__MAIN_TEXT__

Page 1

NOTA BENE

Helden

T ME

Q C I F

W VIE R E INT F IE US L C EX

E T C DI É N É B

JFAS nummer 39 winter 2015 jaargang 22

SPORTHELD WORDT ANTIHELD

HET PROCES TEGEN PISTORIUS

TEST JEZELF

WAT VOOR ADVOCAAT WORD JIJ? DE HUURCOMMISSIE ZIT VOL

HELDEN


Je laat je niet makkelijk opzijzetten.

Jouw ideeĂŤn en oplossingen staan als een huis. Want je weet waar je het over hebt. De nauwe samenwerking met cliĂŤnten speelt daarin een belangrijke rol. Je weet alles over hun wereld, bent nieuwsgierig en leergierig. Dat geeft je energie. Jouw grenzen eindigen niet bij de rand van je bureau. Je houdt van aanpakken, no-nonsense en een steile leercurve. Zie je het voor je? Bel met Tamara of Thaira: 088-253 53 86 of mail naar recruitment@akd.nl.

Kijk op werkenbijakd.nl AmsTerDAm BreDA einDhoven roTTerDAm Brussel


HOOFDREDACTIONEEL

Iedereen heeft wel een of meer helden. Mensen tegen wie we opkijken. Fictieve figuren met superkrachten of historische figuren die grootse daden hebben verricht. Of juist personen die dicht bij ons staan: een vader, een moeder, opa of oma, leraar, topsporter. Alle helden hebben iets gemeen: ze zijn nét iets anders dan de rest van de mensheid. Superman, Batman en Hercules worden door velen als helden gezien. Waarom? Het zijn moedige strijders. Ze komen op voor de zwakkeren in de samenleving en zijn extreem dapper. Zij durven Het Kwaad te overwinnen. Maar genoemde superhelden zijn fictief. Aan de échte maatschappij dragen zij niets bij, enkel aan de filmindustrie in Hollywood. Misschien zijn de échte helden wel de volkshelden. Helden die door iedereen binnen een bepaalde cultuur in een bepaald tijdperk vereerd worden. Onze bekendste volksheld is Willem van Oranje, de Vader des vaderlands. Hij bevrijdde ons van de Spanjaarden en gaf de Nederlanders hun soevereiniteit terug. Of hij echt doorslaggevend is geweest in het winnen van deze strijd, doet er niet toe. Willem van Oranje verkreeg zijn heldenstatus door zijn maatschappelijke positie, en de wens van de burgers om deze belangrijke historische verandering een gezicht te geven. Hij werd het symbool van het heldhaftige losbreken van de Spaanse tirannie. Ook voetbalcoaches kunnen volkshelden zijn. Louis van Gaal tijdens het WK bijvoorbeeld. Maar Louis’ heldendom was wel afhankelijk van winst of verlies. Na elke wedstrijd kon hij zomaar uit zijn heldenrol gestoten worden. Wat de volkshelden gemeen hebben is dat zij een bundelende kracht hebben, een groepsgevoel creëren onder de burgers. Of het nou om de onderdrukte Nederlanden in de Tachtigjarige Oorlog ging, of een spannend WK. Tegenwoordig zijn we niet meer op zoek naar een held die het nationalistische gevoel versterkt. We zoeken een Robin Hood; iemand die opkomt voor de zwakkeren in de maatschappij. Bij de jaarlijkse Amsterdammer van het Jaar-verkiezing van Het Parool bijvoorbeeld, worden altijd mensen genomineerd die zich inzetten voor maatschappelijke problemen en minderheden. Recent won de bedenker van de Wensenambulance: een organisatie die de laatste wens van terminaal zieken vervult door voor vervoer en medische begeleiding te zorgen. De held anno 2015 moet bepaalde kwaliteiten bezitten: hij moet maatschappelijk betrokken zijn, nobel, en de moed hebben om problemen op te lossen die niemand eerder durfde aan te pakken. Spieren en een strak Supermanpakje zijn een pre. Het blijft echter een persoonlijke keuze. Lees in onze wintereditie wie de helden van deze redactie zijn. Veel leesplezier!

Hannah van Kolfschooten Hoofdredactrice Nota Bene & Commissaris media 2014–2015

3


Colofon

De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. De Nota Bene verschijnt vier maal per jaar. Hoofdredactie Hannah van Kolfschooten Eindredactie Jacqueline de Vries Rogier van der Wolk Redactie Louisa Bergsma Sebastian de Bruijn Richte van Ginneken Lars Groeneveld Kim Hogewoning Anna Ida Hudig Baruch Hummen René Lieshout Bastiaan Loopstra Loes ter Meer Thomas Verstege Nicky Willemsen Adverteerders AKD advocaten & notarissen Dirkzwager advocaten & notarissen Sponsorexploitatie Sasha van Gelder Vormgeving Willem Don, willemdon.nl Drukkerij Puurdrukken Fotografie Jaëla Arian JFAS Bestuur Sasha van Gelder Lucas Wolthuis Scheeres Marjolijn Feenstra Anna-Maria Kempers Nina Visser Mathijs IJkhout Hannah van Kolfschooten

voorzitter@jfas.com vvz@jfas.com penningmeester@jfas.com secretaris@jfas.com intern@jfas.com extern@jfas.com media@jfas.com

Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A2.04 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 E-mail: voorzitter@jfas.com Internet: www.jfas.com De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@ jfas.com.

Volg de Nota Bene ook via Facebook: Like onze pagina ‘Studievereniging JFAS’

Wil je de Nota Bene digitaal lezen? Download dan de Nota Bene App via Google Play of de Apple Appstore. (alleen geschikt voor tablets, geen smartphones)


INHOUD

7 Vergadering Anne & Max 8 Onze Helden

16

De Hoge Raad in de Tweede Wereldoorlog: helden of schurken?

OPINIE 10 Filmrecensie: The Judge 12 Dutchbat: antihelden? 14 Heldendom all’italiana 15 Due to Mistrial

VERDIEPING 16 De Hoge Raad in de Tweede Wereldoorlog: helden of schurken? 19 Redt de Huurcommissie ons van huisjesmelkers?

22

Van sportheld naar antiheld: het proces van Oscar Pistorius

22 Van sportheld naar antiheld: het proces van Oscar Pistorius 24 “Zij doen tenminste iets!” Helden die tegen IS strijden strafbaar?

STUDIE 26 Je studententijd 2.0 Verslag van een exchange naar New York City 30 Stagelopen bij Kennedy Van der Laan 32 Test jezelf: wat voor advocaat word jij? CARRIÈRE

34

Comprendre c’est tout pardonner: Interview Bénédicte Ficq

34 Comprendre c’est tout pardonner: een interview met strafpleiter Bénédicte Ficq 38 De zaak van de gestolen banaan: een interview met misdaadjournalist Bart Middelburg

5


NB

6

Neem het recht in eigen hand.

Download de Dirkzwager KennisBoek App. Je kan niet alles zelf weten, dat snappen we bij Dirkzwager. De KennisBoek App is hĂŠt antwoord op al je juridische vragen. Met de mogelijkheid om deze af te stemmen op jouw persoonlijke informatiewens. Daarnaast biedt KennisBoek ruimte voor interactie. Zo kun je reageren op artikelen, deelnemen aan groepsdiscussies en content eenvoudig delen via social media. En dat allemaal in een fraaie App, waar je snel en makkelijk doorheen bladert. Interesse in de App? Kijk snel op www.kennisboek.nl

nummer 39

1051700067DIR Dirkzwager ads A4.indd 2

|

jaargang 22

27-03-14 11:33


Anne &Max

(Gerard Douplein 10, Amsterdam) 7 Vergaderen bij Anne&Max Op de laatste maandag van oktober kwamen wij met de Nota Bene-redactie bijeen om te vergaderen. Het lot wilde dat de drukker die dag alle dozen met nieuwe Nota Bene’s bezorgd had op de Oudemanhuispoort. Dubbel feest, dus! Met zijn elven togen wij naar Café Anne&Max op het Gerard Douplein, waar wij hartelijk werden ontvangen door de meisjes achter de bar. Op het drukke Gerard Douplein, midden in de bruisende Pijp en op steenworpafstand van de Albert Cuyp, biedt het café veel rust. Er is een mooi terras met uitzicht over het plein, en het interieur is erg huiselijk. Terwijl wij de nieuwe Nota Bene doorbladerden, ons promotieplan nog eens doornamen, en de successen van afgelopen editie bespraken, werden wij erg verwend. Behalve de lekkere cappuccino’s en kopjes verse thee kregen we ook hapjes van het huis, huisgemaakt met heerlijke pesto. Dit werkte zeker stimulerend: het ene na het andere goede idee werd geopperd. Wij hopen dat dit te zien is in deze wintereditie! Anne&Max heeft verschillende filialen in Nederland, waarvan maar liefst twee in Amsterdam. Tentamen in het World Fashion Center gehad? Kom tot rust met een lekkere kop koffie bij het Anne&Max filiaal op de Amstelveenseweg, vijf minuutjes fietsen van de tentamenzaal. Vroeg klaar met college? Loop een paar rondjes over de Albert Cuyp richting Anne&Max op het Gerard Douplein en eindig je dag met een High Tea met een verse pot thee, warme scones en huisgemaakte clotted cream.


Onze Helden NB

8

Mijn helden zijn misschien wat cliché, maar daarom zeker niet minder belangrijk: mijn familie. Ondanks alles wat er gebeurt in het leven, wordt altijd het positieve ingezien en wordt alles geaccepteerd en gerespecteerd. Daar kan geen politicus of geweldige voetballer tegenop!

Opa is mijn held omdat hij de definitie is van een goed en bewonderenswaardig mens. Het bewijs hiervan moge duidelijk zijn: hij is een aantal jaar geleden geridderd omdat hij zich zijn hele leven op verschillende terreinen heeft ingezet voor anderen en veel bijzondere dingen heeft gedaan. Mijn voorbeeld!

Maggie Smith, omdat zij fantastische en gevatte rollen speelt in Harry Potter en Downton Abbey, ondanks dat zij in die periode ernstig ziek was.

Mijn held is Paolo Conte, die op late leeftijd afscheid nam van de advocatuur en koos voor zijn passie: jazz.

Een specifieke held heb ik niet. Wanneer is iemand een held? Wanneer hij veel heeft bereikt in zijn leven of een goede daad heeft verricht? Ik vind het cliché om iemand die afwijkt van de rest te betitelen als held, juist omdat de definitie van een held verschilt van persoon tot persoon.

Mijn held is de Regenboogpiet (inclusief dus Zwarte Piet). Hij is tegen alle waarschijnlijkheid in een symbool van compromis geworden in een extreem gepolariseerd debat. Na aanhoudingen bij de intocht van Sinterklaas heeft Nederland een moreel dieptepunt bereikt. Het lijkt erop dat alleen deze bontgekleurde kindervriend ons nog uit deze benarde situatie kan redden. Bij deze steek ik hem een het hart onder de riem dat hij nodig zal hebben in de moeilijke taak die hem te wachten staat.

nummer 39

|

jaargang 22


Mijn held is mijn oma. Al bijna 93 jaar en nog levenslustig als een student. Alles doet ze nog zelf en er gaat geen gelegenheid voorbij waar ze niet aanwezig is. Dit jaar zal ze met kerst voor het eerst niet haar gebruikelijke 200 worstenbroodjes voor de familie bakken, maar de Ipad heeft ze wel bijna onder de knie. Quote: “Wie zichzelf niet kietelt lacht nooit”.

Mijn held is de fietscoach bij de Oudemanhuispoort, omdat hij me helpt bij de zwaarste taak van de dag: het wegzetten van mijn fiets...

Ik heb altijd problemen gehad met helden. Vaak is het zo dat wanneer ik er een gevonden denk te hebben zij mij op een of andere manier teleur weten te stellen. Daarom kijk ik liever op tegen daadwerkelijk fictieve figuren. Van dit ideaalbeeld kan immers bij gebrek aan vrije wil niet worden afgeweken. Als ik een fictieve held zou moeten bedenken komt George Costanza direct bij mij op. Beter bekend als de kalende, dikke, kleine vriend van Jerry Seinfeld in de gelijknamige serie. Eigenlijk is George de perfecte antiheld maar dat weerhoudt mij er niet van hem een volwaardige heldenstatus toe te kennen. Al is het maar vanwege zijn perfect ingesproken voicemail. Believe it or not, George isn’t at home. Please leave a message at the beep. I must be out, or I’d pick up the phone. Where could I be? Believe it or not, I’m not home! – George Costanza

Mijn heldin is Koningin Máxima. Niet alleen omdat ze prinses is geworden (mijn droom sinds ik een klein meisje was) en omdat ze er altijd schitterend uit ziet, maar ook bewonder ik haar omdat ze zo’n ondernemende vrouw is, met heel veel maatschappelijk interessante en belangrijke functies. Zowel binnen Nederland als internationaal.

9


Filmrecensie:

The Judge Tekst: Louisa Bergsma

NB

10

Ik denk dat de meeste rechtenstudenten toch op zijn minst een beetje enthousiast worden bij het horen van de titel van deze film. Dit was bij mij in ieder geval wel het geval, zeker omdat het een goed excuus was om weer een recensie te schrijven voor onze trouwe lezers. De hoofdrol wordt vertolkt door een stereotype strafrechtadvocaat genaamd Hank Palmer (Robert Downey Jr.). Hij is succesvol, arrogant en knap. In de eerste scène zien we een zeer clichébeeld van de strafpleiter inclusief de welbekende discussie over de gewetenloosheid van het verdedigen van schuldige mensen. Maar dan krijgt hij een telefoontje: zijn moeder is overleden. Hank moet terug naar de plek waar hij is opgegroeid, een klein stadje op het platteland. Al snel blijkt dat er geen sprake is van een grote gelukkige familie. Hank is al jaren niet thuis geweest. Dit is te wijten aan de slechte relatie met zijn vader, de strenge rechter van het stadje. Om hun slechte relatie te benadrukken blijft Hank hem steevast ‘judge’ noemen. Na de begrafenis wil Hank zo snel mogelijk terug naar Chicago, maar dan roepen zijn broers zijn hulp in. Hun

vader wordt aangeklaagd voor moord. Dit is Hanks kans om zich te bewijzen aan zijn vader. Eenmaal thuis komen we steeds meer te weten over Hanks jeugd. Drama’s uit het verleden spelen op. Beetje bij beetje blijkt waarom de eens zo gelukkige familie uit elkaar is gevallen. Een van Hanks broertjes is autistisch en draagt altijd een ouderwetse camera bij zich. De gefilmde beelden bewerkt hij om ze vervolgens af te spelen in de kelder van het huis. Op deze manier confronteert hij de familie meerdere keren met mooie maar ook pijnlijke beelden uit het verleden. Door de camera blijft niets ongezien of onbesproken. Dit leidt tot confrontaties, maar brengt de familie ook langzaamaan weer tot elkaar. De film is spannend, emotioneel en extra herkenbaar als je net het vak strafrecht hebt gevolgd. Ook de verschillen met het Amerikaanse recht zijn opvallend. Natuurlijk is er de zeer bekende juryrechtspraak, maar er zijn nog meer duidelijke verschillen. Je zou je ook af kunnen vragen of een strafpleiter normaal een zaak zou aannemen die zo dicht bij hem staat. Hank raakt namelijk zeer emotioneel betrokken bij de zaak. Zijn vader wil hem in de eerste instantie ook niet als advocaat, totdat Hank zijn enige redmiddel blijkt te zijn. The Judge is af en toe een beetje cliché en voorspelbaar, maar een vermakelijke en redelijk goede Amerikaanse Feel Good-film over familie en ambitie, met een vleugje recht.

‘Een vermakelijke Feel Good-film over familie en ambitie, met een vleugje recht.’

nummer 39

|

jaargang 22


ACTUALITEIT


Dutchbat: antihelden? Tekst: Loes ter Meer

NB

12

Op 16 juli 2014 heeft de Rechtbank Den Haag een opzienbarende uitspraak gedaan omtrent de aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat voor de verschrikkingen in Srebrenica. Deze uitspraak volgde op de eerdere uitspraken van de Hoge Raad op 6 september 2013, waarin de Hoge Raad voor het eerst aansprakelijkheid erkende van de Nederlandse Staat voor de dood van drie Bosnische mannen.1 Deze drie mannen vonden de dood tijdens de genocide door het Servische leger in Srebrenica in 1995, nadat zij door Dutchbat van de Nederlandse compound zijn gestuurd. De Hoge Raad achtte Dutchbat, en hiermee de Nederlandse Staat, voor hun dood aansprakelijk. De Hoge Raad kwam tot dit oordeel mede vanwege de bijzondere omstandigheden waarin deze drie mannen verkeerden, zij waren namelijk in dienst van Dutchbat. Volgens de rechter had Dutchbat meer kunnen doen om deze Bosnische moslims te beschermen tegen het Servische leger van generaal Mladic, aangezien zij door Dutchbat op een personeelslijst hadden kunnen worden geplaatst en zo mee konden worden geëvacueerd met Dutchbat. Er is daarom volgens de Hoge Raad sprake van een onrechtmatige daad. Na de val van Srebrenica ontstond een bijzondere situatie waarin Dutchbat niet langer onder bevel van de VN stond. Aangezien de Nederlandse Staat op dat moment ‘effective control’ had over Dutchbat, zijn deze gedragingen aan de Staat toe te rekenen. Het verweer dat Dutchbat onder de VNvlag zou handelen en daardoor beschermd zou zijn gaat dus niet op. In de meest recente uitspraak van 16 juli 2014 verbreedt de Rechtbank Den Haag de aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat zelfs, door haar aansprakelijk te achten voor de dood van 320 moslimmannen die de compound van Dutchbat moesten verlaten.2 Dutchbat had deze 320 mannen niet van de compound in Srebrenica mogen afsturen, aangezien Dutchbat volgens de Rechtbank geweten moet hebben dat de mannen buiten de compound groot gevaar liepen. Volgens de Rechtbank staat vast dat de mannen naar alle waarschijnlijkheid in leven waren gebleven indien zij niet van de compound waren gestuurd. De nabestaanden van deze 320 mannen hebben volgens de Rechtbank Den Haag recht op schadevergoeding. Nu de deur weer een

stukje verder opengezet is willen ook de nabestaanden van de vele andere slachtoffers schadevergoeding. Van belang is te bedenken dat er in totaal rond Srebenica ongeveer 8000 doden zijn gevallen en de nabestaanden van deze slachtoffers ook erkend willen worden in hun verdriet. De vraag is in welk opzicht de omstandigheden van deze andere slachtoffers verschillen van de omstandigheden waarin de 320 mannen zich bevonden. Waar de grens precies ligt is, met name voor de nabestaanden, niet duidelijk. Dit geeft de overige nabestaanden hoop op schadevergoeding, want in hun ogen verschilt hun omgekomen familielid niet van deze 320 Bosnische mannen. Zij vinden dat hen net zoveel verdriet is aangedaan en zien weinig verschil tussen de omstandigheden van het ene en het andere slachtoffer. De Nederlandse Staat is na deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag in hoger beroep gegaan en er zijn meerdere redenen te bedenken waarom een hoger beroep in deze zaak te rechtvaardigen is. Zo oordeelt de rechter in dit geval bijna twintig jaar na dato over een oorlogssituatie en onder grote druk genomen beslissingen van Dutchbat. Kan de rechter hier na zo’n lange tijd wel over oordelen? De vraag is of Dutchbat in de toenmalige omstandigheden een andere keuze had en of in redelijkheid van Dutchbat verwacht kon worden dat het anders had gehandeld. Daarnaast is van belang te bedenken dat, mocht de aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat daadwerkelijk vast komen te staan, dit grote gevolgen kan hebben voor de deelname aan vredesmissies in de toekomst. De precedentwerking van deze uitspraak zal angst zaaien en een staat terughoudender

nummer 39

|

jaargang 22


OPINIE

‘Nu de deur weer een stukje verder opengezet is willen de nabestaanden van de vele andere slachtoffers ook schadevergoeding’ 13

maken tegen een eventuele volgende deelname aan een vredesmissie. Het kan de staat immers op aansprakelijkheid komen te staan. Anderen verdedigen dat het juist positief is dat staten zich niet langer achter de VN kunnen verschuilen en op hun daden kunnen worden aangesproken.

begrijpelijk dat nabestaanden erkend willen worden in het onrecht wat hun familieleden is aangedaan, maar de vraag is of de aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat hiervoor de juiste weg is.

Men moet niet vergeten dat Dutchbat en daarmee de Nederlandse Staat in dit verhaal niet de boosdoeners zijn geweest. Het Servische leger onder leiding van generaal Mladi� is de enige echte verantwoordelijke voor het drama dat zich in Srebrenica heeft afgespeeld. Mladi� en Karadži� worden beschuldigd van oorlogsmisdaden en staan terecht voor het Joegoslavië-tribunaal. Ook Defensie deelt deze mening: ‘De massamoord in Srebrenica is een vreselijk drama, waar de Bosnisch-Servische troepen, en zij alleen, verantwoordelijk voor zijn.’3 Sommigen menen dat het belangrijkste is dat de nabestaanden een rechtsgang vinden voor hun schadeclaims en dat zij niet met lege handen blijven staan omdat de VN immuniteit geniet.4 Het is

Noten 1 Rb. Den Haag, 16 juli 2014, ECLI:NL:RBCHA:2014:8562 2 ECLI:NL:HR:2013:BZ9228 en ECLI:NL:HR:2013:BZ9225 3 http://www.volkskrant.nl/binnenland/staat-vecht-uitspraakover-srebrenica-aan~a3764889/ 4 http://njb.nl/blog/import/achteraf-srebrenica.8956.lynkx


Heldendom all’italiana Tekst: René Lieshout

NB

14

René is voor een stage bij de Nederlandse ambassade in Rome naar Italië verhuisd en keert nooit meer terug naar Nederland. Sinds mijn aankomst in Rome zo’n 3 maanden geleden ben ik anders tegen het ‘heldendom’ aan gaan kijken. Niet alleen de totale verering die sommige Italianen ten deel valt is opvallend, ook de keuze voor de helden zélf is redelijk bijzonder. Ontzag voor voetbalhelden is op zich niets raars. Iedereen in Nederland heeft wel een zwak voor Rafael van der Vaart. De verstandhouding van het Romeinse voetbalpubliek met hun AS Roma-idool Francesco Totti gaat echter een klein stapje verder: overspel is hier de grootste zonde, maar menig man zou zijn echtgenote vergeven als het om il Capitano gaat. Zelfs naamgenoot paus Franciscus legt het qua populariteit af tegen deze halfgod, en dat nog wel in zijn eigen stad. Bij Berlusconi ligt de zaak al complexer. Niemand zal in Nederland staan te juichen als de premier in het nieuws komt met ‘bunga bunga’ seksfeestjes en die orgies vervolgens aan het parlement verklaart met het simpele “maar gelukkig ben ik geen homo’’… Hier ligt het toch genuanceerder. Een 78-jarige gebronsde man met een harem van prachtige vrouwen is in de ogen van velen daadwerkelijk een held. En het moet gezegd: niemand kan om zijn charisma heen. Humor in combinatie met een onaantastbaar zelfvertrouwen is inderdaad aanstekelijk, daar kan Mark Rutte nog wat van leren. Maar toch, maar toch. Als de minister-president wetten verandert om zijn eigen vervolging te voorkomen, dan kan je toch geen held zijn? Laten we het op de katholieke aard van het land houden: als je gebiecht hebt, dan is alles goed en vergeten.

Bizar is echter de adoratie van Benito Mussolini. Net zoals niet iedereen voor de charmes van Berlusconi valt, is ook niet iedereen weg van de fascistische leider, maar zijn fans bestaan echt. Fascistische politieke bewegingen steunen nog steeds op het gedachtegoed van Il Duce, met duidelijke trots. Op elke hoek van de straat zijn er nog posters en buttons te krijgen met de indrukwekkende tronie van Benito. Vaak hangen ze nog verborgen achter de posters van La Dolce Vita, soms zijn ze heel prominent zichtbaar. Zo slecht was hij natuurlijk ook niet, aldus de taxichauffeur. Die verlangt eigenlijk wel terug naar het strakke fascistische bewind en de ‘duidelijkheid’ die Mussolini uitstraalde. Veel beter dan de huidige politiek, waar eigenbelang het enige belang is en het volk op de laatste plaats komt. De chauffeur gaat wel even voorbij aan het feit dat het ook Mussolini was die in 1939 een pact met Hitler sloot. En dat Mussolini verantwoordelijk is voor de afschuwelijk lelijke gebouwen waar we langs rijden. Als het op helden aankomt, dan hebben Italianen echt het geheugen van een goudvis. Italië en haar helden, het blijft bijzonder. Om het prachtige land niet tekort te doen, dan ook de keuze voor een bijzondere held: Paolo Conte. Door zijn passievolle muziek en verfijnde gebruik van de Italiaanse taal is hij al bewonderenswaardig, maar zijn carrièreswitch op 37-jarige leeftijd maakt hem voor mij echt een held. Advocaat van beroep, totdat hij vond wat hem wél gelukkig maakte, muziek. Daar kan de gemiddelde rechtenstudent jaloers op zijn.

nummer 39

|

jaargang 22


OPINIE

Due to Mistrial Tekst: Lars Groeneveld

Op een vrijdagavond zat ik te wachten met al een derde glas voor me. Vlak voordat ik besloot te vertrekken, kwam de vriend waarop ik hoopte binnenlopen. Enigszins verbaasd begroette hij me en schoot in de lach. Zijn eerste biertje werd besteld en het beloofde een goede avond te worden. Zoals het jonge burgerheertjes betaamt bespraken wij deze avond de boeken waaraan wij nog moesten beginnen of waar wij van konden genieten. Op dit punt kwam het boek Mistrial van Mark Geragos and Pat Harris op tafel. Misschien komen deze namen u bekend voor, maar ik had geen idee. De auteurs, zo werd mij verteld, zijn twee van de bekendste strafrechtadvocaten van Amerika. Ze hebben spraakmakende zaken als die van Scott Peterson behandeld, maar bijvoorbeeld ook Michael Jackson en Chris Brown bijgestaan. Een boek voor de loze uurtjes dacht ik bij mijzelf. De woensdag erop sloeg ik het open en werd al snel enthousiaster. Beter gezegd: ik werd al enthousiast na de tweede pagina. Mark Geragos geeft op deze en de volgende pagina’s van de inleiding een korte schets van zijn loopbaan. Wat blijkt, hij was zeker geen voorbeeldig student. Hij was vooral druk bij een bookingskantoor en ging later aan de slag bij een lokaal radiostation. Dit op een moment waarin punk zijn intreden deed in Los Angeles. The Ramones (ja, van de ‘alto’ T-shirts die nu in de schappen van de H&M liggen) waren een up and coming bandje waar hij contact mee onderhield. Geen gekke gedachte dus van de jonge Geragos om de studie links te laten liggen. Sterker nog, Geragos zou in deze scene zijn blijven hangen ware het niet dat zijn vader hem hiervan weerhield. Zijn vader wilde namelijk niet garant staan voor een noodzakelijke investering in het nieuwe radiostation. Iets dat nog steeds voor enige hilariteit zorgt tijdens verjaardagen, vooral gezien het feit dat het radiostation een paar jaar later voor enige honderden miljoenen is verkocht.

15

De familie Geragos kan erom lachen. Immers, het bezitten van een zeer succesvol kantoor heeft Mark geen windeieren gelegd. Dus lijkt de liefde voor het vak het meeste op te hebben geleverd. Beide heren kunnen genieten van de grote maar ook van de kleine onbenullige zaken, want zij genieten van hun vak. Advocate Bénédicte Ficq, die zich in diezelfde week tijdens een lezing nogmaals lijnrecht tegen over Hiddema profileerde (namelijk als principieel, bezield en begaan pro Deo advocate) deed mij hier enigszins aan denken. Dit zeggende, vergeet ik welhaast de charme van de dandy Hiddema, die al grijzend het plebs uit evenwicht probeert te brengen. Ik weet nog niet wat ik prefereer, maar ik denk dat Geragos en Harris een mooie balans hebben gevonden. Met de nodige inspiratie van de afgelopen week zat ik die zaterdag in een restaurant in m’n geboortestad. Onder het mom van ‘gezellig toch, anders zien we elkaar ook nooit’ hadden mijn ouders dit voor de hele familie gepland. Bij de tafelschikking bleek dat ik vanaf mijn plaats direct zicht had op een kroeg waar ik vroeger graag zat. Waarschijnlijk niet geheel bij toeval stond de bruine kroeg te huur. ‘Have Vastgoed, weet wat u koopt’ stond er in grote diep groene letters met daar onder ‘te Huur’. Doodmoe en rozig van de drank heb ik de hele nacht wakker gelegen. Die zondag ben ik langs gefietst. Op mijn tenen staand heb ik tussen de kranten – waarmee het raam was dichtgeplakt – gegluurd en alles was nog hetzelfde. De kitscherige toog, het geel gerookte behang en de dikke tapijtjes op de tafeltjes. Volgens mij zaten er zelfs nog nootjes in de automaat. Ik besloot er werk van te maken en contact op te nemen met Have Vastgoed. Een absurd idee: het uitbaten van mijn oude kroeg. “Verwacht geen fooi” aldus mijn vader. Gelukkig hoef ik niet meer na te denken over wat ik hem zal geven deze kerst.


De Hoge Raad in de Tweede Wereldoorlog

NB

16

Helden of schurken? Tekst: Richte van Ginniken

Professor Cleveringa schreef in 1943 in een brief aan mr. Losecaat Vermeer - destijds raadsheer bij de Hoge Raad - het volgende: “Jullie Belgische collega’s kan ik ook hier beter waarderen dan blijkens je brief jullie meerderheid doet. Ik las een brief van hen van 20 maart 1943: sober, waardig, zakelijk en sterkend. Deze tijd is niet als andere tijden; hij heeft zijn eigen eischen. Waar anders stille onbewogenheid lofwaardige hoogheid is, daar is zij thans een betreurenswaardige tekortkoming.”1 Ieder van u die, net als ik voor het vak Algemene Rechtsleer het artikel van Mok 2 heeft moeten lezen, weet dat de rol van de Hoge Raad in de Tweede Wereldoorlog op zijn zachtst gezegd omstreden is geweest. Acties als het ondertekenen van de ariërverklaring, de stilzwijgende aanvaarding van het ontslag van president mr. Visser of het wijzen van het toetsingsarrest zijn daden waarover men - zo niet tijdens de oorlog al - dan wel na de oorlog zeer ontstemd was. Het is duidelijk dat de Hoge Raad zich niet heeft gepositioneerd als een baken van verzet tegen de Duitse bezetter, anders dan haar Belgische en Noorse evenknie. Wie zich verdiept in de geschiedenis van de Hoge Raad tijdens deze periode ziet juist een enorme volgzaamheid. Hoe kwam dat? Was dat ideologisch verwantschap? Pragmatisme? Voor uw volledige begrip schets ik eerst kort de ontwikkelingen in de rechtspraktijk en het juridische kader waarin de Hoge

Raad opereerde op de vooravond van de bezetting. Wat u misschien niet weet, is dat de rol van de Hoge Raad in ons rechtsbestel in de afgelopen eeuw erg veranderd is. Naast het beroep in cassatie fungeerde de Hoge Raad destijds in sommige gevallen ook als rechter in eerste aanleg. Bijvoorbeeld in geval van een vordering tegen een lid van een hof wegens werkweigering.3 De voornaamste taak van de Hoge Raad was echter wat ze nu nog steeds is: de behandeling van het beroep in cassatie4. In de periode rond 1940 was het antisemitisme en nationaalsocialisme, dat toen steeds meer aspecten van de Duitse samenleving begon te doordringen, ook doorgedrongen in het Duitse recht. Zo waren er tal van wetten welke Duitse joden toegang tot het dagelijkse sociale leven ontzegde. Denkt u aan de denaturalisatie van joden, quota op het aantal joodse studenten op scholen, de Neurenbergse rassenwetten et cetera. Ook in de Duitse rechtspraktijk drong een steeds sterker antisemitisch en nationaalsocialistisch geluid door. Zo werd in 1933 door de Duitse advocatenvereniging besloten dat het door hen uitgegeven Juristische Wochenschrift slechts nog stukken zou plaatsen van ariërs.5 In Nederland was men niet blind voor de ontwikkelingen in het buurland. In het Weekblad van het Recht6 en in het Nederlands Juristenblad begonnen in de jaren ‘40 steeds meer artikelen te verschijnen over de rechtsontwikkelingen in Duitsland. Een van de eerste artikelen waarin openlijk kritiek geleverd werd op de ontwikkelingen in Duitsland was, interessant genoeg, van de hand van mr. Visser die in 1933 een uitspraak van een Duitse handelsrechter behandelde. Ondanks dit – zeker in die beginjaren – kritische geluid vanuit de rechtswetenschap begonnen toch steeds meer Nederlandse juristen, mede dankzij de toenemende populariteit van de NSB, sympathie te tonen voor het nationaalsocialisme. Zoals u weet, is een van de vruchten van de Tweede Wereldoorlog de opkomst en ontwikkeling van internationaal oorlogsrecht en mensenrechten. In het tijdperk van vóór de Eerste Wereldoorlog – de dark ages ten aanzien van

nummer 39

|

jaargang 22


VERDIEPING

17

oorlogsrecht – kende Nederland het Verdrag van 1907 ‘nopens de wetten en gebruiken van den oorlog te landen’ (het Landoorlogverdrag en -reglement). Dit verdrag kwam indirect voort uit het Verdrag van Brussel uit 1874. Het Landoorlogreglement, dat een codificatie was van het Landoorlogverdrag, speelde later een belangrijke rol nu de Hoge Raad de wetgeving van de bezetter daar uitdrukkelijk niet aan heeft willen toetsen. Tevens zijn de Aanwijzingen van 1937 en de circulaire die toenmalig minister van Justitie Goseling had doen mededelen belangrijk. Er bestonden op dat moment bepaalde regels (Aanwijzingen) die zagen op het gedrag van ambtenaren in de situatie van vijandelijke bezetting. Deze aanwijzingen waren geheim en dus niet gepubliceerd en bevatten een uitleg van het Landoorlogreglement. De rechterlijke macht beschikte ook over de inhoud van deze Aanwijzingen doch zij waren in het algemeen niet echt bekend. Op basis van deze Aanwijzingen moesten ambtenaren (zo ook rechters) op hun post blijven en hun werk zo goed mogelijk blijven uitvoeren. Wat gebeurde er nu op het moment dat Duitsland in 1940 Nederland binnenviel? Nederland capituleerde. Adolf Hitler vaardigde een decreet, op grond waarvan Nederland onder het gezag van een Rijkscommissaris kwam te staan, uit. Deze Rijkscommissaris was Rijksminister Seys-Inquart. Op 29 mei 1940 vaardigde Seys-Inquart een verordening uit waarin hij bevoegdheden van wetgevende aard kreeg. Hierin werd ook bepaald dat de rechtspleging onafhankelijk zou zijn.

In het begin van de bezetting leek er nog niet zo veel aan de hand. Men voelde zich gerustgesteld door de toezegging dat de rechtspleging onafhankelijk zou zijn. Ook leek de door de bezetter nieuw uitgevaardigde wetgeving grotendeels in overeenstemming met het Landoorlogreglement. Binnen de Hoge Raad bestond destijds discussie over hoe het hoogste rechtscollege zich nu moesten opstellen maar toch heerste de algemene opvatting dat het verstandiger was om gewoon door te werken. De Hoge Raad zou gewoon haar werk doen, de rechts- continuïteit trachten te garanderen en niet een politiek orgaan worden. Tevens bestond er de niet ongegronde vrees dat wanneer men bij wijze van protest collectief op zouden stappen er een pro-nazi raad zou komen. Dit heeft het gedrag van de Hoge Raad tijdens de bezetting grotendeels bepaald.7 Hoe veranderde de samenstelling van de Hoge Raad na de Duitse bezetting? Visser, de toenmalig president, was Joods en had zich in zijn leven ook hard gemaakt voor de Joodse zaak. Visser had ook veel contact met uit Duitsland gevluchte Joden en was – met recht – huiverig voor de ware bedoelingen van de Duitsers. Visser werd uiteindelijk in 1941 door Seys-Inquart ontslagen. De Hoge Raad was vervolgens een paar maanden presidentloos. Later in 1941 werd Johannes van Loon benoemd tot lid en president van de Hoge Raad. Van Loon was eigenlijk een wat zonderling figuur. Hij was pro-Duits, doch geen nationaal socialist, ook geen NSB-er.8 Zijn pro-Duitse houding vertaalde zich met name in een ideaalbeeld dat hij


had, van één Europa onder Duitse leiding. Door de bezetter zijn verder nog als raadsheer benoemd mrs. Weitjens, Helb, Thien en Van Lunteren. Van deze was alleen Van Lunteren NSB-er. Hij heeft maar een half jaar in de Raad gezeten en heeft een verwaarloosbare rol gespeeld.

NB

18

Tegen deze achtergrond wil ik wat wapenfeiten van de Hoge Raad analyseren. Een van de grote pijnpunten voor critici – zowel destijds als nu – is natuurlijk het welbekende toetsingsarrest.9 Waar ging dat over? Er was een Verordening uitgevaardigd betreffende economische strafrechtspraak. Op grond van die Verordening waren politierechters, die overtredingen van distributiewetten en Verordeningen betreffende de verdeling van levensbehoeften berechtten, aangesteld. De zaak van het toetsingsarrest, die ging over een vishandelaar die een dergelijke distributiewet had overtreden, was de eerste zaak waarbij de Hoge Raad zich heeft gebogen over de rechtmatigheid van de door de bezetter uitgevaardigde wetgeving. De Hoge Raad oordeelde – kort gezegd – dat de Nederlandse rechter de innerlijke waarde of billijkheid van een wet niet mag beoordelen en een wet niet mag toetsen aan een verdrag en evenmin aan een voorschrift als het voornoemde decreet van de Führer. Een andere bekende zaak ging om het volgende. Het betrof het niet aanmelden van een fiets door een Haarlemse drogist, hetgeen waartoe de brave burgers van Haarlem wel verplicht werden op grond van een door hun NSB-burgermeester uitgevaardigde verordening. De drogist kreeg hierop een boete. De Hoge Raad overwoog dat deze verordening als een maatregel in het belang van de openbare orde kon worden beschouwd en is gebleven binnen de grenzen door artikel 168 Gemeentewet aan de regelingsbevoegdheid van de gemeentelijke wetgever gesteld.10 Op deze toch vrij legistische houding van de Hoge Raad is veel kritiek gekomen. De Hoge Raad heeft de grondwettelijkheid van de door de bezetter uitgevaardigde wetgeving geen moment in twijfel willen trekken. Met de redenering van de Hoge Raad is juridisch gezien misschien niet zo veel mis. De verklaring voor deze opstelling kan gevonden worden in, zoals ik al eerder zei, de overtuiging en niet irreële angst die heerste dat zij vervangen zouden worden door juristen die sympathieker stonden tegenover de bezetter. De Hoge Raad was in haar jurisprudentie niet alleen legistisch maar toch ook idealistisch (of: praktisch?). In het arrest Van Kreuningen/Bessem oordeelde de Hoge Raad kortgezegd dat de ‘tegenwoordige’ rechtsovertuiging’ voorrang kreeg boven de opvatting van de ‘wetgever destijds’. Een opvatting die door Nazi’s gehuldigd werd.11 In 1940 werd door de bezetter aan alle ambtenaren een ariërverklaring gestuurd. Hiermee wilde de bezetter weten welke ambtenaren Joods waren zodat zij vervangen konden worden door nazi’s. Deze ariërverklaring werd door de gehele Hoge Raad, met uitzondering van Visser, ondertekend. Ten aanzien van het ontslag van Visser was de Hoge Raad stil. De andere raadsheren reageerden eigenlijk niet op dit ontslag. Dit blijkt een bewuste keuze te zijn geweest. De gedachte was dat de Duitsers volkenrechtelijk nu eenmaal bevoegd

waren om hen onwelgevallige ambtenaren, waaronder ook rechters, te ontslaan. Ten aanzien van Joden was dit niet anders en dus zagen de raadsheren geen reden om hier wel tegen te protesteren. Ook tegen de benoeming van Van Loon werd niet geprotesteerd. Men was gereserveerd doch coöperatief ten aanzien van Van Loon. Ook ten aanzien van Van Loon was het beeld echter dubbel. Zo intervenieerde hij vaak ten behoeve van Joodse burgers en juristen. De algemene gedachte was echter toch dat hij veel meeboog met het beleid van de bezetter.12 Ten aanzien van de andere door de bezetter benoemde raadsheren valt nog op te merken dat zij, met uitzondering van Van Lunteren, geen van allen nationaalsocialist waren.13 Bij veel van hen leefde zelfs het besef dat wanneer zij niet toe zouden treden tot de Hoge Raad, dat in hun plaats NSB’ers of Duitsers zouden worden benoemd. In welke mate deze nieuwe raadsheren antisemitisch waren is controversieel. Zij zeggen zelf allen van niet, doch ze werden loyaal genoeg geacht om benoemd te worden. We kunnen de Hoge Raad niet verwijten dat ze met Freisleriaanse14 showprocessen het recht perverteerde. De rode draad in de kritiek lijkt te zijn dat de Hoge Raad meer had kunnen doen. Haar wordt stilzitten en zwijgen verweten, en soms zelfs actief verkeerde beslissingen nemen. Nu, aan deze beslissingen lag wel degelijk een zekere logica ten grondslag. Terwijl de Hoge Raad zich zorgen heeft gemaakt om de continuïteit van de rechtspleging stond om hen heen echter wel het land in brand. Cleveringa is hier onverbiddelijk in. In zijn beroemde rede van 26 november 1940 schrijft Cleveringa: “er was oorlog! Er was dagelijks gruwelijk onrecht. Daartegen had de stem van den Hoge Raad moeten klinken; in welke vorm dan ook”. Het is moeilijk een oordeel hierover te vormen. Dat de Hoge Raad haar handen heeft bevuild is juist, maar we kunnen ons ook afvragen hoeveel erger het had kunnen zijn… Noten 1 C. Jansen en D. Venema, De Hoge Raad en de Tweede Wereldoorlog, Recht en rechtsbeoefening in de jaren 19301950, Amsterdam: Boom 2011, paragraaf 5.2. 2 L. Mok, ‘Over mooi proza, klerken en moed.’, NJB 2004, p. 10-14. 3 Detail, tegen deze beslissing stond een hogere voorziening open maar dit had de vorm van een revisie welke ook door de Hoge Raad werd behandeld. 4 Jansen en Venema 2011, p. 25. 5 Das Juristische Wochenschrift, in: NJB 1933, p. 409. 6 Het Weekblad van het Recht is opgegaan in het NJB. 7 Jansen en Venema 2011, p. 75. 8 Jansen en Venema 2011, p. 163. 9 Hoge Raad 12 januari 1942, NJ 1942, 271. 10 Hoge Raad 7 juni 1943, ARB 1944. 11 Hoge Raad 21 mei 1943, NJ 1943, 455. 12 D. Venema, Rechters in oorlogstijd, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers 2007. 13 Jansen en Venema 2011, p. 178. 14 Naar Roland Freisler, Hitlers ‘Bloedrechter’.

nummer 39

|

jaargang 22


VERDIEPING

Redt de Huurcommissie ons van huisjesmelkers? Tekst: Door Kim Hogewoning

Betaal jij teveel huur of denk je dat je teveel huur betaalt? Dan lees je het juiste artikel. Eigenlijk weet je dat de huur die je betaalt veel te hoog is en vraag je je af hoe fair bemiddelingskosten zijn. Het gerucht gaat namelijk dat bemiddelingskosten voor huurders verboden zijn, maar de kamernood is hoog dus er zit niks anders op dan deze, voor jou oneerlijke, situatie te accepteren. Ik denk dat ik wel kan stellen dat veel makelaars en huiseigenaren in Amsterdam hun machtspositie ten opzichte van de kamerzoekende student flink misbruiken: “Als jij het er niet mee eens bent, zijn er voor jou tien anderen”. Zodra huiseigenaren weten dat ze te maken hebben met een rechtenstudent kun je het vaak al helemaal vergeten, want wij weten teveel en zeuren sneller. Is er dan helemaal geen oplossing om deze huisjesmelkers aan te pakken? Er zijn twee helden die jou of iemand anders uit deze vervelende positie kunnen bevrijden: jijzelf en de Huurcommissie. Ondanks dat je in je bachelor geen huurrecht krijgt, zal je als rechtenstudent sneller op de hoogte zijn van belangrijke huurrechtregels dan je vrienden die een andere studie doen. Als rechtenstudent ben je immers sneller geneigd om je rechten tot op de bodem uit te zoeken. Dit is dan ook de reden dat ik bij een huiseigenaar niet snel zal vermelden dat ik rechten studeer, dat wekt namelijk argwaan. En terecht. Zelfs ik, de privaatrechtfreak die niet tegen onrecht kan, heb in mijn persoonlijke sfeer te maken (gehad) met asociale verhuurders. Je ontkomt er niet aan, tenzij je héél veel geluk hebt. Dat huurrecht in Amsterdam tot veel vragen leidt, leid ik af uit het gegeven dat er bij de Rechtswinkel Amsterdam met grote regelmaat vragen binnenkomen over vervelende huurrechtkwesties. Voordat ik antwoord geef op een aantal van de vragen bij deze kwesties, is het belangrijk het onderscheid te weten tussen twee soorten woningen: zelfstandige woningen en onzelfstandige woningen. Zelfstandige woningen zijn woningen met een eigen toegang en eigen keuken en toilet. Onder onzelfstandige woningen vallen kamers in studentenhuizen.1 In dit artikel beperk ik

19

me tot de kamerverhuur van onzelfstandige woningen, aangezien dit van toepassing zal zijn op de gemiddelde student.

Bemiddelingskosten De meest gestelde vraag is: klopt het dat ik als huurder bemiddelingskosten aan de makelaar moet betalen? Hier is geen eenduidig antwoord op te geven, want er zijn verschillende situaties denkbaar. Bij zelfstandige woonruimte is dit niet mogelijk (artikel 7:417 jo. 7:427 BW). Deze kosten zijn dan voor de verhuurder.2 Maar dit is anders bij een onzelfstandige woonruimte, zoals de verhuur van een kamer. Zodra jij als huurder zelf de opdracht hebt gegeven aan de makelaar om een huis voor je te zoeken, moet je altijd bemiddelingskosten betalen als dit is afgesproken en de makelaar bemiddelt voor een woning dat geen deel uitmaakt van zijn eigen woningaanbod. Daarbij is het makelaars in de huidige regelgeving wel toegestaan om voor kamerverhuur bemiddelingskosten te vragen (artikel 7:417 lid 4 BW). Deze, voor de huidige tijd onbegrijpelijke, regelgeving zal echter


NB

20

snel kunnen veranderen nu er een wetsvoorstel klaarligt om bemiddelingskosten voor kamerverhuur te verbieden.3 Het is de makelaar dus wel toegestaan om bemiddelingskosten te vragen voor kamerverhuur. Dit moet echter wel schriftelijk geregeld zijn (artikel 7:417, lid 1 en 2 BW). Huurcommissie Een ander veel voorkomend probleem is dat huurders een te hoge huurprijs betalen. Bij het sluiten van de huurovereenkomst kun je dit aankaarten, maar dit zal resulteren in de volgende keuze: akkoord gaan met de huidige voorwaarden of op zoek gaan naar een ander huis, waar je hoogstwaarschijnlijk dezelfde keuze zal worden voorgelegd. Er zit dan vaak ook niets anders op dan akkoord te gaan met de huurprijs. Gelukkig betekent dit niet dat je hier niets meer aan kunt veranderen. Als je het niet eens bent met de huurprijs of het onderhoud van de woning kun je de Huurcommissie inschakelen. Ondanks dat veel studenten weten van het bestaan van de Huurcommissie, ken ik maar weinig mensen die hier daadwerkelijk gebruik van maken. Een veel gehoord motief is dat dit de relatie met de verhuurder ernstig zal verstoren. Dat is begrijpelijk, nu een verzoek tot huurprijsverlaging ongetwijfeld niet in goede aarde zal vallen bij een verhuurder.

‘Zodra huiseigenaren weten dat ze te maken hebben met een rechtenstudent kun je het vergeten’ Voordat je bij de Huurcommissie terecht kunt, moet je zelf aan de verhuurder een schriftelijk voorstel tot huurverlaging hebben gedaan. Dit voorstel moet je minimaal twee maanden voordat de huurverlaging ingaat aan de verhuurder sturen. Met behulp van de puntentelling op de site van de Huurcommissie kun je berekenen hoe laag je huurprijs eigenlijk hoort te zijn. Als de verhuurder niet ingaat op het voorstel of niet reageert, dan kun je als huurder de Huurcommissie inschakelen door een verzoekschrift in te dienen zoals ook is gepubliceerd op hun website. De Huurcommissie beslist uiteindelijk zelf of het voorstel tot huurverlaging van de huurder terecht is. Deze beslissing is bindend. Als je echter berekent dat je te veel huur hebt betaald, dan moet je zelf het teveel betaalde geld terugvorderen op grond van onverschuldigde betaling. Als verzoeker van de huurprijsverlaging via

nummer 39

|

jaargang 22


VERDIEPING

de Huurcommissie betaal je een vergoeding van 25 euro. Deze kosten krijg je weer terug als je in het gelijk gesteld wordt. Zo bezien lijkt de Huurcommissie zijn taak als held prima te volbrengen voor alle arme studenten die teveel huur betalen. Toch is het vreemd dat niet iedereen er gebruik van maakt, want waarom zou je niet een paar honderd euro per maand minder willen betalen? Voor wat betreft mijn eigen situatie weet ik dat het de angst is om problemen te krijgen met de verhuurder. Ik heb namelijk gehoord dat dit bij de vorige bewoners van mijn studentenhuis is gebeurd en dat zij daardoor zijn vertrokken. Ik betaal zelf 610 euro (inclusief) voor alleen mijn kamer terwijl de kale huur van mijn hele huis volgens de puntentelling van de Huurcommissie 566,77 euro bedraagt. Dit betekent dat ik veel te veel betaal en daarom tot de conclusie ben gekomen dat ik een stap naar de Huurcommissie ga overwegen. In principe kan mijn verhuurder mij niks maken nu ik volle huurbescherming krijg uit de wet – daar ga ik tenminste vanuit – want ik laat me niet zomaar mijn huis uitzetten. Je kan pas je huis worden uitgezet als er is voldaan aan de zeer strengen eisen van wanprestatie door betalingsachterstand of overlast of dringend eigen gebruik van de verhuurder.4 Straks houd ik nog geld over. Geld lenen? Geld sparen!

Vanuit theoretisch oogpunt lijkt de Huurcommissie dé uitvinding tegen huisjesmelkers; hun machtspositie kan namelijk flink de kop worden ingedrukt door gebruik te maken van de procedure voor huurverlaging van de Huurcommissie. Hoe dit in de praktijk uitwerkt, weet ik niet precies. Ik ken geen verhalen van medestudenten of cliënten van de Rechtswinkel. Hoogstwaarschijnlijk ga ik het binnenkort zelf meemaken. Keep you posted…

Noten 1 <http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huurwoning/ vraag-en-antwoord/wat-is-een-zelfstandige-woning-en-watis-een-onzelfstandige-woning.html>. 2 <http://www.nvm.nl/wonen/woning_huren/bemiddelingskosten.aspx>. 3 <http://www.gmw.nl/gmw-advocaten-weblog/verbodbemiddelingskosten-straks-ook-voor-studentenwoningen. html>. 4 <http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ huurwoning /vraag-en-antwo ord / wanne er-magmijn-verhuurder-hethuurcontract-opzeggen. html>.

21


NB

22

Van sportheld naar antiheld: het proces van Oscar Pistorius Tekst: Nicky Willemsen

Hij was elf maanden oud toen onderbenen werden geamputeerd. atleet wist hij het ver te schoppen en men bewondering voor hem. Men zag hem als held. In 2012 was hij de eerste man zonder onderbenen die meedeed met de reguliere Olympische Spelen. Bij de Paralympische Spelen van dat jaar won hij verschillende gouden medailles. Olympisch Atleet Kirani James gaf aan dat hij veel respect had voor de Zuid-Afrikaanse Paralympiër Oscar Pistorius: “I really respect and admire the guy, I just see him as another athlete and another competitor, and more importantly I see him as another person. He is out here making history, and we can all respect and admire that.”1 Maar het goede imago van de Blade Runner hield niet lang stand. In 2013 heeft Pistorius zijn vriendin Reeva Steenkamp doodgeschoten. Opvallend feit is dat dit drama zich voltrok zich op Valentijnsdag. Volgens Pistorius was de dood van zijn vriendin een noodlottig ongeval. Hij was ervan overtuigd dat er inbrekers in zijn huis waren die zich in zijn badkamer bevonden. Hij riep dat deze personen zijn huis moesten verlaten. Vervolgens schoot hij door de badkamerdeur, waar de inbrekers zich volgens hem bevonden. Dit was echter niet het geval, hij had met de kogels zijn eigen vriendin geraakt. Het verhaal van de openbaar aanklager was anders. De sporter zou geweten hebben dat Steenkamer in de badkamer was. Buren geven aan dat er die avond een ruzie tussen de twee had plaatsgevonden. Steenkamp had volgens de openbaar aanklager het plan gehad om die bewuste avond weg te gaan bij de topatleet. Dit zou volgen uit de half ingepakte sporttas die werd gevonden. Pistorius werd neergezet als

zijn Als had een

een opvliegende, impulsieve man, die zijn agressiviteit maar moeilijk onder controle kon houden.2 Als blijk van ‘goede wil’ bood Pistorius (omgerekend) bijna 39.000 euro aan de ouders van Steenkamp aan. Zij accepteerden het geld niet.3 Wel accepteerden ze 340 dollar per maand van de atleet; de ouders van het overleden topmodel zijn namelijk failliet verklaard. Ze lieten weten dat ze het geld met moeite accepteren en elke cent gaan terugbetalen. Het leven van hun dochter was immers niet in geld uit te drukken.4 De gedachtes van Reeva’s moeder over de atleet zijn verder beschreven in haar boek Reeva: A Mother’s Story, dat uitkwam op 6 november. Op 12 september 2014 werd Pistorius veroordeeld voor poging tot doodslag, waarvoor hij 5 jaar moet doorbrengen in de gevangenis. In de zittingen, voordat het vonnis bekend werd gemaakt, heeft Pistorius emotionele verklaringen afgelegd en zijn excuses aan de familie van Steenkamp aangeboden. Uit eerdere gebeurtenissen bleek echter dat de topatleet niet de ideale schoonzoon was. In 2009 was hij opgepakt voor mishandeling en belandde hij dat jaar in het ziekenhuis vanwege een bootongeluk dat ontstond door zijn roekeloos vaargedrag. Daarnaast had hij volgens een exvriendin altijd een wapen bij zich.5 In deze zaak werd door de aanklager 10 jaar cel geëist. De advocaten van Pistorius eisten huisarrest vanwege de protheses van de sporter.6 Voor moord was volgens hen niet voldoende bewijs. De rechter geloofde het verhaal van

nummer 39

|

jaargang 22


VERDIEPING

Pistorius.7 Twitter ontplofte na de uitspraak en ook twijfelen meerdere juristen aan de bekwaamheid van de rechter. De aanklager is in hoger beroep gegaan. Op 21 oktober is de celstraf van Pistorius ingegaan. Volgens de advocaat van de sporter zou het gevaarlijk zijn voor hem in de gevangenis omdat een bendeleider de sporter aan zou gaan pakken.8 Zoals het er nu uitziet, komt Pistorius binnen 10 maanden uit de gevangenis om vervolgens de rest van zijn straf in huisarrest uit te zitten.9 Problematisch is daarbij wel de enkelband, aangezien de paralympiër geen onderbenen heeft. Een enkelband kan ook niet gedragen worden aan de pols; het apparaatje zou te makkelijk te verwijderen zijn. De sporter gelooft zelf dat hij zijn huisarrest het best kan doorbrengen bij zijn oom. Daar heeft hij namelijk ook beschikking over een zwembad en een sportruimte.10 Het lijkt dat de sportcarrière van de atleet voorlopig voorbij is. Het International Paralympic Committee heeft laten weten dat Pistorius in ieder geval niet mag deelnemen aan de wedstrijden tot 2019. Het comité laat weten dat het buiten hun macht is om een comeback van de sporter in Tokyo in 2020 te voorkomen. De promotor van de Diamond League in Brussel liet weten dat hij niet meer welkom is bij volgende wedstrijden.11

Noten 1 < h t t p : / / w w w. t e l e g r a p h . c o . u k / s p o r t / o l y m p i c s / athletics/9454624/Oscar-Pistorius-knocked-out-of-London2012-Olympics-but-his-achievements-will-resound-foryears-to-come.html> 2 <http://www.elsevier.nl/Buitenland/achtergrond/2014/9/ Uit spraak-in-zaak-Pistorius-hier-zijn- drie-scenarios1596294W/> 3 <http://www.elsevier.nl/Buitenland/nieuws/2014/10/ Pistorius-bood-geld-aan-ouders-vriendin-1621657W/> 4 <http://www.dailymail.co.uk/news/article-2831193/ReevaSteenkamp-s-mother-reveals-torturous-decision-accept-6000-blood-money-payments-Oscar-Pistorius.html> 5 <http://www.volkskrant.nl/buitenland/aanklager-in-hogerberoep-tegen-straf-pistorius~a3776868/> 6 <http://www.elsevier.nl/Buitenland/nieuws/2014/10/ Pistorius-moet-minstens-10-jaar-cel-krijgen-1624141W/> 7 <http://nos.nl/artikel/697743-ongeloof-om-uitspraakpistorius.html> 8 <h t t p: // w w w.d aily mail.c o.uk /s p o r t /o t h e r s p o r t s / article-2795615/oscar-pistorius-s-life-danger-goes-prisondeath-threat-prison-gang-leader-general-claims-defence. html> 9 <http://www.volkskrant.nl/buitenland/aanklager-in-hogerberoep-tegen-straf-pistorius~a3776868/> 10 <http://www.mirror.co.uk /news/world-news/oscarpistorius-could-denied-early-4603151> 11 <http://www.telegraph.co.uk/sport/olympics/paralympicsp o r t / 11176657/O s c ar- Pis to rius - bann e d - f r o m - Rio Paralympics-even-if-he-is-let-out-of-jail-earlier.html>

23


“Zij doen tenminste iets!” NB

24

Helden die tegen IS strijden strafbaar? Tekst: Thomas Verstege

Half oktober hebben verschillende media bericht dat drie Nederlanders zich bij de Koerden in Irak hebben aangesloten en actief strijden tegen de Islamitische Staat (IS). In een filmpje is ‘Ron’ opgedoken, die, met een M16 in zijn hand, rustig in het Nederlands uit de doeken doet dat hij strijdt tegen de onderdrukking van de Koerden door IS. ‘We zijn met een grote groep gekomen’, voegt hij eraan toe. Inmiddels zijn er berichten dat ook een aantal Duitsers zich bij de Koerden heeft aangesloten2 en dat er nog meer Nederlanders staan te trappelen om naar Irak te gaan.3 Op het eerste gezicht is dit natuurlijk een heldhaftige actie, maar als rechtenstudenten moeten wij ons ook afvragen of dit de goedkeuring van Vrouwe Justitia kan hebben. Het – misschien verrassende – antwoord is: nee! Maar zoals elk juridisch antwoord heeft ook dit een ‘voorbehoud’ of ‘tenzij’... Hoewel we weinig weten over de precieze identiteit van de Nederlanders in Irak bestaat het sterke vermoeden ze ex-militairen zijn. Defensie was er al snel bij om te stellen dat het niet aan hen is om een oordeel te vellen over het loopbaanverloop van hun veteranen.4 Het Openbaar Ministerie verklaarde vervolgens in eerste instantie dat de Nederlanders groen licht hebben gekregen om te strijden tegen IS zolang ze geen oorlogsmisdaden zouden pleegden. Het OM heeft daarbij opgemerkt dat het vroeger weliswaar strafbaar was om in dienst te treden bij buitenlandse strijdkrachten, maar dat dit inmiddels toegestaan is zolang je niet tegen Nederland strijdt.5 Een week later kwam het OM echter terug op zijn eerste uitspraak. Het verklaarde nu dat de Nederlanders, die actief deelnemen aan het conflict,

strafbaar gesteld kunnen worden voor oorlogsmisdaden, moord en doodslag, maar ook voor vrijheidsberoving en mishandeling.6 Uiteraard kan er, afhankelijk van de omstandigheden, wel sprake zijn van noodweer. Het aansluiten bij de Koerden in Irak is dus niet strafbaar maar het Nederlands strafrecht is vervolgens wel van toepassing. Het is moeilijk voor te stellen hoe Ron en consorten actief aan de strijd gaan deelnemen zonder uiteindelijk één van de bovengenoemde misdrijven te plegen. Uit het interview blijkt dat Ron niet naar Irak is gegaan om koffie te zetten voor zijn medesoldaten. De verklaring van het OM kan de bewegingsruimte van de Nederlanders dus ernstig beperken. Aan de andere kant lijkt de kans op een daadwerkelijke vervolging vrij klein. Mocht er een misdrijf gepleegd worden, dan is de kans dat de aanwijzingen hierover het Nederlandse OM bereiken erg klein; en dan hebben we het nog niet eens over de mogelijke problemen omtrent bewijsvergaring. Eind oktober heeft Nieuwsuur een reportage7 uitgezonden waaruit zou blijken dat Koerdische strijders gevangengenomen IS-strijders executeren. Bovendien zouden de Koerden een dorp met de grond gelijk gemaakt hebben als wraak voor het feit dat de bewoners van dit dorp Koerdische strijders hadden vermoord. Volgens het bijbehorende nieuwsbericht vechten de drie Nederlanders mee met de groepering die deze misdaden zou begaan. Human Rights Watch heeft opgeroepen tot een onderzoek maar op het moment van schrijven hebben deze aantijgingen nog geen vervolg gekregen. De woordvoerder van de Koerden ontkent alle aantijgingen.8 Dit roept echter de vraag op in hoeverre de Nederlanders gebonden zijn aan humanitair recht en of zij veroordeeld kunnen worden voor schendingen hiervan. Om deze vraag te beantwoorden is het eerst relevant om te bepalen of de strijd tegen IS als een internationaal gewapend conflict of een nationaal gewapend conflict kan worden gekwalificeerd. In een nationaal gewapend conflict zijn namelijk lang niet alle regels van humanitair recht van toepassing. De meningen hierover zijn nogal verdeeld. Het feit dat een internationale coalitie nu aan de zijde van Irak strijdt heeft geen invloed op de classificatie als internationaal of nationaal. De relevante vraag is of de strijd tegen IS in Irak

nummer 39

|

jaargang 22


VERDIEPING

apart te zien is van de strijd tegen IS in Syrië. Veel landen bestrijden IS alleen in Irak, omdat het – hoogstwaarschijnlijk – internationaalrechtelijk illegaal is om IS ook in Syrië te bestrijden.9 Aan de andere kant is IS één organisatie die op het grondgebied van beide staten opereert. In principe bindt het humanitair recht eenieder die vecht tegen of interactie aangaat met degenen die door het humanitair recht worden beschermd. Zelfs als het om een nationaal gewapend conflict gaat, beschermt het humanitair recht mensen die niet (meer) deelnemen aan vijandigheden. De executie van (krijgs-)gevangen is dus in elk geval strafbaar onder humanitair recht. De verwoesting van het dorp is alleen strafbaar indien het om een internationaal gewapend conflict gaat. De meest grove schendingen van humanitair recht en internationaal strafrecht – oorlogsmisdaden, genocide, misdaden tegen de menselijkheid – door individuen kunnen door het International Criminal Court in Den Haag worden berecht. De nationale rechtbanken spelen een verwaarloosbare rol in de handhaving van humanitair recht omdat het geen verplichtingen voor individuen creëert en dus geen direct effect in de Nederlandse rechtsorde heeft. Een Nederlandse rechtbank kan dus alleen humanitair recht toepassen als het is omgezet in Nederlands recht. Het Internationaal Strafhof houdt zich over het algemeen bezig met grotere zaken en het lijkt onwaarschijnlijk dat het een enkele Nederlandse ex-militair zullen vervolgen. Dus de kans dat de drie Nederlanders veroordeeld worden voor schendingen van humanitair recht – als daarvan al sprake is, natuurlijk; het bewijs is flinterdun – is nihil. De kans dat ze worden veroordeeld voor een schending van Nederlands recht is groter; maar zoals gezegd is er een aantal praktische obstakels dat een succesvolle vervolging in de weg zal staan.

Dus voorlopig lijkt het erop dat het drietal naar Nederland terug kan keren zonder bang te zijn voor vervolging. Mocht je nu ontzettend geïnspireerd zijn door de heldhaftige daden van deze drie Nederlanders, �houd dan in gedachten dat de Federatie Koerden in Nederland heeft verklaard dat de Koerden niet zozeer op zoek zijn naar mankracht maar vooral naar zware wapens.10 Dus haal dat geweer van zolder, stof het af, en ‘Fed-Ex’ hem naar Irak! Dan word je in ieder geval niet vervolgd; behalve dan misschien voor wapenhandel...

Noten 1 ‘Dutch Biker Gang Fights ISIS (VIDEO) No Surrender Fighting ISIS in Iraq’, geraadpleegd 14-11-2014, https://www. youtube.com/watch?v=WkaAeIb4lPE 2 ‘Ook leden Duitse motorclub strijden tegen IS’, nu.nl, 20-10-2014 http://www.nu.nl/buitenland/3907660/ledenduitse-motorclub-strijden.html 3 ‘Autochtone Nederlanders willen strijden tegen IS’, nieuws. nl, 31-10-2014 http://www.nieuws.nl/algemeen/20141031/ Autochtone-Nederlanders-willen-strijden-tegen-IS 4 Ibid. 5 ‘Nederlanders die strijden tegen IS zijn niet strafbaar’, RTL Nieuws, 10-10-2014 http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/ binnenland/nederlanders-die-strijden-tegen-zijn-nietstrafbaar 6 ‘Deelname aan strijd tegen IS is volgens OM strafbaar’, nu.nl, 16-10-2014 http://www.nu.nl/buitenland/3905412/ deelname-strijd-volgens-strafbaar.html 7 ‘”Koerden executeren IS-strijders”’, Nieuwsuur.nl, 24-102014 h t t p: //ni e u w s u u r.nl /o n d e r w e r p / 713 49 6 - ko e r d e n executeren-isstrijders.html 8 Uitzending Nieuwsuur, 25-10-2014, http://www.npo.nl/ koerden-wij-schenden-oorlogsrecht-niet/25-10-2014/WO_ NOS_678754 9 De Iraakse overheid heeft de internationale coalitie om hulp in de strijd tegen IS gevraagd en dus kan op hun grondgebied strijd geleverd worden. De Syrische overheid heeft dat niet gedaan en dus lijkt er geen grond voor strijd tegen IS in Syrië. Zie ook: ‘Advies Luchtaanvallen IS(IS)’, Prof. Dr. P.A. Nollkaemper, 24-09-2014 10 ‘Autochtone Nederlanders willen strijden tegen IS’, nieuws. nl, 31-10-2014 http://www.nieuws.nl/algemeen/20141031/ Autochtone-Nederlanders-willen-strijden-tegen-IS

25


Verslag van een exchange naar New York City

Je studententijd 2.0 Tekst: Bastiaan Loopstra

NB

26

Bastiaan is een derdejaars student Rechtsgeleerdheid die zijn vrije halfjaar met een exchange semester in New York City invult. Hij studeert aan ‘Cardozo School of Law’, de rechtenfaculteit van ‘Yeshiva University’. “Als ik je zo zie, dan mis ik je wel,” zei mijn moeder toen we elkaar spraken via Facetime. Ze zat thuis op de bank, ’s avonds om 10 uur; ik zat in de lobby van de universiteit, ’s middags om 4 uur. “Het lijkt alsof je voor altijd wegblijft.” Openhartig als altijd, en ze had wel een punt. Als je voor 5 maanden naar een ander continent verhuist, raak je op een gegeven moment gewend aan het ‘weg’ zijn. Je bouwt een nieuw leven op dat onafhankelijk is van de mensen die je thuis dagelijks ziet, en thuis raken ze er langzaam aan gewend dat jij er niet bent. Het is een tweede kans voor je studententijd. Nieuwe stad, nieuwe universiteit, nieuwe vrienden: een nieuw leven! De ‘law school experience’ Het beste aan de hele ervaring is toch zeker dat je het wel en wee van een law school meekrijgt. De cultuurverschillen zijn klein maar significant. Universiteiten in de Verenigde Staten worden bijvoorbeeld particulier gefinancierd; vandaar dat het collegegeld hier zo ontzagwekkend hoog is en dat studenten zich finaal in de schulden werken door aan een studie te beginnen. Maar het heeft ook z’n voordelen. De UvA heeft uitstekende partneruniversiteiten in New York, en wij brengen hier dus voor niets meer dan het Nederlandse collegegeld een semester op een vrij dure universiteit door. En om hun reputatie hoog te houden, organiseren deze scholen iedere week talloze prestige-evenementen. Daarbij moet je vooral denken aan eindeloos veel gepraat: speakers uit de praktijk, meetings van de

talloze studentenverenigingen (allemaal studiegerelateerd), panel discussions, workshops en zelfs koffiepauzes met de Dean van Cardozo. Er zijn verschillende ‘series’: de Tech Talks, de Dean’s Speakers Series, de Career Services Series. We krijgen iedere dag een mail met wat er ‘Today at Cardozo’ allemaal gaande is. Je vraagt je misschien af waarom ik hier zo enthousiast over ben, want op de UvA worden ook talloze evenementen georganiseerd. Er is alleen een belangrijk verschil: gratis lunch. Ieder evenement biedt ladingen aan koosjer eten (Cardozo is een Joodse universiteit). Er is altijd pizza, ook vaak sandwichrolls met tonijn, ham of kaas, soms pasta met kip en pesto en er zijn vaak salades. Ook altijd frisdrank. Zelfs als je niet weet waar je moet zijn voor een evenement, kun je vaak eten krijgen: gewoon het lokaal waar de pizzadozen staan binnenlopen, doen alsof je erbij hoort en twee stukken meenemen. Daarnaast is er een Twitter account dat upto-date locaties en tijden doorgeeft voor, zoals we het noemen, “Cardozo Free Food”. Ondanks dat het eten een belangrijk component is, grijpen serieuze studenten echter ook hun kans om connecties te leggen en ‘exposure’ te krijgen. New York is een stad met meer advocaten dan er ooit kunnen werken en vecht iedereen er dus om aandacht. Talloze meetings gaan over netwerken, het professionaliseren van je LinkedIn profiel; hoe jezelf in de kijker van advocatenkantoren te spelen. Laatst kwamen er zelfs fotografen naar de universiteit die

nummer 39

|

jaargang 22


STUDIE

gratis professionele headshots maakten. Voor de exchange studenten is het allemaal minder belangrijk dan voor de jaarstudenten, die hier later willen werken. Zij hebben opzienbarende stresslevels. Naast hun studie hebben ze ook nog het vooruitzicht van de ‘bar’, een zwaar examen dat je moet volbrengen voordat je advocaat in Amerika mag zijn. En om nog een beetje aan cvbuilding te doen zitten velen ook nog in een of ander bestuur: president, senator, treasurer voor de Graduate Law Society. Ik ben naar een aantal praatjes geweest en de meeste waren erg interessant. Laatst was er een ‘entertainment lawyer’ die zelf op Cardozo had gezeten. Hij zag eruit als Robert de Niro, inclusief accent en glimlach en heeft een prachtige carrière in deze stad. Hij vertelde heel Amerikaans – met aangedikte anekdotes – zijn levensverhaal en besprak de problemen waar de muziekindustrie momenteel mee worstelt (in het kort: Spotify, Deezer en Pandora, de grote online muziekproviders in de VS). Nu is hij advocaat van onder andere Stevie Wonder, waarmee hij een sterke persoonlijke band heeft: hij vertelde ons trots hoe hij een keer met Stevie Wonder heeft gejamd, om tijd te doden. De meningen over de kwaliteit van het onderwijs zijn verdeeld. De ‘echte’ rechtenvakken, zoals Constitutional Law, Evidence, Corporations, en ook Copyright, die ik volg, zijn vrij standaard gestructureerd: er worden verschillende doctrines behandeld aan de hand van een casebook en aan het einde is er een tentamen. Omdat de VS een

‘New York is een stad met meer advocaten dan er ooit kunnen werken, en dus vecht iedereen om aandacht.’

common law systeem heeft, ben je vooral jurisprudentie aan het lezen. Amerikaanse rechters hebben een veel meeslepender schrijfstijl dan Nederlandse, wat die vakken erg leuk maakt. Maar de kwaliteit van de meer gespecialiseerde vakken is sterk afhankelijk van de docent. Waar er op de UvA achter ieder vak een vakgroep zit die de lesstof evalueert, krijgen docenten hier alle vrijheid in het selecteren van materiaal. Dan kun je het goed treffen, of juist niet. Ik volg ‘The Arab-Israeli Conflict’, een juridisch-politiek vak. Het is echter meer een politiek monoloog van een zwaar proIsraëlische, weinig kritische professor dan de weloverwogen, genuanceerde visie die je zou verwachten van een universitair docent. Het is wellicht veelzeggend dat we voor zo’n juridisch ambigu vak, met talloze grijze gebieden en weinig ja/nee-antwoorden, een multiple choice tentamen krijgen. Aan de andere kant is er mijn professor voor ‘Contemporary Conflicts and the Law’. Een briljante man, die belangrijke posities heeft gehad bij het Internationale Rode Kruis, de hele wereld heeft afgereisd en een bijzonder weloverwogen visie heeft op het oorlogsrecht. Daarom een tip: doe een beetje onderzoek naar je vakken als je bent aangenomen voor een exchange. Een local in New York Nadat je een beetje gewend bent geraakt aan alles wat nieuw en spannend is aan New York ontwikkel je, net zoals thuis, een ritme. Daarin verschilt het leven als exchange student van dat als toerist: je hoeft niet zozeer een lijst met bezienswaardigheden af te werken, want je beleeft de stad iedere dag. Zo hoef ik niet naar Central Park te gaan om het te bekijken, want Central Park ligt op mijn hardlooproute. Een uitstapje naar de nachtelijke gezelligheid van Greenwich Village is niet nodig, want mijn universiteit ligt in Greenwich Village dus ik ben daar dagelijks. Ook beleef je een hoop tijdgebonden evenementen zonder er moeite voor te doen. Op de dagen rond 11 september werden er bijvoorbeeld twee gigantische lichtbalken de lucht in geschenen, vanaf de plek waar veertien jaar geleden de Twin Towers stonden, als sinistere herinnering. Een paar weken geleden werd de New York marathon gehouden, die bij mij door de straat kwam. College Tour was een paar maanden geleden in New York, en we zijn met een aantal Nederlanders

27


NB

28

en Fransen naar het interview met Stromae geweest. Eind oktober stond in het teken van Halloween; New Yorkers begonnen weken van te voren al met versieren. Op de 31e deed de hele stad eraan mee: iedereen in de metro was verkleed, overal op straat renden verklede kinderen rond en ’s avonds was er de gigantische Halloween parade. Als Limburger deed het me sterk denken aan de carnavalsoptocht, maar met betere muziek en meer zombies. Toch hoef je je niet per se ‘eng’ te verkleden voor Halloween. De meeste mensen gaan als superheld. Ik heb Mario en Luigi gezien, Fred Flintstone; zelf was ik verkleed als Phillip uit South Park, een vriend van Cardozo was Terrance. Het is niet moeilijk om origineel te zijn; de Halloween-winkels hebben een eindeloos aanbod. Let alleen wel op de prijs: een Darth Vaderkostuum kost maar liefst 1.000 dollar. Nog iets wat locals graag doen: een weekend weggaan uit New York. Het is vrij intens om hier te wonen en te studeren; een tripje af en toe is dus hoognodig. Met een groep van 10 man van Cardozo zijn we daarom in september naar Boston geweest. Vierenhalf uur met de bus maar, ‘vlakbij’ voor Amerikaanse begrippen. Voor de meesten van ons was New York de enige Amerikaanse stad die we gezien hadden, dus we waren benieuwd hoe het zou bevallen. Mijn Amerikaanse huisgenoot zegt dat alle Amerikaanse steden hetzelfde zijn, behalve New York. Dat ligt zeker iets genuanceerder, maar hij heeft een punt. Waar veel Europese steden door de eeuwen heen iets van een natuurlijke groei hebben doorgemaakt, zijn Amerikaanse steden vanaf het begin ‘gepland’. Veel straten zijn kaarsrecht en lijken op elkaar, er is weinig historie; de oudste monumenten zijn misschien zo’n 200 jaar oud. Desondanks is Boston een mooie stad. Het ligt aan zee, en dus zijn er heerlijke visgerechten. Ook is er een fantastisch Little Italy; er staat een aantal mooie oorlogsmonumenten en het is de stad van Harvard University, de eliteschool der elitescholen. We kregen een rondleiding van een Harvard-studente, en ze liet er geen twijfel over bestaan: Harvard biedt een fascinerende, luxe en onvergetelijke studententijd voor iedereen die briljant is of uit een rijke familie komt. Ook hebben we in oktober met 4 man een roadtrip door Vermont gemaakt, een staat ten noorden van New York. In de herfst is het een populaire bestemming vanwege de

zogenaamde ‘fall foliage’: de schitterende veranderende herfstkleuren. We hebben veel natuur en talloze minuscule dorpen gezien, we aten in lokale restaurants en sliepen in motels. Het was bijzonder om eindelijk eens een aantal ‘echte’ Amerikanen te ontmoeten, want New York mag dan in de Verenigde Staten liggen; de melting-pot samenleving hier lijkt in niets op de rest van het land. Vorige week werden alle Nederlandse rechtenstudenten in de stad uitgenodigd door het Stibbe-kantoor in New York. Ze hebben hier 5 man zitten, 4 Nederlanders en een Belg, in een mooi gelegen kantoor op de 32e verdieping van een gebouw aan Bryant Park. Niet verkeerd, zo’n uitzicht! Het is een jaarlijkse Stibbe-activiteit: een presentatie over het kantoor, een wedstrijd van de NY Knicks en een drankje achteraf. De medewerkers beoefenen Nederlands recht voor Amerikaanse bedrijven die enige activiteit in Nederland hebben. Het is hard werken, of in ieder geval lang; het verschil met een advocatenkantoor in Nederland is blijkbaar dat je in veel hogere mate dan in Nederland geacht wordt om standby te staan. “Ik kreeg een keer een mail van een klant,” vertelde Bas, één van de medewerkers, “en toen ik niet binnen een halfuur terug mailde, belde hij om te vragen of ik dood was.” De advocatuur in New York City: het kost wat, maar dan heb je ook wat. Einde van een exchange Het einde is hier in zicht. Er zijn nog twee maanden te gaan, drie achter de rug, maar de tentamens staan voor de deur en een hoop exchange-studenten vliegen voor de kerst al naar huis. Een groot nadeel van een exchange is dat je nieuwe vriendengroep, een paar maanden zorgvuldig opgebouwd, aan het einde uit elkaar valt. Sommige contacten blijven ongetwijfeld ook na de exchange nog in stand, maar toch. Ik zou hier graag het hele jaar blijven; de New Yorkse winter en lente meemaken, lekker mijn eigen vakken kiezen. Cardozo moedigt exchange studenten ook aan om terug te komen voor een tweede semester; een aantal mensen doet dat dan ook, een jaar of wat later. Maar ik weet nog niet of dat na mijn bachelor de beste keuze voor mij is. Ik weet wel dat ik New York, de stad met oneindige mogelijkheden, tomeloze energie, uitstekende colleges en een fantastisch nachtleven, met pijn in het hart zal achterlaten!

nummer 39

|

jaargang 22


STUDIE

“Toen ik mijn klant niet binnen een halfuur terug mailde, belde hij om te vragen of ik dood was.”

29


Stagelopen bij Kennedy Van der Laan Interview met Simone de Brouwer NB

30

Simone de Brouwer is net klaar met haar student-stage bij Kennedy Van der Laan. Wij stellen haar een aantal vragen over haar ervaringen. Hoe zag je studietijd eruit? Ik ben begonnen met de bachelor Gezondheidswetenschappen in Maastricht. Ik vond de studie interessant, maar niet echt een uitdaging.. Daarom ben ik in mijn tweede jaar een Honours Programma International Health en Gezondheidsrecht vakken gaan volgen. De Gezondheidsrechtvakken spraken me aan, waardoor ik naast mijn derde jaar Gezondheidswetenschappen ben begonnen met de bachelor Nederlands Recht. Gedurende mijn studententijd in Maastricht ben ik verder actief geweest bij een dispuut en was ik verantwoordelijk voor de organisatie van een Bedrijvendag. Ook heb ik met het Research Project Maastricht vijf maanden onderzoek verricht voor Nederlandse bedrijven in Brazilië. Eenmaal terug in Nederland heb ik stage gelopen bij Houthoff Buruma, waarna ik met mijn master Privaatrecht ben begonnen aan de Universiteit van Amsterdam. Aan het einde van mijn master heb ik vervolgens nog stage gelopen bij Kennedy Van der Laan. Waarom heb je voor een stage bij Kennedy Van der Laan gekozen? De vriend van een vriendin van mij werkt bij Kennedy Van der Laan. Zij zei dat haar vriend het een ontzettend leuk kantoor vond en dat ik er ook eens moest gaan kijken. Ik ben toen een keer koffie gaan drinken met haar vriend. Daarna was ik zo enthousiast dat ik

een sollicitatiebrief heb geschreven voor een stage. Met name de cultuur en maatschappelijke betrokkenheid van het kantoor spreken mij erg aan. . Hoe gaat zo’n sollicitatieprocedure in zijn werk? Ik heb mijn motivatiebrief, CV en cijferlijst naar Kennedy Van der Laan opgestuurd. Binnen twee weken werd ik door de recruiter Merel van Noort gebeld of ik op gesprek wilde komen. Kort daarna had ik een gesprek met haar en een advocaat. Het was een heel leuk, informeel gesprek. Ze vroegen bijvoorbeeld waarom je rechten bent gaan studeren, waarom je bij Kennedy Van der Laan stage wilde lopen en welke sectie je voorkeur had. Ik denk dat ze vooral naar je nevenactiviteiten, motivatie en persoonlijkheid kijken. Kennedy Van der Laan is een informeel, ‘eigenzinnig’, maar ook een maatschappelijk betrokken kantoor. Dit moet wel bij je passen. Kort daarna hoorde ik dat ik stage mocht komen lopen. Het duurde nog een half jaar voordat ik echt kon beginnen. Kennedy Van der Laan neemt namelijk maar twee stagiaires per maand aan, dus ben er vroeg bij! Hoe ziet een student-stage eruit? Kennedy Van der Laan hanteert een sectiewissel. Ik heb één maand op de sectie verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht gezeten en

nummer 39

|

jaargang 22


STUDIE

één maand op arbeidsrecht. Of je op de sectie terechtkomt die je voorkeur heeft, hangt wel ook van de andere student-stagiaire af. Deze secties hadden mijn voorkeur en gelukkig ben ik ook op beide terechtgekomen. De andere student-stagiair zat al in zijn tweede maand, toen ik begon. Dit doet Kennedy Van der Laan altijd, zodat je elkaar een beetje kunt helpen. Gedurende je stage krijg je een tussentijdse beoordeling. Dat is fijn, want dan kun je wellicht nog wat met de feedback doen. Als eindopdracht heb ik een dagvaarding voor een casus geschreven. Dat vond ik erg leuk om te doen, aangezien ik dat nog niet eerder had gedaan. Deze dagvaarding nemen ze ook mee in de stagebeoordeling. Hoe is de sfeer bij Kennedy Van der Laan? Op mijn eerste stagedag heb ik een mailtje naar het hele kantoor gestuurd om mezelf te introduceren. Dat vond ik erg leuk, aangezien partners dezelfde dag nog langs kwamen om me persoonlijk te ontmoeten. Er werken daarnaast leuke, spontane mensen bij Kennedy Van der Laan en iedereen is heel toegankelijk. De sfeer is informeel en gezellig. Je hoeft daarnaast niet in je mantelpakje naar kantoor, wat wel opvallend is binnen de advocatuur. Tijdens een inhousedag van STEP zagen de studenten er zelfs chiquer uit dan de werknemers van Kennedy Van der Laan. Hoe ziet een gemiddelde dag eruit? Je hebt een studentenmailadres waar advocaten vanuit het hele kantoor mailtjes naartoe sturen om te vragen of je tijd hebt om een bepaalde opdracht te doen. Het is aan te raden dan even met de andere student-stagiaire te overleggen wie welke opdracht doet. Daarnaast vragen natuurlijk ook advocaten van de sectie waar je op zit of je een opdracht voor hen kunt doen.

’Ik vind dat universiteiten het verplicht moeten stellen stage te lopen naast je studie’

Hierbij kun je denken aan memo’s schrijven, arresten samenvatten, jurisprudentie zoeken en artikelen voor op de website schrijven. Ook ging ik wel eens mee naar zittingen. Heel divers dus! Zo heb ik een keer een stappenplan opgesteld hoe een ondernemingsraad (OR) moet worden opgericht, en heb ik een jurisprudentieonderzoek verricht naar de medische en juridische aansprakelijkheid in whiplashzaken. Zou je het aanraden om stage te lopen tijdens je studie? Ja, dat zou ik zeker aanraden. Ik vind eigenlijk dat universiteiten het verplicht moeten stellen stage te lopen naast je studie. Wanneer je bijvoorbeeld gedurende je bachelor stage loopt bij een advocatenkantoor, dan kan dit je helpen bij het maken van een keuze voor je master. Bovendien weet je niet wat de advocatuur precies inhoudt, wanneer je geen stage hebt gelopen. Naar mijn mening kun je dan ook geen goede keuze maken om in de advocatuur of bijvoorbeeld als bedrijfsjurist aan de slag te gaan. Ook leer je tijdens een stage allerlei

vaardigheden die je niet op de universiteit leert, zeker een leerzame ervaring dus! Je bent inmiddels klaar met je stage. Wat wil je in de toekomst doen? Ik ben net afgestudeerd en ik ben me op dit moment aan het oriënteren. Ik wil waarschijnlijk de advocatuur in, maar ik weet nog niet precies bij welk kantoor dat zal zijn.

31


Test jezelf!

Wat voor advocaat word jij?

NB

32

1) Wat zijn jouw ideale werktijden? Ik werk het liefst... A) Van 9 tot 5, echt niet langer. B) Al moet ik tot 3 uur ‘s nachts blijven, ik moet en zal mijn werk goed doen! C) Ik werk liever niet. Het is dat mijn stufi straks stopt en ik niet meer bij mijn ouders mag wonen... 2) Wat draag je het liefst naar werk? A) Een spijkerbroek. B) Pak en stropdas / mantelpakje en hoge hakken. Dat ik mijn voeten niet meer voel aan het eind van de dag maakt me niet uit. Als ik er maar goed uitzie. C) Een joggingbroek en mijn oude gympen. 3) Hoe ziet je cv eruit? A) Ik haal zessen en zevens en ik heb wel eens stage gelopen in een saaie zomervakantie. B) Ik heb voor alledrie mijn masters een 8 gemiddeld behaald, een stuk of 5 stages gelopen, natuurlijk ook in het buitenland. In het weekend doe ik juridisch vrijwilligerswerk. C) Na 9 jaar gestudeerd te hebben hoop ik dit jaar toch echt mijn masterdiploma te behalen, waarschijnlijk met een 6 gemiddeld. Mijn nevenactiviteiten? Telt bier drinken met vrienden? 4) Hoe drink jij je koffie het liefst? A) Ik hou van cappuccino, of anders een koffie verkeerd. B) Twee shots espresso met een skimmed skinny amandelmelklaagje. C) Die Senseo schijnt goed te zijn, alleen bederft de schimmel in het water een beetje de smaak. 5) Wat eet jij het liefst in je pauze? A) Ik neem boterhammen mee van thuis, of haal even een broodje bij de bakker. B) Pauze? C) Wat is het verschil tussen pauze en de rest van de dag? 6) Hoe overtuigend ben jij? A) Als ik een discussie heb met vrienden win ik die wel eens B) Ik heb vorige week mijn hoogleraar wijsgemaakt dat ik een vraag niet fout had, maar er een fout in de wettenbundel stond. C) Waarom zou ik iemand overtuigen? Anderen weten het vaak toch beter dan ik.

7) Hoe belangrijk vind je het om te winnen? A) Winnen is leuk, maar verliezen moet ook af en toe, want van je fouten leer je. B) Ik doe niet aan verliezen. C) Ik heb laatst nog van mijn vrienden gewonnen met monopoly. 8) Hoeveel advocatenkantoren ken jij? A) Ik kan er wel een stuk of 20 noemen. B) Ik ken de hele top 100 uit mijn hoofd, en kan bij elk kantoor meerdere partners noemen. C) Er zit geloof ik een advocatenkantoor tegenover mijn huis… Ik weet alleen even niet hoe dat heet.

Meeste A… Je hebt alles in je om een goede advocaat te worden, maar waarschijnlijk niet op een groot kantoor. Dit wil je waarschijnlijk ook helemaal niet. Je levert graag goed werk, maar hoeft niet altijd de beste te zijn. Ook ben je stiekem best gesteld op je vakantiedagen en weekenden. Daar hoef je je totaal niet voor te schamen! Meeste B… Jij bent een Zuidas-advocaat in hart en nieren. Je hebt een passie voor je vak en je werk is je hobby. Je vindt het geen enkel probleem dat je amper tijd hebt om vrienden en familie te zien. Je collega’s zijn je nieuwe familieleden. Pas je wel op dat je niet té hard werkt? Meeste C… Je bent nog niet helemaal klaar om advocaat te worden. Je ligt het liefst de hele dag in je bed en hebt eigenlijk nog helemaal geen zin om te werken. Je bent een echte student! Dat betekent niet dat je geen goede advocaat kan worden, als je af en toe eens je bed uit komt…

nummer 39

|

jaargang 22


33


Comprendre c’est tout pardonner Interview met strafpleiter Bénédicte Ficq NB

34 Interview door Sebastian de Bruijn en Anna Ida Hudig

Bénédicte Ficq (1957) is strafrechtadvocate en houdt sinds 1992 kantoor aan de Amsterdamse Falckstraat onder de naam Meijering Van Kleef Ficq & Van der Werf. Burgemeestersdochter Ficq studeerde in Groningen, waar zij lid was van Vindicat. Na haar afstuderen begon zij haar carrière bij het Amsterdamse kantoor Van Asperen, De Roos en Pen, alvorens samen met een aantal collega’s een eigen kantoor te beginnen. Hoewel zij zelf zegt niet graag in de publiciteit te treden, krijgt Ficq als advocate van onder andere Dino S., Jan-Dirk Paarlberg en Badr Hari bijzonder veel media-aandacht. In de rust van haar prettig ingerichte kantoor vragen we – de meerdere malen door haar collega’s tot beste Nederlandse strafpleiter verkozen – Ficq naar haar leven vroeger als student en nu als advocaat. U komt uit een familie van juristen en advocaten. Bent u daarom rechten gaan studeren? Het was meer een negatieve keuze. Ik wist niet zo goed wat ik wilde. Ik was helemaal niet zo gemotiveerd en bezig met toekomstkeuzes. Dus ik heb een studie genomen waar ik toen toegang toe had, gezien mijn luie alfapakket. Ik had eigenlijk arts willen worden, maar goed, ik heb nooit iets gedaan en ik had een verkeerd pakket, dus toen ik ging ik maar rechten doen. Bij gebrek aan totale inspiratie. Als u nu had gestudeerd, had dat niet gekund. Wat vindt u van de strenge houding van de universiteiten van tegenwoordig? Sommige jonge mensen van 18 à 19 weten al heel serieus wat ze willen, maar dat betekent niet dat als je nog niet weet wat je wil, je niet geschikt bent voor het vak. Op die leeftijd was ik heel speels en met totaal andere dingen bezig; mijn studie interesseerde me echt geen ene moer. Dat betekent niet dat je je op latere leeftijd niet ontwikkelt, dus ik vind het ontzettend bekrompen van de overheid en van universiteiten om te veronderstellen dat mensen op die leeftijd al gevormd zijn. Dat denk ik namelijk van niet.

Dat zijn we met u eens. Lid zijn van een studentenvereniging kan vormend werken. Hoe belangrijk is uw lidmaatschap van Vindicat voor u geweest? Dat heeft op mijn werk geen enkele invloed gehad, in ieder geval geen positieve. Ik werkte aan het begin van mijn carrière bij Van Asperen, De Roos en Pen en die waren links georiënteerd; het waren sociale advocaten. Bij hen was het lidmaatschap van het corps geen pre, ik werd juist afgezeken vanuit de andere hoek. Dat kantoor hield zich bezig met het commune strafrecht, net als ik nu, en dat is niet erg gewild bij corpsleden. Als ik mensen aanneem, is het totaal irrelevant. Waar let u dan wel op? Het is wel heel belangrijk dat mensen sociaalvaardig zijn en dat ze met mededogen naar allerlei verschillende groeperingen mensen kunnen kijken. Dat ze juist niet vastzitten aan een bepaald groepje. De mensen die hier solliciteren worden geselecteerd op passie voor het strafrecht. Dat wordt ook getoetst, je voelt meteen of dat authentiek is of niet. Dáár wordt op geselecteerd, en niet op punten. Te veel interesse in status, geld en macht is een contra-indicatie, dus daar letten we heel erg op.

nummer 39

|

jaargang 22


35

‘Ik schaam me diep voor de denkbeelden van Theo Hiddema’


NB

36

De mensen die aangenomen worden, komen terecht op een kantoor dat al meer dan twintig jaar bij elkaar is. Hoe uitzonderlijk is dat? Dat is behoorlijk uitzonderlijk. Kijk: wij vinden werk erg belangrijk en wij vinden het ook belangrijk om daarin te excelleren, want als je excelleert krijg je leuke zaken. Dat is spannend en houdt je scherp. Maar we vinden daarnaast ook andere dingen belangrijk. Bijvoorbeeld dat je privéleven op een prettige manier loopt. Voor ons is het werk niet allesoverheersend, want dan zouden we misschien andere ambities hebben gehad, persoonlijke ambities. En als die overheersen, bestaat de mogelijkheid dat je maatschap uit elkaar valt. De mensen met wie je werkt, moeten prettige mensen zijn. Dat is belangrijk in het leven, [lachend:] zei moeder de gans. U lijkt daarin van mening te verschillen met advocaten als Bram Moszkowicz en Theo Hiddema, die soms meer bezig lijken te zijn met hun dure auto’s en grote grachtenpanden. Je kunt bepaalde advocaten niet over een kam scheren, maar Theo Hiddema vindt mij verschrikkelijk en ik vind hem verschrikkelijk. Hij is een aanfluiting voor onze beroepsgroep. Hij heeft een walgelijk interview gegeven in het NRC Handelsblad, waarin hij uitlatingen deed waar ik me voor schaam. Alsof het ego prevaleert boven alles en het belang van een cliënt ergens in een hoekje ligt te creperen. Als het ego dan ook nog kan profiteren van het in de hoek liggen van de cliënt, dan is het alleen maar beter. Ik schaam me diep voor de denkbeelden van Hiddema. Hij heeft zich uitgelaten op een wijze die schadelijk is voor onze beroepsgroep. Bram Moszkowicz heeft ook zaken nagelaten en gedaan die schadelijk zijn voor onze beroepsgroep, maar Hiddema… Ik heb er eigenlijk geen woorden voor dat hij nog uitgekozen wordt door mensen om hun hele ziel en zaligheid in zijn handen leggen. U heeft wel eens aangegeven zich geroepen te voelen om cliënten met psychische problemen te helpen. Waar komt dat vandaan? Een gesprek met een cliënt kan zich heel bijzonder ontwikkelen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een cliënt vertelt over iets dat naast de zaak belangrijk voor hem of haar is. Dan ga je niet heel afgemeten zeggen dat dat buiten het werkgebied valt waar je voor bent en je daar dus niet meer naar luistert. Ik ben daarnaast ook een heel nieuwsgierig mens en ik vind de psychische kant van het strafrecht erg fascinerend. Ik heb een seriemoordenaar bijgestaan en het was heel eng om je te realiseren dat iemand gewoon geen enkel gevoel heeft op het moment dat hij iemand van het leven berooft. Ik wil dat kunnen begrijpen. Ik kijk ook altijd met bijzonder veel interesse naar het programma

Opgelicht: mensen die een spoor van verderf veroorzaken - en het klinkt allemaal helemaal niet ernstig als iemand voor 2 of 3 duizend euro wordt opgelicht, maar het is met name de bereidheid om vertrouwen te winnen, dat heel erg instrumenteel te doen en dan vervolgens toe te slaan en zo iemand te belazeren. Het getuigt van een extreem gebrek aan geweten om dat zo te doen. Krijgt u dan zelf meer begrip voor het handelen van uw cliënt? In het Frans zeggen ze: comprendre c’est tout pardonner: begrijpen is alles vergeven. Ik zou niet willen zeggen dat begrijpen tot vergeven leidt, maar in ieder geval wel tot het kunnen plaatsen van wat iemand heeft gedaan. Er is onderzoek gedaan naar het gedrag van seriemoordenaars ten aanzien van bijvoorbeeld dieren en dan blijkt dat in de vroege jeugd

‘Te veel interesse in status, macht of geld is geen goed teken’

nummer 39

|

jaargang 22


al heel veel dierenmishandeling plaatsvindt. Dat zijn bijzonder zware aanwijzingen voor een persoon zonder enige gewetensfunctie. Als ik bij het OM zou werken, zou ik een heel grote prioriteit geven aan het opsporen van mensen die verantwoordelijk zijn voor gruwelijk dierenleed, omdat dat een aanwijzing kan zijn dat er nog veel ergere dingen staan te gebeuren. Vindt u dat er meer aandacht zou moeten komen voor de psychologische en de psychiatrische kant van het strafrecht? Er is natuurlijk wel aandacht voor. In grote zaken speelt dit vaak een rol en er komt steeds meer bekendheid over deze facetten van de mens die terechtstaat, maar het is ook nog steeds in ontwikkeling. Het is een heel belangrijk onderdeel van het strafproces. Wat ik echter een groot probleem vind in de Nederlandse wetgeving qua straftoemeting en het opleggen van een maatregel, is dat mensen bij wie een ontwikkelingsstoornis of een psychiatrische stoornis is vastgesteld vaak eerst langdurig in de gevangenis zitten, en pas daarna behandeld worden. En dat vraagt de maatschappij ook steeds meer: straf ze eerst, en geef ze daarna een behandeling. Maar zeker bij jonge mensen, waar de hersenen nog in ontwikkeling zijn, is het ontzettend van belang dat als er sprake is van een stoornis, mensen ook adequaat een behandeling krijgen. En dat je dus niet het risico op de koop toeneemt dat iemand uit-ontwikkeld is, waardoor een stoornis veel moeilijker te behandelen is. Ik ben dus een tegenstander van het combineren van een langdurige gevangenisstraf met een behandeling daarna. Het zou eigenlijk omgekeerd moeten. Voor zover er überhaupt een straf passend is in sommige zaken. Ons heeft u in ieder geval overtuigd. In de rechtszaal staat u ook bekend als een goede pleiter. Beschouwt u zichzelf als een voorbeeld voor anderen? [Lachend:] Nee, die rol zou ik mezelf niet durven toewensen. Ik denk wel dat het goed is dat jonge vrouwen zien dat een vrouw in het strafrecht ook succesvol kan zijn. Ik denk ook niet dat je voor wat ik doe talent kunt hebben. Je ontwikkelt je als mens. Dat zeg ik ook altijd tegen de jongeren die bij ons werken: naarmate je je meer ontwikkelt als mens, word je een betere advocaat. Dat gaat om mensenkennis, maar ook om hoe je in het leven staat.

37

‘Ik wil kunnen begrijpen waarom een dader geen enkel gevoel heeft als hij iemand van het leven berooft’


De zaak van de gestolen banaan NB

38

Interview met Bart Middelburg, misdaadjournalist Tekst: Baruch Hummen en Hannah van Kolfschooten

Paroolverslaggever Bart Middelburg heeft een aantal bekende boeken over de Amsterdamse onderwereld geschreven. Inmiddels heeft hij deze zogenoemde ‘eentonige en behoorlijk saaie’ zaken laten varen voor een heel ander kaliber misdaad: criminaliteit bij de politierechter. De afgelopen drie jaar heeft hij elke week minstens één zaak bij de politierechter bijgewoond en beschreven in het Parool. De mooiste zaken heeft hij gebundeld in zijn nieuwste boek ‘De zaak van de gestolen banaan’. Wij spraken hem over zijn meest recente passie.

Hoe vaak gaat u naar de politierechter en welke delicten komen het meest voor? ‘Als ik mazzel heb één keer per week. Je moet mazzel hebben met de zaken, het is ook wel eens voorgekomen dat ik drie keer terug heb moeten komen. De meeste zaken zullen waarschijnlijk de Wegen en verkeerswet zaken zijn. Zeker niet de meest leuke zaken. Het gaat dan vaak over bijvoorbeeld schuin over het IJ varen en dronken rijden.’ En welke zaak is u dan het meest bijgebleven? ‘Ik heb er bijna 150 bijgewoond, het is dan ook moeilijk te zeggen welke me het meest is bijgebleven. De zaak waar ik het boek naar vernoemd heb was wel een heel bijzondere. Die zaak ging over een man die uit een volle tas boodschappen op straat één banaan haalde. Een rechercheur zag

het toevallig gebeuren en heeft de man aangehouden. De man is er drie dagen voor in voorarrest gezet! Op een gegeven moment is het voor de politierechter gekomen. Helaas is de verdachte zelf niet op komen dagen, maar toch is er een volledig inhoudelijke behandeling geweest en heeft hij een boete van € 150,- gekregen. Dat zijn dan toch bizarre zaken.’ De politierechter mag maximaal 12 maanden gevangenisstraf opleggen, vindt u dan ook dat de politierechter minder is dan andere rechters? ‘Nee, zeker niet. De wereld van de politierechter is een verborgen wereld waar weinig over wordt geschreven, terwijl er gigantisch veel verschillende zaken voorbij komen. Daarnaast draaien ook de zeer ervaren rechters die normaal de grote strafzaken doen mee als politierechter. Politierechters zijn net zulke professionals als de rechters van de meervoudige kamer en niet per definitie de jongeren van de rechterlijke macht.’

Nemen verdachten vaak een advocaat mee naar deze zaken? ‘De keren dat ik aanwezig was, was er de helft van de tijd een advocaat bij. Ik zou de verdachten adviseren om geen advocaat mee te nemen naar deze zaken, want er zitten een paar vreselijk slechte advocaten tussen die alleen maar hun toevoeging komen incasseren en waarvan je het pleidooi al van mijlenver aan ziet komen. Mijn ervaring is dat als je als verdachte zelf je verhaal doet, de politierechter dit ook veel leuker vindt en ook meer begrip voor je zal hebben.’ Denkt u dat de zaken van de politierechter in Amsterdam leuker zijn dan ergens anders in het land? ‘Nee, dat hoeft niet per se. Bij de politierechter gaat het niet om de zwaarte van de straf of de omvang van de zaak, want het zijn toch vrijwel allemaal kleine zaken. Hoe de verdachte omgaat met de zaak is meer van belang, aangezien hij het vaak leuk kan maken. Dit kan natuurlijk net zo goed in Assen als in Amsterdam.’

nummer 39

|

jaargang 22


CARRIÈRE

Is dit dan ook het leukste wat u in uw carrière gedaan heeft? ‘Ik heb eerder veel zware criminaliteit gedaan, zoals de zaak Holleeder en Endstra. Dat was niet per se leuker, maar dit is wel veel kleiner en gevarieerder. Bij de zwaardere criminaliteit gaat het vaak alleen om de vraag wie heeft wie doodgeschoten, terwijl bij de politierechter alle denkbare delicten voorbij komen.’

39

Heeft de onderwereld wel geprobeerd om vriendschappen te sluiten met u? ‘Sommigen wel, sommigen niet. De verhoudingen waren al snel verstoord als ik eenmvaal over hen geschreven had, haha. Anderen hebben het wel eens geprobeerd, maar dat moet je altijd op afstand weten te houden.’ Bent u weleens bedreigd? ‘Jawel.’ Wat deed dat dan met u en uw familie? ‘Dan schrik je. Je moet je familie niet altijd vertellen wat er speelt, maar soms is het wel noodzakelijk. Justitie geeft ook niet altijd de beste of juiste informatie in het kader van een onderzoek, maar het is vooralsnog altijd goed afgelopen in Nederland.’

Fotograaf: Ivo van der Bent

U heeft vaak geschreven over de onderwereld. Peter R. de Vries heeft daar vriendschappen aan overgehouden, u ook? ‘Dat moet je niet doen, dat kan je als misdaadjournalist niet maken. Je moet redeneren vanuit zo’n crimineel: waarom zou hij vrienden met je willen worden? Waarschijnlijk om de controle te houden over jou. De echte onderwereld wil niet in de schijnwerpers komen, want dat is alleen maar schadelijk. Heel veel journalisten vinden het bijzonder interessant om vrienden te zijn met de onderwereld, maar het probleem is dat alles wat je te horen krijgt je niet meer straffeloos op kan schrijven. Het is onmogelijk om dan toch iets te publiceren wat de onderwereld liever niet heeft.’

Hoe lang zou u nog door willen blijven gaan met het schrijven over de politierechter? ‘Op een gegeven moment zal iemand anders het moeten doen, dat zal misschien ook beter zijn. Als stadskrant vind ik zeker dat je er over moet schrijven. Maar ik heb er zeker nog plezier in.’ En als laatste, wie is uw journalistieke held? ‘In het kader van de journalistiek is dat Johan Luger. Hij heeft een beetje een dubieus verleden en is ook een beetje fout geweest in de oorlog, maar hij was de eerste journalist die is gaan schrijven over de politierechter. Ook al was hij later een beetje fout, hij heeft wel de politierechterverslaggeving op de kaart gezet.’

‘Ik zou verdachten adviseren om geen advocaat mee te nemen’


NB

40

nummer 39

|

jaargang 22

Profile for JFAS

Nota Bene winter 2015 - Helden  

Nota Bene winter 2015 - Helden  

Advertisement