Issuu on Google+

Actreen Glys ®

Sonde voor intermitterende blaaslediging Sondage vésical intermittent

NIEUW NOUVEAU

... eenvoudig en veilig in gebruik Conjuger sécurite et simplicité

• Originele formule van het glijmiddel: H2O + glycerine*

Actreen® Glys Cath

- Beschermt en verzacht - Bevochtigt en hydrateert

• Niet-traumatiserende ogen - Geen uitstekende kanten – afgeronde, gepolierde en gelubrifieerde randen

• Eenvoudig en gemakkelijk in gebruik

- aucun angle proéminent - contours polis, adoucis et lubrifiés

• Utilisation facile

.. ..

rp

Na

* Fluhr JW, et al. Glycerol accelerates recovery of barrier function in vivo. Acta Derm Venerol. 1999,79,418-21. Leden M, Wessman C. The influence of a cream containing 20% glycerin and its vehicle on skin barrier properties.

Po u

B. Braun Medical N.V./S.A. Woluwelaan 140 b 1831 Diegem Tel.: 02/725 59 60 Fax: 02/725 96 05 admin.be@bbraun.com www.bbraun.be

..

- Immédiatement prêt à l'emploi (sans eau ni matériel annexe)

.

• Œils non traumatiques

..

- Effet protecteur et adoucissant - Propriétés humectantes et hydratantes

..

• Formule originale du lubrifiant: H2O + glycérine*

.

lu Voo am s d’ r m in ee /N fo r om rm in St :. ra at for .. at io m . /R .. n, at .. ue .. Po re ie :. .. stn nv fa .. .. .. .. oy x o r./ .. .. Cd .. ez f .. Te .. .. e .. ce e-m .. l./ Po .. .. Té tte a s .. .. t l.: .. .. al: .. pa il de .. .. .V .. Op .. .. ge ze o .. .. .. o m .. .. .. rn c p er .n .. .. a r.: .. .. kin am om agi .. .. pl na .. .G ge .. .. /P .. ét .. em .. n/ ré .. .. .. ée aa . n .E ee .. Re .. om , p ng m .. . n m . .. a t . ar ev : .. e . a i .. . . l / .. r : . . Vi .. qu .. .. .. fa uld .. .. l . . . l .. e . . xo m . e: .. .. .b .. s:. .. .. . . . u .. . . . u et .. .. .. s . . .. . . / . .. .. pa u .. .. bt .. .. .. .. . . . .. e . . . r e w: .. .. .. .. :. .. .. .. .. .. .. .. .. . -m . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ail .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. : .. .. .. . . . .

- Direct klaar voor gebruik (geen water of bijkomend materiaal nodig)


afgiftekantoor Gent X UROBEL

P508859

E D IT IE ARTSEN Stapelplein 32, 9000 - Gent E D IT IO N M E D E C IN S

UROBEL M

jaargang 2007 année nummer 6 numéro

A

G

A

Z

I

N

EDITIE VERPLEEGK UN - DIGEN EDITION INFIRMIER(E )S

E

MULTIDISCIPLINAIRE UITGAVE VOOR HET UROLOGISCHE ZORGGEBIED MAGAZINE INTERDISCIPLINAIRE DANS LE DOMAINE DES SOINS UROLOGIQUES

redactioneel / editorial

3

Voor u gelezen / Lu pour vous

4

Ageing male: “Chirurgische behandeling van erectiele dysfunctie” “Traitement chirurgical du dysfonctionnement érectile” “impact van diabetes mellitus” “L’impact de diabete mellitus” “Behandeling van erectiestoornissen” “De aanpak door verpleegkundigen” “De behandeling van hormoonrefractaire prostaatkanker” “Testosteron behandeling”

11

nieuws / nouvelles

28

Lidmaatschap / Les membres

30

Agenda

32

12 13 14 16 18 22 26


Your partner in

urology


Chers collègues,

Nummer 6 biedt zich aan met als thema “ageing male”, de ouder wordende man, met vooral aandacht voor erectiele dysfunctie. Deze problematiek krijgt meer en meer aandacht. De research en de geneesmiddelenindustrie hebben hier de laatste jaren grote sprongen gemaakt. Daarom geven we graag ruimte hiervoor in dit nummer.

Veel lees- en studiegenot.

Le numéro 6, qui est consacré au thème de l’ “ageing male”, l’homme qui vieillit, accorde une attention particulière au dysfonctionnement érectile. Cette problématique fait l’objet d’une attention croissante. La recherche et l’industrie pharmaceutique ont réalisé ces dernières années de grandes avancées dans ce domaine, c’est pourquoi nous nous faisons un plaisir d’y consacrer ce numéro. Nous remarquons également que le magazine jouit d’une notoriété de plus en plus importante dans le monde du travail. Nous nous en réjouissons. Naturellement, nous pouvons faire mieux encore, en étant mieux adaptés à vos besoins. Aussi sommes-nous ouverts à toutes suggestions, questions et remarques, … Celles-ci sont les bienvenues! En ce qui concerne les numéros suivants, nous révélons seulement qu’ils seront consacrés à la “vessie neurogène” (septembre) et aux “calculs” (décembre). L’année prochaine, nous développerons notamment les thèmes de “l’incontinence”, de la “traumatologie” et de la “pédiatrie”. Vous êtes impatients? Nous aussi! Nous vous souhaitons bonne lecture ainsi qu’une agréable étude!

Paul De Beuckeleer Hoofdredactie

Paul de Beuckeleer Rédacteur en chef

We merken intussen ook dat het tijdschrift meer en meer bekend raakt bij velen op het werkveld. Dat doet ons plezier. Allicht kunnen we nog beter. Meer afgestemd op uw behoeften. We staan graag open voor suggesties, vragen, opmerkingen, … Van harte welkom. Wat betreft volgende uitgaven verklappen we nu al dat deze zullen gaan over de “neurogene blaas” (september) en “stenen” (december). Volgend jaar belichten we o.a. “Incontinentie”, “traumatologie” en “pediatrie”. U kijkt er naar uit? Wij ook.

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

Redactioneel / Editorial

Beste collega’s,




Voor u gelezen / Lu pour vous

De penopauze bestaat niet

La pénopause n’existe pas

De mannelijke versie van de menopauze bestaat niet. Althans, ze is niet het gevolg van een afname van testosteron. Dat schrijft professor andrologie Dirk Vanderschueren in zijn boek ‘De Pikorde’.

La version masculine de la ménopause n’existe pas. En tout cas, elle n’est pas la conséquence d’une diminution de testostérone. Dirk Vanderschueren, professeur en andrologie, aborde ce thème dans son livre ‘De Pikorde’ (litt. ‘l’ordre pénien’).

De prof werkte mee aan een onaf­ hankelijke Europese studie over de andropauze. Volgens Vanderschueren zorgen ongezonde leefgewoonten en chronische aandoeningen voor een afname van het mannelijke hormoon testosteron, en niét andersom, zoals tot nu toe gedacht werd. “Aannemen dat alle ouder wordende mannen testosteron moeten krijgen, is duidelijk simplistisch”, concludeert Vanderschueren.

Le professeur Vanderschueren a collaboré à une recherche européenne indépendante sur l’andropause. D’après lui, ce sont les habitudes de vie malsaines et les affections chroniques qui sont responsables d’une diminution de la testostérone, l’hormone masculine, et non pas l’inverse, comme on le pensait jusqu’à ce jour. « Tous les hommes qui vieillissent doivent recevoir de la testostérone », conclut Vanderschueren.

‘De Pikorde’ is verschenen bij Uitgeverij Houtekiet en kost € 16,50.

Le livre ‘De Pikorde’ est publié chez Houtekiet et coûte 16,50 euros.

Hormonen in rundsvlees verminderen het mannelijk zaad Mannen, wiens moeder tijdens de zwangerschap veel rundsvlees heeft gegeten, lopen een hoger risico op een slechtere kwaliteit van hun sperma, zo bericht een onderzoeksteam rond Shanna Swan van de Universiteit van Rochester in het wetenschappelijke vakblad Human Reproduction. De wetenschappers brengen een en ander in verband met het gehalte aan kunstmatige groeihormonen in vlees. Het team bevroeg in de VS levende mannen die zich tussen 1999 en 2005 met hun zwangere vrouw aandienden in een ziekenhuis, en die geboren waren tussen 1949 en 1983. 773 mannen stelden een spermastaal ter beschikking. Bij 387 van hen was middels een vragenlijst bekend hoeveel rundsvlees hun eigen moeder had gegeten tijdens de zwangerschap. Bij mannen, wiens moeder tijdens de zwangerschap meer dan zeven keren rundsvleesmaaltijden had in de week, lag de concentratie aan sperma een kwart (24,3 %) lager. Bovendien was het aandeel mannen, die minder dan 20 miljoen zaadjes per milliliter sperma hadden, in deze groep drie keer hoger dan bij degenen wiens moeder minder rundsvlees had gegeten (17,7 tegen 5,7 %). Mannen met dergelijke waarden zijn volgens de Wereldgezondheidsorganisatie minder vruchtbaar. 

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

Anderzijds vonden de onderzoekers naar eigen zeggen geen samenhang tussen de spermahoeveelheid en de consumptie van ander vlees. De resultaten wijzen volgens het vakblad in de richting van de conclusie dat kunstmatige stoffen, zoals groeihormonen, de ontwikkeling van de teelballen veranderen en de voortplantingscapaciteit verzwakken. In een begeleidend commentaar schreef Frederick vom Saal van de Universiteit van Missouri dat de bevindingen van Swan en co mogelijk “slechts de top van de ijsberg” zijn. Mogelijk spelen kunstmatige stoffen ook een rol bij andere voortplantingsproblemen. In de VS worden synthetische groeihormonen op grote schaal gebruikt sinds 1954. Sommige zijn ondertussen verboden. Andere zoals testosteron worden meer en meer ingezet, aldus de vorsers van de Universiteit van Rochester. Zij sluiten ook een andere samenhang tussen de rundsvleesconsumptie van de moeder en de teelbalontwikkeling van de zoon niet uit, zoals pesticiden in het vlees of onderscheid in de levenswandel van de vrouwen. Gazet van Antwerpen


Viagra en vente dans les magasins britanniques

Sinds 14 februari – niet toevallig SintValentijn – is de erectiepil Viagra vrij te verkrijgen in enkele Britse winkels. Een voorschrift van de dokter is niet langer vereist. Vanaf 14 februari liggen de pillen in de rekken van Boots, een keten van verzorgingsproducten. De kopers moeten wel eerst een vragenlijst invullen en hun bloeddruk en cholesterolniveau laten meten. Bovendien maken enkel mannen tussen de 30 en 65 jaar aanspraak op een doosje. Ze betalen 50 pond (75 euro) voor vier stuks. Op Valentijn wordt het project getest in enkele vestigingen van Boots in Manchester. Als het een succes wordt, kan binnenkort ook de rest van de Britten zijn voordeel doen met de blauwe pillen. Uit onderzoek blijkt dat drie miljoen onder hen met erectieproblemen kampt.

A partir de 14 février – pas par hasard au jour de la Saint-Valentin – la pilule érectile Viagra est librement en vente dans quelques magasins britanniques. Une prescription du médecin n’est plus nécessaire. A partir de 14 février on peut acheter les pilules dans les filiales de Boots, une chaîne de produits de soin. Les acheteurs doivent d’abord remplir un questionnaire et laisser prendre leur tension et niveau de cholestérol. En plus, seulement des hommes entre 30 ans et 65 ans peuvent acheter ce médicament. Ils paient 75 euros pour quatre pièces. Le projet est testé dans quelques magasins de Boots à Manchester au jour de la Saint-Valentin. Si le projet connaît beaucoup de succès, les pilules bleues seront disponibles pour le reste des britanniques. Une recherche a montré que trois millions de britanniques ont des troubles d’érection.

Gazet van Antwerpen, 11 februari 2007

Gazet van Antwerpen, 11 février 2007

Voor u gelezen / Lu pour vous

Viagra ligt in de Britse winkelrekken

Mannelijk zaad veroudert óók Niet alleen de geslachtscellen van vrouwen boeten met de leeftijd aan kwaliteit in. De kwaliteit van sperma neemt af naarmate mannen ouder worden. Hun zaadcellen gaan trager zwemmen en stapelen de genetische defecten op, volgens artsen uit de VS. Dat betekent dat oudere mannen minder vruchtbaar zijn en meer kans maken op een gehandicapt kind – net als oudere vrouwen. Al eeuwen weten onderzoekers dat geboorteafwijkingen vaker voorkomen bij kinderen van oudere ouders. Maar de blaam voor hiervoor werd meestal bij de vrouw gelegd, wier vruchtbaarheid terugloopt met de leeftijd en ophoudt te bestaan na de menopauze. Vrouwen worden met een vaste voorraad onrijpe eicellen geboren, die later in het leven rijpen: elke maand één. Hoe ouder een rijpende eicel is, hoe vaker ze genetische defecten bevat. Dat verkleint de kans op zwangerschap en vergroot het risico op een kind met een genetische afwijking, zoals het syndroom van Down (mongolisme). Daarom krijgen zwangere vrouwen vanaf hun 36ste de raad een vlokkentest of vruchtwaterpunctie te ondergaan, om naar afwijkingen bij het ongeboren kind te speuren. Maar ook bij mannen speelt de leeftijd op, schrijven artsen van het Lawrence Livermore National Laboratory in de Proceedings

of the National Acaderny of Sciences, “Weliswaar maken mannen elke dag verse zaadcellen aan en kunnen ze tot ze hoogbejaard zijn voor nageslacht zorgen. Maar onze studie geeft aan dat dit niet tot uitstelgedrag mag leiden”, zegt Andrew Wyrobek. “Mannen die het vaderschap uitstellen, lopen op latere leeftijd een verhoogd risico op onvruchtbaarheid maar ook op kinderen met een handicap.” De onderzoekers bestudeerden spermastalen van 97 mannen van 22 tot 80 jaar, die allemaal werkten of hadden gewerkt bij hetzelfde overheidslab. Uitgesloten van de studie werden mannen van wie het zaad om andere redenen dan leeftijd beschadigd kon zijn, zoals sigarettenrokers. Vanaf de leeftijd van 56 jaar begon het zaad van de mannen zoveel schade op te stapelen dat dit gevolgen kon hebben voor hun vruchtbaarheid en de gezondheid van hun nageslacht. De onderzoekers zagen bijvoorbeeld dat genetische afwijkingen die tot dwerggroei leiden, twee procent vaker in het sperma voorkomen met elk extra levensjaar. (reuters, hvde) De Standaard UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007




Voor u gelezen / Lu pour vous

Testosteron maakt jongens niet per se agressief Het mannelijk hormoon testosteron maakt jongens niet per se agressief. Dat blijkt uit een doctoraatsonderzoek dat Hans Vermeersch heeft uitgevoerd aan de vakgroep sociologie van de Gentse Universiteit. Hij zocht bij zeshonderd meisjes en jongens van gemiddeld 14,5 jaar naar de link tussen biosociale factoren en risicogedrag. Het onderzoek geeft aan dat het verband tussen testosteron en agressieve vormen van risicogedrag klein is. Wel blijkt dat jongens met veel mannelijk hormoon meer neigen naar risicogedrag, maar dan niet-agressieve risicogedragingen, zoals spijbelen, drug- en alcoholgebruik, of nog, ‘s nachts het huis uitglippen. Ze zijn ook onrustiger, gebrand op kicks en zoeken gelijkgestemden op. “Soort zoekt soort”, aldus Vermeersch. Meisjes met meer vrouwelijk hormoon (estradiol) zijn meer dan anderen gevoelig voor de sociale omgeving: het zich niet begrepen voelen, ruzie tussen de ouders, enzovoort. Risicogedrag is meestal van voorbijgaande aarde en eigen aan de adolescentie. Het blijft een mix van omgeving en biologie, aldus Vermeersch. Slechts in extreme gevallen en in bepaalde landen wordt, bijvoorbeeld bij pedoseksuele verkrachters, hormoontherapie (“chemische castratie”) toegepast. Gazet van Antwerpen

Roken kan leiden tot erectiestoornissen Australische onderzoekers hebben andermaal aangetoond dat roken erectiestoornissen kan veroorzaken. Mannen die minstens 1 pakje sigaretten per dag roken, hebben 40 % meer kans op een erectiestoornis en impotentie dan niet-rokers. Het onderzoek is gebaseerd op gegevens van 8.367 mannen tussen 16 en 59 jaar oud. Hoe hoger het sigarettenverbruik, hoe meer kans op een erectiestoornis. Ook matig alcoholgebruik (één tot vier drankjes per dag) verhoogt de kans op een erectiestoornis. Gezondheid.be 

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

Testostérone ne fait pas nécessairement des garçons agressifs La hormone masculine testostérone ne fait pas nécessairement des garçons agressifs. Cela semble d’une recherche de doctorat que Hans Vermeersch a effectué à l’unité d’enseignement et de recherche de sociologie de l’Université de Gand. Il cherchait le lien entre des facteurs biosociales et du comportement de risque chez six cents filles et garçons de 14,5 ans en moyenne. La recherche montre que le rapport entre testostérone et des formes agressives du comportement de risque est minimal. Bien qu’il semble que des garçons avec beaucoup d’hormone masculine inclinent plus au comportement de risque, mais il s’agit des comportements de risque non-agressifs comme sécher la classe, de l’emploi de drogue et d’alcool ou sortir la maison pendant la nuit. Ils sont aussi plus agités, ils aiment de se défoncer et ils fréquentent des personnes homogènes. « Les mêmes espèces de personnent se cherchent », ainsi Vermeersch. Des filles avec plus d’hormone féminine (estradiol) sont plus sensibles à l’entourage sociale: elles ne se sentent pas comprises, de la dispute entre les parents, etc. Du comportement de risque est généralement temporaire et propre à l’adolescence. Il reste un mix d’entourage et biologie, dit Vermeersch. Seulement dans des cas extrèmes et dans certains pays, on applique la thérapie d’hormone (‘castration chémique’), par exemple chez des violeurs pédosexuels. Gazet van Antwerpen

Fumer peut causer des difficultés d’érection De nouveau des scientifiques australiens ont montré que fumer peut mener aux difficultés d’érection. Des hommes que fument au moins un paquet de cigarettes ont 40 % plus de risque à une difficulté d’érection ou de l’impuissance que des non-fumeurs. La recherche a été basée sur des données de 8.367 hommes entre 16 et 59 ans. Plus la consommation de cigarettes augmente, plus le risque à une difficulté d’érection grandit. Aussi une consommation d’alcool modérée (d’un à quatre boissons par jour) multiplie la chance à une difficulté d’érection. Gezondheid.be


Your partner in

urology


Purpose

We determined penile length alterations in men treated with androgen suppression plus radiation therapy for local or locally advanced prostate cancer.

Materials and Methods

Results

With the initiation of therapy a gradual decrease in stretched penile length was observed. Penile shortening was statistically significant at a mean followup of 18 months (mean 14.2 to 8.6 cm, p <0.001).

From November 2000 to November 2005, 47 patients were enrolled in this prospective study. After clinical staging all patients received hormonal therapy (luteinizing hormone releasing agonist, leuprolide acetate or goserelin every 3 months for a total of 3 injections) and at month 7 of hormonal therapy radiation therapy was begun (total 70 Gy) for 7 weeks. Stretched penile length measurements were performed before starting androgen suppression therapy and every 3 months thereafter with a paper ruler.

Conclusions

Penislengte & prostaatkanker

Longueur du pénis & carcinome de la prostate

In het januari nummer van de Journal of Urology vonden we dit eigenzinnig artikel. De auteurs deden een lengtebepaling (stretched lenght) van de penis bij 47 patiënten met een gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Al deze patiënten kregen daarna 3 keer een 3-maandelijkse injectie Lucrin en 70 Gy uitwendige radiotherapie als behandeling van hun prostaatcarcinoom. Na 18 maanden werd de penislengte op dezelfde manier terug gemeten. De gemiddelde penislengte vóór behandeling bedroeg 14,2 cm, terwijl dit na de behandeling gemiddeld nog 8,6 cm bedroeg (p<0.001). Verder bleek dat vóór de therapie 23 % van de patiënten normale erecties had, na 18 maanden kon 12,5 % van de patiënten coïtus hebben. De auteurs menen dan ook dat de patiënten voor een dergelijke behandeling ook van deze bijwerking op de hoogte moeten worden gebracht. Een tijdelijke hormonale therapie verhoogt de therapeutische efficiëntie van een uitwendige radiotherapie voor prostaatcarcinoom, maar de seksuele bijwerkingen zijn niet te onderschatten!

Dans le numéro de janvier de Journal of Urology, nous trouvons cet article buté. Les auteurs ont fait une détermination de longueur (longueur étendue) du pénis chez 47 patients avec un carcinome de la prostate localisé. Après, tous ces patients recevaient un traitement de leur carcinome de la prostate : une injection Lucrin chaque trois mois et on le répétait trois fois, et une radiothérapie extérieure 70 Gy. Après 18 mois, la longueur du pénis est de nouveau mesuré de la même manière.

Our findings support observations of decreased penile length after neoadjuvant hormonal therapy plus external beam radiation therapy for local or locally advanced prostate cancer. Patients should be counseled before therapy that penile shortening may occur.

Voor u gelezen / Lu pour vous

Penile length changes in men treated with androgen suppression plus radiation therapy for local or locally advanced prostate cancer

Journal of Urology: Ahmet Haliloglu, Sumer Baltaci, Onder Yaman

Avant le traitemement la longueur moyenne du pénis etait à 14,2 centimètres, tandis qu’après le traitement c’était encore 8,6 centimètres (p<0,001). Autre, il semblait qu’avant la thérapie 23 % des patients avaient des érections normales et après 18 mois 12,5 % des patients pouvaient avoir copulation. Alors, les auteurs trouvent qu’avant ce traitement les patients doivent être informé sur cet effet secondaire. Une thérapie hormonale temporaire augmente l’efficacité thérapeutique d’une radiothérapie extérieure pour un carcinome de la prostate, mais on ne peut pas sous-estimer les effets secondaires sexuels !

Ref : J. Urol., 117, 1, 128-130, 2007.

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007




Voor u gelezen / Lu pour vous

Kunstsperma levert nageslacht Voor het eerst hebben wetenschappers dieren verwekt met zaadcellen die in het laboratorium gemaakt zijn. Zes muizen zijn geboren na de bevruchting van een (gewone) muizen eicel met zaad dat in een labschaaltje is gekweekt. De zaadcellen werden gemaakt van stamcellen die uit muizen­ embryo’s waren geïsoleerd. Stamcellen zijn delingskrachtig en. kunnen nog tot veel verschillende celsoorten uitgroeien. Onnatuurlijke zaad rijping veroorzaakt genetische afwijkingen Wetenschappers hopen al lang met stamcellen uit embryo’s of uit beenmerg zieke organen op te lappen en voortplantingscellen te maken. Verschillende onderzoeksgroepen hebben al zaadcel- of eicelachtige cellen gekweekt uitstamcellen, maar een succesvolle bevruchting was tot nu toe nog niet gelukt. Een team onder leiding van Karim Nayernia van de universiteit van Göttingen is daar nu wel in geslaagd. Al begonnen de wetenschappers niet helemaal met ‘maagdelijke’ stamcellen. Ze kozen in embryo’s specifiek de cellen die al op weg waren voorlopers te worden van zaadcellen. In een kweekvloeistof moedigden ze die cellen met stimulerende stoffen aan om volwassen zaadcellen te worden. Het succes moet ook om andere redenen gerelativeerd worden. Van de 210 eicellen die in het lab een kunstzaadcel kregen ingespoten, groeiden er na inplanting in draagmoeder­muizen maar 65 uit tot een embryo. Daaruit ontstonden maar zeven

jongen, waarvan er ééntje al snel stierf. Ook de andere zes jongen overleden vroegtijdig. Geen enkel van de zes verwekte muizen leefde langer dan vijf maanden (gezonde muizen leven enkele jaren) en ze waren allemaal te groot of te klein en vertoonden afwijkingen. Die zijn waarschijnlijk te wijten aan een verkeerde aan- en uitschakeling van genen in de laboratoriumzaadcellen, omdat de cellen niet het normale rijpingsproces in het groeiende mannelijke embryo hebben doorgemaakt. De methode is daardoor nog lang niet geschikt om bij mensen te worden toegepast, waarschuwen ook andere wetenschappers naar aanleiding van het recente onderzoeksrapport in het vakblad Developmetal Cello Door de grote faalkans zou het onethisch en uiterst riskant zijn de experimentele methode al bij mensen te testen. Voor wetenschappers daar nog maar aan kunnen denken, moeten ze eerst de techniek bij dieren met grote precisie in de vingers krijgen. De geboorte van de muizen­jongen na bevruchting met kunst­ matig sperma is wel een wetenschappelijke mijlpaal in het vrucht­ baarheids­onderzoek, benadrukken vakgenoten. Het vergroot het inzicht in de zaadrijping, en die kennis kan op veel manieren bijdragen aan betere behandelingen tegen onvruchtbaarheid. De Standaard

We willen geen seks maar knuffels! Ons seksleven draait op een laag pitje. We hebben alle zin voor avontuur verloren en ons libido en onze interesse bereiken een historisch dieptepunt. Bovendien verklaart minder dan de helft van de ondervraagden (44 %) tevreden te zijn met zijn seksleven. Om het tij te doen keren, willen we meer romantiek, quality time en experimentjes in de slaapkamer. Dit zijn slechts enkele opmerkelijke resultaten van de Durex Sexual Wellbeing Global Survey. De studie werd uitgevoerd door onderzoeksbureau Harris Interactive en vond plaats in 26 landen via een representatieve steekproef bij in totaal 26.032 mensen. De deelnemers werden ondervraagd over de fysieke, emotionele en sociologische aspecten van hun seksleven zonder dat ze wisten dat Durex de opdrachtgever was, om zo tot objectieve resultaten te komen. Aan de hand van deze studie wil Durex de ware betekenis van ‘seksueel welzijn’ in kaart brengen. Uit de eerste resultaten bleek alvast dat seksueel welzijn veel meer inhoudt dan het aantal keer seks dat we per week hebben (het fysieke aspect). Seksueel welzijn is de combinatie van fysieke, emotionele (respect voor elkaar, luisteren naar elkaars wensen) en sociologische (seksuele opvoeding, achtergrond) aspecten. 10

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

De zachte aanpak Volgens het rapport zijn onze seksuele prioriteiten aan het veranderen. Seksueel welzijn draait voornamelijk rond positieve fysieke en emotionele ervaringen. De one-night stands maken plaats voor langdurige relaties waarbij een gevoel van geborgenheid in de slaapkamer centraal staat. Binnen deze relaties zijn we op zoek naar de zachte en tedere zijde van seks. Bijna 4 op de 10 ondervraagden (39 %) zijn op zoek naar meer knuffels, liefde en romantiek, en 36 % wil gewoon meer quality time met de partner. Volgens 37 % van de ondervraagden zijn stress en vermoeidheid de grote spelbrekers in bed. Seks is dus de grote verliezer van onze moderne levensstijl. Op de vraag ‘Hoe kan je je seksleven uit het slop halen?’ antwoordde meer dan de helft (53 %) dat een beetje experimenteren hierbij een belangrijke rol speelt: rollenspel (12 %), massage (11 %), seksuele fantasieën (10 %), bondage en orale seks (beide 9 %) prijken op ons verlanglijstje. Gazet van Antwerpen


Dr. K. van Renterghem, Uroloog Virga Jesse Ziekenhuis, Hasselt Erectieproblemen zijn veel voorkomend. Men spreekt nogal gemakkelijk van impotentie, het is echter beter de term erectiele dysfunctie te gebruiken aangezien dit beter de ganse problematiek omtrent erectieproblemen beschrijft. Een erectiele dysfunctie is inderdaad een toestand waarbij er op verschillende manieren een probleem kan ontstaan bij de man om tot een normale geslaagde gemeenschap te kunnen overgaan. De erectieduur kan onvoldoende zijn, de hardheid van de erectie kan onvoldoende zijn, de zaadlozing kan vroegtijdig zijn, etc. Erectiele dysfunctie is dus een probleem dat frequent is, zeker naarmate de leeftijd toeneemt. Het is zo dat we bij mannen van ongeveer 50 jaar zeker bij 1op 3 in min of meerdere mate te maken krijgen met al dan niet voorbijgaande problemen van een erectiele dysfunctie. Jammer genoeg berust er nog steeds een vrij groot taboe over deze materie zodat men hierover niet makkelijk zal praten en zeker niet makkelijk hulp zal zoeken. De eerste chirurgische pogingen om erectieproblemen op te lossen situeren zich in de 18de eeuw met elektrotherapie en koudetherapie. Nadien waren er een aantal experimenten op het einde van de 19de eeuw met testisextracten o.a. van honden. Ook vasectomie was omstreeks de jaren 1900 populair in dit kader, dit werd o.a. door Sigmund Freud gepropageerd. In 1936 implanteerde Bogoras subcutaan ribkraakbeen. Het eerste synthetische implantaat dateert van 1950 (Scardino) om uiteindelijk te resulteren in 1973 met implantatie van de inflatable prothese door Scott. Erectieprotheses kunnen onderverdeeld worden in rigide protheses, maleabele protheses en inflatable protheses die opblaasbaar zijn. De opblaasbare protheses worden onderverdeeld in ééndelige, tweedelig en tenslotte driedelige protheses die de meest courante groep van implantaten vormt. De driedelige prothese bestaat uit twee cilinders voor de corpora cavernosa, een scrotale pomp en een abdominaal

reservoir. Zeer belangrijk is de preoperatieve oppuntstelling van patiënten die behalve de routine medische testen vooral zich zal toespitsen op preventie van infecties. Dit wordt bekomen door zeer rigoureuze Iso-Betadine baden preoperatief, de patiënt wordt in principe als eerste op de lijst gezet, de patiënt wordt net voor de operatie geschoren en dan onder narcose nog grondig ontsmet gedurende een half uur. De ingreep gebeurt hierdoor ook onder breedspectrumantibiotica.

Dossier / Dossier

Chirurgische behandeling van erectiele dysfunctie

De meest klassieke ingreep is de infrapubische procedure waarbij de incisie doorgaans longitudinaal is. De penoscrotale procedure geeft een goed zicht op de corpora en is aangewezen bij obese patiënten. Bij de ingreep worden eerst de corpora cavernosa geopend om daarna het spongiues weefsel uit te ruimen. De cilinders worden in beide corpora cavernosa geplaatst. Vervolgens wordt een ruimte gecreëerd intertesticulair scrotaal om de pomp te plaatsen. Het reservoir wordt abdominaal geplaatst doorgaans extraperitoneaal en paravescicaal. Postoperatief heeft patiënt een verblijfssonde gedurende 12 uren, evenals een compressief verband. Lokaal ijs is initieel belangrijk. De prothese wordt in geïnfleerde status gedurende 12u gelaten. Een redon wordt in principe vermeden, dit omwille van infectierisico. Belangrijk is de ingreep snel te laten verlopen en peroperatief ook regelmatig met antibiotica te spoelen opnieuw in het kader van preventie van infecties. Patiënt wordt ontslagen met antibiotica­ profylaxie peroraal? Zeer belangrijk ook is dat patiënten de eerste zes weken geen coïtus hebben, de prothese daarentegen wordt zo snel als mogelijk geactiveerd en bediend. De belangrijkste complicaties zijn van infectieuze aard en gelukkig zeldzaam. De enige behandeling is in principe een explantatie met evnetueel indien mogelijk een salvage procedure. Vooral bij diabetespatiënten vormt deze complicatie een risico. De tevredenheid bij deze patiënten is hoog, we vermelden 89 % tevreden­heid bij de man­nelijke partner, 70 % bij de vrouw­e­lijke partner.

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

11


Dossier / Dossier

Traitement chirurgical du dysfonctionnement érectile Dr. K. van Renterghem, Urologue Hôpital Virga Jesse, Hasselt Beaucoup de personnes ont des problèmes érectiles. On parle assez souvent d’impuissance, mais il est préférable d’utiliser le terme dysfonctionnement érectile car ce terme décrit toute la problématique des problèmes érectiles. Un dysfonctionnement érectile est en effet une situation dans laquelle un homme peut – pour diverses raisons – ressentir des problèmes pour avoir des rapports sexuels normaux et réussis. Il est possible que la durée de l’érection ne suffise pas, que la rigidité de l’érection soit insuffisante, que l’éjaculation soit précoce, etc. Le dysfonctionnement est donc un problème fréquent, certainement à mesure que l’âge augmente. Vers la cinquantaine, 1 homme sur 3 souffre – plus ou moins – de problèmes persistants ou temporaires de dysfonctionnement érectile. Malheureusement, ce sujet fait toujours l’objet d’un important tabou si bien que beaucoup éprouvent des difficultés à en parler et à demander de l’aide. Les premiers essais chirurgicaux visant à résoudre les problèmes érectiles remontent au 18ème siècle, avec l’électrothérapie et la thérapie par le froid. Par la suite, il y a eu quelques expériences à la fin du 19ème siècle, pratiquées avec des extraits de testicule entre autres de chiens. La vasectomie était populaire vers les années 1900 ; elle s’est notamment popularisée avec Sigmund Freud. En 1936, Bogoras a implanté du cartilage costal sous-cutané. Le premier implant synthétique date de 1950 (Scardino) et a débouché finalement, en 1973, sur l’implantation de la prothèse gonflable par Scott. Les prothèses érectiles peuvent être subdivisées en prothèses rigides, prothèses malléables et prothèses gonflables. Parmi les prothèses gonflables, il y a les prothèses en une pièce, les prothèses en deux pièces et, finalement, les prothèses en trois pièces qui composent le groupe le plus courant des implants. La prothèse en trois pièces comprend deux cylindres pour le corps caverneux, une pompe scrotale et un réservoir abdominal. La prépa-

ration préopératoire des patients est très importante. Hormis les examens médicaux de routine, elle est essentiellement axée sur la prévention d’infections. Pour ce faire, on pratique des bains très rigoureux à l’Iso-Betadine avant l’opération. En principe, le patient est placé tout en haut de la liste pour être opéré le premier. On le rase juste avant l’opération, on le désinfecte en profondeur pendant une demie heure et on le met sous anesthésie. Pour cette raison, l’opération se passe sous antibiotiques à large spectre. L’opération la plus classique est la procédure infrapubienne, dans laquelle l’incision est plutôt longitudinale. La procédure pénoscrotale donne une bonne vision du corps caverneux et la meilleure solution pour les patients obèses. Durant la procédure, on ouvre d’abord le corps caverneux, pour retirer ensuite le tissu spongieux. Les cylindres sont mis dans les deux corps caverneux. Par la suite, on crée un espace intertesticulaire scrotal pour placer la pompe. Le réservoir est placé au niveau abdominal, plutôt extrapéritonéal et paravéscical. Après l’opération, le patient a un cathéter de longue durée pendant 12 heures, de même qu’un bandage compressif. Il importe d’appliquer de la glace localement. La prothèse est laissée pendant 12 heures dans un état gonflé. En principe, on évite d’utiliser un redon pour le risque d’infection. Pour la prévention d’infections, il est important que l’opération se déroule vite et que l’on rince régulièrement avec des antibiotiques avant l’opération. Le patient peut sortir de l’hôpital avec une prophylaxie antibiotique orale. Il est également très important que les patients n’aient pas de rapports sexuels pendants les 6 premières semaines. En revanche, la prothèse doit être activée et employée le plus vite possible. Les complications les plus importantes sont de type infectieux et sont heureusement rares. Le seul traitement est le retrait avec – si possible – une procédure de sauvetage. Cette complication représente surtout un risque pour les patients diabétiques. Cette intervention engendre un degré de satisfaction élevé : 89 % de satisfaction chez le partenaire masculin et 70 % de satisfaction chez la partenaire féminine.

Lijst van de adverteerders / Liste des annonceurs B. BRAUN MEDICAL BAYER HEALTHCARE BAYER HEALTHCARE ELI LILY BENELUX 12

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

p. 6 p. 2 p. 7 p. 8

IVS OLYMPUS BELGIUM PFIZER TENACS O.H.P.

p. 0 p.  p.  p. 21


Dr. Van Hoof Seksuologe UA

1. Bespreekbaar maken van problemen Heel wat ziekten veroorzaken seksuele disfuncties. Nochtans wordt bij het stellen van de diagnose en het uitstippelen van een beleid het seksuele luik hiervan nog al te vaak, bewust of onbewust, over het hoofd gezien. In een arts/patiënt relatie is het aan de artsen om seksualiteit bespreekbaar te maken. Dit vereist niet alleen de nodige empathie maar ook de nodige tijd en ruimte, wat in een drukke artsenpraktijk uiteraard niet altijd vanzelfsprekend is. Diabetici worden door de behandelende arts onvoldoende of helemaal niet ingelicht over het mogelijke impact, op latere leeftijd, van deze aandoening op hun seksueel functioneren vanuit een zekere schroom vanwege de arts om over seks te praten en/of onwetendheid over de seksuele gevolgen van diabetes mellitus (DM) op lange termijn. Dit laat de arts nochtans toe om enerzijds te anticiperen op mogelijke seksuele disfuncties ten gevolge van de ziekte door de nodige en correcte informatie te bieden en anderzijds ook te informeren naar mogelijks nog onuitgesproken seksuele problemen.

2. Diagnostiek Het hanteren van een holistisch model (lichamelijk/psychisch/ relationeel/sociaal) kan helpen bij het uitzoeken van mogelijke oorzaken die aan de basis kunnen liggen van seksuele problemen bij DM. 2.1. Psychoseksuele remmingen, veroorzaakt door gevoelens van onmacht, boosheid, angst en depressieve gevoelens, leiden tot een verminderde libido bij diabetici. 2.2. Seksuele disfuncties tengevolge van DM hypothekeren op hun beurt een bestaande relatie of de kans op een hernieuwde partnerrelatie. Inadequate seksuele communicatie tussen het koppel kan gevoelens van wrok en onbegrip veroorzaken waardoor de seksuele relatie in een negatieve spiraal terecht komt. Angst voor negatieve reacties vande partner kan maken dat mannen seks gaan vermijden. In deze levensfase is de kans ook groter dat men voor een vernieuwde partnerkeuze staat hetgeen door de

seksuele problemen al te vaak gehypothekeerd wordt. Maar ook bij de ‘gezonde’ partner kunnen seksuele problemen tengevolge van ouderdom of secundair aan de seksuele disfunctie van de ‘zieke’ partner de kop opsteken. Daarom is het altijd nodig discreet te informeren naar mogelijke seksuele disfuncties bij beide partners. 2.3. Gelukkig wordt in onze zorgmaatschappij niemand medische behandeling ontzegd wat spijtig genoeg niet kan gezegd worden van noodzakelijke psychoseksuele hulpverlening, die slechts voor enkelen is weggelegd.

Dossier / Dossier

impact van diabetes mellitus op seksueel reageren bij mannen

2.4. Veranderingen in de fysiologische seksuele responscyclus kunnen op lange termijn optreden als lichamelijk gevolg van DM. Op elk van de vier fasen van de seksuele responscyclus kan DM een negatieve invloed uitoefenen. 2.4.1. De libido Het ziekteproces op zich, zeker bij ernstige en slecht geregelde DM, veroorzaakt een lichamelijke malaise waardoor de zin om seksueel actief te zijn – seks vraagt lichamelijke energie – duidelijk kan verminderen. Libidoproblemen tengevolge van vermindering van testosteron, een mogelijk gevolg van een natuurlijk verouderings proces. 2.4.2. De seksuele opwinding Voor een stevige erectie is een goede bloedvoorziening nodig. DM verhoogt op langere termijn de kans op vaatafwijkingen met erectiele disfunctie als gevolg. Wanneer de rigiditeit van de penis onvoldoende is voor penetratie, betekent dit voor het koppel de onmogelijkheid nog seksuele gemeenschap te hebben. Sommige mannen komen hierdoor in een identiteitscrisis terecht” Mag ik er nog zijn als man?!” 2.4.3. Het orgasme Beschadiging van de bezenuwing naar de seksuele organen tengevolge van de polyneuropathie kan problemen met het opwekken van het orgasme tot gevolg hebben; ook retrograde ejaculatie is een vaak voorkomend symptoom door onvoldoende sluiten van de kringspier tussen blaas en prostaat. Ouderdom (seksueel / fysiologisch kan men vanaf vijftig jaar spreken van ouderen) gaat bij mannen sowieso de behoefte om bij het vrijen telkens orgastisch te zijn verminderen. De intensiteit gaat afnemen alsook de kracht waarmee het ejaculaat naar buiten gestuwd wordt. De refractaire periode gaat drastisch toenemen van uren tot dagen.

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

1


Dossier / Dossier

2.4.4. Satisfactie De seksuele satisfactie of tevredenheid hangt samen met de emotionele terugblik op de voorbije seksuele activiteit. Nu blijkt dat de graad van satisfactie vooral afhankelijk is vande psychische bevrediging o.a. relationele betrokkenheid en in mindere mate afhankelijk is van de lichamelijke bevrediging zoals het al dan niet orgastisch zijn of het al dan niet hebben van coïtus. Het onderhouden van niet-coitale seksualiteit – wanneer coïtus niet mogelijk is o.w.v een persisterende erectiele disfunctie – zegt veel over de graad van tederheid en intimiteit en de psychoseksuele draagkracht van het koppel.

3. Behandeling 3. 1. Preventie Uiteraard is een goede controle van de DM op de eerste plaats aangewezen om algemene malaise en seksuele disfuncties tengevolge van angio- en polyneuropathie te voorkomen Het is aan de artsen en hulpverleners om – tot in den treuren toe – hierop toe te zien en dit te bemoedigen.

3.2. Het voorschrijven van een erectiepil; het aanleren van intracaverneuze injecties of het gebruik van een vacuümpomp kunnen bij erectieproblemen enig soelaas bieden. Indien echter alle hulpmiddelen uitgeput zijn blijft alleen de mogelijkheid op het plaatsen van een erectieprothese. Hierbij moet men rekening houden met een verhoogd risico op infecties bij diabetici (dit geldt ook voor ICI) en dat de partner 100 % achter deze ingreep moet staan; een stevige erectie maakt van een man nog geen goede minnaar! 3.3. Het belangrijkste adagio is echter dat ‘vrijen’ gelijk staat aan ‘vrije tijd’. Vrijen vereist de nodige seksuele stimulatie; zowel lichamelijk (wederzijdse aanrakingen, strelingen, zoenen) als psychogeen (seksuele fantasieën). Met de leeftijd neemt het belang aan een leuk en gevarieerd seksueel voorspel – ook voor mannen – toe; dit wordt helaas door hun vrouwelijke tegenspelers al eens vergeten! Neurotische remmingen bij beide partners, meegekregen vanuit de opvoeding, kunnen het gebruik van seksuele fantasieën of specifieke lichamelijke aanrakingen blokkeren. Psychoseksuele counseling kan door het geven van enerzijds correcte seksuele informatie en anderzijds geruststelling waar nodig deze neurotische remmingen bespreekbaar maken en oplossen.

L’impact de diabete mellitus (DM) sur la réaction sexuelle chez les hommes Dr. Van Hoof Sexuologue UA

1. Oser discuter des problèmes Beaucoup de maladies engendrent des dysfonctionnements sexuels. Pourtant, les troubles sexuels sont encore trop peu – consciemment ou inconsciemment – abordés quand on établit le diagnostic et définit une stratégie. Dans la relation médecin-patient, c’est au médecin qu’il incombe de discuter de la sexualité. Pour ce faire, il doit non seulement faire preuve d’empathie, mais aussi avoir le temps et l’espace nécessaires, ce qui n’est pas toujours évident dans un cabinet médical florissant. Les diabétiques sont peu, voire pas informés par leur médecin traitant de l’impact possible que peut avoir cette affection sur le fonctionnement sexuel à un âge plus avancé. Les raisons possibles sont certains scrupules de la part du médecin à parler de sexe et une ignorance des conséquences sexuelles du DM à long terme. 14

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

Néanmoins, le médecin se doit, d’une part, d’envisager les dysfonctionnements sexuels possibles à la suite de la maladie de façon à prodiguer les informations nécessaires et correctes et, d’autre part, d’informer son patient sur les problèmes sexuels qui n’ont peut-être pas encore été évoqués.

2. Le diagnostic L’utilisation du modèle holistique (physique/psychique/ relationnel/social) peut aider à chercher les causes possibles des problèmes sexuels induits par le DM. 2.1. Des inhibitions psychosexuelles, causées par des sen­ timents d’impuissance, de l’irritation, de la peur et des sentiments dépressifs, peuvent réduire la libido chez les patients diabétiques. 2.2. Un dysfonctionnement sexuel dû au DM peut hypothéquer une relation existante ou les chances de nouer une nouvelle relation.


façon le besoin chez l’homme d’avoir à chaque fois un orgasme lors d’un rapport sexuel. L’intensité et la force avec lesquelles l’éjaculat est poussé à l’extérieur s’affaiblissent. La période réfractaire augmente radicalement pour passer de quelques heures à quelques jours.

2.4. Des changements dans la réaction physiologique sexuelle peuvent se produire – à long terme – comme conséquence phy­ sique du DM. Le DM peut exercer une influence négative sur les quatre phases de la réaction sexuelle.

3. Le traitement

2.4.1. La libido Le processus pathologique lui-même, certainement s’il s’agit d’un DM sévère et mal contrôlé, cause un malaise physique qui peut réduire nettement l’envie d’être sexuellement actif (les relations sexuelles requièrent de l’énergie). Des problèmes de libido induits par une diminution de testostérone sont une conséquence possible d’un processus de vieillissement naturel. 2.4.2. L’excitation sexuelle Une bonne circulation sanguine est nécessaire pour une érection suffisamment rigide. Le DM augmente à long terme le risque de troubles vasculaires, engendrant une dysfonction érectile. Lorsque la rigidité du pénis ne suffit pas pour permettre la pénétration, cela signifie pour le couple l’impossibilité d’avoir encore des rapports sexuels. A cause de cela, certains hommes entrent dans une crise d’identité: ‘Est-ce que j’existe encore comme homme?’. 2.4.3. L’orgasme L’atteinte des nerfs menant aux organes sexuels à la suite d’une polyneuropathie peut causer des problèmes à atteindre l’orgasme; une éjaculation rétrograde est aussi un symptôme courant provoqué par une fermeture insuffisante du muscle orbiculaire entre la vessie et la prostate. La vieillesse (sur le plan sexuel et physiologique, on parle de vieillesse à partir de l’âge de cinquante ans) diminue de toute

2.4.4. La satisfaction La satisfaction sexuelle est liée au rappel émotionnel de l’activité sexuelle antérieure. Actuellement, il semble que le degré de satisfaction dépend surtout de la satisfaction psychique (entre autres l’engagement relationnel) et, dans une moindre mesure, de la satisfaction physique comme le fait d’avoir un orgasme ou pas, ou le fait d’avoir copulation ou pas. Le fait d’entretenir une sexualité sans copulation – lorsque la copulation n’est pas possible à cause d’une dysfonction érectile persistante – révèle beaucoup du degré de tendresse et d’intimité et des possibilités psychosexuelles du couple.

Dossier / Dossier

Le manque de communication au sein du couple à propos du sexe peut causer des sentiments de rancoeur et d’incompréhension risquant d’entraîner la relation dans une spirale négative. La peur de réactions négatives de la part de la partenaire peut inciter certains hommes à éviter toute relation sexuelle. Dans cette phase de la vie, il y a aussi plus de chances que l’homme ait à faire le choix de s’engager dans une nouvelle relation, ce qui peut être remis en cause par problèmes sexuels. De même, la partenaire ‘saine’ peut elle aussi développer des problèmes sexuels consécutifs à la vieillesse ou au dysfonctionnement sexuel du partenaire ‘malade’. Pour cette raison, il est toujours opportun d’aborder discrètement les dysfonctions sexuelles pouvant se développer chez les deux partenaires. 2.3. Heureusement, dans notre société, tout le monde peut bénéficier d’un traitement médical, ce qui n’est pas le cas de l’aide psychosexuelle nécessaire, seulement réservée à quelques personnes.

3.1. La prévention Un bon contrôle du DM est avant tout indiqué pour éviter un malaise général et des dysfonctions sexuelles des suites d’une angiopathie et d’une polyneuropathie. C’est aux médecins et aux assistants qu’il revient d’y veiller sans cesse et de motiver leurs patients. 3.2. Prescrire une pilule érectile, administrer des injections intracaverneuses ou utiliser une pompe à vide peut résoudre en partie les troubles d’érection. Si tous les moyens sont épuisés, la seule possibilité est le placement d’une prothèse pénienne. Il faut alors tenir compte d’un risque majoré d’infections chez les diabétiques et du fait que la partenaire doit soutenir complètement cette intervention; une érection rigide ne fait pas nécessairement d’un homme un bon amant! 3.3. Ce qui compte avant tout c’est de considérer que ‘faire l’amour’ est synonyme de ‘plaisir’. Toute relation sexuelle demande la stimulation sexuelle nécessaire, tant physique (contacts mutuels, caresses et baisers) que psychogène (fantaisies sexuelles). Avec l’âge, le recours aux préliminaires amusants et variés devient plus important – aussi pour les hommes; malheureusement, certaines partenaires féminines l’oublient parfois! Des inhibitions chez les deux partenaires, résultant de l’éducation, peuvent bloquer le recours aux fantaisies sexuelles ou aux contacts physiques spécifiques. La consultation psychosexuelle peut résoudre et aider à discuter de ces inhibitions, d’une part en prodiguant des informations sexuelles correctes et, d’autre part, en rassurant les patients. UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

15


Dossier / Dossier

Behandeling van erectiestoornissen Prof. Dr. Hubert Claes Consulent Seksuele dysfuncties Urologie UZ Gasthuisberg De behandeling van erectiestoornissen heeft de laatste jaren een enorme vlucht gekend. Vooral de komst van de perorale PDE-5-Inibitoren wordt nog steeds beschouwd als de belangrijkste (r)evolutie. Hierdoor kon immers van een invasieve (prothesen en autonome intra-caveneuze injecties) behandeling overgeschakeld worden naar een niet-invasieve. Nochtans tonen wereldwijde studies nog steeds aan dat slechts een minderheid van patiënten met erectiestoornissen behandeld wordt. Dit is uiteraard enerzijds te wijten aan het feit dat niet iedere man met erectiele disfunctie hiervan een probleem zal maken maar anderzijds toch ook (en dit meer dan we denken) aan de eerder moeilijke communicatie (en dit zowel voor de artsen als voor de patiënt) over dit soort problemen. Bovendien wordt de arts-patiëntrelatie in geval van erectiestoornissen dikwijls nog complexer gemaakt door een derde partij, nl. de partner van de patiënt. Wat de aanpak van erectiestoornissen betreft, komt het er voor de arts op aan om op een niet al te tijdrovende en toch efficiënte manier een PDE-5-Inibitor voor te schrijven. Hiervoor is het noodzakelijk dat men vooral aan de patiënt het mechanisme van erectie en de werking van de PDE-5-Inibitor uitlegt, waarbij men vooral oog zal hebben voor de organische componenten van het erectiemechanisme en niet al te veel voor de (meestal secundaire) psychische componenten (onder de vorm van faalangst). Fig. 1: Doorsnede penis

afgebroken worden. Op deze wijze blijven deze moleculen langer aanwezig en zullen ze ervoor zorgen dat het zwellichaam langduriger en ook intenser bloed aanzuigt, hetgeen de erectie verbetert en dit onafgezien van het feit of de erectiestoornis te wijten is aan een atrosclorose van de arteria cavernosa penis, een vermindering (met de leeftijd) van de soepelheid van het zwellichaam, en/of te veel adrenaline (faalangst) (zie figuur 1). Wanneer men het erectiemechanisme en de werking van de PDE-5-Inibitoren op dergelijke wijze uitlegt, zal dit niet alleen bijdragen tot een correct gebruik ervan door de patiënt maar ook tot gevolg hebben dat dergelijke geneesmiddelen voor de partner meer aanvaardbaar worden. De partner begrijpt immers op deze wijze dat het werkingsmechanisme van PDE-5-Inibitoren uitsluitend berust op het verbeteren en versterken van de (reeds bestaande) erectie en niet op het (uit het niets) uitlokken van een erectie. Dit heeft tot gevolg dat deze geneesmiddelen door de partners veel makkelijker zullen worden aanvaard. Een veel voorkomend fenomeen is dat patiënten na het gebruik van hun eerste pilletje PDE-5-Inibitor allesbehalve tevreden zijn. Dit is niet zozeer te wijten aan nevenwerkingen maar wel aan wat de mannen (en de vrouwen) ervaren als een onvoldoende effect van het eerste pilletje. Dit (eerste dosis) effect is te wijten aan het feit dat wanneer een man voor de eerste maal een PDE-5Inibitor neemt er hier toch heel wat stress bij komt kijken. Deze stress is vooral het gevolg van het feit dat de beoordeling van het resultaat niet alleen bij hemzelf maar ook door hun partner zal gebeuren. Daarom is het belangrijk om de patient bij het eerste voorschrift ervan te overtuigen om minimum 4 pilletjes uit te proberen vooraleer zich een definitief oordeel over het effect te vormen. Meestal zal de patient dan zelf ondervinden dat dit geneesmiddel progressief meer effect heeft en op deze wijze ervan overtuigd geraken om de PDE-5-Inibitor verder te gebruiken figuur 2). Fig. 2

Het makkelijkst kan men aan een patiënt uitleggen dat wanneer men seksueel geprikkeld wordt er moleculen vrijgezet worden ter hoogte van de penis. Deze zullen tot gevolg hebben dat de penis bloed aanzuigt en men een erectie bekomt. De PDE-5-Inibitoren zorgen ervoor dat deze moleculen, welke normalerwijze slechts gedurende korte tijd aanwezig blijven in het zwellichaam, trager 16

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

cumulatieve waarschijnlijkheid

1 0,8 0,6 0,4 0,2 0

0

5

10 aantal pogingen

15

20


Tot slot nog een woordje over het langdurig gebruik van PDE-5-Inibitoren. Recente studies (tot op heden enkel met Sildenafil) hebben aangetoond dat deze moleculen mogelijks de oxygenatie van de zwellichamen op continue wijze verbeteren via het zogenaamde Endogeen NO. Dit opent perspectieven in verband met het (definitief genezen) van patiënten met erectiestoornissen en eveneens op het gebied van preventie. Tot op heden is dit echter nog toekomstmuziek en dienen de huidige gegevens door bijkomende studies te worden bevestigd.

Dossier / Dossier

In dit kader is het dan ook best om, wanneer men PDE-5Inibitoren opstart, te beginnen met de hoogste dosis. Eens patiënten een goede ervaring hebben met de PDE-5-Inibitoren zal hun vertrouwen toenemen en is het dikwijls mogelijk om de hoogste dosis te verlagen en kunnen ze het pilletje in twee snijden, hetgeen trouwens de kostprijs van deze redelijk dure behandeling voor de patiënt ten goede komt. Indien patiënten met behulp van PDE-5-Inibitoren opnieuw goede erecties hebben en tot coïtus kunnen overgaan, maar toch nog wat ontevreden blijven, dikwijls op gebied van libido en orgasmegevoel kan een (tijdelijke) behandeling met testosteron worden geassocieerd. Wanneer er, ondanks herhaaldelijk gebruikt van PDE-5Inibitoren, geen goede erectie bekomen wordt, neemt men best een toevlucht tot het aanleren van autonome intra-caveneuze injecties (figuur 3). Fig. 3

Thema’s voor de volgende edities van UROBEL Magazine: • De neurologische blaas september ’07

Thèmes pour les prochaines éditions d’UROBEL Magazine: • La vessie neurologique

septembre ’07 décembre ’07

• Stenen in de urologie

december ’07

• Les lithiases en urologie

• Incontinentie

februari ‘08

• l’Incontinence

Ook uw artikels zijn welkom. Neem contact op met Ronny Pieters via voorzitter.urobel@telenet.be of 09 240 27 65.

février ‘08

Vos articles sont également les bienvenus. Contactez Ronny Pieters via voorzitter.urobel@telenet.be ou au 09 240 27 65.

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

17


Dossier / Dossier

De aanpak van erectiestoornissen: ook een uitdaging voor verpleegkundigen! Luc De Laere, gespecialiseerd prostaatverpleegkundige, AZ Sint-Jan AV te Brugge

Inleiding De vergrijzing van de bevolking neemt toe. De groep senioren wordt steeds groter. En met de stijgende leeftijd ondergaat het lichaam veranderingen. Vrouwen komen in hun menopauze, terwijl mannen geconfronteerd worden met de andropauze. De lichamelijke veranderingen, die ouder wordende mannen en vrouwen ondergaan, hebben dikwijls hun weerslag op hun seksuele mogelijkheden. Zo stijgt bij mannen de kans op erectiestoornissen naarmate ze ouder worden. Ook de ernst van de erectiestoornis neemt toe met de stijgende leeftijd. Aan de basis van deze erectiele disfunctie liggen vele oorzaken. Oudere mannen worden dikwijls geconfronteerd met multipele organische aandoeningen die op hun beurt interfereren met het seksueel functioneren. Cardiovasculaire en metabole stoornissen kennen een hogere prevalentie bij oudere personen en kunnen een belangrijke rol spelen bij de pathogenese van leeftijd gerelateerd seksueel disfunctioneren. Ook neurologische en psychologische factoren kunnen aanleiding geven tot erectiestoornissen. Gebruik van bepaalde medicatie, de levensstijl, relatieproblemen, verminderde interesse in de partner, verminderde interesse van de partner in seksuele activiteiten, … zijn ook potentiële oorzaken van een toename in de prevalentie van erectiestoornissen. Een erectiestoornis is een aandoening waarbij de man geen erectie kan krijgen of zijn erectie niet lang genoeg kan behouden om normale seksuele betrekkingen te hebben. Dit betekent niet dat mannen onvruchtbaar zijn of dat ze geen zaadlozing of orgasme kunnen hebben.

Erectiestoornissen zijn een ernstig probleem Het zelfbeeld van mannen met erectiestoornissen verandert. Ze voelen zich vaak minder man en hun zelfvertrouwen neemt sterk af. Ze worden prikkelbaar. De levenskwaliteit (lichamelijk en psychologisch) vermindert. Er resteert weinig emotionele voldoening. De man voelt zich ongelukkig. Hierdoor komen ze soms in een depressie terecht. Dit kan de relatie met hun partner en de omgeving ondermijnen met soms sociale drama’s tot gevolg. Een eenmalige stoornis kan ook een permanent lijden veroorzaken. Tijdens het volgende intieme contact nemen stress 18

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

en faalangst toe omdat men de vorige negatieve ervaring nog niet vergeten is. De hormonen die met stress en angst gepaard gaan, veroorzaken op hun beurt dan weer een erectiestoornis. Zo komen de mannen met een erectiestoornis uiteindelijk in een vicieuze cirkel terecht.

Seksualiteit is een belangrijk onderdeel van het leven Seksuele betrekkingen zijn een belangrijk onderdeel van het leven, ook voor ouder wordende mannen en vrouwen. Er wordt geschat dat 30 tot 70 % van de mannen boven de 60 jaar nog een seksuele relatie hebben en dat tot 40 % van de 70-jarigen nog wekelijks seksueel actief zijn. 94 % van de bevolking beweert dat seksuele bevrediging bijdraagt tot de levenskwaliteit, ongeacht de leeftijd. De hoeveelheid aan seksuele intimiteit wordt eveneens gecorreleerd aan het bevredigend gevoel over de relatie. De aanpak van de erectiestoornissen zal uiteindelijk niet alleen de man ten goede komen maar ook zijn partner want partners van mannen met erectiestoornissen rapporteren een verbetering van hun levenskwaliteit als de erectiestoornissen van hun man succesvol behandeld werden.

Taak van de verpleegkundige De erkenning, door alle gezondheidswerkers, dat seksualiteit een belangrijk onderdeel is van de lichamelijke en psychische gezondheid is noodzakelijk voor een geslaagde hulpverlening. De behandeling van erectiestoornissen vereist een multi­ disciplinaire aanpak. Naast de medische diagnosestelling en behandeling kan ook de verpleegkundige een belangrijke bijdrage leveren in de diagnosestelling van de andropauze en de erectiestoornissen. Hij/zij moet de constellatie van symptomen herkennen en moet bij een vermoeden de patiënt aanmoedigen om medische hulp te zoeken voor zijn problemen. Zowel de vaststelling van de hulpvraag, de motivering om professionele hulp te zoeken en de voorlichting over de therapeutische opties bij erectiestoornissen kunnen onderdeel zijn van het verpleegkundig professioneel handelen. Het voorlichten van de patiënt over het veranderd seksueel functioneren en de mogelijke behandelingen kan ook de taak zijn van de verpleegkundige. Via onderricht kunnen negatieve mythes en stereotypes over seks bij ouderen doorbroken worden en kan er een angstreductie gerealiseerd worden waardoor het


Referenties Braun M, Wassmer G, Klotz T, Reifenrath B, Mathers M, Engelmann U. Epidemiology of erectile dysfunction: results of the ‘Cologne Male Survey’. Int. J Impotence Res. 2000; 12: 305-311. Marwick C. Survey says patients expect little physician help on sex. JAMA. 1999; 281: 2173-2174. Tudiver F, Talbot Y. Why don’t men seek help? Family Physicians’ perspectives on help-seeking behaviour in men. J Fam Pract. 1999; 48: 47-52.

Dossier / Dossier

zoeken naar medische hulp vlugger zal gebeuren. De patiënt moet het gevoel krijgen dat er naar hem geluisterd wordt en dat hij al de nodige tijd krijgt om zijn problemen te formuleren. Het kan een uitdaging zijn voor verpleegkundigen om, via een open communicatie en een voorzichtige en gerichte bevraging, het koppel te motiveren om over hun seksuele bezorgdheden te spreken en hiervoor professionele hulp te zoeken. Op deze manier kan de verpleegkundige bijdragen tot het verhogen van de levenskwaliteit van het koppel en kan hij/zij optreden als bemiddelaar van het koppel bij hun zoektocht naar een oplossing. De verpleegkundige kan er tijdens het zorgproces ook op toezien dat de communicatielijnen tussen de partners onderling enerzijds en tussen de partners en de hulpverleners anderzijds openblijven. Hiervoor moet je als hulpverlener de communicatie niet uit de weg gaan en moet je beseffen dat je veelal als eerste deze communicatie op gang moet brengen, want er zijn weinig koppels die zelf over hun seksueel (dis)functioneren zullen beginnen.

Bacon CG et al. Sexual function in men older than 50 years of age: results from the health professionals follow-up study. Ann Intern Med. 2003; 139: 161-168. Kubin M, Wagner G, Fugl-Meyer AR. Epidemiology of erectile dysfunction. Int J Impot Res. 2003; 15: 63-71. Feldman HA et al. Impotence and its medical and psychosocial correlates: results of the Massachusetts Male Aging Study. J Urol. 1994; 151: 54-61.

L’approche de troubles érectiles: aussi un défi pour le personnel infirmier ! Luc De Laere, infirmier spécialisé dans les maladies de la prostate, AZ Sint-Jan AV à Bruges

Introduction Le vieillissement de la population ne cesse de croître. Le groupe des personnes âgées est de plus en plus important. Avec l’âge, le corps subit des changements. Les femmes entrent en ménopause, tandis que les hommes sont confrontés avec l’andropause. Les changements physiques que subissent les hommes et femmes avec le temps ont souvent un effet sur les possibilités sexuelles. Ainsi, le risque de troubles érectiles augmente à mesure qu’ils vieillissent. Plus l’âge avance, plus le trouble d’érection s’aggrave. Cette dysfonction érectile peut s’expliquer par de multiples raisons. Les hommes plus âgés sont souvent confrontés à des affections organiques diverses qui interfèrent avec le fonctionnement sexuel. Les troubles cardiovasculaires et métaboliques sont plus fréquents chez les personnes âgées et peuvent jouer un rôle important dans la pathogenèse liée au dysfonctionnement sexuel. Des facteurs neurologiques et

psychologiques peuvent aussi causer des troubles d’érection. D’autres causes possibles de la prévalence plus importante des troubles érectiles sont l’usage de certains médicaments, le mode de vie, les problèmes relationnels, la perte d’intérêt pour la partenaire, la perte d’intérêt de la part de la partenaire à s’adonner à des activités sexuelles, etc. Un trouble érectile est une affection qui empêche le patient d’avoir une érection ou de maintenir son érection assez longtemps pour avoir des relations sexuelles. Ceci ne signifie pas pour autant que patient est stérile ou qu’il ne peut pas avoir d’éjaculation ou d’orgasme.

Les troubles érectiles sont un problème sévère L’homme qui souffre de troubles érectiles commence souvent à se percevoir différemment. Il se sent moins ‘homme’ et perd sa confiance en lui. Il devient irritable. Sa qualité de vie (physique et psychologique) diminue. Il lui reste peu de satisfaction UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

19


Dossier / Dossier

émo­tionnelle. L’homme est malheureux et sombre parfois dans la dépression. Tous ces éléments peuvent miner la relation avec sa partenaire et son entourage et parfois même causer des drames sociaux. Une simple affection peut aussi engendrer une souffrance permanente. Lors du prochain contact intime, le stress et la peur de l’échec augmentent car on garde le souvenir de l’expérience antérieure négative. Les hormones liées au stress et à la peur provoquent à leur tour un trouble d’érection. L’homme qui souffre d’un trouble érectile entre ainsi dans un cercle vicieux.

La sexualité est un aspect important de la vie Avoir des relations sexuelles est un aspect important de la vie, également pour les hommes et les femmes vieillissants. Selon les estimations, 30 à 70 % des hommes de 60 ans et plus ont encore des relations sexuelles et 40 % des hommes de 70 ans sont encore sexuellement actifs une fois par semaine. 94 % de la population déclarent que la satisfaction sexuelle contribue à la qualité de vie, quel que soit l’âge. La quantité de l’intimité sexuelle est aussi corrélée au sentiment de satisfaction par rapport à la relation. Le fait d’aborder les troubles érectiles sera non seulement positif pour l’homme, mais aussi pour sa partenaire. En effet, les partenaires des hommes avec un trouble de l’érection mentionnent une amélioration de leur qualité de vie si les troubles en question sont traités avec succès.

Tâche du personnel infirmier La reconnaissance, par tous les professionnels de la santé, que la sexualité est un aspect important de la santé physique et psychique est nécessaire pour une assistance réussie. Le traitement de troubles érectiles exige une approche multidisciplinaire. Outre l’établissement d’un diagnostic médical et le traitement, le personnel infirmier peut aussi contribuer à établir le diagnostic de l’andropause et des troubles de l’érection. L’infirmier ou l’infirmière doit reconnaître les nombreux symptômes et, au moindre soupçon, il/elle doit encourager le patient à se faire aider pour ses problèmes. Tant le constat et la motivation à se faire aider, que l’octroi d’informations sur les options thérapeutiques peuvent faire partie d’une attitude professionnelle de la part du personnel infirmier.

20

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

Un autre aspect de la tâche du personnel infirmier consiste à informer le patient sur les modifications du fonctionnement sexuel et sur les traitements possibles. Par l’éducation du patient, il est possible d’évincer les idées reçues à propos du sexe chez les personnes âgées et de réduire la peur ; en conséquence, le patient sera plus rapidement enclin à demander un avis médical. Le patient doit avoir le sentiment qu’on l’écoute et qu’il reçoit tout le temps nécessaire pour formuler ses problèmes. Motiver le couple à parler de ses soucis sexuels et à chercher de l’aide professionnelle – tout cela par une communication ouverte et à l’aide de questions prudentes et spécifiques – peut parfois être un défi pour le personnel infirmier. En agissant de la sorte, le personnel infirmier peut contribuer à augmenter la qualité de vie du couple et peut servir d’intermédiaire au couple dans sa recherche d’une solution. Pendant les soins, le personnel infirmier peut aussi veiller à ouvrir la communication, d’une part, entre les partenaires et, d’autres part, entre les partenaires et les assistantes sociales. Ces dernières ne peuvent pas éviter la communication et doivent se rendre compte qu’elles doivent être les premières à entamer la conversation. En effet, peu de couples évoquent eux-mêmes leur (dys)fonctionnement sexuel.

Références Braun M, Wassmer G, Klotz T, Reifenrath B, Mathers M, Engelmann U. Epidemiology of erectile dysfunction: results of the ‘Cologne Male Survey’. Int. J Impotence Res. 2000; 12: 305-311. Marwick C. Survey says patients expect little physician help on sex. JAMA. 1999; 281: 2173-2174. Tudiver F, Talbot Y. Why don’t men seek help? Family Physicians’ perspectives on help-seeking behaviour in men. J Fam Pract. 1999; 48: 47-52. Bacon CG et al. Sexual function in men older than 50 years of age: results from the health professionals follow-up study. Ann Intern Med. 2003; 139: 161-168. Kubin M, Wagner G, Fugl-Meyer AR. Epidemiology of erectile dysfunction. Int J Impot Res. 2003; 15: 63-71. Feldman HA et al. Impotence and its medical and psychosocial correlates: results of the Massachusetts Male Aging Study. J Urol. 1994; 151: 54-61.


Adverteer in de zorgsector Vos annonces publicitaires Onafh

anke

lijke krant

voor

de pro fes

santé belge r des soins de l dans le secteu

siona l in de le professionne Belgi pour ndant sche Journal indépe zorgs ector

editie

Onafh

008 jaarg

ang 1

ʆ een uitga

lijke krant

ve van

TENA

CS O.H.P

Care spec REVA / REVALI

DATIETOESTEL LEN

OVERZICHT

SPECIALS

ACTUAL CARE

voor

. publis

hing

unicat

ion

België - Belgique P.B.

1

Onafhankelijke krant voor de professional in de Belgische wellness-, fitness- en beautysect or publishing

editie 001 jaargang 1 ʆ een uitgave van TENACS O.H.P.

1

belge soins de santé le secteur des 16 déc. 2006 sionnel dans ʆ date de parution 32 ʆ 9000 Gent siona pour le profes ʆ Stapelplein versch e.r. Roger P6085Casteleyn in de ndant Journal lindépe Belgi O.H.P. publishing & communication ʆ ijnt 12 x per jaar94 sche r Caste publication de TENACS 1 ʆ uneleyn zorgs ʆ Stape ector lplein 32 ʆ 9000 ʆ Uitga

vedatum

ossing

en voo

r person

Het aanta handicap l opgeloste 1944 vorig is met bijna vragen voor perso jaar) geste 38 proce is omho nen met nt (van gen. og gega an, maar Ook het totaa 1411 in 2005

en me

april 2007

2007

t een han

Ergoline stelt 2 hightech zonnebankreeksen

voor

De Evolution- en Excellence-reeksen van Ergoline bieden design én een vernieuwende reeks functies. De Balanced Tan-technologie zorgt voor een gelijkmatige bruine huid over het hele lichaam: computersimulaties stellen de UVgeometrie optimaal af. Een spectaculaire vooruitgang is de homogenere UV-intensiteit voor het bruinen van het gezicht.

dicap

ent

Nieuw zijn ook de Aqua Fresh- mogelijk. De temperatuur indi- Vibra Sound zorgt en Aroma-functies, die voor supe- De infraroodinterface met vidueel instellen doe je met rieure klank een essenceverstuiver biedt en helemaal com- draadloos hoofd- de Climatronic-functie toegang tot belangop de pleet maak je en lichaam verfrissen. Die de zonnebank rijke gegevens neu- Excellence-modellen als de resteren- net als met Ergoline traliseert tegelijk de typische Multivision met de levensduur bij een auto uit een duurdere van de UVUV-lucht na de zonnebank3D-sound voor geluid én beeld. lampen of de prijsklasse. Automatische naloop van de airco Met de infraroodafstandbed beurt. Vitaliserende of ont- zorgt voor een constante ie- effectverlichting. tem- ning lees of bedien spannende aroma’s zijn je de ser- www.ergoline-belgiu ook peratuur tijdens de sessie. m.be vice- of bedieningsparamete rs.

een Dat blijkt l aanta naar uit het snel dan l zorgv rappo halfjaarlijks ragen rt van de voorb de Centr tratie ije jaren ambu Zorgvragen ale Regis . - niet lante zorg, Vlaam van het s Fond wordt weers s. De Registratie Verwacht piegeld in de nog Centrale Hoe druk cijfers. Zorgv wordt delt de gereg gegevens ragen bunLaat reclamje de hoge istreerde dat het aanta provincies l gen in opgeloste van de cotées en e make des fikoste kwam normal de que n op rmesn van eende vijf vravan Welzi . Vlaams il est Dieter Verca de rolsto rolstoelgeb jaar nog cijfers van maisons l’étranger,moed minister et des jn Inge eindA dit el! Op hoger hôpitaux emst er des terpre dat vindin ruiker? verlam zal liggen bourse Vervo uit Tiege exploitent (cotés en teert dit Kliniken van eind les Marseille d is grijk m. De . als een tte in- Profi teken 2005, wil aan beide jongeman, idee et de soins duide dat soins. En Allemagne, el repos bene isolem haarde n nade ent 61 maisons leid van het uitbreiding lijk Onge op die Générale een rugop wiens bourse) exploitent halen. il y a Medidep, veer de manier de Vlaam sbede possibilités. eratie haar vruch helft van ook uit sen met lits. En France, se es âgées regorge en bourse et haar socia Verca de men-avec 8.600 ten afwer regering de repos. emst trois groupes cotés de start soins de personn dringende een gereg al et Orpéad, zette rt les maisons Santé reclam van deze pt. Sinds de santé de personzijnsoins Le marché des zorgvraag istreerde des déjà découve oproe werd 90 op gevel in le legisl dans esecteur eigen issements ont miljoe atuur verblijft actifs stoele s en op p op eBay. gezin n kunn n euro teerd, “Firma’s krijgt auto’s, of Les fonds d’invest en”, vindt geïnveswaarm op zou daarnaast familie en nes âgées. ee meer drieduizen hij. “Als dus moet het Amaken nu staan hulp. De ambulante er eensi rapide. ook op misschien , zouden n’est pas d dan ander extra origin mensen gecreëerd e helft heterogen l’évolution ele bood rolplaat Belgique,ook op aansp in exploite En socia het dorp environ e groep is een erg le conta groupe Caritas met een zijn voor perso sen mens reken(qui pas schap er mijn n’est (onder enmais en die l’exception du cten bezor Flandre, haar qui wie investeert handicap. Daarn nen van al gebru engen.” op diegrandsmoeder institutions een mani cents de ik make Heimelijk trois dagce aast il n’y a pas er meer heid onde de Vlaam n ntrum zienin hooptcommerciale), se over, een groep g van une institution Dieter de lits. Caritas contrôle enr meer suffisant est het Vlaam voornieuw bedrijven dat een milliers een rustook in n, un budget ende avec deszou realis maisons de s Fond reclam groupes soins de Enfi verque les en verzo des eren autant Beschermd alternatieve kunn système s, ebure du mensen pour la prolongation marché, voor du qualité rgingstehu n zoals un tiers adver een hele en mobint een grote viron le pro- prévu dans laauplupart die naast Wonen antérieureteert, lisere greerde is, appartienne cap ook n om groep zou voorqui santé. Afin d’améliorer santé d’accords conclus een hand maisons woonproje en Geïntenenrepos des le budzoiets rolsto privé zorgepubliques soins de brood ns, 80 millions marché iLe nodig elgebruiker tiers te probleem een psych fédéral a présenté cten. n, des CPAS. gramme des ment. A ces fi un s. zijn niet seugouvernement iatrisch des cas àwant e extra également le nombre de Opvallend “Wie réservés pour koste On y prête non min. et de de Récemment, le représente geholpen hebben en inkom soins pour la gériatrie, n voor un d’euros ont été het Vlaam daarvoor privé is dat mind deel stenakunl’assurance maladie. de reposEen du patient, secteur een le sera augmenté hun ervan get 2007 pour de l’accord social atrische worden in de rolsto la protection s Fond En Flandre, : zorgv lits gériatriques erjarigen wordt national. moeten Wallonie d’attention à total s, maar psychiziekenhuiz duwe de soins wel celui enelgeb âgée ayant l’exécution plus, 33 millions à terug ruiker registreren raag beter lement beaucoup meer datinférieur de notre système die koste t. De et chaque personne marché betaa kan lang uitkering, zorg wens en) die nog et quatorze à l’adaptation segment de pour ld door sera admi- profi maisons important. personen en dat het laten node allemaal des duren mais également want vingt npourcents sont disponibles un profil gériatrique n is aange t die aan nt étant un aspect . Boven aantal betalen environmijn de soins d’euros moed hun handicap met een des hôpitaux, past. de santé, le vieillisseme met een dien erkende se dans le programme Dieter pourcents des lits.er kan niet steeds de le refinancement ment ziekte qui ne Verca meer Het groter emst werke la populauitbre de santé, indépendam où elle alors que des hôpitaux te kunn wordt. SIËSTA n.” september idingsbele en kopen hoopt op termi t, le segment de de santé pas de suppléMAAKT id van l’unité de soins une zou make En du vieillissemen , die au demandent raison à een aange 2006, bijkom het zijn de jn 80 ans, connaîtra JE GEZ n zich De plus, on veille des chambres plus de dat pour trouve. ende paste se et moed zelfst ments Je loopt 1099 ONDER plaat tion de personnes sur wage2000 andiger er opnie élargis. Actuelin de des réseaux de pourcents entre minder n vention) seront lits peuvent compter detequarante (semi-)residsen voorziet uw moge développement et hartaando bewegen. kans op OMNIO, qui augmentation dans quelle en plus grande personne deux de vingt lijk entiële Quant au statut een de santé pour la devient de plus lement, on évalue versement anticipé dags een ening als je medisch en des soins et , les frais soins VIPO et qui 2010. La demande de chaque un ’s middans le domaine remplace l’ancien et à l’abolition d’euros. mesure les antidouleurs die regel dutje doet. zes jaar vakblad. Gedu de gens à bas cancéreux âgée de plus les exigences pour le millions Mensen offre à davantage déplacement des personnelle rende t. houden matig een mensen volgden ze privilégié de Les service s’accroissen dialyse, les part voor werke zien de siësta 23.000 tussen en soins palliatifs. revenu un traitement et d’enfants sous t patient om ooit de nde mogelijkhe soins 20 en les a actuellemen een mannen pour les patients 86 jaar. een hartk réservent quatre nt flamand, il y en ce qui concerne siësta id Drie soins infirmiers lopen blijkt waal op se bul- autorités een Selon le gouverneme aanrader: de nombreuses le finanavons déjà parlé. met absolute santé, nous en 13.000 lits. Dans te midd keer per week souffrant d’épidermoly panse- millions d’euros pour verminder liefst 34 âgées, il y a dan met hun risico aux un déficit d’environ procent prochaine, on prépalliatifs. En ag een relatifs personnes over en. soins frais l’année pour les des verlaa Pour leuse, liefst 64 de althan Dat cement uiltje werkt institutions flamandes beweren s Griek millions d’euros. plusieurs années. procent. gt d’autres peuvent knapp nog heilza également atvoit cinquante qui peut être de se weten ments actifs et pers outre, on prête de kans mer. Dat en De redac de in een une liste d’attente, A ces fins, on schapop een une intervention tie heeft vooraansta ziekte vers le dodelijke doet dacht seront être remboursés.de 30,5 millions tention à dans les de capital privé hier aanand ig nota met hartLes malades chroniques prévoit un total le flux entrant l’assurance maladie procent bijna âgées, van geno protégés. Ils Afin de faciliter les personnes le centre de veertig verminder men. également mieux de santé pour d’euros en 2007. trajets de et vers qui à de grandes en. Voora secteur des soins un règlement le financement doivent faire face nt a approuvé soins de jour, et l de de santé. Les nt aux investisle gouverneme vieillissement séjours de soins du gouverneme dépenses de soins Compenser le il a pour les le compteur donne des garanties De cette façon, vieillit, et cela frais repris dans La population maisons de repos. santé sera amélioré. 6780_A seurs dans les des tickets mode l’argent pour impact sur la CCA_0 MAF (la somme 08_NE. également un plus facile de recevoir indd est beaucoup obtenir l’intermaisons de repos. 1 dérateurs pour pour de nouvelles la construction

Comm

minder

Reclam

e op rols

Actual Care® Actual Wellness®

ʆ V.U. Roger Casteleyn ʆ Stapelplein 32 ʆ 9000 Gent ʆ Uitgavedatum mei 2007

Hoewel de Life2-beurs (die doorging van 16 tot 18 maart op de Heizel) de wellnessector vertegenwoordigt, waren ondermeer Peugeot, Delhaize en Proximus opvallende aanwezigen. Ook touroperator Mediterra/Sunworld had er een stand. Hét bewijs dat wellness ook steeds belangrijker wordt voor industrieën die er op het eerste gezicht niet direct mee verbonden zijn. Een trend die in de toekomst ongetwijfeld nog sterker doorzet.

nr 009 11 mei vendingm achines, catering, (postREVA/pre dieetproducten nr 010 1 VTDV) juni VTDV nr 011 29 juni keukens nr 012 31 aug meubilai en sanitair (postVTD V) nr 013 21 sep EXPO r nr 014 26 60+ okt milieu, hygiëne, schoonmaak (postEXP nr 015 16 & onderho ud nov personeeO 60+) nr 016 14 dec bewakin lspecial: interim en selectie g, toegang scontrole, signalisatie, veiligheid

Meer opl

& communication

Wellness als macro-econo mische groeisector

ʆ V.U. Roge

édition 004 année

Gent

1

GENT X 3/1607

P708175 verschijnt 8 x per jaar

P608594 an

- Belg ique P.B. GENT X 3/16 07

de pro fes

& comm

ial

België - Belgique P.B. GENT X 3/1607 paraît 16 x par

België

anke

toel

les rs ont découvert Les investisseu os maisons de rep

Paalfitness, trendy nieuwe fitnessworkout Paalfitness omvat technieken uit het traditionele paaldansen, gecombineerd met aerobics en fitness. Deze bonte discipline maakt het geheel tot een high-impact workout voor iedere moderne vrouw. Cardiovasculaire- en krachtoefeningen zijn de boodschap. Naast de intensieve workout waarbij vooral buik, billen, armen en benen het hard te verduren krijgen, is het vooral genieten: van het aanleren van de techniek en de gogo-aerobicschoreografieën op opzwepende dance. In tegenstelling tot gewone fitness waarbij individueel getraind wordt, is er tijdens een pole fitness workout contact en interactie tussen de deelnemers via feedback en lichamelijke ondersteuning. Hoewel de technieken niet eenvoudig zijn, slagen deelnemers erin om op korte tijd spectaculair vooruitgang te boeken. De groepslessen gaan door in Nederlandse sportscholen. Een goede conditie is noodzakelijk.

Maximaal gezond sportplezier…

rie et les

ent vers la gériat

orienté égalem Le budget 2007 iques malades chron

… met minder zijn uw klanten niet tevreden* *en ze hebben nog gelijk

ook !

www.maximize -europe.com

7022_ACWE_001_NE.indd

08-12-2006

Fitnesscentra Sportopolis in handen van HealthCity De Nederlandse fitnessgroep HealthCity neemt zijn Belgische concurrent Sportopolis over. Daarmee zet het zijn ambitie kracht bij om marktleider te worden in ons land, een positie die HealthCity al inneemt in Nederland. Sportopolis baat elf fitnessclubs uit in Antwerpen, Limburg, Brussel en Leuven en is daarmee het nummer twee in België, na Passage Fitness First. HealthCity startte ruim een jaar geleden overnamegesprekken met de eigenaars van Sportopolis, het oprichtersduo Geert Diepers en Yves De Bellefroid.

Speciale ties! aankoopcondi 37 41 Bel 09 236

1

16:35:34

Jaarboek van de Ouderenvoorzieningen® Vlaanderen & Brussel

Annuaire des Maisons de Repos® Wallonie & Bruxelles

Hospindex®

Jaarboek van de ziek Annuaire enh des hôpitau uizen in België x de Belg ique

Jaarboek van de ziekenhuizen in België Annuaire des hôpitaux de Belgique

7

200 P508859

UROBEL

jaargang 2006 nummer 3 numéroannée

M

Redactioneel

ntine

Cartoon Nieuws / Geschiedenis

G_3_ART

S.indd

Sec1:1

Cardiologie Tijdsch voor rift

vous

ntie: en incont inente urosto ma’s” “Urineverlies “Conservatiev 10 bij manne e aanpak n” van blaasp 16 roblemen bij gevord 20 “Behandeling erde Multiple Scleros e” “l’Incontinen van stressincontinentie ce urinair ” 21 e chez la femme” 24 ’t Kleinste kamertje / La petite chambre 32

6085 urobelMA

Gent

EDITION MED ECIN S

/ Editorial

n / Lu pour

Dossier Inco

“Continente

32, 9000

EDIT IE ART SEN

A

Voor u geleze

oor Gent X UROBEL

Stapelplein

G A MULTIDIS CIPLINAI Z I N RE UITGAVE MAGAZIN E E INTERDIS CIPLINAI VOOR HET UROLOGIS CHE ZORGGEB RE DANS LE IED DOMAINE DES SOINS UROLOGIQ UES

UROBEL Magazine®

afgiftekant

Nouvelles

/ l’Histoire Agenda

3 4

Onafha nkelijk

wetens chappe

lijk contac torgaa

34 36

n voor special isten

Jaargang

op het gebied van harten vaatzie kten

17, numme r 5, septem ber 2005

Verschijnt maandelijks behalve in januari, maart, juli Afgiftekanto en augustus or Gent X Erkenningsn ummer P209170

EDITOR

IAL 177 Young Cardio Olivier Gurné logist in Training Award

40 42

Tijdschrift voor Cardiologie® Journal de Cardiologie®

ARTIKE LEN 183 Flecaïn ideacet van voorka aat in de preventie merfib worden voorge rillatie: zijn de van recidief Eddy Ngand schreven, adequaat?doses die o, Joseph Mucum Jacques Jamart bitsi, Frédéric Deprez, Dominique Blomm aert, , Benoît Collet, Luc De Roy 191 Echogr afie van de carotis: cardiovasculai re risico te instrument om het Wina De Vreugh meten? t, Jean Claude Wautrecht 201 Het belang van de SENIO Effects of Nebivo RS (Study of lol Intervention Outcomes and Rehosp on with Heart italisation Failure) studie in Seniors falen. in Chronisch HartViviane Conraa ds

CASUÏS TIEK 209 Cocaïn e en Ruud Koevoecardiale effecten Vandekerckhovts, Daniel Vanhercke, Claeys, Lena e, Jan Nimmegeers, Hans Roland Versée, Geert Hollanders 218 Een zeldzaam geval van gedilat cardiomyopath eerde Laurent Lahaye ie Jean Boland , Isabelle Geronooz, Eric Lecoq,

CONGR ESSEN 224 Congre sagenda

Cardiologie Journal

de

Organe de contac t scientif ique

indépen dant

Année 17, numéro 4, juin 2005

destiné aux spécial istes

des affectio ns

cardiov asculai

res

Mensuel. Ne janvier, mars, paraît pas en juillet et août Bureau de dépôt Gand N° de reconnaissan X ce P209170

EDITOR IAL 137 Rigueu r et circons pection quant l'interprétation à des résultat cliniques s des études Pierre Block

ARTICL ES 143 Nouvel les recomm les interventions andations europée Danny Schoors coronaires percuta nnes pour nées 149 Dépista ge de asymptomatiql’insuffisance coronai re ue chez le Caroline Weytjen patient diabétiq ue Guy Van Camp, s, Katrien Spincem Danny Schoors aille, 159 Les especes reactives de l’hypertension l’oxygene dans Paul Lijnen humaine

CAS CL INIQUE 167 Un cas de cardiom yopathi le syndrom e de Tako-T e de stress: cœurs brisés” subo, ou “syndro me des Joëlle De Coninc Claude Hanet k, Daniel De Jonghe,

IMAGE DU MO IS 172 Douleu r thoracique post-opératoire Christiaan Vrints

NOUVE LLES 174 Interne t news

Tel. 09 225 82 04 - info@tenacs.be

CONGR ÈS 176 Agenda des congrès

TENACS O.H.P. bvba • Stapelplein 32 • 9000 Gent Tel.: +32 (0)9 225 82 04 • Fax: +32 (0)9 225 03 76 info@tenacs.be • www.tenacs.be


Dossier / Dossier

De behandeling van hormoonrefractaire prostaatkanker Dr. Gerrit Nijssens congres: 22nd Annual Meeting of the European Association of Urology, Berlin, 21-24 March 2007 Op een satellietsymposium dat plaatsvond tijdens het jaarlijkse congres van de ‘European Association of Urology’ hebben enkele vooraanstaande experten op het vlak van de behandeling van prostaatkanker – o.a. de professoren John Fitzpatrick (Dublin, Ireland), Cora Sternberg (Rome, Italy) en John Anderson (Sheffield, UK) – de plaats van docetaxel bij de behandeling van hormoonrefractaire metastatische prostaatkanker besproken.

De evolutie van prostaatkanker Prostaatkanker is niet alleen één van de meest voorkomende kankers bij de man, maar het is tevens één van de belangrijkste oorzaken van mortaliteit als gevolg van kanker bij mannen. De mortaliteit als gevolg van kanker is bij de man enkel hoger bij long- en bronchuskanker.1 Het merendeel van de mannen die raadplegen omwille van metastatische prostaatkanker reageren initieel goed op een hormonale ablatie-therapie gedurende gemiddelde 12 tot 24 maanden.2 Deze mannen zullen op termijn echter hormoon­ refractaire metastatische prostaatkanker ontwikkelen met een gemiddelde overleving van 6 tot 12 maanden (Figuur 1).3-4 Op het einde van de jaren negentig zorgde de combinatie van mitoxantrone en prednisone of hydrocortisone bij patiënten met hormoonrefractaire metastatische prostaatkanker voor een betere levenskwaliteit dan een behandeling met een hormonale therapie alleen. Deze behandelingen waren echter niet geassocieerd met een verbetering van de overleving. Figuur 1. Klinische stadia van prostaatkanker.

Klinisch gelokaliseerd

Biochemisch herval

Docetaxel is een semi-synthetisch taxoïd-analoog met een uitgesproken antitumorale activiteit. Docetaxel is een krachtige inhibitor van de microtubulaire depolymerisatie. Docetaxel reageert bij patiënten met hormoonrefractaire metastatische prostaatkanker tevens op de effecten van het anti-apoptotische proteïne Bcl-2.5

Overlevingsvoordeel Docetaxel is geassocieerd met een overlevingsvoordeel bij patiënten met hormoonrefractaire metastatische prostaatkanker – Update na 3 jaar. De doeltreffendheid van docetaxel bij hormoonrefractaire metastatische prostaatkanker werd aangetoond in twee klinische fase III studies: de TAX 327-studie en de SWOG 9916-studie (Southwest Oncology Group).2,6 In de TAX 327-studie werden 1.006 patiënten met hormoonrefractaire, metastatische prostaatkanker – die behandeld werden met prednisone 5 mg (tweemaal per dag) – gerandomiseerd naar een bijkomende behandeling met iv docetaxel 75 mg/m2 om de drie weken, iv docetaxel 30 mg/ m2 éénmaal per week gedurende vijf van de zes weken of iv mitoxantrone 12 mg/m2 om de drie weken. Uit deze studie bleek dat een behandeling met docetaxel om de drie weken in vergelijking met mitoxantrone een superieur effect had inzake de overleving, de pijn, de serum PSA-spiegel (prostatespecific antigen) en de levenskwaliteit.6 Uit de initiële studieresultaten bleek dat het risico op mortaliteit bij mannen met hormoonrefractaire, metastatische prostaatkanker die behandeld werden met docetaxel 75 mg/m2 om de drie weken 24 % lager was (p = 0,009 versus mitoxantrone).

Niet-metastatisch, hormoongevoelig

Niet-metastatische hormoonrefractaire prostaatkanker

Metastatisch hormoongevoelig

Metastatische hormoonrefractaire prostaatkanker

Prostaatkanker-specifieke mortaliteit Mortaliteit door co-morbiditeiten 10 tot 15 jaar + 22

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007


Referenties 1. Jemal et al. Cancer statistics, 2005. CA. Cancer J. Clin. 2005; 55 (1): 10-30. 2. Petrylak et al. Docetaxel and estramustine compared with mitoxantrone and prednisone for advanced refractory prostate cancer. N. Engl. J. Med. 2004; 351 (15): 1513-1520.

0,2

0,4

0,6

0,8

Docetaxel om de drie weken Docetaxel wekelijks Mitoxantrone

0,0

Proportie levende patiënten

1,0

Figuur 2. Overleving in de TAX 327-studie: update na drie jaar.7

hormoon­refractaire metastatische prostaatkanker. Mede hierdoor is docetaxel de standaardbehandeling geworden in deze patiëntenpopulatie.

Dossier / Dossier

Bovendien werd er in deze patiëntengroep ten opzichte van de mitoxantrone-groep een significante verbetering van de PSAwaarde en van de pijn vastgesteld met respectievelijk 45 % en 35 %. Een update van de TAX 327-studie toont aan dat de patiënten behandeld met docetaxel 75 mg/m2 om de drie weken in vergelijking met de patiënten behandeld met mitoxantrone een gemiddelde overleving hebben van 19,3 maanden versus 16,3 maanden (p = 0,005; Figuur 2).7 Opmerkelijk is tevens dat dit overlevingsvoordeel aanwezig is ongeacht de leeftijd, de aanwezigheid van pijn, de basis PSA-waarde en de levens­ kwaliteit van de patiënt.

0

1

Wanneer de behandeling opstarten? Professor Cora Sternberg beklemtoonde dat de TAX 327studie duidelijk heeft aangetoond dat docetaxel 75 mg/m2 om de drie weken de referentiebehandeling is voor mannen met hormoonrefractaire, metastatische prostaatkanker. Deze behandeling moet opgestart worden bij alle patiënten – zelfs deze met minimale symptomen – bij wie er tekenen zijn van een snelle progressie van de aandoening. Bij de patiënten met een tragere progressie moet er gewacht worden op symptomen alvorens de behandeling op te starten. Volgens professor Sternberg is de optimale behandelingsduur met docetaxel in deze populatie niet gekend. In de SWOG 9916-studie waren er 12 cycli en in de TAX 327-studie bedroeg de behandelingsduur met docetaxel 75 mg/m2 arbitrair 30 weken.

Besluit Docetaxel 75 mg/m2 om de drie weken heeft op een overtuigende wijze zijn overlevingsvoordeel bewezen bij patiënten met

2

3

Jaren

4

5

6

7

3. de Wit R. Shifting paradigms in prostate cancer; docetaxel plus lowdose prednisone - finally an effective chemotherapy. Eur. J. Cancer 2005; 41 (4): 502-507. 4. Dagher et al. Approval summary: docetaxel in combination with prednisone for the treatment of androgen-independent hormonerefractory prostate cancer. Clin. Cancer Res. 2004; 10 (24): 8147-8151. 5. McKeage et al. Docetaxel in hormone-refractorey metastatic prostate cancer. Drugs 2005; 65 (16): 2287-2294. 6. Tannock et al. Docetaxel plus prednisone or mitoxantrone plus prednisone for advanced prostate cancer: the TAX 327 Investigators. N. Engl. J. Med. 2004; 351 (15): 1502-1512 7. Berthold et al. Docetaxel plus prednisone or mitoxantrone plus prednisone for advanced prostate cancer: Updated survival of the TAX 327 study. 2007 Prostate Cancer Symposium. Orlando, USA. - www.asco.org – ASCO Prostate 2007 – Berthold.

{goedkeuringsnr. Sanofi-Aventis: B-DOC 070401}

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

23


Dossier / Dossier

Le traitement du cancer prostatique hormonorésistant Dr. Gerrit Nijssens congrès: 22nd Annual Meeting of the European Association of Urology, Berlin, 21-24 March 2007 Lors d’un symposium satellite qui s’est tenu pendant le congrès annuel de la European Association of Urology, quelques éminents experts dans le domaine du traitement du cancer prostatique – e.a. les Professeurs John Fitzpatrick (Dublin, Irlande), Cora Sternberg (Rome, Italie) et John Anderson (Sheffield, RU) – ont discuté de la place du docétaxel dans le traitement du cancer prostatique métastatique hormonorésistant.

L’évolution du cancer prostatique Le cancer prostatique est non seulement l’un des cancers les plus fréquents chez l’homme, mais il est également l’une des principales causes de mortalité par cancer chez l’homme. La mortalité due au cancer chez l’homme est uniquement plus élevée pour le cancer pulmonaire et bronchique.1 La majorité des hommes qui consultent en raison d’un cancer prostatique métastatique réagissent initialement bien à un traitement d’ablation hormonal pendant en moyenne 12 à 24 mois.2 Toutefois, ces hommes développeront à terme un cancer prostatique métastatique hormonorésistant, avec une survie moyenne de 6 à 12 mois (Figure 1).3-4 À la fin des années nonante, l’association de mitoxantrone et de prednisone ou d’hydrocortisone entraînait une meilleure qualité de vie qu’un traitement hormonal seul chez les patients souffrant d’un cancer prostatique métastatique hormonorésistant. Toutefois, ces traitements n’étaient pas associés à une amé­lioration de la survie. Le docétaxel est un analogue taxoïde semi-synthétique Figure 1. Stades cliniques du cancer prostatique.

Cliniquement localisé

Rechute biochimique

doté d’une activité antitumorale élevée. Le docétaxel est un puissant inhibiteur de la dépolymérisation microtubulaire. Chez les patients souffrant d’un cancer prostatique métastatique hormonorésistant, le docétaxel réagit également aux effets de la protéine anti-apoptotique Bcl-2.5

Avantage en matière de survie Le docétaxel est associé à un avantage en matière de survie chez les patients souffrant d’un cancer prostatique métastatique hormonorésistant – Mise à jour après 3 ans. L’efficacité du docétaxel dans le cancer prostatique métastatique hormonorésistant a été démontrée dans deux études cliniques de phase III : l’étude TAX 327 et l’étude SWOG 9916 (Southwest Oncology Group).2,6 Dans l’étude TAX 327, 1006 patients souffrant d’un cancer prostatique métastatique hormonorésistant – traités par prednisone 5 mg (deux fois par jour) – ont été randomisés sous un traitement complémentaire par docétaxel IV 75 mg/m2 toutes les trois semaines, sous docétaxel IV 30 mg/m2 une fois par semaine pendant cinq semaines sur six, ou sous mitoxantrone IV 12 mg/m2 toutes les trois semaines. Cette étude a révélé que, par rapport à la mitoxantrone, un traitement par docétaxel toutes les trois semaines avait un effet supérieur en ce qui concerne la survie, la douleur, le taux de PSA sérique (antigène spécifique de la prostate) et la qualité de vie.6 Les résultats d’étude initiaux ont révélé que le risque de mortalité chez les hommes souffrant d’un cancer prostatique métastatique hormonorésistant, traités par docétaxel 75 mg/m2 toutes les trois semaines, était réduit de 24 % (p = 0,009 par rapport à la mitoxantrone). En outre, dans ce groupe de patients, par rapport au groupe mitoxantrone, on a constaté une amélioration significative de la valeur du PSA et de

Non métastatique, hormonosensible

Cancer prostatique non métastatique, hormonorésistant

Métastatique hormonosensible

Cancer prostatique métastatique, hormonorésistant

Mortalité spécifique du cancer prostatique Mortalité due aux comorbidités 10 à 15 ans + 24

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007


0,2

0,4

0,6

0,8

Docétaxel toutes les trois semaines Docétaxel hebdomadaire Mitoxantrone

0,0

Proportion de patients en vie

1,0

Figure 2. Survie dans l’étude TAX 327 : mise à jour après trois ans.7

1. Jemal et al. Cancer statistics, 2005. CA. Cancer J. Clin. 2005; 55 (1): 10-30. 2. Petrylak et al. Docetaxel and estramustine compared with mitoxantrone and prednisone for advanced refractory prostate cancer. N. Engl. J. Med. 2004; 351 (15): 1513-1520.

Dossier / Dossier

Références

la douleur, respectivement de 45 % et 35 %. Une mise à jour de l’étude TAX 327 démontre que, par rapport aux patients traités par mitoxantrone, les patients traités par docétaxel 75 mg/m2 toutes les trois semaines ont une survie moyenne de 19,3 mois, versus 16,3 mois (p = 0,005 ; Figure 2).7 Il est également frappant que cet avantage en matière de survie existe, indépendamment de l’âge, de la présence de douleur, du taux de PSA initial et de la qualité de vie du patient.

0

1

Quand débuter le traitement ? Le Professeur Cora Sternberg a souligné que l’étude TAX 327 a clairement démontré que le docétaxel 75 mg/m2 toutes les trois semaines est le traitement de référence pour les hommes souffrant d���un cancer prostatique métastatique hormonorésistant. Ce traitement doit être instauré chez tous les patients – même ceux présentant des symptômes minimes – montrant des signes de progression rapide de l’affection. Chez les patients ayant une progression plus lente, il faut attendre l’apparition de symptômes avant de débuter le traitement. D’après le Professeur Sternberg, on ignore la durée optimale du traitement par docétaxel dans cette population. Dans l’étude SWOG 9916, on comptait 12 cycles, et dans l’étude TAX 327, la durée du traitement par docétaxel 75 mg/m2 était arbitrairement de 30 semaines.

Conclusion Le docétaxel 75 mg/m2 toutes les trois semaines a prouvé de manière convaincante son avantage en matière de survie chez les patients souffrant d’un cancer prostatique métastatique hormonorésistant. Ceci a également contribué au fait que le docétaxel est devenu le traitement standard dans cette population de patients.

2

3

Années

4

5

6

7

3. de Wit R. Shifting paradigms in prostate cancer; docetaxel plus lowdose prednisone - finally an effective chemotherapy. Eur. J. Cancer 2005; 41 (4): 502-507. 4. Dagher et al. Approval summary: docetaxel in combination with prednisone for the treatment of androgen-independent hormonerefractory prostate cancer. Clin. Cancer Res. 2004; 10 (24): 8147-8151. 5. McKeage et al. Docetaxel in hormone-refractorey metastatic prostate cancer. Drugs 2005; 65 (16): 2287-2294. 6. Tannock et al. Docetaxel plus prednisone or mitoxantrone plus prednisone for advanced prostate cancer: the TAX 327 Investigators. N. Engl. J. Med. 2004; 351 (15): 1502-1512 7. Berthold et al. Docetaxel plus prednisone or mitoxantrone plus prednisone for advanced prostate cancer: Updated survival of the TAX 327 study. 2007 Prostate Cancer Symposium. Orlando, USA. www.asco.org – ASCO Prostate 2007 – Berthold.

{nr. d’approbation Sanofi-Aventis: B-DOC 070401}

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

25


Dossier / Dossier

Voordelen en risico’s van een testosteronbehandeling Vertaling van “Benefits and Risks of Testosterone treatment” Thierry Roumeguère, University Clinics of Brussels, Erasme Hospital Brussels Vertaling: Dr. Benny Verheyden Het gebruik van testosteronsupplementen geniet een ruime belangstelling, niet alleen bij de gezondheidswerkers maar ook bij het ruime publiek. Het blijft echter de verantwoordelijkheid van de arts er over te waken dat androgenen enkel en alleen gebruikt worden in rigoureuze en wetenschappelijk correcte omstandigheden. Het moet duidelijk zijn dat androgenen enkel correct worden gebruikt wanneer zich een klinisch duidelijk androgeen tekort voordoet, met symptomen van hypo-androgenisme, die zich ook uiten in een afwijkende bloedanalyse en met een negatief impact op de levenskwaliteit. De behandeling met androgenen beoogt daarbij om de klinische symptomen te verbeteren. Correctie van de bloedwaarden is daarbij van secundair belang. Het positieve effect van een androgeenbehandeling wordt hierbij ook beïnvloed door de aanwezigheid van verschillende androgeenreceptoren in de doelorganen. Over deze receptoren voor androgenen is veel minder bekend dan bijvoorbeeld over de oestrogeenreceptoren. De bedoeling van een androgeen behandeling is divers: het verbeteren van het libido en de seksuele functie, maar ook toename van de spiermassa, afname van het intra-abdominale vet, verbeteren van de botmassa en bevorderen van de cognitieve functie. Dit resulteert globaal in een verbetering van de levenskwaliteit. Er zijn echter ook mogelijke nevenwerkingen, zoals prostaatproblemen, polycythemie, slaapapnoe, vochtretentie met oedemen en eventueel excitatie tot een meer agressief gedrag. Belangrijkste struikelblok voor vele artsen om een androgeenbehandeling te starten is het vermeende risico op prostaatkanker. De groei van de prostaat wordt echter in essentie niet alleen beïnvloed door de verhouding tussen testosteron en oestradiol, maar vooral ook door de aromatase en 5alfa-reductase werking die verantwoordelijk zijn voor de transformatie van testosteron naar meer actieve metabolieten. Testosteronsuppletie bij mannen met een primair hypo­ gonadisme leidt niet echt tot een pathologische toename van

26

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

het prostaatvolume of de PSA. Evenmin is er een significantie invloed op de mictie. Een verband tussen hypertestosteronemie en prostaatkanker is enkel aangetoond in dierenmodellen. Het is correct dat bij de mens een prostaatcarcinoom uitstekend reageert op elke vorm van castratie, maar anderzijds heeft testosterontoediening nauwelijks een invloed op de PSA velocity. Tevens neemt de incidentie van prostaatcarcinoom toe met de leeftijd, daar waar de testosteronspiegel met de leeftijd duidelijk afneemt. Sommige studies tonen een verhoogde testosteronspiegel aan bij patiënten met prostaatcarcinoom in vergelijking met een controlegroep zonder prostaatkanker. In tegenstelling hiermee tonen andere auteurs dan weer aan dat precies op moment van een lage testosteronspiegel een prostaatcarcinoom de kop op steekt. Andere retrospectieve studies dan weer tonen het verband tussen een lage testosteronspiegel en prostaattumoren met een hogere Gleasonscore, zeg maar meer agressieve tumoren. Concreet beschikken we spijtig genoeg over slechts enkele longitudinale studies met een voldoende lange opvolgingduur. Deze zijn spijtig genoeg uitgevoerd in een groep van jonge patiënten die voor een primair hypogonadisme werden behandeld. Bij hen werd geen enkele majeure nevenwerking geregistreerd. Hoe dan ook moeten alvorens het opstarten van een androgeensubstitutie een aantal aandachtspunten worden in acht genomen. Een PSA bepaling en een rectaal onderzoek zijn zeker aan­gewezen. Prostaatbiopten zijn zeker geen routine, maar moeten in geval van twijfel toch worden overwogen. Eens de behandeling is gestart is een goede follow up noodzakelijk. Het eerste jaar wordt de PSA driemaandelijks bepaald en een rectaal onderzoek uitgevoerd. Daarna is een jaarlijks onderzoek aangewezen tenzij zich problemen voordoen. Blaasuitvloeiproblemen worden ook best vooraf opgespoord en behandeld. Absolute contraindicaties voor androgeensubstitutie zijn een voorgeschiedenis van prostaat of borstkanker. Geraadpleegde lectuur: Investigation, Treatment and Monitoring of late-Onset Hypogodadism in Males: ISA, ISSAM and EAU Recommendations. Nieschlag E., SwerdloffR., Behre H. et al. Eur.Uroi. 2005;48:1-4.


Traduction de “Benefits and Risks of Testosterone treatment” Thierry Roumeguère, Cliniques Universitaires, Hôpital Erasme Bruxelles La perspective de suppléments en testostérone suscite toujours un vif intérêt non seulement chez les patients mais également chez les praticiens. Il appartient, bien entendu, au corps médical de veiller à ce que ce sujet fasse l’objet d’une approche scientifique rigoureuse. Un apport en testostérone ne pourra être envisagé que s’il existe des manifestations cliniques d’hypogonadisme, une traduction de cet hypogonadisme sur le plan biochimique et en corollaire, un impact négatif sur la qualité de vie. Un traitement sera toujours destiné à corriger les symptômes d’un patient et n’aura en aucune manière pour objectif de corriger des paramètres biologiques. L’efficacité d’une supplémentation en testostérone dépend de la présence de différents types de récepteurs aux androgènes qui ne sont, à l’heure actuelle, pas clairement identifiés comme peuvent l’être par exemple les récepteurs aux oestrogènes. L’administration de testostérone doit avoir pour effet bénéfique une amélioration de la libido, une augmentation de la masse musculaire accompagnée d’une diminution de la graisse abdominale, une amélioration de la densité osseuse et des capacités cognitives. Il en résulte une amélioration au moins ressentie et exprimée par les patients de la qualité de vie. Les effets secondaires potentiels sont essentiellement les troubles prostatiques, la polycythémie, les apnées du sommeil, la rétention hydrique voir le développement d’une certaine excitation ou agressivité. Le risque de cancer de prostate pour le praticien reste la pierre d’achoppement d’une supplémentation en testostérone. La croissance de la prostate est régie non seulement par l’équilibre entre les androgènes et les oestrogènes mais surtout par l’aromatase et la 5-a-reductase responsables de la transformation de la testostérone en ses métabolites actifs. La substitution en testostérone chez les patients atteints d’hypogonadisme primaire ne semble pas entraîner d’augmentation du volume prostatique ni du PSA. Le flux urinaire n’est par ailleurs pas influencé de manière significative par la testostérone.

castration. Les suppléments en testostérone n’ont quasiment pas d’impact sur la vélocité du PSA. L’incidence du cancer augmente avec l’âge alors que le taux de testostérone libre diminue avec l’avancée en âge d’environ 10 % par an. Certaines études montrent un taux de testostérone plus élevé chez les patients présentant un cancer de la prostate comparés à des contrôles tandis que d’autres essais montrent que la probabilité de cancer s’accroît lorsque le taux de testostérone est faible. D’autres études rétrospectives ont montré une association entre un taux faible de testostérone libre et un score de Gleason élevé, soit un cancer plus agressif. Nous ne disposons, malheureusement, que de quelques études longitudinales à long terme. Celles-ci sont réalisées essentiellement chez des patients jeunes, traités pour hypo­ gonadisme primaire. Aucune complication significative ne semble être observée. Néanmoins, avant l’introduction de toute supplémentation en testostérone, il existe des recommandations de bonne pratique médicale.

Dossier / Dossier

Bénéfices et risques d’un traitement par testostérone

La réalisation d’un toucher rectal et ‘une mesure du taux de PSA s’imposent avant l’instauration du traitement. Des biopsies prostatiques seront également réalisées en cas de doute pour éliminer une suspicion de cancer avant de débuter le traitement. Une fois le traitement entrepris, un toucher rectal et une mesure du taux de PSA sont conseillés tous les trois mois durant la première année, puis une à deux fois par an par la suite en dehors de tout événement intercurrent. Un trouble de la vidange vésicale sera corrigé avant l’instauration du traitement. L’information concernant le suivi doit être très clairement explicitée. L’existence d’un cancer de la prostate ou du sein doit être considérée comme une contre-indication absolue. Lecture conseillée: Investigation, Treatment and Monitoring of late-Onset Hypogodadism in Males: ISA, ISSAM and EAU Recommendations. Nieschlag E., SwerdloffR., Behre H. et al. Eur.Uroi. 2005;48:1-4.

Un lien entre l’hyper testostéronémie et l’augmentation de l’incidence du cancer de la prostate n’a été démontré que chez l’animal. Chez l’homme, le cancer de la prostate répond à la UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

27


Nieuws / Nouvelles

Urobel studiedag: verslag 17 november 2006 Naar jaarlijkse gewoonte organiseerde Urobel een studiedag in samenwerking met de docenten verpleegkunde. Dit jaar waren ze te gast in de KHK campus Lier . De dag werd, na een tas koffie, een versterkend broodje en een welkomswoordje van het departementshoofd, Mevr. Goossens, ingezet door Paul Enzlin (seksuoloog, ... ) met als thema: ‘Psychologie van de urologische patiënt’ De deelnemers werden actief betrokken bij de brainstorming rond de definitie van de ‘urologische patiënt’. Er werd gepeild naar de betekenis van deze aandoeningen bij de patiënt hierbij bleken schaamte, pijn, angst, schuldgevoelens, relatieproblemen, financiële consequenties, ... woorden te zijn die aangeven dat de urologische patiënt ook in een breed kader moet gezien worden. Zowel voor de hulpverlener als voor de patiënt blijkt dialoog rond dit thema geen evidentie. Ook zijn de mensen niet erg vrij om over hun urologische problemen te praten, ze schrikken van vreemde woorden en het taalgebruik is niet erg ruim of universeel. Aan de hand van het incontinentieprobleem werd duidelijk welk inpakt een urologische aandoening heeft op levenskwaliteit van de mens. De taboesfeer, het cultureel gekleurd zijn, gebrek aan kennis en empatische houding bij de zorgverleners, maken dat het voor de patiënten erg moeilijk. Sommige van deze patiënten houden hun incontinentieproblematiek zoveel mogelijk geheim. Aanmodderen, situaties vermijden, minder durven drinken, depressieve neigingen, seksuele problemen, verlies van vrijheid en spontaneïteit en gekwetst zelfwaardegevoel zijn voorbeelden die een verminderde levenskwaliteit tot gevolg kunnen hebben.

sterk vereenvoudigde en meer comfortabele methode meldt zich aan.

Als derde kwam het veldwerk aan de beurt. Bij de nieuwe onderwijsaanpak hoort ook: ‘blaassondage van een simulatiepatiënt’. Onder leiding van onze 2 voortrekkers van deze dag, Kathleen Grauwels en Gilberte Versonnen, voerde een student een sondage uit bij een simulatiepatiënte. Een unieke ervaring voor de student, de docenten, en uiteraand ook voor de aanwezige gastdocenten. De simulatiepatiënt (met fantoom) was gebriefd door de betrokken begeleiders en verwoordde de gevoelens en vragen van een reële patiënte, hierdoor kwam de werksituatie een stukje dichterbij voor de betrokken studentente. Na een verzorgde en gemoedelijke middagpauze was het tijd voor de medische aspecten. Dokter Steven Joniau van UZ Gasthuisberg te Leuven informeerde ons over ingrijpende urologische chirurgie. Bricker, vervangblaas en andere ingrepen gaven verder een beeld van de mogelijk oplossingen die de chirurg kan bieden bij aandoeningen en afwijkingen van de blaas. De dag werd naar gewoonte afgesloten met de vraag naar een volgende locatie voor 2007.

Tijdens de pauze en de spreekbeurt die daarop volgde, konden we bij de vertegenwoordigers van de firma’s Braun en Coloplast kennis maken met nieuwe, aangepaste materialen om de urogenitale zorgen uit te voeren. Voor de verpleegkundigen is er een hele evolutie op til. De zogenaamde ‘lipstick’sonde (coloplast) en de van glijmiddel voorziene sonde (actreen sonde van Braun), met of zonder opvangzakje, doet verhopen dat sondage in de toekomst niet meer ‘een erg gevreesde techniek in de opleiding’ blijft. Een 28

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

Urobel zelf werkt met veel ambitie verder aan de profes­ sionalisering van de ‘zorg voor de urologische patiënt’ Een speciale beroepstitel zit bij de uitdagingen. Voor verdere info kan je terecht op de website: www.urobel.be M. Hendrickx


Docentendag

De cursus prostaatverpleegkundige start in oktober 2007. Tijdens deze cursus wordt u niet enkel de medische kennis en achtergronden bijgebracht. Er wordt ruim aandacht besteed aan de verpleegkundige inbreng en de meerwaarde van een gespe­ cialiseerd prostaatverpleegkundige in de zorg voor de patiënt met prostaatkanker en andere aandoeningen van de prostaat. Bij een verouderende populatie en een dalende instroom van artsen specialisten, zal de rol van de gespecialiseerd verpleegkundige in de toekomst nadrukkelijker zijn plaats krijgen. Als vereniging willen wij u als goede urologische verpleegkundigen hierop voorbereiden. De werkgroep prostaatverpleegkundige verfijnt het programma en maakt de nodige afspraken met de belangrijke professionelen in deze materie. Inschrijven kan nog tot ten laatste 10 september.

Ook in 2007 organiseren we een docentendag. Deze dag heeft specifiek de bedoeling om in te gaan op vragen en wensen van de docenten verpleegkunde in verband met de urologische pathologie en verpleging van urologische patiënten. De volgende docentendag wordt gepland in het najaar, in samenwerking met de Katholieke Hogeschool Sint-Lieven te Aalst.

Ronny Pieters, hoofdverpleegkundige Afdeling Urologie, U.Z. Gent

Voorstelling papers

Namiddag van de urostomapatiënt Op zaterdag 29 september organiseert Urobel samen met StomaIlco Hasselt de volgende namiddag van de urostomapatiënt. Bij de meeste bijeenkomsten van stomapatiënten zijn de uro­ stomapatiënten in de minderheid. Speciaal voor hen organiseren wij een aparte namiddag waar we hun wensen en verzuchtingen aan bod laten komen. Voor deze namiddag hebben we reeds Dr. Peter Martens en Dhr. Guy Bylois uitgenodigd. Verdere info vind je via de website van Urobel en van Stoma-ilco. Artsen en verpleegkundigen: verwittig uw patiënten van dit initiatief.

Nieuws / Nouvelles

Prostaatcursus

Ronny Pieters

Vervangen suprapubische sonde

Een onderdeel van de cursus referentieverpleegkundige (in)continentie bestaat in het maken en voorstellen van een paper. Doel hiervan is de cursist leren om informatie rond een bepaald thema op te zoeken, maar ook om ze te leren spreken voor publiek. Zij zullen ook in de toekomst hun collega’s, de patiënt, de leek moeten inwijden in de problematiek van incontinentie, en wij willen hen hierop voorbereiden. Het was een aangename dag, met veel zenuwen, maar ook met veel prachtprestaties van cursisten die nog nooit voor publiek spraken. Ronny Pieters

BAU We zijn opnieuw uitgenodigd door de Belgian Association of Urology om tegelijkertijd met het artsencongres een verpleegkundig congres te voorzien. Gepland voor 15 december 2007 te Kortrijk. Meer info in volgend nummer en op de website.

De lessen rond het vervangen van de suprapubische sonde winnen aan belang. De opkomst stijgt per sessie, en het aantal sessies is ondertussen reeds opgelopen tot 12. Op het eind van de rit zullen wij zo’n 800 à 1000 verpleegkundigen bijgeschoold hebben rond dit thema. Het gebruikt didactische materiaal zal later ook via onze website ter beschikking gesteld worden. Ronny Pieters

Werkgroep incontinentie De werkgroep incontinentie is volop aan het werk rond het project dat we van minister Vervotte toegewezen kregen. Bedoeling is om de verpleegkundigen en verzorgenden in woonen zorgcentra te ondersteunen in hun zorg voor het herwinnen of behouden van continentie bij de bewoners. Een eerste theoretische richtlijn is praktisch klaar, en wordt in de loop van de maand juni voorgelegd aan verpleegkundigen en verzorgenden uit de sector, teneinde te komen tot praktische richtlijnen, toepasbaar in de zorgsetting. Ronny Pieters

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

29


Interactive voting system®

Geen slapende toehoorders meer ! Plus d’audience somnolente ! Voor al uw congressen, rondetafels, symposia, opleidingssessies, ... Pour tous vos congrès, vos tables rondes, vos symposiums, vos séances de formation, ...

Interactive voting system® De top in interactieve communicatie. Veel meer dan voting alleen: • perfecte regie via geïntegreerde projectie van powerpoints, video’s... door onze IVS-operator • sterke interactie publiek / spreker • draadloze, volledig anonieme toetsing van de mening van het publiek • uitdraai van het stemgedrag van de groep voor een accurate verslaggeving La nec plus ultra en matière de communication interactive. Bien plus que du simple voting: • une régie parfaite via la projection intégrée de présentations Powerpoint, de vidéos, … par notre opérateur IVS • forte interaction entre le public et le conférencier • consultation sans fil et tout à fait anonyme de l’avis du public • listage du comportement de vote du groupe pour un reportage précis

Voor meer info bel: Pour plus d’informations, appelez:

09 225 82 04


La parole est à vous …

In deze rubriek laten we graag u aan het woord. Niet alleen met vragen, ook met antwoorden, suggesties, … Niet dat we op alle vragen een pasklaar wetenschappelijk gefundeerd antwoord kunnen geven, maar een vraag stellen kan de mist al een beetje doen optrekken.

Dans cette rubrique, nous vous laissons la parole. Non seulement pour poser des questions, mais aussi pour apporter des réponses, des suggestions, ... Bien qu’il soit impossible de donner une réponse toute prête et scientifiquement correcte à toutes les questions, le simple fait d’aborder une question peut déjà apporter quelques clarifications.

Vraag 1

Question 1

In het artikel over positieve urinekulturen van Cel Vandewinkel las ik dat je bij TUR prostaatingrepen systematisch tweemaal daags manueel spoelt. Loop je dan geen groot risico op infectie? Groter risico dan bijvoorbeeld enkel te spoelen indien nodig?

Antwoord

Met het onderzoek van de afgenomen urineculturen na het verwijderen van de sonde na een TURP is er bewezen dat er niet meer infecties zijn dan na andere operaties, zelfs als men de blaas 2 maal daags spoelt. Meer zelfs, wij verkiezen van de blaas 2 maal daags manueel te spoelen na een TURP om zo de blaas zo snel mogelijk klontervrij te krijgen. Anders is er een groter risico op retentie door achtergebleven klonters nadat de sonde verwijderd is.

Vraag 2

Nadat de sonde verwijderd werd bij TUR prostaat neem je een urinecultuur nadat de patiënt minstens tweemaal spontaan gewaterd heeft. Waarom niet vanaf de eerste mictie?

Antwoord

Omdat we veronderstellen dat het 1e staal dan gecontamineerd is door de recente aanwezigheid van de sonde. Dit is een veronderstelling maar we hebben dit nooit onderzocht.

Dans l’article de Cel Vandewinkel sur les cultures d’urine positives, j’ai lu qu’après les opérations de résection transuréthrale de la prostate, on pratiquait un rinçage manuel de la vessie deux fois par jour. Cette façon de procéder n’engendre-t-elle pas un risque important d’infection ? Le risque n’est-il pas plus important qui si, par exemple, on ne rinçait la vessie que quand c’est nécessaire ?

Nieuws / Nouvelles

Vragen staat vrij

Réaction

Les analyses des cultures d’urine prélevées après l’enlèvement de la sonde chez les patients ayant subi une résection transuréthrale de la prostate m’ont permis de démontrer qu’il n’y a pas plus d’infections qu’après d’autres opérations – même si on rince la vessie deux fois par jour. De plus, nous préférons pratiquer un rinçage manuel deux fois par jour après une résection transuréthrale de la prostate, parce que nous voulons que la vessie soit – le plus possible – libre de caillots. Sinon, il y a un risque plus élevé de rétention par des caillots qui restent dans la vessie après l’enlèvement de la sonde.

Question 2

Après avoir retiré la sonde, vous prélevez une culture d’urine après que le patient ait uriné spontanément au moins deux fois. Pourquoi pas après une première miction?

Réaction

Parce qu’on suppose qu’il est possible que le premier échantillon soit encore contaminé par la présence de la sonde. C’est une supposition, mais nous ne l’avons pas examiné.

Cel Vandewinkel AZ Jan PAlfijn

Cel Vandewinkel AZ Jan PAlfijn

Franstalige regio

Région francophone

De franstalige collega’s vergaderen vanaf nu in een eigen setting en leggen eigen accenten, passend in de filosofie van de vereniging. De geografische spreiding maakte het moeilijk om personen uit de franstalige regio te mobiliseren voor een aantal vergaderingen. Wij hopen op deze manier de inbreng van onze franstalige collega’s iets gemakkelijker te maken en zo de dynamiek van de vereniging nog uit te bouwen.

Nos collégues francophones organisent des réunions dans la région Wallone pour attirer des nouveaux membres pour la gestion, et diminuer la distance à parcourir. Tous qui sont intéressées sont invitées de contacter Christiane Bottin ou Nadine Buttiens. (christianebottin@msn.com)

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007 31


Lidmaatschap / Les membres

Urologisch verpleegkundige?

InfirmiEr(e)s en urologie?

Word nu lid

Devenez membre

voor slechts

pour pas plus que

€ 15 door het bedrag te storten op rekening 001-3024515-34 met vermelding van uw naam en thuisadres

Versez les 15 euros sur le compte 001-3024515-34 avec les mentions suivantes : votre nom, votre adresse personnelle, le nom de votre hôpital

Uw voordelen:

Votre avantages:

• U krijgt dit interessante tijdschrift gratis op uw thuisadres toegestuurd.

• Vous recevrez cet intéressant magazine à domicile.

• U geniet van een korting op alle organisaties, (congressen, cursussen, colloquia, ...) van Urobel. • U wordt persoonlijk op de hoogte gehouden van wat er zich in de urologische sector afspeelt. • U kan deelnemen aan werk­ groepen opgericht door Urobel. • U maakt deel uit van een actieve vereniging die ook naar u luistert.

32

€ 15

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007

• Vous recevrez une réduction sur toutes les activités organisées par Urobel (colloques, congrès, cours, ...). • Vous êtes tenu personnellement au courant de toutes les nouveautés en urologie. • Vous pouvez participer au groupes de travail d’Urobel. • Vous devenez membre d’une association active qui vous écoute.


“Dokter, gaan plassen duurt een uur bij mijn man, een erectie een paar seconden. Ik zou het liever omgedraaid zien, kan u dat?” « Docteur, chez mon mari, uriner dure une heure et une érection, quelques secondes seulement. Je préférerais l’inverse. Pouvez-vous faire quelque chose ? »

Lidmaatschap / Les membres

stuur ons uw foto’s, karikaturen en cartoons. Worden ze geselecteerd voor publicatie, dan ontvangt u € 25. De redactie

envoyez-nous vos photos originales, vos caricatures, des cartoons. s’ils sont publiés, vous recevrez € 25. La rédaction

“Welke vind jij de beste?”

“Als je last hebt van zachte ontlasting vind ik de ‘new baby’ pamper wel goed. Let wel, eens je terug begint te kruipen raad ik de ‘active fit’ aan.”

« Laquelle tu préfères ? »

« Si tu souffres de selles molles, je trouve que la couche « new baby » est très bien. Attention, une fois que tu recommences à marcher à quatre pattes, je conseille vraiment l’ « active fit ». »

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007




Goed om weten / Bon à savoir

Agenda Bijscholing Urologie Laparoscopische, radicale prostatectomie 14 juni 2007 restaurant ZH Bernhoven, locatie Oss e.hermanussen@bernhoven.nl

ICS Annual conference International Continence Society 20-24 augustus 2007 Rotterdam, Nederland www.icsoffice.org

ERUS 07 - European Robotic Urology Symposium Latest Developments in Robotic Surgery 12-14 september 2007 Brussel, België www.erus2007.com

Start cursus prostaatverpleegkundige

22 oktober 2007 De cursus prostaatverpleegkundige gaat van start. 12 dagen praktijk­ vorming, 3 dagen stage. In samenwerking met de Hogescholen Gezondheidszorg Brugge, Brussel en Lier. http://users.telenet.be/voorzitter.urobel/affichecp.pdf

28èmes journées de l’Infirmière en Urologie L’Association Française d’Urologie 13-14 november 2007 Paris, France www.urofrance.org

BAU congres

14-15 december 2007 Kortrijk, België

De meest recente agenda vindt u op onze website www.urobel.be Le plus récent sur le site www.urobel.be

Hoofdredactie / Rédacteurs en chef Paul Debeuckeleer Ingrid Van Neyghen Jan Hendrickx Ronny Pieters Piet Eelen Cel Vandewinkel Nadine Buttiens Dr. J. Braeckman Redactieraad / Comité de rédaction Prof. Dr. R. Andrianne Dr. P. Dekuypere Prof. Dr. K. Everaert Dr. K. D’Hauwers Prof. Dr. S. Keuppens Dr. G. Hendrickx Prof. Dr. W. Oosterlinck Dr. L. Hoekx Prof. Dr. H. Van Poppel Dr. W. Kerckhaert Prof. Dr. A. Verbaeys Dr. J. Mattelaer Prof. Dr. J.J. Wyndaele Dr. D. Ost Dr. T. Adams Dr. B. Sinilon Dr. J. Ampe Dr. H. Van Der Eecken Dr. I Billiet Dr. B. Verheyden Dr. A. De Brouwer Dr. G. De Meerleer Dr. P. De Jonge Dr. F. Deroo Dr. F. Debroeck Hilde Heyman Dr. J. Deganck Auteurs Paul De Beuckeleer, Ronny Pieters, Cel Vandewinkel, Dr. K. van Renterghem, Dr. Van Hoof, Prof. Dr. Hubert Claes, Luc De Laere, Dr. Gerrit Nijssens, Dr. Benny Verheyden, M. Hendrickx Verantwoordelijke uitgever / Editeur responsable Ronny Pieters Redactiesecretariaat en administratie / Secrétariat de rédaction et administration Ronny Pieters Urobel vzw - U.Z. Gent De Pintelaan 185 BE - 9000 Gent Tel.: 09 240 27 65 Fax: 09 240 38 89 Website: www.urobel.be E-mail: voorzitter.urobel@telenet.be Advertentie-exploitatie / Exploitation publicitaire Tenacs o.h.p. publishing & communication bvba Mark Caelenberghe Stapelplein 32 BE - 9000 Gent tel.: +32 9 225 82 04, fax: +32 9 225 03 76 e-mail: info@tenacs.be BTW BE 0417.377.340 RPR Gent Alle rechten voorbehouden. Tous droits réservés. Noch de redactie noch de uitgever kunnen aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van de artikelen en advertenties. Deze vallen steeds onder de verantwoordelijkheid van de auteurs, respectievelijk adverterende firma’s. La rédaction et l’éditeur déclinent toute responsabilité visà-vis le contenu des articles ou les annonces publicitaires. Toute responsabilité reste chez les auteurs, respectivement les firmes qui font de la publicité. UROBEL Magazine verschijnt vier maal per jaar in twee versies, een versie voor het urologische artsenkorps en een versie voor de urologisch verpleegkundigen. UROBEL magazine wordt bedeeld per post. UROBEL Magazine paraît quatre fois par an en deux versions, une version pour les urologues et autres médecins actif dans le domaine de l’urologie et une version pour les infirmi(è)er(e)s dans le domaine des soins urologiques. UROBEL Magazine est distribué par la poste. Oplage / Tirage: 1700 ex. (1300 INF - 400 URO) © 2007, uitgever: Tenacs o.h.p. bvba

34

UROBEL Magazine | 6/2 | mei - mai 2007


what drives us relentlesslyâ&#x20AC;Ś Nothing is more precious than your health. Wellbeing and prosperity are indissolubly linked to this gift of life. Pfizer is passionately committed to ensuring everyone can lead a healthy life with the promise of remaining active as long as possible. In addition to our prevention projects and readily accessible information, we focus our energy on discovering and developing innovative medicines, the fruit of intensive research. Thus bringing recovery, relief and hope to both patients and relatives.

Pfizer Global Pharmaceuticals Belgium/Luxemburg

Caring is synonymous with collaborating. First and foremost there is the patientdoctor relationship. Pfizer aims to enhance this relationship while also stimulating a fruitful cooperation with the authorities and other partners in order to reduce the economic burden of disease. We are dedicated to making high quality and reliable healthcare accessible to all. Your health is the backbone of our actions. Is what drives our 3.200 dedicated coworkers relentlessly.

www.pfizer.be


Urobel Magazine 2007 nr 6