Issuu on Google+

JESSALINEA

Medisch informatieblad Jessa Ziekenhuis

nr. 12 december 2013

in dit nummer Tevredenheidsmeting huisartsen 6 | Snelle detectie van sepsis redt mensenlevens 8 | Orgaandonatie in de praktijk 10 | Diabetes 12 | Jessa bouwt vernieuwd hematologisch centrum 14 | Begeleiding voor 'second victims' 15 | Transmuraal zorgpad voor neurologische en locomotorische revalidatie 16 | Dossier moeder en kind 18 | ReumapatiĂŤnt beter omkaderd 22 | Relatie tussen borstkanker en leefgewoonten bij kinderen 24 |Chronische pijn na CVA 26 | Recente evoluties in de diagnose en behandeling van longkanker 30 | Verbum 35 | Symposia 39


Het Jessa Ziekenhuis beschikt sinds kort over een nieuwe neonatale zorgeenheid die gehuisvest is op campus Virga Jesse. De afdeling biedt plaats aan 20 pasgeboren baby’s die er door een gespecialiseerd team worden opgevangen. De infrastructuur biedt ondersteuning bij een concept dat de rust en geborgenheid van mama en baby centraal stelt. Meer hierover op pagina 16.

2 JESSALINEA


EDITORIAAL

Salutem Lectori De besparingsinspanningen van de overheid in de gezondheidssector zullen ook in 2014 de marges van de ziekenhuizen verder afkalven. Volgens de MAHA analyse (financiële analyse van de ziekenhuizen) van Belfius neemt de winstmarge in de meeste ziekenhuizen af en sluiten 29 van de 95 instellingen in België het boekjaar 2012 af met een negatief bedrijfsresultaat. Voor 2013 voorspelt men een verdere achteruitgang van de financiële toestand. Achterblijvende inkomsten (omzetstijging van 3,4%) en toenemende personeelskosten (+5,3% en de aanwerving van bijna 2.000 FTE in de sector) verklaren deze achteruitgang. De remedie laat zich raden: in de meeste instellingen zal fors ingegrepen worden op het personeelsbestand om de toestand te normaliseren. Forfaitarisering van verschillende zorgonderdelen (vb. forfaitarisering van bepaalde geneesmiddelen bij opname in het ziekenhuis, referentiebedragen voor sommige aandoeningen die vergoed worden op basis van de gemiddelde nationale kost voor bepaalde verstrekkingen) lijkt een favoriete strategie van de overheid te zijn om de kosten onder controle te houden. Uitgangspunt hier is dat het gemiddelde de norm is, een voorwaar gevaarlijk precedent in de context van onze gezondheidsorganisatie. Het invoeren van een forfaitair systeem met als (enig) doel in te grijpen op de kostenstructuur, zal zorgverstrekkers en zorginstellingen prikkelen om de kosten maximaal te beperken. Hoewel de onderzochte literatuur niet conclusief is (zie KCE rapport), dreigt een dergelijke aanpak, in afwezigheid van kwantitatieve gegevens over de kwaliteit van de geleverde zorg, te leiden tot onder-diagnose en onder-behandeling van bepaalde aandoeningen. Het doel is / moet zijn zorg te verlenen die (bewezen) meerwaarde biedt voor de patiënt. De ingrediënten van dergelijke zorg zijn multidisciplinaire samenwerking rond zorgtrajecten (een organisatiestructuur gebaseerd op ziektebeelden), doorgedreven standaardisatie van deze zorgtrajecten tussen zorgverleners, meten van proces- en resultaatsindicatoren en de kostenstructuur van deze programma’s met regelmatige evaluatie van deze gegevens en bijsturing van het proces, verdere regionale en supra-regionale integratie van zorgverstrekkers zodat het aanbod van bepaalde minder frequent voorkomende aandoeningen gecentraliseerd kan worden bij experten en een financiering die afgestemd is op het bereiken van deze doelen. Dit alles vereist een vernieuwde visie op het huidige organisatorisch model en voldoende leiderschap bij overheid, zorginstellingen en artsen om deze nieuwe paradigma’s te realiseren. Enkel zo zal onze gezondheidszorg verantwoordbaar en duurzaam zijn. Benieuwd of we deze wending zullen terugvinden in de roadmap die minister Onckelinx tegen volgend jaar zal voorleggen.

dr. Frank Weekers

JESSALINEA 3


KORT BERICHT

Grootschalige oefening spoeddienst Jessa en brandweer

Computergame moet kinderen informeren over ziekenhuisopname

In oktober organiseerde de spoedgevallendienst van het Jessa Ziekenhuis samen met de brandweer van de stad Hasselt een opleiding over hulpver-

Jessa Ziekenhuis en Hogeschool PXL starten onderzoeksproject met steun Vlaamse Overheid

lening bij zware ongevallen. In de voormiddag was de opleiding theore-

Als een kind voor een opname naar het ziekenhuis moet, rijzen er veel vragen. Wat staat

tisch. 's Namiddags werkten artsen en

er allemaal te gebeuren? Wat mogen ze meenemen? Kinderen, klasgenootjes en ouders

paramedici samen met de brandweer

hebben op zo’n moment een grote behoefte aan informatie. Het Jessa Ziekenhuis en Ho-

tijdens twee realistische oefeningen.

geschool PXL bundelen daarom de krachten om te onderzoeken op welke manieren deze

Bij de eerste oefening werden er twee

behoefte beter aangesproken kan worden. Ze krijgen hiervoor financiële steun vanuit de

brandweermannen (in volledige uit-

Vlaamse overheid. “Concreet willen we bekijken of er een computergame ontwikkeld kan

rusting) gered onder 'het puin' in het

worden dat op een speelse manier kinderen, klasgenootjes en ouders kan informeren,”

oude Salvatorrusthuis. Bij een tweede

zegt Jo Vrancken van Hogeschool PXL.

oefening werd een bevrijding uit een autowrak gesimuleerd. De opleiding

"Er is nu al veel informatie beschikbaar op onze website die speciaal ontworpen is voor

kwam er vooral omdat er tegenwoor-

kinderen," vertelt orthopedagoge Leen Coremans van de kinder- en jeugdafdeling. "En

dig minder zware ongevallen gebeuren.

in het ziekenhuis zelf gebruiken we fotoboeken waarmee we kinderen voorbereiden op

Met de oefening streven ziekenhuis

een operatie en alle stappen die er aan voorafgaan. Daarnaast is er veel aandacht voor

en brandweer ernaar om de ervaring

de mondelinge contacten. Alles wat er met het kind gebeurt, kondigen we altijd aan het

bij de oudere artsen en paramedici te

kind zelf aan.”

onderhouden en de jongere generatie voldoende praktijkervaring te laten opdoen. Aan de grootschalige oplei-

Beleving

ding namen – verspreid over vijf ses-

Maar het kan nog beter. Een computerspel via een website of app maakt informatie niet

sies - 150 mensen deel, waarvan de

alleen vlot toegankelijk maar zorgt ook voor een beleving. "Zo is het kind actief bezig met

helft van de brandweer, de helft van de

zijn opname in het ziekenhuis en dus beter voorbereid," aldus Leen Coremans. Onderzoe-

spoedgevallendienst. Een aantal erva-

kers van Hogeschool PXL zullen nu nagaan hoe zo’n game er kan uitzien. Jo Vrancken: “We

ren verpleegkundigen van de spoedge-

gaan bekijken wat de vereisten zijn: hoe het game moet aansluiten bij de leefwereld van

vallendienst stelden in aanloop naar de

het kind, en hoe kinderen en ouders op een laagdrempelige en interactieve manier kun-

opleiding een handboek ATLS (advan-

nen zien wat er allemaal komt kijken bij een ziekenhuisopname.” Ook in het lessenpakket

ced traumatic life support) samen.

op school kan het game een meerwaarde betekenen wanneer het over ziekenhuisopnames gaat.

Leefwereld "We vinden het belangrijk dat we informatie op maat van de patiënt geven," aldus algemeen directeur dr. Yves Breysem. "Kinderen zijn een heel specifieke groep patiënten en daarom willen we hen graag vanuit hun leefwereld benaderen en informeren. Met een computerspel via app of website kunnen we kinderen én ouders op een speelse, interactieve manier voorbereiden op de opname in het ziekenhuis. Bovendien zal technologie zoals apps, tablets en smartphones in de toekomst een grote rol spelen. Door deze samenwerking met Hogeschool PXL en dankzij subsidies van minister Lieten kunnen we werken aan die toekomst en aan innovatie."

4 JESSALINEA


Eerste transmuraal stomacongres smaakt naar meer Op zaterdag 5 oktober organiseerde het Jessa Ziekenhuis voor het eerst een transmuraal stomacongres ‘stomazorg in de praktijk’. Een mix van 115 thuisverpleegkundigen, verpleegkundigen uit ons ziekenhuis en omringende ziekenhuizen, monitrices van opleidingen verpleegkunde en enkele artsen luisterden en werkten er rond stomazorg. De conclusie: stomapatiënten hebben specifieke vragen en noden. Ze komen op diverse verpleegafdelingen en raadplegingsmomenten terecht, terwijl ook de thuiszorg een belangrijke rol speelt. Deze transmurale benadering tussen verschillende zorgverleners vraagt dan ook naar meer.

Opnieuw Europese erkenning voor 4 diensten Jessa Ziekenhuis De diensten medische oncologie, palliatieve zorgen, hematologie en radiotherapie krijgen opnieuw een erkenning van de Europese vereniging voor Medische Oncologie (ESMO: European Society for Medical Oncology). ESMO accrediteert wereldwijd centra die kunnen aantonen dat ze patiënten met

Uniforme medicatiedrips

kanker een geïntegreerde zorg aanbieden. Prof dr. Jeroen Mebis, medisch oncoloog aan het Jessa Ziekenhuis: “Dat houdt in dat patiënten kunnen rekenen op de juiste oncologische kennis, voldoende aandacht voor de levenskwaliteit en de nodige psychosociale omkadering. Ook een correcte en tijdige palliatieve omkadering hoort daarbij.” Voor een ESMO-erkenning moet

Sinds dit najaar werkt het Jessa Ziekenhuis

men aan dertien criteria voldoen. Die hebben betrekking op de patiënt zelf,

op alle campussen met uniforme medica-

maar er zijn ook normen voor de opvang van gezins- en familieleden. De

tiedrips. Voordien gebeurde dat enkel op

erkenning is voor drie jaar geldig. “Deze erkenning is een belangrijke appre-

de kritieke diensten zoals spoed, intensieve

ciatie en bevestigt de kwaliteitsvolle zorg waarnaar we elke dag opnieuw

zorgen en het operatiekwartier, maar omdat

streven. We zijn dan ook erg blij dat ons ESMO-label voor de tweede keer

ook andere diensten veel medicatiedrips

verlengd wordt.”

gebruiken, rolde men dit uit tot een ziekenhuisbreed protocol. Hierin werd de manier van klaarmaken, bereiden en toedienen vastgelegd. Daarnaast is er nu voor alle medicatiedrips een vaste concentratie van toepassing. Anesthesiste dr. Jasperina Dubois: "We ontwierpen nieuwe etiketten voor de medicatiedrips waarop zowel de generische stofnaam als de merknaam staan. Bovendien kenden we aan elke stofnaam een kleur toe zodat je ze makkelijker kunt herkennen en onderscheiden. Met het nieuwe protocol verhogen we de patiëntveiligheid en is er minder verspilling." In het protocol vinden de zorgverstrekkers ook bijzonderheden over

prof. dr. Jeroen Mebis, dr. Eric Joosens, dr. Daisy Luyten, dr. Annelies Maes, dr. Birgit Wijgaerts en dr. Paul Bulens (medisch manager oncologie).

de drips en veelvoorkomende nevenwerkingen. JESSALINEA 5


STAND VAN ZAKEN

Zijn huisartsen tevreden over de samenwerking In mei 2013 deed het Jessa Ziekenhuis een bevraging bij huisartsen van vier huisartsenkringen: Herkenrode, Houthalen-Helchteren, Kanton Borgloon en Wendelen. 91 huisartsen gaven hun mening, waarvoor dank. Hun feedback maakt het mogelijk om gericht te werken aan verbeterpunten. De belangrijkste conclusies van de bevraging samengevat.

De werkpunten:

De huisartsen konden bij de vragen volgende

de dienstverlening van de dienst radiologie.

scores geven: tevreden, eerder tevreden, neu-

• 91,2% is tevreden of eerder tevreden over

• Het telefonisch contact op spoedgeval-

de fysieke bereikbaarheid van campus Sal-

lendienst bij een ernstige diagnose en

vator.

de wachttijden. Er is wel begrip voor dat

traal, eerder ontevreden en ontevreden.

• 80,3% is tevreden of eerder tevreden over

Sterke punten:

de ontslagbrief.

• 90,1% van de artsen die de bevraging in-

• 75,9% vindt het medisch informatieblad

vulden, is tevreden of eerder tevreden over

JessaLinea zinvol. Het merendeel wil Jes-

het Jessa Ziekenhuis. • 90% geeft aan samen te werken met alle diensten van het Jessa Ziekenhuis. • 95,5% is tevreden of eerder tevreden over

6 JESSALINEA

saLinea in geprinte vorm ontvangen. • 85,7% is voldoende geïnformeerd over het aanbod, verwijsmogelijkheden, behandelingen... van het Jessa Ziekenhuis.

wachttijden voor bepaalde patiëntengroepen niet echt vermijdbaar zijn. 62,7% is tevreden of eerder tevreden over de werking van de dienst spoedgevallen. • Het verwittigen van de huisarts bij ernstige verwikkelingen en/of overlijden. 44% is hier tevreden of eerder tevreden over. • Het doorsturen van laboresultaten van


tevredenheidsmeting Hoe tevreden bent u over het jessa ziekenhuis? 100% 90% 80% 70% 60% 50%

51,6%

40% 38,5%

30% 20% 10% 0%

Tevreden

Eerder tevreden

8,8%

1,1%

0%

Neutraal

Eerder ontevreden

Ontevreden

van de ondervraagde huisartsen is tevreden " 90,1% of eerder tevreden over het Jessa Ziekenhuis. "

Algemene conclusie 90,1% van de bevraagde artsen is tevreden of eerder tevreden over het Jessa Ziekenhuis. De huisartsen geven aan dat hun verwijsgedrag door de fusie niet gewijzigd is. Toch zijn er ook een aantal werkpunten. Het ziekenhuis zoekt voor deze werkpunten naar een oplossing om zo de service naar en de samenwerking met huisartsen te verbeteren. Dank aan alle huisartsen die aan deze bevraging hebben meegewerkt!

met het Jessa Ziekenhuis? gehospitaliseerde patiënten zodat deze

“Werken aan een betere bereikbaarheid”

rechtstreeks in het medisch dossier van de

Dr. Patrik Peene is medisch manager van de zorgcluster ambulante zor-

huisarts terechtkomen en verwerkt kunnen

gen. “Bij bepaalde artsen kan de wachttijd voor een eerste raadpleging

worden.

inderdaad soms oplopen tot verschillende maanden,” beaamt hij. “Maar

• De lange wachttijden op de eerste raadple-

bij artsen binnen datzelfde specialisme kunnen patiënten vaak bin-

ging. Slechts 31,9% is tevreden of eerder

nen de week terecht. Toch willen we er zeker werk van maken om dit

tevreden over de toegankelijkheid van de

probleem op te lossen. Zo onderzoeken we de mogelijkheid om binnen

raadpleging voor patiënten die zich een

artsengroepen bepaalde ‘slots’, gereserveerd voor aanvragende huisart-

eerste keer aanmelden.

sen, vrij te houden voor urgente of semi-urgente raadplegingen.” Ook

• De telefonische bereikbaarheid van de zie-

de uitbreiding van raadplegingsuren is een denkpiste die zal worden

kenhuisdiensten en –artsen. 59,4% is hier

onderzocht. “Wat de telefonische bereikbaarheid betreft zal een apart

tevreden of eerder tevreden over.

telefoonnummer gereserveerd worden voor huisartsen. Sinds kort be-

• 62,7% van de huisartsen is meestal of al-

schikken de meeste artsen in het Jessa Ziekenhuis ook over een DECT-

tijd op de hoogte wanneer zijn of haar pa-

toestel. Dit brengt een betere bereikbaarheid van artsen met zich mee.

tiënt is opgenomen in het Jessa Ziekenhuis.

Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om een ziekenhuisbreed

Nochtans verstuurt het Jessa Ziekenhuis

callcenter te installeren voor alle raadplegingen, functiemetingen en

op jaarbasis meer dan 40 000 berichten via

onderzoeken, dit voor een snellere telefonische bereikbaarheid zonder

Medimail. Verdere analyse hiervan is nodig.

onnodige doorschakeling.

• De fysieke bereikbaarheid van campus Vir-

Een tip nog: voor afspraken contacteren verwijzers best het callcenter,

ga Jesse. 40,7% is hier tevreden of eerder

maar voor specifieke vragen over een patiënt zijn ze op dit ogenblik snel-

tevreden over.

ler geholpen via het secretariaat van de arts.”

JESSALINEA 7


sepsis

dr. An Liesenborgs:

wordt vaak " Sepsis te laat herkend. "

Snelle detectie van sepsis redt mensenlevens Dr. An Liesenborgs, cardioloog-urgentiearts en werkzaam op de spoedgevallendienst van het Jessa Ziekenhuis, startte enkele maanden geleden een project om patiënten met een beginnende sepsis sneller te detecteren. De eerste fase van het onderzoek focust zich

leiding een ‘educatiesessie’ rond sepsis om zo het belang van een vroegtijdige detectie te onderstrepen. Daarnaast hebben we op spoed en medische intensieve zorgen de nodige IT-ondersteuning kunnen voorzien binnen het eigen Metavisionsysteem. “Zodra de

op de dienst spoedgevallen en de afdeling medische intensieve zor-

arts een aantal parameters ingeeft, signaleert

gen van het Jessa Ziekenhuis. In de tweede fase zal ook de eerstelijn

om een patiënt met sepsis gaat.” Dit leidt tot

het systeem via een pop-up dat het mogelijk een betere outcome van deze patiënten met

betrokken worden.

onder meer een betere overleving en een korter verblijf op de dienst intensieve zorgen.

Dit project kadert in het onderzoek van het

stijgt de incidentie,” aldus dr. Liesenborgs.

Transmuraal klinisch pad

doctoraat van dr. Liesenborgs dat begeleid

“Uit de literatuur blijkt dat die hoge mortali-

“Intussen zijn we ook gestart met de ontwik-

wordt door prof. dr. Neree Claes (UHasselt),

teit vaak kan toegeschreven worden aan een

keling van een klinisch pad voor patiënten

prof. dr. Frank Weekers (Jessa Ziekenhuis)

(te) late (h)erkenning van een patiënt met

met sepsis. Een eerste belangrijk aspect

en prof. dr. Dominique Vandijck (UHasselt).

een beginnende sepsis, waardoor kostbare

hierbij is om onze eigen werking binnen het

Tevens sluit het project nauw aan bij het

tijd verloren gaat.

ziekenhuis volledig op punt te stellen, waarna het klinisch pad transmuraal zal doorgetrok-

onderzoek van PhD student Kristel Marquet

ken worden in nauwe samenwerking met de

aan de UHasselt binnen de onderzoeksgroep ‘Healthcare’ in de onderzoekslijn ‘huisartsge-

Educatie en IT-ondersteuning

professionals uit de eerstelijn. Zij hebben

neeskunde’.

Tijd voor actie dus! Dr. Liesenborgs: “In ons

een cruciale rol in het hele gebeuren. Indien

ziekenhuis volgden intussen de urgentieart-

bijvoorbeeld een huisarts bij doorverwijzing

sen, intensivisten en arts-specialisten in op-

reeds een vermoeden van (beginnende)

“De mortaliteit bij sepsis is hoog. Bovendien

sepsis heeft, kan zo kostbare tijd gewonnen worden, met finaal een betere uitkomst voor de patiënt! De inhoud van de verwijsbrief is

" dienst van zeer grote waarde als de huisarts in de verwijs-

Bij een vermoeden van sepsis is het voor de spoedgevallenbrief reeds een aantal parameters vermeldt.

8 JESSALINEA

"

hierbij van zeer grote waarde.”

Symposium en richtlijnen De literatuur leert dat het herkennen van een patiënt met sepsis vaak moeilijk is, zowel in


symposium Het Jessa Ziekenhuis organiseert op zaterdag 22 februari 2014 een symposium over sepsis. Start: 8h15 met verwelkoming Locatie: aula Jessa Ziekenhuis, campus Salvator

de ziekenhuissetting als in de eerstelijn. “Een

Wat vermelden op verwijsbrief?

betere kennis van de definities, ontstaans-

Bij een vermoeden van sepsis is het voor de spoedgevallendienst een belang-

mechanisme, evidence-based richtlijnen en

rijk hulpmiddel als de huisarts in de verwijsbrief een aantal parameters ver-

het belang van het vroegtijdig instellen van

meldt. Het gaat dan ondermeer om:

een adequate behandeling vormen een eerste

• Vitale parameters: bloeddruk heden en waarmee patiënt gekend is, hartfrequen-

noodzakelijke stap. Daarom organiseren we op

tie, ademhalingsfrequentie, capillaire refill, gemarbreerde huid en lichaamstemperatuur.

22 februari 2014 een symposium rond deze

• Is er onverklaarde acuut ontstane verwardheid?

thematiek. Ook zal naar aanleiding van dit

• Voorafgaande antibiotica en wanneer gestart?

symposium via de website van het Jessa Zie-

• Thuismedicatie?

kenhuis een praktische en eenvoudig te con-

• Allergieen?

sulteren handleiding ter beschikking gesteld

• Relevante co-morbiditeit

worden met de meest recente richtlijnen voor

• Eventueel recente biochemische resultaten

de herkenning en behandeling van sepsis.”

Studie Naast de acties voor een snellere detectie

definitie sepsis

voorziet dr. Liesenborgs ook een prospectieve studie die de impact zal meten van invasief gemonitorde versus niet gemonitorde vocht

infectie of vermoeden van infectie

+

twee of meer tekens van SIRS (systemic inflammatory respons syndrome)

resuscitatie bij patiënten opgenomen op de dienst spoedgevallen met ernstige sepsis. “Om betrouwbare resultaten te bekomen stre-

= sepsis

ven we ernaar 100 patiënten te includeren. Voor de helft van hen verloopt de behandeling op de klassieke manier, volgens de huidige richtlijnen van 2012. Voor de overige helft wordt het vochtbeleid geleid op basis van strikte hemodynamische monitoring. Zodoende kunnen continu diverse parameters nauwkeurig opgevolgd worden en het vochtbeleid in realtime aangepast. De studie zal moeten uitwijzen of deze methode tot een betere uitkomst zal leiden dan de behandeling volgens de klassieke richtlijnen.”

abdominaal urologisch 'soft tissue' respirator neurologisch andere

t° > 38 of < 36°c pols > 90/min. ademhalingsfrequentie > 20/min. WBC > 12.000 of < 4.000

ernstige sepsis = sepsis + één van de volgende: systolische druk < 90mmHg of tekens van hypoperfusie: trage capillaire refill > 2 sec/gemarbreerde huid of minstens één eindorgaandysfunctie

JESSALINEA 9


orgaandonatie

Medisch donorcoördinator dr. Ester Geerts en verpleegkundig donorcoördinator Riet Minnekeer

Orgaandonatie: een intensief traject Op 11 oktober bracht de Europese donordag het thema orgaandona-

Hoe verloopt de procedure verder?

tie opnieuw onder de aandacht. En dat is nodig want er is nog steeds

Riet Minnekeer: “Eerst en vooral nemen we

een ernstig tekort aan orgaandonoren. Medisch donorcoördinator dr.

van UZ Leuven die in het rijksregister con-

Ester Geerts en verpleegkundig donorcoördinator Riet Minnekeer

contact op met de transplantatiecoördinator troleert of de patiënt als donor geregistreerd staat.

leggen uit hoe het Jessa Ziekenhuis zijn werking rond orgaandonatie

• Indien de persoon verzet heeft aangete-

heeft uitgebouwd en welke belangrijke rol de huisarts in dat proces

• Indien de patiënt als (orgaan)donor gere-

kan opnemen.

kend, stopt de procedure. gistreerd staat, leggen we de familie tot in detail uit wat er gaat gebeuren. • Indien er geen registratie gebeurde, hebben

Het Jessa Ziekenhuis heeft op het vlak van

Hoe weten jullie welke potentiële donoren

we een diepgaand gesprek met de familie.

orgaandonatie een samenwerkingsovereen-

er in het ziekenhuis verblijven?

Daarin kunnen we soms ook misverstanden

komst met het UZ Leuven, waar de transplan-

Dr. Geerts: “In eerste instantie gaat het om

wegnemen. Zo denken sommige mensen

taties gebeuren. Dr. Ester Geerts is medisch

patiënten die op de intensieve zorgen afde-

dat het stervensproces wordt versneld ter-

donorcoördinator en actief op de dienst

lingen verpleegd worden. Maar ook op andere

wijl dit helemaal niet het geval is. Een pa-

anesthesiologie en ITE, Riet Minnekeer is ver-

afdelingen zoals spoedgevallen, neurologie

tiënt die hersendood is, is al overleden. Drie

pleegkundig donorcoördinator en verpleeg-

en stroke-unit kunnen potentiële donoren

artsen hebben dit afzonderlijk vastgesteld.

kundige op de Intensieve Therapie Eenheid

verblijven. Deze patiënten worden gezien de

In de andere gevallen wordt in samen-

Chirurgie.

ernst van hun toestand doorverwezen naar

spraak met patiënt en familie eerst de the-

de dienst intensieve zorgen voor verdere be-

rapie gestopt. Pas na het overlijden volgt

handeling en opvolging. Indien de toestand

de prelevatie. Dit moet wel allemaal snel

Hoeveel prelevaties doet het Jessa Zieken-

evolueert naar hersendood of een situatie

gebeuren want we moeten de ischemie-

huis per jaar?

waarin therapiestop overwogen wordt, dan

tijd zo kort mogelijk houden. Ook pa-

Dr. Ester Geerts: “We doen er een 10-tal per

kan hier de donorprocedure gestart worden.

tiënten die euthanasie aanvragen en krij-

jaar. Dat lijkt misschien niet zo veel, maar

gen, kunnen hun organen afstaan. Groot-

daarmee zitten we toch een stuk boven het

Zodra we vanuit een dienst worden gecontac-

ste belemmering hier is dat de patiënt niet

Belgische gemiddelde. De voorlopige en nog

teerd, gaan we ter plaatse en wordt er over-

thuis maar in het ziekenhuis sterft.

zeer voorzichtige cijfers voor dit jaar geven

legd met de behandelende arts en de familie

aan dat 5,9% van het totaal aantal IC-overlij-

van de patiënt. Indien het om een potentiële

Volgens de wet is iedereen die geen ver-

dens effectief donor geworden zijn. Toen we

donor gaat, verhuist de patiënt naar een IC-

zet heeft aangetekend automatisch donor,

in 2011 met deze registratie gestart zijn, lag

afdeling waar we de donorprocedure kunnen

maar als de familie er toch heel sterk tegen

dat op 3,4%. Die stijging heeft te maken met

opstarten. Het slecht nieuwsgesprek is dan al

gekant is, stoppen we de procedure. De be-

een natuurlijke variatie in het aanbod van der-

door de behandelende arts gedaan, maar we

langrijkste boodschap die we kunnen geven

gelijke patiënten en bovendien is de werking

herhalen dit nog eens. De behandelende arts

is om donatie met je naasten te bespreken.

rond orgaandonatie in ons centrum intussen

blijft uiteraard bij het proces betrokken.”

Hoe denk jij erover, wat zou jij willen en

sterk geoptimaliseerd.”

10 JESSALINEA

vooral wat zou je niet willen? Eens je fami-


Welke rol kan de huisarts in dit proces vervullen? Dr. Geerts: “Door de nauwe banden en contacten met familie en patiënt kan de huisarts op drie vlakken een belangrijke rol spelen in het proces van orgaandonatie: 1. Door patiënten te informeren over orgaandonatie. Een beldonorfolder in de wachtzaal kan bijvoorbeeld aanleiding geven. Ik weet het, het is een moeilijk onderwerp om aan te snijden maar het leven is soms kort. 2. Als bron van informatie voor ons, artsen in het ziekenhuis. Dit geldt zowel voor informatie over de medische historiek van de patiënt als over familiale en sociale informatie. Bij een potentiële donor nemen we steeds contact met de huisarts op om deze gegevens te overlopen. 3. Zes tot acht weken na de prelevatie krijgt de huisarts via ons ziekenhuis de informatie van het transplantatiecentrum: welke organen zijn weggenomen, welke zijn getransplanteerd, hoe stelt de patiënt het,…? Sommige huisartsen bespreken deze informatie met de familie en vangen hen op, anderen geven aan dat ze die taak liever aan ons overlaten. Dan starten we het nazorgtraject op.”

lie dit weet, kunnen ze met een gerust hart en op een zeer moeilijk moment toch nog

31 Jessabezoekers registreren zich als donor op werelddonordag

één van je laatste wensen inwilligen. Ook

Het Jessa Ziekenhuis organiseerde naar aanleiding van de Europese donor-

het aankaarten bij de huisarts is een goede

dag op vrijdag 11 oktober acties naar patiënten, bezoekers en medewerkers

manier omdat deze het dan in het medisch

van het ziekenhuis toe. Zo kregen patiënten een folder over orgaandonatie,

dossier kan noteren, of uiteraard een offi-

was er een bewustmakende quiz voor artsen en medewerkers en zorgde

ciële registratie bij het gemeentehuis.”

een stand in de hal van campus Virga Jesse dat bezoekers attent werden gemaakt op de problematiek van orgaandonatie. Tussen 10u en 18u was er

We steken veel tijd in de begeleiding van de

ook een ambtenaar van de stad Hasselt aanwezig waar inwoners van Has-

familie gedurende het donorproces. Maar ook

selt zich konden laten registreren als donor. Dit leverde 31 registraties op.

na de prelevatie loopt onze nazorg verder.”

Mogelijk wordt het initiatief volgend jaar uitgebreid naar andere gemeenten in de omgeving van Hasselt. Mensen die zich willen laten registreren, kunnen ook steeds een registratieformulier downloaden via www.beldonor.

Wat houdt het nazorgtraject in?

be en dit op het gemeentehuis binnenbrengen.

Riet Minnekeer: “Na ongeveer drie maanden contacteren we de familie voor een vervolggesprek. Hoe hebben ze het hele proces ervaren? Hoe voelen ze zich nu? Hebben zij nog vragen of bedenkingen? Soms worden dat meerdere gesprekken en hieruit kunnen we alleen maar leren. Zo hopen we onze werking als donorcoördinator te optimaliseren.”

Enkele opmerkelijke feiten • 1 donorpatiënt redt gemiddeld 3 patiënten. Soms kan een donor zelfs het leven van 8 patiënten redden. • Wekelijks sterven er 3 patiënten terwijl ze op een orgaan wachten. • 89 jaar was tot nu toe de oudste donorpatiënt in het Jessa Ziekenhuis. Niet de leeftijd maar de gezondheid van de organen is belangrijk om te bepalen of

Hoe kijken familieleden achteraf terug op

iemand donorpatiënt kan zijn.

het proces?

• 180 038 Belgen stonden op 1 oktober 2013 geregistreerd als donor.

Riet Minnekeer: “Wat vooral overheerst is het

• 187 070 Belgen tekenden verzet aan (stand van zaken 1 oktober 2013).

gevoel van troost en soms opluchting wan-

• Ook iemand die rookt kan een orgaan ontvangen. Iedereen heeft evenveel

neer familieleden horen dat de transplanta-

recht op een orgaan. Een rookstop zal dan zeker onderdeel van de therapie zijn.

ties geslaagd zijn en dat anderen hierdoor verder kunnen leven. Soms bellen familieleden om de 6 maand om te horen of alles nog

meer info

goed is met de receptoren. Dit gebeurt uiteraard anoniem maar dit klein stukje informatie

Dr. Ester Geerts, medisch donorcoördinator,

kunnen we steeds opvragen in Leuven. Soms

ester.geerts@jessazh.be, tel. 011 30 89 30

ontvangen we anonieme dankkaartjes of brie-

Riet Minnekeer, verpleegkundig donorcoördinator,

ven die we dan bezorgen aan de getroffen fa-

riet.minnekeer@jessazh.be, tel. 011 30 93 39

milie. Een ongelooflijk mooi gebaar.”

JESSALINEA 11


kort bericht

Nieuwe deelwebsite DIENST RADIOLOGIE De website van het Jessa Ziekenhuis is uitgebreid met een nieuwe deelwebsite radiologie. Deze geeft gerichte informatie over de verschillende radiologische onderzoeken op onze drie campussen. Daarnaast vindt u op de website een uitgebreide voorstelling van onze 19 radiologen en bieden we een aantal online informa-

Bezoek prinses Astrid markeert start van diabetesonderzoek

tiebrochures aan. Er is ook een apart luik voorzien voor verwijzende artsen. Hier vindt u onder andere een aantal nuttige

Op donderdag 14 november bracht prinses Astrid een bezoek aan het Rehabilitation

links, richtlijnen en documenten.

Research Center (REVAL) van de Universiteit Hasselt. Aanleiding was de toekenning

De website is beschikbaar via

van 20.000 euro door de Koning Boudewijnstichting aan een onderzoeksproject

www.jessazh.be/radiologie.

rond de behandeling van diabetes. Voor de studie wordt nauw samengewerkt met het Hartcentrum Hasselt van het Jessa Ziekenhuis. “Dit bezoek geeft ons een extra stimulans om verder te blijven zoeken naar de meest effectieve behandelstrategie voor diabetes type 2”, zegt één van de trekkers van het project, prof. dr. Dominique Hansen, docent aan de UHasselt, verbonden aan de REVALonderzoeksgroep in de faculteit Geneeskunde en levenswetenschappen en aan het Hart-

Nieuwe deelwebsite Ambulante revalidatie Hasseltse campussen

centrum Hasselt van het Jessa Ziekenhuis.

Sinds kort is de website van het Jessa Zie-

selecteerd door een jury van binnen- en buitenlandse experten.

Het Fonds Yvonne en Jacques François-de Meurs (20.000 euro) van de Koning Boudewijnstichting wordt één keer om de drie jaar uitgereikt voor medisch-wetenschappelijk onderzoek naar diabetes en kanker. Dit jaar sleepte het onderzoeksproject van prof. dr. Dominique Hansen het bewuste Fonds in de wacht. De ingezonden projecten werden ge-

kenhuis uitgebreid met de deelwebsite “Ambulante revalidatie campus Virga Jesse

Prof. dr. Hansen: “Dankzij de financiering van de Koning Boudewijnstichting kunnen we

en campus Salvator”. Revalideren kan im-

nagaan of lange-termijn trainingsinterventie (waarbij oefensessies in nuchtere toestand

mers niet enkel in ons revalidatiecentrum

worden uitgevoerd) effectiever is voor patiënten met diabetes type 2 dan klassieke trai-

op campus St.-Ursula, maar ook ambulant

ningsinterventie (waarbij de oefensessies in gevoede toestand worden uitgevoerd). Daar-

op onze Hasseltse campussen. De nieuwe

naast onderzoeken we welke moleculaire mechanismen in de spier ten grondslag liggen

deelwebsite geeft onder andere een over-

aan de verbetering in suikercontrole als gevolg van training.” Voor de studie wordt naast

zicht van de verschillende vormen van

het Jessa Ziekenhuis (Hartcentrum Hasselt) ook nauw samengewerkt met de UGent en

revalidatie, een voorstelling van het multi-

Universiteit Maastricht.

disciplinaire revalidatieteam en contactgegevens voor consulten en behandelingen.

De Koning Boudewijnstichting beheert bijna veertig fondsen waarmee ze niet alleen on-

U bereikt de website via www.jessazh.be/

derzoeksprojecten in uiteenlopende medische domeinen steunt, maar ook prijzen en beur-

ambulanterevalidatie.

zen aan toponderzoekers uitreikt.

Mooie ondersteuning “Het bezoek van Hare Koninklijke Hoogheid prinses Astrid is een mooie ondersteuning voor onze onderzoekers van onze nieuwe opleiding revalidatiewetenschappen en kinesitherapie," zegt prof. dr. Piet Stinissen, decaan van de faculteit Geneeskunde en levenswetenschappen van de UHasselt. "In nauwe samenwerking met onze partnerziekenhuizen kunnen we via dit onderzoek een bijdrage leveren aan de behandelingen van belangrijke chronische ziekten zoals diabetes."

12 JESSALINEA


diabetes

Grote belangstelling voor infoavond ‘diabetes@school’ Op donderdag 24 oktober 2013 organiseerde het Kinder- en Jeugddiabetesteam van het Jessa Ziekenhuis in samenwerking met de Afdeling Midden-Limburg van de Vlaamse Diabetes Vereniging een infoavond ‘diabetes@school’. Meer dan 130 schoolartsen, verpleegkundigen, leerkrachten en andere geïnteresseerden namen er deel aan workshops. Een boeiende en leerrijke avond, zo klonk het achteraf.

Eigen website voor Kinderdiabetescentrum

Het initiatief ‘diabetes@school’ gaat uit van de Vlaamse Diabetes Vereniging en strekt zich

Naar aanleiding van wereld-

uit over heel Vlaanderen. Door de lokale afdelingen van de Vlaamse Diabetes Vereniging

reumadag op 14 november

wordt in samenwerking met de lokale Kinder- en Jeugddiabetesteams een infoavond georga-

lanceerde

niseerd voor personen die betrokken zijn bij de begeleiding van kinderen en jongeren, zowel

betescentrum

op school als in de vrije tijd.

website. Eye-catcher op de

het

kinderdiahaar

eigen

website is de online “diaDiabetes mellitus is een chronische aandoening die zich op steeds jongere leeftijd manifes-

bEETweter”. De diabEETwe-

teert. Gebrek aan kennis over deze ziekte lijdt tot onbegrip, en vaak ook tot angst en onrust

ter is een educatieve tool

bij de mensen die bij de begeleiding van deze kinderen betrokken zijn. De bedoeling van

over voeding en diabetes.

de infoavond ‘diabetes@school’ is theoretische en praktische informatie te verstrekken aan

De tool is in de eerste plaats

scholen, CLB’s, jeugd- en sportorganisaties.

bedoeld als hulpmiddel bij het geven van educatie aan

De infoavond diabetes@school vond plaats in de grote aula van het Jessa Ziekenhuis, Cam-

kinderen en adolescenten

pus Salvator. Na een inleidende voordracht door prof. dr. Guy Massa namen de aanwezigen

uit onze conventie. Maar ook

deel aan 5 workshops over bloedsuikermeting, insulinetoediening met de insulinepen en/of

voor familieleden, leerkrach-

insulinepomp, voeding en psychologische aspecten. Na afloop waren zowel de organisatoren

ten en andere betrokkenen

als alle aanwezigen zeer tevreden over deze boeiende en leerrijke avond.

in de omgeving van het kind biedt de diabEETweter heel wat nuttige informatie. De website is bereikbaar via www.jessazh.be/kinderdiabetes.

Het Kinder- en Jeugddiabetesteam van het Jessa Ziekenhuis. Van links naar rechts: Silke Breyne, psychologe ad interim; Kelly Faust, psychologe; Karen Wauben, diabetesverpleegkundige-educator; Inge Gys, diabetesverpleegkundige-educator; Anniek Op ’t Eyndt, diabetesverpleegkundige-educator; prof. dr. Guy Massa, kinderarts-diabetoloog; Astrid Vanoppen, jeugddiëtiste; Marila Dominguez, secretaresse

meer info www.jessazh.be/kinderdiabetes of mail: diabetes.kind@jessazh.be

JESSALINEA 13


hematologie

Jessa bouwt vernieuwd hematologisch centrum Vanaf midden 2014 zal het Jessa Ziekenhuis over een vernieuwd hematologisch centrum beschikken. Limburgers kunnen dan voor alle intensieve behandelingen – ook stamceltransplantaties van donoren – terecht in de eigen provincie. Minister van Volksgezondheid Jo Vandeurzen keurde daarvoor in augustus van dit jaar een bouwdossier goed. In oktober zijn de werken aan de vernieuwde afdeling gestart.

dr. Koen Theunissen, hematoloog

Van 6 naar 17 isolatiekamers

patiënten worden eigen stamcellen afgeno-

Na de verbouwingen beschikt het ziekenhuis

men en bewaard. Na een zware chemobehan-

over zeventien in plaats van zes isolatieka-

deling, die noodzakelijk is voor het bestrijden

mers. “Isolatiekamer is de officiële benaming,”

van de ziekte maar die ook het eigen beenmerg

zegt hematoloog dr. Koen Theunissen. “Ik

vernietigt, krijgt de patiënt de eigen stamcel-

spreek liever van een beschermende omge-

len opnieuw toegediend. Afhankelijk van het

ving. Onze patiënten zijn heel gevoelig aan

ziektebeeld kan de beste oplossing zijn dat

ziektekiemen. Die komen zowel uit de buiten-

een patiënt stamcellen van een donor, vaak de

wereld als uit het ziekenhuis. In de vernieuwde

broer of zus, toegediend krijgt. Dat kunnen we

kamers wordt geklimatiseerde lucht doorheen

na de verbouwingen ook in Hasselt.”

filters in het plafond onder druk door de kamers geblazen. Daardoor wordt besmette lucht geweerd. Bovendien komt er een luchtsas

Accommodatie en expertise

waardoor de afdeling volledig van het zieken-

Het Jessa Ziekenhuis is het enige Limburgse

huis afgesloten wordt.”

ziekenhuis met een uitgebreide hematologische dienst voor intensieve behandelingen, waaronder stamceltransplantaties. De huidige

" kan de beste oplossing zijn dat

Afhankelijk van het ziektebeeld

Ook stamceltransplantaties van donoren

accommodatie is echter ongeveer twintig jaar oud en werd gebouwd naar de noden van toen.

In bepaalde gevallen zijn leukemiepatiënten

een patiënt stamcellen van

gebaat bij een transplantatie van stamcellen

“Ons ziekenhuis was het eerste Belgische zie-

een donor, vaak de broer of zus,

van donoren. Nu werkt het Jessa Ziekenhuis

kenhuis dat een streng kwaliteitslabel mocht

toegediend krijgt. Dat kunnen

daarvoor samen met het UZ in Leuven, maar

dragen voor zijn transplantatiecentrum. Door

vanaf 2014 kunnen ook die patiënten terecht

deze verbouwingswerken komt de accommo-

in eigen provincie. “Nu doen we enkel autologe

datie op hetzelfde niveau als de expertise,”

transplantaties,” zegt dr. Koen Theunissen. “Bij

aldus dr. Theunissen.

we na de verbouwingen ook

"

in Hasselt.

14 JESSALINEA


nieuws

Jessa voorziet begeleiding voor ‘second victims’

‘second victim’ is een arts " Een of medewerker die betrokken is bij een patiëntveiligheidsincident en hierdoor

"

getraumatiseerd raakt.

Bij een patiëntveiligheidsincident gaat alle

wijl hij of zij soms enkele uren of een dag

algemene richtlijnen aan het opstellen die

aandacht naar de patiënt, ‘the first victim’

erna al dezelfde handeling moet stellen bij

ziekenhuizen kunnen gebruiken. Stafmede-

en zijn of haar familie. Dat spreekt voor zich!

een andere patiënt.”

werker patiëntveiligheid Jessa Thijs Nelis

Maar de arts, medewerker of team die bij het

was hiermee binnen Jessa al bezig en stap-

incident betrokken zijn, lijden vaak ook on-

te daarom mee in het traject van CZV. Een

der het incident. Daarom werkte het Jessa

Zorgverlener in nood

werkgroep binnen Jessa maakte meteen ook

Ziekenhuis de afgelopen maanden een ‘se-

Cijfers wijzen uit dat 1 op 7 chirurgen die

de vertaalslag en een eigen draaiboek voor

cond victim-beleid’ uit. Dit moet ervoor zor-

tijdens de chirurgie betrokken zijn bij een

het Jessa Ziekenhuis.

gen dat bij een patiëntveiligheidsincident

ernstig incident in de twee jaar nadien zelf-

continu aandacht gaat naar de begeleiding

moordgedachten hebben of in een burnout

van patiënt, familie én zorgverstrekkers. Het

of depressie terechtkomen. Het gaat hierbij

initiatief krijgt sterke steun vanuit de HR-

om alle gebeurtenissen die traumatisch kun-

Opvang voor artsen en medewerkers

werkgroep artsen en de medische raad van

nen zijn: een medische fout tijdens een in-

Dr. Jos Vandekerkhof: “We raden artsen die

het ziekenhuis.

greep, het moeten uitrukken voor een zwaar

betrokken zijn bij een patiëntveiligheidsin-

ongeval met dodelijke slachtoffers, een ramp

cident aan om meteen hun medisch dienst-

Voorzitter medische raad dr. Jos Vandekerk-

zoals het Pukkelpopdrama enkele jaren gele-

hoofd in te lichten en met collega’s te praten.

hof legt uit waarom dit beleid zo belangrijk

den… Kortom, alles waardoor een hulpverle-

Wanneer dat niet voldoende is, kan de arts

is. “Bij een patiëntveiligheidsincident (PVI)

ner zelf ‘in nood’ kan geraken.

of medewerker terecht bij een liaisonpsycholoog die in opvang en coaching rond second

moet de focus uiteraard op de patiënt liggen, maar we mogen de betrokken arts, mede-

Het Institute for Healthcare Improvement

victims deskundig is. Er zijn in ons zieken-

werker en team ook niet vergeten. Een arts

(IHI) raadt aan om voor dit soort crisissitua-

huis altijd dergelijke hulpverleners beschik-

of medewerker die een fout maakt, begint

ties een draaiboek te voorzien. Het Centrum

baar, zowel voor de patiënt als voor de arts

aan zichzelf te twijfelen waardoor het risico

voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap

en medewerker. Indien aangewezen kan de

om opnieuw fouten te maken vergroot. Ter-

van de KULeuven (CZV) is rond dit thema

arts of medewerker - intern of extern - een intensievere begeleiding volgen.”

Aanspreekpunt Dat de voorzitter van de medische raad ten volle achter dit beleid staat, blijkt uit het feit dat hij zich geëngageerd heeft om als aanspreekpunt of vertrouwenspersoon te fungeren voor artsen die een luisterend oor kunnen gebruiken. Dr. Vandekerkhof: “Het kan voor artsen soms gemakkelijker zijn om over dit soort zaken te praten met iemand buiten hun eigen maatschap. We zoeken daarom nog naar andere artsen in het ziekenhuis die als aanspreekpunt willen fungeren.” Het ziekenhuis voorziet in de komende maanden een studieavond en infomomenten om dit beleid in de organisatie te integreren.

JESSALINEA 15


revalidatie

Transmuraal zorgpad helpt neurologische en locomotorische revalidanten zelfredzaamheid behouden

Ruim een jaar geleden werkten revalidatiecampus St.-Ursula van het

Wat is er in het zorgpad opgenomen?

Jessa Ziekenhuis en het Wit-Gele Kruis Limburg samen een transmu-

Brigitte Willems: “Het zorgpad beschrijft ie-

raal zorgpad voor neurologische en locomotorische revalidatiepatiën-

dere actie, taak en overlegmoment tussen revalidatiecentrum en thuisverpleging al voor

ten uit. Dit zorgpad staat ook open voor andere zorgverleners in de

de opname, tijdens de opname, voor en na

thuiszorg en werd onlangs tijdens een vormingsnamiddag van SEN

proefweekends, voor het ziekenhuisontslag

Limburg voorgesteld aan een breed publiek van professionelen uit de

en tot één jaar na het ontslag. Belangrijke tools hierbij zijn de SAMPC-score en de Barthellscore (zie kadertje pagina 17).”

eerstelijnsgezondheidszorg. Monique Claes (Wit-Gele Kruis), Luc Claes

Autonomie

(zorgmanager Jessa), Brigitte Willems (liai-

Welke noden zijn dat dan zoal?

sonverpleegkundige Jessa) en Jacqueline Top

Liaisonverpleegkundige

Willems:

Jacqueline Top: “Het proefontslag moet revali-

(sociale dienst Jessa) lichten het transmuraal

“Onze revalidanten leggen tijdens hun verblijf

danten stilaan voorbereiden op hun definitie-

zorgpad toe.

in ons centrum een lange en moeilijke weg af

ve terugkeer naar de thuissituatie. De maat-

om bepaalde vaardigheden terug te ontwik-

schappelijk werkers van de sociale dienst of

kelen. We merkten echter dat thuisverpleeg-

onze liaisonverpleegkundige nemen vóór het

Waarom een transmuraal zorgpad?

kundigen vaak onbewust een aantal hande-

proefweekend contact op met de thuisverple-

Luc Claes: “De revalidant komt vanuit een

lingen overnemen die de revalidant hier heeft

ging waarvoor de revalidant en/of de familie

acuut ziekenhuis en revalideert hier tot hij

aangeleerd. Terwijl het net zo belangrijk is dat

zelf kiest. Dat kan een zelfstandige thuisver-

naar huis mag. De overstap van revalidatie-

de revalidant die zelfredzaamheid en autono-

pleegkundige zijn of het Wit-Gele Kruis. Alle

centrum naar de thuissituatie is een zeer

mie in zijn thuismilieu kan behouden. Met het

informatie vanuit de verschillende disciplines

grote stap. Om die overgang vlot te laten

zorgpad willen we die zelfredzaamheid bewa-

in ons revalidatiecentrum wordt dan gebun-

verlopen en de revalidant optimaal te onder-

ken door het concept dat we toepassen over

deld en overlegd met de thuisverpleegkundi-

steunen zowel tijdens als na zijn revalidatie

te brengen op de thuiszorgverstrekkers.”

gen. Zo kunnen zij de zorg tijdens het proef-

Wat gebeurt er bijvoorbeeld als iemand in Brigitte

proefweekend gaat?

hebben we het transmuraal zorgpad uitge-

weekend zo goed mogelijk verder zetten. Op

werkt. Hierin zijn alle taken, interventies, ver-

Monique Claes: “Vernieuwend voor onze

hun beurt verzamelen zij informatie over wat

antwoordelijkheden en documenten op een

thuisverpleegkundigen is vooral de visie rond

er tijdens het weekend goed en minder goed

tijdlijn uitgezet en dit zowel voor de thuis-

herstelgericht werken waarbij de rehabilita-

ging en waarom. Met die informatie kan ons

zorgpartners als voor de zorgverstrekkers in

tiegedachte een centrale plaats inneemt in

multidisciplinair team dan weer verder wer-

ons revalidatiecentrum.”

de zorgverlening.”

ken. Toekomstgericht kan dit transmuraal

Monique Claes: “Voor ons als organisatie voor

Luc Claes: “De zorg voor mensen met een

thuisverpleegkundigen of professionelen uit

thuisverpleging is het transmuraal zorgpad zo

niet-aangeboren hersenletsel vraagt van de

de eerstelijnsgezondheidszorg.”

belangrijk omdat NAH-patiënten heel speci-

zorgverstrekkers ook een aantal ‘omgangs-

fieke noden hebben. We zien het zorgpad als

vaardigheden’: hoe moet ik omgaan met een

een methodiek om de zorgactiviteiten aan

NAH-patiënt, welke gevolgen heeft het letsel

deze specifieke patiëntenpopulatie interdisci-

op emotioneel en cognitief vlak enz. Ook in de

ontslag. Wat houdt dat in?

plinair af te stemmen. Zo kunnen we de kwa-

opleiding zie je dat de aandacht voor die ge-

Brigitte Willems: “Vanaf het ogenblik dat de

liteit van zorg en Quality of life verbeteren.”

richte aanpak toeneemt. Zo start er wellicht

revalidant naar huis kan, komt hij in een op-

in 2014 een postgraduaat voor verpleegkun-

volgtraject van een jaar. Onze revalidatieart-

digen en paramedici, specifiek gericht op de

sen zien de revalidant 1, 3, 6 en 12 maanden

zorg voor NAH-patiënten.”

na het ontslag voor een nacontrole. Daar

zorgpad uitgebreid worden naar zelfstandige

16 JESSALINEA

Jullie spraken ook over opvolging na het


Jacqueline Top (sociale dienst), Luc Claes (zorgmanager), Brigitte Willems (liaisonverpleegkundige) en Monique Claes ( zorgcoach Wit-Gele Kruis Limburg)

wordt bekeken hoever de revalidant op dat

voor de patiënt. Zo’n transmuraal zorgpad op-

reiken ook informatie aan over de eigenheid

ogenblik staat, hoe het lukt in de thuissi-

stellen is niet zo gemakkelijk maar wel haal-

van de patiënt. Daarnaast komen we tijdens

tuatie, of het niet te zwaar wordt voor de man-

baar als de juiste partners samen aan tafel

het verblijf van de patiënt ook wekelijks op

telzorger enz. In het zorgpad is voorzien dat

gaan zitten. Het gaat hier om tweerichtings-

campus St.-Ursula. De informatie die we dan

de thuisverpleegkundigen ons kort vóór de

verkeer: informatieoverdracht vanuit het reva-

meekrijgen, koppelen we terug naar het wijk-

nacontrole informeren over wat vlot verloopt

lidatiecentrum maar ook omgekeerd. Zo infor-

team zodat we proactief kunnen werken. Ook

en wat minder. Zo kan de revalidatiearts hier

meren we het revalidatiecentrum bijvoorbeeld

de huisarts wordt in het geheel betrokken. De

tijdens de consultatie gericht op inpikken.”

over de medische achtergrond en de verpleeg-

revalidatiepatiënt krijgt op die manier de best

kundige gegevens uit de thuissituatie, maar

mogelijke zorg en ondersteuning.”

Hoe groot is de aanpassing voor de thuisverpleegkundigen? Monique Claes: “We hebben als Wit-Gele Kruis al zo’n 20 jaar een ‘ziekenhuisproject’ om de overgang van ziekenhuis naar thuiszorg en omgekeerd zo goed mogelijk te laten verlopen. Maar voor de revalidantenpopulatie merkten we dat er toch wel heel andere noden waren. We hebben daarom eerst geïnvesteerd in een opleiding voor referentieverpleegkundigen mobiliteit en zelfredzaamheid. De referentieverpleegkundigen hebben hiervoor een Bobathopleiding voor verpleegkundigen gevolgd op

SAMPC-model en Barthellscore Bij opname van een revalidant maakt de revalidatiearts een verslag op volgens het SAMPC-model. Dit geeft informatie over de revalidant op 5 niveau’s: Somatisch, ADL (activiteiten van het dagelijks leven), Maatschappelijk, Psychisch en Communicatief. Bij ontslag maakt de revalidatiearts een nieuw verslag op volgens ditzelfde model. Dit verslag gaat naar de huisarts en de thuisverpleging. Indien nodig neemt de revalidatiearts contact op met de huisarts. De Barthellscore is een meetinstrument om te bepalen in hoeverre de revalidant de algemene dagelijkse levensverrichting zelfstandig kan uitvoeren. De score wordt bij opname gemeten en daarna wekelijks geëvalueerd.

campus St.-Ursula en zijn nu mee met het concept dat hier wordt toegepast. Vanuit die kennis en met behulp van het transmurale zorgpad kunnen ze het team van vaste wijkverpleegkundigen ondersteunen in de specifieke zorg

Zorgpad beschikbaar voor alle eerstelijnsgezondheidswerkers

voor NAH-patiënten. En die investering loont.

(Zelfstandige) thuisverpleegkundigen, kinesitherapeuten en andere

Al merken we dat er op de werkvloer soms

gezondheidswerkers die het transmuraal zorgpad voor neurologische

toch nog wat bijsturing nodig is.”

en locomotorische patiënten willen gebruiken, kunnen dit. Het zorgpad is ontwikkeld vanuit de noden van de patiënt en is dus voor iedereen

Luc Claes: “Omdat de stap naar de thuissi-

toepasbaar. Tijdens de vormingsdag van SEN (Steunpunt Expertise Net-

tuatie zo groot is en we de overgang maxi-

werken) werd het zorgpad voorgesteld aan een breed publiek van artsen,

maal willen ondersteunen, hebben we een

therapeuten, thuiszorgdiensten en maatschappelijk werkers uit zieken-

begeleidingstraject voor mantelzorgers. Maar

huizen en voorzieningen voor gehandicapten.

ook zelfstandige thuisverpleegkundigen kunnen hier komen meelopen om te zien welke technieken we toepassen.”

meer info Brigitte Willems: 013 55 17 11, brigitte.willems@jessazh.be)

Kunnen we met het transmuraal zorgpad

Jacqueline Top: 013 55 06 10, jacqueline.top@jessazh.be)

van een win-winsituatie spreken?

Monique Claes: 089 36 00 74, Monique.claes@limburg.wgk.be

Monique Claes: “Absoluut, in de eerste plaats

JESSALINEA 17


dossier moeder en kind

Moeder en kind samen op één campus Sinds eind juni 2013 is de volledige ‘moeder en kindzorg’ gecentraliseerd op campus Virga Jesse. Jonge koppels kunnen nu op één campus terecht vanaf de zwangerschap tot en met de medische zorg voor hun opgroeiende kinderen. Dit biedt duidelijkheid voor patiënten en verwijzers en laat een efficiëntere werking toe. Daarnaast maakt de centralisatie een betere samenwerking en een verdere specialisatie

Subspecialisaties in pediatrie Het team pediatrie bestaat uit kinderartsen, kinderpsychiaters, verpleegkundigen, diëtisten, pedagogisch medewerkers, orthopedagoog en kinderpsychologen. Binnen het ziekenhuis kan ook beroep worden gedaan op andere paramedici zoals kinesisten en logopedisten met een bijzondere bekwaming in kindspecifieke problemen. De kinderartsen zijn actief op de kinder- en jeugdafde-

binnen de diensten mogelijk.

ling, het dagziekenhuis voor kinderen, de neonatale zorgeenheid, de polikliniek en

Medisch manager dr. Marc Raes: “Ik merk dat

een gestructureerd opleidingsbeleid houden

een aparte zone voor kinderen op de spoed-

we sinds de centralisatie stappen vooruit

alle artsen en vroedvrouwen hun kennis en

gevallendienst. Naast algemene pediatrie

hebben gezet. Zo is bijvoorbeeld het perina-

vaardigheden continu up-to-date volgens de

profileert de dienst zich in tal van speci-

tologisch overleg waarin zowel gynaecologen

laatste wetenschappelijke inzichten. Klinische

fieke subspecialisaties. 24 uur op 24 is er

als pediaters actief betrokken zijn sterk ver-

paden werden ontwikkeld en onlangs volgden

een kinderarts ter beschikking om urgenties

beterd. Het samenbrengen van alle expertise

de vroedvrouwen nog een uitgebreide oplei-

adequaat op te vangen. Daarnaast werken

en rijke ervaring die er binnen de betrokken

ding over het gebruik van de STAN-monitor

pediaters in goed uitgebouwde teams rond

artsengroepen bestaat, maakt het ook ge-

om tijdens de bevalling de conditie van het on-

problemen zoals overgewicht bij kinderen,

makkelijker om verder te subspecialiseren

geboren kind nauwkeurig te kunnen opvolgen.

pijnbestrijding bij kinderen, voedings-, plas-

en de werking te optimaliseren.” Het cluster

Ook voor de neonatale zorg is er een doorge-

en slaapproblemen, diabetes bij kinderen en

‘Moeder en kind’ bundelt alle zorgen rond ver-

dreven opleidingsbeleid (zie pag. 16).

adolescenten en andere zorgprogramma’s.

loskunde, neonatologie en pediatrie.

Een sterk uitgebouwd psychopedagogisch team ondersteunt deze programma’s op een

Babyvriendelijk

Hightech en geborgenheid op neonatologie

De kraamafdelingen van het Jessa Ziekenhuis

Begin dit jaar ging de nieuwe afdeling neona-

zijn sinds eind juni 2013 samengebracht op

tologie (N*) open die voorzien is van de aller-

Diverse thema’s belicht

campus Virga Jesse. Ze hebben het kwaliteits-

laatste nieuwe technieken en apparatuur. Er

In de volgende edities van Jessalinea be-

label ‘babyvriendelijk ziekenhuis’ dat elke

gaat echter ook bijzonder veel aandacht naar

lichten we graag enkele initiatieven van de

twee jaar door de Wereldgezondheidsorgani-

de rust en geborgenheid van mama en baby.

Moeder en kindzorg. In dit nummer laten we

satie en Unicef wordt uitgereikt aan zieken-

De unieke ouder-kindboxen en de rooming-in

gynaecoloog dr. Muyldermans aan het woord

huizen en kraamafdelingen die borstvoeding

kamers spelen hier een belangrijke rol in (zie

over de vaccinatie tegen kinkhoest en stellen

stimuleren en ondersteunen. Aan de hand van

pag. 16).

we de vernieuwde dienst neonatologie voor.

professionele manier.

Jessa bevalt me! Om toekomstige ouders optimaal voor te bereiden op de komst van hun kindje ontwikkelde het Jessa Ziekenhuis de brochure ‘Jessa bevalt me!’ Het boekje wordt verdeeld bij alle gynaecologen van het ziekenhuis en overloopt de belangrijkste momenten in de zwangerschap. Daarnaast lanceerde de kraamafdeling kort geleden een nieuwe website: www.jessabevaltme.be. Ook de neonatale zorgeenheid heeft sinds kort een nieuwe website: www.jessazh.be/neonatologie. dr. Marc Raes, kinderarts

18 JESSALINEA


Boostrix: kinkhoestvaccinatie bij volwassene om zuigeling te beschermen De Hoge Gezondheidsraad beveelt aan om zwangere vrouwen te vaccineren tegen kinkhoest. Is vaccinatie in de zwangerschap wel veilig? Wanneer gebeurt dit dan best? En waarom cocoonvaccinatie? Dr. Marc Muyldermans, gynaecoloog Jessa Ziekenhuis, beantwoordt deze en andere vragen over kinkhoestvaccinatie.

Men raadt ‘cocoonvaccinatie’ aan. Waarom? “75 tot 80% van de besmetting gebeurt binnen de huishoudelijke contacten. Bij cocoonvaccinatie gebeurt er vaccinatie van de directe omgeving van de baby: vader, broers en zussen, grootouders, onthaalmoeder. Voor hen is kinkhoest meestal niet meer dan een langer durende hoestperiode. Men heeft berekend dat cocoon-vaccinatie van 65% al voldoende is voor controle van de ziekte op

Wat is Boostrix ?

8 weken. De eerste 2 maanden hebben ze dus

Dr. Marc Muyldermans: “Boostrix is een acel-

geen bescherming tenzij ze passieve antistof-

lulair vaccin tegen pertussis en ook - maar

fen via de placenta hebben meegekregen van

minder actief dan het vaccin voor de zuigeling

hun moeder. Zonder het herhalingsvaccin

Hoe gebeurt de terugbetaling

- tegen difterie en tetanus. Een vaccin tegen

is de hoeveelheid van die antistoffen bij de

van Boostrix?

kinkhoest alleen bestaat niet. Het wordt als

moeder te klein. Ook bij vaccinatie vóór de

“De terugbetaling is veel nauwer dan de

herhalingsvaccin gebruikt bij volwassenen en

zwangerschap zouden er minder antistoffen

aanbeveling en verloopt via een formulier

adolescenten. Antecedent van allergie is de

voorhanden zijn door de lange tijdsperiode

voor akkoord van de mutualiteit. Er is terug-

enige contra-indicatie.”

van meer dan 9 maanden. Om te zorgen dat

betaling voor de toekomstige ouders en voor

de pasgeborene zoveel mogelijk antistoffen

broers en zussen als ze geen Boostrix gehad

heeft, wordt de moeder dus best tijdens de

hebben tussen 14 en 16 jaar. De terugbeta-

zwangerschap gevaccineerd.”

ling is voor iedereen éénmalig. Toch beveelt

Is er een toename van kinkhoest of is er alleen maar verscherpte aandacht?

zich.”

men aan om de toekomstige moeder elke zwangerschap opnieuw te vaccineren. Te-

“Alhoewel de meeste personen als kind gevaccineerd zijn, ziet men inderdaad een toe-

Is Boostrix veilig in de zwangerschap?

rugbetaling is er ook niet als men binnen de

name van kinkhoest sinds eind van de jaren

“Zoals gezegd is het vaccin acellulair. Al-

2 jaar een tetanusvaccin terugbetaald kreeg.

’90. De antistoffen verdwijnen grotendeels 5

hoewel de bijsluiter geen uitspraak doet en

Buiten het gezinsverband van ouders, broers

tot 10 jaar na vaccinatie en dus kan kinkhoest

aanraadt om mogelijke risico’s af te wegen

en zussen, voorziet de mutualiteit enkel te-

opnieuw de kop opsteken bij de volwassene

tegen het voordeel, is er in de recente litera-

rugbetaling voor de adolescent (16-18 jaar)

en dus ook bij de zuigeling vooraleer diens

tuur voldoende evidentie om het vaccin als

die geen Boostrix kreeg tussen 14 en 16-ja-

vaccinatie afgewerkt is. Een herhalingsvaccin

veilig te beschouwen. Dit is ook de stelling

rige leeftijd. De reden hiervoor moet gedocu-

bij de volwassene is daarom belangrijk.”

van een Amerikaans Adviescomité voor Vac-

menteerd zijn. Na 18 jaar is er voor niemand

cinatie, maar dan na 20 weken zwanger-

terugbetaling, tenzij voor de toekomstige

schapsduur.”

vader en moeder. De aanbeveling voor de om-

Waarom is het vaccin beter tijdens de

geving (cocoon) is een éénmalige vaccinatie.

zwangerschap dan erna of ervoor? “Zuigelingen worden gevaccineerd vanaf

Vaccineren om de 10 jaar is plausibel maar dit Is het beter om laat in de zwangerschap te

is momenteel nog niet de aanbeveling.”

vaccineren, dus net voor de bevalling om de baby het maximum aan antistoffen mee te geven?

Hoe is de huidige aanbeveling van de Hoge

“Theoretisch is dat juist, maar je kan uiter-

Gezondheidsraad?

aard niet voorspellen wanneer je bevalt. 7%

Er is een recent advies van de HGR, gesteund

van de zwangeren bevalt prematuur, dus vóór

door internationale adviezen:

37 weken. Om dit niet te missen, moet je dus

• vaccineer elke zwangere tussen 24 en 32

vroeg vaccineren. Men raadt aan te vaccine-

weken, en doe dit elke zwangerschap op-

ren vanaf 24 weken en ten laatste vóór 32

dr. Marc Muyldermans, gynaecoloog

nieuw.

weken. Dit is een brede tijdsmarge maar men

• vaccineer de directe omgeving van het kind

neemt voorlopig aan dat het binnen die marge

(cocoon). De herhalingsfrequentie hiervan

geen verschil uitmaakt.”

wordt nog onderzocht.

JESSALINEA 19


dossier moeder en kind

Uniek concept op nieuwe neonatale Sinds begin 2013 beschikt het Jessa Ziekenhuis over een nieuwe

worden, komen terug naar ons ziekenhuis

neonatale zorgeenheid die gehuisvest is op campus Virga Jesse. De

zodra ze minder intensieve zorgen

nieuwe afdeling biedt plaats aan 20 pasgeboren baby’s. Zij worden

algemene kindergeneeskunde hebben de

door een gespecialiseerd team opgevangen. De dienst is voorzien van de nodige aangepaste apparatuur voor de allerkleinsten en de infrastructuur biedt ondersteuning bij een concept dat de rust en geborgenheid van mama en baby centraal stelt.

nodig

hebben. Naast een volledige opleiding in de meeste van onze teamleden minstens 2 jaar extra opleiding in een specifieke pediatrische subdiscipline. Ons medisch team bestaat uit algemene kinderartsen, kinderneurologen, kindergastro-enterologen, een kinderendocrinoloog, een kindernefroloog, een kinderlongarts/allergoloog en een kindercardioloog. En onze voltallige groep van verpleegkundi-

In het Jessa Ziekenhuis werken gynaecolo-

gen volgde een specifieke opleiding neonato-

gen-verloskundigen en kinderartsen nauw

logie en kan perfect instaan voor complexere

samen binnen het ‘perinatologisch team’. Dat

zorgverlening.”

team overlegt al tijdens de zwangerschap over mogelijke problemen bij de foetus en maakt afspraken en de nodige voorbereidin-

Neonatal Life Support

gen voor de verdere aanpak na de geboorte.

Al deze elementen samen maken dat er een

De voorstellen en beslissingen worden met

sterke expertise in huis is om de baby in alle

de ouders besproken, zodat de opvang van de

veiligheid door de eerste levensweken te

pasgeborene zo ideaal mogelijk kan verlopen.

loodsen.

“Iedere kinderarts in ons zieken-

huis heeft ook een opleiding Neonatal Life

dr. Peter Aerssens, kinderarts

Support gevolgd,” vertelt dr. Aerssens. “Deze

Subspecialisatie

opleiding focust vooral op de adequate en

"Ons team van kinderartsen en verpleeg-

snelle behandeling van baby’s waarbij zich bij

kundigen op de afdeling neonatologie heeft

de geboorte onverwacht een probleem voor-

de expertise in huis om pasgeboren baby’s

doet. We hebben allemaal een NLS-erkenning

vanaf 32 weken op een veilige en adequate

die drie jaar geldig is en oefenen om de drie

opname op de neonatale zorgeen-

manier te behandelen,” aldus dr. Peter Aers-

maanden actief in groep. Daarnaast hebben

heid. Onze ouder-kindboxen en

sens, kinderarts en een van de verantwoor-

we onze vroedvrouwen, verloskundigen en

delijke artsen van de neonatale zorgeenheid.

verpleegkundigen van de neonatale zorgeen-

“Daardoor zijn er momenteel relatief weinig

heid ook de NLS-aanpak aangeleerd zodat

transfers naar meer gespecialiseerde zieken-

ook zij in een acute situatie dezelfde hulp

huizen nodig. Kindjes die toch getransfereerd

kunnen bieden."

werken volgens een concept " We waarbij we mama en baby zo weinig mogelijk scheiden bij een

rooming-in kamers bieden hierbij een echte meerwaarde en geven de ouders heel wat comfort.

20 JESSALINEA

"


Enkele cijfers Jaarlijks worden zo’n 17% van alle pasgeborenen in het Jessa Ziekenhuis opgenomen op de neonatale zorgeenheid. Dit stemt overeen met het Vlaamse gemiddelde. In 2012 telde de dienst voor het volledige jaar 291 opnames, met in totaal 2893 ligdagen. Bij zeventig procent van de opgenomen baby’s was de moeder minstens 36 weken ver in de zwangerschap. Meestal gaat het dan om tijdelijke aanpassingsproblemen met een korte opnameduur. Het zijn vooral de veel te vroeg geboren kinderen - waarvan er in 2012 32 vanuit een NICU naar onze neonatale zorgeenheid werden doorverwezen voor verdere zorgen - die een aantal weken op de afdeling verblijven.

verpleegdossier ligt aan het bedje " Het zodat ouders dit altijd kunnen inkijken. "

zorgeenheid Nieuw concept

zorgeenheid ook over drie rooming-in kamers.

Een goede manier om ouders contact te laten

Die sterk uitgebouwde expertise binnen het

“Hier kunnen de ouders hun intrek nemen één

maken met hun kindje in de couveuse is kan-

team van artsen en verpleegkundigen was er

of enkele dagen voor de baby mee naar huis

goeroeën. De baby wordt dan, met uitsluitend

op de vroegere neonatale zorgeenheid ook al

mag. Zij verzorgen en voeden zelfstandig hun

een luier aan, op de ontblote borst van moeder

tot op zekere hoogte. Maar met de bouw van

baby, maar kunnen hierbij steeds advies en

of vader gelegd en dit zo mogelijk meerdere

een nieuwe afdeling zijn nu ook de infrastruc-

hulp van de verpleegkundigen en de kinder-

keren per dag. Er is op de afdeling specifiek

tuur en de technieken en apparatuur (CPAP-

artsen vragen. Zo verloopt het ‘wennen aan de

materiaal aanwezig om dit zo comfortabel en

toestellen, aangepaste catheters, open cou-

nieuwe situatie’ in een veilige omgeving en is

ontspannen mogelijk te laten verlopen.

veuzes voor acute opvang,…) beter op de

de overgang van neonatale zorgeenheid naar

zorg afgestemd. ���We hebben met de nieuwe

de thuissituatie minder groot en aangenamer

afdeling bewust gekozen voor een eerder

voor ouders en baby.” Als de zorg van het kind

Betrokkenheid

uniek concept waarbij we mama en baby zo

of het gezin na ontslag opvolging of onder-

Dr. Aerssens: “We proberen de ouders zoveel

weinig mogelijk scheiden bij een opname op

steuning vereist, wordt op de dienst een mul-

mogelijk te betrekken bij de zorg van de baby.

de neonatale zorgeenheid,” benadrukt dr.

tidisciplinair overleg, samen met de ouders,

Als de toestand van de baby het toelaat, kun-

Peter Aerssens. “En daar slagen we goed in

georganiseerd.

nen zij hun kindje zelf wassen en verzorgen. Ook ligt het verpleegdossier aan het bedje

dankzij de nieuwe infrastructuur. Onze ouder-

zodat ouders dit altijd kunnen inkijken. Onze

kindboxen en rooming-in kamers op de neonatale zorgeenheid bieden de ouders een

Contact

nieuwe afdeling biedt ook veel meer ruimte

echte meerwaarde en heel wat comfort.”

Ook als de mama niet continu bij haar kind op

zodat net bevallen moeders met het bed

de neonatale zorgeenheid kan blijven of als ze

naast het kindje kunnen komen. Ieder kind

al naar huis is, staan die geborgenheid en rust

wordt dagelijks binnen het volledige team

Unieke ouder-kindboxen en rooming-in

voor moeder en baby centraal. “Zeker voor on-

van kinderartsen besproken, maar voor de

stabiele baby’s maakt dat een verschil,” ver-

ouders proberen we – zeker voor moeilijke

Kindjes die van de verloskamer of kraamaf-

telt dr. Aerssens. “Daarom beperken we op de

gesprekken – één centraal aanspreekpunt te

deling naar de neonatale zorgeenheid ko-

volledige afdeling het lichtgebruik en dempen

voorzien. Bij het ontslag van een patiëntje

men omdat ze een moeilijkere start hadden

we onze stem. We volgen ook zoveel mogelijk

krijgen huisarts en gynaecoloog een ontslag-

of complexere zorg nodig hebben, kunnen

het ritme van de baby en stemmen onze zorg

brief met een samenvatting van de neonatale

dankzij een verblijf in de ouder-kindboxen de

daarop af. Daarnaast stimuleren we het con-

problemen en de geplande aanpak. Toch blij-

eerste dagen toch dicht bij hun mama blijven.

tact tussen ouders en baby. Zo streven we bij-

ken huisartsen niet altijd op de hoogte te zijn

De ouder-kindbox is een rustige, afgeschei-

voorbeeld ook bij te vroeg geboren baby’s of

omdat we meestal maar de gegevens van de

den en gedimde ruimte waar het kindje extra

baby’s met aanpassingsproblemen naar een

huisarts van één van de ouders hebben.”

goed gemonitord wordt. De mama verblijft er

optimale borstvoeding indien de ouders voor

met haar kindje, maar krijgt haar verzorging

borstvoeding hebben gekozen. Dit gebeurt

en maaltijden op de kraamafdeling. Aanleu-

stapsgewijs, afhankelijk van de gezondheids-

nend tegen de afdeling beschikt de neonatale

toestand van de baby.”

JESSALINEA 21


reumatologie

Thanny Bries, reumaverpleegkundige:

stimuleer patiënten op alle vlakken om " Ikmeer controle te krijgen over hun leven. "

Betere omkadering voor reumapatiënt dankzij Van 10 tot 12 oktober 2013 vond het allereerste internationaal congres voor reumaverpleegkundigen plaats in Rotterdam. Daar werd de rol van de reumaverpleegkundige grondig onder de loep gelegd. Het team reumatologen van het Jessa Ziekenhuis ziet er alvast de meerwaarde van in. Sinds 2012 is hun Reuma-Instituut versterkt met reumaverpleegkundige Thanny Bries. Ook de reuma-ergotherapeute die in het Jessa Ziekenhuis actief is, helpt mee aan een betere omkadering voor reumapatiënten.

Multidisciplinair team Reumatoloog dr. Jan Lenaerts: “In ons multidisciplinair team is de reumaverpleegkundige een belangrijke schakel. Ze helpt mee om de zorg permanent te verbeteren en onze patiënten geëngageerd te houden. Doordat ze nu meer educatie krijgen over hun ziekte en behandeling merken we een betere therapietrouw en dus ook een verminderde ziekteactiviteit. De patiënt heeft als het ware een betere basis voor zelfmanagement.”

Educatie Het beroep van verpleegkundige heeft de

verpleegkundige in het werkveld. Ook andere

De reumatologen verwijzen hun patiënten

laatste decennia een grote evolutie gekend

healthcare professionals zoals ergotherapeu-

naar de reumaverpleegkundige voor onder-

waarbij subspecialisaties steeds meer op de

ten en kinesitherapeuten nemen nu deel aan

steuning op een aantal zeer uiteenlopende

voorgrond komen. In België bestaat er sinds

deze opleiding. Zo is er bijvoorbeeld in het

vlakken. Thanny Bries: “Educatie - zowel over

2005 een opleiding tot reumaverpleegkun-

Jessa Ziekenhuis ook een reuma-ergothera-

het ziektebeeld als over de behandeling - is

dige. Van de 70-tal afgestudeerden staat

peute actief (zie pagina 23 bovenaan).

een zeer belangrijk aspect binnen mijn job.

ongeveer de helft ook effectief als reuma-

Onze patiënten hebben vaak nood aan extra uitleg en ondersteuning. Ze zien uiteraard sterk de nadelige gevolgen van hun ziekte. Doordat ze een beter zicht krijgen op die ziekte kunnen ze er beter mee omgaan. Zo

dr. Jan Lenaerts, reumatoloog:

" en behandeling merken we een betere therapietrouw en dus ook een verminderde ziekteactiviteit. "

“Doordat onze patiënten nu meer educatie krijgen over hun ziekte

22 JESSALINEA

geef ik bijvoorbeeld educatie na de diagnose en leer ik de patiënt bij de opstart van biologicals zelf subcutane injecties toe te dienen. Ik stimuleer patiënten op alle vlakken om meer controle te krijgen over hun leven.”


Gewrichtsbescherming en spierversterking Reuma-ergotherapeute Hanne Sourbron: “Ik houd maandelijks een raadpleging voor reumapatiënten die door de reumatologen worden doorverwezen. Na een intakegesprek geef ik gericht advies, achteraf volgt een evaluatie. Het uitgangspunt bij de ergotherapeutische behandeling is dat reumapatiënten zo goed en zelfstandig mogelijk kunnen functioneren in hun dagelijks leven en dat ze hun kracht en soepelheid behouden. Ik toon hen hoe ze gewrichtsbeschermend en minder belastend kunnen werken en leer hen oefeningen aan om de spieren te versterken. Daarnaast informeer ik hen over hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld aangepast bestek waardoor ze terug zelfstandig en op een gewrichtsbeschermende manier kunnen eten. De bedoeling is dus zowel preventief als probleemoplossend te werken.”

Wereldreumadag Op 12 oktober was het wereldreumadag. Een infostand in de hal van campus Virga Jesse zette dit initiatief in de kijker. Daarnaast gaf reumatoloog dr. Corluy een gratis infosessie voor

reumaverpleegkundige

het brede publiek: ‘Help, het is 2013 en ik word overvallen door reumatoïde artritis, wat nu?!’

Aanspreekpunt Ook het bieden van emotionele steun en een psychologische omkadering blijft één van de hoofdtaken van de reumaverpleegkundige. Daarnaast is Thanny ook het centrale aan-

Waaraan moet een reumaverpleegkundige voldoen?

spreekpunt. “Je merkt dat veel patiënten ge-

De 'European League Against Rheumatism (EULAR) schreef 10 aanbevelingen

makkelijker onderwerpen zoals bijvoorbeeld

waaraan een reumaverpleegkundige moet voldoen. Vrij vertaald:

seks durven aankaarten bij een verpleegkun-

1. Patiënten kennis bijbrengen over hun ziektebeeld en behandeling.

dige dan bij de arts. Ik detecteer problemen

2. Een goede communicatie met de patiënt met het oog op de continuïteit van zorg

en schat in of er een afspraak bij de arts nodig is. Soms is dat niet het geval en kan ik de patiënt zelf een antwoord geven of bespreek ik het even met de arts. Ook als patiënten vragen hebben na een consultatie bij de dokter ben ik een gemakkelijk aanspreekpunt.”

en tevredenheid van de patiënt met de zorg. 3. Telefonisch aanspreekpunt zijn om zo continuïteit van zorg en continue ondersteuning te bieden. 4. Deel uitmaken van een integrale behandeling. Het doel: controle van de ziekteactiviteit, vermindering van symptomen en verbetering van gevolgen van de ziekte. 5. Psychosociale problemen van patiënten signaleren en bespreken om de kans op angst of depressie bij patiënten te verkleinen. 6. Zelfmanagementvaardigheden van patiënten bevorderen zodat ze meer

Wisselwerking met ziekenhuisdiensten Indien biologicals in het daghospitaal van het

controle krijgen over hun leven en hun eigen effectiviteit kunnen vergroten. 7. Zorg verlenen gebaseerd op protocollen en richtlijnen en in overeenstemming met nationale regelgeving en lokale contexten.

Jessa Ziekenhuis toegediend moeten worden,

8. Continue scholing om de kennis en vaardigheden te behouden en verbeteren.

geeft Thanny de patiënt op voorhand de nodi-

9. Specialistische rollen opnemen in overeenstemming met de nationale regelge-

ge educatie. “Ik heb een goede wisselwerking met het ziekenhuis,” aldus Thanny. “Op het daghospitaal werkt trouwens ook een reuma-

ving. 10. Bijdragen aan een efficiënte zorgverlening. Bron: Ann Rheum Dis, Van Eijk et al. 2012;71:1 13-19

verpleegkundige. Ik verwijs ook regelmatig patiënten naar de raadpleging van de reuma-

meer info

ergotherapeute in het ziekenhuis. Zij geeft patiënten heel gericht advies hoe ze in hun thuissituatie zo goed mogelijk en toch ge-

Thanny Bries, tel. 011 22 43 00

wrichtsbeschermend kunnen functioneren.”

(dinsdag- en woensdagvoormiddag, vrijdagnamiddag) of thanny.bries@gmail.com

JESSALINEA 23


onderzoek

Relatie tussen borstkanker en leefgewoonten bij kinderen Van 12 tot 14 oktober vond in China het wereldcongres 'First Annual world Congres of Nutrition and Health' plaats in het Dalian World Center. Jessamedewerkster en doctorandus Magda Vandeloo gaf er vanuit de European Cancer Prevention Organization een lezing over de relatie tussen leefgewoonten bij kinderen en het ontwikkelen van borstkanker. Samen met radiotherapeut prof. dr. Jaak Janssens, verbonden aan het Jessa Ziekenhuis en het LOC, publiceerde zij reeds diverse jaren geleden de resultaten van een onderzoek dat zij op dit vlak uitvoerden. Een korte samenvatting.

In België krijgt 1 vrouw op 8 borstkanker en

Vroege eerste menstruatie

Uit de studie, die in diverse tijdschriften gepu-

dit aantal stijgt nog. Ondanks de grote in-

Vroege menarche, met name 12 jaar of jonger,

bliceerd werd, bleek dat er een aantal factoren

spanningen om de ziekte te behandelen blijft

is een gekende risicofactor voor borstkanker.

waren die een significante relatie vertoonden

de mortaliteit nog lichtjes stijgen. Wanneer

Bij een vrouw die op 12 jaar of jonger begon

met de fysische ontwikkeling van de meisjes:

er zich metastasen voordoen is genezing

te menstrueren is het risico op borstkanker

body mass index (BMI), het drinken van kool-

moeilijk. De oorzaak van borstkanker is niet

1,6 maal groter dan bij een vrouw die pas na

hydraatrijke dranken zoals frisdranken, lengte

gekend, maar leefgewoonten en omgevings-

haar 13 jaar voor het eerst menstrueerde.

van de ouders, gewicht van moeder in het be-

factoren blijken wel een rol te spelen.

“Ovulatie en menstruatie hebben een kritisch

gin van de zwangerschap, geschiedenis van

gewicht. Hoe vroeger dit gewicht wordt be-

klierkoorts, herkomst van opleiding van de

reikt, des te vroeger de menarche,” aldus dr.

ouders en lichaamsbeweging.

Risicofactoren

Janssens. “Hoe langer de vruchtbare levenspe-

Er zijn diverse belangrijke risicofactoren voor

riode, hoe langer de borsten worden blootge-

het ontwikkelen van borstkanker: familiale

steld aan het vrouwelijk hormoon oestrogeen,

BMI kinderen

predispositie, vroege menarche (eerste men-

dat de groei van borstkanker stimuleert.

“Uit ons onderzoek bleek dat de BMI werkelijk een heel belangrijke variabele is wat betreft

struatie), leeftijd bij de eerst voldragen zwan-

het tijdstip van de vroege puberteit (borst-

gerschap, obesitas, late menopauze, hormonale substitutie en pariteit (aantal malen dat

Onderzoek

ontwikkeling) en de menarche,” aldus Magda

een vrouw bevallen is). Prof dr. Jaak Janssens:

Magda Vandeloo: “Om de relatie tussen leef-

Vandeloo. “Zo hebben bijvoorbeeld op de

“familiale predispositie is een zeer belangrijke

en voedingsgewoonten van schoolgaande

leeftijd van 11 jaar bijna 65% van de meis-

risicofactor voor borstkanker. Maar nog geen

kinderen enerzijds en de puberteit als deter-

jes met overgewicht reeds borstontwikkeling,

vijf procent van de borstkanker-patiëntenpo-

minanten van borstkanker te onderzoeken,

ongeveer 60% van de meisjes met normaal

pulatie in Belgisch Limburg heeft een fami-

hebben we een tiental jaren geleden een

gewicht en slechts 40% van de meisjes met

liale borstkanker en zelfs voor deze vorm van

groot onderzoeksproject opgezet in Belgisch

ondergewicht. Bovendien is er een statis-

borstkanker zijn leefgewoonten van groot

Limburg. Dit gebeurde in samenwerking met

tisch significante relatie tussen de BMI van

belang.”

de ‘European Cancer Prevention Organization

de kinderen en de leeftijd van de menarche.

(ECPO), het Limburgs Medisch School Toezicht

Op de leeftijd van 12 jaar hebben 60% van de

en het Centrum voor Statistiek van het toen-

meisjes met overgewicht reeds hun menarche

malige Limburgs Universitair Centrum.”

bereikt, 40% van de meisjes met een normaal gewicht en slechts 10% van de meisjes met ondergewicht. Hoe hoger de BMI van de kin-

die aan sport doen vanaf de leeftijd van 6 jaar " Meisjes hebben een latere eerste menstruatie dan meisjes die geen sport beoefenen. " 24 JESSALINEA

deren, hoe vroeger borstontwikkeling en menarche plaatsvinden. Dit geldt trouwens ook voor de waarden van huiddikte, lenden- en bekkenomtrek. Ook die hebben een invloed op de borstontwikkeling en menarche.


prof. dr. Jaak Janssens, radiotherapeut en Magda Vandeloo, doctorandus

Frisdranken

accumulatie van lichaamsvet veroorzaken en

tussen lichaamsbeweging en het begin van

Naast de BMI werd ook de relatie tussen de

een verhoging van de BMI, met als gevolg een

de vroege puberteit en de menarche. “De re-

voedingsgewoonten en het begin van de

verhoogde insulinerespons.”

latie tussen sport en de menarche is significant,” zegt Magda Vandeloo. “Meisjes die aan

vroege puberteit en de menarche onder-

sport doen tussen de leeftijd van 6 jaar en de

zocht. Dit gebeurde door voeding en dranken onder te verdelen in verschillende groepen:

Lichaamsbeweging

menarche hebben een latere eerste menstru-

vetrijk, koolhydraatrijk, energiearm en een

In de analyse werd ook de relatie onderzocht

atie dan meisjes die geen sport beoefenen.”

gemengde groep. Magda Vandeloo: “Voor de verschillende voedingsgroepen vonden we geen significante relatie. Maar wat drankgroepen betreft blijkt er wel een relatie te zijn. Hoe meer koolhydraatrijke dranken zoals onder andere frisdranken worden gedronken,

conclusie

hoe eerder de puberteit begint. Dit blijkt

Leefgewoonten, inclusief voedingsgewoonten, hebben een invloed op de leef-

zowel voor drankgewoonten in de levens-

tijd van puberteit en menarche. Extra controle van deze variabelen tijdens de

periode van 3 tot 6 jaar als voor de periode

puberteit doet het risico voor borstkanker dalen. Consumptie van energierijke

6 jaar tot de eerste menstruatie.” In de studie

voeding en dranken in de vroege levensjaren vergroot het risico op borstkanker

werd geen verband gevonden tussen de ver-

en dit door verhoging van de BMI van de kinderen. Dit heeft tot gevolg dat de

schillende drankgroepen en de leeftijd van de

vroege puberteit (o.a. borstontwikkeling) en de menarche op steeds jongere

eerste menarche.

leeftijd zal plaatsvinden.

Dr. Janssens: “De relatie tussen frisdranken en borstkanker is niet bewezen, maar studies wijzen uit dat we toch best voorzichtig zijn wat betreft de biologische rol van frisdranken

Biografie

bij het ontstaan van chronische ziekten, en in

Magda Vandeloo studeerde af als diëtiste aan de KULeuven. In 1994 behaalde

het bijzonder van borstkanker. Zo vertonen

ze een bachelor in management met specialisatie in sociale aspecten en in 2006

kinderen een grote insulinepiek na het drin-

rondde ze een masteropleiding aan de Open Universiteit Nederland af in Natuur-

ken van frisdrank. De insulinepiek is des te

wetenschappen: omgevingswetenschappen, met de nadruk op ‘voeding en toxi-

groter als het kind meer overgewicht heeft.

cologie���. Sinds enkele jaren doet Magda Vandeloo verder onderzoek op het ge-

Deze grote insulinepieken zouden de normale

bied van borstkankerpreventie in het kader van het behalen van een doctoraat in

groei van de borstklier kunnen verstoren en

de biomedische wetenschappen aan de UHasselt. Haar doctoraatsthesis handelt

op latere leeftijd tot kankercellen kunnen

over ‘lifestyle, mammografic breast density and molecular profiles of breast can-

uitgroeien. Hoe dan ook, de consumptie van

cer.’ Haar promotor is prof. dr. Jaak Janssens, verbonden aan het Jessa Ziekenhuis

frisdranken en energierijke voeding kan een

en tevens voorzitter van de European Cancer Prevention Organization.

JESSALINEA 25


CVA

Symposium Arm- en Handrevalidatie

Chronische pijn na CVA Chronische pijn is een complex gegeven. Pijn komt voor in verschillende types, stadia en intensiteiten. Een specifieke vorm is chronische pijn na CVA. Prof dr. Bart Morlion, kliniekhoofd-coördinator van het Leuvens Algologisch Centrum, gaf hierover een zeer overzichtelijke presentatie tijdens het recente Jessa Symposium ‘Arm- en handrevalidatie’.

Op 28 september 2013 verzamelden 120

de is muscoloskeletale pijn (zo kampt 20%

hemiparetische schouder. Hypoxie en neuro-

huisartsen, arts-specialisten, kinesitherapeu-

met schouderpijn). 7% heeft last van spasti-

vasculaire inflammatie komen eveneens voor.

ten en ergotherapeuten in de Markthallen

citeit, 10% van de patiënten lijdt aan centrale

Dat heeft gevolgen voor de therapeutische

van Herk-de-Stad voor het Jessa Symposium

neuropathische pijn en 10% heeft chronische

optie, die vooral gericht is naar het opvangen

‘Arm- en handrevalidatie’. Verschillende spre-

hoofdpijnklachten.

van zuurstofradicalen. Ook kunnen er sudomo-

kers-specialisten gaven uiteenzettingen over

torische veranderingen zijn. Als we de lidma-

hun discipline op het vlak van arm- en hand-

ten vergelijken, merken we dat de nagel- en

revalidatie.

Schouderpijn na CVA

haargroei zich wijzigen. Ook in de transpiratie

Schouderpijn na CVA is de meest voorkomen-

kunnen er duidelijke verschillen optreden.

de klacht. Bovendien kan dit pijnsyndroom

Verschillende pijntypes

zeer snel evolueren naar schouder-armpijn en

Bij CVA (Cerebro Vasculair Accident; 80% is-

naar schouder-nek-arm-handpijn. Schouder-

Centrale sensitisatie

chemisch, 20% bloeding) treedt er een acute

pijn kan geassocieerd zijn met een sensorisch

Pijn na CVA kan ontstaan door centrale sen-

verstoring op van de bloedcirculatie in de her-

deficit, motorisch deficit, aanwezigheid van

sitisatie: een amplificatieproces van neurale

senen. Gekende restverschijnselen zijn ver-

een subluxatie of beperkte range of motion

signaalprocessen in het centraal zenuwstel-

lamming, spasticiteit, hemi-anopsie, diplopie,

(ROM).

sel dat overgevoeligheid voor pijn uitlokt. De

epilepsie, affectieve stoornissen, cognitieve

Predictoren voor het ontwikkelen van chroni-

pijn wordt dus, in tegenstelling tot nociceptie-

stoornissen,... Ook chronische pijn kan een

sche schouderpijn na CVA zijn:

ve pijn, niet geactiveerd door schadelijke sti-

ernstig restverschijnsel zijn na een CVA, met

• Linkszijdige hemiparese

muli. De pijn zit dus letterlijk "tussen de oren".

een hoge prevalentie en vaak hoge pijninten-

• Schouderpijn vier maanden post-CVA, evo-

Kenmerken van dit pijntype zijn onder andere

siteit. Dit heeft een belangrijke impact op de

lueert bijna zeker naar een chronisch pro-

hyperalgesie (overdreven pijnreactie op een

kwaliteit van het leven. Er bestaan verschil-

bleem.

relatief onschuldige prikkel) en allodynie (pijn

lende pijntypes na CVA. De meest voorkomen-

• Beperkte passieve abductie vier maanden post-CVA • Hogere leeftijd.

bij een gewoonlijk niet pijnlijke prikkel): vooral mechanisch (bijvoorbeeld wrijven). Dit heeft uiteraard gevolgen op therapeutisch vlak. Verder is er ook sensorische en chemische overgevoeligheid, waardoor er slechtere reac-

Poststroke Complex Regional Pain Syndrome (CRPS) ('Schouder-hand syndroom')

tie is op farmacotherapie en farmacologische behandeling dus bemoeilijkt wordt.

Evolutie naar CRPS is mogelijk. De epidemio-

prof. dr. Bart Morlion

26 JESSALINEA

logie is vooralsnog onduidelijk en de patho-

Neuropathische pijn

fysiologie ervan is complex. Overwegend is

Dit specifiek pijntype ontstaat als direct ge-

er een wisselwerking tussen biomechanische

volg van een laesie of ziekte in het (perifeer

factoren en microtraumata ter hoogte van de

of centraal) somatosensorisch systeem.


Vragenlijsten

variabel zijn. Pijndescriptoren kunnen ook

kan sterk variabel en fluctuerend zijn. Thala-

Diagnosestelling van neuropathische pijn is

zeer divers zijn, zoals gekend bij neuropa-

mische letsels worden wel meestal met een

niet eenvoudig. Op basis van de descriptoren

thische pijnkenmerken. Onset van de pijn-

hogere pijnintensiteit geassocieerd.

zijn verschillende pijnschalen en pijnvragen-

klachten zijn meestal gradueel. De intensiteit

lijsten ontwikkeld. Het zijn geen zwart-witinstrumenten die 100 % aangeven dat het om neuropathische pijn gaat. Toch zijn sommige lijsten zeer bruikbaar, ook voor de huisarts.

Diagnose neuropathische pijn: DN4 vragenlijst

Een eenvoudige en veelgebruikte vragen-

DN4 interview

lijst is de DN4 (Douleur Neuropathique en 4

Vraag 1: Vertoont de pijn één of meerdere van de volgende karakteristieken?

questions). De vragenlijst is binnen de minuut

1. Branderig gevoel

afgenomen en ze bestaat uit 10 items, waar-

2. Pijnlijk koudegevoel

onder 7 anamnestische. Er wordt gepeild naar

3. Elektrische schokken

symptomen zoals jeuk, voosheid, gevoel van speldenprikken, ... Komen 3 van de 7 items

Vraag 2: Is de pijn in hetzelfde gebied geassocieerd met één of meerdere van

voor, dan is de kans groot dat het om neuro-

de volgende symptomen?

pathische pijn gaat. De derde en vierde vraag

4. Kriebelingen

(bestaande uit 3 items) betreffen een kort,

5. Tintelingen

klinisch onderzoek waarbij allodynie, hyper-

6. Gevoelloosheid

algesie en verminderd gevoel bij aanraken

7. Jeuk.

wordt nagegaan. Bij een resultaat van 4/10 of meer is er waarschijnlijk sprake van de aan-

Een score van 3 op 7 is zeer suggestief voor aanwezigheid

wezigheid van neuropathische pijn.

van neuropathische pijn. DN4 klinisch onderzoek

Central Poststroke Pain (CPSP)

Vraag 3: is de pijn gelokaliseerd in een bepaald gebied waar het onderzoek op

CPSP is een vorm van centraal neuropathi-

wijst

sche pijn. Aanvankelijk werd dit beschreven

8. hypo-esthesie bij aanraking

als een vorm van centrale pijn geassocieerd

9. hypo-esthesie bij een prik

met laesies van het centraal zenuwstelsel, of ook als thalamisch syndroom. Ondertussen is gebleken dat niet enkel thalamische

Vraag 4: wordt de pijn veroorzaakt of versterkt door 10. wrijven

laesies hiervoor verantwoordelijk zijn. Prevalentie varieert in functie van de plaats van de

Een score van 4 op 10 op beide vragenlijsten samen,

laesie. Pijndistributie in het lichaam kan zeer

verhoogt nog de gevoeligheid van de test.

JESSALINEA 27


Symposium Arm- en Handrevalidatie Welke pijnklachten post-CVA? De voornaamste pijnklachten die de huisarts kan tegenkomen bij patiënten na een CVA zijn: • schouderpijn die snel kan evolueren naar schouder-armpijn en naar schouder-nek-arm-handpijn en de bijhorende complicaties - schouder-handsyndroom bijvoorbeeld • pijn ten gevolge van spasticiteit • centrale neuropathische pijn • hoofdpijnklachten

Diagnose CPSP

behandelen, centraal neuropathische pijn

duidelijk overzicht van de huidige farmacolo-

Diagnose van CPSP is niet eenvoudig. Vol-

nog veel moeilijker. Op basis van studies en

gische behandelingsmogelijkheden.

gende noodzakelijke en supportieve criteria

gegevens kunnen er wel aanbevelingen ge-

ondersteunen de diagnose:

daan worden naar medicijnen, maar niet naar

1. Noodzakelijke criteria:

het type. Er valt niet te voorspellen welk geneesmiddel bij welke patiënt het beste zal

Nieuwe tendensen in de behandeling

werken. We kunnen wel bepalen welke medi-

Naast farmacotherapie maken ook nieuwe

catie we als eerste starten in functie van de

ontwikkelingen opgang bij de behandeling

geassocieerde symptomen en klachten. Veel

van centraal neuropathische pijn. Enkele voor-

• Bevestiging van een CZS laesie door

post-CVA-patiënten ontwikkelen bijvoorbeeld

beelden zijn bewegingstherapie, cognitieve

beeldvorming of kliniek van negatieve

stemmingsstoornissen. Is de patiënt manifest

modulatie en rTMS of repetitieve Transcra-

of positieve sensorische tekens in het

depressief? Dan kan het aangewezen zijn om

niële Magnetische Stimulatie. Er zijn belang-

lichaamsgebied dat overeenkomt met de

antidepressiva te overwegen. Heeft de pa-

rijke aanwijzingen dat deze behandelingen

laesie in het CZS.

tiënt ook epilepsie ontwikkeld post-CVA? Dan

patiënten met pijn verder helpen. Het is ech-

• Andere oorzaken van pijn, zoals nocicep-

zijn anti-epileptica een logische keuze. Zijn

ter nooit een of-of-, maar altijd een en-en-

tive of perifeer neuropathische pijn zijn

er slaapstoornissen? Dan kunnen sederende

verhaal. Zo moeten verschillende therapieën

uitgesloten of zeer onwaarschijnlijk.

anti-epileptica voorgeschreven worden, waar-

tegelijk toegepast worden om de kwaliteit

bij de dosis ‘s avonds verhoogd wordt. Tijdens

van leven met chronische pijn post-CVA te

het symposium kregen de aanwezigen een

verhogen.

• Pijn in een lichaamsgebied dat overeenkomt met de laesie in het CZS. • Anamnese suggestief voor CVA en pijnklachten ontstaan bij of na CVA.

2. Supportieve criteria: • Geen primaire relatie met beweging, inflammatie, of andere locale weefselschade. • Descriptoren zoals brandend, pijnlijk koudegevoel, elektrische schokken, knagend,

conclusie

drukkend, stekend en “pins and needles”.

Pijn na CVA kent een zeer hoge prevalentie en hoge intensiteit, met een belang-

• Allodynie of dysesthesie bij aanraking of

rijke negatieve invloed op de kwaliteit van het leven. Verschillende pijntypes

koude.

treden op, maar de meest uitdagende is de centraal neuropathische pijn. Vooral schouderpijn kan uitmonden in het schouder-handsyndroom. Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS) komt vaak voor bij deze groep patiënten en de mees-

Farmacotherapie bij neuropathische pijn

te pijnbeelden zijn relatief therapieresistent. Interdisciplinaire behandeling is

Er zijn zeer veel geneesmiddelen beschik-

en enkele veelbelovende nieuwe behandelingsvormen.

aangewezen. Revalidatie speelt daarin een cruciale rol, naast farmacotherapie

baar voor de behandeling van neuropathische pijn. Toch bestaat er niet één supermedicijn, zeker niet voor centraal neuropathische pijn.

De presentaties van het symposium kunt u raadplegen via www.jessazh.be >

Perifere neuropathische pijn is al moeilijk te

professionals > symposia > presentaties voorbije symposia.

28 JESSALINEA


nieuws

Nieuwe artsen Dr. Dries Van Duffel, prof. dr. Marc Hendrickx en Ruben van Gemert

Studie door bachelorstudenten in Jessa gepubliceerd in internationaal vakblad

Ann

Buyens

startte haar studie geneeskunde aan het Limburgs Universitair

Centrum

om vervolgens af te studeren als arts aan de KULeuven in 2008. Tijdens haar

Onlangs verscheen in het gerenommeerde vaktijdschrift Acta Cardiolo-

specialisatieopleiding in de gynaecolo-

gica een wetenschappelijk artikel ‘Elective reconstruction of the ascen-

gie en verloskunde werkte ze twee jaar

ding aorta for aneurysmal disease restores normal life expectancy. An

in het Jessa Ziekenhuis. Ze vervolgde

analysis of risk factors for early and late mortality.’ Eerder uitzonderlijk hierbij is dat de studie uitgevoerd werd door twee bachelorstudenten

haar opleiding in het UZ Gasthuisberg en het ZOL in Genk. Hier kwam ze in contact met alle takken binnen

geneeskunde voor hun bachelorproef. Hun promotor was prof. dr. Marc

deze specialisatie. In het laatste jaar

Hendrikx, cardiochirurg Jessa Ziekenhuis.

van haar opleiding werkte ze in Watford General Hospital in het Verenigd Koninkrijk waar zij zich voornamelijk

Toen Dries Van Duffel en Ruben van Ge-

mortaliteit na 3, 5 en 10 jaar of nog langere

verder bekwaamde in de verloskunde.

mert als derdejaarsstudent geneeskunde

termijn op hetzelfde niveau ligt als bij een

Dr. Buyens zal vooral instaan voor de

aan de UHasselt uit allerhande onderwer-

gezonde populatie. De eerste 30 dagen

verdere uitbouw van de verloskunde op

pen dit onderwerp kozen voor hun ba-

na de ingreep is er een hogere mortaliteit,

de vernieuwde materniteit in het Jessa

chelorproef, wisten ze niet precies wat het

maar daarna is er een stabilisatie en heb-

Ziekenhuis. Ze is sinds 16 september

inhield. Met intensieve begeleiding van dr.

ben deze patiënten hetzelfde overlevings-

2013 werkzaam op de dienst gynaeco-

Marc Hendrikx, die het onderwerp indiende

profiel als gezonde personen.”

logie en verloskunde.

en als promotor fungeerde, werkten ze zich in de materie in.

Dr.

Birgit

Wij-

Samenwerking universiteit – klinisch werk

gaerts

Overlevingsprofiel

“Deze resultaten zijn toch wel verrassend,”

het LUC en aan de

Ruben van Gemert: “We onderzochten het

aldus dr. Hendrikx. “Deze aandoening komt

KUL. Ze behaalde

overlevingsprofiel van patiënten die een

niet zo heel vaak voor, maar we weten wel

nadien een master

electieve reconstructie van de aorta as-

dat bij een aneurysma vanaf een bepaalde

in de verzekerings-

cendens voor degeneratieve aneurysma

afmeting bijna de helft van de patiënten

geneeskunde en de medische exper-

hadden ondergaan en vergeleken dan de

binnen het jaar overlijdt als ze geen in-

tise na een interuniversitaire opleiding

lange termijnoverleving met een gerando-

greep ondergaan.” Voor één van de eer-

(KUL-RUG-UIA). Ze is sinds vele jaren

miseerde populatie gezonde mensen.” Voor

ste keren zijn nu lange termijnresultaten

actief als adviserend arts in de verze-

de eerste groep werden de data gebruikt

onderzocht in een Belgisch centrum voor

keringssector, waarbij haar interesse

van alle patiënten die in het Jessa Zieken-

hartchirurgie. Hiermee is een belangrijke

vooral uitgaat naar de therapeutische

huis een dergelijke ingreep ondergingen

bijdrage geleverd naar transparantie in re-

ongevallen en de opvolging van slacht-

sinds het begin van de cardiochirurgie in

sultaten van de cardiochirurgische behan-

offers van zware ongevallen. Sinds

Limburg. Voor de vergelijking met de ge-

deling van patiënten. Het is meteen ook

enkele jaren legt dr. Wijgaerts zich toe

zonde groep mensen hadden de studen-

een bewijs dat de samenwerking tussen

op de Palliatieve Zorg: ze volgde bijko-

ten anonieme gegevens ter beschikking

het klinisch gebeuren in een ziekenhuis en

mende opleiding, en wat theologische

van personen die qua leeftijd en geslacht

universiteiten - zelfs al in een heel vroeg

vorming en werkte enkele jaren als

overeenstemden met de personen uit de

stadium van de opleiding - tot zeer mooie

vrijwilliger op de palliatieve eenheid.

patiëntengroep.

resultaten kan leiden.”

Sinds september is ze deeltijds actief in

studeerde

geneeskunde aan

het Jessa Ziekenhuis als palliatief arts Het abstract van dit wetenschappelijk on-

op de palliatieve eenheid en in het pal-

Lange termijnoverleving

derzoek vindt u in de rubriek Verbum op

liatief support team, in samenwerking

Dries Van Duffel: “De studie wees uit dat de

pagina 37.

met dr. Marc Desmet.

JESSALINEA 29


oncologie

Symposium Respiratoire Oncologie

Recente evoluties in de diagnose en behandeling In België is longkanker na prostaatkanker de tweede meest voorko-

rol weggelegd voor een chemotherapeutische

mende vorm van kanker bij mannen. Bij vrouwen staat longkanker

therapie. Dr. Karin Pat: “De behandeling van

op de derde plaats. Wat zijn de recente evoluties in de diagnose en

opmerkelijke evolutie gekend. Nog niet zo

behandeling van longtumoren? En hoe kunnen huisartsen en eerste-

lang geleden werden patiënten met gevor-

lijnszorgverstrekkers met deze kennis aan de slag? Het antwoord op

longtumoren via chemotherapie heeft een

derde stadia van niet-kleincellige longtumoren allemaal op dezelfde manier behandeld:

deze en vele andere vragen kwam u te weten op het symposium ‘Res-

ze kregen standaard chemotherapie. Het is

piratoire Oncologie’ dat de dienst pneumologie van het Jessa Zieken-

in functie van het specifieke type van long-

van groot belang om verder te differentiëren kanker, daarom voeren we nu steeds een

huis op 19 oktober organiseerde.

vergaande

immuunhistochemische-analyse

(IHC) uit. Vandaag wordt er zelfs tot op moleculair niveau gedifferentieerd en leveren we De globale overlevingsmogelijkheden bij

steeds meer inspanningen om specifieke ei-

longkanker blijven zeer laag: na vijf jaar blijkt

genschappen van niet-kleincellige longtumo-

slechts 16% de ziekte overwonnen te heb-

ren te onderscheiden voor een zo doelgericht

ben. Het grootste probleem is dat longkanker

mogelijke therapie.”

in 70% van de gevallen pas in een ver gevorderd stadium gediagnosticeerd wordt. De waardoor mensen pas laat de stap naar hun

Het belang van oncogene pathways

arts zetten. Essentieel in de benadering van

Waarom en hoe ontstaat ongecontroleerde

longkankerpatiënten is de multidisciplinaire

celdeling? De laatste jaren is er enorm veel

aanpak. Wekelijks overleg tussen de respi-

onderzoek geleverd naar dit fenomeen in de

ratoir oncoloog, radiotherapeut, chirurg en

tumorcel. Dr. Karin Pat: “Zo heeft men speci-

anatoompatholoog is onontbeerlijk. Het sym-

fieke oncogene drivers gevonden die in dit

posium wenste daarom alle betrokken spelers

proces van ontaarding meespelen. (bv. EGFR

aan het woord te laten.

pathway, ALK translocatie). Er is ook heel wat

eerste klachten steken laattijdig de kop op

onderzoek verricht naar het opsporen van moleculaire afwijkingen in deze pathways om op

dr. Karin Pat

dr. Leen Noé

30 JESSALINEA

dr. Ludo Verougstraete

Differentiëren

die basis de therapie verder te kunnen speci-

Wanneer de ziekte gediagnosticeerd wordt in

ficeren. Dit komt uiteraard het effect van de

een niet-curatieve setting is een belangrijke

behandeling alleen maar ten goede.”


Diagnose en behandeling samengevat De chemotherapeutische en radiotherapeutische behandeling van vandaag ziet er als volgt uit: • Spinocellulair carcinoom: chemotherapie en meer specifiek platinumgecombineerde therapie als eerstelijnsbehandeling • Non-squameuze pathologie en patient is EGFR-positief: orale EGFR-inhibitoren in een eerstelijntherapie • Geen mutatie in het EGFR-gebied: ‘klassieke’ chemotherapie op basis van platinum-pemetrexed • ALK-translocatie bij een niet-squameuze tumor: tweede lijntherapie met ALK-inhibitor • Geen ALK-translocatie: taxanen zowel bij niet-squameuze als squameuze tumoren • Beperkte longtumor maar geen heelkunde mogelijk of wenselijk: stereotactische radiotherapie (SBRT-SABR) is goed alternatief Concomitante chemo-radiotherapie kan een betere overleving bieden. Acute (voornamelijk slokdarm)toxiciteit van deze gecombineerde behandeling is toegenomen ten opzichte van de sequentiële therapie waardoor enkel patiënten met een goede algemene toestand hiervoor in aanmerking komen.

van longkanker De chemotherapeutische behandeling vandaag

van recente evoluties in de bestraling van

(Video-Assisted Thoracic Surgery) leidde tot

longtumoren: ”Wanneer een patiënt gediag-

succesvolle uitvoering van lobectomieën zo-

Wat betekent dit nu voor de patiënt vandaag?

nostiseerd wordt met een beperkte longtu-

als deze vandaag in het Jessa Ziekenhuis door

Dr. Karin Pat: “In de eerste plaats gaan we een

mor, maar medisch gezien geen heelkunde

dr. Verougstraete en zijn collega’s worden

nauwkeurige pathologische diagnose stellen

resectie aan kan of heelkunde weigert, kan

uitgevoerd. Dr. Verougstraete: ”Door de opge-

(IHC-differentiatie tussen squameuze en niet-

stereotactische radiotherapie (SBRT – SABR)

bouwde ervaring met deze procedure geniet

squameuze tumoren) en onderzoeken we of

een zeer goed alternatief zijn. Binnen deze

de patiënt duidelijke voordelen ten opzichte

er mutaties/translocaties aanwezig zijn.

groep patiënten lijkt de lokale ziektecontrole

van de klassieke open chirurgie. Zo leidt de

vergelijkbaar met de heelkundige groepen.

ingreep tot een kleine incisie met minder en

Wordt de patiënt gediagnosticeerd met een

Ook in de meer gevorderde ziektetoestanden

kortere postoperatieve pijn. Tevens bestaat

spinocellulair carcinoom, dan starten we een

werd duidelijk vooruitgang gemaakt in de be-

er een daling in de verblijfsduur op intensieve

behandeling met chemotherapie – en meer

stralingstechnieken. Door bij deze patiënten

zorgen, dit op basis van minder bloedverlies

specifiek een platinumgecombineerde thera-

gebruik te maken van PET-CT kan er een be-

en hemodynamisch stabiele patiënten. De

pie - als eerstelijnsbehandeling, omdat we uit

tere aflijning van het doelvolume gebeuren”.

verblijfsduur op de verpleegeenheid neemt eveneens af door een snellere mobilisatie

onderzoek en ervaring weten dat die de beste respons geeft. Wanneer de diagnose van non-

Dr Noé toonde in haar uiteenzetting aan dat

in combinatie met elektronische thoraxdrai-

squameuze pathologie gesteld wordt en de

concomitante chemo-radiotherapie (gelijktij-

nage.“

patiënt is EGFR-positief gaan we behandelen

dig geven van deze therapieën) een betere

met orale EGFR-inhibitoren in een eerstelijn-

overleving op basis van betere lokale controle

Dr. Verougstraete gaf aan dat er minder post-

therapie. Indien er geen mutatie in het EGFR-

teweeg kan brengen. Acute (voornamelijk

operatieve verwikkelingen bestaan na een

gebied wordt aangetroffen, behandelen we

slokdarm)toxiciteit van deze gecombineerde

VATS-procedure. Het globale herstel van de

patiënten met een “klassieke” chemotherapie

behandeling is toegenomen ten opzichte

patiënt verloopt sneller, zodat met een min-

op basis van platinum-pemetrexed. Als er een

van de sequentiële therapie waardoor enkel

der lang interval gestart kan worden met

ALK-translocatie wordt aangetroffen bij een

patiënten met een goede algemene toestand

eventueel noodzakelijke aanvullende chemo-

niet-squameuze tumor, zal in een tweede

hiervoor in aanmerking komen.

therapie. Dr. Verougstraete sloot zijn voordracht af met prachtig, zeer illustratief film-

lijntherapie met een ALK-inhibitor worden ge-

materiaal van een VATS-lobectomie door hem

start. Indien er geen ALK-translocatie wordt

Thoracoscopische resectietechnieken bij longtumoren

uitgevoerd.

Dr. Ludo Verougstraete sprak over de geschie-

Het symposium werd afgesloten door dr. Marc

denis van de thoracoscopische technieken bij

Desmet van de palliatieve zorgen eenheid/

Rol voor radiotherapie

de behandeling van longtumoren. De doorge-

het palliatief support team. Zijn uiteenzetting

Dr. Leen Noé schetste zeer duidelijk de rol

maakte geschiedenis en ervaring met VATS

vindt u op volgende pagina.

vastgesteld, zal zowel bij de niet-squameuze als de squameuze tumoren taxanen worden gestart.

JESSALINEA 31


Symposium Respiratoire Oncologie

Laat me niet stikken

Het Palliatief Support Team van het Jessa Ziekenhuis begeleidt een

communicatie is een niet te verwaarlozen

duizendtal patiënten per jaar. Wat zijn de palliatieve aandachtspun-

te verlichten. Er zijn trouwens een heel aan-

therapie-onderdeel om angst en ongemak

ten bij patiënten met longkanker? Dr. Marc Desmet, hoofd van het

tal eenvoudige maatregelen die rechtstreeks

Palliatief Support Team, zoomt in op een aantal do’s en dont’s.

een deur die openstaat, een draaiende ven-

inwerken op het welbevinden van de patiënt: tilator, massages ... Hulpverleners staan ook best opzij van de patiënt en niet voor hem. Zuurstofmaskers kunnen als beangstigend ervaren worden.”

over wat men doet indien verstikking effec-

Sterven als diagnose

tief dreigt. Mensen zijn hier al vaak van in het

Ook sterven is een diagnose, en het is een

begin mee bezig. Tijdens de chemotherapie

vaardigheid dat te herkennen. Nauw contact

kunnen die vragen op de achtergrond gera-

en een goede samenwerking met de verpleeg-

ken, maar naar het einde toe terugkomen.

kundigen is hier bijzonder nuttig. Door de dag-

Is palliatieve ondersteuning nuttig binnen

Kortademigheid is een belangrijk aandachts-

dagelijkse verzorging kennen ze de toestand

respiratoire oncologie?

punt in de symptoomcontrole.”

van de patiënt als geen ander en kunnen ze

dr. Marc Desmet

Dr. Marc Desmet: “Zonder meer. Amerikaans

signalen alert opvangen.

onderzoek heeft uitgewezen dat terminale sche behandeling palliatieve ondersteuning

Kortademigheid multidimensioneel benaderen

Sedatie is een kunst

genieten, langer overleven dan patiënten die

“Kortademigheid is een frequent fenomeen

"Palliatieve sedatie is het toedienen van se-

dat niet krijgen. Hun levenskwaliteit verbetert

bij patiënten met longkanker. De correlatie

dativa in doseringen en combinaties die no-

en ze hebben minder depressieve symptomen.

tussen

bloedgaswaarde,

dig zijn om het bewustzijn van een terminale

In het Jessa Ziekenhuis nemen de psychologen

longfuncties en kortademigheid is laag. Met

patiënt te verlagen. Het doel is bewustzijns-

en verpleegkundigen van het Palliatief Support

andere woorden: kortademigheid is een sub-

verlaging en niet levensverkorting. Sowieso

Team wekelijks deel aan de patiëntenbespre-

jectief gegeven. Een gegeven dat nauw ver-

moet palliatieve sedatie even zorgvuldig

kingen op de betrokken afdelingen. Dit facili-

bonden is met de mate van angst die een

voorbereid en uitgevoerd worden als eutha-

teert een vroege inschakeling van het team.”

patiënt ervaart. Hoe mensen omgaan met die

nasie. Dit gebeurt zo mogelijk altijd met toe-

angst is heel verschillend, maar behandeling

stemming van de patiënt. Best ook proactief,

en begeleiding zijn in alle gevallen belangrijk,

zeker bij risicopatiënten waarbij acute sedatie

Waaruit bestaat de palliatieve support?

want dit heeft een positieve impact op het

zich kan opdringen, zoals bij ernstige respi-

Het palliatief supportteam biedt extra onder-

functioneren van de patiënt, zijn sociale ac-

ratoire insufficiëntie. Het Palliatief Support

steuning aan patiënt, familie en teamleden.

tiviteit, levenskwaliteit en levenswil. Omdat

Team geeft alle betrokken partijen – patiënt,

Dit gebeurt op verschillende scharniermo-

het symptoom multidimensioneel is, moet het

familie, team – info over de mogelijkheden, het

menten van een kankergeschiedenis: bij de

management dat ook zijn. Waar we kunnen,

doel, de werking, de praktische uitvoering, de

diagnose (met vaak reeds slechte prognose),

werken we in op fysische oorzaken.”

verzorging, .... en polst naar de wensen over

longkankerpatiënten, die naast hun oncologi-

ademfrequentie,

bij herval, bij de terminale fase met instellen

het moment van afscheid.

van loutere comfortzorg. Dr. Desmet: “Van in het begin gaat veel aandacht naar de bele-

Narcotica en communicatie

Palliatieve sedatie is geen evidente keuze. Het

ving, ook van kinderen en kleinkinderen, o.a.

“Net zoals bij pijnbestrijding heeft morfine

vergt vakkennis (naar medicatie, symptoom-

met aangepaste brochures. Er wordt nage-

ook bij kortademigheid bewezen effect. Om

cosntrole, dosering, ....), inzet (vanwege familie

gaan hoe de zieke staat tegenover vroegtij-

de impact van narcotica te evalueren, is het

en hulpverleners) en zeer veel inlevingsvermo-

dige zorgplanning: op maat van de patiënt

aangewezen om niet zozeer de pols en bloed-

gen en respect. Want verlies verwerken, is heel

wordt gepeild naar wensen bij het levens-

druk na te gaan, maar eerder de frequentie

hard werken. Ook de patiënt die sterft, doet

einde. Specifiek voor longkanker is het actief

van de ademhaling. Patiënten die morfine

nog zeer veel: hij brengt de familie bijeen. Be-

vroegtijdig bevragen of mensen angst heb-

krijgen, ademen trager, maar hierdoor vaak

tekenis geven aan het einde van het leven, is

ben om te stikken en het geven van uitleg

ook minder oppervlakkig en dus beter. Ook

niets anders dan een kwestie van samenspel.”

32 JESSALINEA


nieuws

ZOL en Jessa werken samen in fertiliteitscentrum Het Ziekenhuis Oost Limburg (ZOL) en het Jessa Ziekenhuis hebben op 22 oktober 2013 een associatieovereenkomst ondertekend op het vlak van in vitro fertilisatie (IVF). De overeenkomst tussen Jessa en het ZOL betekent dat beide ziekenhuizen samen zullen

Aanvraagformulier medische beeldvorming

werken bij IVF-behandelingen. Ze doen dat onder de

conform de wettelijke vereisten

Het integrale IVF-traject bestaat uit twee zorgpro-

naam ‘Fertiliteitscentrum ZOL-Jessa’.

gramma’s, A en B. Programma A blijft in beide ziekenhuizen plaatsvinden. Het omhelst de diagnose van het vruchtbaarheidsprobleem, de stimulering van de

Sinds 1 maart 2013 gelden er vanuit het RIZIV nieuwe wettelijke re-

eicellen en de pick-up of het weghalen van de eicellen.

gels voor het voorschrijven van medische beeldvorming. De nieuwe

Ook de psychologische begeleiding van de patiënt is

vereisten voor de aanvraagformulieren zijn zowel voor ambulante

in deze fase van het IVF-traject van cruciaal belang.

als voor gehospitaliseerde patiënten verplicht.

De B-activiteit is de bevruchting met bijhorende laboratoriumactiviteiten. Voorheen vonden ook deze

Per klinische vraagstelling is een apart aanvraagformulier vereist.

behandelingen in beide ziekenhuizen plaats, maar de

Volgende gegevens dienen daarbij steeds duidelijk vermeld te wor-

wetgever heeft bepaald dat de B-activiteit in een pro-

den:

vincie zonder universitair ziekenhuis tot één locatie

• naam, voorna(a)m(en), geboortedatum en geslacht van patiënt

beperkt moet blijven. De overeenkomst bepaalt dat

• relevante klinische inlichtingen

deze B-activiteit voortaan in het ZOL zal plaatsvinden.

• diagnostische vraagstelling

De fertiliteitsartsen van Jessa zullen voor hun patiën-

• relevante bijkomende inlichtingen zoals allergie, diabetes,

ten dit tweede luik van het traject wel zelf in het ZOL

nier-insufficiëntie, zwangerschap, implantaat of andere

uitvoeren.

voorgesteld(e) onderzoek(en) • vorige relevante onderzoek(en) in verband met de diagnostische vraagstelling zoals CT, NMR, RX, echografie, andere of onbekend • stempel voorschrijver met vermelding van naam, voornaam, adres

De samenwerking op het vlak van IVF kadert perfect binnen de overeenkomst die Jessa en het ZOL in 2011 sloten om vanuit het Limburg Clinical Research Pro-

en identificatienummer

gram (LCRP) expertfuncties uit te bouwen op provin-

• datum van het voorschrift

ciaal niveau. Het Jessa Ziekenhuis en het ZOL engage-

• handtekening van de voorschrijver

ren zich om dit ook in de toekomst te blijven doen. In de praktijk is de werking van het Fertiliteitscentrum

De radiologische diensten van de Limburgse ziekenhuizen hebben

ZOL-Jessa al enkele maanden geleden gestart. Met de

dit voorjaar hun bestaande aanvraagformulieren aangepast zodat

ondertekening van deze overeenkomst van onbepaal-

ze aan die wettelijke vereisten voldoen. U kunt steeds een voor-

de duur is de werking nu geofficialiseerd.

raad formulieren bij ons bestellen. Daarnaast vindt u ze terug op de websites van de ziekenhuizen, het RIZIV en de beroepsorganisaties. Voor het Jessa Ziekenhuis vindt u de formulieren terug op www.jessazh.be/deelwebsites/radiologie > informatie voor artsen > nuttige links en documenten. Niet-conforme aanvragen kunnen belangrijke financiële gevolgen hebben en zelfs leiden tot het niet uitvoeren van onderzoeken. Daarom vragen we aandacht voor deze richtlijnen. Zo kunnen we een efficiënte en vlotte werking garanderen.

meer info dr. Geert Souverijns, diensthoofd radiologie

Karel Peeters (Jessa), Tom Arts (ZOL), dr. Yves Breysem (Jessa), Erwin Bormans (ZOL), dr. Rudi Campo (ZOL), dr. Wilfried Gyselaers (ZOL), dr. Jean-Luc Rummens (Jessa), dr. Jos Vandekerkhof (Jessa), dr. Willem Ombelet (ZOL), dr. Arjoko Wisanto (Jessa)

JESSALINEA 33


kort bericht

cardioloog dr. Pascal vranckx ontwikkelt mee praktische gids voor zorg aan kritiek zieke hart- en vaatpatienten Vanuit de Europese Vereniging voor Cardiologie is er een praktische gids ontwikkeld voor alle artsen die betrokken zijn bij de zorg voor kritiek zieke hartpatiënten. Initiatiefnemers van dit waardevolle naslagwerk zijn dr. Héctor Bueno (chief editor) en dr. Pascal Vranckx (associate editor), cardioloog van het Hartcentrum Hasselt, Jessa Ziekenhuis. De hoofdstukken zijn geschreven door opinieleiders op het vlak van acute cardiovasculaire zorg vanuit heel Europa. Dr. Vranckx schreef mee aan de gids, nam de functie van redacteur op zich en coördineerde samen met dr. Bueno het hele gebeuren. Dr. Pascal Vranckx: “De zorg voor de kritiek zieke hartpatiënt is een complex gebeuren met de inbreng van meerdere hulpverleners van diverse disciplines. De besluitvorming over diagnostiek en de eerste behandeling gebeurt soms in moeilij-

Jessa-stagiaires kapen prijs weg met eindwerk

ke omstandigheden en op basis van minimaal klinische gegevens. Niet zelden wordt de behandeling in de thuisomgeving opgestart om vervolgens te worden voortgezet in speciaal daarvoor ingerichte diensten voor cardiale intensieve zorg. Met deze gids willen we artsen die betrokken zijn in dit zorgproces een praktische ‘toolkit’ ter beschikking stellen die kan helpen om de snelle beslissing voor de eerste behande-

Twee stagiaires van de opleiding

ling zo accuraat mogelijk te doen. We hebben de gids zo praktisch mogelijk opgevat

medische laboratoriumtechnolo-

met veel tabellen en gemakkelijk om te gebruiken op plaatsen waar die snelle be-

gie (MLT) die hun eindwerk in

slissingen vaak moeten genomen worden. Denk maar aan ziekenwagens, diensten

het klinisch laboratorium van

voor spoedeisende zorg en intensieve zorgen, … De inhoud van dit naslagwerk is

het Jessa Ziekenhuis uitvoer-

gebaseerd op de meest actuele Europese behandelrichtlijnen. Het is een aanzien-

den, sleepten eind vorig acade-

lijk werk geweest om deze gids samen te stellen maar we zijn ervan overtuigd dat

miejaar in hun hogeschool de

we hiermee onze zorg kunnen verbeteren en op die manier mensenlevens kunnen

prijs voor beste eindwerk in de

redden.”

wacht. Tamara Carolus won de BVLT prijs KHLim (Diepenbeek)

De gids is gedrukt op 8 800 exemplaren. Een aantal hiervan zijn bestemd voor de

voor het beste eindwerk getiteld

Amerikaanse markt, de rest voor de Europese markt. Dr. Héctor Bueno (Madrid) en

‘Mutatie-analyse voor subtype-

dr. Vranckx stelden het boek in oktober voor tijdens het jaarlijks congres van de

ring van mature B-cel neoplasi-

ACCA (Acute Cardiovascular Care Association), een associatie binnen de Europese

ën: MYD88 L265P in lymfoplas-

Vereniging voor Cardiologie. Meer informatie over dit initiatief: www.escardio.org/

mocytair

ACCA.

lymfoom

en

BRAF

V600E in hairy cell leukemie’. Het eindwerk van Hanne Lode-

Acute Cardiovascular Care Association Clinical Decision-Making

wijckx behandelde het thema

Toolkit

‘Isolatie van foetaal DNA in de maternele circulatie - Toepassingen in de prenatale diagnostiek.’ Zij behaalde hiermee de Roche prijs Thomas More Hogeschool

www. escardio.org/ACCA

(Geel) voor het beste eindwerk.

gids is zo opgebouwd dat hij gemakkelijk " Dete gebruiken is op plaatsen waar vaak

Klinisch biologe dr. Brigitte Maes en wetenschappelijk medewerkster Femke Hillen waren hun promotoren in het Jessa Zieken-

snelle beslissingen moeten genomen:

huis. Beide stagiaires zijn intus-

in ziekenwagens, op coronary care units,

sen in het klinisch laboratorium van het Jessa Ziekenhuis aan de slag.

34 JESSALINEA

dr. Pascal Vranckx

intensive care units, …

"


Verbum Gepubliceerd in Tijdschr. voor Geneeskunde 2013;69(14-

Early discharge was defined as hospital dis-

15):706-710.

charge within 4 days after admission, and the

tients <80 years old based on data from the

UITGESPROKEN VERMOEIDHEID EN GEDRAGS-

hospitals were clustered according to their

prospective Belgian STEMI registry.

VERANDERING MET WOEDE-AANVALLEN: ATY-

LOS for low-risk patients. Determinants of

Results: The octogenarian STEMI group had

PISCHE PRESENTATIE VAN EEN ERNSTIGE ON-

LOS were calculated by means of a negative

more cardiovascular comorbidities, contained

DERLIGGENDE AANDOENING

binomial regression model. LOS was, on aver-

more female patients and presented more

Jarosz C1, Raes M2, Gillis P2.

age, 6.5 days with a median of 5 days (IQR 4).

frequently with cardiac failure (Killip class >1,

(1)Student derde master geneeskunde, KU Leuven; (2)Dienst

Baseline risk profiles and reperfusion treat-

40 vs. 20 %) compared with their younger

kinder- en jeugdgeneeskunde, Jessa Ziekenhuis, campus Virga

ment explained only 13% of the LOS varia-

counterparts (all p < 0.05). Although the rate

Jesse, Hasselt.

tion. Additional analysis revealed major in-

of thrombolysis was similar (9.2 vs. 9.9 %) be-

Samenvatting: De ziekte van Lyme is een

hospital variations independent of the case

tween both groups, a conservative approach

medische kameleon. In endemische gebieden

mix of patients. For comparable baseline risk

was chosen more frequently (13.8 vs. 4.7

moet bij erythema migrans, gewrichtsaan-

profiles, the average LOS in a cluster of 11

%), while PCI was performed less frequently

tasting, cardiaal lijden, neurologische symp-

hospitals with short discharge policies was

(76.9 vs. 85.4 %) in octogenarians (p < 0.001).

tomen, psychiatrische klachten en/of vermoe-

5.3 ± 5.6 days, with an early discharge rate of

Moreover, ischemic time and door-to-needle/

idheid borreliose mee opgenomen worden

58%, while in the cluster of 11 hospitals with

balloon time were longer for octogenarians.

in de differentiaaldiagnose, ook als een ee-

long discharge policies, the average LOS was

In-hospital mortality for octogenarians was

rdere tekenbeet niet bekend is. Als de ELISA-

7.9 ± 8.5 days with an early discharge rate of

17.8 vs. 5.5 % in the younger group [adjusted

serologie (“enzyme-linked immunosorbent

22% (P < 0.0001). Among the clustered hos-

OR 2.43(1.92-3.08)]. In haemodynamically

assay”) positief is met een bevestiging door

pitals, there were no differences with regard

stable octogenarians, PCI seemed to improve

een western blot, is een lumbaalpunctie

to logistics (PCI facility, academic affiliation)

outcome compared with thrombolysis or con-

bij

neurologische/psychiatrische

narians and compared with 7,984 STEMI pa-

klachten

or volume of STEMI patients. The 1-month

servative treatment (5.7 vs. 12.7 vs. 8.5 %, p

aangewezen. Het vinden van pleiocytose en

mortality rate was less than 0.5% in the dif-

= 0.09). In octogenarians with cardiac failure,

gestegen Borrelia-antistoffen in het cerebro-

ferent clusters of hospitals (p = NS).

in-hospital mortality was extremely high in-

spinale vocht ondersteunt dan de diagnose.

Conclusions: Length of hospital stay is not

dependent of the chosen reperfusion therapy

Een polymerasekettingreactie (PCR) op lum-

only determined by baseline risk profiles of

(34.6 vs. 31.6 vs. 36.3 %, p = 0.88).

baalvocht levert enkel de eerste zes weken

patients but is also highly dependent on hos-

Conclusions: In-hospital mortality in octo-

een bijdrage tot de diagnose van neurobor-

pital discharge policy, which seems to be un-

genarian STEMI patients was high and re-

reliose. Het gecombineerd voorkomen van ex-

related to medical or logistical factors.

lated to a high prevalence of cardiac failure.

treme vermoeidheid en woedeaanvallen als

Keywords: Length of hospital stay, Acute

Less PCI was performed in the octogenarian

neurologische presentatievorm bij kinderen is

myocardial infarction.

group compared with the younger patients,

eerder uniek. Alertheid voor neuroborreliose

although mortality benefit of PCI was main-

kan ernstige en/of blijvende neurologische

tained in haemodynamically stable octoge-

schade voorkomen.

Gepubliceerd in Clin Res Cardiol. 2013 Jul 26.

narians.

REPERFUSION THERAPY AND MORTALITY IN OCTOGENARIAN STEMI PATIENTS: RESULTS Gepubliceerd in Acta Cardiologica 2013 Jun;68(3): 235-239.

FROM THE BELGIAN STEMI REGISTRY.

Gepubliceerd in Int J Cardiol. 2013 Aug 14.

INTER-HOSPITAL VARIATION IN LENGTH OF

Vandecasteele EH, De Buyzere M, Gevaert S, de

INCIDENCE, CORRELATES, AND SIGNIFICANCE

HOSPITAL STAY AFTER ST-ELEVATION MYO-

Meester A, Convens C, Dubois P, Boland J, Sin-

OF ABNORMAL CARDIAC ENZYME RISES IN

CARDIAL INFARCTION: RESULTS FROM THE

naeve P, De Raedt H, Vranckx P, Coussement P,

PATIENTS TREATED WITH SURGICAL OR PER-

BELGIAN STEMI REGISTRY

Evrard P, Beauloye C, Renard M, Claeys MJ.

CUTANEOUS

M.J. Claeys, P.R. Sinnaeve, C. Convens, P. Dubois,

Abstract

A SUBSTUDY FROM THE SYNERGY BETWEEN

J. Boland, P. Vranckx, S. Gevaert, P. Coussement ,

Background: Treatment strategies and out-

PERCUTANEOUS CORONARY INTERVENTIONS

C. Beauloye, M. Renard, C. Vrints

come of ST-elevation myocardial infarction

WITH TAXUS AND CARDIAC SURGERY (SYN-

Abstract

(STEMI) have been mainly studied in middle-

TAX) TRIAL.

Objective: The aim of this paper was to as-

aged patients. With increasing lifetime expec-

Farooq V, Serruys PW, Vranckx P, Bourantas CV,

sess the determinants of and variations in

tancy, the proportion of octogenarians will

Girasis C, Holmes DR, Kappetein AP, Mack M,

length of hospital stay (LOS) in Belgium after

substantially increase. We aimed to evalu-

Feldman T, Morice MC, Colombo A, Morel MA, de

ST-elevation myocardial infarction (STEMI).

ate whether the benefit of currently recom-

Vries T, Dawkins KD, Mohr FW, James S, Stahle E.

Methods and Results: Data on LOS were col-

mended reperfusion strategies is maintained

Abstract

lected from 2079 STEMI patients who were

in octogenarians.

Aims: The aim of the present investigation

discharged alive from 33 Belgian hospitals

Methods: Reperfusion therapy and in-hospi-

was to determine the long-term prognostic

(21 with PCI facilities) during 2010-2011.

tal mortality were evaluated in 1,092 octoge-

association of post-procedural cardiac en-

BASED

REVASCULARISATION:

JESSALINEA 35


zyme elevation within the randomised Syn-

YJ, Farooq V, Iqbal J, Wykrzykowska JJ, de Vries T,

blijken uitermate effectief in de behandeling

ergy between Percutaneous Coronary Inter-

Swart M, Teunissen Y, Negoita M, van Leeuwen

van dit ziektebeeld. Zowel bij personen met

vention (PCI) with TAXUS and Cardiac Surgery

F, Silber S, Windecker S, Serruys PW; On behalf of

type 2 diabetes die langdurig orale medicijnen

(SYNTAX) Trial.

RESOLUTE All Comers Investigators.

nemen, als personen die exogene insuline-

Methods: 1800 patients with unprotected

Abstract

therapie krijgen, kan de glycemische controle

left main or de novo three-vessel coronary

Objective: We investigated clinical outcomes

(HbA1c) nog verder verbeteren. Bijkomend

artery disease were randomised to undergo

after treatment of coronary bifurcation le-

stelt men verder volgende voordelen vast ten

coronary artery bypass graft (CABG) sur-

sions with second generation drug eluting

gevolge van beweging in patiënten met type

gery or PCI. Per protocol patients underwent

stents (DES).

2 diabetes: verlies van vetmassa, behoud of

post-procedural blood sampling with creatine

Design: Post hoc analysis of a randomised,

toename van spiermassa, verbeteren van

kinase (CK), and the cardiac specific MB iso-

multicentre, non-inferiority trial.

fysieke fitheid, verbeteren van cardiovascu-

enzyme (CK-MB) only if the preceding CK ratio

Setting: Multicentre study.

laire risicofactoren (cholesterol, buikomtrek,

was ≥2× the upper limit of normal (ULN). An

Patients: All comers study with minimal ex-

bloeddruk), en verhogen van kwaliteit van

independent chemistry laboratory evaluated

clusion criteria.

leven. Al deze positieve effecten geven

all collected blood samples.

Interventions: Patients were treated with ei-

aanleiding tot een kosteneffectieve aanpak.

Results: Post-procedural CK sampling was

ther zotarolimus or everolimus eluting stents.

Wanneer personen met type 2 diabetes ge-

available in 1629 of 1800 patients (90.5%).

The patient population was divided according

durende 1 jaar deelnemen aan een beweg-

As per protocol, CK-MB analyses were under-

to treatment of bifurcation or non-bifurcation

ingsprogramma, nemen de gezondheidskos-

taken in 474 of 491 patients (96.5%) in the

lesions and clinical outcomes were compared

ten in dezelfde periode met 50% af. Echter,

CABG arm, and 53 of 61 patients (86.9%) in

between groups.

het implementeren van bewegingsinterven-

the PCI arm. Within the CABG arm, despite

Main Outcomes Measures: Clinical outcomes

ties bij patiënten met type 2 diabetes blijkt

the limitations of incomplete data, a post-

within 2-year follow-up.

op maatschappelijk niveau problematisch.

procedural CK-MB ratio <3/≥3 ULN separat-

Results: A total of 2265 patients were in-

Huisartsen adviseren op regelmatige basis

ed 4-year mortality into low- and high-risk

cluded in the present analysis. Two-year fol-

hun patiënten voldoende te bewegen: -70%

groups (2.3% vs. 9.5%, p=0.03). Additionally,

low-up data were available in 2223 patients:

van de huisartsen geeft dit advies regelmatig

in the CABG arm, a post-procedural CK-MB ra-

1838 patients in the non-bifurcation group

tijdens hun consultaties. Niettegenstaande

tio ≥3 ULN was associated with an increased

and 385 patients in the bifurcation group.

het advies van de huisarts aan de patiënt

frequency of a high SYNTAX Score (≥33) ter-

At 2-year follow-up the bifurcation and the

regelmatig te bewegen, komt deze boodsc-

tile (high [≥33] SYNTAX Score: 39.5%, inter-

non-bifurcation lesion groups showed no sig-

hap niet aan: patiënten met type 2 diabetes

mediate [23-32] SYNTAX Score 31.0%, low

nificant differences in terms of cardiac death

vertonen geen toename in fysieke activiteit

[≤22] SYNTAX Score 29.5%, p=0.02). Within

(2.3 vs 2.1, p=0.273), target lesion failure

na dit advies. Adviesverstrekking alleen blijkt

the PCI arm, a post-procedural CK ratio of <2

(9.7% vs 13.8%, p=0.255), major adverse

dus onvoldoende om de fysieke activiteit te

or ≥2 ULN separated 4-year mortality into

cardiac events (11.5% vs 15.1%, p=0.305),

doen toenemen in patiënten met type 2 dia-

low- and high-risk groups (10.8% vs. 23.3%,

target lesion revascularisation (4.7% vs 6.0%,

betes. Er is dus nood aan een nationaal traject

p=0.001). Notably, there was an early (within

p=0.569), and definite or probable stent

waarin deze patiënten kunnen deelnemen

6months) and late (after 2years) peak in mor-

thrombosis (1.6% vs 1.8%, p=0.419).

aan gestructureerde en effectieve beweging-

tality in patients with a post-PCI CK ratio of

Conclusions: The use of second generation

sprogramma’s.

≥2 ULN. Lack of pre-procedural thienopyri-

DES for the treatment of coronary bifurcation

dine, carotid artery disease, type 1 diabetes,

lesions was associated with similar long term

and presence of coronary bifurcations were

mortality and clinical outcomes compared

Gepubliceerd in NeuroRehabilitation 2013 Jan;33(1):139-46.

independent correlates of a CK ratio ≥2 ULN

with non-bifurcation lesions.

EXERCISE-ONSET HEART RATE INCREASE IS

post-PCI.

SLOWED IN MULTIPLE SCLEROSIS PATIENTS:

Conclusion: Cardiac enzyme elevations post-

DOES A DISTURBED CARDIAC AUTONOMIC

CABG or post-PCI are associated with an ad-

Gepubliceerd in Vlaams tijdschrift voor Diabetologie 2013(1):10-

CONTROL AFFECT EXERCISE TOLERANCE?

verse

12.

Dominique Hansen1,2, Inez Wensa, Paul Den-

Keywords: Biomarkers, CABG, Mortality, PCI,

KINECOACH: NATIONAAL PROJECT TER OPTI-

dale1,2, Bert O Eijndea

SYNTAX

MALISATIE VAN BEWEGINGSPROGRAMMA’S

(1) Faculty of Medicine and Life Sciences, Rehabilitation Re-

BIJ TYPE 2 DIABETES

search Centre, Biomedical Research Institute,Hasselt University,

Dominique Hansen1,2*, Stefaan Peeters2, Michel

Diepenbeek, Belgium; (2) Heart Centre Hasselt, Jessa Hospital,

Gepubliceerd in Heart 2013 Sep;99(17):1267-74.

Schotte

Hasselt, Belgium.

CLINICAL OUTCOMES AFTER ZOTAROLIMUS

(1) Universiteit Hasselt, Faculteit Geneeskunde en Levenswe-

Abstract.

AND EVEROLIMUS DRUG ELUTING STENT IM-

tenschappen, Diepenbeek & Hartcentrum Hasselt; (2) Vlaamse

Objective: To explore the etiology of exercise

PLANTATION IN CORONARY ARTERY BIFUR-

Werkgroep KineCoach,Axxon, Antwerpen.

intolerance in patients with MS, it is analyzed

CATION LESIONS: INSIGHTS FROM THE RESO-

Inleiding: Bewegingstherapie is een hoeks-

whether a disturbed cardiac autonomic con-

LUTE ALL COMERS TRIAL.

teen in de behandeling van (risico op) type 2

trol could be observed during exercise testing

Diletti R, Garcia-Garcia HM, Bourantas CV, van

diabetes, al dan niet gecombineerd met dieet

in patients with MS, and is related to exercise

Geuns RJ, Van Mieghem NM, Vranckx P, Zhang

en farmacotherapie. Bewegingsinterventies

tolerance.

36 JESSALINEA

2


Patients and Methods: From 26 MS patients

Trefwoorden: Thoracalepijnsyndroom, Stan-

pared with an age and sex case-matched

and 15 healthy subjects, exercise-onset (first

ford-Dissectie Type A.

population. Early mortality is consistent with euroscore II risk calculation. Whereas late sur-

20 and 60 seconds) and –offset (1-minute

vival progressively declines in the average

recovery) HR change was determined during a 6-minute constant-load exercise bout

Gepubliceerd in Acta Cardiologica 2013;68(4):349-353.

population, it remains constant in the treated

on bike. Blood lactate, HR, oxygen uptake,

ELECTIVE RECONSTRUCTION OF THE ASCEN-

group after 3 years. COPD and poor functional

expiratory volume and perceived exertion

DING AORTA FOR ANEURYSMAL DISEASE RES-

class significantly impair survival. Valve spar-

were assessed during exercise, and compared

TORES NORMAL LIFE EXPECTANCY.

ing procedures confer similar long-term sur-

between groups. In 15MSpatients, a 6-min

AN ANALYSIS OF RISK FACTORS FOR EARLY

vival as valve replacement.

walking test was executed.

AND LATE MORTALITY

Keywords: Aorta, Ascending, Aneurysm, Sur-

Result: Twenty-second exercise-onset HR

Dries Van Duffel BSc1*, Ruben Van Gemert BSc1*,

vival, Risk Factor.

increase was significantly smaller in MS pa-

Pascal Starinieri MSc2, Jean-Louis Pauwels MSc2,

tients (14±7 bts/min) vs. healthy subjects

Agnes Natukunda BSc3, Trias Wahyuni Rakhma-

(20±8 bts/min, p < 0.05), and independent-

wati BSc3, Maxwell Tawanda Chirehwa BSc3, Ja-

Gepubliceerd in Acta Chir Belg 2013;113:373-374

ly related to MS and age in total group (p <

mes Orwa BSc3, Herbert Thys PhD3, PhD; Patrick

RADIOTHERAPY-INDUCED MITRAL INCOMPE-

0.05). Sixty-second exercise-onset and –off-

Deboosere PhD4, Boris Robic MD1,2, Urbain Mees

TENCE

set HR changes were not different between

MD2, Marc Hendrikx MD, PhD1,2

S. Nauwelaers1, U. Mees1, M. Hendrikx1,2

groups, nor independently related to MS pres-

(1) Faculty of Medicine and Life Sciences, Hasselt University,

(1) Department of Cardiothoracic Surgery, Jessa Hospital, Campus

ence (p > 0.05). A significant correlation was

Hasselt, Belgium; (2) Dept. of Cardiothoracic Surgery, Jessa Hos-

Virga Jesse, Hasselt, Belgium; (2) Laboratory of Physiology, Fa-

found between 20-second exercise-onset HR

pital, Hasselt, Belgium; (3) CENSTAT, Hasselt University, Hasselt,

culty of Medicine and School of Life Sciences, Hasselt University,

increase and walking capacity in MS patients

Belgium; (4) Faculty of Sociology, Vrije Universiteit Brussels,

Biomedical Research Institute and Transnational University Lim-

(r = 0.64, p < 0.01).

Brussels, Belgium.

burg, Diepenbeek, Belgium.

Conclusion: In MS patients, the early increase

Abstract

Abstract

in heart rate during endurance exercise is

Objective: We investigated the survival of

Radiotherapy-induced cardiac disease is a

significantly slowed, indicating a disturbed

patients who had undergone elective recon-

progressive condition with symptoms begin-

cardiac autonomic control, and is related to

struction of the ascending aorta for degener-

ning several years after treatment. The fol-

exercise tolerance.

ative aneurysms. The long-term survival was

lowing article reports the case of a 48-year-

Keywords: Multiple sclerosis, Endurance

compared to a (age and sex) case-matched

old woman who had undergone mediastinal

exercise, Exercise testing, Heart rate, Auto-

population. An analysis of risk factors, influ-

radiation therapy for Hodgkin’s lymphoma at

nomic control.

encing survival was made.

age of 15 and, more than thirty years later,

Methods and results: From May 1998 to

suffered from congestive heart failure due

January 2012, 72 patients underwent elec-

to fibrotic thickening of the mitral valve. She

Gepubliceerd in Tijdschr. voor Geneeskunde 2013;69(12):598-

tive reconstruction of the ascending aorta for

successfully underwent mitral valve repair

602

degenerative disease at the Department of

with patch augmentation of the anterior leaf-

Cardiothoracic Surgery of the Jessa Hospital,

let. Long-term cardiac follow-up of patients

DROOM: DIAGNOSTISCH DILEMMA

Hasselt, Belgium. Sixty patients were treated

treated by mediastinal radiation therapy is

Frederix I1, Hendrikx M2, Dendale P3

by Bentall procedures, whereas 12 received

warranted.

(1) Studente derde master geneeskunde, KU Leuven; (2) Dienst

valve-sparing procedures. The average age of

cardiale heelkunde, Jessa Ziekenhuis, campus Virga Jesse, Has-

the patient group was 65.5 years (range 24-

selt; (3) Dienst cardiologie, Jessa Ziekenhuis, campus Virga Jesse,

80), with 64% male.

Gepubliceerd online in Open Journal of Thoracic Surgery

Hasselt.

Thirty-day mortality was 9.7% (consistent

2013;3:76-79

Samenvatting

with calculated Euroscore II: 9.2%). The long-

INTRATHORACIC MIGRATION OF A STEINMAN

In dit artikel wordt de ziektegeschiedenis

term survival was 80.9% at 3, 5 and 10 years.

PIN AFTER GLENOHUMERAL FIXATION -THE

beschreven van een 83-jarige vrouw die zich

No deaths occurred between 3 and 10 years

JOURNEY CONTINUES

aanmeldde op de dienst spoedgevallen met

postoperatively. In an age and sex case-

Ellen Deleus1, Tine Grégoir2, Boris Robic1,3, Ur-

een acuut thoracalepijnsyndroom. Ondanks

matched Belgian population, 3-, 5- and 10-

bain Mees1, Carl Dierickx2,3, Gerrit De Wachter2,

het uitvoeren van een hele reeks technis-

year survival were 95.7%, 94.7% and 85.2%

Marc Hendrikx1,3

che onderzoeken bleef het voor de clinicus

respectively. Long-term survival was not

(1) Department of Cardiothoracic Surgery, Jessa Hospital, Hasselt,

moeilijk om tot de juiste diagnose te komen.

significantly different between both groups.

Belgium; (2) Department of Orthopaedic Surgery, Jessa Hospital,

Het klinische vermoeden, eerder dan de re-

Poor NYHA class at the time of surgery

Hasselt, Belgium; (3) Faculty of Medicine and Life Sciences, Has-

sultaten van de technische onderzoeken, gaf

(p=0.041) and COPD (p=0.028) had a signifi-

selt University, Hasselt, Belgium.

uiteindelijk de doorslag in het verdere thera-

cant impact on global survival. Valve sparing

Abstract

peutische beleid.

operations provide similar long-term survival,

We report the case of a 71-year-old woman,

Deze casus toont het belang aan van een de-

avoiding thrombo-embolic complications.

who was treated for intrathoracic migration

gelijke klinische competentie binnen het hui-

Conclusions: Reconstruction of the ascend-

of a Steinman pin, after glenohumeral fixa-

dige tijdperk van enorme technische vernieu-

ing aorta for degenerative aneurysmal dis-

tion of an instable dislocation. A thoracotomy

wingen om tot de juiste diagnose te komen.

ease restores normal life expectancy, com-

was necessary to retrieve the pin. We believe

PATIËNTE

MET

EEN

THORACALEPIJNSYN-

JESSALINEA 37


this case can be a reminder of the risks of

functional and radiographic outcome.

vestigate the functional outcome and AVN-

transarticular fixation around the shoulder.

Materials and Methods: Of 47 patients oper-

incidence.

A review of the literature shows very little

ated on with the Humerus Block, 34 with a

Materials and Methods: Of a total amount of

information regarding glenohumeral pinning.

minimum follow-up of 30 months and a mean

47 patients operated with the Humerusblock,

Keywords: Genohumeral dislocation, Tran-

follow-up of 4 years and 4 months, were in-

34 patients with a minimum follow-up of 30

sarticular fixation, Migration of osteosynthet-

vited for interview, radiographic evaluation,

months and a mean follow-up time of 4 years

ic material.

and functional analysis by the Constant, Dis-

and 4 months, were invited for interview, ra-

abilities of Arm, Shoulder and Hand (DASH)

diographic evaluation and functional analysis

and the University of California, Los Angeles

by the Constant, the DASH and the UCLA scor-

Gepubliceerd in Ortho-Rheumato 2013; vol11(4)

(UCLA) scorings. Paired t test was used to in-

ings. Paired t-test was used to investigate

GELIJKTIJDIGE BILATERALE STRESSFRACTUUR

vestigate equivalence of the geometric mean

equivalence of the geometric mean scores

VAN HET MEDIALE TIBIAPLATEAU BIJ EEN

scores of the trauma and control arm, for the

of the trauma and control arm; for the scores

VROUW VAN MIDDELBARE LEEFTIJD

scores of the functional analyses, and for the

of the functional analyses and the scores for

Michael Aertsen , Carlo Thywissen , Carl Die-

scores for mobility of the shoulder.

mobility of the shoulder.

rickx2,3

Results: Scorings and clinical examination

Results: Scorings and clinical examination

(1) Dienst Medische beeldvorming, Jessa Ziekenhuis, Has-

showed that 85% of shoulder function and

showed that 85% of shoulder function and

selt; (2) Dienst Orthopedische heelkunde, Jessa Ziekenhuis,

motion were preserved compared with the

motion were preserved, compared to the

Hasselt; (3) Vakgroep Morfologie, faculteit geneeskunde en

control arm. Radiographic evaluation showed

control arm. Radiographic evaluation showed

levenswetenschappen,UHasselt.

very good healing and positioning of the

very good healing and positioning of the frac-

Een 53-jarige vrouw presenteert zich met

fracture fragments, and only 10% developed

ture fragments, and only 10% did develop

klachten van bilaterale pijn mediaal net onder

avascular necrosis of the humeral head.

AVN of the humeral head.

de knie na vijf loopsessies gedurende an-

Conclusions: With very satisfied patients;

Conclusion: With very satisfied patients,

derhalve week. Na tweeënhalve week rust

good clinical, functional, and radiographic

good clinical, functional and radiographical

was de pijn niet verminderd en werd er een

outcomes; a short hospital stay; few compli-

outcomes, a short hospital stay, few compli-

magnetische-resonantiescan (MRI) uitgevo-

cations; a reduced cost of implant; and a low

cations, a reduced cost of implant and only

erd. Deze bracht een bilaterale stressfractuur

incidence of avascular necrosis, this tech-

10% of AVN, this technique is a valuable al-

aan het licht in de mediale tibiacondyl, graad

nique is a valuable alternative for operative

ternative for operative treatment of proximal

4 volgens het classificatiesysteem van Fred-

treatment of proximal humeral fractures.

humeral fractures.

1

1

Key words: Humerusblock, Shoulder, Frac-

ericson et al. In dit artikel bespreken we de intrinsieke en de extrinsieke risicofactoren

ture, Minimal invasive, Proximal humerus,

voor stressfracturen bij onze patiënte, de ver-

Gepubliceerd in J Shoulder Elbow Surg 2012; 21: e20-e22

schillende mogelijkheden om de diagnose te

LETTER TO THE EDITOR

stellen en de therapeutische gevolgen.

REGARDING ‘‘ABERRANT ORIGIN OF THE LONG HEAD OF THE BICEPS: A CASE SERIES’’ Carl Dierickx1, Enrico Ceccarelli, Marco Conti, Jan

Gepubliceerd in J Shoulder Elbow Surg. 2012 Sep;21(9):1197-

Vanlommel, Alessandro Castagna.

206.

(1) University of Hasselt Hasselt, Belgium

FUNCTIONAL AND RADIOGRAPHIC MEDIUMTERM OUTCOME EVALUATION OF THE HUMERUS BLOCK, A MINIMALLY INVASIVE OPERA-

Gepresenteerd op het SECEC internationaal schoudercongres

TIVE TECHNIQUE FOR PROXIMAL HUMERAL

20/09/12 in Dubrovnic.

FRACTURES.

HUMERUSBLOCK ®:

Vundelinckx BJ, Dierickx CA, Bruckers L, Dierickx

A MINIMAL INVASIVE OPERATIVE TECHNIQUE

CH.

FOR PROXIMAL HUMERAL FRACTURES.

Orthopaedic Shoulder and Trauma Department, Jessa Hospital,

A FUNCTIONAL AND RADIOGRAPHICAL, MEDI-

Hasselt, Belgium.

UM-TERM OUTCOME EVALUATION.

Abstract

Bart J. Vundelinckx, Carmen A. Dierickx, Liesbeth

Background: Conservative treatment of se-

Bruckers, Carl H. Dierickx.

vere displacement of proximal humeral frac-

Background: In case of severe displacement

ture fragments yields bad functional results,

of proximal humeral fracture fragments, con-

but open operative techniques have a high

servative treatment yields bad functional

risk of avascular necrosis of the humeral

results, but open operative techniques have

head. We performed a medium-term outcome

a high risk of avascular necrosis (AVN) of the

evaluation of the Humerus Block (Synthes,

humeral head. We performed a medium-term

Oberdorf, Switzerland), a minimally invasive

outcome evaluation of the Humerusblock ®, a

technique used in selected patients with

minimal invasive technique, used in selected

proximal humeral fractures, to investigate the

cases of proximal humeral fractures, to in-

38 JESSALINEA

Avascular necrosis.


Symposia 2013 Symposium MENOPAUZE Datum:

zaterdag 30 november 2013

Locatie:

aula campus Salvator, Jessa Ziekenhuis Hasselt

Symposium CARDIO 2014 Datum:

zaterdag 7 december 2013

Locatie:

oude gevangenis van Hasselt

wetenschappelijke zitting milieu & gezondheid EPIGENETICA: VAN GEN TOT FENOTYPE KLINISCHE TOEPASSINGEN EN ETHISCHE ASPECTEN Datum:

zaterdag 14 december 2013

Locatie:

aula campus Salvator, Jessa Ziekenhuis Hasselt

Aangezien het DNA de machinerie is van ons organisme, dachten we na het ontrafelen van het menselijk genoom alle antwoorden te kunnen geven op al onze erfelijkheidsvraagstukken en het ontstaansmechanisme van vele ziekten te kunnen verklaren. Niets bleek minder waar.

Programma 08.30u

Ontvangst en registratie

Moderator: dr. Marc Raes, kinderarts Medisch manager moeder & kind,

Jessa Ziekenhuis

09.00u

Epigenetica: een nieuw paradigma

in de genetica prof. dr. Koen Devriendt

Centrum Menselijke Erfelijkheid, UZ Leuven

09.45u

RNA-interferentie:

Vele fenomenen echter laten veronderstellen dat ons DNA niet

ontdekking, mechanismen

zonder meer de blauwdruk is van ons lichaam. Er blijkt een epigenetische sturing te bestaan die de vertaling van het DNA

en de rol van miRNAs in kanker prof. dr. Veerle Somers

naar een bepaald fenotype en naar het functioneren van de ver-

Biomedisch Onderzoeksinstituut, UHasselt

10.30u

Koffiepauze

11.00u

Omgevingsfactoren

+ genetica = epigenetica prof. dr. Chris Van Geet Kindergeneeskunde / kinderhemato-oncologie UZ Leuven

11.45u

Mijn genoom. Online of off-line? prof. dr. Pascal Borry Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht, KU Leuven

12.30u

Slotbeschouwing prof. dr. Frank Weekers Medisch directeur, Jessa Ziekenhuis

Aansluitend receptie

schillende cellen en organen regisseert. De epigenetica vormt de brug tussen ‘nature’ en ‘nurture’. Epigenetica geeft antwoorden op vragen zoals: waarom eenzelfde gen zich anders kan gedragen naargelang het afkomstig is van vader of van moeder. Waarom eeneiige tweelingen met een identieke genetische code toch verschillend kunnen zijn. Hoe gebeurtenissen tijdens het leven van onze grootouders een invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van hun kleinkinderen. Hoe normale cellen kunnen ontsporen tot kankercellen. Hoe omgevingsfactoren, voeding, levensomstandigheden,… bepalend kunnen zijn voor het aan- en uitschakelen van bepaalde genen met welbepaalde fenotypes als eindresultaat. De epigenetica biedt ons kansen doch stelt ons ook voor verantwoordelijkheden om ons lot, onze toekomst deels in eigen handen te nemen. Hoe daarmee om te gaan is voor onze maatschappij een grote uitdaging met belangrijke ethische vragen.

info: www.jessazh.be

JESSALINEA 39


jessalinea nr 12 - december 2013 Verantwoordelijke uitgever:

vzw Jessa Ziekenhuis, Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt

Eindredactie:

dienst communicatie Jessa Ziekenhuis, Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt tel. 011 30 82 21, jessalinea@jessazh.be

www.jessazh.be info@jessazh.be www.facebook.com/jessaziekenhuis

40 JESSALINEA

www.twitter.com/jessaziekenhuis


Jessalinea nr 12