Page 1

55ste jaargang | 2018 nummer 1


Een bosje aren Op verzoek van de overledene lag tijdens de rouwdienst een eenvoudig bosje aren op de kist. Zou zij daarmee hebben willen verwijzen naar haar werkzame leven? Als vrouw van een bakker had zij altijd in de winkel gestaan en brood, koekjes en banket verkocht. Haar kennende vermoed ik nog een dieper motief. Ze had dicht bij God en de Bijbel geleefd en op grond daarvan durfde ze standpunten in te nemen die niet gangbaar waren in de gemeente. Op haar rouwkaart stond bijvoorbeeld dat ze ‘in vol vertrouwen op haar Heere en Heiland ontslapen was’. ‘Ontslapen’ gebruikt de apostel Paulus vaak in verband met het sterven van een christen, bijvoorbeeld in 1 Thessalonicenzen 4: 13-18. ‘Ont’ betekent in deze samenstelling ‘beginnen te’. Een lucifer ‘ontbrandt’, begint te branden. Door bewust voor ‘ontslapen’ te kiezen liet deze zuster blijken dat zij haar sterven zag als ‘gaan slapen’, in de verwachting aan de andere kant van de dood bij God te ontwáken.

met vele aren. Zo zal Christus bij Zijn wederkomst het begraven lichaam met één machtswoord omvormen tot een nieuw opstandingslichaam (1 Kor. 15:42). Het bosje aren op de kist was een getuigenis dat de dood niet het laatste woord heeft, maar dat Christus er zorg voor draagt dat de gelovige op de jongste dag een gaaf en smetteloos opstandingslichaam zal ontvangen. Een jong stel, dat vlakbij de vrouw had gewoond, vroeg me waarom er een bosje aren op de kist lag. Als mensen die buiten het geloof leefden, begrepen zij daar niets van. Ik heb hen mogen uitleggen dat een christen een mens is met uitzicht en Toekomst. Vandaar geen bloemen op de kist, als aanduiding van onze menselijke broosheid (Ps. 103: 15-16), maar aren, als verwijzing naar de heerlijke toekomst die God beloofd heeft. Mag ik u uitnodigen om naar aanleiding hiervan óók na te denken over deze levensvragen? Overweeg het met het zicht op Hem, die gezegd heeft: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven ook al was hij gestorven’ (Joh. 11:25). Buiten Jezus Christus om raak je verstrikt in duizend vragen en verdwaal je. Maar in geloofsverbondenheid met Hem gaat er ook voor u een stralende toekomst open.

Vandaar mijn vermoeden dat dit bosje aren op haar kist eveneens samenhing met een bijbelse grondlijn. De apostel Paulus schrijft namelijk dat het lichaam van een ontslapen christen als een tarwekorrel gezaaid wordt in de aarde (1 Kor. 15). Zoals een tarwekorrel in de aarde sterft en uitéén valt, zo is dat ook met ons lichaam. Het vergaat in de aarde tot stof. Maar God zorgt ervoor dat de tarwekorrel juist door te sterven ontkiemt en een halm voorbrengt

Ds H.G. de Graaff Nieuwerbrug aan de Rijn

2


Winst door verlies Piet Maasland (70) verloor het licht uit zijn ogen

In het voorjaar van 1982 werd Piet Maasland getroffen door een oogaandoening. Het was het begin van een proces dat zou resulteren in algehele blindheid. ‘Ik heb lang geworsteld met God. Inmiddels heb ik mijn handicap geaccepteerd. Ik heb ontdekt dat je waardevol kunt zijn voor anderen, ongeacht met welke beperking je ook te kampen krijgt. En mijn blindheid heeft me dichter bij God gebracht dan ik ooit had gedacht.’

3


Wonder Met een lenige beweging grijpt Piet naar de afstandsbediening die op de vloer was gevallen. Helmi de geleidehond kijkt vanuit haar mand nauwlettend toe. ‘Welkom, neem een zit. Koffie?’ Je zou warempel niet zeggen bij een blinde op visite te zijn, als hij even later met een zwierige zwaai koffie met boterletter op salontafel zet. ‘Je ziet, ik heb geen geraniums’, grapt hij. ‘Ik was ook niet van plan daarachter te gaan zitten.’ Hij wil maar zeggen: ‘Ik ben niet zielig, ik ben alleen blind!’ het nog eens. En toen was het onherstelbaar beschadigd. Dan staat je leven op z’n kop. ’

Als ik dan voor het slapengaan de dag aan God teruggaf, beleed ik het als schuld.

Foute boel Een kleine rekensom leert dat de 70-jarige Piet al de helft van zijn leven kampt met een ernstige Waarom? Dat rondtobben met die waaroogaandoening. ‘Op een vrijPiet was 35, de jongste van zijn om-vragen heeft best lang gedagmorgen in mei 1982 hielp ik vier kinderen was net geboren. duurd, totdat ik eindelijk rust een klant aan de balie; ik werkte ‘De gebeurtenis had een enorme vond in de tekst: “Mijn genade bij een bank, als beleggingsadimpact op mijn leven, dat snap is u genoeg. Mijn kracht wordt viseur. Opeens zag ik met mijn je. Ik was erg bang dat ook mijn in zwakheid volbracht”. Dat linkeroog een zwart balletje andere oog eraan zou gaan. ging gepaard met de ontdekking heen en weer schieten, gevolgd Lang heb ik geworsteld met de dat het christelijk geloof niet door een soort lichtflitsen. Ik vraag: Waarom, o God? Ik was primair draait om een religie, probeerde zo goed en maar om een relatie. zo kwaad als het ging Tijdens een kerkdienst door te werken. Terwijl in 1995 kwam het tot ‘Toen ontdekte ik dat ik ik dacht iets bovenaan die doorbraak dat ik een papier te schrijven, God persoonlijk leerde een parel in Gods hand ben’ bleek het in werkelijkkennen als een hemelse heid onderaan te zijn. Vader. Toen ontdekte ik Ik wist meteen: dit is dat ik een “parel in Gods foute boel.’ De huisarts hand” ben.’ stuurde me naar de oogarts, die een trouwe kerkganger, actief in me meteen doorverwees naar jeugdwerk en evangelisatiewerk. Emotie het oogziekenhuis. “En neem je Waarom overkwam mij dit? Tien jaar nadat het licht uit zijn koffertje maar mee”, zei hij erVaak was ik boos op God. Nu linkeroog was verdwenen, kreeg bij. Dat beloofde weinig goeds. kom ik uit een geloofstraditie Piet ook problemen met zijn Ik werd er opgewacht door een waarin dat absoluut not done is. rechteroog. ‘Dat was altijd een team van vijf professoren. Mijn Ik vroeg een aantal predikanten ‘lui’ oog geweest, maar doordat netvlies bleek losgesprongen en of dat wel mocht, boos-zijn op het linker uitviel, moest het nu naar beneden geklapt. Ze slaagGod. Boos worden is begrijpe‘op volle toeren’ werken. Er vieden erin het terug te plaatsen, lijk, zeiden ze onafhankelijk van len gaatjes in het netvlies. Gaanmaar na een half jaar gebeurde elkaar, maar boos blijven niet. deweg werd ik blind, ondanks

4


We filosoferen hardop over de vraag wat er erger is: blindgeborenzijn of blind-geworden zijn. ‘In mijn situatie geldt dat ik een ‘plaatje bij het praatje’ heb. Als je spreekt over de regenboog of over sneeuw dan weet ik dat uit herinnering. Dat geldt ook voor de bergen in Zwitserland. Maar de intensiteit van die beelden en de emotie daarbij vervlakt.’ Agenda Net als veel omstanders had Piet zelf ook vaak gedacht dat je actieve leven goeddeels voorbij zou zijn, als je blind wordt. ‘Maar God zij dank is dat niet zo’, zegt hij. ‘Vroeger dacht ik dat mijn beperkingen mijn grenzen waren. Maar ik heb geleerd om die te verleggen.’ Zijn volle agenda is het bewijs. ‘Ik ben meer weg dan thuis’. Hij is lid van de cliëntenraad van Bartiméus en van een zorginstelling, ambassadeur van de stichting KNGF Geleidehonden. Hij schrijft interviews met bewoners van een zorgcentrum in de buurt. ‘En dan zijn er de kinderen, de kleinkinderen, de sociale contacten hier in het appartementencomplex….nee, ik verveel me niet.’ Via de blinden-

bibliotheek in Ermelo krijgt hij diverse kerkelijke bladen in gesproken vorm. Ook het kerkblad beluistert hij zo wekelijks. Elke zondag gaat hij naar de kerk, samen met zijn geleidehond Helmi, als onafscheidelijke metgezel. De zwarte labrador ligt de hele dienst gestrekt in het gangpad. Totdat de dominee ‘Amen’ zegt, dan gaat ze staan. ‘Een christelijke hond’, zegt Piet gekscherend.

‘Ik heb geleerd om mijn grenzen te verleggen’

Verlangen In een aanpalende kamer staan ettelijke honderden cd’s met koormuziek. ‘Allemaal gerubriceerd en in de computer ingevoerd. Daardoor kan ik hier geheel zelfstandig mijn programma voor de lokale omroep samenstellen…. Dat geeft me heel veel voldoening, ik krijg veel positieve reacties van luisteraars. Daardoor houd ik het vol.‘

Piet Maasland schreef twee boekjes over zijn ervaringen: ‘Blindelings vertrouwen’ (2010) en ‘Ruimte in mijn beperking’ (2017). De uitgaven kosten € 15 per stuk (samen: € 25) en zijn rechtstreeks bij hem te bestellen: via telefoonnummer: 0341-268337 of 0627567722. Per e-mail: pietmaasland@gmail.com.

5

‘Mijn handicap heeft me dichter bij God gebracht’, zegt Piet. ‘Meer dan ik ooit had gedacht. Ik noem het winst door verlies. Ik verloor mijn zicht, maar kreeg er heel wat voor terug. God is mijn Lichtbron. Ik wandel in het licht met Jezus. Er is nog zo’n lied…. hoe gaat het ook alweer? ‘Heel de wereld moet het weten dat God niet veranderd is, en zijn liefde als een lichtstraal, doordringt in de duisternis.’ Ik strek me met verlangen uit naar de dag dat Christus zal terugkeren. Dan zal ik weer kunnen zien. Tot die tijd heb ik te kampen met ziekte en zorg. De ene dag is er voorspoed, de andere dag is het weer anders, maar ik mag leven met de zekerheid van dit hemels perspectief. Deze regels geven me moed en troost: ‘Gisteren is voorbij, morgen komt nog. Vandaag helpt de HEER! Geen zorgen voor de dag van morgen, want dan is het weer ‘vandaag’. Met andere woorden, elke dag helpt de HEER!’

Koos van Noppen

mijn hartstochtelijke gebeden dat ik nog een klein stukje licht zou mogen behouden. Het heeft niet zo mogen zijn. Dat ik blind geworden ben, heb ik geaccepteerd. Maar wat me wel moeilijk valt, is dat ik daarbij ook met andere lichamelijke gebreken heb moeten kampen. Ik heb drie heupoperaties achter de rug, hartfalen, problemen met mijn longen, COPD…. Dan denk je soms: is het een keer genoeg…?’


Ds. J. Westland, Putten

Mag je alles vragen aan God? Tijdens catechisatie was dat altijd een dankbaar gespreksonderwerp. Na wat heen en weer praten kwamen de jongeren op het punt dat je in ieder geval mag vragen om dingen die je echt nodig hebt. Maar wat heb je nu echt nodig? Dat gaf altijd weer aanleiding tot boeiende en soms ook heftige discussies. Smartphones had je toen nog niet, anders was het daar vast ook over gegaan. Kun je die immers echt niet missen? Als we met ons gezin gingen kamperen en het regende pijpenstelen op de ochtend van vertrek, dan had je wel om droog weer willen bidden. Maar ja, de boeren hadden die regen nu juist nodig. Je mag God om alles bidden, vond een eenvoudige oude vrouw in één van de gemeenten

die ik heb gediend. Zoals velen van haar leeftijd had ze weinig scholing gehad. Na de lagere school moest ze aan het werk, als dienstbode bij een mevrouw. Maar ze was wel gezegend met een helder verstand. En dat gebruikte ze niet in het minst om met de zaken van God en Zijn Woord bezig te zijn. Dat was haar lust en leven. Je hoefde in gesprek met haar geen voorzichtige omtrekkende bewegingen te maken om bij de zaken van het geloof uit te komen. Ze had wat dat betreft het hart op de tong. Tijdens een van onze gesprekken ging het over die vraag: Mag je alles vragen aan God? ‘Nou dominee’, zei ze, ‘ik zal u eens wat vertellen. Mijn man was op een dag naar zijn werk en de kinderen hadden vrij van school. Het was mooi weer en ik besloot

6

gezellig met hen naar het bos te gaan. We hebben ons daar vermaakt met spelletjes en een picknick, het was prachtig. Maar toen we weer thuis waren, ontdekte ik tot m’n grote schrik, dat ik mijn trouwring kwijt was. Hij zat al een beetje los en ik moet ‘m tijdens het ravotten in het bos zijn verloren. Het huilen stond me nader dan het lachen. Inmiddels was m’n man thuisgekomen. ‘Zoeken’, zei hij, ‘we gaan zoeken’. Dominee, toen kwam het zomaar spontaan in me op: eerst bidden, laten we eerst bidden. En geloof het of niet, maar wonderlijk genoeg, vonden we de ring nog terug ook.’ Ik leerde van haar: We moeten maar niet te veel discussiëren over wat we wel en niet mogen bidden. We moeten maar spontaan doen, wat ons gelovig hart ons ingeeft en de uitkomst aan onze goede God overlaten.


HET GLORIERIJKE ‘VROEGER’ IS VOORBIJ

Ik heb hier voor me liggen een getuigenis van een man, die ook al op leeftijd was, en die ook begint met een tegenstelling tussen vroeger en nu. U kunt het zelf ook vinden in de Bijbel, in Titus 3, vers 4 en 5. Die man heette Paulus en hij schreef het inderdaad tegen het einde van zijn leven. Hij zegt het zo: ‘vroeger (daar heb je het al!) waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan begeerten en zingenot, levende in boosheid en jaloersheid, hatelijk en elkander hatende.’ Tot zover niet veel moois. Wat heeft die man een verschrikkelijke herinneringen aan zijn jeugd. Wat zal die stakker over ‘nu’ te zeggen hebben? Hij gaat verder: ‘maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen, heeft Hij ons gered.’

Er is blijkbaar iets met deze mens gebeurd, er is op een bepaald moment een knak gekomen, een scherpe ombuiging. En die knak, die kwam toen hij ineens kwam te staan voor niemand minder dan Jezus. Hij heeft het er moeilijk mee gehad, toen dit gebeurde, maar daar gaat hij nu niet verder op in. Hij laat alleen maar dit naar voren komen: toén zag ik ineens, dat er Iemand was, die mij, stumperend, dwarrelend mensenkind, liefhad. Dat ik helemaal niet zo alleen was, maar dat Iemand, dat God zelf, op mij neerzag, en zei: ‘Jongen, zie je het nog niet dat Ik je helpen wil?’ ‘En toen….’, hij zegt het bijna fluisterend…, ’heeft hij mij gered’. Ik, één brok egoïsme en ellende, ik met al mijn vuil en onverschilligheid, ik ben gered. Vroeger en nu. Wat een tegenstelling! Wat is ouderdom dan ineens iets heel anders. Het is niet met jaloerse blikken terugkijken naar een glorierijk ‘vroeger’. Het is een weten dat midden tussen vroeger en nu die Ene staat, God zelf staat, en Hij maakt alle dingen, ook mijn armzalig gestumper, nieuw. Werkelijk nieuw. Dat is een mooi ding, als we zó het geheim van vroeger en nu kunnen benoemen.

7

Uit: Prof.dr. J.H. Bavinck, Stille tijd in vrije tijd, Den Haag 1986.

Als een mens ouder wordt, kan hij soms gezellig bezig zijn in zijn gedachten en gesprekken met ‘vroeger’. Vroeger, toen ik jong was, toen kon ik lopen als de beste. Ik heb….en dan volgen alle heldenprestaties. Vroeger was ik een hartstochtelijk voetballer of zwemmer, maar nu, nu ben ik er te oud voor natuurlijk. Typisch, altijd die tegenstelling tussen vroeger en nu, het grote, glorierijke vroeger en het arme en lege nu.


Is God de Heer maar voor mij, wat zou mij tegen zijn? Ik roep: ‘Ach Here, hoor mij!’ en wat mij kwelt wordt klein. Al heeft zich ook verheven de macht van hel en dood, ik heb voor heel mijn leven in God mijn bondgenoot. Zijn Geest wil in mij wonen, Hij richt mijn wens en wil, en wat er ook mag komen, Hij spreekt en maakt mij stil. Al wat de Heer van binnen geplant heeft, rijpt tot vrucht. Hij is de Geest, die in mij en met mij ‘Vader!’ zucht. En als het nacht gaat worden, een nacht vol schrik en pijn, dan zucht de Geest in woorden die onuitzegbaar zijn. En wat mijn hart wil spreken, maar wat geen stem meer krijgt, is taal voor Hem en teken, als Hij zich overneigt.

Een paar coupletten uit een ‘lied van troost en vreugde’, dat Paul Gerhardt (1607-1676) schreef na het bijwonen van een rouwdienst. De beelden zijn ontleend aan hoofdstuk 8 van de brief van Paulus aan de Romeinen. ‘Als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn. Hoe zal Hij, die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?’ En: ‘Wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.’

Lichtspoor verschijnt zes maal per jaar en is een uitgave van de IZB, vereniging voor zending in Nederland. Redactie: ds. J.H. Gijsbertsen (voorzitter) M. Verkaik (secretariaat) ds. H.G. de Graaff ds. J. Westland K. van Noppen Redactie-adres: Breestraat 59-61 3818 BH Amersfoort Tel. 033-4611949 E-mail: info@izb.nl

IZB Lichtspoor nr. 1 - 2018  
IZB Lichtspoor nr. 1 - 2018