Issuu on Google+


VAN DE REDACTIE

VERGADEROPENING

INHOUDSOPGAVE

Stad op een berg

Voorkeuren Als eindredacteur van een blad ben je afhankelijk van wat je door de gevraagde schrijvers toegeschoven krijgt. Soms ben je wat teleurgesteld. Een andere keer echt verrast. Verrast was ik dit keer door het artikel over de vraag of gereformeerde zending wel nodig is (het gaat er toch maar om of Christus verkondigd wordt, zo denken we vaak). En hoe geef je het gereformeerde dan gestalte in de zending? Door de Heidelberger Catechismus in het Spaans te vertalen en die vervolgens te exporteren naar Latijns Amerika? Marleen Anthonissen, die voor de GZB in Centraal-Azië werkt, boort dieper. Zij is er in de praktijk van het werk daar achtergekomen ‘dat de gereformeerde richting diepgang en eenheid is geschonken’. En ze houdt ons meteen ook de spiegel voor: weten we wel wat we in huis hebben? Wat we ook in huis hebben, is de Oriëntatiecursus christelijk geloof. Ondanks de hoge vlucht van de Alpha-cursus en de introductie van Emmaüs, heeft deze cursus nog steeds een plaats in het missionaire aanbod van veel gemeenten. Het is altijd moeilijk om in het evangelisatiewerk de oogst te meten, maar het is bekend dat er mensen door deze cursus tot geloof gekomen zijn. Een belangrijk middel dus. De cursus is ontwikkeld door ds. René van Loon en nu door hem aan een revisie onderworpen. Hij schrijft in dit nummer over hoe in de gemeente met deze cursus gewerkt kan worden. Tot slot nog meer goed nieuws: Transmissie gaat in plaats van twee keer per jaar nu drie keer per jaar verschijnen. Om u nog beter te kunnen bemoedigen en toerusten voor uw werk in zending en evangelisatie!

Van de redactie Voorkeuren

2

Vergaderopeningen Een stad op een berg Welke weg wijst de Geest?

3 4

Preekschets “... en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken.”

5

Zending Gereformeerde zending — is dat nodig? Het mijnwerkersorkest

7 9

Gastcolumn “This thing is working”

11

Bezinning Groeien bij de bron

12

Evangelisatie Heruitgave Oriëntatiecursus christelijk geloof 14 Materiaal Missionair is mogelijk

16

MARJA BRAK

KADERBLAD VOOR KERKENRADEN, ZENDINGS- EN EVANGELISATIECOMMISSIES

Uitgave: Gereformeerde Zendingsbond (GZB) Postbus 28 3972 PP Driebergen Tel. 0343 512444 E-mail: info@gzb.org Internet: www.gzb.org Postbank rek.nr. 28016

IZB Joh. van Oldenbarneveltlaan 10 2818 HB Amersfoort Tel. 033 4611949 E-mail: secretariaat@izb.nl Internet: www.izb.nl Postbank rek.nr. 980980

Redactie: Mw. M.E. Brak (eindred.) Ds. W. Dekker Ds. S.J. van der Vlies

Foto’s: Marcel Minnée (pag. 1), GZB (pag. 7, 8, 9, 10), Rufo Petri (pag. 12, 16), Dick te Raa (pag. 13) Layout en opmaak: Hans van Eck Grafische Vormgeving, Boskoop Druk: De Bunschoter bv, Bunschoten Adreswijzigingen: Wijzigingen in adres of aantal bladen dienen aan het IZB-bureau te worden doorgegeven.

2

Transmissie VOORJAAR 2007

De tekst van Mattheüs wordt vaak gelezen in het kader van missionair werk en is vooral bekend vanwege de beelden zout en licht. Maar hoe zit het met dat derde beeld – de stad op een berg? De stad komt nogal onverwachts ter sprake. Wat verstopt tussen licht en kandelaar. Een stad op een berg wel te verstaan. Niet zoals de dorpjes in Galilea verscholen liggen in een dal. Het gaat in elk geval om de zichtbaarheid van de gemeenschap van Jezus’ volgelingen. Maar zichtbaarheid is niet het enige. Dat wordt met het beeld van de kandelaar voldoende duidelijk gemaakt. De nieuwe gemeenschap van het Koninkrijk is geen geheim genootschap. Zichtbare gestalte De stad is een samenleving in het klein. Mensen wonen er dicht op elkaar. Steden zijn centra van kennis en innovatie. Trends bewegen van de stad naar het dorp. In steden gaat het ook het eerste fout tussen mensen: criminaliteit, armoede, uitbuiting en machtsmisbruik. ´Jullie zijn een stad’, zegt Jezus. Een nieuwe samenleving. Christenen zijn geroepen om met elkaar te laten zien waar het in het Koninkrijk om gaat. Om het eigentijds te zeggen: ‘Laat zien dat het werkt. Of het waar is zien we daarna wel.’ Het beeld van de stad is enerzijds dynamisch, vol beweging. Maar aan de andere kant is de stad als het moet afgeschermd. De stad is geen burcht, maar bestaat ook niet alleen uit marktplein. De stad heeft iets van allebei. Alternatieve cultuur De christelijke gemeente, zo zegt John Stott het, is een counter-culture. Niet een anti-cultuur, maar wel een andere, een alternatieve cultuur. Zo vertegenwoordigt de gemeente van Christus op aarde een alternatieve samenleving. Hoe? Daarover gaan veel van de brieven in het Nieuwe Testament. Neem bijvoorbeeld wat Paulus schrijft aan de gemeente in Kolosse. ‘Doe dan aan, als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, ootmoed, zachtmoedigheid, geduld. Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand

Transmissie VOORJAAR 2007

tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen’ (Kol. 3: 12-13, HSV). Paulus wijst op de sociale kant van het christelijk geloof. Het is geen theorie, geen serie waarheden. Het evangelie heeft een zichtbare, ervaarbare kant. Die zichtbare kant zit niet in hoe christenen zich kleden, op welke partij ze stemmen of wat ze wel of niet mogen op de zondag. Het evangelie wordt zichtbaar en tastbaar in relaties: hoe gaan ze met elkaar om? Zo worden de contouren van het komende Rijk zichtbaar. Niet in je eentje Doet aan, zegt de apostel, de mantel van vriendelijkheid, nederigheid en zachtmoedigheid. Je kunt niet alleen in een hoekje vriendelijk gaan zitten zijn. Vriendelijkheid komt tot uiting in onderling contact. Je kunt niet ootmoedig zitten zijn op je eentje. En verdraagzaam zijn is eenvoudig als er niemand in de buurt is. Vergeving wordt een leeg begrip, wanneer er niemand is aan wie we vergeving kunnen of willen schenken. Je kunt ontzettend geduldig zijn, als er niemand is die het op de proef stelt. De gemeente is ‘stad Gods’. Geen verborgen civitas, maar een zichtbare

THEO PLEIZIER

MATTHEÜS 5:14 KOLOSSENZEN 3:12-14 gemeenschap. Het Koninkrijk is komend en in de gemeente van Christus maakt Gods Geest het al zichtbaar. De hemel op aarde? Nee, daar is in de kerkgeschiedenis al genoeg mee geëxperimenteerd, met van de christelijke gemeente een heilige groep te maken, afgescheiden, onbesmet van de wereld. Die maakbaarheid moeten we niet willen nastreven. Maar het Koninkrijk krijgt wel gestalte. In mensen die met elkaar het evangelie uitleven. Goede alternatieven De aantrekkelijkheid van de gemeente ligt meer in het bieden van goede alternatieven in de cultuur, dan in het zo dicht mogelijk aansluiten bij die cultuur. Tussen steden is verkeer. Uitwisseling. Reizigers doen steden aan, verblijven er een poosje. Om even rond te kijken. Om even te gast te zijn. Om vriendelijke mensen te ontmoeten, de kracht van vergeving te ervaren, om te zien hoe het werkt als niet ellebogen tellen maar nederigheid praktijk is. U bent een stad op een berg. Zodat anderen uw goede werken zien en uw Vader in de hemel groot maken (Matth. 5:16). DRS. T.T.J. PLEIZIER IS PREDIKANT IN LANGERAK (ZH) EN WAS DAARVOOR TIJDELIJK WERKZAAM OP DE AFDELING TOERUSTING VAN DE IZB

V E RW E R K I N G 1. Als Kolossenzen 3 een soort regeerakkoord is voor uw gemeente als zichtbare samenleving (‘stad’), waar zou dan de komende vier jaar in uw gemeente extra (geestelijke) aandacht naar toe moeten? Wat betekent dat voor uw eigen relaties in de gemeente? 2. Stelling: Als christenen niet kunnen laten zien dat het evangelie ‘werkt’, dan heeft getuige zijn geen enkele zin. Bent u het hiermee eens? Waarom wel / niet? 3. Is zichtbaar voor anderen hoe u in uw gemeente met elkaar omgaat? Geef eens wat voorbeelden. Wat kunt u persoonlijk doen om die zichtbaarheid te vergroten? Neem uzelf voor dit de komende week te doen!

3


VERGADEROPENING

PREEKSCHETS

Welke weg wijst de Geest? De verhaallijn gaat terug tot Handelingen 16. Paulus en zijn zendingsteam worden door de Heilige Geest verhinderd het woord in Azië te spreken. Ze maken de oversteek naar Europa. Filippi is de eerste plaats op de route die hen dieper het Romeinse rijk binnenleidt. Daarna volgen Thessalonika, Berea, Athene, Korinthe. Na verloop van tijd keert Paulus terug via Efeze en neemt zich voor door te reizen naar Jeruzalem. Hij ‘moet’ daar weer naar terug. Hij is ‘gebonden’ door de Geest (20:22). Hij kan er niet onderuit. Er is iets waarom God hem die kant op stuurt. Hij weet niet wat hem te wachten staat, behalve dan dat de Heilige Geest van stad tot stad betuigt dat gevangenschap en vervolging zijn deel zijn (20:23). Opmerkelijk is dit getuigenis van de Geest. Hij is de wegwijzer die de route aangeeft. Ook als het een kant op gaat die niet aantrekkelijk is en toch gevolgd moet worden. Tegenspraak en emotie Naar mate Paulus dichter bij Jeruzalem komt, gaan de gemeenten waar hij langs komt voelen dat er iets ernstigs ophanden is. In Tyrus zeggen ze hem door de Geest (!) dat hij niet moet opgaan naar Jeruzalem (21:4). In Caesarea verschijnt uit de omgeving van Jeruzalem een profeet, Agabus, die een stukje drama opvoert en door de Heilige Geest (!) Paulus dringend waarschuwt. Dat maakt de zaak wel erg ingewikkeld. Enerzijds is het de Geest die Paulus een heilige dwang oplegt en anderzijds is het dezelfde Geest die gemeenteleden er toe aanzet Paulus te waarschuwen. Het liefst houden ze hem tegen. Ze menen hem dit advies te moeten geven, omdat de Geest hen dat ingeeft. Of is het hun eigen geest die gevoelsmatig reageert? Is het de bewogenheid van het hart? De angst of de zorg die zich om een ander bekommert? Het is lastig om dat uit elkaar te houden. Duidelijk is wel dat het in die begin-

4

periode van de zendingsgeschiedenis er niet altijd even zakelijk en rationeel aan toe gaat. Er komt in de gemeenten en bij de mensen die Paulus ontmoet heel veel emotie om de hoek kijken. Ze knielen met elkaar op het strand, ze vallen elkaar om de hals, ze huilen tranen van verdriet om het afscheid. Misschien is het u ook wel eens opgevallen hoe zendingsmensen elkaar begroeten. Ze omhelzen en kussen elkaar. Het gaat anders dan wij dat over het algemeen doen. Zendingswerk geeft een verbondenheid zoals je die ook in gezinnen en families tegenkomt. Misschien is het wel het besef van onzekerheid en afhankelijkheid die je meer mens laat zijn. Je legt je leven in Gods hand en je laat Hem sturen. Maar wat zégt de Geest? Wat je nu in Handelingen 21 ziet gebeuren, is dat mensen elkaar vrij laten en elkaar niet in de weg gaan zitten vanwege het spreken van de Geest. Paulus vráágt daar ook om met zoveel woorden: Mensen, laat me nu toch gaan, maak het niet moeilijker dan het al is ... Het is de kunst elkaar vrij te laten, zon-

HANDELINGEN 21:1-14

PSALM 22:23-32 JOHANNES 12:20-36 (KERN: JOH. 12:32)

D.PH.C. LOOIJEN

der elkaar los te laten. Het is juist in dat proces dat het getuigenis van de Geest zich voltrekt. Hij oefent ons erin geduld te hebben en het vertrouwen te hebben dat God met ieder van ons verschillende wegen gaat. Wij zijn ‘ingevingen door de Geest’ niet gewend. Maar al te vaak is hier in de loop van de tijd misbruik van gemaakt. Dat mensen elkaar onder druk zetten met waarheden die hen werden ingegeven. Maar misschien hebben we met het badwater ook het kind weggegooid. De fijngevoeligheid voor waar het in een beslissend moment op aankomt, de profetie die ‘ziet’ wat er gebeuren gaat – dat alles getuigt van een sterke betrokkenheid op de voortgang van Gods Koninkrijk. Het zijn niet de opzienbarende dingen die de Geest doet, zoals genezingen en wonderen, die ons een weg wijzen. Het komt meer aan op de antenne en de ontvankelijkheid voor de signalen die de Geest uitzendt. We zitten daar vandaag nog steeds om verlegen. Want de route van de kerk ligt niet vast. Het plan van de toekomst hebben wij niet op papier. We mogen ons laten verrassen. Ook als het een kant op gaat die we niet gedacht of gehoopt hadden. DRS. D.PH.C. LOOIJEN IS PREDIKANTDIRECTEUR VAN DE IZB

V E RW E R K I N G 1. Herkent u de onzekerheid die er kan zijn als het gaat om de vraag: Welke kant moeten we op met de kerk en met de mensen om ons heen? Welke signalen zou u aan elkaar willen doorgeven? 2. Hoe kunnen wij ons meer oefenen in het loslaten en vasthouden van elkaar op het moment dat er verschillende keuzes gemaakt moeten worden? Is dat winst of verlies?

Transmissie VOORJAAR 2007

“… en als Ik van de aarde verhoogd ben,

W. DEKKER Situering Deze preekschets is bedoeld voor één van de zondagen tussen Pasen en Pinksteren. Deze periode nodigt uit tot nadenken over het merkwaardige woord ‘verhogen’ bij Johannes. Dood, opstanding en Hemelvaart van Jezus worden door Johannes in één opgaande beweging neergezet. Zo kunnen we nog één keer terugzien naar Pasen en tegelijk al iets proeven van de betekenis van Jezus’ koningschap voor altijd. De tekst is ook bij uitstek geschikt, wanneer we speciale aandacht willen schenken aan de roeping van de gemeente in de missio van God. Liturgische aanwijzingen De lezing uit Psalm 22 is gekozen vanwege de verbinding in deze psalm tussen het lijden en de daarop volgende verhoging. Jezus heeft deze psalm zich geheel eigen gemaakt, waardoor Hij wist, dat zijn lijden niet vergeefs zou zijn. De smalle trechter van de eenzaamheid op Golgotha loopt uit op een wereldwijde gemeenschap met de verhoogde Heer in het middelpunt. Uitleg De tekst staat in de wijdere context van Jezus’ intocht in Jeruzalem (Joh. 12:1219). Oeroude Messiaanse verwachtingen zijn gewekt aangaande een opvolger op de troon van David in Jeruzalem. De Farizeeën maken zich ongerust en zeggen: de gehele wereld loopt Hem na (vs. 19). Hun uitspraak wordt in de volgende passage meteen bevestigd. Grieken willen Jezus zien. Ongetwijfeld gaat het hier om proselieten, maar ze zullen hier met opzet Grieken worden genoemd, omdat Johannes hen wil neerzetten als representanten van de niet-joodse wereld, de andere schapen, niet van deze stal (Joh. 10:16). Philippus en Andreas, discipelen met Griekse namen, bemiddelen. Maar dan lijkt het alsof de perikoop wordt afgebroken, we horen niets meer

Transmissie VOORJAAR 2007

zal Ik allen tot Mij trekken.” over de Grieken, maar er volgt een uitvoerige toespraak van Jezus over zijn kruisiging. Men kan veronderstellen, dat er hier in de tekstoverlevering iets is misgegaan, zoals Bultmann doet, maar tegelijk oppert hij de mogelijkheid de rest van de perikoop te lezen als een indirect antwoord. Ik denk, dat dit laatste de voorkeur verdient. Het gebeurt bij Johannes vaker, dat een klein of groot gebeuren uitgangspunt is voor uitvoerige beschouwingen van Jezus. Wanneer men de beschouwingen hier leest als indirect antwoord, dan hoeven de Grieken niet uit het beeld te verdwijnen, maar komen ze in vers 32 bijvoorbeeld uitdrukkelijk terug. Nu hebben zij geen toegang tot de aardse Jezus. Hij gaat op hun verzoek Hem te mogen ontmoeten niet in. Het zou slechts misverstanden geven. Maar op een geheel andere wijze zal straks een ontmoeting tot stand komen, wanneer Hij van de aarde verhoogd zal zijn. Het werkwoord hupso-oo komt in het evangelie naar Johannes viermaal voor. (3:18; 8:28;12:32;12:34). Telkens wordt

het bewust dubbelzinnig gebruikt. Het betekent de verhoging aan het kruis en tegelijk de verhoging in de hemel. Het gaat in deze verhoging om het letterlijke gebeuren van het opgeheven worden aan het kruis en de ten hemel opneming. Maar in beide letterlijke verhogingen gaat het om een heilsgebeuren. Dat blijkt het meest duidelijk in Johannes 3:14, waar de vergelijking gemaakt wordt met Mozes, die in de woestijn de slang verhoogde, zodat het volk dat door de slangen dodelijk gebeten was, kon genezen. Het kruisgebeuren heeft heilsbetekenis. Daarom is het vanuit de optiek van Jezus wel vernedering, maar vanuit de optiek van de gelovigen verhoging. Door naar Hem op te zien ontvangen zij redding. Het kruisgebeuren is ook de eerste trede van de verhoging, die in de hemelse heerlijkheid zal eindigen. Daarom is het kruisgebeuren ook vanuit de optiek van Jezus zelf verhoging. Hupso-oo is een van de woorden bij Johannes waarmee de overgang van Jezus uit deze wereld naar de wereld van zijn Vader wordt aangeduid. Andere woor-

5


PREEKSCHETS

den zijn anabainoo, poreuomai en hupagoo, respectievelijk meestal vertaald met ‘opvaren’ en ‘heengaan’. Pantas helkusoo pros emauton: ‘Ik zal allen tot Mij trekken’. Jezus zegt hier dat Hij na zijn verhoging al de zijnen uit het machtsgebied van de overste van deze wereld zal bevrijden en tot zich trekken, dat wil zeggen: in zijn gemeenschap brengen. Die gemeenschap heeft betrekking op de gemeente, de kerk en op de hemelse heerlijkheid. Vergelijk Johannes 10: 16, waar het gaat over de andere schapen, die van deze stal niet zijn, maar die Jezus ook zal trekken en het zal dan één kudde en één herder worden. De Grieken hier in Johannes 12 kunnen gezien worden als voorbeelden van de schapen, die van deze stal niet zijn. Nu worden ze afgewezen vanwege het misverstand van een aards koningschap, zo kort na de intocht in Jeruzalem. Maar als hemelkoning zal Hij hen en zo vele anderen tot zich trekken. Ook hier blijkt weer hoezeer Jezus en de Vader één zijn en hun werk één is. Want in Johannes 12:32 staat van Jezus: ‘Ik zal ze tot Mij trekken’, terwijl in Johannes 6:44 staat: ‘Niemand kan tot Mij komen tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke (helkusei). Aanwijzingen voor de prediking Prediking over deze tekst kan uiteraard op verschillende manieren. Men zou de tekst tamelijk los van de context kunnen behandelen, omdat de tekst zelf een duidelijke boodschap bevat. Op de zondagen tussen Pasen en Pinksteren komt op verschillende manieren de gemeente in het vizier, met haar opdracht tot getuige zijn, met de belofte van de blijvende tegenwoordigheid van Christus. Zo kan deze tekst ook dienen om daar nog eens bij stil te staan. Wij zijn gemeente dankzij de verhoogde Heer. Hij doet ook het eigenlijke werk. Wereldwijd is Hij nog bezig een gemeente te roepen. Maar juist vanwege dit thema, dat zich, langs welke weg dan ook, toch vrij snel aandient, lijkt het mij goed een preek over deze tekst op te zetten vanuit de wijdere context: de vraag van de Grieken die

6

ZENDING

Jezus willen zien. De Grieken zijn de vertegenwoordigers van de wereld voor wie het heil van God in Jezus Christus ook bestemd is, maar hen wordt voorgehouden, dat ze daar nu nog geen regelrechte toegang toe hebben. Het antwoord op hun vraag om Jezus te zien luidt: ‘Indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort’ (vs. 24). In dit antwoord zit iets heel dubbels. Aan de ene kant haalt Jezus hiermee de brug op tussen Hem en de Grieken. Zij willen graag Jezus zien in zijn Messiaanse heerlijkheid. Hun vraag is de reactie immers op zijn intocht in Jeruzalem. Maar dit lijkt niet mogelijk te zijn. De graankorrel gaat niet groeien en bloeien op de troon van David, maar valt in de aarde en sterft. Dit evangelie moet wel voor de joden een ergernis en voor de Grieken een dwaasheid zijn.En toch wordt in dit antwoord ook een nieuwe brug uitgelegd. De graankorrel zal immers vrucht voortbrengen. In die vrucht zijn de Grieken begrepen. Zij kunnen nu tot Hem niet komen, maar Hij zal opnieuw tot hen komen. De graankorrel draagt vrucht, dat is hetzelfde als: Ik zal ze allen tot Mij trekken. Nog steeds worden vragen gesteld door buitenstaanders. Zij willen kennismaken met het christelijke geloof. In derde wereldlanden zijn het er dagelijks honderden en duizenden. In ons land groeit ook de belangstelling weer om kennis te maken met het christelijke geloof. Hoe zullen wij zendingsgemeente zijn? De drempel steeds lager maken om maar zoveel mogelijk mensen op de een of andere manier erbij te houden of te halen? Zullen we teleurgesteld zijn wanneer aanvankelijk nieuwsgierigen toch weer afhaken? Beide houdingen zijn niet in overeenstemming met de tekst. Mensen worden niet getrokken door ons, maar door de levende Heer zelf. Wij hoeven geen leden te werven voor een club, die een heel bijzondere stichter in ere houdt. Verre van dat. Onze roeping is het evangelie eerlijk uit te leggen en er gestalte aan te geven.

Misschien zit in dit laatste de bottleneck. Jezus volgen betekent voor een ieder van ons de weg van de graankorrel gaan. Weten wij nog wat dit is? ’Geloof is getrokken worden op het hout. Geloof is aanvaarden, dat de dwarsbalk gesteld wordt op de hoge recht opgaande stam van het ik’. ( K. H. Miskotte, Verzameld Werk 3, p. 505) ‘Die Erniedrigung gehört ihm ebenso wesentlich an wie die Erhöhung.Wer ihn also nur in seiner hoheit lieben könnte, dessen Blick ist verwirrt; er kennt Christus nicht, liebt ihn also auch nicht; er miszbraucht ihn.’ (Kierkegaard) Zouden niet nog heel andere mensen naar onze boodschap gaan vragen, wanneer wij gestalte gaven aan wat dit inhoudt? En zouden niet misschien geheel andere mensen zich ook van ons afkeren? De preek kan uitlopen op de bede, dat de verhoogde Heer zijn gemeente vandaag vernieuwing zal schenken. Wanneer Hij ons tot zich trekken kan, kan Hij ons ook steeds weer vernieuwen. Die vernieuwing zal dan in ieder geval daaruit bestaan, dat wij geen verhoging zoeken buiten het kruis om. De missionaire gemeente weet van de radicale crisis over de oude wereld, de cultuur, het eigen ik, het christendom. Ze nodigt dan ook niet mensen tot een of andere vorm van aantrekkelijk christendom, maar tot de gekruisigde Christus, tot de macht van zijn weerloze liefde. Haar getuigenis is vooral, dat zij zelf vrolijk Christus het kruis na draagt. Mogelijke liederen Psalm 22; 87; gezang 308; 362; 421; 484. Hiernaast de in het Liedboek genoemde gezangen bij deze tekst. Geraadpleegde literatuur ThWNT, s.v. pros en s.v. hupso-oo J. Koopmans, Kleine Postille K. H. Miskotte, Verzameld Werk 3 Rudolf Bultmann, Das Evangelium des Johannes DS. W. DEKKER IS STUDIESECRETARIS VAN DE IZB

Transmissie VOORJAAR 2007

Gereformeerde zending – is dat nodig?

MARLEEN ANTHONISSEN

Wat houdt het bekende zendingsbevel uit Mattheüs 28, dat de kerk nog altijd motiveert mensen uit te sturen, in? Kort gezegd: je vertelt anderen het Evangelie en leert hun met God te leven. Dan hoop je, dat die anderen je taak overnemen en zelf vissers van mensen worden. Eigenlijk is er niets specifiek gereformeerds aan. Bestaat gereformeerde zending wel? In mijn studententijd heb ik me die vraag regelmatig gesteld. Veel bevindelijk gereformeerde medestudenten waren onzeker over hun geloof en daarom niet erg te porren voor evangelisatie. Noodgedwongen deed mijn vereniging dat samen met de evangelische studentenbeweging. De leden daarvan konden gemakkelijk praten over het geloof en waren enthousiast. Daar kon onze club nog wat van leren! Soms ervoer ik mijn eigen richting ook als matige reclame: de diensten zijn zo traditioneel en de gemiddelde kerkganger is niet erg op buitenstaanders gericht. Wat heb ik vaak gewenst dat er een evangelische(r) wind door onze kerk zou waaien... Zo dacht ik er nog steeds over toen mijn man en ik werden uitgezonden naar Kazachstan. Hoewel we door middel van de Gereformeerde Zendingsbond werden uitgezonden, had ik geen idee wat mijn gereformeerde bijdrage zou kunnen zijn in dit land. Er zijn nog zoveel onbereikte mensen, dacht ik, daar moet ik mijn energie maar in steken. Geen moeizame discussies over bijvoorbeeld de belijdenisgeschriften. Maar na twee jaar Kazachstan denk ik, dat de gereformeerde traditie juist enorm kan bijdragen aan vruchtbare zending. Vanwaar die ommezwaai? Witte velden... De Centraal-Aziatische republieken van de voormalige Sovjet-Unie kwamen na de val van het communisme in een politiek,

Transmissie VOORJAAR 2007

Vertaalteam in Centraal-Azië

economisch en religieus vacuüm terecht. Buiten de Orthodoxen en de Baptisten waren er geen kerken en het nietRussische deel van de bevolking kende het Evangelie nog niet. Westerse zendelingen kwamen dus massaal de regio binnen, voornamelijk Amerikanen uit evangelische kring. Hun doel: kerken planten. In Kazachstan (16 miljoen inwoners, 50% Kazachen) leek dit succesvol. Vanaf begin jaren ’90 raakten veel Kazachen geïnteresseerd in het geloof en 25.000 van hen hebben er op enig moment ‘ja’ tegen gezegd. Na 15 jaar schommelt het aantal meelevenden echter nog steeds rond de 10.000. Er komen mensen bij, maar er vallen er ook af. Vaak wordt de snelgroeiende economie van het land genoemd als oorzaak van de stagnerende kerkgroei; mensen zouden meer geïnteresseerd zijn in hun materiële dan geestelijke welzijn. Er spelen echter ook andere dingen: kerken worstelen met allerlei problemen (tot scheuring

aan toe!), menig gelovige zit persoonlijk moeilijk, en de boodschap zoals deze hier gebracht wordt, is mijns inziens eenzijdig en oppervlakkig. Hier komt de gereformeerde traditie in beeld. Als we in gesprekken met lokale gelovigen aangeven, hoe het bij ons toegaat, is dat regelmatig een eye-opener voor hen. Ik wil een paar opvallende punten noemen onder de kopjes eenheid en diepgang. Eenheid - in leer en leven: een Amerikaan vertelde ons: ‘Van gereformeerden heb ik geleerd dat geloven niet alleen te maken heeft met je geestelijk leven, maar met elke minuut van de dag.’ Calvijn zei al dat je alles ter ere van God doet. Dat zie je hier maar mondjesmaat: gelovigen veranderen vooral inwendig, veel minder in hun omgang met geld, relaties en werk. Er is gebrek aan christelijk onderricht op dit vlak. - in de dienst: bij veel lokale gemeenten staat de aanbidding letterlijk los van de

7


ZENDING

ZENDING

Almatystad (Kazachstan)

preek: er wordt eerst een half uur gezongen, het hardst door het muziekteam. Een ouder gemeentelid maakt zich daar zorgen om: ‘Het is toch geen popconcert?’ Ze was verbaasd dat er in onze gemeenten lijn in de liturgie zit en dat liederen in de regel bij de preek worden uitgezocht. Daarnaast sprak de simpele muzikale ondersteuning haar aan; die sluit beter aan bij de moslimachtergrond van Kazachen. Voor hen is God heilig. Het respect voor Hem moet ook in de muziek naar voren komen. Diepgang - in God: het draait hier in liederen vaak om ‘ik’ (eindeloos herhaald). God is echter niet alleen uit op een persoonlijke relatie met ons maar ook op onze levensheiliging. Dat verandert de manier waarop je kijkt naar Hem en de wereld om je heen. Hij is méér dan je vriend. Hij is heilig en ontzagwekkend, en doet dingen die wij niet kunnen bevatten. Hij is het middelpunt, niet wij – wij zijn voor Hém geschapen. - in zondebesef en lijden: regelmatig zie je een zwart-wit denken op dit punt: God is goed, al het slechte doet de duivel. Er is weinig aandacht voor eigen zonde en de gebrokenheid van deze wereld. Iemand van Membercare zei vorig jaar: ‘Veel zendelingen verlaten vroegtijdig het veld omdat ze geen theologie van het lijden hebben. Overkomt hun iets ergs,

8

dan kunnen ze dat niet rijmen met Gods plan voor hun leven.’ Hun lokale discipelen hebben volop te maken met gebrokenheid. Blij zijn en meer bidden biedt dan geen uitkomst. Juist die lijdensleer kan troosten en ontgoocheling voorkomen! - in preken: niet zelden is de verkondiging kort en gericht op (r)evangelisatie/zending of modelmatige geloofsgroei (van discipel tot leider). Het systematisch doorpreken van bijbelboeken zou meer recht doen aan de breedte en diepte van Gods Woord. - in de sacramenten: juist in deze zichtbare tekenen van het verbond zie je wie God is en wie jij zelf bent. Dat geldt voor de doop (nadruk op Gods trouw of onze keuze?), maar ook voor het avondmaal. Het hier de banken doorgaande broodmandje is niet hetzelfde als samen geno-

digd zijn aan Gods tafel. Het wordt zo meer een in het voorbijgaan ‘denken aan’, niet een moment om Zijn verzoening werkelijk te ervaren. - in de traditie: een lokale vriendin met een belangrijke taak in haar gemeente zei: ‘Wat is essentieel om aan de jeugd te leren? We hebben geen traditie om op terug te vallen!’ Dit speelt bij meer kerken. Lerend van de kerkgeschiedenis zou men de consequenties van bepaalde keuzes beter kunnen overzien en zo fundamentele fouten vermijden. Een catechismus, aangepast aan de lokale religieuze en historische achtergrond, zou een goed houvast zijn voor menig gelovige. En hoe rijk zijn veel geloofsaspecten verwoord in het avondmaalsformulier! Jonge gemeenten kunnen daarmee worden geholpen bij het verstevigen van hun geloof. Ten slotte Ik besef dat mijn betoog onvolledig is en verre van objectief. Toch hoop ik dat duidelijk is geworden, dat er naast de zendingsopvattingen van andere richtingen plaats is voor een gereformeerd geluid. Dat laatste is in Kazachstan en veel andere landen een zeldzaam verschijnsel. Graag wil ik mijn dankbaarheid uitspreken aan God, die onze gereformeerde richting zoveel genade en rust heeft geschonken dat we diepgang en eenheid hebben gevonden. Dat we daarvan mogen uitdelen! DRS. M. ANTHONISSEN-VANDER LOUW IS ZENDINGSWERKER VOOR DE GZB IN CENTRAAL-AZIË

V E RW E R K I N G 1. Hoe kijkt u tegen uw gereformeerde achtergrond aan? Bent u er blij of juist verlegen mee (binnen het evangelisatiewerk)? Waarom? 2. Kun je als kerk bepaalde vormen aan de kant zetten zonder dat de inhoud vervlakt? Welke vormen zou u daarom zeker willen behouden? 3. Welke waarde heeft kerkliteratuur (kerkvaders, formulieren, belijdenissen) voor u? Vindt u deze bronnen een steun voor (jong)gelovigen of moet iedereen zelf worstelend zijn geloofsweg vinden?

Transmissie VOORJAAR 2007

Het mijnwerkersorkest PIETER VERSLOOT

Op mijn reizen om les te geven op verschillen plaatsen in en rond Kazachstan kom ik soms in afgelegen streken en troosteloze steden. Daar vind je gemeenten met zwakke leiders en veel problemen. Je kunt er allerlei vragen bij stellen, maar het Koninkrijk van God komt er, ook daar. De kerk in Ridder is gevestigd in een slooppand

De wielen van de Fokker 50 roffelen over een besneeuwde, hobbelige landingsbaan. We zijn in Ust-Kamenogorsk. Deze industriestad in het noordoosten van Kazachstan haalde het Guinness Book of Records toen in 1990 de giftigste gifwolk ter wereld vrijkwam. Nu nog liggen rondom de stad in afgedankte mijnen tonnen nucleair afval opgeslagen. Vijftien jaar geleden werd noordoost Kazachstan tot ecologische catastrofe1 zone uitgeroepen . Er blijken zowaar mensen te wonen. Gewone, vrolijke mensen, die ons naar een protestantse kerk in het centrum van de stad brengen. De kerk is te klein. Drie diensten op zondagmorgen moeten de toeloop van 850 mensen opvangen. Deze gemeente heeft zeven jaar geleden een dochtergemeente gesticht in een mijnstadje, Ridder, 150 km verderop vlak bij de grens met Rusland. Deze dochtergemeente is het einddoel van onze reis. Een gepensioneerde kolonel uit het Sovjetleger rijdt ons er naartoe. Een lange weg dwars door de woeste taiga naar het einde van de wereld. 1

Koude spookstad We passeren het bord Ridder. De weg slingert zich nog een half uur langs vervallen mijnen naar het centrum. We zien geen mens op straat. Ruïnes van huizen en fabrieken langs de weg. Doelloos beton, verroest ijzer en verveloos hout. Verlaten flats kijken ons troosteloos aan in het grijze middaglicht. Babette, mijn vrouw, en ik kijken elkaar aan: waar zijn we in verzeild geraakt? Een spookstad waar 40.000 mensen zouden moeten wonen. Bij een eenzaam flatgebouw worden we afgeleverd. Daar woont het domineesgezin, waar we een week zullen logeren. Het is er aangenaam warm. Een stalen deur valt achter ons dicht. Onze missie kan beginnen. Ik zal op uitnodiging van de gemeente de komende week vijf avonden les geven over ‘Communicatie en gemeente’. Vijfentwintig van de zeventig gemeenteleden zullen deelnemen. Babette is voor ondersteuning en gezelligheid meegegaan. Een warm bad De volgende morgen steken we een bevroren, uitgestorven straat over naar de

kerk, die zich op de tweede verdieping van een slooppand bevindt. Daar wacht ons een warm bad. Niet qua temperatuur: die is net zo laag als buiten, want de verwarming doet het niet. Maar vrolijke gezichten begroeten ons. Men laat ons trots de verdieping zien die ze met elkaar verbouwd hebben en die nu een kantoor, een bibliotheek, leslokalen en een heuse kerkzaal bevat mét een podium en 100 oude theaterstoelen. De kerkdienst is een feest van spontaniteit en creativiteit. In alles klinkt geestelijke blijdschap door. Er wordt enthousiast muziekgemaakt en gezongen. Mensen schudden elkaar de hand. Bij de voorbede bidden alle gemeenteleden hardop door elkaar. Er is een koor van gemeenteleden. En ik ben gevraagd te preken. Zeventig mensen luisteren aandachtig, weggedoken in hun jassen als vogels in hun veren. Na de dienst komen we nauwelijks weg bij deze humoristische, enthousiaste gemeenteleden. Een koude douche Na dit warme bad wacht ons een koude douche. De dominee en zijn vrouw luisteren met een je-moest-es-weten-blik

Ingvar Svanberg, 1999: The Kazak Nation, Contemporary Kazaks, Cultural and Social Perspectives, Ingvar Svanberg (ed.), Richmond, p. 15.

Transmissie VOORJAAR 2007

9


ZENDING

GASTCOLUMN

“This thing is working” naar ons enthousiasme over de dienst. Dan komt het verhaal van hun kant. Door hun dagelijkse werk in de gemeente zien zij wat wij niet zien. Verschillende gemeenteleden hebben ingewikkelde conflicten met elkaar. Veel mensen hebben psychische, sociale en gezondheidsproblemen. De stad bestaat voor de helft uit voormalige gevangenen, die in de mijnen tewerkgesteld werden door de Sovjets. De stad is qua drankgebruik en criminaliteit koploper in Kazachstan. Het valt niet mee om ruwe mijnwerkers leiders te laten zijn in de kerk. Eén man wordt binnenkort het lidmaatschap ontzegd. Hij sloeg een gemeentelid, drinkt en slaat zijn vrouw. Er zijn veel jongeren tot de leeftijd van 18 jaar. Na hun 18e trekken ze weg uit de stad, op zoek naar een betere toekomst. Begrijpelijk, maar ontmoedigend. De dominee en zijn vrouw doen me denken aan ouders die veelbetekenend knikken als je zegt dat ze zulke

Gemeenteleden zingen enthousiast

GERT-JAN SEGERS

leuke, welopgevoede, kinderen hebben. Zij weten hoe lastig die kinderen thuis kunnen zijn. De kerk als gezin We hebben een week om het warme bad en de koude douche te mengen. Tijdens de lessen blijkt, dat God inderdaad in Ridder het dwaze en zwakke der wereld heeft uitverkoren. Vele gemeenteleden zijn ten minste typisch te noemen. Leven en werken onder én boven de grond heeft hen onedel gemaakt. Een ratjetoe aan mensen, voor wie ik de stof erg eenvoudig moet maken. Vrouwen op leeftijd vliegen elkaar in de haren. Wonderlijke types vullen mijn pauze met hun verhalen. Menselijkerwijs gesproken niet de meest geschikte mensen om een gemeente mee te bouwen. We krijgen meer begrip voor het verhaal van de predikant en zijn vrouw. Zij hebben zich al zeven jaar gewijd aan deze mensen. Tegelijk zien wij ongezonde patronen in hun manier van leiding geven. Ze gedragen zich als de vader en moeder van de gemeente.

Fotocollage van gemeenteleden

Zeer autoritair dwingen ze mensen tot gesprekken en gedragsverandering. Beiden hebben ze een academische opleiding en christelijk studentenwerk gedaan in de stad. Dit leidt tot hoge verwachtingen van gemeenteleden. Ze vertrouwen ons toe dat ze zelf uit probleemgezinnen komen. Ze hebben vier kinderen, die ze graag een christelijke opvoeding geven en ze geven leiding aan een gemeente, terwijl ze zelf geen voorbeelden hebben gehad. Door hun pionierspositie krijgen ze weinig steun en correctie van anderen. Ze zijn lichamelijk en geestelijk moe van het gemeentewerk. Een jong stel dat probeert te vaderen en moederen over jonge onvolwassen gelovigen en dat zwaar tilt aan dingen die alleen de werkelijke Vader van dat gezin kan dragen en genezen. vervolg op pagina 16

Pastor Franco uit Italië was onze gastprediker en hij had een even eenvoudige als aanstekelijke boodschap: het evangelie is betrouwbaar en heeft een heilzame uitwerking op mensen van vandaag. Hij vertelde hoe hij er zelf door was veranderd van een egocentrische, ongelovige man in een zorgzame gelovige met interesse in anderen.

genoot kwam hij bij ons op de bijbelkring. Van een typische Europeaan voor wie God en de Bijbel echo’s van het verleden zijn, transformeerde hij in een Godzoeker, vragensteller en uiteindelijk een gelovige. Vroeger werkte hij om in het weekend te kunnen feesten, maar nu heeft hij een hulporganisatie opgericht voor de allerarmste kinderen in Egypte en Nigeria. Als ik naar Jacob kijk, zeg ik het pastor Franco na: ‘This thing is working’

Pastor Franco zei in zijn preek dat de uitwerking van het evangelie hem zelf ook verbaasde: ‘This thing is working’. Blijkbaar.

Nieuw leven Of als ik kijk naar een moslimvriendin met wie we al zes jaar optrekken. Ze wilde een bijbel en is naar de film ‘The passion of the Christ’geweest en vergeleek de inhoud van de film met het bijbelverhaal. Toen ze door een moeilijke periode heen ging, hebben we haar aangeraden het in gebed bij God te brengen. Voor iemand die nog nooit verder was gekomen dan het voorgeschreven rituele gebed was dat een grote stap. Maar toen ze op een heel concrete manier zag dat God haar gebed verhoorde, veranderde ze. This thing is working. En neem Sameh, een Egyptische vriend. Hij is leraar geweest van Omar Abdelrahman, de geestelijke die toestemming gaf voor de moord op president Sadat en nu in de VS gevangen zit vanwege de eerste bomaanslag op het WTC gebouw in New York in 1993. Sameh heeft nu een nieuwe naam en is een volgeling van Christus. Al die mensen laten zien dat het evangelie werkt en mensen een vreugde geeft die met niets te vergelijken is.

Gelukzoeker Ik heb dezelfde ervaring. Bijvoorbeeld als ik kijk naar het leven van mijn Deense vriend Jakob. Hij kwam hier twee jaar gelden aan als een ongelovige gelukzoeker, dwalend over de wereld, verlangend naar iets wat ‘ertoe deed’. Via een huis-

Ongeloof en geloof Het is voor mij nog altijd een mysterie waarom de een wel kan geloven en de ander niet. Waarom zelfs mensen die God er serieus om vragen blijkbaar onvoldoende van Hem ervaren om de geloofsstap te maken. Ik laat die vragen maar staan en vertrouw God in Zijn goedheid en rechtvaardigheid. Als Hij bereid is om aan een kruis te sterven voor ons, dan kan ik Hem ook vertrouwen. Ik heb zelf in de aftrond gekeken van een leven zonder God. En ik ben nu op een punt aanbeland waarop ik met meer zekerheid, meer ervaring en meer overtuiging zeg: geen beter leven dan een leven met Jezus Christus. God laat zich kennen. Jezus leeft en de Geest werkt. Ik geloof: This thing is working!

GERT-JAN SEGERS WOONT IN CAÏRO EN WERKT NAMENS DE GZB BIJ EEN CHRISTELIJK STUDIE- EN TOERUSTINGSCENTRUM

10

Transmissie VOORJAAR 2007

Transmissie VOORJAAR 2007

11


BEZINNING

Groeien bij de bron werd als een middel om tot een noodzakelijke correctie te komen in heel het bezig zijn van kerkenraad en gemeente. Alles draait in deze cursus om een centrale stelling: van geloofsopbouw naar gemeenteopbouw. Het is de reactie op een veel te zakelijke opvatting van gemeenteopbouw. Geestelijke verschraling kan met geen enkel gemeenteopbouw programma worden opgelost. Dan spant men het paard achter de wagen. Juist de geestelijke verschraling moet worden aangepakt. Dan pas zal er sprake kunnen zijn van - natuurlijk óók - organisatorische gemeenteopbouw. Zoals gezegd staat er in dit nieuwe boek óók een cursus (hoofdstuk 9, verreweg het langste hoofdstuk, 50 blz.). De cursus gaat over het omgaan met verschillen, de thematiek van eenheid in verscheidenheid. Het zou mij een goede zaak lijken wanneer deze cursus ook breed opgepakt zou worden.

Er is een nieuw boek verschenen, dat kan helpen om de gemeenschap van de gemeente op te bouwen in het geloof, waardoor de gemeente ook weer aan haar zendingsroeping kan beantwoorden. Het boek is geschreven door ds. Marius Noorloos, die al eerder boeken over gemeenteopbouw het licht deed zien.

W. DEKKER

Ds. Noorloos was onder andere predikant in de Samen op Weg gemeente in Lelystad (1977-1991), waar de enorme kerkverlating hem intens bezig hield. Hij deed er uitvoerig praktisch onderzoek naar, hetgeen toen resulteerde in ‘Op de rand maar toch niet los’, een publicatie, die indertijd ook is benut in IZB-kring. Van 1991 tot aan zijn emeritaat in 2003 was ds. Noorloos werkzaam als gemeenteopbouwer voor de Samen op Weg-kerken in de provincie Gelderland. Daar kon hij zijn praktijkervaring ten nutte maken voor veel andere gemeenten, die ook moesten proberen nieuwe wegen te vinden in een tijd van kerkafbraak. De neerslag van wat hij daarbij ontdekte, is te vinden in het boek dat in 1999 verscheen en sindsdien vijf drukken beleefde ‘Leven uit de bron - Via geloofsopbouw naar gemeenteopbouw’. Het hart van dit boek wordt gevormd door een cursus, die door veel kerkenraden en groepen gemeenteleden is gevolgd. Het boek dat nu verschenen is, ‘Groeien bij de bron’, is bedoeld als een vervolgboek. Ook in dit boek vinden we weer een cursus, deze keer gericht op het constructief omgaan met verschillen en geschillen binnen de gemeente. Maar behalve deze cursus bevat dit boek heel veel ander materiaal, dat bedoeld is om de gemeente te bemoedigen om te blijven bij de bron, Jezus Christus en van daaruit hoopvol in deze tijd bezig te

12

Groeien we uit elkaar?

zijn met haar roeping. Dr. B. Plaisier schrijft een woord vooraf in het boek, waaruit blijkt dat hij in deze publicatie een welkome ondersteuning ziet van het visiedocument van de Protestantse Kerk in Nederland, ‘Leren leven van de verwondering’.

Bruikbaarheid Met het oog op de lezers van dit blad heb ik vooral gekeken naar de bruikbaarheid van dit nieuwe boek in de praktijk. ‘Leven uit de bron’ is vooral gebruikt als cursusboek, omdat de cursus die daarin stond door velen ervaren

Transmissie VOORJAAR 2007

Zending en eenheid Wellicht wordt de urgentie minder gevoeld dan bij de cursus in het vorige boek. Mijn ervaring is, dat in veel grotere gemeenten met verschillende richtingen en stromingen de verkettering wel voorbij is, maar wat ervoor in de plaats gekomen is, is niet de beleving van samen het lichaam van Christus te zijn in veelkleurigheid, maar veeleer vrijblijvendheid. In gemeenten met van oudsher verschillende modaliteiten is intussen alles keurig geregeld, zodat ieder aan zijn trekken kan komen. In de PKN is ook alles keurig geregeld, zodat niemand iets opgelegd krijgt wat hij niet wil. Op het plaatselijk vlak behoren nu allerlei heel verschillende gemeenten tot de ene PKN, maar ze hebben vaak niet de geringste behoefte samen te vergaderen, laat staan iets samen te doen. Erger is dat het bewustzijn ontbreekt, dat wij door God met een en dezelfde roeping geroepen zijn, namelijk om in de Nederlandse samenleving zijn Naam hoog te houden en uit te dragen. Mijn stelling is, dat de missionaire roeping van vandaag alle christenen morgen nog

Transmissie VOORJAAR 2007

bijeen zou moeten brengen voor een spoedberaad: hoe kunnen wij onze onderlinge verschillen leren zien als verscheidenheid van gaven om vruchtbaar te zijn in Gods zending in Nederland? Wanneer dit gezamenlijke verlangen gedeeld wordt, begint het pas. Dan begint een leerproces en oefenproces. De cursus van Noorloos kan in dit proces wellicht behulpzaam zijn, in ieder geval dienen als bron van inspiratie. Het verslag dat Noorloos geeft van hoe zijn cursus in Hattem heeft gewerkt, is heel eerlijk, maar laat tegelijk zien dat het nog niet meevalt. Naar mijn mening komt dat omdat de urgentie niet gevoeld wordt. Men denkt daar en bijna overal, dat het voorlopig wel goed is wanneer je elkaar niet dwarszit en eventueel af en toe bij elkaar komt om een paar zakelijke afspraken te maken. Men beseft totaal niet dat in de gemeente van Christus een heel ander criterium geldt, namelijk dat je verlangt om met elkaar het brood te bereken, de wijn te drinken en zo te ervaren, dat je tot het ene lichaam van Christus behoort. Men beseft nog minder, dat we elkaar dringend zullen zoeken om ons af te vragen hoe God ieders gaven en inzichten kan gebruiken om in deze tijd zendingsgemeente te zijn in Nederland. Grenzen van de gemeente Het bovenstaande roept altijd de vraag naar de grenzen op. Er worden toch standpunten in de kerk, concreet onze PKN, uitgedragen waar we het helemaal niet mee eens zijn? Het viel me op in het boek van Noorloos dat hij zelf uitgesproken confessioneel denkt, maar tegelijk heel veel ruimte voelt om andere auteurs uit de volle breedte van de (wereld) kerk te citeren en ook praktisch zo mogelijk alle gemeenteleden erbij wil houden. De grens ligt voor hem daar waar je niet meer aanspreekbaar bent op het evangelie van Jezus Christus. Zo lang dat wel het geval is, zullen we in de kerk elkaar niet afschrijven of voor het gemak negeren, maar eindeloos met elkaar in gesprek blijven, in het vertrou-

Ds. Marius Noorloos

wen dat er dan altijd iets gebeurt en dat we uiteindelijk aan elkaar zullen groeien. Soms dacht ik, al lezend: Noorloos is naïef. Zo gemakkelijk gaat het allemaal niet. Er zijn veel meer problemen, zowel wanneer het gaat om het gemeente zijn als wanneer het gaat over de weerbarstigheid van de onkerkelijkheid. Anderzijds, er zijn genoeg boeken, die de onderhavige kwesties thematiseren en problematiseren. Dit is een ander boek. Dit is een boek dat wel ziet hoe ingewikkeld het allemaal is, maar dat dwars daar tegenin blijft geloven, dat het anders kan wanneer we leven en groeien bij de bron. Dat moeten we onszelf dan voorlopig ook maar weer eens voorhouden. Behalve de cursus, waar ik op wees bevat het boek nog 14 hoofdstukken, die elk afzonderlijk gelezen kunnen worden. Vaak zijn er gespreksvragen aan toegevoegd. Geschikt om te dienen als bezinning voor kerkenraden. Aanbevolen! DS. W. DEKKER IS STUDIESECRETARIS VAN DE IZB

N.a.v. M. Noorloos, Groeien bij de bron – Kansen voor het christelijke en kerkelijke leven, Kampen 2005, 240 blz., € 15,50, zie ook: www.izb.nl/boekhandel

13


EVANGELISATIE

Heruitgave Oriëntatiecursus christelijk geloof RENÉ VAN LOON

achtige instelling. Ook is er soms een link met een christelijke school, die rand- of buitenkerkelijke ouders door middel van deze cursus wil helpen om meer te begrijpen van het christelijk geloof dat op school wordt onderwezen.

Ze zijn er zéker, mensen die geen band met een kerk hebben, maar serieus geïnteresseerd zijn in het christelijk geloof. Vanuit diverse onderzoekjes is mijn inschatting, dat het gaat om 10% van de niet-kerkelijke Nederlanders. Dat lijkt niet veel, maar bijvoorbeeld in een dorp van 5.000 inwoners, van wie de helft kerkelijk is, gaat het dan om 250 mensen! De vraag is alleen: hoe vinden we hen? En hoe kunnen we hen helpen om die interesse ook handen en voeten te geven in een concreet zoekproces? De Oriëntatiecursus christelijk geloof is één van de middelen die een gemeente kan gebruiken om de brug te slaan. Door deze cursus hebben al heel wat gemeenten contact gekregen met mensen die tot dan toe buiten hun blikveld lagen. De opzet van de cursus is eenvoudig: in vier of vijf avonden worden de hoofdlijnen van het christelijk geloof uiteengezet. Wie vervolgens meer wil weten, kan meedoen aan een vervolgcursus. Daarbij kan bijvoorbeeld Emmaüs-materiaal worden gebruikt. Ook de Alpha-cursus kan als vervolg dienen. De inhoud van het christelijk geloof wordt daarin verder uitgewerkt, en komt ter sprake in een langere serie avonden. Ervaringen De Oriëntatiecursus is door de IZB, samen met de studentenbeweging IFES-

14

Nederland, voor het eerst uitgegeven in 1994. Sindsdien zijn zes herdrukken verschenen. Her en der in het land zijn cursusgroepen gevormd. De ervaring leert dat de meeste deelnemers via anderen komen: via vrienden, collega’s of familie. Een ander deel van de deelnemers reageert op berichten in de plaatselijke huis-aan-huis-kranten. Ook een aankondiging in bijvoorbeeld een kerstdienst kan van groot belang zijn. De Oriëntatiecursus blijkt heel geschikt voor mensen die geen enkele achtergrond hebben wat betreft geloof en kerk. Het is bijzonder om mee te maken, dat mensen die echt aan het begin staan, zich zo belangstellend verdiepen in wat geloof is. Het gebeurt nogal eens, dat stellen meedoen, waarvan de één wel een kerkelijke achtergrond heeft en de ander niet. In zo’n relatie kan de cursus helpen om op dit vlak nader tot elkaar te komen. De cursus is in verschillende plaatsen gegeven in het kader van een Volksuniversiteit of een andere buurthuis-

Vergelijking met andere cursussen Sinds de Oriëntatiecursus voor het eerst werd gepubliceerd, zijn er allerlei andere cursussen op de markt gekomen. De Alpha-cursus is de meest bekende, maar er is bijvoorbeeld ook de cursus ‘De bijbel in grote lijn’. Wat is kenmerkend voor de Oriëntatiecursus? Te denken valt aan de volgende karakteristieken: • kort: de cursus is geschreven voor vier avonden, in de praktijk blijkt een vijfde avond wel nodig om de hele inhoud te behandelen. Mensen geven zich meestal eerder op voor een korte cursus dan voor een langere, dus dit aspect is drempelverlagend. In een vervolgtraject kan altijd nog van alles worden uitgediept. • informatief: deze cursus wil vooral een indruk geven van wat het christelijk geloof inhoudt. Er wordt niet vanuit gegaan dat deelnemers willen gaan geloven, wel dat ze belangstelling hebben in wat christenen geloven. In de praktijk blijkt dat de meeste deelnemers zelf ook zoekend zijn, maar dat hoeft niet. Iemand kan ook deelnemen om zijn vriend beter te begrijpen, of omdat zijn of haar kind op een christelijke school zit. • vrijblijvend: de Oriëntatiecursus is vrijblijvend van opzet. Vooraf samen eten (zoals bij de Alpha-cursus) kan natuurlijk wel, maar is op zichzelf geen onderdeel van de cursus. Tijdens de avonden wordt er in principe niet gebeden, tenzij deze vraag vanuit de groep komt, en de cursusleider duidelijk aangeeft dat ieder vrij is om mee te bidden of te luisteren.

Transmissie VOORJAAR 2007

Als je kijkt naar de impact op mensenlevens, is de impact van bijvoorbeeld de Alpha-cursus veel groter dan die van de Oriëntatiecursus. Als het mogelijk is mensen meteen warm te maken voor een Alpha-cursus, kan dat meer doen in hun leven. Door de opzet van de Oriëntatiecursus is daarentegen de drempel om mee te gaan doen weer wat lager. De verschillende cursussen zijn dan ook verschillende instrumenten die naast elkaar gebruikt kunnen worden. Uitwerking Welke uitwerking heeft de Oriëntatiecursus? In de afgelopen jaren is gebleken dat veel deelnemers na de cursus verder wilden in een vervolgtraject. Her en der in het land zijn hierdoor heel wat mensen tot geloof gekomen. Anderen bedankten vriendelijk na afloop van de cursus: voor hen was het doel van een eerste kennismaking bereikt. Soms bleek de cursus na verloop van tijd wel weer aanknopingspunten te bieden voor een verder contact.

Wat is ervoor nodig? Als een gemeente een Oriëntatiecursus wil organiseren, wat is daarvoor dan nodig? Een kleine opsomming: • een team van zo’n 4-6 personen, dat de voorbereidingen op zich neemt, en dit doet in afhankelijkheid van God, biddend om Zijn leiding; • een cursusleider, die de inhoud van de cursus kan overbrengen, bijvoorbeeld iemand uit het onderwijs, uit de voorlichting, of een predikant of kerkelijk werker; • een ruimte, liefst niet in het kerkgebouw, maar in een wat neutralere setting, bijvoorbeeld een buurthuis, school of zaaltje van een horecagelegenheid; • goede publiciteit, bijvoorbeeld door persoonlijk contact te zoeken met een journalist van een huis-aan-huis-blad en deze te vragen om er een artikel aan te wijden; • ondersteuning door middel van gebed en betrokkenheid vanuit de kerkenraad en gemeente • een bescheiden budget, aangezien aan de deelnemers zelf ook een prijs kan

worden gevraagd, dit verhoogt namelijk de uitstraling van de cursus ( ‘Wat gratis is kan niks wezen, dan willen ze je indoctrineren’). Herziene uitgave Dit jaar publiceert de IZB een herziene uitgave van de Oriëntatiecursus. Deze herziening was nodig, omdat er in de afgelopen jaren veel is gebeurd, zoals een kerkfusie en de publicatie van een nieuwe bijbelvertaling. Ook wordt de vormgeving vernieuwd. Inhoudelijk verandert er niet heel veel. Wel is, mede door reacties van deelnemers, een paragraaf opgenomen over christendom en islam. ‘Oriëntatie’ is eigenlijk een prachtig woord. Kerken werden in het verleden ‘georiënteerd’, dat wil zeggen: gebouwd naar het oosten, naar de oriënt. Immers: daar komt de zon op. Dat mag ons gebed zijn, ook voor de herziene uitgave van deze cursus: dat daardoor voor velen de Zon opgaat, Jezus Christus. DRS. C.M. VAN LOON IS PREDIKANT VAN DE HERVORMDE WIJKGEMEENTE SCHOLLEVAAR, CAPELLE AAN DEN IJSSEL EN AUTEUR VAN DE ORIËNTATIECURUS CHRISTELIJK GELOOF

Deelnemers aan de Oriëntatiecursus

Transmissie VOORJAAR 2007

15


ZENDING

vervolg van pagina 10 ‘Het mijnwerkersorkest’ De kerk als orkest Het warme bad en de koude douche vormen naar mijn idee samen de realiteit van het gemeentezijn. Philip Yancey illustreert deze realiteit helder in zijn boek ‘Church, why bother?’ met een waargebeurd verhaal: Een muzieklerares op een school in een Amerikaanse stad wilde haar leerlingen de Negende Symfonie van Beethoven uit laten voeren op een concert voor de buurt. Bestuursleden van de school waren daar fel op tegen. Ze vonden de Negende te moeilijk voor de leerlingen: Waarom zouden we deze kinderen laten proberen wat het Chicago Symfonie Orkest nauwelijks lukt? De muzieklerares antwoordde: ‘Omdat voor veel mensen in deze buurt het concert van onze

kinderen de enige mogelijkheid is om ooit de Negende van Beethoven te horen. Ik geef toe: Het zal niet perfect zijn, maar dit is de enige manier waarop zij ooit zijn boodschap zullen horen.’ Gods symfonie klinkt vals in Ridder, maar hij wordt met verve gespeeld. En

waarschijnlijk is dit de enige manier waarop mensen in een spookstad de boodschap van Christus kunnen horen. DS. P. VERSLOOT WERKT NAMENS DE GZB BIJ ALFA – OMEGA MINISTRIES ALS DOCENT BIJBELSE VAKKEN VANUIT ALMATY, KAZACHSTAN, IN ACHT STEDEN.

V E RW E R K I N G 1. Wat zou u vanuit dit artikel zeggen over de discussie in Nederland of predikanten wel of niet een academische opleiding moeten hebben? 2. Het predikantenechtpaar in Ridder lijdt aan het zogenaamde Messiascomplex: Ze denken dat het heil van de gemeente van hen afhangt. Herkent u zich als predikant, kerkenraadslid of lid van zendings/evangelisatiecommissie daarin en hoe gaat u daarmee om?

MATERIAAL Missionair is mogelijk Een praktische handreiking voor missionair gemeente zijn

Het boek verschijnt in mei 2007. Boekencentrum, IZB en het Landelijk Dienstencentrum van de PKN wijden er samen een studiedag aan op zaterdag 9 juni 2007 in de Jacobikerk te Utrecht (foto). Zie voor meer informatie: www.izb.nl

16

Meer dan ooit zijn kerkelijke gemeenten zich vandaag de dag bewust van hun missionaire opdracht. Ze willen niet meer alleen gemeente zijn voor zichzelf, met als hoogste doel dat ze het met elkaar goed hebben. Ze willen wat ze hebben, delen met anderen – met de wijk waarin de kerk staat, met het dorp waarin we wonen of met de stad waar we gemeente zijn. Veel kerkenraden en missionaire commissies worstelen echter met het handen en voeten geven aan deze opdracht. Om deze gemeenten te helpen, schreven drie ervaren missionaire werkers een praktische handreiking voor het opzetten van missionair werk. Zij willen hiermee mensen helpen om, vanuit de eigen gemeente, missionair werk op te zetten en / of uit te bouwen. Het boek begint met een heldere visie op missionair werk. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de geografische focus (present zijn in de wijk op het dorp) en de netwerkfocus (je richten op de mensen om je heen). Na de visie komt het aan op doelmatig beleid. De auteurs reiken hiervoor handvatten aan en werken deze uit naar tal van activiteiten en werkvormen. Daarnaast besteden ze aandacht aan zogenaamde randvoorwaarden: vrijwilligersbeleid, toerusting, visieoverdracht, publiciteit. Een zeer praktisch boek voor kerkenraden en evangelisatiecommissies! Auteurs: Jurjen de Groot (zendingswerker in Kenia en daarvoor missionair werker in Zoetermeer), Niels de Jong (missionair werker in Gouda) en Arjan Markus (missionair predikant in Utrecht). HET BOEK IS TE BESTELLEN BIJ DE IZB-BOEKHANDEL, TEL. 033-4613225 OF E-MAIL: BOEKHANDEL@IZB.NL PRIJS: CA. € 12,90

Transmissie VOORJAAR 2007


2007 - nr. 1