Issuu on Google+

Interview Abdelkader Benali per mail in augustus 2009 Is het de eerste keer dat u in Gouda bent? De tweede keer, de laatste keer was lang geleden in een buurthuis waar ik optrad voor een groep in een buurthuis. Kent u de incidenten met Marokkaanse jongeren in Gouda? Wat is uw ­mening hierover? Heeft de keuze voor uw komst naar Gouda hiermee te ­maken? Ik heb geen moment nagedacht over de problemen in Gouda. Ik wist niet dat er problemen waren. Ik leef in een grote stad Amsterdam, en heb daar de problemen ook altijd van horen zeggen. Welke problemen bedoelt u? Ik kom om uit eigen werk voor te lezen, als er problemen benoemd moeten worden, help ik daar graag aan mee. Mijn aanwezigheid kan op een gegeven moment als problematisch worden ervaren. Daar heb ik ervaring mee. Aan het einde van de avond ga ik weer naar huis, dit probleem pakt de trein. Uw essay gaat over vriendschap en cultuurverschillen. Deze onderwerpen staan centraal in uw boeken. Hoopt u hiermee meer begrip te kweken bij ­zowel westerse als andere (islamitische) culturen? Zo ja, wat hoopt u nog meer met uw boeken te bereiken? Ik probeer vooral te bereiken dat het vel papier aan het einde volstaat met tekst. Slechte tekst gooi ik weg, goede tekst bewaar ik en daar slijp ik aan. Mensen ­komen overal vandaan, goed nabuurschap is belangrijk. Je moet je buren met rust laten en soms van tijd tot tijd vriendelijk informeren of alles goed gaat. ­Verder dan dat hoeft het niet te gaan. Ik heb altijd hoge eisen gesteld aan de vriendschap, dat komt omdat ik een romantisch idee heb over de vriendschap. Het is eeuwig, je mag elkaar nooit teleurstellen. Het leven is niet eeuwig, het zit vol teleurstellingen. De vriendschap ook. Mijn essay gaat over die ontnuchtering. Kende u het boek Oeroeg voordat u aan uw eerste boek begon? Zo ja, heeft u zich erdoor laten inspireren? Ja, ik heb het lang geleden gelezen en deed het voor dit essay nog een keer. Iedereen zou het moeten lezen. Het is een eenvoudig verhaal over een ­complexe relatie. Wat weet je van elkaar? In hoeverre is vriendschap voor altijd? Voor mij gaat Oeroeg over de vriendschap van de kindertijd die op een dag wordt bedreigd door de grote wereld. Oeroeg vertelt hoe die vriendschap wordt o­ ndermijnd. Bevatten de Bruiloft aan zee en De stem van mijn moeder autobiogra­fische elementen? Zo ja welke? Alles aan mijn werk is autobiografisch want het is geschreven door mij. Ik probeer met steeds meer afstand te schrijven tot mijn personages maar elke keer weer ­bemoei ik me ermee, stop ik er iets van mezelf in. Het vluchtgedrag (de onrust) van de hoofdpersoon in De stem van mijn ­moeder, is dat kenmerkend voor immigranten? Is dat vluchtgedrag ook ­autobiografisch? Sommigen vluchten voor een dictator, sommigen vluchten voor hun vrouw. Ik vluchtte vooral voor mezelf. Ik wilde iemand anders zijn, iets anders zijn, iets bereiken in het leven dat ik nog niet had: bescherming, liefde, de kans om mijn talenten te ontplooien. De hoofdpersoon lijkt op mij. U gebruikt veel flashbacks in uw boeken. Waarom? Sommige lezers ­vinden dit juist onrustig lezen. Dat wist ik niet. Flashback geven ruimte om het personage beter te leren ­kennen. Ik houd van flashbacks. Welke invloed heeft uw verblijf in Beiroet (zomer 2006) op uw leven g ­ ehad? Het was een mooie tijd. Ik heb er veel aan gehad omdat ik moest schrijven, niet onder deadlines, maar bommen. Het was een crisissituatie maar die is gelukkig voorbij gegaan. Ik ga van tijd tot tijd terug om te zien hoe het met de mensen gaat. Wat mist u het meest van Michael Zeeman sinds zijn overlijden (op 27 juli 2009)? Wat heeft u van hem geleerd? Dat is voor mij nu nog een te verse vraag. Voor mij leeft hij nog. U wordt vaak verward met schrijver Kader Abdolah. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen u beiden? Ik kan goed zijn ­accent nadoen. Hij heeft een gigantische bos haar. Ze zeggen

dat Abdolah de Koran heeft vertaald. Daar moet ik dan erg om ­lachen maar ik gun hem zijn succes. Het is een charmante man en net als ik houdt hij ervan om van alles een verhaal te maken, daar ­houden alle verschillen op. Hij doet ook aan hardlopen maar ik zou het eerder joggen noemen. Hard­lopen is wat ik doe. U staat op het punt van vertrek naar Afrika voor een tv-serie met Jan Mulder. Waarom doet u dit en wat verwacht u ervan? Ik ben nu in Mali, waar ik je vandaan schrijf. We bezoeken Afrikanen die voetballer willen worden in Europa. Ze Foto: Tessa Posthuma de Boer zitten in de meest afgelegen plekken en hebben bijzondere verhalen. Elke keer dat Jan iets zegt moet ik lachen. Ik kan er niets aan doen. Bent u naast een hardloper ook een voetbalfan? Wat verwacht u van het WK? Ik heb weinig verstand van voetbal. Ik denk dat Brazilië wint. Loopt u mee met de marathon van Amsterdam? Zo ja, wat is uw streven/ doel? Ik ga niet in Amsterdam lopen omdat ik van een liesblessure terugkom maar ik loop wel de halve marathon. Hardlopen is zo fijn. Ik loop trouwens veel in Afrika nu, in Ivoorkust ben ik in de hoofdstad Jammasoukrou van mijn hotel naar de kathedraal gelopen. Prachtige ervaring, je ziet de stad door andere ogen en de mensen zien jou ook door andere ogen. Mijn volgende boek gaat over ­Marokkaanse hardlopers in Marokko. Wat weet u van de Goudse atleet Said Kanfaoui? Said? Nee, misschien heb ik hem weleens zien lopen. Hardlopen en schrijven zijn uitlaatkleppen voor veel mensen. Geldt dat ook voor u? Denkt u dat u die eventuele uitlaatklep, schrijven, ook nodig had ­gehad als u in ­Marokko was blijven wonen en nooit geëmigreerd was? Als ik in Marokko was gebleven was ik ook schrijver geworden. En had ik denk ik nu een winkeltje gehad in bidsnoeren. Wat is het mooiste compliment dat u kunt krijgen na het voorlezen van uw essay? Dat hij of zij nu het boek van Hella Haasse wil lezen en mijn laatste roman.


Interview Abdelkader Benali