__MAIN_TEXT__

Page 1

NOTA BENE Revolutie nummer 34 oktober 2013 jaargang 20


Fotograaf: Marie Cécile Thijs

Z

mr. , de masterclass van Pels Rijcken Tijdens onze masterclass gaat het er vaak stevig aan toe. De zaak die je krijgt is dan ook, op z’n zachtst gezegd, een uitdaging. Samen met je team moet jij de overwinning behalen voor je cliënt. Wat zijn de feiten, waar liggen de valkuilen? Geen praatjes, maar inhoud. Geen gestotter, maar een bulletproof pleidooi. Daag jezelf uit. Meld je aan voor de masterclass mr. Z op 27, 28 en 29 november 2013. Ga naar www.pelsrijcken.nl/jongemeesters of scan de QR-code. Tot zo. Pels Rijcken Bron van inzicht

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen


HOOFDREDACTIONEEL

Of je tijdens de vele geschiedenislessen hebt opgelet of niet, iedereen kent de Franse Revolutie. Terwijl Marie-Antoinette in de veronderstelling was dat de burgerij zich macarons van rozewater met een vulling van witte chocolade kon veroorloven, werd na jaren onderdrukking begonnen aan deze grootse omwenteling. Omdat deze politieke ommezwaai van ‘onder’ werd bewerkstelligd, werkte deze meteen door in de samenleving. Helaas – met de kennis van nu – minder vloeiend dan verwacht. Meer dan twee eeuwen later vormt deze revolutie echter nog steeds de leidraad van de westerse wereld. Het was de bloembol van onze constitutie en thans ons rechtssysteem, en er kan van groei worden gesproken. Landen ten zuiden van onze pittoreske natie, binnen maar vooral buiten de uniegrenzen, kunnen daar – onbewust – hun vingers bij aflikken. Uiteraard nog steeds met haar imperfecties, maar lopend door de bibliotheek van het Rijksmuseum realiseer je je dat we hebben geleerd van vroeger. Laten wij dat voortzetten, en hopelijk kunnen wij dan over niet al te lange tijd genieten van een volledig tot bloei gekomen rechtstaat. Dit houdt in dat men met een toekomstbeeld in het achterhoofd wijzigingen moet blijven doorvoeren. Uw redactie heeft er daarom voor gekozen de Nota Bene in een nieuw jasje te steken. Daarnaast is er inhoudelijk ook het een en ander gewijzigd, met het idee om ons meer te richten op de (rechten)student in plaats van het recht in zijn algemeenheid. Hopelijk leidt dit tot een glimlach bij de lezer, want in alle nederigheid, daar doen wij het uiteindelijk allemaal voor. Ik wens u namens de gehele redactie veel leesplezier toe!

Rogier van der Wolk Commissaris Media 2013-2014

3


JFAS-ACTIVITEITEN 2013

Colofon De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en verschijnt vier maal per jaar. Hoofdredactie Rogier van der Wolk

31 oktober: Bezoek Gerechtshof Amsterdam 4

7 november: JFAS Novemberborrel 8 november: Recruitmentdiner Boekel De Nerée 28 november: In-housedag Rabobank Extra informatie komt op www.jfas.com te staan. Vragen kunt u mailen naar intern@ jfas.com dan wel extern@jfas.com.

Volg de Nota Bene ook via Facebook: Like onze pagina ‘Studievereniging JFAS’ Wil je de Nota Bene digitaal lezen? Houd Google Play en iTunes in de gaten, want binnenkort verschijnt hierop de Nota Bene App. (alleen geschikt voor tablets, geen smartphones)

NB

Eindredactie Laura Aalders Redactie Aleida van Dijk Bastiaan Loopstra Daniëlle Sinnige Inger Bults Mick Creusen

Salima Guettache Tahmina Faez Tarek Hiemstra Vincent de Haan

Fotografie Rebecca Vermeulen Overige bijdrage Annika van Beek Elisabeth Holthuizen Daan van Schaik Juliette Fluttert - Boekel de Nerée Sharieffa Jbiri Tim Vis - Spong Advocaten Adverteerders Houthoff Buruma Kluwer Loyens & Loeff Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn Sponsorexploitatie Daan van Schaik & Rogier van der Wolk Vormgeving Willem Don, willemdon.nl Drukkerij Grafiplan Nederland B.V. te Grootebroek JFAS Bestuur Daan van Schaik – Voorzitter voorzitter@jfas.com Djariah van Gijen – Vice-voorzitter vvz@jfas.com David de Groot – Penningmeester penningmeester@jfas.com Rebecca Vermeulen - Secretaris secretaris@jfas.com Rozemarijn Claessen – Commissaris intern intern@jfas.com Sam van Zwam – Commissaris extern extern@jfas.com Rogier van der Wolk – Commissaris media media@jfas.com Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A2.04 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 Email: voorzitter@jfas.com Internet: www.jfas.com Met dank aan Alle bestuursleden en sponsoren die deze Nota Bene hebben gemaakt. De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@jfas. com. Heb je de Nota Bene niet ontvangen of zijn je adresgegevens gewijzigd? Mail dan naar secretaris@jfas.com.

#34 - ‘13


INHOUD

18

Vernieuwingen binnen de advocatuur

37 20 24

Na(ast) je studie: I-Object

Ik kijk liever het Fons omnis filmpje publici privatique iuris

PRELUDIUM

ACTUALITEIT

VERDIEPING

6 Alleen vloeibare kopstootjes

12 Speelgoedzaak: Nieuwe ontwikkelingen in de kopieerkostenzaak

24 Fons omnis publici privatique iuris

7 De redactie Whatsapp 9 Een woord van het oud-bestuur 10 Het nieuwe bestuur stelt zich voor

14 Hey Putin... 16 BitTorrent: een revolutionaire technologie 18 Vernieuwingen binnen de advocatuur 20 Ik kijk liever het filmpje

CARRIERE NA(AST) JE STUDIE 35 Studeren in Gent 37 I-Object 38 Juliette over haar stage bij Boekel de Neree 40 Tim over zijn werk bij Spong

& VERDER 32 Fotopagina eerstejaarsborrel 33 Turkse ‘rebellen’ Opinie 34 De keerzijde van de revolutie Opinie 42 Fotopagina constitutieborrel 43 Juridische quiz

26 Debat tussen dader en slachtoffer? 30 Het huis van Thorbecke

5


6

Alleen vloeibare kopstootjes Er zijn niet-Amsterdammers die hun hele rechtenstudie aan de Poort doen, maar niet weten wat, laat staan waar, de Stopera is… Dit is bijzonder jammer aangezien juist de Faculteit der Rechtsgeleerdheid zich in een prachtig stukje Amsterdam bevindt. Vandaar dat wij dit jaar in elke editie gaan proberen een leuke, dan wel bijzondere, locatie aan de man te brengen. De student weet dan waar hij zijn moet, terwijl de redactie een smoes voor een leuk(e) uitje cq. redactievergadering heeft... NB

D

e primeur was voor Café Stevens, een prachtig stulpje aan de Nieuwmarkt - helaas niet weggelegd voor de heer Hari. Zoals bekend bevindt het plein zich op loopafstand van ons aller Oudemanhuispoort. In het café kun je je volledig terugtrekken uit de drukte van het centrum. Het houten interieur brengt rust en gezelligheid met zich mee, en de indeling biedt een heel spectrum aan belevenissen; van lounge, tot gezellig barhangen, en zelfs (zakelijk) dineren. Wij kozen verstandig voor het laatste, en trokken ons achterin het café terug, waar een heuse stamtafel voor ons klaarstond. Voor zeer schappelijke prijzen, vooral de bittergarnituur, hebben wij een uur lang prima kunnen brainstormen, gevolgd door een borrel van twee uur. Echt een aanrader dus, vooral in de avonduren. Maar wees op tijd, het kan weleens erg druk zijn!

#34 - ‘13


Hello allemaal! Ik ben eruit: het thema voor de eerste NB wordt ‘Revolutie!’ Kunnen jullie daar iets mee?

16:02

Aleida van Dijk: Bij revolutie denk ik toch vooral aan bloed. En aan een koning onder de guillotine. En aan Marie-Antoinette die achterin de tuinen van het paleis van Versailles in een nepdorpje koeien melkt en geparfumeerde schapen hoedt. Maar dat heeft dan weer niet direct met revolutie te maken

16:04

Laura Aalders: Ik moet denken aan een eigen omwenteling. Ik weet nog goed dat ik als kind vaak naar cassettebandjes luisterde en voor mijn negende verjaardag de CD(!) van de A*teens had gevraagd aan mijn ouders (dat slappe aftreksel van ABBA). Zowaar kreeg ik mijn allereerste CD op een druilerige middag, 9 januari 1999. Ik heb er de hele dag naar geluisterd tot ongenoegen van mijn ouders, maar ik voelde me heel groot.

16:07

Bastiaan Loopstra: Het was voor mij een revolutionair moment om met mijn studie Economie te stoppen. Ik vond het een matig interessante studie, en kreeg naarmate ik langer studeerde, steeds minder zin in een baan in het vak. Wat een opluchting om weg te zijn!

16:08

Mick Creusen: Het beginnen met vechtsport heeft voor mij een aantal revolutionaire veranderingen teweeg gebracht. Zowel mentaal als fysiek ben ik er meteen sterk van geworden. Daarnaast heb ik er een nieuwe passie en geweldige ervaring bij.

16:12

Salima Guettache: Deze zomer vertrok ik naar Istanbul en hoopte ik stiekem met mijn Turkse vriendinnen mee te kunnen demonstreren. Echter, van betogingen was geen sprake meer. Het bekende Taksimplein, waar een paar maanden geleden demonstranten tot bloedens toe werden aangevallen door de politie, bleek nu juist een leuke, sfeervolle plek. In plaats van geweerschoten en traangaskanonnen namen feestelijke muziek en lachende toeristen de overhand. Geen revolutie voor mij dus. Maar ach, een feestje is toch veel leuker!

16:14

Vincent de Haan: Mmm, revolutie. Zal ik anders het verhaal vertellen van hoe ik bij Rechten terecht kwam?

16:15

Aleida, Bastiaan, Laura, Mick en Salima hebben het gesprek verlaten

Eeh.. maak er maar een stukje van, ik moet nu hard aan de studie.

16:18


Hoezo eenzaam aan de top? Je hebt 1600 collega’s. 8

Van Parijs tot Singapore, van Londen tot New York. In vrijwel elke wereldstad en in elk financieel centrum staat een kantoor van Loyens & Loeff. En in elk van die kantoren werken de beste professionals elke dag keihard om Loyens & Loeff aan de top te houden. Wereldwijd zo’n 1600. En we willen er graag nog een paar bij. Zin in een uitdaging? Meld je dan nu aan via www.loyensloeffacademy.com AC A D E M Y

NB

#34 - ‘13


PRELUDIUM

Een woord van het oud-bestuur

I

1 juni 2012. Onder diverse voorwendselen (gewoon gezellig een drankje doen, relatieproblemen enzovoorts) werden zeven JFAS-leden naar diverse bars in Amsterdam toe gelokt. “Mag ik even iets op je telefoon opzoeken?” en weg waren onze toestellen.

n de ruil daarvoor kregen we een envelop, een alcoholische versnapering en een euforisch gevoel terug; het moge duidelijk zijn: wij zouden – na de goedkeuring van de ALV – het nieuwe JFAS bestuur mogen vormen. Een speurtocht en heel wat versnaperingen later hadden we kennis met elkaar gemaakt en op 3 juli 2012 begon dan officieel het jaar waarbij wij de eer kregen om de JFAS één jaar lang naar een nóg hoger niveau te tillen. Het voelt als een eeuwigheid geleden. Daar sta je dan, aan het begin van je bestuursjaar. Je hebt er veel over gehoord en veel over gelezen – uiteraard via de Nota Bene – maar hoe begin je zo’n jaar? Het antwoord ligt voor de hand: met een enorme knal! Wat wilden wij voor de JFAS betekenen? Na veel te hebben vergaderd, kwam onze visie naar voren: we wilden de organisatie professionaliseren, de relaties met onze sponsoren verbeteren en de inhoudelijke activiteiten vermeerderen en uitbreiden. Ruim een jaar later kijk ik met zeer veel tevredenheid terug. Want wat een jaar was het! Na de

boekenverkoop – die zoals altijd het uiterste vergt van de bestuurs- en commissieleden – begon de eerste activiteit al in de eerste collegeweek: het verkiezingsdebat tussen VVD & PvdA. Het moge blijken: we namen onze voornemens serieus. En hier bleef het natuurlijk niet bij. Naast de gebruikelijke inhoudelijke activiteiten – waaronder bezoeken aan de rechtbank en tentamentrainingen – heeft er een scala aan nieuwe activiteiten plaatsgevonden. Het recruitmentdiner, het bezoek aan het hoofdkantoor van de Rabobank, de FNV masterclass onderhandelen, de pleitworkshop en het bezoek aan het Europees Parlement zijn maar een paar van de vele (nieuwe) activiteiten die dit jaar zijn neergezet. Ook op het sociale vlak bleven we niet achter. JFAS blijft ten slotte een vereniging waarbij het sociale aspect van niet ondergeschikt belang is. De vele borrels, het kerstgala, het eindfeest en de reizen naar Berlijn, Edinburgh en Kaapstad en Stellenbosch waren dan ook een uitermate succes waar velen hopelijk nog lang over door zullen praten. Ook op dit gebied

wilden we dan ook vernieuwend zijn en onder andere speeddaten, de pubquiz en de borrel met de studenten uit Zweden mochten we toevoegen aan onze grote lijst met activiteiten. Zo terugblikkend mag ik denk ik namens het volledige JFAS bestuur 2012 – 2013 spreken wanneer ik zeg dat het een fantastisch jaar is geweest. Een jaar waarin we enorm veel hebben geleerd, allemaal zijn gegroeid en hopen dat we jullie als leden hebben geboden wat jullie zoeken bij een studievereniging als de JFAS. We hebben de JFAS naar ons beste kunnen vertegenwoordigd en bedanken alle leden die daaraan hebben bijgedragen. Zonder jullie hadden we het niet gekund! Afsluitend rest mij nog mijn bestuursleden te bedanken voor hun enorme inzet waardoor het zo’n mooi jaar is geworden. Ze hebben me meerdere malen verrast met hun creativiteit en hebben dit jaar tot een jaar gemaakt dat ik in ieder geval niet snel zal vergeten. Ook wens ik bij dezen de nieuwe bestuursleden namens ons allen een fantastisch jaar toe. Wij dragen vol vertrouwen het stokje aan hen over. Iedereen succes met aankomend collegejaar en bedankt voor alles! Groet, Annika van Beek Voorzitter JFAS 2012 -2013

9


10

Het nieuwe bestuur stelt zich voor Beste leden, aan mij de mooie taak als voorzitter om jullie voor te mogen stellen aan het 103e bestuur van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten. Deze zeven zeer gemotiveerde en getalenteerde studenten zullen ervoor gaan zorgen dat het collegejaar 2013 – 2014 er één wordt om nooit te vergeten.

O

p het moment van schrijven zijn we als bestuur al ruim twee maanden bezig en hebben de meesten van ons een zomervakantie achter de rug die een stuk minder vrije tijd bood dan in voorgaande jaren het geval was. Zo liggen de boekenverkoop en constitutieborrel inmiddels achter ons, zijn de meeste gesprekken met de sponsoren van onze vereniging reeds gevoerd en zijn de voorbereidingen voor de jaarlijkse eerstejaarsreis naar Berlijn vrijwel voltooid. Dit is echter slechts het topje van de ijsberg, ook de rest van het jaar zal het bestuur zich keihard in blijven zetten om zoveel mogelijk mooie activiteiten te organiseren. Hieronder volgt een kleine kennismaking met de zeven personen die dit allemaal mogelijk zullen maken. Secretaris Dit jaar zal de rol van secretaris vervuld worden door Rebecca Vermeulen. Rebecca is afkomstig uit Utrecht en zal dit jaar proberen verder te gaan met de klus waar haar voorganger Kimo Smits vorig jaar mee is gestart: het ordenen en beheren van het almaar groeiende ledenbestand. Daarnaast is Rebecca verantwoordelijk voor de almanak en het notuleren tijdens de bestuursvergaderingen. Deze taak mag gezien het soms chaotische karakter van deze avonden zeker niet onderschat worden. Naast haar bestuurstaken volgt Rebeca dit jaar de minor Rechten van het kind en hoopt zij haar bachelor hiermee tot een goed einde te brengen. Penningmeester De financiën zijn voor elk natuurlijk persoon en rechtspersoon van groot belang, maar bij een vereniging met de omvang van de JFAS is het extra belangrijk om de kasstromen bij te houden en in goede banen te leiden. Gelukkig hebben wij dit jaar een

NB

zeer geschikte persoon voor deze taak weten te vinden. David de Groot komt uit Gouda en zal er dit jaar voor zorgen dat de debiteuren van de JFAS op tijd hun rekeningen betalen, zal de rekeningen van de JFAS voldoen en zal tevens de Btwaangifte op zich nemen. Deze taken zullen dankzij zijn studie Fiscaal recht gelukkig geen enkel probleem voor hem zijn. Naast deze kerntaken zal David gedurende het jaar ook een oogje op de financiële positie van de JFAS houden, wat onder andere betekent dat hij ervoor zal zorgen dat de rekening op de maandelijkse borrel op tijd gesloten wordt.. Commissaris media De vier edities van het prachtige tijdschrift dat je op dit moment aan het lezen bent worden dit jaar gemaakt onder leiding van Rogier van der Wolk. De Amsterdamse maar Haags geschoolde Rogier is voor trouwe lezers van de Nota Bene geen onbekende, hij schrijft immers al enkele jaren de nodige artikelen voor ons blad. Dit jaar zal hij als commissaris media dus onder andere de functie van hoofdredacteur bekleden. Hiernaast is Rogier verantwoordelijk voor het Nederlands van zijn medebestuursleden, de website en social media van de JFAS. Wat betreft studiegebied is Rogier op dit moment bezig met het derde jaar van zijn bachelor Rechtsgeleerdheid en Fiscaal recht. Commissaris intern Rozemarijn Claessen is dit jaar de verantwoordelijke persoon voor de vele interne activiteiten die de JFAS organiseert. Zo vallen de maandelijkse borrels in de Heeren van Aemstel, het kerstgala en het eindfeest allemaal binnen haar takenpakket. Ook de eerstejaarsreis naar Berlijn, de bachelor- en masterreis (naar op dit moment nog even geheime bestemmingen) zullen dit jaar door Roos en haar diverse commissies worden verzorgd. #34 - ‘13


PRELUDIUM Alsof dit allemaal nog niet druk genoeg was is Roos dit jaar ook begonnen aan haar master Commerciële rechtspraktijk. Commissaris extern Naast een hoop eigen activiteiten organiseert de JFAS elk jaar ook een hoop evenementen in samenwerking met diverse externe partijen. Hierbij moet je denken aan de diverse kantoorbezoeken, tentamentrainingen en grote projecten als The Acquisition en de Themaronde. Sam van Zwam is de persoon die al deze evenementen dit jaar in goede banen zal gaan leiden. Sam is het jonkie van het bestuur en is tevens het enige bestuurslid dat al zijn hele leven in Amsterdam woont. Naast de hiervoor genoemde activiteiten heeft Sam voor komend jaar een hoop nieuwe dingen bedacht waarover we binnenkort meer uit de doeken kunnen doen. Sam zit op dit moment in het derde jaar van zijn bachelor Rechtsgeleerdheid. Vice-voorzitter De meesten van jullie zijn haar waarschijnlijk al tegengekomen bij de boekenverkoop van het eerste semester: Djariah van Gijen leefde namelijk twee weken lang in de kelder van de Oudemanhuispoort. Ondanks de onvermijdelijke problemen met drukkers en leveranciers heeft onze Limburgse topper deze monsterklus tot een goed einde weten te brengen. Dit betekent echter niet dat het meeste werk er voor haar al opzit: ook in het tweede semester zal de JFAS een boekenverkoop organiseren. Djariah zal tevens de voorzitter ondersteunen en vervangen wanneer nodig. Ook zal zij dit jaar proberen nog de nodige punten bijeen te sprokkelen voor haar studie Notarieel recht.

Kort nieuwsbericht

Reactie op ontvreemding pedelstok

Voorzitter Tot slot iets over ondergetekende. Mijn naam is Daan van Schaik en ik zal dit jaar de rol van voorzitter vervullen. Op de JFAS constitutieborrel van 12 Dit houdt onder andere september jl. is de pedelstok ontin dat ik verantwoordelijk vreemd door personen gekleed als ben voor de acquisitie en burger. Inmiddels is de actie opgeëist het contact onderhoud door de Algemene Studenten Verenimet onze diverse ging Amsterdam, beter bekend als sponsoren en de UvA zelf. de ASVA. Een interne bron binnen Daarnaast ben ik samen het bestuur laat weten dat “de JFAS met de vice-voorzitter geenszins van plan is te onderhandeverantwoordelijk voor het len met onfatsoenlijk geklede activisbepalen van het beleid ten”. van de JFAS, zit ik de bestuursvergaderingen voor en ben ik voor alle leden het aanspreekpunt van de vereniging. Net als mijn bestuursgenoten David en Rogier hoop ik dit jaar mijn bachelor Fiscaal recht af te ronden. Tot zover deze beknopte introductie van het 103e bestuur . Voor een betere kennismaking en eventuele vragen en/of opmerkingen zijn alle leden natuurlijk van harte welkom om eens een kopje koffie te komen drinken op de JFAS-kamer (A2.04). We hopen als bestuur het 103e levensjaar van de JFAS het mooiste jaar tot nu toe te maken en zien jullie allen graag terug op een van de vele activiteiten die wij dit jaar zullen organiseren! Daan van Schaik Voorzitter JFAS 2013-2014

11


dzaken: e o g l e e Sp

e w u Nie ikkelingen ontw k a e a d z n in e t s o k r e e i p ko

12

Tekst: Vincent de Haan Foto: Rebecca Vermeulen

S

inds jaar en dag is het een vast ritueel op onze faculteit: het tentamen is afgelegd, het cijfer valt wat tegen, en voordat de kopie wordt opgehaald, worden eerst de zakken leeggeschud op zoek naar kleingeld. De kopie wordt immers niet kosteloos verstrekt en de secretariaten zijn, in tegenstelling tot de snoepautomaten of de koffiecounter, nog immer niet uitgerust met chipknipapparatuur. Deze gang van zaken leek een veilig bezit van de faculteit, maar zoals ik in het vorige nummer van dit blad al beschreven heb, is daar vorig collegejaar verandering in gekomen.

Met de bachelors Wiskunde en Rechtsgeleerdheid op zak is hij nu bezig aan nog twee bachelors (Psychologie en Wijsbegeerte) en rondt hij de masters Staats- & Bestuursrecht en Privaatrecht af. Hij deelt zijn kennis graag als bijlesdocent Bestuursrecht en is niet te beroerd om het rechtsbureau van de ASVA te leiden. De overgebleven agendaruimte gebruikt hij om ons via zijn website vincentleest.nl (wekelijks) op de hoogte te houden van de literaire werken die zijn boekenkast rijk is. Als hij even geen zin heeft om te lezen kijkt hij graag series als Suits en White Collar. Maar niet in de zomer, dan is hij aan de buis gekluisterd om de Tour de France op de voet te volgen onder het genot van een Spa Blauw. Vorig jaar uitgeroepen tot Held van de JFAS en dit jaar, na drie jaren trouwe dienst waarvan één als eindredacteur, wederom gerespecteerd lid van onze redactie. Hij gaat ons dit jaar op de hoogte houden van alle – zoals hij dat noemt – (juridische) speelgoedzaken waar hij zich in zijn vrije tijd(?) mee bezig houdt. Ik heb het natuurlijk over Vincent De Haan!

Toen ik een kopie van mijn tentamen Civiel bewijsrecht wilde ophalen, afgelegd in december 2012, voegde ik aan mijn verzoek de woorden toe: ‘en ik wil er niet voor betalen.’ Hierop werd mij de kopie geweigerd. Bij uitspraak van 8 mei 2013 heeft het College van beroep voor de examens (Cobex) deze weigering aangemerkt als een besluit van de Examencommissie, dit besluit vernietigd, en de Examencommissie opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. De deadline van de vorige Nota Bene lag ergens binnen die termijn, dus hoopvol schreef ik dat ik naar alle verwachting mijn tentamen spoedig in handen zou hebben. Niets bleek echter minder waar. Op de ochtend waarop de termijn zou aflopen, die ik uiteraard met zorg in mijn agenda had aangetekend, toog ik vol goede moed naar het secretariaat Privaatrecht A. Aldaar werd ik met enige verbazing ontvangen. De regeling was zoals die altijd geweest was, en, zo zei de dame aan de balie met enige nukkigheid: ‘jij hebt allerlei

NB

procedures in gang gezet, dus dan moet je niet aan ons vragen hoe het zit.’ Er was dus niets veranderd. Toch zat er binnen vijf minuten na mijn bezoek een e-mail in mijn mailbox: ik moest het maar gaan vragen bij de afdelingsvoorzitter, professor Arthur Salomons. Niet geschoten is altijd mis, dus ik wendde mij tot deze hooggeleerde heer. Hij meldde mij dat er inderdaad een beleidswijziging was geweest: een kopie kostte weliswaar nog steeds 50 cent, maar aan de balie kon het tentamen nu wel worden ingezien en het zou mij niet verhinderd worden het tentamen ter plaatse te fotograferen. Thuis pakte ik de uitspraak van het Cobex er nog eens bij, en daar stond inderdaad niet dat een kopie gratis verstrekt moest worden. #34 - ‘13


ACTUALITEIT

Het enige wat er stond was dat de inzage gratis moest zijn. De nieuwe beleidslijn was dus niet in strijd met de overwegingen uit de uitspraak – maar wel met de geest van die uitspraak, artikel 29 van de Onderwijs- en Examenregeling, de artikelen 3:46 en 7:18 van de Algemene wet bestuursrecht, het gelijkheidsbeginsel, de bepalingen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet openbaarheid van bestuur. Ik stelde dus opnieuw beroep in bij het Cobex, gericht tegen ‘de beslissing van [...] van de examencommissie [...] waarin aan appellant is bekendgemaakt dat hij zijn tentamen kan komen inzien, maar dat hem niet kosteloos een fotokopie ter beschikking wordt gesteld van het door hem gemaakte tentamen.’

13

Wederom klom ik in de pen, schreef een beroepschrift van vier kantjes en verbaasde mij erover waarom de Examencommissie niets van zich liet horen. Ter zitting werd de Examencommissie vertegenwoordigd door een juriste die duidelijk meer de humor in deze zaak zag dan haar voorzitter, die eerder op zitting was verschenen. Mijn eerste vraag ter zitting was, waarom de Examencommissie geen hoger beroep had ingesteld, als zij kennelijk niet tevreden was met de eerdere uitspraak van het Cobex. Het antwoord op die vraag had ik echter zelf kunnen bedenken, als ik de wet beter had gelezen. Alleen de student kan namelijk in hoger beroep bij het College van beroep voor het hoger onderwijs te Den Haag. Vervolgens zijn alle inhoudelijke punten van het beroepschrift besproken, waarvan ik er één in het bijzonder uit wil lichten.

‘de dame aan de balie zei met enige nukkigheid: ‘jij hebt allerlei procedures in gang gezet, dus dan moet je niet aan ons vragen hoe het zit.’

Artikel 29 lid 3 van de Onderwijs- en Examenregeling luidde op dat moment: ‘In geval van een schriftelijk tentamen wordt gedurende zes weken na bekendmaking van de uitslag op verzoek van de student een kopie van het gemaakte tentamen ter beschikking gesteld.’ Dat leek me toch vrij duidelijk. ‘Hoe denkt u daarover?’ vroeg ik de vertegenwoordigster van de Examencommissie. ‘Wel,’ zei ze, ‘ik denk dat bedoeld wordt dat er een kopie gemaakt wordt die je dan aan de balie mag inzien, maar die je niet mee naar huis mag nemen.’ ‘Ohja? Wordt die dan later weer weggegooid?’ Op die vraag moest men het antwoord schuldig blijven. In zijn uitspraak van 26 augustus heeft het Cobex het besluit van de Examencommissie wederom vernietigd en gesteld dat kopieerkosten in beginsel wel mogelijk zijn, mits – kort gezegd – deze ook daadwerkelijk ten goede komen aan het kopiëren, en niet aan een goed doel, zoals nu het geval is. Binnen vier weken zal de Examencommissie inzake mijn tentamen Civiel bewijsrecht dus een nieuw besluit moeten nemen. Helaas zal deze uitspraak geen precedentwerking hebben. De Onderwijs- en Examenregeling is per 1 september 2013 namelijk drastisch gewijzigd, en nu is er wel een – enigszins discutabele – grondslag voor de kopieerkosten te vinden. Ik moet nog beoordelen of die het aanvechten waard is. Dit wordt vervolgd.


Tekst Tahmina Faez

In de lente van dit jaar heeft de Russische antihomowet, die door de Russische Federatieraad en president Vladimir Poetin is aangenomen, heel wat stof doen opwaaien. De wet houdt in dat propaganda van niet-traditionele seksuele relaties onder minderjarigen vanaf heden verboden is.1 Dit betekent dat homoseksuele 14 mannen, lesbische vrouwen, biseksuelen en transgenders (LHTB’s) nog meer onder druk zijn komen te staan in Rusland.

I

n 1993 schafte president Boris Jeltsin het artikel af waarin stond dat homoseksualiteit misdadig en illegaal was. Een stap in de goede richting zou men denken, maar 20 jaar later lijkt deze revolutionaire beslissing van Jeltsin vergeten. Nog steeds staan homoseksuelen in de Russische Federatie onder grote druk vanuit de maatschappij en de staat, en met de nieuwe wet lijkt de situatie alleen maar te verslechteren. Het geweld tegen hen is onmenselijk en hoort niet bij de landen die zich verenigd hebben in de Raad van Europa. De Raad van Europa wil de democratie, de rechtstaat en de mensenrechten in Europa waarborgen, maar Rusland lijkt hier lak aan te hebben wanneer het aankomt op homorechten. Bovendien is het de vraag of Rusland niet in strijd handelt met het EVRM.

‘Bij mijn coming-out had ik alleen mijn ouders waar ik mij zorgen om maakte maar het lijkt me verschrikkelijk om daarnaast te moeten vrezen voor de gehele gemeenschap en de staat’ NB

Hey, Putin... Van kwaad tot erger In gesprek met de uit Rusland afkomstige homoseksuele Sacha spreekt hij zich droevig uit over de ontwikkelingen. ‘Dit is slechts het topje van de ijsberg. De situatie zal alleen nog maar erger worden omdat mensen die tegen homo’s zijn nu de wet achter zich hebben,’ aldus Sacha. Hij vertelt dat hij het in het vrije Nederland al erg moeilijk vond om uit te komen voor zijn geaardheid en erg bang was voor de reactie van zijn ouders. Hij kan het zich daarom ook niet voorstellen hoe de mensen zich in Rusland moeten voelen. Mensen kunnen nu alles gaan interpreteren als homopropaganda, waardoor homo’s makkelijker de wet zouden ‘overtreden’ en dus kunnen worden opgepakt. ‘Ik had alleen mijn ouders waar ik mij zorgen om maakte maar het lijkt me verschrikkelijk om daarnaast te moeten vrezen voor de gehele gemeenschap en de staat.’ Minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans heeft in juni in een brief aan de Kamerleden Sjoerdsma en Dijkstra (D66) gezegd dat hij zich zorgen maakt over de signaalwerking van deze wetgeving.2 De minister denkt dat homofobe personen en organisaties alleen maar gestimuleerd worden in hun overtuigingen tegen homoseksuelen. Het is dan ook de vraag of Rusland in strijd handelt met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De nieuwe wet in Rusland verbiedt propaganda van niet-traditionele seksuele relaties onder minderjarigen. Maar minderjarigen zijn overal. In de supermarkt, in de trein en op de hoek van je straat, je komt ze overal tegen! Dit houdt dus in dat nergens in Rusland propaganda van niet-traditionele relaties gemaakt mag worden. Monddood Is dit dan niet een belemmering van de vrijheid van meningsuiting? Artikel 10 EVRM stelt dat dit recht de vrijheid omvat een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen.3 Mijns inziens maak je propaganda voor waar je voor staat en daar waar je in gelooft. Je mening dus. Afgelopen juli zijn vier Nederlandse mannen gearresteerd in Moermansk. Ze waren een documentaire aan het maken over de gevolgen van de antihomowet in Rusland. De reactie van COC-voorzitter, Tanja Ineke, hierop was: “Door het arresteren en daarmee intimideren #34 - ‘13


ACTUALITEIT

It’s okay to be gay!

15

van buitenlanders die solidair willen zijn met Russische LHBT’s wordt duidelijk dat de antihomowet werkelijk bedoeld is om Russische LHBT’s monddood te maken en internationaal te isoleren.”4 Dit is mede reden om aan te nemen dat eigenlijk het zijn van homo en het opkomen voor homorechten vanaf nu strafbaar is in Rusland. We moeten met angst afwachten hoe deze wet gaat uitpakken voor de Russische LHBT’s. Wat aan het eind van de vorige eeuw begon als een revolutie voor LHBT’s in Rusland, blijkt vandaag de dag een lege bubbel te zijn geweest.

Noten 1 F. Timmermans, Beantwoording vragen van de leden Sjoerdsma en Dijkstra over de anti-homowet in Rusland, 27 juni 2013, http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/06/27/beantwoording-kamervragen-over-de-antihomowet-in-rusland.html 2 F. Timmermans, Beantwoording vragen van het lid Van Dijk over de anti-homowet in Rusland, 13 september 2013, http:// www.rijksoverheid.nl/ministeries/bz/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/09/13/kamerbrief-met-verslag-van-deinformele-raad-algemene-zaken-van-29-30-augustus-2013. html 3 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, wet op de vrijheid van meningsuiting, 04 november 1950, http://wetten.overheid.nl/BWBV0001000/ geldigheidsdatum_15-09-2013#VertalingNL 4 Nederlanders opgepakt in Moermansk vanwege antihomowet, 22 juli 2013, http://www.coc.nl/internationaal/nederlandersopgepakt-in-moermanks-vanwege-antihomowet

‘de anti-homowet is in werkelijkheid bedoeld om Russische LHBT’s monddood te maken en internationaal te isoleren’


BitTorrent: een revolutionaire technologie

16

Tekst: Tarek Hiemstra

Het afgelopen jaar is er door de media veel bericht over het (voort)bestaan van downloadsites. Hoe zijn deze ooit ontstaan en hoe werken ze? Door Tarek Hiemstra

D

e geschiedenis van P2P filesharing In 1999 verscheen er een programma op internet om mp3’s te downloaden, genaamd Napster. De destijds 19-jarige student Shawn Fanning had dit programma in elkaar gezet en korte tijd later was dit het populairste programma op internet. Werkelijk alle muziek was hier te vinden zonder dat er voor betaald hoefde te worden. Mensen die Napster installeerden hadden de mogelijkheid hun eigen muziekcollectie beschikbaar te stellen voor anderen en het programma zorgde er voor dat met behulp van zoekopdrachten van gebruikers deze muziek eenvoudig gevonden kon worden. De muziekindustrie was hier uiteraard niet blij mee en er volgden vele rechtszaken. Napster bood weliswaar zelf geen muziek aan, maar zorgde er wel voor dat alle zoekopdrachten werden verwerkt op een centrale server en dat er een enorme databank van muziek ontstond. Dat was dan ook de reden dat Napster uiteindelijk verboden werd. Voortaan moest je voor Napster betalen, waardoor het voor veel internetters niet meer interessant was. Er kwamen toen varianten als Kazaa, Limewire en Edonkey. Deze programma’s werden zelfs populairder omdat niet alleen muziek werd aangeboden, maar ook andere bestanden zoals films en software gedownload konden worden. Uiteindelijk bleek het ook voor al deze programma’s bijzonder lastig om te blijven bestaan, omdat zodra de centrale server op last van een rechter werd afgesloten, dergelijke ‘filesharing’ programma’s niet meer konden functioneren. BitTorrent In 2001 werd BitTorrent geïntroduceerd en deze technologie kan worden gezien als een revolutie op internet. Het is een protocol dat geen centrale server vereist, maar enkel een torrentprogramma en haar gebruikers.

NB

De centrale server is vervangen door torrentsites. Daar kun je zoeken naar bestanden en als je een bestand wilt downloaden, dan download je het bijbehorende torrentbestand. Dit torrentbestand is zeer klein en zorgt ervoor dat het torrentprogramma weet wat hij moet downloaden en uploaden naar andere gebruikers. Zodra je een dergelijk bestand opent en begint met downloaden ga je ook meteen kleine stukjes van het geheel uploaden naar andere downloaders. Iemand die het bestand al heeft en het beschikbaar stelt aan anderen wordt een ‘seeder’ genoemd en iemand die het bestand aan het dowloaden is wordt een ‘leecher’ genoemd. Hoe meer seeders en leechers een bestand heeft, hoe sneller je het bestand op je eigen computer hebt. The Pirate Bay De bekendste torrentsite is thepiratebay.sx. Deze website staat volgens alexis.com in de top 100 best bezochte sites ter wereld, momenteel op nummer 74.1 De site is zo groot geworden omdat er vrijwel alles op een zeer eenvoudige en overzichtelijke manier te vinden is. Ook halen de oprichters regelmatig de voorkanten van de internationale media met hun ludieke acties. Een voorbeeld hiervan is een geldinzamelingsactie die ze hadden gestart om een boorplatform te kunnen kopen en om daar dan vervolgens een eigen copyright-vrije staat te stichten.2 Het ging uiteindelijk niet door, maar het was een goede stunt. Een andere reden dat The Pirate Bay zo groot is kunnen worden, is omdat het ze steeds lukt om de instanties voor te zijn en daardoor online te blijven. Daarnaast heeft de The Pirate Bay backups in verschillende landen, dus mocht er toch een server door de autoriteiten worden afgesloten, dan kunnen ze eenvoudig verder gaan vanuit een ander land. Begin 2012 kondigden ze aan voortaan geen torrentbestanden meer te gebruiken maar ‘magnetlinks’.3 Het torrentbestand wordt dan van een gebruiker gedownload en niet meer vanaf de site. Het nadeel is dat het downloaden #34 - ‘13


ACTUALITEIT

iets later begint. Echter, de voordelen wegen zwaarder. De site van de The Pirate Bay wordt namelijk sneller, en aangezien er dan alleen linkjes op de site staan, zal een juridische procedure nog lastiger worden.

Wat is de huidige stand van het recht en hoe kun je BitTorrent op een legale manier gebruiken? Op dit moment is het zo dat het in Nederland altijd illegaal is om auteursrechtelijk materiaal te uploaden. Dit geldt dus ook voor het downloaden van games en software. Downloaden van films en muziek voor eigen gebruik is echter wel toegestaan in Nederland. In 2011 kondigde staatssecretaris Fred Teeven aan dat hij ook dit strafbaar wilde maken4, maar eind 2012 nam de kamer een motie van PVDA en D66 aan waardoor dit niet doorging.5 Bij BitTorrent is het echter zo dat als je gaat downloaden je ook automatisch gaat uploaden, wat dus illegaal is. Gelukkig kun je dit voorkomen door de handleiding van het torrentprogramma te raadplegen, zodat je uploaden via het programma kunt uitschakelen. The Pirate Bay is inmiddels niet meer te bezoeken voor de meeste internetters omdat de grote internetproviders verplicht zijn om deze site te blokkeren.6 Aangezien er niet minder gedownload wordt sinds het verbod is het maar de vraag of de blokkade de oplossing is.7 Waarschijnlijk niet, want door ‘piratebayblokkade omzeilen’ te googelen heb je steeds een actuele oplossing. Een kind kan de was doen.

Noten 1 ‘The top 500 sites on the web’, Alexa, http://www.alexa.com/ topsites/global;2 2 ‘Torrentsite wil booreiland kopen’, Dutch Cowboys 17 januari 2007, http://www.dutchcowboys.nl/software/9183 3 Casey Chan, ‘The Pirate Bay Removes All of Its Torrent Links’, Gizmodo 28 februari 2012, http://gizmodo.com/5889119/thepirate-bay-removes-torrent-links 4 ‘Illegaal downloaden wordt echt illegaal’, NOS 11 april 2011, http://nos.nl/artikel/232279-illegaal-downloaden-wordt-echtillegaal.html 5 ‘Definitief geen downloadverbod’ NOS 20 december 2012, http://nos.nl/artikel/454024-definitief-geen-downloadverbod. html 6 Rechtbank ’s-Gravenhage 11 januari 2012, LJN BV0549 7 Collin van Hoek, ‘Blokkade Pirate Bay zinloos’ NU.nl 22 augustus 2013, http://www.nu.nl/tech/3556546/blokkadepirate-bay-zinloos.html

‘De grote internetproviders zijn inmiddels verplicht om The Pirate Bay website te blokkeren. Maar sinds het verbod wordt er niet minder gedownload...’

17


Vernieuwingen binnen de advocatuur Tekst: Aleida van Dijk

De advocatuur staat niet bepaald bekend als vernieuwend. Door toenemende concurrentie, steeds mondigere cliënten en druk op de tarieven zijn advocatenkantoren echter genoodzaakt kritisch te kijken naar hun dienstverlening, organisatiestructuur en tarieven. Het leveren van kwalitatief hoogstaand juridisch werk staat voorop, maar daarnaast gebruiken kantoren andere (nieuwe) mogelijkheden om zich te onderscheiden. In dit artikel zullen we enkele recente vernieuwingen binnen de advocatuur bespreken.

18

H

oewel maatschappelijk verantwoord ondernemen inmiddels niet echt nieuw meer is, gebruiken veel kantoren het nog steeds om zich te onderscheiden. Dit wordt onder meer veel gedaan door Zuidaskantoren, die hier op verschillende manieren invulling aan geven. Loyens & Loeff doet bijvoorbeeld pro bono-werk voor verschillende maatschappelijke instellingen en neemt maatregelen om het energie- en papierverbruik binnen het kantoor terug te dringen. Een ander voorbeeld is het ‘Georgia Law Project’ van De Brauw Blackstone Westbroek, waarbij advocaten van het kantoor gratis juridische training, scholing en advies geven in Georgië. Andere projecten waar grote kantoren zich voor inzetten zijn onder meer het bijscholen van jongeren uit Nederlandse achterstandswijken (NautaDutilh) en het begeleiden van daklozen (Freshfields Bruckhaus Deringer). Het nieuwe kantoor bureau Brandeis is op een heel andere manier maatschappelijk betrokken. Bij dit kantoor staat de procesvoering centraal en worden alleen maatschappelijk relevante zaken behandeld. Medeoprichter Christiaan Alberdingk Thijm wil op deze manier een bijdrage leveren aan de maatschappij: “Het voeren van procedures kan een breekijzer zijn voor maatschappelijk verbetering.” Hij probeert ook op nieuwe manieren invloed uit te oefenen op wetgeving. Zo is hij onlangs met een vertegenwoordiger van Netflix naar de Tweede Kamer geweest om daar het belang van netneutraliteit voor zijn cliënte te onderstrepen. Zelf is Alberdingk Thijm ook voorstander van het open internet, wat past in zijn vernieuwende benadering van de advocatuur. Waar advocaten er van oudsher om bekend staan dat zij – los van hun eigen opvattingen – alle belangen verdedigen die zich aandienen, behandelt Alberdingk Thijm alleen die zaken waar hij zelf in gelooft: “Ik denk dat een advocaat de belangen van zijn cliënt beter kan behartigen wanneer hij er zelf echt achter staat.” De cliënt is in de advocatuur meer centraal komen te staan. Advocatenkantoren worden hierdoor geconfronteerd met hogere eisen op het gebied van dienstverlening en kostenbeperking.

NB

Een aantal advocaten is brede dienstverlener geworden. Deze advocaten verdiepen zich in het werkveld van hun cliënten en denken ook mee wanneer er geen procedure speelt. Zo kan de advocaat inspelen op te verwachten juridische ontwikkelingen die relevant zijn voor dat vakgebied. Bij brede dienstverlening door advocaten valt verder te denken aan het – naast de kerntaak – verrichten van juridisch eenvoudiger werk, zodat de klant voor dat specifieke onderdeel niet op zoek hoeft naar een andere juridische dienstverlener. Het verbeteren van de organisatiestructuur kan de flexibiliteit van kantoren vergroten en de besluitvorming versnellen, waardoor de kosten lager uitvallen. Met enige regelmaat wordt de vraag opgeworpen of de partnerstructuur wel de optimale bestuursvorm is voor grote kantoren. Bij veel kantoren worden bevoegdheden overgedragen aan de directie om snellere besluitvorming mogelijk te maken. Recentelijk zijn bij Irwin Mitchell in Engeland professionele bestuurders, waaronder de HR-directeur, op

‘Met enige regelmaat wordt de vraag opgeworpen of de partnerstructuur wel de optimale bestuursvorm is voor grote kantoren’ #34 - ‘13


ACTUALITEIT

hiërarchisch gelijke hoogte als de partners komen te staan. Met deze nieuwe organisatiestructuur hoopt het kantoor de organisatie efficiënter te maken en de dienstverlening te verbeteren. Een aantal kleinere kantoren werken met een flexibele schil. Deze kantoren werken met freelancers, zodat zij snel kunnen op- en afschalen wanneer het aantal orders verandert. Advocaten werken doorgaans weinig in teamverband. Een gemiste kans, want door goed samenwerken kan een optimaal resultaat worden behaald tegen lagere kosten. Inmiddels zijn er kantoren die het werken in teamverband bevorderen. Een andere manier om de kosten te drukken is het op een slimme manier gebruik maken van technologie binnen het kantoor. Zo draait bureau Brandeis – volgens Alberdingk Thijm als eerste kantoor van Nederland – volledig op Google Apps. Vergeleken met andere sectoren loopt de advocatuur behoorlijk achter als het gaat om alternatieve prijsafspraken. Hoewel het op uurbasis factureren nog steeds de norm is, zijn alternatieve prijsafspraken aan een opmars bezig. Cliënten willen hun kosten beperken en bij voorkeur vooraf weten wat de juridische dienstverlening gaat kosten. De flat fee, waarbij vooraf een vaste prijs wordt afgesproken voor een bepaalde dienst, wordt inmiddels veel toegepast. Ook de capped fee, waarbij een minimum- en maximumprijs worden afgesproken, en de blended rate, waarbij de cliënt het gemiddelde uurtarief van de advocaten binnen een kantoor betaalt, worden veel gebruikt. Een andere mogelijkheid is het maken van winstafspraken, waarbij het uurtarief afhangt van de uitkomst van de zaak. De advocatuur mag dan niet voorop lopen op het gebied van innovatie, vernieuwingen zijn er wel degelijk. De cliënt is meer centraal komen te staan, alternatieve prijsafspraken worden in toenemende mate gebruikt en organisatiestructuren worden verbeterd. Het lijkt aannemelijk dat de echte nieuwe ideeën en werkwijzen binnen de advocatuur te vinden zijn bij nieuwe, kleinere kantoren zoals bureau Brandeis. Met dank aan Christiaan Alberdingk Thijm.

Bronnen ‘Advocatuur & Strategische communicatie’, DartGroup en Jurist in communicatie, mei 2013: https://www.recht.nl/nieuws/ nondeclarabel/108517/onrust-in-advocatuur-10-trends ‘Bedrijfsmodel advocatuur langzaam aan vernieuwing toe’, ING Economisch Bureau, Sectorvisie advocatenkantoren, 11-04-2012: http://www.ing.nl/Images/ING-Bedrijfsmodeladvocatuur-langzaam-aan-vernieuwing-toeapril2012_tcm7109553.pdf ‘Uurtje-factuurtje is en blijft hardnekkig’, Advocatie.nl, 2-92013: http://www.advocatie.nl/uurtje-factuurtje-en-blijft-hardnekkig

‘Hoewel het op uurbasis factureren nog steeds de norm is, zijn alternatieve prijsafspraken aan een opmars bezig’

19


Ik kijk liever het filmpje een tentamen online dat iedere student vanuit huis maken. De volledige studeer-ervaring dus, Is er een revolutie gaande in het universitair(e) kan maar dan zonder de faculteit ooit te zien. onderwijs? Als ik in mijn agenda kijk, zie Verantwoordelijk UvA-docent Rutger de Graaf is enthousiast over het project. 17.745 menik nog steeds het bekende stramien van razend sen hebben ondertussen de eerste video van de wekelijks één hoorcollege, één werkgroep en MOOC bekeken, 5.467 mensen hadden zich onliingeschreven en van hen waren er 3.424 daadéén responsiecollege per vak, waarbij fysieke ne werkelijk actief op het forum en door de toetsen te aanwezigheid in de werkgroep verplicht is. De maken. “Mensen vonden het fijn dat ze het in hun tijd konden doen, en dat het vrijblijvend was. hoorcolleges kan ik echter op ieder moment thuis vrije Ook zonder dat ze tentamen deden, vonden ze het terugkijken, iets waarvan een student dertig jaar leuk om iets mee te krijgen van de studie.” Want wat deze cursus ook onderscheidt van het klasgeleden alleen maar kon dromen. sieke onderwijs, is dat er aan het eind geen ECTS uitgedeeld worden. Er waren geen mogelijkheden oe is dat zo gekomen? Collegezalen raakten vol, om te controleren of men daadwerkelijk zelf achter de computer daar begon het mee. In afwachting van een gro- zat toen het tentamen gemaakt werd. “Het idee van een MOOC is tere locatie werden er daarom voor ieder hoorcol- dat hij gratis is. We kunnen wel controles opzetten, maar dan zou lege voortaan twee zalen geboekt, één met een daarvoor betaald moeten worden,” aldus De Graaf. “We zouden projectiescherm waarop een live opname van het mensen ook kunnen laten betalen voor het maken van het tencollege te zien was. En deze opname werd al snel, omdat hij toch tamen, terwijl het college gratis blijft. Dat zou later nog kunnen, voorhanden was, via blackboard toegankelijk gemaakt voor stu- maar dan is het geen MOOC meer.” denten. Daarna ging het snel. De leerstoelgroep Goederenrecht Wat was dan het belang van de UvA om dit project op te zetten? geeft nog aan dat het aanbieden van colleges via blackboard een “extra service” is, waaraan geen rechten kunnen worden ontleend, maar het is de vraag hoe lang dat zo blijft. Studenten plannen hun activiteiten steeds meer om verplichte werkgroepen heen, en gaan ervan uit dat de hoorcolleges op ieder moment teruggekeken kunnen worden. Studiestof hoort zich tegenwoordig aan de student aan te passen, in plaats van andersom. Hoe speelt de Universiteit van Amsterdam (UvA) op dit verwachtingspatroon in? Tekst: Bastiaan Loopstra

20

H

MOOC mee! De UvA lijkt niet van plan het klassieke onderwijsmodel – face-toface interactie tussen studenten en docent – fundamenteel om te gooien. De fysieke ontmoetingsplek die de universiteit is, moet de basis blijven van alle kennisuitwisseling. Zo voelt de student een sterkere band met de universiteit, want: het wordt sneller ‘persoonlijk’, op een positieve manier. Niettemin onderneemt de universiteit verschillende projecten om haar onderwijs bij de tijd en toegankelijk te maken. Één van de meest sprekende voorbeelden hiervan is de vorig jaar gelanceerde MOOC – afkorting voor Massive Open Online Course – voor Communication Science. Een MOOC is een cursus die volledig vanuit huis gevolgd kan worden. ‘Hoorcolleges’ zijn filmpjes van 3 tot 5 minuten, waarvan er per week een achttal verschijnt. Online kunnen er iedere week tests gedaan worden om de opgedane kennis te toetsen. Feedback op de lessen en contact met andere studenten vindt plaats via een forum. En aan het eind van de cursus komt er

NB

‘Hoorcolleges zijn filmpjes van 3 tot 5 minuten’

De Graaf heeft immers met collega’s een hele cursus opgezet, die for all, for free toegankelijk is gemaakt. “Het is één van de taken van de universiteit om te laten zien wat wetenschappers doen. Tevens is het een goede inlichting voor potentiële studenten: zij krijgen door middel van een MOOC een veel beter beeld van een opleiding. Als dit hen helpt om de juiste studiekeuze te maken, is dat ook in het belang van de universiteit, want dat bespaart haar eventuele uitval in het tweede studiejaar.” Wat blijkbaar aansloeg, was de vorm van de cursus. Er werd gebruikt gemaakt van animaties, filmpjes, en humor, en de filmpjes mochten niet te lang duren. Dit maakte het voor studenten ook makkelijk om een filmpje te delen, of om even tussen andere activiteiten door iets aan de studie te doen. Het project is zo succesvol gebleken, dat de Communication MOOC ondertussen weer begonnen is, met de feedback op de eerste versie geïncorporeerd. #34 - ‘13


ACTUALITEIT

21

En in januari zal de MOOC wederom gehouden worden, maar dan via het veel grotere internationale platform Coursera. De MOOC’s zijn namelijk Engelstalig, en de eerste versie werd al voor 30% door studenten van buiten Nederland gevolgd. Andere faculteiten zijn nu ook met MOOC’s bezig. iPads en wereldwijde aandacht Buiten de UvA wordt er ook genoeg geïnnoveerd. Dit kalenderjaar zijn er zeven ‘iPad-scholen’ geopend, bassischolen waarvan de leerlingen onderwezen worden via hun eigen iPad en door de school ontwikkelde apps. Ook hierbij staat de leerling, en niet de leerstof centraal. Zo kan er ook buiten lestijden geleerd worden, is er stof beschikbaar die in de reguliere lessen niet behandeld wordt, en is er speciale aandacht voor de ‘talenten’ van kinderen. Een andere initiatiefnemer is Alexander Klöpping, die internetjongen van DWDD University. Teleurgesteld door de saaie colleges die hij af en toe op zijn studie kreeg, begon hij op internet colleges te kijken die hem wél konden boeien. Net zo makkelijk, en het effect van een goede verteller is onschatbaar. Zo veranderde hij het hapklare onderwijs van de UvA voor zichzelf in een divers pakket met goede docenten van over de hele wereld. Toen

‘Niet dat ene didactische keurslijf moet centraal staan, maar de student’

hij zich realiseerde dat vrijwel iedere faculteit zo’n interessante docent herbergt, kwam hij op het idee van de ‘Universiteit van Nederland’: een online platform waarop deze docenten een college kunnen geven, zodat ook mensen van andere disciplines, andere universiteiten en andere landen ze kunnen volgen. Het project is gerealiseerd, en vanaf oktober 2013 komen er gratis colleges online van de meest inspirerende docenten uit Nederland op www. universiteitvannederland.nl. Revolutie? Er lijkt dus inderdaad sprake van een revolutie binnen het onderwijs. Docenten en studenten snakken naar vrijheid, en de verschillende onderwijsinstellingen lijken bereid deze te bieden. Lange colleges worden korte filmpjes, boeken worden iPads en saaie docenten worden vervangen. Niet dat ene didactische keurslijf moet centraal staan, maar de student. Wil je meedoen aan een MOOC? Ga naar mooc.uva.nl/portal of www.facebook.com/uvamooc en meld je aan, of bekijk www. coursera.org!


prof. mr. Willemien den Ouden, Hoogleraar Staatsen Bestuursrecht aan de Universiteit van Leiden

‘HET RECHT IS ALTIJD RELEVANT’

22

Het lijkt nu ondenkbaar, maar prof. mr. Willemien den Ouden, Hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Leiden koos in haar eerste jaar aan de Universiteit niet voor rechten. Zij studeerde eerst theologie. Haar juridische interesse werd opgewekt bij het vak medische ethiek. Kluwer vroeg haar waarom zij zich uiteindelijk richtte op de rechtsgeleerdheid.

Willemien den Ouden (1971): “Mijn interesse lag bij de theologie en mijn eerste studie was dan ook Vergelijkende Godsdienstwetenschappen. Ik volgde die studie in Leiden omdat de faculteit daar goed aangeschreven stond.” Toen zij het interdisciplinaire programma medische ethiek volgde, kwam Willemien voor het eerst in aanraking met de rechtenstudie. “Wij namen met studenten van geneeskunde en recht deel in een projectgroep en werden begeleid door professor Heleen Dupuis. Wij moesten samen zoeken naar antwoorden op medisch-ethische vraagstukken als abortus en euthanasie. In deze projectgroep en dankzij prof. Dupuis kwam ik erachter dat je in de zoektocht naar een oplossing voor een maatschappelijk probleem altijd het recht tegenkomt. Het toepasselijke recht moet altijd in kaart worden gebracht; het geeft een deel van de context. Het recht is altijd relevant.” GESWITCHT NAAR RECHT Dit inzicht deed haar besluiten om een tweede studie te gaan volgen. “Als je iets wilt kunnen veranderen, iets verbeteren aan de maatschappij, zoals ik dat wilde, moet je ook als een jurist kunnen denken. Rechtsgeleerdheid leek mij dus een prima tweede studie. Uiteindelijk werd ik gegrepen door het bestuursrecht, dat de

verhouding tussen de overheid en haar burgers regelt. Rechtsgeleerdheid was opeens geen aanvulling meer, maar werd mijn hoofdactiviteit,” zegt ze met een glimlach. Met veel plezier verzorgt Willemien mastercolleges en (post)academische trainingen Staats- en Bestuursrecht. Verder is ze actief bezig met de rechtspraktijk als lid van verschillende bezwaarcommissies en als rechter-plaatsvervanger. “Ik doe ook graag onderzoek en publiceer artikelen. Daarnaast ben ik hoofdredacteur van het jurisprudentietijdschrift AB Rechtspraak Bestuursrecht.” LEER WERKEN MET JE WETTENBUNDEL Willemien kan zich de kennismaking met de Kluwer Collegebundel nog goed herinneren. “O ja, ik weet nog goed hoe zwaar de bundels zijn! Zeker als ik studenten er nu mee zie lopen. Zelf gebruik ik eigenlijk alleen nog maar de digitale variant via Kluwer Navigator. Maar ik vind het een goede zaak dat de bachelorstudenten leren werken met de wettenbundel. Aan het begin van de opleiding kun je met de Kluwer Collegebundel in de hand goed zien wat een wet eigenlijk is: hoe de wet eruit ziet en wordt opgebouwd. Je krijgt gevoel voor structuur en leert logisch zoeken naar de toepasselijke regels. In de digitale variant is dat anders: je zoomt direct in op specifieke artikelen. Vaak weet je wat je zoekt en gebruik je daarvoor een concrete zoekopdracht. Dat is logisch in een latere fase van de studie, bijvoorbeeld voor masterstudenten die al meer ervaring hebben in het omgaan met wetteksten. Ik kan het de bachelorstudenten dus aanraden om de Kluwer Collegebundel – ondanks het gewicht - te gebruiken. Het is een basis voor je rechtenstudie en wellicht een mooie carrière daarna!”

Meer informatie? kluwercollegebundel.nl

NB 30605-44_advertorial interview Willemien den Ouden 210x297+URL.indd 1

#34 - ‘13

08-08-13 11:04


VERDIEPING

23


Fons omnis publici privatique iuris De bron van al het publieke en private recht, toen en nu 24

Tekst: Inger Bults

De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius beschreef in de eerste eeuw voor Christus in zijn werk Ab urbe condita de eerste geschreven wetten, de Twaalf Tafelen, als fons omnis publici privatique iuris (vertaald: bron van al het publieke en private recht).1 Deze eerste wetgeving in Europa bestond uit twaalf bronzen platen met daarop wetten die een breed terrein besloegen. Hiervoor waren wetten en regelgeving ongeschreven, dus dit was een ware revolutie voor die tijd. Nu, twee millennia later, zijn we alweer heel wat revoluties verder en staan onze wetten niet meer op bronzen platen in Rome, maar zijn deze overal te vinden op. Van wettenbundels tot het internet, en zelfs in applicaties voor mobiele telefoons. Wat heeft er de afgelopen eeuwen plaatsgevonden?

NB

W

aarmee het begon… Het is voor ons onvoorstelbaar, maar er is een tijd geweest waarin er helemaal geen wetgeving nodig was, want de volkeren waren toen nog niet zo groot en het gewoonterecht was voldoende voor de strenge heersers van die tijd. In de 6e eeuw v.Chr. komt hier echter verandering in met de opkomst van het standensysteem: de patriciërs, plebejers en clientes. De plaats van een persoon bepaalde zijn positie in het leven. Het patriciaat had een bevoorrechte positie met hiertegenover de plebejers als overige vrije burgers. De clientes waren afhankelijk en waren volwaardige burgers noch slaven. De koning was de hoogste bestuurder, hoogste priester én hoogste rechter. De verschillen tussen de standen waren zo groot dat er een strijd ontstond en de plebejers voor enige tijd de stad verlieten. Het was duidelijk dat er iets moet veranderen. In 462 v.Chr. werd een commissie samengesteld die het gewoonterecht moest vastleggen, iets dat na enkele pogingen lukte en waaruit omstreeks 451 v.Chr. de Twaalf Tafelen voort zijn gekomen.2 Eindelijk stond de eerste wetgeving op schrift.

‘De koning was de hoogste bestuurder, hoogste priester én hoogste rechter’ Wat de Romeinen ermee deden… De Twaalf Tafelen werden rond 390 v.Chr. verbrand in de Gallische brand, waarbij de Galliërs, al lang in strijd met de Romeinen, een inval deden in de hoofdstad en een groot deel in de brand staken. Zo werd de oudste codificatie van Rome vernietigd.3 In de eeuwen hierna werd de rechtsontwikkeling verder niet geleid door vastgelegde wetgeving maar door, zoals wellicht bekend, een groep in het recht gespecialiseerde personen uit de bovenlaag van de samenleving en ambtsdragers die met rechtspleging belast waren. Laatstgenoemden hadden onder meer de bevoegdheid om edicten uit te vaardigen, bevattende een eenzijdige, door hem vastgestelde algemeen verbindende regel. Andere ‘juristen’ gaven uitleg aan edicten en adviseerden in juridische kwesties.

#34 - ‘13


VERDIEPING Met de komst van een nieuw staatsbestel, het principaat (27 v.Chr.), veranderde de structuur van de Romeinse samenleving en ook de positie van de juristen. Sommige juristen kregen het recht om in het openbaar uit naam van de keizer juridische adviezen te geven. Daarmee werd hun rechtsgezag een afgeleide van de keizerlijke macht. De bekendste onder hen waren Papinianus, Ulpianus en Paulus (2e eeuw na Christus). Zij hebben niet alleen adviezen gegeven, maar ook bijna encyclopedische samenvattingen van het recht geschreven, waardoor het recht steeds meer gebureaucratiseerd werd. Er kwam ook steeds meer behoefte aan een systeem, maar de keizers rekenden het aanvankelijk niet tot hun taak het recht te codificeren of in een samenhangend geheel te laten publiceren.

’Een ware revolutie waardoor de traditie van zes eeuwen Romeinse rechtswetenschap eindelijk een concrete vorm kreeg’ In de derde eeuw v.Chr. verschenen de eerste verzamelingen van verordeningen, die alleen geen kracht van wet kregen. Uiteindelijk werd tussen 529 en 534 de Codex Justinianus, oftewel het Corpus Iuris Civilis, samengesteld. Een ware revolutie waardoor de traditie van zes eeuwen Romeinse rechtswetenschap eindelijk een concrete vorm kreeg.4 In dit enorme complex van wetgeving werd zowel het recht van en door de keizer, als het juristenrecht, als enkele leerboeken verzameld.5 Wat er daarna met het Romeinse recht gebeurde… Het Romeinse recht leefde nog vele eeuwen, werd nog lang bestudeerd en floreerde op vele plaatsen op het continent in de vorm van een ius commune, een gemeenschappelijk recht. Maar door de Franse revolutie en de opkomst van de moderne nationale staat heeft binnen het recht weer een revolutie plaatsgevonden. Aan het einde van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw verschenen nagenoeg overal op het Europese continent nationale codificaties, naar aanleiding van Montesquieus gedachte dat het recht in een bepaalde samenleving de weerslag

moet zijn van de specifieke geaardheid van dat land.6 Zo kreeg Nederland met de totstandkoming van het Burgerlijk Wetboekdus ook haar eigen wetgeving. Nu! Ons wetboek is heden ten dage op verschillende manieren in te zien. Denk bijvoorbeeld aan onze eigen wettenbundel. Hoe zouden we op dit moment kunnen leven zonder deze stapel papieren? Daarnaast is het natuurlijk zo dat wij, als gevolg van de vergaande elektronisering van tegenwoordig, inmiddels ook beschikken over smartphones-applicaties als “het Recht” en “Tekst & Commentaar van Kluwer”. En niet te vergeten, het internet. Er is door de Twaalf Tafelen en vervolgens de Codex van Justinianus een aanzet gegeven tot onze huidige wetbundels. Ik wil graag de Romeinen bedanken hiervoor, want wie weet hoe het was gelopen als zij dat niet hadden gedaan?!

Noten 1 Titus Livius, Ab urbe condita 3.36 2 B.H.D. Hermesdorf, Schets der uitwendige geschiedenis van het Romeins Recht, Nijmegen: Dekker en van der Vegt 1972, p.144-149 3 J.E. Spruit, Enchiridium. Een geschiedenis van het Romeins privaatrecht, Deventer: Kluwer 1994, p.18 4 G.C.J.J. van den Bergh, Geleerd recht. Een geschiedenis van de Europese rechtswetenschap in vogelvlucht, Deventer, Kluwer 2007, p.10-16 5 J.E. Spruit, Enchiridium. Een geschiedenis van het Romeins privaatrecht, Deventer: Kluwer 1994, p.248 6 W.J. Zwalve, Hoofdstukken uit de Geschiedenis van het Europees Privaatrecht, Den Haag: Boom juridische uitgevers 2006, p.92-97

25


Debat tussen dader en slachtoffer? Tekst: Laura Aalders

Het Nederlandse strafrecht is een proces tussen overheid en verdachte. Dit komt door de alom bekende gedachte van het tegengaan van eigenrichting. Maar diegene die het meest geraakt wordt binnen het proces is niet de overheid of de verdachte, maar het slachtoffer. Het slachtoffer koestert zeer waarschijnlijk de meeste wrok van alle partijen.

26

Z

oals Nietzsche beoogde is rechtvaardigheid het afkopen van wraak en eigenrichting tegen vreedzame geschillenbeslechting door een derde, de staat.1 Er komen echter steeds meer geluiden vanuit verschillende hoeken voor een sterkere positie van het slachtoffer binnen het strafproces. Zo is art. 51H Sv. onlangs aan het wetboek toegevoegd2 en hebben ouders van minderjarige kinderen die het slachtoffer zijn van een misdrijf spreekrecht.3 Echter hiermee zijn we er volgens sommigen nog lang niet. Het huidige strafrechtssysteem is vooral gebaseerd op preventie door middel van vergelding. Vergelding ziet op leedtoevoeging om wraakgevoelens van slachtoffers of de samenleving als geheel te bevredigen. Restoritave Justice Nederland pleit juist voor een op herstelrecht gebaseerd strafrecht4 en Hendrik Kaptein gaat nog een stap verder door het strafrecht te willen civiliseren5. Ik vraag mij af hoe het zit met deze revolutionaire manier van denken over het strafrecht. Hoewel het strafrecht van oudsher is gebaseerd op leedtoevoeging en vergelding, komen er nu andere geluiden die pleiten voor een debat tussen dader en slachtoffer. Moet dit debat worden gestimuleerd en dient het strafrecht uiteindelijk te worden geciviliseerd? Boutellier beschrijft in zijn tekst ‘Beschavingspretenties van straf en herstel’ dat “de legitimiteit van de staat onder druk komt te staan indien de overheid niet een geloofwaardige mate van veiligheid weet te bieden”. Hierbij wordt voornamelijk naar het strafrecht gewezen door burgers en politici. Het is een rechtsgebied dat de hele samenleving bezig houdt en daarmee een maatschappelijke functie dient te vervullen.

NB

Boutellier zet drie functies uiteen. Allereerst beschrijft hij strafrecht vanuit het gezichtspunt van Durkheim als een morele aangelegenheid teneinde de gemeenschap te dienen in haar behoefte aan normatieve consensus. Emotie, moraal en gemeenschap zijn hierbij de sleutelwoorden. In de loop van de twintigste eeuw kreeg dit perspectief concurrentie van een perspectief dat strafrecht zag als een instrument van de heersende klasse of van de staat ter disciplinering of uitsluiting van zijn burgers. Daarnaast werd het normatieve karakter beschreven door Durkheim overschaduwd door een rationaliseringsproces waarin efficiëntie en effectiviteit van de tenuitvoerlegging van de straf voorop stond. In de huidige strafrechtspleging spelen alle drie de perspectieven een rol volgens Boutellier. Er is namelijk sprake van ‘een gerationaliseerde tenuitvoerlegging van een moreel geladen veroordeling tot een straf, die veelal uitsluiting tot gevolg heeft’.6 Men kan er wel toe overgaan om de ten uitvoerlegging van een straf zo efficiënt en effectief mogelijk te maken, maar het strafrechtelijk systeem blijft een irrationeel proces volgens Ruller. De emotie die aan het straffen ten grondslag ligt, de behoefte aan vergelding, brengt mee dat men strafrecht niet als een zakelijk instituut kan beschouwen. Pogingen tot civielrechtelijke alternatieven voor sancties halen het dan ook nauwelijks, de voornaamste sanctiemiddelen zijn nog altijd vrijheidsbeneming en geldboetes, zo beschrijft Ruller in 1993. Hij wijst hierbij op het idee van spontane punitieve opwelling door de mens. Het strafrecht is er juist om deze ongeciviliseerde impulsen te kanaliseren en in beschaafde banen te leiden.7 Sinds 2007 is er een landelijk aanbod aan slachtofferdadergesprekken. Slachtoffer in Beeld voert deze gesprekken uit. In 2008 zijn er ruim 1000 zaken aangemeld, waarvan er bijna 500 tot een bemiddeling leidden. Ook onder de nieuwe slachtoffertitel in het Wetboek van Strafvordering valt een bepaling over bemiddeling tussen daders en slachtoffers. Art. 51h Sv luidt: ‘Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende bemiddeling tussen de verdachte en het slachtoffer’. Dit geeft verdere aangrijpingspunten voor invoering van herstelrechtelijke praktijken volgens Groenhuijsen.8 Het herstelrecht kent volgens Groenhuijsen drie voorname componenten. Allereerst dient herstelrecht als doel de aard van de reactie op criminaliteit te veranderen. In plaats van straf voor de dader, staat het herstel van de aangerichte schade centraal. Voorstanders van herstelrecht zien criminaliteit dan ook niet als een aparte categorie van menselijk gedrag. Nee, zij stellen dat misdaden conflicten zijn die niet voortvloeien uit de individuele slechtheid van de dader, maar als een sociaal risico dat is onderworpen aan de moeilijkheden van huidige maatschappij. “Het gaat niet om een #34 - ‘13


VERDIEPING

inbreuk in een min of meer abstracte rechtsorde, maar om een schade die wordt ondervonden door even zeer echt bestaande individuen en gemeenschappen.” Daarnaast zijn voorstanders van herstelrecht erop gericht door middel van ‘bemiddeling’ het strafrecht in zijn geheel of gedeeltelijk te vervangen. Ten derde voorziet het herstelrecht een verandering in de voornaamste actoren van het strafrecht. Het herstelrecht ziet het strafrecht als zaak tussen slachtoffer, verdachte en de gemeenschap. Als men het strafrecht niet meer voornamelijk ziet als inbreuk in de abstracte rechtsorde, is het ook niet meer van belang om de staat te zien als voorname partij in de strafrechtszaak. Dit stellen voorstanders van herstelrecht. Toch is het op dit moment nog steeds de staat die de mogelijke bevrediging van wrok van het slachtoffer kan bieden. Volgens Groenhuijsen wordt er te veel hoop gevestigd op het bemiddelingsaspect van herstelrecht. Zonder al te veel empirisch bewijs of theoretische aanleiding, gaat men er vanuit dat herstellen van de schade, het uiteindelijke doel van ‘herstelrecht’, wordt bereikt door middel van bemiddeling in slachtoffer-dadergesprekken. Een nog belangrijker punt lijkt mij de onvrijwilligheid van een afgedwongen herstelrecht. Veel slachtoffers willen helemaal niet participeren in het strafproces, en al helemaal niet als zij hierin geconfronteerd worden met de dader. Volgens Slachtoffer Hulp Nederland zijn slachtoffers van zware geweldsmisdrijven bij hen oververtegenwoordigd. Het is de vraag of deze slachtoffers het aankunnen, dan wel willen, om met hun dader de confrontatie aan te gaan. Slachtoffer Hulp Nederland komt vooral in beeld vlak na het slachtofferschap. Slachtoffers worden direct benaderd nadat zij aangifte hebben gedaan. Zij verkeren nog in een schokfase en vertonen veel psychische klachten, een eventuele ontmoeting met de dader is dan niet zo snel de eerste stap in de goede richting. Daarbij richt de dienstverlening van Slachtoffer Hulp Nederland zich ook expliciet op slachtoffers van wie de dader nog niet opgespoord is. Deze overwegingen meegenomen is het wellicht juist een belangrijk slachtofferrecht dat de staat de strafzaak overneemt en zij juist niet hoeven participeren in het proces. Maar zijn er ook positieve bevindingen van de herstelrechtgedachte? De rechtbank in Amsterdam heeft een project herstelbemiddeling gehouden.9 Opmerkelijk is dat in de meerderheid van de gevallen het ‘mediationtraject’ invloed heeft gehad op de vervolgbeslissing. Dit betogen zowel officieren van justitie als rechters. Het gaat echter nog niet zo ver dat het Openbaar Ministerie een zaak niet ontvankelijk verklaart wegens de mediation. Een rechter merkt dan ook terecht op dat dit een brug te ver zou zijn, aangezien hierin het risico van gecalculeerd misbruik van mediation door verdachten schuilt. Ook Kaptein haalt deze gedachte aan. “Bijna net zo bekend is dat nogal wat daders heel goed toneel kunnen spelen, zeker als zij menen te weten dat zij er met aanvaarding van verontschuldigingen genadiger van af zullen komen”.10 Betrokkenen bij het mediationtraject noemen als voordelen onder meer de vermindering van angstgevoelens bij het slachtoffer. Het strafrecht biedt volgens hen geen oplossing tussen de problemen van mensen en hoe zij moeten samenleven, maar is meer gericht op

vergelding en preventie. Een aantal advocaten waren heel positief. Het traject bracht volgens hen de betrokkenen inzicht in elkaars handelen. Er was hierdoor een betere verwerking en daarnaast kwamen zaken aan de orde die buiten het politieonderzoek bleven. Ook achtten zij het positief dat er afspraken gemaakt konden worden buiten de strafrechter om, dit met name bij jeugdzaken die eigenlijk niet in het strafrecht thuishoren. De mediators zelf ervoeren onder andere dat problemen werden teruggebracht tot passende proporties, dat slachtoffers uit hun rol konden stappen en de opluchting bij daders om informatie te kunnen uitwisselen. Ook noemen zij ontlasting van het justitieel apparaat. Het belangrijkste is natuurlijk hoe de slachtoffers (en daders) de gesprekken hebben ervaren. Zij zijn volgens het experiment overwegend positief. Er worden veel excuses gemaakt en afspraken over toekomstig gedrag in vaststellingsovereenkomsten. Slachtoffers en daders vonden de zelfredzaamheid die uitgaat van het gesprek fijn. Kortom een hoop positieve geluiden, negatieve geluiden zaten vooral in de hoek van de organisatie: doorverwijzing naar mediation en in de hoek van financiering: mediators in andere rechtsgebieden krijgen veel meer betaald.11

‘Kaptein gaat nog een stap verder door het strafrecht te willen civiliseren’

Het is mij aan de hand van de bevindingen van de rechtbank Amsterdam duidelijk dat het hier niet is gegaan om heftige geweldsdelicten of andere zware misdrijven. In het onderzoeksrapport staat ook dat het uiteindelijk is gegaan om dertien jeugdzaken en dertien enkelvoudige zaken. Het ging dan met name over burenruzies, conflicten tussen ex-partners en conflicten tussen jongeren in of rondom school.12 Opmerkelijk vind ik de uitspraken van rechters en officieren dat zij de uitslagen van mediation meenamen in hun vervolgbeslissing. Zou dit niet de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechter schaden? Ook een advocaat kan zijn cliënt aanbevelen deel te nemen aan een mediationtraject om zo invloed uit te oefenen op de vervolgingsbeslissing van de Officier van Justitie. Deze gesprekken vooraf aan de beslissing van de rechter schaden naar mijn mening een heldere uitkomst van de strafzaak. In het onderzoeksrapport is ook te lezen dat zelfs wanneer het slachtoffer niet mee wilde

27


werken aan mediation, de officier van justitie de wil van de dader om hier wel aan mee te werken, zou kunnen meewegen in zijn of haar beslissing. Omdat de dader toch een soort van spijt zou betuigen. Mijns inziens gaat dit veel te ver en kan er wel degelijk misbruik worden gemaakt van de mogelijkheid tot mediation13. Spijtbetuiging is goed, maar dient na de strafmaat te volgen.

28

‘Zoals ook Nietschze beweerde is wraak een oeroude menselijke impuls’ Ook deel ik het standpunt van Slachtoffer Hulp Nederland en Hendrik Kaptein dat niet iedere zaak of ieder type slachtoffer geschikt is voor mediation. Er zou dan herstelrecht moeten komen voor bepaalde groepen slachtoffers. Zoals Kaptein beschrijft kan herstelrecht als bemiddeling het strafrecht niet zonder meer vervangen. Echter, hij meent wel dat strafrecht vastloopt op de vergeldingsgedachte, dat straf wezenlijk leedtoevoeging moet zijn, zonder dat duidelijk is waarom. Hierdoor worden daders veroordeeld tot langdurige passiviteit en lijden en hebben slachtoffers het nakijken.14 Hij ziet het strafrecht als een middel tot eigenhandige schadevergoeding en pleit voor een geciviliseerd strafrecht, waarbij leed niet de hoofdzaak van het straffen vormt. Kwaad kan namelijk geen kwaad ongedaan maken. Overheidsmaatregelen die betrekking hebben op opvoeding, beveiliging en maatschappelijke rechtvaardiging zijn volgens Kaptein zinvoller dan gevangenisstraffen. Op individueel niveau denkt hij dat beschadigde verhoudingen kunnen worden hersteld, doordat de dader, nadat hij heeft ‘afgedaan’ aan zijn slachtoffer, alsnog aan hem ‘toedoet’ door de schade te herstellen. Dan komt men tot bevrijding van schade en schuld. Hierna kan men komen tot vergeving van het kwaad dat men is aangedaan. Zonder dat schade is hersteld, blijft het slachtoffer hiermee zitten. Ook de dader blijft met zijn schuldgevoel zitten. Daarom dient de schade eigenhandig door de dader te worden hersteld. Kaptein nuanceert deze gedachte wel door te stellen dat in de menselijke praktijk kwaad natuurlijk niet volmaakt wordt afgehandeld. Daarentegen beweert hij dat enkel terugslaan geen zin heeft. Daders zouden de schade moeten herstellen door middel van ‘geciviliseerde sancties’. Ernstige feiten tegen individuele slachtoffers moeten worden afgedaan met gedwongen dienstverlening. Deze

NB

kan variëren van een eenvoudige geldboete, tot levenslange dwangarbeid. Daarnaast zouden slachtoffers kunnen worden betaald uit schadefondsen. Niet alleen dienen de daders de schade van slachtoffers te herstellen, maar moeten zij ook opdraaien voor de kosten van strafrechtspleging. Hij gaat nog een stap verder door de staat schadevergoeding te laten betalen aan slachtoffers waarvan de dader niet is gepakt of niet meer gepakt kan worden. De staat heeft de schade dan namelijk niet voorkomen. Ik vraag mij af hoe Kaptein dit precies voor zich ziet. Het klinkt mooi, de idee dat sancties niet enkel leedtoevoeging en passief lijden met zich meebrengen, maar ook een bepaald maatschappelijk nut veronderstellen. Kaptein wil dit wel heel radicaal invoeren door middel van ‘strafwerk’ of eigenlijk werkstraffen. Is dit op zichzelf wel humaan? De ergste vorm hiervan ziet hij als levenslange dwangarbeid. Mij lijkt dit in sommige gevallen nog onmenselijker dan levenslange hechtenis. Ziet hij dan naast deze vorm van nuttig zijn ook nog ruimte voor een psychische begeleiding? Daarbij zal het hele wetboek van strafrecht moeten worden vervangen. Zowel op formeel als materieel vlak. Hoe wil hij bijvoorbeeld het probleem van geestelijke schade invullen? Indien een slachtoffer geestelijk gekrenkt is, heeft het niks aan een geldsom of het feit dat de dader nog iets ‘nuttigs’ doet voor de samenleving. Proportionaliteit en subsidiariteit van de straf blijft een moeilijk verhaal. Daarbij komt de vraag of Kaptein niet te dicht tegen het civiel recht aanzit met zijn idee van geciviliseerd strafrecht en eigenhandige schadevergoeding. Hij stelt zelf van niet, omdat juist de staat hiervoor verantwoordelijk wordt gehouden. Naar mijn mening zouden de twee rechtsgebieden toch teveel vervagen. Een onrechtmatige daad kan snel verward worden met een strafbaar feit, als hier dezelfde soort sanctie op staat. Privaatrecht is gericht op herstel of verzoening en niet zozeer op vergelding of preventie. Dit is nu juist wat Kaptein wil, herstel. Ik denk persoonlijk dat dit niet haalbaar is en vergelding altijd een rol blijft spelen in het wezen van het strafrecht. Vooral bij zaken met een ernstige achtergrond, zoals moord of verkrachting. Wat heeft herstel voor zin? Wellicht voor de dader om van zijn eventuele schuldgevoel af te komen, maar het slachtoffer zit hier niet op een verzoening te wachten. Wat overigens ook Kaptein zelf stelt. Frappant vind ik het dan, dat hij nog een stap verder wil gaan door het strafrecht te baseren op eigenhandige schadevergoeding in plaats van leedtoevoeging gericht op herstel van de situatie. Gevoelens van wraak en leedtoevoeging moet men niet overschaduwen door de morele gedachte van de situatie herstellen. Zoals ook Nietschze beweerde is wraak een oeroude menselijke impuls15. Zolang wraak niet is uitgehard in wrok en wraak ertoe prikkelt te getuigen van het aangedane kwaad, lijken wraakimpulsen in morele zin een aanvaardbare rol te kunnen spelen. Resumerend op mijn vraag of strafrecht gebaseerd moet blijven op de vergeldingsgedachte of dat er andere alternatieven moeten komen, zie ik dat het heel ingewikkeld is om dit ingebakken systeem van het strafrecht te veranderen. Hiermee zou men namelijk het ‘oergevoel’ van wraak in de samenleving moeten veranderen. Het strafrecht kan er juist voor zorgen dat aan dit oergevoel een bevrediging wordt gegeven door dit in beschaafde banen te leiden, #34 - ‘13


VERDIEPING

zoals Ruller ook aangaf. Wat betreft herstelrecht, hier gaat men voorbij aan slachtoffers van zeer ernstige delicten die wellicht nooit de confrontatie met hun dader willen aangaan. Voor de minder ernstige vormen van delicten lijkt het mij wel een geschikt alternatief om kleine geschillen in de vorm van bemiddeling op te lossen. Zoals nu ook al in het civiel en bestuursrecht gebeurt. Het is de vraag hoe dit herstelrecht zou moeten worden gehanteerd, voor het opleggen van de strafmaat of erna? Zoals blijkt het uit experiment van de rechtbank in Amsterdam zal er ook nog veel moeten worden verbeterd wat betreft de algehele organisatie en financiering hiervan. Ik ben het met Kaptein eens dat herstelrecht kan leiden tot verdere fragmentatie van het strafrecht. Zijn alternatief in de vorm van geciviliseerd strafrecht vind ik echter veel te ver gaan zoals hiervoor besproken. Ik kom dan ook tot de conclusie dat vergelding vooralsnog helemaal geen verkeerd uitgangspunt is voor een strafrechtelijk systeem. De alternatieven van herstelrecht of geciviliseerd strafrecht hebben mij tot dusver niet weten te overtuigen van een betere aanpak.

Noten 1 J.M.C. Vos, Het vragende slachtoffer en de wrekende staat, in Justitiële verkenningen, jaargang 29, nr. 5 2003, p. 40 2 Art. I van de Wet van 17 december 2009, Stb. 2010. 1. 3 Rb. Amsterdam, 15 december 2011, LJN BU8313 4 Stichting Restoritave Justice Nederland, De toepassing van herstelrecht in Nederland: toekomstvisie en advies, Amsterdam, 7 oktober 2011 5 H. Kaptein, Naar een geciviliseerd strafrecht. Herstel-sancties als solidariteit met slachtoffers. In: B.van Stokkom, Straf en Herstel: ethische reflecties over santiedoeleinden. Den Haag: Boom Juridische Uitgeverssantiedoeleinden. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers. 6 Hans Boutellier, Beschavingspretenties van straf en herstel. In: B.van Stokkom (red.), Straf en Herstel, Ethische Reflecties over Sanctiedoeleinden. Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2004, pp.25-29 7 Hans Boutellier, Beschavingspretenties van straf en herstel. In: B.van Stokkom (red.), Straf en Herstel, Ethische Reflecties over Sanctiedoeleinden. Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2004, p. 30 8 M.S. Groenhuijsen, Herstelrecht in Nederland: Een slachtofferperspectief, In: Tijdschrift voor Herstelrecht, 2010, Vol. 10 (4), pp. 53-62 9 Jannie Dierx en Stijn Hogenhuis, Praktijkberichten: Rechtbank Amsterdam draait proef met mediation in strafzaken, In: Tijdschrift voor Herstelrecht, maart 2012, afl. 1, p. 46 e.v. 10 H. Kaptein, Strafrecht als herstelrecht, vergelding als vergoeding, In: Tijdschift voor Herstelrecht 2008, nummer 2. 11 Suzan Verberk, Evaluatierapport mediation naast strafrecht in het arrondissement Amsterdam, een beschrijving van het proces en een verkenning van de effecten, Amsterdam, oktober 2011. 12 Suzan Verberk, Evaluatierapport mediation naast strafrecht in het arrondissement Amsterdam, een beschrijving van het proces en een verkenning van de effecten, Amsterdam, oktober 2011, p. 10 13 Suzan Verberk, Evaluatierapport mediation naast strafrecht in het arrondissement Amsterdam, een beschrijving van het proces en een verkenning van de effecten, Amsterdam, oktober 2011, p. 32 e.v. 14 H. Kaptein, Naar een geciviliseerd strafrecht. Herstel-sancties als solidariteit met slachtoffers. In: B.van Stokkom, Straf en Herstel: ethische reflecties over santiedoeleinden. Den Haag: Boom Juridische Uitgeverssantiedoeleinden. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers, p. 114 15 Hans Boutellier, Beschavingspretenties van straf en herstel. In: B.van Stokkom (red.), Straf en Herstel, Ethische Reflecties over Sanctiedoeleinden. Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2004, p. 30

29


Nederland: Het huis van Thorbecke

30

Tekst: Mick Creussen

In het kielzog van andere Europese landen werd Nederland in 1848 getroffen door het ‘revolutiespook’. Waar andere landen zoals Frankrijk tevergeefs de opstandelingen met geweld neer trachtten te slaan, ging het er in ons kleine landje iets rustiger aan toe. Nadat Koning Willem I zijn troon afstond aan diens zoon, de latere Koning Willem II, hoopten de Staten-Generaal dat zij meer inspraak kregen over beslissingen die toentertijd alleen door de koning werden genomen. De koning echter was niet van plan ook maar iets te veranderen.

Dat houdt hij vol tot 1848, want dan breekt overal in Europa revolutie uit. Na een oproer op de Dam in Amsterdam, in het begin van dat jaar, is de Nederlandse koning Willem II bang geworden. In Frankrijk was de koning al afgezet en verjaagd, en hij wilde niet dat hem hetzelfde lot zou overkomen. De koning werd naar eigen zeggen “In 24 uur van zeer conservatief tot zeer liberaal”. 1 Een grote ommezwaai. Op 17 maart stelt de koning een grondwetscommissie aan met aan het hoofd daarvan Thorbecke. De grondwet die hieruit ontstaat, is nog grotendeels dezelfde die we vandaag de dag kennen en gebruiken. Door deze vernieuwende grondwet wordt Thorbecke gezien als grondlegger van de Nederlandse parlementaire democratie. Thorbecke heeft dus gezorgd voor een revolutie in het Nederlandse staatsrecht. Maar wat waren de redenen voor het uitbreken van de revolutie, wat waren de grootste wijzigingen die zijn doorgevoerd, wie was Thorbecke en welke rol speelde hij daarin? Onrust in Europa De eerste reden voor het ontstaan van revoluties in Europa werd gevormd door politieke problemen. In de eerste helft van de 19e eeuw had men de democratie nog niet ingevoerd. Landen als Italië vielen onder een absolute monarchie, terwijl landen als Nederland wel een grondwet hadden, maar waarin de macht van de koning niet of nauwelijks beperkt werd.2 De koninklijke macht was zeer groot. Het individu had toentertijd weinig te zeggen. Deelnemen aan het politieke leven was weggelegd voor een kleine groep mensen, en zelfs deze ‘elite’ had weinig inspraak in het Nederlandse bestuur. Dit veranderde echter door het uitbreken van allerhande revoluties in Europa.

NB

Net zoals vandaag de dag had men te maken met een economische crisis. Dit kwam ondermeer door een explosieve bevolkingsgroei. De Franse bevolking bijvoorbeeld steeg in 50 jaar met ruim 9 miljoen mensen. Deze mensen moesten natuurlijk allemaal gevoed worden, maar door een aantal mislukte oogsten ontstonden er voedseltekorten en uiteindelijk hongersnoden. Door het tekort gingen de voedselprijzen omhoog, maar de lonen stegen niet mee, met als gevolg dat eetwaar voor velen te duur werd. Dit was funest voor de opkomende industriële branche en zorgde op zijn beurt weer voor economische malaise en verslechtering van de levensomstandigheden van de arbeider met grote onvrede tot gevolg.3 Een derde en laatste oorzaak was het stijgen van de belastingen. Vooral belastingen op voedsel, dat schaars en vaak al onbetaalbaar was4, en op drank, iets waar de bevolking vaak juist naar grijpt in slechtere tijden. Mede door alle bovengenoemde onvrede hoopte de woede zich op, wat uiteindelijk leidde tot een revolutiegolf die door heel Europa raasde. Hervormingen Het afzetten van de koning Lodewijk Filips I was hoopgevend voor andere landen die hetzelfde doormaakten. En niet onterecht. Niet veel later werden overal hervormingen doorgevoerd. In Italië, de Duitse staten en zo ook in Nederland. Niet door angstaanjagende rellen of andere gewelddadigheden, maar door een koning die zo wilde voorkomen dat hij zijn titel moest opgeven. Hij gaf de #34 - ‘13


VERDIEPING

bevolking wat ze wilde: een grondwetsherziening. De belangrijkste wijzigingen in de Grondwet van 1848 waren: - De Staten-Generaal en de Provinciale Staten worden voortaan direct gekozen door de burgers. - De ministers zullen voortaan verantwoording afleggen aan het parlement en niet meer aan de koning – terwijl zij nog wel door hem benoemd werden. - De ministers zijn verantwoordelijk voor het beleid dat ze zelf voeren. De koning wordt hierbij vanaf nu gespaard. - De bevolking krijgt vanaf nu grotere vrijheid van onderwijs, drukpers, vereniging en vergadering.5 De belangrijkste herziening was natuurlijk dat Koning Willem II zijn politieke macht grotendeels kwijt zou raken. Desondanks kwam het vrouwenkiesrecht pas bijna een eeuw later, net als algemeen stemrecht voor mannen. De grondwetswijziging was staatsrechtelijk gezien misschien wel revolutionair, maar wat betreft de democratie moesten nog grote stappen worden gezet. Thorbecke was zich daar als voorstander wel degelijk bewust van. “Hij geloofde ook dat de meeste mensen deze verantwoordelijkheid nog niet zouden kunnen dragen. Alleen mensen die welgesteld waren en dankzij hun bezit konden bewijzen de gewenste ‘burgerlijke kwaliteiten’ te bezitten, mochten actief of passief deelnemen aan de politiek.’’6 Slot De vele problemen aan het einde van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw waarbij een langdurige economische crisis, voedseltekorten, hongersnoden en torenhoge belastingen een grote rol speelden, zorgden voor veel onvrede bij de Europese bevolking. Revoluties waarden rond door Europa, met als ultiem gevolg het afzetten van de koning in Frankrijk. Een gegeven waardoor onze toenmalige koning zich realiseerde dat hem waarschijnlijk hetzelfde zou kunnen overkomen. Het aanstellen van een hervormingscommissie zorgde ervoor dat een liberale politicus zijn weg vrij zag, en Nederland op weg hielp naar een democratie met een parlement dat inspraak kreeg en een koning die zich tevreden moest houden met een meer ceremoniële rol. Thorbecke stond als persoon aan de basis van dit alles, en door zijn liberale gedachten is Nederland het huis van Thorbecke geworden.

Noten 1 Parlement & politiek, 2013, Grondwetsherziening 1848 2 Mike Rapport, 1848: Year of Revolution, p. 32 3 Eric Hobsbawm, Age of Revolution 1789-1848, 4 Mike Rapport, 1848: Year of Revolution, p. 276 5 Grondwetsherziening 1848, Parlement & politiek, 2013, http://www.parlement.com/id/vh8lnhrpfxtu/ grondwetsherziening_1848 6 Simone Olsthoorn, ‘PARLEMENTAIRE DEMOCRATIE’, Historisch Nieuwsblad, 2013 http://www.historischnieuwsblad. nl/thema/Parlementaire-democratie/index.html

Johan Rudolf Thorbecke Johan Rudolf Thorbecke studeerde in Amsterdam en Leiden af in de rechten, letteren en theologie. Na zijn studie verhuisde hij naar onze oosterburen. Door geldproblemen was hij echter al snel genoodzaakt terug te keren. Terug in Nederland werd hij hoogleraar in diverse wetenschappen, en verdiepte hij zich in eerdergenoemde problemen die Europa rijk was. Mede door deze kennis vond hij dat er iets moest veranderen. Hij werd Tweede Kamerlid en probeerde in 1844 eigenhandig de grondwet te wijzigen. Dit voorstel, dat de naam de ‘negen mannen’ droeg, werd afgewezen. Thorbecke was na zijn grote rol in 1848 ook erg belangrijk in de jaren erna. Hij is drie keer minister van Binnenlandse Zaken geworden, een functie die toentertijd te vergelijken was met die van de minister-president. Thorbecke stierf op 4 juni 1872 in Den Haag.

31


JFAS Eerstejaarsborrel


OPINIE

Turkse ‘rebellen’

V

rijheid van meningsuiting is één van de doelstellingen genoemd in de ‘Turkey 2007 Accession Partnership’. Dit besluit vormt een akkoord tussen Turkije en de Europese Unie omtrent de toetreding van Turkije tot de EU. In dit besluit staan de politieke en economische prioriteiten vermeld waar Turkije hard aan moet werken. Een aantal van deze doelstellingen is voor de lange termijn bedoeld, maar een flink aantal prioriteiten moet op korte termijn gerealiseerd worden; namelijk binnen twee jaar. Het recht op vrijheid van meningsuiting vormt één van die korte termijn doelstellingen. Met het oog op het waarborgen van dit recht is aan Turkije de opdracht gegeven om de

Tekst: Salima Guettache

‘Waarom zijn we hier? Omdat we geen vrijheid van meningsuiting hebben; duizenden studenten en verslaggevers zitten in de gevangenis’, aldus Perim, een vriendin van mij uit Istanbul.

Inmiddels zijn er zes jaren verstreken na het vaststellen van deze partnership. De korte termijn doelen zouden dus al lang gerealiseerd moeten zijn. De realiteit is echter anders. Afgelopen voorjaar ging het er slecht aan toe met mensenrechten in Turkije tijdens grote betogingen die overal in het land plaatsvonden. Betogingen omtrent

‘De regering bekogelde haar demonstrerende burgers met traangas, waterkannonnen en rubberkogels’ eigen wetgeving te herzien en wetgeving omtrent de vrijheid van meningsuiting te implementeren, waaronder begrepen de persvrijheid. Dit alles moet op één lijn zijn met de jurisprudentie van het Europees Hof van de Rechten van de Mens. 1

Studente Perim na een ‘tussenkomst’

het behouden van een groot park bleken al gauw betogingen tegen de regering van Erdogan.2 De regering verbrak het pact met de EU om de vrijheid van meningsuiting te waarborgen. Zo bekogelde zij haar demonstrerende burgers met traangas, waterkannonnen en rubberkogels.3 Perim hield me al die tijd op de hoogte van de dramatische situatie: “Het bloedbad is begonnen. Ze moeten een plan hebben, anders zouden ze kinderen en ouderen niet bejegenen met traangas. Ze spoten traangas in hotels die hun deuren openden om de gewonde demonstranten te beschermen. De regering heeft dokters verboden om het gewonde volk te helpen. Er zijn vermiste en gewonde kinderen die hun ouders niet kunnen vinden. Mensen zijn verpletterd onder waterreservoirs. Duizenden vogels, straatkatten en honden zijn gewond of dood. Ze proberen ons te vermoorden. De bestuurder van Istanbul

claimt constant in de media dat dit een vredige tussenkomst is van de politie en dat niemand pijn wordt gedaan, terwijl de bestuurder van de hoofdstad Ankara roept ‘Ik feliciteer onze eigen succesvolle politiekorpsen’, op dezelfde plek waar de protestant Ethem Sarısülük is vermoord door een politieagent! Waarom we hier zijn? Omdat we een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke macht willen. Omdat de regering ingrijpt in onze alcoholconsumptie en abortusrechten. Omdat de regering faalt om vrouwenmoorden en verkrachtingen tegen te gaan. Omdat ze kinderarbeid en kinderverkrachting niet stopt. De politie deelt stokken en messen uit aan de aanhangers van de regering. Wij zijn niet gewapend. Ik weet niet wat te doen. Ik wil niemand vermoorden en ook niet vermoord worden.”

Noten 1 Council Decision 2008/157/EC of 18 February 2008 on the principles, priorities and conditions contained in the Accession Partnership with the Republic of Turkey and repealing Decision 2006/35/EC [2008] OJ L51/4. 2 Pim van den Dool, ‘Turkse betogers weigeren Gezipark in Istanbul te verlaten’, NRC 15 juni 2013, http:// www.nrc.nl/nieuws/2013/06/15/turksebetogers-weigeren-gezipark-in-istanbulte-verlaten/. 3 ‘Excuses van Turkse vicepremier aan gewonden’, Volkskrant 4 juni 2013, http://www.volkskrant.nl/ vk/nl/2668/Buitenland/article/ detail/3452481/2013/06/04/Excusesvan-Turkse-vicepremier-aan-gewonden. dhtml.

33


De keerzijde van de revolutie Tekst: Danielle Sinnige

34

T

Tegenwoordig heeft praktisch iedereen jonger dan 40 er een. Het is makkelijk, snel en praktisch. Daarbij ben je altijd en overal bereikbaar. Handig toch? Juist, ik heb het over smartphones. Iedereen looft deze apparaten om hun gebruiksvriendelijkheid en functionaliteit. Maar heeft het bezitten van een smartphone alleen maar voordelen?

en eerste wil ik even wat iets kwijt over het sociale gedrag dat iemand met een smartphone in de hand vertoont. Deze persoon kijkt niet op of om, reageert nauwelijks op iets anders dan zijn dierbare iPhone 5s of Samsung Galaxy S4, en wanneer deze persoon zich op straat bevindt, dienen weggebruikers rekening te houden met de roekeloosheid waarmee de persoon in kwestie de straat oversteekt. Wellicht dat ik nu wat overdrijf, maar zeg nou zelf: hoe vaak komt het wel niet voor dat je met iemand staat te praten die te druk bezig is met zijn smartphone om ook echt te luisteren naar wat je zegt? Mijn mening: als iemand tegenover je staat, stop die smartphone even (lekker) in je tas en haal hem weer tevoorschijn als je je verveelt.1

‘Stop die smartphone even lekker in je tas en haal hem weer tevoorschijn als je je verveelt’ Dan is er de kwestie rondom straling. Je hoort wel eens dat mobiele telefoons schadelijk zouden kunnen zijn vanwege alle straling die ze uitzenden, maar als je de overheid moet geloven, is er niets aan de hand. Hier volgt een quote van de website van de Rijksoverheid: “De huidige wetenschappelijke gegevens tonen niet aan dat er een verband is tussen blootstelling aan elektromagnetische velden en negatieve gezondheidseffecten.”2 En dat terwijl er nogal wat onderzoeken zijn waaruit juist een mogelijk verband kan worden gelegd tussen elektromagnetische velden (die worden veroorzaakt door bijvoorbeeld mobiele telefoons) en hersentumoren. Uit de documentaire ‘Ziek van je mobieltje’ van Zembla blijkt dat verscheidene landen voorzorgsmaatregelen treffen. Zo mogen

NB

kinderen in Frankrijk geen mobieltje op school gebruiken totdat ze 14 jaar oud zijn om schadelijke effecten op de gezondheid te voorkomen, en zijn mobiele telefoons in Israël voorzien van stickers die waarschuwen voor de mogelijke verhoogde kans op kanker. De tips uit de documentaire wil ik jullie dan ook niet onthouden, mocht de straling van mobiele telefoons schadelijk zijn. Better safe than sorry!

1. Leg je mobiel ’s avonds niet naast of in je bed. 2. Probeer zo min en zo kort mogelijk te bellen, en als je dit al doet, je telefoon zo ver als mogelijk van je hoofd te houden. 3. Vermijd bellen in de trein of auto. 4. Houd je telefoon niet in je broek- of jaszak! 5. Zet je internet uit wanneer je het niet per se nodig hebt.3 Als laatste wil ik het volgende aan jullie vragen: is het nou echt nodig om zoveel geld per maand uit te geven aan je telefoon? Ontzettend leuk hoor, dat je heel lang kan bellen en constant op internet kan, maar die sexy hunk op Whatsapp kan heus wel 10 minuten wachten tot je weer Wi-Fi hebt. Ik hoop dat ik jullie met dit artikel niet te veel in het harnas jaag, maar ik wil alleen wijzen op de steeds groter wordende invloed die dat apparaatje in je broekzak op je leven heeft. Denk eens kritisch na over hoe jij met je smartphone omgaat in het bijzijn van anderen. Wie weet dat we dan op een socialere manier met elkaar om kunnen gaan.

Noten 1 Een interessante video over de invloed van smartphones op ons sociale gedrag is hier te vinden: http://www.ted.com/talks/ sherry_turkle_alone_together.html 2 ‘Effecten van straling’, Rijksoverheid, http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/straling/effecten-van-straling 3 ‘Ziek van je mobieltje’, Zembla 1 juni 2012, http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1261572

#34 - ‘13


NA(AST) JE STUDIE

Studeren in Gent Tekst: Sascha van Gerrevink

Oud-bestuurslid Sascha van Gerrevink doet een tweede master in Gent, en houdt ons op de hoogte!

N

a vijf jaar met veel plezier te hebben rondgedwaald op de Poort en aldaar zowel mijn bachelor- als masterbul behaald te hebben werd het voor mij tijd om mijn vleugels uit te slaan en afscheid te nemen van dit vertrouwde stukje Amsterdam. Het werkende leven wil ik voorlopig nog voor me uit blijven schuiven maar de grote vraag is hoe? Aan een tweede master beginnen zou geweldig zijn, ware het niet dat dit aan de UvA een schamele €12.000 kost. De conclusie was dan ook snel getrokken dat ik het studerende leven buiten de landsgrenzen moest zoeken. Het fantaseren over universiteiten begon wereldwijd maar nam al snel beperktere vormen aan. Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik een huismus van het hoogste segment ben en dat het wonen aan de andere kant van de wereld voor een langere periode dan een vakantie niet voor mij is weggelegd. Mijn eindbestemming bevindt zich dan ook een beschaafde 200 kilometer bij Amsterdam vandaan. In België. Aankomend collegejaar dompel ik me onder in het studentenleven van Gent en middels de Nota Bene neem ik jullie graag mee in mijn avontuur. Je zou denken dat het leven in België er niet bijster anders aan toe kan gaan dan thuis en ik dus eigenlijk ook niet van een avontuur mag spreken. Dat valt toch tegen (of mee, maar net hoe je het bekijkt). Het eerste dat me opviel was de wijze van inschrijving voor een studie. Schrijf je je voor het eerst in op de universiteit dan moet je dat in hoogst eigen persoon doen. Met uitzondering van de buitenlandse studenten. Logisch ook, want het is redelijk omslachtig voor een Chinese student om een retourtje Gent te boeken enkel en alleen om zich op de uni in te schrijven. Maar elke regel heeft een uitzondering en daar was ik er natuurlijk een van. Met mijn Nederlandse bul kon ik namelijk rechtstreeks worden toegelaten tot de opleiding. Wat een hele rompslomp aan papierwerk scheelde maar ook gelijk betekende dat ik wél een retourtje Gent moest boeken om dezelfde procedure als mijn Vlaamse medestudenten te doorlopen, die eigenlijk uit niet meer bestond dan het ondertekenen van een formulier en het maken van een foto voor mijn studentenkaart.

Volgende punt op de agenda was woonruimte zoeken. Vanaf Amsterdam is Gent een dikke drie uur treinen dus een kamer op locatie is zeker geen overbodige luxe. Belgen gaan alleen niet op kamers, maar op kot. En een kot huur je niet via een wooncorporatie maar van een particulier. Voordeel is dat je niet jarenlang ingeschreven hoeft te staan voordat je in aanmerking komt voor een kamer die meer voorstelt dan een bezemkast. Nadeel is dat de communicatie soms stroef en onprofessioneel verloopt. Na heen en weer te hebben gemaild met tientallen huiseigenaren ben ik begin juni in de zeer vroege ochtend op de trein gestapt om koten te kijken. De prijs van een kamer ligt een stuk lager dan in Nederland, daarbij is de gemiddelde kwaliteit van de kamer ook gelijk een stuk lager. Eerlijk gezegd ben ik nogal geschrokken van de bouwvallige en verpauperde staat waarin de meeste kamers verkeerden. Gelukkig was er een net gerenoveerd pareltje in het hart van Gent, tegenover een prachtig zwembad in Art-Deco stijl waar de kleine kindjes voor de deur netjes twee aan twee af en aan lopen voor schoolzwemmen. Het is dan ook met dit uitzicht dat ik nu heel huiselijk met snuggie aan en kopje thee erbij dit stuk zit te schrijven. Zoals ik al schreef ben ik naar Gent gegaan omdat het studeren hier een stuk goedkoper is. Voor het volgen van een master betaal je hier ongeveer €600 per jaar. Daarnaast betaal je je ook niet scheel aan boeken geschreven door de uni’s eigen hoogleraren, die elk jaar weer de moeite nemen om de randnummers aan te passen zodat je weer €80 euro moet uitgeven aan de meest recente editie. Aan de UGent ben je per vak ongeveer €25 euro aan boeken en de hele reutemeteut kwijt. Dit alles stemde mij zeer enthousiast en ik zag het al voor me hoe ik me het zou kunnen veroorloven om met dit uitgespaarde geld een tijdje niet te hoeven werken. Dat was iets te rooskleurig van mij, in België betaal je je namelijk wél scheel aan boodschappen. In mijn eerste weekend hier ging ik naar de Carrefour Express (vergelijkbaar met AH to Go) omdat alle andere supermarkten op zondag gesloten zijn (ook even wennen). Onverrichter zake kwam ik thuis omdat ik weigerde €2,65 voor een halve liter yoghurt te betalen en €3,99 voor een pak muesli (ik blijf toch een Nederlander). Na nog een paar andere supermarkten te hebben bekeken kwam ik tot de conclusie dat alle supermarkten gewoon aan de prijzige kant zijn in vergelijking met hun Nederlandse collega’s. Mijn Vlaamse huisgenootje beaamde dit en vertelde dat zij, telkens als ze in haar ouderlijk huis is daar de voorraadkast plundert en alles naar Gent sleept. Volgend weekend komt mijn mam op bezoek, dus misschien haar maar lief aankijken en vragen de auto vol te laden met voedselpakketten...

35


36

Wat ik dan wel weer frappant vind is dat je op een terrasje voor een speciaalbiertje ongeveer evenveel betaalt als voor een gewoon biertje in Nederland. De Belgen maken hier dan ook veelvuldig gebruik van en het is niet ongebruikelijk om ’s middags bij de lunch al een pintje te nuttigen. Of dit de werkprestaties de rest van de dag ten goede is mij nog niet duidelijk, maar when in Rome... (uitslag van dit mini-onderzoek volgt in de volgende editie). Ook sigaretten en drankjes tijdens het uitgaan zijn een stuk goedkoper dan in Nederland, blijkbaar ligt de prioriteit van Belgen bij genotsmiddelen en niet zo zeer bij dat wat voedzaam is.

Ik denk dat ik nu al kan zeggen dat ik het Vlaams prefereer boven de noordelijke variant van het Nederlands dat wij spreken. Met de leuke woorden en zangerige manier van spreken ligt het goed in het gehoor en ik hoop dan ook snel mijn vocabulaire uit te breiden. Om te beginnen met deze afsluiter; Saluutjes!

‘In België heb je enkel eetsinaasappelen en perssinaasappelen’ Laatste wat me in deze korte tijd dat ik hier ben toch wel elke dag weer opvalt is het Vlaams. Ik dacht: lekker makkelijk, verhuizen naar een land waarvan ik de taal al spreek. Niet waar. Ten eerste spreken de meeste mensen mij in het Engels aan, ik weet niet waar het aan ligt maar blijkbaar straal ik uit dat ik toch absoluut geen Belg ben. Vervolgt het gesprek zich vervolgens dan toch in het Nederlands dan wil hier nog wel eens een ongemakkelijke situatie op volgen. Belgen zijn namelijk te beleefd om te zeggen dat ze een woord niet kennen, reageren daarom soms een beetje schaapachtig en doen maar wat. Andersom zorgt het ook voor miscommunicatie, zo stond ik op het punt boos te worden op de jongeman die mij vertelde dat ik zotte ogen had tot ik begreep dat dit als compliment bedoeld was. Aan de andere kant heeft het Vlaams ook zo zijn voordelen, het is namelijk erg overzichtelijk. Als ik in de Albert Heijn sta bij de sinaasappelen weet ik nooit of het nou de hand-, pers- of de navelsinaasappel is die je kan eten en/of persen. In België heb je enkel eetsinaasappelen en perssinaasappelen. Ook de aardappelen hebben namen die niet om de hete brij heen draaien; wil je aardappelen koken koop dan kookaardappels, wil je ze frituren dan frietaardappels. Was alles in het leven maar zo eenduidig.

NB

#34 - ‘13


NA(AST) JE STUDIE

I-Object, het nieuwe concept voor gratis juridisch advies Door Sharieffa Jbiri en Elisabeth Holthuizen

Onderzoek heeft uitgewezen dat er steeds meer vraag en aanbod is naar en van juridische bijstand. Dit ziet men onder andere door de vele reclames van verschillende rechtsbijstandbureaus.

E

chter, er zijn ook kosten aan verbonden en het vergt een heleboel tijd. Tijd die men in deze versnelde maatschappij niet meer schijnt te hebben, en wat financiën betreft volstaat een verwijzing naar de economische crisis. Daarom zijn wij onlangs een gratis online juridisch adviesbureau begonnen, genaamd I-Object. Hier kunnen mensen gemakkelijk en op elk moment van de dag via het internet juridische vragen stellen. De reden dat wij (Elisabeth Holthuizen (21) en Sharieffa Jbiri (20)) I-Object zijn begonnen is dat wij als derdejaars studenten Rechtsgeleerdheid de ambitie hebben om de advocatuur in te gaan. Gelet op het hoge aantal rechtenstudenten zijn we ons ervan bewust dat we ons moeten onderscheiden om onze droom werkelijkheid te maken. Denkend aan de toekomst wilden wij iets voor ons zelf beginnen. Dit niet alleen om juridische ervaring op te doen, maar ook om bekend te raken met het reilen en zeilen binnen de ondernemingswereld. I-object is daarbij vooral gericht op het privaatrecht, dit komt met name doordat wij vooral gespecialiseerd zijn in dit rechtsgebied. Na lang te hebben gebrainstormd zijn wij tot de conclusie gekomen dat een online juridisch adviesbureau starten voor ons het best zou kunnen uitpakken . Doordat wij non-profit te werk gaan leek het ons efficiënt om eerst te beginnen met een Facebookpagina, om in een later stadium over te stappen op een website. Al snel kwamen wij erachter dat het niet makkelijk is om ‘eventjes’ een bedrijf op Facebook te zetten, maar na wat lange nachten is het uiteindelijk toch gelukt om met een professioneel logo een goed begin te maken. Daarnaast hebben wij voor extra publiciteit folders laten drukken en deze verspreid door Amsterdam en omstreken. Bij I-Object werken we met een vaste structuur. Een cliënt kan zijn vraag stellen via onze Facebookpagina of stuurt een e-mail naar i-object@outlook.com. Dit is een zeer laagdrempelige manier om tot een juridisch antwoord te komen, hierdoor verwachten wij dat mensen eerder geneigd zullen zijn onze hulp in te schakelen. Vervolgens wordt er binnen 24-uur een opdrachtbevestiging

teruggestuurd naar de cliënt met daarin de algemene voorwaarden. Ons advies bestaat niet enkel uit juridische mogelijkheden voor de cliënt op dat moment. Immers, wij voorzien de cliënten ook van extra informatie, die hen verder helpt met mogelijke complicaties in de toekomst. Vervolgens streven wij ernaar om de cliënt binnen een week op de hoogte te stellen van zijn/haar juridische mogelijkheden. Het doel dat wij bij I-Object nastreven is allereerst het helpen van mensen op een efficiënte manier. Dit houdt in dat men ons 24-uur per dag online kan benaderen over zijn of haar juridisch probleem. Zo hoeft men niet langer de deur uit om vervolgens een uur in een wachtkamer te zitten. Als beginnend bedrijf zijn wij ons er echter van bewust dat wij allereerst meer bekendheid moeten genereren om uiteindelijk een toonaangevende speler in de juridische bijstandsverlening te worden. Op het moment zijn wij daarom - zoals gezegd - vooral druk met marketing. Gelet op het feit dat dit kosten met zich meebrengt zal I-Object in de nabije toekomst kosten in rekening moeten brengen voor het opstellen van o.a. bezwaarschriften en overige juridisch gerelateerde brieven. Uiteraard willen wij I-Object zo toegankelijk mogelijk houden en zal dit dus om geringe bedragen gaan, en zullen onze verdere antwoorden kosteloos blijven. Door middel van inkomsten en giften willen wij op termijn een financiering rond zien te krijgen voor een eigen website met daarop een inlogsysteem voor onze medewerkers om op die manier online spreekuren te kunnen faciliteren. We zijn een beginnend bedrijf en hebben nog veel meer bekendheid nodig! Vind je ons initiatief leuk? Like ons dan nu op facebook.com/ iobjectjuridischadvies.

37


Carriere na(ast) je studie Terwijl de wolkenkrabbers van de grote kantoren de Zuid-As versieren, pronken de kleinere kantoren aan onze grachtengordel. Waar kun je het best aan de slag? Om jullie op de hoogte te houden nemen wij in elke editie een kijkje in de keuken van een groot en klein kantoor. Spiek gerust mee!

38

Juliette Fluttert liep stage bij Boekel de Nerée Juliette is sinds de basisschool een strever en wil het ver schoppen in de juridische wereld. Wat heeft ze inmiddels allemaal gedaan?

N

adat ik op de basisschool was blijven zitten, dreigde mijn vader om mijn geliefde pony weg te doen. Sindsdien heb ik mij altijd volledig ingezet. Toen er op mijn basisschool een presentatie werd gehouden door een ex-gedetineerde en zijn advocaat wist ik het zeker: ik ga rechten studeren. Na mijn middelbare schooltijd begon ik aan het Utrecht Law College (ULC). Daar werd ik actief lid van de bijbehorende studievereniging Sirius. Hier heb ik meteen al mogen proeven van het recht in de praktijk. Zo heb ik een mini-stage bij advocatenkantoor De Brauw mogen volgen en verschillende advocatenkantoren bezocht. Ook heb ik deelgenomen aan studiereizen naar Londen en Sint Petersburg. Na mijn bachelor heb ik mij een jaar beziggehouden met de financiën van UVSV. Daarnaast bleef ik actief binnen de studievereniging. Zo heb ik bijvoorbeeld bij AKD in Rotterdam met veel plezier een module over het zeerecht gevolgd. Na dit drukke jaar ben ik begonnen aan de Togamaster van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Met de geselecteerde groep gemotiveerde studenten was de onderwijsvorm vergelijkbaar met het ULC. En dankzij de bijbehorende masterclasses en

NB

twee maanden durende stage bij het Openbaar Ministerie, heb ik kennis mogen maken met de praktijk van de procesgang. Op dit moment ben ik bezig met mijn tweede master: Privaatrecht aan de UvA. Stage bij advocaten- en notarissenkantoor Boekel, een gigant aan de Zuidas. Hoe was het? Tijdens mijn bachelor heb ik op een praktijkdag het advocatenkantoor Boekel Nerée leren kennen. De professionaliteit, maar tegelijk ook informaliteit, en gedreven werksfeer spraken mij toen aan. Ook heb ik een in-housedag van STEP bij Boekel gevolgd. Daarna heb ik gesolliciteerd voor een stage in de zomermaanden, en met succes. Ik heb de twee maanden durende stage op de sectie Arbeidsrecht als bijzonder leerzaam ervaren. Het is bizar hoe veel je in korte tijd kunt leren in de praktijk. De theorie uit je studieboeken komt tot leven en dit heeft voor mij duidelijk gemaakt waarom mijn oog viel op de studie rechten. Naast uitdagende opdrachten die ik door verschillende advocaten binnen het kantoor voorgeschoteld kreeg, werd ik ook betrokken bij lopende zaken. Dit is niet alleen heel ‘cool’ maar het geeft je als student ook inzicht in vaardigheden die je niet kunt leren op de universiteit. Bijvoorbeeld het afwegen

Educatie Juliette Fluttert (1989) 2008-2011 Utrecht Law College 2012 Togamaster (Erasmus Universiteit) 2013-heden Master Privaatrecht (UvA)

#34 - ‘13


NA(AST) JE STUDIE

Boekel De Nerée levert zakelijke, juridische dienstverlening voor nationale en internationale ondernemingen, overheid en semi-overheid. Onze grote kracht is dat we onze en expertise weten te verbinden met de wereld van onze cliënten. We werken vanuit Industry teams – sectorspecifieke teams waarin alle relevante expertises verenigd zijn – die snel en geïnformeerd kunnen schakelen. Zo zijn we partner in business voor Financials, Real Estate, Life Sciences, Technology Data & Privacy, Healthcare, Retail, Professional Services en Government. Wij zijn gevestigd in Amsterdam en Londen en hebben 270 medewerkers, van wie 132 advocaten en notarissen. Wil je ook kennismaken met Boekel? Kijk dan op www.boekel.com/ ontmoetboekel voor een evenement dat bij jou past of neem contact op met onze recruiter. Contactgegevens Charlotte de Mos Recruiter Boekel T 020 795 37 09 E charlotte.demos@boekel.com www.boekel.com/werkenbij

van belangen, oplossingsgericht denken en tactisch handelen. Ik heb mij erover verbaasd hoe veel meer erbij komt kijken dan alleen de juridische materie. Een dag op kantoor begon meestal rond een uur of negen ’s ochtends. Ik kreeg verschillende opdrachten waar ik zelfstandig aan kon werken (vergelijkbaar met het werk van paralegal Rachel Zane uit Amerikaanse hitserie Suits, red.). De sfeer op kantoor heb ik als prettig ervaren. Als ik er zelf niet uitkwam kon ik gerust aankloppen bij iemand van mijn sectie. En nee, geen strenge ‘ouderen’, allemaal jonge, toegankelijke en energieke mensen! En je wordt overal bij betrokken, mag af en toe aanwezig zijn bij gesprekken met cliënten en leert elkaar kennen tijdens de dagelijkse lunch met de sectie. Natuurlijk waren er momenten dat ik door mijn gebrek aan kennis van het arbeidsrecht onzeker was, maar de aanwezige advocaten hebben mij er goed doorheen geholpen. Ik kreeg vaak uitgebreide feedback en ging daardoor met een goed gevoel naar huis. Algemene aantijgingen, bijvoorbeeld dat de Zuidas (te) corporaal zou zijn, bleken volledig onjuist (in ieder geval wat Boekel betreft). Ik ben volledig in de gelegenheid gesteld mijzelf als advocaat in spe te ontplooien. Boekel lijkt mij dan ook een geweldig kantoor om als jonge advocaat(-stagiaire) te beginnen.

39


Tim Vis is sinds twee jaar advocaat bij Spong Foto’s: Rebecca Vermeulen

Tim is een rijzende ster binnen de advocatuur en legt uit hoe hij te werk gaat in de fascinerende wereld van het Nederlands strafrecht.

40

H

et houten stoeltje van het hufterproof zitmeubel zit oncomfortabel, zeker om 8:00 op de zondagmorgen. Dat ik de net gezette kop koffie ook nog eens niet naar binnen mocht nemen maakt het niet prettiger – ‘dat is beter voor u’, zei de agent nog, ‘hij is agressief’. Ik neem het met een flinke korrel zout, dat is een van de eerste dingen die je leert, als je piket loopt. De wachtcommandant loopt het benauwde kamertje uit. Daar zit je dan, kladblok en pen in de aanslag, te wachten op de zware klik van de deur die je hoort als je piketcliënt wordt binnengebracht.

Educatie Tim Vis (1989): 2006-2009 Bachelor Rechtsgeleerdheid UvA (cum honore) 2010 Master Strafrecht UvA (cum laude)

2011 Master International Criminal Law UvA & Columbia University (New York, VS)

NB

De klik komt. Over de drempel stapt een gespierde man, gekleed in slechts een papieren overall. Overal bloed, blauwe plekken en, duidelijk pas net gehechte, wonden. De man is overstuur en heeft het – op zijn zachtst gezegd – niet op met de politieagenten die hem binnenbrengen. Snuivend en briesend komt hij tegenover me zitten en met eenzelfde zware klik als ervoor valt de deur weer in het slot. Daar zit je dan. Hierop word je niet voorbereid op de universiteit. Ik was pakweg een halfjaar bezig toen ik dit piketbezoek meemaakte. Het bleek een geval van buitenproportioneel politiegeweld. De betrokken cliënt werd verdacht van rijden met alcohol op en het niet willen laten zien van zijn rijbewijs. Dat leidde tot een aanhouding, waartegen hij zich verzette. Nog geen tien

tellen later zonken de hoektanden van een dienstherder in zijn vlees. Dat laatste was goed te zien, die zondagmorgen. Het bovenstaande maakt in één klap het verschil duidelijk tussen de theorie en de harde realiteit van de praktijk. Je zit als net afgestudeerde, beginnende advocaat op een druilerige zondagmorgen helemaal alleen in een hufterproof kamertje met een grote bloedende bonk adrenaline en woede tegenover je. Toch wat anders dan een werkgroep Algemene Rechtsleer. Het lijkt me leuk om aan de hand van een korte bespreking van de piketfase een inkijk te geven in ervaringen die alleen de praktijk kan bieden en tijdens de studie verborgen blijven. Zo’n piketbezoek aan een aangehouden cliënt duurt kort, doorgaans slechts 20 minuten. In die beperkte tijd zijn er een paar doelen. Als belangrijkste is er de adviserende taak: binnen een paar minuten moet je tot de kern van de zaak doordringen en een goed procesadvies geven. Ook ben je er om de cliënt te informeren over zijn rechten en de consequenties van de door de politie genomen beslissingen. Als laatste ben je er ook als een vertrouwenspersoon voor je cliënt. Je bent als advocaat de enige met wie hij onbevangen kan spreken, in de meeste gevallen voor een periode van drie zware dagen. Deze doelen maken het piketbezoek tot een van de leukste aspecten van de strafrechtpraktijk. Om met de eerste te beginnen: dat vergt wel wat stressbestendigheid en juridisch-analytisch vermogen. Jij bent op het moment van het bezoek de enige die je cliënt mag spreken voordat hij voor het eerst de verhoorkamer in wordt geleid en daar een begin wordt gemaakt met het opmaken van wat later het dossier zal worden. Dat dit belangrijk is, blijkt wel uit het feit dat het dat strafdossier is op basis waarvan de rechter de beslissing neemt. Die taak is niet altijd makkelijk, maar o zo belangrijk. Zoals mijn voorbeeld illustreert, zit je soms met een cliënt die aan hele andere dingen denkt. De woede over zijn aanhouding, zijn familie, zijn baan; al die dingen vormen voor hem een grotere prioriteit dan het geven van een goed beeld van de gebeurtenissen aan een advocaat die tegenover hem zit – waarom zou hij jou vertrouwen? Daarnaast maken de omstandigheden het vaak ook niet beter: het komt niet zelden voor dat je cliënt ten tijde van het feit zo ver van het pad was vanwege drugs of alcohol, dat hij zich weinig meer herinnert. Toch is het zaak dat je in die spaarzame minuten probeert het vertrouwen te winnen en je een beeld te vormen van wat er is gebeurd. Pas daarna kun je je cliënt echt adviseren. Het is voor het strafproces in de meeste gevallen bepalend hoe dat eerste advies luidt: een cliënt die zich eerst beroept op zijn zwijgrecht en pas bij de rechter een verklaring aflegt kan het verwijt krijgen zijn verklaring op het dossier te hebben afgestemd. Dit is een groot risico bij, bijvoorbeeld, witwaszaken. In die zaken wordt van de verdachte namelijk een aannemelijke verklaring #34 - ‘13


NA(AST) JE STUDIE toch even ‘te vragen om de honden eten te geven’. Die verzoeken maken het dat je als advocaat mogelijk tussenpersoon wordt voor wat misschien wel codetaal is voor zaken waar je uitdrukkelijk buiten dient te houden. Ook die gevoeligheden moet je met je cliënt bespreken, terwijl je ondertussen ook de vertrouwensband moet zien op te bouwen. Kortom: in een kort piketbezoek krijg je niet alleen een kant van het strafproces te zien die voor de theorie vrijwel altijd verborgen blijft - bloed, zweet en tranen incluis - maar krijg je daarnaast enorme uitdagingen voor je kiezen. In die eerste, cruciale fase, zul je zowel het vertrouwen van je cliënt moeten winnen als binnen no-time tot een strafprocessueel advies moeten komen. En nee, daar word je op de universiteit niet op voorbereid. De enige manier om dat mee te maken en te leren is om in het diepe te duiken. Zoals iedereen kan begrijpen vormt dit een van de leukste kanten van mijn werk!

41

Hoe heb jij hier tijdens je studie naartoe gewerkt en heb je nog tips voor rechtenstudenten van nu? Tijdens mijn studie heb ik een ad hoc-stage gelopen bij Böhler Advocaten in het kader van mijn tweede master (Internationaal Strafrecht). Daarnaast heb ik ook drie jaar lang academieassistentschappen voor prof. Harmen van der Wilt en prof. Göran Sluiter verricht.

verwacht voor de niet-criminele oorsprong van een aangetroffen geldbedrag. Zo’n verklaring is qua overtuigingswaarde simpelweg minder sterk als die wordt afgelegd na kennisname van het hele politieonderzoek. Dat kan zomaar het verschil tussen vrijspraak en veroordeling zijn. Andersom is het zo dat te véél verklaren bij de politie de cliënt later in een lastig parket kan brengen als hij daar bij de rechter op wil terugkomen. Het is een grote uitdaging om tot de kern te komen en een goed advies te geven. De informatieve rol vergt ook weerbaarheid. Dat de hulpofficier van justitie een verdachte vertelt dat hij in verzekering is gesteld en nog drie dagen moet blijven, past in diens rol. Als jij je cliënt vervolgens moet uitleggen dat dit betekent dat hij die drie dagen geen contact kan hebben met de buitenwereld, in het arrestantencomplex wordt opgehouden en eigenlijk is overgeleverd aan de grillen van de politie en dat uiteindelijk de officier van justitie een voorgeleidingsbeslissing neemt, is het niet zelden zo dat dit hem even te veel wordt. Toch is het belangrijk dat je eerlijk en doortastend te werk gaat. De politie wil je cliënt wel eens voorhouden dat ‘iemand sneller naar huis kan als hij een verklaring aflegt’, waar vrijwel nooit iets van waar is. Bij sommige zaken is een beroep op het zwijgrecht cruciaal, maar bij een cliënt die zijn kinderen zielsveel mist kan de verleiding groot zijn. Ook over dit soort dingen moet je je cliënt goed informeren. Dat laatste hangt samen met de derde functie van het piketbezoek: jij bent de enige steun en toeverlaat die je cliënt heeft op dat moment. Dit brengt mee dat je direct – of je het wil of niet – medezorg draagt over het persoonlijk wel en wee van je cliënt en diens relatie tot de ‘achterblijvers’ buiten. Ook dit kan soms spanningen meebrengen. Hoewel het, vind ik, bij je taak als advocaat hoort om zijn familie en werk op verzoek te informeren, gebeurt het ook wel eens dat je het verzoek krijgt om ‘zijn neef’

NB

Via mijn bestuurstijd bij M.P. Vrij, de strafrechtelijke studievereniging van de FdR, ben ik toentertijd in aanraking gekomen met Gerard Spong en zijn kantoor. We hadden hem – samen met confrères Hiddema, Weksi en Taekema – uitgenodigd voor een debat over beroepsethiek. Dat debat verliep geslaagd en daarna heb ik altijd contact gehouden. Dit leidde tot een studentstage van zes weken, eind 2009. Na mijn tweede master heb ik gesolliciteerd, waarna ik werd aangenomen per juni 2011. Ik ben in juli van dat jaar beëdigd en werk dagelijks met veel plezier hier aan de Keizersgracht. Gezien mijn eigen ervaring raad ik iedere student aan om zich te oriënteren in de praktijk, of dat nu bij het OM, de rechterlijke macht of in de advocatuur is. Een proefperiode in de praktijk laat het beste zien of die tak bij je past.

Voor masterstudenten bestaat de mogelijkheid van een studentstage bij Spong Advocaten. Voor meer informatie, check www.spong.nl. #34 - ‘13


JFAS Constitutieborrel

42

NB

#34 - ‘13


Juridische quiz

9. Hoeveel uren mag je als 16-17 jarige per week maximaal werken? A- 24 uur per week B- 40 uur per week C 32 uur per week 10. Wat zijn de plichten van een werknemer? A- Het werk verrichten, aanwijzingen opvolgen, goed werknemer zijn B- Doen wat je baas zegt C- Werken

5.C 10.A

5. Waar gaan algemene voorwaarden over? A- Welke regels er gelden B- Wat je rechten en plichten zijn C- De vrijblijvendheid van het aanbod, de garantie, het eigendomsvoorbehoud bij koop in termijnen, overmachtsituatie en de wijze van betaling

8. Voor wie geldt het jeugdstrafrecht? A- Voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar B- Voor jongeren vanaf 18 jaar C- Voor jongeren tussen de 16 en 18 jaar

4.C 9.B

3. Wat is materiële schade? A- Schade die je aan een materiaal verricht B- Schade die je veroorzaakt C- Alleen in geld uit te drukken schade � 4. Vanaf welke leeftijd ben je aansprakelijk voor de schade die je verricht? A- Vanaf 18 jaar B- Vanaf 17 jaar C- Vanaf 16 jaar

7. Wanneer heb je recht op studiefinanciering? A- Als je 18 jaar of ouder bent B- Als je 18 jaar of ouder bent en op school zit C- Als je minimaal 18 en maximaal 34 jaar bent en voltijd MBO, HBO, of WO doet

3.C 8.A

2. Wanneer is de vader volgens de wet ook de juridische vader? A- De biologische vader is ook gelijk de juridische vader B- Alleen als vader het kind bij de geboorte erkent C- Vader moet getrouwd zijn met de moeder of hij moet het kind erkennen.

6. Jantje heeft de fiets van Bertje gestolen vervolgens verkoopt hij de fiets voor een normale prijs aan Kim, Wie is de eigenaar van de fiets? A- Jantje B- Kim C- Bertje

Antwoorden: 1.A 2.C 6.C 7.C

1. Wanneer ben je handelingsbekwaam over je (bij)baan? A- Vanaf 16 jaar B- Vanaf 18 jaar C- Vanaf 15 jaar

43


44

NB

#34 - ‘13

Profile for JFAS

Nota Bene oktober 2013 - Revolutie  

Verenigingsblad Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

Nota Bene oktober 2013 - Revolutie  

Verenigingsblad Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten

Advertisement