Page 1

en aldaar overleden in 1998, was in alle opzichten een kleurrijke kunstenaar. Zijn schetsboek staat bol van tekeningen van karakteristieke dorpjes in vooral Nederland en Vlaanderen maar ook in andere Europese landen. Met kermissen, molens, prachtige stadspoorten en nog veel meer. Allemaal herkenbaar in beeld gebracht, maar dan wel met iets extra’s, voortspruitend uit Jaap Oudes’ unieke fantasie. Zijn vele potloodtekeningen, op groot formaat (meestal 50 x 65 cm) maar vaak ook op onooglijke blocnotevelletjes, zijn overvol met bonte stoeten zelfs tot in de lucht aan toe.

nieuwde aandacht voor Jaap Oudes. Wie was Jaap Oudes, wat bewoog hem en wat is er allemaal op zijn tekeningen te zien? Een breed samengesteld team, met journalistieke, historische en kunsthistorische expertise, is verantwoordelijk voor dit boek, waarin voor het eerst een brede dwarsdoorsnede van het tekenwerk van Jaap Oudes is bijeengebracht.

Jaap Oudes en zijn fantasievolle kijk op de wereld

Deze publicatie bouwt voort op de her-

‘Als ik teken ben ik op reis’

Jaap Oudes, geboren in Alkmaar in 1926

‘Als ik teken ben ik op reis’ Jaap Oudes en zijn fantasievolle kijk op de wereld


‘Als ik teken ben ik op reis’ d

Jaap Oudes en zijn fantasievolle kijk op de werel


‘Als het geestelijke boven het materiële uitstijgt, ben je een gelukkig mens’ Jaap Oudes


Voorwoord

Over de Stichting

Colofon

Vakman en uniek kunstenaar door: Jan van Laarhoven

Stichting Dirk en Jaap Oudes is in 2003 opgericht met het doel de bekendheid van de Nederlandse kunstenaars Dirk Oudes en zijn zoon Jaap Oudes te vergroten. De Stichting heeft toegang tot de nalatenschap waarin zich veel schilderijen, tekeningen, beelden en documenten bevinden. De activiteiten richten zich op het verrichten van onderzoek naar het leven en oeuvre van beide kunstenaars, het organiseren of mogelijk maken van tentoonstellingen, lezingen, het verzorgen van publicaties en het vergaren en beschikbaar stellen van informatie. Daarnaast staan wij open voor het geven en begeleiden van opdrachten aan aankomende kunstenaars, illustratoren, studenten kunstgeschiedenis e.d. die graag een eigen interpretatie aan het werk willen geven of een onderzoek naar het werk willen starten. Ook kan er bemiddeld worden bij aan- of verkoop van werken van Oudes senior en junior. De stichting stelt zich niet tot doel werken van deze kunstenaars aan te kopen. Wel zijn wij benieuwd naar de verblijfplaats van schilderijen en tekeningen in verband met toekomstige publicaties en tentoonstellingen. www.dirkenjaapoudes.nl

© 2019

Stichting Dirk en Jaap Oudes

Tekst:

Ruud Kersten, journalist

Jan Nobel, kunstenaar

Jan Oud, voorzitter Stichting Dirk en Jaap Oudes

Peter Thoben, kunsthistoricus / museumconservator

Chiene Vos, kunsthistorica

Albert van der Zeijden, historicus (immaterieel erfgoed)

Tekstcorrecties:

Louis Straatman

Eindredactie:

Ruud Kersten

Illustraties:

rechter pagina’s: Jaap Oudes (1926-1998), in bezit van: Stichting Dirk en Jaap Oudes (tenzij anders aangegeven)

linker pagina’s:

zie bijschriften

beeldselectie:

Jan Oud en Jan Nobel

tekeningen auteurs: Jan Nobel

speciale dank aan: Regionaal Archief Alkmaar

Fotografie:

Fotoatelier Ton Hartjens, Ton en Juul Hartjens

Vormgeving:

Publish Online, Marcus Elsendoorn

Drukwerk:

BESTinGraphics, België

Samenstelling en productie:

boekNsteun, Frenk Dieke

Ik leerde het werk van Jaap Oudes kennen in 1986. Het had helemaal niets wat paste in het kunstbeeld van toen. Toch bleef het me boeien en ik werd erg nieuwsgierig naar de maker. En zo ontmoette ik Jaap Oudes, een aardige, kinderlijke man aan wie denk ik veel ontwikkelingen van de grote wereld voorbij gingen. Jaap maakte reizen door de binnenkant van zijn hoofd en kwam er terecht op plekken die daarbuiten al niet meer bestonden maar die voor hem grote realiteitswaarde hadden. Die naar binnen gerichte blik is misschien mede gevormd door de oorlog, toen hij ondergedoken zat in de kelder van zijn ouderlijk huis. Maar het moet ook verband houden met zijn eigen persoonlijkheid en met zijn beperkte belangstelling in de voortrazende wereld om hem heen. In de kunstgeschiedenis noemen we zulke kunstenaars ‘outsiders’, een verwijzing naar hun afstand van de grote wereld. Jaap zou niet zo gesteld zijn geweest op dat label. Hij deed gewoon wat hij vond wat hij moest doen: verhalen vertellen met zijn potlood. Zijn fascinatie lag bij de wereld die al voorbij was en die hij kende uit de verhalen, uit eigen belevenissen, reizen en uit de boeken van Felix Timmermans. Van die indrukken bouwde hij een nieuwe wereld vol originele details en rijk aan bijzondere vondsten. Want het is niet zo dat Jaap Oudes alleen maar een wereld van vroeger deed herleven in nostalgische tekeningen. Met componenten uit een verdwenen tijd

creëerde hij een heel eigen, nieuwe wereld en alleen dat al maakt hem bijzonder. Als het daarbij was gebleven, zou zijn betekenis minder groot zijn geweest dan nu. Jaap ging echter verder want hij had een bijzonder ontwikkeld artistiek gevoel. Daardoor herken je in zijn werk de misschien onbewust geabsorbeerde invloed van expressionisme en surrealisme. Die combinatie, samen met de uitzonderlijke thematiek, maakt hem tot een vakman en unieke kunstenaar. Toen ik in 1986 aan zijn expositie werkte, wist ik niet wat ik nu weet over mensen met een wat afwijkende blik op de wereld. Jan Oud noemt het in dit boek een mogelijke vorm van autisme. Weer zo’n etiketje wat niet altijd recht doet, maar omdat ik zelf zo’n kind heb, weet ik ook hoe goed het is dit te benoemen. Want veel van deze mensen hebben een uitzonderlijk vermogen onze blik te openen op iets dat we zelf lijken te zijn vergeten. Grote bewondering heb ik dan ook voor Jan en Margot Oud die al zo vroeg begrepen wie Jaap was en hoe getalenteerd hij was. Dankzij hen is het werk behouden en krijgt het in dit prachtige boek terechte erkenning. De Nederlandse kunstgeschiedenis heeft er daardoor een bijzondere kunstenaar aan overgehouden die veel meer lagen van artistiek vakmanschap blijkt te hebben dan we vroeger dachten.

ISBN: 978-90-830244-0-0 NUR code: 641

Jan van Laarhoven (1950) studeerde kunstgeschiedenis en archeologie in Nijmegen en museologie in Leiden. Hij was van 1973 tot 1979 werkzaam als conNiets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Stichting

servator aan het Noordbrabants Museum in ‘s-Hertogenbosch. Daarna werd hij directeur van achtereenvolgens het Gemeentemuseum in Helmond, Instituut

Dirk en Jaap Oudes. De stichting heeft ernaar gestreefd de rechten met betrekking tot illustraties welke niet in

Posterheide in Berg en Dal, het Bijbels Openluchtmuseum bij Nijmegen en het Noordbrabants Museum in ‘s-Hertogenbosch. Momenteel is hij behalve direc-

eigen bezit zijn volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Degene die desondanks meent zekere rechten te

teur van Van Laarhoven Musea en Erfgoed nog actief in diverse bestuurs- en toezichthoudende functies in de Nederlandse museumwereld. In 1986 organi-

kunnen doen gelden, kan zich alsnog wenden tot Stichting Dirk en Jaap Oudes.

seerde hij in het Gemeentemuseum Helmond een expositie van werk van Jaap Oudes onder de titel ‘Een flierefluiter met potlood en papier’.


6

Inleiding

7

Een bonte verbeelding van het dagelijks leven ‘De kleurrijke wereld van Jaap Oudes’ was de titel van de tentoonstelling die eind 2009 in het Westfries Museum in Hoorn te zien was. Deze tentoonstelling markeerde een revival van het werk van deze unieke Alkmaarse kunstenaar, die gek genoeg weinig van Alkmaar zelf in beeld heeft gebracht, maar des te meer van de regio rond deze Noord-Hollandse kaasstad. Eerst van zijn directe omgeving, van Egmond tot West-Friesland. En later ook van kleurrijke Belgische plaatsen zoals Lier. Jaap Oudes’ werk ‘kleurrijk’ te noemen is bijna een understatement. Zijn vele potloodtekeningen, op vaak onooglijke blocnotevelletjes, zijn overvol met bonte stoeten zelfs tot in de lucht aan toe. Ook Jaap Oudes zelf was een kleurrijke persoonlijkheid. Zijn productiviteit was schier oneindig. Toch was hij tijdens zijn leven niet erg bekend. Jaap Oudes was dan ook geen doorsnee kunstenaar die bekend was in het circuit. Hij tekende veeleer voor zichzelf. Deze publicatie bouwt voort op de hernieuwde aandacht voor Jaap Oudes. Wie was Jaap Oudes, wat bewoog hem en wat is er allemaal op zijn tekeningen te zien? Een breed samengesteld team, met journalistieke, historische en kunsthistorische expertise, is verantwoordelijk voor dit boek, waarin we niet alleen de biografische achtergronden van dit werk willen schetsen, maar ook willen laten zien wat Jaap Oudes’ tekeningen zo bijzonder maakt.

Jaap Oudes zocht zijn thema’s vooral in het dagelijks leven. Zijn schetsboek staat bol van tekeningen van karakteristieke dorpjes met kermissen, molens, prachtige stadspoorten en nog veel meer. Allemaal herkenbaar in beeld gebracht, maar dan wel met iets extra’s, voortspruitend uit Jaap Oudes’ unieke fantasie. Daarbij ontleende hij veel van de folklore revival van de jaren vijftig en zestig, waaraan hij echter wel een eigen en unieke kleurrijke draai gaf. We hebben ervoor gekozen om naast de verhelderende teksten vooral Jaap Oudes’ tekeningen voor zichzelf te laten spreken. Jaap Oudes is tot nu toe vooral bekend via tien of twintig tekeningen. Maar hij tekende heel veel meer. Voor het eerst wordt in dit boek een brede dwarsdoorsnede getoond van dit werk. Wij nemen u in dit boek mee op reis naar de unieke leef- en beeldwereld van Jaap Oudes! Jan Oud Jan Oud is voorzitter van de stichting Dirk en Jaap Oudes. Samen met zijn vrouw Margot Oud-Endel is hij er verantwoordelijk voor dat vele tekeningen van Jaap Oudes bewaard zijn gebleven.

Standbeeld Jan Petrol (fantasie) op Klein Begijnhof in Leuven. Kleurpotlood. 50x65 cm. 1971. (Deze tekening staat tevens op de cover.) Collectie Marc Goossens en Sandy van Britsom, Lier.


16

Biografie

17

De kunstwereld kwam bij Jaap aan huis (1936-1940) door: Chiene Vos

Er zijn maar weinig kunstenaars die in hun jeugd zo vanzelfsprekend met kunst vertrouwd raakten als Jaap Oudes. Iets wat men niet snel zou verwachten in het warme, maar nuchter zakelijke gezin waarin hij opgroeide. Deze kunstzinnige opvoeding was vooral te danken aan de artistieke ambities van zijn vader, die zich ondertussen had aangemeld bij de Alkmaarse kunstenaarsvereniging ‘Doorwerken’.6 Een vereniging met een veelzeggende naam waar kunstzinnige middenstanders na gedane arbeid bij elkaar kwamen om zich te bekwamen in de teken- en schilderkunst. Dirk Oudes viel al snel op door zijn grote tekentalent en maakte er een aantal vrienden, waaronder de bekende Alkmaarse kunstenaars Koos Stikvoort en Jan Plas.7 De drie kunstvrienden trokken er regelmatig samen op uit om te tekenen en te schilderen. Jaap wist zich alles ook later nog goed te herinneren, want soms mocht hij met ze mee. Dat juist deze drie elkaar zo goed lagen was misschien mede te danken aan het feit dat ze alle drie hard moesten werken voor de kost en net als Dirk een gezin moesten onderhouden.8

Ook op zijn handelstochten kwam Dirk allerlei ‘kunstvogels’ tegen waarmee hij als aspirant-kunstenaar graag een gesprek aanknoopte en hij leerde op die manier ook veel over het vak. Met een aantal van hen kon hij het zo goed vinden dat hij ze bij hem thuis uitnodigde. Zoals de kunstenaar Kasper Niehaus, die een belangrijke rol zou spelen in de erkenning van het werk van Dirk Oudes en later dat van Jaap. Niehaus was ook een belangrijk kunstrecensent met veel contacten en de spil in een netwerk van kunstenaars die net als hijzelf afwisselend in Parijs, Bergen of Amsterdam verbleven. Jarenlang werkte hij voor het grote landelijke dagblad De Telegraaf, ook bij de familie Oudes een vaak gelezen krant. Dat juist iemand als de invloedrijke Niehaus zoveel in hem zag, moet voor Dirk een enorme stimulans zijn geweest. Via Niehaus kwam ook kunstenares en kunstverzamelaarster Selly Koning uit Bergen in beeld.9 De enige dochter van de landelijk bekende landschapsschilder A.H. Koning liep in 1938 bij toeval een Alkmaarse

6 Eerder ‘Kunst zij ons Doel. Pieter Plas ( Alkmaar 1810-1853), huis -en rijtuigschilder, was directeur van de 1e Alkmaarse kunstenaarsvereniging Kunst zij ons doel . Bron : http://www.biografischportaal.nl/persoon/30751333 7 Plas en Stikvoort genoten bij Doorwerken veel aanzien. Jan Plas (verwant aan Pieter Plas) was juwelier en net als Dirk horlogemaker. Koos Stikvaart, kuiper van beroep, volgde in zijn jonge jaren een opleiding aan de Academie van Antwerpen en was in 1937 korte tijd lid van kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken in Amsterdam. Bron: https://rkd.nl/nl/explore/artists/75268). 8 R. Smolders: Dirk Oudes, een kinderlijke natuur met fantasie en talent begaafd, uitgave Stichting Dirk en Jaap Oudes, Mierlo, p. 20 9 Sarah Margaretha Koning (1896-1967), dochter van A.H. Koning (1860-1945), landelijk bekend kunstschilder met goed in de markt liggende Drentse en Gelderse landschappen. Hij deelde tijdens een studiereis met Theo van Gogh een woning in de Rue Lepic Parijs. Bron: http://koning.mijnthuis.net/famkonig.htm). Niehaus schreef eerder een lovende recensie bij haar expositiedebuut.

Interieur Museum Betje Wolff en Aagje Deken. Kleurpotlood. 50x65 cm. Ca. 1975.


30

Biografie

31

Hoe Jaap begint met tekenen door: Chiene Vos

Van Jaaps eerste pogingen om te tekenen zijn een tweetal ongedateerde figuurtjes bewaard gebleven. Jaap was toen waarschijnlijk niet ouder dan een jaar of tien. Nog kinderlijk en onbeholpen, maar wel spontaan en met de humor die zijn latere werk zo zou kenmerken. Het eerste tekenonderwijs kreeg Jaap op de lagere school. De opdrachten in de tekenlessen werden toen gemaakt naar voorbeelden van verplichte tekenmethodes.22 Elke leerling moest de opdrachten op dezelfde manier afleveren, met dezelfde strakke contourlijnen en alle kleuren ‘binnen de lijntjes’. Spontane krabbels zoals die van Jaap werden nog niet gewaardeerd. Vrije expressie in de tekenlessen werd pas in de jaren vijftig gemeengoed. Van Jaaps schoolwerkstukken bleef niets bewaard. Wel bleek dat hij nog lang na zijn schooltijd op dezelfde manier verder ging met netjes natekenen van plaatjes uit tijdschriften en boeken. Jaap vond daarbij vooral houvast aan de stevige zwarte contourlijnen, een voor die tijd typerende manier van illustreren. Maar steeds meer maakte hij zijn eigen variaties. Een mooi voorbeeld is zijn interpretatie van een prent uit Felix Timmermans’ bekende biografie van Pieter Brueghel, ‘Brueghel zoo heb ik uit uwe werken gerooken’. Jaap verplaatste Timmermans’ Mariaverschijning naar het vertrouwde Oudorpse landschap achter zijn ouderlijk huis. Nog vrijer ging hij een aantal jaren later om met het ex-libris en de cartouche van het hoofdstuk ‘Hoorn des Overvloeds’ uit een originele uitgave van Timmermans’ Pallieter. Ook de illustraties van Johan Braakensiek bij Johan Kieviets verhalen over de streken van de goedhartige dorpsjongen Dik Trom kregen van

Interpretatie van Felix Timmermans, potlood en waterverf. 1942.

22 Nieuwe Serie Teekenvoorbeelden voor de Lagere school door L.B Noordeman en F.H.N. Bloemink, 1910 .

Boerentafereeltje. Potlood. 13x20 cm. 1952.


34

Biografie

35

De ‘Teekenboeken’24 door: Chiene Vos

Veel kunstenaars leggen hun ervaringen vast in brieven of autobiografieën. Jaap was in die zin geen schrijver maar liet als autobiografisch document wel iets heel bijzonders na in de vorm van een paar bijzondere ‘dagboeken’: de Teekenboeken. In twee oude kasboeken van zijn vader, tekende en noteerde hij vanaf 1941 alles wat hem interesseerde. Rond 1964 stopte hij hiermee en daarna moeten we alles wat zich in Jaaps hoofd afspeelde zien te reconstrueren uit een enkele ansichtkaart, krabbels die hij achterliet in schetsboeken, de achterkant van een buskaartje of het menu van de verpleeginrichting waar hij op het laatst van zijn leven verbleef. De kleine rake krabbels bij de tekst doen sterk denken aan de manier waarop Vincent van Gogh de brieven aan zijn broer Theo verlevendigde.25 In het eerste Teekenboek, zoals hij op de kaft schreef, noteerde Jaap in het begin alleen persoonlijke zaken en amusante voorvallen zoals zijn avonturen met Niek Reek en de eerste vriendinnetjes. Het werd door Jaap allemaal met veel humor beschreven. De kleine tekeningen groeiden uit tot beeldverhaaltjes die hij net als in een stripverhaal naast elkaar plaatste en vervolgens inkleurde met kleurpotlood of waterverf. Tussen de regels door geven deze geschreven impressies ook een mooi beeld van het dagelijks leven van Jaap en zijn ouders. Omdat Jaap altijd thuis bleef wonen was de band met zijn ouders uitzonderlijk hecht. Als gezin ondernamen ze vaak lange wandeltochten. Vooral met zijn moeder legde Jaap heel wat kilometers af. Jaap wandelde ook met vrienden, maar het meest met Niek Reek. Het lopend afleggen van grote

Jaap en Niek Reek.

24 Bron: Piet van Alphen. 25 Het is niet helemaal bekend of Jaap zijn Teekenboek ook onderweg mee nam of dit later thuis aanvulde met notities. Misschien beide?

Draaimolen in stoomcarrousel. Pastel. 59x73 cm. Ca. 1955.


40

Biografie

41

De West-Friese Periode 1945-1956 door: Chiene Vos

Na de oorlog was er op de meeste plaatsen in Nederland nog van alles tekort, maar in Alkmaar leek het dagelijkse leven weer snel op gang te komen. Jaap, die ondertussen de leeftijd van negentien jaar had bereikt, moest nu zijn plaats in de maatschappij zien te vinden. Dat bleek nog niet zo eenvoudig want net als alle andere jonge mensen van zijn leeftijd was ook hij door de oorlog een stuk van zijn jeugd kwijtgeraakt. Voor Jaap bleek het allemaal extra moeilijk, want hij had al voor de oorlog door schoolverzuim een achterstand opgelopen en vast werk was niets voor hem. Wel kon Jaap er weer ongestoord op uit trekken om te tekenen. Gelukkig gaven zijn ouders hem daarvoor alle ruimte. In het begin experimenteerde Jaap even, net als zijn vader, met hoekige kubistische vormen. Maar eind jaren veertig koos Jaap voor de ronde vorm (zie tekening p.11). Een dapper besluit omdat in die tijd in de schilderkunst veel waarde werd gehecht aan ‘hoekige’ vormen. Dit, omdat het ‘kracht’ aan een voorstelling zou geven. Ronde Studie hoekige vormen.

vormen werden gezien als week, slap en niet overtuigend genoeg. Met deze studies begon, zoals Jaap zelf later aangaf, zijn ‘West-Friese periode’.32 Een periode die ongeveer tien jaar in beslag zou nemen. Van huis uit had Jaap zijn voorkeur voor het ‘landelijke’ meegekregen en hij tekende grote schetsboeken vol met molens, boerderijen, landschappen, dorps- en stadsgezichten. Ook minder voor de hand liggende objecten als houten klokkentorens, bannepalen, vuurtorens en lichtbakens ging hij niet uit de weg. Kerktorens en interieurs waren voor hem een ware uitdaging vanwege de moeilijkheidsgraad van het academisch perspectief. Voor zijn studies was Jaap ook vaak te vinden in openluchtmusea. In Enkhuizen en Arnhem kende men hem als vaste tekenaar en bezoeker. Op het museumterrein en in de zalen kon hij ongestoord tekenen en vond er alle informatie die hij nodig had. Voor het uitwerken van zijn studies gebruikte Jaap altijd een zacht potlood. Met krachtige lijnen, arceringen en vegen verkende Jaap als geen ander de mogelijkheden van het grafiet en ontwikkelde zo een bijzondere techniek die meer leek op schilderen dan op tekenen. Spannend zijn Jaaps eerste boerentafereeltjes van een stal, een dorpscafé of een boerenfeest. Hij begon daarmee op klein papierformaat dat steeds groter werd naarmate Jaap er meer op kwijt wilde. Zo ontstonden Jaaps getekende beeldverhalen over de mensen in de dorpen van West-Friesland en de vissersplaatsjes die ‘als een parelketting rond het IJsselmeer’ lagen, zoals Jaap in zijn aan Timmermans ontleende taalgebruik zo mooi kon zeggen.

32 DVD ‘Beelden in woorden’ (Stichting Dirk en Jaap Oudes. Mierlo 2005 ), interview naar aanleiding van Jaaps solo-expositie in het Westfries Museum te Hoorn door wijlen Joop van Hinten, verslaggever Radio en Televisie Westfriesland

Station Enkhuizen. Kleurpotlood. 50x65 cm. 1954.


46

47

Klederdracht

Enkele voorbeelden van klederdracht vastgelegd door Jaap Oudes. Tekening midden: ‘bijenvrouwtje’. Ca. 1955. Jaaps interesse in klederdrachten begon met een boerenhoedje dat zijn vader een keer mee naar huis bracht. Dat was een leuk object om te tekenen Soms probeerde Jaap een portret te tekenen van een boers karakter dat hij onderweg tegenkwam. Maar eigenlijk ging het hem dan altijd meer om de kleding van zijn onderwerpen dan om de gelijkenis. Jaap maakte er een echte studie van. Hij vond het jammer dat klederdracht steeds minder werd gedragen en probeerde zoveel mogelijk vast te leggen, al was het dan op zijn manier en minder precies dan het op het eerste gezicht lijkt. Zo kon zijn werk uitgroeien tot een schatkamer van klederdrachten waar heel wat kennis voor nodig is om ze allemaal te duiden.

Soms maakte Jaap bijzondere eigen versies die zijn getekende verhalen ten goede kwamen. Opvallend zijn de boerenvrouwtjes met de buitenproportionele luifelhoeden zoals ze op het boerenland vrijwel nooit werden gedragen. De kappen en hullen van Jaaps West-Friese boerinnetjes werden bijeengehouden door buitenmodel voorhoofdsnaalden. Zo werden het bij Jaap nijvere bijenvrouwtjes, karakteristiek voor het land van appels en peren, zoals hij de streek rondom Schellinkhout, Blokker en Wognum altijd noemde. Onvergetelijk zijn Jaaps stoute begijntjes met hun spitse hoofddeksels en zwarte habijt. Zij komen nog het dichtst bij de werkelijkheid van alledag. Stoet West-Vlaamse reuzen in Brugge. Kleurpotlood. 50x65 cm. 1977.


52

Biografie

53

De Vlaamse periode (1956-1970) door: Chiene Vos

Naarmate hij ouder werd, vond Jaap steeds minder inspiratie in zijn eigen omgeving. Hij was nu 30 jaar en trok steeds verder het land in op zoek naar het ‘echte’ boerenleven. Iets wat in het naoorlogse Nederland steeds moeilijker te vinden was. Niet alleen monumentale gebouwen vielen ten prooi aan industrialisatie en verstedelijking, maar ook de typisch Hollandse vergezichten, klederdrachten en oude gebruiken verdwenen. Ook in zijn eigen woonomgeving zag Jaap dit in rap tempo gebeuren en leek hij extra gemotiveerd om alles vast te leggen wat nog oorspronkelijk was. Maar toen hij tijdens een autotocht in 1956 de grens overstak naar Vlaanderen, ging er voor hem een wereld open. In het minder welvarende Vlaanderen was nog wel veel van de authentieke sfeer in oude stadjes en dorpen bewaard gebleven. Dit was Jaaps ideale wereld en bovendien ook het land van zijn grote held Pallieter. In de Teekenboeken beschreef Jaap in Pallieterse woordvondsten alles wat hij toen onderweg in zich opnam: de schilderachtige stadjes, boerderijtjes, kruiswegkasten en – typisch Jaap – een interessante markt met varkens. Tot Jaaps teleurstelling overnachtte het gezelschap niet in Lier, maar in het nabijgelegen Mortsel. Daar kreeg Jaap van de hotelier twee boeken van Timmermans cadeau: de roman Boerenpsalm en de biografie van een door de familie Oudes zeer gewaardeerde kunstenaar Adriaan Brouwer.39 Nu Jaap zijn Pallieterland had ontdekt was hij er niet meer weg te slaan. Al in juli van hetzelfde jaar keerde hij terug en hij vroeg Niek Reek om met hem mee te gaan. Twee dagen waren de vrienden in Zeeland en vervolgens reisden ze naar Lier.

Hotelkamer in Lier, schets voor latere tekening. 1955.

Daar maakte Jaap als herinnering een alleraardigste voorstelling van de hotelkamer waar ze logeerden. Niek leest in de stoel een boek met een omgekeerde kaft, terwijl Jaap voor het raam in zijn schetsboek het mooie, in het oranje maanlicht badende Belfort probeert vast leggen. Op het grote schilderij aan de wand is een zaaiende boer afgebeeld met in grote letters de tekst Boerenpsalm, een van Jaaps unieke directe verwijzingen naar boektitels die hem dierbaar waren. Een heel bijzondere gewoonte die bij geen enkele andere kunstenaar zo direct is terug te vinden.

39 Het ging hier om Timmermans postuum uitgebrachte biografie van de schilder Adriaan Brouwer (1948).Teekenboeken, pag. 25, 26 april 1956.

Jaap Oudes met Nico Reek in een hotel in Lier. Kleurpotlood 38x46 cm. 1955.


58

59

‘Een tocht om nimmer te vergeten’ door: Peter Thoben

De tekenaar Jaap Oudes had iets met Vlaanderen: de schrijvers, de steden met stadhuizen, belforten, begijnhoven, kerken en poorten en het Vlaamse volksleven met kermissen, circussen, processies en optochten van reuzen. Het oefende allemaal een geweldige aantrekkingskracht op hem uit. De kennismaking met Vlaanderen is in huize Oudes verlopen met het succesvolle boek Pallieter1 van Felix Timmermans (1886-1947). Dat boek zou vanwege het volkse karakter door huisvriend Erwin Bowien (1899-1972), een Duitse kunstenaar, aanbevolen zijn.2 Het boek Pallieter spreekt vader Oudes aan, hij leest het uit en zal er ongetwijfeld binnenshuis over gesproken hebben. Zo heeft zoon Jaap kennis kunnen maken met deze Vlaamse schrijver. Wanneer hij in de Tweede Wereldoorlog onder moet duiken om aan de arbeidsinzet te ontkomen, krijgt hij van huisvriendin Selly Koning (1896-1967) uit Groet boeken aangereikt om al lezend bij lamplicht de tijd door te komen. Hij raakt daardoor niet alleen verder in de ban van de boeken van Felix Timmermans, maar ook van andere Vlaamse schrijvers zoals Ernest Claes, Antoon Thiry en Maurits Sabbe en hij zuigt hun verhalen op. Ze openen een onbekende wereld, die sterk afwijkt van de sfeer van het calvinistische Holland. De figuur Pallieter is immers een zorgeloze flierefluiter of vagebond die het leven gemakkelijk neemt en vrolijk door het leven gaat met humoristische voorvallen, waarbij hij geniet van de schoonheid van Gods schepping.

Vele tochten naar België Het aantekenboek van Jaap Oudes uit de periode 1956 tot 1964 is bewaard gebleven. Daarin heeft hij zijn ‘wandeltochten’ en ‘teekentochten’ op datum en genummerd in volgorde per jaar genoteerd. Daaronder waren talloze tochten naar België en hij heeft er voordien en nadien zeker ook nog naar en door België gemaakt. Er staan meer dan 35 tochten3 in, meestal twee- of driedaagse tochten die hij met vader en moeder per auto/trein of die hij alleen met trein – door hem op zijn Vlaams ‘smoorpluimtreintje’ of smoorpluimtrammeke’ genoemd – en bus vanuit Zeeland naar Brugge of vanuit Maastricht naar Luik en Hasselt naar Belgische steden maakt. Aantrekkelijk in het tekenboek zijn de vlotte schetsjes of tekeningetjes van wat hij onderweg heeft gezien en die vertrekpunt zijn voor sommige van zijn kleurpotloodtekeningen. Tevens moet hij talloze schetsen gemaakt hebben, die hij voor zijn tekeningen heeft gebruikt. Niet voor niets heeft zo’n 60 procent van zijn gekleurde tekeningen in zijn oeuvre Belgische steden en gebeurtenissen tot onderwerp. Omslag boek Pallieter door Hij heeft veel steden met belforten en beFelix Timmermans

1 In 1916 verschijnt het boek Pallieter bij uitgeverij P.N. van Kampen & Zn in Amsterdam. Er volgen jaarlijks herdrukken, zodat Timmermans bij deze Amsterdamse uitgever het merendeel van zijn boeken laat uitgeven. 2 Smolders, Rob, Dirk Oudes. Een kinderlijke natuur, met fantasie en talent begaafd, Mierlo 2006, 157. 3 Als bijlage bij dit artikel een overzicht van een groot aantal tochten en reisjes die Jaap Oudes naar België heeft ondernomen. Zie pagina’s 172-177.

Tielt. Kleurpotlood. 65x50 cm. 1965.


72

Collectioneurs

73

‘Dat kleurenspel, die blijheid trof ons enorm’ door: Ruud Kersten

Hoewel het werk van Jaap Oudes geen wijde verbreiding heeft mogen smaken, zijn er toch een paar echte collectioneurs, zoals het echtpaar Marc Goossens en Sandy Van Britsom. Zij wonen in Lier, het plaatsje vlakbij Antwerpen waar Felix Timmermans woonde en waar Jaap (dus) dikwijls kwam. En waar hij erg veel getekend heeft. ,,Wij verzamelen niet alleen zijn Lierse werk, maar het is wel het belangrijkste.’’ Marc vertelt dat zij relatief kort verzamelaars van werk van Jaap Oudes zijn geworden. Jan Oud, voorzitter van de stichting Dirk en Jaap Oudes, is vroeg in 2018 begonnen tekeningen van Jaap aan te bieden via de internetveiling Catawiki. ,,Ons eerste contact was via zo’n Catawiki-veiling. We bleven haken bij een Portugese tekening. Dat trof ons enorm. Dat kleurenspel, die blijheid die het uitstraalde.’’ ,,In een volgende veiling zagen we dat ook Lier erbij kwam. Dat was nog plezanter. Die tekeningen vertonen zaken die je van kinds af kent en je ziet hoe speels ermee omgegaan wordt. Later bemerk je dan hoeveel lagen erin zitten. Als je nog eens goed de boeken van Felix Timmermans doorleest, wat we nu aan het doen zijn, dan vind je daarin enorm veel zaken uit Lier die in de tekeningen van Jaap Oudes terugkomen. Die verwevenheid is heel groot.’’ Hoe ontdekte je die lagen? ,,Als je de eerste keer ernaar kijkt, zie je de kerk en zie je ook het beeld van een engel en een of twee hazegevels. Maar daarna zie je ook een of twee appelsientjes, wolkjes met daarop een schaapje. Dat komt voor een deel uit Timmermans. En dan zie je hem daar zelf op de Grote Markt in Brussel staan tekenen. Dat heb je op het eerste gezicht niet door. Na een tweede of zelfs derde keer zie je weer nieuwe details. Je snapt geleidelijk aan meer van zijn tekeningen, waarom bepaalde zaken erin zitten.’’

En het immateriële aspect? ,,De liefde voor het leven zoals het was – reuzen, stoeten, processies – dat zit erin. Het is niet louter een schoon schetske. Er zit meer achter. Dat herken ik zeker. Dat wilde hij bewaren voor het eeuwig.’’ Kijk je altijd zo naar kunst? ,,We zijn altijd geïnteresseerd geweest in kunst. Maar we hebben er tot dusver niet zoveel mee gedaan. We zijn allebei ook heel geïnteresseerd in stripverhalen. Suske en Wiske hebben we volledig, Asterix een beetje, van Kiekeboes hebben we alles, Sjors en Sjimmie, Jan Jans en de kinderen. Die tekeningen van Jaap hebben wel iets van strips. Die affiniteit heeft zeker wel meegespeeld,waardoor we die tekeningen mooi vinden.’’ Hoe kwam je tot de conclusie dat het eigenlijk stripverhalen zijn? ,,Geleidelijk aan, door erover te lezen, zaken op te zoeken, op het internet vooral. Hij brengt verschillende schetsjes samen tot een compositie, een verhaal.’’ Marc en Sandy voeren ons door hun huis. Op verschillende plekken hangt werk van Jaap Oudes. In hun slaapkamer wordt een wand gedomineerd door drie tekeningen van carrousels. Marc: ,,Het werk van Oudes heeft zelfs een beetje iets van popart. Het heeft iets van hoe Andy Warhol te werk ging. Die tekende bijvoorbeeld Marilyn Monroe in verschillende tinten: in geel, blauw, roze, negen keer dezelfde afbeelding in verschillende kleuren. Jaap deed dat met die kermismolens eigenlijk ook. Hier meer geel, daar meer blauw, daar rood. Het zijn anders beschouwd niet dezelfde molens en het is niet zo expliciet als bij Warhol, maar mensen die deze drie voor het eerst naast elkaar zien, denken dat het dezelfde afbeelding is, maar dan met een iets andere kleur.’’ Marc en Sandy vinden meerwaarde in het werk van Oudes ook in het

Inkompoort Begijnhof. Lier. Kleurpotlood. 50x65 cm. 1956.


76

Biografie

77

De Spaanse periode (vanaf 1970) door: Chiene Vos

Vanaf de jaren zeventig reisde Jaap wat verder weg, waarbij hij net als veel andere Nederlanders regelmatig gebruik maakte van georganiseerde busreizen. Jaap was geen rugzaktoerist en gesteld op zijn gemak. Meestal koos hij voor een reisorganisatie, waarmee hij dicht bij huis in Alkmaar op de bus kon stappen en zo ook weer thuiskwam.1 Tijdens deze busreizen hield hij genoeg tijd over om te tekenen in de grote schetsboeken die hij in zijn koffer meenam. Op deze manier verkende hij Frankrijk, bij voorkeur Normandië en Bretagne. Ook stak hij een keer over naar Cornwall in Engeland, waar hij om onbekende redenen nooit meer terugkeerde. Spanje en Portugal in het zuiden van Europa bleken wel een groot succes. Vooral Spanje werd naast Vlaanderen een van Jaaps meest favoriete reisbestemmingen. En zo arriveerde Jaap, de Pallieter uit het noordelijke ‘land van appels en peren’ met de touringcar in het zonnige ‘land van de sinaasappels’. Net als in Vlaanderen haalde Jaap in Spanje zijn hart op aan de vele processies en historische optochten die daar altijd wel ergens plaatsvonden. Waarschijnlijk maakte Jaap ook de gebruikelijke toeristische oversteek met de veerboot naar Tanger, want er verschenen nu ook Moorse elementen in zijn werk. Maar het mooiste wat Spanje hem bracht, was de invloed van het zuidelijke zonlicht. Het mediterrane licht, dat vóór hem al vele kunstenaars ontroerde, liet ook Jaap niet onberoerd. Het reflecteert in Jaaps wolkenluchten, in de witte huisjes en kerkjes. Zijn werk werd letterlijk lichtvoetiger en steeds lichter van toon. Op al zijn reizen bleef Jaap kijken vanuit zijn eigen invalshoek. Zoals we van hem gewend zijn, boeiden beroemde toeristische attracties hem

1 Bv. De Jong Intra Tours

minder dan bonte optochten of een onverwacht volksfeest. Hij zag zoveel meer in de kleine, onbeduidende, pittoreske Spaanse dorpjes met hun witte kerkjes en molentjes, in de bonte, kleine markten met hun overvloed aan vruchten en kleurige klederdrachten. Hij legde alles net zo ijverig vast als thuis, maar door de exotische sfeer werd het allemaal net even anders.

Stierengevecht Op deze late tekening toont een hevig geëmotioneerde Jaap zijn visie op de wrede stierengevechten. Maar hij lijkt er ook door gefascineerd. Twee grote zwarte stieren steigeren, doorboord met speren (banderilla’s), door de arena. Door hun verwondingen kijken ze woest uit hun ogen. Ze worden in bedwang gehouden door ruiters op witte paarden (picadores). De matador is niet in beeld, moet hij nog komen? Het hele stadion golft van opwinding onder de hete Spaanse zon. Deze cartooneske maar zinderende afbeelding is ondanks zijn late datering (1990) eenduidig en duidelijk te begrijpen. Vanwege die datering is de locatie, de arena van Barcelona, twijfelachtig. Het laatste stierengevecht in deze arena was in 1977, daarna werd het een winkelcentrum. Tenzij Jaap al jaren eerder in Barcelona was. Of zet hij ons toch weer op een van zijn dwaalsporen?

Stierengevecht in Arena Barcelona. Kleurpotlood. 50x65 cm. 1990.


98

Boerderijtypen Openluchtmuseum. Kleurpotlood. 18x23 cm. 1957.

Op een vroege zwart-wit tekening uit 1952 krijgt zijn folkloristische stijl al vorm. Afgebeeld is een ‘Hoekje in Volendam met een wassende vrouw’. Op de achtergrond in de tekening zien we de karakteristieke Volendamse visserswoningen, zoals Jaap Oudes die zag. Op de voorgrond, naast de wassende vrouw in klederdracht, hangen vissen te drogen aan een lijntje. Typische Jaap Oudes toevoegingen zijn de vissen in de lucht en de bootjes op de trapgevels. De tekening straalt vrolijkheid en gezelligheid uit. Zoals voor Pieck de ‘melkboer van zijn jeugd’ belangrijk was, zocht Oudes het in de folklore die hij had leren kennen in Volendam. De ontdekking van de folklore Het is tot nu toe onderbelicht dat Jaap Oudes zich in zijn tekenwerk van de jaren vijftig, toen hij zijn eigen unieke stijl begon te ontwikkelen,

99

zich voluit liet inspireren door de folkloristische feesten die in die tijd in zwang kwamen. Zijn Teekenboek staat er bol van. Alleen al in het jaar 1957 bezocht Jaap Oudes een reeks van folkloristische feesten. Op 28 juni 1957, toen Hoorn zijn 600-jarig bestaan vierde, was Jaap Oudes er bij om te genieten van het Folklore Dansfeest. Het karakteristieke stadje Hoorn was toch al een favoriete bestemming voor zijn vele tekentochten, zoals blijkt uit het Teekenboek. Het Folklore Dansfeest vond hij geweldig, ‘met klederdrachten uit West-Friesland’. (T 41) Op 10 juli ging hij met zijn moeder wederom naar Hoorn om daar een West-Friese boerenbruiloft mee te maken die, helaas, ‘door de regen in den beginne een beetje in het water gevallen was’. (T 47). Op 16 juli ging hij met zijn moeder op stap naar Edam, voor een oude Edammerbruiloft, met ‘schitterende costuums’. Of het nog niet genoeg was ging hij op 25 juli naar Schagen naar de enkele jaren daarvoor gestarte West-Friese Markt. De belangstelling van Jaap Oudes ging ook nu weer vooral uit naar de klederdrachten, met name naar de ‘Westfriese hullen en kappen’. De gemeente Schagen zag de folklore als een uitgelezen manier om toeristen te trekken. Zoals na de eerste Westfriese Markt in de Schager Courant (op 12 augustus 1954) werd geconstateerd: ,,Vakantiegangers aan de kust hunkeren naar iets anders dan verregende duinen. Schagen biedt de afwisseling van een strandvakantie en heeft inmiddels de Folklore de kans om enkele dagen per jaar duizenden vakantiegangers te trekken.’’2 Mede door de welvaartsgroei vanaf de jaren vijftig kon het ‘nostalgiseren’ vorm krijgen in kleurrijke feesten en festijnen die een succes konden worden mede dankzij het opkomende massatoerisme in eigen land. Jaap Oudes is er zelf een voorbeeld van, eerst op vakantie

2 Peter Zethoven, Best Gaan! 50 jaar Gouden West-Friese Folklore Schagen (Schoorl 2003) p. 27.

Vishappen. Volendam. Potlood. 50x65. 1952.


118

119

Vlucht door de duinen van Bergen aan Zee door: Albert van der Zeijden

,,Jaap was gelovig zonder God’’, vertelde Jan Oud toen ik hem in zijn huis in Mierlo interviewde (op 17 september 2017). ,,Hij was zich bewust van een hogere macht maar kerkelijk waren ze in de familie absoluut niet. Religieuze verhalen verzamelden ze echter al vroeg, bijvoorbeeld uit de Radiobode en uit de Katholieke Illustratie. Je kon ze voor een grijpstuiver kopen bij de bibliotheek als ze een paar weken oud waren. Vooral de kerstverhalen werden bewaard in het gezin Oudes.’’ Pallieter Jan laat een map zien met tijdschriften uit de oorlog. Nauwelijks veertien jaar las Jaap in de oorlog over onderwerpen als het poppenspel in Vlaanderen en ook over oude boerenhuizen met hun traditionele geveltekens. In de kerstafleveringen van de Radiobode las hij de rijk geïllustreerde verhalen over de geboorte van Christus, Driekoningen, Jezus aan het kruis... De bladen waren geïllustreerd met vele prenten. Aan het eind van de oorlog, toen hij onderdook om de ‘Arbeitseinsatz’ te ontlopen, kwam Pallieter daar nog bij, het bekende boek van de Vlaamse schrijver Felix Timmermans (1886-1947). Het aardige van Timmermans is dat hij de verhalen over het ‘kindeke Jezus’ overbracht naar het eigen Vlaamse land, inclusief de dorpspastoortjes en nonnetjes die bij dit landschap horen. Heel bekend werd zijn boekje Het kindeke Jezus in Vlaanderen, dat dateert uit 1917 en waarvan de familie Oudes ook een exemplaar in bezit had. Met naast de titelpagina een tekening van Jozef en Maria op de vlucht naar Egypte. De familie Oudes had een hele verzameling boeken van Timmermans, tegenwoordig in bezit van Jan Oud. Het verklaart de vele tekeningen met verhalen uit de bijbel, overgebracht naar het eigen Hollandse land waar hij al tekenend rondtrok.

Vlucht naar Egypte Vooral het Bijbelse verhaal van de kindermoord maakte veel indruk, de slachting die koning Herodes liet aanrichten onder pasgeboren baby’s om op deze wijze de aangekondigde Messias te kunnen vermoorden. Jozef en Maria gingen met hun eigen pasgeboren kindje op de vlucht naar Egypte. Het motief van de vluchtende Jozef met Maria en Jezus zittend op een ezel keert vele malen terug in zijn werk (het is trouwens een welbekend motief in de schilderkunst van de late middeleeuwen, toen het ook steeds vaker voorkwam in de landschapsschilderkunst van die tijd). Vlucht door de duinen De tekening ‘Vlucht door de duinen’ portretteert het vluchtende paar tegen de achtergrond van de duinen van Bergen aan Zee met op de achtergrond een kerkje, waarin wij het Vredeskerkje in Bergen aan Zee menen te herkennen. De tekening dateert uit de jaren zestig en hangt tegenwoordig in Museum Sterkenhuis in Bergen. Het is de enige bekende tekening van het Vredeskerkje die Oudes ooit maakte. Wel zijn er vele schetsen van hem overgeleverd van het kerkje, dat zo dicht in de buurt lag van zijn woonplaats en waar hij graag naar toe trok vanwege de duinen en de zee. Het is een drukke tekening in de bekende stijl van Jaap Oudes, inclusief veel activiteit in de lucht. Rechtsboven herkennen we aan zijn kroon Koning Herodes, die met een zeis een kind doorklieft. Op de voorgrond zien we Jozef wegvluchtend over een duinpaadje, met op de ezel Maria en Jezus. Linksboven in de lucht zien we het motief van de vlucht nogmaals, ditmaal met een Jozef en Maria met vleugeltjes die Vlucht door het duin. Bergen. Kleurpotlood. 50x65 cm. Ca. 1960.


132

133

Jaap Oudes als vakman door: Jan Nobel

Vakmanschap is niet het eerste waaraan je denkt als je een werk van Jaap ziet. Het eerste wat opvalt is de voorstelling. Die is meestal druk en vertelt een verhaal. Maar welk verhaal? Wie zijn al die figuren? Waar zijn ze mee bezig? En in welke omgeving speelt het gebeuren zich af? Die vragen dringen zich zozeer op dat je er in eerste instantie niet bij stil staat hoe het werk gemaakt is. Op zichzelf is dat niet zo bijzonder. Iedereen kijkt eerst naar het ‘plaatje’, zelfs bij een abstract werk. Ook in de studie kunstgeschiedenis wordt er meer aandacht besteed aan de iconologie – de betekenis van de voorstelling – dan aan de morfologie, de vormgeving met materialen en technieken. Toch is het zinnig je af te vragen welke keuzes de kunstenaar op dit gebied gemaakt heeft. Als men zich verdiept in het werkproces en analyseert hoe de beeldaspecten zoals licht, kleur, ruimtesuggestie en compositie toegepast zijn, kan dit een verrassende toegang tot het werk opleveren.

Een schets op eenvoudig papier.

Onder kunstenaars gaan de gesprekken meestal wel over het ‘vak’. Veel vaker over het ‘hoe’ dan over het ‘wat’. Jaap en ik vormden daar geen uitzondering op. Bovendien hebben wij op onze tochtjes een aantal keren samen buiten getekend. Als vanzelf komen dan verschillen in aanpak ter sprake. Het materiaal dat Jaap gebruikte voor zijn tekeningen springt direct in het oog, omdat het bijzonder is. Er zijn niet zoveel kunstenaars die met kleurpotlood op papier werken. Toen ik Jaap eind jaren zeventig leerde kennen, had hij in die techniek een grote hoogte bereikt. Hij is niet meteen met kleurpotlood begonnen. Aanvankelijk stimuleerde vader Dirk hem om heel veel naar de natuur te tekenen en daarbij op zoek te gaan naar het ‘karakteristieke’ om dat met nadruk weer te geven. Dus oefende Jaap eindeloos om de gewenste vorm zó in de vingers te krijgen, dat die schijnbaar moeiteloos op papier kwam. Tijdens een wandeling heb ik gezien hoe hij een varkentje in een halve minuut met enkele lijnen en een paar arceringen trefzeker neerzette. Dat tekenen deed hij eerst met een zacht potlood. Later tekende hij zijn reisschetsen gewoon met balpen op het goedkoopste kladblok. Vanwege de kwaliteit van die schetsen probeerde ik hem te bewegen op kwalitatief goed papier te tekenen. Dat vond hij niet nodig: de schetsen waren alleen bedoeld als geheugensteuntje. Die honderden, mogelijk meer dan duizend schetsen vormden de basis voor zijn uitgewerkte voorstellingen. Eerst maakte hij die met grafietpotlood, daarna vrijwel alleen met kleurpotlood. De vroege zwartwitserie van grote en kleine tekeningen, uitgewerkt met veel licht- en donkernuances, vormt een eerste hoogtepunt in zijn oeuvre. In die tijd begon hij ook met kleur te werken. Naar voorbeeld van

Onvoltooid werk. Kijkje in werkproces. Licht, kleur, ruimtesuggestie en compositie.


140

Grondleggers van de stichting

141

‘Hij gaat door met verhalen vertellen’ door: Ruud Kersten

Margot Oud-Endel en Jan Oud zijn drieënvijftig jaar getrouwd. Even lang trekken ze op met de tekenaar Jaap Oudes, zelfs nu hij al twintig jaar dood is. Hoe de tekenaar een goed deel van hun leven beheerste. En dat nog doet. Margot: ,,Hij is dan wel dood, hij gaat door met verhalen vertellen.’’ Hun ruime huis in Mierlo ademt Jaap Oudes. Op alle wanden hangen werken van hem. Grote vellen, tot aan de rand vol getekend en gekleurd. Alles met kleurpotlood. In Jans atelier ladenkasten vol met nog honderden tekeningen. Het is niet alles Jaap wat de klok slaat. Hier en daar doorbreken werken van Dirk Oudes en van Jan Oud het patroon. Jan is zelf kunstschilder en in het huis bevinden zich ook kleurige, staande objecten van zijn hand. Jan vertelt hoe Jaap Oudes in hun leven kwam. ,,Mijn schoonfamilie Endel was er een van kleine kunstverzamelaars. Geen grote collectie kunst, hoor, maar ze hadden wel iets. Ze hadden ook schilderijen van Dirk Oudes. Ik zei tegen mijn schoonvader: ‘Als Margot en ik gaan trouwen,

zouden we graag een schilderij van Dirk Oudes willen hebben’. Hij zei: ‘Dan regel ik een afspraak’.’’ Dirk en zijn vrouw Aal leefden nog toen Margot en Jan in 1965 bij hen in Alkmaar aan de toenmalige Kanaaldijk op audiëntie gingen. Het bezoek liep iets anders dan ze hadden verwacht. Jan: ,,Elke kunstenaar laat gewoonlijk zijn laatste werk zien. Dirk ook. Dat vonden wij wel mooi, maar daar kwamen we niet voor. Wij wilden een van zijn werken van vóór de oorlog.’’ ,,Toen kwam zijn zoon Jaap binnen. Die had dat al snel door en die zei: ‘Nee vader, dat zoeken ze niet. Ik zal wel wat halen’. Jaap ging naar boven en kwam met een aantal schilderijen naar beneden. Je weet hoe dat gaat: jij vindt dit mooi, je vrouw vindt dat mooi, dus kochten we er twee. Toen vroegen we aan Jaap: ‘Wat doe jij nu?’ ‘Nou ik teken’, zei hij. ‘Kom maar mee, dan kun je het zien’.’’ Jaap had boven een tekening van Brussel op de ezel staan. Jan: ,,Een loei van een tekening. Ik was er zo door overdonderd. Ik had nog nooit een

Vogelmarkt te Brussel (1965) Een van de eerste tekeningen waarin Jaap Holland en Vlaanderen in elkaar laat versmelten. Hoog in de lucht vliegen boerenfiguren in klederdracht uit beide landen met lege kooien naar de vogelhandelaar midden op de drukke markt met zijn bonte kramen. Sommige hebben vogels in de hand. Komen zij kopen of verkopen? Opmerkelijk zijn de vogels: uilen, papegaaien of niet te determineren exemplaren, in ieder geval niet de meest verhandelbare

soorten. Op de markt lopen enkele kaasdragers uit Alkmaar, te herkennen aan hun specifieke hoedjes en witte pakjes. Zij lijken zich goed te amuseren, net als een paar verdwaalde Gillisfiguren. Rechtsonder staan Dirk Oudes en Felix Timmermans broederlijk naast elkaar te schilderen. Opmerkelijk is dat Jaap, net als bij klederdrachten, ons de illusie geeft van de Grote Markt in een volstrekt onrealistische droomwereld.

Vogelmarkt te Brussel. Kleurpotlood. 68x98 cm. 1965.


178

Auteurs

179

Tekeningen overzicht De hier genoemde tekeningen van Jaap Oudes staan in deze uitgave op de volgende pagina’s:

Ruud Kersten (1955) is journalist. Hij werkte van 1973 tot 2015 voor het Noordhollands Dagblad. Hij was onder meer Haags redacteur en chef van regionale edities. Ook was hij lid van het redactioneel managementteam. Vlak voor zijn vrijwillig vertrek schreef hij nog een artikel over Jan Oud en diens fascinatie voor (het werk van) Jaap Oudes. Sindsdien laat dit onderwerp hem niet los.

Jan Oud (1939) is vanaf 2005 autodidact Beeldend Kunstenaar. Zijn passie voor kunst is ontstaan na ontmoeting in 1965 met kunstenaar Jaap Oudes, met wie hij bevriend raakt en bleef tot aan het overlijden van Jaap in 1998. In de ban van het werk van Oudes organiseerde hij samen met zijn vrouw Margot tentoonstellingen in binnen en buitenland met tekeningen van Jaap en hoopt dat met dit boek zijn droom gaat uitkomen.

Kunsthistorisch docente Chiene Vos specialiseerde zich aan de Universiteit van Amsterdam in kunst, commercie en het realisme in de kunst. Zij gaf les aan scholen voor beroepsonderwijs. Daarvoor werkte ze in de striptekenkamer van de Spaarnestad Studio te Haarlem. In 1972 maakte zij kennis met het werk van Jaap Oudes. Zijn stijl had onmiddellijk haar sympathie, ook door de verwantschap met het stripverhaal.

Jan Nobel (1944) is opgeleid als docent tekenen en kunstgeschiedenis aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Hij maakte via Jan Oud kennis met het werk van Jaap Oudes dat hij aanvankelijk oubollig en clichématig vond. Toen ze er samen op uit trokken om buiten te gaan tekenen en veel over het vak spraken, ontdekte Nobel dat Oudes’ werk volstrekt authentiek is.

Peter Thoben (1951) studeerde kunstgeschiedenis en archeologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en sloot die in 1980 cum laude af. Van 1981 tot 2010 was hij directeur-conservator van Museum Kempenland Eindhoven. Hij organiseerde talloze tentoonstellingen en schreef vele publicaties en artikelen over kunst- en cultuurhistorie. Sinds 2009 is hij geassocieerd buitenlands lid van de Koninklijke Academie voor Oudheidkunde van België. Albert van der Zeijden (1957) is historicus en werkt bij het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, een onderdeel van het Nederlands Openluchtmuseum vele malen geportretteerd door Jaap Oudes ‘waarvan vele objecten door Jaap getekend zijn’. Hij is gefascineerd door de volksculturele verbeeldingswereld van Jaap Oudes, die veel ontleende aan de folklorerevival van de jaren ’50 en ‘60 maar daar een uniek eigen stempel op drukte in zijn overvolle altijd tot vrolijkheid stemmende tekeningen.

7

Jan Petrol op Klein Begijnhof in Leuven.

1971

63

Poort Begijnhof ten Wijngaerde Brugge. 1978

119 Vlucht door het duin. Bergen.

Ca. 1960

9

Interieur ouderlijk huis van Jaap Oudes.

1951

65

Gezicht vanaf Begijnhofvest Lier.

1956

121 De Heilige Familie trekt door Binche.

Ca. 1970

11

Mens en dier op het platteland.

1948

67

Begijnhof Brugge.

1956

122 Molen van Schoorl.

1965

13

Stijn Streuvels als bakker.

1976

69

Bij de vuurtoren. Zeebrugge.

1978

123 Stellingmolen met sluis. Zaanstreek.

1958

15

Varkentje aan touwtje rond Friesebrug.

Ca. 1952

71

Lier, Paardenmolen van Verdijck.

1971

125 Huiskamer van familie Oudes.

1950

17

Interieur Museum Betje Wolff.

Ca. 1975

73

Inkompoort Begijnhof in Lier.

1956

127 Vader Dirk Oudes in Molen van Pauw.

1953

19

Circus act.

1951

74

Jaap Oudes met Niek Reek in Lier.

1956

129 Draaimolen in Edam.

1952

21

Kaasmarkt Alkmaar.

1951

75

Druivenoogstfeest op de markt in Lier.

1956

131 Visserslatijn in Monnikendam.

1955

23

Molen van Pauw in Oudorp.

1951

77

Stierengevecht in Arena Barcelona.

1990

132 Visserslatijn in Enkhuizen.

1953

25

Oorlogsvluchtelingen Poperingen.

Ca. 1963

79

Pallieter terug in Netheland, Lier.

1986

135 Begrafenis in West-Grafdijk.

1955

27

Avondgebed in Limburgse boerderij.

1963

81

Moorse feesten in Aique de Busot.

1985

137 Kerk te Middenbeemster.

1954

29

Huwelijksfeest Pallieter en Marieke.

1977

83

Quartre vache te De Haan-Klemskerke.

1982

139 Driekoningen in Gent.

1963

31

Boerentafereeltje.

1952

85

Calvaire. Frankrijk.

1990

141 Vogelmarkt te Brussel.

1965

33

Dik Trom op de ezel.

1948

87

Kermis in Andijk.

1994

143 Abraham voor een 50-jarige. Hoorn.

1976

35

Draaimolen in stoomcarrousel.

Ca. 1955

89

Langedijker nieuws.

1951

145 Kermisopbouw in Schellinkhout.

1957

37

Circus Krone in Alkmaar.

1959

91

Glorierijk landleven.

Ca. 1950

147 Romance in land van appels en peren.

1959

39

Feest in Broek in Waterland.

1954

93

Aankomst stoomcarrousel Benner.

1981

149 Haven van Falmouth, Engeland.

1991

41

Enkhuizen, station.

1954

95

Vuilen Bras verwijderd van ‘t Begijnhof.

1970

151 Historische fiets.

Ca. 1960

43

Toneelvoorstelling in Markenbinnen.

1952

97

Rozenhof van Sint Pietershof. Hoorn.

1951

153 Sinaasappel oogstfeest Obidos Portugal. 1988

44

Watersnoodramp 1953.

Ca. 1954

99

Vishappen. Volendam.

1952

155 Koninginnedag Marken.

1955

45

Hoekje Zuiderzee Museum Enkhuizen.

1953

101 Boerderijtypen Openluchtmuseum.

1958

157 Hindeloopen.

1977

47

Stoet West-Vlaamse reuzen in Brugge.

1977

103 Sassenpoort Zwolle.

Ca. 1960

159 Parijs. Moulin Rouge en Arc de Triomph. 1988

48

IJsbruiloft in Marken.

1956

104 Intocht circus in Twisk.

1955

161 Anderlecht. Koetsiersprocessie.

1961

49

Jan Moenis, de klompenschilder.

1953

105 Dik Trom op de Olifant. Warder.

Ca. 1965

163 Urk. De vis is binnen.

1979

50

Hulde aan Jan Moenis

1954

107 Boerenbruiloft in molen van Pauw.

1950

164 Vuurtoren Het Witte Paard, Marken.

1980

51

Neel op de Kes zet koffie. Marken.

Ca. 1955

108 Processie

1958

165 Cloppenburg Openluchtmuseum.

1975

53

Jaap Oudes en Nico Reek in hotel. Lier.

1955

109 Paardenmolen in Antwerpen

1972

167 Boeren idylle.

1952

55

Openluchtmuseum Bokrijk.

1960

111 Reuzin Lisa en reus Ko. Koksijde.

1982

169 Begrafenis in West-Vlaanderen.

1960

57

Lierse reuzen.

1977

113 Opbouw kermis in Volendam.

1950

171 Spakenburg. (Onvoltooid werk).

1968

59

Dansers in Tielt.

1965

115 Kermis Egmond aan Zee (onvoltooid).

1975

61

Hasselt. Begijnhof.

1965

117 Paardenmolen, kermis Egmond aan Zee. 1975


180

Een woord van dank Wij willen iedereen danken die op welke wijze dan ook heeft meegewerkt aan de realisatie van dit boek. Alle mensen die geholpen hebben met het duiden van tekeningen en het aanleveren van informatie en foto’s. Mensen van wie de meesten Jaap Oudes gekend hebben en die door ons geïnterviewd zijn waaruit bijzondere verhalen zijn voortgekomen. Collectioneurs die ons voorzien hebben van informatie en ander divers materiaal. Experts op gebied van folklore. Donateurs en sponsoren. Het Regionaal Archief Alkmaar en andere archieven die we hebben bezocht. Het Stedelijk Museum Alkmaar en het stadhuis te Lier voor de mogelijkheid daar het boek te lanceren. Jan van Laarhoven voor het schrijven van het voorwoord. Maar bovenal willen wij de schrijvers, de project- en productieleider, vormgever, fotograaf en tekstcorrectors hartelijk danken. Zij zijn met veel enthousiasme, betrokkenheid en een kritische houding deze lange reis met ons aangegaan wat uiteindelijk tot dit prachtige boek heeft geleid. Zonder hen was het niet gelukt. Jan Oud Voorzitter Stichting Dirk en Jaap Oudes

Onze speciale dank aan volgende donateurs: Oud Consultancy & Conference Management, Nico Oud en Yudo Sidi Roger Lenssen, eigenaar Smart Group Nobel Hypotheken & Mortgages, Joachim Nobel Gé Zet Bouw, Karin de Graaf-Zinken en Tatiana Oud-Zinken Kunsthandel Ineke Aronds, Ineke Aronds Fotostudio Ton Hartjens, Ton en Juul Hartjens Lijstenmakerij De Omlijsting, Jan Kuindersma Theater Vrij Zijn, Anderson Farah Physiotherapie Praxis, Margot Oud Marc Goossens en Sandy Britsom J.J. Vethaak Eef en Thea de Hilster Hans en Theresa de Groot Kees Verschoor Jack en Ardy Zwart Annemarie Endel Maarten en Christine Endel Jan Ursem Huib Tijssens


en aldaar overleden in 1998, was in alle opzichten een kleurrijke kunstenaar. Zijn schetsboek staat bol van tekeningen van karakteristieke dorpjes in vooral Nederland en Vlaanderen maar ook in andere Europese landen. Met kermissen, molens, prachtige stadspoorten en nog veel meer. Allemaal herkenbaar in beeld gebracht, maar dan wel met iets extra’s, voortspruitend uit Jaap Oudes’ unieke fantasie. Zijn vele potloodtekeningen, op groot formaat (meestal 50 x 65 cm) maar vaak ook op onooglijke blocnotevelletjes, zijn overvol met bonte stoeten zelfs tot in de lucht aan toe.

nieuwde aandacht voor Jaap Oudes. Wie was Jaap Oudes, wat bewoog hem en wat is er allemaal op zijn tekeningen te zien? Een breed samengesteld team, met journalistieke, historische en kunsthistorische expertise, is verantwoordelijk voor dit boek, waarin voor het eerst een brede dwarsdoorsnede van het tekenwerk van Jaap Oudes is bijeengebracht.

Jaap Oudes en zijn fantasievolle kijk op de wereld

Deze publicatie bouwt voort op de her-

‘Als ik teken ben ik op reis’

Jaap Oudes, geboren in Alkmaar in 1926

‘Als ik teken ben ik op reis’ Jaap Oudes en zijn fantasievolle kijk op de wereld

Profile for janenmargot08

Als ik teken ben ik op reis. Jaap Oudes en zijn fantasievolle kijk op de wereld  

Prachtig boek met veel afbeeldingen van de kunstenaar Jaap Oudes. Jaap Oudes (geboren in 1926 in Alkmaar, overleden in 1998 in Oudorp) werd...

Als ik teken ben ik op reis. Jaap Oudes en zijn fantasievolle kijk op de wereld  

Prachtig boek met veel afbeeldingen van de kunstenaar Jaap Oudes. Jaap Oudes (geboren in 1926 in Alkmaar, overleden in 1998 in Oudorp) werd...

Advertisement