Page 1

55ste jaargang | 2018 nummer 6


En toch: levensmoed! Wat kan een mens moe zijn. Zeker als de jaren gaan tellen. Steeds meer moet je inleveren. Eerst kon je jezelf nog redelijk redden in huis, nu ben je afhankelijk van heel veel hulp en zorg. Uit bed geholpen ben je blij, dat je weer in je stoel zit. En dan die levensmoeheid! Mooie idealen, die schipbreuk leden, verlangens, die niet werden vervuld. Tegenslagen en zorgen, die zich opstapelden. Het groeit je soms boven je hoofd. Jaren geleden zong Jules de Korte er al van: Waarom zijn de mensen zo moe? En niet te vergeten, dat tekort voor God. Het had allemaal zoveel meer moeten zijn: Je liefde, je toewijding, je berouw. Je valt Jacqueline van der Waals helemaal bij in haar verzuchting: ‘Ik ben mijn zonden moe en mijn berouw, ik ben het zoeken moe naar God, die ik niet ken en toch zo gaarne kennen zou’. Het volk Israël had ook geen moed meer. Ze waren om hun verkeerd gedrag ver van huis geraakt. En dacht God nu nog wel aan hen, of was Hij hen vergeten? In doffe gelatenheid brachten ze hun dagen door. Zoals vandaag vluchtelingen in gammele tentenkampen. Waar vind je dan nog levensmoed? ‘Bij de HEERE’, zegt de profeet Jesaja (hoofdstuk 40 vers 31). Maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, die vatten nieuwe moed. Die verwachting tilt boven alles uit. Ze geeft vleugels als van een arend. In die verwachting kijken we zelfs over de grens van de dood heen in Zijn licht. En er is reden te over om het van God te verwachten. Hij heeft zichzelf immers HEERE genoemd. Dat wil zeggen: God die reddend nabij is, ondanks alles van ons tekort en onze schuld. Nergens is dat duidelijker geworden dan in Jezus Christus. Zijn leven liep stuk op Gethsemané en Golgotha. Al Zijn hoop werd de bodem ingeslagen. Zo is Hij ons in onze zwakheden zeer nabij. Maar het is wel Pasen geworden! Nu geeft Hij moed en krachten, die hopend op Hem wachten! Zijn komst (advent) zet alle dingen in een ander licht, een glanzend hemels licht. Ds. J. Westland, Putten

2


Impressies uit het leven van Maria van der Spek

Als een bloem, geopend naar het licht In gesprek met Maria van der Spek (78) duiken twee jeugdherinneringen op. Je zou ze de beginnetjes kunnen noemen van twee rode draden in haar leven. ‘Op de lagere school bleek dat ik wel goed kon tekenen. Maar in het milieu waarin ik opgroeide was er nauwelijks aandacht voor. Dus ik deed er verder niets mee.’ Pas in 1994 pakte ze die draad weer op toen haar dochter op school had geschilderd. ‘Dat wil ik ook graag’, dacht ze en een paar maanden later zat ze op een cursus. Vijftig jaar heeft het talent gesluimerd en nu geniet ze er met volle teugen van. ‘”Ja mam, doe ook eens wat voor jezelf”, zeiden de kinderen. Maar op een dag had ik de bedden afgehaald en vergeten weer op te maken, door al dat geschilder. Als je eenmaal inspiratie hebt…’ De andere jeugdherinnering is aangrijpender. ‘Mijn zusje was 9 toen ze overleed aan difterie. Toen ze ziek op bed lag, mochten we vanwege besmettingsgevaar alleen door het raam naar haar kijken. Ze lag daar in een kinderbijbel te lezen, met plaatjes van Jezus. En ze had zo’n blij gezicht! Hoe kan dat nou? dacht ik. Zij heeft toch net zo goed kattekwaad uitgehaald en zonde gedaan. Hoe kan zij daar zo liggen te stralen? Haar geloof riep een verlangen in mij wakker.’ Belijdenis Het ontroert haar nog altijd. Genemuiden, 1953, Maria was de vijfde in een gezin van tien kinderen, aangesloten bij de Gereformeerde Gemeenten. ‘Op de Hervormde MULO heb ik veel van het geloof opgestoken. We zongen er veel. ‘Als ik Hem maar kenne’ en Jezus, leven van mijn leven’. Zulke liederen zong ik biddend.’

3


Zestien was ze, toen ze haar man Mart leerde kennen. Samen deden ze een paar jaar later belijdenis. ‘In de Gereformeerde Gemeente doe je belijdenis van de waarheid van de leer. Dat was geen struikelblok. Ik geloofde de leer, maar hoe werd het nu iets voor mij persoonlijk?’ Maria kreeg de woorden van Jezus mee: ‘Volg Mij!’ ‘Die krijg je niet zomaar, hè, zo’n tekst. Ik denk dat dat het werk is van de Heilige Geest.’

wel meer dan honderd vrouwen in een grote kring te luisteren. Degenen in zwarte jurken hadden moorden op hun geweten. Daarom ging mijn eerste preek over de moordenaar aan het kruis. “Of je nu in de gevangenis zit of daarbuiten, je hebt Jezus nodig. Zonder Hem kun je niet leven. En wat je ook op je kerfstok hebt, Hij wil het je vergeven”, zei ik. Ontroerend om te zien hoe zeker tien vrouwen in zwarte jurken naar voren kwamen en neerknielden. Ik ervoer het als een enorme bemoediging in mijn roeping.

Tekst en foto: Koos van Noppen.

Vreugde De band met de plaatselijke gemeente kwam op spanning te staan toen Mart onder censuur werd geplaatst omdat hij lid was geworden van de stichtingsraad van de Evangelische Omroep. Hij mocht niet meer aan het avondmaal. ‘In diezelfde moeilijke periode worstelde ik intens om de Here Jezus echt te leren kenen. Ik huilde over mijn zonden en tegelijkertijd verlangde ik Hem te omarmen. Op een nacht kon ik er zelfs niet van slapen. Terwijl ik in huis rondscharrelde, keek ik uit het raam en zag Jezus op de wolken. Ik hoorde het lied: ‘Kom tot uw Heiland, toef langer niet.’ In mijn hart zong ik Psalm 91: ‘Hij die op Gods bescherming wacht, wordt door de Hoogste Koning, beveiligd in de duistere nacht, beschaduwd in Zijn woning.’ Ik pakte de Bijbel en las die psalm en de volgende. Opeens viel alles op z’n plek. Die rechtvaardige, uit psalm 92, dat was ik.’ De overweldigende vreugde die daarop volgde hield dagenlang aan. Ik ging de hele Bijbel opeens anders lezen. Allerlei bekende verzen kon ik op mijzelf betrekken. Ik was vrijgekocht, vrijgemaakt, geheiligd – louter omdat Gód het zegt.’

Toekomst Laatst heb ik eens een bloem geschilderd, een grote witte kelk, geopend naar het licht, dat er van boven in valt. Je zou er een beeld van mijn leven in kunnen zien. Ik heb veel ontvangen: Vergeving, vrede, vrijheid, vreugde, vertrouwen, vrijmoedigheid en verwondering over dat vele dat ik heb gekregen, dankzij het offer van Jezus Christus. Het lijkt me geweldig om in de toekomst altijd bij Hem te zijn. Al zeg ik er eerlijk bij dat ik ook erg hang aan het leven hier: mijn kinderen en kleinkinderen. En er is nog zoveel te doen. Via een praatje bij de bushalte leerde ik een asielzoekster kennen, een Afghaanse kinderarts, met wie ik veel optrek. Haar kinderen zeggen: “We zijn zo blij dat mama weer een vriendin heeft…” Voor de foto lopen we naar het atelier. ‘Ik heb nu een portret onder handen van mijn thuiszorg. We voeren heel wat gesprekken over het geloof. Ze wil er eigenlijk wel wat mee, maar ze heeft verder niemand in haar omgeving die gelooft. Da’s moeilijk, hè...’

Zending Na moeizame gesprekken verlieten Mart en Maria de Gereformeerde Gemeenten. Toen Maria bij haar belijdenis de teksten ‘Volg Mij!’ meekreeg, had ze niet kunnen vermoeden welke consequenties die woorden zouden kunnen hebben. ‘Mart was naar een zendingsavond geweest en was daarvan onder de indruk. Hij had op dat moment al 21 keer zonder resultaat gesolliciteerd. Totdat hij – wat ik maar noem – ‘solliciteerde’ bij God: als er dan geen werk voor me is, wijst U me dan maar de weg. Vijf dagen later zei een pastorale predikant in een gesprek met ons zomaar dat hij ervan overtuigd was dat wij de zending in moesten.’ Tien jaar werkten ze voor de zending in Kenia. Maria: ‘Ik was daar vanuit de kerk actief met vrouwenwerk. Via een evangelist kwamen we ook in een vrouwengevangenis en daar kreeg ik het verzoek te preken. Het overrompelde me. Er zaten 4


Bijbelkring met mensen die lijden aan dementie

‘Ik ben blij dat ik ben geweest’ ‘Kom bij mij niet aan met opmerkingen dat het geen zin heeft om een bijbelkring te organiseren voor onze dementerende medemensen’, zegt Ina van Eijk overtuigd. Al meer dan tien jaar is ze betrokken bij zo’n kring, in het Rotterdamse verpleeghuis Hoppesteyn.

een witte stok bij zich, met rode strepen; ze gaat vanmiddag vertellen over de blinde Bartiméüs. Aan de wand bij de receptie hangt nog een grote zwart-wit afbeelding van de kolossale Koninginnekerk, die eerst op deze plek stond. Een indrukwekkend gebouw met 1750 zitplaatsen, onlangs verkozen tot de ‘mooiste gesloopte kerk’ van ons land. Na het afbreken van de kerk, in 1972, leek het gedaan met de evangelieverkondiging op deze plek, vertelt Ina. Maar een jaar of 11 geleden kreeg de pastoraal werker van ‘De Samaritaan’, een kerkelijke gemeente hier vlakbij, van de leidinggevenden te horen dat er best behoefte was aan bezoekwerk. Zo is het begonnen. Er zijn nogal wat bewoners die geen kinderen hebben, of die nauwelijks bezoek krijgen. Het is een hardnekkig vooroordeel dat het onmogelijk is om mensen die lijden aan dementie te bereiken met het evangelie; wij ervaren juist het tegenovergestelde.’ Ina wordt deze middag geassisteerd door Karin Oosterwijk en Jannie Laheij.

Ze herinnert zich nog de eerste keer dat ze hier kwam. ‘Eén van de activiteitenbegeleidsters ging met me mee. Er waren een paar bewoners van wie men wist dat ze een christelijke achtergrond hadden. Eén van hen, een alleenstaande dame, was doof. “Ze is helemaal opgesloten in zichzelf, we krijgen er niets meer uit”, werd me gezegd. Het klonk echt als: wat kun je er nu nog mee? Als door een ingeving dacht ik: misschien kan ze liplezen… Ik ging voor haar zitten, keek haar aan en zei, duidelijk articulerend: ‘Beveel gerust uw wegen…’ Ze nam het zo over en wist het hele couplet op te zeggen. Ik ervoer het als een enorme bemoediging. Het is belangrijk werk; het is voor de bewoners van betekenis en het wordt gezegend.’

De bijbelkring, die eens in de drie weken plaatsvindt, is toegankelijk voor alle bewoners. ‘Ook mensen zonder kerkelijke achtergrond vinden bij ons een plek. Ik herinner me een man die rusteloos de gang op en neer liep. “Geef mij maar een touw

Bartiméüs Donderdagmiddag, even voor twee uur. We zitten in de ontvangsthal van het woonzorgcentrum, vlakbij een kruispunt van de drukke Boezemsingel. Ina heeft 5


om mijn nek, dan is het over”, zei hij toen hij een keer binnenliep. Ik sloeg mijn arm om hem heen: “Ik weet iets beters voor u, kom toch eens luisteren.” De liederen waren hem onbekend, maar hij las wel mee. “Ik ben blij dat ik ben geweest!” herhaalde hij telkens na afloop. Aan het eind van de gang zei hij. “Je hebt een zieltje gewonnen”.’

aangezet. Er is koffie en thee. ‘Eén van de vaste gasten is overleden’, zegt de man. ‘Ze was onze overbuurvrouw.’ We zagen het overlijdensbericht beneden in de hal. ‘De thee is te heet. Mag er water bij?’ Als iedereen het juiste nummer heeft opgezocht in de liederenbundel kan de kring beginnen. ‘Daar ruist langs de wolken een lieflijke naam…’ Het is één van de favoriete nummers; sommigen zingen het uit het hoofd mee. ‘Hij balsemt de wonden en heelt alle smart…’

Trauma Uit haar jarenlange ervaring put Ina allerlei verhalen. ‘Waarom slaan jullie geen kruis en bidden jullie niet tot Maria?’ vroeg een bewoner eens. Hij had naar eigen zeggen ‘een trauma’ overgehouden aan zijn rooms-katholieke opvoeding. Toen we hem een volgende keer wilden ophalen, zei hij: “Ik kom niet meer; het mag niet meer van mijn zoon”. We mochten nog wel af en toe een kaart langsbrengen. Maar na verloop van tijd pakte hij toch de draad weer op. Vanaf dat moment nam hij alles gretig in zich op wat er werd gezongen en gelezen. Als we vroegen hoe hij het vond, stak hij zijn duim omhoog. Soms leek het of hij wegdommelde, maar zodra je zijn naam noemde, zei hij: “Ja, maar ik hoor het wel”. Langzaam ging hij achteruit, tot hij overleed. We mogen hem in Gods hand leggen.’

De meesten van deze generatie hebben de liederen van Johan de Heer of de oude psalmen wel ergens in hun leven opgepikt. Op de christelijke school of de zondagsschool, had Ina al gezegd. En dat blijkt, als de bekende liederen worden aangeheven: ‘Veilig in Jezus armen’ en ‘Ga niet alleen door ’t leven’. Mevrouw S., één van de vrouwen in de kring, laat haar tranen de vrije loop. Jannie zit naast haar en slaat een arm om haar heen. Bij het zien van de witte stok met rode strepen gaat sommigen wel een lichtje op. ‘Als we allemaal heel even onze ogen dichtdoen, dan kunnen we een beetje begrijpen wat dat is: blind zijn. Stel je eens voor dat je blind geboren bent…’

De vrijwilligers van de bijbelkring hebben geen specifieke deskundigheid op het gebied van pastoraal werk of zorg voor dementerenden, zegt Ina. ‘Minstens zo belangrijk is het dat we een warm hart hebben voor deze mensen. We hebben wel een basiskennis van de ziekte. Dementie kent verschillende fasen. Het begint met vergeetachtigheid, daarna de fase van verdwalen en verwarring, en de fase van hulpeloosheid. Wij richten ons vooral op die laatste twee.’ Liederen Door de lange gang lopen we naar de huiskamer op de eerste verdieping. ‘De mevrouw die hier woonde, is een paar dagen geleden overleden’, zegt Ina. Even verderop: ‘Deze bewoonster zou wel willen komen, maar mag dat niet van haar man.’ Weer een ander: ‘Hier woont een dame die geen Nederlands spreekt…’ In de huiskamer op de gesloten afdeling zitten deelnemers al aan de ronde tafel. Acht vrouwen en een man. Eén van hen is in de weer met een legpuzzel van Pinkeltje. Aan het plafond hangt het restant van een slinger, in de hoek snort de airco, her en der staan rollators. De begroeting is hartelijk en warm, met een arm op de schouder. ‘Hoe gaat het met u? En met uw kinderen?’ ‘Wat zit uw haar mooi!’ De cd met liederen van Johan de Heer wordt 6


Rust Met behulp van een viltbord vertelt Ina in eenvoudige bewoordingen over de blinde bedelaar, Bartiméüs. ‘Hij is eenzaam, zwak en hulpbehoevend. Maar als Jezus iemand in nood hoort roepen, gaat Hij daar niet aan voorbij, dan geeft Hij gehoor. Hij zegt tegen Bartiméüs: Uw geloof heeft u behouden. Dat geldt ook voor ons. Is dat geen blijde boodschap?’ De rechtstreekse aandacht voor mevrouw S. (‘Jezus wil ook naar u luisteren’) komt aan. ‘Ja natuurlijk’, zegt ze. Ze droogt haar tranen en kalmeert. Ina leest de tekst: ‘Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt en Ik geef u rust.’ Op internet heeft ze een gezongen versie gevonden en ze gaat de kring rond; iedereen mag via haar smartphone even meeluisteren. De puzzel van Pinkeltje vordert niet erg, want er staan nog een paar liederen op het programma. Tot slot bidt Ina voor de deelnemers en voor het personeel van het huis. Terwijl de frisdrank wordt uitgedeeld krijgt iedereen een kaart met een tekst.

‘U bent ons een toevlucht geweest van geslacht op geslacht.’ Hoeveel lezers zijn bij het horen van die woorden meteen weer terug in de tijd? Op Oudejaarsavond, vlak voor het vuurwerk losbarstte, werd die Psalm in menig huisgezin gelezen. De sfeer was geladen. En dan hoorde je de getallen: zeventig, misschien tachtig. Een aantal keren vielen de woorden ‘toorn’ en ‘verbolgenheid’. ‘De gevoelswarmte van de Psalm lag voor mij dan ergens bij min tien. Geen Psalm om in de nacht te zingen’, dacht dominee Piet de Jong in zijn jeugd. Toen hij zelf dichtbij de 70 was, moest hij een ingrijpende operatie ondergaan ( ‘Je krijgt een soort seizoenkaart op het ziekenhuis) en tussen de kuren door schreef hij een bundeltje meditaties over de rijkdom van Psalm 90. Bijvoorbeeld over de troostvolle start: ‘U bent ons een toevlucht geweest van geslacht op geslacht’ en het vervolg ‘Duizend jaar zijn in Uw ogen als de dag van gisteren.’ ‘Ons korte fladderleven is meegenomen en geborgen in zijn duizend jaar.’

Een van de deelnemers begint opeens te snikken. ‘Ik wil naar huis, want mij moeder weet niet waar ik ben….’ ‘Negen van de tien keer zijn de bewoners rustiger als we zijn geweest, hoor ik van het personeel’, vertelt Ina. ‘Maar soms worden patiënten onrustig op dit tijdstip, zo tegen het eind van de middag. Kennelijk zit dat in hun ‘systeem’, het moment waarop vroeger de kinderen thuiskwamen, het eten koken begon…’ Mevrouw S. is het eerst bij de deur. Ina slaat een arm om haar heen, de vrouw legt haar hoofd op haar schouder. ‘Ze is een gelovige vrouw, een belijdend lid’, vertelt Ina later. De liederenbundels worden opgehaald. In de afdelingsagenda worden de namen opgeschreven van de deelnemers. Dan weet het personeel dat alvast, voor de volgende bijeenkomst, over twee weken.

De Psalmoverdenkingen, aangevuld met meditaties over teksten uit Exodus, Deuteronomium en zo’n 15 teksten uit het Nieuwe Testament hebben dezelfde directe toonzetting als de dagboeken die dominee De Jong eerder schreef. Op z’n Rotterdams: recht voor z’n raap, midden in deze tijd, altijd pastoraal. En ditmaal met wat meer aandacht voor ouderen en hun levensfase. Een uitgelezen geschenk voor de komende feestdagen.

‘Het was een goede kring’, evalueert Ina, terwijl de lift ons terugbrengt naar de receptie. ‘Dit werk heeft m’n hart. Je gaat van deze mensen houden.’

7

Ds. P.L. de Jong, Onze jaren zijn zeventig’, meditaties over ouder worden’, uitgeverij Kok/Boekencentrum, € 7,99.

De Bijbel (niet alleen) voor zeventigplussers


Uitzicht door huiver heen 1

2

3

4

5

6

Er is een land van louter licht waar heil’gen heersers zijn. Nooit gaat de gouden dag daar dicht in duisternis of pijn. Daar is het altijd lentetijd, in bloei staat elke plant. Alleen de smalle doodszee scheidt ons van dat zalig land. Men ziet het veld aan de overkant in groene luister staan, als Israël ‘t beloofde land zag over de Jordaan. Maar ach de stervelingen staan hier huiverend terzij, en durven niet op weg te gaan, het duister niet voorbij. Hing niet het wolkendek zo zwart van twijfel om ons heen, wij zouden ‘t land zien van ons hart, dat ‘t hemels licht bescheen. God, laat ons staan als Mozes hier hoog in uw zonneschijn, en geen Jordaan, geen doodsrivier zal scheiding voor ons zijn.

Uit het Liedboek voor de Kerken, gezang 290

Op de laatste zondag van het kerkelijke jaar gedenken we hen die het afgelopen jaar zijn overleden en ons zijn vóórgegaan. In deze dienst worden we óók uitgenodigd onze eigen sterfelijkheid bewust onder ogen te zien en na te denken over de vraag hoe wij daarmee omgaan. Bovenstaande lied doet ons daarbij een handreiking. Het plaatst ons temidden van het volk Israël, dat voor de rivier de Jordaan staat. Die moet worden overgestoken om het beloofde land te kunnen binnengaan. Men is echter bang om door de gezwollen en wild stromende rivier meegesleurd te worden en te verdrinken. Drie dagen staat men huiverend voor deze barrière, Jozua 3:2. Bij die huiver sluit het lied in het vierde couplet naadloos aan. De doodsjordaan doet ons huiveren van angst. Opmerkelijk is dat het lied begint met uitzicht op het land achter de doodsjordaan! Dát staat vóórop! Op de derde dag - Jozua 3:2 - wordt de ark van het verbond immers de Jordaan ingedragen, waardoor een pad ontstaat waarover het volk droogvoets het beloofde land kan binnengaan, vers 17. Op de derde dag stond Jezus Christus aan de ándere kant van de doodsjordaan op. Daarmee baande Hij een begaanbaar pad voor al Zijn volgelingen. Vanuit onszelf huiveren we voor deze laatste vijand. Terecht. In de navolging van Christus is er uitzicht op het beloofde land achter de dood. Daaraan mogen we de moed ontlenen om door onze angst heen te gaan en te leven uit het wenkend perspectief van het land van louter licht. Ds. H.G de Graaff

Lichtspoor verschijnt zes maal per jaar en is een uitgave van de IZB, vereniging voor zending in Nederland. Redactie: ds. J.H. Gijsbertsen (voorzitter) M. Verkaik (secretariaat) ds. H.G. de Graaff ds. J. Westland K. van Noppen Redactie-adres: Breestraat 59-61 3818 BH Amersfoort Tel. 033-4611949 E-mail: info@izb.nl

Profile for IZB, passie voor missie

IZB | Lichtspoor 6, 2018  

IZB | Lichtspoor 6, 2018