Magazine minor Take the Lead 2016-2017

Page 1

De hbo-V student in de rol van innovator en leider De zorginnovatie Minor ‘Take the Lead’


Studenten Simone Abel Najet Ammi Natascha Baardewijk Marjolijn van Block Sandra de Brunt Annick du Clou Felix Duin Kim van Egten Marisca van Fransen Carlien de Groot Tara van Haandel Rosa Heilijgers Nienke de Jong Sabine Koppenaal Marlysa Korporaal Selena Kuijpers Casper Lecram Bianca Lindenbergh Marit Maat

Anouk van der Male Jet Maleton Anouk Molendijk Kristen Nieuwenhuyzen Emily Carmen van Noort Channa van Opstal Melanie van Pagie Jaclyn Scheltens Job Schot Eva Sell Sjaak Terlingen Tessa Teske Sandra Veldboom Sharon Verkerk Kim Vermaat Geraldine van Vessem Fleur van der Wal Bettine Wegman

Docenten Rianne Kooiman Bart Eigenraam Ada ter Maten-Speksnijder


Inleiding Aan Hogeschool Rotterdam is de Minor ‘Take the Lead’ weer van start gegaan. Een groep van 40 verpleegkunde studenten volgt het vak als onderdeel van het afstudeerjaar. De studenten worden begeleid in het ontwikkelen en uitvoeren van een innovatief zorg-verbeterproject. Daarnaast worden zij gestimuleerd in het ontplooien van onderzoeksvaardigheden en hun authentieke leiderschapsvaardigheden. De minor bestaat daarom uit deze drie onderdelen. INNOVATIE De studenten gaan in groepsverband aan de slag met een opdracht vanuit de zorginstelling waar zij als duale student leren en werken. De studenten brengen een zorgprobleem of mogelijkheid tot innovatie in kaart en analyseren dit aan de hand van bestaande literatuur. Vervolgens wordt de context (de setting en de beoogde doelgroep, zoals patiënten of professionals) zorgvuldig bestudeerd. Hierdoor kunnen de studenten een doelstelling voor de zorgverbetering formuleren die aansluit bij de afdeling waar de innovatie zal plaatsvinden. Door middel van literatuur- en praktijkonderzoek komen de studenten tot een concreet plan voor het succesvol implementeren van

hun innovatie in de praktijk. Bij dit traject staat het verandermodel van Grol (2015) centraal waarin stapsgewijs de elementen van een (succesvol) implementatietraject worden aangegeven. Het ontwikkelen van een zorg-verbetertraject vergt inzet, creativiteit en doorzettingsvermogen van de studenten, maar bovenal leiderschapsvaardigheden. De studenten motiveren collega’s, patiënten en leidinggevenden tot deelname aan hun onderzoek, en overtuigen deze omgeving van (hun geloof in) het nut van de zorgverbetering. De studenten krijgen te maken met belemmeringen, zoals gebrek aan medewerking, kennis, inzicht, tijd of middelen. Daarom wordt er tijdens de minor begeleiding gegeven in de vorm van werkgroepen,

colleges en trainingen in het kiezen van de beste strategie voor innovatie en zorgverbetering. Door interactief onderwijs en gastcolleges van onderzoekers over bestaande innovatieprojecten te bieden, worden studenten uitgedaagd in het vinden van creatieve oplossingen om hun zorgverbetering succesvol te implementeren.

ONDERZOEKSVAARDIGHEDEN Een belangrijk onderdeel van de Minor is het praktijkonderzoek. Zorgvernieuwing kan niet zonder onderzoek van de praktijk. De innovator moet weten welke belemmerende factoren er zijn om de nieuwe ideeën te laten slagen, maar ook welke kansen er zijn. Door slim gebruik


te maken van wat professionals (zoals verpleegkundigen) al weten, of waar zij in geloven, kan de innovator de kans van slagen van een nieuwe interventie veel groter maken. Een zorgvernieuwing heeft ook een theoretische basis -- anders weet men niet hoe de interventie werkt. Daarom worden de studenten gevraagd om gedegen onderzoek te doen naar de werkzaamheid, de bruikbaarheid en de effectiviteit van de interventie. Om hen hierbij te ondersteunen komen tijdens de Minor komen de methoden en technieken van het verpleegkundig onderzoek aan de orde. Studenten bestuderen methodologische literatuur, discussiëren over voor- en nadelen van een bepaalde aanpak, en kijken natuurlijk in de keuken van andere onderzoekers door het lezen van hun artikelen. Dit laatste - het kritisch analyseren van wetenschappelijke vakliteratuur- wordt onder anderen gedaan in de vorm van een Journal Club, (Deenadayalan, Grimmer-Somers, Prior, & Kumar,

2008), een prikkelende en effectieve methode om in groepsvorm vakliteratuur te analyseren en beoordelen.

LEIDERSCHAP Tot slot worden er in de lessen over leiderschap thema’s behandeld die, volgens Grossman & Valiga (2016), de nieuwe uitdagingen voor de toekomstige leiders in verpleegkunde representeren. Denk hierbij aan het verschil in uitgangspunt en status van een manager versus een leider. Iedere deelgenoot van een team kan een leider zijn, en is daarom niet gebonden aan de (vaak financiële) doelstellingen van een organisatie waar een manager dat wel is. Ook het fenomeen van chaos (een plan durven loslaten), het ontwikkelen van een visie vanuit creativiteit, en het niet-in-de-lijn-der-verwachtingen denken zijn leiderschapsvaardigheden die met de studenten worden geoefend. Als onmisbaar onderdeel in dit geheel zijn communicatievaardigheden van de effectieve

leider. Volgens Sinek (2013), is het voor elke leider, organisatie of projectgroep van belang dat er eerst verwoord wordt waar men in gelooft (het waarom). Hierna kan er gecommuniceerd worden over hoe men te werk zal gaan en wat er ontwikkeld zal worden. Menig project mislukte wanneer het aankwam op de vraag: ”Maar, waarom zouden we dit doen of aanpassen?” (Sinek, 2013). Voor het vak verpleegkunde ligt de waarom-vraag in het domein van de relevantie voor de patiënt, het beroep en de organisatie. Maar helaas wordt de vraag: “Waar geloof jij als verpleegkundige in?” nogal eens overgeslagen of helemaal niet gesteld. Om deze kant van het leiderschap (communicatie en het aantrekken van volgers) te benadrukken hebben de studenten voor dit artikel over hun geloof in het innovatieproject van de Minor beschreven (zie Box 1 t/m 11) .


Referenties

BOX 1

Grol, R. (2015). Implementatie: effectieve verbetering van de patiëntenzorg (6e druk). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg.

Casper, Jaclyn, Geraldine en Kristen, werkzaam in het Franciscus Gasthuis, geloven dat zelfmanagement een bijdrage kan leveren aan het behalen en behouden van het streefgewicht voor de bariatrische patiënt. Dit kan alleen gerealiseerd worden als de patiënt beschikt over zelfmanagementvaardigheden. Momenteel wordt er binnen het na traject weinig tot geen aandacht besteedt aan het aanleren van adequaat zelfmanagementvaardigheden. Op de lange termijn resulteert dit in gewichtstoename en ontevreden patiënten. Ook kan dit tot veel complicaties leiden. Casper, Jaclyn, Geraldine en Kristen doen daarom onderzoek naar wat de behoeften zijn van de bariatrische patiënt omtrent het bevorderen van de zelfmanagement. Wat helpt de patiënt om zich aan de leefregels te houden om zo het streefgewicht te bereiken? Na dit onderzoek zal er een passende interventie aangedragen worden.

Grossman, S.C., & Valiga, T. M. (2013). The new leadership challenge: Creating the future of nursing (4e druk). Philadelphia: FA Davis. Deenadayalan, Y., Grimmer‐Somers, K., Prior, M., & Kumar, S. (2008). How to run an effective journal club: a systematic review. Journal of evaluation in clinical practice, 14(5), 898-911. Sinek, S. (2013). Simon Sinek: Start with Why [Video document]. Geraadpleegd 13 september via https://www.youtube.com/watch?v=sioZd3AxmnE


BOX 2

BOX 3

Sandra, Tara en Sabine, ook werkzaam in het Franciscus Vlietland, geloven dat de patiënt in staat is om zelfstandig de eigen stoma te verzorgen, wanneer het acceptatieproces van het hebben van een stoma doorlopen is, zowel op fysiek als mentaal vlak. Zij willen zich daarom sterk maken voor de samenwerking tussen de professionals en de patiënt/naasten om de kwaliteit van stomazelfzorg te verbeteren. Verbetering is volgens Sandra, Tara en Sabine alleen mogelijk wanneer het team betrokken wordt bij het gehele onderzoeksproces -- van inventarisatie tot implementatie. Een analyse van de verpleegkundige zorgdossiers laat zien dat er geen eenduidigheid wordt toegepast in het aanleren en documenteren van stomazorg. Dit willen Sandra, Tara en Sabine verbeteren door het ontwikkelen van een eenduidig documentatiesysteem, gericht op acceptatie en aanleren van zelfzorg.

Anouk, Selena, Rosa en Chinouk, studenten aan de HRO, geloven dat therapietrouw onder patiënten verbeterd kan worden, mits er gebruik wordt gemaakt van gezamenlijke besluitvorming in de spreekkamer (Shared Decision Making (SDM)). Een hulpmiddel hierbij is de ‘3 goede vragen’-methode. Deze methode helpt patiënten om hun mogelijkheden met betrekking tot hun behandeling/onderzoek tegen elkaar af te wegen. Op deze manier past deze behandeling/onderzoek optimaal bij de patiënt. Dit verbetert de kwaliteit van zorg en drukt tevens de kosten.


BOX 4

BOX 5

Sjaak, Carlien, Marjolijn en Kim, vierdejaars verpleegkunde studenten en stagiaire in het Albert Schweitzer Ziekenhuis (ASZ), geloven dat de klantwaarden en behoeften centraal horen te staan in de wachtruimte van de spoedeisende hulp (SEH). Het geven van informatie aan de patiënt, over hoe lang zij moeten wachten en waarop, is een belangrijke klantwaarde. Maar andere behoeften tijdens het wachten moeten ook achterhaald worden. Het doel is dat het bezoek aan de spoedeisende hulp zo prettig mogelijk verloopt. Zij onderzoeken dit door te achterhalen, doormiddel van een enquête, wat de klantwaarderingen op een aantal specifieke onderwerpen zijn, en geven vervolgens advies aan het ASZ over hoe de werkwijze in de wachtruimte van de SEH, en daarmee de klantentevredenheid, verbeterd kan worden.

Fleur, Felix en Sandra van projectgroep Rotterdam Stroke Service (RSS) geloven in denken vanuit de patiënt. Daarom vinden zij dat informatiepakketten voor stroke patiënten moeten worden afgestemd op de behoeften van de patiënt: dit vermindert angst, adviezen worden beter opgevolgd en de patiënt kan zich beter aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Dit doen zij door de mening over de informatievoorziening te vragen aan ervaringsdeskundigen. Dit resulteert in een vernieuwd, en verbeterd informatiepakket.


BOX 6

BOX 7

Nienke, Carmen, Simone en Kim zijn alle vier leerling-verpleegkundigen in het ziekenhuis (afdelingen orthopedie, nefrologie en neurologie). Zij vinden het van belang dat de zelfmanagement bij patiënten met Diabetes Mellitus type 2 wordt bevorderd tijdens een klinische opname. Het versterken van de zelfmanagement van de patiënt staat daarom bij hen centraal. Dit doen zij door de deskundigheid van verpleegkundigen te bevorderen op het gebied van gezamenlijke besluitvorming, rekening houden met diversiteit in persoonlijke eigenschappen, en opvattingen en beschouwingen van de patiënt en zijn omgeving in beschouwing te nemen.

Eva, Melanie en Marisca studeren verpleegkunde aan de Hogeschool Rotterdam. Zij zijn werkzaam in het Erasmus Medisch Centrum en doen, in opdracht van het Daniel den Hoed, literatuuronderzoek. Zij geloven dat door een verbetering in de behandeling met anthracyclines de kwaliteit van leven bij vrouwen met borstkanker verbeterd kan worden. Niet adequate richtlijnen omtrent de toediening van anthracyclines leiden momenteel tot complicaties als zijnde (trombo) flebitis. Dit zorgt ervoor dat vrouwen veel onnodige ongemakken ervaren tijdens de behandeling, wat de kwaliteit van leven belemmert. Doromiddel van literatuur onderzoek gaan Eva, Melanie en Marisca daarom na of er een protocol opgesteld kan worden zodat de kwaliteit van de behandeling bevorderd kan worden. Er zal een voorstel gedaan worden voor een implementatietraject van een evidence based protocol waarin de behandeling met anthracyclines voor borst kankerpatiënten beschreven staat. Dit protocol moet leiden tot minder complicaties ten gevolge van de behandeling, waardoor de kwaliteit van leven wordt bevorderd.


BOX 8

BOX 9

Sharon, Jet en Job zijn leerling-verpleegkundigen in het Albert Schweitzer Ziekenhuis (ASZ) te Dordrecht. Zij geloven dat een levenslange lerende houding van verpleegkundige een vergrote bijdrage levert aan de kwaliteit van zorg. Zij zijn van mening dat de opkomst bij bijscholingsactiviteiten vergroot wordt als de individuele verpleegkundige zich gehoord voelt. Vanuit de Verpleegkundige Advies Raad (VAR) werd aangegeven dat de bijscholingen binnen de instelling onvoldoende worden bezocht. De reden hiervan is onbekend. De visie van het ASZ staat voor zorg met hoofd, hart en ziel. Belangrijk is dat de verpleegkundige kennis neemt van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en deze toepast in de praktijk. Sharon, Jet en Job zijn ook van mening dat je alleen zorg met je hoofd, hart en ziel kunt geven als je weet waar je het over hebt. Door middel van literatuuronderzoek en kwantitatief praktijkonderzoek kijken zij daarom hoe ze de VAR handvatten kunnen bieden om de opkomst van verpleegkundigen tijdens de bijscholingen te verbeteren. Zij hopen door middel van dit onderzoek in de individuele behoefte van de verpleegkundigen ten opzichte van bijscholingen te voorzien.

Tessa, Marlysa en Annick zijn vierdejaars verpleegkunde studenten en werken op chirurgische afdelingen van verschillende ziekenhuizen. Zij staan voor het leveren van de beste kwaliteit van zorg. Zij geloven in het belang van het colorectale zorgpad en dat er een patiënten reported outcome measures (PROMs) ontwikkeld moet worden. Het colorectale zorgpad is een zorgpad voor patiënten met een colon- of rectumcarcinoom. Tot nu toe is er geen meetinstrument om de kwaliteit van zorg vanuit patiënten perspectief te meten in het colorectale zorgpad. Een PROMs vragenlijst is een vragenlijst vanuit patiënten perspectief gericht op het meten van de kwaliteit van zorg. Op dit moment wordt de kwaliteit van zorg alleen gemeten vanuit het perspectief van de zorgverlener. Doormiddel van literatuur onderzoek zullen Tessa, Marlysa en Annick aanbevelingen doen voor het ontwikkelen van een PROMs vragenlijst die de kwaliteit van zorg meet vanuit patiënten perspectief. Naar aanleiding van deze ingevulde vragenlijsten en de analyse hiervan zal de zorg verbeterd worden voor alle patiënten met een colon- of rectumcarcinoom.


BOX 10 Bettina en Bianca, van de afdeling transplantatie en vaatchirurgie van het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam, geloven in de gezonde toekomst van de verpleegkundige met een goede balans tussen draagkracht en draaglast. Als je als professional in de zorg geen goede balans tussen beiden hebt, dan is de kans op uitval groter. Op dit moment maken zij zich ernstig zorgen over de toekomst van het verpleegkundig beroep. De zorg verandert van week tot week door onder andere vergrijzing, verandering van wet- en regelgeving en de complexiteit van de zorg die steeds hoger wordt. De verpleegkundige is de spil in de gezondheidszorg, maar steeds meer jongeren verlaten tijdens de opleiding of net na diplomering het vak. Het evenwicht tussen draagklacht en draaglast is verstoord. Het is daarom van groot belang dat verpleegkundigen als beroepsgroep het hoofd boven water houden. Door de literatuur uitvoerig te bestuderen, zijn Bettina en Bianca tot de conclusie gekomen dat het verpleegkundig beroep een zeer zwaar beroep is. Zowel mentaal als fysiek wordt er veel van de verpleegkundige verwacht. Dit wordt ondersteunt door ervaringen van hun collega’s. Deze ervaringen staan beschreven in reflectieve casestudies die zij bestudeerd hebben. Bettina en Bianca maken een verzameling van de omschreven coping-strategieën uit de casestudies en gaan aan de hand hiervan ‘slimme interventies’ ontwikkelen om de mentale werkdruk voor verpleegkundigen te verminderen.


BOX 11 Najet, Natascha en Marit, werkzaam binnen het Franciscus Vlietland, geloven dat een patiënt zijn eigen stem mag behouden over zijn chronische ziekte bij opname in het ziekenhuis. De patiënt weet hoe zijn lichaam in elkaar zit en waar hij behoefte aan heeft. Zij willen de patiënt benaderen vanuit zijn visie over zijn ziekte. In het ziekenhuis weten de verpleegkundigen alles van chronische ziekte, maar niet alles van de chronische zieke. Kennis bezitten van de ziekte betekent niet dat je kennis hebt over het zieke individu. Een belangrijk aspect hiervan is dat de chronisch zieke patiënt zijn zelfmanagement en regie behoudt op het moment dat de professional betrokken raakt bij zijn ziekte. De zelfmanagement behouden binnen het ziekenhuis is niet vanzelf sprekend. Er is geen evenwicht tussen het geven en overnemen van de zorg. De zorg wordt in de meeste gevallen overgenomen van de patiënt en dit is zeker niet in alle situaties nodig. Door te luisteren naar de patiënt en zijn wensen te accepteren voelt de patiënt zich begrepen en gerespecteerd. Om dit gesprek bij opname vorm te geven willen Najet, Natascha en Marit het individueel zorgplan introduceren binnen de verpleegafdelingen in het Franciscus Vlietland. Het individueel zorgplan is een instrument waarmee wordt ingegaan op hoe de patiënt omgaat met zijn ziekte.