Page 1

FEEDBACK GEVEN // MINDER TIJD, MEER EFFECT // 4 DIDACTISCHE TRUCS // DE 20 BASISCODES // DE 35 MEEST GEBRUIKTE // ALLE 65 FOUTCODES

c

KATERN

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

1


k: KATERN

schrijfdidactiek en tekstredactie

KATERN is een methode voor het versterken van kerncompetenties die lesgevers en cursisten kunnen gebruiken in combinatie met handboeken en/of eigen cursusmateriaal. Om de kostprijs voor de eindgebruikers te beperken werd gekozen voor een licentiesysteem waarbij lesgevers zelf het materiaal kunnen selecteren en kopiëren op basis van een jaarlijkse licentie. De prijs per cursist blijft beperkt doordat de uitgevers-, druk- en distributiekosten vervallen. Surf geregeld naar www.katern.be voor een overzicht van het beschikbare materiaal. Jelle De Keersmaecker (°1977) is master in de Germaanse Taal- en Letterkunde en begeleidde de voorbije jaren meer dan 2500 jongeren en volwassenen bij het aanscherpen van hun schrijftechniek. Hij werkt in het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs.

“Schrijvers bouwen luchtkastelen, lezers wonen erin en uitgevers innen de huur.” (Maksim Gorky)

Niets uit deze uitgave mag overgenomen of vermenigvuldigd worden, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de auteur op basis van een licentie. Een kopieerbare cursus met licentie is herkenbaar aan de vermelding van de onderwijsinstelling en het licentiejaar onderaan elke pagina. Wie het materiaal oneigenlijk overneemt, bewerkt of verspreidt, schendt de auteursrechten.

KATERN

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

2


DE FOUTCODES

FEEDBACK GEVEN Alles kan beter. Wanneer je van je lesgever een tekst terugkrijgt met feedback aan de hand van de KATERN foutcodes, dan begint je leerproces. Geen paniek: je moet deze codes niet van buiten kennen, je kan het probleem en de remedie (samen met enkele voorbeelden) makkelijk opzoeken in de lijst. Nadien kan je gericht trainen met de online-oefeningen die dezelfde naam dragen als de fouten die je maakte. Het KATERN foutcodesysteem is een eenvoudige methode die je snel een beeld biedt van welk soort fouten je het meest maakt en wat je eraan kan doen. Zo’n correctie ziet er als volgt uit:

Op het eerste gezicht geraak je hier misschien niet wijs uit, maar het principe is eenvoudig: fouten krijgen een code waarvan de eerste letter verwijst naar het niveau waarop de fout optreedt. De volledige verklaring vind je in het overzicht. Het is aan jou om de tekst te verbeteren en een geredigeerde versie in te dienen. Als je zelf merkt dat je een bepaalde fout meermaals maakt, dan is het belangrijk dat je de bijkomende oefeningen op deze code maakt. Op die manier kan je gericht je eigen vaardigheden aanscherpen en vermijd je hetzelfde probleem in de toekomst. Zo verbeter je niet alleen de fout of de tekst maar ook je schrijfvaardigheid.

KATERN

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

3


DE FOUTCODES

MINDER TIJD, MEER EFFECT De meeste lesgevers en schrijfcoaches hebben twee grote problemen met verbeterwerk: (a) het vraagt veel tijd en (b) de leerwinst voor de cursist is minimaal. Met de KATERN foutcodes pak je beide problemen tegelijk aan. Dat de foutcodes een zekere tijdswinst opleveren, ligt voor de hand. Zodra je vertrouwd bent met het foutcodesysteem activeer je met vier letters de korte of uitgebreide theoretische beschouwing, de nodige voorbeelden en remediëringsoefeningen. Maar je kan de verbetertijd nog meer beperken en ook de leerwinst maximaliseren. Daarvoor moet je wel eerst van geloofsovertuiging veranderen: je moet ophouden met ‘verbeteren’ en beginnen met ‘feedback geven’. Lesgevers gaan er nog te vaak vanuit dat ze de teksten van cursisten moeten ‘verbeteren’ zodat er op het einde van de rit een foutloze tekst ligt. Met pijltjes, een betere formulering en een verbeterde spelling lepelen ze de pap in de mond van de cursist. Als die de tekst moet herkauwen of herschrijven in een netversie, dan moet hij hier nog amper tijd in investeren. En dan volgt de teleurstelling, want als lesgever heb je enorm veel tijd in het ‘verbeterwerk’ gestoken en de cursist maakt bij een volgende schrijfopdracht dezelfde fouten. Dat mag niet verbazen want jij hebt al het werk zelf gedaan. Wellicht voel je je als een coach die tegen beter weten in de rondjes zelf loopt en bij aankomst uitgeput opmerkt dat de spelers op de bank zitten te roken. Tijd om de rollen om te draaien.

KATERN

Met de KATERN foutcodes geef je de cursist met een minimum aan tekens heel wat feedback over zijn fout. Het is aan hem om de theoretische toelichting door te nemen, de voorbeelden te bekijken en ze in zijn tekst te verbeteren. Mogelijk moet hij ook oefeningen maken en nagaan of de fout ook niet op andere plaatsen gemaakt werd. Ga er daarbij niet van uit dat het eindproduct een perfecte tekst moet zijn. Stel je voor dat de tekenleerkracht het hele blad met een gom en potlood bewerkt tot de tekening perfect is. Je zou het maar een vreemde didactische insteek vinden, maar toch is het net dat wat lesgevers doen als ze met schrijftaken omgaan: er alle fouten zelf willen uithalen en ervan uitgaan dat perfectie het enige mogelijke doel en de enige aanvaardbare werkvorm is. Kortom: stop met de tekst te verbeteren en begin feedback te geven om zo de schrijfvaardigheid van de cursist te verbeteren. Laat dat je nieuwe mantra worden. Begin daarmee. Zodra je merkt dat deze didactiek iets voor jou is, kan je je wagen aan de principes op de volgende bladzijde.

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

4


DE FOUTCODES

4 DIDACTISCHE TRUCS Als je wat vertrouwd bent met de foutcodes, probeer de volgende principes dan eens uit. Je verhoogt er opnieuw de leerwinst mee en krijgt een hoop vrije tijd cadeau. Bij principe 2, 3 en 4 moet je rekening houden met de mogelijkheden van de groep en de individuele cursisten, maar laat dat je niet afschrikken en probeer het eerst uit: Principe 1: Feedforward - Als je al enige ervaring hebt met een bepaalde schrijftaak, dan kan je wellicht voorspellen welke fouten zullen opduiken. Wacht niet op de feedback, maar anticipeer en koppel je schrijfoefening aan een theoretische beschouwing rond één of twee thema’s of codes voordat je iedereen aan het schrijven zet. KATERN schrijf biedt alvast heel wat mooi materiaal aan.

Principe 2: Peerfeedback - Besteed extra aandacht aan de redigeerfase. Maak cursisten duidelijk dat het nalezen van de eigen tekst niet overbodig is door ze andermans tekst van feedback te laten voorzien. Kies enkele codes uit en laat hen een tweetal teksten van peers van opmerkingen voorzien. Tegelijk krijgt ook hun eigen tekst feedback en worden ze gedwongen hun eigen werk aan te scherpen. Je zal merken dat de kwaliteit van de teksten die je krijgt al een pak hoger ligt doordat je op een evidente manier extra aandacht hebt besteed aan de redactiefase. Principe 3: Top-5-correctie - Verbeter niet alle fouten. Focus op wat je wilde bijbrengen. Natuurlijk is het altijd moeilijk om leerkansen te laten liggen, maar vermijd dat je feedback eindeloos wordt. Focus op de essentie, op dat

KATERN

moment, voor die bepaalde cursist, en laat enkele fouten links liggen. Een verdomd moeilijke opgave omdat je soms bang zal zijn om negatief beoordeeld te worden door inspectie, directie of ouders omdat je fouten hebt laten staan. Wees een didacticus en geen lafaard. Geef gewoon kort aan dat je de feedback beperkt hebt. Denk eens na over een top-5correctie waarbij je enkel de 5 meest opvallende fouten markeert na een eerste snelle leesbeurt. Principe 4: Halfcorrectie - Verbeter niet de hele tekst. Geef je cursist de kans om na de feedbackfase met die feedback aan de slag te gaan en te zoeken naar soortgelijke fouten in het tweede deel van de tekst. Opnieuw zal deze didactische aanpak je in het begin kippenvel bezorgen, maar ga eens na wat voor een kans je creëert: een cursist krijgt feedback, bekijkt de theorie, bekijkt voorbeelden, maakt mogelijk oefeningen en mag tot slot zijn nieuw verworven vaardigheden gebruiken om zelf op zoek te gaan naar eerder gemaakte fouten… Verwacht niet te veel. Vaak zal de cursist in dit tweede deel maar enkele nieuwe fouten zien (terwijl het er wellicht veel meer zijn). Een gewone mens zou dan denken: ‘Bwa’. Een didacticus denkt: ‘Hoera! Duidelijke leerwinst!’

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

5


DE FOUTCODES

DE 20 BASISCODES Alle begin is moeilijk. Na een paar verbetersessies spring je ongetwijfeld vlot om met de 65 codes uit het foutcodesysteem. Je zal blij zijn met de tijds- en kwaliteitswinst bij je feedback. Maar je botst ook op frustratie als je te snel van stapel loopt. Begin voor je eerste correcties met de volgende 20 basiscodes. Verdiep je in deze codes en memoriseer ze. Bijkomende feedback noteer je nog voluit of met je eigen systeem. Ga na hoe je best met de foutcodes omspringt en evalueert in het onderdeel ‘feedback geven’ en probeer samen met je cursisten het didactisch ideale traject af te leggen: inhoud verzamelen, structureren, formuleren, redigeren, feedback geven, oefenen en verbeteren. Elke code moet je laten voorafgaan door de letter van het niveau: i(nhoud), a(linea), z(in), w(oord), s(pelling) of l(ay-out).

inhoud

alinea

onju - onjuist (wat je zeg klopt niet) onvo - onvolledig (bepaald informatie ontbreekt) toel - licht toe (wat je zegt is onduidelijk of opmerkelijk)

geen - geen alineaopbouw in je tekst huts - hutsepotalinea (warrige alinea)

woord

zin afba - zinsafbakening (verkeerd) for - formulering (niet goed) her - zinsherhaling (altijd zelfde zinspatroon) pas - passivitis wov - verkeerde woordvolgorde

spelling

lay-out reg - geen nieuwe regel voor elke nieuwe zin

KATERN

dub - dubbelop (pleonasme / tautologie) her - woordherhaling (varieer) inc - getals- of geslachtsincongruentie keu - woordkeuze is niet goed vag - vage verwijzing

aan - aan elkaar of niet? int - interpunctie of niet? ww - werkwoordspelling

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

6


DE FOUTCODES

DE 35 MEEST GEBRUIKTE Gun jezelf voldoende tijd om het codesysteem te leren gebruiken en bouw langzaam op. Je zal merken dat je met deze 35 codes 90% van de problemen dekt. De overige 10% pak je aan met de codes uit de uitgebreide lijst. Elke code moet je laten voorafgaan door de letter van het niveau: i(nhoud), a(linea), z(in), w(oord), s(pelling) of l(ay-out).

inhoud bron - bronvermelding (geen of verkeerd) onju - onjuist (wat je zeg klopt niet) onvo - onvolledig (bepaald informatie ontbreekt) over - overgang (onduidelijk of vreemd) plag - plagiaat sche - te schematisch (bijvoorbeeld met puntjes) toel - licht toe (wat je zegt is onduidelijk of opmerkelijk)

alinea geen - geen alineaopbouw in je tekst huts - hutsepotalinea (warrige alinea) ims - geen inleiding of slot

zin afba - zinsafbakening (verkeerd) elli - elliptische zin (ontbrekende woorden) for - formulering (niet goed) her - zinsherhaling (altijd zelfde zinspatroon) lang - te lange zin pas - passivitis sam - verkeerde samentrekking tang - tangconstructie tijd - verkeerde werkwoordstijd (je mixt tijden) wov - verkeerde woordvolgorde

an - geen an / standaardtaal arch - archaĂŻsme cont - contaminatie dub - dubbelop (pleonasme / tautologie) her - woordherhaling (varieer) inc - getals- of geslachtsincongruentie keu - woordkeuze is niet goed vag - vage verwijzing

spelling

lay-out reg - geen nieuwe regel voor elke nieuwe zin spa - verkeerd spatiegebruik uni - zorg voor een uniforme lay-out

KATERN

woord

aan - aan elkaar of niet? int - interpunctie of niet? uni - zorg voor uniformiteit (bv: cijfers) ww - werkwoordspelling

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

7


DE FOUTCODES

ALLE 65 FOUTCODES Hieronder vind je een overzicht van alle 65 foutcodes. Elke code moet je laten voorafgaan door de letter van het niveau: i(nhoud), a(linea), z(in), w(oord), s(pelling) of l(ay-out).

arm - arm qua inhoud (te weinig nieuwe informatie) bron - bronvermelding (geen of verkeerd) cli - cliché (bijvoorbeeld een cliché-inleiding) her - inhoudelijke herhaling onju - onjuist (wat je zeg klopt niet) onvo - onvolledig (bepaald informatie ontbreekt) over - overgang (onduidelijk of vreemd) plag - plagiaat sche - te schematisch (bijvoorbeeld met puntjes) tege - tegenstelling (je spreekt jezelf tegen) teve - te veel informatie (irrelevant of te evident) toel - licht toe (wat je zegt is onduidelijk of opmerkelijk)

zin afba - zinsafbakening (verkeerd) cont - zinscontaminatie (mix van twee formuleringen) dit - overbodige dit-constructie (bv: Dit omdat...) elli - elliptische zin (ontbrekende woorden) for - formulering (niet goed) her - zinsherhaling (altijd zelfde zinspatroon) ikga - “ik ga nu”-aankondiging lang - te lange zin pas - passivitis sam - verkeerde samentrekking sign - signaalwoorden (onvoldoende of verkeerde) tang - tangconstructie tijd - verkeerde werkwoordstijd (je mixt tijden) uni - uniformiteit (parallelle zinsopbouw) vb - voorbeeld (verkeerd in de tekst verwerkt) volz - geen volzin

lay-out BIN - volg de BIN-normen reg - geen nieuwe regel voor elke nieuwe zin sob - kies voor een soberdere lay-out spa - verkeerd spatiegebruik uni - zorg voor een uniforme lay-out wit - gebruik een witregel

KATERN

alinea geen - geen alineaopbouw in je tekst huts - hutsepotalinea (warrige alinea) ims - geen inleiding of slot the - werk met themazinnen over - gebruik hier een overgangszin

woord an - geen an / standaardtaal arch - archaïsme cont - contaminatie dub - dubbelop (pleonasme / tautologie) enz - vermijd enz., etc, enzo, ... ga - gaan ipv zullen her - woordherhaling (varieer) inc - getals- of geslachtsincongruentie keu - woordkeuze is niet goed tit - niet verwijzen naar (tussen)titels vag - vage verwijzing vz - verkeerd voorzetsel of ‘naartoe’

spelling aan - aan elkaar of niet? afk - goed omgaan met afkortingen apo - apostrof of niet? hoof - hoofdletter of niet? int - interpunctie of niet? jou - jou vs jouw kop - koppelteken of niet slon - slot-n of niet? tit - geen interpunctie na titel trem - trema of niet? tus - tussen-n of –s of niet? uni - zorg voor uniformiteit (bv: cijfers) woor - woord verkeerd gespeld ww - werkwoordspelling

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

verzamelen - structureren - formuleren - redigeren - oppoetsen - feedback - oefenen - verbeteren

inhoud

8


inhoud Iarm

Je tekst is arm aan inhoud en/of bevat te weinig nieuwe informatie voor je lezer. Een tekst schrijven begint bij het verzamelen van inhoud: je tijd nemen om te brainstormen en uit je hoofd halen wat erin zit, je inlezen in het onderwerp of zelf onderzoek voeren. Je hebt meer ingrediënten nodig om de honger van je lezer te stillen.

Ibron

Je lezer kan niet controleren wat je zegt omdat je je bron niet vermeldt. Of je verwijst er niet correct naar. Als je een citaat, cijfermateriaal of een theorie weergeeft, dan vermeld je best in de tekst zelf waar je de mosterd vandaan haalde. Gebruik hiervoor de familienaam. Je vermeldt ook kort de auteur en het jaar van publicatie tussen haakjes volgens de APAnormen. De lezer vindt de volledige bibliografische referentie achteraan in je bibliografie.

•Volgens filmanalist James Monaco kan de camera best op een statief geplaatst worden om een stabiel beeld te krijgen (Monaco, 1991). •De camera kan best op een statief geplaatst worden (Monaco, 1991). •Monaco is stellig: “Een statief garandeert stabiliteit.” (Monaco, 1991). •De camera kan best op een statief geplaatst worden om een stabiel beeld te krijgen.1

Een andere mogelijkheid is het werken met voetnoten. In dit geval moet je de tekst niet onderbreken en kan de geïnteresseerde lezer onderaan de tekst je bron terugvinden.

____________________________

Icli

Je gebruikt een cliché: wat je hier schrijft, is al te vaak herkauwd. Vermijd bijvoorbeeld de Van Dale-inleiding, de Jambers-inleiding of de iedereen-heeft-er-al--van-gehoord-opener.

x Volgens Van Dale is burn-out … x Burn-out. Wat is het? Wie krijgt het? En wat kan je eraan doen? x Burn-out, iedereen kent het.

Iher

De informatie die je biedt, is een onnodige herhaling. Mogelijk is deze herhaling te wijten aan een onzorgvuldige of onvoldoende strakke tekststructuur.

Ionju

De informatie die je biedt, is onjuist. Zo nodig moet je je nog eens documenteren, en betrouwbaardere bronnen raadplegen. Hou bij het beoordelen van je bronnen rekening met de vier criteria: auteur, publicatie, controleerbaarheid en recentheid.

Ionvo

De inhoud is onvolledig. De informatie die je biedt is te beknopt, gezien de opdracht, het publiek of de doelstelling. Je biedt geen voldoende duidelijk beeld van het thema of laat (deel)vragen open. Misschien ontbreekt er ook informatie die nodig is om andere onderdelen te begrijpen. Probeer aanvullende vragen te formuleren over het thema.

Iover

De overgang is niet duidelijk. Op deze plaats is het lastig om de grote lijn vast te houden, omdat een overgang tussen het voorafgaande en wat volgt ontbreekt.

Iplag

Je plagieert! Andermans werk overnemen, hier en daar iets wijzigen, of zin per zin parafraseren is plagiaat. Omdat plagiaat strafbaar is, kan je ‘werk’ niet beloond worden.

Ische

Dit onderdeel is te schematisch. Voor deze opdracht is het belangrijk dat je niet werkt met puntjes en losse woorden, maar dat je alle informatie in een heldere, doorlopende tekst met volzinnen giet. Opsommingen kan je best verwerken aan de hand van signaalwoorden (ten eerste, ook, verder, daarnaast, enerzijds, anderzijds, ten slotte).

Itege

Deze informatie is (mogelijk schijnbaar) in tegenspraak met wat je elders stelt.

Iteve

Je geeft te veel informatie. Een deel van de geboden informatie is irrelevant, te voor de hand liggend of te gedetailleerd gezien het publiek en het tekstdoel.

Itoel

Licht dit onderdeel of deze uitspraak toe. Je lezer heeft nood aan extra informatie die je tekst, op dit moment, helaas niet biedt. Ofwel is wat je zegt onduidelijk zonder toelichting of te opmerkelijk om niet verder toe te lichten.

KATERN

1

Monaco, J. (1991). Film: taal, techniek, geschiedenis. Weesp, Het Wereldvenster.

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

9


alinea Ageen

Je tekst heeft geen alinea’s. Een goede tekst vertrekt van een strakke alineaopbouw op basis van een vooraf opgestelde tekststructuur. Zo’n tekststructuur is de basis voor een heldere tekst. Teksten die in het wilde weg hun informatie over de lezer spuien, bieden weinig leescomfort. Het is erg belangrijk dat je eerst een tekststructuur opstelt waarin je planmatig alinea per alinea uitstippelt welke informatie je wilt weergeven. Een alinea behandelt telkens één deelthema en begin je best met een krachtige themazin die de lading van de alinea dekt. Vervolgens werk je deze informatie verder uit. Tracht ook de verschillende alinea's onderling te lijmen met signaalwoorden of zogenaamde overgangszinnen.

Structuur tekst fobieën Alinea 1: Inleiding - Wat is een fobie? Alinea 2: De gevolgen van een fobie? Alinea 3: Voorbeeld 1: agorafobie Alinea 4: Voorbeeld 2: hoogtevrees

Alinea 5: Hoe omgaan met een fobie? Alinea 6: Oplossing: stap 1 Alinea 7: Oplossing: stap 2 Alinea 8: Oplossing: stap 3 Alinea 9: Slot - Bedenking over therapie

Ahuts

Deze alinea bevat een hutsepot aan ingrediënten en je springt van de hak op de tak. Een goede alinea is een kamer met één afgebakend deelthema. Waarschijnlijk ben je onmiddellijk beginnen schrijven zonder vooraf een heldere structuur op te stellen. Hierdoor sleur je je lezer mee in een zogenaamde stream of consciousness waarin je je ideeën aanbiedt, zoals ze bij het schrijven in je opkomen. Een andere mogelijkheid is dat je wel nagedacht hebt over een structuur, maar gewoon te veel verschillende ingrediënten wilt aanbieden in één alinea.

Aims

Een goede tekst heeft een inleiding, midden en slot. Een inleiding kan een korte situering, een anekdote, een persoonlijke noot, lokkertje of kennismaking met het onderwerp zijn. Het slot is vaak een samenvatting, bedenking of boodschap aan de lezer.

Athe

Tracht met goede themazinnen te werken. Zo'n themazin aan het begin van een alinea biedt de lezer het nodige leescomfort doordat je in een krachtige zin onmiddellijk zegt waar de rest van de alinea over gaat. Doe je dit niet, dan dreig je een thriller te schrijven waarbij je voor je lezer voortdurend informatie achterhoudt. Spannend, maar vaak vermoeiend en niet altijd verhelderend.

Aover

Een heldere structuur vraagt om heldere overgangen. Bruuske overgangen verwarren de lezer en leggen vaak bloot dat je niet voldoende tijd hebt genomen om je gedachten te ordenen vooraleer je aan het schrijven ging. Als je structuur strak zit, dan kan je elke overgang begeleiden met een natuurlijke overgangszin. Natuurlijk kan je met allerhande tussentitels of vragende overgangszinnen als ‘En hoe zit het nu met de gevolgen?’ elke sprong maken, maar het is een uitdaging om een natuurlijkere overgang te maken vanuit je tekst zelf. Enkele voorbeelden: •“Toch is dit niet het enige probleem.” •“Hoewel de gevolgen dus verregaand zijn, moeten mensen met een fobie niet wanhopen…” (overgang naar een alinea over oplossingen) •“Maar de gevolgen manifesteren zich niet enkel op lichamelijk vlak” (overgang naar een alinea over mentale gevolgen).

KATERN

“De prijzen van woningen zijn sterk gestegen. Zo is de huisprijs in Vlaanderen de voorbije tien jaar meer dan verdubbeld. In 2006 betaalde de Vlaming gemiddeld 103000 euro voor een woning, terwijl die in 2016 al 213000 euro kost. Dat blijkt uit cijfers van de federale overheid (Federale Overheid, 2016).”

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

10


zin Zafba

Er loopt iets mis in de afbakening van je zinnen. Ga na of je een hoofdzin hebt. Een zin die begint met 'terwijl', ‘want’ of ‘omdat’ en niet verbonden wordt met een hoofdzin is bijvoorbeeld zelden mogelijk.

•Hij stond vroeg op. Want hij moest nog douchen. Het probleem wordt erger. Omdat er niets aan gedaan wordt.

Zcont

Je hebt twee formuleringen door elkaar gehaald. Waar een contaminatie vaak op woordniveau gebeurt, heb je hier tijdens het formuleren twee formuleringen in de mixer gestoken (zie Wcont).

•De oorzaak van het ongeval is te wijten aan de regen. De oorzaak is de regen / Het ongeval is te wijten aan de regen

Zdit

Als je merkt dat je een zin begint met ‘Dit omdat’, ‘Dit wanneer’, ‘Dit omwille van’ of varianten, ga dan na of je de zin niet gewoon kan verbinden met de vorige zin zonder de ‘dit’.

•Je kan maar beter kiezen voor het opsplitsen van de taken. Dit omdat het sneller gaat.

Zelli

Je zin is elliptisch. Soms zal je als schrijver bepaalde woorden die je in gedachten hebt, bij het neerschrijven van de zin vergeten uit te drukken. Zulke onvolledige/elliptische zinnen zijn een struikelblok voor de lezer. Ook het weglaten van lidwoorden in een elliptische schrijfstijl valt hieronder.

•Hij twijfelt of hij komt. Hij twijfelt eraan of hij komt. •Probleem is de kostprijs. Het probleem is de kostprijs.

Zfor

Je formulering is niet goed. De manier waarop je je ideeën verwoordt, dreigt door de lezer niet of verkeerd begrepen te worden. Ga op zoek naar een andere manier om je gedachten in een zin te gieten. Kijk weg van je blad, formuleer je zin eens luidop en ga voor een heldere en natuurlijke zin.

Zher

Vermijd herhaling. Er zit te weinig variatie in je zinsbouw. Een eerste mogelijke oorzaak is het voortdurend herhalen van het zinspatroon 'onderwerp + persoonsvorm' (vb: "De spreker meldt… Hij stipt aan… Ik meen…”). Dit patroon is makkelijk te doorbreken door signaalwoorden voorop te zetten of door een ander zinsdeel voorop te plaatsen. Zo krijg je automatisch inversie (de persoonsvorm springt voor het onderwerp): “De spreker meldt… Vervolgens stipt hij aan... Anderzijds meent hij…”. Daarnaast kan de herhaling van korte enkelvoudige zinnen saai zijn. Ga na of je in dit geval met signaalwoorden af en toe kan verbinden. Je kondigt aan wat je van plan bent. Zo wil je structuur brengen en in een spreekoefening kan dit. Bij het schrijven geldt echter de regel: ‘geen woorden, maar daden!’ Creëer structuur met themazinnen en signaalwoorden. Enkel in een inleiding bij langere teksten is een expliciete aankondiging gebruikelijk.

•Ik ga nu iets vertellen over het verschil tussen een fobie en een gewone angst. •Het belangrijkste verschil tussen een fobie en een gewone angst is....

Zlang

Je zin is te lang. Ga na of je geen opeenstapeling van 'en', 'omdat' of 'want' hebt.

x “... want... en... terwijl... omdat... en... dan... die...”

Zpas

Denk goed na of een actieve of een passieve zin aangewezen is. “Ik sluit de deur” is een actieve zin, “De deur wordt gesloten (door mij)” een passieve. Zo’n passiefzin met ’wordt’ en ’door’ maakt je tekst snel zwaar. Bekijk de eerste twee voorbeelden hiernaast maar eens. Soms is de passieve versie toch beter. Bijvoorbeeld als je de persoon die de handeling uitvoert, onvermeld wil laten of om vage voornaamwoorden als 'ze' of 'men' te vermijden.

•De tekst wordt door de leerlingen als te moeilijk erveraren. De leerlingen ervaren de tekst als te moeilijk •Het medicijn wordt door de dokter aangeraden. De dokter raadt het medicijn aan. •Men gebruikt te veel medicijnen. Er worden te veel medicijnen gebruikt.

Zikga

KATERN

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

11


Zsam

Je gebruikt een verkeerde samentrekking. Als je de weggelaten woorden terug in de zin plaatst dan zal je merken dat ze verschillen naar vorm, functie, betekenis of positie tegenover het werkwoord.

•Oma is een erg lieve dame en zie ik / ik zie haar heel graag. Jaarlijks verrast oma ons en geeft dan / ze geeft dan een mooi cadeau.

Zsign

Gebruik je voldoende signaalwoorden en klopt het verband dat je blootlegt? Te weinig of verkeerde signaalwoorden gebruiken, zorgt ervoor dat je lezer tijd verliest met het zoeken naar de nodige verbanden tussen de uitspraken die je neerpent. Deze woorden zijn de lijm waarmee je de verschillende zinnen helder verbindt de lezer helpt het geheel vlot te structureren en interpreteren.

ten eerste, verder, ook, bovendien, daarnaast, ten slotte, maar, enerzijds ... anderzijds, echter, toch, hoewel, daarentegen, eerst, dan, daarna, hierdoor, zo, bijvoorbeeld, als, indien, wanneer, in het geval, om te, opdat, door middel van, daarmee, daartoe

Ztang

Je gebruikt een tangconstructie. Je hebt twee woorden of woordgroepen die bij elkaar horen uit elkaar gehaald. Die woorden willen graag bij elkaar, net zoals de twee benen van een overspannen tang. Tangconstructies worden vaak gecrëeerd door zinnen te onderbreken met opmerkingen en toelichtingen tussen haakjes, komma’s of weglatingstekens.

•Je kunt alle gegevens opzoeken van de leerlingen. Je kunt alle gegevens van de leerlingen opzoeken. x Ik vind het erg vervelend (en ik ben er zeker van dat ik niet de enige ben die dit probleem kent) dat mensen de essentie uitstellen.

Ztijd

Je gebruikt een verkeerde werkwoordtijd. Zorg ervoor dat je binnen eenzelfde geheel eenzelfde tijd gebruikt. Hou er ook rekening mee dat bepaalde tekstgenres om een bepaalde tijd vragen. Verhalen navertellen doe je best in de (onvoltooid) tegenwoordige tijd (“Op dat moment verliest Harry Potter zijn geduld”, net zoals een vergaderverslag (“De vergadering beslist dat de nieuwe computers aangekocht mogen worden”).

Zuni

Zorg voor een uniforme zinsopbouw in opsommingen of parallele tekstdelen. Bouw dus voort op eenzelfde zinspatroon. Werk je in de eerste zin bijvoorbeeld met een onderwerp gevolgd door een werkwoord, doe dit dan ook in de volgende zinnen. Kies je ervoor om te werken met bevelende vormen, tracht ook dan die lijn vol te houden.

Reanimatie in 6 stappen:

Zvb

Je moet het voorbeeld anders in de tekst verwerken. Sommige schrijvers bouwen vreemde zinnen als ze vormen zoals ‘bijvoorbeeld’, ‘zo’ of ‘zoals’ gebruiken. Lees je zin eens apart en luidop en wellicht merk je dat je de zin die je formuleert vreemd klinkt. Ga dus voor een natuurlijke formulering. Hiernaast vind je eerst een fout voorbeeld, gevolgd door enkele juiste versies.

Er zijn een aantal misvattingen over de luiaard. x Bijvoorbeeld hij slaapt maar 10 uur per dag. v Hij slaapt bijvoorbeeld maar 10 uur per dag. v Zo slaapt hij maar 10 uur per dag.

Zvol

Dit is geen volzin. Elke zin in je tekst moet een vervoegd werkwoord in de hoofdzin bevatten. Enkel in (tussen)titels ben je niet verplicht om met volzinnen te werken.

Zwov

De woordvolgorde is niet juist.

KATERN

1. Controleer het bewustzijn. 2. Je belt 112. 2. Bel 112. 3. De ademhaling controleren. 3. Controleer de ademhaling. 4. Start met 30 borstcompressies. 5. Beadem 2 keer. 6. Gebruik mogelijk de AED.

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

12


woord Wan

Je gebruikt geen standaardtaal. Onbegrijpelijk is het niet wat je hier schrijft, maar het is geen Standaardnederlands.

•arrangeren / regelen •Hij was serieus / erg verbaasd.

Warch

Je gebruikt een archaïsme. Archaïsmen zijn verouderde woorden die je in een hedendaagse schrijftaal wil vermijden.

•Ik ben geboren te / in Leuven. •Ik heb reeds / al 213 Pokemon. •Deze / Die zijn erg zeldzaam.

Wcont

Een contaminatie: je hebt twee woorden of uitdrukkingen laten samensmelten.

•duur kosten: veel kosten, duur zijn •laten tonen: tonen, laten zien

Wdub

Dubbelop: je gebruikt een pleonasme of tautologie. Ofwel gebruik je twee synonieme vormen (tautologie), ofwel geef je een eigenschap weer die in het kernwoord al vervat zit (pleonasme).

•de ronde cirkel (pleonasme) •Ik ben niet in staat te kunnen betalen. (tautologie)

Wenz

Vermijd '...', 'enz.', 'etc.'. Het gebruik van ‘enz.’, ‘e.d.’ of ‘etc.’ aan het eind van een opsomming geeft vaak de indruk dat je geen zin meer hebt om de opsomming te vervolledigen. Je vermijdt dit probleem door voor de opsomming 'onder andere', 'zoals', 'onder meer' of 'bijvoorbeeld' te gebruiken. Op die manier weet de lezer ook dat je opsomming niet volledig is.

•de piano, de gitaar, etc ... zoals de piano en de gitaar bijvoorbeeld de piano of de gitaar

Wga

Als je ‘gaan’ kan vervangen door een vorm van ‘zullen’, dan kan je dit best doen. Ga tegelijk ook eens na of je de vorm niet gewoon kan schrappen.

Wher

Woordherhaling: je gebruikt te vaak hetzelfde woord. Je kan best: 1. gebruik maken van verwijswoorden; 2. een synoniem zoeken; 3. 'deze', 'die', 'dit' of 'dat' gebruiken, gevolgd door een woord dat een categorie aangeeft (vb: ‘dit instrument’ ipv ‘piano’); 4. nagaan of je het woord niet kan weglaten.

Sommige schrijvers schrijven hun romans onder een schuilnaam. Een van deze schrijvers is Stephen King. Zijn eerste romans schreef deze schrijver onder de schuilnaam Bachman. Latere romans schreef de schrijver onder zijn werkelijke naam.

Winc

Er is sprake van incongruentie. Incongruentie is vaak een ongelijkheid in getal en persoon tussen onderwerp en persoonsvorm. Ook wanneer het verwijswoord of lidwoord qua geslacht (mannelijk, vrouwelijk, onzijdig) niet overeenkomt met het woord waarnaar het verwijst, heb je incongruentie.

•Een aantal mensen beweren / beweert •De kast? Hij / Ze staat waarschijnlijk in de andere kamer. •de / het personage •deze / dit voorstel

Wkeu

Je woordkeuze is niet geslaagd. Wellicht gaat het om één van de volgende problemen: (1) De betekenis komt niet overeen met wat je bedoelt (de denotatie is anders). (2) De gevoelswaarde past niet bij de rest van de tekst (de connotatie strookt niet). (3) Je gebruikt de verkeerde combinatie. Sommige woorden, zogenaamde collocaties, kunnen niet zonder elkaar. (4) Er is één woord voor de omschrijving.

•effectief vs efficiënt (1) •sarcasme vs ironie (1) •zot vs gek (2) •lullig vs stom (2) •een wandeling doen / maken (3) •een misdaad doen / plegen (3) •pomp voor een fiets fietspomp (4) •de reden waardoor oorzaak (4)

KATERN

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

13


Wtit

Wvag

Wvz

Je mag niet verwijzen naar (tussen)titels. Beschouw titels als extra structurerende elementen die je in principe moet kunnen wegdenken. Om dit probleem op te lossen mag je de elementen uit de (tussen)titel waarnaar je verwijst opnieuw vermelden (woordherhaling is in dit geval wel toegelaten).

a) De sportdag

Je gebruikt een vage verwijzing. Soms verwijst een woord naar iets waaraan je wel hebt gedacht, maar dat niet letterlijk zo in de tekst staat. Vermijd woorden zoals 'het', 'ze', 'die', 'dat', 'daar', 'hier' wanneer je ze niet kan vervangen door een woord uit de vorige zin of wanneer er mogelijk verwarring kan optreden. Over de alineagrens terugverwijzen is eveneens weinig gebruikelijk. Ook vormen als ’ze’ of ‘men’ verwijzen te vaag. In dit geval kan een passiefzin wél handig zijn (zie ook Zpass).

•De leerlingen die naar de schouwburg gingen vonden het / het stuk mooi. •De leerkrachten gingen op uitstap met de leerlingen. Ze De leerlingen hadden voor drank gezorgd.

Je kiest een verkeerd voorzetsel of gebruikt het passe-partoutvoorzetsel ‘naartoe’.

•reageren naar / op •zich interesseren aan / in •een brief naar de ouders toe / een brief voor de ouders

Hij / De sportdag wordt georganiseerd …

•Hij moet in quarantaine tot men een antivirus gevonden heeft is.

spelling Saan

Aan elkaar of niet? Vaak is het lastig om te bepalen of een samengesteld woord wel of niet aaneen moet worden geschreven en of er een koppelteken of een trema moet worden gebruikt.

•leerlingenvergadering •ten slotte vs tenslotte •zo-even •rijexamen

Safk

Wees zuinig met afkortingen, zeker als de vorm voluit niet veel langer is. Als je toch met afkortingen werkt, let dan op de interpunctie, de regels voor het hoofdlettergebruik en de voorschriften voor het weergeven van bijvoorbeeld maten en gewichten.

•dhr. de heer •om 8 u. uur •d.m.v. door •b.v. bv. bijv. •Z.O.Z. z.o.z. •P.C. pc •kWh •cm •kg •EUR

Sapo

De apostrof werd niet of verkeerd gebruikt.

•dynamo's •cowboys •Riks kat

Shoof

Er is iets mis met je hoofdlettergebruik.

•maandag •Kerstmis •Duits

Sint

Let op de interpunctie. Wanneer gebruik je een punt, komma, vraagteken, uitroepteken, puntkomma of aanhalingsteken? Plaats bijvoorbeeld een komma tussen twee werkwoordsvormen die niet samenhoren en vermijd uitroeptekens in non-fictie.

Sjou

De persoonlijke voornaamwoorden 'u' en 'jou' krijgen geen 'w', de bezittelijke voornaamwoorden 'uw' en 'jouw' wel. Vergelijk best met ‘mij’ en ‘mijn’.

•Ik zie jou / jouw staan. •Is dat jou / jouw zus? •Ik leen jou / jouw dit boek.

Skop

Het koppelteken werd niet of verkeerd gebruikt. Zo’n liggend streepje gebruik je in samenstellingen, onder andere wanneer er klinkerbotsing optreedt. Ook bij een samengetrokken woord zoals “binnenen buitenland” moet je een koppelteken gebruiken.

•auto-onderdelen •West-Vlaamse •VLD-senator •ex-vrouw •Oost- en West-Vlaanderen •tomaten- en aardappelteelt

KATERN

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

14


Sslon

Je hoort ze niet, maar ze is er wel: de slot-n. Een slot-n wordt toegevoegd aan woorden als 'alle', 'beide', 'eerste' en 'laatste', en ook aan bijvoeglijke naamwoorden als 'arme', en 'oudere', maar alleen wanneer ze zelfstandig worden gebruikt en ze naar personen verwijzen. Sommige schrijvers vergeten de slot-n ook wel eens bij werkwoorden.

•Ze kwam een paar bekenden / bekende tegen. •Er zijn onbekende mensen en bekenden / bekende. •Zalig zijn de dommen /domme •Ik wil niet stoppe / stoppen.

Stit

Voor zakelijke teksten geldt de afspraak dat je geen punt gebruikt na een (tussen)titel. Is je titel of tussentitel een vraag, dan kan een vraagteken wel.

1. De oorzaken. 1. De oorzaken 1. Is er een oplossing?

Strem

Een trema gebruik je onder meer als er bij een afleiding een misverstand kan ontstaan over de uitspraak van twee opeenvolgende klinkers. Bekijk ook de uitgebreidere regels.

•officiële •patiënt •begonia •mecanicien

Stus

Bij samenstellingen en afleidingen heb je vaak een tussenletter -n of -s nodig. Bekijk de regels.

•gedachtegang •paardenbloem •stationschef

Suni

Zorg voor uniformiteit op spellingsniveau. Indien je kiest voor een bepaalde spelling (cijfers of hoofdletters bijvoorbeeld) dan moet je deze spelling consequent toepassen.

Swoor

Zoek de spelling van het woord op in de Woordenlijst der Nederlandse Taal (het zogenaamde Groene Boekje). Online op http://woordenlijst.org/

•enthousiast •te allen tijde •seksualiteit

Sww

De spelling van de werkwoordsvorm of het afgeleide bijvoeglijk naamwoord is niet juist. Als je niet gewoon slordig was, maar twijfelt aan de regels, dan moet je de theorie opfrissen en de nodige oefeningen maken om dit probleem te remediëren.

•Het is tijd dat je antwoordt. •Hij beantwoordde de vraag. •de verroeste spijker •de gedeletete file

lay-out LBIN

Het Belgisch Instituut voor Normalisatie, heeft ook een aantal lay-outnormen geformuleerd voor brieven en andere zakelijke teksten. Ga na of je deze zogenaamde BINnormen volgt.

Lreg

Gebruik geen nieuwe regel voor elke nieuwe zin binnen een alinea. Binnen eenzelfde alinea volgen de zinnen elkaar gewoon op.

Lsob

Kies voor een soberdere lay-out. Een strakke lay-out wordt gekenmerkt door eenvoud. Vermijd combinaties zoals vet, onderlijnen en italics en wees zuinig in het gebruik van verschillende lettergroottes. Het gebruiken van verschillende lettertypes wordt voor onervaren ‘lay-outers’ eveneens afgeraden.

Lspa

Je gebruikt de spatie verkeerd. Na een leesteken gebruik je één spatie, voor een leesteken geen.

Luni

Zorg voor uniformiteit. Het basisprincipe houdt in dat je in je lay-out steeds op eenzelfde manier werkt. Staat een tussentitel in het vet, doe dit dan ook voor de andere tussentitels. Gebruik je een witregel tussen alinea's, doe dit dan ook voor andere alinea’s of als je voorbeelden in italics weergeeft, doe dit dan consequent voor alle voorbeelden.

Lwit

Baken je alinea’s af met een witregel. Zo geef je de lezer witruimte en maak je je tekst visueel luchtiger.

KATERN

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

15


Een goede tekst schrijven veronderstelt deelvaardigheden op de verschillende schrijfniveaus. Deze verschillende niveaus (inhoud, alinea, zin, woord, spelling, lay-out) vind je ook terug in de eerste letter van de foutcodes. Zo krijgt een slecht geformuleerde zin een code ‘Zform’. De eerste letter ‘Z’ verwijst daarbij naar het niveau (‘zin’), gevolgd door vier letters die verwijzen naar de specifiekere fout (in dit geval ’form’ van ‘formulering’). Kan je nu ook raden waar de volgende foutcodes voor staan? Je krijgt telkens de drie meest voorkomende fouten per schrijfniveau. Raden maar! Het juiste antwoord zoek je op in de foutcodelijst. Ionju Itoel Ibron Ageen Ahuts Athem Zher

Zform Zsign Wher Wvag Wkeu Saan Sww Shoof Lsob Lspa Luni

Kan je voorspellen welke drie foutcodes je in jouw teksten het vaakst zal tegenkomen?

Wees eens dapper en zeg nu ook op welke fouten je nooit betrapt zal worden...

KATERN

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

16


Lees de tekst en probeer van de volgende fouten minstens één voorbeeld te vinden: Ibron Warch

Zher Saan

Zcont Suni

Wvag Wher

Wdub Sww

Wcont Lreg

De nadelen van sms’en Sms’en is één van de belangrijkste communicatie middelen voor de jeugd. Ze hebben dan ook al vroeg een mobiele telefoon. In het 5e leerjaar van de basisschool heeft 50% van de jongeren een gsm, in het secundair vrijwel iedereen (Vanden Abeele, 2012). Voor vele van hen is de gsm samen met zijn berichten functie dan ook een bijna levensnoodzakelijk hulpmiddel geworden. Maar er zijn ook nadelen verbonden aan het sms succes. Sms’en kan een paar gezondheidsproblemen veroorzaken. Jongeren sms’en vaak na bedtijd. Ze stapelen een slaaptekort op. Ze worden wakker wanneer ze een sms ontvangen. De hersenen zijn veel actiever bij het sms’en dan bij het bekijken van een film. Amerikaans onderzoek toont dat aan. 77 procent van de sms’ers had moeite om weer in slaap te vallen na ontvangst van een sms. Slapeloosheid is niet het enige fysieke nadeel van te veel sms’en. Je kan daarnaast ook een sms-duim krijgen. Bij zo’n duim werden de spieren en gewrichten te veel worden belast. Een eenvoudige oplossing om dit probleem te verhelpen is dan de andere vingers van de hand meer aan te nutten of wat minder sms’en en berichten sturen. Wanneer de pijn langdurig chronisch wordt, kan RSI (Repetitive Strain Injury) ontstaan en dan is een geneeskundige medische behandeling nodig die behoorlijk duur kost. Voorts kan heel veel sms’en leiden tot een verslaving waarmede de gebruiker voortdurend berichtjes dient te krijgen teneinde zich goed te kunnen voelen. Eenzame, depressieve jongeren zijn hierbij een kwetsbare groep. Om dan van een verslaving te kunnen spreken, moet het sms-verkeer al heel extreem zijn. Een jongere in het secundair onderwijs verstuurt gemiddeld 120 sms’jes per week (Vanden Abeele, 2012). Dat zullen sommige ouders overdreven vinden, maar veel gsm-communicatie is normaal en is typisch in de levensfase van een tiener en van een adolescent. In het 16e levensjaar is er dan ook een piek in het aantal sms’jes en rond de vijfentwintig jaar is er weer een daling. Volgens vele ouders en leerkrachten is het schadelijkste effect van sms-verkeer wellicht de achteruitgang van de spelling en van de taalvaardigheid. Jongeren hebben volgens hen geen idee meer hoe een woord gespelt wordt. Geheel onterecht blijkt uit onderzoek in België en in Nederland (Van den Branden, 2010). In de laatste twintig is er nauwelijks een achteruitgang merkbaar. Sms’en werkt juist taalbevorderend. bibliografie 1. Polos, D., Sleep Disorders, JFK Research Center, New York, 2010. 2. Vanden Abeele, M., Beullens, K., Roe, K., “Measuring mobile phone use: Gender, age, and real usage level in relation to the accuracy and validity of self-reported mobile phone use.” in: Mobile Media & Communication, 1 (2), 213-236, 2012. 3. Van den Branden, K., Sms-taal, Acco, Leuven, 2010.

KATERN

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

17


KATERN

- Jelle De Keersmaecker - Sociale School Heverlee - 2016/17

18

KATERN foutcodes  

De KATERN foutcodes zijn een handig instrument voor wie feedback moet geven op teksten. Met deze foutcodes scherp je de schrijfvaardigheid v...

KATERN foutcodes  

De KATERN foutcodes zijn een handig instrument voor wie feedback moet geven op teksten. Met deze foutcodes scherp je de schrijfvaardigheid v...

Advertisement