__MAIN_TEXT__

Page 1

NOTA BENE

Vroeger.

A M E D HID

W VIE R E INT F IE US L C EX

EO H T

T ME

JFAS nummer 40 voorjaar 2015 jaargang 23

BEZUINIGEN O

OP DE

UDEMANHUISPOORT

DE BIJLMERBAJES

GEEN VRIJHEID, WEL BLIJHEID?

OUDERWETS?

TROUWEN

IN GEMEENSCHAP VAN GOEDEREN

R


HOOFDREDACTIONEEL

V

roeger was alles beter, zo hoor je vaak. De mensen die dit roepen hebben meestal witte haren en veel rimpels; zij kunnen de veranderingen van de eenentwintigste eeuw niet goed meer volgen. Jongeren schudden dan ook vaak meewarig hun hoofd na het horen van een dergelijke opmerking. Toch koesteren ook jonge mensen een zekere liefde voor het verleden. We associëren het met romantiek; massaal romantiseren wij het verleden. Maar wanneer kunnen we spreken over ‘vroeger’? Diezelfde rimpelige mensen lachen mij nog weleens (vriendelijk) uit als ik mijn jeugd aanduid met ‘vroeger toen ik…’. Voor hen stellen die twintig jaar dat ik op deze aardbol rondloop niks voor, en mijn ‘jeugd’ zien zij daarom niet als het verleden. Wanneer komt het moment dat je met recht kunt spreken over je jeugd met de tijdsaanduiding ‘vroeger’? Misschien hangt het af van de mensen om je heen. Hetzelfde geldt voor de term ‘geschiedenis’. Wanneer is iets geschiedenis? Onze ouders groeiden op tijdens de Koude Oorlog, wij kregen er geschiedenisles over op de middelbare school. Wat maakt dat een situatie in het verleden belangrijk genoeg is om de geschiedenisboeken te halen? Iedereen spreekt met een zekere waardering over ‘vroeger’. We koesteren de herinneringen aan dat wat niet meer is. We idealiseren het verleden. Misschien omdat het ongrijpbaar is geworden, en we, nu we niets meer kunnen veranderen, er maar het beste positief over kunnen spreken. Of we het ook echt positief ervaren hebben, is een ander verhaal. Zo noemen we de zeventiende eeuw bewonderend de Gouden Eeuw, terwijl wij Nederlanders het vandaag de dag waarschijnlijk een stuk beter hebben dan destijds. In Midnight in Paris, één van mijn favoriete films, van de eeuwig nostalgische Woody Allen, komt deze idealisering van het verleden mooi naar voren. Schrijver Gil Pender wandelt door de romantische straten van Parijs, en stapt, bevangen door nostalgisch verlangen, zo de jaren ’20 van zijn idolen Ernest Hemingway en F. Scott Fitzgerald binnen. Zijn muze uit deze dromenwereld, een mooi meisje in een Great Gatsby-jurkje, romantiseert echter weer de tijd dáárvoor: de Belle Époque van 1890. We zijn nooit tevreden met het heden, zo suggereert Woody Allen. Deze romantisering van vroegere tijden zie je overal terug. Oude zwart-wit films worden ‘klassiekers’: films die je gezien móét hebben om op een feestje mee te kunnen praten. De bezetting van het Maagdenhuis anno 2015 werd duidelijk geïnspireerd door de activistische studenten die daar in 1969 voor meer democratie pleitten. Grootmoeders kleding is uit de mottenballen gehaald en wordt weer volop gedragen. Want: vroeger was alles beter. Veel leesplezier! Hannah van Kolfschooten Hoofdredactrice Nota Bene & Commissaris media 2014–2015

3


Colofon

De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. De Nota Bene verschijnt vier maal per jaar. Hoofdredactie Hannah van Kolfschooten Eindredactie Marjolijn Feenstra Rogier van der Wolk Redactie Louisa Bergsma Sebastian de Bruijn Aleida van Dijk Lars Groeneveld Kim Hogewoning Baruch Hummen Loes ter Meer Thomas Verstege Nicky Willemsen

16 april Dies Natalis in de Heeren van Aemstel

Overige bijdrage Charley Ranzijn Saar Hoek

29 april t/m 12 mei

Adverteerders Allen & Overy Baker & McKenzie Dirkzwager advocaten & notarissen Sponsorexploitatie Sasha van Gelder

Masterreis naar New York en Washington D.C. Semester 2, blok 3

Vormgeving Willem Don, willemdon.nl

Brusselreis

Drukkerij Puurdrukken

Meer informatie staat op www.jfas.

Fotografie Jaëla Arian JFAS Bestuur Sasha van Gelder Lucas Wolthuis Scheeres Marjolijn Feenstra Anna-Maria Kempers Nina Visser Mathijs IJkhout Hannah van Kolfschooten

JFASACTIVITEITEN VOORJAAR 2015

com. Vragen kan je mailen naar voorzitter@jfas.com vvz@jfas.com penningmeester@jfas.com secretaris@jfas.com intern@jfas.com extern@jfas.com media@jfas.com

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A2.04 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 E-mail: voorzitter@jfas.com Internet: www.jfas.com De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@ jfas.com.

intern@jfas.com of extern@jfas.com.

Volg de Nota Bene ook via Facebook: Like onze pagina ‘Studievereniging JFAS’ Wil je de Nota Bene digitaal lezen? Houd Google Play en iTunes in de gaten, want binnenkort verschijnt hierop de Nota Bene App. (alleen geschikt voor tablets, geen smartphones)


INHOUD

6 De redactie vroeger 7 Gedicht

34

Interview Theo Hiddema

OPINIE 8 Filmrecensie: 12 Angry Men 10 How to get away with murder 12 Strenger straffen: vroeger was alles beter 13 Anno 2015

VERDIEPING 15 Is de Oudemanhuispoort nog veilig? 18 De teloorgang van Bram Moszkowicz 20 Algehele gemeenschap van goederen, ouderwets?

15

Is de OMHP nog veilig?

22 Toen Blackboard nog een krijtbord was 24 De Bijlmerbajes - Geen vrijheid, wel blijheid? 26 Vroeger, toen we nog iets te zeggen hadden

STUDIE 30 Verslag bachelorreis naar Barcelona

CARRIĂˆRE 34 Interview met Theo Hiddema: Strafpleiter, dandy, dwarsligger

30

Verslag bachelorreis naar Barcelona

41 Interview met Mark van Diggelen, advocaatstagiaire Allen & Overy 40 Quiz

5


Wie waren we vroeger? NB

6 Vroeger lukte het mij nooit mijn fiets in een fietsenrek te krijgen. Sinds ik studeer aan de Universiteit van Amsterdam gaat dat echter steeds beter, dankzij de geweldige fietscoaches.

Mijn schoolrapport groep 8: “Gezellige, spontane leerling die veel kletst. Soms vind ik dat storend. Rondom Kims tafel wil het nogal eens een rotzooi zijn. Let daarop! Resultaten: Oké.”

Toen ik een jaar of vier was liep ik met mijn moeder over straat. We kwamen een vrouw tegen die open schoenen droeg zodat haar roodgelakte teennagels te zien waren. “Kijk mama, die mevrouw heeft voetenlippenstift op”, riep ik naar mijn moeder. Dat er zo iets als rode nagellak bestond, wist ik niet. Rood was toen voor mij de kleur van lippenstift.

Vroeger wilde ik een prinses worden. Kijkend naar de stapels boeken voor me met een eindeloze hoeveelheid aan her- en tentamens in het vooruitzicht, kan ik mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik die droom niet heb nagejaagd.

“De prettigste mensen zijn mannen met een toekomst en vrouwen met een verleden.” Oscar Wilde ‘Tja, wie ik was vroeger? Mijn familie heeft het er altijd over dat ik een ontzettend lieve, rustige grappenmaker was. Of dat waar is weet ik niet, wat ik wel weet is dat daar nu weinig meer van over is..’

Ik was vroeger afwisselend braaf en vervelend, net als alle kinderen.

nummer 40

|

jaargang 23


Hier en net Ik sublimeer mijn leven uit ons gezamenlijk verleden dagelijks produceren wij publiekelijk het heden toch staat ‚vroeger’ in zijn recht altijd door ‘het NU’ bereden wetmatig veroordeeld en berecht tot een eeuwigheid geleden

Tijdelijke Toon is de campusdichter van de Vrije Universiteit. “Ik heb geen enkel benul van het jargon van de rechtenstudent, dus ik heb het wat breder gehouden,” schreef hij in zijn begeleidende brief.

7


Filmrecensie:

12 Angry Men Tekst: Louisa Bergsma

NB

8

In het kader van het thema ‘vroeger’ zal ik in deze rubriek dit keer geen nieuwe film bespreken, maar een goede oude klassieker. Natuurlijk blijf ik hiervoor wel binnen het juridische genre. Dus wat kon ik anders dan schrijven over ’12 Angry Men’. Een Amerikaanse film uit 1957 met in de hoofdrol de ster uit die tijd: Henry Fonda.

E

en 18-jarige jongen staat in New York terecht voor de moord op zijn vader. Het bewijs bestaat uit twee getuigenverklaringen en het moordwapen. Als hij schuldig wordt bevonden zal hij worden veroordeeld tot de doodstraf. Het speelt zich af in Amerika dus deze beslissing ligt in handen van een 12-koppige jury. Aangezien de film zich in de vijftiger jaren afspeelt bestaat deze jury uitsluitend uit mannen. Na het proces worden de mannen in een ruimte neergezet waar zij gezamenlijk zullen oordelen over de schuld van de jongen. Het is een bloedhete zomerdag. Voor de meerderheid van hen lijkt het een uitgemaakte zaak. Zij bespreken dan ook met elkaar waar ze hierna heen zullen gaan, ervan uitgaande dat het oordeel binnen een paar minuten geveld zal zijn. Dan blijkt er toch één onder hen te zijn met een andere mening. Hij is niet tegen het oordeel van de anderen, maar vindt dat er toch voldoende twijfel bestaat om hier niet in mee te gaan. Nu wordt duidelijk dat het toch langer zal gaan duren dan de mannen verwacht hadden, het oordeel van de jury moet namelijk unaniem zijn. Terwijl de discussie steeds verhitter wordt, leren we de mannen een beetje kennen. Verwaand, bescheiden, stil en opvliegend; twaalf totaal verschillende karakters moeten het eens zien te worden. Het liefst een klein beetje snel zodat ze op tijd zijn voor het eten of een honkbalwedstrijd. Hoe langer de discussie stand houdt, hoe meer zij zich realiseren dat zij moeten beslissen over iemands leven. Zijn ze eigenlijk echt wel zo zeker van hun oordeel? Daarbij is iemand overhalen vaak niet het lastigste deel, diegene dit vervolgens laten toegeven echter wel. Zowel moreel als juridisch werpt dit verhaal een interessante blik op het moordproces. Het is een vermakelijke en redelijk spannende film, hoewel het ouderwetse tempo een klein beetje wennen kan zijn.

‘Een interessante blik op het moordproces, hoewel het ouderwetse tempo een klein beetje wennen kan zijn.’ nummer 40

|

jaargang 23


ACTUALITEIT


HOW TO GET AWAY WITH

NB

10

MURDER Tekst: Nicky Willemsen

Stel je voor: door een uit de hand gelopen conict heb je samen met een groepje medestudenten een moord gepleegd. Hoe ga je je hier uit redden? Dit is natuurlijk geen alledaagse situatie, maar dit vormt wel het begin van de serie How to get away with murder (2014). In deze serie wordt een groepje slimme studenten gevolgd van Middelton Law School. Een situatie die niet pluis is, vormt het begin van deze serie. Dit is niet de enige curieuze gebeurtenis. Al snel blijkt dat een studente van de universiteit vermist is.

De kijker wordt aangespoord om te bedenken of de slimme studenten wegkomen met de moord die ze hebben gepleegd .

nummer 40

|

jaargang 23


OPINIE

11

D

e studenten worden op hun eerste lesdag geconfronteerd met professor Annelise Keating. Ze doceert het vak Criminal Law 100. Oftewel, zoals ze het zelf liever noemt: how to get away with murder. De professor is een pittige vrouw die tijdens de eerste les de studenten test. Daarna komt een cliënt op gesprek die haar verhaal aan jongelingen vertelt. Naar aanleiding van dit gesprek moeten de studenten een verdediging voorbereiden. De beste zes studenten mogen stagelopen bij het kantoor van Keating. De beste pleiter van die les krijgt een bronzen beeldje van Vrouwe Justitia. Wanneer een student dit beeldje in bezit heeft, mag hij een tentamen overslaan. Echter, het beeldje heeft nog een andere belangrijke functie, die later in het verhaal duidelijk wordt. De serie bevat één grote verhaallijn die verschillende kleine verhaallijnen doorkruist. Dat maakt het kijken prettig. Het grote verhaal kan zich door de kleinere verhalen beter ontvouwen. Zo wordt per aflevering toegewerkt naar een zaak, vindt het proces in de rechtszaak plaats en volgt er een uitspraak. Dit zijn niet de alledaagse zaken van een winkeldief, maar zaken met een verrassende twist. Daarnaast blijf je ook betrokken bij het persoonlijke leven van student Wes. Hij woont in een oud en donker studentenhuis en krijgt op het laatste moment te horen dat hij – nadat hij op de reservelijst was geplaatst – alsnog wordt toegelaten tot de opleiding. Zijn buurmeisje lijkt in eerste instantie geen belangrijke rol te spelen in de serie, maar dit verandert. Het merendeel van de serie beleef je vanuit Wes. Hier en daar krijg je ook een kijkje in het leven van de professor, een vrouw met een geweldig kil gezicht maar een klein hart. In eerste instantie lijkt het alsof ze het perfecte leven leidt, maar dit blijkt al snel onjuist. Het zijn de clichés die zich aandoen in de serie, maar wel in een nieuwe jasje. Ook wordt er aandacht besteedt aan de persoonlijke levens van de zes studenten, dit is op een goede manier verweven met het geheel. De informatie die je als kijker krijgt over het

persoonlijke leven, zorgt ervoor dat je het totale verhaal ook beter gaat begrijpen. Het is wel zo dat de studenten niet voldoen aan het stereotype, juist omdat je ze nooit op een feestje ziet en dat ze erg gedreven zijn in hun werk. Ze hadden net zo goed al juristen kunnen zijn. Maar dit is geen storend gegeven in de serie. Daarnaast hebben de makers een mooi stylistisch trucje toegepast. De moord die de studenten hebben gepleegd, komt gefragmenteerd voor. Door verschillende keren een flashback in te zetten, raak je als kijker wellicht enkele keren de draad kwijt en word je getriggerd om zelf ook na te denken over hoe dit alles heeft kunnen gebeuren. Naar mate de serie vordert wordt de verwarring groter, maar vallen ook steeds meer gebeurtenissen, die betrekking hebben tot de moord, op zijn plaats. Op carrièregebied gaat het uitstekend met de studenten. Alleen op persoonlijk gebied is het rommelig. Dit zorgt er ook meer voor dat je als kijker meer sympathie voor de personages krijgt. Er is echter binnen de groep een scheidslijn tussen “goed” en “kwaad”. Dit is vooral terug te zien in de werkwijze om informatie over de betreffende rechtszaak te krijgen. Hierdoor wordt er een laag toegevoegd aan de serie en dit vergroot tevens de emotionele betrokkenheid van de kijker. Mijn eindoordeel over deze serie is positief. Er is voldoende gelegenheid als kijker om je in te leven in het verhaal. Daarnaast is het verhaal zo geconstrueerd dat het nooit gaat vervelen om deze serie te kijken. Er is geen moment waarin het verhaal inzakt. De spanning blijft. De spanning zit in de individuele zaken die behandeld worden, maar ook in het grotere geheel. Door de tijdsvolgorde kan je als kijker af en toe op het verkeerde been worden gezet, maar hierdoor word je aangespoord om te bedenken of de slimme studenten wegkomen met de moord die ze hebben gepleegd.


Strenger straffen: vroeger was alles beter NB

12

Tekst: Baruch Hummen

Vroeger was het normaal dat als je een borreltje te veel gedronken had, je toch nog in de auto stapte om thuis je roes uit te slapen. Had je een meningsverschil? Gewoon iemand een lekkere ‘stoot op z’n porem geven’ en je was je frustratie tenminste kwijt. Had je een pandje op het oog wat nét even te lang niet bewoond was? Zonder al te veel voeten in de aarde kraakte je het pand. Dat was vroeger: nu is het allemaal een béétje anders, een beetje maar.

Ik geef toe, het klinkt misschien allemaal wat overdreven. Toch kan er niet anders dan geconcludeerd worden dan dat veel sancties binnen het strafrecht de laatste jaren verhoogd zijn. Een paar voorbeelden: de maximale duur van de tijdelijke vrijheidsbeneming is verhoogd naar 30 jaar, de strafverzwarende grond ‘roekeloosheid’ is binnen de Wegenverkeerswet aangenomen en tussen 2000 en 2010 is er al drie keer meer levenslang opgelegd dan in de twee decennia ervoor. De oorzaken zijn verschillend. Een van de oorzaken is het gevoel van de samenleving dat dezelfde samenleving onveiliger wordt, wat mede te wijten is aan de media. Lees een dag De Telegraaf of kijk Hart van Nederland en je zal van angst niet meer de deur uit durven, want wie weet ben jij de volgende die overvallen of geliquideerd wordt. Door dit gevoel van onveiligheid is het sentiment ten aanzien van het nut van straffen veranderd. Vroeger werden gevangenisstraffen opgelegd in de hoop dat gedetineerden in de gevangenis zouden nadenken over hun fouten. In de praktijk bleek dit niet het geval. Dit positieve doel is verworden tot het doel dat het straffen van veroordeelden moet dienen als vergelding; hoe langer iemand vastzit, hoe beter.

Maar heeft het hoger straffen zin? Alleen als de pakkans ook vergroot wordt. Door rood fietsen is een dure grap, maar iedereen doet het omdat je wellicht nog nooit daadwerkelijk beboet bent. Daarnaast schrikt een hogere straf de rationele crimineel niet af. Een drugsdealer zal blijven dealen, ongeacht de hoogte van de sanctie. Helaas weet de gemiddelde Nederlander niet dat hoger straffen geen zin heeft. Integendeel, het recidivepercentage ligt lager bij veroordeelden die een taakstraf moeten ondergaan dan veroordeelden die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tegemoet zien. Toch voelt het niet goed als er in de krant staat dat degene die een oudere mevrouw heeft overvallen wordt gestraft door hem verplicht de stoep te laten vegen. Daarmee is strenger straffen voornamelijk goed voor het gevoel van de samenleving an sich, niet voor de veiligheid ervan. Met de kennis van nu zou er juist lager gestraft moeten worden, maar wellicht met meer verplichte begeleiding of resocialisatiemogelijkheden. Omdat het straffen van veroordeelden tegenwoordig vergelding als doel moet hebben, zullen de gevangenisstraffen eerder nog verder worden verhoogd dan verlaagd. Of dit tot een wenselijk resultaat leidt, is nog maar zeer de vraag..

nummer 40

|

jaargang 23


OPINIE

Anno 2015

Opgedragen aan de kassajuffrouw

13

Tekst: Lars Groeneveld

Wederom bevind ik mij samen met mijn vriend in onze stamkroeg aan het Spui. De kroeg is gevuld met oude heren, grijze haren en verhalen over vroeger. Aangestoken door de gesprekken om ons heen en de enkele fonkeling in de overwegend doffe ogen van onze bejaarde metgezellen wagen wij ons ook aan hun gespreksonderwerp. Bewust van het feit dat ons ‘vroeger’ uit legostenen is opgebouwd, luisteren wij vanavond.

E

en statige oude heer vertelt ons dat vroeger alles anders was. Het bekende liedje, dachten wij, en behielden de beleefde glimlach op ons gezicht. “De huidige student is niet meer te vergelijken met die van 30 jaar geleden.” Ietwat cynisch voegt hij eraan toe dat de enige constante, namelijk de Oudemanhuispoort, ons dan ook niet meer past. Het laat zich raden welk type student deze man vroeger geweest is. Een jongeman uit een deftig gezin welke weelderig en rijk afstand bewaarde tot de burgerij waarop zij neerkeek. Het gaat hem zichtbaar aan het hart dat ik zonder das door het leven ga. “Het valt mij op,” zo zegt de oude heer, “ik zie jou hier zo staan en ik betrap mij erop ervan uit te gaan dat jij in het Engels zou bestellen. Ik herken de student van tegenwoordig gewoonweg niet meer”. Ik geef toe dat dit ook lastig is (ook al ben ik diep beledigd). Veel studenten komen tegenwoordig met de trein naar Amsterdam (wanneer deze rijdt) en gaan ‘s middags weer naar huis om te midden van leeftijdsgenoten te sporten, tv te kijken of een disco te bezoeken. De man schudt zijn hoofd en zucht: “de tijden zijn echt veranderd.” In 1964 schrijft Professor dr. G.C. Heringa in het boekje De Student het volgende. “Ze hebben geopteerd voor het behoren tot de kring der intellectuelen. Van hen wordt verwacht dat zij in staat zullen zijn dragers te zijn van de meest verantwoordelijke functies in de samenleving; te weten dat hun studie niet afloopt bij het einde van hun academische studie; dat zij voor

het naar behoren vervullen van hun taak zullen moeten blijven bijstuderen tot het einde van hun ambtsperiode”. Kennis, inzicht en ervaring leken toen geen gebruiksgoed, maar een groeiend en bloeiend geheel dat liefde en aandacht nodig heeft. De tijden zijn echt veranderd: wij hollen van tentamentje naar tentamentje, gekleed in dat wat wij hollend hebben gekocht. Economische veranderingen en de daarbij behorende emancipatie hebben een nieuw soort student gecreëerd; de brave, hardwerkende student zonder al te veel pretenties, bezorgd om een baan en een toekomst. Ik vergeef mijn bejaarde vriend zijn belediging en bestel nog een biertje. “Vroeger,” zo vertelt de heer mij, “leerden wij discussiëren en disputeren, organiseren en feestvieren, met elkaar omgaan en met elkaar vechten. Wij waren weg van de maatschappij.” Ik loop met een frons naar de achterkant van de kroeg om de overtollige drank te lozen. Gefascineerd door de vervelende man zocht ik op mijn telefoon enig bewijs dat zijn verhaal zou kunnen ondersteunen. Ik stuitte terwijl ik terug liep van de wc op een citaat van de Leidse hoogleraar Böttcher. “Van de academicus wordt in de eerste plaats niet verlangd, dat hij over veel feitenkennis beschikt, doch dat hij zich van de feitenmassa kan distantiëren, de kern van een probleem kan doorzien en het gezonde verstand kan laten prevaleren boven boekenwijsheid.(....) Dat hij over een zekere savoir vivre beschikt (…. ) eigenschappen die te maken hebben met de ontwikkeling en ontplooiing van de persoonlijkheid.” Misschien ben ik een romanticus maar ik word warm van deze gedachte. Zeker als ik terug denk aan de collegezaal waar ik het geratel van toetsenborden hoor en de stilte bij de niet verplichte tentamenstof. Ik hoor de vraag die zonder gêne in een volle collegezaal werd gesteld gonzen in mijn hoofd: “Wat is een totalitair regime eigenlijk?” en ik kijk de oude man weemoedig aan. Van der Laan had gelijk: die Engelse toeristen maken een zooitje van deze stad. Maar kan ik het ons kwalijk nemen? Ik ben ervan overtuigd dat de kwaliteit van een academische studie steeds op een subtiele manier verweven is met de kwaliteit van het student zijn. Een korte periode, waarin op intensieve wijze grenzen en mogelijkheden van de eigen persoonlijkheid konden en mochten worden onderzocht en beproefd. Wij nieuwe studenten zijn dit voorrecht kwijtgeraakt en zijn verworden tot economisch rendabel tikvee.


VERDIEPING

Is de Oudemanhuispoort nog veilig? Tekst: Lars Groeneveld en Hannah van Kolfschooten

De laatste maanden staat de Universiteit van Amsterdam (UvA) in het teken van studentenprotesten. Het bekende beeld uit de jaren zeventig is wedergekeerd: lange rijen studenten met spandoeken waarop in slordige hanenpoten met dikke rode verf creatieve leuzen zijn gekalkt.

E

erst de Humanities Rally van de Faculteit der Geesteswetenschappen, met een (korte) bezetting van de Oudemanhuispoort met lezingen om het belang van de studies duidelijk te maken, een stille tocht, en veel oproer op social media. Daarna de bezetting van het Bungehuis, waar studenten als echte krakers het pand van Taalwetenschappen binnendrongen en weigerden op verzoek van het College van Bestuur te vertrekken. De ontruiming mondde uit in een bezetting van het Maagdenhuis, wat naast een voortzetting van de actie in het Bungehuis (“Bungehuisrevolutie”) ook een voortzetting van een traditie is. Op het moment van schrijven komt er enige beweging in de houding van het bestuur. Het is bemoedigend om te zien dat een relatief kleine harde kern van studenten het toch zover weet te schoppen. Aan de andere kant is het jammer om te zien dat zo weinig rechtenstudenten hun steun betuigen.

Dat de UvA gaat bezuinigen op de Geesteswetenschappen is inmiddels duidelijk, maar hoe is het gesteld met de financiën van de Rechtenfaculteit? Is er voor ons ook een reden om het Maagdenhuis te bezoeken? Veel rechtenstudenten zullen het niet verwachten, maar ook onze grote faculteit zal flink wat veranderingen moeten doorvoeren vanwege opgelegde bezuinigingen. Uit de Kaderbrief 2015 die afgelopen september gepubliceerd werd, bleek dat de Faculteit der Rechtsgeleerdheid in de periode tot 2018 vijf miljoen euro moet bezuinigen om de opgebouwde tekorten van afgelopen jaren op te vullen, en het voorspelde verlies van komende jaren tegen te gaan.1 Uit het allocatiemodel dat in deze Kaderbrief is opgenomen blijkt dat ook andere faculteiten als Geesteswetenschappen flink moeten bezuinigen, terwijl over het algemeen de bètafaculteiten juist meer geld toebedeeld krijgen. Uit de vergaderingen van het Faculteitsbestuur met de Facultaire Studentenraad kwamen een aantal plannen naar voren om zogezegd de efficiëntie te verhogen en daarmee geld te besparen. Hoe efficiënter de student, hoe meer de universiteit verdient. De overheid keert namelijk een bedrag uit per student die afstudeert en de UvA krijgt een bonus voor de studenten die nominaal afstuderen. Studievertraging is dus slecht voor de portemonnee van de UvA. Zij is gebaad bij een hoog studietempo.

15


NB

16

Er zijn in het verleden al eerder maatregelen getroffen om te bezuinigingen en de efďŹ ciĂŤntie te verhogen. Een goed voorbeeld hiervan is het 8-8-4 systeem dat in 2012 werd ingevoerd. Het systeem hiervoor zullen de meesten van jullie helaas niet gekend hebben. Ook stonden er ooit aparte verdiepingsvakken op het programma zoals bijvoorbeeld het vak Contractenrecht in perspectief, dat inmiddels is opgegaan in een ander vak. Studenten merken hier eigenlijk vrij weinig van omdat deze veranderingen steeds in het eerste jaar, bij nieuwe studenten, worden doorgevoerd. Op deze manier gaat de kwaliteit van het onderwijs onopgemerkt achteruit. In de Onderwijs- en Examenregeling (OER) wijzigingsvoorstellen van 12 december 2014 werden al een paar bezuinigingsvoorstellen voor komend jaar bekendgemaakt. Dit hield onder andere in dat de deeltijdstudie afgeschaft gaat worden, de geldigheidsduur van tentamenresultaten beperkt wordt en het bindend studieadvies (BSA) verhoogd gaat worden van 42 EC naar 48 EC. De UvA wil koste wat het kost de vaart erin houden. Want, een hoger studietempo betekent meer geld. Echter, snel is niet snel genoeg, met het oog op de vijf miljoen die bezuinigd moet worden. Hoe gaat de UvA dit aanpakken? Hierover gaan een aantal geruchten de ronde op de faculteit. Ondanks dat deze geruchten (voor nu) onbevestigd zijn gebleven, hebben wij het sterke vermoeden dat deze best eens verwezenlijkt zouden kunnen worden. Een paar geruchten op een rijtje; de UvA zal vanaf september 2017 nog maar de helft van de huidige masters gaan aanbieden. Ook zal de UvA haar masteropleidingen gaan fuseren met de VU. De

helft van de docenten zal ontslagen worden. Werkgroep onderwijs zoals wij het kennen zal verdwijnen en vervangen worden door werkcolleges. Ook zal de UvA de komende jaren geen promotieplaatsen meer aanbieden. Met steeds ogenschijnlijk kleine veranderingen probeerde de UvA ons rendement te verhogen. Maar nu er vijf miljoen bezuinigd moet worden zijn er meer drastische maatregelen nodig. Wij beseffen dat bezuinigen onvermijdelijk is, maar het volgen van de gebaande paden om dit te bewerkstelligen vormt een groot probleem. Een probleem dat ook wij als rechtenstudenten niet langer meer kunnen ontkennen. Het is niet normaal dat een faculteit zo makkelijk keuzes kan maken ten koste van de kwaliteit van ons onderwijs. Daarom is het juist nu de zeitgeist mee zit tijd om hierop mee te liften. Het is dan ook voor ons rechtenstudenten tijd om onze stem te laten horen voordat wij weer terugkijken op de zoveelste verandering. Verschillende pogingen om de concrete plannen voor volgend jaar te achterhalen mochten niet baten. Het faculteitsbestuur heeft op het moment van schrijven nog steeds niet op onze verzoeken gereageerd.

Noten 1 http://www.foliaweb.nl/organisatie/rechtenfaculteit-moetvijf-miljoen-bezuinigen

nummer 40

|

jaargang 23


Neem het recht in eigen hand.

Download de Dirkzwager KennisBoek App. Je kan niet alles zelf weten, dat snappen we bij Dirkzwager. De KennisBoek App is hĂŠt antwoord op al je juridische vragen. Met de mogelijkheid om deze af te stemmen op jouw persoonlijke informatiewens. Daarnaast biedt KennisBoek ruimte voor interactie. Zo kun je reageren op artikelen, deelnemen aan groepsdiscussies en content eenvoudig delen via social media. En dat allemaal in een fraaie App, waar je snel en makkelijk doorheen bladert. Interesse in de App? Kijk snel op www.kennisboek.nl

1051700067DIR Dirkzwager ads A4.indd 2

27-03-14 11:33


De teloorgang van Bram Moszkowicz Tekst: Loes ter Meer

NB

18

‘Moszkowicz’, een naam die iedereen wel bekend voorkomt. Zittend naast Albert Verlinde als ‘crimedeskundige’ bij RTL Boulevard, glimlachend in Robijn-reclames, in headlines in het nieuws, maar men zou hem eigenlijk moeten kennen als strafrechtadvocaat. Hoe komt een strafrechtadvocaat zo bekend?

A

braham Maarten (Bram) Moszkowicz komt uit een juristengezin van joodse komaf. Vader Max Moszkowicz was als strafpleiter alom bekend om zijn vurige pleidooien en vertegenwoordigde onder andere criminelen als Cor van Hout en Willem Holleeder: de Heineken-ontvoerders, en Klaas Bruinsma. Bram heeft drie broers, die ook alle drie jurist zijn. Samen met twee van hen had hij met zijn vader een advocatenkantoor: Moszkowicz Advocaten. Met zijn vader als grote voorbeeld timmerde Moszkowicz hard aan de weg. Bram hield van een luxe leven en mooie vrouwen, en probeerde dit voor de buitenwereld niet te verhullen. Net als zijn vader trad hij als advocaat op voor spraakmakende namen, zoals Desi Bouterse, Willem Endstra, Geert Wilders en Willem Holleeder. Dit bleef niet onbesproken, zo werd Moszkowicz verweten door onder andere Jort Kelder, voormalig baas van Quote, ‘maffiamaatjes’ te zijn met zijn client Holleeder. Holleeder zou zijn andere cliënt, Willem Endstra, hebben afgeperst. Moszkowicz spande een zaak aan tegen Kelder die hij verloor, en dit leek volgens velen het begin van het einde. Nadat inmiddels zijn tweede huwelijk gestrand was deden roddels over het aannemen van contante betalingen en zwart geld de ronde. Onder andere het niet melden van deze bedragen en het niet behalen van voldoende studiepunten leidde tot een onderzoek. Ook klaagden oud-cliënten over het handelen van Moszkowicz. Er werd door de Deken van Advocaten geconstateerd dat Bram zich inderdaad niet aan de regels hield en Moszkowicz werd in de periode erna met name door de media door het slijk gehaald.

Uiteindelijk kwam in 2012 het verlossende oordeel; Moszkowicz werd uit zijn ambt gezet. Zijn beroep als advocaat hield voor hem definitief op en daarmee ook het glamoureuze leven. Daarmee leek de kous af, maar helaas voor Moszkowicz stond hem nog meer te wachten. Men beweerde dat Donald Groen, een oud-cliënt, aan Moszkowicz €35.000 geleend zou hebben en dat Moszkowicz dit weigerde terug te betalen. De ellende leek al helemaal compleet toen de advocaat die Moszkowicz had verdedigd in zijn zaak bij de Orde van Advocaten ook achterstallige betalingen vorderde. Hij legde beslag op de inboedel van Moszkowicz. Tot een veiling van de inboedel kwam het niet, dankzij het ingrijpen van RTL Boulevard-vriend Gordon, die Bram financieel te hulp schoot en hem een afgang bespaarde. Afgelopen februari bleek een faillissement echter niet meer af te wenden. De broertjes Moszkowicz vielen Bram publiekelijk af en verweten hem de familienaam te hebben besmeurd. Bram Moszkowicz is van Nederlandse publiekslieveling afgegleden naar de ondergang. Maar in de wandelgangen wordt al gesproken over een eventuele carrière voor Moszkowicz in de politiek. Zo lijkt het alsof we nog niet het laatste hebben gehoord van Nederlands bekendste (ex-)advocaat. To be continued!

nummer 40

|

jaargang 23


Algehele gemeenschap van goederen, ouderwets? Tekst: Kim Hogewoning

NB

20

Ondanks dat de meeste studenten nog lang niet toe zijn aan trouwen, weet ik zeker dat vrijwel iedereen er weleens over heeft nagedacht. De, in mijn beleving, meest extreme vorm van trouwen is trouwen in algehele gemeenschap van goederen. In vergelijking met het buitenland is Nederland een van de weinige landen waar de overgrote meerderheid van de huwelijken in gemeenschap van goederen gesloten wordt.

A

ls ik mijn medestudenten op de Poort mag geloven, wil echter niemand trouwen in gemeenschap van goederen, tenzij de partner zeer vermogend is. Niet verrassend, want dit betekent immers dat alle bezittingen van beide partners samensmelten, wat zeer voordelig kan uitpakken. Voor onze (groot)ouders was trouwen in gemeenschap van goederen vanzelfsprekend. Er heerst echter een negatieve tendens onder mijn medestudenten, waar komt deze afkeer onder rechtenstudenten vandaan? Deze tendens sluit immers niet aan bij driekwart van de stellen die in Nederland in het huwelijk treden en zich wel verbinden in algehele gemeenschap van goederen. In dit artikel ga ik proberen te achterhalen waarom trouwen in algehele gemeenschap van goederen vroeger de standaard was en dit in mijn (beperkte) huidige omgeving niet het geval is. Mijn interesse voor dit onderwerp komt niet uit de lucht vallen. In het vorige semester heb ik namelijk het vak Huwelijksvermogensrecht gevolgd. Na vrijwel ieder college kwamen de dames tot de volgende conclusie: ‘ik ga nooit trouwen’. Een dergelijke boodschap verspreidt zich natuurlijk al snel onder de rest van de studenten. Als je wilt blijven geloven in de sprookjesachtige verhalen over trouwen, raad ik je aan om het vak niet te volgen en Assepoester te raadplegen. Voor degenen die zich alvast willen voorbereiden op de toekomst, lees gerust dit artikel. Vroeger Vroeger werd de man in Nederland gezien als kostwinner terwijl de vrouw zorgde voor het huishouden en de kinderen. Dit was de norm en dat ging samen met het huwen in gemeenschap van goederen. Tussen 1945 en 1960 trouwden 92% van de stellen in gemeenschap van goederen. Mogelijk is dit ook het gevolg van de Nederlandse wetgeving. Hierin is namelijk ook nu nog steeds geregeld dat partners standaard in gemeenschap van goederen trouwen. Als men dit niet wil, moet men zelf huwelijkse voorwaarden laten opstellen. Het vastleggen van een akte bij de notaris brengt extra kosten met zich mee. Sinds het midden van de jaren zeventig vindt er een stijging plaats van het aantal echtscheidingen, dit kan erop duiden dat de jongere generatie zich er meer bewust van is dat het huwelijk geen eeuwige verbintenis hoeft te zijn. Daarnaast blijkt het dat gescheiden vrouwen (met kleine kinderen) een

nummer 40

|

jaargang 23


VERDIEPING

‘Vertel je aan je minderverdienende partner dat je liever niet je hele vermogen deelt?’ verhoogd armoederisico lopen. Daarom is het verstandig een regeling te treffen waarbij het vermogen van beide partners gescheiden blijft. Nu Dit zou een verklaring kunnen zijn waarom tegenwoordig ongeveer 25 – 35 % van de mensen trouwt onder huwelijkse voorwaarden. Wat ik zelf al dacht, en wat door een onderzoek is bevestigd, is dat er een verband bestaat tussen het trouwen onder huwelijkse voorwaarden en het aantal hoogopgeleiden mensen in Nederland, namelijk 33,6% in 2014. Uit onderzoek is gebleken dat onderwijs de belangrijkste beweegreden is van het individualiseringproces onder mannen en vrouwen. Uit de cijfers blijkt dat hoger opgeleide mannen en vrouwen hun partnerrelatie toenemend vanuit een ik-perspectief beschouwen. Met het opleidingsniveau neemt het percentage partners dat trouwt onder huwelijkse voorwaarden toe. Er zijn natuurlijk meerdere factoren die meewegen, maar deze factor lijkt mij een goed aanknopingspunt om een antwoord te vinden op mijn vraag. Bovenstaande feiten geven immers aan dat vooral hoogopgeleiden niet in gemeenschap van goederen trouwen, en laat dat precies de omgeving zijn waarin ik een negatieve tendens ervaar rondom trouwen in algehele gemeenschap van goederen. We weten teveel. Voor de mensen die nog niet zoveel weten, zal ik hieronder kort uitleggen wat de twee bekendste vormen van trouwen inhouden, zodat je aan het einde van het artikel kunt beslissen of je je wilt aansluiten bij de nieuwste trend om te individualiseren of dat je liever ouderwets blijft. Gemeenschap van goederen De algehele gemeenschap van goederen houdt in dat de goederen die in het bezit zijn van één van de echtgenoten voor de helft mede eigendom worden van de ander. Dit betekent dat je beide voor de helft eigenaar wordt van alle goederen die jij en je partner voor het huwelijk ieder privé hadden. Algehele gemeenschap van goederen brengt echter ook met zich mee dat de schulden van beide partners in de gemeenschap vallen. Dit laatste is vanzelfsprekend nadelig voor de andere partner. Andere nadelen van trouwen in algehele gemeenschap van goederen kunnen zijn dat partners ook eventueel te ontvangen erfenissen en schenkingen moeten delen (behoudens het geval dat de erflater of de schenker een uitsluitingsclausule heeft opgenomen). Bovendien kan het nadelig zijn om in algehele gemeenschap van goederen te trouwen zodra de partners een eigen bedrijf hebben, omdat schuldeisers van één van beiden zich bij een faillissement kunnen verhalen op de gehele gemeenschap.

Huwelijkse voorwaarden Door het opmaken van huwelijkse voorwaarden wordt over het algemeen afgeweken van de wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Er zijn verschillende soorten huwelijkse voorwaarden denkbaar (denk bijvoorbeeld aan koude uitsluiting). Het voordeel van huwelijkse voorwaarden is dat je in beginsel een grote mate van contractsvrijheid hebt. Er kan alleen niet worden afgeweken van regels die van dwingend recht zijn, zoals de regels die gezinsbescherming beogen. Zodra één van de huwelijkspartners schulden heeft, er grote verschillen zijn tussen de vermogens van beide partners en/of een van de partners een eigen bedrijf heeft, is het verstandig om huwelijkse voorwaarden op te maken. Een nadeel van het opmaken van huwelijkse voorwaarden is dat het wordt opgesteld voor de lange termijn. Op voorhand moet immers rekening worden gehouden met mogelijk veranderende omstandigheden. Huwelijkse voorwaarden kunnen echter altijd herzien worden, en zijn dus niet definitief. Concluderend kan gesteld worden dat er verschillende factoren mee kunnen spelen bij het kiezen voor een bepaalde vorm van trouwen. Hoogopgeleide mensen zullen vaker op de hoogte zijn van deze factoren en van de eventuele gevolgen van hun keuze. Het verband tussen hoogopgeleide mensen en het opmaken van huwelijkse voorwaarden is duidelijk uit onderzoek naar voren gekomen. Hierbij is een trend waar te nemen. Definitief is de keuze die de partners maken echter niet. Ik vraag me alleen af hoe partners hierover communiceren. Vertel je aan je minderverdienende partner dat je liever niet je hele vermogen deelt? Voelt dat niet alsof je uitgaat van het slechtste scenario voor de toekomst? Zou dit vaak tot conflicten leiden?

21


NB

22

Toen Blackboard nog een krijtbord was Tekst: Louisa Bergsma

Tegenwoordig is het internet niet meer uit ons leven weg te denken. Ook op de universiteit wordt hier maximaal gebruikt van gemaakt. Als student ben je vandaag de dag dan ook vrijwel helemaal afhankelijk van het al dan niet aanwezig zijn van een internetverbinding. Uva.nl, SiS en Blackboard zijn de plaatsen waar wij onze informatie vinden. Hoe deden studenten dit eigenlijk voordat het internet was uitgevonden?

A

an het begin van het jaar werd er vroeger een studiegids uitgegeven door de universiteit, waarin de belangrijkste informatie over je studie te vinden was. Als er gedurende het jaar dingen veranderde, waren er een paar plekken waar je dit kon vinden. Ten eerste waren prikborden de timelines van de jaren ’80 (en daarvoor). Hierop werden nieuwtjes, mededelingen, evenementen en dergelijke bekendgemaakt. Naast deze nieuwsbron speelde Folia Magazine een belangrijke rol in de nieuwsgeving. Folia wordt nog steeds veel gelezen door studenten, maar vroeger was dit eigenlijk pure noodzaak. Zaken die zouden veranderen op de universiteit, aankomende evenementen en mededelingen werden hierin gepubliceerd. Colleges Het college begint en de powerpoint blijkt niet op Blackboard te zijn gezet. Dit betekent gegarandeerd een zaal vol geïrriteerde studenten. Vroeger waren er niet eens

powerpoints, laat staan dat ze al voor het begin van het college verspreid konden worden. Docenten maakten bij het college vaak gebruik van overheadprojectors. Van te voren gedrukte sheets konden hierop worden gelegd en werden vervolgens geprojecteerd. Voor docenten was het maken van deze sheets veel werk en erg duur. Deze werden na het college daarom ook niet meer uitgegeven. Even terugkijken was er dus niet bij. Van het terugkijken van gehele colleges was daarbij uiteraard al helemaal geen sprake. De enige manier om nog aan de informatie uit een gemist college te komen was het kopiëren van de aantekeningen van een medestudent. Kopiëren was toentertijd al wel mogelijk, maar een stuk ingewikkelder en duurder dan tegenwoordig. Schrijven en typen Aantekeningen werden - bij gebrek aan draagbare minilaptops - met de hand gemaakt. In de jaren ’80 bestonden er al

nummer 40

|

jaargang 23


VERDIEPING

‘Veel studenten huurden een secretaresse in voor het typen van hun werkstuk’

wel typemachines, maar deze werden uitsluitend gebruikt voor werkstukken. Een typemachine was trouwens ook verre van ideaal. Ten eerste waren studenten in die tijd niet opgegroeid met het gebruik van een toetsenbord, waardoor de meerderheid erg slecht was in typen. Daarnaast kon je op typemachines niet corrigeren. Typen was dus een erg secure bezigheid waar veel tijd en geduld in ging zitten. Veel studenten huurden dan ook een secretaresse in voor het typen van hun werkstuk. Als je het uiteindelijk helemaal uitgetypt had en het nog even wilde laten nakijken kon je vaak ook nog eens weer van vooraf aan beginnen, want één kleine aanpassing en het was alweer gedaan met je nette werkstuk. Cijfers en studiepunten De uitslag van een tentamen kreeg je vroeger op een driedelig briefje uitgereikt. Een hiervan moest je aan je docent geven, de tweede aan de administratie en de derde was voor eigen gebruik. Het bijhouden van je studiepunten deed je namelijk in principe zelf. Om je propedeuse te krijgen of te kunnen afstuderen moest je aantonen dat je voldoende studiepunten had behaald. Dan was het natuurlijk maar te hopen dat je al die briefjes goed had bewaard. Informatie verkregen uit interviews met studenten uit de jaren ‘70 en ‘80. In het speciaal met dank aan Charlotte van der Putten.

23


De Bijlmerbajes Geen vrijheid, wel blijheid?

NB

24

Tekst: Sebastian de Bruijn

Iedere Amsterdammer kent de zes kenmerkende torens die samen de Bijlmerbajes vormen. Of hij ze nou ziet vanuit de metro onderweg naar de IWO-tentamenzalen in Zuidoost of vanuit zijn woning in Duivendrecht, de betonnen kolossen zijn bij weinigen onbekend. Het complex is een product van de Nederlandse verzorgingsstaat en trok de aandacht door zijn bijzondere ontwerp. In 2016 sluit de gevangenis zonder tralies echter zijn deuren.

A

ls in de jaren ’70 wordt besloten tot de bouw van een nieuwe Amsterdamse gevangenis, is Nederland in de ban van de maakbare samenleving. Het mag dus geen wonder heten dat de Penitentiaire Inrichting OverAmstel, zoals de Bijlmerbajes eigenlijk heet, in het teken staat van de maakbare gedetineerde. De architecten willen met zo goed mogelijke voorzieningen het slechte uit de gevangenen halen en hebben wilde plannen: het eerste ontwerp bevat een park en een zwembad en vervangt een muur door stekelige beplanting. Zoveel blijheid gaat het ministerie van Justitie wat te ver, maar het uiteindelijke gebouw beschikt over onder meer een jazzballetzaal, een kunstbloemenmakerij en uitgebreide wandeltuinen en is daarmee een stuk ruimer ingericht dan de hedendaagse studentenflat. De cellen (‘kamers’, in zeventigerjarenjargon) hebben niet eens tralies voor de ruiten! Boeven heten nu gedetineerden en die horen niet thuis in de ouderwetse strenge gevangenis.

Ook zij zijn mensen en zij moeten niet tot inkeer worden gebracht, maar voorbereid worden op een terugkeer in de samenleving. Hoe kan dat nou beter dan door ze een zo normaal mogelijk leven te laten leiden? Gezien de achtergrond van de architecten van de Bijlmerbajes is het eindproduct geen verrassing. De gevangenis is ontworpen door het echtpaar Pot en Pot-Keegstra, dat normaliter bejaardentehuizen en studentenflats ontwierp. Een architectenechtpaar is hoogst ongebruikelijk, maar frappanter is dat mevrouw Pot-Keegstra zich met de grote lijnen bemoeide en haar mannelijke wederhelft Pot zich met de details en de inrichting. Tijdens het ontwerpen van de inrichting stierf Pot en zijn vrouw maakte de gevangenis alleen af. Nederland is dan ook een van de weinige landen met een door een vrouw ontworpen gevangenis. De achtergrond van het echtpaar is terug te zien in hun plan voor de Bijlmerbajes: het wordt een

nummer 40

|

jaargang 23


VERDIEPING

uiterst functioneel gebouw, ontdaan van elke versiering. Daartegenover staat een zo goed mogelijke leefbaarheid en een prettige omgeving voor de gevangenen. Bij de oplevering van het complex is er echter al kritiek. Met name de Aktiegroep Stop Huis van Bewaring, waarin rechters, juristen en psychiaters zich verenigd hadden, hebben bezwaar tegen de inrichting van en de ideologie achter het gebouw. Men vindt de net gebouwde gevangenis te massaal en te geïsoleerd van het stadscentrum gelegen. Een aantal jaar na de opening blijkt bovendien dat het gezellige leven in de gevangenis geen merkbare invloed heeft op de gedetineerden; betere mensen werden zij er in elk geval niet van. Wel vergt de inrichting die dat gezellige leven mogelijk maakt zo’n vijftig procent meer bewakers dan een reguliere gevangenis. Daarnaast is men bang dat de gevangenen als gevolg van de massaliteit ten prooi zouden vallen aan flatneurose: een ‘ziekte’ die inhoudt dat het wonen in een flat psychische problemen veroorzaakt. Ook worden de tralies (‘lamellen’) later alsnog geplaatst, wanneer blijkt dat de gevangenen het zicht op de vrijheid die ze niet hebben niet aankunnen en dat de onbreekbaarheid van de ruiten vergelijkbaar is met de onzinkbaarheid van de Titanic. Ook mag van de gevangenisdirectie het gebouw niet te veel op een ziekenhuis lijken.

‘Nederland is een van de weinige landen met een door een vrouw ontworpen gevangenis’ Ondanks alle bezwaren bestaat de Bijlmerbajes nog steeds. Al meer dan vijftien jaar wordt gediscussieerd over de toekomst van het enorme complex. Naast de kritiek die het al sinds de opening te verduren krijgt, is het inmiddels sterk verouderd en voldoet het niet meer aan de eisen die vandaag de dag aan een gevangenis worden gesteld. De kostbare en inefficiënte inrichting zal daarom in 2016 worden gesloten. De gevangenen zullen worden overgeplaatst naar een nieuw gebouw in Zaandam. Dit gebouw zal zonder twijfel weer voornamelijk ten doel hebben om gevangen op te sluiten en niet om ze beter te maken. Van luxe zal geen sprake zijn en het ziet er naar uit dat de nieuwe Zaanse gevangenis een terugkeer wordt naar de strenge en sobere gevangenissen van vroeger. Geen vrijheid, geen blijheid.

25


NB

26

Vroeger, toen we nog iets te zeggen hadden Tekst: Thomas Verstege

De laatste bezetting van het Maagdenhuis is niet de eerste keer dat protesterende studenten de zetel van het bestuur van de UvA in hebben genomen. Integendeel, het Maagdenhuis is al tien keer eerder bezet geweest. De allereerste bezetting in 1969 is daarvan verreweg het bekendste en meest succesvolle voorbeeld.

Bezetting 1969 In 1969 hadden studenten niets te zeggen over het bestuur. Er bestonden geen studentenraden, medezeggenschapsstructuren, of ondernemingsraden en het College van Bestuur (CvB) en de docenten waren volledig vrij om het beleid te bepalen. Dit leidde tot grote onvrede onder de studenten. Als gevolg van protesten op verschillende gebieden vond democratisering plaats in onder andere het bedrijfsleven, de politiek, en het gezinsleven. Deze trend sloeg al snel over naar het onderwijs en na veel mislukte onderhandelingen bezetten zo’n zevenhonderd studenten het Maagdenhuis. De politie omsingelde het pand en liet niemand erin in de hoop de studenten uit te kunnen hongeren. Maar via een sluiproute door de UB en een luchtbrug tussen beide panden wisten de studenten toch water en voedsel naar binnen te smokkelen. Vijf dagen na het begin van de bezetting ging de politie over tot een hardhandige ontruiming en 660 bezetters worden gearresteerd. In dat opzicht verlopen de huidige bezettingen relatief rustig. Deze bezetting van ‘slechts’ vijf dagen had tot gevolg dat de bestuursstructuur van de UvA volledig op de schop ging en sterk democratiseerde. In 1972 wordt de Wet op het Universitaire Bestuur (WUB) aangenomen op basis waarvan het CvB voor vrijwel alles wat zij doet de uitdrukkelijke goedkeuring van een meerderheid van de studentenraadsleden moet hebben. De verhouding tussen het CvB en de studentenraden is vergelijkbaar met de verhouding tussen het kabinet en de Tweede Kamer. Een fantastische overwinning voor de studenten. Maar de vreugde is van korte duur. In de jaren ’70 en ’80 worden belangrijke onderdelen van de wet al stapsgewijs teruggedraaid en eind jaren ’90 wordt het model van toestemming zelfs helemaal afgeschaft. In de plaats daarvan komt het systeem van medezeggenschap zoals we dat nu kennen. Bezetting nu De bezetters van het Maagdenhuis stellen nu precies dat systeem ter discussie. Zij eisen, net als de bezetters van het Maagdenhuis 46 jaar geleden, meer democratie in het bestuur van de UvA. Daarnaast protesteren zij tegen verschillende facetten van het ‘rendementsdenken’ dat het beleid van de UvA momenteel domineert. Studenten zouden invloed kunnen uitoefenen op het beleid van rendementsdenken als zij een effectieve vorm van inspraak krijgen. Beleid van de UvA Maar wat houdt dat beleid van de UvA momenteel in en waarom wordt het gevoerd? Het is niet te ontkennen dat de UvA op dit moment op een hele andere manier gerund wordt dan 25 jaar geleden. Destijds bestond het bestuur uit academici die naast hun onderzoekstaken ook bepaalde bestuurstaken op zich namen. Het behalen van winst was van ondergeschikt belang. Maar midden jaren ‘90 verandert de UvA van een publieke instelling in een ‘semi-publieke instelling’. Eén van de gevolgen hiervan is dat zij zelf al haar

nummer 40

|

jaargang 23


VERDIEPING

vastgoed in beheer krijgt. Dit betekent beheer van een complexe en waardevolle portefeuille maar ook de verantwoordelijkheid voor grote nieuwbouwprojecten zoals het Science Park. Om dit soort grote geldstromen in goede banen te kunnen leiden worden er stap voor stap ‘managerslagen’ op de UvA gecreeërd en vindt er een duidelijke scheiding tussen managers en academici plaats. Kortom, de UvA wordt tegenwoordig als regulier bedrijf gerund en heeft dan ook corporate risk managers, topsalarissen, en vele dochterondernemingen zoals ieder ander miljoenenbedrijf. Maar de crisis van 2008 was ook voor de UvA voelbaar en bovendien pakte de nieuwbouw van het Science Park aanzienlijk duurder uit dan verwacht.1 Tel daarbij op dat de overheidssubsidie per student al jaren minder wordt en we moeten concluderen dat de UvA in financieel zwaar weer verkeert. De verdeling van fondsen per faculteit wordt dus steeds belangrijker en die verdeling wordt door de UvA bepaald aan de hand van een ‘verdeelsleutel’2 Deze verdeelsleutel is sterk in het voordeel van onderzoek in plaats van onderwijs. De Beta-faculteiten – waar veel onderzoek wordt verricht – krijgen dus veel subsidie terwijl Geesteswetenschappen, maar ook Rechten en Economie honger lijden. Dit is een perfect voorbeeld van rendementsdenken: de faculteiten die geld opleveren worden gestimuleerd. Daarom ligt de nadruk bij Rechten tegenwoordig op het zo snel mogelijk laten afstuderen van zo veel mogelijk mensen. En bij Geesteswetenschappen zouden meerdere kleine studies verdwijnen omdat minder studenten zich daar hebben ingeschreven. Dit beleid ontkent dat bepaalde studies een intrinsieke waarde hebben, ook al hebben ze weinig studenten. Bovendien komt de kwaliteit van onderwijs in gevaar als iedereen zo snel mogelijk af moet studeren om die broodnodige extra subsidie binnen te halen. Hiermee is geld verdienen een doel op zich geworden in plaats van een middel om hoogwaardig onderwijs te garanderen. Inspraak We kunnen ongetwijfeld lang discussiëren over de voor- en nadelen van het beleid zoals hierboven geschetst. Maar los daarvan is het schokkend hoe weinig inspraak de studenten

27


NB

28

daadwerkelijk hebben op dit beleid; terwijl zij degenen zijn die erdoor geraakt worden. In de eerste plaats kunnen studentenraden alleen invloed uitoefenen op specifieke besluiten die vanuit de faculteiten gepresenteerd worden. Zodoende hebben studenten geen inspraak op het beleid maar alleen op de specifieke besluiten die daar een gevolg van zijn. Ten tweede is – zoals eerder beschreven – de functie van de studentenraden langzaamaan gereduceerd tot een bijna volledige adviserende in plaats van instemmende rol. Toen de decaan van Geesteswetenschappen zijn plan voor bezuinigingen presenteerde mochten de studenten en medewerkers hier commentaar op geven. Het feit dat meerdere studies zouden verdwijnen stond echter niet meer discussie. Slechts de details konden besproken worden. Een ander voorbeeld is de besluitvorming rond de fusie van de Betafaculteiten van de UvA en de VU. Alle opleidingsleiders van UvA waren tegen de fusie en op 20 december 2013 stemden de Centrale Studentenraad en de Centrale Ondernemingsraad tegen de fusie en leek het plan van de baan. Maar in de zomer van 2014 kondigt het CvB aan via een andere weg toch door te zullen gaan met de plannen; tegen de expliciete wil van de studenten en medewerkers.3 Dus het CvB omzeilt ook nog eens het toch al zwakke model van inspraak. De bezetting van het Maagdenhuis laat zien dat deze onvrede een groot draagvlak onder studenten heeft. Laten we hopen dat de bezetters van nu net zo’n spectaculair resultaat weten te behalen als hun bondgenoten uit 1969. Want een hervorming door middel van democratisch gekozen bestuurders, referenda, en vergaande instemmingsbevoegdheden van studenten zou ervoor zorgen dat kwalitatief onderwijs weer belangrijker wordt dan de winstmodellen van het bestuur. En vergis je niet, binnenkort zullen de bezuinigingen ook op de rechtenfaculteit keihard aankomen. Zou het niet fijn zijn als wij daar dan iets over te zeggen hebben?

De luchtbrug naar het Maagdenhuis in 1969. De enige manier om water in voedsel binnen te krijgen. Gevonden via: http://www.anp-archief.nl/page/64556/nl

Noten 1 Rodrigo Fernandez en Reijer Hendrikse, ‘Het Maagdenhuis als profit centre’, De Groene Amsterdammer, 20-03-2013 http://www.groene.nl/artikel/het-maagdenhuis-als-profitcenter 2 Dirk Wolthekker, ‘Nieuw allocatiemodel UvA op komst’, Folia Magazine, 08-10-2014 http://www.foliaweb.nl/ organisatie/nieuw-allocatiemodel-uva-op-komst/ 3 Thomas Muntz, ‘Tijd voor een nieuwe universiteit’, De Correspondent, 04-03-2015 https://decorrespondent.nl/2521/ Tijd-voor-een-nieuwe-universiteit/192004674268-f6d8d602

nummer 40

|

jaargang 23


29


Een verslag over de bachelorreis

Barcelona Tekst: Saar Hoek

Met een rolkoffertje in de hand ging ik op het onmogelijke tijdstip van vijf uur ’s ochtends de deur uit, een slapende spookstad in. Want alle reizen beginnen ergens, en voor deze werd ik om zes uur op Schiphol verwacht. Een aantal nieuwe gezichten en een handjevol bekenden stonden bij het verzamelpunt, die op dat moment drie dingen met elkaar gemeen hadden: we waren allemaal JFAS- leden, verlangend naar koffie en bovenal klaar om op weg te gaan naar Barcelona.

NB

30

E

enmaal geland werden er al vrolijk jassen weggestopt. De zon! Die bestaat ook nog! Gelijk genieten van het vakantiegevoel kon niet echt, eerst moest de OV-tocht naar het hostel afgelegd, en in een groep van vijfendertig kan dat nog wel even duren. Is iedereen er nog wel? Waarom staan we stil? Oeps, we moesten de andere kant op! Maar het lukte en mijn humeur heeft er in elk geval niet onder geleden. Gewapend met zonnebrillen en verlost van weekendtassen begonnen we aan ons programma. In het parlementsgebouw werd ons verteld over de geschiedenis van het gebouw en de positie van Catalonië in Spanje. Hoewel dit erg interessante onderwerpen waren en onze gids er veel over wist, maakten zijn gebrekkige Engels en het feit dat Spanjaarden hun gebouwen graag verwarmen tot Nederlandse zomertemperaturen het af

en toe erg moeilijk om bij de les te blijven. Het gebouw was gelegen in het Parc de la Cituedella, een mooi stadspark waar we de kans kregen om te lunchen. De eenzame kar die daar broodjes verkocht – en volgens mij zodra hij ons aan zag komen lopen al zijn prijzen had verdubbeld – was binnen een minuut of vijf helemaal leeggekocht. Dezelfde dag nog brachten we een bezoek aan Camp Nou. De tour had enigszins iets weg van een doolhof. Toen we eenmaal hadden besloten dat het mooi was geweest was de uitgang onvindbaar: pas na een paar verplichte fotomomenten en een wandeling door de twee-etage tellende memorabilia winkel stonden we buiten. Terug in het hostel kregen we de kans om onze bagage door de felgroen verlichte hallen te slepen naar de toegewezen kamer en daar in de tropische

nummer 40

|

jaargang 23


STUDIE hitte uit te pakken. We aten met de groep die donderdag. Het thema van het avondeten was survival of the fittest: er werden gerechten op de tafel gezet, en wie het eerst komt wie het eerst maalt. De vrije tijd die volgde werd – niet verrassend – gevuld met alcohol, kaartspelletjes en cafeetjes. Vrijdagochtend werd uitgevonden dat de douches nogal moeite hadden met het concept van de gulden middenweg, de paar druppels die er überhaupt uitkwamen waren of ijskoud of zorgden voor tweedegraads brandwonden. Maar de moed bleef hoog en we gingen op weg om de Universiteit van Barcelona te bezetten/bezoeken. De hele middag die volgde was vrij, uren die ik persoonlijk gevuld heb met door de stad slenteren, koffiedrinken in de zon en genieten van het vakantiegevoel. Pas in de avond kwamen we weer samen om de Font Magica te bezoeken. Een mooie fontein met lichten en muziek, maar eigenlijk een pestkop die nietsvermoedende studenten een ongewilde douche geeft als ze het de rug keren om een foto te maken. Het was vrijdag, dus er moest worden gedanst. We gingen uit in club Pacha, waar er charmante dames in glimmend ondergoed op podia stonden en je een nier moest verkopen voor een biertje. Leuk was het wel! Of althans, tot de volgende ochtend aanbrak en mijn lichaam me strafte voor mijn levenskeuzes. Maar brak zijn hoort erbij, en ik voelde me heel snel beter toen we aankwamen in Parc Güell. De zon had er zin in, het uitzicht was vanaf een berg en dus fantastisch, een handjevol gitaarspelers hadden zich verdeeld over het park. Het stuk waar Gaudí aan heeft gewerkt hebben we alleen niet kunnen zien, aangezien er sinds kort geld voor wordt gevraagd. Na een heerlijke, rustige en warme ochtend en een bezoek aan het Museu d’Història de Catalunya was er opnieuw een vrije middag, een uitstekend moment om hoognodige voorraden in te slaan zoals gin, tonic en blarenpleisters. Samen uitgaan was dit keer in club Jamboree,

erg gezellig en gelukkig op wandelafstand. Een heel gedetailleerd verslag reproduceren gaat me alleen niet lukken, mede dankzij voorgenoemde voorraden. De dag erna waaierde de groep uit naar onder andere het strand en het park bij de Arco de Triunfo maar ook naar cocktailbarretjes en middagdutjes. ’s Avonds werden we verrast met salsalessen, gegeven door een typisch gladde leraar genaamd Jorge. Alhoewel het erg leuk was, werd ik wel overrompeld met de slappe lach en geconfronteerd met dat ik ongeveer de motorische vaardigheden bezit van een prei. Vooral omdat sommigen van ons moeiteloos en elegant de hele dans volgden en ik het niet eens kon zien. Uitgehongerd door onze fysieke inspanning – of poging daartoe – gingen we met zijn allen tapas eten. Het laatste avondmaal van de reis. We zijn toch rechtenstudenten, en een advocatenkantoor bezoeken was dus wel een must. Het praatje van de medewerkers van Grimbrère was erg interessant en legde een aantal zwaktes in het Spaanse systeem bloot, die me het meest van de week een studiereisgevoel gaven en deden nadenken over hoe het beter zou kunnen. Erna kwam de meest voor de hand liggende, maar daarom niet minder spectaculaire, activiteit. Het bezoeken van de Sagrada Familia. Onze tourgids deed een beetje denken aan het kinderprogramma Dora (Kunnen jullie de pilaren tellen? Welke kleur is dit? Kunnen jullie dit standbeeld vinden?) wat een komisch element toevoegde aan de prachtige kerk. Aan de binnenkant gebaad in veelkleurig licht door de fantastische glas in lood ramen en buiten ongelofelijk gedetailleerd bewerkt in steen was dit een mooi afscheid aan Spanje. Terug in Nederland was de temperatuur een traumatische ervaring, maar ik heb het ontzettend naar mijn zin gehad. Ik kan niet voor iedereen spreken die mee was, maar ik doe het toch, we hebben ervan genoten! Zie ommezijde voor meer Barcelona-foto’s.

‘De tour had enigszins iets weg van een doolhof’

31


NB

32

‘Terug in Nederland was de temperatuur een traumatische ervaring, maar ik heb het enorm naar mijn zin gehad.’

nummer 40

|

jaargang 23


33


NB

34

“Ik zit nog liever in de bajes dan op de Zuidas” Interview met strafpleiter Theo Hiddema Interview door Aleida van Dijk

Theo Hiddema (70) is een van de bekendste strafrechtadvocaten van Nederland. Mede vanwege zijn retorisch talent, mooie maatpakken en openlijke voorkeur voor Wilders is hij een veelgevraagde gast in talkshows en andere media. Hij begon zijn carrière in 1975 bij het kantoor van Max Moszkowicz sr., de vader van o.a. Bram Moszkowicz, maar vertrok na zes jaar om zijn eigen praktijk te beginnen. Hij heeft filialen in Amsterdam en Maastricht. In 2014 verscheen zijn biografie “Mr. Hiddema. Strafpleiter, dandy, dwarsligger”. Nadat u bij Max Moszkowicz sr. was vertrokken, raakte u met hem in conflict. In uw boek beschrijft u hoe hij heeft geprobeerd u kapot te maken, maar toch blijft u steeds vriendelijk van toon jegens hem. In de tijd dat ik daar gewerkt heb, had ik ook niks te klagen. Ik vind het ook niet sierlijk om te pissen in het potje waaruit je gedronken hebt. Dat is een. Maar twee, je hebt kunnen zien dat ik wel enige bewondering voor die man heb. Waarom bewondert u hem? Het was een vechtjas. En uit het niets zo kaal als de neten. Hij heeft zich in no time als een tycoon binnen de advocatuur opgeworpen aan de hand van een tomeloze wilskracht. En dat spatte uit zijn oogjes, zoals ik dat omschrijf. Dat zie je meteen. Er ging een bedwelmende werking van hem uit. Maar hij was wel zo link als een looien deur. Zijn pleitkunst bewonder ik ook, omdat hij heel doordacht was, maar loeislim. Hij wist langs de weg van – misschien ook wel ogenschijnlijke – welwillendheid contrasten in zijn pleidooi op te bouwen, van zachtmoedig tot kwaadaardig. Dat zat ook in zijn persoonlijkheid, want dat kun je niet los van elkaar koppelen.

Die hele strijd met Max Moszkowicz nadat u daar bent weggegaan, vond u dat niet ergens ook mooi? Nee joh, dat was nou echt pure ellende. Je bent pas zelfstandig, je hebt je diep in de schulden gestoken, je hebt een heel groot pand gekocht, pal tegenover hem. Ik zat middenin een verbouwing. Ik dacht: het zal me nooit lukken. Dat waren ook geen ruzies, maar echt heel venijnige kwesties die opspeelden bij de raad van discipline. Een keer heb ik mijn onschuld kunnen bewijzen door mensen op voorhand te registreren op de band. Als me dat niet was gelukt, dan was mijn carrière in de knop gesmoord. Voordat je die zaken hebt beredderd en de ontmaskering zich heeft voltrokken, ben je wel een paar jaar verder. En in de tussentijd miespelt dat door in de klandizie van de huizen van bewaring waar ik net mijn hengeltje had neergedropt. Nee, dat was geen florissante periode, maar uiteindelijk kun je er een leuk boek over schrijven. Achteraf is iedereen eigenlijk in de kuil gedonderd die hij voor mij had gegraven. Wat heeft u van Max Moszcowicz geleerd? De techniek van het pleiten heb ik van Moszcowicz niet geleerd. Dat kan ook niet, want pleiten kun je niet leren. Als je het goed doet komen je ka-

nummer 40

|

jaargang 23


35

‘Ficq doet net alsof je je alleen maar goed kunt bekommeren om het lot van de gemaltraiteerde verdachte als je op de fiets rondrijdt.’


NB

36

rakter, je genen en de stemmingen en humeuren die verband houden met je psychische gesteldheid van dat moment tot uitdrukking in een pleidooi. Je hele persoonlijkheid speelt dan op. Naarmate je beter pleit, speelt je persoonlijkheid ook meer op. Goede strafpleiters lijken daarom ook nooit op elkaar. Maar onder het topsegment lijkt alles hetzelfde, want daar heb je technocraten die een pleitnota voorlezen. Dat zijn heel geleerde teksten en daar kijken ze ook heel vroom bij,

maar de betogen zijn voorspelbaar. Uit je hoofd pleiten, daar begint het al mee. Anders kun je je nooit losmaken van de materie, ben je ook niet ontvankelijk voor dingen die je op een zitting te binnen schieten. Heeft u andere dingen van hem geleerd? Wat je bij Moszcowicz wel leerde was discipline. Gewoon keihard wer-

ken en nergens van schrikken. Je werd niet knuffelenderwijs naar het einde van je stage begeleid. Hij testte vanaf dag één wat je zelf aankon. Je kreeg gewoon een pak papier en moest het maar uitzoeken. En als dat niet werkte dan werd je gewoon ontslagen. Dat ging aan de lopende band. Dus discipline werd er daar langs de weg van enige dwang wel ingezet. En niet schrikken, niet ontzag voor autoriteiten hebben, niet slijmenderwijs je binnen likken bij hoge rechters of dat soort onzin. Een zekere brutaliteit stak je er wel van op, en natuurlijk ook liefde voor het vak. Ik had natuurlijk een vliegende start, want ik kwam meteen vanaf dag één met het topsegment van de Nederlandse criminele bevolking in aanraking. Maar de techniek van het pleiten heb ik van Moszcowicz niet geleerd. Dat kan ook niet. Juridisch inzicht ook niet, want dat moet je zelf doen. Maar daar is ook geen kunst aan, want strafrecht is zo simpel als het maar kan. Je moet natuurlijk wel zorgen dat je de jurisprudentie bijhoudt, want anders sta je voor schut in de rechtbank, dan maken ze gehakt van je. Ze zitten gewoon te wachten tot je een juridische blunder maakt, dat is natuurlijk leuk. Maar zover laat je het niet komen, dat is een kwestie van zelfrespect. Bent u een geboren strafpleiter? Nou, dat wist ik niet toen ik geboren werd. Het heeft lang geduurd voordat ik daarachter kwam. Maar terugkijkend kan ik me geen beroep voorstellen waar je karakter zozeer bepalend is voor de wijze waarop je werkt, in de omgang met mensen, in het sturen

nummer 40

|

jaargang 23


CARRIÈRE

van strafzaken, in het doorzien van mensen. Je karakter is bijna voor de volle honderd procent verantwoordelijk voor het product dat je levert. Als je je ten volle interesseert voor het strafrecht en iedere sluipweg wilt vinden, dan wordt je doordrenkt door zo’n dossier en wordt je menselijke ziel aan alle kanten geprikkeld. Is dat heel anders bij civiele advocaten? Ja, natuurlijk. Wat doet een civilist? In de meeste gevallen: ruzie om geld. Gewoon materie. Dan schrijf je aan de hand van rechtsgeleerde teksten een conclusie achter je bureau. Van dat bureau kom je ook helemaal niet van weg, want wat moet je buiten doen? De tegenpartij zit verderop ook achter een bureau net zo’n schriftuur te schrijven. Nou, dan ga je uiteindelijk naar een rechtbank toe en komt er na anderhalf jaar wachten een vonnis. Daar zit geen dynamiek in. Ik ontvang mijn cliënt niet achter het bureau, maar moet met de trein en de taxi naar een huis van bewaring in een industriewijk. In zo’n desolate entourage, in een hokkie met maximaal een plastic bekertje koffie, zie je voor het eerst je client. En dan moet je met zo iemand verder het traject in, naar de rechtbank en pleiten. En zo iemand ziet wat je doet, want hij zit er met zijn neus bovenop. Een civilist wordt een soort mystieke figuur, want je hebt helemaal geen zicht op hoe die nou uiteindelijk als advocaat de boel aan de man brengt. Een civilist wil natuurlijk ook dat zijn klant gelijk krijgt, maar dat weegt toch niet op tegen het strafrecht. Het strafrecht is een kwestie van leven of dood, van vrij of zitten. Dat is nogal een ander contrast dan een paar centjes meer of minder. Voor veel studenten is de Zuidas het hoogste ideaal. Nou, dat lijkt mij de grootste gruwel. Het is een hiërarchisch systeem met

37

‘Naar mate je beter pleit speelt je persoonlijkheid ook meer op.’ onderknuppels en bovenbaasjes. Nee, dat is niks voor mij. En dan de entourage. In zo’n torenflat, het waait er altijd, gure wind, het huis is van een ander. Je leidt er het leven van, ik zou bijna zeggen een gedetineerde. Met een kaartje naar binnen, je zit achter glas en je kan geen raam opendoen, het zijn allemaal hokjes. Nee, dat is het voorportaal voor de meest geestdodende vorm van advocatuur. Gelukkig heb ik daar helemaal niks te zoeken. Als ik mijn klandizie opzoek moet ik naar de bajes. Ik zit nog liever in de bajes dan in zo’n kantoor. Nee, dat lijkt mij een vreugdeloos hol. De dood in de pot, hoor. Niks voor mij. De vorige editie hebben we Bénédicte Ficq geïnterviewd. Ze

zegt onder andere: “Theo Hiddema vindt mij verschrikkelijk en ik vind hem verschrikkelijk.” Ah, zij is begonnen. Ze vindt u een aanfluiting voor de beroepsgroep en schaamt zich diep voor uw denkbeelden. Volgens haar heeft u een walgelijk interview in het NRC Handelsblad gegeven. Nou zeg, wat erg! Wat erg is dit toch allemaal. Zij vond dat Bram Moszkowicz en ik te veel in de publiciteit kwamen met onze auto’s en met onze huizen, en dat vond ze stuitend. Zij doet net alsof je je alleen maar goed kunt bekommeren om het lot van de gemaltraiteerde verdachte die in een hoekje ligt en door de staat rücksichtslos in de bak wordt gesmeten,


NB

38

als je op de fiets rondrijdt. Alsof het bij ons niet ook centraal zou staan om mensen die in een hoek worden getrapt te verlossen uit hun leed. Alleen beleven wij er ook een arbeidsvreugde aan. Die fiets van haar is mijn running gag geworden. Zij en dat hele kantoor geven ook altijd de politie en officieren de schuld, zijn ook altijd boos. Toen heb ik in het NRC gezegd: ‘Als morgen het heelal op hol slaat en de zon op de aarde neerdaalt en daardoor Ficqs fietstas verschroeit raakt, dan staat overmorgen in de krant: Ficq klaagt Amsterdamse politie aan.’ Wat heb ik nog meer gezegd? Oh ja, dat ik haar nog nooit op een bevlieging van goede smaak heb kunnen betrapppen. Nou, dat zie je zelf. En dat vindt zij vreselijk, verschrikkelijk. Een walgelijk interview. Over uw denkbeelden zegt ze: “Alsof het ego prevaleert boven alles en het belang van de cliënt ergens in een hoekje ligt te creperen. Als het ego dan ook nog kan profiteren van het in de hoek liggen van de cliënt, dan is het alleen maar beter.” Hoe verzin je het? Ze snapt het niet. Ik denk dat ze het echt niet snapt. Ik wil alleen maar zeggen dat als je ijdel bent, wat ons verweten wordt, dan houdt die ijdelheid – noem het dan maar zo – ook met beroepstrots en zelfrespect verband. Anders sta je met die ijdelheid voor lul, dan ben je een poseur. Als je je ijdelheid bevredigd wilt zien met beroepstrots en zelfrespect, dan kan dat alleen maar als je je werk goed doet. En dat is toch in het belang van de klant? Waar hebben we het nou over? Zij zegt iets dat helemaal niet kan. Ze gaat er van uit dat wij ons beroep misbruiken om er

lustig op los te leven en de cliënt te laten verrotten. Dat is niet verenigbaar, dat kan helemaal niet, dat werkt niet. Want als een cliënt ligt te verrotten, dan zegt hij tegen de hele bajes: “Bij Hiddema moet je niet wezen, want ik lig te verrotten.” Dan valt er weinig meer te pronken voor ons. Hè, wat een toestand. U voelt niet zo’n weerzin voor haar als zij voor u? Nee hoor, ben je gek. Ze snapt het gewoon niet. U heeft een zaak aangespannen vanwege een cartoon waarin u louche wordt genoemd. Bent u erg met uw imago bezig? Nee, dat was gewoon boosheid. Mij uitmaken voor louche, waar slaat dat op? Die man heeft een pathalogische behoefte om mij in zijn tekeningen te betrekken en daarbij het woord louche te gebruiken, want dit is de derde keer dat hij het flikt. Dat begon me te vervelen. Nou, toen ben ik een kort geding tegen hem begonnen en dat heb ik gewonnen. Nee hoor, dat vind ik geen kwestie van met je imago bezig zijn. Dit zijn dingen die je niet hoeft te laten passeren. Terwijl ik een heel dikke huid heb, vind ik zelf. U heeft een aantal keren actie ondernomen om reputatieschade tegen te gaan of in ieder geval om onjuiste informatie over u te ontkrachten, maar aan de andere kant schaamt u zich er niet voor om dingen te zeggen die uw imago niet ten goede komen. In uw boek noemt u nationaalsocialiste Florrie Rost van Tonningen een sieraad voor de samenleving. Althans, in zekere zin.

In zekere zin, ja. Dat is een groot verschil. Die zinsnede die is me ook al voor de voeten geworpen: ‘U noemt haar een sieraad voor de samenleving.’ Natuurlijk vind ik haar niet een sieraad voor de samenleving, maar ik als strafpleiter heb daar te maken met iemand die het in zekere zin toch nog wel is. Het merendeel van mijn klandizie is het voor geen kant. Ik zit met vaak heel egocentrische mensen die omwille van wat grijpstuivers de vreselijkste dingen doen. Moet er iemand dood, moet er een bank beroofd worden, moet er een tankstation beroofd worden, dat is mijn core business. Terwijl zij, een mevrouw van ver over de zeventig met een blanco strafblad en een bedrijf met eigen personeel, dacht idealistisch bezig te zijn. Dat is toch een unieke verschijning in de verdachtebank? En in de persoonlijke omgang kon ik best met haar door een deur. Wanneer u Rost van Tonningen een sieraad voor de samenleving noemt, ook als u ‘in zekere zin’ erbij zegt, roept dat bepaalde reacties op. Zegt u dat soort dingen niet gewoon om te provoceren? Nee helemaal niet, dat is ook onbevangenheid. Ik heb dat gewoon tegen de auteur zo omschreven, ook om te verklaren hoe je met die cliënten nou door een deur kunt gaan. Maarja, als je met haar in verband gebracht wordt dan moet je al verdedigen dat je zelf geen halve fascist bent. Die geestelijke leidraad van die mensen die je becommentariëren zonder je te kennen, die zet weleens aan tot balsturig gedrag bij mij. Maar ik heb niet de behoefte om te provoceren. Wel een beetje pesten en treiteren en

nummer 40

|

jaargang 23


CARRIÈRE

een beetje stoken, zuigen, dat is wel leuk. Daarmee haal je het beste uit de mensen. Maar ik vind zelf dat ik totaal niet de behoefte heb om te provoceren, daar komt alleen maar ellende van. Ik kom pas tevoorschijn als er dingen rechtgezet moeten worden. Ik daag mensen uit –en dat kan wel een beetje provocerend overkomen– om op basis van de inhoud mij te zeggen dat ik mij verkeerd uitdruk. Dat wel. Ik dwing mensen om mij op de inhoud te pakken, en op de context waarin ik dingen heb gezegd. Zijn er nog advocaten die u bewondert? Gerard Spong, met zijn fenomenale juridische kennis, die doet al dertig jaar al mijn cassatiezaken. Maar hij kan ook leuk pleiten, en Jan-Hein Kuijpers ook. En Bénédicte Ficq ontwikkelt zich goed. Met vallen en opstaan zie ik toch wel toekomst in haar pleidooien. Ja, toekomst zie ik wel. Het gaat de goede kant op. Heeft u nog andere voorbeelden? Gerrit Komrij, daar heb ik alles van. Dat is ook een heel goede bron om inspiratie op te doen voor pleidooien. Die man heeft de hele menselijke ziel in alle hoeken en gaten belicht. Daar heb ik zeer veel bewondering voor. Van Oudshoorn, een naturalistisch schrijver, kun je ook heel goed gebruiken in je strafpraktijk. En de Russische Bibliotheek van Van Oorschot, de korte verhalen van Tsjechov, dat vind ik allemaal enig. Guy de Maupassant vind ik ook schitterend.

Leest u de boeken van uw collega’s, zoals ‘Maffiamaat’ van Bram Moszkowicz? Ja, ik heb het laatst op vakantie in Tel Aviv gelezen. Ik vond het een knap boekje, echt leuk. En de andere biografieën ook, van Pietje Doedens en Robert Moszkowicz. Ik doe mijn best. En mijn eigen boek natuurlijk, daar krijg je geen genoeg van. Het best verkochte van alle biografieën, er gaat al een vijfde druk komen. Heeft u al grote plannen om met pensioen te gaan? Nee joh, vind je dat een groot plan? Dat vind ik een heel naargeestig plan. Nee, daar moet ik helemaal niet aan denken. Als u op een gegeven moment toch stopt als advocaat, heeft u dan opvolgers in gedachten om uw kantoor over te nemen? Als mevrouw Ficq zich goed doorontwikkelt zal ik eens met haar kijken of

zij het niet kan doen. Mocht zij het nodig vinden om in mijn kantoor orde op zaken te stellen – het zou kunnen zijn dat die behoefte leeft – en om het geheel en al te restylen om die schandplek helemaal schoon te wassen, dan kan het zijn dat zij het mag overnemen. Dat zou wel wat wezen. Het is een uitdagend perspectief om mevrouw Ficq bij deze plannenmakerij te betrekken. Als zij zich zoveel zorgen maakt over de statuur van de advocatuur die alleen al onder mijn naam te lijden heeft, dan zou het toch prachtig zijn als mijn naam wordt weggewist en wordt vervangen door de hare? “Advocatenkantoor Ficq (niet meer Hiddema, dus)”. Kost een paar centen, maar dan heb je ook wat. En al die in de hoek gedreven gemaltraiteerde cliënten, wat zal daar een zucht van verlichting opgaan! Een verlossend moment. Bellen ze Hiddema, neemt Ficq op.

39


Test jezelf!

Welk historisch figuur ben jij?

NB

40

1. Wat is jouw ideale vakantieland? A) Groot-Brittannië: eeuwige regen en romantische landschappen. B) Frankrijk: stokbroden en geen woord Engels. C) Duitsland: bratwürsten en grote wetenschappers. 2. Wat was jouw favoriete vak op de middelbare school? A) Engelse of Nederlandse literatuur: ik ken alle gedichten nog uit mijn hoofd en speelde de hoofdrol in Hamlet. B) Geschiedenis, maar alleen het deel over de Tweede Wereldoorlog. C) Natuur- of wiskunde: van cijfers en formules word ik wild. 3. Wat is jouw favoriete bordspel? A) Scrabble: ik vind het wel jammer dat je geen extra punten krijgt voor zelfverzonnen woorden. B) Risk: ik stop niet voordat ik heel Europa veroverd heb! C) Ik maak liever sudoku’s. 4. Wat is liefde? A) Liefde is drama. B) Liefde is macht. C) Liefde is kennis.

Meeste A: William Shakespeare Je bent een echte romanticus met een groot gevoel voor drama. Je bent creatief: je schrijft en acteert graag.

5. In welke periode had je het liefst willen leven? A) Tijdens de Renaissance. B) Tijdens de Franse Revolutie. C) Het begin van het digitale tijdperk. 6. Hoe beantwoord jij je tentamenvragen? A) Poëtisch, want alles wat rijmt is waar. B) In het Frans. C) Foutloos. 7. Wat is je ideale haarstijl? A) Een snor en een baard vanwege mijn mannelijkheid, maar lange krullen vanwege mijn gevoeligheid. B) Ik kam mijn haar graag glad naar achter C) Wilde krullen en een grote borstelige snor 8. Wat is jouw lijfspreuk? A) To be or not to be: that is the question B) Impossible is a word to be found only in the dictionary of fools C) E = mc2

Meeste B: Napoleon Bonaparte Je bent een ware strijder. Je bent competitief en vastberaden. Je stopt niet voordat je je doelen bereikt hebt.

Meeste C: Albert Einstein Je bent altijd hongerig naar kennis. Je bent intelligent en nieuwsgierig naar de wereld om je heen.

nummer 40

|

jaargang 23


CARRIÈRE

Interview met Mark van Diggelen, advocaat-stagiaire Allen & Overy Wat is je studieachtergrond en wat heb je naast je studie allemaal gedaan? De advocatuur heeft me van jongs af aan aangetrokken, al baseer je dat op die leeftijd achteraf gezien eigenlijk nergens op. Argumenteren en debat heb ik altijd leuk gevonden. Ik ben in 2007 begonnen met de bachelor Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Gedurende mijn studententijd ben ik lid geweest van het A.S.C., in 2012 ben ik begonnen met de Master Privaatrecht Commerciële Rechtspraktijk en in mei 2014 studeerde ik af. Tijdens mijn studie heb ik voor de Rechtswinkel Amsterdam gewerkt en heb ik hier in het bestuur gezeten. Werken voor een Rechtswinkel kan ik iedereen aanraden, dat is ontzettend leuk als je van het juridische houdt en je geïnteresseerd bent in de advocatuur.

Momenteel werk ik als advocaat-stagiair op de afdeling Employment & Benefits, Arbeidsrecht in de volksmond. Ons werk is echter een stuk breder dan het klassieke arbeidsrecht dat iedereen van het 5-puntsvakje uit de Bachelor Rechtsgeleerdheid kent. Zo adviseren wij ook bedrijven over hun beloningsbeleid. Dit is vooral de laatste jaren erg actueel vanwege de continu veranderende regelgeving met betrekking tot bijvoorbeeld de variabele beloning. Ook spelen wij een rol in corporate transacties (fusies en overnames) waarin wij adviseren over arbeidsrechtelijke elementen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan due dillegence-onderzoek op arbeidsrechtelijk gebied, collectieve ontslagen, reorganisaties of adviestrajecten bij de ondernemingsraad. Gemene deler in al die zaken is toch wel dat wij voornamelijk de werkgevers bijstaan.

Hoe ben je bij Allen & Overy terechtgekomen? Hoe heb je hen gekozen, en hoe hebben ze jou gekozen? Ik heb enkele keren informeel gesproken met een delegatie van Allen & Overy tijdens een juridisch bedrijvendiner op het A.S.C.. Hoewel elk kantoor natuurlijk in de recruitmentmodus zit krijg je hierbij toch een beeld van de sfeer en cultuur. In 2012 heb ik deelgenomen aan de jaarlijkse businesscourse van Allen & Overy: The Insiders. Hierbij word je door middel van een ‘businessgame’ meegenomen in de wereld van de M&A-advocatuur. Het leuke van deze businesscourse is dat er ook veel aandacht is voor het inhoudelijke en dat je niet alleen een paar dagen in de kroeg hangt. Na deze businesscourse ben ik een student-stage gaan lopen op de M&A-afdeling van Allen & Overy, waarna ik heb gesolliciteerd en ben aangenomen.

Hoe ziet een kantoordag eruit? Wat voor sfeer hangt er? Voor een werkdag op de sectie Arbeidsrecht is kenmerkend dat je op een dag met veel verschillende dingen bezig bent. Waar je op Corporate vaak langere tijd aan een deal werkt ben je op Arbeidsrecht met heel veel verschillende zaken bezig. Dat betekent dat het vaak voorkomt dat cliënten bellen die snel iets nodig hebben, waardoor je dag totaal anders verloopt dan je het verwacht. Soms hangen zaken weken in de kast, en gaan ze onverwachts weer lopen. Het leerzame van een sectie als Arbeidsrecht is dat je veel zelf doet en veel eigen verantwoordelijkheid hebt. Je doet de meeste zaken direct met een partner, waardoor je veel verantwoordelijkheid in het dossier hebt, maar ook veel initiatief zult moeten nemen. Ook heb je veel contact met cliënten. Dit is voor ons kantoor uniek aan de sectie Arbeidsrecht. De sfeer bij Allen & Overy kenmerkt zich doordat iedereen enorm gedreven is, maar vooral het werk ook ontzettend leuk vindt.. Tijdens mijn studentstage merkte ik dat iedereen de tijd voor me nam en me in zaken wilde betrekken. De hiërarchie is puur functioneel en komt niet terug op het sociale vlak, op een borrel merk je hier niets van.

41


NB

42

‘Je wilt je in de eerste jaren zoveel mogelijk ontwikkelen. Dat gaat het best als het kantoor qua sfeer bij je past.’ Welke zaak is u bijgebleven? Een zaak die mij erg is bijgebleven is een zaak waarin wij voor een cliënt binnen één dag voor 18 jurisdicties waarin onze cliënt actief was moesten adviseren wat de verplichtingen waren op gebied van medezeggenschap (ondernemingsraad etc.). Dit betrof grotendeels landen waarin Allen & Overy zelf kantoren heeft, maar ook Zuid-Amerikaanse landen waar wij niet zijn gevestigd. Het was een dag met een hoop bellen, een hoop mailen en geregel, maar uiteindelijk hebben we onze cliënt voor alle landen ruim op tijd en helder kunnen adviseren. Dit is natuurlijk geen zaak die inhoudelijk heel erg tot de verbeelding spreekt en het is ook niet zo dat je dagelijks met dit soort zaken bezig bent, maar maakt als jonge medewerker wel indruk. Het is leuk om in de praktijk terug te zien hoe je met een ijzersterk internationaal netwerk zoals Allen & Overy heeft zo snel internationaal tot resultaten kunt komen en hoe overal ter wereld mensen bij Allen & Overy werken op wie je kunt terugvallen als een cliënt advies nodig heeft waar wij in Amsterdam niets over weten. Dat is toch waarom je de keuze hebt gemaakt om bij een internationaal kantoor te werken.

er uiteraard een borrel. Zo maak je op een leuke, interactieve manier kennis met ons kantoor. Tot slot organiseert Allen & Overy elk jaar een fiscale masterclass, notariële masterclass en onze business course The Insiders. The Insiders is een unieke reallife business course. Eén week lang ervaar je het leven van een topadvocaat; de zaken, de mensen en de cultuur. Je werkt in teams aan een reële en uiterst uitdagende case, waarbij zowel de proces- als de transactiepraktijk aan bod komen. Je gaat de strijd aan in binnen- en buitenland. The Insiders vindt plaats van 13 t/m 17 juli 2015 met een introductiemiddag/avond op 3 juli 2015. Heb je nog (sollicitatie)tips voor studenten? Vind een kantoor dat qua sfeer bij je past. Je wilt je in de eerste jaren zoveel mogelijk ontwikkelen en dat gaat het beste als het kantoor qua sfeer bij je aansluit. Het verschilt voor iedereen of je je het beste ontwikkelt als je in het diepe wordt gegooid, of dat je liever meer begeleid wordt. Daar moet je achter zien te komen bij je studentstages!

Wat zijn de mogelijkheden voor studenten bij Allen & Overy? Allen & Overy biedt je de kans om twee maanden een studentstage te lopen op een praktijkgroep naar jouw keuze. Daarnaast is het mogelijk om een scriptiestage te lopen. Ook is er een mogelijkheid om te komen lunchen, zowel voor bachelor- als masterstudenten. Tijdens een lunch met advocaat(stagiairs) krijg je de kans om ze het hemd van het lijf te vragen. Daarnaast organiseren we regelmatig InApollohouse-dagen. Deze dagen zijn door en voor studenten. Tijdens de In-housedagen volg je workshops, werk je aan cases en wordt meer over Allen & Overy verteld. Na afloop is

nummer 40

|

jaargang 23


Word jij een van de 24 insiders?

THE

INSIDERS

experience the life of a top lawyer Gedreven. Scherp. Businesswise. Dat moet je zijn als je een van de 24 insiders wilt worden. The Insiders is een unieke real life business course. Eén week lang ervaar je het leven van een topadvocaat. De zaken, de cliënten, de mensen en de cultuur. Het echte werk! Onder toezicht van kopstukken van Allen & Overy werk je samen met jouw team aan een reële en uiterst uitdagende case. Je gaat de strijd aan in binnen- en buitenland. The Insiders vindt plaats van 13 t/m 17 juli 2015 met een introductiemiddag / -avond op 3 juli 2015. Ben jij derde- of vierdejaars rechtenstudent en durf je het aan? Schrijf je vóór 22 mei in op businesswiseadvocaten.nl

Profile for JFAS

Nota Bene voorjaar 2015: Vroeger  

Nota Bene voorjaar 2015: Vroeger  

Advertisement