Page 1

Kelderkoorts #3

Een uitgave van: Museum Het Valkhof Kelfkensbos �� 65�� TB Nijmegen ��� 36�88�5 info@museumhetvalkhof.nl www.museumhetvalkhof.nl

Gerard Koek PROP ��.5 t/m ��.�8’�6 'PROP' is de grotere opvolger van een werk dat vorig jaar in Arnhem gerealiseerd werd. Geplaatst op een door stoelen omgeven tafel in huiselijke setting, torende in een woonhuis in het Spijkerkwartier een papieren formatie tot aan het gestucte plafond. Deze invasie in huiselijke kring, krijgt voor deze Kelderkoorts-editie een museaal vervolg. Geplaatst op een eiland van kantoortafels, torent nu in een museumzaal een reusachtige formatie tot aan het acht meter hoge plafond. Het verheft zich letterlijk als een gigant boven de bezoeker. Door de plaatsing in het museum gaat de installatie een verbinding aan met de collectie, waarin zich ook een aantal grote sculpturen bevindt.

Maar PROP onderscheidt zich. Het materiaal – weerbarstig papier – is anders dan anders. En ook de organische en ongeordende vorm komt niet overeen met de meeste andere beelden in de museumverzameling. Daar waar andere sculpturen in de collectie vaak een gerichte betekenis uitdragen speelt PROP losjes een spel met zwaartekracht, taal en associatievermogen. De titel van het werk – PROP – associëren we direct met ‘papier’ en ‘weggegooid’. Een prop staat voor dat wat is afgewezen, dat waarvan je je ontdoet: dat wat eigenlijk ‘niets’ is. Maar als die prop een overweldigende monumentale gedaante aanneemt, is het moeilijk vol te houden dat het ‘niets’ is.

Tegelijkertijd komen vanuit het Engels andere gedachten mee die verwijzen naar ‘ondersteunen’, ‘stutten’ en ‘decorstuk’. Taal en kruisingen van betekenis spelen altijd een belangrijke rol in het werk van Gerard Koek. Op de wanden zijn twee ‘woordwerken’ geplaatst. In een van die werken verschijnt voor het eerst de prop. Subtiel bedekt met marmerpoeder, vullen ze spaties op, stutten ze regels, en tegelijkertijd ‘zitten ze in de weg ’ tijdens het lezen. Woord, beeld, handeling en betekenis grijpen ook hier losjes ineen.

Kelderkoorts is een reeks projecten die de komende tijd plaatsvindt in de patio van Museum Het Valkhof. Kelderkoorts geeft zuurstof aan kunst van nu en straks, middels bijzondere installaties, concerten en lezingen. Kelderkoorts etaleert niet zozeer wat kunst hoort te zijn, veeleer wat het kán zijn. Kelderkoorts is een impuls voor een hernieuwd Museum Het Valkhof, waar vanuit een hedendaags en wisselend perspectief naar de collectie, de stad en de wereld er omheen gekeken wordt. Museum Het Valkhof streeft naar een energieke relatie met kunstenaars en daarom is de kunstenaar-conservator in het leven geroepen. De vrijheid en het onverwachte van de projecten van de kunstenaar-conservator moet de bezoeker en het museum verrassen. De eerste kunstenaar-conservator, bedenker en maker van het project Kelderkoorts, is Jan-Wieger van den Berg.


PROP kijken en zien �.

De raadselachtige aard van een prop Een alledaagse prop past in één hand en wordt, als een sneeuwbal, met twee handen gemaakt van wit papier. Proppen roepen een beeld op van arbeid, van schrijfgereedschap, van een bureau of tafel en een stoel, zoals mes en vork een bord oproepen.

H. van Boxtel Huisfilosoof van het Papegaaienmuseum

Nadat op een vel papier, in schrift of tekening, zaken vastgelegd zijn die zeker niet vergeten mogen worden of pogingen ondernomen zijn om tot inzicht in de een of andere zaak te komen, worden deze in een latere fase voor overbodig gehouden en wordt er resoluut een streep getrokken. Een prop is het gevolg van een reflectie op de eerder verrichte arbeid. De klusjes zijn geklaard, een geformuleerd idee wordt voor idioot versleten, wat tot stand gebracht is wordt waardeloos geacht. Weg ermee, en zo verdwijnt wat eerder van belang was met de prop in de prullenbak.

wat hij is. Hem openmaken doet hem tevens verdwijnen, en aan zijn uiterlijk valt niet af te lezen wat hij in zich draagt. Dus ook niet waarom hij weggepropt is. Een prop toont zich als een gesloten boek. Van belang is te weten dat de prop van de één de prop van de ander niet is. Een prop kan ondanks zichzelf prachtige frases in zich sluiten, schitterende gedachten, wonderschone poëzie of verbazingwekkende schetsen. Een prop van Leonardo is wat anders dan een prop van wie dan ook. Een prop kan al het denkbare bevatten, van een afspraak met de hondenkapper, de aanzet voor een slap gedicht tot het mooiste van het mooiste - dat blijkbaar niet mooi genoeg was. Uiteindelijk staat een prop voor hoop en wanhoop, voor ontwikkeling en stilstand, voor vraag en antwoord, voor vod en parel, voor van alles en voor niets. Een prop is dan ook een gematerialiseerd raadsel, is een verbeeld vraagteken.

Een prop kan uit verveling voortkomen, op kantoor, of om de poes te klieren. Kan ook het gevolg zijn van opruimingsdrift gepaard aan het opmerken van een achterhaald boodschappenlijstje of reeds verwerkte aantekeningen. In veel gevallen echter is een prop een manifestatie van inzicht in het eigen falen. Wanneer dit eigen falen aan het licht komt, wanneer een schets of aantekening als slecht of fout beoordeeld wordt, kan uit het verwerpen echter tevens het idee spreken het beter te willen en dat ook te kunnen. Het falen verhoudt zich tot de verwachtingen die de maker van zichzelf heeft en de prop spreekt tot op zekere hoogte van hoop. Een prop immers werpt de vraag op of hij een gezette stap in een zich ontwikkelend proces is dan wel een eindpunt vormt. Is hij aanloop tot iets wat mogelijk glorieus genoemd kan gaan worden, of is hij het eindpunt van een onderneming waar de brui aan gegeven is? Deze tekst is eerder verschenen in 'PROP', een uitgave van Oscar Lourens Book Production, 2016

De reden van het bestaan van de prop ligt onlosmakelijk besloten in de essentie van

PROP, kunst op de koffie, Spijkerkwartier, Arnhem ���5


�.

De geschiedenis die komt In een museale ruimte staat een grote witte vorm opgesteld. Het is een kunstwerk. Het is zo groot dat het tot aan het plafond reikt, het neemt de volledige hoogte in beslag. Toch is het werk verhoogd opgesteld, op een zevental tafels die samen een eiland lijken te vormen. ... Een eiland op stokstijve pootjes dat zich verheft boven de vloer, en het werk staat als een eenzame palm op een onbewoond eiland... Niets of niemand heeft weet van hem, hij is daar wat hij is, gelijke aan de zandkorreltjes... Het werk wacht op een drenkeling... ... Een kunstwerk op een onbewoond eiland, in een zee van onverschil..? ... Kunst in zwaar weer, en toch mooi zijn, ondanks alles, tegen de keer in..? Verbeelden de tafels wel een eiland? ... Mogelijk is ook dat ze een podium vormen, en dat het werk zodoende een platform geboden wordt. Het werk staat opgesteld, toont zich en komt zo te figureren in de wereld van de kunst. De toeschouwers kijken naar het werk, naar wat het is, of denken over wat het verbeeldt. ... Het tafeleiland kan ook een plaatsvervangende sokkel zijn. Geen wit blok hier maar vertrouwde, alledaagse tafels. Een sokkel behoort niet bezien te worden, hij is een aangever van wat op hem rust. Hij verheft, hij tilt uit boven de werkvloer. Tafels niet, die verhogen de werkvloer. Op de formatie van tafels staat een kunstwerk, een hol ogende vorm van kartonachtig papier, een meter of zeven hoog, circa twee meter doorsnede aan de onderkant en vier aan de bovenkant. Het werk is aangelicht, museaal, theatraal. Het licht doet het wit van het papier oplichten, wat het werk als verschijning accentueert. De vorm laat zich niet direct benoemen. Oogt ongrijpbaar, is grillig van gedaante. Een verschijningsvorm die zich in zijn naaktheid toont, aan toeschouwers, in een museum. En die context zegt: Zie hier het werk... en daarmee is het overgeleverd, aan de geschiedenis die komt. Objecten in een museum worden tot kunst verklaard, en zijn daarin kwetsbaar onder de blik van de toeschouwers. Die knikken, schudden of doorlopen.

(Uit: Visions of Johanna Bob Dylan, ��65)


In de waarneming wordt kijken onmiddellijk gevolgd door zien. Zien is het duiden van waar naar gekeken wordt. Louter kijken is onmogelijk, de geest zit de blik op de hielen, gaat gelijk op zelfs. Kijken wordt duiden, duiden vanuit het reeds gekende. Het aanschouwen van de naakte en ongerepte schoonheid van een werk is dan ook onmogelijk.

3.

Ho ho vriend Wanneer een bezoeker door de voordeur van een museum naar binnen stapt, koopt hij een kaartje dat tevens een contract is waarin ongeschreven besloten ligt dat hij zich in het mens-zijn beperkt gedurende zijn verblijf bij de kunstwerken. Een museumbezoeker transformeert bij zijn entree tot een gemankeerde mens, tot een mindere maar makke mens. Een museum weert de mens van de straat. Het toont objecten die in beperkte mate genoten mogen worden. Het schoon zijn wordt hier te vuur en te zwaard verdedigd. Proeven en betasten, anders dan met de ogen, is een misdaad en wordt om te beginnen met buitensmijten bestraft.

den beginne verricht. Sindsdien is het de gang der dingen, en mensenwerk. De prop kan niet anders dan een uitvergrote alledaagse prop zijn, die mogelijk een prop van de goden verbeeldt. Mogelijk verbeeldt. PROP is omdat hij zo groot is eerder een verbeelde prop dan een echte prop, en hij lijkt daarin te verwijzen naar de schoonheid van de vorm van een gewone prop. Een afvalproduct van bureau of werktafel immers kan hij niet zijn, niemand maakt zijn aantekeningen zo groot. Hij is een verbeelding van een prop en van alles wat daarin aan boodschappen en berichten besloten ligt, en in die zin dus ook een verbeelding van het geheim dat een prop in zich draagt, van het gematerialiseerde vraagteken dat hij is. Een prachtvorm, een reusachtig ruimtelijk vraagteken. Een papieren raadsel. De kans is groot dat het hier niet mee gedaan is. De geest rust niet in een raadsel. De geest duidt en eist betekenis. ... Een fragment van een ijsberg, een rechtopstaande wolk, een spook, een ingepakte en verstopte verrassing op tafel - zou het een enorm bloemstuk zijn? ... een nieuwe perenboom?... wat dan ook, iets zal het het zijn, anders vat het hoofd het niet...

De schoonheid van de objecten dient door de bezoeker vastgesteld te worden op basis van drie van zijn zintuigen. Handen op de rug, mond dicht. Kijken en luisteren is toegestaan, en ruiken is niet verboden, maar toch, liever niet. Geen gezicht. Honds gedrag, straatgedrag. Mindere mens ja, maar zo diep zinken is onwaardig.

Een suppoost staat voor de grens van straat en museum. Door hem wordt de bezoeker als mens in toom gehouden. Hij ziet er op toe dat de mens van de straat zich als een kunstkijker gedraagt zolang deze op zaal is. De suppoost waakt als een hond over de gepaste omgang met de werken die tenslotte aan de poort van de eeuwigheid staan.

Prop kan ook rekwisiet betekenen, een hulpstuk dat bijdraagt aan de theatrale of filmische illusie, hier een museale. Op een podium, en uitgelicht. Een sprekend beeld, een beeld dat spreekt over prop en niet-prop, over besloten geheimen, maar ook weer niet, en is dan weer louter vorm. Het beeld wekt illusies, voert mee, en wijst daarbij tegelijk op een andere mogelijke duiding. In zijn spel van spreken en ontwijken is PROP een retorisch object.

Wat rest is het beeld, en nog een laatste blik.

Met zijn kaartje op zak maakt zo de bezoeker zijn entree in een hemel, betreedt hij een eiland van schoonheid in de wildernis van de stad.

�.

Zijn en niet-zijn

Zeker geen prop van de goden. Hun werk is in

Het Engelse prop kan stut, steun of drager betekenen. En ja, PROP raakt aan het plafond. Hij lijkt een steun, maar tevens een die niet dragen kan. Al ware hij massief dan nog zou hij geen steun kunnen bieden aan het plafond en alles daarboven omdat de tafels dat niet dragen kunnen. Als steun is hij hooguit illusie van een helpende hand, een steun, maar een voor spek en boon.

Taal poogt de werkelijkheid te bezweren. Het is zoals wij denken. En PROP is een prop, zo zegt hij zelf. Maar hij is meer, en anders. Hij is ook wat hij niet is. Hij lijkt vooral buiten zijn specifieke duiding te bestaan. De bezwering van PROP strandt. Ja, hij is, maar is ook niet.

... Ho ho vriend... niet voelen, niet likken... dit is geen bordeel... lijkt hij te zeggen met zijn uniform, met zijn wakende blik... Mond dicht, en handjes thuis..!

Gemeten naar de titel is de vorm immens, is immers erg groot voor een prop. Grote handen zijn nodig om een dergelijke prop voort te brengen. ... Reuzen bestaan niet, anders hadden we ze wel gezien... ... Verbeeldt PROP een godenprop..? ... maken goden proppen..? ... aantekeningen, probeersels, fouten..? ... verwerpen goden eigen ideeën..? ... Zien wij hier dan een monument dat het falen van de goden aan de kaak stelt..?

De verbinding die gemaakt wordt met de taal kan er ook toe leiden dat we PROP niet Nederlands lezen maar Engels, wat niet vreemd is in een museum.

Al met al, dit lijkt een prop te zijn die geen prop is, zoals een pijp ook geen pijp kan zijn. Taal poogt de werkelijkheid te bezweren. Zon sta stil te Gibeon en gij maan, in het dal van Ajjalon roept Jozua uit in het Oude Testament. En de zon en de maan stonden stil, en de Israëlieten konden de Amorieten een vernietigend pak slag geven voordat het duister viel. De zon bezworen met een zinnetje, en tot stilstand gedwongen. Zo viel te begrijpen hoe het mogelijk was dat de Israëlieten alsnog zegevierden.

We zijn hier niet thuis... legt een museum zijn bezoekers op.

We zien een ruimtelijke vorm op een verhoging staan die de titel PROP heeft meegekregen. Onmiddellijk wordt hij door de beschouwer gevat als gefrommeld van wit papier, wat strookt met de titel die hij draagt.

ook zijn. Dat is nooit anders geweest. ... Zijn in PROP dan alle helden, ooit verheven op het schild, samengepropt en weggepropt..? ... Is PROP een verbeelding van de tijdelijkheid van macht en aanzien..? Duidelijk is dat de papieren held niet op een sokkel gezet is. Hij moet het doen met een paar tafels. Wat hem dan weer meer tot een held van de huiskamer maakt. Maar in een museum, dat weer wel.

PROP model, ���6

Omdat het werk een titel draagt is het niet louter vorm. Er wordt een directe relatie gelegd met het domein van de taal, wat benadrukt wordt door het feit dat PROP geschreven wordt in kapitalen. PROP is geen prop uit de onderkast, maar verheft zich in zijn kapitalen boven de prop in de prullenbak. Hij doet zich in zijn titel voor als méér dan een prop. Hij is groots, en verheven. ... Kijken we nu naar een monument van een prop, als naar een Lenin op zijn paard..? Naar een reusachtige Saddam..? ... Een Napoleon, of wie dan ook, naar iemand waar nooit meer overheen gekeken mocht worden..? Onmiskenbaar, helden gaan vallen, hoe groot ze


5. Kijk!

Marcel Broodthaers Speakers’ Corner �6mm (Londen, ����)


DE RUIMTE BENOEMEN Wouter Weijers

Toen ik op vrijdag �3 mei ���6 Gerard Koek in de patio van Museum Het Valkhof trof, was die ruimte nog helemaal leeg. Er waren nog sporen van eerdere opstellingen, maar de zaal wachtte op een nieuwe gedaante. Een eerste aanzet daartoe werd zichtbaar voor wie de blik op het plafond richtte waar een gat was gemaakt – in de donkere hoge ruimte het enige teken dat een belofte inhield. Er stond iets te gebeuren. Een week later zag ik wat er was gebeurd: er was een tot aan het plafond reikende gestalte verschenen en tegen de wanden waren nog drie kunstwerken aangebracht. De titel van de installatie is PROP – een titel met dubbelzinnige betekenis die afhangt van de taal waarmee je het werk benadert, een taal die mede bepaalt wat je ziet. In het Nederlands zien we in de zaal een prop papier; het Engelse prop toont ons echter een theatraal uitgelicht decorstuk op een podium. Het eerste woord verwijst naar een hoedanigheid van het ding zelf, het tweede naar een artificiële constructie die zichzelf etaleert en graag in het licht baadt. In een en dezelfde gedaante worden beide aspecten getoond.

binnendringen (vanaf de trap kijk je er zelfs van boven in): dat alles maakt deze zaal tot het tegendeel van een white cube, de zichzelf wegcijferende omgeving die met witte wanden en een diffuus licht alle aandacht naar het kunstwerk wil leiden. Meer dan in het woonhuis moet een werk hier zichzelf weten te handhaven en de nieuwe prop kon geen zwakke replica van de eerdere zijn. In het Arnhemse woonhuis was de prop door de met forse, gecapitonneerde stoelen omgeven zware tafel aan de aarde gebonden. Ook hier klemde Gerard Koek de prop in de ruimte, maar nu zonder deze te verankeren. De ruimte zelf kreeg daardoor een veel groter aandeel en transformeerde een sculptuur in een installatie. Van groot belang daarbij is het veld van tafels dat ruimte schept op een wijze die in de woonkamer niet kon. Was de tafel daar een vanzelfspre-

Gerard Koek gebruikte zo’n prop eerder in een ogenschijnlijk verwante situatie. In ���5 verscheen deze in een woonhuis in het Arnhemse spijkerkwartier. Midden in de woonkamer stond een zware, glanzend gepolitoerde tafel op een Perzisch kleed op de parketvloer. Vanaf het tafelblad ontvouwde zich een merkwaardige naar boven geleidelijk uitlopende papieren vorm totdat die helemaal boven de centrale rozet van het met sierpleister verfraaide plafond raakte. In dat burgerlijke interieur was de prop een onalledaagse verschijning, een spil waaromheen het alledaagse leven gewoon zijn alledaagse gang kon gaan. Deze patio is echter een fundamenteel andere ruimte dan een woonkamer en toen Gerard Koek werd gevraagd voor juist deze zaal een werk te maken wist hij meteen dat hij niet simpelweg het Arnhemse werk kon herhalen – en dat niet alleen vanwege de volkomen andere verhoudingen van maat en schaal en de onmogelijke hoogte van acht meter. In weerwil van wat men misschien van een museumzaal zou verwachten, is deze zaal allesbehalve neutraal. Het is een soort tussenruimte, niet echt buiten en niet echt binnen. De bijzondere maatverhoudingen, de donkere stenen, de sporen van eerder gebruik en vooral de wijze waarop de belendende zalen via de glazen wanden

Auguste Rodin, Pierre de Wissant, �886

kende huisgenoot, hier zijn het weliswaar ordinaire tafels (één ervan is de werktafel uit Koeks eigen atelier) maar ook aan de ruimte vreemde elementen die voor de gelegenheid naar binnen zijn gebracht en met een zekere willekeur tegen elkaar zijn geschoven. Met hun verschillende bladen vormen ze geen uniform podium, er blijft een aspect van collage aan kleven. Onder de tafels vloeit de ruimte door een woud van poten en over een zacht spiegelende vloer, een ruimte die meer van ons is dan van de prop erboven. Het is een leegte die er toe doet, een leegte die de prop niet louter volume laat zijn, maar ook ruimtelijk situeert, en wat optilt. De prop is niet tussen het plafond en de vloer van de museumzaal geklemd, maar tussen het plafond en de tafelbladen waaronder leegte een aandeel neemt in het werk. De tafels vormen zo niet een sokkel waarboven zich het ‘eigenlijke’ beeld bevindt, maar maken er integraal deel van uit. Men zou kunnen zeggen dat deze installatie twee elkaar bijtende opvattingen over sculptuur uitspeelt, die van het beeld als plastisch volume en die van het beeld als ruimtelijke structuur. De prop zelf betoont zich een ondoordringbare massa, ook al weten we dat het een papieren omhulsel is dat zich om een inwendige constructie heeft geplooid. Gerard Koek heeft uit stevig papier door knippen en plakken de uitslag van een ‘ballon’ gefabriceerd, vervolgens een skelet gebouwd en de papieren ballon daaroverheen naar boven getrokken (vandaar dat gat in het plafond). De stijfheid van het papier en de zwaartekracht deden vervolgens hun eigen werk en zo vormde zich een gestalte waarvan de vorm niet kon worden voorzien. Daarna bewerkte hij door duwen en trekken die gestalte totdat de vorm die hij zocht was gevonden. Hij noemt dat vormen heel typerend ‘kneden’, alsof het om een homp klei ging. Natuurlijk kan hij door druk uit te oefenen op de huid deze slechts in beperkte mate naar zijn hand te zetten. Maar toch doet de relatie tussen de innerlijke krachten en bewerking van buitenaf denken aan Rodins voorstelling van het oppervlak van een beeld als de projectie van een innerlijk volume, dat evenwel toch van buitenaf geboetseerd is. Het resultaat is een huid als een membraan, het dunne vlies waar volume en leegte elkaar raken, een huid die zowel van het beeld als van de ruimte is. Ook voor Gerard Koek is het de huid die telt en niet het onderliggende skelet: ‘dan had ik dat wel zichtbaar gemaakt, alleen wat zichtbaar is doet ertoe’.


Maar de installatie toont ons meer dan alleen een oppervlak en daar komen de tafels weer terug in het spel. De tafels articuleren de ruimte eerder dan dat ze die innemen; ze maken ruimte zichtbaar. Hier wordt leegte nadrukkelijk ingezet en afwezigheid aanwezig gemaakt. Ook de andere werken van Gerard Koek in deze zaal doen dat, zij het op hun eigen manier. Op de muur achter PROP lezen we A gathering of pauses certain to withstand a total takeover by meaning. De letters lijken zicht te geven op een efemere wolkenlucht. De pauzes die de ‘overname door betekenis’ zullen weerstaan houden zich echter op in de ruimte tussen de letters: in het wit van het gedicht dat we, net als de ruimte onder de tafels, gewoonlijk niet waarnemen. Maar voor Gerard Koek telt alles, of het nu figure is, of ground. Alleen in hun samenspel kan iets verschijnen. Dat wat ogenschijnlijk niets is, blijkt er toe te doen. En al lijkt dit werk vooral gericht op het woord en PROP op het beeld, toch spelen beide de wederzijdse afhankelijkheid van figure en ground, van positief en negatief, van presentie en afwezigheid uit.

De andere werken in deze zaal verhouden zich tot de omgeving, hoe onnadrukkelijk misschien ook, en de omgeving is daar altijd ook van het werk. “Eigenlijk is mijn repertoire heel beperkt”, vertrouwde hij me toe. En wij zien dat nu ook: het is steeds hetzelfde, maar anders en de rijkdom ervan zit in dat anders zijn van hetzelfde. Zo maken ook de vier tekeningen het afwezige aanwezig. In het onbestemde witte veld van het papier zijn krassen gezet die echter pas door de bewegingen van het kleurpotlood over het vlak als tekens in een ruimte zichtbaar worden. En er is het houten werk Placed in between to prevent it all from collapsing – een tekst die precies benoemt wat het beeld doet. Hier wordt, zo lijkt het, alle aandacht gericht op de tekens zelf, op de figures in plaats van op de ground. Maar die tekens zijn, zoals ze zelf zeggen, ‘placed in between’: ergens tussen geplaatst. Dat geldt voor zowel de props als voor de houten letters die alle zijn geplaatst tussen dat wat er niet toe lijkt te doen – de onbestemde ruimte – maar daar wel afhankelijk van zijn. Al die tekens geleden de ruimte ook, in dit geval volgens het architectonisch principe van stut en last, en ze schragen het script om dat voor de implosie in de leegte te behoeden.

Daarmee vergeleken is de grote PROP qua architectuur minder logisch, geklemd als ze is tussen iets en niets. Dat leidt tot een beeldende dubbelzinnigheid die naast de al genoemde talige staat. De textuur van het gesloten volume suggereert met al die inhammen en uitstulpingen een rotsblok, terwijl de situering boven de leegte de gedaante eerder tot een wolk maakt. En al is deze rotswolk precies gecentreerd in de zaal gezet, hij geeft er toch een andere richting aan. Toen het geheel werd opgetakeld zocht de vorm zijn eigen weg. Het onvoorziene resultaat is een gestalte die optisch ietwat naar voren neigt, richting de ingang. Hoe subtiel ook, wij ervaren de ruimte daardoor als lichtelijk excentrisch, alsof de volumineuze vorm met een haast onmerkbare beweging de ruimte laat zeggen: ‘ik wil ook even gezien worden, en zelfs als ik niet wordt gezien, ben ik er toch’. Dit is wat Gerard Koek doet: hij knipt en plakt en timmert en kneedt en maakt zo objecten die tastbaar zijn, maar die eigenlijk de ruimte benoemen – op een fysieke wijze door het beeld, op een mentale wijze door het woord.


Kelderkoorts #3 PROP Gerard Koek  

Krant, samengesteld bij de tentoonstelling PROP van Gerard Koek in de reeks Kelderkoorts in mUseum Het Valkhof in Nijmegen.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you