Issuu on Google+


Voorrwoord Met trots presenteer ik u het jaarverslag 2012. Trots, omdat we in Twente de afgelopen jaren met ZorgNetOost een stevige basis hebben gelegd voor elektronische informatieuitwisseling en communicatie in de zorg. Trots, omdat door zoveel bestuurders, ICT-ers, zorgprofessionals en het IZIT-team hard is gewerkt om iets voor elkaar te krijgen in een omgeving die er niet gemakkelijker op wordt. Aan de ene kant wordt aan de gezondheidszorg gevraagd om marktwerking verder vorm te geven, terwijl voor goede zorg samenwerking van het grootste belang is. PatiĂŤnten verwachten dat alle zorgverleners beschikken over de juiste informatie, terwijl whizz-kids ons waarschuwen dat medische gegevens door iedereen ingezien kunnen worden. Elektronische informatie-uitwisseling en communicatie in de zorg is dan ook meer dan het kiezen en implementeren van een applicatie: het vraagt om vertrouwen, duidelijke afspraken maken en soms de eigen belangen even opzij zetten. Ik ben er trots op dat dat in onze regio lukt en de diensten die IZIT binnen ZorgNetOost realiseert steeds meer deel uit gaan maken van de zorgprocessen. In 2010 is het meerjarenprogramma 2011-2013 opgesteld. In november 2012 hebben we dit geĂŤvalueerd en vastgesteld dat we goed op koers liggen. Veel zorgverleners hebben de weg naar het ZorgNetOost ZorgPortaal gevonden. In 2012 hebben we de ZorgNetOost Helpdesk verder vorm gegeven, waardoor alle vragen eerst bij ons komen. Onze contacten met de aangesloten zorgverleners zijn daardoor sterk verbeterd. Dat we, zo nodig, op de werkplek komen, wordt erg op prijs gesteld en biedt ons nader inzicht in vragen en behoeften van zorgverleners. In dit jaarverslag blikken we terug op wat we in 2012 gedaan hebben en geven we vast een inkijkje naar wat we in 2013 gaan doen. Ik hoop dat iedereen die een aandeel heeft geleverd aan ZorgNetOost dit met evenveel trots leest als waarmee wij het aan u presenteren. Namens het IZIT-team wens ik u veel leesplezier.

Renie Heerbaart Directeur IZIT 2 | Voorwoord


Inhoudso opgave Voorwoord - 2 Inhoudsopgave - 3 ZorgNetOost - 4 eLab - 6 e-Verwijzen - 8 WDH & ADEPD - 10 Regionale berichtendienst - 12 Aandeelhouders - 14 Betrokkenen - 15 XDS - 16 OPT-IN: De toestemming van de patiĂŤnt - 19 ZorgNetOost voor huisartsen - 20 Diensten in ontwikkeling - 22 Landelijke ontwikklelingen - 24 Over IZIT - 27 Contact - 28 Colofon - 29

Inhoudsopgave | 3


ZorgNetO Oost Mensen die zorg nodig hebben, krijgen vaak te maken met meerdere zorgverleners die in verschillende instellingen werkzaam zijn. Vooral chronisch zieke mensen hebben te maken met meer dan één zorgverlener. Zorgverleners binnen deze zorgketens of zorgnetwerken gaan steeds meer samenwerken, waarmee de behoefte aan afstemming, communicatie en informatie-uitwisseling toeneemt. Zorgverleners willen elkaar informeren, bij voorkeur op een manier die veilig is en weinig tijd kost. Een stabiele en toekomstvaste overleg- en ICT-structuur kan in deze behoefte voorzien. IZIT realiseert met ZorgNetOost zo’n structuur door middel van verschillende overlegorganen en de ontwikkeling van het ZorgPortaal van ZorgNetOost.

Naast de diensten e-Lab en e-Verwijzen, worden er nieuwe diensten ontwikkeld. In 2012 stond de ontwikkeling van de volgende diensten op de agenda: uitbreiding van e-Lab voor de Care en GGZ instellingen, e-Overdracht, e-MDO, XDS en berichtenverkeer. Meer informatie over deze ontwikkelingen vindt u op de pagina’s Diensten in ontwikkeling.

Privacy ZorgPortaal en diensten Via het ZorgPortaal van ZorgNetOost worden diensten aangeboden voor elektronische communicatie en informatie-uitwisseling tussen zorgverleners. Het toegankelijk maken van de diensten via één toegangspoort biedt zorgverleners meer gemak, omdat ze vanuit hun eigen informatiesysteem kunnen communiceren en relevante informatie mee kunnen sturen. Tussen de zorgverleners worden afspraken gemaakt over wie er toegang heeft tot deze diensten. De samenwerking tussen de verschillende zorgverleners in de regio Twente krijgt met ZorgNetOost gestalte. Via het ZorgPortaal van ZorgNetOost kunnen verschillende diensten aangeboden worden. In 2012 zijn er twee diensten operationeel: e-Lab en eVerwijzen. Met e-Lab kunnen laboratoriumonderzoeken worden aangevraagd en de uitslagen van verschillende laboratoriumonderzoeken worden ingezien bij Medlon, het laboratorium van MST en ZGT. Met e-Verwijzen kan digitaal worden verwezen naar de instellingen MST, ZGT, Mediant en Dimence. Meer informatie over deze diensten is te lezen op de betreffende pagina’s in dit jaarverslag.

4 | ZorgNetOost

Tussen de zorgverleners worden afspraken gemaakt over wie er toegang heeft tot de verschillende diensten op het ZorgPortaal van ZorgNetOost. De toegang tot het portaal wordt gerealiseerd vanuit het eigen informatiesysteem van de betreffende zorgverlener met een single-sign on, waardoor de zorgverlener niet opnieuw hoeft in te loggen. Per zorgverlener wordt ingesteld tot welke diensten hij of zij toegang heeft. Bij de koppeling naar het ZorgPortaal van ZorgNetOost vanuit het eigen informatiesysteem worden de belangrijkste gegevens van zowel de zorgverlener als de patiënt meegenomen op basis van de behandelrelatie. Dit voorkomt dat er op het ZorgPortaal naar patiënten gezocht kan en moet worden en voorkomt dat er bepaalde informatie opnieuw dient te worden ingevoerd. Inzage in de onderzoeksgegevens is strikt vertrouwelijk en alleen voorbehouden aan zorgverleners met wie de patiënt een behandelrelatie heeft. Ook deze inzage wordt beperkt tot de inzage van de gegevens van de betreffende patiënt waarvan de informatie met de single-sign on meekomt.


De zorgverlener kan hiermee alleen gegevens inzien van patiĂŤnten die in het eigen informatiesysteem bekend zijn. Het is niet mogelijk om op het portaal een patiĂŤnt op te zoeken. Zowel vanuit de instellingen als door individuele zorgverleners worden hierbij de regels gehanteerd die zijn vastgelegd in de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP).

Overleg Informatie-uitwisseling en communicatie komen niet tot stand zonder overleg. Het belangrijkste overlegorgaan binnen ZorgNetOost is de Programmaraad. In de Programmaraad zitten vertegenwoordigers van ziekenhuizen, Care, GGZ, revalidatieinstellingen, huisartsen en andere eerstelijns zorgaanbieders. De Programmaraad fungeert als opdrachtgever en stuurgroep van de verschillende projecten binnen ZorgNetOost. Naast de Programmaraad kent ZorgNetOost vier verschillende klankbordgroepen, te weten de klankbordgroep Architectuur, de klankbordgroep Privacy en Veiligheid, de klankbordgroep Innovatie en de klankbordgroep Huisartsen. In de klankbordgroepen worden specifieke onderwerpen vanuit een regionaal perspectief benaderd.

Uitgangspunten ZorgNetOost 1. Breng samenhang aan in diensten, processen en systemen py 2. Doe generiek wat generiek kan en specifiek wat specifiek moet dt 3. Organiseer kt ketenzorg en ondersteun dit met ICT-oplossingen ZorgNetOost | 5


e-Lab Met e-Lab kunnen huisartsen elektronisch een laboratoriumonderzoek aanvragen bij Medlon en de uitslagen in zien van zowel eigen aanvragen van de huisarts als aanvragen van andere zorgverleners zoals specialisten. Na een succesvolle pilot, is e-Lab sinds 2011 operationeel. De dienst heeft de verwachte voordelen voor huisartsen, patiënten en Medlon opgeleverd en laat in 2012 een stijging zien van het aantal gebruikers en het aantal aanvragen per gebruiker. In 2012 hebben we gewerkt aan een verdere verbetering van de dienst.

Voordelen voor de huisarts, de patiënt en het laboratorium Het gebruik van e-Lab heeft zowel voor de huisarts, de patiënt als voor het laboratorium voordelen. De huisarts kan kwaliteit en service bieden doordat hij of zij altijd op de hoogte is van de meest recente uitslagen van alle door Medlon uitgevoerde onderzoeken. Op deze manier kunnen behandelingen en onderzoeken beter op elkaar afgestemd worden en wordt de kans op fouten of dubbele onderzoeken ten gevolge van onvoldoende informatie verminderd. Dit is natuurlijk ook in het belang van de patiënt. Bovendien hoeven patiënten door e-Lab na een telefonisch consult niet meer eerst langs de huisarts om het formulier voor laboratoriumonderzoek op te halen. Zodra de huisarts op verzenden klikt is de aanvraag bekend bij het laboratorium en kan de patiënt direct onderzocht worden. Doordat het aanvraagformulier digitaal wordt ontvangen, is er bovendien geen onduidelijkheid over de aangevraagde onderzoeken. Voor het laboratorium biedt e-Lab het voordeel dat zij de zorgverleners beter kunnen informeren en dat hun administratieve werkzaamheden verminderen, omdat zij de relevante patiëntgegevens en onderzoeksaanvragen direct in hun systeem ontvangen.

6 | eLab

Ontwikkelingen e-Lab Bij de start van e-Lab hebben we in overleg met huisartsen verschillende rechten ingesteld voor verschillende eindgebruikers. De praktijkmedewerkers, assistentes en POH’ers konden alleen onderzoeken aanvragen en orders inzien. De huisarts kon naast deze twee functionaliteiten ook uitslagen van laboratoriumonderzoeken inzien, van zowel onderzoeken die de huisarts zelf had aangevraagd als van onderzoeken aangevraagd door andere zorgverleners. Omdat ook assistentes en POH’ers in hun werk moeten kunnen beschikken over onderzoeksuitslagen, zijn de rechten in 2012, op verzoek en advies van huisartsen, gelijk getrokken. Hierdoor is het voor assistentes en POH’ers ook mogelijk om de uitslagen van laboratoriumonderzoeken in te zien. In 2012 hebben we ook een begin gemaakt met de uitbreiding van e-Lab voor GGZ- en Care-instellingen. Dit verwachten we begin 2013 te realiseren. Deze dienst is vergelijkbaar met de dienst e-Lab voor huisartsen. Daarnaast hebben andere laboratoria gevraagd om ook aangesloten te worden op e-Lab. Ook dit wordt in 2013 opgepakt.


eLab | 7


e--Verwijzen Met e-Verwijzen kan de huisarts vanuit het eigen huisartsinformatiesysteem via het ZorgPortaal van ZorgNetOost de patiënt doorverwijzen naar MST, ZGT, Dimence en Mediant. Bij de verwijzing kan worden aangeven welke informatie uit het eigen informatiesysteem in de verwijsbrief opgenomen moet worden en heeft de huisarts de mogelijkheid om een toelichting toe te voegen. De inhoud van de elektronische verwijsbrief is gebaseerd op de laatste NHG-standaard, de HASP-richtlijn. De huisarts krijgt de opgestelde verwijsbrief automatisch in het eigen huisartsinformatiesysteem. De zorginstelling waarnaar de patiënt verwezen wordt, neemt na ontvangst van de elektronische verwijsbrief, contact op met de patiënt om een afspraak te maken.

Voordelen voor huisarts, patiënt en zorginstelling Met e-Verwijzen kan de huisarts gestructureerd de juiste patiëntinformatie rechtstreeks naar de juiste afdeling of zorgverlener van de vervolginstelling sturen. Bovendien kan de huisarts, omdat de verwijsbrief ook in het eigen dossier van de patiënt komt, later terug zien welke verwijzing is gedaan en welke informatie toen is meegestuurd. De patiënt hoeft nu niet meer alle informatie, bijvoorbeeld over gebruikte medicatie, paraat te hebben als hij of zij de specialist bezoekt. Dit staat immers vermeld in de elektronische verwijsbrief. En de patiënt hoeft niet meer zelf een afspraak te maken, maar wordt hierover gebeld. De vervolginstelling, ten slotte, heeft het voordeel dat zij al beschikken over de belangrijkste patiëntinformatie én dat zij zelf in kunnen plannen wanneer zij contact opnemen met patiënten voor het maken van een afspraak.

8 | e-Verwijzen

Ontwikkelingen e-Verwijzen Net als e-Lab zien we bij e-Verwijzen in 2012 een groei van het aantal gebruikers en van het aantal verwijzingen per gebruiker. Naast deze kwantitatieve ontwikkelingen is in 2012 ingezet op verbetering van de kwaliteit van e-Verwijzen. Bij de start van e-Verwijzen in 2011 was de dienst alleen toegankelijk voor huisartsen. Op advies van huisartsen is besloten om e-Verwijzen ook toegankelijk te maken voor praktijkmedewerkers. Dit verzoek werd ondersteund door de GGZ-instellingen omdat in de praktijk de POH’ers vaak verwijzen. Sinds oktober 2012 is e-Verwijzen ook toegankelijk voor praktijkmedewerkers, indien de huisarts hiervoor een aanvraag indient. Daarnaast zijn er in 2012 veranderingen doorgevoerd voor het meesturen van medische informatie, waardoor de huisarts bijvoorbeeld een uitgebreider keuzemenu kan openen waarin aangegeven kan worden welke informatie wel of niet meegestuurd kan worden. In 2012 is het concept opgezet voor het meesturen van voor-ingevulde formulieren bij e-Verwijzen. Begin 2013 zal hiermee worden getest bij verwijzingen richting GGZ en bij COPD.


e-Verwijzen | 9


WDH &ADEPD ‘s Avonds, ‘s nachts en in het weekend wordt spoedeisende huisartsenzorg geboden via de huisartsenpost. Voor de waarnemende huisartsen is het van groot belang dat zij kunnen beschikken over de belangrijkste patiëntgegevens, zoals actuele aandoeningen, medicatie en allergieën. Deze huisartsen hebben natuurlijk geen inzage in alle patiëntdossiers. Hier biedt het Waarneemdossier Huisartsen uitkomst. Daarmee hebben de waarnemende huisartsen inzage in de belangrijkste gegevens, de Professionele Samenvatting. Deze is gebaseerd op de NHG-standaard. Daarnaast wordt de eigen huisarts van de patiënt via een waarneemretourbericht automatisch geïnformeerd over de behandeling door de waarnemend huisarts en kan dit waarneemretourbericht automatisch in het eigen patiëntdossier worden opgenomen. Het waarneemdossier huisartsen moet landelijk gerealiseerd worden via het Landelijk Schakelpunt (LSP), maar wordt in de regio al sinds 2005 gebruikt door de huisartsenposten.

ADEPD Om goede en volledige informatie te krijgen, moet deze wel goed zijn ingevoerd. Dan gaat het niet alleen om de terminologie die voor een waarnemend huisarts eenduidig en begrijpelijk moet zijn. Omdat elektronisch deelinformatie uit een dossier wordt gehaald, moet deze informatie ook op de juiste plaats staan. ADEPD (Adequate Dossiervorming met het Elektronisch Patiënten Dossier) is een richtlijn die huisartsen een houvast biedt bij het registreren van relevante medische gegevens in hun EPD. Sinds 2010 wordt in onze regio aandacht besteed aan de verbetering van de kwaliteit van dossiers van huisartsen. Op basis van de ervaringen in Twente heeft het Nivel, het Nederlands Instituut voor onderzoek in de gezondheidszorg een scan opgesteld die nu landelijk aangeboden wordt.

Ontwikkelingen WDH en ADEPD 10 | WDH

Wat betreft WDH en ADEPD heeft 2012 vooral in het teken gestaan van het wel of

niet doorgaan van het Landelijk Schakelpunt en daarmee het realiseren van het waarneemdossier huisartsen en het elektronisch medicatiedossier op landelijke schaal. Twee uitgangspunten zijn daarin leidend geweest: als het landelijk (beter) kan, hoeven we het niet meer regionaal aan te bieden; en de regio conformeert zich aan de landelijke afspraken. In 2012 werd steeds duidelijker dat privacy, toestemming patiënt en de schaal waarop informatie wordt uitgewisseld, de belangrijkste vraagstukken zouden zijn. In een regionale werkgroep, bestaande uit o.a. huisartsen, huisartsenposten en apothekers, zijn deze onderwerpen regelmatig besproken, met als doel te komen tot regionale afspraken in samenhang met het landelijk beleid. Voor WDH heeft de landelijke richtlijn m.b.t. toestemming van de patiënt de grootste rol gespeeld. Tot 1 januari 2013 werd uitgegaan van impliciete toestemming van de patiënt. Dat houdt in dat huisartsen op de huisartsenposten inzage hebben in patiëntinformatie, tenzij de patiënt daartegen uitdrukkelijk bezwaar heeft gemaakt. Toen landelijk werd besloten dat de beleidslijn zou worden dat patiënten uitdrukkelijk toestemming moeten geven, is besloten dat deze lijn ook voor de regionale informatieuitwisseling zou gaan gelden. In het hoofdstuk over opt-in leest u hier meer over. In 2013 zullen het waarneemdossier huisartsen en het elektronische medicatiedossier naar verwachting via de landelijke infrastructuur, het LSP worden gerealiseerd. Eind 2012 is de Taskforce Stimulering aansluiting en Gebruik LSP opgericht, om huisartsen en apothekers in de regio te ondersteunen. IZIT vult het voorzitterschap en het secretariaat van de taskforce in.


Goede informatie, vraagt goede registratie. WDH | 11


Regionale eberichtendienst Veel elektronische communicatie tussen zorgverleners gebeurt middels elektronisch berichtenverkeer. Het gaat dan bijvoorbeeld om recepten van huisarts naar apotheker, labuitslagen naar de huisarts, specialistenbrieven van ziekenhuis naar huisarts en waarneemretourberichten van de huisartsenpost naar de huisarts. In Nederland worden jaarlijks ruim 100 miljoen elektronische berichten verstuurd, en dit aantal blijft nog steeds toenemen. Een elektronisch bericht vraagt minder administratieve handelingen, de kans dat er bij het overnemen van informatie fouten worden gemaakt neemt af en er hoeven geen portokosten te worden betaald.

Basisdienst EĂŠn van de basisdiensten die op het programma 2011-2013 staan is een regionale berichtendienst. Het hebben van een eigen ZorgNetOost berichtendienst biedt de regio meer controle op de prijs en omvang van het berichtenverkeer. In 2011 zijn we gestart met een onderzoek naar de mogelijkheden van een eigen berichtendienst. Dit hebben we gedaan met de beide ziekenhuizen MST en ZGT, omdat voor hen het afsluiten van een nieuw contract grote prioriteit had. Zo zijn we in gesprek gekomen met Zorgring Noord Holland Noord. Deze organisatie is vergelijkbaar met IZIT: de participanten zijn zorginstellingen die als doel hebben elektronische informatie-uitwisseling in de zorg te stimuleren en verbeteren. Zorgring Noord Holland Noord heeft al decennia een eigen berichtendienst en bleek bereid haar kennis en expertise met ons te delen en op termijn aan ons over te dragen.

12 | Regionale berichtendienst

Na de voorbereidende werkzaamheden zijn in november de eerste testen gestart om vanuit de ziekenhuizen berichten te sturen naar de huisartsen. Deze testen zijn positief verlopen, waardoor eind december het definitieve besluit is genomen om voor de beide ziekenhuizen over te stappen naar de eigen regionale ZorgNetOost berichtendienst. In 2013 wordt de ZorgNetOost berichtendienst verder uitgebouwd.

ZorgRingOost Bij elektronische informatie-uitwisseling binnen bepaalde sectoren, wordt vaak gebruik gemaakt van een breedbandinfrastructuur die alleen toegankelijk is voor organisaties en professionals die binnen een sector werkzaam zijn. Zo maken in Twente de gemeentes, de brandweer en de politie al gebruik van een dergelijke infrastructuur. Het voordeel hiervan is dat de veiligheid en snelheid van informatie-uitwisseling wordt vergroot, omdat geen gebruik wordt gemaakt van het publieke internet. Met de toename van het aantal diensten dat via ZorgNetOost wordt aangeboden, groeit ook binnen de zorgsector de behoefte aan een eigen, alleen voor zorgaanbieders toegankelijke breedbandinfrastructuur. Onder de naam ZorgRingOost zijn we in 2012 begonnen met de ontwikkeling hiervan. In eerste instantie is er een verbinding gemaakt tussen MST en ZGT. In 2013 sluiten andere zorgaanbieders aan.


In Nederland worden jaarlijks ruim 100 miljoen elektronische berichten verstuurd, en dit aantal blijft nog steeds toenemen. Regionale berichtendienst | 13


houders Aandeelh

14 | Aandeelhouders


Betrokkenen

Betrokkenen | 15


XDS XDS, oftewel Cross Enterprise Document Sharing, is een basiscomponent voor een aantal te ontwikkelen diensten van ZorgNetOost. XDS is een op standaarden gebaseerd profiel dat het delen en uitwisselen van beelden en verslagen mogelijk maakt tussen verschillende zorgverleners en verschillende instellingen. Met XDS kunnen veel CT-onderzoeken, MRI-scans, labuitslagen, overdrachtsdocumenten en verwijsbrieven tussen zorginstellingen gedeeld worden.

Radiologie domein De ziekenhuizen beschikken na aanschaf van de XDS componenten over een infrastructuur om onderling informatie te delen. De XDS infrastructuur wordt binnen Nederland met name gebruikt binnen het radiologie domein. Hiervoor zijn diverse IHE standaarden uitgewerkt en geïmplementeerd. De implementatie van XDS in ZNO zal dan ook starten met uitwisseling van beelden en documenten in het radiologie domein. Deze eerste uitwisseling zal worden gerealiseerd tussen de deelnemende ziekenhuizen. Daarmee wordt de traditionele werkwijze, het branden en verspreiden van DVD’s, vervangen.

Opschaling De gerealiseerde XDS infrastructuur kan vervolgens breder worden ingezet dan voor het radiologie domein. Naar verwachting zal één van de eerste uitbreidingen worden gezocht in het cardiologie domein. Hierbij zal het gaan om het ontsluiten van beelden (ECG, echografie, angio, etc.) en documenten (verslagen of andere bevindingen). Andere domeinen zullen geleidelijk volgen. Bij elke opschaling wordt niet alleen het aantal en het soort documenten, dat via XDS wordt gedeeld, uitgebreid, ook het aantal aangesloten zorgaanbieders neemt toe. Zo betekent het inzetten van XDS bij e-Overdracht niet alleen dat de ziekenhuizen betrokken zijn,

16 | XDS

maar ook organisaties voor thuiszorg, verpleeghuiszorg en revalidatie. Met de XDS infrastructuur zijn we ook in staat huisartsen en andere eerstelijns zorgverleners inzage te geven in beelden en andere documenten van hun patiënten. Dit gebeurt door een viewer te plaatsen achter het ZorgNetOost ZorgPortaal. Binnen een XDS-structuur is het mogelijk de zgn ‘patient-consent’, het feit dat de patiënt instemt met het delen van de informatie, vast te leggen. Afspraken die tussen zorgverleners en tussen zorgverleners en patiënten gemaakt worden met betrekking tot wie wat in mag zien, worden geregeld via identificatie, authenticatie en autorisatie. Daarnaast kan door logging achteraf gezien worden wie welke documenten heeft geraadpleegd. Ook in andere regio’s is men volop bezig met het implementeren van XDS. Met deze regio’s wordt voortdurend afstemming gezocht om er voor te zorgen dat op termijn ook bovenregionale uitwisseling, bijvoorbeeld met academische ziekenhuizen, mogelijk is.


De uitdaging: het gemakkelijk vinden en benaderen van documenten van andere zorgverleners uit de regio XDS | 17


“Opt-in” betekent dat de patiënt zelf uitdrukkelijk toestemming moet geven aan zorgverleners om elektronisch medische informatie te mogen delen met andere zorgverleners.

18 | OPT-IN: de toestemming van de patiënt


OPT-IN:de toestemming van de patiënt

Voor het beschikbaar stellen van medische informatie aan andere zorgverleners, moet de patiënt toestemming geven. Hiervoor bestaan twee beleidslijnen: de eerste lijn (opt-out geheten) gaat er vanuit dat de patiënt toestemming geeft, tenzij hij of zij bezwaar maakt; de tweede lijn (opt-in) zegt dat de patiënt eerst uitdrukkelijk toestemming moet geven voordat informatie beschikbaar mag worden gesteld. Bij de doorstart van het LSP is besloten landelijk opt-in te gebruiken: informatie mag alleen beschikbaar worden gesteld na toestemming van de patiënt.

Regionale werkgroep In mei 2012 is er een regionale werkgroep optin gestart om de gevolgen van deze landelijke richtlijn in kaart te brengen en om de huisartsen en apothekers hierover te informeren en te ondersteunen in het vastleggen van deze toestemming. Deze werkgroep bestaat uit huisartsen, apothekers, HDT-Oost, HAP Hengelo, CHPA, Thoon, Protopics en IZIT. Een belangrijk uitgangspunt van de werkgroep is dat in één keer toestemming wordt gevraagd voor alle informatie-uitwisseling tussen zorgverleners, ongeacht de infrastructuur die daarvoor gebruikt wordt. Hiertoe is besloten omdat informatie-uitwisseling en privacy toch al een zeer complex verhaal is, en we de patiënt zoveel mogelijk duidelijkheid willen bieden. Midden juni hebben we een drukbezochte informatieavond georganiseerd om huisartsen en apothekers te adviseren. Tevens zijn regionale versies van de landelijke registratieformulieren en folders geschreven en verspreid en is een regionale poster ontwikkeld. Al het communicatiemateriaal is naast de verspreiding vanuit de huisartsenposten en –praktijken en de apotheken ook online beschikbaar op het opt-ingedeelte van de website van ZorgNetOost.

In de maanden oktober, november en december 2012 is in samenwerking met de huisartsenposten Enschede, Hengelo en Almelo, de apothekers uit de regio, Thoon en ZorgNetOost via publiciteit en advertenties ook het belang van opt-in bij de Twentse bevolking onder de aandacht gebracht. Het gevolg van deze inspanningen is dat in onze regio, in vergelijking met andere delen van het land, al een groot deel van de patiënten toestemming heeft gegeven.

Medische gegevens Indien toestemming wordt verleend aan de zorgaanbieder voor het beschikbaar stellen van medische gegevens, kunnen de volgende gegevens worden ingezien door zorgaanbieders, indien noodzakelijk voor de behandeling: • Alle belangrijke diagnoses • Actuele diagnoses van de laatste 2 jaar • Aantekeningen van de laatste 4 maanden of laatste 5 consulten • Medicatie • Allergieën

OPT-IN: de toestemming van de patiënt | 19


voor huisartsen v ZorgNetOostv Veel zorgprocessen starten bij de huisartsen. Daarom besteden we bij ZorgNetOost veel aandacht aan deze groep zorgaanbieders. In 2012 hebben we ons vooral gericht op het uitbreiden van de toegangsmogelijkheden vanuit verschillende huisartsinformatiesystemen.

Toegang tot ZorgNetOost ZorgPortaal en diensten Een van de belangrijkste uitgangspunten van ZorgNetOost is de single-sign-on toegang vanuit verschillende informatiesystemen. Dit houdt in dat de toegang tot het ZorgPortaal wordt gerealiseerd vanuit het patiëntdossier in het eigen informatiesysteem. Bij deze toegang worden de belangrijkste gegevens van zowel de zorgverlener als de patiënt meegenomen. Dit voorkomt dat huisartsen informatie opnieuw in moeten voeren. Bovendien voldoen we met deze oplossing aan een belangrijke voorwaarde om informatie uit te mogen wisselen; namelijk dat er sprake moet zijn van een behandelrelatie. Immers, een huisarts kan een dienst alleen benaderen vanuit het dossier van een patiënt, en daarover kan hij of zij alleen beschikken als er sprake is van een behandelrelatie. Om de single-sign-on toegang voor huisartsen te realiseren, zijn we in gesprek gegaan met de leveranciers van de grootste huisartsinformatiesystemen. In onze regio zijn dat Promedico, Medicom en Mira. Deze leveranciers zijn bereid gebleken om, met de door ons verstrekte specificaties, een knop in hun systeem in te bouwen die toegang geeft tot het ZorgNetOost ZorgPortaal en daarmee tot de achterliggende diensten. Daarmee is het voor circa 88 procent van de huisartsen in onze regio mogelijk om daar gebruik van te maken.

20 | ZorgNetOost voor huisartsen

Overigens zijn we ook in gesprek met leveranciers van informatiesystemen voor bijvoorbeeld de Care- en GGZ-sector, om eenzelfde ZorgpPortaalknop te ontwikkelen.

Helpdesk ZorgNetOost Sinds 1 juli 2012 beschikt ZorgNetOost over een fulltime helpdesk-medewerker. Zorgverleners kunnen bij de helpdesk terecht voor al hun vragen en opmerkingen met betrekking tot het ZorgPortaal en de achterliggende diensten. De aanmeldingen van nieuwe gebruikers voor de ZorgNetOost diensten worden door de helpdesk zo snel mogelijk afgehandeld. Hoewel we erg veel aandacht besteden aan het opstellen van gebruikershandleidingen, zijn er zorgverleners die er prijs op stellen om op de eigen werkplek ondersteuning te krijgen bij de instellingen voor ZorgNetOost en uitleg over het gebruik van de diensten. Onze helpdeskmedewerker kan aan die vraag tegemoet komen en heeft in 2012 dan ook een groot aantal huisartspraktijken bezocht. Dit directe contact wordt door zorgverleners erg op prijs gesteld, en biedt ons de mogelijkheid om inzicht te krijgen in de wensen en behoeften die in het veld spelen, zodat we die mee kunnen nemen in de verdere ontwikkeling van de diensten. Daarnaast is de helpdeskmedewerker voor netwerk- en applicatiebeheerders in de aangesloten instellingen het eerste aanspreekpunt.


ZorgNetoost voor huisartsen | 21


ontwikkeling Diensten ino In 2012 hebben we, naast de al beschreven diensten gewerkt aan de ontwikkeling van een aantal andere basisdiensten: e-Overdracht en e-MDO. Daarnaast is er aandacht besteed aan de doorontwikkeling van het huidige ZorgPortaal, het Regionaal Schakelpunt en is gestart met de analyse en ontwikkeling van een regionaal PatiëntPortaal. Hieronder zullen we deze activiteiten verder toelichten.

e-Overdracht Patiënten die opgenomen zijn geweest in het ziekenhuis, krijgen daarna vaak nog zorg van een andere organisatie, bijvoorbeeld de thuiszorg of een revalidatiecentrum. Deze vervolginstelling beschikt nu bij binnenkomst van de patiënt meestal niet over alle relevante informatie waardoor er veel tijd verloren gaat met het verzamelen hiervan. Met e-Overdracht wordt overdrachtinformatie elektronisch verzonden naar de organisatie die de nazorg verleent. Waar mogelijk en wenselijk worden gegevens uit het bronsysteem van de zorginstelling gelezen en kunnen ook de gegevens uit het e-Overdrachtdossier door het bronsysteem worden ingelezen. e-Overdracht ondersteunt ook het transferproces binnen een instelling. Alle activiteiten die nodig zijn om de uiteindelijke overdracht te regelen kunnen worden vastgelegd. Het project is in juli 2012 officieel van start gegaan met de instellingen MST, ZGT, Livio, Carintreggeland, ZorgAccent en Het Roessingh. e-Overdracht draagt daarmee bij aan de verbetering van de zorg door het tijdig beschikbaar stellen van de volledige patiëntinformatie. Bovendien levert e-Overdracht een bijdrage aan de afname van administratieve lasten binnen de instellingen.

22 | Diensten in ontwikkeling

e-MDO In de regio vinden verschillende multidisciplinaire overleggen (MDO’s) plaats waarbij professionals met elkaar patiëntcases bespreken. De betrokken professionals zijn vaak werkzaam in verschillende instellingen en om tijd te besparen, overleggen zij met gebruik van communicatietechnologieën, zoals beeldcommunicatie. Een voorwaarde hiervoor is dat alle informatie op elke locatie beschikbaar moet zijn. Nu wordt deze informatie nog vaak, voorafgaand aan het overleg, per post verstuurd, op DVD’s en in papieren documenten. Met e-MDO kunnen we er voor zorgen dat alle informatie op elke locatie op elk moment beschikbaar is. e-MDO maakt daarvoor gebruik van de XDS-infrastructuur die al eerder werd beschreven. Het eerste klinische domein waarin e-MDO wordt ingezet, is oncologie. Specialisatie in de zorg zal in de toekomst steeds verder toenemen. e-MDO kan een belangrijke bijdrage hieraan leveren en stelt zorgverleners in staat om vanuit hun eigen werkplek te overleggen met collega’s, zodat aan patiënten de beste zorg geleverd kan worden.


ZorgPortaal Het ZorgPortaal vormt voor zorgverleners de toegangspoort tot de diensten van ZorgNetOost. De afgelopen jaren hebben we vooral energie gestoken in de verbinding van de informatiesytemen met het ZorgPortaal en in de technologie die een veilige en betrouwbare toegang mogelijk maken. U leest hier op een andere plaats in het jaarverslag meer over. In 2012 zijn we na gaan denken over de doorontwikkeling van het ZorgPortaal. Centrale vraag daarbij is: ‘wat willen zorgverleners weten, met welke informatie kunnen we ze nog beter bedienen?’ In gesprekken met verschillende zorgverleners hebben we een groot aantal ideeën opgedaan, die zijn beschreven in een programma van eisen. Dit moet in 2013 resulteren in een ZorgNetOost ZorgPortaal dat er aantrekkelijk uitziet, dat meer interactieve mogelijkheden biedt en dat de zorgverlener in staat stelt om verschillende soorten informatie te ontsluiten.

Regionaal PatiëntPortaal Patiënten willen in toenemende mate betrokken worden bij hun zorg en moeten daartoe over de juiste informatie kunnen beschikken. Het regionaal PatiëntPortaal is daarom opgenomen in het meerjarenprogramma. In 2012 heeft de Programmaraad besloten dat het PatiëntPortaal moet worden ontwikkeld. In eerste instantie zullen we ons daarbij richten op het creëren van een functionaliteit die patiënten een veilige en betrouwbare toegang biedt. Daarnaast zal het PatiëntPortaal de mogelijkheid bieden om inzicht te krijgen in welke zorgverleners welke informatie uitwisselen, en daarvoor al dan niet toestemming verlenen.

Diensten in ontwikkeling | 23


Landelijke eOntwikkelingen Een jaarverslag van IZIT zou niet compleet zijn zonder een blik te werpen op wat er landelijk is gebeurd op het gebied van Zorg-ICT en de invloed daarvan op de ontwikkelingen in onze regio.

Verhouding landelijke en regionale ontwikkelingen Lange tijd is er sprake geweest van een (schijnbare) tegenstelling tussen landelijke en regionale ontwikkelingen. Omdat het vaak gemakkelijker is om op regionale schaal afspraken en keuzes te maken, lopen regionale initiatieven voor op wat landelijk ontwikkeld wordt. En hoewel regio-organisaties altijd hebben betoogd en aangetoond dat zij, waar mogelijk, gebruik willen maken van landelijke standaarden en voorzieningen, bestond er bij partijen de angst voor eilandvorming in de regio’s. In 2012 zien we dat er geen sprake meer is van deze angst. Integendeel, regionale initiatieven worden nu vaak ingezet als voorbeeld dat landelijke navolging verdient en steeds vaker wordt nagedacht hoe landelijke voorzieningen ook regionaal ingezet kunnen worden. In 2013 geven we hier verder gevolg aan door met de uitvoeringsorganisatie van het LSP te bekijken hoe we de waarneem- en medicatiegegevens die via het LSP beschikbaar zijn, ook kunnen gebruiken in regionale diensten zoals e-Verwijzen.

Landelijk Schakelpunt LSP Nadat in 2011 de minister van VWS ‘in opdracht’ van de Eerste Kamer haar handen had afgetrokken van het LSP, heeft een aantal zorgkoepels besloten een doorstart te maken, met financiële ondersteuning van de zorgverzekeraars.

24 | Landelijke ontwikkelingen

De zorgkoepels hebben daartoe de VZVZ, de vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie opgericht. Ter voorbereiding op de definitieve bestuursstructuur werd een gebruikersraad ingesteld. Twente is hier goed vertegenwoordigd met de directeur van de huisartsenposten Enschede en Hengelo en de directeur van IZIT. Onze inzet is gericht op het behoud van datgene wat we in de regio al hebben gerealiseerd op het gebied van huisartswaarneem- en medicatiegegevens met aandacht voor een veilige en betrouwbare, maar ook werkbare situatie. Daarbij lopen we in Twente, samen met de regio Nijmegen, ver voor op de rest van het land.

Samenwerking met andere regio’s De vraagstukken waar we in onze regio mee te maken krijgen, zijn niet uniek. Ook andere regio’s hebben of krijgen hiermee te maken. Om te komen tot oplossingen die elektronische informatie-uitwisseling buiten de eigen regio mogelijk maakt, is samenwerking met andere regionale en landelijke organisaties van belang. IZIT participeert daarom in verschillende overleggen. Na de ‘overname’ van het LSP door VZVZ is Nictiz, het nationaal instituut voor ICT in de zorg zich weer gaan richten op haar oorspronkelijke taak als kennis- en standaardisatie-organisatie op het gebied van Zorg-ICT. In overleg met verschillende partijen wordt een ontwikkelagenda opgesteld. De regio-organisaties, waaronder IZIT, hebben daarbij een belangrijke inbreng. Tijdens de Regiobijeenkomsten wordt besproken wat er op bestuurlijk niveau speelt in de verschillende regio’s, wordt kennis gedeeld en worden, waar nodig en mogelijk, afspraken gemaakt.


Dit kan resulteren in een opdracht aan een werkgroep om e.e.a. nader uit te werken. De gedragscode EGIZ, die eind 2012 aan het CBP is voorgelegd, is één van de resultaten van de samenwerking tussen de verschillende regio-organisaties. Een van de werkgroepen die uit de Regiobijeenkomsten zijn voortgekomen, is het Regionaal Architectuur Platform (RAP). In 2012 is o.a. gesproken over elektronische ondersteuning van de Richtlijn Medicatie-overdracht, de Basisset Patiëntgegevens, XDS en CCR/CCD. Dit heeft geresulteerd in documenten die binnen de regio gebruikt kunnen worden om de eigen ontwikkelingen te ondersteunen.

Privacy en veiligheid Zowel landelijk als regionaal is in 2012 veel aandacht besteed aan privacy en veiligheid m.b.t informatie-uitwisseling in de zorg. De eerder genoemde gedragscode EGIZ is hier een voorbeeld van. De bedoeling was om deze begin 2013 ter goedkeuring aan het CBP voor te leggen. Echter, eind 2012 heeft de minister van VWS een wetsvoorstel aangaande het cliëntrecht ingediend en heeft het CBP laten weten de Gedragscode niet te behandelen. Ongetwijfeld zal er ook in 2013 veel aandacht zijn voor privacy en veiligheid, landelijk én regionaal.

De vraagstukken waar we in onze regio mee te maken krijgen, zijn niet uniek. Ook andere regio’s hebben of krijgen hiermee te maken. Landelijke ontwikkelingen | 25


“Wij hebben voor deze plek gekozen vanwege de gunstige ligging� 26 | Over IZIT


OverIZIT In januari 2012 zijn we verhuisd naar Park Phi. Dit kantorencomplex aan de Zuiderval, bestaat uit drie torens. IZIT huurt een aantal ruimtes in de hoogste toren. Het park is duurzaam gebouwd en de bouwer heeft daarvoor bij de opening in september, een prijs gekregen. Wij hebben voor deze plek gekozen vanwege de gunstige ligging: de zorginstellingen in Enschede zijn gemakkelijk (per fiets) te bereiken en via de snelweg zijn Hengelo en Almelo goed te bereiken. Omgekeerd geldt natuurlijk ook, en dat is gezien de vele vergaderingen die bij IZIT worden gehouden met mensen uit verschillende organisaties, geen overbodige luxe. Door het materiaalgebruik maken de kantoren een frisse en lichte indruk, en nu we het klimaatbeheersingssysteem onder de knie hebben, is het er aangenaam werken.

Overleggen binnen & buiten IZIT Hoewel we het aantal overleggen zoveel mogelijk proberen te beperken, is er ook in 2012 flink vergaderd. De Raad van Commissarissen, de Programmaraad, de klankbord groepen Architectuur en Privacy en Veiligheid Ên de werkgroepen voor de verschillende projecten, zijn in 2012 frequent bij elkaar geweest om zaken af te spreken en af te stemmen. Ook extern zijn we druk met overleggen en maken we heel wat kilometers: niet alleen naar de aangesloten organisaties, maar ook naar Nictiz-overleggen of bijeenkomsten van de gebruikersraad VZVZ. In totaal hebben we in 2012 zo’n 25.000 kilometer gereden.

Het IZIT Team In augustus is Monique Nijkamp met zwangerschapsverlof gegaan. Op 27 september hebben zij en haar man een dochter gekregen. Helaas heeft Monique eind december haar baan bij IZIT opgezegd. In juli is Rob Roode in dienst gekomen als helpdeskmedewerker. Inmiddels is hij helemaal op de hoogte van het ZorgPortaal, de diensten van ZorgNetOost en de werking van de huisartsinformatiesystemen. Rob is het eerste aanspreekpunt bij vragen en problemen en gaat zo nodig ook bij huisartsen op bezoek. Per 1 oktober is Kim Thijssen als projectmedewerker gestart. Kim biedt vooral ondersteuning bij de projecten XDS en e-Overdracht. Met Bennie Assink, Marloes Sanders en Renie Heerbaart, bestaat het IZIT-team nu uit vijf mensen.

Over IZIT | 27


Contact

BEZOEKADRES Zuiderval 62-2 7543 EZ Enschede

POSTADRES Zuiderval 62-2 7543 EZ Enschede

WEBSITES www.izit.nl

ww.zorgnetoost.nl

E-MAIL info@izit.nl

communicatie@zorgnetoost.nl

HELPDESK

helpdesk@zorgnetoost.nl 088-4357337 Helpdesk is telefonisch bereikbaar op werkdagen van 09.00 uur tot 17.00.

28 | Contact


Colofon

UITGAVE

IZIT

REDACTIE

Renie Heerbaart Marloes Sanders

VORMGEVING Melk design

FOTOGRAFIE GĂŠ Klein Wolterink

Colofon | 29


Innovatie voor zorg met toekomst



Jaarverslag IZIT 2012