Issuu on Google+

INtErNAtIoNALE SAMENWErKING

IS het magazine over Internationale Samenwerking nummer 8 / oktober 2011

IS NUMMER 08 / OKTOBER 2011

IS ter zitting aanwezig

Rechter over Afrika Pagina 10 IS prikt een vorkje mee

Schoolmaaltijden krikken leerprestaties op Pagina 24 IS op reis naar Marokkaanse roots

Statement tegen Wilders Pagina 44


2 oktober 2011 IS


Urgent

Waterpret

Beeld Celia Pernot / Disputed Waters

  Toeristen vermaken zich in een waterpretpark even buiten Tiberias, een Israëlische vakantiestad aan het meer van Tiberias. Er is veel kritiek op het hoge waterverbruik voor recreatieve doeleinden. De overvloed aan schoon, helder zwemwater staat in schril contrast met de bruine kleur van de rivier de Jordaan, die ernstig is vervuild door rioolwater van de inwoners van Tiberias. Deze foto’s maken deel uit van Disputed waters, een multimediaproject van een internationale groep journalisten, fotografen en filmmakers die de loop van een aantal rivieren volgen, en kijken wat de gevolgen zijn van klimaatverandering en overbevolking. Ze bekijken onder meer de Mekong, de Colorado, de Nijl en de Jordaan. www.disputedwaters.com

IS oktober 2011 3


IS en Giovanca Zangeres Giovanca (34) is met haar jazzy grooves een graag geziene gast op Nederlandse festivals. Maar ze stond ook op het podium in Uganda om Afrikaanse collegaartiesten een kans te geven hun talenten te tonen. “Er is een bepaalde herkenning.” “Ik zat er echt zó in, niet normaal. Een groepje jonge Bosschenaren kwam op het idee om een festival voor Oost-Afrikaans talent te organiseren in Kampala, de hoofdstad van Uganda, en ik ben met ze mee gegaan.

Ik heb er opgetreden, maar ik was ook part of the crew. Er was geen geld voor een hotel, we sliepen bij mensen thuis, aten wat de pot schafte. De hekken, de wc’s, alles hebben ze zelf geregeld. Ik was zo trots toen het er allemaal stond. Er was muziek, eten, kunst, kleding. Het was eigenlijk een soort Parade, maar dan in Uganda. Er zit zo veel creativiteit in Afrika, ik hoop dat het Westen dat ook oppikt. Wij denken al snel: wat zijn die mensen blij als ze muziek maken, ze zijn tevreden zoals het is. Maar natuurlijk willen zij ook doorbreken. Zelf was ik ook heel blij met mijn eerste cd. Toen was het echt. Ik ben speciaal naar een muziekzaak gefietst om mijn cd tussen de andere cd’s te zien liggen. Iedereen die bezig is met kunst, wil gehoord, gezien worden. Ik had al eerder in Tanzania opgetreden, maar het ‘This is Uganda’ Festival was mijn eerste keer Uganda. Ik voelde me meteen thuis. Het scheelt natuurlijk wel dat ik, dat klinkt misschien gek, er hetzelfde uit zie. Al op de eerste dag had ik een bijnaam: Namusoke, regenboog. De acceptatie daar gaat sowieso supersnel. Kleur maakt eigenlijk niet zoveel uit, maar ik merk wel dat ik twee stapjes oversla. Er is een bepaalde herkenning. Zoals een Hollander een Hollander herkent in het buitenland. Ik ben een Nederlander, geboren in Alkmaar, mijn ouders komen van Curaçao, maar ik heb Afrikaanse roots, daar kun je niet omheen. Dat zit allemaal in mij. Ik ben trots op die mix. Dat betekent niet dat ik alles waarvoor ik sta, ook in mijn muziek wil stoppen. Dingen die ik belangrijk vind als mens, zoals opkomen voor de rechten van vrouwen en meisjes, kan ik op meerdere manieren vormgeven. Ik kan een deel zingen, een deel doen, een deel schrijven, een deel uitdragen met mijn kleding en stijl.” www.thisisugandafoundation.org www. giovanca.nl 4 oktober 2011 IS

Beeld Marieke van der Velden Tekst Lonneke van Genugten

“Iedereen die bezig is met kunst, wil gezien worden”


Inhoud interview

Oude meester maakt zich zorgen pagina 20 De eurocrisis had hij aan zien komen, maar de Europeanen wilden niet luisteren. Nu constateert Nobelprijswinnaar Amartya Sen navelstaarderij in het Westen, waardoor we onze plicht tegenover de armen verzaken.

giovanca:

“Scholing is de basis van alles. Als een meisje naar school gaat, leert ze niet alleen taal en rekenen, maar ook hoe ze voor zichzelf op kan komen en wat haar rechten zijn als vrouw. Daar heb je je hele leven wat aan, het geeft je de kans om je bewust te worden van je eigen mogelijkheden.”

special

Schoolmaaltijd ligt zwaar op de maag pagina 24 In Ghana eten elke dag meer dan zevenhonderdduizend kinderen een voedzame schoolmaaltijd, met steun van Nederland. Initiatiefnemer Hans Eenhoorn neemt na zeven jaar afscheid van zijn geesteskind.

giovanca:

“Scholing is de basis van alles. Als een meisje naar school gaat, leert ze niet alleen taal en rekenen, maar ook hoe ze voor zichzelf op kan komen en wat haar rechten zijn als vrouw. Daar heb je je hele leven wat aan, het geeft je de kans om je bewust te worden van je eigen mogelijkheden.”

reportage

Tweede generatie actief in Marokko pagina 44 Niet alleen omdat ze op vakantie in Marokko armoede zien. Maar ook als een statement tegen Wilders: jonge Nederlandse Marokkanen spannen zich in voor dorpen waar hun roots liggen.

giovanca:

“Iedereen zou wat van zijn tijd of geld moeten inzetten voor anderen. Ik ben betrokken bij AMREF Flying Doctors en steun drie kinderen via Plan Nederland. Eén meisje heb ik zelfs ontmoet. Ze bestaat echt. De baby die ik kende van de foto is nu een studente met een skinny jeans en een mobieltje.”

rubrieken

32 Publiek en privaat samen voor bos

36 Regen voorspeld

Hier 6 Chef Globalisering 22 Recent 23 Daar 28 duurzaam gemak 38 agenda 48 ingezonden 51 veldwerk 52

Cover Hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo van het Internationaal Strafhof

16 Verjaagd door de FARC

10 Toekomst Afrika ligt in Den Haag

40

Foto: Marie Cecile Thijs / HH

Een miljard eraf IS oktober 2011 5


Hier

Ingekort

Redactioneel En toen was het tijd voor iets nieuws. Vanaf december is IS geschiedenis en ontvangt u OneWorld magazine. Het is de vrucht van de samenwerking tussen de IS-redactie en Global Village Media, dat het blad onzeWereld uitgeeft en de website OneWorld. nl beheert. IS en onzeWereld hebben dezelfde missie – met een duur woord: mondiaal burgerschap bevorderen. De bladen bestrijken dezelfde lezersmarkt en in plaats van elkaar te beconcurreren vinden we het beter de krachten te bundelen om u, lezer, daarvan te

laten profiteren. Zelf noemen we het, in goed Nederlands, content meets lifestyle. Wij zijn iets meer van de inhoud, de mensen van Global Village Media wat meer van de duurzame levensstijl. In het nieuwe blad OneWorld willen we het beste van die twee werelden brengen: spraakmakende reportages, analyses en essays die tot denken aanzetten, en verhalen die laten zien wat we zelf kunnen doen om deze wereld een beetje mooier te maken. Met OneWorld willen we uitdrukkelijk niet voor eigen parochie preken, maar een zo breed moge-

lijk publiek bereiken. Er zijn nog steeds veel Nederlanders wier blik over de grenzen reikt. En, hoewel de steun voor officiële ontwikkelingshulp afneemt, zijn er steeds meer mensen die ‘iets’ voor een betere wereld willen doen. Tot december blijft de ISwinkel gewoon geopend. Met daarin weer een baaierd aan mondiale onderwerpen, dichtbij en veraf - van Nederlandse Marokkanen in de ontwikkelingshulp, tot de Haagse berechting van Afrikaanse oorlogsmisdadigers. hans ariëns

brusselhulp

‘Echte’ hulp maakt onafhankelijk De armste landen zijn, volgens ActionAid, minder afhankelijk geworden van ontwikkelingshulp. Tussen 2000 en 2009 nam volgens het Real Aid-rapport van ActionAid de hoeveelheid ontwikkelingsgeld ten opzichte van de overheidsuitgaven van de armste landen af. Hoewel de absolute hoeveelheid ontwikkelingshulp toenam, maakten veel arme landen economische groei door, en waren hun overheden steeds beter in staat om eigen middelen te generen. In Ghana

vormde ontwikkelingsgeld in 2000 nog 46 procent van het overheidsbudget, in 2009 was dit nog maar 27 procent. Zambia wist zijn afhankelijkheid zelfs te halveren van 84 procent naar 44 procent. Alleen ‘echte’ hulp – waarmee het ontvangende land zijn eigen ontwikkelingsplannen kan uitvoeren en de armste lagen van de bevolking bereikt – leidt volgens ActionAid tot meer onafhankelijkheid. Gebonden hulp, schuldreductie en het opleiden van studenten in donorlanden, behoren niet tot die groep. Van de Nederlandse hulp wordt meer dan een kwart als ‘onecht’ aangemerkt. Ierland, Engeland, Luxemburg, Denemarken, Zweden en Italië zitten daar iets onder. In Duitsland (58 procent) en Frankrijk (72 procent) liggen de percentages hoger. paul teule

8

van elf onderzochte Nederlandse bankgroepen krijgen een onvoldoende voor openheid. Dat is de conclusie van het praktijkonderzoek Transparantie van de Eerlijke Bankwijzer. Consumenten hebben het recht om te weten of een bank bijvoorbeeld investeert in bedrijven die betrokken zijn bij milieuvervuiling, maar ze kunnen het vaak niet achterhalen. www.eerlijkebankwijzer.nl

227 miljoen hectaren land zijn de afgelopen tien jaar verkocht of verpacht vooral aan internationale investeerders. Deze ontwikkeling gaat volgens Oxfam Novib ten koste van de armen, blijkt uit het rapport Land and Power. www.oxfamnovib.nl

405

rampen van de 640 rampen die in 2010 plaatsvonden, waren natuur-gerelateerd. Dat blijkt uit het Wereld Rampen Rapport van het internationale Rode Kruis. In totaal werden in 2010 ruim 300 miljoen mensen getroffen door rampen. Dat is een toename van 25 procent ten opzichte van het jaar ervoor. www.rodekruis.nl

70.000

huishoudelijke hulpen in Jordanië komen uit Sri Lanka, Indonesië en de Filippijnen. Veel van hen worden mishandeld en uitgebuit, staat te lezen in het rapport Domestic Plight van Human Rights Watch. www.hrw.org

6 oktober 2011 IS


Bijeenkomstnederland

is in het land Van Groningen tot Maastricht, de IS-agenda staat elke maand weer boordevol met debatten, borrels en andere bijeenkomsten waarin uitgebreid over het nut en de nonsens van hulp wordt gefilosofeerd. IS doet elke maand verslag ergens uit het land. Waar: Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel, Den Haag Wat: training om kennis te maken met de nieuwe integriteitsmethode intoSAINT Door: De Algemene Rekenkamer Met: deelnemers van rekenkamers uit 24 verschillende landen

’Schone handen’ zijn voor rekenkamers, de waakhonden van de integriteit in de publieke sector, van groot belang. Maar je eigen organisatie doorlichten is niet altijd eenvoudig, vertellen deelnemers uit Ghana, Ato Anderson en Gloria Owuso-Afram. “De controleurs die bij ons op pad werden gestuurd om andere instanties te controleren, hadden vaak geen geld op zak en hun reis- en verblijfskosten werden vaak vergoed door de instanties die ze moesten controleren. Hierdoor konden ze beïnvloed worden.” Het management van de Ghanese Rekenkamer had al eerder kennisgemaakt met de intoSAINT-methode, die door de Algemene Rekenkamer is ontwikkeld, en is erg enthousiast. “We hebben het nu voor elkaar gekregen om een bepaald bedrag vrij te maken voor controleurs”, vertelt Anderson. In verschillende workshops leren de deelnemers met het nieuwe integriteitsinstrument om te gaan en werken ze met elkaar verschillende casussen

nederlandtalkshow

IS on stage

uit. Hoe bespreek je bijvoorbeeld seksuele intimidatie in je organisatie? Of hoe ga je om met corruptie of gevoelige informatie? Maar er wordt ook geleerd hoe de deelnemers het instrument kunnen overbrengen aan andere rekenkamers in de regio. “Het gaat er om hoe je in een overheidsinstelling met integriteitsinbreuken omgaat en hoe   je het bespreekbaar maakt”, zegt Hans Benner, projectmanager van de Algemene Rekenkamer en een van de experts achter intoSAINT. “Er   worden allerlei scenario’s besproken die de integriteit van een organisatie kunnen aan­ tasten. We leren de deelnemers hoe ze met   dit instrument preventief kunnen optreden zonder harde controles te hoeven uitvoeren”, aldus Benner. Hij is verrast over het enorme enthousiasme. “De deelnemers moeten het zelf bekostigen. Dat zegt toch wel hoeveel interesse er voor is.” eva hol

Gepolst oprichtster Kiss & Tell

(Waarom) moeten we ons met Afrika bemoeien? Uit solidariteit? Uit eigenbelang? Omdat we onze koloniale schuld moeten inlossen? Westerse hulp heeft volgens de Ugandese journalist Andrew Mwenda Afrika eerder kwaad dan goed gedaan. Tijdens de talkshow IS on Stage legt hij vanuit Kampala uit waarom. Vervolgens debatteren verschillende gasten over Mwenda’s stellingen, onder wie schrijfster Lieve Joris, ‘the wild man of the Dutch film’ Cyrus Frisch en politiek ideoloog René Cuperus. Presentatie is in handen van Marcia Luyten. 29 oktober, 14.45-15.45 uur, Afrikadag, Haagse Hogeschool. Meer informatie: www.afrikadag.nl

Babareh Panjeh Shahi Na zes jaar in de advocatuur zegde Bahareh Panjeh Shahi (31) haar baan op en ging op reis. In India kwam ze in aanraking met spinners, wevers en de prachtigste stoffen. Eind dit jaar verschijnt de eerste collectie duurzame jurkjes van eerlijke zijde voor Hollandse maten onder de naam Kiss & Tell. Met haar businessplan won ze alvast de Marie Claire Starters Award. Zijde? Dat is toch zielig voor de rupsen? “Bij de meeste zijdesoorten worden inderdaad de rupsen doodgekookt om de cocon niet te beschadigen. Maar wij gebruiken een zijdesoort waarbij dat niet hoeft en werken met boeren die geen chemicaliën gebruiken tijdens de zijdeteelt. Onze zijdesoort is door de VN uitgeroepen tot werelderfgoed. Wij dragen dus bij aan het behoud van de natuurlijke zijdeteelt en een eeuwenoud ambacht.”

blogswereldwijd

Ondertussen op ismagazine.nl Blogger Nils Elzenga is na een lange vakantie in Nederland terug in West-Afrika. Hij heeft nog flink wat bus- en motorritjes voor de boeg, want de komende maanden reist hij via Guinee en Sierra Leone naar Liberia, Ivoorkust en Ghana. Ondertussen laat journalist Mark Schenkel zijn licht schijnen over het rapport van hulporganisatie ActionAid, waaruit blijkt dat arme landen dankzij ontwikkelingshulp minder afhankelijk worden van ontwikkelingshulp. ‘Een nogal krom verband’, aldus hoogleraar ontwikkelingssamenwerking Paul Hoebink. Volg alle blogs via Facebook, Twitter (@isredactie) en LinkedIn. Of begin je eigen blogpagina. Mail naar redacteur Sanne Terlingen, s.terlingen@ncdo.nl

Hoe kom je aan de naam Kiss & Tell? “Het komt van de Britse uitspraak ‘I don’t kiss and tell’. Daarmee gaven vrouwen vroeger aan dat ze een buitenechtelijke affaire niet aan de grote klok zouden hangen. Ik vind dat vrouwen het jurkje van Kiss & Tell juist moeten omhelzen en het verhaal van eerlijke kleding moeten verspreiden.” Dankzij de Marie Claire Starters Award rijd je het komend jaar in een Smart? “De auto was inderdaad onderdeel van de prijs. Maar het is wel een eco-Smart! Hij is leuk en klein, alleen staat hij in de garage van een vriendin omdat ik geen parkeervergunning heb. Ik ben vooral blij met het prijzengeld van 5000 euro. Daarmee laten we de eerste collectie maken. De Kiss & Tell-advertentie in Marie Claire vind ik ook geweldig. Ik wil de lezeressen laten zien hoe fashionable duurzame jurkjes kunnen zijn.” karin wesselink www.kiss-and-tell.nl IS oktober 2011 7


Hier

Evelijne Evelijne Bruning is directeur van The Hunger Project. Hiervoor werkte ze onder andere als microkredietadviseur in Vietnam, als voorlichter in Den Haag, en als hoofdredacteur van ViceVersa, het vakblad voor ontwikkelingssamenwerking.

pakistanpolitiek

Beeld Maurits Giesen

Beeld Maurits Giesen

Weg uit Pakistan

Briljant M

et gepaste trots presenteerde de ontwikkelingssector onlangs de behaalde resultaten van de afgelopen jaren. Er wordt een hoop bereikt. Mooi. Waar we helaas niet zo goed in zijn, is laten zien wat niet zo goed gaat. In de resultatenrapportage komen de woorden ‘mislukking’, ‘fout’ en ‘vergissing’ dan ook niet voor. Jammer, want daarvan valt veel te leren. Alleen al daarom verheug ik me op mijn rol als jurylid bij de prijs voor Briljante Mislukkingen. Het aantal inzendingen valt niet mee. Het is natuurlijk ook eng, om openlijk te vertellen wat er is misgegaan. Want o wee als de media ermee gaan lopen. Hand in eigen boezem? The Hunger Project reikt sinds 1988 om de paar jaar een grote prijs uit voor exceptioneel Afrikaans leiderschap. Kandidaten worden genomineerd door een onafhankelijke externe jury, propvol prominente Afrikanen. 13 juli kondigden wij aan dat wij de prijs dit najaar zouden uitreiken aan Florence Chenoweth, de Liberiaanse minister van landbouw, en aan president Bingu wa Mutharika van Malawi, beiden uitgekozen vanwege hun bijdrage aan het duurzaam beëindigen van honger. Een week later werden straatprotesten in Malawi met veel geweld neergeslagen. Verhalen over massa-arrestaties en media-censuur volgden. En dus hebben we besloten om de Afrika Prijs voor Mutharika weer in te trekken. Spannende tijden, want we konden onmogelijk voorzien of het intrekken van de prijs gevolgen zou hebben voor onze Malawiaanse medewerkers en de honderdduizend boeren en boerinnen waar zij mee samenwerken. Tot nu toe lijkt dat gelukkig goed te gaan. Gegeven het feit dat we de Afrika Prijs in 1988 ook al een keer aan Robert Mugabe hebben uitgereikt, die toen nog een veelbelovend leider leek, is onze staat van dienst niet vlekkeloos. Wat we moeten doen om dit debakel tot een briljante mislukking te maken, zijn we nog aan het uitdenken. Grote kans dat we dit verhaal daarom vólgend jaar indienen voor de Briljante Mislukkingen prijsvraag. Hoewel – we hebben nog een jaar de tijd. Wie weet wat er allemaal nog misgaat…

Waar was jij op 11 september 2001? Hoe heeft de oorlog tegen het terrorisme de wereld veranderd? En hoe moeten we nu verder? Ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib vroeg studenten deze vragen in een essay van 2000 woorden te beantwoorden. Judith Baart, ten tijde van 9/11 in Pakistan, schreef volgens de jury het mooiste verhaal. Wij keken een fi lm. Volgens mij niet  eens een hele leuke fi lm. En toch  werd ik boos toen de video uit moest  omdat mijn vader werd gebeld.  Iemand aan de andere kant van de  lijn zei hem dat hij het nieuws moest  kijken.  Ik keek dus met een chagrijnig  gezicht naar de vliegtuigen die in  New York de gebouwen invlogen.  Wij woonden ver weg in Pakistan,  het nieuws bestond altijd uit ellende  en doodslag. Waarom dit zo belangrijk was dat we niet verder konden  met de fi lm begreep ik dus niet. Gek  genoeg zou deze aanslag, met ‘maar’  een kleine drieduizend doden, een  grotere impact op mijn leven hebben  dan dat ik op dat moment kon vermoeden.  Op het moment van de aanslag  woonde ik met mijn ouders, zusje en  broertjes al tien jaar in Pakistan. Tijdens het schooljaar woonden wij in  de hoofdstad Islamabad en in de  zomer trokken wij naar de Swatvallei  waar mijn ouders ontwikkelingswerk  deden. Ik was net van school veranderd en had mijn eerste weken bij de  Internationale School erop zitten. Bij  het zien van het nieuws, was mijn  eerste gedachte: “Als het schoolreisje maar doorgaat.” Natuurlijk werd het schoolreisje  afgezegd. De dag na 11 september  kon je nauwelijks meer van een klas  spreken. Mijn Pakistaanse klasgenoten waren er, ik was er, en nog een  handjevol andere buitenlandse jongeren. ‘Morgen zijn de anderen wel 

terug,’ dacht ik. Maar de dag erna waren ze niet  terug. Er kwamen zelfs minder leerlingen naar school dan de dag  ervoor. Mijn moeder vertelde dat er  al wat mensen van andere organisaties waren geëvacueerd. Wij keken  het nog even aan, maar ik moest wel  alvast een koffertje inpakken.  Daar zat ik dan. Ergens in Amerika  was een vliegtuig een gebouw in  gevlogen, en daarom had ik onder  mijn bed een koffertje klaarliggen  met mijn paspoort, mijn fotoboek en  een schone onderbroek. Als dertienjarige begreep ik die connecties niet  helemaal. Nu denk ik het beter te  begrijpen. President Musharaf van Pakistan zei  aan de kant van de Amerikanen te  staan. Dit maakte veel Pakistanen  boos – wat moesten zij met zo’n ‘verloederd’ land als Amerika. Veel  Amerikaanse dingen werden geboycot. Zo werd de Pizza Hut wat minder goed bezocht dan normaal en  dronken wij Mekka Cola in plaats  van Coca Cola. De buitenlanders  waren bang dat het ook voor hen  consequenties zou hebben. Voor de  Pakistanen zouden wij Europeanen  op Amerikanen kunnen lijken, en stel  dat ze een aanslag zouden willen  plegen op Amerikanen... En dus vertrokken veel blanken uit Pakistan.  Steeds meer ambassades en organisaties trokken hun mensen uit Pakistan terug. Ook wij moesten het land  verlaten.  judith baart

Meer weten? www.briljantemislukkingen.nl Judith moest weg uit Pakistan, maar keerde op haar 21e terug. Lees verder op http://bit.ly/p17rcK 8 oktober 2011 IS


Een handvol vragen: Sabina Alkire

“Een analfabeet kan miljonair zijn” Haar onderzoek wordt van Frankrijk tot aan Bhutan gebruikt. Sabina Alkire, directeur van het onderzoekscentrum Oxford Poverty and Human Development Initiative (OPHI), bedacht een nieuwe methode om armoede te meten. “Armoede is een optelsom van factoren.”

1

Wat is armoede volgens u? “Het is lastig om een algemene definitie van armoede te geven. Het zijn vaak juist specifieke omstandigheden die armoede bepalen. Je kunt bijvoorbeeld wel zeggen dat mensen in elk geval een vloer moeten hebben, maar in een warm droog klimaat is die behoefte veel minder groot dan in een koud en nat klimaat. Het gaat om de dagelijkse ervaringen van mensen. Die moet je observeren. Vanaf het moment dat ze ’s ochtends wakker worden, geen baan hebben om naartoe te gaan, kinderen huilen op de achtergrond.”

2

Beeld Martin Waalboer

Wat is er mis met de traditionele meetmethodes? “Die kijken alleen naar afzonderlijke indicatoren. Ze kijken hoeveel kinderen er in een bepaald land naar school gaan of hoeveel kinderen ondervoed zijn. Maar dat geeft geen compleet beeld. In India kun je analfabeet en miljonair tegelijk zijn. Of je bent een rijke landheer in een huis dat niet is aangesloten op het elektriciteitsnet, maar je bezit wel een aantal generatoren. In onze methode stellen we huishoudens centraal. Is er schoon drinkwater, hoeveel kinderen zijn er doodgegaan, hoeveel geld komt er binnen?”

3 Wie is sabina Alkire? Sabina Alkire leidt het Oxford Poverty and Human Development Initiative (OPHI), een onderzoekscentrum van de Universiteit van Oxford. Ook is zij als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Harvard. Alkire studeerde economie en theologie. Samen met James Foster ontwikkelde ze een nieuwe methode om armoede te meten. Het tijdschrift Foreign Policy nam haar vorig jaar op in de lijst van 100 werelddenkers..

Maar onderzoekers kunnen toch niet elk huis afzonderlijk bezoeken? “We gebruiken bestaande gegevens, zoals informatie die beschikbaar is over de millenniumdoelen (de acht afspraken om wereldwijde armoede tegen te gaan, red.). We gaan een stap verder door die gegevens te analyseren en met elkaar te vergelijken. In India blijkt 53 procent van de ondervoede kinderen in families te leven die niet tot de laagste inkomensgroep behoren. Bij die groep speelt het gebrek aan kennis bij moeders, bijvoorbeeld over borstvoeding, een rol. We kijken

naar tien factoren, die we ‘ontberingen’ noemen. Als er drie van de tien ontberingen aanwezig zijn, spreken we van armoede.”

4

De theorie van econoom Amartya Sen over de complexiteit van armoede (zie het interview op pagina 20 in deze IS) uit 1979 vormt de basis voor uw methode. Waarom heeft een nieuwe manier van meten zo lang op zich laten wachten? “We hebben nu betere data beschikbaar en er is bovendien op dit moment veel politieke ruimte. Sinds de economische crisis van 2008 is het besef gegroeid dat er meer is dan het bruto nationaal product. Het is aan ons, academici, hoe we die ruimte benutten. Wij willen dat onze metingen perfect zijn, maar daarmee maken we het ook vaak te complex. Het gaat erom dat onze metingen goed genoeg zijn om nuttig te zijn voor anderen. De Europese commissie en het Europees parlement hebben al interesse getoond. Ik vond het ook een eer om achtergrondinformatie te geven aan de commissie die de Franse president Nicolas Sarkozy in het leven heeft geroepen om de kwaliteit van leven te onderzoeken.”

5

Als wetenschapper bent u een hoop tijd kwijt met cijfers en berekeningen. Komt u zelf nog wel eens arme mensen tegen? “Ik breng inderdaad meer tijd dan vroeger door achter de computer. Vroeger heb ik veel onderzoek gedaan in kleine dorpjes, tussen de mensen. Heerlijk vond ik dat. Als ik op reis ben, ga ik daarom tussen de vergaderingen door zo veel mogelijk op pad. Als je ziet hoe mensen leven, besef je weer waar ons werk eigenlijk om gaat.” pieternel gruppen IS oktober 2011 9


strafhof worstelt al bijna een decennium lang met geloofwaardigheid

Wetbundels als vredeshandhavers

* Het Internationaal Strafhof bestaat vol-

*

gend jaar tien jaar. ’s Werelds eerste, permanente tribunaal zou ervoor zorgen dat oorlogsmisdadigers en andere schurken niet meer ongestraft rond blijven lopen. Voorstanders kijken uit naar het eerste vonnis, dat binnenkort verwacht wordt. Critici zeggen echter dat het hof zijn torenhoge ambities niet kan waarmaken. Wie heeft er gelijk?

tekst mark schenkel

huru Kenyatta recht zijn rug, trekt zijn blauwwitte das strak en zoekt bewust de lens op van de persfotograaf. Uhuru Kenyatta is iemand. Vicepremier. Minister van Financiën. Zoon van de eerste president van onafhankelijk Kenia – Uhuru is Swahili voor ‘vrijheid’. Uhuru Kenyatta is

u

10 oktober 2011 IS

bovendien gegadigde om volgend jaar zelf president te worden. Maar hier, in zittingszaal 1, is Uhuru Kenyatta bovenal verdachte. Kenyatta moet zich met twee andere invloedrijke Kenianen verantwoorden tegenover de rechters van het Internationaal Strafhof in Den Haag. De rechters moeten bepalen of er voldoende bewijs is voor een strafzaak tegen de verdachten. Dit jaar nog geven zij uitsluitsel. Volgens Luis Moreno-Ocampo, de Argentijnse hoofdaanklager van het Strafhof, hebben de verdachten na de Keniaanse verkiezingen in december 2007 systematisch geweld georganiseerd tegen aanhangers van de toenmalige oppositie. Ocampo verdenkt drie vooraanstaande figuren van die oppositie eveneens van geweld, maar dan tegen aanhangers van de regering. Deze drie verdachten verschenen eerder in september al in zittingszaal 1. Inwoners van Kenia volgen de ontwikkelingen in Den Haag op de voet –

reden voor Uhuru Kenyatta om zo zelfverzekerd mogelijk in elke camera te kijken. Kinderziektes De bedrijvigheid illustreert volgens voorstanders dat het Internationaal Strafhof (International Criminal Court, ICC) op stoom raakt. ’s Werelds eerste permanente tribunaal tegen de ergste misdaden beleefde in september zijn drukste maand sinds het in juli 2002 zijn deuren opende. Behalve de zes Kenianen kwamen vier verdachten uit Congo en Rwanda voorbij in het hof in het voormalige KPN-hoofdkantoor naast de A12. Zoals JeanPierre Bemba, de ex-presidentskandidaat uit Congo die terechtstaat voor moord, plundering en verkrachting in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Het ICC spreekt binnenkort zelfs zijn eerste vonnis uit: over Thomas Lubanga, Bemba’s landgenoot die verdacht wordt van moordpartijen in de Oost-Congo-


sTRAFHoF DEn HAAg

MAN MEt EEN MISSIE

Hoofdaanklager Ocampo (Buenos Aires, 1952) maakte in Argentinië naam als assistent-aanklager in de rechtszaak (1985) waarbij legerleiders (onder andere voormalig president Jorge Videla) werden aangeklaagd wegens massamoorden. Later verdedigde hij als advocaat onder andere de Argentijnse voetballer Diego Maradona. Eind jaren negentig had hij een eigen reality tv-programma vergelijkbaar met De rijdende rechter. Op 21 april 2003 werd Ocampo gekozen als eerste aanklager van het nieuwe Internationaal Strafhof.

Ocampo’s werkwijze is niet onomstreden. Zo weigerde hij aanvankelijk om de rechters en de verdediging in de zaakLubanga toegang te geven tot het door de VN in Congo verzamelde bewijs, waar voor Lubanga ontlastend materiaal bij zit. Volgens een uitgelekte brief van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch raken veel medewerkers van Ocampo overspannen en voelen ze zich ondergewaardeerd. In de documentaire Prosecutor (2010), waarin Ocampo een jaar lang wordt gevolgd, verklaart hij dat ‘hij het toch nooit goed zal kunnen doen’.

Foto: Rechtszaal in het Internationaal Strafhof, Den Haag. Links achter de Keniaanse verdachten vicepremier Uhuru Kenyatta (derde van links) kabinetssecretaris Francis Muthaura (vierde van links) en voormalig politiechef Mohammed Hussein Ali (tiende van links).

IS oktober 2011 11

Beeld ANP

José Luis Moreno-Ocampo


KENIA

“Gebrek aan bewijs zou ramp zijn” In Kenia wordt de zaak rond de ‘Ocampo Six’ op de voet gevolgd. De zes Kenianen die worden beschuldigd van het aanzetten tot verkiezingsgeweld in 2007, komen uit de hoogste klasse. In Kenia waren ze vast aan hun straf ontsnapt, menen Kenianen. “Wie geld heeft, koopt zichzelf vrij.” Vanaf het dak van de opnamestudio van Ghetto Radio overzie je heel Nairobi. RowBow (31 jaar, dj en presentator) wijst naar beneden: “Daar begint Kibera, de grootste sloppenwijk van de stad. En in de verte liggen Mukuru en Mathare.” De gewelduitbarstingen na de omstreden Keniaanse presidentsverkiezingen van 2007 vonden voor een groot deel plaats in die arme wijken. Hun jonge bewoners luisteren graag naar Ghetto Radio. Rowbow is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid: “Radio is hier groots, alles wat een dj zegt wordt serieus genomen”. Een wrange parallel: Joshua Sang, een van de zes Kenianen die door hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo van het Internationaal Strafhof verdacht worden van misdaden tegen de menselijkheid, was ook radiopresentator. Het geweld in de Rift Vallei zou door hem zijn opgehitst. Inmiddels is Sangs rechtzaak, samen met die van vijf prominente politici, begonnen in Den Haag. In eigen land zitten de verdachten overigens nog stevig in het pluche. Twee van hen, William Ruto en Uhuru Kenyatta, hebben zich verkiesbaar gesteld voor de presidentsverkiezingen van 2012. “Het recht moet zegevieren ”, zegt Rowbow plechtig. “Den Haag is de enige plaats waar dat kan.” Tribale frictie is een veelbesproken kwestie in Kenia, maar volgens de dj speelt er nog een ander soort strijd: die tussen de haves en de have nots. “De verdachten komen uit de rijke politieke en prominente klasse, dat zijn de allerschadelijkste ‘stammen’ die dit land kent. Wie geld heeft, koopt zichzelf vrij. Alles is hier corrupt, ook de rechtspraak. Lokale berechting was ongetwijfeld een farce geworden. Kenia lijdt nu misschien aan internationale imagoschade, maar persoonlijk vind ik het voorleiden van de ‘Ocampo Six’ hoopvol. Er kan een einde aan de straffeloosheid komen. Als ze veroordeeld worden, werkt dat afschrikwekkend. Dat is essentieel, met de volgende verkiezingen op komst. Het is een ramp als de zaak alsnog geseponeerd wordt bij gebrek aan bewijs. Als de verantwoordelijken voor het geweld nu vrijuit gaan, is de straffeloosheid compleet. Dan kan de geschiedenis zich herhalen.” esther gaarlandt 12 oktober 2011 IS

lese regio Ituri in 2002 en 2003. Dat wordt ook meteen het eerste internationale vonnis ooit over de rekrutering van kindsoldaten. “Het Strafhof heeft zijn kinderziektes gekend, wat logisch is. Bepaalde zaken gaan nog steeds niet goed. Rechters zijn onervaren en slachtoffers krijgen onvoldoende aandacht’’, zegt Göran Sluiter, hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam. “Maar het ICC wordt meer en meer een echte rechtbank.’’ Blauwdruk Sluiter is een representant van de Strafhofoptimisten. Hij gelooft in het adagium ‘een einde aan de straffeloosheid’. Toch dijt het gezelschap critici uit. In hun ogen legt de toenemende bedrijvigheid juist de inherente zwaktes van het ICC bloot. Hoe meer zaken, hoe duidelijker de traagheid en hoe hoger het prijskaartje. Het eerste vonnis heeft bijna een decennium op zich laten wachten. En dan nog krijgt Thomas Lubanga mogelijk vrijspraak, wegens omstreden onderzoeksmethoden van hoofdaanklager Ocampo. “Hoe drukker het ICC het krijgt, hoe groter het risico dat het de verwachtingen niet waarmaakt’’, zegt Geert-Jan Knoops, hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit Utrecht. Knoops geldt als een typische Strafhof-scepticus. Hij vervatte zijn twijfels recentelijk zelfs in een boek, Blufpoker. Juist de huizenhoge ambitie van het ICC maakt volgens Knoops het afbreukrisico groot. Het ICC berecht niet alleen daders na afloop van een conflict, wat rechters traditiegetrouw doen, het vervolgt verdachten al tijdens conflicten, om hen af te schrikken en zo

“Er bestaat geen juridische blauwdruk voor vrede en veiligheid” vrede en stabiliteit te bevorderen. “Het ICC is een soort wereldhervormer’’, aldus Knoops. “Maar er bestaat geen juridische blauwdruk voor vrede en veiligheid.’’ Maakt het ICC zijn belofte niet waar, dan ondergraaft dat het geloof in internationale rechtspraak – het tegenovergestelde van wat het ICC beoogt. Sluiproute Een extra bedreiging voor de geloofwaardigheid van het ICC is zijn connectie met de politiek. “Het Strafhof is een politiek instrument van machtige landen’’, zegt Knoops. “Maar politiek is onverenigbaar met onafhankelijke rechtspraak.’’ Waarom treedt het ICC niet op tegen geweld in Zimbabwe en

Syrië, maar wel in Sudan en Libië? Geen van de vier landen heeft het Statuut van Rome geratificeerd, het oprichtingsverdrag dat het ICC bevoegd maakt om misstanden in een land aan de kaak te stellen. In principe kán het Hof dus niet optreden. Toch lopen er arrestatiebevelen tegen president Omar alBashir van Sudan (wegens onder meer genocide in Darfur) en de Libische ex-leider Muammar Khaddafi (wegens geweld tijdens de opstand tegen zijn bewind). Dat komt door een politieke sluiproute: de Veiligheids-

“Een gek als Khaddafi had zonder arrestatiebevel nog veel ergere dingen gedaan” raad van de Verenigde Naties kan zaken doorverwijzen naar het ICC. Klassenjustitie Waarom verwijst de Veiligheidsraad niet ook president Mugabe van Zimbabwe of Al-Assad van Syrië door naar het ICC? Veelgehoorde verklaringen zijn dat Zimbabwe niet belangrijk genoeg is en dat een doorverwijzing van Syrië zou stuiten op een veto van China en Rusland. Deze landen zouden na hun steun aan de vervolging van Khaddafi niet nog meer invloed aan het ICC willen geven. Politieke overwegingen, kortom. China en Rusland vrezen, net als Amerika, aantasting van hun staatssoevereiniteit door het ICC. Deze landen erkennen het ICC zelf niet, terwijl ze wel via de Veiligheidsraad het Hof kunnen loslaten op hun onwelgevallige regimes. Klassenjustitie, luidt het voor de hand liggende verwijt, vooral vanuit Afrika waar alle zaken zich tot nu toe concentreren. Knoops: ”Zelfs als de beslissingen van China, Rusland en Amerika op goede gronden gebaseerd zijn, voorkom je niet de indruk van politieke besluitvorming. Dat is onvermijdelijk gezien de structuur van het ICC.’’ Mondiale maakbaarheid Het Internationaal Strafhof is in veel opzichten een exponent van de hooggestemde jaren negentig. Het ideaal van een wereldomspannend strafrechttribunaal ontstond al tijdens de berechting van nazi-kopstukken in Neurenberg in 1945/1946, maar kreeg pas concreet gestalte na de Koude Oorlog. Liberalisme ging paradoxaal genoeg gepaard met nieuw geloof in mondiale maakbaarheid. Mensenrechten waren universeel en dienden desnoods gewapenderhand te worden afgedwongen. Internationale schaamte over de afzijdigheid tijdens bloedige conflicten in


Beeld REUTERS / Noor Khamis Beeld ANP

April 2011. Ex-minister van Hoger Onderwijs William Ruto (links) en Uhuru Kenyatta (rechts) zwaaien naar aanhangers na terugkeer uit Den Haag, waar de aanklacht tegen hen geformuleerd is. Beiden hebben zich kandidaat gesteld voor de presidentsverkiezingen in 2012.

De Keniaanse vicepremier en minister van FinanciĂŤn Uhuru Kenyatta (tweede van links) en kabinetssecretaris Francis Muthaura (tweede van rechts) tijdens een zitting in Den Haag. Ze worden onder andere beschuldigd van het aanzetten tot moord, verkrachting en geweld tegen tegenstanders van de zittende president Kibaki, die de zege claimde na de verkiezingen van 2007. IS oktober 2011 13


UGANDA

Strafzaak loopt spaak Uganda was het eerste land ter wereld dat een zaak aan het Internationaal Strafhof voorlegde, maar berecht met hulp van het ICC nu ook in eigen land. Een kopstuk van het Verzetsleger van de Heer wist echter zijn straf te ontlopen dankzij een oude wet. In 2003, toen Noord-Uganda geteisterd werd door rebellen van Joseph Kony’s Verzetsleger van de Heer (LRA), schakelde Uganda het ICC in. Twee jaar later vaardigde het ICC de eerste arrestatiebevelen uit. Joseph Kony en vier van zijn topcommandanten worden verdacht van moord, ontvoering en het inzetten van kindsoldaten en seksslavinnen. “Toen Uganda het ICC om hulp vroeg, hadden we totaal geen capaciteit om zelf dit soort strafzaken te behandelen”, vertelt Joan Kagezi, hoofdaanklaagster van Uganda’s ‘Departement voor Internationale Misdaden’. Dit departement werd opgericht na vredesbesprekingen tussen de Ugandese staat en het LRA. De onderhandelingen startten in 2006, maar liepen herhaaldelijk spaak omdat Kony onder geen beding berecht wilde worden in Den Haag. Maar ook toen geopperd werd dat de rechtszaak in Uganda plaats kon vinden, weigerde Kony voor vrede te tekenen. Historisch proces In 2008 hervatte Uganda de strijd tegen het LRA, die inmiddels in Congo en Zuid-Sudan huishoudt. Kony en zijn commandanten werden nooit gepakt. Maar in het noorden van Uganda begon Kagezi in juli een historisch proces: voor het eerst bracht ze een commandant van het LRA voor de rechter. “Er kwamen honderden mensen naar de rechtbank”, vertelt ze. “De rechtszaak was midden in het gebied waar de commandant zijn misdaden had begaan. Dit was handiger voor de getuigen. Sommigen zijn nog nooit in de hoofdstad geweest.” Deze speciale afdeling van het Ugandese hooggerechtshof is opgezet met hulp van het ICC. Kagezi kreeg een training van drie weken. “Nieuwe zaken worden voor de Ugandese rechter gebracht. Maar het was al afgesproken dat het ICC Kony berecht, dus als hij gepakt wordt, gaat hij naar Den Haag.” Eind september liep Kagezi’s historische strafzaak echter spaak. Volgens een uit 2000 stammende wet komen rebellen die spijt betuigen in aanmerking voor amnestie. Zonder op de misdaden van het LRA-kopstuk in te gaan, oordeelde Uganda’s constitutionele hof dat hij de amnestie evenzeer verdient als de dertienduizend teruggekeerde LRA-strijders die de afgelopen elf jaar op vergiffenis konden rekenen. arne doornebal

14 oktober 2011 IS

Somalië, Bosnië en Rwanda speelde ook een rol. Staatssoevereiniteit deed een stap terug. Zelfs de VN gingen in het militaire offensief voor mensenrechten – zij intervenieerden in burgeroorlogen in Congo en Oost-Timor. Het principe van gewapend ingrijpen om vrede en veiligheid af te dwingen vond zijn juridisch equivalent in het internationale strafrecht. Rechtspraak draaide niet meer alleen om vergelding en genoegdoening. Berechting van de allergrootste boeven moest ook preventief gaan werken – wetbun-

“Een Afrikaanse aanklager kan een positieve uitstraling hebben, maar alleen als hij of zij de beste kandidaat is” dels als vredeshandhavers. Dit streven vereiste een permanent, internationaal tribunaal in plaats van een in tijd en ruimte beperkt ad hoc-tribunaal à la Joegoslavië en Rwanda. De eerste hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof werd Luis Moreno-Ocampo, die ervaring had als advocaat in processen tegen juntaleiders in Argentinië. Uitruil Al snel diende zich een praktisch probleem aan. Het ICC heeft geen eigen politiemacht. Ocampo is voor arrestaties afhankelijk van afzonderlijke landen met hun eigen belangen. Hij kan geen enkeltje Den Haag afdwingen voor Khaddafi of Al-Bashir. Die laatste reist gewoon naar landen in Oost-Afrika. Deze landen erkennen het ICC niet, of vinden hun diplomatieke band met Sudan belangrijker. Ocampo’s afhankelijkheid van lokale leiders maakt hem kwetsbaar voor verwijten van belangenuitruil. Mensenrechtenorganisaties suggereren dat Ocampo het Ugandese leger buiten schot houdt omdat hij dat nodig heeft voor de arrestatie van de commandanten van het Verzetsleger van de Heer (LRA), terwijl het Ugandese leger in de strijd tegen het LRA net zo goed oorlogsmisdaden heeft begaan. Ocampo ontkent zo’n uitruil, maar de twijfel over zijn onpartijdigheid, en daarmee over die van het hele ICC, is gezaaid. Belangrijker misschien nog is het verwijt dat Ocampo met zijn arrestatiebevelen conflicten verergert. Misdadigers zouden zich door de dreiging uit Den Haag ingraven, in plaats van hun geweld te minderen. Hoogleraar Sluiter gelooft wel in een afschrikwekkende werking: “Een gek als Khaddafi had zonder arrestatiebevel nog veel ergere dingen gedaan.’’ Dit valt alleen nauwelijks te bewij-

zen. Hoe weten we of een potentiële oorlogsmisdadiger heeft afgezien van geweld uit vrees voor ‘Den Haag’? Critici daarentegen kunnen wijzen op een situatie zoals die in Sudan. Bashir gooide in reactie op de arrestatiebevelen hulporganisaties het land uit. À la carte Het punt, zegt Knoops, is dat elk conflict zijn eigen oplossing vereist. “Dat kan het ICC zijn, maar ook een waarheid- en verzoeningscommissie.’’ Zoals in Zuid-Afrika na de apartheid. Of een tribunaal én een commissie, zoals in Sierra Leone. Of desnoods amnestie. Knoops: “Het ICC past overal dezelfde methode toe. Maar recht en vrede gaan niet altijd samen.’’ Dit dilemma speelt in Sudan, maar ook in Afghanistan. “Wil je strafrechtelijke immuniteit voor Taliban-kopstukken in ruil voor vrede, of berechting en dus een Taliban die doorvecht en meer burgers doodt?’’ Knoops keuze is helder: het eerste. Hij voorziet een toekomst waarin het ICC een bescheidener rol speelt. Het zou mooi zijn als het hof écht los komt te staan van de Veiligheidsraad, ‘maar dat is politiek onhaalbaar’. Knoops ziet eerder een beweging richting ‘hybride’ rechtspraak. Een beetje zoals de tribunalen voor Sierra Leone en Cambodja: een mix van plaatselijke en internationale rechters en eventueel een waarheidscommissie. Of amnestie. Kortom, een oplossing van geval tot geval. “Het ICC is nu automatisch het juridische hoofdgerecht. Oplossingen moeten meer à la carte.” Reputatie Sluiter moet het allemaal nog zien. Ja, het ICC wordt beïnvloed door politieke dagkoersen, maar het is ‘de minst slechte manier om langs juridische weg een remmende invloed uit te oefenen op conflicten’. Stel, zegt hij, dat Thomas Lubanga veroordeeld wordt door het ICC. En dat volgend jaar de verkiezingen in Kenia rustig verlopen. “Dan ziet de opinie over het Strafhof er vast weer heel anders uit.” Ondanks zijn kritiek gelooft ook Knoops dat in Kenia een interventie van het ICC wel kan werken. Aanklager Ocampo wil met de dreigende vervolging van zes hooggeplaatste verdachten wegens het verkiezingsgeweld in 2007/2008 een veilig verloop van de verkiezingen volgend jaar afdwingen. Kenia is dan ook geen Sudan, Libië of Congo. “Kenia is relatief ontwikkeld’’, onderstreept Knoops. “Er wonen voldoende invloedrijke mensen die zich zorgen maken om hun reputatie.’’ Mensen zoals Uhuru Kenyatta, de vicepremier. Sluiter: “De meeste gewone Kenianen steunen Ocampo, er is veel draagvlak.’’


strafhof den haag

Ton Ton Dietz is hoogleraar ‘Ontwikkeling in Afrika’ aan de Universiteit Leiden en directeur van het Afrika-Studiecentrum in Leiden. Hij was een van de initiatiefnemers van de Worldconnectors, een denktank voor mondiale vraagstukken.

Positieve uitstraling De Kenia-zaak opent zodoende de deur voor critici die menen dat het ICC het louter op Afrika heeft voorzien. Göran Sluiter is het daar niet mee eens. Hij denkt dat Afrikaanse leiders steeds feller worden tegen het ICC, omdat ze de aandacht willen afleiden van hun eigen falen. Juist daarom ziet hij graag een Afrikaanse hoofdaanklager als Ocampo straks in december is afgezwaaid. “Die ondergraaft de Afrikaanse anti-ICC-retoriek.’’ Een veelgehoorde naam is Fatou Bensouda uit Gambia, Ocampo’s huidige plaatsvervanger. Knoops wil juist géén Afrikaanse aanklager: “Als die de eerste zaak buiten Afrika start, wordt juist dat weer uitgelegd als vooringenomenheid.’’ George Kegoro neemt een tussenpositie in. Kegoro is voorzitter van de Keniaanse afdeling van de Internationale Commissie van Juristen in de Keniaanse hoofdstad Nairobi. “Een Afrikaanse aanklager kan een positieve uitstraling hebben’’, zegt hij als we per telefoon het dilemma aan hem voorleggen. “Maar alleen als hij of zij de beste kandidaat is. Wordt het een Afrikaan om politieke redenen, dan verzwakt dat de onafhankelijkheid van het ICC.’’ AANGEKLAAGD Het Internationaal Strafhof mag plegers van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide vervolgen, wanneer het land waar de misdaden zich voordoen dat niet kan of wil. Er staan zaken uit tegen vijfentwintig personen uit zeven Afrikaanse landen. Een overzicht van de kopstukken. Uganda: Joseph Kony Leider van het Verzetsleger van de Heer (LRA). Wil dat Uganda geregeerd wordt volgens de tien Bijbelse geboden. Houdt zich schuil. Tegen Kony zijn 33 aanklachten ingediend: onder meer moord, verkrachting, geweld tegen burgers, marteling en rekrutering van kindsoldaten. In 2006 beloofde president Museveni amnestie in ruil voor ondertekening van een vredesakkoord. Het Strafhof weigerde echter de aanklacht in te trekken. Congo: Thomas Lubanga Sleutelfiguur in het conflict in Oost-Congo. Werd in 2006 als eerste aangeklaagd en aan het Strafhof overgedragen. In 2003 leidde hij de aanval op het dorp Bogoro waarbij tweehonderd burgers werden vermoord. Congo: Jean-Pierre Bemba Een van de rijkste mannen van Congo met een geschat vermogen van honderden miljoenen dollars. In 2002 trok hij de Centraal Afrikaanse Rubliek binnen om president Patassé te steunen. Hij zou opdracht hebben gegeven tot massaverkrachtingen, moorden, mishandelingen en plunderingen. Droomt in zijn cel in Den Haag nog steeds van het presidentschap van Congo, maar het ICC weigerde hem op borgtocht vrij te laten om zich te registreren voor de verkiezingen in november. Sudan: Omar al-Bashir President van Sudan sinds 1989. Aangeklaagd wegens genocide tegen de Fur, Masalit en Zaghawa, uitroeiing, moord, plundering, verkrachting, foltering en gedwongen verplaatsing. Volgens hem bevat de aanklacht enkel ‘leugens, de inkt niet waard waar zij mee geschreven zijn’. Ook de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie veroordeelden het arrestatiebevel. Libië: Muammar Khaddafi Sinds 1969 leider van Libië. Aangeklaagd in 2011 wegens het systematisch onderdrukken van verzet tegen het regime, aanvallen van burgers, marteling en moord. Hoofdaanklager Ocampo meent dat Khaddafi probeert om onder zijn misdaden uit te komen door lijken te verbergen en artsen te verbieden om lijsten bij te houden van gedode burgers.

Beeld Maurits Giesen

Critici koesteren met betrekking tot ‘Kenia’ wel een ander bezwaar. De zaak illustreert Ocampo’s vermeende willekeur. Ocampo vervolgt in Kenia voor het eerst verkiezingsgeweld. Zulk geweld vindt in zoveel landen plaats, waarom dan uitgerekend Kenia vervolgen?

Broke(r) E 

r zijn heel wat bladen die zich bezighouden met mondiale zaken. Naast IS vind je onder meer onzeWereld, Vice Versa en Internationale Spectator. Allemaal in het Nederlands. Veel van deze bladen maken nu een overgang mee van een traditioneel blad naar een website-met-blad of een blad-met-website. Ze hebben vele jaren de discussie gediend over ontwikkelingssamenwerking in Nederland, maar ze speelden geen rol op mondiaal niveau, om de simpele reden dat weinig mensen het Nederlands machtig zijn. Internationaal zijn kennismedia met een Amerikaanse of Britse achtergrond beeldbepalend. Vergeleken bij die landen zijn de Nederlandse hulpinspanningen maar beperkt zichtbaar. Vijf jaar geleden was de tijd rijp om daar wat aan te doen. Een aantal mensen uit de Nederlandse kennis- en mediawereld richtten het blad The Broker en de website thebrokeronline.eu op. Met financiële steun van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is in vijf jaar tijd een 2.0 uithangbord uitgebouwd van Nederlandse betrokkenheid bij grote mondiale vraagstukken. De website trekt bezoekers uit de hele wereld en dat resulteert in levendige online debatten. The Broker is het antwoord van het Europese vasteland op een te grote dominantie van het Brits-Amerikaanse ontwikkelingsdenken. Ik ben er trots op wat The Broker heeft bereikt en heb me er ook al die tijd erg voor ingespannen. De eerste drie jaar was de financiering geen probleem. Daarna begon voor het ministerie en voor NWO een tijd van grote onzekerheid. In 2010 en 2011 sprongen andere organisaties bij. Hivos, Oxfam-Novib, Cordaid, NCDO, ECDPM, allemaal wilden ze investeren om dit initiatief gaande te houden, wachtend op helderheid (en betere tijden) van de kant van het ministerie van Buitenlandse Zaken en bij NWO. Afgelopen september hebben we helaas met het bestuur van de groep die The Broker uitgeeft (International Development Publishers) moeten besluiten om de activiteiten op te schorten. Er was gewoon geen geld meer. Iedereen zat op iedereen te wachten om met een financiële oplossing te komen. Ik kan het eigenlijk niet geloven. Laat ‘de sector’ dit zomaar gebeuren?

IS oktober 2011 15


Fotoreportage Vía PanAm

Vluchten in eigen land tekst & beeld kadir van lohuizen | noor | paradox.nl/viapanam

Afgelopen juni vielen guerrilla’s van rebellenbeweging FARC de gemeente Colombia, in het zuidwesten van Colombia, binnen. Bij de aanval werd Herminson, de twaalfjarige zoon van Aracelys Nomelin, in zijn been geschoten. Haar echtgenoot Lucas Torres heeft een hoofdwond van een kogel die rakelings over zijn schedel scheerde. Met dertien andere families, waaronder die van Rosalba Chacon en haar vijf kinderen, vluchtte het gezin naar Neiva, een stad zeventig kilometer verderop. Daar arriveren zo’n vijfhonderd nieuwkomers per maand, op de vlucht voor het geweld in eigen land. Ze vinden onderdak in Bajo Tenerife, een sloppenwijkje aan een riviertje, ingeklemd tussen de weg en een oude spoorbrug. De gemeente wil de wijk ontruimen om een park aan te leggen.

* Fotograaf Kadir van Lohuizen reist voor

*

zijn project Vía PanAm van Chili naar Alaska over de Pan-America Highway. In de vijftien landen langs de route legt hij de oorzaken en gevolgen van migratie vast. Deze aflevering is hij in Colombia, waar mensen nog steeds moeten vluchten voor het geweld van rebellenbeweging FARC.

16 oktober 2011 IS

Foto linksboven: Huisaltaar in de woning van Rosalba Chacon. Rosalda blijft de hele dag binnen. Ze is oud en ziek, zegt ze. Linksonder: Lucia, Rosalba’s dochter, laat haar baby zien aan de buurvrouwen, allemaal gevlucht voor de FARC. Rechtsboven & -onder: Kinderen spelen op straat in Bajo Tenerife. De jongen middenonder met het witte overhemd is Rosalba’s kleinzoon.


IS oktober 2011 17


Foto linksboven: Het echtpaar Lucas Torres en Arcelys Nomelin vluchtte in juni voor de FARC. Hun zoon Herminson, in het gips, werd door een kogel geraakt in zijn been. Links- en rechtsonder: Lucas gaat naar het ontvangstcentrum voor vluchtelingen in Neiva. Elke maand schrijven zich gemiddeld vierhonderd mensen in. Rechtsboven: Kinderen spelen op staat. Rechts zit Herminson.

18 oktober 2011 IS


IS oktober 2011 19


Interview Amartya sen, econoom en filosoof

“Anderen helpen is een morele plicht” Het afkalvende draagvlak voor ontwikkelingshulp is logisch gezien de financiële crisis, aldus Amartya sen, ’s werelds beroemdste ontwikkelingseconoom. Maar er is meer aan de hand. sen maakt zich grote zorgen over het toenemende navelstaren in het Westen. tekst lonneke van genugten & stefan verwer beeld peter boer

martya Sen put zich uit in duizend excuses. Hij is een kwartier verlaat gearriveerd in de lobby van het Amsterdamse Krasnapolsky hotel. Hij was een ochtendwandelingetje gaan maken, maar hopeloos verdwaald in de steegjes achter de Dam. De Indiase econoom en filosoof is even in Nederland om een conferentie van The Hague Institute for Global Justice bij te wonen. Al sinds de jaren zeventig is hij een warm pleitbezorger van mensenrechten als een basis voor rechtvaardige economische ontwikkeling. In 1998 ontving hij een Nobel-

A

20 oktober 2011 IS


prijs voor zijn bijdrage aan de welvaartseconomie. Zijn theorieën zijn ook nu nog verplichte kost voor ontwikkelingswerkers in spe. Time Magazine rekende hem vorig jaar nog tot de meest invloedrijke mensen in de wereld.

“Liefdadigheid is in essentie vrijblijvend” De assistent wijst op haar horloge, Sens krappe tijdschema dreigt in het honderd te lopen. Er wordt gewacht op hem in Den Haag, maar wij hebben hem eerst nog nodig voor een dringende kwestie. In zijn meest recente boek, The Idea of Justice (2009), betoogt Sen dat samenlevingen nooit overeenstemming kunnen bereiken over wat perfecte rechtvaardigheid is. Sterker nog, Sen breekt een lans voor het idee dat we hier niet naar moeten streven, maar ons moeten richten op het voorkomen van onrecht. Het streven naar mondiale rechtvaardigheid lijkt echter onder druk te staan door de tendens in veel rijke landen om zich af te keren van de rest van de wereld. Dit fenomeen, aangeduid als parochialisme, bekrompenheid, ziet Sen als de grootste bedreiging voor een rechtvaardige mondiale samenleving. Hoe, willen we van de oude meester weten, is die tendens te keren? In tijden van crisis is het hemd nader dan de rok. Eigen problemen eerst, zegt de Nederlandse kiezer. Dat zie je bijvoorbeeld in afnemende steun voor ontwikkelingshulp. “Het terugschroeven van hulpbudgetten vloeit voort uit die crisis, dat is duidelijk. Tegelijkertijd is het afnemende draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking geen universeel verschijnsel. Engeland, dat ook moet snijden in overheidsuitgaven, hoogde dit jaar het hulpbudget juist op van 0,56 procent naar de internationale norm van 0,7 procent van het Bruto Nationaal Product in 2013. Mensen hebben vaak een verkeerd beeld om hoeveel geld het gaat. Als je aan de gemiddelde Amerikaan vraagt hoeveel de VS aan hulp besteden, antwoordt hij 10 tot 15 procent van het overheidsbudget. Terwijl het slechts 0,3 procent is. Het is dus verhoudingsgewijs helemaal niet zoveel geld. Natuurlijk, met een paar miljard euro of dollar kun je in eigen land veel leuke dingen doen. Maar tegen welke prijs? De prijs van een nog oneerlijkere verdeling in de wereld.” In Nederland is er ook binnen de hulpsector steeds meer discussie over de effectiviteit

van de hulp. Moeten we niet gewoon stoppen met hulp als we er niet in slagen om het juiste recept te vinden? “Als econoom heb ik daar een simpel antwoord op. Als een investering niet het rendement oplevert dat je verwacht, is dat een indicatie dat je aanpak verkeerd is. Je moet dus je werkwijze veranderen of stoppen. Ik ben niet iemand die vanuit een religieuze motivatie zegt: ‘Het maakt niet uit wat het resultaat is van mijn inspanningen, ik heb mijn opdracht verricht’.” Hoe kunnen we onze hulpeuro’s dan effectiever besteden? “Focus op onderwijs, gezondheidszorg, gelijkheid van mannen en vrouwen, democratisering. Sinds mijn boek The development of freedom uit 1999, waarin ik deze basisvoorwaarden voor ontwikkeling ook al bespreek, is er op deze punten weinig vooruitgang geboekt. Ik heb helaas geen praktische hulpadviezen paraat die je overal kunt toepassen. Elk land heeft zijn eigen specifieke omstandigheden, maar democratie is cruciaal om verval tegen te gaan.” In The idea of Justice betoogt u dat er een directe relatie is tussen armoede en het democratische gehalte van een samenleving. Hongersnood komt minder vaak voor in een democratie. “Inderdaad, maar het is geen wetmatigheid. Kijk maar naar India, waar nog te veel honger voorkomt. Dat komt omdat de Indiase bevolking onvoldoende actief is in de democratie en haar rechten niet opeist. Terwijl protesten tegen hoge voedselprijzen of voedseltekort de regering tot actie dwingen want politici weten dat het heel moeilijk is om de verkiezingen te winnen na een hongersnood. Om structurele sociale, economische en medische problemen van de armen tegen te gaan, moeten burgers hun democratische verantwoordelijkheid invullen.” Maar als wij in het Westen moeten helpen het democratisch gehalte dáár te bevorderen, kunnen we dat hier moeilijk uitleggen aan de burger. Zoiets is minder aaibaar dan het bouwen van en weeshuis. “Tja, complexe problemen zijn nou eenmaal moeilijk uit te leggen. Dat geldt niet alleen voor ontwikkelingshulp. Kijk maar naar de financiële crisis of de problemen met de euro. Ik heb al vóór de invoering gewaarschuwd dat het mis zou gaan. Er zijn zo veel fouten gemaakt, ik weet niet waar ik moet beginnen om dat uit te leggen. Maar Europa en de VS denderden maar door.

Tegelijkertijd was en is er nog steeds een enorm gebrek aan bereidheid om het grote publiek uit te leggen wat er precies aan de hand is en wat er nodig is om het op te lossen.” Voorziet u, als we de crisis onder controle hebben, dat Europese landen weer meer hulp zullen geven? “Daar ben ik sceptisch over. We moeten realistisch zijn en ons afvragen of het überhaupt mogelijk is om hulp uit te breiden, gezien de uitdaging waar de enorme economische problemen in Europa ons voor plaatsen.” U beschrijft in The idea of Justice een tweede belangrijke ontwikkeling, naast de crisis, die ervoor zorgt dat het Westen minder wil werken aan het oplossen van het armoedevraagstuk: parochialisme, navelstaarderige bekrompenheid. “Parochialisme is tegenwoordig een groot probleem in de hele wereld, dat staat buiten kijf. Het feit dat Europa en de VS, ondanks dat ze relatief rijk zijn, minder aan hulp doen dan ze zouden kunnen, is een teken van toenemend parochialisme. Nederland werd in het verleden gezien als een grote supporter van ontwikkelingslanden, zeker vergeleken met de VS, maar die positie hebben jullie verloren. In mijn boek beschrijf ik dat de mondiale betrokkenheid die we van elk land, maar vooral van de welvarende landen, mogen verwachten, al een hele tijd afbrokkelt.” Hoe kan dat toch? Via tv en internet komt de hele wereld bij ons binnen, we gaan op vakantie naar Afrika en Azië. “Zeker, maar een westerse toerist die de tempels van Indonesië bekijkt of op het strand ligt in Thailand, ziet het rauwe gezicht van armoede en lijden niet. De mensen die we tegenkomen op vakantie, zijn niet de armste mensen. En ja, vaak zien ze er gelukkig uit. Het is ook niet zo dat mensen in arme landen automatisch altijd ongelukkig zijn. Maar dan nog kunnen ze onderliggende problemen hebben die de toerist niet ziet. Bovendien is bewustzijn van armoedeproblematiek niet een kwestie van zien, maar een kwestie van denken. Tijdschriften zoals dat van u zijn belangrijk om mensen aan het denken te zetten over hun eigen rol. Het is heel makkelijk om te zeggen: ‘oké, die mensen hebben heel veel problemen, maar die heb ik niet veroorzaakt’. Het lijkt erop dat mensen gewoon niet willen zien dat je in wereld waarin het oneerlijk verdeeld is, een morele plicht hebt ten opzichte van andere mensen.” IS oktober 2011 21


Chef globalisering

Als wij ons in het Westen achter onze grenzen blijven terugtrekken, ligt de bal straks toch echt bij de mensen in arme landen zelf. “Ja, dat spreekt voor zich. Geen enkel land zal ooit in economisch, politiek en sociaal opzicht rijk worden door externe hulp. Democratie blijft het sleutelwoord. Democratie geeft burgers een verantwoordelijkheid. Het is allemaal in hun eigen handen. Als mensen deze vrijheid niet gebruiken, niet komen opdagen bij verkiezingen, zoals de meerderheid in de Verenigde Staten, dan

“Geen enkel land wordt rijk door externe hulp” laten ze zelf de kans op vooruitgang voorbij gaan. Laat ik het voorbeeld van India nog eens aanhalen. In India gaan wel veel mensen naar de stembus, maar ze verliezen zich in marginale kwesties, niet de thema’s die er echt toe doen om het land vooruit te helpen. Alle democratieën, zowel in rijke landen als in arme landen, vertonen lacunes in hun functioneren. Die lacunes moeten de kiezers zelf aanpakken, dat los je niet op met een enorme, eenzijdige, hulpinspanning vanuit het Westen.”

erom dat we erkennen dat er een universeel beroep is op mensen om aan andere mensen te denken.” In uw boek laat u zien dat het principe van gerechtigheid niet alleen een westers concept is, maar ook al te vinden is bij vroege oosterse filosofen. Hoe verklaart u dan dat het idee van geven aan armen meer ontwikkeld is in het Westen? “Liefdadigheid is inderdaad een van de ankers van het christendom. Maar het idee dat je een percentage van je rijkdom aan anderen schenkt, zit ook heel sterk in oosterse religies, zoals het boeddhisme. Japan gaf lange tijd een groter percentage van zijn inkomen aan arme landen dan de VS of Europa. Maar daar gaat het niet om. Liefdadigheid is in essentie vrijblijvend. Terwijl anderen helpen om tot ontwikkeling te komen onze morele plicht is.”

Verwacht u heil van de groeiende middenklasse in ontwikkelingslanden? “Die kan bij uitstek de armen laten zien wat hun rechten zijn, maar de middenklasse is zich lang niet altijd bewust van die verantwoordelijkheid. Daarin zijn die mensen eigenlijk hetzelfde als de Nederlanders over wie u het heeft, die niet aan ontwikkelingssamenwerking willen doen. Die vinden dat ze zich niet druk hoeven te maken om anderen zolang ze ook hun eigen levensstandaard nog kunnen verbeteren. Nogmaals, ik hamer niet op solidariteit met anderen vanuit een religieus besef. Maar als je de wereld negeert om je eigen luxe leventje te leiden, dan leid je niet het soort leven dat ik onderschrijf.” In India, waar de inkomensverschillen toenemen, maar ook in veel Afrikaanse landen zijn rijken vaak weinig betrokken bij de armen. “Het heeft geen zin om met een beschuldigende vinger te wijzen naar de elite in ontwikkelingslanden. Als je kijkt naar hoe Amerikanen gestemd hebben bij de tussentijdse verkiezingen, kun je dezelfde opmerking maken over de VS. Daar zie je ook dat de mensen die zelf net het hoofd boven water houden, weinig solidariteit tentoonspreiden met de werkelozen, of arme mensen die geen medische zorg kunnen betalen. Het gaat 22 oktober 2011 IS

Evert Nieuwenhuis schreef De Grote Globaliseringsgids – van Aandeelhouder tot Zapatista. Voor IS belicht hij elke maand een actuele mondiale kwestie. Vragen of ideeën? Mail ze naar Chef Globalisering: is@ncdo.nl

Wie is Amartya sen? Amartya Kumar Sen (Santiniketan, India, 1933) is een Indiase econoom die bekend werd met zijn theorieën over honger, welvaart en de mechanismen achter armoede. Hij studeerde economie en filosofie en schreef talloze boeken. In 1988 ontving hij de Nobelprijs voor de Economie. Sen is verbonden aan de Harvard Universiteit in Boston. Armoede is volgens Sen niet alleen een kwestie van een laag inkomen, maar van een gebrek aan mogelijkheden om het soort leven te leiden dat men wil. Deze opvatting vormt de basis van het jaarlijkse Human Development Report van VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP.

Leve de moeder

‘Z

org goed voor onze kinderen’, zei Jennifer Anguko kreunend van de pijn tegen haar man. Ze lag op de kraamafdeling van het ziekenhuis in Arua, Uganda. Op een overwerkte verpleegkundige na, was er niemand om voor haar te zorgen. Na twaalf uur hevige bloedingen stierf de moeder van drie jonge kinderen. Wereldwijd sterven er jaarlijks meer dan driehonderdduizend vrouwen tijdens hun bevalling. De helft daarvan leefde in Afrika, waar minder dan een zesde van de wereldbevolking woont. Anguko was een lokale politica en haar zaak kreeg bekendheid. Een lokale organisatie heeft de regering aangeklaagd bij het constitutionele hof. Zij acht de regering verantwoordelijk voor de dood van Anguko (en een andere barende vrouw die op diezelfde dag stierf, die geen steekpenningen kon betalen aan de artsen en daarom geen medische hulp kreeg). Het is de taak van de regering om te zorgen voor goede gezondheidszorg, en die plicht komt ze overduidelijk niet na. Het is voor het eerst dat een Afrikaanse overheid via de rechter verantwoordelijk wordt gehouden voor het onthouden van gezondheidszorg. Die aanklacht lijkt mij terecht, zeker als je weet dat de overheid net voor een half miljard dollar gevechtsvliegtuigen kocht: drie keer het jaarlijkse budget voor gezondheidszorg. Volgens onderzoek van de Universiteit in Washington besteden arme landen voor elke hulpdollar bedoeld voor gezondheidszorg 43 cent minder aan diezelfde zorg. Gemiddeld genomen besteden donoren 1 dollar en arme landen 1,14 dollar aan zorg in arme landen. Uganda doet het opvallend slecht: als het land 1 dollar aan hulp ontvangt, geeft het zelf 57 cent minder uit. Een onverantwoorde beslissing van de Ugandese regering. Tegelijkertijd moeten wij ons afvragen of wij verstandig doneren. Is het niet beter om te eisen dat regeringen niet op zorg bezuinigen als wij meer hulp geven? De geboorte van mijn oudste dochter verliep niet zonder problemen. Dankzij een medische ingreep maken moeder en dochter het al jaren uitstekend. Soms denk ik: in een Afrikaans ziekenhuis waren ze allebei overleden. Voor miljoenen mannen is dat geen akelige gedachte, maar de werkelijkheid. evert nieuwenhuis


Recent

Samenstelling: Lonneke van Genugten

Van Troje tot Afghanistan Man meisje dood Rik Launspach / De Bezige Bij / 520 pagina’s ¤ 19,90

In het amsterdam van begin jaren negentig, waar studenten feest vieren in de roxy en de fax het summum is van snelle communicatie, wordt student taalwetenschappen en gelegenheidsdealer (ama) Deus hopeloos verliefd op de afghaanse tatja, opgegroeid op de veluwe als adoptiedochter van een christelijk echtpaar. De liefde loopt tragisch af, maar het bijeffect is wel een cursus Dari (op dertig cassettebandjes) die Deus naar afghanistan brengt. Eerst om de taal te leren, jaren later in opdracht van de Navo. “Ik vond het belangrijk om afghanistan in mijn verhaal te brengen, omdat het zo’n belangrijk deel is van de moderne actualiteit”, vertelt auteur rik launspach. Hij bracht begin 2010 zelf enige tijd door in

De chemie van de liefde Abha Dawesar/ Artemis & co/ ¤ 19,95 Vrolijke roman over een nieuwsgierige tiener die haar (seksuele) grenzen verkent in New Delhi. Na het stiekem lezen van de Kamasutra knoopt de zestienjarige Anamika Sharma relaties aan met een oudere gescheiden vrouw, een klasgenootje en de huishoudster.

kamp Holland om de situatie daar levensecht te kunnen beschrijven in zijn roman. De werkelijkheid kwam af en toe wel erg rauw binnen. “Ik mocht mee met een patrouille buiten de poort. We kwamen in een lastige situatie met bermbommen terecht. Ik merkte dat ik op dat moment toch niet echt bang was, want het gevaar blijft abstract. ook al stond ik met mijn neus op twee mortiergranaten die 24 uur eerder daar zijn begraven om westerse soldaten om zeep te helpen. begrijp me goed, ik wil niet sterven voor de kunst, zo’n grote romanticus ben ik nou ook weer niet, ik heb ook een gezin.” rik launspach schreef eerder de roman 1953, die succesvol verfilmd werd als De storm. launspach schrijft soepel en sober, maar beeldend en met veel onderkoelde humor. Je ziet de verfilming al voor je. carice of Halina als tatja. tygo of Daan als Deus. “Sommige mensen vinden dat de verhaallijn in afghanistan de amsterdamse studentenperikelen wel erg doorbreekt. maar Deus komt daar niet voor niets, en de situatie daar staat voor mij voor de manier waarop de mens zich steeds weer in zinloze oorlogen stort, van de trojaanse oorlog tot aan afghanistan. In het Westen willen we goedkope kleding dragen, we willen met de auto naar ons werk. Het wordt tijd dat we begrijpen dat de tijd dat we zorgeloos kunnen genieten van wat we andere mensen afpakken, voorbij is. zolang we dat niet erkennen, zullen we altijd in oorlog zijn.” launspach kennen we ook als acteur van onder meer de film Oeroeg en de tv-serie In naam der koningin. opnamen vonden plaats op de filippijnen en in Indonesië. “Daar rondlopend ga je je dingen afvragen. toen zijn mijn ideeën zich gaan vormen. als ik zou weten hoe je de vicieuze cirkel kunt doorbreken, zou ik me kandideren als president van de wereld. mijn vrienden zeggen wel eens voor de grap dat ik dat moet doen, maar of dat nou veel soelaas zou bieden...”

How the city moved to Mr Sun. China’s new megacities Michiel Hulshof & Daan Roggeveen / SUN / ¤ 34,50 Het komende decennium zullen 300 miljoen Chinezen naar de stad verhuizen. Journalist Michiel Hulshof en architect Daan Roggeveen deden dertien steden aan in China en legden de vernieuwing vast in sfeervolle tekst en prachtig verstild beeld.

Over China Henry Kissinger/ Bezige Bij/¤ 29,90 Wie echt álles wil weten over China, kan zijn hart ophalen met de 508 pagina’s geschiedenis, van die de Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken en rasdiplomaat Henry Kissinger ons voorschotelt. Veel completer zult u het niet krijgen.

Ethiopië ontdekt Anders dan Afrika. Een reis naar het hart van Ethiopië Karin Anema / Atlas 299 pagina’s / ¤21,95

Ethiopië, land van keizer Haile Selassi en de rastafari’s, injera (de zure pannenkoeken), de Derg en live aid. Het worstelt met problemen die veel andere afrikaanse landen ook kennen, maar veel Ethiopiërs zijn tot op het bot beledigd als je hun land over één kam scheert met de rest van het continent. “Ik wil nagaan waarom Ethiopië zo anders is dan de rest van afrika”, schrijft journalist karin anema in het begin van haar boek met de veelzeggende titel Anders dan Afrika. In een aantal lange reizen, die haar zelfs naar Ethiopische joden in Israël voeren, probeert ze het wezen van Ethiopië te door-

Made in Havana Wil Heeffer/ ASPEKt/¤ 18,95 Tragisch liefdesverhaal met de Cubaanse geschiedenis als decor. Tijdens een congres in Havana ontmoet de Nederlandse oogarts Jan de Cubaanse Luz, de dochter van revolutionair. Ieder met hun eigen beweegredenen beginnen Jan en Luz een relatie die Luz tot in Nijmegen brengt.

gronden. ze kauwt qatblaadjes met herders, waagt een steile klim naar een rotskerk en laat zich niet intimideren door wapengekletter in de gevaarlijke grensstreek met Eritrea. anema observeert, stelt vragen aan iedereen, en verwerkt haar indrukken tot een vlot geschreven reisverhaal boordevol scherpe observaties en verwijzingen naar geschiedenis, ontdekkingsreizigers en literatuur over Ethiopië. anema schrijft open over de seksuele moraal in het land, van meisjesbesnijdenis tot de onbeholpen avances van mannen die een vrouw alleen op reis wel gezelschap willen houden. ook de grote schaduwzijde, de politieke onvrijheid, komt aan bod. Anders dan Afrika is een must voor iedereen die nieuwsgierig is naar het land van de Habescha, de roodbruine mensen, zoals Ethiopiërs zelf zeggen.

Verzwegen Rahmouna Salah en Fatiha Maamoura/ Boekerij/¤ 18,95 Waargebeurd verhaal. Eind jaren negentig trekken Salah en Fatiha naar de rijke oliestad Hassi Meassoud. Daar mogen vrouwen werken, een uitzondering in het streng islamitische Algerije. De vrijheid van de vrouwen is de plaatselijke imam een doorn in het oog. Zijn afkeuren resulteert in een pogrom. IS oktober 2011 23


schoolvoeding in ghana: Kinderen profiteren, boeren blijven achter

De dag door op een schoolhap * Als arm kind in Ghana heb je een steeds

*

grotere kans op een voedzame schoolmaaltijd. Het Schoolvoedingsprogramma is een succes, alleen blijven de Ghanese boeren nog op een afstand. Tijd voor een nieuwe fase, met de boeren, maar zonder geestelijk vader Hans Eenhoorn. “Zeven jaar van mijn leven heb ik gepassioneerd in een ideaal geloofd.”

tekst & beeld hans ariëns

Boer Abugum Ayaaba toont zijn oogst kariténoten. 24 oktober 2011 IS


ABDULAI MAHAMUDU (42)

“Door de schoolmaaltijden is de toeloop van kinderen sterk vergroot” Hoofd van de Tanga Kpalsako school, Bawku West

Leerling luncht in het klaslokaal op de lagere school bij Tamale.

et is een vrolijke bende op het schoolplein. Kinderen leven zich uit in handstand, radslag en andere acrobatische trucs. Sommigen dragen het geel met rode schooluniform, maar van anderen is niet duidelijk of ze ook werkelijk op school thuishoren. Sinds er tussen de middag maaltijden op school worden verstrekt, is het aantal leerlingen op deze school aan de rand van Tamale spectaculair gestegen. Vandaag was het menu een voedzame (en smákelijke) rijsthap met tomatensaus, bonen en vis. Nu is het pauze. Na de middag worden de lessen voortgezet in het Arabisch. De schoolmaaltijden zijn zo’n succes dat de school de toeloop van leerlingen amper aankan. Dat komt overeen met het landelijke beeld. Het Schoolvoedingsprogramma dat de Ghanese overheid uitrolt met steun van Nederland is na vijf jaar zeker ‘kwantitatief een succes’, constateert coördinator Seidu Adamu in zijn kantoor in Accra. “Het aantal Ghanese kinderen dat een schoolmaaltijd

H 

ontvangt is gestegen tot ruim zevenhonderdduizend. Het streven is om dat in deze fase boven de miljoen te brengen. Daardoor stijgt het aantal kinderen dat onderwijs volgt én zijn de kinderen beter gevoed en gezonder.” Het zijn belangrijke winstpunten voor de ontwikkeling van Ghana. Volwassenen die

“De schoolmaaltijden zijn na vijf jaar zeker kwantitatief een succes” als kind goede voeding kregen, zijn gemiddeld langer en intelligenter, schrijven economen Esther Duflo en Abhijit Banerjee in hun nu al klassieke werk Poor economics. Voedingswaarde Maar in de tweede fase van het programma die komende jaar aanbreekt, moet de kwaliteit van het programma omhoog, vindt coördinator Adamu. Hij heeft het, in typische

“Ik werk nu voor het tweede jaar als hoofd van de school. Op mijn vorige school kenden we ook een schoolvoedingsprogramma, van de Catholic Relief Services, maar dat functioneerde toch minder dan het programma hier. Het mooie is dat het hier echt door de dorpsgemeenschap wordt gedragen. De gemeenschap zorgt dat wezen en gehandicapten naar school kunnen en helpt ons op allerlei manieren. De dorpelingen hebben de schoolkeuken gebouwd en ze hebben het schooldak geleverd. Regelmatig komen ze aan met schoolmeubilair. Het voedsel is afkomstig van de boeren uit het dorp. En de kokkinnen zijn door de gemeenschap geleverd. Mijn taak is het aantal kinderen op school bij te houden en door te geven, ervoor te zorgen dat ze kwalitatief goede maaltijden krijgen en verder te zorgen dat het programma soepeltjes loopt. Door de schoolmaaltijden is de toeloop van kinderen sterk vergroot. We hebben twee onderwijzers beloofd gekregen, maar eentje is nog onderweg. En we kampen met een gebrek aan leslokalen, we moeten dus ook onder de boom lesgeven. Daarnaast komt het districtsbestuur zijn beloften niet na. Ons toiletgebouw is half af gebouwd, omdat de aannemer zijn geld niet kreeg. En we zouden onze eigen waterpomp krijgen, da’s ook ergens blijven steken. We zijn nu aangewezen op de dorpspomp.”

IS oktober 2011 25


Abugum Ayaaba (75)

“Ik krijg een goede prijs” Hoofd van de vereniging van ouders en docenten (Parents Teachers Association, PTA) op de Tanga Kpalsako School

Victoria Ayamba (51)

“Hygiëne is belangrijk” Cateraar op de Tanga Kpalsako School “Ik gaf vroeger al kooklessen. Toen ze op deze school een proef wilden starten, zochten ze iemand met een achtergrond in koken en voeding. Dat was me op het lijf geschreven. Naast de catering neem ik hier de leiding van de kleuterschool op me. Zo kan ik goed in de gaten houden wat het programma voor de jonge kinderen betekent. Een weldoorvoed lichaam is enorm belangrijk voor hun latere schoolprestaties. Ik hanteer strenge normen. Mijn kokkinnen train ik in hygiëne van het voedsel, properheid van de keuken en persoonlijke hygiëne. Lang haar accepteer ik niet, ze moeten hun nagels knippen, zich netjes kleden en geen juwelen dragen als ze bij mij in de keuken komen. In principe is hier veel van de plaatselijke boeren te betrekken: gierst, maïs, pinda’s, dawadawa zaden en bonen. Eiwitten komen van geiten- en schapenvlees en van vis. Maar de productie van de boeren is tamelijk laag. Daar krijg ik de borden niet mee vol. De boeren zijn niet georganiseerd en ze beschikken niet over goede zaden en kunstmest. Ik koop alles direct na de oogst op en sla het op in de voorraadschuur die de gemeenschap heeft gebouwd. Dat vul ik aan met wat ik op de markt in het regionale centrum Zebilla koop. Mijn aankopen moet ik wel regelmatig uit mijn eigen portemonnee doen. Het duurt maanden voor het geld via Accra en het districtskantoor bij mij arriveert. Dat kan natuurlijk niet. Ik houd van de kinderen hier en ik wil alles voor ze doen, maar ik moet er niet op toeleggen.”

26 oktober 2011 IS

“Ik heb vier kinderen hier op school, van zes, tien, elf en veertien jaar oud. Als boer lever ik producten voor de schoolmaaltijden. Ik ben dus dubbel betrokken bij het programma. Mijn land omvat vijf acre (2 hectare) en daarop verbouw ik voornamelijk maïs en bonen. In de droge tijd teel ik tabak, en ik heb bomen die kariténoten dragen. Kijk naar mijn verdorde maïsstengels en je begrijpt dat we al een hele tijd geen regen hebben gehad. Daarom hebben we hier nu een moeilijke tijd. Maar ik moet zeggen dat het schoolvoedingsprogramma mij echt helpt. Wij boeren zijn in staat onze producten meteen na de oogst voor een goede prijs te verkopen. Voor de kinderen is het programma een zegen. Ze weten nu dat ze altijd te eten krijgen op school en daardoor komen ze regelmatig. Ouders zijn ook meer gemotiveerd om hun kinderen naar school te sturen. Ze laten nu ook eerder hun dochters naar school gaan. Zelf ben ik trots dat al mijn kinderen naar school gaan. Ik heb zelfs al kinderen op het voortgezet onderwijs in Tanga zitten.”

SIGN stopt Hans Eenhoorn, voormalig ondernemer (Unilever) en Worldconnector, polste de Ghanese regering in 2004 of ze met buitenlandse steun een schoolvoedingsprogramma wilde beginnen. Eenhoorn was lid geweest van de VN Hunger Taskforce. Aan de Nederlandse kant richtte hij het Schoolfeeding Initiative Ghana Netherlands (SIGN) op, een platform voor publiek-private samenwerking om het programma te ondersteunen. In 2006 ging het Ghanese Schoolvoedingsprogramma van start. Minister Koenders stelde in 2007 40 miljoen euro tot 2010 ter beschikking voor de aankoop van lokaal geproduceerd voedsel. Een jaar later schortte Koenders de steun op omdat er corruptie rond het programma was geconstateerd. In 2009 werd de Nederlandse steun hervat nadat onder meer de nationale coõrdinator was ontslagen. SIGN stopt nu, en houdt een slotconferentie in Den Haag op 27 oktober. signconference.blogspot.com

bureaucratentaal, over ‘retargetting’. Onterecht deelnemende scholen in welvarende delen van Ghana moeten plaatsmaken voor die in het arme noorden en oosten. Corruptie moet uitgebannen worden: het geld moet echt voor maaltijden bestemd worden. De voedingswaarde van de maaltijden moet omhoog door de cateraars te scholen in voedingsleer. Ook het contact tussen de cateraars, die het voedsel namens de school aankopen, en de boeren en de school is voor verbetering vatbaar. “Madam komt altijd op de eerste plaats”, klaagt het hoofd van de kleuterschool Shioda Saaka over de cateraar in Tamale. “We willen controleren waar ze haar geld aan besteedt, waar het voedsel vandaan komt, maar dat staat ze niet toe.” Investeren Het belangrijkste struikelblok, in Tamale en op de andere scholen in het land, is dat de lokale boeren nauwelijks bij het programma betrokken zijn. Zij zouden er juist van moeten profiteren: het voedsel zou direct van de boeren worden betrokken. Daarmee zouden ze verzekerd zijn van een afzetmarkt en een goede prijs. En worden ze gestimuleerd hun areaal uit te breiden en te investeren in zaden en kunstmest. Het is – tot op heden – niet van de grond gekomen. Er zit wel enige beweging in. Eind 2007, toen IS voor het eerst de schoolmaaltijden tegen het licht hield, was de lokale boer nog afwezig. Een onder­zoek van ontwikkelings­ organisatie SNV uit die tijd meldt dat in de meeste scholen minder dan 20 procent van het eten van de boer kwam. Nu ligt dat persentage iets hoger, hoewel recente cijfers ontbreken. Weeffout “We dachten dat de boeren zich zouden organiseren als we ze een afzetmarkt voor 250 dagen per jaar zouden bieden”, verklaart Worldconnector en oud-Unilever-topman Hans Eenhoorn, initiatiefnemer van SIGN en een van de geestelijk vaders van het Schoolvoedingsprogramma. “Dat was naïef. Het was een weeffout in het programma. Arme boeren hebben van nature de neiging risico’s te mijden. Bovendien waren ze wantrouwig en gingen ze niet opeens nieuwe gewassen verbouwen. Ze waren bang dat het programma zo politiek gekleurd was dat het na vier jaar afgelopen zou zijn.” We komen uit op de centrale vraag die Duflo en Banerjee in hun boek Poor Economics proberen te beantwoorden: waarom doen de


armen niet wat wij vinden dat goed voor ze is? Een vraag die IS – met Poor Economics in de rugzak ��� voortdurend bezighoudt tijdens het bezoek aan Ghana. Duflo en Banerjee dragen aan het einde van hun boek (‘in

“Arme boeren hebben de neiging om risico’s te mijden” plaats van een meeslepende conclusie’) een aantal verklaringen aan voor het risicomijdende en soms kortzichtige gedrag van de armen. De eerste is dat de armen niet alle essentiële informatie hebben die ze nodig hebben om een verantwoorde keuze te maken of gewoon verkeerde informatie bezitten. Dat is ook rond het Schoolvoedingsprogramma aan de hand. Het programma werd geassocieerd met een onbetrouwbare overheid die alleen electoraal gemotiveerde keuzes maakt. Dat klopte ten dele, want in de beginjaren kwamen veel maaltijden terecht in de zuidelijke, relatief welvarende regio’s waar de stemmers van de regeringspartij NPP zaten. Maar de boeren zagen niet dat de donoren (lees: Nederland) ook een fikse vinger in de pap hadden en president John Kufuor het als zijn persoonlijke missie zag het programma te laten slagen. Weemoedig Ook al is het nog geen vast onderdeel van de rijksbegroting, het Schoolvoedingsprogramma is inmiddels wel echt gevestigd geraakt. Het vertrouwen bij de boeren kan nu echt groeien. “Het is nu een Afrikaans programma voor Afrikaanse mensen geworden”, concludeert Hans Eenhoorn. SIGN houdt eind dit jaar op en daarmee zijn eigen bemoeienis. Of Nederland het programma blijft sponsoren, is nog niet besloten. Het Partnership for Child Development is samen met de Wereldbank en het Wereldvoedselprogramma in het schoolmaaltijdeninitiatief gestapt en zorgt nu voor scholing en advies van de Ghanese overheid. In de persoon van Daniel Mumuni (zie kader rechts) wordt de SIGN-erfenis meegenomen. Het stemt Eenhoorn tevreden. Hij, man van grote gebaren en grote woorden, blikt weemoedig terug. “Zeven jaar van mijn leven heb ik gepassioneerd in een ideaal geloofd. Ik schaam me er niet voor dat ik er naïef aan begonnen ben. Je gelooft in iets en dan ga je ervoor. Als ik het niet gedaan had, was er helemaal niks gebeurd.”

Daniel Mumuni (31)

“Met alle tegenslag is het toch een succes” Hoofd van het Partnership for Child Development in Ghana. PCD verzorgt ‘technische assistentie’ voor het Schoolvoedingsprogramma. Hiervoor werkte Mumuni voor Schoolfeeding Initiative Ghana Netherlands (SIGN). Hij studeerde in Nederland en pendelt nu tussen Berkel-Rodenrijs, Londen en Accra.

grootste fout die je kunt maken is om voor je eigen regering te werken. Dat kan ik me voorstellen: een regering kijkt niet verder dan de komende verkiezingen en het hele ambtenarenapparaat is politiek gekleurd. Ze willen snelle resultaten die ze bij de volgende verkiezingen kunnen presenteren. Ik maak een punt van de dingen die ik belangrijk vind en de rest laat ik gaan. Soms moet je diplomatiek zijn, soms “Ik run nu nog een eenmansbedrijf voor scherp. Ik wijs de regering erop dat een PCD. Geld hebben ze wel – dat komt van goed beleid rond schoolvoeding nodig is en de Gates Foundation – maar het is niet dat ze daar het parlement in mee moeten eenvoudig om geschikt personeel te vinkrijgen, in plaats van op zoek te gaan naar den. Dus ben ik nu baas, accountant, secre- de ‘quick fixes’. taris en soms koerier. Cruciaal is dat ik het Het programma wordt nu geëxporteerd vertrouwen geniet van de coördinator van naar andere Afrikaanse landen, omdat het het schoolvoedingsprogramma, om hem hier, met alle tegenslag, een succes is goede adviezen te kunnen geven. Dat luis- geworden. Het moeilijkste punt is het tert heel nauw. Ik ben nog een jonge vent, betrekken van de boeren. Maar dat heeft te maar omdat ik in het buitenland heb gestu- maken met de moeizame samenwerking deerd en voor de Nederlanders heb tussen drie ministeries: onderwijs, gezondgewerkt, word ik serieus genomen. Ik fiets heid en landbouw, niet met onwil. Zie in door de hiërarchie heen, maar ik moet Nederland maar eens een programma van oppassen met wat ik zeg. Dit is een polide grond te krijgen waarbij drie ministerie tieke omgeving en de coördinator is een betrokken zijn. politicus, niet zozeer iemand met verstand Ik geloof dat mijn toekomst in Ghana ligt. van dit soort programma’s. Dat erkent hij In januari komen mijn Nederlandse vrouw ook en daarom leunt hij op mensen zoals en mijn twee dochtertjes ook naar Accra. ik. Maar zo gauw ik met de oppositie geas- Mijn vrouw heeft een jaar onbetaald verlof socieerd zou worden, ben ik weg. genomen van haar werk in het ziekenhuis Een bestuurslid van het programma, dat in Dordrecht – ze is kinderpsychiater. We voor de Wereldbank in Kameroen werkt, gaan nog niet meteen alle schepen achter zei me toen ik deze baan aanvaardde: de ons verbranden.”

IS oktober 2011 27


Daar

vietnamwetenschap

sri*lankageschiedenis

Rijst bindt

Beeld Johannes Odé

As van verbrand rijstkaf kan de eigenschappen van beton sterk verbeteren. Dat is vooral in ontwikkelingslanden een uitkomst, zo blijkt uit promotieonderzoek van Tuan Nguyen aan de TU Delft.

Sri Lanka en Nederland knappen samen Jaffna Fort op, dat in beide landen op de lijst van Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed staat. Het fort wordt beschouwd als een van de fraaiste uit de VOC-periode maar is ernstig beschadigd tijdens de dertigjarige burgeroorlog die in 2009 eindigde. Grote delen van de wallen liggen nog in puin en van de Hollandse kerk en het gouverneurshuis resten slechts brokstukken. Eind 2012 moeten de vestingwallen in oude luister zijn hersteld maar nu al trekken de wallen veel (Sri Lankaanse) toeristen aan.

De Afrikanen – en dat zijn voor de meerderheid jonge mensen geloven in toenemende mate in hun toekomst. Zonder de ogen te sluiten voor de ellende die hen nog omringt, zijn zij ervan overtuigd dat ze kansen zullen krijgen, en die ook zullen aangrijpen. Correspondent Kees Broere laat hen op deze plek aan het woord.

28 oktober 2011 IS

lachen om jezelf D 

e kunst om jezelf niet te serieus te nemen is een even waardevolle als lastige. Dat geldt voor individuen, maar ook voor een samenleving. Een maatschappij die zichzelf onderuit durft te halen, al is het tijdens een zaterdagavondgala, is een maatschappij die sterker op haar benen staat. In dat besef toog ik onlangs in Nairobi met vrienden naar ‘The Nite of a Thousand Laughs’. De eerste grap nam ik onbedoeld zelf voor mijn rekening, door op de rode loper voor VIP’s

Een van de beste betonsoorten ter wereld is ultra-hogesterktebeton (UHPC). Het is erg sterk, vloeit gemakkelijk, de waterdichtheid is gegarandeerd en al verstrijken de jaren – de kwaliteit blijft gehandhaafd. Dat komt grotendeels door het gebruik van Silica Fume, kleine bolletjes van silicumoxide die de holtes tussen de cementdeeltjes opvullen en voorkomen dat vreemde stoffen binnendringen. “Maar silicumoxide is duur en moeilijk te krijgen in ontwikkelingslanden”, zegt de uit Vietnam afkomstige wetenschapper Nguyen. Hij promoveerde op onderzoek naar verbrand rijstkaf als bindmiddel.

te gaan staan en daardoor de microfoon van een charmante tv-verslaggeefster onder mijn neus gedrukt te krijgen. Naar welke stand-up comedian mijn aandacht uitging, was haar vraag. Ik had vaag de namen van een paar deelnemende Afrikaanse humoristen gehoord, maar kende hun werk niet. Gelukkig kwam ik met de enige Keniaanse deelnemer op de proppen, en mocht ik de zaal in, na een even hartelijk als onterecht compliment over mijn avondtenue. De sponsoren van de avond waren de belangrijke gasten. Voor hen waren op de vloer van de zaal dinertafels neergezet. Op de tribune zaten een kleine drieduizend eenvoudige, maar

Het bleek een goed alternatief. “Bij het bewerken van rijst komt wereldwijd 28 miljoen ton rijstkaf per jaar vrij. Dat kaf wordt gebruikt als brandstof voor elektriciteitscentrales, daarna gaat de as naar de vuilstort, waar het een bedreiging voor het milieu vormt. Mijn onderzoek heeft aangetoond dat de toepassing van verbrand rijstkaf zowel technisch, ecologisch als economisch haalbaar is.” De verbrande rijstkaf kan silicumoxide nog niet in alle opzichten evenaren. Toch hoopt Nguyen betonproducerende bedrijven in zijn land Vietnam te interesseren voor zijn aanpak. rijkert knoppers

lachgrage Keniaanse zielen, door de ceremoniemeesteres geheel in sfeer aangesproken als de inboorlingen. Een van de wat oudere grappen bleek er nog steeds goed in te gaan. ‘Hoe kun je voor een Afrikaan iets geheim houden?’, vroeg een van de komedianten. ‘Zet het in een boek!’ brulde de zaal, waarvan het gemiddelde opleidingsniveau toch ver boven de middelbare school lag. Lachen om jezelf dus. Onbedaard en onbeschaamd. Zelfs Kenya Airways, ’s lands nationale trots, had als sponsor humoristische stewardessen ingezet. Iedereen werd belachelijk gemaakt. En kwam als beter mens de zaal uit.   kees broere


Aandeel Afrika

Rosenthal op de bres voor vrouwen De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal, nam het tijdens de jaarvergadering van de Verenigde Naties in New York op voor vrouwen. “Het is gedaan met de slachtofferrol.”   Minister Rosenthal schoof in New York aan bij een discussie over de rol van vrouwen rond voedselzekerheid. Vrouwen – meer dan mannen - zorgen er volgens het Wereldvoedselprogramma voor dat iedereen te eten krijgt en dat het ook nog gezond is en eerlijkwordt verdeeld. De praktijk is weerbarstiger. Naar schatting 60 procent van de mensen die chronisch honger hebben, zijn vrouwen en meisjes. Die situatie doet zich vooral voor in landen waar vrouwen het minst te vertellen hebben. “Dat moeten we rechttrekken,’’ vindt premier Sheikh Hasini van Bangladesh, die meteen met trots vertelt dat in haar land maar liefst 12.828 vrouwen een zetel bekleden in de lokale politiek en 64 vrouwen lid

afrikaeconomie

West-Afrika last van eurocrisis Al ruim zeventig jaar zijn de financiën van vijftien Afrikaanse landen verbonden aan Europa. Wat merken zij van de eurocrisis? West-Afrikaanse ministers kwamen afgelopen maand bijeen in een noodvergadering. Zij vroegen zich af hoeveel er nog overblijft van de economische groei, de ontwikkelingshulp en de buitenlandse investeringen als de eurocrisis echt doorzet. Het is niet de eerste keer dat de West-Afrikaanse landen voor deze vragen staan. Net na de Tweede Wereldoorlog kreeg West-Afrika zijn eigen munt, de Colonies Françaises d’Afrique, afgekort als CFA. Europa was een puinhoop en de Franse franc was niets meer waard. Door een Afrikaanse munt te creëren beschermde Frankrijk het Afrikaanse deel van zijn economie. De meeste landen, met uitzondering van Guinee, besloten nadat ze in de jaren zestig

zijn van het parlement. Rosenthal haalt een voorbeeld aan uit Rwanda, waar de Rabobank met de Banque Populaire du Rwanda een vestiging heeft geopend die zich volledig op vrouwen richt. Binnen de kortste keren had die 12.000 klanten die er geld leenden om een bedrijf te starten. Een tweede ‘vrouwenbank’ is in oprichting. Rosenthal: “We moeten inzien dat vrouwen een cruciale rol spelen in de maatschappij en economie.’’ Volgens hem kunnen overheden en bedrijven, zoals DSM, de Rabobank en Unilever helpen bij het versterken van de rol van vrouwen.“Gezamenlijk kunnen zij zorgen dat vrouwen toegang krijgen tot goede voeding, krediet, land, productiemiddelen, inkomen en markten.” stijn hustinx

Beeld Stijn Hustinx

newyorkvrouwen

onafhankelijk werden, vast te houden aan de CFA. Wel kreeg de munt een nieuwe naam: Communautée Financière d’Afrique. Er was alleen weinig Afrikaans aan: tweederde van de Afrikaanse geldreserves lag bij de Franse Centrale Bank, Franse commissarissen zaten in het bestuur van de nieuwe Afrikaanse centrale banken en de wisselkoers lag vast. Bijna tien jaar geleden werd de CFA gekoppeld aan de euro: voor 1 euro krijg je 656 CFA. Nu is het opnieuw crisis in Europa en zit West-Afrika met een probleem.   Als de euro stijgt, gaat de CFA mee. Dat betekent dat kopers dure exportproducten laten liggen. Bovendien worden in de CFAzone vooral producten verkocht die in dollars worden berekend, zoals olie, katoen, koffie en cacao. Omdat de dollar al tijden zwak staat tegenover de euro, pakt dit onvoordelig uit voor de West-Afrikaanse regio. Het is de vraag of het loskoppelen van de CFA West-Afrika op dit moment veel soelaas biedt, omdat importproducten bijvoorbeeld duurder zullen worden. De ministers moeten nog heel wat rekensommen maken voordat ze een beslissing nemen.   bram posthumus

Journalist en Afrikakenner Roeland Muskens wordt durfkapitalist. Hij investeert in een bedrijf in Burkina Faso. Voor IS doet hij verslag van zijn mede-eigenaarschap.

Daniel is een held

I  

k dacht dat ik een durfinvesteerder was met m’n duizend euro die ik gestoken heb in Isomet, het bedrijfje in zonneenergie in Burkina Faso (zo, u weet weer waar deze column over ging). Weet u wie er echt z’n nek uitsteekt? Daniel Knoop. Daniel is zelf een bedrijfje begonnen in Congo. Hij verwerkt cassave die hij koopt van lokale boeren. Ik kwam Daniel laatst tegen tijdens een debat over ‘Geld verdienen aan Afrika’. Lekker provocerende titel. Daniel was ooit ontwikkelingswerker, maar bedacht dat Afrika veel meer heeft aan ondernemers die durven te investeren in kansen voor arme mensen. Zou-ie wel eens gelijk in kunnen hebben. Tijdens het debat werd een filmpje vertoond waarin we Daniel zien praten met zijn leveranciers. Hoewel Daniel werkt ‘onder de tucht van de markt’ zag ik toch vooral een vriendelijke ontwikkelingswerker aan het woord. Ik zag helaas geen winst in het verschiet. Ik had één vraag voor Daniel: “Waarom ben je zelf gaan ondernemen in Congo? Waarom steun je in plaats daarvan geen Congolese ondernemer? Waarom moet een Nederlander de baas zijn van een cassavefabriek in Congo?” Daniels antwoord was simpel: “In Congo zijn geen goede ondernemers.” Ik kan dat niet controleren. Als Daniel het zegt... Misschien moet hij gewoon beter zoeken. Het maakt wel dat ik blij ben dat ik William Ilboudo heb, mijn ondernemer uit Burkina Faso. Ik weet niet of William een goede ondernemer is, maar ik zie mezelf in ieder geval niet door de bush rijden met een truck vol cassavemeel. Ik zie mezelf niet onderhandelen met boeren over logistieke problemen. Ik zie mezelf niet piekeren over waarom mijn leveranciers kortetermijnvoordeeltjes verkiezen boven zekere winst over een langere termijn. Ik ben waarschijnlijk zelf geen ondernemer. Daniel misschien wel. Hij is in ieder geval een held. Wat we gemeen hebben, is dat we allebei nog geen cent hebben verdiend aan Afrika. roeland muskens IS oktober 2011 29


Daar

wereldmensen

op doorreis indiaeconomie

Post met een boodschap Een koeriersbedrijf in Mumbai heeft alleen dove en slechthorende werknemers in dienst. Zo wil de oprichter het sociale stigma tegengaan en de slechte economische situatie van de doven verbeteren. In de drukke binnenstad van Mumbai is het kantoor van Mirakle Couriers een oase van stilte. Het enige geluid komt van zes dove vrouwen die in hoog tempo brieven in postvakjes stoppen. “Het is hier net als in elk ander kantoor”, vertelt oprichter Dhruv Lakra. “Het personeel roddelt en maakt ruzie, maar dan via gebarentaal of sms.” Het koeriersbedrijf telt 68 medewerkers, op een paar na allemaal doof of slechthorend. Toen Lakra - zelf horend - drie jaar geleden begon met Mirakle Couriers, koos hij bewust voor doof personeel. “In de Indiase maatschappij tellen doven niet mee. Ze krijgen slecht onderwijs en belanden op straat als bedelaar of met laagbetaalde baantjes als kaarsenmaker of vuilnisophaler, terwijl ze tot veel meer in staat zijn.” De 22-jarige dove

supervisor Vanita vertelt in gebarentaal dat er een sociaal stigma rust op doven en slechthorenden. “Mensen denken dat we dom zijn en alleen kunnen bedelen. In deze baan laat ik zien dat dat niet zo is.” Bij het koeriersbedrijf krijgen de werknemers het minimumloon, bonussen en een zorgverzekering. Zelfs voor ‘normale’ Indiase werknemers een zeldzaamheid, verzekert Lakra. De Indiër wil zijn bedrijf snel laten groeien, maar niet voor eigen gewin. “Geld interesseert me niet, het is een bijproduct dat nodig is om meer dove mensen aan het werk te helpen.” Tot dusver lukt hem dat door onder andere Vodafone als klant binnen te halen en het aantal bezorgde brieven, pakketjes en tijdschriften in 2010 te verdriedubbelen. bart speleers

Wie: Ezekiel Katato (48) Waar: Amsterdam Waarom: om zijn visie op ontwikkelingshulp te geven (op uitnodiging van het online netwerk VoiceOver2015) Twintig kilometer lopen naar de waterpoel, dertig kilometer naar het intercafé. Voor Ezekiel Katato uit Kenia zijn het normale afstanden. Als je dagelijks met je vee zulke afstanden loopt, hoe wist je dan van het bestaan van VoiceOver2015? “Ik ben herder, maar daarnaast organiseer ik al negentien jaar ontwikkelingsprojecten in kleine dorpen. Een vriend van me vertelde me over een forum waar allerlei mensen uit ontwikkelingslanden met elkaar discussiëren over de ontwikkeling van hun land. Toen ben ik direct naar het internetcafé gelopen en heb me aangemeld.” En nu ben je in Nederland! Nogal een overgang, van de droge savanne naar de Nederlandse herfstregen. “Raar om te zien dat hier zo veel water is, terwijl mijn landgenoten lijden onder de droogte. Ik ben hier naar de polder geweest en zag overal water, water en nog eens water. Ik zou graag wat water mee naar huis nemen.” Je praat hier met mensen uit onder andere Honduras, Zimbabwe en de Filippijnen. Wat leer je van hen? “We zijn allemaal mensen met hetzelfde doel: armoede bestrijden in ons land. Hier delen we onze ervaringen en kennis. Ze hebben me geleerd hoe ik op internet informatie kan zoeken. Van Google had ik nog nooit gehoord! Ook heb ik een profiel op Facebook aangemaakt, zodat ik met alle mensen die ik hier heb ontmoet, contact kan blijven houden.” Je bent de eerste uit je dorp die met een vliegtuig heeft gevlogen. Wat vertel je je familie als je terugkomt? “Dat het belangrijk is onze Masai-cultuur te behouden! Hier in Nederland was iedereen geïnteresseerd in mijn rode masaikleed, mijn sieraden en mijn zweep gemaakt van de staart van een gnoe. Iedereen op straat sprak me aan. Het is iets waar we trots op zijn, en waar toeristen op af komen. En die zijn juist zo belangrijk voor Kenia!” hanna hilhorst

30 oktober 2011 IS


Marcia

egyptepolitiek

Stoomcursus campagnevoeren in Caïro

Marcia Luyten is journalist en publicist. Tot vorig jaar woonde ze met man en drie kinderen in ­Uganda. www.marcialuyten.nl

Beeld Maurits Giesen

De parlementsverkiezingen in Egypte staan voor de deur, inclusief een scala aan nieuwe politieke partijen zonder ervaring. Zij kunnen wel tips van ervaren campagnevoerders gebruiken.

Beeld Albertine Piels

Het open data-bos I 

Doaa’s (25) ogen glinsteren als ze vertelt over haar politieke plannen. “Ik wil een zetel in het parlement. Dit is ook mijn land.” Hoewel haar ouders ertegen zijn – politiek is een mannenzaak – neemt ze deel aan de cursus campagnevoeren. “Mijn moeder wil dat ik trouw en een gezin begin, maar ik droom van een eigen partij.” Vooralsnog is ze lid van Civilisation, een kleine partij met een paar honderd leden en zo’n duizend aanhangers, opgericht in de golf van enthousiasme na de revolutie. “Er wordt weinig georganiseerd. De leden zijn lui, we hebben de afgelopen drie maanden slechts een handjevol bijeenkomsten gehad”, zegt Doaa ontevreden. Ook de manier van communiceren van de partijleiding bevalt haar niet. “Zij nemen alle beslissingen, er is weinig ruimte voor overleg en onze inzichten. Maar we hebben lang genoeg in een dictatuur geleefd.” Daarom zet Doaa nu voorzichtig de stappen richting een eigen partij. Naast Doaa’s partij zijn leden van

de Egyptian Freedom Party, de Justice Party, De Free Egyptians Party en de Freedom en Justice Party van de Moslimbroederschap aanwezig bij deze bijeenkomst van het Danish Egyptian Dialogue Institute. Allemaal zijn ze volgens de deelnemerslijst opgericht in 2011 of ‘onder constructie’. Kay van der Linden, oud-campagnevoerder voor Pim Fortuyn en de New Yorkse burgemeester Giuliani, en Erik van Bruggen leren hen namens het Nederlandse campagnebureau BKB de fijne kneepjes van het vak. Aangezien de namen van de verschillende partijen erg op elkaar lijken, hameren de trainers op het belang van onderscheidendheid. Hun advies: focus op één onderwerp. “Onmogelijk”, vindt een deelnemer. “We hebben in Egypte te veel problemen die we moeten aanpakken.” Doaa wil zich richten op onderwijs en vrouwenrechten. “De cursus campagnevoeren geef ik nu aan mijn vrienden, zodat ze mij straks kunnen helpen.” albertine piels

k dacht dat het verkeerde plaatje op het scherm verscheen. Er kwam een soort van telefoonboek waar het nieuwe ‘Open Data Systeem’ van Buitenlandse Zaken had moeten worden gepresenteerd. Eerder zag ik hoe verleidelijk de Wereldbank dat doet: met flitsende applicaties die voor meer dan 200 landen projecten met resultaten geven. Die meer dan 1200 (!) indicatoren voor ontwikkeling in beeld brengen. Klik op ‘Mozambique’ en zie in één oogopslag waar ik voorheen een uur naar moest googlen: nationaal inkomen, geletterdheid, levensverwachting, werkloosheid, stedelijke ontwikkeling en meer. Alles in grafieken die trends laten zien, plus doorkliks naar kleurige taarten vol flashy pop-ups. De Wereldbank investeerde 8 miljoen dollar in haar Open Data Systeem. Ze trainde al haar medewerkers. Die moeten voortdurend nieuwe gegevens ‘inkloppen’. De afgelopen tien jaar nam de steun voor ontwikkelingshulp af. Mensen betwijfelen of het geld goed terecht komt. In de hoop dat tij te keren, zet het ministerie de luiken wijd open. Transparantie, zo is de hoop, zal helpen het vertrouwen terug te winnen. Maar wat is die openheid waard wanneer alle data op een hoop zijn gegooid? Het is alsof de Koninklijke Bibliotheek haar hele collectie uit de rekken trekt, in een sportzaal mikt, en zegt: iedereen krijgt een gratis pasje. Daar komt bij dat transparantie niet zaligmakend is. Burgers weten nu veel beter wat de overheid doet dan tien jaar geleden. Het vertrouwen werd kleiner. Bovendien is het moeilijk om complexe ontwikkelingsprocessen te herleiden tot projecten en resultaten. Je kunt laten zien hoeveel operatiekamers zijn geleverd aan Afrikaanse ziekenhuizen, maar niet of het personeel voldoende getraind en gedisciplineerd is om zuurstofflessen en plasma bij te vullen. Toch hangt een leven vooral van het laatste af. Buitenlandse Zaken bekeek de website van de Wereldbank, maar besloot om alleen ‘micro-data’ aan te leveren. “Anderen kunnen daar iets moois van maken”, zei de topambtenaar. “Een maatschappelijke organisatie of misschien een hacker.” Dat hackers van alles kunnen, is de overheid na DigiNotar wel bekend. Laten we hopen dat het telefoonboek de opmaat is naar een goed verteerbaar, liefst lekker overzicht - voordat de burger concludeert dat het arrogant is om hem zo het bos in te sturen. IS oktober 2011 31


Schaarste aan grondstoffen biedt lokale producenten kansen

Kleine boer wint terrein tekst han van de wiel beeld martyn f. overweel

* Van hout tot koffie: bedrijven en maat-

schappelijke organisaties zetten zich steeds vaker samen met de overheid in voor duurzame productie. * Grote bedrijven stellen er hun grondstoffen mee veilig, maar zijn zij de enige die van de samenwerking profiteren? at zou er terecht zijn gekomen van het FSC-keurmerk, zonder houthandel A. van den Berg in Nieuwerbrug aan den Rijn? De twee vonden elkaar in de tweede helft van de jaren negentig en het was liefde op het eerste gezicht. FSC, de standaard voor goed bosbeheer, bestond toen nog vooral op papier. Hout met een FSC-keurmerk was indertijd nauwelijks te krijgen. Het familiebedrijf A. van den Berg draaide goed, maar de eigenaren hadden er moeite mee dat de bedrijfswinst ten koste ging van tropische bossen. Het bedrijf ging daarom actief op zoek naar duurzaam hout. In 1996 kwam A. van den Berg in contact met Precious Woods. Deze groep Zwitserse beleggers bezat in Brazilië een groot bos; duurzaam, maar niet FSC-gecertificeerd. De proeflading hout die A. van den Berg bestelde, bood voldoende basis voor intensievere samenwerking en binnen een jaar was FSC-certificering van het Precious Woodsbos in Brazilië een feit.

W 

32 oktober 2011 IS

Paraplu Vanaf 2007 kreeg de handel in duurzaam hout een nieuwe impuls toen de samenwerking werd beklonken in een zogeheten millenniumakkoord. De toenmalige minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders stelde tientallen miljoenen euro’s beschikbaar voor bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden die publiekprivate partnerschappen aangingen om vaart te maken met de millenniumdoelen, het wereldwijde voornemen om armoede en honger te halveren in 2015. Een van de vele voorstellen die het licht zagen, was The Amazon Alternative (TAA), onder de paraplu van het Initiatief Duurzame Handel. “Kort samengevat wil TAA 4 miljoen hectare extra bos FSC-certificeren in Peru, Bolivia en Brazilië”, vertelt programmaleider Eva Smulders van ontwikkelingsorganisatie ICCO, penvoerder van TAA. “Maar ICCO’s doel gaat verder: wij willen de lokale gemeenschappen betrekken bij de markt.” Goede relaties Ook Precious Woods, dat in 2005 houthandel A. van den Berg heeft overgenomen, is aangesloten bij TAA. “Het is ook in ons belang dat er veel gecertificeerd bos is in de Amazone”, zegt Andries van Eckeveld, product- en aankoopmanager van Precious Woods Europe. “Het totale houtvolume dat we uit onze eigen bossen halen, is te beperkt. We

zijn voor ongeveer 40 procent afhankelijk van de houtaanvoer uit andere gecertificeerde bossen. TAA helpt ons om het netwerk uit te breiden.” Precious Woods heeft behalve in Brazilië geen eigen bossen in de Amazone en moet het FSC-gecertificeerde hout dus elders aankopen. Eva Smulders van ICCO: “Daarbij kunnen wij het bedrijf goed helpen. Wij heb-

“Als je publiek-private partnerschappen neoliberaal noemt, heb je er weinig van begrepen” ben coördinatoren die de situatie ter plaatse kennen en goede relaties hebben. Wij weten waar nieuwe certificeringen plaatsvinden.” Verdienmodel Het Amazone-initiatief financiert de helft van het verbetertraject dat nodig is voordat kan worden overgegaan tot certificering van bos en productie. Daar zitten volgens Smulders veel voordelen aan als je het proces bekijkt vanuit een ontwikkelingsperspectief. “Een verbetertraject gaat over arbeidsomstandigheden, zeggenschap, veiligheid, milieu.” De andere helft van het verbetertraject wordt betaald door de lokale samenwerkingspartner. “Er moet een verdienmodel zijn, anders


is het project niet levensvatbaar. Toekomstige certificeringskosten moet het houtbedrijf zelf betalen. Het heeft geen zin een bedrijf jarenlang de hand boven het hoofd te houden als er geen markt voor zijn producten is.” Andries van Eckeveld is duidelijk over de rol van Precious Woods in het initiatief: “Wij zijn een bedrijf, geen ontwikkelingsorganisatie. Door hout af te nemen, zorgen we voor werk en inkomen in de lokale gemeenschappen. Dat draagt bij aan ontwikkeling. Directe samenwerking met een lokale gemeenschap vinden we een brug te ver. Er ontbreekt dan een schakel tussen de partijen.” Ontwikkelings- en bedrijfsdoelen kunnen niet zonder elkaar, meent Van Eckeveld. “Een sociaal programma moet toch ook zijn ingebed in een levensvatbaar verdienmodel? In het begin was er inderdaad enig verschil in het verwachtingspatroon. Wij wilden meer accent op de levering van hout, terwijl andere partijen de nadruk legden op sociale doelen. We hebben daar een balans in gevonden.” Grondstoffen Zo goed als TAA lopen partnerschappen niet altijd, blijkt uit onderzoek van Verena Bitzer, die begin dit jaar promoveerde aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift Partnering for Change in Chains. Daarin onderzoekt ze het vermogen van partnerschappen om mondiale agrarische productketens te verduurzamen. Ze zoomt in op koffie, cacao en

katoen. Haar conclusie is niet mals: partnerschappen hebben een ‘beperkte invloed’ op problemen als armoede, milieuvervuiling en uitbuiting van arbeiders. Partnerschappen versterken de machtspositie van kleinscha-

“De machtsverhoudingen verschuiven van vraag naar aanbod” lige boeren niet. De meeste partnerschappen werken met certificering van de keten, maar de voordelen hiervan zijn ‘vaak onduidelijk’. Als klap op de vuurpijl: partnerschappen promoten vooral een neoliberale agenda. Toch is Bitzer, die tegenwoordig verbonden is aan de Wageningen Universiteit, niet alleen negatief over partnerschappen. “Want wat was er vóór? Bedrijven spraken toen niet over duurzame ontwikkeling en kleine boeren. Maar in de partnerschappen zijn bedrijven momenteel heel dominant. Ze zoeken versterking van hun marktpositie en willen het aanbod van grondstoffen waarborgen. Dat zijn legitieme doelen, maar de doelen van boeren worden niet gelijk gewaardeerd.” Volgens Bitzer zijn ontwikkelingsorganisaties te ver meegegaan in het nastreven van meetbare doelen. Het effect van trainingen van boeren om te leren om voor hun belangen op te komen, is bijvoorbeeld moeilijk in

cijfers te vatten. Grote bedrijven zijn bepalend in de productieketens en de positie van kleine boeren is zwak. Certificering van de productie werkt om die reden niet. “Het idee van certificering was dat de boer, als primaire producent, extra inkomen krijgt. In werkelijkheid gaat de meerprijs van certificering naar alle schakels in de keten en weet de boer niet eens hoeveel de westerse consument voor zijn product betaalt. Er is totaal geen transparantie, behalve in de fairtrade keten.” Standaard De kritiek van Bitzer heeft directeur Nico Roozen van ontwikkelingsorganisatie Solidaridad allerminst overtuigd. Solidaridad geldt als de kampioen van de samenwerking met het bedrijfsleven. “Bitzer noemt publiek-private partnerschappen neoliberaal. Daarmee trap je me op mijn ziel”, zegt Roozen. “En dan heb je er volgens mij niet veel van begrepen.” De toenemende schaarste aan grondstoffen heeft tot hogere prijzen geleid. “Daarmee verschuiven de machtsverhoudingen in de ketens van vraag naar aanbod. Je ziet de onderhandelingspositie van producenten in het algemeen, en zeker van georganiseerde kleine boeren die samenwerken, sterker worden.” Als voorbeeld geeft Roozen de inkoop door Douwe Egberts. Zocht de koffiebrander tien jaar geleden nog anoniem, vanachter beeldschermen, wereldwijd naar de goedkoopste koffie, tegenwoordig gaat het bedrijf

IS oktober 2011 33


langdurige relaties aan met ‘zijn’ koffieboeren. “Het is de enige methode om leveringszekerheid te hebben voor de toekomst”, legt Roozen uit. “Een koffieproducent met het UTZ-keurmerk voor mens en milieu kan zien welke prijzen zijn collega’s krijgen voor bepaalde koffiekwaliteiten. Dat versterkt zijn onderhandelingspositie.” Echter, vrijwillige publiek-private partnerschappen houden ergens op, zegt Roozen.

Peter Psycholoog en filosoof Peter van Lieshout is lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij leidde het onderzoek naar de toekomst van ontwikkelings­ samenwerking, dat resulteerde in het rapport Minder pretentie, meer ambitie. Hij reflecteert voor IS over de voortgaande discussie rond het rapport.

“Op een bepaald moment moet de overheid de standaard die een partnerschap stelt tot geldende norm maken. Je hebt een actieve overheid en internationale regelgeving nodig om de markt opnieuw te organiseren.” Vuilnis Bij Max Havelaar, de organisatie die het keurmerk voor fairtrade producten in Nederland beheert, herkent directeur Peter d’Angremond zich wél in de analyse van Bitzer. “Wij zorgen ervoor dat kleine producenten kansen krijgen om zichzelf te ontwikkelen, zodat ze een rol van betekenis kunnen spelen op de wereldmarkt. Dat is iets anders dan de productie duurzamer maken. Wij sleutelen aan de machtsverhoudingen. Boeren moeten zich organiseren, anders hebben ze geen pepernoot in te brengen in de mondiale grondstoffenhandel.” d’Angremond merkt op dat veel publiek-private partnerschappen ‘exclusief zijn voorbehouden aan grote bedrijven. Die zoeken via hún routes naar de manier waarop ze hun doelen kunnen bereiken, waarbij ze kleine boeren gemakkelijk kunnen overslaan’. Essentieel om het stempel ‘fair trade’ te kunnen bemachtigen, is de premie die boeren (‘dus niet het bedrijf, of de landeigenaar’) krijgen. Die komt bovenop de prijs van hun producten, ‘zodat ze in hun eigen toekomst kunnen investeren’. In de praktijk is het geld vooral bestemd voor investeringen die de productiviteit doen toenemen. Ook gaat er geld naar scholing, gezondheidszorg en infrastructuur. Een Colombiaanse coöperatie stak het geld in het opzetten van een vuilnisophaaldienst. “Wij als verwende Nederlanders denken dat de overheid daarvoor zorgt, maar in veel landen is dat niet het geval. De enorme rotzooi leidt tot ziektes en vervuilde grond”, zegt d’Angremond. “Vuilnis ophalen is van groot belang. Als je alleen oog hebt voor de opbrengst per hectare en de inkomsten voor boeren, zie je dit soort verbeteringen makkelijk over het hoofd.”

34 oktober 2011 IS

Beeld Anneke Hymmen

“Als boeren zich niet organiseren, hebben ze geen pepernoot in te brengen in de mondiale grondstoffenhandel”

Help Busan B 

innenkort verzamelt de hele internationale hulpgemeenschap zich in Busan, in het zuiden van Korea, om daar wederom te confereren over de toekomst van de hulp. Net als eerder in Parijs en Accra zal dat, hopelijk, tot nieuw elan en nieuwe afspraken leiden. Het goede nieuws is dat de wereld zich op deze wijze laat verenigen, ook al weet iedereen dat intenties en afspraken niet altijd worden nagekomen. Sla de vele evaluaties van de eerdere afspraken er maar op na. Dat neemt niet weg dat het goed is om een poging te wagen. Er gaat minstens enige wervende kracht uit van breed ondertekende verklaringen. Het probleem met Busan zit dan ook niet in de relatieve vrijblijvendheid. Die is in de huidige wereldorde nu eenmaal niet eenvoudig op te lossen. Het echte probleem schuilt in de vraag of het nog langer verstandig is om de hele hulpgemeenschap bij elkaar te brengen als ontwikkeling het doel is. Busan zal vooral in het teken staan van de ‘effectiviteit van hulp’, maar dat grenst aan een contradictio in terminis. De meest effectieve instrumenten om ontwikkeling tot stand te brengen, bevinden zich immers buiten het terrein van de directe hulp. Het relatieve gewicht van hulp bij het tot stand brengen van ontwikkeling zal de komende jaren alleen maar verder afnemen. Dat is de échte opgave voor Busan: verbinding maken tussen de klassieke hulp en de bredere benadering van ontwikkeling. Dat is niet eenvoudig: grote, langzaam gegroeide systemen kunnen zichzelf maar slecht innoveren – daarvoor spelen te veel gevestigde belangen een rol. Bovendien is het verre van eenvoudig om een goede praktische invulling te vinden. Hoe maak je precies een connectie met de wereld van handel, migratie en klimaat? Illustratief is dat ook de ontwikkelingsclub van de OESO, de DAC, al enkele jaren claimt te redeneren in termen van global public goods, maar zich in de praktijk toch erg blijft richten op klassieke (ODA-) hulp. Lukt het in Busan niet om een betekenisvol antwoord te vinden op deze opgave, dan wordt dit, naar ik vermoed, de laatste van de grote hulpconferenties.


SER: Bedrijven belangrijke rol bij ontwikkeling

Vrijblijvend advies * Medio september kwam de Sociaal-Econo-

mische Raad met het advies Ontwikkeling door duurzaam ondernemen. * De private sector is cruciaal voor duurzame groei in ontwikkelingslanden, zo staat er te lezen in het rapport. Een verfrissend inzicht of een open deur? tekst han van de wiel

e Sociaal-Economische Raad (SER) adviseert kabinet en parlement over de hoofdlijnen van het te voeren sociaal-economisch beleid. Het advies Ontwikkeling door duurzaam ondernemen is in maart aangevraagd door staatssecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken. Knapen wilde weten op welke wijze bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheid beter kunnen samenwerken om zijn nieuwe ontwikkelingsbeleid vorm te geven. Lees: meer ruimte te bieden voor het Nederlandse bedrijfsleven. Volgens SER-voorzitter Alexander Rinnooy

D 

“Knapen kan hier niks mee. Ik verwacht dat het advies in een bureaula verdwijnt” Kan, tevens voorzitter van de commissie die het advies heeft voorbereid, bouwt het advies voort op het in januari 2010 verschenen rapport Minder pretentie, meer ambitie, van de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. De SER constateert, niet geheel onverwacht, dat een goed ontwikkelde private sector ‘cruciaal’ is voor duurzame groei en werkgelegenheid in ontwikkelingslanden. En dat het Nederlandse bedrijfsleven daaraan bij kan dragen, mits de vraag uit ontwikkelingslanden centraal staat, zo staat er te lezen in het zestig pagina’s tellende advies. De SER adviseert verder om de steun voor het Nederlandse bedrijfsleven niet te beperken tot de vijftien partnerlanden, want ‘inter-

nationale handels- en productieketens houden zich immers ook niet aan landenlijsten’ en ‘het bedrijfsleven opereert bovendien vaak grensoverschrijdend’. Thierry Sanders, directeur van BiD Network dat ondernemers in ontwikkelingslanden koppelt aan investeerders, vindt het ‘hartstikke goed en logisch’ dat de SER adviseert de landenlijst los te laten. “De meeste armen wonen in grote landen waar Nederland geen hulp aan geeft. Denk aan China, India en Nigeria. Bedrijven zoeken naar kansen in sectoren en gaan niet naar Burundi omdat dat op de Nederlandse landenlijst staat.” Bureaula “Er zit geen kritische visie in, geen vooruitblik.” Paul Hoebink, bijzonder hoogleraar Ontwikkelingssamenwerking aan de Radboud Universiteit, is snoeihard in zijn oordeel. “Knapen kan hier niks mee. Ik verwacht dat het advies in een bureaula verdwijnt.” De discussie rond investeringen van het bedrijfsleven in ontwikkelingslanden draait volgens Hoebink altijd om de volgende vragen: sluizen bedrijven de winsten niet weg en produceren ze conform de westerse regels voor arbeidsomstandigheden, mensenrechten en milieu. “Ik wil daar nog een vierde vraag aan toevoegen: verdringen ze geen lokale werkgelegenheid? Deze vragen komen niet aan bod. De SER gaat ervanuit dat bedrijven van grote betekenis zijn voor de ontwikkelingslanden. Ik sluit dat niet uit, maar het is geen automatisme. De SER heeft geen expertise op dit terrein, waardoor het advies zo plat als een dubbeltje is.” Handhaving De SER doet de aanbeveling om de vernieuwde OESO-richtlijnen (onder meer over ketenbeheer en mensenrechten) te hanteren bij de toekenning van subsidie aan bedrijven uit ontwikkelingsgelden. Met als uiterste consequentie het terugvorderen van de subsidie. Thierry Sanders is daar niet enthousiast over: “Er is helemaal geen geld voor handhaving. Hoe komt de Nederlandse overheid te weten dat de richtlijnen bij een

Nederlands bedrijf in een ontwikkelingsland worden overtreden? De auditors die in opdracht van de overheid de bedrijven controleren zijn daarin niet gespecialiseerd. En hoe weten medewerkers van een bedrijf dat de richtlijnen geschonden worden en dat ze daarover kunnen klagen, en bij wie?” Meer heil ziet Sanders in de verplichting aan bedrijven ondernemingsraden op te zetten, zodat een dialoog tussen werkgevers en werknemers op gang komt. De SER onderstreept in zijn advies uitvoerig het belang van de dialoog tussen sociale partners in ontwikkelingslanden, maar de aanbevelingen op dit punt zijn heel algemeen. Hoebink heeft een alternatief advies voor Knapen. “Wat mij betreft laat hij eens goed evalueren hoe het Nederlandse bedrijfsleven en de publiek-private partnerschappen in ontwikkelingslanden functioneren.”

Wat wil de SER? Hoe kan het bedrijfsleven meer betekenen voor duurzame groei en werkgelegenheid in ontwikkelingslanden? Een greep uit de aanbevelingen van de SER:

1 

Op de eerste plaats moet het bedrijfsleven in ontwikkelingslanden zelf worden gestimuleerd. Nederlandse ontwikkelingshulp kan daarbij een rol spelen door investeringen te stimuleren in markten met een ‘bijzonder ontwikkelingspotentieel’, zoals landbouw, energie, infrastructuur en de financiële sector.

2 

Mogelijkheden om ontwikkelingsimpact van het Nederlandse bedrijfsleven te vergroten: [ Het programma voor het Nederlandse bedrijfsleven moet niet beperkt blijven tot de vijftien partnerlanden. [ De OESO-richtlijnen voor multinationals (gedragsregels op het gebied van onder meer arbeidsverhoudingen, milieu, corruptie, verslaglegging) moeten als ‘strikte voorwaarde’ gelden bij het toekennen van subsidie aan Nederlandse bedrijven uit het ontwikkelingsbudget. [ Bedrijven die hun ontwikkelingsimpact willen vergroten, moeten extra ondersteuning krijgen. [ Ambassades moeten meer kennis en menskracht krijgen om het Nederlandse bedrijfsleven te ondersteunen.

3 

De positie van sociale partners moet versterkt worden en de sociale dialoog in ontwikkelingslanden moet worden bevorderd. Hierbij staat de Decent Work-agenda van de internationale arbeidsorganisatie (ILO) centraal. www.ser.nl

IS oktober 2011 35


Interview stephen Ellis, afrikanist

* Afrika is bezig met een opmars op het *

wereldtoneel, betoogt afrikanist Stephen Ellis in zijn nieuwste boek. Het Westen moet nog wennen aan Afrika’s nieuwe rol. “Het debat over Afrika loopt decennia achter.”

tekst pieternel gruppen beeld martin waalboer

“De oude dorpelingen bestuderen het gedrag van de beesten, ze bekijken de bomen en planten om te begrijpen wat komend seizoen gaat brengen.” Achter een grote mok café latte in een drukbezocht café in het centrum van Amsterdam schetst afrikanist Stephen Ellis het beeld van het regenseizoen in Afrika. “Het is een mooi moment. Iedereen ziet in de natuur de voortekenen die hij graag wil zien. Zal er op tijd regen vallen? Wordt het een rijke oogst? Maar die tekenen zijn nooit eenduidig en zeggen meer over het seizoen dat voorbij is dan over wat komen gaat.” Historicus Ellis, verbonden aan het AfrikaStudiecentrum in Leiden en aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, probeert in zijn boek Het regenseizoen hetzelfde te doen als de dorpelingen. Hij maakt een analyse van de plaats die Afrika op dit moment in de wereld inneemt. Zonder de toekomst te willen voorspellen, benadrukt hij keer op keer. “Ik ben historicus, geen profeet.”

e

“Ik ben geen profeet” 36 oktober 2011 IS

Precies veertig jaar geleden kwam u voor het eerst in Afrika. Wat ging u er doen? “Na de middelbare school ging ik als vrijwilliger op een school in Kameroen werken als docent Engels. Ik was nog maar achttien jaar oud en wist niets van de wereld. Ik was één keer op vakantie in Frankrijk geweest, dat was het. Ik was op zoek naar avontuur en daarbij, ik ben nu bijna gegeneerd om het te zeggen, wilde ik als goed opgeleide jongen ook iets doen voor de arme mensen in de derde wereld. Nu vind ik dat ontzettend naïef en dat was het ook. Het was heet, alles was vreemd en ’s avonds was het vroeg donker. Een collega van de missieschool waar ik werkte, nam mij vaak mee naar de wijken van Douala om met de oude mannen te spreken. Die mannen herinnerden zich nog de tijd vóór de kolonisatie, de periode dat de Duitsers er waren, de Franse kolonisatie en de onafhankelijkheid. Fascinerend vond ik dat.” Sindsdien heeft de Afrikaanse geschiedenis u niet meer losgelaten. Met dit boek, dat


eigenlijk over de plek van het huidige Afrika in de wereld gaat, laat u zien hoe het verleden het heden bepaalt. “Net als bij andere delen van de wereld komt Afrika’s karakter voort uit zijn geschiedenis. Vaak wordt gedacht dat die geschiedenis pas is begonnen met het kolonialisme. Ik probeer als historicus te laten zien dat de kolonisatie een korte periode in de stroom van de tijd is geweest. Toch bestaat nog altijd het idee dat Afrika achter loopt in de tijd. Afrika wordt óf als verloren continent gezien óf juist bewierookt om zijn ‘mooie natuur en de veerkrachtige mensen’. Daar erger ik mij aan. Iedereen doet altijd of Afrika heel anders is dan andere continenten. Het idee dat er iets bijzonders is met Afrika klopt volgens mij niet.” Waarom zit het idee dat Afrika is achtergebleven, zo diep? “Het heeft te maken met een westers superioriteitsgevoel. We zijn ervan overtuigd dat we iets heel bijzonders hebben bereikt met

“We dachten dat we Afrika naar ons voorbeeld konden kneden” de totstandkoming van onze democratie en welvaart. We dachten dat we Afrika naar ons voorbeeld konden kneden. Afrika heeft zich wel ontwikkeld, maar op manieren die niemand had voorzien. De aansluiting met de praktijken, netwerken en instituties van de globalisering voltrekt zich op een onzichtbare en onverwachte manier. We kunnen niet meer denken dat Afrika een achterlijke versie van onze eigen samenleving is. Dat zegt meer over de Europese kijk op de wereld dan over de Afrikaanse werkelijkheid.” Wat is op dit moment dan Afrika’s werkelijke plaats op het wereldtoneel? “Afrika is meer dan ooit verbonden met de wereld. Het continent is interessanter voor het bedrijfsleven dan ooit, er wordt een hoop geïnvesteerd. Eigenlijk is Afrika op dit moment een van de weinige lichtpunten van de wereldeconomie. Bovendien geeft de opkomst van China Afrika meer keuze. Het zijn niet meer alleen de oude koloniale machten die interesse in Afrika tonen. De ontwikkelingen zijn veelbelovend, maar we moeten niet vergeten dat er ook nog grote uitdagingen liggen. Een daarvan is de sterke bevolkingsgroei.

Elk jaar verlaten miljoenen Afrikanen de middelbare school terwijl er niet genoeg werk is. Wat gaan al die mensen doen? Een angstig idee, vind ik.” Wat is nog meer bepalend voor de toekomst van Afrika? “We moeten heel goed nadenken over de fragiele staten op het continent. Ik krijg soms de indruk dat diplomaten ze zien als tijdelijk probleem, maar ik zie geen bewijs dat ze in korte tijd stabiel zullen worden. Het leven gaat door in die landen. Soms gaat het redelijk, soms tamelijk slecht. Het is misschien niet wat wij voor ogen hadden, maar dit is wat het is en daar moeten we mee dealen. Ook als er geen functionerende overheid is, zijn samenlevingen toch soms op een of andere manier georganiseerd.” U geeft in uw boek het voorbeeld van de piraten in Somalië die een eigen effectenbeurs hebben opgezet, over een internationaal juridisch netwerk beschikken en zelfs scholen en ziekenhuizen bouwen. “Het is niet mijn bedoeling een romantisch beeld te schetsen van ‘die leuke piraten’ die met hun effectenbeurs geld inzamelen om zieken en bejaarden te helpen. Piraterij is een ernstige vorm van misdaad. Maar het voorbeeld laat zien dat de scheidslijn tussen politici en criminelen niet altijd scherp te trekken is. Het loopt vaak door elkaar. De wereld zal daar aan moeten wennen. Onze manier van de wereld besturen, die al dateert uit 1945 toen de Verenigde Naties werden opgericht, is misschien wel verouderd. Als de situatie te ernstig wordt, leggen we die op het bordje van de VN. Dat is te simpel gedacht. Ik merk dat de Chinezen veel dieper denken over de stabiliteit van Afrika op de lange termijn. Chinese ambtenaren merken steeds meer dat China ook een probleem heeft als de rechtsstaat in Afrika helemaal instort. Toen de onrust in Libië uitbrak, moesten dertigduizend Chinezen worden geëvacueerd. Ik vermoed dat de Chinezen zich in de toekomst veel meer met veiligheidskwesties in Afrika gaan bezighouden.” En ondertussen kopen ze het land op… “Ik probeer in mijn boek juist te laten zien dat Afrikanen op dit punt zelf helemaal niet machteloos zijn, integendeel. Wat voor beslissingen zij gaan nemen over het verkopen van land kan belangrijke consequenties hebben voor de toekomst van het continent. Het is makkelijk om een rampscenario te schetsen waarbij de Afrikaanse overheid heel veel grond verhuurt aan buitenlandse inves-

teerders of voedsel exporteert voor biobrandstof, terwijl er tegelijkertijd honger is. Maar het kan ook een succesverhaal worden. Volgens schattingen van de VN ligt 80 procent van de onderbenutte maar wel geschikte grond in Afrika. Als die grond door de rege-

“Ik merk dat de Chinezen veel dieper denken over de stabiliteit van Afrika op de lange termijn” ringen op een goede manier wordt ingezet, kan het een fantastische gelegenheid zijn om van de landbouwsector, net als bijvoorbeeld in Chili of Australië is gebeurd, een dynamische motor van de economie te maken.” U waagt zich in uw boek nadrukkelijk niet aan toekomstvoorspellingen. Kunt u wel aangeven of Afrikanen over twintig jaar beter of slechter af zijn dan nu? “Dat is onmogelijk te zeggen. Ik ben er wel tamelijk zeker van dat Afrika nog belangrijker zal zijn dan nu, al is het alleen maar omdat Afrikanen over een jaar of tien misschien wel een vijfde van de wereldbevolking uitmaken. Het wordt dan ook tijd dat we een echt Afrikabeleid gaan formuleren en dat moet niet alleen uit ontwikkelingssamenwerking bestaan. Het moet verder gaan dan het idee ‘dat we een morele verplichting’ richting Afrika hebben.” Het idee om ‘arme Afrikanen’ te helpen dreef ook u ooit naar Afrika. “Gelukkig was ik daar tamelijk snel vanaf. Mijn beeld van Afrika bestond uit dorpen met lachende kinderen. Ik was geschokt toen ik in Douala, een grote lelijke havenstad, terechtkwam. Mijn leerlingen bleken net zo ingewikkeld als westerse kinderen. Sommigen werden in hun vaders Mercedes naar school gebracht. Ook dat is Afrika.”

Wie is Stephen Ellis? Stephen Ellis (Nottingham, 1953) is gepromoveerd aan de Universiteit van Oxford en is als historicus verbonden aan het Afrika-Studiecentrum in Leiden. Hij is tevens Desmond Tutuhoogleraar aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit. Hij houdt zich al veertig jaar bezig met Afrika. Afgelopen zomer verscheen Het Regenseizoen. Afrika in de wereld (Bert Bakker, B19,95), de Nederlandse vertaling van zijn laatste boek A season of rains. Africa in the world (2010).

IS oktober 2011 37


Duurzaam gemak Samenstelling: Marieke Aafjes Suggesties? Mail: is@ncdo.nl

Spiegeltje spiegeltje Op 27 oktober begint de  Fairtrade week 2011. De  Wereldwinkels zetten  deze week hun bijzondere collectie  wereldproducten  extra in het zonnetje.  Vanwege het mooie  verhaal erachter, of  vanwege het mooie verhaal ervoor, zoals deze  spiegel uit Mexico.  Mexicaanse spiegel (30cm) x 34,95 www.wereldwinkel.nl

¤ 89,95

Boomklok Het merk Wewood gaat voor eco-luxe en design. Dat leidt tot grappige combinaties, zoals dit 100 procent houten horloge. Voor elk horloge wordt een boom  geplant door het Global ReLeaf Fund van American Forest. Zoals Wewood  schrijft op z’n site: ‘De beste tijd om een boom te planten was twintig jaar geleden. De op één na beste tijd is nu.’  Wewood x 89,95 www.horloge.nl

Vage tekening De ultieme strandpret: zandkastelen bouwen en kijken hoe die door de  zee weggespoeld worden. Het is nog eens heel ‘zen’ ook: leven in het hier  en nu. Met dit Buddha Board van hergebruikte materialen blijf je ook in  de winter zen. Schilder met water op het speciale oppervlak, je ziet de  tekening donkerder worden en na een minuut of tien helemaal vervagen.  Buddha Board Original x 35 www.watermeloncat.nl 38 oktober 2011 IS

¤ 34,95

Dolly Parton Dress Van frivole schouderaccessoires tot rokken en tassen, Atelier  L.I.O.N.E. maakt kunstige ontwerpen van gerecycled leer,  oude kleding, wol en soms bont.  Deze veelkleurige jurk in de stijl  van de jaren vijftig is een ode  aan Dolly Parton. Ontwerpen  van L.I.O.N.E. zijn te koop bij  Showroom41; een winkel, kapper én galerie.   Coat of many colors (inclusief petticoat) x 2200 www.showroom41.nl

¤ 35,–

¤ 2200,–


Winkel

Tekst: Guerrilla-interviews.nl Fotografie: Lizzy Kalisvaart

beeld te krijgen van de totale keten. “Ontwerpster Elsien Gringhuis heeft een shawl gemaakt  die wij nu produceren. Daarbij monitoren we  alle afzonderlijke schakels om uit te vinden  waar we de duurzaamheid en arbeidsomstandigheden kunnen verbeteren.” Vergeleken bij  grote modeketens als H&M en Zara, is de hoeveelheid duurzame kleding die bij Charlie +  Mary over de toonbank gaat een druppel op de  gloeiende plaat. En in een tijd waarin de conjunctuur soberheid dicteert, is de verkoop  ervan niet de meest voor de hand liggende  manier om aan de kost te komen. Maar Charlotte en Marieke voelen zich gesterkt door de  vele jonge ontwerpers die voor duurzame kleding kiezen.

“Duurzaam staat iedereen”

ders een reëel loon ontvangen, veilig werken en  kansen krijgen om zich te ontwikkelen.” De kledingindustrie is complex en het is lastig om het  100 procent goed te doen. “In sommige van  onze T-shirts zit een beetje elasthaan, een  kunstvezel die stof soepeler en elastischer  maakt. Dat vinden we niet leuk, maar we willen  het niet verdoezelen. Ondertussen blijven we  zoeken naar duurzame alternatieven.”

Charlie + Mary Gerard Doustraat 84, Amsterdam 020 6628281 www.charliemary.com Charlotte van Waes (27) en Marieke Vinck (28) begonnen in 2009 een duurzame kledingwinkel in de Amsterdamse Pijp. Inmiddels verkopen ze kleding van meer dan dertig duurzame merken en zelfs verantwoord geproduceerde lingerie. Alles wat in de winkel van Charlotte (Charlie)  en Marieke (Mary) te koop is, is voorzien van  een duurzaam keurmerk als Max Havelaar of  Fair Wear. “Daarnaast verkopen we ons eigen  label, Charlie + Mary. Omdat we wilden zien  onder welke omstandigheden onze kleding  gemaakt wordt, hebben we zelf de fabrieken en  ateliers bezocht. We wilden weten of de arbei-

Schakels Samen met Max Havelaar, Fair Wear en de  Schone Kleren Campagne zijn Charlotte en  Marieke een project begonnen om een beter 

Wereldbewust Je kunt bij Charlie + Mary ook terecht voor een  kopje thee, vers gebakken taart en gratis wifi .  In de knusse winkel vind je verder boeken, cosmetica, chocola, sieraden en accessoires. En  hoe zit het met de klanten van Charlie + Mary?  Zijn die ook zo wereldbewust? “Ze zijn vooral  modebewust”, antwoorden de eigenaressen.  “Ze kopen iets omdat ze het tof vinden. Dat het  duurzaam is, is mooi meegenomen. Ook modebladen besteden aandacht aan onze merken.  Daardoor bereiken we een steeds breder  publiek. Daar zijn we blij om. Duurzaam staat  iedereen.”

Lonneke (22), student mode

“Voor mijn opleiding heb ik textielfabrieken in China bezocht. Daar ging het er zó naar aan toe dat ik nu alleen nog maar duurzame kleding kies, net als andere studenten uit mijn klas. Ik vind het fantastisch wat Charlie en Mary doen.”

Brandstof tot nadenken

M

ijn man en ik zijn de laatste tijd verslaafd aan milieudocumentaires. Heerlijk ontspannen met een (biologische) snack op de bank. Onlangs zagen we Fuel, die het persoonlijke verhaal van een bevlogen jongeman vertelt die zijn leven wijdt aan het promoten van biodiesel. Maar Fuel is ook het verhaal over onze mondiale olieverslaving. Josh Tickell groeide op in het olie-

rijke Louisiana en zag met eigen ogen hoe de machtige olie-industrie enorme schade aanricht aan mens en milieu. Toen dierbaren ziek werden, besloot hij in actie te komen. Hij ontdekte dat de (sowieso vele malen efficiëntere) dieselmotor is ontwikkeld om op plantaardige olie te rijden. En dus niet op benzine. Het verhaal van Josh laat zien dat een individu, ook een ‘heel normale jongen’, verschil kan maken. Heel aanstekelijk. Ik kreeg spontaan zin om in een ‘veggie van’, een met zonnebloemen beschilderd busje, afvalolie op te halen bij snackbars. Maar, zegt u dan: als wij massaal

maïsdiesel gaan tanken, dan rijzen de voedselprijzen straks helemaal de pan uit. Dat kan niet de bedoeling zijn in deze tijden van hongersnood. Fuel gaat de controverse rondom het voedselvoedsel-versusbrandstofvraagstuk gelukkig niet uit de weg. De documentaire laat zien dat er genoeg innovatieve én lucratieve oplossingen zijn. De ‘tweede generatie’ biobrandstoffen bestaat namelijk uit gewassen die wij niet eten, zoals algen, houtsnippers en plantaardige restproducten. Optimisme overheerst dan ook na ons verantwoorde avondje bankhangen.

Beeld Maurits Giesen

groen blaadje

Annick Hedlund - de Witt (1978) doet aan de Vrije Universiteit promotieonderzoek naar de relatie tussen wereldbeelden en duurzame ontwikkeling.

IS oktober 2011 39


Begroting Knapen niet los te zien van die van Rosenthal en Verhagen

MES IN DE HULP

Ht

UItGELIc

G N I t o r BEG 2012

* Het kabinet doet precies wat het beloofd

*

heeft: er wordt komend jaar voor bijna een miljard euro gesneden in ontwikkelingssamenwerking. Tegelijkertijd komt het belang van het Nederlandse bedrijfsleven nog verder voorop te staan. Het nieuwe toverwoord is ‘economische diplomatie’.

tekst bart de koning

E

r moeten het komende jaar niet te  veel vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, tsunami’s en hongersnoden  komen. Het kabinet bezuinigt 80  miljoen op noodhulp, bijna eenderde  van het huidige budget. Dat de noodhulp zo  zwaar aangepakt wordt is opmerkelijk, omdat  dat dat uitgerekend de enige vorm van hulp is  waar gedoogpartner Geert Wilders wél achter  staat. Van hem mag ontwikkelingssamenwerking vandaag afgeschaft worden, maar voor  mensen die in acuut levensgevaar verkeren  heeft de PVV altijd geld over.  Maar dit kabinet ontziet geen enkel heilig huisje  en zelfs de noodhulp is dus niet gespaard. Sterker nog, de bezuiniging van 80 miljoen euro  levert een substantieel deel van de 958 miljoen  euro die het kabinet kort op ontwikkelingssamenwerking. Nederland besteedt, zoals  bekend, sinds dit jaar geen 0,8 procent van het  Bruto Nationaal Product meer aan ontwikkelingslanden, maar 0,7 procent. 

Eigenbelang Meer dan voorheen staat de begroting voor  Ontwikkelingssamenwerking niet op zichzelf.  Het kabinet is er verfrissend openhartig over:  het Nederlandse eigenbelang staat voorop in de  40 oktober 2011 IS

plannen. Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Economische Zaken, Landbouw  & Innovatie moeten naadloos met elkaar gaan  samenwerken om de belangen van de BV  Nederland te promoten. De vraag vanuit het  bedrijfl even wordt ‘leidend’ bij de reizen van  bewindslieden. Het ministerie van Verhagen  coördineert daarbij en het nieuwe toverwoord  is ‘economische diplomatie’. De drie pijlers van  het buitenlandbeleid zijn veiligheid, welvaart en  vrijheid. Natuurlijk vindt Nederland mensenrechten nog steeds belangrijk, maar er is geen  twijfel over mogelijk dat de koopman heeft  gewonnen van de dominee. Dat is het best te  zien aan de budgetten. Het geld verschuift van  sociale naar productieve sectoren en binnen de  sociale sectoren naar die bestemmingen waar  het bedrijfsleven het meeste aan heeft, zoals  beroepsonderwijs. Mensenrechten, noodhulp,  goed bestuur, milieu & klimaat, onderwijs en  aids leveren in. Voedselzekerheid & economische groei en water krijgen extra. Het zijn  vooral die laatste thema’s waar het Nederlandse eigenbelang duidelijk op de voorgrond  treedt. Een paar van de topsectoren die het  ministerie van EL&I nadrukkelijk promoot, krijgt  nu een fl ink aandeel van de ontwikkelingsgelden: water krijgt 181 miljoen (54 miljoen extra)  en voedselzekerheid en economische groei  krijgt 552 miljoen (65 miljoen extra).

Afscheid Die 958 miljoen aan besparingen is niet het  werkelijke bedrag dat weggesneden wordt. Het  is in feite het saldo van bezuinigingen én intensiveringen. Het extra geld voor het bedrijfsleven  zit er ook in verdisconteerd, net als de opvang  van asielzoekers. Dat moet allemaal uit de traditionele ontwikkelingshulp komen. Alles bij  elkaar stopt het kabinet in 2011 en 2012 een 

kleine 350 miljoen euro extra in sectoren als  water en voedselzekerheid. Om per saldo op  een besparing van 958 miljoen uit te komen,  moet er dus voor zo’n 1,3 miljard euro uit de  oude begrotingsposten weggehaald worden.  Naast forse ingrepen in sociale sectoren  bespaart het kabinet ook in hoog tempo op de  partnerlanden waar Nederland afscheid van  neemt. In totaal krijgen exitlanden, landen waar  Nederland de ontwikkelingsrelatie mee beëindigt, zoals Armenië, Sri Lanka en Zambia, nu al  in totaal 214 miljoen euro minder dan voorheen.  De Kamer vindt het nu welletjes met de bezuinigingen. Tijdens de Algemene Beschouwingen  namen de parlementariërs een motie van 

Ontwikkelingssamenwerking heeft nu de naam een linkse hobby te zijn, maar is dat vanoudsher helemaal niet GroenLinks en de Christen Unie aan om niet  onder de 0,7 procent van het BNP voor ontwikkelingssamenwerking te duiken.

Pletwals De reacties op de begroting zijn voorspelbaar.  De ontwikkelingsorganisaties zijn het er uiteraard fundamenteel mee oneens, maar hun toon  is opvallend gematigd. Ze weten dat luidkeels  protesteren in het huidige politieke klimaat weinig zin heeft en dat de pletwals van Rutte toch  wel doordendert. Gezien de onheilspellende  economische crisis die nu op ons af komt, zijn  bezuinigingen hoe dan ook onvermijdelijk. 


WAAR GAAT HET GELD HEEN? (in miljoenen euro’s) Uit de begroting blijkt duidelijk waar Knapen de accenten legt in zijn beleid. Voor het bedrijfsleven is het, zoals Rutte al  beloofde, ‘een agenda om de vingers bij af te  likken’. VNO-NCW lobbyt al jaren om het  Nederlandse bedrijfsleven meer te laten profi teren van onze ontwikkelingsgelden en dat is nu  ruimschoots gelukt.  De nieuwe bedrijfsleven-agenda van Buitenlandse Zaken komt des te beter uit omdat de  departementen van Economische Zaken en  Landbouw gefuseerd en gesaneerd worden. De  traditioneel goed gevulde subsidiepotten worden daarbij deels wegbezuinigd, maar gelijktijdig is er een paar honderd meter verderop voor  het (agrarische) bedrijfsleven een nieuw subsidieloket geopend bij Buitenlandse Zaken. Bijkomend voordeel is dat investeringen in water en  voedselzekerheid gewoon onder de offi ciële  normen voor ontwikkelingshulp vallen. Voor  andere beleidsterreinen ligt dat lastiger. Het  inzetten van ontwikkelingsgeld voor bijvoorbeeld de bekostiging van vredesmissies is niet  toegestaan volgens de internationale normen. 

Solide onderbouwing Zo bezien zou je kunnen zeggen dat de rechtse  hobby’s van het bedrijfsleven nu betaald worden door te snoeien in linkse hobby’s. Maar dat  is een simplistisch beeld. Ontwikkelingssamenwerking heeft nu de naam een linkse hobby te  zijn, maar is dat vanoudsher helemaal niet.  VVD- en CDA-politici hebben het altijd een  warm hart toegedragen. In de fractie van de  christen-democraten vertegenwoordigt woordvoerder Ontwikkelingssamenwerking Kathleen  Ferrier die stroming nog steeds. Haar partijgenoot staatssecretaris Ben Knapen trekt de  Nederlandse hulp nu in zo’n razend tempo  terug uit een aantal landen dat het de vraag is  of dat op een verantwoorde manier gebeurt. Is  Nederland nog wel een betrouwbare partner?  Doen we niet aan kapitaalvernietiging? En zo ja:  is dat dan niet zonde van het geld? Dat kan nog  een aardig Kamerdebat opleveren. Ferrier hamert ook al jaren op beleidscoherentie. Het is geen woord waar je veel geld mee zal  ophalen bij een straatcollecte, maar het is wel  een ontzettend belangrijk principe. Jarenlang  was de - terechte - kritiek op het Nederlandse  ontwikkelingsbeleid dat we met de ene hand  gaven maar met de andere hand namen, door  onze markten af te schermen voor producten  uit ontwikkelingslanden bijvoorbeeld. Knapen  belooft een ‘globaliseringsagenda’ van het hele  kabinet, die de coherentie van het beleid duidelijk moet maken, maar waarschuwt dat men  vooral geen grootse visies moet verwachten.  En dat is een algemeen punt. Wie in de begrotingsstukken op zoek gaat naar een solide  onderbouwing van het nieuwe beleid en hoe  dat allemaal met elkaar samenhangt, zal  teleurgesteld raken. De toon is vooral pragma-

2011 2012 IS oktober 2011 41


WAT KRIJGEN DE VIJFTIEN PARTNERLANDEN? (in miljoenen euro’s)

38,4 35,4

51,4 52,4

52,2 53,2

6,5 27,5

32,1 44,1

benin

ethiopië

mali

mozambique

uganda

rwanda

31 17

7,3 2,3

18,4 23,4

16,2 22,2

52,6 66,6

afghanist afghanistan

burundi

jemen

palestijnse gebieden

sudan

46 56

39,1 58,1

47,4 71,4

12,9 14,9

bangladesh

ghana

indonesië

kenia

248 333

285 492

236 688

113 320

milieu en klimaat

armoedebestrijding (incl. begrotingssteun)

onderwijs en kennis

hiv/aids v/ v/aids

Uganda wordt relatief het meest gekort. Ook Indonesië moet flink inleveren. Alleen Ethiopië, Afghanistan en Burundi kunnen zich verheugen op méér in plaats van minder. De partnerlanden zijn ingedeeld in drie categorieën. De benaming van de eerste twee spreken voor zich, in de derde categorie, de ‘brede relatie’ draait het vooral om het stimuleren van het bedrijfsleven in het betreffende land.

Brede relatie

Veligheid & ontwikkeling

MDG

14,6 29,1

THEMA’S: DE VIER GROOTSTE DALERS (in miljoenen euro’s)

2011 2012

Water, voedselzekerheid en economische ontwikkeling krijgen miljoenen extra. Dat gaat, tot groot verdriet van een groot aantal ontwikkelingsorganisaties, ten koste van andere sectoren. De hardste klappen vallen bij onderwijs, milieu, hiv/aids en milieu & klimaat.

42 oktober 2011 IS


Hoe voorkom je dat het toch weer ouderwetse gebonden hulp wordt, waarbij vooral het bedrijfsleven in het gévende land profiteert? profiteert? Volgens het kabinet is dat absoluut niet de bedoeling en moeten Nederlandse bedrijven en de ontvangers er allebei op vooruit gaan. Dat is niet eenvoudig. Veel economen vinden de effectiviteit van bedrijfssubsidies discutabel. Economische Zaken heeft na minister Hans Wijers in Paars-I geen aansprekende resultaten meer laten zien en moest niet voor niets fuseren met Landbouw. En wie de moeite neemt om een stapel beleidsevaluaties van landbouwsubsidies te lezen, wordt daar niet vrolijker van. Door de steun voor Nederlandse (agrarische) bedrijven te koppelen aan de eis dat ontwikkelingslanden er baat bij hebben, leggen Knapen en Verhagen de lat voor effectief en coherent beleid wel heel hoog. En zo zijn er nog wel meer zaken waar de Kamer vragen over kan stellen. Neem de ambassades. Op de diplomatieke posten wordt tot 2015 74 miljoen euro gekort. In tientallen landen moeten talloze programma’s afgekapt worden, ontwikkelingsspecialisten op het ministerie raken hun baan kwijt, diplomaten moeten de boer op om Nederlandse waar te verkopen. Uri Rosenthal wil geen ‘diplomatie als rustiek tijdverdrijf’ meer. Wat betekent dat voor de onderlinge verhoudingen op de ambassades? Hoe verhouden de handelsbelangen zich met mensenrechten? Het begint inmiddels een aardige traditie te worden dat analyses van het ontwikkelingsbeleid eindigen met de verzuchting dat de Kamer nog wacht op een flink aantal beleidsbrieven met tekst en uitleg. Bij deze. Met dank aan BBO.

Monique Samuel (1989) is politicoloog en auteur. Ze studeert momenteel International Relations and Diplomacy aan de Universiteit Leiden.

Beeld Maurits Giesen

Discutabel De gedachte dat Nederland zich richt op zaken waar we goed in zijn en waar we echt toegevoegde waarde kunnen leveren, zoals water en landbouw, is logisch. En tegen het voornemen om ons te gaan richten op de productieve sectoren, zodat landen zichzelf uit de armoede kunnen produceren, is ook weinig in te brengen. Het is het overbekende verhaal van de arme man die beter een hengel dan een vis kan krijgen. Op papier prachtig, maar de praktijk is weerbarstiger. Hoe voorkom je dat het toch weer ouderwetse gebonden hulp wordt, waarbij vooral het bedrijfsleven in het gévende land

Monique

Beeld Maurits Giesen

tisch, kort en bondig. Het is prettig dat Knapen en de ministers Rosenthal en Verhagen geen dikke nota’s met wollig beleidsproza over de sector uitstorten, maar iets meer argumentatie kan geen kwaad. Zo wordt de keuze voor de productieve sectoren ten koste van de sociale nauwelijks onderbouwd.

Leeg land ‘W 

elkom in Al-Arrub!’ Een groep jonge kinderen stormt om ons heen terwijl we door de grijze lege straatjes lopen. Ze lachen en wijzen naar ons. De meisjes dragen vrolijke T-shirts, de jongetjes goedkope sportkleding. Ze brengen kleur in de verder onverschillig saaie straat. Al-Arrub is een vluchtelingenkamp nabij Al-Khalil, beter bekend onder de Hebreeuwse naam Hebron. Er wonen duizenden vluchtelingen. Er zijn twee schooltjes (een voor jongens en een voor meiden) en we komen twee kleine winkeltjes tegen. That’s it. De rest van het kamp bestaat uit sombere, betonnen huisjes en smalle lege straten. Mijn vriendin en ik lopen doelloos door het kamp. We zijn spontane bezoekers en weten niet goed wat we moeten verwachten. Een groep opgeschoten jongens loopt achter ons aan. Ze hebben honderden vragen. Een jonge twintiger loopt op ons af. Een oudere man heeft hem gestuurd om ons te beschermen tegen de nieuwsgierige meute. De man knikt vriendelijk naar ons van onder het afdakje van zijn huis. Ik loop naar hem toe. Hij is in het kamp geboren, net zoals zijn kinderen en kleinkinderen. Iedereen die na 1948 geboren is, woont al heel zijn leven in het kamp. Toch beschouwt niemand het als zijn thuis. Op de muren zien we schilderingen van het Heilige land met een grote sleutel erin. Op elke hoek van de straat kijken levensgrote afbeeldingen van Jasser Arafat en Che Guevara waakzaam toe. “Che was een goede moslim”, vertelt de 22-jarige Mosafa die de opleiding voor gids volgt. Samen met Mohammed, een wat introverte sportleraar die in het VN-schooltje werkt, wil hij ons de mooiste plek van de West Bank laten zien. Het is een open plek boven op een heuvel, afgeschermd door een smalle heg. De jongens worden stil terwijl ze ons voorgaan naar een marmeren beeld van het geografische gebied van Israël, of bezet Palestina, zoals de Palestijnen het noemen. De witte steen blinkt in het licht van de ondergaande zon. De jongens kijken er eerbiedig naar. “Dit is ons land”, zeg Mohammed schor. “Dit is onze droom. Dat Israël ooit weer van ons wordt en wij terug kunnen naar ons huis.” Ik kijk naar de steen. Wit. Leeg. Onbeschilderd. Onbeschreven. “Ik zie een leeg land”, zeg ik. Mosafa kijkt me niet-begrijpend aan. Niet Israël, niet Palestina, een beloofd land voor iedereen.

IS oktober 2011 43


“Wij hebben kansen gekregen, zij niet” De broers Mustapha & Mohamed Lhari uit Hengelo zetten zich in voor hun geboortedorp Tamargoult. Mustapha werkt de administratie van de stichting bij, Mohamed is op vakantie naar Maleisië.

44 oktober 2011 IS


Jonge Marokkaanse Nederlanders storten zich op ontwikkelingsprojecten

DE TIJD VAN GELD STUREN IS VOORBIJ * Ze gaan op vakantie naar familie in

Marokko en zien waar het de dorpen aan ontbreekt. In plaats van geld te sturen, steken jonge Marokkaanse Nederlanders liever zelf de handen uit de mouwen. Ze * leggen een weg of brug aan, slaan een waterput, bouwen een weeshuis of sturen een afgedankte ambulance. “We willen dat alle Marokkanen ervan profiteren.” tekst bart speleers beeld anaïs lopez

 e zien hun jeugdvrienden, neven en nichten in Marokko worstelen met armoede, werkloosheid en verveling. Zelf keren ze na de vakantie weer terug naar hun comfortabele huizen en banen in Nederland. Steeds meer hoogopgeleide jonge Nederlandse Marokkanen besluiten zich in te zetten voor de ontwikkeling van Marokko. Sterker nog, de ontwikkelingsorganisaties van de tweede generatie Marokkaanse jongeren die in Nederland zijn geboren ‘schieten als paddenstoelen uit de grond’, zegt Mohamed Bouimj (50), voorzitter van Netwerk Internationale Samenwerking Marokko (NISM). En dat komt volgens hem niet alleen vanwege de armoede die zij tijdens hun vakanties in Marokko zien. Het huidige politieke en maatschappelijke klimaat in Nederland versterkt volgens Bouimj hun betrokkenheid. Zij zijn het beu om alleen maar negatief in het nieuws te komen. “Allochtonen zijn het gesprek van de dag en Nederlandse Marokkanen, vooral hoogopgeleiden, hebben genoeg van

Z 

de discussies. Zij voelen daardoor meer psychische binding met hun roots en willen helpen.”  Dat doen de jongeren vooral door kleinschalige activiteiten op te zetten in het gebied waar hun ouders vandaan komen. Ze leggen een weg of brug aan, slaan een waterput, richten een weeshuis in of sturen een afgedankte Nederlandse ambulance. De tijd van louter geld sturen aan achterblijvers is voorbij. “Gelukkig”, aldus Bouimj. “De eerste generatie migranten onderhield hun familie financieel, maar daar werden mensen lui van. Het heeft niet geholpen bij een structurele ontwikkeling van het geboortedorp of -gebied.” Scheefgroei De jongeren van nu geven niet meer zomaar, ze willen projecten samen oppakken met de bewoners. Oxford-wetenschapper Thomas Lacroix, die jarenlang onderzoek deed naar de relatie tussen migratie en ontwikkeling in het Marokkaanse Atlasgebergte en de Sous-vallei, ziet vooral op sociaal vlak dat de projecten effect hebben. “Hele gebieden in Marokko zouden zonder de hulp van migranten veel armer zijn. Het onderwijsniveau is verhoogd doordat migranten scholen hebben gebouwd, de gezondheidszorg is verbeterd, wegen en watersystemen zijn aangelegd, er is vaak elektriciteit. Maar op economisch niveau heeft de bemoeienis van migranten geen impact. Hun hulp creëert geen banen. De werkloosheid blijft hoog.” Ook ziet Lacroix dat de ontwikkelingshulp van de migranten tot een scheefgroei aan voorzieningen leidt. “Migranten uit

bepaalde dorpen of streken zijn veel actiever dan migranten uit andere regio’s. En er ontstaat competitie tussen nabijgelegen dorpen. Heeft het ene dorp een gezondheidscentrum, dan wil een dorp op 2 kilo-

“Hulp uit Nederland kwam er volop, maar versnipperd en zonder coördinatie” meter afstand dat ook. Zo ontstaan er concentraties van gezondheidscentra, terwijl ergens anders weer veel scholen zijn en geen gezondheidsposten. Er is geen regionale visie op ontwikkelingsbeleid.” Hoger niveau Na de aardbeving in Al Hoceima in het noorden van Marokko in 2004 werd het gebrek aan samenwerking en coördinatie pijnlijk duidelijk. Bouimj: “Hulp uit Nederland kwam er volop, maar versnipperd en zonder coördinatie.” Het leidde een jaar later tot de oprichting van netwerkorganisatie NISM. NISM, waarbij 32 organisaties zijn aangesloten, ondersteunt en begeleidt particuliere initiatieven. Ook is er een fonds opgericht. Het netwerk is bezig met een keurmerk voor ontwikkelingsprojecten in Marokko en wil regionale, duurzame projecten opzetten. Bouimj: “Per regio bedenken we initiatieven waarmee er werkgelegenheid wordt gecreëerd, zoals toerisme, microkrediet of zonne-energie. We willen het ontwikkelingswerk in Marokko naar een hoger niveau tillen, zodat alle Marokkanen ervan profiteren.” IS oktober 2011 45


Mustapha & Mohamed  

e broers Mohamed (29) en Mustapha (27) Lhari zullen het bezoek aan hun geboortedorp Tamargoult in Marokko, twee jaar geleden nooit vergeten. “Een jongetje was door een schorpioen gestoken en wij waren de enigen met een auto.” Met de patiënt op de achterbank raceten de broers over de kilometerslange, ongeasfalteerde weg naar het ziekenhuis in de stad Taroudant. Vergeefs, de jongen overleed al tijdens de rit. De kindersterfte is hoog in het dorp, dat honderd permanente inwoners telt.

D 

“Het helpt als we uitleggen dat we er zelf geen enkel belang bij hebben” “Elke vrouw uit het dorp heeft wel drie kinderen verloren”, vertelt Mohamed. Niet alleen door schorpioensteken, maar ook tijdens de bevalling, door een val in een waterput of van een berg. De vrouwen staan er meestal alleen voor in Tamargoult. De mannen vertrekken voor werk naar grote steden als Casablanca of migreren naar het Westen. Zo ook het gezin Lhari dat 25 jaar geleden naar Hengelo kwam. Elke zomer gingen zij tijdens de vakantie terug naar Tamargoult in de Sous-vallei in het zuidwesten van Marokko, waar de broers speelden met leeftijdgenoten, van wie er nu een aantal werkloos in het dorp rondhangt. “Dat raakt me”, zegt Mohamed. “Ik voel me goed en vrij in Nederland. Wij hebben kansen gekregen. Zij niet.”  Daarom richtten Mohamed, manager bij een automatiseringsbedrijf, en rechtenstudent Mustapha drie jaar geleden stichtingen in Nederland en Marokko op voor de ontwikkeling van Tamargoult. Van de overheid of grote ontwikkelingsorganisaties hoeft het dorp niets te verwachten, zegt Mohamed. “Overheidssubsidies gaan naar de grote steden, niet naar het platteland.” In het dorp is geen school, eerstehulppost, kraanwater, vervoer of werk. Door extreem natte of juist kurkdroge 46 oktober 2011 IS

periodes is het verbouwen van groenten of fruit, zoals vroeger gebeurde, onmogelijk geworden. Het dorp kan niet overleven zonder het geld van de Lhari’s en andere migranten. Elk jaar komen Mohamed en Mustapha naar Tamargoult om over de voortgang van hun ontwikkelingsprojecten te praten. In de kleine ontvangstruimte van de moskee verzamelen zich tientallen mannen en jongens van het lokale stichtingsbestuur en de dorpsraad, die bestaat uit migranten die op vakantie zijn in Tamargoult. De migranten leggen vrijwillig 50 euro in als ze in Europa wonen of 25 euro als ze elders in Marokko werken. “Als je niet met de dorpsraad overlegt, krijg je problemen”, zegt Mustapha. Met een openingsgebed zegent de lokale imam de vergadering. Op de agenda staan de bouw van een ‘vrouwenhuis’, waar vrouwen kleren kunnen naaien voor de verkoop, en de verbetering van de toegangsweg naar het dorp. Na een korte discussie worden donaties toegezegd. Met een gebed zegent de imam het besprokene. “Niet altijd verloopt een bijeenkomst zo rustig”, vertelt Mohamed. “Soms is er wrevel of wantrouwen. Dan leggen Mustapha en ik uit dat we het doen om ze te helpen en dat wij er zelf geen enkel belang bij hebben. Meestal is dat genoeg om de weerstand te breken.”  

Hassan n de ziekenhuistuin van het stadje Berkane staan Ilyass Dahhane (19), Issam Ben Salem (20) en Rabiê Maâch (25) beteuterd te kijken naar een berg gedumpte vuilniszakken, gevuld met bebloede operatiehemden en handschoenen. Twee jaar geleden knapten zij met zeventien andere jongeren uit Marokko en Nederland de verloederde tuin op in het kader van de stedenband tussen Zeist en Berkane. Inmiddels ligt de tuin er weer verwaarloosd bij. Na de opknapbeurt zou het ziekenhuis zelf de tuin onderhouden, zo was beloofd. “Ambtenaren en politici beloven van alles, maar er komt niets van terecht”, verzucht Issam. Hij vindt ‘bijna alles slecht’ in Berkane. “De stad is vies, veel mensen zijn analfabeet, scholen zijn vervallen en hebben geen lesmateriaal.” Daarom riepen de drie jonge

I 

Marokkanen een stichting in het leven om Berkane verder te ontwikkelen. Met twintig andere jongeren zamelen ze geld in donaties en salaris van bijbaantjes - waarmee ze scholen voorzien van schoolborden

“Ik ken het land, heb een band met de jongens daar, dat maakt het makkelijker” en boeken en kleren kopen voor de armen.   De jongens krijgen steun uit Nederland, van Youth Without Borders uit Zeist. Deze stichting organiseert inzamelingen en kleinschalige activiteiten om jongeren te stimuleren zich in te zetten voor ontwikkelingshulp. Medeoprichter Hassan Taoufik (22) benadert Nederlands-Marokkaanse jongeren tijdens speciale bijeenkomsten of in de moskee. “De meesten zijn heel betrokken bij de armoede in Marokko. Het raakt ze, zij hebben er familie en voelen zich er thuis. Maar ze ondernemen niet veel actie, omdat ze denken dat ze niet veel kunnen veranderen aan de situatie daar.” Geld geven doen ze wel, vooral als ze vertrouwen hebben in de werver, meestal een kennis, vriend of familielid. Hassan ziet liever dat Nederlandse Marokkaanse jongeren actief meedoen, ook in Marokko. Een duwtje in de rug kan daarbij helpen. Hassan: “Vorig jaar is er een jongen met Marokkaanse roots onder begeleiding van Youth Without Borders naar Berkane gereisd. Die jongen zit nu in het stichtingsbestuur.” Het eerste project dat de jongeren hebben afgerond, was een gift van schoolboeken en een schoolbord aan een klas analfabete vrouwen in de stad. Hassans ouders komen uit het nabij gelegen Oujda. Toch is hulp geven voor hem niet per se gekoppeld aan Marokko. “Ik zou me net zo goed kunnen richten op een ander land, maar ik moet ergens beginnen. Door mijn gebrek aan ervaring ligt starten in Marokko voor de hand. Ik ken het land, heb een band met de jongens daar en in Nederland is er een grote ‘achterban’. Dat maakt het wat makkelijker.” Met het idee voor dit artikel over jonge Nederlandse Marokkanen in ontwikkelingshulp won journalist Bart Speleers de prijs voor het beste ‘Vergeten Verhaal van 2010’, georganiseerd door de Dick Scherpenzeel Stichting. Dit artikel kwam tot stand mede dankzij de financiële bijdrage die aan de prijs is verbonden.

www.hetvergetenverhaal.nl


“Een duwtje in de rug kan helpen� Hassan Taoufik stimuleert Marokkaans-Nederlandse jongeren om zich actief in te zetten tegen armoede.

IS oktober 2011 47


Agenda Samenstelling: Eva Hol

Uitgelicht

Bij Ban Ki-moon aan tafel

Beeld Tjebbe Venema

Stap in de wereld van de VN tijdens UN&me 2011. Een dag lang kun je speeddaten met VN-experts, leren lobbyen, je verdiepen in de Arabische lente en voedselzekerheid en rondstruinen op de VN-markt, waar kraampjes staan van de UNHCR, Unicef en UNRIC Brussel. Ook strijden drie finalisten om de felbegeerde functie van VN-jongerenvertegenwoordiger. Stem op je favoriete kandidaat en bepaal wie de stem van de Nederlandse jongeren een jaar lang mag laten horen bij de Verenigde Naties. 23 oktober, 11.30 tot 18.00 uur Haagse Hogeschool, Den Haag www.dewereldvandevn.nl

Agenda oktober & november 2011 Muziek

Angolese veteranen

TENTOONSTELLING

Gospel met steelguitar

Doodgewoon

Een all-star band brengt sacred-steel naar Nederland. Darick Campbell en Aubrey Ghent spelen swingende gospelmuziek op hun steelguitar. 3 november, 20.30 uur RASA, Utrecht www.rasa.nl

De tentoonstelling De Dood Leeft laat zien hoe nabestaanden wereldwijd met de dood om gaan. Vanaf 3 november Tropenmuseum, Amsterdam www.tropenmuseum.nl

The Five Great Guitars

Boto Trindade (gitarist van Os Bongos) en Imperial Baiao (gitarist van Jovens do Prenda) spelen onder de naam Conjunto Angola 70 de beste nummers uit Angola’s gouden muziekdecennium. 5 november, 21.00 uur RASA, Utrecht www.rasa.nl

Nomadenblues The Five Great Guitars, bestaande uit Jan Kuiper en andere topgitaristen, maken ‘African Blues’. Met als speciale gast Habib Koité, sterspeler uit Mali. 25 oktober t/m 4 december Verschillende locaties www.fivegreatguitars.com

In een islamitisch legioen in Libië vormden Malinese Toeareg-muzikanten de band Tinariwen. Ze leverden hun wapens in en richtten zich volledig op hun hypnotiserende woestijnblues. 18 oktober, 20.30 uur Paradiso, Amsterdam www.paradiso.nl

Berbermuziek

Arabische Jazzbrothers

De Agadirse groep Oudaden (Berbers voor wild schaap) speelde eerder in de beroemde concertzaal Zénith in Parijs. 11 november, 21.00 uur RASA, Utrecht www.rasa.nl

De Egyptisch/Australische broers Joseph en James Tawadros spelen jazz en hedendaags klassiek met Arabische klanken als basis. 6 november, 15.00 uur RASA, Utrecht www.rasa.nl

48 oktober 2011 IS

Afrikaanse herfstvakantie

In de herfstvakantie zijn er in het Afrika Museum dagelijks activiteiten rond Afrikaanse architectuur. Kinderen mogen met klei een miniatuurhuis in Malinese stijl bouwen. 15 t/m 30 oktober Afrika Museum, Berg en Dal www.afrikamuseum.nl

Generation 9/11 Oorlogsfotograaf Teun Voeten stelde Generation 9/11 samen, met werk van een nieuwe generatie fotojournalisten die zich op de actualiteit in Afghanistan en Irak hebben gestort. t/m 30 oktober GEMAK, Vrije academie, Den Haag www.gemak.org

Juweeltje

Braziliaanse fotopoëzie De Braziliaanse fotograaf Breno Rotatori maakt poëtische verhalen die je meenemen naar een wereld tussen realiteit, herinnering en fictie.

Van kettingen tot krijgsattributen uit de Rajput en mogollegers. De tentoonstelling ‘de verborgen tuin’ laat juweeltjes van het zestiendeeeuwse Noord-Indiase hof tot heden zien. t/m 8 april 2012 Museum Volkenkunde, Leiden www.volkenkunde.nl

BELEVEN t/m 26 oktober Foam, Amsterdam www.foam.org

Op safari ! Overleven in het Afrikaanse wild gaat er wreed aan toe.

In de herfstvakantie vertellen rangers alles over ‘the circle of life’ van jagen, eten en diëten in Safaripark Beekse Bergen. 15 t/m 30 oktober Safaripark Beekse Bergen, Hilvarenbeek www.safaripark.nl

EVENEMENT Themadag Water & Sanitatie

Impulsis organiseert met Akvo en Aqua of All de themadag Water & Sanitatie voor particuliere initiatieven die actief zijn in ontwikkelingslanden. Met aandacht voor alternatieven voor de waterpomp. 13 oktober, 10.30 - 15.30 uur NDC Den Hommel, Utrecht www.impulsis.nl

Afrikadag met IS on stage

De jaarlijkse Afrikadag van de Evert Vermeerstichting is het grootste evenement over Afrika en internationale


dansen Ramli Ibrahim en January Low in Rasa Sutra de odissi, een van de zeven dansvormen uit de Indiase tempels.

Burundi De Burundese Stichting IZERE organiseert een Burundese dag met lezingen, muziek, een kerkdienst, een debat over het vredesproces en een tentoonstelling. Voor de kinderen is er een speciaal programma. 29 oktober Hotel Apollo, Lelystad izere2008@yahoo.fr

Babah Babah Tarawally is journalist, verhalenverteller en schrijver van het boek De god met de blauwe ogen.

WERKEN

Afrika’s erfgoed Archeologen, linguïsten, antropologen, landbouwkundigen en historici vertellen in lezingen en rondleidingen over Afrika’s culturele erfgoed. Deze speciale dag wordt georganiseerd door de Nederlandse Vereniging voor Afrika Studies. 5 november, 10.00 - 18.00 Afrika Museum, Berg en Dal www.afrikastudies.nl

De Andreas Manna Stichting organiseert een sponsorwandeling. De opbrengst gaat naar kinderprojecten in Ghana en Kenia. Wandelaars kunnen 20, 28 of 35 kilometer lopen. De route start en eindigt in Hoogeveen en loopt door Drenthe, Friesland en Overijssel. 15 t/m 21 oktober Hoogeveen www.andreasmanna.org 

Gezondheid 27 oktober, 20.30 uur Korzo Theater, Den Haag www.korzo.nl

FILM Docu’s uit Brazilië Het Brasil Festival is het speciale Brazilië-programma van IDFA, het International Documentary Film Festival Amsterdam. Met documentaires van Eduardo Coutinho, Jose Padilha en João Moreira Salles. 16 t/m 27 november IDFA, Amsterdam www.idfa.nl

ACTIE Wandelen voor Afrika

VOORSTELLING Tempeldans Begeleid door tabla’s en sitar

Wil je aan het werk in een ontwikkelingsland? Met de post-hbo-opleiding International Public Health ben je beter voorbereid. Het programma gaat in op tropenziekten, projectmanagement, training en voorlichting. Voorlichtingsmiddag 13 oktober & 21 november, 15.30 - 17.00 uur Hogeschool Leiden www.hsleiden.nl/iph

Vrijwilligersdag Op zoek naar vrijwilligerswerk in het buitenland? Kom naar de informatiedag, georganiseerd door 21 vrijwilligerorganisaties, zoals Activity International, Be More, Projects Abroad, Travel Active en Wereldwijzer Reisforums. Je kunt er speeddaten met oud-vrijwilligers. 5 november, 10.00 – 17.00 Stayokay, Amsterdam Zeeburg www.stayokay.com/zeeburg

Mijn aanrader

“Ali B doet wat hij belooft” Wie: Marina Kalle (24), student journalistiek Wat: Theatertour ‘Ali B geeft antwoord’ Wanneer: t/m 31 januari

Media bellen Ali B dagelijks met de vraag of hij wil reageren op de actualiteiten van die dag. Tot nu toe hield hij altijd zijn mond. Maar in zijn nieuwe theatervoorstelling Ali B geeft antwoord geeft hij, inderdaad, antwoord op vragen uit het publiek. “In het begin gingen de vragen niet echt de diepte in. Het leek of iedereen verwachtte dat Ali vooral grappig zou zijn, maar hij was ook serieus. Het ging echt over Ali B zelf. Over zijn persoon en zijn leven. Op een gegeven

moment kreeg ik het gevoel dat we echt een kijkje in zijn ziel kregen. Hij vertelde zelfs over zijn gokverslaving in het verleden en hoe hij die opbiechtte aan zijn moeder. Misschien zou je verwachten dat hij wat meer in zou gaan op maatschappelijke kwesties. Hij is ten slotte ook bezig met goede doelen, zoals War Child of Plan Nederland. Maar blijkbaar had het publiek niet zo’n behoefte om daar meer over te weten.” eva hol

Beeld Maurits Giesen

samenwerking. Er zijn workshops, films, interviews en speeddates met prominente gasten. IS brengt de talkshow IS on stage met onder meer filmregisseur Cyrus Frisch, Ugandese journalist Andrew Mwenda via Skype, schrijver Lieve Joris en publicist René Cuperus. Talkshowhost is Marcia Luyten. 29 oktober, 10.00 uur Haagse Hogeschool, Den Haag www.afrikadag.nl

Neef Ali

M 

ijn neef Ali is zestien en een verbeterde versie van mezelf. Hij woont in Sierra Leone en heeft grootse plannen voor de toekomst. Toen ik zo oud was als Ali zat ik met mijn hoofd maar voor de helft in de boeken. Met de andere helft zat ik achter de meisjes aan. Ali is anders. Ali leert graag en zet zich honderd procent in om advocaat te worden. Regelmatig belt hij me op om te vertellen over zijn imponerende schoolresultaten. Tijdens ons laatste telefoongesprek kreeg ik sterk het gevoel dat er een volwassene naast hem stond die zachtjes de vragen in zijn oor fluisterde: “Oom, is het waar dat je al zestien jaar in Nederland woont?“ “Waar”, zei ik. “Klopt het dat Nederland een van de rijkste landen van de wereld is?” “Waar”, antwoordde ik weer. “Dus ik kan aannemen dat je rijk en succesvol bent?”, zei mijn neef door de krakende telefoonlijn. Zijn ondervraging irriteerde me, want ik begreep waar hij naartoe wilde. Ali probeerde vast te stellen of ik, gezien de Nederlandse welvaart, wel voldoende aan mijn verplichtingen voldoe. Zestien jaar lang al onderhoud ik mijn familie in Sierra Leone. Ik betaal kost en inwoning voor mijn moeder, schoolgeld voor mijn talloze neven en nichten, en als iemand ziek wordt, ben ik degene die geld overmaakt voor een medische behandeling. Ali was nog maar net geboren toen ik uit Sierra Leone vertrok. Hij beseft daarom niet goed hoe groot mijn bijdrage is geweest aan zijn welvaart en scholing. “Hallo oom, ben je daar nog?” Blijkbaar had ik te lang gepiekerd over mijn antwoord. “Nee, neef, ik ben mislukt”, zei ik koelbloedig. “Sterker nog, ik ben onderdeel van één grote mislukking. Ook de banken, de politiek, de overheid en zelfs de burgers hier in Nederland weten de weg niet meer. Laat je niet misleiden door het feit dat we hier rijk en succesvol lijken. We voelen het zelf niet zo. De buitenkant van ons leven is belangrijker geworden dan onze innerlijke kracht.”

IS oktober 2011 49


Een dag uit het leven van Angelique

“Een vrouw mag ook mooi zijn op doordeweekse dagen” tekst eva smallegange beeld anaïs lopez

09.00

10.30

Angelique ‘Ange’ Ndikumana (40) Is : samen met haar man eigenaar van ‘Burundi’s Garden’, waar sieraden en kunst worden gemaakt Waar: Bujumbura, Burundi Relatie: getrouwd, twee kinderen Is dol op: uitgaan en dansen op zouk-muziek

12.00

Ange runt haar bedrijf aan huis. Ze begint de dag met het verdelen van het werk. In haar tuin staan verschillende werktafels. Vandaag worden er sieraden gemaakt van witte palmnoot, een alternatief voor ivoor. “Daarmee dragen we bij aan de bescherming van de olifant”, vertelt Ange. “De palmnoot heeft bijna dezelfde kleur als ivoor en wordt op dezelfde manier bewerkt.” Ange heeft dan ook een aantal voormalige ivoorbewerkers in dienst.

Er lopen kippen, ganzen, honden, een pauw en zelfs een aap rond in de tuin annex werkplaats. “Mijn tuin is net het platteland, alleen dan midden in de stad. Het is een plek die mensen moeten ontdekken. We maken geen reclame voor onze sieraden, maar vertrouwen op mond-totmondreclame. Mensen moeten geraakt worden door ons werk en hun vrienden erover vertellen.”

In ieder hoekje van de tuin is een gedeelte van het productieproces van de sieraden ondergebracht. Ange legt uit: “De meeste machines die we gebruiken voor het bewerken van de palmnoot maken we zelf. Deze twee pannen vormen samen een polijstmachine waar de kleine kralen een dag in ronddraaien zodat ze nog gladder worden.”

17.00

14.00 De kleurstoffen voor de kralen worden zelf gemaakt. Voor de rode verf gebruikt Ange besjes van een boom uit haar tuin. Voor de kleur geel pakt ze de kerrieplant en voor de donkere kleuren zoekt ze verschillende soorten aarde. “Bijna alle grondstoffen komen hier uit de tuin. Ik vind het zonde om iets weg te gooien. Het liefst gebruiken we de materialen helemaal. Van de plantaardige resten maken we bijvoorbeeld biobrandstof.”

50 oktober 2011 IS

15.00 Ange kleurt de kralen altijd zelf. “Het is heel precies werk. En ik wil zeker weten dat de kleur precies zo wordt zoals ik ’m in gedachten heb.”

De sieradenboetiek bevindt zich achter de woonkamer. Momenteel zijn het voornamelijk expats die na kantoortijd sieraden kopen. De Burundese klant laat zich nog niet veel zien. “In vergelijking met de buurlanden valt het me op dat Burundezen eigenlijk nooit laten zien dat ze trots zijn op zichzelf. Dat wil ik veranderen. Burundese vrouwen moeten leren dat je er ook mooi uit mag zien op andere dagen dan je bruiloft.”


Ingezonden

Colofon IS is een gratis uitgave van NCDO. NCDO staat voor Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling. NCDO betrekt mensen in Nederland bij internationale samenwerking. www.ncdo.nl

Oplossing voor afval

IS werkt samen met lokaalmondiaal en Vice Versa in het Wereldmediahuis. www.wereldmediahuis.nl

De oplossing voor het dumpen van elektronisch afval, e-waste, ligt in een strengere toepassing van regelgeving (vooral in Ghana), waaraan mensen in Ghana kunnen verdienen. Ik ben betrokken bij een project (betaald door de Nordic Development Fund) om de recycling bij schroothoop Agbogbloshie te vervangen door een schoner alternatief, zonder het verbranden van kabels en zonder het lozen van zuur en olie in de grond. Zo kunnen de vrijgekomen stoffen geëxporteerd worden naar smelters in Europa of elders. www.ndf.fi

Meningen en standpunten die te lezen zijn in dit blad, worden niet noodzakelijkerwijs door NCDO onderschreven. IS verschijnt tien keer per jaar. De volgende uitgave verschijnt op 15 november.

Redactie Hans Ariëns (hoofdredacteur), Lonneke van Genugten (eindredacteur), Pieternel Gruppen. Sanne Terlingen (redacteur), Eva Hol (stagiaire).

Ron Smit

Ticket to the tropics JoHo is een belangenorganisatie die vrijwilligers uitzendt naar ontwikkelingsprojecten wereldwijd. Kookcursus Heb jij leren koken in thailand of Ghana of bij moeder thuis? Draag je kennis over aan kinderen in Guatemala. Hongersnoodhulp Getroffen door de beelden van de hongersnood in de Hoorn van afrika? vanaf oktober kun je in Ethiopië bijdragen aan lokale projecten. Dat kan met voedsel, maar ook door voorlichting en het stimuleren van bedrijvigheid. Zonnige dierenopvang combineer zon, zee en strand in curaçao met het verzorgen van honden en katten in de dierenopvang. van ontteken en hokken schoonspuiten tot het aaien van nieuw gearriveerde dieren. Sloppentour Heb je een achtergrond in het toerisme? leer filippijnse ondernemers hoe ze tours en andere activiteiten organiseren in de sloppenwijken van manilla. Groene knutselkoning Professional gezocht voor de aanleg van een biogasinstallatie, een groentekas en een viskweekvijver in kenia. Bankieren in India altijd al bankier willen worden? In India kun je assisteren met het ontwikkelen en uitvoeren van microkredietprojecten voor arme vrouwen, zodat ze een kleine onderneming kunnen starten.

Even oorlogsverslaggever Hoe is het om als journalist te werken in Afghanistan? Butch & Sundance Media ontwikkelden de educatieve, fotorealistisch e game On the ground reporter Afghanistan. Spelers begeven zich als een razende reporter door een Google Streetview-versie van Afghanistan, die bestaat uit foto’s van Jan-Joseph Stok. Je moet niet alleen betrouwbare bronnen vinden, maar ook een tolk. Beslissen of je het hele onderzoeksrapport doorleest, of dat je de tijd die dat kost beter kunt besteden aan het monteren van de uitzending. Wie kun je vertrouwen? En wat doe je als je in een gevechtsituatie terechtkomt? De game is bedoeld voor (v)mbo-scholieren, maar ook interes sant voor wie zich even Bette Dam of Joeri Boom wil wanen. www.onthegroundreporter.nl/beta

Aan dit nummer werkten mee Marieke Aafjes, Peter Boer, Kees Broere, Evelijne Bruning, Ton Dietz, Arne Doornebal, Esther Gaarlandt, Guerilla-interviews.nl, Annick Hedlund-de Witt, Hanna Hilhorst, Stijn Hustinx, Rijkert Knoppers, Bart de Koning, Peter van Lieshout, Kadir van Lohuizen, Anaïs Lopez, Marcia Luyten, Roeland Muskens, Evert Nieuwenhuis, Martyn Overweel, Celia Pernot, Albertine Piels, Bram Posthumus, Monique Samuel, Mark Schenkel, Eva Smallegange, Bart Speleers, Babah Tarawally, Paul Teule, Marieke van de Velde, Stefan Verwer, Martin Waalboer, Karin Wesselink, Han van de Wiel. Basisontwerp Luis Mendo, GOOD Inc. Art direction en vormgeving Bouwe van der Molen Graphic Design, Wouter Overhaus (Atelier van GOG) Beeldredactie Anja Koelstra Bladconcept Fred Hermsen, Maters & Hermsen Journalistiek Lithografie MediaTraffic Press, Amsterdam Druk Habo DaCosta, Vianen Redactieraad: Pieter Broertjes (voorzitter), Frans van den Boom, Tineke Ceelen, Anna Chojnacka, Annemarie van Doorn, René Grotenhuis, Aad van den Heuvel, Bram van Ojik, Fatma Wakil

Macht in de hulp Wat een eer om mijzelf in de rij van hulptoppers te zien staan! Heel veel dank daarvoor. Zou mezelf overigens niet in deze lijst durven zetten; vind dat ik nog een lange weg te gaan heb als het gaat om mijn ‘werkzaamheden’ op dit vlak, maar ik doe zo goed mogelijk mijn best. Alle suggesties voor Nukuhiva, en verdere actie rondom ‘duurzame handel’ zijn ook van harte welkom!

Abonnementen Een abonnement op IS is gratis. Abonneren, opzeggen of adreswijzigingen doorgeven kan via de antwoordkaart in dit blad en via de website www.ismagazine.nl. Of stuur een briefje naar: Abonnementenadministratie IS Antwoordnummer 552 3840 WB Harderwijk Mailen kan ook: abonneeservice@dm-ict.nl Redactie adres Postbus 94020, 1090 GA Amsterdam tel.: 020-5682055, is@ncdo.nl www.ismagazine.nl

Groetjes vanuit Tasjkent, Uzbekistan. Floortje Dessing (nummer vier in BN’er top vijf)

Deze en talloze andere vrijwilligerswerkvacatures vind je in de oriëntatie- en keuzegidsen van de JoHo Go Abroad services. vrijwilligerswerkinhetbuitenland.nl IS oktober 2011 51


Veldwerk

Groeten uit Chili Wie: Annemarie van de Vijsel (23) Waar: Santiago de Chile, Chili studeert: International Development Studies en Journalistiek en

Media, Universiteit van Amsterdam

Doet: Scriptie-onderzoek naar jongeren van inheemse afkomst,

Mapuche, die in de hoofdstad van Chili wonen Waarom: “De inheemse bevolking vormt een kleine minderheid binnen de Chileense bevolking. Aan de hand van interviews en observaties onderzoek ik in hoeverre de culturele en politieke Mapuche-tradities nog belangrijk zijn in het leven van jongeren in de grote stad.”

Maandag: traditionele ceremonie

Mijn eerste deelname aan een inheems ritueel. Een kring van Mapuche en niet-inheemse mensen op een heuvel met een historische betekenis – midden in de stad. Mensen offeren kruiden aan moeder aarde. Het is een uitzondering dat ik aan een dergelijk ritueel mee kan doen. Tijdens de ceremonie vertellen enkele Mapuche een emotioneel verhaal over hoe hun families lijden in het zuiden van Chili, het oorspronkelijke leefgebied van de Mapuche. In dit gebied vechten drie partijen om dezelfde grond: multinationals en de Chileense overheid, die de grondstoffen willen exploiteren en de Mapuche, die de grond beschouwen als hun voorouderlijk eigendom.

Chileense favorieten de kust • Drankje: rum-cola met uitzicht op tijdens Nieuwjaar. apjes, op de • Hapje: empanadas, gevulde deegh kustweg richting het noorden. la natura• Plekje: natuurgebied Santuario de t Santiago. vanui auto de in uur half ander leza, rotsen ssen, cactu de tussen elen wand er Je kunt hier, en schaduwrijke bomen. Ook mag je typisch Chileens, barbecueën.

Donderdag: onderwijs

Met een Mapuche-student mee op banenjacht. Na zijn studie geschiedenis kan hij leraar worden. Hij levert zijn cv in bij een groot aantal universiteiten in de hoop dat ze hem uitkiezen. Santiago kent zo’n twintig universiteiten, de meerderheid privaat en duur. De Chileense universiteiten zijn de duurste ter wereld. Het is big business om een universiteit te openen, maar de kwaliteit is niet overal hoog. Chileense studenten en scholieren zijn op dit moment aan het protesteren voor beter en betaalbaarder onderwijs. Ze krijgen bijval van andere Chilenen. De demonstraties, die zijn uitgegroeid tot een uiting van algehele onvrede onder de meerderheid van de bevolking over president Piñera, lopen regelmatig uit op rellen.

Dinsdag: broer versus zus

Met een gammele bus rijd ik naar een arme wijk aan de rand van de stad. Ik loop door de wijk langs heel kleine, dicht op elkaar gepakte huizen. Het is een sociaal woningbouwproject ter vervanging van zelfgebouwde huisjes. Ik houd een interview met twee jongeren en hun moeder. We zitten op boomstronken in hun tuin. De moeder vertelt. Op jonge leeftijd emigreerde ze naar Santiago en ging werken als nanny, zoals veel Mapuche-vrouwen. Haar kinderen zijn heel verschillend. Dochter is trots op haar afkomst, doet mee aan culturele activiteiten en heeft een duidelijke politieke mening. Zoon interesseert het allemaal niet. Dezelfde opvoeding, toch zo’n verschil.

Woensdag: bewuste studenten

Vandaag weer een interview, we spreken af in de studentenbuurt. Claudio heeft een Mapuche-achternaam, maar aan zijn kleding kun je zijn afkomst niet zien. Alleen een symbolisch kettinkje duidt op zijn inheemse afkomst. Hij schrijft zijn scriptie over de verhoudingen tussen de Chileense staat en de Mapuche en wil een objectief beeld neerzetten van de problematiek en van zijn volk. Pas sinds enkele jaren erkent hij zichzelf als Mapuche, daarvoor beschouwde hij zich meer als niet-inheemse Chileen.

Vrijdag: rijke Chilenen

Mijn gedachten op papier zetten en tussentijdse conclusies bespreken met mijn begeleider. Soms interview ik iemand die net een andere nuancering toevoegt aan mijn conclusies, of deze deels weerlegt. Voortdurend aanpassen aan de realiteit dus! ´s Avonds een feestje met Chileense vrienden in de rijkste wijk van Santiago. Ze hebben weinig kennis van de Mapuche-cultuur, omdat er op Chileense scholen nauwelijks aandacht is voor de inheemse bevolking. Soms worden er grapjes over hen gemaakt, maar niet op een gemene manier. Op het balkon van het luxe flatgebouw, uitkijkend over de stad, besef ik wat een grote verschillen er bestaan in Santiago. De ene dag zit ik in een klein zelfgebouwd huisje, de volgende in een duur, bewaakt appartement. Een interessant onderzoeksterrein voor mij, de harde realiteit voor veel Chilenen.


Is08