Page 1

56ste jaargang 2019 nummer 4


Jezelf vergeven Soms stuit je al lezend in de Bijbel op een tekst waar je een tijdje op moet kauwen. Dit is zo’n zinnetje: ‘Ik delg uw overtredingen uit als een nevel’. Woorden die de profeet Jesaja namens God Zelf spreekt tot de Israëlieten (hoofdstuk 44:22). Het volk verkeert in ballingschap omdat het Hem voortdurend getergd heeft door andere goden te dienen. Tegen dát volk zegt God: ‘Ik delg jullie overtredingen uit als een nevel.’ ’s Morgens vroeg bevindt zich aan de hemel een schapenwolkje. Wanneer de zon erop schijnt verdampt het en het verdwijnt spoorloos. De HERE vergeeft dus niet alleen het kwaad dat Israël bedreef, maar Hij vergéét het ook compleet en komt er dus nooit meer op terug. Wij kunnen ons dat niet voorstellen. Immers wat wij verkeerd deden kan ons wel vergeven worden door het slachtoffer, maar de daad op zich kunnen we niet ongedaan maken. Het is daarom een weergaloos woord dat ik verstandelijk niet kan bevatten, maar waar ik met mijn hart op mag vertrouwen. Een consequentie van het gelovig serieus nemen van dit weergaloze woord is jezelf vergeven. Dat je bijvoorbeeld een verkeerde afslag hebt genomen in het leven met alle ellendige gevolgen van dien. Een uitnodiging om niet alleen te gelóven dat God – dankzij Jezus Christus – nooit terugkomt op het kwaad dat je bedreef, maar ook op grond daarvan jezelf te vergeven. Milder over jezelf gaan denken als een aspect van een geestelijk vernieuwingsproces! Ds. H.G. de Graaff, Nieuwerbrug

2


Een blik in het leven van Maatje Hage

Oog voor degene die met de nek wordt aangekeken Ergens halverwege de ontmoeting met Maatje Hage (79) komt het gesprek zomaar op haar uitvaart. Niet dat daar meteen aanleiding toe was, want ze staat nog volop in het leven. Tijdens de uitvaartdienst moet het evangelieverhaal over Zacheüs gelezen worden. ‘Jezus heeft oog voor een mens die door anderen met de nek wordt aangekeken.’ Ze kan er over meepraten, door gebeurtenissen in haar eigen leven. En als vrijwilligster van Gevangenenzorg. Om bij dat laatste te beginnen: al meer dan 10 jaar bezoekt ze mensen in de gevangenis. ‘Als ze behoefte hebben aan een praatje, ben ik er voor hen. Vaak gaat het over dingen waar ze niet trots op zijn. Het scheelt volgens mij dat ik wat ouder ben en dus heel wat levenservaring heb. Misschien dat ik daardoor wat begripvoller reageer. Het is geen evangelisatiewerk, maar als we van hart tot hart spreken voel ik me vrij om dingen van mezelf te delen.’ Ze vertelt over een gevangene die na afloop van het bezoek eens zei: ‘God zegene u’. Maatje: ‘Dat was me nog nooit overkomen. Hij bleek afkomstig uit de Oud Gereformeerde Gemeente. We kregen goed contact en konden ook met elkaar over het geloof spreken; ik nam cd’s voor hem mee met aansprekende liederen. Gedurende anderhalf jaar sprak ik hem regelmatig. Na zijn ontslag stuurde hij me een kaartje, waarin hij schreef dat hij mij had ervaren als een ‘tweede 3


moeder’ en dat ik veel voor hem heb mogen betekenen. Zulke hartverwarmende reacties krijg je niet vaak, maar ze geven wel een indicatie hoe belangrijk dit werk is.’ Maatje komt in verschillende gevangenissen, in Nieuwegein, maar ook in de penitentiaire inrichting in Vught. Ze brengt ook huisbezoeken aan familieleden van gevangenen. Om het werk goed te kunnen doen, volgde ze een cursus psycho-pastorale toerusting. ‘Dankzij mijn werk bij de kinderbescherming had ik al wel wat kennis over persoonlijkheidsstoornissen en ziektebeelden. Ik heb er veel van opgestoken. Eigenlijk zou ik mijn opgebouwde kennis en ervaring best breder willen inzetten, ook in de kerk. Je hoort zoveel over huwelijksproblemen… Laten we zien wat we er aan kunnen doen. Ik ben per slot van rekening, verdrietig genoeg, ervaringsdeskundig.’

4

Trauma Ze groeide op in Monster, in een christelijk gezin. ‘Vanaf mijn vierde ging ik twee keer per zondag naar de kerk. En tussendoor nog naar de zondagsschool. Je hoort weleens zeggen dat mensen een trauma hebben van zo’n opvoeding. Ik allerminst. Als ik je vertel: de bekende dominee Jac. Van Dijk preekte in 1947 afscheid. Omdat het naar verwachting heel druk zou worden, wilden mijn ouders ons als kinderen maar thuislaten. Ik heb net zolang lopen zeuren dat ik toch mee mocht. Zo erg vond ik het dat de dominee vertrok.’ Later zou ze in Bilthoven belijdenis doen. Na de opleiding kinderbescherming ging ze aan het werk bij een medisch kleuterdagverblijf in Den Haag. ‘Er is een periode in mijn leven geweest, waarin het geloof ver weg was. De betrokkenheid bij de kerk verflauwde. Ik was ongetrouwd zwanger van mijn dochter, dat


was in 1964 nog wel iets anders dan tegenwoordig. Je werd door sommigen genegeerd. Dan liep je de bakkerswinkel binnen en dan viel er een doodse stilte. Beklemmend.’ Werken In 1966 verhuisde Maatje naar haar huidige woonplaats IJsselstein. Ze had een weduwnaar leren kennen, met twee kinderen. Samen kregen ze nog twee dochters. ‘Ik heb dus vijf kinderen en inmiddels ook vijf kleinkinderen.’ Haar man had een administratiekantoor aan huis en zo rolde Maatje in het administratieve werk. Na haar scheiding in 1989 kon ze aan de slag op het hoofdkantoor van de Rabobank. Later vond ze een baan op de debiteurenadministratie van een productiebedrijf in Utrecht. Toen de onderneming werd overgenomen en verhuisde naar Rotterdam, bleef ze er werken. ‘Twee dagen per week reisde ik heen en weer. Tot mijn 75e heb ik er gewerkt, toen moest ik als gevolg van een bezuinigingsmaatregel stoppen. Met pijn in het hart nam ik afscheid. Als het niet had gehoeven, zou ik er nu nog hebben gewerkt. Niet omdat ik zo’n workaholic ben, maar werk geeft je ritme, contact met collega’s, het houdt je gezond.’

Ik hou erg van wandelen. Vorig jaar heb ik de vierdaagse van Doetinchem gelopen. In oktober deden mijn dochter en ik in Ouddorp mee aan de sponsoractie ‘Vrouwen lopen voor vrouwen’ van het centrum voor verslavingszorg, ‘De Hoop’. Wie het meeste geld wist op te halen, kreeg een midweek in een huisje bij het strand. Laten wij nu net die prijs winnen! We hebben tijdens de afgelopen Paasdagen genoten van het prachtige weer en de omgeving.’ Dankbaar Zacheüs - daar moet het over gaan bij haar uitvaart. ‘Ik heb het allemaal opgeschreven, ook de liederen. Als ik het aan mijn kinderen overlaat, heb ik zo mijn twijfels of de dienst in de geest van de overledene zal plaatsvinden. Zacheüs wordt door velen met de nek aangekeken, maar Jezus zegt tegen hem: ‘Heden moet ik in uw huis zijn.’ En even later, ‘Heden is dit huis zaligheid geschied.’ Je kunt zo ver niet wegraken, of Jezus heeft oog voor je en haalt je erbij.’

‘Ik ben per slot van rekening, verdrietig genoeg, ervaringsdeskundig.’

Ze steekt haar energie nu in andere zaken. De bijbelkring bijvoorbeeld, die is ontstaan uit de Alphacursus. ‘Een gemêleerde groep, met verschil van mening. Dat maakt het alleen maar interessanter. Soms stuiten we op vragen waar we geen antwoord op weten. Dat zeggen we dan gewoon. Dat is beter dan angstvallig op alles te willen antwoorden. Waarom zou je als gelovige niet gewoon kunnen zeggen dat er dingen zijn die je niet begrijpt?’ Wandelen Ze is dankbaar voor haar gezondheid. ‘Die wordt je geschonken. Ik ga er niet prat op. Ik weet maar al te goed dat het zó anders kan zijn. Drie keer in de week ga ik ’s morgens naar de fitness, dat is goed voor lijf en geest, zeggen ze. Daarnaast bezoek ik ouderen in de gemeente. Ik haal boodschappenbriefjes op en bezorg de spullen.’

Bovenaan de rouwkaart komt een couplet uit de berijming van Palm 43: Dan ga ik op tot Gods altaren. Tot God mijn God, de bron van vreugd.’ In de uitvaartdienst wil ze deze tekst centraal stellen: ‘Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.’ Daarom aan Hem ook alle eer en lof, voor wie Hij is geweest voor mij in de loop der jaren en mag ik het voluit zingen: ‘Hoe menigmaal hebt G’ ons uw gunst betoond.’ Hij heeft mij voortdurend omringd met Zijn liefde en trouw, ook als er soms diepe teleurstellingen waren. Gelukkig heb ik ook heel veel liefde ontvangen van de kinderen en van vrienden voor het leven. Hoe kunnen we ooit dankbaar genoeg zijn voor alle goede gaven ons geschonken!’ Koos van Noppen

5


De stem van God

6


Het was best een inspannende avond geweest. Drie uur catechisatie had ik er op zitten. Mooi werk, maar denk niet dat me gemakkelijk afging. Als ik na zo’n avond thuiskwam, vond ik het heerlijk om in een gemakkelijke stoel neer te ploffen. Een beetje krant te lezen, wat te drinken, samen de dag af te sluiten en ons bed op te zoeken. Maar die avond ging nog laat de telefoon. Wie kan dat nu nog zijn, zo laat? Even kwam de verleiding bij me op om die telefoon maar te laten gaan. ‘Als ze me echt nodig hebben, bellen ze morgen nog maar een keer.’ Toch nam ik maar op. ‘Bent u een dominee van de kerk?’ vroeg een verwarde stem. ‘Daar spreekt u mee.’ ‘Ik heb de stem van God gehoord en ik weet het niet meer. Ik wil nu met u praten!’ Allerlei gedachten schoten door mijn hoofd. Misschien een drugsverslaafde? Heeft het zin om nu nog op pad te gaan? Maar ook: Kennelijk is hier iemand in nood. ‘Goed. Waar kan ik je vinden?’ Hij noemde een adres in de binnenstad, in een klein steegje, twee hoog, boven een barretje. Niet echt aantrekkelijk, maar ja de knechten uit de gelijkenis van Jezus moesten ook naar de ‘landwegen en de heggen’. ‘Over een kwartier ben ik bij je.’ Ik leg mijn vrouw kort uit wat er aan de hand is en ga op pad. Raak Het is spookachtig stil in de binnenstad. De lichten in de meeste etalages zijn al gedoofd. Af en toe kom ik nog iemand tegen, soms met een niet al te stabiele gang. Bij het adres aangekomen, doemt een probleem op: welke van de drie bellen moet ik nu hebben? Die van Luuk , Jon of Cynthia. Het telefoontje had me zo overvallen, dat ik was vergeten een naam te vragen.

Maar hij woont op de tweede etage, had hij gezegd, dus Jon maar. Gelukkig, het is raak. En zo zitten we tegenover elkaar. De dominee in z’n nette pak en Jon, een beetje ineengedoken, met een fletse blik die drugsgebruik deed vermoeden. ‘Je hebt de stem van God gehoord. Hoe was dat? Wat hoorde je dan? En waarom denk je dat het de stem van God was?’ ‘Nou, ik zat hier een beetje te niksen op m’n kamer. En ineens hoor ik zo’n vreemd geluid. Het leek net of ik met bij m’n naam geroepen werd: “Jon, Jon!” Of zoiets.’ ‘Waarom dacht je meteen dat dat van God kwam?’ Hortend en stotend vertelt hij zijn levensverhaal. Ja, hij was christelijk opgevoed . Maar hij had er mee gebroken. Was lekker z’n eigen gangetje gegaan. Maar echt leuk was het allemaal niet geworden. Hij had zich lelijk in de nesten gewerkt. En nu vanavond, die stem. Als hij uitgepraat is, is het even stil. Dan vraag ik wat aarzelend: ‘Jon, wat zou die stem van God dan van je willen, denk je?’ ‘Nou, dat ik het anders ga doen.’ We praten er nog een poosje over wat dat anders dan zou kunnen zijn en dat je voor dat ‘anders’ bij de Bijbel terecht kunt. Daar hoor je de stem van God toch het duidelijkst? Tenslotte vraag ik of hij het goed vindt, dat we samen bidden. Dat wil hij wel. Toen ik een poosje later nog eens aanbelde, bleek hij verhuisd. God alleen weet, wat die ‘stem’ en ‘die ontmoeting’ hebben uitgewerkt. Ds. J. Westland, Putten

‘Wat zou die stem van God dan van je willen, denk je?’ 7


Over vreugde gesproken… Waar wordt u blij van? Sommigen worden blij als ze zien dat het goed gaat met hun kinderen en kleinkinderen. Anderen worden blij omdat die ingrijpende operatie achter de rug is en zij met goed gevolg door de therapie zijn heen gekomen. Weer anderen worden blij als zij merken dat er in de gemeente telkens opnieuw kinderen worden gedoopt en jongeren belijdenis van het geloof afleggen. Verheugen De Bijbel is een vreugdevol boek. En toch staat slechts één keer dat de Here Jezus Zich verheugt. In Lukas 10 vers 21: ‘Op dat moment verheugde Jezus Zich in de geest’, lezen we in de (Herziene) Statenvertaling. Het Griekse werkwoord betekent: jubelen of juichen, zich verheugen of zich verlustigen. Er is in het Grieks geen sterker werkwoord voor ‘verheugen’ dan dit woord. De Kanttekeningen leggen uit, dat de Heere Jezus Zich innerlijk en van harte verheugt. Deze vreugde is een zaak van Zijn hart. De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt onze tekst zo: ‘Op dat moment begon hij vervuld van de Heilige Geest te juichen.’ De Bijbel in Gewone Taal zegt: ‘Op dat moment liet de Heilige Geest Jezus juichen van vreugde.’ De Heilige Geest is blijkbaar de Bewerker van deze vreugde. Paulus zal later schrijven: ‘De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing’ (Galaten 5:22). Moment Jezus geeft zeventig apostelen uitgebreide instructies voordat zij op ‘zendingsreis’ gaan. De opdracht luidt: ‘Genees de zieken die daar zijn, en zeg tegen hen: Het Koninkrijk van God is dicht bij u gekomen’. Nadat zij deze opdracht hebben uitgevoerd, keren zij terug naar hun Zender. Vol enthousiasme doen zij verslag van hun bevindingen. En uitgerekend op dat moment verheugt Jezus Zich. Zijn hart springt op van vreugde als Hij de blijde gezichten van Zijn volgelingen ziet. 8

De verkondiging van het Evangelie levert twee tegengestelde reacties op. In sommige steden en dorpen worden de apostelen met open armen ontvangen, terwijl zij op andere plekken met harde hand worden weggejaagd. Als Jezus dat hoort, verheugt Hij Zich over alle mensen die onder de prediking van het Evangelie tot geloof komen. Aan de andere kant is Jezus bitter bedroefd over alle mensen die zich verharden en het Evangelie in ongeloof verwerpen. Welbehagen Jezus noemt zelf nog een reden waarom Hij zo blij is. Hij zegt: ‘Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard. Ja, Vader, want zo was het Uw welbehagen.’ Gods welbehagen is een bijzondere reden tot blijdschap. In de kerstnacht zingen de engelen: ‘Eer zij aan God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen een welbehagen’ (Lukas 2:14). Nadat Jezus door Johannes gedoopt is in de Jordaan, daalt de Heilige Geest in de gedaante van een duif op Hem neer en weerklinkt een stem uit de hemel, die zegt: ‘U bent Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen!’ (Lukas 3: 22) Delen Wij maken een sprongetje in de tijd. Als Jezus met Zijn discipelen in de bovenzaal in Jeruzalem zit, houdt Hij Zijn bekende afscheidsrede. Hij spreekt vrijmoedig over Zijn aanstaande lijden en sterven. Hij viert samen met Zijn discipelen het Pascha. Op een gegeven moment zegt Hij echter tegen hen: ‘Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u zal blijven en uw blijdschap volkomen zal worden’ (Johannes 15:11 en 13). Want gedeelde vreugd is dubbele vreugd. En nadat Hij de lofzang heeft gezongen, gaat Hij op weg naar de kruisheuvel Golgotha. Van kruis naar kroon, door lijden tot heerlijkheid. Op weg naar de eeuwige vreugde.


Om over na te denken 1. Waar wordt u blij van? Kunt u dingen noemen waarvan u zeker weet dat God daar blij van wordt? 2. Wat kunt u doen om de vreugde in uw eigen leven te verdiepen? Welke rol speelt de Heilige Geest bij vreugde? 3. Op welke manier uit u uw vreugde? Is dat alleen iets voor uw innerlijk of laat u dat ook uiterlijk zien? Ds. H.J. van der Veen, Sliedrecht Dit is een bewerking van een hoofdstuk uit de uitgave ‘Jezus huilde; Bijbelstudies over emoties’ van ds. Van der Veen. Uitg. KokBoekencentrum, 2018. 9


Er is nog taart… Leo duwt de zware deur open. Met zijn schouder, want hij heeft zijn handen vol aan de post die hij bezorgen moet in de hal van de serviceflat. Het waait behoorlijk vandaag en de windvlaag die mee naar binnen dringt, doet een aanval op de stapel folders onder zijn arm. Post bezorgen is een leuk en nuttig tijdverdrijf, maar die folders mogen ze van hem wel weglaten. Ze worden toch weer weggegooid en al die kleurendruk is slecht voor het milieu. Maar daar gaat hij niet over, hij bezorgt in de zeventien straten van de Vogelwijk. Elke dag een mooie portie buitenlucht, dat houdt je fit. Zijn leven lang heeft Leo op kantoor gezeten, maar na zijn pensioen is hij een buitenmens geworden. Eerst jarenlang achter de rolstoel van Jannie gelopen en na haar overlijden was het een goede stap geweest om bij PostNL te beginnen.

dat je halve nachten door het huis dwaalt, omdat het alleen naar bed gaan zo moeilijk is, wat toch heel ellendig is. Verliefdheid is blijkbaar een privilege van jonge achterblijvers. Tot voor kort, ja.

In het begin had hij onderweg steeds tegen Jannie lopen praten. Niet hardop hoor, hij is niet kierewiet. Maar gewoon in zijn gedachten: dat de rozen al bloeiden in de Lijsterlaan en dat de huizen van de Eksterdreef werden gerenoveerd. Dat er windmolens gebouwd werden aan de Wiekslag en dat het hem ineens opviel dat de was weer vaker aan de waslijn hing. Zo was Jannie de eerste eenzame jaren nog erg in zijn gedachtewereld aanwezig. Het wordt al minder en dat is goed. Hij denkt nu vaak: ‘Ze is beter af: al die afbraak, niks meer kunnen, altijd pijn. Als ze er nu nog zou zijn, dan was er helemaal niets meer van haar over. Ik kan maar beter dankbaar zijn voor wat we gehad hebben, dat was toch het grootste deel van mijn leven. Bijna vijftig jaar samen, dat kan ik met niemand anders meer.’

‘Is ze lang weggeweest?’ had hij durven vragen, terwijl hij de jongen aan bleef kijken, omdat er in zijn hoofd een raar trekpoppetje danste van ‘Ken ik jou? Of lijk je op iemand die ik ken?’

Tot voor kort kon Leo zich niet voorstellen dat hij nog eens serieus aan een andere vrouw zou denken. Of hoe noem je dat, op zijn leeftijd klinkt het woord ’verliefd’ erg gek, toch? Wat je wel mag zeggen is, dat je gezelschap mist en naar gezelligheid verlangt en dat het alleen eten je zo tegenstaat. Maar niet 10

Kast Maar drie weken geleden liep hij hier in de hal van de flat een stel verhuizers tegen het lijf. Er was een kast, die net niet in de lift paste en die ter plekke toch nog uit elkaar geschroefd moest worden. Dat was een heel gedoe hier op de tegelvloer. Een van de jongens verontschuldigde zich voor de barricade vlak voor de brievenbussen en ze raakten aan de praat. ‘Mijn oma komt hier wonen, op nummer 37. Ze boft maar met zo’n mooi appartement in haar geboorteplaats.’

‘Ze is op haar vijftiende geëmigreerd naar Canada. Haar vader was dominee en werd daar beroepen. Haar zoon, mijn vader, bleef hier na een vakantie, weer plakken aan een Nederlands meisje, mijn moeder dus. Mijn ouders zijn echt hartstikke blij dat ze nu weer dichtbij komt te wonen.’ Thea Toen stond het poppetje ineens stil, dit moest Thea zijn, dat kon niet anders. Thea! Zijn jeugdvriendinnetje: een kalverliefde, zo werd dat toen genoemd. Maar wat een verdriet had hij gehad toen ze vertrok. Hij was er kapot van, radeloos zelfs, maar niemand had dat serieus genomen. Misschien zelfs zij niet. Het had lang geduurd voor hij er overheen was. Jannie, ja, toen zij in zijn leven kwam. ‘En je opa?’ had hij schor gevraagd.


‘Die is twee jaar geleden overleden - Ja, ik kom.’ Dat laatste riep hij tegen een van zijn trawanten, die hulp nodig had met het uit het scharnier tillen van de kastdeur.

hem zoeven de liftdeuren open, het tikken van dameshakken, stemmen vullen de hal. Hij draait zich onhandig om, de stapel folders schiet onder zijn arm uit, ze waaieren uit over de tegelvloer.

Leo had de post in de brievenbussen gestopt. Dat is misschien niet helemaal goed gegaan die keer. En sinds die dag heeft hij bij die ene brievenbus, nummer 37, steeds een gek gevoel. Nee, hij gaat het geen vlinders noemen, dat paste tóen, maar je zou toch zweren dat het er toch een beetje op lijkt?

De jongen van toen, haar kleinzoon schiet meteen toe om mee te rapen. De twee anderen, zijn ouders waarschijnlijk, lopen door. De man houdt de deur voor de vrouw open.

Jarig Vandaag krijgt Thea veel post. Drie brieven met Canadese postzegels, er is een rode envelop en een met bloemetjes en ook nog een gewone ansichtkaart, waarvan de achterkant heel wat informatie prijsgeeft. Ze is jarig! Hij staat te piekeren over haar leeftijd, ze was twee jaar jonger dan hij, toch? Wat zou ze allemaal hebben meegemaakt? Aldoor hoopt hij stilletjes dat ze op een goede dag ineens voor zijn neus staat. Dat ze uit de lift stapt en haar ogen oplichten zoals ze dat vroeger deden als ze hem zag. Die bruine ogen onder die dunne, mooi gevormde wenkbrauwen, die dan grappig omhoog konden schieten in verbazing.

‘Bedankt, ‘zegt hij, overeind komend en ineens krijgt hij het warm. Toch zegt hij het: ‘Gefeliciteerd met je oma!’ ‘Ja!’ Tjonge, wat lijkt hij op haar. ‘Leest u alle post?’ ‘Nee, natuurlijk niet, met de meeste mensen heb je niks. Maar jouw oma, ik ken haar van vroeger.’ Hij is al bij de deur, maar keert zich om. ‘Is dat zo? Wéét ze dat al?’ Leo schudt zijn hoofd. Staat hij hier nu te blozen als een schooljongen? Oplichtende bruine ogen, ja hoor, exact zó. En dan één kort zinnetje, schouderophalend laconiek, maar precies de woorden die hij nodig heeft. ‘Er is nog taart!’ Achter hem valt de deur dicht.

‘Leo? Ben jij dat heus?’ Of zoiets. Hij weet nog niet wat hij dan terugzeggen zal. Eerst zij maar. Want daar zal veel vanaf hangen. Zou ze nog gezond zijn? Daar hoopt hij zo vurig op, dat hij voor haar is gaan bidden. Hij weet immers hoe moeilijk het is om te moeten inleveren en met onmacht en pijn moeten dealen. Hij laat de enveloppen in de gleuf glijden, geen gewoontegebaar bij deze bus. Het gaat met zoveel aandacht dat het bijna een liefkozing lijkt. Achter

Leo ordent de folders, bezorgt die in alle brievenbussen. Voor deze keer ook maar in die waar een sticker op zit. Zo ordent hij intussen ook weer wat er binnen allemaal overhoop ligt. Dan loopt hij naar buiten, waar de zon schijnt. Bij De Distelvink, het bloemenkraampje op de hoek, koopt hij twee bosjes rozen en dan loopt hij door naar de begraafplaats. Kon hij nou aan Jannie maar even vertellen voor wie dat andere bosje is. Joke Verweerd 11


Ga niet alleen door ‘t leven

Tekst: E. Quand; vertaling: J.H. Gunning (1858-1940).

Ga niet alleen door ’t leven, Die last is u te zwaar. Laat Eén u sterkte geven, Ga tot uw Middelaar! Daar is zoveel te klagen, Daar is zoveel geween, en zoveel leed te dragen, Ga niet alleen! Ga niet alleen; uw Koning wil komen in uw hart. Ach, geef het Hem ter woning, hoe stilt Hij dan uw smart! Wie kan er tranen drogen, als Jezus? Immers geen! Richt dan de treurend’ ogen, naar Jezus heen! O armen, droeven, blinden, de hoofden opgericht! Laat u door Jezus vinden, Zijn last is zacht en licht. Daar is zoveel te dragen, daar is zoveel geween; ach, wilt dan niet vertragen! Naar Jezus heen! Wat klaagt gij om een wonde, die slechts erbarming sloeg? Wat zucht gij om de zonde, die uw Verlosser droeg? Wat staat gij angstig, droevig, als waart gij steeds alleen? Komt, gaat getroost, blijmoedig naar Jezus heen! Welzalig, die ’t ervaren, dat Hij hun alles is; dan kennen z’in gevaren bezorgdheid noch gemis. Hij draagt dan in Zijn armen, door alle nood hen heen. Wie steunt op Zijn ontfermen, is nooit alleen! En dan, als ’t leed der aarde voor immer is gedaan; als in des hemels gaarde uw blijde voeten staan; dan ziet g’in ’t zalig Eden slechts zaal’gen om u heen. Dan prijst g’in eeuwigheden uw Heer alleen!

Lichtspoor verschijnt zes maal per jaar en is een uitgave van de IZB, vereniging voor zending in Nederland. Redactie ds. J.H. Gijsbertsen (voorzitter) M. Verkaik (secretariaat) ds. H.G. de Graaff ds. J. Westland K. van Noppen Redactie-adres Breestraat 59-61 3818 BH Amersfoort Tel. (033) 461 19 49 E-mail: info@izb.nl Cover foto Shutterstock, pag 1 en 11. Koos van Noppen, pag. 3 en 4. Unsplash, pag. 6 en 9

Profile for IZB, passie voor missie

IZB Lichtspoor 4, 2019  

IZB Lichtspoor 4, 2019