Page 1

Verslag Themamiddag coöperaties

Op zoek naar optimale betrokkenheid Wat kan de coöperatie betekenen in de problematische woningmarkt? Een themamiddag waar deze vraag centraal stond, prikkelde de deelnemers tot het zoeken naar nieuwe organisatievormen. Centraal stond de kwestie van goed bestuur, en de juiste balans tussen betrokkenheid en werkbaarheid. Tekst: Jelmer Mommers | Beeld: Madeleine Heidenrijk

A

llicht is het u ontgaan, maar de VN heeft 2012 uitgeroepen tot het jaar van de coöperatie. Volgens VN-voorzitter Ban Kimoon bewijst het bestaan van coöperaties dat het mogelijk is economisch succes te combineren met sociale verantwoordelijkheid. Geen geringe prestatie in een tijd van voortdurende financiele, politieke en economische crises. Wat maakt de coöperatie zo succesvol? En waarom zijn er niet méér coöperaties? Het zijn vragen die de leden en bewoners van coöperatieve woningbouwvereniging Samenwerking bij uitstek bezighouden. Van de prestaties van ‘hun coöperatie’ zijn zij zich tastbaar bewust: ze wonen erin. Sinds de oprichting in 1908 bouwde Samenwerking zo’n 900 woningen, een monumentaal bezit rond de Harmoniehof in Amsterdam OudZuid. Betaalbare huur, uitstekende huizen en, bijna altijd, goed bestuur.

Wat kan de coöperatie betekenen in de vastgelopen woningmarkt?

Genoeg aanleiding om Samenwerking eens in het zonnetje te zetten en te onderzoeken wat het coöperatieve model in de huidige woningmarkt te betekenen heeft, vonden enkele actieve leden. Het mondde uit in een themamiddag op 8 november jongstleden, waar diverse experts uit het veld hun visie op de coöperatie deelden en waar soms fel gediscussieerd werd over de toekomst ervan. Vlakbij de RAI, in een strak zaaltje met flinke ramen in een nieuw gebouw van het ROC Amsterdam, verzamelden zich een kleine honderd geïnteresseerden. Onder de geestige leiding van dagvoorzitter Arend Jan Heerma van Voss luisterden zij naar vier presentaties en een paneldiscussie over coöperaties.

H

et was Jan Kees Helderman, universitair docent vergelijkende bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen, die het spits af mocht bijten. Hij begon met een kort college collectieve actie, waarin hij strooide met ter-

men als ‘polycentrisch arrangeren’, ‘risicosolidariteit’, en ‘outputlegitimiteit’. Het deed de zaal bij vlagen duizelen, maar het gehoor was nog fris en Helderman wist de aandacht eenvoudig vast te houden. Met zijn verhaal over woningbouwcorporaties schetste Helderman de achtergrond om geïnformeerd te praten over coöperaties. Het corporatiebestel dat na de Woningwet van 1901 in Nederland is ontstaan, slaagde er uitzonderlijk goed in te doen wat een collectieve samenwerking moet doen: sociale risico’s dempen en collectieve bronnen aanwenden in het belang van de gemeenschap. ‘De corporaties hebben 2,4 miljoen woningen in handen, dat is 31,7% van de woningvoorraad. Ze hadden tot voor kort een groot investerend vermogen en leveren, nog steeds, goede diensten aan burgers, bijvoorbeeld door hun vervlechting met welzijnswerk en zorg. Het corporatiebestel heeft ons heel veel gegeven.’ >


2

Verslag themamiddag coöperaties, 8 november 2012 Maar al die tijd sluimert er een fundamenteel ‘ontwerpdilemma’ op de achtergrond. ‘De corporaties zijn nu terecht gekomen in een soort Bermudadriekhoek tussen staat, markt en gemeenschap. Het sturingsmodel en het toezicht zijn in feite failliet. In de jaren ‘80 zijn de woningbouwverenigingen zich gaan omvormen tot stichtingen, en daarbij zijn ze onbereikbaar geworden voor hun belanghebbenden, de huuders. Mede hierdoor zijn de corporaties vervreemd geraakt van de gemeenschap waar ze vandaan komen. Er is vermarkting opgetreden, er werd veel te veel kapitaal opgebouwd dat alle kanten op is gegaan, en er is eigenlijk geen democratische structuur meer. Er zijn wel pogingen om overleg met belanghebbenden nieuw leven in te blazen, maar die hebben slechts beperkt succes.’ Inmiddels staan de corporaties, mede door de diverse schandalen, onder grote druk en wordt er naarstig gezocht naar nieuwe democratische legitimiteit. ‘Is de corporatie nog een effectieve oplossing voor sociale woonrisico’s? Dat is de vraag voor vanmiddag. Ik geloof dat we terug moeten naar good housekeeping in de volkshuisvesting. Daar hoort de corporatie bij. Maar daaronder passen allerlei coöperatieve initiatieven. Dat lijkt mij een spannende zoektocht: hoe combineren we het beste van beide werelden?’

P

recies een vraag waar Bart Jan Krouwel, de tweede spreker, over mee kan praten. Als een van de grondleggers van de Triodos bank heeft hij al jarenlang ervaring met het zoeken naar innovatieve vormen van bestuur. Krouwel is een groot voorstander van de coöperatie als ondernemings- of samenwerkingsvorm, maar waarschuwt ook voor de valkuilen, vooral op het gebied van inspraak. ‘Heel veel mensen zijn totaal niet geschikt om als lid van een coöperatie te fungeren’, zegt Krouwel, tot plezier van de zaal, waarin nie-

Coöperaties: waarom juist nu?

1 Coöperaties zijn stabiel en doen het goed in crisistijd. Ze zijn vaak behoudend, en daarom bij uitstek geschikt als verzekering tegen de financiële en sociale risico’s van het wonen.

Jan-Kees Helderman: Hoe combineren we het beste van de corporatie én de coöperatie? mand zich aangesproken voelt maar iedereen weet wat er wordt bedoeld. Krouwel, tegenwoordig adviseur en bestuurder op het gebied van MVO en duurzaamheid, vertelt over de nieuwe financieringsvormen die hij in de jaren ‘80 ontwikkelde voor Triodos Bank. Zo was hij mede grondlegger van een systeem van ‘leengeldbemiddeling’, de ouderwetse term voor wat we nu crowdfunding noemen. ‘Wie geld nodig had om een onderneming te starten, moest een paar honderd borgstellingen zien te regelen. Ondernemers die een goed plan hadden, kregen dat altijd voor elkaar. De borgstellers hadden vervolgens een belang bij het welvaren van de ondermeming. Natuurlijk ging er weleens wat mis, en dan organiseerden we een borgavond, bij voorkeur in de kroeg. En dan vonden we een oplossing, want niemand wilde zijn borg betalen. Zo kwamen we tot de meest fantastische, creatieve ideeën.’ Hij wil maar zeggen: de coöperatieve samenwerkingsvorm heeft belangrijke meerwaarden: sociale

2 Coöperaties hebben een hoog democratisch gehalte: alle leden zijn belanghebbende en iedere belanghebbende heeft zeggenschap. Coöperaties passen bij de menselijke maat, vervullen een verlangen naar zelfbeschikking en zorgen voor sociale cohesie.

3 Het bestuur wordt adequaat gecontroleerd en gecorrigeerd. Besluitvorming kan stroperig zijn, maar als een besluit eenmaal genomen is, staat de legitimiteit buiten kijf.


3

Verslag themamiddag coöperaties, 8 november 2012

Coöperaties: geen perfecte organisaties

1

Bart Jan Krouwel: Coöperaties doen het beter in crisistijd, en ze zijn ook nog eens gezelliger

Freek Ossel: Er is een grote behoefte aan nieuwe vormen van samenwerken, ook binnen de gemeente

cohesie, controle en creativiteit. ‘Die kracht zie je nu weer terug. Wereldwijd doen coöperaties het in crisistijd veel beter. Ze zijn democratischer, ze hebben meer draagvlak – ook financieel – en ze zijn bovendien veel gezelliger, dat merkten wij op die borgavonden.’

eerder al schetste. ‘Wij zijn een private onderneming, maar voeren een publieke taak uit’, vertelt Van Noort. ‘Dat is een spagaat.’ Een van de mogelijke oplossingen is de ‘coöperatieve manier van denken’. ‘Wij stellen ons allerlei toekomstvragen. Kun je een vereniging van eigenaren coöperatiever maken door het collectieve belang er in te fietsen? Kun je bewoners meer zeggenschap geven over de openbare ruimte door een buurtcoöperatie op te richten? Loont het om Ymere als organisatie in zijn geheel coöperatiever te maken?’

Krouwel vindt dan ook dat de discussie over mengvormen tussen woningcorporaties en coöperaties veel meer gevoerd moet worden. ‘Waarom maak je als grote woningcorporatie niet een federatieve structuur, waarbinnen je verschillende vormen toepast? Als je ergens een actieve kern ziet, waar sociale cohesie of een gemeenschappelijk probleem bestaat, maak daar dan een kleinschalige coöperatieve beweging van! Dat kun je binnen een overkoepelende beweging op allerlei manieren organiseren. Het is een kwestie van creativiteit.’ Met die stelling en zijn levensmotto – waar een wil is, is een omweg – legt Krouwel de bal klaar voor Gerard van Noort, bestuursadviseur van Ymere, een van de grotere woningbouwcorporaties. Ymere zit middenin het onstuimige vaarwater dat Helderman

Uit de voorbeelden die Van Noort bespreekt blijkt waar een grote woningcorporatie tegenaan loopt als die van bovenaf probeert te innoveren op wijkniveau. Dat is een complexe operatie, waarbij actieve participatie noodzakelijk is maar niet altijd gegarandeerd. Ymere begeleidt de opzet van kleinschalige coöperaties nu van begin tot eind: stakeholders worden uitgenodigd mee te doen, maar dan wel binnen de kaders die Ymere vormgeeft. >

Niet iedereen kan of wil meedoen aan collectieve zelforganisatie: de coöperatie lijkt vooral weggelegd voor actieve burgers en bestaande coöperaties krijgen soms het karakter van een gesloten gemeenschap; ontoegankelijk en sterk gericht op de belangen van een kleine groep bewoners en leden.

2 Coöperaties kunnen in verhouding tot corporaties minder profiteren van schaalgrootte en inkoopvoordeel. De investeringscapaciteit van corporaties is van oudsher groter, hoewel dat nu verandert. Banken vinden kleine coöperaties nog steeds een ‘vreemde’ organisatievorm, waardoor de financiering van nieuwe coöperaties stroef verloopt.

3 De overheid kan corporaties goed gebruiken om sociaal beleid te voeren, bij coöperaties ligt dit moeilijker.


4

Verslag themamiddag coöperaties, 8 november 2012

Cor Snoeijs en Mieke Hanemaaijer in de paneldiscussie

D

e gemeente Amsterdam is van de partij. Wethouder Freek Ossel van Wonen en Wijken heeft het gemeentelijke begrotingsoverleg kort verlaten om zijn betrokkenheid met het onderwerp te onderstrepen. ‘Er is een grote behoefte aan nieuwe vormen van samenwerken, ook binnen de gemeente. We kijken met grote verwachting naar nieuwe initiatieven en moedigen iedereen aan daarover met ons in gesprek te gaan. U ziet mij zometeen weer weggaan, dat is omdat ik terug moet naar het begrotingsoverleg – ook niet onbelangrijk in deze tijden. Ik wens u veel wijsheid toe.’ Na dit korte maar krachtige optreden, neemt gemeentelijk woningbouwregiseur Bob van der Zande het stokje van de wethouder over. Hij vertelt hoe de metropool Amsterdam groeit, maar de woningproductie stagneert. ‘Betaalbaarheid wordt het hoofdthema voor de komende jaren, want de vraag naar huur neemt nog steeds heel sterk toe. Wij verwachten dat we veel meer kleinschalige woningbouw gaan zien nu de dominantie van corporaties afneemt. In Berlijn zijn ze daar al veel verder mee: coöperatieve bouwgroepen zijn er verantwoordelijk voor 20% van de productie. Als gemeente vragen wij onszelf: wat moeten wij nou

Lex de Boer en Arend Jan Heerma van Voss

doen om te zorgen dat coöperatieve initiatieven ook in Amsterdam kunnen slagen? We hebben altijd een strikt bestemmingsbeleid gevoerd, waardoor het heel moeilijk was om locaties te bemachtigen. De komende twee jaar willen we veel meer gaan experimenteren: kortere trajecten, kleinschalig, bottom up. De gemeente wil zich veel meer als facilitator opstellen, niet als degene die alles bepaalt. De drempel moet gewoon lager worden.’ Laagdrempeligheid – tijdens de paneldiscussie blijkt hoeveel behoefte daaraan is. ‘De overheid heeft daar zeker een belang te behartigen’, zegt Lex de Boer, bestuurder bij Lefier, een samenwerkingsverband van woningcorporaties in NoordNederland. ‘Maar dat belang wordt nog niet behartigd. Iedereen moet zelf de weg vinden. Maar je moet wel de tijd en de zin hebben om dat te doen. De overheid kan helpen door kennis en initiatieven te bundelen. Dan word je, ook door banken, eerder gezien als volwaardige partij.’ Dat gebeurt nog onvoldoende. Cor Snoeijs van STEK.nu, een coöperatie met leden uit de woningcorporatie- en zorgsector, vertelt hoe gefrustreerd hij was toen hij in 2000 vergeefs probeerde om een coöperatief initiatief van de grond te

krijgen. Inmiddels is het hem gelukt, maar daarvoor moest hij vooral op het gebied van financiering grote hobbels nemen. Van de Zande herkent dit: ‘Gesprekken met de banken lopen vaak nog moeizaam. Maar ik geloof dat er nieuwe financieringsvormen mogelijk zijn voor kleinschalige woningbouw. Wij zien dat private beleggers steeds meer geïnteresseerd raken in de woningmarkt.’ De sleutel ligt bij financiers met ‘langzaam geld’ zoals pensioenfondsen. Dat is ook de ervaring van het derde panellid, Mieke Hanemaaijer, organisatie-adviseur bij Atrivé en EMCEO. Zij is bezig om met vier corporaties één coöperatie op te richten, en ook zij moest het wiel zelf uitvinden. ‘We wilden de huurder niet langer louter als klant benaderen, maar hem medeverantwoordelijk maken voor het voortbestaan van de organisatie. Dat is het grote voordeel van het coöperatieve denken: je geeft belanghouders zeggenschap. Daar krijg je besluitvorming in het belang van de gemeenschap voor terug. Wij werken met verschillende belangencategoriën. Woningzoekenden bijvoorbeeld hebben een gemeenschappelijk belang. We overwegen nu om van de starters een aparte belangencategorie te maken, zodat ook


5

Verslag themamiddag coöperaties, 8 november 2012 zij gehoord worden. We zijn de corporatie opnieuw aan het uitvinden.’ De grote uitdaging, vindt De Boer, is het beheer van reeds gebouwde woningen. ‘Het belang van nieuwbouw is marginaal. Het gaat nu vooral om beheer van het bestaand bestand. Hoe gaan we dat organiseren?’ ‘De tegenstelling tussen corporatie en coöperatie is uiteindelijk niet zo relevant’, zegt De Boer. ‘Het gaat erom welke doelstellingen je probeert te realiseren. Is het belang van woningzoekenden en huidige bewoners 50/50? Of ligt dat anders? De druk van woningzoekenden is evident, maar ook oneindig. Wat is het belang van mensen die zo gelukkig zijn om op een goede plek te wonen? Dat is in principe een politieke discussie.’ Bij corporaties speelt hetzelfde probleem, vertelde Helderman eerder. ‘Hoe kunnen belanghebbenden aan de corporatie worden gebonden zonder dat ze te grote directe invloed hebben op het bestuur? De corporatie moet het categorale belang van ‘goed wonen’ dienen, niet het toevallige belang van de leden. Dat dilemma is actueel: het gaat over het op afstand plaatsen van belanghebbenden. Je hebt enige afstand en hiërarchie nodig om goed te investeren, tegelijkertijd heb je betrokkenheid nodig. Daar zit een spanning.’

I

n de oneindige zoektocht naar de ideale organisatie van volkshuisvesting wint de coöperatie snel aan populariteit. Maar de tegenstellingen die deze middag de revue passeerden – betrokkenheid versus werkbaarheid, top down versus bottom up, conservatisme versus voortvarendheid – tonen hoe moeilijk het is om de bestuurlijke verandering uit te werken. Twee zaken zijn in elk geval nodig: inzet en dialoog. Aan het einde van de middag roepen organisatoren Peter Levelt en

Rob Mommers namens Samenwerking nogmaals op tot een blijvende discussie. De woning is en blijft tenslotte een bijzonder goed, de betrokkenheid van zijn bewoners waard. n Voor meer informatie over de themamiddag of contact met de organisatie: info@samenwerking.org

Verslag themamiddag coöperaties 08-11-2012  

Wat kan de coöperatie betekenen in de problematische woningmarkt? Een themamiddag waar deze vraag centraal stond, prikkelde de deelnemers to...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you