Issuu on Google+

Het ebbenhout van JandeQuba Het was verzengend heet. Een groep van ongeveer vijftien reizigers stak de betonnen plaat over van het luchthavenkantoor naar de trap voor het vliegtuig. Een klein model XX voor binnenlandse vluchten. Ondanks de hitte stond de captain onder aan de trap. In vol ornaat ; uniform en pet met het gevleugelde embleem, en heette zijn passagiers persoonlijk welkom. Het verblindende licht kaatste van alle zijden op de verbrandde hoofden. Zweetparels druppelden op de grond en vormden achter hen een spoor op het beton. Een van hen torende hoog uit boven de anderen. Afwezig groette Jan de Quba de gezagvoerder. Hij lichtte zijn panama hoed en besteeg de trap. Halverwege draaide hij zich om en tuurde van onder de rand van het hoofddeksel naar de groene zoom achter de open vlakte van het kleine vliegveld. Daarachter waren schatten verborgen en woonden ook de mensen die deze schatten met eigen handen gekerfd, gekneed en gekleurd hadden. Veel meer dan een groen gekarteld silhouet was er niet te zien. Daarvoor lag de brede rand beton en kort gemaaid gras als een uitgestrekte vlakke strook langs de enige landingsstrip. Hij nam de laatste treden met verende pas, haastig alsof hij niet n de verleiding wilde komen nogmaals om te kijken. Hij schoof de bruine hoed en een tas vol aantekeningen in het bagagevak boven zijn stoel en plofte neer bij het raampje. Hij zuchtte, wiste zich het voorhoofd en poetste zijn ronde brillenglazen schoon. Misschien zou hem bij het opstijgen nog een ogenblik van herkenning vergund worden, bij het passeren van de rivier, een open plek, een hut, een sliert rook in de groene oceaan van boomkruinen. Grote pakketten werden door lachende mannen in het laadruim geschoven. Hun ebbenhouten lichamen gestoken in fel gekleurde shirts en korte broeken, een baseballcap met daarop Dodgers op het kroezende haar in vrolijke Afrikaanse bedrijvigheid. Feitelijk was de betovering al verbroken tijdens de rit van het dorp naar het vliegveld. Hij wilde zijn trance van magische verrukking krampachtig vasthouden, maar het ontglipte

1


hem als losse zandkorrels doordat de autoradio boven het lawaai van de wielen op de rode zandweg en de voortgestuwde wind schelle jazztonen het bos in slingerde. Hij zou zich vooralsnog moeten behelpen met de bestoven glans van herinneringen. Opnieuw een bevestiging echter met een vragende blik. “Misschien wilt u me iets van uw ervaringen vertellen. We moeten minstens nog twee uren vliegen. Het bekort de tijd en het zou u wat kunnen helpen.” Jan dacht na. Nu onmiddellijk een gedegen verslag te doen van de afgelopen week zou literaire zelfmoord zijn. Toch wilde hij graag iets van zijn dampende emoties delen, vooral nu iemand uit het land zelf het hem vroeg. “Ik ben in totaal vier weken op uw continent geweest. U kunt u zich dus voorstellen dat het voor mij onmogelijk is om u alles te vertellen. Ik zal proberen om u gedurende de twee vlieguren die we hebben mijn eerste indruk van de Afrikaanse volkeren en hun vibrerende ambachten te geven. Voordat ik hier belandde ben ik bij jullie buren in Swaziland, Mozambique en een deel van Zuid-Afrika geweest. Mijn reis begon in Swaziland. Een van de weinige Afrikaanse koninkrijken. Tevens een van de Afrikaanse landen met de meeste HIV slachtoffers. In dit land heb ik na een lange reis van meer dan 15 uur de Reed Dance kunnen bijwonen.; een bijzonder plechtigheid tijdens welke de koning zijn bruid kiest. Dit ongeacht of je het wel of niet goedkeurt. We werden urenlang op dezelfde danspasjes meegesleept, raakten in trance van de exotische geuren en de muziek. Kunt u zich wel voorstellen wat voor cultuurshock het geeft om direct vanuit een westerse vliegveld ? op dit festival van de vruchten te belandden? Afrikaanse mannen en vrouwen liepen er in hun traditionele kledingdracht rond; uitgedost met bont en veren. Nadat de koning de eerste pompoen opeet, volgt er een spetterend feest. De menigte voert de heilige dans onder luid gezang uit. Voor ons dansten de dochters van de koning in hun mooie kralen rokjes. Beetje bij beetje kon je de atmosfeer voelen veranderen, het werd steeds warmer en vochtiger. Ik ging zelf helemaal op in het ritme. Plotseling begon het te hard te regenen. Op het moment dat wij van het veld weggestuurd werden, hoorde ik een stem in het Engels met een Portugees accent tegen mij zeggen: “Kom, ik heb een auto, als het hier zo hard

2


begint te regenen, gaat het ook goed regenen�. Voordat we bij zijn auto aankwamen, waren we helemaal doorweekt. Alfonso stelde zich aan mij voor als een gids die zowel in Swaziland als in Pemba werkt. Het moment dat ik in zijn grote zwarte ogen keek, wist ik meteen dat ik hem kon vertrouwen. Onderweg naar mijn hotel vertelde hij mij dat hij in Pemba, Mozambique geboren is. Hij nodigde mij spontaan uit om samen met hem en zijn familie oud en nieuw in Mozambique te vieren. Het eerste wat ik hem natuurlijk vroeg, was of de kunstenaars daar ook mooie producten met de hand maken. Alfonso vertelde mij dat hij uit een kunstenaarsgezin kwam. Zelfs de kleine kinderen helpen mee aan de afwerking van de beelden die ze maken. Het spreekt voor zich dat ik tijdens mijn reizen zeer geïnteresseerd ben in nieuwe culturen. Drie dagen later vertrokken wij samen, na eerst de lokale marktjes en kunstenaars in Swaziland te hebben bezocht, richting de grens. Hij vertelde mij schaterlachend over zijn volk, cultuur en tradities. Wat mij na een paar dagen reizen direct bij mijn aankomst in Pemba opviel was het houtsnijwerk wat door iedereen op straat gesneden wordt. De meest prachtige beelden die ik ooit gezien

heb werden in de open lucht op straat gemaakt. Hij nam mij mee naar zijn familiehuis. Het leek wel of de hele wijk op ons stond te wachten. Ik werd meteen voorgesteld aan zijn moeder, broers, zussen en aan de belangrijkste persoon bij hun in de familie. Voordat ik het wist, kreeg ik een stevige omhelzing van oma. Wij werden meteen aan tafel uitgenodigd. Het kostte mij weinig moeite om aan die warme gastvrijheid te wennen. Ondanks de armoede waarin zijn wonen, werd ik als gast met open armen ontvangen. Het was mijn bedoeling om drie dagen te blijven. Uiteindelijk bleef ik bijna drie weken. Overdag gingen wij vissen en lopen door de woeste natuur. Tijdens een van onze wandelingen zag ik zelfs de gevreesde black mamba. Tot mijn verbazing sleepte hij zich rustig voort op de onverharde weg. Dit was een indrukwekkende ervaring. Het feit dat ik bij deze familie logeerde gaf me de gelegenheid om over diepgaande onderwerpen te praten. Elke avond werd er muziek gespeeld en gedanst onder de mahonieboom. Men 3


vertelde over de grootouders en diens grootouders van wie ze het ambacht geleerd hebben. Net als hun kinderen begonnen zij ook al vroeg met het maken van houtsnijwerk. De kunstnijverheid wordt van vader op zoon door gegeven. Ondanks de situatie waarin de mensen leven in dat land wordt er heel veel lachen. Ik werd dus ook verliefd op het land, haar mensen en haar uiteenlopende ambachten. Voordat ik wegging vroeg ik aan de familie van Alfonso of ze het leuk zouden vinden om een JandeQuba kunstenaar te worden. Ik legde ze uit dat wij vechten voor het voortbestaan en behoud van met de handgemaakte producten. En dat wij bij JandeQuba een duurzame relatie met onze kunstenaars willen opbouwen. Ik keek op naar mijn buurman. Hij heeft al die tijd aandachtig naar mij geluisterd. Hij vroeg me ’dus die grote kisten die aan boord gingen zijn van u’? Ja, die grote kisten zijn van mij. Daarin zitten de meest unieke met de handgemaakte ebbenhouten beelden die je je voor kunt stellen. Houten beelden die ik met de vrienden van Jan in Nederland ga delen. En ik zal daarbij keer op keer ditzelfde prachtige verhaal blijven vertellen. Het verhaal van mensen die met passie en veel kennis van zaken de mooiste hoogwaardige producten maken.

4


JandeQuba in Africa