Issuu on Google+

Janus Kolen, verslag bezoek aan India 1024 oktober 2008

Klik HIER voor het gastenboek waarje kunt reageren.

Suryodaya betekent zonsopkomst

Hernieuwde kennismaking Op zondag naar de kerk Bezoek aan de basisschool in Kollegal Bezoek aan de basisschool en de highschool in Martalli Bezoek aan de het Suryodaya meisjesinternaat in Martalli Bezoek aan de naaicursussen in Martalli Bezoek aan de basisschool in Otterthotti Bezoek aan de digitale Trio World School in Bangalore Bezoek aan het Franciscaner klooster in Palamaner Bezoek aan het Community College for computer education and spoken English in Palamaner Bezoek aan het centrum in Neerlagunta en het Emmausdorp Bezoek aan de OLLUP highschool in Palamaner De officiĂŤle opening van het meisjesinternaat


Hernieuwde kennismaking, 10-11 oktober Deze eerste notitie is geschreven op Heathrow airport. Hier moet ik een aantal uren wachten op een aansluitende vlucht naar Bangalore. Vanwege zijn koloniale verleden gaan er veel vluchten van London naar India en zijn deze vluchten ook het goedkoopst. Ik ben hierheen gevlogen vanuit Dusseldorf. Het vliegtuig volgde in grote lijnen de loop van de Rijn. Het was stralend weer. Ik kon de Veluwe en het Land van maas en Waal helder zien liggen, zelfs de uitgraving in de Liendense Waard was goed te zien. We vlogen alleen te hoog om ons huis te kunnen onderscheiden. Rotterdam was nog teveel in nevel gehuld. Daarvan kon ik niet veel onderscheiden. Aan de andere kant van de Noordzee vlogen we over de Thames richting London. Het centrum van London was duidelijk te zien. We moesten drie rondjes vliegen voor we konden landen. Daarom heb ik de Millennium Dome vier keer langs zien komen. De vlucht naar Bangalore verliep verder voorspoedig. We vertrokken met een uur vertraging, waarin we al “opgehokt” zaten in het vliegtuig. Toen we eenmaal vlogen kwam de lunch en daarna werd het snel donker. Je vliegt feitelijk naar de nacht toe. Het licht in de cabine ging uit en toen kon het grote wachten beginnen. Een beetje lezen, dutten, een filmpje kijken en wachten tot je er bent. Na een uurtje of 9 vliegen zijn we geland op het nieuwe vliegveld van Bangalore. Het was daar toen 5 uur in de ochtend. De centrale hal is klaar, maar alles eromheen is nog in opbouw. Niettemin verliep de afhandeling soepel. John stond me al op te wachten en na een uurtje rijden met de auto waren we thuis bij John en Aro in Augustin Nivas op Hosur Road. De stad rook bekend. Het verkeer was nog relatief rustig zo vroeg. Wat het meest opvalt is de enorme ontwikkeling die je overal ziet. Grote snelwegen (6- of 8baans) verbinden de nieuwe luchthaven met de stad. Bangalore heeft inmiddels meer dan 6 miljoen inwoners. Het verkeer is absoluut chaotisch. Onder constant getoeter haalt iedereen links en rechts in. Wie het grootst is heeft de meeste rechten. John laveert daar, na 30 jaar India, handig tussendoor. Ik doe mijn ogen maar af en toe dicht. Het voelt vreemd om 24 uur te reizen, zonder behoorlijke nachtrust en dan in een stad aan te komen die al weer helemaal in de nieuwe dag leeft. Maar na een paar uur slaap na de koffie was ik weer bij de les. Ik werd hartelijk ontvangen en heb hier een prachtige kamer kompleet met internetverbinding. Op het eind van de middag zijn we nog even de stad ingegaan om wat boodschappen te doen. Op de scooter, bij John achterop. Dat is een adembenemende onderneming, letterlijk en figuurlijk. De lucht in de stad op de weg is zwaar van uitlaatgassen. Vooral de rikshaws en kleine vrachtwagentjes met hun tweetaktmotoren produceren een blauwe damp die je de adem beneemt. Ons milieuprobleem verdwijnt snel achter de horizon als je hier een tijdje rondrijdt. Het is ook bloedstollend om achterop een scooter te zitten die zich geroutineerd door dit verkeer heen beweegt. Gewoon rustig blijven en denken: John doet dit dagelijks en het is nog altijd goed gaan ... Vol nieuwe indrukken en opgehaalde herinneringen op tijd naar bed. Op zondag naar de kerk. Vandaag is het zondag en dat betekent: naar de kerk. In India heeft iedereen een geloof. De categorie “zonder” bestaat hier nauwelijks. Mensen uit het westen zijn christen, is hier de stilzwijgende veronderstelling. Omdat onze meeste samenwerkingspartners hier katholiek zijn, en ikzelf van oorsprong ook, vind ik het prima om hier naar de mis te gaan op zondag. De vormen van de dienst zijn goeddeels westers. Er worden zelfs country-achtige liedjes gezongen die opgewekt en hoopvol klinken en ook allemaal positief van inhoud zijn. De preek duurt relatief lang en ook die is positief van toonzetting: God houdt van ons allen evenveel en we hebben daarom de verantwoordelijkheid om ook goed voor elkaar te zorgen.


De kerk is groot. Er kunnen 1000 mensen in en die zijn er ook, 4 keer elke zondag en vier keer stampvol. Een keer in het Engels en drie keer in twee verschillende lokale talen. Een lokale taal hier is een taal die voor meer dan 100 miljoen mensen de moedertaal is. Het is dus niet een soort Fries, maar een taal die door meer mensen wordt gesproken dan Duits. Zijn de vormen van de dienst vooral westers, het publiek is onmiskenbaar Indiaas. Geen tourist te bekennen. De mensen zijn in hun zondagse kleren en dat ziet er kleurig uit. Vooral de vrouwen met hun prachtige sarees zijn een lust voor het oog. Mannen dragen een eenvoudige broek en shirt. Het publiek in deze Engelse mis in de grote stad kun je karakteriseren als (lower) middle class. Gewone mensen dus. Opvallend is dat het aantal vrouwen en meisjes in pantalons weer veel groter is dan vijf jaar geleden. Jonge meiden dragen vaak spijkerbroeken, ook naar de kerk. Je ziet zelfs vrouwen in strakke stretchbroeken die de vormen niet verhullen. En dat in de kerk ! Dat was tien jaar geleden ondenkbaar. Het is in duidelijk dat ook in dit opzicht het India van de grote stad een snelle ontwikkeling doormaakt. Na het kerkbezoek was een afspraak gepland met Sr. Achana, die twee projecten die ook door ons worden ondersteund regelmatig bezoekt en controleert, in Gurubasha en Pedapadu (zie onze website www.suryodaya.nl). Deze twee projecten worden uitgevoerd door de zuster Augustinessen. In beide gevallen betreft het een internaat voor meisjes die naar de lokale middelbare school gaan. We hebben in het bijzonder gesproken over de situatie in Gurubasha, in Assam. Er wonen daar verschillende volken door elkaar, die hier tribals worden genoemd. Ze hebben traditioneel hun eigen animistische godsdiensten en zijn dus geen hindoe of moslim. Veel tribalen zijn de afgelopen decennia Christen geworden, niet in de laatste plaats omdat christelijke organisaties zich actief hun lot aantrokken en veel scholen en ziekenhuizen hebben gesticht. Veelal zijn de beste ziekenhuizen en scholen daar nu van christelijke organisaties. Dat leidt tot problemen, die nog bovenop de spanningen komen die de groepen onderling al hebben. Regelmatig vinden gewelddadigheden plaats tegen ook katholieke zusters. Zij betalen dan de prijs voor de agressieve evangelisatiecampagnes die de laatste jaren worden gevoerd door orthodox Christelijke protestante groepen uit Amerika. Die zetten veel kwaad bloed tegen alles wat Christelijk is. De zusters zijn er hun leven niet zeker. De katholieke organisaties hebben hier van oudsher een werkwijze die niet primair missionerend is. Ze scheppen voorzieningen die open staan voor iedereen en proberen met hun eigen levenswijze en voorbeeld mensen de kracht van hun geloof te laten zien. Je kunt daarvan vinden wat je wilt, maar op die manier zijn door het hele land eersteklas scholen en ziekenhuizen opgericht waar iedereen, moslims, hindoe of christen, zijn kinderen graag naartoe stuurt. Je hoeft ook geen katholiek te zijn of te worden om te worden toegelaten. In de middag hebben we de maaltijd gebruikt bij de zusters aan tafel. Er was uitmuntend gekookt, voor iedereen (al kregen wij een extra schotel met Europese, dwz minder gekruide


kip). Wij zijn geneigd bij zusters of nonnen te denken aan bejaarde vrouwen. Deze vrouwen waren allemaal jong en dynamisch. Ik kon het niet laten er een groepsfoto van te maken onder de beeltenis van Augustinus, de inspirator van hun orde. KOLLEGAL, 13 oktober Maandagmorgen vroeg zijn we vertrokken naar Martalli, via Kollegal. Deze twee plaatsen liggen ten zuiden van Bangalore, Kollegal op een uur of drie rijden en Martalli nog twee uur verder. We vertrokken vroeg omdat het een vermoeiende rit is, het laatste stuk over heel slechte wegen. Gaandeweg de ochtend zien we het landschap langzaam veranderen van het overvolle, drukke en stedelijke landschap van Bangalore naar het pastorale, agrarische landschap van het “oude� India. We komen door mooi aangelegde, dure wijken van de stad, met veel groen en paleisachtige huizen, maar ook door rommelige, vuile straten van de stad en later van het platteland. We rijden een stuk over een zo goed als lege 4-baans snelweg en hobbelen op het eind kilometerslang over een smalle weg vol kuilen en gaten. Het weer is bewolkt en overal liggen diepe plassen. Later op de dag zal het stevig gaan regenen. Overal is groen, overal zijn bloemen. De eerste stop is Kollegal. We hebben het grensgebied bereikt tussen Tamil Nadu en Karnataka. Het land is heuvelachtig. Overal zijn bomen met daartussen akkers met rijst en suikerriet. Dorpen liggen tussen het groen verscholen. Er is geen industrie. Er zijn geen voorzieningen. Dit is de achterkant van booming India. Hier gaat de tijd niet zo snel. Er is geen mobiele telefoon en geen internet. De jeugd trekt weg als ze de kans krijgt omdat er geen droog brood te verdienen valt. De landbouw is afhankelijk van de regen. In deze streek met voornamelijk arme boeren en landarbeiders ondersteunen we al een aantal jaren een school voor basisonderwijs in het Kannada (de lokale taal) voor de arme en andere minderheids- en achterstandsgroepen in de streek. Bijna alle kinderen komen van arme gezinnen uit de stad en de dorpen in de omgeving. Het kastensysteem bestaat hier nog steeds; de school geeft echter aan iedereen gelijke kansen om te studeren. De ouders van de kinderen zijn voor 85 % dagloners (coolie workers) met een laag inkomen onder de armoedegrens. Hoewel we in het computertijdperk leven maken deze leerlingen nauwelijks kennis met de moderne technologie. Toch zijn ook voor deze kinderen computervaardigheden belangrijk om alter aan een baan te komen. Daarom hebben wij op verzoek van de school 8 computers met randapparatuur geschonken. In de afgelopen twee jaar hebben zo tenminste enige honderden van de in totaal elfhonderd leerlingen kennis gemaakt met de computer. We werden ook hier weer ontvangen met eten. We hebben de computers bekeken die in een kleine ruimte staan die ze het computerlab noemen. De computers zijn stand-alone. Er is een printer en op alle machines staat windows, het officepakket en een aantal educatieve spellen. De kinderen leren basisvaardigheden zoals omgaan met de muis. In een omgeving waarin computers nog zo goed als afwezig zijn is het


al heel wat als je niet meer bang bent van het apparaat, weet wat een tekstverwerker is en een plaatje kunt maken in Paint. Veel verder kunnen de kinderen met de beschikbare middelen niet komen. De schoolleiding vroeg daarom ook om meer computers. Begrijpelijk, maar op dit moment niet de prioriteit van Suryodaya. We hebben beloofd in Nederland te kijken of we hiervoor een sponsor kunnen vinden. Na het gesprek volgde nog een bezoek aan het borduuratelier. Hier worden kleden geborduurd met ingewikkelde patronen door vrouwen en meisjes uit het dorp. De producten worden verkocht. Dit is zowat de enige nijverheid in het dorp en vormt een belangrijke inkomstenbron voor de vrouwen zowel als voor de zusters die het organiseren. MARTALLI, basisschool Na ons bezoek aan Kollegal was het nog een paar uur rijden naar Martalli een kleine 60 kilometer. De wegen worden nu echt slecht en in de dorpen die we passeren zijn geen auto's meer te bekennen. De heuvels die de grens vormen tussen Tamil Nadu en Karnataka komen steeds dichterbij. Veel vrijstaande bomen het landschap en daartussen vooral rijst, suikerriet en bananen. De suikerrietoogst is in volle gang en de stengels worden op karavanen met ossenwagens naar de fabriek gebracht om te worden uitgeperst en drooggekookt tot ruwe suiker. De streek is niet meer zo dicht bevolk. Aangekomen in Martalli valt allereerst een huis op waarom een viertal enorme schotels staan. Hiervandaan gaat een web van draden naar bijna alle omringende kleine stenen huizen. Een lokale ondernemer heeft zijn eigen TV kabelnet opgezet. TV is inmiddels ook hier heel gewoon. Er zijn uitzendingen op te zien in de lokale talen Tamil en Kannada. In principe kunnen ook allerlei buitenlandse zenders worden ontvangen zoals BBC-World maar daar is geen belangstelling voor. De mensen spreken geen Engels. De lokale zenders staan onder sterke invloed van de politiek en zenden vooral onschuldig amusement en educatieve programma's uit. Ze dragen zo volgens mijn informanten nauwelijks bij aan politieke bewustwording, eerder het tegendeel. We werden ontvangen op de pastorie met een maaltijd. Ik zal twee nachten logeren in de gastenkamer van het zustersklooster. We hebben een vol programma. 's-avond worden we verwacht in het meisjesinternaat voor een officiĂŤle ontvangst. De volgende dag zullen we de basisschool, de highschool, het ziekenhuisje en de naaicursus bezoeken. Ondertussen bespreken we met de pastoor de gang van zaken. Twee keer per jaar komt iemand namens Suryodaya hierheen om de de besteding van de middelen te bespreken. Dit is zo'n bezoek. Bijzonder is dat een vertegenwoordiger van de stichting in Nederland erbij is. Daarom heeft dit bezoek meer gewicht en wordt er meer werk van gemaakt. Bijna alles speelt zich af op een grote ommuurde compound aan de rand van het dorp.. Daar staat de kerk, de pastorie, het zustersklooster, de school, het internaat, het ziekenhuisje en het gebouw van de naaicursussen. Het doet denken aan oude Brabantse dorpen waar dit soort gebouwen ook vaak bij elkaar stonden, de kloostertuinen ook vaak omringd door muren. Hier is het een oase van rust en netheid in de


chaotische Indiase omgeving. De pastoor is hier de baas. In het gezellige klooster wonen elf zusters die les geven op school, het ziekenhuisje en het meisjesinternaat runnen, en de kerk en de pastoor verzorgen. Daarnaast zetten ze socilale activiteiten op in de omgeving. Bij ons bezoek aan de basisschool werden de kinderen in jaargroepen opgesteld, zoals ze gewoon zijn. Ik herinner het mij van mijn eigen lagere-schooltijd. Hoewel we dringend hadden gevraagd geen toestanden te maken werd toch een toespraak gehouden door de bovenmeester en moest ook ikzelf aan de bak. Nuo ja, de kinderen verstaan er toch niks van dus ik heb maar wat aardige dingen gezegd en opgeroepen om vooral goed te studeren en aan de toekomst te werken. Toen werd er door de kinderen gedanst. Dit is iets wat elke school hier “in voorraad” heeft voor speciale gelegenheden. Dus daarover hoefden we ons niet bezwaard te voelen. Omdat het begon te regenen hielden we het kort en konden de kinderen na drie kwartier naar hun klassen. Ik maakte met mijn fotocamera een kort videootje van de dansjes voor op het weblog. Hier nog wat achtergrondinformatie. Martalli is een groot dorp met ongeveer 10.000 inwoners. Het ligt in een mooie streek met heuvels en bossen, bij de grens met Tamil Nadu, 220 km van Bangalore. Een kwart van de dorpelingen heeft een eigen stukje land om te verbouwen, de rest zijn dagloners en seizoenarbeiders. Omdat er in de buurt geen werk is gaan ze elders werken en komen eens in de twee maanden naar huis. De mensen die een beetje scholing hebben gehad trekken weg om elders een bestaan op te bouwen. Hun plaatsen worden ingenomen door migranten uit nog armere streken. Omdat de streek zo arm is, en de meeste mensen er migranten zijn, heeft de plaatselijke regering nooit echt moeite gedaan om de bevolking vooruit te helpen. Vanuit de parochie is een basisschool met internaat gesticht. Sinds 2002 ondersteunen wij de leerlingen op deze school. De meeste komen uit arbeidersgezinnen. Suryodaya maakte in voorgaande jaren samen met andere sponsors nieuwbouw mogelijk voor verschillende klaslokalen. Daarnaast werd de aanschaf van leermiddelen ondersteund. In 2007 werd voor meer dan 200 kinderen schoolgeld en/of uniformen betaald. In het internaat werden 35 jongens en 28 meisjes geholpen met voedsel, waardoor zij zich beter kunnen concentreren. In hun vrije tijd spelen ze maar ze helpen ook in de groentetuin. Veel kinderen studeren verder en de schoolleiding vraagt hen om, als ze eenmaal verdienen, voor tenminste één arme leerling te betalen. Er is al een oud-leerling die dit doet en men hoopt dat goed voorbeeld goed doet volgen. MARTALLI, highschool In Martalli brachten we ook een bezoek aan de highschool. Het onderwijs in India is grofweg onderverdeeld in nurseryschool (kleuters), primaryschool (7 klassen basisschool), highschool (3 klassen VO) en college (4e en 5e klas VO). Daarna kunnen de leerlingen door naar het hoger beroepsonderwijs of de universiteit. De meesten gaan dan werken, als ze al zo ver komen. Ze tellen hier gewoon door dus een school met 7 klassen is een basisschool, met 10 klassen is een highschool en met 12 klassen is een college. Lang niet alle scholen hebben een


kleuterafdeling. Vaak hebben scholen de ambitie door te groeien tot een college, maar de meeste blijven highschool. Daar zitten dus kinderen op van 6 tot 16 jaar. Het is heel normaal dat 50 tot wel 60 kinderen in een klas zitten. Een gewone school heeft wel 1200 leerlingen. Het totale docententeam bestaat dan uit ruim 20 docenten. Ter vergelijking: Het Dominicus College heeft 800 leerlingen en ongeveer 75 fte verdeeld over ruim honderd docenten. Daarnaast is er wat huishoudelijk personeel voor de schoonmaak en het koken. De leerlingen krijgen vaak een maaltijd op school. De school begint om half negen en gaat door tot 4 uur met een flinke pauze in de middag. Dus zes lesuren per dag, vijf dagen per week. Alle scholen hebben hun eigen uniform. Deze uniformen worden vaak, en ook op deze school, door Suryodaya gesponsord. Ze dragen sterk bij aan het gevoel van eigenwaarde van arme kinderen. Iedereen draagt dezelfde kleren, arm of rijk. De kinderen zien er ook allemaal goed verzorgd uit. Om met deze grote aantallen leerlingen om te gaan wordt een strenge discipline gehandhaafd. Ik heb gezien dat kinderen in rotten van 4 werden opgesteld in jaargroepen en dan op militair klinkende commando's in de houding gingen staan. Zelfs het uitlijnen gebeurde op een manier die ik nog ken uit mijn militaire diensttijd. Ik zou ook niet goed weten hoe het anders moest als je met z'n twintigen 1200 leerlingen moet aansturen. De highschool in Martalli is een sfeervol, maar oud gebouw in een paradijselijke omgeving. We spraken met het schoolhoofd en maakten kennis met het hele docententeam. Het schoolhoofd nam de gelegenheid te baat om ons te vragen of we niet voor een aantal computers konden zorgen. In de school is een computer voor de administratie. De kinderen zien nooit een computer. Als ze van deze school naar een college in de stad gaan hebben ze daardoor al een achterstand. Wij zien het probleem natuurlijk, maar onze middelen laten niet toe om aan deze wens te voldoen. Computers zijn niet onze core-bussiness zogezegd. Het valt wel op dat alle scholen die we bezoeken over computers beginnen. Het is de mensen niet ontgaan dat de IT-bussiness in Bangalore welvaart heeft gebracht. Ze willen hun kinderen ook deze kansen bieden. We hebben ook in Kollegal bij een andere school een aantal computers gesponsord en dat spreekt zich kennelijk rond. Maar momenteel is onze financiĂŤle ruimte beperkt en we denken dat we er verstandig aan doen de beschikbare middelen te besteden aan het voorzien in meer basale behoeften. Ook op deze school worden we weer toegezongen en mogen we genieten van kleurig geklede jongens en vooral meiden die volksdansen en Bollywood-filmdansen voor ons uitvoeren. Het houden van een toespraak begint al aardig te wennen. De buitenlandse bezoeker is blij, gelukkig en dankbaar dat hij hier mag zien hoe het iedereen goed gaat en


hoe alle leerlingen goed studeren en aan hun toekomst werken. Wij in Nederland proberen aan onze kant bij te dragen omdat we vinden dat iedereen recht heeft op goed onderwijs en een menswaardig bestaan. Enzovoort enzoverder. Ik vond dit een inspirerend bezoek. De docenten wilden mij graag hun school laten zien en waren trots op hun kinderen en hun vak. Graag was ik natuurlijk tegemoet gekomen aan hun verzoek om een computerlokaal in te richten. Mijn handen jeuken zogezegd. Maar ja, we moeten ons nu eenmaal prioriteiten stellen. MARTALLI, het Suryodaya meisjesinternaat We bezochten het meisjesinternaat en werden daar toegezongen. De meisjes dansten voor de bezoekers en die hielden op hun beurt passende toespraakjes. Het is een prachtig gebouw dat erg mooi in de omgeving past. In het internaat wonen meisjes die uit de veraf gelegen dorpen en gehuchten komen. Voorheen was het internaat gevestigd in een oud en wrak gebouw. Suryodaya werd benaderd met de wens om een nieuw gebouw te realiseren. Ons bestuur heeft daarop contact gezocht met een andere stichting, die als doel heeft het financieren van bouwprojecten in de derde wereld die op een of andere wijze nodig zijn voor kinderen zoals gebouwen voor gezondheidszorg, kinderopvang en onderwijs. Deze organisatie vroeg ons een plan voor te leggen dat zou passen binnen ons beider doelstelling en benadrukte dat de situatie van kansarme meisjes voor hen prioriteit had. Bovendien moest de bouw wat betreft kosten en kwaliteit passen in de lokale ligging en omstandigheden. We hebben een bouwproject voorgesteld dat hieraan voldeet en kregen de financiering rond. Onze stichting coรถrdineerde vervolgens de bouw en stond borg voor de besteding van de middelen. De bouw is gestart in maart 2005 en is in januari 2006 afgerond. John Houtbraken had de supervisie. In februari 2006 is het nieuwe meisjesinternaat feestelijk geopend. Wij zijn als Stichting trots op de naam die door onze Indiase partner werd gekozen: Suryodaya Girls Hostel. Het is een eenvoudig maar degelijk gebouw geworden met een eetzaal, een slaapzaal en een studieruimte. Verder zijn er toiletten en wasgelegenheid, een keuken en ruimte voor de begeleiding. Sinds juni 2006 wonen er een dertigtal meisjes die in de klassen 8, 9 of 10 zitten of voortgezet onderwijs volgen. De meisjes komen uit veraf gelegen dorpen waar dit soort onderwijs niet is. Ze worden begeleid door een matrone en een kok. De matrone is een zuster die tevens onderwijzeres is op de basisschool. De kok is een moslimvrouw uit de omgeving, blij dat ze zo haar eigen inkomsten heeft. MARTALLI, naaicursus Een paar jaar geleden hebben we in Martalli ook een aantal naaimachines geschonken om vrouwen in de gelegenheid te stellen naaicursussen te volgen. We gingen ook in het gebouwtje kijken waar de tien


naaimachines staan. De cursussen worden gegeven door een vrouw uit de buurt. Er is erg veel belangstelling voor. Een cursus duurt drie maanden. Het lokaal is altijd bezet. De cursisten zijn getrouwde vrouwen uit de buurt. Na de cursus kunnen ze kleren maken voor hun eigen gezin en het komt de laatste tijd vaker voor dat er kleine opdrachten voor stukwerk worden uitgevoerd. Op die manier wordt ook wat bijverdiend. De naaimachines zijn bijna identiek aan de Singer-machine die mijn vader in 1945 in Engeland kocht en waar ik mijn moeder zo vaak op heb zien werken. Ook mijn moeder maakte alle kleren voor ons gezin en voor de familie zelf. Dit maakt dit project voor mij heel herkenbaar. Dat spaarde veel kosten en we zagen er altijd netjes uit ..... OTTERTHOTTI, basisschool Vanuit Martalli is het maar 20 minuten rijden over een slechte weg naar Otterthotti. De omgeving is prachtig. Alles is groen, vanwege de overvloedige regen van de afgelopen weken. Ook Otterthotti is een overwegend katholieke gemeenschap. In het hart van het kleine dorp staat de kerk, met daarnaast een school en een klein klooster. Hier wonen maar een viertal zusters, plus een pastoor. De school gaat maar tot de vijfde klas. Tijdens ons bezoek hebben we lang gesproken over de sociale politieke situatie in deze grensstreek. Die is erg moeilijk. De mensen hier spreken Tamil, maar dat is niet de taal van deelstaat waar ze in wonen. Tot voor kort leefde in de uitgesterekte bossen in deze grensstreek een Robin Hood-achtige bandiet die veel steun had onder de lokale Tamilbevolking. Hij leefde met zijn bende van smokkel en roof, maar verschafte aan de lokale mensen kennelijk ook een soort van bescherming. De overheid probeerde jarenlang een eind te maken aan deze situatie, maar pas recent is Veerappan gedood. In deze strijd werd door de overheid nogal slordig met de mensenrechten omgesprongen. Veel mannen zijn gemarteld en vrouwen zijn verkracht door soldaten. Deze instabiele situatie heeft veel ontwikkeling tegengehouden, maar was waarschijnlijk ook het gevolg van een gebrek aan ontwikkeling. De overheid heeft nooit veel willen investeren in deze streek waar een bevolking woont die ook niet veel loyaliteit voelt met hun regering van Karnataka. Het gevolg is dat de perspectieven voor de bevolking nog steeds minimaal zijn. Iemand die iets heeft gestudeerd gaat elders werken. De meeste mensen verdienen de kost in steengroeven die zo ver weg zijn dat de werkers meestal maanden van huis zijn. De zuster waar we mee spraken organiseerde onder meer een soort van kinderparlement om knderen te leren hun situatie te analyseren en om voor hun rechten op te komen. Tientallen kinderen zijn hierbij betrokken. Het klonk allemaal erg politiek, en het verbaasde me enigszins zo'n radikaal verhaal te horen notabene van een non. Wat ik ook leerde is dat het kastensysteem hier nog springlevend is, zelfs onder katholieken. Mensen weten nog steeds precies van elkaar van welke kaste ze zijn en eisen de privileges op die daarbij horen. Daar is voor christenen geen religieuze rechtvaardiging meer voor. Iedereen is immers voor God gelijk en je moet je medemens behandelen zoals je zelf behandeld wil worden. Dat is de theorie. De praktijk is nog steeds een andere en is geworteld in eeuwenoude tradities die niet snel veranderen. Degenen die daar belang bij hebben verzetten zich met alle macht daartegen, vaak met succes.


Suryodaya is bij Otterthotti betrokken geraakt toen we In mei 2004 werden benaderd door de basisschool ter plaatse met de vraag bij te dragen aan het voeden van hun schoolkinderen. De armoede en onwetendheid van de ouders is er de oorzaak van dat de kinderen slecht werden gevoed. We hebben dit verzoek toen gehonoreerd. Inmiddels is de hulp uitgebreid. Nu draagt Suryodaya bij aan het onderwijs van 150 leerlingen. Ze krijgen schoolboeken en -uniformen en de kleuters krijgen ook nog een extra maaltijd per dag. Daarnaast betalen we mee aan het salaris van een hulponderwijzer die bijles geeft aan de achterblijvers. BANGALORE, Trio World School India is een ongelooflijk land. We bezochten Martalli waar het schoolhoofd een dringend verzoek deed aan Suryodaya om computers. Daar is in de hele school 1 computer voor de administratie. Gisteren bezocht ik de Trio World School (www.trioworldschool.com) waar ze alle boeken hebben afgeschaft en proberen het hele curriculum digitaal te maken. In elke klas is een beamer met een computer. Alle leerlingen werken met een draadloos toetsenbord waarmee ze communiceren met de centrale computer. Ze kunnen allemaal tegelijk met hun toetsenbord werken en bijvoorbeeld antwoorden geven op digitaal gestelde vragen. Het resultaat wordt geprojecteerd met de beamer. De software die daarvoor wordt gebruikt is FreeMind, een open source programma. (http://freemind.en.softonic.com). Het idee is dat elke les wordt gegeven op basis van een mindmap, eigenlijk een format voor het organiseren van lesmateriaal. Die mindmaps, digitale lessen dus, moeten worden ontwikkeld door de docenten. Ik heb lang gesproken met met de directeur over de mogelijkheden van hun digitale leeromgeving en ik heb hem de leeromgeving van het Dominicus College laten zien. Hij was zichtbaar onder de indruk van de vele mogelijkheden van Teletop, maar geloofde ook heilig in zijn eigen concept. Gelukkig maar. Een tweetal docenten liet zien hoe een en ander in de praktijk werkt. Mij werd wel duidelijk dat de problemen die zij ontmoeten dezelfde zijn die wij ook tegenkomen. Het lesmateriaal, de content, moet door de docenten worden ontwikkeld en gebruikt in de klas. Deze docenten zijn daar net als onze docenten niet voor opgeleid. Het valt dus niet mee om die mindmaps te vullen en ook het gebruik van digitaal materiaal in de klas moet met vallen en opstaan worden geleerd. Daar gaan nog wel een paar jaar overheen hoewel de directeur verwachtte dat het allemaal veel sneller zou kunnen. Ik ben erg benieuwd naar hoe dit experiment zich verder zal ontwikkelen. Deze school is ook al met succes aan het experimenteren met videoconferencing. Misschien zijn er in de toekomst wel mogelijkheden voor een rechtstreeks contact met onze school, bijvoorbeeld in het kader van een internationaal project. Onze leerlingen zouden dan rechtstreeks vragen kunnen stellen aan leerlingen in India of aan een deskundige die daar in de “studio� zit. Wie weet.... Met de directeur is afgesproken om contact te houden. Hij is ook bereid om ons een aantal modules die zij hebben ontwikkeld toe te sturen om ons een beter idee te kunnen vormen over hoe het er in de klas uit gaat zien. Ik heb hem de URL van onze leeromgeving gegeven en de code om als gast in te loggen. PALAMANER, Franciscaner klooster Op zondagochtend vertrokken we vroeg naar Palamaner. Deze kleine stad met ongeveer 100.000 inwoners ligt precies tussen Chennai (Madras) en Bangalore. Deze steden liggen 350 kilometer uit elkaar, maar zijn nog niet met een vierbaansweg met elkaar verbonden. Daar wordt hard aan gewerkt. Overal langs de weg is te zien dat die weg er aan zit te


komen. De honderd jaar oude bomen die langs de oude tweebaansweg staan worden omgehakt en aan weerszijden zijn al vaak de nieuwe tracees te zien. De weg wordt meer dan verdubbeld. Je kunt er moeilijk aan twijfelen of dat nodig is. Beide steden hebben 5 miljoen inwoners of meer. Het is alsof tussen Brussel en Parijs alleen een tweebaansweg zou liggen. Jammer is het wel. Ik herinner me de weg als een beschaduwd lint door een hete vlakte. Aan weerszijden velden en verspreid liggende dorpen. Hier en daar een vrijstaande boom maar toch overwegend kaal en droog. Nu sta ik verbaasd dat alles groen is. Ik was hier alleen in de winter, als de zon het gewas al heeft verschroeid en het meeste van de oogst is binnengehaald. Nu dit jaar de regens zo laat zijn is alles nat en fris. We komen langs de bonkige heuvels van Kolar Goldfields, waar oude goudmijnen liggen, en zien waterreservoirs met de rijstvelden die erdoor worden bevloeid. Er zijn bananen, papayas en druiven, tamarindekokosnoot- en mangobomen. Het land waarvan ik dacht dat het droog en kaal was blijkt overvloedig vrucht te dragen. Je moet er alleen in de goede tijd komen. Na drie uur in Palamaner aangekomen gaan we meteen door naar het Franciscaner klooster. Dit is voor mij een vertrouwde en dierbare plek. Ik was er drie keer eerder, voor het eerst bijna dertig jaar geleden. Ik was er met Josée en met Els en beleefde er gelukkige dagen. Zoals de meeste kloosters staat het aan de rand van de stad. Het is omgeven door een groene oase van bomen en struiken. Dit klooster is gesticht door Nederlandse paters. Het hart wordt gevormd door een met pannen gedekte galerij rondom een vierkante tuin. Het doet Italiaans aan, maar dan veel soberder. Het is een puur functioneel gebouw maar perfect in zijn verhoudingen en materiaalgebruik. Hier mag ik drie nachten logeren in een kamer met een bordje “Mr. Janus” op de deur. 's-Nachts is het er doodstil, maar de dag begint al om 5 uur. Zo vroeg ben ik niet van plan op te staan, maar ik wil het ontbijt niet missen om 7.15 uur. Dan hebben de 13 broeders de meditatie en de mis al achter de rug. Het terrein van het klooster beslaat in totaal 9 hectare. Een groot deel daarvan wordt ingenomen door een boerderij. Er zijn koeien en varkens. Op het land worden pinda's en ragi (een soort gierst) verbouwd en veevoer. Deze akkerbouwactiviteiten zijn de laatste jaren niet meer rendabel op deze bescheiden schaal. Daarom worden nu veel fruitbomen aangeplant zoals mango's. De opzet van een klooster met een boerderij stamt nog uit de begintijd en was ook bij Brabantse kloosters heel gebruikelijk. Het klooster is opgebouwd in de vijftiger jaren door Nederlandse missionarissen. Er was toen al een katholieke parochie in Palamaner die midden 19e eeuw was gesticht door Franse Salesianen. Aan de Franciscanen, die zich in 1948, mijn geboortejaar, vestigden in India vanuit Pakistan, werd gevraagd de parochie over te nemen en om een klooster te stichten in Palamaner. Ze maakten aanvankelijk gebruik van een Engels landhuis uit 1870 dat nog steeds op het terrein van het klooster staat en waar nu de seminaristen in wonen. In


totaal werkten ongeveer 15 Nederlandse Franciscanen in Palamaner. De laatste daarvan overleed een paar jaar geleden. Sommigen zijn begraven op het kerkhof bij het klooster. Het is vreemd een Nederlandse naam te vinden op een grafsteen in deze puur Indiase omgeving. Tot 1984 vielen alle Indiase Franciscanen onder de Nederlandse provincie. Sinds 1984 is het een zelfstandige provincie. Zestig jaar nadat de Nederlandse Franciscanen de Indiase afdeling van hun orde in India stichtten, bestaat de gemeenschap nu uit 22 vestigingen in heel India, 150 religieuzen (paters en broeders) en 120 seminaristen ( http://www.franciscansindia.org). We komen hier dus een interessant stukje vergeten Nederlandse geschiedenis tegen. De Nederlandse paters hebben een religieuze organisatie gesticht die nu al 25 jaar volledig Indiaas is. Er is geen enkele Europeaan meer bij betrokken. Dat is trouwens overal het geval met de katholieke instituties hier. Dertig jaar geleden heb ik nog een paar echte ouderwetse Nederlandse missionarissen ontmoet. Met een ervan, Pater Kaskens, heb ik toen zijn missieposten bezocht, dat wil zeggen plaatsen waar hij een kerk, een school en een ziekenhuisje had opgezet. Dergelijke missionarissen stonden aan de wieg van de katholieke gemeenschap in India, die inmiddels uit ongeveer twintig miljoen mensen bestaat, 2 % van de bevolking. Het is een vergissing te denken dat deze oude Europese missies in die vorm nog bestaan. Ik ontmoet hier een groep hoog opgeleide professionals die zich wijden aan de publieke zaak. Het zijn leraren, verpleegsters, artsen, ontwikkelingswerkers, boeren en ambachtslieden. Daarnaast zijn ze ook religieuzen, ongetrouwd en samenwonend in communiteiten. Ze zijn georganiseerd in congregaties, zoals de Franciscanen. Daar zijn er veel verschillende van. Ze hebben gemeen dat ze allemaal internationaal zijn en het gezag van de Paus erkennen. Samen vormen ze een mondiaal netwerk, met de kenmerken van een multinationale onderneming. Niettemin is het Indiase deel van die onderneming helemaal Indiaas. Er zit al decennia lang geen enkele buitenlander meer op een gezaghebbende positie. Beperken we ons tot de Franciscanen dan is hun “missie” in de moderne zin van het woord het leveren van een bijdrage aan het verbeteren van de levensomstandigheden van de mensen die daar zelf niet toe in staat zijn. Simpel gezegd het vooruit helpen van de armen. Ik sprak met degene die in India alle projecten van de Franciscanen coördineert en controleert. Het was alsof ik met een manager van een grote NGO zoals NOVIB of Cordaid sprak. Dezelfde projectmatige aanpak, dezelfde in de grond politieke doelen zoals empowerment en emancipatie. Het dedain waarin in Nederland soms over katholieke ontwikkelingsinspanningen wordt gedacht is eigenlijk beschamend. Alsof overzee nog zieltjes worden gewonnen met spiegeltjes en kralen door missionarissen met een baard. De congregaties zoals de Franciscanen moeten zichzelf bedruipen. Er moet dus ook geld worden verdiend. De religieuzen leven van hun eigen inkomsten of de opbrengsten van hun werk, bijvoorbeeld als leraar of verpleegster. Voor hun diensten moet daarom in principe gewoon worden betaald in de vorm van schoolgeld, of betaling voor medische hulp. Door hun efficiënte organisatie, het ontbreken van corruptie en hun relatief sobere levensstijl


zonder de last van het onderhouden van een gezin, zijn hun diensten goedkoop. Dit is ook uitdrukkelijk de bedoeling omdat ze zich ten doel stellen vooral de armste groepen te bereiken. Lokale vrijgevigheid en het internationale netwerk waarin de religieuze orden zijn opgenomen vormen ook een belangrijke bron van inkomsten. Er vloeit zo veel geld naar arme streken en groepen. Met dit geldt wordt scholing en medische hulp ook voor de allerarmsten toegankelijk gemaakt, vaak door het aan deze groep gratis aan te bieden. Elke organisatie die zichzelf serieus neemt moet werken aan de eigen continu誰teit. Zo ook religieuze organisaties. Simpel gezegd: oude paters moeten worden vervangen door nieuwe. Daarom investeren alle congregaties in het vinden en opleiden van nieuwe leden. De nieuwe leden worden geworven onder de eigen geloofsgenoten, maar ook onder de mensen uit de omgeving waarin de congregatie werkt. Mensen die zich aangesproken voelen door het werk en de inspiratie van de religieuzen worden uitgenodigd om katholiek te worden. Begaafde kinderen die te kennen geven belangstelling te hebben voor een leven als religieus worden mogelijkheden geboden voor scholing in die richting. Dit is een subtiel proces van het inschatten van kansen en vermijden van spanningen. In het algemeen zijn arme en achtergestelde groepen meer ge誰nteresseerd in de geboden nieuw perspectieven dan de gevestigde groepen. Het emanciperen van achtergestelde groepen roept altijd weerstand op bij de gevestigde orde die dergelijke groepen gebruikt als goedkope arbeidskracht of stemvee. Ziedaar de achtergrond van de recente beroering in India rondom zogenaamde gedwongen of verleide bekeringen. Er is zelfs een wet aangenomen die dergelijke bekeringen verbiedt. Over het algemeen ben ik onder de indruk van de kwaliteit van het werk van de religieuze orden hier. Met relatief weinig mensen worden kwalitatief hoogstaande voorzieningen geschapen en in stand gehouden. Niet zelden zijn de beste scholen en ziekenhuizen in een stad verbonden aan een kloosterorde en maken mensen van alle godsdiensten er graag gebruik van. Er zijn ook ernstige kanttekeningen te plaatsen. De opvattingen die het katholieke centrale gezag uitdraagt over bijvoorbeeld sexualiteit en anticonceptie zijn niet van deze tijd. Dat is een tragische vergissing. Maar voor mij niet voldoende reden om al het constructieve werk dat wordt gedaan via katholieke instituties te diskwalificeren. Vanuit het Franciscaner klooster in Palamaner wordt de lokale parochie bediend. Voor het overige diende het vooral als seminarie, een opleidingscentrum voor jonge mannen die franciscaan willen worden, de reproductiefunctie dus. Recent is het arbeidsterrein verbreedt en is een zogenaamd Community College geopend, waar computerlessen en Engels worden gegeven. Hierover in een ander hoofdstukje meer. PALAMANER, St. Francis Community College voor Engels en computeronderwijs Op maandagochtend bezochten we het splinternieuwe Community College van de Franciscanen. We noemen het vaak het computercentrum, maar mij is nu wel duidelijk


geworden dat het een bredere doelstelling heeft. De initiatiefnemers, de Franciscanen, zagen om zich heen dat steeds meer kinderen erin slagen om tien klassen onderwijs te volgen, maar dan toch moeite hebben behoorlijk op de arbeidsmarkt terecht te komen. De rijkere kinderen gaan na de tiende klas vaak naar het hoger onderwijs. Met meer onderwijs kunnen zij gemakkelijk werk vinden in de twee zeer grote steden in de buurt: Bangalore en Chennai (Madras). Voor veel kinderen is dat niet weggelegd, ook als ze wel de talenten hebben. Ze blijven dan vaak hangen in werk onder hun kunnen. Voor hen zou een aanvulling op hun basisvorming met onderwijs dat aansluit bij hun mogelijkheden vergroten. Er is dus een gat tussen de algemene vorming en de arbeidsmarkt. Om dit gat te vullen is beroepsonderwijs nodig dat aansluit bij de arbeidsmarkt en bereikbaar is voor gewone mensen. Dit soort onderwijs wordt hier vaak gegeven in particuliere instituten. Deze scholen worden ook wel Community Colleges genoemd om ze te onderscheiden van gewone middelbare scholen. Bij ons vervult het ROC die rol. Op “onsâ€? Community College worden nu twee vakken onderwezen die essentieel zijn op de arbeidsmarkt hier: spoken English en computertraining. Het College is nog maar een paar maanden gestart. Suryodaya heeft het gebouw betaald. Momenteel zij er 76 studenten en vier docenten. Het zijn deels leerlingen die nog voor hun algemene opleiding op een college zitten, maar ook jongeren en volwassenen met tien jaar of meer scholing die die zich willen bijscholen. Ze komen 1 uur per week, afwisselend naar een instructieles en een praktijkles. De instructie wordt klassikaal gegeven met behulp van een beamer en powerpoints. Er is ook een Instructieboek op papier, feitelijk een print-out van de presentaties. De computerlessen leiden in drie tot zes maanden op tot verschillende soorten certificaten die betrekking hebben op kantoorapplicaties, boekhoudprogramma's, desktoppublishing-programma's en programmeren. Deze certificaten zijn hier algemeen gangbaar. De school is nog niet officieel gecertificeerd, maar maakt voorlopig gebruik van de certificering van een bevriend instituut dat zorgt voor de officiĂŤle diploma's. Na een aantal jaren kan ook de school zelf een certificering aanvragen. Ik kan niet oordelen over de kwaliteit van de lessen spoken English. Vanuit mijn eigen vak heb ik wel zicht op de kwaliteit van de computerlessen. Die zijn professioneel opgezet met goed verzorgd eigen digitaal lesmateriaal (Powerpoints) en goede apparatuur. In het computerlokaal staan 20 computers in een LAN. Er is een internetverbinding van ongeveer 1 MB, voldoende voor de toepassingen die worden gebruikt. Internet wordt niet algemeen gebruikt, maar de leerlingen krijgen wel allemaal les is het gebruik van Internet Explorer en e-mail. De Franciscanen, die in Palamaner al basisscholen voor jongens en meisjes hebben opgezet, hebben een paar jaar geleden Suryodaya gevraagd om te helpen bij het oprichten van het Community College. Suryodaya is erin geslaagd een sponsor te vinden die het hele gebouw wilde betalen. De initiatiefnemers van het college, de Franciscanen, dragen de verantwoordelijkheid voor de exploitatie en het onderwijsaanbod. Zij gaven ook de naam: St. Francis Community College (SFCC).


Het doel van het centrum is om begaafde, maar arme kinderen die 10 klassen basisonderwijs hebben afgerond betere kansen te geven op banen die passen bij hun intellectuele mogelijkheden. Het college geeft kwalitatief hoogstaand vervolgonderwijs aan onder meer de jongeren die uitstromen uit O.L.L. High School waarmee Suryodaya als sinds 1981 een relatie heeft (zie elders op dit blog). Neerlagunta en het Emmausdorp In het gehucht Neerlagunta staan twee degelijke klaslokalen rond een speelplaats die volledig wordt overschaduwd door een paar grote bomen. Deze opzet is zo gepland en het resultaat is een prettige plek om te zijn voor de kinderen. Die komen er dan ook graag heen, dagelijks na school, voor een bord ragi-pap, voor bijscholing en om te spelen op de veilige en schone speelplaats. In de dagelijkse praktijk zwaait Jesuray er de scepter. Hij heeft aanzien in het dorp en gezag over de kinderen. Het centrum is een noodzakelijke aanvulling op het gebrekkige overheidsschooltje van Bommadotti, waar de kinderen overdag heengaan. Daarom alleen al is het een aanwinst voor de lokale gemeenschap. Een keer per week kunnen de dorpelingen er ook terecht met medische klachten. Dan houdt de ervaren verpleegster Zr. Elsy er spreekuur. Wij werden met de gebruikelijke welkomstbetuigingen en dansjes ontvangen. Binnen, want buiten regende het. Het was voor mij leuk om er weer te zijn en te zien dat de kale speelplaats van 5 jaar geleden een aangename en door struiken beschutte schaduwplek is geworden. En dat er een ruim klaslokaal bij is gekomen natuurlijk. In Neerlagunta zijn ook een paar kleine huizen door ons gebouwd, voor door ziekte of tegenslag getroffen gezinnen die anders nooit uit de ellende konden komen. Praktische en directe hulp voor gewone mensen. In een van de huizen hebben we de moeder met haar gehandicapte dochter ontmoet die er nu wonen. Ze vonden het leuk om voor ons te poseren in hun opgeruimde huis, met het portret van de overleden vader en al het keukengerei.. Ook in Emmausdorp hebben we de nieuwe huizen bewonderd. Degelijk gebouwde, basale eenkamerwoningen, met een buitenkeukentje en een toilet met gezamenlijke sceptic tank. Een zegen voor de mensen die gewend waren in hutten te wonen. Goed om te zien dat het werkt. Emmausdorp is oorspronkelijk gebouwd om melaatse mensen die nergens terecht konden een menswaardig bestaan te kunnen bieden. Een belangrijk doel was ook hun kinderen de kans te geven op een normaal bestaan. Het was goed om nu te horen dat melaatsheid in India nagenoeg onder controle is. Er komen nog wel nieuwe gevallen bij, maar het probleem is beheersbaar. Preventie is nu het belangrijkst. Dit is een taak voor de overheid. Het Emmausdorp vangt nog een aantal "oude" gevallen op. De kinderen daarvan zijn gezond, gaan naar school en kunnen weer een normaal leven leiden. Eigenlijk is het Emmausdorp op weg langzaam een gewoon onderdeel te worden van het ernaast gelegen "snake-village". De


overheid heeft gezorgd voor een betonnen straat en er zijn percelen gereserveerd voor nieuwe woningen. Dat is een goede ontwikkeling. Voor ons kan het betekenen dat we ons in de toekomst kunnen beperken tot het ondersteunen van de melaatse mensen die er nu nog wonen. Er zullen er niet veel meer bijkomen, gelukkig. Zo kan het oudste Suryodaya-project (avant la lettre) dat nog stamt uit de tijd dat Aro & John in het Emmaus-Swiss leprosy hospital werkten (1980-1981) mogelijk langzaam tot een natuurlijk einde komen. PALAMANER, de highschool Het laatste bezoek dat we brachten was een de highschool 'Our Lady of Lourdes' (O.L.L.U.P highschool). De school wordt geleid door Franciscaanse zusters. De kinderen komen uit Palamaner en de omliggende dorpen. Het onderwijs is in het Telegu, de lokale taal. De school heeft ongeveer 950 leerlingen. Sinds 1981 bestaat een relatie met deze school. We spraken met het schoolhoofd en in dat gesprek kwam een opmerkelijk onderwerp ter sprake. Er zijn in India drie soorten scholen: government schools, aided schools en private schools. De eerste worden helemaal door de overheid betaald en zijn gratis. De docenten zijn vast benoemd en verdienen gemiddeld 15.000 roepies (â‚Ź 250,-) per maand. De private schools zijn particulier. Ze zijn over het algemeen elitair en duur. De docenten kunnen daar meer verdienen maar de aanstellingen zijn niet zo zeker en afhankelijk van prestaties. De aided schools is een verhaal apart. Iedereen kan hier een school oprichten. Erkenning door de overheid vindt echter pas plaats nadat de school bewezen heeft goede resultaten te leveren bij de openbare examens en als aan een aantal andere voorwaarden is voldaan. Zo mogen er maar maximaal 50 (!) leerlingen in een klas zitten. Als een school erkend is kan die hulp krijgen van de overheid in de vorm van door de overheid benoemde en betaalde docenten. Deze docenten verdienen dan ook hetzelfde salaris als in een overheidsschool. Alle overige kosten moet de aided school zelf opbrengen, over het algemeen door het heffen van schoolgeld. Voor erkenning door de overheid en het bijpassende salaris voor de docenten moet naast de kwaliteit-check meestal ook smeergeld worden betaald. Ik herinnerde mij ineens het verhaal dat de directeur van de highschool in Martalli vertelde toen we daar op bezoek waren. Hij had voor zijn school de erkenning binnengehaald, maar dit had enige honderdduizenden roepies gekost. De docenten hadden dit geld, bijna een half jaarsalaris per persoon, bijeengebracht (geleend) als voorschot op hun toekomstige salaris. Tja, dan komen de vakbondseisen van onze ABOP ineens in een ander licht te staan.De openbare scholen, met name op het platteland, zijn berucht om hun slechte prestaties. Dit komt niet in de laatste plaats door door het gebrek aan inzet van het personeel. De benoeming is vast. Een onderwijsinspectie zoals bij ons ontbreekt. Er is geen controle of kwaliteit-check. De motivatie en arbeidsmoraal zijn laag. Veel docenten komen vaak niet opdagen en weten zich gedekt door politieke vrienden en relaties. Goede, gemotiveerde docenten willen mede daarom ook niet op het platteland werken en dit houdt de vicieuze cirkel van achterstand in stand.


De OLLUP-school is een aided school t/m de zevende klas. Hoewel de eindexamens van de 10e klas erg goed waren (96% geslaagd), beginnen ze er niet eens aan regeringshulp te vragen voor de laatste drie klassen. Het kost heel veel geld en de overheid voert ook een soort ontmoedigingsbeleid in deze. Als een benoemde docent bijvoorbeeld met pensioen gaat is het buitengewoon lastig om die vervangen te krijgen. De benoeming geldt de persoon, de school heeft niet het recht zelf een nieuwe docent te benoemen. Om die reden zijn er op het moment vier vacatures in de eerste zeven klassen. Deze vacatures, en de plaatsen in de hoogste drie klassen, worden vervuld door docenten die genoegen nemen met een salaris van 2.500 roepies, een zesde van het officiële salaris. Noem het idealisme, of verborgen werkloosheid, feit is dat de school met dit personeel aantoonbaar veel beter presteert dan de overheidsschool. Dit is een merkwaardige situatie die ik alleen kan verklaren als iemand er belang bij heeft om die situatie te laten voortbestaan. De corrupte ambtenaren ? De luie docenten ? De hoge kasten die niet graag grote groepen goed ontwikkelde “low-castepeople” naast zich zien ontstaan ? Feit is dat wie het zich kan permitteren zijn kinderen niet naar een overheidsschool stuurt. De OLLUP highschool in Palamaner wordt door ons als jaren ondersteund. Een groot deel van het gebouw is via Nederlandse sponsors tot stand gekomen. Elk jaar doneren we een bedrag waarmee een paar honderd kinderen van een uniform, schoolboeken en korting op het schoolgeld (voor iedereen 30 roepies per maand) kunnen worden voorzien. Het schoolhoofd beslist wie daarvoor in aanmerking komt. De school oogt goed georganiseerd, zoals alle scholen die we hebben bezocht overigens. Er is een groot, schoon speelterrein, een luxe voor deze kinderen die bijna allemaal uit kleine huizen in volle straatjes uit de omgeving komen. De klassen zijn overvol, maar vaak vrolijk versierd. De kinderen zijn uitgelaten en nieuwsgierig. Kortom, een heel leuk en leerzaam bezoek. PALAMANER, meisjesinternaat Het belangrijkste onderdeel van mijn bezoek aan India was de officiële opening van het meisjesinternaat in Palamaner op 20 oktober. Als speciale gast moest ik het lint komen doorknippen, het gebouw openen en de sleutel overhandigen aan het schoolhoofd. Ik moest natuurlijk ook een toespraak houden, waar ik nu iets langer over had nagedacht. Het was al met al een feestelijke bijeenkomst, met de onvermijdelijke zang en dans. Dit keer kreeg ik geen krans om, maar gewoon een cadeau en vele lovende woorden. Daar moet je wel even aan wennen. Maar het is is hier nu eenmaal de gewoonte om elkaar de hemel in te prijzen en ik laat het me daarom maar gewoon aanleunen. Ik kan inmiddels beter met die situaties omgaan. Vroeger voelde ik me altijd gegeneerd als een stoel voor me werd aangedragen en als de schoolkinderen voor


me in de houding moesten gaan staan. Maar nu denk ik : ach, zo doen ze dat hier, en een beetje respect verdien ik ook wel, op mijn leeftijd :-) De feestelijkheden gingen ook gepaard met het uitwisselen van cadeaus. Zo is het hier de gewoonte om bij het opleveren van een gebouw de bouwvakkers, zowel mannen als vrouwen, nieuwe kleren te geven in een feestelijke verpakking. Dus ik zag ook deze mensen in de rij in hun zondagse outifit om dit deel van hun secundaire arbeidsvoorwaarden in ontvangst te nemen. Na de opening was er koffie of thee en iets lekkers voor iedereen. Later op de avond hebben we nog met de belangrijkste betrokkenen gegeten. Dat is ook wat, dat eten. Er wordt hier voortreffelijk gekookt. Eigenlijk is alles smakelijk en verrassend gekruid. Soms een beetje pittig, maar voor de Europese gasten zijn er ook soms aparte gerechten die niet zo gekruid zijn. Voor mij hoeft dat niet. Geef maar maar een lekkere berg rijst met dahl, gekruide groenten, curry en een chappati. Meestal is er ook kip bij. We hebben ook een keer wild zwijn gegeten, zo uit het bos (illegaal natuurlijk). Rundvlees kom je niet tegen, schapenvlees is erg duur. Het internaat is een mooi gebouw geworden waar een kleine 30 meisjes kunnen wonen. Deze meisjes wonen nu een overbevolkt internaat in Palamaner. Daar blijven de kleinere kinderen, de meiden van de hoogste klassen gaan naar de nieuwbouw. In het oude gebouw is met hulp van Suryodaya de afgelopen zomer een nieuw blok sanitair gebouwd. Ook daar is de situatie nu behoorlijk verbeterd, zodat uiteindelijk iedereen er op vooruit gaat. De meisjes die hier wonen wordt de mogelijkheid geboden om om te studeren. Ze komen uit de dorpen rond Palamaner en gaan overdag naar school. In de dorpen en gehuchten waarvan ze afkomstig zijn wordt vrijwel geen behoorlijk onderwijs gegeven. Het zijn vaak de meisjes die als eersten moeten afhaken, waarmee hun kansen voor de toekomst zijn bepaald. Suryodaya heeft dit internaat via een grote sponsor goeddeels betaald. Bij de bouw is rekening gehouden met eventuele uitbreiding; de fundamenten zijn goed voor nog een extra verdieping. Ook voor de inventaris is uiteindelijk via Suryodaya een sponsor gevonden in Nederland. Voor de exploitatie van het gebouw en de begeleiding van de meisjes staan de zusters van het Helena Convent garant.


Terug naar het verslag

Gastenboek

Voeg iets toe

Jelle Rieske, e-mail : jelle_rieske@hotmail.com Leuk om te lezen ! We horen van John af en toe wat hij doet, maar hier is het heel mooi in beeld (en woord) gebracht. Datum: 04/11/2008 04:26 - IP adres: 125.17.149.155

Carla en Hans, e-mail : Jansen-Berendts@home.nl Ha Janus, We Hebben op de valreep nog genoten van al je bijzondere indrukken, die je zo vaardig hebt verwoord. Wat een bijzondere reis en een mooi reisverslag. We wensen je een fijne terugreis en tot binnenkort. Carla en Hans Datum: 24/10/2008 08:26 - IP adres: 84.28.6.141

Wil Berendts, e-mail : anjaenwil@hetnet.nl Ha Janus, we kregen het bericht door dat bestemd was voor Nel en Ties Joore en zo zijn we op de hoogte van jouw reis. Het wordt zo wel heel tastbaar wat de stichting allemaal doet. Geweldig leuk om te lezen. Heb nog een goede tijd daar en tot ziens nog een keer dit jaar. Wil en Anja. Datum: 20/10/2008 19:53 - IP adres: 86.84.49.33

Walter Hilgers, e-mail : wlmhilgers@hetnet.nl Indrukwekkend wat je daar allemaal ziet en meemaakt. Mooi beknopt verslag. 't Maakt mij nieuwsgierig naar India. Bij terugkomst wil ik je hele verhaal horen. Geniet er nog van. Groeten, Walter Datum: 20/10/2008 19:16 - IP adres: 84.86.47.228

renate van Marwijk, e-mail : renatebenik@hotmail.com hoi Janus, Ik las net in de dagkrant dat je in India zit. Dus gelijk even wat gelezen in je weblog(die er goed uitziet). Je ziet wel heel veel he. Ik hoop dat je nog veel plezier hebt daar. groet renate Datum: 20/10/2008 14:51 - IP adres: 217.149.202.67

Boy Pouwels, e-mail : boy.pouwels@inter.nl.net Beste Janus, Indrukwekkend en interessant. Je memoreet duidelijk de verschillen, maar ook de overeenkomsten die docenten daar hebben met het vullen van hun leeromgeving/content. Benijdenswaardig is je verblijf aldaar. Prachtige omgeving. Geniet verder en fotografeer veel. Ben zeer benieuwd naar de rest van je verslaggeving. Groet aan alle aardige mensen daar, Boy Datum: 19/10/2008 14:17 - IP adres: 82.215.14.11


frans meijers, e-mail : fmeijers@worldonline.nl Dag Janus, ik wil zo met je ruilen! Alhoewel ik me ook wel wat ongemakkelijk zou voelen in de rol van 'honoured guest' voor wie een hele lading schoolkinderen aan het dansen wordt gezet. Ik hoor graag je verhalen als je weer thuis bent. Groet, Frans Datum: 19/10/2008 08:50 - IP adres: 86.81.62.164

Ties Kolen, e-mail : ties.kolen@home.nl Hoi broer, Wat een enerverende trip en wat voor indrukken. Je verhalen zijn indrukwekkend en lekker vlot geschreven. Nog veel sukses de laatste dagen en we kletsen nog wel eens bij. Datum: 18/10/2008 23:10 - IP adres: 84.31.174.135

Lenie en Anneke, e-mail : anneke_berendts@hotmail.com Hoihoi Kei goed dat je je inzet voor zulke projecten. En leuk om te lezen, we hebben al zin om ook een keer naar India te gaan. En dat filmpje van die dansende kinderen was heel mooi. Nog veel plezier tijdens de rest van je reis! Datum: 18/10/2008 21:45 - IP adres: 86.92.2.214

Anneke, e-mail : anneke_berendts@hotmail.com Hallo! Leuk dat je een weblog bijhoudt. Ik wist natuurlijk wel dat je regelmatig naar India gaat, maar niet wat je daar dan doet. Ga zo door :). Datum: 18/10/2008 21:33 - IP adres: 86.92.2.214

willem, e-mail : w.h.prins@inter.nl.net Dag Janus, Mooi verslag. Goed dat je je laaft aan de bron. Datum: 18/10/2008 11:25 - IP adres: 82.215.24.216

Nelly en Theo van Jaarsveld, e-mail : bature@hetnet.nl Hoi Janus, Wat ontzettend leuk om zo je weblog te lezen! Heerlijk, het voelt als een voorbereiding op onze eigen reis naar Zuid-India die we in december gaan maken! We blijven je volgen, geniet tot in de puntjes van je tenen, en dan hopen we na je thuiskomst gauw eens bij te praten, lieve groetjes van ons tweetjes. Datum: 17/10/2008 23:06 - IP adres: 84.82.139.244

Fer, e-mail : reijkenofm@hetnet.nl Dag Janus, Wat een ontzettend mooi, levendig en informatief blog hou je bij! Heel fijn om te lezen, zeker daar ikzelf ook in India was. Je reis is nu al heel vruchtbaar; er gaat niets boven 'live' contact. Geniet van de dagen die nog komen en doe veel groeten aan Aro en John! NamastĂŠ! Fer


Datum: 17/10/2008 19:28 - IP adres: 84.27.183.150

Niny Baltissen, e-mail : ninybaltissen@hotmail.com Hallo Janus Een mooi blog! Prettig om te lezen en voor mij een nieuwe (onderwijs) wereld. Valt op dat de kinderen er goed en goedlachs uitzien. Groetjes Datum: 15/10/2008 13:59 - IP adres: 84.83.172.152

Els Henrichs, e-mail : els.henrichs@hccnet.nl Dag Janus en Aro en John, Wat leuk om op deze manier al meteen een reisverslag te ontvangen. Omdat ik er zelf ook meerdere keren ben geweest komt het me heel bekend voor: het lawaai, hert verkeer, de geuren, de tocht achter op de scooter en het uitzicht vanuit je slaapkamer. Wel zijn de bomen en struiken hard gegroeid. Hoe was de reis naar Marthalli over de slechte weg? Had je in de pastorie de grote kamer met de rose badkamer? Ik ben benieuwd. Heel veel groeten, ook aan Aro en John en nog een fijne en interessante tijd. Datum: 13/10/2008 19:19 - IP adres: 84.81.28.89

Els, e-mail : elsberendts@hetnet.nl Hallo Janus, Aro en John! Mooi om zo westwaards over de Rijn te vliegen naar de Noordzee toe. Ik begrijp dat je te hoog vloog om de helrode appels in onze boomgaard te kunnen onderscheiden. Mooie logeerplek heb je! Als je schrijft "getoeter en chaotisch verkeerstaferelen" dan roept dat meteen beelden op en ook geuren (lekker en minder lekker). Geniet van de scooterritten! Vergeet je hoed niet! Ik kijk op van agressieve evangelisatiecampagnes. Konkrete projecten spreken mij meer aan. Lieve groeten! Els Datum: 12/10/2008 13:09 - IP adres: 84.83.172.152

Janus Kolen, e-mail : janus.kolen@dominicuscollege.nl Startbericht. Zie ook www.suryodaya.nl Datum: 02/10/2008 15:53 - IP adres: 217.149.202.67

Janus Kolen Š 2008


Indiablog oktober 2008