Page 1

Echo

Macht en pracht 5 | De engel en de bengel 8 | Tankman 10 | Het Passion 13


Onbevangen Er was eens een hoofdredacteur die alle abonnees bij een nummer van zijn tijdschrift een theezakje meestuurde. Het blad bevatte namelijk nogal lange artikelen, met voetnoten enzo. Je moest er even voor gaan zitten. Maar de doorzetters konden zichzelf halverwege belonen met een kopje thee. Bij dit nummer geen theezakje. Ook geen voetnoten, trouwens. Als we iets hadden kunnen meesturen dan zou het een theelepeltje onbevangenheid zijn. Ben je onbevangen, dan word je niet geremd doordat je weet wat er komt. Masker af, pantser uit, hakken uit het zand. Gewoon ’s kijken wat er op je afkomt.

‘Ik vond gelovigen een beetje vreemd…’ Langs allerlei wegen komen mensen in contact met God, het christelijk geloof en de kerk. Lees het verhaal van Debby.

Misschien een kruispunt. Of een nieuwe weg. Laat je verrassen. De redactie

‘Een les over boeddhisme en hindoeïsme, iets over het jodendom…. Daar hield het op de openbare school wel mee op. Verder heb ik weinig over geloven meegekregen. Ik had vriendinnetjes zonder gelovige achtergrond. Mijn ouders geloven niet. Je moet in mijn stamboom wel vier of vijf generaties terug om iemand tegen te komen die iets had met de kerk… Mijn moeder drukte mij wel altijd op het hart dat ik mijn eigen waarheid moet gaan ontdekken. Dat heeft er wel voor gezorgd dat ik vrij open sta voor andere dingen dan ik gewend ben. Toen ik nog bij mijn ouders woonde, had ik nooit echt een beeld van het christelijk geloof. Het was iets met ‘God, Jezus en de hemel’. En ‘Jezus aan het kruis’ vond ik vreemd. Het was gewoon

niet mijn wereldje. Geloven was iets voor de oudere garde, mensen die niet met hun tijd waren meegegaan, want het was toch allang bewezen dat…. enzovoorts.

‘Geloven was iets voor de oudere garde, die niet met hun tijd waren meegegaan’ Alleen: ik vond het van jongs af aan prachtig om kerken te bezoeken. Een vakantie zonder kerk was geen vakantie - vond ik. Het gaf me een enorme rust. Maar als ik met gelovigen in aanraking kwam, wist ik eigenlijk niet zo goed wat ik moest zeggen. Ik vond hen eigenlijk een beetje vreemd.

3


4

5

Totdat ik verhuisde naar een studentenhuis, waar een paar christenen woonden. Dat wist ik eerst niet, maar daar kwam ik achter toen ik ze af en toe zag bidden voor het eten. Hé, dacht ik, leeftijdgenoten van me, die geloven. Dat kan dus kennelijk. Toen kwamen de eerste voorzichtige vragen. Wat bid je nou eigenlijk? Waar geloof je precies in? Een van mijn huisgenoten ging stage lopen bij een kerk in Nieuwegein, waar hij ook betrokken was bij een Alpha-cursus, een kennismaking met het christelijk geloof. Met hem kon ik op een gegeven moment eindeloze gesprekken voeren over het geloof, hij nam echt de tijd om mij veel uit te leggen. En parallel daaraan ontmoette ik mijn toenmalige vriend, die ook gelooft. We zijn in gesprek geraakt toen ik zijn afstudeerconcert op het conservatorium bezocht. Alle liedjes had hij zelf geschreven en gingen over zijn geloof. Toen hij later aan mij vertelde wat zijn geloof voor hem betekende, was ik er enorm door geraakt. Ik wilde er veel meer over weten.

‘Mijn hele leven zal ik wel vragen houden’ Alles bij elkaar zorgde ervoor dat ik met mijn huisgenoot meeging, om de Alpha-cursus te volgen. Al vond ik het in het begin best spannend, ik heb tijdens de cursus veel opgestoken. Ik vond het een hele mooie ervaring. Maar toch vond ik het geloof ook nog zoiets groots en vaags waar ik totaal geen grip op had. Een klasgenoot, met wie ik over de Alpha-cursus sprak, gaf me toen een jongeren-bijbel. Ik begon met het lezen van de vier evangeliën en toen vielen steeds meer puzzelstukjes in elkaar. Maar er kwamen ook nieuwe vragen. Hoe weet je nou zeker dat God bestaat? Hoe leer je Hem dan kennen? Iemand vertelde me dat ik het Hem altijd gewoon kon vragen. Of Hij er is en of Hij dat dan op de een of andere manier zou willen laten weten. Dat heb ik toen gedaan, in alle onwetendheid. Maar voor mijn gevoel heb ik daar toen een antwoord op gehad. En vragen waar ik toen heel erg mee zat werden ineens

veel meer bevestigd of beantwoord door mensen om me heen of door de stukken die ik in de Bijbel las. Knop om Ik heb toen een tweede keer de Alpha-cursus doorlopen. De samenstelling van de groep was heel anders, iedereen met andere achtergronden en andere persoonlijke verhalen. Het was weer een hele fijne ervaring en in mij kwam steeds meer het besef dat God er echt is. Na een tijdje is er toen een soort knop omgegaan en tijdens het Alphaweekend heb ik toen openlijk gebeden en gezegd dat ik wil geloven. Dat was best spannend! Het ging ook dan ook wel gepaard met een grote onzekerheid. Er zijn nog zo veel vragen en twijfels af en toe. Het is zeker niet altijd makkelijk. De ene keer ben ik er ongelofelijk vol van, maar het volgende moment duizelen de vragen me. Gelukkig is daar ook de ruimte voor. Dichtbij Kort voor de zomer ben ik gedoopt. Makkelijker is het leven er niet op geworden. Mijn familie en vrienden snappen mijn keuze niet helemaal, al respecteren ze die gelukkig wel.

Macht en pracht Terwijl ik voorzichtig voortstap, overvalt mij de ruimte in deze enorme kerk. De Sint Pieter te Rome. Alleen de koepel is al een wereld op zich. Ik word stil gezet bij de onzichtbare geestelijke wereld die alles omvat. Het graf van Petrus, één van de leerlingen van Jezus, ligt aan de basis van dit gebouw. Wat is daaromheen veel opgetrokken! Groots, overweldigend. Kunstwerken – waar je ook kijkt. Ik loop er langs en sta telkens even stil. Beelden en schilderijen van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Opvolgers van Petrus. Het verwart me. Heeft Jezus het zo bedoeld?

Mijn hele leven zal ik wel vragen houden, denk ik, maar het belangrijkste in het geloof is: vertrouwen. Ik leer elke dag weer meer en ik ontmoet steeds meer mensen die ook geloven. Ieder op zijn eigen manier, heel verschillend. Ik zie Gods liefde daarin. Op zo’n moment kan Hij heel dichtbij voelen. In feite is Hij dat ook.


6

Pietà Opeens sta ik aan de grond genageld. De ‘Pietà’ van Michelangelo. Voetje voor voetje loop ik naar het beroemde meesterwerk. Maria met Jezus, haar overleden zoon, op haar schoot. Duizenden kunstenaars hebben het weergegeven. Nergens zag ik zo’n juweel van een beeldhouwwerk. Pietà betekent ‘intens verdriet’. De pijn schreeuwt me in dit kunstwerk tegemoet. Verdriet van al die moeders getroffen door het sterven van een kind. Ik denk bij mezelf: Ja, daarover gaat het in de kerk. Jezus kwam voor mensen die stuk zitten. Ook door die verkeerde, dwaze, vreselijke fouten die je zelf hebt gemaakt. Ik zie een onrealistisch mooie vrouw, die Maria moet voorstellen. Ze kijkt uiterlijk onbewogen naar beneden. Dwars door alle raadsels en pijn heen verkondigt de kerk dat het lijden van Jezus nodig was voor onze redding. God neemt mensen in dienst om die boodschap te vertellen. Maria, Petrus, Michelangelo, kerkleiders, kunstenaars… En gewone mensen die het lijden van anderen niet wegdrukken. Het lijden heeft een plaats in de kerk. In gebeden, meeleven en praktische hulp.

Oer-christelijk

Kun je God leren kennen? Geen gekke vraag.

Het Bijbelboek Handelingen beschrijft het ontstaan van de kerk. In Jeruzalem waren bijzondere dingen gebeurd op het Pinksterfeest. Veel mensen kwamen door het getuigenis van de volgelingen van Jezus tot geloof. Ze ontmoetten elkaar in de tempel, maar ook in de huizen van de rijkere leden van deze gemeenschap. Daar werden dagelijks gemeenschappelijke maaltijden georganiseerd. Wat opviel was de manier van omgang met elkaar. Er was een enorme saamhorigheid. Deze mensen werden bezield door dezelfde idealen. Ze wilden het onderwijs van Jezus vertalen naar het leven van iedere dag. Daar beleefden ze grote vreugde aan. Ze gaven op allerlei wijzen uiting aan hun dankbaarheid tegenover God. Bijzonder was het wegvallen van rangen en standen. Men sprak elkaar niet alleen aan als broeders en zusters, maar zo gedroeg men zich ook tegenover elkaar. Met raad en daad werd in voorkomende gevallen hulp geboden. Mensen die bezittingen hadden verkochten het nodige om via de leiders van de gemeente armen financieel te ondersteunen. Deze manier van samenleven maakte grote indruk. Het was de macht en pracht van het oer-christendom. De Bijbel beschrijft ook een geval waarin het helemaal mis ging. Er waren gemeenteleden die graag geëerd werden als gulle gevers. Ananias en zijn vrouw Saffira verkochten een stuk land. Ze deden net alsof ze het hele bedrag weggaven voor het goede doel, maar hielden een deel voor zichzelf achter. De geschiedenis van de kerk laat zien dat gelovigen gewone mensen zijn. Onbewust worden fouten gemaakt. Maar soms wordt ook heel doelbewust de godsdienst misbruikt om er aan te verdienen of om eigen macht en aanzien te vermeerderen.

Zo heeft Jezus het bedoeld. Tekst: Leo Buijs

Kun je God leren kennen?

Prachtige kerken vertellen het verhaal van toewijding aan God. Maar ze tonen soms ook de werkelijkheid van mensen die over de ruggen van anderen geëerd wilden worden.

Twintig jaar was ik, toen ik voor het eerst de Bijbel las. Ik raakte enorm onder de indruk van Jezus, van zijn karakter, zijn manier van omgaan met mensen en de wijze waarop Hij over God sprak. Zo totaal anders dan ik mij Hem vaak voorstelde. Veel dichterbij en persoonlijker, midden in het dagelijkse leven. Ik las dat Jezus tijd nam voor die mensen, aan wie anderen voorbij liepen. Ik zag dat Jezus consequent deed wat ik in mijn beste momenten ook probeer te doen: Zonder eigenbelang aandacht en tijd aan iemand besteden, omdat diegene de moeite waard is, ongeacht zijn of haar achtergrond. Iemand onvoorwaardelijk helpen in de kern van zijn bestaan, omdat je de ander graag wilt helpen, niet omdat ‘het moet van je geloof’, of zo. Waarom begin ik hierover? Omdat dit het begin is van het antwoord op de vraag: Kun je God leren kennen? Niemand heeft God ooit gezien. Jezus heeft ons bekendgemaakt hoe Hij is. Wie Mij heeft gezien, die heeft de Vader gezien, zei Hij. Hoe leer je iemand kennen? Niet door hem als vriend toe te voegen aan je Facebook-account (al kan het een begin zijn) maar door veel met elkaar om te gaan, met elkaar te praten, van hart tot hart. Tijd investeren in elkaar. Wil je God leren kennen? Kijk naar Jezus, lees over Hem, ga - om zo te zeggen - dagelijks met Hem om. Niet omdat je ‘ergens moet beginnen’, maar omdat je nergens beter kunt beginnen. Hoe? Gewoon beginnen met praten tegen Jezus. Hem je vragen stellen en luisteren naar wat Hij tegen je zegt. Eerst kan dat onwennig voelen. Ik had het idee mijzelf voor de gek te houden. Toch voelde ik dat Hij echt luisterde en ik leerde ook zijn stem verstaan. Via teksten in de Bijbel, in mijn hart, in bepaalde situaties, in muziek, in personen om mij heen. Zo leerde ik Hem kennen. En via Hem, God. Want, hoe beter je Jezus leert kennen, hoe dieper je God in zijn hart kijkt. Christiaan Dekker

7


8

9

De engel en de bengel Tekst: Johan Timmer

Heb je het even gehad met snelle krachtpatsers en onkwetsbare helden in actiefilms? Bekijk dan deze eens: ‘Le Gamin au vélo’, de bengel op de fiets. Schrijven over een film maakt soms meer kapot dan je lief is. Maar maak je geen zorgen, ook na dit artikel blijft deze dvd zeer de moeite waard… De bengel, Cyril, is razend en radeloos. Hij voelt zich, nee, hij is in de steek gelaten. Door zijn vader. Spoorloos is die. En zijn fiets ook. Cyril woont in een soort gezinsvervangend tehuis. Er is geen moeder. Vader is met de noorderzon vertrokken. Denk je eens in hoe een kind zich moet voelen. Geen wonder dat hij onhandelbaar is. Tijdens zijn radeloze zoektochten, naar zijn fiets en naar zijn vader, belandt hij in de wachtkamer van een arts. Terwijl hij probeert te ontsnappen aan zijn verzorgers, klampt hij zich vast aan een wildvreemde vrouw. Deze vrouw – Samantha, eigenaar van een kapsalon blijkt zich zijn lot aan

te trekken. Ze zorgt ervoor dat hij in de weekenden bij haar kan zijn. En ze gaat samen met hem op zoek. Naar de fiets en de vader. Keuze Waarom doet ze dat? Cyril is een dwars kind, kwaad op zijn vader, op het leven. Samantha kan geen liefde aan hem kwijt, en toch probeert ze het. Simpel, zonder opsmuk, zonder iets terug te verwachten. Cyril werkt zich in de nesten, krijgt verkeerde vrienden en dreigt te ontsporen. Gilles, de vriend van Samantha, wordt het allemaal te gortig. Hij stelt haar voor de keuze: Cyril of hij. Ze kiest voor Cyril. De jongen pleegt een overval op een kioskhouder en zijn zoon, wordt betrapt en nog net niet veroordeeld omdat de kioskhouder wel wil schikken. Samantha draait voor

de (hoge) kosten op. En opnieuw vraag ik me af: wat bezielt haar? Alles Samantha doet alles wat zijn echte vader had moeten doen: er voor hem zijn, voor hem gaan, hem weerwoord geven, hem opvoeden. Ze is niets van hem en ze wil alles voor hem zijn. Na zijn misstap en het rechtzetten ervan vraagt Cyril of hij voor altijd bij haar mag komen wonen. Ze zegt ‘ja’. Volstrekt onbegrijpelijk, zeker na wat er dan allemaal al is gebeurd… Gaat de film over schrijnende situaties van verlaten kinderen? Over de harteloze maatschappij? Over de zorg die met weinig middelen zo goed en zo kwaad als het kan het beste er van maakt? Nee. De film gaat over

belangeloze liefde. Samantha brengt de liefde in praktijk. Ze is als een engel in z’n leven. Belangeloos ‘Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.’ Onwillekeurig associeer je de houding van Samantha met deze uitspraak van Jezus. Geen idee waarom ze doet wat ze doet. Cyril geeft weinig aanleiding, zijn vader nog minder. Iets in haar brengt haar er toe. De onbaatzuchtige liefde verandert ook degene die de liefde ontvangt. De gebroeders Jean-Pierre en Luc Dardenne, regisseurs van de film, hebben goede kritieken gehad voor deze film. Het verhaal oogt eenvoudig, maar is zeer indringend

verteld. Er zijn voor de kijker vragen te over. Je wordt betrokken bij elk moment en leeft mee met de personages. Cyril is het ‘ongeleide projectiel’, Samantha is degene die steeds keuzes moet maken. Hoewel Cyril de meest aandacht opeist, speelt Samantha de hoofdrol. De kijker maakt via haar morele keuzes. Cyril snappen we. Samantha totaal niet.

‘Le Gamin au velo’ is verkrijgbaar op dvd.


10

11

J

e kijkt naar een van de beroemdste foto’s ooit.

Het is 5 juni 1989. De wereld brandt. Overal valt het communisme. En er zijn nu ook al weken protesten op het Plein van de Hemelse Vrede

in Peking. Het leger grijpt in. En dan is er die onbekende man. Niemand weet wie hij is. Maar hij stopt een lange rij tanks.

Duizenden studenten waren al opgepakt en werden later geëxecuteerd. Nog de dag ervoor hadden Chinese tanks mensen overreden. Toch ziet deze onbekende man er nonchalant uit, met die twee plastic tassen in zijn handen. Alsof hij aan het winkelen was en plotseling bedacht: wacht, laat ik eens voor die tank springen! Maar wellicht is het de enige manier, dat je zoiets durft. Niet te veel over nadenken. Toen de tanks kwamen aangedenderd, ging hij midden op de weg staan. De voorste tank remde af. Probeerde om hem heen te rijden. De man bewoog mee, naar links, naar rechts. Uiteindelijk zette de voorste tank zijn motor uit.

De man sprong op het stalen monster. Zei wat tegen de chauffeur in die ovalen opening voorin. Klom toen verder en sprak met de militair in de schutskoepel. We weten niet wat er gezegd werd. Wel dat de chauffeur de motor weer startte en probeerde te vertrekken. Maar de Tankman – zoals hij sindsdien heet – gleed vliegensvlug de tank af en ging er weer voor staan. Toen kwamen twee mannen in blauwe kleren tevoorschijn en voerden de Tankman af. Niemand weet wat er met hem gebeurd is. Sommigen zeggen dat hij, net als vele anderen, vermoord is door de staat. Anderen dat hij wist te ontsnappen en ergens ondergedoken leeft.

Jezus was een soort Tankman. Ook hij spreidde zijn armen – niet met twee boodschappentassen, maar aan het kruis. En hij stopte een verschrikkelijke machinerie. Het christendom werd de eerste religie die niet duizenden en duizenden dieren offerde om de goden te behagen. Jezus riep dat een halt toe.

Tekst: Reinier Solleveld

De Romeinse rijk denderde over alles en iedereen heen, maar Jezus stopte het. Langzamerhand namen zijn volgelingen het rijk over, van binnen uit, zonder macht en geweld.

Tankman

Het geweld van staal leek Jezus te slopen – hamers, spijkers, zwepen, boeien. Maar hij stond op uit de dood. Hij stopte de kracht van metaal. Door zwak te zijn. Juist door zich zo kwetsbaar te tonen – nog veel extremer dan die mysterieuze Tankman – begon hij een nieuwe beweging die nooit meer vergeten zal worden.


Hemelbestormers

13

Een dromerig Frans dorpje. Langs de zijmuur van het kerkje bevindt zich een trap, halverwege geblokkeerd door een deur. ‘Accès interdit au ciel’ - Geen toegang tot de hemel.

Naar de Achterhoek...

Gek, dat juist een kerk de toegang tot de hemel lijkt te dwarsbomen... Is het niet juist andersom? De kerk ontsluit de deur naar de hemel. Niet dat je er tickets kunt kopen. De kerk is helemaal niet commercieel ingesteld. In de kerk word je wel wegwijs gemaakt. Je kunt de hemel niet verdienen, je hoeft je er niet eens voor in te spannen, al wil dat er niet bij iedereen in. Ontzettend veel mensen zoeken de hemel op aarde. Daar doen ze ongelooflijk veel moeite voor. En even zoveel mensen raken hem kwijt. Teleurgesteld en verbitterd. En ik weet niet meer Waar de hemel is Ik weet niet waar ik heen ga na dit leven Soms zie ik de hemel In de ogen van een vrouw Maar dat duurt meestal maar even De hemel duurt maar even  (Stef Bos)

voor een Time Out U hebt een kans van 1 op 9 om dakloos te worden. Tenminste, als u, net als ik, een man bent. Het getal heb ik ergens gelezen en het schoot me te binnen, onderweg naar Hummelo, in de Achterhoek. Daar verblijven 15 ex-daklozen in de Time Out Voorziening, een samenwerkingsverband van Het Passion en Stichting Ontmoeting, een opvangboerderij. Sommige komen rechtstreeks van de straat, anderen net uit de gevangenis. Weer anderen uit een behandeltraject. Ze krijgen er een Time Out. Om op verhaal te komen.

Je lost het niet op door de hemel maar weg te verklaren. Met je hoofd lijkt het te lukken, maar je hart zegt wat anders. Volg je verlangen, blijf de hemel zoeken. Hij is er, en er is plek. ‘There is plenty good room in my Father’s Kingdom.’ Jezus is daar duidelijk over. Hij heeft er zelf voor gezorgd. Plek zat in de hemel.

De rust van het boerenland staat in schril contrast met de hectiek van het ruige leven dat de meeste bewoners achter zich hebben. Het Passion oogt van afstand net als zoveel andere boerderijen in deze buurt. Alles ademt rust. Weinig prikkels.

Nog even terug naar die tekst op die deur. ‘Ciel’ betekent behalve hemel ook ‘gewelf of baldakijn’. En zó gelezen, is het wel weer een verstandig advies, bij dat kerkje. Want er zouden ongelukken kunnen gebeuren als je de koepel zou beklimmen. De parochie wilde niet aansprakelijk worden gesteld voor valpartijen of erger. Het wankele trapje en die krakkemikkige deur zaten aan de buitenkant. Om toegang te krijgen tot de hemel, moet je binnen zijn. Daar zitten de hemelbestormers. Zo gek is die tekst op die foto niet, bij nader inzien.

Tekst: Johan Timmer

12

Het is net koffietijd, als ik aankom. Al snel raak ik in een gesprek met een van de bewoners. Nou ja, gesprek… Hij voert op monotone toon het woord, ondertussen een shaggie draaiend. Het gaat over de Tweede Wereldoorlog. Hij weet er heel wat van. Na de koffie ontmoet ik Heidi, ze begeleidt de bewoners. Waarom zou je in deze mannenwereld willen werken? Ik kan me een gemakkelijker doelgroep voorstellen… ‘Natuurlijk zijn er makkelijkere doelgroepen te bedenken, maar de ingewikkeldheid van de problemen motiveert me om me in te zetten voor

deze mensen. Het is een doelgroep waar wel degelijk iets mee te bereiken is. In de eerste plaats is het verschil tussen hen en mij niet zo groot als je denkt. In elk mens schuilt iets goeds en ik span me in om het tot bloei te brengen. Ik moet blij zijn met kleine stapjes. Want verslaving, psychiatrie, dakloosheid, dat zijn grote problemen. Ze beschamen mijn vertrouwen en stellen me soms teleur. Maar toch, ik kan toch iets bereiken.’ Hier kijk ik even van op. In elk mens schuilt iets goeds? Je zou hier juist hier niet moeten concluderen dat mensen geneigd zijn tot veel kwaad… ‘Dat klopt. Vrijwel zonder uitzondering is er bij deze bewoners van alles misgegaan in hun jeugd. Ze zijn verwaarloosd, komen uit gebroken gezinnen, zijn mishandeld, misbruikt soms, hebben in internaten gewoond. Zo’n slechte start is bijna een recept voor rottigheid in hun latere leven. ‘


14

Nu kunnen ze er niks aan doen. Het is hun jeugd, het is de omgeving… ‘Ze zijn en blijven verantwoordelijk voor hun keuzes en daden. Maar ik heb wel begrip gekregen. Ze hebben geen eerlijke kans gehad.’ Het is hier goed toeven, zeggen bewoners. Paradijselijk haast. Dat klinkt te mooi om waar te zijn. ‘We zijn streng, geen drugs, geen alcohol. Zijn ze er in hun eentje op uit geweest, dan moeten ze blazen en een urinecontrole. Zijn ze positief, dan moeten ze vertrekken. Het komt voor dat we mensen niet kunnen plaatsen, omdat we niet de begeleiding kunnen bieden die ze nodig hebben. Iedereen die hier verblijft, verblijft hier vrijwillig. Als iemand wil vertrekken, kunnen we ‘m niet tegenhouden. Een groot deel van de mannen gaat na een periode van rust ergens anders verder en hebben meer grip gekregen op hun leven. Dat zegt wat.’ Charles is een van de bewoners. Hij heeft twee jaar gezeten. ‘Maar ik ben geen, nou ja, ik ben wel crimineel, maar ik stal van miljardairs. Niet van gewone mensen. Ik pikte een graantje mee, net als die kippen.’ Hij wijst op de kippen. Daar zorgt hij voor. En voor de geiten. En voor de moestuin. Hij wijst op Skinhead, de enige kip die buiten de ren loopt. ‘Toen ik hier kwam was ze bijna dood. Onder aan de pikorde. Ze wilden haar opruimen. Ik heb haar uit de ren gehaald. En kijk nou: weer een mooie kip. Ze legt weer eieren.’ Hoe pikte jij een graantje mee? ‘Ik verkocht nep-merkkleding, via café ‘s. Dat liep als een trein. Ik

als wij. Ze hebben pech gehad in hun leven. Dat maakt ze niet vrij van verantwoordelijkheid, maar wat had ik gedaan in hun plaats? Ze vragen je soms uit, dat voelt ongemakkelijk.’

reed een mooie auto, en liep in merkkleding, maar dan echte! Zoiets gaf scheve ogen. Daarom kocht ik een alarmpistool. Mag niet. Op een morgen stond de politie met zwaar geschut bij mij in de keuken. Ik was verlinkt. Toen ging het bergafwaarts. Ik dronk al stevig, maar daarna werd het excessief. Ik raakte alles kwijt, mijn vrouw ging bij me weg, ze nam mijn dochters mee. Kijk, hun namen staan op mijn arm. Ik moest het huis uit. Logies, drank, dan gaat het hard met je geld...’ Hoe kwam je hier? ‘Na de gevangenis brachten ze me hier, als tussenstation voor het semibegeleid wonen. Ik vond het niks en wilde weg. Maar na twee uur besloot ik te blijven.’ Waarom? ‘Er is hier respect! Ze laten iedereen in zijn waarde. Ik ben niet zo van het geloven, maar God bless it hier. Ze zijn wel christelijk, maar niet vervelend. He, Skinhead, ik ga je missen!’ Zijn sporttenue is versleten, het leven heeft zijn gezicht getekend. Maar hij lacht veel. Morgen komt zijn dochter hem opzoeken! Hij heeft haar twee jaar niet gezien. ‘Als ik hier wegga laat ik een tattoo op mijn rug zetten: 20 -25 -20. de eerste twintig jaar van mijn leven gingen goed. Daarna heb ik er vijfentwintig jaar een zootje van gemaakt. De laatste twintig jaar voor mijn pensioen ga ik het weer goed maken!’ Er zijn ook vrijwilligers. Onder hen zes vrienden uit Zeeland. Ze zetten zich belangeloos in voor de bewoners. ‘Het zijn eigenlijk net zulke mensen

Wat gebeurt er dan? ‘Ik denk dat ze toch hun leven met het onze vergelijken. Ze zijn heel benieuwd naar hoe ik leef, hoe ik beslissingen neem en reageer. Ik herinner me iemand , een hele slimme man, een zware crimineel. Alles wilde hij van ons weten. Zo’n leven als wij heeft hij nooit gekend, denk je eens in. Hij ontdekte dat we niet alles wisten, dat we ook met vragen zitten, dat het wel eens tegen zit. En we vertelden hoe we daar mee om probeerden te gaan. Het kan zijn dat hij daar wat mee doet.’ Tijdens de lunch zitten gasten, vrijwilligers en stafleden, door elkaar. Er valt een stilte voor het gebed. Daarna zwelt het geroezemoes weer aan, er wordt gegrapt, gelachen. ‘Weet je hoe we hem noemen bij het voetballen? Nee. Stevie Wonder! Waarom dan? Hij mist elke bal! Het slachtoffer lacht zuinig mee. Maar hij protesteert niet.

Wat me opvalt als ik over het terrein loop, is dat alles tot in de puntjes is verzorgd. De gebouwen zijn goed onderhouden, de bloemen en planten zien er goed verzorgd uit, nergens ligt rommel. Volgens Luuk, de kersverse nieuwe beheerder (‘Ik werk hier nu zes weken’) is dat te danken aan het leger vrijwilligers. ‘Het is ongekend wat mensen hier uit de buurt allemaal doen. Er is een man die hier om zes uur ’s morgens, voor hij naar zijn werk

gaat nog even de pluktuin bij het grote grasveld in orde maakt.’ Niet alleen vrijwilligers uit de buurt dragen hun steentje bij. Uit het hele land brengen mensen hier een werkvakantie door. Ze doen dat fiftyfifty: de helft van de week werken ze op Het Passion, de andere helft zijn ze vrij. Voor vijftien europer nacht krijgen ze vol pension.

Als ik ex-dakloze was, en in de ‘overlevingsstand’ leefde, zou ik Het Passion ook als heel benauwend en verplichtend kunnen ervaren. Iedereen is vriendelijk en aardig. Dat wordt dan ook van mij verwacht. Maar dat heb ik niet in me. Hoe werkt dat? – vraag ik aan Astrid en Luuk, het beheerdersechtpaar. Luuk: ‘Iedereen die hier verblijft, doet dat vrijwillig. Het overgrote deel blijft de hele periode, dat is hun keus. Dat zegt wel wat. Natuurlijk is de opstelling en de bejegening door de staf en vrijwilligers normerend. Maar bewoners merken dat het goed doet. Ze worden gerespecteerd, ze weten dat ze een kans krijgen, ze zijn (of ze worden) gemotiveerd om de draad weer op te pakken. Er is hier geen behandeling, dat scheelt ook[noot van Luuk: scheelt het wat, dat zou geen recht doen aan het fenomeen behandeling, dat er geen behandeling is kan ervaren worden als rust, je hoeft even niet de molen in van de hulpverlening, het citaat van de gast is in die zin ook niet zo positief, hij wil graag behandeld worden, en wacht daar op en dat is lastig als je gemotiveert bent, wachten demotiveert, toch vind hij dat hij goed behandeld wordt, een woord grapje

zeg maar, einde noot]. Een gast zei: “Ik word hier goed behandeld, maar er is geen behandeling”. De formule werkt.’ Het klinkt te mooi om waar te zijn. Astrid: ‘Het gaat wel eens mis. Pas kwam de politie iemand van het terrein halen. Voordat hij bij ons kwam had hij onder invloed in een auto gezeten en schade veroorzaakt. Voor justitie was de maat vol, voor ons was hij net zo goed op weg. De time out gaf hem de ruimte om weer na te denken over wat hij echt belangrijk vind. Dat dit zo eindigt is teleurstellend. Wat ik zou wensen is dat er meer genade zou zijn voor deze mannen in de maatschappij.’ Er is hier iemand voor de zevende keer. Dan denk ik: die doet er alles aan om hier weer terecht te komen, een draaideur-gast.. ‘Nou, dat dacht ik eerlijk gezegd ook van lieverlee, maar een draaideur-gast, dat klinkt niet oké. Kijk, het is een time out. Je wordt hier, nee, je krijgt elke keer de kans om te ‘resetten’. En nogmaals, iedereen die weg wil, kan zomaar gaan. Vorige week stapte er iemand op de bus. Geen idee waar hij is. Niemand kon die man volgen, de gasten niet, de staf niet, vrijwilligers niet. Hij was hier niet op zijn plek (ik weet niet of dat het is …). Maar het was zijn besluit om op te stappen. Die ruimte is er, ook al kost dat ons soms moeite.’ Daarnet bij de maaltijd werd er gebeden en een stuk uit de bijbel gelezen, met een korte uitleg. Hoe beleven de gasten dat?

15

‘We zijn een christelijke instelling en dat merken ze, onder andere hieraan. We dringen niets op, maar onze waarden en normen komen uit de bijbel voort. We bedrijven geen zending. Maar hen wordt wel duidelijk dat het een met het ander te maken heeft.‘ Met een hoofd vol indrukken rijd ik naar huis. Ik zou hier ook wel een werkvakantie willen doorbrengen. Waarom? Eerlijk gezegd, het zijn intrigerende kerels. Ik heb niemand een ander horen veroordelen. Ineens schieten me wat woorden van Jezus te binnen: Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden. Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe. Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan. Ze doen het hier, zonder opsmuk, zonder pretenties. Het kan dus blijkbaar.


Sep13

Open Monumentendag 2013 Op 14 en 15 september zijn veel monumenten in ons land gratis toegankelijk. Een goede reden om eens een kerk binnen te stappen. In tegenstelling tot veel monumenten in ons land (paleizen, kastelen, molens, forten en dergelijke) zijn kerken vaak nog in gebruik op de manier waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld zijn. Dus stap eens binnen, maak een praatje en laat je informeren. Van harte welkom!

1E6 c

ho

Uitgave van IZB – voor zending in Nederland en de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland Redactie en administratie: Joh. v. Oldenbarneveltlaan 10 3818 HB Amersfoort Tel. 033-4611949 E-mail: echo@izb.nl ECHO 05-2013

Deze Echo is u aangeboden door:

Abonnementen: Abonnementsprijs € 10,00 per jaar bij vooruitbetaling. Reacties: Voor reacties op de inhoud kunt u zich wenden tot de bezorger of de redactie.

Redactie: Ds. L.C. Buijs, K. van Noppen, J.J. Timmer (eindredacteur), mw. J. de Waard. Bijdragen van Christiaan Dekker (7) en Reinier Sonneveld (10/11).

ISSN 0012-9119

Vormgeving: Hans van Eck (Impressio Communicatie) Foto’s: Cover en pag 8/9: Cinéart Pag 2: www.vanbeekimages.com Pag 3/4: Gerard Buitenweg Pag 5/6: Shutterstock.com Pag 12: Johan Timmer Pag 13, 14 en 15: Het Passion

Echo 05 2013  

Echo nummer 5 2013

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you