Issuu on Google+

INTERNATIONALE SAMENWERKING

IS het magazine over Internationale Samenwerking nummer 5 / juni 2011

IS NUMMER 05 / JUNI 2011

IS speurt de zoutvlaktes af

Elektrische auto begint in Bolivia Pagina 20 IS bezoekt fair trade gemeente Het Bildt

Kapsalon Geartsje knipt eerlijk Pagina 34 IS schrikt van de prijs

Hamburger kost 200 dollar Pagina 30


2 juni 2011 IS


Urgent

Boven hun macht

Beeld Chris de Bode / Panos

  Ivoriaanse vluchtelingen liggen op de vloer van een Katholieke Missie in Duekoué, een dorp in het westen van Ivoorkust. Ze zijn op de vlucht voor het geweld dat losbarstte toen Laurent Gbagbo, president sinds 2000, zich in november 2010 onterecht als winnaar van de presidentsverkiezingen uitriep. De oppositiekandidaat, Alassane Ouattarra, kreeg 55 procent van de stemmen en spoorde zijn milities aan Gbagbo omver te werpen. Internationale organisaties rapporteerden talloze mensenrechtenschendingen en uiteindelijk moesten de Verenigde Naties ingrijpen om de burgers te beschermen. Geschat wordt dat 35.000 mannen, vrouwen en kinderen rondom Duekoué hun huizen ontvluchtten op het moment dat het leger het dorp aanviel. Tenminste achthonderd mensen kwamen hierbij om het leven. Bijna dertigduizend mensen kregen onderdak bij de Katholieke Missie, maar met een onophoudende stroom aan mensen lijkt het kamp overvol te raken. Ook nu Gbagbo door het Franse leger van het toneel is verwijderd, durven de vluchtelingen niet naar huis. “Naast elementaire hulpgoederen hebben deze mensen de geruststelling nodig dat ze naar huis kunnen, áls hun dorpen er nog zijn, en dat ze niet vermoord worden. Ouatarra moet de rust proberen te bewerkstelligen en de milities ontwapenen”, aldus Femke Halsema. Begin mei bracht de oud-politica een bezoek aan het grensgebied tussen Liberia en Ivoorkust. Lees op de volgende pagina haar verhaal.

IS juni 2011 3


IS en Femke Halsema Vlak voor haar zesdaagse reis naar Ivoorkust en Liberia met stichting Vluchteling twitterde Femke Halsema (45) dat zij nog naar de winkel moest voor een afritsbroek. De voormalig fractievoorzitter was een groentje in Afrika, maar voelt zich na deze reis naar het door politieke strijd verscheurde gebied, een expert. “En dat is ironie, zet dat er maar groot bij!” “Ik leed aan Afrika-cynisme. Elke dag lees je in kranten over de gruwelijkheden en uitzichtloosheid op het continent. Tegelijkertijd werd in mij ook het verweer tegen dat cynisme actief. Het is namelijk gewoon genant om een andere kant op te kijken. Ik heb Stichting Vluchteling gebeld en gevraagd of ze wat aan mij hebben. Nu ik nog een bekend hoofd heb, kan ik aandacht vragen voor hun zaak. Mijn kinderen vonden het spannend dat mama naar

een oorlogsland ging. Mijn zoon vond een foto van mij in een witte humvee wel ‘cool’. Had ik eindelijk eens iets waarmee ik stoerder was dan zijn vader. Voor ik op reis ging had ik een helderder overzicht van het conflict in Ivoorkust, dan daarna. Het gaat over verdeling van land, armoede, en de strijd tussen de Ivorianen en migranten uit buurland Burkina Faso. Via kranten en tv horen we veel te weinig over het geweld in Ivoorkust. Dat zie je terug in de kleinschaligheid van de noodhulp. Naast een tekort aan medicijnen en waterfilters, zijn er geen tentzeilen beschikbaar. Deze waren eerder al naar Japan gebracht om de slachtoffers van de aardbeving op te vangen. In de plaats Duekoué bezochten we een vluchtelingenkamp waar 27 duizend mensen in afschuwelijke omstandigheden bijeen zaten. Op een moddervloer in een klein kamertje zag ik een vrouw bevallen, helemaal alleen. Daar ben ik jankend weggelopen. Het was zo mensonterend. En ik kon niks doen. Politieke druk kan ik niet meer zetten, daar zijn Kamerleden voor. Wel hebben we geregeld dat de Nederlandse regering een vliegtuig charterde om twintig ton hulpgoederen van Stichting Vluchteling naar Ivoorkust te brengen. Als Kamerlid voor GroenLinks heb ik regelmatig gereisd, maar sub-Sahara Afrika was, behalve een vakantie in Kenia, nieuw voor mij. Niet alle ontwikkelingssamenwerking is nuttig, nodig en goed, maar ik heb tijdens deze reis gezien dat organisaties die noodhulp geven, zeer professioneel zijn. Zakelijkheid is belangrijk. Ik denk dat je hiermee het publiek eerder bereikt dan met zwaar moralisme.”

4 juni 2011 IS

Tekst Hanna Hilhorst en Lonneke van Genugten Beeld Anneke Hymmen

“Het is gewoon genant om een andere kant op te kijken”


Inhoud THEMA

Honger naar zekerheid pagina 10 De wereld moet gevoed worden, en Nederland heeft daar toevallig ook – economisch - belang bij. En dus werd ‘voedselzekerheid’ een van de speerpunten van het nieuwe ontwikkelingsbeleid.

FEMKE HALSEMA:

“Het opbouwen van een voedselketen in ontwikkelingslanden lijkt me ongelooflijk belangrijk. Als het bedrijfsleven actief wordt, daarmee werkgelegenheid weet te creëren en de mensen zelf de middelen aanreikt om voedsel te verbouwen en te verkopen, wordt hun voedselzekerheid vergroot.”

FOTOREPORTAGE

Friese zendingsdrang pagina 34 Vanuit de Wereldwinkel werden de geesten rijp gemaakt: bijna veertig bedrijven en instellingen in Het Bildt schakelden over op fairtrade producten.

FEMKE HALSEMA:

“Ik koop zelden fairtrade producten, want meestal moet ik er te ver voor omfietsen. Wel vind ik dat de productieketen doorzichtiger moet worden. Als ik schoenen koop in Nederland, wil ik kunnen zien hoeveel de arbeiders in China betaald hebben gekregen voor hun werk, hoeveel het verschepen heeft gekost en hoeveel ik uiteindelijk voor de gebakken lucht van het merk betaal.”

ESSAY

Onzichtbare opmars pagina 42 Het gebeurt niet in het zicht van de camera’s, maar vrouwen in de Arabische wereld komen steeds meer voor hun rechten op, betoogt publiciste Hassnae Bouazza.

FEMKE HALSEMA:

“Hassnae Bouazza kan heel mooi schrijven. Ik hoop, en vele andere vrouwen met mij, dat de democrateringsbeweging in de Arabische landen leidt tot meer rechten voor vrouwen. Ik denk niet dat je veel reden hebt om te denken dat het er overal gunstig uitziet. Kijk naar Saudi-Arabië. Daar zijn vrouwen echt niets waard.”

RUBRIEKEN

20 even opladen

44 kagames vele gezichten

HIER DAAR CHEF GLOBALISERING RECENT DUURZAAM GEMAK AGENDA INGEZONDEN VELDWERK

6 26 32 33 38 48 51 52

Cover

22 Geweld(dad)ig karachi

30 Aan tafel met voedselgoeroe Patel

18

Winning van lithium in ‘Salar de Uyuni’ (Bolivia), het grootste zoutmeer ter wereld. Foto: Kadir van Lohuizen

Nieuwe columnist IS juni 2011 5


Hier

Ingekort

Redactioneel Af en toe mijmeren we over de tijd dat Arend Jan Boekestijn nog kamerlid was. Als hulpcriticus was hij een voortdurende plaaggeest van minister Bert Koenders, maar hij wist het debat over hulp ook sjeu te geven en het te verbreden naar debatpodia en media. Zo’n figuur ontbreekt te midden van de huidige woordvoerders, die over het algemeen gewoon nette politici zijn. De enige notoire dwarsligger is PVV’er Kees Driessen. Maar zijn bijdrage bestaat er vooral in hulporganisaties consequent als ‘slurpclubs’ te betitelen. Bij het buitengewoon invloedrijke rapport

van de WRR over de hulp, dat medio mei in de Kamer besproken werd, was Driessen al bij het lezen van de lijst van gesprekspartners afgehaakt – ‘allemaal usual suspects, leden van de linkse kerk’. En verder moest het rapport vooral ‘in een diepe la verdwijnen’. Dat hielp niet echt voor het debat. Even veerden we op. CDA-woordvoerder Kathleen Ferrier herinnerde staatssecretaris Knapen eraan dat hij een ‘Nederlandse mondialiseringsvisie’ had beloofd die voor een coherent kabinetsbeleid moet zorgen. Maar daar moesten we geen spetterende ver-

gezichten van verwachten, waarschuwde de staatssecretaris meteen. “We moeten vooral een praktische agenda opstellen en aangeven waar de raakvlakken liggen van ons beleid met dat van andere departementen.” Een staatssecretaris die surtout, pas trop de zèle (‘bovenal, niet te veel ijver’) als lijfspreuk koestert, zal zich eerder bescheiden opstellen. Maar een vleugje teleurstelling voelden we wel opkomen. Arend Jan en zijn eeuwige tegenspeler Bert zouden ieder vást een weids mondiaal perspectief hebben geschilderd. hans ariëns

brusselhandel

Vrees voor concurrentie EU textiel De lijst van 176 landen die nu nog tegen gereduceerd tarief kunnen exporteren naar de EU, zal flink worden opgeschoond. Zeker negentig landen die te rijk en te concurrerend zijn geworden, zullen het vanaf 2014 zonder voorkeursbehandeling moeten doen. Anderen profiteren juist van lage invoertarieven. Als het aan eurocommissaris Karel de Gucht (Handel) ligt, mogen landen als Brazilië, Namibië en Cuba geen aanspraak meer maken op het ‘Generalised System of Preferences’ (GSP) dat de tariefkortingen regelt. In

totaal zal er van de 60 miljard euro aan export die nu nog goedkoper de EU inkomt, nog geen 38 miljard euro overblijven. Een groot deel van de landen op de lijst is met een gemiddeld inkomen tussen de 4000 en 12.000 dollar een middeninkomensland. Het is de bedoeling dat het GSP in 2014 alleen nog de meest kwetsbare landen omvat. Voor landen als Pakistan en Oekraïne zou dit bijzonder goed uitpakken: hun textiel- en ethanolexporten zouden opeens binnen het nieuwe GSP vallen en dus met minder restricties te maken krijgen. Sommige eurocommissarissen vrezen voor de Europese textiel en biobrandstoffenindustrie in met name Portugal - dat het toch al zwaar heeft. Ook is men bang dat Afrikaanse landen die net buiten de boot vallen, gedwongen worden tot het sluiten van controversiële vrijhandelsakkoorden. paul teule

11

landen vallen volgens de Corruption Perceptions Index 2011 in de categorie zeer corrupt. 63 landen zitten daar net onder. Meer dan de helft van de corrupte landen ligt in Afrika. www.transparency.org

90%

van de landen die in de jaren nul leden onder een burgeroorlog, hadden daar in de decennia daarvoor ook al mee te kampen. In de jaren zestig was dit percentage maar 43. Het World Development Report 2011, Conflict, Security and Development, meldt dat het aantal ‘terugkerende conflicten’ hoger is dan ooit. www.worldbank.org

West-Europese landen staan in de toptien van landen waar moeders relatief het beste leven hebben. Ontwikkelingsorganisatie Save the Children rangschikte 164 landen op gezondheidszorg, onderwijs en economische mogelijkheden voor moeders in het rapport State of the World’s Mothers 2011. Afghanistan scoort het slechtst. www.savethechildren.org.

8 

440

miljoen nieuwe banen moeten de komende tien jaar worden gecreëerd om de bevolkingsgroei en demografische veranderingen het hoofd te kunnen bieden. Om de armoede te bestrijden moeten de salarissen bovendien omhoog, stelt het Britse Overseas Development Institute ODI in haar rapport Jobs, growth and poverty: what do we know, what don't we know, what should we know? www.odi.org.uk

6 juni 2011 IS


is in het land Van Groningen tot Maastricht, de IS-agenda staat elke maand weer boordevol met debatten, borrels en andere bijeenkomsten waarin uitgebreid over het nut en de nonsens van hulp wordt gefilosofeerd. IS doet elke maand verslag ergens uit het land. Waar: Fontys Hogeschool, Eindhoven Wat: Social entrepreneurship in de gezondheidssector Door: Meduprof-S, Task Force Health Care, Platform for Health Insurance for the Poor De entree van de Hogeschool is versierd met Afrikaanse doeken. Journalist Linda Polman, een van de genodigden, gooit een steen in de vijver. “Er zijn medicijnen genoeg, maar een grote groep mensen krijgt ze niet”, zegt ze.

“Daarom moet je gezondheidszorg niet aan de markt overlaten. Dit is een mensenrecht en mensenrechten moeten niet in handen zijn van mensen die geld willen verdienen!” Maar dat is juist waar deze dag over gaat: social entrepreneurship. Over wat? Over marktgestuurde initiatieven die sociale gelijkheid en duurzaamheid nastreven, zo staat in het programmaboekje. Wilma de Groot van Meduprof-S bespreekt oplossingen voor de braindrain, het vertrek van medisch personeel van arme landen naar rijkere landen. Salarissen verhogen of stoppen met rekruteren van buitenlands personeel, behoren tot de mogelijkheden, maar volgens De Groot is geen enkele oplossing hét wondermiddel. "Er zijn ook voordelen", zegt De Groot, "arbeidsmigranten sturen vaak veel geld naar huis en brengen bij terugkeer veel kennis en ervaring mee." Met het Lagerhuisdebat over een nationale zorgverzekering komt er écht leven in de brouwerij. Ondanks dat er slechts één keer iemand

Beeld Lindy Janssen

Bijeenkomstnederland

naar de tegenpartij overloopt wordt er wel flink geklapt bij sprekers die hetzelfde standpunt hebben. “De discussies waren het interessantst”, zegt een bezoeker. Eén ding heeft hij wel gemist vandaag. “Social entrepreneurship is actueel door het huidige regeringsbeleid. Jammer dat er niemand van de overheid die plannen uit komt leggen. Want veel van wat we vandaag gehoord hebben, valt of staat bij hún financiering.” lindy janssen

Gepolst blogswereldwijd

Ondertussen op ismagazine.nl Hoewel ongelovig, ging onze Afrika-correspondent Arne Doornebal afgelopen maand op bedevaart naar OostCongo. Hij bezocht de Nederlandse missionaris Martien Konings (81) en hoorde zijn geklaag over het geseculiseerde Nederland aan. “Congo is geen heart of darkness, Europa is juist de plaats waar men in het duister tast.” Bekeren deed Arne zich niet. “Vaste tijden, vaste rituelen, geen vrouwen en iedere dag om half vijf op, het leven van een missionaris moet zwaar zijn.” We zakken verder Afrika in. Na de dood van Bin Laden speurt blogger Lotte Vermeij naar reacties in Zuidelijk Afrika. Waar de Zuid-Afrikanen met afschuw reageren op hoe de uitzinnige menigte voor het Witte Huis in Washington de dood van een mens viert, vragen de inwoners van Malawi zich af of het niet gewoon weer een publiciteitsstunt van de VS is. In Botswana hoopt men dat Obama nu werk wil maken van Mugabe, de president van buurland Zimbabwe. “Te lang heeft hij zijn gang kunnen gaan en heeft hij onze vrienden vermoord. De Amerikanen moeten Mugabe ook oppakken en hem op het vuur gooien!” Hoewel de meeste Zimbabweanen instemmend knikken, komt Jimmy, een 24-jarige student uit Harare, met een meer genuanceerde mening: “Als we wraak nemen op het geweld dat ons is aangedaan blijven we ronddwalen in een vicieuze cirkel. Wat de wereld nodig heeft, is vrede. Er heeft genoeg onschuldig bloed gevloeid.” Volg alle blogs via Facebook, Twitter (@isredactie) en LinkedIn. Of begin je eigen blogpagina. Mail naar redacteur Hanna Hilhorst, h.hilhorst@ncdo.nl

Rapper

T tot de O “Give it more green for you and me”, zingt rapper T tot de O in zijn nummer All as one. Het leverde hem de eerste prijs op in een talentenjacht over klimaatverandering, georganiseerd door kinderrechtenorganisatie Plan en Mundial productions. Je hebt een reis gewonnen naar Kenia. Wat heb je daar gezien? “Ik heb een plastic recyclingproject bezocht, met jongeren gepraat over klimaatverandering. Ik heb ook opgetreden op een festival in een sloppenwijk. Ik eindigde mijn optreden met mijn nummer All as one, dat werd heel goed ontvangen! Het was een goede levenservaring!” In wat voor opzicht? “Ik was erg onder de indruk dat mensen ongeacht hun situatie positief blijven en werken aan hun toekomst. De reis heeft mij als persoon veranderd en laten zien dat we het leven meer moeten waarderen en meer moeten doen voor een ander.” Zitten jouw fans wel op een rap over zo’n zwaar onderwerp als klimaatverandering te wachten? “Ja tuurlijk, waarom niet?! Muziek is het overbrengen van een boodschap en het delen van je emoties. Mijn clip wordt goed bekeken op Youtube en heeft sinds de lancering op 5 mei al meer dan tweehonderdduizend views en veel reacties gehad!” pieternel gruppen IS juni 2011 7


Hier

evelijne Evelijne Bruning is directeur van The Hunger Project. Hiervoor werkte ze onder andere als microkredietadviseur in Vietnam, als voorlichter in Den Haag, en als hoofdredacteur van ViceVersa, het vakblad voor ontwikkelingssamenwerking.

nederlandtalkshow

Beeld Maurits Giesen

Beeld Maurits Giesen

Hoe kunnen bedrijven geld verdienen als consumenten met z'n allen gaan consuminderen?

Lievekleur V

annacht droomde mijn dochter van bijna drie dat haar geliefkoosde knalgele bekertje weg was. Haar pimpelpaarse minacht ze sinds kort met pure peuterpassie. ‘Nee, géél is mijn lievekleur, mama!’ Gelukkig bleek die niet werkelijk weg te wezen, want dan was er geheid een week geen appelsap gedronken. Zo werkt het ook met grotere mensen. Schijnbaar willekeurig opgedane lievekleuren bevolken hun dagen, en daarmee hun dromen. Dat staat dan weer begrip in de weg, en daarmee dus daden. Bij mij werkt dat net zo. Zelf denk ik bijvoorbeeld graag in concrete, overzichtelijke, haalbare stappen, ferm ingebed in het hier en nu. Een van mijn collega’s daarentegen blinkt juist uit in scenariodenken, bij voorkeur vertrekkend vanuit abstracte vergezichten. We raken elkaar dus regelmatig onderweg kwijt. Het nú is mijn lievekleur.

“Schijnbaar willekeurig opgedane lievekleuren bevolken hun dagen” Peter van Lieshout, die sinds vorig jaar richting probeert te geven aan ons denken over ontwikkelingshulp, is daardoor voor mij een verwarrende visionair. Maandelijks vertelt hij in dit blad en op allerlei andere podia uiterst aanstekelijk over de noodzaak om de aanpak van armoede veel verder te verbreden. Dat betekent dat er iets moet met ‘mondiale publieke goederen’. Dat slaat duidelijk aan. Ik hoor in elk geval steeds meer mensen met die term smijten. Maar als ik heel eerlijk ben, moet ik bekennen dat in mijn brein dan allerlei stoplichten op rood gaan. Wegens enge wissel. Té vergezicht. Het kersverse beleid van het nieuwe kabinet, en de recente hoorzitting daarover in de Tweede Kamer, maakte duidelijk dat er wel meer mensen moeite hebben met de uitwerking van dat weidse WRR-denken. Uiteindelijk bleken de diverse Kamerleden toch vooral op zoek naar ammunitie voor alternatieve landenlijstjes, en vergelijkbare gele bekertjes van eigen makelij. Maar of, en zo ja hoe, het nu verder moet met die gedroomde verbreding van de hulp? Ik kan er in elk geval nog geen heldere appelsap van maken.

8 juni 2011 IS

Zijn wij moreel verplicht een stap terug te doen terwijl Indiërs en Chinezen steeds vaker een auto kopen? Deze en vele andere dilemma’s komen aan bod tijdens IS Live! met als thema 'de groene economie' in het hart van de zakenwereld: de Amsterdamse Zuidas. Talkshowhost Marcia Luyten ontvangt gasten uit het bedrijfsleven, de overheid en de wetenschap

om over dit thema te praten. Met onder andere Hans Koemeester (Siemens), Roland Duong (Keuringsdienst van Waarde), Prabhu Kandachar (professor TU Delft), Annick de Witt (onderzoeker VU/columnist IS) en Mark Schalekamp (auteur De Parvenu/ oprichter Robin Good). 8 juni, 18:00-19:30 uur, Amsterdam Bright City. Meer informatie: www.ismagazine.nl

kunstindia

Zomaar iets geks Wie: Tessa Reintjes (24 jaar) Wat: ontwikkelde een creatief lesprogramma Waar: Ozhalur, nabij Chengalpattu (India) “Tijdens een bezoek aan mijn zus die  stage liep voor de organisatie  Women in Need (WIN) in Ozhalur  zag ik kinderen op straat bedelen.  WIN richtte in 2009 een centrum op  waar deze kinderen kunnen eten,  slapen en douchen. Ook zorgen de  medewerkers ervoor dat de kinderen  naar school gaan. Het centrum ligt  midden in het dorp en is op loopafstand van de hutten waar hun  ouders wonen. Het viel me op dat er  weinig creatieve activiteiten waren.  Ik heb zelf de kunstacademie gedaan  en dus bedacht ik een lesprogramma 

gluren bij de muren

waarbij de kinderen kunnen schilderen, tekenen en knutselen. Voor de  kinderen stond leren gelijk aan informatie ‘stampen’. Als ze al tekenden,  dan maakten ze een voorbeeld zo  precies mogelijk na. Het was een  hele uitdaging om ze te laten beseffen dat ze ook zomaar ‘iets geks’ op  papier mochten zetten. Langzaam  lukte dat. Na twee maanden hebben  we een expositie georganiseerd met  de mooiste kunstwerken. Het hele  dorp kwam erop af. De kinderen  waren supertrots en ik natuurlijk  ook!” ellen davids

Acht millenniumdoelen, acht muren. Kunstenaar Jeroen van den Bosch verzamelde acht kunstenaars om zich heen die elk op een kritische manier een millenniumdoel, de acht doelen om armoede en honger de wereld uit te helpen, belichtten op een stukje muur. “Vorig jaar is een Tunesische kunstenaar met dit idee gekomen, inmiddels hebben zich wereldwijd al 95 kunstenaars bij het project gemeld. Uit onderzoek blijkt dat maar weinig mensen van de millenniumdoelen gehoord hebben. Tijd dus om daar verandering in te brengen.” Niet alleen de kwast werd ter hand genomen, ook de IS werd verknipt en verscheurd voor de kunstwerken. Kunstenares Ellen van den Bosch stortte zich op millenniumdoel vijf (uitbannen van sterfte van vrouwen als gevolg van zwangerschap en complicaties bij de bevalling). Ze maakte een collage van foto’s met moeders. “De IS was daar erg handig voor.” De muren zijn nog t/m 17 juni te zien in Ulft. www.8goals-8walls.com


een handvol vragen: Farida Hares

“Ik wilde kinderen helpen ontwikkelen” Er moet een Afghaans jeugdjournaal komen, vond journaliste Farida Hares na de val van de Taliban. Ze werd hoofdredacteur van het programma, maar moest later haar land ontvluchten. Ze woont sinds kort met haar gezin in Haarlem.

1

Hoe kwam u op het idee een Afghaans jeugdjournaal op te richten? “Ik heb journalistiek gestudeerd aan de universiteit van Kabul, en al tijdens mijn studie was ik bezig met journalistiek voor kinderen. Na de val van de Taliban wilde ik graag helpen de kinderen te onderwijzen en hen helpen zichzelf te ontwikkelen. Met hulp van de Nederlandse organisatie Free Voice lukte het in 2003 om het programma op te zetten. Ze hebben ons enorm geholpen. Met geld, spullen en door ons trainingen te geven.”

Beeld Peter Boer

2

Wij kennen allemaal het Nederlandse jeugdjournaal. Hoe zag de Afghaanse versie eruit? “We hadden elke dag een uitzending van twintig minuten met verschillende items. Nieuws, sport, en een aantal rubrieken. ‘De Toekomstwens’ bijvoorbeeld, waarin kinderen vertelden wat ze later wel of niet wilden worden. Een andere rubriek was de probleemrubriek. Een cameraploeg ging bijvoorbeeld naar een school waar geen tafels, stoelen of boeken waren. De kinderen vertelden dan wat ze wilden dat de president daaraan zou doen. Ons programma was erg populair.”

3

Welk nieuws vertel je kinderen wel en niet, in een land met zo veel geweld? “We vertelden ze wel iets over politiek en geweld, maar we probeerden die informatie ook nuttig te maken. Bijvoorbeeld door te laten zien hoe een bom eruit ziet en de kinderen te vertellen dat ze zo’n voorwerp niet mochten aanraken.”

4

Ondanks de populariteit was niet iedereen gelukkig met uw programma. Wie waren niet blij? “Degenen die niet wilden dat de Afghaanse kinderen zich ontwikkelen. In ons jeugdjournaal konden kinderen vrijuit praten. Niet iedereen was het daarmee eens. Bovendien is de Afghaanse televisie van oudsher het domein van mannen. Bij ons programma werkten mannen en vrouwen samen. Ook dat maakte sommige mensen boos. Ik ontving steeds vaker bedreigingen en was bang dat ik vermoord zou worden. In 2008 ben ik met mijn man en kinderen naar India gevlucht.”

5

En nu woont u in Nederland. “Free Voice heeft ons geholpen hier te komen wonen op uitnodiging van de Nederlandse regering. We zijn net verhuisd van het asielzoekerscentrum in Leersum naar ons nieuwe huis in Haarlem. Ik heb elke dag Nederlandse les van negen uur tot drie uur. Mijn kinderen gaan al naar gewone Nederlandse scholen. Het is voor mij te gevaarlijk om terug te gaan naar Afghanistan. Nederlanders zijn goede mensen, en alles is hier tenminste normaal. Ik zie hier zeker een toekomst voor ons.”

renate megens

Wie is Farida Hares? Farida Hares (Kabul, 1964) werkte als tv- en radiojournalist voor Afghaanse en buitenlandse media. Tijdens het regime van de Taliban (1996-2001) woonde ze tijdelijk in Pakistan. Ze keerde terug naar Afghanistan om het jeugdjournaal op te zetten, maar moest in 2008 vluchten. Farida Hares is getrouwd en heeft vier kinderen in de leeftijd van 11 tot 16 jaar. Het jeugdjournaal in Afghanistan bestaat nog steeds.

IS juni 2011 9


10 juni 2011 IS


voedselzekerheid

Geef de wereld te eten ‘Feed the world!’ zongen de sterren van BandAid en USA for Africa al in de jaren tachtig. Maar nog steeds slagen we er niet in de wereldbevolking te voeden: bijna een miljard mensen zijn chronisch ondervoed. Met het vooruitzicht van een stijgende wereldbevolking van de huidige zeven miljard naar negen miljard in 2050 is er werk aan de winkel voor de verzamelde voedselproducenten, de boeren van deze wereld. Of hoeven we niet méér te produceren, maar het beschikbare voedsel alleen beter te verdelen? En hoe zit met de Nederlandse bijdrage aan de wereldwijde voedselbehoefte?

Is staatssecretaris Knapen de rondreizende ambassadeur van de Nederlandse agri-food business en Wageningen ‘Food Valley’ geworden? Deze en andere dringende vragen beantwoordt IS in het voorliggende thema over het nieuwe buzzword in internationale samenwerking: voedselzekerheid.

Wat is zeker? Bij voedselzekerheid gaat het er niet alleen om of de wereld voldoende voedsel kan produceren om iedereen te eten te geven. Soms is er voldoende eten aanwezig in een regio, maar kunnen mensen het niet betalen. Verder is van belang of er genoeg variatie en voedingsstoffen in een maaltijd zitten. Mensen kunnen wel genoeg te eten hebben maar tegelijkertijd ernstig ondervoed zijn. Ook voedselveiligheid, denk aan DDT en salmonella-bacteriën die in eten kunnen voorkomen, bepalen mede de voedselzekerheid. Ook klimaatverandering heeft effect op de voedselproductie.

beeld zsuzsanna ilijin

IS juni 2011 11


Honger bestrijden en geld verdienen * De bakens zijn verzet: Nederland gaat

weer honger bestrijden in ontwikkelingslanden. Niet door hulp te geven, maar door Nederlandse bedrijven, financiers en kennisinstellingen te ondersteunen. * “Wat goed is voor hen, is ook goed voor ons. Dat is niet vies.” Voedselzekerheid in tien vragen. tekst: han van de wiel

Voedselzekerheid, wat is dat? Simpel gezegd: iemand is ‘voedselzeker’ als hij of zij geen honger lijdt en niet bang hoeft te zijn voor verhongering. Rudy Rabbinge omschrijft voedselzekerheid als ‘de toegang tot voedsel voor iedereen, zowel wat betreft het aantal calorieën als de kwaliteit van het voedsel’. Rabbinge is hoogleraar aan de Wageningen Universiteit en een autoriteit op landbouwgebied. Vorig jaar waren er naar schatting 925 miljoen mensen chronisch ondervoed en hadden 1,5 tot 2 miljard een tekort aan essentiële voedingsstoffen. Tegelijkertijd zegt de voedsel- en landbouworganisatie (FAO) van de VN dat er voldoende voedsel is voor 12 miljard mensen, het dubbele van de huidige wereldbevolking. Gaat het dan vooral om de verdeling van voedsel? Het gaat om verdeling én hogere productie. Er is voldoende voedsel, maar veel mensen kunnen het niet kopen vanwege geldgebrek. Bovendien wordt veel voedsel regionaal geproduceerd en geconsumeerd. Van de 650 miljoen ton rijst die jaarlijks wordt geprodu12 juni 2011 IS

ceerd, komt maar 30 miljoen ton op de wereldmarkt. Dat zijn verdelingsvraagstukken. Tegelijkertijd groeit de wereldbevolking door tot 9 miljard mensen in 2050, die steeds meer dierlijke eiwitten eten. De productie kan dat maar slecht bijbenen. In Afrika houdt de groei van de bevolking geen gelijke tred met de groei van de landbouwproductie en verslechtert de situatie, zegt Rabbinge. De landbouwproductie zal dus wel veel prioriteit hebben? Gek genoeg: nee. Vanaf eind jaren negentig van de vorige eeuw ging er steeds minder geld naar landbouw. Wereldbank en IMF legden ontwikkelingslanden structurele aanpassingsprogramma’s op, waarin geen plaats was voor landbouwsubsidies. Lokale politici kregen in die tijd ook meer zeggenschap over donorgelden (ownership) en staken die liever in scholen dan in landbouw - met een school kun je voor de dag komen. En westerse donoren kwamen met nieuwe ‘modes’ op de proppen, zoals onderwijs, gezondheidszorg, gender, milieu. De cijfers liegen niet. Wereldwijd bedroeg de hulp voor landbouw in 1987 nog 11,5 miljard dollar. In 2005 was dat teruggelopen tot 3,9 miljard dollar. Leningen van de Wereldbank voor de landbouw zakten tot een schamele 1,75 miljard dollar in 2006. In 2008 vond de omslag plaats, met de publicatie van het World Development Report Agriculture for Development van de Wereldbank. Het benadrukt het enorme belang van landbouw voor de plattelandsbevolking in ontwikkelingslanden: ‘Als je kijkt waar deze mensen leven en waar ze het beste in zijn, is het promoten van landbouw een voorwaarde voor het halen van het eerste millennium-

doel, het halveren van armoede en honger in 2015.’ Ging Nederland mee met die modes? Zonder meer. Ook hier verdwenen landbouw en voedselzekerheid uit beeld. “We hebben twintig jaar geleden onze expertise overboord gezet en ons de kaas van het brood laten eten door onder meer de Duitsers en de Denen”, meent Hedwig Bruggeman, directeur van Agri-Profocus, een partnerschap van Nederlandse en buitenlandse organisaties voor meer en betere ondersteuning van boerenorganisaties en boerenondernemerschap in ontwikkelingslanden. Maar de bakens bij Ontwikkelingssamenwerking zijn verzet. Eerst was daar het rapport Minder pretentie, meer ambitie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Dat adviseerde de regering te doen waar Nederland goed in is en waar het expertise bezit. Landbouw bijvoorbeeld. Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen nam dat advies over. Voortaan staan economische sectoren centraal die de zelfredzaamheid van ontwikkelingslanden vergroten. Voedselzekerheid is een van de vier speerpunten van het buitenlandbeleid, omdat Nederland daarin het verschil kan maken. Landbouwmensen zijn euforisch. “Dit is echt hartstikke goed”, zegt Peter Bolt van Dadtco, een Nederlandse onderneming die cassaveverwerkende fabrieken in Nigeria runt. Wat heeft Nederland te bieden? De toegevoegde waarde die Nederland kan leveren op landbouwgebied is duidelijk, zegt Rabbinge. “Wij worden internationaal gezien als een van de meest vooraanstaande landen op landbouwgebied. We zijn het tweede


voedselzekerheid

Nederland stelt het economische eigenbelang voorop. Is dat te rijmen met belangen van ontwikkelingslanden? “Ho ho”, zegt Rebergen, “dat is een misverstand. Het uitgangspunt van het Nederlandse beleid is de vraag vanuit ontwikkelingslanden. Maar we realiseren ons wel explicieter dan vroeger dat wat goed is voor hen ook goed is voor ons. Dat is niet vies.” Volgens Rabbinge gaat het om ‘verlicht eigenbelang’. “Daarbij investeer je in een ontwikkelingsland en hoef je niet onmiddellijk rendement te maken. Ik rijd net terug van groenteveredelaar Rijk Zwaan, die precies met dit idee investeert in Afrika. Op die manier versterk je de economische ontwikkeling. En er móet economische ontwikkeling plaatsvinden, alleen zo doorbreek je de afhankelijkheid. Niet door landen aan het hulpinfuus te leggen.” exportland ter wereld, op een oppervlakte die eentiende beslaat van de staat Californië! Onze landbouw is geavanceerd, levert een hoge productie met weinig hulpmiddelen en er is weinig verspilling. Als het om landbouw gaat, wordt dus vaak een beroep gedaan op Nederland.” De faam van ‘Wageningen’ is niet te onderschatten. Tekenend voor de Wageningen Universiteit is dat de helft van de promovendi van buitenlandse afkomst is.

“Onze zaadbedrijven behoren tot de beste ter wereld. Voedselzekerheid is een terechte keuze” “Onze landbouw heeft een hoog high techniveau”, beaamt Bruggeman van Agri-Profocus. “We hebben wereldbedrijven in innovatie, onze zaadbedrijven behoren tot de beste van de wereld. Ja, we hebben een belangrijke rol te spelen. Voedselzekerheid als speerpunt van het ontwikkelingsbeleid is een terechte keuze.” Ook Christiaan Rebergen, plaatsvervangend directeur Economische Ontwikkeling op het ministerie van Buitenlandse Zaken, verdedigt de keuze voor voedselzekerheid: “Nederland heeft veel bedrijven die investeren in voedselkwaliteit en landbouw. Grote bedrijven als Unilever, maar ook kleine als Dadtco. En we hebben kennisinstellingen als het Koninklijk Instituut voor de Tropen, de Stichting Onderzoek Wereldvoedselvoorziening van de Vrije Universiteit, en Wageningen Universiteit, financiële instellingen, maatschappelijke organisaties en specifieke landbouworganisaties als Agriterra.”

Wat schiet een Afrikaanse keuterboer op met onze high tech landbouwkennis? Dat is een goed punt. Grote bedrijven als Unilever en Heineken zijn actief in Afrika, maar hebben de Afrikaanse boeren nog maar weinig te bieden, al komt daar verandering in. “We proberen in Afrika de lokale productie van grondstoffen te bevorderen”, zegt Willem-Jan Laan, directeur Global External Affairs van Unilever. “En daarbij willen we ook de kleine boeren een plaats geven en hen verbinden met de markt. Voor de toekomst is hun productie heel relevant.” De kunst is dus om Nederlandse bedrijven en geld te koppelen aan lokale ketens en voedselzekerheid. Daar zijn wel voorbeelden van, maar “dat is zoeken naar een speld in een hooiberg”, zegt Bruggeman van AgriProfocus, dat onlangs een studiedag over local sourcing organiseerde. Noem eens een van die spelden in de hooiberg? Groenteveredelaar Rijk Zwaan, uit het ZuidHollandse De Lier, heeft heel recent samen met het Aziatische zaadbedrijf East West Seeds het veredelingsbedrijf Afrisem opgezet, met Arusha (Tanzania) als vestigingsplaats. Het bedrijf richt zich op de veredeling van het zaad van drie groentegewassen: Afrikaanse tomaat, Afrikaanse aubergine en Chileense peper. “We verbeteren de rassen voor lokale boeren en lokale markten”, zegt Heleen Bos van Rijk Zwaan. “We zijn net begonnen en hebben nog geen zaadje verkocht, dus nog geen cent verdiend. Dat kan nog wel tien tot vijftien jaar duren. We zijn bereid zo lang te wachten.” Deze zomer komt er een demonstratieproef van de Afrikaanse aubergine. “We hopen dat die aanslaat en dat we

het zaad daarvan kunnen aanbieden.” Vanuit Arusha wil Rijk Zwaan andere delen van Afrika exploreren voor de verkoop van beter zaad voor groenten. “Groente is vanwege de vitamines en de hoge opbrengst een belangrijk gewas, waar overheden meestal weinig aan doen. Die richten zich meer op gewassen als rijst, maïs, sorghum en soja.” Rijk Zwaan heeft eerst onderzocht hoe de lokale groentevoorziening in elkaar zit. Wat wordt er geteeld? Wat is de kwaliteit van het zaad? Hoe worden de producten vermarkt? Bos: “Het is de eerste keer dat een groenteveredelaar zich op deze markt begeeft. Niet high tech, maar voor kleine boeren waar nog

Speerpunt van Knapen Het kabinet heeft ambitieuze plannen met voedselzekerheid. Staatssecretaris Ben Knapen zette ze dit voorjaar op een rij in de Focusbrief. Wat staat het ministerie voor ogen? Meer landbouwproductie door innovatie en toepassing van kennis. Christiaan Rebergen van Buitenlandse Zaken: “Juist millenniumdoel 1 is een groot probleem: honger. Daar is veel achterstand in te halen. Er is lang nauwelijks geïnvesteerd in de landbouw.”

1

Lokale producenten toegang geven tot de internationale en regionale markten door ketenontwikkeling, onder meer via publiekprivate partnerschappen. Rebergen: “Onze ervaring is dat kleine boeren hiervan profiteren; zie de cacaoboeren in Ivoorkust. Ze krijgen een hogere productie van betere kwaliteit.”

2

Goede voeding beschikbaar maken voor armere bevolkingsgroepen door meer koopkracht, sociale voorzieningen en hogere voedselproductie. Knapen ziet voedselzekerheid dus ook als een verdelingsvraagstuk.

3

Knelpunten wegnemen om beter te kunnen boeren (onder andere betere infrastructuur, beschikbaar maken van financiële diensten, zoals verzekeringen). Rebergen: “We ondersteunen hulporganisaties die boerenorganisaties versterken. Zij hebben macht nodig in de keten.”

4

Stimuleren van lokale en regionale markten, en het bevorderen van internationale markttoegang en –handel.

5

IS juni 2011 13


helemaal geen goed zaad voor is. We richten ons met het Afrisem-assortiment op de stedelijke en de rurale markten, en in ieder geval niet op de grote exportbedrijven.” De introductie van het betere zaaigoed moet hand in hand gaan met het trainen van de boeren, anders is de kans groot dat het niks wordt. Bos: “We hebben een paar boeren vrij laten experimenteren met verbeterd zaaigoed, en die haalden heel lage opbrengsten omdat ze er op een traditionele manier mee omgingen.” Om van hen betere telers te maken, gaat Rijk Zwaan samenwerken met lokale organisaties die trainingen kunnen verzorgen. Ook belangrijk is de vermarkting van de groenten. “Nu zitten vrouwen meestal langs de kant van de weg, en verkopen zo nu en dan wat. Wij zijn ervan overtuigd dat groenten een veel groter potentieel hebben.” Eén voorbeeld is géén voorbeeld! Nog een dan. Onlangs sloot de Dutch Agricultural Development & Trading Company (Dadtco) een lucratief contract met SAB Millar, een van de grootste bierbrouwerijen ter wereld. Dadtco gaat in 35 Afrikaanse landen, te beginnen in Zuid-Sudan en Mozambique, cassavezetmeel leveren voor de bierbrouwerijen. Zetmeel is een belangrijke grondstof voor bier. Het contract is plezierig voor Dadtco, maar ook voor de producenten van cassave: miljoenen kleine boeren. Het cassavezetmeel komt in de plaats van geïmporteerde gemoute gerst. Dadtco begon in 2002 in Nigeria. Directeur Peter Bolt: “Het is het dichtstbevolkte Afri14 juni 2011 IS

kaanse land. Het importeert gigantisch veel voedingsmiddelen terwijl minder dan 20 procent van zijn landbouwareaal in gebruik is.” Dadtco richt zich bewust op de kleine zelfvoorzienende boeren, die volgens Bolt ‘al veertig jaar achteruit hollen’. Vandaar de keuze voor cassave: cassave zit al eeuwen in het standaardvoedselpakket van Afrika. Het gewas is redelijk bestand tegen droogte en geeft altijd een opbrengst. Weliswaar is het ziektegevoelig, maar op de wijdverspreide akkers van kleine boeren is dat risico veel kleiner. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken doneerde 6 miljoen euro aan de Amerikaanse organisatie IFDC, die de Nigeriaanse boeren traint om betere boeren te worden. IFDC kijkt in de dorpen hoe de landrechten zijn verdeeld, wat de gemeenschappelijke gronden zijn, en laat zien hoe uitgeputte grond kan verbeteren met groenbemester. Bolt: “Zo kan stabiele rotatielandbouw ontstaan, met zo min mogelijk dure kunstmest. Wij nemen de hele oogst af, tegen een prijs waarover we met de boeren onderhandelen. De boeren die meedoen krijgen een gegarandeerd inkomen. Maar niemand is verplicht aan ons te verkopen.” In één opzicht is cassave een lastig product: eenmaal geoogst moet het binnen 48 uur worden verwerkt, anders gaat het rotten. Lang niet alle boeren hebben de mogelijkheid hun oogst zo snel bij de twee verwer-

“Mijn bank zei: ‘Peter, je bent geen ondernemer, maar een ontwikkelingswerker’” kende fabrieken van Dadtco te krijgen. Daar heeft Bolt een sublieme oplossing voor bedacht: de mobiele autonome verwerkingseenheid. Dat is een complete fabriek in een zeecontainer, die per vrachtwagen naar de boeren gaat. Dadtco heeft wereldwijd patent op deze uitvinding. Nederlandse investeerders, vrienden en bekenden van Bolt, hebben 7 miljoen euro in Dadtco gestoken. “Ze hebben nog geen euro teruggezien. Maar ze gaan niet voor het snelle geld.” En dat is uitzonderlijk. “Het probleem bij het bedrijfsleven is dat het eigenbelang en de korte-termijnwinstverwachting voorop staan. Zo wil ik niet werken. Dit zijn processen van twintig, dertig jaar. Mijn bank zei: ‘Peter, je bent geen ondernemer, maar een ontwikkelingswerker’.” Dadtco zou nu 150 miljoen euro waard zijn, maar Bolt wil de zaak niet verkopen. “Dan wordt de boer weer als middel in plaats

van doel gezien. Een doel waar je heel voorzichtig mee moet omspringen.” Nu Dadtco de weg bereidt, kloppen ook bedrijven als Unilever en Heineken aan. “Unilever wil samen met ons een fabriek

“Microfinanciële instellingen moeten expertise van het platteland hebben, anders gaan ze nat” opzetten voor de productie van sorbitol, de grondstof voor tandpasta. Wij gaan daarvoor cassavezetmeel leveren. Met Heineken zijn we in gesprek over de levering van glucosestroop, dat ze nu nog importeren. Langzaam zie je dat het begint te werken.” Oké. We hebben Wageningen, we hebben bedrijven. En de hulporganisaties? Zij zijn vooral bezig met randvoorwaarden: dat betekent het versterken van het organiserend vermogen van ondernemende kleine boeren voor betere toegang tot financiële diensten, markten en voorlichting. Dan snijdt het mes aan twee kanten, want bedrijfsleven en dienstverleners kunnen niet met duizenden boertjes apart onderhandelen. Neem Terrafina, een consortium van ontwikkelingsorganisatie ICCO, microfinancier Oikocredit en de Rabobank, dat microfinanciële instellingen (mfi’s) in zes Afrikaanse landen ondersteunt bij hun volwassenwording, zodat ze zelf zaken kunnen doen met commerciële banken. “Mfi’s zijn middelen”, zegt Cor Wattel van ICCO/ Terrafina. “Ons doel is het beschikbaar maken van financiële diensten op het Afrikaanse platteland. Dat is lastig, omdat die mfi’s echt expertise van en verbondenheid met het platteland moeten hebben. Alleen dan kun je krediet verlenen zonder steeds nat te gaan.” Nederland heeft een goed ontwikkelde financiële sector met een keur aan diensten. De oogstverzekering bijvoorbeeld. Die wordt nu ook verkocht in Senegal, waar Terrafina samen met mfi MEC Delta en het Nederlandse Eureko/Achmea een microverzekering voor drieduizend rijstboeren heeft ontwikkeld. In 2006 en 2007 hadden de boeren te maken met invasies van vogels, die de oogsten opvraten. Gevolg: boeren konden hun microleningen aan MEC Delta niet terugbetalen. Eureko, dat al ervaringen heeft opgedaan in India, was bereid dit risico af te dekken. Goed voor MEC Delta, goed voor de boeren, goed voor Eureko. Je zou bijna zeggen: een win-win-winsituatie.


Op bezoek in de tempel van de landbouwwetenschap

voedselzekerheid

Alle ballen op Wageningen * Met het thema voedselzekerheid is de

expertise van ‘Wageningen’ vol in het licht komen te staan. Wageningen UR staat voor ‘Wageningen Universiteit en Research Centrum’ en voor alle aanverwante bedrijvigheid in de Food Valley. * Wat hebben ze de wereld te bieden? IS ging op onderzoek uit. tekst ellen davids

nze eerste ontdekking: ‘Wageningen’ omvat veel meer dan de middelgrote stad die vanaf de Wageningse Berg uittorent boven de Rijn. Het kenniscentrum op het gebied van voedsel, landbouw en milieu heeft zijn vertakkingen tot in Leeuwarden, Gouda, Lelystad, IJmuiden, Bleiswijk en Den Haag. Gemeenschappelijk hebben onze gesprekspartners dat ze verheugd zijn over de hernieuwde aandacht voor voedselzekerheid. “Wel heb je als wetenschapper nauwelijks invloed op de politieke agenda”, aldus Prem Bindraban, directeur van bodem-kenniscentrum ISRIC. “Ik ben keer op keer langs gegaan met onderzoeken en analyses die allemaal uitwijzen dat de wereldwijde voedselproductie bijvend aandacht behoeft en omhoog moet. Maar er was geen interesse in landbouw. Veel kennis is verloren gegaan en moet opnieuw opgebouwd worden.” Volgens Marianne van Dorp, adviseur bij Wageningen UR Centre for Development Innovation, toont onderzoek aan dat investeren in voedselzekerheid economische groei bevordert. “De productiviteit van een bevol-

O 

IS juni 2011 15


king stijgt enorm als je honger en ondervoeding uit weet te bannen. De mentale ontwikkeling stijgt, mensen gaan naar school en daarmee creëer je een intellectuele bevolking die zelfstandiger wordt. Maar die investering pleegden we niet. Mijn inzet is altijd

“Zonder schoenen kun je nog op blote voeten lopen, zonder eten gaat je dood” geweest: help honger de wereld uit. We kunnen millenniumdoel 1 verwezenlijken, laten we dat nu eens gaan doen!” Ook Bram Huijsman, oud-directeur van Wageningen International (het internationale front office van Wageningen UR) en momenteel directeur van het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling en Voedselzekerheid, wil de kennis en kunde van Wageningen nu eens echt aanwenden om de mondiale uitdagingen aan te gaan. “Iedereen weet dat we het kunnen, maar we moeten nu onze hand opsteken en zeggen: wij gaan het doen. Nederland moet die leidersrol veel meer op zich gaan nemen.” Verdelingsprobleem Debet aan de onderwaardering van landbouw was volgens Bindraban een verkeerde aanname in de discussie over voedselzekerheid. “De teneur is veel te lang geweest dat voedselzekerheid een verdelingsprobleem was. De redenering is: we hebben wereldwijd voldoende voedsel om iedereen te voeden, maar wij in het Westen eten teveel. Als we het voedsel beter verdelen, heeft iedereen genoeg. Onzin, we hebben niet genoeg voedsel. Allereerst, met die redenering schets je de ideale wereld en we leven niet in een ideale wereld. Je kunt mensen in Europa en Amerika oproepen minder te eten. Dat roepen we al jaren, maar we zijn niet minder gaan eten en onderzoek toont aan dat we dat voorlopig ook niet gaan doen. Ik zeg het cru: ik heb geen zin meer om te wachten totdat we hier onze obesitas-problemen oplossen, want ondertussen gaan mensen in Afrika dood. Bovendien: als wij de helft minder gaan eten, betekent dat nog niet dat iemand in Afrika die andere helft op zijn bord heeft. Een ander punt is de zelfvoorzienendheid van een land. De westerse landen, die zelfvoorzienend zijn in hun voedselproductie, roepen het hardst dat er wereldwijd voldoende voedsel is. De productie hoeft niet omhoog, je hoeft niet zelfvoorzienend te zijn, concentreer je op iets anders waarmee je geld kunt verdienen en koop je voedsel maar in. 16 juni 2011 IS

Maar dat werkt niet als er problemen zijn rondom voedselprijzen, kijk maar naar Tunesië. Je moet een zekere mate van eigen lokale of regionale productie hebben. Voedsel heeft een totaal andere waarde dan schoenen, het is een basisbehoefte. Zonder schoenen kun je nog op blote voeten lopen, zonder eten ga je dood. In Afrika moet er gewoon geproduceerd gaan worden voor de lokale en de regionale bevolking, ze hebben daar geen geld om voldoende voedsel in te kopen. En, meest belangrijk, ondertussen groeit de wereldbevolking, worden de Chinezen rijker en willen ook de Indiërs en de Brazilianen meer en kwalitatief beter eten. De voedselproductie moet gewoon omhoog.”

Zo staat het in de focusbrief van staatssecretaris Knapen, maar ook Huijsman laat een waarschuwing horen: ”Privaat is het nieuwe toverwoord, we lijken een beetje door te schieten. Bedrijven worden suf gebeld of ze mee willen doen. De focus moet echt blijven liggen op de economische ontwikkeling van de private sector in ontwikkelingslanden. Als Nederlandse bedrijven er uiteindelijk aan verdienen door daarin te investeren, is dat prima. Maar je moet het niet omdraaien. Nederland zou ook meer dan het nu doet moeten inzetten op ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf en niet alleen op de grote spelers. Knapen heeft bovendien de verantwoordelijkheid om naar twee groepen

Investeringen Marianne van Dorp is het met Bindraban eens, maar benadrukt dat alle dimensies van voedselzekerheid evenveel aandacht moeten krijgen. Voedselzekerheid heeft te maken met beschikbaarheid van voedsel, toegang tot voedsel, kwaliteit van voedsel en sinds kort ook met stabiliteit. Op alle terreinen zijn investeringen nodig. Laat dat nu net de kracht van Wageningen zijn, legt Huijsman uit. “We weten veel van de technische kant, het biofysische verhaal. Zoals onder welke omstandigheden gewassen het beste groeien, welke bodems geschikt zijn en hoe bodems verbeterd kunnen worden. We zijn ook sterk in het modelleren van die processen. Vervolgens combineren we die biofysische processen met de sociaal-economische. Onze afgestudeerden staan overal ter wereld letterlijk met de benen in de bagger. We noemen dat Science for Impact. Het Wageningse onderwijssysteem draagt daaraan bij. We hebben veel buitenlandse studenten en PhD’s, en alumni verspreiden zich over de hele wereld, dus die kennis stapelt zich op. Kennis zit overigens niet alleen in Wageningen, maar ook in veel landbouworganisaties en in het Nederlandse bedrijfsleven. Bescheidenheid is mooi, maar we moeten ook gewoon zeggen waar we als land goed in zijn. En juist dat, onszelf verkopen, dat was lang not done in de Nederlandse wereld van ontwikkelingssamenwerking.”

“Als wij de helft minder gaan eten, heeft de Afrikaan niet automatisch de andere helft op zijn bord���

Toverwoord In Wageningen lijkt men de huidige politieke voorkeur voor publiek-private samenwerking te ondersteunen. Marianne van Dorp plaatst wel een kanttekening: “Je moet wel goed voor ogen houden dat het gaat om de economische ontwikkeling van de private sector in de ontwikkelingslanden. De kleine boeren daar vormen de private sector, dat zijn de ondernemers.”

mensen te kijken. De eerste en grootste groep kan je bereiken door in te zetten op economische groei, zodat je hen uit de armoede tilt. Maar we weten allemaal dat je met alleen economische ontwikkeling een andere groep - de armsten van de armsten - niet direct bereikt. Voor hen moet je blijven werken aan andere opties.” Biobrandstoffen Prem Bindraban wil nog een aandachtspunt meegeven. “Voedsel dient tegenwoordig niet alleen maar de mens als eten, maar ook de auto in de vorm van biobrandstof. Veel bedrijven zetten in op biomassa in het kader van duurzaamheid. Bij het verbranden van biomassa komt er immers minder CO2 vrij en dus is het beter voor het milieu, is de redenering. Maar dan veronachtzaam je het grotere geheel. Schattingen verschillen, maar we hebben straks tussen de 100 en 300 miljoen hectare extra nodig om voldoende voedsel voor ons eten te produceren. Daarbij is ingecalculeerd dat productie per hectare enorm stijgt. Waar denken we het areaal te gaan vinden als we ook nog willen telen voor biobrandstoffen? Dat zal leiden tot nog meer uitbreiding van het areaal in savannes en bossen, wat leidt tot verlies van biodiversiteit, vergroot juist de uitstoot van CO2 en concurrentie om schaars land en water.”


Heineken ziet toekomst in bedrijventerreinen op Afrikaanse bodem

voedselzekerheid

“Haal grondstoffen uit het land zelf”

* Bureaucratie, belangenverstrengeling,

elektriciteit die uitvalt, lege waterreservoirs, gebrek aan veiligheidsvoorzieningen: Afrika zorgt voor koudwatervrees bij investeerders. * Als bedrijven hun krachten bundelen, kunnen ze de hobbels samen nemen, zegt Tom de Man, de regiodirecteur Afrika en het Midden-Oosten bij Heineken. tekst lonneke van genugten

en ingewikkeld idee is het niet, zo’n industrieel park. In al die jaren dat ik voor Heineken werd uitgezonden, ben ik zulke parken tegengekomen in onder meer Maleisië, Indonesië en Thailand. Ik heb altijd de gedachte gehad om dit idee te vertalen naar een bruikbaar model voor Afrika. In 2020 wil Heineken in Afrika 60 procent van alle grondstoffen voor bier en frisdrank lokaal betrekken. Met een industrieel park, waar meerdere bedrijven en voorzieningen voor die bedrijven geclusterd zijn, verklein je de barrières waartegen ondernemers aanlopen als ze afzonderlijk investeren. De grote uitdaging in Afrika is vaak het ontbreken van een gedegen infrastructuur. Gebrek aan begaanbare wegen, aan water, aan elektriciteit, om nog maar te zwijgen van een goede verwerking van het afvalwater. In plaats van dat een bedrijf dat allemaal voor zichzelf moet regelen, kunnen bedrijven samen gebruik maken van dezelfde voorzieningen. Dat scheelt niet alleen in de kosten, het biedt ook mogelijkheden tot schaalvergroting. Voorwaarde is wel dat er in het land zelf een grote afzetmarkt is. Denk aan Nigeria, Congo of Zuid-Afrika.”

“E 

Drempel “Als zo’n park er eenmaal ligt, wordt de vestigingsdrempel voor buitenlandse bedrijven meteen een stuk lager. Het neemt een hoop koudwatervrees weg. Als er vier of vijf bedrijven serieus geïnteresseerd zijn, zouden we van start kunnen gaan. Buitenlandse Zaken zou bijvoorbeeld een haalbaarheidsstudie

kunnen financieren en ontwikkelingsorganisaties zouden lokale producenten kunnen trainen. Wat je nodig hebt, is een stuk land, bouwrijp gemaakt met een stukje infrastructuur: een goede weg naar een grotere weg of

“Wij profiteren er ook van als een economie beter draait” haven, een waterpunt, een generator. Daarnaast is het idee om ook een kenniskantoor te vestigen in het park, waar onze universiteiten, bijvoorbeeld Wageningen of Delft, een bemande post kunnen vestigen.” Lokale banen “Ik heb dit plan al besproken met de Nederlandse ambassadeur in Nigeria. Die vond het een prachtidee. Benadrukt moet worden dat we geen Nederlandse kolonie, geen eiland, gaan vormen. We zoeken juist lokale investeerders en bedrijven om mee samen te werken. Hun kennis is van groot belang voor ons. Zo’n industrieel park heeft dus helemaal niets te maken met landroof. Bij landroof gaat het om machinale bulkproductie, boeren worden weggejaagd en het geoogste gewas gaat onverwerkt het land uit. De winst wordt dan dus in het buitenland gemaakt. Een bedrijventerrein daarentegen zorgt juist voor verwerking van de oogst in het land zelf, en creëert lokale banen. En als een economie beter draait, profiteren wij daar ook weer van, omdat mensen dan meer bier en frisdrank kopen.” IS juni 2011 17


* Daan Knoop was een veelbelovende diplomaat bij de VN, maar zei

het pluche vaarwel om zijn eigen bedrijf te beginnen in Congo. * Een interne markt voor landbouwproducten op gang helpen, is zijn missie. IS belde met hem.

tekst lonneke van genugten

et zijn iPhone aan zijn oor staat Daan maniok te wegen op de markt in Zala, een dorp op 350 kilometer afstand van hoofdstad Kinshasa. Congo importeert op dit moment meer voedsel dan het zelf verbouwt, legt hij uit. De binnen-

M 

landse landbouw is niet productief genoeg, en dat maakt het eten (te) duur voor de gemiddelde Congolees. “Basisproducten zoals maïs of rijst zijn hier helemaal niet zo veel goedkoper dan in Nederland.” Met zijn bedrijf Incentivators Congo probeert Daan daarom de binnen-

Monique Monique Samuel (1989) is politicoloog en auteur. Ze studeert momenteel International Relations and Diplomacy aan de Universiteit Leiden.

Broodje pindakaas J 

aren geleden had Calvé een reclame waarin verschillende merken pindakaas werden getest in een laboratorium. De onderzoeker smeerde de ene na de andere witte boterham aan flarden. Natuurlijk kwam dit door de klonterige, kleverige, bruine substantie die zich door goedkopere concurrenten ‘pindakaas’ liet noemen. ‘Onsmeerbaar en niet te eten’, luidde de wetenschappelijke conclusie en dus werden de boterhammen de prullenbak ingegooid. Ik zag deze reclame voor het eerst bij een vriendin van m’n moeder. Zelf was ik nog maar een klein meisje, maar de reactie van

18 juni 2011 IS

m’n ‘tante’ weet ik nog goed. ‘O, hoe durven ze’, brieste ze verontwaardigd. ‘Wat een decadente arrogantie. Wat een verspilling. Wat vreselijk immoreel! Ik bel de reclamecommissie, dit is onacceptabel.’ En ze belde echt. Boos en verontwaardigd over zo veel verkwisting en dat vanwege zoiets onbenulligs als weeïge pindakaas. De afgelopen maanden las ik regelmatig berichten over stijgende voedselprijzen. Als student voel ik het zelf ook in mijn portemonnee. De prijs van het brood gaat gestaag omhoog, net zoals de prijs van pasta en andere graanproducten. Voor ons, rijke westerlingen, valt de voedselprijsinflatie te overzien. Maar voor de armen van deze wereld is elke cent extra een hongerige buik erbij. De stijgende voedselprijzen vormen ook een toenemende belasting voor de begrotingen van ontwikkelingslanden. In Egypte wordt aish (brood) zwaar gesubsidieerd. Aish betekent ‘leven’ in het

het drogen en fermenteren, kunnen ze nu gebruiken op het land, om de productie te verhogen.” Daan is een voorstander van ontwikkelingshulp in de vorm van directe investeringen in voedselproductie. “Er moeten dan wel bedrijven zijn, zoals het onze, die zorgen dat die investering meerwaarde kan genereren. Het heeft geen nut om de boeren zomaar wat toe te stoppen. Liefdadigheid strookt niet met het harde spel dat je moet spelen om te slagen. Mensen hier zijn net zulke klootzakken als waar dan ook ter wereld. Mijn bedrijf heeft behoorlijk wat tegenwerking gehad. Er is zelfs via de radio een lastercampagne gevoerd om te voorkomen dat de boeren met mij in zee gingen.” Het is buffelen, zo’n ondernemersbestaan in Congo. “Elke maand is het erop of eronder”, zegt Daan, vlak voor de telefoonlijn uitvalt. “Maar ik houd het vol, vooral omdat ik goede mensen kan opleiden en zie hoe ze zich ontwikkelen. We hebben hier iemand die als monteur is binnengekomen en nu de boel aan het managen is. Misschien ben ik eigenlijk toch een ontwikkelingswerker.”

Egyptische dialect. En zo is het maar net. Als de overheid de subsidie op het brood zou korten, zou de 40 procent van de bevolking die van minder dan 2 dollar per dag leeft, onmiddellijk verhongeren. Instanties als de Wereldbank en het IMF proberen in naam van het liberale kapitalisme ontwikkelingslanden al decennia van voedselsubsidies af te brengen. Maar het korten op de subsidie op brood leidt tot revoluties. Een stijging van de broodprijs leidt tot honger. Mmm, iets om over na te denken bij m’n broodje pindakaas.

Beeld Maurits Giesen

“Een goudmijn voor lokale boeren”

landse handel een slinger te geven. Hij koopt maniok in op het platteland en verhandelt die honderden kilometers verderop in Kinshasa. “Boeren hier zijn niet gewend om voor de verkoop te produceren”, vertelt Daan. “Sommigen hebben bijna nog nooit geld in hun handen gehad, laat staan dat ze de waarde ervan kennen. Heel soms koop ik daarom ook maïs en maniok bij de boeren in ruil voor bevroren vis of plastic stoelen, hoewel ik dat liever niet doe, want dat zijn ook importproducten.” Knoop heeft met hulp van een aantal Nederlandse investeringspartners een fabriekje opgezet waar twee diesel gedreven machines maniok en maïs tot meel vermalen. “We leveren hoogwaardig maniokmeel. Daarmee kun je bijvoorbeeld de oliebolletjes bakken die kinderen hier zo graag eten voordat ze ’s ochtends naar school gaan.” Een potentiële goudmijn dus voor lokale boeren én boerinnen. Daan koopt de maniok direct vers in, in plaats van gedroogd, zoals gebruikelijk is. “Dat scheelt vooral de vrouwen werk en tijd. De dagen die ze eerst moesten besteden aan


voedselzekerheid

Gewassen bekijken vanuit de ruimte

Peter Psycholoog en filosoof Peter van Lieshout is lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij leidde het onderzoek naar de toekomst van ontwikkelingssamenwerking, dat resulteerde in het rapport Minder pretentie, meer ambitie. Voor IS reflecteert hij over de voortgaande discussie rond het rapport.

honger heeft, is gelijk aan het aantal mensen dat aan overgewicht lijdt”, zegt de Pakistaanse landbouwspecialist Mobushir Riaz Khan die onlangs aan de Universiteit Twente in Enschede promoveerde. “Dat is toch eigenlijk te gek voor woorden?” Khan heeft een revolutionaire methode * ontwikkeld om ‘voedsel voor iedereen’ dichterbij te brengen. tekst marloes van amerom

Wat heeft uw promotieonderzoek precies opgeleverd? “Ik heb een observatiemethode ontwikkeld om aan de hand van satellietbeelden en gecomputeriseerde geografische informatiesystemen (GIS) vast te stellen hoe landbouwgrond precies gebruikt wordt op regionaal niveau. Op basis van die informatie kun je met 95 procent nauwkeurigheid inschatten wat de opbrengst van een landbouwgebied van 1 bij 1 kilometer zal zijn. Omdat de satellietbeelden gratis zijn, kunnen ook beleidsmakers van arme landen ze gebruiken.” Uw methode is bejubeld in media over de hele wereld als dé methode om honger te beëindigen. “Armoede blijft de belangrijkste oorzaak van honger, laat me dat voorop stellen. Tegelijkertijd is er behoefte aan accurate en actuele informatie omtrent voedselproductie. Op die manier kunnen overheden op tijd beslissen over de import en export van voedsel en inspelen op stijgingen of dalingen in voedselprijzen. Dus ja, hopelijk kan mijn methode een ondersteunende rol spelen bij het verbeteren van voedselzekerheid.” Uw ontdekking dat de Spaanse provincie Andalusië te veel landbouwsubsidie had ontvangen, omdat ze niet zo veel zonnebloemen teelde als formeel gerapporteerd was aan de Europese Unie, leverde veel publiciteit op. “Dat klopt. Landbouwsubsidies zijn sowieso een heet hangijzer op dit moment. We hebben daarom een methode ontwikkeld die beleids­ makers tegen lage kosten kunnen gebruiken om de geldigheid van landbouwsubsidieaanvragen vast te stellen.”

Beeld Anneke Hymmen

* “Het aantal mensen op deze wereld dat

En nu een zindelijk debat D 

e staatssecretaris zet, voor een deel geïnspireerd door het WRR-rapport, voorspoedig in op de uitwerking van een aantal lijnen van zijn beleid. Dat is mooi. Het zou nog mooier zijn als tegelijkertijd de basis gelegd zou worden voor een constructieve manier om over dat beleid te discussiëren. In eerste instantie met het parlement, in tweede instantie met de ontwikkelingssector, in derde instantie met de Nederlandse belastingbetaler, en uiteindelijk met de betrokkenen in de ontvangende landen. Hoe dat debat precies gestructureerd moet worden, spreekt niet voor zich. In voorgaande periodes wilde de staatssecretaris – toen nog minister – wel eens op gezette tijden een nota over een onderwerp naar de Tweede Kamer sturen, maar die nota bevatte meestal vooral beleidsvoornemens. Hoe het in de uitvoering ging, bleef meestal onhelder. De heroïsche poging die onder minister Koenders ondernomen is om tot een resultatenatlas te komen, leverde een dusdanige lawine aan informatie op dat een gericht debat onmogelijk bleek. Daar kwam bij dat de Tweede Kamer zich met enige regelmaat liet verleiden om zich vooral te concentreren op kleine projecten waar de Kamer sympathie voor had opgevat. Het ligt voor de hand om te zoeken naar een betere rapportagestructuur. Nu er nog maar weinig partnerlanden over zijn, kan er per land bijvoorbeeld eens in de twee jaar gerapporteerd worden. Daarbij gaat het allereerst om de argumenten achter de specifieke invalshoek die Nederland in dat land kiest en om de behaalde resultaten. Er is echter meer mogelijk. Waarom die rapportage niet koppelen aan een rapportage over wat Nederland met betrekking tot dat land doet op andere, aanpalende beleidsterreinen? Dan krijgen we greep op de samenhang van het beleid. En waarom niet standaard ook een oordeel over het Nederlandse beleid van een instantie uit het ontvangende land? En waarom koppelt de Tweede Kamer (en Eerste Kamer) zijn bezoekprogramma niet aan de bespreking van deze evaluaties? Dat alles moet het mogelijk maken dat het debat niet meer gaat over megatrends, en ook niet over microprojecten, maar over een zinvol niveau daartussenin. Het niveau waarop we verschillen kunnen en moeten maken. IS juni 2011 19


Fotoreportage Vía PanAm

De nieuwe olie tekst & beeld kadir van lohuizen / noor

* Fotograaf Kadir van Lohuizen reist voor zijn project Vía PanAm van Chili naar Alaska over de Pan-American Highway.

* In de vijftien landen langs de route legt hij de oorzaken en gevolgen van migratie vast. In Bolivia trekt de vondst van lithium honderden arbeiders naar het meer van Uyuni.

Pagina 20: Met een zoutlaag van tenminste 120 meter dik is het ‘Salar de Uyuni’ het grootste zoutmeer ter wereld. Het zout dat wordt gewonnen levert echter weinig economisch gewin op. Daarom zijn de Bolivianen verheugd met de vondst van een grote lithiumvoorraad. De winning van deze grondstof voor batterijen zou een

20 juni 2011 IS

gouden toekomst voor Bolivia kunnen betekenen. Lithium wordt in moderne autoaccu’s verwerkt, waar het toekomstige autopark grotendeels van afhankelijk zal zijn. Een paar weken geleden is er begonnen met een proefproject waarbij via een verdampingsproces de lithium wordt gewonnen.

Pagina 21 Boven: De afgelopen maanden heeft het extreem veel geregend, waardoor er een laag water op het ‘salar’ staat en het proefproject alleen met een tractor te bereiken is. Pagina 21 Onder: Mannen met overalls en bivakmutsen, die hun gezicht beschermen

tegen de felle zon, lopen rond een aantal bassins. In de toekomst zullen hier honderden arbeiders uit alle hoeken van het land aan het werk gaan. De Boliviaanse regering heeft besloten de winning in Boliviaanse handen te houden en zelf autoaccu’s ‘made in Bolivia’ te gaan produceren.


Bolivia

Sucre Uyuni Hoofdstad: Sucre Oppervlakte: 1.098.581 km2 (26 keer Nederland) Aantal inwoners: 10.907.778 BNP per hoofd: 4800 dollar

Human Development Index: 95 (van 169 landen) President: Evo Morales Ontwikkelingsgeld vanuit Nederland in 2011: 42 miljoen euro

IS juni 2011 21


Pakistaanse jongeren staan klaar om het roer over te nemen

Het nieuwe Pakistan begint op zee * Het Westen ziet Karachi als een broed-

plaats van terrorisme, maar de stad kent ook een bloeiend zakencentrum. Hoogopgeleide jongeren werken er bij multinationals als Akzo Nobel of Unilever. De nieuwe generatie is klaar voor de grote * schoonmaak van Pakistan. “Het is onze troep. Laten we onze mouwen oprollen en die zelf opruimen!” tekst wilma van der maten

en oude, houten visserssloep vaart de haven van Karachi uit. Aan boord een groepje jonge Pakistanen, een mand verse vis en een paar flesjes bier. Het is volle maan. Op het water dobberen tientallen boten met op het achterdek koks die de meegebrachte vissen op een barbecue grillen. “De zee is een populaire ontmoetingsplek voor jongeren”, vertelt Tahir (29) terwijl hij op de sloep een biertje opentrekt. In de stad zijn nauwelijks plekken waar jongeren kunnen drinken. In het islamitische Pakistan is alcohol officieel verboden, alleen christenen mogen met een ver-

E  22 juni 2011 IS

gunning in speciale slijterijen drank aanschaffen. Tahir is moslim, maar hij drinkt graag een biertje. Met een stralend gezicht vist hij ook nog een joint uit zijn broekzak. Overdag werkt hij als informatietechnoloog voor een Australisch computerbedrijf, maar als hij vrij is, trekt hij met vrienden en vriendinnen de zee op. Het clubje op de boot geniet zichtbaar van het uitzicht op de verlichte torenflats en de appartementen. Vanavond straalt de havenstad kalmte en rust uit. Sinds de Amerikaanse journalist Daniel Pearl hier in 2002 werd onthoofd door een extremistische moslimgroepering, staat Karachi in het Westen bekend als een van de gevaarlijkste steden ter wereld. Karachi fungeert als schuilplaats voor de top van de Taliban. Hun hoogste leider, Mullah Omar, liet zich er onlangs aan zijn hart opereren. Tegelijk voeren etnische groeperingen al jaren een onderlinge machtsstrijd. Zo vechten de Pathanen uit de Afghaanse grensgebieden tegen de Muhajirs (Arabisch voor ‘immigranten’), Indiase moslims die zich na de afscheiding van India in de havenstad ves-

tigden. Vooral in de nachtelijke uren vinden er afrekeningen plaats. “De afgelopen weken waren er veel bloederige rellen”, vertelt Tahir. Het leven in Karachi, een stad met 20 miljoen inwoners, is echter niet zo zwart-wit als de internationale media suggereren. “Er zijn hier tweehonderd multinationals gevestigd. Voor zover ik weet is er nooit een buitenlands bedrijf aangevallen en heeft geen westerse onderneming zich ooit teruggetrokken”, verklaart Tahir. “Karachi is het financiële centrum van Pakistan, een moderne stad die hoogopgeleide jongeren kansen biedt. Er is geweld, maar dat is er al dertig jaar. We hebben geleerd ermee om te gaan.” Vertekend beeld Seemi Saad (30) heeft nauwelijks tijd meer om haar vrienden ’s avonds te zien. Ze werkt als hoofd communicatie voor de Nederlandse multinational Akzo Nobel aan een serieuze carrière en daarnaast is ze moeder van een dochter van vijf. “De jeugd heeft de toekomst”, zegt ze hartstochtelijk. “Er wonen 170 miljoen mensen in mijn land, waarvan de helft jonger is dan 30 jaar. Nog geen pro-


Beeld: Ilyas J Dean / REX HH

Pakistanen genieten van een bewolkte dag op het strand van Karachi.

cent van de bevolking steunt de Taliban.” Net als Tahir is Seemi ervan overtuigd dat het Westen een vertekend beeld heeft van Pakistan. “We hebben de pech dat de internatio-

“We hebben de pech dat de internationale schijnwerpers op ons gericht zijn. Al onze fouten worden belicht” nale schijnwerpers op ons gericht zijn. Al onze fouten worden belicht. Ik vind de term ‘gevaarlijk’, als het over Karachi gaat, zo’n cliché. Als met gevaarlijk de dreiging van een terroristische aanslag wordt bedoeld, dan zou ik zeggen dat de hele wereld gevaarlijk is. Niet alleen Pakistan.” Met haar lange, zwarte haren en slanke postuur is Seemi niet alleen mooi, ze heeft ook een gezond stel hersens en een duidelijke visie. Als Pakistan verder wil komen, moet de regering het onderwijs verbeteren, zodat goed opgeleide jongeren samen kunnen werken aan de ontwikkeling van het land. Ook

vrouwen moeten daarbij betrokken worden. Volgens Seemi wordt haar land te veel door mannen gedomineerd. Ze vertelt over haar oma, die nooit naar school is geweest. Maar die haar vijf dochters, onder wie Seemi’s moeder, op het belang van onderwijs wees. “Mijn moeder is docent Engelse literatuur. Zij heeft mij enorm gestimuleerd.” Tegenwoordig hebben vrouwen in grote steden bijna dezelfde kansen als mannen, denkt Seemi. Er studeren bijna net zo veel meisjes als jongens. “Steeds meer vrouwen combineren het huishouden en de zorg voor hun kinderen met een fulltime baan.” Analfabeet “In de plattelandssteden gaat de vooruitgang veel te langzaam”, vindt de 27-jarige Aisha. Aisha komt uit Multan, een stadje tussen de katoenvelden in het midden van Pakistan. Op het conservatieve platteland, waar 70 procent van de bevolking woont, stelt een vrouw nog altijd weinig voor. De meeste meisjes worden voor hun twaalfde van school gehaald. “Mijn moeder moest vechten om überhaupt naar de lagere school te

mogen”, vertelt Aisha. “Mijn oma vond onderwijs voor haar dochter niet nodig. Zij is analfabeet, net als mijn overgrootmoeder en betovergrootmoeder waren. Mijn opa steunde mijn moeder. Ze schopte het tot onderwijzers op een lagere school.” Aisha kreeg als eerste meisje in haar familie toestemming om te studeren aan de universiteit. Nu werkt ze als marktonderzoeker voor het Nederlandse bedrijf Unilever. Haar fami-

Pakistan Islamabad

Hoofdstad: Islamabad Oppervlakte: 796.095 km2 (19 keer zo groot als Nederland) Aantal inwoners: 187,3 miljoen BNP per hoofd: 2400 dollar

Human Development Index: 125 (van 182 landen) President: Asif Ali Zardari Ontwikkelingsgeld vanuit Nederland in 2011: 33.292.000 euro IS juni 2011 23


sabeen

“Pakistanen zijn net als rubber. We worden in de hoek gestuiterd, maar krabbelen weer overeind” lie stemde in met haar baan in Karachi omdat de multinational voor alleenstaande vrouwen woonruimte met beveiliging voor de deur regelt. Economische groei Het is opvallend hoeveel jonge Pakistaanse vrouwen werken voor Nederlandse multinationals. Sabeen Fazli is net als Aisha in dienst bij Unilever. Zij is marketingmanager ‘persoonlijke verzorging’. “Unilever neemt bewust vrouwen in dienst”, vertelt ze. “Op de marketingafdeling is 62 procent van het personeel vrouw. Je hebt vrouwen nodig om te begrijpen wat een Pakistaanse huishouding nodig heeft. Vrouwen weten het beste wat hun kinderen en echtgenoot het lekkerst vinden.” De dag nadat Sabeen haar MBA (master bedrijfskunde) aan de universiteit van Karachi haalde, kon ze bij Unilever aan de slag. Haar kamer hangt vol posters waarop Pakistaanse modellen shampoo aanprijzen. Qua uiterlijk zou Sabeen een van hen kunnen zijn. “De verkoop van cosmeticaproducten stijgt explosief ”, vertelt ze. “Vorig jaar verkochten we 50 procent meer shampoo. Al vier jaar achter elkaar verdubbelt onze winst.” Sabeen noemt zichzelf een workaholic. Ze is moeder van drie kinderen, maar draait haar hand niet om voor een zesdaagse werkweek. “Ik voel me enorm gegrepen door mijn werk. Ja, er zijn soms aanslagen in Pakistan, maar het geweld heeft geen invloed op onze omzet.” Sabeen maakt zich wel zorgen om het welzijn van haar kinderen. “Ik maak me grote zorgen als er een aanslag is gepleegd en ik weet dat mijn kinderen ergens in een park spelen.” Werkt het geweld niet verlammend? “Pakistanen zijn net als rubber”, zegt Sabeen. “We worden in de hoek gestuiterd, maar krabbelen weer overeind.” 24 juni 2011 IS

Sabeens collega Asima Haq (32), die als marketingmanager voedingsmiddelen bij Unilever werkt, heeft staan meeluisteren. Ze hoopt dat haar werk bijdraagt aan de economische vooruitgang van Pakistan. Asima heeft vertrouwen in haar land. In 1960 groeide de Pakistaanse economie met 6,8 procent, het hoogste groeicijfer in de wereld. Ook toen stond Karachi bekend als een financieel centrum waar bedrijven goede zaken konden doen. Maar de oorlogen met buurland India, de verscheidene militaire staatsgrepen en slecht politiek leiderschap veroorzaakten een langdurige crisis. Toch bleek in 2007 opnieuw dat Pakistan potentie heeft. De economie groeide weer met 7 procent. Generaal Musharraf voerde onder druk van het Internationaal Monetair Fonds hervormingen door. “Als we afgelopen zomer niet door de ergste overstromingen uit de geschiedenis waren getroffen, hadden we een groei van 4,5 procent gehad”, zegt Asima. “Nu is het platteland grotendeels verwoest. Het leven van de armen is verslechterd.” Koloniale elite De optimistische Pakistaanse jongeren zien dat hun land kampt met grote sociaal-economische problemen. Een kwart van de bevol-

“Het wanbeleid van de elite drijft onderlaag van de bevolking in de armen van de extremisten” king moet rondkomen van minder dan een dollar per dag. De watersnoodramp vorig jaar september maakte op pijnlijke wijze zichtbaar dat de meeste Pakistanen in middeleeuwse lemen hutten wonen zonder stromend water of elektriciteit. Informatietechnoloog Tahir beseft dat het als jongen uit een middenklassegezin makkelijk is om optimistisch te zijn. Hoewel hij zich ’s avonds na het werk het liefst met zijn vrienden vermaakt in de haven, vindt hij zichzelf wel degelijk politiek bewust. Hij legt de schuld van de armoede bij de politieke leiders. “De elite leeft nog in het koloniale tijdperk. Ze wonen in grote villa’s en eten onze schatkist leeg. Ze spenderen miljoenen aan dure auto’s, vrouwen en land. Door hun gebrek aan leiderschap verergert de sociaal-economische crisis en rukken de Taliban verder op.” De islamitische geestelijken in Tahirs wijk spraken zich nadrukkelijk uit tegen de komst van de Taliban. Maar de politie doet niets.

De leiders zijn niet in staat het extremisme in Pakistan aan te pakken. “Hun corrupte beleid draagt bij aan de opmars ervan”, stelt Tahir. “Pakistan ontvangt miljoenen euro’s ontwikkelingshulp. Waar is al dat geld gebleven? Er is een tekort aan scholen en ziekenhuizen. Extremistische groeperingen organiseren gratis scholing en gezondheidszorg. De armen zijn hen dankbaar.” Tahir wil erbij vermelden dat de gemiddelde Pakistaan een gematigde moslim is. “Het wanbeleid van de elite drijft de onderlaag van de bevolking in de armen van de extremisten.” Toch zullen de Taliban nooit winnen. Nog geen 5 procent van de bevolking stemde tijdens de laatste verkiezingen op moslimpartijen. Grote schoonmaak Uit lezersonderzoek van Pakistaanse kranten als Dawn en The Nation blijkt dat Pakistaanse jongeren niet alleen hun regering, maar ook Amerika verantwoordelijk houden voor het toenemende extremisme. Washington stuurt onbemande vliegtuigjes om militanten in de grensgebieden met Afghanistan te elimineren. Na ieder bombardement neemt de haat tegen Amerika toe, want volgens de media komen er meer onschuldige burgers dan Taliban-strijders bij de aanvallen om het leven. Tahir denkt dat de regering in Islamabad Amerika toestemming geeft voor deze bombardementen. “Hypocriet, want tegen het volk zeggen ze dat ze het er niet mee eens zijn.” Onder druk van Amerika voerde het Pakistaanse leger verschillende militaire operaties uit. “Hoe meer agressie, hoe harder de militanten terugslaan”, zegt Tahir. “Er gaat geen dag voorbij of er vindt een aanslag op een drukke markt of moskee plaats.”

asima

“Als de Indus afgelopen zomer niet was overstroomd, hadden we een groei van 4,5 procent gehad”


Ton

seemi

“Steeds meer vrouwen combineren het huishouden en de zorg voor hun kinderen met een fulltime baan” generatie moet onze leiders zeggen dat we hun wanbeleid niet langer accepteren”, betoogt Tahir. Maar het Pakistaanse volk heeft niet geleerd om voor zijn rechten op te komen. Door jarenlang militair bestuur is dit het land van de zwijgende meerderheid geworden. Tahir hoopt dat zijn generatie meer durf ontwikkelt. “We moeten allemaal een bijdrage leveren aan de verbetering van ons land, hoe klein die bijdrage ook is. Het is onze troep. Die moeten we zelf opruimen, daar hebben we geen ander land bij nodig. Laten we de mouwen opstropen en beginnen met de grote schoonmaak van Pakistan”, luidt zijn emotionele oproep. Maar Tahir en zijn hoogopgeleide leeftijdsgenoten vormen slechts een paar procent van de bevolking. De verwachting is dat het nog een generatie duurt tot er nieuwe leiders opstaan die met daadkracht een modern en democratisch Pakistan ontwikkelen. Tot het zover is, spenderen jongeren hun vrije tijd het liefst op zee. Daar hebben ze het rijk even voor zich alleen.

Beeld Maurits Giesen

Zoals de jongeren al vreesden heeft de dood van Al-Qaida leider Osama bin Laden ook geen eind aan de terreurgolf gemaakt. Medio mei pleegden de Pakistaanse Taliban een aanslag op een paramilitair trainingscentrum in het noorden van het land. Tachtig mensen vonden de dood. “Een vergelding voor de dood van Bin Laden”, aldus de Taliban. “En er zullen meer aanslagen volgen.” Veel Pakistaanse jongeren vinden dat de Amerikaanse dollars om het moslimextremisme te bestrijden, hun land te weinig hebben opgeleverd. De oorlog heeft Pakistan meer geld gekost. Het is beter als Amerika vertrekt en Pakistan met rust laat. “De jonge

Beeld Maurits Giesen

Ton Dietz is hoogleraar ‘Ontwikkeling in Afrika’ aan de Universiteit Leiden en directeur van het Afrika-Studiecentrum in Leiden. Hij was een van de initiatiefnemers van de Worldconnectors, een denktank voor mondiale vraagstukken.

Afrikaanse landbouw O

nlangs consulteerde de Tweede-Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken wetenschappers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven over het nieuwe ontwikkelingsbeleid. Het werd duidelijk dat er over de keuze voor partnerlanden heel wat te steggelen blijft, maar dat de keus van de vier thema’s op brede instemming kan rekenen. Steun aan de landbouw mag weer, vooral aan de Afrikaanse landbouw. In het kielzog van de voorkeuren van de Wereldbank voor de sociale sectoren was ook de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking twintig jaar braaf van landbouw afgebleven. Ook de geïntegreerde plattelandsontwikkeling was mislukt verklaard. Nu mag het weer, zolang het onder de vlag vaart van ‘voedselzekerheid’ en als het maar met inbreng van het bedrijfsleven gebeurt. Bij de discussies over mogelijke steun aan Afrikaanse landbouw leven veel misverstanden. Veel opvattingen gaan uit van een al vijftig jaar stagnerende Afrikaanse landbouw, die ertoe leidt dat de honger toeneemt. Het zijn beelden die gevormd zijn in de slechte jaren tussen 1970 en 1985, maar die hoognodig correctie behoeven. Ook een veelgehoorde beleidsvoorkeur dient kritisch tegen het licht te worden gehouden. We horen vaak dat de voorziene groei van de landbouwproductie vooral een zaak moet zijn van productiviteitsgroei, een Groene Revolutie van veel meer oogst per hectare. En vooral niet van een uitbreiding van het landbouwareaal, want dat gaat ten koste van ‘de natuur’. De statistieken van de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties FAO tonen een ander beeld. Voor Afrika als geheel zien we dat de totale graanproductie de laatste vijftig jaar drieëneenhalf keer zo groot is geworden, net zoals de totale bevolking. De productie van bonen, wortel- en knolgewassen is zelfs nog meer gestegen. Voor een gemiddelde Afrikaan is er nu meer voedsel dan vijftig jaar geleden. Er is gemiddeld ook meer dan minimaal nodig is voor een gezond leven. Het probleem is niet de totale productiehoeveelheid of het aantal te vullen monden. Het probleem zit in de verdeling: de toegang tot betaalbaar en gezond voedsel voor de armen op het platteland en in de steden. De oplossing ligt niet alleen in het krijgen van meer oogsten per hectare. Van het totale landareaal in Afrika is op dit moment maar 7 procent in gebruik als akkerland. Het landbouwareaal kan en zal groter worden. Met zorg voor natuur en boer(in), mag je hopen. En betwijfelen.

IS juni 2011 25


daar

wereldgezondheid

ugandarecht

Ziekte op de kaart

Matooke revolutie

Met het uitroepen van ‘Internationale Sikkelceldag’ op 19 juni hopen de Verenigde Naties meer aandacht te krijgen voor de veel voorkomende maar onbekende sikkelcelziekte.

Wordt Uganda straks in één adem genoemd met Tunesië, Egypte en Libië? Na demonstraties in verschillende steden en het geweld dat daarmee gepaard ging, hield iedereen even zijn adem in.

Sikkelcelziekte is een ernstige,  erfelijke afwijking waarbij de  rode bloedcellen niet rond  maar sikkelvormig zijn. Sikkelcellen blokkeren bloedvaten en  kunnen onomkeerbare schade  toebrengen aan organen. Van  origine komt sikkelcelziekte  vooral voor in malariagebieden  (Afrika onder de Sahara, Azië  en Saudi-Arabië) omdat dragers van sikkelcelziekte relatief  goede overlevingskansen hebben bij malaria. Van de 2,5 miljoen kinderen die jaarlijks in  Congo worden geboren, heeft  2 procent (vijftigduizend  baby’s) sikkelcelziekte, al  wordt slechts een klein deel  ontdekt via de hielprik. De  meeste kinderen met sikkelcelziekte sterven voor het vijfde  levensjaar. “Door bloedarmoede ben ik vaak erg moe”,  vertelt de 28-jarige Congolese  Eli. “Soms krijg ik een pijnaanval. Die kan uren duren en pijnstillers helpen nauwelijks. Een 

De Keniaanse krant The East African  nam het woord ‘matooke revolutie’  in de mond, verwijzend naar een van  de nationale gerechten van Uganda  en de reden voor de protesten: stijgende voedsel- en brandstofprijzen.  Met een infl atie van 9 en 39,3  procent op brandstof en een 145e  plaats op de Human Development  Index is het niet verwonderlijk dat er  een belangengroep Activists for  Change is ontstaan die de regering  wil aansporen om maatregelen te  nemen. Niet alleen tegen de infl atie,  maar ook op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en corruptie.  Wat begon als een vreedzame Walk to Work campagne, liep in april uit  op demonstraties die met buitensporig geweld door politie en leger  werden bestreden. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights  Watch zijn er minstens negen doden  en honderd gewonden gevallen en  zijn er meer dan zeshonderd mensen  gearresteerd. De belangrijkste oppositieleider Kizza Besigye, die de verkiezingsuitslag van 18 februari niet 

heeft geaccepteerd, werd tot vier  maal toe gearresteerd. Hij moest  met zijn verwondingen naar een ziekenhuis in Kenia worden gebracht.  Zowel internationaal als nationaal is  het geweld sterk veroordeeld. Volgens The East African zouden de  Walk to Work demonstraties weleens het ‘omkeerpunt’ voor de huidige president Yoweri Museveni  kunnen worden. Museveni, sinds  1986 aan de macht, houdt vol niks  aan de infl atie te kunnen doen  gezien de droogte en wereldwijde  hoge olieprijzen. Hij vindt dan ook  dat de oppositie  misbruik maakt  van de situatie en uit is  op machtsverandering. ilse zeemeijer

is, maar ik maak me sterk dat het een Nederlander is. Zo’n blozende blonde Fries, ik noem maar wat. Geroemd en geliefd in binnen- en buitenland. Overal welkom, zoals het hoort. Maar wacht. In Utrecht denken ze daar anders over. Daar houden ze niet van winnaars, althans niet als die niet blozend en blond zijn. Keniaanse hardlopers mogen nog wel meedoen aan de marathon. Maar op meer dan 100 euro prijzengeld, een schijntje, hoeven ze niet te rekenen. Dat is racistisch. Dat is dom. En dat is vooral ook heel erg zielig. Want onze Kenianen lopen ondertussen natuurlijk vrolijk door. In New

York, Londen, Boston, Berlijn, of in de straten van de eigen hoofdstad Nairobi. Steeds harder. Steeds beter. En denken: laat hen maar sukkelen, die Utrechters. Dat gaat nog leuk worden. Want wat nu voor hardlopen en Kenianen geldt, geldt straks ook voor andere activiteiten en andere Afrikanen. Het continent zal steeds meer winnaars te voorschijn toveren. Mensen die in eigen land, maar ook daarbuiten, niet alleen welkom maar zeker ook nodig blijken te zijn. Met hen zullen we dus allemaal ons voordeel doen. Behalve in Utrecht. Arm Utrecht. kees broere

De Afrikanen – en dat zijn voor de meerderheid jonge mensen geloven in toenemende mate in hun toekomst. Zonder de ogen te sluiten voor de ellende die hen nog omringt, zijn zij ervan overtuigd dat ze kansen zullen krijgen, en die ook zullen aangrijpen. Correspondent Kees Broere laat hen de komende tijd op deze plek aan het woord. 26 juni 2011 IS

bloedtransfusie kan soms helpen, maar wie betaalt de ziekenhuiskosten? Heb je geen  geld, dan ga je dood.” Sikkelcelziekte behoort wereldwijd  inmiddels tot de meest voorkomende erfelijke ziekten. Ook in  Nederland, waar pasgeborenen sinds 2007 worden  gescreend via de hielprik,   komen er jaarlijks honderd sikkelcelpatiënten bij.  Volgens Dr. Jean Fidèl Kaluila  Mamba die zich in Congo inzet  voor de strijd tegen de sikkelcelziekte is het belangrijk dat  jongeren vóór het huwelijk  weten of ze het sikkelcelgen  dragen. “We raden een huwelijk tussen twee dragers af om  te voorkomen dat zij kinderen  krijgen met sikkelcelziekte.”  Op 19 juni zijn er in de Congolese hoofdstad Kinshasa verschillende manifestaties met  fi lm en theater om sikkelcelziekte onder de aandacht te  brengen. julie-anne born

voorraad kampioenen H

et is kicken, elke keer weer. Dan komt er een sms’je, horen we een bericht, of zien we op tv een verslag van een zoveelste marathon, ergens ter wereld gelopen, die gewonnen is door ‘een van ons’. Door een Keniaan dus. Vaak ook iemand van wie we hier in huis niet eerder hadden gehoord. Want aan de voorraad kampioenen lijkt geen einde te komen. In Nederland geldt iets soortgelijks. Ik zou niet durven zeggen wie op dit moment de beste schaatser ter wereld


Aandeel Afrika Journalist en Afrikakenner Roeland Muskens wordt durfkapitalist. Hij investeert in een bedrijf in Burkina Faso. Voor IS doet hij verslag van zijn mede-eigenaarschap.

Beeld Wies Ubags

Gesprek in mineur

colombialandbouw

Colombiaanse boeren winnen strijd met oliepalmtelers Goed nieuws voor Colombiaanse boeren, die het land bezet hielden waarvan palmolieleverancier Daabon Organics ze eerder verjaagd had. Begin mei verklaarde het Constitutionele Hof de landonteigening onrechtmatig. Eind vorig jaar zette cosmeticabedrijf The Body Shop zijn samenwerking met Daabon Organics al op, maar daarmee kregen de boeren hun land niet terug. Het is nog onduidelijk wanneer de boeren zich straks weer eigenaar van het land kunnen noemen. De gemeenschap woont al een jaar of twintig in het gebied van Las Pavas en verbouwt er onder andere maïs, rijst, cassave, bananen en suikerriet. Verschillende keren werden de boeren van hun land gejaagd door paramilitaire groepen. De grond werd bezet door een oom van wijlen drugsbaron Pablo Escobar. Die verkocht het aan twee grote palmoliebedrijven, waaronder Daabon Organics, verenigd in het consortium Labrador. Het consortium houdt vol dat het het land te goeder trouw van de oom van Escobar heeft gekocht. “Niks ervan”, zegt boerenleider Misael Payares. “Wij waren al bezig met een proces om het in beslag te laten nemen door de staat en het op onze naam te laten zetten, omdat we het al jaren bewerken. Opeens kwam de oproerpolitie ons van het land gooien. We waren net bezig met koken. Al het eten en al ons water ging over de grond. Ze bedreigden ons met wapens.” Sinds tien jaar stimuleert de Colombiaanse regering de productie van palmolie, onder andere omdat het grondstof voor biobrandstoffen is. Wat er met de boerengemeenschap op het landgoed Las Pavas in de provincie Bolívar, Noord-Colombia gebeurde, is

geen uitzondering. Al jaren trekken mensenrechtenorganisaties aan de bel. Arme boeren worden van hun land gejaagd door met name rechtse paramilitaire groepen en overgedragen aan grote oliepalmentelers. De Body Shop besloot de samenwerking met Daabon Organics op te zeggen, nadat het deskundigen tevergeefs op een akkoord tussen de oliepalmtelers en de boeren had aangedrongen. Volgens de onderzoekers is het gebied eigenlijk helemaal niet geschikt voor grootschalige landbouw als oliepalmteelt. Het is een waterrijk en moeilijk toegankelijk gebied dat regelmatig overstroomt en dat daardoor een bijzondere flora en fauna heeft. De oliepalmtelers afficheren zichzelf als goed voor het milieu en de sociale omgeving, maar zonder rekening te houden met de omgeving hebben ze met graafmachines het terrein gereed gemaakt voor hun oliepalmen. Ook wordt er zonder vergunning grondwater omhoog gepompt en moeten bijzondere planten wijken voor de aanleg van dijken. De verjaagde boeren keerden terug naar Las Pavas in de hoop dat de Colombiaanse justitie zou beslissen dat ze het land terug moeten krijgen. Boerenleider Misael ontving meerdere keren doodsbedreigingen. Ook begonnen de palmolieleveranciers een proces tegen hem, omdat hij hun naam bezoedeld zou hebben. Dit soort intimidatie gebeurt vaker om boeren te ontmoedigen om hun land terug te eisen. Na het bekend worden van de uitspraak van het Constitutionele Hof verklaarden de plaatselijke autoriteiten ervoor te zullen zorgen dat de boeren niets overkomt. wies ubags

W  

illiam, de ondernemer in Burkina Faso in wiens bedrijf ik heb geïnvesteerd, gelooft niet in ontwikkelingshulp. Althans: hij gelooft niet dat hulp een land tot ontwikkeling zal brengen. En hij weet dat sommige hulp zelfs averechts werkt. En dan vooral omdat het eigen initiatieven van lokale mensen kapot kan concurreren. De karité-sector in Burkina Faso heeft door verkeerde hulp een flinke klap gekregen: teveel goedbedoelde, overgefinancierde projecten. Woest kan William daarop worden (dit jok ik, William wordt nooit boos). Zoals bekend staat Burkina Faso op het punt om geschrapt te worden als hulpland voor Nederland. Zelfs de Nederlandse ambassade in Ouagadougou verdwijnt als het aan staatssecretaris Knapen ligt. De regering denkt dat Nederland er zelf meer aan heeft als we elders aan ontwikkelingshulp gaan doen. In landen die iets rijker zijn dan Burkina Faso. Ik dacht dat William dit wel prima zou vinden. Maar dat ligt toch gecompliceerder. “Omdat Nederland hier aan ontwikkelingshulp doet, is het voor mij veel makkelijker om zaken te doen. Investeerders komen niet makkelijk in een land als er geen ambassade is.” Buitenlandse donoren bieden een ondernemer als William ook onverwachte kansen. Dankzij westerse (hulp)contacten heeft William toegang tot de westerse markt en subsidies stellen hem soms in staat om te experimenteren op manieren die zakelijk misschien onverstandig zouden zijn, maar waarmee toch nieuwe mogelijkheden worden afgetast. Vooral voor bedrijven die gebruik maken van cutting edge technologie, zoals Williams bedrijf Isomet met z’n spiegelparabolen, komt zo’n business angel goed van pas. William is bang dat het terugtrekken van Nederland het begin is van een uittocht. “Ik kan ze natuurlijk geen ongelijk geven. Er is hier niks: we hebben geen zee, geen grondstoffen, geen mineralen en geen landbouwgrond. En tegenwoordig hebben we zelfs politieke onrust. Het is al een wonder dat jullie hier zo lang zijn gebleven.” En zo eindigt het gesprek met William toch een beetje in mineur. roeland muskens IS juni 2011 27


daar

wereldmensen

OP DOORREIS keniabestuur

Opvangkamp in Kenia wordt stad Het vluchtelingenkamp Kakuma in het noorden van Kenia is onvoorzien uitgegroeid tot een kleine stad. Compleet met een bestuur dat zorgt voor voorzieningen als onderwijs, gezondheidszorg en voedselzekerheid.

Beeld Karijn Kakebeeke

Het is daar beter geregeld dan voor bewoners  van de omringende woestijn. Door met mensen te praten heb ik ontdekt dat de humanitaire hulp door hen na bijna twintig jaar wordt  beschouwd als een economische hulpbron. Er  wordt zelfs in gehandeld”, zegt onderzoeker  Bram Jansen, die twintig maanden in het kamp  verbleef en onlangs promoveerde in Wageningen. Hij kwam in het kamp toen schrijver Dave 

Eggers net weg was. Deze Amerikaan  beschrijft de herhuisvesting van Sudanese jongens uit dit kamp in de Verenigde Staten in zijn  bekende boek Wat is de wat.  Kakuma, dat bestaat sinds 1992 en oorlogsvluchtelingen uit landen als Sudan en Congo  opvangt, is in een kleine twintig jaar tijd uitgegroeid tot een stadsstaatje van zestigduizend  inwoners met eigen regels en dynamiek, dat  verder gaat dan een levensreddend rustpunt in  de woestijn. Vanuit de hele wereld komen  belangstellenden kijken. Het gebied is een  modelkamp voor de Verenigde Naties, maar  ook voor missionarissen uit Korea. “Het tijdelijke is hier verruild voor het defi nitieve”, zegt  Jansen. “Er komen zelfs bedrijven langs. Het  kamp is een belangrijke afzetmarkt geworden  in een streek vol traditionele nomaden. Telecombedrijven proberen mobiele abonnementen te slijten aan de vluchtelingen, Unilever  deelt samples uit van wasmiddelen en Coca  Cola zet er koelkasten neer.” peter de jaeger

malihandel

Malinese pinda’s bij Lidl Biologische landbouwproducten uit Mali zijn, dankzij de Nederlandse ondernemer Kees-Jan van Til, sinds kort te koop bij de supermarkten Aldi en Lidl. “Komend jaar hopen we voor het eerst winst te  maken”, zegt Kees-Jan van Til in de Malinese  hoofdstad Bamako. Drie jaar geleden richtte hij  zijn exportbedrijf voor biologische landbouwproducten Yiriwa SA op. Dat deed hij met  steun van onder meer ICCO en investeringsfonds ANNONA, waarbij het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) is betrokken. “Financiering van derden was nodig om het bedrijf op  te starten”, vertelt Van Til. Yiriwa verkoopt  sinds vorig jaar onder meer biologische sesam,  die tot olie wordt verwerkt voor de supermarktketens Lidl en Aldi. Komend jaar zullen  ook biologische pinda’s in Nederlandse supermarkten komen te liggen. “De toenemende  vraag naar biologische producten in Europa is  goed voor Mali”, zegt van Til. “Bijna alle landbouwproducten hier zijn automatisch biologisch, omdat boeren vaak geen geld hebben  28 juni 2011 IS

om pesticiden of kunstmest te kopen.” Yiriwa  exporteerde vorig jaar 700 ton sesam, 140 ton  soja en ruim 100 ton katoen. “In 2011 moeten  deze cijfers verdubbelen.” Yiriwa heeft zelf geen grond in bezit, maar  werkt nauw samen met coöperaties van Malinese boeren. “In totaal leveren meer dan achtduizend boeren aan ons.”  Bij de oprichting twee jaar geleden waren alle  aandelen van Yiriwa in buitenlandse handen,  maar een half jaar geleden nam ook de Malinese investeerder Ali Guindo een belang. Van  Til is daar blij mee. “Er liggen enorme kansen in  de Afrikaanse landbouw. Buitenlandse investeerders stromen in groten getale toe. Maar uit  het oogpunt van duurzaamheid is het belangrijk dat ook Afrikanen profi teren, anders krijg je  scheve ogen.”  gerbert van der aa

Wie: Birgitta Jonsdóttír Waar: Amsterdam Waarom: verzorgde de Persvrijheidlezing 2011 Activist, blogger, Wikileaks vrijwilliger, kunstenares, dichter en parlementariër. De IJslandse Birgitta Jonsdóttír is het allemaal. Ze zet zich in voor het Icelandic Modern Media Initiative (IMMI), dat van IJsland een digitale vrijhaven voor journalisten gaat maken. ‘Door de snelle technologische ontwikkelingen zijn wetten rondom persvrijheid hard aan vernieuwing toe’, aldus Jonsdóttír. Hoe creëer je een digitale vrijhaven? “We zijn begonnen met een internationaal onderzoek naar de beste wetten op het gebied van vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, de openbaarheid van bestuur, smaad en wetten die klokkenluiders beschermen. Het parlement heeft in juni 2010 dertien voorstellen voor wetswijzigingen aangenomen. Een wet die journalisten verplicht om anonieme bronnen desgevraagd geheim te houden, is nu van kracht. Ook Europese politici worden wakker. Op 7 april van dit jaar heeft het Europese Parlement met 544 stemmen een steunresolutie aangenomen.” Hoe kunnen journalisten in zuidelijke landen hiervan profiteren? “Chinese bloggers kunnen we niet beschermen. Maar we kunnen wél tegengaan dat hun blogs van het net worden gehaald door de blogger in IJsland te registreren, net zoals sommige bedrijven een postbus beheren in belastingparadijzen. Technologische ontwikkelingen gaan snel - dus we zullen de wetgeving steeds opnieuw moeten aanpassen. De spirit is er in ieder geval, dat is het belangrijkste.” Zal zo’n wet de diplomaten niet nog voorzichtiger maken dan ze al zijn? “De diplomaten die ik heb gesproken, zeggen dat zij al schrijvend er rekening mee houden dat hun teksten op een dag onbedoeld op het verkeerde bureau belanden. Natuurlijk moeten sommige dingen geheim blijven. Wat wel en wat niet, daarover kan al debatterend consensus worden bereikt. Veel vergaderingen blijven geheim uit gewoonte, dat is de standaard. Dat kan andersom. Openheid moet de standaard zijn.” hille takken


De Hulpindustrie

Marcia Marcia Luyten is journalist en publicist. Tot vorig jaar woonde ze met man en drie kinderen in Uganda. www.marcialuyten.nl

Bert Koenders en Linda Polman bedachten het begrip, maar wie zijn de arbeiders in de hulpindustrie?

Waarom bent u dit werk gaan doen? “Ontwikkelingssamenwerking is me  met de paplepel ingegoten. Ik kom  uit een Katholiek nest. Regelmatig  logeerden ooms en tantes bij ons die  in de missie zaten. Hun verhalen  vond ik fascinerend. Ik ging later  naar de landbouwuniversiteit in  Wageningen om ook bij te kunnen  dragen in de strijd tegen armoede en  onrecht.” Waar bent u trots op? “Ik ben het meest trots op de boerenorganisaties waar ik voor gewerkt  heb. Bij sommige was ik bij de  oprichting betrokken. Ik heb ze zien  groeien van kleine groepjes tot echt  grote organisaties die serieuze  onderhandelingspartners zijn geworden voor de overheid en bedrijven.  Daarmee is enorm veel sociaal kapitaal opgebouwd. Zelfs al bereikten  de organisaties zelf niet altijd veel  succes, er is wel een heel netwerk  ontstaan van enorm capabele mensen.” Waar loopt u tegenaan? “Het lastigste is misschien wel het  gebrek aan historisch inzicht bij ons-

zelf. Maar al te makkelijk vergeten  we hoe lang er in Nederland over is  gedaan om te komen tot waar we nu  zijn. Ontwikkeling is geen lineair proces. Het gaat met schokken, vooruit  en dan weer achteruit. Wondermiddelen bestaan niet.” Wat is de toekomst van ontwikkelingssamenwerking? “De toekomst ligt in nieuwe vormen  van samenwerking tussen privaat en  publiek. Het gaat om een slimme  combinatie tussen beide krachten.  Dat is in het verleden te weinig  gebeurd. Ik vrees trouwens wel dat  het bedrijfsleven te veel de overhand  gaat krijgen. We hebben het bedrijfsleven nodig, maar niet als dominante  factor. Het ontwikkelingsproces is te  gevoelig om aan één actor over te  laten.” Heeft u meegemaakt dat hulp wordt misbruikt? “Dat gebeurt vooral als geld te makkelijk wordt gegeven. Ik was vroeger  betrokken bij een uitstekend landbouwvoorlichtingprogramma in  Zuid-Mali. Later is het te snel verzelfstandigd en daarbij kreeg het een  zak met geld mee. Dat geld is misbruikt, weet ik. De les is: het gaat  niet om geld, maar om timing en vertrouwen.” roeland muskens

“We vergeten hoe lang er in Nederland over is gedaan om te komen tot waar we nu zijn”

Beeld Maurits Giesen

Wie: Joost Nelen Wat: Adviseur economische ontwikkeling, Regiokantoor SNV Waar: Ouagadougou, Burkina Faso

Broden en vissen H

et volk mort zodra het geen brood meer kan betalen. Voorts gaat het de straat op wanneer er nog wel brood is, maar dat niet eerlijk wordt gedeeld. In 1917 was er in Amsterdam geen aardappel meer te krijgen. Wel lag in de haven een schip vol aardappelen bestemd voor het leger. Arbeidersvrouwen uit de Czaar Peterbuurt plunderden het schip en begonnen het aardappeloproer waarbij een week later negen Amsterdammers werden doodgeschoten. Wat begin 2011 begon als voedselrellen in het Midden-Oosten werd een revolte tegen de zich volvretende elite. En net als in 2008, toen een protest tegen hoge voedselprijzen zich als een vuur verspreidde door Indonesië, Mozambique en Senegal tot aan Haïti, kan de opstand ook nu andere delen van de wereld aansteken. In Uganda drukt president Museveni voedselrellen met harde hand de kop in. Voedselschaarste is niet nieuw, maar was heel lang tijdelijk. Op veel of weinig regen volgde een slechte oogst. Al kreeg lang niet iedereen genoeg te eten, de afgelopen decennia had de wereld een overschot aan voedsel. Nieuw aan de tekorten nu is dat ze blijven. Teruggebracht tot de bare basics: de vraag stijgt want de wereldbevolking groeit. Door gronduitputting en klimaatverandering vermindert het aanbod - met elke graad Celcius meer daalt de graanopbrengst met 10 procent. De hoge olieprijs maakt het aantrekkelijk om graan te verwerken tot biobrandstof. Ons wacht een strijd om voedsel en water. Of beter: die is begonnen. De jacht op vruchtbare grond leidt tot landjepik in juist die landen waar je ondervoede kinderen vindt: in Ethiopië, Sudan en ook Uganda. Om die rendabele gronden te vinden, gebruiken grote investeerders, hoe cynisch, modellen die door de Wereldbank en de VN zijn ontwikkeld om voedselzekerheid te verbeteren. Om de gronden te bemachtigen, worden soms mensen beschuldigd van hekserij en van hun land verdreven. Volgens Foreign Policy drijven Wallstreet-investeerders de graanprijs doelbewust omhoog. Het is zoals Al Gore ons voorhoudt in zijn iPad-boek Our Choice: wij kiezen de wereld waarin we leven. De schuilplekken raken op. Wij lijken te wachten op de jonge man die komt om broden en vissen te vermenigvuldigen.

IS juni 2011 29


Interview raj Patel, econoom

“Voedsel zolang we in het Westen niet de werkelijke waarde betalen van ons voedsel, zal er honger blijven bestaan in de wereld, schrijft econoom raj Patel in zijn nieuwe boek De waarde van niets. echte verandering komt er alleen als we met z’n allen de barricaden op gaan, betoogt hij, maar een bezoekje aan de boerenmarkt is al een goed begin. tekst lonneke van genugten beeld mieke meesen

ls zaterdaghulp in de Londense levensmiddelenzaak van zijn ouders leerde Raj Patel al vroeg wat de prijs is van ons voedsel. Later raakte hij ervan overtuigd dat in die prijzen de sociale en milieukosten niet meegenomen zijn, en dat ze daarom een oneerlijke verdeling van welvaart in de wereld mede in stand houden. Hij werkte voor de Wereldbank en Wereldhandelsorganisatie, maar protesteerde tegen diezelfde instellingen tijdens de WTO-Top in Seattle in 1999. Tegenwoordig schrijft hij boeken waarin hij betoogt dat activisme begint bij de keuzes die je als consument maakt. Bij een bordje spelt-risotto met rode biet vertelt Raj Patel over zijn nieuwste boek De waarde van niets.

A

U schrijft dat we eigenlijk 200 dollar zouden moeten betalen voor een hamburger.

30 juni 2011 IS


is ook een mensenrecht” Waarom? “Eigenlijk is het zelfs meer. Dat bedrag is gebaseerd op een berekening van twintig jaar geleden. In de 4 dollar die je voor een hamburger betaalt, zijn negatieve bijeffecten zoals milieuschade en sociale misstanden niet meegerekend. Voor de soja in veevoer wordt regenwoud gekapt, tomatenplukkers in de VS verdienen minder dan het minimumloon. En dan praat ik nog niet over de gezondheidskosten voor kinderen die te dik worden door te veel junkfood.” Maar zo’n bedrag ga ik toch niet betalen voor een broodje met een lap vlees en een plakje tomaat? “Je zegt het alsof dat iets heel ergs is, maar dat moet je dus ook helemaal niet willen. Ik ben geen hippie, maar ik geloof dat iedereen in zich een weggestopt gevoel voor onrechtvaardigheid heeft. We wéten dat de wereld niet eerlijk verdeeld is. Dat er een miljard mensen honger lijden, terwijl wij voor 1 dollar of euro een hamburger wegsnacken. We

“Ik ben geen hippie, maar ik geloof dat iedereen in zich een weggestopt gevoel voor onrechtvaardigheid heeft” moeten alleen durven luisteren naar onze onderbuik en de activist in onszelf naar boven halen.” U bent zelf een echte activist van barricades en protestmarsen. Maar daar hebben de meeste mensen toch helemaal geen zin meer in? “Je moet gewoon klein beginnen. In San Francisco zijn we met een groep burgers bij elkaar gekomen en hebben we McDonald’s uiteindelijk zover gekregen dat ze het speelgoedje uit het kindermenu hebben gebannen. Dan zeuren kinderen ineens een stuk

minder om een Happy Meal. Je kunt ook bij jezelf beginnen en producten bij de boer kopen. Dan snijd je de tussenlaag van supermarkten eruit, en dat levert de boer meer op.” Maar dat kost mij ook meer geld én tijd. “Tja, de slow food-beweging zit in een bourgeois hoekje, met een snobistisch imago van rode wijn en kaasjes proeven. Maar de oorspronkelijke intentie ervan is gewoon om aan goed voedsel te komen, voor een faire prijs. Het is toch vreemd dat een zak friet goedkoper is dan een krop sla? Boeren moeten zich organiseren, en samen op de markt gaan staan. Dat scheelt de consument een hoop tijd.” Is voedselactivisme dan niet een beetje makkelijk? Jij gaat in Zuid-Afrika met sloppenwijkbewoners de straat op, terwijl ik een goede daad doe door een biotomaat te kopen. “Food is fun. Je inzetten voor een goede zaak mag best leuk zijn, hoor. Voedsel is ook een mensenrecht. Honger is een vorm van economisch en sociaal geweld. Van alle mensen die honger lijden, is 60 procent vrouw. Dat is geen toeval. Ze werken vaak voor niks, hebben een lage status in de familie. Of denk aan boeren in India, die machteloos staan tegenover schuldeisers en daarom pesticide drinken.” In een blog over de Arabische Lente noemde u voedselprijzen de lucifer die de revolutie doet ontbranden. “Ja, de hoge voedselprijzen waren de aanleiding voor demonstraties in Algerije. Daar is het weer ingedamd, maar het vuur is overgeslagen naar Tunesië. Maar vorig jaar gingen ook mensen de straat op in Mozambique en India, waar de rijstprijs respectievelijk met 30 en 18 procent gestegen was. Schommelingen in prijzen door natuurrampen, grotere vraag of duurdere olie die ook kunstmest

duurder maakt, treft vooral de mensen in de stad die niet zelf eten verbouwen, maar alles moeten kopen.” Westerse uitvindingen als Facebook en Twitter hebben het vuurtje verder aangewakkerd… “Die zijn een hulpmiddel, meer niet. In Mozambique hebben veel mensen niet eens elektriciteit, en toch wisten ze zich te organiseren. Facebook en Twitter zijn vooral een manier om ons hier in het Westen te laten zien wat er daar gebeurt. Transcripties van

“We fetisjeren informatie te veel. Informatie op zichzelf brengt geen macht om dingen te veranderen” telefoongesprekken zouden net zo interessant zijn. We fetisjeren informatie te veel. Informatie op zichzelf brengt geen macht om dingen te veranderen. Kijk naar allerlei internetapplicaties. ‘Wauw, boeren zien op hun mobieltje wat de marktprijs is voor de boontjes die ze verbouwen’, zeggen we dan. Maar die boeren zijn afhankelijk van die ene tussenhandelaar die de moeite neemt om naar hun dorp te komen. Die bepaalt de prijs en de boeren staan machteloos. Daarom blijf ik herhalen dat we ons moeten organiseren.” Kunnen ontwikkelingsorganisaties daar niet een handje bij helpen? “Die werken vaak juist langs de boerenbewegingen heen. Boeren in Bolivia bijvoorbeeld willen een eerlijke verdeling van het land, maar dat is een politiek proces waar ontwikkelingsorganisaties hun handen niet aan willen branden. Ze delen dan maar liever kunstmest uit, zodat boeren hun productie op de grond die ze hebben, kunnen verhogen. Intussen houden grootgrondbezitters de macht in handen.”

IS juni 2011 31


Chef Globalisering

Wat zouden westerse donoren dan moeten doen om boeren te helpen? “Politici moeten vooral ophouden met geld geven aan de Wereldbank om aan ontwikkelingshulp te doen. De Wereldbank houdt een mythe in stand dat ze er is voor de armen, maar zet zich niet in voor echt eerlijke inkomensverdeling. Ken je de film Time Bandits van Terry Gilliam met de Monty Pythoncast? John Cleese speelt Robin Hood en zegt: ‘Have you met the poor? They’re charming people’. Hij geeft dure spullen aan arme mensen, maar zijn hulpje timmert de armen vervolgens in elkaar en pakt de spullen terug. Zo werkt de Wereldbank. Ze geven

“Politici moeten vooral ophouden met geld geven aan de Wereldbank om aan ontwikkelingshulp te doen” leningen uit die arme landen niet terug kunnen betalen. Herverdeling van grond is de basis voor een eerlijk inkomen, maar dat gaat niet samen met het kapitalistische geloof van de Wereldbank in marktwerking en export. Alsof zuidelijke landen onze vaste leverancier moeten zijn voor groenten buiten het seizoen, terwijl ze juist zelf een interne markt moeten opbouwen, samen met hun buurlanden. We moeten die landen daarom geld geven zodat ze hun economie zelf kunnen opbouwen. En dan heb ik het over schuldkwijtschelding en schadevergoedingen voor de milieueffecten die ons consumptiegedrag heeft veroorzaakt.” U bent fel gekant tegen de Wereldbank, maar u hebt er zelf ook gewerkt. “Ja, ik maakte deel uit van dit systeem. Dat ik nu boeken schrijf en actie voer is mijn mea culpa.” Is uw beeld van de westerse ontwikkelingshulp als het overmaken van geld niet wat verouderd? We werken toch ook veel aan capaciteitsopbouw en democratisering? “Ja, en daarmee houdt het Westen mensen als Mubarak decennialang in het zadel. Bovendien ondermijnt geld processen van onderaf. Dat heb ik zelf gezien in Zimbabwe. Morgan Tsangvirai was dé tegenkandidaat van president Mugabe. Hij bood een democratisch alternatief voor een dictator. Zo iemand wil je natuurlijk helpen. Alleen kreeg hij een smak geld van de EU, waardoor hij meteen de shortcut kon nemen en op nationaal niveau aan de slag ging, in plaats van een sterke basis te creëren bij de gewone 32 juni 2011 IS

Evert Nieuwenhuis schreef De Grote Globaliseringsgids – van Aandeelhouder tot Zapatista. Voor IS belicht hij elke maand een actuele mondiale kwestie. Vragen of ideeën? Mail ze naar Chef Globalisering: is@ncdo.nl

bevolking. Zijn partij was onvoldoende geworteld in de samenleving. Dat wreekt zich bij de stembus.” In uw boek pleit u ervoor dat we weer samen moeten nadenken over hoe de wereld eruit moet zien. U blijkt naast Monty Python ook een fan van science fiction. “Science fiction is meer dan mannetjes in zilveren pakken met een duikhelm op hun hoofd. Het helpt ons om te reflecteren op wat technologie ons heeft gebracht, zoals in 2001 A Space Odyssey, een meesterlijke film. We zijn ons vermogen kwijtgeraakt om samen een betere toekomst te verzinnen. We hebben allemaal fantasie en dromen waar we over tien of twintig jaar willen staan, die moeten we bundelen tot een idee van een betere wereld. We zijn de top voorbij. Onze generatie zal harder en langer moeten werken. Onze kinderen leven straks misschien gemiddeld korter dan wij. We gaan de gevolgen van klimaatverandering meemaken. Maar in plaats van een nieuwe, duurzame wereld te creëren, proberen we wanhopig de scherven bijeen te rapen van het oude model. We zoeken onze toevlucht bij populistische partijen die overal ter wereld, van Nederland tot India, opkomen en inspelen op onze gevoelens van onbehagen. Daarvoor moeten we een alternatief bieden.” Uw ouders hebben als migranten een goed bestaan opgebouwd in Engeland. Delen zij uw pessimisme? “Mijn vader kwam met zes pond op zak uit India en heeft zijn eigen zaak neergezet. Hij gelooft in het kapitalistische systeem, dus onze opvattingen botsen nogal, maar hij ziet ook dat het tegenwoordig voor migranten een stuk moeilijker is om er wat van te maken. En mijn ouders hebben me als kind wel het belang van solidariteit bijgebracht. Mijn vader wacht alleen nog steeds op de dag dat ik een fatsoenlijke baan vind. Hij heeft liever dat ik net als de rest van de familie in vastgoed of hypotheken ga en geld aan goede doelen geef. Toen ik aan het protesteren was in Seattle, hadden ze niet het idee dat ik iets nuttigs aan het doen was daar. Maar nu ik geld verdien met mijn boeken, vindt hij het minder erg.”

Wie is raj Patel? Raj Patel (1972, Londen) studeerde aan Oxford University en de London School of Economics en haalde in 2002 zijn PhD in Development Sociology aan Cornell University. Hij werkte voor de Wereldbank en de VN, is gastdocent aan UC Berkeley en Yale en levert regelmatig bijdragen aan onder andere The Guardian. Daarnaast schreef hij meerdere boeken, waarvan De Waarde Van Niets (2011) onlangs vertaald is naar het Nederlands.

De Chinese droom

“H

et werk is saai en zwaar, maar ik ben blij dat ik hier mag werken.” Wen Ou is achttien jaar en werkt sinds een paar maanden voor elektronicafabrikant Foxconn in de Chinese miljoenenstad Chengdu. Hij komt uit een arm dorpje in de provincie Sichuan. “Ik bouw hier aan mijn toekomst”, zegt Ou. Wen Ou en een miljoen andere Foxconnwerknemers maken mobiele telefoons, iPads en andere elektronica. Zes dagen per week staan ze tien uur aan de lopende band en doen ze geestdodend werk dat een Nederlandse scholier nog geen uur zou volhouden. De werkdruk is groot en fouten worden publiekelijk bestraft. De omstandigheden in de fabriekssteden, waar meer dan driehonderdduizend jongeren wonen en werken, zijn Spartaans. Alleen een hoogslaper met een bureautje eronder mogen werknemers tot hun persoonlijke ruimte rekenen. Vorig jaar was Foxconn wereldnieuws door een aantal zelfmoorden. ‘De dodenfabriek van Apple’ kopten enkele media. Terwijl ik deze column schrijf, ben ik net terug van een reis naar China. Ik kreeg een officiële rondleiding in een van Foxconns fabriekssteden. Daarnaast sprak ik bij verschillende fabrieken tientallen jongeren als Wen Ou, meestal als ze ‘s avonds vrij hadden en hun bazen ver weg waren. De meesten zien Foxconn als een opstap naar welvaart. Je offert een paar jaar van je leven op om carrière te maken of om met gespaard geld een eigen bedrijf te beginnen. Noem het de Chinese variant op de Amerikaanse droom. Wordt die droom ooit werkelijkheid? In Hongkong sprak ik Pun Nai. Deze hoogleraar sociologie volgde jarenlang werknemers als Wen Ou, en kwam tot sombere conclusies. “Carrières in de fabriek zijn alleen weggelegd voor een handjevol hoger opgeleiden. De meesten die een eigen bedrijfje beginnen, gaan na een half jaar failliet. In de steden is de concurrentie van winkelketens te groot en in hun eigen dorp wonen te weinig klanten. Bedrijven als Foxconn betalen net genoeg voor werknemers om in hun levensonderhoud te voorzien, maar te weinig om een toekomst op te bouwen.” Als Pun gelijk heeft, ontnemen Foxconn en andere bedrijven miljoenen jongeren niet alleen hun jeugd, maar ook hun toekomst. De Chinese droom is een illusie.


recent

Samenstelling: Lonneke van Genugten

*WIN!*

Egyptische revolutie: fata morgana of succesverhaal? Egypte. Habibies, helden en huichelaars Alexander Weissink / De Bezige Bij /y 18,90

Via internet en tv maakten we het afgelopen februari bijna live mee. De woedende massa’s op het Tahrirplein in Caïro, en het uiteindelijke vertrek van president Hosni Mubarak. Maar wat speelde zich nu precies af op dat plein? Wat bracht de Egyptenaren ertoe om hun leven te wagen voor vrijheid? En, vooral, hoe gaat het nu verder? Alexander Weissink, die als correspondent voor NRC en het Financieele Dagblad vier jaar in Caïro woonde, biedt in zijn boek Egypte uitleg over de revolte. Hij laat zien hoe Mubaraks regering en lokale functionarissen, de huichelaars uit de titel, de bevolking steeds meer afknepen, totdat het water ze aan de lippen stond en ze het niet langer pikten. Wat in 2008 begon met een protest tegen het voornemen om de subsidie van brood op te heffen,

Colombiaans carnaval/Judith & Sabine van Vught/Maarten Muntinga/y 16,00 Muntinga/ Linda gaat in Colombia op zoek naar haar verdwenen zus en belandt in een rollercoaster van mysterie en romantiek. Deze luchtige road novel is het literaire debuut van de zussen Judith en Sabine van Vught. Via een social media-actie wisten ze een ‘echte’ uitgever te strikken.

mondde uit in een brede volksbeweging, aangewakkerd door een groep jongeren die mensen niet alleen mobiliseerde via Facebook, maar ook de arme wijken in ging om mensen naar het Tahrirplein te krijgen. Hoe het zover kon komen, belicht Weissink aan de hand van diverse facetten van de Egyptische samenleving. Van de concurrentiestrijd wie de grootste bidknobbel heeft tot aan Nederlandse dames die zich in de badplaatsen komen verlustigen aan Egyptisch mannelijk schoon, de habibies (schatjes) uit de titel. Wie zijn dan de helden? “Dat zijn de mensen die mij de waarheid vertelden”, legt Weissink uit. “Vaak met gevaar voor afrekening en karaktermoord. Want als je een boekje open deed over misstanden, werd je gezien als landverrader. Egyptenaren zijn trots. Ook al lijden ze honger of gaan ze gebukt onder corruptie, dan zullen ze tegenover een buitenstaander mooi weer spelen. Voor de gemiddelde toerist die komt voor het strand en de tempels was het dan ook niet meteen zichtbaar hoezeer de bevolking leed onder het regime van Mubarak.” Weissink is inmiddels terug in Nederland, maar via twitter (@ FDEgypt) houdt hij zijn volgers op de hoogte van wat er in Egypte gebeurt. “Ik ga er zeker heen als er straks verkiezingen zijn. Ik vertrouw erop dat het leger het landsbestuur zal overdragen aan een nieuwe regering, maar de sleutel tot een succesvolle afloop van de revolutie ligt in de economie. Mensen zijn de straat op gegaan omdat ze een baan willen, een bestaan kunnen opbouwen. Uiteindelijk draait het erom dat mensen hun eigenwaarde weer terug krijgen, niet op een vernederende manier hun geld hoeven te verdienen. Maar dat gaat natuurlijk niet in een korte tijd lukken. Het risico op teleurstelling bij die massa is daarom groot.” * Doe de quiz over Egypte op www.ismagazine.nl en maak kans op een exemplaar van Egypte.

Pakistan. A hard country/Anatol Lieven/Penguin y 33,99 De controverse rond de dood van Osama Bin Laden doet bijna vergeten dat Pakistan veel meer is dan een toevluchtsoord voor terroristen en de Taliban. In 560 pagina’s legt professor internationale betrekkingen en terrorismestudies Anatol Lieven de nuances van het land bloot.

Slagschaduwen. Erfenis van een koloniaal verleden/Colet van der Ven/KIT Publishers / y 24,50 Hoe beleven moderne Curaçaoënaars het slavernijverleden? Journalist Colet van der Ven interviewde veertig mensen, die samen een dwarsdoorsnede van de maatschappij vormen. De sfeervolle foto’s van Adriaan Backer geven het geheel nog meer kleur.

Hoe het voedsel verdween uit de stad De hongerige stad. Hoe voedsel ons leven vormt Carolyn Steel / NAi Uitgevers / 340 pagina’s / y 19,95

Eindelijk een Nederlandse vertaling van de internationale hit Hungry City (2008) van architect Carolyn Steel. Steel neemt in De hongerige stad de lezer mee op reis langs de evolutie van onze eetgewoonten. Ze legt uit hoe het spoelhok achter in het huis uitgroeide tot een keuken en hoe de visstick en diepvrieserwt de wereld veroverden. Maar met de opkomst van gemaksdenken en technologie verdween ook het voedsel uit het hart van onze steden. Van het oude Athene, waar de politiek zich op de groentemarkt afspeelde, via de mid-

Langs de gele rivier. Watercrisis in China/Bert van Dijk/Business Contact / y 22,50 Meer dan 4000 Chinese steden kampen dagelijks met watertekort. Journalist Bert van Dijk reisde langs de Gele Rivier om de gevolgen van de verdroging met eigen ogen te zien. Met foto’s van Frans Schellekens.

deleeuwse steden waar de markt centraal stond (denk aan de Warmoesstraat op de Amsterdamse Wallen) tot aan de hedendaagse stad met een monotone voedselcultuur: elke wijk zijn eigen Starbucks, volgens Steel een toneeldecor om tegemoet te komen aan onze fantasieën van een metro-chique levensstijl. Steel houdt dan ook een warm pleidooi voor het ontwerpen van een stad waarin voedsel weer centraal staat, met bedrijvige markten, volkstuinen en zelfs buurtabattoirs. Onderhoudend en tot nadenken stemmend leesvoer.

Shenzhen/Guy Delisle/Oog & Blik/y 19,90 Blik/ Striptekenaar Guy Delisle werkte een tijd voor een Frans animatiebedrijf in de Chinese stad Shenzhen. Op een compound is hij geïsoleerd van het land en als hij eens buiten komt, kan hij niks bestellen van de menukaart. Delisle raakte volledig lost in translation en tekende dat humoristisch op in een beeldverhaal. IS juni 2011 33


Fotoreportage Wereldburgers in Noordwest-Fryslân

Alleen boer Siebe bezwijkt niet tekst dore van duivenbode beeld mieke meesen

“Ik wil het goede voorbeeld geven” “Ook als je duurzame producten wil verkopen, moet je het professioneel aanpakken. Ik kom uit een echte ondernemersfamilie. Ons werd al jong geleerd dat het niet werkt als je ergens alleen maar geld in steekt. Dan is binnen een jaar ’t bot in de tuin en ben je failliet. Als restaurateur hier in Het Bildt is het niet makkelijk om duurzame producten aan de man te brengen. Toch zie je dat mensen steeds bewuster worden. Niet alleen de chocolade en de accessoires van de Wereldwinkel die wij in ons restaurant verkopen lopen goed, maar ook het Waddengoud: het streekmerk voor producten en handelaren uit de Waddenregio. Zoals onze Bildtse preitaart met geitenkaas van De Molkerei. Ik wil het goede voorbeeld geven aan mijn vijf kinderen. Onze dochter Jasmijn van tien vindt het al erg mooi allemaal. Ze is dol op chocolaatjes uit Sri Lanka.”

34 juni 2011 IS

Wie: Jacob Jensma Wat: Restaurant De Zwarte Haan


* Ze laten zich niet uit het veld slaan door

grote bezuinigingen door Den Haag of door aanzwellende kritiek op het nut van ontwikkelingshulp. De gewone Nederlander blijft solidair met de mensen elders ter wereld die het minder getroffen hebben. * IS dompelde zich onder in het fair tradegevoel in de Friese gemeente Het Bildt. “Nog een kopje koffi e van de Wereldwinkel?” oer Siebe is erg merkvast. Hem zie je geen fairtrade jam of hagelslag kopen in de buurtwinkel. Siebe is misschien wel de laatste Bildtenaar die nog niet bezweken is voor de overredingskracht van de dames van de Wereldwinkel. Toen zij nog kleine famkes waren, verkochten zij hun speelgoed al voor het goede doel. Tegenwoordig struinen zij onvermoeibaar de dorpen van gemeente Het Bildt af, op zoek naar afnemers en doorverkopers van hun zo geliefde producten van het merk Fair Trade. Elke school, winkel of lokale kapper wordt net zo lang benaderd tot die belooft koffie, thee en koekjes voortaan in de Wereldwinkel te kopen. Inmiddels hebben de vrijwilligers van de Wereldwinkel bijna veertig Bildtse bedrijven zo ver gekregen om over te schakelen op fairtrade producten waarvoor boeren in ontwikkelingslanden een eerlijke prijs krijgen. Het Bildt heeft zich zelfs aangesloten bij het illustere gezelschap van 13 Fairtrade Gemeenten en 152 Millenniumgemeenten (herkenbaar aan het rode bordje boven het blauwe gemeentebord) die Nederland rijk is. Met deze eretitels laat de gemeente zien dat individuele burgers, verenigingen en ondernemers zich solidair voelen met de wereld buiten Nederland. IS ging langs bij restaurant de Zwarte Haan, Kapsalon Geartsje, buurtwinkel ’t Winkeltsy op ‘E Hoek en pension Bed en Brochje De Jacobshoeve.

B

Gemeente Het Bildt

Sint-Annaparochie

Aantal inwoners gemeente: 10.928 Oppervlakte: 116,51 km2 Hoofdplaats: Sint-Annaparochie Aantal inwoners: 3990 Dorpen: Ninnertsga,

Sint Jacobiparochie, Oudebildtzijl, Vrouwenparochie, Westhoek en Nij Altoenae Burgemeester: Gerrit Krol (CDA, waarnemend) Gemiddeld inkomen: B 11.500

In 2010 hebben de inwoners van het Bildt 42.901 kilo kleding en schoenen ingezameld. De opbrengst gaat naar ontwikkelingsprojecten in zuidelijk Afrika. In hetzelfde jaar zorgden de 25 vrijwilligers van de Wereldwinkel in Sint Anna Parochie voor een omzet van ruim 50.000 euro met de verkoop hebbedingetjes en ook steeds meer voedselproducten. Met name de koffie en thee maken een groeispurt mee. www.millenniumgemeente.nl & www.fairtradegemeenten.nl

“Ik merk echt dat het leeft” Wie: Geartsje Jensma Wat: Kapsalon Geartsje

“In de Wereldwinkel haal ik altijd mijn koffie, thee en koekjes voor de klanten, maar andere spullen koop ik eigenlijk steeds meer bij de groothandel. Daar zijn nu veel meer fairtradeproducten te koop dan een paar jaar terug. Ik merk dat het echt leeft onder de Bildtenaren dat wij een Fairtrade Gemeente geworden zijn. Ik let nu ook veel meer op waar producten vandaan komen dan voorheen. En, bovendien, sinds de dames van de Wereldwinkel die Fairtrade Gemeente-sticker op de deur van mijn kapsalon hebben geplakt, zijn zij vaste klanten bij mij. Ik knip ze nu elke zes weken en dan krijgen ze hun eigen thee en koffie!”

IS juni 2011 35


“De koffie moet wel lekker zijn” “De gemiddelde Bildtenaar wil niet onnodig extra betalen, alleen maar omdat het duurzaam is. De koffie moet wel lekker zijn. Bildtenaren houden van duidelijkheid en no-nonsense. Het strakke servies dat Piet Hein Eek speciaal heeft ontworpen voor het merk Fair Trade is niet geschikt voor op het platteland. Daarvoor is het te duur en te modern. Gelukkig wordt het kopen van duurzame en eerlijke producten steeds gewoner. Je vindt steeds meer in de supermarkt. Wat voor de Wereldwinkel eigenlijk weer nadelig is, want daardoor hebben wij het tegenwoordig in onze winkel wel wat rustiger.”

36 juni 2011 IS

Wie: Tineke de Jong Wat: Wereldwinkel


“Je moet je steentje bijdragen” Wie: Klaske Wijbenga Wat: Bed en Brochje St. Jacobshoeve

“Onze klanten komen allemaal hier uit de buurt. Vaak ken ik ze al jaren. Sommigen komen bijna dagelijks langs. Boer Siebe ken ik al sinds ik een kind was. Die kleinschaligheid maakt Het Bildt een smûk (gezellig) dorpje. Het brood in onze winkel komt van Nico en Aeltje uit Stiens, net boven Leeuwarden. Een lokaal en vers product dus. Sinds vijf jaar verkopen wij ook artikelen van het merk Fair Trade, zoals hagelslag, jam en koffie uit de Wereldwinkel. Maar onze buurtsuper is aan de kleine kant, dus we moeten keuzes maken in het assortiment. We willen geen fairtrade producten alleen om goed te doen voor de boeren in arme landen. Het moet wel verkopen. Anders staat zo’n pot jam straks een jaar lang in de winkel en kunnen we ‘m weggooien. Dat is natuurlijk niet echt duurzaam.”

“Ik heb altijd al vrijwilligerswerk gedaan. Bij de kerk, de gemeente of de muziekvereniging. Volgens goede CDA-traditie vind ik dat je rentmeester van de wereld bent en dus een steentje moet bijdragen. Zo ben ik als Friese ondernemer verbonden aan de christelijke hulporganisatie Dorcas. Vorige winter ben ik in Zuid-Afrika geweest om daar de projecten die wij steunen, te bekijken. Ik zag er enorm tegenop, maar heb mij over laten halen door mijn man die graag wilde gaan. Wat was dat confronterend! Maar, ook goed om de sanitaire voorzieningen te zien die mede dankzij onze donaties gebouwd zijn. Nu ben ik weer ergens anders vrijwilliger; bij het pelgrimeren. De pelgrimsroute naar Santiago de Compostela begint namelijk hier in Sint-Jacobiparochie.”

“We moeten keuzes maken” Wie: Matty Zijlstra Wat: ’t Winkeltsy op ‘E Hoek

IS juni 2011 37


duurzaam gemak Samenstelling: Marieke Aafjes Suggesties? Mail: is@ncdo.nl

¤ 59,–

Theezak wordt laptoptas

¤89,–

In India is een lunch, ontbijt of diner niet compleet zonder een grote mok chai (thee). In restaurants vind je daarom geen kartonnen doosjes met twintig theezakjes van 2 gram, maar  grote zakken gevuld met 35 kilo theebladeren.  RagBag, bekend van de gerecyclede tassen,  zorgt er in de deelstaat Tamil Nadu voor dat de  lege theebuilen worden opgehaald. Deze worden gewassen, verknipt en omgebouwd tot een  stevige laptoptas.  Raghu Teabagtas (30x40x12 cm) x 59,– www.bureaubewust.nl

¤25,–

Streetwise Familiebedrijf De Thaise familie Architpol heeft het goed voor elkaar. Hun familiebedrijf loopt zo  goed dat inmiddels bijna iedereen uit hun dorp voor de onderneming werkt. Op de  werkplaats achter het familiehuis maken ze meubels en andere producten van  natuurlijke materialen uit de omgeving.  Krukje van acaciahout x 89,– www.wereldwinkel.nl

Hoe deal je met corruptie, criminaliteit en  gebrek aan drinkwater? Bouw je samen met je  buurman een jongerencentrum of pik je gauw  zijn grond in als zijn huis afbrandt? Bij het ontwerpen van het spel GET H2O kregen de designers van Butterfl y Works en Mamabits hulp  van een groep Keniaanse jongeren. Op de site  kun je ook een game voor je mobiel downloaden. GET H2O bordspel x 25,– www.geth2ogame.com 

Groene kaart Het Londense ontwerpbureau Another studio for design bedacht de Post Carden: een ansichtkaart  met zaadjes die je na ontvangst kunt omvouwen  tot een minituintje. Als je voldoende water geeft,  blijven de plantjes drie weken groen.  Post Carden x 8,60 www.postcarden.com 38 juni 2011 IS

¤ 8,60


Winkel

Tekst: Guerrilla-interviews.nl Fotografie: Lizzy Kalisvaart

Funky fair trade Milagros Mundo Postjesweg 23  Amsterdam 020 7726750 www.milagrosmundo.com  Be Fair, Be Funky. Dat is het motto van Natasja Supusepa (39). De kleurrijke kussens, lampen, kralen, kettingen en kleding in haar winkel Milagros Mundo zijn allemaal met de hand gemaakt en bovenal: wereldwijd tegen een eerlijke vergoeding ingekocht en gemaakt in kleine ateliers. “Vroeger stond ik op kleine marktjes, maar  sinds anderhalf jaar huur ik een winkelpand  in de Amsterdamse wijk de Baarsjes en heb  ik de ruimte om alle spulletjes goed uit te  stallen. Zoals deze mobiles van gedroogde  maïsbladeren, gemaakt door jonge moeders in Mexico.”  Wie een treurige bui heeft, fl eurt meteen  op in Natasja's winkel. Veel artikelen zijn  gemaakt van gerecycled materiaal, zoals de  hippe kussens op basis van gebruikte rijstzakken uit Vietnam, of de armbanden die  gesmolten zijn uit teenslippers die aanspoelen op de kusten van Mali. “Nog altijd  worden wereldwinkels beschouwd als een  plek waar vooral mensen uit het alterna-

tieve circuit cadeautjes kopen. Maar volgens mij is bewust leven niet langer een  alternatief, maar hét alternatief. Een knuffel  uit een reguliere speelgoedwinkel scheelt in  euro's misschien de helft, maar je krijgt er  geen verhaal bij, zoals bij deze vrolijke  handgemaakte poppen uit Rwanda. Ze zijn  gemaakt door vrouwen die getraumatiseerd  zijn door de genocide.” Natasja laat een  gebreide zebraknuffel uit Kenia zien. “Vrouwen met nauwelijks perspectief, de Kenana  Knitters, hebben deze knuffels gemaakt van  biologisch katoen. Elk beestje is gelabeld en  gesigneerd door de maakster zelf. Bij elke  knuffel die ik verkoop, worden zij weer een  stukje onafhankelijker.”

“Je vork is je sterkste wapen” Lavendelkoekjes, bieten-gembercappuccino,  avocado-chocolademousse. Het is een luilekkerland in de keuken van Lisette Kreischer  (1981). Haar vrolijke bakboek in Alice in Wonderland-stijl staat boordevol romige taarten en  fruitige cupcakes. “Al mijn recepten zijn 100  procent diervriendelijk en natuurlijk”, verzekert  ze. “Met dit bakboek laat ik zien dat een veganist ook geniet van lekker eten. Na mijn eerste  ecofabulous kookboek kreeg ik zelfs mailtjes  van mensen die pas na drie recepten door hadden gekregen dat er geen vlees, vis of zuivel in  zat.” Gingen duurzaam en hip tot voor kort niet  echt samen, inmiddels is er een hele stroming  van celebrities die veganisme promoten. “Oprah  Winfrey organiseerde een vega-themaweek,  Victoria Beckham en Alicia Silverstone zijn fan  van veganistische diëten, omdat ze zich veel  gezonder voelen.” Zelf werd Kreischer in 2010  uitgeroepen tot duurzame trendwatcher van  het jaar. Haar volgende boek gaat over de herkomst van ons eten. "Onze vork is ons sterkste  wapen. Want met de keuze wat je eet, beïnvloed je de politiek en landbouw tot aan de  andere kant van de wereld. Er is uitgerekend  dat we in 2050 maar liefst 4 miljard mensen  meer kunnen voeden als we plantaardig eten.  Er komen nu steeds meer stromingen van  onderop die pleiten voor eerlijk eten, zoals  Youth Food Movement. Maar de politiek moet  ook anders naar voedsel kijken. Investeer bijvoorbeeld in zeewier of  lupine. Daar weet ik ook heel  lekkere recepten voor.” 

Jolien (28), gedragsdeskundige

“Zelf ben ik een paar weken in Peru geweest, waardoor ik meer het belang zie van fairtrade producten. Het is gewoon niet eerlijk als het echte geld alleen door ons wordt verdiend.”

Lisette in Luilekkerland. Het ecofabulous bakboek Lisette Kreische Artemis & Co/x 18,95

RDW (Red De Wereld)

I

k was een jaar of vijf en mijn broertje ongeveer zeven, toen we ons eerste milieuclubje oprichtten met het ambitieuze doel om niets minder dan de wereld te redden. Het waren de jaren tachtig en het activisme hing in de lucht. RDW was het hip klinkende acroniem dat mijn broer bedacht had. We waren onze tijd vooruit, want think global, act local deden we toen al. Het begon met de baby-eendjes

in de vijver vlak bij ons huis, die tot onze grote wanhoop het riool in spoelden omdat er geen gaas voor het traliewerk gespannen was. We verzamelden geld voor gaas, organiseerden schoonmaakacties en maakten zelfs ons eigen milieutijdschrift. Het zat er al vroeg in. Ik moest er weer aan denken laatst, na een diep gesprek met mijn inmiddels volwassen broer, die destijds de onbetwiste leider was van ons vooruitstrevende RDW. Hij vertelde over de onlangs gehouden ‘tonijn-top’, waar 42 landen aan deelnamen. Een voorstel om de

tonijnstand te herstellen, haalde het niet. “Wat heeft het voor nut als ik tonijn bewust laat staan, terwijl anderen besluiten dat beestje uit te laten sterven? Ik zie de zin er niet meer van in”, zei hij. Hij kreeg er bijna tranen van in zijn ogen. Ik vlamde op: “Juist jij, als zij het niet doen. Deze tijd vraag van ons dat we voor de troepen uit lopen. De politiek leidt niet, maar volgt. Dus moeten wij als wereldburgers laten zien wat voor een wereld we willen. Wees een leider, een RDW’er!” Sommige dingen weten vijf- en zevenjarigen gewoon beter.

Beeld Maurits Giesen

Groen blaadje

Annick Hedlund - de Witt (1978) doet aan de Vrije Universiteit promotieonderzoek naar de relatie tussen wereldbeelden en duurzame ontwikkeling.

IS juni 2011 39


Tien vragen over duurzame palmolie

Ingepalmd? * Meer dan de helft van alles wat we kopen

in de supermarkt bevat palmolie. Om aan de steeds grotere palmoliebehoefte te voldoen, kappen plantagehouders grote stukken bos in Zuidoost-Azië. In * 2015 moet alle in Nederland gebruikte palmolie duurzaam zijn. Redt die maatregel het regenwoud? tekst anne-lot hoek illustratie freaky fauna

1 

Palmolie, dat is olie van een palmboom? Inderdaad. Van de oliepalm om precies te zijn. Zoals er aan de kokospalm kokosnoten groeien, hangen er aan de oliepalm vruchten waaruit olie wordt gewonnen. De oliepalm groeit alleen in het gebied rond de evenaar. De meeste plantages bevinden zich in Zuidoost-Azië, in Indonesië en Maleisië. Maar ook in West-Afrika en Zuid-Amerika (zie pagina 27 in deze IS) wordt palmolie geproduceerd. Ongeveer 60 procent van de producten in de supermarkt bevat palmolie. Het zit in eetbare producten als margarine en koekjes, maar wordt ook gebruikt als grondstof voor zeep en cosmetica. Wereldwijd wordt per jaar ruim 45 miljoen ton palmolie geproduceerd op 12 miljoen hectare grond. Daarvan importeert en verwerkt Nederland ongeveer 5 procent, waarvan daarna 65 procent weer wordt geëxporteerd. Door de hoge palmolieprijs zal er dit jaar wereldwijd ongeveer 40 miljard dollar aan de palmoliehandel worden verdiend.

2 

Dat klinkt als een goudmijntje. Verdient de palmolieboer daar ook wat aan? “Te weinig”, vindt Jan Maarten Dros, coördinator bij ontwikkelingsorganisatie Solidaridad. Zo’n 30 procent van de palmolie komt van kleine boeren. Vaak leveren hun oliepalmen minder vruchten op dan de bomen op grote plantages. “De boeren missen de kennis om net zo’n hoge opbrengst te 40 juni 2011 IS

halen als de grote plantages.” De geoogste vruchten bederven binnen een dag. “Daardoor hebben de boeren een zwakke onderhandelingspositie”, aldus Dros. “Ze verkopen hun vruchten aan een tussenhandelaar of lokale fabrikant die te weinig betaalt.”

3 

Worden ook dieren de dupe van de houtkap? Om aan de toenemende wereldwijde vraag te voldoen, kappen plantagehouders regenwoud om nog meer oliepalmen te planten. “Daardoor wordt het leefgebied van de orang-oetan steeds kleiner”, zegt Sanne Blok, directeur van Stichting Monkey Business, die zich inzet tegen het uitsterven van orang-oetans op Borneo en Sumatra. “De apen kunnen moeilijker voedsel vinden en ze zijn een makkelijker prooi voor stropers. In zestig jaar is hun aantal met meer dan de helft afgenomen.” Dit verhaal gaat overigens niet alleen op voor de orangoetans. Blok: “Ook andere dier- en plantensoorten verdwijnen, bijvoorbeeld de dwergolifant, de neushoorn en de tijger.”

4 

Als het zo erg is, waarom hoor ik dan zo weinig over de misstanden rond palmolie? Palmolie is een onzichtbaar product, omdat het geen hoofdingrediënt is. De meeste consumenten weten niet eens dat in meer dan de helft van de supermarktproducten palmolie zit. “In een pot slasaus zit een mix van verschillende soorten olie”, zegt Sanne Blok van Monkey Business. “Op het etiket worden die vermeld onder de noemer ‘plantaardige olie’.”

5 

Kunnen we palmolie niet ruilen voor andere plantaardige oliesoorten? Zo makkelijk is het niet. Door de bevolkingsgroei en de toenemende welvaart in opkomende economieën stijgt de vraag naar plantaardige olie enorm. De oliepalm levert per hectare veel meer olie op dan bij-

voorbeeld zonnebloemen of soja - ongeveer tussen de 2500 en 5000 liter ruwe palmolie op per hectare. Zonnebloemolie levert ongeveer 1500 liter palmolie per hectare op. Palmolie is ook de goedkoopste plantaardige

“Palmolie is een onzichtbaar product, omdat het geen hoofdingrediënt is” olie. “En een oliepalm heeft per ton olie minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen nodig dan andere gewassen”, zegt Jan Maarten Dros van Solidaridad. “Het verbouwen van oliepalmen is een goede inkomstenbron voor boeren, mits het op de juiste manier gedaan wordt.”


6 

Hoe lossen we de palmolieproblemen dan op? Sinds 2004 is er de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO), een internationaal platform waar plantagehouders, bedrijven en maatschappelijke organisaties samenkomen om de teelt van duurzame palmolie te bevorderen. In augustus 2008 werden de eerste palmolieplantages gecertificeerd. Toekenning van een certificaat betekent onder meer dat de eigenaren geen land overnemen zonder toestemming van de lokale bevolking en de plantagewerkers minstens het minimumloon verdienen. Dit jaar is er meer dan 3,5 miljoen ton RSPO-gecertificeerde palmolie verkrijgbaar. Door de controles van de RSPO komt ook aan het licht welke uitdagingen er nog liggen. Afgelopen april werd het duurzaamheidscertificaat van het Maleisische palmoliebedrijf IOI (in Nederland bekend van dochteronderneming Loders Croklaan) opgeschort, omdat het bedrijf te weinig doet om conflicten over landgebruik met de lokale bevolking op te lossen en om ontbossing te voorkomen. IOI is de grootste leverancier van palmolie aan Nederland. Het bedrijf levert onder andere aan Unilever.

7 

Die certificering is vooral goed voor het regenwoud. Wat doen we voor de kleine palmolieboeren? Het duurde even, maar sinds vorig jaar probeert RSPO niet alleen het milieu te beschermen, maar ook om de positie van kleine zelfstandige boeren te verbeteren. Zonder ondersteuning en training kunnen de boeren niet aan de RSPO-criteria voldoen en mogen ze op termijn niet meer aan de fabrieken leveren die duurzame palmolie verhandelen. RSPO heeft samen met Solidaridad een programma opgezet om de boeren te trainen, zodat ze de beoogde kwaliteit kunnen halen. In Nederland hebben we sinds vorig jaar de Taskforce Duurzame Palmolie. Die bestaat uit alle in ons land gevestigde branche organisaties voor palmolie. De Taskforce wil dat in 2015 alle palmolie in Nederland RSPOgecertificeerd is. De Taskforce overhandigde in november vorig jaar een manifest aan staatssecretaris Henk Bleker (EL&I).

8 

Over vier jaar moet dus alle palmolie die in Nederland wordt verwerkt, duurzaam zijn. Een haalbaar plan? Multinational Unilever maakte vorig jaar april al bekend genoeg Greenpalm-certificaten te hebben verkregen om te voldoen aan de volledige behoefte aan palmolie voor de

producten in Europa, Australië en NieuwZeeland. De Nederlandse margarineproducenten willen in 2011 voor al hun merken overstappen op duurzame palmolie. “Na de eerste certificering in november 2008 is al 7 procent van de wereldproductie gecertificeerd”, vertelt Jan Maarten Dros van Solidaridad. “Dat is ongelooflijk snel als je het vergelijkt met de certificering van andere tropische producten zoals koffie of hardhout.” Eigenlijk zouden bedrijven volgens hem erop in moeten zetten om nog eerder

“Na de eerste certificering in 2008 is al 7 procent van de wereldproductie van palmolie duurzaam” dan in 2015 volledig overgeschakeld te zijn op duurzame palmolie. “Hoe eerder alle palmolie duurzaam is, hoe eerder we de schade aan het milieu inperken.”

9 

In 2010 werd 56 procent van de gecertificeerde palmolie verkocht. Is er onder bedrijven voldoende animo om méér duurzame palmolie in te kopen? “Als je bedrijven de oplossing aandraagt, zijn ze wel bereid om over te stappen”, meent Sanne Blok van Monkey Business. “Maar veel supermarkten en cosmeticamerken zijn niet bekend met duurzame palmolie. Ze denken dat duurzame palmolie veel duurder is dan niet-gecertificeerde olie, of dat er niet voldoende leverbaar is.” Monkey Business organiseert daarom workshops waar meerdere spelers uit de keten bij elkaar komen, om samen aan een oplossing te werken. Marleen van Os, communicatiecoördinator van supermarktketen Dekamarkt, deed mee aan zo’n workshop: “Van tevoren wisten wij weinig van de problemen rondom palmolie, en dus ook van de mogelijke alternatieven. Vorig jaar hebben we meegedaan aan een palmolie project van Monkey Business. Hierdoor zijn we ons meer in duurzame palmolie gaan verdiepen en ontdekten we de grootte van het probleem. Inmiddels hebben we al brood met duurzaam gecertificeerde palmolie in onze winkels. Wij willen waar mogelijk zo snel mogelijk overstappen op duurzame palmolie en willen daarover dus met inkoopcollectief Superunie in gesprek.”

10 

Over vier jaar eten we in Nederland dus alleen nog voedsel met duurzame palmolie? Officieel wel. Maar ook als alle Nederlandse producten met palmolie zijn gecertificeerd, kan er nog steeds olie van een niet-gecertificeerde plantage in jouw slasaus zitten. Het is lastig én duur om palmolie van de plantage tot de fabriek te volgen, en om duurzame olie apart te houden van niet-gecertificeerde olie. Daarom certificeren veel bedrijven hun olie via de ‘book & claim’-methode. Daarmee garanderen ze dat ergens ter wereld een hoeveelheid duurzame palmolie geproduceerd wordt, gelijk aan de hoeveelheid die zij inkopen. Maar daarmee is het dus mogelijk dat die duurzame olie verscheept wordt naar India, en dat de olie van een niet-gecertificeerde plantage in jouw gecertificeerde saus belandt. Jan Maarten Dros: “Veel fabrikanten zullen er voor kiezen dat logo niet op de verpakking te zetten omdat er geen goede reputatie aan palmolie kleeft. Fabrikanten willen geen slapende honden wakker maken. Maar je kunt als consument natuurlijk altijd vragen stellen aan je supermarkt of fabrikant, via het informatienummer of de website op de verpakking.” www.taskforceduurzamepalmolie.nl www.solidaridad.nl/palmolie www.saveme.nl

IS juni 2011 41


essay

In boerka de barricades op * Toen de Arabische Lente tot volle bloei

kwam, wilden de westerse media één ding weten: ‘Waar zijn de vrouwen?’. Zonder vrouwen is een revolutie bij voorbaat mislukt. * De acties van Arabische vrouwen vallen minder op, stelt de Nederlands-Marokkaanse schrijfster Hassnae Bouazza. Maar zij strijden op hun eigen manier voor hun rechten en vrijheid. tekst hassnae bouazza

p YouTube is een filmpje te zien van een stille protesttocht door Syrische vrouwen. Terwijl hun overheid de mannelijke betogers vertrapt, slaat, arresteert of doodt, waagt het kleine groepje zich aan een eigen betoging. Ze houden pamfletten omhoog en lopen in stilte door de straten van de stad. Het zijn dit soort momenten, van die kleine details, die veel mensen missen. Toen de mensenmassa op het Tahrirplein bijeenkwam om te protesteren tegen Hosni Mubarak, hoorde je al snel de blanke, vermanende stemmen, comfortabel vanachter hun laptops of voor hun LCD-televisies: ‘Waar zijn de vrouwen?’. Zonder vrouwen is de revolutie bij voorbaat mislukt, want ‘zonder vrouwenrechten is er geen democratie’. Het deed denken aan de betweterige analyses van voetbalcommentatoren die een bal nog geen seconde in bezit zouden houden als ze moesten spelen tegen de voetballers die ze bekritiseren. ‘Lekker makkelijk lullen’, noemen we dat in goed Hollands.

O

Onderdrukt Al jaren worden we hier murw georeerd door opiniemakers en politici die ons verzekeren dat de islam, hang naar vrijheid en democratie niet samengaan. Hebben die vrouwen in Syrië gemist dat er hier mensen zijn die het beter weten, sterker nog, die heilig weten: islam is onderdrukking en onderwerping? De cynici hier knepen in hun handen toen vlak na de val van Mubarak bekend werd dat 42 juni 2011 IS

demonstrerende vrouwen in Egypte waren aangevallen op Wereldvrouwendag. Het moet gezegd: het getuigt inderdaad van een enorme, mannelijke schofterigheid om vrouwen te omarmen als ze meestrijden tegen de dictator, maar hen daarna terug te fluiten als ze voor hun eigen rechten opkomen. Niet dat de vrouwen zich er ook maar iets aan gelegen laten, overigens. Ze kennen hun mannelijke pappenheimers; ze zijn ertussen geboren, mee opgegroeid, door gevormd. Ze weten dus ook wat wel en niet van hen te verwachten en hoe voor zichzelf op te komen. Rolmodellen Al ver voor de opstanden in de Arabische wereld streden vrouwen in de verschillende Arabische landen voor gelijke rechten en voor verbetering van hun situatie. De positie van de vrouw is de afgelopen decennia dan ook enorm veranderd. Werd van de vrouw vroeger een ingetogen, ondergeschikte rol geëist, tegenwoordig domineren vrouwen het medialandschap en is het vaak tits galore bij de populairste sterren: van de Libanese zangeres annex stoeipoes Haifa Wehbe tot de Egyptische actrice Ilham Shahien. Ze bepalen zelf wat ze aantrekken en hebben maling aan de fatsoensnormen waar vrouwen zich aan dienen te houden. Aan de tijd van voorzichtig glimlachen en vooral niet opvallen als vrouw, kwam dan ook relatief snel een definitief eind. En niet alleen dankzij de grote sterren. De groeiende rol van vrouwen in het bedrijfsleven mag niet onvermeld blijven, evenmin als die van de presentatrices die naarmate er meer en meer satellietzenders bij kwamen, hun eigen persoonlijkheid in hun werk legden. Grensverleggend daarbij was de Tunesische veejay Farah Ben Rajab: zij deed wat gekte betreft niet onder voor haar Britse collega’s van muziekzender MTV. Ze danste en zong in beeld alsof ze in haar eigen huiskamer stond. Ze had humor en zelfspot en was niet bang zichzelf te zijn en zich te laten gaan. De presentatrices waren niet bang voor taboedoorbrekende onderwerpen als huiselijk geweld, zelfbevrediging, homoseksuali-

teit. Ook polygamie, ongeletterdheid en de achterstelling van vrouwen werden niet langer als vanzelfsprekend beschouwd. Er werden vragen gesteld, wensen kenbaar gemaakt. De kleine wereld van de mensen in de Arabische landen werd een stuk groter. Er ontstonden nieuwe ideeën, visies en rolmodellen. Onder zulke omstandigheden komt er een dag dat je verandering wilt. En je blijkt niet de enige. Protestvuur Wat de protesten in de verschillende Arabische landen hebben aangetoond, is dat mensen weer durven. Dat ze niet langer gebukt gaan onder de angst voor het regime en dat ze voor hun rechten opkomen. En heel belangrijk: dat ze onderdrukking niet vanzelfsprekend of normaal vinden. Vrouwen voorop. Tawakkol Karman was aan het begin van de Jemenitische opstand het gezicht van de oppositie. In Egypte behoorde de jonge Asmaa Mahfouz tot de kopstukken van het protest. Merk op dat zowel Mahfouz als Karman een hoofddoek dragen, in Nederland ongetwijfeld een reden hen terug te sturen naar een land als Afghanistan omdat ze niet verwesterd genoeg zouden zijn. In Syrië is de

Arabische vrouwen verbranden geen beha’s lesbische Amira Abdullah in korte tijd populair geworden met haar blog en strijd tegen de Syrische overheid. Vrouwen zullen het momentum van de Arabische Lente benutten om te strijden voor meer vrouwenrechten. In Saudi-Arabië bijvoorbeeld gaan vrouwen onverminderd door met kleine protesten en acties. Aangestoken door het protestvuur eisten ze op Wereldvrouwendag het recht om zelfstandig de deur uit te gaan, auto te rijden en een eind aan de segregatie tussen man en vrouw in het publieke domein. Saudische mannen kunnen zich sinds eind april registreren voor de gemeenteraadsverkiezingen van september. De groep Saudi Women Revolution probeerde zich ook geregistreerd te krijgen. Ze werden uiteraard weggestuurd, want stemrecht voor vrouwen is nog altijd taboe. De groep is opgericht door Naha al Suleiman, en wil opheffing van de discriminerende wetgeving die vrouwen achterstelt. De vrouwen die zich via internet bij de groep hebben aangesloten, willen als volwaardige volwassenen worden gezien en niet als kinderen die voor alles toestemming nodig hebben van de man, of als bezit van de man.


Beeld Yahya Arhab / EPA ANP

Jemenitische vrouwen demonstreerden op internationale Vrouwendag in de hoofdstad Sana’a tegen het regime van president Ali Abdullah Saleh

Betweters Het is niet ondenkbaar dat Saudische vrouwen gestaag dichterbij hun doelen komen. Hun inkomsten zijn in toenemende mate belangrijk voor het gezin en het bedrijfsleven. Veel vrouwen staan aan het hoofd van zakenimperia. Mannen zullen hen op enig moment als gelijkwaardige partners gaan zien. Cruciaal daarbij is dat vrouwen zich verenigen. Het is een uitgekauwd cliché, maar behalve de conservatieve mannen, zijn conservatieve vrouwen de grootste vijand van vrouwen. Toen in 2010 de Saudische koning op de foto ging met afgestudeerde vrouwen van wie het gros haar gezicht onbedekt liet, was het een groep van negenhonderd vrouwen die in een open brief protesteerde en een handhaving van de status quo voorstond. De Libanese dichter en schrijver Joumana Haddad deed veel stof opwaaien met haar erotische kwartaalblad Jasad en kreeg ook veel kritiek van vrouwen die niet gediend waren van haar expliciete, seksuele aanpak.

Maar tegenstand hoort erbij als je vooruitgang wil boeken. Na een paar stappen vooruit, moeten soms stappen terug worden gezet

Behalve de conservatieve mannen, zijn conservatieve vrouwen de grootste vijand van vrouwen om daarna weer verder te kunnen. Het is een natuurlijk proces dat vertrouwen verdient. Het Libanese feministische collectief Nasawiya vierde in februari haar eerste verjaardag. Nasawiya bestaat uit een groep vrouwen en mannen die feminisme geaccepteerd willen krijgen: gelijkheid van mannen en vrouwen op alle niveaus en in alle gebieden. Hoewel Libanese vrouwen vrijgevochten zijn, worden ze juridisch nog altijd achtergesteld. Maar daar werken ze aan. Net als in andere landen, ook al merken we er niet altijd iets van.

Het zal hoogstwaarschijnlijk niet gebeuren door het verbranden van beha’s of het demonstratief opnemen van pornofilms (de naaktfoto van de zwangere Marokkaanse Nadia Larguet op de cover van Femmes du Maroc was overigens een mooie mijlpaal). Het zal ook niet binnen een paar maanden gepiept zijn. Er zijn nog heel wat hordes te nemen en dat weten de vrouwen. Zoals ze ook weten dat vrouwenonderdrukking niet inherent hoeft te zijn aan de Arabische cultuur. Het laatste waar ze op zitten te wachten, zijn pedante betweters die hen komen vertellen dat ze zich niet kúnnen bevrijden, omdat onderdrukking nu eenmaal in hun cultuur zit. Dat bepalen ze namelijk zelf wel.

Wie is Hassnae Bouazza? Hassnae Bouazza (1973) studeerde Engelse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Utrecht en een jaar Franse literatuur. Ze werkt als tolk, freelance programmamaker, journalist en publicist. Ze schrijft voor Vrij Nederland, de website Frontaal Naakt, Elle, Volkskrant en NRC.

IS juni 2011 43


Profiel Paul Kagame, president van Rwanda

KRIJGSHEER IN MAATPAK * In juni mag de Tweede Kamer staatssecre-

taris Knapen aan de tand voelen over de vijftien landen die hij uitverkoren heeft om ontwikkelingssamenwerking mee voort te zetten. De keuze voor Rwanda is niet onomstreden, vooral vanwege de controverse rond president Paul Kagame. Is * hij een voorbeeld voor andere Afrikaanse leiders met zijn zelfbewustzijn en ijzeren geloof in een maakbare samenleving? Of een nare dictator met wie Nederland de banden moet doorsnijden? IS portretteert Kagame in vijf stellingen voor en tegen the man you love to hate. tekst lonneke van genugten beeld zsuzsanna ilijin

CONTRA

Hij heeft een repressief klimaat gecreëerd “Wie is die chauffeur?”, vraagt Elize. Met een klein knikje wijst ze naar Eric, de broer van een kennis, die heeft aangeboden de ISreporter een lift te geven. Hij zit in zijn auto mee te swingen met de radio. “Weet je zeker dat het geen geheim agent is?” Elize (niet haar echte naam) fluistert: “In Rwanda is een van de drie mensen die je ontmoet, lid van de veiligheidsdienst. Kagames spionnen zitten overal.” Wie in Rwanda met mensen praat, wordt vanzelf meegezogen in de achterdocht. Elke ober is een potentiële afluisteraar en wie weet belt die vriendelijk lachende receptionist je handel en wandel wel door naar het hoofdkantoor. “Ik kan zelfs mijn eigen collega’s niet vertrouwen”, vertelt Elize, die directeur is van een mensenrechtenorganisatie. “Als iemand op een dag zomaar ontslag neemt, dan heb je grote kans dat het een infiltrant was.” Harde bewijzen dat haar tele44 juni 2011 IS

foon en mailbox worden afgetapt, heeft Elize niet. Maar, het idee dat het zo kan zijn, zorgt ervoor dat ze altijd op haar hoede is. Net als heel veel andere medewerkers van maatschappelijke organisaties. Maar ook expats zeggen dat hun telefoon en internet wordt afgetapt. Daarmee werpt president Kagame zijn schaduw over het land dat hij na de genocide in 1994, waarbij bijna een miljoen mensen omkwamen, uit zijn as heeft doen herrijzen. Elize: “De president heeft veel wonderen verricht, maar hij accepteert geen kritische geesten in het land dat hij opgebouwd heeft.”

PRO

Hij stuwt Rwanda op in de vaart der volkeren Paul Kagame is een Macher. Rwanda moet een tweede Singapore worden. Met het snelste internet van het continent, de nieuwste ict-technologie en in hoofdstad Kigali een skyline van kantoortorens met spiegelende ramen. Kagame gelooft in een maakbare samenleving en laat daarbij niets aan het toeval over. Bedrijven, maatschappelijke organisaties en zelfs ambassades werden gesommeerd om hun oude villa’s die eigenlijk als woonhuis bestemd zijn, te verlaten en hun intrek te nemen in zo’n toren. Maar mede door druk uit de diplomatieke gemeenschap liet hij dit proefballonnetje al snel weer leeglopen. In het stadscentrum zijn blote voeten taboe. Wie zijn afval op straat dumpt, riskeert een boete van 10.000 Rwandese franc (12 euro) of zes maanden cel. Boodschappen gaan in een papieren tas, want plastic is in de ban gedaan. Gevangenen in roze of oranje overalls dichten de gaten in de weg. Boze mamans zitten thuis, want ze mogen geen eten meer verkopen langs de kant van de weg. Elke laatste zaterdag van de maand is er

de umuganda, de verplichte schoonmaak- en klusochtend. Zelf geeft de president het goede voorbeeld door een muurtje te metselen of vuilnis op te ruimen, het liefst met een fotograaf in de buurt. Tijdschrift Jeune Afrique plaatste hem in de toptien van Afrikaanse leiders (‘Klein landje, groot succesverhaal’), The East African Magazine plaatste hem in de topcategorie van economische hervormers. Het jaarlijkse rapport Doing Business van de Wereldbank plaatste Rwanda in de toptien van landen waar startende ondernemers snel aan de slag kunnen. De economie groeit met 6 procent per jaar, het bruto nationaal product is in vijftien jaar tijd verdrievoudigd. De president wordt gevraagd voor gastcolleges op Princeton en Harvard om zijn succesrecept toe te lichten. “Economische groei zorgt ervoor dat we met hoop en enthousiasme naar de toekomst van ons land kijken”, zei Kagame in een afgeladen collegezaal. Intussen vergeet hij de armen niet. Ook in afgele-

“De president heeft veel wonderen verricht, maar hij accepteert geen kritische geesten” gen gebieden kunnen mensen nu kredietkaarten kopen voor elektriciteit in huis en worden zaden en kunstmest verstrekt. “Vijf jaar geleden kon ik niet eens genoeg maïs verbouwen om mijn kinderen te voeden”, vertelt boerin Adeline. “Nu heb ik een koelkast en kan ik jongens inhuren die mijn spullen op de fiets naar de markt vervoeren.” De bevolkingsgroei is echter een tijdbom onder het economische wonder, waarschuwen


financieel experts. Meer grond is er niet beschikbaar, wat betekent dat Kagame de economische groei niet zal moeten zoeken in kwantiteit, maar in kwaliteits- en dus waardeverhoging van exportproducten als koffie en thee. Of, zoals een student communicatiewetenschappen suggereert: zorg dat callcenters van India naar Rwanda komen. De president heeft er alvast een voorschot op genomen door van het Frans over te schakelen op Engels als officiële taal.

CONTRA

Hij maakt mensen ondergeschikt aan zijn ideeën Kagames vernieuwingsdrift krijgt bijna stalinistische trekken. Van oudsher leven Rwandezen het liefst ieder op hun eigen heuvel, maar na de genocide, toen veel mensen opnieuw gehuisvest moesten worden, zijn ze veelal geclusterd in umudugudu, dorpen, waar scholen, waterpunten en medische posten voorhanden zijn. Mannen en vrouwen verdienen een basisinkomen met gemeenschapswerk. We zien ze, met honderden tegelijk, met hun pikhouwelen in de grond hakken om een weg begaanbaar te maken.

“Elke pond die we in Rwanda steken, heeft grote impact” Aan de armste huishoudens zijn in totaal negentigduizend koeien uitgedeeld en de eerste generatie kalfjes is geboren. “Ik verkoop de helft van de melk en de rest is voor kinderen”, vertelt een boerin. Per regio is in kaart gebracht welke gewassen er het beste groeien. Vervolgens werden maniokplanten en bananenbomen rigoureus weggekapt omdat er rijst of aardappelen voor in de plaats moesten komen. “Kagames discipline en dadendrang slaan over op de lagere overheden”, zegt Elize. “Alleen gaan die soms wel erg rigide te werk bij het uitvoeren van zijn ideeën. Laatst kregen we een melding binnen van een oude vrouw die in de gevangenis is beland. Ze vloog de gemeentefunctionaris aan die haar tuinbonen uit de grond rukte. Wat mensen jarenlang hebben opgebouwd, wordt verwoest zonder een alternatief te bieden.” Dat geldt ook voor nyakatsi, traditionele huisjes met een dak van stro. Ze waren de president al een tijd een doorn in het oog. Zo’n strodak ziet er leuk uit voor toeristen, maar ook in Rwanda leven we niet meer in oma’s tijd, was het idee. Als startsein van de campagne stuurde Kagame parlementariërs het veld in om eigenhandig het stro te verIS juni 2011 45


wijderen. Al snel kwamen er uit het hele land berichten dat mensen letterlijk dakloos waren geworden, omdat de beloofde golfplaten uitbleven.

PRO

Hij weet wat de donoren willen horen Kagames inspanningen om Rwanda vooruit te helpen in de vaart der volkeren, betalen zich in klinkende munt uit. Eindelijk eens een Afrikaanse leider die niet zichzelf en zijn kliek verrijkt, daar trekken donoren graag hun portemonnee voor. De Verenigde Staten zijn jaarlijks goed voor zo’n 200 miljoen dollar. Oud-kolonisator België verdubbelt zijn bijdrage de komende vier jaar tot 200 miljoen euro. Het Verenigd Koninkrijk beloofde in maart 330 miljoen pond voor de komende vier jaar. ‘Elke pond die we in Rwanda steken, heeft een grote impact’, meldde Elizabeth Carriere, hoofd van ontwikkelingsagentschap DFID. ‘Rwanda heeft een heldere visie waar het heengaat en het land heeft snelle ontwikkeling laten zien.’ Eind april kwam er overigens een smetje op de loftuitingen. Volgens The Independent had de Britse veiligheidsdienst MI5 de Rwandese ambassadeur Ernest Rwamucyo aan de vooravond van het huwelijk van prins William en

“We zitten niet te wachten op westerse hulp vanuit een feel good-prikkel” Kate Middleton met een strafkorting gedreigd, vanwege vermeende bedreiging en intimidatie van kritische Rwandese diaspora in Engeland. Nederland heeft voor 2011 in totaal 44 miljoen euro begroot, voor milieu en water, verbeteren van het ondernemingsklimaat, onderwijs en goed bestuur. Overwegingen om de hulp voort te zetten, zijn onder andere het feit dat er een effectief bestuur is met weinig corruptie, dat er mogelijkheden zijn voor de Nederlandse paradepaardjes water en voedselzekerheid en het belang van Rwanda voor de stabiliteit van het Grote Merengebied, zo meldt staatssecretaris Knapen in zijn Focusbrief. In Rwanda is bovendien elke ontwikkelingseuro een daalder waard. Zuinigheid met vlijt, is Kagames devies. Zijn werkpaleis bestaat uit een verzameling wit gepleisterde huisjes. De inrichting is sober, zo niet kaal. De enige opsmuk in de officiële ontvangstruimte vormen twee vlaggen en een schilderij met traditioneel Afrikaans dorpstoneel. Voor ministerieel bezoek is er een glaasje water. De president weet welke buzzwords 46 juni 2011 IS

zijn gesprekspartners willen horen. Dit voorjaar onderstreepte hij nog eens publiekelijk dat hij zich extra zal inspannen om de millenniumdoelen te halen. “Het is aan het volk om te oordelen over zijn president, niet aan mij als Kamerlid”, zegt Klaas Dijkhoff (VVD). “Zolang het binnen bepaalde marges blijft, tenminste. Khaddafi is een ander verhaal. In bijna geen land gaat het perfect, anders zou er ook geen ontwikkelingshulp nodig zijn. Hulp moet minder regime-afhankelijk zijn. Wij helpen liever de bevolking om zichzelf aan de armoede te ontworstelen, zodat democratie niet alleen iets institutioneels is, maar ook materieel betekenis kan krijgen.”

PRO

Hij laat zich niet de les lezen Kagame verkondigt waar het maar kan dat hij zijn land niet aan het donorinfuus wil laten liggen. Een strategie die hem groot applaus oplevert, van onder meer de Zambiaanse econoom en hulpcriticaster Dambisa Moyo. In het jaar 2020, als zijn nationale masterplan Vision 2020 is volbracht, hoopt hij de hulpafhankelijkheid te hebben afgebouwd. Maar als dat niet is gelukt, wil hij nog wel hulp ontvangen als er geen knellende voorwaarden aan zijn verbonden, liet hij staatssecretaris Ben Knapen weten tijdens zijn bezoek aan Rwanda in februari dit jaar. “We zitten niet te wachten op westerse hulp vanuit een feel-good-prikkel”, aldus Kagame. De Nederlandse programma’s worden gewaardeerd, maar hij benadrukte dat Rwanda nu ook investeringen nodig heeft om economische groei te stimuleren. Vooralsnog leunt de staatsbegroting voor bijna 50 procent op hulpgeld, maar tegelijkertijd is Kagame niet te beroerd om donoren erop te wijzen dat hij zich niet door hen de weg laat wijzen. Toen voormalig minister Koenders in 2008 3 miljoen euro begrotingssteun opschortte vanwege Rwanda’s vermeende steun aan de Congolese rebellenleider Laurent Nkunda, zou Kagame dat hebben afgedaan met een ‘we zijn gewoon verder gegaan met wat we moesten doen, het terugtrekken van dat geld maakte daarvoor niets uit.’

CONTRA

Hij is een wolf in schaapskleren Met zijn rijzige gestalte, zijn eeuwige grijze pak, priemende ogen vanachter zijn ronde bril en zijn lijzige, afgeknepen stem is Kagame een makkelijke prooi voor imitators. Maar achter het zorgvuldig opgebouwde imago van gedistingeerde heer, die tennist en met zijn iPad speelt, gaat een militair schuil. “Een camouflagepak zou hem beter passen”,

zegt een mensenrechtenactivist. “Kagame is een krijgsheer in maatpak.” De kleine Paul was amper twee jaar oud toen hij in 1960 met zijn ouders mee naar Uganda vluchtte, nadat in Rwanda een eerste hetze tegen Tutsi’s was losgebarsten. Hij brak zijn studie af om zich aan te sluiten bij - toen nog - rebellenleider Museveni, de latere president van Uganda. In 1990 nam hij de leiding over het Tutsi-rebellenleger RPF. Vier jaar later marcheerde hij met zijn manschappen van de grens met Uganda naar Kigali en maakte een eind aan het geweld tegen Tutsi’s en gematigde Hutu’s. Sindsdien heeft hij zijn camouflagepak aan de wilgen gehangen, maar zijn militaire verleden blijft opspelen. Zo verbrak hij in 2006 de diplomatieke banden met Frankrijk, nadat een onderzoeksrechter had gesuggereerd dat Kagame zelf het brein was achter de vliegtuigaanslag op de toenmalige president Habyarimana, die het beginpunt was van de genocide. Vorig jaar september kwamen de VN naar buiten met een rapport dat sprak van grootschalige aanvallen van Rwandese troepen op gevluchte Hutu’s in OostCongo in de jaren na de genocide. Kagame was hoogst beledigd en dreigde zijn mensen terug te trekken uit VN-vredesmissies. VNsecretaris-generaal Ban Ki-moon reisde in allerijl naar Rwanda om de plooien glad te strijken. Kagame bleef de beschuldiging handig ontwijken. In een interview met CNN antwoordde hij met een wedervraag: “Laten we het hebben over de internationale gemeenschap die de rebellen te eten heeft gegeven.” ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind riep de regering op om geen begrotingssteun meer te geven aan Rwanda. Volgens Frans Makken, de Nederlandse ambassadeur in Kigali, is dat onverstandig: “Wij diplomaten denken liever niet in pro- en contra-termen. Dat is niet onze taak. Binnenskamers zijn we kritisch, maar door de megafoon roepen heeft voor ons geen zin. Het gaat erom dat de regering het land bij elkaar houdt. Arme mensen willen stabiliteit en een regering die voor ze zorgt en het land vooruithelpt. Dat ze hun fiets kunnen inruilen voor een brommer. ”

PRO

Hij houdt de boel bij elkaar Nooit meer genocide, dat is een belangrijke drijfveer achter Kagames dadendrang. Stabiliteit creëren, de bevolking bij elkaar houden. Verdeeldheid zaaien of de genocide ontkennen is daarom bij wet verboden. Nog steeds zijn er overal in het land verzoeningsprogramma’s om de gevoelens van vijandigheid en wantrouwen weg te nemen. In Rwanda spreekt men niet meer hardop over Hutu’s en Tutsi’s. Het echtpaar Kagame


heeft zich aangesloten bij de Unity Club, een vereniging van (oud-)ministers die zich willen inzetten voor een verenigd Rwanda. Bij herdenkingsceremonies of bijeenkomsten voor genocide-wezen schuiven de Kagames regelmatig aan. “De president en zijn vrouw zijn een voorbeeld voor velen, omdat zij benadrukken dat we samen verder moeten”, vertelt Régine Iyamuremye, secretaris van de Unity Club. Iyamuremye is de dochter van Theodore Sindikubwabo, die interim-president was tijdens de genocide. Hij riep eigenhandig Hutu’s op om te moorden. “Ik hield, zoals elke dochter, van mijn vader”, vertelt Iyamuremye in haar kantoor naast het werkpaleis van de president. “Ik kan niet goedmaken wat mijn vader heeft gedaan. Maar met de Unity Club laten we zien dat de leiders van het land een streep willen zetten onder het verleden.”

CONTRA

Wie niet met hem is, is tegen hem De met een vluchtelingenstatus in Nederland wonende Victoire Ingabire wilde namens partij FDU-Inkingi een gooi doen naar het presidentschap, maar werd in september in de beruchte 1930-gevangenis in Kigali gezet op beschuldiging van terroristische activiteiten. Ze zou geld over hebben gemaakt naar de Hutu-rebellengroepering FDLR. Nederland verleende toestemming om haar woning in Zevenhuizen te doorzoeken. Haar proces zou op 16 mei aanvangen, maar ze heeft een maand uitstel gevraagd omdat ze niet klaar is met haar verdediging. Ambassadeur Frans Makken zocht haar op in haar cel. “Ze heeft een eigen kamer, met een bed en een tv. Ze maakt het naar omstandigheden goed.” De kwestie-Ingabire ligt gevoelig bij veel Rwandezen. Ze zou genocide op de Tutsi’s ontkennen en vooral willen strijden voor de rechten van Hutu’s. “Je hebt oppositie en je hebt oppositie”, zegt Jean Damascène Ntawukulirwayo, vice-voorzitter van het parlement en voormalig presidentskandidaat van de sociaal-democratische partij. “Natuurlijk wil je als oppositiepartij een beter alternatief bieden voor de plannen van de president, maar eenheid is een conditio sine qua non om dit land vooruit te helpen. Iemand die ambities heeft om het land te besturen, moet een programma hebben waarin alle bevolkingsgroepen een plek hebben.” “Met haar woorden stookt ze mensen tegen elkaar op”, zegt Rose Mukankomeje, directeur van Rwanda’s nationale milieu-instituut. “We weten allemaal hoe gevaarlijk dat is.” Alica Muhirwa, penningmeester van Ingabires partij FDU-Inkingi, benadrukt dat dat niet de bedoeling is van Ingabire. “We gelo-

ven in wederopbouw van ons land. Het is Zuid-Afrika gelukt, waarom ons dan niet? Wij gaan door tot we verzoening hebben bereikt op basis van de waarheid van onze eigen geschiedenis. Alleen wordt iedereen die zich tegen de RPF uitspreekt, gedwarsboomd. Onze partij kon zich niet eens registreren. De internationale gemeenschap moet druk uitoefenen om politieke tegenstanders vrij te laten.” Het is goed dat Nederland bij de Rwandese autoriteiten op een eerlijk proces aandringt, vindt SP-Kamerlid Ewout Irrgang. “Het gaat ons om veel meer dan de zaak-Ingabire. Het hervormen van de justitiële sector is trekken aan een dood paard. De politieke wil ont-

“Binnenskamers zijn we kritisch, maar door de megafoon roepen heeft voor ons geen zin” breekt. Nederland kan de steun daarvoor maar beter stoppen.” Een slecht idee, vindt ambassadeur Frans Makken. “Dan heb je helemaal geen plaats meer aan tafel. De dialoog helpt om rechtsspraak te verbeteren en te hameren op een eerlijk proces voor mensen als Ingabire. We kaarten misstanden aan en dat helpt. We lobbyen voor kortere straffen. Voorheen kon een vrouw vijftien jaar de cel in als ze een abortus had gepleegd. Dat is nu teruggedraaid naar maximaal twee jaar.”

CONTRA

Hij heeft weinig op met de vrije pers Rwanda daalde het afgelopen jaar naar de 178e plaats op de wereldwijde persvrijheidsindex. In februari kregen een hoofdredacteur en redacteur, die volgens de aanklacht hadden aangezet tot geweld, respectievelijk zeven en zeventien jaar cel. Ze zijn in hoger beroep gegaan tegen het vonnis. “We maken ons zorgen om de snelheid en de hevigheid waarmee soms gereageerd”, zei Knapen tijdens zijn bezoek aan Rwanda tegen de minister van Justitie, die zich beriep op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. “Het regime duldt geen kritiek”, zegt journalist Charles Kabonero aan de telefoon vanuit de Ugandese hoofdstad Kampala. Hij verblijft er sinds twee jaar en probeert van daaruit zijn krant Newsline te verspreiden. “Net als in elk ander Afrikaans land zijn er in Rwanda problemen met corruptie, met een elite die zichzelf verrijkt, maar Kagame wil niet dat mensen daarover schrijven, om de schone schijn op te houden voor westerse donoren”. Mensenrechtenactivist Epimack

Kwokwo: “Kagame ziet maatschappelijke organisaties, media en oppositie als potentiele vijanden. Maar wij willen open kunnen discussiëren over wat er verbeterd moet worden in dit land. Hulp opschorten heeft geen nut. Geef het geld juist aan de maatschappelijke organisaties, zodat wij meer kans hebben om onze stem te laten horen.”

PRO

Kagame is geen Khaddafi Toch is er de afgelopen jaren wel wat vooruitgang geboekt, vindt Andrews Kananga, coördinator van het Legal Aid Forum, een netwerk van juridische organisaties. “Rechtbanken hebben beter gekwalificeerd personeel, rechtsgebouwen zijn beter ingericht. Over de kwaliteit van de rechters wordt getwist, maar we hebben geen bewijs dat politici de rechterlijke macht beïnvloeden.” De wet die genocide-ontkenning en het zaaien van verdeeldheid verbiedt, en die leidde tot lange gevangenisstraffen, wordt herzien. “Er moet beter gedefinieerd worden wat er onder die wet valt. Daar zijn wij ook bij betrokken, net als buitenlandse donoren.” De organisaties van Legal Aid Forum willen mensen bewust maken van hun rechten. “Daar begint het mee. Kijk naar Egypte en Tunesië. Pas als je weet wat je mist, kun je het opeisen”, zegt Kananga. “Ik zeg niet dat de mensen hier de straat op moeten gaan en roepen ‘weg met de president’. We willen juist Libische toestanden, waarbij doden en gewonden vallen, voorkomen. President Kagame moet een open sfeer creëren die mensen stimuleert om hun rechten kunnen claimen. Wij lobbyen daarvoor bij de regering. Het gaat in stapjes vooruit. Zo’n proces is nooit een rechte lijn.”

Cécile

“Het is weer veilig in Rwanda” “Mijn man is vermoord tijdens de genocide. De dader zit in de gevangenis, maar zijn familie bouwt alvast een huis voor als hij vrij komt. Vanuit mijn raam kijk ik uit op het dak. Ik stem op de president, want ik vertrouw erop dat hij ervoor zorgt dat het niet weer gebeurt. Dankzij hem is het weer veilig geworden in Rwanda.” Cécile bezit een klein lapje grond. Ze werkt er elke dag van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat om er eten te verbouwen voor haar en haar kinderen. Ze heeft ook wat neven en nichtjes in huis genomen, van wie de ouders niet meer leven. “Ik lig er ‘s nachts wakker van hoe ik hun schriften en pennen moet betalen. Ook als ze weer uit hun kleren zijn gegroeid, heb ik een probleem. Het is soms zwaar als vrouw alleen. Een andere man wil ik niet, mijn echtgenoot was de beste. Toch voel ik mij van binnen een rijke vrouw. We zijn allemaal gezond en de kinderen doen hun best op school.”

IS juni 2011 47


Agenda Samenstelling: Roselyn Flach

Uitgelicht

Kunst en vliegwerk

Beeld Sebastian Bolesch

De Samoaanse regisseur en choreograaf Lemi Ponifasio zag vogels vliegen met ‘spiegeltjes’. Het bleken dodelijke stukjes videotape te zijn. Het inspireerde hem tot de voorstelling Birds With Sky Mirrors, waarin hij de milieuvervuiling van de Zuid-Pacific aan de kaak stelt. 3 t/m 5 juni, 20.00 uur Stadsschouwburg, Amsterdam www.hollandfestival.nl

Agenda juni 2011 Festival

Lezing

Sang en gedigte

De toekomst van ontwikkelingshulp

Van 17 t/m 19 juni 2011 staat het Afrikaans drie dagen lang centraal in muziek, toneel, literatuur, poëzie en lezing. Met onder andere Breyten Breytenbach en Gert Vlok Nel. 17 t/m 19 juni Tropentheater, Amsterdam www.tropentheater.nl

Het beste van de wereld Het Amsterdam Roots Festival strijkt weer neer op diverse poppodia. Vijf dagen lang biedt het toonaangevende wereldmuziekfestival keuze uit een rijk aanbod aan culturen en stijlen. Op 26 juni vindt Roots Open Air plaats, met meer dan 25 acts verspreid over de hele dag. 22 t/m 26 juni Verschillende locaties, Amsterdam www.amsterdamroots.nl

Nelson Mandela Festival Kunst die energie opwekt? Het kan, beloven de initiatiefnemers van het Nelson Mandela Festival. Naast multicurele muziek, dans en theaterstukken is er speciale aandacht voor duurzame initiatieven. 26 juni, 13.00 – 22.00 uur Afrikaanderpark, Rotterdam nelsonmandelafestival.nl 48 juni 2011 IS

Sandew Hira, econoom en directeur van het International Institute for Scientific Research (IISR), verzorgt een lezing voor de Hindoestaanse Seva Network Foundation. Wat is de verhouding tussen het Westen en de zogenaamde Derde Wereld, en hoe zou deze er in de eenentwintigste eeuw uit moeten zien?  10 juni, 19.00 – 21.30 uur De Boskant, Den Haag www.sevanetwork.net

Wereldburgerschap, een utopie

Verschillende staten, verschillende interpretaties van het begrip ‘mensenrechten’. Kate Nash, als professor sociologie verbonden aan University of London, laat zien dat ‘wereldburgerschap’ daarom nog lang niet binnen handbereik is. 20 juni, 18.00 – 20.00 uur VU Auditorium, Amsterdam www.sid-nl.org

Prof. dr. Adam Seligman (Boston University) belicht deze kwestie vanuit zijn eigen ervaring als conflictbemiddelaar. 21 juni, 15.00 – 17.00 uur Universiteitsbibliotheek Uithof, Utrecht www.uu.nl/iimo

Debat

Hoe kunnen bedrijven geld verdienen als consumenten met z’n allen gaan consuminderen? Zijn wij moreel verplicht een stap terug te doen terwijl Indiërs en Chinezen steeds vaker een auto kopen? Deze en vele andere dilemma’s komen aan bod tijdens een talkshow over ‘de groene economie’. 8 juni, 18:00-19:30 uur Amsterdam Bright City www.ismagazine.nl

Theedrinken? De kloof tussen moslims en ‘de Nederlandse identiteit’ lijkt te groeien. Hoe kunnen verschillende culturen toch als één geheel samenleven?

Militaire missies Het laatste debat in de Doelwit Vrede-reeks, waarbij er kritisch naar militaire missies wordt gekeken vanuit het

perspectief van zowel de veteranen als de Nederlandse samenleving. Mient Jan Faber en Ton Heerts zijn te gast. 8 juni, 20.15 uur Huis voor Democratie en Rechtsstaat, Den Haag www.doelwitvrede.nl

wenvleugel van Tarin Kowt Hospital vast. Vanaf 8 juni Atrium, Den Haag www.29minutes.nl

Theater Theatercocktail

Expositie Millenniumkunst Kunstenaars uit verschillende artistieke disciplines lichten de acht millenniumdoelen uit op acht muren. Het project -geïnitieerd door Tunesisch kunstenaar Mourad Habli, is verbonden aan een digitaal netwerk, en wordt in juni naar Tunis verplaatst. Tot 17 juni DRU Cultuurfabriek, Ulft www.8goals-8walls.com

Moeders in Tarin Kowt

Acteurs uit Burkina Faso spelen Via Intolleranza II, een voorstelling met cabaret, Brechtiaans theater, stand-up comedy en projecties. De in 2010 overleden regisseur Christof Schlingensief voegde verschillende theatervormen samen om de Duits-Afrikaanse samenwerking aan de kaak te stellen. 4 t/m 6 juni, 19.45 uur Het Ketelhuis, Amsterdam www.hollandfestival.nl

Muziek Dames gaan voor Elke 29 minuten sterft er in Afghanistan een vrouw tijdens een bevalling. Fotografe en winnares van de Zilveren Camera Cynthia Boll legde het dagelijks leven in de vrou-

Het Java-eiland kleurt roze tijdens het Girls First concert van Plan Nederland. Giovanca, Waylon, Ben Saunders en nog veel meer grote namen treden op om aan-


Accordeonlegende

Hoog bezoek Mbalax, een mix van westerse soul, jazz en traditionele Afrikaanse muziek, is populaire dansmuziek in West-Afrika. Thione Seck uit Senegal wordt beschouwd als de godfather van het genre. 12 juni, 20.15 uur Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam www.hollandfestival.nl

Avondje Angola De 75-jarige Colombiaanse accordeonlegende Aníbal Velásquez bracht al meer dan 300 elpees uit, maar toerde nog nooit eerder door Europa. Na afloop van het concert kan er worden gedanst op Analog Africa Soundsytem. 9 juni, 21.00 uur RASA, Utrecht www.rasa.nl

Zang uit Ivoorkust De jonge Ivoriaanse zangeres en percussioniste Dobet Gnahoré wordt beschouwd als een van de belangrijkste artiesten van een nieuwe generatie. In 2010 sleepte ze een Grammy in de wacht voor beste urban/alternatieve performance.

Nieuwe Angolese muziek staat centraal tijdens Angola Urbana. In samenwerking met vereniging Casa da Angola presenteert het Amsterdam Roots Festival een avond vol films, dans en rap. 25 juni, 20.00 uur Melkweg, Amsterdam www.amsterdamroots.nl

Dans Vergeten Indiase klassiekers

Jonge danstalenten brengen de traditionele Indiase dansen Bharata Natyam en Kathak naar Nederland. 5 juni, 13.00 uur Bijlmer Parktheater, Amsterdam www.saraswatiart.nl

Tromgeroffel

10 juni, 20.15 uur Muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven muziekgebouweindhoven.nl

Ceremoniële slagkracht op z’n best: Maître Tambours du Burundi, met enorme trommels en atletische dans. 25 juni, 20.00 uur Tropentheater, Amsterdam www.tropentheater.nl

Opgebrand en herrezen De Egyptisch-Oriëntaalse dansgroep Group Arabesque

beeldt het sprookje van de Feniks uit met vurige dans in vlammende kostuums. 25 juni, 15.30 & 20.15 uur OUTheater, Groningen www.usva.nl

Babah Tarawally is journalist, verhalenverteller en schrijver van het boek De god met de blauwe ogen.

Actie Een blokje om Rotterdam en Den Haag liggen op loopafstand! Laat je sponsoren, trek je wandelschoenen aan en bedwing die 40 kilometer in één nacht. De opbrengst van de tweede Nacht van de Vluchteling gaat naar de rugzakdokters van Birma, die vluchtelingen in de oerwouden helpen. 18 op 19 juni, 00.00 uur Erasmusbrug, Rotterdam nachtvandevluchteling.nl

Heldendaad Zes kilometer rennen, of gewoon lopen? Bij de Helden Race mag het allebei, als het maar voor een goed doel is. Kies een doel dat je wil steunen, maak op de website een eigen sponsorpagina aan en trainen maar! 10 juli, 10.00 uur Amsterdamse Bos www.heldenrace.nl

Dick Scherpenzeelprijs De journalistiek verandert, onder andere door de opkomst van social media. De jaarlijkse uitreiking van de prijs voor ontwikkelingsjournalistiek heeft als thema ‘pionieren anno nu’. Genomineerden Joeri Boom, Kees Beekmans en Metropolis belichten hun visie hierop. 8 juni, 18.00 - 21.00 uur DeSmet Studio’s, Amsterdam www.lokaalmondiaal.net

Mijn aanrader

“De afwezigheid spreekt” Wie: Ellert Haitjema, beeldend kunstenaar Wat: Expositie Karamogo, t/m 14 juni Waar: Circle Gallery, Amsterdam “Ik heb niet speciaal iets met Afrika, meer met het ‘vreemde’ ervan. Het is een wereld waar je geen vat op hebt. Dat fascineert me.” Expositie Karamogo is een verzameling van kunstwerken van drie kunstenaars. Te zien zijn sculpturen van Papa Adama, die oorspronkelijk uit Burkina Faso komt, schilderijen van Carla Kranendonk en foto’s van Judith Quax, die ook regelmatig foto’s in IS publiceert. “De kunstwerken belichten het Afrikaanse perspectief ieder op een heel eigen manier. Carla’s werk is heel gedetailleerd en intens. Ze mixt verf met colla-

Babah

getechniek. Judiths foto’s stralen juist een enorme stilte uit. Een gedragen, beladen stilte. De afwezigheid spreekt. Je ziet lege kamers van Senegalese mannen die met een klein bootje de oversteek naar Europa hebben gewaagd. Zie je de ramen op de foto’s? Daardoor keken ze naar buiten, terwijl ze droomden van een beter leven. Dat grijpt me aan.” roselyn flach De opbrengst van de verkochte werken gaat naar een instelling voor kunstonderwijs in Ouagadougou, Burkina Faso. www.circlegallery.nl

Beeld Maurits Giesen

dacht te vragen voor de situatie van meisjes in ontwikkelingslanden. 9 juni, 18.00 – 23.00 uur Java-eiland, Amsterdam www.plannederland.nl

Spreken is zilver

O 

p 2 mei sprak president Obama de nu al historische woorden: “We hebben Osama Bin Laden doodgeschoten en hem een waardige begrafenis gegeven, passend bij zijn geloofsovertuiging.” Hij zei het koelbloedig, maar met gevoel en respect voor de dode. Een heel andere toon dan het ‘We got him’ van zijn voorganger Georg Bush, toen die Saddam Hussein te pakken kreeg. Mijn moeder heeft mij een gedegen opvoeding gegeven, met de belangrijkste vuistregel: ‘Denk na voordat je spreekt, Babah’. Al vrij vroeg ontdekte mijn moeder namelijk dat ik met mijn scherpe tong veel schade kon aanrichten. Ik was een jochie dat ratelde als Balkenende, koppig was als Wilders en net zo wijsneuzerig als Mark Rutte. Volgens mijn moeder een desastreuze combinatie voor mijn toekomst. Ik hoor haar woorden nog steeds: ‘Beheers je woedeuitbarstingen. Tel tot tien tijdens een ruzie of irritant gesprek. Alles wat je zegt is onuitwisbaar en daar doe je anderen onnodig veel verdriet mee.’ Mijn moeder vergeleek mijn scherpe tong met roken. Je vergiftigt niet alleen jezelf, maar ook anderen in je omgeving. Kortom, zeg nooit meer dan je zelf kunt verdragen. Uiteindelijk heeft deze opvoeding zijn vruchten afgeworpen en werd ik een beschaafde, goed nadenkende puber. Ik werd zelfs het goede voorbeeld voor mijn leeftijdsgenoten. De wijze lessen van mijn moeder kwamen echter op losse schroeven te staan toen ik vijftien jaar geleden in Nederland aankwam. Hier moet ik juist mensen recht in de ogen kijken, direct mijn mening geven in gesprekken, en vooral niet leuk doen als ik niet in de stemming ben. Als gevolg hiervan verloor ik terstond de Obama-trekjes die mijn moeder mij zorgvuldig eigen had gemaakt. Zit me iets dwars, dan lukt het me ternauwernood om tot twee te tellen, voordat de woorden als messen uit mijn mond komen. Maar dan hoor ik weer de wijze woorden van mijn moeder: ‘Diep inademen, tot tien tellen en rustig uitblazen. Denk aan je woorden!’ Zou Obama’s moeder dat ook tegen hem gezegd hebben toen hij klein was?

IS juni 2011 49


een dag uit het leven van Jean

“Ik ben trots als ik mensen zie lopen met protheses” tekst & beeld arne doornebal Naast het bed van Jean Basila staan twee essentiële dingen: zijn linker- en zijn rechterkruk. Hoewel, essentieel? Jarenlang leefde Jean zonder, ook al liep hij mank vanwege de polio die hij op vierjarige leeftijd kreeg. “Tijdens mijn jeugd werden kinderen nog niet gevaccineerd”, vertelt Basila. Hij doet even voor hoe hij vroeger liep zonder krukken: met zijn hand op de knie om enige stabiliteit te brengen in het voortbewegen.

06.30

Jean Basila (45) Beroep: Maakt protheses bij Centre Simama, www.centresimama.com Woont in: Kisangani, Congo Burgerlijke staat: Getrouwd Kinderen: Zes, tussen de vier en veertien jaar oud Eten: Lituma, gepureerde cassave die veel gegeten wordt in Congo Drinken: ‘Sucre’ (benaming voor frisdrank zoals cola of sinas) Spreekt: Frans, Kiswahili, Lingala en Lokele, de taal van zijn gelijknamige stam

09.00

07.45 Basila wordt hartelijk begroet door Raymond en Monginda. Beiden zijn bij hem in de leer. Basila leerde zelf twintig jaar geleden het vak tijdens een vierjarige studie orthopedie. Hij studeerde in de mijnbouwstad Lubumbashi, in het zuiden van Congo. Sinds die tijd is hij in dienst bij Centre Simama in Kisangani. “Centre simama betaalde mijn opleiding. Inmiddels heb ik duizenden protheses gemaakt.”

08.15 Tabu Bulanga komt binnen, met zijn krukken. Dit is zijn grote dag. Veertig jaar nadat hij als klein jongetje op een landmijn stapte en zijn been kwijtraakte, komt hij vandaag de prothese ophalen. “Ik schaamde me een beetje zo zonder been”, zegt hij.

11.30 Tabu moet opnieuw leren lopen. “Net als een kind”, merkt Raymond op. Voorzichtig zet Tabu zijn eerste stapjes. Het been kan bij de knie gebogen worden, maar alleen tijdens het zitten. Bij het lopen is het één recht stuk. Jean Basila kijkt tevreden toe hoe zijn patiënt met het nieuwe been voorzichtig de wijde wereld in stapt.

50 juni 2011 IS

Jean Basila laat zien hoe hij het nieuwe been van Tabu maakte. “eerst maken we een mal. vervolgens verwarmen we in de oven polipropyleen totdat het vloeibaar is, waarna het in de mal gegoten wordt.” Afhankelijk van het aantal patiënten produceren Jean en zijn collega’s vijf tot tien kunstledematen per week. Ze bevestigen een soort schuimrubber aan de binnenkant van de prothese, zodat het dragen ervan niet pijnlijk is. Tabu slaat een band om zijn middel. Die houdt het kunstbeen op zijn plaats.

14.00

18.00

De middagen zijn iets rustiger in Centre Simama, dat later dit jaar zijn vijfentwintigjarig bestaan viert. Simama (‘sta op’ in het Swahili) werd gesticht door de Nederlandse missionaris Martien Konings (81) die tijdens zijn verblijf in Congo ziek werd en in een rolstoel terechtkwam. ‘Ben je helemaal gek geworden?’, vroegen zijn collega’s hem toen hij hun zijn plan onthulde om terug te keren naar Congo als invalide. Maar Konings zette door. Centre Simama telt inmiddels een school, een ziekenhuis, een werkplaats voor rolstoelen en het prothesecentrum van Jean Basila.

De werkdag begint vroeg, maar is ook vroeg afgelopen. Basila loopt de 200 meter naar zijn woning. Wandelen door Kisangani schenkt hem voldoening, ook al gaat het moeizaam met zijn krukken. “Geregeld zie ik onderweg mensen met protheses lopen die ik ooit gemaakt heb. dat vervult me met trots.”


Ingezonden

Colofon

Reactie op Reactie Blinde vlek In uw tijdschrift lees ik dat NCDO zich inzet voor duurza me ontwikkeling bij onderwijsactiviteiten. Mijn ervaring is dat in artikelen betreffende duurzaamheid rechtvaardigheid vaak een ‘blinde vlek’ blijkt te zijn. Zoals in het artikel van Thess a Bongers (IS4, p.11). Naar mijn mening zijn daar onbewust twee blinde vlekken in geslopen: alleen economie komt aan bod. Bij vraag 4 wordt terecht gesproken over gebrekkig ‘econo misch inzicht’, maar zou dit niet moeten zijn ‘gebrekkig inzicht in de driehoek van duurzame ontwikkeling’? Trainingen zouden ook rechtvaardigheid moeten omvatten. Ton van Wijlick

Ticket to the tropics JoHo is een belangenorganisatie die vrijwilligers uitzendt naar ontwikkelingsprojecten wereldwijd. Susan dreamed a dream Susan is een Keniaanse dame die samen met haar man haar leven volledig inzet om kinderen op te vangen en een toekomst te bieden. Heb jij kennis van computers, het bouwen van slaapzalen en WC’s, fundraising, medicijnen of het geven van Engelse les? Help haar dan! Massa(ge)toerisme Geef Engelse les aan gehandicapten die handgemaakte producten van kokosnoten maken, of aan medewerkers uit een massagesalon, zodat ze beter met toeristen kunnen communiceren. India op krediet Help vrouwen met het verkrijgen van een kredietlening, zodat zij iets voor zichzelf kunnen beginnen. Je werkzaamheden zullen bestaan uit het geven van workshops, trainingen en de vrouwen helpen bij hun werk. Into the wild Tijdens deze jongerenexpeditie bezoek je een lokale gemeenschap waarbij je leert over het verbouwen van lokale gewassen, maak je zelf handicrafts en neem je een kijkje bij een onderwijsproject. Kom langs bij een Wereld-Actief balie of kijk op facebook.com/worldmapping voor infodagen. Duurzaam genieten van Peru Ontwikkel een plan dat reisorganisaties kunnen gebruiken voor de uitvoering van duurzaam toerisme. Deze en talloze andere vrijwilligerswerkvacatures vind je in de oriëntatie- en keuzegidsen van de JoHo Go Abroad services. vrijwilligerswerkinhetbuitenland.nl

Nadat Linda Polman de vloer aanveegde met de  hulpverlening in Haïti (IS3), reageerde Farah  Karimi, directeur van de Samenwerkende Hulp  Organisaties (SHO), met cijfers en voorbeelden  van wat er wel was bereikt (IS4). Lammert Wessels, confl ictanalyst en politicoloog, mengde zich  op ismagazine.nl in de discussie. “Ik denk dat de  moeilijkheden om werk te doen in Haïti niet voldoende benoemd worden door Farah Karimi en  dat Linda Polman hier en daar de plank misslaat.  In de NRC Next van 25 januari beschreef ik mijn  visie rondom de uitbraak van cholera in Haïti, en  wat er gedaan had kunnen worden om die uitbraak te voorkomen. NGO’s hadden al lang  gewaarschuwd voor een uitbraak, maar konden  niet ingrijpen zonder medewerking van de Haïtiaanse overheid en de VS. Hierdoor werd het een  kwestie van afwachten. En waar was Nederland?  Vanuit de minister van Buitenlandse Zaken en  toen waarnemend minister van ontwikkelingswerk Maxime Verhagen –werkend aan zijn transAtlantisch cv– is in ieder geval niet publiekelijk  druk uitgeoefend. Wellicht te druk met de verkiezingen? En was het lastig voor de ontwikkelingsorganisaties om meer openlijk kritiek te uiten op de  minister die 70 procent van hun budget betaalt?  Nee, niet de NGO’s zijn hier de zwarte piet; uiteindelijk is het politieke onwil bij landen als Nederland om bij de VN, VS en Haïtiaanse overheid aan  de bel te trekken, desnoods publiekelijk.”  

Lambrecht Wessels

Vaderdag shoptip De zomer staat weer voor de deu r, dus er komen warme en dorstige dagen aan. Schoon drinkwater is niet voor iede reen vanzelfsprekend. Door het kopen van deze sportieve Earth Water bidon geef je een gezin in Afrika een waterfilter. Daarmee drin k jij (of je vader) voortaan uit een leuke bido n en help je hen aan een gezonder en beter leve n! www.EEN.nl/shop

¤ 10,–

*WIN*WIN*WIN* , Lidia van der Geertje Hoekstra, Paul Kleine Staarman en afgelopen vuld s Hock yse Klei, Harold van Oort en Mar over Bolivia quiz de loos fout én id elhe maand in recordsn es t.w.v. 15 rfl wate e in. Zij wonnen daarmee een duurzam nd geeft maa Deze ! eurd getr Niet euro. Niet gewonnen? e de best IS-quizde redactie het boek Egypte weg aan en test je kennis nl ine. masters. Ga naar www.ismagaz anse land! frika rd-A Noo ige knam over het gelij

IS is een gratis uitgave van NCDO. NCDO staat voor Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling. NCDO betrekt mensen in Nederland bij internationale samenwerking. www.ncdo.nl IS werkt samen met lokaalmondiaal en Vice Versa in het Wereldmediahuis. www.wereldmediahuis.nl Meningen en standpunten die te lezen zijn in dit blad, worden niet noodzakelijkerwijs door NCDO onderschreven. IS verschijnt tien keer per jaar. De volgende uitgave verschijnt op 1 juli.

Redactie Hans Ariëns (hoofdredacteur), Lonneke van Genugten (eindredacteur), Pieternel Gruppen, Hanna Hilhorst (redacteur), Roselyn Flach (stagiaire) & Ellen Davids (stagiaire). Aan dit nummer werkten mee Gerbert van der Aa, Marieke Aafjes, Marloes van Amerom, Chris de Bode, Peter Boer, Julie-Anne Born, Hassnae Bouazza, Kees Broere, Evelijne Bruning, Ton Dietz, Arne Doornebal, Dore van Duivenbode, Freaky Fauna, Guerilla-interviews, Anne-Lot Hoek, Anneke Hymmen, Zsuzsanna Ilijin, Peter de Jaeger, Lindy Janssen, Karijn Kakebeeke, Daan Knoop, Peter van Lieshout, Kadir van Lohuizen, Marcia Luyten, Wilma van der Maten, Renate Megens, Mieke Meesen, Roeland Muskens, Evert Nieuwenhuis, Monique Samuel, Hille Takken, Babah Tarawally, Paul Teule, Wies Ubags, Han van de Wiel, Annick de Witt, Ilse Zeemeijer Basisontwerp Luis Mendo, GOOD Inc. Art direction en vormgeving Bouwe van der Molen Graphic Design, Wouter Overhaus (Atelier van GOG) Beeldredactie Anja Koelstra Bladconcept Fred Hermsen, Maters & Hermsen Journalistiek Lithografie MediaTraffic Press, Amsterdam Druk Habo DaCosta, Vianen Redactieraad: Pieter Broertjes (voorzitter), Frans van den Boom, Tineke Ceelen, Anna Chojnacka, Annemarie van Doorn, René Grotenhuis, Aad van den Heuvel, Bram van Ojik, Fatma Wakil Abonnementen Een abonnement op IS is gratis. Abonneren, opzeggen of adreswijzigingen doorgeven kan via de antwoordkaart in dit blad en via de website www.ismagazine.nl. Of stuur een briefje naar: Abonnementenadministratie IS Antwoordnummer 552 3840 WB Harderwijk Mailen kan ook: abonneeservice@dm-ict.nl Redactie adres Postbus 94020, 1090 GA Amsterdam tel.: 020-5682055, is@ncdo.nl www.ismagazine.nl

IS juni 2011 51


veldwerk

Groeten uit Brazilië Wie: Anne van den Ouwelant (28) Woont in: Rio de Janeiro, Brazilië Is: cultureel antropoloog & kunstzinnig therapeut Coördineert: de ontwikkeling van een training voor sociaal werkers

bij IBISS (Instituto Brasileiro de Inovações em Saúde Social), een organisatie voor kinderen en jongeren die opgroeien in de extreem gewelddadige favelas (sloppenwijken). IBISS strijdt voor sociale gelijkheid, betere maatschappelijke voorzieningen en het respecteren van mensenrechten. De training die Anne ontwikkelt is gericht op het ondersteunen van kinderen en jongeren met een traumatische ervaring. www.ibiss.info

Braziliaanse favorieten • Drankje: Caldo de cana (versgeperst rietsuikersap) • Hapje: Picanha (het lekkerste stukje vlees!) met oer• Plekje: Ilha Grande (tropisch eiland we zee, woud, witte stranden, een helderblau erop en dolfijnen, schildpadden, werkelijk álles eraan)

Maandag: Aap-noot-mies

Bij het trainingsinstituut Espaço IPÊ ontmoet ik Ana. Zij verzorgt al jaren training voor de sociaal werkers van IBISS. Ana vertelt dat ze vroeger als lerares in de favelas werkte. Met de gewone ‘aap-noot-mies’-woordjes lukte het haar niet om de kinderen te leren lezen en schrijven. Toen zij (stiekem) probeerde om de kinderen het alfabet te leren aan de hand van bekende scheldwoorden, liepen haar lessen plots als een trein.

Dinsdag: Soldaatje spelen

Ik bezoek een project van IBISS in de favela Terra Encantada. Er is een activiteit georganiseerd voor kinderen tussen de zeven en veertien jaar. Na afloop mogen de vijftien kinderen vrij spelen. Binnen no time transformeren ze tot politieagenten en drugsdealers en vallen de eerste kinderen ‘dood’ op de grond. Ik doe ideeën op hoe ik het spel van deze kinderen kan inzetten om ze te leren omgaan met hun traumatische ervaringen.

Woensdag: Echte oorlog

Als ik door de favela Vila Cruzeiro wandel, zie ik overal verbrande auto’s, achtergelaten motoren en uitgebrande huizen. Overblijfselen van een oorlog die in november 2010 zelfs het Nederlandse nieuws haalde. Toen probeerden de politie en het leger met groots machtsvertoon de favela te ontwapenen. De zwaarbewapende drugssoldaten vluchtten naar een andere favela, die ook weer werd omsingeld door de politie. Er vonden hevige gevechten plaats, waarbij veel (onschuldige) slachtoffers vielen. Nog altijd heerst er een gespannen en onveilige sfeer in de buurt.

Weekend: Bijkomen

Donderdag: Politie in actie

Terwijl ik een cola drink bij een barretje net buiten de favela, komt er een geblindeerde politietank op mij afrijden. Het gevaarte stopt. Zes zwaarbewapende politieagenten rennen naar buiten. Er is zojuist een gewapende overval gepleegd en de agenten zoeken de dader. Voor ik het weet, sta ik in een rijtje naast twee Braziliaanse jongens. Ik word (net als zij) gecheckt en ervaar de machteloosheid tegenover deze agenten, die grote mitrailleurs dragen en dreigend tegen mij schreeuwen. Gelukkig blijk ik niet de gezochte verdachte.

52 FEBRuARi 2011 IS

Vrijdag: Vlees eten

Vanavond eet ik met Nanko van Buuren, de directeur van IBISS, bij Porcão, mijn favoriete en veel te dure restaurant in Rio de Janeiro. Het meest heerlijke, malse vlees wordt aan de lopende band langs gebracht. Het buffet laat ik voor wat het is, want ik wil me alleen maar tegoed doen aan het Braziliaanse vlees. Het mooie aan dit restaurant is dat het eten dat overblijft, naar bewoners van verschillende favelas wordt gebracht.

Het weekend gebruik ik om bij te komen van een indrukwekkende week. Ik mail het thuisfront, Skype met mijn vriend, koop sardientjes op de markt, trommel in een percussiegroep van IBISS, kijk Braziliaanse soaps en wandel door uitgaanswijk Lapa. Morgen nog even naar het strand en dan ben ik weer opgeladen voor een nieuwe, indrukwekkende week in Rio de Janeiro.


IS 05 2011