Page 1

Stageproject

Mobiliteitsstudie van Center Parcs Erperheide Hoe komen de medewerkers naar het park en hoe kan dit duurzamer aangepakt worden.

Auteur :

Jessy Scheldeman

Stagedocent :

Mevr. A. Vanhecke en mevr. A. Coene

Stagementor :

Dhr. Pascal Derkoningen


2

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


3

Stageproject

Mobiliteitsstudie van Center Parcs Erperheide Hoe verplaatsen de medewerkers zich naar het werk en hoe kan dit duurzamer aangepakt worden.

Jessy Scheldeman KAHO St-Lieven - Campus Waas Bachelor Facilitair Management Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


4

OPDRACHTSOMSCHRIJVING Erperheide beschikt als werkgever niet over een gedegen mobiliteitsplan. Er werd mij als stagiaire gevraagd om de mogelijkheden hierrond te bekijken. Deze opdracht kwam tot stand in samenwerking met Mobidesk. Mobidesk is een afdeling van de provincie Limburg die zich bezig houdt met allerlei mobiliteitskwesties. Zij hebben mij onder andere op weg geholpen met het uitvoeren van een mobiscan d.i. een overzicht van alle bereikbaarheidsmogelijkheden en een inventaris van mobiliteitsmogelijkheden van het personeel zelf. In dit verslag bespreek ik het mobiliteits – en bereikbaarheidsprofiel van Erperheide en probeer ik enkele actiepunten mee te geven voor een beter mobiliteitsbeheer. Ik ben zelf een van de meer zeldzame mensen die er expliciet voor kiest om zonder wagen door het leven te gaan en ik vond het dan ook meteen een pracht van een uitdaging om te proberen anderen te sensibiliseren of op zijn minst te motiveren om er over na te denken dit misschien ook te gaan doen, in meerdere of mindere mate.

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


5

MOBLITEITSPROFIEL 2.1. VOORBEREIDING 2.1.1. WAT IS EEN MOBILITEITSPROFIEL Bij een mobiliteitsprofiel worden alle bewegingen door de organisatie bekeken en de aard er van geanalyseerd.

2.1.2. UITVOEREN VAN EEN MOBILITEITSSTUDIE BIJ ERPERHEIDE Werkwijze Er werd een enquête verspreid onder het personeel waaruit kon opgemaakt worden hoe en waarom ze zich op deze wijze naar het werk verplaatsen, of ze die verplaatsing ook tijdens hun werktijd moeten doen en of er bereidheid was om hun vervoersmiddel aan te passen naar een duurzamer alternatief. De doelgroep werd afgebakend naar alle vast werknemers van Erperheide. Studenten en extra’s werden buiten beschouwing gelaten omdat zij te onregelmatig werken en dus niet zouden kunnen instappen in bijvoorbeeld een carpoolplan of gemeenschappelijk vervoer. De vragenlijst werden verspreid op naam maar wel met vermelding van een volgnummer. Tijdens de verwerking werd alleen gewerkt met dit volgnummer om de privacy van de werknemers te beschermen. Er is een database beschikbaar waarin de volgnummers gelinkt zijn aan de adresgegevens, mocht dit in een later stadium nog nodig zijn. De vraagstelling In de enquête werden vragen gesteld rond werksituatie, reizen van en naar het werk, autogebruik en motogebruik en gepeild naar de interesse met betrekking tot elektrisch vervoer. Een overzicht van de vragen1 : 

1

Persoonlijke gegevens o Naam o Afdeling (reeds voorgedrukt op het formulier) Werksituatie o Vaste of variabele uren?

Een voorbeeld van de vragenlijst is te vinden in bijlage.

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


6

o

Opgave van de werkuren, indien mogelijk (soms zat hier te veel variatie in om gemiddelde aanvangs- of einduren te kunnen opgeven) Reizen van en naar het werk o Welk hoofdvervoermiddel gebruikt u in het woon – werkverkeer? o Gebruikt u soms een andere vorm van vervoer vb. op bepaalde dagen in de zomer / winter? o Welke andere vorm van vervoer gebruikt u dan? o Hoe groot is uw woon-werk afstand? o Hoeveel tijd neemt uw woon-werk verkeer in beslag? En hoe vaak? Autogebruikers / motogebruikers. o Bent u bereid over te stappen op de fiets? o Bent u bereid over te stappen op het openbaar vervoer? o Als u momenteel niet carpoolt, bent u bereid te gaan carpoolen? Elektrisch vervoer o Beschikt u reeds over een elektrisch vervoersmiddel? o Hebt u plannen om in de toekomst een elektrisch vervoersmiddel aan te schaffen?

De enquête is voor het grootste deel gebaseerd op een bestaande vragenlijst van het team van Mobidesk. Deze lijst was goed en voldeed aan de vereisten en het warme water moest dus niet heruitgevonden worden. Het stuk over elektrisch vervoer is er aan toegevoegd met het oog op mogelijke toekomstige investeringen in die richting. De vragen werden getoetst aan het SMART – principe, met toevoeging van een I en E aan het letterwoord : Specifiek De doelgroep is welomschreven nl. alle werknemers van CP Erperheide. Ook het resultaat is duidelijk nl. hun verplaatsingswijze naar het werk. Om het specifieke aspect duidelijker te kunnen omschrijven maken we gebruik van de vijf W’s: -

WAT willen we bereiken: we willen een oplijsting maken van het woon – werkverkeer van de medewerkers van Center Parcs Erperheide.

-

WAAROM willen we deze oplijsting maken: bij een goed zicht op het woon – werkverkeer kunnen maatregelen genomen worden om een duurzamer transportbeleid te implementeren.

-

WIE is betrokken partij: elke medewerker van CP Erperheide zal ondervraagd worden en is dus rechtstreeks betrokken partij. Bij voeren van een duurzaamheidscampagne willen we elke medewerker aanspreken.

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


7

-

WAAR vindt de enquête plaats: in eerste instantie is het terrein van CP Erperheide de centrale locatie maar in tweede instantie het omliggende gebied dat rijkt tot waar de werknemer woont die het meest verafgelegen is.

-

HOE gaat alles in zijn werk: alle ondervraagden krijgen een papieren versie van de enquête die ze indienen bij de SHE – stagaire, die deze dan manueel verwerkt met de hulp van het team van Mobidesk Limburg2.

Meetbaar Aan de hand van de verkregen cijfergegevens kunnen duidelijke statistieken over transportwijze en aantallen kilometers geformuleerd worden. Ook kunnen we afleiden wie en hoeveel personen in een bepaalde radius van elkaar wonen. Deze kunnen dan bijvoorbeeld aan elkaar gelinkt worden om te gaan carpoolen (als hun werkuren overeenstemmen) of bij voldoende personen kunnen alternatieven als collectief vervoer overwogen worden. We hebben een duidelijk zicht op hoeveel mensen er ondervraagd zullen worden en kunnen dan ook de vinger aan de pols houden over wie er nog niet gereageerd heeft.

Aanvaardbaar Vermoed wordt dat de medewerkers geen grote problemen zullen hebben met het invullen van een enquête gezien dit op vraag van de Safety & Pool manager zal gebeuren. Het einddoel op zich, een verbeterde mobiliteit voor alle medewerkers, geeft in het licht van de huidige maatschappelijke ideeën weinig weerstand. De hedendaagse werknemer is bezig met zijn balans werk – privé. Hij zal openstaan voor verbetering hierin.

Realistisch De haalbaarheid van het project is hoog gezien de lage drempelwaarde voor de medewerkers, zij dienen enkel gekende informatie door te geven. Op deze manier wordt er ook geprobeerd een zo maximaal mogelijk antwoordpercentage te behalen. De timing van de bevraging valt ongeveer samen met de jaarlijkse “Afkicken!” actie van de Provinciebestuur Limburg3. Afkicken! Is een jaarlijkse actie om mensen aan zetten tot autoluw naar het werk gaan. Deze campagne valt dus qua doelstelling volledig samen met wat met de enquête willen bereiken. Door de bevraging op dit moment te plannen vermijden we ook dubbel werk of werken naast elkaar. Tijdens de looptijd van de campagne (4 mei tot 31 mei) kan aan de hand van de enquêteresultaten gerichter gewerkt worden.

2 3

URL: http://www.mobidesklimburg.be/ URL: http://www.afkicken.net/

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


8

Tijdsgebonden De analyse is eigenlijk een momentopname van de mobiliteitssituatie zoals ze nu, in het voorjaar van 2012 (de periode van de stage), is aan de hand van het huidige personeelsbestand en de huidige voorzieningen aan openbaar vervoer in de regio. Ideaal gezien zijn alle resultaten binnen en verwerkt aan het eind van de stageperiode, plus thuiswerkmarge nl. eind april.

(Inspirerend) Een mobiliteitsstudie zou in het licht van de huidige milieuproblematieken en verkeersproblemen meer dan inspirerend moeten zijn voor zowel werkgevers als werknemers. Voor werkgevers om hun overheadkosten veroorzaakt door verloren werkuren te drukken. Voor werknemers om een betere balans voor hun werk – en privéleven te vinden. Limburg is over het algemeen gezien een regio waarvan de densiteit van de dekking door het openbaar vervoer niet erg hoog is. De gemiddelde Limburger beschikt dan ook vaak niet over de reflex om een ander vervoermiddel te zoeken dan de wagen.

(Ecological) Het onderwerp, een mobiliteitsstudie, sluit aan bij de leefwereld van de medewerker in die zin dat het gaat om activiteiten net voor en net na de werkuren en slaat op een voor hen vertrouwde omgeving nl. hun werkplek.

2.2. PROBLEMEN ONDERVONDEN BIJ HET UITVOEREN VAN DE ENQUÊTE Een enquête afnemen is vaak een lastige klus, zeker als je het bij zo een grote groep als bij deze moet uitvoeren. Liefst had ik iedereen persoonlijk hun vragenlijst afgegeven maar net door de omvang van de groep mogelijke respondenten is dit in stapjes moeten gebeuren. Gelijklopend aan de organisatiestructuur werden de vragenlijsten in pakjes verdeeld en bezorgd aan de departementshoofden. Deze hebben ze op hun beurt aan de floormanagers bezorgd die ze aan hun eigen mensen gegeven hebben. Deze manier van werken nam tijd in beslag maar werd verkozen boven andere zoals bijvoorbeeld persoonlijk laten afhalen of laten bezorgen met de loonbrief. Het was mogelijk om deze manier te hanteren van wege de compactheid van de site, alle personeelsleden bevinden zich op min of meer dezelfde locatie. Het persoonlijk contact speelde ook in het voordeel, op deze manier sprong de enquête meer in het oog. Er hebben zich weinig problemen voor gedaan met “vergeten” of “blijven liggen” vragenlijsten.

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


9

Bij de ingevulde exemplaren bleken er ook een aantal klassieke problemen opgedoken te zijn. Vragen die vergeten of overgeslagen werden, de vraag die verkeerd geĂŻnterpreteerd werd of die dubbel beantwoord werd. Het ging hier wel om een minderheid van de formulieren.

In totaal ging het om 573 bezorgde vragenlijsten waarvan ik er 388 ofwel een goeie 68% teruggekregen heb, een onverhoopt goed resultaat. Als je dan nog eens weet dat er van de ongeveer 30% non-respondenten nog eens een derde stond genoteerd als langdurig ziek dan kan er toch gesproken worden van een heel hoge responsgraad.

Aantal Respondent

Non - respondent

32%

68%

Figuur 1 : Aantal respondenten

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


10

MOBILITEITSSTUDIE VOOR ERPERHEIDE 3.1. SITUERING EN LOCATIE PARK ERPERHEIDE Park Erperheide is gelegen in de Limburgse gemeente Peer, meerbepaald deelgemeente Erpekom. Doorgaans wordt er wel over Peer gesproken. Peer is een stad in de provincie Limburg in België. De stad heeft bijna 16.000 inwoners.

Nr. Naam I

II

Peer - Linde - Wauberg

Oppervlakte Bevolking (km²) (01/01/2006) 45,37

8.390

Grote-Brogel 19,97 - Erpekom

2.716

III Kleine-Brogel 9,69

1.789

IV Wijchmaal

2.912

11,92

De naam Peer is afkomstig van pirgus (betekent verharde weg). Andere bronnen geven dan weer aan dat de naam afkomstig zou zijn van Perre of Parre, wat "omheinde stad" betekent. Peer is de hoofdplaats van het kieskanton Peer en behoort tot het gerechtelijk kanton Neerpelt. De fusiegemeente telt naast Peer zelf nog drie deelgemeenten: Grote-Brogel, Kleine-Brogel en Wijchmaal. Erpekom is een landelijk kerkdorp van Grote-Brogel. Deelgemeente Peer telt zelf nog twee kerkdorpen: Linde en Wauberg4.

4

Bron : http://nl.wikipedia.org/wiki/Peer_(Belgi%C3%AB)

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


11

3.2. HERKOMSTGEGEVENS WERKNEMERS Kolom1

Peer Meeuwen-Gruitrode Bree Bocholt Neerpelt Kinrooi Lommel Neeroeteren Genk Hechtel Overpelt Maaseik Houthalen Dilsen-Stokkem Leopoldsburg Opglabeek Houthalen-Helchteren Hamont-Achel Kaulille Eksel Hechtel-Eksel Opoeteren Bilzen Hamont Helchteren Grote-Brogel Achel As Beringen Diepenbeek Heppen Maasmechelen Molenbeersel Zonhoven Kessenich Bocholt (Kaulille) Dilsen Ellikom Heusden-Zolder

Aantal 113 68 49 43 27 24 22 21 16 14 13 12 9 8 8 8 7 6 6 5 5 5 4 4 4 4 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2 2 2 2

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)

Procentueel 19,76% 11,89% 8,57% 7,52% 4,72% 4,20% 3,85% 3,67% 2,80% 2,45% 2,27% 2,10% 1,57% 1,40% 1,40% 1,40% 1,22% 1,05% 1,05% 0,87% 0,87% 0,87% 0,70% 0,70% 0,70% 0,70% 0,52% 0,52% 0,52% 0,52% 0,52% 0,52% 0,52% 0,52% 0,52% 0,35% 0,35% 0,35% 0,35%


12

Koersel Kwaadmechelen Paal Beverlo Bocholt (Reppel) Bocholt-Kaulille Borgloon Elen Geldrop - Mierlo Ham Hamont Hasselt Hechtel-Eksel (Eksel) Herentals Hulst-Tessenderlo Kleine Brogel Kuringen Lanaken Lanklaar Lummen Molenbeersel Neeroeteren-Maaseik Olen Opglabeek Rotem Schulen Steensel Veldhoven Wijchmaal Totaal

2 2 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 572

0,35% 0,35% 0,35% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 100%

Belangrijkste bevindingen : 

55,6% van de medewerkers woont in Peer (Peer, Grote-Brogel, Kleine-Brogel, Wijchmaal) of één van zijn buurgemeentes (Bree, Meeuwen-Gruitrode, Bocholt, Kaulille, Overpelt, Hechtel – Eksel, Helchteren en Houthalen)

 

De gemiddelde afstand die een werknemer aflegt is 12,23 km enkel. De werknemer die het meest veraf woont legt dagelijks twee maal 53,4 km af

 

119m is de afstand die de werknemer die het dichtst in de buurt woont moet overbruggen. 165 medewerkers wonen op minder dan 7 km van het vakantiepark (fietsafstand).

6 medewerkers wonen op minder dan 1 km van het vakantiepark (wandelafstand)

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


13

3.3. BEGIN- EN EINDUREN Door de grote diversiteit aan functies is er bij Erperheide ook een evengrote diversiteit aan soorten werkuren, roosters en schema’s. Er is dan ook geen lijn te trekken in de uren en het opmaken van een carpoolplan op grote schaal is dan ook quasie onmogelijk of toch zeker om dit regelmatige basis te doen. Er bestaat niet echt iets wat men een gemiddelde werkweek of zelfs werkdag kan noemen. Enkel op de puur administratieve afdelingen (office, facility, …) heerst er een min of meer 9 to 5 regime. Een andere werknemer kan zo vroeg als 6u starten of eindigen rond middernacht. De medewerkers van de guest service doen ook nachtshiften. Een bijkomend criterium is dat van de vakantieperiodes, zowel in België als in de buurlanden. Op deze momenten (herfstavakantie, carnavalsvakantie, …) zijn er gemiddeld meer gasten aanwezig en zijn de werkdagen dus ook langer en onregelmatiger. Apart te vermelden is de afdeling van het callcenter. Deze mensen werken met een ultraflexibel uurrooster. Hun werkuren worden wekelijks berekend aan de hand van een forecast van de drukte die er verwacht wordt.

3.4. VERPLAATSINGSWIJZE Op de enquête in verband met de verplaatsingswijze kwamen 388 antwoorden binnen, ofwel 67,9% responsgraad. Meer dan genoeg om een beeld te schetsen. De resultaten hiervan kunnen samengevat worden als volgt : Samenvatting : Auto, alleen of met familieleden Carpool, wisselen als bestuurder en passagier (niet met familieleden) Carpool, altijd als passagier (niet met familieleden) Carpool, altijd als bestuurder (niet met familieleden) Fiets Openbaar vervoer Te voet

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)

309 79,64% 36 9,28% 10 2,58% 4 1,03% 23 5,93% 2 0,52% 2 0,52%


14

Grafisch uitgezet krijgen we volgend resultaat :

350 300 250 200 150 100 50 0

Auto, alleen of met familieleden

Carpool, wisselen als bestuurder en passagier (niet met familieleden) Carpool, altijd als passagier (niet met familieleden) Carpool, altijd als bestuurder (niet met familieleden) Fiets

Openbaar vervoer

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


15

3.5. VERGELIJKING THEORIE – PRAKTIJK Vanuit de theorie wordt een woon – werkverplaatsing voor fietsers een maximumafstand van 7km gehanteerd en voor voetgangers wordt uitgegaan van 1km maximum wandelafstand. Op de onderstaande kaart zien we die theoretische fietsafstand afgetekend staan :

Figuur 2 : Theoretische fietsafstand

Wanneer we nu gaan vergelijken wie effectief te voet of met de fiets komt en wie dit volgens de bovenstaande theorie zou kunnen doen, komen we tot het volgende resultaat :

Fiets Te voet

Samenvatting fietsers & te voet : Effectief 23 2

Mogelijk 165 6

Aan de cijfers is te zien dat hier heel veel potentieel schuilt om aan duurzamere mobiliteit te doen. Zie hiervoor het volgende hoofdstuk.

3.6. BEREIKBAARHEIDSPROFIEL Bij een bereikbaarheidsprofiel van een locatie wordt een inventaris opgemaakt van alle bereikbaarheidspunten en – mogelijkheden in de onmiddellijke omgeving van die locatie. Er wordt gekeken naar bushaltes, treinstations, grote – en kleine wegen, … Niet alleen de aanwezigheid van een faciliteit maar ook de kwaliteit er van wordt bekeken.

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


16

Algemene situering.

Park Erperheide bevindt zich in de provincie Belgisch – Limburg, in het Noordoosten van het land. De rode pijl merkt de locatie aan op de kaart. Geografisch kunnen we Erperheide situeren op 102 km van Antwerpen en Brussel, op 157 km van Gent en het Limburgse Hasselt ligt op 32 km. De dichtstbijzijnde stad is Genk en die ligt op een twintigtal kilometer. Voor een kaartje met de buurgemeentes verwijs ik naar eerder in dit document, onder punt 3.1

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


17

Fietspaden

Figuur 3 : Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk

Het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF) is een netwerk van fietsverbindingen die nuttig zijn voor functionele verplaatsingen i.e. naar het werk, de winkel, naar school, … Anderzijds kennen we ook nog het rectreatieve fietsnetwerk, die visueel en sportievere interessantere plekjes aandoen. Voorbeeld van een route die langs Peer komt is de Bruegel – route. Deze is echter minder tot niet geschikt voor woon – werkverkeer omdat deze zelden of nooit de kortste afstand van punt A naar punt B volgen. Het nut van de kaarten van het BFF is het in kaarten brengen van de huidige fietsinfrastructuur. Zoals op bovenstaande kaart te zien is, zijn niet alle routes van gelijke kwaliteit. De Vlaamse Overheid heeft een integraal fietsinvesteringsprogramma (2011 – 2014)

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


18

opgezet om hier gestructureerd iets aan te doen. Voor de omgeving van Peer staan hier volgende werken in : Peer

Overweglaan - Sint-Trudostraat

Peer

Monsheide

Het departement van de Vlaamse Overheid Mobiliteit en Openbare werken vermeldt op haar website echter geen specificaties of omschrijvingen over. Op gemeentelijk vlak kunnen subsidies aangevraagd worden via het fietsfonds om de gemeentelijke wegen fietsvriendelijker te maken. Op de bovenstaande kaart is duidelijk te zien dat er momenteel nog maar weinig fietspaden op grondgebied Peer zijn die conform het Vademecum Fietsvoorzieningen zijn. Een van de vaker voorkomende opmerkingen in de enquĂŞte mbt de reden waarom er niet gefietst wordt is de afwezigheid van voldoende veilige fietspaden in de buurt. Overleg met de lokale besturen is hieromtrent dan ook noodzakelijk als men meer werknemers op de fiets wil krijgen.

Fietsinfrastructuur Mede door de weinige fietsende werknemers zijn de faciliteiten op het park zelf, voor medewerkers en niet voor gasten!, slechts zeer rudimentair aanwezig. Achter het receptiegebouw bij de hoofdingang is een fietsstalling maar is niet bewaakt, niet overdekt en er zijn veel te weinig plaatsen voorzien. Er zijn ook te weinig mogelijkheden voor de medewerkers om zich te douchen of om te kleden voor of na hun fietstocht.

Figuur 5 : Fietsstalling achteraanzicht Figuur 4 : Fietsstalling vooraanzicht

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


19

Het Vademecum Fietsvoorzieningen van de Vlaamse Overheid raadt volgende minimumvoorzieningen aan bij een organisatie van deze omvang :  Het aantal werknemers dat zich op een normale werkdag bij goede weersomstandigheden per fiets verplaatst wordt om het aantal te voorziene stallingen te berekening verhoogd met 20% om groei – en piekmomenten op te vangen. Wanneer we uitgaan van het theoretisch mogelijk zijn van 165 fietsers zouden er dus (165 + 20%) = 198 plaatsen moeten voorzien zijn.  Een vorm van sociaal toezicht is wenselijk. De huidige stalling ligt achter het receptiegebouw tussen de struiken, waar slechts weinig passage is. Een goede zichtbaarheid kan veel kosten voor mechanische beveiliging uitsparen.  Een goede verlichting in en om de stalling voorkomt een onveiligheidsgevoel.  Parkeervoorzieningen moeten toelaten om de fiets met het kader aan het systeem zelf te bevestigen. Ook het voorwiel moet eraan kunnen vastgemaakt worden.  De stalling en onmiddellijke omgeving moet makkelijk te onderhouden zijn en mag geen zwervuil aantrekken. Zwerfvuil zorgt voor een verhoogd onveiligheidsgvoel en zetten aan tot vandalisme. Voorzie dus voldoende vuilbakken.  Een stalling kan best opgebouwd worden uit een duurzaam materiaal om een lange levensduur te garanderen. Geen kunststof dus maar een stalen en door thermisch verzinken tegen roest beschermd rek. Ook voor de afmetingen van fietsvoorzieningen geeft het Vademecum richtlijnen mee5. : Het bepalen van de afmetingen van een fietsenstalling is een compromis tussen een minimaal ruimtegebruik en een optimale kwaliteit voor de gebruikers. Een te krappe afmeting gaat echter ten koste van de capaciteit (fietsen worden er gewoon niet gestald) en dient dus vermeden te worden. Volgende uitgangspunten dienen in acht genomen: - Een fiets moet gestald kunnen worden zonder je kleding vuil te maken. Dit is vooral belangrijk wanneer de stalling bijna vol is en de fiets tussen twee andere fietsen moet gestald worden. - Het stallen van een fiets dient eenvoudig en met een geringe krachtinspanning te kunnen gebeuren, zowel in een volzet als in een leeg rek. - De lengte ingenomen door een standaardfiets bedraagt over het algemeen maximaal 1,90 meter tot 2,00 meter. De stuurbreedte varieert van 50 tot 65 cm. - De beschikbare breedte tussen de plaatsen dient iets meer te bedragen dan de stuurbreedte. Bij hoog-laagsystemen kunnen de sturen van twee naast elkaar geplaatste fietsen elkaar overlappen: de as-op-asafstand mag in dit geval minder zijn dan de stuurbreedte. Onderstaande tabel geeft weer welke horizontale en verticale afstanden in acht genomen moeten worden bij systemen op één niveau en bij hoog-laagsystemen. 5

Bron : http://www.mobielvlaanderen.be/pdf/vademecum/hfdst42.pdf

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


20

Rekening houdend met deze randvoorwaarden, wordt de oppervlakte van een fietsenstalling bijkomend bepaald door de oriëntatie van de fietsen. Volgende afmetingen worden minimaal aanbevolen.

Momenteel gaat zijn er aan het receptiegebouw een dertigtal plaatsen voorzien. Door de omvang van het park en de grote afstanden tussen de verschillende werkplekken moet er echter ook rekening gehouden worden met “wildparkeren” en kan men best opteren voor een aantal kleinere fietsstallingen doorheen het park, rekening houdende met de cijfernorm hierboven. Verlichting is op het park niet echt een groot probleem, het is echter wel zo dat deze erg sfeergericht is en aan een veiligheidsgevoel niet bepaald bijdraagt. Daarbovenop rekening houdende met de uitgebreide diversiteit aan werkuren moet men er rekening mee houden dat de stalling al heel wat natuurlijke lichtinval krijgt. De huidige fietsenstallingen beschikken over klassieke rekken waarin het voorwiel neergezet wordt. Bij vernieuwing kan men beter opteren voor een model waar men ook het frame kan aan vastmaken, zoals het onderstaande voorbeeld van de fietsenstalling van CC De Kimpel in Bilzen : Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


21

Figuur 6 : Individuele fietsstalling CC Bilzen

Figuur 7 : Overdekte fietsstalling CC Bilzen

Bij de stalling en in de onmiddellijke omgeving ervan kunnen best één of meerdere vuilbakken geplaatst worden, wat nu niet geval is. Om vandalisme en diefstallen helemaal tot een minimum te beperken is het ook aangeraden om deze locaties op te nemen in de ronde van het bewakingspersoneel.

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


22

Werknemers motiveren om de fiets te nemen

De redenen om een fiets te verkiezen boven een gemotoriseerd vervoersmiddel zijn legio. Een bloemlezing6 : 

Fietsen brengt op.

Wie naar het werk fietst, kan een fietsvergoeding krijgen. Dat is een vergoeding die de werkgever betaalt aan een werknemer die de afstand van zijn woonplaats naar het werkadres geheel of gedeeltelijk met de fiets aflegt. 

Fietsen is goed voor de economie.

Parkeervoorzieningen voor fietsers zijn veel goedkoper dan voor auto’s. Je baas bespaart zo op – erg dure – bedrijfsruimte. Fietsende werknemers zijn minder afwezig door ziekte. Dagelijkse fietsers hebben een betere lichamelijke conditie dan automobilisten. Je bouwt een grotere weerstand op tegen harten vaat- en andere welvaartsziekten. Fietsende werknemers leveren een hogere productiviteit omdat ze fitter zijn en minder last hebben van stress. Ze lopen ook minder kans op een werkongeval omdat ze in betere conditie en dus alerter zijn. 6

Brochure “Naar het werk”, Fietsersbond, 2004

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


23 

Fietsen is goed voor het milieu.

Overdreven autogebruik zorgt voor schadelijke gassen zoals koolstofdioxide (CO2), koolstofmonoxide (CO) en stikstofoxide (NOX) die onze gezondheid én die van de toekomstige generaties ernstig in gevaar brengen. Een eenvoudige som leert dat meer fietsen het aantal auto’s vermindert en dat minder autoverkeer ontegensprekelijk beter is voor het milieu. Daarnaast verminderen fietsers de lawaaioverlast van het verkeer. 

Fietsen is prettig

In tegenstelling tot de gesloten auto is met de fiets de straat op rijden veel opener en socialer. Je hebt oog voor detail en het contact met andere weggebruikers is veel directer en spontaner. Een pluspunt voor de sociale veiligheid en leefbaarheid. Ook de gekende vooroordelen kunnen makkelijk van tafel geveegd worden : 

“Veel te gevaarlijk op de fiets”

Het is inderdaad niet altijd een pretje om tussen het drukke autoverkeer te fietsen. Een slecht wegdek, gevaarlijke kruispunten en het ontbreken van fietspaden kunnen belangrijke knelpunten zijn. En toch is fietsen minder gevaarlijk dan het lijkt. Wie dagelijks naar zijn werk fietst, heeft meer kans op een betere gezondheid dan op een verkeersongeval. De gemiddelde snelheid in drukke steden is vaak veel lager dan op wegen buiten de stad. Eenvoudige tips en alternatieve fietsroutes brengen je veilig naar en van het werk. Door overleg met de lokale overheid en samenwerking met omliggende bedrijven kunnen knelpunten vaak opgelost worden. 

“Het regent de hele tijd”

Op de fiets rijd je altijd ‘cabrio’ en het kan wel eens regenen op weg naar je werk. En dat het ‘altijd regent’ is statistisch te relativeren: in België regent het slechts 6% van de totale tijd. Bovendien is er voldoende kwaliteitsvolle regenkledij op de markt om droog op het werk aan te komen. 

“Het is te ver naar mijn werk”

De gemiddelde afstand van het woon-werkverkeer in België bedraagt 6,2 kilometer en 30% van de Belgen woont op minder dan 5 kilometer van zijn werk (voor het exacte cijfer voor Erperheide, zie supra). Ideale fietsafstanden dus en toch nemen voor deze afstand 4 op de 10 werknemers de wagen van en naar het werk. Op korte afstanden wint de fiets altijd. Voor de langere afstanden is de combinatie fiets – openbaar vervoer zeker een alternatief. Speciale Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


24

fietsen zoals vouwfietsen laten je toe om vlot van trein, tram of bus op de fiets en omgekeerd over te stappen. Maar je kan evengoed naar een carpoolparking fietsen en van daar met een collega mee naar het werk rijden. 

“Met mijn kinderen en mijn laptop gaat dat toch niet”

Ook daar zijn oplossingen voor. Met een kinderzitje voor- of achteraan, een aanhangsysteem of een fietskar kan je kinderen veilig en comfortabel meenemen. Op dit ogenblik zijn er verschillende soorten fietskarren op de markt waarmee je probleemloos bagage kan meenemen. In het ruime assortiment (waterdichte) fietstassen vind je zeker een model voor jouw fiets. 

“Fietsen tussen de auto’s is ongezond”

Fietsers ademen meer vervuilde lucht in dan automobilisten? Absoluut onjuist! Fietsers zitten niet in een afgesloten ruimte, noch laag bij de grond. Je kan de meest vervuilde wegen trouwens vermijden met alternatieve routes.

Extra tips mbt fietspromotie voor Erperheide als werkgever FISCAAL Center Parcs Erperheide biedt nu reeds een fietsvergoeding aan aan zijn werknemers. Dit levert hun allebei eigenlijk alleen maar voordelen op :  De fietsvergoeding is een extralegaal voordeel voor werknemers  Werkgevers kunnen de fietsvergoeding inbrengen als bedrijfskost.  De fietsvergoeding is vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen; het is dus een aftrekbare kost zonder sociale lasten. De vergoedingen moeten wel steeds vermeldt worden op de fiscale fiches van de werknemers.  Verplaatsingsvergoedingen voor het woon-werkverkeer met de fiets biedt betere voorwaarden dan die met de wagen.  Bedrijfswagens kan je slechts beperkt en minder dan 100% aftrekken van je bedrijfskosten (naargelang van de CO2-uitstoot van de auto); een bedrijfsfiets voor maar liefst 120%. Ook de faciliteiten die de werkgever aan zijn fietsende werknemers aanbiedt zijn voor 120% aftrekbaar (bijvoorbeeld herstelling, fietsenstalling, douches, enz…) Voor bouwpremies aan de fietspaden kan een Limburgse gemeente een aanvraag indienen bij het fietsfonds7. Een solitaire organisatie kan dit uiteraard niet bekomen maar een goed contact met de gemeentelijke overheid kan hier al veel oplossen. Duurzame mobiliteit is een hot item en lokale politici zullen er zeker oren naar hebben. 7

Bron : http://www.limburg.be/eCache/18168/fietsvoorzieningenbinnenfietsfonds.html

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


25

Buiten dit fietsfonds zijn ook subsidies te verkrijgen die dan voornamelijk focussen op de aanleg van fietsenstallingen. Hier gelden echter dezelfde beperkingen als subsidies binnen het fietsfonds.

BEDRIJFSFIETSEN Het is een te overwegen optie om bedrijfsfietsen te voorzien voor werknemers die dit als dat laatste zetje nodig hebben om over te stappen naar dit duurzamer vervoersmiddel. Deze op het eerste zicht grote kost kon tot begin 2012 opgevangen worden door middel van subsidies namelijk via het pendelfonds8 van de Vlaamse Overheid. Het Pendelfonds subsidieerde projecten die een duurzaam woon-werkverkeer bevorderen. Projecten die tot doel hebben om het aantal autoverplaatsingen op het vlak van woon-werkverkeer te verminderen konden in aanmerking komen voor subsidiëring uit het fonds. Bedrijven of bedrijvengroepen of andere private instellingen, maar ook lokale of provinciale overheden of andere publieke instellingen (in samenwerking met een private partner) konden de subsidie aanvragen. Dit fonds wordt hier toch vermeld omdat de kans reël is dat het een vervolg krijgt. Mobiliteitskwesties zijn niet van vandaag op morgen geregeld dus wanneer men een initiatief zou plannen is het zeker uitkijken geblazen voor zaken als het pendelfonds.

8

Bron : http://www.pendelfonds.be/wat.php

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)


26

1. OPENBAAR VERVOER : BUS De dichtstbijzijnde bushaltes staan aangegeven op onderstaand kaartje en bevinden zich centraal bovenaan op de afbeelding.

Halte “Laarheide”

Halte “Erperheide ingang”

Figuur 8 : Bushaltes omgeving Erperheide © Google Maps

Halte Erperheide ingang Busnr.

Traject

752 (belbus)

22 km

Stageproject Jessy Scheldeman (stageperiode 2011 – 2012)

Frequentie

Mobiliteit  

Eerste versie

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you