Page 1

Echo

NU


Nynke de Jong, klassiek slagwerker en sopraan

‘Er kwam een soort rust over me...’ Tekst: Peter Sneep

‘Ik kreeg een relatie met een gelovige jongen. Door hem werd ik nieuwsgierig naar het christelijk geloof en ik ging op onderzoek uit. Na gesprekken met de dominee en het volgen van de Alphacursus deed ik belijdenis en werd ik gedoopt. Het was heel bijzonder te ontdekken dat Christus mij door Zijn lijden verlossing schenkt. Was ik daarvóór nog onrustig, daarna kwam er een soort van rust over me... ik hoefde niet meer te zoeken. Er kwam een zeker weten: mijn lege handen worden gevuld door het werk van Christus!

Door de jaren heen groeide mijn empathie voor alle schepselen: mens én dier. Op een gegeven moment was het daarom voor mij een logische stap als christen om geen vlees of vis meer te eten. Er ontstond een verlangen naar de oorsprong: het paradijs waar Adam en Eva vruchten, groenten, zaden en noten aten.


Het staat me tegen dat het grootste deel van verbouwde mais, graan en soja wordt gegeten door het vee dat wordt opgegeten door een klein deel van de wereldbevolking. Dat is toch oneerlijk? Die oogst kun je beschikbaar stellen aan mensen die honger lijden, zodat de voedselverdeling wereldwijd verbetert. Daarom vind ik dat we moeten stoppen met het eten van vlees en vis, zeker nu er hele goede vervangers zijn. Het staat me tegen dat alles tegenwoordig over geld gaat, zo ook de productie van vlees. Natuurlijk zeggen boeren dat ze compassie hebben met dieren, maar uiteindelijk gaan hun dieren toch naar het slachthuis of worden kalfjes direct bij de moeder weggehaald voor de melkproductie. Er zijn mensen die zeggen dat we over de schepping mogen heersen. Maar moeten we dan zó met de schepping omgaan dat er miljarden beesten ‘over de kling’ gejaagd worden ten bate van ons gerief? Het betekent mijns inziens eerder dat we voor de aarde moeten zorgen als goede rentmeesters. Jezus was door zijn dood en opstanding dienstbaar aan ons. Laten we daarom dienstbare rentmeesters van Zijn schepping zijn.’

Pasen in het jaar 33, ergens in Jeruzalem… Jezus en zijn leerlingen gaan aan tafel om een feestelijke maaltijd te gebruiken. Bij de ingang van de eetzaal staat een kruik en een waskom. Helaas ontbreekt het personeel, om de bezoekers gastvrij te onthalen. De leerlingen kijken naar elkaar: ‘Je denkt toch zeker niet dat ik dat klusje ga klaren?’ Dan staat Jezus op, doet het schort om en giet het water uit de kruik in de kom. Hij knielt neer bij de leerlingen en wast hun voeten. Te lezen in de Bijbel: Johannes 13: 1-15

ACHT E R D E SCHE RME N De leerlingen geloven dat Jezus de Koning is, wiens komst al lang geleden was voorspeld. Als hij zijn Koninkrijk vestigt, hopen de leerlingen de belangrijkste plekken te kunnen bemachtigen, links en rechts naast de troon. Maar Jezus wast hun voeten. Daarmee leert Hij hen dat Hij op een totaal andere manier Koning is dan zij denken. Hij is niet gekomen om te heersen, maar om te dienen. Op het moment van de voetwassing weet Hij al dat hij binnenkort zal moeten lijden en sterven. Hij geeft zijn leven om ons ‘rein’ te maken. Wil jij zo’n Koning dienen? Doen wat Hij heeft voorgedaan?


De maaltijd is afgelopen. Jezus neemt zijn leerlingen mee naar Getsemané, een oude boomgaard, net buiten de stadsmuren van Jeruzalem, aan de voet van de Olijfberg. Deze hof is een oase van rust. Jezus heeft er behoefte aan om in de stilte te bidden. Hij vraagt zijn vrienden om wakker te blijven en voor Hem te bidden. Zelf loopt Hij een stukje verder en knielt neer. Hij bidt intens. Zijn leerlingen houden het niet vol. Zij vallen in slaap. Te lezen in de Bijbel: Matteüs 26: 36-46

AC H T E R D E SC H E R M E N Jezus voelt het einde van zijn leven naderen. Hij weet van het lijden dat Hem wacht en die gruwelijke dood. Is dit echt nodig, dit vreselijke lijden? Jezus heeft het er zwaar mee. Satan, Gods tegenstander, die ook wel ‘duivel’ genoemd wordt, wakkert de angst aan in een poging Hem te kraken. Jezus blijft trouw aan zijn missie. Maar zijn leerlingen laten het afweten. Ze laten Jezus in de steek.

‘Ik wilde verder en ik ook


De vele rollen van Christian: gastheer in tophotels, echtgenoot, vader, verslaafde… Pas na meer dan twintig jaar verslaving wordt hij zichzelf.

Na zijn militaire dienst leidt hij een dubbelleven. Hij is heroïneverslaafde én gastheer in tophotels. Die combinatie moest wel een keer spaak lopen. ‘Ik ging terug naar Heerlen, waar ik ben opgegroeid. Daar dwaalde ik heel de dag rond om aan drugs te komen. Ik stal en heb iemand beroofd.‘ Hij loopt tegen de lamp en draait de gevangenis in; het wordt het begin van een criminele carrière. Maar liefst 23 keer een poging om af te kicken, telkens zonder succes. In afwachting van een afkicksessie bij centrum De Hoop in Dordrecht, leert hij Marijke kennen, die werkt bij het Leger des Heils. ‘Voor haar ben ik afgekickt, maar ook daarna dacht ik dat wiet en alcohol wel konden. En als ik er geld voor had, gebruikte ik ook wel eens cocaïne of heroïne. Ik heb zelfs vlak voor ons huwelijk onze trouwringen verkocht voor drugs.’ Christian gaat weer in de horeca werken. Zijn huwelijk is een drama. ‘We kregen twee kinderen, maar ik zeg nu dat Marijke drie kinderen had. Ik was die derde.’ Drank ging een steeds grotere rol in mijn leven spelen.’ Marijke wijst Christian tenslotte de deur en kort daarna wordt hij ontslagen. ‘Ik was alles kwijt: mijn gezin, mijn kerk, mijn werk, en ook mijn familie wou me niet meer zien. Ik wilde zo niet verder leven en ik wilde ook niet dood.’ Zaadjes Een jaar lang verblijft hij in de afkickkliniek van De Hoop. ‘Dat was zwaar. Ik zat in een slachtofferrol en vond mezelf erg zielig. Er zijn wel zaadjes gezaaid die pas later opkwamen. Na dat jaar heb ik een heel bewuste keuze voor God gemaakt en heb ik me laten dopen. Maar ik begon wel weer met alcohol en cannabis, met het idee dat ik daar niet aan verslaafd was. Uiteindelijk ging het weer helemaal fout.’ Christian laat zich opnieuw opnemen en weet dan wel schoon schip te maken. Inmiddels is hij enkele jaren clean. Hij geeft nu voorlichting over zijn drugsverleden. “Dat zet me stil bij wie ik ben geworden en hoe ik dat kan doorgeven, zodat kinderen niet dezelfde fouten maken. Ik vind het belangrijk om dicht bij God te zijn en mijn dankbaarheid te uiten. God is mijn Redder, mijn Verlosser.’

zo niet leven wilde niet dood’

Met toestemming overgenomen uit ‘De Hoop’, maart 2016, www.vriendenvandehoop.nl

‘Ik gebruikte al hasj toen ik 15 was’, vertelt hij. ‘Het was een bewuste keuze. Ik was altijd in voor iets spannends.” In militaire dienst gebruikt hij voor het eerst cocaïne. “Ik was niet gelijk verslaafd, maar ik ontleende er wel mijn identiteit aan. Ik vond mezelf stoer.’


Heel. Erg. Spijt. ‘Als Jezus niet in mijn leven was gekomen, dan had ik hier zeker niet gezeten’, zegt Wim van Zanten, op de bank in zijn huiskamer in Schiedam. Zijn vrouw heeft koffie met schuimkraag geserveerd. Het liefst praat Wim over het heden, maar hij trekt nu eenmaal een ruig verleden met zich mee.

Ik wilde het gevecht aangaan, met supporters van de tegenstander, of met de politie. Zodra ik De Kuip binnenkwam, joeg dat de adrenaline door m’n lijf. Ik was op zoek naar spanning en sensatie. Alle aandacht was gericht op het vak met de uit-supporters. We bekogelden elkaar met van alles en nog wat. Eén keer heb ik een bom gegooid, die door een maat van me in elkaar was geknutseld, met spijkers en kleine kogeltjes. Ik richtte ‘m op een Ajax-supporter, maar het ding raakte een hek en kwam verkeerd terecht. 14 gewonden.’

Waar zullen we beginnen? Over de voetbalrellen, waar Wim als Feijenoord-hooligan in de voorste gelederen aan meedeed? Over de bankoverval? Of over de gigantische brand in station Den Haag-Holland Spoor, die hij aanstak? Wim (48) bracht een kwart van zijn leven in een cel door. Uitgerekend achter de tralies vond hij zijn bevrijding.

‘Ik had een rotjeugd, thuis was het altijd hommeles. Regelmatig moest ik op de vlucht voor mijn vader, die wel heel losse handjes had. Mijn moeder verbleef een paar maal in een ‘Blijf-van-mijn-lijf-huis’. Ze liet zich toch elke keer weer door hem ompraten, dan ging het twee dagen goed, en begon het weer van voren af aan.’

‘Als Feijenoord had verloren, ging ik helemaal door het lint. Dan sloopte ik alles, ook thuis’, vertelt Wim. ‘Eigenlijk ging het me niet eens zoveel om de sport.

In oktober 1989 haalt Wim het NOS-journaal. Na een confrontatie met de spoorwegpolitie steekt hij in een dronken bui station Holland Spoor in de fik.

Jezus is gevangengenomen. Bij het verhoor wordt Hij mishandeld. De Romeinse soldaten mogen zich op Hem uitleven. Jezus wordt diep vernederd door van Hem een spotfiguur te maken. Ze weten wel raad met deze zogenaamde ‘Koning van de Joden’. Te lezen in de Bijbel: Matteüs 27: 27-31

ACHT E R D E SCHE RME N Op een bijzondere manier komen bijbelwoorden van eeuwen eerder uit: ‘Ik ben minder waard dan een mens, Ik ben niet meer waard dan een worm. Iedereen beledigt mij, Niemand heeft respect voor mij. Mensen die mij zien, lachen me uit. Ze schudden spottend hun hoofd. Ze zeggen: ‘Vertrouw op de Heer! Bij Hem ben je toch veilig? Hij zal je wel redden, Hij is toch je vriend? Psalm 22: 7-9, Bijbel in Gewone Taal


‘Ik voel nog steeds verdriet’, zegt hij tegen Catherine Keyl, die meer dan 10 jaar later in een tv-uitzending met hem terugkeert naar de plek des onheils. ‘Heel erg spijt.’

In 2004 liet Wim zich dopen. ‘Van crimineel naar christen, van de Kuip naar de kerk’, schreef het Algemeen Dagblad. Sinds zijn bekering spreekt Wim veel met anderen over het geloof. Ook met hooligans, zelfs al zijn ze van Ajax. Chris kan er over meepraten. Hij vertelde in het AD over een ontmoeting met Wim in Haarlem. ‘Ik kwam daar om te matten. Ik had mijn mouwen al opgestroopt en liep op Wim af en dacht: die Feijenoorder neem ik te grazen. Toen begon hij ineens over Jezus. Hij raakte me met zijn verhaal. Ik was op een punt in mijn leven dat ik mij afvroeg: moet ik wel doorgaan met rellen? Ik herkende mezelf in Wim. Dankzij hem heb ik voor Jezus gekozen. Dat is het mooiste wat me is overkomen.’

Tekst: Koos van Noppen

Heel. Erg. Spijt. Die woorden heeft hij vaak herhaald in zijn leven. Op het dieptepunt van zijn leven, zit hij in een gevangenis in Krimpen aan den IJssel. Geregeld belandt hij in een isoleercel en moet er een peloton bewakers komen om hem in bedwang te houden. ‘Er was een mede-gedetineerde die niets met het geloof had, maar steeds, zwaaiend met z’n wijsvinger, tegen me zei: Jij moet eens met de gevangenispastor praten.’ Op een dag heb ik dat gedaan. Ik kreeg een bijbel, die ik eerst ongelezen liet. Maar toen ik ‘m een keer opensloeg, maakte dat zo’n indruk dat ik in mijn cel op m’n knieën ging. Ik voelde een warmte van binnen… die is nooit meer weggegaan.’


‘Waarom, waarom?’ 16 februari 2005 in Bagdad. Rond drie uur ’s nachts braken gemaskerde en gewapende mannen in het huis van mijn tante in. Ze bonden de familieleden vast en blinddoekten hen. Omdat de oudste zoon weerstand bood, sloegen ze hem hard, tot bloedens toe. Twee uur lang zochten ze in het donker (de elektriciteit was afgesloten) naar geld en dure bezittingen en ondervroegen, bedreigden en beledigden de familieleden. De inbrekers bleven maar roepen dat zij en andere christenen ‘afvalligen’ waren, niet waard om in leven te blijven. Tegelijkertijd baden de moeder en de jongste zoon, Hussam, tot God om de familie te bevrijden. Voordat de inbrekers vertrokken, stelden ze hem een aantal privé-vragen over de familie en of ze nog meer bezittingen hadden. Op het laatste moment ontvoerden ze hem. Begin maart 2005, Nederland. ’s Avonds belde Hussams oom. Mijn moeder barstte tijdens het gesprek in tranen uit. Ik keek naar haar gezicht en wist dat er iets verschrikkelijks was gebeurd. Hussams moeder had, na een intensieve zoektocht, het lijk van haar zoon gevonden in het mortuarium. Ze kon hem nauwelijks identificeren. Uit het medisch rapport bleek dat de terroristen hem hadden gemarteld en hem daarna gewurgd en op straat gegooid. Hussam, een briljant geneeskundestudent, was gelovig opgevoed en bijzonder actief als christen in zijn omgeving. Hij hield van God en predikte met zijn leven naastenliefde (…). Hij was te vinden bij de slachtoffers van bombardementen, die hij behandelde in het ziekenhuis naast zijn universiteit. Zijn heengaan had een grote impact op iedereen die Hem kende. Het moment dat het nieuws mij bereikte staat nog steeds in mijn geheugen gegrift. Ik zag mijn moeder

ontroostbaar huilen. Ook ik had intens verdriet. Ik besloot naar mijn kamer te gaan. Ik ging, zwaar verward, de trap op, met één vraag in mijn hoofd: ‘Waarom? Waarom heeft U, God, die alles onder controle hebt, de moord op Hussam toegelaten? Waarom heeft U niet ingegrepen? Ik kwam mijn kamer binnen en besloot om de Bijbel te openen. Bij Johannes hoofdstuk 15 begon ik in stilte te lezen. Opeens hoorde ik een stem, luid en duidelijk de verzen meelezen. De stem leek van binnenuit te komen, want ik besefte dat niemand anders thuis die stem kon horen. Ik voelde een warmtegolf door mijn lichaam stromen, die ik beschouw als een omhelzing van Jezus. ‘…Dit alles heb ik tegen jullie gezegd om te voorkomen dat jullie je geloof verliezen….. er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen.’ Dit moment beschouw ik als mijn intiemste confrontatie met de Almachtige Schepper, die mij persoonlijk bezocht en aanraakte. Ik weet echter ook nog dat ik het antwoord veel te simpel en niet bevredigend vond. ‘Zonder reden’ luidde het. Dit was het? Ik verwachtte een complexer en gedetailleerder antwoord. Dat Hussam zonder reden is vermoord, alleen maar omdat hij een volgeling is van Jezus Christus, was en is voor mij moeilijk te accepteren. Ik ben nog steeds ontroerd op momenten dat ik geconfronteerd word met christenvervolging, vooral als dat gebeurt in het Midden-Oosten. Ik ben niet alleen verdrietig, maar ook boos over het onrecht dat medegelovigen wordt aangedaan. Vergeving is voor mij een grotere uitdaging geworden die ik op eigen kracht niet kan aangaan. Het is een gaande worsteling, waarbij Gods kracht onmisbaar is.


Voor de officier van het executiepeloton die toeziet op het verloop van de kruisiging is het volstrekt duidelijk: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon’. Regelmatig worden er mensen terechtgesteld, maar zóiets heeft hij nog nooit meegemaakt. De manier waarop Jezus bidt voor degenen die zijn kruisiging op hun geweten hebben, de manier waarop Jezus spreekt met de mensen om Hem heen – dat alles heeft diepe indruk gemaakt.

ACHT E R D E SCHE RME N Het kruis van Jezus Christus blijft een mysterie. Al stervend roept Jezus uit dat alles is ‘volbracht’. De straf die wij verdiend hebben heeft Hij gedragen. Je ziet hoe erg onze verkeerde dingen zijn en hoe hoog God het opneemt. En toch is er vergeving. Je verdient het niet, maar je mag toch vergeving ontvangen. Het kruis nodigt je uit om te knielen en te bidden.

Een fragment uit de bijdrage van Anmar Hayali, ‘De Crux, Buijten en Schipperheijn Motief, Amsterdam 2010.

Te lezen in de Bijbel: Matteüs 27: 54


Het lichaam van Jezus lag in een verzegeld graf met soldaten ervoor. Het bewijs dat Hij dood is moet zorgvuldig worden bewaakt. Maar een aardbeving en engelverschijningen maken dat de soldaten wegvluchten. Het graf is geopend en leeg. Leerlingen van Jezus zien het. In een periode van veertig dagen hebben veel van de leerlingen van Jezus Hem in levende lijve ontmoet. Het heeft hun leven compleet veranderd. Ze hebben het werk van Jezus opgepakt en hebben in zijn stijl mensen geholpen. En, net als Jezus, zijn velen van hen gemarteld en gedood. Maar ze hebben de overtuiging: aan de andere kant van de dood wacht het leven in het Koninkrijk van de Heer. Te lezen in de Bijbel: MatteĂźs 28: 1-15

AC H T E R D E SC H E R M E N De opstanding van Jezus is een mysterie waar ons verstand bij stil staat. De Bijbel maakt ons duidelijk dat het met de dood niet over is. De opstanding van Jezus is voor ons een teken. We worden bemoedigd dat ook wij met Hem zullen opstaan. Door het ingrijpen van God aan het einde van de tijd komt er een nieuwe hemel en een compleet vernieuwde aarde. In die nieuwe wereld van God zal er geen dood meer zijn en geen enkele vorm van verdriet.


Twee relatief jonge vrouwen, één van 36 jaar oud, moeder van drie kinderen en één van 43 jaar oud, moeder van een dochter, hebben beiden al geruime tijd kanker. De oudste van de twee schrijft: ‘Vandaag geen goed nieuws uit het ziekenhuis, de kanker in mijn lever, botten en longen is weer actief. Over naar de heftige chemo dus. Mijn pruik van 9 jaar geleden van zolder gehaald, Fleur wist er wel raad mee.’ Daarbij een foto die haar dochter had gemaakt van een pruik op het hoofd van een pop.

Op de drempel van de dood

De jongste is zangeres, ze heeft onlangs een cd gemaakt. In een van haar liederen schrijft ze:

‘Het missen wordt het grootst, in de allerkleinste dingen. Het broodjes smeren ’s ochtends, of ’s avonds zacht voor jullie zingen. En jullie op mijn schoot, als we even samen praten, of zwijgen naar elkaar, met mijn hand door jullie haren, Alles wat ik los moet laten.’ Verlies. Dat is het. Twee vrouwen die onmisbaar zijn in hun gezin, in hun werk. Die nog veel te jong zijn om op de drempel van de dood te staan. Hoe moet het verder? Het is ongelooflijk, maar beiden hebben ze een soort vertrouwen. Niet direct op een wonder. Niet op miraculeus herstel. Niet op iets, maar op Iemand. Op Iemand die zelf door de dood is heengegaan. Op de een of andere manier lukt het ietsje beter om los te laten, om alles wat je lief is uit handen te geven. Omdat je niet tevergeefs hebt geleefd. Eigenlijk omdat het met de dood niet afgelopen is. De zangeres zingt: ‘Nu laat U mij in vrede gaan. Wanneer ik hier mijn ogen sluit heet U mij welkom in Uw huis. Ik leef het leven tegemoet tot ik U zie en U ontmoet. Nu laat U mij in vrede gaan.’ Ze is er van overtuigd. De ander ook. Het maakt -uiteindelijk- alle verschil.

Het lied ‘In goede handen’ is geschreven door Matthijn Buwalda; Muziek: Kinga Bán, Henk Pool

Kleine kans dat je geneest. Of een chronisch zieke wordt. Houd er rekening mee dat je de strijd verliest. Je kunt dan nog gaan voor enige kwaliteit van leven. Het ergste is dat je geen toekomst hebt. Een vriendin van mij, overleden aan longkanker, schreef: ‘Ik sta aan de verkeerde kant van de slagboom. Ik kan niet verder, anderen wel.’

Door Johan Timmer. De songtekst ‘Nu laat...’ is geschreven door Harold ten Cate - muziek: Adrian Roest - © 2014 Stichting Sela Music / Smallstonemediasongs.com.

‘U hebt kanker en het is uitgezaaid.’ Alsof je je doodvonnis hoort. Want zo voelt het.


‘God heeft mij gevonden want ik zocht Hem niet’ Martha is niet op zoek naar God. Nooit geweest ook. Ze groeit zonder grote problemen op en ze mist niets. Uit nieuwsgierigheid gaat ze een keer met een collega mee naar de kerk. ‘Ik ging alvast zitten en toen was het alsof ik thuiskwam.’ Wat haar overkomt, weet ze niet. Ze gaat nog een paar keer naar de kerk en ontdekt dat ze iets vindt, waarvan ze niet eens wist dat ze het zocht. Of, zoals ze zelf zegt, “God heeft mij gevonden, want ik zocht Hem niet.’ ‘Ik zocht niet naar God. Op een soort sociologisch niveau was ik wel geïnteresseerd in godsdienst, maar ik zag het niet als iets voor mezelf. Misschien was God er wel echt, maar ik dacht van niet. Ik realiseerde me dat ik het niet kon bewijzen, maar dat ik het ook niet kon uitsluiten. Daarom zag ik mezelf liever als agnost dan als atheïst. Ik had een collega die nare dingen had meegemaakt in zijn leven en toch was hij gelovig. Dat vond ik heel raar. We spraken een keer over de zin van het leven. Ik vroeg hem naar welke kerk hij ging, omdat hij daar blijkbaar iets vond over de zin van het leven. Ik was behoorlijk nieuwsgierig wat dat voor hem betekende. En ik vond het ook heel vreemd, want verder was hij een gewone moderne man. Wat moest zo’n jongen nou in de kerk? Ik heb toen gevraagd of ik een keertje mee mocht. Net zoals je mee kunt gaan naar een concert dat iemand mooi vindt. Dus toen ben ik een keer meegegaan. Het was die dag

Een paar weken nadat Jezus is opgestaan uit de dood, gaan de leerlingen terug naar Galilea. Ze pakken hun oude beroep weer op; ze gaan vissen. De hele nacht vangen ze niets. Vroeg in de morgen staat er een man aan de kant van het meer. ‘Gooi het net aan stuurboord’ roept Hij. Als ze het net weer binnenhalen blijkt het vol vis te zitten. Die man daar op de oever blijkt Jezus te zijn. Samen gebruiken ze de maaltijd. Jezus spreekt Petrus aan op zijn gedrag. Petrus die altijd had gezegd dat hij meer van Jezus hield dan al de anderen, wat had hij het laten afweten. Om zijn eigen hachje te redden had hij zelfs tot drie keer toe beweerd dat hij helemaal niks met Jezus te maken had. Jezus komt er indringend op terug. Hij weet wel, dat Petrus van Hem houdt. Petrus wordt door Jezus niet afgeschreven. Hij schenkt hem vergeving en een nieuw begin. Te lezen in de Bijbel: Johannes 21: 1-19


Met een tussenpoos van enkele maanden ben ik nog twee keer met mijn collega meegeweest. In die tussentijd raakte ik enigszins in een crisis, omdat ik op een tweesprong was aangekomen. Ik moest of naar de kerk gaan, of de andere richting uit, wat die dan ook mocht zijn. Dat verwarde me. Ik wist niet wat ik moest kiezen. De wereld trok aan me en dat kende ik ook: uitgaan, concerten, veel kopen, carrière, noem maar op. Dat trok aan me, maar de rust die ik in de kerk had ervaren trok harder. De derde keer dat ik ging werd ik ’s morgens wakker. Ik had niet met mijn collega afgesproken om mee te gaan. Toch had ik heel sterk het gevoel dat ik wel moest gaan. Die dienst sprak heel erg tot me. Het ging heel sterk over mijn eigen leven. Dat je gered moet worden, dat God een Vader voor je is en dat je thuis kunt komen. Alles waarvan ik niet wist dat ik het zocht, dat was er ineens. Ik herkende het. Ik snap eigenlijk niet hoe het kan, maar het was zo. Na die keer ben ik naar de kerk blijven gaan.’

ACHT E R D E SCHE RMEN Jezus verschijnt na zijn opstanding in verschillende situaties, veertig dagen lang. De Bijbel vertelt dat Hij daarna voor de ogen van zijn leerlingen definitief afscheid nam en terugkeerde naar de hemel. Maar Hij beloofde: ’Ik ben met jullie alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld’. Christenen wereldwijd ervaren ook in onze tijd dat Jezus bij hen is. Ook jij kunt je daarvoor openstellen.

Deze bijdrage is gebaseerd op ‘Niets is onmogelijk; Andries Knevel in gesprek met mensen die niet konden geloven’, pagina 64-66, Kampen 2010.

Pasen. Hij was te laat, daarom ging ik alvast zitten in de kerk en toen was het alsof ik thuiskwam. Alsof je thuiskomt van vakantie. Dan ben je op de plek waar je gewoon weer jezelf kunt zijn, tot rust kunt komen. Ik kwam toen thuis in het huis van God, zou je kunnen zeggen. De dienst was nog niet begonnen, er was nog niks gezegd of gedaan, maar ik was thuis.


‘Je krijgt de groeten van Jezus’

Het eerste woord dat we van Jezus zelf na zijn opstanding horen, lijkt maar een simpel woord, gezegd bij het hek van het kerkhof van Jozef van Arimathea of een stukje verder op het pad richting Jeruzalem. Twee vrouwen rennen haastig door het hek naar buiten. Ineens staat Jezus voor hen. Ze staan meteen stil. En het eerste wat Jezus tegen hen zegt is: ‘Wees gegroet!’ Ik zie Jezus zijn hand als vanzelf zegenend erbij opsteken. Op zich gaat het hier om een alledaags woord en gebaar. Maar soms kan een groet je veel doen. Een ansichtkaart met de simpele woorden: ‘Groeten van…’ kan ontzettend veel voor je betekenen. ‘Hij heeft me gezien en me zelfs gegroet’, zei een meisje uit havo 4, totaal in de war door een jongen op wie ze verliefd was. Door een groet kunnen zomaar alle snaren van je ziel gaan trillen van vreugde. Zoiets gebeurt hier bij het hek van het kerkhof! De plek van de dood, waar je iemand voorgoed moet loslaten. Dit eerste woord van Jezus juist op deze plek heeft iets heel bevrijdends. We zijn gezien, we zijn gekend en bemind door de levende Heer zelf. Jezus, Hij leeft! Die en die hebben Hem gezien en je krijgt de groeten van Hem. Lezen uit de Bijbel: Matteüs 28:9


Uit: drs. P.L. de Jong, ‘Door vreemd gebied’, bijbels dagboek. Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer 2010.


Pasen2018 Redactie en administratie: Breestraat 59-61 3811 BH Amersfoort Tel. 033-4611949 E-mail: echo@izb.nl ECHO 01-2018

Echo

Abonnementen: Abonnementsprijs â‚Ź 10,00 per jaar bij vooruitbetaling. Reacties: Voor reacties op de inhoud kunt u zich wenden tot de bezorger of de redactie.

Redactie: Ds. L.C. Buijs K. van Noppen J.J. Timmer Vormgeving: Ivar van Loen (IZB)

Uitgave van IZB (www.izb.nl) en de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland

Foto’s: Heiko Bertram (12/13) Willem Jan de Bruin (cover) De Hoop (4/5) Hennie Kleijwegt (pag 2/3) Koos van Noppen (6/7) Shutterstock (8/9, 14/15)

ISSN 0012-9119

IZB ECHO 2018 Pasen  
IZB ECHO 2018 Pasen