Issuu on Google+

INTERNATIONALE SAMENWERKING

IS het magazine over Internationale Samenwerking nummer 2 / maart 2011

IS NUMMER 02 / MAART 2011

IS peilt stemming in Zuid-Sudan

Land van melk en honing Pagina 40 IS wacht in de thuishaven

De oceaan over voor Sri Lanka Pagina 34 IS gaat de markt op

Prijsstijging verontrust dictators Pagina 14


2 maart 2011 IS


Urgent

Beeld WFA Reuters / Dylan Martinez

Zij aan zij

  Internationale Vrouwendag,   8 maart, is in veel landen ter wereld geen overbodige luxe. Op het Tahrirplein in Caïro   lieten de vrouwen alvast zien dat zij niet onderdoen voor hun mannelijke medeburgers. Nadrukkelijk lieten zij van zich horen. “Kom morgen terug met familie en de dag erna met vrienden,” scandeerden jongelui bij de uitgang van het plein. En terugkomen deden de vrouwen. Ze namen hun kinderen en zussen mee, tantes en vriendinnen, collega’s van het werk. Uitgedost met vlaggen en spandoeken voerden ze actie en schreeuwden om het hardst dat Mubarak moest vertrekken. Tijdens politiecharges verduurden ze traangas en beschermden met hun aanwezigheid het plein. Kleurige hoofddoeken en vrij wapperende vrouwenharen domineerden voor bijna de helft het Tahrirplein. Ongekend hoge aantallen in Egypte, waar vrouwen tijdens demonstraties stelselmatig worden gemolesteerd door ingehuurde bendes. “Eerst mocht ik niet komen”, zegt de 18-jarige Salma el Tarzi. Maar toen haar ouders op televisie zagen dat het Tahrirplein veiliger was dan hun straat lieten ze haar gaan. Tienermeisjes fouilleren op het plein tot ver in de nacht vrouwen op wapens. Gesluierde en ongesluierde demonstranten voeren gezusterlijk actie, soms met een kind aan de borst. Vrouwen zijn geen doetjes in islamitisch Egypte. Ze bestieren het huishouden, bevolken universiteiten (50%) en werken massaal buitenshuis. Huiselijk geweld en aanrandingen nemen echter schrikbarend toe. Zo niet op het plein. “Hier zijn we allemaal gelijk”, verklaart een activiste de ongedwongen omgang tussen de seksen. De opstand gaat over vrijheid en dat brengt volgens de Egyptische het beste in haar landgenoten naar boven. Kijk voor een verslag uit Caïro op pagina 30 in deze IS. IS maart 2011 3


IS en Edwin Evers

Al ruim tien jaar staan bijna twee miljoen Nederlanders ‘s ochtends op met de vertrouwde stem van Edwin Evers (39). Tussen zes en tien uur ouwehoert hij met zijn sidekicks en imiteert hij bekend Nederland. Als ambassadeur van VN-kinderrechtenorganisatie Unicef lijkt Edwin ook een serieuze kant in zichzelf aan te boren. “Als radioman houd ik niet van camera’s, en zeker niet om er met een klein kindje op mijn arm voor te gaan staan om te laten zien hoe goed ik bezig ben. Ik vul mijn ambassadeursschap in met doen waar ik goed in ben: radio maken. Tijdens Evers Staat Op houd ik interviews met andere ambassadeurs, zoals Monique

van de Ven en Paul van Vliet, en roep ik mijn luisteraars op om met speciale acties mee te doen. Toen ik voor Unicef naar Jamaica ging om projecten rondom hiv-voorlichting te bezoeken, was ik verbaasd dat er nog steeds veel mensen zijn die denken dat je hiv krijgt als je een besmet persoon een hand geeft. Ook is het grote aantal aidswezen een moeilijk op te lossen probleem. In de binnenlanden zie je oma’s van dik in de tachtig die in een huisje van een paar aan elkaar getimmerde golfplaten vier kleine kinderen op moeten voeden. Ik heb toen ik daar was naar de studio in Hilversum gebeld om te vertellen wat ik zag. Thuis en op school deden wij vroeger weinig met ontwikkelingslanden en goede doelen. Ik kan me niet herinneren dat ik aan acties of projecten heb meegedaan. Misschien omdat Hardenberg toen zelf nog een achtergesteld gebied was waar ontwikkelingsgeld naartoe moest, haha. Nu ik het zelf zo goed heb, vond ik het toch tijd worden om iets nuttigs te gaan doen. De keus om me in te zetten voor kinderen was toen snel gemaakt. Kinderen in narigheid zijn volkomen kansloos. Zij zijn de toekomst, dus hen wil ik helpen verder te komen.”

4 maart 2011 IS

Tekst Hanna Hilhorst Beeld ANP

“Kinderen in narigheid zijn volkomen kansloos”


Inhoud THEMA

Vrees voor broodoproer pagina 14 Of het nu de stijgende voedselprijzen waren of de roep om democratisering die de aanzet gaven tot de Arabische revolutie, feit is dat menig machthebber bibbert als de voedselprijzen omhoog gaan.

EDWIN EVERS:

“Ik weet dat Unicef voedselpakketten met caloriebommen aan kinderen uitdeelt. Ik heb daar ook ooit een hap van genomen, maar dat kan ik je niet aanraden! Het is een soort klei, maar dan heel zoet. En het smaakt ook een beetje naar pindakaas. Maar alle voedingsstoffen die kinderen nodig hebben zitten er in.”

REPORTAGE

Zweten voor het goede doel pagina 34 De marathon lopen, de Atlantische Oceaan overzeilen, of Afrika van noord naar zuid befietsen: het goede doel profiteert mee. En dat geeft sporters de kracht door te zetten wanneer ze op hun tandvlees lopen.

EDWIN EVERS:

“Sporten voor het goede doel is fantastisch! Twee jaar geleden heb ik meegedaan aan de marathon Spinning voor Spieren. Nou ja, marathon...ik fietste een uurtje mee. Dat was al uitdaging genoeg voor mij! Gezamenlijk hebben we wel een mooi bedrag van ruim vier ton bij elkaar getrapt.”

INNOVATIE

Lekker parkeren met de tata nano pagina 46 Vernieuwende producten komen steeds vaker uit het Zuiden. Sober, functioneel en goedkoop zijn de toverwoorden voor succes in het Westen. Toch blijken niet alle Zuidelijke innovaties wereldwijd toepaspaar.

EDWIN EVERS:

“Een product dat in Afrika ontworpen is en vervolgens de westerse markt heeft veroverd? De Vuvuzela! Briljant! Alleen niet echt een technologisch hoogstandje. Ik heb wel eens gehoord over een auto die in India ontworpen is, die slechts 1500 euro kost. Een koopje.”

RUBRIeKeN

30 De metamorfose van Egypte

20 Nederland waterland

HIER DAAR DUURZAAM GEMAK CHEF GLOBALISERING AGENDA RECENT INGEZONDEN VELDWERK

6 26 38 45 48 50 51 52

Cover De Zuid-Sudanese Susan (15), in de haven van Juba. Foto: Sven Torfinn

10 Terug naar Somaliland

40 Juba Post covert Zuid-Sudan

33 Nieuwe columnist IS maart 2011 5


Hier

Ingekort

Redactioneel Er is een ragfijn web dat de verhalen in deze IS verbindt. Dat was onszelf nog niet helemaal duidelijk, maar het werd ons deze week aangereikt door de voormalige VROM-minister Margreeth de Boer in een interview dat ze aan Sp!ts gaf. Onder de kop ‘Water als bedreiging én uitdaging’ schetst ze dat de opstand in Egypte begon bij de hoge voedselprijzen, die terug te voeren zijn op een enorm watertekort. En dat is weer te herleiden tot het gesteggel tussen Noord- en Zuid-Sudan over wie zeggenschap heeft over het Nijlwater.

Om onderaan de keten van Margreeth de Boer te beginnen: we hebben achtereenvolgens een reportage vanuit Zuid-Sudan-opweg-naar-onafhankelijkheid gezien door de ogen van een jonge krantenredactie. Vervolgens een verhaal over water als speerpunt van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid en als opmaat voor een innige omhelzing tussen ministerie en de watersector. We analyseren de voedselcrisis en de consequenties voor ondemocratische regimes. En natuurlijk besteden we ruim aandacht aan de gebeurtenissen

in Egypte. Verslaggever Arita Baaijens komt al twintig jaar in Egypte, en was ‘toevallig’ in het land om een kamelenexpeditie te begeleiden. Net zoals elke Egyptewatcher en de Egyptenaren zelf was ze verbluft dat de opstandelingen ‘dit in zich hadden’. En ze zag de verhoudingen tussen de generaties kantelen en ‘jong’ het respect van ‘oud’ verdienen. Moge deze golf van democratisering – want dat lijkt het nog steeds als we dit schrijven – nog veel autocratische regimes in de regio en daarbuiten overspoelen. hans ariëns

brusselhandel

Geen ‘fout hout’ voor Brussel De EU bindt de strijd aan tegen de import van illegaal hout. Volgens de Commissie is 20 procent van het hout op de Europese markt niet legaal verkregen. Onlangs sloot de EU twee akkoorden af met CongoBrazzaville en Kameroen om fout hout te weren. De zogenaamde Vrijwillige Partnerschapsakkoorden (VPA’s) moeten waarborgen dat al het geëxporteerde hout legaal is gekapt. Illegale houtkap is een belangrijke oorzaak van het wereldwijd verdwijnen van bos-

sen. Ontbossing draagt bij aan klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit. Dit jaar nog zal Congolees hout een certificaat gaan dragen waaruit blijkt dat het legaal geproduceerd is. Voor hout uit Kameroen is dat medio 2012 het geval. In 2009 sloot de EU al een akkoord met Ghana. De gesloten akkoorden zijn belangrijk, aangezien Congo-Brazzaville en Kameroen horen bij de grootste exporterende landen in het Congobekken, het op één na grootste regenwoud van de wereld. Ze voeren elk voor meer dan 250 miljoen euro aan hout en houtproducten uit naar de EU. Op dit moment voert de Commissie ook onderhandelingen met Maleisië, Indonesië, Vietnam, Centraal Afrikaanse Republiek, Liberia en Gabon. paul teule

17

kg

vis eet elke wereldburger gemiddeld op jaarbasis. Meestal eten we niet een traditioneel gevangen vis maar een gekweekte vis. De wereldwijde vispopulatie wordt nog steeds bedreigd, staat te lezen in het rapport The State of World Fisheries and Aquaculture. www.fao.org/docrep

52.000 Irakezen, 39.000 Iraniërs, 32.000 Afghanen en 27.000 Somaliërs wonen in Nederland. Het zijn de vier grootste vluchtelingengroepen die hier proberen een nieuw leven op te bouwen en te integreren. De Iraniërs slagen daar tot op heden het best in, voornamelijk omdat zij relatief hoog opgeleid zijn. Lees de bevindingen in het integratierapport van het CBS. www.cbs.nl

90%

van alle blinde mensen woont in ontwikkelingslanden. In 65 procent van deze gevallen wordt de blindheid veroorzaakt door staar. Staaroperaties dragen bij aan de vermindering van armoede, zo blijkt uit onderzoekscijfers van het ICEH. www.iceh.org.uk

10

dollar internationale hulp per hoofd van de bevolking kreeg de Democratische Republiek Congo sinds 2001. De inwoners van het veel welvarender Irak kregen in sommige jaren twaalf keer zo veel. De humanitaire hulp is steeds meer inzet van politieke en militaire doelen, waarschuwt Oxfam Novib in haar rapport Whose Aid is it anyway. www.oxfam.org 6 maart 2011 IS


is in het land Van Groningen tot Maastricht, de IS-agenda staat elke maand weer boordevol met debatten, borrels en andere bijeenkomsten waarin uitgebreid over het nut en de nonsens van hulp wordt gefilosofeerd. IS doet elke maand verslag ergens uit het land. Waar: Kolpinghuis, Nijmegen Wat: 'Jij aan zet! Aan de slag in jouw herkomstland' Door: COS Gelderland en We Share Met: Mannen en vrouwen met roots in een ander land die een bijdrage willen leveren aan de ontwikkeling in hun land van herkomst. De avond belooft veel goeds: werksessies met ervaringsdeskundigen uit het veld, deelnemers zonder ervaring maar mét idealen en tussen-

door ook nog een warme maaltijd. Buiten vriest het, binnen staat de verwarming op standje Suriname. Vier werksessies moeten de veertig aanwezigen inspireren en informeren. In het ondernemersklasje vertelt Aelletin Gunes over zijn makelaarskantoor in Turkse vakantievilla’s. Vroeger was hij leraar, maar daar zag hij geen toekomst meer in. Een van de deelneemsters komt uit Afghanistan en is werkloos. Haar buurman grapt dat ze dan maar met het Nederlandse leger mee moet. De werkgroep van ervaringsdeskundigen Roël (Suriname) en Fatma (Somaliland, zie verderop in deze IS op pagina 10) is meer op ontwikkelingssamenwerking gericht. Deelneemster Fatima wil een gehandicaptenzorginstelling beginnen, Hugo wil iets met weeskinderen doen. Béatrice Panda is al een stap verder. Zij heeft met haar Congolese man de stichting Berg en Dal- Monigi opgericht, die Congolese kinderen helpt. Zelf komt ze uit Rwanda. Vanavond wil zij leren hoe ze fondsen moet wer-

Beeld Chantal Heijnen

Bijeenkomstnederland

Fatma in actie in haar geboorteland Somaliland. ven, want met nog geen tweeduizend inwoners is Berg en Dal wel erg klein. “We hebben een sponsorloop georganiseerd en zijn de deuren langs geweest, maar nu hebben we alle inwoners wel zo’n beetje gehad.” Aan het eind van de sessies zijn de deelnemers en ervaringsdeskundigen het met elkaar eens: ownership en zelfredzaamheid zijn het allerbelangrijkst. Hugo heeft de smaak te pakken: “Ons ontwikkelingswerk moet een lokale economie vormen die als een machine uit zichzelf voortbeweegt.” Zijn collega-deelnemers knikken instemmend. dore van duivenbode

Gepolst blogswereldwijd

Ondertussen op ismagazine.nl Bloggen is écht 2.0, ontdekte Peter van der Windt. Als promovendus aan de Columbia University in New York doet hij onderzoek naar ontwikkelingsvraagstukken. Afgelopen najaar schreef hij twee blogs voor www.ismagazine.nl over de evaluatie van een project in Oost-Congo. “In eerste instantie wilde ik het daarbij laten, maar nadat ik tientallen emails heb ontvangen met vragen en opmerkingen, blog ik nog even door!” Journalist en filmmaker André van der Stouwe maakte deze maand zijn debuut bij de IS-bloggers en schreef vanuit de Filippijnse hoofdstad Manila over de wat hij noemt ‘schizofrene Filippijnse samenleving’: gastvrij en gewelddadig tegelijk. “Een land waar je ‘s nachts beroofd kunt worden door iemand die de volgende dag z’n laatste peso uitgeeft om je te trakteren op ijs.” Iets luchtigs dan. “It’s good shopping in Dar es Salaam traffic jams, hey!”, roept taxichauffeur Tauhid naar Lotte Vermeij. Rijdend door de Tanzaniaanse hoofdstad lacht zij om alle koopwaar die aangeboden wordt. “Het begint nog vrij normaal met kranten, water en beltegoed. Maar dan volgen er jongens met gitaartassen, beddengoed en een compleet arsenaal aan auto-onderdelen. Als ik denk dat we het hele assortiment nu echt hebben gezien, komt er een straatverkoper aanlopen met een compleet aquarium op zijn hoofd. Hij loopt uiterst geconcentreerd langs de auto’s zodat het water en de vissen niet over het randje klotsen. ‘Nice aquarium, only 20.000 shilling!’” Volg alle blogs via Facebook, Twitter (@isredactie) en LinkedIn. Of begin je eigen blogpagina. Mail naar redacteur Hanna Hilhorst, h.hilhorst@ncdo.nl

Journalist

Sacha de Boer Protesten in Caïro, orkanen in Australië en politieke twisten in Ivoorkust: Sacha de Boer vertelt het u tijdens het 8-uurjournaal. Veel mensen weten niet dat zij ook freelance fotograaf is. Haar boek Tegenpool, dat de gevolgen van klimaatverandering in beeld brengt, ligt nu in de winkel. Waarom helemaal naar de Noordpool? “In het nieuws gaat het altijd over wat de gevolgen van klimaatverandering voor ons zijn. Nooit gaat het over wat dit voor mensen op de Noordpool zelf betekent. Daar was ik nieuwsgierig naar.” En? Zag je smeltende ijskappen en stijgend zeewater? “Nee, er waren daar geen afbrekende ijsschotsen die ik kon fotograferen. Rondom het eiland waar ik verbleef lag wel overal verraderlijk ijs. Doordat het zeewater warmer wordt, kalft het aan de onderkant af. Vlak voor onze komst waren twee jagers verdronken, omdat hun sneeuwscooter door het ijs zakte.” Wat merkt de lokale bevolking verder van de klimaatverandering? “De Inuit staan dichtbij de natuur, en hadden daarom geen Erwin Kroll nodig om te weten dat er een storm op komst was. Nu kan er soms plotseling een sneeuwstorm opsteken. En dat is gevaarlijk voor jagers die op de toendra verblijven, en weer terug naar huis willen.” De opbrengsten van je boek gaan naar het Fair Climate Fund. Wat doen zij hiermee? “Van het geld worden biogasinstallaties gekocht die op koeienmest werken. Die gaan naar arme families op het platteland van India. De mest van twee koeien en wat water is voldoende om een paar uur op te kunnen koken. Dat betekent geen CO2-uitstoot meer. En dat komt uiteindelijk de Noord- en de Zuidpool ten goede!” hanna hilhorst IS maart 2011 7


Hier

Evelijne Evelijne Bruning is directeur van The Hunger Project. Hiervoor werkte ze onder andere als microkredietadviseur in Vietnam, als voorlichter in Den Haag, en als hoofdredacteur van ViceVersa, het vakblad voor ontwikkelingssamenwerking.

wereldonderwijs

Beeld Maurits Giesen

Beeld Maurits Giesen

Brede kijk

Diva S

oms vergis ik me vreselijk. Toen mijn collega Tim uit Engeland vorig jaar vol vurige trots vertelde dat hij vast van plan was om zijn sleets geraakte landenkantoor nieuw leven in te blazen kon ik me dat vrij goed voorstellen. Engeland bracht ons immers al een paar jaar bijna geen fondsen op, terwijl het een rijke traditie heeft van investeren in organisaties als de onze. Maar vervol-

“Soms moet je groots durven dromen” gens vertelde Tim dat hij dat wilde doen door een gigantisch galaconcert te organiseren met Dionne Warwick. Want daar was hij fan van. Ik dacht te weten dat dat wel niks zou worden. Want wat zou zo’n dinosaurus onder de diva’s nou kunnen betekenen voor het einde van de honger? Wie wil daar nou kaartjes voor kopen? Bovendien, Tim moest dat zonder enig budget en geheel in zijn eentje van de grond gaan krijgen. Ik vond het maar een raar plan. Foutje. Onlangs vierde mevrouw Warwick met meer dan honderd collega-artiesten haar zeventigste verjaardag op de door Tim hoogstpersoonlijk uitgeroepen World Hunger Day - voor een uitermate enthousiast publiek van duizenden. Tim had niet alleen talloze vrolijke vrijwilligers en bereidwillige sponsors gemobiliseerd, maar kreeg ook nog eens volop aandacht van een miljoenenpubliek via kranten, radio en televisie, en haalde de wereldwijde twitter-toptwintig. Het concert leverde nog niet meteen het miljoen pond op waar hij op had gehoopt, maar wel heel veel energie en zichtbaarheid, waar zijn team in Engeland nu fl ink op voort kan bouwen. Soms moet je dus groots durven dromen. En dat dan gaan doen. Als slagroom op de taart zong Tim tenslotte ook nog eens een uitermate overtuigend duet met zijn diva. Waarop mijn bestuur nu overweegt om ‘zwoel doch zuiver zingen’ als vereiste vaardigheid toe te voegen aan mijn functietaakbeschrijving. Tsja. Misschien moeten we dan toch ons opleidingsbudget ophogen.

8 maart 2011 IS

Wie: Elise Padmos (29) Is: oprichter en secretaris stichting Do You Care Wat: biedt mbo-studenten uit de zorg- en welzijnssector stageplekken in ontwikkelingslanden. Waar: Nicaragua en Burkina Faso www.stichtingdoyoucare.nl. “Ik houd niet van cynische mensen  die zeggen dat hulp toch nooit helpt,  maar ik ben ook niet dol op mensen  die onnadenkend optimistisch zijn.  Het idee voor mijn stichting ontstond in 2003 nadat ik zelf als student sociaalpedagogisch werk stage  had gelopen in Guatemala. Na  afl oop realiseerde ik me dat de stage  te kort was geweest om zinvol te  zijn. De studenten die Do You Care  uitzendt verblijven vier maanden in  ontwikkelingslanden. Zo kunnen ze 

een band opbouwen met  de mensen en kennis  opdoen van de lokale ontwikkelingsproblematiek. Na afl oop van  de stage moeten de studenten hun  opgedane kennis verspreiden in de  vorm van presentaties. Zo bieden zij  ook hun medestudenten een bredere  kijk op de wereld. In 2004 zijn we  begonnen met het uitzenden van  tien studenten per jaar naar projecten in Nicaragua en Burkina Faso.  Inmiddels zijn dat dertig studenten  per jaar. We willen verder doorgroeien en ook in andere landen stages aanbieden. De subsidie van  SBOS (een subsidieprogramma van  het ministerie van Buitenlandse  Zaken gericht op het vergroten van  mondiaal burgerschap in de Nederlandse samenleving) die we onlangs  toegewezen hebben gekregen,  maakt dat mogelijk. Over vier jaar  willen we niet alleen 120 studenten  per jaar een verrijkende stageplaats  kunnen bieden, maar we willen dan  ook zelfstandig, dus los van subsidies, kunnen opereren.” ellen davids Zie www.ismagazine.nl voor het volledige interview.

maximaal sparen

Prinses Máxima presenteerde tijdens het Responsible Finance Forum in Den Haag een gedragscode om misbruik binnen microfinanciering tegen te gaan. Sommige geldverstrekkers rekenen rentes van meer dan 100 procent. Kleine ondernemers in ontwikkelingslanden kunnen hierdoor niet alleen de lening niet terugbetalen, maar ook de rente niet aflossen. Leners van microkredieten hebben recht op een eerlijke, transparante behandeling waarbij hen een normale marktrente in plaats van een woekerrente wordt berekend, vindt de prinses. Zo’n veertig investeerders schaarden zich in Den Haag achter de gedragscode.


Een handvol vragen: Maaza Mengiste

“Ik heb nog steeds hoop voor Ethiopië” Moeten donoren nog wel samenwerken met het repressieve regime van premier Meles Zenawi in Ethiopië? Jawel, vindt schrijfster Maaza Mengiste, die internationaal furore maakt met haar roman over de periode van de Derg, het communistische militaire regime (1974-1987). “Als het Westen stopt met hulp geven, lijden vooral de allerarmsten.”

1

U beschrijft een geschiedenis die veel mensen het liefst willen vergeten. “Om het Ethiopië van nu te begrijpen, moet je het verleden kennen. Mensen durven niet te protesteren tegen het huidige regime. Ze willen niet alles op het spel zetten, omdat ze tijdens het bewind van de Derg al alles verloren hebben. De jaren onder de Derg hebben de mensen heel introvert gemaakt. Bang om rebels te zijn op wat voor manier dan ook. Dat is een nationaal trauma. Ik krijg veel brieven van jongeren, die schrijven: ‘Nu ik je boek heb gelezen, begrijp ik wat mijn ouders hebben meegemaakt’. Zelfs mijn eigen moeder kan er niet met mij over praten. Ik heb haar gesmeekt, maar ze weigerde.”

2

Beeld Peter Boer

U woont in New York. U had toch ook gewoon Sex and the City-achtige chicklit kunnen schrijven? “Nee joh, zelfs als ik moe ben, maak je mij daar niet blij mee. Natuurlijk, er zijn ook mensen die lezen om zich even te ontspannen, maar ik probeer in mijn werk juist emoties op te roepen die anderen misschien liever afgedekt laten. Ik wil laten zien hoe het is om te leven in een sfeer van repressie. Mensen die ideologie misbruiken om anderen te manipuleren, zijn overal en in alle gradaties. Kijk maar naar de VS, met de Tea Party van Sarah Palin.”

3

Wie is Maaza Mengiste? Maaza Mengiste (Addis Abeba, 1971) werd op haar zesde door haar familie naar de VS gestuurd, nadat drie ooms van haar gevangen waren genomen door de Derg. Ze studeerde creatief schrijven aan de Universiteit van New York. Haar debuut Beneath the Lion’s Gaze is wereldwijd met gejuich ontvangen. New York Magazine noemde haar al ‘new literary idol’. De leeuw en de keizer / Ambo Anthos / y19,95

Volgens een recent rapport van Human Rights Watch zet de Ethiopische regering geld van westerse donoren strategisch in. Mensen krijgen alleen voedselhulp, zaden of kunstmest als ze de partij van de premier steunen. “Ja, dat is vreselijk. Je ziet gewoon wie er rijk wordt van de hulp en wie niet. Maar wat moet je dan doen? De Ethiopische staat heeft zelf gewoon niet genoeg middelen om alles

te doen wat gedaan moet worden in het land. Het Westen kan wel stoppen met hulp, maar daar lijden juist de arme mensen onder. De afgelopen vier, vijf jaar is China enorm opgekomen als donor. Als ik op bezoek ben in Ethiopië, zie ik dat er gloednieuwe wegen zijn aangelegd. De resultaten van hun hulp zijn heel zichtbaar, en dat waarderen de Ethiopiërs. Maar China investeert zonder de Ethiopische regering ter verantwoording te roepen over de mensenrechten. Bovendien brengen de Chinezen hun eigen mensen mee om het werk te doen, in plaats van werkgelegenheid te creëren voor Ethiopiërs. Alle winst gaat terug naar China. China helpt de Ethiopiërs dus niet wezenlijk vooruit.”

4

Ondanks alle hulp van buitenaf lijden mensen in sommige delen van het land nog steeds honger. Heeft Ethiopië een nieuwe Live Aid nodig? “1985 was een heel ander tijdperk, wat positiever en naïever misschien. Mijn grootouders vonden dat de muzikanten er bespottelijk uitzagen. Ze konden zich niet voorstellen hoe dat gekke gezang en dans op een podium in Europa iets kon doen tegen de honger. ‘Wie zijn die gekke mensen daar? Kijk naar hun kapsel!’ Nu zitten we midden in het debat waarin de rol van ontwikkelingshulp aan de kaak wordt gesteld. De complexiteit van de materie is blootgelegd. Maar het concert is wel van essentieel belang geweest om mensen te inspireren. Na Live Aid zijn er tal van creatieve initiatieven gestart en die gaan nog steeds door. Het wordt alleen maar meer. Veel van mijn Ethiopische vrienden die in de VS wonen, keren terug om te investeren in hun land of om creatief aan de slag te gaan. Als ik dat zie, heb ik nog steeds hoop voor Ethiopië.” lonneke van genugten IS maart 2011 9


In Somaliland is afval geld en onderwijs waard

Plastic Fantastic tekst & beeld chantal heijnen

* Zwerfvuil, voornamelijk plastic, is een

groot probleem in Somaliland. De lokale organisatie Tawakal heeft daar wat op gevonden. * Plastic tasjes krijgen een tweede leven als decoratieve mand. Van de opbrengst gaan kinderen naar school. atma Ali (35) is een Somalilandse Nederlandse. In 1989 kwam ze met haar ouders en broers naar Nederland. Ze heeft zich intussen helemaal geworteld in Nijmegen, waar ze acht jaar gemeenteraadslid is geweest voor GroenLinks. Naast de lokale politiek draagt Fatma haar vaderland een warm hart toe. Daarom heeft ze afgelopen jaar de Somaliland Development Organization (SDO) opgericht. Deze organisatie ondersteunt kleinschalige initiatieven,

F

10 maart 2011 IS

zoals het plasticproject vanTawakal, een kleine organisatie die zich inzet voor vrouwen en kinderen. Tawakal opereert vanuit de hoofdstad Hargeisa, ondersteunt onder andere onderwijs voor weeskinderen en is zeer creatief in het vinden van inkomsten. Neem het overal aanwezige zwerfvuil: voornamelijk resten van plastic tasjes en verpakkingen. Vrouwen verzamelen de slierten plastic, wassen ze en verwerken ze tot manden en tasjes. De maaksters ontvangen een deel van de opbrengst en het andere deel gaat naar Tawakals school. Fatma: “Met SDO wil ik dit project steunen waar we kunnen. We zoeken daarom afzetmarkten in Nederland. Zo’n vrolijk gekleurde mand is toch hartstikke leuk als opbergmand in de kinderkamer of als wasmand in de badkamer?” Kijk voor een filmpje over afval op www.sdo. nl of op www.ismagazine.nl

Somaliland

Hargeisa

Hoofdstad: Hargeisa Oppervlakte: 137.600 km2 (3,3 keer Nederland) Aantal inwoners: 3.500.000 BNP per hoofd: 226 dollar (2001)

Minister-president: Ahmed Mohamed Silanyo Ontwikkelingsgeld vanuit Nederland in 2010: 17,5 miljoen euro (noodhulp en geld van Nederlandse ambassade in Nairobi)

Somaliland is een niet-erkende staat die zichzelf geheel zelfstandig bestuurt. Officieel maakt het onderdeel uit van Somalië, maar sinds 1991 heeft Somaliland zijn eigen grondwet en regering.


IS maart 2011 11


Pagina 10 Coördinator Khadra Shukri begeleidt de vrouwen van afval tot mand. Pagina 11 De kennis van het manden maken wordt van de oude op de jonge generatie vrouwen overgebracht. Pagina 12 Linksboven: Na het inzamelen en wassen van het plastic worden de tassen gemaakt. Rechtsboven: vrouw ‘showt’ zelfgemaakte tas.

12 maart 2011 IS

Onder: vrouwen verzamelen rondslingerend plastic rondom de Tawakal school. Pagina 13 Boven: Voor dit soort vrolijke manden wordt een afzetmarkt in Nederland gezocht. Linksonder: Afval in een opgedroogde rivierbedding in de buurt van de school. Rechtsonder: plastic tasje krijgt tweede leven als mand.


IS maart 2011 13


Ook in sub-Sahara Afrika kunnen stijgende voedselprijzen de rust verstoren

ONS DAGELIJKS BROOD tekst rudolf ten hoedt

* De stijgende voedselprijzen hebben nu al

geschiedenis geschreven. Onvrede over dure tarwe droeg bij aan de politieke omwenteling in Tunesië en Egypte. * Ook ten zuiden van de Sahara kan de stijgende prijs van bijvoorbeeld suiker en maïs het wankele evenwicht tussen vrede en chaos verstoren.

D

e huidige prijspiek is de tweede  sinds een decennialange periode  van steeds goedkoper voedsel. De  eerste keer dat prijzen de pan uit  rezen was in de jaren 2007 en 2008. In tal van  landen braken rellen uit. In Egypte, een van de  grootste importeurs van tarwe ter wereld, leidden in 2008 de sterk gestegen prijzen al tot  een broodoproer. De verwachting was dat de  prijzen in 2010 zouden zakken. Dat is echter  nauwelijks gebeurd. Het bedrag dat alle landen  samen uitgeven aan voedselimporten passeert  inmiddels het record uit 2008 van duizend miljard dollar. 

Speculanten Over de oorzaak van de sterke prijsstijging  14 maart 2011 IS

bestaat twijfel. Aanvankelijk werd gedacht dat  die eerste piek het resultaat was van een toevallige samenloop van omstandigheden zoals  misoogsten en natuurrampen. Ook nu bij de  tweede piek spelen dat soort onfortuinlijkheden een rol. De Russische tarwe-oogst werd  afgelopen zomer getroffen door bosbranden en  droogte. Rusland, een van de grootste exporteurs van graan, besloot met andere producenten in de buurt van de Zwarte Zee tot een  exportstop. Ook elders in de wereld vielen oogsten lager uit. Maar de natuur zit wel vaker  tegen. Dat kan niet de verklaring zijn voor prijzen die in korte tijd opnieuw naar recordhoogte  stijgen. Een populaire refl ex is om ‘speculanten’  de schuld te geven. Er zijn echter geen bewijzen  dat speculatie in grondstoffen voor voedsel  prijsopdrijvend werkt. Die handel zorgt juist  voor dynamiek en stuurt investeringen naar  plekken waar die het hardst nodig zijn, bijvoorbeeld de Afrikaanse landbouw.  De actuele prijsexplosie heeft wetenschappers  tot de conclusie gebracht dat het dal van goedkoop voedsel defi nitief achter ons ligt. We  moeten leren leven met blijvend hogere prijzen,  schrijft het recent verschenen Britse rapport  The Future of Food And Farming. De Ameri-

kaanse grondstoffengoeroe Jim Rogers ziet  zelfs binnenkort alle boeren in een Ferrari rijden.

Onvermijdelijk Er zijn veel grote en kleine oorzaken voor structureel hoge voedselprijzen. De stijgende  wereldbevolking en de groeiende welvaart in  landen als China en India. Het toenemend aantal mensen in ontwikkelingslanden dat van het 

“De armen in de steden geven nu al minstens de helft van hun inkomen aan voedsel uit” platteland wegtrekt naar de stad. De moeite  die het kost om in te spelen op klimaatverandering en te komen tot duurzame verhoging van  de voedselproductie. De lage productiviteit van  de landbouw in Afrika. Drempels in de wereldhandel. De gewassen voor biobrandstof die  landbouwgrond in beslag nemen, ten koste van  de voedselproductie. En het jarenlange gebrek  aan investeringen in de landbouw als gevolg 


VOEDSELPRIJZEN

236

19%

KG PER HOOFD PER JAAR

PRIJSSTIJGING IN 2010

RIJST

SUIKER

De FAO suikerprijs-index steeg met 19 procent in 2010 (over het hele jaar dus) en kwam op 398 punten in december. Dit is het hoogste punt sinds metingen naar de suikerprijs-index gedaan worden (sinds 1990). In de laatste maand van 2010 was de stijging 7 procent.

“Twee ons groente per dag”, luidt het gezondheidsadvies. Maar wat als de prijzen van bonen, maïs en aardappels de pan uit rijzen? De prijs van een PRIJSSTIJGING aardappel in Bolivia was in IN 2010 2010 vijftig procent duurder dan het jaar daarvoor. In El Salvador steeg de prijs voor bonen met 185 procent. Positief nieuws is ook te melden: Dankzij een goede oogst bleef de prijs van maïs in Centraal-Amerikaanse landen gelijk ten opzichte van 2009.

12,6%

In Myanmar wordt per hoofd het meeste rijst geconsumeeerd, ongeveer 236 kilogram per jaar. In de Europese Unie ligt dit op circa 5,5 kilogram. Het werelwijde gemiddelde ligt rond de 56 kilogram per hoofd per jaar.

GRAAN

VERSE GROENTE

39%

34x

PRIJSSTIJGING IN 2010

DUURDER SINDS 1900

De FAO graangewassen-index, met daarin rijst, maïs en tarwe, steeg in 2010 met 39 procent tot aan 238 punten in december. In de laatste maand was de stijging 6 procent. Het gemiddelde in december was het hoogste niveau sinds augustus 2008, maar wel nog altijd 13 procent (36 punten) lager dan het hoogste punt in juni 2008.

55% PRIJSSTIJGING IN 2010

OLIE & VET De productie van zonnebloemzaden, pinda’s en katoenzaad is verminderd als gevolg van slechte weersomstandigheden. Daarentegen is de productie van sojabonen, raapzaad, oliepalmen en kopra (gedroogde vruchtvlees uit de kokosnoot) gestegen. Gemiddeld ging de wereldconsumptie van oliën en vetten omhoog.

BROOD In 1900 kocht je voor 10 cent (4,49 eurocent) een heel wit brood. In 1925 betaalde je daar al meer dan het dubbele voor, namelijk 22 cent (9,9 eurocent). Wie nu een wit brood koopt bij de bakker is gemiddeld zo’n 1,50 euro kwijt, bijna 34 keer duurder dan 110 jaar geleden (We houden dan natuurlijk volstrekt geen rekening met inflatie en verhoogde arbeidskosten etc.). Bron CBS IS maart 2011 15


39,6% PRIJSSTIJGING IN 2010

wie: betelhem abate (24) is: cameravrouw waar: ethiopië

“Een kliklijn om hoge prijzen te melden” “Het is belangrijk dat je je winkelier persoonlijk kent”, zegt Betelhem Abate terwijl ze een handvol uien in haar tas stopt. “Winkeliers weigeren olie en suiker aan onbekenden te verkopen. Want als de overheid erachter komt dat ze te hoge prijzen hanteren, wordt hun winkel gesloten. Er is zelfs een kliklijn.” Om de sterk stijgende voedselprijzen te temperen heeft de overheid prijsplafonds ingevoerd. Wie zich niet aan de prijslijst houdt, riskeert boetes of zelfs gevangenisstraf. “Vooral suiker wordt onder de toonbank verkocht”, vertelt Betelhem. In korte tijd steeg de prijs van 21 eurocent per kilo naar 84 eurocent. Volgens de prijslijst van de regering kost een kilo suiker nu 65 eurocent. Producenten en winkeliers weigeren zich aan die bodemprijs te houden. Zo ontstaat een bloeiende zwarte markt. “Ik ken de prijslijst van de overheid en vraag de winkelier wat zijn prijs is”, zegt Betelhem. “Meestal kom je halverwege tot een overeenkomst.” De winkelier knoopt een plastic zak met suiker dicht. Betelhem rekent 75 eurocent af. Zij is blij met de prijsplafonds. Hoewel vaak genegeerd, drijven ze de voedselprijzen omlaag. “We hebben de afgelopen jaren zoveel prijsstijgingen gevoeld in onze portemonnee, dat het mij niet kan schelen wat de consequenties op lange termijn zijn.” Ze lacht: “Nu is het payback time!” luc van kemenade

16 maart 2011 IS

AARDAPPEL

Nederlanders zetten gemiddeld vier keer per week aardappelen op tafel. We eten 80 kilo aardappelen per persoon per jaar, waarvan zo’n 50 kilo ‘gewone’ aardappelen en 30 kilo aardappelen in de vorm van frites en chips. Dat is bij elkaar goed voor twee volledig gevulde winkelwagens. Jaarlijks wordt er wereldwijd dik 300 miljoen

van lage voedselprijzen. Die zorgen met elkaar  voor tijdelijke tekorten en een mismatch tussen  vraag en aanbod. De FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN, waarschuwde eind  vorig jaar al dat hogere voedselprijzen onvermijdelijk zijn als de productie van granen niet  drastisch omhoog gaat.

Argusogen Volgens de rekenmeesters van de FAO bereikten de voedselprijzen in januari een nieuw  record. Droogte bedreigt de komende tarweoogst in China. Zakenbank Goldman Sachs verwacht dat de prijzen van landbouwproducten  de komende maanden verder oplopen. De Boliviaanse president Evo Morales werd thuis uitgejouwd tijdens protesten tegen gestegen prijzen. En Wereldbank en IMF waarschuwen ook  landen in sub-Sahara Afrika en de Cariben om  de veiligheidsriemen aan te trekken in afwachting van prijsschokken en mogelijke sociale  onrust. Dus zit inmiddels iedereen een beetje  te bibberen, niet alleen de allerarmsten voor  wie een verdubbeling van de graanprijs een halvering van hun besteedbaar inkomen betekent.  Zelfs in het Zwitserse Davos, waar in januari  industriële leiders, investeerders en de hoogste 

ton consumptie-aardappelen geproduceerd. Nederland kent, na de VS, de grootste aardappelverwerkende industrie. Nederland stelt een kwart van de akkergrond beschikbaar voor de aardappelteelt, wat neerkomt op zo’n 122.000 hectare. Die teelt is zowel voor binnenlands gebruik als voor de export bestemd.

beleidsmakers elkaar ontmoetten tijdens het  jaarlijkse World Economic Forum om te netwerken en ‘de toestand in de wereld’ te bespreken,  waren de voedselprijzen een belangrijk onderwerp van gesprek. Zo propageerde de Franse  president Sarkozy in Davos een strakkere regulering van de internationale handel in landbouwproducten. Het hoge prijspeil wil maar  niet naar beneden. De gevolgen voor opkomende economieën en ontwikkelingslanden  zijn moeilijk te overzien. Na Tunesië en Egypte  kijkt men ook in andere landen met argusogen  naar de staat. In december maakten studenten  in de Chinese provincie Guizhou amok nadat de  schoolkantine de prijs voor een maaltijd met  een paar cent verhoogde. Zelfs zulke kleine  gebeurtenissen krijgen ineens een andere betekenis. Regeringen zinnen op maatregelen.

Katalysator Chinese voedselimporteurs lieten eind januari  een rilling door de Amerikaanse graanbeurs  gaan. Inkopers, meegereisd met hun president  Hu Jintao op staatsbezoek aan Washington,  sloegen in één klap een recordhoeveelheid  sojabonen in. De Chinezen sloten contracten af  voor de levering van 11,5 miljoen ton in de 


VOEDSELPRIJZEN jaarlijkse voedselprijsindex (2002-2004 index=100) 400

2008

350

In dit jaar werden tot nu toe de hoogste prijzen gehaald, maar die lijken in 2011 hoger uit te gaan vallen.

300

250

200

150

wie: amelia (31) is: schoonmaakster waar: angola

100

“Al mijn geld gaat op aan eten voor mij en mijn zoon”

komende 24 maanden. Dat is ongeveer eenvijfde van wat het land naar verwachting in  2011 aan soja zal invoeren. China is de grootste  importeur ter wereld, maar handelaren waren  verbaasd over de omvang van de voorraadbuf-

“De Saudi’s kondigden aan hun tarwevoorraad te verdubbelen” fer die de Chinezen aanleggen. De Chinese  importfi rma’s vertelden er niet bij waarom ze  zo veel bescherming zoeken. Maar op de internationale beurzen van Chicago en Parijs waar  kopers en verkopers van onder andere tarwe,  rijst, suiker en soja elkaar ontmoeten, weten ze  precies waar het om draait. De Chinese koopwoede wordt ingegeven door zorgen over  mogelijke prijsstijgingen later dit jaar. En de  Chinezen zijn niet de enigen. In dezelfde periode dat Tunesische demonstranten de president dwongen te vluchten  naar Saudi-Arabië en Egyptenaren hun bijdrage  leverden aan de politieke herschikking in  Noord-Afrika, gingen Algerijnse opkopers de 

10 20

20

08 20

07 20

06 20

05 20

04 20

03 20

02 20

01 20

20

00

50

09

FAO suiker-index FAO oliën- en vetten-index FAO voedsel-index FAO graan-index

markt op. Ze kochten volgens de Financial Times  800.000 ton tarwe, veel meer dan gebruikelijk.  De Saudi’s kondigden het voornemen aan om  hun tarwevoorraad te verdubbelen. Jordanië  haalde intussen 100.000 ton binnen. Deze  reacties zijn veelzeggend. Voedselimporterende landen met een sociaal kruitvat binnen  de grenzen zijn zich rot geschrokken van de rellen en onderkennen dat hoge voedselprijzen de  katalysator kunnen zijn van onvoorspelbare  gebeurtenissen.

Uitblijvende regens Het is voorlopig gissen naar het effect van stijgende voedselprijzen op Afrika bezuiden de  Sahara. In de afgelopen maanden zijn slechts  op enkele plaatsen problemen geweest die in  verband stonden met de voedselprijs. In september vorig jaar zag de regering van  Mozambique zich gedwongen om een stijging  van de gecontroleerde broodprijs met 30 procent terug te draaien nadat er rellen uitbraken.  Daarbij werden banken en winkels aangevallen  en vielen er meerdere doden en vierhonderd  gewonden. De regering wilde de broodprijs verhogen vanwege duurdere geïmporteerde tarwe.  Mozambique heeft een zeer ineffi ciënte land-

Amelia doet haar boodschappen op O Prazo de Trinta, een markt aan de rand van Luanda. Tussen de onderhandelingen door vertelt Amelia hoe rap de Angolese voedselprijzen de afgelopen jaren zijn gestegen. “Drie jaar geleden kostte een kilo bonen omgerekend 2 dollar (180 kwanza), nu 3,5 tot 4 dollar. De prijs van een kip steeg van 2 tot 5 dollar, een brood van 0,10 tot 0,30 dollar.” Sommige prijsstijgingen zijn extreem. “Voor een grote zak tomaten betaalde ik eerst 1 dollar. Nu betaal ik zeven keer zo veel.” In Angola worden de meeste producten geïmporteerd. Dat komt door de 27-jarige burgeroorlog, die eindigde in 2002. Landmijnen, een gebrek aan infrastructuur, en een tekort aan gereedschap en kennis bemoeilijken nog steeds het herstel van de lokale landbouw. Bovendien worden de prijzen verder opgekrikt door de uitgebreide aanwezigheid van het internationale bedrijfsleven. De lokale salarissen houden geen gelijke tred met de prijsstijgingen, zegt Amelia. “Ik verdien al jaren rond de 350 dollar per maand. Ik houd niets over. Praktisch al mijn geld gaat op aan eten voor mij en mijn zoon. Ik kan mijn geld nergens anders in investeren. De regering moet de prijzen verlagen.” lula ahrens

IS maart 2011 17


aantal ondervoede mensen per regio in miljoenen (afgerond)

25 206

wie: elisabeth martes (53) is: schoonmaakster waar: colombia

300 38

“Vroeger kocht ik meer met een lager loon” Elisabeth koopt haar etenswaren op de markt of in een goedkope supermarkt. Vandaag gaat ze naar El Único (De Enige) in Barranquilla, de stad in Noord-Colombia waar ze werkt. Elisabeth houdt van groenten. “Ik koop altijd seizoensproducten. Als het oogsttijd is, zijn ze goedkoop en anders duurder”, verklaart ze, terwijl ze de wortels keurt. “Dat is een goede prijs! 450 pesos (18 cent) per pond, normaal is het 700 pesos (28 cent).” Ze somt op: “Op dit moment zijn tomaten, uien, wortels en rode bieten goedkoop. Cassave, plataan en paprika zijn nu heel duur, dus die koop ik niet.” Ook bakolie en eieren zijn behoorlijk in prijs gestegen. De prijs van rijst, een basisingrediënt in de Colombiaanse keuken, is altijd zo’n beetje hetzelfde. “Vijf jaar geleden was de rijst duur”, weet Elisabeth nog. Toen waren er problemen met de oogst en moest Colombia rijst importeren uit onder andere Ecuador, de zuiderbuur. Maar voor overige etenswaren geldt het omgekeerde. Elisabeth: “Vijf jaar geleden kocht ik meer met een lager loon. Vooral tomatensaus, mayonaise en mosterd zijn duurder geworden. Die koop ik nu maar in kleinere hoeveelheden.” In het winkelwagentje gaan gele aardappeltjes, wortelen, witte kool en lulo, een oranje ronde vrucht, met groen vruchtvlees. Die is duur, 2400 pesos (96 cent) per pond. Maar omdat die voor haar werkgeefster is, gaat de lulo ook mee. wies ubags

18 maart 2011 IS

52

65

160

Source: FAO data 2001-2003

bouw die ook nog eens werd getroffen door  droogte. Van de kleine en middelgrote boeren  gebruikt slechts 10 procent of minder verbeterd  maïszaad, kunstmest en trekdieren. Slechts 8  procent irrigeert en nog geen 3 procent heeft  toegang tot krediet. In Sudan kwam het begin dit jaar al meerdere  malen tot protesten tegen prijsstijgingen voor  suiker en benzine. Tijdens de tweede reeks incidenten begin februari werden volgens de BBC  tientallen mensen gearresteerd. De regering in  Khartoum trekt de buikriem al aan met het oog  op de naderende afscheiding van Zuid-Sudan.  Om dan wat geld achter de hand te hebben,  worden voedselsubsidies geschrapt. Als gevolg  van de splitsing vloeien er in de toekomst minder oliedollars naar het noordelijke deel van 

“Met name de armen in stedelijke gebieden blijven zeer kwetsbaar” Sudan. De stabiliteit in het noorden zou met  teruglopende inkomsten en stijgende prijzen  voor voedsel en brandstof wel eens een grotere  bron van onzekerheid kunnen worden dan die  in het zuiden.  In delen van Kenia is de situatie ook kritiek,  omdat oogsten tegenvallen als gevolg van uit-

Sub-Sahara Afrika Midden-Oosten en Noord-Afrika Latijns-Amerika en de Cariben Oost-Azië Zuidoost-Azië Zuid-Azië Ontwikkelde landen Opkomende markten

blijvende regens. Economen hebben daar alarm  geslagen en zeggen dat de stijgende voedselprijzen een bedreiging beginnen te vormen voor  de sociale stabiliteit. Al met al is het effect van  de prijspiek tot nu toe beperkt gebleven, omdat  op veel plaatsten in sub-Sahara Afrika de lokale  oogsten wel goed zijn uitgevallen. Met name de  armen in stedelijke gebieden blijven volgens  het Internationaal Monetair Fonds (IMF) echter  zeer kwetsbaar, omdat ze nu al de helft of meer  van hun karig inkomen aan voedsel moeten uitgeven. 

Staatsschuld Het IMF is nu bang dat veel Afrikaanse regeringen meer geld gaan uitgeven aan voedselsubsidies. Daarvoor is geld beschikbaar. Terwijl het  gebrek aan vrijheid en hervormingen NoordAfrika op achterstand hebben gezet, heeft liberalisering sub-Sahara Afrika goed gedaan. Vorig  jaar stonden zes Afrikaanse landen in de top  tien van snelst groeiende economieën. Buitenlandse particuliere investeringen hebben een  grote vlucht genomen. Veel landen in subSahara Afrika profi teren bovendien van de stijgende grondstofprijzen. En er is een nieuwe  bron van inkomsten aangeboord in de vorm van  grote Chinese investeringen in de mijnbouw en  oliewinning. Die Chinese investeringen gaan  gepaard met de aanleg van nieuwe wegen,  havens, overheidsgebouwen en voetbalstadi-


VOEDSELPRIJZEN

import en export van agrarische producten in het midden-oosten en noord-afrika

import 40 miljard dollar

export 15 miljard dollar

kaanse landen ten zuiden van de Sahara zijn in  de afgelopen vijftien jaar een stuk vrijer geworden. De landen in Noord-Afrika (en het Midden-Oosten) lopen daarbij achter. Maar landen  bezuiden de Sahara zijn wel degelijk kwetsbaar,  omdat de bevolking nog genoeg te klagen heeft  over slecht bestuur en corruptie. Daar zit  momenteel niet veel verbetering in. De Sudanese zakenman Mo Ibrahim kan al twee jaar  zijn prijs voor topbestuurders niet uitloven bij  gebrek aan geschikte kandidaten. In Ivoorkust  weigert president Laurent Gbagbo nog steeds  zijn biezen te pakken na zijn verkiezingsnederlaag. De Unie van Afrikaanse landen lijkt  onmachtig om de man op andere gedachten te  brengen. De Unie kwam op 31 januari zelfs op  het slechte idee om de omstreden heerser van  het oliestaatje Equatoriaal Guinee te kiezen tot  voorzitter. Vervolgens was het voor het corrupte Keniaanse parlement nog maar een koud  kunstje om de Unie te laten instemmen met de  blokkade van de vervolging van een zestal  hooggeplaatse Kenianen door het Internationaal Strafhof in Den Haag. Afrikaanse elites zijn  extra op hun qui vive omdat er dit jaar in zeven-

“Afrikaanse elites zijn extra op hun qui vive” ons. De stijgende inkomsten uit grondstoffen  en de groeiende Chinese invloed stellen veel  regeringen in staat de bevolking af te kopen  met hoge voedselsubsidies. Dat betekent dat  stijgende inkomsten niet worden gebruikt voor  structurele investeringen, bijvoorbeeld in de  infrastructuur en vooral in landbouw, en zelfs  kunnen leiden tot stijgende staatsschuld. Landen die stijgende voedselprijzen niet kunnen 

“Landen die stijgende voedselprijzen niet kunnen afkopen lopen meer kans op onrust” afkopen, lopen meer kans op onrust. Daarbij  valt onder meer te denken aan Zimbabwe en  Ivoorkust. Maar er zijn natuurlijk veel meer  kwetsbare landen, zoals Niger, Sudan, Mali en  Malawi. Volgens een inschatting van de FAO  zijn er 29 landen met lage inkomens waar zonder hulp van buitenaf de import van voedsel zal  stagneren, met alle gevolgen van dien.

Verkiezingen Ook de Afrikaanse Unie maakt zich zorgen dat  stijgende voedselprijzen in navolging van Tunesië en Egypte ook in de rest van Afrika voor een  brede protestbeweging zullen zorgen. Veel Afri-

tien landen verkiezingen worden gehouden.  Tijd dus om het electoraat tevreden te houden. Er zijn ook winnaars van hogere voedselprijzen.  Agrarische reuzen als Rusland, Australië en  Brazilië zijn er een paar van. Afrika bezuiden de  Sahara kan daar ook bij horen. Meer dan tweederde van de bevolking is hier afhankelijk van  landbouw. Slechts eenderde van het bruto nationaal product komt daar echter vandaan. Op  het platteland ligt een enorm potentieel te  roesten. Er is veel land en oppervlaktewater  voor irrigatie. Zuid-Afrika is een van de weinige  landen die zijn capaciteit benut. Het fantastische van de hoge voedselprijzen is nu dat  investeerders willen profi teren en kapitaal verstrekken. Beleggingsfondsen schieten al een  jaar of twee als paddestoelen uit de grond, ook  in Nederland. Zij sluizen geld naar bedrijven die  direct of indirect zijn gelieerd aan de voedselproductie in Afrika. Voedselimporterende landen hebben grote belangstelling voor Afrikaanse landbouwgrond. Dus kunnen hoge  voedselprijzen ook een geweldige prikkel worden voor ontwikkeling. Mits de landen hun  zaakjes op orde krijgen en voorkomen dat  alleen elites profi teren. Linksom of rechtsom  maken hogere voedselprijzen goed bestuur en  democratisering in sub-Sahara Afrika belangrijker dan ooit.    Zie ook de column Zeg maar dag tegen Dambisa Moyo van Rudolf op www.ismagazine.nl

wie: mihir sharma (33) is: econoom waar: india

“In Delhi is alles duurder” Mihir hoeft niet lang na te denken over de belangrijkste ingrediënten voor een Indiase maaltijd. “Rijst, linzen, uien, tomaten en olie. Ja, vooral uien zijn onmisbaar.” Juist de uienprijzen schoten eind vorig jaar door mislukte oogsten omhoog. “Op het hoogtepunt waren ze wel 80 roepies (1,50 euro) per kilo.” Zijn vriendin Snighda lacht: “We aten niet minder uien, hoor, maar we klaagden wel meer.” Als econoom is Mihir zich goed bewust van wat een maaltijd kost: “Groentenprijzen schommelen afhankelijk van de oogst, maar de prijzen stijgen ook geleidelijk doordat steeds meer mensen in India groenten eten. Vijf jaar geleden kon je nog een kilo uien voor minder dan 16 eurocent kopen. Nu is het minstens 40 eurocent.” Wat een kilo rijst kost? Mihir moet het antwoord schuldig blijven. “Ik ben van die voorverpakte rijst gaan kopen, dat had je hier vroeger nog niet. Ik geef denk ik ongeveer 80 eurocent per kilo uit.” De goedkoopste rijst in de buurtwinkel blijkt 30 eurocent te kosten. Pure basmati rijst, iets voor feestelijke gelegenheden, kost 1,60 euro – een stijging van ruim 50 procent ten opzichte van een jaar geleden, volgens winkelier Raju. Delhi is duurder dan andere steden, zegt Mihir. “Groenten komen vaak uit andere deelstaten en de invoerbelasting is overal anders. En in Delhi gaat alles via groothandelaren. In Calcutta, waar ik vandaan kom, heb je nog kleine boeren die hun eigen groenten aan de rand van de stad verkopen.” aletta andré

IS maart 2011 19


Gaat ontwikkelingshulp nu echt met het bedrijfsleven in zee?

Samen te water tekst han van de wiel beeld freaky fauna

* Dit kabinet wil van hulp naar handel, en

doen waar ons land goed in is. Water bijvoorbeeld. Nederlandse baggeraars, dijkenbouwers * en ingenieursbureaus kunnen zich verheugen op nieuwe markten. Maar komt armoedebestrijding niet in het gedrang? n de autonome Indonesische provincie Atjeh wemelt het van door Nederland gesteunde wateractiviteiten. Gelijk na de verwoestende tsunami van december 2004 besloten Nederlandse drinkwaterbedrijven, hun koepelorganisatie Vewin en de stichting H2O-partners te helpen bij de opbouw van het verwoeste waterleidingsysteem. Toen vorig jaar die wederopbouwfase werd afgesloten, besloten drie Nederlandse waterleidingbedrijven door te gaan. Zij tekenden een nieuwe meerjarige overeenkomst met zeven lokale waterbedrijven in Atjeh. Daarin spraken zij af te helpen bij het realiseren van millenniumdoel 7, halvering van het aantal mensen zonder sanitaire voorzieningen, en verbeteren van de kwaliteit van het drinkwater. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken financiert de helft van het programma, Indonesië de andere helft. Er gebeurt meer. Met Nederlandse steun is in Banda Atjeh gewerkt aan het versterken van de kustverdediging. Dat werd de opmaat voor een plan om de sanitaire voorzieningen in de hoofdstad te verbeteren. Het stramien is hetzelfde: na de wederopbouw de kwaliteitsimpuls. Hoofduitvoerder is het ingenieursbureau DHV. Dat bureau heeft ook de leiding van het consortium dat de Indonesische overheid assisteert bij het opstellen van

I 

20 maart 2011 IS

het masterplan voor het verbeteren van de sanitaire voorzieningen in 330 steden. Een belangrijk deel van de financiering komt opnieuw voor rekening van Buitenlandse Zaken. Ook Unicef werkt met Nederlands ontwikkelingsgeld in Atjeh en elders in arme streken van Indonesië aan verbetering van drinkwater en sanitaire voorzieningen. De Nederlandse gezondheidsorganisatie Simavi is vorig jaar met vier lokale partners, en met financiering van de ambassade een groot sanitatie- en waterprogramma gestart in Oost-Indonesië. Dit sluit nauw aan bij het Unicef-programma, waarmee wordt samengewerkt.

rivieren te temmen. “Bij waterproblemen, of het nu om orkaan Katrina in New Orleans gaat of om overstromingen in Colombia, denkt het buitenland direct aan ons”, zegt Van der Sommen. Het NWP is een platform van circa tweehonderd deelnemers uit overheid, bedrijfsleven, kennisinstituten en maatschappelijke organisaties. Ofwel: alles wat ertoe doet op watergebied. Het NWP voert samen met het Agentschap NL het programma Partners voor Water uit, dat zich richt op het bundelen van krachten om de internationale positie van de Nederlandse watersector te verbeteren en zo een bijdrage te leveren aan de wereldwaterproblematiek.

Authentiek Het kabinet heeft dergelijke projecten voor ogen met zijn keuze voor water als een van de topgebieden waarin Nederland zich kan onderscheiden. Eind vorig jaar liet staatssecretaris Ben Knapen de Tweede Kamer weten dat het kabinet meer geld uittrekt voor water en voedselzekerheid ‘met inachtneming van het belang van private-sectorontwikkeling’. Dat extra geld (30 miljoen euro voor water) gaat ten koste van programma’s voor gezondheidszorg en onderwijs, omdat Nederland daarin het verschil niet kan maken. Daarmee volgt het kabinet het advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, zoals beschreven in het rapport Minder pretentie, meer ambitie. Op watergebied kan Nederland dat verschil wél maken. Dat komt doordat water ‘authentiek bij Nederland hoort’, zegt Jeroen van der Sommen, directeur van het Netherlands Water Paternership (NWP). Nederland is letterlijk op het water bevochten. In een proces van honderden jaren zijn we er in geslaagd

Aan de kant De paraplu boven al die wateractiviteiten heet Water Mondiaal. Daarin werken drie ministeries samen (naast Buitenlandse Zaken ook Infrastructuur & Milieu en Economische Zaken, Landbouw & Innovatie). Water Mondiaal beperkt zijn inzet tot vijf landen met delta’s als de Nederlandse: Bangladesh, Vietnam, Mozambique, Indonesië en Egypte. De Nederlandse inzet in die landen moeten showcases worden van de Nederlandse kennis en kunde. Per land is een deltacoördinator benoemd, die lijn moet brengen in de bonte kluwen van Nederlandse activiteiten. Wil Nederland succesvol de concurrentie kunnen aangaan met landen als Zuid-Korea en Japan die totaaloplossingen aanbieden (van ontwerp tot en met financiering) en forse ondersteuning ontvangen van hun overheden, dan is samenwerking cruciaal. Al lang bestaat er ontevredenheid over de uitvoering van het ontwikkelingsbeleid. Nederland besteedt een groot deel van zijn hulpbudget via VN-organisaties en de


Wereldbank. Die hulp is niet alleen onzichtbaar voor de burger, maar het Nederlandse bedrijfsleven blijft ook vaak aan de kant staan. Ook in de ‘ontvangende’ landen bestond daarvoor niet altijd begrip, aangezien er een specifieke vraag naar Nederlandse kennis en kunde op watergebied is. Dankzij de directe banden met onder meer de vijf deltalanden en de focus op water kan Nederland zichtbaarder worden. Vraag naar toiletten Ontwikkelingsorganisaties staan wel open tegenover het opleven van de Nederlandse koopmansgeest in ontwikkelingslanden, maar plaatsen ook kanttekeningen. “Ik ben voorstander van een meer bedrijfsmatige aanpak van ontwikkelingssamenwerking”, zegt directeur Rolien Sasse van gezondheidsorganisatie Simavi, tevens lid van het NWP. “Maar wat wordt leidend? Er moet een strategie achter zitten. Zet je bedrijven in bij armoedebestrijding, of kijk je wat Nederlandse bedrijven in huis hebben en wordt dát de inzet? In dat laatste geval ben je puur aanbodgericht bezig in plaats van vraaggestuurd.” Als voorbeeld van hoe het goed kan, noemt Sasse een van de grote Simavi-projecten in Indonesië om wc’s te promoten via voorlichting en training. “Wat we daar eigenlijk doen, is de vraag naar toiletten creëren, zodat bedrijven daar op kunnen inspringen, want nu is dat commercieel nog niet mogelijk. Maar uiteindelijk zal het lokale bedrijfsleven daar van profiteren, niet het Nederlandse. Je hebt maatschappelijke organisaties als de onze nodig om de meest kwetsbare en arme groepen te bereiken. Bedrijven bedienen die markt nu niet voor niks ineffectief. Waar ik bang voor ben, is dat straks gedacht

wordt dat het bedrijfsleven alles wel alleen kan, met als gevolg dat die kwetsbaarste groepen niet worden bereikt.” Het is nog te vroeg voor een oordeel over de nieuwe weg die Nederland is ingeslagen, meent Sasse. “Al ben ik wel bezorgd als ik hoor dat Nederlandse bedrijven beter moeten

“Ik ben wel bezorgd als ik hoor dat Nederlandse bedrijven beter moeten worden van de hulp” worden van de ontwikkelingshulp.” Wat haar ook zorgen baart, is dat het kabinet de doelstelling heeft laten varen om 50 miljoen mensen in arme landen in 2015 van schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen te voorzien. “Dat is een veeg teken, maar ik wacht eerst de concrete plannen af.” Polder en dijk Ook Tobias Schmitz van milieu- en ontwikkelingsorganisatie Both ENDS is niet gerust op de nadruk op het eigenbelang van staatssecretaris Ben Knapen. “De vraag die dan rijst is hoe je het bedrijfsleven kunt inzetten voor armoedebestrijding. Wat is de armoedestrategie? Die mis ik totaal.” Schmitz is gepromoveerd op de omgang met waterschaarste in Zuid-Afrika en kent de situatie in Indonesië goed. Om te onderstrepen hoe het niet moet, wijst hij naar de polder die met Nederlands geld wordt aangelegd bij Semarang en de dijk die Jakarta in zee wil bouwen. Het zijn pogingen de delta’s, die steeds verder wegzakken, te beschermen tegen dagelijkse overstromingen. Volgens Schmitz zijn

de polder en de dijk geen oplossingen. Eerst moeten er integrale plannen voor de stroomgebieden van de rivieren komen. “Met dit integrale concept wordt wereldwijd al decennia gewerkt, maar Nederland gaat daar keihard tegenin met zijn deltabeheer. De overstromingen in Jakarta ontstaan door ontbossing in de bovenloop van de rivier, verstedelijking en grondwateronttrekking door bedrijven. Met een dijk pak je die problemen niet aan.” Het drinkwater in Jakarta gaat naar de koopkrachtige middenklasse, daar is wat te verdienen. Wat betreft sanitatie is de toestand nog beroerder: slechts 3 procent van de inwoners van Jakarta leeft in huizen die zijn aangesloten op het riool. Wil het kabinet millenniumdoel 7 serieus nemen, dan zal het daar wat aan moeten doen, zegt Schmitz. “Als Nederlandse bedrijven rioleringen aanleggen en ervoor zorgen dat het drinkwater naar de sloppenwijken gaat, heb ik geen moeite met de samenwerking tussen Ontwikkelingssamenwerking en het Nederlandse bedrijfsleven. Wél als het erom gaat contracten weg te slepen die goed zijn voor de Nederlandse bedrijven. En die kant gaat het op.” Op de tenen staan Woensdag 2 februari. Voor een afgeladen volle zaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken vergelijkt Kitty van der Heijden, waarnemend directeur Klimaat, Energie, Milieu en Water van Buitenlandse Zaken, de samenwerking tussen Ontwikkelingssamenwerking en het bedrijfsleven met het dansen van de tango. “We moeten nog een beetje aan elkaar wennen. De tango kent snelle, onverwachte wendingen, maar je raakt eraan verslaafd.” Al weet ze ook zeker

IS maart 2011 21


Peter

“Ontwikkelingsgeld moet marktmechanismen niet verstoren, maar werken als een hefboom” ring voor Nederlandse bedrijven in ontwikkelingslanden. Het belangrijkste doel van hulpgeld is en blijft het bereiken van ontwikkelingsresultaten. Maar het betekent wel dat ik synergie tussen privaat en publiek geld wil bereiken. Ontwikkelingsgeld moet marktmechanismen niet verstoren, maar moet werken als een hefboom.” De staatssecretaris kondigt aan dat het aantal ‘waterpartnerlanden’ met vijf zal worden uitgebreid. Een vertegenwoordiger van de watersector vraagt hoe kan worden voorkomen dat Nederlandse bedrijven keer op keer aanbestedingen verliezen die ontwikkelingslanden uitschrijven met Nederlands geld. Knapen antwoordt dat hij tegen een terugkeer is naar de ‘koehandel’ van de gebonden hulp. “Dat is ook tegen de internationale normen. Maar je moet wel zorgen dat je bij aanbestedingen ijzersterke papieren bezit, door bijvoorbeeld van tevoren technisch advies te geven. Je moet zorgen dat je op de eerste rij zit.” En daar kan de regering wel een handje bij helpen. Op dezelfde dag dat Knapen zijn toespraak houdt, landt een delegatie van waterexperts en Nederlandse bedrijven op Schiphol na een missie in Colombia. Dat land werd de afgelopen maanden geteisterd door overstromingen en modderstromen. Nederland bood aan onderzoek te laten doen naar mogelijkheden om met waterbeheersing de problemen structureel op te lossen, maar daar reageerde Colombia niet op. Tot eind december, toen de Colombiaanse president de Nederlandse ambassadeur in Bogotá om een vervolgmissie vroeg. Zo verkoopt Buitenlandse Zaken middels economische diplomatie via de ambassades de ‘Nederlandse kennis en kunde in water’ en geeft het kabinet bedrijven de ingang die soms nodig is voor een goede startpositie op de markt. Met medewerking van Hans van de Veen. 22 maart 2011 IS

Beeld Maurits Giesen

Psycholoog en filosoof Peter van Lieshout is lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij leidde het onderzoek naar de toekomst van ontwikkelingssamenwerking, dat resulteerde in het rapport Minder pretentie, meer ambitie. De komende maanden reflecteert hij voor IS over de voortgaande discussie rond het rapport.

Beeld Anneke Hymmen

dat de danspartners elkaar soms pijnlijk op de tenen zullen gaan staan. Deze ochtend is ‘de overkant’ – waarmee het Netherlands Water Partnership bedoeld wordt, dat pal tegenover het ministerie kantoor houdt – op bezoek. Ze zijn benieuwd naar de waterplannen van het kabinet. Staatssecretaris Ben Knapen licht een tipje op van de sluier, maar blijft nog rijkelijk vaag. Hij zegt: “De betrokkenheid van de sector (de watersector, red.) betekent niet dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking simpelweg rechttoe rechtaan wordt ingezet als handelsbevorde-

Calimero E 

én jaar en drie dagen na de publicatie van Minder pretentie, meer ambitie verscheen de kabinetsreactie. Op veruit de meeste punten volgt de regering de WRR. Hulp moet meer gericht zijn op ontwikkeling, moet specifieker zijn en breder worden benaderd. Alle hoofdpunten van het WRR-rapport worden langsgelopen, op hoofdlijnen overgenomen en van tekst over de uitwerking voorzien. En waar er verschillen zijn, is het de vraag hoe diep die gaan. Zo neemt de regering het voorstel voor NLAID niet onverkort over. De regering erkent dat een verdere professionalisering geboden is, maar ‘ziet hier niet op voorhand als enige oplossing het oprichten van een aparte eenheid’. Evenmin gaat de regering mee in de redenering 6 procent van het budget vast te leggen voor Research & Development. Prima allemaal: we mogen afwachten hoe professionalisering en kennisbeleid dan wel precies vorm krijgen. Voor de wereld van de hulp liggen nu twee wegen open. De eerste benadering is defensief en bestaat uit het nauwgezet doornemen van het regeringsstandpunt met als hoofdopdracht ‘zoek de verschillen’. De inzet is dan om aan te tonen dat het standpunt op allerlei punten langs het WRR-rapport schiet en er selectief en opportunistisch uit put. Er zitten ongetwijfeld allerlei zinnen in het standpunt die zich daarvoor lenen. De andere weg is de proactieve. In die benadering wordt het woord van de regering serieus genomen, wordt de regering ook serieus aan haar woord gehouden, en wordt bovenal geïnvesteerd in voorstellen hoe inhoud te geven aan de meestal nog in algemene termen omschreven beleidsvoornemens. Dit kabinet leent zich bij uitstek voor zijn proactieve aanpak. Het wil af van een te sterke overheidsdominantie, ruimte bieden aan eigen initiatief en het maatschappelijk veld betrekken bij beleid. Die ruimte moet niet primair leiden tot een claim om subsidie, maar om een voorstel hoe partijen zelf, met de overheid, bij kunnen dragen aan de beleidsdoelen. Ik ben benieuwd wat de sector doet: wantrouwen uitstralen en calimerogedrag vertonen, waardoor het kabinet het op voorhand niet goed kan doen, of met allerlei verstandige voorstellen komen, waarin ze toont kritisch naar zichzelf te kijken, maar ook een serieus beroep op de overheid doet. Was de aanval niet de beste verdediging?


Een dag uit het leven van Mohammed Ali

“Door de haven gaat onze cultuur verloren” tekst & beeld elles van gelder

07.00

Mohammed Ali Baddi (67) Is: Natuurbeschermer Missie: Strijdt tegen plannen voor een nieuwe haven in zijn achtertuin Waar: Lamu, een eiland voor de kust van Kenia Hobby’s: Lezen, tv kijken, voetbal Eet graag: Bonen, chapati (soort roti), vis en schelpdieren Familie: Pas getrouwd met vierde vrouw, tien kinderen, twaalf kleinkinderen Inkomen: 140 euro pensioen, aangevuld door onregelmatige inkomsten uit natuurbeschermingsorganisatie

17.00 Baddi zit dagelijks op het oude dorpsplein te praten. Vandaag gaat het over plannen van de overheid om in zijn district de grootste haven van het land te bouwen. “De overheid hoopt dat ze olie uit Zuid-Sudan via die haven kunnen exporteren. Ik wil dat uitgezocht wordt wat de impact daarvan is op onze natuur.”

09.10

11.20 Baddi gaat met een speedboot vanaf het stadje Lamu, dat op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat, naar de plek waar de haven volgens plan moet komen. “Het is een goed half uur met de boot. Maar ik denk toch dat veel mensen naar onze stad komen zodra de haven gebouwd wordt. Het gaat de rust verstoren en ik ben bang dat onze Swahili cultuur verloren gaat.”

De oud-leraar bekijkt op de vloer in zijn huis de kaart waarop aangegeven staat waar de nieuwe haven gepland is. “Hier kan dan straks niet meer gevist worden”, wijst hij. “En dat terwijl het grootste deel van de mensen hier hun geld met vissen verdient. Vlak bij de toekomstige haven is een koraalrif, dat misschien wel helemaal verwoest wordt. Ik vrees ook voor de mangrovebossen.”

“Ik bid vijf keer per dag. Het grootste deel van Lamu is moslim. De Koran is belangrijk voor me. Er staat ook in dat je goed voor de natuur moet zorgen.”

12.00

18.30

De bewoners die bij de geplande haven wonen, uiten hun zorgen tegenover Baddi. Ze komen rond door te vissen en te boeren. “Ze wonen hier al generaties lang, maar hebben daar geen papieren voor. Het land is eigendom van de regering. De mensen zijn bang dat ze moeten vertrekken als er een haven komt.”

Baddi eet samen met familie op de grond van de huiskamer. “Ik ga vroeg naar bed. Na het laatste maal ga ik slapen. Want voor het eerste gebed de volgende ochtend sta ik al om vijf uur op.”

IS maart 2011 23


Interview Simon Maxwell: vertel het verhaal van de klimaatverandering

Luister naar Scheherazade tekst pieternel gruppen beeld maurits giesen

Bruggen bouwen is zijn passie. Met nog een jaar te gaan voor de ‘Rio+20 Earth Summit’ kan ontwikkelingsexpert Simon Maxwell zijn lol op. Op deze VN-conferentie over milieu en ontwikkeling moeten wetenschappers en politici, hulpverleners en beleidsmakers de handen ineen slaan voor een duurzame wereld. Nu leeft iedereen nog op zijn eigen planeet. imon Maxwell is als voormalig directeur van de Britse denktank ODI een graag geziene gast op internationale congressen en ‘high level panels’ waar de hele ontwikkelingswereld vertegenwoordigd is. Tegenwoordig zet hij zijn netwerk in om de klimaat- en ontwikkelingswereld te verbinden in het door Engeland en Nederland ondersteunde Climate and Development Knowledge Network. Begin februari was hij in Nederland om te netwerken - met bedrijven en maatschappelijke organisaties.

S 

Waarom kunnen milieufreaks en ontwikkelingsexperts niet gewoon hun ‘eigen ding’ blijven doen? “Ontwikkeling is een tijger die je moet berijden. Die tijger rent nu door een omgeving waarin klimaatverandering plaatsvindt. We hebben te lang gekeken naar de problemen en te weinig naar praktische oplossingen gezocht. Vermindering van CO2-uitstoot en het aanpassen aan de nieuwe situatie staan vooral centraal in discussies over klimaatverandering. Maar we moeten nu echt gaan kijken naar het effect van het klimaat op het ontwikkelingspad van een land. Je hoeft maar naar de overstromingen in Pakistan en Australië te kijken om te zien dat klimaatverandering de ontwikkeling van een land overhoop kan gooien. Klimaatverandering kan de ontwikkeling trouwens ook positief beïnvloeden.” Hoe dan? “Het gebruik van energie zal blijven toenemen maar we moeten minder CO2 uitstoten. 24 maart 2011 IS

Het gebruik van batterijen zal daardoor bijvoorbeeld een hoge vlucht nemen. Moderne batterijen bevatten veel lithium. Laat onder de Boliviaanse zoutvlaktes nou grote hoeveelheden lithium liggen! Bolivia wordt nu al het Saudi-Arabië van het postpetroleumtijdperk genoemd. Maar voor Nepal is het verhaal minder gunstig. Het ligt voor de hand om in dit land van gletsjers, rivieren en bergen grote dammen aan te leggen voor het opwekken van elektriciteit. Uit het oogpunt van ontwikkeling zou dat goed zijn om daarmee de industrie op gang te krijgen en banen te creëren. Maar voor het milieu is het juist onwenselijk, omdat door klimaatverandering de gletsjers kunnen gaan smelten. We kunnen ontwikkeling niet serieus nemen als we niet tegelijkertijd kijken naar klimaatverandering.” Waarom vinden die werelden elkaar niet? “Ik vind het echt schokkend dat veertig jaar na de VN-conferentie in Stockholm en twintig jaar na de conferentie in Rio de Janeiro milieudeskundigen en ontwikkelingsexperts op verschillende planeten wonen. Dit soort conferenties gaat nog altijd vooral over het milieu en wordt ook beter bezocht door milieuwetenschappers dan ontwikkelingsdeskundigen. Bij de ‘RIO+20 Earth Summit’ volgend jaar moeten we ervoor zorgen dat we niet twee conversaties, maar één gesprek voeren. Ik zie nu echt een kantelpunt.” Waarom zou dat nu wel lukken? “Onderhandelingen slagen pas als er voor

iedereen winst te behalen is. De Chinezen waren in het verleden altijd bang dat milieumaatregelen ten koste zouden gaan van de ontwikkeling van hun land. China is nu in heel korte tijd opeens de grootste verschaffer van techniek op het gebied van zonne- en windenergie geworden. Voor een deel komt dat omdat de Chinezen bezorgd zijn over hun eigen milieu, voor een deel omdat zij op lange termijn economisch voordeel zien. Maar ook ontwikkelingssamenwerking staat nu op een kruispunt. De millenniumdoelen lopen in 2015 af. We moeten nieuwe doelen stellen. Iedereen is ervan overtuigd dat je niet om mondiale publieke goederen heen kunt. Water en schone lucht moeten daar bijvoorbeeld in opgenomen worden. Bij de

“Het zou soms nuttig zijn als er wat minder boeken werden geschreven en er meer werd geluncht” nieuwe doelen zou het accent ook niet meer alleen op de arme landen moeten liggen. Driekwart van de armsten ter wereld woont in midden-inkomenslanden. Alle partijen moeten voelen dat het in hun nadeel werkt als zij niet aanschuiven. Dat is een eerste voorwaarde voor het slagen van de gemeenschappelijke aanpak van problemen. Bovendien is er vertrouwen nodig. Dat kweek je door naast het werk elkaar ook informeel, tijdens etentjes bijvoorbeeld, te leren kennen. Tenslotte heb je een structuur nodig, zoals de Verenigde Naties, die het mogelijk maakt te werken aan diverse thema’s op verschillende niveaus. Als aan een van die voorwaarden niet is voldaan, is de weegschaal uit balans. Politici hebben de zware taak die balans te bewaken.” U helpt ze daar graag een handje bij. Op uw website schrijft u dat het uw passie is de kloof te dichten tussen politici en wetenschappers. “Aan beide kanten worden karikaturen gebruikt. Dat heb ik wel gemerkt toen ik directeur was van de Britse denktank ODI (Overseas Development Institute). Wetenschappers denken dat politici nooit wat lezen, geen kaas hebben gegeten van onderzoek en alleen maar kortetermijnbeslissingen nemen. Op hun beurt denken politici dat onderzoekers alleen maar interesse hebben in het publiceren van het volgende wetenschappelijke artikel, lange zinnen gebruiken, en nooit tot een conclusie komen omdat er altijd meer onderzoek gedaan moet worden. We moeten ons gedrag aan beide kanten veranderen. Als onderzoekers moeten we leren beter te communiceren en materiaal te produceren dat aantrekkelijk is voor politici. Bij het ODI zei ik vaak tegen mijn collega’s: ‘Jullie hebben een keus. Je kunt of nóg een boek schrijven of iemand mee uit nemen voor


lunch’. Het zou soms nuttig zijn als er wat minder boeken werden geschreven en er meer werd geluncht.” Met wie zou u willen lunchen? “Mijn grootste droom zou zijn dat jullie staatssecretaris Ben Knapen mij op straat tegen zou komen en zijn arm om mij heen zou leggen en zeggen: ‘Simon, ik ben zo blij om jou te zien. Vertel mij eens wat ik het beste kan doen’. Dan zou ik hem advies geven. De droom zou compleet zijn als hij het ook nog zou uitvoeren. Misschien is Knapens droom wel dat hij wetenschappers vindt die hem kunnen vertellen wat voor beslissingen hij het beste kan nemen. Het is heel belangrijk dat iemand met zijn positie, nauw samenwerkt met de wetenschap.” Er gaapt ook nog een kloof naar het publiek. Hoe maak je van climate compatible development, het integreren van klimaat- en ontwikkelingsbeleid, het nieuwe buzzword? “We moeten vooral verhalen vertellen. Bij mijn aantreden bij het ODI gaf ik iedereen een plaatje van Scheherazade, de vertelster van de verhalen uit duizend-en-één nacht. Mensen moeten meekrijgen wat het in je hart betekent als je huis in de vloedstroom wordt meegezogen of je gewassen verdorren door de felle zon. Toen de Ugandese president Museveni doorkreeg dat aids zijn land op zijn grondvesten deed trillen, beval hij elke minister bij elke speech, ongeacht het onderwerp, ook over aids te praten. We zijn nu op het punt aangeland dat politieke leiders wereldwijd elke gelegenheid moeten aangrijpen om over klimaatverandering te vertellen.” Wat voor boodschap moeten ze dan verkondigen? “De boodschap moet in elk geval positief zijn. Napoleon zei al dat goede leiders ‘handelaren in hoop’ zijn. Martin Luther King had het over een ‘droom’ en niet over een ‘nachtmerrie’. We moeten verkondigen dat een groene duurzame wereld ons veel comfort, banen en harmonie kan bezorgen. En dat helder en duidelijk samengevat.” Zoiets als make poverty history? “Dat was een briljante slogan! Het had alles in zich, een doel, een actief werkwoord en een tijdschema.” Heeft u al een slogan bedacht voor de verbinding van ontwikkeling en klimaat? “Was het maar waar. Ik sta open voor suggesties!”

Wie is Simon Maxwell? Ontwikkelingseconoom Simon Maxwell is voorzitter van het Climate Change and Development Knowledge Network. Tot 2009 was hij directeur van het Britse Overseas Development Institute. Verder werkte hij onder andere voor de UNDP in Kenia en India en gaf hij leiding aan een groep onderzoekers bij het Institute of Development Studies in Sussex.

IS maart 2011 25


Daar

afrikacultuur

Schoon stomen

Afrikaanse Pekingeend

Je broek of jas reinigen bij de stomerij is zeer schadelijk voor het milieu. De Indiase onderzoekster Soumi Banerjee ontwikkelde een schone manier van stomen en won er de aanmoedigingsprijs van AkzoNobel mee.

Eten bij de Chinees in Lusaka of hoisinsaus en pekingeend in de schappen van een Ethiopische supermarkt. De relatie tussen China en Afrika is een feit. De ontmoeting tussen beide culturen is ondertussen ook een dankbaar onderwerp voor filmmakers geworden.

“Perchloor kan de lever en nieren beschadigen, plus de darmen irriteren. Bovendien is het kankerverwekkend. Het wasmiddel tast de ozonlaag aan en vervuilt het grondwater”, zegt Soumi Banerjee die binnenkort promoveert aan de Universiteit van Wageningen. De Indiase wetenschapster ontwikkelde een reinigingsmethode met vloeibare kooldioxide (CO2), dat onschadelijk is voor het milieu. Banerjee deed veel ‘waservaring’ op bij Unilever Research in India. CO2-wassen werkt wel, maar nog niet optimaal. Alle vlekken, zelfs olie, worden verwijderd, maar niet de kleinste vuildeeltjes. Om toch alles schoon te krijgen, moet worden gestoomd onder zeer hoge druk. “Door toevoeging van een speciale zeep is dat hopelijk in de toekomst niet meer nodig. En daar zijn we al een heel eind mee op de goede weg.” De voordelen van CO2-wassen zijn volgens de promovenda legio. “Het is 20 procent goedkoper dan reinigen met perchloor. Alle gebruikte CO2 wordt opgevangen en kan opnieuw gebruikt worden door de stomerij. Als Europa overstapt op deze techniek komt er jaarlijks 70.000 ton minder perchloor in de lucht.”   peter de jaeger

Het klinkt onwerkelijk, maar nog even en ook in Afrikaanse landen schieten Chinatowns als paddestoelen uit de grond. Tijdens het Internationaal Film Festival Rotterdam brachten filmmakers de eerste ontmoetingen tussen Chinezen en Afrikanen in beeld. In de film When China met Africa van de gebroeders Francis komen Chinese ondernemers in beeld die via de iPhone met hun Afrikaanse collega’s proberen te onderhandelen. Op het Zambiaanse platteland bestaat de communicatie voornamelijk uit handen -en voetenwerk. Toch blijkt de oplossing voor de communicatieproblemen heel simpel: Chinese arbeiders worden naar Zambia gehaald om er te werken. Het scheelt een hoop gedoe aangezien de Chinezen toch liever met elkaar aan de slag

half vol L  De Afrikanen – en dat zijn voor de meerderheid jonge mensen - geloven in toenemende mate in hun toekomst. Zonder de ogen te sluiten voor de ellende die hen nog omringt, zijn zij ervan overtuigd dat ze kansen zullen krijgen, en die ook zullen aangrijpen. Correspondent Kees Broere laat hen op deze plek aan het woord. 26 maart 2011 IS

uisterend naar de radioberichten op de BBC over de volksopstand in Tunesië en Egypte, hoorde ik mijzelf mompelen: ‘Create a big middle class - at your own peril’. Dat wordt nog wat, als ooit een paar honderd miljoen Chinezen gaan vinden dat modernisering zich ook moet uiten in respect voor de vrije burger. In de meeste Afrikaanse landen ‘onder de Sahara’ zijn we zo ver uiteraard helemaal nog niet. Bijzonder is wel dat, bijvoorbeeld in mijn thuisland Kenia, burgerrechten al steviger voet aan de grond krijgen,

Beeld Li Xia’s Salon

indiawetenschap

gaan. En wat eten ze ’s avonds? Geen Nshima, de nationale maïspap van Zambia, maar gerechten uit de vertrouwde Chinese keuken met uit China geïmporteerde eetstokjes. Filmmaker Emile-Aime Chah Yibian gebruikte dit Aziatische eetgerei voor zijn film Love Born of Chopsticks waarin een Chinees boerenmeisje verliefd wordt op een Afrikaanse regisseur wanneer zij hem helpt met stokjes te eten. Een ervaring uit het leven van de filmmaker zelf die hij niet onverfilmd wilde

nog voordat van een sterke groei van de middenklasse sprake is. Die volgorde kan hoopgevend zijn. Maar talloze gevaren liggen op de loer. Zie nog eens Tunesië en Egypte, met hun almaar jonger wordende bevolking, voor wie wel scholing beschikbaar is, maar te weinig banen worden gevonden. Hoe explosief de mengeling van ‘jeugd’ en ‘onvrede’ in zwart Afrika kan zijn, hebben we in het verleden al meer dan voldoende gemerkt. Het glas is momenteel, in het allerbeste geval, half leeg. Wat dus meteen betekent dat het ook half vol is. “I’ll drink to that”, merkte een Ethiopische boekbespreker onlangs op.

laten. De films van het Raiding Africa programma tonen twee werelden die nog in de gewenningsfase zitten. Zo duurde het even voordat regisseuse Omelga Mthiyane (Li Xia’s Salon) een kapsalon in Songzhuang vond die zich wilde wagen aan haar kroeshaar. Maar nog even en in China weten ze raad met een afrokapsel en ligt er wel degelijk vijfkruidenpoeder in de Ethiopische toko, want het China-Afrikapartnerschap is booming. dore van duivenbode

Op dat laatste dus. Een kwestie van perspectiefkeuze, zonder in naïviteit te vervallen. ‘Half vol’ geldt min of meer ook voor het aantal landen beneden die grote woestijn dat onderzoeker Steven Radelet emerging, opkomend, noemt. Hij schreef er een tamelijk beknopt, maar zeer boeiend boek over. Ook Radelet laat gelukkig de welvaartswens niet de vader van de gedachte zijn. Hij is zich bewust van alle valkuilen. Maar toch. Het is belangrijk om jezelf een andere kijk op een onderwerp te gunnen. Het kan bovendien ook nog eens onderhoudend zijn. En je kunt er, heus waar, goeie zin van krijgen. kees broere


Aandeel Afrika Journalist en Afrikakenner Roeland Muskens wordt durfkapitalist. Hij investeert in een Ugandees bedrijf. Voor IS doet hij een jaar lang verslag van zijn mede-eigenaarschap.

colombiahandel

Bloedgoud Niet de handel in cocaïne, maar in goud is tegenwoordig de belangrijkste inkomstenbron voor de linkse guerrillabeweging FARC. De Colombiaanse regering maakte begin dit  jaar bekend dat op de laptop van een  gesneuvelde commandant van de linkse  guerrillabeweging FARC gegevens zijn  gevonden over opbrengsten uit goudhandel.  Omdat de autoriteiten steeds meer grote  ladingen drugs onderscheppen, zijn de FARC  op zoek gegaan naar alternatieven.  Goud blijkt een goede optie, omdat de laatste jaren de prijzen aanzienlijk gestegen zijn.  Colombia heeft nog een grote voorraad goud  en is een van de belangrijkste producenten  ter wereld. Grote internationals, maar ook  avonturiers die genoeg geld hebben om een  graafmachine te betalen, hebben zich op het  Colombiaanse goud gestort. De Colombiaanse politie heeft sinds september vorig  jaar 56 illegale goudmijnen opgedoekt. Een  deel van deze mijnen was in handen van de  FARC.  Eind vorig jaar schreef de krant El Espectador 

ethiopielandbouw

Land te koop Slechts eenvijfde van alle landbouwgrond in Ethiopië wordt benut. De regering wil daarom over twee jaar ruim 3 miljoen hectare grond verpachten aan buitenlandse bedrijven. Boerenfamilies uit het overbevolkte  hoogland willen niet verhuizen naar  ongebruikte grond in het veel dunner  bevolkte laagland. Dus blijft er een  gebied zo groot als België over. Dat land  kun je net zo goed verkopen, is de redenering van de Ethiopische regering. Ethiopië wordt in Afrika wel gezien als koploper op dit terrein. Het Indiase bedrijf  Karuturi Global pacht al ruim 300.000  hectare grond van de Ethiopische overheid om rozen, palmolie, suiker en rijst te  verbouwen. Het bedrijf wil die afzetten in  het oosten en zuiden van Afrika. Karuturi  staat model voor wat de regering in  Addis Abeba wil: buitenlandse investeerders die het gat in de landbouwproductie  gaan vullen en het land deviezen bezorgen. Want de pachtopbrengst voor de 

dat de FARC in een jaar tijd meer dan 1,6 miljard Colombiaanse peso’s (ongeveer  640.000 euro) hadden verdiend aan de handel in goud. De guerrilla heeft de mijnen zelf  in handen of perst de eigenaar van de mijn  af.  De handel in goud is niet alleen omstreden  vanwege banden met de FARC. In verschillende delen van het land protesteert de  bevolking tegen de aanwezigheid van multinationals die grote stukken land af willen  graven op zoek naar het kostbare metaal.  Niet zelden gaat het om oerbos waar ook  veel water aanwezig is. Naar eigen zeggen  hebben multinationals milieuvriendelijkere  methoden ontworpen om het goud te winnen. Zo zouden ze geen kwik meer gebruiken  om het goud van water en gruis te scheiden.  Colombia is volgens diverse media het land  met de grootste kwikvervuiling ter wereld.  wies ubags

miljoenen hectare moet 400 dollar  opbrengen.  Een aantal zaken valt op. Van de ruim  400 transacties met bedrijven die al  van buitenaf werden gesloten, zijn 23  ‘echt buitenlandse’ bedrijven. De rest is  grotendeels verpacht aan Ethiopiërs uit  de diaspora. De eerste pachten doorgaans veel meer grond dan de laatste.   Anders dan in veel andere Afrikaanse  landen houdt de regering de touwtjes  strak in handen. Een bedrijf dat niet binnen zes maanden iets laat zien, kan zijn  rechten verliezen. De federale overheid  oefent druk uit op regionale autoriteiten  om snel investeerders te zoeken. Veel  aan investeerders toegewezen grond ligt  langs de grens met Sudan, waar de  bevolking weinig moet hebben van de  heren in Addis Abeba. Critici spreken  daarom wel van een recentralisatie van  de macht en een poging om gebieden te pacifi ceren. Volgens hen  leidt het nieuwe beleid niet tot  voedselzekerheid van het land zelf.  De effecten op het milieu worden  vrijwel nergens in kaart gebracht,  hoewel de Ethiopische wet dat wel  vereist. jos van beurden

Flyer

I

k moet goed bedenken, zegt William Ilboudo, dat dit een testjaar is. Dit jaar wordt er nog geen winst gemaakt op de karitéboter die de vrouwen in Dabare maken. We hopen dit jaar ongeveer duizend kilo boter te produceren. Dat moet in de komende jaren oplopen tot twintigduizend kilo. De vrouwen krijgen 200 CFA per kilo (‘een faire prijs’, verzekert William). In Europa brengt de boter misschien wel het honderdvoudige op. Toch kan ik winst voorlopig vergeten. Dat komt door onze aanloopkosten. En die worden alleen maar hoger. William bereidt me vast voor op een nieuwe kostenpost: de certificering. We maken onze karitéboter CO2-neutraal en zonder chemische toevoegingen, maar bewijs dat maar eens. De klanten vertrouwen niet zomaar op Williams fraaie dreadlocks. We moeten kunnen aantonen dat we eco zijn. En daarvoor zijn speciale certificeringorganisaties. Die komen langs en lichten het hele productieproces door. Als het allemaal in orde is, krijgen we een stempel van goedkeuring. Maar dat doen ze niet voor niets. Dat kost handenvol geld. Marketing, nog zo’n kostenpost. Er is binnenkort een beurs in Duitsland waar William per se naartoe wil. Het kost wel 1000 euro om alleen al 100 kilo karitéboter mee te nemen in het vliegtuig. En dan zijn er nog Williams eigen kosten: vliegticket, hotel, eten, drinken. Voordat we dat allemaal hebben terugverdiend, zullen de vrouwen nog heel wat boter moeten maken. Voor de beurs heeft William speciaal een flyer laten maken. Fraai full colour drukwerk met foto’s van de vrouwen van Dabare die in hun zondagse jurken trots poseren voor de spiegelparabolen. En dan die ronkende Duitse tekst: ‘Solar erzeugte Sheabutter reduziert großflächige Rodungen in Burkina Faso. Sie erwerben ein erstklassiges Produkt, schonen das Klima und verbessern die Lebensgrundlagen der Frauen und ihrer Familien.’ William leest het voor met rollende ‘r’. “Mooi, hè?”, zegt hij lachend. “Mijn buurvrouw is Duits. Die heeft geholpen. Voor niks.” roeland muskens IS maart 2011 27


Daar

mensenkameroen

op doorreis angolaeconomie

Vooral rijken profiteren van Angola’s welvaart Angola is ‘s werelds snelst groeiende economie van het afgelopen decennium, meldt The Economist. Bloedverwanten en vrienden van de rijke politieke elite plukken daar verreweg de meeste vruchten van. Met een gemiddelde jaarlijkse groei van 11,1 procent dringt Afrika’s op een na grootste olieproducent China naar de tweede plek. Sinds het einde van de 27-jarige burgeroorlog in 2002 heeft Angola een sprong gemaakt van nagenoeg niets tot bijna alles op het gebied van infrastructuur, wonen, uitgaan en consumptie. De huizen van de rijken die daarvan profiteren

worden steevast bewaakt door guardas (bewakers) die tegen gemiddeld 250 tot 300 dollar per maand lange uren draaien. Fulltime bewaker Lemos (35) werkt in de duurste stad ter wereld, Luanda. De situatie op het gebied van werkgelegenheid, gezondheidszorg, onderwijs en voeding is voor hem en zijn collega’s niet verbeterd, zegt hij. “Integendeel. Onze salarissen stijgen niet mee met de inflatie. En veel vrienden en familieleden zijn hun huis uitgezet omdat hun sloppenwijk plaats moest maken voor een duur nieuwbouwproject. Ze zijn verplaatst naar wijken zonder water en licht.” Ook Christian Isely, Angola-vertegenwoordiger van de Amerikaans-Afrikaanse hulporganisatie Africare, stelt dat plattelands- en sloppenwijkbewoners niet van de groei hebben geprofiteerd. “De ongelijkheid is sterk toegenomen.” Zijn waarneming past in het beeld dat internationale organisaties schetsen. Nog altijd leeft, volgens VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP, ongeveer 38 procent van de Angolese bevolking onder de armoedegrens van 1,25 dollar per dag. lula ahrens

RwandaDiplomatie

Victoire Ingabire moet een eerlijk en trans­ parant proces krijgen. Daarop heeft Ben Knapen, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, aangedrongen bij de Rwandese president Paul Kagame. Knapen bracht vorige maand een bezoek aan het Afrikaanse Grote Merengebied. Precies een uur duurde de ontmoeting tussen staatssecretaris Ben Knapen en de Rwandese president Paul Kagame. Kagame ontving Knapen in zijn werkpaleis, een verzameling wit gepleisterde gebouwtjes in een parkachtige omgeving in Kigali. In een sober ingerichte vergaderzaal, met als enige frivoliteit een schilderij met traditioneel Afrikaans tafereel van vrouwen die rijst stampen in een vijzel, vond een ‘vruchtbare discussie’ plaats, zoals Knapen na afloop meldde aan de Rwandese media. “Ik heb de president gecomplimenteerd met de economische vooruitgang die is geboekt, de verbetering van het investeringsklimaat en het terugdringen van corruptie”, vertelde hij na afloop aan de verslaggevers die een wolkbreuk en een daverend onweer getrotseerd hadden. “We begrijpen dat de regering vastbesloten is om divisionisme (de bevordering van etnische verdeeldheid, red.) en de verspreiding van genocide-ideologie 28 maart 2011 IS

Beeld Lonneke van Genugten

“Eerlijk proces voor Ingabire”

tegen te gaan, maar Nederland maakt zich zorgen over de vrijheid van de media en de vrijheid van mening van oppositiekandidaten.” De staatssecretaris noemde het wel bemoedigend dat er op dit moment een evaluatieonderzoek plaatsvindt naar de wetgeving rond genocide-ontkenning en divisionisme.   Kagame en Knapen bespraken ook de veiligheid en stabiliteit in de grensregio en de   verbetering van de rechtsstaat. Knapen wees tijdens het gesprek verder op het belang van een eerlijk en transparant proces tegen   oppositievertegenwoordiger Victoire Ingabire. Ingabire woonde zestien jaar met een vluchtelingenstatus in Nederland en werd in oktober opgepakt in Rwanda op beschuldiging van   terroristische activiteiten. Volgens diplomaten, die haar situatie in de 1930-gevangenis in Kigali in de gaten houden, verkeert zij in goede omstandigheden. lonneke van genugten

Wie: Alice Nkom Waar: Movies that Matterfestival, Den Haag Waarom: vertoning van de documentaire Cameroon: Coming out of the Nkuta Advocate Alice Nkom strijdt al meer dan veertig jaar voor de gelijke rechten van homo’s in Kameroen. Sinds 1972 is homoseksualiteit daar strafbaar. Wie zich openlijk ‘schuldig’ maakt, hangt een gevangenisstraf van vijf jaar boven het hoofd. Bent u de enige advocaat in heel Kameroen die opkomt voor de gelijke rechten van homoseksuelen? “Openlijk wel. Ik weet dat meer mensen zich ermee bezighouden, maar het is gevaarlijk werk. De autoriteiten verbieden ons voor de zaak op te komen. Ik ben bedreigd en korte tijd gevangen gehouden. Dat geweld staat echter in schril contrast met de mishandelingen en het seksuele misbruik dat de mannen en vrouwen in de gevangenis moeten doorstaan.” Frustrerend. Als u de een heeft vrijgepleit, dan roept de volgende zaak weer. “Kameroen is te groot voor mij alleen. Ik ben nu bezig met een zaak van twee mannen, die 300 kilometer verderop in de gevangenis zitten. Daar kan ik niet elke dag even heen rijden. Daardoor loopt hun proces enorm veel vertraging op. Maar als ik het niet doe, doet niemand het.” Hoe kijkt de bevolking tegen homo’s aan? “Mensen denken dat ze door de duivel bezeten zijn, of dat ze ziek zijn. Wie openlijk homo is, wordt verstoten. Op een middelbare school in Douala zijn zelfs twaalf meiden van school gestuurd, omdat een oma bij de politie had geklaagd dat een van hen haar kleindochter had verleid. Deze meiden kunnen nu nergens meer onderwijs volgen.” Wat wilt u met de vertoning van de film bereiken? “Onze regering moet de gruwelijkheden tegen deze minderheidsgroep stoppen. Ze kunnen wel steeds geld aan de internationale gemeenschap vragen om de economie op te bouwen en het aantal gevallen van hiv terug te dringen, maar laat ze eerst eens hun eigen mensen respecteren!” hanna hilhorst


De Hulpindustrie

Marcia Marcia Luyten is journalist en publicist. Ze woont met man en drie kinderen in Uganda. www.marcialuyten.nl

Bert Koenders en Linda Polman bedachten het begrip, maar wie zijn de arbeiders in de hulpindustrie?

Waarom bent u dit werk gaan doen? “Ik zet me graag in voor meer rechtvaardigheid. Bij ICCO deel ik dezelfde  waarden met collega’s, dat is prettig.  Bovendien werk je bij ICCO op een  gelijkwaardige basis met partners.” Waar bent u trots op? “Tijdens een moeizame vergadering  met verschillende Sudanese organisaties waarin mensen elkaar openlijk  bedreigden, kon ik het proces reguleren en ontstond uiteindelijk een constructief gesprek. Achteraf kwam  een van de betrokkenen naar me toe  en sprak zijn waardering uit. Interessant is dat ik de vaardigheden om  confl icten te reguleren vooral heb  geleerd door mijn samenwerking met  Sudanezen die in een gespannen  lokale situatie wonen en werken.”

Beeld Josefien de Kwaadsteniet

Waar loopt u tegenaan? “Sommige partnerorganisaties zijn  vooral gericht op geld ontvangen, in  plaats van het primair willen realiseren van hun plannen. Het is lastig en  vraagt geduld om een mentaliteitsverandering te bewerkstelligen.  Gelukkig zijn de meeste partners 

actief en verantwoordelijk.” Heeft de Nederlandse ontwikkelingswerker nog toekomst? “Niet specifi ek de Néderlandse ontwikkelingswerker, omdat de wereld in  een steeds groter tempo globaliseert.  De ontwikkelingswerker in het algemeen zal nog even blijven bestaan,  zolang er wereldwijd nog ongelijkheid,  onrechtvaardigheid en armoede is.” Hoeveel van de hulp blijft aan de strijkstok hangen? “Daar letten we streng op. Als we  een reden hebben om partners te  wantrouwen beëindigen we de  samenwerking. Maar in principe is  wederzijds vertrouwen het uitgangspunt.” Heeft u wel eens het gevoel gehad dat hulp door machthebbers werd misbruikt? “Ja, daar moet je rekening mee houden bij repressieve regimes, zoals in  Sudan. Daar werden door de overheid hulporganisaties gecreëerd en  bestaande hulporganisaties geïnfi ltreerd. Bovendien legde de overheid  de onafhankelijke organisaties die  ICCO steunde bijna onmogelijke  voorwaarden op. Hierdoor kwamen  ze minder toe aan hun eigenlijke  werk. Toch besloten we ze te blijven  fi nancieren, omdat zij als enige verschil konden maken.” janneke juffermans

“De ontwikkelingswerker zal blijven bestaan, zolang er wereldwijd nog ongelijkheid, onrechtvaardigheid en armoede is”

Beeld Maurits Giesen

Wie: Susan Muis Wat: programme officer Liberia en Sierra Leone en jongerenprogramma West-Afrika, ICCO Waar: regiokantoor West-Afrika in Bamako, Mali. Eerder woonde en werkte Muis voor ICCO in Sudan.

Trip naar Tunis J

e krijgt een retourticket naar Tunis. Vier dagen fraai hotel aan de Middellandse zee plus een toelage om de dag door te komen. Het enige wat van je wordt gevraagd, is in een paneldiscussie te praten over journalistiek in Afrika. Wat doe je? Je zoekt een reisgids voor Tunesië en stopt je koffer vol witte linnen pakjes en grote zonnebrillen. De vraag aan het panel waar ik in zou zitten: hoe gaan fi nanciële instellingen als de Afrikaanse Ontwikkelingsbank om met de media? Eerste kinkje in deze glimmende kabel: de organisator, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, heeft een verborgen agenda. Ze is vooral uit op een aardig stukje in een westerse krant. Tweede kink: ik ken deze instelling uit de tijd dat ik bij Buitenlandse Zaken werkte. Ze zat in mijn ‘portefeuille’ met ontwikkelingsbanken. Ik las meters beleid en projectvoorstellen, bezocht in Ivoorkust een bijeenkomst waarop de bank donoren om meer geld vroeg. Dikke mannen in dikke pakken die in een duur hotel in Abidjan een rituele dans opvoeren. Gewichtige codetaal verhult een gebrek aan belangstelling voor wat er op de rode aarde in hutjes gaande is. Toen al was het me een raadsel waarom Nederland geld geeft aan een club die hetzelfde wil als de Wereldbank, maar daar niet veel van bakt. Bovendien: waarom spekken Nigeria en Angola de kas niet? Vervolgens zag ik de Afrikaanse Ontwikkelingsbank in Kampala. Mijn vermoeden uit Abidjan werd in Kampala bevestigd: de Afrikaanse Ontwikkelingsbank zorgt heel goed voor Afrikanen die er werken. Armen in dorpen merken er weinig van. Verdomme, daar ging mijn trip naar Tunis. Me laten fêteren door deze ontwikkelingsbank is me aansluiten in de lange rij mensen in Afrika die dolgraag vergaderingen en workshops bezoeken. Daar brengen ze hun dag dommelend door, met een lunch tussendoor en een cheque bij de uitgang. Deze daily allowances schiepen een perverse cultuur waarin ambtenaren en ngo-lui vechten om uitnodigingen voor workshops – niet omdat ze leergierig, maar calculerend zijn. Een cultuur waarin westerse hulporganisaties succes claimen in capaciteitsopbouw, want kijk eens hoe veel belangstelling er is. Mijn motto draait de zaak om: ‘Niks van waarde is gratis’. Wie een cursus wil volgen, moet daar iets voor betalen. Wie lekker op vakantie wil, ook. IS maart 2011 29


Egyptische revolutie slecht de generatiekloof

“IK HEB DE ANGST

IN MIJN BINNENSTE GEDOOD”

VREUGDEDANSEN, SCHORRE KELEN, VUURWERK, TRANEN, UITZINNIGE VREUGDE OP HET TAHRIRPLEIN ALS DE EGYPTISCHE PRESIDENT HOSNI MUBARAK OP ELF FEBRUARI ZIJN VERTREK AANKONDIGT. tekst & beeld arita baaijens

* Arita Baaijens zag de Egyptenaren ‘ontwa-

ken uit de verdoving’. * Voor IS beschrijft ze haar impressies vanaf het Plein en de ingrijpende metamorfose van het Egypte zoals zij het kende. Verkruimelende macht is een fascinerend verschijnsel. Dertig jaar regeerde Hosni Mubarak met ijzeren vuist. De noodtoestand, ingesteld na de moord op Sadat in 1981, bleef al die tijd van kracht. Mensen werden om de kleinste vergrijpen gearresteerd door een repressieve, corrupte en in steeds grotere mate sadistische politiemacht. De Egyptenaren pikten het, als een kameel die zijn last lijdzaam accepteert. Tot er in januari net een strootje te veel op de rug werd gelegd. Dag van Woede De dag voor de demonstratie van 25 januari verschenen in de binnenstad van Caïro overvalbusjes met oproerpolitie. Niets bijzonders. Intimidatie en geweld zijn vaste prik bij protesten, klein of groot. Op de Dag van Woede had ik een woestijntripje met vrienden gepland en om demonstratiedrukte te vermijden verlieten we Caïro in alle vroegte. Vier dagen later doken we weer op in oase Fayoem, waar een jongen opgewonden meldde dat er een revolutie gaande was. Ha, ha, leer mij Egyptenaren kennen. Alleen als de staatssubsidie op brood en suiker wordt afgeschaft, komen mensen in beweging. tekstom arita Lachend hetbaaijens grapje liep ik bij kennissen 30 maart 2011 IS

binnen. Het was midden op de dag, maar iedereen zat aan de televisie gekluisterd. De beelden op het scherm benamen me de adem. Duizenden mensen scandeerden leuzen en eisten het vertrek van hun president, in de volksmond bekend als ‘De Farao’ of ‘La Vache qui Rit’ (vanwege de rubberen lippen). Egyptenaren, decennialang vernederd en monddood gemaakt door een oppermach-

“Ik had niet verwacht dat het zo snel zou gaan” tig politieapparaat, waren ontwaakt uit hun verdoving. De metamorfose was niet te bevatten. Gedurende twintig jaar zag ik bij elk bezoek mensen meer en meer verstarren vanwege zich opstapelende problemen. Taxichauffeurs, altijd in voor een grap, luisterden enkel nog naar kalmerende koranrecitaties. Een giftige cocktail van verklikkers, censuur en werkloosheid brak talent en initiatief in de knop. De jeugd zocht troost en vergetelheid in religie, drugs, kalmeringsmiddelen en internet. Waarom lieten ruim tachtig miljoen Egyptenaren zo lang met zich sollen? De oorzaak ligt besloten in zevenduizend jaar akkers bewerken en buigen voor farao’s en buitenlandse overheersers: zo’n lapje grond onder boerenvoeten doet iets met de geest. Revolutionair elan is de Egyptenaar wezensvreemd en niemand verwachtte dan ook een grote opkomst op de Dag van de

Woede, een protest tegen het aftuigen en vermoorden van een jongen door de politie in Alexandrië, juni vorig jaar. Caïro, belegerde stad Dag vijf van de opstand zit ik vast in 6 Oktoberstad, een luxe woestijnenclave van ommuurde villaparken met zwembaden en palmtuinen. Vanwege de avondklok kwam ik Caïro niet in en zo belandde ik gisteren in deze oase van comfort en rust. Geen taxichauffeur was zo gek mij naar de belegerde hoofdstad te willen brengen, maar kunstenaar en goede vriend Mohamed Abla (1953) durft de rit wel aan. Laverend tussen wegversperringen en tanks van Amerikaanse makelij tuurt hij gespannen voor zich uit. “Ik had niet verwacht dat het zo snel zou gaan”, klinkt het afwezig. Snel zou gaan? Is hij soms betrokken bij de organisatie? Maar mijn vriend is alweer onbereikbaar en doet er verder het zwijgen toe. Later, als ik de stukjes van de puzzel bij elkaar heb gelegd, weet ik dat hij de dag ervoor tijdens gevechten een vriend is kwijtgeraakt. Enkele dagen

Pagina 31 Linksboven: ‘We zijn er bijna, we zijn er bijna’ scanderen tienduizenden demonstranten wanneer zij op 10 februari horen dat er snel aan hun eisen tegemoet zal worden gekomen. Rechtsboven: Een Egypti-

sche vrouw zingt uitgelaten patriottische liederen in het centrum van Caïro. Onder: Egyptenaren steken vuurwerk af op het Tahrirplein om te vieren dat president Mubarak is op– gestapt.


IS maart 2011 31

Beeld REUTERS / Amr Abdallah Dalsh

Beeld AP Photo / Ben Curtis

Beeld AP Photo / Tara Todras-Whitehill


Kunstenares Huda Lutfi kwam elke dag naar het Tahrirplein om demonstranten te steunen.

Magdy al Shafee, zakenman en striptekenaar, bestreed het regime eerst met tekenpen, later met zijn vuisten.

Salma Mahmoud Hesham, juriste en lid van de Moslimbroeders, gaf haar baan op om gewonden te verzorgen.

later wordt Ahmed Basioeny, 31 jaar oud en vader van twee kinderen, gevonden in een mortuarium. De sfeer buiten weerspiegelt de sombere stemming in de auto. Controleposten, prikkeldraad, soldaten met geweren in de aanslag, tanks. Daar tussendoor wriemelen mensen in autootjes, mensen die zich angstig afvragen in wat voor Egypte ze morgen wakker worden. Bij het afgesloten Tahrirplein nemen we afscheid. Met een zware tas op de rug begeef ik me naar mijn logeeradres in de aanpalende villawijk Garden City. De voorname buurt is al net zo onherkenbaar veranderd als mijn goedlachse vriend. Uitgestorven straten. Afgehakte boomtakken. Argwanende buurtbewoners bij zelf opgeworpen wegversperringen. Gewapend met stokken, slagersmessen en barbecuespiezen beschermen ze hun gezinnen tegen dieven en amokmakers, omdat de politie plotseling van de straat is verdwenen. Leunend op een slaghout vertelt een buurtwacht dat zijn team gisteren een groepje dieven ving. De boosdoeners waren politieofficieren in burger, zo bleek uit hun identiteitsbewijzen. “Eerst ons geld afpakken en nu onze laatste druppel bloed willen opzuigen”, schampert hij.

koket. Verderop tilt een vader zijn frêle dochtertje op de nek. “Kan ze vertellen dat ze erbij was.” Een breedgeschouderde ingenieur nam zijn vijftienjarige zoon mee om het plein te beschermen. “Ze stonden in de voorste linie tijdens de gevechten”, zegt een vriend bewonderend. Veel demonstranten, waaronder massa’s vrouwen, wijzen naar zichzelf op de vraag wat hen het meest verbaasde de afgelopen dagen. Ze wisten gewoon niet dat ze het in zich hadden: moed om tuig met benzine-

“Het duurt jaren voor het mysterie van de opstand is ontrafeld”, meent activiste en filmmaakster Salma el Tarzi (33) met schorre keel. De opstand verraste vriend en vijand, toch broeide het al jaren in Egypte. Ik denk terug aan gesprekken die ik voerde met jongeren voor reportages over religie en jeugdcultuur. De nothing-left-to-lose generatie zei auteur Ahmed Alaidy (1974) over leeftijdsgenoten. In Ik ben Abbaas (De Geus) voert hij een hallucinerende, boze, aan drugs en seks verslaafde jongeman op. De woede van de hoofdfiguur was een slap aftreksel van de haat waarmee de auteur zelf over de regering sprak. Blogster Isis praatte me bij over welgestelde vrienden zonder levensdoel, die net als zij aan de heroïne waren geraakt. En dan was er blogster Ghada Abdelaal (31). Niet alleen de staat houdt vrouwen eronder, zei ze, de Egyptische samenleving kan er ook wat van. De auteur Khaled el Khamissi liet taxichauffeurs hun hart luchten over de verziekte maatschappij in Taxi. Zijn late debuut wijt de veertiger aan een repressieve studietijd. “We mochten niets, voelden ons leeg.” Massale apathie was het gevolg. “Mijn generatie heeft kansen op verandering voorbij laten gaan”, erkende Khaled el Khamissi, die hoopte en verwachtte dat de jonge garde spoedig in actie zou komen.

De Pleinjeugd De sfeer op het Tahrirplein is vrolijker en meer ontspannen dan televisiebeelden tonen. Ik had een bittere stemming verwacht vanwege de gevechten, de vele doden en gewonden. Maar ik tref opgewekte en vastberaden mensen van allerlei pluimage met een gemeenschappelijk doel: Mubarak weg. “Ik heb mijn baan opgezegd om hier te zijn”, vertelt een advocate van middelbare leeftijd. Dagelijks verzorgt ze tot tien uur ’s avonds gewonden bij een van de eerstehulpposten. Een jonge arts meldde zijn werkgever wegens familieomstandigheden te zijn verhinderd. “Anders dreigt ontslag”, lacht hij 32 maart 2011 IS

“Mijn generatie heeft kansen op verandering voorbij laten gaan” bommen te weerstaan, rubberen kogels uit benen te peuteren en tanks te blokkeren. Jongens en meiden die voorheen op de bank zaten en ouders gehoorzaamden, nemen nu verstrekkende besluiten. Hun zelfvertrouwen groeit met de dag, gezichten bloeien open, de wens iets zinvols te doen is zo groot dat zelfs het kleinste papiertje van de grond wordt geraapt. “We willen een schoon begin”, glundert een jonge vrouw. Door het nieuwe elan bruist en zindert het plein van energie. Daarbuiten is de sfeer grimmig vanwege versperringen, gespuis met knuppels en de hatelijke blikken van informanten die met duizenden tegelijk als ratten uit het riool tevoorschijn zijn gekomen. Sombere voorgevoelens verdwijnen echter op het magische plein, waar de jeugd met toverstokjes zwaait. “Ik heb de angst in mijn binnenste gedood”, verwoordt de 22-jarige geluidstechnicus Muhab het wonder. Elke dag is hij op het Tahrirplein, symbool van hoop en verzet, dat hij met zijn leven verdedigt. De demonstranten zijn de angst voorbij en daarmee is het regime zijn belangrijkste wapen kwijt.

Generatiekloof “Ze willen verandering en ze verdienen het”, zegt wetenschapper en kunstenaar Huda Lutfi (1948) geëmotioneerd. De opstand tegen het regime markeert een omslag in de verhouding tussen mannen en vrouwen, en tussen generaties. Ouders die niets begrepen van hun kroost spreken nu met achting en respect over de Facebook-jeugd. Regelmatig pinken veertigers en vijftigers een traan weg als ze vertellen over de moed en onversaagdheid van jonge demonstranten die Egyptenaren hun trots en ziel teruggaven. Het zijn


Ton

Beeld Maurits Giesen

Ton Dietz is hoogleraar ‘Ontwikkeling in Afrika’ aan de Universiteit Leiden en directeur van het Afrika-Studiecentrum in Leiden. Hij was een van de initiatiefnemers van de Worldconnectors, een denktank voor mondiale vraagstukken.

tranen van ontroering, maar ook van schaamte omdat zij de jeugd opzadelden met de erfenis van hun stilzwijgen. “Ze zijn bereid te sterven voor hun ideaal”, zegt Huda Lutfi met ongeloof in haar stem. Lusteloze studenten zag ze in enkele dagen tijd uitgroeien tot zelfbewuste activisten. Duidelijke leiders waren er niet op het plein, toch werden besluiten genomen en hielden jongeren gedisciplineerd honderdduizenden mensen in toom. En hoe onvermijdelijk de overwinning achteraf ook lijkt, tijdens de opstand was de uitkomst ongewis. Ondanks intimidatie en druk van Egyptenaren die het welletjes vonden bleef het plein echter bezet. Bij zoveel volharding rest de oude garde slechts bescheidenheid en dienstbaarheid. Een dankbare Huda Lutfi helpt jongeren voortaan hun dromen te realiseren. Hetzelfde geldt voor consultant Iman Bibars. Roodgelakte nagels bewegen door de lucht wanneer ze vertelt over emigratieplannen die sinds de opstand van tafel zijn. Zonder medeweten van haar man gaf ze dagelijks juridisch en politiek advies op het plein. Anderen voorzagen de jeugd van voedsel en dekens, of stelden hun huis beschikbaar. Zo bezocht ik tot actiecentra omgetoverde appartementen, met stapels dekens en proviand op de gang. In kamertjes sliepen uitgeputte demonstranten, tikten activisten op laptops en werden discussies gevoerd over de grondwet en het verschil tussen woordvoerders en leiders. De ouderen, veelal verstokte criticasters van het regime, mengden zich wel in de gesprekken. Maar de toon was anders dan voorheen. Bescheidener en meer betrokken. Hij is weg ‘Hey Aritaaa :) WE MADE IT !!’ mailt Khaled Hassan (22) op de dag van de overwinning als ik weer teruggekeerd ben. ‘Eerst feestvieren’, schrijft hij, ‘dan bouwen aan een nieuw Egypte’.

Beeld Maurits Giesen

Mustafa Ali raakte depressief omdat zijn idealen werden gedwarsboomd, maar hervond zichzelf op het Tahrirplein.

En nu: Afrika! P 

rins Claus hield van Afrika. Als jongetje woonde hij in Tanganyika, nu Tanzania, en als jonge man in Ivoorkust. Eenmaal in Nederland zou hij veel met zijn geliefde Afrika te maken krijgen. Op de Prins Claus Leerstoel hebben tot nu toe drie bijzondere Afrikaanse vrouwen de wetenschappelijke relaties tussen Afrika en Nederland bevorderd. De twee ministeries die nu in een spel om de macht zijn verwikkeld over wie de échte zeggenschap heeft over de Nederlandse buitenlandse politiek liggen allebei aan de Haagse Prins Clauslaan. Het ministerie van Buitenlandse Zaken ligt aan de zuidkant; een in zichzelf gekeerd gebouw, door Hagenezen ‘Apenrots’ genoemd. Aan de noordkant heet het nu: ‘ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie’. Dat is een opener gebouw, waar je ook niet door detectiepoortjes hoeft om mee te mogen praten. De binnenplaats ziet eruit als een knollentuin. Aan die noordkant werden de afgelopen maand gesprekken gevoerd over een van de kabinetsprioriteiten als het gaat om de Nieuwe Orde op het gebied van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking: voedselzekerheid. Het kabinet neemt prioriteiten en ideeën over van het rapport Minder pretentie, meer ambitie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Nederland moet zich concentreren op een paar thema’s in een beperkt aantal partnerlanden. Het bevorderen van bedrijvigheid komt op de eerste plaats. Het ontwikkelingsbeleid moet beter worden geïntegreerd met andere aspecten van buitenlands beleid. En kennis dient veel belangrijker te worden. Wat die kennis betreft moet ik nog zien of dat ook echt gaat gebeuren, maar de andere voorstellen worden nu rap ter hand genomen. En Afrika wordt het belangrijkste continent voor dat nieuwe beleid. Op 14 januari sprak ik mijn oratie uit. Ik liet zien dat de beeldvorming over Afrika snel aan het veranderen is: het gaat beter met Afrika (zie: www.ascleiden.nl). Ik zal op deze plaats elke maand stilstaan bij wat Afrika en Nederland met elkaar verbindt. Prins Claus formuleerde in 1988 tien stellingen over ontwikkelingssamenwerking. De vierde luidde (in vertaling): ‘een rijk land dat zichzelf ziet als een pionier op het gebied van ontwikkelingssamenwerking dient zijn hulp te ontbinden’. Hopelijk kopen de Afrikanen met onze hulp straks geen knollen voor citroenen. IS maart 2011 33


Sportieve prestatie is geld waard

Doel bereikt Hardlopen, fietsen, zeilen. De vele sportieve kilometers die de Nederlander jaarlijks aflegt, zijn niet alleen goed voor de gezondheid. Steeds vaker laten sportievelingen zich door familie en collega’s sponsoren voor het goede doel. “De gedachte aan de school in Sri Lanka gaf me kracht om door te zetten.”

tekst janneke juffermans beeld lodewijk duijvesteijn en thomas donker

Rick

Corinne

k werkte bij Shell en kreeg steeds meer het idee: we moeten weg van olie en gas, we moeten meer richting duurzame energie. Ik wilde daar aandacht voor vragen én een sportief avontuur aangaan. Toen kwam het idee om op de fiets door Afrika te trekken. De reis telde 115 dagen. Ik heb lucht- en ruimtevaarttechniek gestudeerd in Delft, maar ik heb altijd bewondering voor mensen die niet het rechte pad kiezen, inventief zijn en risico’s nemen. Dat getuigt van moed. Dit soort mensen kwam ik heel veel tegen in Afrika en zij – boeren, ondernemers, dominees hebben me enorm geïnspireerd. ’s Avonds was ik vaak doodmoe van het fietsen, maar ging ik toch nog op mijn laptop met mijn website aan de slag. Ik blogde over de duurzame projecten en de mensen die ik tegenkwam. In elk land heb ik de lokale media benaderd. Elke hoofdstad fietste ik binnen met een groep fietsers uit het betreffende land. Af en toe was de reis zwaar. Ik had constant spierpijn en de hitte was soms ondraaglijk. In Zambia had ik een heel zware rit. Ik kreeg die dag gewoon de trappers niet rond. Na 60 kilometer was ik echt op, maar ik had nog 40 kilometer te gaan. De zon ging onder. Ik reed in het donker over een heel smalle weg, zonder vluchtstrook. Bussen, vrachtwagens, auto’s denderden voorbij, behoorlijk gevaarlijk. Mijn bestemming kwam maar niet. Ik was helemaal verward, mijn water was op, ik viel bijna flauw. En toch, na een goede nacht slaap had ik de volgende dag weer zin om te fietsen.”

e eerste twee uur gingen me heel makkelijk af. Je rent de stad door en kijkt je ogen uit. Ik maakte zelfs af en toe een praatje met iemand. Het laatste stuk van een marathon doe je echt op je uithoudingsvermogen. Dat is behoorlijk pittig. Ergens in mijn achterhoofd dacht ik: je zou wel een watje zijn als je niet viereneenhalf uur kan rennen, terwijl iemand die uit een oorlogsgebied naar Nederland vlucht, veel meer voor zijn kiezen krijgt. Ik kende UAF, een organisatie die vluchtelingen in Nederland in staat stelt om te studeren, al langer. Mijn oma zette zich ervoor in. Ik had ook een Liberiaanse collega met wie ik veel sprak over zijn vlucht en hoeveel steun hij aan het UAF gehad had. Mijn toenmalige werkgever, adviesbureau Amstelbridge, betaalde m’n ticket. Toen ik de finish haalde, was ik vooral verbaasd. Er zit meer in je dan je denkt. Ik hoop dat dankzij mijn bijdrage aan UAF nu ook iemand het beste uit zichzelf kan halen en kan gaan studeren. Mede door UAF en de ontmoeting met vluchtelingen ben ik geïnteresseerd geraakt in hoe conflicten ontstaan en verlopen. Ik wil graag gaan werken in oorlogsgebieden. Ik heb vooral veel interesse in oorlogsjournalistiek. Goede berichtgeving over oorlogen kan politieke besluitvormingsprocessen beïnvloeden. En als oorlogsjournalist is het heel handig om snel te kunnen rennen. Ik heb altijd al gerend. De marathon van New York stond al lang op mijn verlanglijstje. Ik wist dat veel mensen die marathon rennen om een goed doel te steunen. Dat wilde ik heel graag doen voor het UAF.”

“I 

34 maart 2011 IS

“D 

Cees eezeilen is eigenlijk niet leuk. Zeilen wisselen in een storm, de regen die in je gezicht striemt. Maar op zulke momenten voel ik me sterk verbonden met het weer en de natuur. Die bijzondere individuele ervaring wilde ik graag koppelen aan een goed doel. Need 4 Care is een project van een collega. Ze bouwen scholen voor dakloze, kansarme kinderen. Als leraar weet ik hoe belangrijk onderwijs is als basis voor een beter leven. Als ik in slecht weer zat, gaf die gedachte mij kracht om door te zetten. Vooral op de heenweg was het weer heel slecht. Maar elke storm gaat ook weer voorbij. Het is fantastisch om dan de eerste zonnestralen te zien. Ik begon elke dag met koffie en muziek van Ravel, om te mijmeren en over de zee uit te kijken. Op reis laat je een hoop ballast achter, waardoor je makkelijker bijzondere ervaringen krijgt en heel veel over het leven kan nadenken. Zo ervoer ik soms sterk de aanwezigheid van mijn overleden broer. Ook heb ik onderweg besloten met mijn vriendin te gaan trouwen. Toen ik thuis kwam, werd ik door tachtig leerlingen opgewacht. Ik was ook heel blij om terug te zijn en weer aan het werk te gaan. Een school is al gebouwd van het geld dat ik heb opgehaald. Over een paar jaar lijkt het me erg leuk om bij het project te gaan kijken. Misschien wel met de zeilboot.”

“Z 

Wilt u met uw sportvereniging een sportproject steunen in een ontwikkelingsland? Ga naar www.clublinking.nl en meld u aan.


“Ik bewonder mensen die niet het rechte pad kiezen� Wie: Rick de Gaay Fortman (32) Wat: Fietste van Kaapstad naar Nairobi Voor: Solar, een organisatie die scholen in Zambia van zonnepanelen voorziet Opbrengst: 85.000 euro (sponsorgeld aangevuld met bijdrage van Wilde Ganzen)

IS maart 2011 35


“Een vluchteling krijgt veel meer voor zijn kiezen� Wie: Corinne Cath (23) Wat: liep de marathon in New York voor stichting UAF, een organisatie die vluchtelingen in Nederland in staat stelt om te studeren Opbrengst: 12.000 euro

36 maart 2011 IS


“Er is al een school gebouwd van het geld dat ik heb opgehaald� Wie: Cees Groot (62) Is: leraar economie Wat: maakte een solozeiltocht over de Atlantische Oceaan voor Need 4 Care, een scholenproject in Sri Lanka Opbrengst: 25.000 euro (sponsorgeld aangevuld met bijdrage van Wilde Ganzen)

IS maart 2011 37


Duurzaam gemak Samenstelling: Marieke Aafjes Suggesties? Mail: is@ncdo.nl

Oh oh Den Haag

VANAF

¤ 14,95–

Vorig jaar waren we bij IS  al onder de indruk van de  groene gids van Amsterdam. Nu is er ook de The  Hague Good & Green  Guide. Waar haal je in  onze hofstad een bio-burger en waar kun je een  milieuvriendelijk nachtje  slapen? De groene reisgids voor Holland staat  voor 2011 in de planning.

¤ 19,90

Good & Green Guide The Hague x 19,90 www.goodandgreenguides.com 

Abbo-T-ee

Vrolijk welkom De lachende Boeddha was een Zenmeester met de naam Poe-Tai-Ho-Shang. Hij  zwierf zorgeloos door China. Het beeld is met de hand gesneden in de werkplaats  van Pak Warsa in het dorpje Mas, op Bali, waar ze al generaties lang traditioneel  houtsnijwerk maken. Zet de Lachende Boeddha bij voorkeur met zijn gezicht naar  de deur, zodat hij iedereen die binnenkomt geluk en welkom kan wensen!  Lachende Boeddha (10, 15, 25 cm) x 14,95, x 21,50, x 47,50 www.wereldwinkels.nl

Linda Braber bedacht  iets nieuws: een abonnement op T-shirts!  Limitee maakt unieke  shirts van biologisch  katoen, door kunstenaars geïllustreerd.  Ieder seizoen werkt een  andere kunstenaar voor  ¤ 30,– LimiTee een actueel  positief onderwerp uit  op het gebied van duurzaamheid. De T-shirts  worden met de hand gezeefdrukt. Het aantal  bedrukte T-shirts is gelijk aan het aantal abonnees.  Limitee jaarabonnement x 100,Per stuk (per seizoen) x 30,www.limitee.nl

Oant moarn! Maart roert zijn staart. Wil je weten wat voor weer je kunt verwachten? Kidzlabs  van 4M maakt wetenschappelijke doe-het-zelfpakketten voor kinderen vanaf acht  jaar. Observeer en registreer het weer met je eigen multifunctionele weerstation.  Met een windvaan, een windmeter, een thermometer en een regenmeter. Je kunt  ook experimenteren met het broeikaseffect en je eigen terrarium in een fl es creëren.   Doe-het-zelf weerstation x 14,99 www.eco-logisch.nl 38 maart 2011 IS

¤ 14,99


Winkel

Tekst: Guerrilla-interviews.nl Fotografie: Lizzy Kalisvaart

Fairfoodtest

Blijvend mooi Neem twee droge koeken Weetabix, scheut melk erbij, even laten weken en voilà: een gezond, zompig ontbijtje. Prima begin van de dag, maar is het ook een duurzame start?

De winkel van GUUS Rozengracht 104 1016 NG Amsterdam www.dewinkelvanguus.nl Joke Treffers werkte haar halve leven lang voor de filmwereld. Maar ze wilde ook graag een eigen winkel openen om te laten zien dat duurzaam gemaakte artikelen ook heel mooi kunnen zijn. Met haar winkel GUUS komt haar droom uit. GUUS is 'keen on green', luidt de slogan. Zou dit de zoveelste ondernemer zijn die duurzaamheid vooral omarmt om extra te kunnen verkopen? Het tegendeel blijkt waar. Alles is zo veel mogelijk met de hand gemaakt, en bij voorkeur uit duurzaam geproduceerd of gerecycled materiaal. Maar behalve duurzaam is de inventaris bij GUUS vooral smaakvol. Zoals de designertassen van afgekeurde brandslangen of oude transportbanden. Lampen voor in de woonkamer, die gefreesd zijn uit het perspex van lichtbakken die ooit op de gevel van een patatzaak hingen. Of een pressepapier gezaagd uit oude spoorrails. Joke: "Er wordt in de wereld al zo veel rotzooi

gemaakt en verkocht, dingen die binnen de kortste keren hun aantrekkingskracht verliezen. Mijn spullen zijn blijvend mooi. Ik kreeg gisteren nog een bedankje van iemand die helemaal weg is van zijn nieuwe computertas omdat de tas zo veel eigenheid uitstraalt.” Een missie? Die heeft Joke niet. “Dat vind ik een te groot woord. Ik probeer met de artikelen in mijn winkel mensen te verleiden om iets meer na te denken over wat ze kopen. Er zijn gelukkig al heel veel mensen die hier al oog voor hebben. Het is leuk om te zien hoe klanten reageren op een papieren opbergmap die gemaakt is van oude reclameposters. Er komt een boel bij kijken om een winkel draaiende te houden, daar heb ik me wel een beetje op verkeken. Maar de reacties van de klanten maken het elke dag weer meer dan de moeite waard." Aanbieding: Neem deze IS mee naar GUUS en ontvang 10 procent korting op de levensboom ‘Totem Tree', gemaakt van gerecycled karton.

Colette (50)

"Wij doen een lekker dagje Amsterdam, en liepen hier spontaan naar binnen. De prachtige houten meubels zijn zo overtuigend mooi. Net als de keukenspulletjes en het servies. Ik heb nog geen keuze kunnen maken, maar dat het behalve mooi ook duurzaam is, spreekt mij zeker aan."

Weetabix is een van de bekendste merken ontbijtgranen. Opgericht in 1932 in Engeland is de Weetabix Food Company bijna tachtig jaar later uitgegroeid tot een multinational die exporteert naar meer dan tachtig landen. Sinds 2008 maakt het bedrijf serieus werk van duurzaamheid. Hoewel de transparantie over het beleid te wensen over laat, lijken er grote stappen te zijn gezet op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Gezond graan De belangrijkste ingrediënten van Weetabix zijn granen zoals tarwe en haver. Niet bepaald tropische producten: kinderarbeid zul je op een graanveld in Engeland niet zo snel tegenkomen. Toch zijn er uitdagingen, zoals het behoud van veldplanten en –dieren. Weetabix koopt granen in van lokale leveranciers in het Verenigd Koninkrijk. Hierbij werkt het bedrijf samen met het Assured Combinable Crops Scheme (ACCS), dat producenten aanspoort om een strategie te ontwikkelen voor het behoud van de biodiversiteit op en rond hun graanvelden. In 2010 kondigde Weetabix aan dat al hun graanen haverleveranciers minimaal aan het ACCS gehanteerde instapcriterium voldoen qua inzet voor natuurbehoud. Een mooi resultaat! Fairfood is een campagne- en lobbyorganisatie die onderzoekt of de producten op een eerlijke manier tot stand komen. Elke maand houdt Fairfood voor IS een van de favorieten uit onze winkelmandjes tegen het licht.

Apenvrouw

O 

nlangs was ik op een symposium waar Jane Goodall sprak. De zaal was buiten zinnen. Ik heb zelden zo’n respect en zelfs verering in een publiek gevoeld voor een spreker. En ik moest het toegeven, dat mens heeft echt iets. Natuurlijk is haar onderzoek naar chimpansees absoluut baanbrekend geweest. En heeft ze eraan bijgedragen dat we de relatie tussen mens en dier voor altijd anders zijn gaan zien. Geleidelijk aan is het duidelijk geworden dat

die ‘harde grens’ tussen mens en dier lang zo hard niet is. In tegenstelling tot wat we eerst veronderstelden zijn chimpansees, net als wij, in staat tot het maken van gereedschap, het leren van taal en het gebruiken van een relatief complex repertoire aan signalen om te communiceren. Ook laten ze ‘menselijke’ emoties als geluk, verdriet, angst en woede zien, hebben ze gevoel voor humor en zijn ze in staat tot altruïsme. Volgens Jane vertonen ze zelfs de voorlopers van religieus gedrag, wijzend op magische dansen en ‘meditatieve’ praktijken die zij geobserveerd heeft bij

een waterval in Tanzania, die ook door de oorspronkelijke bevolking als heilig werd ervaren. Jane vertelde dat ook zij zelf, in haar vele maanden alleen in de natuur, een aantal mystieke ervaringen heeft gehad die haar kijk op het leven en het universum veranderd hebben. Een eenwording met de wereld en een bewustzijn van een grotere spirituele macht in alles om ons heen, ‘as real as the beating of my heart’. Mevrouw Goodall is niet alleen een revolutionair onderzoekster en een mooie en sympathieke vrouw, maar ook een zeer wijs en nobel mens.

Beeld Maurits Giesen

Groen blaadje

Annick Hedlund - de Witt (1978) doet aan de Vrije Universiteit promotieonderzoek naar de relatie tussen wereldbeelden en duurzame ontwikkeling. Momenteel verblijft ze in San Francisco. IS maart 2011 39


Het nieuwe Zuid-Sudan door de ogen van de Juba Post

EEN VOLK WORDT MONDIG tekst hans ariëns beeld sven torfinn

* De geest van de onafhankelijkheid is vaar-

dig geworden over de Zuid-Sudanezen, zo blijkt uit de uitslag van het referendum. De roep om een eigen staat weerspiegelt het toegenomen zelfbewustzijn van de bevolking. * IS ging in referendumtijd een paar dagen op reportage met de redactie van de Juba Post, de eerste onafhankelijke krant en luis in de pels van de Zuid-Sudanese regering. “Wij moeten de stem van het volk bij de politici brengen – niet andersom.” Onze hoop dat we via de Juba Post door kunnen dringen tot de haarvaten van de ZuidSudanese samenleving krijgt meteen al een flinke knauw. Het is maandagmiddag, een dag na de start van het referendum, en het gaat er pittig aan toe tijdens de tweewekelijkse redactievergadering. “Er zitten zó veel fouten in het openingsverhaal”, foetert Willie Olivier, de Namibische coach van de redactie. “Het is een rommeltje met getallen, er staat jargon in, en het nieuws komt eigenlijk pas halverwege het stuk. Drie keer wordt de plek van de persconferentie genoemd, het Rotana Hotel in Khartoum. Journalistiek is iets anders dan reclame maken. En dit is gewoon niet het moment om het publiek te informeren over het tijdstip van bekendmaking van de resultaten. Dat speelt pas over een maand. We hadden met de eerste dag van het referendum moeten openen.” Om hem heen 40 maart 2011 IS

wordt instemmend geknikt. De auteur van het stuk is niet aanwezig, maar Olivier waarschuwt de anderen: “De volgende keer kun jij aan de beurt zijn.” Redactiechef Annet Yobu kijkt somber. Ze baalt dat de krant er niet in is geslaagd in elk van de tien staten van Zuid-Sudan een eigen correspondent in het veld te krijgen. En zelf heeft ze ook niet het verschil kunnen maken. Op zaterdag, zegt ze even later, had ze nog een persconferentie bezocht over geweld in Abyei. Die was aan de internationale media-aandacht ontsnapt. Maar op zondag was het niet gelukt eigen nieuws te maken. “Aan de persconferentie van de regering op zondagmiddag was geen eer te behalen, daar zat iedereen.” En dus staat er in de maandagkrant alleen een verslag van president Salva Kiirs gang naar het stemhokje.

te kunnen stemmen. Daar zit een aardig verhaal in.” Hoofdredacteur Michael Koma, een jonge in Khartoum opgeleide journalist vult aan: “We moeten de stem van het volk bij de politici brengen, niet andersom. Trek er nu op uit, en kom terug met een écht sterk verhaal.”

Stem van het volk De ervaren journalist Olivier, door UNDP ingehuurd om het peil van de verslaggeving rond het referendum op te krikken, peurt er wat lessen uit. “We kunnen nog steeds naar de stemlokalen gaan, cijfers verzamelen van de stemmers, en die meteen op de website publiceren. En we zullen naar bijzondere verhalen op zoek moeten. Die vind je niet op de persconferenties, maar op straat. Ik wil weten wat de gewone man denkt. Bij mij in het guesthouse zit een Sudanees uit Australië die de eerste zwarte politieman in Sydney was. Hij is helemaal hierheen gekomen om

“Bijzondere verhalen vind je niet op persconferenties maar op straat”

Exclusief nieuws En vervolgens zwermen de journalisten uit over Juba, op zoek naar exclusief nieuws voor de volgende editie, die van donderdag. Persbureaus zijn er niet, de Zuid-Sudanese overheid beschikt ook niet over een geoliede communicatiemachine, en dus dient zich buiten de persconferenties maar mondjesmaat nieuws aan. Hoofdredacteur Koma stuurt een van zijn jonge talenten, Julius Milla, naar de haven waar schepen vol terug-

keerders uit Khartoum zijn aangekomen. Het blijkt een verhaal dat CNN en Al-Jazeera links laten liggen, maar daarom niet minder relevant is. Honderden bivakkeren er nog met hun hele huisraad tussen de bomen, in afwachting van een stukje grond dat hen toegewezen wordt. De sfeer is optimistisch en vol van verwachting (“we kunnen voor onszelf zorgen, Zuid-Sudan wordt geen falende


Onze man in Juba

Dirk-Jan Omtzigt (35) Een belangrijk aspect van de Nederlandse hulp aan Zuid-Sudan geven we in natura, oftewel mensen. Nederlandse consultants helpen de Zuid-Sudanese regering met belangrijke kwesties binnen de ‘boedelscheiding’, zoals: wie heeft er zeggenschap over het Nijlwater en wie krijgt welk deel van de olie-inkomsten? De aan Oxford University gepromoveerde econoom Dirk-Jan Omtzigt is zelfs gedetacheerd bij de regering, in een onopvallend gebouw aan de rand van Juba waar de Referendum Taskforce huist. Eerder al adviseerde hij de regering van Rwanda bij het opzetten van een systeem van belastinginning (“de meest rendabele ingreep die ik heb gezien”). “Het probleem van Zuid-Sudan is dat het vol-

De jonge mensenrechtenactivist strekt geen economische ontwikkeling kent. Economische expertise binnen de regering is ook afwezig. Voor mij was zo’n situatie van set up buitengewoon uitdagend. Eerst werkte ik als macro-econoom voor het Joint Donor Team, een samenwerkingsverband van de Scandinavische donoren, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Nederland. Aan het einde van mijn contract daar schreef ik een lang paper over de economische aspecten van de afscheiding van Zuid-Sudan. Ik stuurde het op aan de regering en kreeg per ommegaande een uitnodiging om het paper in praktijk te brengen. Iedereen denkt dat de Zuid-Sudanezen niet kunnen onderhandelen. Daarmee onderschat je ze. Wij zijn alleen nodig voor de technische kennis rond die onderhandelingen. Ik maak studie van kwesties als de splitsing van de centrale bank, de verdeling van de schuldenlast van 38 miljard dollar (!) en de toegang tot de oliepijplijn. Daar zijn allemaal modellen voor, die ik ontleen aan gevallen van afscheiding zoals Ethiopië en Eritrea, Oost-Timor en Indonesië, en het uiteenvallen van de staat zoals het voormalige Joegoslavië. Hier nemen ze mijn adviezen uiterst serieus, ik loop door de hoogste echelons van de regering. De regering beseft dat er nog veel te doen is wil Zuid-Sudan op 9 juli klaar zijn voor de onafhankelijkheid. Ze werken keihard, het head of operations hier heeft alleen op Eerste Kerstdag een paar uur vrij genomen. We werken nu aan een document, een soort draaiboek om de kerntaken van de overheid uit te voeren. Mijn contract eindigt op 9 juli, maar het is belangrijk dat buitenlandse consultants de regering blijven assisteren. De ervaring van Mozambique en Oost-Timor leert dat je weinig opschiet met ‘draaideur-consultants’.”

Edmund Yakani (29) Als Juba’s bekendste mensenrechtenactivist is hij een regelmatig terugkerende verschijning in de kolommen van de Juba Post. In de oudejaarseditie bijvoorbeeld, waarin hij op de voorpagina het hardhandige politieoptreden tegen ‘niggers’ (rasta’s) en vrouwen met korte rokken veroordeelt. Wij treffen Edmund bij een training van dataverwerkers die de bevindingen van verkiezingswaarnemers moeten invoeren. Ze zijn allemaal verbonden aan het Sudanese Network for Democratic Elections (SuNDE). “Ik ben activist geworden toen ik in Khartoum rechten studeerde, in 2000. Eerst bekommerde ik me om het lot van zuidelijke ontheemden in het Noorden, maar in 2003 raakte ik betrokken bij het net ontvlamde conflict in Darfur en heb

ik meegeholpen Recht en Vertrouwencentra op te zetten waar de bevolking terecht kon. Vrij snel nadat de vrede tussen Noord en Zuid werd getekend, in 2005, ben ik naar mijn geboortestad Juba teruggekeerd. In 2009 heb ik SuNDE opgericht, in de aanloop naar de verkiezingen van vorig jaar en het referendum. Inmiddels hebben we op grote schaal kiezers geschoold en onze eigen waarnemers getraind en uitgezonden naar alle staten en regio’s, zodat we het referendumproces op grassroots-niveau kunnen observeren. De Amerikaanse mensenrechtenorganisatie NDI steunt ons financieel en leert ons onze projecten te managen, maar we hebben zelfstandig een reputatie van integriteit en onpartijdigheid verworven. Tijdens de verkiezingen hadden de autoriteiten nog wel eens moeite met ons, en werden er SuNDE-medewerkers opgepakt. Nu hebben we goede afspraken met de regering kunnen maken en laten ze ons ons werk doen, tot in de stemhokjes. De mensen verwachten veel van ons, hoewel de meesten van ons nog jong zijn. Het maatschappelijk middenveld moet bij deze staat-inwording voor checks and balances zorgen, het heeft een belangrijke rol te spelen. In de nasleep van het referendum moeten we knokken voor de opbouw van een democratische rechtsstaat. We gaan de bevolking raadplegen en debatten organiseren over wat opgenomen moet worden in de nieuwe grondwet. We hebben nu een goede verstandhouding met de regering en we treden nogal eens op in commissies van het parlement. Maar ik zie mezelf nog niet zo snel deel uitmaken van de overheid. Ik heb ruimte nodig om mezelf te kunnen ontplooien en de regering te beïnvloeden. Ik denk dat ik effectiever buiten de regering kan zijn dan erbinnen.”

IS maart 2011 41


42 maart 2011 IS


IS maart 2011 43


staat!”), maar tegelijkertijd klagen de terugkeerders over toegenomen repressie in de hoofdstad. “Zuidelijke vrouwen in Khartoum worden opgepakt omdat ze siko brouwen, ons eigen bier”, zegt de werkeloze dominee Israel Alsabana, terwijl zijn kinderen met matrasspiralen voorbij sjouwen. “Vroeger werd dat oogluikend toegestaan. Het is ook steeds lastiger werk te vinden als zuiderling in Khartoum. We worden alleen nog als goedkope arbeidskracht gebruikt. Onze mensen lijden daar.” Julius noteert vol begrip de verlangens van de terugkeerders (“we hebben hier te weinig eten”) en speurt dan naar een vertegenwoordiger van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), die de door Olivier en Koma verlangde ‘harde cijfers’ kan bieden. De IOM-vertgenwoordiger is in geen velden of wegen te bekennen, maar we besluiten dat hij die morgen nog na kan bellen. “Meer dan 1700 terugkeerders arriveren in Juba”, luidt uiteindelijk de kop in de krant. Eigen nieuwsgaring De volgende ochtend vinden we Willie Olivier in druk gesprek met verslaggever Francis Oriem. Olivier is in zijn nopjes, want de door hem gepropageerde eigen nieuwsgaring lijkt nu al zijn vruchten af te werpen. Via-via is de reporter op een ‘zaak-met een 44 maart 2011 IS

luchtje’ gestuit. De chief registrar (functionaris die merken bewaakt) blijkt zijn eerdere verbod van een tabaksmerk, dat een ander merk imiteerde, om onduidelijke redenen te hebben opgeheven. Corruptie? Die vraag wordt in het artikel gesteld noch beantwoord, maar het is goed, zegt Olivier, dat de Juba Post laat zien bovenop dergelijke zaken te zitten. Wij vertrekken ondertussen met Annet Yobu naar een koeienkamp. Dankzij onze auto bereikt ze een plek waar ze nooit eerder was, bekent ze, en die buiten het schootsveld van de krant is gebleven. Hebben de nomadische veehoeders, die nog altijd de bulk van de

“De regering is er niet voor ons, dus waarom zouden we stemmen?” Zuid-Sudanese bevolking uitmaken, wel boodschap aan het nieuwe Sudan? Langs de weg naar Bor, een goed half uur rijden buiten de stad, zien we wat rook omhoog kringelen tussen het struikgewas. Een vijftiental jongeren en kinderen zorgt daar gedurende de droge tijd voor tientallen koeien, het bezit van de twee families waar ze deel van uitmaken. ’s Ochtends vroeg worden de koeien in

de kraal gemolken en gevaccineerd, ’s middags naar het water gebracht om te drinken. Zo ging het eeuwenlang - afgezien van de vaccinaties -, en zo zou het nog eeuwen voort kunnen gaan. De kinderen genieten geen onderwijs, zo te zien. Zelf wijten ze dat aan de hoge kosten van het schoolgaan, het ontbreken van schoolmaaltijden, en de slechte behandeling die de boerenkinderen in de stad te beurt valt: “Sommigen van ons zijn mishandeld. De regering is er niet voor ons”, zegt hun woordvoerder Simon Loku. “Ze levert ons geen enkele dienst. Dus waarom zouden we gaan stemmen?” Toch hebben de jongens die er voor in aanmerking kwamen zich allemaal laten registreren en zijn ze wezen stemmen in het dorpje Mobile – een uur gaans. Ze logenstraffen daarmee de uitlatingen van een parlementariër in de Juba Post dat de veehoeders zich de moeite van het registreren konden besparen: “Ze zijn de hele dag toch alleen maar bezig achter hun koeien aan te rennen.” Heel bewust is hun stemgedrag niet, maakt Loku duidelijk: “De meesten hebben de opgestoken hand ingevuld (het analfabeetproof symbool voor afscheiding, red.), omdat iedereen dat doet. Maar of we er veel wijzer van worden, vraag ik me af.” Voor Annet resulteert de kennismaking met de veehoeders, nota bene stamgenoten


Chef Globalisering Evert Nieuwenhuis schreef De Grote Globaliseringsgids – van Aandeelhouder tot Zapatista. Voor IS belicht hij elke maand een actuele mondiale kwestie. Vragen of ideeën? Mail ze naar Chef Globalisering: is@ncdo.nl

Chinees eigenbelang

D

(Bari), in een heuse cultuurschok. In absolute termen zijn de jongeren in het koeienkamp niet arm. Hun ouders, die ze dus alleen in de regentijd zien, bezitten tientallen koeien die in prijs variëren tussen 200 en 600 Sudanese pond (56 tot 170 euro) elk. De melk verkopen ze op de markt aan de buitenrand van Juba voor 50 pond per jerrycan. Maar hun totale gebrek aan ambitie (“wij willen ons hele leven koeien blijven hoeden”) verbijstert Annet. Voor haar, alleenstaande moeder halverwege de dertig, is carrière maken vanzelfsprekend en ze is een fervent strijdster voor vrouwenrechten. Dat de enige volwassen vrouw in het kamp halfnaakt rondloopt, en voor alle zorgende taken opdraait, vindt ze vernederend. “Ik moet hier terugkeren”, besluit ze als we weggaan. “Ik heb genoeg vrienden die kleren over hebben. Deze mensen moeten gekleed worden.” Roes De editie van donderdag is al een hele verbetering ten opzichte van die van maandag, constateert Willie Olivier tevreden. Eindelijk eigen nieuws dat gewicht in de schaal legt. Juba bevindt zich dan nog in de roes van het referendum. Interne (etnische) twisten worden even vergeten, iedereen houdt van elkaar, en het nieuwe Zuid-Sudan neemt paradijselijke vormen aan. Die roes ver-

dwijnt ook weer, helaas. Als we Michael Koma een maand na het referendum vragen hoe het op de redactie gaat, meldt hij bijna terloops dat hij en reporter Deng Atem Koul de dag ervoor opgepakt werden door de politie van Juba vanwege ‘laster’ aan het adres van de plaatselijke Ivory Bank. Een artikel over malversaties bij de bank ‘Het rommelt bij de Ivory Bank’ is de steen des aanstoots. De weg naar volwassenheid voor Zuid-Sudan is nog bezaaid met serieuze obstakels. www.jubapost.org

Pagina 41 Redactievergadering in het kantoor van de Juba Post. Pagina 42 Verslaggever Julius Milla interviewt teruggekeerden in de haven van Juba. Pagina 43 Een koeienkamp, een half uur rijden van Juba.

Pagina 44 Verslaggever Annet Yobu in gesprek met woordvoerder van het koeienkamp Simon Loku. Pagina 45 Penningmeester van de redactie, Sarah Sadiq Paul, leest een vers exemplaar van de Juba Post.

Nederland verschafte vorig jaar 65 miljoen euro hulp aan Sudan. 31 Miljoen daarvan ging regelrecht naar het Zuiden, de rest onder meer naar nationale programma’s (11,5 miljoen), naar Darfur (7,5 miljoen) en naar noodhulp in het Zuiden, Oosten en Darfur (9,3 miljoen). Binnen Zuid-Sudan wordt het meeste geld uitgegeven aan internationale ‘multidonor’ fondsen als het wederopbouwfonds MDTF, het Basic Services Fund en het Capacity Building Trustfund.

e Chinezen willen niet alleen de grondstoffen van Afrika, maar ook zijn hersenen. Het Chinese opleidingsinstituut CEIBS heeft in Accra een MBA-opleiding opgezet. Op een MBA-opleiding krijgen managers les in het leiden van een bedrijf. Het is hoogwaardig, gespecialiseerd en kostbaar onderwijs. Het derde cursusjaar is onlangs van start gegaan en zakenmensen uit onder andere Ghana, Ivoorkust, Kameroen maar ook uit India en Libanon betalen 30.000 dollar voor hun opleiding. Twee jaar lang komen de toekomstige captains of industry eens in de twee maanden voor acht dagen naar Accra om hun managementvaardigheden op te vijzelen. Het uit Shanghai afkomstige CEIBS windt er geen doekjes om waarom ze een – nu nog – verliesgevende opleiding in Accra is begonnen. Uiteraard is er fraaie retoriek over hoe graag Chinezen Afrika willen helpen zich te ontwikkelen, maar eigenbelang overheerst. “We willen in Afrika managers trainen en zo Chinese bedrijven helpen die in Afrika actief zijn”, zei professor Pedro Nueno, de Spaanse directeur van CEIBS’s Africa Programme tegen de Financial Times. Chinese bedrijven – ook die naar Afrika exporteren – hebben behoefte aan goed opgeleide Afrikaanse managers, en gezien de grote tekorten daaraan hebben ze besloten die zelf op te leiden. Opvallend. Want prestigieuze MBA-opleidingen worden voornamelijk geassocieerd met westerse instituten die westerse kennis overdragen. Even opvallend is de gretigheid waarmee de studenten deelnemen aan de MBA-opleiding. De Nigeriaanse ondernemer George Babefemi: “Ik weet nu waarom China en de Chinezen doen wat ze doen en waarom hun bedrijven booming zijn.” De Ghansese hoogleraar Kwaku Atuahene-Gima legde aan The Economist uit waarom hij graag les geeft op CEIBS: “De Europeanen en Amerikanen waren de kolonisatoren van Afrika en dat leverde weinig ontwikkeling op. De afgelopen dertig jaar heeft China zijn zeer arme economie getransformeerd tot een zeer krachtige. We hebben besloten dat model naar Afrika te brengen.” Want dat is de essentie van wat er geleerd wordt op CEIBS: niet de westerse, maar de Chinese manier van zakendoen. Onder Afrikaanse ondernemers is daar een groeiende behoefte aan. IS maart 2011 45


Creatieve vondsten uit het Zuiden worden hit in het Westen

tekst mirjam vossen beeld martyn f. overweel

* Innovatie is voor de koopkrachtige mensen

in rijke landen. De armen moeten het met de afdankers doen. Tenminste, zo was het ooit. * Steeds vaker loopt de route andersom en vinden uitvindingen uit het Zuiden hun weg naar het Westen. Aan de vooravond van de financiële crisis opent in de wijk Queens in New York een nieuwe bank zijn deuren. Het is geen gewone bank voor gewone klanten, maar een filiaal van de Grameen Bank uit Bangladesh. De bank in Queens bedient wijkbewoners die leven onder de Amerikaanse armoedegrens. Bij gewone banken vallen ze buiten de boot, bij Grameen krijgen ze een microkrediet om een bedrijfje te starten. In drie jaar tijd opent Grameen Amerika nog drie kantoren en groeit het klantenbestand tot ruim vierduizend. In diezelfde periode brengt GE Healthcare, producent van medische apparatuur, een nieuw apparaat op de markt: een draagbare ECG-machine. Het apparaat is ontwikkeld door Chinese ingenieurs, bedoeld voor het Chinese en Indiase platteland. Bij DuPont Medical Group in Illinois vinden ze het een uitkomst. Gezondheidswerkers nemen de machine mee de wijken in, naar verpleeghuizen en bedlegerige patiënten. Het apparaat is bovendien 80 procent goedkoper dan een standaardmachine. Slimme diensten Grameen Amerika en de draagbare ECGmachine zijn voorbeelden van omgekeerde innovaties: producten en diensten die hun sporen bewijzen in ontwikkelingslanden, voordat ze de geïndustrialiseerde wereld veroveren. De Amerikanen bedachten er zelfs een naam voor: trickle up-innovaties. Ze volgen een andere route dan de meeste vernieuwende vindingen. Die komen uit Amerika, 46 maart 2011 IS

Europa of Japan, zijn voorzien van de laatste hightech snufjes, kosten klauwen met geld en druppelen veel later in verouderde of versimpelde vorm door naar arme landen. Bij trickle up (‘omhoog sijpelen’) -innovaties gaat het precies andersom. Zij worden ontwikkeld in landen als China, India en Brazilië, speciaal voor mensen met een kleine beurs, aangepast aan de lokale gewoonten, behoeftes, materialen en infrastructuur. Pas wanneer ze in ontwikkelingslanden goed lopen, vinden ze hun weg naar het Westen. Soms gaat het om slimme producten. Zo bracht Nokia vorig jaar een telefoon op de markt met krachtige speakers. Ze hadden gezien hoe jongeren in Ghana en Marokko handsets deelden om samen naar gesprekken te luisteren. De telefoon was bedoeld voor de Afrikaanse markt, maar ook Amerikaanse jongeren zagen het toestel helemaal zitten. Soms gaat het om slimme diensten. Microfinanciering, groot geworden in Azië, maakt een opmars in Amerika en Europa. In Nederland kunnen minder vermogende ondernemers voor een microkrediet terecht bij Qredits en Eigen Baas. En soms gaat het om slim organiseren. Dat doet bijvoorbeeld Aravind Eye Care in India. De Aravind oogklinieken voeren staaroperaties uit vanaf 100 dollar, een fractie van de Europese prijs. Het prijsverschil zit ‘m niet alleen in de lagere salarissen van de oogartsen, maar vooral in de uiterst efficiënte manier waarop de kliniek wordt gerund. Inmiddels laten Nederlandse gezondheidswetenschappers zich door de Aravind-methode inspireren. Verwend Twee vragen doemen op bij deze trickle upinnovaties. De eerste is of de westerse wereld wel zit te wachten op producten uit ontwikkelingslanden. Zijn we niet te zeer verslingerd aan hightech snufjes en verwend door individueel maatwerk? Wil een Amsterdam-

mer wel in een Tata Nano rijden, die spotgoedkope auto uit India? Willen we ons wel laten opereren in een oogkliniek die aan de lopende band patiënten behandelt? Een tweede vraag is of die innovaties voor de armen wel werken in het Westen. Kun je zomaar een microkredietgroep starten in New York, alsof het een dorp in Bangladesh is? Het groeiend aantal succesverhalen lijkt in elk geval te wijzen op een groeiende markt voor trickle up-innovaties. Zowel de opkomende middenklasse in arme landen als de

“Een groeiende groep mensen heeft genoeg van hightech snufjes en een overdaad aan functies op simpele gebruiksartikelen” bezuinigende middenklasse in rijke landen geven een push aan de ontwikkeling van sobere, maar functionele producten. In China, India en Brazilië stijgen de inkomens en ontstaat er zoiets als een beginnende middenklasse. De behoefte aan diensten en producten is groot, maar de koopkracht is nog altijd een fractie van die in het Westen. Daardoor ontstaat veel vraag naar sobere, maar kwalitatief hoogwaardige producten. Onderzoek en ontwikkeling zijn in Azië dan ook booming business. Xerox, producent van kopieerapparaten, heeft zelfs twee mensen in dienst die het Indiase subcontinent afstruinen. Ze zoeken naar uitvindingen en producten van Indiase starters, die interessant kunnen zijn om aan te passen aan de Amerikaanse markt. In het Westen staan overheden voor gigantische bezuinigingsoperaties en een vergrijzende bevolking. Ook de consument let sinds de economische crisis op zijn beurs. Boven-


dien heeft een groeiende groep mensen genoeg van hightech snufjes en een overdaad aan functies op simpele gebruiksartikelen. Het Amerikaanse technologie-magazine Wired sprak vorig jaar van een good enough technology-revolutie. Meer is niet altijd beter. Kijk naar Netbook, het succesvolle, goedkope broertje van de laptop en geïnspireerd op het succes van One laptop per child, een organisatie die simpele laptops maakt voor schoolkinderen in ontwikkelingslanden. Ook in het Westen bleek een markt te zijn voor een eenvoudige draagbare computer. Groepslening Een tweede vraag is of deze sobere innovaties in het Westen net zo goed werken als hier. Het antwoord daarop lijkt minder eenduidig. Grameen Amerika hanteert exact dezelfde methode als in Azië: microkredieten worden verstrekt aan groepen, die elkaar elke week treffen. ‘Onze microkredietprogramma’s slagen overal ter wereld’, zegt Grameen op zijn website. ‘We hebben het model van groepsleningen niet veranderd. Het enige verschil is de hoogte van het bedrag.’ Toch blijkt een wereldwijde toepasbaarheid van trickle up-innovaties niet vanzelfsprekend. Heel wat minder succesvol dan Grameen America is Opportunity New

York City, een sociaal programma voor arme gezinnen. Opportunity New York is geïnspireerd op het succesvolle Braziliaanse Bolsa Familia-programma. Dat houdt in dat arme gezinnen een kleine uitkering krijgen als ze zich aan een aantal afspraken houden. Bijvoorbeeld dat ze hun kinderen naar school sturen en hen laten vaccineren. Ook New Yorkse gezinnen kregen een kleine toelage wanneer ze op tijd naar de tandarts gingen, geld spaarden of een examen haalden. Maar in New York vielen de resultaten tegen. Slechts een klein deel van de groep die een toelage kreeg, veranderde daadwerkelijk zijn leefwijze. Waarom Opportunity New York in Amerika minder aansloeg dan in Brazilië, werd niet helemaal duidelijk. Het lijkt erop dat veel trickle up-innovaties, net als westerse innovaties, lokale aanpassingen nodig hebben om goed te werken. Daarom zag Qredits in Nederland, anders dan Grameen in New York, af van het model van groepsleningen: de Nederlandse doelgroep van startende ondernemers gedijt juist prima bij een individuele aanpak. Daarom zal Tata Nano in Europa niet precies dezelfde auto op de markt brengen als in India. De Europese versie wordt een licht upgraded model. Wellicht dat de goedkoopste auto ter wereld

straks de Amsterdamse grachtengordel verovert. Het formaat is in ieder geval ideaal om een krappe parkeerplaats toch te kunnen benutten.

Zuidelijke vondsten Rampen lokaliseren Ushahidi is open-source software waarmee je rampen kunt lokaliseren. Slachtoffers van rampen of geweld sms-en een speciaal telefoonnummer. Ushahidi verwerkt die informatie in Google-maps. Iedereen kan zo in één oogopslag zien waar het hommeles is. Keniaanse programmeurs ontwikkelden het programma tijdens de verkiezingsrellen in 2008. Daarna werd het gebruikt in Haïti en tijdens hevige sneeuwstormen in Washington. Fietstaxi Sinds 2003 zijn ze toegestaan in Amsterdam: fietstaxi’s. Inmiddels duiken ze ook op in andere grote steden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de benzine schaars was, was de fietstaxi al korte tijd populair in ons land. Maar de huidige generatie haalde zijn inspiratie rechtstreeks uit de riksja’s en tuktuks in Azië. Oogoperaties Aravind Eye Care in India doet staaroperaties voor 100 dollar. Het ziekenhuis bespaart kosten door vergaande standaardisatie: iedereen voert alle handelingen op dezelfde manier uit. Specialisten doen alleen specialistenwerk, verpleegkundigen doen de rest. Eén oogarts doet zestig operaties per ochtend. Ook in Nederland komt de discussie over standaardisatie in ziekenhuizen op gang. Het moet echter gezegd dat de oprichter van Aravind zijn inspiratie haalde uit Amerika: hij wilde dat oogchirurgie net zo alomtegenwoordig werd als McDonalds.

IS maart 2011 47


Agenda Samenstelling: Dore van Duivenbode & Ellen Davids

Uitgelicht

Een betere wereld begint bij… film!

Beeld Movies that Matter

Kan een film de wereld veranderen? Waarschijnlijk niet. Maar de mensen die de films zien, kunnen wél het verschil maken. Tijdens het Movies That Matter Festival worden meer dan zeventig human rights speelfilms, documentaires en debatten gepresenteerd. Het festival opent met de film Todos tus muertos waarin regisseur Carlos Moreno de burgeroorlog in Colombia op tragikomische wijze verbeeldt aan de hand van boer Salvador. Wanneer hij op een dag veertig lijken in zijn maïsveld vindt, verandert zijn rustige leven in een politieke strijd. 24 t/m 30 maart Verschillende locaties, Den Haag www.moviesthatmatter.nl

Agenda maart 2011 tentoonstelling Koffie met spekkoek Het verhaal van Indië toont de eerste ontmoetingen tussen Hollanders en de inheemse bevolking, de militaire rol van Nederland en het leven in de kolonie. Na afloop kunt u (rijst)tafelen in het bijbehorende restaurant Kumpulan. Dagelijks, 10.00-17.00 uur Museum Bronbeek, Arnhem www.hetverhaalvanindie.nl

Voorjaar in Afrika Tijdens de voorjaarsvakantie pakt het Afrikamuseum uit met traditionele verhalenvertellers en werksessies Afrikaanse muziek. Op woensdag gratis entree voor kinderen t/m 12 jaar. 6 t/m 13 maart 10.00 – 17.00 uur Afrikamuseum, Berg en Dal www.afrikamuseum.nl

Schuddende billen Niet alleen in Rio de Janeiro hossen de mensen met carnaval door de straten, ook in Afrika dansen de mensen op goede carnavalskrakers.

Antropoloog Gerard Persoon fotografeerde het feest in Douala, Kameroen. t/m 31 maart 09.00 – 17.00 uur Afrika-Studiecentrum, Leiden www.ascleiden.nl

Film Boeddha schaamt zich De film Buddha Collapsed out of Shame vertelt het relaas van de zesjarige Afghaanse Bakhtay, die net als haar buurjongetje naar school wil. 8 en 9 maart, 20.30 uur Tropentheater, Amsterdam www.tropentheater.nl

Overleven in Afrika Schrijver en filmmaker Ton van der Lee woonde twaalf jaar in Afrika. Tijdens deze filmlezing vertoont hij fragmenten uit zijn documentaires Geheimen van de Masai (2011) en De Belofte (2010). 17 maart, 16.30 – 17.30 uur Koninklijk Instituut voor de Tropen, Amsterdam www.kit.nl

Food Film Festival Op het eerste Nederlandse Film Food Festival zijn meer dan twintig food films te zien, worden er debatten en workshops georganiseerd en is er

48 maart 2011 IS

natuurlijk lekker eten. Doel is de bezoeker liefde voor eerlijk eten en een duurzaam voedselsysteem bij te brengen.

18 t/m 20 maart Studio K, Amsterdam www.foodfilmfestival.nl

Hollywood in de EU Made in Europe biedt een divers festivalprogramma met films die een kijkje bieden in de verscheidenheid van de Europese cultuur. 5 t/m 10 april Maastricht, Gent, Heerlen, Sittard en Roermond www.madeineurope.nu

Lezing*Debat Duurzame architectuur Er is flink wat kennis over duurzaam bouwen, maar waarom wordt die nog niet voldoende ingezet in ontwikkelingslanden? 10 maart, 20.00 uur RAP Architectuurcentrum, Leiden www.rapsite.nl

Gary Dymski Gary Dymski, hoogleraar Economie aan de Universiteit van Californië, spreekt over de rol van de elite en rijke middenklasse in ontwikkelingslanden. Waarom richten zij zich voornamelijk op de wereldeconomie in plaats van op hun eigen samenleving? 21 maart, 18.00 – 19.30 uur Vrije Universiteit, Amsterdam www.sid-nl.org

Arm & gehandicapt Volgens de Wereldbank zijn er 260 miljoen armen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Hoe betrekken we hen bij het ontwikkelingsproces? Het Liliane Fonds, Disability Studies, Paul Hoebink (bijzonder hoogleraar Ontwikkelingssamenwerking), Wim van de Donk (Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant) en Jacco Holthuis (jurist bij Raad van State) gaan in debat. Presentatie: Jan Jaap van der Wal en Ralf Bodelier. 24 maart, 14.00 – 17.00 uur Provinciehuis, Den Bosch www.wereldpodium.nu

Buitenlandse Zaken zich over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. 24 maart, 13.00 – 16.00 uur Suze Groenewegzaal, Den Haag www.tweedekamer.nl

Muziek Superstrakke freefunk Onder leiding van dichter/ muzikant Anthony Joseph uit Trinidad zet The Spasm Band een mengeling van spoken word, voodoofunk, spirituele soul en free jazz neer. Met een sprankje Caribische calypso en soca. 18 maart, 21.00 uur Rasa, Utrecht www.rasa.nl

Meejammen De Zuid-Amerikaanse en Caribische muziek van percussieband Kuenta í Tambú zweept het publiek op en vertelt tussen de nummers door waar hun muziek vandaan komt en welke instrumenten ze bespelen. 20 maart, 13.30 uur. Afrika Museum, Berg en Dal www.afrikamuseum.nl

Kamerdebat In een Algemeen Overleg buigen Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en

Toneel C’est du Chinois Vijf Chinese performers,


toiletrij. Dit jaar staan er weer nieuwe activiteiten op het programma van de Wereld Waterdag, om het wereldwijde watertekort aan te kaarten. 22 maart www.wereld-water-dag.nl

Opendag

Een Nederlandse burgerman en een Iraanse vluchteling raken verwikkeld in een heftig en verwarrend gesprek over geloof, politiek en oorlog. De mannen draaien volledig door om elkaar in hun gekte alsnog te vinden. 25 maart, 20.30 uur Tropentheater, Amsterdam www.tropentheater.nl

Rwanda, Senegal, Cuba, Moldavië of Rusland. Maar ook België, Duitsland en Italië. De Internationale Bouworde (IBO) regelt wereldwijd vrijwilligersprojecten. In maart zijn er inloopdagen. 12 maart, 14.00 – 16.30 uur, Nijmegen 18 maart, 14.00 – 16.30 uur, Utrecht www.ibo-nederland.org

Feestdag

Seminar

Vrouwenzaken

Duurzaamheid loont

Anno 2011 verdienen vrouwen nog steeds maar 10 procent van het wereldinkomen, en zijn ze slechts eigenaar van 1 procent van alle bezittingen. Vrouwendag is dus geen overbodige luxe. Het thema van de viering van 2011 is Gelijke toegang tot onderwijs, training, wetenschap en technologie: de weg naar fatsoenlijk werk voor vrouwen. 8 maart Amsterdam, Maarssen, Scheveningen en Den Haag www.internationalwomensday.com

Ons energieverbruik levert niet alleen een hoge energierekening op, maar heeft ook invloed op de rest van de wereld. Het programma Leren voor Duurzame Ontwikkeling organiseert een interactief seminar om de synergie tussen duurzame ontwikkeling en internationale samenwerking te bevorderen. 30 maart, 09.00 – 17.00 uur Antropia, Driebergen www.senternovem.nl

Zwakke blaas?

PvdA-Kamerlid Sjoera Dikkers vertelt over begrotingssteun, als onderdeel van een serie lezingen over internati-

Vorig jaar stonden meer dan 62.000 mensen in de rij voor de wc in ’s werelds langste

Babah Babah Tarawally is journalist, verhalenverteller en schrijver van het boek De god met de blauwe ogen.

Tentoonstelling Rwanda

Bouwpakket Identiteit

onale samenwerking. 28 maart, 20.00 uur Evert Vermeer Stichting, Amsterdam www.evertvermeer.nl

Internationale Samenwerking & de PvdA

Portretten in tekst en beeld van vrouwen en één man die seksueel geweld tijdens de genocide in Rwanda overleefden. t/m 27 maart Nationaal Monument Kamp Vught www.nmkampvught.nl

De kracht van zilver

Boze dromen De tentoonstelling De kracht van zilver toont de collectie Smith-Hutschenruyter, een bijzondere verzameling van bijna 600 etnische zilveren sieraden afkomstig uit een gebied dat zich uitstrekt van Marokko tot China. t/m 22 mei, 10.00 - 20.00 uur Wereldmuseum, Rotterdam www.wereldmuseum.nl

Muziek Mi cancíon De muziek van Beatríz Aguíar uit Uruguay is gepassioneerd en een mix van traditionele en eigentijdse Latijns-Amerikaanse stijlen. 12 maart, 20.00 uur Kunstkerk, Dordrecht cms.dordrecht.nl/kunstkerk

Mijn aanrader

Wie: Tanh Nguyen (55) Wat: tentoonstelling Bootvluchtelingen in het Maritiem Museum Waar: Leuvehaven 1, Rotterdam www.maritiemmuseum.nl stuurden. Nguyen: “Het grootste verschil met de bootvluchtelingen uit de jaren zeventig en nu is de aard van de vlucht. Wij waren politieke vluchtelingen die het communistische regime niet wilden accepteren. Nu zijn het met name economische vluchtelingen. De barre tocht over zee is net zo heftig. Ik hoop dat bezoekers na het zien van de tentoonstelling beseffen dat vluchtelingen er veel voor over hebben om in vrijheid te leven. Mijn vrouw zat met honderd mensen op een bootje van 13 bij 3,5 meter. Zelfs sardientjes hebben het beter.”

dore van duivenbode

Lees meer over bootvluchtelingen op ismagazine.nl

Beeld Fred Ernst

“Sardientjes hebben het beter” Begin januari 2011 redde het Nederlandse schip Momentum Scan 241 Afghaanse bootvluchtelingen uit de Adriatische Zee. Met soep, cola en sigaretten werden de vluchtelingen door de twaalfkoppige bemanning bijgestaan tot aan de kust van het Griekse eiland Corfu. Tanh Nguyen weet hoe het is om per boot je land te ontvluchten. Hij werd in 1978 gered door de Antilla Bay, een schip van de Nederlandse rederij Nedlloyd. Tussen bemanning en vluchtelingen is een hechte band ontstaan. In het Maritiem Museum zijn onder andere de kerstkaarten te zien die de geredde vluchtelingen de bemanning nog jaren na dato toe-

Beeld Maurits Giesen

maar slechts één taal: het Mandarijn. Tijdens de voorstelling krijgt het publiek een spoedcursus Mandarijn om het verhaal te kunnen begrijpen. 25 maart, 20.00 uur Huis van Bourgondië, Maastricht www.productiehuisrotterdam.nl

’S 

Ochtends vroeg als de wekker gaat, trekken korte dromen in mijn hoofd voorbij als een blok reclamespotjes. De inhoud is vaak zo zoet dat ik wens dat ze nooit ophouden. Vanochtend was het anders. In mijn droom werd ik als verdachte voorgeleid bij de rechtbank. Bram Moszkowicz stond mij bij. Hij verscheen in mijn droom als een rustige, oude wijze man. Zelf was ik dik in de vijftig. De aanklacht van het Openbaar Ministerie luidde als volgt: heulen met de vijand. De strafeis: vijftien jaar gevangenis met TBS en dwangverpleging. In de rechtszaal zaten mijn twee mooie dochters, als enigen overtuigd van mijn onschuld. Zelf wist ik schuldig te zijn aan armoedebestrijding. Maar is dit reden voor deze zware straf? Mijn nachtmerrie volgt op de felle discussies van de laatste jaren over ontwikkelingshulp. Tegenstanders bestempelen de ontwikkelingssector als godsdienst met onbetrouwbare paters op zoek naar eerherstel. Ze krijgen hulp uit onverwachte hoek: Dambisa Moyo, ‘slachtoffer’ uit Zambia en schrijfster van Dead Aid. Het boek wordt gehanteerd als de nieuwe Bijbel en het geloof krijgt steeds meer voet aan de grond. Ik schrok wakker met het zweet op mijn rug. De avond daarvoor had ik deelgenomen aan een vurig debat waarin ik stevig mijn mening gaf over de nieuwe Nederlandse mentaliteit, gevoed door angst en populisme. Vijftien jaar geleden toen ik voor het eerst voet zette op Hollandse bodem vond ik de inwoners hier leeghoofden. Nooit een mening over politieke zaken of over de keuzes die de politici voor hen maakten. In die tijd liepen politici liever onzichtbaar rond om in stilte hun werk te doen. Tegenwoordig zijn politici BN’ers met bodyguards. Zij maken hun volgelingen tot een nieuw soort mens. Politiek geïnteresseerd en gebekt met scherpe tanden. Nu bijten zij zich vast in de hulpsector. Met hun scherpe tanden willen ze elk centje richting het buitenland terughalen voor eigen gebruik. De ontwikkelingswerker is aangeschoten wild. De nachtmerrie dat ontwikkelingshulp een strafbaar feit wordt, lijkt ineens levensecht.

IS maart 2011 49


Samenstelling: Lonneke van Genugten

Recent

“De man die nooit ergens is geweest, denkt dat de soep van zijn moeder het lekkerst is” Het masker van Afrika. Impressies van Afrikaans geloof

V.S. Naipaul / Atlas / ¤24,95 / 302 pagina’s

Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul onderzoekt in onder meer Gabon, Nigeria en Zuid-Afrika de invloed van het geloof (islam, christendom, animisme, in geld of in eigen kunnen) op de ontwikkeling, zoals hij dat al eerder deed in andere continenten. Sommige recensenten verwijten hem vooringenomenheid of zelfs ronduit dedain voor Afrika, maar Naipaul weet met zijn mild-ironische beschrijvingen de lezer subiet zijn verhalen in te trekken. Wie een bladzijde leest van dit boek, is verkocht.

Overzichtelijk Afrika De staat van Afrika Richard Dowden/Omniboek ¤27,50 / 538 pagina’s

Afrika ligt slechts een nachtvlucht van hier, schrijft Afrikaexpert en journalist Richard Dowden. Met de Nederlandse vertaling van zijn succesvolle magnum opus Africa: Altered States, Ordinary Miracles (2008) ligt Afrika nu helemaal binnen handbereik. Dowden walst met snelle stappen door Afrika (de geschiedenis van Congo in 14 bladzijden, Zuid-Afrika in 22 bladzijden), maar bouwt ook rustmomenten in dankzij de persoonlijke verhalen van mensen die hij tijdens zijn vele reizen ontmoet. Ook geeft Dowden een mooie analyse over de rol van de media bij de beeldvorming van Afrika. De complete index achterin maakt het boek ideaal om snel op te zoeken hoe het ook alweer zat met Zimbabwe of Sudan. Wie vervolgens de diepte in wil, kan putten uit Dowdens uitgebreide literatuurlijst, met warme aanbevelingen voor hedendaagse Nigeriaanse auteurs als Chimamanda Ngozi Adichie en Chinua Achebe. 50 maart 2011 IS

Geremde liefde Suriname en ik Noraly Beyer en John Leerdam (red.) Meulenhoff / ¤19,95 / 251 pagina’s

Suriname is hot. De Nederlandse toerist heeft de Surinaamse jungle nu echt ontdekt en de disco’s van Paramaribo worden bevolkt door stagiaires met blonde paardenstaarten. Op politiek en economischsociaal niveau blijft de relatie met de oud-kolonie echter moeizaam. In Suriname en ik beschrijven politici, journalisten en artiesten met roots in Suriname of met een persoonlijke band met het land, hoe zij die vaak ongemakkelijke relatie beleven. “We zijn in een spagaat beland”, vertelt PvdA-politicus John Leerdam, zelf kind van een Surinaamse vader. Hij stelde samen met oudjournaalpresentator Noraly Beyer de bundel samen. “We houden van Suriname, maar vragen ons vaak af: is dit een bananenrepubliek of zijn dit stuiptrekkingen van het dekolonisatieproces dat Nederland niet goed geleid heeft? Suriname kent een heel jonge bevolking, en veel jonge mensen hebben op Bouterse gestemd, omdat hij snelle stappen vooruitgang heeft beloofd. Vanuit Nederland bezien is dat onbegrijpelijk, maar de oude bestuurders hebben de jonge generatie niet genoeg duidelijk gemaakt wat er in het verleden is gebeurd. Bovendien hebben ze te weinig jong politiek talent gescout, waardoor ze vernieuwing geen kans hebben gegeven. De Surinamers hier in Nederland hadden zich daar ook harder voor kunnen maken. Daarom noem ik onze band met Suriname ‘liefde met de rem erop’.” De bundel bevat bijdragen van onder meer Joan en Kathleen Ferrier, Clark Accord, Adjiedj Bakas, Ernestine Comvalius, Gerard Spong en Jan Pronk.

Moesson. De Indische Oceaan en de toekomstige wereldmachten / Robert D. Kaplan / Spectrum / ¤24,99 Koude Oorlog? Europa als voorbeeld van stabiliteit en vooruitgang? Dûh! So last century. Het zijn de landen rond de Indische Oceaan waar de komende tijd geschiedenis wordt geschreven. Wie de krantenkoppen van de toekomst wil begrijpen, kan zich nu maar beter alvast verdiepen in landen als Bangladesh, Sri Lanka, India, Oman en Indonesië, vindt journalist en internationaal adviseur Robert D. Kaplan. Hij neemt de lezer mee op reis en meert aan waar de moessonwind hem brengt. Het resulteert in een boek dat een geopolitieke analyse en reisverslag ineen is.

China in stripvorm China 1. De tijd van de vader /Li Kunwu & P. Otié / De Bezige Bij / ¤19,90 Xiao Li, geboren in 1955, groeit op in het China waar de Grote Roerganger Mao alles is en baby’s volgens de kranten al ‘Het oosten is rood’ zingen. Zijn vader is toegewijd partijsecretaris, maar zelf trekt hij het systeem steeds meer in twijfel. Het eerste deel van dit stripdrieluik stopt in 1976, bij de dood van Mao. De overige twee delen verschijnen later dit jaar en in 2012.

De mannen die mij hebben vermoord. Rwandese overlevenden van seksueel geweld Anne-Marie de Brouwer, Sandra Ka Hon Chu, Samer Muscati / Wolf legal publishers / ¤24,50 Verhalen en foto’s waar je stil van wordt, deze getuigenissen van vrouwen en één man uit Rwanda die tijdens de genocide het slachtoffer werden van seksueel geweld. “Over de genocide is veel gepubliceerd, maar het aspect van seksueel geweld blijft onderbelicht”, vertelt AnneMarie de Brouwer, universitair hoofddocent Internationaal Strafrecht en co-auteur van het boek. De getuigenissen laten zien hoeveel impact het seksuele geweld heeft gehad op de rest van hun leven. “Vaak zijn ze hiv-positief, en soms zijn ze ook een sociale outcast in de buurt. Ze staan er min of meer alleen voor, hebben geen economische basis. Voor de kinderen geldt dat ook. De buurt plakt hen een stigma op vanwege de positie van hun moeder.” Vonden de vrouwen het dan niet moeilijk om hun verhaal te vertellen? “Nee, het is voor vrouwen én mannen die verkracht zijn een vorm van erkenning dat hun verhalen gehoord worden. Ze hopen ook dat hun verhalen bijdragen aan het voorkomen van seksueel geweld wereldwijd.”


Ingezonden

Colofon

De jeugd van tegenwoordig

Sojaschroot Gert van der Bijl stelde in zijn ingezonden brief (IS01) dat de uitbreiding van de soja-teelt vooral het gevolg is van de vraag naar soja voor veevoer. Voor Nederland is dit niet het geval. In het kort komt het erop neer dat er gelijke sojaimport is voor mens en dier: beide 1,8 miljoen ton. Jaarlijks wordt ook nog eens 130.000 ton soja-olie verbruikt voor humane producten. Hiervoor moet 650.000 ton soja-bonen worden geteeld, dat is 230.000 hectare. De restproducten van maïs, kokosnoot, palmpitten, zonnepitten, koolzaad, sojabonen (schroot en doppen), suikerbiet, citrusvruchten, gerst en aardappelen die de voedings- en genotsmiddelenindustrie niet naar stortplaatsen hoeft af te voeren scheelt de samenleving jaarlijks 520 miljoen euro (dat is 120 euro per ton voor indrogen, milieuheffing en vervoer). N. Groot, Ede, www.lei.nl

pen jongeren verSamen met drie Nederlandse groe zomers lang op de bleef schrijver Hans Bronswijk drie nda. De jongeren Rwa li, Kiga King David Academy in en die tijdens de enot tijdg leef al aant een ontmoetten den verloren. iliele fam genocide hun ouders of andere en Rwanndse erla Ned de die n De dagboekfragmente zijn even schr dese jongeren over deze ontmoeting ka. Afri in er vlind gebundeld in Een

Een vlinder in Afrika, Uitgeverij Blauwdruk, B 17,50

Ticket to the tropics

JoHo is een belangenorganisatie die vrijwilligers uitzendt naar ontwikellingsprojecten wereldwijd.

IS werkt samen met lokaalmondiaal en Vice Versa in het Wereldmediahuis. www.wereldmediahuis.nl Meningen en standpunten die te lezen zijn in dit blad, worden niet noodzakelijkerwijs door NCDO onderschreven. IS verschijnt tien keer per jaar. De volgende uitgave verschijnt op 1 april. Redactie Hans Ariens (hoofdredacteur), Lonneke van Genugten (eindredacteur), Pieternel Gruppen, Hanna Hilhorst (redacteur), Dore van Duivenbode (stagiaire) & Ellen Davids (stagiaire). Aan dit nummer werkten mee Marieke Aafjes, Lula Ahrens, Aletta André, Arita Baaijens, Jos van Beurden, Peter Boer, Kees Broere, Evelijne Bruning, Ton Dietz, Thomas Donker, Lodewijk Duijvesteijn, Elles van Gelder, Maurits Giesen, Guerrilla-interviews, Chantal Heijnen, Rudolf ten Hoedt, Peter de Jaeger, Janneke Juffermans, Luc van Kemenade, Josefien de Kwaadsteniet, Peter van Lieshout, Marcia Luyten, Roeland Muskens, Martyn F. Overweel, Evert Nieuwenhuis, Babah Tarawally, Paul Teule, Sven Torfinn, Wies Ubags, Hans van der Veen, Mirjam Vossen, Han van der Wiel, Annick de Witt Basisontwerp Luis Mendo, GOOD Inc. www.goodinc.nl

Tree, Rose, Fish Engelse les geven in Japan tegen kost en inwoning? Ga dan nu aan de slag in Urawa! Voor een goede voorbereiding kun je kijken op lesgeveninhetbuitenland.nl

Art direction en vormgeving Bouwe van der Molen Graphic Design, Wouter Overhaus (Atelier van GOG) Beeldredactie Anja Koelstra Bladconcept Fred Hermsen, Maters & Hermsen Journalistiek Lithografie MediaTraffic Press, Amsterdam Druk Habo DaCosta, Vianen

Surfdude Ben je sportief, hou je van water en heb je zin om voor minimaal een half jaar naar het buitenland te gaan? Word dan surfleraar voor straatkinderen in Guatamala of Brazilië.

¤ 4,95

De clown uithangen Hou je van dans, circus en kunst? Mooi! Kinderen in het Nicaraguaanse Ticuantepe staan te springen om jouw creatieve lessen.

Dat verdient een bloemetje…

Landbouwschool zoekt boer Lijkt het je leuk om als vrijwilliger mee te werken op een agrarische landbouwschool? Zet dan jouw kennis in om o.a. de evaluatieprocessen op de school te verbeteren.

Deze met bloemen beschilderde slavenarmband uit India is geproduceerd door Tara Projects. Dankzij de verkoop van sieraden kunnen dertig coöperaties worden begeleid, scholen worden opgericht en een Indiase fairtradebeweging worden opgebouwd. Draag de armband en draag daarmee bij aan de projecten van Tara Projects! www.EEN.nl/shop

Deze en talloze andere vrijwilligerswerk vacatures vind je in de oriëntatie- en keuzegidsen van de JoHo Go Abroad services. vrijwilligerswerkinhetbuitenland.nl

IS is een gratis uitgave van NCDO. NCDO staat voor Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling. NCDO betrekt mensen in Nederland bij internationale samenwerking. www.ncdo.nl

Doel van hulp zich op de Wat willen we nou eigenlijk bereiken met ontwikkelingshulp? David Booth (IS01, 2011, p. 9) richt ng van ontwikkeli de voor zijn te hoeft nadelig niet regime l dictatoriaa term ‘ontwikkeling’. Hij meent dat een voorbeeld Als verstaan. wordt ng ontwikkeli he economisc ch automatis ng ontwikkeli onder waarbij een land, omdat de natinoemt hij het regime van de Indonesische oud-president Suharto. Die heeft het goed gedaan ik hier mis is Wat clan. zijn door afromen forse het ondanks gegroeid, is bewind onale economie onder zijn Democratie is wat die economische groei voor invloed had op de bestrijding van de armoede in Indonesië. estrijding lijkt misschien niet noodzakelijk voor economische ontwikkeling, maar voor duurzame armoedeb werking? ngssamen ontwikkeli van doel het toch was dat En, e. voorwaard ijke noodzakel het me een Angeline van Achterberg, cultureel antropoloog/ethicus

Redactieraad: Pieter Broertjes, Frans van den Boom, Tineke Ceelen, Anna Chojnacka, Annemarie van Doorn, René Grotenhuis, Aad van den Heuvel, Bram van Ojik, Fatma Wakil Abonnementen Een abonnement op IS is gratis. Abonneren, opzeggen of adreswijzigingen doorgeven kan via de antwoordkaart in dit blad en via de website www.ismagazine.nl. Of stuur een briefje naar: Abonnementenadministratie IS Antwoordnummer 552 3840 WB Harderwijk Mailen kan ook: abonneeservice@dm-ict.nl Redactie adres Postbus 94020, 1090 GA Amsterdam tel.: 020-5682055, is@ncdo.nl www.ismagazine.nl

IS is ook los verkrijgbaar bij de JoHo  winkels. Bij JoHo vind je alles onder één  dak op het gebied van internationale  samenwerking, persoonlijke ontwikkeling en reizen. Dus, ben je op zoek  naar een interessante stage, wil je een  project opzetten of als vrijwilliger je  handen uit de mouwen steken in een  ontwikkelingsland? Ga eens langs bij  JoHo. Je vindt JoHo in Leiden, Rotterdam, Utrecht, Amsterdam, Den Haag  en Groningen.  www.joho.nl IS maart 2011 51


Veldwerk

Groeten uit Sri Lanka Wie: Irene Sleven (26) Is: project-coördinator op het Lideke Wery Educational Institute (LWEI) Waar: Induruwa, Sri Lanka Via: Ebbinge & Company/ Lideke Wery Foundation Waarom: “Na mijn studie bestuurskunde wilde ik mij graag verder

verdiepen in ontwikkelingssamenwerking. Ik heb de kans gekregen om te werken in een andere cultuur en hoop een bijdrage te leveren aan de toekomst van een grote groep enthousiaste en gemotiveerde jongens en meisjes.” www.lwei.lk

Favorieten uit Sri Lanka • Drankje: Elephant gemberbier • Hapje: rijstepap met kokossambal • Plekje: het witte strand van Mirissa of de theeplantages bij Ella

Maandag: Ouderdag

Binnen is onze conciërge Newton druk bezig met het maken van limonade in een grote plastic emmer en het snijden van cake. ‘Today very busy day’, zucht hij verhit. Vandaag is namelijk de ouderdag. Samen met hoofdmeester Dinesh geef ik een presentatie. We leggen uit dat de school is opgericht ter nagedachtenis aan Lideke Wery, een jonge Nederlandse vrouw die tijdens haar huwelijksreis is omgekomen in de tsunami. Lideke zette zich altijd in voor de ontwikkeling van anderen. Daarom is deze school voor kansarme jongeren opgericht. Vervolgens spreekt Dinesh de ouders streng toe. Kinderen krijgen hier een prachtige kans aangeboden en ouders moeten erop toezien dat ze die kans ook pakken. Newton komt de keuken uit met twee grote schalen op zijn arm. Tijd voor cake en limonade.

Woensdag: Korting

Ondanks dat de school cursussen aanbiedt voor slechts eenderde van de kostprijs, zijn er studenten die zelfs dat niet kunnen betalen. Vandaag voeren de hoofdmeester en ik een gesprek met een studente en haar moeder. De vader van het meisje verdient zijn geld met bijbaantjes op de theevelden en in de bouw. Dat levert het gezin een gemiddeld inkomen van 65 eurocent per dag op. De moeder heeft diabetes, een veel voorkomende ziekte hier door het overmatige suikergebruik. Gezien de omstandigheden besluiten we een korting van 50 procent op het lesgeld te geven. De gezichten van moeder en kind beginnen te stralen.

Donderdag: Boeken zoeken

Een ritje van twee uur met de bus naar Colombo om nieuwe Engelse boeken te zoeken. Alles moet over de eenbaansweg: fietsers, bussen, brommers, motors, auto’s, koeien, busjes en tuktuks. Elkaar afsnijden, inhalen en op de andere weghelft rijden is hier de normaalste zaak van de wereld. Mijn advies: vooral niet door de voorruit kijken, lekker achterin de bus gaan zitten en luisteren naar de vrolijke Sri Lankaanse muziek.

Vrijdag: Administratie

Wij zitten de hele dag zonder stroom, want de overheid is weer eens bezig met het netwerk. Dat wordt zweten geblazen in de klas. Gelukkig kunnen onze computers, dankzij de zonnepanelen die wij gesponsord hebben gekregen via de Nederlandse ambassade, wel blijven draaien. En dat is maar goed ook, want vandaag is de dag van de financiën. Samen met Akushla, een jonge vlotte meid, loop ik het laatste stukje administratie door. Akushla is een voormalige studente die we hebben opgeleid tot administratief medewerker. Samen bekijken we de bonnetjes. Koekjes, thee, linzen: alles moet geregistreerd en afgetekend worden en verwerkt in Excelbestanden.

Zaterdag: Chanten

Het is een jaar geleden dat de zus van Niluka, een lerares Engels, is overleden tijdens de bevalling van haar tweede kind. Ter nagedachtenis heeft de familie een aalmoezen-ceremonie georganiseerd. Het hele huis is leeggeruimd en in de hoek is een wit tempelachtig kapelletje gebouwd. “Hier gaan de monniken de hele nacht bidden voor mijn zus”, vertelt Niluka. “Samen met de familie, vrienden en alle mensen uit de buurt. Morgen komt er een andere groep monniken langs om de ceremonie af te sluiten en voedsel en nieuwe gewaden in ontvangst te nemen.” Opeens schalt uit de speaker een stem. Iedereen gaat zitten op de grond rondom het kapelletje, vouwt zijn handen en sluit de ogen. Het chanten begint.


IS 02 2011