Issuu on Google+

ilieu

Binnenm

Diverse instrumenten BESCHIKBAAR

Gezonde gebouwen en In de komende jaren staan we voor de opgave de bestaande gebouwvoorraad energiezuiniger te maken. Nieuwe gebouwen moeten in 2020 zelfs energieneutraal worden opgeleverd. Daar zijn forse inspanningen voor nodig. Belangrijk hierbij is dat de kwaliteit van het

deerd wordt door de eindgebruiker. Het selecteren van zo’n mix begint met inzicht in de huidige situatie, mogelijke risico’s en het doorzien van de gevolgen van bepaalde maatregelen. Om hier invulling aan te kunnen geven zijn er de nodige instrumenten ontwikkeld. Hierna een greep uit het arsenaal.

binnenmilieu nergens in het gedrang komt maar juist volop aandacht Binnenmilieuprofiel Woningen krijgt. Dit geldt voor zowel energiezuinige nieuwbouw als bij de verkenning en uitvoering van energiebesparende maatregelen in bestaande gebouwen. Hiervoor zijn diverse instrumenten ontwikkeld. Als stimulans voor het terugdringen van het gebouwgebonden energiegebruik heeft de overheid verschillende energiebesparingsconvenanten (onder meer het Lente-akkoord (nieuwbouw), Meer met Minder (bestaande bouw) en convenant sociale huursector) met marktpartijen afgesloten, teneinde de doelstellingen in de komende jaren te kunnen waarmaken. Marktpartijen zijn hierdoor zeer sterk gefocust op het bereiken van een goede energieprestatie van het gebouw, waarbij vaak onvoldoende rekening gehouden wordt met mogelijke consequenties voor de kwaliteit van het binnenmilieu. Dat is jammer, want een integrale aanpak van energiebesparing en binnenmilieu kan bestaande binnenmilieuproblemen verhelpen en de gezondheidskundige kwaliteit van gebouwen juist verhogen. En daar is de eindgebruiker (die zich voor meer dan 70 procent in een gebouw bevindt) mee gediend!

Kwaliteit binnenmilieu Verschillende factoren beïnvloeden de binnenmilieukwaliteit, variërend van de omgeving en de bouwkundige kwaliteit van het gebouw tot het type klimaatinstallatie, de beïnvloedingsmogelijkheden (bijvoorbeeld met thermostatische knoppen), inrichtingsmaterialen en, niet 2

juni 2012

onbelangrijk, het gebruikersgedrag. Het verband tussen binnenmilieu en gezondheid is zeer complex, doordat er dus veel factoren een rol spelen, die elkaar vaak ook onderling beïnvloeden. Belangrijke binnenmilieu-aspecten die een directe relatie hebben met gezondheid en energie(besparing) in gebouwen zijn: thermisch binnenklimaat (comfort), binnenluchtkwaliteit, geluid (van buiten, buren en van installaties) en licht (daglicht en kunstlicht).

Effecten Het is van belang te beseffen dat energiebesparende maatregelen zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben op het binnenmilieu. Zo leidt het isoleren van een beganegrondvloer tot minder koude voeten en levert dus meer thermisch comfort in de winter. Ook wordt door vloerisolatie condensatie onder vloerbedekking voorkomen, waardoor schimmels en de huisstofmijt minder kans krijgen. Maar isoleren betekent ook vaak kierdichting. En wanneer dat gebeurt zonder dat er goede ventilatievoorzieningen aanwezig zijn, leidt dit tot een gebrekkige luchtkwaliteit. Het is dus zaak om een afgewogen mix aan maatregelen te nemen waarbij zowel de energie- als binnenmilieuprestatie zal verbeteren en ook nog gewaar-

Geïnitieerd door Meer met Minder is door ISSO het ‘Binnenmilieuprofiel Woningen’ ontwikkeld. Het profiel geeft inzicht in de te verwachten binnenmilieukwaliteit en mogelijke risico’s. Het instrument is ontwikkeld als aanvulling op het energielabel voor woningen in de bestaande bouw. In de methodiek staan, net als bij het energielabel, het gebouw en de installaties centraal. Op het Binnenmilieuprofiel wordt via een stoplichtscore (groen, oranje, rood) een oordeel gegeven over acht binnenmilieuaspecten: luchtverversing, vocht en schimmel, verbrandingsgassen, thermisch comfort winter, oververhitting zomer, installatiegeluid, geluidisolatie en daglichttoetreding. Het Binnenmilieuprofiel is een prima instrument in de advisering. De opdrachtgever kan zelf aangeven op welke binnenmilieuaspecten hij absoluut groen wil scoren. In het maatwerkadvies kan de adviseur die wensen meenemen en vertalen in maatregelen.

KopStaart aanpak Vanuit het Lente-Akkoord is voor de nieuwbouw de KopStaart aanpak geïntroduceerd. Het realiseren van een gezond binnenmilieu speelt een belangrijke rol bij de integrale aanpak volgens de KopStaart aanpak. Het uitgangspunt is dat de opdrachtgever zich hard maakt voor de kwaliteit/prestaties van zijn eindproduct en daar met de uitvoerende partijen afspraken over maakt. Aan de kop, door de vereiste kwaliteit op te nemen in een duidelijk programma van


energie besparen eisen en door afspraken te maken hoe die kwaliteit uiteindelijk wordt getoetst, door wie en wat de consequenties zijn van afwijkingen. Onderweg, door regelmatig het werk te controleren. En bij de staart, door de inzet van gecertificeerde controles, waarbij wordt getoetst of de gevraagde kwaliteit ook echt is gerealiseerd.

Ventilatieprestatiekeuring Een van die belangrijke instrumenten bij de staart is de controle van het opgeleverde ventilatiesysteem via de Ventilatieprestatiekeuring (VPK). De VPK biedt (installatie)bedrijven de mogelijkheid om de kwaliteit van gerealiseerde ventilatievoorzieningen van woningen, scholen en kinderdagverblijven onder certificatie te beoordelen. Hierbij kan het gaan om nieuwe ventilatievoorzieningen, maar ook om bestaande. Bij een nieuwe voorziening kan worden beoordeeld of er gemaakt is wat er is afgesproken. Bij een bestaande ventilatievoorziening worden de prestaties van het systeem gemeten en kan beoordeeld worden of verbeteringen wenselijk zijn. Hanteren van de KopStaart aanpak met de VPK leidt in de praktijk tot de gewenste kwaliteit bij opleveren. En bij vervolgprojecten blijken de uitvoerende partijen het ook nog in één keer goed te kunnen doen, wat veel ergernis en faalkosten voorkomt.

Nu de vraag nog… Het beschikbaar zijn van instrumenten ten behoeve van de borging van de energie- en binnenmilieuprestatie in gebouwen wil nog niet zeggen dat deze breed worden toegepast. Veel partijen geven het nog onvoldoende prioriteit. Zo kan het gebeuren dat in meer dan 50 procent van recent gebouwde woningen de ventilatiecapaciteit zelfs niet voldeed aan de eisen van het Bouwbesluit (onderzoek BBA, febr. 2011). Met vergaande energiebesparing in het verschiet is het dus zaak om binnenmilieu, gerelateerd aan energiebesparing, maximaal op de kaart te zetten. Onder andere door een beleidsmatige verankering en sturing vanuit de overheid, waarvoor door het platform Binnenmilieu aan de ministeries van I&E en BZK een oproep is gedaan. De hiervoor genoemde instrumenten zijn daarbij als voorbeelden genoemd.

2013 actueel wordt, voorziet ook in een oplevertoets om te controleren of de in de EPC-berekening gehanteerde energiebesparende maatregelen ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Een controle van het ventilatiesysteem vormt onderdeel van de toets. Energiebesparing, zelfs tot energieneutraal, is noodzaak maar inspanningen op dat gebied moeten hand in hand gaan met het garanderen van een gezond binnenmilieu. Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid voor uitvoerende partijen. Ook opdrachtgevers en eindgebruikers moeten zich daarvan bewust zijn door het in hun vraag ook expliciet te benoemen. Hier liggen nog vele kansen, met name bij het contact tussen de EPA-adviseur en de klant. Auteurs: Marco Hofman (ISSO) en Frans de Haas (Platform Binnenmilieu)

Actieplan ventilatiesystemen Tevens is onder regie van de ministeries BZK en I&E een Actieplan ‘Kwaliteitsverbetering ventilatievoorziening door bouwbrede aanpak’ in voorbereiding. Dit actieplan moet ervoor zorgen dat de ventilatiesystemen in nieuwbouwwoningen voldoen aan de afgesproken kwaliteitseisen en een voldoende waarborg bieden voor een gezond binnenmilieu. Ook de eindgebruiker speelt hierin een belangrijke rol. Het energielabel nieuwbouw, dat vanaf

Stichting Platform Binnenmilieu heeft als centraal doel het verbeteren van de gezondheidskundige kwaliteit binnen gebouwen, waarbij er specifieke aandacht is voor de sectoren woningen en scholen. Binnen het Platform treffen vertegenwoordigers van gebruikers van die gebouwen, gezondheidskundige organisaties en bouwgerelateerde partijen elkaar om te bespreken hoe de gezondheidskundige kwaliteit in gebouwen geborgd of zo nodig verbeterd kan worden. En er worden gezamenlijk initiatieven genomen om daaraan bij te dragen. Deelnemers aan het Platform zijn: Nederlandse Woonbond, VACpunt Wonen, Lente-Akkoord, Meer met Minder, ISIAQ.nl, SBR, ISSO, TVVL, VLA, Astma Fonds (binnenkort Longfonds) en GGD Nederland.

Model Binnen­milieuprofiel


Artikel Gezonde Gebouwen