__MAIN_TEXT__

Page 1

NOTA BENE

De SGP

een hypocriete partij?

God

(en zijn onderdanen)

een sprookje

Waar geloof jij in?

Karma? Carrière? Het recht?

Geloof

nummer 30 oktober 2012 jaargang 19


Winnaar Gouden Zandloper: snelste groeier 2008 – 2012

Link up. Vind je het een spannende uitdaging om hechte relaties op te bouwen met gerenommeerde, internationale cliënten? Wil je de grenzen van je praktijkgebied verleggen naar een breed spectrum van sectoren? Heb je het talent, inzicht én de energie om de meest complexe transacties succesvol af te ronden? Link dan met Linklaters! Wij zijn een wereldwijd, toonaangevend kantoor met advocaten, notarissen en fiscalisten. We zijn altijd op zoek naar jong toptalent. Dus als jij carrière wilt maken in een open en toegankelijke omgeving, waarin pragmatisme en vernieuwend denken centraal staan, bekijk dan onze stagemogelijkheden en vacatures op www.linklatersgraduates.nl Delicious

Flickr

Twitter

Retweet

Facebook

MySpace

StumbleUpon

Digg

Slash Dot

Mixx

Skype

Technorati

315174_holland_297x210 [+3].indd 1

19/06/2012 09:38


Hoofdredactioneel

G

eloof jij ergens in? Als ik die vraag stel, zou je denken dat het antwoord ongetwijfeld een religie moet zijn. Maar niets is minder waar, ik krijg juist diverse uiteenlopende reacties. De een gelooft in: een ritueel (dragen van een ring, zelfde merk onderbroek…), gebedje of juist in Sinterklaas. Kortom, geloven is iets subjectiefs; je kunt namelijk niet bewijzen dat het ook zo is. Maar zonder geloven gebeurt er ook niets, want je moet in jezelf en in elkaar blijven geloven. Bijvoorbeeld wij als bestuur zijnde geloven in liefde en in elkaar. Wij geloven dat we, samen met alle (commissie)leden, de JFAS dit jaar naar een hoger niveau tillen; higher that’s ever been. Denk aan leuke reizen, borrels, activiteiten én natuurlijk vier mooie edities van de Nota Bene. Genoeg vooruitzichten dus om in te geloven, waardoor wij met z’n allen onze doelen proberen na te streven. Zoals ik net al zei: geloven is iets subjectiefs. Wij als bestuur hebben een bepaald geloof, maar er zijn nog meer ‘geloven’. Deze editie laat zien hoe verschillend geloof kan zijn, en hoe mensen over geloven denken. Denk maar aan de gedachtegang van massamoordenaar Anders Breivik, Karl Marx of juist de politieke partij SGP.

Geloof, een ruim begrip Wel had ik even een negatieve gedachtegang: de economische crisis, de stijgende werkloosheid, de devaluering van de euro én niet te vergeten de langstudeerboete. Hoera wat een feest! Toch heb ik nog hoop, want tja er is immers weer een nieuw kabinet. Maar zal het deze keer wél lukken om de vier jaar vol te maken? Ik geloof echter dat het deze keer goed zal gaan. Ik hoop dan ook net als het kabinet een stabiel en een geloofwaardig jaar tegemoet te gaan, zowel voor het bestuur als voor onze leden. Jaimy Lankman Commissaris Media 2012-2013

3


7 8 15 24 4

ACTUALITEIT

3

Hoofdredactioneel Geloof, een ruim begrip

6

Activiteitenkalender en colofon

7

Een terugblik van het oude bestuur Een spannend en leerzaam jaar om nooit te vergeten

8

Meet the new... JFAS-bestuur

10

8-8-4 Wat houdt het precies in?

OPINIE

15

Etudier รก Paris - Sorbonne Column door Salima Guettache

20

Religieus onderwijs in een multiculturele samenleving?

24

God en zijn onderdanen, een sprookje Een kritische blik op het geloof


inhoud

RUBRIEKEN

12

Zwaarder straffen gerechtvaardigd? Rechtse politieke partijen pleiten voor minimumstraffen

13

18

Religie, een opium van het volk Karl Marx en zijn ‘religie’

Singapore Een land met veel verschillende geloven

22

Spraakmakende rechtspraak

26

Waar geloof jij in?

38

Fotopagina Eerstejaarsborrel

39

Fotopagina Constitutieborrel

VERDIEPING

30

Jehova’s Getuigen Problematiek rondom bloedtransfusies aan het licht

32

SGP, een hypocriete partij?

35

De SGP tegen Nederland: een grondrechtelijk conflict of een procesrechtelijke puinhoop?

18 22 30 32 5


Activiteitenkalender 2012

Colofon De Nota Bene is een uitgave van de Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en verschijnt vier maal per jaar. Hoofdredactie Jaimy Lankman

1 november

JFAS borrel 8 november

Bezoek aan Rabobank 14 november:

Masterclass met FNV over ‘overtuigend onderhandelen’ 6 december

Eindredactie Eline Botter Redactie Laura Aalders Vincent de Haan Veysi Tas Rogier van der Wolk

Richte van Ginneken Salima Guettache Tarek Hiemstra Madeline Kniest Francis Tjia Nammy Vellinga

Overige bijdrage Nina Albers Annika van Beek Sascha van Gerrevink Romy Lankman Nick Poggenklaas Jeroen Postma Nick de Rooij Adverteerders AKD advocaten en notarissen Linklaters LLP Loyens & Loeff

JFAS borrel

Sponsorexploitatie Annika van Beek

20 december

Vormgeving Willem Don, willemdon.nl

JFAS Kerstgala Aanmelden en extra informatie vind je op www.jfas.com.

Valeria Boshnakova Simcha de Leeuw Gertjan Pranger

Drukkerij Grafiplan Nederland B.V. te Grootebroek JFAS Bestuur Annika van Beek – Voorzitter – voorzitter@jfas.com Kerim van Oosten – Vice-voorzitter – vvz@jfas.com Jacqueline de Vries – Penningmeester – penningmeester@jfas.com Kimo Smits – Secretaris – secretaris@jfas.com Sascha van Gerrevink – Commissaris intern – intern@jfas.com Ivanka van Hassel – Commissaris extern – extern@jfas.com Jaimy Lankman – Commissaris media – media@jfas.com Juridische Faculteit der Amsterdamsche Studenten Oudemanhuispoort 4 Kamer A2.04 1012 CN Amsterdam Tel: 020-5253441 Email: voorzitter@jfas.com Internet: www.jfas.com Met dank aan Alle bestuursleden en sponsoren die deze Nota Bene hebben gemaakt. De gepubliceerde artikelen in de Nota Bene vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de mening van de voltallige redactie. Reacties op artikelen worden met belangstelling tegemoet gezien op media@jfas.com. Wil je schrijven voor de Nota Bene? Mail dan naar media@jfas.com. Heb je de Nota Bene niet ontvangen of zijn je adresgegevens gewijzigd? Mail dan naar secretaris@jfas.com. JFAS Bijlessen In korte tijd de tentamenstof onder de knie krijgen? In het eerste semester zullen er voor de volgende vakken bijlessen worden gegeven: • • • • •

6

Contractenrecht 1 Europeesrecht 1 Aansprakelijkheidsrecht Goederenrecht Bestuursprocesrecht 1


actualiteit

Een jaar JFAS in vogelvlucht..

H

et is rond het middaguur, 25 juni 2011. Met een bonzend hoofd schrik ik wakker. De nacht ervoor is een van de meest dolle nachten uit mijn leven geweest, en zo voel ik me ook. Zo’n 18 uur eerder had de Algemene Ledenvergadering van de JFAS plaatsgevonden, en op deze vergadering ben ik, tezamen met mijn nieuwe beste vrienden, voor een jaar bezwaard met het besturen van de JFAS. Het aansluitende feest was uiteraard geweldig, maar nu alle rook is opgetrokken begint het dan echt, een bestuursjaar. Pas de dagen na de ALV begint het echt tot me door te dringen; wij moeten de kar nu trekken. De agenda stroomt voller en voller, en het begin van het collegejaar komt al akelig dichtbij. Afspraken hier, borreltje daar, al snel zien we door de bomen het bos niet meer. Gelukkig is daar het bestuursweekend, waarop we met z’n zevenen even tot rust komen en het komende jaar eens goed ehh... doorspreken. Teruggekeerd van het hutje op de hei, gaat het collegejaar dan toch echt van start. De boekenverkoop vergt mankracht, de Berlijnreis moet vol en de eerstejaarsborrel moet nieuwe (commissie)leden aantrekken. Daarnaast zijn er de vele, vele constitutieborrels van andere (zuster) verenigingen, waarbij je als bestuur toch echt geacht wordt om even je gezicht te laten zien. Wat een straf. Een aantal dapperen onder ons doet ondanks dit alles een verwoede poging om ook nog wat studiepunten bij elkaar te sprokkelen, overigens met zeer uiteenlopende resultaten. Eind september, de Berlijnreis zit vol. Het jaar is begonnen, en een bus gevuld met 80 eerstejaars vertrekt richting de Duitse hoofdstad voor een weekend ‘kennismaken’. Het is de eerste van drie studiereizen die wij met de JFAS zullen maken dat jaar. Ook Praag wordt bezocht, door 35 tweede- en derdejaars studenten. Daarnaast zullen we 25 masterstudenten meenemen naar Rio de Janeiro en Sao Paulo. Het zijn de momenten dat we kunnen genieten van dit mooie jaar. Ook in Nederland dendert de trein die een bestuursjaar heet door. Er moeten juridische activiteiten worden georganiseerd. Van korte workshops tot een driedaagse cursus Legal English, van een lezing tot een M&A project met hotelovernachting; de agenda blijft onverminderd vol. Daarnaast krijgt ook het sociale vlak voldoende aandacht, en met de maandelijkse borrels en een spetterend Kerstgala zorgen we voor de nodige ontspanning tijdens de tentamenstress.

Naast alle leuke – en minder leuke – activiteiten proberen we ook de sfeer binnen het bestuur goed te houden. Er staan veel leuke bestuursuitjes op het programma, waaronder een avondje Comedy Café, een avond stappen in Utrecht (waarom ook alweer?) en het onvermijdelijke gourmetten. Daarbij komen nog de uitstapjes naar het Landelijk Overleg in Tilburg en Groningen die, naast nuttige vergaderingen, garant staan voor veel hilariteit en slechte verhalen. Als we in mei eindelijk een nieuw bestuur hebben gevormd, en duidelijk wordt dat aan al het moois een eind komt, kan een aantal van ons zijn/haar tranen niet bedwingen. De Algemene Ledenvergadering die volgt is dan ook een emotioneel moment. Zowel opluchting als weemoed maken zich van ons meester als het erop zit.

Inmiddels ligt het hele jaar achter ons en zijn onze opvolgers de drukbezette studentbestuurders die wij ooit waren. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik een fantastisch jaar heb gehad. In het bijzonder wil ik nog even mijn medebestuursleden bedanken voor een jaar waarin we het niet alleen heel gezellig hebben gehad, maar waarin we ook voor de vereniging een topjaar hebben weten te realiseren. En daar mogen we best trots op zijn, merci! Jeroen Postma Voorzitter JFAS 2011/2012

7


Meet the new… JFAS-Bestuur

E

en bestuursjaar… je hoort er veel mensen over… je móet het gedaan hebben… een onmisbare ervaring… veel leren en hard werken… en een onvergetelijke tijd hebben! Een nieuw studiejaar. Voor sommigen zal dit jaar betekenen, “nieuwe ronde, nieuwe kansen”, anderen zullen voortborduren op hun voorheen behaalde succes, en de voorheen gekozen weg blijven volgen. Voor ons bestuur betekent dit nieuwe jaar een combinatie van beiden. Graag stel ik jullie dan ook voor aan de toppers die dit jaar ervoor zullen zorgen dat de JFAS weer dé vereniging is waar jullie voor zowel het inhoudelijke aspect als het sociale aspect bij terecht kunnen. Secretaris Dit jaar zal onze secretaris, Kimo Smits, zich volledig gaan inzetten voor het updaten van het ledenbestand. Met een vereniging van ruim 2500 leden kan je je voorstellen dat hier heel wat werk in gaat zitten, maar niets is Kimo te gek en in de korte tijd dat we bestuur zijn heeft hij al meerdere malen bewezen dat hij situaties met beide handen aanpakt. Ook het maken van de almanak zal onder Kimo’s taken vallen. Dit fantastische initiatief van het vorige bestuur zal door hem worden voortgezet, dus heb je nog leuke anekdotes, grappige verhalen of interessante artikelen, Kimo will be your man. Naast deze creatieve kant benut Kimo ook zijn intellectuele kant door dit jaar met zijn Master Privaatrecht te gaan beginnen. Penningmeester Penningmeester – of beter gezegd penningmeesteres – Jacqueline de Vries zal dit jaar de financiën van onze vereniging in het oog houden. Want ondanks dat we alles, en dan ook alles willen voor onze leden, moet het geld toch ergens vandaan komen… en daarvoor is Jacqueline helemaal de man of – daar gaan we weer – vrouw. Het is haar streven om de vereniging financieel ‘gezond te houden’. En ‘gezond’ is zeker een woord waar Jacqueline wat mee heeft, want de Master die zij dit jaar is begonnen is – hoe kan het ook anders – Gezondheidsrecht. En alsof dat nog niet genoeg is, doet ze er ook nog een Master Strafrecht bij. Zoals je ziet is ook Jacqueline een bezig bijtje. Commissaris Extern Ivanka van Hassel is een naam die je al langer op de Zuidas kon horen vallen, want vorig jaar is mevrouw al zeer druk in

8

de weer geweest als commissielid van de kantoorcommissie, en heeft zij menig succesvol evenement georganiseerd. Als commissaris extern zal zij dit jaar dan ook verantwoordelijk zijn voor vrijwel alle inhoudelijke activiteiten. Ze staat niet stil en heeft het al meteen in de eerste week van het studiejaar voor elkaar gekregen om een verkiezingsdebat te organiseren. Kantoorbezoeken, tentamentrainingen, lezingen of een debat? Ivanka draait haar handen er niet voor om en organiseert het met de door haar aangestuurde kantoorcommissie. En ook zij is nog druk aan de studie, want het behalen van haar Master Privaatrecht staat zeer hoog in het vaandel. Commissaris Intern We hebben er allemaal van gehoord; de befaamde borrels, prachtige studiereizen, het niet-te-missen-kerstgala en natuurlijk het knallende eindfeest. Komend jaar rust de pracht taak van het organiseren hiervan op onze eigen commissaris intern, Sascha van Gerrevink. Zij zal er met haar organisatorisch talent voor zorgen dat mensen nog maanden napraten over alles wat de JFAS op sociaal vlak te bieden heeft, de activiteiten waar langdurige vriendschappen bij ontstaan. Zodra deze Nota Bene weer op jullie mat ligt, is er alweer de Berlijnreis geweest en is onze constitutieborrel een welgeteld succes. Sascha’s succes is een feit. En niet alleen in de vereniging, maar ook qua studie, want Sascha zal dit jaar ook nog haar Master Privaatrecht halen. Commissaris Media Hét blad met de beste rechtenartikelen, interessante interviews en overzichten van onze activiteiten, dóór en vóór studenten. Dát is de Nota Bene. En wie anders dan die hier zorg voor draagt, is onze commissaris media, Jaimy Lankman. Het is haar taak om er zorg voor te dragen dat er dit jaar weer vier mooie edities op jullie deurmat zullen vallen, een taak waar ze voor geboren lijkt te zijn, want Jaimy is al menig tijd succesvol schrijfster bij de Nota Bene. Vorig jaar werd er al getwijfeld of de titel hoofdredacteur Nota Bene zou moeten worden omgedoopt in commissaris media, en dat is dit jaar dan ook gebeurd. En terecht, want ook de social media en het beheer van de website zullen onder Jaimy’s taken vallen. Uiteraard studeert ook Jaimy nog, want zij zal dit jaar haar Bachelor Rechtsgeleerdheid afronden.


actualiteit

V.l.n.r.: Jacqueline de Vries, Kimo Smits, Jaimy Lankman, Annika van Beek, Kerim van Oosten, Sascha van Gerrevink en Ivanka van Hassel Vice-voorzitter Onze vice-voorzitter Kerim van Oosten zal dit jaar verantwoordelijk zijn voor de boekenverkoop. Hij is het reilen en zeilen achter de boekenverkoop en zorgt ervoor dat alle studenten met een aanzienlijke korting van het juiste studiemateriaal worden voorzien. Tevens valt het alumnibeleid onder zijn portefeuille, waarbij hij oude bestuursleden en vooraanstaande oud-leden actief bij de vereniging blijft betrekken. Uiteraard heet deze functie niet voor niets vicevoorzitter, want Kerim biedt ondersteuning waar nodig bij het besturen van de vereniging. En ook deze heer – hoe kan het ook anders – is nog druk aan de studie en zal zijn Bachelor Rechtsgeleerdheid dit jaar afronden. Voorzitter En dan als laatste, de voorzitter. Ik, ondergetekende, zal contact onderhouden met de vele partijen waar de JFAS mee samenwerkt, denk aan partijen zoals sponsoren, advocatenkantoren en natuurlijk onze eigen UvA. Zo is de samenwerking met de UvA bijvoorbeeld erg belangrijk en deze moet dan ook gekoesterd worden. Tevens ben ik verantwoordelijk voor de contracten en altijd op zoek naar nieuwe samenwerkingsmogelijkheden om de beste diensten aan onze leden aan te kunnen bieden.

Samen met de vice-voorzitter vorm ik het aanspreekpunt voor de vereniging. Is er iets aan de hand, wil iemand wat weten, of heeft iemand een idee? Wij staan ervoor open. Ook is het uiteenzetten van het beleid en het in de gaten houden hiervan een groot deel van mijn functie. Natuurlijk kan ik qua studie niet achterblijven op de rest van mijn bestuur en zal in februari mijn Honours Bachelor Rechtsgeleerheid halen, waarna ik zal gaan beginnen aan een – momenteel nog niet vaststaande – Master. En dat waren ze dan, de zeven bestuursleden van het 102e JFAS bestuur. Zoals jullie kunnen zien hebben we een ambitieus bestuur, maar om meteen maar in te haken op het thema ‘Geloof’ van deze Nota Bene: Als je gelooft dat je iets kan, dan kan je het ook. Ga dus met dit idee het nieuwe jaar in en dan rest mij niks meer dan jullie allemaal een fantastisch jaar te wensen, met hoge cijfers (onder andere gehaald door onze tentamentrainingen), leuke borrels en mooie reizen! Tot snel op de poort! Annika van Beek Voorzitter JFAS 2012 - 2013

9


8-8-4

= meer studeren en minder vakantie? Door Valeria Boshnakova en Nick de Rooij

8-8-4,

de meeste studenten associëren het met “minder vakantie”. Echter betekent het veel meer dan alleen de afwezigheid van een onderwijsvrije maand. Zo is er een nieuw studieprogramma, worden er meer kleinere vakken gegeven en komen er meerdere momenten van tentaminering die direct aansluiten op het onderwijs. Hoe verschilt 8-8-4 met het voorgaande programma? Voorheen bestond het programma tevens uit 8-8-4, maar stond de 4 voor vier tentamenweken in plaats van vier weken onderwijs. De vakken bestonden uit 5, 10 of 15 ECTS* (European Credit Transfer System) nu bestaan ze uit 3, 6, 9 en 12 studiepunten. Er waren twee blokken per semester gevolgd door vier tentamenweken. Indien je als student geen tentamens of herkansingen had in januari of juni, dan was je het overgrote deel van de maand vrij. Dat was fijn, want zo kon je even bijkomen en de stof laten bezinken. In feite zijn de vier tentamenweken in het 8-8-4 model omgetoverd tot een extra blok. Hiervoor moest het hele onderwijsprogramma veranderd worden zodat vakken in dit model zouden kunnen passen.

‘Door 8-8-4 wordt soggen afgestraft’ Wat zijn de voor- en nadelen? Het plan voor 8-8-4 komt voort uit een afspraak die gemaakt is tussen de VSNU (Vereniging van Universiteiten) en het ministerie van OCW. Hierin zijn doelstellingen geformuleerd om studievertraging op universiteiten en hogescholen zoveel mogelijk te voorkomen. 8-8-4 zou hiervoor moeten zorgen. Ten eerste wordt het onderwijsprogramma geüniformiseerd met andere faculteiten die al langer het 8-8-4 model hanteren. Het idee is dat door deze gelijktrekking van het onderwijs studenten effectiever

10

en efficiënter onderwijs aan andere faculteiten zullen kunnen volgen. Ten tweede neemt in het 8-8-4 model de druk op het laatste tentamen af doordat er meerdere tentamens worden gehouden over een mindere hoeveelheid stof. Het gevaar van het 8-8-4 model is dat studenten te weinig tijd hebben om zich op de tentamens voor te bereiden. Een docent op de Faculteit Maatschappij en Gedragswetenschappen zei het al: “Het gevaar van 8-8-4 is dat het de mogelijk voor reflectie op de geleerde stof wegneemt. Ook is het zo dat door 8-8-4 de tentamens en herkansingen direct na een onderwijsweek plaatsvinden. Door het verdwijnen van onderwijsvrije weken kunnen studenten zich minder goed voor een tentamen voorbereiden.” Daarnaast bestaat het gevaar dat als universiteiten zich grotendeels richten op effectiviteit en efficiëntie, de universiteit een soort leerfabriek wordt: de universiteit richt zich niet meer op hun corebusiness ‘de student’, maar eerder op studierendement. De angst is dat dit ten koste gaat van het onderwijs. Wat heeft of gaat 8-8-4 teweegbrengen? De positieve of mogelijk negatieve effecten van 8-8-4 zijn nog niet bekend. Uit onderzoek blijkt echter wel dat studenten naar alle waarschijnlijkheid hun studie zo snel mogelijk zullen doorlopen wanneer studenten meerdere toetsmomenten wordt gegeven over minder leerstof. ‘Soggen’ wordt hiermee afgestraft. Aan de andere kant neemt de druk voor studenten hierdoor toe: de vraag is dan hoe gemotiveerd studenten zullen blijven. Door 8-8-4 is het onderwijsprogramma flink op de schop gegaan. Vakken zijn samengevoegd, ingekort, ontstaan en verdwenen. Rechtsfilosofische invalshoeken, de ‘perspectiefvakken’, zijn met andere vakken geïntegreerd. Er zijn nieuwe academische vakken geïntroduceerd, zoals ‘Recht en Menselijk Gedrag’. Daarnaast is er een zogenoemde vaardighedenlint ingevoerd die door de vakken heen gevlochten is. Hierbij ligt het accent op mondelinge, schriftelijke, en onderzoeksvaardigheden en Engelse taalvaardigheid. Zo vormt het bacheloressay een apart vak met een verplichte presentatie en deadlines en wordt het vak Europees recht in het Engels gegeven.


actualiteit

‘Let goed op de overgangsregelingen’ Waar de FSR-FdR zich rondom 8-8-4 veel mee bezig heeft gehouden zijn de overgangsregelingen. De overgangsregelingen gelden voor tweede- en derdejaars studenten die per 1 september 2012 nog bezig zijn met hun bachelor. In een aantal gevallen gelden ze ook voor master studenten (zoals bij de doorstroommasters Fiscaal recht). Zo worden de vakken Strafprocesrecht en Bestuursprocesrecht dit studiejaar voor het laatst gegeven in de oude variant. Indien je deze vakken dit jaar niet haalt val je ‘van rechtswege’ buiten de overgangsregeling. Als je bijvoorbeeld Bestuursrecht hebt gehaald, maar je moet Bestuursprocesrecht nog doen en je haalt in dit jaar dat vak niet, dan zal je de nieuwe vakken Bestuursrecht I en II moeten halen (idem voor Strafrecht). Let dus goed op! Het vak Nationaal en Internationaal Burgerlijkprocesrecht wordt dit jaar een extra keer aangeboden. Zie de UvA website(hieronder) voor meer informatie over overgangsvakken, rekenhulpen, etc.

klachtenloket ingesteld. De FSR-FdR is er voor de student! Dat betekent dat wij serieus met klachten omspringen en er op zullen toezien dat deze opgelost worden. Klachten mail je naar fsr-fdr@uva.nl. Mocht je nog meer informatie nodig hebben omtrent de overgangsregelingen en 8-8-4? Kijk dan op de uva website: http:// www.student.uva.nl/8-8-4-fdr, of neem contact op met ons! Valeria Boshnakova - voorzitter FSR-FdR Nick de Rooij - raadslid en CSR afgevaardigde Facultaire Studenten Raad (FSR-FdR) Kamer: A2.02 Telefoon: 020 525 3446 Email: fsr-fdr@uva.nl Website: http://studentenraad.nl/fdr/

De FSR-FdR helpt! Vorig jaar is door de Facultaire Studentenraad Rechtsgeleerdheid (FSR-FdR) intensief onderhandeld over de invoering van het 8-8-4 model en daardoor zijn een aantal belangrijke resultaten geboekt, waaronder de toegankelijkheid van de overgangsregelingen en extra tentamenkansen voor een groot aantal vakken. Zo heeft de Raad bewerkstelligd dat er een extra tentamenkans is gekomen in augustus voor studenten die nog maar één vak dienden te halen voor hun bachelordiploma. Dit studiejaar gaat de FSR zich wederom bezig houden met het toezicht op 8-8-4 en dan voornamelijk op de overgangsregelingen en de klachten rondom 8-8-4. We gaan het bestuur van de faculteit kritisch en opbouwend volgen. Voor klachten omtrent 8-8-4 of omtrent andere zaken die de faculteit aangaan is er een

11


Zwaarder straffen gerechtvaardigd? Door Daniëlle Sinnige

H

et is half vier ’s nachts. Twee surveillerende politieagenten zien dat een getinte man hen tegemoet komt rennen, en wel uit de richting van een zeer bekende handelsplaats van allerhande verdovende middelen. De opsporingsambtenaren vertrouwen het zaakje niet en houden de man staande om hem te fouilleren. De man houdt echter zijn hand in zijn jaszak en verzet zich hevig tegen deze fouillering. Hij redt het zelfs om een van de politieagenten in zijn pols te bijten. Tijdens deze worsteling valt er een zilverpapiertje uit de jaszak van de getinte man – inderdaad, diezelfde jaszak waar hij net nog zijn hand in had zitten. De wikkel blijkt heroïne te bevatten. Om iemand als verdachte te kunnen bestempelen, moet er sprake zijn van een ‘redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit’ voortkomende uit feiten en omstandigheden1. Volgens de rechter waren er in deze casus geen omstandigheden aan te wijzen die bijdroegen aan het ontstaan van dit redelijk vermoeden. Het enkel uit de richting van een bekend drugscafé rennen was niet voldoende. De verdachte mocht daarom niet als zodanig worden aangemerkt. Het bewijs, het zilverpapiertje met heroïne, was onrechtmatig verkregen zodat de verdachte werd vrijgesproken2. Dit arrest zal destijds bij veel mensen een grote verontwaardiging veroorzaakt hebben. De verdachte was wel degelijk in het bezit van heroïne, maar ging vrijuit door een inschattingsfout van de opsporingsambtenaar. Een recenter voorbeeld waarbij dit rechtsgevoel alarm slaat is de zaak ‘Nijmeegse scooter’3. Deze zaak komt erop neer dat twee mannen een hotel wilden overvallen, daar een politieauto zagen, vervolgens op een scooter op de vlucht sloegen, waarna zij een overstekende voetganger van de weg reden die daardoor overleed. Beide mannen kwamen weg met een relatief lage celstraf omdat niet bewezen kon worden wie van beiden de voetganger daadwerkelijk had aangereden en ook niet vaststond dat de mannen samen hadden beraamd de voetganger omver te rijden. Ik noem nu slechts twee voorbeelden uit een heel lange reeks zaken waarin een verdachte (om wat voor reden dan ook) een veel lagere straf door de rechter opgelegd krijgt dan een doorsnee burger zou verwachten. Hierdoor neemt het geloof wat men in rechtspraak heeft af.4 5 De wens om de duur van celstraffen te verlengen wordt dan ook door veel mensen gekoesterd.

12

Politieke partijen spelen handig in op de onvrede die bestaat. Zo staat er in het verkiezingsprogramma van de VVD, nog steeds de grootste partij van Nederland, dat de partij pleit voor minimumstraffen ‘voor ernstige gewelds- en zedenmisdrijven, zoals straatroof en verkrachting’.6 Maar niet alleen de VVD pleit voor een hardere aanpak van ‘criminelen’, ook andere (voornamelijk rechtse) partijen willen hogere celstraffen mogelijk maken.7 8 Maar is dit wel de juiste aanpak? Naar mijn mening zou de beste optie zijn om de juiste straf door de rechter te laten bepalen. Het instellen van minimumstraffen zorgt voor een strikte grens waar een uitzonderingsgeval wellicht de dupe van wordt. De rechter wordt in zo’n situatie beperkt in zijn vrijheid om een geschikte straf op te leggen. Ik vind niet dat we een dergelijk risico op de koop toe moeten nemen, hoe klein de mogelijkheid ook is dat een dergelijk uitzonderingsgeval ooit voorkomt. Ook meen ik dat de onvrede over te lage straffen veroorzaakt wordt door de weinige kennis die de gemiddelde burger over het rechtssysteem heeft. Verder dan de feitelijke situatie en de uitspraak zelf kijkt de leek meestal niet. Het recht kent niet voor niets strenge voorwaarden waaraan voldaan moet worden, wil iemand veroordeeld worden. Door strafmaten omhoog te gooien zorg je er niet voor dat misdadigers die voorheen vrijuit gingen, nu wél in de gevangenis belanden.

Noten 1 Art. 27 lid 1 Sv. 2 Hof van Amsterdam 3 juni 1977, LJN 1978, 601. 3 Hof van Arnhem 29 mei 2012, LJN BW6756. 4 ‘Het imago van de rechtspraak…’, Friesch Dagblad 18 februari 2011, http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=53798. 5 Folkert Jensma, ´Verspilling is een kenmerk van de strafrechtpraktijk´, NRC 8 september 2012, http://www.nrc.nl/ rechtenbestuur/2012/09/08/verspilling-is-een-kenmerk-vande-strafrechtpraktijk/. 6 ‘Verkiezingsprogramma 2012-2017: Niet doorschuiven maar aanpakken’, VVD 6 juli 2012, http://site.vvd.nl/nieuws/1892/ niet-doorschuiven-maar-aanpakken. 7 ‘Hún Brussel, óns Nederland’, PVV, http://pvv.nl/images/ stories/verkiezingen2012/VerkiezingsProgramma-PVV-2012final-web.pdf, p. 30-33. 8 ‘Daad bij het woord: de SGP stáát ervoor – Verkiezingsprogramma 2012-2017’, SGP, http://www.sgp.nl/ Media/download/82/Verkiezingsprogramma%202012-2017. pdf, p. 28-30.


Rubriek

Verzoenende religie? Door Nammy Vellinga

K

ruistochten, Syrië, Ierland met ‘The Troubles’ en jihad. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van godsdienstoorlogen. Godsdienstoorlogen zijn van alle tijden. Veelal wordt er jarenlang oorlog gevoerd op basis van een grondslag die te maken heeft met religie. Maakt religie het leven dan niet draaglijker? Is religie dan zoals Karl Marx betoogde opium van het volk?

hij religie juist als een negatieve factor? Uit zijn eerder genoemde artikel Critique of Hegel’s philosophy of right volgt dat Marx geen voorstander van religie was. Hij vond het aardse leven wel ondraaglijk, maar wist hoe hij dat wilde veranderen. Het aardse leven bestond c.q. bestaat uit verschillende klassen en Marx was van mening dat de hogere klassen de lagere in stand hielden. De lagere klasse bedacht dan op haar beurt religie om haar zorgen

Critique of Hegel’s Philosophy of Right Marx was een Duitse filosoof en revolutionaire communist. Hij leefde van 5 mei 1818 tot 14 maart 1883. Hij was in eerste instantie begonnen met een studie rechten, maar is overgestapt naar filosofie. Het marxisme, de voorloper van het moderne socialisme en communisme, is gebaseerd op de denkbeelden van Marx. In 1843 werd Marx redacteur van de Deutsch-Französische Jahrbücher.1 In dit jaarboek verscheen in 1844 een artikel van Marx, waarin hij opmerkingen maakte over het boek ‘Elements of the philosophy of right’ van Georg Hegel. Marx schreef het artikel Critique of Hegel’s philosophy of right, hierin omschreef Marx religie als opium van het volk.2 Volgens Marx maakt de mens religie en maakt religie niet de mens. Religie is de perfecte verwezenlijking van het menselijke bestaan, omdat het menselijke bestaan niet een echt doel kent. Marx was van mening dat het volk een religie aanhangt of in het leven roept om het leven dragelijker te maken. Door het aanhangen van een religie ontstijgt men als het ware het ondraaglijke aardse bestaan. Gemeenschappelijk bestaan Volgens Marx zou het leven met een religie dus in eerste instantie draaglijker voor de mensheid moeten zijn. Uit de inleiding bleek al dat juist door religie conflicten ontstaan. Wat voorzag Marx dan precies met zijn idee dat religie opium van het volk is? Was hij van mening dat het leven inderdaad ondraaglijk was en dat religie dus voornamelijk een positieve uitwerking op het volk had? Of zag

13


‘Religie is de perfecte verwezenlijking van het menselijke bestaan, omdat het menselijke bestaan niet een echt doel kent’

te kunnen dragen. De arbeidersklasse werd op die manier in stand gehouden en religie had dus voornamelijk een positieve uitwerking op de hogere klasse. De oplossing zou volgens Marx liggen in een echte gemeenschap. Of we het nou willen of niet, de mens is onderdeel van een geheel. Allen zijn onderdeel van een netwerk bestaande uit sociale en economische relaties. Marx vond dat we moeten erkennen dat we een gemeenschappelijk bestaan leiden. Dit gebeurt in de eerste fase door religie. Dit is een niet oprechte gemeenschap, omdat religie een idee van gemeenschap creëert waarbij iedereen gelijk is in de ogen van god. Het punt is echter dat we niet alleen gelijk zijn in de ogen van god, maar juist dat iedereen gelijk is voor de gemeenschap als geheel. Na de gelijkheid in de ogen van god, komt de tweede fase. Dit is de gemeenschap waarbij de burgers gelijk zijn voor het recht. Deze gemeenschap wordt gecreëerd door de staat. De derde en tevens laatste fase beslaat de oprechte gemeenschap. Deze ontstaat tussen burgers onderling en de burgers zijn dan in sociaal en economisch opzicht gelijk. Op het moment dat dit is bereikt zal religie niet meer nodig zijn. De mens zal zich niet meer onderdrukt voelen of van lagere klasse, waardoor religie met als doel het leven draaglijk maken - overbodig wordt. 3 Het leven wordt in eerste instantie dus wel draaglijker door religie, omdat mensen ongevoelig worden voor de moeilijkheden van het aardse bestaan. Deze religie is echter volgens Marx overbodig indien alle mensen in de samenleving een gemeenschap vormen waarin een ieder gelijk is.

Noten 1 K. Marx en F. Engels, ‘Deutsch-Französische Jahrbücher’, Marx/Engels Internet Archive februari 1844, http://www. marxists.org/archive/marx/works/1844/df-jahrbucher/index. htm 2 K. Marx, ‘Critique of Hegel’s Philosophy of Right’, DeutschFranzösische Jahrbücher februari 1844, http://www.marxists. org/archive/marx/works/1843/critique-hpr/intro.htm 3 Wolff, Jonathan, ‘Karl Marx’, The Stanford Encyclopedia of Philosophy 2011, http://plato.stanford.edu/archives/sum2011/ entries/marx/

14


opinie

La vie à Paris Door Salima Guettache

D

aar ga ik dan: vijf maanden studeren in Parijs! Hoe vet is dat?! Samen met Willemijn, mijn huisgenootje, woon ik een studiootje in het 20e arrondissement. Paris 020, om nog een beetje het Amsterdamse gevoel te kunnen behouden. En de Hollandse omafiets is ook mee! Alhoewel fietsen in Parijs wel een beetje raar is: niet overal zijn fietspaden, dus worden de busbanen gebruikt om op te fietsen. En die bussen zijn echt levensgevaarlijk. De metro is toch wat makkelijker. Het openbaar vervoer in Parijs is echt heel goed geregeld en dan met name het ondergrondse metronetwerk. Je zult nooit langer dan drie minuten wachten. Voor ongeveer alle andere zaken dan het openbaar vervoer, is de wachttijd echter een stuk langer… Paris Papier Parijs is niet alleen de stad van de Moulin Rouge, de Eiffeltoren en de Champs Elysées, maar ook de stad van de papieren. En niet zo’n beetje ook. En met papieren bedoel ik dat je je letterlijk voor álles moet inschrijven. En nee dat gaat niet even met een link via het internet, maar op z’n ouderwets; alles via de post opsturen of uren in de rij staan bij de locatie waar het moet gebeuren.

‘Ik vond het op de UvA al best een chaos, maar toen kende ik de Sorbonne nog niet’ Om te beginnen moesten we allerlei papieren ondertekenen, waaronder kaarten over overstromingen en technologische rampen. Toen het contract eenmaal opgestuurd was, kregen Willemijn en ik hem na een aantal weken weer teruggestuurd. Waarom? We waren één zinnetje vergeten. Zo gaat dat dus met de Fransen; alles officieel, maar als zij een foutje maken... Het bleef echter niet bij het contract. Het appartementje moest ook nog eens verzekerd worden. Gelukkig betrof dat maar één formuliertje. Totdat we een heel contract opgestuurd kregen van de verzekeringsmaatschappij dat getekend en teruggestuurd moest worden... Een verzekering voor het huis was helaas niet genoeg. Als student zijnde ben je ook verplicht om een aparte aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Het allerbeste hoofdkantoor van deze verzekeringsmaatschappij, Smerep, bleek een hokje te zijn met 50 studenten die al twee uur lang aan het wachten waren om hun verzekering af te sluiten. Een leuk dagje uit, werd dus een hele middag in de wachtkamer zitten. Maar het bleef niet bij verzekeringen. Zelfs sporten gaat niet zonder moeite. Om je in te schrijven bij een sportschool of een sportclub moet je eerst een medisch certificaat halen bij de dokter.

15


En dan heb ik het nog niet eens gehad over de inschrijving op de universiteit zelf. Eerste etappe was de administratieve inschrijving. Dat hield in dat je eerst een roze papiertje op moest halen, waarin je gegevens vermeld stonden om vervolgens met datzelfde papiertje je studentenkaart op te halen. Ik was er vroeg bij en een uur en drie kwartier later had ik mijn studentenkaart ‘al’ binnen. De studenten die dachten nog even uit te kunnen slapen hadden pech: de gemiddelde wachttijd in de middag bedroeg drie uur. Naast de administratieve inschrijving is er ook nog eens een pedagogische inschrijving. Dit houdt in dat één

professor in een week de vakken van minstens 100 studenten moet goedkeuren. Ik vond het op de UvA al best een chaos, maar toen kende ik de Sorbonne nog niet. De administratie hier is echt een zooitje! Waarom het hier zo moeilijk gaat, dat weet niemand. Wel kan ik je vertellen dat als je ooit het woord bureaucratie moet definiëren, je met het woord Frankrijk zal volstaan. Ach ja, al dat papierwerk is wel een goede oefening voor de jurist-in-wording!

‘Parijs is niet alleen de stad van de Moulin Rouge, de Eiffeltoren en de Champs Elysées, maar ook de stad van de papieren’ La vie Parisienne Gelukkig heeft Parijs ook mooie kanten en al gauw ontdekte ik dat al dat papierwerk en al die lange rijen het allemaal waard waren. Ten eerste wonen Willemijn en ik op een leuke locatie. Elke tien meter is er wel een boulanger met de lekkerste baguettes en croissants en andere Franse lekkernijen te vinden. En natuurlijk zijn er ook veel cafeetjes, want naast wijn drinken de Fransen ook veel koffie. En dan is er la place de la Bastille¸ een van de gezelligste plekjes in Parijs, niet ver van ons vandaan. Een echte uitgaansplek, vol met cafeetjes, bars en clubs. Daar is altijd wel wat leuks te beleven! Niet ver van de Bastille ligt het wijkje Le Marais. Een super mooi gedeelte in Parijs, met leuke winkeltjes, cafeetjes en eettentjes, met een supergezellige zomerse sfeer. Parijs is ook dé stad van de parkjes. Vooral met deze mooie zomer (31 graden in september) is het echt parkjestijd! Het beste Park tot nu toe is la place des Vosges, waar je lekker kunt zonnen. Daarnaast zijn er ook vaak muzikanten te vinden, die iedereen weten te vermaken, met hun gezang en gitaarmuziek. Université Paris 1 En dan l’Université Paris 1 Panthéon-Sorbonne. Als je de Oudemanhuispoort al een mooi gebouw vindt, wacht dan maar tot je de Sorbonne ziet. Wat een gebouw! Naast studeren, zijn er ook veel andere activiteiten te doen. Zo is er veel te doen op cultureel gebied (bijvoorbeeld theaterproducties), maar ook op sportgebied is het goed geregeld. De sportvereniging UEFAPS biedt allerlei sporten aan, en het is allemaal gratis! De locatie van de Sorbonne is ook helemaal geweldig. Zo is de rechtenfaculteit

16


opinie

‘Als je de Oudemanhuispoort al een mooi gebouw vindt, wacht dan maar tot je de Sorbonne ziet’

op loopafstand van de jardin du Luxembourg, een heel mooi park. Maar het leukste is misschien nog wel boulevard Saint Michel. Een lange straat, vol met bekende winkels, maar ook heel veel boetiekjes. Dat kan natuurlijk ook niet anders in zo’n mode stad. De introductieweek (la semaine de l’intégration) vindt echter plaats in een afgrijselijk gebouw. Het Centre Pierre Mendès is net een gevangenis. En de introductieweek van de Sorbonne lijkt zeker niet op de intreeweek van de UvA. In plaats van de stad verkennen en flink te feesten, genieten wij hier in Parijs van een weekje vol met stoomcursussen juridische methodologie in het Frans. Ach ja, dat moet ook gebeuren! Het is wel echt super leuk om nieuwe mensen te ontmoeten. Honderden studenten uit verschillende delen van Europa en ook een aantal studenten uit andere delen van de wereld zijn allemaal naar Parijs gekomen om hier een uitwisseling te doen. En terwijl ik dit stuk schrijf, is het pas het begin van de introductieweek (die Fransen houden wel van een langere zomervakantie) en ben ik erg benieuwd hoe het studeren en het studentenleven er in Parijs aan toe zullen gaan. Ik houd jullie op de hoogte. Voor nu zeg ik: au revoir, la Hollande!

Place des Vosges

17


Singapore; een klein land van verschillende geloven Door Sascha van Gerrevink

O

p twaalf uur vliegen hiervandaan ligt een klein landje zo groot als de Nederlandse Noordoostpolder, waar ongeveer vier miljoen mensen wonen en dat maar liefst vier officiële landstalen kent. Het is het kleinste land van Azië en het loopt over van de verschillende geloven; Singapore. Op weg naar Indonesië hadden wij een overstap in Singapore en besloten we er een paar dagen te blijven om deze metropool te bekijken. Ik verwachtte een stad met weinig persoonlijkheid, volgebouwd met wolkenkrabbers, Aziaten strak in pak en kauwgomloze straten. Tot mijn grote verbazing klopte alleen het laatste (kauwgom kauwen is ten strengste verboden). Van de vier miljoen bewoners is het overgrote deel van Chinese afkomst, daarnaast wonen er grote groepen Maleisiërs en Indiërs. Het is een van de meest welvarende landen ter wereld en dit heeft duizenden expats van over de hele wereld aangetrokken. Al deze mensen hebben de gewoontes en tradities van hun vaderland meegenomen en dit is duidelijk te zien wanneer je door Singapore loopt. Het is een kleine wandeling van Little India naar Arab Quarter en van Chinatown naar het ultra moderne Marina Bay. Ik had het geluk dat een vriend van mij een maand eerder in Singapore was geweest en in zijn hostel een Singaporees had leren kennen, Jonathan Lin, die niets liever doet dan de hele dag toeristen op sleeptouw nemen om ze de mooiste plekjes van

Singapore te laten zien. Jonathan is van Chinese afkomst en traditiegetrouw nam zijn oma hem elke week mee naar de taoïstische tempel in het hartje van Chinatown. Want, zoals het elke stad van enige betekenis betaamt, heeft ook Singapore een Chinees stadsdeel. Het is een wijk vol smalle straatjes, toko’s, traditionele huizen en natuurlijk wegbewijzering in het Chinees. Het taoïsme is een Chinese religie die nauw verwant is aan het boeddhisme. Het is voor de Singaporezen dan ook helemaal niet vreemd dat direct naast de taoïstische tempel een boeddhistische tempel staat. Het is zelfs gebruikelijk om ze allebei te bezoeken als je in de buurt bent. In de taoïstische tempel heb ik antwoord kunnen krijgen op een van mijn brandende vragen door middel van het ‘Kau Cim’ ritueel. Als eerste formuleer je je vraag zo dat het antwoord ‘ja’ of ‘nee’ is. Vervolgens ga je met een bamboebuis vol met stokjes in het midden van de tempel op je knieën zitten. Daarna schud je de buis, en blijf je net zo lang schudden totdat er één stokje uit valt. Vallen er meerdere stokjes tegelijk uit, dan begin je opnieuw. Met dat ene stokje ga je naar de tempelbeheerder om een ‘Kau Cimblaadje’ op te halen. Het verhaaltje op het papiertje is het antwoord op je vraag. De tekst op het papiertje had echter een hoog fortune cookie gehalte en, met niet veel meer wijsheid dan toen ik binnenkwam, vervolgden we onze tour naar de buren. De meerderheid van de Singaporezen is boeddhist en het Chinese gezegde ‘Elke twee stegen hebben één boeddhistisch nonnenklooster en elke straat heeft drie boeddhistische tempels.’, is zeker van toepassing op Singapore. Zoals voor veel boeddhistische tempels stond ook voor deze tempel een gouden Boeddha, ietwat aan de mollige kant, die ons gul toelachte. Door hem eens goed over zijn bolle buik te wrijven kwam er hopelijk wat extra geluk mijn kant op. Taoïstische tempel

18

Little India, de volgende stop op onze


Rubriek

tour, is letterlijk India in het klein. De straten staan vol met kleine winkeltjes die specerijen en bloemenkransen verkopen, Bollywood muziek schalt uit de speakers en vrouwen in prachtig gekleurde sari’s kleuren het straatbeeld. In dit kleine wijkje staan zeker drie hindoeïstische tempels (en ook drie moskeeën, twee kerken en een sikhistische tempel) en voor bijna elk huis staat wel een offerbakje om de goden goedgezind te blijven. En het maakt niet uit vanuit welke windstreek ter wereld je vandaan komt, hier haal je je curry.

werk in Singapore wonen en hun kostbare vrije tijd graag in luxe en weelde spenderen. We namen de metro naar Marina Bay en twee groepen security guards verder en 55 verdiepingen hoger bevonden we ons in het Sands SkyPark. Waar wij vanuit de Infinity Pool genoten van: “Ik geloof in de mooiste skyline ter wereld.”

Arab Quarter ligt op een paar kilometer afstand van Little India en tijdens die kleine wandeling loop je een compleet andere wereld binnen. Tempels maken plaats voor moskeeën, sari’s voor djellaba’s en Bollywood muziek voor de oproep tot het gebed van de muezzin. De straten zijn vernoemd naar Arabische steden en op elke hoek van de straat kan je terecht voor falafel of een waterpijp. Hier staat ook de belangrijkste moskee van Singapore, de Masjid Sultan. De dag begon al ten einde te lopen en tijdens onze stadstour had Jonathan ons rondgeleid door de drie wijken die de drie belangrijkste nationaliteiten en geloven van Singapore vertegenwoordigen. De Chinese taoïsten en boeddhisten in Chinatown, de hindoestaanse Indiërs in Little India en de Islamitische Maleisiërs in Arab Quarter. Maar de tour was nog niet ten einde zonder dat we de cultuur hadden gesnoven van een laatste grote groep Singaporezen; de expats. Over het algemeen hardwerkende, welvarende mensen die voor hun

“Ik geloof in de mooiste skyline ter wereld.”

Hindoeïstische tempel

‘Het is voor de Singaporezen normaal dat er direct naast de taoïstische tempel een boeddhistische tempel staat. Het is zelfs gebruikelijk om ze allebei te bezoeken als je in de buurt bent’ 19


Religieus onderwijs in onze multiculturele samenleving Door Tarek Hiemstra Het bijzonder onderwijs in Nederland Nederland is er vrijheid van onderwijs, wat ook vermeld staat als grondrecht in de grondwet1. Daarom kan iedereen in Nederland een school oprichten, gebaseerd op een bepaalde religie of levensovertuiging. In Nederland heeft men twee typen onderwijs, namelijk het openbare onderwijs en het bijzondere onderwijs. Het bijzondere onderwijs is weer onder te verdelen in confessioneel onderwijs (op godsdienstige of levensbeschouwelijke basis) en algemeen bijzonder onderwijs waarvan de bekendste het Montessori en Vrijeschool onderwijs zijn. In 2011 was 30% van alle scholen een openbare school. De overige 70% was dus bijzonder onderwijs, waarvan het overgrote merendeel confessioneel onderwijs betrof2. Dit artikel gaat over het confessionele onderwijs. Bij dit religieuze onderwijs is er steeds één religie of overtuiging die wordt aangehangen en die alle andere religies of levensovertuigingen uitsluit. In dit artikel ga ik in op de vraag of religieus onderwijs wel past in een moderne multiculturele samenleving waarin het wenselijk is dat mensen van verschillende religies vreedzaam naast elkaar kunnen (en willen) leven. Tevens heb ik één heel groot bezwaar op het religieuze onderwijs: kinderen kiezen niet zelf en nemen alles wat hen wordt verteld voor waar aan.

In

‘Zelf heb ik bewust een keuze gemaakt om niet te geloven’ Mijn eigen ervaring Laat ik allereerst stellen dat ik zelf niet gelovig ben, maar dat ik wel gelovig ben opgevoed en op een protestant-christelijke school heb gezeten. Zelf heb ik bewust een keuze gemaakt om niet te geloven, om het enkele feit dat ik niets zou kunnen

20

geloven wat andere mensen (vroeger) hebben beweerd, wat dat ook mag zijn. Maar ik ben niet antireligieus en ik laat iedereen in zijn waarde. Artikel 6 van de Grondwet, de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging acht ik zelf ook heel belangrijk. In elk geval ben ik dus wel een ervaringsdeskundige. In Nederland kennen wij ook het vrijheid voor onderwijs. Veel mensen vinden het zeer belangrijk om hun kind naar een school te sturen die aansluit bij hun religie. Sommige politieke partijen (zoals de christelijke partijen) zouden er alles voor over hebben om dit Nederlandse grondrecht te beschermen. Natuurlijk leven wij in een vrije samenleving en dienen wij die vrijheid ook zo veel mogelijk te koesteren. Echter, bij religieus onderwijs heb ik twee zwaarwegende bezwaren. Belangrijkste bezwaar Mijn belangrijkste bezwaar is dat het hier om kleine kinderen gaat die alles voor waar aannemen. Hoe je jeugd verloopt, bepaalt voor een belangrijk deel je karakter, hoe je in het leven staat en hoe je tegen de maatschappij aankijkt. Als je bedenkt dat er maar maximaal één religie waar kan zijn, zijn er dus in ieder geval een hoop scholen waar onzin verkondigd wordt. Ook kunnen religieuze scholen onbewust verkeerde signalen afgeven, omdat er kinderen bij zijn betrokken. Een school die bijvoorbeeld een homoseksuele leraar weigert, geeft het signaal af dat homoseksuelen gediscrimineerd mogen worden.3 En bijzondere scholen mogen kinderen weigeren die niet een bepaalde religie aanhangen, wat een signaal kan afgeven dat andersgelovigen minderwaardig zouden zijn. De multiculturele samenleving Wij leven in Nederland in een multiculturele samenleving. Daar kun je blij mee zijn of niet, maar je kunt het niet ontkennen. De multiculturele samenleving is er nu eenmaal en zal ook niet meer verdwijnen. Daarom zullen wij ongeacht religie, denkbeelden of cultuur vreedzaam naast elkaar moeten leven. Daarbij past of helpt het bijzonder onderwijs mijns inziens niet. Het onderwijs is bedoeld om kinderen klaar te stomen voor de maatschappij, dus zijn zij gebaat bij onderwijs vanuit een objectief standpunt en onderwijs dat in ieder geval enigszins lijkt op hoe het er in de maatschappij aan toegaat (dus omgang met mensen die anders zijn en anders denken).


opinie

‘Ik zou graag zien dat religieus onderwijs in Nederland wordt afgeschaft, en dat het openbaar onderwijs aandacht besteedt aan alle vormen van religie en levensbeschouwing zonder dat een van deze de boventoon voert’ Voordelen van religieus onderwijs? Ja, die zijn er zeker. Uit eigen ervaring kan ik vertellen dat ik door de combinatie van religieuze opvoeding en religieus onderwijs pas laat er achter kwam dat geloof niet ‘zeker weten dat het waar is’, maar ‘denken dat het waar is’. Daardoor heb ik lange tijd heel bewust over religie nagedacht en gefilosofeerd, voor mij voelde het namelijk dat ik als kind een heel eenzijdig en vertekend beeld van de maatschappij als geheel heb gekregen. En dan voel je je toch een beetje ‘belazerd’, ook al neem ik mijn ouders niets kwalijk. Door het vele nadenken, ben ik tot de conclusie gekomen dat ik niet gelovig wil zijn, maar dat ik dit ook niet zou kunnen zijn, omdat ik het gewoon simpelweg niet geloof. Openbaar onderwijs verplicht voor iedereen? Kinderen die zowel religieus worden opgevoed als religieus onderwijs volgen, krijgen een eenzijdig en verkeerd beeld van de maatschappij. Er zijn namelijk ook andersdenkenden. Doordat je hele jeugd in het teken van religie staat, kun je natuurlijk veel moeilijker zelf een eigen mening vormen of zelf een keuze maken wat betreft je levensovertuiging. De ouders kunnen hierin sturen en dat gebeurt ook al meer dan voldoende en ik acht het onwenselijk, in het belang van het kind, dat dit dubbelop gebeurt. Daarom zou ik graag zien dat religieus onderwijs in Nederland wordt afgeschaft en dat er nog slechts openbaar onderwijs is toegestaan waar religie niet de boventoon voert, maar waar er wel aandacht wordt besteed aan alle vormen van religie en levensbeschouwing. Het onderwijs zal op deze manier een beter beeld geven van de maatschappij als geheel. Daarnaast hoeft verplicht openbaar onderwijs niet per se tot problemen te leiden. Een kind dat dan kennis maakt met de evolutietheorie hoeft geen probleem te zijn, omdat deze theorie slechts vertelt hoe de wetenschap denkt over het ontstaan

van het leven en niet een absolute waarheid pretendeert. En een opvoeding waarin je wordt verteld dat je geen homo mag zijn omdat god dat verbiedt? Dat kan best samen gaan met lesprogramma’s waarin men leert respect te hebben voor elkaar.

Noten 1 Art. 23 Grondwet 2 ‘Jaarboek onderwijs in cijfers 2011’, Centraal Bureau voor de Statistiek, 20-12-2011, http://www.cbs.nl/nr/ rdonlyres/FC6D3388-0F9E-4129-8F2B-53022BA3F774/ o/2011f162pub.pdf 3 Pim van den Dool, NRC Handelsblad, 02-11-2011, http://www.nrc.nl/nieuws/2011/11/02/rechter-verbiedtgereformeerde -school-homoleraar-te-ontslaan

21


Anders Breivik Door Eline Botter

G

eloof zal voor een ieder iets anders inhouden. Uit zijn eigen geloof zal ook iedereen een andere lering trekken of consequenties aan verbinden. Geloof zou iets moois moeten zijn, iets onschuldigs, waar men achter staat of troost uit put, waarin men elkaar steunt en elkaar helpt waar nodig. Maar we kennen ook allemaal een andere kant van geloof. Een niet langer ‘onschuldige’ kant, waarin door de aanhangers wordt veroordeeld en welke zelfs tot zware misdaden leidt. Terroristische aanslagen welke op een geloof zijn terug te leiden kennen we allemaal. Dat dit niet per definitie een ‘regulier’ geloof als de islam of het christendom hoeft te zijn, wordt pijnlijk bewezen op 22 juli 2011 in Noorwegen. Anders Behring Breivik, een, naar later blijkt, rechts-radicale Noor, richt een gruwelijk bloedbad aan. Na eerst in het regeringscentrum van Oslo een bom te laten ontploffen, met acht doden tot gevolg, rijdt hij daarna door naar een jeugdkamp van de Noorse Arbeiderspartij op het eiland Utøya, waar hij 69 mensen doodschiet. Achteraf blijken de motieven van zijn daad uit een door hem geschreven manifest1, welke hij vlak voor zijn daad publiceert op internet. In deze ‘terreurhandleiding2’ zet hij, onder het pseudoniem Andrew Berwick, in ruim 1500 pagina’s zijn ideologie uiteen over onder andere de huidige multiculturele samenleving. Belangrijk punt; de islam en sociaaldemocratie zijn een bedreiging voor het humanisme, jodendom en christendom. De strijd tegen de islam zou beginnen met deze aanslagen, welke het begin zou moeten zijn van een burgeroorlog om de moslims uit Europa te verjagen. (Nog een ‘belangrijk’ punt voor toekomstige ‘martelaars’ volgens Breivik: ‘Zij moeten door middel van bodybuilding en zonnebanken goed voor hun uiterlijk zorgen, omdat zij met hun misdaden zichzelf zullen vereeuwigen.‘) Wat volgt is een jaar vol Anders Behring Breivik in de media. In onderzoeken door Noorse onderzoekscommissies rijst de eerste belangrijke grote vraag; is Breivik toerekeningsvatbaar of niet? Er komen uitlatingen van hem boven water, waarin hij vertelt geen spijt te hebben en zijn

22

daad verschrikkelijk, maar noodzakelijk acht. Bij de eerste openbare zitting in de rechtszaal op 14 november 2011 betoogt hij de legitimiteit van de rechtbank niet te erkennen, gezien het feit dat deze ‘haar mandaat heeft ontvangen van organisaties die multiculturalisme steunen’. Tevens weigerde hij schuld te bekennen, wegens de door hem geschetste noodzakelijkheid van zijn daden. Het proces Op 16 april 2012 is het dan zover; de start van het geruchtmakende proces, welke ruim vier maanden zal gaan duren. De aanklacht luidt terrorisme en moord. Aan de Noorse rechters de belangrijke beslissing of Breivik al dan niet toerekeningsvatbaar zal worden verklaard. Mocht dit niet zo zijn volgt een geestelijke behandeling in de gevangenis. Mocht hij echter wel toerekeningsvatbaar worden geacht, waar Breivik zelf ook voor pleit, ligt de maximale Noorse gevangenisstraf naar alle waarschijnlijkheid voor hem in het verschiet. Dit is op het moment 21 jaar, maar kan in de vorm van vijfjarige evaluaties verlengd worden wanneer iemand na het uitdienen van zijn straf nog steeds een gevaar blijkt voor de samenleving. Op 22 juni 2012 wordt daarbij door de Noorse koning een noodwet (met de bijnaam ‘Lex Breivik’) goedgekeurd, die vaststelt dat een patiënt voor zijn eigen veiligheid opgesloten

Herdenking in Oslo


spraakmakende rechtszaak

kan blijven zitten, zolang de politie meent dat er gevaar is voor iemand die hem aan wil vallen wegens zijn daad. In het geval van Anders Breivik zijn beide gevallen vermoedelijk niet geheel onwaarschijnlijk. Tijdens het begin van het proces krijgt Breivik zelf de ruimte zijn verklaringen af te leggen, daarna komen vooral getuigen en nabestaanden aan het woord. Zijn getuigenissen zijn schokkend, maar brengen nauwlettend in kaart hoe grondig hij deze aanslagen heeft voorbereid. Hij ziet de aanslagen als een zelfmoordmissie en pleit een gezond, toerekeningsvatbaar persoon te zijn. Daarbij beroept hij zich op noodweer. Zijn verklaring in de rechtszaal gebruikt hij als platform voor zijn ideologie. Tevens biedt hij zijn excuses aan enkele slachtoffers aan, twee welgeteld, degenen die omkwamen bij de aanslag in Oslo, maar volgens hem niks met politiek van doen hadden. De rest van het proces komen getuigen, nabestaanden, deskundigen, maar ook mede rechts-extremisten aan het woord. Door de advocaten van Breivik opgeroepen om zijn denkbeelden van de islam als bedreiging voor Noorwegen te bevestigen. Aan een groep psychiaters de taak om het onderzoek van de eerste onderzoekscommissie (ontoerekeningsvatbaar) tegenover die van de tweede onderzoekscommissie (toerekeningsvatbaar) te leggen. Zij bekritiseren onvolkomenheden in het tweede rapport, maar het uiteindelijke oordeel ligt bij de rechter. Het vonnis Na de laatste zitting in juni, volgde op 24 augustus 2012 dan ‘eindelijk’ de langverwachte uitspraak door de Noorse rechtbank, bestaande uit vijf rechters. Unaniem beslissen zij dat de aanslagen door Anders Behring Breivik moeten worden bestempeld als terreurdaden en achten hem tevens schuldig aan moord. Zijn beroep op noodweer wordt door de rechtbank verworpen. Zij acht in haar uitspraak zijn motivatie, het behoeden van Noorwegen voor een islamitische invasie, ‘niet de moord op politiek gemotiveerde jongeren en regeringsfunctionarissen te rechtvaardigen’3. Dan de beslissing waar menigeen in spanning op heeft gewacht; de rechtbank acht Breivik toerekeningsvatbaar. Zowel de nabestaanden als Breivik zelf hoopten op deze uitslag, waar het echter de nabestaanden om de strafmaat zal gaan gaf Breivik aan hiermee zijn ideologieën te willen bekrachtigen.

‘Lex Breivik’ Breivik een lange gevangenisstraf staat te wachten, klinken er ook andere verhalen. Ondanks de beslissing van zowel Anders Breivik als het Openbaar Ministerie om niet in hoger beroep te gaan, is het de vraag of dit het einde van ‘het verhaal’ Breivik is. Breivik zelf heeft aangegeven, ondanks zijn geïsoleerde gevangenneming in een gevangenis buiten Oslo, vanuit deze plek een netwerk van gelijkgestemden op te willen zetten. Met de grote vraag of dit niet allang is gebeurd, nu het manifest nog altijd op internet te vinden is.

Noten 1 Anders Behring Breivik, Onafhankelijheidsverklaring van Europa’, NOS, http://content1c.omroep.nl/17d970d4e3152475a9fa216c53 b193a0/505621d5/nos/docs/edit_manifest.pdf 2 Karel Knip, ‘Terreurhandleiding Breivik gevaarlijker dan die van al Qaeda’, NRC, 24 juli 2011, http://www.nrc.nl/ nieuws/2011/07/24/terreurhandleiding-breivik-gevaarlijkerdan-die-van-al-qaeda/ 3 Citaat uitspraak rechtbank vonnis Anders Breivik, NOS, 24 augustus 2012, http://nos.nl/artikel/410328-breivikveroordeeld-voor-terrorisme.html

Waar de gemiddelde Noorse, misschien Europese burger, rechtvaardigheid of misschien zelfs opluchting zal voelen nu

23


God en zijn onderdanen, het sprookje Door Rogier van der Wolk

E

rgens afgelegen op een berg, in het noorden van Thailand, staat een klooster. Elke dag datzelfde muffe lapje oranje stof om en knielen maar. Tijdens het fanatieke gebed oppassen voor alle kaarsen om je heen en even van het altaar wegdraaien als je last krijgt van je wierookhoestje. Alle getatoeëerde Britten en Oceaniërs – die in grote getalen de abdij bestormen om hun liefde voor drank te minderen – vertellen elkaar ‘s avonds laat onder de sterrenhemel in vaak onverstaanbaar Engels met welke vulgaire walrussen zij allemaal ongetrouwd het bed hebben gedeeld. Aan de intonatie en golven van articulatie kan zelfs een Siamese dorpsgek horen dat zij trots zijn op deze ‘overwinningen’ aan het thuisfront. Hoe wreed ironisch is het dan dat hun gastheren van het klooster slechts één vrouw in hun vertrekken mogen toelaten; de foto van hun allang overleden moeder. Maar ja, men moet wat over hebben om god te dienen en zichzelf te verzekeren van het walhalla in het hiernamaals. Toch is het dan frappant dat deze oranje Oempa Loempa’s op een dag, tijdens de schoonmaak van de tempel, het huis van de vent waar je U tegen zegt, worden aangevallen door een zwerm bijen. Resulterend in 40 slachtoffers waarvan zes in coma belanden1. Kan men dan wel spreken van een goddelijke aanwezigheid?

‘Het is altijd eigen god eerst en dan de rest’ Over de wereld heen stikt het van de geloofsrichtingen, alleen al op religieus gebied. Om gek van te worden. Bij de een wordt verwacht dat je als platonische peuter door het leven gaat totdat je het ja-woord hebt gegeven, bij de ander helpt iedereen elkaar aan een goedverdienende baan op Wall Street of in de diamantindustrie en wordt ongeacht de huisinrichting overal een menora op gezet. Zo hebben alle religies wel hun kenmerkende gekkigheden in verschillende gradaties. Maar wat zij allemaal gemeen hebben is die altijd aanwezige kritische blik op alles buiten hun – in mijn woorden – sekte. Een beetje die akelige naar hypocrisie neigende gedachtegang van Wilders: “Wij zijn juist en jij kan de pot op.” Dan krijg je herhaaldelijk brandende westerse ambassades in islamitische gebieden na creatieve uitlatingen omtrent personages uit de Koran2, dan

24

gaan conservatieve christenen, zoals republikein Todd Akin, beweren dat vrouwen die zwanger worden na een verkrachting het voornamelijk aan zichzelf te danken hebben3 óf taferelen van boze rijke joden omdat de gevolgen van hun investering niet allemaal volledig en uitsluitend pro-Israël zijn4. Het is altijd eigen god eerst en dan de rest. Iedereen wil in figuurlijke zin de dominee (o wee als je het tegen een niet-protestant in letterlijke zin zegt!) zijn zonder in de spiegel te kijken naar de eigen zonden. Iets wat met de verschillende onthullingen binnen de Rooms-Katholieke Kerk misschien wel van pas was gekomen.. Gelovigen baseren zich veelal op boeken waarin een verzameling van verschillende verhalen is gebundeld. Hoewel deze fantasierijke verhalen af en toe doen denken aan kinderverhalen, worden zij bloedserieus genomen. Wetenschappelijk is niks onderbouwd, maar dat is niet nodig. Het wordt verondersteld dat iemand vanaf een wolk op ons neerkijkt. Als het goed gaat word je beloond, in slechte tijden word je gestraft. En bij vervelende uitschieters zoals de Tweede Wereldoorlog, het conflict tussen Israël en Palestina, de verschillende burgeroorlogen in Afrika en noem maar op luidt het credo “God heeft het zo gewild.” Een bestuursrechter zou uit woede om al die vaagheid aan zijn hamertje knabbelen. En juist hier zit overigens de verschrikkelijk vervelende hypocriete ellende die gepaard gaat met religies. Want, gebruikmakend van het meest duidelijke en voor de hand liggende voorbeeld; had de god van het Joodse volk de verschrikkelijke Nazipraktijken dan niet zo gewild waardoor alle wanhoop en woede van de overlevenden en nabestaanden onterecht is? Zelfs voor een nuchtere atheïst is zo’n uitspraak over de afschuwelijke wreedheden uit die tijd moeilijk te doen, maar het typeert wel de ondoordachte onderbouwing van het geloof. Er wordt geredeneerd à la (spreek je uit als Allah) die hoogblonde schreeuwlelijk uit Venlo: alles volgens jouw regels tenzij het even niet goed uitkomt5. Moet gezegd, het is mooi om te zien dat sommige mensen in moeilijke tijden steun vinden in hun geloof, maar dan moet het ook alleen voor die persoonlijke sfeer gebruikt worden. Er zijn gewoonweg te veel verschillende mensen met verschillende ideeën waardoor er altijd spanningen zullen zijn. Het geloof is soms een rots in de branding, maar te vaak een beperkende factor. Overbodige oogkleppen, niet verder kijken dan je neus lang is, egoïsme, onwetendheid. Het weerhoudt je er van om zelf te denken en te handelen mee te gaan met de tijd. Juist dit is zo schandelijk, want wat nog meer dan de ratio doet ons


opinie

verschillen van subjecten uit het dierenrijk? Aan het eind van de dag moet toch jij jouw zaken op orde hebben en dient het geloof niet om achter te schuilen. Ik zal het nooit vergeten. Mijn vader, een diplomaat van top tot teen, kwam terug van een ambassadeursborrel in Buenos Aires. Hij vertelde dat hij in gesprek was geraakt met zijn Israëlische collega. Toen eenmaal bleek dat mijn vader het – zoals een objectieve jurist betaamt – niet geheel eens was met de joodse nederzettingen en muur op Palestijns grondgebied draaide zijn Joodse tegenspeler om en liep weg zonder iets te zeggen. Dat zelfs intellectuelen verblind door het geloof de rede links laten liggen versterkt mij in mijn standpunt. Religieuze zaken moeten ver gescheiden blijven van politiek en andere zaken. Een strengere scheiding tussen kerk en staat. In deze wereld vol botsende denkbeelden is het geloof het best op zijn plek binnenskamers . En om terug te gaan naar de lessen Latijn wil ik nog kwijt: overigens ben ik van mening dat er wel volop geloofd mag worden in Sinterklaas en de Kerstman. Genieten zult gij, en dat is maar verstandig ook want het kan zomaar voorbij zijn door een paar lullige bijen. Bedankt voor de bloemen.

‘Bij vervelende uitschieters zoals de Tweede Wereldoorlog of het conflict tussen Israël en Palestina luidt het credo: God heeft het zo gewild’

Noten 1 ‘Monniken in coma na bijenaanval’, NOS, 24 juni 2012, http://nos.nl/artikel/387674-monniken-in-coma-nabijenaanval.html 2 ‘Moslimwoede om Mohammed-film breidt zich uit’, RTL Nieuws, 14 september 2012, http://www.rtl.nl/components/ actueel/rtlnieuws/2012/09_september/14/buitenland/ moslimwoede-om-mohammed_film-breidt-zich-uit.xml 3 ‘Todd Akin, Nederland en surplace-campagnes’, NRC Handelsblad, 22 augustus 2012, http://www.nrc.nl/ verkiezingenvs/2012/08/22/todd-akin-nederland-ensurplace-campagnes/ 4 M. van Berkel, ‘Joden woest op Wilders’, Spitsnieuws, 2 1   o k t o b e r,   h t t p : / / w w w. s p i t s n i e u w s . n l / a r c h i v e s / binnenland/2012/08/joden-woest-op-wilders 5 ‘PVV boos op ambassadeur’, Spitsnieuws, 23 september 2010, http://www.spitsnieuws.nl/archives/binnenland/2010/09/pvv_ boos_op_ambassadeur.html

25


Waar geloof jij in? Romy Lankman: Mezelf. Tenminste dat is wat ik elke keer probeer na te streven. Als je namelijk in jezelf gelooft kan je al je dromen verwezenlijken, daar ben ik van overtuigd! Al gaat dat presidentschap er waarschijnlijk niet van komen... Je moet natuurlijk wel realistisch blijven!

Door Nina Albers Ik geloof in het investeren van tijd en moeite om een doel te bereiken. Maar zonder vertrouwen in het slagen van een doel, is het de inzet niet waard.

Door Gertjan Pranger Ik geloof in het Nederlandse rechtssysteem. Hoewel het Nederlandse rechtsstelsel niet perfect is en ook haar fouten heeft is dat het enige wat wij hebben, en kan men er altijd op teruggrijpen. Het Nederlandse recht heeft mij nog nooit in de steek gelaten.

26


Rubriek

Door Nick Poggenklaas Ik geloof in hard werken en niet opgeven. Doorzettingsvermogen is de grootste kracht die een mens kan hebben. Niets staat vast en met hard werken is alles te bereiken. Zoiets als het lot, geluk of pech bestaat niet.

Door Francis Tjia Geloof, het thema van deze editie. Een zeer breed onderwerp, en altijd actueel. Wat erover te zeggen? Een poging. Geloof is behalve een thema ook een woord met een zekere betekenis voor een ieder. Het woord alleen al zal je verder op weg kunnen helpen. In het bijzonder, en wellicht bij de meeste van jullie van toepassing, zal ‘geloof’ je een zekere houvast kunnen bieden. Geloven dat je jouw gestelde doelen zult bereiken dit collegejaar. Meer is nu niet nodig toch? Zo simpel kan het zijn, althans voor mij wel.

Door Tarek Hiemstra Ik geloof niet, maar toch geloof ik in karma. Waarom wel in karma? Omdat ik geloof dat mensen die slechte daden verrichten uiteindelijk niet gelukkig kunnen zijn. En zeg nou zelf: wat is er erger dan de rest van je leven niet gelukkig zijn?

27


Wat neem jij mee?

Wat je elke dag bij je hebt, zegt veel over wie je bent. Over wat je bezighoudt, de dingen die je meemaakt en wat je motiveert. Bij AKD zijn we benieuwd naar wat mensen ‘meenemen’. Naar hun interesses en ambitie. Wat deed jou besluiten rechten te gaan studeren? En wat wil je bereiken? AKD bestaat uit een hecht team van bevlogen advocaten en notarissen. Professionals met een eigen stijl. Vastbesloten alles eruit te halen wat erin zit. We investeren dan ook veel in de ontwikkeling van jong talent. Spreekt onze werkwijze jou aan? Laat het ons weten. We zijn benieuwd naar wat jij meeneemt. Kijk op watneemjijmee.nl.

28


Verdieping

‘Vrouwelijke Jehova’s Getuigen sterven zes keer vaker bij een bevalling dan andere moeders’ (pag. 30) ‘Je zou verwachten dat een antiabortuspartij als de SGP ook tegen de doodstraf is’ (pag. 32)

29


Geloof; een illusie? Door Madeline Kniest en Simcha de Leeuw

J

e kent ze wel, Jehova(h)’s Getuigen. Je hebt ze vast wel eens op een zomerse zaterdagochtend aan je voordeur gehad. Ze staan immers bekend om hun deur-aan-deurpredikingen, ook wel velddiensten genoemd, waarbij de leden van de beweging hun boodschap aan de hand van de Bijbel en publicaties van het Wachttorengenootschap trachten te verspreiden. In 2007 telde de beweging wereldwijd 7.124.443 leden die samen 1.488.658.249 uur besteden aan velddiensten, het aantal Jehova’s Getuigen groeit langzaam wereldwijd. In Nederland wonen er rond de 30.000 leden. Opmerkelijk is dat veel Jehova´s Getuigen onder alle omstandigheden bloedtransfusies weigeren, omdat ze zich letterlijk aan de Bijbel willen houden waarin staat dat men zich dient te onthouden van bloed bij medische ingrepen.

Het Wachttorengenootschap schrijft voor dat transfusies van vol bloed en bepaalde bestanddelen van bloed (plasma, erytrocyten, leukocyten, trombocyten) niet acceptabel zijn. Op het accepteren van andere bestanddelen (zoals albumine) is geen onthouding voorgeschreven. Voor het opvolgen van dit gebod staat de belofte op het eeuwige leven na de dood. Wordt dit gebod niet nageleefd, dan kan uitsluiting binnen de gemeenschap het gevolg zijn. Dit ligt anders als de toediening van bloed is geschied zonder dat de Jehova’s Getuige zich hiervan bewust is geweest, uitsluiting is dan niet per definitie het gevolg.1 De weigering van bloedtransfusies zorgt voor complexe situaties. Zo blijkt uit onderzoek dat vrouwelijke Jehova´s Getuigen zes keer vaker sterven bij een bevalling dan andere moeders. Een vrouwenarts vertelt in het AMC-Magazine dat ze een sterfgeval heeft meegemaakt van een moeder die Jehova´s Getuige was. Toen bij de bevalling steeds meer fout ging, bleef ze bloed weigeren, terwijl ze wist dat ze zou sterven door bloedverlies. Volgens de gynaecologe had de vrouw de bevalling waarschijnlijk overleefd als ze een zak bloed had geaccepteerd. Gesteld kan worden dat deze groep vrouwen gekozen heeft voor het achterwegen laten van een bloedtransfusie, ze hebben immers het recht van lichamelijke integriteit en autonomie dus waarom zou het een probleem zijn om een bloedtransfusie achterwege te laten? Tegenover dit recht en het belang om de Bijbel letterlijk op te volgen kan het belang van de behandelend arts worden gesteld; de arts is geen arts geworden om vervolgens een vrouw bij een bevalling dood te laten bloeden maar om zijn werk zo goed mogelijk uit te voeren. Conclusie; conflicterende belangen en geen oplossing. Een specialist van het AMC stelt ´de oplossing´ te hebben gevonden; in Nederland moet een netwerk van medische teams komen dat zich speciaal recht op bevallingen van Jehova´s Getuigen. De meest ervaren artsen zouden daarbij moeten worden ingezet. Ze zouden zich extra goed moeten voorbereiden op de bevalling en extra alert moeten zijn op het voorkomen van bijvoorbeeld nabloedingen. Naar onze mening niet realiseerbaar.2 We gaan nog een stapje verder. Het vraagstuk rondom minderjarige Jehova’s Getuigen (hiermee worden minderjarigen bedoeld tussen de 12 tot 16) in een levensbedreigende situatie

30


verdieping

waarin een bloedtransfusie noodzakelijk kan zijn, levert eveneens een lastige situatie op. Twee scenario’s kunnen zich voordoen; in de eerste plaats wanneer de ouders of wettelijke vertegenwoordigers een bloedtransfusie weigeren voor het minderjarige kind en in de tweede plaats indien de minderjarige zelf een bloedtransfusie weigert. De Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (hierna: Wgbo) en het ‘Protocol voor medische behandeling van minderjarige Jehova’s Getuigen’ schetsen een juridisch kader waarin de rechten en plichten van de wettelijke vertegenwoordiger(s) van het kind en van het kind zelf worden gegeven. Op grond van art. 446 Wgbo moet een behandelingsovereenkomst worden opgesteld. Voor de arts is het essentieel om te weten of de patiënt wilsbekwaam is. Afhankelijk van deze vraag kan worden bepaald tegenover wie de arts de behandelingsovereenkomst dient na te komen; de minderjarige of diens ouder(s) of voogd. Artikel 450 lid 2 Wgbo stelt dat zelfs voorbij kan worden gegaan aan de toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger(s) indien het kind wilsbekwaam is en anders wenst of indien een bloedtransfusie ‘kennelijk nodig is om ernstig nadeel te voorkomen’. De arts is degene die uiteindelijk moet bepalen of de minderjarige wilsbekwaam is. In het ‘Protocol voor medische behandeling van minderjarige Jehova’s Getuigen’ staat tevens dat uit de parlementaire behandeling van de Wgbo kan worden opgemaakt dat ‘de wetgever een minderjarige in het algemeen tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat acht, tenzij het tegendeel blijkt’3. Dit argument kan worden onderbouwd met het volgende uit de Parlementaire behandeling van de Wgbo: “Zoals in het algemene deel van de toelichting reeds is aangegeven, zijn wij van mening dat aan oudere minderjarigen de bekwaamheid moet worden verleend een behandelingsovereenkomst te sluiten”.4 In beginsel wordt dus aangenomen dat een minderjarige Jehova’s Getuige wilsbekwaam is en kan beschikken over zijn lichamelijke autonomie. Een kind van 12 jaar oud kan dus, indien hij geacht wordt wilsbekwaam te zijn, een bloedtransfusie weigeren! De vraag die bij ons op komt is of het wel moreel is om een dergelijke keuze bij een minderjarige neer te leggen. In principe staat de keuze tot het accepteren dan wel weigeren van een bloedtransfusie met alle gevolgen van dien gelijk aan de keuze tussen wel of geen uitsluiting van de Jehova´s gemeenschap en daarmee staat de band met zijn of haar ouders op het spel. Een minderjarige kan wilsbekwaam worden geacht indien deze in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.5 Maar kan een gemiddelde minderjarige dat wel? Naar onze mening kan en vooral mag een dergelijke keuze niet verlangd worden.

‘De weigering van bloedtransfusies zorgt voor complexe situaties. Zo blijkt uit onderzoek dat vrouwelijke Jehova´s Getuigen zes keer vaker sterven bij een bevalling dan andere moeders’ Met dit stuk hebben wij de problematiek rondom bloedtransfusies bij Jehova´s Getuigen aan het licht willen brengen aan de hand van twee in de praktijk voorkomende voorbeelden. Zoals blijkt is de weigering van bloedtransfusie een discutabel en zeer moeilijk onderwerp. Welke belangen prevaleren en hoe met verschillende belangen omgegaan moet worden is en blijft een probleem. Een pasklare oplossing laat op zich wachten, of deze er ooit zal komen, valt te betwijfelen.

Noten 1 Genesis 9:3-9:4, Leviticus 17:14 en in 15:28 -30 Acts 2 ‘Ziekenhuisbevalling  voor  Jehovah’s  noodzakelijk’, Netwerk,  15  december  2009,  http://www.netwerk.tv/ uitzending/2009-12-15/ziekenhuisbevalling-voor-jehovahsnoodzakelijk 3 ‘Raad voor de Kinderbescherming, ‘Protocol voor medische behandeling van minderjarige Jehova’s Getuigen’, juni 2004, p. 8. 4 Kamerstukken II 1989/90, 21 561, nr. 3, p. 29. 5 Raad voor de Kinderbescherming, ‘Protocol voor medische behandeling van minderjarige Jehova’s Getuigen’, juni 2004, p. 4.

31


Abortus en de hypocrisie van de SGP Door Richte van Ginneken

O

p dinsdag 28 augustus 2012 deed Kees van der Staaij, fractievoorzitter van de SGP, een opmerkelijke uitspraak in het RTLZ-Programma ‘Wat kiest Nederland’. Hij zei daar dat bij vrouwen de kans op zwangerschap na een verkrachting erg klein is, een standpunt wat de Amerikaanse Republikeinse politicus Todd Akin een paar weken daarvoor ook verkondigde in een televisie interview. Deze opmerking vestigt nieuwe aandacht op het abortusstandpunt van de SGP. Omdat het toch verkiezingstijd is leek het mij daarom een goed idee om deze uitspraak, en meer in het algemeen het abortusstandpunt van de SGP, eens grondig te analyseren en te kijken hoe de SGP scoort wanneer het aankomt op consistentie. Beschermenswaardig Het onderwerp abortus mag dan misschien in Nederland voor de meeste mensen geen taboe meer zijn, maar in andere landen is dit niet zo vanzelfsprekend. Zie bijvoorbeeld de Verenigde Staten. In de VS is abortus legaal sinds de mijlpaal beslissing van het Amerikaanse Hooggerechtshof in de zaak Roe v. Wade in 1973. Sindsdien is abortus een controversieel onderwerp geworden in de VS dat geleid heeft tot veel protesten, geweld en zelfs doden. In Nederland lijkt het recht op abortus een verworvenheid die bijna vanzelfsprekend is. Hier kennen we geen grootse protestmarsen op het Binnenhof of mensen die voor de rechter moeten verschijnen omdat ze een abortuskliniek hebben opgeblazen. Dat betekent echter niet dat er geen oppositie is tegen abortus. Die is er wel en ze komt voornamelijk uit religieuze kringen. Een van die geluiden komt van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). De weerstand van de SGP tegen abortus heeft vooral een confessionele basis. In het verkiezingsprogramma van de partij kunnen we lezen dat, wat de SGP betreft, het menselijk leven een kostbaar geschenk van God is. Om die reden is elk mensenleven beschermenswaardig, en dus ook het leven van het ongeboren kind (“een geschenk kapot maken voor de ogen van de Gever, is een slag in Zijn gezicht”1). De SGP vindt, op basis hiervan, dat de bescherming van het leven van de ongeborene in de Grondwet moet worden opgenomen, en dat de Abortuswet moet komen te vervallen. Het is dus duidelijk dat de SGP de beschermenswaardigheid van het leven hoog in het vaandel heeft staan. Of toch niet? Na het doorspitten van de SGP verkiezingsprogramma vielen mij toch een aantal dingen op die misschien toch minder goed te rijmen zijn met het standpunt van de partij dat al het leven beschermenswaardig is.

32

Voorbehoedsmiddelen Hoe zit het bijvoorbeeld met het standpunt van de SGP ten aanzien van voorbehoedsmiddelen? In het christendom zijn het vooral de katholieken die het meest fulmineren tegen voorbehoedsmiddelen. De SGP is echter ook geen voorstander voorbehoedsmiddelen. Zo heeft de SGP er mede voor gezorgd dat postbus 51 spotjes over condooms pas na 20:00 uur uitgezonden mochten worden en is de SGP tegen voorzieningen voor de pil in het ziekenfonds. Daarbij niet rekening houdend met het feit dat de pil niet alleen voorkomt dat vrouwen zwanger raken, maar ook hun risico op eierstokkanker en baarmoederhalskanker verkleint en aandoeningen als PCOS, PMMD en endometriose kan behandelen. De SGP laat vrouwen echter liever zonder de pil zitten waardoor het risico op al deze aandoeningen vergroot wordt.

’De SGP vindt dat de bescherming van het leven van de ongeborene in de Grondwet moet worden opgenomen, en dat de Abortuswet moet komen te vervallen’ Ook heeft de SGP blijkbaar het naïeve beeld dat zwangerschap en bevalling risicoloos zijn. Daarbij voorbijgaand aan het feit dat, tot niet heel lang geleden, zwangerschap de nummer één doodsoorzaak was onder vrouwen. Realiseert de SGP zich wel welke, soms levensbedreigende, gezondheidsrisico’s zwangerschap met zich mee kan brengen? Voor een partij die zoveel belang hecht aan de beschermenswaardigheid van het leven, gaat ze vrij onachtzaam om met middelen die levens kunnen redden. De oplossing moet, wat de SGP betreft, gevonden worden in onthouding vóór het huwelijk, en trouw tijdens het huwelijk. Is dit een verstandige beleidskeuze? In de VS wordt er in sommige staten, onder druk van fundamentalistische


verdieping

christenen, zogeheten ‘abstinence only education’ (seksuele onthouding vóór het huwelijk) gegeven. Onderzoek door de Sexuality Information and Education Council of the United States, en tal van andere organisaties, heeft echter aangetoond dat ‘abstinence only education’ volkomen ineffectief is en alleen maar zorgt voor een toename van ongewenste zwangerschappen (en daarmee het aantal abortussen!) en soa’s (waaronder HIV). De reden hiervoor ligt in het feit dat het in onze aard zit om seks te hebben en wanneer je kinderen geen goede seksuele voorlichting geeft, zullen ze onveilig seks hebben. Laten we hier wel eerlijk zijn. Het feit dat het beleid dat de SGP voorstaat tot een toename van het aantal abortussen zal leiden, kunnen we de partij niet kwalijk nemen omdat, als het aan haar lag, niemand meer een abortus krijgt. Het niet gebruiken van voorbehoedsmiddelen leidt op andere plaatsen in de wereld echter tot problemen, veel groter dan in Amerikaanse scholen. Met name in Afrika heerst er, mede door het niet gebruiken van condooms, een ernstige AIDS epidemie. Zo zegt Artsen Zonder Grenzen dat er in 2010 naar schatting 1,8 miljoen mensen overleden zijn aan HIV/AIDS. Onderzoek heeft ook aangetoond dat consistent condoomgebruik het langetermijn-risico op HIV-overdraagbaarheid verlaagt met 80%. Condoomgebruik draagt dus enorm bij in het voorkomen van HIV. Wat is de visie van de SGP op dit gebied? Hoe vindt de SGP dat ontwikkelingssamenwerking aangewend moet worden om met AIDS om te gaan? Ons antwoord kunnen we vinden bij de woordvoerder ontwikkelingssamenwerking van de SGP, Diederik van Dijk. In een interview zegt hij dat de SGP ‘niet blij’ was met programma’s die meer condooms verspreiden2. Volgens de SGP moeten bij de aanpak “faith based organisaties en kerken een rol spelen, omdat ze een sleutelpositie innemen in preventie en de zorg voor aidspatiënten”3. De partij lijkt hier voorbij te gaan aan het feit dat het helaas de kerken en ‘faith based’ organisaties zijn die hoofdzakelijk verantwoordelijk zijn voor het niet gebruiken voorbehoedsmiddelen. Recht op leven Je zou van een partij als de SGP, die zo fel tegen abortus en euthanasie is, verwachten dat ze zouden walgen van iets als de doodstraf. Was immers niet al het leven beschermenswaardig? Dat zou je denken, maar wat schetst de verbazing, de SGP heeft in haar verkiezingsprogramma staan dat zij vindt dat het

33


’De SGP heeft in haar verkiezingsprogramma staan dat zij vindt dat het opleggen van de doodstraf een legitieme straf moet zijn’ opleggen van de doodstraf een legitieme straf moet zijn. Ze beargumenteert dat de doodstraf een gerechtvaardigde straf is, juist vanwege de hoge waarde die zij aan het menselijke leven toekent en dat wanneer dat leven geschonden wordt, door bijvoorbeeld iemand te vermoorden, de doodstraf op zijn plaats is. De SGP lijkt hier echter voorbij te gaan aan het feit dat, als het waar is wat ze zegt en dat al het leven een kostbaar geschenk van God is en al het leven waardevol is, dat het leven van de moordenaar dus ook waardevol is want die moordenaar is immers ook door God geschapen. De SGP zegt in haar verkiezingsprogramma dat het recht op leven ook voor de ongeborene in de Grondwet moet worden vastgelegd en dat het laten plegen van een abortus een inbreuk is op het recht van leven van de ongeborene. Is echter het opleggen van de doodstraf niet ook een inbreuk op het recht van leven van de misdadiger? Is die moordenaar niet ook een kostbaar geschenk van God, zoals alle leven? Als het recht op leven zo belangrijk is dat het voor de ongeborene moet worden vastgelegd (en het overigens voor de lijdende een plicht tot leven wordt), dan kan je niet aan de andere kant zeggen dat dat recht op leven voor de moordenaar niet absoluut is. Dat is niet consistent. Overigens  een  interessante  terugkoppeling  op  het abortusstandpunt. De arts die de abortus verricht maakt ook een inbreuk op het recht van leven van de ongeborene. Zou dan de arts die de abortus verricht ter dood veroordeeld moeten worden? En moet de moeder die de abortus laat plegen ook ter dood veroordeeld worden wegens medeplichtigheid? De SGP is oorverdovend stil op dit punt.

34

Hypocriet Al met al blijkt dat, waar de SGP het recht op, en de bescherming van, leven hoog in het vaandel heeft staan wanneer het aankomt op abortus of euthanasie, ze dit niet heeft wanneer het gaat over andere standpunten. Zo zijn er tal van standpunten waarin de SGP een duidelijke afweging maakt waarin ze andere rechten dan het recht op leven als het hoogste goed laat gelden. In dat kader vind ik het uiterst hypocriet om aan de ene kant vrouwen rechten te ontzeggen op gronden die je wanneer, het aankomt op andere standpunten, het onderspit laat delven. Tot slot wil ik nog even terugkeren naar de uitspraak van Van der Staaij bij RTL. Het is het goed recht van de SGP om haar standpunten te hebben en zich niet te schuwen door haar confessionele grondslag. Ik vind het echter wel het summum van hypocrisie wanneer je uit je religieuze overtuiging, een seculier argument probeert te destilleren om daarmee mensen te overtuigen die niet gevoelig zijn voor je religieuze argument. Ook al zou onderzoek hebben aangetoond dat iedere vrouw na verkrachting zwanger zou worden, dan nog zou de SGP tegen abortus zijn. Dat maakt de uitspraak hypocriet, want dat houdt in dat de mate van zwangerschap na verkrachting niets te maken heeft met waarom de partij tegen abortus is. Het zou de heren van de SGP sieren om gevolg te geven aan de woorden van hun eigen verlosser, Jezus Christus, die zegt dat de hypocriet hij is die kijkt naar de fouten van een ander maar niet naar die van hemzelf.

Noten 1 Abortus  Provocatus,  SGP,  http://sgp.nl/Direct_naar/ Standpunten?letter=a&standid=6 2 Nite Schellens en Mieke Olde Engberink, ‘Geen condooms maar  wees-trouw  campagnes’,  Vice  Versa,  16-11-2011, http://www.viceversaonline.nl/2011/11/diederik-vandijk-sgp-%E2%80%98geen-condooms-maar-wees-trouwcampagnes%E2%80%99/ 3 HIV, SGP, http://sgp.nl/Direct_naar/Standpunten?letter=H& standid=100


verdieping

De SGP tegen Nederland:

een grondrechtelijk conflict of een procesrechtelijke puinhoop? Door Vincent de Haan

S

inds jaar en dag wordt de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) in de Tweede Kamer uitsluitend door mannen vertegenwoordigd. Dat staat overigens nergens in de statuten, maar het vloeit wel voort uit het beleid van het partijbestuur. In het rumoerige politieke landschap van de afgelopen jaren is de SGP een opvallend stabiele factor: vanaf 1925 heeft de partij telkens twee of drie zetels in de Tweede Kamer. Met name in de bible belt is er een kleine maar loyale achterban, waar ook vrouwen toe behoren. Die stemmen wel, maar vinden het blijkbaar prima dat ze zich niet verkiesbaar kunnen stellen, althans, niet voor de SGP. Toch wringt het een beetje, vinden sommigen. Er worden enorme inspanningen verricht om de gelijkheid van man en vrouw tot alle maatschappelijke instellingen te laten doordringen, zowel feitelijk als juridisch. Die juridische component blijkt onder meer uit de gelijkebehandelingswetgeving en in het bijzonder uit het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (Vrouwenverdrag). Toch lijkt de SGP zich daar niets van aan te trekken. Daarbij zij opgemerkt dat er ook geen vrouwen waren die zich hier druk over maakten. De vrouwen die op de SGP stemmen, vinden blijkbaar dat politiek inderdaad een mannenaangelegenheid is, en de vrouwen die hun christelijke inslag wel met actieve beoefening van de politiek wensen te verenigen, zoeken hun toevlucht tot de ChristenUnie. Feitelijk was er dus geen probleem.

‘Zo ontstaat dus de wonderlijke situatie dat de landsadvocaat bij de civiele rechter vóór de subsidie pleit, maar bij de bestuursrechter ertégen’

De procesgang1 Dat weerhield de Stichting proefprocessenfonds Clara Wichmann (de Stichting) er echter niet van een probleem te creëren: zij spande een zaak aan tegen de Staat bij de burgerlijke rechter. Dat kan op grond van art. 3:305a BW, dat een stichting de bevoegdheid geeft om een rechtsvordering in te stellen die strekt tot bescherming van de door haar behartigde belangen. De klacht: de Staat houdt vrouwendiscriminatie in stand door een discriminerende organisatie met subsidie (Wet subsidiëring politieke partijen) financieel te ondersteunen. Daar had de stichting wel een punt, meende de rechtbank, dus werd aan de Staat verboden nog langer deze subsidie te verstrekken. Aan een dergelijk gerechtelijk bevel geeft de minister uiteraard gehoor, dus wordt de jaarlijkse subsidieaanvraag van de SGP de eerstvolgende keer afgewezen. De motivatie van de minister: “Ik was met handen en voeten gebonden aan de uitspraak van de rechtbank.” De subsidieaanvraag is een bestuursrechtelijke aangelegenheid, dus komt de zaak bij de bestuursrechter en uiteindelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) uit. Tegelijkertijd heeft de Staat hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Daar wordt door de landsadvocaat betoogd dat de subsidie wel degelijk in overeenstemming is met het Vrouwenverdrag (en andere regelgeving). Zo ontstaat dus de wonderlijke situatie dat de landsadvocaat bij de civiele rechter vóór de subsidie pleit, maar bij de bestuursrechter ertégen. Voor procesrechtelijke fijnproevers is dit natuurlijk een genoegen, maar voor niet-juridisch Nederland volledig onbegrijpelijk. Het wordt nog leuker als de hoogste civiele rechter, de Hoge Raad, en de hoogste bestuursrechter, de Afdeling, het uiteindelijk oneens worden. De Afdeling stelt zich op het standpunt dat aan de SGP wel een subsidie toekomt. Het zou best kunnen dat er binnen de SGP wat gediscrimineerd wordt, maar nergens staat dat dat tot gevolg moet hebben dat de subsidie wordt geweigerd. De Hoge Raad kan daar verder weinig aan doen, maar stelt wel dat de Staat maatregelen moet treffen om de betreffende situatie te doen ophouden. De Hoge Raad stelt echter ook dat het niet aan een rechter is om specifieke maatregelen voor te stellen. Dat is de taak van de wetgever.

35


Het had hier kunnen eindigen. De SGP krijgt subsidie, en de wetgever moet aan het werk, maar gezien het onstuimige politieke klimaat in Nederland, waarbij de SGP nog wel eens een electoraal gaatje moet dichten, en de moeilijkheid van deze materie, is het niet te verwachten dat de door de Hoge Raad bevolen wet binnen een jaar of tien het levenslicht zal zien. Wie dan leeft, wie dan ziet. Zo niet de SGP. Een klacht in Straatsburg wordt ingediend. Het EHRM acht de klacht niet-ontvankelijk. De belangrijkste vraag is namelijk: waar klaagt de SGP eigenlijk over? Welk onrecht is de partij aangedaan? Ja, er is een Nederlandse rechter die gezegd heeft dat er een wet moet komen, maar hoe die wet eruit zou komen te zien, weet nog niemand. Als het zo ver is, en de SGP komt daadwerkelijk in de problemen – bijvoorbeeld doordat de subsidie dan wél wordt geweigerd – kan men altijd opnieuw klagen. Wie dan leeft, wie dan ziet, dus. Botsende grondrechten Toch laat het EHRM zich ook wel over de inhoud uit – en dat doet het in een ontvankelijkheidsbeslissing alleen als het echt heel graag zijn ei kwijt wil. Daarop valt mijns inziens echter wel wat af te dingen. Er is hier vanzelfsprekend sprake van botsende grondrechten: enerzijds het recht op gelijke behandeling, anderzijds de rechten op vrijheid van vereniging en vrijheid van

‘Het is misschien niet erg respectvol, maar het lidmaatschap van de SGP kan gezien worden als een soort therapeutisch instrument voor die weinigen die niet zijn meegegaan naar de moderne tijd’ 36

godsdienst. Ook speelt op de achtergrond het actief kiesrecht wel een rol. Het recht op gelijke behandeling is vanzelfsprekend belangrijk, maar het is toch wat moeilijk voor te stellen in deze casus. De SGP heeft het recht zich op het standpunt te stellen dat vrouwen ongeschikt zijn voor politiek – over dat recht is geen twijfel. Mag dit standpunt dan ook, zolang het recht is zoals het nu is, worden uitgedragen? Dat is in principe niet hoe democratie werkt: je mag proberen de wet te wijzigen, maar zolang dat nog niet gelukt is, moet je je eraan houden. Aan de andere kant: dan moet de SGP dus vrouwen op de kieslijst zetten die het partijstandpunt verdedigen dat vrouwen – zijzelf dus! – ongeschikt zijn voor politiek. Maar wat doen die vrouwen daar dan? Dat is alsof Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) met een bontjas aan komt vertellen dat bont toch echt verboden moet worden. Dat kan natuurlijk wel, maar het zou haar geloofwaardigheid toch wel danig ondermijnen. Zo is ook moeilijk voor te stellen dat de SGP vrouwen op de kieslijst zet, zonder het standpunt over vrouwen inhoudelijk te wijzigen. En het recht op dat standpunt was juist niet in het geding. Belangrijker dan de afweging van specifieke grondrechten is volgens het Hof echter de geest van het EVRM. Dit verdrag is namelijk uitsluitend verenigbaar met een democratisch staatsbestel. Dat is eigenlijk de achterliggende waarde, waarvan de in het verdrag opgenomen grondrechten alleen maar uitvloeiselen zijn. Een partij die de democratie wenst af te schaffen, kan dan ook niet rekenen op bescherming onder het verdrag. Dat doet dan al snel denken aan de Turkse zaak Refah Partisi: een Turkse politieke partij die tot doel had de democratie af te schaffen. Deze partij werd verboden en diende daarop een klacht in in Straatsburg. Het EHRM oordeelde dat het partijverbod terecht was, omdat een partij die ten doel heeft de democratie af te schaffen niet lijn is met de geest van het EVRM, en dus geen bescherming geniet. Hierbij speelde echter wel een belangrijke rol dat deze partij een serieuze kans maakte een meerderheid te behalen. De democratie was dus werkelijk in gevaar. De vergelijking met deze Turkse zaak en die van de SGP gaat op twee punten echter mank: ten eerste wenst de SGP de democratie niet af te schaffen, maar wenst zij slechts de interne organisatie op een iets andere manier op de democratie af te stemmen. Vrouwen zijn vrij om zich bij een andere partij aan te melden, als het hen niet bevalt. Ten tweede heeft de SGP nooit een serieuze kans gehad een meerderheid te behalen. Een terechte vraag is: waarom maakt dat uit? Wie het arrest in de zaak Refah Partisi goed leest2 ziet namelijk dat niet de


verdieping

‘Al deze ellende had voorkomen kunnen worden door de mogelijkheid tot het starten van een collectieve actie te beperken’

enkele omstandigheid dat de partij ondemocratische ideeën heeft, doorslaggevend is. Het gaat erom of er concreet gevaar dreigt voor de democratie. Als een partij het goed doet in de peilingen, dan dreigt dat gevaar – hoewel het zich nog niet in ondemocratische wetgeving heeft gemanifesteerd – en dan is dát het moment om in te grijpen. Als een partij, zoals de SGP, zich echter in de marge van het politieke landschap bevindt, is een partijverbod niet een proportionele beperking van het recht op vrijheid van vereniging. Dan prevaleert juist het belang van de kleine minderheid die hun reeds lang verloren strijd tegen de democratie niet wenst op te geven, om zich beter weten in toch te blijven verzetten. Het is misschien niet erg respectvol, maar het lidmaatschap van de SGP kan gezien worden als een soort therapeutisch instrument voor die weinigen die niet zijn meegegaan naar de moderne tijd. En voor hen is dat heel belangrijk. Collectieve acties Het mag dan misschien zo zijn dat wat de SGP doet, niet helemaal in de haak is – hoewel daarover het laatste misschien nog niet gezegd is. Maar wie heeft daar last van? De vrouwelijke leden van de SGP hoort niemand klagen, en gezien de marginale positie van de SGP is ook de democratie niet in het geding.

Alleen een groepje feministes met te veel vrije tijd voelt zich ernstig op de tenen getrapt. Door hen de mogelijkheid te geven, zoals nu gebeurd is, om bij de burgerlijke rechter een dergelijke vordering in te stellen, is er een enorm gecompliceerde situatie ontstaan: de wetgever zit met een bijna onmogelijk wetgevingsproject opgescheept, de SGP is ontevreden en zelf zullen de dames ook niet erg gelukkig zijn: op een aantal dikke dossiermappen na is er namelijk niets veranderd. Al deze ellende had voorkomen kunnen worden door de mogelijkheid tot het starten van een collectieve actie op grond van art. 3:305a te beperken. Dan had de Stichting eerst moeten zoeken naar minstens één vrouw die zich door de SGP benadeeld had gevoeld. Voor die vrouw had de burgerlijke rechter dan rechtsbescherming kunnen bieden, zoals dat zijn taak is, in plaats van het objectieve recht te handhaven, zonder dat iemand daar ook maar iets aan heeft. Dat is na jaren procederen wat mij betreft de enige conclusie: dat het recht om in het algemeen belang te procederen moet worden beperkt tot die gevallen waarin er daadwerkelijk individuele slachtoffers zijn. Voor alle andere gevallen ligt de oplossing niet bij de rechter, maar bij de politiek.

Noten 1 EHRM 10 juli 2012, SGP t. Nederland. 2 EHRM (Grote Kamer) 13 februari 2003, Refah Partisi t. Nederland, par. 102-103.

37


Eerstejaarsborrel

38


Constitutieborrel

39


Voor de crème de la crème de la crème. De Loyens & Loeff Business Course Parijs.

Ben jij een ambitieuze derdeof vierdejaarsstudent Nederlands recht met belangstelling voor Ondernemingsrecht of Bank- en Effectenrecht? En ben jij die vaardige onderhandelaar die we zoeken? Meld je dan aan voor de Business Course Parijs van 22 t/m 25 november en ga in een select gezelschap de confrontatie aan met alle juridische aspecten van een management buy-out transactie. Solliciteer voor 1 november 2012 via www.loyensloeffacademy.com AC A D E M Y

40

Profile for JFAS

Nota Bene oktober 2012  

Nota Bene oktober 2012

Nota Bene oktober 2012  

Nota Bene oktober 2012

Advertisement