Tussendoortjes

Page 1

k

t

u

tussendoortjes

Ive Hapers

|

r u

b

b

y

h o o o

d

h

h

B overonderwijs.blogspot.com | t @ivehapers


geheugenspel Op de tafel (of het bord) liggen verschillende voorwerpen door elkaar. Enkele kinderen bekijken deze aandachtig. Nadat zij uit de klas zijn gegaan, worden er 2 of 3 voorwerpen verwijderd. De kinderen die zijn weggestuurd, raden welke voorwerpen weg zijn.


hi hi hi hi hi De eerste leerling zegt hi, tweede leerling hi hi, derde hi hi hi enz. Alle kinderen moeten dus het aantal hi’s tellen. Foutief aantal of beginnen lachen = af.


mannequin Ga in een rij staan. Leg een blad op je hoofd. De rij start met stappen. Het blad moet blijven liggen. Wie houdt het het langst vol?


tijdtekenen Alle kinderen krijgen een tekenblad. De leerkracht zegt achtereenvolgens verschillende voorwerpen die de kinderen moeten tekenen. Hiervoor krijgen ze telkens slechts 1 minuut de tijd. (bloem—wekker—stoel—auto—appel—televisie— fles—fototoestel—huis—fiets—dier—wortel— potlood—tafel—kruiwagen—broek—…)


tijdtekenen Alle kinderen krijgen een tekenblad. De leerkracht zegt achtereenvolgens verschillende voorwerpen die de kinderen moeten tekenen. Hiervoor krijgen ze telkens slechts 1 minuut de tijd. (bloem—wekker—stoel—auto—appel—televisie— fles—fototoestel—huis—fiets—dier—wortel— potlood—tafel—kruiwagen—broek—…)


beeldhouwen Uit te voeren in groepjes van twee: de een is de beeldhouwer, de ander de boetseerklei. De beeldhouwer vormt van de klei een beeld met een bepaalde uitdrukking. De persoon die geboetseerd wordt, probeert zich zoveel mogelijk te ontspannen en zich in houdingen te laten zetten. Zodra de beeldhouwers klaar zijn bekijken ze elkaars beelden. Ze vertellen elkaar waar het beeld hen aan doet denken.


geschenkjes Spelers geven elkaar een cadeau, of gooien het naar elkaar over. Zodra iemand het aanpakt maakt de ontvanger zichtbaar wat hij heeft gekregen. Dit kan in een hoog tempo. VARIATIE: foto doorgeven.


naar zee ‘Zullen we naar zee gaan? De handdoeken en de boterhammen gaan in de tas. Gaan we met de auto of met de trein? De auto staat aan de overkant van de straat. Eerst kijken we of er iets aankomt en dan rennen we naar de overkant van de straat. Wie van ons gaat achter het stuur zitten? Langzaam rijden we de straat uit en dan steeds harder.’ Enzovoort. Bij de zee: ‘We lopen op blote voeten door het losse zand. Hard lopen gaat niet want we glijden steeds weg. Oh, kijk eens, ik zie de zee. Daar. Rennen. Ai, ai, kijk uit. Er liggen allemaal schelpen en die prikken onder je blote voeten. Voorzichtig, voetje voor voetje tot we voorbij de schelpen zijn. Eerst voelen met je tenen of je handen of het water koud is. Nee lekker. Joepie. Zwemmen.


steun op mij De leerlingen staan per twee en houden de handpalmen stevig tegen elkaar. Ze doen beiden een stap achterwaarts en leunen dan voorover, zodat ze elkaar in evenwicht houden. Je kan de leerlingen uitdagen om zich af te duwen en terug te veren.


schudden De kinderen zoeken een plekje in de klas waar ze niemand anders storen. Begin de polsen en handen los te schudden, heel zachtjes. Laat nu niet enkel je handen maar ook je armen meeschudden. En laat ook je schouders meeschudden. Je hele lichaam mag nu meeschudden vergeet je benen en voeten niet. De oefening zachtjes afbouwen tot we weer stil staan.


bokken springen Bokken springen (springen op en neer) Slangen wringen ( kronkel met heel je lichaam) Duiven vliegen (Sla met je armen op en neer) Olifanten heupwiegen (Wieg met je heupen) Paarden draven (stamp met je voeten op de grond) Hondjes graven (krab met je handen op de grond) Leeuwen sluipen (stap op handen en voeten) En kinderen kruipen (kruipen op handen en knieĂŤn)


museumbeelden De leerlingen wandelen in een museum (rustig rondwandelen in de klas). Wanneer de leerkracht in de handen klapt, worden de leerlingen op slag standbeelden. De leerkracht kan enkele leerlingen aantikken, zij mogen rondwandelen tussen de beelden en ze eens aandachtig bekijken. Bij het volgende klapsignaal, stapt iedereen terug rond.


tenniswedstrijd Doe het publiek bij een tenniswedstrijd na en volg de bal met je ogen. De hele klas gaat in 1 ritme met het hoofd steeds heen en weer. (Lkr kan vooraan mee het ritme aan geven door met de hand de bal te spelen of door het geluid van de vallende bal na te bootsen) Doe hetzelfde bij een tafeltenniswedstrijd. Vergelijk het ritme. Van welk ritme word je rustig?


tweelingen De lln lopen per 2 rond in de klas met een lat tussen hen in. Eerst met het aangezicht naar elkaar gericht, daarna met de aangezichten naar de buitenkant gericht.


de meester zegt Dit is een variant op ‘simon zegt’. De leerlingen staan per twee arm in arm waardoor het spelletje iets moeilijker wordt. Wanneer de leerkracht of een aangeduide leerling een bevel geeft voorafgegaan door ‘de meester/juf zegt’, dan proberen de leerlingen dit bevel uit te voeren, zonder elkaar los te laten. Bevelen niet voorafgegaan door ‘de meester of juf zegt’ worden genegeerd.


turnertjes De leerkracht leest een lijstje met instructies voor. Voorbeelden: draai twee maal rond, tik de grond, spring vijf maal op en neer, .... Na de instructie proberen de leerlingen de instructies zo nauwkeurig mogelijk uit te voeren.


kurkentrekker Sla je rechterbeen over je linker. Draai met je romp naar links en leg je handen op de leuning. Draai door totdat je op beide benen staat. Weer terugdraaien en gaan zitten. Daarna naar links.


magneet Ik heb een magneet in mijn handen. Voel nu hoe die magneet je buik naar voren trekt. Steeds harder en harder. Ik ga nu naar achteren staan. De magneet trekt nu je zitvlak naar achteren. Pas op dat je niet naar achteren getrokken wordt, span je spieren op,...


tik-tik-veeg-veeg De hele klas tikt in hetzelfde ritme met een potlood en veegt met een schrift over de tafel. (tik, tik, veeg, veeg,...) Hou dit ritme aan totdat het vanzelf gaat. Je hele lichaam doet nu mee. Eerst harder dan zachter.


wip wap Ga tegenover elkaar staan en pak elkaar vast aan de polsen. De stoelen staan ook tegenover elkaar. 1 ll gaat zitten op de stoel en de andere blijft rechtstaan en biedt tegengewicht. (De voeten blijven altijd op dezelfde plaats staan.) Om beurten gaan de lln omhoog en naar beneden wippen.


poppenstappen - Lopen als houten poppen op het ritme van de trommel. De lln zetten bij elke slag een stap. Lopen als slappe poppen op het ritme van de trommel. De lln gaan bij de laatste slag op degrond liggen. Alles is slap. (ontspannen) Eventueel controleert de lkr of de poppen wel echt slap zijn. - Slappe poppen zitten op een stoel. Ze hangen vast met een koordje. Het koordje wordt omhoog getrokken en de slappe poppen gaan mee naar boven.


ik ben een boom Stel je voor: je bent een boom. Eerst ben je een klein zaadje in de grond en dan groei je uit tot een krachtige boom die in de wind waait.

VARIATIE: bloem in vaas


stoplied Hier worden de reflexen, de creativiteit en evenwicht op de proef gesteld. De lln krijgen een cassette te horen (of tromgeroffel en tekst van de lkr). Er wordt gezegd dat ze mogen meebewegen maar als ze STOP horen moeten ze stokstijf blijven staan. Zo wordt er gevlogen door de klas, gespookt, gezwommen,...


lichaamschrijven Een nieuw aangeleerd woord in de lucht schrijven met alle mogelijke lichaamsdelen.: neus, oren, tong, vinger, knie, voet, navel, ...


dierenorkest Elk kind kiest uit wat hij/ zij wil zijn. Ze moeten wel een dier kiezen dat een geluid maakt. Er worden afspraken gemaakt i.v.m. gebaren voor sneller – harder – zachter - … De dirigent duidt de ‘dieren’ aan en geeft aan hoe ze het geluid moeten maken.


wie? wat? waar? De kinderen staan in een cirkel. Ze kijken goed tussen wie ze staan en onthouden het. Als de muziek speelt lopen ze rond. Stopt de muziek dan proberen ze dezelfde cirkel opnieuw te maken.


kindermemory De leerlingen kiezen een maatje, met wie ze een memorykaart gaan bedenken om uit te beelden. "Levende" kaarten dus! Twee leerlingen worden vooraf uit de klas gestuurd en zoeken naar de paren door 2 namen te zeggen. Is het dezelfde beweging?


als een elastiekje De lln rekken hun armen, benen en bovenlichaam uit als een elastiek. Als de elastiek knapt, laten ze al hun spieren los. Ze liggen dan met hun hoofd op tafel en laten hun armen los hangen. Rek uit! Laat los hangen! Rek ver uit! Pang! VARIATIE: De vingers zijn van elstiek en schieten terug. Ook de gezichtspieren zijn van elstiek. Het elastiekje trekt alles naar voren, achteren, boven, beneden,... Vingers springen als kikkers.


schattenjacht De piraat bewaakt zijn schat, hij heeft een blinddoek om en zit in het midden van een kring. Om hem heen zijn piraatjes die zijn schat willen pikken. Maar de grote piraat heeft goede oren en wijst direct in de richting waarvan hij denkt dat er eentje komt geslopen en roept: “jij, gluiperd!� Die is dan af en mag niet meer gaan pikken. Wie lukt het om de schat op te tillen?


muziektekenen Je begint aan een tekening. De muziek stopt na ongeveer 2-3 minuten. Dan geef je de tekening door, die wordt afgemaakt. En je krijgt zelf ook een andere tekening die je verder gaan afmaken. Nog een paar keer wisselen. Bekijk als laatste de tekeningen en verzin er een verhaal bij.


rugtekenen Teken met je vinger een voorwerp op de rug van je partner. Wat is getekend? VARIATIE: letter schrijven


schudden maar De gom wordt bovenaan in de trui gestoken en moet er onderaan de broek of rok weer terug uitkomen. De gom mag niet met de handen worden aangeraakt. Wie is als eerste?


krantenmepper Een krantenmepper staat met een opgerolde krant in het midden. Bij start wordt een naam genoemd. De krantenmepper probeert zo snel mogelijk bij diegene op de benen te slaan en wel VOORDAT diegene snel een andere naam noemt. Slaat de krantenmepper eerder, dan is diegene af en wordt nu krantenmepper. Anders moet hij snel naar de nieuwe naam. VARIATIE: dierennamen, fruit, ...


zin doorfluisteren Wat blijft er over van de oorspronkelijke zin? Gewoon een zin of en opdracht laten uitvoeren.


tijdbom Net zo lang als de muziek klinkt, wordt het voorwerp doorgegeven. Ook leuk is om een kookwekker te zetten op een paar minuten en in een doos te laten doorgeven. Het zal schrikken zijn bij diegene bij wie de tijdbom afgaat!


evenwicht Tweetallen staan zo dicht mogelijk tegen elkaar. De punten van de schoenen raken elkaar. De handen tegen elkaar op borsthoogte. Op het startsein probeer je de ander uit zijn evenwicht te krijgen door met je hand te duwen.


paardenrace Iedereen gaat op de knieën in een kring zitten met de handen op de knieën. Als de race start gaat iedereen met de handen op de knieën slaan. Nu kunnen er een aantal dingen in het spel worden gebracht: Hindernis : Over de hindernis springen Waterbak : Naar voren duiken en plons geluid maken Bocht links : Iedereen hangt naar links Bocht rechts : Iedereen hangt naar rechts Publiek links : Juichen naar links Publiek rechts : Juichen naar rechts Finish : Juichen Iedereen luistert hierbij naar de instructies van de spelleider.


mannetje van papsau “Ik ben het mannetje van Papsau | ik kom 1 x per jaar en dat is nou | ja en nee versta ik niet | zwart en wit verkoop ik niet | wat wil je van me hebben?� Anderen zeggen nu allerlei spulletjes en lokken het mannetje uit de verboden woorden Ja , nee, zwart of wit te laten zeggen. Diegene die het lukt het mannetje af te laten zijn is de nieuwe papsauman.


luciferneusje Geef het doosje via je neus door aan de volgende. Als je dit in twee kringen laat doen is er een wedstrijdelement bij.


meneer ribbel “Ik ben meneer Ribbel, zonder stippel, nummer .. , Hoeveel stippels heeft meneer Ribbel, nummer ..? Iedereen krijgt een nummer die die goed moet onthouden. De eerste begint en zegt het versje. Als eerste nummer moet je je eigen nummer zeggen en de laatste keer moet je een nummer van iemand anders zeggen (die er wel is!) Als je een fout maakt in het versje, krijg je een stip(pel) van lipstift op je gezicht. Je hebt nu dus 1 stippel, dus in het versje zeg je nu: ik ben meneer Ribbel met een stippel. Gaat dit fout, dan krijg je weer een stip. Heb je het goed, gebeurt er niets en gaat diegene van wie het nummer genoemd is verder.


hoofd, schouders, knie en teen Bij elk woord raak je met beide handen het betreffende lichaamsdeel aan. En bij puntje-van-je-neus draai je een rondje om je as. Daarna vervang je 'hoofd' door 'mmmm' en de rest zing je nog gewoon. En nog steeds hoofd aanraken. De keer erop vervang je ook schouders door 'mmmm'. Totdat het hele liedje uit 'mmmm's bestaat.


kettingmime Enkele deelnemers verlaten de ruimte. Een actie, woord of gebeurtenis wordt gekozen: deze moet in mime over te zenden zijn. De eerste persoon wordt binnengelaten en hem wordt het gekozene verteld. De volgende komt binnen: deze krijgt het gekozene uitgebeeld via mime. Op zijn beurt vertelt' deze het weer aan de volgende enz. De laatste zegt uiteindelijk hardop wat hij heeft begrepen... Alle andere deelnemers zijn publiek.


kletsmajoor Afvalrace, een tegen een. Elke persoon moet blijven praten tegen de ander. Het maakt niet uit waarover wordt gepraat maar er mogen geen herhalingen of pauzes voorkomen. Pauzes mogen maximaal 2 seconden duren, Het aanraken van de tegenspeler is niet toegestaan.


mime De meester begint met: 'Kijk, hier is een bal', en beeldt dit voorwerp zo goed mogelijk uit, door de fictieve bal te laten stuiteren, omhoog te gooien en weer op te vangen, enzovoort. 'Ik geef de bal aan jou.’ Dan maakt de volgende er een ander voorwerp van en beeldt dit uit. Degene die dit weet te raden neemt het nieuwe voorwerp over en maakt er weer wat anders van, enzovoort.


ik ga op reis en neem mee Een bekend spel waarbij je steeds meer woorden moet onthouden! Het eerste kind verzint iets wat mee op reis gaat, het tweede kind herhaalt wat het eerste kind zei en voegt hier zelf iets aan toe, het derde kind herhaalt wat het eerste en tweede kind zeiden en voegt hier iets aan toe etc. Hoe ver kunnen de kinderen komen?


blindegym De spelers starten geblinddoekt op 1 meter van elkaar. De leider geeft bevelen: 1 stap naar rechts, springen, 1 stap opzij, enz. Twee spelers die elkaar raken vallen af en moeten gaan zitten. Wie als laatste overblijft heeft gewonnen.


applaus EĂŠn speler wordt geblinddoekt. De andere spelers verspreiden zich over de gehele ruimte. Dan begint iedereen in zijn handen te klappen. De geblinddoekte speler heeft als opdracht iedereen te tikken die in zijn handen klapt. Zodra iemand is getikt, stopt hij met klappen. Het spel is afgelopen als iedereen is getikt en het dus stil is.


klapspel Elke speler trommelt goed zichtbaar met twee wijsvingers ('pinkelen') op tafel. Als het maar goed zichtbaar is. EĂŠn speler vertelt wat de rest moet doen. Aan elk bevel moet het woordje 'commando' vooraf gaan. Wordt dat er niet bij gezegd, dan mogen de spelers het bevel niet uitvoeren en de spelers gaan gewoon door met waarmee ze al bezig waren. Wie wel het foute commando uitvoert, die is af. Er zijn vier commando's: pinkelen (trommelen met 2 wijsvingers), hol (handpalm naar boven draaien), bol (handpalm naar beneden), plat (handpalm dwars).


de trein Verdeel de kinderen in vijf groepen. Elke groep oefent zijn eigen woord om de trein vooruit te krijgen: choco - spaghetti - smeerkaas - limonade - ontbijt. Elke groep oefent om z'n woord uit te roepen tot het klinkt als één stem. Leg uit dat iedereen de trein vooruit moet helpen. De groep die je aanwijst roept zijn naam vier maal. De trein vertrekt, de leider loopt door het lokaal en zegt: tuut, tuut, daar is de trein. De trein komt het station binnen gereden. Vervolgens wijst de leider naar één groep en deze groep roept vier keer het woord. Dan vertelt de leider verder: instappen, er zijn nog plaatsen! We rijden tegen een berg omhoog. Weer wijst de leider een groep aan die vier keer het woord zegt. Ook deze groep mag instappen etc.


waf waf Dit is een spannend sluipspel, waarbij jonge hondjes het bot van de waakhond proberen te pakken. Ga in een kring op de grond zitten. Wijs een waakhond aan. Deze gaat geblinddoekt in het midden van de kring zitten. Het is nacht en de waakhond waakt over een sappig bot. Daag de "jonge hondjes" in de kring uit om geruisloos naar de waakhond te sluipen en het bot weg te pakken. Wanneer de waakhond iets hoort, wijst hij in die richting en blaft: wafwaf! Als hij rechtstreeks naar de sluipende hond wijst, moet deze weer terug in de kring gaan zitten. Wie het bot in de wacht kan slepen, wordt de nieuwe waakhond en het spel begint van voren af aan.


groepsfoto Wijs een fotograaf aan. De andere spelers gaan dicht bij elkaar staan voor de groepsfoto. Nadat de fotograaf de groep een tijdje goed heeft bekeken, wordt hij naar buiten gestuurd. E茅n kind uit de klas verstopt zich vervolgens 谩chter de groep. De fotograaf komt terug en moet raden wie er ontbreekt, v贸贸r de groep hardop tot tien kan tellen. Als hij erin slaagt, mag jij de foto maken, zo niet, dan wordt er een nieuwe fotograaf gekozen voor de volgende fotosessie.


klapspel Klap een ritme, de kinderen klappen mee. Verander het ritme langzaam en voeg er bewegingen aan toe, zoals handen op het hoofd, handen op de schouders, 3x klappen en weer opnieuw etc. De kinderen kunnen zo even hun energie kwijt en het is een leuke activiteit om met de hele groep te doen. Misschien weten de kinderen ook leuke bewegingen?


hoeveel kinderen zitten er achter je? EĂŠn kind gaat met de ogen dicht zitten. Andere kinderen kruipen er stilletjes achter. Hoeveel kinderen zitten er achter je? Dit spel kan ook gespeeld worden met bijv. pittenzakjes die achter een kind worden gelegd.


welk liedje? Klap, sla op de trom, neurie of zing op lalala een liedje wat de kinderen eerder geleerd hebben. Wie weet welk liedje het is? De kinderen vinden deze activiteit erg leuk en beginnen vaak uit zichzelf mee te zingen wanneer ze het lied herkennen.


alle vogels vliegen Vertel iets aan de kinderen over een woord of het thema waar je in de klas mee werkt. Is het waar wat je vertelt? Dan gaan de kinderen staan en fladderen ze met de armen. Is het onzin wat je vertelt? Dan blijven de kinderen zitten.


wat is anders? EĂŠn kind gaat in het midden van de kring staan. Alle kinderen kijken goed hoe het kind eruit ziet. Dan gaat het kind naar de gang en veranderd iets aan zichzelf, bijv. veters los, trui binnenstebuiten, haar los of vast. Dan komt het kind weer terug in de kring en mogen de andere kinderen raden wat er veranderd is.


dirigentje Stuur iemand de klas uit. Wijs een dirigent aan. Deze mag bewegingen maken, de klas doet hem/haar na. Het kind komt terug en gaat midden in de kring staan. Kan hij/zij raden wie de dirigent is?


‘k heb een euro in mijn hand Zing het liedje: 'K heb een euro in mijn hand, die gaat reizen door het land. Is hij hier? Is hij daar? Als je 'm ziet dan zeg je 't maar. Ondertussen gaat er een euro rond in de kring. EĂŠn kind mag tijdens het liedje niet kijken. Dat kind moet raden bij wie de euro is. Je mag drie keer raden. Dan is de volgende aan de beurt.


tik tik wie ben ik? EĂŠn kind doet de ogen dicht. Een ander kind tikt op de rug en zegt: "Tik, tik, wie ben ik?" Het kind moet raden wie het is. Goed geraden? nog een keer! Fout geraden? Het kind dat getikt heeft is aan de beurt.


ik zie wat jij niet ziet Kies iets wat in de klas staat en zeg de kleur. De kinderen raden wat je in gedachten hebt, door te vragen "Is het......?"


wat is er veranderd? Er staan 3 kinderen voor de klas. Alle andere kinderen kijken heel goed naar deze kinderen. Dan doen de kinderen de ogen dicht. De meester verandert iets aan de kinderen in de rij. Wat is er veranderd?


telefoontje De kinderen staan of zitten in de kring. De kinderen hebben de handen vast. EĂŠn kind staat in het midden. Iemand in de kring zegt: ik telefoneer naar... (een naam). Vervolgens wordt de verbinding door het knijpen in elkaars hand doorgegeven. Wanneer degene naar wie gebeld wordt een knijpje voelt, roept deze Tringgg, voordat degene in het midden van de kring de verbinding verbroken heeft door te zeggen waar de verbinding is.


tel tot 20 Zonder afspraken te maken probeer je met de groep tot 20 te tellen. De kinderen mogen gewoon roepen, maar geen 2 getallen na elkaar roepen. Iemand roept 1, een ander reageert met 2 etc. Mรกรกr... wanneer er tegelijkertijd een getal geroepen wordt, begint het tellen weer opnieuw. Je zult zien dat dit nog lastig is!


moordenaartje Stuur iemand uit de klas en wijs een moordenaar aan. Deze mag d.m.v. knipogen kinderen "doden". Het kind komt weer terug de klas in en gaat in het midden van de kring staan. Wanneer de moordenaar naar jou knipoogt, val je dood. Kan het kind in de kring ontdekken wie de moordenaar is?


wie is het langste stil? De kinderen doen een wedstrijdje! Wie kan het langste stil zijn? Heel gemakkelijk‌ Laat maar eens zien!


de wereld op z’n kop Als de meester iets doet, doen jullie net het tegenovergestelde. Dus: als hij gaat zitten, gaan jullie staan. Begint hij te lachen, dan moeten jullie huilen. ...


dansen in de spiegel Alle kinderen zoeken een partner. Zet muziek aan. Het ene kind maakt bewegingen, het andere kind doet dat precies na. Het ziet er dan uit alsof je in een spiegel kijkt. Wissel na een tijdje van rol.


wie staat er voor de klas? De meester maakt een rijtje van kinderen. Alle kinderen in de klas kijken goed en doen daarna hun ogen dicht. leerkracht zet een rij van bijv. 3 kinderen voor de klas. De meester verandert iets aan de rij. De kinderen raden hoe het eerst was. Maak het moeilijker door meer kinderen voor de klas te zetten.


Ive Hapers

|

B overonderwijs.blogspot.com | t @ivehapers


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.