Issuu on Google+

OneWorld 5 / juni 2013

NUMMER 5 JUNI 2013

WIN DRIEDAAGS UITJE jAime de bourbon pArme

Prins(h)eerlijk mobieltje studenten en Asielzoekers sAmen

Eindhovense verbroedering commercie of principes

Worstelende wereldwinkels

geVaaRLijke mode Bengalen betalen de prijs, wij niet


NIEUW: oneWorld DATA ATLAS

Met gepaste trots presenteren OneWorld en NCDO de Data Atlas. De Atlas is de opvolger van de Millenniumdoelen-Atlas van NCDO, die de voortgang op de acht millenniumdoelen in beeld bracht. de data atlas gaat verder: ze biedt een uitgebreid scala aan kaarten en andere visualisaties over mondiale thema’s zoals voedselzekerheid, waterschaarste, klimaatverandering en conicten. Waar zijn ze het meest dorstig? Slagen we erin de broeikasgassen te temmen? De OneWorld-redactie duidt en interpreteert de gegevens en verzorgt haar eigen berichtgeving op basis van de data. vanaf 10 juni online

WWW. oneWorld.nl/atlas


oneworld INHOUD

Beeld stUdio de leijer

REDACTIONEEL

112 of 1127 doden

R

onze Labels tussen de bengAAlse puinhopen Zijn onze broeken en T-shirts te goedkoop?

12

de inspecteur Duikt in de belastingen 39 mArcel & jAn-dirk Wandelen tegen de landmijnen 48

mALaLa’s lessen

Meer meisjes naar school in Pakistan

36

NUMMER JUNI

OneWorld/juni

ampen maken een mens soms cynisch. Begin april vertrok OneWorld-reporter Annemiek Huijerman naar Bangladesh. Een reis van minister Ploumen, gepland voor eind maart, was niet doorgegaan omdat de hoofdstad Dhaka platgelegd was door stakingen. Een stoet van journalisten zou ze in haar gevolg hebben gehad, naast vertegenwoordigers van Nederlandse kledingfabrikanten zoals C&A, die in Bangladesh kleding laten maken. Wij vonden het verhaal over de Bengaalse kledingfabrieken belangrijk genoeg om er toch heen te gaan. In november 2012 had er immers een inferno plaatsgevonden bij Tazreen Fashion ltd, waarbij 112 doden vielen. Zou die ramp tot een verbetering van de veiligheid van de fabrieksarbeiders hebben geleid? Annemiek raakte niet onder de indruk van de sense of urgency die na de brand was ontstaan. De veiligheidsinspecties, zo leerde ze, stelden nog steeds weinig voor. Annemiek had nog maar amper haar hielen gelicht, of die constatering bleek maar al te waar. Op 24 april stortte het Rana Plaza-gebouw in. Het was een ramp zonder weerga, waarbij 1127 mensen het leven lieten. Nu was er ineens wel massale media-aandacht, en richtten de schijnwerpers zich ook op de westerse kledingmerken waarvan de labels uit de puinhopen te vissen waren. Een aantal hebben inmiddels het Bangladesh Veiligheidsakkoord ondertekend. Andere (waaronder mijn eigen kledingleverancier MEXX) ‘overwegen’ het. Da’s mooi, maar waarom pas na de tweede ramp? Hans aRiëns

WIN DRIEDAAGS UITJE JAIME DE BOURBON PARME

Prins(h)eerlijk mobieltje STUDENTEN EN ASIELZOEKERS SAMEN

Eindhovense verbroedering COMMERCIE OF PRINCIPES

Worstelende wereldwinkels

GEVAARLIJKEMODE Bengalen betalen de prijs, wij niet

thuis in oost-congo

Jaime de Bourbon Parme strijdt voor conflictvrije mobieltjes en tv’s

40

cover Dhaka, Bangladesh. Miraj (21) werkt tien uur per dag in een kledingfabriek en verdient 5000 taka (circa 50 euro) per maand. coverFoto g.m.B. akasH

ONEWORLD 3


GENRE

XXXX XXXXXX

BETROKKEN INSpIREREND wERELDS ONDERNEmEND BE pART OF IT! NEEm EEN GRATIS ABONNEmENT ontvang je oneWorld magazine nog niet thuis? ga dan naar www.oneworld.nl/magazine en meld je aan. abonnementen in nederland zijn gratis. Woon je in het buitenland, dan betaal je â‚Ź 30,- (europa) of â‚Ź 40,- (buiten europa) per 10 nummers. VoLg oneWoRLd ook Via : twitter: www.twitter.com/oneworldnl www.twitter.com/owvacatures: de grootste vacaturebank met jobs voor een betere wereld

facebook: www.facebook.com/oneworldnl

NUMMER JUNI OneWorld/juni

NUMMER 3 APRIL 2013

NUMMER 1 fEbRUaRi 2013

2013

OneWorld/maart

NUMMER MAART

WATERVOETAFDRUK

ja

Fietsen tegen uitbuiting 3js in cambod

voer lokaal varkens

e Knor loopt op lupin vette vangst

Bangladesh drijft op tijgergarnaal

2700 liter voor een shirtje GEVLUCHTE SYRISCHE VROUWEN

Wachten op de val van Assad COLUMN

Grunbergs testosteron

ALLES VOOR EN DE KINDERLE y’s Moeders over hun bab

WIN TAS VAN INDIASE BILLBOARDS plouMen

tristraM stuart

geniet Van kliekjes

Eten uit de vuilnisbak de herkoMst Van

onze Modepo

p

DE GULLE HAND

VAN DE EMIR VAN

Hulp is een vorm van jihad QATAR

STUDENTEN EN ASIELZOEKERS

Patatten eten als inburgering DE LAATSTE ROEPING

SAMEN

Eindhovense verbroedering COMMERCIE OF PRINCIPES

Worstelende wereldwinkels

EN

Tijd van de missionaris is voorbij

PArADiJs BeLAstingFA EMODE BRICEERJ GEV LD Po EnAAR De prijs, wij niet betalen deLIJK ingoede doelen omzeilener Bengale de fiscus

VEDEMAN!

Mannelijkheid in beweging

WIN DRIEDAAGS UITJE

JAIME DE BOURBON PARME

CHIKA UNIGWE

Indonesische Barbie

NUMMER MEI

Prins(h)eerlijk mobieltje

Volgens lilianne

Minister met twee petten hulp en handel

Win TwEEpERSOONS HANGmAT

OneWorld/mei 

OneWorld 3 / april

Win

Ook

EIGENUTOPIE In ArgentiniĂŤ gebeurt

het

aCtie

4 ONEWORLD


oneworld COLOFON

INHOUD

OneWorld is een gratis uitgave van NCDO. NCDO staat voor Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling. NCDO betrekt mensen in Nederland bij internationale samenwerking. www.ncdo.nl Meningen en standpunten die te lezen zijn in dit blad, worden niet noodzakelijkerwijs door NCDO onderschreven. OneWorld werkt samen met lokaalmondiaal en Vice Versa in het Wereldmediahuis. www.wereldmediahuis.nl OneWorld verschijnt tien keer per jaar. Het volgende nummer verschijnt op 2 juli. Hoofdredacteur Hans Ariëns Adjunct-hoofdredacteur Lonneke van Genugten Redactie Annemiek Huijerman, Ellen de Lange, Sanne Terlingen, Martijn van Tol Redactiecoördinator Trisha Goossens Stage Joanne de Jager, Antje Tilstra en Evelien Veldboom Aan dit nummer werkten mee G.M.B. Akash, Esther Bakker, Abdelkader Benali, Stijntje Blankendaal, Peter Boer, Pieter van den Boogert, Kees Broere, Jan-Dirk van der Burg, Stijn Cornelissen, Ton Dietz, Martijn van de Griendt, Eva Hoeke, Jan-Albert Hootsen, Peter de Jaeger, Marcus Koppen, Peter van Lieshout, Anaïs López, Michel Maas, Wilma van der Maten, Menno van der Meulen, Alphonse Muambi, Jeroen Oerlemans, Loethe Olthuis, Ewoud Rooks, Marcel van Roosmalen, Ruerd Ruben, Monique Samuel, Mark Schalekamp, Vamba Sherif, Remko Tanis, Babah Tarawally, Bas Verbeek, Dirk Wanrooij, Matty van Wijnbergen, Marianne Wilschut, Femke van Zeijl Marketing & sales Gaby Hafkenscheid (marketing), Alicia van Vliet (advertentieverkoop), a.vanvliet@ncdo.nl Basisontwerp Bruno Heemskerk Vormgeving Bouwe van der Molen, Barbara Pilipp Beeldredactie Anja Koelstra Media-concept Suzanne Weusten Lithografie MediaTraffic Press, Amsterdam Druk Habo DaCosta, Vianen

Weg van de baarden en boerka’s Heimelijk bloeit de rockscene in Kabul

26

Redactieraad Amma Asante, Pieter Broertjes (voorzitter), Tineke Ceelen, Anna Chojnacka, René Grotenhuis, Kitty van der Heijden, Aad van den Heuvel, Arie de Ruijter, Mette te Velde Abonnementen OneWorld is gratis voor abonnees in Nederland. Abonneren, opzeggen, wijzigingen doorgeven of vragen stellen kan via www.oneworld.nl/magazine Abonnees in het buitenland betalen vanaf januari 2012 € 30,- in Europa, en € 40,- buiten Europa per tien nummers. Voor aanmelden: www.oneworld.nl/magazine/abonnement-het-buitenland Voor abonnees in het buitenland geldt: voor het beëindigen van een abonnement geldt een opzegtermijn van een maand vóór afloop van de abonnementsperiode. Zonder wederopzegging worden abonnementen na de eerste abonnementsperiode omgezet in een abonnement voor onbepaalde tijd. Inning van het abonnementsgeld blijft gelijk aan de periode waarvoor het abonnement is aangegaan. Na omzetting van het abonnement naar onbepaalde tijd geldt een opzegtermijn van 3 maanden vanaf de dag dat de opzegging ons heeft bereikt. Oxfam Novib Wereld- en Totaalabonnees kunnen zich richten tot: Oxfam Novib, Mauritskade 9, 2514 HD Den Haag. Tel. 070 342 17 77 Wij nemen uw gegevens op in een gegevensbestand. Deze gegevens worden gebruikt voor de uitvoering van met u gesloten overeenkomsten, zoals de abonnementenadministratie. Daarnaast kunnen de gegevens door OneWorld, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante informatie en/of speciale aanbiedingen van producten en diensten. Mocht u hier bezwaar tegen hebben dan kunt u ons hiervan per post (NCDO, afd. marketing OneWorld, Postbus 94020, 1090 GA Amsterdam) op de hoogte stellen.

Actie Win een driedaags uitje 34

Afrekening met de seventies

Modernisering wereldwinkels doet pijn

44

RUBRIEKEN Entree 6 De toestand in de wereld 10 Rondje wereld 24 Aan de slag 32 Open keuken 47 Op de kop getikt 55 Media & cultuur 56 Mijn oplossing 58 COLUMNS Kees Broere 8 Mark Schalekamp 33 Abdelkader Benali 35 Babah Tarawally 43 Loethe Olthuis 54

OneWorld magazine is gedrukt op PEFC gecertificeerd papier. PEFC-certificaatnummer ch11/0646 De redactie van OneWorld heeft datgene gedaan wat redelijkerwijs van haar kan worden gevergd om de rechten van de auteursrechthebbende op de beelden te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich binnen twee maanden na verschijnen wenden tot de redactie van OneWorld.

Multiculturele idylle

Asielzoekers en studenten samen

50

ONEWORLD 5


ENTREE BERICHTEN VAN HIER EN DAAR

Een baan om te huilen China Met het bezingen van de doden valt nu nog goed geld te verdienen in China. Maar de cd-speler ligt op de loer.

V 

Beeld remko tanis

oor iemand die betaald wordt om te rouwen, lacht Wang Meifang (59) opmerkelijk veel. “Ik verdien duizend Yuan (125 euro, red.) per begrafenis”, glimlacht Wang. Op het Chinese platteland worden vaak professionele zangers ingehuurd om te rouwen voor een dode op de dag van hun begrafenis. De zangers bezingen met lange uithalen al het goeds dat de over­ ledene heeft gedaan voor zijn of haar familie en voor de samenleving. De familieleden zelf spreken niet bij de begrafenis. Wang zingt voornamelijk bij begrafenis­ sen in Wanxiang, een plattelandsdorp buiten Shanghai. In het dorp is zij de enige professionele weenster. “Ik ben

‘Beste senatoren, God heeft de homo geschapen, waarom zouden wij twisten over zijn beslissing?’ Aldus democratisch senator Ron Latz medio mei tijdens een vier uur durend emotioneel debat waarna het homohuwelijk in de Amerikaanse staat Minnesota werd gelegaliseerd.

oneworld.nl

Oost, west, thuis best?

Niet volgens wetenschappers uit de VS. Op ­basis van vier miljard tweets hebben zij ontdekt dat mensen gelukkiger worden naarmate ze verder van huis zijn. Om het ‘geluk’ van een tweet te beoordelen, werd gezocht naar positieve woorden, zoals: ‘nieuw’, ‘geweldig’, ‘koffie’ en ‘lunch’. Hoe meer kilometers achter de rug, hoe vrolijker er wordt getwitterd. Lees verder op oneworld.nl/geluk 6 ONEWORLD

best bang voor dode mensen, maar het hoort erbij.’’ Vroeger zongen de nabe­ staanden zelf. De Culturele Revolutie van de jaren ’70, waarin soberheid werd afgedwongen, heeft de traditie echter op een haar na verwoest. Toen de revolutie voorbij was, wisten weinigen nog hoe je een dode bezingt. “We bedienen met tien zangers alle ­dorpen ten oosten van Shanghai’’, zegt Wang. Maar in plaats van een culturele revolutie wordt de plattelandscultuur van de dodenzang tegenwoordig bedreigd door de oprukkende verstede­ lijking, volgens Wang. “Steeds vaker zien we dat jongeren bij de begrafenis van hun ouders een cd afspelen.” Remko Tanis

529 miljard dollar werd in 2012 door migranten teruggestuurd naar huis

Bron: WorldBank FactBook


Kooplui vogelvrij Nigeria Ondernemers vechten voor hun marktkraam. “De nieuwe huur is te hoog voor ons.” Beeld femke van zeijl

G

roenteman Adeniran Samuel (38) staat al jaren op de markt in Lagos, Nigeria’s grootste stad. Toch weet hij niet of hij volgende week nog een marktstal zal hebben. Voor de tweede keer in zijn loopbaan dreigt de markt waar hij zijn waar verkoopt te v­ erdwijnen. Een week eerder kregen de marktlui een ontruimingsbrief. Binnen drie dagen moesten ze hun spullen hebben gepakt. De markt moet wijken voor het verbre­ den van de sloot erachter. Zo wil de

lokale overheid de waterafvoer tijdens het regenseizoen verbeteren. Samuel: “Op dit moment nieuwe koopwaar ­aanschaffen is riskant. We weten niet of de markt er morgen nog is.” Samuels vrouw verkoopt een paar stalletjes­ ­verderop bakproducten. Sluiting is

Bericht uit pakistan

Squashen zonder ballen Waar een wil is... worden meisjes jongetjes in Pakistan

o

p haar twaalfde meldde Maria ­ Toorpakai zich bij de squash-opleiding van de Pakistaanse luchtmacht. Omdat sporten voor vrouwen in de conservatieve regio Waziristan onacceptabel is, verkleedde ze zich als jongetje. Na twee maanden hadden medespelers haar vermomming door en werd ze ernstig ­mishandeld. Noodgedwongen oefende ze thuis, beschermd door scherpschutters. Drie jaar lang stuurde Maria, volgens eigen zeggen, elke dag een brief met noodkreet aan westerse organisaties. Nu traint Maria in vrijheid in Canada en staat ze in de top 50 van beste squashsters ter wereld. Bekijk het interview op oneworld.nl/maria

een drama voor zijn gezin, zegt Samuel. “De vorige markt waar we weg moesten, wordt herbouwd. Maar de nieuwe huur is te hoog voor ons.” Wat hij zal doen als de markt daadwerkelijk verdwijnt? “Dan zoeken we een andere plek om te verko­ pen. Life must go on.” Femke van Zeijl

happy apps

Drie apps voor het doen van duurzame boodschappen Boodschapp Zitten er meer sinaasap­ pels in een pak sap van het huismerk of het A-merk? Deze app vergelijkt supermarktproducten op samenstel­ ling en prijs. Voor iPhone en Android Slimkokenapp Geen halve pan rijst meer in de afvalbak. Met deze app weet je precies genoeg te koken en de restjes, als er toch wat over blijft, goed te bewaren. Voor iPhone en Android SuperWijzer Scan producten in de supermarkt op dierenwelzijn en natuurbelasting. Voor iPhone ONEWORLD 7


ENTREE

Xxx Internetvervuilers

small solution

Regenmeters voor Afrika

Wham, spam thank you ma’m! De Nigeriaanse spammails waarin gratis oliemiljoenen worden aangeboden, vallen in het niet bij de webvervuiling die via westerse en Aziatische computers wordt doorgesluisd.

noordAmerika

Azië

afrika andere ZuidAmerika

europa

Bron: sophos.com, dec 2012 - feb 2013

Column

‘To the left, right?’

A 

uto’s in Bhutan rijden links. Toch? ‘That’s correct’, vertelde een inwoner van dat land mij ooit, ‘We drive on the right side of the road.’ Aan de ‘goeie’ kant dus; links. Ook in Kenia is links die goeie kant. Voorrang is er voor verkeer van rechts. Beide kanten van de weg mogen gebruikt worden door auto’s met ­sirenes, en dus helaas ook door mensen die zichzelf belangrijk wanen en die achter die auto met sirene aan rijden. Redelijk overzichtelijk, al met al. Wie zelf in een auto rijdt, aan de linker­ kant van de weg en met het stuur dus rechts, vindt links of rechts van dat stuur de richtingaanwijzer voor links danwel rechts. Naar beneden is linksaf. Rechtsaf is dan naar boven, al kan dat ook aangegeven worden door een ­rechterarm uit het raam te steken.

8 ONEWORLD

Is dat laatste onmogelijk, bijvoorbeeld vanwege bepantsering van de wagen, dan kan achterop, links danwel rechts, een sticker geplakt worden met de tekst: No hand signals given. Helder, nog steeds. Wie echter zelf in een auto rijdt, de weg niet weet, maar wel een Afrikaanse medepassagier naast zich heeft, die kan in de problemen komen. In Kenia, en overal elders in Afrika. ‘Dan ga je hier linksaf’, zal de mede­ passagier namelijk zeggen. En daarbij de rechterarm naar rechts uitsteken. Lastig? Link? Welnee. Gewoon recht­ door rijden.

Journalist Kees Broere woont en werkt sinds 1998 in Nairobi, Kenia.

Met een WII kun je leuke spelletjes spelen, maar natuurkundige Rolf Hut haalt ze uit elkaar om er wereldverbeterende apparaten mee te bouwen. Zoals een regenmeter, die boeren in Afrika helpt een incidentele bui te onderscheiden van het begin van het regenseizoen. De meter luistert naar de ­vallende regendruppels en registreert daarmee de ­hoeveelheid water. Zo weten boeren wanneer er gezaaid of geoogst moet worden. Een beetje regenmeter kost 3000 euro, maar die van Hut is er al voor 300 euro. Hut wil er twintigduizend produceren om water en weer in heel Afrika in kaart te brengen. Bij het ontwerp zijn ook de ideeën van ­Afrikaanse studenten betrokken. Hut: “Een leuk idee is om met kleine vochtvreters de luchtvochtigheid te meten. Bij vochtig weer slurpen ze water op en bij droog weer laten ze dat weer los. Door die zakjes regelmatig te wegen kun je exact de luchtvochtigheid bijhouden.” peter de jaeger


Beeld stijntje Blankendaal

Ex-drugsbaron helpt winkeliers op gang Brazilië Parfum, auto’s en snacks: binnenkort opent de eerste shopping mall in een favela.

Z

akenman Celso Athayde (50) gaat het eerste winkelcentrum in een sloppenwijk van Brazilië uit de grond stampen. Locatie: het beruchte Complexo do Alemão, een favela in het noorden van Rio de Janeiro. Sinds de verdrijving van de drugshandel door het leger twee jaar geleden zijn de wapens er uit het straatbeeld verdwenen. Winkels en barretjes floreren. Athayde: “Ik heb al 22 grote merken ervan overtuigd om te komen, zoals de snackketen Bob’s, een parfumeriewinkel en motorfabrikant Honda. Het idee is dat de plaatselijke winkeliers en straatventers zakenpart­ ners worden in het winkelcentrum.”

Athayde is zelf opgegroeid in een favela. Van zijn zevende tot zijn veertiende woonde hij met zijn moeder en broer op straat. Athayde: “Ik snoof lijm, vouwde pakketjes cocaïne en stond op de uitkijk voor drugshandelaren.” Hij wist zich aan de drugshandel te ontworstelen en op zijn vijftigste is hij de Favela Holding begonnen, waar het winkelcentrum deel van uitmaakt: “Ik wil werk genereren voor de jongeren hier. Ik weet dat de meesten niet zo ver zullen opklimmen als ik, maar misschien kunnen ze wel verder komen dan mijn jongensdroom: autobandenmaker.” sTijnTje BLankendaaL

120.000 Griekse wetenschappers hebben hun land sinds 2010 verlaten Bron: to ethnos

goed bezig

na haar vrijwilligerswerk met straatkinderen in uganda weet de 18-jarige nienke Voppen niet meer van ophouden. je richtte een stichting op, dat is niet niks. “klopt. ik heb het best druk met mijn studie, maar ik wilde meehelpen straatkinderen in uganda naar school te laten gaan. ik kan mensen wel vragen mij geld te geven, maar niet iedereen gelooft me op m’n blauwe ogen, zoals m’n moeder altijd zegt. dus heb ik de omwana sichting opgericht, om schoolgeld in te zamelen.” Weet jij op je 18e dan wat goed is voor straatkinderen? “Wat ik weet is dat straatkinderen recht hebben op onderwijs. vaak zijn ze heel intelligent.” Levert het jou ook iets op? “ik krijg energie als ik kan helpen een kind weer positief naar de toekomst te laten kijken. een meisje, rebecca, nam me mee naar het graf van haar moeder. of ik even op het graf wilde poseren. ‘dan heb ik de twee belangrijkste mensen in mijn leven op de foto’.” joanne de jageR ONEWORLD 9


DE toestand in de wereld commentaar

wereld

Groter groeien

INDONESIë

Kastesysteem Hoe hoger je status, hoe meer je vangt van arme mensen, ontdekt Michel Maas.

Textielindustrie Hoe concurreren landen als Marokko en Mauritanië met China, vraagt Peter van Lieshout zich af.

S

tel, je bent president van een land dat te trots en te welvarend is om nog te willen leunen op ontwikke­ lingshulp, maar dat voor een belangrijk deel zijn weg in de wereldeconomie nog moet vinden – bijvoorbeeld Marokko of Mauritanië. Wat te doen? Eerst probeer je het bij een aantal westerse landen. Dat blijkt opvallend goed te lukken – zowel de VS als de EU hebben aantrekkelijke regels voor landen zoals het jouwe. Toch groeit je handel maar matig. Het blijkt dat je producten te duur zijn – de textiel van de Chinezen is veel goedkoper. Wat te doen? Je kunt proberen superieure technologie in huis te halen, je medewerkers beter te trainen, of goedkoper te werken door grootschalige productie. Al die methoden kosten geld. Als president besluit je de beperkte leencapaciteit van je land te gebruiken om de benodigde middelen beschikbaar te krijgen. Na verloop van tijd blijkt geen van deze methoden echter veel zoden aan de dijk te zetten. Je weet niet meer wat je moet doen. Dit voorbeeld is niet willekeurig gekozen: het afgelopen decennium kregen de textielindustrieën in Marokko en Mauritanië forse klappen. Beide landen zagen zich gedwongen op te schuiven naar de niche van bijzondere en bewerkelijke textiel. Hoe het precies verder moet, weten ze niet. Er lijkt echter verandering op komst. Inmiddels heeft in China de firma Foxconn – van oorsprong Taiwanees, maar met grote productiefaciliteiten op het Chinese vaste land, en onder andere fabrikant van iPhones – aangekondigd het komende jaar meer dan een miljoen werknemers te gaan vervangen door robots. De lonen in China beginnen hoog genoeg te worden om dat mogelijk te maken. China wil niet langer de werkplaats van de wereld zijn. Het is dus nog even wachten totdat de presidenten van Marokko en Mauritanië hun textielindustrie weer zien bloeien. Goed nieuws …? Psycholoog en filosoof Peter van Lieshout is lid van de WRR. Hij leidde het onderzoek naar de toekomst van ontwikkelingssamenwerking, dat resulteerde in het rapport Minder pretentie, meer ambitie. 10 ONEWORLD

Geld regent omhoog

D

e ‘RT’, is zo’n beetje de laagste functionaris in de Indonesische hiërarchie. Hij bestuurt niet meer dan een paar straten. Toch is hij iemand, want als RT heeft hij toegang tot de echelons boven hem: de camat en de lura. Die hebben hele wijken onder hun hoede. Zij hebben een eigen kantoor met eigen ambtenaren en eigen auto’s. Ook zij zijn niet echt belangrijk, maar ook zij hebben toegang tot het echelon daarboven: de burgemeester, de bupati (regent), de gouverneur en als allerhoogste: het parlement en de president. Ik kwam afgelopen week heel even heel erg hoog: de trede net onder de top. Een senator pochte met zijn persoonlijke vriendschap met de president. Om dat te bewijzen had hij foto’s in zijn tas: van hemzelf en van Susilo Bambang Yud­ hoyono. Hij deed ‘een beetje’ in palmolie, zei hij. Op mensen die ‘iets’ zijn in Indonesië, regent het altijd geld. Waterdruppels vallen naar beneden, geld regent omhoog. Hoe hoger je staat, hoe meer je vangt. Daar hoef je weinig voor te doen. Iedereen wil je wat geven. Zoals ze vroeger geschenken legden aan de voeten van de prins of de sultan, zo leggen ze die nu voor de voeten van de bestuurders, in de hoop op een gunst. Op deze senator regende het flink, zo te zien: aan zijn ene hand droeg hij een zware gouden ring met saffieren, en aan zijn andere een diamant ter grootte van een suikerklont. Zijn haar was zwart geverfd, en zijn ogen waren voortdu­ rend op zoek naar vrouwenbenen. Indonesië is wat dat betreft nog steeds een feodale samenleving. De vorsten zijn verdwenen, maar hun plaats is ingenomen door een nieuwe kaste.

Michel Maas is correspondent voor de NOS en de Volkskrant. Zijn standplaats is Jakarta in Indonesië.


Amerika

Verkeerde vrienden

KENIA

Aardappels Er liggen kansen voor Nederlandse ondernemers in Afrika, denkt Ton Dietz.

Bondgenoten Dat de VS samenwerken met on­ democratische staten voedt terrorisme, vindt Monique Samuel.

E

nkele weken geleden bezocht de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry de Europese Commissie. Na afloop was er een persmoment waarbij jonge EU-trainees vragen mochten stellen. Er was veel aandacht voor trans-Atlantische betrekkingen en een van de diplomatieke talenten vroeg geïnteresseerd naar het Ameri­ kaanse beleid ten aanzien van het Midden-Oosten. Kerry’s reactie was angstvallig oppervlakkig en tegelij­ kertijd ongekend veelzeggend. ‘To continue to build strong partnerships with the moderate powers such as Jordan and Saudi-Arabia’, zo vatte hij de Amerikaanse positie samen. De minister sprak met geen woord over mensenrechten en democratie, over het Palestijnse vluchtelingenprobleem of de Syrische tragedie. De Amerikanen denken slim te zijn door stabiele, maar ondemocratische landen als Jordanië en Saudi-Arabië te steunen. Dat het Jordaanse koninkrijk in de regio berucht is om zijn veiligheidsdiensten, de hardhandige onderdruk­ king van opstanden en de politieke achterstelling van twee­ derde van de burgerbevolking (de Palestijnse-Jordaniërs) nemen ze voor lief. Ook Saudi-Arabië is een dankbare bondgenoot. In ruil voor olie, informatie over potentiële terroristen en militaire aanwezigheid zijn de Amerikanen bereid om elke vorm van onrecht door de vingers te zien. En dus werken ze samen met een knettergek koningshuis dat vrouwenonderdruk­ king een goddelijke taak vindt, andersdenkenden en anders­ gelovigen het hoofd afhakt en radicale bewegingen steunt. Intussen veranderen de Jordaanse gevangenissen in een broedplaats voor terrorisme en voeden Saudische oliedollars wereldwijd honderden radicale terreurorganisaties. Waren de Amerikanen maar wat slimmer, dan zouden ze weten hoe vreselijk dom ze zijn. Monique Samuel is politicoloog, afgestudeerd in International Relations and Diplomacy aan de Universiteit Leiden en auteur. Ze schreef het boek Mozaïek van de revolutie. Ze heeft een Egyptische achtergrond.

Frietje mét

M

ijn gewaardeerde Nijmeegse collega Paul Hoebink houdt niet van aardappelen. In de Volkskrant noemt hij pootaardappelen als klassiek voorbeeld van hoe het fout gaat als het bedrijfsleven aan ontwikkeling gaat doen. Hij heeft het over horrorverhalen: ‘van Nederlandse pootaardappelen die in vloeibare vorm onder de deur van de opslag in het ontvangende land door kwamen’. En inder­ daad, er is in het verleden veel misgegaan en daar zou je van moeten leren. Aardappeltelers hebben dat gedaan en laten zien dat ontwikkeling en handel samen heel goed door een deur kunnen, als je het goed doet. Met aardappelen is per hectare en per arbeidsinzet veel meer voedselenergie te produceren dan met vrijwel alle andere basisvoedselgewassen. Dat geldt ook voor Afrika: waar het klimaat en bodem geschikt zijn, stapt men over op aardappels. Dat zie je in Kenia en in Uganda, vooral in de dichtbevolkte gebieden. Tussen 1961 en 2011 is de productie van aardappelen in Afrika meer dan vertienvoudigd en een gemiddelde Afrikaan eet nu 25 kilo aardappels per jaar. Vooral het areaal neemt enorm toe, maar ook de opbrengst per hectare stijgt gestaag. Gemiddeld is de productie nu 14 ton aardappel per hectare. Tien jaar geleden was dat nog maar 10 ton. Nederland behoort tot de topproducenten van kwaliteits­ aardappelen en vooral van pootgoed. Een Nederlandse boer produceert 44 ton aardappelen per hectare. Er is niets mis met het afrikaniseren van die kennis en kunde. Zodat Paul Hoebink bij zijn volgende bezoek aan Afrika een lekker frietje kan nuttigen bij zijn glaasje wijn. En er zal best nog wel eens ergens in Afrika een mislukte lading aardappelen onder een deur door komen sijpelen. Zoals er ook in Neder­ land op voedselgebied wel eens wat mis gaat.

Ton Dietz is hoogleraar Ontwikkeling in Afrika aan de Universiteit Leiden en directeur van het Afrika Studiecentrum in Leiden. Hij was een van de initiatiefnemers van de Worldconnectors, een denktank voor mondiale vraagstukken. ONEWORLD 11


THEmA

Achter het etiket

fashion viCtims

na de rampen in de kledingfabrieken in Bangladesh beloven de regering daar en westerse inkopers beterschap. naast alle misère werken veel fabrieken er al aan veiliger produceren. en in nederland bedenken jonge ontwerpers hun eigen methodes voor het maken van duurzame kleding.

12 ONEWORLD


kilo­knaller van de kleding Waarom wordt goedkope kleding vaak zo duur betaald? Met deze vraag reisde OneWorld naar Bangladesh. Kort na deze reis voltrok zich de grootste ramp in de kledingfabrieken ooit, en werd die vraag des te urgenter. Net als: wat doen westerse merken voor de veiligheid van de werknemers die voor een schijntje onze broeken en shirts in elkaar zetten? Tekst Annemiek Huijerman Foto’s g.m.b. akash

A Xxx xxx xx

linoor moest springen voor haar leven op 24 november vorig jaar. Op die zaterdag brak brand uit in de fabriek van Tazreen Fashion Ltd., waar ze werkte. Alinoor (35), getrouwd en twee doch­ ters van 16 en 14, was er assistente op de garen­ afdeling. Nu zit ze in de middaghitte werkloos op de rand van een leeg waterbassin in de schaduw van bamboebossen in Ashulia, ten noordwesten van Dhaka, waar veel kledingfa­ brieken zijn. Achter het groen rijst het zwartgeblakerde, negen verdiepingen hoge fabrieksgebouw van Tazreen op. Ze vertelt: “Ik was aan het werk op de derde verdieping, met 400 vrouwen en 25 voormannen. Aan het einde van de middag kwam er rook omhoog, en hoorde ik mensen ‘brand!’ roepen. Ik rende naar beneden, maar vanaf de tweede verdie­ ping kon niemand meer via de trap wegkomen. Mensen begonnen de tralies voor de ramen weg te breken, waarop ik naar buiten ben gesprongen. Ik raakte gewond aan mijn benen en brak mijn ribben. Na een operatie verbleef ik drie weken in het ziekenhuis. Van de werkgeversvereniging heb ik 50.000 taka (490 euro) voor levensonderhoud gekregen. Voor de medische kosten, 47.000 taka (460 euro), moest ik van familie lenen. We leven van giften; mijn man is ook werkloos.” Ook Alinoors collega Amina (38) ontsnapte aan de dood via een raam op de vierde verdieping. Amina, getrouwd, een dochter van 18 die ook in de kledingindustrie werkt, en twee ONEWORLD 13


THEMA

Achter het etiket

Grote kledingmerken geven 25 keer meer geld uit aan advertenties dan aan lonen.

zoons van 15 en 14, is er zichtbaar slecht aan toe. De rechter­ kant van haar gezicht is gezwollen en haar gekneusde rech­ terarm draagt ze in een harde kunststof mitella. Amina: “Met een paar vrouwen hebben we een grote ventilator deels kun­ nen loswrikken uit de buitenmuur. Ik was doodsbang, maar ben toch gesprongen. Ik raakte zwaar gewond en was vier dagen buiten bewustzijn. Drie maanden heb ik in het zieken­ huis gelegen. De kosten, 85.000 taka (830 euro), heeft de werkgeversvereniging betaald. Salaris krijg ik niet meer.” Alinoor en Amina hebben de ramp overleefd. Maar 112 van hun collega’s zijn omgekomen, van wie enkelen nog steeds niet zijn geïdentificeerd, en minstens 150 mensen raakten gewond. Niet eerder vielen in Bangladesh zoveel slachtoffers bij een brand. Tazreen produceerde kleding voor Walmart en Sears en werkte op dat moment ook aan een zending van 220.000 sweatshirts voor C&A Brazilië. Toen het vuur ontstond waren ongeveer 1150 mensen in het pand aan het overwerken om bestellingen van westerse kledingmerken, broeken voor mannen, op tijd te kunnen leveren. Veel slachtoffers vielen doordat vluchtwegen waren geblokkeerd en nooduitgangen op slot zaten. Ook had een voorman gezegd dat er een brandveiligheidsoefening aan de gang was, en dat iedereen aan het werk moest blijven, consta­ teerde het onderzoeksteam van Stichting Veiligheid, Gezondheid en Milieu (OSHO) van Bangladesh. 14 ONEWORLD

Geteisterd door ongelukken

Precies vijf maanden na ‘Tazreen’, op 24 april, voltrok zich de grootste ramp ooit in de kledingindustrie, met ruim 1150 doden en honderden gewonden. Rana Plaza, een gebouw van acht verdiepingen in Savar, een voorstad aan de westkant van Dhaka, met een bankfiliaal, winkels en vijf kledingfabrieken, stortte in. De dag ervoor waarschuwden scheuren in het gebouw, waarop enkele verdiepingen zonder vergunning waren neergezet, voor wat komen ging. Maar eigenaar en politie zagen geen aanleiding om de fabriek te ontruimen en zeiden dat mensen weer aan het werk konden. Die deden dat, want anders werden ze gekort op hun salaris. De reis van OneWorld was toen al ten einde, maar ‘Rana Plaza’ maakt de vraag des te urgenter: hoe kan het dat een bedrijfstak die zo belangrijk is voor de economie van Bangla­ desh, zó wordt geteisterd door branden en instortingen? Als president van de in 1984 opgerichte National Garment Workers Federation (NGWF) spant Amirul Haque Amin zich al zo’n jaar of twintig in voor betere werkomstandigheden en lonen van de kledingarbeiders. In het kleine vakbondskan­ toor in het centrum van Dhaka hangen foto’s van demonstre­ rende kledingwerkers, altijd met Amin in de voorste linies, achter het spandoek. Terwijl de ventilator aan het plafond zoeft en de elektriciteit af en toe uitvalt, vertelt de vakbonds­ man dat de Tazreen-brand de regering in ieder geval wakker


Goedkoop & gevaarlijk Grootste industrie

D

e kledingindustrie is de ruggengraat van de economie van Bangladesh, en tekent voor 17 procent van het nationale inkomen en 78 procent van de totale export. Daarvan gaat 56 procent naar Europa en 26 procent naar de VS. Waarde: ca. 14,5 ­miljard euro. Ook biedt de sector werk aan 3,7 miljoen mensen, van wie 70 procent vrouwen, in ca. 4500 kledingfabrieken. Bangladesh is na China de tweede kledingproducent. De voorspelling is dat de kledingindustrie in 2015 in omvang is verdubbeld en bijna verdrie­dubbeld in 2020.

Steeds weer blijkt hoe arbeiders moeten werken in een zeer gevaarlijke omgeving. Naast de rampen bij de Tazreen-fabriek en Rana Plaza kwamen tussen 2006 en 2009 414 kledingarbeiders om in tenminste 213 fabrieksbranden. Sinds 2009 vielen er 165 doden. In de eerste maanden van 2013 raakten 591 mensen gewond en kwamen acht mensen om. En in mei vielen bij branden nog zeker 15 doden. Bronnen: Bangladesh Knitwear Manufacturers & Exporters Association (BKMEA), Bangladesh’s Ready-Made Garments Landscape: The Challenge of Growth (McKinsey, dec 2012), Fatal Fashion (SOMO, Clean Clothes Campaign) The Daily Star

Compensatie

D ‘Met dertig inspecteurs op ruim 5000 fabrieken richt je weinig uit’ schudde. “Het ministerie van Arbeid beloofde actie en de brandweer sprak in het parlement. Er is meer bewustzijn gekomen, maar de problemen zijn daarmee niet opgelost.”

Wankele panden

Die problemen ontstonden toen de kledingindustrie vanaf 1980 snel begon te groeien. Op dat moment waren er in Bang­ ladesh ongeveer dertig kledingfabrieken en een kleine groep ambachtelijke kleermakers. Vanaf het begin waren er mis­ standen en corruptie, reden voor de oprichting van zijn vakbond, vertelt Amin. “Doordat meer inkopers uit Europa en de Verenigde Staten hier wilden laten produceren, roken steeds meer ondernemers hun kans. Ze begonnen gebouwen die daar niet altijd geschikt voor waren, om te bouwen tot werkplaatsen waar ze T-shirts, blouses en andere kleding­ stukken konden laten maken. Of ze lieten illegaal een paar verdiepingen op een pand zetten. Gevolg: wankele gebouwen zonder deugdelijke elektriciteit, zichtbare nooduitgangen en functionerende brandblussers. Voor achter de naaimachines

e vereniging van kledingproducenten en de ­organisatie van exporteurs hebben een noodfonds opgezet voor overlevenden en de nabestaanden van ‘Rana Plaza’. In hoeverre slachtoffers en nabestaanden van de Tazreen-brand zijn gecompenseerd, blijft onduidelijk; vakbonden, werk­gevers en regering spreken elkaar daarin tegen. De nabestaanden zijn wel gecompenseerd, maar betalingen aan gewonde werknemers lijken uit te blijven. Er is wel een verdeel-

sleutel voor het uit­keren van vergoedingen. Daarin betalen kledingmerken (45 procent), de fabrikanten (28 procent), de werkgeversvereniging (18 procent) en de regering van Bangladesh (9 procent). De ILO, International Labour Organization, wil dat er een fonds komt voor gewonde werk­nemers en nabestaanden, waarin fabrikanten geld storten en dat fungeert als verzekering voor arbeiders. Bron: Clean Clothes Campaign - Hazardous workplaces: Making the Bangladesh Garment industry safe

Leven van nog geen 30 euro

M

et ca. 24 eurocent per uur zijn de Bengaalse kledingwerkers de laagst betaalde werkkrachten ter wereld. Doordat kleding­ merken steeds sneller hun collecties in de winkels vervangen, is de werkdruk hoog, en werken mensen zes, soms zeven dagen in de week. Het gemiddelde maandsalaris is 30 euro en is sinds 2010 niet meer herzien. Alleen het huren van een woning kost al 2000 taka (20 euro) per maand. Een leefbaar loon

komt uit op 48 euro. Vakbonds­leiders en arbeidsactivisten werken samen om het probleem van de te lage lonen in Aziatische landen aan te pakken. Deze Asian Floor Wage-campagne moet internationaal worden gevoerd, want als de lonen in één land stijgen, verhuizen kledingmerken hun productie vaak naar landen waar de lonen wél laag blijven – de explosieve groei van de ­kledingindustrie in Bangladesh bewijst dat. ONEWORLD 15


THEMA

Achter het etiket

Van een T-shirt dat hier 29 euro kost, is slechts 0,6 procent bestemd voor loon.

‘Eenderde van de parlementsleden is betrokken bij de kledingbusiness’ trokken fabriekseigenaren goedkope werkkrachten aan: jonge vrouwen, vaak van het platteland en zonder opleiding.” Aan de wetgeving ligt het niet, stelt Amin. Die is er wel. “Maar niemand houdt zich eraan.” Natuurlijk moeten kledingateliers officieel voldoen aan de regels voor brandvei­ ligheid en voor gezonde werkplekken, en is het de bedoeling dat zij regelmatig worden geïnspecteerd. Maar inspecties, ook audits genoemd, stellen weinig voor. Amin: “Met onge­ veer dertig inspecteurs op ruim vijfduizend fabrieken richt je weinig uit. Daarnaast zijn inspecteurs vaak in dienst van het te inspecteren bedrijf. Of ze kondigen hun komst aan, zodat fabriekseigenaren werkruimtes, al dan niet tijdelijk, op orde kunnen laten brengen. En dan heb je nog fabrikanten die inspecteurs zwijggeld geven.” De regering zou natuurlijk strenger moeten handhaven. “Maar hoe doe je dat”, vraagt Amin zich af, “als zeker 29 van de 300 parlementsleden zelf eigenaar zijn van een of meerdere kledingfabrieken, en er zo’n 60 een vader, broer of oom hebben die in de business 16 ONEWORLD

zit?” Terug naar de slachtoffers van Tazreen. Allereerst moeten zij voldoende smartegeld en andere financiële steun krijgen, stelt Amin. “Maar als vakbond worden wij in deze kwestie omzeild.” De donkere huid van de vakbondsleider kleurt een tint dieper: “Er moet nú een comité komen waarin alle partijen – regering, fabriekseigenaren, vakbonden, werk­ nemers en westerse kledingbedrijven – samenwerken om mensen fatsoenlijk te compenseren. We weten dat sommige slachtoffers al wel een eerste toelage hebben ontvangen, maar een deel van de nabestaanden van niet-geïdentificeerde slachtoffers heeft tot nog toe niets gekregen, en mensen die arbeidsongeschikt zijn geraakt worden niet doorbetaald.” In het airconditioned kantoor met uitzicht over het noorden van Dhaka verzekert algemeen secretaris Ehsan Ul Fattah dat werkgeversvereniging BGMEA veel tijd heeft gestoken in het afwikkelen van de compensatie voor de getroffenen van Tazreen. Ook wil de secretaris graag gezegd hebben dat de salarissen wel degelijk zijn gestegen de afgelopen jaren. Maar de straat spreekt een andere taal, gezien de vele demonstraties van de afgelopen tijd in het hele land, waarbij kledingarbeiders betere betaling eisen. De algemeen secretaris spreidt zijn armen bij de vraag waarom er geen beter loon in zit voor deze werknemers: “Weet u, deze men­ sen hadden voordat ze werk vonden in deze sector helemaal niets. Dit werk is voor hen het verschil tussen iets en niets.”


hoger loon, duurder shirt? Maakloon 18 eurocent, winkelprijs 29 euro

leefbaar loon, voor (bijna) dezelfde prijs Zouden arbeiders een leefbaar loon van 48 euro krijgen, dan stijgt het maakloon per T-shirt van 18 eurocent naar 45 eurocent. Hieronder staat hoe de prijsopbouw van een T-shirt, dat in de winkel 29 euro kost, eruitziet als het hogere loon wordt doorberekend (links). De rechterkolom toont de prijsopbouw waarin de loonstijging niet is doorberekend. Twaalf procent van de totale kosten gaat naar materialen, zoals stof en garen.

Onafhankelijke inspecties

Tweede, dringende vraag: wat doen westerse kledingmerken en brancheorganisaties van hun kant voor verbetering van het lot van de naaisters, strijkers en stomers, die hun produc­ ten voor weinig geld in elkaar zetten? Verschillende kleding­ merken zeggen zich in te spannen voor fatsoenlijke werkomstandigheden. Mvo-topman van C&A Philip Chamberlain meldt via de mail dat brandveiligheidscontroles door extern Bureau Veritas ‘worden uitgevoerd bij productie-eenheden van lokale toeleveranciers van C&A. De eerste resultaten daarvan liggen bij een nieuw opgericht team Duurzame Toeleveringsketen. Als een fabriek de vastgestelde verbeter­ punten niet kan of wil uitvoeren, dan wordt de C&A-produc­ tie elders ondergebracht totdat de fabriek wel aan de veilig­ heidseisen kan voldoen.’ Mvo-manager Marijke Willemsen van kledingketen WE vertelt over de telefoon dat WE naar aanleiding van de Tazreen-brand zijn leveranciers heeft aangeschreven over verbeterpunten: “Onze kwaliteitscontroleurs onderzoeken de fabrieken in Bangladesh. Dat regelen we via onze kanto­ ren in Thailand en Hongkong. Een audit is en blijft een momentopname, waarbij we afhankelijk zijn van het management ter plaatse. Daarom willen wij ons ook meer gaan richten op het trainen en informeren van de mensen op de werkvloer. We onderzoeken of we daarin kunnen samen­

loonsverhoging doorberekend

wel

niet

Maakloon bij een leefbaar loon

€ 0,45

€ 0,45

Materialen

€ 3,40

€ 3,40

Overhead

€ 0,27

€ 0,27

Winstmarge fabriek

€ 1,24

€ 1,15

Fabrieksprijs

€ 5,36

€ 5,27

Douane, transport, opslag

€ 2,19

€ 2,19

Agent/tussenpersoon

€ 1,26

€ 1,20

Winstmarge kledingmerk

€ 3,85

€ 3,61

Inkoopprijs voor winkel

€ 12,66

€ 12,27

Winkelkosten (personeel, huur, winstmarge, btw etc)

€ 17,91

€ 17,00

prijs voor consument

€ 30,57 (+5%)

€ 29,27 (+1%)

Bron: berekening van Fair Wear Foundation, gebaseerd op de productie van een fairtrade katoenen T-shirt in India, in Climbing the ladder to living wages

Het scheelt maar 1 procent In de kledingindustrie heeft een loonsverhoging voor arbeiders invloed op de totale prijsopbouw van ­kleding, in dit geval het T-shirt van 29 euro. Met als gevolg dat aan het eind van de productieketen de kledingwinkels het meest profiteren van die loons­ verhoging. De consument moet dan 5 procent (linker-

kolom) meer betalen voor het T-shirt. Fair Wear ­Foundation (FWF) ontwikkelde een model waarin de loonstijging helemaal ten goede komt aan werk­ nemers, zonder dat fabriek of merk er extra aan verdienen. Met de fabriek wordt afgesproken dat diens marge hetzelfde blijft (zie rechterkolom). Enkele kledingmerken gaan dit model nu toepassen bij leveranciers in Bangladesh en India. ONEWORLD 17


beter & schoner Kledingbedrijven halen textielververijen in Bangladesh over om schoner te gaan werken. Met succes. Groen, roze en paars, alle kleuren van de regenboog heeft het water in sloten en geulen in gebieden waar textiel wordt geverfd. Het is het afvalproduct van de textielververijen en wasserijen rond hoofdstad Dhaka. Marieke Weerdesteijn, tegenwoordig werkzaam bij Solidaridad, merkte het gekleurde water al in 2002 op, toen ze als textielconsultant door Bangladesh reisde. Solidaridad, dat zich vooral richt op agrarische producten als katoen, koffie, cacao, begon in 2010 met International Finance Corporation, onderdeel van de Wereldbank, in achttien fabrieken het Cleaner Production-­ programma voor milieu­ vriendelijk werken in de ‘natte processensector’. Weerdesteijn: “Via dit plan wilden we kennis overdragen, helpen bij het minimaliseren van afvalstromen én het gebruik van water, energie en chemicaliën verminderen. Vaak resulteerde dat in besparingen, waardoor fabrikanten konden investeren in hun bedrijf.” Mede daardoor werd Cleaner Production een succes.

Grote besparingen

Het uitgebreide vervolg hierop is PaCT (Bangladesh Water PaCT: Partnership for Cleaner Textiles). Sinds begin 2013 wordt met 200 fabrieken gedurende één jaar gewerkt aan milieuvriendelijk en efficiënt produceren. Het begint met eenvoudige verbeteringen: het isoleren van stoomleidingen, waardoor die hun warmte behouden, wat scheelt in het gasverbruik. Of door een klepje te monteren op waterslangen die worden gebruikt voor het reinigen van vloeren, zodat 18 ONEWORLD

het water niet onophoudelijk blijft stromen. Weerdesteijn: “Simpele maatregelen leveren vaak grote besparingen op, waardoor fabrieken sneller bereid zijn om milieuvriendelijker te werken.” Na dit jaar schakelt het project met 100 fabrieken over op nieuwe technieken waarmee een grote duurzaamheids­ impact kan worden bereikt. Ook is een Textielinstituut in voorbereiding.

Wedstrijd

Kledingmerken als H&M en C&A scouten en motiveren hiervoor hun toeleveranciers, die op hun beurt graag de zakelijke band willen onderhouden met hun klant. Nederland steunt het project met 4,5 miljoen euro, H&M, Inditex (Zara) en C&A zijn hoofsponsors. In totaal doen negen merken mee, waaronder G-Star. De 200 fabrieken betalen ook mee, vanuit het idee dat een eigen bijdrage hun betrokkenheid vergroot. De bedrijven liggen redelijk dicht bij elkaar rond Dhaka. Weerdesteijn: “Door ons op clusters te richten verwachten we na vier jaar een meetbare verbetering van de waterkwaliteit te kunnen aantonen. De verwachting is ook dat directeuren van naast elkaar liggende bedrijven gaan praten met elkaar over nieuwe maatregelen en oplossingen. Verder zetten we gebruikersgroepen op, die van lokale en buitenlandse techneuten kennis op maat krijgen aangereikt.” Een mooi voorbeeld binnen PaCT is kledingfabriek DBL Group, een groot bedrijf waarbinnen de ene manager, die bezig is met waterbesparing, opbiedt tegen een collega die zich inspant voor zuiniger gebruik van chemicaliën en verfstoffen. Weerdesteijn: “Het is net een wedstrijd binnen de fabriek. Deze kennis kan DBL straks ook gebruiken in hun nieuw op te zetten bedrijfspand.”

We willen best meer betalen Meer dan de helft van de Nederlanders (56 procent) is bereid om tot 5 euro meer te betalen voor een broek van 50 euro als daarmee kan worden gegarandeerd dat die is gemaakt onder veilige arbeidsomstandigheden. Nog eens 17 procent is bereid om méér dan 5 euro extra te betalen voor een broek van 50 euro. Echter evenveel Nederlanders (17 procent) zeggen niet extra te willen betalen om de veiligheid te waarborgen. Dit zijn met name mensen die zich zorgen maken over hun eigen financiële situatie. Er is een duidelijk verband tussen de hoogte van het inkomen en de bereidheid om meer te betalen voor eerlijke kleding. Een aantal mensen antwoordt expliciet dat hun inkomen het gewoonweg niet toelaat om de (vaak) duurdere fairtradekleding te kopen. Bron: NCDO, mei 2013

werken met andere kledingmerken en brancheorganisaties.” Mvo-manager Frouke Bruinsma van G-Star mailt dat het bedrijf een eigen team in Dhaka heeft, dat ‘focust op kwaliteit en naleving van onze standaarden op het gebied van chemi­ caliën en onze sociale en milieustandaarden’. Maar al deze audits zijn systemen die door de kledingmerken zelf worden gehanteerd, stelt Christa de Bruin van Schone Kleren Campagne (SKC). “Ze zijn niet onafhankelijk en transparant, en vakbonden worden er niet bij betrokken. Sinds twee jaar heeft SKC met internationale organisaties gewerkt aan de Overeenkomst over Brandgevaar en Veilig­ heid van Gebouwen in Bangladesh.” Dit brandveiligheidspro­ gramma voor fabrieken omvat onafhankelijke inspecties waar­ over publiekelijk moet worden gerapporteerd en waarin vakbonden een belangrijke rol spelen. Het is een bindende over­ eenkomst die kledingmerken verplicht verbeteringen in de fabrieken van hun toeleveranciers door te voeren, en daar ook een prijs voor te betalen. De Bruin: “Tot nu toe hadden alleen PVH (Tommy Hilfiger en Calvin Klein) en het Duitse merk Tchibo hun handtekening eronder gezet. Na de instorting van het Rana Plaza-gebouw hebben nu meer bedrijven, waaronder C&A, H&M, Inditex (Zara) en G-Star, ondertekend.” Na ‘Rana Plaza’ heeft de regering van Bangladesh beloofd de minimumlonen te verhogen, ook werknemers mogen zich verenigen in vakbonden. Minister van Buitenlandse Handel


Beeld Pieter van den Boogert

De kledingfabriek is voor veel vrouwen de enige kans op een baan.

en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen laat via de mail weten: “Maar van hieruit moeten wij ook onze verantwoordelijkheid nemen. In Brussel ga ik mijn collegaministers vragen om de eigen nationale textielsector te benaderen om ook tot een actieplan te komen. Ook ga ik opnieuw met de Nederlandse textielsector, ngo’s en vakbonden in gesprek; deze zomer verwacht ik een concreet plan van aanpak van de textielsector, met meetbare doelen.”

VOLHARDING

Zo eenvoudig is het opstellen van dit plan, dat op 20 juni aan de minister wordt aangeboden, nog niet, zegt Jef Winter­ mans van MODINT, een van de instanties die de Nederlandse textiel- en kledingsector vertegenwoordigen. “Een van de problemen is dat je wel je productie, maar niet je verant­ woordelijkheid kunt uitbesteden. Bovendien is het vooral belangrijk wat er gebeurt op basis van controles. Hoe pak je tekortkomingen aan? Structurele problemen vergen struc­ turele aanpassingen, en dat vereist samenwerking met belanghebbenden in de hele wereld. Dat gebeurt ook wel, bij­ voorbeeld via de International Apparel Federation. Maar dan nog is er veel volharding nodig om cultuurverschillen te over­ bruggen en tegenstellingen in belangen te neutraliseren.” Marije Willemsen van WE weet nog een reden waarom de praktijk weerbarstig is: “Onderzoek naar kwaliteit, duur­

‘Dit werk is voor deze mensen het verschil tussen iets en niets’ zaamheid en prijs wijst uit dat consumenten de prijs op nummer één zetten. De burger zegt ‘nee’ tegen onder slechte omstandigheden geproduceerde kleren, maar de consument wil zo goedkoop mogelijk inkopen.” Het zal even duren eer Amina’s arm en gehavende gezicht zijn genezen, beseft de voormalig werkneemster bij Tazreen Fashion. “Maar dan wil ik snel weer aan de slag, in de kleding­ industrie. Ik vind er wel weer een baan in, ook al is het zwaar werk, met dagen van soms meer dan elf uur. Mijn gezin woont in het noorden. Mijn man werkt als boer, maar mijn loon is ook nodig, en nu word ik niet doorbetaald. Met lenen probeer ik de eindjes aan elkaar te knopen. Tot ik weer kan gaan werken.” Ook collega Alinoor zegt nog wel even te moeten te herstellen van haar verwondingen. “Daarna wil ik me ook weer aanmel­ den bij een kledingfabriek in de buurt. Maar voor mijn doch­ ters zie ik een andere toekomst, ze doen het heel goed op school. Van mij mogen ze straks werken waar ze willen.” Ze lacht even: “Als het maar niet in de kledingindustrie is.” ONEWORLD 19


THEMA

ACHTER HET ETIKET

tegen de eenheidsworst Ecokatoen klinkt niet hip en op de modeacademie wil men studenten niet de les lezen. Toch zijn er steeds meer jonge Nederlandse ontwerpers die juist in duurzaamheid het antwoord op een vastgeroeste modewereld zien, waarin innovatie afwezig is. ‘Goede mode’ betekent onderzoek, vernieuwing, originaliteit. Tekst Emma meelker Foto’s menno van der meulen

H

et voltrekt zich in kleine, helverlichte ateliers. Met hulp van piepjonge, zwijgzame stagiaires met pruilerige pony’s en truien met opruiende teksten. Tussen een lekkend espressoapparaat en prototypen in ruwe beige en grijze lompen. In de sweatshops van alumni van de Designacademie te Arnhem staat iets spannends te gebeuren. Een nieuwe generatie van jonge ontwerpers doktert in deze ateliers organische, bijna ‘levende’ modeprojecten in elkaar. Elsien Gringhuis (33) geeft bijenwas een centrale plek in haar collectie. Ze maakt er zware zwarte capes van met een onheilspellende kap die op haar hoofd gek genoeg weer een zoete mariabeeldkwaliteit aanneemt. Maar ze ontwierp ook een tas van biologisch afbreekbaar leer. Als je de tas zes weken onder de grond stopt, zal hij tot stof wederkeren. Gringhuis’ laatste stoffen komen van een dame die in ‘samenwerking met de regen’ haar prints maakt. De gepre­ pareerde ecologische katoen en zijdes van Aliki van der Kruijs (28) liggen op het dak van haar studio en reflecteren in hun patronen het weer van die dag. “Regenpatronen zijn natuurlijk ontstaan en zullen niet snel vervelen. In de mode-industrie wisselen prints en kleuren per seizoen, een belangrijke reden voor de snelle roulatie van kleding.

20 ONEWORLD

Doordat mijn prints niet zijn bedacht door mensen, zijn ze tijdlozer.” Gringhuis maakt er dan een jurk van, bijna uit één stuk. Door efficiënt met patroondelen om te gaan, kan ze van haast rechte lappen toch heel scherp gesneden en vrouwelijke kledingstukken maken, zonder veel stof weg te hoeven gooien. Ontwerper Borre Akkersdijk (27) maakt met een indus­ triële matrasnaaimachine spannende 3D -materialen en reduceert zijn restafval tot een minimum. Studenten aan het Amsterdam Fashion Institute AMFI persen knopen van hoofdhaar. Pauline van Dongen (26) verwerkt zonne­ cellen in haar ontwerpen. Ze heeft een ‘bèta-instelling’, zegt ze. Omdat ze zich snel verveelt, is ze ‘altijd op zoek naar problemen’.

Marketingterm

Deze ontwerpers showen hun collecties op de Amsterdam Fashion Week, zien hun aanvragen van buitenlandse ­stagiaires elk jaar groeien, werken samen met technische universiteiten, musea en gemeentes. Wearable science is waar duurzaamheid voor hen begint. Maar laat het ze niet horen. Gek genoeg adverteert geen van deze ontwerpers met milieubesparende technieken. Niemand labelt zich als ‘duurzaam’. Ze nemen het woord


Pauline van Dongen verwerkt zonnecellen in haar ontwerpen.

‘Regenpatronen zijn natuurlijk ontstaan en zullen niet snel vervelen’ alleen met een zekere vermoeidheid in de mond. ‘Duur­ zaam’ is een marketingterm, die wordt misbruikt door grote bedrijven. Gringhuis: “Ketens als H&M gebruiken duurzaamheid ook in hun marketing. Dat is wat mij betreft gewoon greenwashing. Als je voor twintig euro een outfit kunt kopen, weet je dat er iets niet klopt.” Bovendien levert het volgens Borre Akkersdijk uitsluiting op. “Oh ja, dat is dat duurzame rekje, moet ik daar nog in kijken? Het klinkt nooit als iets waar ik echt zin in heb.” Duurzame mode als duurzaam aanprijzen werkt volgens deze ontwerpers averechts. E n dat terwijl ‘goede’ mode voor hen spannende projecten, onderzoek en vooruitgang betekent. Van Dongen: “Mode gaat in principe om vernieu­ wing. Maar de oude garde innoveert juist niet, niet in ­techniek, niet in materialen.” Die vernieuwingsdrang moet van de jonge ontwerpers komen. Dat uit zich in het gebruik en de ontwikkeling van hoogwaardige stoffen die lang meegaan. Of door het ont­

Elsien Gringhuis: ‘Duurzame mode vereist meer vakmanschap’.

werpen van kleding die met je meegroeit, zodat je ‘meer gevoel ontwikkelt voor je kleding, zoals voor een plant of een huisdier’ en zo de boel niet achteloos weggooit. Of in een nieuwe weeftechniek, waarmee Van Dongen de plissé zo legt en uitknipt, dat een lap zich als vanzelf tot een draagbare tunnel van stof vormt. Aliki van der Kruijs hoopt ooit natuurlijke inkt uit te vinden om textiel mee te bedrukken. Tot nu toe verstopt natuurlijke inkt de printer­ koppen. En een ietsje bedenkelijk: zelfreinigende kleding! Als je je wilt verzetten tegen de eenheidsworst van de mainstream mode-industrie, kom je vanzelf op ‘goede’ mode terecht. Gringhuis: “Het vereist meer kwaliteit en vakmanschap. Het werkt net als met eten. De multinatio­ nals proberen ons allemaal aan hetzelfde voedsel te krij­ gen, waar vaak geen enkele voedingsstof meer in zit. Dat vind ik pure armoede. En zo is het ook met de textiel­ industrie: het is dodelijk leeg en saai als op elke straathoek hetzelfde wordt verkocht.”

Suf onderwijs

Een groot probleem is volgens deze alumni dat mode­ academies niet echt thuis geven bij het opleiden in duur­ zaamheid. Matthijs Boelee, hoofd opleiding bachelor Fashion Design aan de designacademie Artez in Arnhem, ONEWORLD 21


THEMA

ACHTER HET ETIKET

Ontwerper Elsien Gringhuis met cape op basis van bijenwas.

zegt dat het op de academie vooral gaat om de persoonlijke creatieve ontwikkeling van zijn studenten. “Ze moeten van het maatschappelijke debat afweten, maar we gaan ze niet de les lezen over wat ze wel en niet moeten doen.” Boven­ dien, zegt hij, waar houdt het op? “Iedereen wil wel een ­zijden gevalletje in de collectie hebben. Maar dan moet je er ook rekening mee houden dat daar honderden rupsen voor in een bak met kokend water zijn gegooid.” Volgens Boelee is het niet juist met de beschuldigende vinger naar de mode-industrie te wijzen. “Je trekt een beerput open als je het over duurzaamheid hebt. Onze wegwerpcultuur werkt door in alles. Kijk maar wat voor vieze troep zo’n dag als Koninginnedag oplevert.” Jan Piscaer op het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) doet wel degelijk ‘pogingen om studenten bewust te maken’. Maar hij schat dat maar tien procent van die ­studenten echt met duurzaamheid aan de slag gaat. Het duurzame onderwijs dat er op de academies voorhanden is, wordt onder de studenten niet altijd goed ontvangen: het ‘glamourgevoel’ wat hen in mode zo aantrekt, ont­ breekt. Willa Stoutenbeek, PR-dame van een heel aantal jonge ontwerpers: “In een stad als Londen is dat heel anders. Duurzaamheid is daar overal opgenomen in het mode-onderwijs”. Daar wordt dat wel aantrekkelijk. 22 ONEWORLD

‘Voor een zijden gevalletje zijn honderden rupsen in kokend water gegooid’ “Studenten mogen in duurzame uitdagingen bijvoorbeeld samenwerken met grote modehuizen.” In Nederland zijn de jonge ontwerpers die duurzaam werken voorlopig op de vingers van één hand te tellen. Maar de toon is gezet en de beweging is onomkeerbaar. Gringhuis: “Zulke veranderingen gaan heel langzaam. Het heeft ook twintig jaar geduurd voordat goed eten in de mode kwam.” Bovendien is het soms frustrerend dat als je duurzaam onderneemt, dat vaak veel meer kritische vragen oproept dan gangbare confectie. Gringhuis: “Het is natuurlijk terecht dat je verantwoording moet kunnen afleggen voor je productiestappen, maar we leven wat dat betreft nog steeds in een omgekeerde wereld. Een wereld waarin je je bijna moet verdedigen als je het goed wilt doen en waar je je gang kunt gaan als je mensen uitbuit en het milieu om zeep helpt.”


thema

Column eVA HOEKE

Beeld floris lok

wansmaak

M

ail van OneWorld: of ik een column wilde schrijven over de zin en onzin van eerlijke mode. Een pleidooi voor mens-, dier- en milieuvriendelijke mode leek me op deze plek een tikje overbodig, aangezien ik ervan uit ga dat jij je net als ik hoogst ongemakke­ lijk voelt bij ingestorte gebouwen, door kinderhanden in elkaar geknoopte tuniekjes of laarzen waarvan je weet dat er een horde Australische schapen op brute wijze voor over de kling is gejaagd. Nee, dan heb ik het liever over waarom duurzame kleding zo weinig wordt verkocht. Want dat is het geval. Keer op keer blijkt uit enquêtes dat iedereen volmondig ja zegt op de vraag of ze duurzame kleding belangrijk vinden, maar kopen ho maar. Duurzaam doen we als het om eten gaat, niet om kleding. De een zegt dat het komt omdat de afstand te groot is tussen de doffe achterkant (de sweatshops) en de glanzende voorkant (de Beyoncé’s in een H&M-bikini), anderen zeggen dat er te weinig aanbod is, omdat winkeliers bang zijn voor devaluatie van hun overige aanbod. Zit wat in: als dit een goeie

spijkerbroek is, wat ligt dáár dan? Dat de verschillende etiketten voor verwarring zorgen – duurzaam, bio­logisch, ethisch, fair trade, cradle to cradle, snap jij het nog? – werkt ook niet mee. Maar laten we ook niet om dat andere antwoord heen draaien. De meeste

Waarom hebben broeken van hennep nooit een normale pasvorm? duurzame kleding is namelijk verschrikkelijk lelijk. Waar de ecofashion in steden als Londen en New York ronduit chique is – de faux-pythontas van Stella McCartney was in no time uitverkocht – gaat de duurzame revolutie hier doorgaans hand in hand met regel­ rechte wansmaak. Waarom hebben broeken van hennep nooit een normale pasvorm? Wie heeft bedacht dat duurzame shirtjes alleen maar grijs, groen en vuil geel mogen zijn? En niks ten nadele van hun trouwe clientèle, veelal liefhebbers van moes­ tuinen en asymmetrisch haar, maar mogen de schoenen van El Natura­ lista, ‘de natuurlijke stap’, alsjeblieft

vandaag nog van de markt af? Maar er is hoop. Van de week liep ik in Amsterdam langs de pop-upstore van het Neder­ landse ecomerk Mud Jeans. En verdomd, de inrichting was hip te noemen: een boom bij wijze van kledingrek, vogelkooitjes ter decoratie en uit de iPod klonk geen waterval, maar een lekker bandje. Goeie jeans, prima basics en geen jute te bekennen. Op de Amsterdamse Wallen lanceert Kuyichi Jeans binnenkort de Deposit Denim, de enige denim ter wereld die volledig recyclebaar is. Hun slogan: How old ones become new favorites. Hoe het werkt: wie de pijpen van zijn oude spijkerbroek inlevert, krijgt 10 euro korting op een nieuwe. Het wachtwoord op de uitnodiging voor de lancering: pijpen 10 euro. Ik werd er vrolijk van. Du moment dat je ecofashion associeert met seks, of in ieder geval met een dikke vette knipoog, ben je een heel end op weg. Nu nog een cool uithangbord vinden – kom d’r maar in Carice – en voor je het weet is fatsoen in je kast het nieuwe zwart. En óf dat zin heeft. Eva Hoeke, voormalig hoofdredacteur van glossy Jackie, is freelance journaliste en schrijft voor o.a. voor Het Parool, Volkskrant Magazine, Linda en Jan. ONEWORLD 23


RONDJE WERELD ERGENS ANDERS DOEN ZE HET ZO

Drillen die pupillen Hun jongens moeten respect tonen en niet alleen maar willen winnen. Deze voetbalcoaches zijn streng maar rechtvaardig. De jongens nemen soms meer aan van hun trainer dan van hun ouders.

De Mexicaanse coaches Martínez (l) en Acosta.

Mexico

‘De scheids uitschelden kan één keer’ Jeugdtrainers Fidel Martínez (34) en Mario César Acosta (38) van de Mexicaanse profclub CF Pachuca in Pachuca, pakken hun jongens van 15 en 16 jaar streng maar liefdevol aan. “Voetbal is in Mexico nooit gewelddadig geweest; incidenten zoals met die doodgeschopte scheids­ rechter in Nederland hebben we hier gelukkig nog nooit gehad. Wel is door de drugsoorlog ons land gewelddadiger geworden. Dat beginnen we ook op en langs de velden te merken. Het voorkomen van agressie is een belangrijke taak voor de jeugdtrainers en de clubleiding van Pachuca. In onze jeugdelftallen zitten jongens met talent, maar ze zijn vaak afkomstig uit moeilijke 24 ONEWORLD

gezinssituaties, slechte wijken of een gewelddadig milieu. Velen komen uit het noorden, het gebied dat het zwaarst is getroffen door de drugsoorlog. Voor hen is voetbal een uitlaatklep, vaak de enige ontsnapping aan een bestaan dat anders door drugs en geweld zou worden gedomineerd. Om te voorkomen dat ze terugvallen of trauma´s met zich blijven meedragen, proberen we ook betrokken te zijn bij hun dagelijks leven. Pachuca heeft een professionele voetbal­academie, waar de jongens naast voetbaltraining ook reguliere les­ sen, psychologische hulp en andere zorg krijgen. Velen ontbreekt het aan genegenheid in hun gezinnen, dat gat proberen we te vullen. Daarbij zijn we wel streng; een scheidsrechter uitschelden of een opstootje op het veld kan één keer, maar dat is meteen de laatste waarschuwing. En dat werkt; sommige jongens nemen niets meer aan van hun ouders, maar luisteren nog wel naar ons.” Jan-Albert Hootsen

Zuid-Korea

‘Spelers moeten buigen’ Jung-chan Kim brengt de jonge lichting van het jeugdopleidingsteam (9 tot 12 jaar) van eredivisieclub FC Seoul respect bij. “FC Seoul is de eerste professionele voetbalclub in Zuid-Korea met een jeugdteam. Sinds het WK in Korea is gehouden, is hier een goede infrastructuur, maar er moet nog hard worden gewerkt aan een volwaardige voetbalcultuur. Daar investeren wij sinds een paar jaar in. In de statuten van onze club benadrukken we dat we spelers opleiden tot fatsoenlijke sporters. In Azië staat respect hoog in het vaandel. Ik leg de spelers bijvoorbeeld uit hoe ze moeten buigen naar andere spelers en naar het publiek. We stimuleren goed gedrag en groeps­ verantwoordelijkheid. De keeper heeft


onlangs zijn hand gebroken, maar komt wel altijd naar de trainingen en wedstrijden; die toewijding aan de groep is belangrijk. Als er jongens zijn die zich arrogant gedragen, doe ik daar iets aan. Dergelijk wangedrag, te laat komen of een gebrek aan inzet, straf ik af door ze op de reservebank te zetten. Als het gaat om sportiviteit heeft Zuid-Korea in de regio niet zo’n goede reputatie. Aziaten willen goed zijn in alles, dat moet een beetje afgezwakt worden. Mijn jongens moeten groeien als speler, daarom wil ik gerichtheid op winnen nog even niet benadrukken. Ik wil de Europese clubgeest, waarin spelplezier ook belangrijk is, stimule­ ren en die combineren met het sterke Koreaanse groepsverantwoordelijk­ heidsgevoel. Zuid-Korea zou het goed kunnen doen op het komende ‘WK onder de 20’, we hebben ons gekwalifi­ ceerd. Maar de spelkwaliteit is nog niet voldoende. Hopelijk kunnen we door hard te werken aan de basis op de lange termijn betere resultaten boeken.” Bas Verbeek

Trainer Jung-chan Kim in Zuid-Korea.

Egypte

‘Winnen hoeft niet’ Ahmed Sobr (38), trainer bij club Tawfiqiya, Caïro, gelooft dat kleine maatregelen het gedrag op het veld verbeteren. “Tien jaar geleden was ik nog profvoetballer. De meeste jongens die ik train, kennen mij. Dat geeft autoriteit. Voetbal in Egypte is enorm veranderd sinds ik zelf speelde. Toen ging het er vriendelijker aan toe, zowel op het veld als langs de lijn. Tegenwoordig is de politie aanwezig bij alle officiële wedstrijden, zelfs bij de jeugd. Dat is wettelijk geregeld. Dat klinkt misschien niet prettig, maar het is noodzakelijk. Ik werk met kinderen en jongeren tussen de zes en twintig jaar; bij alle leeftijdsgroepen komen vechtpartijen tussen spelers of tussen supporters voor. Het heeft onder andere te maken met

Egyptenaar Ahmed Sobr is ex-voetballer en nu trainer. een cultuur waarin de nadruk te veel op winnen ligt. Die instelling is verkeerd. Die jonge jongens zijn te gedreven en worden daar agressief van. Daarom probeer ik te benadrukken dat winnen niet het belangrijkste is in sport. Dat is een deel van de oplossing voor het geweld, denk ik. Men onderschat hoe belangrijk de trainer is voor het gedrag van spelers. Die kan soms meer invloed uitoefenen dan de ouders. Om spanningen tussen twee teams tegen te gaan, ga ik bijvoorbeeld tijdens wedstrijden naast de trainer van de tegenpartij zitten. Daarmee geef ik een signaal aan mijn jongens. Verder sta ik erop dat al mijn spelers de hand schudden van alle tegenspelers, en dat niet alleen de aanvoerders elkaar een hand geven, zoals vaak gebeurt. Zulke kleine maatregelen kunnen een goede invloed hebben op het gedrag van het hele team.” Dirk Wanrooij

ONEWORLD 25


fotoreportAge TEKST EN BEELD jeRoen oeRLemans

ROCKING KABUL

in afghanistan bloeit een heuse rockscene op. Fotograaf jeroen oerlemans legde begin mei de derde editie van het festival sound Central vast.

A

chter hoge, dikke muren met prikkeldraad, in het hart van Kabul, ligt het Institut Français. Hier wordt voor het derde jaar op rij het rockfestival Sound Central gehouden. Het zwaar beveiligde ministerie van Buitenlandse Zaken ligt om de hoek. Afghaanse agenten met automatische wapens bewaken het nabij gelegen kruispunt. Maar op het festivalterrein lijkt deze grimmige wereld even ver weg. Op het hoofdpodium spelen rockbands. Aan de achterzijde is een podium voor elektronische muziek en in de grote tuin aan de voorzijde exposeren fotografen. Ruim dertig groepen treden op, bijna allemaal Afghaans. Fotojournalist Travis Beard,

26 ONEWORLD

gitarist in een band bestaande uit expats, is de drijvende kracht achter het festival. De eerste keer trok het festival 500 bezoekers, de tweede keer 1400 en de editie van 2013, die vier dagen duurde, heeft naar schatting 4000 bezoekers gehaald. “Jongeren beseffen nu dat ook zij een band kunnen beginnen, er begint een scene te ontstaan”, zegt Beard. “Leven in de brouwerij.” Bezoekster Mehria (21): “Veel jongeren willen weg. Wij niet. De meeste Afghanen vinden dat zo’n festival niet kan. Maar het geeft ons een gevoel van vrijheid.” De eerste dag van het festival was ladies only. Bezoekster Nargis (20): “Sommige vrouwen gooiden hun hoofddoek af en dansten, terwijl ze nog nooit zulke muziek hadden gehoord. Als de Taliban ons dit proberen af te nemen, pakken we een wapen en gaan we tegen ze vechten.”


Publiek op het rockfestival Sound Central in Kabul juicht voor de Afghaanse band White Page.

ONEWORLD 27


Afghaanse meisjes bij het optreden van de uit Kabul afkomstige rapformatie Hybrid Pharaohs.

28 ONEWORLD


Bezoekers van het rockfestival Sound Central 2013.

ONEWORLD 29


Een jongetje rolt op een door Skate Aid beschikbaar gesteld board langs door lokale fotografen gemaakte foto’s van Afghanistan.

De Afghaanse ­metalband District Unknown speelt de concertzaal van het Institut Français plat. 30 ONEWORLD


Een man doet zijn gebeden in het parkje voor het Institut Franรงais.

Bezoekers van het festival gaan met elkaar op de foto.

ONEWORLD 31


AAn de slAg VERANTwOORD wERKEN EN ONDERNEmEN

‘Vluchtelingen zijn talentvol’ atusa lalizadeh (37) werkt sinds 1 maart als consulent Job Support bij het Universitair Asiel Fonds (UAF), een stichting voor vluchteling-studenten. Wat doe je precies? “Ik help hoogopgeleide vluchtelingen aan een baan. Zij hebben vaak geen netwerk waar ze op terug kunnen vallen, of zijn de taal niet machtig. Nederlandse studenten hebben familie of vrienden om hun sollicitatiebrief aan te laten lezen en weten wat hier gebruikelijk is, terwijl vluchtelingen onbekend zijn met deze maatschappij en de werkprocessen in Nederland. Ik help ze een eindje op weg. Op dit moment heb ik zo’n dertig cliënten die ik begeleid bij het maken van hun cv en het solliciteren. Ik geef sollicitatietrainingen en breng vluchtelingen in contact

30%

met bedrijven die geld doneren of mentoren aanbieden.”

droomde. Ik ben trots op wat ik nu doe.”

Heb je iets speciaals met vluchtelingen? “Ja, ik was er zelf één. Ik ben 17 jaar geleden gevlucht uit Iran. Daar zat ik dan, in het asielzoekerscentrum. Ik wilde zo graag verder studeren, maar kon geen kant op. Ik was in een isolement terechtgekomen terwijl ik aan mijn toekomst wilde bouwen. Het UAF heeft mij gered! Ze hielpen me aan een studie. Weet je, vluchtelingen zijn talentvolle mensen die staan te popelen om aan het werk te gaan. Dit is een zinvolle baan waar ik al heel lang van

al bijzondere ervaringen opgedaan? “Zeker. Ik denk aan een cliënt, hoogopgeleid en met veel werkervaring. Door veel pech onderweg kwam hij in grote problemen. Ik begeleid hem nu en hij is zo’n doorzetter. Hij hoopt deze zomer zijn studie af te maken. De deur gaat voor deze jongen open, hij wordt actief en hij heeft weer zin in de toekomst.” joanne de jageR

van de geproduceerde groente haalt de schappen van de supermarkt in het Verenigd Koninkrijk niet, omdat ze als ‘te lelijk’ worden afgeschreven.

Bron: dailY mail.com

32 ONEWORLD

Op oneworld.nl vind je elke dag nieuwe vacatures voor verantwoorde banen.

vrAAg + Antwoord

Wil jij jouw vraag laten beantwoorden door een expert? Laat het ons weten: oneworldredactie@ncdo.nl “ik ben sportschoolhouder en heb te maken met een enorm verbruik van leidingwater. Hoe kan ik op water besparen zonder dat mijn leden er last van hebben?” gover (30), amstelveen mariken stolk, medewerker milieu Centraal: “Besparen op water is nuttig, maar geeft weinig financieel voordeel. Besparen op warm water scheelt naast water ook gas en daarmee zet je pas echt zoden aan de dijk. Een goede optie is de aanleg

van een douche-warmte-terugwin (WTW)-installatie. Deze verzamelt warmte uit wegstromend douchewater, en verwarmt zo koud water voor. Een douche-WTW vergt een forsere investering, maar bespaart flink op de energierekening, namelijk 30 tot 40 procent op het gasverbruik voor warm water. Van het geld dat je zo bespaart, kun je je klanten gratis waterbidons geven en tappunten installeren in de sportschool. Dan hoeven de sportievelingen geen flesjes water meer te kopen en dat is weer goed voor het milieu.”


bedrijvendokter

léés die krant! Steeds meer bedrijven kiezen een duurzame koers. OneWorlds bedrijvendokter Mark Schalekamp licht ze door. Deze maand: de daklozenkrant.

trend

Boerengeheimen in de Verenigde staten wordt het steeds moeilijker om misstanden in veehouderijen aan het licht te brengen. zogenaamde ‘ag-gag-laws’ verbieden journalisten om undercover onderzoek te doen op agrarische bedrijven. gevallen van dierenmishandeling en voedselgevaar komen zo niet meer naar buiten.

de klachten Dat de nieuwe lichting straatverkopers minder goed Nederlands spreekt, helpt niet. De crisis evenmin en adverteerders waren er toch al niet zo happig op zich te associëren met daklozen. Maar dat is niet de belangrijkste oorzaak van de problemen. Dat ben jij. De daklozenkrant, je kent het concept: je koopt voor 2 euro een krantje van de verkoper, die daarvan 1,10 euro afdraagt aan de uitgever van de krant, een sociale onderneming, die tot doel heeft dak- en thuislozen te helpen zichzelf te helpen. Maar ken je het concept echt? De meeste Nederlanders namelijk niet. Die geven hun vertrouwde en sympathieke dakloze bij de ingang van de supermarkt geld en nee, laat dat krantje maar zitten, zeggen ze goedbedoeld, meestal met de gedachte dat de krant aan een ander kan worden verkocht en hun dakloze dus twee keer kan verdienen. Helaas is de uitwerking verkeerd. Het maakt de interactie charitatief, van gever tot dakloze, en niet gelijkwaardig, van verkoper tot koper. Dat helpt de dakloze niet. Bovendien zal de verkoper voor die niet-verkochte krant geen 1,10 euro afdragen aan zijn uitgever en de 2 euro in z’n zak steken. Begrijpelijk, zou jij het anders doen? Maar hierdoor mist de uitgever zijn belangrijkste inkomsten en raakt in de problemen. Wat vindt de patiënt? Jeroen de Rooij (woordvoerder Z!): “Dat klopt! Een daklozenkrant is meer dan een krant. Het is een sociale onderneming, zonder subsidies. Zonder verkoop werkt het niet. Dus help mee en kóóp de krant.” de diagnose De Daklozenkrant heeft jou nodig om beter te worden. mark schalekamp is schrijver van De Parvenu. In een vorig leven was hij duurzaam ondernemer en advocaat.

Bron: grist.org

Beeld marCUs koPPen

Beeld mattY van WijnBergen

de check-up Straatnieuws, de Riepe, de Zelfkrant, Straatmagazine, Z!: het zijn daklozenkranten en dus sociale ondernemingen. Goed gaat het niet met ze, want de een na de ander raakt in financiële problemen.

ONEWORLD 33


EXCLUSIEF VOOR abonnees OneWorld geeft 4 Actief eropuit-arrangementen weg bij Stayokay t.w.v. € 230,- per stuk! Stayokay is een keten van 27 hostels, gevestigd in bijzondere gebouwen op de mooiste plekjes van Nederland. Zo kun je bijvoorbeeld overnachten in een kasteel of in een kubuswoning, altijd in een groene omgeving of in de buurt van kust of water. Bij Stayokay kun je bewust genieten. In de hostels vind je allerlei initiatieven die duurzaam ondernemen omarmen. Zo wordt het afval gescheiden, is er groene stroom en geniet je van eerlijke koffie, een biologisch biertje of een biologisch glas wijn. Bovendien hebben alle hostels het Europees Ecolabel, hét keurmerk voor milieuvriendelijke producten en diensten. Het driedaagse Actief eropuit-arrangement voor 4 personen bestaat uit: n Een welkomstdrankje n Twee overnachtingen met ontbijt n Twee keer een diner n Een wandelroute n Een seizoensgebonden cadeau Het arrangement is geldig t/m juni 2014 en kan in alle Stayokay hostels worden verzilverd met uitzondering van de ‘City’ hostels. Kijk voor meer informatie op www.stayokay.com Wil je kans maken op één van deze arrangementen? Ga naar www.oneworld.nl/magazine/actie en vul je gegevens vóór 29 juni in! Winnaars krijgen uiterlijk 2 juli bericht.

ACTIE

34 ONEWORLD


AbdelkAder

Beeld Peter Boer

Schrijfster in de woestijn

V Heeft literatuur niet juist de stad nodig om tot bloei te komen?

rouwelijke Afrikaanse auteurs hebben hun weg gevonden naar het Westen. Goede schrijvers, prachtige vrouwen om te zien. Ze zouden representatief zijn voor het nieuwe Afrika dat zo in opkomst is. Ik neem dit soort grote uitspraken met een korreltje zout. Veel is imago en slimme marketing. Soms wordt er langer nagedacht over de sensuele portretfoto dan over het boek. Tegemoet willen komen aan het zo naarstig gezochte succesverhaal leidt alleen maar af van het werk dat gedaan moet worden. Mooie romans schrijven. Toch is het interessant om deze vrouwen als teken van een nieuwe, vruchtbare beweging te zien. Ze eisen hun plaats op en inspireren ook hun vrouwelijke collega’s in de Arabische wereld. In Muscat (Oman) trad ik op met twee vrouwelijke dichters. In hun poëzie stonden het lichaam, de liefde en lust centraal, vanuit het perspectief van de vrouw. De mannen mochten luisteren. Mijn eerste ontmoeting met een Afrikaanse verhalenvertelster was met de zangeres Oumou Sangare. Op bezoek in Bamako, Mali, om een verhaal te schrijven over een opera­gezelschap dat vrouwenbesnijdenis als thema had uitge­ kozen, nam een assistent van het gezelschap me op sleeptouw. Ik liep achter hem aan door de nauwe en kronkelige straatjes van de hoofdstad totdat we voor een stalen deur stonden waar vol eerbied op werd geklopt. Een sterke, kordate vrouw met heldere ogen en open gezicht deed open. Het was Oumou Sangare. Na me voorgesteld te hebben als schrijver uit Nederland somde ze alle steden op waar ze had gezongen. Groningen. Amersfoort. Rotterdam. Vooral dat ze in Amersfoort had opgetreden maakte indruk op me. In haar linkerhand had ze een bordje bananenpap. “Hier”, zei ze. “Eet

COLUmN

maar.” Eén keer in de week ontving ze behoeftige gasten in haar tuin. Iets terugdoen voor de samenleving en misschien ook om inspiratie op te doen voor haar liedjes. Er zat een bont gezelschap van Malinezen. Ik ging naast een kreupele man zitten die z’n bordje bijna leeg had. Als een gulzige baby keek hij uit naar het tweede bordje. Dat hij dan ook prompt kreeg. Hier ging dus deel van de recette van Amersfoort naartoe. Een dag later trad een andere Malinese zanger op in het zuiden van het land, Bougouni. Het publiek leek een magische band te hebben met de zanger, alsof hij hun dromen en verlangens vertolkte. Op weg door Mali zag ik vooral de vrouwen werken; met de kinderen op de rug. In de openluchtfeestzaal waren diezelfde vrouwen in hun mooiste gewaden gestoken. De muziek die ze hoorden, tilde ze op en verlichtte hun last. Een paar jaar later zat ik in Rabat naast een Marokkaanse schrijfster, ze was de kleindochter van een zwarte Marokkaan uit de Sahara die het in de jaren dertig van de vorige eeuw had geschopt tot gerenommeerde schriftgeleerde. Het ging over de orale traditie in Afrika. Hoe kon in zo’n droog klimaat waar de ruimtes zo oneindig leken zo’n vruchtbare literatuur ontstaan? Heeft litera­ tuur niet juist de stad en de moderniteit nodig om tot bloei te komen? Ze keek me aan alsof dit een absurde vraag was en tikte met haar vinger op haar hoofd. “Als je in de woestijn bent, kun je alleen maar terugvallen op je hoofd. Je hebt niks anders tot je beschik­ king.” Door deze opmerking viel alles op z’n plek. Het is de eeuw van de Afrikaanse schrijfster. De woestijn is van haar. abdelkader Benali is auteur, tv-presentator en marathonloper.

ONEWORLD 35


reportage

op school in Pakistan

De erfenis van

Malala

Een half jaar na de brute aanslag op haar leven blijkt Malala’s strijd voor meisjesonderwijs in Pakistan niet voor niks. Steeds meer ouders sturen hun dochter naar school. “Een slimme Pakistaanse meid is op haar toekomst voorbereid.” Tekst en beeld Wilma van der Maten

Meisjes op een gemengde stadsschool in Lahore.

36 ONEWORLD


‘Het trieste is dat er zoveel Malala’s in Pakistan zijn’

U

itgelaten hopt de zesjarige Fatma op de schoot van haar moeder. Die streelt haar liefkozend over haar haren. Ze zitten in de directiekamer van het platte­ landschooltje in het dorpje Kot Lakpat buiten de stad Lahore. De moeder bekent dat ze een beetje zenuwachtig is. Ze is nooit naar school geweest, zoals de meeste vrouwen in haar dorp. Maar ze vindt het wel belangrijk dat haar dochter gaat. Daarom is ze vandaag naar de school gekomen om Fatma in te schrijven. Ze vertelt dat ze zich heeft laten overtuigen door ‘het meisje Malala’, zoals ze Malala Yousafzai (15) noemt (zie kader). “Eerst was ik wel een beetje bang en vond ik het veiliger voor Fatma om niet te gaan, want je weet maar nooit wat er met haar kan gebeuren. Maar op de televisie vertelde Malala dat meisjes net zoveel rechten hebben als jongens. Ik hoop dat Fatma het straks beter krijgt dan wij”, vertelt haar moeder enigszins geëmotioneerd.

Barbaarse daad

Fatma is niet het enige meisje in Pakistan dat naar school mag sinds Malala wereldwijd een bekendheid werd.“Noem het de erfenis van Malala”, zegt Kozue Kay Nagata van de VN-organi­ satie Unesco in Islamabad. De aanslag op Malala, afkomstig uit de Swat Vallei in het noordwesten van Pakistan, een gebied dat bekend staat als een van de meest conservatieve streken van het land, beschouwt ze als een barbaarse daad. Maar het heeft wel een positieve discussie op gang gebracht over de vraag waarom er zo weinig meisjes in Pakistan naar school gaan. Uit een recent rapport van Unesco blijkt dat meer dan 60 pro­ cent van alle vrouwen en meisjes in de leeftijd van 15 tot 24 jaar niet kan lezen of schrijven. Terwijl tachtig procent van alle Paki­ staanse jongens en mannen in diezelfde leeftijd dat wél kan. De meest schrijnende cijfers werden vorig jaar, vlak voor de aan­ val op Malala, bekendgemaakt door Unicef, het kinderfonds van de VN. Driekwart van alle Pakistaanse meisjes, dat zijn er ruim drie miljoen, gaat niet naar school. Door de financiële crisis, die Pakistan tijdens de regering van president Zardari trof, is in de afgelopen vijf jaar het analfabetisme toegenomen. Arme gezin­ nen halen als eerste hun dochters van school. Ook de voortdurende aanslagen van de Taliban op meisjesscho­ len zorgen ervoor dat ouders hun dochters thuis houden. “De moed van Malala heeft veel moeders tot nadenken gezet. Als zelfs zij onder Taliban-bezetting in de Swat Vallei nog naar school durfde te gaan, waarom zouden dan in de meest veilige streken meisjes achterblijven?”, stelt Nagata van Unesco. Maar alle acties van Malala ten spijt, er is ook meer geld nodig.

De overheid besteedt niet meer dan 1,4 procent van het budget aan onderwijs. Na de aanslag riep de Pakistaanse regering het ‘Malala Fonds’ in het leven. Dat moet de drie miljoen meisjes in staat stellen naar school te gaan. President Zardari beloofde dat ieder gezin per maand 2 dollar per kind zou krijgen .

Boegbeeld

De aanslag op Malala heeft door heel Pakistan geleid tot her­ nieuwde discussies over de positie van vrouwen. In Lahore, op de grootste en meest prestigieuze vrouwenuniversiteit, wacht een groep studenten in een van de collegezalen. Duizend jonge vrouwen studeren hier achter streng bewaakte hekken. Alleen het beveiligingspersoneel en enkele schoonmakers zijn man­ nen. De meiden willen graag vertellen hoe belangrijk meisjeson­ derwijs is voor de modernisering en de economische vooruit­ gang van hun land. “Pakistaanse vrouwen moeten financieel onafhankelijk worden. Onderwijs geeft een vrouw een kans op een baan. Als haar man haar dan nog durft te slaan, kan ze ver­ trekken met haar kinderen”, stelt docente Farah Adil. Ze zou graag willen dat de slagzin ‘Een slimme meid is op haar toe­ komst voorbereid’ ook in Pakistan wordt geïntroduceerd. Malala Yousafzai zou volgens Adil het boegbeeld van deze eman­ cipatiecampagne kunnen worden. “Het trieste is dat er zoveel Malala’s in Pakistan zijn.” Uit onderzoek van haar universiteit blijkt dat er 97 meisjes het afgelopen jaar door extremisten wer­ den aangevallen. Tientallen scholen bliezen ze op waardoor er meer dan 23.000 meisjes alleen al in de Swat Vallei niet meer naar school kunnen. De overheid investeert nauwelijks in wederopbouw, bang dat als het nieuwe gebouw er eenmaal staat, de extremisten er opnieuw een bom opgooien.

Seksuele spanning

Ondanks de ontmoedigende cijfers over het toenemende anal­ fabetisme is er volgens studente Subha Malik (24) ook vooruit­ gang te bespeuren. Ze vindt zichzelf daarvan een goed voor­ beeld. Als het eerste meisje in haar familie kreeg ze de kans te studeren. Ze vertelt over haar jeugd op het platteland van de provincie Punjab. Waar mannen buiten de deur de baas zijn, maar vrouwen het huishouden domineren. “Onderschat de invloed van vrouwen niet. Ze lijken met hun sluiers dociel, maar een vrouw als mijn moeder is behoorlijk bazig. Ze overtuigde de familie ervan dat ook meisjes voor een carrière mogen kiezen.” Onder invloed van Malala en Pakistaanse radio en tv die school promoten, beginnen moeders te beseffen dat onderwijs de sleu­ tel is om uit de spiraal van armoede te komen. Subha, die zoals ONEWORLD 37


reportage

op school in Pakistan

‘Door jongens en meisjes van elkaar te scheiden, bouw je een seksuele spanning op’

de meeste meisjes op de universiteit geen sluier draagt, geeft toe dat ze in haar dorp een uitzondering is. “Mijn ouders lieten me alleen gaan op voorwaarde dat ik me zou inschrijven bij de vrou­ wenuniversiteit”, vertelt ze. Subha had geen keus. Het liefst was ze naar een universiteit gegaan waar jongens en meisjes samen studeren. Maar dat is voor de meeste conservatieve moslims in Pakistan een brug te ver. “We moeten van het gescheiden onder­ wijs af, willen we een doorbraak bereiken in deze conservatieve patriarchale samenleving”, stelt docente Farah Adil. Aparte meisjesscholen zijn volgens haar een basisoorzaak van het geweld tegen vrouwen. “Door jongens en meisjes van elkaar te scheiden, bouw je een seksuele spanning op. Jongens moeten op jonge leeftijd leren dat ze vrouwen dienen te respecteren. Bovendien weer je met gemengde scholen ook de aanvallen van de Taliban af, want die gaan heus geen jongens bombarderen.” Adil hoopt dat Malala een bijdrage kan leveren aan de doorbraak van gemengd onderwijs. “Mogelijk dat beleidsmakers en ouders naar haar willen luisteren. Ze is niet alleen het lievelingetje van het Westen, maar ook hier in Pakistan.”

Zwanger

In haar dorpsschool op het platteland buiten Lahore, waar de jonge Fatma vandaag begint, deelt directrice Rubina de mening van docente Farah Adil. Ze stichtte twee scholen waar zeven­ honderd jongens en meisjes samen in de klas zitten en samen spelen op het schoolplein. Het kostte haar grote moeite de ouders ervan te overtuigen hun kinderen naar haar ‘moderne’ school te laten gaan. “Op het moment dat meisjes de menstrua­

Wie is Malala? Malala Yousafzai (15) werd op 9 oktober 2012 in een schoolbus op weg naar huis door een Talibanstrijder in haar hoofd geschoten. De tiener had zich de woede van de extremisten om de hals gehaald door zich in haar dagboeken, die ze voor de BBC bijhield, tegen de ideologie van de Taliban uit te spreken. De extremisten vinden dat ­meisjes niet naar school mogen en net zoals hun moeders thuis horen te zitten. Malala werd verpleegd in een ziekenhuis in Birmingham en ontving duizenden steunbetuigingen uit de hele wereld.

38 ONEWORLD

Fatma (6) op haar eerste schooldag. Haar moeder ging zelf nooit naar school. tieleeftijd bereiken, mogen ze niet meer met jongens omgaan. Ze worden van school gehaald en komen bijna de deur niet meer uit, uit angst dat ze zwanger raken.” Rubina, een kordate vrouw met een bos zwarte krullen, lokte de ouders met gratis warme maaltijden voor hun kinderen. Ze vindt dat de Pakistanen van de c­ onservatieve gedachte afmoeten dat meisjes en jongens op jonge leeftijd alleen aan seks denken. Op haar scholen is het aan­ tal puberzwangerschappen niet hoger dan op ongemengde ­scholen. Ze geeft een rondleiding langs de zes lokalen in het eenvoudige, wit geschilderde gebouw, dat uit bakstenen is opgetrokken. De kleuterklas bevindt zich door ruimtegebrek in de hal. Achter een gordijn leren de kleintjes uit het dorp hun eerste Engelse woordjes. Rubina durft rustig te stellen dat Pakistaanse vrouwen die de top bereikten, zoals de vermoorde premier Benazir Bhutto en de voormalige minister van Buitenlandse Zaken, Hina Rabbani Khar, niet toevallig onderwijs volgden op gemengde scholen. Ze geeft toe dat deze vrouwen ook hun rijke afkomst mee hadden. Het is nu vooral de elite die hun kinderen naar een handjevol gemengde scholen stuurt. Het zijn particuliere scholen die kwa­ litatief beter onderwijs bieden en die de leerlingen voorbereiden op universitair onderwijs. “Die meiden haal ik er zo uit in de winkels en cafés van Lahore. Ze dragen spijkerbroeken, shirts met korte mouwen en hebben plezier met jongens. Zo zouden al onze jongeren eruit moeten zien. Meiden met lef die de top wil­ len bereiken, gesteund en gerespecteerd door de andere sekse. Dat komt de naam van Pakistan ook ten goede.”


De inspecteur Ruerd Ruben

Al is de leugen nog zo snel, Ruerd Ruben ­­ achter­haalt hem wel. De directeur van de ­inspectiedienst Ontwikkelingssamenwerking scheidt voor OneWorld ­maandelijks feit van fictie.

“Maximaliseren van winst door ongewenst gebruik van fiscale constructies door Nederlandse bedrijven kan schadelijk zijn voor lage- en middeninkomenslanden” Minister Ploumen in de nota Wat de wereld verdient: Een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen, p. 16

Het huidige belastingstelsel belemmert ontwikkeling JA, INDERDAAD Inkomsten uit lokale belastingheffing zijn voor ontwikkelingslanden van vitaal belang om de overheidsuitgaven te financieren. Maar ontwikkelings­landen lopen grote bedragen aan belasting­ inkomsten mis doordat aldaar gevestigde bedrijven hun winst boeken in andere landen met een milder belastingklimaat. Volgens de Nederlandse Bank staan er in ­Nederland zo’n 14.000 ­zogenaamde ­bijzondere financiële instellingen geregistreerd (‘brievenbus­maatschappijen’). Zij functioneren als kanaal voor het beheer van buitenlandse bezittingen en het doorgeven van de omzet uit ­royalty’s en licenties. Schattingen van de gemiste belastinginkomsten lopen uiteen van 50 tot 500 miljard dollar. Deze verliezen zijn vele malen groter dan het bedrag dat westerse landen jaarlijks u ­ ittrekken voor ontwikkelingssamen­werking, in totaal zo’n 100 miljard dollar.

NEE Deze belastingconstructies beogen bedrijven te beschermen tegen

­ ubbele belastingheffing en blijven d formeel binnen de wet. Onderzoeksorganisaties als SOMO en Tax Justice laten zien dat multinationals die produceren in ontwikkelingslanden nauwelijks lokale belastingen betalen. Volgens het Nederlandse ministerie van Financiën zijn de heersende ­belastingtarieven echter vaak niet door­slaggevend bij besluiten van ondernemingen om ergens te investeren. Veel belangrijker is een stabiel investeringsklimaat. De vestiging van buitenlandse bedrijven levert ook lokale werk­gelegenheid op en dus inkomsten uit loonbelasting.

EN NU KOMT HET Lage-inkomenslanden halen nauwelijks 15 procent van hun nationale ­inkomen uit belastingen. Daarmee moeten essentiële uitgaven worden gefinancierd, zoals het onderhoud van het wegennet, de aanleg van havens en het onderwijssysteem. Deze publieke investeringen zijn weer een randvoorwaarde voor bedrijven om zich ergens te vestigen. Omdat loon- en inkomstenbelasting vaak lastig te innen zijn, vormen heffingen

op ­exporten en bedrijfswinsten vaak de belangrijkste inkomstenbron. Als bedrijven meer belasting betalen, maakt dat dus direct een groot ­verschil voor de staatskas.

HET OORDEEL Hervorming van belastingverdragen levert op termijn mogelijk meer op dan ontwikkelingshulp. Reden om bestaande belasting­ verdragen tegen het licht houden en te kijken naar de effecten daarvan voor ontwikkelingslanden. Er valt veel voor te zeggen om ‘substantie’-eisen strikt toe te passen: de belasting­ heffing vindt dan plaats daar waar bedrijven reëel aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan bronbelasting: daar heffen waar het geld wordt ­verdiend. Daar kunnen landen die veel bodemschatten herbergen, nog eens rijk van worden.

Ruerd Ruben is directeur van IOB, de inspectiedienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Tevens is hij hoogleraar ontwikkelingssamenwerking aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ONEWORLD 39


interview

Jaime de Bourbon Parme

De prins en de mijnen Tekst Alphonse Muambi Foto’s Jordi Huisman, FairPhone

40 ONEWORLD


Interview

Jaime de Bourbon Parme

Conflictvrije grondstoffen voor onze mobieltjes en tv’s. Daar zet prins Jaime de Bourbon Parme, zoon van prinses Irene, zich voor in. Schrijver Alphonse Muambi, geboren in Congo, reisde met hem mee naar het mijngebied in Oost-Congo.

D

e hemel is blauw. De stilte van het imposante Kivu-meer is absoluut. Maar de vogels schenden die ­genadeloos met een tropische wel­ komsthymne. De zon schijnt op de rode bloemen. Een decor waarin een Neder­ landse prins past. Maar wat doet de zoon van prinses Irene in een gebied waar rebellie, ver­ krachtingen, moord en roof gangbaar vocabu­ laire zijn geworden? Hij zit tegenover mij. Zijn bril zit goed op zijn plek. Zijn hemelsblauwe blouse past prima op zijn kaki-jeans. Kunt u zich voorstellen, wie u bent, wat u hier doet en waarom u dat doet? “Ik ben Jaime de Bourbon Parme. Ik ben Speciaal Gezant Natuurlijke Hulpbronnen voor het ministerie van Buitenlandse Zaken. Mijn thema is de voor­ zieningszekerheid van grondstoffen, vooral metalen en mineralen, voor de Nederlandse en Europese markt. Ik kijk hoe bijvoorbeeld elek­ tronicabedrijven op de lange termijn op een verantwoorde manier aan grondstoffen kunnen komen. U moet bedenken dat een elektronica­ bedrijf misschien wel tweeduizend verschil­ lende bronnen van grondstoffen heeft voor zijn mobiele telefoons. Zo’n bedrijf weet vaak zelf niet eens waar alles precies vandaan komt.”

Met één vraag krijg ik een lawine van uitleg. Ik beland meteen in het middelpunt van zijn vak. Maar dat is niet mijn bedoeling. Ik wil eerst van de prins weten wat zijn verbinding is met de natuur “Met de natuur?” De prins trekt zijn hoofd naar achter. Hij lacht met verbazing in zijn stem en ogen. Maar zijn repliek is snel: “ Natuur­ lijke hulpbronnen, zoals water, voedsel, energie

Conflictmineralen Oost-Congo is rijk aan mineralen als coltan, wolfraam, goud en tin. Tin wordt onder meer gebruikt om de onderdelen van televisies en telefoons met elkaar te verbinden. Coltan zit in onze mobieltjes en laptops. Export Strijdende rebellen worden volgens de VN gesteund door buurlanden als Rwanda en Uganda om controle te hebben over mijnen en wegen om de mineralen te exporteren. Wet De Amerikaanse ‘Dodd Frank Act’ uit 2010 verplicht alle beursgenoteerde bedrijven in de VS te bewijzen dat door hen gebruikte grondstoffen niet uit Congo of omstreken komen. Eerlijke tin De kritiek op deze wet is dat je de vrede niet dichterbij brengt door Congo links te laten liggen. Het Conflict Free Tin Initiative (CFTI), waarbij onder meer Philips en Tata Steel zijn aangesloten, wil tin op eerlijke en transparante wijze het land uit krijgen.

en grondstoffen, dat zijn de basiselementen van ónze economie. En als je ze op een verant­ woorde manier benut, profiteren mens en milieu daarvan. Mijn kracht zit bij de mense­ lijke kant. Daar zet ik mij voor in.” Ik stel deze vraag niet voor niets. Uw moeder, prinses Irene, is erg betrokken bij de natuur. Zij heeft daar veel boeken over gepubliceerd. Uw broer, prins Carlos, is een fervent pleiter voor groene energie. Bent u in dat opzicht de tegenpool binnen de familie? “Nee. Ik heb mij meer op de menselijke kant gericht en mijn moeder ­misschien meer op de natuurlijke kant, maar uiteindelijk gaan die twee samen. Ik heb ­persoonlijk ontzettend veel met de natuur. Dat heb ik van thuis mee gekregen. Mijn grootvader prins Bernhard was medeoprichter van het Wereld Natuur Fonds. Als je opgroeit, kijk je altijd naar je meerwaarde binnen het gezin. En die ligt bij mij op het snijvlak van diplomatie en conflict­preventie.” De Bourbon is niet klaar. Hij vertelt over zijn tweede ‘ik’ die beïnvloed is door zijn Spaanse opa, zijn vaders vader, Xavier de Bourbon Parme. Een man die alleen maar oorlog heeft gekend. De Eerste Wereldoorlog, de Spaanse burgeroorlog, de Tweede Wereld­oorlog. Een man die vanwege zijn verzet in de concentratiekampen Natzweiler en Dachau terechtkwam en deze heeft overleefd. Maar vooral ook een man die de bron van inspiratie en de kracht is voor de prins. “Als kind vroeg ik altijd aan mijn vader om over opa te vertellen. Toen besefte ik dat als ik van­ daag nog steeds de mensen in de ogen kan kij­ ken die concentratiekamp Dachau hebben overleefd, die zeventig jaar vrede die we nu in Europa hebben, niet vanzelfsprekend is. Zeker niet in landen buiten Europa, zoals Congo, waar nog steeds oorlog is.” Toch even terug naar uw familie. Is het een ­familie met een missie? Door God gestuurd om iets voor de aarde te betekenen? “Ik heb een paar interessante, goed betaalde banen in het bedrijfsleven laten l­ iggen om me in te zetten ONEWORLD 41


Hoe ziet een werkdag eruit? “Ik zit aan tafel of heb conference calls met bedrijven en ik reis naar grondstofrijke landen, zoals China natuur­ lijk, maar ook Zuid-Afrika, Myanmar, Indonesië en Suriname.” Hoe vaak bent u dan op kantoor in Den Haag? “Ik schat een derde van mijn tijd.”

‘Grondstoffenprins? Dat klinkt alsof het mijn hobby is’

voor maatschappelijke verandering. Dat zit ingebakken, ik weet niet of dat iets in onze genen is of in onze opvoeding of toch, zoals u het zegt, in een goddelijke macht, maar het is deel van mijn leven.” Hij relativeert. “Ik zie dat eigen­ lijk niet alleen bij onze familie. Ik zie dat heel sterk bij jongeren onder de dertig. Ze ­hebben een enorme drang naar een eerlijke en duur­ zame wereld. Dus het is niet uniek, maar toeval­ lig wel sterk vertegenwoordigd in de familie.” De titel van dit interview zou kunnen zijn: Prins Jaime de Bourbon Parme, de Nederlandse grondstoffenprins. Wat zou u daarvan vinden? “Ik zou het vreselijk vinden. Omdat ik dit doe als persoon. En mijn prins-zijn speelt een onderge­ schikte rol. Ik ben gewoon Jaime de Bourbon Parme. Ik heb alle stappen doorlopen binnen de diplomatie. Nu ik Speciale Gezant ben, ben ik een soort ambassadeur. En gebruik ik mijn titel voor de eerste keer om deuren te helpen ope­ nen. Dus ‘grondstoffenprins’, dat klinkt alsof het mijn hobby is, als een goed doel naast een andere baan. Maar dit is mijn volledige baan die ik gewoon als Jaime doe.” 42 ONEWORLD

CV Jaime de Bourbon Parme (Nijmegen, 1973) is de zoon van prinses Irene en Carlos-Hugo de Bourbon Parme. Hij studeerde internationale betrekkingen, economie en conflictmanagement aan de Brown University en Johns Hopkins University (VS) en liep stage bij het WNF en het Rode Kruis. Venezuela Zijn loopbaan begon bij ABN-AMRO in Argentinië en Brazilië, daarna werkte hij bij Corporación Andina de Fomento, een regionale ontwikkelingsbank in Venezuela. Afghanistan Als diplomaat bij Buitenlandse Zaken was zijn eerste uitzending naar Irak, in 2003. Vervolgens was hij politiek adviseur in Noord-Afghanistan. Na een tussenstop bij het kabinet van eurocommissaris Neelie Kroes in Brussel werd hij Speciaal Gezant Natuurlijke Hulpbronnen.

Tijdens een bijeenkomst van de OESO, de club van de rijke landen, in Parijs in 2012 ontmoette hij manager Boukje Theeuwes die zich bij Phi­ lips inzet voor de duurzaamheid van de leveranciers­keten. Die ontmoeting leidde tot meer contacten. En die contacten leidden tot deze reis naar Congo. Een reis met Motorola Solutions, Philips, FairPhone, USAID en de Europese Commissie. Het doel: als Conflict Free Tin Initiative(CFTI) een systeem opzetten om Congolese grondstoffen van de mijn tot aan de consument te traceren, om ervoor te zorgen dat alleen conflictvrije mineralen worden geëx­ porteerd. Er draait nu een proefproject in de mijn Kalimbi, in het stadje Nyabibwe. De Bourbon legt het hele proces uit met een vuist in de lucht om zijn gedachtegang te ondersteunen. “Elk zakje met tin dat uit de mijn komt, krijgt een apart label. Een speciaal comité van overheid, maatschappelijke organisaties en vei­ ligheidsinstellingen volgen de route van deze zakjes tot aan de grens, om te zorgen dat geen gewapende groepen aan de mijn v­ erdienen.” Nederlanders hebben affiniteit met cijfers. Hoeveel kost dit project hen? “Het is een drie­ jarig project. We hebben Pact, de Congolese organisatie die ter plekke de spil is van het geheel, gefinancierd met 1,3 miljoen dollar. In november 2012 zijn de eerste zes containers met tin ter waarde van 1,7 miljoen dollar uit Congo geëxporteerd. Ziet u dat de economische waarde na een paar maanden even groot is als de totale investering voor drie jaar?” Is dit een donatie of toch een moderne vorm


bAbAh COLUmN

Eten, knippen, denken van de VoC-mentaliteit, zodat westerse bedrijven zonder schuldgevoel aan grondstoffen kunnen komen? “Het enige belang voor het ministerie van Buitenlandse Zaken is transparantie. Nederland is een doorvoerland voor agrarische grondstoffen, het is onze natuurlijke rol om te kijken hoe je daar verantwoord mee omgaat. Ik ben een belangeloze bemiddelaar. Ik verbind de schakels uit de ketens. De mijn­ werker weet niet wie de smelter is, de smelter weet niet dat de tin bij Philips terechtkomt. Die partijen probeer ik bij elkaar te brengen. Zo kunnen we met relatief weinig ontwikkelingshulp grote impact hebben. Dat past in de filosofie van de nieuwe minister van Ontwikkelingsamenwerking en Inter­ nationale Handel. Economische diplo­ matie, dat is wat ik hier in Congo doe.” Zijn er vragen die ik niet heb gesteld en waarop u wilt antwoorden? De Bourbon geeft geen antwoord, maar wil nu de interviewer zijn. Wat doet het u, als Congolees, om ons project te zien? “De hele oorlog in Congo draait om illegale handel in grondstoffen. Mijn pleidooi is altijd geweest: laat bedrijven op transparante wijze rechtstreeks in Congo grondstoffen afnemen in plaats van via de buurlanden. Dit project is een eerste stap in die richting.”

E

lke zaterdag koop ik in een kleine Afrikaanse winkel in de Utrechtse wijk Lombok exotische ingrediënten voor mijn Afrikaanse maaltijden. Het winkeltje is ook een afro-kapperszaak die Afrikanen uit alle landen en lagen van de bevolking trekt, die met elkaar het nieuws doornemen.

Hier voed ik mijn maag en hersenen

alphonse muambi (Lubumbashi, 1968) is publicist en auteur van Democratie kun je niet eten (2009) over de verkiezingen in Congo. Hij woont in Den Haag.

Beeld marCUs koPPen

Het interview is nu definitief klaar. De hemel is nog steeds blauw boven Kivu. De zon schijnt niet meer, maar de sterren wel. De welkomsthymne is nu veranderd in een hymne van hoop. De hoop dat het tin-initiatief een succes wordt.

Deze keer ging het over berichten die tijdens de inauguratie van de nieuwe president van Kenia werden getweet. De bejaarde president Mugabe van Zimbabwe had tegen Museveni, president van Uganda, gefluisterd: “Hoe is het mogelijk om twee voormalige presidenten levend in een land te hebben? Het lijkt wel een Amerikaanse film.” Museveni keek naar oud-president Daniel Arap Moi en de vertrekkende president Mwai Kibaki en schudde zijn hoofd in ongeloof. Mugabe en Museveni zijn zelf het levende bewijs dat leiders in Afrika pas op hun sterfdag de macht overdragen. Ter illustratie: hier hebben we inmiddels vier levende voormalige premiers en Nederland verging niet toen zij hun ambt neerlegden. Zelfs de paus en de monarch blijven tegenwoordig niet meer zitten tot aan hun dood. “Laten we het over het positieve nieuws hebben”, reageerde een Keniaan. “Nieuwe leiders doen makkelijker afstand van de macht. Men accepteert een verkiezingsnederlaag en stapt met waardigheid op. En kijk naar Macky Sall, de nieuwe president van Senegal. Die kondigde meteen aan dat hij zijn ambtstermijn wil reduceren van zeven naar vijf jaar.” Toen ik met mijn boodschappen op straat stond, realiseerde ik me dat ik de wereld niet meer bekijk met een Afrikaanse, maar met een westerse blik. Maar dankzij dit heerlijke Afrikaanse winkeltje in hartje Utrecht kan ik niet alleen mijn maag maar ook mijn hersenen voeden. Babah tarawally is journalist, verhalenverteller. Hij schreef het boek De god met de blauwe ogen. ONEWORLD 43


Achtergrond

Vrijwilligers versus managers

Schisma binnen de wereldwinkels Het rommelt bij de wereldwinkels. Lagere prijzen voor de leveranciers en stevig betaalde managers: volgens velen was de wereldwinkel de wereldwinkel niet meer. Directeur Huub Jansen van de Landelijke Vereniging Wereldwinkels zegt nog steeds voor de lokale pottenbakker en houtsnijder op te komen. “Het gaat ons om de producenten, niet om de leveranciers en wereldwinkels.” Tekst Esther Bakker Beeld Ewoud Rooks

O

p een toplocatie in Heemstede, tussen de nette boetieks, de ijs­ salon en een meubel­ zaak vol duur design, wolkt een bekende lucht van wierook over het trottoir. Ik herinner me in een flits de feestelijke opening van een wereldwinkel in mijn dorp. Pa en ma deden zich te goed aan wijn uit een socialistisch land en ik mocht een duifje kopen van Zuid-Amerikaans keramiek, iets onvoorstelbaar exotisch. Voortaan zouden we suikerriet op onze pannenkoek eten. Inmiddels zijn die Chileense wijn, de rietsuiker en de exotische snuisterijen alledaags geworden. De circa 350 wereldwinkels die Nederland telt, moesten de afgelopen jaren een meta­ morfose doormaken om die nieuwe werkelijkheid te overleven. Voortaan zijn ze fris, hip en strak, met een taboe op stoffige raffia mandjes. Ze werden gerestyled door ervaren marketeers. Op de toonbank kwam een heus stijl­ boek te liggen.

44 ONEWORLD

Eigen koers

Die verandering ging niet zonder slag of stoot. Nieuwsuur kwam in april met het verhaal dat er bonje was bij de ­Landelijke Vereniging van Wereld­ winkels. Het ging over autonomie, een beschuldiging van belangenverstren­ geling en over hardwerkende vrijwilli­ gers versus goedbetaalde managers. Inmiddels hebben 64 leden in de laat­ ste twee jaar hun lidmaatschap van de Landelijke Vereniging Wereldwinkels beëindigd. Dertig van hen gingen ­verder onder de Stichting Wereld­ winkel. “We vonden dat we te veel geld moes­ ten afdragen voor de ontwikkeling van de nieuwe strategie, 4 procent van de omzet, en dat er te weinig werd ­geleverd”, zegt Ellen Cruyse, betaalde coördinator van de wereldwinkel in Groningen. Met een omzet van vier ton is het de grootste wereldwinkel van Nederland. Maar bovenal stak het ­Groningen dat de Landelijke Vereniging via de Stich­ ting Fairsupport lagere inkoopprijzen

bedong bij de leveranciers. “De leve­ ranciers stonden hierdoor voor de keuze: of een groot deel van hun afzet­ kanaal verliezen als ze niet mee zouden doen, of hun producten tegen te lage prijzen verkopen.” Dat een deel van de aldus behaalde winst bij Fair Support bleef, was Cruys en haar collega’s een doorn in het oog. FairSupport was in 2007 opgericht op initiatief van de Landelijke Vereniging en van Fair Trade Original. Fair­ Support moest de wereldwinkel­ formule moderniseren. Lars Moratis, lid van de stichtingsraad van FairSupport en bestuurslid van de Landelijke Vereniging: “Het grote punt is dat onze vereniging veel leden kent met uiteenlopende opvattingen over een goede winkel en professionalise­ ring, wat ze daarin willen investeren en terugverwachten. Dat is terug te voe­ ren op verschillen in opvatting over waar onze vereniging voor bestaat. Een aantal wereldwinkels vindt een profes­ sioneel ondersteuningsniveau über­ haupt niet nodig.”


‘We vonden dat we teveel geld moesten afdragen voor de ontwikkeling van de nieuwe strategie’

Last van de crisis

De overgebleven bijna driehonderd wereldwinkels van de Landelijke ­Vereniging gaan door op de ingeslagen koers. Fairsupport is inmiddels opgehe­ ven. “Het bracht ons niet wat we had­ den gehoopt”, zegt directeur Huub ­Jansen van de Landelijke Vereniging. De modernisering van de winkels was succesvol maar de winkels hebben last van de crisis: de omzet stagneert (28,7 miljoen in 2011) en het aantal klanten loopt terug. Sommige winkels kunnen het hoofd niet boven water houden en sluiten de deur. Wereldwinkels zitten vaak op een a-locatie met een hoge huur. De wereldwinkels nieuwe stijl worden nog altijd gerund door vrijwilli­ gers, alleen de grotere zaken hebben een betaalde coördinator. De wereld­ winkels – geboren uit actie en strijd tegen de hoge invoerrechten op rietsui­ ker – bestaan inmiddels 45 jaar. Ze wonnen enige jaren achter elkaar het predicaat ‘beste cadeauwinkel’ van Nederland, een bewijs dat ze de ­wierook en riet­suiker ver achter zich hebben ONEWORLD 45


Achtergrond

Vrijwilligers versus managers

gelaten. “Ons doel was Nederland bewust maken. Met fairtrade food is dat gelukt, dat ligt tegenwoordig in de supermarkt. Nu willen we hetzelfde met onze arts and crafts bereiken. Gewone winkels moeten ook eerlijk geproduceerde cadeau-artikelen gaan verkopen “, zegt Jansen. “Ik kwam op reis houten muziekinstrumenten tegen in Thailand. Niets voor onze wereld­ winkels, maar wel geschikt voor een muziekzaak. Of hele dure sieraden die je beter in de Bijenkorf kunt verkopen.”

Elke twee jaar controle

De wereldwinkels van Nederland kopen hun producten bij Nederlandse leveranciers die goedgekeurd zijn door de Landelijke Vereniging. De leveran­ ciers moeten hun producenten (boeren en bedrijfjes in ontwikkelingslanden) genoeg betalen voor een leefbaar loon en gaan een langdurige relatie met ze aan zodat ze durven investeren. Verder moet het product milieuvriendelijk gemaakt zijn en wordt de handelsketen doorgelicht. In Culemborg zitten ver­ schillende coöperaties van leveran­ ciers. Elke wereldwinkel doet daar de eigen inkoop. De leveranciers worden elke twee jaar gecontroleerd. Directeur Huub Jansen is net terug van een reis door Swaziland en Zuid-Afrika om producenten te bezoeken. De con­ troles worden doorgaans uitgevoerd door lokale specialisten die goed op de hoogte zijn van de gang van zaken in de regio. Soms wordt een product of leve­ rancier afgewezen omdat de fairtrade criteria niet zijn gegarandeerd. “Hoe leuk het product ook is, het gaat ons om de producenten, niet om de leveran­ ciers en wereldwinkels”, aldus Jansen. Het verontrustende verhaal van de boze wereldwinkels dat de leveranciers door zijn vereniging gedwongen worden 46 ONEWORLD

Mijn duifje uit Latijns-Amerika is helaas nergens meer te vinden

lagere prijzen te accepteren, kan hij verklaren. “Een groep van vijftig wereldwinkels ging gezamenlijk inko­ pen. Dat scheelt de leverancier in Nederland geld en werk. Ze kunnen een container met kaarsen uit Swaziland dan zonder uit te pakken aan ons verko­ pen. In ruil vragen wij een lagere prijs. Het is niet de bedoeling dat zij lagere prijzen bedingen bij de producent.” De winst van de lokale wereldwinkels wordt gebruikt om de winkel te verbe­ teren en gaat naar individuele kleine projecten in ontwikkelingslanden. Een deel (3,5 procent van de omzet) gaat ook naar de Landelijke Vereniging Wereldwinkels. Met het geld worden onder meer de salarissen betaald. “Die zijn aanzienlijk lager dan in Nieuwsuur werd genoemd “, zegt direc­ teur Jansen. “Ik haal de Balkenendenorm bij lange na niet, zelfs niet bruto/ bruto.” Met behulp van de opbrengst van de winkels voorziet de Landelijke Vereniging in de controle van de pro­ ducten, wordt gewerkt aan de verkoop­ maximalisatie van de wereldwinkels en stimuleert de Vereniging de opkomst van fairtrade producten in de gewone detailhandel. “Dat blijft toch ons hoofddoel. Met fairtrade food is dat een groot succes, je kunt het overal krijgen. Nu de cadeau­ markt nog.” De Vereniging ijvert voor een nationaal of zelfs inter­ nationaal keurmerk voor fair trade ‘gifts en living producten’ zoals dat ook voor fairtrade food geldt.

Eigentijdse hipheid

De wereldwinkels krijgen overigens ook subsidie. De Landelijke Vereniging kreeg 1,7 miljoen voor vier jaar voor het stimuleren van draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Met dit geld financiert ze twee campagnes, jongerenprogramma Fairminds en de Fairtrade Gemeente-campagne: gemeenten en bedrijven spreken af op verschillende fronten fairtrade te handelen. Tot nu toe hebben 31 gemeenten het predicaat Fairtrade Gemeente gekregen, 91 gemeenten zijn actief bezig om die status te ver­ werven. Heemstede staat nog niet genoemd als Fairtrade Gemeente, maar heeft wel een wereldwinkel. Eenmaal voorbij de wolk van wierook gestapt, is in één oogopslag duidelijk dat deze zaak op een ander publiek gokt dan de idealis­ tische rietsuikergebruikers uit de seventies. Op wat oude favorieten na (de stenen beeldjes, de houten olifant­ jes en het schap met wierook) straalt de winkel eigentijdse hipheid en kleu­ rige vrolijkheid uit. Geen souvenirachtige spulletjes meer, maar westers gedesignde cadeauartikelen. De absolute favoriet anno 2013 in de wereldwinkel staat al jaren stabiel op nummer één: de tapasschaal uit Tune­ sië. Mijn duifje uit Latijns-Amerika is helaas nergens meer te vinden.


beeld Anaïs López

oPEN keuken GEHEIMEN VAN DE THUISKOK

Chrysoula bakt amigdalopita Waar Chania, een stadje op westelijk Kreta, Griekenland Wie Chrysoula Michialidou (74, huisvrouw) Maakt a ­ migdalopita, amandeltaart, een familierecept Wie eet mee zoon Stavros en kleindochters Carmela (11) en Dimitra (12) Wat kost het 8,50 euro. De amandelen zijn het duurst (3,50 euro). Chrysoula krijgt een weduwepensioen van 450 euro per maand. Daarvan besteedt ze 40 procent aan eten Altijd in huis citroenen, olijfolie en meel. In de koelkast liggen altijd feta, eieren en graviera (gele kaas) Wie doet de afwas Chrysoula Kijk op www.oneworld.nl/amandeltaart voor Chrysoula’s recept ONEWORLD 47


mArcel & jAn-dirk wAREN ERBIJ

Een nacht met Mauro

H Schrijver Marcel van Roosmalen en fotograaf Jan-Dirk van der Burg bezoeken bijeenkomsten van mondiale Nederlanders. Deze maand wandelen ze tijdens Nacht van de Vluchteling.

et was Nacht van de Vluchteling, een jaarlijkse nachtelijke wandeling van Rotterdam naar Den Haag waarmee aandacht wordt gevraagd voor het lot van vluchtelingen. In gebouw Las Palmas te Rotterdam verzamelden de zeshonderd lopers zich, de meesten in regenbestendige kleding met een rugzakje om de schouders. Ze hadden allemaal sponsors geworven voor het goede doel: het opruimen van mijnen in Zuid-Sudan. In totaal was de lopers 150.000 euro toegezegd. Beduidend minder dan vorig jaar, toen 1100 lopers 200.000 euro bij elkaar liepen. Volgens de organisatoren lag de oorzaak in ‘de aanhoudende crisis’ en ‘concurrentie van gelijksoortige evenementen’. Ze focusten op het positieve. “Het gemiddelde bedrag per loper is gestegen.” Toplopers, volgens de website, waren onder andere radiomaker Sander de Heer en Femke Halsema. Sander de Heer stond op het podium met een microfoon aan één stuk door te praten

48 ONEWORLD

over de nacht (zijn eigen idee). Slogan van de avond was ‘Hoe ver zou jij ’s nachts lopen uit angst voor geweld?’. Voor de meeste mensen lag de grens op veertig kilometer, de afstand tussen Rotterdam en Den Haag. Of om het in de woorden van Sander de Heer te zeggen: “Veertig kilometer lopen voor een ander, dat geeft een goed gevoel.” Op het podium maakte Sander plaats voor Olga Commandeur, bekend van het tvprogramma Nederland in Beweging, die aan een serie simpele rek- en strekoefeningen begon. Ik maakte kennis – nou ja, maakte kennis, ik ging per ongeluk in zijn tas staan – met een KLM-medewerker die met een Ethiopische vlag om de nek stond mee te springen. Op de vraag: “Bent u een Ethiopiër?”, kwam een gedecideerd “nee”. Natuurlijk was hij geen Ethiopiër. Maar zijn vriend wel! Er volgde een zoektocht, uiteindelijk werd de vriend gevonden bij de koffiebar. Nadat ze uitgebreid zijn vluchtverhaal en


over hun kennismaking – hij haalde namens de KLM een kindercircus naar Nederland en had daar een tolk nodig, dat werd zijn vriend – hadden verteld, kwam de toestand in Ethiopië ter sprake. Er werd daar op grote schaal gemoord en gemarteld, iets wat in Nederland amper belicht werd. De situatie van homo’s was er op z’n zachtst gezegd ook niet ideaal. De vriend: “Ze moeten niet worden terug­ gestuurd. Ze moeten hier blijven, regering!” Nadat ik dat genoteerd had, viel ik in de armen van Carla van Os, woordvoerster van Defence for Children. Ze zat ooit bij me in de klas op de School voor Journalistiek en werd landelijk bekend als woordvoerder van Mauro Manuel, de asielzoeker die eerst wel, daarna toch weer niet moest worden uitgezet en tijdens een uitzending van Pauw & Witteman door toenmalig staatssecretaris Henk Bleker werd uitgenodigd om mee te gaan naar de voetbalwedstrijd FC Twente-PSV. Mauro had zin in de wandeling. Er passeerden lopers in een PvdA-regenjack.

Carla wilde niets negatiefs zeggen, blij als ze was met het kinderpardon

Ik vond dat gezien alle commotie in die partij rond illegalen een vorm van lef hebben. Carla wilde er niets negatiefs over zeggen, blij als ze was met het kinderpardon in het regeer­ akkoord. We gingen naar buiten. Op de Erasmusbrug stond Youp van ’t Hek met een megafoon. Hij prees de lopers dat ze zich inzetten voor een ultiem goed doel: het opruimen van alle mijnen. “Het is in Limburg ook gelukt, dus dan moet het kunnen.” Daarna schoot burgemeester Aboutaleb de lopers weg met de woorden dat hij hoopte dat het geld dat ze zouden ophalen goed terecht zou komen. We liepen over de Erasmusbrug en sloegen daarna rechtsaf langs het water. De stemming onder de wandelaars was vrolijk, uitgelaten bijna. Een enkeling zette het lied ‘Ik heb een potje met vet’ in. Daarna draaide ik om en gingen zij verder. ONEWORLD 49


portret

Internationaal studentenhuis

Eindhoven heeft het

Tekst evelien veldboom beeld Martijn van de griendt

Terwijl kranten vol staan over het politieke gesoebat over de strafbaarstelling van illegaliteit en ­uitgeprocedeerde asielzoekers die bivakkeren in tenten en kerken, herbergt een gewone straat in Eindhoven een internationale idylle. In het Jongerenhuis wonen vluchtelingen, sommige ­uitgeprocedeerd, andere in afwachting van verdere beslissingen van de rechtbank, samen met Nederlandse studenten die een woonplek zochten die meer biedt dan stapels bierkratten en lege pizzadozen in de woonkamer. Ze delen niet alleen de keuken en het afwasrooster, er wordt ook samen gesport, gebarbecued en muziek gemaakt. “Als je de tv aanzet, denk je dat niemand meer samen kan leven. Maar hier zitten we met zeven culturen aan één tafel.”

50 ONEWORLD


Sanne (25) uit Limburg woont vijf jaar in het Jongerenhuis. Heeft haar studie Culturele en Maatschappelijke Vorming afgerond en is nu jongerencoördinator in het huis.

“V

ijftien studentenhuizen ben ik afgegaan voor hospiteeravonden, maar het was elke keer weer zo’n vleeskeuring en de kratten bier stonden opgestapeld tot aan het plafond. Toen zag ik dit huis op internet staan. Ik ben een avondje langsgegaan en werd uitgenodigd om te komen proefwonen. Ik ben nooit meer weggegaan. Inmiddels ben ik

coördinator. Ik help de bewoners bij het zoeken naar werk, studie of ontspanning, en ik geef ze les in Nederlands. Als je de tv aanzet, denk je dat niemand meer samen kan leven, maar hier zitten we met zeven culturen aan één tafel en het lúkt gewoon. Doordat ik in het huis woon, besef ik heel goed wat voor mazzel ik heb. Ik kan doen wat ik wil. Het maakt me

soms boos als ik zie hoe lui en verwend sommige Nederlandse studenten zijn, terwijl we hier een huis vol jongeren hebben die staan te springen om een studie en werk. In februari hebben we het Vreemdland Festival georganiseerd om Nederlanders dichterbij het leven van vluchtelingen te brengen. Mustapha, een jongen die eerst op straat leefde, gaf daar zijn eerste rapoptreden. Ik was zo trots op hem!’’

ONEWORLD 51


Negar (29) uit Iran woont ruim twee jaar in het Jongerenhuis. Maakt schoon bij mensen thuis en wacht op een verblijfsvergunning.

“V

oor mij is het heel belangrijk dat er een plek is waar ik mij veilig voel. Die plek heb ik in dit huis gevonden. Hier kom ik tot rust. Voordat ik naar Eindhoven kwam, woonde ik in een opvang in Amsterdam. Ik had geen contact met de buitenwereld, daar werd ik heel triest van. Nu heb ik altijd mensen om mij heen. Mijn lievelingsmoment

52 ONEWORLD

op de dag is als we samen koken en eten. Sanne geeft mij Nederlandse les. In het begin speelden we ook gitaar tijdens de lessen, omdat muziek een taal is die we allebei begrijpen. Drie jaar geleden ben ik gevlucht uit Iran, omdat ik praktiserend christen ben. Gelukkig kan ik hier zonder sluier over straat. Ik ben actief in de Perzische kerk in Apeldoorn en zing

daar in het kerkkoor. Het grootste probleem in Iran is het gebrek aan vrijheid, om je mening te uiten en om te kiezen wat je wilt. In Nederland is dat allemaal beter geregeld, maar doordat mijn asielaanvraag geweigerd is, kan ik alsnog niet echt van die rechten genieten. Ik hoop dat ik toch een verblijfvergunning krijg en in Eindhoven kan blijven wonen. Ik wil graag mondhygiëniste worden.”


Bryan (19) uit Uganda woont sinds vier maanden in het Jongerenhuis. Werkt als vrijwilliger bij een kringloopwinkel en wacht op een verblijfsvergunning.

“O

mdat mijn ouders politiek actief zijn, moesten we vluchten uit Uganda. We zijn allemaal op andere plekken terechtgekomen. Gelukkig kan ik goed met mijn huisgenoten praten, ze voelen voor mij als mijn eigen familie. Ondanks dat het in Uganda onveilig is voor mij heb ik nog geen verblijfsvergunning gekregen. Als ik die wel

krijg, gaan er zoveel deuren open. Ik wil Ontwikkelingsstudies studeren, dat is altijd mijn grote droom geweest. Ik hoop dat ik later iets kan betekenen voor de mensen in Uganda. Veel asielzoekers zijn afgesloten van de buitenwereld en zitten de hele dag op hun kamer tv te kijken, omdat ze niks mogen doen. Het Jongerenhuis zorgt ervoor dat je actief blijft, dat alles zin blijft hebben. Zo heeft het

huis voor mij geregeld dat ik als vrijwilliger aan de slag kan bij de Emmaüs kringloopwinkel. Met de vrachtwagen halen we oude spullen op bij mensen thuis en die brengen we naar de winkel. Zo blijf ik een beetje bezig. Hier in huis spelen veel mensen een instrument. We zijn nog op zoek naar een keyboard waarop ik kan spelen. Dan kunnen we een huisbandje beginnen.”

ONEWORLD 53


loethe

Beeld marCUs koPPen

COLUmN

Voer tot nadenken

‘J Katten zijn duurzamer dan baby’s

54 ONEWORLD

ij doet altijd zo milieubewust en duurzaam – maar hoe zit het met je katten? Die vreten vlees en vis, poepen en voeren niks uit. Hoe duurzaam is dat eigenlijk?’ Tja. Op dit soort gewetensvragen heb ik nooit direct antwoord, zeker niet omdat op het moment dat ik dit stukje typ, zowel poes Persil als kater Donder wijdpoots liggen te loungen voor de verwarming, die ik ’s winters speciaal voor hen ’s nachts een béétje laat branden. Maar dit vergeet je hopelijk weer. Zijn huisdieren duurzaam? Vast niet. Neem je eigen poes. Die kost je handenvol geld aan eten en dierenartsen, en haar drolletjes zijn zo ammoniakaal scherp en stinkend, dat ze zelfs niet als tuinmest te gebruiken zijn. Dus sjouw je braaf met zware zakken vol kattenbakkorrels, meestal van klei of silica: niet echt goed voor het milieu. Jij en je kat scoren al een stuk beter wanneer je voor papier­, hout­ of strokorrels met Milieukeur kiest, die gemaakt zijn van restproducten. Bovendien kun je die wél in de GFT­bak deponeren. En nog even ter relativering: katten zijn áltijd nog duurzamer dan baby’s, die met hun poep tonnen luiers vervuilen en bergen afval veroorzaken. Bovendien houden katten zichzelf schoon, wat veel wasmiddel, zeep en water scheelt. Maar goed: met dat eten heeft de criticus een punt. Want van alle voedingsmiddelen belasten vlees en vis het milieu het meeste. En katten zijn, anders dan honden, 100 procent carnivoor. Dat maakt kattenvoerfabrikanten die doperwtjes in hun blikjes stoppen volstrekt lachwekkend, want je kattenbeest kan groenvoer niet eens verteren. Wij delen ons land met pakweg 3,3 miljoen katten, die jaarlijks per poes zo’n 58 kilo kattenvoer wegbunkeren.

Kattenvoer bestaat voor minimaal een derde uit dierlijke ingrediënten, vooral restproducten van slachterijen (vet, huid, orgaanvlees), maar ook van schoongemaakte en gefileerde vis blijven graten, vellen, staarten over. Die worden verwerkt tot visolie en –meel voor viskweek, gebruikt in soepen, sauzen of in kattenvoer. En ja, dit is behoorlijk duurzaam, want zo worden deze resten toch nog nuttig gemaakt. Altijd beter dan weggooien. Maar hoe zit het dan met kattenvoermerken die zich op de borst kloppen omdat er verant­ woord gevangen vis, met MSC­keurmerk, in hun blikjes zit? Het verschil met reguliere blikjes is minimaal, zegt onderzoeksbureau Blonk Milieu Advies. Wel zijn grondstoffen uit een duurzame bron altijd beter. Maar kijk: slechts ongeveer 4 procent van dit kattenvoer bestaat uit vis. Dat MSC­logo zegt dus niet zoveel, al stemt het voer in ieder geval tot nadenken. Want eigenlijk zou álle vis, voor de poes of voor ons, duurzaam gevangen of gekweekt moeten zijn. Maar goed: zijn Persil en Donder nu duur­ zaam of niet? Het blijft lastig. Ze produceren geen eieren, melk of wol en doen niks nuttigs, op het sporadisch vangen van een muis na. Maar wat ze wél leveren: gezelligheid, aanhankelijkheid en vrolijkheid. Daarmee maken ze mij vaak erg gelukkig en dat drukt ongetwijfeld mijn doktersskosten en chocoladebehoefte. Heel duurzaam. Al blijf ik door mijn katten wellicht ook langer leven. En dat is minder goed, want mensen, die zijn pas écht slecht voor het milieu. loethe olthuis is culinair journalist en columnist bij onder meer de Volkskrant.


op de kop getikt HIp EN HANDIG

sTijn CHeCkT

kooPjes

Rokjesdag

Waar rook is, is vuur

Olcay Gulsen van modelabel SuperTrash ontwierp speciaal voor STOP AIDS NOW! deze kekke kokerrok. De gehele opbrengst gaat naar vrouwen met hiv in Ethiopië. superTrash rokje € 29,95 supertrash.com/ staringiscaring

oneWorld wijst je de weg in het woud van keurmerken, greenwashing en ecoclaims. deze maand: een tuinfakkel die Co2 -neutraal brandt. Fabrikant Fire-up Prijs vanaf € 4,99 oordeel

Claim De Zweedse fakkel is een ware trend in de Nederlandse tuinen. Het ingezaagde stammetje is brandhout en vuurkorf ineen. Simpel in gebruik en met een noeste uitstraling. Die van Fire­Up komt nu met een nieuwe claim: ‘brandt CO2­neutraal’. analyse Heb je hout wel eens CO2­ neutraal verbrand? Ik niet in ieder geval. Bij mij komt er altijd CO2 vrij. Bij navraag komt de aap uit de mouw. Fire­Up bedoelt met ‘branden’ ook de opname van CO2 toen de fakkel nog een boom was. Een boom neemt tijdens zijn leven evenveel CO2 op als daarna bij verbranding ervan vrijkomt. Dat heft elkaar dus op. Toch is dit selectief winkelen: de opname door de boom wordt wél meegenomen in de claim, maar de uitstoot van CO2 tijdens bijvoorbeeld transport, productie en verpakking van de fakkel níet. Wat zien we als we verder kijken dan deze aparte definitie? Twee

Racen op de camping

goede acties van Fire­Up. De fakkel is gemaakt van hout uit duurzaam beheerde bossen met het fsc­ keurmerk. Ook de aanmaakblokjes die in de fakkel zitten om hem op gang te krijgen, zijn fsc gekeurd en geïmpregneerd met plantaardige olie in plaats van met paraffine of kerosine. Om welk type plantaardige olie het gaat, is alleen onduidelijk. Het fsc­keurmerk is prima, maar staat op de verpakking naast de CO2­claim, dus op dat gebied voegt dat niets toe. En de aanmaakblok­ jes zijn niet anders dan de fakkel zelf: CO2­neutraal branden doen ze alleen als je creatief bent met de definities in je rekensom.

oordeel Het fsc­keurmerk en de plantaardige olie van Fire­Up zijn twee punten waard. Maar de gekke CO2­claim gaat in rook op. stijn Cornelissen is journalist en schrijft kritisch over maatschappelijke projecten en duurzame producten.

Dagje rondhangen bij de tent? De kids vermaken zich met de solar rover, gemaakt van een leeg frisdrankblikje. Het moet wel een beetje zonnig weer zijn, want deze wagen haalt zijn energie uit zonlicht. Zonnecelwagen, green science, € 19,95, bit.ly/11a8j6R

Thuis op vakantie

Voor wie geen zin heeft in die stinkende, volgepropte auto en gehannes met tentstokken: met dit vakantieboek tover je je eigen huis om tot een ware vakantieplek. Niemand de deur uit, studio de Leijer, € 15, deharmonie.nl Win Win Win: Maak kans op een van de vijf gratis exemplaren van dit lees-, doe- en kijkboek. Doe de quiz op oneworld.nl/ vakantieboek

ONEWORLD 55


mediA & cultuur LEZEN

DOEN Win Win Win doe de quiz op oneworld.nl/ghana en maak kans op een exemplaar van Ghana ga weg

uiTgeLiCHT

Nergens thuis

“D

oe geen moeite, je bent schrijver of niet”, zei Nobelprijswinnaar en schrijfster Toni Morrison tegen Taiye Selasi (1979) toen Selasi haar vertelde dat ze schrijver wilde worden. Selasi deed wél moeite en bewees dat ze schrij­ ver is. Na het succesvolle verhaal Het seksleven van Afrikaanse meisjes schreef ze haar gedeel­ telijk autobiografische debuut­ roman Ghana ga weg. Met dit debuut werd ze door het Engelse literaire magazine Granta be­ noemd tot een van de twintig beste jonge Britse romanschrij­ vers. De roman begint met de dood van een geniale Ghanese arts Kweku Sai. Hij woonde met zijn Nigeriaanse vrouw en hun

kinderen in Boston, maar ruilde hen in voor een nieuwe vrouw. Samen met haar keerde hij terug naar Ghana, waar hij uiteinde­ lijk overlijdt. Voor zijn kinderen in de VS komt met het overlijden de vraag naar boven waar ze écht vandaan komen. Tijdens de boekpresentatie in Amsterdam vertelde Selasi over het schrijfproces. “Ik was eind 29 en wilde voor mijn 30e wat gepresteerd hebben. Maar toen kreeg ik een writer’s block.” Ze ging op yogales in Zweden. Daar, onder de douche, kwam haar redding. “In mijn verbeel­ ding zag ik ineens de familie Sai naar mij toe lopen. Ik jatte details van de karakters van mijn familieleden, vervormde

non-FiCTie

ze een beetje en maakte ze tot de personages.” Selasi beschrijft op een aangrijpende en beladen manier hoe het is om vreemde­ ling te zijn in eigen land. De vraag ‘waar kom ik vandaan?’, spookt ook regelmatig bij haar door het hoofd. Na Londen, Boston, New York en New Delhi, woont ze nu in Rome. Maar zich thuis voelen doet ze nergens. “Het zou mooi zijn als ik kon zeggen: ‘Dit is mijn taal en dit is mijn vlag’. Maar ik ben geen Nigeriaan, Ghanees, Amerikaan of Italiaan. Ik noem mezelf liever Afropolitan: een wereldburger met Afri­ kaanse roots.” anTje TiLsTRa ghana ga weg Taiye selasi / atlas Contact / 382 pagina’s / € 19,95

THRiLLeR

Nieuwe kijk op hulp

Een onmogelijke misdaad

Zij zijn arm en wij zijn rijk. Die opvatting is inmiddels passé. Problemen rond grondstoffen, klimaat, veiligheid en water treffen iedereen. Daar past een ander soort ‘hulp’ bij. In dit boek schetst Cordaid-directeur René Grotenhuis een nieuwe kijk op internationale samenwerking.

De Stieg Larsson van Japan wordt Keigo Higashino al genoemd. Redding van een heilige is zijn tweede thriller (naast andere romans) met inspecteur Yukawa a.k.a. professor Galileo in de hoofdrol. Zelfs de briljante Yukawa heeft moeite om de schijnbaar onmogelijke misdaad op te lossen en de moordenaar te vinden.

grenzeloos eigenbelang. armoede uitbannen in een veranderende wereld / René grotenhuis / kiT Publishers i.s.m. Cordaid / € 19,50 56 ONEWORLD

Redding van een heilige / keigo Higashino / de geus / € 19,95

dans dans over de islam In El Djoudour toont de Frans-Algerijnse choreograaf Abou Lagraa hoe tradities en rituelen zijn geworteld in kernwaarden van de islam: vrijgevigheid en broederschap. Zo 9, di 11 juni stadsschouwburg amsterdam www.hollandfestival.nl

RondLeiding Vrede en recht Fietsend langs het Humanity House, het Joegoslavië Tribunaal en het Internationaal Strafhof kom je alles te weten over vrede en recht. do 27 juni Prodemos, den Haag www.prodemos.nl

uiT eTen Puur menu Tijdens een avondje uit genieten van een driegangendiner met pure, biologische, fairtrade en vegetarische producten. 3 t/m 9 juni Puur Restaurant Week, in heel nederland puurrestaurantweek.nl

muZiekFesTiVaL afrique – Carib Festival met onbekende muziekgenres uit Afrika en het Caribische gebied, plus een kleurrijke optocht ter herdenking van het slavernijverleden. Za 29, zo 30 juni Festival afrique - Carib www.afrique-carib.nl


LUISTEREN

KIJKEN

BRaZiLië LuisTeRT naaR

FoToBLog

Sambô – Rock ‘n’ samba

Z

e zaten ooit op een feest­ je rond de tafel een beet­ je muziek voor zichzelf te maken; Braziliaanse samba. Toen zetten een paar vrienden Rock and Roll van Led Zeppe­ lin in, met tamboerijn en ban­ jo. Die geïmproviseerde sessie kwam op YouTube, waarna het filmpje door heel Brazilië werd opgepikt: de band ‘Sambô’ (va­ riant op samba) was geboren. De vijfkoppige popgroep, die sinds 2006 zes cd´s uitbracht, speelt covers als Sunday Bloody Sunday van U2 en Mercedes Benz van Janis Joplin. Ze noe­ men hun muziek rock­samba, en bespelen daarbij de instru­ menten die bij de samba horen,

zoals cavaquinho (kleine gitaar) en percussie. Toen Sambô vorig jaar optrad in Big Brother Brasil kwam de grote doorbraak. Volgens pianist Ricardo Gama besefte de groep ‘dat ze welis­ waar vooral voor de acht Big Brother­deelnemers speelden, maar dat ondertussen het hele land meekeek’. Sinds dat optreden is het rock­samba wat de klok slaat in Brazilië.

De Braziliaanse Angélica Dass laat zien dat iedereen voorkomt in de kleurenwaaier van Pantone® humanae.tumblr.com

FiLm

sTijnTje BLankendaaL

oneworld.nl/sambo

geHooRd

Arabische elegantie Yasmine Hamdan vestigde haar reputatie in Libanon met electro en new wave. Voor haar debuut-solo-album putte ze uit het repertoire van beroemde en minder bekende Arabische zangeressen uit het midden van de twintigste eeuw. Die aanpak levert een elegante mix op van pop- en folkliedjes, geïnspireerd op de verschillende, rijke Arabische tradities, ondersteund door akoestische gitaren en synthesizers. Daardoorheen meandert haar licht hese, sensuele stem. Een lust voor het oor.

Ya nass / Yasmine Hamdan / Crammed / ca. € 11,-

De film Rebelle van de Canadees-Vietnamese regisseur Kim Nguyen roept zowel walging op, vanwege de gruwelijkheden, als bewondering, door de flarden van schoonheid die opduiken. Komona (12) wordt op een dag wakker van het geluid van mitrailleurs, als rebellen in een nietgenoemd Afrikaans land haar dorp binnenvallen. Ze wordt gedwongen haar ouders te doden en daarna wordt ze getraind als kindsoldaat. Later raakt ze bevriend met een albino, ‘de tovenaar’. Doordat Komona helderziend is, kan zij hinderlagen herkennen. De rebellen, ook Komona, zaaien dood en verderf. Tot de tovenaar besluit te stoppen met oorlog voeren. Hij wil met Komona trouwen, maar zij stelt als voorwaarde dat hij eerst een witte haan voor haar moet vinden, een moeilijke opgave in een land met weinig pluimvee. Komona vertelt haar verhaal aan haar ongeboren kind. Het verliezen van Komona’s onschuld, haar worsteling daarmee en haar poging haar leven te beteren maken de film boeiend. VamBa sHeRiF Verkrijgbaar op dvd ONEWORLD 57


MIJN OPLOSSING

tekst Marianne Wilschut

WERELDVERBETERAAR PRESENTEERT PLAN

Condoom met vleugels Wie Paul Breur (32), werktuigbouwkundige en ondernemer Wil condoomgebruik bevorderen Idee het Wingman Condoom, dat je zonder gehannes omdoet Maakt kans op 100.000 dollar van de Bill and Melinda Gates Foundation, voor het meest sexy condoom. Wingman? Dat klinkt Top Gun-achtig. “Het is een kwinkslag naar de straaljagerpiloten die altijd een buddy bij zich hebben. Maar het is ook een term uit het Amerikaanse uitgaansleven voor een vriend die zijn maat helpt om een meisje te versieren. Dit idee is geboren uit persoonlijke frustratie. Adnan Tunovi, een Delftse vriend en collega, vertelde mij ooit over het wilde weekend dat hij achter de rug had en over zijn gestuntel met het condoom. Dat was herkenbaar.” Waarom is een condoom niet sexy? “Op wat smaakjes en ribbeltjes na, is het latex condoom sinds 1930 niet wezenlijk veranderd. Het omdoen blijft een hinderlijke onderbreking. De seks voelt minder natuurlijk en door verkeerd gebruik zijn condooms niet altijd veilig. Dit maakt condooms niet geliefd, zelfs niet als ze gratis uitgedeeld worden.”

Beeld Anaïs López

Wat maakt jullie condoom anders? “Het geheim zit hem in een plastic clipje met vleugels. Die houdt het tuutje luchtvrij, terwijl je met één hand het condoom naar beneden rolt en het clipje verwijdert. Dat kan in drie seconden zonder dat het licht aan hoeft. Omdat je het condoom zelf niet aanraakt, is de kans nihil dat het door een nagel of ring scheurt. We kunnen dus het allerdunste rubber gebruiken. Het voelt prettiger, is veilig en geeft minder gedoe.”

58 ONEWORLD

Waar kan ik de Wingman kopen? “Sinds december ligt-ie in erotiekspeciaalzaken, daar komen steeds meer (online) verkooppunten bij. Ook is er interesse bij aidsbestrijdingsorganisaties. Het ultieme doel is om bij de drogist te liggen. Als we de hoofdprijs winnen, kunnen we het condoom verder ontwikkelen. Denk aan andere maten en vleugels van biologisch afbreekbaar plastic.” In november wordt bekend wie het condoom het meest sexy heeft gemaakt. wingmancondoms.com


OneWorld LIVE!

Kleurt de toekomst groen?

talkshow over de zin en onzin van de duurzame agenda

Datum: dinsdag 11 juni Tijd: 20.00 uur Locatie: De Balie, Amsterdam Gratis entree Staat duurzaamheid veel te laag op het lijstje van politici of is die groene agenda eigenlijk maar activistenpraat? En hoe maken we ons eigen huis een beetje groen? Op dinsdag 11 juni schuiven experts en critici aan tafel tijdens de wervelende talkshow OneWorld Live! In drie rondes ontrafelen we de feiten en de sprookjes achter duurzame politiek, de groene economie en lokale burgerinitiatieven. Altijd op de hoogte van duurzame nieuwtjes? Marjan Minnesma (Urgenda) zal diezelfde avond de app Duurzaam Journaal lanceren. De duurzame app is een initiatief van OneWorld, De Betere Wereld en De Nieuwe Pers. Voor meer informatie: oneworld.nl

LIVE

ONEWORLD 59


NIEUW: oneWorld MAGAZINE APP NUMMER  JUNI

OneWorld/juni

WIN DRIEDAAGS UITJE

PARME

Prins(h)eerlijk mobieltje JAIME DE BOURBON

STUDENTEN EN ASIELZOEKE

OWNR–

DOWNLOAD

OWNR–

DOWNLOAD

OWNR–

DOWNLOAD

RS SAMEN

Eindhovense verbroedering COMMERCIE OF PRINCIPES

Worstelende wereldwinkels

ARLIJKEMODE VA GEalen betalen de prijs, wij niet Beng

OWNR–

OWNR–

DOWNLOAD

OWNR–

DOWNLOAD

OWNR–

DOWNLOAD

DOWNLOAD

Het laatste nummer uitgeleend? Dat artikel in het oude nummer toch nog willen lezen? Of woonachtig in het buitenland, en geen geld voor een abonnement? Nu is er de enige echte OneWorld Magazine app, voor iPad en Android-tablets, met alle nummers vanaf de start in december 2011. Ga naar de Apple App Store of de Google Play Store, en laad de app!

WWW. oneWorld.nl/aPPs


Ow 5 2013 online