Issuu on Google+

Echo


2

On-voor-stel-baar

H

et pontje bij Amerongen, waar ik op sta, moet wachten. Een zwaarbeladen rijnaak ploegt door het water stroom­opwaarts. Richting Koblenz of nog verder. Op de achterkant van het schip staat met forse letters ‘NOOITGEDACHT’. De schipper heeft die naam niet voor niets gekozen. Ik ken hier en daar een huis met dezelfde naam. Er zijn molens die zo heten, in Warnsveld, in ­Woudrichem en in Spijkenisse.

‘Hebben de schippers en de molenaars jarenlang geploeterd en gespaard en eindelijk het bedrag bij elkaar gekregen om een schip te kopen, een molen te bouwen? ‘Lang verwacht, stil gezwegen, nooit gedacht, toch gekregen’? Ik zie nog mijn collega het kantoor bijna binnenhuppelen. ‘Van alle mannen heeft ze mij gekozen. Ze zei ja!’ Hij kon zijn geluk niet op. De vrouw van zijn dromen, hij achtte haar onbereikbaar, had ja gezegd. Dat kan natuurlijk ook, dat je tot je grote vreugde verrast wordt door iets wat je voor onmogelijk hield. Hoe mooi en bijzonder het ook is, het is allemaal nog voorstelbaar. Probeer je eens voor te stellen dat je het gelukkigste overkomt wat je je kunt voorstellen. En maak het in je gedachten nog honderd, nee duizend keer mooier. Lukt je dat? Mij lukt dat niet. Zelfs als het je zou lukken, dan zou die gedachte, die ervaring, nog verbleken bij wat je overkomt als God je geeft wat Hij aan je kwijt wil.

3

Nee, dank u Je bent misschien een nuchter type dat zich niet gek laat maken. Wellicht heb je leergeld betaald. Of blijf je liever met beide benen op de grond. ‘Eerst zien, dan geloven.’ Je weet wat je hebt, niet wat je krijgt. Ik vind het een begrijpelijke houding. Ik kies er ook vaak voor als iemand mij probeert te interesseren voor een onwaarschijnlijke aanbieding of voor deelname aan een loterij. We zijn nuchtere Nederlanders. En meestal is het leven zo slecht nog niet. Wat zal ik me in een avontuur storten?

Met geen pen te beschrijven Het is niet eenvoudig, zeg maar onmogelijk, om het onvoorstelbare aan de man of aan de vrouw te brengen. Er zijn geen woorden voor, er is geen plaatje van. Er wordt aan jou gevraagd het er op te wagen. Wanneer zou je overstag gaan? Dan moet degene die het aan je vraagt, die van jou verlangt om de sprong te wagen, wel je vertrouwen hebben. In dit geval is dat God. Hoe moet dat als je Hem niet kent? De ervaring van anderen kan helpen. ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefheeft.’ Het zinnetje is van Paulus. Hij spreekt uit ervaring. Hij is niet de enige. Het is geen ‘sterk verhaal’. Nee, er zitten zelfs zwakke kanten aan. Wat God in petto heeft is zo onvoorstelbaar dat veel gelovigen het maar met moeite kunnen geloven. Maar wees eens eerlijk, zou je een ‘ronkend verhaal’ niet eerder wantrouwen? Op mij maakt het verslag van een zoektocht met vallen en opstaan, misschien wat haperend verteld, meer indruk dan een glad verkooppraatje. Toch is er maar een manier om er achter te komen…

‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord,

wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefheeft.’


4

‘Toch stopt het verhaal hier niet…’ ‘Z

eg, vind je het erg om ergens anders heen te gaan? Ik heb zo’n moeite met de ­achtergrondmuziek hier.’ Ik moet lachen. ‘Nee, prima! Het is ook niet bepaald mijn smaak.’ Ik had met Matthijs afgesproken om te luisteren naar zijn verhaal. ‘Muziek speelt daarin een belangrijke rol’, had hij gezegd. Ook nu speelt muziek een rol: het stoort hem mateloos. We gaan naar de Veldkeuken op Amelisweerd. Daar, op het terras, luisteren we naar de muziek die talloze vogels maken. Ik zie Matthijs genieten. Hij steekt van wal. ‘Het is begonnen met een stuk van Bach. Aan het einde van een toneelstuk dat ik bezocht klonk er muziek, een koor zong, begeleid door een orkest. Ik kon niet heel goed verstaan wat er gezongen werd, het klonk droevig, maar ook vredig. Ik heb dat wel eens, dat iets zo intens bij me binnenkomt, ik was helemaal van slag. Herken je dat?’ Ik knik. Ik herken het. ‘Je houdt het dan nauwelijks droog.’ ‘Ja, ik schaamde me er bijna voor, voor mijn tranen. Maar ik was ook verbaasd. Ik herinner me weinig meer van het stuk, maar die muziek! Na afloop ben ik naar de regisseur van het stuk gegaan en vroeg hem welke muziek hij aan het einde liet horen. Hij keek me wat verbaasd aan en zij dat het ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’ uit de Mattheüspassion van Johann Sebastian

Bach was. Ik kende het stuk niet. Je kijkt alsof je het niet gelooft, maar het is echt zo. Godsdienst, geloof het was geen issue, het kwam niet voor, ik schonk er geen aandacht aan. Ik ben naar een muziekwinkel gegaan om er een CD van te kopen. Ik ben nog van het oude stempel, ik wil er een echt schijfje van hebben. Natuurlijk heb ik ook op youtube gezocht en geluisterd. Ik snapte er helemaal niets van. Waar ging dat lied over? Dat wilde ik weten. Toch vreemd voor iemand voor wie geloof en godsdienst eigenlijk niks te zeggen hebben.’ ‘Ben je toen de hele Mattheüs gaan luisteren?’

‘Kijk, ik kan me opwinden over onrecht. Er zijn weken dat ik bewust geen journaal kijk en ook wel dagen dat ik de krant niet opensla. Het is soms gewoon te erg en te veel. Maar dit verhaal was anders. Het ging over mij. En dat is vreemd want ik ben geen partij. Wat heb ik er mee te maken? Maar Bach ziet dat anders, dat kreeg ik wel door. Die man, Jezus, ging dood aan dat rotkruis omdat wij, nee, omdat ik ‘fout’ zat. Maar ik zat niet fout! Ik ben een goeie jongen. Ik heb het op een gegeven moment gewoon even aan de kant gegooid met zoiets als: Wat zullen we nou beleven, Matthijs wordt christelijk! Daar had ik geen zin in.’

‘Natuurlijk! Dat slot komt niet uit de lucht vallen. Ik raakte geïntrigeerd. Zoveel emotie om wat eigenlijk? Ik reconstrueerde de gebeurtenissen, het ging om een man die ter dood wordt gebracht, maar eerst gruwelijk mishandeld. Maar er was meer, want de vertelstem, de evangelist, vertelt het verhaal, maar het koor en de solisten reageren daarop. En dan blijkt dat zo belangrijk te zijn, dat die man sterft. Je kijkt me aan of je het snapt.’

-‘Als ik je goed begrijp kwam het christelijk geloof in jouw leven nergens voor.’

Ik ontken het. ‘Nee, ik weet niet wat er met je gebeurd is toen je deze muziek ontdekte. Ook niet toen je het verhaal erachter ontdekte. Ik ken het verhaal al, vanaf dat ik kind was. Maar vertel vooral verder.’

Hij lacht. ‘Nee, het is daar niet gestopt!’

Matthijs valt even stil. Ik zie dat het hem opnieuw raakt, de ontdekking.

‘Nee, ja, ik kende wel wat mensen die naar een kerk gaan en ik wist natuurlijk wel wat, vooral van schilderijen en muziek, maar het was geen issue, ik had het er nooit over, waarom zou ik?’ -‘Toch stopt het verhaal hier niet.’

Een jonge vrouw die wat verderop zit luistert mee, ik zie het aan haar. Zij ziet dat ik het gemerkt heb. ‘Het is misschien gek, maar ik ben de bijbel gaan lezen. Eerst via internet, de voorleesbijbel. Later heb ik er een gekocht, ook via internet. lees verder op pagina 6

5


6

‘Toch stopt het verhaal hier niet…’ Vervolg van pagina 5

Ik vond het spannend. Ik ben wel begonnen bij de evangelisten, dat kwam door de Passionen van Bach. Eerst Mattheüs, toen Johannes. Op een gegeven moment hoorde ik mezelf zeggen: Als dit waar is… Ik begon er rekening mee te houden dat het waar was wat daar stond. Dat Jezus niet voor niets zo aan zijn eind was gekomen. En dat het toch iets met mij te maken had. Het maakte me onrustig. Maar ik kon niet meer terug, ik moest en zou weten hoe het in elkaar stak. Er is enorm veel te vinden op internet, maar niet alles is betrouwbaar. Ik probeerde mijn vragen te ordenen, maar het werden er meer. Ik kreeg behoefte aan iemand die me bij de hand nam. Bij mij in de straat woont een oudere vrouw. Gek op vogels en gek op muziek. We groeten elkaar en maken wel eens een praatje als ze haar hond uitlaat. Ik wist dat ze bij een kerk hoorde. Toen ik haar weer eens zag heb ik het aangekaart.’ -‘En wat zei ze?’ ‘Nou, dat was wel grappig, ze bleek mee te werken aan een soort cursus, de Alpha­cursus. En ze zei dat het best zou kunnen dat een aantal van mijn vragen daar behandeld zouden worden. Ik heb me opgegeven en heb die cursus gevolgd. De eerste avond ging over Jezus en de tweede over dat kruis. Ik moet zeggen, de uitleg was duidelijk. Ik kon mijn vragen kwijt. Ik voelde geen dubbele agenda, het was heel ontspannen. Ik merkte wel dat de cursus-

leiders overtuigd waren van het feit dat het allemaal waar was en dat het betekenis heeft.’ -‘Wat bedoel je precies?’ ‘Ik denk dat jij dat wel weet, maar ik bedoel dat de dood van Jezus iets betekent voor mij. Hij deed dat uit liefde, hij verzette zich niet. Zijn terdoodveroordeling was zondermeer een misdaad, maar het is meer. Het is ook herstel van de verstoorde verhouding tussen God en mens. Daar heeft Bach het in zijn Passionen steeds over.’ -‘Zijn je vragen beantwoord? Kon je er wat mee?’ ‘Niet alle vragen zijn beantwoord, nee. Maar het doet er minder toe. Ik ben onder de indruk geraakt van een man van 20 eeuwen geleden die de moed had om zijn leven te geven. En ik ben er van overtuigd geraakt dat het met mij persoonlijk te maken heeft. Ik kreeg een gevoel van dankbaarheid toen ik me dat realiseerde. Dat is toch buitengewoon, niet? Voor iemand voor wie geloven eigenlijk geen issue was?’ Ik ben het met hem eens. Ik haal binnen nog twee cappuccino’s. We luisteren naar de ­vogels, die zijn er genoeg op Amelisweerd. Op het terras zit Matthijs te genieten, niet alleen van z’n cappuccino en de vogels…

7


8

9

S

aulus werd later Paulus genoemd. Hij was afkomstig uit Tarsus, een stad in het huidige Turkije. Waarschijnlijk is hij al op jonge leeftijd verhuisd naar Jeruzalem om daar te studeren bij de rabbijnen. Vurig bestrijdt Saulus de volgelingen van Jezus Christus. Saulus ziet Jezus als een bedrieger. Gelukkig hebben ze met Hem afgerekend door Hem te kruisigen. Saulus gelooft helemaal niks van de verhalen over een opstanding van Jezus. De volgelingen van Jezus brengen het volk in verwarring. Met alle mogelijke middelen probeert Saulus te voorkomen dat er aandacht besteed wordt aan Jezus. Het moet afgelopen zijn. Bizar dat uitgerekend deze Saulus later stad en land heeft afgelopen om te verkondigen dat we allemaal Jezus nodig hebben. Dat het sterven van Jezus aan het kruis de diepste vervulling is van wat er staat in het eerste deel van de Bijbel, het Oude Testament. We hebben verzoening nodig. Wij kunnen alleen bij God

komen doordat Jezus onze straf heeft gedragen. Saulus is alles gaan geloven wat die leer­lingen van Jezus beweerden. En niemand heeft met zo veel energie en zoveel denkkracht Jezus verkondigd als Paulus. Niemand van de leerlingen van Jezus was zo’n geleerde theoloog. Niemand was zo’n strateeg. Niemand heeft zo veel invloed gehad op de latere kerk. De brieven van Paulus zijn opgenomen in de Bijbel omdat de christenen in die woorden Gods Woorden hoorden. Niemand die dat ooit had kunnen denken. Saulus zelf al helemaal niet. Maar de ont­ moeting met Jezus heeft zijn hele leven op z’n kop gezet. Nu is het hoogst zeldzaam dat mensen Jezus ontmoeten zoals dat bij Saulus gebeurde. Maar wie zich verdiept in de Bijbel, die kan ook vandaag gegrepen worden door die wonderlijke werkelijkheid. Ook in onze tijd zijn er mensen die over Jezus spreken zoals je het van hen nooit had gedacht. Ze hebben Hem ontmoet.

Intussen bedreigde Saulus de leerlingen van de Heer nog steeds met de dood. Hij ging naar de hogepriester met het verzoek hem aanbevelingsbrieven mee te geven voor de synagogen in Damascus, opdat hij de aanhangers van de Weg die hij daar zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen, gevangen kon nemen en kon meevoeren naar Jeruzalem. Toen hij onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’ Hij vroeg: ‘Wie bent u, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in, daar zal je gezegd worden wat je moet doen.’ De mannen die met Saulus meereisden, stonden sprakeloos; ze hoorden de stem wel, maar zagen niemand. Saulus kwam overeind, en hoewel hij zijn ogen open had, kon hij niets zien. Zijn metgezellen pakten hem bij de hand en brachten hem naar Damascus. Drie dagen lang bleef hij blind en at en dronk hij niet. In Damascus woonde een leerling die Ananias heette. In een visioen zei de Heer tegen hem: ‘Ananias!’ Hij

antwoordde: ‘Ik luister, Heer.’ Daarop zei de Heer: ‘Ga naar de Rechte Straat en vraag daar in het huis van Judas naar iemand uit Tarsus die Saulus heet. Hij is aan het bidden, en hij heeft in een visioen gezien hoe een man die Ananias heet, binnenkomt en hem de handen oplegt om hem weer te laten zien.’ Ananias antwoordde: ‘Heer, van veel kanten heb ik gehoord over deze man en over al het kwaad dat hij uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. Bovendien heeft hij toestemming van de hogepriesters om hier iedereen die uw naam aanroept in de boeien te slaan.’ Maar de Heer zei: ‘Ga, want hij is het instrument dat ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten. Ik zal hem tonen hoezeer hij moet lijden omwille van mijn naam.’ Ananias vertrok en ging naar het huis, waar hij Saulus de handen oplegde, terwijl hij zei: ‘Saul, broeder, ik ben gezonden door de Heer, door Jezus, die aan u verschenen is op de weg hierheen, om ervoor te zorgen dat u weer kunt zien en vervuld wordt

van de heilige Geest.’ Meteen was het alsof er schellen van Saulus’ ogen vielen; hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen, en nadat hij gegeten had, kwam hij weer op krachten. Hij bleef enkele dagen bij de leerlingen in Damascus en ging onmiddellijk in de synagogen verkondigen dat Jezus de Zoon van God is. Allen die hem hoorden waren stomverbaasd en vroegen: ‘Dat is toch de man die in Jeruzalem de volgelingen van die Jezus naar het leven stond, en hij is toch hierheen gekomen om hen gevangen te nemen en uit te leveren aan de hogepriesters?’ [ Uit: Handelingen, hoofdstuk 9 ]


10

‘Kappen met wat ik gewend was – dat is een hele strijd’ ‘I

k kom uit een groot gezin, waarvan een deel niet christelijk is opgevoed, een ander deel wel. Dat kwam zo: toen mijn ouders tot geloof kwamen, hadden ze al drie kinderen. Daarna kwam ik, en nog drie anderen. Je zag dus een splitsing. Mijn vader werkte op de binnenvaart en was weinig thuis. Het viel niet mee voor mijn moeder om het gezin in het gareel te houden. De jongere kinderen, zoals ik, kregen best een streng-christelijke opvoeding. We moesten twee keer per zondag naar de kerk, naar de zondagschool, hadden geen tv, etc. Ik zat op een reformatorische basisschool, waar veel oud-gereformeerde klasgenootjes op zaten. Zij gingen niet zoals ik naar de hervormde gemeente. In de kerk had ik dus helemaal geen vriendjes en of klasgenootjes. Ik kwam alleen in de kerk voor mijn ouders. Verder voor niemand. Met mijn ouders kon ik niet goed over het geloof praten; het zijn lieve mensen, geen kwaad woord over hen, maar er is zo’n groot verschil in leeftijd en beleving. Mijn vader ging niet aan het avondmaal. Als je ernaar vroeg, zei mijn vader dat hij ‘geen vrijmoedigheid had’; daar snapte je als tiener weinig van natuurlijk. In mijn puberteit kreeg ik een relatie met een meid, die christelijk opgevoed was maar ver-

der er niets aan deed. Toen die verkering op de klippen liep, had ik schoon genoeg van de kerk en het geloof. Ik ging op zondag liever naar wedstrijden van Feyenoord. Of ik ging zelf voetballen, of naar hardcore-feesten. Ik zag het uitgaansleven van mijn oudere zus en ging veelvuldig met haar op stap.

We raakten erover aan de praat – terugkijkend is dat het begin geweest van mijn ommekeer. Het startpunt van een ontdekkingstocht. Ik verhuisde naar Rotterdam, kreeg een andere vriendengroep en volgde een cursus om meer van het christelijke geloof te weten te komen.

11

Het was een hele strijd om te kappen met het leven dat ik gewend was. Om los te komen van verkeerde vrienden, van de verslaving aan seks. Dat ervaar ik nog steeds als een strijd. Het is absoluut niet vanzelfsprekend om te geloven. Er is zoveel dat je van het juiste pad af kan houden.

Ik knoopte makkelijk relaties aan met meisjes. Dan wisselden we telefoonnummers uit en een week later kon ik al met zo iemand in bed liggen. Achteraf bestempel ik die periode als het zoeken naar gezelligheid, warmte en liefde. Het opvullen van een leegte. Mijn gedrag kwam ook voort uit verzet tegen de kerk waar ik naar toe ging, en tegen het geloof van mijn ouders. Dat ging zover dat ik bij mijn voetbalclub, na een verloren wedstrijd, langdurig en hartgrondig kon vloeken. Op een keer deed ik dat zo erg, dat de vader van mijn beste vriend me erop aansprak: ‘Wat kan jij met overtuiging vloeken! Dat doet me pijn.’ Die opmerking zette mij wel met beide benen op de grond, want ik had een goeie band met die man en zijn gezin. Het was een warm nest, ik voelde me er thuis.

lees verder op pagina 12


Jun12

12

‘Kappen met wat ik gewend was – dat is een hele strijd’ Vervolg van pagina 11

Ik herinner me vooral: veel regeltjes, saaie kerkdiensten, geen warme sfeer en dominees die zeggen: ‘het is fout en ze noemen het zonde…’ Dat schoppen tegen allerlei regeltjes, dat heb ik nog steeds, het gaat me om de kern: Jezus’ kruisiging en opstanding. Wij hebben Hem nodig in ons leven, omdat Hij alleen in staat is de leegte op te vullen.

Echo

Mijn vader en moeder en ik zijn de ­enigen uit ons gezin die nog naar de kerk gaan. Dat is wel moeilijk, inderdaad, vooral voor mijn ouders. Ik heb een paar jaar geleden belijdenis gedaan. Daarmee wilde ik onderstrepen dat ik radicaal heb gebroken met mijn leven als losbol en feestbeest. Het was voor mij een point of no return.’

Uitgave van IZB – voor zending in Nederland en de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland Redactie en administratie: Joh. v. Oldenbarneveltlaan 10 3818 HB Amersfoort Tel. 033-4611949 E-mail: echo@izb.nl ECHO 05-2012

Deze Echo is u aangeboden door:

Abonnementen: Abonnementsprijs € 10,00 per jaar bij vooruitbetaling. Reacties: Voor reacties op de inhoud kunt u zich wenden tot de bezorger of de redactie.

Redactie: Ds. L.C. Buijs, K. van Noppen, J.J. Timmer (eindredacteur), mw. J. de Waard. Vormgeving: VanEckDesign, Boskoop

ISSN 0012-9119

Foto’s: www.shutterstock.com Sjaak Boot: pag. 1, 7, 10, 11 Johan Timmer: pag. 4, 5, 6


ECHO zomer 2012