Page 1

maandblad voor de informatievoorziening

januari/februari 2014 jaargang 56/1

In tegenstelling tot Business Intelligence­-methoden benadrukt Proces Mining een bottom-up aanpak waarbij men start van de werkelijke data om analytische taken aan te sturen

ÂŤ p.39

i nformatie www.informatie.nl

De opmars van de API-economie

thema

Revival in de informatiearchitectuur

Trends 2014

Onder invloed van Cloud, Mobility, Big Data en Social Media spelen primaire businessprocessen zich steeds vaker buiten de eigen organisatie af.


vak visie voorsprong >

AG-BOEKENREEKS VOOR AMBITIEUZE IT-PROFESSIONALS Business Logic Management Piet Koorevaar en Peter Noordam ISBN 978 90 12 58554 5

E 29,95 Voor wie succesvol wil blijven, is een integrale benadering van informatiemanagement en business proces management noodzakelijk. Dit boek behandelt beide werelden in samenhang. Het reikt managers complete oplossingen aan voor de positie, de vormgeving, de inrichting en het bestuur van dit gecombineerde managementgebied, en geeft antwoord op vele nieuwe vraagstukken op deze terreinen.

Big Data Tom Breur ISBN 978 90 12 58567 5

E 29,95 Big Data is dĂŠ business intelligence (BI) trend van de laatste jaren. Hoe ga je als bedrijf om met aanwezige informatie? Welke kansen biedt het? En hoe gebruikt u data? Dit boek geeft u inzicht in de laatste technologische mogelijkheden, trends, privacy, ROI en over het verbeteren van de kwaliteit van data en data-analyse. Daarnaast helpt dit boek bij het opstellen van een goede datastrategie.

Het bo gratis i ek nkijken Ga nu n onze w aar ebsite!

?

AG-reeks: boeken geselecteerd door de AG-redactie Voor IT-managers, -professionals en algemeen managers

actielijsten of stappenplannen. De geselecteerde titels zijn

selecteert de AG-redactie ieder jaar een aantal management-

helder geschreven door toonaangevende ICT-leaders op een

boeken die op allerlei niveaus helpen bij de dagelijkse be-

specifiek werkgebied. En bijzonder aan te raden voor wie zich-

drijfsvoering. Door in te gaan op actuele onderwerpen, trends,

zelf en het bedrijf of opdrachtgever verder wil helpen.

innovatie en hele praktische tools, tricks, tips en

Bestellen of gratis inkijken? Ga naar automatiseringgids.nl/AGreeks


d eadline IT zal de business de komende jaren ingrijpend veranderen. Dat hebben we in de IT-wereld die bol staat van hypes weliswaar vaker gehoord, maar nu zijn er wezenlijke veranderingen gaande. Aan de basis van die verandering staan technische ontwikkelingen als Cloud, Mobility, Big Data en Social Media. Maar, hoe cruciaal technologie ook is, het speelt niet de hoofdrol in de veranderingen die nu gaande zijn.

It’s the customer, stupid Die hoofdrol is voor ‘de man in de straat’, de consument met tablet en smartphone die onbeperkt gebruik maakt van een nietaflatende stroom nieuwe apps. Goedkoop en soms verrassend functioneel. Die consument is dé bepalende factor in deze ontwikkeling. De consument die zich niet bekommert om ‘proprietary versus open’; voor wie ‘compatibiliteit van gegevens’ geen issue is; die geen moeite heeft met hardware als een ‘black box’ waar je zelf niets aan mag veranderen; die geen vraagtekens plaatst bij het gebruik van diensten waarvan niemand de herkomst weet of zich afvraagt wie ze levert; en voor wie security geen primair aandachtsgebied is.

personenvervoerder of een productiebedrijf gaat. Het primaire proces is in de toekomst niet de logistieke bevoorradingsketen, niet het ‘op de rails houden’ van treinstellen of het op voorraad produceren van onderdelen. Er is voor elke onderneming maar één primair bedrijfsproces en dat is het bedienen van de klant met diensten die zo veel mogelijk op persoonlijke voorkeuren zijn afgestemd.

‘Geen omgeving waar je cruciale bedrijfsprocessen mee zou willen ondersteunen,’ zal elke rechtgeaarde IT’er nu meteen zeggen. Maar het is wél de omgeving waar klanten (zowel het individu als bedrijven en organisaties) krijgen wat zij willen: een snelle service zonder poespas en vooral zonder beperkingen. Precies dát is de reden dat bedrijfsprocessen zich de komende jaren steeds meer in die omgeving zullen afspelen. Gericht op afnemers die op maat bediend willen worden – of het nu om een supermarktketen, een

En de eigen interne IT-organisatie? Die zal in het kielzog van de ‘naar buiten’ schuivende bedrijfsprocessen ook steeds meer buiten de muren van de eigen organisatie worden opgetuigd. Simpelweg omdat ‘de klant’ zich ook buiten de eigen organisatie bevindt. En de klant, daar draait het allemaal om.

informatie / januari/februari 2014

Die processen zullen zich voor een belangrijk deel buiten de muren van de eigen organisatie afspelen, ondersteund door IT die razend goedkoop is en die vanuit een cloudomgeving wordt gefaciliteerd.

Wijnand Westerveld hoofdredacteur w.westerveld@bimmedia.nl

3


2014

januari/februari trefwoord

i nhoud Deadline 

3

informatie is de combinatie van thema­tisch maandblad en website voor en door IT-professionals en -managers. Abonnees hebben via de website toegang tot het elektronisch archief.

Samenvattingen 

6

Hoofdredacteur: Wijnand Westerveld (w.westerveld@bimmedia.nl) +31 (0)70 3046819 Redactieraad: Manu De Backer, Erik Beulen, Arjan van Dijk, Roel de Graaf, Arjan Hassing, Wilfried Lemahieu, Geert Poels, Lineke Sneller en Wouter Bronsgeest.

Kort 

8

© BIM Media 2014

Wereld Wouter Bronsgeest 

9

colofon

Uitgave: BIM Media, Postbus 16262, 2500 EA Den Haag, Nederland • e-mail: maandblad-informatie@bimmedia.nl • website: www.informatie.nl Uitgever: Arjan Kors (a.kors@bimmedia.nl) Marketing: Maarten Snel (m.snel@bimmedia.nl) Webbeheer: Malengo, Groningen informatie is eigendom van het Nederlands Genootschap voor Informatica (Ngi) en het Belgische Studiecentrum voor Automatische Informatieverwerking (SAI) en BIM Media. Klantinformatie: +31 (0)70 3046777, Advertenties: • verkoopleider: Patrick Schilte (p.schilte@bimmedia.nl) +31 (0)70 3046893 • klantenservice advertenties: +31 (0)70 3046908, h.spuijman@bimmedia.nl • mediaorder: Astrid van Veen (loap@bimmedia.nl), +31 (0)70 30446948 Abonnement en verzending: informatie ver­schijnt 10 x per jaar. Abonnementen kunnen schriftelijk of telefonisch worden aangemeld. Voor het ver­anderen van naam adres graag een gecorrigeerd adres­label opsturen. Schriftelijke annulering is mogelijk tot twee maanden voor het begin van het nieuwe abonnementjaar. BIM Media Klantenservice, Postbus 16262, 2500 EA Den Haag, +31 (0)70 3046777 • Abonnement 2013 Nederland: € 272,50 excl. btw • Abonnement 2013 Buitenland: € 319,– excl. btw • Losse nummers: €32,– Vanwege de aard van de uitgave, gaat BIM Media uit van een zakelijke overeenkomst; deze overeenkomst valt onder het algemene verbintenissenrecht. Opmaak: Hage Grafische Vormgeving, Zierikzee Bureauredactie: Sterke Tekst, Venray Druk: DeltaHage, Den Haag Artikelen uit informatie mogen alleen worden overgenomen, gekopieerd enz. na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de uitgever.

informatie / januari/februari 2014

Wij verwerken uw gegevens voor de uit­voering van de (abonnements)­overeenkomst en om u van informatie te voorzien over BIM Media en zorgvuldig geselecteerde andere bedrijven. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u dit melden aan BIM Media Klanten­service, Postbus 16262, 2500 EA Den Haag. ISSN 00199907

4

Moderne technieken in Business Process Analytics Bart Baesens, Seppe vanden Broucke, Jasmien Lismont en Jan Vanthienen

Column Informatieprofessional 3.0

Rik Maes

 36



47

Verenigingsnieuws: Ngi 

48

SAI 

54

Oproep voor artikelen Informatie zoekt voort­durend naar diep­gaande, goed­geschreven artikelen. Gezien de thema­tische opzet zijn artikelen die op een niet-inleidende manier op een thema ingaan zeer welkom. De thema’s waarvoor nog ruimte is, zijn hiernaast in zwart weergegeven (met hun gastredacteuren). De deadline voor aanmelding van artikelen is twee maanden voor verschijnen. Auteurs vergroten de kans op publicatie door al in een vroeg stadium contact op te nemen met de redactie. Auteurs­instructies: www.informatie.nl/overInformatie/ publiceren.html. Specialist met interesse om artikelen inhoudelijk te beoordelen? Informatie zoekt reviewers.

• nr. 1 januari/februari: Trends 2014 Wijnand Westerveld, w.westerveld@bimmedia.nl • nr. 2 maart: Verzamelnummer Wijnand Westerveld, w.westerveld@bimmedia.nl • nr.3 april: Het eCF Hans Mulder (UA) e.a., Hans.mulder@viagroup.nl • nr.4 mei: Security en privacy Manu De Backer en Geert Poels, Manu.debacker@kuleuven.be • nr. 5 juni: Proces mining Wil van der Aalst (TUE) en Frank van Geffen, w.m.p.v.d.aalst@tue.nl • nr. 6 juli|augustus: Robotica Lineke Sneller, l.sneller@neyenrode.nl • nr. 7 september: Heilige graal IT-levering Roel de Graaf en Manu De Backer, r.de.graaf@quintgroup.com • nr. 8 oktober: Regiefunctie Erik Beulen, Beulen.erik@kpmg.nl • nr. 9 november: Architectuur Steven Poppe e.a., Steven.poppe@inno.com • nr. 10 december: Social enterprise Wouter Bronsgeest, Wilfried Lemahieu, Arjan van Dijk, wl.bronsgeest@belastingdienst.nl


t hema Trends 2014 De impact van Cloud, Mobility, Big Data en Social Media wordt steeds duidelijker.

12

16

Big data gaat niet over technologie

De business verandert sneller dan menig CIO doorheeft

Wijnand Westerveld

Het speelveld van

Wijnand Westerveld

bedrijven en organisaties verandert en primaire bedrijfsprocessen spelen zich steeds vaker buiten de muren van de eigen onderneming af.

vanaf pagina 10

22

26

32

‘Innovation is the art of failure’

Hoog tijd voor revival informatie­ architectuur

De opmars van de API-economie Hessel Pijpker

Jan Campschroer en Jan Truijens informatie / januari/februari 2014

Wijnand Westerveld

5


samenvattingen

s

Big data gaat niet over technologie

thema

informatie / januari/februari 2014

Volgens Michiel Boreel, CTO van IT-dienstverlener Sogeti, bieden de ontwikkelingen op het gebied van big data enorme kansen. Big data gaat niet over technologie, maar over een ‘mindshift’. Veel organisaties zijn nog primair gericht op hun interne organisatie. De ondersteunende IT van primaire processen bestaat vaak uit een aantal verticale IT-silo’s die onderling niet makkelijk data uitwisselen. Dat brengt Boreel op de ‘mindshift’ die nodig is om de mogelijkheden die big data biedt echt te kunnen benutten. De grootste fout die bedrijven kunnen maken, is dat ze aan hun huidige IT-systemen gaan sleutelen om er zo allerlei big data-toepassingen mee mogelijk te maken. Technisch kan dat allemaal wel, maar big data draait niet om technologie, het draait om aanpassing van bedrijfsprocessen op zo’n manier dat de klant centraal staat. Dat vergt een omslag in het denken van bedrijven en organisaties. Weet wat je klant wil, weet wat zijn intenties zijn en ondersteun hem bij het maken van keuzes.

6

12

De business verandert sneller dan menig CIO doorheeft Alle CIO’s hebben de onderwerpen ‘cloud’ en ‘mobility’ op hun agenda. Toch neigen diezelfde CIO’s – onder druk van de dagelijkse business – nogal eens naar een afwachtende houding ten aanzien van nieuwe concepten; eerst maar eens zien of het met cloud en mobility wel zo’n vaart loopt. Die afwachtende houding is een ernstige misvatting, stelt Christian Verstraete, chief technology officer bij HP. ‘De “consumerization” en “proliferation” van IT gaan veel sneller dan velen zich realiseren. Wie daarop niet inspeelt, wordt aan alle kanten ingehaald door gebruikers, klanten en concurrenten. De vraag is niet of het met cloud zo’n vaart zal lopen, de vraag is of we voldoende onderkennen hoe snel de IT-wereld aan het veranderen is.’ Het zijn niet alleen de ontwikkelingen qua cloudcomputing die de IT-wereld op zijn kop zetten. ‘Het gaat om de combinatie van cloud, mobility, big data en social media. Die creëren een nieuw speelveld. Organisaties die daarop inspelen gaan interessante tijden tegemoet.’

16

‘Innovation is the art of failure’ Technologische ontwikkelingen leiden binnen afzienbare termijn tot ingrijpende veranderingen in bedrijfsmodellen. Het vergt moed en leiderschap om daarop in te spelen, zegt Hendrik Blokhuis, CTO van Cisco. Data worden binnen afzienbare termijn “core business” voor bedrijven. Het is zelfs denkbaar dat de data rondom een product belangrijker worden dan het product zelf. Data hebben op zichzelf geen waarde, zolang ze niet in een context worden geplaatst. Data zijn de grondstof voor informatie. Op basis van die informatie ontwikkel je kennis en dat leidt pas tot het eindproduct waarde. Bedrijven kunnen door alle ingrijpende veranderingen een ‘waardesprong’ maken. Kijk met nieuwe ogen naar je medewerkers, klanten, producten, diensten, processen, data en de dingen om je heen, wetende dat alles binnenkort met alles verbonden zal zijn. Eén ingrediënt is bij al die veranderingen cruciaal: lef. Durf te beginnen en durf te falen. Faal slim, vaak en snel, want ‘innovation is the art of failure’.

22

Hoog tijd voor revival informatie­ architectuur Met IT proberen we grip te krijgen op gegevens, informatie en communicatie. Maar het kost ons heel veel moeite om die IT ‘goed te krijgen’ en al snel verliezen we het doel ‘adequate informatie’ uit het oog. Blijkbaar is IT geen gedreven renpaard, maar een onwillige ezel. Wat nu? Dr. Jan Campschroer en dr. Jan Truijens stellen fundamentele vragen over informatie en informatiehuishouding, pleiten voor een herwaardering van informatiearchitectuur en geven tips. Aan de hand van enkele voorbeelden en drie kijkrichtingen verduidelijken ze dat informatie het op zichzelf waard is om te beschouwen. Kennelijk spelen ook op operationeel niveau gegevens­eigenschappen een rol bij het al dan niet succesvol opereren van organisaties. De strategische aspecten stellen de auteurs aan de orde in een pleidooi voor een algemene, voorwaardenscheppende, ‘infrastructurele’ benadering. Tactische aspecten stippen ze aan in voorbeelden over kosten. Zo lichten ze de wenselijkheid toe van een aparte informatie­ architectuur.

26


De opmars van de Sluit de lus API-economie

Bart Baesens, Seppe vanden Broucke, Jasmien Lismont en Jan Vanthienen geven een beknopt maar grondig overzicht van Business Process Analytics-technieken: van Business Intelligencerapporteringtools tot Process Mining-technieken en een gecombineerde aanpak waarin Business Process Analytics samenvloeit met Data Mining. Op deze manier verklein je de leegte

deze moderne technieken de ‘lus’ van de BPMlevenscyclus te sluiten, waar diepgaande analyse van bedrijfsprocessen ook het ontwerp, modelleren, controleren en uitvoeren van bedrijfsactiviteiten ondersteunt.

36

advertentie

Heb je een baan en weinig tijd om op de dag te studeren en wil je toch een universitaire master halen? Volg dan de post experience track van de Msc. ICT in Business. Een praktijkgerichte opleiding op het snijvlak van business en ICT. Je studeert aan Universiteit Leiden in een kleine groep, met een flexibel vakkenpakket en volgt een soepele planning met lestijden en locaties die jou het best uitkomen. Doorloop 20 tot 30 maanden, eens in de 2 a 3 weken een sessie.

informatie / januari/februari 2014

Mobiele applicaties zijn een drijvende kracht achter de verandering van ons digitale landschap. De succesvolste apps maken deel uit van een ‘omnichannel’-strategie waarin de distributie via mobiele platforms, internet en partners een cruciale rol speelt. In die strategie staan de Application Programming Interfaces (API) centraal en gaat het minder om de individuele apps die door de API aangedreven worden. Met de API worden diensten, informatie en applicaties op steeds grotere schaal ontsloten. Er is een opkomende ‘API-economie’ waarop je compleet nieuwe businessmodellen kunt bouwen. Hessel Pijpker noemt vier ontwikkelingen die belangrijk zijn om de rol van je eigen organisatie in de APIeconomie te begrijpen. Ook schetst hij de voorwaarden waaraan je moet voldoen om een API-strategie te bepalen. Elke API-strategie dient te beginnen met de vraag: Wat is zinvol voor onze business? Maar hoewel een strategie zekerheden geeft, liggen er veel obstakels op de weg bij het ontwikkelen van API’s.

tussen traditionele voorspellende analytics en de data uit procesbewuste support­ systemen. De auteurs starten met de evaluatiestap van de BPM-levenscyclus. Verder belichten ze de nieuwe analytisch geïnspireerde technieken om Business Process Analytics dichter bij het onderzoeksdomein van Data Mining en Machine Learning te brengen en gebruikers toe te staan verder te gaan dan rapporten vanuit het standpunt van de gebruiker. Bovendien helpen

Heb je geen (HBO) bachelor ICT graad, ook dan kan je op soortgelijke wijze met een flexibel programma deze graad behalen.

32

Interesse of vragen? Stuur een bericht met telefoonnummer naar m.a.bruijn@umail.leidenuniv.nl of bel 070-3253584. 7 97545_CAI.indd 1

1/16/2014 9:12:41 AM


k ort

bron, tenzij anders vermeld: www.automatiseringgids.nl

informatie / januari/februari 2014

Economiex

IT-bestedingen blijven ondermaats

Wetenschapx

De IT-bestedingen groeien in 2014 met 6,2 procent naar een totaal van 2,2 biljoen dollar wereldwijd, meldt marktonderzoeker Forrester. De groei bedroeg in 2013 slechts 1,6 procent. De vooruitzichten voor 2014 zijn aanzienlijk beter en ook voor de jaren daarna ziet Forrester zonnige vooruitzichten. In 2015 bedraagt de groei zelfs 8,1 procent. De software-industrie profiteert het meest van de groei in 2014, gevolgd door de outsourcingindustrie: zij zijn goed voor respectievelijk 568 miljard dollar en 442 miljard dollar. Ook IT-consulting en integratiediensten doen het goed met 421 miljard dollar. De ontwikkeling in de cloud is de motor achter de groei in softwareontwikkeling. Maar ook de verkoop van licenties voor software-installaties binnen bedrijven trekt na enkele slechte jaren weer aan.

Terwijl de ontwerpers bij Google nog steeds bezig zijn aan Glass, presenteerde het bedrijf Innovega een prototype van zijn iOptik-contactlenzen. De lenzen fungeren als een beeldscherm. In combinatie met een bijbehorende bril stelt het gebruikers in staat om aanvullende digitale informatie te zien zowel bij het kijken dichtbij als in de verte. De lenzen worden aangeprezen als een ‘augmented reality’-accessoire. Omdat contactlenzen op het oog worden gedragen, vallen ze onder medisch toezicht. In de VS is voor gebruik daarom toestemming nodig van de Food & Drugs Administration (FDA). Innovega denkt dat een werkend exemplaar van de iOptik-lenzen aan het eind van dit jaar of uiterlijk begin volgend jaar ter goedkeuring kan worden aangeboden aan de FDA.

Appsx

gramma’s en spelletjes voor de mobiele Apple-apparaten kan bemachtigen, downloadden gebruikers in de laatste maand van 2013 zo’n 3 miljard apps. Dat is meer dan in elke eerdere decembermaand. Bedrijven die de apps voor Apple maken, profiteerden ook en hebben nu al voor 15 miljard dollar aan opbrengsten binnengehaald. De introductie van het nieuwe besturingssysteem iOS 7 gaf een nieuwe impuls aan de ontwikkeling van de applicaties, aldus Apple.

App Store floreert

Hardwarex

Klanten van Apple hebben het afgelopen jaar meer dan 10 miljard dollar (7,3 miljard euro) besteed in de App Store, waarvan maar liefst 1 miljard dollar in de maand december. Via de App Store, de applicatie waar je pro-

8

Contactlens in plaats van Google Glass

Gartner: tablets halen pc’s in Volgens Gartner zullen in 2014 meer tablets worden verkocht dan pc’s, en bijna de helft van alle verkochte

apparaten zal onder Android draaien. Gartner voorziet een daling in de pc-verkoop van 8 procent (IDC: 10 procent) en een toename van de verkoop van tablets en hybriden van maar liefst 54 procent. De smartphonemarkt groeit komend jaar nog met 5 procent, aldus Gartner. 344 miljoen van deze apparaten zullen onder iOS of MacOS draaien, 350 miljoen stuks draaien onder Windows en 1,1 miljard onder Android. Gartner voorziet dat over 3 jaar 75 procent van de Android-apparaten in opkomende markten wordt verkocht. De meeste daarvan komen nu nog van Samsung. Maar als Samsung succes heeft met de plannen om dit jaar een eigen Tizen-ecosysteem op te zetten (om minder afhankelijk te zijn van Android-leverancier Google),

dan kunnen over een paar jaar de verhoudingen heel anders liggen. Economiex

Aandeel Gates in Microsoft verwatert Bill Gates verkoopt jaarlijks ongeveer 80 miljoen aandelen Microsoft. In 2013 leverde hem dat 3 miljard dollar op. Hij heeft nog steeds 357.990.173 aandelen (waarde 13 miljard dollar). Steve Ballmer heeft er 333.252.990 ofwel bijna 25 miljoen minder, en hij verkoopt nooit. Als Gates zo doorgaat wordt hij dit jaar ingehaald, en heeft hij in de loop van 2018 geen enkel aandeel Microsoft meer. De invloed van Gates op het bedrijf dat hij mede opgericht heeft, wordt niet


w ereld

Marktx

Samsung verlegt aandacht In zijn traditionele speech aan het begin van het jaar heeft Samsung-topman Lee Kun-hee gezegd dat het bedrijf de strategie van de afgelopen jaren loslaat en zich minder op hardware zal richten. Samsung is groot geworden met televisies, chips en smartphones. Maar ondanks het succes van de onderneming en de record­ opbrengsten verloor het aandeel Samsung het afgelopen jaar 10 procent van zijn waarde. Kuhn wil de aandacht van zijn bedrijf verleggen naar software, en dan met name het eigen besturingssysteem Tizen.

Meditatie Op mijn werkkamer liggen vier stapels boeken. De eerste bestaat uit boeken over IT servicemanagement frameworks, architectuurmodellen en project- en portfoliomanagementmethoden. De tweede bestaat uit materiaal over organisatietheorieën, strategisch management en de bestuurskunde. De derde stapel is opgebouwd uit publicaties over innovatie, digitalisering, ‘user experience’ en ICT-trends. De vierde stapel is de hoogste, en bestaat uit boeken over diepgaand veranderen, filosofie en reflectie. Natuurlijk, elk genoemd thema is belangrijk. Maar ik beschouw de vierde, ietwat wiebelende stapel boeken steeds meer als een oneven en toch geconsolideerde pilaar van kennis die de kern van de informatieprofessional 3.0 weergeeft. Waar begon ik de laatste jaren als eerste aan bij het opbouwen of doorstarten van een team of unit? Luisteren naar de ervaringen en behoeften van medewerkers. Teambuilding. Begrip krijgen van het spel tussen bestuurders. Snappen hoe de organisatie ‘tikt’. Het organiseren van mijn eigen tegenspraak. Me kwetsbaar proberen op te stellen. Feedback vragen om van te leren. Verbeteringen laten aandragen. Proberen een voorbeeld te zijn voor anderen. De beste manier om je daarop voor te bereiden is niet een extra inhoudelijke cursus, maar een dag op de hei. Of een wandeling langs de gracht. Of een uur op een kussentje rustig in- en uitademen. Want teambuilding, mensen in hun kracht zetten en maximale waarde laten toevoegen vraagt focus en rust. De claim op organisaties – en daarmee op de mensen – is op dit moment groot. Kosten moeten gereduceerd worden, vergrijzing moet opgevangen worden, processen moeten efficiënter, de markt moet bediend worden. Iedereen doet zijn best om succesvol te zijn in een kritische en steeds meer open wordende samenleving. Voor veel organisaties is er dan maar één weg te gaan: diepgaand veranderen. Dat doe je door als mens voorop te lopen, met medewerkers samen visie ontwikkelen, en vervolgens met een groep enthousiastelingen de weg wijzen en het voorbeeld geven. Hoe beter je in je eigen vel zit, hoe beter dat lukt. Hoe beter je je collega’s, je team of je unit kunt faciliteren om hun waarde toe te voegen, hoe succesvoller je zelf bent. De aandacht voor stoelmassages, yoga binnen de bedrijfsmuren en mindfulnesstrainingen zijn dan ook een prachtige aanvulling op het al bestaande aanbod van andere trainingen. Natuurlijk heeft iedereen zijn of haar eigen voorkeur, maar het gaat erom dat de mogelijkheid er steeds meer is. De dichter Juvenalis zei daarover: ‘Orandum est ut sit mensa sana in corpore sano’. We vergeten vaak het eerste deel van de vertaling: ‘Een mens moet bidden voor een gezonde geest in een gezond lichaam’. Als we dat vertalen naar hier en nu, dan hebben we het dus over zowel fysieke als geestelijke fitheid. Reflectie en meditatie helpen daarbij. Om ICT-professionals meer aan te spreken kunnen we mindfulnesstrainingen beter ‘personal agility-trainingen’ noemen. Als het leidt tot meditatie en reflectie, en daarmee effectieve inzet van de technische kennis en kunde van de informatieprofessional 3.0, dan hebben we een mooie stap voorwaarts gezet.

»Teambuilding vraagt focus en rust«

informatie / januari/februari 2014

alleen bepaald door zijn aandelen – hij is voorzitter van de Raad van Bestuur en wordt nog steeds gezien als een visionair – maar zijn positie bij Microsoft is niet boven elke discussie verheven. Investeerders zijn bang dat zijn aanwezigheid het vinden van een nieuwe CEO zal bemoeilijken. Geen enkele CEO zal een eenvoudige klus hebben in een bestuur waarin de oprichter, de vertrokken CEO en de onlangs toegetreden durfkapitalist Mason Morfit zitting hebben – zelfs niet als Gates vertrekt en wellicht (met de status van grootste aandeelhouder) de voorzittershamer aan Ballmer laat.

Wouter Bronsgeest, secretaris Ngi 9


trends 2014

i

Alles wordt anders In dit eerste nummer van het nieuwe jaar vindt u traditiegetrouw een overzicht van de belangrijkste IT-trends voor 2014. Dit keer aan de hand van drie interviews met de CTO van een aantal technologiebedrijven.

informatie / januari/februari 2014

Wijnand Westerveld

10

Net zoals vorig jaar en in 2012 wordt de IT nog steeds gedomineerd door het vierspan ‘SMAC’: Social, Mobile, Analytics en Cloud. De toepassingen die door deze technieken mogelijk worden, komen steeds dichterbij. Inmiddels zijn er aansprekende cases rond het gebruik van cloudcomputing, hebben veel bedrijven en organisaties al een beleid op het terrein van mobility en het gebruik van eigen apparatuur door de medewerkers. Het berichtenverkeer op social media is met name voor grote bedrijven een bron van informatie en inspiratie en de combinatie ‘big data/analytics’ helpt om trends inzichtelijk te maken. In het verlengde van deze technische ontwikkelingen ontstaan nieuwe businessmodellen, nieuwe bedrijven, nieuwe product-marktcombinaties. De API-economie is daar een voorbeeld van: een moderne applicatie vormt de brug naar een breed scala aan databronnen, diensten, apparaten en andere applicaties. Daar kan makkelijk weer een nieuwe dienst uit ontwikkeld worden, bijvoorbeeld om prijzen van verschillende aanbieders te vergelijken. Aan de basis van al deze toepassingen ligt een informatiearchitectuur. Want informatie op zichzelf is het waard om te beschouwen, zeker nu steeds meer externe informatiebronnen een

rol spelen en ook steeds meer informatierelaties over organisatiegrenzen heen tot stand worden gebracht. Dat vraagt om een algemene, voorwaardenscheppende, ‘infrastructurele’ benadering, want gegevens en informatie spelen een rol die onafhankelijk van IT-systemen en andere technische voorzieningen kan worden onderzocht en bepaald. Terug naar de CTO’s die ik in de eerste alinea’s noemde. Wat opvalt in hun waarnemingen is dat ze niet inzoomen op de technologie, maar op de consequenties die de ontwikkeling van technologie op het bedrijfsleven en op de maatschappij heeft. De belangrijkste kenmerken daarvan zijn dat de wereld steeds digitaler wordt. Op allerlei manieren. Neem bijvoorbeeld de reserveonderdelen van een installatie. Die liggen straks niet meer op voorraad in een magazijn, maar bestaan slechts als een digitaal bestand. Pas als het nodig is, krijgt het ter plekke via 3D-printing z’n fysieke vorm. Daarnaast wordt IT meer en meer ‘sensor based’. Het ‘internet of things’ is al vaak genoemd, en is nu echt aan het ontstaan. Steeds meer apparatuur wordt uitgerust met sensoren die onderling informatie uitwisselen. Vaak autonoom. Daarmee komt een gegevensstroom op


ziekenhuis voor een medische analyse. Met een sensor (kleiner dan een zandkorrel) op de huid kan op afstand permanent een uitgebreide medische controle plaatsvinden. Toekomstmuziek? Jazeker. En die toekomst is heel dichtbij.

informatie / januari/februari 2014

gang die op termijn de menselijke interactie op het web verre zal overtreffen. Tot slot verschuift het primaire aandachtsgebied van bedrijven en organisatie naar de buitenwereld. Webshops zijn daar het eerste voorbeeld van, maar mensen hoeven straks bijvoorbeeld niet meer naar het

11


trends 2014

i

Big data gaat niet over technologie

Michiel Boreel, CTO van Sogeti, geeft zijn mening

De ontwikkelingen op het gebied van big data bieden enorme kansen. Big data gaat echter niet over technologie, maar over een ‘mindshift’. Wil je de kansen echt benutten, dan moeten je businessmodellen en bedrijfsprocessen op de schop. De visie van Michiel Boreel, CTO van IT-dienstverlener Sogeti.

informatie / januari/februari 2014

Wijnand Westerveld

12

Er kan geen seminar over IT plaatsvinden of het thema ‘big data’ behoort tot de top van de aandachtsgebieden, samen met cloudcomputing, social media en mobility. Logisch, want deze vier onderwerpen zijn gezichtsbepalend voor de IT van de komende jaren. Elk hebben ze een eigen specifiek karakter, maar tegelijkertijd zijn ze niet los van elkaar te zien. De smartphone bijvoorbeeld is hét apparaat dat mobility symboliseert. Maar tegelijkertijd is het een sensorplatform dat enorme hoeveelheden data verzamelt en verstuurt. Uit Brits onderzoek in november vorig jaar bleek dat een ongebruikte smartphone met daarop dertig apps binnen het uur dertigduizend keer verbinding maakte met 76 servers. De data die zo verzameld worden, zijn van grote commerciële waarde voor allerlei partijen, met name omdat ze over de individuele consument gaan. ‘Toch zijn nog weinig bedrijven in staat om hun business op basis van deze datastromen te sturen,’ weet Michiel Boreel, CTO van IT-dienstverlener Sogeti. ‘Dat komt doordat de primaire bedrijfsprocessen nog niet zijn ingericht voor echte “big data”-toepassingen. Of wellicht is het beter om te zeggen dat bedrijven nog steeds niet onderkennen dat hun primaire bedrijfsprocessen zich steeds meer buiten de eigen organisatie afspelen.’

Die externe processen draaien om de klant, in vakjargon vaak aangeduid als de ‘empowered customer’. Die klant weet wat hij wil, neemt geen genoegen met halfslachtige dienstverlening en wisselt met één druk op de knop van aanbieder. En een klant die weggaat, krijg je niet snel meer terug. Sterker nog, onderzoek heeft uitgewezen dat als een klant van telecomaanbieder of energieleverancier wisselt, de kans vrij groot is dat binnen korte tijd vijf mensen uit zijn directe omgeving ook van aanbieder veranderen. Want via ‘social media’ worden dit soort stappen doorgaans snel gedeeld met mensen uit een netwerk. De klant is dus een zeer waardevolle informatiebron voor bedrijven. Uit gegevens van zijn smartphone en op basis van zijn activiteiten op sociale media is redelijk nauwkeurig te voorspellen in welke producten en diensten hij geïnteresseerd is en waar zijn voorkeur naar uitgaat.

Koffer kwijt Dit betekent volgens Boreel dat bedrijven hun klanten veel meer centraal moeten stellen dan ze nu doorgaans doen. ‘Als je ze ernaar vraagt, zeggen alle ondernemingen dat alles om de klant draait. Maar als je dan de inrichting van het bedrijf onder de loep neemt, blijkt vaak dat de primaire bedrijfsprocessen om de eigen orga-


Samenvatting De grootste fout die bedrijven kunnen maken, is dat ze aan hun huidige IT-systemen gaan sleutelen om er zo allerlei big data-toepassingen mee mogelijk te maken. Technisch kan dat allemaal wel, maar big data draait niet om technologie, big data vergt een omslag in het denken van bedrijven en organisaties. Weet wat je klant wil, weet wat zijn intenties zijn en ondersteun hem bij het maken van keuzes.

Michiel Boreel, CTO Sogeti

je aan je IT-systemen gaat sleutelen om allerlei big data-toepassingen mogelijk te maken’

Foto: Jelmer de Haas

«

informatie / januari/februari 2014

»‘De grootste fout is dat

13


trends 2014

i

informatie / januari/februari 2014

nisatie draaien en veel minder om de klant. In het verlengde daarvan is ook de IT op de eigen organisatie afgestemd.’ Als voorbeeld noemt Boreel het zoekraken van bagage tijdens een vliegreis. ‘De praktijk is nu dat een passagier bij aankomst op een luchthaven naar de lopende band in de aankomsthal gaat. Daar staat hij eerst lang te wachten, want het duurt altijd wel even voor duidelijk is dat zijn koffer er echt niet bij zit. Dan moet hij naar een loket om allerlei formulieren in te vullen. Vervolgens gaat het loket op onderzoek uit en als het een beetje meezit ben je twee uur verder voor duidelijk is waar je koffer is en wanneer je hem kan verwachten. Dat is krom, zeker als je bedenkt dat al lang bekend was dat de koffer zoek was. Alles wordt gescand, dus op het moment dat een vliegtuig zijn deuren sluit voor vertrek is bekend dat een bepaalde koffer niet aan boord is. Wat zou er mooier zijn dan dat de purser een passagier meedeelt dat helaas zijn koffer niet is meegegaan, maar dat al duidelijk is wanneer zijn bagage wel arriveert? Je geeft de passagier een voucher om alvast een vervangende tandenborstel te kopen, biedt hem een gratis maaltijd aan én garandeert hem dat de koffer binnen een bepaalde tijd in zijn hotel bezorgd wordt. Dat het in de praktijk niet zo werkt, komt doordat luchtvaartmaatschappijen niet de klant centraal stellen, maar de interne bedrijfsprocessen. Bijvoorbeeld een vliegtuig zo snel en veilig mogelijk van a naar b te laten vliegen. Daar is ook de IT op ingericht. Belangrijk natuurlijk, maar niet primair gericht op dienstverlening aan de klant.’

14

‘Mindshift’ nodig Veel organisaties zijn nog primair gericht op hun eigen interne organisatie. De ondersteunende IT van primaire processen bestaat vaak uit een aantal verticale IT-silo’s die onderling niet makkelijk data uitwisselen. En dat brengt Boreel op de ‘mindshift’ die nodig is om de mogelijkheden die big data biedt echt te kunnen benutten. ‘De grootste fout die bedrijven volgens mij kunnen maken, is dat ze aan hun huidige IT-systemen gaan sleutelen om er zo allerlei big data-toe-

passingen mee mogelijk te maken. Technisch kan dat allemaal wel, maar big data draait niet om technologie, het draait om aanpassing van bedrijfsprocessen op zo’n manier dat de klant centraal staat.’ Dat vergt een omslag in het denken van bedrijven en organisaties. ‘Weet wat je klant wil, weet wat zijn intenties zijn en ondersteun hem bij het maken van keuzes.’ Dat begint voor Boreel in de directiekamer. ‘De CEO moet een haarscherp beeld hebben van de digitale toekomst van zijn onderneming. Pas dan zal de CIO echt de ruimte krijgen om de potentie van IT, in dit geval de combinatie van big data, analytics en business intelligence, ten volle te benutten. Niet door met steun van de CEO de business te pushen, maar juist omdat de CEO de business pusht en de business in reactie daarop bij de CIO aanklopt om hen te ondersteunen.’ Het budget voor het ontwikkelen van toepassingen hiervoor moet volgens Boreel aan de business units worden toegewezen. ‘Daar ligt de verantwoordelijkheid om ermee aan de slag te gaan.’ Er zijn bedrijven die snappen hoe ze de klant centraal moeten stellen. Boreel noemt Philips als voorbeeld. ‘Sinds november vorig jaar hanteert Philips de slogan “Innovation and you”, waarmee het aangeeft dat het de klant centraal stelt. Belangrijker is echter dat daar een periode van ingrijpende reorganisatie aan vooraf is gegaan om te zorgen dat het bedrijf nieuwe markten beter zou kunnen bedienen. CEO Frans van Houten had en heeft dat heldere beeld van de digitale toekomst van zijn bedrijf en heeft enkele jaren geleden een nieuwe CIO aangesteld in de persoon van Jeroen Tas om de vertaalslag te maken.’

Op de schop Veel bedrijven en organisaties zijn echter nog niet zo ver. De financieel directeur die net een paar miljoen geïnvesteerd heeft in een nieuwe business intelligence-toepassing wil daar eerst de vruchten van plukken. ‘Directies staan sowieso niet te juichen bij het idee dat het complete businessmodel op de schop moet. Maar we weten inmiddels ook dat business intelligence beperkte waarde heeft. Het is niet de “differentiator” waarmee je de markt verovert.’ En de markt is dwingend, benadrukt Boreel. ‘Klanten accepteren steeds minder “geheugenverlies” bij bedrijven. Er komt nu een generatie consumenten aan die alles wil, die het direct wil en die het op maat wil. Daar moet je op inspelen.’ Boreel ziet de crisis als een ‘blessing in disguise’. ‘In de managementwereld geldt: “Never let a good crisis go to


waste”. Bedrijven hebben het moeilijk en moeten op een snel veranderende markt inspelen. Dus pak je kans.’ Afwachten tot de crisis voorbij is, is volgens Boreel niet verstandig, omdat het speelveld van morgen heel anders is als dat van gisteren. ‘De markt verandert, de klant verandert. Dáár moet je op inspelen.’ Standaardrecepten voor veranderen bestaan niet, maar Boreel heeft wel een paar adviezen. ‘Begin van buiten naar binnen. Neem niet jouw organisatie als vertrekpunt, maar kijk naar de klanten en stel jezelf de vraag hoe je de klantervaring kunt optimaliseren. Begin daar klein mee. Het is doorgaans niet verstandig meteen grote projecten op te zetten. Dat hangt vooral samen met mijn derde advies. Durf te mislukken. Ook hier geldt dat je doorgaans het meest leert van fouten. Maak die fouten dus! En doe je dat binnen projecten met een beperkte omvang, dan heeft een misser ook geen desastreuze gevolgen.’ In het verlengde van dit advies pleit Boreel voor het benoemen van een chief customer experience officer. ‘Maak iemand verantwoordelijk voor de klantbeleving. Iemand die de interactie tussen het bedrijf en de klant monitort en kan sturen als medewerkers daar steken laten vallen. Daarnaast volgt zo’n functionaris ook wat klanten over jouw bedrijf op sociale media ventileren. Alleen dan ben je in staat alert te reageren.’ Overigens is er behoefte aan meer nieuwe expertise. Datascientists bijvoorbeeld, mensen met kennis van statistiek en als het even kan met de vaardigheden om hun bevindingen in voor de business begrijpelijke taal uiteen te zetten. ‘Nu al is duidelijk dat we er daar veel te weinig van hebben, dus die moeten we heel snel gaan opleiden.’ Boreel voorziet een vernieuwde aandacht voor visualisatietechnieken. ‘Eén plaatje zegt meer dan duizend woorden. Dat weten we al, maar veel belangrijker is dat je met die visualisaties een scenario kan laten zien. Wat gebeurt er als? Big data, analytics en business intelligence werden altijd gezien als “predictive technologies”, maar technisch zijn we al een stap verder. We praten nu al over “prescriptive technologies” ofwel toepassingen die op basis van geaggregeerde informatie kunnen aangeven wat de beste manier is om te reageren op een nieuwe trend. Of die kunnen laten zien welke gevolgen bepaalde maatregelen zullen hebben.’

stellen. Sinds Edward Snowden weten we dat overheden op allerlei manieren in andermans zaken neuzen. En onlangs werd bekend dat Google uitvoerige profielen van elke gebruiker opstelt. Naar eigen zeggen met de beste bedoelingen voor de klant, maar vooralsnog zonder de klant daar expliciet om te vragen. Google is daar beslist niet uniek in. Boreel snapt de verontwaardiging daarover, maar is er tegelijkertijd verbaasd over. ‘We weten al jaren dat overheidsinstanties als ze willen alles van de digitale burger te weten komen. In die zin vind ik de ophef die er nu is wat overtrokken. Als reactie op die aandacht in de media worden nu

Privacy

Wijnand Westerveld is hoofdredacteur van Informatie. E-mail: w.westerveld@bimmedia.nl

consumenten aan die alles wil, direct, op maat. Daar moet je op inspelen’

«

allerlei mensen en instanties verontrust en vraagt men zich af hoe het met de eigen privacy staat. Mensen die zich dat afvragen hebben geen idee van de omvang van internet. Zoeken naar een specifieke e-mail is lastiger dan het vinden van een speld in een hooiberg. Natuurlijk, wie regelmatig met Jemen mailt, valt op. En wie regelmatig een website over het maken van bommen bezoekt, kan verwachten dat beveiligingsdiensten dat signaleren. Maar voor het overgrote merendeel van de bevolking geldt digitale anonimiteit. Er is geen enkele officiële instantie in hen geïnteresseerd.’ Voor commerciële organisaties ligt dat anders, denkt Boreel. ‘Ik verwacht dat mensen daar veel eerder met hun voeten zullen stemmen: de firma die het te bont maakt, ziet klanten weglopen. Dan keert de wal het schip. Maar dat is een groeiproces. En dat er tijdens die fase “ongelukken” gebeuren, staat vast. Nu al horen we met enige regelmaat dat creditcardgegevens van een paar duizend mensen per abuis openbaar gemaakt zijn. Dat zal vaker gebeuren, maar ik reken het tot de kinderziektes van deze nieuwe ontwikkeling. Bedrijfsongelukken die onvermijdelijk zijn.’

informatie / januari/februari 2014

Praten over deze nieuwe toepassingen kan niet zonder het onderwerp privacy aan de orde te

»‘Er komt een generatie

15


trends 2014

i

Business verandert sneller dan menig CIO doorheeft

In gesprek met Christian Verstraete, CIO van HP

Cloudcomputing en mobility zijn nieuw in de IT. Hun impact is immens, zegt Christian Verstraete, CIO van HP. ‘Het leidt tot een fundamentele verschuiving in de IT. We gaan van infrastructuur naar services. Wat die verschuiving voor het businessmodel van bedrijven betekent, dringt helaas slechts langzaam door in de directiekamers.’

informatie / januari/februari 2014

Wijnand Westerveld

16

Alle CIO’s hebben de onderwerpen ‘cloud’ en ‘mobility’ op hun agenda staan. Maar hoe belangrijk de ontwikkelingen op dit terrein ook zijn, onder druk van de dagelijkse business neigen diezelfde CIO’s nogal eens naar een afwachtende houding ten aanzien van nieuwe concepten; eerst maar eens zien of het met cloud en mobility wel zo’n vaart loopt. Die afwachtende houding is een ernstige misvatting, stelt Christian Verstraete, chief technology officer bij HP. ‘De “consumerization” en “proliferation” van IT gaan veel sneller dan velen zich realiseren. Wie daar niet op inspeelt, wordt aan alle kanten door gebruikers, klanten en concurrenten ingehaald.’ IT’ers leven volgens Verstraete steeds meer in de ‘omgekeerde wereld’. ‘Ooit werd IT gezien als “magic”. Wie verstand had van computers en software was boven zijn omgeving verheven. IT’ers konden dingen waar niemand iets van snapte. Nu is dat andersom. Niet de IT’ers, maar gebruikers en klanten zetten de toon. Ze beschikken over de nieuwste tablets en smartphones. Dagelijks komen nieuwe apps beschikbaar, sommige héél geavanceerd. Iedereen gebruikt ze, en van de magie uit het verleden is niets meer over.’ Verstraete onderstreept dat dit een onomkeerbaar proces is. ‘De vraag is niet of het met cloud

zo’n vaart zal lopen, de vraag is of we voldoende onderkennen hoe snel de IT-wereld aan het veranderen is.’ Hij tekent daarbij aan dat het niet alleen de ontwikkelingen op het terrein van cloudcomputing zijn die de IT-wereld op z’n kop zetten. ‘Het gaat om de combinatie van cloud, mobility, big data en social media. Die vier creëren een totaal nieuw speelveld voor de business. Organisaties die dat onderkennen en er op inspelen gaan heel interessante tijden tegemoet.’

Sensor based De drie belangrijkste kenmerken van dat nieuwe speelveld zijn voor Verstraete dat de wereld steeds digitaler wordt, dat IT meer en meer ‘sensor based’ wordt en dat het primaire aandachtsgebied van bedrijven en organisaties verschuift naar de buitenwereld. ‘Nu al is het zo dat van al het geld dat wereldwijd in omloop is maar drie procent echt uit munten en bankbiljetten bestaat. De overige 97 procent is als nullen en enen in IT-systemen opgeslagen. Dat geldt straks voor veel meer zaken. Reserveonderdelen liggen niet meer op voorraad in een magazijn, maar bestaan uit een digitaal bestand. Pas als het nodig is krijgt het via 3D-printing zijn fysieke vorm. Dat IT steeds meer sensorbased wordt, zie je aan de smartphone, die voortdurend data


Samenvatting Alle CIO’s hebben de onderwerpen ‘cloud’ en ‘mobility’ op hun agenda. Toch neigen ze nogal eens naar een afwachtende houding; eerst maar eens zien of het met cloud en mobility wel zo’n vaart loopt. Die houding is een ernstige misvatting. De combinatie van cloud, mobility, big data en social media creëert een nieuw speelveld. Organisaties die daarop inspelen gaan interessante tijden tegemoet.

Christian Verstraete, CIO HP

»‘Niet de IT’ers

zetten de toon, maar gebruikers en klanten’

uitwisselt met allerlei systemen wereldwijd. En het blijft niet bij de smartphone. Allerlei apparaten worden met sensoren uitgerust en ze communiceren allemaal met elkaar, zonder menselijke tussenkomst. Dat “internet of things” is nu aan het ontstaan. Concepten als de “smart city” zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op

devices die autonoom gegevens uitwisselen en op basis daarvan verkeersstromen reguleren. Of nog een stapje verder, er zijn sensoren zo klein dat je ze op je huid kunt dragen zonder dat je er iets van merkt. Die sensoren verzamelen allerlei data over het functioneren van het lichaam en communiceren dat continu aan een centrale

informatie / januari/februari 2014

«

17


trends 2014 architectuur

i medische post. Daarmee wordt het in theorie mogelijk dat je op straat loopt, een ambulance hoort aankomen die naast jou stopt, en dat het ambulancepersoneel je vervolgens vraagt of je alsjeblieft wilt instappen, omdat je naar alle waarschijnlijkheid over een kwartier een hart­ falen krijgt. Dit voorbeeld maakt duidelijk dat de ‘buitenwereld’ steeds belangrijker wordt. Een patiënt hoeft niet naar het ziekenhuis te komen voor een onderzoek. Hij wordt permanent op afstand gemonitord. Banken sluiten steeds meer kantoren omdat klanten mobiel bankieren. In de muziekindustrie en de boekenbranche hebben we hetzelfde zien gebeuren. Die ontwikkeling zet zich in vele sectoren door.’ Voor bedrijven betekent dit dat ze steeds meer opschuiven in de richting van het verlenen van

»‘Stop innovatie niet weg

in een apart kamertje, maar houd de rest van de organisatie op de hoogte’

informatie / januari/februari 2014

«

18

diensten aan hun afnemers, en dat geldt zelfs voor partijen die nu vooral een productiebedrijf zijn. Ongeacht om welk soort product het gaat, het draait in de nabije toekomst niet meer alleen om dat product. Minstens zo belangrijk is de data die rond het product gegeneerd worden, want met die data bedien je toeleveranciers, de logistieke keten, distributeurs, het verkoopkanaal, de marketing en eindgebruikers. Door al die partijen services te bieden, bind je ze aan je organisatie.

Mindshift nodig Dit stelt bedrijven voor ingrijpende keuzes, weet Verstraete. In essentie gaat het om het aanpassen van het businessmodel – en dat is geen kwestie van even een knop omzetten. Wel is het zaak dat bedrijven zich erop voorbereiden. Bijvoorbeeld door een scenario op te stellen dat zegt hoe een

organisatie geleidelijk kan opschuiven naar een aanbieder van diensten. Maar op dat punt is Verstraete niet helemaal gerust. ‘Voor zo’n verandering is een mindshift nodig. Die zie ik in de praktijk nog te weinig. Op veel plaatsen denken ze nog steeds dat het om technische verschuivingen gaat en kijken ze naar de infrastructuur en naar de applicaties. Maar al die verticale silo’s voor Microsoft, Oracle, SAP, Unix , het netwerk, en nog en serie applicaties zijn allemaal primair gericht op de interne bedrijfsprocessen, niet op de klant.’ Dat brengt Verstraete terug bij het begin van zijn betoog: de enorme inpact van cloudcomputing op het IT-landschap van de afgelopen jaren. ‘Cloudcomputing is een van de enablers van de nieuwe businessmodellen. Het is een zeer bruikbare manier om nieuwe businesstoepassingen IT-technisch te ondersteunen, zonder dat daarvoor de “on premise IT” op de schop moet. Want de veranderingen die ik voorzie zijn niet zomaar realiseerbaar, en intussen moeten bedrijven gewoon blijven draaien. Dat betekent dat de huidige IT operationeel moet blijven en dat bedrijven de IT-systemen moeten blijven onderhouden. En ondertussen moet nieuwe business ontwikkeld worden waarvoor ook IT-ondersteuning nodig is. Cloudcomputing maakt dat mogelijk. Daarmee kun je een eigen IT-omgeving combineren met nieuwe externe IT-toepassingen. Zo ontstaan hybride IT-omgevingen. Daarbij zijn allerlei varianten denkbaar, maar het belangrijkste van deze ontwikkeling is dat IT niet meer de bottleneck is voor het invoeren van nieuwe lines of business, maar dat IT dat invoeren juist mogelijk maakt.’ Hoe zo’n nieuwe cloudomgeving met de bestaande IT geïntegreerd wordt, hangt volgens Verstraete af van het transitiemodel dat een bedrijf kiest. ‘Je hebt eerst de transitie naar een businessservicemodel, daaruit volgt de applicatietransitie – zeg maar: de vraag welke diensten je wilt leveren – doe bepaalt welk deliverymodel je nodig hebt. Pas daarna kun je IT-keuzes maken en komt de IT-transitie aan de orde (zie kadertekst). IT-technisch is dat laatste stuk wellicht het meest interessant, maar er moet een herdefiniëren van de business aan voorafgaan.’ Dat herdefiniëren vergt leiderschap, stelt Verstraete. ‘Je hebt er niet zozeer een manager voor nodig, maar een bevlogen leider. Iemand die mensen enthousiasmeert en meetrekt. Zet binnen een organisatie een groep enthousiaste mensen bij elkaar. Medewerkers die “hongerig” zijn naar verandering en


het lef hebben om nieuwe wegen in te slaan. En vooral mensen die in staat zijn over hun plannen te communiceren. Stop innovatie niet weg in een apart kamertje, maar houd de rest van de organisatie op de hoogte.’

elke afdelingsmanager de financiële administratie op een Exel-bestand bijhield en vond dat zijn spreadsheet de enige universele waarheid weergaf.

Road to the cloud

Op het punt van veiligheid zijn de vraagstukken minstens zo omvangrijk. Uit recent onderzoek blijkt dat het bij veel bedrijven 200 tot 300 dagen duurt voor men beseft dat er met data geknoeid is, of dat informatie mogelijk gestolen is. ‘Een partij als Adobe bijvoorbeeld, een onderneming waarvan je mag aannemen dat die meer dan gemiddeld thuis is in IT, ontdekte pas dat er onbevoegden in hun systemen rond geneusd hadden nadat medewerkers op een hackersite een deel van de eigen broncode herkenden. Zo’n verhaal bewijst dat veel bedrijven zich nog veel te weinig bewust zijn van de implicaties van de recente IT-ontwikkelingen.’ Een ander belangrijk vraagstuk rond cloudcomputing is volgens Verstraete de exitstrategie. ‘Hoe krijg je data terug als je weg wilt bij een provider? Daar zijn contractuele bepalingen voor, maar als je die leest snap je meteen dat het praktisch onmogelijk is om bijvoorbeeld twee petabyte aan data weer even zelf in beheer te nemen. Wie dus voor een aanbieder van publieke clouddiensten heeft gekozen, krijgt al snel met een “vendor lock in” te maken. Je kunt dat soort vraagstukken ondervangen door de data los te koppelen van de services die men levert. De data zijn daarbij core business, de services op basis van die data kunnen overal vandaan gehaald worden. Deze aanpak vergt volgens Verstraete (die nu toch even zijn HP-pet opzet) een gecontroleerde cloudomgeving, zoals het door HP geïnitieerde ‘managed cloud’-concept. Daarin kan on premise-IT worden gecombineerd met cloudtoepassingen, zowel private als publieke, weet de gebruiker waar zijn data staan, wie er de eigenaar van is en wat ermee gebeurt. Dat laatste is voor Verstraete van belang. ‘De aard van cloudcomputing is nu eenmaal dat het zich niet tot één fysieke locatie beperkt, vaak over landsgrenzen heen. Wat daarvan de consequenties zijn, heeft niet iedereen even helder op z’n netvlies.’ Wijnand Westerveld is hoofdredacteur van Informatie. E-mail: w.westerveld@bimmedia.nl

>> p. 20-21 Checklist cloudcomputing

informatie / januari/februari 2014

Na zijn uiteenzetting over het ontstaan van nieuwe businessmodellen komt Verstraete op het technische deel van zijn betoog: cloudcomputing. Hoe combineer je als organisatie je huidige IT met nieuwe toepassingen ‘uit de cloud’? ‘Voor de IT-ondersteuning van lopende bedrijfsprocessen hoeft strikt genomen niets te veranderen. Bedrijven hebben de keuze om die systemen buiten de deur te zetten, bijvoorbeeld in een privatecloudconstructie, maar dat hoeft niet. IT ondersteuning voor nieuwe toepassingen zullen bedrijven snel meer binnenshuis optuigen. Dat zal in toenemende mate als een clouddienst worden afgenomen, bijvoorbeeld in een SaaS-constructie. Afhankelijk van de vraag hoe specifiek een bepaalde toepassing is, zullen bedrijven kiezen voor een dedicated cloudservice die in een private cloud wordt ondergebracht, of voor diensten uit een publieke cloudomgeving. Hoe dan ook, er ontstaat er een situatie waarin bedrijven hun eigen IT combineren met toepassingen die ze uit “de cloud” betrekken. Zo ontstaat een hybride cloudomgeving waarin on premise-IT gecombineerd wordt met zowel private als publieke cloud.’ Bij deze mogelijkheden is Verstraete terughoudend over publieke cloudtoepassingen. Want met de eerder door hem genoemde ‘consumerization’ en ‘proliferation’ van IT dienen zich volgens hem twee stevige vraagstukken aan. Hoe beveilig je die nieuwe onbegrensde omgeving? En hoe staat het met de uitwisselbaarheid van data? ‘Organisaties die toestaan dat medewerkers hun eigen devices gebruiken, moeten zich realiseren dat daarmee IT je bedrijf binnenkomt waar je geen vat op hebt en ook dat er data je onderneming uit gaan waar je geen controle meer op hebt. Als medewerkers hun data, ook bedrijfsinformatie, opslaan in ’Dropbox’ of equivalenten daarvan, weet strikt genomen niemand waar die informatie is opgeslagen, of hij daar echt veilig is en wie er meekijkt. Daarnaast worden allerlei bestandsformaten gebruikt. Mensen hanteren eigen definities en over de vraag in hoeverre data nog uitwisselbaar zijn, denkt niemand na.’ Daarmee dreigen we volgens Verstraete terug te vallen in het Excel-tijdperk van eind jaren tachtig, toen

Adobe

19


trends 2014

i

Checklist cloudcomputing Een checklist die bij de besluitvorming rond cloudcomputing van dienst kan zijn, wordt door Christian Verstraete aangeduid als ‘my litte cloud cheat sheet’. ‘Volgens mij zijn dat de relevante vragen waar je in elk geval even bij stil moet staan. De bedoeling daarvan is niet om mensen bang te maken, maar wie voor dienstverlening vanuit de cloud kiest moet goed weten waar hij aan begint. Het draait allemaal om het managen van risico’s. Stel jezelf de volgende vragen en weeg af welke risico’s je bereid bent te nemen.’ • Van waar wordt een service geleverd? Dit is in een cloudomgeving van belang, want hoe groter de afstand tot de fysieke server, hoe meer vertraging er op treedt. Met name bij interactieve applicaties waar veelvuldig een scherm­ update plaatsvindt, wordt een vertraging van 200 ms al snel vervelend. • Wie is bij het leveren van de dienst betrokken? De aanbieder natuurlijk, maar met name bij SaaS-contructies zijn vaak meer partijen betrokken. Een SaaS-aanbieder kan het hardwareplatform van een derde aanbieder gebruiken of kan zijn back-up bij nog een andere partij hebben ondergebracht. Hetzelfde geldt voor disaster recovery, administratie, et cetera. Achter één naam gaat doorgaans een keten van aanbieders schuil, en de kwaliteit van een dienst is zo goed als de zwakte schakel. Toen Amazon in april 2013 zijn dienstverlening tijdelijk staakte, was een groot aantal partijen verrast dat dat hen ook raakte.

informatie / januari/februari 2014

• Waar worden de data fysiek opgeslagen en verwerkt? De locatie van data hangt samen met de compliancy-eisen die eraan gesteld worden. Sommige landen eisen dat financiële gegevens altijd binnen de eigen grenzen blijven. De EU stelt dat persoonlijke gegevens van mensen niet buiten de EU opgeslagen of verwerkt mogen worden. De regels voor medische informatie zijn soms nog strikter. En let wel: dat geldt voor zowel de operationele data als voor de bestanden die voor disaster recovery bedoeld zijn.

20

• Hoe krijg ik mijn data terug als een dienstverlener ermee stopt of als ik zelf van service wil veranderen? De crux is dat de data naar de nieuwe applicatie worden overgezet. Dat is niet anders dan in een traditionele IT-omgeving. Maar er zijn twee belangrijke kwesties. Ten eerste is niet duidelijk in welk format je de data van je dienstverlener krijgt aangeboden, want het dataformat was zijn zaak. Ten tweede is de vraag hoe je de data terug kunt krijgen. Moet je ze uploaden? Als het om terabytes gaat, wordt dat een dure grap. Er zijn aanbieders die je bijvoorbeeld 48 uur de tijd geven om je data bij beëindigen van de dienst terug te halen. Zie maar eens een paar terabyte aan data in twee etmalen onder je beheer te krijgen. • Wat gebeurt er met de operationele data, snapshots, disaster recovery en back-upkopieën als een dienstverlener ermee stopt of ik zelf van service wil veranderen? Je wilt uiteraard dat alle data gerelateerd aan een service vernietigd worden. Maar data deleten die op internet staan, is buitengewoon complex. Op dit moment is er geen systematiek om data te deleten die ergens in een cloudomgeving zijn opgeslagen. De EU dringt weliswaar aan op het ‘right to be forgotten’, maar vooralsnog geldt: het is heel makkelijk om data op het web te zetten, maar vrijwel onmogelijk om ze eraf te krijgen.


• Wie is eigenaar van de data die voor een service worden gebruikt? Dit lijkt een ondergeschikt onderwerp totdat bijvoorbeeld het ministerie van Justitie je gegevens wil hebben. Wie besluit dan over het beschikbaar stellen: de dienstverlener op wiens systemen de data staan of jij als eigenaar van de data? Eén ding staat vast: de dienstverlener wil geen gedoe en zal als het even kan de overheid terwille zijn. En het is lang niet zeker dat hij dat aan jou als eigenaar meldt. Dus stel de vraag over het eigendom van de data vóórdat je met een partij in zee gaat. Check ook met de plaatselijke wetgever of de afspraken zoals ze gemaakt zijn rechtsgeldig zijn. • Welke securitymaatregelen zijn er genomen? Vaak wordt gesteld dat de public cloud veiliger is dan je privéomgeving. Maar als je de grote providers vraagt hoe het met de beveiliging staat, dan luidt hun antwoord: ‘Dat is te complex om uit te leggen, vertrouw ons maar gewoon.’ Elke transparantie is dus zoek. Daarnaast zijn publieke cloudomgevingen een walhalla voor hackers en cybercriminelen. Daarom is het van belang duidelijkheid te hebben over de securityprocedures van een dienstverlener. Vraag ze op, check ze, laat een audit uitvoeren. Stemt een dienstverlener daar niet in toe, vraag je dan af of je zijn diensten wel wilt gebruiken. • Waar liggen de verantwoordelijkheden van de dienstverlener? De terms and conditions die elke dienstverlener hanteert, sluiten doorgaans veel aansprakelijkheid uit. In de praktijk komt het erop neer dat de aanbieder van clouddiensten alleen verantwoordelijkheid neemt voor de infrastructuur. Alles wat van die infrastructuur gebruik maakt, is de verantwoordelijkheid van anderen. Dat is vooral van belang bij compliancy. Als zich daar problemen mee voordoen, is de kans dat de dienstverlener daar verantwoordelijkheid voor neemt minimaal.

• Welke privacypolitiek hanteert de cloudprovider en hoe gaan zij om met gebruikersinformatie? Gezien de manier waarop grote aanbieders als Google en Facebook omgaan met gegevens van hun klanten is het zaak het privacy­ statement van aanbieders goed door te nemen. Want als jouw medewerkers data op het web delen (ook bedrijfsgegevens en zelfs persoonlijke informatie) is het zaak te weten wat de aanbieder met die gegevens kan en wil doen. • Wat gebeurt er als jouw dienstverlener failliet gaat? Ooit waren er de escrow-overeenkomsten voor het veilig stellen van broncode. Dat soort constructies bestaat niet in de cloudwereld. Het is daarom van belang precies te weten hoe je je data terug kunt krijgen als een leverancier in geval van faillissement door een curator bestuurd wordt, of in geval van een overname een andere eigenaar krijgt.

informatie / januari/februari 2014

• Hoe word je op de hoogte gehouden van mogelijke problemen? Jouw dienst valt ineens uit. Hoe wordt dat aan jou gemeld? Ga je akkoord met een Twitterbericht? Of wil je toch wat gedetailleerder op de hoogte worden gebracht? In de praktijk tot nu toe duurt het doorgaans vrij lang voor een dienstverlener ziet dat er een probleem is met zijn services. Het is daarom van belang dat duidelijk is wie er bij storingen benaderd moet worden en wat dan de procedures zijn.

21


trends 2014

i

‘Innovation is the art of failure’

Interview met Hendrik Blokhuis, CTO van Cisco

Technologische ontwikkelingen leiden binnen afzienbare termijn tot ingrijpende veranderingen in bedrijfsmodellen. Het vergt moed en leiderschap om daarop in te spelen. Zegt Hendrik Blokhuis, CTO van Cisco.

informatie / januari/februari 2014

Wijnand Westerveld

22

‘Ik vind autorijden leuk, maar als ik voor een ritje van dertig kilometer anderhalf uur in de file moet sudderen, dan is het mij een lief ding waard als mijn auto dat traject autonoom zou afleggen en ik kon gaan lezen’, aldus Hendrik Blokhuis. Hij is CTO van Cisco EMEA en in die rol voortdurend gespitst op nieuwe ontwikkelingen. Voor hem is het niet de vraag of autonoom rijdende voertuigen er komen, maar wanneer. En dat geldt voor veel meer ontwikkelingen op technologiegebied. Of het nu gaat om nanotechnologie, zonne-energie, sensortechnologie of het ‘internet of things’: Blokhuis volgt het met grote belangstelling. Omdat het zijn vak is, maar ook omdat hij een wereld van nieuwe mogelijkheden en verbindingen ziet, waarvan een aantal al onder handbereik is of zelfs wordt gebruikt. ‘Met virtuele colleges is al veel ervaring opgedaan. De intelligente gloeilamp van Philips is in de handel. Juristen verhoren verdachten op afstand. En supermarktketen Tesco verzamelt in Engeland zo veel mogelijk data over klanten en doet hen op basis daarvan verregaande gepersonaliseerde aanbiedingen.’ Blokhuis heeft veel meer voorbeelden, maar noemt deze omdat ze concreet zijn. ‘Het is heel leuk om over ‘reizen naar Mars’ te filosoferen, maar voor concrete toepassingen moet je vooral naar de waan van de dag kijken, of beter nog, stilstaan bij de vraag hoe je nieuwe technologische ontwikkelingen vandaag al voor de dagelijkse business kan inzetten.’

Fotowand En de dagelijkse business gaat veranderen, weet Blokhuis. ‘De intelligente gloeilamp van Philips is veel meer dan een lamp die je op afstand van kleur kunt laten veranderen. Philips heeft het programmeerplatform voor die lamp vrijgegeven, zodat iedereen er toepassingen voor kan ontwikkelen. Daarmee bindt het bedrijf allerlei partijen aan zich. Of neem een ander voorbeeld. Tesco heeft in een aantal metrostations in Londen virtuele winkels ingericht. Die bestaan uit een fotowand waarop het assortiment van de supermarkt in foto’s is afgebeeld. Bij de producten staat een code. Metroreizigers kunnen die code met een smartphone-app scannen en zo boodschappen bestellen die bij hun voordeur wordt afgeleverd nog voordat ze zelf thuis zijn. Betalen doen ze via dezelfde app.’ De essentie van deze ontwikkeling is dat het businessmodel van een supermarkt verandert. Klanten komen niet meer naar de winkel, maar de winkel gaat naar de klant en bedient hen op maat. Dat heeft ingrijpende gevolgen voor het logistieke model rond bevoorrading en levering, maar veel belangrijker voor Blokhuis is dat er rond het afleveren van een lijstje boodschappen een enorme datastroom gegenereerd wordt. ‘Data worden binnen afzienbare termijn “core business” voor bedrijven. Het is zelfs denkbaar dat de data rondom een product belangrijker worden


Samenvatting Data worden binnen afzienbare termijn “core business” voor bedrijven. Het is zelfs denkbaar dat de data rondom een product belangrijker worden dan het product zelf. Kijk met nieuwe ogen naar de dingen om je heen, wetende dat alles binnenkort met alles verbonden zal zijn. Eén ingrediënt is bij deze veranderingen cruciaal: lef. Durf te beginnen en durf te falen. ‘Innovation is the art of failure’.

Hendrik Blokhuis, CTO Cisco

»‘Techniek

wacht niet. Zodra iets kan, zal het gebeuren’

informatie / januari/februari 2014

«

23


trends 2014

i dan het product zelf.’ Hij voegt daaraan toe op dat de data op zichzelf geen waarde hebben, zolang ze niet in een context worden geplaatst. ‘Data is de grondstof voor informatie. Op basis van die informatie ontwikkel je kennis en dat leidt pas tot het eindproduct waarde.’ Waarde varieert uiteraard per business. Voor supermarktketens die elke vierkante centimeter van hun winkels optimaal willen benutten, behoort het ‘taggen’ van artikelen en het volgen van klanten tot core business om de bevoorrading van de winkels te optimaliseren. Voor een speler in het openbaar vervoer is het van belang dat reizigers optimaal geïnformeerd worden, vooral als zich wijzigingen in de dienstregeling voordoen. Maar

»Eén ingrediënt is bij al die

informatie / januari/februari 2014

veranderingen cruciaal: lef

24

«

voor beiden geldt dat ze data zo snel mogelijk tot informatie willen verwerken om er hun klant beter mee te kunnen bedienen. Data hebben daarom de meeste waarde als ze net 'geboren' zijn, stelt Blokhuis. ‘Hoe eerder bekend is dat een bepaalde ontwikkeling plaatsvindt, hoe sneller we kunnen sturen.’ Dat is bijvoorbeeld van belang bij concepten als ‘smart cities’, waarmee steden als Rotterdam, Eindhoven en Amsterdam aan de weg timmeren. ‘Als je verkeersstromen in zo’n stad wilt regelen, bijvoorbeeld door een “groene golf” te creëren op de route die een ambulance aflegt, dan moeten data “real time” verwerkt kunnen worden tot stuurinformatie.’

Internet of everything Dat brengt het gesprek onvermijdelijk op het ‘internet of everything’. De verbindingen tussen mensen, processen, data en steeds meer ‘dingen’. Aan de basis van dat laatste staat volgens Blokhuis dat steeds meer apparatuur wordt uitgerust met sensoren die via RFID of andere technologie

voortdurend gegevens uitwisselen. 'We brengen alles om ons heen te leven en ontdekken zo nieuwe toe te passen waarde. Volgens onderzoekers vindt in 2030 de helft van alle communicatie wereldwijd plaats tussen apparaten die autonoom gegevens uitwisselen. Daarmee ontstaat het “internet of everything” waar alles en iedereen met elkaar verbonden is.' Volgens Blokhuis is het zinloos om te discussiëren over de vraag of dit alles echt zal gebeuren en of het wenselijk is. ‘Techniek wacht niet op dit soort afwegingen. Zodra iets kan, zal het ook gebeuren en dus kan je er maar beter bij betrokken zijn om er zo goed mogelijk gebruik van te maken. Ik zeg dat niet omdat ik alles wat de techniek voortbrengt klakkeloos accepteer, maar omdat ik heel zinnige toepassingen zie.’ Als voorbeeld noemt hij de autonome auto waar het gesprek mee begon. ‘Natuurlijk moet je als maatschappij de vraag stellen of dat veilig kan. En natuurlijk weet je dat er in de aanloop naar zo’n autonome verkeersstroom ongelukken gebeuren, waarvan sommige heel ernstig zullen zijn. Maar is dat de reden om er niet mee aan de slag te gaan? In de financiële wereld is in het afgelopen decennium het een en ander mis gegaan rond elektronisch bankieren, maar niemand is gestopt met pinnen of met het overmaken van geld via internet. In 2012 hadden we in Nederland nog 650 verkeersdoden. Dat aantal kan met autonome verkeersstromen fors omlaag worden gebracht. Dan moet je er volgens mij mee aan de slag. Hoe triest het ook is voor die mensen die door de falende techniek een ongeluk zullen krijgen.’ In het verlengde van dit onderwerp ligt de vraag over de privacy van het individu. Die lijkt met de groeiende datastroom steeds meer in het geding te komen. ‘De privacy van burgers moet gegarandeerd zijn. Dat is voor mij een dwingende randvoorwaarde. Die grens mag je nooit over gaan. Maar het gevaar bestaat dat een discussie over privacy als excuus gebruikt wordt om niets te doen. Dat gaat tegen mijn gevoel in. Zorg dat je betrokken bent en haal het positieve uit ontwikkelingen.’ Blokhuis merkt daarbij op dat ‘ruilen’ onderdeel wordt van het spel in de ‘connected world’. ‘Voor wat hoort wat. Ik ben bereid om een aanbieder als Nike een hoeveelheid informatie over mijn sportactiviteiten te geven als ik daarvoor in ruil bruikbare informatie over producten en diensten krijg en wanneer ik als “connected customer” bijvoorbeeld korting krijgt op producten.’


De angst voor het schenden van privacy is onder invloed van de onthullingen van Edward Snowden wel erg fors gegroeid, vindt Blokhuis, wellicht zelfs buitenproportioneel. ‘Als je wist wat er bij allerlei instanties al over het individu bekend is, zowel bij overheden als bij commerciële organisaties, dan zou men je minder paranoïde reageren. Het heeft ook voordelen als ze veel van je weten. Neem het afstaan van je DNA. Je kunt jezelf de vraag stellen waarom je dat zou doen. Voor mij is het antwoord dat ik daarmee medicatie kan krijgen die exact op mij is afgestemd en daarmee bijvoorbeeld verlost kan worden van een jaarlijks terugkerende verkoudheid. Waarom zou ik dat niet willen?’

Geen standaard recept Dat al deze ontwikkelingen tot een ingrijpende verandering van allerlei businessmodellen zal leiden, staat voor Blokhuis vast. Maar voor het voorsorteren op die nieuwe ontwikkelingen bestaat geen standaard recept. ‘Bij de ontwikkelingen die nu ophanden zijn gaat het niet meer om het optimaliseren van de huidige processen en bedrijfsvoering, maar om het rigoureus herontwerpen ervan. Dat vraagt niet om managers, maar om “change agents” en visionair leiderschap. Mensen die anderen op sleeptouw kunnen nemen.’ En verder is het voor Blokhuis een kwestie van gewoon beginnen. ‘Start kleinschalige projecten, koester creativiteit, zorg voor een

cultuur waarin innovatie “part of the business” wordt, bezoek “peer companies”, ga met de keten van toeleveranciers en afnemers om de tafel.’ In het verlengde daarvan voorziet Blokhuis dat randvoorwaarden verschuiven. ‘Je hebt vloeiende organisatiemodellen nodig zodat bedrijven snel op nieuwe ontwikkelingen kunnen inspelen. Er ontstaan “borderless” organisaties, letterlijk zonder dat er nog sprake is van een fysieke locatie. Dat vergt flexibilisering van de arbeidsmarkt. Misschien moet een aantal medewerkers buiten de normale kantooruren aan het werk omdat ze andere markten gaan bedienen. Het ecosysteem rond organisaties verandert, je wordt meer knoop in een netwerk. Agility wordt het sleutelwoord voor de nieuwe organisatievorm.’ De essentie is voor Blokhuis dat bedrijven door al die veranderingen een ‘waardesprong’ kunnen maken. ‘Kijk met nieuwe ogen naar je medewerkers, klanten, producten, diensten, processen, data en de dingen om je heen, wetende dat alles binnenkort met alles verbonden zal zijn.’ Eén ingrediënt is bij al die veranderingen voor hem cruciaal: lef. ‘Durf te beginnen en durf te falen. Faal slim, vaak en snel, want “innovation is the art of failure”.’ Wijnand Westerveld is hoofdredacteur van Informatie. E-mail: w.westerveld@bimmedia.nl

informatie / januari/februari 2014

Een metroreiziger scant een product­code met een smartphone-app en bestelt zo boodschappen die thuis wordt afgeleverd. ‘Klanten komen niet meer naar de supermarkt, de supermarkt komt naar de klant’.

25


trends 2014

i

Hoog tijd voor revival informatiearchitectuur

IT is geen gedreven renpaard, maar een onwillige ezel. Wat nu?

In veel opzichten spelen gegevens en informatie een rol die onafhankelijk van IT-systemen en andere technische voorzieningen kunnen worden onderzocht en bepaald. Een pleidooi voor extra aandacht voor een geïntegreerde informatiearchitectuur.

informatie / januari/februari 2014

Jan Campschroer en Jan Truijens

26

Op een huizenwebsite staat een fotootje van een huis, een aantrekkelijk huis. Potentiële kopers willen nu van alles weten. Zijn er voldoende kamers? Is er ruimte rondom? Zijn er scholen in de buurt? Is de tuin te behappen? En: kunnen we dit betalen, moet de bank meehelpen? Hoe hoog is het te verzekeren risico van dat rieten dak? Wat is de staat van die nostalgische dak­ bedekking en die dakconstructie? Kunnen er straks nog zonnepanelen op? Veiligheidsexperts kunnen het hang- en sluitwerk en de inbraakgevoeligheid beoordelen, makelaars de waarde taxeren (met inachtneming van laan, buurt en dorp), architecten kunnen beoordelen of vergroting en herindeling mogelijk is. En de gemeente kan via het bestemmingsplan vertellen of uitbouw mogelijk is. Het gaat steeds om hetzelfde huis, maar afhankelijk van rol, deskundigheid en verantwoordelijkheden van de betrokkene zijn andere kenmerken van belang en andere omgevingsfactoren bepalend. Zou die inbreker die zich oriënteert op zijn volgende klus trouwens óók van die huizensite gebruik maken? De moraal van dit verhaal? Informatie gaat niet (alleen) over IT. Wat je aan gegevens beschikbaar stelt, levert heel verschillende doelgroepen (ook onverwachte) heel verschillende informatie. En informatie haal je tegenwoordig uit een mix van gestructureerde, ongestructureerde en geo­ gegevens.

Zuurstof van de organisatie ‘Informatie is de vierde productiefactor.’ ‘Informatiesystemen zijn onze navelstreng.’ ‘Informatie is de zuurstof van een organisatie.’ Als het over informatie gaat, dan blazen mensen al snel hoog van de toren. Zonder informatie gaat het blijkbaar niet. Er zijn allerlei soorten informatie en ook allerlei verschijningsvormen: informatie over opbrengst en resultaat van processen, over de voortgang, over de (uitvoerings-) kwaliteit, informatie over klanten, producten, receptuur, verantwoordingsregels... Een taxonomie van informatie­ soorten kan behoorlijk uitgebreid worden. Goed meten, vastleggen, informeren en afstemmen zijn belangrijke voorwaarden om succesvol te zijn. Als een potentiële klant jouw bedrijf als eerste vindt en je hem (of haar) in de vervolg­ dialoog kunt helpen met een passend product of een passende dienst, dan is dat natuurlijk goed. Als je vervolgens ook nog bij de levering en het gebruik van dat product of die dienst ondersteuning op maat kunt bieden, dan komt die klant ook weer terug. En dat is natuurlijk nog beter. Voor een wederzijds profijtelijke relatie moet je echter je klanten begrijpen en informatie hebben over hun vraag, hun behoefte. Wil je dat ook nog eens kosteneffectief en efficiënt doen, dan moeten de productieprocessen goed verlopen. De medewerkers moeten weten wat ze moeten doen en de leveranciers moeten weten wat ze moeten


foto: deutsches filminstitut, frankfurt

Samenvatting Met IT proberen we grip te krijgen op gegevens, informatie en communicatie. Maar het kost ons heel veel moeite om die IT ‘goed te krijgen’ en al snel verliezen we het doel ‘adequate informatie’ uit het oog. Blijkbaar is IT geen gedreven renpaard, maar een onwillige ezel. Wat nu? Vandaar: fundamentele vragen over informatie, een pleidooi voor een herwaardering van informatiearchitectuur, en tips.

In onze visie moet je ‘informatie in en om het bedrijf ’ zelfstandig aandacht geven. Maar let op! Het informatie-aspect is wel te onderscheiden, maar niet te scheiden in het vormgeven van organisaties, processen, administraties en IT-voorzieningen! De informatie-architectuurbeschrijvingen zijn dan ook views vanuit een informatieviewpoint op het geheel. Informatieprocessen vormen samen – in tegenstelling tot IT-systemen – geen subsysteem van je organisatie die je apart kunt ontwerpen en realiseren. Zie het als het klimaatbeheersysteem in een huis: dat kun je niet los ontwerpen van dat huis. Minstens zo belangrijk als de verwarmingsketel, de buizen en de airco zijn de plek waar het huis staat en het materiaal waarmee het huis, de ruimtes en de verbindingen zijn gebouwd. Je kunt hier zicht

op krijgen, los van hoe het precies is ingericht. Dat is lastig, maar levert wel wat op: een kader waaraan je integrale oplossingen (organisatieinrichtingen) kunt toetsen op hun bruikbaarheid voor de organisatie. In dit artikel stellen we enkele fundamentele vragen over informatie en over de informatiehuishouding, bepleiten we herwaardering van de informatiearchitectuur en trachten we eenvoudige en bruikbare aanwijzingen en tips te geven.

»Goed meten, vastleggen,

informeren en afstemmen zijn voorwaarden voor succes

«

Aftrap en begripsbepaling Wij denken dat informatiearchitectuur een bijdrage kan leveren bij het honoreren van de informatievragen. We definiëren de term informatiearchitectuur als volgt: ‘De informatie­architectuur benoemt zowel de relevante informatie als de opzet en de inrichting van de processen die ervoor moeten zorgen dat betrokken partijen de informatie krijgen die nodig is om de organisatie optimaal te laten presteren.’ De verlangde informatie krijgen de partijen voor een groot gedeelte met behulp van IT-systemen, maar de werkelijkheid waarin zij opereren draagt er natuurlijk ook aan bij. Als je bijvoorbeeld wilt weten hoe groot de tevredenheid van je personeel is, dan kun je een rapport opvragen, maar je kunt ook de werkvloer oplopen en het gewoon aan een aantal mensen vragen of je licht opsteken bij een aantal managers. Informatie is de toename aan relevante kennis.

informatie / januari/februari 2014

leveren. Als er fouten optreden moet je die snel kunnen localiseren en oplossen. Om succesvol te zijn, zetten organisaties vaak IT in en worden allerlei voorzieningen in het leven geroepen, zoals internet, websites, social media, administraties, procesautomatisering, workflow... En nog gaat het dan soms mis. Want die IT-systemen zijn gebrekkig gekoppeld, hebben verschillende komaf en werken volgens verschillende principes. Bovendien begrijpen de mensen die ermee moeten werken en degenen die ze moeten realiseren en onderhouden elkaar vaak slecht. De betrokken informatie blijkt vaak niet eenduidig, de behandelingsprocessen wijken af van wat wordt gewenst en de kwaliteit van de resultaten laat te wensen over. Met IT proberen we grip te krijgen op gegevens, informatie en communicatie. Maar uiteindelijk kost het ons heel veel moeite om die IT ‘goed te krijgen’ en verliezen we het doel ‘adequate informatie’ uit het oog. Blijkbaar is IT een onwillige ezel in plaats van een gedreven renpaard. Wat nu?

27


trends 2014

i

IT werkt niet echt meer mee. 

Bron: Informatiearchitectuur, de infrastructurele benadering. W. van der Sanden, B Sturm. Panfox 1997.

informatie / januari/februari 2014

»Informatie is de toename aan relevante kennis«

28

[1] ICT is bij de overheid een groot zwart gat – Niemand weet hoeveel miljard er verloren gaat, Vincent Dekker, Trouw, 12 maart 2008. (www. cs.vu.nl/~x/knipselkrant/ trouw-12.pdf , ) [2] 90 miljard dollar kwijt aan falende IT, Chris Verhoef Automatisering Gids, week 21, 2004 (www.cs.vu.nl/~x/knipselkrant/ag-37.html) [3] “Re-engineering the Corporation – A manifesto for IT evolution”, Harry Sneed, Chris Verhoef, 2001 (www.cs.vu.nl/~x/br/ br.html)

Informatie is het cognitieve effect dat bijvoorbeeld een rapport, een dashboard, een analyse, een praatje of een waarneming heeft op een mens, die daarmee of daardoor vervolgens effectiever of efficiënter kan handelen. IT-systemen (hardware en software) maken het mogelijk om onze kennis over de wereld vast leggen in gestructureerde en ongestructureerde gegevens. Met behulp van IT-systemen maken we van die gegevens informatieproducten. Producten die – mits op het juiste moment, met de juiste inhoud en in de juist vorm – ervoor zorgen dat mensen de informatie krijgen die ze nodig hebben. IT-systemen vormen daarmee een belangrijke component in de processen die ervoor zorgen dat we de informatie krijgen die we nodig hebben. Maar het is duidelijk dat je daarnaast andere zaken – waaronder gegevens én mensen – nodig hebt om de informatieproducten te leveren. En uiteindlijk is het de mens die daar voor hem of

haar informatie van maakt. In ons beeld van informatie­architectuur krijgen al deze onderdelen een plaats. Helaas eisen IT-systemen de meeste managementaandacht op. Om de diverse informatieverwerkende activiteiten en de steeds wisselende informatiebehoeften op waarde te kunnen schatten en te kunnen blijven honoreren, is een architectuuraanpak te verkiezen. Ons pleidooi hiervoor vervatten we in drie vuistregels:

Vuistregel 1 Er zijn geen ‘quick wins’ meer, schep dus de juiste voorwaarden IT-projecten hebben een slechte naam: ze falen nogal eens1,2,3. Bovendien geldt dat hoe groter het project, hoe groter de kans op falen. Nu zijn er allerlei methoden bedacht om projecten te laten slagen: bijvoorbeeld Prince2, MSP, portfoliomanagement (op het gebied van sturing) en Waterval, Agile en Scrum (op het gebied van ontwerp en bouw). Tot nu toe hebben deze methoden niet echt geholpen. Misschien wordt het tijd voor een fundamenteel andere aanpak? Een andere visie? Zou het niet mooi zin als we een situatie creëren waarin er geen (IT-) projecten meer nodig zijn, of in ieder geval geen gróte projecten? Hoe zou de informatie­voorziening eruit moeten zien als


Vuistregel 2: Wees kostenbewust; informatie heeft een waarde en een kostprijs ‘Wat kost een druppel benzine? Niets? O, druppel dan mijn tank maar vol!’ Het lijkt wel of een soortgelijke redenering ook voor gegevens wordt gehanteerd. Administreren kost toch niets, waarom zou ik dan voor informatieproducten moeten betalen? Wat kost trouwens een verkeerde beslissing op basis van onjuiste gegevens? Om informatie te leveren (of eigenlijk: te laten ontstaan bij de gebruiker van informatieproducten) zijn behalve IT – de hardware en de software – ook gegevens (ofwel content) nodig. Dat weten we allemaal. Dus is het vreemd dat er bij projecten die de informatievoorziening moeten verbeteren alleen aandacht is voor de IT. En

»Het creëren van infrastructuur

kun je aanpakken als een megaprogramma, met de kans op een megamislukking

«

dan te bedenken dat als er een laptop op straat gevonden wordt niemand zich zorgen maakt over de hardware en software, maar iedereen zich zorgen maakt over de gegevens die erop staan! Dat maakt duidelijk dat gegevens waarde hebben. Soms alleen voor het bedrijf, zoals in het geval van de facturen, soms ook voor de omgeving, zoals de offerteportefeuille. Wat in ieder geval zeker is: als de gegevens verloren of corrupt (dus: foutief) raken, worden de bedrijfsresultaten slechter. Toch krijgen gegevens maar weinig managementaandacht. Hoe komt dat? Mogelijk omdat het verkrijgen van gegevens ‘niks’ kost. Mogelijk omdat in geen enkele managementrapportage zichtbaar wordt welke kosten voor die rapportage zijn gemaakt. Maar mischien ook omdat geen enkele manager erop wordt aangesproken en omdat het op orde houden van de gegevenshuishouding ten behoeve van gegevensbeschikbaarheid en rapportagemogelijkheden nooit wordt verbijzonderd. Inderdaad, een spreadsheet is vaak zó gemaakt, maar kan een stevige kostprijs hebben door het gebruik van (daartoe) beschikbaar gehouden gegevens. Gegevens zijn nodig voor operationele processen, niet alleen als input maar ook ter management­

informatie / januari/februari 2014

iedereen zélf zou kunnen voorzien in zijn of haar informatie? Kunnen we een situatie creëren vergelijkbaar met energie, water of vervoer, waarbij iedereen zelfvoorzienend is? De aanpak die wij willen voorstellen, is een infrastructurele. Daarbij zorg je er niet meer voor dat de diverse partijen worden voorzien in hun specifieke behoeften, maar creëer je zoveel mogelijk breed te gebruiken nutsvoorzieningen, die ervoor zorgen dat (eventuele) projecten die ervoor moeten zorgen dat de juiste informatieprocessen gaan werken, veel kleiner en dus veel succesvoller zijn. Dat gaat niet vanzelf en er is ook geen methode voor. Maar waar een wil is, is een weg. Daarbij moet wel het volgende in ogenschouw worden genomen: • Een keuze voor het realiseren van een informatie-infrastructuur (IIS) is een strategische. Ten eerste omdat je zoiets niet van vandaag op morgen voor elkaar krijgt; je hebt er een lange adem voor nodig. Ten tweede omdat je zo’n infrastructuur niet alleen voor je eigen bedrijf maakt. Communicatie en informatie stoppen niet bij de organisatiegrenzen. Het realiseren van een IIS kan daarom alleen als de CEO door heeft wat het inhoudt en ervan overtuigd is dat het een haalbare en gewenste ambitie is. Overtuigen kan niet op basis van een business case, overtuigen moet op andere gronden gebeuren. • Een keuze voor het realiseren van een informatie-infrastructuur is een keuze die de organisatie, de processen, de administraties én de IT raakt. Het is geen ‘IT-keuze’. Het gaat erom te beseffen dat informatieprocessen en de veranderingen daarin anders gaan werken. Het realiseren van een IIS moet een principe zijn in de business­ architectuur. • Het betreft een paradigmaverschuiving die niet makkelijk te maken is voor iedereen. Het is voor sommigen bovendien een aantasting van hun verdienmodel, sommigen kicken op grote projecten. Als zo’n project dan eens een keer lukt, dan is dat natuurlijk een mooie trofee op je CV; en het is natuurlijk niet leuk als dat verdwijnt. Sommigen kunnen niet zonder de kick van de roulettetafel. • Het creëren van infrastructuur kun je aanpakken als een megaprogramma, met de kans op een megamislukking. Wat meer voor de hand lijkt te liggen, is een weg op basis van grote lijnen, bestemmingsplanachtige architecturen, van (beleids)richtlijn, van (kleine) bijsturing op projecten en ‘oogsten’ van infrastructurele componenten. Je moet dus wel echt sturen naar zo’n vorm van informatievoorziening.

29


trends 2014

i ondersteuning. Zo zijn klantgegevens nodig om bestellingen te kunnen bezorgen en af te rekenen, maar zijn ook (proces-) gegevens nodig om de efficiëntie van de betreffende processen vast te kunnen stellen. De met afname-informatie verrijkte klantgegevens kunnen vervolgens input zijn voor markt- en productanalyses. Zo duiken dezelfde gegevens in verschillende processen op en vertegenwoordigen ze een veelvoud aan waarde – waarde die dus groeit mét het gebruik. • Regelmatig wordt geroepen dat gegevens ‘het vierde productiemiddel’ zijn. Toch heeft die zienswijze maar weinig aanhang. Blijven roepen dat dat zo is, helpt natuurlijk niet. Maar wat helpt wel? De richting die we voorstellen is die waarbij gegevens zichtbaar op de balans komen. We moeten een model creëren dat niet alleen de waarde van gegevens voor de organisatie duidelijk maakt, maar ook de kosten van IT-systemen

»De richting die we voorstellen

informatie / januari/februari 2014

is die waarbij gegevens zichtbaar op de balans komen

30

«

verdisconteert. Een model dus waarin de risico’s geëxpliciteerd worden die de organisatie loopt als gegevens niet voldoen of ontbreken. Inzicht in de financiële consequenties helpt daarbij, niet alleen om grillige rapportageverslavingen te kunnen becommentariëren, maar ook om de gegevensbrandstof van de informatiesystemen op waarde te kunnen schatten. Ook dit gaat niet vanzelf en ook hier is nog geen methode voor. Bedenk bij het tot stand brengen het volgende: • Een keuze voor het realiseren van een informatie­kostenmodel (IKM) is een strategische keuze. Mensen zijn niet gewend om te betalen voor gegevens, veelal omdat het registreren van gegevens niet als aparte activiteit wordt benoemd. De trend om steeds meer gegevens van extern te gebruiken cq. te gaan leveren, kan echter gebruikt worden om de kosten en waar-

de van eigen en vreemde gegevens in beeld te brengen. • Als het in kaart brengen van de kosten en opbrengsten van gegevens moeilijk wordt, dan is het te overwegen om een risicogerichte benadering te kiezen. Maak daartoe inzichtelijk wat het de organisatie kost als gegevens verloren raken, corrupt worden of gewoon van begin af aan slecht zijn. Hoeveel kost een beslissing die fout is, omdat is uitgegaan van foutieve of onvolledige gegevens? • Begin klein, om zo een ‘gegevensmarkt’ te creëren. Durf ook geld te vragen voor goede gegevens. Waarom zou goede informatie gratis zijn? Bovendien: als afnemers er niet voor willen betalen, dan hoef je je er ook niet voor in te spannen. • Dat gebruikers gegevens willen hebben, is voor sommigen nieuwe relevante informatie. Hoe belangrijk ze die gegevens vinden, is dan weer af te leiden uit de prijs die ze ervoor willen betalen.

Vuistregel 3: Creëer geen informatiesteeg Zonder een blauwe pet op te willen zetten of een knuppeltje aan onze broekriem te hangen, lijkt het aantrekkelijk de basis van politiegerichte gegevens vooraf maar minimaal te structureren. Structurering, nú nog een eigenschap van politiegegevensbanken, gaat immers uit van verwacht gebruik. En dát weet je nog niet. Een soort politie-Google is misschien een beter uitgangspunt. Bestaande (administratieve) IT-systemen werken voornamelijk met vooraf bepaalde structuren: voor de gegevensopslag, voor de koppelingen, voor de bedieningsschermen. Al die structuren moeten worden ontworpen en gebouwd. De structuren van de verschillende deelsystemen moeten precies op elkaar aansluiten – anders werkt het niet. Als twee systemen die los van elkaar zijn ontwikkeld met elkaar verbonden moeten worden, geeft dat allerlei problemen. De twee structuren moeten op elkaar worden afgestemd. Omdat die structuur overal in het systeem opduikt en overal wordt gebruikt (zowel impliciet als expliciet) is dat elke keer weer veel werk. Eigenlijk zijn er twee typen verbanden die hinderlijke beperkingen kunnen opleveren: horizontale verbanden die zichtbaar worden in de gegevensuitwisseling tussen verschillende IT-toepassingen, en verticale verbanden waarbij het om een specifieke stapel van hardware en software gaat. In beide gevallen gaat het om inperking van mogelijkheden en om complexiteitstoename, zij


Hoewel IT niet kán werken zonder structuur, zouden we specifieke structuren tot een minimum moeten beperken, met name ten behoeve van uitbreidbaarheid. Voor goede informatie is vaak al die structuur niet nodig. Wat maakt het voor het begrip uit of een straatnaam 20 of 21 posities telt? Natuurlijk kunnen standaarden werken en kunnen we daarmee flexibiliteit en interoperabiliteit vergroten. Maar we moeten ons bewust zijn van de plaatsen in de informatiehuishouding waar we flexibiliteit kunnen gebruiken, waar algemene gebruiksvoorwaarden gelden en waarvoor dus ook algemene maatregelen vereist zijn. Dit zijn onze tips om ervoor te zorgen dat je zo weinig mogelijk structuren realiseert: • Beperk standaarden tot die delen waarvan je zeker weet dat er de komende twintig jaar geen veranderingen gaan plaatsvinden. • We moeten wel structuren gebruiken, maar ook software ontwikkelen die de bestaande data kan interpreteren ondanks die structuur. Software die kan omgaan met ongestructureerde gegevens geeft bedrijven de mogelijkheid om los te komen van verstikkende migratie- en integratie­trajecten. De technologie die ingezet wordt voor Big Data-oplossingen kan mogelijk ook op kleinere schaal ingezet worden voor flexibiliteit op dit gebied. Heel kort gezegd: het wordt tijd dat software redactiesommen kan gaan maken en de structuur gebruikt die past bij het vraagstuk dat voorligt. • Gebruik gegevensmodellen en ontologieën om de data die er zijn te interpreteren in plaats van te structureren voor één specifiek gebruik.

Niet te missen aspect Vaak worden informatie en IT-systemen samengenomen en als één onderwerp van onderzoek behandeld. We hebben getracht, met enkele

voorbeelden en met een drietal kijkrichtingen, te verduidelijken dat informatie het op zichzelf waard is om te beschouwen. Dit wordt des te duidelijker nu steeds meer externe informatiebronnen een rol spelen en ook steeds meer informatierelaties over organisatiegrenzen heen tot stand worden gebracht. Kennelijk spelen ook op operationeel niveau gegevenseigenschappen een rol bij het al dan niet succesvol opereren van

»Veel informatie kan

onafhankelijk van IT-systemen worden onderzocht en bepaald

«

organisaties. De strategische aspecten zijn aan de orde geweest in ons pleidooi voor een algemene, voorwaardenscheppende, ‘infrastructurele’ benadering. Tactische aspecten hebben we aangestipt in de voorbeelden over kosten en kostenbewustzijn. Daarmee hebben we de wenselijkheid van een aparte informatiearchitectuur toegelicht: in veel opzichten spelen gegevens en informatie een rol die onafhankelijk van IT-systemen en andere technische voorzieningen kunnen worden onderzocht en bepaald. Dr. Jan Campschroer is managementconsultant bij Ordina. E-mail: jan.campschroer@ordina.nl Dr. Jan Truijens werkt via Digitalis ICT/S Advies en parttime aan de UvA. E-mail: truijens.digit@planet.nl

informatie / januari/februari 2014

het om verschillende redenen en verschillende uitwerkingen. Een ‘oplossing’ die vaak wordt gepropageerd, is standaardisering. Het probleem verdwijnt daardoor lokaal, maar het heeft ook weer negatieve consequenties. Elke structuur is, hoewel goed doordacht, ook maar één van de vele mogelijke keuzen. Nieuwe situaties vragen om nieuwe structuren, en in het ergste geval om aanpassing van bestaande standaardstructuren. Dan moeten echter al die systemen die werken volgens de oude standaarden worden aangepast. Dus ad-hoc standaarden geven op den duur meer verstarring.

31


trends 2014

i

De opmars van de API-economie

Ontsluiten van data en diensten via API’s vereist visie

Met Application Programming Interfaces (API) ontsluit je op grote schaal diensten, informatie en applicaties. Aan welke voorwaarden moet je voldoen om een API-strategie te bepalen? ‘Elke strategie dient te beginnen met de vraag: Wat is zinvol voor onze business?’

informatie / januari/februari 2014

Hessel Pijpker

32

Mobiele applicaties zijn uitgegroeid tot een drijvende kracht achter de verandering van ons digitale landschap. Niet alleen staan ze aan de wieg van nieuwe softwarecategorieën, ook hebben ze de manier veranderd waarop we toegang krijgen tot en gebruik maken van content en diensten. De kracht van mobiele applicaties ligt echter zelden in de applicatie zelf, maar in dat waarmee ze verbonden zijn: in de data die ze uit achterliggende systemen kunnen onttrekken. De succesvolste apps maken onderdeel uit van een ‘omnichannel’-strategie waarin de distributie via mobiele platforms, internet en partners een cruciale rol speelt. In die strategie staat de Application Programming Interfaces (API) centraal, en niet zozeer de individuele apps die door de API aangedreven worden. Met de API worden diensten, informatie en applicaties op steeds grotere schaal ontsloten. Er zijn tal van praktijkvoorbeelden: van de energiemeters die ieder apparaat in je huis aflezen, tot aan de vele vergelijkingssites die je de beste verzekering, hotel of vliegticket laten kiezen. API’s faciliteren de toegang tot de digitale infrastructuur en vormen de sleutel tot de communicatie tussen apparaten, applicaties en data. Vandaag de dag is er sprake van een opkomende ‘API-economie’ waar je compleet nieuwe businessmodellen op kunt bouwen. De data-economie en de API-economie zijn sterk

aan elkaar verwant en onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hoewel de meerderheid van de API’s rond data draait, zijn API’s ook een cruciale factor voor het creëren van ‘moderne applicaties’: applicaties die verder gaan dan de uitrol van een mobiele app of webapp alleen. Moderne applicaties worden namelijk niet beperkt in schaalbaarheid, kanaalkeuze of de kennis van de IT-afdeling. Een moderne applicatie vormt juist de brug naar een breed scala aan databronnen, diensten, apparaten en andere applicaties die samen de systems of systems vormen. Niet elke organisatie is echter een Amazon, Google of Facebook. Deelname aan de API-economie hangt grotendeels samen met de visie van je eigen organisatie op moderne applicaties en de wijze waarop je wenst deel te nemen aan de data-economie. Sommige aspecten van API’s zullen sterker draaien om moderne applicaties, waar andere aspecten zich exclusief richten op de data-economie.

Vier ontwikkelingen Er zijn vier ontwikkelingen geweest die de toename van het API-gebruik hebben bespoedigd en die belangrijk zijn om de rol van je eigen organisatie in de API-economie te leren begrijpen:

1) API’s creëren ruimte voor nieuw businessmodel Informatie wordt door meerdere partijen met


Samenvatting De succesvolste apps maken deel uit van een strategie waarin mobiele platforms, internet en partners een rol spelen. In die strategie staan de Application Programming Interfaces (API) centraal. Met de API worden diensten, informatie en applicaties ontsloten. Er is een opkomende ‘API-economie’ waarop je compleet nieuwe businessmodellen kunt bouwen. Toch zijn er veel obstakels bij het ontwikkelen van API’s.

API’s faciliteren de toegang tot de digitale infrastructuur en vormen de sleutel tot de communicatie tussen apparaten, applicaties en data.

Informatie, producten en diensten worden toegankelijk gemaakt met een API. De API is echter niet het einddoel. De volgende stap is het wachten op iemand die nieuwe apps of websites koppelt aan de API zodat deze van waarde wordt voor de doelgroep. En wanneer de doelgroep applicaties gebruikt die ondersteund worden door de API, wordt deze van waarde voor het bedrijf. Elke API-strategie dient daarom te beginnen met de vraag: Wat is zinvol voor onze business? De overwegingen daarbij zijn: • Wie gaat de API gebruiken? Interne medewerkers, business partners of externe ontwikkelaars? • Welke assets kunnen beschikbaar worden gesteld via een API? • Wie krijgt toegang tot de assets? • Op welke wijze dient de API de assets beschikbaar te stellen? • Welke soorten applicaties dienen gebouwd te worden met behulp van de API? • Wat zal ontwikkelaars motiveren om juist deze API in te zetten bij het ontwikkelen van applicaties? • Hoe gaat het publiek de applicaties ontdekken? Hoewel een strategie zekerheden geeft, leert de ervaring dat er veel obstakels op de weg liggen bij het ontwikkelen van API’s. Een gecalculeerd risico nemen om de mogelijk onbekende voordelen van een API te verzilveren, is dan het overwegen waard.

informatie / januari/februari 2014

API-strategie geeft geen garanties

33


trends 2014

i

»De veelzijdigheid van API’s

biedt mogelijkheden om nieuwe markten aan te boren

«

elkaar gedeeld en geïntegreerd op één plek om het bereik onder consumenten te vergroten. Denk bijvoorbeeld aan vergelijkingssites die de aanbiedingen van een groot aantal vliegtuigmaatschappijen overzichtelijk maken, waarbij je vaak niet eens de vergelijkingssite hoeft te verlaten om de reis te boeken. Door het grote aanbod is het voor vliegtuigmaatschappijen lonend om via

informatie / januari/februari 2014

Master password verleden tijd met OAuth

34

OAuth, een open protocol bedoeld voor API-autorisatie, regelt ‘handshakes’ tussen desktopapplicaties en/of webapplicaties en wordt gebruikt wanneer een API-distributeur wil weten wie met het systeem communiceert. In plaats van te vertrouwen op een master wachtwoord, creëert OAuth een token die één applicatie toegang geeft tot één API namens één gebruiker. Op deze wijze hoeven bijvoorbeeld smartphonegebruikers geen wachtwoord voor elke app in te voeren, maar wordt er gebruik gemaakt van een token waarvan de duur na een bepaalde periode verstrijkt. Elke versie van OAuth ondersteunt diverse authenthicatiemethodes voor API-clients. De simpelste is een ‘bearer token’, een grote serie willekeurige getallen die na elke request middels SSL-encryption verzonden worden. OAuth ondersteunt ook een ‘signature’-optie, die zowel een token als een secret gebruikt. Wanneer een request verzonden wordt die een OAuth signature bevat, wordt de data gedecodeerd met behulp van het token secret, maar het secret zelf wordt nooit over het netwerk verzonden. Dit zorgt ervoor dat het tokensecret ook zonder SSL nooit toegankelijk is voor onbevoegden. De beste manier waarop je OAuth tokens kunt beveiligen, hangt af van hoe ze gebruikt worden. • Wanneer bearer tokens gebruikt worden, dienen ze vanaf de server versleuteld te worden als een ‘one way hash’. • Wanneer signatures gebruikt worden, moeten de tokens en secrets gelezen kunnen worden door de server, dus versleuteld worden met behulp van ‘field level database’-encryptie. • Naarmate technologie verandert, komen hier mogelijk nog vereisten bij. De enige constante is zorg en waakzaamheid.

API’s actuele reisinformatie te delen met derde partijen, zodat de tickets via meerdere kanalen onder de aandacht worden gebracht. Deze derde partijen bouwen dus hun businessmodel op dat van de vliegtuigmaatschappij, die een grotere afzet creëert zonder zelf interactie te hebben gehad met de consument.

2) Applicatiebeheer geen interne aangelegenheid meer Omdat met API’s bepaalde gevoelige bedrijfsinformatie openbaar gemaakt wordt, is het voor de API-distributeur van belang om het gebruik ervan goed te beheren en monitoren. Bij voorkeur weet de API-aanbieder dan ook of de gebruikers over de meest recente versie beschikken, of ze nieuwe functionaliteiten optimaal inzetten, of er een plotselinge piek te zien is in hun API-gebruik en of ze geautoriseerd zijn voor het gebruik van specifieke bedrijfsinformatie. Voorheen werden bedrijfsapplicaties ontsloten via de interne ‘service oriented architecture’. Middels web-API-management wordt dit nu verder doorgetrokken naar de buitenwereld, en zo ondersteunt API de verschuiving van ‘systems of record’ naar ‘systems of engagement’.

3) Decentralisatie van informatieopslag Enterprisesystemen zijn ontworpen rondom discrete stukjes informatie, zoals klantgegevens en productieorders, plus de databases en automatiseringsprocessen die daarbij horen. Vandaag de dag is het echter steeds moeilijker om met deze systemen een competitief voordeel te behalen nu ze deels ingehaald worden door technologieën als SaaS en de Cloud. Daardoor verschuift het competitieve voordeel naar de kwaliteit van de informatie die in de systemen verscholen liggen. Met systems of engagement is de opslag van informatie gedecentraliseerd en kan gebruik worden gemaakt van cloudtechnologie om interacties tussen werknemers, businesspartners en derde partijen op een laagdrempelige manier te faciliteren. De samenwerking tussen diverse partijen leidt op deze wijze tot hoogwaardigere informatie.

4) De juiste API-combinatie vinden API’s vormen de sleutel tot de toegankelijkheid van informatie die beschikbaar gesteld wordt. Het is voor een organisatie cruciaal om zicht te houden op wie welke informatie kan inzien, aangezien de meeste betrokkenen over een combinatie van verschillende typen API’s beschikken. Er


Randvoorwaarden De veelzijdigheid van API’s biedt mogelijkheden voor organisaties van elk formaat om nieuwe markten aan te boren. Zo stelt IBM de rekenkracht van haar Watson-computer via een API beschikbaar aan ontwikkelaars. Derden kunnen apps ontwikkelen voor allerlei doeleinden: in de gezondheidszorg voor het bepalen van de juiste behandelingsmethode, op culinair gebied om nieuwe recepten te ontdekken op basis van de beste ingrediëntencombinatie. Hoewel de druk om een API-strategie te bepalen toeneemt nu meer en meer organisaties er in meegaan, dienen er een aantal randvoorwaarden goed in acht gehouden te worden: • Begin met het bepalen van je eigen rol binnen het open web en weet in welke businesscontext je organisatie opereert. Voor de een speelt open data een grote rol binnen de bedrijfsomgeving. Voor andere organisaties kan adaptive intelligence een belangrijke drijfveer zijn, waarbij realtime data vanuit meerdere richtingen met elkaar uitgewisseld worden. Van belang hierbij is een goede datamanagementoplossing die data-aggregratie vanuit meerdere systemen stroomlijnt. Deze kun je vervolgens via een API beschikbaar stellen. • Start met het uiteenzetten van een strategie voor de digitale ervaring die je de doelgroep wilt bieden. De digitale ervaring dient over meerdere kanalen uniform en consistent te blijven, zoals smartphones, tablets, games, smarttv’s of bijvoorbeeld Google Glass. Deze aanpak helpt je de specifieke vereisten te definiëren voor de opzet van je API-strategie. • Het bouwen van een mobiele app is geen doel op zich, maar maakt onderdeel uit van de uitrol van een moderne applicatie, een applicatie die per definitie omnichannel is. Op deze wijze kan de ondersteuning van nieuwe kanalen relatief simpel worden toegevoegd. • Tijdens de vertaling van bovenstaande context naar een goede API-strategie, dien je ervoor te zorgen dat je ontwerpstrategie in lijn is met je businessstrategie.

»Zorg dat je je collega’s van

security betrekt bij de vorming van een API-strategie

«

• API’s en beveiliging zijn niet los van elkaar te zien. API-beheer voor securityprofessionals is daarom een cruciale factor in elke aanpak. Zorg er dus voor dat je te allen tijde je collega’s van security betrekt bij de vorming van een APIstrategie. • Iedere API dient consistent te zijn met de achterliggende ontwerpstrategie. Kies om te beginnen de technologie en protocollen die je gebruikt om je API’s aan te bieden, daarna welke messaging style (RPC of ‘document style’) je gebruikt. Kies vervolgens een aanpak voor transaction handling en error handling en bepaal daarna hoe je de API’s toekomstbestendig maakt, onder meer op het gebied van veiligheid. Hessel Pijpker is Executive IT Architect (http://nl.linkedin.com/in/hesselpijpker).

Vier API businessmodellen Al sinds 2005 zijn vier businessmodellen voor API’s te onderscheiden, en binnen deze businessmodellen is steeds meer diversiteit ontstaan. • Gratis • Ontwikkelaars betalen niets om de API te gebruiken. Voor API-distributeurs is de ontsloten informatie niet waardevol genoeg om deze exclusief voor zichzelf te houden. • Ontwikkelaar betaalt • Ontwikkelaars betalen een bepaalde som voor het gebruik van een API. De informatie die door de API-distributeur ontsloten wordt, dient bruikbaar en van aantoonbare waarde te zijn om een ontwikkelaar hiervoor te laten betalen. • Ontwikkelaar ontvangt • De API-distributeur biedt ontwikkelaars een deel van de omzet of een bepaalde som om de API te gebruiken. De ontsloten informatie moet een bepaalde waarde genereren om als ‘incentive’ te dienen voor ontwikkelaars die de API gebruiken. • Indirect De API ontsluit informatie die indirect iets wezenlijks bijdraagt aan het businessmodel. Denk bij retailers bijvoorbeeld aan het zoeken naar de dichtstbijzijnde winkel of online product­ catalogi. Dit zijn API’s die als doel hebben het aantal winkel­ bezoeken of online verkopen te vergroten.

informatie / januari/februari 2014

bestaan API’s die puur intern gebruikt worden, vaak ter bevordering van de productiviteit van de werknemers. Daarnaast zijn er API’s gericht op een select aantal businesspartners, om cruciale data te synchroniseren of om het bereik onder een specifieke doelgroep te vergroten. Ten slotte is er de relatief nieuwe ‘open API’, die door iedereen te gebruiken is en daarmee een brede doelgroep bereikt.

35


Business Process Analytics

i Sluit de lus

Moderne technieken in Business Process Analytics

Hoe kun je de ‘lus’ van de Business Process Managementlevenscyclus sluiten, waar diepgaande analyse van bedrijfsprocessen ook het ontwerp, modelleren, controleren en uitvoeren van bedrijfsactiviteiten ondersteunt?

Bart Baesens, Seppe vanden Broucke, Jasmien Lismont, Jan Vanthienen

informatie / januari/februari 2014

De afgelopen jaren heeft het concept Business Process Management (BPM) veel bekendheid verworven in de bedrijfswereld. BPM biedt een zeer brede aanpak met als doel de bedrijfsprocessen van een organisatie op één lijn te brengen met de wensen van elke belanghebbende. Een bedrijfsproces is in deze context een verzameling van gestructureerde, gerelateerde activiteiten of taken die uitgevoerd dienen te worden opdat een bepaald doel bereikt kan worden, zoals het produceren van een product of het leveren van een dienst. De betrokken partijen in de bedrijfsprocessen zijn onder andere managers (hier ook ‘proceseigenaars’ genoemd), die verwachten dat het werk snel en optimaal gedelegeerd wordt;

36

werknemers, die duidelijke en begrijpelijke richtlijnen en taken wensen in lijn met hun eigen vaardigheden; en de klant die uiteraard efficiënte en kwaliteitsvolle resultaten verwacht van zijn leveranciers. Figuur 1 toont een voorbeeld van een ‘business process model’ voor een eenvoudig invoeringsproces van verzekeringsclaims. De Business Process Modeling Language standaard (BPMN) werd gebruikt om de stroom van activiteiten en taken te bepalen. Daarnaast bestaat er een overvloed aan andere modeleer- en visualisatievormen om bedrijfsprocessen te ontwerpen en modelleren: van stroomschema’s (bijvoorbeeld diagrammen) tot complexe, mathematische modellen.

reject claim claim intake

X

review policy

X

evaluate claim

calculate new premium

X propose settlement

X

X X

close claim

approve damage payment

Figuur 1. Voorbeeld van een ‘business process model’ voor een invoeringsproces van verzekeringsclaims.


Samenvatting Hoe staan Business Process Analytics-technieken ervoor? Een overzicht van Business Intelligence-rapporteringtools tot Process Mining-technieken én een gecombineerde aanpak, waarin Business Process Analytics samenvloeit met Data Mining en zo de leegte verkleint tussen voorspellende analytics en de data uit procesbewuste supportsystemen. Moderne technieken helpen de ‘lus’ van de Business Process Management-levenscyclus te sluiten.

vanuit het standpunt van de gebruiker. Bovendien helpen deze moderne technieken ook de ‘lus’ van de BPM-levenscyclus te sluiten, waar diepgaande analyse van bedrijfsprocessen ook het ontwerp, modelleren, controleren en uitvoeren van bedrijfsactiviteiten ondersteunt.

Process Intelligence We vertelden al dat de ideeën van Business Process Analytics en Process Intelligence zich oorspronkelijk situeerden in de evaluatiefase van de BPM-levenscyclus. Dit betekent dat ze dus vooral de nadruk legden op rapportering en analytische taken na het ontwerp en de uitvoering van het model. Net zoals met Business Intelligence (BI) in het algemeen, heeft Process

»De ideeën van Business Process

Analytics en Process Intelligence legden nadruk op rapportering en analytische taken deling Mo

Ex

g rin to

Desig n

ion at

Mo ni

Figuur 2. De Business Process Management Lifecycle.1 [1] M. Weske, Business Process Management: Concepts, Languages, Architectures, SpringerVerlag, 2007.

informatie / januari/februari 2014

«

n utio ec

O p t i mi z

BPM wordt vaak omschreven als een proces­ optimalisatiemethodologie en wordt dus regelmatig in één adem genoemd met kwaliteitscontroletermen als Total Quality Management (TQM), Six Sigma of Continuous Process Improvement-methodologieën. Deze omschrijving schiet echter enigszins te kort. Een belangrijk richtpunt van BPM is inderdaad een reële verbetering en optimalisatie van processen, maar het concept bevat ook best practices voor het ontwerpen en modelleren van bedrijfsprocessen, voor controletechnieken (bijvoorbeeld conformiteitsvereisten) en voor het verkrijgen van inzichten door de toepassing van analytische tools op de geregistreerde bedrijfsactiviteiten. Al deze activiteiten worden gegroepeerd onder de noemer Business Process Management Lifecycle (figuur 2). Deze cyclus start met het ontwerp en de analyse van de bedrijfsprocessen (modellering en validatie), gevolgd door de configuratie (implementatie en testen), de bekrachtiging (uitvoering en controle) en uiteindelijke de evaluatie die opnieuw leidt tot het ontwerp van nieuwe processen. In dit artikel geven we een overzicht van de moderne Business Process Analytics-technieken. We starten met de evaluatiestap van de BPM-levenscyclus, omdat het voornamelijk in deze fase is dat concepten zoals Business Process Analytics en Process Intelligence de afgelopen jaren hun stempel op de huidige analytische omgeving drukten. Toen de methodologie van BPM zich verder ontwikkelde, begonnen vele leveranciers procesbewuste query’s, rapportering en OLAP-supporttools aan te bieden. Verder belichten we in dit artikel ook de nieuwe, voorspellende analytisch geïnspireerde technieken, om Business Process Analytics dichter bij het onderzoeksdomein van Data Mining en Machine Learning te brengen en gebruikers dus toe te staan verder te gaan dan enkel rapporten

37


Business Process Analytics

i Intelligence zich echter geëvolueerd tot een breder concept dat een diversiteit van tools en technieken bevat. Door de informatie die het tegenwoordig kan bieden, ondersteunt Process Intelligence dus ook het management in het nemen van beslissingen. Op die manier gebruiken vele leveranciers en consultants – net als met traditionele (‘vlakke’ of tabel) datageoriënteerde tools – Process Intelligence als synoniem voor procesbewuste query-en rapporteringtools (vaak gecombineerd met voor de hand liggende visualisaties) om de

»De meeste tools hebben

problemen met het blootleggen van werkelijke inzichten en betekenisvolle, ontluikende patronen

informatie / januari/februari 2014

«

38

geaggregeerde overzichten van bedrijfsacties te illustreren. Vaak presenteert een bepaald systeem zichzelf als een nuttige tool voor procesevaluatie door kritieke prestatie-indicatoren (KPI)2, dashboards en scorekaarten aan te bieden. Ze presenteren dan als het ware een ‘gezond­­ heidsrapport’ voor een bedrijfsproces. Soms worden zulke tools ook gepresenteerd als controle- en verbeteringstools (waarbij een andere fase in de BPM-levenscyclus aangestipt wordt), zeker wanneer ze beschikken over realtime capaciteiten in vergelijking met batchrapportering, waar de verzameling en voorbereiding van rapporten pas volgt (lang) na de werkelijke procesuitvoering. Vele procesbewuste informatiesupport­systemen bieden ook Online Analytical Processing (OLAP)-tools aan zodat je multidimensionele data van verschillende perspectieven kunt bekijken en kunt inzoomen op gedetailleerdere informatie. Een andere term die veel voorkomt in de Process Intelligence context is Business Activity Monitoring (BAM),

wat verwijst naar het in realtime controleren van bedrijfsprocessen, waarbij het dus gerelateerd is aan de hierboven vermelde realtime dashboards, maar verder ook vaak in staat is om onmiddellijk te reageren wanneer een proces een bepaald patroon vertoont. Corporate Performance Management (CPM) is nog een ander modewoord voor het meten van de performantie van een proces of van een organisatie in zijn geheel. Alhoewel al de beschreven tools (en al hun drieletterige acroniemen) een zeer goede manier zijn om vele aspecten van bedrijfsactiviteiten te meten en ‘queryen’, hebben de meeste tools jammer genoeg problemen met het blootleggen van werkelijke inzichten en betekenisvolle, ontluikende patronen. Ondanks het feit dat rapporteren, queryen, inspecteren van dashboard­ indicatoren, aggregeren, slicing, dicing en drilling allemaal legititme en redelijke tools zijn voor operationeel management, hebben ze – net zoals voor niet-procesgerelateerde datasets – allemaal weinig van doen met echte Process Analytics, waarbij de nadruk vooral ligt op het analytische. Het grote probleem ligt bij het feit dat zulke tools inherent veronderstellen dat gebruikers en analisten al weten waarnaar ze zoeken, aangezien het schrijven van queries om indicatoren uit af te leiden, veronderstelt dat men deze interessante indicatoren al op voorhand kent. Patronen die alleen ontdekt kunnen worden door echte analytische technieken toe te passen, blijven verborgen. Sterker nog, wanneer een rapport of indicator een probleem signaleert, moeten de gebruikers op zoek naar een speld in een hooiberg om de oorspronkelijke reden achter het probleem terug te vinden, startend bij de geaggregeerde data vanwaar men zich langzaamaan naar de brondata werkt. Vanwege de nadelen van traditionele rapportering tools is er een grote behoefte om verder te gaan dan voor de hand liggende rapportering in de moderne bedrijfsprocessen en moet je starten met een diepgaande analyse direct toegepast op de overvloed aan data die gelogd, geregistreerd, opgeslagen en meteen beschikbaar zijn in moderne informatiesupportsystemen. Dit brengt ons bij de discipline van Process Mining, dat als doel heeft analisten te voorzien van werkelijke Business Process Analystics-technieken.

Process Mining In het afgelopen decennium heeft zich een nieuw onderzoeksdomein ontwikkeld: Process Mining. Het positioneert zich tussen BPM en


Eventlog verzekeringsclaimverwerking Geval identificatie

Starttijd

Voltooiingtijd

Activiteit

Z1001

2013-08-13 09:43:33

2013-08-13 10:11:21

Claim intake

Z1004

2013-08-13 11:55:12

2013-08-13 15:43:41

Claim intake

Z1001

2013-08-13 14:31:05

2013-08-16 10:55:13

Evaluate claim

Z1004

2013-08-13 16:11:14

2013-08-16 10:51:24

Review policy

Z1001

2013-08-17 11:08:51

2013-08-17 17:11:53

Propose settlement

Z1001

2013-08-18 14:23:31

2013-08-21 09:13:41

Calculate new premium

Z1004

2013-08-19 09:05:01

2013-08-21 14:42:11

Propose settlement

Z1001

2013-08-19 12:13:25

2013-08-22 11:18:26

Approve damage payment

Z1004

2013-08-21 11:15:43

2013-08-25 13:30:08

Approve damage payment

Z1001

2013-08-24 10:06:08

2013-08-24 12:12:18

Close claim

Z1004

2013-08-24 12:15:12

2013-08-25 10:36:42

Calculate new premium

Z1011

2013-08-25 17:12:02

2013-08-26 14:43:32

Claim intake

Z1004

2013-08-28 12:43:41

2013-08-28 13:13:11

Close claim

Z1011

2013-08-26 15:11:05

2013-08-26 15:26:55

Reject claim

Process Discovery De bekendste taak binnen het domein van Process Mining wordt Process Discovery genoemd. Hierbij proberen analisten een procesmodel te ontwikkelen van de bestaande situatie. Daarbij neginnen ze bij de data zoals deze geregistreerd zijn in procesbewuste informatiesupportsystemen, in plaats van dat ze beginnen bij een beschrijvend model en vervolgens proberen de werkelijke data in lijn te brengen met dit model. Een significant voordeel van Process Discovery is dat slechts een beperkte hoeveelheid van de initiële data vereist is om al een eerste

»Het grootste verschil tussen

Business Process Analytics en Data Analytics is dat BPA op twee niveaus van aggregatie werkt

«

exploratieve analyse uit te voeren. Bekijk bijvoorbeeld eens het schadeclaiminvoerings­proces in figuur 1. Om een Process Discovery-taak uit te voeren, starten we onze analyse met een zogenaamde ‘eventlog’: een geregistreerde datatabel die alle activiteiten op een rij zet die werden uitgevoerd gedurende een periode, samen met het geval (de procesinstantie) waarbij de activiteiten behoren. Figuur 3 toont een fragment van een eventlog. Gebaseerd op werkelijke data zoals deze gesorteerd is in opslagplaatsen van de eventlog, is het mogelijk om een ‘as-is’ procesmodel af te leiden. Dat biedt een overzicht van hoe het proces in werkelijkheid uitgevoerd was in plaats van te starten – en te moeten starten – met een to-be procesmodel zoals het hoort te zijn. Hiervoor dienen de activiteiten gesorteerd te worden op basis van hun starttijd. Vervolgens gaat een algoritme herhaaldelijk over alle procesinstanties en creëert ‘stromingen van werk’ tussen de activiteiten, die als volgt samengevat kunnen

[2] C. T. Fitz-Gibbon, Performance indicators, BERA Dialogues (2), ISBN 978-1-85359092-4, 1990. [3] W. M. P. van der Aalst, Process Mining: Discovery, Conformance and Enhancement of Business Processes, Springer Verlag, 2011.

informatie / januari/februari 2014

traditionele Data Mining.3 Deze discipline heeft als doel een begrijpelijke set van tools aan te bieden om te voorzien in voor het proces centrale inzichten en om procesverbeteringsinitiatieven te drijven. In tegenstelling tot Business Intelligence­-methoden benadrukt dit onderzoeksdomein een bottom-up aanpak waarbij men start van de werkelijke data om analytische taken aan te sturen. Process Mining bouwt verder op bestaande technieken, zoals Data Mining, Business Intelligence en modelgedreven ontwerpmethodologieën. Maar het is meer dan gewoon een som van deze componenten. Traditionele Data Mining technieken zijn te gericht op data op zich om een eenduidig begrip te kunnen bieden van de gehele processen in een organisatie. Business Intelligence-tools zijn te veel gericht op simpele dashboards en rapportering. Het is exact deze leegte die opgevuld wordt door Process Mining-tools.

Figuur 3. Een eenvoudige eventlog. Activiteiten zijn gesorteerd volgens starttijd. Merk op dat verscheidene procesinstanties op hetzelfde moment geactiveerd kunnen worden. Merk ook op dat de uitvoering van sommige activiteiten kan overlappen.

39


Business Process Analytics informatie / januari/februari 2014

40

i

[4] Fluxicon: Disco. Zie: http://fluxicon.com/ disco/ [5] W. M. P. van der Aalst, A. J. M. M. Weijters, L. Maruster, Workflow mining: discovering process models from eventlogs, IEEE Transactions on Knowledge and Data Engineering, 16(9), 1128–1142, 2004.

Figuur 4. Een procesmap ontdekt uit reële, as-is data zoals ze geregistreerd is in een eventlog. Na het extraheren van het as-is model, kunnen annotaties toegevoegd worden op basis van frequentiegebaseerde metrieken, prestatieindicatoren en andere perspectieven.

worden. Activiteiten die elkaar direct opvolgen (geen overlap tussen starttijd en eindtijd) worden in een volgorde gezet. Wanneer dezelfde activiteit gevolgd wordt door verschillende activiteiten over verscheidene procesinstanties, wordt een verdeling gecreëerd. Wanneer twee of meer uitvoeringen van activiteiten overlappen in tijd, worden ze parallel uitgevoerd en starten ze dus vanuit een gemeenschappelijke voorganger. Na het uitvoeren van het Process Discovery-algoritme worden er procesmappen verkregen zoals in figuur 4 (waarbij hier gebruik werd gemaakt van het Disco softwarepakket4). Uiteindelijk kan diverse informatie genoteerd worden op de procesmap, zoals frequentie van uitvoering van een activiteit of prestatiegebaseerde informatie, zoals gemiddelde uitvoeringstijd. Merk overigens op dat visualisaties zoals deze – samen met degelijke filtercapaciteiten – een uitstekende manier bieden om een exploratieve analyse uit te voeren, zodat knelpunten, afwijkingen van het proces en uitzonderingen bepaald kunnen worden, vergeleken met wanneer je moet werken met op vlakke data gebaseerde tools (bijvoorbeeld analyseren van de originele eventlog-tabellen met spreadsheetsoftware). Merk ook op dat we zowel een analytische stap (de extractie van een as-is procesmodel) en een rapporteringstap (het tonen van verschillende metrieken bovenop het geëxtraheerde proces) vermeld hebben. Er bestaan ook andere proces discovery tools om andere vormen van procesmodellen te extraheren. Het Alpha-algoritme bijvoorbeeld werd door prof. Van der Aalst naar voren gebracht als een van de eerste formele methoden om proces­ modellen te extrageren die split/join-semantics5 bevatten. Dit discovery-algoritme probeert expli-

review policy claim intake

checking instance Z1004

claim intake conformant

review policy conformant

ciet te ontdekken welke taken parallel voorkomen. In de procesmap in figuur 4 zijn alleen de meest oppervlakkige ‘stromen’ tussen activiteiten getekend. Dat levert een degelijk, geaggregeerd overzicht op de processen. Maar het kan ook meer specifiek gemaakt worden, bijvoorbeeld om meer op het originele model in figuur 1 te lijken.

Conformance Checking Process Discovery is niet de enige taak die onder Process Mining valt. Een specifieke andere analytische taak is Conformance Checking. Deze heeft als doel de geregistreerde eventlog te vergelijken met een procesmodel dat ofwel ontdekt ofwel gegeven is. Zo kun je snel afwijkingen en conformiteitproblemen identificeren en lokaliseren. Bekijk opnieuw onze eventlog. Wanneer we deze ‘herspelen’ op een voorgeschreven model (dat in een eerdere fase ontdekt kan zijn geweest), dan zien we meteen enkele afwijkingen. Figuur 5 toont het resultaat na het herspelen van de procesinstantie Z1004. Zoals u ziet ontstaat er een conformiteitschending gedurende de uitvoering van de ‘Propose settlement’-activiteit wegens een niet-uitgevoerde maar verwachte ‘Evaluate claim’-activiteit die het voorstel voor een akkoord moet voorafgaan. Na de conformiteitschending kunnen de volgende taken uitgevoerd worden op een normale manier, maar ze worden wel als ‘onzeker’ gemarkeerd. Zoals uit dit voorbeeld blijkt, bieden Conformance Checking-gerelateerde technieken een sterke en directe methode om originele oorzaken achter afwijkingen en conformiteitproblemen in bedrijfsprocessen bloot te leggen, zodat je tijdig kunt reageren op zulke afwijkingen.


execution violation

?

missing activity

approve pay damages close claim

propose settlement calculate new premium

evaluate claim

reject claim evaluate claim non-executed expected

propose settlement execution violation

approve pay damages conformant dubious

calculate new premium conformant dubious

close claim conformant dubious

»Er zijn clustertechnieken om

spaghettimodellen in meerdere kleinere modellen op te delen

«

3

claim intake

claim intake

3

evaluate claim

8.6 hrs

4.3 hrs

1

evaluate claim

review policy

1

1

1

1

propose settlement 2

45.4 hrs

approve damage payment

2

2

2

1

calculate new premium 44.6 hrs

close claim 2

15.8 mins

5d 43 hrs

approve damage payment 3.5 d

3.1 d

2

reject claim

70.2 hrs

29.8 hrs

1

calculate new premium

66.7 hrs

propose settlement

1

2

24.2 hrs

27.6 mins

review policy

68.4 hrs

reject claim

1

27.6 mins

59 hrs

close claim 77.8 mins

2

discovered process with frequency counts

discovered process with mean durations

Figuur 5. Resultaat na het uitvoeren van Conformance Checking tussen de eventlog en het voorgeschreven procesmodel. Een conformiteitschending werd gevonden in de procesinstantie Z1004, aangezien de vereiste activiteit ‘Evaluate claim’ ontbreekt in de eventlog.

informatie / januari/februari 2014

1

1

41


Business Process Analytics

i Additionele taken Tot zover ons overzicht van Process Mining en zijn meest voorkomende taken. Er zijn nog diverse andere analytische taken. De volgende lijst somt enkele voorbeelden op: • Conformiteitscontrole, waarbij je bepaalde eigenschappen die onderworpen zijn aan strikte regels verifieert. Bijvoorbeeld in een auditing context: verifiëren of het ‘vierogenprincipe’ correct was toegepast. • Het in rekening nemen van additionele data, naast geval identificatiedata, de namen van de activiteiten en tijdseenheden. Bijvoorbeeld door informatie op te nemen over de werknemers die de taken hebben uitgevoerd. • Combineren van Process Mining met Social Analytics, bijvoorbeeld om sociale netwerken af te leiden die verklaren hoe mensen samenwerken.

»Op deze manier wordt

procesverbetering werkelijk een continue inspanning

informatie / januari/februari 2014

«

42

[6] J. De Weerdt, S. vanden Broucke, J. Vanthienen, Baesens, B, Active trace clustering for improved process discovery, IEEE Transactions on Knowledge and Data Engineering, e-pub, 2013.

• Het combineren van Process Discovery met simulatietechnieken om ‘wat als’-experimenten te herhalen en de impact van het toepassen van verandering in een proces te voorspellen. Hoewel Process Mining vooral uit descriptieve taken bestaat, bijvoorbeeld het verkennen en onttrekken van patronen, bestaan er ook technieken die managers ondersteunen in voorspellende analyse. Eén interessant domein is de voorspelling van de duur van procesinstanties die nog moeten starten door leerpatronen van historische data te gebruiken. Andere methoden combineren Process Mining met meer traditionele Data Mining-technieken, die in de volgende sectie beschreven worden.

De lus sluiten Het grootste verschil tussen Business Process Analytics (waaronder Process Mining) en Data

Analytics is dat Business Process Analytics op twee niveaus van aggregatie werkt. Op het onderste niveau vinden we de diverse gebeurtenissen gerelateerd aan bepaalde activiteiten en andere additionele attributen. Door deze gebeurtenissen te sorteren en groeperen op basis van geval­ identificaties – zoals gedaan wordt in Process Discovery – wordt het mogelijk om een beeld te krijgen waarin de processen centraal staan. Daarom hebben vele Process Mining-technieken zich voornamelijk op dit ‘procescentrale beeld’ geconcentreerd en niet op het produceren van informatie op granulariteit van de gebeurtenissen. Vandaar dat wij analisten sterk adviseren een geïntegreerde aanpak te volgen door het combineren van deze procescentrale technieken met andere Data Analytics. We tonen enkele gevalstudies die beschrijven hoe je dit kunt doen door Business Process Analytics met clustering en voorspellende beslissingsbomen – twee Data Mining-technieken – te combineren. We nemen het voorbeeld van een procesmanager die probeert om Process Discovery toe te passen met als doel een complex en flexibel bedrijfsproces (figuur 6) te bestuderen. Werknemers krijgen verschillende vrijheidsgraden om bepaalde taken uit te oefenen, met veel flexibiliteit in de ordening van de activiteiten. Zulke processen bevatten veel variabiliteit; Process Discovery-technieken leiden tot zogenaamde ‘spaghettimodellen’. Dit is duidelijk een ongewenst scenario. Hoewel het mogelijk is om niet-frequente paden of activiteiten eruit te filteren, kun je er toch voor kiezen om een goed overzicht te verkrijgen over hoe mensen hun toegekende werk uitvoeren zonder dat je infrequent gedrag verbergt dat zowel problematiek als zeldzame gevallen naar voren kan brengen. Want dit infrequent gedrag kan eventueel ook mogelijke optimalisatiestrategieën aanbrengen over hoe je met bepaalde taken kunt omgaan die nog niet veelvoorkomend zijn. Dit is een belangrijk punt om in gedachten te houden voor elke analytische taak: het extraheren van zeer frequente patronen is cruciaal om een goed overzicht te krijgen en om de belangrijkste conclusies af te leiden. Maar nog belangrijker is het analyseren van datasets gebaseerd op de impact van patronen, hetgeen betekent dat infrequente paden toch cruciale kennis kunnen blootleggen. Er zijn clustertechnieken om spaghettimodellen in meerdere kleinere modellen op te delen, die allemaal een bepaalde groep van gedragingen inhouden en daarom meer begrijpelijk zijn.6 Op


A ‘spaghetti model’ is obtained after applying Process Discovery on a flexible, unstructured process:

1

Log is clustered in smaller sub-logs based om common behavoir: cluster 1 capturing 74% of process instances

cluster 2 capturing 11% of process instances

unclustered log model

cluster 3 capturing 4% of process instances

cluster 4 capturing 11% of remaining, non-fitting, low-frequent process instances 2

Cluster characteristics are analysed to build predictive decision tree: cluster 1

cluster 2

cluster 3

cluster 4

3

mean completion time: 3.3 days mean nr. workers involved: 2 involved product types: P201, P202 ... mean completion time: 4.5 days mean nr. workers involved: 5 involved product type: P203 mean completion time: 32.4 days mean nr. workers involved: 12 involved product type: P204

attribute 1 attribute 2

cluster 1

cluster 2

attribute 3

cluster 3

cluster 4

mean completion time: 11.7 days mean nr. workers involved: 7 involved product types: P205, P206, P207

Characteristics of new instances can be predicted:

new process instance

expected completion time: 4.5 days expected amount of involved workers: 5

involved product type: P203 ...

Figuur 6. Grotere complexe eventlogs kunnen geclusterd worden in verschillende sublogs. De geĂŤxtraheerde procesmodellen bieden een overzicht over de verschillende gedragstypes in data die gemakkelijker te begrijpen zijn. De laatste cluster in deze figuur bevat alle procesinstanties die niet in een van de eenvoudigere clusters bevat konden worden en die dus beschouwd kunnen worden als een restcategorie die alle infrequente en zeldzame procesvarianten bevat.

informatie / januari/februari 2014

predicted cluster 2:

43


vak visie voorsprong >

BETER BESLISSEN MET UW ABONNEMENT Uw beste besluit is een proefabonnement! Voor slech ts €12,50 ee n kwartaal la ng inzicht

Een slimme investering

automatiseringgids.nl/kwartaal

Professionals in IT kunnen niet buiten AG. Want voor het

exclusieve toegang tot achtergrondartikelen op de site.

nemen van de juiste beslissingen, moet u weten wat er speelt.

Krijgt u de gratis iPhone-app. En leest u interessante

Vandaag én morgen. Diepte-informatie, ontwikkelingen en

nieuwsbrieven. Neem voor slechts € 12,50 een goed onder-

analyses geven inzicht. AutomatiseringGids levert u de kennis.

bouwde beslissing. Ga naar automatiseringgids.nl of bel

Met een kwartaalabonnement ontvangt u het magazine. Heeft u

070 378 98 80!

Magazine vol opinies en achtergronden - Excellente site met dagelijks IT-nieuws - Nieuwsbrief vol updates - Congressen, seminars & events voor kennisnetworking - App


Conclusie In dit artikel hebben we geprobeerd om een beknopt maar grondig overzicht te bieden van de huidige staat van Business Process Analytics-technieken: van Business Intelligence-rapporteringtools tot Process Mining-technieken en een gecombineerde aanpak waarin Business

Process Analytics samenvloeit met Data Mining. Op deze manier verklein je de leegte tussen traditionele voorspellende analytics en de data uit procesbewuste supportsystemen. Tot slot willen we de aandacht vestigen op het feit dat deze geïntegreerde aanpak niet alleen gebruikers en analisten in staat stelt ‘de lus te sluiten’ wat betreft de verzameling van technieken die toegepast wordt (Business Process Analytics, Process Mining en Data Mining), maar ook om actief voortdurende analysepraktijken te integreren met alle fasen van de BPM-levenscyclus. Dit in tegenstelling tot wanneer je beperkt bent tot post-hoc exploratieve onderzoeken gebaseerd op historische, gelogde data. Op deze manier wordt procesverbetering werkelijk een continue inspanning die proceseigenaren in staat stelt verbeteringen te implementeren op een tijdige en snelle manier, in plaats van te vertrouwen op ontijdige cyclussen van rapportering, analyse en herontwerp. Prof. dr. Bart Baesens is associate professor aan de KU Leuven en docent aan de University of Southampton. Hij deed uitgebreid onderzoek naar voorspellende analytics, data mining, web analytics, fraude­detectie en creditriskmanagement. Zijn bevindingen zijn gepubliceerd in bekende internationale journals en gepresenteerd op internationale conferenties. E-mail: bart.baesens@kuleuven.be

[7] A. Rozinat, W. M. P. van der Aalst, Decision Mining in ProM, Business Process Management 2006: 420-425, 2006. [8] J. De Weerdt, S. vanden Broucke, J. Vanthienen, B. Baesens, Leveraging process discovery with trace clustering and text mining for intelligent analysis of incident management processes, Congress on Evolutionary Computation (CEC), 2012. [9] M. Pesic, H. Schonenberg, W. M. P. van der Aalst, DECLARE: Full Support for LooselyStructured Processes, Enterprise Distributed Object Computing Conference, 2007. [10] A. Kim, J. Obregon, J. Y. Jung, Constructing Decision Trees from Process Logs for Performer Recommendation, DeMiMop’13 workshop of the BPM 2013 conference, 2013.

Seppe vanden Broucke ontving een masterdiploma in Toegepaste Economische Wetenschappen: handelsingenieur in de beleidsinformatica aan de KU Leuven. Hij is PhD-onderzoeker aan het Department of Decision Sciences and Information Management aan de KU Leuven. Hij werkt in onderzoeks­ domeinen zoals business process mining and management, data mining en event sequence analysis. E-mail: seppe.vandenbroucke@kuleuven.be Jasmien Lismont volgt de masteropleiding Toegepaste Economische Wetenschappen: Handelsingenieur in de Beleidsinformatica aan de KU Leuven. Gedurende haar stage aan het Department of Decision Sciences and Information Management aan de KU Leuven verdiepte zij zich in het onderzoeksdomein van process mining. Haar meesterproef kadert binnen dit domein en meer bepaald binnen process discovery, waar zij de theorie aan de business wil koppelen in een uitgebreide case study. E-mail: jasmien.lismont@student.kuleuven.be Prof. dr. Jan Vanthienen ontving zijn doctoraat in Toegepaste Economie aan de KU Leuven. Hij is Full Professor of Information Systems aan het Department of Decision Sciences and Information Management, KU Leuven. Hij is de auteur en co-auteur van verscheidene papers gepubliceerd in internationale journals en conference proceedings. Zijn huidige onderzoeksinteresses zijn onder andere information and knowledge management, business intelligence and business rules, en information systems and design. E-mail: jan.vanthienen@kuleuven.be

informatie / januari/februari 2014

deze manier wordt de complexe eventlog verweven met gedrag, verdeeld in kleinere, meer begrijpelijke logs met de geassocieerde ontdekte procesmodellen, zoals geïllustreerd in de eerste stap van figuur 6. Na de creatie van de groep clusters is het mogelijk om ze verder te analyseren en om de correlaties af te leiden tussen de cluster waarin een instantie geplaatst was en zijn karakteristieken. Het is bijvoorbeeld de moeite waard om procesinstanties in de ‘restcluster’ te onderzoeken en te bekijken of deze instanties significant verschillende looptijden (langer of korter) hebben dan de frequente instanties. Aangezien het nu mogelijk is om elke procesinstantie te labellen op basis van de clustering, kunnen we ook een voorspellende analyse toepassen om een voorspellend classificatiemodel voor nieuwe, toekomstige procesinstanties te bouwen, gebaseerd op de attributen van het proces wanneer het gecreëerd is. Een beslissingsboom kan bijvoorbeeld geëxtraheerd worden, zodat je de cluster kunt voorspellen waaraan een bepaalde instantie het meeste gelinkt. Op deze manier kun je de verwachte looptijd, het gevolgde pad van activiteiten en andere voorspellende informatie (stap 2 en 3 in figuur 6) voorspellen. Managers kunnen deze informatie toepassen om een efficiënte verdeling van de werklast te organiseren. Door voorspellende analyses te combineren met Business Process Analytics, is het mogelijk om een ‘volledige cirkel’ te vormen als je analytische taken toepast in de context van een bedrijfs­ proces. De omvang van deze toepassingen blijft niet alleen beperkt tot het beschreven voorbeeld. Gelijkaardige technieken zijn bijvoorbeeld ook toegepast op: • Het extraheren van de criteria om te bepalen hoe een procesmodel in een bepaald beslissingspunt zal vertakken.7 • Het combineren van het clusteren van proces instanties met text mining.8 • Het suggereren van de optimale route voor een proces om te volgen tijdens zijn uitvoering.9 • Het aanraden van optimale werknemers om een bepaalde taak uit te voeren.10

45


a g enda 11 februari Zeist

Productsoftware Jaarcongres 2014 CKC Seminars organiseert in samenwerking met Sjaak Brinkkemper (Universiteit van Utrecht) en ondersteund door Nederland ICT de tweede editie van het Productsoftware Jaarcongres: hét platform voor de Nederlandse software-industrie. Deze editie staat in het teken van ‘Business in the cloud’. Er is aandacht voor thema’s als cloudbusinessmodellen, de rol van marktonderzoek­ bureaus, ‘cloud quality & user experience’, oplossingen voor privacy & security, cloud­ apps, ‘software of service’ en cloudplatforms. En er zijn onder andere presentaties van onderzoeken door TU Delft en de Universiteit van Utrecht. Info: www.productsoftwarecongres.nl

11 februari

informatie / januari/februari 2014

‘s-Hertogenbosch

46

Congres ‘IT & information security’ Verlies van data: kun je dat volledig tegenhouden? Het antwoord is ‘nee’. Vroeg of laat heeft elk bedrijf wel eens te maken met verlies van data. ‘IT & Information Security’ is dé gelegenheid om met vakgenoten en specialisten van gedachten te wisselen

over informatiebeveiliging en cyber security. Welke informatie kan er weglekken? En wat doe je als je een lek hebt? Wat zijn nieuwe bedreigingen? Met keynotes door SSC ICT Haaglanden, de gemeente Urk en parktijkcases door RDW, Radboud Universiteit Nijmegen en de ANWB. Info: http://security.heliview.nl

13 februari Hoevelaken

Congres ‘IT & Software Asset Management’ Eén van uw softwarevendors klopt bij u aan voor een audit. Maakt u zich nu zorgen? Dit congres geeft in één dag een overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van Software Asset Management (SAM). Welke (financiële) risico’s loopt u? Welke tooling kan u helpen? Wat zijn juridische haken en ogen? Door met uw vakgenoten dieper in te gaan op SaaS, cloud, ‘Bring Your Own’ en alle juridische aspecten rondom deze en de gebruikelijke thematiek, ontstaat een platform voor optimaal beheer van en grip op uw IT-middelen. Info: http://itam.heliview.nl

19 maart Ede

Congres ‘SHIFT14’ Ontwikkelingen gaan razendsnel en budgetten blijven

krap. De business verwacht dat IT ondersteunt, meerwaarde creëert en zorgt voor efficiency. Technische innovaties waar tijdens dit congres de nadruk op ligt zijn mobility, BYOD, virtualisatie en cloud. Vragen die vanuit de business gesteld worden gaan onder andere over licenties, privacy en juridische aspecten. Hoe zorgt u voor een goede inrichting van uw IT-landschap en een sterke IT-strategie voor nu en in de toekomst? Dit congres geeft u handvatten. Info: http://virtualisatie. heliview.nl

4/5 februari of 20/21 mei Soesterberg

Training ‘Contract­ management’ Contractmanagement begint met een goed contracteringsbeleid dat uitmondt in contracten met heldere prestaties en voorwaarden. Tijdens de training ‘Contractmanagement’ leert u een nulmeting uit te voeren. Daarnaast leert u hoe te komen tot een systematische invoering van contractmanagement: de rol van de contractmanager, zijn verhouding tot de vendormanager en project- en programmamanagers, besparingsmogelijkheden, het gebruik van modelcontracten, registratie van contracten en performance measurement.

De training gaat ook in op methoden en hulpmiddelen voor het Vendormanagement en regie. Er is veel aandacht voor praktijkvoorbeelden en betere resultaten qua kwaliteit en risico's. Info: http://contract­ management.heliview.nl

10 februari Brussel

Workshop ‘Agile project­ management in de praktijk’ De tijd van langlopende ICT-projecten met meerjarenplannen lijkt voorbij. De nadruk ligt steeds meer op kwalitatieve kortlopende projecten waarmee geen geheel systeem wordt opgeleverd, maar een onderdeel uit een voortdurend evoluerend ecosysteem van bouwstenen. Deze situatie vereist ‘agile’ projectplannings- en managementtechnieken om snel te kunnen inspelen op veranderende omgevingen en klantvragen, en tegelijk het vermogen om te balanceren tussen flexibiliteit en structuur. In deze workshop leert u methoden en technieken om ICT-projecten te plannen en te managen. En voor alle duidelijkheid: ‘agile’ is veel meer dan ‘scrum’ en ‘extreme programming’! Info: www.sai-be


informatieprofessional 3.0

c olumn

Leren van ontwerpers De informatieprofessional 3.0 ontwerpt in essentie geen informatiesystemen, maar werksystemen; de bril die hij hierbij opzet is een informatiebril. Hij ‘in-form-eert’ in letterlijke zin de organisatie. De designwereld heeft eenzelfde evolutie doorgemaakt: het designbedrijf IDEO bijvoorbeeld werpt zich meer en meer op als ontwerper van interacties van mensen en dus van organisaties. Onbegrijpelijk is het dan ook dat zowel in de literatuur als in de praktijk van de informatieprofessional zo weinig geleerd wordt van ontwerpers. Ik doe een eerste kleine poging om deze lacune in te vullen… Terwijl wij proberen aan te leunen bij de wetenschap, hebben ontwerpers een ander uitgangspunt: in plaats van de wetenschappelijke ‘waarom?’-vraag te stellen, vertrekken zij van ‘waarom niet?’. Nieuwsgierigheid naar het onontdekte en het nog niet geprobeerde karakteriseert de basishouding van een ontwerper. ‘Als ik vooraf zou weten hoe het zal uitpakken, dan begon ik er niet aan,’ vertelde de ontwerper Friso Kramer mij. Kan dit ook van de informatieprofessional anno nu worden gezegd? Voordat hij een project begint, is het opstellen van een ‘business case’ in onze wereld zowat heilig: het project moet zijn investering meer dan opbrengen. Ontwerpers daarentegen mikken op de ‘hot spot’ van door de mensen in de organisatie ‘begeerd’, in business-zin ‘haalbaar’ en technologisch ‘realiseerbaar’; belangrijk hierbij is dat de eerstgenoemde component de belangrijkste is en als eerste wordt getoetst. Hoeveel tijd besteden wij aan het verlangen van de mensen in de organisatie vooraleer een project te beginnen? Hoe vaak leveren wij een resultaat op dat ‘Geweldig!’ of ‘Dank dat je dit voor mij gerealiseerd hebt’ als reactie oproept? Ook in zijn werkwijze kan de informatieprofessional leren van ontwerpers. Voor deze laatsten zijn modellen geen voorafbeelding van het eindresultaat (dat door stapsgewijze verfijning wordt gerealiseerd), maar inspiratiebronnen, ‘tools for thinking and feeling’.

Niet in de laatste plaats zijn het instrumenten om met de opdrachtgever in gesprek te gaan. En wat deze laatste betreft: ‘De moeilijkste opdrachtgever is de beste, maar hij moet wel bekwaam en bevlogen zijn’ (dixit Friso Kramer). Welke informatieprofessional tekent op voorhand voor een dergelijke opdrachtgever? Misschien wel de meest toepasselijke uitspraak van Friso Kramer vind ik deze: ‘Wat je ook ontwerpt, het mag nooit hinderen.’ Hoeveel systemen implementeren informatieprofessionals die deze basiswijsheid met voeten treden? Hoeveel mensen maken wij op een of andere wijze ongelukkig? Hoeveel ontwrichtende vragen durven wij onszelf te stellen? De opleidingen waar ik medeverantwoordelijk voor ben, zijn gebaseerd op design denken. Het meest typische in deze benadering is wellicht de nadruk op het directe contact met de mensen voor wie we het doen. Als iemand een nieuw informatiesysteem voor een verzorgingshuis moet ontwerpen, moet hij daar eerst maar eens een week als oudere en een week als verpleger leven. De kans op een informatiesysteem dat niemand hindert, is dan veel groter.

»Nieuwsgierigheid naar het onontdekte en het nog niet geprobeerde karakteriseert de basishouding van een ontwerper«

prof. dr. Rik Maes

informatie / januari/februari 2014

is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en oprichter van de Academy for Information & Management. E-mail: maestro@ienm.nl

47


Platform Het Ngi-NGN is een Nederlandse beroepsvereniging van en voor IT-professionals. Wij zijn een onafhankelijk platform waar leden al meer dan 50 jaar hun vakkennis bijhouden en hun netwerk onderhouden. Leden krijgen toegang tot vele inhoudelijke evenementen en ontvangen onze vakbladen Informatie en IT-Infra. Uw lidnummer geeft tevens toegang tot het online archief op www.informatie.nl. Secretariaat Postbus 1058, 3860 BB  Nijkerk (033)247 34 27 info@ngi-ngn.nl Medewerkers secretariaat Jolanda Bosma, Colette Zoetekouw, Ceciel Holstege Bestuur Klaas Brongers (voorzitter) Wouter Bronsgeest (secretaris) Bop Felix (penningmeester) Lex Schampers (vicevoorzitter SIG’s) Sandra de Waart (vicevoorzitter regio’s) Marcel Kouwenberg (ECDL) Anita Bosman (Educatie) Hans-Peter Ponten (Certificering & Professionalisering) Tom Dalderup (Communitymanagement) Frank Langeveld (Marketing & Communicatie) Maarten Emons (Marketing & Communicatie) Lidmaatschap Lid worden van het Ngi-NGN? U kunt zich aanmelden op www.ngi-ngn.nl.

Doelstelling Onze doelstelling is het bevorderen van kennisdeling tussen onze leden. Onze Special Interest Groups maken dat mogelijk door lezingen en bedrijfsbezoeken te organiseren. Zo blijft u als IT-professional op de hoogte van alle trends. Ook hopen we u te inspireren met praktijkvoorbeelden van andere organisaties binnen diverse sectoren. Met het Ngi-NGN blijft u zichzelf ontwikkelen! Special Interest Groups (SIG’s)

Architectuur

Beheer- & Servicemanagement

Business Intelligence

Common

Governance

Informatiebeveiliging

Informatiemanagement

Informatiesystemen

IT-Auditing

IT-beheer in het Onderwijs

Jong Professionals

NGN

Process Mining

Testen & Integratie

Gecertificeerde Informatici (VRI)

Wetenschap & Educatie

Zorg

informatie / januari/februari 2014

Van het bestuur

48

Als je niet op de nieuwjaarsreceptie kon zijn op 14 januari in Amsterdam: we wensen u een gezond 2014. Op een inspirerend en succesvol nieuw jaar! De eerste bijeenkomsten van het Ngi-NGN zijn achter de rug. Zelf kijken we terug op onze eerste bestuursbijeenkomsten met een vernieuwde samenstelling. Het is een feest om met elf gemotiveerde mensen te bouwen aan een vereniging die de IT-professional vertegenwoordigt. We hebben veel plannen en al vele acties in gang gezet. We zien elkaar tijdens ons jaarcongres op 6 maart. Het thema ‘Informatieprofessional 3.0’ blijft boeien en verbinden. Het is het centrale thema van ons congres, en is ook in 2014 het thema om onze evenementen op te baseren. Een van de kenmerken van dit thema is het overschrijden van grenzen. IT-professionals kunnen veel van elkaar leren, maar ook van aanpalende vakgebieden en disciplines. Op het Nationaal Management en ICT Symposium op 10 december 2013 was dat al duidelijk te zien, toen tien beroepsorganisaties hun gezamenlijke jaarcongres hielden. In 2014 zullen we als Ngi-NGN opnieuw aan dit evenement deelnemen! Op het gebied van de communicatie naar leden en naar de

vele ICT’ers die nog geen lid van ons zijn, vuren we een waar communicatie­salvo af. Uiteraard wordt onze website aangepast aan de nieuwe organisatie. Daarnaast werkt het bestuur hard om het Ngi-NGN een gezicht te geven. Dit doen we door bijvoorbeeld in diverse bladen te publiceren, met nieuw foldermateriaal aanwezig te zijn op evenementen en door ook studenten extra te interesseren voor de nieuwe organisatie. De publicaties van het Ngi-NGN helpen daarbij om de vereniging ook inhoudelijk een gezicht te geven. Door onze inzet op het Europese Competentie Framework (e-CF) krijgen we in Nederland ook een voortrekkersrol op dit terrein. De kern van de vereniging is het bieden van een concreet platform aan onze leden. De evenementen van de SIG’s (Special Interest Groups) zijn daarin bepalend. Het is dan ook mooi dat we sinds de laatste ALV een aantal enthousiaste SIG’s rijker zijn. We nodigen iedereen dan ook uit om bij de evenementen van deze SIG’s aan te sluiten en je te laten informeren over het brede vakgebied van de Informatieprofessional 3.0. Stap over de grenzen van je vakgebied heen, en help mee bouwen aan Ngi-NGN, platform voor IT-professionals!  Het bestuur


Eerste Ngi-NGN jaarcongres: 6 maart 2014

foto: the council of the european union

Ons jaarcongres vindt plaats in het eerste kwartaal van 2014, en niet zoals voorheen aan het einde van het jaar. We hebben namelijk iets te vieren! Na een frisse start als hét platform voor IT-professionals in Nederland willen we alle leden graag de gelegenheid geven om kennis te maken met elkaar en bijgepraat te worden op het vakgebied. Dat doen we vanuit het gezamenlijke inhoudelijke thema dat ons de afgelopen maanden heeft geholpen tijdens de samenwerking: de Informatieprofessional 3.0. Alle leden van Ngi-NGN zijn immers herkenbaar aan hun inzet om een IT-professional te zijn, en de vereniging is een prima plek om die vakkennis bij te houden en te actualiseren. Laat je dus inspireren op het jaarcongres. We houden het deze keer in Almere. Als extra krijgen alle bezoekers aan het congres het boek De Informatieprofessional 3.0 mee, de eerste uitgave van Ngi-NGN. We verwachten als keynote Jan-Kees de Jager, die ons eerder inspireerde om de samenwerking aan te gaan. We hebben diverse inspirerende sprekers en parallelsessies, dus we hopen veel leden op 6 maart de hand te kunnen schudden!

te doen is, is de zorgmarkt. Een select gezelschap heeft begin verleden jaar (2013) een start gemaakt met de SIG Zorg. We vermijden de termen ‘health’ en ‘e-health’, want wij zijn een Nederlandse vereniging. Een van de eerste activiteiten dit jaar is een aantal ontwerpsessies in samenwerking met de HAN/ Haagse Hogeschool. Mocht je interesse hebben, schroom niet je aan te melden. Doe dat via het secretariaat van het NgiNGN en je krijgt vanuit de SIG per omgaande meer informatie toegestuurd.

Regio Den Haag Het bestuur van de regio Den Haag organiseert en faciliteert regelmatig evenementen in de vorm van lezingen en bedrijfsbezoeken. Evenementen worden aangekondigd op de NgiNGN-website en via e-mail aan belangstellenden. De regio werkt samen met de Wiskunde en Informatica Studievereniging ‘Christiaan Huygens’ (CH) en in toenemende mate met andere organisaties die actief zijn in de regio op het gebied van ICT. Voor activiteiten van de afdelingen verwijzen we je naar de door afdelingen gepubliceerde informatie. In 2013 hebben we enkele interessante en goed gewaardeerde bijeenkomsten gehouden over allerlei onderwerpen. Een greep: ‘SPLUNK – doe meer met uw bedrijfsdata’; ‘E-health – patiëntportalen en apps’; ‘Kennismanagement – benutten en delen’; ‘Randstadrail – een groot railinfrastructureel project is gereed’; ‘De ins en outs van open ERP’; en een miniseminar over architectuur als basis voor effectieve governance. Behalve deze evenementen zijn bijeenkomsten georganiseerd met Ngi-afdelingen en de Studievereniging Christiaan Huygens. Voor verslaggeving verwijzen we je naar de website.

Jaarvergadering van de regio Het nieuwe jaar is gestart met de jaarvergadering van de regio op 30 januari. Aan de orde kwamen vooral de programmering van onderwerpen, resultaten van de evaluaties, de financiële situatie en de vraag: ‘Wat leeft er onder de leden?’. Ook werd onder dank van de voorzitter Kees van Loon afscheid genomen van bestuurslid Roel Schotanus. Naar nieuwe bestuursleden wordt nog gezocht. Een verslag van de jaarvergadering is voor leden beschikbaar via www.ngi-ngn.nl of via een verzoekje aan de secretaris van de regio.

Ngi-NGN mikt op Jan-Kees de Jager als keynote voor het jaarcongres.

Nieuwe Special Interest Group: SIG Zorg Een van de doelen van het nieuwe Ngi-NGN is de Informatie­ professional 3.0 vorm te geven. Een van de kenmerken van deze ICT’er is dat hij midden in zijn branche staat. Een van de meest dynamische branches waar qua ICT nog heel veel

Aansluitend aan de jaarvergadering verzorgde Sander Duivestein (senior analyst bij het Research Institute for the Analysis of New Technology at Sogeti) de lezing ‘Reboot 2020’. In deze eerste lezing van het jaar wordt in Den Haag gewoontegetrouw stilgestaan bij de trends in ICT. Met de introductie van de smartphone en de tablet PC is onze maatschappij in een stroomversnelling geraakt. Informatie nemen we realtime en 24/7 tot ons. We kunnen niet meer zonder. In 2020 is iedereen verslaafd aan informatie. We staan nog maar aan het begin: Google Glass, IBM’s Watson, 3D printing, brain interfaces, robots, kunstmatige intelligentie, wearable

informatie / januari/februari 2014

ICT-Trendlezing

49


computing, big data, privacy en het ‘internet of things’. Het zijn zomaar wat voorbeelden van dingen die ons leven voorgoed gaan veranderen. De technologische ontwikkelingen volgen elkaar nu zo snel op dat versnelde verandering nog de enige constante is. Science fiction is science fact. De toekomst is nu.

Nieuwe evenementen Bij het ter perse gaan van deze Informatie waren de data van nieuwe evenementen nog niet bepaald. In voorbereiding zijn activiteiten over de onderwerpen ‘big data’ en ‘de volwassenheid van gegevensmanagement’. Kijk voor data, de actuele agenda en nadere informatie op www.ngi-ngn.nl onder ‘Evenementen’ of ‘Verslag’ Regio Den Haag. Voor ideeën, tips en te organiseren activiteiten houdt de regio zich aanbevolen. Contact regio Den Haag: Cees Lodder (secretaris), e-mail: cees.lodder@ngi.nl

Regio Utrecht

informatie / januari/februari 2014

Het afgelopen jaar is de regio Utrecht weer zeer actief geweest met een aantal goed bezochte lezingen, onder andere over big data (sprekers van CBS en Rabobank), internet of things (sessie bij Centric), ‘process mining’ bij de Rabobank (groot succes, zeer inspirerend), big data revisited, Agile, etc. Sessies worden vaak bezocht door 40-50 mensen en als zeer boeiend en inspirerend ervaren. Bij een aantal van deze lezingen is door gemiddeld 20-25 mensen een evaluatie ingevuld – de scores lopen uiteen van voldoende tot ruim voldoende. In navolging van de succesvolle reeks in het afgelopen jaar organiseert de regio Utrecht in 2014 twee bedrijfsbezoeken en enkele boeiende lezingen. De lezingen zullen net als in 2013 weer zoveel mogelijk in de schitterende locatie van het Rabobank-hoofdkantoor in Utrecht plaatsvinden. Het schema voor 2014 ziet er zo uit:

50

februari Bedrijfsbezoek bij Prorail. maart Special over jonge IT-ondernemers. april Trendsessie – voor deze sessie nodigen we een trendspreker uit (we zijn in onderhandeling met Adjib Bakas). mei Gaming in combinatie met serious gaming – het eerdere initiatief rond toren Neude wordt opgepakt en uitdagend vormgegeven. juni Bedrijfsbezoek Oracle met als uitloper een (korte) lezing – hierin worden een paar prikkelende stellingen als ‘teaser’ gelanceerd. september Special over advanced analytics oktober Ethiek in relatie tot datasecurity november Selflearning systems december Continu verbeteren Verder staat in september of oktober gepland: special in de vorm van een combinatie met A-Eskwadraat. Het idee is om vanuit het Ngi-NGN aan te sluiten bij een evenement van de

Utrechtse studentenvereniging met als neveneffect het studentenlidmaatschap weer op de kaart te zetten.

SIG Proces-Mining In 2013 vond de succesvolle aftrap plaats van de SIG Proces-Mining – ook zeer goed bezocht (zo’n zestig mensen). Onze voorzitter, Frank van Geffen, is de drijvende kracht achter de SIG Proces-Mining – ook hier kunt u in 2014 de nodige activiteiten van verwachten! Verder is het de bedoeling om een combinatie te maken met de Hogeschool en Universiteit Utrecht om iets te organiseren om studenten bij het bedrijfs­leven te betrekken – dit evenement moet in de eerste helft 2014 plaatsvinden. Ook komt er een themanummer van Informatie over Proces-Mining. Kortom: een boeiend jaar staat ons en u te wachten! Lees voor de exacte data/tijdstippen en locaties de aankondigingen in de regionieuwsbrieven.

Regio Limburg

The Happy User: hét Limburgs ICT-event Ngi-NGN regio Limburg organiseert op dinsdag 25 maart 2014 de vierde editie van ‘Hét Limburgs ICT-event’. De voorgaande edities van dit event waren met bijna driehonderd deelnemers een groot succes. Door interessante en boeiende presentaties te combineren met een open bedrijfsmarkt is er volop de ruimte om inhoudelijk, sociaal en zakelijk eens goed bij te praten. Het thema van de vierde editie van ‘Hét Limburgs ICT-event’ is ‘The Happy User’. Dit jaar stellen we de eindgebruiker centraal. Het is deze eindgebruiker die overstelpt wordt met toenemende mogelijkheden en nieuwe ICT-ontwikkelingen en die daarmee meer keuzes heeft. Maar ook de zelfredzaamheid neemt toe. Eindgebruikers weten steeds beter wat ze willen en hoe ze het willen. En bevalt het niet, dan gaan ze op zoek naar een nieuwe oplossing. Wat is de impact van deze beweging op ons als ICT’er? Wat wordt onze rol en hoe gaan we de eindgebruiker echt faciliteren? En hoe managen we de belevingsprocessen van onze eindgebruikers? Of moeten we die nu juist niet managen en ons erbij aansluiten? Genoeg stof tot nadenken. The Happy User belooft een interessant en boeiend event te worden. Houd onze website in de gaten: www.thehappyuser.nl

SIG Informatiemanagement Dit jaar organiseert de afdeling Informatiemanagement weer enkele interessante bijeenkomsten.

Crisismanagement in de praktijk en theorie We beginnen op donderdag 13 februari met het verhaal van professor dr. Lineke Sneller RC over crisismanagement. Lineke was CIO bij Vodafone en crisismanager toen een brand uitbrak die zo’n 25 procent van het netwerk buiten bedrijf stelde. Haar verhaal is niet alleen een boeiend relaas van ‘achter de schermen’, maar gaat ook in op methoden en standaarden


foto: joost j. bakker

voor crisismanagement. Nu ICT in de meeste organisaties zo cruciaal is geworden dat uitval van ICT leidt tot crisis, kan het geen kwaad om meer te weten over de praktijk en theorie van crisismanagement. Lineke Sneller is hoogleraar Toegevoegde Waarde van IT bij Nyenrode en commissaris bij Achmea. De afgelopen vijftien jaar bekleedde zij CIO-posities bij InterfaceFLOR, Tele2 en Vodafone. In 2010 werd ze CIO of the Year. Lineke draagt het Ngi-NGN een warm hart toe: van 2005 tot 2010 was zij achtereenvolgens penningmeester en voorzitter, en zij is lid van de redactie van Informatie. Verdere bijeenkomsten zijn gepland op 10 april (Arno Oosterhaven over EDP Auditing), 19 juni (bedrijfsbezoek ASML) en 4 september (onderwerp nog vast te stellen).

Verslag seminar ‘De informatiegestuurde haven’ Op 21 november 2013 organiseerde de afdeling informatiemanagement samen met het Amsterdams Genootschap van Informatiemanagers (AGIM) een boeiend seminar over informatiemanagement in de keten van transport en logistiek. Het doel van het seminar (in de haven van Rotterdam) was om de genodigden kennis te laten nemen van innovatieve ontwikkelingen in de havenindustriecomplexen rond Rotterdam en Amsterdam. Het ging met name over de vraag: Hoe moet je als informatiemanager acteren in deze complexe en veelal innovatieve ketens van overheid en bedrijfsleven? Vijf ervaringsdeskundige sprekers stelden de dilemma’s voor informatie­ management in ketens aan de orde. Dankzij de diversiteit aan benaderingswijzen van deze problematiek was het seminar een succes. Teunis Steenbeek, programmamanager van Nextlogic, ging met name in op de uitdagingen voor een succesvolle informatie-uitwisseling. Hij benadrukte de complementariteit van de

vereiste competenties van de informatiemanager, zoals enerzijds rekenschap geven van en regisseren op het ketenbelang, naast het rekening houden met de individuele belangen van deelnemende organisaties. Volgens hem moet een informatiemanager visie hebben, draagvlak creëren, soms ook verplichten, maar vooral verleiden! Frans Tillema van Rapp Trans gaf aan dat het zorgen voor vertrouwen en goede verhoudingen tussen partijen het belangrijkste aspect is in de ketensamenwerking. Al is de technologie nog zo goed, partijen die met elkaar concurreren moeten elkaar vertrouwen voordat zij samenwerken en informatie delen. Dat betekent dat je als informatiemanager vooral verandermanager bent. Rob Zuidwijk van de Erasmus School of Management behandelde de relevantie van kwaliteit en waarde van de uit te wisselen informatie in logistieke ketens. Zijn stelling was dat naarmate de kwaliteit van de informatie hoog is ook de waardetoevoeging en economische groeipotentie voor de keten groot kan zijn. Maar hij benadrukte dat de complexiteit van internationale informatie-uitwisseling met alle semantischeen standaardisatievraagstukken deze waardetoevoeging onberekenbaar en complex maakt. Hans Zuidema, programmamanager van het Neutraal Logistiek informatieplatform (NLIP), behandelde de strategie van zijn organisatie om er een zo efficiënt en effectief mogelijk informatiegebruik in de privaat/publieke logistieke keten op na te houden. Volgens hem is de sleutel daartoe een combinatie van de volgende zaken: eenmalige gegevensaanlevering; maximale beschikbaarheid van die informatie voor derden; controle over je eigen informatie; maximaal gebruik van bestaande systemen, kennis en ervaring en een ‘Open ICT-platform’ met gestandaardiseerde afspraken en procedures. Peter de Bruijn van Stichting Studio Veiligheid sloot het seminar af met de casuïstiek rondom de samenwerking tussen

informatie / januari/februari 2014

Het seminar ‘De informatiegestuurde haven’ werd afgesloten met de casuïstiek rondom de samenwerking tussen Tata Steel IJmuiden met de Veiligheidsregio Kennemerland.

51


Tata Steel IJmuiden met de Veiligheidsregio Kennemerland, inzake het proces van ‘alarmering’ bij calamiteiten. Zijn stelling was dat succesvol informatiemanagement in de keten bestaat uit drie pijlers: vertrouwen creëren in elkaar en elkaars organisatie (koffie drinken), harmonisatie van processen en semantiek; vertrouwen creëren in de te hanteren technologie (door middel van oefeningen, gaming en scenario-ontwikkeling). Het was een interessante bijeenkomst in een inspirerende omgeving! Namens het bestuur van de afdeling Informatiemanagement (IM), Fons Panneman.

SIG Governance

informatie / januari/februari 2014

Architectuur als basis voor effectieve Governance

52

Op 2 december 2013 organiseerde de afdeling Governance in samenwerking met de regio Den Haag en de afdeling Architectuur een miniseminar met als onderwerp ‘Architectuur als basis voor effectieve governance’. Met een opkomst van meer dan zestig belangstellenden was dit miniseminar goed bezocht. Voor een effectieve besturing is architectuur een belangrijke discipline. Met behulp van architectuur kan een logische ordening van gegevens, applicaties en infrastructuur tot stand worden gebracht. Portfoliomanagement helpt bij het kwantificeren van informatie ten behoeve van de besluitvorming. Gezamenlijk geven zij richting aan investeringsbeslissingen en daarmee aan de effectiviteit van management bij de inzet van mensen en (financiële en operationele) middelen. De praktijk is echter weerbarstig. De eerste spreker, Richard Lugtigheid, is lead information architect bij PGGM in Zeist. PGGM is een pensioenuitvoerder voor zes pensioenfondsen met in totaal 2,5 miljoen deelnemers (waarvan ongeveer 350.000 gepensioneerden) en een belegd vermogen van meer dan honderd miljard euro. PGGM heeft zes autonome businessunits en ongeveer 1200 medewerkers. IT is belangrijk voor PGGM; zonder de huidige inrichting van IT zouden zes tot zeven keer zoveel medewerkers nodig zijn. In het eerste deel ging Richard in op de leidraad voor Governance. Architectuur hanteert hierbij twee richtingen: ‘de goede dingen doen’ en ‘de dingen goed doen’. Er bestaat een enterprisearchitectuur; deze komt tot stand door met de businessunits een gezamenlijk beeld voor de middellange termijn op te bouwen op basis van informatie over de markt, de concurrenten, toekomstverwachtingen (Gartner/ Hypecycles) en de meest urgente issues voor de businessunits (‘Waar lig je wakker van?’). Elke businessunit heeft een eigen projectportfolio. Ook binnen PGGM is de vraag groter dan het aanbod. Het ‘doen van de goede dingen’, waarbij de enterprisearchitectuur leidend is, leidt dan ook tot keuzes in de portfolio van projecten. Per businessunit komt jaarlijks een top 25 van projecten tot stand. In het tweede deel van de presentatie ging Richard in op de relatie tussen architectuur en portfoliomanagement. Bij het hanteren van een model met centraal portfoliomanagement heeft architectuur weliswaar meer mandaat, maar bestaat het risico dat vooral kleinere

projecten uit beeld verdwijnen. PGGM heeft een federatief karakter; hierbij past ook een meer decentraal ingericht portfoliomanagement, waarbij de afdeling informatiemanagement (bestaande uit informatiemanager, business consultants en technisch inhoudelijk deskundigen) per businessunit vaststelt hoe de portfolio van projecten eruit ziet. Architectuur geeft hierbij beleidskaders, situaties en richtlijnen mee waaraan de projecten moeten voldoen. Architectuur treedt hiermee sturend en ondersteunend op en houdt daarmee een goede samenwerking met de businessunits in stand. De tweede spreker, Martin van de Berg, is enterprise­ architect bij De Nederlandsche Bank (DNB). Daarnaast doet hij promotieonderzoek naar de rol van enterprisearchitectuur als managementinstrument. Dagelijks gaat er ongeveer honderd miljard euro door de boeken van DNB; er werken ongeveer 1550 fte. DNB zorgt voor financiële stabiliteit, onder andere door prijsstabiliteit, soepel betalingsverkeer, toezicht financiële instellingen en advies. De besturing van de informatievoorziening berust bij de governanceboard Informatievoorziening, deze is DNB-breed. Daarnaast zijn er portfolioboards voor de zeven domeinen Statistiek, Informatie, Betalingsverkeer, Toezicht, Intern Bedrijf, ICT en Kenniswerkers. Om het werken onder architectuur te realiseren is een aantal uitgangspunten vastgesteld. De business is eigenaar en eindverantwoordelijk voor domeinarchitectuur, deze wordt in opdracht van de business door architectuur – als exclusieve partner – gemaakt en bijgehouden bij veranderingen. Als standaard wordt Archimate gebruikt en TOGAF als referentiekader. Op DNB-niveau hanteert men architectuurkaders, op domein­ niveau de ‘future state’-architectuur, keuzes worden gemaakt in de portfolioboard, op projectniveau wordt een startarchitectuur aangeleverd (PSA) en is de opdrachtgever de verantwoordelijke. Elk project is gehouden aan de DNB-architectuur­ criteria. Tijdens het project is er een aantal toetsmomenten voor architectuur: in de preprojectfase, waarbij een beoordeling van de startarchitectuur wordt gegeven; tussen de initiatie en de planningsfase; tussen de plannings- en uitvoeringsfase; en ten slotte is er de architectuurtoets, waarbij PSA en eindresultaat met elkaar worden vergeleken. Zijn er afwijkingen, dan worden ze binnen het project opgelost. Is dit op korte termijn niet mogelijk, dan is er sprake van een ‘open issue’, waarbij de opdrachtgever een aantal opties ter besluitvorming krijgt voorgelegd. Tot slot ging Van de Berg kort in op de door DNB gehanteerde architectuurcriteria (die bestaan uit een verzameling van principes, beleid en standaarden) en op de rol van architectuur: het ontwerpen van de architecturen is belangrijk, maar het is ook belangrijk om goed te blijven communiceren met de business, waarbij je moet aansluiten bij de heersende cultuur. Communicatie is een wezenlijk onderdeel van de werkzaamheden van de enterpriseachitect. Na de pauze verzorgde Gerrit Smeenk een presentatie over de rol van governance en architectuur bij FrieslandCampina. Gerrit is al 28 jaar aan het bedrijf verbonden en heeft diverse rollen in de IT gehad, de laatste vijf jaar als leadarchitect. Het 140 jaar oude bedrijf is nog steeds een coöperatie (met twintigduizend participanten). Met één miljard klanten, een


SIG VRI

CEPIS e-Competence Benchmark De VRI roept alle ICT’ers op de CEPIS e-Competence Benchmark in te vullen. Goede functieprofielen (en inschaling) in de relatief jonge IT-industrie zijn al jaren een uitda-

Door de vragenlijst in te vullen ziet u in hoeverre uw profiel en competenties in lijn zijn en wat volgend jaar uw leerdoelen kunnen zijn.

ging. Maar als u eens wilt zien welke competenties internationaal gevraagd worden voor bepaalde profielen, dan is de CEPIS e-Competence Benchmark een fantastisch vertrekpunt. Door de (Engelstalige) vragenlijst in te vullen ziet u in hoeverre uw profiel en competenties in lijn zijn en wat volgend jaar uw leerdoelen kunnen zijn. De resultaten worden ook (volstrekt anoniem) verwerkt als benchmark. Zo’n benchmark is erg belangrijk, de IT-industrie is namelijk ondanks de crisis ook in 2013 nog gegroeid. Deze groei, onze alsmaar toenemende afhankelijkheid van de IT-industrie en het maatschappelijke en economische belang daarvan, maken dat het vakgebied sneller dan ooit verandert en verder en sneller moet professionaliseren. Om de huidige status en de toekomstige leerbehoefte goed in kaart te brengen is een benchmark onontbeerlijk. Hoe meer mensen meewerken aan de benchmark, hoe beter. De noodzaak is er, het tekort aan ICT’ers (volgens de EU) is aan het eind van dit decennium één miljoen! Deze gratis online tool helpt huidige en toekomstige IT-professionals om zelf inzicht te krijgen in waar ze staan. Door mee te doen krijgen we als VRI ook inzicht in de stand van zaken in Nederland in vergelijking met enkele andere Europese landen. Uiteraard zijn daarbij uw persoonlijk opgeslagen gegevens niet voor anderen toegankelijk, maar wordt de verzamelde informatie geaggregeerd, zodat een vergelijking per specifieke IT-functie mogelijk is. Op deze manier kunt u ook indirect uw steentje bijdragen aan goed ICT-onderwijs! Namens de Werkgroep Communicatie, Guido Steusel MBA, RI. De test is te vinden op www.vri.nl of direct via www.cepisecompetencebenchmark.org.

Werkgroep Communicatie Er wordt hard gewerkt aan de website van de VRI, men kan zich registreren, voor toegang op de delen voor leden. Wel bereikt ons af en toe een melding dat nog niet alles wil lukken, maar we gaan ervan uit dat deze problemen snel tot het verleden behoren. Tevens willen we het PE-puntenproces in 2014 zoveel mogelijk via de website laten verlopen, dus als u zich nog niet digitaal heeft aangemeld, doe dat dan zo snel mogelijk. De werkgroep Communicatie is nog steeds op zoek naar versterking, we zoeken vooral iemand die kan schrijven, omdat we anders moeten terugvallen op externe bureaus. U kunt uw kandidatuur melden via commissie.communicatie@vri.nl. informatie / januari/februari 2014

omzet van meer dan tien miljard en een groot en groeiend marktaandeel (Lady Blue) in Azië (China, Indonesië) is FrieslandCampina een grote speler op de wereldmarkt. Het huidige groeipercentage van meer dan tien procent per jaar zal nog toenemen als in 2015 de melkquota worden opgeheven. De enterprisearchitecture omvat processen, data/ informatie, applicaties, technische architectuur en securityarchitectuur. De rol van architectuur is sturend en geeft richting door het aangeven van doelarchitecturen, principes, standaarden en roadmaps. Deze worden goedgekeurd in het ICT-leadershipteam en de ICT governanceboard en vormen de basis voor keuzes in de projecten en programma’s. In de periode 2011-2016 worden diverse ‘global programs’ opgestart die standaardisatie en convergentie van processen (meer centralisatie) beogen. Om de discussie met de business over de te volgen weg bespreekbaar te maken, is een eerste versie van een roadmap voor 2020 ontworpen. Bij het opstarten van projecten vervult architectuur een adviserende rol en tijdens de oriëntatie- en opstartfase een toetsende rol; deze zal in de nabije toekomst worden uitgebreid met een review (strategie, standaards, principes) als het project wordt opgeleverd. Als uitdaging voor architectuur geldt ook hier om een transitie te maken van ‘enforcement’ naar ‘guidance’, om ‘alignment’ in de portfolio aan te brengen en daarmee echte ‘businessvalue’ te creëren. Communicatie en transparantie in werkwijze staan ook hier voorop, waarbij frameworks alleen als referentie worden gebruikt. Na de presentaties volgde nog een korte discussie en dronk iedereen een gezellige borrel. De presentaties van het miniseminar vind je op www.governance.co.nl.

53


SAI is een Belgische vereniging zonder winstdoel die zich richt naar informatici en naar informatiedeskundigen. ­ De vereniging richt activiteiten in die moeten toelaten om de ontwikkelingen op het vlak van informatie- en ­communicatietechnologie op een objectieve wijze te volgen. U vindt alle info omtrent de activiteiten op www.sai.be. Lidmaatschap: Er bestaan vier mogelijkheden om lid te worden van de vereniging, zie www.sai.be. Toegang archief: Via de button ‘Informatie voor abonnees’ op www.informatie.nl kunnen SAI-leden inloggen op archief.informatie.nl. De toegangscode is op te vragen via jacques.vandenbulcke@econ.kuleuven.ac.be. Informatie en online inschrijven voor deze evenementen: www.sai.be.

Workshops Bedrijfsregels voor conforme en flexibele bedrijfsprocessen Datum: 18 februari 2014 (13.30-20.30) Locatie: Van der Valk Airport Hotel, Brussel Spreker: Jan Vanthienen (professor of Information Systems, KU Leuven) Vandaag de dag is het besef gegroeid dat bedrijfsprocessen tal van beslissingen en bedrijfsregels bevatten die je maar beter niet kunt vermengen met het eigenlijke proces. Analoog, en in samenwerking met de Business Process Model & Notation Standaard (BPMN), is binnen OMG daarom een Decision Modeling & Notation Standaard (DMN) in ontwikkeling die kan bijdragen tot een productieve modellering van ‘lean’ bedrijfsprocessen en beslissingsregels. In de workshop wordt behandeld hoe bedrijfsregels kunnen worden gespecificeerd, beheerd en gebruikt voor het flexibel ondersteunen van bedrijfsprocessen en voor het garanderen van ‘compliance’.

HTML5 Development ‘Hands-on’ Datum: 24 februari 2014 (13.30-20.30) Locatie: Van der Valk Airport Hotel, Brussel Spreker: Mathias Bynens (front-end ontwikkelaar bij Qiwi)

informatie / januari/februari 2014

HyperText Markup Language revision 5 (HTML5) is de nieuwe standaard voor het ontwikkelen van websites en webapplicaties. Tijdens deze workshop wordt uitgelegd wat de voordelen zijn van het gebruik van HTML5 ten opzichte van klassieke HTML4-, XHTML1- of Flash-componenten. U leert hoe u eenvoudig op HTML5 kunt overstappen. Neem uw laptop mee voor hands-on oefeningen en demo’s.

54

Businesscases ontwikkelen voor ICT-projecten Datum: 12 maart 2014 (13.30-20.30) Locatie: Van der Valk Airport Hotel, Brussel Spreker: Prof. dr. Guido Dedene (KU Leuven) Steeds vaker wordt in de voorbereidende fase van een project gevraagd een businesscase uit te schrijven: een verantwoording

met een mogelijke prioritering van een project. De klassieke eenvoudige technieken volstaan niet meer om hier adequate inhoud aan te geven. In deze workshop worden enkele nieuwe technieken toegelicht om op een degelijke en onderbouwde wijze de voordelen én de risico’s van nieuwe ICT-projecten te bepalen.

‘Information governance’: van definitie tot implementatie Datum: 13 maart 2014 (13.30-20.30) Locatie: Van der Valk Airport Hotel, Brussel Spreker: Jan Henderyckx (Brainware-Envizion) Tegenwoordig is informatie een van de belangrijkste aandachtspunten van elke organisatie. Altijd en overal moet de juiste informatie beschikbaar zijn. Men spreekt in dit verband over ‘open data’, informatie als competitief voordeel, ‘empowered’ medewerkers, en men investeert in masterdataprojecten, in het personaliseren van de klantrelatie. Steeds meer is er sprake van regelgeving die bepaalt hoe wij met onze gegevens omgaan. Deze workshop biedt een leidraad voor een doelmatige implementatie van ‘information governance’.

Avondconferenties Gamification en de betekenis ervan voor uw organisatie Datum: 25 februari 2014 (20.00-21.30) Locatie: Crowne Plaza, Antwerpen Spreker: Bart Briers (director Services & Solutions, CTG, Brussel) Aandacht! Niets is zo moeilijk als de aandacht vast te houden van uw klanten en medewerkers. De klanten springen sneller dan ooit naar nieuwe businessmodellen en producten (cloud, apps). Ook medewerkers zijn sneller afgeleid. Hoe houden wij de aandacht vast in een wereld waar de enige constante verandering is? Kunnen wij nieuwe technologieën gebruiken om onze ‘traditionele’ wijze van organiseren en van verkopen te verbeteren? ‘Gamification’ is zo’n technologie: het toepassen van speldesigntechnieken, loyaltyprogramma’s en gedragspsychologie om klanten en medewerkers betrokken te houden.


Platform voor IT-professionals

Collectief lidmaatschap Het Ngi-NGN collectief lidmaatschap is bestemd voor bedrijven met medewerkers die actief zijn binnen de IT. Met een collectief lidmaatschap verbindt uw bedrijf zijn naam aan de grootste vakvereniging in Nederland voor IT-professionals. U brengt alle Ngi-NGN voordelen binnen bereik van uw IT-medewerkers en u draagt actief bij aan de ontwikkeling en groei binnen deze dynamische branche.

Het lidmaatschap Bedrijven kunnen voor een vastgelegd aantal medewerkers een collectief lidmaatschap afsluiten bij het Ngi-NGN. Hiermee biedt u uw medewerker een persoonlijk lidmaatschap aan van het Ngi-NGN. Deze medewerker kan gebruik maken van alle voordelen van het Ngi-NGN die een persoonlijk lid ook heeft. Zo kan uw medewerker Ngi-NGN evenementen bijwonen en hebben ze toegang tot een groot netwerk en aantrekkelijke kortingen op verschillende bladen en diensten.

Aantal lidmaatschappen

Tarieven

0-4 5-9 10 - 19 20 - 29 >30

€147,50 €120,00

%19 korting

€112,50

“De lidmaatschapsprijs per lid is aanzienlijk lager” Voordelen voor u! • Maandelijks ontvangst van het vakblad Informatie • PE registratie (permanente educatie) • Ingredienten voor Persoonlijke Ontwikkelings Plannen (POP) • Kennisdeling en de mogelijkheid tot netwerken van uw medewerkers • Lezingen van Ngi-NGN leden bijwonen en mogelijk zelf lezingen vanuit het Ngi-NGN verzorgen • De lidmaatschapsprijs per lid is aanzienlijk lager en uw medewerkers zijn persoonlijk lid

%24 korting

€102,50

%31 korting Speciale kortingsafspraak

Interesse? Heeft u interesse in een collectief lidmaatschap? Stuur dan een e-mail naar info@ngi-ngn.nl. Dan bellen wij u terug!


NEVI en Deal! Magazine organiseren:

Masterclass Businessgedreven Inkoop Met Gerco Rietveld, strategist en auteur van Inkoop, een nieuw paradigma

Het nieuwe concept van de businessgedreven inkoop is gelanceerd met de publicatie van het boek Inkoop, een nieuw paradigma. Al snel ontving auteur Gerco Rietveld hiervoor de prestigieuze prijs Managementboek van het Jaar. Inkoopdirecteuren, cpo’s en andere inkoopprofessionals zijn zich direct gaan verdiepen in het onderwerp, met vele bijeen­ komsten, studies en discussies als gevolg. Het nieuwe inkoopparadigma heeft aardig wat stof doen opwaaien. Maar inmiddels zijn de eerste zaadjes geplant. Tijd voor een masterclass. Doel van deze masterclass is deelnemers vertrouwd te maken met het concept van de businessgedreven inkoop en handvatten te bieden bij de daadwerkelijke implementatie van de theorie in de praktijk. De Masterclass omvat 4 trainingsdagen, waarin telkens dieper wordt ingegaan op alle aspecten van het concept businessgedreven inkoop, zowel de strategische elementen als de tactische aspecten.

Locatie: Kasteel Maurick, Vught. Data:

donderdag 20 maart 2014, donderdag 17 april 2014, donderdag 15 mei 2014 en donderdag 12 juni 2014.

Kosten: 2.170 euro voor leden NEVI en abonnees Deal!, PT Industrieel Management, Automatiseringgids, Cobouw en Energiegids. Voor niet­leden en niet­abonnees: 2.495 euro. Kosten zijn inclusief lunch, koffie, thee, syllabi en parkeergelden. Kijk voor meer informatie en uw inschrijving op: www.sduevents.nl of www.nevi.nl.

Mediapartners


Informatie nr.1 jan/feb 2014  

Maandblad voor informatievoorziening (www.informatie.nl).

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you