Issuu on Google+

patiĂŤntinformatie van de orthopedisch chirurg | jaarmagazine 2014

Zorg voor Beweging zitten maakt ziek

beweeg je beter

patiĂŤntervaringen

over schapen en schepen opmerkelijk orthopedie

van kunst tot botfabriek


Weer in beweging

‘E

en ongeluk komt nooit gelegen, maar dat ik twee weken voor vertrek naar Nederland in mijn toenmalige woonplaats Kaapstad werd geschept door een auto, was echt balen. Na acht jaar heen en weer pendelen zou ik in 2010

naar mijn Nederlandse partner gaan. Ik had volop plannen om hier te gaan werken en een opleiding te volgen. Die gebroken pols mocht geen roet in mijn eten gooien. In het ziekenhuis in Kaapstad vertelde de dokter me dat hij die linker pols eigenlijk wilde opereren. Maar daar had ik geen tijd voor, de vlucht was geboekt. Je mag het eigenwijs noemen hoor, maar ik ben gewoon vertrokken, met mijn pols in het gips. Eenmaal in Nederland bleef mijn pols pijn doen, ook nadat het gips was verwijderd. In het begin lette ik daar niet zo op, maar toen ik een baan kreeg in de huishoudelijke dienst van een Amster­ dams hotel, werd het steeds erger. De pols werd ook dik. Hier adviseerde mijn orthopedisch ­chirurg om alsnog te opereren, want het bot van mijn pols bleek scheef aan elkaar ­gegroeid. Hij heeft mijn pols doorgezaagd en de botten met plaatjes en schroeven weer aan elkaar gezet. Ik ben blij dat ik

Nelson Madal (37), medewerker huishoudelijke dienst

‘Ik ben gewoon vertrokken’ 2

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


daarvan niets heb gemerkt! Een half jaar na de operatie kon ik mijn pols weer goed bewegen; ook tijdens mijn werk. Ondertussen probeer ik mijn inburgerings­ diploma te halen. Daarna start ik het liefst een studie sociaal werk. In Kaapstad heb ik gewerkt voor de Desmond Tutu Stich­ ting, die kansarme Zuid-Afrikanen op weg helpt. Dat is mooi werk dat ik hier ook wil oppakken en waarvoor ik later wel weer terug zou willen naar Zuid-Afrika. Ja, soms

orthopedie houdt nederland in beweging

mis ik dat land. Het is grappig dat Zaanse molens me aan thuis doen denken. De Nederlanders die zich in Zuid-Afrika ves­ tigden, bouwden bij ons molens die er erg op lijken.”  www.zorgvoorbeweging.nl/

lichaams­delen/hand-en-pols

3


Voorwoord

Samen met u

58

… zorgen wij voor beweging. Kunnen bewegen is namelijk iets moois, vindt u niet? Wie geen klachten heeft, staat er niet altijd bij stil hoe prettig het is om te kunnen doen wat je wilt. Om thuis, op het werk en bij je hobby’s je hart te volgen, jezelf te redden en er voor anderen te zijn. Wanneer het lichaam hapert, zijn de gevolgen voor het dagelijks leven vaak groot. En hoe langer die beperking blijft, hoe groter de invloed is op de algehele gezondheid. Onze collega orthopedisch chirurgen en wij hebben voor ons vak gekozen omdat wij weten hoe belangrijk een goed werkend en gezond lichaam voor u is. Wij doen ons best om uw klachten zo goed en zo snel mogelijk te verminderen of op te lossen, zodat u weer kunt doen wat u wilt. Dit Zorg voor beweging Jaarmagazine krijgt u van uw orthopedisch chirurg. Het is een cadeau en een aanmoediging voor u om actief in beweging te blijven. Ook als uw situatie niet meer is of wordt als voorheen, dan nog hopen wij dat u plannen blijft maken. Een aantal patiënten laat in dit magazine zien welke dromen zij hebben of al hebben gerealiseerd. Hieruit spreekt een optimisme en een positieve energie die ons enorm inspireert. Uw wensen en verwachtingen spelen een steeds grotere rol in de gezondheidszorg. Wij gaan u via vragenlijsten vragen om ons te vertellen of een ingreep het effect heeft dat u verwachtte. Zo blijft onze Zorg voor beweging in ontwikkeling. Met hartelijke groet,

62

Prof. dr. Jan Verhaar, orthopedisch chirurg, voorzitter NOV tot 7 februari 2014 Drs. Henk Koot, orthopedisch chirurg, voorzitter NOV per 7 februari 2014

4

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


12

Inhoud

weer in beweging

2 Nelson Madal ‘Ik ben gewoon vertrokken’ 12 Hetty van Riessen ‘Pijn en ziekte zijn niet wie je bent’ 30 Kadek Anugrah Satria ‘Mijn droom: presentator worden’ 38 Niek Marteijn ‘Ik kreeg een tattoo-besparende operatie’ 50 Erica Terpstra ‘Mijn nieuwe knieën zijn wonderbaarlijk’ 62 Silke Eigenraam ‘Ik leef normaal door staafjes in mijn rug’

opmerkelijk orthopedie

22

10 Artrose Alle kennis gericht op het gewricht 20 Traumatologie Orthopedisch chirurg op de spoedeisende hulp 36 Passie Orthopeed houdt kunst in beweging 44 Botbreuken De botfabriek staat altijd paraat 52 Beeldvormende technieken Van buiten naar binnen kijken 58 Prothesiologie De elleboog: kwetsbare precisie

column

38

21 Echte tegenslag Naomi van As 45 Soepel draaien Henk Greveling 55 Samen sterke schakels Rob Boonstra

en…

36 orthopedie houdt nederland in beweging

4 Samen met u 6 Langs ongebaande paden in de orthopedie 16 Stilzitten maakt ons ziek: beweeg je beter 22 Wat en Wie in de orthopedie 28 Cijfers & weetjes 32 Patiëntoordeel als maat voor kwaliteit 42 Innovatie 46 In opleiding: ‘Er ging een wereld voor me open’ 48 Totale heupprothesen in Nederland 54 Actief van tweet tot wetenschap 56 Alles onder controle 60 Verstandig kiezen: betere én betaalbare zorg 66 Voor u 67 Colofon

5


Een dag orthopedie

Een Universitair Medisch Centrum (UMC) is een ziekenhuis waar vooral patiënten komen met een complexere aandoening en/of een combinatie van aandoeningen. Elk UMC is verbonden aan een universiteit waar artsen en andere zorgprofessionals hun opleiding volgen. Er is bovendien veel ruimte voor wetenschappelijk onderzoek. Zorg voor Beweging loopt een dag mee op de afdeling orthopedie van een UMC.

Op weg langs ongebaande paden in de orthopedie

M Mevrouw Tjepkema en ­orthopedisch chirurg Paul Jutte bespreken de laatste details van de operatie.

evrouw Tjepkema (75) uit Sneek houdt zich goed, maar ze is gespannen, zo vlak voordat ze naar de operatiekamer van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) wordt gereden. Orthopedisch chirurg dr. Paul Jutte gaat de restjes van een goedaardige tumor verwij­de­ ren uit het bot vlak boven haar knie. Het is precisie­ werk, waarvoor geavanceerde navigatieapparatuur

wordt ingezet. Ze onderging enkele maanden gele­ den al een kleinere ingreep, vertelt Jutte. “We heb­ ben haar tumor toen met verhitting behandeld, een ­relatief kleine ingreep. Het is een nieuwe, minder be­ lastende methode voor de behandeling van kleinere tumoren. We zijn bezig de effectiviteit ervan in kaart te brengen. Daarom moet mevrouw Tjepkema ook nog de gangbare operatie ondergaan. Als de nieuwe methode goed heeft gewerkt, treffen we tijdens de operatie alleen dood tumorweefsel aan.” Terwijl mevrouw Tjepkema naar de operatiekamer (OK) wordt gebracht, houdt Gert Wedda (51) uit Termunterzijl op de verpleegafdeling zijn linkerenkel scherp in de gaten. Neemt de zwelling al af? In zijn arm zit een infuus met antibiotica. “Als ze de ont­ steking niet onder de duim krijgen, word ik geope­ reerd”, zegt hij gelaten. Wedda knalde op 14-jarige

Gert Wedda houdt zijn ­ontstoken linkervoet angstvallig in de gaten als hij een ommetje maakt met de rolstoel.

6

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


dergelijke complexe zorg en heeft ook als taak onder­ zoek te doen naar nieuwe behandelmethoden, zoals bij mevrouw Tjepkema.

leeftijd met zijn brommer tegen een lantaarnpaal en verbrijzelde daarbij zijn voet en enkel. Dit speelt hem nog steeds parten. Destijds werd de schade met schroeven en platen gerepareerd, maar door de jaren heen trad slijtage op en raakten de verbindingen los. Tot overmaat van ramp kreeg Wedda diabetes, wat zijn voet extra gevoelig maakt voor ontstekingen.

De Friezin is inmiddels gearriveerd op de OK. Het voltallige operatieteam neemt in haar bijzijn een uitgebreide checklist door. Na deze ‘wedstrijdbespre­ king’ gaat ieder aan het werk. In de OK meldt zich ook coassistente Angelina Pikstra, arts in opleiding. Als onderdeel van haar studie woont ze de operatie bij. De anesthesist brengt mevrouw Tjepkema in slaap en de OK-assistenten verzekeren zich ervan dat alle benodigdheden voor de operatie klaar liggen. Orthopedisch chirurg Paul Jutte brengt de navigatie­ apparatuur in gereedheid waarmee hij straks met grote precisie het tumorweefsel gaat verwijderen. “Het werkt eigenlijk volgens het principe van de auto­navigatie. De computer heeft een ‘kaart’ van het te opereren gebied, in dit geval een gedetailleerde foto van het bot en de tumor die ik ga verwijderen. Boven de patiënt hangt de ‘satelliet’; die correspon­ deert met ontvangers die we in het bot schroeven rond de plek waar ik opereer. Zo zie ik op het beeld­ scherm exact waar ik moet zijn en wat ik doe.”

Kenmerkend UMC

Tumorweefsel eruit, botcement erin

Patiënten als mevrouw Tjepkema en Gert Wedda zijn kenmerkend voor een universitair ziekenhuis als het UMCG, vertelt Jitske Koning, manager van de verpleegafdeling orthopedie. “Onze patiënten heb­ ben complexe orthopedische zorg nodig, of ze zijn hier omdat ze ook een andere aandoening hebben. Dat kan van alles zijn: diabetes, kanker, hart- en vaat­ ziekten of bijvoorbeeld hemofilie, waarbij het bloed niet goed stolt en operaties dus extra maatregelen vragen.” Een academische ziekenhuis is gericht op

Ruim een half uur na het begin van de operatie heeft

Het voltallige operatieteam neemt de checklist door vlak voor de operatie van mevrouw Tjepkema.

Tjitske Koning (rechts) ­overlegt met haar collega’s op de verpleegafdeling.

orthopedie houdt nederland in beweging

Orthopedisch chirurg Paul Jutte wijst op de monitor aan hoe hij de bottumor in het been van mevrouw Tjepkema benadert.

7


Een dag orthopedie

Jutte de exacte plaats bepaald; dan komen de beitel en de hamer eraan te pas. Met een paar welgemikte tikken opent hij het bot op de plaats van de tumor. Met een scherp beiteltje lepelt hij het zachte tu­ morweefsel uit het bot. Het oogt beigekleurig en wat papperig. “Zo ziet dood tumorweefsel eruit. Dat is dus goed.” Hij schraapt de holte schoon, het weefsel gaat voor onderzoek naar het lab. De holte wordt opgevuld met botcement. Alles gebeurt met volle aandacht voor de hygiëne, want er woedt een voortdurende strijd met de ‘beestjes’. Bacteriën hechten zich namelijk graag op plaatsen in het lichaam waar lichaamsvreemd materiaal aanwezig is, zoals platen, schroeven, prothesen en botcement. De hygiëneregels, de protocollen, zijn daarom streng. Verwoestende artrose

Op de verpleegafdeling ligt Sylvia Schulten (59) uit Delfzijl. Artrose heeft door de jaren heen verwoes­ tend toegeslagen in haar gewrichten en botten, vooral haar knieën en heup moesten het ontgelden. “Ik vind het zó knap: dokter Joris Ploegmakers heeft een knieprothese en een gedeeltelijke heup­ prothese aan elkaar bevestigd met een heel lange pin. Maar een week of drie na de operatie wilde ik vanuit de rolstoel even wat pakken en ik boog te ver voorover. Dat bleek een onverstandige bewe­ ging. ‘Plop’ hoorde ik; de heup schoot uit de kom. Niet te beschrijven, die pijn.” In afwachting van een nieuwe operatie wordt het been van Sylvia met gewichten in positie gehouden. Ondertussen werkt ze opgewekt en geduldig aan het borduurkleed dat ze cadeau kreeg van haar dochter Joyce.

Sylvia Schulten blijft ondanks haar door artrose verwoeste gewrichten opgewekt borduren.

Gaele van der West hoopt met zijn knieprothese na vijftig jaar weer een blokje om te kunnen fietsen.

Over geduld gesproken: Gaele van der West (67) uit Buitenpost beschikt er ook in ruime mate over. Als hemofiliepatiënt kampt hij sinds zijn jeugd met inwendige bloedingen. “Mijn gewrichten zijn daar­ door grotendeels vernield. Sinds mijn twintigste loop ik zonder mijn knieën te kunnen buigen.” Nu is hij dolblij met zijn knieprothese. De operatie was onder meer mogelijk dankzij een nieuw stollings­ middel dat wordt getest in een internationaal on­ derzoek waaraan het UMCG meewerkt. “Na 50 jaar moeten al mijn spieren en pezen eerst langzaam wennen aan de buigbeweging. Het lijkt me gewel­ dig als ik na al die tijd weer een stukje kan fietsen!” De samenwerking met andere specialisten, mul­ tidisciplinaire samenwerking heet dat, kenmerkt deze afdeling orthopedie. De negen orthopedisch chirurgen werken nauw samen met collega’s van de afdelingen revalidatie, reumatologie, hematologie, neurochirurgie, traumatologie, oncologie, het in­ stituut voor bewegingswetenschappen en sportge­ neeskunde. Er is een werkgroep ‘diabetische voet’, een reumaspreekuur en een wervelkolomcentrum. Het Spina-team van de kinderpoli

Dit universitair ziekenhuis is mede bekend om zijn kinderpoli, ofwel het Centrum voor Kind en Bewe­ ging. Vroeg in de middag is het daar een drukte van belang bij de spreekkamer van dr. Patrick Maathuis, orthopedisch chirurg. Maathuis vertelt over het

8

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


Lenthe is vier weken oud en heeft een klompvoetje. Als onderdeel van de behandeling wordt heel voorzichtig het gipsverband aangebracht.

Daniel Mol (6) bij zijn vader Edwin op schoot tijdens het bezoek bij orthopedisch chirurg Patrick Maathuis.

‘Spina-team’: op gezette dagen vormen specialisten die bij de behandeling van spina bifida (‘open rug­ getje’) betrokken zijn, een ‘carrousel’. Kinderen met spina bifida hebben meestal een reeks handicaps, waaronder orthopedische afwijkingen. Door dit systeem hoeven de kinderen maar één keer in het jaar voor controle naar het ziekenhuis en ze zien dan alle dokters die ze nodig hebben. De carrou­ sel wordt gevormd door de orthopedisch chirurg, neurochirurg, kinderarts, uroloog, neuroloog en de fysiotherapeut. Eén van die kinderen is Daniel Mol (6) uit Hooge­ veen. De voeten en onderbenen van Daniel zitten in aangepaste schoenen en spalkjes. Daniel loopt met een kleurrijk uitgedost rollatortje. Het gaat best goed met hem, hoewel hij gevoel en controle in zijn benen mist. “Als die wildebras van de schommel springt, zou hij zo zijn benen kunnen breken. Je moet altijd alert zijn”, zegt zijn vader. Opgelucht glunderen

Halverwege de middag is orthopedisch chirurg Paul Jutte na vier operaties klaar op de OK. Eerst gaat hij even langs bij mevrouw Tjepkema. Ze ligt er glun­ derend bij en heeft weinig last van pijn. Zo’n ope­ ratie kan een hele opluchting zijn, zeker als Jutte ook nog eens laat blijken hoe tevreden hij is over het verloop van de operatie. Toch waarschuwt hij: “Het herstel gaat echt wel even duren. De wond is 20 centimeter lang en het bot moet ook weer sterk worden.” Over drie maanden, schat hij, kan me­ vrouw Tjepkema weer normaal uit de voeten. Jutte:

orthopedie houdt nederland in beweging

Opluchting bij ­mevrouw Tjepkema: de operatie is succesvol verlopen. Dat viert ze samen met haar man Minne.

“Daarom zijn de resultaten van die nieuwe behan­ deling zo belangrijk. Als blijkt dat deze behandeling effectief en betrouwbaar is, kunnen we patiënten met kleinere tumoren in de toekomst een fikse ope­ ratie en een dito hersteltraject besparen. Die behan­ deling met verhitting van de tumor is veel minder belastend voor de patiënt en ook goedkoper. Nog een of twee jaar, dan kan het roer om, hoop ik.”

9


Opmerkelijk orthopedie

alle kennis gericht op het gewricht

artrose vroeger, nu en straks Nog maar honderd jaar geleden waren mensen met artrose gedoemd tot stilzitten of strompelen met een stok. Het kraakbeen in de g ­ ewrichten van artrosepatiënten slijt bovenmatig, zodat bewegen soms erg veel pijn doet. De aandoening is nog niet te stoppen; symptoombestrijding is het hoogst haalbare. In het uiterste geval zijn kunstgewrichten een ­oplossing: daar zijn jaarlijks tienduizenden mensen mee geholpen.

Maar wetenschappers kennen nog niet alle geheimen rondom artrose – en dus bestaat de kans dat er nóg betere behandelmethoden komen. Samen met patiëntenorganisaties als het Reumafonds, die geregeld wetenschappelijk onderzoek financieel ondersteunen, zet-

10

ten wetenschappers daarom alles op alles om de oorzaken en gevolgen van artrose verder te ontrafelen. Misschien wordt het in de toekomst wel mogelijk om nieuw kraakbeen in gewrichten te laten groeien. Dat zou mooi zijn, want in ons land hebben 1,1 miljoen mensen last van artrose.

Dat aantal neemt in de komende decennia nog verder toe, onder andere door de vergrijzing. Bij artrose is de kwaliteit van het kraakbeen in een gewricht verslechterd; dit wordt ook ‘slijtage’ genoemd. Dit gebeurt bij iedereen die ouder wordt, maar verschillende factoren kunnen dat proces verergeren, zegt prof. dr. Sita BiermaZeinstra van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. “Lichamelijk zware beroepen en het toenemende overgewicht van onze bevolking spelen een rol. Mensen die gewrichtsletsel oplopen door een ongeval of door sportblessures lopen ook

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


meer risico op artrose. Hetzelfde geldt voor mensen met afwijkingen in de stand van gewrichten, zoals bij O-benen. En dan is er ook nog een groep met erfelijke aanleg.” Voorkomen en herkennen De verscheidenheid aan oorzaken maakt duidelijk hoe complex de aanpak van artrose is. Artsen en patiëntenorganisaties hechten veel belang aan preventie: programma’s die helpen voorkomen dat artrose ontstaat of verergert. “Het bestrijden van overgewicht helpt niet alleen tegen artrose maar ook tegen veel andere aandoeningen”, licht Bierma-Zeinstra

Dit is een heupgewricht uit de collectie van Museum Vrolik in het AMC, Amsterdam. Het is de rechterheup van een vrouw, die er zo’n 200 jaar geleden veel pijn aan moet hebben gehad. Aan de rand van de heupkop is een onregelmatige rand te zien, die wijst op nieuw aangegroeid bot. Dat is een bekend verschijnsel bij gewrichtsslijtage. De kop is geen mooi ronde kogel meer, maar tot een eivorm gegroeid. De patiënte kon haar heup niet meer goed buigen en evenmin goed draaien en zal sterk beperkt zijn geweest in haar bewegingen. Ook nu hebben veel patiënten met dergelijke pijnlijke heupslijtage te maken. Gelukkig vormt een prothese tegenwoordig een goede oplossing, iets dat twee eeuwen geleden nog ondenkbaar was.  wwwmuseumvrolik.nl

orthopedie houdt nederland in beweging

De perfecte timing voor een prothese Een van de dilemma’s bij het plaatsen van een gewrichtsprothese is de timing. Jaarlijks plaatsen de orthopedisch chirurgen in Nederland ongeveer 50.000 heup- en knieprotheses. Dat aantal neemt snel toe en de leeftijd van deze patiënten daalt. Maar de levensduur van de protheses is beperkt: 15 tot 20 jaar. Problemen kunnen ontstaan als een patiënt zijn eigen prothese overleeft en als die dus op hogere leeftijd moet worden vervangen. Het Reumafonds heeft in 2013 een bedrag van 1,2 miljoen euro beschikbaar gesteld aan de Artrose Research Group Orthopedie Nederland (ARGON). ARGON onderzoekt wat het beste moment is om een gewricht te vervangen en in welke mate bijvoorbeeld pijnstilling, oefentherapie en hulpmiddelen een chirurgische ingreep kunnen uitstellen.

toe. “Onderzoek laat zien dat een paar kilo afvallen al een gunstig effect heeft op de gewrichten. En voor sporters zijn goede begeleiding, blessurepreventie en -behandeling enorm belangrijk. We weten bijvoorbeeld dat je met gerichte krachtoefeningen veel knieletsel kunt voorkomen en bestaande pijn kunt verminderen. Daarmee maak je gewrichten namelijk stabieler en de spieren ontlasten het gewricht, wat helpt artrose te voorkomen. Bij de genoemde standsafwijking, O- of X-benen, kun je denken aan standscorrecties: operatief, met een brace of met zooltjes.” Voor de ontwikkeling van behandelmethoden is het ook belangrijk om meer zicht te krijgen op het ontstaan van artrose. Bierma-Zeinstra: “We willen de aandoening al eerder in het proces herkennen. Dan kunnen we die beginfase bestuderen. Daarom werken we samen met huisartsen; zij krijgen de patiënt immers als eerste te zien.”

Doorbraken Wetenschappelijk onderzoek is mede mogelijk dankzij financiering van het Reumafonds (zie kadertekst). Dat fonds ondersteunt ook de ontwikkeling van nieuwe behandelmethoden, vertelt ­Lodewijk Ridderbos, directeur van het Reumafonds. Hij verwacht binnen afzienbare termijn – “Een periode van tien jaar, zoiets” – belangrijke doorbraken in de artrosebehandeling. Want de wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van kraakbeenherstel gaan gelukkig snel, zegt hij. “Wellicht weten we dan nog steeds niet alles over het ontstaan, maar misschien kunnen we wel al beter behandelen. We hebben er namelijk vertrouwen in dat het leven van artrosepatiënten nog steeds veel aan kwaliteit kan winnen.”  www.reumafonds.nl www.zorgvoorbeweging.nl

11


Weer in beweging

12

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


Hetty van Riessen (50), stadsherderin met reuma

‘Pijn en ziekte zijn niet wie je bent’

orthopedie houdt nederland in beweging

13


Weer in beweging

Hetty van Riessen had nooit kunnen bedenken dat ze schaapsherder zou worden. Als meisje droomde ze ervan om als verpleegster mee te vliegen met de ‘flying doctors’. Reuma gooide roet in het eten, maar gaf ook nieuwe inzichten: “Zelfs zaken die uit wanhoop worden geboren, kunnen positief zijn.”

H

etty heeft reumatoïde artritis, een ontstekingsziekte aan de ­gewrichten die het kraakbeen zwaar aantast. Rond haar vijftiende, tijdens een kampeervakantie met haar ouders, deelde de aandoening de eerste klap uit. Maar eigenlijk moet dit verhaal niet over haar aandoening gaan, zegt ze. “Pijn en ziekte zijn niet wie je bent. Ik vind het fijner om te praten over hoe je je idealen evengoed kunt realiseren.” Van­ daar dat Hetty in de jaren na de diagnose bleef volharden in haar ambities. Na haar opleiding tot verpleegkundige bleek dat vak fysiek te zwaar en liet ze zich om­ scholen tot medisch secretaresse op de

moest ik stoppen.” Hetty meldde zich bij een verhalen-vertelclub. Prompt opende zich weer nieuw perspectief. “Ze vroegen me het kerstverhaal voor te dragen bij de schaapskooi, tussen de schapen. Die bees­ ten pasten bij me, dat voelde ik meteen. Ik ontmoette in die tijd ook mijn partner Johan, een man met een agrarische achter­

grond. Samen verzorgden we als vrijwilli­ gers de stadskudde van zestig schapen.” Nieuwe tegenslag

Opnieuw volgde echter tegenslag. De enkelprothese van Hetty liet los, zodat ze op de rolstoel aangewezen raakte. Haar ­orthopedisch chirurg verwijderde de pro­

‘Evengoed kun je je idealen realiseren’ operatie­afdeling. In 2001 bleek haar enkel door de reuma totaal versleten, het kraak­ been was nagenoeg verdwenen. Ze kreeg een enkelprothese die haar ruim tien jaar goed hielp; ze ging er zelfs mee op wintersport en daalde ermee de zwarte pistes af. Verhalen vertellen

“Met de prothese kon ik goed uit de voe­ ten, maar door de reuma lukte werken niet meer.” Ze besloot te verhuizen en kwam in contact met Stichting Aap, de opvang van exotische dieren. Ze hielp er met het opzetten van een educatief programma en verzorgde rondleidingen. “Maar al dat lopen werd ook teveel en na een paar jaar

14

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


these. “Hij heeft de enkel met bot uit mijn bekken verstevigd en vervolgens alles goed vast­geschroefd. Tijdens de revalidatieperi­ ode van een half jaar kon ik gewoon helpen bij het ‘aflammeren’ van de schapen in het voorjaar. De enkel kan ik nu niet meer buigen, maar ik ben op die plek van de pijn

verlost en ik kan er behoorlijk mee lopen.” Er is nu geen belemmering meer voor een verdere verdieping in het vak van de schapenhouderij. Hetty en Johan volgden cursussen en liepen stages. “Als het mee zit, leidt een aanbestedingsprocedure ­misschien wel tot onze eigen schaaps­

kudde van 250 dieren voor het duurzaam en ecologisch verantwoord begrazen van het gemeentelijk groen. Zoiets bedenk je toch niet?”  www.zorgvoorbeweging.nl/

voet-en-enkelartrose

Artrodese bestrijdt de pijn

Artrodese is het ‘vastzetten’ van een gewricht. Als een gewricht bij elke beweging pijn doet en andere opties zijn geprobeerd, is dit een manier om de pijn weg te nemen, aldus ­orthopedisch chirurg dr. Daniel Haverkamp. Voor heupen en knieën wordt de methode door de komst van prothesen bijna niet meer gebruikt. Voor de enkel ligt dat anders. Een enkelprothese gaat vaak na een jaar of tien los zitten, meestal in combinatie met grote beschadigingen aan het bot. Herplaatsing van een prothese is dan vaak niet meer mogelijk. Voor jonge gezonde mensen, die alleen een probleem in de enkel hebben, is daarom vastzetten de beste oplossing. De prothese komt meestal wel in beeld bij patiënten met een chronische aandoening zoals r­euma. Het blijkt dat een goed beweeglijke enkel gunstig uit-pakt op het ver­

orthopedie houdt nederland in beweging

loop van de ziekte in de overige gewrichten. “We willen reuma­ patiënten zo lang mogelijk pijnvrij in beweging houden”, zegt Haverkamp. Voor Hetty van Riessen was na verwijdering van de versleten prothese de artrodese de enige optie. “Bij haar moes­ ten we vijf centimeter bot overbruggen, waarvoor we bot uit haar bekken met schroeven en platen hebben vastgezet op de plaats van de enkel. Ze heeft nu geen enkelgewricht meer, maar ook geen pijn. Patiënten kunnen zich vaak verrassend goed red­ den met een enkel die niet kan bewegen.” Jaarlijks ondergaan in Nederland ongeveer 250 patiënten een enkel-artrodese. De be­ roemdste enkel-artrodese is wellicht die van oud-topvoetballer Marco van Basten, vertelt Haverkamp. “Hij kan nog steeds heel aardig een balletje hooghouden.”

15


Hoofdartikel

Stilzitten maakt ons ziek: beweeg je beter Om maar met de deur in huis te vallen: dit verhaal vertelt geen nieuws. Bewegen voor een gezond leven is niet bepaald een moderne hype. De oude Grieken wisten al dat beweging een gunstige invloed heeft op de gezondheid. De Griekse arts Hippocrates schreef 2500 jaar geleden: ‘Lopen is het beste medicijn’ en: ‘De juiste hoeveelheid voeding en lichamelijke oefening zijn de veiligste weg naar een goede gezondheid.’

O

ndanks die oude wijsheden beweegt de moderne westerse mens steeds minder én hij is steeds meer gaan eten. Het gevolg is dat we dichtgroeien. Al ruim veertig procent van de Nederlandse bevolking kampt met matig tot ernstig overgewicht. Uit allerlei wetenschappelijk onderzoek blijkt dat overgewicht nauw samenhangt met nare aandoeningen, zoals kanker, diabetes, hart- en vaatziekten en dementie. Geloof het maar: meer bewegen vermindert de kans op al die aandoeningen. Hoe heeft het zover kunnen komen dat de westerse mens steeds dikker wordt? Honderdduizenden jaren lang waren we jagers en verzamelaars en waren we dus altijd in beweging om aan ons kostje te komen. Na een vangst of een vondst was het schransen geblazen. In die tijd leerde ons lichaam heel zuinig om te gaan met de schaarse voedingsstoffen; je wist maar nooit wanneer je weer wat te eten had.

Machines nemen werk over

Dat veranderde met de ontwikkeling van de landbouw. De mens ging zwaar werk bovendien uitbesteden aan dieren. Dat ging nog eeuwen goed. Maar toen ontwikkelden we machines om het werk over te nemen. Treinen en auto’s zorgden ervoor dat we niet meer hoefden te lopen of te fietsen. Onze energiebehoefte nam razendsnel af, terwijl we ons voedsel

Gaan we lopen of nemen we de roltrap? Het zou goed zijn om bij liften en roltrappen bordjes te hangen met de tekst: ‘Bewegen houdt je botten sterk’.

16

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


steeds makkelijker – zelfs op een presen­ teerblaadje – kregen aangereikt. Steeds vetter en zoeter voedsel bovendien. Het leidde tot wat we nu de westerse levens­ stijl noemen, met ‘fastfood’ en ‘drive-in’ als uitwassen. We werken in no-time een vette hap naar binnen zonder dat we er

Bewegen is de Haarlemmerolie van onze tijd ook maar één stap voor hebben gezet. Maar ons lichaam kan al deze verande­ ringen niet bijhouden: dat is nog steeds ingesteld op de energiezuinigheid van vroeger. Het resultaat zien we in de spie­ gel en om ons heen. De remedie is meer bewegen en anders eten. Dan krijgen we onze stofwisse­ ling weer op gang, verbranden we onze vetvoorraad en worden we sterker, fitter, gezonder, slimmer en, jawel, gelukkiger. Het gunstige effect van bewegen op onze gezondheid is in vele wetenschappelijke onderzoeken aangetoond. Door te bewe­ gen verbeteren we onze stofwisseling, onze longfunctie en hart en bloedvaten. Door te bewegen worden we minder vatbaar voor virussen en bacteriën. We versterken onze spieren en botten er­ mee. Al met al maakt dat bewegen tot de ­Haarlemmerolie van onze tijd. Spiergroei door bewegen

Beweging maakt dus heel veel los in ons lichaam, zoals het behoud en zelfs groei

orthopedie houdt nederland in beweging

Investeer in de toekomst: beweeg!

Natuurlijk is het prettig om gezond en fit door het leven te gaan. De huidige ontwikkelingen in onze maatschappij vergro­ ten dit belang – voor elke leeftijd. De overheid trekt zich immer steeds verder terug. We gaan van een ‘verzorgingsmaatschap­ pij’ naar een ‘participatiemaatschappij’ waarin we veel eigen verantwoordelijkheid hebben en ook voor elkaar moeten zor­ gen. Dat laat zich bijvoorbeeld zien in de toename van de pen­ sioengerechtigde leeftijd; ieder van ons moet langer doorwer­ ken. Hoe vitaler je bent en blijft, hoe makkelijker dat gaat. Een ander voorbeeld: langdurige zorg voor ouderen en/of mensen met chronische aandoeningen wordt steeds moeilijker betaal­ baar. Genoeg reden om de strijd aan te binden met chronische ziekten en zo vitaal en actief mogelijk te blijven. Dat biedt ook het perspectief om als senior zo lang mogelijk zelfstandig te wonen. Voldoende beweging draagt bij aan meer zelfstandig­ heid en zelfredzaamheid op hogere leeftijd. Goed bewegen is dus een heel goede investering in de toekomst.

van onze spieren. Iedereen die wel eens een been zes weken in het gips heeft gehad, weet dat in die tijd de spieren enorm slinken. Door te bewegen nemen ze juist in omvang en kracht toe. Dat is belangrijk, omdat spieren zorgen voor energieverbruik. Ze zorgen ervoor dat we onze vetten verbranden en dat geeft weer een verminderd risico op bijvoorbeeld diabetes en overgewicht. Bewegen is ook al essentieel voor onze botten. Botten zijn geen dode hoop kalk, maar levend weefsel vol met cellen, bloedvaten en zenuwen. Onze beende­ ren zijn bovendien de bloedfabriek van ons lichaam. Sterke en gezonde botten beschermen onze vitale organen. Ze zijn het houvast voor onze spieren. Zonder

botten kunnen we onmogelijk lopen en fietsen of dansen en springen. Je kunt je botten sterk houden door ze flink te be­ lasten: dat zorgt ervoor dat het lichaam extra nieuwe botcellen aanmaakt. Bij inactieve mensen worden meer botcellen afgebroken, zodat hun botten verzwak­ ken. Astronauten kunnen daarover mee­ praten. In gewichtloosheid is de druk op hun botten en spieren minimaal, ook tijdens inspanning. Na een lange ruimte­ reis zijn zowel hun botten als hun spie­ ren ernstig verzwakt. Het duurt vaak vele maanden om dat weer op orde te krijgen. Slimme doorbloeding

Behalve voor de botten en spieren – het bewegingsapparaat – is bewegen ook

17


Hoofdartikel

Behalve dat bewegen goed is voor de gezondheid, beleven heel veel mensen er vooral ook veel plezier aan: samen, alleen, met de kinderen, fanatiek of recreatief.

goed voor ons hart en de bloedvaten. Als we gaan bewegen, geven de hersenen een seintje aan het hart: dat gaat sneller kloppen, zodat het bloed sneller stroomt.

Tegelijkertijd komt er het sein om meer en dieper adem te halen, zodat meer zuurstof beschikbaar komt. Wie beweegt, traint dus zijn longen, zijn hart en de

hele doorbloeding van het lichaam. Dat is goed tegen hart- en vaatziekten. Gezien al deze voordelen is bewegen dus best een slimme bezigheid. Bovendien maakt bewegen je slimmer. Je activeert er verbindingen mee in je hersenen die horen bij alledaagse bewegingen, zoals lopen of iets pakken. Hersenen worden handiger in het coördineren van die bewegingen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die voldoende bewegen, beter presteren op school. En er zijn steeds meer aanwijzingen dat bewegen een remmend effect heeft op het optreden van dementie. Bordje op de lift

Betekent dit nu dat we allemaal naar de sportschool moeten? Dat mag, maar het hoeft niet per se. De belangrijkste lichame­ lijke activiteiten vinden we in ons dagelijks leven, zoals school, werk en huishouden. Het zou een goed idee zijn om op elke lift een bordje te plakken met de tekst: ‘Be­ wegen houdt je botten sterk’. En of je nu danst of loopt, fietst of stofzuigt: bewegen draagt bij aan een gezonder leven. Dat geldt ook voor mensen met een beperking. Toch is sporten daarnaast wel degelijk aan te bevelen, omdat regelmatig spor­ ten de algehele fitheid van het lichaam verbetert: de combinatie van uithou­ dingsvermogen, kracht en coördinatie. Daarmee vermindert de kans op het ont­ staan van botontkalking, hoge bloeddruk,

Jong geleerd, oud gedaan: wie regelmatig sport, verbetert zijn algehele fitheid. Jongeren zouden zeker een uur per dag moeten bewegen, volwassenen een half uur.

18

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


diabetes, en ook van angst en depressie. Bekend is het zogeheten ‘runners high’: hardlopers maken endorfine aan, ook wel het ‘gelukshormoon’ genoemd – en dat geeft hen een vrij en opgewekt gevoel. 30 minuten-norm

Het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen voert namens de Nederlandse overheid al jaren campagne om ons alle­

maal aan te sporen minimaal 30 minuten per dag te bewegen. Experts hebben deze Nederlandse Norm Gezond Bewegen opgesteld. Overigens geldt voor jongeren de ‘Dubbel-30’ norm: minimaal 60 mi­ nuten bewegen per dag. Want: sport en bewegen leiden tot minder ziektekosten, tot meer sociale cohesie en tot minder probleemgedrag bij jongeren. En niet te vergeten: miljoenen mensen beleven

Kom en blijf in beweging!

– – – – – – –

U voelt zich ontspannen en fit U slaapt goed en bent minder vaak moe U blijft makkelijker op gewicht Uw bloeddruk en cholesterolgehalte normaliseren U verlaagt de kans op chronische aandoeningen Uw botten en spieren blijven sterk U bent én voelt zich sterker

orthopedie houdt nederland in beweging

heel veel plezier aan sporten en bewe­ gen: samen of alleen, binnen of buiten, fanatiek of recreatief. De Nederlandse orthopedisch chirurgen maken het hun patiënten mogelijk te blijven bewegen, juist als hun botten of gewrichten eventjes haperen of ernstiger gebreken vertonen. Met het in beweging houden van hun patiënten leveren de orthopedisch chirurgen een belangrijke bijdrage in de bestrijding van chronische aandoeningen als obesitas, diabetes, kanker, hart- en vaatziekten en dementie. Orthopedie houdt Nederland in beweging.  www.30minutenbewegen.nl

www.dubbel30.nl www.sportzorg.nl www.voorkomblessures.nl Voor dit artikel maakten we gebruik van Bewegen doet leven, cahier van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, Den Haag. www.biomaatschappij.nl

19


Opmerkelijk orthopedie

traumatologie

orthopedisch chirurg op de spoedeisende hulp (seh) Ieder jaar komen in ons land bijna 900.000 mensen door ongelukken of vechtpartijen terecht op de afdeling spoedeisende hulp (SEH) van een ziekenhuis. Daar staat een specialistisch team klaar om hen weer op te lappen. De kennis en behandeling van verwondingen door ongelukken en geweld heet traumatologie. Voorheen kon elke chirurg betrokken zijn bij de opvang en operaties van letsels na een ongeval, de zogenaamde traumatologie. Maar door de jaren heen zijn chirurgen zich steeds meer gaan specialiseren, bijvoorbeeld in hartchirurgie of de longchirurgie. De chirurgen die zich specialiseerden in de traumatologie werden traumachirurg, ofwel traumato-

Vragen aan de patiënt Na hun behandeling op de afdeling SEH is de patiënt nog niet klaar. ­Natuurlijk volgt een herstelproces in het ziekenhuis, als opname nodig is, en thuis. Bovendien willen artsen meer weten over dat herstel­ proces, over hoe het daadwerkelijk gaat met de patiënt en of de behandeling het verwachtte resultaat heeft. Daarom krijgen ook SEHpatiënten in de toekomst het verzoek om enkele keren een vragenlijst in te vullen. “Zo krijgen we een beter beeld van de kwaliteit die we in de traumazorg leveren”, zegt Jacob Caron. Zie ook het artikel pagina 32: ‘Patiënt­oordeel als maat voor kwaliteit’.

loog. Traumaletsels kunnen natuurlijk heel divers zijn en vaak is er (ook) schade aan botten en gewrichten. Omdat de orthopedisch chirurg zich gespecialiseerd heeft in botten en gewrichten, zijn er ook

veel orthopedisch chirurgen die zich bezig houden met de traumachirurgie. Dus als u ooit met bot- en/of gewrichtsletsels bij de SEH binnenkomt, kan zowel een chirurg-traumatoloog als een orthopedisch chirurg-traumatoloog u behandelen. Acuut letsel Als een patiënt binnenkomt op de SEH, richt het traumateam zich eerst op het op gang brengen of houden van de hartslag, de ademhaling en de bloedsomloop, ofwel de vitale functies van de patiënt. Bij ernstig gewonde mensen kunnen botbreuken van bijvoorbeeld de rug, het bekken, het borstbeen of de ribben de hart- en longfunctie belemmeren. Snelle orthope-

Spoedeisende hulp, hier in beeld gebracht tijdens een trainingssituatie, is een kwestie van snelheid, maar zeker ook van de juiste inzet van kennis en ervaring. Daarom specialiseren veel orthopedisch chirurgen zich ook in traumatologie.

20

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


Column

Echte tegenslag

dische handelingen kunnen daarbij groot verschil maken, zoals het aanbrengen van externe fixateurs of pennen. “Zo kunnen we bijvoorbeeld de bloedcirculatie van de patiënt gunstig beïnvloeden”, zegt dr. Jacob Caron, orthopedisch chirurg en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Orthopaedische Traumatologie (NVOT). “Het beeld is dat de orthopedie zich alleen richt op het intact houden van het bewegingsapparaat. Maar je kunt ons dus ook tegenkomen bij een spoedbehandeling op de afdeling SEH.”

Sinds het voorjaar van 2013 weet ik pas écht wat een blessure is. Voorheen had ik nooit serieuze tegenslag gehad, nu was het menens. Na de operatie, waarbij mijn afgescheurde voorste kruisband en beschadigde meniscus werden behandeld, was ik aanvankelijk al blij dat ik een paar stapjes kon zetten. Ik realiseerde me toen dat het helemaal niet vanzelfsprekend is om soepel te kunnen lopen. Daar stond ik eigenlijk nooit bij stil, omdat ik als topsporter vooral gepassioneerd bezig ben met het verwezenlijken van mijn doelen.

Samenwerkende chirurgen Het is een trend dat verschillende specialisten steeds vaker en nauwer samenwerken op de SEH’s. Daarbij wordt gedacht en gewerkt aan kwaliteitsverbetering en doelmatigheid. Caron: “Daarom zijn op traumatologie gerichte specialisten bezig zich te certificeren. Dat gebeurt niet alleen op basis van hun opleiding en specialisatie als arts, maar ook op grond van hun ervaring - hun ‘vlieguren’ zeg maar.” Deze artsen staan geregistreerd in een landelijk traumaregister. Nog een ontwikkeling is dat de SEHafdelingen in drie verschillende niveaus zijn ingedeeld. Caron: “Niet overal hoeven 7 dagen in de week en 24 uur per dag specialisten klaar te staan met kennis van en ervaring met de meest ingewikkelde letsels. Een eenvoudige beenbreuk kan in elk ziekenhuis worden behandeld. Wordt het ernstiger en meer complex, dan kan de keus beter vallen op een ziekenhuis met meer kennis van en ervaring met ingewikkelde traumazorg. Mede door het register is straks precies bekend welke kennis waar aanwezig is. Zo is de opvang van traumaletsels meer ‘op maat’: de meest complexe letsels gaan naar de z­ iekenhuizen met de meest specialistische kennis.”

Die zondag in mei 2013 zou ik als een van de ervaren speelsters van Laren één van de shoot-outs nemen tegen Den Bosch. Ik liep op de keepster af en maakte een uitstapbeweging met mijn rechterbeen. Mis! Ik voelde als het ware mijn bovenbeen naast het onderbeen terecht komen en viel meteen. Het deed aanvankelijk niet eens zoveel pijn, maar ik kon absoluut niet meer opstaan. Eén gedachte overheerste alles: ‘Het WK van 2014 in Den Haag!’ Een WK in je geboorteplaats is uniek, dat wil ik natuurlijk niet missen.

orthopedie houdt nederland in beweging

Een paar weken na het ongeluk werd ik succesvol geopereerd en kon het herstel beginnen. Dat ging met kleine stapjes vooruit. De eerste maanden logeerde ik bij mijn ouders omdat ik nog niet voor- of achteruit kon. Gelukkig weet ik me wel te vermaken. Naarmate ik meer kon bewegen, was ik wel blij dat ik er intensiever tegenaan kon. Gaandeweg werd revalideren een halve dagtaak: vijf dagen per week, minimaal vier uur per dag. Om mij heen waren ook niet-sporters aan het revalideren. We zaten allemaal in hetzelfde schuitje, motiveerden elkaar en steunden elkaar bij tegenvallers. Ja, ik stak er meer uren in dan anderen. Maar ik ben topsporter, sport is mijn leven, sport is mijn beroep. Ik móet en zál dat WK in Den Haag spelen. En winnen natuurlijk! Naomi van As, Hockey-international

21


Wat en wie in de orthopedie?

De orthopedisch chirurg kijkt op de monitor en krijgt daar informatie over zaken die hij aan de buitenkant van de patiënt niet ziet: hartslag, bloeddruk en zuurstof in het bloed. De patiënt is daarvoor ‘aangesloten’ op verscheidene meters in het rek links op de foto.

Op het whiteboard aan de muur zijn gegevens over de patiënt en zijn toestand opgeschreven. Het ambulancepersoneel belde deze gegevens door tijdens de rit naar het ziekenhuis.

De SEH-verpleegkundige houdt het hoofd in de gaten.

22

De traumakamercoördinator is herkenbaar aan een blauw shirt. Zij is het aanspreekpunt voor al het personeel en verdeelt de patiënten over de traumakamers.

De SEH-verpleegkundige helpt de patiënt in positie te houden.

De patiënt heeft een zwaar verkeersongeluk meegemaakt en is ‘geplankt’: tijdens de rit met de ambulance is zijn lichaam gefixeerd op de brancard om nodeloze bewegingen te vermijden. Voor de nek wordt een nekkraag gebruikt.

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


Tegen de achterwand staat een medicijnkast met medicatie die vooral bij traumapatiënten gebruikt wordt. Een medewerker van de röntgen­ afdeling staat klaar met een mobiel röntgenapparaat om ter plaatse foto’s te kunnen maken. Soms zijn patiënten zo zwaar gewond dat verplaatsing naar de röntgenafdeling onwenselijk of zelfs onmogelijk is.

De arts in opleiding tot specialist (aios) doet een eerste ­uitwendig onderzoek van de rug.

De rode tas op de grond is een reanimatietas. Daarin zit alles wat nodig is om in te grijpen bij een hartstilstand.

Op de traumakamer van de afdeling spoedeisende hulp (SEH) orthopedie houdt nederland in beweging

23


Wat en wie in de orthopedie?

Ondertussen oefent uw ‘buurvrouw’ na een knieoperatie onder leiding van de fysiotherapeut. Het lopen met krukken blijkt nog niet zo makkelijk. Pas als de fysiotherapeut tevreden is, mag ze naar huis.

De verpleegkundige houdt gedurende de hele dag gegevens over uw gezondheid bij.

Op de verpleegafdeling orthopedie 24

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


De arts in opleiding tot specialist (aios) controleert hoe het met u gaat: geneest de wond goed? Hoe gaat het met de revalidatie en hoe staat het met zaken als koorts, bloeddruk en hartslag?

In het blauwe pompje aan het bed zit alcohol, waarmee iedereen aan uw bed de handen reinigt. Dit voorkomt de overdracht van eventuele infecties.

orthopedie houdt nederland in beweging

De orthopedisch chirurg is eind­ verantwoordelijk voor de totale behandeling.

Als patiĂŤnt krijgt u tijdens de ochtendvisite heel wat mensen aan uw bed. In een opleidingsziekenhuis spreekt u met de aios, een orthopedisch chirurg in opleiding. Hij zal u vragen naar uw pijnbeleving en u kunt bij hem terecht met vragen over uw behandeling.

25


Wat en wie in de orthopedie?

Dit is de gipsverbandmeester. Zij zwaait de scepter in de gipskamer en legt gipsverbanden aan in opdracht van de orthopedisch chirurg.

Aan de muur hangt een folderrek met informatie over botgenezing en gipsverband. De moeder kijkt aandachtig mee naar de rĂśntgenfoto op de monitor.

Plastic zeiltjes houden de stoelen schoon: het aanbrengen van gipsverband kan nog wel eens een kliederboel veroorzaken.

De gebroken pols van dit meisje is rechtgezet en al in gipsverband gewikkeld.

Het broertje van de patiĂŤnt is blij dat hij het slachtoffer niet is.

26

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


Bij de balie meldt zich een volgende patiĂŤnt voor behandeling op de gipskamer.

De orthopedisch chirurg geeft uitleg over de aard van de breuk en vertelt hoe lang het zal duren totdat het gips eraf mag. Gemiddeld genomen is een botbreuk na een week of zes weer genezen.

Op de gipskamer van de afdeling spoedeisende hulp orthopedie houdt nederland in beweging

27


Cijfers & Weetjes

Snel herstellen? Stop met roken!

Soepeler brein

Roken verdubbelt de kans op complicaties na een orthopedische ingreep. Maar er is goed nieuws: wie in aanloop naar een operatie zo snel mogelijk stopt,

door bewegen. Veel bewegen houdt ook onze hersenen in conditie. Om precies te zijn: bij mensen die meer bewegen, is de zogenoemde ‘witte stof’ in de hersenen beter van kwaliteit. Daardoor staan de verschillende hersen­ gebieden optimaal met elkaar in contact. Resultaat: we kiezen en reageren sneller en beter. Dit helpt bijvoorbeeld tegen struikelen, tegen dementie én tegen impulsaankopen.

verlaagt die kans aanzienlijk. Doen!

2 jaar

Kleinste bot? stijgbeugel (oor)

Ons lichaam breekt bot af en maakt bot aan. Zo is een kinderskelet na

geheel vernieuwd Bij een volwassene duurt dit

7-10 jaar

Zon sterk maakt botten

Hardste bot?

Met de zon op onze huid maken we zelf vitamine D. Die vita­mine helpt ons lichaam om calcium op te nemen en zorgt zo ­bijvoorbeeld voor sterke botten. Buiten bewegen geeft dus dubbel plezier! Voorkom ’s zomers een zonnebrand en neem ’s winters eventueel een vitamine D-supplement.  www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/vitamine-d preventie.kwfkankerbestrijding.nl/verstandig-zonnen

onderkaak

Hottentottenbottententoonstelling Bent u benieuwd naar het gewricht op pagina 10? Wilt u zien welk effect een langdurig tekort aan vitamine D heeft – vroeger bekend als ‘de Engelse ziekte’ oftewel rachitis? De foto op pagina 10 namen wij in Museum Vrolik (AMC, ­Amsterdam). Ook in Utrecht, Groningen, Nijmegen en Leiden kunt u zich in het universiteitsmuseum vergapen aan skeletten die door ziekten zijn misvormd of bekijken wat het werkresultaat was van ‘ledenzetters’ in de negentiende eeuw.

28

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


Reken maar mee Retourtje op de fiets, snelheid 15 km/uur: 10 km = 40 minuten. Energieverbruik bij deze snelheid: 4 kcal/kg/uur. Bij lichaamsgewicht 72 kg:

72 x 4 x 0,67 = 193 kcal! Bekijk het maar! Korte animaties en filmpjes met uitleg over artrose, de totale heupprothese, de halve en totale knieprothese, kruisbandreconstructies en meniscus-behandelingen …  www.youtube.com/user/zorgvoorbeweging

@zvborthopedie Neem toch lekker de fiets! CBS @statistiekcbs Tot vijf kilometer zijn

#fiets Langste bot? dijbeen

De sterke en flexibele wervelkolom vormt in alle opzichten de

en #auto bijna even snel. OV twee keer zo lang. #orthopedie

ruggengraat van de mens en gewervelde dieren; soms door opmerkelijke aanpassingen. Zo lopen wij rechtop mede dankzij de twee bochten in onze wervelkolom. En bij het jachtluipaard is de wervelkolom als een boog die bijdraagt aan hun enorme sprintsnelheid.

orthopedie houdt nederland in beweging

Binnen de Nederlandse Orthopaedische Verenigingen (NOV) zijn

14

gespecialiseerde werkgroepen actief, van Kinderorthopedie tot Biotechnologie en van de Voet en Enkel tot Sportorthopedie  www.orthopeden.org/vereniging/werkgroepen

29


Weer in beweging

Kadek Anugrah Satria (14), scholier, Badung (Bali)

‘Mijn droom: presentator worden’

‘O

m swastyastu, een groet vanaf Bali. Mijn naam is Kadek Anugrah Satria. Toen ik op 23 december 1999 geboren werd, woog ik slechts 1,3 kilo­gram; mijn moeder was nog maar 6,5 maand zwanger. Mijn ouders wisten dat die vroege geboorte problemen zou geven voor mijn ontwikkeling. Daarom

30

hebben ze altijd veel met mij geoefend. Maar na een paar jaar had ik door ­spasmes nog steeds problemen met mijn voeten en kon ik niet zelf lopen. Op Bali zijn niet zo veel voorzieningen voor kinde­ ren zoals ik, maar gelukkig kwamen mijn ouders in contact met een revalidatie­ centrum. Toen ik 9 jaar was, verbleef ik

daar 3 maanden. Elke dag oefende ik 2 keer 2 uur. Dat was niet gemakkelijk, maar het ging wel steeds beter met me. Na deze 3 maanden kon ik lopen. Ik liep op de punten van mijn tenen. Als ik stil wilde staan, viel ik om. Toch was ik heel blij en tevreden en we gingen naar huis. Natuurlijk kreeg ik oefeningen mee en elke

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


maand kwamen we terug voor controle, nieuwe adviezen en oefeningen. Toen kon ik geopereerd worden. Een Nederlandse orthopedisch chirurg zou ervoor zorgen dat ik mijn voeten beter kon gebruiken. Ja, dat wilde ik natuurlijk erg graag. Hij heeft in allebei mijn benen de spieren aan de achterkant langer gemaakt.

orthopedie houdt nederland in beweging

Na 6 maanden liep ik weer, nu gewoon met mijn voeten plat op de grond. Ik heb wel speciale schoenen nodig en stilstaan blijft moeilijk, maar ik kan op school bij het appèl en de ceremonies meedoen. Ook loop ik zelf over het schoolplein naar de klas. Mijn vader hoeft niet meer met me mee.

Binnenkort ben ik klaar met de basis­ school; ik ga naar de junior high school en daarna naar de senior high school. Dan wil ik graag naar de universiteit en radioof televisiepresentator worden.”  www.high5rehab.org www.orthopedie-overzee.nl

31


Kwaliteit

vragenlijsten vóór en na de operatie

Patiëntoordeel als maat voor kwaliteit Wanneer is een behandeling een succes? Wie vanwege artrose een knieprothese krijgt, kan er vaak weer jaren tegen. De vraag is wat dat betekent. Want een technisch goed functionerende prothese is niet hetzelfde als een tevreden patiënt – en daar gaat het uiteindelijk om.

V

roeger stelde de dokter tevreden vast dat de knie van de patiënt weer kon buigen en strekken. Conclusie: operatie geslaagd. Maar die tijd is voorbij, zegt orthopedisch chirurg Klaas van der Heijden, lid van de com­ missie Kwaliteit van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV). “In toenemende mate gebruiken we ­vragenlijsten waarin de patiënt zélf aan­ geeft wat zijn ervaringen zijn.” Orthopedisch chirurgen vinden van zich­ zelf dat ze goede zorg leveren, vertelt

Met twee knieprothesen naar zevende Vierdaagse Ad de Beer (69) uit Berkel-Enschot is een fanatieke wandelaar. In de zomer van 2014 wil hij beslist voor de zevende keer in zijn leven de Nijmeegse Vierdaagse uitlopen. Als dat lukt heeft hij dat te danken aan zijn twee knieprothesen, waarvan hij de laatste (links) op 9 juli 2013 kreeg. “In de tijd voor de operatie kon ik nauwelijks meer voor- of achteruit. Vlak voor de operatie heb ik daarover de vragenlijst ingevuld. Vrijwel alles waar ze naar vroegen, deed pijn.” Na de operatie liep Ad de Beer drie weken met twee krukken, één week met één kruk en vervolgens weer op eigen benen. Drie maanden na de operatie vulde hij zijn tweede vragenlijst in. “Gelukkig kon ik na drie maanden bijna overal invullen dat ik geen pijn meer ondervind. Ik ben al aan het trainen voor de volgende Vierdaagse. Heerlijk”. Ad de Beer demonstreert hier acht onderwerpen uit deze ‘patiënt gerapporteerde uitkomstmetingen’ (zie hoofdtekst).

Wandelen. “Na drie maanden liep ik probleemloos dagelijks anderhalf uur. Dat was het sein om een trainingsplan voor de volgende Vierdaagse te maken. Op naar de vier keer veertig kilometer.”

32

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


Van der Heijden en volgens de interna­ tionale standaarden is dat ook zo. Maar vindt de patiënt ook dat de behandeling een succes was? Heeft de patiënt nog pijn? Kan hij of zij de gewenste activitei­ ten doen? Zijn er nog restklachten? En heel concreet: hoe zit het met het dage­ lijks leven, zoals traplopen, boodschap­ pen doen, wandelen of fietsen? Van der Heijden: “We willen weten wat de patiënt kan en op welk niveau.” Hier­ voor zijn vragenlijsten voor de patiënt ontwikkeld. Door die in te vullen, geeft

hij of zij bijvoorbeeld aan hoeveel pijn er nog is en welke activiteiten hij of zij weer onderneemt. Deze vragenlijsten heten ‘patiënt gerapporteerde uitkomst­ metingen’, in het Engels ‘Patiënt Repor­ ted Outcome Measures’, afgekort tot PROMs. Wellicht komt u deze term wel eens tegen. Inzicht in effect en kwaliteit

Als vervolgens van een páár patiënten bekend is hoe zij de resultaten van een ingreep beoordelen, zegt dat nog niet

voldoende over de kwaliteit die een arts, ziekenhuis of beroepsgroep levert. “Daarom vragen we álle patiënten om vragenlijsten in te vullen”, benadrukt Van der Heijden. “Al die antwoorden ­samen vertellen wat het effect is van ingrepen en behandelingen, én ze geven meer informatie over de kwaliteit van artsen, klinieken en ziekenhuizen.” Afhankelijk van de behandeling krijgt een patiënt ná de ingreep maximaal drie keer een vragenlijst: na drie maanden, na een half jaar en na een jaar. Het zijn telkens

Schoenen aantrekken. “Als je je schoenen aantrekt, ben je in de eerste weken bang je voet te draaien, wat flink pijn doet in de knie. Een lange schoenlepel is handig.”

Traplopen. “Drie maanden na de operatie kon ik zonder problemen de trap weer op en af. Naar beneden bleef langer gevoelig dan naar boven.”

orthopedie houdt nederland in beweging

33


Kwaliteit

dezelfde vragen, zodat duidelijk wordt hoe het herstelproces verloopt. Het in­ vullen van de vragenlijst gaat meestal via internet. Overigens worden de vragenlijsten nu nog niet door alle zie­ kenhuizen aan de patiënten voorgelegd. “Maar dat duurt niet lang meer”, belooft Van der Heijden. Hoe goed is een knieprothese?

De ingevulde vragenlijsten kunnen ook

op andere manieren meehelpen aan ver­ beteringen in de zorg. “Binnen de ortho­ pedie hebben we de Landelijke Registra­ tie Orthopedische Implantaten (LROI)”, vertelt Van der Heijden. “Daarmee vol­ gen we bijvoorbeeld hoe de verschillende soorten prothesen presteren. We houden bij wanneer ze aan vervanging toe zijn en of complicaties optreden. Door de resultaten van de vragenlijsten ook te registreren, kunnen we op termijn bij­

‘We kunnen ontzettend veel leren van deze uitkomsten’

Naar bed. “Ik kon het pijnlijke geopereerde been op deze manier ondersteunen tijdens het instappen. Na drie maanden sprong ik weer gedachteloos mijn bed in.”

Instappen in de auto. “In het begin was het pijnlijk om mijn linkerbeen naar binnen te hijsen. Dan gaat die knie zo bungelen. Na zes, zeven weken kon ik weer zelf rijden, toen waren de klachten van mijn linkerbeen ook voorbij.”

34

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


voorbeeld nagaan of leeftijd en geslacht, gewicht en roken invloed hebben op de levensduur van een prothese. Ook kun­ nen we verbanden leggen met de alge­ hele conditie van de patiënt, eventuele andere orthopedische aandoeningen en de mate waarin mensen aan sport doen.” Zinnig en zuinig

Zorgverzekeraars willen graag weten of een behandelmethode goed is; of de methode

een vergoeding waard is. Onze m ­ inister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wil ook dat de gezondheidszorg ‘zinnig en zuinig’ h ­ andelt. Van der Heijden: “De orthopedisch chirurg heeft met de uit­ komsten van de vragenlijsten een middel in handen om te laten zien of zijn werk zinvol is voor de patiënt en of de behandelingen naar tevredenheid zijn uitgevoerd. Daar­ mee is deze vorm van kwaliteitszorg ook een vorm van belangen­behartiging.” Van

Fietsen. “Fietsen deed ik alweer na zes weken. Op- en afstappen is vooral een kwestie van vertrouwen en opletten. In het begin is een damesfiets handig. Na drie maanden fietste ik alweer met mijn kleinkind voorop.”

orthopedie houdt nederland in beweging

der H ­ eijden voegt toe: “We kunnen ontzet­ tend veel leren van deze uitkomsten. De vragenlijsten zijn een nieuwe meetlat voor de kwaliteit in de g ­ ezondheidszorg. Het is een mooi systeem waarbij ervaringen van patiënten centraal staan. Elke patiënt helpt daarmee de zorg, zichzelf en andere patiën­ ten. De tijd is er rijp voor.”  www.lroi.nl/nl/patienteninformatie/

vragenlijsten

Opstaan uit stoel. “Een stoel met een leuning is handig, dan kun je je opdrukken met je armen, dat verlicht de knie. Maar na een week of acht was dat niet meer nodig.”

35


Opmerkelijk orthopedie

kunst in beweging

de arts is een artiest Het is een uniek tafereel in de spreek- en onderzoekskamer van orthopedisch chirurg Boni Rietveld. Een piano staat tegen de muur, er is een open dansruimte in het midden van de kamer en het skelet in de hoek draagt een vlinderstrik. De boodschap: hier in het Medisch Centrum voor Dansers en Musici (MCDM) in Den Haag zijn we met artiesten onder elkaar. De patiënten van Rietveld komen uit binnen- en buitenland voor de behandeling van hun dans- en muziekletsels. Altijd nemen ze hun dansschoenen of instrumenten mee. Contrabassen, saxofoons en harpen worden dwars door het ziekenhuis naar binnen gesjouwd. De omgang met het instrument is essentieel voor de diagnose. Alleen de beiaardier van het carillon in een stadje in de Betuwe liet zijn instrument wijselijk thuis. Communicatie in muziek Dansers en musici hebben zo hun eigen kwalen, veroorzaakt door intensieve uiting van hun passie, vertelt Rietveld. “Een vuistregel is dat je tienduizend uur moet studeren en oefenen om de top te halen. En dan moet je er zien te blijven. Artiesten eisen ontzettend veel van hun lichaam. Het is topsport, met het verschil dat sport gaat om competitie en kunst over communicatie in muziek en beweging.” Rietveld weet heel goed dat de weg naar het artiestendom zwaar is. Hij is zelf opgeleid als artiest. De harp en de trompet waren zijn jeugdliefdes. Toch koos hij als zoon uit een artsengezin – vader en moeder waren dokter – voor de geneeskunde als

36

beroep. Tijdens een buitenlandse stage was zijn trompet mee als ‘maatje’. Toen ontdekte hij dat hij toch méér wilde met dat instrument. Thuis leidde een proefles op het conservatorium prompt tot een officiële studieplaats. “Na een paar jaar studeren had ik zowaar het dokters- én het conservatoriumdiploma op zak.” Over passies gesproken: Rietveld had in die tijd ook nog

tijd om fanatiek te sporten, onder andere als rugbyer en wedstrijdroeier. Dans in New York Alles viel pas écht op zijn plek toen Rietveld tijdens zijn specialisatie orthopedie in New York kennis maakte met de vaste orthopeed van het New York City Ballet. “Daar ontdekte ik dat al mijn passies – muziek, sport en

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


Boni Rietveld: “Onze patiënten willen hun passie uitoefenen; dat is voor ons het uitgangspunt. We spreken de taal van de artiest en kennen diens belevingswereld.”

de heupen, knieën, enkels en voeten. Voor musici geldt juist dat het bovenlichaam het meest heeft te lijden: in 78% gaat het om handen, polsen, ellebogen en schouders. Alle dansers en musici met klachten – professionals en serieuze amateurs – zijn welkom. Andere patiënten worden verwezen naar een reguliere orthopedische praktijk.

orthopedie – samenkomen in de dans.” Na zijn voltooide specialisatie kwam hij thuis in contact met dansers van het Nederlands Dans Theater. Zij hadden nota bene in New York gehoord dat er ook in Nederland een gespecialiseerde ‘dans-orthopeed’ was. Zo werd hij de vaste ‘clubarts’ van de nationale topdansers. In de jaren daarna leidde het pionieren in de orthopedische muziek- en

orthopedie houdt nederland in beweging

dansgeneeskunde tot de oprichting van het nu internationaal gereputeerde MCDM, waaraan het Medisch Centrum Haaglanden onderdak biedt. In het medisch centrum is tweederde van de patiënten danser. Voor hen geldt: de gewrichten die het dichtst bij de vloer komen, raken het vaakst geblesseerd. Ruim driekwart (77%) van alle gevallen betreft

Passie spreekt “Ik ben heel gevoelig voor de passie van mijn patiënten. Een sportarts zei ooit: ‘laat je nooit zeggen dat je moet stoppen met hardlopen door iemand die zelf niet hardloopt’. Precies dáár ligt onze kracht, want we werken hier met vier artsen en drie medewerkers, allemaal met een dubbele achtergrond, medisch en artistiek. We vragen een danseres niet om ‘op haar tenen’ te gaan staan voor een voetonderzoek. Een ballerina vraag je om ‘op relevé’ te staan. We spreken dus de taal van de artiest en kennen diens belevingswereld. Vervolgens is de uitoefening van de passie ons uitgangspunt. Daarin verschillen wij van de ‘gewone’ orthopedie: die begint bij de klacht, bij het bewegingsapparaat.” Heel soms komen ook niet-artiesten bij Boni Rietveld over de vloer. Dat gebeurt als ‘gewone mensen’ met een typische artiestenkwaal kampen. “Bijvoorbeeld bij een afknelling van het ‘telefoonbotje’, wat veel bij musici voorkomt. Ook had ik hier een eredivisievoetballer met een ‘dansershiel’, een inklemming aan de achterkant van de enkel. Na twee weken scoorde hij weer.”

37


Weer in beweging

Visser Niek Marteijn (24):

‘Ik kreeg een tattoo-besparende operatie’

38

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


orthopedie houdt nederland in beweging

39


Weer in beweging

In het zwart van de nachtelijke zee was alleen het witte schuim van overslaande golven te zien. De visserskotter ARM 20 ‘Gertruid Adriana’ uit Arnemuiden slingerde wild heen en weer op de golven. Rijen lege kisten aan boord stonden klaar om na de eerste trek te worden geladen met platvis, zoals schol en tong. Maar zoals wel vaker, werd de vis duur betaald.

E

en rij van acht kisten viel na een zware zeegang plotseling om. De kisten raakten de toen net twintig­ jarige visser Niek Marteijn. “Ze kwamen precies op mijn schouder terecht. Ik viel om en raakte met mijn gezicht een stang van de reling van het schip.” Niek werd met een helikopter van boord gehaald; dat

was in het donker en door de storm een spannende onderneming. Enkele uren na het ongeluk werd hij binnen­gebracht in een algemeen ziekenhuis in België. “Daar hebben ze me gecheckt. Op de foto’s was niet veel bijzonders zien, zeiden ze. Hoog­ uit wat verrekte banden, zo luidde de diag­ nose”, vertelt Niek bijna vijf jaar later.

Net open, schouder uit de kom

“Al met al denk je: niks aan de hand. Het is goed afgelopen.” Toch bleek niets min­ der waar: al twee weken na het incident met de kratten was het echt raak. “Tijdens het binnenhalen van de vis trok ik de net­ ten aan de onderzijde open. Daarbij komt nogal wat duw- en trekwerk aan te pas. Ineens voelde ik een enorme pijn in mijn schouder. Ik schrok geweldig en kon niets meer met die arm. Het was maar vijf uur­ tjes varen naar de Nederlandse kust, zodat ik vrij snel in het ziekenhuis was.” Nieks schouder lag uit de kom en moest weer in het gareel worden gebracht. “Man, dat deed pijn, ze moesten me met z’n vieren vasthouden.” Niek bleef drie weken aan de wal om zijn schouder te laten her­ stellen. “Tja, en dan ga je weer. Er is altijd werk aan de winkel in de visserij.” Nog vier keer van boord

In de jaren daarna bleef de schouder opspelen. In totaal werd Niek nog vier keer van boord gehaald. Telkens was het hetzelfde liedje: schouder uit de kom. In 2012 besloot hij in overleg met zijn ortho­ pedisch chirurg dat het zo niet langer kon.

‘Het gewrichtskapsel was helemaal uitgerekt’

40

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


“Als visser heb je nu eenmaal zwaar fysiek werk, je hebt je schouder hard nodig. Door al die incidenten waren het gewrichts­ kapsel en de banden van mijn schouder uitgerekt. De dokter heeft dat weer ge­ repareerd.” Niek laat de drie minuscule lit­tekentjes van de kijkoperatie zien. Ze zitten precies aan de buitenkant van een kleurrijke tatoeage op zijn schouder, zoals je die verwacht bij een visserman: voorstellingen van een driemaster, een vuur­toren en de zee. “De dokter vond het zonde om er dwars doorheen te gaan”, vertelt Niek met een glimlach. “Ik kreeg een tattoo-besparende operatie, kun je zeggen.”

Schouder meest beweeglijk

Een schouderblessure zoals die van Niek Marteijn komt vrij vaak voor, zegt orthopedisch chirurg dr. Anne Karelse. Ze vertelt dat de schouder ons meest beweeglijke, maar daardoor ook ons meest instabiele gewricht is. Schouders gaan het vaakst uit de kom door valpartijen of hard aan de ­armen trekken. Als dat eens is gebeurd, gebeurt het steeds makke­lijker nog een keer, vooral bij het maken van bovenhandse werp- of duw­bewegingen. “Vaak raakt dan de voorste opstaande rand van de schouderkom beschadigd. Het kraak­ beenachtige elastische weefsel op die plaats geneest in de helft van de ge­ vallen spontaan, maar vaak is het nodig een handje te helpen. Bij Niek heb ik het gewrichtskapsel met ­oplosbare draadjes bevestigd aan plugjes in zijn schouderbot. Zo help je het lichaam om de schouder weer stevig te maken, wat bij Niek heel goed is gelukt. Hij kan weer helemaal op zijn schouder vertrouwen. Dat is geen overbodige luxe tijdens het zware werk op zee.”

Revalidatietijd geen straf

In de eerste zes weken na de operatie moest Niek zijn schouder absolute rust gunnen. “Na een week of zes mocht ik onder begeleiding van de fysiotherapeut weer heel voorzichtig bewegen.” Al met al duurde het dertien weken voordat Niek weer naar zee kon. “In het begin heb ik rustig aan gedaan. Dat wil zeggen: ik ben

orthopedie houdt nederland in beweging

niet direct begonnen met het tillen van zware kratten en het opentrekken van de netten. In de loop va de tijd heb ik alle werkzaamheden aan boord wel weer op­ gepakt, maar in mijn achterhoofd blijf ik

voorzichtig. Langzaam leer ik weer steeds meer te vertrouwen op mijn schouder.”  www.zorgvoorbeweging.nl/

lichaamsdelen/schouder

41


Innovatie

mobility monitor

trillende naald Warmte zou wel eens hét nieuwe wapen kunnen zijn tegen botkanker. Dr. Paul Jutte, orthope­ disch chirurg in het UMC van Groningen, doet er onderzoek naar. “We kunnen bij een patiënt door de huid en het onderliggende weefsel heen een gaatje boren in het bot, precies op de aan­gedane plek. Door dat gaatje brengen we met grote precisie een naald in. Deze naald gaat in de bottumor met een heel hoge frequentie trillen. Daardoor wordt het tumorweefsel opge­ warmd tot ongeveer 60 graden. Dat is voor de kankercellen te heet en ze sterven. Zo kunnen we dus de tumor doden, zonder de patiënt te belasten met een zware operatie, chemothera­ pie of bestralingen.” Deze methode heet: Radio Frequente Ablatie (RFA). De methode wordt toegepast in dagbehandeling. De behandeling is minder belastend voor de patiënt en het is bovendien veel goedkoper. Er zijn wel beperkingen. De methode is niet voor elke vorm van bot­ kanker geschikt en de naald kan slechts een relatief kleine omgeving opwarmen, dus de tumor mag niet groter zijn dan ongeveer 4 centimeter. In de toekomst wordt het misschien mogelijk om bij grotere tumoren meerdere naalden tegelijk in de tumor te brengen.

 Zie ook ‘Op weg langs ongebaande paden in de orthopedie’ op pagina 6.

Patiënten die herstellen van een operatie of een blessure, kunnen straks thuis hun hersteloefeningen doen, terwijl de fysiotherapeut hen op afstand begeleidt. Dat kan dankzij de ‘Mobility Monitor’: een tablet en een bewegingssensor die met elkaar in verbinding staan. Als de patiënt thuis oefent, registreert de sensor om de hals de bewegingen. De sensor stuurt de gegevens draadloos naar de tablet. De fysiotherapeut volgt die gegevens op afstand. De patiënt kan de sensor ook dragen tijdens dagelijkse bezigheden. Zo krijgt de fysiotherapeut inzicht in de overige lichaamsactiviteit van de patiënt. De patiënt krijgt via de tablet aanmoe­ digingen en complimenten. “Het is een heel mooie manier om mensen te stimu­ leren te bewegen. In de praktijk blijkt dat oefeningen thuis er vaak bij inschieten”, zegt bewegingswetenschapper dr. Martin Stevens bij het Universitair Medisch

website helpt Om een beenlengteverschil bij kinderen te corrigeren, kan de orthopedisch chirurg tijdens de groei in het lange been een of meerdere groeischijven afremmen. Zo kan het korte been het lange weer inhalen. Dat klinkt eenvoudig. Maar het vergt nogal wat rekenwerk om dit op het juiste moment te doen, zodat de benen na de groei daadwerkelijk even lang zijn. De online ‘beenlengte calculator’ helpt een orthope­ disch chirurg bij de berekening voor het timen van de ingrepen. De arts voert de beenlengtes in en de website laat razendsnel zien hoeveel groei er nog in de verschillende groeischijven resteert. De website laat ook zien hoe de arts met die gegevens de ingreep kan plannen. Deze calculator is ontwikkeld door de orthopedisch chirurgen Paavo Freijzer (Gelre Ziekenhuizen, ­Zutphen) en dr. Ralph Sakkers (Wilhelmina Kinder­ ziekenhuis - UMC Utrecht), in samenwerking met IT-specialist Patrick Peffer (USN Schiphol-Rijk).

Centrum Groningen. Zijn collega’s en hij werken samen met Philips Research en met de Sporthochschule in Keulen (Duitsland).

 www.guided-growth-calculations.com

42

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


kniedistractor De kniedistractor is een uitwendig apparaat dat een beschadigde, pijnlijke knie met artrose tijdelijk uit elkaar trekt. De nieuwste ontwikkeling is dat de knie tijdens behan­ deling zijn beweeglijkheid behoudt. De versleten kraakbeenoppervlakken van het boven- en onderbeen drukken door deze distractor niet meer op elkaar. Dat brengt naar verwachting een herstel op gang met geleidelijke vermindering van de pijn. Het is een experimentele methode, die momen­ teel in studieverband wordt getest in het Universitair Medisch Centrum Utrecht en in de Maartenskliniek Woerden. De afgelopen tien jaar zijn al enkele tientallen patiënten met succes behandeld, melden

de onderzoekers. De behandeling leidde tot de aanmaak van nieuw weefsel dat lijkt op kraakbeen. Deze nieuwe, scharnierende distractor is minder belastend voor de patiënt. Begin dit jaar hebben de eerste patiënten deze nieuwe distractor geplaatst gekregen. De behandeling begint met een ziekenhuis­ opname van enkele dagen. De orthope­ disch chirurg boort zowel in het boven- als in het onderbeen vier pennen: twee aan de binnenkant en twee aan de buitenkant. De distractor wordt aan die pennen vastgezet, zie de illustratie. De patiënt schroeft het apparaat elke dag een halve millimeter uit elkaar, totdat in het gewricht 5 millimeter ruimte is ontstaan. Dan is het afwachten of de pijn echt vermindert en of er ‘nieuw kraakbeen’ ontstaat. Na zes tot acht weken worden de distractor én de pennen verwijderd. De hoop is dat een behandeling met de kniedistractor de plaatsing van een knieprothese bij mensen met beschadigd kraakbeen uitstelt.

boren met water Noem het géén hogedrukspuit! Wetenschappers van de Universiteit Delft en het AMC in Amsterdam ontwikkelen een nieuwe ‘boor’ voor de orthopedisch chirurg. Het nieuwe instrument, de ‘hydro chipper’, kan héél precies héél klei­ ne gaatjes maken in kraakbeendefecten. Met als doel om daar de doorbloeding weer op gang te krijgen. Die doorbloeding helpt het herstel van kraakbeen. “De instrumenten die orthopedisch chirurgen nu gebruiken voor deze ingreep zijn star en soms lastig te hanteren”, vertelt ontwerper Steven den Dunnen. “Daardoor blijven sommige plekken vrijwel onbereikbaar.” De waterboor moet dat veranderen. Het instrument bestaat uit een flexibele slang, met gaatjes op de plaats van de ‘boorkop’. Daar spuit water onder hoge druk naar buiten. Van­ wege de flexibiliteit zijn alle plekken in een gewricht bereikbaar. De waterboor kan bovendien ‘om een hoekje’ boren door de gaatjes zijwaarts te richten, net als bij een douchekop. De hydro chipper kent straks veel toepassingen, zoals het wegsnijden of -knippen van stukjes kraakbeen. De waterstralen boren contactloos; dat is hygiënisch en verkleint de infectiekans. Een laatste voordeel is de temperatuur: er is geen boorpunt die warmte ontwikkelt, zodat de botcellen niet dood gaan en de doorbloeding op gang blijft. Den Dunnen en zijn collega’s werken ook aan een toepassing waarbij de waterboor in bot kan ‘voorboren’; dat is vooral nuttig tijdens operaties waarbij botten met platen aan elkaar worden geschroefd. NB. Op de foto ziet u een proefopstelling in het laboratorium, nog zonder de genoemde flexibele slang.

orthopedie houdt nederland in beweging

43


Opmerkelijk orthopedie

zes weken hersteltijd

de botfabriek staat altijd paraat Een ongeluk, een glijpartij. Been gebroken. Wat dan? Eigenlijk is het simpel: gips erom, zes weken wachten en je kunt er weer tegenaan. Soms moet de dokter eerst nog de botuiteinden tegen elkaar zetten, maar het lichaam neemt het bot­ herstel vrijwel altijd snel en volledig voor zijn rekening. Hoe is dit mogelijk? Een botbreuk herstelt bijna altijd. En dan ook nog zonder littekenweefsel. Dr. Peter Kloen noemt het een prachtig proces. Hij benadrukt dat het grotendeels nog een mysterie is wat er na een botbreuk precies gebeurt in en om het bot. Kloen werkt als orthopedisch chirurg-trauma­ to­loog en doet veel onderzoek naar de behandeling van vooral complexe fracturen (zie kader). Want niet alle gebroken botten betreffen een ‘mooie breuk’ en niet altijd zijn de uiteinden van een gebroken bot simpel tegen elkaar te drukken. Fracturen doen zich bovendien ook voor in en rond gewrichten zoals knieën, ellebogen, enkels en heupen. Dan is vaak een operatie nodig om met

Met de juiste hulp genezen ook complexe fracturen meestal heel behoorlijk.

schroeven, platen en pennen de botdelen op hun plek te houden. Dat kan ook nodig zijn als een bot in meerdere stukken is gebroken. “Maar met de juiste hulp genezen ook complexe fracturen meestal heel behoorlijk.”

Peter Kloen wint Anna Prijs 2013 Samen met Denise Eygendaal (zie pagina 58) won Peter Kloen in 2013 de Anna Prijs. Stichting Anna Fonds|NOREF kent deze prijs elke twee jaar toe aan een of twee wetenschappers die onderzoek doen naar het steun- en bewegingsstelsel. Kloen ontving de prijs omdat hij onderzoek doet dat belangrijk is voor mensen met ernstige en/of niet-genezende botbreuken.  www.annafonds.nl

44

Natuurlijk stopverf “Het is wonderlijk”, zo vervolgt Kloen, “dat botweefsel herstelt zonder de vorming van een litteken. Bij alle andere organen is dat wel het geval. Eenmaal goed genezen kun je een vroegere botbreuk zelfs onder de beste microscoop niet meer terugvinden. Hoe dat komt, weten we nog niet precies.” Wel bekend is dat botweefsel bestaat uit onder andere botcellen, verschillende soorten eiwitten en kalk. Bot is levend weefsel en er is dus altijd een proces gaande van afbreken en opbouwen van cellen. Wat gebeurt er bij een breuk? “Op de plek van de fractuur ontstaat direct een bloeding. Die brengt de aanmaak van zogenoemde groeifactoren op gang. Dat zijn eiwitten die in en om de breuk het genezingsproces op gang brengen.

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


Column

Soepel draaien

Daarbij ontstaat nieuw botweefsel.” Kloen zegt dat in het bot een hele fabriek paraat staat, wachtend op een signaal om aan de slag te gaan. “Rond de breuklijn vormt zich uit de bloeding een soort stopverf, die eerst zacht is en na een of twee weken al aardig begint te plakken. Na twee tot drie weken is het wat rubber­achtig en na zes weken hard en stevig.” Nooit te laat, altijd op tijd Kloen heeft ervaren dat oude, niet genezen fracturen zelfs na tientallen jaren nog kunnen herstellen. Beslissend daarbij is volgens hem de juiste positione­ring van de botten en het uit­ oefenen van voldoende compressie op de botuiteinden, in combinatie met het weer op gang brengen van de herstelfabriek. “Het is nooit te laat om te genezen.” Dat is mooi. En is het herstelproces soms ook te versnellen? “Nee, geduld is ook bij een botbreuk een schone zaak. Je hebt gewoon zes weken tijd nodig”, aldus Kloen. “Dat veranderen we net zomin als de duur van negen maanden zwangerschap. Spectaculaire ontdekkingen hierin zie ik niet snel komen. Bij omvangrijk botletsel en verbrijzelde botten zijn er op termijn wellicht mogelijkheden om botdelen te vervangen. Bijvoorbeeld door stukken bot in het laboratorium te kweken of ze te printen met een 3D-printer. Ik verwacht meer effect op de kwaliteit van fractuurbehandeling door het concentreren van complexe behandelingen bij gespecialiseerde behandelteams.” Het ontwikkelen van handvaardigheid, inzicht, focus en ervaring voor het probleemoplossende en ambachtelijke deel van het werk zijn daarbij essentieel.

orthopedie houdt nederland in beweging

Sinds alweer een paar jaar loopt mijn leven op rolletjes. In 2011 werd ik twee keer geopereerd en kreeg ik in beide knieën een prothese. Zo kwam een einde aan jaren van pijn lijden door zware artrose. In 2012 ben ik vooral bezig geweest met revalideren en het opbouwen van mijn conditie. Vorig jaar, 2013, was het oogstjaar. Op 25 juli fietste ik samen met mijn zoon Hilbert naar de top van de Mont Ventoux, de berg die onder wielrenners zo beroemd is. Het is een echte familiehappening geworden, daar in het zuiden van Frankrijk. Mijn vrouw, mijn kinderen plus aanhang en andere familieleden: we waren met een groep van veertien personen. Wie niet kon fietsen, ging met de auto mee omhoog om aan te moedigen. Het werd een geweldige dag. In de jaren tot 2011 moest ik door de pijn in mijn knieën jaar na jaar mijn sportieve ambities bijstellen en vaak zelfs afstellen. Hardlopen, balsporten en ook wielrennen: het kon gewoon niet meer. Die dag in Zuid-Frankrijk gaf me het gevoel dat ik weer helemaal ‘terug’ was. Mijn twee ‘nieuwe’ knieën zijn voor mij dus de beste denkbare doping. Voor de kenners: met een licht verzetje van 30x28 draaide ik soepel tegen de berg op. Mijn fietsmaatjes noemen me soms de ‘bionische man’. Maar alle gekheid op een stokje: met zo’n lichte versnelling voorkom ik over­ belasting en overmatige slijtage van mijn nieuwe aanwinsten. Ik geniet nu van de dingen die ik weer kan, ook in mijn werk. Ik maak ook weer nieuwe fietsplannen: dit jaar ga ik fietsen in de Pyreneeën. Volgend jaar wil ik het fietsen combineren met mijn werk als psychomotorisch therapeut. Wat zou het mooi zijn om met een groep mensen met een lichte mentale beperking voor een goed doel te fietsen op de Mont Ventoux! Want zij ontlenen aan sport en beweging net zoveel plezier en zelfvertrouwen als ikzelf. Henk Greveling  Lees ook Henk’s verhaal in Zorg voor beweging Jaarmagazine 2013, pagina 56.

45


Hoe word ik orthopedisch chirurg?

Alexander van Wulfften Palthe: ‘Er ging een wereld voor me open’ Hoe word je orthopedisch chirurg? Alexander van Wulfften Palthe (32) is het bijna. Hij vertelt over zijn dromen, zijn ambities en over hard werken.

V

an orthopedie had hij op de basisschool nog nooit gehoord, maar operaties en het beroep van dokter fascineerden hem als kind al, vertelt Alexander van Wulfften Palthe. “Opereren heeft iets spannends. En je kunt er mensen mee beter maken.” Hij heeft zijn doel bijna bereikt en blikt tevreden terug. “De opleiding begon met boei­ ende colleges en veel practica, onder andere in de snijzaal.” Het eerste station is dat van ‘basisarts’. Die basisstudie duurt zes jaar waarvan de student de eerste vier jaar voornamelijk in de studiebanken zit. De laatste twee jaar bestaan uit zogeheten ‘coschap­ pen’ – stages op verschillende afdelingen in het

ziekenhuis. Na die zes jaar volgt de specialisatie. Die opleiding duurt nóg eens zes jaar. Klussen en beter maken

Alexander vindt zijn studie fascinerend en zijn dro­ men werden werkelijkheid toen hij tijdens het co­ schap chirurgie kennismaakte met de orthopedie. “Als chirurg heb je vaak te maken met ernstig zieke patiënten bij wie je onmiddellijk moet ingrijpen. In de orthopedie kwam ik een ander type patiënt tegen: vaak in relatief goede conditie, zoals ouderen met slijtage, sporters met een blessure of mensen met botbreuken. De orthopedie heeft – zeker waar het gewrichten en prothesen betreft – raakvlakken met natuurkunde, vooral met (bio)mechanica. Het lichaam bekijken als een machientje, dat vind ik prachtig. Ik houd ook erg van klussen thuis of

Zo leert een orthopedisch chirurg in opleiding de kneepjes van het vak

In Nederland verzorgen de orthopedisch chirurgen zelf de opleiding van vakgenoten. Vanuit acht universitaire oplei­ dingscentra (Groningen, Nijmegen, Utrecht, Amsterdam AMC, Amsterdam VUmc, Leiden, Rotterdam, Maastricht) leiden regionale opleidingsgroepen basisartsen op tot ortho­ pedisch chirurg. De ‘arts in opleiding tot specialist’ (aios) werkt tijdens zijn opleiding onder begeleiding van de leden van deze opleidingsgroep. De opleidingsgroepen zijn divers samengesteld, zodat de aios na zijn opleiding beschikt over

een brede kennis en veel vaardigheden. Het opleidingsplan van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) is ­‘competentiegericht’ en ‘toetsbaar’: dat wil zeggen dat de aios van tijd tot tijd in de praktijk moet laten zien wat hij kan. Hij wordt beoordeeld op aspecten als medisch handelen, ken­ nis en wetenschap, communicatie, samenwerking, organisa­ tievermogen, maatschappelijk handelen en professionaliteit. De aios houdt in de jaren van zijn opleiding een portfolio bij en wordt jaarlijks getoetst in drie landelijke examens.

eventueel arts niet in opleiding tot specialist (anios) opleiding tot basisarts vooropleiding: vwo, gymnasium of atheneum

algemene medische studie

start

46

arts in opleiding tot specialist (aios)

4 jaar

6 jaar

orthopedisch chirurg

specialisatie orthopedie

algemene chirurgie

coschappen

7,5 jaar

12 jaar

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


Alexander Palthe is orthopedisch chirurg in opleiding: “Ik vind het mooi om het lichaam te beschouwen als een machine. Ik houd erg van klussen thuis of sleutelen aan mijn auto of de racefiets: het is leuk om kapotte dingen te repareren. Orthopedie is in feite ook een vorm van klussen.

sleutelen aan mijn auto en aan mijn racefiets. Ik vind het leuk om kapotte dingen zelf te repareren. Orthopedie is ook een vorm van klussen, gecom­ bineerd met het beter maken van patiënten. Met die combinatie viel dus alles op zijn plek, ik word er heel gelukkig van.” Strijd om opleidingsplaats

Na het afstuderen tot basisarts wilde Alexander zich dus specialiseren tot orthopedisch chirurg. Daarvoor moest hij een opleidingsplaats zien te bemachtigen bij een van de universitaire opleidingscentra. “Om hiervoor in aanmerking te komen, moet je jezelf laten zien. Er is flinke concurrentie. Daarom was ik blij dat ik op de afdeling orthopedie eerst een half jaar aan de slag kon als ‘anios’, dat staat voor ‘arts niet in oplei­ ding tot specialist’.

orthopedie houdt nederland in beweging

Ik werkte mee als zaalarts, op de poli, assisteerde bij operaties. De afspraak was dat de specialisten me dat half jaar kritisch zouden beoordelen op inzet en motivatie en daarna zouden zeggen of ze me ge­ schikt vonden voor de opleiding. Het was, zeg maar, een sollicitatiegesprek van een half jaar, waar ik goed doorheen ben gekomen. Zo kreeg ik mijn officiële opleidingsplaats. Samen met mijn begeleiders doe ik nu operaties en zie ik de patiënten op de polikliniek. Het is een systeem dat lijkt op dat van meester-gezel. Dat werkt voor mij heel goed.” Als alles goed blijft gaan, is Alexander over drie jaar orthopedisch chi­ rurg. “De opleiders verwachten dat je je uiteindelijk ook specialiseert in een onderdeel van de orthopedie. De afgelopen tijd heb ik me verdiept in operatieve standscorrecties van de knie: dat vind ik heel interes­ sant. Ik houd wel van een beetje priegelwerk.”

47


Totale heupprothesen

Leeftijd

gemiddeld

70

(2010-2012)

17%

Jonger dan 60 jaar

50%

60-74 jaar

33%

Ouder dan 75 jaar

20.920 mensen kregen in 2012 een totale heupprothese. 14% van deze mensen kreeg in 2012 aan beide h ­ eupen een prothese. Daardoor zijn in dat jaar in totaal 23.815 totale heupprothesen geplaatst. Het aantal geplaatste totale heupprothesen stijgt van 22.893 in 2010 tot 23.815 in 2012. Naar verwachting is dat aantal in 2030 toegenomen tot 50.000 geplaatste heupprothesen.

23.815

Totale heupprothesen Plaatsing met of zonder cement (2010-2012)

30%

62%

Ongecementeerde plaatsing

Gecementeerde plaatsing

8% Hybride of omgekeerd hybride (alleen kop of alleen kom gecementeerd geplaatst)

Bekijk het ook op internet:

— Films plaatsen totale heupprothese: www.youtube.com/user/zorgvoorbeweging — www.zorgvoorbeweging.nl/lichaamsdelen/heup — www.mijnheupprothese.nl — www.lroi.nl, LROI-Rapportage 2012 ‘Meer inzicht in kwaliteit van orthopedische zorg’

48

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


Geslacht (2010-2012)

33% mannen 67% vrouwen

Reden voor heupprothese

2%

87%

Dysplasie

(2010-2012)

3%

Artrose

8%

Osteonecrose

Overig

Her- of revisieoperaties (2012) Bij een heroperatie worden een of meerdere onderdelen van de heupprothese vervangen, ­toegevoegd of verwijderd. NB. Bij één patiënt kunnen meerdere redenen voor vervanging gelden. Daarom telt het totaal op tot boven 100%.

23%

24% Protheseslijtage

Prothese verschoven (dislocatie)

11% 29% Loslaten steel

Breuk rond de prothese (periprothetische fractuur)

3469

9%

mensen

Infectie

5% Kalkafzetting rondom het gewricht (peri-articulaire ossificatie)

39%

Loslaten kom

orthopedie houdt nederland in beweging

6% Verwijderen van de prothese, zonder terugplaatsing van nieuwe prothese (Girdlestone situatie)

49


Weer in beweging

‘M

ijn twee knieprothesen doen het echt wonderbaarlijk. Ik vind het machtig dat ik na jaren weer kan lopen zonder pijn. Dat ik niet meer op mijn hurken kan zitten, vind ik niet erg. Zo zijn er nog wel wat kleine ongemakjes, maar die slaan eigenlijk nergens op. Je zult me voor mijn televisieprogramma ‘Erica op reis’ niet meer in een uitgeholde boomstam zien kruipen. Geeft niet, dan we verzinnen wel wat anders.

krijg je van die schurende botten, man dat doet zéér. Dat is op zichzelf al vervelend, maar als bewegen pijn doen, ga je steeds meer stil zitten. Het gevolg is onder an­ dere dat je conditie hard achteruit gaat.

Totdat mijn orthopedisch chirurg en ik in 2011 besloten dat het tijd werd voor prothesen. Eerst de rechter-, daarna de linkerknie. De revalidatie zou flink wat tijd vragen, waarschuwde hij. Moet je net mij

Een jaar of tien geleden deden mijn knie­ ën steeds meer pijn. Het was het bekende verhaal: slijtage van het kraakbeen. Dan

Erica Terpstra (70), oud Olympiër, oud-politicus, oud-sportbestuurder, televisiepresentator

‘Mijn nieuwe knieën zijn wonderbaarlijk’ 50

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


hebben. Ik dacht: ik ben een bikkel en dat doe ik dus wel even. Nou, dat viel niet mee, het was niet makkelijk. Het was hard werken, waarbij ik gelukkig kon rekenen op fantástische begeleiding, in de beginfase van mijn fysiotherapeut, daarna van mijn personal trainer die me helpt met condi­ tie- en krachttraining.

orthopedie houdt nederland in beweging

Tijdens de revalidatie komt mijn verleden als topsporter me nog steeds goed van pas. Herstel draait ook om zaken als disci­ pline, ambitie en een beetje strijdlust. Ik train met gewichten en ik doe tegenwoor­ dig zelfs aan boksen! Het moeilijkste vond ik dat ik opnieuw op mijn knieën moest leren vertrouwen. In het begin ontbreekt

de balans en ben je bang om te vallen. Maar nu ben ik weer zo vrij als een vogel­ tje en fiets ik overal heen. Mijn leven heeft enorm aan kwaliteit gewonnen. Daar kan ik soms zelfs emotioneel van worden.”  http://www.zorgvoorbeweging.nl/

lichaamsdelen/knie: folder en filmpjes artrose en totale knieprothese, andere ervaringsverhalen

51


Opmerkelijk orthopedie

beeldvormende technieken

van buiten naar binnen kijken Iedereen kent ‘m wel, de röntgenfoto. Maar er zijn ook andere technieken om van buitenaf in ons lichaam te kijken. Deze ‘beeldvormende technieken’ helpen de arts bij het stellen van een diagnose of als ondersteuning bij een behandeling. Welke technieken zijn er, en voor welke situaties zijn ze wel of niet nuttig?

“Als een patiënt zich met klachten meldt bij de orthopedisch chirurg, stelt die eerst een aantal vragen en hij doet een lichame­ lijk onderzoek. Als het nodig is, volgt een r­ öntgenfoto om afwijkingen in bot­ ten of een gewricht aan te tonen, of om onverwachte dingen uit te sluiten”, zegt orthopedisch chirurg Nico Verschoor. “Dit behoedt ons voor dwaalsporen, zodat we doelgericht te werk kunnen gaan.” Zo’n foto wordt gemaakt met kortstondige elek­ tromagnetische straling en laat in een plat vlak de botten zien. Daarom zijn vaak nog

meer foto’s nodig om bijvoorbeeld een enkelgewricht vanuit verschillende hoeken te kunnen bekijken. In combinatie met het verhaal van de patiënt en een lichamelijk onderzoek kan de arts heel vaak op basis van de röntgenfoto’s de diagnose al stellen. Maar omdat de röntgenfoto vooral ‘harde’ delen zoals botten laat zien, is deze tech­ niek minder geschikt voor lichaamsdelen waar meer ‘weke’ delen aanwezig zijn. Echo

Bijvoorbeeld in de schouder zijn ‘weke’

Beeldvorming in ontwikkeling

Technici zijn nog altijd druk doende om beeldvormende technieken te ver­ beteren en nieuwe technieken te ontwikkelen. Het streven is te komen tot nauwkeuriger diagnoses en betere behandelingen. Een voorbeeld van zo’n ontwikkeling is het onderzoek van prof. dr. ir. Nico Verdonschot. Met zijn collega’s werkt hij aan de ontwikkeling van een ‘bewegende MRI’. De EU geeft voor dit wereldwijd baanbrekende onderzoek tweeënhalf miljoen euro subsidie. Behalve dat bewegend beeld in de toekomst een betere diagnose mogelijk moet maken, opent het de mogelijkheid de patiënt digitaal ‘na te bouwen’, compleet met botten, spieren, pezen en zenuwen. Hoe dit digi­ tale model beweegt op het beeldscherm, geeft een goede indruk van hoe de patiënt na een complexe ingreep in het écht zal kunnen bewegen. Dat moet op termijn een betere keuze mogelijk maken tussen verschillende chirurgische mogelijkheden bij ernstige aandoeningen zoals botkanker.

52

delen, zoals spieren en pezen, vaak de oorzaak van klachten. Omdat deze op een röntgenfoto niet goed zichtbaar zijn, kan de arts besluiten tot echogra­ fie. Deze techniek maakt gebruik van geluidsgolven die ‘live’ bewegend beeld laten zien. Een radioloog voert dit echoonderzoek uit en heeft de deskundigheid om de beelden te ‘lezen’. De orthope­ disch chirurg ontvangt van de radioloog een onderzoeksverslag. MRI

Voor een MRI-scan ligt de patiënt 20 tot 30 minuten in een soort tunnelbuis. In die buis worden magnetische velden op­ gewekt. Nico Verschoor: “Deze techniek maakt het mogelijk om een driedimensi­ onale voorstelling te maken, bijvoorbeeld van het gehele kniegewricht inclusief het gewrichtskapsel.” De MRI-scan geeft voor­ al een goed beeld van de weke delen, van kraakbeen en van het beenmerg. Soms wordt contrastvloeistof ingespoten om nóg nauwkeuriger te zijn. De beelden van een MRI zijn veel duidelijker dan die van een echo en daardoor goed te beoordelen door de orthopedisch chirurg. Voor patiën­ ten met een bottumor kan een MRI-scan belangrijke informatie geven over de aard en omvang van de aandoening. Het is wel een relatief duur onderzoek en niet altijd noodzakelijk voor de diagnose. CT-scan

Voor een nauwkeurig onderzoek van de botten kiezen artsen soms voor een CTscan, als aanvulling op de röntgenfoto. Hiermee is het bot als het ware in ‘plakjes’ – een doorsnede – te zien. Deze techniek wordt vaak gebruikt om details goed in beeld te brengen; bijvoorbeeld bij ingewik­ kelde botbreuken, zoals een gebroken scheenbeen vlak onder de knie, waarbij

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


meerdere botstukjes los zitten. Verschoor: “De stralingsbelasting bij een CT-scan is hoger dan bij een gewone röntgenfoto. Dat is niet direct schadelijk voor het lichaam, maar we kiezen daarom alleen voor deze scan als er een heel goede reden is.” Botscan

In de botten wordt botweefsel gemaakt en ook afgebroken. Ook bevindt zich in de botten het beenmerg, dat onze bloed­ cellen maakt. Een zogeheten ‘botscan’ geeft aan of er misschien teveel activiteit

orthopedie houdt nederland in beweging

plaatsvindt. Dat kan bijvoorbeeld wijzen op een ontsteking of een tumor. Als op de botscan ‘iets’ te zien is, vindt nader onderzoek plaats. De botscan wordt bij­ voorbeeld gebruikt om bij kankerpatiën­ ten uitzaaiingen in het skelet op te spo­ ren, maar ook bij sporters om te kijken of er een vermoeidheidsfractuur in het bot aanwezig is.  www.zorgvoorbeweging.nl/

v_en_a/chirurg: meer beeldende voorbeelden

“Op dit scherm ziet u een MRI van een knie”, vertelt Nico Verschoor. “De zogenoemde ‘weke delen’, zoals spieren en pezen, maar ook vocht in het bot, zijn goed zichtbaar. De röntgenfoto op het rechterscherm laat vooral de botten zien. Per patiënt en per klacht besluiten we welke beeldvormende technieken nodig zijn om de diagnose te stellen.” Tussen de beeldschermen in staat een kniemodel van kunststof. Verschoor gebruikt het om patiënten de bouw en functie van een knie te laten zien.

53


Patiëntenorganisaties

Patiëntenorganisatie actief ­ van tweet tot wetenschap Ervaringen uitwisselen via Facebook Nederland kent meer dan honderd patiëntenorganisaties. Ze behartigen de belangen van mensen met een specifieke ziekte of aandoening. Vaak zijn ook familieleden en artsen erbij betrokken. De organisaties richten zich op het delen van kennis en ervaring, maar ook op beleidszaken en innovatie. Drie organisaties vertellen.

Dagelijks leven in medische richtlijn Ouders van een kindje met een klompvoet willen graag duidelijkheid. Wat is het, wat kan eraan gedaan worden, in welk ziekenhuis kunnen we terecht en, vooral, in hoeverre houdt mijn kind er last van? De Nederlandse Vereniging Klompvoetjes (NVK) voorziet ouders van informatie en biedt een luisterend oor. “Uit de gesprekken met ouders proefden wij heel sterk de behoefte aan eenduidige informatie, vooral over de behandeling”, aldus Sacha Margés, NVK-bestuurslid en moeder van drie zoons, waarvan de jongste is geboren met een klompvoetje. “Daarom zijn we met de kinderorthopeden in gesprek gegaan. Dit heeft ertoe geleid dat de orthopedisch chirurgen een behandelrichtlijn voor klompvoetjes zijn gaan ontwikkelen. Naar verwachting wordt deze richtlijn in 2014 afgerond. De ontwikkeling van die richtlijn is vooral in handen van de artsen en wetenschappers, maar wij hebben er vanuit de ouders en patiëntjes ervaringen uit ons dagelijks leven aan toegevoegd. Die uitwisseling van kennis en ervaring was erg stimulerend en positief.” De NVK wil zich ontwikkelen tot kenniscentrum en platform waar artsen, ouders en patiënten elkaar ontmoeten en verder helpen.  www.klompvoet.nl

54

Internet is niet meer weg te denken, ook niet voor patiëntenorganisaties. De Nederlandse Paget Patiëntenvereniging streeft naar snellere informatieverstrekking en naar betere uitwisseling van nieuwtjes en ervaringen. De 250 leden van de vereniging krijgen nog altijd het vertrouwde kwartaalblad ‘Balans’, maar Facebook en Twitter zijn ‘meer van deze tijd’, vindt voorzitter Harry van der Weert. Op de website staat daarom een rechtstreekse link naar de Facebookpagina. “Nieuwe media nodigen meer uit tot reageren, al moeten onze leden daar nog aan wennen.” De Ziekte van Paget is een vrij zeldzame botaandoening die zich meestal pas op latere leeftijd openbaart; daardoor zijn de meeste leden al wat ouder. “Je bent geneigd te denken dat ouderen niet actief zijn op Facebook en Twitter, maar daar vergis je je toch in”, zegt Harry van der Weert. “Voor opa’s en oma’s is internet een manier om contact te onderhouden met hun kleinkinderen. Daarom kunnen we het internet ook gebruiken voor onderling patiëntencontact en het uitwisselen van informatie”. Op Facebook is de aandacht gericht op actuele wetenschappelijke publicaties, zoals over medicijngebruik en algemene tips die voor patiënten waardevol zijn. Via Twitter vestigt De Weert aandacht op nieuwe items in de Facebook-groep.  www.paget.nl @pagetvereniging Link via www.paget.nl

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


Column

Samen sterke schakels

Coole website voor jonge scoliosepatiënten Jongeren vinden patiënteninformatie soms knap saai en ingewikkeld. Nieuwe medische ontwikkelingen, tips over zorgverzekeringen en onderzoeken over wachttijden voor operaties zijn nuttig, maar je maakt jongeren er niet echt blij mee. Het zijn vaak meer zaken van hun ouders. Toch wil de Vereniging van Scoliosepatiënten juist jongeren aan zich binden met informatie die zíj waardevol vinden. Scoliose is een aandoening die zich meestal openbaart in de vroege puberteit, tijdens de groeispurt. Daarom heeft de vereniging jongeren de ruimte gegeven voor het opzetten van een ‘eigen’ website en een jongerenrubriek in het ledenblad. Ze hebben zelfs een eigen redactie. Julia van der Kam is een van de redactie­leden: “Toen bij mij scoliose werd vastgesteld op mijn dertiende, was er alleen volwasseneninformatie in heel moeilijke woorden. Nu brengen we ook artikelen over bijvoorbeeld mode, met tips over leuke kleding die bruikbaar is ondanks je aandoening en het korset dat je vaak moet dragen. Natuurlijk is er ook een forum, waar gepraat wordt over behandelmethoden en operaties. Maar het gaat ook over hippe rugzakken die voor scoliose­ patiënten goed te gebruiken zijn. Ja, en natuurlijk spreekbeurten die we uitwisselen. Superhandig!”

Op steeds meer plaatsen in Nederland zijn er aparte spreekuren voor bijvoorbeeld knie- of schouderklachten. Voor elke patiënt staat daar een team van gespecialiseerde zorgprofessionals klaar met de benodigde apparatuur en voorzieningen. Het doel hiervan is dat iedereen al na één bezoek van zo’n twee uur een deskundig oordeel krijgt, inclusief een behandelvoorstel. De professionals functioneren het beste als de patiënt deel uitmaakt van het team. Zijn of haar verhaal over de klachten (de anamnese), informatie en wensen rondom werk en hobby’s, bijvoorbeeld, zijn belangrijk. En ook de behandelkeuze ligt uiteindelijk bij de patiënt. Vervolgens zet het gehele team, inclusief patiënt, zich in om de gestelde doelen te halen. Zo vormen alle schakels één sterke keten naar herstel. Sinds drie jaar werk ik met een verpleegkundig specialist, een orthopedisch chirurg én elke patiënt die zich meldt, samen in een schouderspreekuur. De schouder is een van de meest complexe gewrichten van het menselijk lichaam en gevoelig voor blessures en letsel. Tijdens het spreekuur kijken we naar de oorzaak van de klachten en bespreken we de behandelmogelijkheden zónder en eventueel mét operatie. Ook kijken we vooruit naar de revalidatieperiode en het voorkomen van herhaling. Na zo’n twee uur weet bijna elke patiënt waar hij of zij aan toe is; soms is meer onderzoek nodig. Specialisatie en de bundeling van paramedische en medische kennisgebieden werkt kwaliteit in de hand, daar ben ik van overtuigd. Bovendien werkt het clusteren van onderzoeksmogelijkheden in enkele uren kostenverlagend. Het meest belangrijk zijn de positieve reacties van patiënten: snel duidelijkheid en voortvarend werken aan herstel. Rob Boonstra Fysio-/manueeltherapeut, onder andere verbonden aan de Schouderpoli in het Spaarne Ziekenhuis, Hoofddorp

 www.scoliose4you.nl www.scoliose.nl

orthopedie houdt nederland in beweging

55


Weervoor Stap in beweging stap

Alles onder controle Bij de productie van een implantaat speelt toeval geen rol. Elke stap is uitgedacht en staat onder controle van mens en machine. Kijk maar mee. Het Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal (de ‘Dikke Van Dale’) geeft als omschrijving bij het woord ‘implantaat’: lichaams­ vreemd element dat in het menselijk lichaam chirurgisch ingebracht wordt. Om de patiënt zo goed mogelijk van dienst te zijn, heeft de tandarts de beschikking over kies- en tandwortels van titanium. De oogarts kan ooglenzen van kunststof plaatsen en de orthopedisch chirurg kiest uit een assortiment implantaten van kunststof, kera­ miek of metaal. In dit artikel volgt u het productieproces van een metalen implantaat, namelijk een plaat die de orthopedisch chirurg kan gebruiken om een gebroken heupkop stabiliteit te geven en te laten genezen.

1

Stap 1. Materiaaltest

Voor de eigenlijke productie start, wordt het metaal getest. Is de samenstelling zuiver? Klopt de structuur? Is het metaal sterk genoeg? Als alle testresultaten goed zijn, kan de productie beginnen. Stap 2. Alles op maat

Het op maat maken van de plaat is één stap, maar betreft vele handelingen: het metaal op maat zagen; elke stuk metaal tot de juiste hoek buigen; tot op de fractie van een millimeter de lengte, dikte en de breedte van de plaat nauwkeurig bijwer­ ken. Een machine freest een aantal platen tegelijk. Het vocht gaat oververhitting ­tegen en spoelt het overtollige metaal weg. Daarna meet een procescontroleur het resultaat van elk van deze bewerkingen.

2

Stap 3. Gaten boren

Dit implantaat heeft een aantal schroef­ gaten nodig; de orthopedisch chirurg

56

3

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


v­ erankert de plaat namelijk met schroeven in het dijbeenbot. Een computer­gestuurde machine boort deze schroef­gaten en dit is het resultaat. Stap 4. Glad en zeker

4a

Elke plaat krijgt een eigen behandeling: handmatig polijsten (4a) en een uitgebrei­ de controle: op zicht en driedimensionaal met de computer.

4b

De implantaten gaan vervolgens al tril­ lend door twee baden met respectievelijk grotere (4b) en kleine steentjes, zodat alle oneffenheden op de vlakke kanten, op de hoekjes en in alle gaten verdwijnen. Vervolgens ­ondergaan de implantaten een elektrolytisch proces: ze worden in een bad met geleidende vloeistof geplaatst en door dat bad loopt een elektrische stroom. Het effect is dat ook de kleinste metaal­ deeltjes van het oppervlak verdwijnen. Het implantaat is nu absoluut glad en schit­ terend schoon. Stap 5. Weer kijken en meten

Opnieuw volgt een controle van elk implan­ taat: kijken en meten. Zo neemt een com­ puter bijvoorbeeld het schroefdraad in de schroefgaten onder de loep. Alleen als dat exact op maat is, sluiten schroef en implan­ taat bij gebruik naadloos op elkaar aan. Stap 6. Afronden en verpakken

5

Elk implantaat krijgt een eigen label, zo­ dat het altijd te identificeren is. Daarna volgt een laatste bad dat het oppervlak als het ware afsluit (dit heet: passive­ ren). Vervolgens worden de implantaten onder steriele omstandigheden verpakt. De medewerkers dragen een wit, steriel pak, een haarnetje, handschoenen en een mondkap. Verpakt en wel gaan de mate­ rialen naar de orthopedisch chirurg. Pas op de operatiekamer komt het implantaat weer uit de verpakking. Daar doet de plaat waarvoor hij gemaakt is: iemand zijn mo­ biliteit terug geven door de botuiteinden bij elkaar te houden zodat deze weer aan elkaar kunnen groeien.

6

orthopedie houdt nederland in beweging

57


Opmerkelijk orthopedie

prothesiologie

de elleboog: kwetsbare precisie De ontwikkeling van gewrichts­ prothesen is een van de ­grootste orthopedische successen in de afgelopen zestig jaar. De kunstgewrichten maken het voor ­tienduizenden patiënten met ­ernstige gewrichtsslijtage ­mogelijk om toch een actief leven te l­ eiden. Want prothesen zijn er voor v­ rijwel alle gewrichten: van heup tot vinger­kootje. Orthopedisch ­chirurg dr. Denise Eygendaal heeft zich ­gespecialiseerd in de elleboog en elleboogprothesen. De elleboogprothese is een zeldzaamheid. In ons land worden er elk jaar gemiddeld 180 geplaatst. Dat aantal steekt schril af

Denise Eygendaal wint Anna Prijs 2013 In 2013 won Denise Eygendaal samen met Peter Kloen (zie het artikel op pagina 42) de Anna Prijs. Elke twee jaar kent Stichting Anna Fonds|NOREF deze prijs toe aan een of twee wetenschappers die onderzoek doen naar het steun- en bewegingsstelsel. Eygendaal kreeg de prijs voor haar onderzoeksprogramma voor en met patiënten met een chronische elleboogaandoening.  www.annafonds.nl

58

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


tegen de 22.000 knie- en 24.000 heupprothesen die jaarlijks worden geplaatst. “Een elleboog draagt geen gewicht en slijt daardoor minder dan knieën en heupen”, zegt Denise Eygendaal. “Ook als je (ernstige) elleboogklachten hebt, bijvoorbeeld door een botbreuk, reuma en artrose, kun je daardoor de elleboog wat gemakkelijker ontzien dan veel andere gewrichten.” Maximale beweeglijkheid Ernstige problemen met de elleboog ontstaan nogal eens na verkeersongelukken en door sport. Eygendaal ziet vooral de letsels na scooter- en brommerongelukken met lede ogen aan. “Na zo’n klap loop je grote kans op blijvend kraakbeenletsel of andere afwijkingen.” Ook bij moderne risicosporten zoals mountainbiken of ‘bootcamp’ wil nog wel eens een elleboog ‘sneuvelen’. Na een elleboogfractuur is er grote kans op blijvende schade en bewegingsbeperkingen. Vroeger werd zo’n elleboog vaak stijf en paste de patiënt zijn of haar activiteiten

Patiënten moeten van en elleboogprothese geen wonderen verwachten. Ze gaan gemiddeld nog maar een jaar of zeven mee, in de toekomst wellicht tien. Een elleboogprothese is moeilijk te bevestigen, omdat de ellepijp erg dun is en dus weinig houvast geeft. Een prothese wrikt zich gemakkelijk los.

orthopedie houdt nederland in beweging

Elleboogklachten en hun behandeling

– Tenniselleboog. Peesontsteking aan de buitenkant van de arm. Voornaamste oorzaak: overbelasting door tennissen of zwaar, repeterend werk. Gemiddeld is na een half jaar bij 80 procent de aandoening ­genezen. – Slijtage. Kraakbeenslijtage, artrose. Oorzaak: zwaar werk door zware herhaalde bewegingen, zoals bij stratenmakers. Vaak in combinatie met botgroei op ongewenste plaatsen in het gewricht. Kan soms worden weggeslepen tijdens een kijkoperatie. – Werpers-elleboog. Meestal kraakbeenbeschadiging. Oorzaak: over­belasting door sport. Risicosporten: speerwerpen, honkbal, kogelstoten, turnen en ook tennis. Preventie: pas op voor overbelasting van jonge sporters.

aan. Eygendaal: “We streven tegenwoordig met operatief ingrijpen en gerichte fysiotherapieprogramma’s naar maximale beweeglijkheid. Wie beschikt over de buigen strekmogelijkheid van 100 graden, kan in principe alle bewegingen maken die in het dagelijks leven nodig zijn. Sommige hobby’s en sportieve activiteiten vergen natuurlijk meer bewegingsvrijheid. Dan is dat toch een kwestie van accepteren. Het komt voor dat een elleboog na een ongeval zo beschadigd is, dat nagenoeg elke beweging pijn doet. Dan biedt het plaatsen van een prothese soms uitkomst, vooral bij oudere patiënten.” Handwerken en bridge Maar verwacht er geen wonderen van, waarschuwt Eygendaal. Een knie- of heupprothese gaat zo’n 15 tot 20 jaar mee; een elleboogprothese komt nog niet verder dan 6 tot 7 jaar, met uitzicht op 10 in de toekomst. “Een elleboogprothese is moeilijk

te bevestigen. De ellepijp is akelig dun en de prothese moet ook de complexe draai van de hand nog ondersteunen. Vergis je bovendien niet in de kracht die nodig is voor het verplaatsen van de kliko, het tillen van de boodschappentas of jezelf opdrukken uit de stoel. In de praktijk wrikt zo’n prothese zich hierdoor uiteindelijk los.” Daarom is de elleboogprothese niet voor iedereen geschikt. “De ideale patiënt is wat mij betreft dol op handwerken en bridge. Mensen die al blij zijn als ze zichzelf kunnen afdrogen na het douchen en zich in de keuken kunnen redden. Voor een beeldhouwer is het geen optie, begrijp je?” Grote innovaties op het gebied van de elleboogprothesen zijn niet te verwachten, weet Eygendaal. Het aantal prothesen is te klein om aantrekkelijk te zijn voor intensieve productontwikkeling door de fabrikanten.  www.zorgvoorbeweging.nl/ lichaamsdelen/arm-en-elleboog

59


Ontwikkelingen

Verstandig kiezen: betere én betaalbare zorg Een nare blessure geneest soms door pakweg vier tot zes weken rust te nemen. Maar wie heeft nog zoveel geduld? Ook onze gezondheidszorg maakt deel uit van de consumptiemaatschappij. De patiënt wil zo snel mogelijk worden geholpen en de dokter wil best opereren. “Maar als het revalideren na de operatie ook zes weken duurt, wat is dan nog de winst?”, vraagt prof. dr. Wilco Peul zich af.

P

rof. dr. Wilco Peul is namens de Orde van Medisch Specialisten nauw betrokken bij het project ‘Verstandig Kiezen’. Het project moet bijdragen aan meer doelmatigheid in de gehele gezond­ heidszorg, dus óók in de orthopedie. Met z’n allen doen we namelijk teveel een beroep op de gezondheidszorg, waardoor het te duur wordt, vinden overheid en verzekeraars. “Met het project willen art­ sen helpen voorkomen dat keuzes over be­ handelingen straks alleen nog maar door het geld worden bepaald”, aldus Peul. “De rekenmeesters mogen het niet alléén voor het zeggen krijgen. We kijken als dokters dus kritisch naar onszelf en zien dat we nog dingen doen die minder effectief zijn dan je volgens wetenschappelijk bewijs zou wensen.”

rige veertig procent blijkt bovendien veel tevredener als na een periode van wachten alsnog de operatie volgt; ze ervaren beter de onvermijdelijkheid van de operatie en weten dat ze er alles aan hebben gedaan om een operatie te voorkomen.” Volgens Peul staat vast dat in de chirurgie, heelkunde, neurologie en ook in de ortho­ pedie nog behandelingen worden verricht die vanuit medisch én financieel oogpunt onnodig en dus ondoelmatig zijn. “We werken er nu hard aan om daar meer in­ zicht in te krijgen. Daarvoor moeten we verschillende behandelmethoden in grote aantallen met elkaar vergelijken. Dat duurt vele jaren.” Verschillen door cultuur

Waar die ondoelmatigheid vandaan komt? Medische zorg is geen standaard

Testen en vergelijken

De effecten van nieuwe én bestaande on­ derzoeksmethoden en chirurgische ingre­ pen zouden net zo moeten worden getest en vergeleken als de werking van medicij­ nen, wenst Peul, zelf neurochirurg. “Neem uit mijn eigen vakgebied de behandeling van de lage rughernia. Tot tien jaar gele­ den werd die altijd geopereerd. Totdat uit onderzoek bleek dat langer afwachten be­ slist loont: zestig procent van de patiënten geneest vanzelf! Dat betekent een flinke reductie van het aantal operaties. Al die patiënten lopen minder risico, omdat ze geen ingreep hoeven ondergaan. De ove­

60

Prof. dr. Wilco Peul op het Binnenhof, waar politiek Den Haag gergeld spreekt over de kosten van de gezondheidszorg. “Wij willen voorkomen dat keuzes over behandelingen alleen nog maar door geld worden bepaald.”

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


gebakken broodje, zegt Peul. “Er ont­ staan verschillen per land, vaak ingege­ ven door cultuur, soms door toeval. Als het gaat om de rughernia: in de Verenig­ de Staten hebben werkgevers het voor het zeggen, omdat die de werknemer snel weer aan de praat willen hebben. In Engeland wordt veel minder geopereerd

‘Verstandige keuzes maak je samen’

omdat er domweg te weinig chirurgen zijn. In Nederland is de keuze aan de patiënt. Zo ontstaan grote verschillen.” Ook binnen het kleine Nederland is er veel verschil in de medische praktijk, zegt Peul. Zelfs binnen de afdelingen van ziekenhuizen zijn die terug te vinden. “Het speelt een rol dat sommige artsen of sommige ziekenhuizen gewoon geloof hebben in een bepaalde aanpak. Als wij artsen de patiënt goed willen informeren over de te kiezen behandeling, moeten we meer inzicht verwerven in onze re­ sultaten en ons vervolgens misschien minder richten op de sexy knappe dingen waarmee we in de beeldvorming kunnen scoren. Wat is verstandig en wat niet? Daar helpen we de patiënt mee, dat leidt tot doelmatigheid, zowel medisch als financieel.”

orthopedie houdt nederland in beweging

Samen in gesprek

“Als je weet welk effect je kunt verwach­ ten van verschillende mogelijkheden, kun je verstandig kiezen”, aldus Peul. “We willen de patiënt vanuit medische kwaliteit een zo goed mogelijk resultaat bieden. Als je dat ook nog eens goedko­ per kunt bieden of met minder kans op complicaties, dan moet je daar samen met de patiënt voor kunnen kiezen. De kunst is om dat inzicht te verwerven en te delen met de patiënt. Dat inzicht kun­ nen we krijgen door de registratie van grote aantallen operaties en hun effecten in de komende jaren.” Dat betekent dat arts en patiënt in de toekomst steeds vaker met elkaar over dit soort beslissingen in gesprek gaan, verwacht Peul. “Dat is positief! Een goed gesprek is overigens niet hetzelfde als een eindeloze discussie. Dat gesprek hoeft ook niet perse bij de specialist in het ziekenhuis plaats te vinden, maar kan wellicht bij de huisarts.” Peul bena­ drukt de noodzaak van samenwerking. “Vroeger spraken de rekenmeesters en de dokters, bijvoorbeeld, heel weinig met elkaar. Nu werken we samen. Over­ heid en zorgverzekeraars hebben een probleem omdat het financieel gezien onderaan de streep niet meer klopt. De dokters zien op hun beurt dat ze voor sommige ingrepen een behandeling kun­ nen bieden die beter is voor de patiënt en overleggen daarover met elke indivi­ duele patiënt. Het resultaat is dat de arts en de patiënt in goed overleg komen tot een individueel behandelplan dat recht doet aan de klachten van de patiënt en dat past binnen de grenzen die we sa­ men gesteld hebben. Zo komen de lijnen komen samen en dat leidt tot verstan­ dige keuzes.”

61


Weer in beweging

Scoliose houdt Silke Eigenraam (15) niet meer tegen

‘Ik kan normaal leven door staafjes in mijn rug’

62

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


orthopedie houdt nederland in beweging

63


Weer in beweging

Silke Eigenraam kijkt opgelucht de toekomst tegemoet. Tweeënhalf jaar leefde ze letterlijk in een keurslijf – het korset dat haar steeds schever groeiende wervelkolom in bedwang moest houden. Toen dat niet werkte, volgde een operatie waarbij haar rug zo recht mogelijk werd gezet. Aan weerszijden van haar wervelkolom bevinden zich nu metalen staafjes van zo’n twintig centimeter lang, die haar rug de rest van haar leven recht houden. Inmiddels doet Silke enthousiast aan atletiek; de sprint en verspringen zijn haar favoriete onderdelen.

S

coliose, zo heet de aandoening waarmee Silke te maken kreeg. Als je haar nu over de atletiekbaan ziet ren­ nen, is daar niets meer van te zien. Om te ‘bewijzen’ dat er toch heus wel wat aan de hand was, laat ze op haar smartphone een paar foto’s zien van haar bovenrug. “Dat was vóór de operatie.” De vergroeiing van het bovenste deel van haar wervelkolom is

op de foto’s duidelijk te zien. “Maar nu ligt het achter me. Zelfs de jaarlijkse controles in het ziekenhuis zijn binnenkort niet meer nodig. Ik kan dankzij die metalen staafjes in mijn rug weer normaal leven.” Twee korsetten

spreekuur kreeg. “Mijn ouders en ikzelf had­ den het nog niet eens in de gaten. Op rönt­ genfoto’s was aanvankelijk ook alleen maar een kleine kromming in mijn rug te zien. Die scheefgroei verergerde, omdat mijn lichaam snel groeide in die tijd. Na een half jaar was de afwijking al acht graden toegenomen.

Toen ze net elf was, trok de schoolarts aan de bel toen hij Silke op zijn basisschool-

‘Na een week of zes kon ik weer naar school’ Daarom moest ik een korset gaan dragen. Die moest voorkomen dat de wervelkolom verder scheefgroeide. Ik kreeg twee van die dingen: eentje voor overdag die nog wat ruimte liet om te bewegen, vooral rond mijn schouders. De andere was voor ’s nachts, die moest mijn vader of moeder helemaal straktrekken met klittenband.” Winkelen: een ramp

Silke herinnert zich het schoolkamp in de eerste klas van het gymnasium. Toen moest haar mentor het korset aansnoeren. “Ieder­een was heel lief voor me, maar ik vond het vreselijk. Ik herinner me dat ik er heel verdrietig over was. Winkelen was ook al een ramp. Vind maar eens leuke kleren die over zo’n kunststof sandwich heen passen. Ik had brede heupen in dat ding, echt balen. Ondanks dat korset kon ik trouwens nog best redelijk bewegen. Maar ’s avonds op de bank merkte ik dat ik niet meer lekker zat en als ik iets moest oprapen was dat lastig. Ondertussen werd ondanks het korset mijn rug steeds krom­ mer en kreeg ik ook pijn, vooral als ik even

64

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


wilde ontspannen en mijn rug inzakte.” Het strakke regime met de kunststof korset­ ten werkte niet afdoende. Bij elke controle bleek de rug weer vijf of zes graden meer uit het lood gegroeid. “In dat tempo zou dat kunnen leiden tot blijvende gezondheids­ klachten later. Daarom stelde de orthope­ disch chirurg voor om toch te opereren”, vertelt Silke. Dat gebeurde in het voorjaar van 2012. Tijdens een enkele uren durende operatie werd de kromming van de ruggen­ wervel zo recht mogelijk geduwd en werden de wervels vastgeschroefd aan twee metalen staafjes aan weerszijden van de wervel. “Ik was heel bang. Er is altijd een minieme kans dat ze een zenuw raken tijdens de operatie en dan kun je zelfs verlamd raken. Maar gelukkig is het heel goed gegaan.” “Na een week mocht ik het ziekenhuis uit en kon het herstel beginnen. In de eerste weken moest ik nog een gipskorset dragen. Maar na een week of zes kon ik alweer naar school.” Eind goed, al goed. Silke is overgegaan naar de volgende klas van het gymnasium. De wervelkolom speelt eigenlijk geen rol meer in haar leven. Of het moet zijn dat jazzdansen niet meer voor haar is weggelegd. “De boven­ rug is daarvoor nu toch te stijf. Maar atletiek vind ik ook hartstikke leuk.”

Scoliose

Silke kreeg te maken met een scoliose met onbekende oor­ zaak: de ‘idiopathische’ scoliose. In totaal vormt die aandoe­ ning 80 procent van alle scoliosegevallen, zegt orthopedisch chirurg prof. dr. Lodewijk van Rhijn. De standaardbehandeling is het tegengaan van de scheefgroei met een korset. In 70 pro­ cent van de gevallen lukt dat, al vindt geen correctie plaats. Bij Silke bleek de scheefgroei niet met een korset te stuiten, zodat werd besloten tot een operatieve correctie. Dat gebeurde door de wervel­kolom recht te buigen en vervolgens recht te houden met behulp van een inwendige stabilisator: twee staafjes, die aan weerszijden aan de wervels zijn vastgeschroefd. Deze stabilisator bevindt zich bij Silke wat hoger in de rug, tussen de schouderbladen. De lage rug bleef ongemoeid. “Omdat je de meeste bewegingen vanuit je lendenen maakt, blijft voor Silke nog veel bewegingsvrijheid over. Met de stabilisator ziet

orthopedie houdt nederland in beweging

haar toekomst er prima uit: er zijn geen aanwijzingen voor een nieuwe scoliose.” Van een kleiner aantal scoliosegevallen – rond 20 procent – is de oorzaak overigens wél bekend. Meestal gaat het om patiën­ ten die te maken hebben met spierziekten of zenuwaandoenin­ gen. Dan ontstaat soms slapte of onbalans in de rugspieren, waardoor de wervelkolom scheef kan groeien of inzakken. Deze vorm heet ‘neuromusculaire scoliose’ en valt nauwelijks met een korset te corrigeren. Problematisch is soms ook scoliose bij ouderen door slijtage van de wervels en tussenwervelschij­ ven en door spierslapte. Van Rhijn: “Een korset kan helpen tegen de pijn, maar soms is nog wel een operatie mogelijk.”  www.scoliose.nl

www.scoliose4you.nl

65


Voor u

alstublieft! zorg voor beweging jaarmagazine 2014

een cadeau voor u, namens uw orthopedisch chirurg Ongetwijfeld staat u wel eens stil bij ‘bewegen’. Misschien staat ‘bewegen’ voor u voor: meedoen, zelfstandig zijn, genieten van uw omgeving, uw grenzen o ­ pzoeken, mobiel zijn en uw eigen weg kiezen, … Problemen met botten, gewrichten, pezen en/of spieren belemmeren dit. Orthopedie is het medisch specialisme dat zich richt op het verminderen en, liefst, oplossen van dergelijke problemen aan het steun- en bewegingsapparaat. Als u bij een orthopedisch chirurg komt, kunt u erop rekenen dat hij of zij luistert naar uw verhaal, met u uw wensen en verwach­ tingen bespreekt, nader onderzoek doet en met u doorneemt welke behandelingen mogelijk zijn. Uw orthopedisch chirurg is uw partner in zorg en deelt met u hetzelfde doel: dat u zo goed en snel mogelijk weer zoveel ­mogelijk kunt doen wat u wilt. Zorg voor beweging: gezamenlijke inspanning

De orthopedisch chirurg zorgt voor ­beweging. Daar is zijn of haar medische op­leiding op gericht en daar zet de ortho­ peed zich samen met alle collega’s voor in. Maar het is een gezamenlijke inspan­ ning met u. Als ook u zorgt voor bewe­ ging, houdt u uw lichaam zo fit mogelijk. Trots op orthopedie

De orthopedisch chirurgen zijn trots op hun vak. Ze vertellen er graag over, zoals u merkt in deze uitgave. Het vak is volop in ontwikkeling; verbetering van de kwaliteit van zorg is daarbij belangrijk én natuurlijk een verdere verbetering van de resulta­

66

zorg voor beweging | jaarmagazine 2014


ten. Zes verhalen van patiënten schetsen persoonlijke ervaringen en geven u een goed beeld van hoe orthopedie zorgt voor beweging.

familie en vrienden, vergroot het de mo­ gelijkheden om actief te zijn in de club en vereniging, en beïnvloedt dat ook zaken op de werkvloer.

‘Orthopedie houdt Nederland in b­eweging’

De orthopeed en de medische industrie

Dit is het motto van de Nederlandse Or­ thopaedische Vereniging (NOV). Haar le­ den, de orthopedisch chirurgen, zorgen er als medisch specialisten voor dat mensen weer in beweging komen, en in beweging kunnen blijven. Het effect hiervan is groter dan dit in eerste instantie lijkt. Want ieder van ons heeft familie en/of vrienden, is lid van een club of vereniging, doet betaald of vrijwilligerswerk, et cetera. Kortom: als iemand binnen de eigen mogelijkheden optimaal kan bewegen, heeft dat ook effect op de activiteiten met

COLOFON

Zorg voor beweging Jaarmagazine 2014 wordt u aangeboden door de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), ook namens uw orthopedisch chirurg. Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) Bruistensingel 128 5232 AC ’s-Hertogenbosch T +31 (0)73 700 34 10 nov@orthopeden.org www.orthopeden.org Zie ook de NOV-websites: www.zorgvoorbeweging.nl - informatie over aandoeningen, behandelingen en orthopedie;

Orthopedisch chirurgen voorzien in een optimale en toegewijde patiëntenzorg. Voor het verder bevorderen en verbeteren hiervan is een goed samenwerkingsver­ band met de medische industrie belang­ rijk. De NOV verlangt in dezen van haar leden de hoogste mate van integriteit, professioneel en ethisch gedrag. Dat staat vastgelegd in een professionele standaard, een gedragscode. Voor Zorg voor bewe­ ging maakt de redactie bij de rubriek ‘Stap voor stap’ gebruik van de kennis en kunde binnen de medische industrie. De NOV benadrukt dat alle artikelen vallen onder

www.mijnheupprothese.nl - site voor iedereen die meer wil weten over heupprothesen; www.youtube.com/user/zorgvoorbeweging korte films en animaties; twitter.com/zvborthopedie – Zorg voor beweging op Twitter; www.orthopeden.org - de NOV-organisatiewebsite. Zorg voor beweging staat onder inhoudelijke verantwoordelijkheid van de NOV Redactie, onder auspiciën van de NOV Commissie Communicatie en het NOV bestuur. Concept en eindredactie: NOV Vormgeving: Sjaak Lakerveld (Zorg voor Publiceren), Culemborg Fotografie: Werry Crone (Zorg voor Publiceren), Vleuten; Rieneke van Belzen (p. 5); Soenar Chamid/Lotto.nl (p. 21); Frank Kessel (p. 30); UMCG (p. 42); UMCU (p. 44); Bigstock (p. 48); NEFEMED

de redactionele onafhankelijkheid en ver­ antwoordelijkheid. Informatie en achtergronden

Als u behoefte heeft aan informatie dan geeft uw behandelend orthopedisch chi­ rurg antwoord op uw ­vragen. Buiten de consulten om kunt u altijd terecht op de informatieve website van de NOV: www.zorgvoorbeweging.nl. Bent u vooral geïnteresseerd in informatie over totale heupprothesen, ga dan naar www.mijnheupprothese.nl. Op www.youtube.com/user/zorgvoor­ beweging bekijkt u alle korte films en ­animaties en via Twitter @zvborthopedie blijft u op de hoogte van nieuws en ­wetenswaardigheden. Elke orthopedische maatschap heeft ook een eigen website: uw orthopedisch c­ hirurg informeert u hierover.

(DePuy Synthes Companies) (p. 56) Teksten: Jos Steehouder (Zorg voor Publiceren), Culemborg; NOV Druk: Drukkerij Damen, Werkendam Oplage: 56.000 ISSN: 1876-6765 © 2014 Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, ­opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de NOV. Zorg voor beweging Jaarmagazine 2014 is mede mogelijk gemaakt door de orthopedische industrie.

Arthrex Nederland bv; Link Nederland BV; Mathys Orthopaedics; Pro-Motion Group bv; Tigenix; Tornier B.V.; Bauerfeind Benelux B.V.; Bayer B.V.; Conmed Linvatec Benelux; Heraeus Medical; Implantcast Benelux bv; Medtronic Trading BV; Össur Europe BV; Oudshoorn Chirurgische Techniek; Stöpler; Wellspect Healthcare

orthopedie houdt nederland in beweging

67


Orthopedie houdt Nederland in beweging

‘Zorg voor beweging’ wordt u aangeboden door:

Bruistensingel 128 | 5232 AC ’s-Hertogenbosch | T 073 700 34 10 | F 073 700 34 19 nov@orthopeden.org | www.orthopeden.org | www.zorgvoorbeweging.nl | www.mijnheupprothese.nl


Zorg voor beweging Jaarmagazine 2014