Page 1

Personeelskrant voor medewerkers van het Waterlandziekenhuis Jaargave 3 | Nummer 3 | oktober 2013

HOOF DART IKEL

Verantwoordelijk van aankoop tot schroothoop ‘In essentie gaat het helemaal niet over medische technologie*’, zegt Robin Eman, manager Facilitair, tijdens het gesprek over het convenant Medische Techniek. ‘Het gaat over ieders verantwoordelijkheden en kwaliteitsbesef in de hele levenscyclus, het gaat over cultuurverandering, het gaat de hele zorg aan!’ Medische Centra (NFU) gebogen over de vraag hoe medische technologie zo veilig mogelijk kan worden toegepast. Daarvoor is een convenant (overeenkomst) opge­ steld: ‘Veilige toepassing van medische technologie in het ziekenhuis.’ Dit convenant is leidraad en maatstaf voor de gehele levenscyclus van de medische technologie in het ziekenhuis, van invoering tot afstoting: • Het bepalen van de positie van medische technologie in het kwaliteit- en veiligheidsysteem van het ziekenhuis • De invoeringsfase • De gebruiksfase • De afstotingsfase

De Nederlandse Vereniging van Zieken­ huizen (NVZ) heeft zich samen met de Nederlandse Federatie van Universitair

Robin: ‘Je zou het convenant als leidraad kunnen zien van een zogenaamd ‘technisch zorgpad’ waarbij iedereen op het juiste moment zijn verantwoordelijkheid

neemt en waarbij de overdrachtmomenten goed zijn afgestemd. Het gaat erom dat iedereen in de dagelijkse praktijk verder kijkt dan zijn eigen aandeel in het geheel en een totaalbeeld heeft van de hele cyclus: van idee tot vernietiging, van aankoop tot schroothoop. En dan gaat het om paden van soms wel tien tot twaalf jaar.’ Hoe ging het tot nu toe? Robin: ‘Er is een idee ontstaan bij een specialist en/of het afdelingshoofd of Medische Techniek heeft een apparaat afgekeurd. Om een nieuw apparaat te verkrijgen, dienen er procedures doorlopen te worden, beginnende bij een investerings­ aanvraag nadat afdelingshoofd/medisch manager en zorgmanager het erover eens zijn.’ ‘De huidige procedures om uiteindelijk een nieuw apparaat op de afdeling te krijgen zijn per betrokken afdeling of proces wel

beschreven, maar stimuleren te weinig dat er multidisciplinair wordt gekeken naar het idee en de aanvraag. Risico’s worden van tevoren nog onvoldoende ingeschat Vervolg op bladzijde 10

VOORWOORD

Nieuwe wind Volgens Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, is het einde van de recessie nabij. Ook binnen ons ziekenhuis gaan we op veel gebieden vooruit: finan­cieel, maar ook op andere gebieden. Op 28 oktober ontvangen wij om 16.00 uur met elkaar in het personeelsrestaurant ons certificaat van heraccreditatie (jij komt toch ook?), er zijn al veel aanmeldingen voor de OR-verkiezingen, we hebben afgelopen maanden zes nieuwe medisch specialisten mogen verwelkomen en de Kinderpoli heeft een cheque van maar liefst 5.000 euro ontvangen van Lionsclub Purmerend Marktstaede voor een speeltoestel. Ook is Purmerend een Longpunt rijker. Mopper deze herfst dus niet op de wind als je naar je werk fietst. Het is een nieuwe, frisse! De redactie

P&O HOEK

Jubilea September 12,5 jaar R.S. van Meenen-Claassen (26-3-2001) N.E. Martens-van Eekelen (5-3-2001) B.G. de Groot (5-3-2001) A. Erbrink-Klok (12-3-2001) I. v.d. Rijt-Meijer (1-3-2001) Y.M. Tanja (1-3-2001) 25 jaar M.A.M.P. Kluskens (1-9-1988) C.W.G. Konijn (1-9-1988) H.M. Stam-Kuijper (19-9-1988) C.J.C. Scholte-Langedijk (12-9-1988)

Duimen omhoog voor borstkanker­ stand ‘Ik word zelfs herkend op Schiphol!’

pagina 2

A. Pereboom (1-4-2001) P.J. Ruijgrok (1-4-2001) M. Zwiers-Sparreboom (1-4-2001) F. Stam (1-4-2001)

A. Palm (1-9-1988) M.C.C. v.d. Park (5-9-1988) 40 jaar G.A. Boomstra (1-9-1973) Oktober 12,5 jaar B. Besseling (1-4-2001) E.J. van Berkum-de Gooijer (1-4-2001) N. Heersema-Hartog (1-4-2001) J.F. Kroes-Hoekstra (1-4-2001) C.G. Massar (1-4-2001) E. Okx-Morcus (9-4-2001)

‘Als je ooit in de OR wilt, moet je het nu doen’ ‘We hopen dat een arts zich verkiesbaar stelt.’ pagina 3

25 jaar M.A. de Gast-van Dijk (1-10-1988) A.J.V.R. van Haastrecht (1-10-1988) november 12,5 jaar J.M. Droge (1-5-2001) H. van Ginkel (1-5-2001) N. ten Have (1-5-2001)

10 jaar VAR ‘Niet klagen, maar een actieve inbreng leveren is mijn motto.’ pagina 9

A.A. Sisto-Leons (1-5-2001) N. van Santen (15-5-2001) 25 jaar A.M. Krayenbosch-Klein (1-11-1988) R. Kol (15-11-1988) I.J. Roos-van Krimpen (1-11-1988) W.G. van Wijngaarden-Tolhuijsen (7-11-1988) S.M. v.d. Voort (1-11-1988) F.J.C. van Walen (1-11-1988)

Diversiteit ‘Misschien moeten we eens een rond­ leiding organiseren, er is zoveel moois.’ pagina 10


oktober, borstkankermaand

Duimen omhoog voor borstkankerstand Al tien jaar is Annie Kes vrijwilliger voor het Waterlandziekenhuis. Zij heeft hierbij veel verschillende dingen gedaan: koffierondes, het verzorgen van de bloemen van de patiënten, ondersteuning van de patienten op de dagbehandeling en ze gaf koffie aan ouders van kinderen van wie de amandelen werden geknipt. Nu is Annie een dagdeel gastvrouw en doet ze een dagdeel koffierondes. Ook werkt ze met veel plezier nieuwe vrijwilligers in. Annie: ‘Als kind heb ik veel in het zieken­ huis gelegen en ik heb me altijd voorge­ nomen om als ziekenhuisvrijwilliger te gaan werken als ik er tijd voor had. Tien jaar geleden brak dat moment aan. Het is heel

leuk en dankbaar werk, ik ga altijd met een goed gevoel naar huis. En het grappige is dat ik overal word herkend, laatst vroeg iemand mij nog op Schiphol: ‘Hoe moet dat nou zonder jou in het Waterland­zieken­ huis?’, hahaha.’ Borstkankermaand Oktober is de borstkankermaand en daarom verkopen onze vrijwilligers in de centrale hal Pink Ribbonartikelen. Ook verlenen enkelen hun medewerking aan de borstkankerinformatieavond. Annie: ‘Ik heb tot nu steeds in de stand gestaan en dit jaar help ik voor het eerst mee met de informatieavond. Ik vind het een goed doel en ben graag onder de mensen, bied ze een schouderklopje en een luisterend

oor. Zelf heb ik gelukkig nog geen ervaring op het gebied van borstkanker, ook niet in mijn omgeving, maar ik wil wel een steentje bijdragen aan meer aandacht en geld voor onderzoek.’ Krijgen jullie reacties op de borstkankerstand? Annie: ‘Ja, erg leuk! Mensen steken hun duim op als ze langslopen, er wordt ieder jaar goed verkocht en de folders vinden ook prima aftrek. Vorig jaar waren de Pink Ribbonartikelen uitverkocht en ook nu hebben we na de eerste week de sleutelhangers al moeten nabestellen.

De mensen die de spullen kopen, vertellen soms over hun persoonlijke ervaringen met borstkanker. Ik kan goed luisteren maar ik neem het niet mee naar huis. Dat vind ik wel prettig omdat ik als gastvrouw soms ook mensen spreek die net een slecht­ nieuwsgesprek hebben gehad en op de taxi wachten. Dan hoor je soms in vijf minuten een hele levensgeschiedenis. Advies geef ik niet, dat kan in zo’n situatie ook niet. Maar luisteren is vaak al genoeg. En soms wijs ik ze op de mooie dingen in het leven waar ze nog wel van kunnen genieten.’

COLUMN GUY

Protocol In de GGZ vindt diagnostiek toenemend plaats met behulp van stapels vragen­ lijsten. Een patiënt die hiertegen protesteert omdat hij toch graag eerst zijn verhaal zou willen doen, wordt oncoöperatief genoemd. Uit al die vragenlijsten rolt dan een diagnose, waarna een protocollaire behandeling wordt gestart. Deze werkwijze kent vele voordelen. Diagnostiek bestaat nog slechts uit het afvinken van criteria; behandelen uit het doorlopen van een protocol. Op die manier komt er geen (dure) psychiater aan te pas, aan alle verplichtingen is voldaan en men kan rustig achteroverleunen. Indien een meerderheid van de patiënten er beter door wordt (vóór- en nametingen met behulp van vragenlijsten) spreekt men van een geslaagd behandeltraject. Is er (individueel) onvoldoende resultaat dan wordt er een ander protocol gestart, wordt de patiënt verwezen voor een eenmalig consult bij de psychiater voor medicatie of wordt hij terugverwezen naar de huisarts. Neem ADHD. Wanneer u op het internet een vragenlijst ‘ADHD bij volwassenen’ invult, scoort u gegarandeerd positief (betreffende vragenlijst is erg sensitief). Wanneer u zich meldt voor behandeling, komt u in het ADHD-protocol, krijgt u een amfetamine voorgeschreven en bij gebrek aan resultaat wordt de dosering verder opgehoogd. Regelmatig krijgen we op de PAAZ mensen binnen met een amfetamine-intoxicatie (ik kan u verzekeren: daar wordt je heel ADHDerig van) die zeker níet aan ADHD lijden. Zie hier de selffulfilling prophecy. Mijn moeder ging een halfjaar geleden steeds slechter lopen, belandde in bed

2 nummer 3, oktober 2013 Waterstand

en kreeg dikke benen. Pas na lang aandringen werd ze opgenomen op de afdeling interne van een academisch ziekenhuis. Na hart- en vaatonderzoek kon ze met ingezwachtelde benen weer naar huis. Toen ik haar behandelend arts vroeg om nader onderzoek naar het slechte lopen, haar incontinentie en emotionele vervlakking, was het ant­ woord dat het ‘dikke-benen-protocol’ was doorlopen en dat ze dus met ontslag moest. Op mijn dringend verzoek een MRI brein te maken vanwege mijn vermoeden op een frontaal syndroom werd gesuggereerd haar te laten verwijzen naar een geriater. Maar de MRI werd toch gemaakt, er werd een forse frontale tumor ontdekt en nu, na behandeling, maakt ze het uitstekend. Een protocol levert schijnzekerheid. DSM-5 diagnostiek, vragenlijsten­ diagnostiek is geen diagnos­tiek. Het is inhoudsloos reductionisme. Het is de Nachtwacht proberen te doorgronden door te kijken uit welke moleculen de verf is opgebouwd. Tot zo’n 10 jaar geleden hielden psychiaters zich bezig met de inhoud van hun vak middels supervisie, inter­ visie, leesclubs etc. Tegenwoordig overleggen psychiaters alleen nog maar over kosteneffectiviteit, certificering, borging, protocollen, richtlijnen, implementatie, transparantie, onder­ handelings­tactieken met de verzekeraar, DBC’s, visitaties, etc. Het gaat nog slechts over de vorm en niet meer over de inhoud. Het wordt hoog tijd voor de inhoud van het vak, voor de dokter aan het bed, voor het individu, kortom voor de mens die hulp behoeft.

Truus Smit, verpleegkundig specialist mammacare over het belang van onze vrijwilligers: ‘Sinds ik in 2000 in het Waterlandziekenhuis werkzaam ben als mammacare-verpleegkundige, heb ik al heel veel samengewerkt met de vrijwilligers. Zij bieden niet alleen ondersteuning tijdens koffieochtenden en informatieavonden, maar geven deze bijeenkomsten met hun aanwezigheid een menselijk gezicht. Vanaf dag één heb ik dus contact met de dames en het leuke is dat je steeds dezelfde mensen ziet: het zijn hele trouwe mensen die er elk jaar de schouders onder zetten. Inmiddels ken ik de meesten dan ook wel. Annie ook, fijn dat ze dit jaar met de informatieavond meehelpt. ‘ Zijn er dingen veranderd in de afgelopen 13 jaar? Truus: ‘Ik vind het erg leuk dat de vrijwilligers mondiger worden, ze denken mee over het uiterlijk van de stand, ze geven zelf aan hoe het allemaal geregeld moet worden. Als het kan, wip ik graag even langs om te vragen hoe het gaat en of ze extra boekjes nodig hebben. Ik hoor overigens wel eens dat sommige vrijwilligers het in de stand wat zwaar vinden, omdat mensen dan opeens persoonlijke ervaringen willen delen of lastige vragen stellen. Natuurlijk is het de rol van de vrijwilligers om spullen te verkopen voor het goede doel en aandacht voor borstkanker te vragen, maar mensen gaan toch wel vaak dingen vertellen omdat het ze hoog zit. Daarom is de stand ook niet voor iedereen geschikt. Maar aan de andere kant is het ook heel mooi dat mensen daar hun verhaal kunnen vertellen.’ Uniek Aan de informatieavond werken veel medewerkers overigens ook vrijwillig mee. Truus: ‘Ik vind het fantastisch dat het hele team zich beschikbaar stelt voor de infor­­­matieavond: chirurgen, internisten, de verpleegkundig specialist oncologie en de gespecialiseerd oncologieverpleegkundigen, de mammacareverpleegkundigen van de poli en van de afdeling, de radioloog, afdeling therapeutische zorg, diëtetiek, maar ook Carla Butter van de financiële administratie die het sponsorgeld administreert helpt op de avond mee met de voorbereidingen. Mede daarom is het een uniek gebeuren en krijg ik er altijd weer energie van!’


or

‘Als je ooit in de OR wilt, moet je het nu doen’ Heb je het idee dat het beter kan? Wil je jezelf ontwikkelen? Wil je met een bredere blik naar ons ziekenhuis kijken? Stel je dan kandidaat voor de OR! Dit najaar heb je de kans om de komende drie jaar mee te denken over de toekomst van het Waterlandziekenhuis. OR-leden Marianne van Os, Bert van den Bergh en Tineke van der Laan vertellen samen met ambtelijk secretaris Bärbel Müller over hun ORvaringen. Marianne: ‘Als je bij de OR wilt, moet je enthousiast zijn en het leuk vinden om mee te denken over de belangen van de mede­werkers in combinatie met die van de organisatie. Je moet ook goed in een team kunnen werken. Het mooist zou het zijn om een OR te hebben die een goede afspie­ geling is van de organisatie.’ Bert: ‘Maar uiteraard hebben wij niets te kiezen, het kan zelfs zo zijn dat wij hier na de verkiezingen niet meer zitten… de OR heeft een zittingsduur van drie jaar en je kunt je maximaal drie keer verkiesbaar stellen. Dit was mijn eerste termijn.’ Marianne: ‘Het is volgens mij zes jaar geleden dat wij voor het laatst echt verkiezingen hebben gehad en toen waren er zes OR-plaatsen en acht kandidaten.’ Was er een reden dat weinig mensen zich aanmeldden? Bärbel: ‘Ja, en die hebben we opgelost! Zo is de OR-dag verplaatst van maandag naar dinsdag en de afdelingen krijgen een volledige vergoeding voor de uren die een medewerker aan de OR besteedt.’ Willen jullie een oproep doen aan bepaalde disciplines? Bert: ‘Er mogen wel weer meer mensen uit de zorg komen. Maar het liefst krijgen we zoveel kandidaten, dat er ook echt wat te kiezen valt.’ Marianne: ‘We zouden er ook graag

iemand van ICT, Kwaliteit en Veiligheid en financiële ondersteuning bij willen, of een arts.’ Bert: ‘Ja! We zouden er heel graag een dokter bij willen hebben.’ Wat is er leuk aan de OR? Marianne: ‘Het verruimt je blik, ik heb heel veel geleerd in de OR. Ik ben werkzaam op het Klinisch Chemisch Lab en ik was altijd gefocust op mijn eigen afdeling maar ik zie mijn afdeling nu als puzzelstukje binnen de hele organisatie. Het heeft echt mijn blik verruimt. En ik ben op een andere manier gaan denken; we hebben gesprekken met het bestuur op strategisch, tactisch niveau. Voor je het weet, kun je meepraten over die onderwerpen. Ik begrijp de beslissingen van mijn leidinggevende nu ook beter.’

vallen soms besluiten in het ziekenhuis, zoals een taakstelling, waarvan je weet dat het je collega’s gaat raken en dat voelt soms zwaar.’ Bert: ‘Het wordt echt ‘jouw’ ziekenhuis, je ondervindt ook zelf de gevolgen van je beslissingen, maar je put ook uit je eigen ervaring terwijl je besluiten neemt. Het werkt dus twee kanten op. Ik zou het ook niet anders willen, ik wil geen besluiten nemen over mensen zonder dat het mezelf raakt. Ik wil deelgenoot zijn van het geheel, dan kun je ook met een gerust hart mee in de besluitvorming. Je hebt bij een reorga­ nisatie ook geen ontslagbescherming als je

‘Het is heel leuk om Michel af en toe op het matje te roepen’ Tineke: ‘Ik vind het ook vaak wel fijn om weer op de werkvloer te staan. Dan ben je weer op een andere manier met het ziekenhuis bezig, dan hoor en zie je weer andere dingen die vervolgens meeneemt naar de OR.’ Marianne: ‘Je voelt je in de OR verantwoorde­lijk naar je achterban, de mensen die je gekozen hebben. En er

in de OR zit. Maar… als je dan ontslagen wordt, staat het wel mooi op je CV! De OR maakt je werk gewoon interessanter en afwisselender. En het is natuurlijk héél leuk om Michel af en toe op het matje te roepen, hahaha.’ Hoeveel tijd kost de OR? Marianne: ‘Voor gewone OR-leden staat acht uur: de OR-dag is op dinsdag. Zelf werk ik twee dagen voor de OR, dat hoort bij het dagelijks bestuur. En ik denk er naast kantoortijd ook vaak aan. Ik vind dat wij al in een vroeg stadium bij veel zaken betrokken worden, dat we mogen meedenken met ideeën die er leven.’ Bert: ‘Mensen denken soms dat het allemaal veel te moeilijk is ‘daar heb ik geen verstand van’. Maar zo zijn we allemaal begonnen. Het is het belangrijkste dat je interesse hebt in de organisatie en de wil hebt om je te ontwikkelen, dan kom je al een heel eind.’ Marianne: ‘Je moet diplomatiek zijn, dat politieke aspect maakt het ook leuk. Ik zou zelfs wel in de gemeenteraad willen… ik weet alleen inmiddels niet meer voor welke partij, hahaha.’ Marianne vervolgt: ‘Wat mij een kick geeft, is dat je het met elkaar doet: we zetten onze

dr. Michel Galjee, voorzitter raad van bestuur: ‘De ogen en oren van de organisatie’ ‘In mijn jonge jaren was ik als medisch staflid vicevoorzitter van de OR van de VU. Een erg leuke tijd die me veel inzicht verschafte in alle ontwikkelingen binnen zo’n grote organisatie. Het heeft me veel begrip opgeleverd over waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Ik vond het ook heel nuttig dat ik vanaf de werkvloer invloed kon uitoefenen door vanuit de praktijk informatie aan te dragen op basis waarvan besluiten konden worden genomen. De OR levert een bijdrage aan de verbetering van heel veel zaken: zowel voor patiënten, als voor de medewerkers, als voor het ziekenhuis in het algemeen. Dat gaf mij voldoening en ik heb er heel veel van geleerd. Het maakte de organisatie voor mij transparanter.’ ‘Omdat ik zelf in een OR heb gezeten, begrijp ik de positie van onze OR heel goed, ik zie in dat hun belang ons belang is, dat wij beiden werken aan dezelfde zaak. Ik spreek de OR regelmatig omdat zij mij laten weten wat er speelt: zij zijn voor mij de ogen en oren van de organisatie.’ ‘Onze OR ziet goed wat voor verbe­ tering vatbaar is en kijkt daarmee kritisch naar de organisatie maar ook naar zichzelf. Die kritische, actieve houding vind ik heel prettig. Volgens mij hebben wij als bestuur een prima relatie met de OR. Ik ben zeer blij te horen dat veel mensen zich aangemeld hebben als kandidaat, dat er dus mensen zijn die willen meehelpen de kwaliteit van ons ziekenhuis te bestendigen. Ik kijk van harte uit naar de samenwerking met die nieuwe OR-leden!’

sterke punten in op het goede moment, de een is meer een strateeg en de ander is meer een prater. Dan krijg je een geolied team en je leert ook van elkaar.’ ‘Wij voelen ons trots op onze OR. Ik vind dat er nu een goede, stabiele OR staat en die noodzaak is er ook, juist op dit moment. Er speelt zoveel in het zorg­ landschap. We moeten dit vasthouden en met nieuwe mensen continueren. Het is ook in het belang van de mensen zelf dat er een goede OR is!’ Bärbel: ‘Het is een hele mooie roerige tijd, er spelen interessante onderwerpen, soms hebben we heftige discussies, maar het gáát wel ergens over! En dat speelt allemaal volgend jaar ook. Als je ooit in de OR wilt, moet je het nu doen.’

Enthousiast geworden? Je hebt tot uiterlijk 5 november de tijd om je verkiesbaar te stellen. Stuur een mailtje naar or@wlz.nl.

Waterstand nummer 3, oktober 2013 3


wlz in de regio

Opening Longpunt Waterland Op 26 september werd het Longpunt Waterland geopend in Purmerend. Het Longpunt is een initiatief van het Longfonds en inmiddels zijn er al op veel plaatsen in Nederland Longpunten geopend. Een Longpunt is een ontmoetingsplek voor longpatiënten, hun omgeving en zorgverleners. Het Longpunt Waterland is opgezet met hulp van Zorgbelang Noord-Holland. Vanuit het Waterlandziekenhuis zijn longarts Bart Alberts en longverpleegkundige Nelleke ten Have betrokken. Het Longpunt wordt draaiende gehouden door vrijwilligers van het Longfonds, rayon Noord-Holland Noord. Het Longpunt is elke vierde donderdag van de maand open van 14.00 tot 16.00 in Wijkplein Where in Purmerend. Nicola Offergelt, beleidsadviseur van Zorgbelang Noord-Holland, is betrokken bij het COPD-netwerk in Waterland en een van de initiatiefnemers van het Longpunt Waterland. Zij interviewde naar aanleiding van de opening van het Longpunt in Purmerend Bart Alberts, longarts bij het Waterlandziekenhuis en Armanda Erents, vrijwilligster bij het Longfonds regio Waterland en COPD-patiënt. Hoe belangrijk is het dat er een Longpunt komt in Purmerend? Armanda Erents: ‘Ik vind het heel belangrijk dat mensen daar hun verhaal kwijt kunnen en hun informatie kunnen krijgen. Ik ben er heel blij mee omdat ik zelf als COPDpatiënt weet wat het allemaal betekent.’ Bart Alberts: ‘Ik denk dat het een heel goed initiatief is. Het verbreedt de mogelijkheden voor patiënten om informatie op te doen en lotgenoten te leren kennen. Omdat het heel open is, is het ook een goede manier om

de omgeving van de patiënten meer te kunnen betrekken, bijvoorbeeld familieleden die er niet veel vanaf weten. Mensen kun je zo uit hun isolement halen.’ Je legt de nadruk op het lotgenotencontact en informatie-uitwisseling, terwijl het Longpunt ook een ontmoetingsplek voor zorgverleners kan zijn. Bart Alberts: ‘Dat is natuurlijk een ander gunstig punt. We hebben in het Waterland­

ziekenhuis een longrevalidatie­programma waar ik ook altijd een praatje hou. Dat vind ik altijd heel leuk om te doen. Je kijkt zelf altijd op een heel eigen manier tegen dingen aan en het is heel leerzaam om van patiënten te horen wat een longziekte voor hen betekent. Soms krijg ik vragen over dingen waarvan ik niet verwacht had dat patiënten zich daar zorgen over maken.’

komen over hun longziekte en dat ze ervan leren hoe ze daar mee om kunnen gaan.’ Bart Alberts: ‘Ik hoop dat het Longpunt Waterland een plek gaat worden waar veel mensen de weg naartoe weten te vinden, waarna ze met meer duidelijkheid en kennis naar huis kunnen gaan.’

Waarom vind je het als COPD-patiënt belangrijk dat het Longpunt er komt? Armanda Erents: ‘Er komen allerlei onderwerpen aan bod, zoals het goed omgaan met medicatie. Dat is zo belangrijk! Dat heb ik zelf ondervonden. In het begin is het nooit goed uitgelegd waardoor ik steeds ziek werd. Nu gebruik ik de medicatie beter en het gaat nu ook beter. Als je je medicatie goed gebruikt, kun je een heel eind komen.’ Als we volgend jaar naar het Longpunt Waterland kijken, wanneer is het dan geslaagd? Armanda Erents: ‘Als er veel mensen naar dit Longpunt komen om meer te weten te

spreekuur

‘Iedere keer een nieuwe roman’ ‘De combinatie psychiatrisch patiënt en lichamelijke ziekte komt regelmatig voor. In de jaren zeventig werden lichaam en geest nog als gescheiden gezien, wat tot gevolg had dat de somatische zorg voor psychiatrisch patiënten wat verwaarloosd werd. Daar wordt nu op teruggekomen en dat kunnen wij binnen een algemeen zieken­huis fantastisch in praktijk brengen. Ik kom bijvoorbeeld naar de afdelingen voor consulten.’

Hans van Eck werkt al 13 jaar als psychiater op onze PAAZ. Wat zijn zijn ervaringen in het Waterlandziekenhuis en is er de afgelopen jaren veel veranderd? Heb je altijd arts willen worden? ‘Ik twijfelde of ik dokter zou worden of architect (en ik heb ook even bouwkunde gestudeerd). Pas tijdens de coschappen leerde ik het vak van psychiater waarderen. Aanvankelijk dacht ik dat het iets ‘vaags’ was maar als snel kwam ik erachter dat het op dezelfde manier werkt als andere vakken: goed kijken en luisteren, weten waarnaar je op zoek gaat. In de psychiatrie kun je mensen op drie manieren beïn­ vloeden: in het brein met pillen, door de interpretatie van de omgeving ter discussie stellen en door omgevings­factoren te beïnvloeden. Als je dat in je achterhoofd houdt, wordt het concreet en kun je veel doen. Dit beroep heeft diepgang, ik ontvang niet elke vijf of tien minuten een nieuwe patiënt, maar moet me iedere keer opnieuw verdiepen; het is iedere keer weer een roman.’ 4 nummer 3, oktober 2013 Waterstand

‘Toen ik hier kwam was het een conser­ vatief ziekenhuis, nu zie ik het als een ziekenhuis die zijn eigen positie heeft in de regio ‘Groot-Amsterdam’ met het karakter van een stadsziekenhuis. Ik hoorde net van een Huisarts In Opleiding dat ze het grappig vond dat iedereen elkaar hier groet, in grote ziekenhuizen wordt dat niet gedaan. En dat is ook goed voor de patiëntenzorg, als je om vijf voor vijf nog een vraag aan een collega stelt, dan is dat hier geen probleem.’ Waarom het Waterlandziekenhuis? ‘Mijn eerste baan was op de SEH van het Waterlandziekenhuis. Toen vond ik het al een prettig ziekenhuis en na mijn specia­ lisatie in de psychiatrie kon ik kiezen voor een psychiatrisch ziekenhuis, een eigen praktijk, justitie of voor psychiatrie in een algemeen ziekenhuis. Dat laatste vond ik het meest interessant door de raakvlakken van geestelijke en lichamelijke klachten en het overleg met de andere specialisten.’

Is het vak van medisch specialist veranderd? ‘Ja ontzettend, vooral organisatorisch. Ik besteed nu nog maar ongeveer de helft van mijn tijd aan patiëntenzorg waar ik er vroeger het grootste deel van mijn werkdag aan besteedde. Niet alleen administratie of mailtjes lezen, maar ook noodzakelijk overleg en kwaliteitscriteria waar ik aan moet voldoen, er is heel veel indirecte

patiëntenzorg bijgekomen. Dat geldt overigens niet alleen voor de psychiatrie, maar ook voor andere specialismen.’ Wat zijn de mooie aspecten van het vak? ‘De directe patiëntenzorg. Ja, natuurlijk lig ik er wel eens wakker van, maar dat maakt het juist zo’n mooi beroep. En soms is het goed om afstand te nemen, want vaak als ik iets heel anders doe weet ik opeens de oplossing voor een vraagstuk.’ Wat is het grootste misverstand dat de buitenstaander heeft over deze branche? ‘Dat was mijn eigen vooroordeel, namelijk dat het ‘vaag’ zou zijn. En dat we een geluksfabriek zouden zijn. Uiteraard doe ik mijn best maar tegen onheil werkt geen pil.’ Waar ben je trots op? ‘In de psychiatrie heb je de Patiënt Vertrou­wens­persoon, dat is een onaf­hanke­ lijke stichting die de belangen behartigt van de patiënten. Zij gaan psychiatrische afdelingen langs om te kijken of ze kunnen bemiddelen of belangen behartigen. Gisteren had ik daar een gesprek met een vertrouwens­persoon over ons ziekenhuis. Zij gaf aan dat onze psychiatrische afdeling een goede sfeer heeft en dat de patiënten over het algemeen zeer tevreden zijn. Daar zijn wij trots op.’


even voorstellen 1

‘Neurologen denken anders’ In de maatschap neurologie volgde Joyce Segers op 1 september Jeroen Gauw op. Jeroen Gauw werd al enige tijd vervangen door Alexander Prazski en hij zal nog enkele maanden blijven werken op de polikliniek evenals tijdens het zwanger­ schapsverlof van Joyce. Joyce rondde onlangs haar opleiding tot neuroloog af in het HagaZiekenhuis in Den Haag. Joyce: ‘Gedurende mijn opleiding volgde ik naast de verplichte stages ook enkele keuzestages. Zo werkte ik onder andere een halfjaar in de Daniël den Hoed kliniek voor een stage neuro-oncologie en deed ik een verdiepingstage

neuromusculaire ziekten in het UMCU. De neuromusculaire ziekten hebben mijn bijzondere belangstelling.’ ‘De manier van denken in de neurologie is anders dan gebruikelijk in de geneeskunde, wij proberen een aandoening eerst te lokaliseren alvorens aan een ziekte te denken. Een bekende misvatting is dat er geen of weinig behandelmogelijkheden zijn voor neurologische aandoeningen, dit is niet altijd correct en het herseninfarct is hiervan het beste voorbeeld.’ ‘Het prettige van het werken in een ziekenhuis als het Waterlandziekenhuis, zijn de korte lijnen. En werken in een andere

regio houdt behalve een verhuizing ook in dat je andere collega’s hebt. Ik hoop op een prettige samenwerking en zie ernaar uit mijn nieuwe collega’s te ontmoeten.’

Joyce is 37 jaar, woont in Vreeland, heeft een zoontje Wander en is in verwachting van haar tweede kind. Zij houdt van reizen en heeft zelfs een wereldreis gemaakt van twee jaar voor zij met haar specialisatie begon.

even voorstellen 2

‘Eigen schuld dikke bult? Die tijd is voorbij’ De vakgroep Chirurgie heeft er met dr. Ruben Schouten een ambitieuze bariatrisch chirurg bij. Samen met zijn collega’s Piet Heres en Pieter Poortman zet hij de komende tijd de obesitasoperaties in het Waterlandziekenhuis verder op de kaart. Ruben: ‘Eigenlijk ben ik de bariatrie bij toeval ingerold. In Maastricht had ik als arts-assistent een sollicitatiegesprek bij professor Greve, een internationaal kopstuk in de bariatrische chirurgie. Hij vroeg of ik misschien onderzoek wilde doen naar bariatrische patiënten. Toen ik een paar weken later klaar was met dat interessante onderzoek had hij nog wel iets voor me. Zo hield hij me bezig en maakten we er naast mijn opleiding een promotieonderzoek van. Het was eigenlijk een dubbele baan en heeft aardig wat bloed, zweet en tranen gekost. Maar mede door zijn goede bege­leiding liep het prima door zodat in mijn vijfde jaar mijn promotieboek af was.

In theorie wist ik toen al veel maar ik had nog niet zoveel geopereerd. Ik wilde van dat stukje van de chirurgie het hele pakket beheersen: theoretisch, wetenschappelijk en praktisch. De chirurgie gaat sowieso steeds meer specialiseren; algemene chirurgie bestaat feitelijk niet meer. En dat is ook goed, je kunt niet meer alles weten, er zijn zoveel technische ontwikkelingen dat je niet meer vaten én trauma én buik kunt doen. Voor mij was de keuze snel gemaakt. Ik was altijd al geïnteresseerd in de buik­chirurgie met als extra aandachts­ gebied de bariatrische chirurgie want dat zijn voor een buikchirurg heel interessante operaties: het is laparascopisch, hoogcomplex, heel technisch, het zijn echt de uitdagende operaties.’ Eigen schuld? ‘Naast het technische aspect van de bariatrie werk ik ook graag met obese patiënten, ik kan met die mensen lezen en schrijven. Naarmate ik langer met ze werkte, kreeg ik steeds meer respect en empathie voor ze. Het is een kwetsbare groep, ze worden vaak belachelijk gemaakt omdat iedereen op straat kan zien wat ze verkeerd doen, namelijk veel te veel eten. En er zijn zelfs nog steeds artsen die het niet nodig vinden om ze te opereren, omdat ze zeggen ‘eigen schuld dikke bult’. Nu is dat misschien wel waar, maar eigenlijk zijn heel veel ziektes ‘eigen schuld dikke bult’. Er zijn mensen die teveel roken en die krijgen het aan hun hart, of ze krijgen COPD. Maar dan zeggen we niet ‘zoek het maar uit’. Als mensen extreem dik zijn moeten ze echter ‘gewoon’ stoppen met eten. Maar dat gaat zomaar niet; die mensen kunnen niet meer zonder hulp op een gezond gewicht komen. En daarbij zijn er zoveel factoren die meespelen, gene­ tisch, maar ook door medicijnen kun je dik worden en de wereld om ons heen helpt ook niet echt. Het is een welvaarts­ziekte, maar dat zijn zoveel ziektes tegenwoordig.’

‘Een gastric bypass of maagband zijn geen wondermiddelen maar hulpmiddelen om af te vallen, ze zorgen voor een fysieke rem omdat je gewoon niet meer kúnt eten. Begeleiding van een diëtist, psycholoog en fysiotherapeut blijft nodig om die mensen op de rails te houden. Het is een chronische ziekte.’ Obesitascentrum ‘De vakgroep Chirurgie bouwt de baria­ trische operaties dus uit, maar tegelijkertijd loopt er al vier jaar een conservatief programma, onder leiding van internist Luwien Eichweber en verpleeg­kundig specialist Anne-Marie Schuitemaker. In samenwerking met de diëtiste, psycho­loog en fysiotherapeut worden obese mensen begeleid bij het afvallen. Een heel goed en succesvol programma. We hebben elkaar gevonden in de werkgroep Obesitas omdat we onze krachten willen bundelen door een geheel te worden: onze ambitie is een overkoepelend obesitas­centrum. Dat als mensen binnenkomen, worden ze gescreend door alle disciplines en maken we een behandelplan op maat: adviezen, begeleiding en operaties, of juist een combinatie van alles. De gemeente Purmerend heeft obesitas ook als aandachts­punt dus ik zie mogelijkheden genoeg.’ India ‘Na mijn opleiding Chirurgie en voor mijn eerste baan als chirurg zocht ik een buiten­landstage om meer te leren over minimaal invasieve chirurgie, met name kijkoperaties en nieuwe technieken. Je zou zeggen dat je dan naar ontwikkelde landen als Amerika en Engeland moet, maar ik ging voor drie maanden naar India.’ ‘India heeft twee gezichten: natuurlijk is het een arm land, maar de ontwikkelingen gaan er snel en er worden veel nieuwe technieken toegepast. Er is een aantal heel

goed ontwikkelde klinieken en mijn stage­ziekenhuis in New Delhi was helemaal ingericht op kijkoperaties. Dat hebben wij zelfs niet in Nederland, ik vond het dus erg interessant om te kijken hoe ze dat hadden opgezet. Plus het feit dat de Dalai Lama er was geopereerd, dat moest dus wel goed zijn! Ik heb veel geleerd in die drie maanden.’ Best of both worlds ‘Ik woon in Maastricht, nee, dat is inder­ daad niet praktisch. Ik ben daar naartoe gegaan voor mijn opleiding en vond het een leuke regio om een tijdje te wonen. Mijn vriendin heeft daar op dit moment in het ziekenhuis nog een promotietraject lopen. Doordeweeks woon ik in een appartement in Edam en donder­dagavond ga ik naar Maastricht, ik heb the best of both worlds. Ik ben wel om me heen aan het kijken naar leuke stadjes of dorpjes in Noord-Holland. Hoewel ik uit Haarlem kom en heb gestudeerd in Amsterdam, kende ik deze regio niet goed, maar het bevalt me hier prima.’ ‘Ik merk dat dit een heel andere regio is dan Limburg, de mensen hebben hier een andere mentaliteit. Zowel de patiënten als mijn collega’s zijn meer recht voor hun raap; je bent het even oneens en dan is het weer goed. In Limburg is het allemaal wat gevoeliger en vriendelijker en dat is op zich wel aardig en Bourgondisch maar al met al minder zakelijk. Nu kan ik op de poli gewoon een geintje maken, hoef ik minder op m’n woorden te letten. Hier wordt een iets hardere grap gewaardeerd, dan voelen patiënten zich op hun gemak en komen ze zelf ook met een grap. De tweede keer dat ze komen is het meteen familiair, dat informele contact met patiënten vind ik leuk. Ik kijk ernaar uit veel NoordHollanders te kunnen helpen in hun strijd tegen de kilo’s.’

Waterstand nummer 3, oktober 2013 5


even voorstellen 3

dr. Melvin Mac Gillavry volgt Frank Slob op Op 1 oktober werd cardioloog Frank Slob na meer dan dertig jaar opgevolgd door dr. Melvin Mac Gillavry. Melvin volgde de opleiding Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Voorafgaand aan zijn specialisatie tot Cardioloog heeft hij weten­schappelijk onderzoek verricht op het gebied van diagnostiek en behandeling van veneuze thromboembolie, hetgeen in 2001 resulteerde in een promotie aan de Univer­siteit van Amsterdam met het proefschrift ‘Some understanding of diagnostic tests for pulmonary embolism’. Hierna volgde hij de specialisatie tot

Cardioloog aan het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam. Per 01-04-2007 is hij geregistreerd als Cardioloog. Van 2006 tot 2008 heeft Mac Gillavry zich in het Academisch Medisch Centrum te Amster­ dam verder gespecialiseerd in de diag­ nostiek en behandeling van ritme- en geleidingsstoornissen. In 2008 behaalde Mac Gillavry het European Heart Rhythm Association examen ‘Interventional Cardiac Pacing’. Vervolgens ontving hij van het European Heart Rhythm Association in 2011 zijn officiële certificering als specialist in

‘Cardiac Pacing and Internal Cardiac Defibrillators’. Hij is werkzaam geweest in het Sloter­ vaartziekenhuis, Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) en het Academisch Medisch Centrum (AMC) te Amsterdam. Naast de algemene Cardiologie bestaan zijn aandachtsgebieden uit de diagnostiek en behandeling van ritme- en geleidingsstoornissen, en syncope (oftewel kortdurend verlies van bewustzijn).   In de volgende Waterstand een persoonlijk portret van dr. Melvin Mac Gillavry.

even voorstellen 4

‘Ogen zijn machtig en kwetsbaar’ Inmiddels is hij toegekomen aan meer stabiliteit en vond hij het tijd geworden voor een vaste werkplek. Deze is per 1 septem­ ber in het Waterlandziekenhuis.

Ruben de Boer houd wel van een uitdaging. Wie zijn cv leest, ziet dat hij niet bang is om zijn biezen te pakken en ergens anders weer opnieuw te beginnen.

Het is zijn interesse in de beeldende kunst die ervoor zorgt dat hij tijdens zijn studie geneeskunde meer en meer gefascineerd raakt door de werking van het oog. Ruben: ‘Dat kleine orgaan dat ‘machtig’ is om de mens te laten genieten van al het moois van de wereld om hem heen, maar tegelijkertijd ook ‘kwetsbaar’, maakt het zo intrigerend. Heel kleine afwijkingen op de vierkante millimeter binnenin het oog kunnen juist een groot gevolg hebben in je visuele waarneming. Dat maakt voor mij het

specialisme oogheelkunde bijzonder. Het maakt juist die vertaalslag en behandelt deze waar mogelijk’. Aan het einde van zijn coschappen doet hij dan ook onderzoek in het Oogziekenhuis Rotterdam, waarna hij de opleiding tot medisch specialist volgt in het UMCMaastricht en het Catharinaziekenhuis in Eindhoven. ‘Daarna heb ik tweeënhalf jaar als waarnemend oogarts gewerkt in het Beatrixziekenhuis in Gorinchem en het Amphiaziekenhuis in Breda/Oosterhout’, vertelt Ruben. ‘Dit heeft mij de mogelijkheid gegeven om diverse ziekenhuizen van dichtbij mee te maken. Alle goede dingen pik je op en neem je mee. Nu dus naar het

Waterlandziekenhuis. Een niet al te groot ziekenhuis met korte lijnen tussen verwij­ zers en specialisten onderling. Voor mij een prettige werkomgeving’. Speciaal daarvoor waagde hij de grote sprong en is hij van Rotterdam naar Amsterdam verhuisd.

Ruben de Boer (36) is opgegroeid in het Brabantse Someren. Hij studeerde geneeskunde in Leuven (België) en Maastricht. Thuisgekomen van het werk vindt hij zijn ontspanning door even te gaan sporten; roei-ergometer of bij mooi weer hardlopen door de omgeving. 

even voorstellen 5

No Nonsense Quality of life, dat is de filosofie van Derk van Kampen. Niet vreemd dus dat hij zich tijdens zijn opleiding orthopedische chirurgie in het OLVG in Amsterdam en het UMC Utrecht richt op het verbeteren van de kwaliteit van zorg. ‘Tijdens de opleiding heb ik mij actief bezig gehouden met wetenschappelijk onderzoek, gericht op schouderklachten en

Derk heeft vorige week de Didier Patte prijs ontvangen voor 1 van zijn artikelen uit zijn proefschrift namens de Europese schouder en elleboog vereniging (SECEC). Deze prijs wordt eens in de twee jaar uitgereikt voor het belang­ rijkste onderzoek van de laatste twee jaar, op het gebied van de schouder en elleboog.

6 nummer 3, oktober 2013 Waterstand

de waarde van vragenlijsten gecombineerd met lichamelijk onderzoek voor het stellen van de juiste diagnose bij schouder problemen. Op 6 juni 2013 heb ik mijn proefschrift “Combining clinical information and patient reported outcome measures in orthopedic surgery and sports medicine” verdedigd aan de universiteit van Utrecht onder leiding van prof. dr. René Castelein en dr. Jaap Willems’. Naast mijn opleiding tot orthopedisch chirurg heb ik de opleiding tot klinisch epidemioloog gevolgd bij het EMGO-VU. Per 1 september ben ik gestart bij de maatschap Orthopedie van het Waterlandziekenhuis’. ‘Een jonge dokter dus’, beaamt Derk. De kleinschaligheid en de korte lijnen binnen het Waterlandziekenhuis spreken hem dan ook erg aan. ‘Het contact met collega’s is laagdrempelig en er is overleg mogelijk. Hoewel ik hier pas een week rondloop, kan

ik reeds zeggen dat ik de sfeer hier erg prettig vind. We hebben hier nu een jong, ambitieus en enthousiast team dat de orthopedie in de volle breedte aanbiedt. Ik ben dan ook zeer trots dat ik daarvan deel mag uitmaken’. En niet te vergeten spreekt ook de patiëntenpopulatie van het Water­ landse hem erg aan. ‘Die no-nonsense houding, daar houd ik wel van’.

Derk zal zich voornamelijk toeleggen op de traumatologie, prothesiologie en schouderen kniechirurgie. ‘Ik heb erg veel zin om bij te dragen aan kwalitatief goede zorg voor patiënten in deze regio met ons orthopedisch team in het Waterlandziekenhuis’.

Derk is getrouwd. Zijn vrouw is in opleiding tot medisch microbioloog in de VU, Amsterdam. Ze hebben een dochter van 2 jaar en een tweeling is onderweg. Zijn proefschrift “Combining clinical information and patient reported outcome measures in orthopedic surgery and sports medicine” is te downloaden voor de iPad of als PDF via: www.derkvankampen.nl


even voorstellen 6

‘Gynaecologen zijn geen ‘superverloskundigen’’ co-schappen twijfelde ik tussen de specia­lisaties Chirurgie, KNO, Urologie en Gynaecologie. Maar toen ik mijn eerste bevallingen zag, was ik om. Het is een heel mooi, maar intens en fysiek zwaar vak: je moet een ‘adrenalinekicker’ zijn, snel kunnen beslissen en handelen.’

Thuis geboren in 1974, kind van primipara (eerstgeborene), een gezonde achtponder, zo kwam onze nieuwe gynaecoloog dr. Erik Knauff ter wereld. ‘Ik wilde volgens mij als kind al dokter worden. Toen ik een jaar of tien was, probeerde ik van een gekookt ei het eigeel van het eiwit te scheiden, wellicht als oefening in het opereren? Tijdens mijn

Waarom het Waterlandziekenhuis? Erik: ‘Het Waterlandziekenhuis trok me aan omdat ik graag ergens werk waar de lijnen kort zijn en waar ik de patiënt het gehele traject van A tot Z begeleid: van diag­ nostisch gesprek, operatie en nagesprek. Je bent voor de patiënten echt hun eigen gynaecoloog. Een nadeel is wel weer dat we hier niet alles kunnen doen, zoals grote oncologische operaties. En we hebben helaas nog geen poliklinisch behandel­ centrum, daar lopen grotere ziekenhuizen in voor. Wij zijn sterk in minimaal invasieve hoogvolume, ambulante ingrepen. En laten die nu net mijn specialiteit zijn!’ ‘Bovendien kende ik Frank (Bouwmeester, red.) al. Vanuit mijn allereeste assistenten­

baan, dus ik hoorde veel positiefs over dit ziekenhuis. Gynaecologie is een sociaal vak, mensen zijn bij een specialist uiteraard altijd kwetsbaar maar bij een gynaecoloog misschien toch nog net iets meer. Daar moet je rekening mee houden.’ Is het vak van medisch specialist wat je ervan verwachtte? ‘Het vak is wat ik ervan verwachtte, maar je krijgt er wel een hele ondernemerstaak en management bij. Er zou eigenlijk tijdens de opleiding tot specialist meer aandacht moeten zijn voor het zakelijke en organi­ satorische aspect van specialist-zijn. Wat ik ook niet moeilijk vind: de zorgverzekeraar

Erik Knauff woont in Amsterdam achter de Nieuwmarkt, is DJ voor feesten en partijen, heeft een grote wereldreis gemaakt, drie maanden in Sierra Leone gewerkt en houdt van dynamisch mediteren, oftewel: hardlopen.

bemoeit zich steeds meer inhoudelijk met de zorg en die kijkt toch vanuit een ander (financieel) perspectief naar de patiënt.’ Neem je je werk wel eens mee naar huis? ‘Dat niet, maar omdat mijn vriendin gynaecoloog in opleiding is, praten we er natuurlijk wel regelmatig over. Maar wakker lig ik er nooit van.’ Bestaan er misverstanden over gynaecologen? ‘Sommige mensen denken dat gynae­ cologen niet opereren, dat we een soort ‘superverloskundigen’ zijn. Maar wij doen ook grote buikoperaties onderin de buik. Welke ambities heb je nog? ‘Naast het eerdergenoemde gewenste poliklinische behandelcentrum in samen­ werking met de urologie, willen we baar­moeders ook laparoscopisch verwijderen. Het wachten is nu op een instrument, dan kunnen we daarmee van start gaan.’

watergast

Watergast.nh – stand van zaken Vanaf maart dit jaar dachten afgevaardigden van het Waterlandziekenhuis en het Westfriesgasthuis tijdens tweemaandelijkse conferenties na over een eventuele toekomstige samenwerking. Dit heeft geresulteerd in een kansrijk scenario dat op de slotconferentie van 3 juli jl. is gepresenteerd.

nu zien, wat ze van ons verwachten, maar ook hoe ze de toekomst van de zorg zien en hoe reisbereid ze zijn. Belangrijke vragen waar we – ongeacht de uitkomst van het onderzoek naar intensievere samenwerking – ons voordeel mee kunnen doen. In oktober en november worden we patiënten geïnterviewd. Dit wordt geor­ ganiseerd door FutureFlock, een ervaren onderzoeksbureau, in samenwerking met enkele hiervoor geselecteerde mensen uit ons huis. Tijdens deze gesprekken zullen wij vragen naar de aspecten die voor patiënten bepalend zijn als het gaat om de keuze en de waardering voor een ziekenhuis en of die zullen veranderen als we gaan samenwerken.

In september gaf ik in de Watertussenstand aan dat we in het najaar het scenario verder zullen onderbouwen en met verschil­ lende belanghebbenden aan tafel gaan. Zo wordt er op dit moment intensief gesproken met de medische staven in beide zieken­ huizen over een eenduidig beloningsmodel voor alle medisch specialisten. Op 4 september jl. hebben wij leden van de gemeenteraad en wethouders bijgepraat over de status van het verkenningstraject waarbij we de raad toen om input hebben gevraagd. De raad stelde vragen waar –

Er is uit ons patiëntenbestand een selectie gemaakt, deze personen krijgen een dezer dagen een brief thuis waarin wij ze ver­zoeken mee te werken. Na een tele­ fonische toelichting kan er een afspraak worden gemaakt. In een latere fase zullen dergelijke gesprekken mogelijk ook met de categorie ‘niet-patiënt’ gevoerd worden. Aan het eind van dit jaar hebben we kortom weer heel veel informatie verzameld op basis waarvan de uiteindelijke go of no go gemaakt zal worden. Ik houd jullie op de hoogte van elke volgende stap in het proces. dr. Michel Galjee voorzitter raad van bestuur

naar verwachting – ook patiënten en inwoners van Purmerend mee rondlopen. Het gaf ons wel een goed beeld van wat er leeft en waar we dus rekening mee moeten houden. Onze patiënten betrekken In datzelfde kader gaan we binnenkort ook onze allerbelangrijkste doelgroep betrek­ ken: de patiënt. Tot nu toe is de samen­ werking een redelijk abstract proces geweest, maar hoe verder we komen, hoe meer het de patiënt gaat raken. We zijn natuurlijk heel benieuwd hoe patiënten ons Waterstand nummer 3, oktober 2013 7


KWALIT EIT & VEILIGHEID

Blijvende aandacht VMS nodig In 2008 startte het VMS Veiligheidsprogramma voor ziekenhuizen, bedoeld om de vermijdbare onbedoelde schade en sterfte in Nederlandse ziekenhuizen met 50% terug te dringen. Naar aanleiding van dossieronderzoek door het onderzoeksinstituut NIVEL werden thema’s benoemd aan de hand van tien als ‘hoog vermijdbaar’ geclassificeerde schades. Ziekenhuizen moesten op basis van deze thema’s een veiligheidsmanagementsysteem (VMS) opzetten. Het VMS Veiligheidsprogramma ondersteunde de Nederlandse ziekenhuizen daarin. De afspraak was dat ziekenhuizen per 31 december 2012 geaccrediteerd of gecertificeerd zouden zijn en de gestelde doelstellingen van de tien thema’s zouden hebben behaald. Het Waterlandziekenhuis heeft vanaf het begin meegedaan met het VMS program­ ma. Met name na 2010 is er harder aan getrokken en zeker in 2012 en 2013 is er ontzettend veel werk verzet om de doelstellingen te behalen.

reanimaties bedroeg 31. In 2010 waren dat er 46. Het lijkt er dus inderdaad op het aantal reanimaties daalt, maar registraties over een langere periode moeten dit verder bevestigen.

Steeds beter Om de landelijke voortgang in kaart te brengen, heeft het NIVEL opnieuw dossier­ onderzoek gedaan. Vrijwel alle ziekenhuizen zijn met alle tien de thema’s aan de slag gegaan en er is grote vooruit­gang geboekt. Ziekenhuizen blijken gemiddeld op vijf van de tien thema’s de doelstellingen te hebben gerealiseerd. Eind 2012 had 64% van de ziekenhuizen een gecertificeerd of geaccrediteerd VMS. Ons ziekenhuis behoorde op dat moment nog bij de andere 36%, maar we hebben in korte tijd grote vooruitgang geboekt en we doen het steeds beter. Onze NIAZheraccre­ditatie is hiervoor een goede graadmeter, daarmee hebben we ook een geaccrediteerd VMS.

 edicatieverificatie bij M opname en ontslag In het WLZ vond in 2012 medicatie­ verificatie bij geplande opnames bij 79% van de patiënten plaats. Het NIVEL onderzocht dat bij minstens 41% van alle patiënten van 65 of ouder medicatieverificatie plaatsvindt. Wij hebben geen leeftijdscriterium gesteld en kunnen dit percentage dan ook niet goed vergelijken. In het WLZ vindt medicatieverificatie bij ontslag bij 83% van de patiënten plaats Al met al scoort ons ziekenhuis goed op het thema medicatieverificatie. Wij zijn na de NIAZ-audit niet voor niets op dit gebied aangemerkt als good practice!

Resultaten WLZ vergeleken met de resultaten van het NIVEL onderzoek (resultaten 2012, tenzij anders vemeld) Postoperatieve wondinfecties (resultaten 2011) Bij heup- en knieprothesen zijn in het Waterlandziekenhuis geen infecties opgetreden. Bij mamma-amputatie en colonresectie voldoen wij samen met ongeveer 80% van onze collega-zieken­ huizen (nog) niet aan de NIVEL-richtlijn.  oorkomen van lijnsepsis V en behandeling van ernstige sepsis De doelstelling van het VMS programma voor het reduceren van gevallen van lijnsepsis werd gesteld op < 3 per 1.000. Bij ons was dat gemiddeld 1,5 in 2012. Ook kwamen er in 2012 vergeleken met 2011 20,9% minder patiënten te overlijden met ernstige scepsis. Volgens het NIVEL moest dit minstens 15% dalen, dus ook die doelstelling hebben wij behaald. Vroege herkenning en behandeling van de vitaal bedreigde patiënt  Doelstelling was door het instellen van een SIT-team het aantal reanimaties terug te dringen. In ons ziekenhuis is een SIT-team opgericht. Er vindt scholing plaats en de SIT-oproepen worden geëvalueerd. In 2012 waren er 21 SIT-oproepen. Het aantal 8 nummer 3, oktober 2013 Waterstand

Kwetsbare ouderen Het thema kwetsbare ouderen behoeft nog de nodige aandacht. Daar wordt vanaf september dit jaar dan ook hard aan gewerkt. Wel is het verheugend te melden dat er een stijgende trend te zien is bij de registraties van de GFI (De Groningen Frailty Indicator is een vragenlijst, waarmee de kwetsbaarheid bij ouderen gemeten kan worden). Inmiddels wordt 53,7 % van de patiënten van 70 jaar en ouder gescreend. We zijn er nog niet, maar gaan de goede kant op! Voorkomen van nierinsuffi­  ciëntie bij gebruik jodium­ houdende contrastmiddelen Op het hanteren van de procedure en checklist contrast scoren we in het WLZ 100%! Om de procedure helemaal ‘waterdicht’ te maken is inmiddels het aanvraagformulier aangepast met de verplichting te motiveren waarom afgeweken wordt van het protocol. High Risk Medicatie:  klaarmaken en toedienen parenteralia Uit het NIVEL-onderzoek blijkt dit het thema te zijn waar ziekenhuizen het slechtst op scoorden. In het Waterlandziekenhuis beslaan medicatiefouten ongeveer 1/3 van alle VIM-meldingen. Steekproeven laten zien

dat de grootste zorg ligt bij de juiste hygiënemaatregelen, bereidingswijze en controle door een tweede persoon bij toedienen.

 erwisseling van V en bij patiënten In het WLZ is de checklist ‘overdrachts­ momenten OK’ inmiddels verder door­ ontwikkeld, waarbij ook de preoperatieve fase is meegenomen.

Vroege herkenning en  behandeling van pijn Pijn werd op de klinische afdelingen vanaf december 2012 continu geregistreerd. Inmiddels zien we bij de pijnregistraties ook nog steeds een stijgende trend. In oktober was het percentage pijnmetingen inmiddels gestegen naar 72%. Uit het NIVEL-onderzoek bleek dat landelijk bij 89% van de postoperatieve patiënten tenminste éénmaal per dag de pijn werd gemeten. Bij 51% van de postoperatieve patiënten was dat driemaal per dag.

Optimale zorg bij acute  coronaire syndromen De doelstelling was om bij 95% van de patiënten met de diagnose non-STEMI coronaire aandoeningen de risico­stratifi­ catie te laten plaatsvinden met behulp van een specifieke risicoscore en dat een even groot aantal patiënten bij ontslag de aanbevolen medicatie had voorgeschreven gekregen. In 2012 scoorde het WLZ met beide risicostratificaties bovengemiddeld in het NIVEL-onderzoek, maar met 65% haalden we de VMS-richtlijn nog niet. V304_A_A0.indd 1

12-11-09 14:22

Veilige zorg voor zieke  kinderen Het kinderthema werd geïntroduceerd, als uitwerking van zes VMS-thema’s, specifiek voor deze groep patiënten. In het Water­ land­ziekenhuis zijn we met de uitwerking daarvan in 2011-2013 volop aan de slag gegaan. Wij hopen op korte termijn ook met concrete resultaten te kunnen komen. Hoe nu verder? Voor verdere verbetering van de veiligheid voor patiënten in ziekenhuizen moeten ook nu, na afronding van het VMS Veiligheids­ programma, ziekenhuizen doorgaan op de ingeslagen weg. De einddoelen zijn nog niet bereikt. Landelijk is overeengekomen dat de doelen van het VMS Veiligheids­programma de komende twee jaar worden geborgd en doorontwikkeld. Om dit te kunnen bereiken is ook de inzet van alle zorgprofessionals noodzakelijk. Het einde van het programma in 2012 mag daarom ook niet gezien worden als een eindpunt, want het voorkomen van onbedoelde schade blijft altijd onze volledige aandacht vragen.

Een paar bijzondere feiten na 5 jaar werken aan patiëntveiligheid: • Vijf jaar geleden had geen enkel Nederlands ziekenhuis een gecertificeerd Veiligheidsmanagementsysteem (VMS) waarmee ziekenhuizen continue risico’s signaleren, verbeteringen doorvoeren en beleid vastleggen, evalueren en aanpassen. Op dit moment hebben 60 ziekenhuizen een geaccrediteerd of gecertificeerd VMS. 4 ziekenhuizen die meedoen aan het VMS Veiligheidsprogramma hebben aangegeven hun accreditatie of certificatie in 2012 nog te zullen behalen. 29 ziekenhuizen zijn vergevorderd maar hebben (een deel van) 2013 nog nodig. Ook het Waterlandziekenhuis heeft met het behalen van de NIAZ accreditatie een geaccrediteerd VMS. • Vrijwel alle ziekenhuizen zijn met alle thema’s aan de slag gegaan en hebben die geïmplementeerd of zijn daar ver mee gevorderd. • De verschillende conferenties van het VMS Veiligheidsprogramma zijn bezocht door bijna 700 medisch specialisten, 1500 verpleegkundigen, 1000 managers, ruim 250 apothekers, 1800 beleids- en kwaliteitsmedewerkers en bijna 250 paramedici. Op het slotcongres in november 2012 waren nog eens 700 bezoekers. • Het begrip patiëntveiligheid is een breed gebruikt en bekend begrip geworden. Wie op internet googelt op het begrip ‘patiëntveiligheid’ vindt eind 2012 zo’n 216.000 Nederlandstalige treffers

In de veiligheidsweek (18-22 november 2013) zullen meer resultaten getoond worden. Resultaten waar we over het algemeen trots op kunnen zijn!


VAR-Hoek

10 jaar VAR Sinds 2003 bestaat er in het Waterlandziekenhuis een Verpleegkundige Adviesraad (VAR). De belangrijkste taak van de VAR is in al die jaren feitelijk niet veranderd. Zij adviseren de Raad van Bestuur over beleid met betrekking tot de verpleegkundige zorg. Met enkele (oud) VAR-leden blikken wij terug op de afgelopen 10 jaar. Wat doet de VAR? Een VAR vormt een schakel tussen de raad van bestuur en de verpleegkun­ digen en verzorgenden op het gebied van beroepsinhoudelijke zaken. Door middel van overleg wordt geprobeerd het strategische beleid en de profes­ sionele uitvoering van het verpleeg­ kundige en verzorgende beroep optimaal op elkaar af te stemmen. Zo kan de kwaliteit van de zorg met betrekking tot beroepsinhoudelijke aspecten worden verbeterd. Dit komt uiteindelijk natuurlijk de kwaliteit van de patiëntzorg ten goede. De VAR van het Waterlandziekenhuis bestaat uit zes verpleegkundigen die actief betrokken zijn bij de kwaliteit van zorg in het ziekenhuis. Jaarlijks organi­ seert de VAR een symposium met als doel deskundigheidsbevordering voor verpleegkundigen en verzorgen­den.

Mady Hansma was bij de oprichting van de VAR betrokken: ‘Toen we startten, was de VAR in Nederland nog geen begrip. Wij waren er trots op dat een klein ziekenhuis als het onze al zo vlot een VAR had.’ Irma Willemse, oud-voorzitter van de VAR, vindt het eigenlijk niet meer dan logisch dat zij als verpleegkundige haar stem laat horen. ‘Verpleegkunde is naast het leveren van directe patiëntenzorg ook het continu opzoek gaan naar zorgverbetering. Ik zie dat het in de praktijk niet vanzelfsprekend is dat nieuwe wetenschappelijke verpleeg­ kundige inzichten worden toegepast. Mijn persoonlijke vraag was dan ook: ‘hoe ziet een ziekenhuisorganisatie eruit en hoe kun je je stem als verpleegkundige laten horen om nieuwe verpleegkundige inzichten te kunnen realiseren?’ Trudy Konijn vult aan: ‘Als verpleegkundige voelde ik mij zeer gemotiveerd om deel te nemen aan de VAR, zodat je als verpleeg­ kundige vakinhoudelijk kan bijdragen aan het beleid in het ziekenhuis. Niet klagen, maar een actieve inbreng leveren is mijn motto.’ Dat geldt ook voor Silvia Schmidt: ‘ik heb zitting genomen in de VAR omdat ik meer betrokken wilde zijn bij de ontwikke­ lingen op verpleegkundig gebied binnen ons ziekenhuis. Via de VAR had ik mogelijkheden om vanuit mijn professie ernaar te kijken en eventueel op- of aanmerkingen te plaatsen’.

Ik wens de VAR een grote toekomst waarmee verpleegkundigen zich verbonden voelen. Een grote sterke VAR die veel voor het ziekenhuis en de beroepsgroep kan betekenen. Mady Hansma Successen ‘Het feit dat we regelmatig om advies gevraagd worden, vindt Sylvia een goed voorbeeld van het succes van de VAR. Mady: ‘En we legden veel contact met andere ziekenhuizen waardoor inzichten gebundeld konden worden. Snel hadden we contact met onze toenmalige raad van bestuur. We kregen de ruimte om ons te ontwikkelen en te onderzoeken wat we als meerwaarde neer konden zetten. Na een paar jaar werden we steeds vaker gevraagd om als verpleegkundige mee te denken over beleid en organisatiezaken die juist heel veel verpleegkundigen aangingen, zoals het vitaliteitsbeleid en veilig werken.’ Trudy: ‘Er zijn veel dingen om trots op te zijn! Een eigen logo, een goedgekeurd en door de raad van bestuur ondertekend Reglement van de VAR, een officiële plek in het organigram, het verpleegkundig paspoort.’ Irma roemt het enthousiasme van de VAR-leden: ‘Bijna onuitputtelijk, dit heb ik als zeer inspirerend ervaren en ook dat de gegeven adviezen door het management werden gehoord en sommigen werden opgevolgd’.

kennisdelen en wilden dan ook graag lezingen en symposia verzorgen. Die werden echter maar beperkt bezocht door onze doelgroep. Irma beaamt dat dit ook nu nog het geval is. ‘De VAR heeft zich nog niet zo ontwikkeld binnen Nederland dat deze ook daadwerkelijk een ‘harde’ stem heeft bij het management als het om besluiten gaat binnen een organisatie op alles wat betrekking heeft op het verpleegkundig vlak. Een ‘mooi’ voorbeeld is dat vanaf de oprichting van de VAR men bezig is geweest met het introduceren van een verpleegkundig paspoort of portfolio en een scholingsbudget. Pas nadat het een eis werd van het NIAZ werd het portfolio verplicht. Trudy: ‘Wat ik wel jammer vind, is dat het verpleegkundig paspoort altijd een papieren variant is gebleven.’ Sylvia geeft aan het jammer te vinden dat sommige werkgroepen niet hebben gebracht waarop we hadden gehoopt. En het feit dat het moeilijk is om nieuwe leden voor de VAR te vinden. ‘Verpleegkundigen zouden zich veel meer betrokken moeten voelen bij het beleid’.

Ik hoop van harte dat de VAR nog een heel lang bestaan heeft, met een actieve vakinhoudelijke inbreng in de organisatie en aan de verpleegkundige- en verzorgende beroepsgroep in het Waterlandziekenhuis. Trudy Konijn

Ik wens de zittende VARleden toe dat ze gehoord worden en dat hun inzet gewaardeerd wordt door de verpleegkundigen. De VAR bestaat uit een zeer enthousiaste groep met hart voor de zaak! Sylvia Schmidt Persoonlijke groei Buiten het feit dat de VAR het ziekenhuis veel inzichten vanaf de werkvloer heeft opgeleverd, heeft de periode in de VAR ook bijgedragen aan de persoonlijke groei van de leden. Irma: ‘Ik ben op de hoogte van de organisatie van een ziekenhuis en begrijp hierdoor dat het introduceren van vernieuwingen niet zomaar gaat.’ Sylvia: ‘Ik heb veel geleerd van mijn VAR-tijd en ik begrijp sommige ontwikkelingen daardoor veel beter.’ Trudy: ‘Als een van de grondleggers van de huidige VAR ben ik erg trots dat de VAR een officieel orgaan is binnen de ziekenhuisorganisatie. Het is daardoor mogelijk om onze beroepsgroep op een vakinhoudelijke manier mee te laten denken en actuele zaken aan de kaak te stellen, te informeren en met elkaar in gesprek te zijn.’

Meer lezen over wat de VAR doet? Bekijk eens de WIS-pagina.

Dat meer verpleegkundigen oog krij gen voor de werkzaamheden van de VAR. Er zijn binnen onze organisatie zoveel goede verpleegkundigen. Verpleegkundigen met visie en compassie voor de patiënt en het beroep verpleegkundige. Kom uit de ‘koffieka(st)mer en laat je stem als verpleegkundige horen via de VAR!” Irma Willemse Kennis delen Natuurlijk waren er ook teleurstellingen. Mady zegt hierover: ‘Het was moeilijk om de verpleegkundigen te activeren om met ons mee te denken. Binnen de VAR waren we heel ambitieus met betrekking tot

De huidige VAR met v.l.n.r. Marja Bensschop, Nicole Kreuk, Trudis Snuverink, Karen Brans en Christel Lunenborg. Waterstand nummer 3, oktober 2013 9


hoofdartikel Vervolg van bladzijde 1: Verantwoordelijk van aankoop tot schoothoop

(prospectief), met als resultaat risico’s tijdens de levenscyclus van medische technologie.’ Verantwoordelijkheden afgewisseld ‘De gehele levenscyclus is dan ook geen verantwoordelijkheid van één afdeling of persoon, maar van ons allemaal (Zorg,

‘Doelmatig beheer is meer dan alleen preventief onderhoud.’ Claus Komen, afdelingshoofd Techniek ‘Convenant: kwaliteit en veiligheid in elke stap van de levenscyclus van (medische) technologie!’ Lindsey Dral, beleidsmedewerker Medische Staf

Inkoop, Hygiëne, Medische Techniek e.a.). In de levenscyclus die bestaat uit diverse fasen kunnen de verantwoordelijkheden wel wijzigen. In de aanschaffase is er verantwoordelijkheid voor Inkoop, tijdens het gebruik is dat de Zorgafdeling en tijdens onderhoud is dat Medische Techniek/ICT. Met het convenant Veilig toepassen van medische technologie wordt veronderstelt dat je de verantwoordelijk­ heden expliciet maakt en ook de over­ drachtsmomenten (acceptatie en vrijgave) goed organiseert en vastlegt.’ Bekwaamheid Naast het toebedelen van de verant­ woordelijkheden in de levenscyclus wordt veronderstelt dat iedereen ook bekwaam is ten aanzien van de betreffende technologie. Robin: ‘Zowel verpleging, specialisten en

technici moeten kunnen aantonen dat ze trainingen/instructies hebben gevolgd om een apparaat te kunnen gebruiken, bedienen en onderhouden. Deze vakbe­ kwaamheid en de registratie ervan dien je structureel te organiseren.’ Cultuurverandering Het naleven van het convenant betekent dus niet alleen het technisch inregelen van het proces, het is niet alleen het opnieuw beoordelen van de verantwoordelijkheden, het is bovenal een cultuurverandering. Robin: ‘Een cultuurverandering die we snel tussen de oren moeten krijgen, want vergis je niet: als IGZ constateert dat onze zorg niet veilig is omdat we het beheer of het gebruik van de medische technologie niet op orde hebben, dan gaat de tent gewoon dicht. In oktober sturen we proces­

beschrijvingen, ons beleidsdocument en alle activiteiten naar IGZ. Tot we in december van IGZ terug­gekop­peld hebben gekregen dat we op de goede weg zijn, ben ik er wel een beetje onrustig van.’ * Wat is medische technologie? - Technologie is de systematische toe­ passing van wetenschap in de techniek. - Een hulpmiddel is iets dat wordt aange­ schaft, gebruikt, onderhouden en afgevoerd. Het begrip medische technologie is dus veel ruimer dan ‘medisch hulpmiddel’. Een voorbeeld: minimaal invasieve chirurgie is een technologie, de gebruikte instrumenten zijn hulpmiddelen. Wat wordt verstaan onder het begrip Medische hulpmiddelen is gedefinieerd in de Wet Medische Hulp­ middelen.

KUNSTCOMMISSIE

Diversiteit In september vorig jaar zijn de kunstwerken in huis opnieuw opgehangen en hebben vele werken een andere plek gekregen. Hierbij heeft het ziekenhuis hulp gekregen van Museum Waterland. Door deze professionele blik is er nu veel meer dan voorheen een samenhang tussen de werken zichtbaar en komt de diversiteit van onze collectie beter naar voren. Tot groot plezier van Yan Bijpost, nu twee jaar bij de kunstcommissie.

Yan Bijpost, psychiater van het Waterland­ ziekenhuis en lid van de kunstcommissie verwondert zich nog dagelijks over ons gebouw dat na 25 jaar nog steeds hyper­modern aandoet. ‘Natuurlijk is dat de verdienste van de architect, maar toch ook vooral omdat de lijn die deze man heeft ingezet sterk doorgevoerd wordt. De kunstcommissie is hier alert op. Toch beaamt hij ook dat juist een mooi schilderij op een gekke plek of andersom, een gek schilderij op een mooie plek altijd zijn aandacht weet te trekken. Zoals het hem ook opviel dat 3 stangen van het ‘kubis­ tisch woud’ het kunstwerk met de blauwe buizen bij de hoofdingang, niet meer recht waren. ‘Dan werkt zo’n prachtig kunstwerk niet meer.’ Een oplettend oog voor detail, interesse in wat het werk zou kunnen oproepen bij voorbijgangers en een grote belangstelling voor kunst kenmerken Yan. ‘Mensen onderschatten het belang van kunst’, meent Yan. ‘Het biedt de mogelijk­ 10 nummer 3, oktober 2013 Waterstand

heid om je even los te weken van je omgeving. En als je in staat bent los te komen van zorgen, kan dat verlichting geven.’ Dat geldt overigens niet alleen voor patiënten en bezoekers, maar ook voor medewerkers. De diversiteit in het huidige aanbod van het Waterlandziekenhuis draagt daar zeker toe bij. Hij is er trots op dat we als ziekenhuis zo’n mooie collectie hebben weten te verzamelen. De diversiteit is ook heel groot en bestaat onder andere uit een gedicht op doek in de hal, vele schilderijen, mooie fotografie en collages van papier. Yan: ‘Binnenkort komt er bij de SEH een fotocollectie van een fotografen­ gezelschap uit Purmerend, daar zitten geweldige afbeeldingen bij en dat het dan ook nog ‘lokaal product’ is, maakt het helemaal af. De gedichten die bij de hoofdingang hangen komen ook van een dichtersgezelschap uit Purmerend, het is een lust om die gedichten te lezen en dan een mooi toepasselijk gedicht te kiezen voor de banieren bij de hoofdingang. Als je toch een breed publiek wilt bereiken moet je ook werken van diverse afkomsten laten zien. Smaak blijft heel erg individueel maar met de visie dat kunst iets moet stimuleren blijf je veel vrijer en kom je losser van je eigen smaak. Op de afdeling psychiatrie staan inmiddels twee vitrines om de werken van patiënten te laten zien en verkopen, helemaal goed. Veel patiënten zijn daar heel trots op. Een patiënt van ons heeft zelfs laatst nog een prijs gewonnen met een van zijn werken. En dan werkt kunst: hij blij, wij blij, zijn omgeving blij. Kunstuitleen Niet alle werken zijn in eigendom van het ziekenhuis. Veel werken komen bij de kunstuitleen vandaan. De kunstcommissie gaat elk jaar een keer op pad om geza­ men­­lijk nieuw werk uit te zoeken. Een mooi proces waarbij heel democratisch besluiten worden genomen. Als de meerderheid het

wat vindt, gaat het mee. Juist hierdoor ontstaat diversiteit in huis, meent Yan. ‘Van laag toegankelijk tot hoog snobistisch en alles ertussenin. Kunst hoeft niet per defi­nitie mooi te zijn, als het werk maar wat oproept is het goed. Soms is het ook interessant om te bedenken wat je nog wel mooi vindt aan een lelijk kunstwerk. Ik stel mezelf die vraag ook vaak’, aldus Yan. Er is slechts een criterium dat de kunst­ commissie hanteert, namelijk: Versterkt het kunstwerk de collectie en de stijl van het gebouw? Yan: ‘Wij moeten zorgen tussen de balans tussen de werken en de balans tussen de kunst en de uitstraling van het gebouw. De grootste uitdaging is dat er voor iedereen iets tussen zit, maar dat je tegelijkertijd het unieke en eigen karakter van het ziekenhuis behoudt. Als dat goed

gaat ontstaat er vanzelf een win-win-win situatie voor zowel de medewerker, als de patiënt, als de bezoeker. Yan heeft ook een kritische kanttekening: ‘Soms is er sprake van stijlverwarring waarbij artikelen in het gebouw of zelf opgehangen werken niet samengaan. Dan merk je direct dat dit aan beide geen recht doet, het gebouw is opeens wat oud en de werken komen niet tot hun recht, ‘het vloekt’ zeggen we op zijn Hollands, het is een uitdaging om dat te beperken. Als commissie bepalen we niet wat mooi is maar stijlverwarring proberen we te beperken omdat niemand daar iets mee wint.’ Rondleiding ‘Naast het huidige aanbod zou het mooi zijn als er nog wat meer 3D-werk bij zou komen, of iets interactiefs dat prikkelt en uitdaagt, ook voor kinderen zou dat heel aantrekkelijk zijn. Ik vind een tentoon­ stellingsplek in de buurt van Vermaat ook een goed idee. En wat te denken van iets met licht, dat de hoogte van de hal bena­drukt?’ Ideeën te over, het mag duidelijk zijn dat Yan enthousiast is. ‘Misschien moeten we eens een rond­leiding organi­ seren, er is zoveel moois’, besluit hij. Bij dezen. Geïnteresseerden kunnen zich melden bij de kunstcommissie.


in het waterlandziekenhuis

Piepende peuters en puffende pubers zaak van kinderverpleegkundigen. Zo gaat zonder begeleiding van een kinder­verpleeg­ kundige 70% van de inname van medi­ cijnen niet goed. Ouders denken het vaak ‘wel te weten’ en kinderen puffen niet meer als het wel goed gaat, dan ontstaat er nonchalance. Wij moeten soms echt alle zeilen bijzetten om de ouders en kinderen de medicatie op de juiste manier in te laten nemen.’

Kinderlongverpleegkundigen Ingrid Groot en Femke van der Wiel werken nauw samen, Ingrid op de poli en Femke op de afdeling. Femke: ‘Ingrid en ik spreken elkaar vaak over de begeleiding van onze patiëntjes voor en na hun opname. Als straks onze dossiers aan elkaar gekoppeld zijn in het EPD, is het helemaal gemakkelijk om achtergrondinformatie op te zoeken en te delen. Maar het persoonlijk contact houden we daarnaast graag in stand!’ Ingrid: ‘Inmiddels doe ik dit werk al twaalf jaar. In eerste instantie werkte ik op de afdeling en deed ik steeds meer klussen voor de poli. Ik merkte dat er zoveel kinderen met benauwdheidklachten waren, dat ik aan de andere klussen niet meer toekwam. Toen ben ik de opleiding Long­verpleegkunde gaan doen. Omdat ik die specialisatie heb, bied ik op de poli uitleg en ondersteuning, waardoor de kinderen daarvoor niet naar de afdeling hoeven.’ Dankbaar werk Ingrid vervolgt: ‘Ik merkte dat veel kinderen naast luchtwegproblemen last van eczeem hebben, daarom begeleid ik die nu ook, samen met de kinderarts. Daar gebruiken onder andere we speciale hormoonzalf en pakjes voor. Als je dan het juiste beleid voert en je ziet ze na een week terug en het gaat dan al een stuk beter, is dat zulk dankbaar werk.’ ‘Ook werken we mee aan onderzoek van het AMC, waarbij we kinderen selecteren met een bepaalde gradatie van eczeem. Zij doen dan mee aan een dubbelblind onderzoek waarbij de darmflora wordt beïnvloed waardoor de kinderen mogelijk minder last hebben van eczeem, astma of hooikoorts. Laatst hebben we zelfs een taart gekregen omdat we zoveel kinderen hadden aangemeld. Maar het mooiste is: waarschijnlijk heeft het inderdaad effect!’ Samenwerking Femke: ‘Ingrid pendelde wel erg veel tussen de poli en de afdeling. Toen ik hier

tien jaar geleden kwam werken als kinderverpleegkundige, werd dan ook besloten dat er op de afdeling ook een longverpleegkundige nodig was. In die tijd startte net de eerste kinderlongopleiding. Die ging ik doen en Ingrid was daarbij mijn coach. Ik ben nu verantwoordelijk voor de protocollen en de scholing van het perso­neel.’ Ingrid: ‘Inhoudelijk verschilt het werk van longververpleegkundigen voor volwassenen in veel opzichten van ons werk, maar we werken wel samen op het gebied van het ontwikkelen van protocollen. Ook heb ik veel gehad aan hun adviezen bij het opzetten van mijn kinderlongspreekuur. En we gaan we samen naar het netwerk­ overleg Noord-Holland voor volwassenen en kinderen.’ Ingrid: ‘De longverpleegkundige van de thuiszorg zit ook in dat overleg, die kunnen we inschakelen voor een huisbezoek, zij rapporteren aan ons over de thuissituatie. En zij kunnen de gemeente benaderen als het echt problematisch is.’ Juf Femke Femke: ‘Ik geef voorlichting aan leerlingen en stagiaires op onze afdeling. Ook geef ik twee keer per jaar college aan de opleiding tot Kinderverpleegkundige aan de Amstel Academie. De studenten volgen iedere drie maanden een andere module en voor de module Kinderlongen vertel ik over de ziektebeelden, behandelingen en over de toediening van de medicatie. Het wordt bij de vragen en opmerkingen altijd duidelijk dat de studenten uit verschillende zieken­ huizen komen: alle artsen en ziekenhuizen hebben andere gewoontes en materialen. De studenten komen uit verschillende ziekenhuizen en ik wil ze een algemeen beeld geven van kinderlongverpleegkunde en het gebruik van de materialen. Het is mijn bedoeling dat ze door die kennis stevig in hun schoenen komen te staan. Overigens, academische ziekenhuizen hebben een goede naam op het gebied van kinderlongverpleegkunde, maar perifere ziekenhuizen doen het ook prima. Tijdens die lessen benadruk ik de nood­

Ontwikkelingen Femke: ‘Er is de laatste jaren heel veel gebeurd op kinderlonggebied, zo zijn er veel meer landelijke protocollen zodat iedereen op dezelfde manier instructies geeft. Ook worden er steeds meer long­verpleegkun­ digen opgeleid. Door die betere begeleiding van kinderlongverpleegkundigen zie je dat het beter gaat met de kinderen en dat ze bijvoorbeeld wél kunnen sporten. Vooral pubers kunnen nog wel eens met sporten in de knoei komen, maar dan proberen we samen met een fysiotherapeut die kinderen aan het bewegen te krijgen waarbij ze leren om goed adem te halen. Eigenlijk moet een kind met astma tegen­woordig met de juiste medicatie alles kunnen.’

Ingrid: ‘Een fabrikant heeft onlangs een apparaat ontwikkeld waarmee je kunt zien hoe medicatie wordt opgenomen: de inhalatiemanager. Dan laat je de kinderen inhaleren en kun je precies zien hoe ver de medicijnen in de longen komen. Vooral voor pubers is het heel motiverend om dat visueel te maken. En soms is het voor onszelf een handig middel omdat we zien dat een ander apparaat beter bij een kind past.’ Steeds meer kinderen met astma? Femke: ‘Nee, het aantal jeugdige astma­ gevallen is constant. Je hebt wel het RS-seizoen van herfst tot en met voorjaar, waarbij sommige kinderen heel benauwd zijn. Dat uit zich soms in astma. Ingrid: ‘Je kunt overigens niet zeggen dat alle kinderen onder de vier jaar die piepen en hoesten astma ontwikkelen, dat is een wijdverbreid misverstand. Het is vaak bronchiale hyperactiviteit: tijdelijke over­ prikkeldheid van de luchtwegen. Onder de vier jaar krijgen kinderen acht keer per jaar een virus, dus het gaat gelukkig heel vaak om een onschuldige verkoudheid!’

Blij! Een zingende merel, de geur van de zee, de zon die doorbreekt, een vers kopje thee? In deze nieuwe rubriek BLIJ! : waar worden de mensen van het Waterland­ziekenhuis gelukkig van? Waar wordt Jolanda Dekker, Afdelingshoofd Kindergeneeskunde/Neonatologie blij van?

gezelligheid met vrienden/vriendinnen

mijn gezin

duidelijkheid/eerlijkheid

vakantiesmijn werk af hebben ;)

onze teams kindergeneeskunde

de zon

rust voelen....

shoppen

mijn oudste zoon die toch slaagt voor zijn examen ;) Jolanda geeft deze “blijmaker’ door aan Willem Maasland (verpleegkundige PAAZ) Waterstand nummer 3, oktober 2013 11


ZORG IN DE MEDIA

De zorg in de media Hoe vaker een patiënt in een ziekenhuis komt, des tevredener hij of zij is. In het algemeen scoren de Nederlandse zieken­ huizen een 7,4. Dat blijkt uit onderzoek onder patiënten in opdracht van de Neder­landse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). Bij het beoordelen van de kwaliteit lieten de meeste respondenten zich leiden door criteria als hygiëne, de kennis en uitleg van zorg en het resultaat van de behandeling (weinig klachten of complicaties). Maar ook de tijd, aandacht en respect die het zieken­ huis aan de patiënt geeft, speelt een rol. 1 augustus – Orde van medisch specialisten Het elektronisch patiëntendossier (EPD) bevat sinds augustus één miljoen patiëntgegevens. Dat blijkt uit cijfers van VZVZ, de vereniging die het EPD landelijk invoert en het aantal aanmeldingen bijhoudt. Tot 1 januari waren 400.000 mensen akkoord, daar zijn sindsdien de gegevens van 530.000 patiënten

bijgekomen. De initiatiefnemers van het EPD hoopten dat in 2013 acht miljoen Nederlanders akkoord zouden gaan. Een woordvoerder van VZVZ zegt nog niet tevreden te zijn met het proces. ‘We had­ den graag flink meer aanmeldingen gehad. Maar het eerste miljoen is het moeilijkste miljoen.’ Hij wijst er ook op dat mensen er bewust van moeten zijn dat ze zelf toestemming moeten geven. ‘Dat vergt communicatie naar de burger én naar de zorgverlener.’ 13 augustus – www.nrc.nl Het aantal kleine zelfstandige ziekenhuizen wordt steeds kleiner. Medisch Contact analyseerde jaarverslagen en maakte een inventarisatie. Er resteren nog maar negen zelfstandige ziekenhuizen met een omzet van 100 miljoen of minder. Een deel daar­van overweegt op korte termijn te fuseren. Tot eind jaren zestig waren kleine zieken­ huizen in Nederland de norm. Maar als gevolg van enkele fusiegolven waren ziekenhuizen met een omzet van minder dan 100 miljoen euro rond de eeuw­ wisseling al duidelijk in de minderheid. Tot voor kort behoorde nog vijftien instellingen tot deze categorie; ongeveer een op de zes ziekenhuizen. 21 augustus – Medisch Contact De zorgverzekeraars gaan met het pro­gram­ma ‘Zinnige zorg, zuivere rekening’

werk maken van de aanpak van ondoel­ matige en onrechtmatige zorg. De aan­ dacht richt zich de komende anderhalf jaar vooral op de ziekenhuiszorg en de ggz. Dat meldt Zorgverzekeraars Nederland (ZN). In het kader van het programma brengen de verzekeraars in kaart waar mogelijke oorzaken liggen van ongepaste, onrecht­ matige dan wel ondoelmatige zorg. Hierbij gaat het meer in het bijzonder om kwesties als upcoding van declaraties en onnodige of onnodig dure interventies in de versla­ vingszorg. Daarnaast richten de verzeke­ raars de pijlen op de behandeling van aandoeningen als lage rugklachten en spataderen. De aandacht van ZN voor deze laatste twee aandoeningen is gewekt door de opvallend hoge praktijkvariatie. 28 augustus – skipr.nl Het aantal bezoeken aan de polikliniek van ziekenhuizen is voor het eerst in jaren weer gedaald. Sinds 2008 steeg het aantal poliklinische bezoeken jaar op jaar, maar in 2012 daalde het met 1,4 procent. Ook het aantal opnames daalde evenals de verblijfsduur in het ziekenhuis. Het aantal dagbehandelingen steeg in 2012 met 2,2 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat blijkt uit het dinsdag gepubliceerde brancherapport van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). 4 september - Zorgvisie

Ziekenhuizen gaan zuiniger en bewuster om met donorbloed. In de afgelopen drie jaar verminderde daardoor de vraag met vijftien procent, meldt koepelorganisatie van bloedbanken Sanquin. 17 september - Nieuws.nl Artsen en andere voorschrijvers mogen geneesmiddelen per 1 januari 2014 alleen nog elektronisch voorschrijven. Hiermee verdwijnt het papieren receptenblok. 18 september - Medical Facts Onzorgvuldig medisch beleid in ziekenhuizen brengt jaarlijks wereldwijd 43 miljoen mensen gezondheidsschade toe. Een derde van de schadegevallen doet zich voor in Westerse ziekenhuizen. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek, dat werd uitgevoerd met steun van de World Health Organization (WHO). 19 september - NOS

Van de Nederlanders die nu nog geen informele zorg verlenen zou 63 procent daar wel toe bereid zijn. Dat blijkt uit onderzoek van de Nationale DenkTank 2013 onder meer dan 1400 respondenten. Deze uitkomst wijst op een potentieel van naar schatting vijf miljoen extra informele zorgverleners. 27 september - Nationale Zorggids

St. vrienden van het waterlandziekenhuis

COLOFON Aan dit nummer werkten mee: Guy Ramaekers Marjolein Beijne Janneke Scharloo En alle geïnterviewden Redactieadres: communicatie@wlz.nl, toestel 7203 Vormgeving: Sandra Brouwer en Renate van Rooijen Rijser Grafische Communicatie Productie: Rijser Grafische Communicatie Fotografie: Wil Wassink Dit is een uitgave van het Waterlandzieken­huis, Postbus 250, 1440 AG Purmerend. Waterstand heeft een oplage van 1.350 en verschijnt viermaal per jaar. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder voorafgaande toestemming van de hoofdredactie. Columns en ingezonden brieven worden geschreven op persoonlijke titel. De redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoud hiervan. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen en brieven te redigeren en in te korten.

Afscheidscadeau van oud-penningmeester Stichting Purmerend telt twee Lions clubs: Purmerend Whereland, een ‘herenclub’, en Lions Club Purmerend Marktstaede, een gemengde afdeling van ongeveer 25 personen. Bij de Lions zijn mensen aangesloten met verschillende achtergronden: van tandartsen tot kunstenaars. Ze vergaderen twee keer per maand, de ene keer is het eten en vergaderen en de andere keer bijvoorbeeld een spreker of bedrijfsbezoek op locatie. Zo leren ze van elkaars werkervaring en verbreden ze hun blik en kennissenkring. Een van de Marktstaede Lions is Frances van der Voort, een fiscaal juriste. Frances is geen onbekende van ons ziekenhuis want ze is penningmeester geweest van Stichting Warm Hart, de tegenwoordige Stichting Vrienden van het Waterland­ ziekenhuis. Hoewel ze niet meer in het bestuur van de Stichting zit, heeft ze zich met de Lions dit jaar ingezet voor een van de projecten van het ziekenhuis: de buitenspeelplaats bij de Kinderpoli. Frances: ‘Mijn termijn bij Stichting Warm Hart zat erop, maar met de Lions wilde ik

een soort afscheidscadeau geven. Vanuit het ziekenhuis kan elke afdeling zelf projecten aandragen bij de Stichting. Op mijn verzoek hebben de Lions zo’n project geadopteerd om geld in te zamelen. Op 17 september hebben we de cheque van 5.000 euro uitgereikt. Ja, daar ben ik wel trots op, het is toch elk jaar weer afwachten omdat je afhankelijk bent van het type projecten en de externe factoren als het

Linksvoor op de foto Frances van der Voort

weer en de opkomst. Zo hadden we twee weken geleden de boekenmarkt en toen was het slecht weer, dat zie je direct terug in de aanloop. In december verkopen we in het weekend poffertjes, erwtensoep en chocomel bij de tuincentra, en op de Koningsdag staan we met onze boeken­ kraam. Die boeken krijgen we door oproepen in de huis-aan-huisbladen, mond-tot-mondreclame, erfenissen en verhuizingen. Niet alles is geschikt voor de verkoop. Maar soms zitten er wel heel mooie exemplaren tussen en levert het al met al toch een mooi bedrag op. Ook organiseerden we vorig jaar een fietstocht, dat was ontzettend leuk.’ Het nieuwe doel van de Lions is de Voedselbank in Purmerend. Frances: ‘We steunen graag lokale doelen, die zijn blij met een paar duizend euro en dat is ongeveer onze jaarlijkse opbrengst.’ ‘Maar we doen ook ‘gewoon’ leuke dingen, hoor! Zo hebben we in september met een fluisterboot door De Rijp gevaren, erg gezellig was dat. Want dat staat bij ons voorop, haha.’

NASCHRIF T De volgende uitgave van deze personeelskrant verschijnt eind december 2013. Wil je jouw verhaal wel eens terugzien in deze krant? Stuur je verhaal in voor 2 december aanstaande of maak een afspraak voor een interview met de redactie. Wil je reageren op artikelen uit deze krant? Stuur dan een mail aan communicatie@wlz.nl 12 nummer 3, oktober 2013 Waterstand

Waterstand oktober 2013  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you