Issuu on Google+

patiĂŤntinformatie van de orthopedisch chirurg | jaarmagazine 2016 2014

Zorg voor Beweging Wel of niet opereren?

samen beslissen

beWegen als medicijn

dagelijks een prettige dosis

patiĂŤntervaringen

haalbare resultaten


Weer in beweging

Oeda de Jong (42) en dochter Femke van Vulpen (6) hadden een heupluxatie

‘De onzekerheid is het vervelendst’ ‘V

lak na de bevalling van mijn dochtertje Femke had ik eigenlijk al het vermoeden dat er iets niet goed was met haar heupen. Haar heupen ‘klikten’ bij het naar buiten bewegen, dat noemen ze ‘clicking hips’. Ik weet dat omdat ik zelf ben geboren met een heupluxatie. Dat is een afwijking van de heup waarbij de kop niet in de kom zit. Afwijkingen aan de heup zijn mogelijk erfelijk. Een stuit­ ligging tijdens de zwangerschap vergroot de kans dat het heupgewricht zich niet goed vormt. Dat heet heupdysplasie. Hier­ bij kan de heupkop makkelijk uit de kom geraken en dan is het een heupluxatie. Ik maakte me zorgen, want ik wilde Femke graag besparen wat ik zelf had

2

meegemaakt. Mijn moeder werd bij het consultatiebureau als ‘overbezorgd’ weggezet toen ze aangaf dat er iets niet klopte. Toen bij mij na een jaar alsnog de heupluxatie werd vastgesteld, waren de kansen verkeken om in mijn eerste levensjaar het grootste deel van de aandoening te verhelpen. Daarom moest ik nogal wat operaties aan mijn heup ondergaan. Ik heb er lelijke littekens aan overgehouden en ik loop mank. Met Femke is dat gelukkig heel anders gegaan. De behandeling van de heup­ luxatie begon bij haar al een paar weken na de geboorte met een spreidbroek. Daarbij wordt de heupkop voortdurend in de kom geduwd, zodat de kom zich

om de kop gaat vormen. Daarna heeft Femke nog twee keer gedurende drie maanden een gipsbroek gehad. Ouders vinden het natuurlijk zielig als hun kind een spreidbroek of een gipsbroek krijgt, maar ik weet dat je er als ouder vaak meer last van hebt dan het kind zelf. Vooral de onzekerheid over de afloop is vervelend. Maar als je er zo vroeg bij bent, komt het in vrijwel alle gevallen helemaal goed. Met Femke ook. Ach, als je de extremen zoekt, is er wel een kleine beperking. Alleen als ze erg vermoeid is, zie ik iets aan haar manier van lopen. Verder beweegt en speelt ze als ieder ander kind. Gelukkig maar.”

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


ď Š www.heupafwijkingen.nl www.zorgvoorbeweging.nl/heup

orthopedie houdt nederland in beweging

3


Voorwoord

Wij nodigen u uit … om via dit ­magazine een blik te werpen op de veel­zijdigheid van het vak o ­ rthopedie, waarin ­‘Bewegen’, uw zelfstandigheid bij allerlei dagelijkse activiteiten, centraal staat. Net als onze collega’s zetten we ons graag in voor m ­ ensen voor wie bewegen niet altijd vanzelfsprekend is. Dat zijn heel veel mensen, met diverse klachten. Bovendien is ieder mens anders, met ander werk, andere hobby’s en andere wensen. Dat heeft invloed op de behandelkeuze en op het ervaren succes van de behandeling.

6

Vanuit de Nederlandse Orthopaedische Vereniging hebben we als motto: ‘Orthopedie houdt Nederland in beweging’. In het hoofdartikel praten we hierover, onder andere met voormalig topvolleyballer Bas van de Goor en met onze collega, neuroloog prof. dr. Erik ­Scherder. Sport, bewegen – en het gebrek daaraan – staan volop in de belangstelling als het gaat om overgewicht, d ­ iabetes mellitus, hart- en vaatziekten en andere leefstijl gerelateerde aandoeningen en ziekten. In het interview met reumatoloog prof. dr. Margreet ­Kloppenburg lezen we dat onze lichaamssamenstelling ook invloed heeft op artrose. Wij willen met ons vak een directe bijdrage leveren aan uw gezondheid. En we stimuleren u om volop gebruik te maken van uw mogelijkheden om te bewegen, want zoals collega Scherder terecht opmerkt: wat telt, is het leveren van de inspanning. Daarin vinden u en wij elkaar: een gezamenlijke inspanning, waarbij soms een operatie nodig is, voor een zo gezond en actief mogelijk leven. Met hartelijke groet,

62

Prof. dr. Rob Nelissen, voorzitter NOV per 29 januari 2016 Henk Koot, voorzitter NOV tot 29 januari 2016

4

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


32

Inhoud

weer in beweging

2 Oeda de Jong ‘De onzekerheid is het vervelendst’ 12 Rien van Mourik ‘Ik wil geen nieuwe infectie’ 32 Norma Gallant ‘Gevaarlijke lading vond ik het leukst’ 42 Rob van Stappershoef ‘Ik weet wat het leven waard is’ 52 John Schoorl ‘Wat moesten ze met dat versleten exemplaar?’ 62 Richard Krajicek ‘De operatie was een wedstrijd die ik móest winnen’

34

opmerkelijk orthopedie 10 ARGON Wel of niet opereren bij artrose – en wanneer 20 Ketenzorg I Weg met de ‘muurtjes’ in het ziekenhuis 30 Ketenzorg II Samenwerken binnen én buiten het ziekenhuis 40 Specialisatie Keurmerk voor klompvoetcentra 50 Artrose-onderzoek Hoe lijdt een gewricht onder overgewicht 58 Sportorthopedie ‘Sport is de proeftuin voor reguliere ­orthopedie’

column 23 Goed voorbereid Epke Zonderland 39 Win-win-win Dorine van den Wildenberg 59 Niets te klagen Martijn Harms

35

en…

24 orthopedie houdt nederland in beweging

4 Wij nodigen u uit 6 Zelfstandig Behandel Centrum: als in een stroomdiagram 16 Meermaal daags een prettige dosis beweging 22 Top 5 informatiebronnen 24 Wat en Wie in de orthopedie 34 Niet zomaar een naam: De atlas 35 Onder de loep: de heupprothese 36 Wel of niet opereren? Samen beslissen 38 De Boom als symbool voor de orthopedie 46 Innovatie 48 Je staat er nooit alleen voor 54 Infographic 56 Indrukwekkende constructie voor een langer bot 60 Agenda Zorgevaluatie Orthopedie 66 Voor u 67 Colofon

5


Een dag orthopedie

Een zelfstandig behandelcentrum (ZBC) richt zich op goed te plannen ingrepen bij minder risicovolle patiënten. Daarbij benadrukken deze klinieken zaken als snelheid, efficiëntie, een gerichte kwaliteit en klantvriendelijkheid. Zorg voor beweging loopt een dag mee.

Een behandeling als in een stroomdiagram Patiënt Hywel Raymond is klaar voor de operatie. Hier spreekt orthopedisch chirurg Stefan Heijnen hem bemoedigend toe.

H

ywel Raymond is het type mannetjesputter. Rugbyspeler van origine, extreme duurspor­ ter. Hij is ook een krachtpatser: tijdens het ‘trekken’ van de halter rukte hij zómaar zijn rechter­ schouder uit de kom; dezelfde die een paar jaar eer­ der tijdens een potje rugby ook al een optater kreeg. Stoere jongens, die Britten. “Ik kon hier binnen enke­ le dagen terecht voor een diagnose en behandeling”, vertelt hij. “Meteen maar aanpakken.” Enkele dagen nadat orthopedisch chirurg Stefan Heijnen hem in deze Medinova-kliniek op het poliklinisch spreek­ uur ontving, staat Hywel ingeroosterd voor een schouder-artroscopie (kijkoperatie). Daarbij wordt de kapotgetrokken stootrand (labrum) in zijn schouder met draadjes weer vastgezet. De ingreep gebeurt in dagbehandeling; Hywel hoeft niet te overnachten. Vroeg in de ochtend zit Hywel beneden in de ont­ vangstruimte. Het gebouw is van binnen ontwor­

Orthopedische zorg in Nederland

In elke uitgave is de redactie een dag te gast op een afdeling orthopedie. In een regulier ziekenhuis in Nederland kunnen de meeste patiënten met een ­orthopedische klacht behandeld worden. Binnen deze ‘algemene’ ziekenhuizen heeft een aantal orthopedisch chirurgen zich gespecialiseerd in deelgebieden van het vak. In een Universitair Medisch Centrum zijn de ortho­ pedisch chirurgen nog verder gespeci­aliseerd. Zij zien vooral patiënten met zeldzame, complexe problemen en patiënten met meerdere gezondheidsklachten, waar­ bij ook andere specialisten nodig zijn. In deze uitgave zijn we op bezoek bij een zelfstandig behandelcentrum; daar is de zorg meestal gericht op een selectief aantal orthopedische klachten bij relatief gezonde patiënten.

6


Frontoffice-medewerkster Selma Peters maakt een vervolgafspraak met een patiënt.

pen als een stroomschema: de patiënt schuift tel­ kens op naar een nieuwe ruimte. Elke ruimte heeft zijn eigen functie. Aan het eind van de dag mag de echtgenote van Hywel hem aan de achterzijde van het gebouw weer ophalen. “Daar hebben we onze artiestenuitgang”, grapt Astrid Govers, verpleeg­ kundige en hoofd van de operatiekamers. Prettig en efficiënt

“Die snelle en functionele route is prettig voor de patiënt en efficiënt voor ons”, zegt orthopedisch chirurg Jeroen van der List. “Onze patiënten krij­ gen maar een paar medewerkers aan hun bed, de verpleegkundigen ‘verhuizen’ als het ware mee. Dat geeft houvast en vertrouwdheid.” Hoewel hier dagelijks tegen de twintig patiënten behandeld wor­ den, heerst in de ruimten van de kliniek serene rust. Van der List: “Wij behandelen geen patiënten die complexe of acute zorg nodig hebben, zoals in een ziekenhuis. Daardoor kunnen wij heel precies plan­ nen. Onze kracht is voorspelbaarheid. We weten altijd wanneer de operatiekamer, de orthopedisch chirurg en het OK-team beschikbaar zijn. Dat geeft duidelijkheid.”

Orthopedisch chirurg Stefan Heijnen volgt zijn verrichtingen op de monitor.

Fysiotherapeut Mark Westerink geeft Hywel Raymond meteen na de operatie alvast wat revalidatietips.

Met handbagage

Om kwart voor acht krijgt Hywel in de startruimte zijn operatiekleding aan. Zijn eigen kleding gaat in een tas en reist vandaag als een soort ‘handba­ gage’ in een trolley onder zijn brancard met hem mee. Even later is het proces van de operatie in volle gang: twee verpleegkundigen vinken in de voorbereidingsruimte zorgvuldig vragenlijsten af over gezondheidsaspecten, mede als onderdeel van medische veiligheidsprotocollen. Anesthesioloog Annemarie Vermelis en orthopedisch chirurg Stefan Heijnen begroeten Hywel en nemen de procedures nog even met hem door. Kijken én opereren

Voor alle duidelijkheid: een kijkoperatie is niet al­ leen om te kijken, maar een échte operatie. Het voordeel is dat de ingreep plaatsvindt met mi­ nuscuul gereedschap dat door twee buisjes in het lichaam wordt gebracht. Via een ander buisje gaat er ook een camera mee naar binnen. De patiënt houdt na afloop slechts drie kleine wondjes aan de operatie over. Op monitoren in de operatiekamer is te zien hoe de stootrand van het schoudergewricht is beschadigd en losgeraakt. Orthopedisch chirurg

7


Een dag orthopedie

Gezamenlijke lunch in het ‘zorghotel’.

Stefan Heijnen verwijdert losse stukjes kraakbeen, die vervolgens worden weggezogen. Daarna boort hij aan de rand van de kom gaatjes waarin hij plugjes aan­ brengt. Daarin verankert hij de draadjes waarmee hij de stootrand weer vastzet, waarna die geleidelijk aan het bot kan vastgroeien. Op dvd mee naar huis

Orthopedisch chirurg Jeroen van der List checkt Gerbert Broekhuizen bij wie hij even daarvoor een knieprothese plaatste.

Voor een leek is het een kunststukje; voor ­Heijnen is het dagelijks werk. Af en toe zet hij de dvdrecorder aan en spreekt hij commentaar in via de microfoon voor zijn mond. “Ik kan meneer ­Raymond na afloop wel vertellen dat zijn schouder flink was toegetakeld, maar als hij dat thuis zelf kan zien op de dvd die hij meekrijgt, is dat goed voor de bewustwording. Zijn schouder blijft namelijk kwets­ baar.” In de uitslaapkamer ontmoet Hywel de ver­ pleegkundigen die hem ook hebben voorbereid op de operatie. Op de dagverpleging is er een broodje, waarna fysiotherapeut Mark Westerink de komende dagen met hem doorneemt. De schouder en de arm

zitten strak in een mitella. Voor het herstel moet hij toch rekenen op een maand of zes. Halverwege de middag is Hywel klaar en verdwijnt hij door de ‘artiesten­uitgang’. In het zorghotel

Niet iedereen is zo snel weg. Wat in een traditio­ neel ziekenhuis de verpleegafdeling heet, heet hier ‘zorghotel’. Rond het middaguur zitten vijf patiënten gezamenlijk te lunchen op de bovenste etage. Ze zijn allemaal herstellende van een operatie op een van de voorbije dagen. Willy Jacobs uit Roosendaal: “Ik kwam hier ooit mijn dochter afhalen, voelde de sfeer en bedacht dat ik voor mijn knieprothese be­ slist hier geopereerd wilde worden.” Barbara Stolp uit het Brabantse Made is ‘vaste klant’: “Vorig jaar heb ik hier een knieprothese gekregen, gisteren een prothese in mijn rechterheup. En ik kan u verzekeren dat mijn schouder en mijn linkerheup ook aan de beurt komen. Ik heb veel last van artrose.” Lenneke Moen uit Terborg (Achterhoek): “Ik heb al vijftien jaar knieartrose en ik heb gewacht tot het niet langer kon. Toen ben ik op internet gaan zoeken welke kliniek het best bij mij zou passen. De resultaten zijn hier goed, het is kleinschalig en er is veel persoonlijke aandacht. Dat wil ik. Je hebt helemaal niet het gevoel dat je in het ziekenhuis ligt.” Alleen zonder andere klachten

Meer dan de helft van de patiënten melden zich naar aanleiding van mond-tot-mondreclame, aldus Jeroen van der List. Ongeveer een derde komt via de huis­

8

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Bezoekuur: Dick Valk wordt begroet door zijn echtgenote.

arts of de fysiotherapeut. “En de rest vindt ons via Google, via onze website. Dat is toch nog een beetje nieuw in de gezondheidszorg. We moeten het heb­ ben van een hoge kwaliteit en persoonlijke aandacht. Er gaan dus geen patiënten van de ene behandelaar naar de andere; iedereen blijft het hele traject bij dezelfde specialist. Onze kwaliteit ontwikkelen we door een sterke specialisatie op veelvoorkomende ingrepen.” De kliniek steekt veel energie in het vermijden van complicaties. Frontoffice-medewerkster Selma Peters: “Vooraf nemen we met iedere patiënt een vragenlijst door. Als daaruit blijkt dat er sprake is van risicovolle aandoeningen, bijvoorbeeld aan het hart of de longen, dan verwijzen we naar omliggende ziekenhuizen. We vermijden die risico’s omdat we geen intensive care-afdeling hebben. Mocht een van onze patiënten onverhoopt toch dergelijke zorg nodig hebben, dan kan dat direct in een van die omliggende ziekenhuizen. Daarover zijn afspraken gemaakt. Maar wij behandelen hier dus alleen patiënten met bewe­ gingsproblemen die verder in principe gezond zijn.” Krukken als bergstokken

Over gezond gesproken: aan het eind van de dag oefent Dick Valk uit Dordrecht met zijn heupprothese op de trap, onder begeleiding van fysio­therapeut Mark Westerink. “Eigenlijk had ik nu de hellingen van de Turkse berg Ararat willen beklimmen. Dat het deze trap is geworden, kwam door een misstap tijdens de landing na een ballonvaart. Ik voelde het meteen in mijn heup, waarvan ik toch al wist dat die

orthopedie houdt nederland in beweging

niet best meer was.” En dus daalt Valk het trapportaal af. ­Fysiotherapeut Westerink hoeft hem weinig aan­ wijzingen te geven. In de palm van zijn rechterhand liggen de krukken; het zouden zijn bergstokken kun­ nen zijn. De linkerhand rust op de trapleuning, als ware het een uitstekende rotspunt. “Even doorzetten. Dan ben ik weer terug in het hooggebergte. Ik ben een ouwe taaie, weet je.”

Dick Valk oefent met fysiotherapeut Mark Westerink op de trap. Valk wil beslist weer wandeltochten gaan maken in het hooggebergte.

9


Opmerkelijk orthopedie

de wetenschap zoekt antwoorden

wel of niet opereren bij artrose – en wanneer Veel artrosepatiënten en hun orthopedisch chirurgen kennen het dilemma: blijft het nog een tijdje pijnstillers slikken of wordt het opereren? En wat is het effect van een behandeling met een brace, dus zonder operatie? Vanuit ARGON (Artrose Research Group Orthopedie Nederland) zoeken wetenschappers naar de antwoorden. ARGON is een onderzoeksprogramma waarbij wetenschappers van drie Neder­ landse universitaire ziekenhuizen en een reeks andere ziekenhuizen samen onderzoek doen naar artrose en naar de behandeling ervan. Elk jaar plaatsen orthopedisch chirurgen ongeveer 50.000 heupen knie­prothesen en bij heel veel van deze patiënten is artrose de oorzaak van hun klachten. Dat aantal neemt toe door de vergrijzing, maar ook doordat patiënten steeds hogere eisen stellen aan hun kwaliteit van leven. Ze geven sneller de voorkeur aan een prothese en de bijbehorende operatie. Het beste resultaat Maar de groep artrosepatiënten is gevarieerd: de leeftijd verschilt, de ernst van de artrose verschilt, de mate waarin mensen last hebben van artrose verschilt en soms hebben mensen naast artrose ook last van andere aandoeningen of ziekten. Bovendien kunnen bij het ontstaan van artrose veel oorzaken een rol spelen. Bijvoorbeeld een leven lang zware lichamelijke arbeid, maar ook overgewicht, sportblessures en erfelijkheid spelen een rol. ARGON onderzoekt wat het beste moment is voor een operatie en welk resultaat je van de ingreep mag verwachten, op korte en op lange termijn. Bovendien vergelijkt ARGON het plaatsen van een gewrichtsprothese met behandelmogelijkheden zonder operatie, zoals het volgen van oefentherapie, pijnbestrijding, de inzet van hulpmiddelen of een combinatie daarvan. “Als we hierover meer weten, kan de orthopedisch chirurg de patiënt

10

nog beter adviseren”, zegt prof. dr. Sita Bierma-Zeinstra. Zij is hoogleraar artrose en daaraan gerelateerde aandoeningen en voorzitter van ARGON. Brace of operatie? ARGON richt zich momenteel op drie ­artrose-onderzoeken. Bij patiënten met knieartrose door O-benen (zie ook het interview met Richard Krajicek op ­pagina 62) wordt de meerwaarde van een opera­tieve correctie vergeleken met een bracebehandeling (zie de afbeelding). Sita Bierma-Zeinstra: “We onderzoeken twee groepen van 62 patiënten met vergelijkbare knieartrose. De ene groep patiënten ondergaat een zogeheten osteotomie. Hierbij wordt net onder de knie de hoek in het been veranderd. Daardoor wordt de knie op een andere manier belast. Het is een zware ingreep met lange hersteltijd. De andere groep van 62 mensen draagt de hele dag een brace. Dat is een versteviging rondom de knie die de belasting op de knie verlaagt. Deze brace hebben we voorzien van sensoren waardoor we weten hoe vaak en hoe lang de mensen de brace dragen. Uiteindelijk willen we na een jaar van de mensen in beide groepen weten: wat kunt u en wat niet? Hoe ervaart u uw kwaliteit van leven? Bent u tevreden?” Deze resultaten zet ARGON ook naast de bijbehorende zorgkosten.

overprikkeld zijn geraakt door extreme pijn. Die zenuwpijn verdwijnt mogelijk niet na het plaatsen van een prothese. Van elke 10 artrosepatiënten hebben 2 of 3 mensen hier last van. “Wij behandelen één groep van deze overprikkelde patiënten in de maanden vóór de operatie met een specifieke pijnstiller, de andere groep niet. We willen weten of de patiënten die de pijnstiller ­hebben gekregen, ook na hun operatie minder pijn ervaren. Wellicht kan de pijn

Brace of operatie? Bij patiënten met knieartrose door O-benen vergelijken onderzoekers twee behandelmethoden die de stand van het been veranderen: door een brace of door een operatieve correctie (een stukje bot eruit of de botgroei stimuleren. Dit heet een osteotomie).

Bestrijding zenuwpijn Een tweede ARGON-onderzoek richt zich op mensen met chronische artrose die

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


zelfs zoveel afnemen, dat een operatie niet meer nodig is.” Data-onderzoek Het derde ARGON-onderzoek spitst zich toe op de grote hoeveelheden beschikbare gegevens. Van duizenden patiënten met een knie- of heupprothese worden bijvoorbeeld de gegevens over geslacht, leeftijd, over­gewicht, sportbeoefening en algehele gezondheid geanalyseerd. “In deze data-

analyse plaatsen we die categorieën in relatie tot zaken als pijnvermindering en verbetering van het dagelijks functio­ neren. Daaruit kunnen we leren welke pa­tiënten op welk moment het meeste profijt hebben van een prothese”, aldus Bierma-Zeinstra. Alle onderzoeks­ resultaten moeten het mogelijk maken de behandeling van artrose in de toekomst beter af te stemmen op de wensen en verwachtingen van iedere patiënt.

ARGON is opgericht door de Neder­landse Orthopaedische Vereniging (NOV). De ­universiteiten van ­Groningen, Leiden en Rotterdam hebben het voortouw genomen. Inmiddels hebben ook tientallen perifere ziekenhuizen zich aan ARGON verbonden; zij delen hun gegevens en dragen actief bij aan onderzoeken. Het ARGON-onderzoek is onder meer mogelijk door subsidie van het Reumafonds.

Open wig

Gesloten wig

orthopedie houdt nederland in beweging

11


Weer in beweging

Rien van Mourik (64) leeft met één heup:

‘Ik wil geen nieuwe infectie’

12

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


orthopedie houdt nederland in beweging

13


Weer in beweging

Alles wat Rien van Mourik kan vertellen over zijn kapotte heup, zijn ziekenhuisopname en over de eerste maanden van zijn herstel, komt uit zijn medisch dossier. Door een delier mist hij namelijk een heel jaar uit zijn herinneringen. In zijn rechterbeen heeft hij geen heup meer en daarom loopt hij met een kruk. “Een nieuwe heupprothese hoef ik niet; het risico van een operatie is me te groot. Ik red mij wel, ook met één heup.”

I

n het vroege voorjaar van 2013 wordt Rien binnengebracht in het ziekenhuis. “In mijn dossier staat dat ik in slechte conditie was. Ik was verward en had hoge koorts, gecombineerd met hart- en long­ problemen. Er was sprake van een verwaar­ loosde breuk in mijn heup. In de tweeën­ halve maand die ik in het ziekenhuis was, is een heupprothese geplaatst. Maar na een hardnekkige infectie moest die er weer uit.”

maar na een tijdje begon ik me te realiseren dat ik daar niet thuis hoorde. In mijn eerste herinneringen takelden verzorgers me in en uit bed. Soms kon ik in een rolstoel zitten. De situatie veranderde toen ik begeleiding kreeg van een psycholoog en van een fysiotherapeut. Dat wierp vruchten af: ik kwam meer en meer tot mezelf. In novem­ ber mocht ik het verpleeghuis verlaten en verhuisde ik naar een verzorgingshuis om verder te revalideren.”

Revalideren met één heup

Sindsdien leeft Rien met één heup. “Mijn eerste herinneringen van die periode zijn van september dat jaar, toen ik me in een verpleeghuis langzaam weer bewust werd van mezelf en van mijn omgeving. Er was aanvankelijk niets met me te beginnen,

Dan vertelt hij over de periode vóór het ‘zwarte gat’: hoe hij veertien jaar eerder zijn baan als bedrijfskundige verloor en er na een echtscheiding alleen voor kwam te staan. Hij ging vrijwilligerswerk doen en reisde in de zomermaanden heel Europa

door. “Dat ging prima, dankzij mijn gou­ den handdruk. Toch ben ik in een soort zwart gat gevallen en vanaf 2010 ging het minder goed. Ik gebruikte teveel alcohol. In 2012 heb ik nog een reis naar Spanje gemaakt. Vanaf 2013 heb ik geen herinne­ ringen meer. Hoe ik die heup heb gebro­ ken weet ik niet.” Spieren doen het werk

Vanuit het verzorgingshuis waar hij kwam te wonen, werkte hij onder begeleiding van een fysiotherapeut aan zijn verdere herstel. Zonder heup liep hij toch al vrij snel achter een rollator. Vervolgens maakten de wieltjes eerst plaats voor twee krukken, daarna één. Dat is bijzonder, omdat patiënten zoals Rien meestal zijn aangewezen op een rol­

‘xxxx xxxxxx xxxxx xxxx xxxxxxxxxxx’

14

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


stoel of moeizaam bewegen met een rol­ lator. Het been-zonder-heup is korter dan het andere been. Om dat beenlengteverschil op te vangen heeft hij een ruim zes centime­

Het been-zonder-heup is ruim zes centimeter korter ter dikke zool onder de schoen. “Ik kan in huis nu zelfs stukjes los lopen. Het herstel betekende hard werken, met veel kracht­ oefeningen. Spierpijn is bij mijn leven gaan horen. In de heup zonder gewricht moeten de spieren keihard werken. Dat voel ik wel.

Girdlestone-situatie

“Soms ontstaat er na het plaatsen van een heupprothese een infectie in het been. Die infectie is vaak te behandelen, maar soms ook niet. Dan verwijderen we de heupprothese. Pas als de infectie weer weg is, kun­ nen we een vervangende heupprothese plaatsen”, vertelt dr. Ad Ooms, de orthopedisch chirurg van Rien van Mourik. “Zonder heupgewricht hangt het been los aan pezen en spieren. Na enige tijd vormt zich ­(litteken)weefsel aan het bekken en daar vindt het bot weer wat steun. Voor sommige patiënten geeft dit voldoende steun en dan kan hij of zij met een stok weer redelijk lopen. Dat geldt ook voor Rien. Hij heeft de afweging gemaakt tussen het risico van een nieuwe operatie – voor een nieuwe prothese – en wat het hem kan opleveren aan bewegings­ vrijheid. Zijn situatie, waarbij een been geen heupgewricht heeft, heet de ‘Girdlestone’-situatie. Dit is de naam van de Schotse chirurg die deze techniek voor het eerst toepaste bij heup-tuberculose.”

Ik kan nu met één stok de straat op en ik doe mijn eigen boodschappen. Hurken, knielen en diep voorover buigen gaan erg ­moeizaam. Autorijden lukt niet meer, maar met het openbaar vervoer kan ik overal heen. Ik red me.” Daarom ging Rien niet in op de mogelijk­ heid van een nieuwe heupprothese. “Ik verwacht niet dat de mogelijkheden om me te bewegen en te verplaatsen erdoor zullen verbeteren. Bovendien betekent het een nieuwe zware operatie. Ook al het weefsel dat is gegroeid op de plek van het vroegere gewricht zou dan verwijderd moeten wor­ den. Weet je, ik wil geen risico meer nemen. Ik heb geaccepteerd dat ik met een stok door het leven ga”.  www.girdlestone.nl www.mijnheupprothese.nl/complicaties

orthopedie houdt nederland in beweging

15


Hoofdartikel

universeel recept

Meermaal daags een prettige dosis beweging ‘Gemak dient de mens.’ Dat klopt. Maar liften, auto’s, magnetrons, stofzuigers en andere huishoudelijke apparaten beroven ons ongemerkt van onze gezondheid. De gevolgen van te weinig bewegen zijn soms letterlijk dodelijk. Voormalig top-volleyballer Bas van de Goor, dr. David van Bodegom en prof. dr. Erik Scherder laten zien dat bewegen een fantastisch ‘medicijn’ is om gezondheidsproblemen te voorkomen en te behandelen.

Een actieve leefstijl maakt een groot verschil voor onze gezondheid, op ­jongere én op latere leeftijd. Verouderings­ wetenschapper dr. David van Bodegom, verbonden aan de Leyden Academy, is optimistisch: “Ik geloof dat er een omslag komt. Het zal net zo gaan als met roken in openbare ruimten, dat wordt niet meer geaccepteerd. Meer bewegen en minder eten en drinken worden de sociale norm.” Van Bodegom deed onderzoek naar de ­gezondheid van mensen die leven zonder al het comfort waaraan wij gewend zijn.

‘Meer bewegen en minder eten worden de sociale norm’ Op het platteland van Ghana worden ­mensen gemiddeld gezonder oud dan bij ons, vertelt hij. “Ouderen daar heb­ ben minder last van hart- en vaatziekten, diabetes, overgewicht en een verhoogd cholesterolgehalte dan bij ons. Ze be­

16

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


binnen vijf minuten op je werk bent, ga dan lekker lopen, dat levert je een kwartier meer lichaamsbeweging op.”

wegen meer en eten minder. Op het Ghanese platteland moeten de bewoners overal moeite voor doen: kleding wassen, ­voedsel verzamelen en bereiden, brand­ hout halen, de vloer vegen. Daar hebben wij de wasmachine, de supermarkt, een magnetron en een stofzuiger voor. Het resultaat: zij hebben een BMI (body mass index, maat voor (over)gewicht, red.) van gemiddeld 18,6 – dat staat voor ‘gezond gewicht’. Onze BMI zit gemiddeld boven de 25, dat betekent ‘licht overgewicht’. Hun cholesterolgehalte is gemiddeld 3; ons gehalte is het dubbele en zit boven de normaalgrens.” Dezelfde welvaartskwalen

Niet dat Ghana nu ineens het beloofde land is: de gemiddelde levensverwachting is er half zo hoog als bij ons, vooral door hoge kindersterfte, infectieziekten, malaria en slechte gezondheidszorg. Maar dat sluit niet uit dat ook Ghanezen oud kun­ nen worden. Van Bodegom: ­“Interessant is dat als Ghanezen verhuizen van het platteland naar de grote stad, ze de­ zelfde welvaartskwalen krijgen als wij in Nederland. De leefstijl, en daarmee de gezondheid, wordt sterk beïnvloed door de om­geving. Van de Ghanezen op het platteland kunnen we leren dat we veel meer in touw moeten zijn. Pak dus de fiets in plaats van de auto. En als je al fietsend

Professor dr. Erik Scherder: “Een actieve leefstijl helpt je hersenen vitaal en gezond te houden en v­ erkleint de kans op het o ­ ntwikkelen van dementie.”

orthopedie houdt nederland in beweging

Het lichaam is nu eenmaal heel zuinig met calorieën. De oermens wist maar nooit wanneer hij weer wat te eten had. Nu hoeven we de koelkast maar open te trekken; voor een overvloed aan eten ­hoeven we geen enkele moeite te doen. Dat is een ziekmakende combinatie. Van Bodegom: “Als kind leren we al de verkeer­ de dingen: ‘zit stil’ en ‘eet je bord leeg’. Gelukkig is het nooit te laat om te veran­ deren. Als je van een kleiner bord eet, eet je minder en ben je net zo voldaan.” Verstop de lift

De omslag naar een actievere leefstijl vereist een omgeving waarin gezond ge­ drag de norm wordt. “Een Ghanees gaat natuurlijk niet voor zijn lol vijf kilometer verderop water halen; dat doet hij omdat het niet anders kan. Daarom zeg ik: verstop de lift ergens om de hoek en laat roltrap­ pen langzamer draaien zodat mensen eerder kiezen voor de trap. Voor de meeste fietsers is de fiets vooral een handig ver­ voermiddel, geen gezondheidsideaal. Maak daarom in de stad liever een groene golf voor fietsers. Werk en vergader staand; een ouderwets bureau met een stoel is ‘dode­ lijk’: de k­ antoormens kweekt een buikje, een hoog cholesterolgehalte, suikerziekte, slappe spieren en zwakke botten. In Dene­ marken is een staande werkplek inmiddels ­verplicht, zo moet het bij ons ook.” Professor dr. Erik Scherder, hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, onderstreept het pleidooi van Van Bodegom. “Bewegen is niet alleen goed voor de bloedsomloop, stofwisseling en spieren, maar ook voor je brein”, benadrukt hij. Het deel van onze hersenen van waaruit we onze bewegingen aansturen, werkt zeer nauw samen met dat deel van de hersenen waarmee we denken, waarnemen, redeneren, herinne­ ren en spreken. “Als we bewegen, wordt in de hersenen ‘witte stof’ aangemaakt waar­ door de samenwerking tussen verschillen­ de delen van de hersenen verbetert. Door

17


Hoofdartikel

beweging ‘trainen’ we dus het cognitieve deel van onze hersenen.” Verleiden tot bewegen

Daarbij is het niet belangrijk of we perfect bewegen, integendeel. Wat telt, is het leve­ ren van de inspanning. Scherder: “De kern is dat je er moeite voor doet. Ook iemand met een halfzijdige verlamming kan met beweging zijn brein trainen. Het gaat erom dat we bereid zijn om buiten onze comfortzone te treden. Comfort is het vergif van onze tijd, alles wordt ons veel te makkelijk gemaakt.” Hoe werkt dat in het hoofd? “De zenuw­ banen en de hersenen zijn voor een goede werking gebaat bij een goede zuurstof­ toevoer en dus bij een goede doorbloe­

Bas van de Goor gaat geregeld op pad met diabetespatiënten.

18

ding. Dat maak traplopen niet alleen tot een weldaad voor benen, hart en longen, maar ook voor de hersenen.” Het zou een denkfout zijn om te veronderstellen dat je van bewegen slimmer wordt of van stil­zitten dommer, hoewel stilzitten niet slim is, legt Scherder uit. “Een actieve leefstijl helpt wel de h ­ ersenen op korte en lange termijn ­vitaal en gezond te houden. ­Actieve mensen verkleinen hun risico op het ontwikkelen van dementie.” Scherder is net als Van Bodegom een liefhebber van langzame roltrappen en slecht vindbare liften. ­“Gedragsverandering is niet makke­ lijk, maar er zijn genoeg mogelijkheden om mensen te verleiden te gaan bewegen.” Daar heeft voormalig top-volleyballer Bas van de Goor veel ervaring mee. Hij zet zich met zijn eigen Foundation in op het gebied van voorlichting en bewust­ wording over d ­ iabetes. Veruit de meeste dia­betespatiënten hebben te maken met ‘ouderdoms­diabetes’, aangeduid als type II. “Ik vind het zorgwekkend dat juist steeds

meer jonge mensen deze aandoening krij­ gen. Dat hangt nauw samen met te weinig beweging en een ongezond eetpatroon. Dat leidt al gauw tot overgewicht en een neerwaartse spiraal van vermoeidheid, passiviteit en lusteloosheid.” Een miljoen ­Nederlanders zijn inmiddels diabetes­ patiënt. Negen op de tien hebben type II, de al genoemde ouderdomsdiabetes. De overigen, onder wie Bas van de Goor zelf, hebben type I; dat is een auto-immuun­­ ziekte, waardoor het lichaam de glucose­ huishouding niet zelf meer kan regelen. Samen bewegen

De meeste mensen in de doelgroep van

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Dr. David van Bodegom: “Pak de fiets in plaats van de auto.”

de Bas van de Goor Foundation houden eigenlijk niet zo van sport. “Daarom ves­ tigen we de aandacht op laagdrempelig ­bewegen”, vertelt Van de Goor. “Wandelen, fietsen en de hond uitlaten zijn heel ge­ zonde en effectieve vormen van beweging. Het lichaam van type II-patiënten kan soms door gezond eten en meer bewegen de energiehuishouding weer zelf regelen, waardoor medicatie overbodig wordt. In ieder geval geldt dat sport en bewegen ­diabetespatiënten helpen hun lichaam beter te leren kennen. Daardoor krijgen ze meer vertrouwen in hun lichaam.” De Bas van de Goor Foundation orga­ niseert sport- en beweegactiviteiten op verschillende niveaus. De deelnemers met diabetes lopen bijvoorbeeld marathons of beklimmen een berg. Ze gaan op ontdek­ kingstocht naar hun mogelijkheden en worden de boegbeelden van een actieve leefstijl. “En omdat gedragsverandering in je eentje heel moeilijk is, organiseren we bijvoorbeeld ook gezamenlijke wande­ lingen.” Daarbij wandelen groepen diabe­

‘Wie beweegt, slaapt beter en heeft minder stress’ tespatiënten meerder keren per week; de uitvalsbasis is meestal een gezondheids­ centrum. Vrienden, familieleden, maar ook huisartsen en praktijkondersteuners lopen geregeld mee. De Bas van de Goor Foundation rolt deze regionale program­ ma’s uit over tientallen gemeenten.

orthopedie houdt nederland in beweging

“Deelnemers geven aan dat ze een leuker en socialer leven leiden, zich fitter voelen en zich thuis een betere partner voelen. ­Bovendien leren patiënten en behande­ laars elkaar beter kennen, wat de com­ municatie vergemakkelijkt.” Afvallen komt vanzelf

Een gezond lichaamsgewicht is belangrijk, maar geregeld bewegen is nóg belangrij­ ker, aldus David van Bodegom: “Inactivi­ teit is erger dan overgewicht. Als je niet afvalt maar wel flink gaat bewegen, ver­ beter je je gezondheid. Je maakt namelijk spieren aan, je versterkt je botten, ver­ betert je bloedsomloop, je stofwisseling en je zorgt dus ook beter voor je brein. Suikerpieken in het bloed worden lager, waardoor de kans op diabetes vermindert.

Wie beweegt, slaapt beter en ondervindt daardoor minder stress. En ja, afvallen komt dan meestal wel vanzelf.” “Zo beschouwd is de orthopedie in Neder­ land van onschatbare waarde”, meent Erik Scherder. “Neem alle bekende chronische ziekten. Van oncoloog tot hart­chirurg en van internist tot longarts: ze adviseren hun patiënten meestal als eerste om op een verantwoorde manier te gaan bewe­ gen om hun weerbaarheid te vergroten. Dat geldt dus ook voor het brein. Ortho­ pedische ingrepen stellen mensen in staat te bewegen, aan hun conditie te werken en aan hun algehele gezondheid. Dat werkt sterk kostenbesparend in de gezondheids­ zorg. Er moet toch iemand zijn die daar een goede rekensom van maakt?”

19


Opmerkelijk orthopedie

samenwerken als team:

weg met de ‘muurtjes’ in het ziekenhuis In steeds meer ziekenhuizen werken specialisten van verschillende afdelingen, verpleegkundigen, ­­ fysio­therapeuten en andere behandelaars samen. Ze beschikken niet alleen over dezelfde actuele informatie omtrent de situatie van de patiënt, ze weten ook welke rol ze hebben bij de behandeling. Dat is een vorm van ketenzorg: de beste zorg op maat voor elke patiënt.

Voorheen ging een patiënt met complexe klachten eerst naar de ene zorgverlener en dan naar de andere. Zij behandelden onafhankelijk van elkaar een deel van de klachten. Die ‘keten aan zorgverleners’ werkt steeds meer en steeds beter samen. Deze ketenzorg breekt de vanouds traditionele ‘muurtjes’ af tussen verschillende specialismen, is de ervaring van orthopedisch chirurg Conny Douw. “Als specialisten weten we steeds méér van steeds minder. Ik ben getraind in gewrichtsproblemen en in botbreuken. Maar dat betekent niet dat ik ook de overige medische aspecten van een patiënt goed beoordeel. Daarom hebben mijn collega orthopedisch chirurgen en ik vaste afspraken met andere specialisten en afdelingen binnen het ziekenhuis. Dat verbetert de zorg voor de patiënt.” Kwetsbare ouderen Een voorbeeld is de manier waarop steeds meer ziekenhuizen omgaan met de opname en behandeling van oudere mensen met een heupfractuur. Door de vergrijzing neemt het aantal kwetsbare ouderen toe. Deze mensen zijn vaak al zwakker door andere aandoeningen of door hun leeftijd. Ook

Orthopedisch chirurg Conny Douw en geriater Joyce Hogebrug (met bril) overleggen met een patiënt. Verpleegkundige Dorothe Logten heeft meneer met de tilwagen vanuit het bed naar de stoel gebracht.

20

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


dementie komt steeds vaker voor. En een struikelpartij ligt altijd op de loer, thuis of op straat. Kwetsbare ouderen lopen flinke kans door zo’n valpartij in een negatieve

spiraal verzeild te raken, soms met overlijden tot gevolg. Conny Douw: “Als orthopedisch chirurg blijf ik verantwoordelijk voor de behan-

deling van zo’n gebroken heup. Maar bij deze kwetsbare mensen zijn ook andere zaken belangrijk, bijvoorbeeld: waardoor is iemand gevallen? En hoeveel levenslust heeft iemand nog? Als iemand door een valpartij niet meer kan lopen, is dat voor de één reden om te zeggen dat het voor hem allemaal niet meer hoeft, maar een ander is blij dat hij zijn klein­ kinderen nog kan zien. Dit soort aspecten zijn de specialiteit van een geriater, een ouderen­arts. Samen hebben we een completer medisch én sociaal inzicht in wat goed is voor de patiënt. Dat bespreken we met de patiënt en met de familie.” Specialistisch team Om deze reden vormen steeds meer ­ziekenhuizen voor de behandeling van kwetsbare ouderen een specialistisch team met orthopedische en geriatrische exper­ tise. Soms zijn op de verpleeg­afdeling ­orthopedie dan ook een of meer kamers aan­gepast op de oudere patiënt, met wat meer een huiskamer-gevoel. Daar zijn ook de verpleegkundigen g ­ especialiseerd in de zorg voor kwetsbare mensen. Niet alleen binnen de zorg voor kwetsbare ouderen rukt ketenzorg op. Ook de behande­ling van chronische aandoeningen als ­diabetes leent zich goed voor spe­cia­ listische teams: internisten, oog­artsen, pedicuren, vaatchirurgen en ook orthopedisch chirurgen werken nauw ­samen. Dit gaat dus ‘dwars door de afdelingen heen’, bevestigt Conny Douw: “Iedereen, van Spoedeisende Hulp tot verpleegafdeling, weet wat zijn of haar rol is. Dat is goed voor de patiënt, ­omdat die van de ene naar de andere behandelaar kan, zonder daarvan last te hebben. Voor de behandelaars is het prettig dat de linkerhand weet wat de rechterhand doet. Zo werken we aan kwaliteit.”

orthopedie houdt nederland in beweging

21


Patiëntenorganisaties

Top 5 Informatiebronnen 3 de patiënten-

Bent u op zoek naar informatie over uw aandoening? Er is een schat aan gegevens beschikbaar bij uw behandelaars, op internet en niet te vergeten bij uw medepatiënten. Patiëntenorganisaties geven tips over geschikte informatiebronnen.

Patiëntenorganisaties behartigen belangen van patiënten, geven voorlichting en maken uitwisseling van patiëntervaringen mogelijk. Voor het delen van hun kennis maken de organisaties gebruik van websites, magazines en bijvoorbeeld telefonische informatielijnen. Sommige patiëntenorganisaties hebben expertgroepen geformeerd met specialisten die op specifieke vragen antwoord kunnen geven. Patiënten kunnen bij deze organisaties ook vaak terecht voor een overzicht van gespecialiseerde behandelaars.

1 uw behandelaars De eersten met wie u spreekt over uw klachten, de diagnose, de behandeling en het herstel, zijn uw behandelaars: de huisarts en de orthopedisch chirurg. In veel ziekenhuizen werken tegenwoordig verpleegkundig specialisten en/of physician assis­ tants die wat meer tijd beschikbaar hebben om uitleg te geven. U krijgt schriftelijke informatie mee naar huis. Zo niet, vraag er dan gerust om.

2 internet Op internet is een schat aan medische informatie beschikbaar. Het is verstandig kritisch te kijken naar de betrouwbaarheid daarvan. Commerciële websites zijn er vaak op uit om producten of behandelingen aan te prijzen. Ze zijn meestal herkenbaar aan een overdaad aan advertenties en aan de wervende toon. Maar met een kritische blik kunt u online heel goed uw kennis verruimen en verdiepen.

 Met dank aan het Reumafonds en de Vereniging van Scoliosepatiënten. www.scoliose.nl www.reumafonds.nl www.zorgkaartnederland.nl www.npcf.nl www.zorgvoorbeweging.nl

22

organisatie

!

!

! !?

!

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Column

Goed voorbereid

4 social media Veel patiënten willen horen hoe anderen omgaan met een vergelijkbare aandoening. Dat kan op vele forums en discussieplatforms. Een aantal van die forums zijn ingesteld door patiëntenorganisaties; op deze manier maken zij ‘lotgenotencontact’ mogelijk. Ook op Facebook zijn verscheidene groepen waar patiënten elkaar vragen stellen, hun verhalen delen en elkaar tips geven. Sommige patiëntenorganisaties hebben ook nog aandacht voor het ‘sociale medium’ in zijn oervorm: in het hele land zijn geregeld bijeenkomsten waar patiëntencontact en voorlichting centraal staan.

5 zorgkaart nederland en uw zorgverzekeraar

Op de Zorgkaart Nederland van Patiën­ten­­ federatie NPCF geven patiënten een waardering aan zorgaanbieders zoals ziekenhuizen, specialisten, fysiotherapeuten en huisartsen. Op deze website is het ook mogelijk een zorgaanbieder te vinden voor een specifieke aandoening. De website geeft een schat aan cijfers en feiten. En als u dan nog steeds twijfelt of u met een behandelaar in zee wilt: u kunt ook nog informeren bij uw zorgverzekeraar. Die heeft er geen belang bij dat uw een ondeugdelijke therapie of behandeling ondergaat.

orthopedie houdt nederland in beweging

Het mooie van topsport is dat je een leven leidt met een heel helder doel. Maanden, soms jaren, werk je naar dat ene piekmoment. Dán komt het erop aan dat je zo goed mogelijk voorbereid en topfit bent. Voor patiënten die een orthopedische ingreep ondergaan, geldt ook het belang van een goede voorbereiding. Wie zoveel mogelijk beweegt en gezond leeft, is fitter bij de start van een operatie. Dat is gunstig voor het herstel. Als arts in opleiding wil ik me later graag specialiseren in de orthopedie. Die interesse en passie voor het bewegings­ apparaat zal niemand verbazen. Een leven lang turnen heeft me bewust gemaakt van het belang van goed functionerende gewrichten, spieren en pezen. Het heeft me ook geleerd om te luisteren naar mijn lichaam: ik ben erg scherp op pijntjes die kunnen duiden op overbelasting en aankomende blessures. Wat ik van mijn lichaam vraag, is natuurlijk extreem. Het zal nog even duren voordat ik aan mijn gewenste spe­ cialisatie tot orthopedisch chirurg kan beginnen. Eerst werk ik ernaar toe om deze zomer mijn Olympische titel in Rio de Janeiro te verdedigen. Daarna heb ik nog een jaar nodig om af te studeren als basisarts. Dan pas kan ik gaan solliciteren op een opleidingsplaats tot orthopedisch chirurg. Die opleiding duurt dan nog zes jaar. Maar misschien nog langer, want ik sluit niet uit dat ik nog een aantal jaren aan topsport blijf doen. Epke Zonderland Wereld- en Olympisch kampioen turnen

23


Wat en wie in de orthopedie?

De MMT-arts heeft medisch gezien de leiding; hier bedient hij de beademingsapparatuur.

Schuin boven de MMT-arts hangt de zwarte m ­ obilofoon waar­mee hij contact houdt met de meldkamer, die medische informatie kan doorspelen naar de spoed­eisende hulpafdeling van het ziekenhuis.

Met zijn rechterhand houdt de MMT-arts de beademingsslang vast.

Dit is de helikopterpiloot. Hij is voorbereid op extreme omstandigheden en bijzondere landings­ locaties. Bij zeer slecht zicht wordt niet gevlogen.

Het blauwe ‘headblock’ beschermt uw hoofd tijdens de vlucht tegen onverwacht bewegen.

Stel, u raakt gewond bij een ongeval of een ramp. Het Mobiel Medisch Team (MMT) is dan snel ter plaatse. Alleen als het niet anders kan, vliegt u mee naar het ziekenhuis. 24

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Zeg nooit ‘wieken’. Die tref je aan op een molen. Een helikopter heeft rotorbladen.

De MMTverpleegkundige assisteert de MMT-arts bij het behandelen van een patiënt. Eenmaal in de lucht is hij de rechterhand van de piloot: hij is ook opgeleid om te helpen navigeren.

Onder de beademingsapparatuur hangt een monitor voor het aflezen van belangrijke informatie, zoals uw hartslag en bloeddruk.

De oranje rugzak zit vol medische hulpmiddelen en medicatie.

Door het zwenkmechanisme kan de brancard met wieltjes makkelijk de helikopter in en uit.

orthopedie houdt nederland in beweging

25


Wat en wie in de orthopedie? Dit is het infuussysteem waarmee u vocht, pijnstilling of antibiotica kunt krijgen.

Beademen kan handmatig met de beademingsballon die aan het plafond hangt.

Deze kent u uit uw eigen auto: een veiligheidshamer met gordelsnijder. Onmisbaar.

Een kledingschaar: als het nodig is voor de behandeling, dan knipt de ambulance足 verpleegkundige uw jeans of jurk open.

Aan de muur is de zuurstofkraan bevestigd, voor beademing.

Uw brancard zit tijdens de rit muurvast op het railsysteem dat zelfs stabiel blijft tijdens het maken van bochten op hoge snelheid.

Standaard is dat de ambulance u naar het ziekenhuis brengt. Die heeft meer noodzakelijke hulpmiddelen aan boord dan de traumahelikopter. 26

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Bergruimten voor verband- en hulpmiddelen en medicatie.

Extra verband ligt hier. Door de nummering komt de koffer altijd weer terug in de juiste ambulance.

Op de monitor leest de ambulanceverpleegkundige uw ademhaling, hartslag en bloeddruk af.

Veel hulpmiddelen hebben voor kinderen een aangepast formaat, bijvoorbeeld een mondkapje en intubatieslangetjes. Vandaar een speciale kinderkoffer.

Bij de ambulanceverpleegkundige bent u in goede handen.

De Automatische Externe Defibrillator (AED) ligt binnen handbereik voor het verhelpen van hartritmestoornissen.

In de ABC-koffer zitten alle standaardbenodigdheden voor de eerste hulp aan een slachtoffer. De afkorting staat voor ‘Airway’, ‘Breathing’ en ‘Circulation’, ofwel de meest vitale functies: de luchtweg, de ademhaling, en de bloedsomloop.

orthopedie houdt nederland in beweging

27


Wat en wie in de orthopedie?

Voor deze intubatie houdt de SEH verpleegkundige een laryngoscoop gereed; dit apparaat helpt de tube naar binnen te brengen door uw strottenhoofd (larynx) naar uw luchtpijp.

Aan het plafond hang een mobiele OK-lamp, om ‘bij te lichten’ als het nodig is.

Achter de radioloog bevindt zich het eveneens beweegbare anesthesieapparaat voor de verdoving.

De SEH-verpleegkundige zorgt voor aanvoer van hulpmiddelen en medicatie.

Een loodschort is nodig om beschermd te zijn tegen röntgenstraling als er röntgenfoto’s gemaakt worden. Wie geen loodschort heeft, moet op een andere manier bescherming zoeken.

De radioloog bereidt een echo voor.

De anesthesioloog aan het hoofdeinde is verantwoordelijk voor de luchtweg en de ademhaling. Hier bereidt zij een intubatie voor: zij brengt voor de beademing een slangetje (tube) door uw keel naar binnen.

Dit is het mobiele echo-apparaat.

28

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Op deze monitoren zien alle leden van het team de röntgenfoto’s.

Boven u hangt het beweegbaar röntgenapparaat.

Achter het loodglas verzorgt de radiologisch laborant de bediening van het röntgenapparaat.

Alle leden van het medisch team dragen een sticker waarop hun functie zichtbaar is.

Dit is de traumaleider, hij heeft de leiding over het medisch team. Dit team bestaat uit artsen en verpleegkundigen die zijn gespecialiseerd in de behandeling van traumaslachtoffers (mensen die gewond zijn geraakt bij een ongeval of een ramp).

De orthopedisch chirurg is lid van het medisch team, helpt bij de eerste opvang en beoordeelt fracturen en letsel aan het steunen bewegingsapparaat. Met name complexe fracturen in de wervelkolom, het bekken en/ of de bovenbenen kunnen belangrijk zijn voor de vitale functies zoals ademhaling en bloedsomloop.

In het ziekenhuis staat het medisch team op de afdeling spoedeisende hulp (SEH) al voor u klaar. orthopedie houdt nederland in beweging

29


Opmerkelijk orthopedie

samenwerken als team:

binnen én buiten het ziekenhuis De opnameduur bij een orthopedische ingreep wordt steeds korter. Vaak zijn patiënten twee dagen na het plaatsen van een gewrichtsprothese alweer thuis. De revalidatie die in het ziekenhuis begon, is dan nog lang niet klaar. Om ervoor te zorgen dat iedere patiënt dicht bij huis de goede begeleiding kan krijgen, werken orthopedisch chirurgen steeds vaker heel nauw samen met behandelaars buiten het ziekenhuis, zoals fysiotherapeuten. Orthopedisch chirurgen en fysiotherapeuten streven ernaar om de zorg voor hun patiënten steeds verder te verbeteren, zegt orthopedisch chirurg Reinder Wolvius. “De juiste nabehandeling na een operatie is cruciaal voor het herstel van de patiënt. Daarom zien we dat orthopeden en fysiotherapeuten steeds vaker samenwerken in zogenoemde netwerken. Die netwerken zijn meestal gespecialiseerd, bijvoorbeeld in schouderproblemen of heupprothesen.” Schoudernetwerk Het uitwisselen van kennis leidt tot betere zorg, zegt Wolvius. Zelf is hij aangesloten bij een ‘schoudernetwerk’: “Tijdens bijeenkomsten delen we ervaringen en wisselen we kennis uit, bijvoorbeeld via presentaties. We maken afspraken over wat je van elkaar verwacht bij de revalidatie van patiënten. Sommige netwerken leggen die afspraken vast in behandelprotocollen.” Er zijn ook netwerken die trainingsavonden of zelfs complete opleidingen organiseren. Telefonisch overleg Dat behandelaars elkaar persoonlijk leren kennen, bevordert het onderlinge contact en dat maakt het makkelijker om kennis te delen. “Een voorbeeld: vanuit het ziekenhuis stuurt de orthopedisch chirurg het operatieverslag naar de fysiotherapeut van de patiënt. Hierdoor krijgt de fysiotherapeut een beter beeld van de specifieke situatie van deze patiënt. Telefonisch overleg hierover gaat makkelijker als je elkaar kent.” Binnen zo’n samenwerking krijgt de patiënt dezelfde informatie, bijvoorbeeld over de noodzaak van goed en veel bewegen, over het wel of juist niet belasten

30

van de prothese of over pijnmedicatie. “Deze eenduidigheid geeft de patiënt vertrouwen en dat is goed voor het herstel.” Één consult Gespecialiseerde netwerken zijn er in het hele land. Soms zijn er meerdere netwerken in een regio: voor de schouder, hand/pols of bijvoorbeeld de rug. Veel ziekenhuizen hebben speciale sportspreek-

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Voor de foto is orthopedisch chirurg Reinder Wolvius (rechts) naar de praktijk van fysiotherapeut Olaf Abeling gekomen. Ze werken samen in een ‘Schoudernetwerk’. Patiënt Raymond van Opzeeland heeft veel baat bij die samenwerking.

uren. Orthopedisch chirurgen en fysiotherapeuten houden dan samen spreekuur, zodat de sporter in één consult de diagnose hoort en een behandelplan mee naar huis krijgt. Sporters willen altijd snel weer wedstrijdfit zijn. Kiezen staat vrij Wolvius verwacht dat in de toekomst steeds meer gespecialiseerde netwerken zullen ontstaan. Daarbij

orthopedie houdt nederland in beweging

behoudt de patiënt de vrijheid om de fysiotherapeut te kiezen die hij wil. Wolvius: “Die keuze bepalen wij niet. Maar natuurlijk gebeurt het vaak dat patiënten mij of mijn collega’s vragen naar een fysiotherapeut die kennis van zaken heeft. Wel, dan weten wij wie dat zijn. We weten van elkaar wat we doen, we kennen elkaars taak en we informeren elkaar over de voortgang en bij eventuele complicaties. Daar vaart de patiënt wel bij.”

31


Weer in beweging

‘H

et water en de scheepvaart heb­ ben een echte Rotterdamse van me gemaakt. Met de boot kwam ik in 1964 als achttienjarig meisje vanuit Paramaribo. Ik ging hier bij mijn tante Beppie wonen. Aanvankelijk werkte ik in een herenmode-atelier, maar ik kreeg al snel in de gaten dat ik bij een grote verlader in de haven meer kon verdienen. Daar heb ik zo’n beetje mijn hele leven op de administratie gewerkt. Gevaarlijke lading vond ik het leukst. Daarbij moest echt álles kloppen.

32

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


In de jaren negentig kreeg ik twee knie­ prothesen; dat was nodig vanwege ern­ stige artroseklachten. Bij die klachten heeft mijn zittende werk natuurlijk niet geholpen, evenmin als mijn voorliefde voor Surinaams eten. Dat heerlijke zout­ vlees met een dikke jus van ui, tomaat, ketjap en selderij… Ik had in die tijd wel last van wat overgewicht. Maar sinds ik met name de rijst uit mijn menu heb geschrapt, ben ik flink afgevallen. In de afgelopen jaren kreeg ik die typi­ sche artrosepijn weer terug, maar nu in mijn schouder. Weet u, ik had nog nooit van een schouderprothese gehoord en wist niet eens dat het bestond. Toen mijn

orthopedisch chirurg die oplossing aan­ droeg, was dat voor mij een hele opluch­ ting. In februari 2014 ben ik geopereerd. Omdat ik alleen woon, heb ik aanslui­ tend tien dagen in een zorghotel door­ gebracht. Ze moesten daar soms wel om me lachen. Ik kon namelijk al jaren mijn haar op nog maar één manier kammen: door heel diep voorover te buigen bracht ik mijn hoofd omlaag en hoefde ik mijn arm niet op te tillen. Een raar gezicht, maar het werkte prima. Voor de eerste dagen thuis had ik lekker eten voorbe­ reid, ingevroren in kleine bakjes.

Al gauw kon ik alles weer doen met mijn schouder en ik had nauwelijks fysiothera­ pie nodig. Ach, ik stel niet veel eisen en ben al tevreden als ik wat rond kan fiet­ sen en ook op de fiets mijn boodschap­ pen kan doen. Dat is goed voor mijn lichaam. Ik geniet van de skyline langs de Nieuwe Maas. Door de jaren heen heb deze stad zien groeien. Naar Paramaribo ga ik alleen nog terug voor vakanties en familiebezoek. Hier ben ik thuis.”  www.zorgvoorbeweging.nl/schouder­

artrose

‘Pensionado’ Norma Gallant (70)

‘Gevaarlijke lading vond ik het leukst’

orthopedie houdt nederland in beweging

33


Niet zomaar een naam

De atlas De Nederlandse taal heeft veel woorden die oorspronkelijk iemands (achter)naam waren. Zo is de maand juli genoemd naar Julius Caesar, de Adamsappel naar Adam en nicotine naar Jean Nicot, die tabak naar Europa bracht. Dergelijke woorden heten: eponiemen. Ook binnen de orthopedie kennen we eponiemen, zoals de atlas. Heeft u na een dag hard werken last van uw nek en voelt het alsof u het universum op uw schouders draagt? Dan voelt u zich als de persoon naar wie onze eer­ste ­nekwervel is ver­ noemd. Die wervel, net onder de schedel, heet niet alleen ‘vertebra cervicis’, ‘eerste c­ er­vicale wervel’ of ‘C1’, hij is ook bekend als de atlas. De naam ‘Atlas’ komt uit de Griekse mythologie. In het Griekse scheppingsverhaal spelen de titanen een grote rol. Atlas (in het Grieks: Atlantis) is een titanenzoon en omdat hij de strijd tegen de oppergod Zeus leidde, kreeg hij na de nederlaag een speciale straf. Atlas moest aan de westelijke rand van de aarde gaan staan (vanuit Europa bezien is dat de huidige Atlantische oceaan) en het hemelgewelf dragen. Zo moest hij voorkomen dat de hemel en de aarde met elkaar in contact zouden komen. In modernere weergaven van Atlas draagt hij vaak de wereld, maar dat wijkt dus af van de originele beschrijving. Dit komt waarschijnlijk doordat het hemelgewelf vrijwel altijd als een bol is weergegeven. Dat is ook te zien op de achtergevel en in de Burgerzaal van het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam. Vroeger kregen kinderen te horen dat als Atlas de

bol zou laten vallen, Amsterdam zou vergaan. De Vlaamse kaartenmaker Gerardus Mercator (1512-1594) is het meest bekend om zijn wereldkaart uit 1569. Hij was de eerste die een collectie landkaarten een atlas noemde, ter ere van de mythologische Atlas, maar ook om een zekere koning Atlas te eren. Deze koning heerste over Mauretania, in het hedendaagse Marokko, en zou de eerste globe ontworpen hebben. De Vlaming Andreas Vesalius (1514-1564) zag en beschreef als eerste de overeenkomst tussen de mythe van Atlas en onze bovenste ruggenwervel. In 1543, hij was toen pas 28 jaar oud, publiceerde hij een anatomische atlas van het hele menselijk lichaam. De afbeeldingen waren gebaseerd op observaties die gedaan waren tijdens het ontleden van terechtgestelde criminelen. Zijn totale werk omvat zeven boeken waarbij het boek over botten en kraakbeen een kwart van het hele werk beslaat; dat is voor een orthopedisch chirurg natuurlijk extra interessant. De tweede ruggenwervel is de draaier, of axis in het Latijn - dat betekent spil of as. In functie zorgt onze atlas ervoor dat we kunnen knikken en de axis maakt het mogelijk dat we ons hoofd kunnen draaien.

Dit artikel is geschreven door orthopedisch chirurg Matthijs Somford. Eponiemen binnen de orthopedie hebben zijn belangstelling.

34

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Onder de loep

de heupprothese

De heupkom is onderdeel van het bekken.

De prothesekop vervangt de heupkop van het bovenbeen.

Dit is de hals van de prothese.

Dit is de steel van de prothese.

De prothesekop kan soepel bewegen in de prothesekom.

Het bovenbeen.

ď Š www.mijnheupprothese.nl

orthopedie houdt nederland in beweging

www.zorgvoorbeweging.nl/heup

35


Kwaliteit

Wel of niet opereren? Patiënt en arts beslissen samen Stel: u laat vanuit een webshop uw heupprothese thuisbezorgen, zoekt op internet een orthopedisch chirurg uit en boekt een operatie-afspraak voor over drie weken. Of, een ander uiterste: de orthopedisch chirurg ontving de verwijsbrief van uw huisarts, u komt op het spreekuur en vertelt uw klachten, de orthopeed stuurt u naar de röntgenafdeling en deelt u aansluitend mee dat u volgende week donderdag een heupprothese geplaatst krijgt.

G

elukkig komen beide situaties niet voor. Als u naar de orthopedisch chirurg bent verwezen, start het eerste bezoek met een uitgebreid gesprek over uw gezondheid, uw klachten en over uw persoonlijke situatie. Dit heet een anamnese. Vervolgens voert de orthopeed een lichamelijk onderzoek uit en mis­ schien is aanvullend onderzoek nodig. Op basis van alle informatie stelt de orthope­ disch chirurg een diagnose. Dan is het tijd om een behandelplan te maken. Dat doet de orthopedisch chirurg niet alleen; dat doet hij of zij samen met u. “Niet alle, maar wel heel veel patiënten willen precies weten waar hun klachten vandaan komen, welke behandelingen mo­ gelijk zijn, wat de voor- en nadelen en wat de mogelijke complicaties zijn. Ze w ­ illen met hun arts bespreken wat het beste past in hun situatie.” Aan het woord is Heleen Post, manager Kwaliteit bij Patiënten­ federatie NPCF. Orthopedisch c­ hirurg dr. Ewoud van Arkel vult aan: “Geen twee mensen zijn gelijk. En dus kunnen artsen geen standaardadvies geven.”

36

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Samen beslissen Dit doet de patiënt

Dit doet de 0rthopedisch chirurg

Vóór het eerste gesprek

Informatie zoeken over arts en ziekenhuis.

Lezen verwijsbrief huisarts en patiëntdossier.

Eerste gesprek, vervolgonderzoek & diagnose

Vragen, vertellen, luisteren.

Vragen, vertellen, luisteren.

Behandelmogelijkheden  Vragen: Mogelijkheden? Voor bespreken en nadelen? Mogelijke complicaties? Wat betekent dat in mijn situatie?

Toelichting geven en aansluiten bij situatie patiënt.

Behandelplan vaststellen Ja, dit gaan we doen. Ja, dit gaan we doen. Of Of Nee, dit is niet wat ik wil. Nee, hier sta ik niet achter. Indien ja:

We gaan ervoor! Ik blijf vragen en luisteren.

Indien nee van (een van) Overleg met huisarts. beide kanten, dan scheiden de wegen

We gaan ervoor! Ik blijf vragen en luisteren. Documenteren waarom geen behandeling volgt.

Uitzondering: overleg is vaak niet mogelijk bij zeer spoedeisende hulp bij levensbedreigende situaties.

Dr. Ewoud van Arkel en Heleen Post zien graag dat patiënt en arts met elkaar in gesprek zijn.

verwachten.” Van Arkel merkt bij zijn pa­ tiënten dat dit mensen positief stemt. “Ze kunnen een bewustere keuze maken en zijn meer gemotiveerd voor hun behandeling. Ze zetten zich in voor een goed resultaat.”

Vragen staat vrij

Hoe is het met u?

Het mooiste is als in de spreekkamer de ene na de andere vraag klinkt: van de patiënt aan de orthopedisch chirurg én andersom. “Dat is nog niet vanzelfspre­ kend”, weet Post. “Daarom stimuleren we patiënten om alles te vragen wat ze willen weten en om hun arts te vertellen wat hun wensen zijn. Dat mág! Je leert ervan wat je hebt, je weet wat wel en niet mogelijk is in de behandeling en wat je als resultaat kunt

De genoemde vanzelfsprekendheid is ook nog niet bij alle artsen te vinden, weet Van Arkel. “Wij artsen kijken nog te vaak door een technische bril. Toch hebben we geluk­ kig steeds meer oog voor de persoon die voor ons zit: wat is belangrijk voor deze meneer, mevrouw of dit kind? Welke klach­ ten zijn er en hoe heeft hij of zij daar last van? Over de mogelijkheden die we heb­ ben voor diagnose en behandeling vertel­

orthopedie houdt nederland in beweging

len we de patiënt vervolgens welke wel en welke geen zin hebben en welke complica­ ties mogelijk zijn.” Soms is een operatie de meest voor de hand liggende optie. Maar vaak kan een behandeling zonder operatie de eerste stap zijn. “Bij een stijve schouder of een voorste kruisbandletsel, bijvoorbeeld, kan fysiotherapie voldoende zijn. Een verandering in leefstijl kan ook enorm positief werken.” Ieder zijn eigen verantwoordelijkheid

Bij het nemen van een beslissing over de behandeling, hebben patiënt en arts ieder hun eigen verantwoordelijkheid. Ze kunnen gezamenlijk besluiten vóór een behande­ ling, maar ze kunnen ook tot de conclusie komen dat het géén gezamenlijk traject wordt. “Ja, ook dat kan”, benadrukt Post. “Het is niet ‘U vraagt, wij draaien’. Dat geldt voor de arts én voor de patiënt.” Van Arkel noemt een voorbeeld: “Een patiënt had alles al uitgezocht: hij wilde díe knie­ prothese, van díe firma en met dát bot­ cement. En ik moest die prothese plaatsen. Ik waardeer de betrokkenheid van deze meneer, maar ik legde hem uit dat ik veel ervaring heb met een andere prothese en dat ik zijn voorkeur niet kon plaatsen.” Als het behandelplan is gestart, zijn arts én patiënt verantwoordelijk voor het eind­ resultaat. “Natuurlijk ligt de juridische eindverantwoordelijkheid bij de orthope­ disch chirurg en bij het ziekenhuis”, zo licht Van Arkel toe. “Maar ook de patiënt heeft een belangrijke rol, bijvoorbeeld door oefeningen te doen.”  www.kiesbeter.nl/onderwerpen/ knieprothese www.kiesbeter.nl/onderwerpen/ heupprothese www.3goedevragen.nl www.zorgvoorbeweging.nl

37


Wist u dat?

Daarom staat deze boom symbool voor de orthopedie U ziet ‘m in diverse logo’s van ­orthopedische vakgroepen: de orthopedische boom. De kromme boom wordt ondersteund, blijft rechtop, groeit verder en pronkt met een mooie bladerenkroon. Die boom is al 275 jaar het symbool van de ortho­pedie. Hoe komt dat zo?

D

e oorspronkelijke orthopedische boom (rechts) ziet er op het eerste gezicht misschien niet zo stevig uit. De kromming oogt toch wat kwetsbaar en fragiel. Als er een storm overheen zou razen, zou je je hart vasthouden. Om na de storm verrast te constateren dat de boom nog overeind staat. Misschien wel steviger dan voorheen. In 1741 publiceerde de Fransman Nicholas Andry als eerste de orthope­ dische boom. Sterker nog, hij was ook de eerste die het medisch specialisme orthopedie b ­ enoemde. Hij schreef het boek ‘L’orthopédie ou l’art de prévenir et de corriger dans les enfants les difformités du corps’, oftewel: ‘De orthopedie, of de kunst van het voorkomen en corrigeren van lichamelijke afwijkingen bij kinde­ ren’. In Andry’s omschrijving ligt de directe link naar het woord ‘orthopedie’: hij ­gebruikte de twee Griekse woorden ortho (recht) en pais (kind).

De orthopedische boom van Nicholas Andry (1741).

38

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Column

Win-win-win

Deze Nicholas Andry werd in 1658 in Lyon geboren. Hij startte als theoloog maar interesseerde zich steeds meer voor de geneeskunde. Uit de onderzoeken die hij deed, blijkt dat hij binnen de geneeskunde een brede interesse had: hij onderzocht de interactie tussen arts en patiënt, hij verdiepte zich (toen al!) in het effect van sport en bewegen op de gezondheid en hij vermoedde (ook toen al) dat roken ongezond is. Het eerder genoemde boek over orthopedie bestond uit twee delen. Andry publiceerde ze op tachtigjarige leef­ tijd en ze zijn in die tijd vertaald naar het Nederlands, Engels en naar het Duits. In deze uitgaven besprak Andry zijn visie op het corrigeren van bot- en houdingsafwij­ kingen. Hij richtte zich vooral op kinderen, omdat hun botten relatief ‘elastisch’ zijn en dus makkelijker te corrigeren – zoals hij dat noemde. Opvallend is dat Andry zo nadrukkelijk de aandacht vestigde op het voorkomen van klachten; hij benadrukte dat gymnastiekoefeningen zeer belangrijk zijn voor een gezond bewegingsapparaat. Een voorbeeld van Andry’s aanbevelingen luidt: bij een krom been dient deze te worden gespalkt, vastgebonden, aan een ijzeren plaat. Zo zou het bot zich rechten. Voor deze behandeling was Andry direct geïnspireerd door de manier waarop bomen werden ondersteund. De orthope­ die heeft sinds 1741 vele ontwikkelingen doorgemaakt en van Andry’s visie en methoden staat weinig meer overeind. Maar voor die ontwikkelingen volstaat nog steeds zijn orthopedische boom als symbool: wetenschappelijk onderzoek, de samenwerking met andere (para)medi­ sche disciplines en patiëntenorganisaties en andere kwaliteitsimpulsen verstevigen de wortels en zorgen voor nieuwe takken en mooie bladeren.

orthopedie houdt nederland in beweging

De patiënten van een podotherapeut zijn vaak (nog) niet bij een ­orthopedisch chirurg geweest. Samen met de patiënt bekijkt de podotherapeut of het mogelijk is om de klachten te verminderen met podotherapeutische zolen of een siliconen teenorthese (dat is een soepel spalkje om de stand van tenen te corrigeren of om tenen te beschermen). Als dit mogelijk is, dan kan de patiënt gewone schoenen blijven dragen die geschikt zijn voor gebruik met die zolen of teenorthese. Maar soms zijn podotherapeutische hulpmiddelen niet voldoende om de stand of de vorm van de tenen en/of voeten te corrigeren. In dat geval kan de podotherapeut de patiënt adviseren om de huisarts een verwijzing naar de orthopedisch chirurg te vragen. Andersom gebeurt het ook: de orthopedisch chirurg kan een patiënt die nog niet geopereerd hoeft te worden, of die dit niet wil, verwijzen naar de podotherapeut. De podotherapeut en de orthopedisch chirurg maken dankbaar gebruik van elkaars kennis en behandelmogelijkheden. Een voorwaarde voor een goede samenwerking is een goede communicatie tussen de verwijzers onderling en met de patiënt. Daarom is het goed dat de orthopedisch chirurgen en onder andere de podotherapeuten samen hebben gewerkt aan de richtlijn over hallux valgus (daarbij staat de grote teen scheef). Als verwijzers weten wie de podotherapeut is en omgekeerd, kunnen zij gemakkelijk contact zoeken met elkaar. Dat is prettig voor de patiënt, vooral als snel handelen wenselijk is. Ik weet uit eigen ervaring en van collega’s dat orthopedisch chirurgen en podotherapeuten elkaar steeds beter weten te vinden. De patiënten profiteren daarvan: het is een win-winwin-situatie. Dorine van den Wildenberg Podotherapeut  Zie www.zorgvoorbeweging.nl voor de informatie over hallux valgus. Aan de richtlijn werkten mee: patiënten, de ortho­pedisch chirurgen, de podotherapeuten, huisartsen, register­podologen, de fysiotherapeuten, gipsverbandmeesters en de anesthesiologen.

39


Opmerkelijk orthopedie

orthopedische specialisatie

keurmerk voor klompvoetcentra Voor 2016 kregen 18 ziekenhuizen het keurmerk ‘klompvoetcentrum’. Ouders van kinderen met een klompvoetje kunnen erop rekenen dat in deze klompvoetcentra een team van gespecialiseerde behandelaars voor hen klaar staat. Ook de faciliteiten voor de zorg en de verzorging van het kind zijn optimaal.

De invoering van het keurmerk ‘klompvoetcentrum’ komt niet zomaar uit de lucht vallen. “Aan het keurmerk ging de Richtlijn Klompvoet vooraf”, vertelt orthopedisch chirurg Arnold Besselaar. “Deze verscheen in 2014. Orthopedisch chirurgen en de Nederlandse Vereniging Klompvoetjes werkten hierbij samen. Op basis van de beschikbare wetenschappelijke onderbouwing staat in de richtlijn omschreven hoe een klompvoet het beste behandeld kan worden.” Jaarlijks worden in ons land 200 tot 300 kinderen met een klompvoet geboren. Over het hele land bezien, zijn dat er niet veel. De richtlijn omschrijft wat

kwalitatief goede zorg is en dat geldt als criterium voor het keurmerk. Betrokken ouders Bij het opstellen van de richtlijn was een belangrijke rol weggelegd voor de Nederlandse Vereniging Klompvoetjes (NVK). Die vereniging is vraagbaak en klankbord voor ouders van kinderen met deze aangeboren aandoening. Voorzitter Robert Boekestijn is blij met de klompvoetcentra: “Het schept veel duidelijkheid voor de ouders. Ze hoeven niet meer te kiezen uit verschillende behandelingen. Nederland loopt hierin voorop in Europa. Dat is mooi. We willen graag dat er op termijn minder klompvoetcentra zullen zijn die meer behandelingen per centrum uitvoeren, uiteraard goed verdeeld over het land.” Behandeling en badderen Het is de eerste keer dat de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) op basis van een richtlijn ook een keurmerk instelde. Besselaar: “De klompvoetcen-

Keurmerk: hier doen we het goed Sommige aandoeningen komen veel voor, andere weinig. Sommige behandelingen zijn relatief eenvoudig, andere heel moeilijk en complex. Voor deze complexe en/of relatief zeldzame aandoeningen en behandelingen is het zinvol om specialistische behandel­ centra aan te wijzen, zegt Klaas van der Heijden, orthopedisch chirurg en voorzitter van de commissie kwaliteit van de NOV. “Een keurmerk gaat nog een stap verder. Dat is een uithangbord van het ziekenhuis voor patiënten. Zo van: ‘Hier doen we het goed.’ Dat zullen we in de toekomst beslist vaker gaan zien, bijvoorbeeld bij de behandeling van scoliose en heupdysplasie.” Overigens geldt een keurmerk voor de periode van 1 jaar. Dan toetst de NOV opnieuw.

40

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Het keurmerk gaat over kennis en ervaring, de samenstelling van het behandelteam en over de faciliteiten voor de verzorging van het kind. Op de foto ziet u een baby met een klompvoetje. De moeder is er voor haar kind, de orthopedisch chirurg (links) en de gipsverbandmeester brengen gips aan om het voetje.

tra met keurmerk moeten voldoen aan specifieke eisen op het vlak van kennis en ervaring, de samenstelling van het behandelteam en de faciliteiten voor de verzorging van het kind.” In een volgsysteem zal het herstelproces van de patiëntjes worden bijgehouden. Als alle klompvoetcentra dat op dezelfde manier doen, komt een landelijk overzicht beschikbaar over aantallen patiëntjes, de complexiteit van de aandoeningen en het herstel. “Op basis hiervan wordt duidelijk hoe we de kwaliteit van de zorg verder kunnen verbeteren”, benadrukt Besselaar. Hij voegt toe: “Er is ook aandacht voor de ‘zachte’ kant van de behandeling: een klompvoetcentrum heeft een ruimte waar ouders in alle rust hun kind in bad kunnen doen. Door de gipsbehandeling hebben ze die gelegenheid maar één keer in de week.”

 www.zorgvoorbeweging.nl/de-klomp­ voet – hier vindt u ook een link naar de lijst met klompvoetcentra www.klompvoet.nl

orthopedie houdt nederland in beweging

41


Weer in beweging

42

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Rob van Stappershoef (59) mist door kanker drie ruggenwervels

‘Ik weet wat het leven waard is’

orthopedie houdt nederland in beweging

43


Weer in beweging

Mountainbiken, windsurfen en stijldansen, dat lukt niet meer. Rob van Stappershoef richt zich op wat hij nog wél kan. “Ik wandel en fiets om mijn conditie te verbeteren, ik doe dingen in het huishouden en kan weer een paar uurtjes werken. Het is onzeker hoelang de constructie in mijn rug het gaat houden, maar ik ben heel blij dat ik er nog ben.”

I

n 2002 werd bij Rob een zeldzame long­ tumor gevonden. Die longtumor was ook in zijn ruggenwervels vastgegroeid. De kanker heeft hij overwonnen. Maar de

c­ omplexe constructie die sindsdien het bovenste deel van zijn wervelkolom verving, bleek kwetsbaar en moest in 2014 deels opnieuw worden aangelegd. Zo gebeurde

het dat een team van chirurgen tot twee keer toe alles uit de kast haalde om zijn rug te stabiliseren. Het waren operaties die twee volle dagen duurden; ’s nachts werd hij on­ der narcose gehouden op de intensive care. De operaties gingen hem niet in de koude kleren zitten. “Het was en is zwaar. Want de constructie is experimenteel en kwetsbaar. Ik heb geen idee hoe lang dit houdt.” Kuitbeen vervangt wervels

Rob werkte als sociotherapeut in een tbskliniek. Hij is een muziekliefhebber die graag de gitaar ter hand neemt en concer­ ten bezoekt. Ineens zat hij in de realiteit van chemokuren en bestralingen. De ope­ ratie daarna zou gecompliceerd worden, met een kans het niet te overleven. Tijdens de eerste van de twee operatiedagen werd de bovenkwab van Robs rechterlong ver­ wijderd. Ook de drie ruggenwervels waarin de tumor zich had vastgebeten, moesten

De drie wervels moesten eruit zijn lichaam uit. Op de tweede dag werd zijn rechter kuitbeen uit het onderbeen gehaald en samen met titanium pennen in zijn rug geplaatst, als vervanging van die wervels. Grondig repareren

Rob bleef nog twee weken onder narcose, want zijn longen ‘kwamen niet op gang’, zoals hij zegt. “Toen ik wakker werd, was het geweldig om mijn vrouw Bea en mijn

44

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


drie kinderen weer te zien; ze hebben me door een onzekere tijd gesleept. Ik hield nog maandenlang pijn, vooral natuurlijk in mijn rug en nek, en dat werd maar lang­ zaam minder. Na maanden kon ik weer werken, fietsen, kanoën zelfs en ook weer swingen op feesten.”

Jarenlang kon Rob weer bijna alles. Totdat in 2012 zijn nek en rug opnieuw instabiel werden. De titanium pennen waren los­ gebroken en moesten worden vervangen door nieuwe. Deze werden op de nek­ wervels vastgeschroefd. “Die constructie hield het een jaar, een periode waarin

Samenwerking in de operatiekamer

Longkanker van het agressieve type ‘pancoast’ is van zichzelf al zeld­ zaam en groeit heel soms door tot in de wervelkolom, zo vertelt Robs orthopedisch chirurg Tim Jiya. “De zware en gecompliceerde operaties hebben we uitgevoerd met een chirurgenteam: de longchirurg verwij­ derde de bovenste longkwab; de neurochirurg lette op het ruggenmerg en verlegde een aantal zenuwbanen. De plastisch chirurg ‘oogstte’ het kuitbeen en verbond de bloedvaten. Zelf verzorgde ik de plaatsing van het kuitbeen en de titanium pennen. Die bundeling van onze speciali­ saties is bij dit soort complexe behandelingen van grote waarde.”

orthopedie houdt nederland in beweging

ik als vrijwilliger rondleidingen gaf in het waterliniefort Werk aan het Spoel in Culemborg. Toen braken weer twee pen­ nen. Daarom stelde mijn orthopedisch chirurg voor de zaak grondig te repareren. Hij wilde mijn rug stabiliseren door ook mijn linker kuitbeen toe te voegen aan de constructie in mijn rug. Het geheel zou hij met nieuwe pennen vastzetten. Die opera­ tie was grotendeels een herhaling van het eerste loodzware traject.” Team van chirurgen

Opnieuw was een team van chirurgen twee dagen in touw om de rug van Rob te stabiliseren. Een half jaar na die ingreep wandelt Rob weer in de uiterwaarden bij zijn woonplaats. Hij hoopt weer rond­ leidingen te verzorgen in en rond het fort, zo gauw zijn conditie dat toelaat. “Ik ben dicht bij de dood geweest en weet daar­ door beter dan ooit wat het leven waard is. Het is fijn om mijn gitaar weer in mijn handen te voelen, te kunnen wandelen en van frisse lucht te kunnen genieten.”

45


Innovatie

sterk en wendbaar Hij is uitstekend wendbaar en stuurt tijdens een kijkoperatie in de knie handig naar alle delen van de meniscus. Hij is bovendien oersterk; geen overbodige luxe omdat er grote kracht met hem wordt uitgeoefend. Het gereedschap van de ortho­ pedisch chirurg krijgt binnen ­afzienbare termijn uitbreiding met deze nieuwe, stuurbare ‘meniscusknipper’. “In 2018 willen we de eerste serie in de markt zetten”, zegt uitvinder en projectleider Tim Horeman. De ontwikkelaars, wetenschappers van de TU Delft en het AMC in Amsterdam samen met techno­ starter Surge-On Medical, zetten in op maximale wendbaarheid omdat het de toepassingsmoge­ lijkheden voor de orthopedisch

meniscusplaksel

chirurg vergroot. Bovendien is het nieuwe gereedschap sneller te steriliseren en dus makkelijker bruikbaar voor achtereenvolgende operaties.

zoeken naar de heilige graal

De kans is groot dat de orthopedisch chirurg een scheurtje in de meniscus in de toe­ komst ‘gewoon’ kan lijmen. Met een beetje meniscusplaksel zie je er geen barst meer van en is de belangrijke schokbreker in de knie weer als nieuw. Er zijn al laboratorium­ testen gedaan met een lijm die bestaat uit een combinatie van verschillende polymeren (zie de foto hieronder). Iedere polymeer heeft specifieke eigenschappen. Onderzoe­ kers van de vakgroep Orthopedie van het Radboud UMC in Nijmegen en de vakgroep Polymeerchemie van de Universiteit Twente ontwikkelen de lijm. Onderzoeker dr. Gerjon Hannink: “De samenstelling van eigenschap­ pen luistert nauw. De lijm moet reageren met het meniscusweefsel. Daarnaast moet hij in het gewrichtsvocht kunnen uitharden, een schokdempende functie hebben en uiteraard heel goed plakken. Daarnaast moet de lijm door het lichaam geleidelijk worden afgebro­ ken als hij zijn werk heeft gedaan.” Hannink en zijn collega’s hebben inmiddels een lijm samengesteld die in het laboratorium aan de eisen voldoet.

Sommige botbreuken genezen te traag of helemaal niet. Zelfs als de boteinden met schroef- en plaatmateriaal tegen elkaar worden gezet, wil het soms niet lukken. In medische termen heet dit een ‘pseudoartrose’ of ‘nonunion’. Normaal gesproken gaat er na een botbreuk een soort eiwitalarm af op de plaats van de breuk. Dat eiwitalarm bestaat onder andere uit ‘groeifactoren’: stofjes die cellen oproepen om mee te helpen bij het herstel van de breuk. Dit alarm is voor de cellen het teken om nieuw bot te gaan aanmaken. “Zo komt het genezingsproces op gang, behalve dus bij patiënten met een pseudoartrose”, zegt orthopedisch chirurg en onderzoeker Peter Kloen van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam (AMC). Kloen onderzoekt de aanwezigheid en werking van groeifactoren bij een botbreuk. Hij onderzoekt ook het mogelijk gebrek aan groeifactoren bij een pseudoartrose. Het is daarbij een kwestie van zoeken en proberen. Kloen vertelt dat er nu veel aandacht is voor de werking van de zogeheten WNT­-eiwitten. “En we zoeken naar stamcellen, zeg maar de ‘moedercellen’ die het bot aanmaken. Dat onderzoek naar die cellen en naar die eiwitten doen we samen met het Leids Universitair Medisch Centrum en met de Mayo Clinics in de Verenigde Staten. Ja, als dit onderzoek goed verloopt, dan hebben we de ‘Heilige Graal’: een botcellenfabriekje voor onze patiënten met pseudoartrose.”

46

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


prothese mét In de zoektocht naar verbetering is een knieprothese ontwikkeld waarbij beide kruisbanden van de patiënt behouden kunnen blijven. Nu verwijdert de orthopedisch chirurg altijd de voorste kruisband, omdat de knieprothese zo is ontworpen. Er zijn knieprothesen waarbij de achterste kruisband behouden blijft. Er zijn ook knieprothesen waarbij de achterste kruisband wordt verwijderd. In Nederland hebben inmiddels zo’n 25 patiënten het nieuwe type knieprothese mét hun eigen kruisbanden. De veronderstelling is dat deze nieuwe techniek leidt tot meer stabiliteit en een prettiger ‘kniegevoel’. “Maar dat weten we pas zeker als we het goed hebben onderzocht”, zegt onderzoeker Menno Bénard van de Sint Maartsenskliniek in Nijmegen. Hier worden de patiënten met het nieuwe type prothese gevolgd; ze doen geregeld mee aan verschillende testen. Bénard: “We testen dan alledaagse bewegingen, zoals lopen en uitstappen. We vragen de patiënten om vragenlijsten in te vullen, waarin ze aangeven wat ze wel en niet kunnen. Ze vertellen ons ook hoe tevreden ze zijn met het resultaat. Omdat we deze testen en vragenlijsten ook afnemen bij mensen met een standaard knieprothese, weten we straks of er verschil is tussen beide prothesen”, zegt Bénard. “Het duurt nog ongeveer drie jaar voordat voldoende betrouwbare gegevens beschikbaar zijn om daar uitspraken over te doen.”

kraakbeen uit 3d-printer Een kijkje in de toekomst: heeft u kraakbeenschade na een verkeersongeluk of een sportblessure? Dan vervangen we uw beschadigd kraakbeen door een stukje ‘nèt echt’ kraakbeen uit de 3D-printer. Eerst maken we een MRI-scan van het kapotte kraakbeen in uw gewricht. Daarna halen we gezonde kraakbeenof stamcellen uit uw lichaam. Die cellen voegen we toe aan onze ‘bio-inkt’, waarmee we in de 3D-printer

orthopedie houdt nederland in beweging

een stukje hydrogel printen. Dat past naadloos in de beschadiging in uw gewricht. Het mooie is dat uw eigen cellen zich kiplekker voelen in die hydrogel en enthousiast aan het groeien slaan. Na een tijdje kan uw gewricht er weer een hele tijd tegen. Onderzoeker dr. ir. Jos Malda van het UMC Utrecht weet nog niet wanneer dit droomscenario uitkomt, maar hij schat de kansen dat het gebeurt, hoog in. In het laboratorium zijn al succesvolle tests gedaan met het 3D-printen met de bio-inkt, dat ziet u op de foto. En het uitnemen en terugplaatsen van kraakbeen- of stamcellen bij patiënten is op zichzelf al een bewezen techniek. De combinatie van deze twee technieken is helemaal nieuw. Malda: “De grote kunst is het maken van de juiste hydrogel. De toplaag van kraakbeen moet zeer glad zijn voor een soepel gewricht. De middenlaag moet goed dempen om grote krachten en klappen op te vangen. En de onderste laag moet zich goed kunnen hechten aan het bot. Dat betekent dat we de verschillende typen bio-inkt precies op de goede plek moeten printen. We hebben goede hoop dat dit in de komende jaren gaat lukken.”

47


Hoe word ik orthopedisch chirurg?

klaar met de opleiding

Je staat er nooit alleen voor Wie orthopedisch chirurg wil worden, doorloopt met de studie geneeskunde en de orthopedische specialisatie een traject van 12 jaar. Hoe is het dan als je de toevoeging ‘in opleiding’ achter je naam mag weglaten? We vragen het Nynke Marije Dijkstra zo’n 8 maanden na haar afstuderen.

alle soorten patiënten: baby’s, oudere mensen, maar ook relatief fitte artrose­ patiënten die voor een heup- of knie­ prothese komen.”

‘R

aar eigenlijk, dat ik van mijn eerste werkdag als afgestudeerd ortho­ pedisch chirurg niet zo veel meer weet. Het was maandag 5 januari en ik had dienst op de polikliniek, dat weet ik nog wel”, aldus Nynke Marije Dijkstra (35). ­“Eigenlijk was die dag niet echt anders dan de dagen en weken daarvoor, toen ik nog arts in opleiding was. Maar dat is ook wel weer logisch, want tijdens de opleiding tot medisch specialist groei je geleidelijk naar zelfstandigheid.”

Weinig vacatures “Het gevoel was wél anders. Ik droeg ineens de volledige verantwoordelijkheid voor de patiënten die ik zag op de poli. Ik nam zelf alle beslissingen. En mijn functie klonk ineens anders. Ik werk weliswaar voor de vakgroep, maar ik ben er geen lid van. Dat noemen we ‘chef de clinique’. En dat klinkt strikt genomen mooier dan het is, want ik heb een jaarcontract. Ik draai volwaardig mee als orthopedisch chirurg, op de polikliniek en in de operatiekamer. Het is een mooie manier om nog meer ervaring op te doen en me te beraden op de toekomst.” Wat ze na dit jaar gaat doen, weet ze nog niet zeker. “Misschien ga ik promotie­ onderzoek doen naar een orthopedisch onderwerp. Wellicht is een periode werken in het buitenland aantrekkelijk. Het aantal vacatures in Nederland is helaas klein: als pas afgestudeerde valt het niet mee om aan het werk te komen. Voor nu zet ik mij breed in. Op de polikliniek zie ik daarom

48

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Onder supervisie Pas afgestudeerde specialisten, ook wel ‘jonge klaren’ genoemd, zijn bepaald geen onervaren groentjes als ze na al die

jaren studie zelfstandig hun vak mogen uitoefenen. “Tijdens de opleiding bouwen we stap voor stap werkervaring op. Dat gebeurt onder supervisie van studiebe­

geleiders, alle­maal ervaren orthopedisch ­chirurgen. Het is een proces waarin kennis, kunde en verantwoordelijkheid zich geleidelijk ontwikkelen. In dat proces worden je prestaties en je vorderingen voort­durend besproken en geëvalueerd met begeleiders en collega’s. Op basis van hun feedback groei je weer verder.” Dijkstra vertelt hoe dat ging in de operatie­ kamer: “In het begin kijk je alleen mee. Vervolgens ga je steeds meer assisteren bij de operatie. Naarmate de jaren vorde­ ren, voer je steeds meer onderdelen van een operatie uit. Totdat je het helemaal zelf gaat doen en de rollen omdraaien. Dan kijkt je begeleider toe. Gaat dat nog steeds goed, dan gaat hij of zij in de hoek van de operatiekamer zitten. En later wel­ licht in de koffiekamer. Maar altijd is deze orthopedisch chirurg beschikbaar en zij of hij is eindverantwoordelijk.” Zelf verantwoordelijk

Ondanks die gedegen opleiding vond Dijk­ stra haar eerste geheel zelfstandige weken op de operatiekamer spannend. “Maar we hebben in ons vak strikte protocollen en die geven houvast. Bovendien bespre­ ken we binnen de vakgroep dagelijks alle pa­tiënten. Het is een controlemoment waarbij alle collega’s kritisch kijken naar elkaars werk. Zo blijven we van elkaar leren. Daarnaast zijn we als orthopedisch chirurgen verplicht om ons elk jaar bij te scholen. Ik ben wel klaar met mijn studie, maar ik ben nooit uitgestudeerd.”

Nynke Marije Dijkstra is een zogenoemde ‘jonge klare’, een pas afgestudeerde specialist met ervaring.

orthopedie houdt nederland in beweging

49


Opmerkelijk orthopedie

artrose-onderzoek

een gewricht lijdt onder overgewicht Overgewicht is een van de belangrijkste risico’s voor artrose (kraakbeenslijtage). Dat lijkt logisch: hoe meer gewicht op je knie drukt, hoe groter de belasting. Toch is er meer aan de hand. Want mensen met overgewicht hebben ook vaker last van artrose in hun handen. Wat blijkt: lichaamsvet maakt stoffen aan die gewrichten kunnen aantasten. Er is ook goed nieuws, want zelfs een klein beetje afvallen gaat dit tegen.

“Het ligt voor de hand om te denken dat zware mensen door hun extra gewicht vaker last hebben van artrose”, vertelt ­reumatoloog prof. dr. Margreet Kloppenburg. Ze doet wetenschappelijk onderzoek om de rol van overgewicht bij artrose beter te begrijpen en haar onderzoek bevestigt de gedachtegang. “We zien dat artrose vaker voorkomt bij mensen met over­gewicht.” Kloppenburg en haar collega’s volgen een groep van ruim zesduizend mensen op middelbare leeftijd uit de regio ­Leiden. Het valt op dat meer mensen mét dan zonder overgewicht last hebben van handartrose. Omdat zij natuurlijk niet op hun handen ­lopen, kan het extra gewicht

op zichzelf geen oorzaak zijn. Wat dan wel? ­Kloppenburg: “Bij mensen met over­gewicht verandert de stofwisseling, waardoor hun gewrichten aangetast kunnen worden. Het lichaamsvet maakt namelijk stoffen aan die in de bloedbaan terechtkomen. Die stoffen richten schade aan in het gewricht, met artrose als gevolg. Ons onderzoek liet een duidelijke relatie zien tussen een veranderde stofwisseling en handartrose.” Wat doet wat Volgens Kloppenburg is het heel goed mo­ gelijk dat deze nadelige effecten zich niet alleen voordoen in de hand, maar ook in andere gewrichten en dus ook de knieën. Om dat zeker te weten, is meer on­derzoek nodig. “In de knie treden de nadelige ­effecten van de kilo’s sterk op de voorgrond. Het is daarom lastig precies vast te stellen wat de rol van die schadelijke stoffen is.” Het maakt daarbij ook nog uit van welk lichaamsvet die stoffen afkomstig zijn, vertelt Kloppenburg. “We maken onderscheid tussen vet dicht onder de huid en vet dieper in het lichaam, bijvoorbeeld in de buikholte.

Bot

Hier is het kraakbeen ernstig versleten. Dat heet artrose. De botten bewegen niet meer soepel langs elkaar. Bewegen doet zeer.

Gezond kraakbeen: de twee botten bewegen soepel over elkaar.

Gewrichtskapsel

Gezond gewricht

50

Artrotisch gewricht

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Het vermoeden is dat obesitas, ernstig overgewicht, op meerdere manieren de kwaliteit van kraakbeen beïnvloedt. Hierdoor neemt de kans op artrose toe. (Bewerking figuur van Eular online, 2011)

Obesitas

Extra gewicht op gewricht

Ongunstig effect op kwaliteit bloedvaten

Lichaamsvet maakt schadelijke stoffen

Ongunstig effect op suikerconcentratie (diabetes)

Ongunstig effect op stofwisseling van kraakbeen en bot in gewricht

Artrose

Dit dieper liggende vet blijkt meer schadelijke stoffen aan te maken; in ons onderzoek zien we dat mannen met meer dieper liggend vet een groter risico hebben om artrose in de handen te ontwikkelen.” Vermoedens vragen bewijs Kloppenburg onderstreept dat nog veel onzeker is over wat er in het lichaam en in gewrichten gebeurt. “Waarschijnlijk hebben veel factoren invloed op artrose. Naast de schadelijke stoffen die vetweefsel aanmaakt, kan ook de hoeveelheid suiker in het bloed invloed hebben. Bij mensen met overgewicht verandert namelijk vaak

orthopedie houdt nederland in beweging

het tempo van opname van suiker en de aanmaak van insuline. Ook hebben mensen met overgewicht vaker minder goede bloedvaten. Misschien leidt dat tot een minder goede doorbloeding van een gewricht en misschien heeft dat invloed op de kwaliteit van het kraakbeen of op de mogelijkheid om kraakbeenschade te herstellen. Voor al dit soort vermoedens bestaan wel wat wetenschappelijke aanwijzingen, maar voor een echt betrouwbaar inzicht is nog veel onderzoek nodig.” Bewegen: altijd positief Over één ding twijfelt Kloppenburg geen

seconde: het nut van bewegen en afvallen. “Afvallen is altijd goed en iedereen kan het. Natuurlijk weet ik dat afvallen voor veel mensen moeilijk is. Voor hen is belangrijk om te weten dat je daarbij hulp kunt krijgen van diëtisten. Maar ook de wetenschap dat zelfs een paar kilo afvallen al helpt om minder gewrichtspijn te hebben bij knieartrose, kan stimulerend werken. Kilo’s zijn kilo’s: de mechanische belasting wordt verminderd. Maar zeker zo belangrijk is dus de afname van lichaamsvet en daarmee de verminderde aanmaak van schadelijke stoffen die via het bloed in je gewricht terecht komen.”

51


Weer in beweging

‘I

neens zag ik een groene bak staan met het woord ‘restafval’. Die trok mijn aandacht. Zou mijn heupkop daarin liggen? Ik passeerde die bak op weg naar de röntgen­afdeling. Dat gebeurde na de operatie waarbij ik mijn heupprothese kreeg. Mijn ‘voetbalheup’ had namelijk in de loop der jaren zoveel optaters gehad

dat ik van de pijn geen oog meer dicht deed. Vervanging was nog de enige optie om van de pijn af te komen. Min of meer gedachteloos had ik een week voor de operatie een formuliertje getekend. Dat ging over heupkopdonatie. Ik wist ­amper wat een heupkop was. Laat staan dat ik eraan dacht wat er na de operatie mee zou gebeuren. Ik geef toe, dat is mis­ schien een beetje vreemd voor een jour­ nalist. De alertheid die ik heb tijdens mijn werk, ontbreekt soms als het over mezelf gaat. Ik dacht wel: wat moeten ze nou met mijn versleten heupkop? Verder was ik er niet mee bezig. Tot ik die groene bak zag staan. Toch gek hoe dat werkt: zó ben je patiënt, zó ben je in business. Dan ga ik

anders kijken, ben ik scherper. In een flits besloot ik dat ik het zou uitzoeken. De zoektocht naar wat met mijn heupkop was gebeurd, heb ik beschreven in een reportage in Volkskrant Magazine. Ik kreeg veel inzicht in het hergebruik van het bot, maar vooral in alle procedures die daar­ voor worden gevolgd in operatiekamers, in ziekenhuizen en bij de weefselbanken. Het meest opmerkelijk vond ik dat je geen volledig onderdeel levert, maar materiaal. Ze maken er bijvoorbeeld botsnippers van die als opvulling van gaten in het bot bij operaties worden gebruikt. Dat was mij in de communicatie rond het doneren totaal nog niet duidelijk. Daarbij vond ik het wel een beetje jammer dat uitgerekend mijn

Journalist John Schoorl (54) doneerde zijn heupkop

‘Wat moesten ze met dat versleten exemplaar?’

52

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


heupkop door een administratiefout in de verbrandingsoven terecht kwam. Gelukkig werd daar elektriciteit mee opgewekt. Is hij toch nog ergens goed voor geweest. Ik ben blij dat ik van de pijn af ben. Met de nieuwe heup heb ik al heerlijk door Barce­ lona geslenterd. Voor woon-werkverkeer ga ik met enige regelmaat op de fiets naar de redactie van de krant. Toch ben ik nog niet helemaal tevreden. Mijn spieren zijn sterk, maar ook stijf en stug. Ik moet wat soepeler worden. Wat meer rekken en strekken. Een beetje losser lopen. Mijn fysiotherapeut zegt: John, zoek de Jamaicaan in jezelf.”  John Schoorl won met zijn reportage de

NOV Zorg voor beweging Mediaprijs 2015; zie www.zorgvoorbeweging.nl.

orthopedie houdt nederland in beweging

53


Schouderprothesen

De schouderprothese De prothese vervangt het schoudergewricht. Uw schouder is normaal gesproken een beweeglijk gewricht. Dat is te danken aan meerdere botten en spieren. Bij artrose slijt het kraakbeen in uw schoudergewricht. Dit kan ernstige pijnklachten geven. Dan kan een halve of een totale schouderprothese mogelijk uw klachten verminderen. Als (ook) de spieren en/of de pezen rondom uw schoudergewricht niet goed meer functioneren, dan is de zogenoemde omgekeerde schouderprothese (reversed prothese) vaak een betere oplossing. Daarbij

Kop

plaatst de orthopedisch chirurg de prothesekom in de bovenarm en de prothesekop komt op de kom van de schouder. Zo’n omgekeerde schouderprothese kan ook de voorkeur hebben bij specifieke aandoeningen van het bot of bij fracturen van de schouderkop. In vergelijking met de knie en de heup is artrose veel minder vaak de oorzaak van ernstige schouderklachten. Veel vaker betreft het aandoeningen aan de pezen en spieren. Dat verklaart het hoge percentage omgekeerde schouderprothesen.

Kop

Kom

Kom

Kop

Steel

Omgekeerde schouderprothese: 60%

Steel

Halve schouderprothese: 21%

Steel

Totale schouderprothese: 19%

Wie krijgt een schouderprothese? U ziet dat veel meer vrouwen dan mannen een schouderprothese krijgen. Dit kan komen doordat: — vrouwen vaker last hebben van osteoporose en daardoor vaker een schouderbreuk oplopen waarvoor een schouderprothese noodzakelijk is, — vrouwen vaker spier- en peesproblemen hebben in de schouder (dit heet: rotator cuff ­insufficiëntie).

Omgekeerde prothese

Vrouwen: 80% Mannen: 20%

54

Halve prothese Totale prothese Vrouwen: 73% Mannen: 27%

Vrouwen: 69% Mannen: 31%

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Soms is herstel nodig Het kan nodig zijn dat op een gegeven moment één of meerdere onderdelen van uw schouderprothese moeten worden vervangen of verwijderd, of dat een onderdeel wordt toegevoegd. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn als een deel van uw prothese is versleten, als uw prothese niet meer goed vast zit in uw bot of als de artrose erger is geworden. Deze ingreep heet een hersteloperatie.

Hersteloperaties

2.077

Vervanging hele prothese: 47%

Hele prothese verwijderd: 8%

Gedeeltelijke vervanging: 39%

Overig: 6%

schouderprothesen

geplaatst in 2014 Dit zijn de totale, de halve en de omgekeerde schouderprothesen samen

De belangrijkste redenen voor een hersteloperatie zijn: Verergering van artrose

24% Bron: LROIRapportage 2014 ‘Orthopedische Implantaten in Beeld’.

Infectie

19% 15%

Scheur in schouderspier

13%

Slijtage van de pezen

12%

Instabiele schouder Loslaten prothesedeel in schouderblad Verkeerde uitlijning van de prothesedelen

12% 11%

NB Bij één patiënt kunnen meerdere redenen gelden. Daarom telt het totaal op tot meer dan 100%.  Zie www.zorgvoorbeweging.nl/schouder

orthopedie houdt nederland in beweging

55


Weervoor Stap in beweging stap

Indrukwekkende constructie voor een langer bot Door verschillende redenen kan een bot in groei achterblijven. Soms is het mogelijk die groei te stimuleren met hulp van een zogenoemde externe fixateur. Jarwin Hak vertelt hoe zijn been ‘in de steigers’ stond. Jarwin Hak is een middelbare scholier van 15 jaar. Hij vertelt: “Ik heb een PFFD, een proximale focale femur dysplasie. Dat betekent dat mijn bovenbeen te kort was en dat mijn heupgewricht niet goed was ontwikkeld. Ook stonden mijn knieën te veel naar binnen gedraaid. Door al die dingen samen moest ik al vaker onder het mes en toen ik 13 was, is mijn been langer gemaakt.” 1 Jarwin: “Deze röntgenfoto is gemaakt

toen ze alles gingen voorbereiden voor

1

56

de ingreep.” Zijn orthopedisch chirurg Ralph Sakkers geeft een toelichting: “Op de röntgenfoto ziet u dat Jarwins benen in X-stand staan. Bovendien is zijn rech­ ter dijbeen korter (links op de foto). Bij de botverlenging konden we meteen de stand van zijn rechterbeen veranderen. De X-stand in zijn linkerbeen behandel­ den we op een andere manier.” 2 Sakkers: “De röntgenfoto laat zien dat we voor de botverlenging Jarwins bovenbeen doorzaagden en met pinnen

in de juiste positie brachten. U ziet in de illustratie hoe het werkt: het bot is door­ gezaagd en het lichaam reageert hierop met de aanmaak van nieuw bot. De truc is om de botdelen elke dag iets verder uit elkaar te brengen, zodat er steeds weer een beetje bot bijkomt. De pinnen in het bot zijn verbonden met de stel­ lage buiten het been. Dit heet de ‘externe fixateur’; deze zorgt ervoor dat de pinnen in het bot op hun plek blijven en dat het bot op zijn plek blijft.” 3 Sakkers: “Dit is de externe fixateur: twee ringen die rondom het been zit­ ten en zes poten die in en uit kunnen schuiven. Deze zes poten zorgen er samen voor dat het bot op de juiste

2

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


3

wijze wordt gecorrigeerd: bij Jarwin dus langer en rechter. De positie van elk van de zes poten is berekend met een com­ puterprogramma. Dat geldt ook voor de dagelijkse aanpassingen die de botgroei stimuleren.” Jarwin: “We kregen een schema mee: elke dag moest mijn vader of moeder die zes poten bijstellen. Soms hadden ze daar een steeksleutel voor nodig.”   4 Sakkers: “Na zo’n drie maanden had het bot in Jarwins bovenbeen de juiste lengte en de gewenste positie. Het bot moest daarna nog een paar maanden ‘uitharden’. In die periode maakte zijn lichaam zoveel botweefsel aan dat het hele bot sterk en stevig werd. De externe fixateur is nu eenvoudiger, want hij hoeft alleen nog maar het bot in deze nieuwe positie te houden.” Jarwin: “Deze foto laat goed zien hoe de pinnen in mijn been za­ ten. Om te voorkomen dat mijn huid aan die pinnen zou vastgroeien, moest ik elke dag ‘flossen’. Dat deed altijd zeer, vooral toen we die andere externe fixateur steeds bijstelden. Niet leuk.”

4

5

5 Sakkers: “Dit zijn Jarwins benen na bijna negen maanden. Het ging al­ lemaal sneller dan verwacht, we hadden vooraf rekening gehouden met een paar maanden meer.” Jarwin: “Mijn bot was langer en rechter, maar ik moest er nog wel aan wennen. We zijn alweer een jaar verder en nu kan ik op school meedoen met gym. Ik zit ook op zwemmen. Het liefst zou ik paardrijden, maar dat kan niet door de PFFD. Van al die zieken­ huisbezoeken heb ik trouwens heel veel geleerd. Ik weet zeker dat ik iets in de zorg wil doen, later. Net als mijn ouders. Misschien ga ik wel in de ambulance werken.”

orthopedie houdt nederland in beweging

57


Opmerkelijk orthopedie

orthopedisch chirurgen vaak actief als clubarts

‘sport is de proeftuin voor reguliere orthopedie’ Veel orthopedisch chirurgen in ons land hebben zich als clubarts of ­consulent verbonden aan een voetbal-, hockey- of andere sportvereniging. Zo ook Wart van Zoest. Naast zijn werk in het ziekenhuis is hij medisch manager van PSV en teamarts van het nationaal heren hockeyteam. Hij gaat dit jaar bovendien mee naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, als lid van het medisch team dat de Nederlandse sporters begeleidt. “Binnen de topsport werk je in een team. Dat betekent dat je intensief samenwerkt met de volledige medische staf, de sporter en met de coach. Hierdoor móet je wel over de grenzen van je eigen specialisme heen kijken. Mede daardoor is sport een proeftuin voor de reguliere orthopedie. Zaken als speciale braces of afneembaar gips

Wart van Zoest (in de dug-out, midden): “Binnen de topsport werk je intensief samen met de volledige medische staf, de sporter en met de coach.”

zijn eerst voor sporters ontwikkeld, maar worden nu breed toegepast. Het is geen wonder dat sport leidt tot vernieuw­ing: sporters dagen zichzelf uit om hun grenzen te verleggen en vragen dat ook van ons, zodat zij beter en sneller herstellen.” Over de horizon Binnen de sport werkt Wart van Zoest nauw samen met andere disciplines: fysio­ therapeuten, sportartsen, inspannings­ fysiologen, masseurs, sportpsychologen en de trainers. Allemaal hebben ze hun visie

op genezing en op ‘wedstrijdfit’ worden. “Daardoor kijk ik voortdurend over mijn eigen horizon heen en doe ik mijn voordeel met de inzichten van anderen. Dit soort samenwerking ontstaat ook in de reguliere orthopedie steeds vaker, bijvoorbeeld met de komst van speciale schouder-, knie- of voetspreekuren. In één afspraak komt de patiënt dan bij de orthopedisch chirurg voor onderzoek en diagnose, waarbij aansluitend met de fysiotherapeut een behandelplan wordt opgesteld. Zo weet de patiënt meestal in één dag wat hem of haar mankeert en welke weg naar herstel voert. Die aanpak is in de sportorthopedie ontstaan.” Sport en gezondheid Teamarts word je niet zonder passie voor sport. De vader van Wart van Zoest was fysio­therapeut, bewegingswetenschapper en volleyballer, zijn moeder was gym­ docente. “Thuis kwamen veel sporters over de vloer. In de jaren dat we in Vancouver woonden, een stad met een omvangrijke sportcultuur, heb ik intensief getennist. Hoewel ik niet goed genoeg was voor de top, ontdekte ik wel dat sport een prachtige leerschool is die je inzicht geeft in je capaciteiten en beperkingen en ook nog mooie sociale contacten oplevert. In Nederland ging ik geneeskunde studeren omdat de combinatie sport en gezondheid me aansprak. Misschien was het logisch dat ik aanvankelijk koos voor een specialisatie in de sportgeneeskunde. Maar omdat de sportarts meer een beschouwende rol heeft, ben ik overgestapt naar de orthopedie. Veruit de meeste sportblessures zijn orthopedisch van aard. Als het er écht om gaat, is het de orthopedisch chirurg die de klus klaart. Dat wilde ik graag.” Voetbal en hockey Van Zoest verdeelt zijn werktijd tussen

58

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Column

Niets te klagen

professionele voetballers, tophockeyers en ‘gewone’ patiënten. “Als club- of teamarts ben ik verantwoordelijk voor de behandeling van de blessures en geef ik leiding aan het medisch team dat sporters na een blessurebehandeling begeleidt naar wedstrijdfitheid. Minstens even belangrijk is het voorkómen van blessures. Overigens zijn deze topsporters niet zomaar patiënten. De belangen zijn groot en er kan van alles meespelen: een kampioenschap, Olympische medaille of een miljoenentransfer. Soms balanceer ik in lastig evenwicht. Alles draait om vertrouwen, tussen mij en de speler én tussen mij en de trainer.” Medische staf Drie ochtenden in de week is Van Zoest op ‘De Herdgang’, het PSV-trainingscomplex. “Met de medische staf bespreken we alle spelers. Onze werkkamer grenst aan de kleedkamers; als het nodig is kunnen we een speler direct onderzoeken. Aansluitend koppelen we onze bevindingen en de resultaten terug naar de trainersstaf en naar de inspanningsfysioloog. Dan weet iedereen hoe de situatie is en wat van hem verwacht wordt.” Op dinsdag en donderdag staat Van Zoest op de operatiekamer en houdt hij poliklinisch spreekuur. Wanneer het nodig is, bezoekt hij de hockeyers van het nationaal herenteam op sportcentrum Papendal, waar de rituelen enigszins vergelijkbaar zijn met die bij PSV. Van Zoest beschouwt zijn veelzijdige werk als club- en teamarts als een verrijking. Toch relativeert hij: “Negentig procent van de topsporters ondergaat een behandeling zoals iedereen. Een kruisband­ reconstructie blijft een kruisbandreconstructie. Het verschil zit in de intensiteit en het tempo van de nabehandeling.”

orthopedie houdt nederland in beweging

Eén gebroken plankje bleek helaas genoeg om me een jaar bezig te houden bij orthopedisch chirurgen en fysiotherapeuten. Op 1 september 2013 verbrijzelde ik mijn hielbeen omdat ik tijdens een wedstrijd ‘timbersports’ letterlijk uit de boom viel. Ruim twee jaar later kan ik mijn werk als boswachter weer doen en zelfs mijn sport houthakken weer op internationaal niveau beoefenen. Daar ben ik echt heel blij mee, want dit zagen en hakken in wedstrijdverband is mijn grote passie. Mijn geduld is wel op de proef gesteld. Nadat de orthopedisch chirurg kort na mijn val alle verbrijzelde stukjes hielbeen aan elkaar had geschroefd, begon het herstel­traject. Lange tijd kon ik aardig uit de voeten, maar liep ik nog mank. Dat is gelukkig verholpen nadat de hele meccanodoos van schroefjes en plaatjes in januari 2015 uit mijn hiel is verwijderd. Ik kan nu weer goed en stabiel lopen, zeker ook dankzij de vele stabiliteitsoefeningen die ik heb gedaan onder begeleiding van mijn fysiotherapeut. Ik ben super blij dat ik weer kan meedoen aan timber­ wedstrijden. De eerste keer dat ik op het onderdeel ‘springboard’ de boom in moest om de top van de stam af te hakken, stond ik nog wel met de bibbers in mijn benen. Maar het was een uitzonderlijke val, zoiets gebeurt eigenlijk nooit in onze sport. Ik heb daarom de angst achter me kunnen laten. Maar het mooiste is nog dat in juli 2015 mijn dochtertje Sara is geboren. Behalve dat ik dus met bijl en motorzaag in de weer ben, kan ik uren door de bossen wandelen achter de wandelwagen. Nee, mij hoor je niet klagen. Martijn Harms Boswachter  In Zorg voor beweging Jaarmagazine 2015 (pagina 42) vertelde Martijn over zijn ongeluk en over zijn passie voor timbersports (wedstrijden houthakken en -zagen).

59


Ontwikkelingen

agenda zorgevaluatie orthopedie

‘Wij willen weten wat het beste is voor de patiënt’ Orthopedie is een vak in ontwikkeling. Het doel is altijd dat de patiënt maximaal profijt heeft van een behandeling. Daarom inventariseerden de Nederlandse orthopedisch chirurgen welke onderwerpen extra aandacht verdienen. Dit project ‘Agenda Zorgevaluatie Orthopedie’ leidde tot tien vragen; de antwoorden dragen bij aan een nog betere zorg voor de patiënt.

‘D

e orthopedie is er voor de ­patiënt: onze missie is om mensen in beweging te houden. Hiervoor is het nodig dat we steeds meer kennis vergaren. Boven­dien is iedere patiënt anders. Hoe meer wij weten, hoe beter we de zorg op de wensen van de patiënt kunnen afstemmen. Ook willen we voorkomen dat we onnodige zorg geven, want ook dat kan nadelig zijn. Daarom startten we het project ‘Agenda Zorgevaluatie Orthopedie’. We wilden weten over welke onderwerpen we ons als eerste moeten buigen.” Prof. dr. Rob Nelissen vertelt enthousiast over het project dat hij leidt namens de Nederlandse Orthopaedische Vereniging. “We hebben de richtlijnen bekeken en we hebben gepraat met vertegenwoordigers van patiënten, orthopedisch chirurgen, zorgverzekeraars, maar ook met bijvoorbeeld de huisartsen en fysiotherapeuten. Daaruit komt naar voren dat we ons, naast al het lopende wetenschappelijk onderzoek, ook gaan richten op de onderstaande tien vragen uit de dagelijkse praktijk, waarbij de wetenschap het middel is om ze te kunnen beantwoorden.” 1. Wat is de duur en keuze van ­antistolling bij totale knie- en heupprothese? Bij elke operatie is aandacht voor het voorkomen van trombose belangrijk. Door de operatie kunnen (kleine) stolsels in het bloed ontstaan en die stolsels kunnen een bloedvat verstoppen. Over de duur van het gebruik van antistolling-medicijnen is nog

60

geen overeenstemming. Omdat jaarlijks zo’n 50.000 mensen een heup- of een knieprothese geplaatst krijgen, is dit voor de orthopedie een belangrijk onderwerp. 2. Antibiotica bij prothesechirurgie: eenmalig of 24 uur? Het is bekend dat antibiotica helpen om een bacteriële infectie bij een protheseoperatie te voorkomen. Iedere patiënt krijgt die antibiotica voorafgaand aan de operatie. Is het ook nodig om die behandeling nog 24 uur door te zetten? En wat is de juiste dosering? Te veel antibiotica is niet goed voor de patiënt. Dit onderzoek moet de antwoorden leveren. 3. Wat is de beste behandeling bij wondlekkage na totale knie- en heup­prothese? Als na het plaatsen van een knie- of heupprothese de wond na een week nog wondvocht lekt, dan is dat vervelend voor de patiënt. Het kan ook wijzen op een dieperliggend probleem, bijvoorbeeld een infectie. Deze situatie vraagt om passende aandacht en behandeling. Dit onderzoek gaat na wat de beste behandeling is. 4. Ontwikkelen van registratiesystemen voor de kinderorthopedie. De kinderorthopedisch chirurgen willen een kwaliteitsregister voor de behandeling van klompvoeten, van heupdysplasie/heup­ luxatie, van heupproblemen bij kinderen met hersenverlamming (cerebrale parese) en van scoliose. Zo’n register maakt het

mogelijk de behandeling landelijk te evalueren. De hoogste prioriteit ligt bij het opstellen van een register voor de behandeling van klompvoeten, omdat daarvoor in 2014 een behandelrichtlijn is opgesteld. 5. Wat is de effectiviteit van fysiotherapie voor en na de operatie, bij totale knie- en heupprothese? Fysiotherapie is onderdeel van de behandeling van artrose. De vraag is hier of ­fysiotherapie in voorbereiding op en na een heup- of knievervangende operatie ook effectief is. Er is onderzoek gedaan, maar de kwaliteit van dat onderzoek laat

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


teitsregister op te zetten om deze behandeling te evalueren. Door vast te leggen wat de reden is voor een heupartroscopie, welke kenmerken de patiënt heeft en wie na hoeveel tijd een totale heuppprothese krijgt, moet duidelijk worden wanneer een heupartroscopie wel of niet nodig is. 8.  Wat is de optimale timing van een voorste kruisbandreconstructie? Per jaar wordt zo’n 7700 keer een voorste kruisbandreconstructie uitgevoerd. Over deze ingreep is heel veel bekend, maar nog niet wat de juiste timing is. Er zijn aanwijzingen dat deze timing van invloed kan zijn op het ervaren resultaat. Bijvoorbeeld: weer kunnen sporten en werken.

te wensen over. Aanvullend onderzoek kan meer duidelijkheid geven. Voor dit onderwerp werken de orthopedisch ­chirurgen samen met het Koninklijk ­Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF): zij stellen hierover een gezamenlijke richtlijn op. 6.  Wat is de effectiviteit van ‘stepped care’ versus ‘usual care’ bij artrose van de knie? ‘Stepped care’ is een stapsgewijze behandeling van knieartrose: het start bij voorlichting & leefstijladviezen en gaat via medicijnen & fysiotherapie verder tot

orthopedie houdt nederland in beweging

Prof. dr. Rob Nelissen: “Wetenschappelijk onderzoek gaat deze tien vragen beantwoorden. Dat zal de zorg direct verbeteren.”

eventueel een verwijzing naar een orthopedisch chirurg nodig is. Een kwalitatief goed onderzoek moet laten zien hoe deze behandeling verschilt van de reguliere behandeling. 7.  Wat zijn effectieve indicatiegebieden voor heupartroscopie? De wens bestaat om voor de heupartroscopie (kijkoperatie) een landelijk kwali-

9.  Wat is de beste behandeling van SAPS: bursectomie versus decompressie v­ ersus conservatief? SAPS staat voor sub-acromiaal pijn syndroom; het is een breed begrip waarbij de algemene klacht is: schouderpijn bij bovenhoofds bewegen van de arm. Er is een goede behandelrichtlijn, maar door de veelheid aan klachten blijft toch veel onduidelijk. De wens is een grootschalig onderzoek uit te voeren zodat duidelijk wordt welke van de drie behandelmogelijkheden voor welke patiënten de voorkeur heeft. 10.  Welk type injectie ín het knie­gewricht is effectief bij de behandeling van ­knieartrose? Ontstekingsremmende injecties in het gewricht maken onderdeel uit van de stapsgewijze behandeling van knieartrose (zie vraag 6). Het is bekend dat deze in­jecties wisselend succes hebben. Bovendien is er nog geen duidelijkheid over de gewenste dosis en over de juiste middelen. Onderzoek moet meer duidelijkheid geven.

61


Weer in beweging

62

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Oud-proftennisser Richard Krajicek (44) na beencorrectie:

‘De operatie was een wedstrijd die ik móest winnen’

orthopedie houdt nederland in beweging

63


Weer in beweging

Als de knieën van Richard Krajicek konden praten, raakten ze niet uitgesproken. Ze zouden vertellen hoe ze er in hun jeugd al ongenadig van langs kregen. Dat hun eigenaar ze dwong tot hun uiterste te bewegen: draaien, buigen, strekken. Jaar in, jaar uit. Ze zouden benadrukken dat beschadigingen telkens weer een beetje werden opgelapt.

M

aar ze zouden óók verhalen over die ene unieke zondagmiddag van 7 juli 1996. Toen werden ze na weer zo’n zware exercitie beloond met een knieval op het gras van Wimbledon, terwijl de hele wereld toekeek. Ja, dat is voor héél weinig knieën weggelegd. De jarenlange lijdensweg was in één klap de moeite waard.

Pijn in de knieën bleef echter ook na dat gouden jaar een rode draad in het leven van Richard Krajicek. Hoewel hij in 2003 stopte met professioneel tennis, vroeg hij blijvend veel van zijn lichaam. Hij speelde nog graag tennistoernooitjes met ‘oude’ collega’s als Ivanisevic, Roddick en ­McEnroe. Hij fietste veel en deed nog dagelijks minstens een uur aan intensieve

duurtraining in zijn fitnesscentrum thuis. “Tot mijn rechterknie er in de zomer van 2013 tijdens een tennistoernooi – nota bene op Wimbledon – volledig de brui aan gaf. De pijn was niet meer te harden. Het was een stekende pijn, alsof iemand met een naald op het bot prikte”, vertelt Richard nu. Van O naar X

Er volgden maanden van onderzoeken en diagnoses. “Ik heb mijn hele leven al ­O-­benen, de knieën staan iets naar b ­ uiten. Daardoor bleek het kraakbeen aan de binnenkant van mijn knie volledig weg­ gesleten. Ik kreeg eerst te horen dat ik met de pijn van artrose moest leren leven en moest stoppen met sporten, zeker met tennis.” Maar topsporter Richard legde zich daar niet bij neer. Hij informeerde naar de

Stoppen met sporten? Dat is geen optie nog relatief experimentele kraakbeentrans­ plantatie. Maar die toepassing is vooral voor kleinere kraakbeenbeschadigingen geschikt, bijvoorbeeld na een ongeval. De zogeheten ‘standbeencorrectie door een osteotomie’ was, mede door de plek van de slijtage, een betere oplossing. Richard zegt hierover: “Zo’n osteotomie ­betekende bij mij dat mijn been beneden de knie werd doorgezaagd. Daarna werd een wigje uit het bot genomen. Daardoor veran­ derde de stand van mijn knie: in plaats van een O-stand werd het een lichte X-stand.

64

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


Nu belast ik niet langer de binnenkant, maar de buitenkant van het kniegewricht. Daar heb ik nog een gezonde meniscus en aan die kant is mijn kraakbeen nog intact.” Een jaar revalideren

De operatie bleek zwaar, net als de reva­ lidatie. Daar stond zo ongeveer een jaar

voor. De eerste tien dagen had Richard zijn been gestrekt in het gips. Daarna gebruik­ te hij drie maanden krukken en er volgden negen maanden algehele reva­lidatie. ­Richard zag er een wedstrijd in: “De opera­ tie was begin maart 2014; mijn doel werd een toernooi eind november.” Vooraf­ gaand aan de operatie deed hij zes weken

Osteotomie: schuin afzagen

Het Latijnse woord ‘os’ betekent ‘bot’ en ‘tomein’ is ‘snijden’. Osteo­ tomie betekent letterlijk: doorsnijden van een bot. Een beencorrectie zoals bij Richard Krajicek wordt sinds de opkomst van de knieprothese minder vaak toegepast, zegt orthopedisch chirurg dr. Reinoud Brouwer. Of osteo­ tomie een geschikte behandeling is, hangt sterk af van de mate van kraak­ beenslijtage. Ook de leeftijd van de patiënt speelt een rol, zegt hij. Daarbij komt dat een prothese een relatief beperkte levensduur heeft, zo’n vijftien jaar. “Richards rechterknie heeft nu drie graden X-stand, in plaats van de vroegere elf graden O-stand. Een correctie andersom – van X naar O – is ook mogelijk, dan zagen we een wigje uit het bot boven de knie. Overi­ gens krijgt lang niet iedereen met een standsafwijking klachten. Het is vooral de combinatie met topsport en de aantasting van de meniscus, de schokbreker in de knie, die Richard parten hebben gespeeld.”

orthopedie houdt nederland in beweging

intensieve krachttraining, vooral voor zijn bovenbenen. Door wekenlange inactiviteit verminderen de omvang en kracht van je spieren namelijk behoorlijk. Perfect voor­ bereid ging hij ‘onder de zaag’. “De eerste 48 uur na de operatie was de pijn nauwe­ lijks te harden, zelfs morfine hielp amper.” Na tien dagen werd het gips ­vervangen door een brace. “Daarmee mocht ik met krukken lopen.” Na drie maanden was het bot vastgegroeid en mochten de krukken weg. “Vanaf dat moment kon ik vrijer bewegen en geleidelijk de training oppakken: elke dag op de hometrainer, uitvalpassen maken, spierstimulatie. Vier maanden na de operatie maakte ik al wat voorzichtige sprongen op de minitrampo­ line, gevolgd door langzaam opbouwende sprint­trainingen en tot slot specifieke tennis­trainingen. En tussen­door heb ik veel gefietst”. Het afzien heeft zich uitbetaald: “Ik heb geen pijn meer. Ik kan tennissen, fietsen, krachttraining doen. Heerlijk! Mocht er ooit aanleiding zijn om ook mijn linker­ knie op deze manier te behandelen, dan zal ik niet aarzelen. Ik ben echt niet klein­ zerig, maar artrosepijn is iets heel naars om mee te moeten leven.”

65


Voor u

alstublieft! zorg voor beweging jaarmagazine 2016

een cadeau voor u, namens uw orthopedisch chirurg Ongetwijfeld staat u wel eens stil bij ‘bewegen’. Misschien staat ‘bewegen’ voor u voor: meedoen, zelfstandig zijn, genieten van uw omgeving, uw grenzen opzoeken, mobiel zijn en uw eigen weg kiezen, … Problemen met botten, gewrichten, pezen en/of spieren belemmeren dit.

Orthopedie is het medisch specialisme dat zich richt op het verminderen en, liefst, oplossen van dergelijke problemen aan het steun- en bewegingsapparaat. Als u bij een orthopedisch chirurg komt, kunt u erop rekenen dat hij of zij luistert naar uw verhaal, met u uw wensen en verwachtingen bespreekt, nader onder­ zoek doet en met u doorneemt welke behandelingen mogelijk zijn. Uw ortho­ pedisch chirurg is uw partner in zorg en deelt met u hetzelfde doel: dat u zo goed en snel mogelijk weer zoveel mogelijk kunt doen wat u wilt. Zorg voor beweging: gezamenlijke inspanning

De orthopedisch chirurg zorgt voor ­beweging. Daar is zijn of haar medische opleiding op gericht en daar zet de ­orthopeed zich samen met alle collega’s voor in. Maar het is een gezamenlijke inspanning met u. Als ook u zorgt voor beweging, houdt u uw lichaam zo fit mogelijk. Trots op orthopedie

De orthopedisch chirurgen zijn trots op hun vak. Ze vertellen er graag over, zoals u merkt in deze uitgave. Het vak is volop in ontwikkeling; verbetering van de kwaliteit van zorg is daarbij belangrijk én natuurlijk een verdere verbetering van de resultaten. Zes verhalen van patiën­ ten schetsen persoonlijke ervaringen en ­geven u een goed beeld van hoe orthope­ die zorgt voor beweging.

66

zorg voor beweging | jaarmagazine 2016


‘Orthopedie houdt Nederland in beweging’

Dit is het motto van de Nederlandse ­Orthopaedische Vereniging (NOV). Haar leden, de orthopedisch chirurgen, zorgen er als medisch specialisten voor dat men­ sen weer in beweging komen, en in bewe­ ging kunnen blijven. Het effect hiervan is groter dan dit in eerste instantie lijkt. Want ieder van ons heeft familie en/of vrienden, is lid van een club of vereniging, doet betaald of vrijwilligerswerk, et cetera. Kortom: als iemand binnen de eigen mogelijkheden optimaal kan bewegen, heeft dat ook effect op de activiteiten met familie en vrienden, vergroot het de ­mogelijkheden om actief te zijn in de

COLOFON

Zorg voor beweging Jaarmagazine 2016 wordt u aangeboden door de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), ook namens uw orthopedisch chirurg. Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) Bruistensingel 216 5232 AD ’s-Hertogenbosch T +31 (0)73 700 34 10 nov@orthopeden.org | www.orthopeden.org Zie ook de NOV-websites: www.zorgvoorbeweging.nl - informatie over aandoeningen, behandelingen en orthopedie; www.mijnheupprothese.nl - site voor iedereen die meer wil weten over heupprothesen; www.mijnknieprothese.nl - site voor iedereen die meer wil weten over knieprothesen;

club en vereniging, en beïnvloedt dat ook zaken op de werkvloer.

Als u behoefte heeft aan informatie dan

geeft uw behandelend orthopedisch ­chirurg antwoord op uw vragen. Buiten de consulten om kunt u altijd terecht op de informatieve website van de NOV: www.zorgvoorbeweging.nl. Bent u vooral geïnteresseerd in informa­ tie over totale heup- of knieprothesen, ga dan naar www.mijnheupprothese.nl of www.mijnknieprothese.nl. Op www.youtube.com/user/zorgvoor­ beweging bekijkt u alle korte films en animaties en via Twitter @zvborthopedie blijft u op de hoogte van nieuws en wetenswaardigheden. Elke orthopedische maatschap heeft ook een eigen website: uw orthopedisch ­chirurg informeert u hierover.

www.youtube.com/user/zorgvoorbeweging - korte films en animaties; twitter.com/zvborthopedie – Zorg voor beweging op Twitter; www.orthopeden.org - de NOV-organisatiewebsite.

Teksten: Jos Steehouder (Zorg voor Publiceren); NOV Druk: Drukkerij Damen, Werkendam Oplage: 45.500 ISSN: 1876-6765

Zorg voor beweging Jaarmagazine 2016 verschijnt als bijlage bij het NOV Jaarcongres 2016 en brengt (wetenschappelijke) orthopedische ontwikkelingen bij de patiënt. Zorg voor beweging staat onder inhoudelijke verantwoordelijkheid van de NOV redactie, onder auspiciën van het NOV bestuur.

© 2016 Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV)

De orthopeed en de medische industrie Orthopedisch chirurgen voorzien in een optimale en toegewijde patiëntenzorg. Voor het verder bevorderen en verbeteren hiervan is een goed samenwerkings­ verband met de medische industrie belangrijk. De NOV verlangt in dezen van haar leden de hoogste mate van ­integriteit, professioneel en ethisch ­gedrag. Dat staat vastgelegd in een pro­ fessionele standaard, een gedragscode. Informatie en achtergronden

Concept en eindredactie: NOV Vormgeving: Sjaak Lakerveld (Zorg voor Publiceren) Fotografie: Werry Crone (Zorg voor Publiceren); Össur (p.10); prof. dr. J.A.N. Verhaar (p. 38); UMC Utrecht (p. 47, p. 56/57), Zimmer Biomet (p. 47), Pro-Motion Group (p. 57); ANP (p. 58) M.m.v. ANWB Medical Air Assistance (p. 24/25); NEFEMED (Zimmer Biomet, p. 35) Illustraties: JBJS (p.11); Sjaak Lakerveld (p. 22, 50, 56); Ella Nitters Medical Art (p. 34)

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de NOV. Zorg voor beweging Jaarmagazine 2016 is mede mogelijk gemaakt door de orthopedische industrie.  Dit staat los van de afbeeldingen die u in deze  uitgave aantreft. Die zijn gekozen omdat ze de  inhoud van een artikel ondersteunen. Alle beeldrechten behoren toe aan de eigenaar van het beeld.

ZimmerBiomet Nederland, DePuy Synthes, Smith & Nephew Nederland B.V., Stryker B.V., Arthrex Nederland B.V., Link Nederland B.V., Mathys Orthopaedics, Tornier B.V., Heraeus Medical, Implantcast Benelux B.V., Linvatec Benelux, Össur Europe BV, Pro-Motion Group B.V., Stöpler Instrumenten en Apparaten B.V.

orthopedie houdt nederland in beweging

67


Orthopedie houdt Nederland in beweging

‘Zorg voor beweging’ wordt u aangeboden door:

Bruistensingel 216 | 5232 AD ’s-Hertogenbosch | T 073 700 34 10 | nov@orthopeden.org www.orthopeden.org | www.zorgvoorbeweging.nl | www.mijnheupprothese.nl | www.mijnknieprothese.nl


Zorg voor Beweging Jaarmagazine 2016