder. Het is ontzettend fijn voor stellen die zelf geen kind kunnen krijgen om via deze weg een kind te krijgen, maar vaak gaat dit gepaard met veel juridische problemen waar zij niet voor zijn gewaarschuwd. Naar mijn idee hoort zoiets als draagmoederschap niet via internet geadverteerd te worden omdat vaak misverstanden en problemen kunnen ontstaan. Wat ik onder de aandacht wil brengen zijn de websites die als medium fungeren waar men draagmoeders kan vinden.

nb

Commercieel draagmoederschap Deze websites zijn opgezet door bemiddelingsbureaus in landen als India en Oekraïne. Op deze sites staat uitgelegd wat commercieel draagmoederschap inhoudt en wat het traject is voor het voltooien van een succesvol draagmoederschap. Wat vaak niet op de websites staat uitgelegd is dat men tegen juridische problemen kan aanlopen bij commercieel draagmoederschap. In India geldt er andere wetgeving voor het commercieel draagmoederschap dan in Nederland. In Nederland is het onderwerp van commercieel draagmoederschap ingewikkeld vastgelegd in de wet. Hoewel het niet expliciet verboden is, blijkt uit artikel 151b wetboek van Strafrecht dat commercieel draagmoederschap indirect wel verboden is.3 Vanwege dit indirecte verbod wijken wensouders uit naar het buitenland om een baby te krijgen. Het internet is een medium waar vraag en aanbod elkaar treffen. Hierdoor wordt de Nederlandse wetgeving omtrent commercieel draagmoederschap omzeild en worden via bemiddelingsbureaus in het buitenland commerciële draagmoeders aangewend om een baby te krijgen. Via hoogtechnologisch draagmoederschap is het mogelijk om in Nederland een kind te krijgen. Hierbij wordt een embryo dat is ontstaan door IVF, ingebracht bij de draagmoeder. Het kind is dan genetisch afkom-

nummer 35

|

jaargang 21


OPINIE stig van de wensouders. Het VUmc is het enige ziekenhuis waarbij hoogtechnologisch draagmoederschap wordt toegepast.4 Het merendeel van de wensouders komt echter niet in aanmerking voor het draagmoederschaptraject aan het VUmc, want er zijn zeer strenge eisen aan verbonden.5 Met als gevolg dat mensen hun kinderwens in het buitenland proberen te vervullen. Illegale kinderopneming Bij commercieel draagmoederschap zou men niet denken dat er sprake is van illegale opneming van kinderen, aangezien de wensouders beogen wettelijk ouders van het kind te worden. Nederland verschilt echter in wetgeving met andere landen over de juridische overdracht van het kind aan de wensouders. Als gevolg daarvan ontstaan er problemen bij het afgeven van een reisdocument wanneer de wensouders een kind mee willen nemen naar Nederland. Daarom zou opneming van het kind in het gezin illegale opneming zijn. In Nederland is de vrouw die het kind baart de juridische moeder ex art. 1:198 BW. Wanneer op de geboorteakte, opgemaakt in het geboorteland van het kind, de wensmoeder als juridische moeder wordt aangegeven, zal dit in strijd zijn met de Nederlandse openbare orde. Als gevolg hiervan zal de geboorteakte niet zonder meer ingeschreven kunnen worden in de registers van de burgerlijke stand in Nederland. Ook is het voor de wensvader niet gemakkelijk om juridisch ouder te worden van een kind dat verkregen is uit commercieel draagmoederschap. Artikel 1:207 lid 1 BW stelt dat de verwekker van het kind het vaderschap over het kind krijgt en niet degene die het genetisch materiaal levert zoals bij commercieel draagmoederschap meestal het geval is. Relevante jurisprudentie hierbij is de eerder besproken zaak die op 10 januari 2011 plaatsvond in de Rechtbank Haarlem. De vraag was of er tussen de verzoeker, de vader, en het kind een familierechtelijke betrekking bestond. Als dit het geval was, verkreeg het kind het Nederlanderschap. De verzoeker stond vermeld op de geboorteakte van het kind, maar naar Nederlands recht betekende dit niet automatisch dat hij als de juridische vader kon worden beschouwd. Dit bleek uit de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Deze wet kent geen bepaling die betrekking heeft op van rechtswege verkrijging van het Nederlanderschap voor een kind dat geboren is via een draagmoederconstructie waarvan de wensouders wel over de status van het Nederlanderschap beschikken. Het kind kon dus volgens de RWN niet worden beschouwd als ware hij Nederlander. Het kind had op dat moment ook niet de Indiase nationaliteit. Dus zolang het kind het Nederlanderschap niet toegewezen kreeg, bleef het kind stateloos.

‘De kosten voor een een kind verkregen uit commercieel draagmoederschap bedragen in India tussen €25 000 en €30 000’ De wensouders willen zo graag kinderen dat zij uitwijken naar deze moeilijke en dure ‘oplossing’. De kosten voor een een kind verkregen uit commercieel draagmoederschap bedragen in India tussen €25 000 en €30 000.7 Het is dus een grote tegenslag wanneer wensouders na het gehele draagmoederschapstraject alsnog niet het kind mogen meenemen naar Nederland. Daarna komen de rechtzaken en andere problemen wanneer ouders toch proberen hun kind mee te nemen naar Nederland. Dat zal een periode van onzekerheid en leed zijn, aangezien ze niet weten of zij het kind mogen houden. Opties? Concluderend kan ik niet eenvoudigweg zeggen dat deze websites werkelijk slecht zijn, maar naar mijn oordeel brengen ze in elk geval weinig goeds teweeg. De betrokken partijen belanden in juridische problemen die zij niet hadden voorzien. Er zou meer controle moeten zijn over wat voor websites er bestaan en of ze inhoudelijk niet misleidend zijn. Wellicht is het een optie om commercieel draagmoederschap in Nederland te legaliseren zodat men in ieder geval niet met wetgeving van verschillende landen in de knoop komt te zitten. Duidelijk is dat het een zeer lastige kwestie is omdat het zowel ethische dimensies als juridisch en sociaalpsychologisch dimensies bezit.8 Het is naar mijn mening dan ook des te meer belangrijk dat dit soort zaken niet vrij over het internet mogen voorkomen.

Noten 1 A. Heida, A. van der Steur, ‘Draagmoederschap, Tussen strafrechtelijk verbod

Onzekerheid Ik ben niet zozeer tegen commercieel draagmoederschap, wel tegen websites die adverteren alsof je bij hen een gloednieuwe blender kan kopen waar je jarenlang plezier van kan hebben. Het proces van het draagmoederschap wordt duidelijk uitgelegd op deze sites en er staat dat de draagmoeders goed worden begeleid, maar dit is helaas niet goed te controleren.6 Het gaat om kinderen die ter wereld worden gebracht. Het adopteren van een kind wordt ook niet geregeld via internet en dan vraag ik mij toch af hoe het kan dat dergelijke websites mogen bestaan waarop vrouwen worden aangeboden als draagmoeder. Bovendien brengen de ernstige gevolgen van een overdracht van het kind aan de wensouders erg veel leed met zich mee.

en wettelijke regeling’, in: Nemesis register 2001, nr. 6, p. 209-214. 2 K. Boele-Woelki, ‘Draagmoederschap en IPR’, Ars Aequi 2012, 898. 3 Art. 151b lid 1 Sr. 4 Kamerstukken II 2009/10, 2009/155. 5 S.C.A. van Vlijmen, J.H. van der Tol, ‘Draagmoederschap in opkomst: specifieke wet- en regelgeving noodzakelijk?’, FJR 2012, 56. 6 K. Boele-Woelki e.a., ‘Draagmoederschap en illegale opneming van kinderen’, WODC Rapport. 7 Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Onderzoek van de Nationaal Rapporteur naar mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering en gedwongen commercieel draagmoederschap, Den-Haag: BNRM 2012. p. 18 8 Kamerstukken II 2009/10, 2009/155.

25


Second Love, Tinder en andere propaganda…

26

Tekst: Laura Aalders

“Heb je een relatie, maar toch behoefte aan een ander? Flirten is niet strafbaar!” Zo spreekt een zwoele stem een reclamespotje van secondlove.nl in. De heer Kees van der Staaij van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) vond dit toch wel een zeer ernstige ontwikkeling. Hij spreekt bij Pauw en Witteman1 over de ‘onbeschaamdheid waarmee ontrouw wordt gepropageerd’ en zegt vele mensen met zich mee te hebben (zelfs een 28-jarige D66’er!). Hij heeft een NIPO-enquête laten uitvoeren waaruit blijkt dat van de 1000 ondervraagden 70% tegen reclames zoals die van Second Love is.

I

k kan mij voorstellen dat het wat ver gaat om zo openlijk reclame te maken voor vreemdgaan, mensen schrikken hiervan en zeker mensen die voor het huwelijk überhaupt nog nooit iemand hebben aangeraakt. Maar zijn we niet een beetje schijnheilig bezig door hier zo fel op te reageren? Is vreemdgaan niet iets dat al stampt uit de periode waarin wij mensen nog een staart hadden? Seksuologe Goedele Liekens spreekt in diezelfde uitzending dan ook van een groep mensen die zeggen: “Wij stammen allemaal af van de aapjes en alles wat passeert moet bevrucht worden” en “Mannen denken zoals aapjes en die willen zoveel mogelijk zaadjes rondstrooien”. Grappig, dit laatste zie ik zo voor me. Hiermee zegt zij overigens niet dat vreemdgaan iets positiefs is. Later in de uitzending zegt zij wel dat trouw voor de meeste mensen het belangrijkste is binnen een relatie, welke relatie dan ook. Gerard Spong vraagt zich af waar de heer Van der Staaij zich eigenlijk mee bemoeit. “U, de Staat, kan toch geen zedenprediker zijn?” Uit de mond van iemand die geverbaliseerd is op het Almeerderzand omdat hij op het verkeerde stuk zand in zijn blote tampeloeres liep, wel te begrijpen. Hij vindt dat het recht op privacy geschonden wordt door de SGP. Hier heeft hij een cruciaal punt te pakken. Veel mensen zullen het met de SGP eens zijn dat vreemdgaan niet in het openbaar gepropageerd moet worden, maar tegelijkertijd hechten we allemaal aan ons recht op privacy. En waarom? Omdat er nu eenmaal behoefte is aan ‘vreemdgaan’ en voyeurisme.

nb

Het klinkt misschien ietwat kort door de bocht, maar naar mijn idee zijn mensen die het hardste schreeuwen om hun behoefte aan privacy juist de mensen die het meeste te verbergen hebben. Neem nou die heisa over de bonuskaart van Albert Heijn. De Telegraaf schrijft: “Slechts het bonuskaartnummer hoeft bij de Albert Heijn ingevuld te worden, om de aankopen tot drie maanden terug te achterhalen”.2 Nou en? Het lijkt mij meer verontrustend wanneer ik met mijn boodschappenlijstje en uitzet in de Quote 500 terecht kwam. En begrijp me niet verkeerd, ik ben natuurlijk voor het recht op privacy en ik vind het een slechte zaak wanneer de politiek zich als een soort Noord-Koreaanse bulldozer gaat bemoeien met ons privéleven, maar het idee van Second Love gaat mij ook wat ver. Toch is er met de komst van het internet een hoop veranderd in de vreemdgaanscultuur en daar kan de SGP weinig aan veranderen lijkt me. Er bestaan inmiddels talloze datingsites waar mensen in hun lunchpauze of zelfs in ‘de-baas-zijn-tijd’ zich kunnen verlekkeren aan vermeende vrijgezellen. Toen ik veertien jaar was kon ik me al aanmelden voor Hyves, de Nederlandse voorloper van Facebook - die inmiddels offline is. Hier leerden kinderen al hoe zij vriendjes konden worden met andere kinderen, ‘respect’ konden zetten onder elkaars foto’s en elkaar via de geweldige emoticons een bloemetje konden sturen. Dit leek allemaal vrij onschuldig, maar hier begon wel het grote

nummer 35

|

jaargang 21


OPINIE

voyeurisme. Kinderen konden op deze manier al zien hoe zij op de ‘virtuele’ markt lagen en wat die markt allemaal aan moois te bieden had. Na Hyves, was het de beurt aan Facebook. De eerste paar vriendschapsverzoeken die ik kreeg via de mail vond ik nog wat wennen, maar ik ben uiteindelijk net als de rest van de wereld toch over stag gegaan. Opeens waren het ‘likes’ in plaats van ‘respectjes’ die ik mocht uitdelen of ontvangen en waren er meer internationals te vinden.

‘Mannen willen zoveel mogelijk zaadjes rondstrooien’

Vreemdgaan via Hyves of Facebook lijkt me ietwat lastig, maar men kan natuurlijk een afspraakje regelen via een zogenaamd ‘privébericht’. Maar wat misschien nog gewiekster is, is het nieuwste fenomeen genaamd ‘Tinder’. Enige tijd geleden begonnen mijn huisgenoten erover. Na het huiseten toverde een van de meiden haar iPhone uit de broekzak, en legde het uit. Wij keken allen gebiologeerd naar het beeldscherm van de smartphone. Voor de oudjes onder ons, ‘Tinder’ is een app die je kunt downloaden op je mobiel. Hiermee kun je door profielen van het andere - indien je instellingen zo zijn ingesteld, want Tinder discrimineert niet - geslacht scrollen. Vind je iemand leuk? Dan ‘like’ het hoofd! Minder leuk? Dan gaat er een groot rood kruis doorheen. Als die ander jou ook heeft geliked, dan hebben jullie een match en kunnen jullie met elkaar chatten. Net als Facebook lijkt het een hype te worden. Een aantal quotes opgepikt uit mijn omgeving (ik zal geen namen noemen):

Zelf heb ik de Tinder-app ook geïnstalleerd om te kijken waar mijn huisgenootjes het over hadden en ineens kreeg ik een whatsapp van de beste vriend van mijn vriend: “OHHH wat doe jij nou op Tinder?”. En zo hoor ik vaker dat stellen allebei op Tinder zitten zonder het van elkaar te weten. Op zoek gaan naar ander schoon is iets van alle tijden, het is niet goed om publiekelijk te propageren, maar ondertussen doen veel mensen er stiekem aan mee. Daarom ben ik het ook met Goedele Liekens eens, die zegt dat men de NIPO-enquête van de heer Van der Staaij met een korreltje zout moet nemen. Er is niet duidelijk wat er precies gevraagd is en wie er aan het onderzoek hebben meegedaan - misschien bevonden de deelnemers zich allemaal wel in de Bijbelgordel. De SGP kan reclames als Second Love dan wel willen verbieden, maar wat de mensen thuis achter hun computerscherm of smartphone doen, zonder dat hun lief dit weet, kan niet worden gereguleerd. Dan zouden alle datingsites, Facebook, Tinder en in de toekomst vele andere sites verboden moeten worden. En daarbij bestaat vreemdgaan natuurlijk ook altijd nog zonder dat internet er aan te pas hoeft te komen. Ik snap het morele standpunt van de SGP om vreemdgaan niet te propageren wel, maar wanneer men dit soort dingen gaat verbieden is het einde zoek.

“Ik ben bij mijn oppasadresje maar even lekker aan het tinderen op de bank” “Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik heb toch zo’n lekkerding ontmoet via Tinder, hij is 30+ en ga vanavond weer naar hem toe” “Wil je mijn nieuwste tinderaanwinst zien?” “Mijn huisgenootje neemt vanavond haar tinderdate mee naar huis”

Noten 1 ‘Propaganda vreemdgaan’, Pauw en Witteman, tv-programma, VARA, 24

Nog leuker zijn misschien de opmerkingen die menig Tinderman maakt naar een potentieel Tinderliefje3:

september 2013 2 ‘Bonuskaart Albert Heijn moet veiliger’, Telegraaf van vrijdag 27 september 2013

“Ik dacht dat spetters alleen uit de kraan kwamen” “Hallo daar guitig tindermeisje” “Ewa hoorde je die klik tussen ons?” (antwoord: ja niet normaal) “Hard he? Hoe is je leven?” “Ik pluk graag besjes, zin om mee te gaan?”

3 Mijn huisgenoten

27


Advertentie Masterclass 2013_A4 25-11-13 15:47 Pagina 1

© 2013 Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen LLP. All Rights Reserved.

28

DIT IS EEN UITNODIGING EN EEN UITDAGING.

Masterclass New York 2 t/m 6 april 2014 De HVG Masterclass is een uitdaging, en niet zomaar één. Tijdens de Masterclass in New York werk je met een team van studenten, advocaten en notarissen aan een grote internationale case op onze Dutch Desk in New York. Je doet ervaring op in verschillende rechtsgebieden en wij dagen jou uit om buiten de kaders te denken. Maar deze uitdaging betekent ook de competitie aan durven gaan. Je sportiviteit en uithoudingsvermogen worden dus ook getest. Daarnaast maak je op informele wijze kennis met ons kantoor en onze mensen én halen we alles uit New York wat erin zit.

Ben jij een ambitieuze derde- of vierdejaars student Nederlands of Notarieel recht en durf jij deze uitdaging aan? Schrijf je dan vóór 31 januari in op www.hollandlaw.nl/masterclass.

nb

nummer 35

|

jaargang 21


VERDIEPING

29


Een inkijkje in het ICT-recht Tekst: Inger Bults

30

ICT, oftewel informatie- en communicatietechnologie, is tegenwoordig overal te vinden: elke dag maken wij gebruik van mobiele telefoons, computers, internettoepassingen, tekstverwerking, enzovoorts.

H

et gebruik van ICT is enorm gestegen de afgelopen decennia en vanzelfsprekend zijn er regels nodig om dit gebruik en de gevolgen ervan onder controle te houden. ICT staat niet stil, de reguleringsimpulsen vanuit Brussel evenmin en ook de organisatie en de werkwijzen van instellingen van recht en openbaar bestuur zijn sterk in beweging.1 Het recht stuurt ICT, maar ICT stuurt evenzeer het recht.2 Aangezien het onderwerp van deze Nota Bene ‘internet’ is, heb ik een klein onderzoek ingesteld naar wat ICT-recht inhoudt, welke rechtsgebieden erop van toepassing zijn en hoe dit recht gehandhaafd wordt. Ik zal eerst een paar (technische) zinnen wijden aan de geschiedenis, daarna ingaan op de hiervoor genoemde onderwerpen en vervolgens zal ik nog enkele spraakmakende gevallen bespreken. Geschiedenis Het internet kan worden beschouwd als de ingrijpendste ontwikkeling in telecommunicatie van de laatste decennia. In de jaren zestig van de twintigste eeuw ontstond op initiatief van het ministerie van Defensie van de VS het ARPANET, het Advanced Research Projects Agency Network. In 1969 werd dit opgericht ten behoeve van elektronische communicatie, als een project van het ministerie, genaamd Defence Advanced Research Projects Agency (DARPA). Via een nieuw protocol konden computers in een gedecentraliseerd netwerk met elkaar communiceren, zo nodig via verschillende routes. Dit protocol heette het Network Communications Protocol (NCP). In het begin stond het ARPANET alleen open voor universiteiten en onderzoeksinstituten die door het ministerie werden gesubsidieerd, maar al snel werden plannen gemaakt voor een uitwisselingsprotocol dat een breder netwerk zou kunnen faciliteren en zo ging dit verder en verder. Wel is het zo dat het zich ontwikkelende (en dus van naam veranderende) netwerk pas in de jaren negentig opengesteld werd voor commerciële instanties, terwijl het netwerk in eerste instantie beperkt was tot het gebruik door bedrijven met een duidelijke onderzoekstaak. In deze tijd werd de verantwoordelijkheid voor het netwerk overgedragen aan de private sector en hierdoor is het internet ook toegankelijk geworden voor nietonderzoeksgerelateerde zaken. Tezamen met de ontwikkeling van een grafische schil, genaamd het wereldwijde web (WWW), werd de basis gelegd voor de enorme groei sinds de jaren negentig.3 ICT en recht In de tijden na deze ontwikkelingen ontdekten steeds meer mensen het internet en werd er steeds meer ontwikkeld op het gebied van ICT. Men wil steeds meer, men kan steeds meer en men verzint steeds meer. Dit moet natuurlijk

nb

nummer 35

|

jaargang 21


VERDIEPING in de gaten gehouden worden en is voorwerp van het recht. Dit zogenoemde ICT-recht houdt zich bezig met het brede terrein van ICT en recht. Het recht loopt altijd achter de techniek aan, aldus Wouter Seinen in Mr.(2013). Technologische ontwikkelingen hebben onze infrastructuur kwetsbaar gemaakt en er zijn eigenlijk nog maar weinig goede ideeën om dat te verbeteren.4Verschillende rechtsgebieden houden zich bezig met het domein van ICT en recht. Er zijn, zoals boven reeds vermeld, veel Europese richtlijnen die de wettelijke regels in de landen van de EU hebben geharmoniseerd. Nederland heeft deze Europese richtlijnen in verschillende wetten of lagere wetgeving geïmplementeerd. ICT-recht bevat uiteenlopende rechten met meerdere kenmerken en is te vinden in het privaatrecht, publiekrecht en strafrecht.5

’Het internet kan worden beschouwd als de ingrijpendste ontwikkeling in telecommunicatie van de laatste decennia’ ICT en rechtsgebieden In het domein van ICT en recht wordt zoals gezegd gebruikgemaakt van verschillende rechtsgebieden, met name telecommunicatierecht, privacyrecht, intellectueel eigendomsrecht, e-commerce, ICT-contractenrecht en strafrecht.6 Het wordt dan ook niet voor niets “gruwelijk breed” genoemd door Coen Drion in een artikel in de Mr. van 2008.7 Mobiele telefoons, televisie, internet, e-mail, Facebook gaan allemaal via telecommunicatienetwerken, waarbij duidelijk mag zijn dat het doel van het telecommunicatierecht is het openhouden van de markt alsook het eerlijk houden van onderlinge concurrentie.8 In het dagelijks leven komen we vaak onbewust in aanraking met het rechtsgebied van privacy: dit leerstuk gaat over de bescherming van persoonsgegevens, het communicatiegeheim en de persoonlijke levenssfeer. Persoonsgegevens kunnen gevoelige informatie zijn; misbruik ervan leidt tot schade en dus vaak tot rechtszaken.9 Auteursrechten, octrooirechten, merkenrechten en handelsnaamrechten schuilen overal in. Intellectueel eigendomsrecht bepaalt wat derden mogen doen met de creatie van de makers of rechthebbenden, met als doel het beschermen van immateriële prestaties.10 E-commerce zet in op regulering van elektronische handel.11 Het strafrecht

houdt zich bezig met sancties (straffen) en handhaven van strafbaar gestelde gedragingen, zoals computercriminaliteit. Zo kan men nog wel even doorgaan met voorbeelden van ICT en recht… ICT en rechtshandhaving Je recht krijgen of behouden is mogelijk nog belangrijker dan recht hebben. Rechtshandhaving ziet op handeling die gericht zijn op de bevordering van naleving van rechtsregels en beëindiging van inbreuken op rechten. In beginsel zijn er vijf soorten partijen actief bij handhaving in het domein van ICT: de overheid (Openbaar Ministerie en politie), toezichthouders, belangenorganisatie (consumentenbond, stichting BREIN), de burger en de ondernemer. De toezichthouders houden in beginsel toezicht op het terrein van rechtshandhaving, zoals de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA), het College voor bescherming Persoonsgegevens (CBP) en de Consumentenautoriteit (CA). In principe staat in Nederland een beroep op de rechter open voor ICT-zaken, waarbij het gewone procesrecht van toepassing is. Ook bestaan er alternatieve manieren van geschillenbeslechting, waarvan de bekendste arbitrage, mediation en bindend advies zijn.12 ICT-recht in de praktijk Tijdens mijn onderzoekje kwam ik een aantal interessante en toepasselijke zaken tegen, die ik heb opgezocht op rechtspraak.nl. De ene zaak heeft betrekking op privacyrecht, de andere gaat over ICT-strafrecht. Beide zaken betreffen een in dit artikel besproken rechtsgebied. De eerste zaak ging over een 20-jarige studente die met een vriendin samen gefilmd werd tijdens het uitgaan bij het Leidseplein in 2007 en toen in zeer dronken toestand was. Alleen eerstgenoemde was duidelijk in beeld en is ook geïnterviewd, ondanks dat zij aanvankelijk iets zei in de trant van: “Rot op, ik studeer [opleiding].” Toch heeft zij daarna enige intieme details over haar privéleven genoemd. Het filmpje is op enig moment in 2007 op internet geplaatst door de Vereniging Studenten-Tv, en in 2009 heeft Geenstijl, die actualiteitenwebsites genaamd dumpert.nl en geenstijl.nl exploiteert, het filmpje geplaatst op dumpert.nl. De naam van de studente is hierbij vermeld. De studente heeft geen toestemming gegeven tot het openbaar maken en heeft duidelijk laten blijken dat zij niet gediend was van het filmen. In beide op internet geplaatste versies van het filmpje was de studente herkenbaar in beeld gebracht, zodat de beelden van haar aangemerkt kunnen worden als een ‘portret’ in de zin van art. 21 Auteurswet (Aw). Dat was ook het geval in de tweede versie van het filmpje, ondanks het op het gezicht van de studente aangebrachte balkje. De studente bleef immers

31


32

herkenbaar aan haar stem en haar lichaamshouding. Haar persoonlijke levenssfeer en recht op privacy zijn geschonden: Geenstijl heeft het filmpje dus moeten verwijderen en zal dit ook verwijderd moeten houden.13 De tweede opmerkelijke zaak ging over computervredebreuk. In deze zaak heeft een verdachte shockerende berichten geplaatst over het vermoorden van personen op zijn oude school, waarbij hij gebruik maakte van de internetverbinding van de buren. De vraag hierbij was of het gebruik maken van de draadloze internetverbinding strafbaar was. De rechtbank stelt dat de verdachte slechts toegang heeft gehad tot de router van de buren, maar niet tot de computers van dezen. Verdachte had aldus geen toegang tot beveiligde gegevens, want deze gegevens bevinden zich op de computer en niet op de router. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat bij het gebruik maken van een (al dan niet beveiligde) internetverbinding van een ander, waar het aan verdachte verweten handelen op neerkomt, die persoon niet in enig door artikel 138a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht beschermd belang wordt geschaad. Dit gedrag moge maatschappelijk ongewenst zijn in zoverre dat derden gratis ‘meeliften’ op een gewoonlijk betaalde internetverbinding die daarmee als regel aan bandbreedte verliest, strafrechtelijk relevant is het niet. Gebruik maken van de wifi van de buurman is dus niet strafbaar.14

Noten 1 Hans Franken e.a., Zeven essays over informatietechnologie en recht, Den Haag: Sdu Uitgevers 2003, p.228 2 Hans Franken e.a., Zeven essays over informatietechnologie en recht, Den Haag: Sdu Uitgevers 2003, p.250 3 Hans Franken e.a., Zeven essays over informatietechnologie en recht, Den Haag: Sdu Uitgevers 2003, p.264-265 4 Mr. 2013, nr.10, p.86 5 S.L. Gellaerts en C.M. Jobse, Inleiding ICT en recht, Deventer: Kluwer 2011, p.5-8 6 S.L. Gellaerts en C.M. Jobse, Inleiding ICT en recht, Deventer: Kluwer 2011, p.8 7 Mr. 2008, nr.4, p.24 8 S.L. Gellaerts en C.M. Jobse, Inleiding ICT en recht, Deventer: Kluwer 2011, p.24 9 S.L. Gellaerts en C.M. Jobse, Inleiding ICT en recht, Deventer: Kluwer 2011, p.46 10 S.L. Gellaerts en C.M. Jobse, Inleiding ICT en recht, Deventer: Kluwer 2011, p.73-77 11 S.L. Gellaerts en C.M. Jobse, Inleiding ICT en recht, Deventer: Kluwer 2011, p.104 12 S.L. Gellaerts en C.M. Jobse, Inleiding ICT en recht, Deventer: Kluwer 2011, laatste paragraaf van elk hoofdstuk over Handhaving. 13 Rechtbank Amsterdam 11 september 2009, LJN BK1859 14 Rechtbank ’s Gravenhage 02-04-2010, LJN BM1481 15 Hans Franken e.a., Zeven essays over informatietechnologie en recht, Den

Informatie is macht Kennis is macht, inderdaad, maar informatie is ook macht. Tegenwoordig kunnen we op allerlei manieren vanalles te weten komen. Er bestaat een spanning tussen onze free flow of information en de aan bescherming van informatie verbonden persoonlijke, economische en/ of bestuursbelangen.15 De taak van het ICT-recht is tweeledig: enerzijds moet het ICT-recht zorgen dat de normen en waarden die in het recht besloten liggen hun gelding behouden, ook in de digitale wereld, anderzijds moet het ICT-recht gedragsnormen vaststellen voor situaties die zich niet eerder voordeden en een direct of indirect gevolg zijn van de digitale revolutie. De elektronische snelweg moet in de gaten gehouden worden.16

nb

Haag: Sdu Uitgevers 2003, p.13 16 H.W.K. Kaspersen, Recht en informatietechnologie: een zaak van intensief onderhoud

nummer 35

|

jaargang 21


VERDIEPING

Google AdWords

Slimme marketing of inbreuk op een merkenrecht? Tekst: Susanna Nijsten

M

Het is een van de best bezochte sites allertijden en de naam is zelfs verworden tot een werkwoord. Ik heb het natuurlijk over Google. Weet je even niet meer waar Lutjebroek ligt? Welk restaurant het meest romantische menu heeft voor je date? Geïnteresseerd in het aantal tanden van een tijgerhaai? Of wil je gewoon even genieten van een foto van je favoriete acteur? Dan Google je het toch gewoon even?! Google weet immers alles. En ook al houdt niemand van een wijsneus, dat is precies de reden waarom Google zo populair is.

aar Google is natuurlijk zoveel meer dan alleen de zoekmachine! Zo exploiteert Google onder andere Gmail, GoogleMaps (de favoriet van iedereen die net is verhuisd of gewoon een hopeloos gevoel voor richting heeft) en YouTube. En omdat zoekmachinemarketing tegenwoordig ‘big business’ is, introduceerde Google in 2000 ‘Google AdWords’. Want een ‘self proclaimed’ hip bedrijf als Google laat de nieuwste trends op het gebied van investeringen natuurlijk niet links liggen. De Google Adwords dienst werkt als volgt: door Adwords te kopen kunnen adverteerders hun producten promoten in de zoekmachines. Elke keer wanneer er naar het aangekochte woord wordt gezocht komen de advertenties van desbetreffende adverteerders tevoorschijn onder de kop ‘gesponsorde links’. Dit klinkt als een handige manier van adverteren en veel handelaren maken dan ook dankbaar gebruik hiervan. De afgelopen jaren zijn er echter ook vragen gerezen met betrekking tot de merkenrechtelijke implicaties van dit systeem. Ik zal dit verduidelijken aan de hand van een voorbeeld. Als Heineken haar producten wilt promoten kan zij ervoor kiezen om dit te doen aan de hand van AdWords. Zij zou bijvoorbeeld het woord ‘bier’ kunnen aankopen. Iedere keer als iemand in de zoekmachine naar het woord bier zoekt, dan ziet diegene de advertentie van Heineken bovenaan dan wel aan de rechterzijde van de pagina verschijnen. Hier is niets mis mee. Bier is immers een neutraal woord wat iedereen vrijelijk mag gebruiken. Maar wat als Heineken de merknaam Bavaria als AdWord koopt. Dit betekent dat wanneer men naar Bavaria zoekt in Google de advertenties van Heineken bovenaan de pagina terecht komen. Hier verandert de zaak, men kan aannemen dat Bavaria niet heel erg blij zal zijn met het feit dat de advertenties van haar concurrent naar voren komen door het gebruik van haar merknaam.

Om het nog wat duidelijker te maken, eerst wat informatie over het merkenrecht en haar functies. In Nederland wordt het merkenrecht door zowel het Benelux Verdrag Inzake Intellectueel Eigendom (BVIE) als door de Richtlijn van de Europese Unie betreffende merkbescherming beheerst. Omdat het merkenrecht sinds de invoering van de richtlijn een gemeenschapsfenomeen is geworden, is het Europese Hof van Justitie de instantie die uitleg geeft over onduidelijkheden in het merkenrecht. De Nederlandse rechter zal in een merkenrechtelijke zaak echter altijd refereren aan het BVIE en niet aan de Richtlijn. Art. 5 lid 1 van de Richtlijn bepaalt dat de houder van een ingeschreven merk een uitsluitend recht heeft. Op grond van dit recht kan hij derden verbieden zijn geregistreerde merk te gebruiken voor dezelfde waren of diensten als waarvoor het merk is ingeschreven, dan wel gebruik voor soortgelijke waren of diensten waardoor er verwarringsgevaar of associatiegevaar bij het publiek kan ontstaan. Voor de invoering van de Richtlijn werd in Nederland het merkenrecht al beheerst door het BVIE. De equivalent van art. 5 van de Richtlijn is art. 2.20 BVIE. Art. 2.20 spreekt naast het associatiegevaar en verwarringsgevaar ook nog over ‘afbreuk aan het onderscheidend vermogen van het merk door gebruik hiervan voor een concurrerend

33


product’. Wanneer er dus gevaar voor associatie met het geregistreerde merk ontstaat of er afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen van het geregistreerde merk ontstaat er een inbreuk.

34

Het begrip ‘onderscheidend vermogen’ is ook gelijk het kernbegrip in het merkenrecht. Het doel van een merk is om de producten van de merkhouder te onderscheiden van andere (concurrerende) producten. Dit wordt uitgedrukt door de verschillende functies van het merk zoals de herkomstfunctie, reclamefunctie en investeringsfunctie. In de considerans van de Richtlijn wordt het voornaamste doel van het merk en haar bescherming als volgt uitgelegd: ‘(…) waarvan de functie met name is het merk als aanduiding van herkomst te waarborgen’.1 Hieruit kan men afleiden dat de belangrijkste functie van het merkenrecht de herkomstfunctie is. Hiermee wordt immers de herkomst van de producten of diensten aangeduid. De wetgever vindt het belangrijk dat het voor consumenten duidelijk is waar de producten die zij kopen vandaan komen en dat er geen verwarring ontstaat over de aanbieder hiervan. Wanneer er afbreuk wordt gedaan aan de herkomstfunctie van het merk is er sprake van een inbreuk op het merkenrecht van de merkhouder.2

‘Wanneer er afbreuk wordt gedaan aan de herkomstfunctie van het merk is er sprake van een inbreuk op het merkenrecht van de merkhouder.’ Terug naar de Google AdWords. De vraag is nu of er inbreuk wordt gemaakt op het merkenrecht van een producent wanneer een adverteerder haar merknaam als AdWord koopt en vervolgens hiermee haar eigen producten onder de aandacht probeert te brengen. Vindt hier aantasting van de herkomstfunctie plaats? En zo ja, wie is er dan aansprakelijk? Google, die de dienst aanbiedt, de adverteerder, die gebruik maakt van de merknaam, of allebei? Voor dezelfde vraag kwam het Hof te staan in de zaak Louis Vuitton vs. Google France. Louis Vuitton claimde dat het systeem van Google AdWords inbreuk maakte op

nb

haar merkenrecht omdat iedereen op deze manier haar merkenrechtelijk beschermde naam kon gebruiken voor de promotie van hun eigen waren. Bedacht moet worden dat voor het product van Louis Vuitton (de welbekende tassen) er veel namaak producten in omloop zijn, er bestaat dan gauw verwarringsgevaar bij de consument. Dit zou aantasting van de herkomstfunctie van het merk kunnen opleveren. Het Hof kwam echter tot de conclusie dat Google geen inbreuk maakte op het merkenrecht van Louis Vuitton door het aanbieden van AdWords. Het Hof herinnert eraan dat op grond van art. 5 lid 1 van de Richtlijn degene die gebruik maakt van de merknaam voor zijn eigen waren of diensten aansprakelijk is voor een eventuele merkinbreuk. Echter, in het geval van Google ging het niet om een adverteerder, maar om een aanbieder van een zoekmachineadvertentiedienst. Volgens het Hof wordt er door het aanbieden van deze dienst niet gebruik gemaakt van de merknaam voor eigen waren of diensten en daarom maakt Google geen inbreuk op het merkenrecht van de eisers.3 Google zou wel aansprakelijk kunnen worden gehouden wanneer zij op de hoogte zou raken van het onrechtmatige karakter van een adverteerder zijn activiteiten om daar vervolgens geen consequenties aan te verbinden zoals het weghalen van de advertentie.4 Men kan zich tegenover de aanbieder van zoekmachinediensten dus niet beroepen op het merkenrecht. Dit kan wel tegenover de adverteerders die gebruik maken van de geregistreerde merknaam. De nationale rechter zou dan per geval moeten nagaan of er afbreuk wordt gedaan aan de herkomstfunctie van het merk.5 Na haar beslissing in de Google France zaak deed het Hof in 2011 wederom uitspraak in een zaak met betrekking tot de Google AdWords.6 In deze zaak ging het om Interflora, een bedrijf dat een wereldwijd bloemenbezorgingsnetwerk exploiteert. De merknaam van Interflora werd door de gedaagde, Marks en Spencer (hierna: M&S), gebruikt als Google Adword om haar eigen dienst voor de verkoop en bezorging van bloemen te promoten. M&S maakt geen deel uit van het Interflora-netwerk en biedt dus een concurrerende dienst aan. Interflora stelde dat door dit gebruik van haar merknaam verwarring bij de consument zou kunnen ontstaan over de relatie van M&S tot Interflora, wat een merkinbreuk zou opleveren aan de kant van M&S. Het verschil tussen deze zaak en de zaak tussen Louis Vuitton en Google France is dat in de Interflorazaak de adverteerder zelf aansprakelijk werd gesteld in plaats van Google die de AdWorddienst slechts aanbiedt. Het Hof kwam tot de conclusie dat een merkhouder een concurrent kan verbieden om haar merknaam te gebruiken als trefwoord in een advertentieverwijzingsdienst op internet, indien zij dit doet met het doel om reclame te maken voor dezelfde waren of diensten als waarvoor de merknaam is ingeschreven. Vereist is wel dat dit gebruik een van de functies van het merk aantast. Hierbij geeft het Hof duidelijk aan wanneer er sprake is van inbreuk op de herkomstfunctie,

nummer 35

|

jaargang 21


VERDIEPING

reclamefunctie en investeringsfunctie van de merken. Het Hof maakt hier dus een duidelijk onderscheid tussen wat betreft de vraag of er aansprakelijkheid voor een merkinbreuk bestaat. De uiteindelijke beslissing of er in casu sprake was van een merkinbreuk liet het Hof over aan de Engelse rechter (the High Court). Deze besliste in mei dit jaar dat M&S zich inderdaad schuldig maakte aan inbreuk op het merkenrecht van Interflora op grond van art. 5 lid 1 sub a van de Richtlijn. Volgens de High Court was er sprake van verwarring bij consumenten nu het voor hen niet duidelijk genoeg is of er nu wel of niet een economische band tussen Interflora en M&S bestaat.7 Het aanbieden van de dienst Google AdWords op zichzelf kan dus niet worden gezien als een inbreuk op het merkenrecht. Het aanbieden van Google AdWords kan namelijk volgens het Hof niet gekwalificeerd worden als merkgebruik. Belangrijk hierbij is dat het gedrag van Google wel te kwalificeren blijft als ‘een als tussenpersoon optredende dienstverlener’. De verhoudingen veranderen bijvoorbeeld alweer indien Google suggesties gaat aandragen voor trefwoorden die adverteerders kunnen aankopen. Google zou in dit geval de grens kunnen overschrijden die het Hof gesteld heeft. Een adverteerder die de merknaam van een geregistreerde merkhouder gebruikt ter promotie van zijn eigen producten maakt in merkenrechtelijke zin echter wel gebruik van de merknaam en kan op grond daarvan aansprakelijk worden gesteld voor merkinbreuk. Er moet dan wel sprake zijn van afbreuk van een van de functies van het merk, zoals de herkomstfunctie. Dit is het geval indien het voor de consument onduidelijk is waar de producten vandaan komen en of er al dan niet een economische band bestaat tussen de aanbieder en de merkhouder.

Noten 1 Considerans bij de Richtlijn, overweging 10 2 Zaak C-487/07, L’Oréal S.A./Bellure N.V., 18 juni 2009 3 Redactie, ‘Geen inbreuk op het merkenrecht door Google ‘AdWords’’, NJB 2010/891. 4 Gevoegde zaken C-236/08 tot en met C-238/08, Louis Vuitton e.a./Google e.a., 23 maart 2010 5 Redactie, ‘Geen inbreuk op het merkenrecht door Google ‘AdWords’’, NJB 2010/891. 6 Zaak C-323/09, 1. Interflora Inc., 2. Interflora British Unit/Marks & Spencer Plc., 2. Flowers Direct Online Ltd, 22 september 2011 7 Decision of the High Court of Justice, Chancery Devision, Interflora Inc. / Marks and Spencer PLC (case no. HC08C03340, [2013] EWHC 1291 (Ch)), 21 May 2013

35


De Facebookmoord: een gruwelijke zaak

36

Tekst: Salima Guettache

Begin 2012 werd het 15-jarige meisje Winsie vermoord naar aanleiding van een heftige Facebookruzie. De Facebookmoordzaak kreeg veel belangstelling in de wereldwijde media.1 Wat waren de feiten en uitkomsten in deze gruwelijke zaak?

F

eiten De 15-jarige Winsie kreeg ruzie met haar beste vriendin Polly. Naar aanleiding van deze ruzie schreef Winsie akelige dingen over Polly haar privéleven op Facebook. De Boze Polly en haar verliefde vriendje Wesley besloten om een Winsie uit de weg te ruimen. Letterlijk. Wesley, die tot over zijn oren verliefd was op Polly, schakelde Jinhua, de uiteindelijke moordenaar, in. Jinhua begaf zich naar het huis van Winsie en stak haar met een mes neer. Dit in het bijzijn van het 12-jarige broertje van Winsie en haar vader, die ook gewond raakte.2 Uit de feiten blijkt nu dat Polly en Wesley de moord al enige tijd gepland hadden. De tortelduifjes beloofden Jinhua een mooie beloning voor de moord. Daarnaast boden zij hem alle nodige inlichtingen over de woonplaats van Winsie en de tijden waarop zij thuis zou zijn. Deze nauwe betrokkenheid tussen de drie personen leidde tot het veroordelen van Polly en Wesley tot het medeplegen van moord.3 Jinhua werd door de rechter veroordeeld tot één jaar jeugddetentie en 3 jaar jeugd-TBS. Hij ging niet in hoger beroep. Polly en Wesley deden dat wel.4 Opmerkelijk is het feit dat de rechtszaak in het openbaar werd behandeld. In beginsel worden zaken tegen minderjarigen immers buiten de openbaarheid gehouden. Alleen bij hoge uitzondering wordt van dit principe afgeweken. Deze uitzondering deed zich in deze Facebookmoord-zaak voor.5

nb

Jeugdstrafrecht of volwassenstrafrecht? Wesley was ten tijde van de moord 17 jaar. In beginsel zou het jeugdstrafrecht op hem van toepassing zijn. Desalniettemin biedt artikel 77b van het Wetboek van Strafrecht een mogelijkheid om hier van af te wijken. Blijkens dit artikel kan het volwassenstrafrecht worden toegepast wanneer de ernst van het feit, de omstandigheden van het plegen daarvan en de persoonlijkheid van de dader daarvoor grond bieden. Het OM pleitte voor het toepassen van het volwassenstrafrecht, vanwege de ernst van de feiten. Uit psychische rapporten blijkt echter dat het jeugdstrafrecht wenselijker zou zijn voor Wesley. In het jeugdstrafrecht zou immers de dader centraal staan, waardoor er meer aandacht zou kunnen worden geschonken aan hulp en behandelingen. Het pedagogisch karakter van het jeugdstrafrecht zou zo worden benadrukt. Het Hof kon zich vinden in het advies van de deskundigen en besloot daarom om zich te houden aan het jeugdstrafrecht. Het Hof erkende dat dit onwenselijk is voor de slachtoffers. Daarbij stelt het wel dat het verlies van Winsie op geen enkele manier gecompenseerd zou kunnen worden, ook niet door het strafrecht. ‘Gelukkig’ veroordeelde het Hof Wesley tot de maximale straf binnen het jeugdstrafrecht. Hem is namelijk 24 maanden jeugddententie opgelegd voor het medeplegen en uitlokken van moord.6 Polly was tijdens de periode van het plegen van het delict 15 en 16 jaar. Dit is een belangrijk gegeven, omdat een minderjarige

nummer 35

|

jaargang 21


VERDIEPING

onder de 16 jaar maximaal 12 maanden detentie opgelegd kan worden. Het Hof rekende Polly uiteindelijk tot een 16-jarig persoon tijdens het plegen van het delict, omdat er sprake was van een voorturend delict. De periode waarin Polly 16 jaar was, was immers de belangrijkste periode voor het plegen van de moord. Nu Polly als 16-jarig persoon werd gerekend voor het opleggen van de straf, zou artikel 77b Strafrecht ook op haar van toepassing kunnen zijn. Het strafrecht voor volwassenen zou dus aan bod kunnen komen. Het Hof zag echter liever dat het jeugdstrafrecht van toepassing zou zijn op Polly. Het Hof hanteerde hierbij dezelfde argumenten als in de zaak tegen Wesley. Evenals Wesley kreeg Polly uiteindelijk een straf van 24 maanden opgelegd.7

‘De boze Polly en haar verliefde vriendje Wesley besloten om Winsie uit de weg te ruimen.’

Tortelduifjes Polly en Wesley kregen 2 jaar celstraf voor het vermoorden van Winsie. Ik had evenals het OM liever het volwassenenstrafrecht van toepassing g�ezien. De feiten van deze zaak waren zodanig ernstig van aard, dat hogere straffen passender zouden zijn. Vooral voor de 17-jarige Wesley, die bijna meerderjarig is. Het pedagogische aspect van het jeugdstrafrecht is te begrijpen, maar het recht doen aan de slachtoffers lijkt mij in dit specifieke geval van groter belang.

Noten 1 ‘Wereldwijde aandacht voor ‘Facebookmoord’’, Rechtspraak.nl 30 augustus 2012, http://www.rechtspraak.nl/Actualiteiten/Nieuws/Pages/Wereldwijdeaandacht-voor-Facebookmoord.aspx. 2 ‘Onbenullige tienerruzie op facebook leidde tot moord’, Algemeen Dagblad 20 augustus 2012, http://www.ad.nl/ad/nl/1012/Nederland/article/ detail/3303585/2012/08/20/Onbenullige-tienerruzie-op-Facebook-leidde-totmoord.dhtml. 3 Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden 27 augustus 2013, 6262, Zaaknummer: 21-004831-12, Facebookmoord. 4 Judith Laanen, ‘Ook in Hoger Beroep twee jaar jeugddetentie in Facebookmoord’, NRC 27 augustus 2013, http://www.nrc.nl/nieuws/2013/08/27/ ook-in-hoger-beroep-twee-jaar-jeugddetentie-voor-facebookmoord/. 5 ‘Onbenullige tienerruzie op facebook leidde tot moord’, Algemeen Dagblad 20 augustus 2012, http://www.ad.nl/ad/nl/1012/Nederland/article/ detail/3303585/2012/08/20/Onbenullige-tienerruzie-op-Facebook-leidde-totmoord.dhtml. 6 Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden 27 augustus 2013, 6262, Zaaknummer: 21-004831-12, Facebookmoord. 7 Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden 27 augustus 2013, 6280, Zaaknummer: 21-004831-12, Facebookmoord.

Chun Nam Hau raakte gewond aan het gezicht toen hij zijn dochter Joyce wilde verdedigen. © EENVANDAAG

37


Trial by (social) media Tekst: Richte van Ginneken

Wie aan internet denkt, denkt aan social media. In ons informatietijdperk begint het onderscheid tussen traditionele media en social media steeds kleiner te worden. Niet alleen maken traditionele media in toenemende mate gebruik van social media voor hun eigen berichtgeving, het internet stelt iedere burger in staat om zelf ook te doen aan verslaggeving en (vooral) opiniering. De rechtspraak is niet gevrijwaard van deze ontwikkeling. Men ziet steeds meer dat prominente rechtszaken erg leven onder de bevolking en dat veel mensen ook uitgesproken meningen hierover hebben en zich niet schromen om die meningen via social media te ventileren. Is dit echter wel een positieve ontwikkeling? Wat is de invloed van social media op de rechtspraak?

38

D

at media een sterke invloed uitoefenen op de publieke perceptie bij bepaalde rechtszaken is onontkoombaar. Ook al voor de opkomst van social media was de invloed van ‘traditionele’ media op de publieke opinie groot. Kijk bijvoorbeeld naar de zaak van O.J. Simpson. Deze zaak kreeg destijds meer aandacht van Amerikaanse media dan de oorlog in Bosnië en de bomaanslag in Oklahoma City bij elkaar. Dit is niet zonder gevolgen gebleven. Vraag iedere willekeurige Amerikaan of hij vindt dat O.J. Simpson schuldig is aan het vermoorden van zijn vrouw en haar minnaar en hij zal deze vraag bevestigend beantwoorden. Het feit dat O.J. is vrijgesproken lijkt hier weinig aan te veranderen1. De hetze rondom O.J. Simpson destijds in de media heeft een grote invloed gehad op de gedachtegang van het publiek. Die invloed kan echter ook verder reiken. Het gegeven dat er mogelijk risico ontstaat dat rechters (of in het geval van O.J. juryleden) beïnvloed kunnen worden door de media is een legitieme zorg die

nb

ook al door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is onderkend. In de zaak Worm vs. Oostenrijk 2 ging het om een Oostenrijkse politicus die terechtstond voor meineed en belastingontduiking. Nog voor de uitspraak publiceerde het blad Profil een artikel, geschreven in het voordeel van ene meneer Worm, over de (toen nog lopende) zaak. Worm wordt vervolgd en veroordeeld voor het uitoefenen van verboden invloed op een lopende strafzaak. Deze zaak kwam voor het EHRM. Die stelde dat het doel van de veroordeling was het handhaven van de autoriteit en onafhankelijkheid van de rechtspraak. Bij het handhaven van de onafhankelijkheid staat het vertrouwen dat de rechtspraak uitstraalt naar de verdachte toe maar ook naar de samenleving als geheel op het spel. Mensen moeten de garanties van een eerlijk proces kunnen genieten (art. 6 EVRM). Hier moeten journalisten rekening mee houden wanneer ze commentaar leveren op lopende procedures, omdat dit de kansen van de verdachte op een eerlijk proces alsook het vertrouwen van het publiek in de rechtspraak kan ondermijnen. Het gevaar

van onredelijke beïnvloeding van de onafhankelijkheid van de rechtspraak is dus een reëel gevaar waarvoor men moet waken, zelfs al moet er inbreuk gemaakt worden op iemands recht op vrijheid van meningsuiting3. De invloed van traditionele media is al groot, maar hoe zit dat nu met social media? Door middel van social media is ineens iedereen journalist en columnist. Social media zijn daarmee zowel een barometer van publieke opinie alsook vormers van diezelfde opinie. Denk maar eens aan de prominente rechtszaken die er de afgelopen jaren zijn geweest. Of het nu gaat om Robert M., het zeilmeisje, de vereniging Martijn, de vrijlating van Volkert van der G., of de Purmerendse kindermoord. Prominente zaken waarin het publiek een sterke mening is toegedaan omtrent de uitkomst van het conflict al voor er überhaupt een uitspraak is geweest. Deze mensen schromen zich ook niet om op social media hun mening te ventileren en daar meer mensen mee aan te steken. Laten we eens kijken naar een concreet voorbeeld van hoe social media van in-

nummer 35

|

jaargang 21


VERDIEPING

vloed kunnen zijn op een lopende zaak. Op 17 oktober 2012 vindt er een schietpartij plaats in een woonwijk in Middelburg. Naar aanleiding hiervan vindt er een forensisch sporenonderzoek plaats. Direct na het schietincident verschijnen er op een website (waarschijnlijk Twitter) berichten met details over de verklaringen die zijn afgelegd. De rechter verwerpt mede hierdoor deze verklaringen omdat ze mogelijk beïnvloed zijn door berichten op deze site4. Social media beïnvloeden niet alleen burgers. Rechters zijn mensen die net als u en ik opereren in het maatschappelijk verkeer. Ook zij doen boodschappen, kijken tv, lezen Twitter etc. Ze opereren niet in een vacuüm en zijn niet blind voor wat er om hen heen gebeurt. Welke invloed heeft dit op hun onafhankelijkheid? Zouden rechters in de Wilders-zaak hem hebben veroordeeld als dat juridisch juist zou zijn, ook al zijn de meeste mensen daar fel tegen? Zou de rechter die beslist over de vervroegde vrijlating van Volkert van der G. zich mogelijk meer bezwaard voelen hem vervroegd vrij te laten als hij weet hoe er in de samenleving over nagedacht wordt? Worden rechters daadwerkelijk beïnvloed door social media en de publieke opinie, en is dit iets slechts? De Raad voor de Rechtspraak (RvdR) zegt dat het onvermijdelijk is dat rechters beïnvloed worden door de gevoelens die er heersen in de samenleving. Dat is niet noodzakelijkerwijs iets slechts, want rechters zouden dat sentiment ook mee kunnen laten wegen in de strafmaat. Volgens de RvdR kan de aandacht van de media een indicator zijn van de geschoktheid van de rechtsorde, oftewel de maatschappelijke onrust. Tegelijkertijd kan een rechter oordelen dat de dader al genoeg gestraft is, nu zijn privacy is geschonden5. Het kan dus zowel strafverlagend als strafverhogend werken.

Social media kunnen ook een positieve bijdrage leveren. Hoe meer mensen betrokken zijn bij een zaak hoe zorgvuldiger rechters en advocaten te werk zullen gaan. Iedere fout die ze maken wordt immers gezien. Ook het OM ziet het nut van social media in. Zij heeft dan ook in de aanwijzingsbeschikking opsporingsberichtgeving uit maart 20096 precies vermeld onder welke voorwaarden het OM social media mag inzetten om verdachten

op te sporen. Ook andere voorbeelden als de mishandelingszaak in Eindhoven getuigen van de kracht van social media om verdachten op te sporen7. Dit heeft ook weer zijn schaduwzijde. Het gevaar dat hierbij op de loer ligt is massahysterie. Mensen die opgehitst worden door berichtgeving en voor eigen rechter gaan spelen. Denk bijvoorbeeld aan het effect dat een onjuist bericht teweegbracht waardoor een hele stoet mensen naar een flat in Deventer trok omdat zij in de veronderstelling verkeerde dat de voorzitter van vereniging Martijn zich in die flat bevond. Er kan niet gezegd worden dat berichtgeving via social media echt een con-

structieve bijdrage levert aan de discussie omtrent een prominente zaak. Het is vaak feitelijk onjuist, doorspekt met emotie, en het laakt vaak elke nuance. Zoals gezegd hoeft dit niet per se een negatieve invloed te hebben op de rechtspraak, omdat de rechter met de emotie van het volk rekening kan houden in zijn uitspraak. Daarnaast kunnen social media ook een nuttige bijdrage leveren aan opsporing en aanhouding. Dat er negatieve gevolgen zijn staat ook vast, maar zijn die er genoeg om handelen door de overheid (in de zin van censuur) te rechtvaardigen? Ik denk van niet. Los van de praktische onmogelijkheid om mensen ervan te weerhouden te berichten over lopende zaken, lijkt het me wijzer om rechters te trainen hoe zij met social media om dienen te gaan. Aan de andere kant lijkt het me verstandig om burgers meer te onderwijzen in hoe onze rechtstaat werkt en te proberen het vertrouwen hierin te waarborgen. Ik denk dat als men meer weet hoe het recht in elkaar zit er veel onduidelijkheid en verontwaardiging over het recht kan worden weggenomen. De mensen die zich ongenuanceerd uitlaten op Facebook of Twitter zijn doorgaans namelijk geen getrainde juristen.

Noten 1 ‘Media Scrutiny Influences All In Simpson Case’, Harriet Chiang, SFGate 30 januari 1995 2 EHRM 29 augustus 1997, no. 83/1996/702/894 (Worm v Oostenrijk) 3 EHRM 26 april 1995, no. 15974/190 (Prager & Oberschlick v Oostenrijk) 4 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 augustus 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:5859 5 ‘De media spelen voor rechter’, Sam de Voogt, NAP 14 februari 2013 6 Aanwijzingsbeschikking “opsporingsberichtgeving”, maart 2009 7 ‘Twee betrokkenen mishandeling Eindhoven melden zich’, Volkskrant 22 januari 2013

39


Uitgecensureerd? Tekst: Mick Creusen

Naar een kop in de Volkskrant hoort Nederland bij de koplopers in ‘censuur’ op Google. BREIN, de stichting die opkomt voor de rechten van auteurs, dient per maand bijna 200.000 verzoeken in bij Google om internetadressen te laten verbergen waarnaar men op zoek is.1

40

D

it doet BREIN omdat men op deze websites onder andere illegaal films en muziek kan downloaden. Censuur is is een praktijk die wij kennen vanuit het buitenland, maar ook steeds vaker in de recente(re) Nederlandse geschiedenis (jaren ’40) opduikt. En soms niet eens negatief (zoals in Nederland de bescherming van intellectueel eigendom), maar vaak wel.

Het begon tijdens de Tweede Wereldoorlog. Joodse kunstwerken waren verboden tijdens de Duitse bezetting, net als bepaalde kranten. Censuur is dus vaak een handeling van de heersende macht om werken, teksten en/of foto’s te verbieden. Censuur kan dus voorkomen om politieke of religieuze redenen, alsook tegen seks en geweld, of ter bescherming van auteursrechten. In dit artikel wil ik de geschiedenis van censuur eens onder de loep nemen. Wat waren de eerste vormen van censuur? Heeft censuur eigenlijk wel nut? En, heeft door de komst van het internet censuur eigenlijk nog wel kans van slagen? Verschillende vormen van censuur komen al lang voor. Het begon in de Oudheid. Het bekendste voorbeeld uit die tijd is de, wegens het ‘introduceren van nieuwe goden’, ter dood veroordeelde Socrates. Met zijn gave om altijd maar door te vragen totdat daaruit uiteindelijk toch een antwoord kwam, ook wel de inductieve methode genaamd, maakte hij veel vijanden.2 Ook tijdens zijn proces kon hij met zijn typische manier van vraagstelling de aanklagers in het nauw brengen, waardoor hij de jury naar zijn hand zette. Hierdoor werd hij in de gelegenheid gesteld een eigen strafmaat te bepalen. Echter, omdat hij daar iets te veel vrijheid voor nam, werd hij alsnog ter dood veroordeeld. Hij koos de gifbeker, zodat hij tot het allerlaatste kon filosoferen met zijn studenten. Socrates is dus letterlijk van de aardbol gecensureerd. Echter, met de komst van de boekdrukkunst (rond 1450) werd deze methode van censuur in mindere mate mogelijk. Met de uitvinding van de boekdrukkunst kon men immers makkelijker en op grotere schaal ideeën verspreiden. En zelfs anoniem door gebruik te maken van pseudoniemen. Zo konden radicale opvattingen tegen de heersende macht en

nb

Katholieke kerk makkelijk worden verspreid onder de burgerij. De boekdrukkunst in combinatie met de Reformatie zorgde er in de 16e eeuw voor dat men de structurele censuur niet meer kon handhaven. Er moest een andere manier gevonden worden om de afvalligen de mond te snoeren en (weer) te bekeren tot het Katholicisme. Men schreef daarom de ‘Concilie van Trente’. Hierin werden 126 stellingen opgenomen die onderdelen van de protestantse leer als dwaling kenmerkten, en daarmee ging de contrareformatie van start. Toch bleek het leed al geschied. Zeker toen de twee bekendste reformisten Luther en Calvijn om de hoek kwamen kijken. Alle manieren van de Katholieke kerk om die twee het zwijgen op te leggen mislukte. Het volgende hoofdstuk in de geschiedenis van de censuur wordt gevormd door het internet. Met de komst van het wereldwijde web, waardoor globalisatie in een stroomversnelling is geraakt, heeft elke burger toegang tot een oneindige informatiebron. Ondanks de modernisering zijn er echter nog steeds overheden die zich schuldig maken aan het controleren en reguleren van hun bevolking. Er zijn twee redenen te noemen waarom landen als Rusland en China censureren. De eerste reden is dat ze kritiek op de staat willen voorkomen. De tweede reden is daar weer een vervolg op, namelijk het beperken van onrust binnen de burgerij zodat revolutionaire daden vermeden worden. Men noemt dergelijk handelen ook wel repressieve druk.3 Landen als Rusland proberen uit alle macht hun gezag over het land te handhaven. Een recentelijk voorbeeld hiervan is de Russische punkband ‘Pussy Riot’. De dames werden opgepakt omdat de teksten te kritisch waren. Gelukkig heeft alle internationale media aandacht er voor gezorgd dat Rusland Pussy Riot waarschijnlijk een mildere straf heeft gegeven dan dat de leiders eigenlijk hadden gewild. Ook China komt vaak in het nieuws omdat ze Youtube of Facebook ontoegankelijk maken voor de bevolking. Men zou te werelds en te wijs kunnen worden en zich keren tegen het heersende regime. Maar de allerbeste op het gebied van moderne censuur is toch echt Noord-Korea. Een land dat censuur bijna tot een kunst heeft verheven. Boeken en websites die ook maar

nummer 35

|

jaargang 21


VERDIEPING een beetje ageren tegen het regime worden zonder pardon verboden. Een mooi voorbeeld van het cognitief dood houden van de bevolking waren de beelden na het overlijden van de Grote Leider in juni 2013. Door de combinatie van totale censuur en indoctrinatie was een uitgehongerd volk compleet van slag door de dood van een enkeling. Een man die elk jaar voor 7 miljoen dollar aan buitenlandse luxeproducten liet verschepen naar zijn onderkomen.45 Op een mooie tweede plaats volgt Iran. Alle social media is geblokkeerd in het land. Toch blijkt hier eindelijk verandering in te zullen komen. De minister van Cultuur en Islamitische Oriëntatie, Ali Janati heeft aangegeven dat in de toekomst enkel anti-islamitische geschriften en pornografie moeten worden verboden. Eerder stelde Janati al dat het aantal verboden boeken zal moeten worden teruggebracht.6 Censuur zal nooit helemaal verdwijnen. Ook in Nederland, als bij de Volkskrant goede journalistiek wordt bedreven, hebben wij er nog mee te maken. Gelukkig dusdanig beperkt schaal dat niemand er echt last van heeft, dat wil zeggen in zijn klassieke grondrechten wordt beperkt. Dat lijkt een mooi mondiaal streven.

Noten 1 Peter van Ammelrooy, Nederland bij koplopers in ‘censuur’ op Google, Volkskrant. 2013 http://www.volkskrant.nl/ vk/nl/2680/Economie/article/detail/3484618/2013/07/31/ Nederland-bij-koplopers-in-censuur-op-Google.dhtml 2 Socrates en de gifbeker, Histotheek. 2013. http://www. histotheek.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=5 68&Itemid=67 3 Armen Hakhverdian, Hoe 13% van de social media in China wordt gecensureerd, HP De Tijd, 2013-11-10 http://www. hpdetijd.nl/2013-05-26/hoe-13-van-de-social-media-in-chinawordt-gecensureerd/ 4 'Hysterische huilpartijen' na dood Kim Jong-il, volkskrant. 2013 http://www.volkskrant.nl/vk/nl/8984/Kim-Jong-il/article/ detail/3082970/2011/12/19/Hysterische-huilpartijen-na-doodKim-Jong-il.dhtml 5 ‘Hysterische huilpartijen’ na dood Kim Jong-il, Volkskrant. 2013 http://www.volkskrant.nl/vk/nl/8984/Kim-Jong-il/article/ detail/3082970/2011/12/19/Hysterische-huilpartijen-na-doodKim-Jong-il.dhtml 6 Minister Iran wil af van censuur op sociale media, BN De Stem. 2013. http://www.bndestem.nl/algemeen/buitenland/ minister-iran-wil-af-van-censuur-op-sociale-media-1.4083712

41


JFAS borrelfoto’s


NA(AST) JE STUDIE

Belgische ambtenarij

I

n mijn ogen was Nederland altijd een goed voorbeeld van een land waar klantonvriendelijke bureaucratie en regelzucht de norm is. Formulieren ten overvloede, tijden in de wachtrij en ontelbare loketten om langs te gaan alvorens je wissewasje bij elke organisatie goed en wel geregistreerd staat. Nu een paar maanden weg uit Nederland, ben ik erachter gekomen dat het allemaal nog veel omslachtiger kan dan thuis. “Waarom doelmatig en functioneel te werk gaan als het ook onnodig uitgebreid en uitvoerig kan?”, lijkt een motto dat de Belgen op het lijf geschreven staat. De afgelopen vijf jaar heb ik me dikwijls geërgerd aan de openingstijden van de onderwijsbalie aan de Oudemanhuispoort. Het was altijd net om vijf minuten over twee dat ik me bedacht dat ik readers nodig had of dat ik een brandende vraag had die door de jongens aldaar achter de balie kon worden beantwoord (menig vraag die eigenlijk voor de studieadviseur was bedoeld heb ik aan hen voorgelegd met altijd een bevredigend antwoord binnen vijf minuten, aanrader dus). Na een krappe twee maanden aan de UGent zijn mijn frustraties jegens de onderwijsbalie van de UvA omgeslagen in pure lof. Elke dag uren geopend met wat lijkt een onuitputtelijke voorraad aan readers - de soms ietwat lange wachttijd neem ik op de koop toe. De UGent heeft een aanzienlijk uitgebreider parcours

Tekst: Sascha van Gerrevink

Oud-bestuurslid Sascha van Gerrevink doet een tweede master in Gent, en houdt ons op de hoogte!

dat afgelegd moet worden vooraleer je met een reader beloond wordt. Wil je een reader kopen dan zal je je daar eerst voor moeten inschrijven en de inschrijflijst is niet altijd en overal beschikbaar. Daarvoor moet je naar het desbetreffende secretariaat van je vak en per vak is er een gezette tijd aangegeven waarop inschrijving mogelijk is. Let op: deze gezette tijd is niet eens per week of maand, maar eens per jaar! Ben je op dat moment verhinderd, bijvoorbeeld omdat je precies op dat tijdstip een ander vak volgt, dan heb je pech. Is het je gelukt je in te schrijven voor de reader, dan is stap twee ter plekke contant betalen. Met een beetje geluk kan je vervolgens de reader plusminus twee weken later komen ophalen op hetzelfde secretariaat maar weer een compleet ander tijdstip. Op een van de ophaalmomenten was ik verhinderd en haalde ik het in mijn bolle hoofd om een dag later te proberen mijn reader op te halen. Het secretariaat was open, er was iemand aanwezig en ik toverde mijn allerliefste glimlach tevoorschijn en vroeg beleefd naar de reader die ik op grote stapels op tafel zag liggen. Ik werd zonder blikken of blozen de weg naar de deur gewezen, dit was niet het juiste moment om de desbetreffende reader op te halen, dat was gisteren om twee uur. Hallo paarse krokodil!? Toen ik vroeg of ik misschien op een later moment die dag nog eens langs mocht komen, veranderde de normaal muizige meneer in een boze bever en begon me uit te foeteren. Ik koos

‘Daar stond ik dan; een kopieerfabriek in de armen, geen tas en een dikke succes van de reader-meneer.’ eieren voor mijn geld en besloot een mailtje aan de situatie te wijden. Per mail was de reader-uitdeel-meneer (jawel, dit is een baan an sich) een stuk coulanter. De eerstvolgende vrijdag was ik welkom en mocht om tien uur langs het secretariaat komen. Dat kwam goed uit, want die dag kon ik op hetzelfde secretariaat tussen negen en tien een andere reader ophalen met aansluitend college.

43


‘Wat ik wel kan waarderen aan Belgen is hun traditie om elk mogelijke feestdag met beide handen aan te pakken en er een nationale vrije dag van te maken.’

44

Vrijdagochtend kwart voor tien: vol goede moed stond ik op het secretariaat. De meneer keek mij met argusogen aan, dit was volgens zijn strak geplande schema namelijk niet het juiste moment voor een van de twee readers. Ik wees hem op onze mailwisseling en na deze nog eens grondig te hebben doorgelezen gaf hij me gelijk en kreeg ik met moeite mijn reader. Dat was een, de tweede reader vroeg om meer overtuigingskracht. Het was namelijk kwart voor tien en ik mocht hem pas vanaf tien ophalen, volgens protocol zou ik dus na een kwartiertje weer terug moeten komen. Goddank streek de man met de hand over zijn hart - maar niet zonder nog even te benadrukken dat ik wel héél erg geluk had dat het rustig was (de hele vleugel van het gebouw was op ons na werkelijk helemaal uitgestorven) – en was mijn readercollectie dan eindelijk compleet. De grande finale van deze anekdote is dat Belgische readers niet mooi ingebonden bundels zijn zoals ik van de UvA gewend was, maar een grote stapel van 1200 velletjes zonder enig spoor van nietjes, ringband of andere vorm van bij-elkaar-houdsel. Daar stond ik dan; een kopieerfabriek in de armen, geen tas en een dikke succes van de reader-meneer. Wat mij aanvankelijk wél een mooi systeem van de UGent leek was de de ‘Jobs UGent’. Je schrijft je in en vervolgens heb je toegang tot een databank vol met baantjes bij de universiteit. Zeker de moeite waard om eens tussen te snuffelen. Kleine hobbel voor mij als Nederlander is dat ik me in Gent moet registreren alvorens ik hier aan het werk kan, leek me niet helemaal in lijn met het vrij verkeer van diensten, maar daar kon ik me nog wel overheen zetten. Ik wilde mij niet domiciliëren in Gent, want dat zou betekenen dat ik in Amsterdam uitgeschreven wordt en daarmee de met pijn en moeite opgebouwde vijf jaar wachttijd bij Woningnet kwijt ben. Nu ben ik dus geen bewoner van Gent – en daarmee gaan alle voordelen zoals gratis museumtoegang aan mijn neus voorbij – maar een soort ‘geregistreerd aanwezige’.

nb

Volgende stap in mijn zoektocht naar werk was het invullen van het bedrieglijk simpel online formulier. Naam en adres werden geaccepteerd, maar mijn Nederlandse bankrekeningnummer paste niet in het format. Na de servicedesk van de Jobdienst gevraagd te hebben hoe ik dit probleem kon omzeilen, kreeg ik als antwoord: neem een Belgisch rekeningnummer. Ik heb me over mijn frustratie van het ronduit botte mailtje heen gezet en me verplaatst naar het volgende loket; de ING om de hoek. Leuk dat ik een rekening bij ze wilde openen, maar voorwaarde om een Belgische rekening te openen is dat je gedomicilieerd bent in België. Ik zag de bui al hangen; of een kijkje kunnen nemen in de databank van de Jobs UGent (zonder de garantie dat je ook daadwerkelijk werk vindt) en mijn wachttijd bij Woningnet verliezen óf ervoor kiezen mijn wachttijd bij Woningnet te behouden en de rest van mijn tijd in Gent op droog brood en water leven omdat ik mij niks meer kan veroorloven. Een lastige keus die ik gelukkig (!) niet hoefde te maken omdat de ING meneer zo geweldig was mijn uiterste precaire woonsituatie door de vingers te zien en alles voor me in orde maakte. Hiep hoi voor de eerste efficiënte en meedenkende Belg! Met mijn nieuwe rekeningnummer op zak dacht ik dan eindelijk de code van de databank te kunnen kraken. Wederom te vroeg gejuicht. Belgische studenten moeten hun SIS-kaartnummer (identiteitskaartnummer) invullen, zo ook buitenlandse studenten in het bezit van een SIS-kaart. Ik val onder geen van beide categorieën, dus heb dit vakje leeg gelaten. De volgende twee betreffen de arbeidsvergunning, buitenlandse studenten van buiten de EU moeten daarvan het nummer en vervaldatum invullen. Aangezien ik van binnen de EU kom heb ik ook deze vakjes leeg gelaten. En toen liep ik vast; ik moest namelijk óf mijn SIS-kaart- of arbeidsvergunningnummer invullen alvorens toegang te krijgen tot de databank. Tot op heden zijn de verschillende baantjes die de UGent te bieden heeft voor mij dus nog een mysterie. Wat ik wel kan waarderen aan Belgen is hun traditie om elk mogelijke feestdag met beide handen aan te pakken en er een nationale vrije dag van te maken. Vooral de maand november is het een feest van jewelste. Allerzielen, Allerheiligen, Wapenstilstand en Koningsdag vallen allemaal in een bestek van twee weken en zorgen voor de broodnodige extra lange weekenden. Voor Belgen kans bij uitstek om familie te bezoeken. Voor mij het aangewezen moment om me gewapend met laptop, telefoon, flinke pot thee en frisse tegenzin een baan te worstelen door de Belgische ambtenarij. Maar alé he, voor de volgende editie zal ik zeker en vast een plezant stuk schrijven over mijn nieuwe job en zotte tijd dat ge hopelijk met veel goesting zal lezen. Godmiljaar als ik weer een artikel vol kan kreften met ambetante ervaringen, amai zeg! Dikke kus en saluukes

nummer 35

|

jaargang 21


NA(AST) JE STUDIE

Rechtswinkel Bijlmermeer Door Niels van der Neut en Daniëlle van Dorst

‘Rechten lijkt me zo saai en droog’, is een commentaar dat wij als rechtenstudenten vaak genoeg te horen krijgen. Toegegeven, er kan een kern van waarheid in deze opmerking kan zitten. Wel moeten we hier ook zeker een kanttekening bij plaatsen, aangezien ieder zijn eigen studententijd in de hand heeft. Wil jij, net als wij, niet alleen met je neus in de boeken zitten maar ook een keer de tot op heden opgedane theoretische kennis in de praktijk toepassen? Dan kan de Rechtswinkel Bijlmermeer misschien wel de ideale mogelijkheid voor jou zijn!

W

erken bij de Stichting Rechtswinkel Bijlmermeer kan jouw studententijd gezelliger, interessanter en, misschien nog wel belangrijker, leerzamer maken. Sinds 1977 zet de Stichting Rechtswinkel Bijlmermeer zich in om rechtshulp te bieden in de meest uitgebreide zin van het woord. Als juridisch medewerker bij de Rechtswinkel Bijlmermeer help je mensen op vrijwillige basis in een stadsdeel waar deze hulp hard nodig is. Tegelijkertijd doe je ervaring op met het verstrekken van juridisch advies, het schrijven van bezwaar- en beroepschriften en het procederen bij de rechtbank. Wij behandelen de rechtsgebieden: verbintenissenrecht, bestuursrecht,

arbeidsrecht, huurrecht en sociaalzekerheidsrecht. De rechtswinkel wordt gerund door rechtenstudenten in de ‘laatste’ fase van hun academische carrière en is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. Iedere woensdagochtend en donderdagavond is er inloopspreekuur op het kantoor van de MaDi (maatschappelijke dienstverlening), dat is gelegen aan de Karspeldreef 1109. Als rechtswinkelier loop je eens in de twee weken spreekuur gedurende een jaar of langer (26 spreekuren is het minimum). Tijdens het spreekuur werk je altijd in tweetallen. Je staat de cliënten te woord en kijkt wat je voor diegene kunt betekenen. Soms volstaat een advies of blijkt de kwestie niet juridisch te zijn. Deze zaken neem je niet in, maar verwijs je door naar de juiste instantie. Bepaalde rechtsgebieden mogen wij inhoudelijk niet behandelen. Ook vorderingen boven een bepaalde competentiegrens moeten we overlaten aan een advocaat. Het belang van de cliënt staat immers voorop! Dit betekent echter niet dat je helemaal buiten de zaak wordt gezet. De advocaten zijn doorgaans bereid je te betrekken bij de zaak en je te laten meehelpen waar nodig, wat erg interessant en leerzaam is. Besluit je een zaak in te nemen en dus ‘aanhangig’ te maken, dan kan het echte werk beginnen. De cliënt heeft jou gemachtigd om zijn of haar belangen te behartigen en je zult aan de slag moeten. Zaken worden uitgewerkt op het kantoor aan de Oudemanhuispoort. Je hebt op dit

45


kantoor de beschikking over de benodigde faciliteiten. Het zijn jouw zaken, dus jij bent verantwoordelijk voor het punctueel in de gaten houden van termijnen en contact met cliënten te onderhouden over het verloop van hun zaak. Kom je ergens niet uit, dan is er altijd een ervaren collegarechtswinkelier of huisadvocaat om je te ondersteunen.

46

Waarom moet jij aankomend studiejaar bij de rechtswinkel komen werken? Heb je 26 spreekuren gelopen, dan ontvang je een certificaat dat een mooie aanvulling op je cv kan betekenen. Misschien nog belangrijker is de kans die je krijgt om het theoretische recht in de praktijk toe te passen. Je komt terecht in een leuk team van studenten, waar je naast het lopen van spreekuren ook regelmatig gaat borrelen na een algemene vergadering, scholing of tijdens een groepsuitje. Ben je verhinderd en kun je een keer geen spreekuur lopen? Geen paniek; collega’s zijn over het algemeen bereid om van spreekuur te ruilen of voor je in te vallen. Tot slot twee rechtswinkeliers aan het woord: Daniëlle van Dorst (master: Commerciële Rechtspraktijk, UvA) “Na drie jaar in de boeken leek het me leuk om wat inhoudelijks te doen naast mijn studie. Voor een bestuursjaar had ik geen tijd en in een stage, met de vrees voor een hoog barrista-gehalte , nog geen zin. Hierdoor viel mijn oog tijdens mijn bachelorfase dan ook snel op de SRB. Inmiddels werk ik hier al een jaar met veel plezier en leer ik altijd nog nieuwe dingen. Het leukste vind ik het omzetten van je opgedane kennis in iets bruikbaars. Zo ben ik niet alleen bezig met het opstellen van bezwaarschriften en dagvaardingen, maar kom ik ook vaak voor de uitdaging te staan juridische termen om te zetten tot begrijpbare taal voor mijn cliënten. Daarnaast is het zeer belonend om de belangen van deze groep cliënten te behartigen, omdat je vaak ziet dat onze hulp daadwerkelijk verschil maakt.”

nb

Niels van der Neut (derdejaars bachelor Rechtsgeleerdheid, UvA) “Toevallig kwam ik een advertentie van de Stichting Rechtswinkel Bijlmermeer tegen en dit trok direct mijn aandacht. Naast het maatschappelijke deel, in de vorm van het helpen van de mensen die deze steun zeer hard kunnen gebruiken, waren het natuurlijk ook de ervaring en uitdaging die mij interesseerde n. Ook is het een mooi toetsmoment om in de spiegel te kijken of dit wereldje wat voor jou is en of je daadwerkelijk iets hebt opgestoken in de collegebanken. Ik kwam erachter dat bepaalde zaken in de praktijk toch anders gaan dan zo mooi op papier beschreven staat . Ik zit nu bijna een jaar bij de Rechtswinkel Bijlmermeer en naast het uitbreiden van mijn theoretische kennis heb ik mijn communicatieve en administratieve vaardigheden verder ontwikkeld. Eigenlijk wil ik er nog twee elementen uithalen waar ik, door de rechtswinkel, van geniet en heb genoten: het gevoel dat je hebt als je een zaak wint, geeft mij naast voldoening ook een ‘kick’ (vooral als je er veel tijd en moeite in hebt gestoken en/of de tegenpartij niet al te fideel is geweest) en het verder ontwikkelen van je juridische kennis op gebieden waar je nog weinig van afweet. Hierbij doel ik, naast theoretische kennis, ook op de kunstgrepen die je door de samenwerking met de advocaten en door je eigen ervaringen ontdekt en ontwikkelt”

Meer informatie is te vinden op www.rechtswinkelbijlmermeer.nl. Solliciteren? Stuur dan een e-mail bijgaand met je cijferlijst en cv naar secretaris@rechtswinkelbijlmermeer.nl.

nummer 35

|

jaargang 21


NA(AST) JE STUDIE

Poen, durf of waarheid?

Zuidas-advocaten op de biechtstoel

47 Door: Suzanne van Duijn

Voor de één een corporale poppenkast, voor de ander de enige échte plek om een carrière te starten: De Amsterdamse Zuidas. People hate it or love it. Maar zijn al die meningen nu uit de duim gezogen? Of zit er toch een kern van waarheid in? Ik besloot twee undercover-advocaten van de Zuidas te onderwerpen aan tien stellingen, om zo eindelijk eens de waarheid boven tafel te krijgen.

1.

Je wordt alleen aangenomen bij een Zuidaskantoor als je fantastische cijfers hebt en een prachtig CV. X: “Het gaat erom dat je je positief onderscheidt van je medestudenten. Het is niet erg om in je eerste twee studiejaren een 6,5 gemiddeld te staan, als je in de jaren daarna vervolgens achten en negens haalt. Daarbij moet je laten zien dat je niet alleen hebt gestudeerd maar ook op andere manieren actief bent geweest. Studie- of studentenvereniging, rechtswinkel of vrijwilligerswerk in Zuid-Amerika: als je maar laat zien dat je niet alleen slim bent, maar ook de sociale- en organisatievaardigheden hebt om daar wat mee te doen.” Q: “Het gaat om het totaalplaatje van de sollicitant in kwestie. Je kunt ook als je niet cum laude bent afgestudeerd interessant zijn voor een kantoor, omdat je bijvoorbeeld veel nevenactiviteiten hebt gedaan. Bij ons op kantoor lopen veel mensen rond met een verschillende achtergrond en een afwijkend CV. Ik denk dat het lastig wordt om een lijst met uitsluitend zesjes en zevens te compenseren of te verantwoorden als je acht jaar over één studie hebt gedaan. Bovendien worden er ook ‘kwaliteitseisen’ gesteld aan de nevenactiviteiten op je CV. Een bestuursjaar bij een studie- of studentenvereniging maakt over het algemeen meer indruk dan een bijbaan in de supermarkt. Wat dat betreft voldoe ik op papier aan het eisenpakket: ik heb in het buitenland gestudeerd, ik heb stage gelopen bij meerdere Zuidas-kantoren (waaronder in het buitenland), ik heb een bestuursjaar gedaan bij de studievereniging van mijn universiteit en ik ben lid geweest. Zeker in tijden waarin kantoren minder mensen aannemen, terwijl het aanbod van rechtenstudenten relatief groot is, is het belangrijk om jezelf te onderscheiden.”

2.

Iedereen bij een Zuidas-kantoor heeft bij een studentenvereniging gezeten. X: “Vrijwel iedereen heeft een actieve studententijd gehad, die niet alleen uit studeren bestond, maar ook uit andere dingen. Sommigen zijn actief geweest binnen een studentenvereniging, maar minstens zoveel hebben andere dingen gedaan.” Q.: “Die stelling is onjuist, maar ik denk wel dat het merendeel van de Zuidas-advocaten lid is geweest. Het verschilt overigens ook per kantoor. Een aantal Zuidas-


kantoren staan zeker bekend als ‘corporaal’. Ik zou me daar niet door laten afschrikken. Behalve de regelmatige lustrumreizen merk je er verder weinig van.”

48

3.

Voor je uberhaupt kans maakt op een baan bij een Zuidas-kantoor moet je eerst meedoen aan masterclasses en speeddaten. X.: “De beste manier om bij een Zuidas-kantoor in de picture te komen is via een studentstage. Je krijgt op die manier een goed beeld van hoe het is om op een Zuidaskantoor te werken, en het kantoor krijgt een goed beeld van jou. Een goede stagebeoordeling is een belangrijke ‘check’ voor een uiteindelijke sollicitatie. Opvallen bij pleitwedstrijden en masterclasses helpt ook, maar er gaat niets boven een stage.” Q.: “Het lijkt me vooral handig voor jezelf om deel te nemen aan masterclasses en andere activiteiten die kantoren te organiseren. Zo leer jij het kantoor kennen en zij jou. Ik acht de kans veel groter om aangenomen te worden als je een goede indruk hebt achtergelaten tijdens een masterclass of een stage. Als het kantoor in een sollicitatieprocedure kan kiezen tussen twee ‘gelijke’ personen, waarvan ze met één prettig kennis hebben gemaakt in het verleden is de keuze denk ik snel gemaakt.”

4.

Bij een Zuidas-kantoor ga je nooit voor 20:00 uur naar huis. X.: “Wat je werktijden zijn hangt voor een belangrijk deel af van op welke sectie je zit. Op een procespraktijk kun je redelijk plannen en is voor de meeste mensen een dag van 9.00 uur tot 19.00 uur normaal. Natuurlijk geldt wel: als iets af moet, moet het af. Dan kan het voorkomen dat je tot laat zit. Op een transactiepraktijk moeten dingen vaak gisteren af zijn en zijn je werktijden soms erg onregelmatig. Dan kan het voorkomen dat je een aantal weken achter elkaar elke avond en soms nacht moet werken. Daar staat dan weer tegenover dat het na een closing weer heel rustig kan zijn en je weer volop tijd hebt om op adem te komen.” Q.: “Bij ons op kantoor is het bepalend op welke sectie je zit. Over het algemeen hebben mijn collega’s op een procespraktijk een beter overzicht van hun werkzaamheden van de komende weken. Op secties waar veelal met de overheid wordt gewerkt zijn de werktijden ook regelmatiger. Ikzelf zit op een transactiepraktijk, waar het dikwijls voorkomt dat wij ’s avonds vragen binnenkrijgen die dezelfde avond nog beantwoord moeten worden. Tevens werken wij vaak aan intensieve transacties die gedurende een aaneensluitende periode veel tijd vergen. Sinds twee maanden geleden heb ik het

nb

bijvoorbeeld zo druk dat ik nauwelijks thuis heb kunnen eten en ook een paar keer in het weekend heb moeten werken. Ook komt het af en toe voor dat je tot in de vroege uurtjes op kantoor zit. Als je je werk leuk vindt en met een team goed werk verricht, geeft dat overigens veel voldoening.”

5.

Bij een Zuidas-kantoor sta je nooit in de rechtbank. X: “Tijdens je advocaat-stage sta je minimaal vijf keer voor de rechter. Dat is een opleidingsverplichting van de orde, waar ook Zuidaskantoren rekening mee moeten houden. Wel is het zo dat je op een klein kantoor over het algemeen vaker in de rechtbank staat dan op een groot kantoor. Grote kantoren hebben grote cliënten en die willen bij een zaak van honderd miljoen toch echt de partner laten pleiten en niet de stagiair. Ook op een groot kantoor zijn er echter zaken die je als stagiair prima kan doen en ook te doen krijgt. Hoeveel is dan weer sterk afhankelijk van je sectie. Bij arbeidsrecht gebeurt dat vaker dan bij verzekeringsrecht.” Q.: “Elk Zuidas-kantoor procedeert, maar niet elke sectie. Daarom kennen veel kantoren ook een rouleersysteem tijdens je advocatenstage, waarbij het de bedoeling is dat je zowel een transactiepraktijk als een procespraktijk ziet. Dat is niet alleen ingesteld ten behoeve van het opdoen van verscheidene ervaringen, maar ook omdat je binnen je stage aan je procespunten moet komen.”

6.

Het startsalaris van een Zuidas-advocaat is € 3.500. X.: “Startsalarissen liggen over het algemeen geloof ik tussen 3100 en 3800 euro.” Q.: “Het startsalaris van advocaten verschilt, alhoewel de meeste kantoren elkaars aanbod in de gaten houden. Ze willen liever niet dat high potentials naar de buren gaan omdat ze daar € 100 per maand meer kunnen verdienen. Ik denk dat de met ons kantoor vergelijkbare kantoren inderdaad rond de € 3.500 bieden in het eerste jaar. Dat bedrag wordt fors verhoogd als je medewerker wordt na de stageperiode van drie jaar en drie maanden.”

7.

Bij een Zuidas-kantoor gaat het alleen maar over geld, overnames en fusies. X.: “Bij elk advocatenkantoor gaat het om de belangen van de cliënt en uiteindelijk zijn die vaak financieel van aard. Waar je vooral mee bezig bent is echter hoe ervoor te zorgen dat die belangen het beste zijn gewaarborgd.” Q.: Een groot internationaal Zuidas-kantoor is – net als kleinere kantoren – een onderneming die gericht is op nummer 35

|

jaargang 21


NA(AST) JE STUDIE

winst. Er moeten targets worden gehaald en er is veel concurrentie. Bovendien bedienen Zuidas-kantoren vaak de ‘grote spelers’ en gaat het vaak om ‘veel geld’. Daar staat tegenover dat hoogwaardig juridisch advies het uitgangspunt is en dat advies beperkt zich niet uitsluitend tot Mergers & Aqcuisitions. Dat zou ook commercieel niet verstandig zijn, want we willen onze cliënten ook kunnen bijstaan in arbeidsrechtelijke geschillen of bij een IE-issue. Wel kennen de meeste Zuidas-kantoren grote Corporate en Banking secties waar het merendeel van hun advocaten werkzaam is. Die focus heeft vooral te maken met de dagelijkse activiteiten van het type cliënt van de Zuidas-kantoren.”

8.

Na drie jaar bikkelen mag slechts de helft van de advocaat-stagiairs bij een Zuidaskantoor medewerker worden. X.: “Na drie jaar verlaat ongeveer de helft van de stagiairs het kantoor, maar de redenen daarvoor zijn divers. Veel stagiairs hebben een groot kantoor gekozen vanwege de naam en de opleidingsmogelijkheden, maar vinden zich uiteindelijk beter bij een kleiner kantoor passen. Anderen willen überhaupt niet door in de advocatuur of zijn gewoon op zoek naar weer een nieuwe omgeving. Het aandeel dat wel wil blijven, maar dat niet mag is relatief klein.” Q: “Hoeveel advocaat-stagiaires ook daadwerkelijk medewerker worden is mede ingegeven door de economie. De afgelopen drie jaar was de vraag naar starters lager dan voorheen. Kantoren kiezen er in die situatie misschien eerder voor om nieuwe mensen aan te trekken dan om iemand medewerker te maken, tenzij die persoon het natuurlijk erg goed doet. Echter, naar mijn idee is er niet een beleid om de helft van de mensen eruit te gooien na hun stage en dat gebeurt ook meestal niet. Ik denk dat een percentage van 30% reëler is, maar daar zitten ook mensen bij die er zelf voor hebben gekozen om het kantoor te verlaten.”

9.

Na drie jaar bikkelen rent de helft van de advocaat-stagiairs bij een Zuidas-kantoor gillend weg. X: “Zie hiervoor.” Q.: “Er zijn inderdaad advocaat-stagiaires die tijdens of aan het einde van hun stage tot de conclusie komen dat het kantoor of het werk niet bevalt en om die reden een ander pad kiezen. Ik heb de afgelopen twee jaar collega’s zien vertrekken omdat zij meer vrijheid wilden, anderen omdat zij zichzelf toch niet voor de rest van hun leven in de advocatuur zagen werken. Van de medewerkers gaan de meesten weg na vijf of zes jaar, omdat zij (a) naar een

ander vergelijkbaar kantoor gaan (bijvoorbeeld omdat ze daar de kans groter achten om partner te worden), of –meestal ingegeven door het ontstane gezinsleven(b) naar een kleiner advocatenkantoor gaan of (c) als bedrijfsjurist aan de slag gaan. Van de advocaat-stagiaires die de afgelopen twee jaar van ons kantoor een aanbod tot medewerker kregen ken ik er overigens maar één die daarvoor bedankte.”

10.

Bij een Zuidas-kantoor is er een sterke hiërarchie. X.: “Dat verschilt een beetje per kantoor. Op sommige kantoren (zowel grote als kleine) is er inderdaad een sterke hiërarchie, maar ikzelf herken dat eerlijk gezegd niet. Net als in elk bedrijf heb je als starter natuurlijk minder in de melk te brokkelen dan als senior. In de dagelijkse werkzaamheden merk je daar echter niets van, al is het maar vanwege het feit dat jij niet alleen afhankelijk bent van je partner, maar dat ook andersom geldt. De partner waar je voor werkt heeft niet de tijd om alles wat je aanlevert na te gaan. Je wordt daarom vanaf het begin aan serieus genomen en draagt verantwoordelijkheid voor je werk richting de cliënt. Q.: “De meeste Zuidas-kantoren kennen een piramidesysteem, met de advocaat-stagiaires onderaan en de partners aan de top. Dat is denk ik niet anders bij een kleiner kantoor. Het vooroordeel dat je als advocaatstagiaire de hele dag bezig bent met saaie rotklussen berust bij ons in ieder geval niet op de waarheid. Mijn ervaring is dat advocaat-stagiaires juist regelmatig in het diepe worden gegooid en veel verantwoordelijkheid toegeschoven krijgen. Als je dat niet aankunt, zou je de ambitie om op een Zuidas-kantoor te werken wellicht moeten heroverwegen.”

Undercover-advocaat X. (29) werkt sinds tweeënhalf jaar op een adviespraktijk van een groot Zuidaskantoor. Undercover-advocate Q. (26) werkt eveneens tweeënhalf jaar bij een (ander) groot Zuidas-kantoor. Q. is werkzaam op een transactiepraktijk. Q. is momenteel gedetacheerd bij een bank.

Dit interview is eerder verschenen op Nobiles. nl (informatieve website voor hoogopgeleiden en starters die zich oriënteren op studie en werk) en in de Alibi (opinieblad van de FdR).

49


Groot

vs

klein

Carrière na(ast) je studie Terwijl de wolkenkrabbers van de grote kantoren de Zuid-As versieren, pronken de kleinere kantoren aan onze grachtengordel. Waar kun je het best aan de slag? Om jullie op de hoogte te houden nemen wij in elke editie een kijkje in de keuken van een groot en klein kantoor. Spiek gerust mee!


NA(AST) JE STUDIE

Emilie Renardel de Lavalette hoopt het ver te schoppen bij Stibbe

W

at is jouw studieachtergrond en wat heb je naast je studie allemaal? In 2006 ben ik begonnen met de studie Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht. Ik heb altijd bijbaantjes gehad naast mijn studie, maar vanaf mijn derde jaar ben ik mij meer gaan focussen op inhoudelijke activiteiten. Zo heb ik bij de Rechtswinkel Utrecht gewerkt en heb ik in het bestuur gezeten van Utrecht SIFE (nu: Enactus Utrecht), een studentenorganisatie die zich bezig houdt met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Na mijn bachelor ben ik de master Recht & Onderneming gaan doen, eveneens aan de Universiteit Utrecht. Omdat ik een aantal extra vakken wilde volgen heb ik hier uiteindelijk twee jaar over gedaan. In het eerste jaar daarvan ben ik een half jaar werkstudent geweest bij Loyens & Loeff in Rotterdam. Dit was voor twee dagen in de week, dus dat viel goed te combineren met mijn studie. Waarom heb je voor Stibbe gekozen en hoe ben je begonnen? Hoe heb je ervoor gezorgd dat ze jou hebben gekozen? In het tweede jaar van mijn master heb ik meegedaan aan de masterclass STBB2NY. Tijdens deze masterclass heb ik verschillende mensen bij Stibbe leren kennen. Ik merkte meteen dat het kantoor mij aantrok en voelde mij erg op mijn gemak. Een maand na de masterclass ben ik bij Stibbe gaan solliciteren. Hiervoor heb ik eerst een assessment gedaan en daarna twee gesprekken gevoerd met de partners van de afdeling waarvoor ik solliciteerde. Bij deze gesprekken merkte ik dat het aan de ene kant belangrijk is dat je jezelf goed kent en hierover kunt vertellen: waar ben je goed in en wat wil je nog ontwikkelen? Waarom wil je bij Stibbe werken en wat voeg jij toe aan een team? Aan de andere kant moet je natuurlijk laten zien dat je inhoudelijk onderlegd bent, en dat je met de personen aan tafel mee kunt praten over bepaalde juridische onderwerpen. Als je beide kanten goed voorbereidt, denk ik dat je het sollicitatiegesprek goed door komt.

Verder vindt een advocatenkantoor het meestal belangrijk dat je al een keer ergens stage hebt gelopen. Ze weten dan dat je al een idee hebt van hoe de praktijk werkt. Het maakt daarbij niet zozeer uit of je bij hetzelfde kantoor stage hebt gelopen als waar je ook solliciteert. Wel denk ik dat je er voordeel uit kunt halen als ze al een goede ervaring met jou gehad hebben tijdens je stage. Dit zullen ze toch meenemen in de beoordeling bij het sollicitatiegesprek. Hoe ziet een kantoordag eruit bij Stibbe? Wat voor sfeer hangt er? Wat voor taken krijg je zoal? Educatie Emilie Renardel Omdat ik in de transactiepraktijk De Lavalette (1988) werk, ben ik met name bezig met het opstellen en beoordelen van 2006-2009 overeenkomsten en andere juribachelor dische stukken. Ook onderhoud Rechtsgeleerdheid UU ik veel contacten met andere advocatenkantoren, banken en 2010-2012 investeerders. Wat ik leuk vind master Recht en aan mijn werk is dat je van tevoOnderneming UU ren nooit precies weet wat je allemaal te wachten staat op een dag. Natuurlijk heb je een bepaalde planning, maar wij hebben veel grote en internationale cliĂŤnten waardoor soms iets op heel korte termijn moet gebeuren. Hierdoor kan je dag er plotseling heel anders uitzien. De sfeer bij Stibbe is een van de redenen dat ik hier wilde gaan werken. Iedereen gaat heel informeel met elkaar om, al ben je wel wat zakelijker als het gaat over het inhoudelijke werk. Ook valt het mij op dat het lang niet zo hiĂŤrarchisch is als ik had verwacht bij een advocatenkantoor. Verder is er genoeg tijd voor gezelligheid en worden er door het jaar heen veel activiteiten georganiseerd: borrels, afdelingsuitjes, een heus

51


kerstfeest, het juniormedewerkersweekend en de jaarlijkse skireis.

52

Hoe ziet jouw toekomst bij Stibbe eruit? De afdeling Finance en Equity Capital Markets, waar ik nu werk, vind ik heel erg leuk en ik zou dan ook graag op deze afdeling willen blijven werken. Als het goed gaat mag ik over drie jaar, na mijn advocaat-stage, bij Stibbe blijven werken als advocaat-medewerker. Vanaf dan hoop ik mij verder te kunnen ontwikkelen en mij meer te gaan specialiseren. Ik zou mij dan ook meer bezig willen gaan houden met doceren of publiceren. Nog sollicitatietips voor studenten? Zoals ik al eerder aangaf, zorg dat je goed voorbereid bent, op zowel persoonlijke als juridische vragen. Zo’n voorbereiding helpt je in een gesprek, maar het gaf mij ook rust en een bepaalde zelfverzekerdheid. Verder moet je het sollicitatiegesprek niet als een te grote hindernis beschouwen: er moet gewoon een goede klik zijn tussen jou en het kantoor, en als dat niet vanzelf gebeurt is het misschien voor jou ook niet de verstandigste keuze. Wees dus kritisch en durf vragen te stellen aan de gesprekspartners. Zo leer je gelijk het kantoor al tijdens je sollicitatiegesprek beter kennen en bovendien vinden ze het vaak erg goed als je zelf interesse toont en vragen durft te stellen. Je hoeft dus ook niet bang te zijn wanneer je het antwoord op bepaalde vragen niet weet. Beredeneer dan gewoon verder vanuit iets dat je wel weet. Zorg uiteindelijk dat je gewoon jezelf bent, want je wilt toch dat ze je aannemen om wie jij bent en niet om hoe je je voor hebt gedaan!

Stibbe is een van de grotere Nederlandse advocaten- en notarissenkantoren en is gevestigd aan de Zuidas. Er werken ongeveer 400 mensen in de Stibbetoren, van wie ongeveer 180 advocaten, inclusief notarissen/kandidaat-notarissen en fiscalisten. Behalve een vestiging in Amsterdam heeft Stibbe ook vestigingen in Brussel, Luxemburg, Londen, Dubai, Hong Kong en New York. Stibbe is actief op vele rechtsgebieden: van ondernemingsrecht, arbeidsen administratief recht tot fiscaal en notarieel recht. Wat zijn de mogelijkheden voor studenten? Bij Stibbe is het gedurende het gehele jaar mogelijk om een stage van twee maanden te lopen. Je kunt als derde- of vierdejaarsstudent dan een kijkje in de keuken nemen bij één praktijkgroep. Er is bewust voor gekozen om niet op de helft van de stage te wisselen van praktijkgroep, omdat de ervaring leert dat vier weken wel heel kort is voor één praktijkgroep. Je zit er dan net een beetje in en dan moet je alweer wisselen van praktijkgroep. Het is ook mogelijk om voor een scriptiestage te kiezen. Je draait dan drie dagen in de week mee op een praktijkgroep en de overige twee dagen kan je in de bibliotheek aan je scriptie werken. Voor studenten die ver van Amsterdam wonen, bijvoorbeeld zoals de Groningse student, is een kantoorappartement beschikbaar. Ook een internationale stage behoort tot de mogelijkheden. Je loopt dan eerst één maand stage op de vestiging in Amsterdam en vervolgens één maand op de vestiging in Londen of New York. Als je meer wilt dan een student-stage, dan is er de mogelijkheid van het juridisch-assistentschap. Je treedt dan twee of drie dagen per week bij Stibbe in dienst voor een periode van minimaal vier maanden. Dit assistentschap is goed te combineren met je studie en biedt de gelegenheid om de praktijk van de advocatuur of het notariaat nog beter te leren kennen. In mei organiseert Stibbe de vijfdaagse masterclass STBB2NY. Een groep van ongeveer 24 studenten maakt dan kennis met de internationale rechtspraktijk van Stibbe en natuurlijk met ‘the Big Apple’ zelf. In het najaar organiseert Stibbe de Stibbe Amsterclass. Een vierdaagse masterclas die plaatsvindt in Amsterdam.

nb

nummer 35

|

jaargang 21


NA(AST) JE STUDIE

Robert Jan Dettmeijer, expat bij VoskampLawyers

I

n deze editie van Klein vs. Groot wordt de grachtengordel vertegenwoordigd door een medewerker van VoskampLawyers, Robbert Jan Dettmeijer. En nee, hij gaat niet dagelijks op de fiets naar kantoor aan de Keizersgracht. Hij werkt namelijk helemaal in Kuala Lumpur (Maleisië). Wij waren uiteraard razend benieuwd, en konden hem gelukkig met behulp van het internet de nodige vragen stellen. Wat is je studieachtergrond en wat heb je naast je studie allemaal gedaan (denk aan bestuur, juridi2000-2009 sche bijbaantjes, stages)? bachelor & master fiscaal Ik heb in een niet al te ver recht (EUR) verleden fiscaal recht gestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tijdens mijn studententijd heb ik via mijn studentenvereniging een hele hoop neven-activiteiten vervuld. Zo was ik onder meer secretaris van de Rotterdamsche Studenten Rugby Club (RSRC) en president van de Lustrum Commissie van de RSRC. Daarnaast heb ik ook wat inhoudelijkere dingen gedaan. Op de universiteit heb ik bijvoorbeeld als student-assistent gewerkt bij de capaciteitsgroep fiscaal recht. Daarnaast was ik veel te vinden bij Ernst & Young, waar ik stage heb gelopen, gevolgd door een periode als werkstudent. En dan heb ik het nog niet eens over de business courses gehad. Stuk voor stuk prachtige leermomenten. Zo heb ik deelgenomen aan de fiscale Jonge Olifant-dagen (De

Educatie Robert Jan Dettmeijer

Brauw), Project Unlock (Loyens & Loeff en Fortis) Mumbai (Deloitte) en New York (Ernst & Young). En via mijn lidmaatschap bij de Christiaanse (red. fiscale studievereniging Erasmus Universiteit Rotterdam) ben ik ook nog eens op studiereis geweest naar Beijing. Wat ben je na je studie gaan doen en hoe ben je uiteindelijk bij VoskampLawyers beland? Na mijn studie ben ik begonnen als corporate lawyer bij een trustkantoor genaamd Equity Trust. Na de fusie tussen Equity Trust en TMF, ben ik doorgegaan bij TMF, waar ik in het Talent Program terecht kwam. Hierdoor heb ik de kans gekregen om 6 maanden naar Parijs te gaan, gevolgd door 6 maanden Singapore. Geweldig! In laatstgenoemde stad ben ik in de ban geraakt van de dynamiek, de groei en de potentie van Azië. Ik raakte weer in contact met Barbara Voskamp (de naamgever van ons kantoor) die ik uit Nederland al kende en zo is het balletje gaan rollen. Wat is je exacte functie en was de overstap naar werk in het buitenland lastig? Ik ben directeur van onze vestiging in Kuala Lumpur. We zijn in september 2012 met deze vestiging gestart en het is nu mijn taak om deze vestiging verder te ontwikkelen en uit te breiden. Ik was voor werk reeds twee keer naar het buitenland verhuisd en dus al gewend aan de stap. De eerdere stappen waren ieder voor 6 maanden en deze stap naar Kuala Lumpur is nu een permanente. Dat is wel even wennen, maar een geweldige uitdaging. Waar Singapore Azië voor beginners is, is Maleisië meer Azië. Dat maakt het wel uitdagender, maar die uitdaging ga ik graag aan. Het goede weer en het eten is ook zeker geen straf. Hoe ziet een kantoordag eruit in Kuala Lumpur en hoe verschilt dat met Nederland? Hoe bevalt de nieuwe taak? Een kantoordag is op dit moment vooral nog de markt en het systeem leren kennen. Veel netwerken en contacten leggen met potentiële klanten. In Nederland was ik vooral in gesprek met de juridische afdeling van een multinational, waar ik hier veel meer aan tafel zit bij de ondernemer zelf.

53


54

Wat hoop je in de toekomst nog te bereiken? (zowel zakelijk als privé) De bedoeling is dat ik het kantoor verder uitbreid en dat er op den duur een vestiging staat van een vergelijkbare omvang als ons Singapore kantoor, waarbij we voor buitenlandse investeerders in Maleisië de logische adviseur zijn en blijven. Privé wil ik het plezier dat ik nu in mijn werk en leven heb behouden en mezelf blijven ontwikkelen. Nog (sollicitatie)tips voor studenten? Kijk vooral ook eerst op onze website, want wij hebben altijd interesse in enthousiaste, goede studenten. Denk verder niet alleen aan hoe jij aan je potentiële werkgever kunt verkopen dat jij bij hen past, maar stel jezelf altijd de vraag of je potentiële werkgever ook echt bij jou past. Dit kun je doen door goed onderzoek te doen, bij mensen na te vragen, en laat daarvoor een sollicitatiegesprek zeker niet onbenut!

nb

VoskampLawyers is een jong en dynamisch kantoor bestaande uit advocaten en fiscalisten die voorheen bij top kantoren hebben gezeten. Er zijn vestigingen in Amsterdam, Singapore en Kuala Lumpur, en haar advocaten, fiscalisten en juristen zijn gekwalificeerd in verschillende jurisdicties. Hierdoor en door jaren ervaring van de medewerkers is het kantoor prima geschikt voor de begeleiding tijdens internationale transacties. Zowel uit fiscaal als juridisch oogpunt. Natuurlijk zijn wij ook altijd op zoek naar nieuwe mensen. Houd onze website daarom goed in de gaten indien je zin hebt in een buitenlands avontuur!

nummer 35

|

jaargang 21


5.B 10.D 3. Welke actie met betrekking tot een postzegel wordt in Engeland gezien als verraad? a. Tapen ipv plakken b. Inkleuren c. Ondersteboven plakken d. Linksboven plakken 4. Wanneer is de vader volgens de wet ook de juridische vader? a. Indien hij aanwezig was bij de bevalling b. Indien hij een relatie heeft met de moeder en het kind inschrijft c. Indien hij zich naar buiten toe gedraagt als de vader en dat door niemand wordt weersproken d. Indien hij tijdens de geboorte getrouwd is met de moeder, of het kind erkent

4.D 9.B

2. Welk dier mag in Frankrijk geen Napoleon worden genoemd? a. Varken b. Leeuw c. Paard d. Eend

3.C 8.C

1. Van welk land nam Japan eind 19e eeuw nagenoeg onveranderd het burgerlijk wetboek over? a. De Verenigde Staten b. China c. Nederland d. Duitsland

Antwoorden: 1.D 2.A 6.B 7.A

Quiz

5. Wat is de enige vorm van eigenrichting die de wet toestaat? a. Noodweer b. Indien de beplantingen van de ene buur over het erf van de ander heenhangen, mag laatstgenoemde deze na aanmaningen eigenmachtig het overhangende wegsnijden en zich toeëigenen. (5:44 BW) c. Het betrappen en toetakelen van een dief. d. Bepaalde fysieke ruzies in familiesfeer 6. Wat wordt er in Europees recht bedoeld met “Acte Clair”? a. Het binnen afzienbare tijd sluiten van een verdrag b. Leerstuk is zo duidelijk dat de nationale het zelf kan afhandelen zonder prejudiciele vraag c. Een dramatische vertoning tijdens een debat binnen het Europees Parlement 7. Wegens welke aanklacht stond Gerard Spong in 2003 zelf voor de rechter? a. Naaktloperij b. Valsheid in geschriften c. Belastingontduiking d. Het niet opruimen van hondenpoep 8. Wat was het motief van de daders in de GroningerHIV zaak? a. Wraak b. Doodslag c. Vormen van een ongeremde seksomgeving d. Hadden ze niet 9. Een rechter wordt voor het leven benoemd, tot wanneer is dit? a. 65e b. 70e c. 100e d. onbepaalde tijd

10. Tot wanneer kende Nederland juryrechtspraak? a. 1990 b. 1945 c. 1789 d. 1813

55


56

nb All A4.indd 7

nummer 35

|

jaargang 21 19-01-2007 15:48:00


Nota Bene januari 2013 - Internet