Issuu on Google+

Procedure “Verwijdering, vervanging na fistelvorming en toezicht op de suprapubische blaassonde met ballon�. Voorstel voor de technische commissie verpleegkunde 06 oktober 2004

Cel Vandewinkel UROBEL cel.vandewinkel@zna.be


Inhoudsopgave :

1 Voorwaarde............................................................................................................3 2 Procedure “verwijdering, vervanging na fistelvorming en toezicht op de suprapubische blaassonde met ballon B2.”.................................................................3 2.1 Definitie suprapubische sonde.......................................................................3 2.2 Indicaties voor langdurige suprapubische sondes ........................................3 2.3 Doel van het verwisselen van een suprapubische sonde..............................3 2.4 Voordelen van suprapubische sonde .............................................................3 2.5 Contra-indicaties.............................................................................................4 2.6 Benodigdheden ...............................................................................................4 2.6.1 Welke sondes gebruiken .........................................................................4 2.6.2 Materiaal ..................................................................................................4 2.7 Werkwijze .......................................................................................................5 2.7.1 Patiënt voorlichten en geruststellen .......................................................5 2.7.2 Houding patiënt.......................................................................................5 2.7.3 Techniek zelf ...........................................................................................5 2.7.4 Techniek met gewone silicone of hydrogelsonde .................................5 2.7.5 Techniek met sonde met mandrain.........................................................6 2.8 Aandachtspunten en observatie .....................................................................7 2.9 Mogelijke verwikkelingen van de suprapubische sonde en wat te doen? ..8 2.10 Frequentie van vervangen van suprapubische sonde ...................................9 3 Wetenschappelijke studies ..................................................................................10 4 Bekwaamheid.......................................................................................................11 5 Urobel vzw ...........................................................................................................12


1 Voorwaarde Het verwisselen van de suprapubische sonde is een technische verpleegkundige verstrekking B2 die enkel kan gebeuren op medisch voorschrift.

2 Procedure “verwijdering, vervanging na fistelvorming en toezicht op de suprapubische blaassonde met ballon B2.” 2.1 Definitie suprapubische sonde Het is een sonde met of zonder ballon die percutaan suprapubisch in de blaas geplaatst wordt om de urine te laten aflopen.. Voor langdurige suprapubische katheters worden er steeds ballonsondes gebruikt. 2.2 Indicaties voor langdurige suprapubische sondes o chronische urineretentie (o.a.. door prostaathypertrofie) o urethrastrictuur o neurologische aandoeningen (o.a. MS patiënten) o uitgebreide decubitusletsels als er echt geen andere oplossing is o bekken of urinaire trauma’s 2.3 Doel van het verwisselen van een suprapubische sonde o Voorkomen van verwikkelingen door tijdig de katheter te vernieuwen. (Infectie, obstructie) o Verhelpen van een verstopping. o Periodisch verwisselen wordt aanbevolen door de fabrikant. 2.4 Voordelen van suprapubische sonde o meer comfort ref. ” Klinikarzt Nr. 7/29 (2000) Seite 8-10 o seksuele activiteit is mogelijk o geen kwetsuur van meatus en urethra o spontane mictie is mogelijk o residubepaling is mogelijk o minder problemen dan bij urethrale sonde (Ischian en Hunt 1987) o minder infecties: Bij transurethrale sonde: na 5 dagen infectieratio bij de mannen: 5/16 en bij de vrouwen: 11/18 Bij suprapubische sonde: na 5 dagen infectieratio bij de mannen:2/17 en bij de vrouwen: 0/15 (prospective randomized controlled trial of urethral versus suprapubic catheterization : Brit. J.Surg. 1987) Techniek zeker geschikt om door verpleegkundigen te laten uitvoeren.


o Gemakkelijker techniek dan transurethrale sondage, zeker bij de man o Snel herplaatsen mogelijk als sonde uitvalt, anders misschien nieuwe punctie nodig o Meer comfort voor hulpbehoevende patiënten die thuis zijn, moeten niet naar ziekenhuis komen o Goedkoper voor patiënt en RIZIV (geen transport heen en terug naar ziekenhuis voor plaatsing door specialist), minder infecties en dus minder medicatie nodig en minder hospitalisatie. 2.5 Contra-indicaties o o o o o o o

Blaastumoren Schrompelblaas Zwaarlijvigheid Stollingsproblemen Lege of onvoldoende gevulde blaas Huidletsels suprapubisch Abdominale tumor met wegdrukking van blaas

2.6 Benodigdheden 2.6.1 Welke sondes gebruiken o Hydrogelsonde met ballon o 100% siliconensonde met ballon Ref. Krankenhausarzt 70,48-51(1997) 2.6.2 o o o o o o o o o o

Materiaal Wondverzorgingsset Onsteriele en steriele handschoenen 2 steriele spuiten van 10 ml en naald Flacon steriel water van 10 ml Niet alcoholische ontsmettingsvloeistof Silicone of hydrogelsonde of speciale sonde met mandrain Steriel glijmiddel zonder lidocaine Gesloten afloopsysteem voor urine of beenzak Bedekkend verband: splitkompres en bedekkend kompres Afsluitend verband: Tegaderm® of Fixomull® of een ander afsluitend verband o Extra kleefpleister voor de zijkanten o Bedbescherming


o Steriel water : 50 cc is voldoende o Steriele spuit van 50 cc met groot aanzetstuk 2.7 Werkwijze 2.7.1 Patiënendossier nazien nagaan of er aandachtspunten of problemen zijn met suprapubische sonde of met verwisselen ervan.

2.7.2 Patiënt voorlichten en geruststellen 2.7.3 Houding patiënt o Liggend op de rug en zo mogelijk volledig plat o Bed op werkhoogte 2.7.4 o o o o

o o o o o

Techniek zelf Bedbeschutting onder patiënt leggen om eventueel urineverlies op te vangen Handen wassen Verbandset openen Verpakking van de sonde openen en de sonde op het steriel veld klaar leggen en onmiddellijk het gesloten systeem installeren ( urinezak met afloop of beenzak met afloop) of speciaal afsluitstopje opzetten zoals Flipflo® of andere. Glijmiddel klaar leggen op steriel veld 1 spuit vullen met 10 ml water 2e spuit klaar leggen om ballonnetje af te laten Vrouwensonde voor éénmalig gebruik klaar leggen Onsteriele handschoenen aandoen

2.7.5 Techniek met gewone silicone of hydrogelsonde o o o o o o o o

Bedekkend verband verwijderen Fistel ontsmetten Met spuit vloeistof uit ballon halen Sonde verwijderen Steriele handschoenen aantrekken Steriel veld suprapubisch leggen Steriel glijmiddel in fistel spuiten en wat glijmiddel op top van sonde. Nieuwe sonde zachtjes en steriel plaatsen in de suprapubische fistel.


o Vul de ballon met de voorgeschreven ml water. Trek de sonde zachtjes terug tot je weerstand hebt en steek ze dan terug 3cm dieper. o Zo is er in de blaas geen tractie door de sonde . o De fistel opnieuw ontsmetten o Bedekkend verband aanbrengen en afsluitend kleefverband aanbrengen. o Zijkant extra vastkleven. Wel opletten dat bij verbandwissel de sonde steeds naar een andere kant wordt gefixeerd om zo druknecrose te voorkomen. o Steeds controleren of er urine afloopt N.B. Het snel herplaatsen is noodzakelijk omdat na een aantal minuten de fistelopening kan dichtvallen. Men neemt aan dat men meestal 30 Ă  60 minuten tijd heeft om een nieuwe sonde te plaatsen. Als een sonde er per ongeluk uitgeraakt, is het dan ook zeer belangrijk van zo snel mogelijk een nieuwe sonde te plaatsen. Anders moet er misschien een nieuwe punctie gebeuren.

2.7.6 Techniek met sonde met mandrain o o o o o

o

o o o o o o o o

Extra steriel veld nodig Bedekkend verband verwijderen Fistel ontsmetten Steriel veld op buik leggen Lichtjes sonde naar boven trekken zodat het uiteinde niet aan onderkant van de blaas zit en de sonde een rechte lijn vormt om zo de mandrain gemakkelijk te kunnen invoeren. Mandrain voorzichtig invoeren doorheen het lumen van de sonde rekening houdend met de markeringen op de mandrain, zodanig dat het uiteinde ervan juist voorbij het uiteinde van de sonde in de blaas zit. Met spuit vloeistof uit ballon halen Sonde langzaam verwijderen over de mandrain en de mandrain goed op zijn plaats laten Steriele handschoenen aandoen Steriel glijmiddel in fistel spuiten en een beetje glijmiddel eventueel op top van sonde Nieuwe sonde zachtjes over de mandrain in voeren tot in de blaas Vul de ballon met de voorgeschreven ml water. Mandrain terugtrekken en dadelijk het gesloten systeem of afsluitdopje aankoppelen. Trek de sonde zachtjes terug tot je weerstand hebt en steek ze dan opnieuw 3cm dieper. Zo is er in de blaas geen tractie door de sonde.


o Fistel ontsmetten

o Bedekkend verband aanbrengen en afsluitend kleefverband aanbrengen. o Zijkant extra vastkleven. Wel opletten dat bij verbandwissel de sonde steeds naar een andere kant wordt gefixeerd om zo druknecrose te voorkomen. o Steeds controleren of er urine afloopt 2.8 Aandachtspunten en observatie Een fistel is meestal gevormd na 6 a 8 weken. De 1e vervanging gebeurt door behandelende arts. 1. Steeds controleren of er urine afloopt 2. Bij verbandwissel sonde steeds naar andere zijde vastkleven om druknecrose te voorkomen 3. Bij sondewissel zeker geen glijmiddel met lidocaine gebruiken. Dit kan ritmestoornissen en bloeding veroorzaken 4. Zorgen voor een goede diurese om de blaas zo goed te spoelen. Dus veel drinken 5. PatiĂŤnt en familie steeds volledig uitleg geven over de suprapubische sonde -Het doel -Hoe te verzorgen thuis ( Als het kan steriel maar zeker huishoudelijk zuiver!) -Veel drinken om de blaas goed te spoelen en zo infecties en verstoppingen te voorkomen -Gesloten systeem zoveel mogelijk respecteren om infecties te voorkomen -Steeds handen wassen voor en na manipulatie van de sonde -Bij verbandwissel sonde steeds op de andere zijde vastkleven om druknecrose te voorkomen 6.Steeds zorgen dat er een reserve sonde voorradig is en een medisch voorschrift aanwezig is om een dringende sondewissel te kunnen uitvoeren. 7.Als de sonde uitgevallen is zo snel mogelijk een nieuwe sonde plaatsen om te voorkomen dat fistel dicht valt 8.Rapporteren in patiĂŤntendossier 2.9 Complicaties bij vervanging De suprapubische sonde is soms moeilijk te verwijderen doordat er zich een kraagje gevormd heeft aan de ballon. Daarom is het best van voor het verwijderen van de sonde eerst de ballon te ledigen en dan terug 0,5 cc in de ballon in te spuiten zodat er praktisch geen kans meer is op een kraagje. Als de sonde verwijderd wordt en het gaat moeizaam door dat kraagje aan de ballon dan kan er kort een lichte bloeding optreden. Dit is maar tijdelijk.


o De nieuwe sonde is geplaatst en er loopt geen urine af. Door de suprapubische sonde heeft de patiënt een lege blaas, zodat men niet altijd onmiddellijk afloop van urine heeft. Opvolgen van het urinedebiet na de patiënt te laten drinken is aangewezen. Als men zeker wil zijn dat de sonde juist zit kan men met een spuit van 50 ml een 30ml steriel water zachtjes door de sonde spuiten en dan terug aanzuigen. Zit de sonde in de blaas dan krijgt men licht troebel water terug met urine vermengd.

o Als het ballonnetje opgeblazen wordt en de patiënt klaagt van pijn dan ledigen we dadelijk het ballontje en voeren de sonde terug wat dieper in en herhalen heel de procedure maar nu blazen we het ballonnetje heel langzaam op met 5ml. Blijft de patiënt pijn hebben bij het vullen van de ballon dan verwijderen we de sonde terug en herhalen de hele procedure want de sonde zal waarschijnlijk niet in de blaas zitten. Toch altijd eerst in het patiëntendossier nakijken of de patiënt geen blaasatrofie heeft want dan kan het zijn dat de patiënt pijn heeft bij het vullen van de ballon. o De nieuwe sonde inbrengen lukt niet. -Zorgen dat patiënt volledig plat ligt en opnieuw proberen. -Eventueel met vrouwensonde voor eenmalig gebruik de fistel opzoeken en als dat lukt dadelijk de suprapubische sonde plaatsen. -Als het niet lukt behandelende arts raadplegen en desnoods tijdelijk een transurethrale verblijfsonde plaatsen op voorschrift van behandelende geneesheer. -Bij volgende vervanging best gebruik maken van vervangset met mandrain

2.10 Mogelijke verwikkelingen van de suprapubische sonde en wat te doen o Verstopping: sonde doorspoelen en als dat niet lukt sonde verwisselen. Bij patiënten die snel problemen hebben met verstoppingen kan men best de sonde sneller vervangen. Dat moet dan individueel bepaald worden. Hoe meer de patiënt beweegt, hoe minder kans op verstopte sondes. o Spoelen van de blaas - Zo goed mogelijk drinken. Liefst 2 liter per dag. - Op advies van de uroloog manueel spoelen. Enkel bij veel aanslag in de blaas en bij vlugge verstoppingen van de sonde. Preventief spoelen van de sonde met speciale oplossingen is zinloos. De manipulatie van


het spoelen geeft risico op infectie die de oorzaak kan zijn van vluggere verstopping van de sonde. - Liefst mechanisch spoelen met spuit van 60 ml en met kracht steriel water inspuiten om zo een turbulentie in de blaas te verkrijgen. Dan met kracht aanzuigen om zoveel mogelijk aanslag weg te zuigen. Spoelen tot de blaas zuiver is. o Uitvallen van de sonde: zo snel mogelijk een nieuwe sonde plaatsen. Dus best altijd een reserve sonde voor handen hebben. o Lekkage langs de sonde:

-door afknikken van sonde of afloop. -door blaaskrampen.

o Blaaskrampen, blaasspasmen : - de aanwezigheid van een sonde in de blaas kan spasmen van de blaas veroorzaken. Die uiten zich door pijn in deblaas door blaaskrampen en eventuele lekkage naast de sonde, of in het geval van een suprapubische sonde tot urineverlies via de urethra. Spasmen kunnen medicamenteus behandeld worden met anticholinergica of spasmen remmende medicatie. o Infectie : - enkel als er echte symptomen zijn zoals o.a. koorts moet er antibiotica gegeven worden. - veel drinken blijft de beste preventie - vanuit de praktijk blijkt het drinken van veenbessensap, of inname via tabletten, een remmende werking te hebben op de incidentie van infecties met E-coli (ref.Britisch Medical journal june, 2001), terwijl ook het gebruik van Yakult® een probiotische werking zou hebben. 2.11 Frequentie van de vervanging van de suprapubische sonde o Alle 4 à 8 weken bij gebruik van 100% silicone of hydrogelsonde. Individueel te bepalen voor elke patiënt en rekening houdend met de aanbevelingen van de fabrikant betreffende de degeneratie van de materialen. o Bij problemen als infectie en slechte afloop. o Bij patiënten die snel problemen hebben met verstoppingen kan men best de sonde sneller vervangen en dat moet dan individueel bepaald worden.


3 Bibliografie en wetenschappelijke studies - urineretentie (Door prostaathypertrofie en prostatitis ) (Hilton en Stanton 1980 ,

Horgan 1992 , Shah 1998 ) -Urethrale strictuur (Moody 1977 , Cancio 1993 , Shah en Shah1998 ) of als er geen urethrale sondage mogelijk is ( Shah en Shah 1998 , Addison 1999 ) -neurologische aandoeningen ( MS patienten) ( Hilton en Stanton 1980 , Winder 1994 ) -minder problemen om sonde te verwisselen (Lawrence 1986 ) -minder problemen “ Wann immer moglich suprapubisch?” Faul , Hartung , Sokeland “Urolge” ( b) 1999: 39 : 32-37 Springer-Verlag 1999 -meer comfort (Klinikarzt Nr; 7/29 2000 Seite 8-10 -bekken of urinaire trauma’s ( Moody 1977 , Hilton en Stanton , Zimmern 1985 ) -geen kwetsuur van meatus en urethra (Dineen 1990 , O’Kelly 1990 , Ischian en Hunt 1987 , Shah en Shah 1998 , Addisson 1999.) Dineen toonde zelfs aan dat de patienten die bij een hartoperatie een urethrale sonde hadden er 22% later een urethrale strictuur hadden. -spontane mictie is mogelijk -residubepaling is mogelijk -minder problemen dan bij urethrale sonde ( studie gerandomiseerd bij 60 patienten door Ichsian en Hunt 1987 ) -minder infecties : Bij transuretrale sonde: na 7 dagen 50% infectie Bij suprapubische sonde : na 15 dagen 10% na 12 dagen 95 % na 25 dagen 15% ( Shapiro 1982 , Sethia 1987 , Ischian en Hunt 1987 , Dineen 1990 Horgan 1992 Vandoni 1994 Shah en Shah 1998 , Addison 1999 ) 3.1.1.1 Shapiro in Israel (1982 )bewees dat er veel minder infecties postoperatief waren bij patienten met een S.P.S. dan met een urethrale sonde. 3.1.1.2 Sethia ( 1987 ) toonde aan in een gerandomiseerde studie dat slechts 2 patienten op 32 met S.P.S. een infectie hadden tegenover 16 van de 34 patienten met een urethrale sonde. Ook Horgan deed een gerandomiseerde studie (1992) over 3 jaar. Er was 40% infectie bij de urethrale sondes en slechts 18% bij de S.P.S. groep. -minder infecties bij gebruik van S.P.S. na colorectale tumorresecties (KW Jauch, C. Bubb , H. Denecke 1986) Blackwell Wissenschaft – Berlin 1991 – Infektionsverhutung in der chirurgie 3.1.1.3 -minder infecties : “Infektion Control and Healthcare”1998;23:389-396


-“Cranberries for preventing urinary tract infections” Jepson , Mihaljevic , Craig -sap van veenbessen beschermt tegen urineweg infecties Kontiokari Britisch Medical journal juni 2001 -minder pijn bij S.P.S. en gemakkelijker om te hebben (Ischian en Hunt1987 , O’Kelly 1995 ) -studie van Barnes in Engeland over 2 jaar bij patienten met neuropathische blaas en S.P.S. : geen verschil in renale functie. -Winder ( 1994 en Addison 1999 ) : verbanden zijn enkel nodig als sonde vervangen is. Niet routinematig . -Het gebruik van glijmiddel zonder lidocaine is goed maar niet met lidocaine. (Addison 1999 ) De lidocaine wordt immers geresorbeerd door de wonde en er is dan meer bloedverlies. In het Brits Nationaal Formularium (1999 ) staat zelfs vermeld dat het gebruik hiervan heel uitzonderlijk hypotensie , epilepsie , leverstoornissen en ritmestoornissen kan veroorzaken. -Silliconesonde of hydrogelsonde “Suprapubischen Harnableitung muss Methode der Wahl werden (Krankenhaus Arzt 70, 48-51, 1-2 1997

4 Bekwaamheid Enkel door verpleegkundigen Voorstel : o -op school wordt het opgenomen in het nieuwe lessenpakket. Dus geen probleem voor de nieuwe verpleegkundigen. o -Huidige verpleegkundigen volgen aparte bijscholing van erkende organisatie (vb Urobel ) of in instelling zelf door uroloog , ervaren verpleegkundige of iemand van erkende organisatie ( Urobel ) Om vaardig te worden en te blijven is het noodzakelijk dat de handeling regelmatig uitgevoerd wordt


5 Urobel vzw De vzw Urobel, Belgische vereniging voor urologisch verpleegkundigen, werd opgericht in 1997. Doelstelling van de vereniging zijn: o nationaal en internationaal uitwisselen van informatie tussen verpleegkundigen, paramedici en gezondheidswerkers in de urologie o de profilering van de verpleegkundigen, paramedici en gezondheidswerkers in de urologie o het optimaliseren van de kwaliteit van de verpleegkundigen, paramedici en gezondheidswerkers in de urologie o het bevorderen van de opleiding en bijscholing in de urologie o het bevorderen van de interesse voor dit specialisme o het organiseren van wetenschappelijke bijeenkomsten o het onderzoek in de urologische verpleegkunde en aanverwanten aanmoedigen en bevorderen o het onderzoeken van incontinentie en het promoten van continentie in al zijn facetten De vereniging is zowel Nederlands- als Franstalig. Adresgegevens: vzw Urobel asbl De Pintelaan 185 9000 Gent T: 09/2402765 F: 09/2402766 voorzitter.urobel@telenet.be www.urobel.be


Protocol : plaatsen suprapubische sonde