Page 1

ROTTERDAM

JAARVERSLAG 2016


Met dit verslag informeert het Jeugdcultuurfonds Rotterdam u over de kinderen, het cultuuraanbod en de rol van de intermediairs. Ook kinderen vertellen hier wat de culturele lessen voor hen betekenen. De portretten stonden in Jong010, dé Rotterdamse Kinderkrant die elke maand op alle basisscholen van Rotterdam wordt verspreid en klassikaal wordt gelezen.

INLEIDING In een paar jaar tijd heeft het Jeugdcultuurfonds Rotterdam (JCF) een stevig fundament neergezet in de stad en valt het niet meer weg te denken uit het cultuur- en armoedebeleid van Rotterdam. Het fonds slaagt erin om kinderen die het thuis niet breed hebben, actief mee te laten doen in de samenleving via culturele cursussen. Dat is belangrijk, omdat in Rotterdam ruim 30.000 kinderen (0-18 jaar) opgroeien in een gezin met een laag inkomen en waar meedoen aan culturele activiteiten niet vanzelfsprekend is. In Rotterdam heeft één op de vier kinderen niet de mogelijkheid om in de vrije tijd aan cultuur of sport te doen. Ter vergelijking: in Nederland is dit één op de vijf kinderen. Het Jeugdcultuurfonds geeft deze kinderen en jongeren een financieel steuntje in de rug, zodat ook zij kunnen meedoen. Sinds de oprichting in 2011 groeit het fonds elk jaar fors. Van 275 in 2011, 1.314 in 2015 naar 1.640 goedgekeurde aanvragen in 2016. Steeds meer professionals die betrokken zijn bij de gezinnen werden intermediair. Negentig nieuwe intermediairs hebben zich in 2016 bij het fonds gemeld en dienden een aanvraag voor vergoeding in. Samen vormen de 625 cultuurintermediairs een uitgebreid netwerk van professionals die de kinderen vinden en motiveren. Ze zorgen niet alleen voor de aanmelding, ze blijven ook het proces volgen. Het is zo belangrijk dat iemand vraagt: ‘hoe gaat het op les?’ Iemand die kijkt of het kind het nog altijd naar zijn zin heeft op de lessen. Deze intermediairs vormen een waardevolle groep Rotterdamse professionals die kinderen een prachtige kans geven. Het aanbod van culturele cursussen is de afgelopen jaren ook gegroeid. In de wijken, dichtbij de kinderen, zijn er meer cultuuraanbieders bij gekomen. In totaal zijn nu 131 cultuuraanbieders aangesloten bij het fonds, zodat er voor elk kind wel een geschikte cursus is te vinden. We zijn trots dat al deze kinderen en jongeren, dankzij de inzet van intermediairs, in hun vrije tijd kunnen deelnemen aan het veelzijdige cultuuraanbod. Kunst en cultuur beoefenen stimuleert niet alleen de creativiteit, kinderen ontwikkelen zich ook op emotioneel en sociaal vlak. Ze staan niet langer langs de kant, maar kunnen meedoen. Samen met de gemeente Rotterdam, particuliere fondsen, het bedrijfsleven en donateurs maakt het fonds het mogelijk kinderen een kans te geven even weg te zijn uit de thuissituatie en nieuwe vriendschappen te sluiten.

Jess-lee (12 jaar) "Ik dans graag. Dansen helpt me bij het uiten van mijn emoties. Als ik heb gedanst, voel ik me opgelucht en vrij. Ik voel me erg thuis op de dansschool. We zijn net één grote familie. We hebben een band met elkaar. Dat komt doordat we samen lessen volgen in iets dat we allemaal leuk vinden.’ Jess-lee danst bij dansschool Moves.

22


Uit onderzoek blijkt keer op keer dat deelname aan kunst en cultuur schoolprestaties en de ontwikkeling van het kind bevordert. Culturele activiteiten verhogen de concentratie, het leervermogen en de motoriek. Culturele vorming helpt bij het verwerken van negatieve ervaringen en versterkt het zelfvertrouwen van kinderen. Kinderen leren en ervaren allerlei dingen die zij thuis of op school niet leren; kortom, het verbreedt hun blik op de wereld. In 2016 heeft het Jeugdcultuurfonds 1.640 aanvragen goedgekeurd. Omgerekend kun je zeggen dat elke week 31,5 kinderen met een cursus zijn gestart. De meeste aanvragen die bij het fonds werden ingediend, zijn voor meisjes. Van de 1.230 aanvragen voor meisjes, werd 703 keer een vergoeding voor dansles aangevraagd. Dans is onder meisjes onverminderd populair. Dansen is laagdrempelig, er zijn veel locaties waar lessen kunnen worden gevolgd en in het afgelopen jaar boden weer meer schoolsportverenigingen danslessen aan. De intermediairs geven vaak aan dat meisjes die meer moeten bewegen en niet op sport willen, dan graag op dansles gaan. Voor jongens zijn 406 aanvragen goedgekeurd, waarvan 177 voor muziekles. Van vier aanvragen is niet bekend of die voor een jongen of meisje is ingediend. Jongens willen graag sporten en als ze daar niet van houden, kiezen ze vooral voor muziekles. Toch wordt ook dans onder jongens steeds populairder en dan met name hiphop.

Top 5 meisjes

Top 5 jongens

1 streetdance

1 gitaar

2 algemene dansvorming

2 hiphop

3 hiphop

3 drums

4 zangles

4 streetdance

5 piano

5 piano

Het zijn meestal kinderen in de basisschoolleeftijd die een vergoeding ontvangen: het gaat hier om 1.256 aanvragen. Voor jongeren vanaf twaalf jaar zijn 384 aanvragen ingediend. De grootste groep die door het fonds wordt ondersteund zijn meisjes van rond de tien jaar.

Sara (11 Jaar) "Ik speelde in de schoolmusical. Ik wilde daardoor wel vaker het toneel op. De juf vroeg of ik het leuk zou vinden om theaterlessen te volgen. Zij gaf me op. Ik voel me goed als ik zie dat mensen het leuk vinden om naar mijn toneelspel te kijken. Iedereen zou iets moeten doen dat hij of zij leuk vindt.’ Sara volgt theaterlessen bij Klein N Krachtig.

3


In Rotterdam kunnen kinderen bij 131 cultuuraanbieders terecht, waarvan sommige meerdere locaties hebben. In totaal zijn er 157 locaties waar kinderen lessen kunnen volgen. Met 50 muziekscholen, 44 dansscholen, 13 zangscholen of -docenten, 8 theaterscholen, 2 circusscholen en 14 grotere cultuurscholen is er altijd wel iets geschikts te vinden. Naast het lesgeven vervullen deze culturele organisaties vaak ook een sociale functie; docenten kennen de kinderen meestal goed en merken als er wat aan de hand is. Als een kind niet meer op les komt bijvoorbeeld, wordt het fonds ingelicht en kijken we wat de reden is van het wegblijven. Het Jeugdcultuurfonds werkt samen met cultuuraanbieders die lesgeven in een veilige, schone en goed toegankelijke plek. Ook dienen ze een website te hebben waarop de tarieven en lestijden staan. We hebben persoonlijk contact met de aanbieders en bezoeken ook de jaarlijkse eindvoorstellingen waarin we de kinderen zien optreden. De docenten zijn belangrijke ambassadeurs van het fonds, zij spreken de ouders, motiveren de kinderen en zijn vaak ook een aanspreekpunt in de wijk. Elke cultuuraanbieder heeft altijd een stapeltje folders en ‘ouderkaarten’ bij de hand. Deze ouderkaarten zijn in 2014 ontwikkeld als fysiek hulpmiddel voor zowel ouders als intermediairs bij een digitale aanvraag. Het fonds ondersteunt bij voorkeur een jaarcursus, omdat dit regelmaat en structuur betekent voor de kinderen. De intermediairs hoeven dan slechts één aanvraag per jaar per kind in te dienen. Echter, sommige ouders en hun kinderen zijn zo onbekend met cultuur, dat cultuuraanbieders korte cursussen aanbieden om de drempel te verlagen. In samenspraak met de intermediair vergoedt het fonds ook een korte cursus wanneer dit toeleidt tot een jaarcursus.

Daylani (12 Jaar) ‘Ik zit al vier jaar op zangles. Ik zong eerst alleen thuis voor de spiegel. Ik kan door de lessen nu beter zingen. Ik geef ook optredens. Als je ergens les in wilt volgen, moet je vooral je hart volgen. Je kan dat doen door verschillende lessen te volgen. Je merkt dan vanzelf waar je goed in bent en wat je leuk vindt. Daarna moet je niet meer twijfelen en gewoon kiezen.’ Daylani volgt zangles bij Cultuur is voor iedereen in Delfshaven.

4


Intermediairs zijn de onmisbare schakels en ambassadeurs voor cultuur. Intermediairs zijn professionals uit het onderwijs, het maatschappelijk werk, de jeugdhulpverlening, en wijk- en jeugdteams die het gezin goed kennen. Zij dienen via het digitale aanvraagsysteem een aanvraag in. Ouders kunnen dit niet zelf doen. De intermediairs zijn de ogen en oren van het fonds en hebben vanuit hun professie goed zicht op de doelgroep. Een intermediair controleert de financiële thuissituatie en zoekt samen met het gezin een passende cursus uit. Het fonds beoordeelt een aanvraag altijd binnen twee weken. Is een aanvraag eenmaal goedgekeurd, dan maakt het fonds het lesgeld voor de cursus direct over aan de cultuuraanbieder. De intermediairs doen de aanvragen op vrijwillige basis, zij ontvangen hiervoor geen vergoeding. In 2016 heeft het fonds 90 nieuwe intermediairs mogen verwelkomen. In totaal zijn er nu 625 cultuurintermediairs. Alle intermediairs ontvangen met regelmaat onze nieuwsbrief met informatie over nieuw cultuuraanbod, verhalen van leerlingen en wat het effect van de aangeboden lessen is voor de kinderen. De boodschap aan de intermediairs is dat cultuur meer is dan een luxe, het is belangrijk voor de ontwikkeling van het kind. Een culturele activiteit kan bijvoorbeeld onderdeel zijn van het professionele behandelprogramma van een hulpverlener.

Het Jeugdcultuurfonds Rotterdam werkt samen met andere organisaties in Rotterdam die zich inzetten voor kinderen die hulp nodig hebben. Met het Jeugdsportfonds Rotterdam is al vanaf de oprichting een intensieve samenwerking, die in de toekomst alleen maar groter zal worden. Het Jeugdsportfonds werkt op dezelfde manier met intermediairs als het Jeugdcultuurfonds. Maar liefst 1.960 intermediairs kunnen vergoedingen voor sport aanvragen, maar ook voor cultuur en omgekeerd. De fondsen zijn gestart met een gezamenlijke folder en in 2017 zal er een gezamenlijke nieuwsbrief verschijnen. In 2016 sloegen beide fondsen de handen ineen en hingen ze gezamenlijk grote borden op in 110 basisscholen waarop te lezen is wat de beide fondsen doen. Het is efficiënt voor intermediairs om zowel uit sport als uit culturele activiteiten te kunnen kiezen om voor het kind een zo passend mogelijke vrijetijdsbesteding te vinden. Sportintermediairs, vaak ook sportdocenten op school, realiseren zich niet altijd welke culturele activiteiten er zijn en wat ze voor kinderen kunnen betekenen. Met een andere grote partij, Meedoen in Rotterdam, waar ouders een fiets, computer en leermiddelen kunnen aanvragen, is nauw contact. Het fonds verwijst ouders die geen hulpverlener kennen en die liever geen intermediair op school willen vragen, door naar Stichting Meedoen in Rotterdam. De vrijwilligers van de stichting komen bij de ouders thuis en gaan in gesprek over de mogelijkheden en promoten vanzelfsprekend cultuur of sport. Zij verzamelen de informatie die nodig is voor een aanvraag.

Isai (8 Jaar) ‘Ik zit nu een paar maanden op klassiek ballet. Toen ik begon, mocht ik gelijk naar de selectie. Dat is een speciale groep voor kinderen die goed zijn. Ik voel me mooi en sierlijk als ik dans. Ik volg ook nog andere danslessen, zoals Acting & Dancing. Ik leer via dansles steeds meer kinderen kennen.’ Isai volgt lessen klassiek ballet bij DPFC.

5


Het Jeugdcultuurfonds gaf presentaties bij instellingen zoals de Vraagwijzer, de Wijkteams, Centrum Jeugd en

Gezin, schoolmaatschappelijk werk en jongerencoaches in de wijken om de werkwijze van het fonds uit te leggen en te benadrukken hoe zinvol cultuur is. We geven uitleg over het aanvraagsysteem en welke cultuuraanbieders er zijn in de wijk. Maar vooral benadrukken we het belang van cultuur. We merken dat een persoonlijke benadering goed werkt, maar dat we ook op managementniveau moeten bespreken dat het doen van een aanvraag een onderdeel van het werk mag zijn. In 2016 is het fonds regelmatig uitgenodigd voor congressen, zoals ‘De Oudertop’, georganiseerd door Nationaal Programma Zuid in het Nieuwe Luxor, waar ouders van Zuid geïnformeerd werden over opvoedingsvraagstukken. Ook waren we aanwezig bij bijeenkomsten over cultuureducatie van de SKVR, WMDC en Lokaal010. Vanaf september onderzoekt een nieuwe medewerker bij het Jeugdcultuurfonds één dag per week hoe onze werkwijze geoptimaliseerd kan worden en welke (nieuwe) routes er zijn voor het bereiken van meer intermediairs. Dit is mogelijk vanwege de Rijksimpuls, een subsidie die beschikbaar is gesteld door Jeugdcultuurfonds Nederland. Er zijn in korte tijd al veel nieuwe contacten gelegd, onder andere met de elf nieuwe gemeentelijke sportregisseurs die elk in een gebied sport, maar ook dans, promoten. Vooral het raakvlak met dans is interessant, omdat dit voor veel ouders en kinderen een toegankelijke activiteit is. Voor het vinden van nieuwe intermediairs zoeken we steeds vaker de contacten en organisaties op die sport promoten en maken we gebruik van deze sportinfrastructuur.

Yvonne (11 Jaar) ‘Ik voel me vrij als ik dans. Ik vergeet dan alles. Als ik verdrietig, boos of bezorgd ben, maak ik daar zelf een dansje of liedje over. Het rotgevoel gaat dan over. Ik wil later mijn talenten laten zien aan de wereld. Ik wil ook danslerares worden voor kinderen in Afrika. Ik geef die lessen dan gratis. Ik vind dat iedereen moet kunnen dansen.’ Yvonne volgt dansles bij Talentzskool in IJsselmonde.

66


Cultuurpromotie is noodzakelijk, want de drempel om al dan niet aan cultuur te doen is niet enkel een financiële. Voor ouders met een laag inkomen heeft cultuureducatie vaak geen prioriteit omdat de positieve effecten van kunst niet bekend zijn, of cultuur wordt gezien als iets voor ‘andere en rijkere kinderen en ouders’. Ouders zijn vaak dagelijks bezig met geldzaken en zoeken naar manieren om de dag, week en maand door te komen. Voor de kinderen is dit niet prettig en zorgt het voor druk en zorgen. Meedoen aan culturele activiteiten is in het bijzonder voor deze kinderen van belang. Het Jeugdcultuurfonds was het afgelopen jaar dan ook op veel plekken zichtbaar om samen met aanbieders te laten zien en ervaren hoe leuk en laagdrempelig cultuur is. Het fonds was tien dagen met twaalf cultuuraanbieders present op het Jeugdvakantieland. Al decennia lang is dit hét speelpaleis in Ahoy waar van oudsher minder draagkrachtige ouders en kinderen in de zomervakantie een dagje-uit vieren. Met een uiteenlopend cultuuraanbod van dans, muziek, knutselen en theater vulden we een hal van zo’n 3.000 vierkante meter, die we het Cultuurplein noemden. Kinderen konden zelf de hele dag door dansen, zingen, schilderen of een muziekinstrument bespelen en direct ervaren hoe leuk cultuur kan zijn. En ouders zagen het plezier bij hun kind en ontdekten dat cultuur toegankelijk is, zelfs als zij er geen geld voor hebben. Zo maakten ruim 37.000 bezoekers (ouders en kinderen) misschien wel voor het eerst kennis met verschillende culturele activiteiten van cultuuraanbieders waar een jaarcursus gevolgd kon worden. Het Jeugdcultuurfonds is partner van het Kid Dynamite Jazz Festival, waar ouders en kinderen van Katendrecht een hele zondag worden getrakteerd op jazz en kinderworkshops, met optredens van de Dynamite Kids. Een vervolg hierop is in 2017 The Dynamite Kids on tour, met kinderkoren en bands die onder leiding van Kempe de Jong en De Nazaten met muziek kennismaken. Het fonds was verder te vinden op kinderwijkfeesten, zoals in de Afrikaanderwijk, Delfshaven en bij Kids Kick It op het Stadspodium voor de Laurenskerk. Eind 2016 is gestart met de landelijke dansactie The Floor is Yours. Samen met Mad Skills, dé expert op het gebied van Urban Culture en Sports, organiseert het fonds een dansactie om meer kinderen de kans te geven te dansen en deel uit te maken van een groep waar het gaat om het maken van plezier en vrienden. Gedurende 2017 vinden onderling dansbattles plaats tussen vijf steden. Naast deze promotieacties is het Jeugdcultuurfonds elke maand met een interview en foto te zien in JONG010, dé Rotterdamse Kinderkrant. Op alle basisscholen wordt de krant verspreid en gezamenlijk gelezen. Het fonds is actief op Facebook, Twitter en Instagram. In samenwerking met De Doelen kregen kinderen vrijkaarten, zodat ze in de kerstvakantie naar een kindervoorstelling konden gaan.

Noëmi (8 Jaar) ‘Ik volg Urban danslessen om strak te leren dansen op hiphopmuziek. Ik kan daar echt op losgaan. Als ik muziek hoor, wil ik altijd bewegen. Daardoor wist ik dat deze danslessen bij mij passen. Wil je ergens lessen in gaan volgen? Kijk dan waar je plezier in hebt en wat je belangrijker vindt dan andere dingen. Dan weet je dat het bij je past.’ Noëmi volgt lessen Urban bij Coolibri Dance in Overschie.

7


Niemand kiest bewust voor een leven in armoede en kinderen zeker niet Daarom is het belangrijk armoede gezamenlijk aan te pakken en de armoedespiraal te doorbreken, zodat in ieder geval kinderen een kansrijke toekomst tegemoet gaan. Samenwerken is daarom noodzakelijk. Ook omdat de extra gelden vanuit de overheid, de zogenaamde ‘Klijnsma-gelden’ ingezet zullen worden om meer kinderen te ondersteunen. Het is essentieel om na te denken over wat kinderen nodig hebben. Het Jeugdcultuurfonds Rotterdam is onderdeel van een netwerk van provinciale en stedelijke Jeugdcultuurfondsen. Inmiddels is in 165 gemeenten een Jeugdcultuurfonds actief. Al deze fondsen worden ondersteund door Jeugdcultuurfonds Nederland, die op landelijk niveau opereert, aandacht voor de doelgroep vraagt en ook nieuwe samenwerkingsverbanden vindt. Landelijke bijeenkomsten van de verschillende Jeugdcultuurfondsen versterken de onderlinge band en er worden ervaringen uitgewisseld. Met succes werft het landelijke bureau budgetten bij de landelijke overheid, fondsen en particulieren. Landelijke campagnes en media-aandacht werken vanzelfsprekend door. Daarbij komt dat het Jeugdcultuurfonds Nederland het aanvraagsysteem beheert, de huisstijl ontwikkelde en recentelijk een nieuwe website introduceerde. Eén gezicht en eenzelfde werkwijze in heel Nederland is efficiënt en maakt het Jeugdcultuurfonds herkenbaar.

Organisatie Stichting Jeugdcultuurfonds Rotterdam is 29 maart 2011 opgericht. De organisatie bestond in 2016 uit fondsmedewerker Ebru Durmaz, die één dag per week de coördinator ondersteunt bij het verwerken van de aanvragen. Vanaf september is Nienke Binnendijk voor één dag per week werkzaam bij het fonds, wat mogelijk is door een bijdrage uit de Rijksimpuls. Iebèl Vlieg is de coördinator voor vier dagen per week.

Het bestuur van Jeugdcultuurfonds Rotterdam bestond in 2016 uit:

• • • • •

Micky Teenstra-Verhaar, voorzitter Ed van Steenbergen, penningmeester Gerry Meijers-de Graaf, algemeen lid Elsa de Winter, algemeen lid Hans Karstel, algemeen lid

Bestuurder diverse instellingen Financieel interim-manager Voormalig secretaris Directeurenoverleg Rotterdamse kunstinstellingen Bestuurssecretaris KRZV De Maas Bestuurssecretaris Pameijer Stichting Rotterdam

Eens per drie maanden vindt een bestuursvergadering plaats. In februari 2016 is het fonds verhuisd naar Hang 12 in Rotterdam. In de financiële administratie wordt het fonds ondersteund door accountantskantoor KUBUS, Dordrecht. Alle Jeugdcultuurfondsen hebben de status van culturele ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling), ANBI-nummer: 850426996.

Kunst is een vr iend die je nooit in de stee k laat.

8


Financiën De belangrijkste financier van het Jeugdcultuurfonds Rotterdam is de gemeente Rotterdam, afdeling Activering en Welzijn. In 2016 is het fonds gemeentelijk ondersteund met een budgetsubsidie van € 100.000,- voor de organisatiekosten en een prestatiesubsidie van € 525.000,-. Dat betekent een

gemiddelde van € 350,- per goedgekeurde aanvraag met een maximum van 1.500 aanvragen. De budgetsubsidie is in 2016 voldoende gebleken om de organisatiekosten te dekken. Voor de prestatiesubsidie is in de afrekening richting de gemeente Rotterdam uitgegaan van een totaal van 1.500 goedgekeurde aanvragen. Er zijn 140 aanvragen gefinancierd uit eigen middelen. Naast de gemeentelijke subsidie ontvangt het Jeugdcultuurfonds Rotterdam een bijdrage vanuit Jeugdcultuurfonds Nederland volgens de regeling ‘Ieder zesde kind gratis’, een regeling die mogelijk gemaakt wordt door de BankGiro Loterij, het Gieskes Strijbisfonds en bedrijven en particulieren. Voor ieder zesde kind dat een lokaal Jeugdcultuurfonds ondersteunt, ontvangt het lokale fonds € 320,- via Jeugdcultuurfonds Nederland. De bijdrage over 2016 wordt in februari 2017 berekend en uitgekeerd. Een donatie van € 5.000,- ontving het fonds van Velobeheer. Particuliere donateurs doneerden gezamenlijk € 1.635,-. De goededoelenactie van kunstenares Heike Dobbelaere, die kunstwerken verkocht bij tassenontwerper Susan Bijl, leverde € 465,- op. In 2016 werkte de stichting met een begroting van € 743.000,-.

Grandedi (10 Jaar) ‘Ik zit nu één jaar op gitaarles. Ik vind mijn leraar het leukste aan de les. We hebben een klik en we begrijpen elkaar. Hij is heel geduldig. Ik leer veel van hem. Ik word door hem steeds muzikaler. Ik vind dat belangrijk, want ik wil later graag muzikale pastoor worden. Dat is mijn droom.’ Grandedi volgt gitaarles bij Popschool Ommoord in Prins Alexander.

9


Jeugdcultuurfonds Rotterdam 30 maart 2017 Colofon

redactie: Iebèl Vlieg tekst en foto’s kinderen: Jong010, dé Rotterdamse Kinderkrant eindredactie: Anky Hilgersom ontwerp: Buro RuSt

Jeugdcultuurfonds Rotterdam Hang 12 3011 GG Rotterdam 010-4790137 rotterdam@jeugdcultuurfonds.nl

10

Jeugdcultuurfonds Rotterdam Jaarverslag 2016  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you