Issuu on Google+

Ommetje tussen burcht en singel in Leiden IVN Leiden, provincie Zuid-Holland Traject: rondwandeling door de binnenstad van Leiden Start-/eindpunt: op het pleintje onderaan de Burcht van Leiden, vóór het terras van het Koetshuis (Burgsteeg 13) Lengte: 5 km De Burcht van Leiden staat op een dominante plek middenin Leiden waar bijna 1000 jaar geleden al een houten ‘sterkte’ op een vluchtheuvel (een ‘motte’) was. Nu resteert er op de motte nog een rond bouwwerk, waarover je helemaal kunt rondlopen met uitzicht over (de daken van) oud Leiden.

Routebeschrijving LA: linksaf, RA: rechtsaf, RD: rechtdoor

1. 2.

3. 4.

5.

6.

7.

8.

Ga onder de voorpoort door (met de leeuw met het zwaard en het wapen van Leiden). Ga meteen RA de Burgsteeg in, steek de deels overdekte brug (de Koornbrug) over en ga RD tot de Breestraat. U passeert rechts het stadhuisplein met zijn mooie paardenkastanjes. e Ga op de Breestraat RA en neem de 1 steeg LA (Wolsteeg). Steek de Langebrug over en ga RD de ‘Gekroonde Liefdepoort’ in. U komt terecht in een groene oase, een modern hofje met perenbomen (deels in leivorm). Ga aan het eind RA het oude hofje in. Dit is het Pieters- of Van der Speckhofje (1645). Het is nog bewoond dus wees prudent. Als u aan de andere kant het hofje weer uitkomt ‘botst’ u tegen een enorme paardenkastanje en de muurhuizen van de Pieterskerk aan. Houdt nu de Pieterskerk aan uw rechterhand en loop de Kloksteeg in. Ter hoogte van het kerkplein links het Jan Pesijnhofje (1683), ook bewoond, maar zeker in het voorjaar het bezichtigen waard vanwege de bloeiende magnolia in de tuin. Ook de gevelsteen is de moeite waard om te lezen! Op het kerkplein staan paardenkastanjes en lindebomen. Ga aan het eind van de Kloksteeg de hoge brug over het Rapenburg over en RD de Nonnensteeg in.

Aan het Rapenburg bevindt zich, rechts naast het monumentale gebouw van de universiteit (vroeger een kloosterkerk), de ingang van de Hortus Botanicus: de mooiste tuin van Leiden. Al meer dan vier eeuwen worden in de tuin en kassen van de Hortus botanicus planten uit alle windstreken verzameld en gekweekt, bewonderd en bestudeerd. Bij de kassa zijn sinds kort gratis themawandelingen verkrijgbaar.

Openingstijden: 1 april – 31 okt 10-18 uur; 1 nov – 31 mrt 10-16 uur en ma dicht. (niet gratis, MJK geldig) 9.

Ga aan het eind van de Nonnensteeg LA, de e 5 Binnenvestgracht op. Rechts ziet u achter het hekwerk de Hortus weer.

Op nr. 7a vindt u de Hortus Clusianus uit 1594. Deze eerste studietuin begon met een combinatie van exotische planten (zoals tulpen, hyacinthen en tomaten) en inheemse en nuttige/ medicinale gewassen. De tuin moet grote indruk hebben gemaakt op de eerste bezoekers ervan. Ook nu nog is de tuin een lust voor oog en oor. De tuin is soms open (let op: de deur kan klemmen). 10. Eenmaal uit de Clusiustuin vervolgt u LA uw weg en ziet u recht vooruit de bol van de Sterrenwacht. 11. Voor nr. 12 gaat u LA de Zeegersteeg in. Hier vindt u links het Komkommerhof en rechts het St. Annahofje uit 1503. Rechts voor de ingang staat een vijgenboom die vruchten draagt. Aan het einde van de Zeegersteeg komt u op de Kaiserstraat, waar u RA slaat. U vindt hier -naast de witte esdoorns- aan de rechterkant twee hofjes, waar de bewoners vaak aan het tuinieren zijn: het Bethaniënhof en het Jeruzalemshof. U kunt via het Bethaniënhof doorlopen naar het Jeruzalemshof en zo weer aansluiten op de Kaiserstraat. 12. Ga aan het einde van de Kaiserstraat, net voor de brug, LA de Boisotkade op. U loopt dan langs het Gemeentearchief en kunt vanaf de Vlietbrug van het uitzicht genieten. De Geuzen kwamen hier in 1574 de stad binnen.

IVN streeft naar een duurzame samenleving door mensen te betrekken bij natuur, milieu, landschap en de eigen leefomgeving.

www.ivn.nl


Op de Vlietbrug heeft u aan de stadskant een prachtig uitzicht over de Vliet, met dwars daarop de bebouwing van het Rapenburg. Hierachter ziet u een deel van de Pieterskerk. De dichtheid van de bebouwing, de allure van de huizen en de diversiteit aan bouwstijlen en dakvormen geven dit deel van Leiden de uitstraling van een welvarende stad uit de Gouden Eeuw. Links ziet u het nieuwe deel van het gemeentearchief en het door beeldhouwer Gert van der Woude ontworpen bronzen Pilgrimbeeld. Op de overgang tussen het oude archief en het nieuw aangebouwde deel staat het jaartal van de aanbouw (1995). Voor de entree liggen natuurstenen met daarin gegraveerd de namen van de ongeveer 4000 kinderen die in 1995 Leiden in zijn geboren en in het natuurstenen muurtje voor de ingang lezen we de filosofische tekst: "Wie zoekt wat zich hier laat vinden, zal blijven". Al deze elementen zijn speciaal voor het archief ontworpen door de Leidse kunstenaar Jan Kleingeld. Rechts een aantal relatief nieuwe woningen in rode steen aan het Consciëntieplein. Op deze plek stond in de 14e eeuw de Ridderhofstede van de heer van Raaphorst: de Rapenburg. Aan deze familie dankt het huidige Rapenburg haar naam. In het schuin aflopend talud staat een grote populier, vier jonge kastanjebomen en een Japanse kers. Langs de Vliet staan aan beide zijden linden, in het talud naar het bronzen beeld staan vlinderstruiken, sneeuwbes, rozenbottels en wat hoger een boom met een schors met lichte verticale strepen: de hemelboom. Aan de singelkant van de brug kijkt u over de Witte Singel en de Zoeterwoudse Singel. U ziet daar het vervolg van de Vliet: het water passeert de Neksluis bij de brug over de Witte Singel met ingemetselde Leidse sleutels en het jaartal 1936, het jaar van de plaatsing van de vernieuwde brug. De sluisdeuren aan het bruggetje zijn zo gebouwd dat ze het water uit de Singel tegenhouden zodat het niet via de Vliet naar het achterliggende polderland kon stromen. Door de ontginning van het veen in de achterliggende polders kwam de omgeving van Leiden zo laag te liggen dat het nodig was via kunstwerken als dit sluisje het Rijnwater binnen de stad te houden. In het water van de Vliet en de Singel kunt u meerkoeten, futen, ganzen en wilde eenden zien zwemmen. Ook zijn de kokmeeuw, de zilvermeeuw, de mantelmeeuw en de blauwe reiger hier vaak te zien. De Waterlelie en Gele Plomp zijn een groot deel van het jaar in de singel aanwezig. De grote bomen langs de Witte Singel voor het archief zijn witte esdoorns, wat lager aan de waterkant staat een flinke Es.

12. Loop de Vlietbrug af richting de Doezastraat, langs de landelijk aandoende huizen met houten balkons en een ligusterheg aan de Singelzijde met daarachter prachtige essen. Voor de ligusterheg aan de linkerzijde, na het laatste huis, is een aparte groeiplaats voor Vingerhoedskruid ontstaan. 13. Steek de Doezastraat over en loop via het zebrapad over het trottoir aan de rechterkant van de Jan van Houtkade langs het water. Op de hoek bij de bank voor de Koepoortsbrug (de naam verwijst naar de stadspoort die hier vroeger stond) staat aan de waterkant een stevige, gedrongen paardenkastanje met veel knoesten en een stuk ingegroeide staalkabel. Deze boom is zo’n tien jaar geleden bij de reconstructie van het stationsgebied hier naar toe verplant. De rij kastanjes vormt net als veel andere bomenrijen in de stad een belangrijke rust-, nest- en foerageerplaats voor vogels. Van de aanwezigheid van vogels zijn veel sporen te zien, onder andere de vele vlierstruiken, die als zaadje zijn uitgepoept en dus eigenlijk door de vogels zijn geplant. 14. Loop over het trottoir van de Jan van Houtkade langs de statige kastanjes in het talud van de Zoeterwoudse Singel. Op een gegeven moment kunt u links de Jacobsgracht in kijken, met op het eind het voormalige Natuurhistorisch Museum. Bij de parkeerautomaat is het aardig even naar beneden aan de waterkant te speuren naar de restanten van de waltoren Bourgondië. 15. Loop vervolgens door tot aan de waltoren Oistenrijck. Beide torens zijn vernoemd naar Maximiliaan van Habsburg, keizer van Oostenrijk, die in 1478 trouwde met Maria van Bourgondië. In het talud naar het water staan volop wilde planten: gevlekte aronskelk, speenkruid, sneeuwklokjes, vingerhoedskruid, fluitekruid, zuring, harig wilgenroosje, braam en vlier. Naast de toren groeit een door vogels ‘geplante’ Taxus. Op de zonnige kant van de Leidse walkanten ziet u regelmatig de muurleeuwenbek; een rotsplant die vooral in het Middellandse Zeegebied voorkomt, maar ook in de West-Hollandse steden goed gedijen. 16. Steek bij de bloemenstal via de zebra’s de Jan van Houtkade over en vervolgens de Korevaarstraat en de Geregracht over naar het Plantsoen. In het Plantsoen aan het water zie je drie grote platanen op een rij. Vlak voor het lage hekje bij het stenen gemaal staat een Japanse notenboom.

IVN streeft naar een duurzame samenleving door mensen te betrekken bij natuur, milieu, landschap en de eigen leefomgeving.


17. Vervolg uw route via het pad langs het water richting de volière. Het plantsoen is aangelegd in 1830 en was, als we e de Burcht niet meetellen, het 1 echte kijkgroen dat voor de Leidenaar werd aangelegd binnen de singels. Een aantal prachtige monumentale bomen vraagt uw aandacht: de stevige platanen met de vlekkerige bast, een aantal flinke beuken en eiken, een Corsicaanse den, een Atlasceder en kastanjes. De volière stamt uit 1867 en is een aantal keren met sluiting bedreigd, maar steeds weer werd hij opgeknapt. Vele generaties ouders hebben hier op zonnige dagen met hun kinderen naar de exotische vogels kunnen turen. Wandelen door het plantsoen is op mooie dagen nog steeds een leuk uitje voor (groot)ouders. Ook buiten de volière kunt u volop genieten van vogels. U ziet hier meeuwen, eenden, zwanen, ganzen, meerkoeten, futen, duiven, Turkse tortels, halsbandparkieten en allerlei zangvogels. 18. De route gaat verder langs het water. 19. Steek de weg over bij de brug. Hier rechts een watercypres en een amberboom. 20. Bij de splitsing van het pad midden door het park of het pad langs het water staat een majestueuze Kaukasische vleugelnoot. Na 200 meter in de bijna haakse bocht van het pad en de singel, bij een omgevallen boom (abeel) in het water staat in het gras het bronzen beeld Moeder & Kind van Jan Wolkers. In de roman Turks Fruit beschrijft hij beeldend de ontstaansgeschiedenis van dit bronzen ‘moedergeluk’. Langs het water bloeit in het voorjaar de gewone vogelmelk in grote hoeveelheden. Even verderop kijkt tussen een enorme populier en een plataan de ‘Venus van Leiden’ (scheef) uit over het water. Nog iets verder, bijna als laatste boom in het Plantsoen zien we de Wilhelminalinde met een hek eromheen en een inscriptie erin: ‘23 sept. 1898’. 21. Aan het eind van het Plantsoen steekt u bij de zebra de Plantagelaan over naar de Plantage en loopt u RD. In de Plantage vallen alweer de grote bomen op: een eik in het perk met het stenen muurtje, twee heel verschillende esdoorns: één met een ring om de bast (dit kan een litteken van het enten zijn) en de ander in het midden van het gras, drie platanen en een paardekastanje. In het gras zien we opvallend veel Stinzenplanten: krokussen, sneeuwklokjes en vogelmelk. 22. Loop LA de Hogewoerd op, ga RA de Veerstraat in bij café de Plantage, vervolg uw weg LA de Utrechtse Veer op, met de leilinden

op het Co Snookerpleintje, naar de groene ophaalbrug, ga RA de brug over, RA de Nieuwe Rijn op. Bij huisnr. 111 ziet u een geveltuintje met echte Leidse Stokrozen. 23. Loop verder langs Het Huis op de Waard naar het Cathrijn Jacobsdochterhofje. Door de poort mogen we even discreet rondneuzen in dit bijzondere hofje. Vanuit de tuin kunt u de Nieuwe Rijn zien en de Zijlsingel, de begraafplaats e

Groenesteeg, de 4 Binnenvestgracht en aan de achterzijde de muur van het voormalige Minnehuis met als herinnering de enorme schoorsteen van de toenmalige keuken. De tuin heeft bij de poort links aan de gevel een prachtige passiebloem, rechts enkele fruitboompjes, een siertuin, bessen, lavendel en bij het tuinhuisje staat een stevige treures. 24. U kunt door de poort weer terug, rechts de Kaarsenmakersstraat in en langs een rij haagbeuken. Aan het eind gaat u LA de Groenesteeg in. 25. Als u op dit punt RA gaat, komt u bij Begraafplaats Groenesteeg die in 1812 is aangelegd en uitgebreid tot z´n huidige vorm in 1830. Er staan bijzondere bomen; let vooral op de grote bruine beuk in het midden en de bijzondere Stinzenflora: in de vroege lente is de grond bezaaid met wilde hyacinten, gewone en knikkende vogelmelk, krokussen, vingerhelmbloem, blauwe druif, narcissen en sneeuwklokjes. De markante rechthoekige witte aula is deels bewoond en deels expositieruimte. Op de begraafplaats zijn bekende en hooggeplaatste Leidenaren begraven zoals de eerste twee directeuren van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie (nu Naturalis): de heren Temminck en Schlegel. Openingstijden: ma-vr 917 uur; za+zo 11-17uur. Van 16 nov-1 apr tot 16 uur. 26. U loopt nu weer richting de Burcht. Er zijn steeds meer geveltuintjes en bloembakken te zien, ook in de zijstraatjes en steegjes. ’s Zomers een kleurig geheel. e 27. De 3 brug die u overgaat, gaat over de schilderachtige Herengracht met aan beide zijden lindebomen. Uiteindelijk komt u uit op de Hooigracht, die u LA op gaat. e 28. De 1 steeg RA (Hooglandse Kerkchoorsteeg) leidt naar de Hooglandse Kerk. U kunt nu links of rechtsom de kerk gaan tot u de poort bij de Burcht weer ziet.

Deze wandeling wordt u aangeboden door IVN Leiden: www.ivn.nl/leiden Zie ook ‘Stadsnatuurwandelingen door Leiden’ een gezamenlijke uitgave van gemeente Leiden en IVN Leiden.

IVN streeft naar een duurzame samenleving door mensen te betrekken bij natuur, milieu, landschap en de eigen leefomgeving.


Zuid Holland - Leiden, van burcht naar singel