Issuu on Google+

INTERNATIONALE SAMENWERKING

IS het magazine over Internationale Samenwerking nummer 9 / november 2011

IS NUMMER 09 / NOVEMBER 2011

IS kapt ermee

Einde aan Internationale Samenzwering Pagina 10 IS eet beschuit met muisjes

Zeven miljard inwoners is niet te veel Pagina 22 IS ruikt geld in Zimbabwe

Hippe clubs en weddingplanners Pagina 52


Urgent

In de steigers   In het centrum van San JosÊ, de hoofdstad van Costa Rica, verrijst een nieuw appartementencomplex. Vaders en zonen uit Nicaragua staan schouder aan schouder op de steiger. Ze verdienen gemiddeld 2,25 dollar per uur. Een op de tien inwoners van Costa Rica is migrant. De meeste van hen komen uit Nicaragua. Ze werken als hulp in de huishouding of in de bouw. Wat ze verdienen sturen ze naar de thuisblijvers.

Beeld Kadir van Lohuizen / NOOR

Fotograaf Kadir van Lohuizen reist voor zijn project Via PanAm van Chili naar Alaska over de Pan-American Highway. In de vijftien landen langs de route legt hij de oorzaken en gevolgen van migratie vast. www.viapanam.org

2 november 2011 IS

IS november 2011 3


IS en Youp van ’t Hek

Inhoud THEMA

Fameuze laatste woorden pagina 10 42 jaar lang reisden reporters voor IS de wereld rond en trotseerden IS-redacteuren ministeriële grillen om een mooi blad te maken. Welke heroïsche verhalen horen bij het afscheid van IS?

We zijn het aan onze stand verplicht om andere landen te helpen, vindt cabaretier Youp van ’t Hek (57). “Er blijft vast geld aan de strijkstok hangen, maar als ik beelden van Afrika zie, denk ik dat we juist méér hulp moeten geven.”

Klein, maar fijn pagina 34 Er waait een nieuwe wind door de wereld van de hulp. Het gaat niet meer om heftige ideologische debatten, maar om wat aantoonbaar wérkt, stelt econoom Esther Duflo.

YOUP VAN ’T HEK:

“Hulp geven is ingewikkeld. Je krijgt te maken met onderlinge ruzies, spullen die niet aankomen. ‘PVV-achtige mensen’ trekken dan de conclusie dat we niets meer moeten geven. Je moet juist wel geven. Komt de helft van de hulp niet aan, dan moeten we die verdubbelen, niet afschaffen. En het anders aanpakken.”

ESSAY

de Negergrap is geen taboe meer pagina 44

“Ik geef liever praktische dingen, een waterpomp of een autobusje”

Van De Jakhalzen tot PowNews: lachen om De Neger mag weer. Is het de bevrijding van de politieke correctheid of verkapt racisme?

YOUP VAN ’T HEK:

“Je moet altijd grappen maken. Tenminste, als je cabaretier bent. En je moet leuke grappen maken. Ik vind de grappen van Rutger Castricum over de neger niet geestig. Het is een soort studentikoze humor. Ik wil dat mensen na mijn voorstelling naar buiten komen en denken: daar had-ie eigenlijk wel gelijk in.”

Tekst Sanne Terlingen en Hans Ariëns Beeld Anneke Hymmen

RUBRIeKeN

20 Hoe meer zielen, hoe meer vreugd

48 overal thuis

HIER CHEF GLOBALISERING RECENT DAAR DUURZAAM GEMAK AGENDA DAG UIT HET LEVEN INGEZONDEN

6 21 27 30 46 56 58 59

Cover

28 Big Shot Seth

4 november 2011 IS

“Sinds ik beelden van varkensstallen heb gezien eet ik geen varkensvlees meer. Om dezelfde reden komt er geen kip meer op mijn bord. Als er meer beelden van Afrika zouden worden vertoond, zou het continent misschien minder verdoemd zijn. Dus blijf die informatie verschaffen, blijf de beelden vertonen. Ook als IS stopt.”

INTERVIEW

“In mijn aankomende Oudejaarsconference heb ik een scène waarin de koningin als laatste daad, omdat ze verder niks meer mag doen, de ontwikkelingshulp verdubbelt. Het geld brengt ze zelf naar Afrika. ‘Kom gerust onze kant op’, zegt ze tegen de Afrikanen. ‘Dan hebben Max en Lex wat meer ruimte in Mozambique.’ Ik vind het gênant hoe we nu in Nederland bezuinigen op ontwikkelingshulp. Maar met een grap kun je meer zeggen dan met een preek. Toch vind ik dat ik mijn grote bek waar moet maken. Vijftien jaar geleden heb ik een stichting opgericht, Alle Beetjes. Mijn BV Schuldgevoel. Zo ben ik opgevoed. Mijn vader zei altijd: ‘Als het bij jou regent, mag het bij de rest ook wel een beetje druppelen’. Dus gaat het geld van de auteursrechten van mijn

boeken en voorstellingen – ik schrijf mijn teksten zelf – rechtstreeks naar mijn stichting. Alle Beetjes financiert kleine projecten, de kosten hangen meestal tussen de 5000 en 10.000 euro. Ik lees de aanvragen door, maar laat de rest bewust over aan mensen die er echt verstand van hebben. Een van hen is mijn zusje (Monique van ’t Hek, red.) die directeur is van Plan Nederland. We worden wel eens benaderd door mensen die de oorlog uit kinderen willen dansen. Meestal willen ze zelf dansen. We geven liever praktische dingen: een waterpomp, een huis voor lijmsnuivers in Brazilië, een opslag voor graan op de Filippijnen, een autobusje voor Mali. Ik hoef geen bedankje voor wat ik doe, dat heb ik ook van mijn vader. Ik heb de projecten die ik steun nooit bezocht. Ik heb daar geen goed gevoel bij, dat ik daar dan kom als die meneer die geld heeft gegeven. Ik ben wel in Kenia en Tanzania geweest. In zo’n wijk bij Nairobi waar vijf miljoen mensen wonen. Vijf miljoen. Dan ben je gewoon sprakeloos. Ik weet ook wel dat één busje een druppel op een gloeiende plaat is. En tóch moet je zoiets doen. Daarom heet mijn stichting Alle Beetjes.”

YOUP VAN ’T HEK:

42 Joris driepinter in pakistan

52

Professionele houthakker op Kalimantan, Indonesië. Foto: Bas Jongerius

kansen in Zimbabwe IS november 2011 5


Ingekort

Redactioneel IS niet meer “Op naar de volgende 40!”, riepen we in 2009 nog blijmoedig, toen IS die gezegende leeftijd bereikte. Twee jaar later al valt het doek voor de titel Internationale Samenwerking - net op het moment dat ontwikkelingshulp definitief in internationale samenwerking is omgetoverd. En daar hebben we zelf de hand in gehad. Niet dat we IS een verkeerde naam vonden. Of een hekel hadden aan ons logo. Maar OneWorld bekt beter, is al gekoppeld aan een goedbezochte website, en maakt meteen duidelijk waar we

voor staan. Bij Internationale Samenwerking moest je daar eerst een college voor geven. En heel stiekem hebben we nog een andere agenda. Door het samengaan met onze vrienden van Global Village Media – uitgevers en makers van website OneWorld en tijdschrift onzeWereld – hopen we eindelijk serieus te worden genomen door onze vakbroeders en -zusters. Hoe vaak hoorden we niet smalende opmerkingen over ‘de Van Ardennebode’ dan wel ‘de Koenders Koerier’, zelfs toen we al lang niet meer door het ministerie van Bui-

tenlandse Zaken werden uitgegeven, maar door NCDO. Alleen de kwalificatie ‘Knapen Courant’ is ons bespaard gebleven. Wij wierpen vaak tegen dat we een heus redactiestatuut hebben dat onze onafhankelijkheid waarborgt, maar het etiket ‘ministerieblaadje’ bleef aan ons kleven. We gaan nu proberen de afhankelijkheid van die ene geldschieter te verminderen, en meer onze eigen broek op te houden. Een nieuwe formule en een nieuwe naam gaan ons daarbij helpen. IS is dood, leve OneWorld! hans ariëns

brusselhulp

“Schaf subsidies af” Europa kan veel meer doen om de millenniumdoelen in 2015 te halen. Dat is de boodschap die Rob Vos, Nederlands topambtenaar bij de Verenigde Naties, op bezoek in Brussel het Europees Parlement voorhield. "Wees duidelijk in wat je toezegt." Uit het recent uitgekomen rapport van Vos en zijn collega’s dat zich vooral richt op millenniumdoel 8 (meer hulp en handel, minder schulden, betere toegang tot medicijnen en technologie), blijkt dat de meeste van deze doelen in 2015 waarschijnlijk niet gehaald gaan worden. De officiële ontwikkelingshulp zit gemiddeld op 0,32 procent van het nationaal inkomen, in plaats

van de toegezegde 0,7 procent , een gat van grofweg 150 miljard dollar op jaarbasis. Veel van de hulp is ook te gefragmenteerd en gebonden aan voorwaarden. Verder laat ook de toegang tot essentiële medicijnen, telefonie en internet te wensen over. Op de vraag van Europarlementariërs Thijs Berman (PvdA) en Judith Sargentini (GroenLinks) wat de Europese Unie kan doen, antwoordde Rob Vos dat alle landbouwsubsidies wat hem betreft zo snel mogelijk moeten worden afgebouwd. Ook zou hij graag zien dat alle EU-landen duidelijker zijn in hun toezeggingen, en aangeven of deze nieuw zijn of eigenlijk binnen bestaand beleid vallen. Vos gaf verder aan dat er voor 2015 een grondige analyse moet komen of de millenniumdoelen tot meer effectiviteit van de hulp hebben geleid. paul teule

25 %

is in het land

van de wereldbevolking leeft in gebieden waar hongersnood heerst of de kans op honger groot is. Dit staat in het rapport On the Brink: Who’s best prepared for a climate and hunger crisis? van Niza/ActionAid. Volgens de auteurs is de honger in de Hoorn van Afrika slechts een voorproefje van de crisis die de wereld nog te wachten staat. www.niza.nl

Van Groningen tot Maastricht, de IS-agenda staat elke maand weer boordevol met debatten, borrels en andere bijeenkomsten waarin uitgebreid over het nut en de nonsens van hulp wordt gefilosofeerd. IS doet elke maand verslag ergens uit het land.

71

Run with the Cheetahs is het thema vandaag. Cheetahs zijn young professionals vanuit de hele wereld die niet wachten op anderen, maar zelf met slimme oplossingen komen om de wereld

 %

van de Palestijnen in de Gazastrook krijgt sociale bijstand, terwijl de internationale hulp in 2009 is verdubbeld. Volgens de Wereldbank is Palestina te sterk op externe hulp aangewezen, zo blijkt uit het rapport Coping with Conflict: Poverty and Inclusion in the West Bank and Gaza. www.worldbank.org

42

van de duizend pasgeboren baby’s sterven in Pakistan. Het wereldwijde gemiddelde is 23,9 per duizend geboorten. Volgens een recente studie van onder meer de Wereldgezondheidsorganisatie behoort Pakistan tot de vijf landen in de wereld die samen de helft van alle neonatale sterfgevallen tellen. www.plosmedicine.org

20.000

Ugandezen zijn van hun land gegooid, omdat het verkocht is aan een Engels houtbedrijf. Steeds meer grond in ontwikkelingslanden wordt opgekocht door buitenlandse investeerders meldt de VN-Voedselorganisatie. www.fao.org

6 november 2011 IS

Bijeenkomstnederland

Waar: Pakhuis de Zwijger in Amsterdam Wat: 1% EVENT Door: 1% CLUB, de online marktplaats voor kleine ontwikkelingsprojecten Met: young professionals en nieuwe-mediafreaks

te verbeteren. IS sluit zich een dag lang aan bij deze generatie ondernemers met een missie. Ze zijn creatief, snel, slim én maken optimaal gebruik van sociale media en de nieuwste technologie. Wie niet lijfelijk aanwezig kan zijn, is dan ook eenvoudig te 'connecten' via Skype. Er is de hele dag een live verbinding met Cheetahs in Nairobi, Buea, Kaapstad, Kampala, Ramallah, Caïro en Londen. Een team van snelle tikkers zit klaar om live te bloggen tijdens de workshops. Bij binnenkomst voelen we de energie al stromen. Deelnemers rennen tussen verschillende ruimtes waar de Inspiration stage, Co-Creation room, Open space, Do-Lab en de Live Streamspace te vinden zijn. In de Co-Creation room schuiven we aan bij een Skype-gesprek met Caïro. Het ‘lab’ in Caïro is betrokken bij een onafhankelijk, openbaar initiatief om de nieuwe Egyptische grondwet te schrijven. Hun vraag aan het Nederlandse team: ‘Hoe zorgen we dat we meer mensen bereiken dan alleen de

Beeld Marco Reeuwijk & Esther de Boer

Hier

(online) elite?’ Het advies luidt: ‘KISS’: Keep It Short and Simple! Ga naar laagdrempelige evenementen zoals een voetbalwedstrijd en vraag de toeschouwers wat voor toekomst ze willen voor hun kinderen. Naast de ‘doe-ruimtes’ zijn er luisterruimtes waar innovators uit de media en de hulp '1000 seconden-speeches’ houden. Aan het eind van de dag keren we moe van twitteren, maar vol ideeën huiswaarts. eva hol

Gepolst blogswereldwijd

Ondertussen op ismagazine.nl Onze nieuwe blogger Joshua is eindelijk onderweg. Eind juli vertrok hij voor een zeilreis rond de wereld, al bleef hij vrij snel steken in Portugal omdat het daar té gezellig was. Uiteindelijk heeft hij zijn nieuwe Braziliaanse en Ukraïnse maat ingescheept, en nu varen ze met z’n allen naar de Canarische Eilanden. Maar eerst moeten ze langs de verraderlijke Marokkaanse kust, terwijl de eerste winterstorm op de loer ligt. Onderwijl heeft blogger Nils kennisgemaakt met de macht van ‘la famille élastique’, de grootfamilie. ‘In Gambia raakte ik verzeild in een taaie poging tot afpersing van een politieagent. Tot mijn ontsteltenis eindigde het ermee dat de man half huilend onthulde dat hij slechts op onze bankbiljetten uit was omdat hij dan eindelijk wat voor zichzelf zou hebben.’ Journalist Mirjam Vossen en politica Jetta Klijnsma maken zich zorgen over het huidige accent op economische groei binnen het ontwikkelingsbeleid. ‘Wereldwijd leven 640 miljoen mensen met een handicap. Zij dreigen nog verder achterop te raken, want investeren in mensen met een handicap levert geen economisch rendement op.’ Volg alle blogs via Facebook, Twitter (@isredactie) en LinkedIn. Vanaf medio december gaan we verder op www.oneworld.nl. Zelf je eigen blogpagina beginnen? Mail naar redacteur Sanne Terlingen: s.terlingen@ncdo.nl

Directeur Red een Kind

Leo Visser Ontwikkelingsorganisaties geven niet graag toe dat ze wel eens een fout maken, maar het helpt als ze er een prijs mee kunnen winnen. De jury van de tweede editie van de Briljante Mislukkingen Award koos uit zestien inzendingen een project van stichting Red een Kind als de grootste mislukking. Wat is er eigenlijk mislukt? “Na eerder succes in India besloot Red een Kind om ook het regiokantoor in Oost-Afrika meer verantwoordelijkheid te geven, in plaats van alles vanuit Zwolle te regelen. Maar dit leidde juist tot een extra bureaucratische laag en het leverde meer in plaats van minder kosten op. De Oost-Afrikaanse context was dusdanig anders dat het kopiëren van het concept uit India daar averechts werkte.” Nu werkt u weer vanuit Zwolle? “Nee, inmiddels hebben we de organisatiestructuur vereenvoudigd, de rollen strenger gescheiden en is onze poging alsnog geslaagd.” Schaamt u zich dan niet een beetje dat u de Briljante Misluk­ kingen Award heeft gewonnen? “Helemaal niet. Natuurlijk heb ik een dubbel gevoel. Je wilt niet falen, maar als er dan toch iets mislukt, kun je er maar beter veel van leren. Het is mooi om daarvoor erkenning te krijgen. Onderdeel van de prijs is een leertraject van PSO (organisatie voor capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden, red.). Openheid over je mislukkingen kan je op deze manier dus ook nog wat opleveren.” eva hol www.briljantemislukkingen.nl

IS november 2011 7


Een handvol vragen: Lydia Cacho

Hier

Evelijne Evelijne Bruning is directeur van The Hunger Project. Hiervoor werkte ze onder andere als microkredietadviseur in Vietnam, als voorlichter in Den Haag, en als hoofdredacteur van ViceVersa, het vakblad voor ontwikkelingssamenwerking.

wereldrechtspraak

“Zorg voor goede mix”

Beeld Maurits Giesen

Beeld Maurits Giesen

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen wil in zijn ontwikkelingsbeleid inzetten op het ondersteunen van landen bij de ontwikkeling van hun rechtsstaat. Hoe zinvol is dat? IS vroeg het twee rechtsgeleerden.

Kernkracht V 

anmiddag was ik in New York op bezoek bij de vrolijke, ietwat viezige verzetbeweging van Occupy Wall Street. Op elkaar gestapeld op een klein pleintje. Vreemd genoeg leken de deelnemers geenszins verpletterd te worden door het gewicht van de wolkenkrabbers en de winkelparadijzen om hen heen. Het was er rommelig, maar ook opgewekt en hoopvol. Elke actievoerder had een eigen onderwerp: een oma breide er mutsen voor een barmhartiger Amerika, twee tieners vroegen om volwassen toezicht op de beurzen. Een middelbare man met hanenkam spoot in gouden letters een kersverse oproep voor de klassenstrijd en een groepje scheefgegroeide rolstoelers vroeg om hogere uitkeringen voor gehandicapten. Zo waren er nog een paar honderd actievoerders bezig. De som der delen maakte op mij de indruk van iets nieuws: de knetterende kracht van heel veel geluiden.

We zijn een stelletje boze eenheidsworsten geworden En juist dát is volgens mij wat de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties de afgelopen jaren zijn kwijtgeraakt. Vastgeketend aan te lompe logframes roeien de allerlaatste, na veertien reoganisatierondes overgebleven ontwikkelingswerkers als bloedende subsidieslaven zuchtend en zwetend tegen de stroom op in de rivier van de publieke opinie. Wie nog iets wil, wordt gewurgd door de drang tot consensus die de sector zichzelf heeft opgelegd. We zijn boze eenheidsworsten geworden, die er niet in slagen de urgentie van het gewogen gemiddelde van al onze stemmen voor het voetlicht te brengen. Maar waarom zouden we ook? Er is niet zoiets als één ontwikkelingsagenda. Er is niet zoiets als één oplossing. Dus hoeft er ook niet één stem te zijn. Grijp daarom terug op waar het voor jou écht over gaat. Breng dat terug tot een kern die op één kartonnen bord past. Of op een button. En ga ervoor. Als we al die krachten losjes bundelen, is het einde van de armoede nabij. Dat kan niet anders.

8 november 2011 IS

Scholen bouwen, artsen opleiden en boeren helpen hun landbouwmethoden te verbeteren. Bij veel ontwikkelingsprojecten kunnen de meeste mensen zich een voorstelling maken. Het helpen ontwikkelen van een rechtsstaat is misschien niet direct zichtbaar, maar heeft eigenlijk op alle andere sectoren in de maatschappij betrekking. Zo moeten er bijvoorbeeld regels worden vastgesteld om te voorkomen dat epidemieën zich verspreiden. Ook moet er een politiemandaat opgesteld worden, zodat mensen niet zonder reden kunnen worden vastgehouden. Als landen zich ontwikkelen, komen ze ook steeds nieuwe vraagstukken tegen waar ze een juridisch antwoord op moeten formuleren. Wild-west economie Is een goed rechtssysteem noodzakelijk voor ontwikkeling? China heeft lange tijd een grote economische groei doorgemaakt, zonder dat er sprake was van een goed functionerende rechtsstaat. Toch benadrukt Jan Michiel Otto, directeur van het Van Vollenhoveninstituut, dat onderzoek doet naar juridische hulp aan ontwikkelingslanden, het belang van een goed functionerende rechtsstaat: “Toen in 1977 in Azië de monetaire crisis uitbrak en landen als Thailand, Maleisië en Indonesië die floreerden, weer helemaal instortten, was dit volgens economen onder meer te wijten aan het ontbreken van een goed rechtssysteem.” Jan van Olden, directeur van de maatschappelijke organisatie Centre for International Legal Cooperation valt hem bij: “Een wild-west economie, zonder rechtszekerheid, biedt veel kansen maar weinig bescherming. En dat is precies wat een goed rechtssysteem wel kan bieden: bescherming tegen uitbuiting en machtsongelijkheid.” Oog om oog Steun verlenen aan de opbouw van de rechtsstaat is niet eenvoudig. Samenlevingen beoordelen op een verschillende manier wat rechtvaardig is. Zo is er een onderscheid tussen gewoonterecht (denk aan oog om oog, tand om tand) religieus geïnspireerd recht, zoals de sharia en sociaal-democratisch recht, zoals we in

Nederland gewend zijn. Het blijft een uitdaging om een goede afstemming te vinden met gebruik van deze referentiepunten in de hulp aan andere landen, zegt Jan Michiel Otto. “Als je in Afghanistan de positie van de vrouw wil verbeteren en je hebt de westerse mensenrechten, het traditionele lokale gewoonterecht en verschillende interpretaties van de sharia tot je beschikking, dan is het meest conservatieve en vrouwonvriendelijke systeem het lokale gewoonterecht. Bij een wetgeving zoals die in het Westen gangbaar is, speelt een acceptatieprobleem. Wellicht is in het huidige Afghanistan een modernistische interpretatie van de sharia beter haalbaar en zijn vrouwen daar in de praktijk het meest mee gediend.” Otto vindt dat Nederland wel moet proberen zo veel mogelijk de mensenrechtensituatie aan de orde te stellen. Juist bij een goede samenwerking zijn daar volgens hem mogelijkheden voor. “Bijna alle regimes willen economische groei. Daar hoort een heel arsenaal van juridische vraagstukken bij, zoals handelsrecht en investeringsrecht. Maar als je ze daarin ter wille bent, ontstaat de mogelijkheid steun te bieden bij arbeidsrecht, en zo de positie van arbeiders te verbeteren. Of strafprocesrecht, om te voorkomen dat mensen zonder vorm van proces worden opgesloten. Je moet voor een goede mix zorgen.” Toekomst Zowel Van Olden als Otto ziet de behoefte aan juridische steun in de toekomst toenemen. Otto: “Vooral mondiale regelgeving met betrekking tot het gebruik van de global common goods en het milieu wordt steeds urgenter.” Volgens Van Olden wordt het versterken van een goede universitaire juridische kennisstructuur dan ook steeds belangrijker. “Een degelijk rechtssysteem is constant aan vernieuwing onderhevig. Wetenschappelijke discussie is daarbij onontbeerlijk. Die ontbreekt nog in veel ontwikkelingslanden. Nederland is een belangrijke speler in het veld van juridische steun en zou zich hier veel meer op mogen laten voorstaan.” janneke juffermans Lees meer op www.ismagazine.nl

“Een vrouw is geen koopwaar” Elk jaar worden wereldwijd meer dan een miljoen mensen, vooral vrouwen en kinderen, verkocht als seksueel handelswaar. Journalist Lydia Cacho dook vijf jaar lang in de donkere wereld van de seksuele slavernij en sprak met pooiers, prostituees, hun klanten en politieagenten. “Sekstoerisme is een bijproduct van globalisering.”

1

In Amsterdam zijn de Wallen een toeristische trekker, een dagje uit. “Ik vind het nog steeds shockerend om een vrouw achter een raam te zien staan als menselijke koopwaar. Ik vraag altijd aan vrouwen of ze dezelfde keuze zouden hebben gemaakt als ze meer kansen hadden gehad. Ze willen altijd liever dokter, advocaat of verpleegster

worden. In Zweden wordt aan elke prostituee de kans geboden om eruit te stappen. Ik geloof dat welgeteld één vrouw ooit heeft gezegd; laat mij met rust, dit is wat ik wil.”

2

In arme landen zijn seksuele diensten goedkoper dan hier. In Thailand zie je veel Nederlandse mannen die een week lang een vriendinnetje ‘inhuren’. Daar is hier nauwelijks een morele discussie over. “Sekstoerisme is een bijproduct van globalisering. We hebben het over onze milieu-voetafdruk, maar kijk ook eens naar onze mensenrechtenvoetafdruk. We denken dat er andere morele standaarden gelden als we naar Azië, Afrika of Latijns-Amerika reizen. What happens there, stays there. Maar hoe we ons op vakantie gedragen, heeft een impact op de levens van mensen daar. Jongens daar zien hoe hun zusjes worden behandeld door westerse mannen en denken dat dat normaal is.”

3

In uw boek beschrijft u hoe kinderen op deze manier geld moeten verdienen voor de hele familie. “Ja, dat komt veel voor. In Vietnam kwam ik in een bordeel waar zelfs drie generaties vrouwen van één familie

Wie is Lydia Cacho? Lydia Cacho (Mexico, 1963) is onderzoeksjournalist. Haar in 2005 verschenen boek Los Demonios del Edén (De duivels van Eden) over een Mexicaans kinderpornowerk veroorzaakte veel ophef. Ze belandde zelfs in de gevangenis op beschuldiging van

laster. Later bleek ze te zijn gearresteerd in ruil voor twee flessen cognac. Cacho kan in haar thuisland niet zonder beveiliging over straat. In 2007 ontving ze de Amnesty International Ginetta Sagan Award for Women and Children's Rights.

Slavinnen van de macht. Het wereldwijde netwerk van vrouwenhandel en kindslavernij Contact / 317 pagina’s / B 21,95.

aan het werk waren. ‘Iets anders heeft het leven ons niet te bieden’, zeiden ze. ‘Onze regering doet niets voor ons.’ Het begint dus bij eerlijke kansen voor iedereen. Soms beseffen ouders uit onwetendheid niet wat ze hun kind aandoen, maar het kind voelt angst, pijn en vernedering maar al te goed.”

4

Wat kunnen wij doen om die kinderen te helpen? “Ik heb tijdens mijn reizen bijzondere vrouwen ontmoet die zelf in de prostitutie hebben gezeten. Die weten hoe ze meisjes kunnen helpen. Steun hen. Ik geloof niet in reddingsoperaties door westerse organisaties. Die vallen bordelen in Thailand of Cambodja binnen om kinderen te bevrijden en onder te brengen in een opvanghuis. In feite neem je daarmee de macht van de pooier over, word je daarmee ook ‘eigenaar’ van zo'n kind. Die meisjes zijn niet door een persoonlijk proces gegaan om afstand te nemen van hun levensstijl en na te denken over alternatieven. Je moet meisjes laten zien dat zij zelf keuzes mogen maken en hun leven kunnen vormgeven.”

5

U ziet gruwelijke dingen tijdens uw reizen en wordt zelf ook bedreigd. Hoe gaat u daarmee om? “Die bedreigingen zijn niet bedoeld om me te vermoorden, maar om me te breken, zodat ik ophoud met over prostitutie te schrijven. Daarvan probeer ik mezelf elke dag te doordringen. Mijn man is ook journalist en moedigt me aan om door te gaan. Ik kom uit een geëngageerde familie. Ze begrijpen mijn drive en steunen me daarin. Mijn moeder, ze is helaas overleden, nam ons mee naar de sloppenwijken van Mexico-stad waar ze seksuele voorlichting gaf aan vrouwen. Wat me het meest motiveert om door te gaan, zijn reacties van mannen die zeggen: ‘Ik ging naar prostituees, maar uw boek heeft me de ogen geopend. Ik doe het niet meer.’” lonneke van genugten

IS november 2011 9


TeN SLOT Te

10 november 2011 IS

Dit is niet het moment om op te scheppen over heroïsche reportages. Bijna elke journalist in Afrika heeft zijn benarde momenten gehad, in de loop van geweren gekeken of lijken gezien van vrouwen en kinderen die niet dood hadden moeten zijn. Het is echt niets om trots op te zijn, die ervaringen. Je schaamt je er achteraf voor dat je je in een positie hebt gebracht dat het bijna misging. Heroïsch ben ik niet geweest, wel heb ik geprobeerd in verhalen en foto’s te laten zien dat er mensen in Afrika leven. Mensen die niet slimmer of stommer zijn dan elders op de wereld. Hoewel ik ook daar in Rwanda vaak aan heb getwijfeld: je kwam er bijna nooit domme mensen tegen. Maar die slimheid was ook het gevolg van een complexe samenleving, waar mensen nooit wisten wie ze tegenover zich hadden. Als je wilt overleven, word je vanzelf slim. Ik hoop dat ik mijn kinderen die slimheid kan besparen. bengt van loosdrecht IS-redacteur van 1993 tot 1996, nu plaatsvervangend directeur Afrika bij Buitenlandse Zaken.

SU U R • EN

T

C

Is het de kroon op de emancipatie van IS, van voorlichtingsblad tot onafhankelijk magazine? Of een vlucht naar voren in tijden van krapte? De fusie tussen IS en onzeWereld, twee voormalige concurrenten, heeft niet tot een storm van reacties bij IS-abonnees geleid. Ook niet aan de kant van onzeWereld, dat zijn wortels heeft in de maatschappelijke betrokkenheid bij ‘de Derde Wereld’. Maar het afscheid van een titel leidt onherroepelijk tot gevoelens van melancholie bij degenen die er hun beste krachten aan hebben gegeven. We presenteren de mooiste herinneringen, spraakmakende hoogtepunten, flagrante missers en dubbele gevoelens die bij het afscheid van 42 jaar IS bovenkomen.

Ik ben niet trots op de benarde momenten

oen ik in 1998 bij Buitenlandse Zaken (‘BZ’ onder diplomaten) begon als directeur Voorlichting kreeg ik van de hoofdredacteur, een collegaambtenaar met groot journalistiek talent, elke maand de drukproef van IS in handen gedrukt. Ik moest dan kijken of er niet iets in stond dat BZ onwelgevallig zou kunnen zijn. Dat kwam eerlijk gezegd zelden voor. Als het wel eens het geval was, dan werd ik geacht de desbetreffende passage aan de minister voor te leggen. Meestal gaf die in zo’n geval luidruchtig van haar afkeuring of verontwaardiging blijk, maar nooit maakte ze gebruik van haar recht om in de kopij te schrappen. Het credo was: al is het nog zo’n onzin, het moet gezegd kunnen worden. En zo is het natuurlijk ook. IS staat wat dat betreft in een mooie traditie. En dan bedoel ik niet de onzin, want die is zeldzaam in het blad, maar de traditie van vrije meningsuiting. Eén ding was ons bij BZ altijd wel duidelijk. Als je voorlichting geeft over ontwikkelingssamenwerking, ben je alleen maar geloofwaardig als je ook de kritische geluiden laat horen. Wat voor voorlichting geldt, is ook breder van toepassing: alleen als je ook oog hebt voor wat er niet goed gaat, ben je in staat te leren en de effectiviteit van je werk te vergroten. Daarom is BZ, bijvoorbeeld in het publiceren van evaluaties, ook

SU U R •

H

Ook onzin moet gezegd kunnen worden

altijd transparant geweest. Daarom werken we nu aan open data en daarom deden we zonder valse schaamte een gooi naar de Briljante Mislukkingen Award. De overgang van voorlichting naar onafhankelijkheid is voor IS al met al minder groot geweest dan je misschien zou denken. De huidige uitgever, NCDO, stelt zich, zo lezen we in het colofon, ten doel mensen in Nederland bij internationale samenwerking te betrekken. Daarmee is de burger niet langer een doelgroep van voorlichting, maar een betrokken individu die door de keuzes die zij of hij maakt, als consument, als werknemer, als reiziger, als cultuurliefhebber, invloed uitoefent op de wereld om zich heen. IS is voor die burger een baken in een woelige wereld. Niet alleen doordat het veel verstandige mensen aan het woord laat en reiservaringen deelt, maar ook door ons mee te nemen in de keuken van het beleid en ons te vertellen over goede muziek, mooie voorstellingen en interessante debatten. Is het erg dat IS verdwijnt? Het is tijd voor iets nieuws, zegt de hoofdredacteur in het vorige nummer. Daar zal hij wel gelijk in hebben. Hoofdredacteuren weten dat soort dingen, lezers willen, conservatief als ze zijn, meestal dat alles bij het oude blijft. Eenmaal gewend aan het nieuwe, worden ze alsnog enthousiast. Dat gaat mij ook gebeuren. Ik verheug me erop.

bram van ojik In de jaren tachtig en negentig freelancer en eindredacteur bij onzeWereld. Tussen 1997 en 2000 censor van IS, nu directeur Sociale Ontwikkeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

IS november 2011 11

EN

et is natuurlijk allemaal lang geleden. Ik stond argwanend tegenover wat ik zag als een veredeld missieblaadje. Ik noemde het, met vele anderen, Internationale Samenzwering of de Pravda van de Ontwikkelingssamenwerking. De artikelen vatte ik samen als “Boer Pedro was arm en zielig. Toen kwam een Nederlandse ontwikkelingsdeskundige langs en die leerde boer Pedro bonen planten. Nu kan boer Pedro weer voor zijn gezin zorgen. Dank je wel Nederlandse ontwikkelingsdeskundige!” Ik kwam in 1993 een beetje bij toeval bij IS terecht, en voor ik het wist zat ik in Afrika, in gesprek met goudzoekers, tabaksboeren, overheidsfunctionarissen, diamantmiljonairs, Wereldbankmensen, townshipbewoners, marktvrouwen, schoolkinderen, genocideverdachten, artsen, vroedvrouwen, presidenten, genocideoverlevenden, diplomaten, mensenrechtenmensen, en zelfs journalisten. Hoofdredacteur Jolke Oppewal vond mijn verhalen wel mooi en hij plaatste ze. Ik was gevleid. Maar veel belangrijker: door die reizen, door al die gesprekken ben ik verschrikkelijk veel van Afrika gaan houden. Van de geur, van de vochtige hitte, van het licht, van het groen, van de rode aarde, van de mensen, van hun lach, van hun menselijkheid, van hun rust, van hun tranen, van hun ellende, van hun warmte, van hun humor, van hun beschaving, van hun trots. Van hun trots misschien wel het meest. In sommige landen hebben ze bijna niets. Nou ja, niets, wel heel veel zand en heel veel kleine struiken, een rivier die het land doorkruist, wat akkers om zich in leven te

houden, loslopende geiten en hier en daar een viskwekerij. Maar verder niet zoveel. Ze beseffen daar donders goed dat de natuurlijke condities niet optimaal zijn, om het ambtelijk te zeggen, en dat anderen op de wereld het beter hebben. En ze beseffen donders goed dat wij ze tegemoet treden met neerbuigende clichés over kindersterfte, analfabetisme, tribaal geweld, corruptie en onderdrukking. En toch hebben ze hun waardigheid, hun trots. Die wordt vaak beschaamd. Hun vernederingen, hun lijden dragen ze in stilte. Ze gaan je niet vertellen dat je clichés misschien wat primair zijn. Daar zijn ze te beleefd voor.

N SU UR • C CE

Deel van de Internationale Samenzwering

N S U UR • E C


In de geest van Didier

Democratie op Haïti stevig in het zadel

Die is er natuurlijk niet gekomen, al was het alleen al vanwege het simpele feit dat Sarkozy zich nauwelijks voor Afrika interesseert. Goed, er was enige Franse assistentie in Ivoorkust, toen de nieuwe president Allasane Ouattara (ideologisch verwant aan Sarkozy) een duwtje nodig had om die vervelende Laurent Gbagbo (jarenlang een goede vriend van Sarko’s uitdager François Hollande) uit de macht te zetten. Maar verder bemoeit Sarkozy zich niet met het voormalige neokoloniale kroonjuweel. ‘Het kan verkeren’, schreef Bredero eeuwen geleden. Chirac staat terecht wegens corruptie. Wie weet wat voor duistere Afrikaconnecties daar nog boven tafel zullen komen. François-Xavier Verschave overleed in 2005, maar Survie onderzoekt en publiceert onverdroten verder. En mijn interview werd uiteindelijk geplaatst in het blad waarmee IS binnenkort fuseert. Bredero heeft altijd gelijk. bram posthumus Redacteur Wereldomroep, freelancemedewerker van IS vanaf 1993.

jolke oppewal Hoofdredacteur IS van 1992 tot 1999. Nu is hij hoofd Ontwikkelingssamenwerking op de Nederlandse ambassade in Rwanda.

EL

• R EL •

J

een diplomatieke rel met Frankrijk zou veroorzaken. Hoe dat zo? Een tip van de sluier oplichten over een nefast netwerk zou een rel ontketenen met het land dat even daarvoor Nederland had uitgemaakt voor narcostaat? Dat kon dan kennelijk wel. Maar nee bleef nee. Mijn interview werd niet gepubliceerd en er kwamen geen rimpeltjes in de relatie met het land van Jacques Chirac. In 2007 werd hij opgevolgd door turbostaatshoofd Nicolas Sarkozy. En die beloofde dat er een radicaal einde zou komen aan de Françafrique. ‘La rupture’, beloofde hij.

L • REL • R

12 november 2011 IS

e kon overal over schrijven in IS. Treinreizen in Ivoorkust? Een tweegesprek voor en tegen de hulp? Een lang essay over alternatieven voor de Staat? Het kwam er allemaal in. Er was echter één uitzondering: Frankrijk. Mijn enige verhaal dat niet in IS geplaatst werd, ging over Frankrijk. Om precies te zijn: over de verrotte verhouding tussen de Franse en de Afrikaanse politieke elites. Er is een naam voor, La Françafrique, en het is één van mijn favoriete onderwerpen. Schrijven over de Françafrique is ontzettend dankbaar. Je zit in een slechte film met de meest bizarre, boosaardige, corrupte en doortrapte karakters, staatshoofden, politici, wapenhandelaren, spionnen, oliebaronnen – je kunt het zo gek niet bedenken. Af en toe komt er een koene ridder langs die een deel van al dat gespuis probeert onschadelijk te maken. Zo’n man interviewde ik in 2002 in Parijs. Hij heette François-Xavier Verschave en hij stond aan het hoofd van een kleine onderzoeksclub, Survie. Goed, er was het nodige marxistische, anti-imperialistische geronk te horen, maar onweerspreekbaar was de grote hoeveelheid feiten die een uiterst verontrustend beeld gaven van de Frans-Afrikaanse relaties. En dat alles vanuit een piepklein kantoortje onder de Tour Montparnasse. Ik was onder de indruk. Aan de Haagse Bezuidenhoutseweg was men ook onder de indruk. Zodanig zelfs, dat men vreesde dat publicatie van mijn interview met Verschave niets minder dan

RE

roeland muskens IS Hoofdredacteur van 2001 tot 2003, freelance-medewerker sinds 1991.

Frankrijk, Afrika en IS

L • R EL •

e

Haïti. Van democratisering was weinig terechtgekomen. Het land werd geteisterd door criminele drugsbendes en door rebellen. Vooral een groep paramilitairen in het noorden van het land terroriseerde de bevolking. De tweede stad van het land, CapHaitian, viel zelfs in handen van deze eenheid. De plaatselijke krant Le Nouvelliste bracht op de cover een foto van de rebellenleider na de bloedige overname van de stad. Ik las de krant op het terras van het Oloffson, het vermaarde hotel waar alle journalisten verbleven. M’n oog viel op de foto: Hè? Hij lijkt wel op… Het zal toch niet?? Het onderschrift luidde ‘Rebellenleider Guy Philippe omhelst zijn mannen na de inname van CapHaitian’. Een blik op de foto, gemaakt door Hannes, bij mijn reportage in IS maakte een einde aan alle twijfel. Mijn vriendelijke politiechef, de hoop van de Haïtiaanse democratie, bleek de schrik van de natie. Even googlen leerde al snel dat in de periode dat Guy mij rondleidde door de sloppenwijken, hij al tientallen buitenrechtelijke executies op z’n naam had staan, meestal van bendeleden. In 2001 was hij het brein geweest achter een poging tot staatgreep tegen president Aristide. De groep rebellen die onder zijn bevel stond, ging zich bovendien te buiten aan geweld jegens de bevolking. Ook zat hij dik in de drugshandel. Die Guy. Die aardige Guy. Gelukkig is de Volkskrant er nooit achtergekomen.

L • REL • E R

RE

en van de grootste missers in de geschiedenis van IS was in 1991. In het septembernummer van dat jaar stond een enthousiaste reportage over de ontwikkelingen in Haïti, onder de heldere kop ‘Democratie op Haïti stevig in het zadel’. Helaas gingen de ontwikkelingen in Haïti sneller dan het productieproces van IS bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Nog voordat het nummer met deze optimistische kop bij de lezer belandde, was de gekozen president Aristide al afgezet en ging het land gebukt onder een brute, militaire dictatuur. Vooral de Volkskrant maakte zich vrolijk over deze blunder van het ministerie. Ik kwam het artikel tegen toen ik een eigen reportagereis naar Haïti voorbereidde, samen met fotograaf Hannes Wallrafen. Het was 1997, de militairen hadden het veld geruimd. Haïti werd geleid door de gematigde René Préval. Het leek zo gek nog niet te gaan in Haïti. Ik was echter vastbesloten om de situatie, anders dan mijn voorganger, zorgvuldig te beoordelen en liet me uitgebreid rondleiden door een plaatselijke politiechef. Mijn reportage hing ik vooral op aan deze jonge, sympathieke agent. Het viel me vooral op dat deze Guy, we tutoyeerden elkaar, zo veel belang hechtte aan mensenrechten. Hij probeerde zijn collega’s ervan te overtuigen dat het niet goed is om een verdachte eerst in elkaar te meppen en dan pas te ondervragen. Guy had op kosten van Ontwikkelingssamenwerking een cursus mensenrechten gevolgd. Dat was te merken. Guy verpersoonlijkte de hoop van de prille Haïtiaanse democratie, zo was de voorzichtige conclusie die ik in IS opschreef. In 2004 was ik opnieuw op

et meest gedenkwaardige artikel in IS in mijn zeven jaar als hoofdredacteurwas zonder twijfel het dubbelinterview met de ministers Hans van Mierlo (Buitenlandse Zaken) en Jan Pronk (Ontwikkelingssamenwerking). Bijna aan het eind van de rit gingen ze er in februari 1998 eens goed voor zitten. Het werd een zeer openhartig, maar ook zeer openbaar gesprek over hun samenwerking - en vooral ook over waar ze in elkaars vaarwater zaten. Als Van Mierlo dan misschien de kapitein van het schip was, dan was hijzelf toch de loods, vond Pronk. De twee raspolitici bestreden elkaar grappend en kameraadschappelijk, met wederzijds respect. Van Mierlo wilde Afrika terugbrengen in de sfeer van Buitenlandse Zaken, Pronk dacht dat Hans toch geen tijd zou hebben voor problemen ver van huis en dus Afrika beter aan hem kon overlaten. De inkt was nog niet droog, of de landelijke pers had het interview opgepikt. NRC berichtte op de voorpagina over een staatsrechtelijk unicum dat twee ministers uit een kabinet kibbelend met elkaar in debat gingen, en dat nog wel in een blad van de overheid. Er kwamen Kamervragen en premier Kok moest er aan te pas komen om te verzekeren dat toch echt Van Mierlo de baas was over Buitenlandse Zaken. Maar Kok deed wijselijk geen uitspraak over wie de baas was over de centen. En daar had Jan Pronk geen misverstand over laten bestaan. Ik citeer: Van Mierlo: ‘De vraag is ook wat jouw begroting eigenlijk is.’ Pronk: ‘Exact: 0,8 procent van het Bruto Nationaal Product’. En als hij uit die pot wel Palestijnen wilde steunen en niet de Republika Srpska, dan was dat toch in eerste instantie zijn ministeriële verantwoordelijkheid, niet die van Van Mierlo. De tijden zijn veranderd. Leek

Men vreesde dat het interview een diplomatieke rel zou veroorzaken

H

het in het dubbelinterview nog of Ontwikkelingssamenwerking minstens de gelijke was van Buitenlandse Zaken, in de jaren daarna is de hulp steeds meer een geïntegreerd onderdeel geworden van Buitenlandse Zaken. Een debat zoals dat tussen Pronk en Van Mierlo zou vandaag de dag onvoorstelbaar zijn, alleen al om de simpele reden dat er geen minister voor Ontwikkelingssamenwerking meer is. Het loodsmannetje is geloosd. In die zin heeft Internationale Samenwerking altijd een vooruitziende titel gehad, want terwijl de artikelen in het blad vrijwel exclusief over de problemen van de Derde Wereld gingen, dekte de titel al die tijd al een veel bredere lading. Nu het blad de concurrent van vroeger overneemt, is er weer een vooruitziende titel gekozen, OneWorld, die anticipeert op een wereld waarin de Nederlandse taal het onderspit heeft gedolven. Nog één keer terug naar het interview van 1998 dat in dubbele zin een dubbelinterview was. Ook de interviewers waren met zijn tweeën. Grote gangmaker van het idee om beide heren aan een tafel te krijgen was onze bevlogen redacteur Didier Seroo. Hij was van 1999 tot 2001 mede-hoofdredacteur van IS en helaas in 2006 veel te vroeg gestorven. Didier was een groot bewonderaar van het politieke dier Pronk, maar als overtuigd D66’er had hij ook Van Mierlo hoog zitten. Didier gaf geen cent voor het voortbestaan van ontwikkelingssamenwerking oude stijl, gedreven door moralisme en schuldbesef. De enige kans op overleving lag volgens hem in een veel sterkere enting op Nederlandse belangen in brede zin. Geen eerste, tweede of derde wereld, maar één wereld. In de geest van die vooruitziende blik van Didier wens ik OneWorld een lang leven, veel lezers en af en toe een scoop.

IS november 2011 13


• IL

IVALEN • R •

ALKUIL • V •

Verstandshuwelijk RIVALEN

VALKUI L

14 november 2011 IS

• EN

gerbert van der aa IS freelance-medewerker van IS sinds 1996.

EN • RIVAL

I

van ontwikkelingshulp. Toch had ik ondanks de minpunten sympathie voor IS. Naast de vaak wat eenzijdige verhalen over ontwikkelingsprojecten was er ook aandacht voor andere thema’s. Ik kon lange achtergrondreportages maken over Sudan en Nigeria, met veel ruimte voor politiek en economie. Met de leden van de Touaregband Tinariwen ging ik voor IS op stap in de Malinese hoofdstad Bamako. In Mauretanië maakte ik een verhaal over slavernij en rassendiscriminatie. Maar helemaal lekker zat het niet. Tegenover collega’s had ik de behoefte me te verontschuldigen. Meestal noemde ik IS wat misprijzend het propaganda-blad van de minister (of staatssecretaris). Om er snel aan toe te voegen dat ik financieel niet afhankelijk was van de hulpsector, waardoor ik geen rekening hoefde te houden met de belangen van de verschillende spelers in het veld. Als ze mijn stukken niet meer wilden, zei ik, dan kwam ik daar wel overheen. Ander pluspunt was dat er bij IS leuke mensen werkten. De stroom geld vanuit de hulpindustrie voor Afrika-journalistiek vormt een bedreiging voor goede berichtgeving. Het valt me op dat ik in bijna alle media steeds meer verhalen zie over hulpprojecten, terwijl politieke en economische ontwikkelingen minder aan bod komen. Bij IS was die ontwikkeling de laatste jaren helaas ook zichtbaar. Daardoor vertroebelt ons beeld van wat er echt gebeurt in Afrika. Ontwikkelingshulp is slechts een druppel op een gloeiende plaat, politiek en economisch beleid van Afrikaanse regeringen is wat echt het verschil maakt. Daarover had IS veel meer moeten schrijven. Hopelijk weet OneWorld die valkuil te omzeilen.

AL

k zeg het maar eerlijk: ik heb altijd een dubbel gevoel gehad over IS. Als onafhankelijk journalist voelde het raar om te schrijven voor een overheidsblad dat draagvlak wil creëren voor ontwikkelingssamenwerking. Dat moet wel botsen met objectieve journalistiek.Vrijwel geen enkele instantie neemt immers zelf het initiatief om de vuile was buiten te hangen. Als ik in IS verhalen las over ontwikkelingsprojecten dacht ik per definitie: het klinkt mooi, maar zou het ook waar zijn? Als Shell journalisten financiert, zou iedereen moord en brand schreeuwen, maar hier deed vrijwel niemand moeilijk over. Opeenvolgende hoofdredacteuren deden erg hun best het onafhankelijke karakter van IS te benadrukken. “We staan open voor kritiek”, kreeg ik te horen. Of: “We hebben zelf ook vaak onze bedenkingen over het effect van hulp”. Maar in de kolommen van IS werd kritiek op ontwikkelingssamenwerking zelden serieus genomen. In plaats van op de materie in te gaan, kregen critici te vaak het verwijt dat ze ‘ongenuanceerd’ waren of ‘inspeelden op onderbuikgevoelens’. Ook de loftuitingen van de hoofdredactie aan het adres van Bono zaten me niet lekker. Ander probleem vond ik dat nogal wat freelance-medewerkers van IS nauwe banden hadden met de hulpindustrie. Journalisten die zichzelf onafhankelijk noemden, bleken bijna hun hele inkomen door bij te klussen voor ontwikkelingsorganisaties. De vraag is hoe onafhankelijk je in zo’n geval kunt zijn. Door ongezouten kritiek kun je een belangrijk deel van je inkomen kwijt raken. Mij persoonlijk viel op dat ik minder vaak voor IS werd gevraagd nadat ik in andere media vraagtekens zette bij het nut

IL • VALK U

Dubbele gevoelens

KUIL • VA

U LK

L VA

LEN • RI V VA I R

et is een bijzonder huwelijk, dat tussen IS en onzeWereld. De twee geliefden zijn na een lange, rituele dans van elkaar aantrekken en afstoten uiteindelijk in elkaars armen gevallen. Niet omdat ze zoveel van elkaar houden, maar omdat de omstandigheden hen dwingen tot een verstandshuwelijk. Decennialang maakten beide bladen deel uit van de wereld van ontwikkelingssamenwerking. Tussen beide redacties bestond een gezonde animositeit, maar men had ook respect voor elkaar. Journalisten en fotografen werkten dan voor het ene en dan weer voor het andere blad. Althans, dat was de laatste jaren zo. Toen ik begin jaren negentig hoofdredacteur van onzeWereld werd, bestond daar de regel dat een journalist die voor IS schreef er ‘bij ons’ niet meer in kwam. In die tijd kon onzeWereld zich die houding veroorloven. Het blad had een mooie betaalde oplage, stond in de stal van de Weekbladpers naast raspaardjes als Vrij Nederland en Opzij en had dus aanzien. Voor dat overheidsblaadje IS trokken de immer kritische redacteuren de neus op. Al snel kwam daar verandering in. Terwijl grenzen vervaagden, steeds meer Nederlanders de aardbol over reisden en internet communicatiebarrières slechtte, begon de oplage van onzeWereld gestaag te dalen. We deden van alles om het tij te keren. We waren zelfs bereid om als ‘links’ blad met VVD-Kamerlid Anne-Lize van der Stoel in zee te gaan, toen zij Kamervragen wilde stellen over de valse concurrentie die de overheid onzeWereld aandeed. IS, gefinancierd met belastinggeld, was gratis, voor onzeWereld moest betaald worden. Dat bracht me een paar jaar later

H Kille vrede ijf jaar vrede op de Balkan’, heette het, en ik mocht erover schrijven. Het werd mijn kilste reportagereis ooit. In 1995 had de NAVO de strijdende partijen in de Balkan naar de onderhandelingstafel gebombardeerd. In het Akkoord van Dayton besloten de krijgsheren Milosevic, Tudjman en Izetbegovic (allemaal dood nu) Bosnië-Herzegovina te splitsen in een Servisch deel en een deel voor Bosnische moslims en Kroaten. Nederland gaf miljoenen steun voor de wederopbouw. Honderdduizenden mensen, vanwege de etnische zuivering verdreven van hun woonplaats, moesten weer een plek krijgen. Vijf jaar na Dayton reisde ik door het moslim-Kroatische deel van Bosnië. Het was november, troosteloos nat en koud. In stampvolle opvangcentra hingen mensen de hele dag op hun stapelbedden in de stank van vochtig wasgoed en borrelende aardappelsoep. Als verrotte gebitten lagen de kapotgeschoten dorpen tegen de berghellingen. Soms ontmoette je in zo’n spookdorp iemand die zich warmde aan zijn paard, omdat er geen elektriciteit was en het sprokkelhout te vochtig om de brand erin te steken. Maar vooral verkillend waren de haat en het wantrouwen die als winnaars uit de strijd waren gekomen. Want waarom zaten die gymlokalen, scholen en andere opvanghuizen nog steeds stampvol vluchtelingen? Omdat de ontheemden te bang waren om zich te begeven op het grondgebied van een andere etnische groep, ook al wachtte hen daar een nieuw huis. Een moslim durfde niet terug naar het eigen stukje grond, dat al jaren bewerkt

‘V

werd door een Kroaat. Een Serviër hield zijn adem in als hij over moslim-Kroatisch gebied reed. Mensen konden of durfden niet terug naar de plek waar hun kinderen geboren waren, hun ouders begraven lagen en ze slivovitsj van eigen pruimen stookten. Dat voedde niet alleen de haat, het bestendigde ook de etnische zuivering. Lokale autoriteiten saboteerden de bouw van scholen om te voorkomen dat Servische, Kroatische en moslimleerlingen onder één dak kwamen. Obstructie, treiterijen, intimidatie, geen middel was hen te min om de terugkeer van minderheden te verhinderen.

Soms ontmoette je in zo’n spookdorp iemand die zich warmde aan zijn paard Waarom waren alle jonge mannen die ik tegenkwam uit op een visum voor de Verenigde Staten? Omdat ze weg wilden uit het land van overwoekerde velden zonder landbouwmachines, het land waar fabrieken in verroeste karkassen van staal en beton veranderd waren, de publieke sector blut was en niemand wilde investeren. “Moet ik dan mijn hele leven tomaten en kolen blijven verkopen uit de achterbak van mijn auto?”, zei een van die gedesillusioneerde jonge mannen. De Balkan kent nu vijftien jaar vrede. Ik lees dat de Kroatische premier de loftrompet steekt over twee generaals die door het Joegoslavië-tribunaal tot 18 en 24 jaar gevangenis zijn veroordeeld vanwege oorlogsmisdaden in Bosnië. Drie Kroatische bisschoppen en meer dan tweeduizend Kroatische intellectuelen pleiten bij de Verenigde Naties voor hun vrijlating. Brrr, gestolde kilte. karolien bais IS Hoofdredacteur van 2001 tot 2003, freelance-medewerker sinds 1987.

nog in een lastig parket. Ik was hoofd Publieksvoorlichting op het ministerie van Buitenlandse Zaken geworden, en in die functie verantwoordelijk voor IS. Prompt kwam mijn opvolger bij onzeWereld op het ministerie klagen over concurrentievervalsing. Ik kon moeilijk ontkennen dat hij een punt had, maar we redden ons eruit door te stellen dat abonnementsgeld vragen voor IS pas echt tot oneigenlijke concurrentie zou leiden. Inmiddels zijn we tien jaar verder. De globalisering schrijdt voort, met als paradoxaal gevolg dat het wereldbeeld van een grote groep Nederlanders krimpt. Ontwikkelingssamenwerking zit op de schopstoel. Er is terecht kritiek wegens het gebrek aan substantiële resultaten. Ook het vanzelfsprekende gelijk van hen die ‘goed doen’ wordt met reden op de hak genomen. Maar het is ook waar dat veel criticasters van ontwikkelingssamenwerking hun navel, die zij als het middelpunt van het universum beschouwen, als megafoon gebruiken voor de geluiden uit hun onderbuik. In deze roerige omgeving heeft IS zich ontwikkeld van een suf overheidsblaadje tot een prettig magazine. onzeWereld hield al die jaren wonderbaarlijk stand, maar mist kwaliteit en urgentie. Nu de overheid bezuinigt en de steun voor voorlichting en educatie over internationale samenwerking afkalft, moet er iets gebeuren. IS en onzeWereld gaan samen verder. Dit huwelijk van twee partners op leeftijd kan alleen nog langs kunstmatige weg tot nageslacht leiden. Maar een IVF-baby heeft in principe dezelfde kansen in het leven als zijn op natuurlijke wijze verwekte collega’s. Het is de keuze tussen het bejaardentehuis of de kraamkamer.

stan termeer Hoofdredacteur onzeWereld van 1993 tot 2001. Hoofd Publieksvoorlichting BZ van 2002 tot 2006. Nu hoofd Corporate Communicatie en Strategie bij KWF Kankerbestrijding.

IS november 2011 15


Hoe hak je een boom om in een bos met keurmerk?

Goedgekeurd kappen * Op Kalimantan, het Indonesische deel van

Borneo, worden miljoenen hectare bossen FSC-gecertificeerd, de wereldwijde standaard voor goed bosbeheer. * Ter gelegenheid van het Internationale jaar van de Bossen onderzoekt IS in hoeverre keurmerken ontbossing echt tegengaan. tekst han van de wiel beeld bas jongerius

outhakken is ruig werk. Zeker in een tropisch regenwoud waar soms woudreuzen staan met een diameter van twee meter. Het moderne kappen kun je vergelijken met een chirurgische kijkoperatie. Strak georganiseerd, strak uitgevoerd, zo min mogelijk schade aanrichtend. In het hart van Oost-Kalimantan is een van de kapteams van het houtbedrijf Narkata Rimba aan het werk. De ‘chirurg’ van dienst is Ajang, een gespierde Dayak. Met een helm met vizier, veiligheidshesje, handschoenen, rubberen laarzen en oordoppen voert hij de hele operatie zwijgend uit. Ajang controleert de papieren van de boom, voelt aan zijn ‘patiënt’, klopt erop. Samen met zijn assistent kapt hij de lianen rondom los en taxeert hij de valrichting. Dan pakt hij de gigantische motorkettingzaag, trekt hem in één keer aan en zaagt zonder veel omwegen een flinke hap uit een van de plankwortels. Uit die hap zaagt hij een partje dat hij eruit wipt met zijn mes. Dan moeten we dekking zoeken. Aan de andere kant van de stam zaagt Ajang een snede. Voor de boom is dat genoeg om zijn evenwicht te verliezen en onder geruis van vallende takken en bladeren, tegen de vlakte te gaan. Ajang loopt de ‘patiënt’ meteen na, verwijdert de laatste

H 

16 november 2011 IS

wortelresten, de zijtakken en de kroon. Straks koopt iemand bij Ikea, de belangrijkste klant van Narkata, een tuinbankje dat gemaakt is van deze boom. Orang-oetan De kapvergunning van Narkata Rimba is met 68.000 hectare middelgroot. Bijna 27.000 hectare daarvan is leefgebied van de orang-oetan en daarom beschermd. De onderneming is aangesloten bij The Borneo Initiative (TBI), een maatschappelijke organisatie met kantoren in Breukelen en Jakarta. TBI wil de oppervlakte FSC-gecertificeerd bos in Indonesië fors verhogen tot 5 miljoen hectare, bijna eenvijfde meer dan de totale oppervlakte van Nederland. TBI ondersteunt bedrijven bij het behalen van dit FSC-certificaat, onder meer door een flink deel van de kosten voor zijn rekening te nemen (twee dollar per hectare). Bovendien helpt TBI de bedrijven te koppelen aan westerse afnemers. In augustus kreeg Narkata, dat 90 procent van zijn hout naar het Westen exporteert, het felbegeerde FSC-certificaat voor goed bosbeheer. Het FSC-keurmerk is veel gedetailleerder en vergt meer papierwerk dan het Indonesische certificeringprogramma SVLK (Sistem Verifikasi Legalitas Kayu), dat sinds kort verplicht is gesteld voor bedrijven. Meer dan veertig maatschappelijke organisaties verzamelen informatie in het veld over de praktijken van houtkapbedrijven en rapporteren onregelmatigheden aan de overheid. Illegaal hout Met SVLK komt Indonesië tegemoet aan zijn verplichting die voortvloeit uit een vers akkoord met de Europese Unie over legaal

hout. Milieuorganisaties Greenpeace en Friends of the Earth schudden een paar jaar geleden de Europese Unie wakker met een alarmerend rapport waaruit bleek dat illegale ontbossing rond 2005 de onvoorstelbare omvang had bereikt van 80 procent. De afnemers van illegaal hout waren geres-

Straks koopt iemand bij Ikea een tuinbankje dat gemaakt is van deze boom pecteerde en bekende bedrijven uit Europa. Jarenlang hadden ze zich in slaap laten wiegen door geruststellende berichten van hun houtagenten: met het Indonesische bos was niets aan de hand. Ondertussen werd het bos leeggeroofd. “Een gevolg van de democratisering en decentralisering die zijn ingezet na de periode-Soeharto”, zegt Hadi Daryanto, de secretaris-generaal van het ministerie van Bosbouw. “Indonesië werd begin deze eeuw opgedeeld in honderden districten, die ieder hun eigen beleid ten aanzien van de bossen bepaalden. In landen als de Sovjet-Unie en Joegoslavië betaalden mensen met hun leven de prijs voor veranderingen, hier zijn het de bomen.” Na slepende onderhandelingen hebben de EU en Indonesië nu een akkoord bereikt waarbij Indonesië heeft beloofd zijn bosbeheer en de controle daarop te verbeteren. De EU laat op haar beurt vanaf maart 2013 alleen nog legaal gekapt hout op de Europese markt toe. Legaal betekent: gekapt volgens de regels van de Indonesische overheid. Met andere IS november 2011 17


Gewoonterecht “Wat bedrijven doen, is liefdadigheid”, reageert Ahmad Sja, directeur van de Indonesische milieuorganisatie PADI. “Dat heeft niets te maken met de erkenning van het recht van inheemse volken.” FSC erkent het recht van inheemse volken om in het gebied waarover zij gewoonterecht hebben in alle vrijheid ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen tegen activiteiten van bedrijven, uiteraard na goed te zijn geïnformeerd. Ahmad Sja: “Ik heb nog nooit meegemaakt dat de mensen goed werden ingelicht. Ze weten niet wat hen boven het hoofd hangt en kunnen dus geen weloverwogen keuze voor of tegen maken.” In het dorp Ben Hes zegt Chief Lie Jie Tot beslist dat niet hij, maar de Indonesische regering over de vergunningen gaat omdat het bos staatseigendom is. Zodra een bedrijf een vergunning heeft bemachtigd, moet het met de dorpen onderhandelen over de hoogte van de compensatie. De minimumprijs is 3000 roepia (ongeveer 30 cent) per kubieke meter hout die een bedrijf jaarlijks aan het bos onttrekt. Narkata Rimba betaalt het tienvoudige. Een rekensom leert dat het dorp ongeveer 100.000 euro per jaar aan compensatie krijgt. Lie Jie Tot, chief van Ben Hes, met zijn moeder. “Compensatiegelden van de boskap komen ten goede aan de dorpsbewoners.”

houtexporterende landen heeft de EU vergelijkbare akkoorden gesloten, of is daarmee bezig. Bulldozer Ondanks afspraken en het bestaan van keurmerken wordt nog altijd hout op de conventionele manier uit het bos gehaald. Bijvoorbeeld door het bedrijf Rizki Kacida Reana, 55.000 hectare groot, in Oost-Kalimantan. Het bedrijf is recent aangesloten bij The Bor-

Borneo

Kalimantan

Oppervlakte: 743.330 km2 Het grootste deel van Borneo is Indonesisch grondgebied (Kalimantan, 13 keer Nederland). Het noordelijke deel behoort tot Maleisië en Brunei. Aantal inwoners: 18,5 miljoen

18 november 2011 IS

Regenwoud: 130 miljoen jaar oud Sinds 1980 is 80 procent van primaire woud verdwenen. De VN hebben 2011 uitgeroepen tot Jaar van de Bossen om aandacht te vragen voor het belang van bosbehoud.

neo Initiative, maar heeft nog wel een paar jaar te gaan voordat het ‘op’ mag voor het FSC-certificaat. Dat is althans de inschatting van Adi Daskian, de broer van de eigenaar.

“Deze weg is met ons geld aangelegd” Een bulldozer baant zich een weg door de ondoordringbare oerwoudmuur, van te kappen boom naar te kappen boom. Tree spotting wordt deze methode genoemd. De schade aan het bos is veel groter dan bij de werkwijze van houtbedrijf Narkata, dat planmatiger te werk gaat en gebruikmaakt van lieren om de stammen het bos uit te slepen. Adi windt er geen doekjes om: de internationale markt vraagt in toenemende mate om het FSC-keurmerk, dus krijgt ze FSC. In Rizki’s geval is Dekker Hout, uit Den Haag, een grote klant. Maar de zware eisen die FSC stelt, zijn wel een tikkeltje overdreven, meent Adi. “Als je na de kap een jaar of dertig niet in dit bos komt, zoals de bedoeling is, groeit het vanzelf dicht en zie je het verschil niet meer.” Dat zegt hij op een plek in het bos waar de ernstige erosie van de kapweg zelfs voor een leek zichtbaar is. Abu Meridian van de Indonesische milieuor-

ganisatie Telapak moet lachen om die uitspraak. “Het grote probleem met het vergunningenstelsel is dat een concessiehouder vaak na een jaar of vijftien stopt, of zogenaamd failliet gaat. Er komt een nieuwe concessiehouder die van voren af aan begint, zonder rekening te houden met het rotatieschema van de vorige. Het bos degradeert op die manier steeds verder.” Een heikel punt zijn ook de rechten van de lokale gemeenschappen en de inheemse bevolking. De bossen zijn staatseigendom, maar Indonesië kent ook het gewoonterecht (adat) voor de inheemse bevolking en lokale gemeenschappen die vaak al enkele generaties in of bij een bos leven. Publieke werken Ben Hes, een dorp van 600 Dayakfamilies, de oorspronkelijke bewoners van Kalimantan, is via een hobbelige zandweg te bereiken. “Kijk”, wijst Sri Mulyono van Narkata. “Deze weg is met ons geld aangelegd. Vroeger kostte het de bewoners vier uur om naar het volgende dorp te komen. En zie je die school? Ook gebouwd met ons geld.” Er volgt een lijstje van publieke werken die op kosten van Narkata zijn uitgevoerd. Narkata hecht aan goede samenwerking en betaalt het dorp tien keer het Indonesische minimum aan compensatie. “We willen con-

Consumptiepatroon Kan certificering van bossen bijdragen aan het behoud van de bossen? Aan de inzet van The Borneo Initiative zal het in elk geval niet liggen. Het probeert zo veel mogelijk bedrijven aan zich te binden, al is volgens ingewijden het laaghangende fruit inmiddels wel geplukt en zal het nog veel moeite kosten om de beoogde 5 miljoen hectare te halen. Het is nog te vroeg om te kunnen zeggen of de gecertifi-

“Westerse landen willen hun consumptiepatroon niet veranderen. Dat gaat ten koste van onze bossen” ceerde bossen hun biodiversiteit op de lange termijn behouden, en of de concessiehouders gedurende hun hele vergunningsperiode het FSC-keurmerk willen en kunnen houden – en dus niet terugvallen in hun oude, slechte gedrag. Maar uiteindelijk draait het daar helemaal niet om, meent Teguh Surya van Friends of the Earth Indonesia. Veel belangrijker is de groeiende westerse vraag naar bosproducten en de macht van het geld. “Het grootste probleem is dat de westerse landen hun consumptiepatroon niet willen veranderen. Dat gaat ten koste van onze bossen. De vraag vanuit het Westen naar hout, palmolie en papier blijft maar toenemen.” En Indonesië is niet te beroerd om te voorzien in die vraag. “It’s the money, man!”, zegt Surya. “Als we zo doorgaan, kunnen we de bossen niet redden.”

peter Psycholoog en filosoof Peter van Lieshout is lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij leidde het onderzoek naar de toekomst van ontwikkelingssamenwerking, dat resulteerde in het rapport Minder pretentie, meer ambitie. Hij reflecteert voor IS over de voortgaande discussie rond het rapport.

Beeld Anneke Hymmen

flicten met omliggende dorpen vermijden”, zegt Sri. En dat lukt. Dayakchief Lie Jie Tot is dik tevreden over de samenwerking met het bedrijf Narkata. Van de compensatiegelden gaat 90 procent direct naar de huishoudens als inkomen, de rest is voor publieke zaken. Dankzij die nieuwe weg bijvoorbeeld, kan het dorp zich ontwikkelen, kunnen kinderen verder leren, benadrukt hij.

Arme gastarbeiders V

ooruitgang kan wrang zijn. Ik ben in Riyad, waar mijn gesprekspartner uitlegt dat de komende jaren drie miljoen gastarbeiders teruggestuurd gaan worden naar hun land van herkomst. Zijn redenering is eenvoudig te volgen. Saudi-Arabië kent een bevolking van ruim 27 miljoen mensen, verdeeld in 18,7 miljoen Saudi’s en 8,7 miljoen gastarbeiders. De laatsten vormen 90 procent van de arbeidskrachten in de bouw en het onderhoud, maar zijn ook het bedienend personeel en de chauffeurs op de vrachtwagens. Saudi-Arabië heeft echter een probleem: het is het land met de jongste bevolking ter wereld. Er staat een enorme groep jongeren te wachten die allemaal een plaats op de arbeidsmarkt willen veroveren. De bestaande olie- en petrochemische industrie is veel te kapitaalintensief om een dergelijke hoeveelheid banen te generen. Daar moet iets aan gebeuren, zo realiseert men zich al enige tijd. Saudi-Arabië heeft bovendien gezien wat er gebeurt als jongeren geen perspectief hebben. De opstanden in Egypte en Tunesië zijn daar markante voorbeelden van. Dus rest het land niets anders dan versneld in te zetten op het vervangen van gastarbeiders door Saudi’s. Zouden elders in de Arabische regio de vele gastarbeiders opgevangen kunnen worden, dan was het probleem nog te overzien. Gastarbeiders waren echter al de grote slachtoffers van de financiële crisis. Terwijl landen als Tadzjikistan voor meer dan 50 procent draaien op de inkomsten van hun werknemers in het Midden-Oosten, werden de gastarbeiders massaal teruggestuurd toen Dubai en Abu Dhabi getroffen werden door de financiële crisis. Nu komt daar het effect van de Arabische Lente bij. Ook die kost de immigranten hun banen. Waar wij in het Westen juichen over de democratisering en liberalisering die zich overal in het Midden-Oosten voordoet, ook in Saudi-Arabië, wordt de rekening betaald in Pakistan, Indonesië en op de Filippijnen. IS november 2011 19


Essay: de mens hoeft geen bedreiging voor de aarde te zijn

Chef Globalisering

Er kan nog meer bij * De geboorte van de zeven miljardste aard-

*

bewoner is geen reden tot paniek. Integendeel, betoogt Louise Fresco, voorzitter van het Nationaal Platform Rio+20. Duurzame ontwikkeling is meer dan milieu en klimaat. Het gaat juist om mensen, en hun ideeën over de toekomst.

tekst louise fresco

egin november hebben we de komst van de zeven miljardste wereldburger gevierd. Nou ja, ‘gevierd’. Veel mensen hebben een ongemakkelijk gevoel bij deze mijlpaal, ook omdat de groei van de wereldbevolking nog wel even zal doorzetten. Tussen 1950 en 2050 maken we de grootste groei van de wereldbevolking mee die de mensheid ooit gekend heeft: van drie miljard naar negen miljard. Het draagvermogen van de aarde zou nu al te klein zijn voor het huidige aantal mensen en hun aspiraties. Zelf ben ik niet zo somber. Om te beginnen weten we onvoldoende om vast te kunnen stellen wat het draagvermogen van de aarde is. De suggestie dat we nu al meer dan één aarde gebruiken is communicatief sterk, maar wetenschappelijk gezien niet onderbouwd. Weliswaar zijn alle natuurlijke hulp-

B

20 november 2011 IS

bronnen behalve zonlicht eindig, maar waar de grenzen liggen weten we niet. Vaak wordt ook de suggestie gewekt dat mensen als een soort parasieten de aarde uitputten: de mensheid als plaag. Maar mensen zijn niet alleen monden die gevoed moeten worden, mensen hebben ook hersenen die ideeën genereren en handen die dingen kunnen maken. De geschiedenis laat zien dat we ons steeds opnieuw weten aan te passen aan de omstandigheden, zij het soms met de nodige fricties. Ontplooien Duurzame ontwikkeling gaat niet over de eindigheid van de aarde. Het gaat om de ontwikkeling van nu zeven en straks misschien tien miljard mensen, zodat die zich ten volle kunnen ontplooien. En dan liefst zo duurzaam mogelijk. Dat wil zeggen dat we een antwoord moeten vinden op de vraag hoe je een zo klein mogelijke aanslag pleegt op natuurlijke hulpbronnen en hoe je de verstoring van ecologische cycli kunt herstellen of compenseren. Niet omdat de grenzen in zicht zijn, maar omdat we de negatieve effecten van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen moeten corrigeren. Nog los van de directe gevolgen vinden we het ook steeds minder acceptabel om bijvoorbeeld bos te kappen, omdat het bos sinds kort voor ons een intrinsieke waarde heeft. Je ziet het ook aan de reacties op de olieramp in de Mexicaanse Golf. Over tien of twintig jaar

is er waarschijnlijk weinig meer van de gevolgen te merken, maar toch vinden we dat zoiets niet door menselijk toedoen mag gebeuren. Vergroening De VN-conferentie in juni 2012 in Rio de Janeiro biedt mogelijkheden om handen en voeten te geven aan dat begrip ‘duurzame ontwikkeling’. Het centrale thema is de vergroening van economie in de context van duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding. Het tweede thema is het versterken van het institutionele raamwerk voor duurzame ontwikkeling. De vooruitzichten voor het

We blijken ons telkens te kunnen aanpassen – met de nodige fricties welslagen van de conferentie zijn echter niet erg hoopgevend. Twintig jaar geleden konden er op de eerste VN-conferentie over duurzame ontwikkeling, eveneens in Rio, nog spijkers met koppen worden geslagen met onder andere een klimaatverdrag en een biodiversiteitsverdrag. Recente VN-conferenties worden echter voortdurend verlamd door het wederzijdse wantrouwen tussen Noord en Zuid. Sinds

Rio 1992 zijn we, althans wat internationale afspraken betreft en de naleving ervan, helaas weinig opgeschoten. Er zijn ook hoopgevende ontwikke-

Het aantal calorieën is per hoofd van de bevolking met 25 procent gestegen lingen. Sinds de eerste conferentie in Rio in 1992 is op allerlei terreinen veel gebeurd, ook zonder internationale afspraken. Zo is het aantal calorieën per hoofd van de wereldbevolking met 25 procent gestegen, zijn miljoenen mensen aan de armoede ontsnapt en worden in veel landen grote stappen gezet ter verbetering van onderwijs, gezondheidszorg en vrouwenrechten. Motor Bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben elkaar gevonden en ontwikkelen samen systemen voor duurzame productie en handel. Wat begon met Max Havelaarkoffie en -thee verspreidt zich nu over steeds meer sectoren en producten. Bedrijven als Unilever, DSM en FrieslandCampina zien duurzame ontwikkeling niet meer als belemmering, maar maken het tot motor van hun langetermijnstrategie. De chemische industrie zet de komende decennia in op een halvering van de milieu-impact, bij een verdubbeling van de omzet. Zulke initiatieven laten zien dat mensen geen willoze consumenten zijn, maar dat ze bereid en in staat zijn om hun brein te laten kraken en hun handen uit te mouwen te steken voor een betere toekomst.

Daarbij worden fouten gemaakt – denk aan het effect van de teelt van biobrandstoffen op de prijs van voedsel. Maar van fouten kunnen we leren. Moeten we leren zelfs, want er is geen TomTom die de richting aangeeft naar een meer duurzame samenleving. Duurzame ontwikkeling is een kwestie van uitproberen. Prioriteiten Het Nationaal Platform Rio+20 is opgericht om vanuit het maatschappelijk middenveld een bijdrage te leveren aan de Nederlandse inbreng in Rio de Janeiro. Dat doen we door het formuleren van tien prioriteiten die we meegeven aan de Nederlandse delegatie en aan maatschappelijke organisaties die zich in Rio willen manifesteren. Daarnaast willen we tien geslaagde praktijkvoorbeelden van duurzame ontwikkeling in Nederland laten zien. Deze prioriteiten en praktijken zijn niet alleen bedoeld voor internationaal gebruik. Als Nationaal Platform willen we de VN-conferentie ook aangrijpen om de discussie in Nederland over duurzame ontwikkeling en vergroening van de economie een flinke slinger te geven. Het afgelopen half jaar hebben we bijeenkomsten georganiseerd voor jongeren, voor bedrijven en voor onderzoekers. Het komende half jaar gaan we daarmee door om ervoor te zorgen dat duurzame ontwikkeling (weer) een gespreksonderwerp wordt in bredere lagen van de samenleving. Want zoals ik al zei: duurzame ontwikkeling gaat over mensen en over hun hoop en verwachtingen. Niet alleen ver weg, maar ook hier in Nederland. www.nprio2012.nl Met dank aan Joost van Kasteren

Wie is Louise Fresco? Louise Fresco (1952) is voorzitter van het Nationaal Platform Rio+20, de Verenigde Naties-conferentie over duurzame ontwikkeling. Fresco promoveerde cum laude op onderzoek naar de cassavewortel aan Universiteit Wageningen, verrichtte jarenlang veldwerk in ontwikkelingslanden en was assistent directeur-generaal bij de Wereldvoedselorganisatie (FAO) in Rome. Sinds 2006 is Fresco hoogleraar duurzame ontwikkeling aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is Fresco onder andere lid van de raad van commissarissen van de Rabobank en niet-uitvoerend bestuurder van Unilever. Ze was de tweede vrouw in de duurzame top-100 van dagblad Trouw (plaats 26) en werd door maandblad Opzij verkozen tot de machtigste vrouw in de categorie onderwijs en wetenschap.

Evert Nieuwenhuis schreef De Grote Globaliseringsgids – van Aandeelhouder tot Zapatista. Voor IS belicht hij elke maand een actuele mondiale kwestie.

Rijkeluisziekten

D

okter Jackson Orem in de Ugandese hoofdstad Kampala heeft een probleem: hij heeft nauwelijks middelen om zijn patiënten te behandelen. Vrijwel nooit verlaat een patiënt levend zijn kliniek. De komende jaren zal het aantal patiënten spectaculair toenemen, maar het is uitgesloten dat Orem meer geld krijgt. De nationale gezondheidszorg en buitenlandse donoren hebben geen oog voor zijn patiënten. Dokter Orem behandelt geen nieuwe, hyperbesmettelijke ziekte die aids zal doen vergeten. Nee, hij behandelt een eeuwenoude aandoening die wij in het Westen maar al te goed kennen: kanker. De kliniek van Orem is de enige die kanker behandelt in een land met 34 miljoen inwoners, en circa 96 procent van alle Ugandese kankerpatiënten sterft zonder iets van behandeling gekregen te hebben, berichtte The Economist onlangs. Chronische ziekten als kanker, diabetes en hart- en vaatziekten, eisen volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) de komende decennia in arme landen steeds meer slachtoffers. Nu al leeft 80 procent van deze patiëntengroep in ontwikkelingslanden, en het aantal sterfgevallen zal de komende tien jaar in Afrika met 20 procent toenemen. In 2030 zullen meer mensen bezwijken aan chronische ziekten dan aan ‘conventionele’ ziekten als malaria of aids. Een snelgroeiend probleem dus, maar slechts 3 procent van alle hulpgelden voor gezondheidszorg gaat naar chronische ziekten. Kanker en diabetes worden vaak als welvaartsziekten gezien waar vooral de opkomende middenklasse aan lijdt, en dus is het niet iets om onze schaarse hulpeuro’s aan te besteden. Bovendien zijn veel van deze ziekten te voorkomen door gezonder te leven, dus laten we daarmee beginnen. Deze redenering is even begrijpelijk als verkeerd. Ten eerste lukt het ons westerlingen al decennia niet om door gezond te leven deze ziekten in te dammen, dus waarom zou dat in arme landen anders zijn? Daarnaast komen deze ziekten vaker voor omdat – godzijdank – de levensverwachting stijgt: hoe ouder je wordt, hoe groter de kans op kanker. Juist arme mensen lopen het risico, omdat zij niet in staat zijn gezond te eten en te leven. Verstandig beleid – bij donoren en ontvangende landen – heeft oog voor de realiteit: steeds meer arme mensen lijden aan rijkeluisziekten. IS november 2011 21


Feuilleton Ons dorp Deel 3

De plagen van Farabako

* Farabako. Zomaar een dorp in Mali. Vóór

*

de vondst van goud, ruim twee jaar geleden, stond de tijd er stil. Nu heeft de goudkoorts toegeslagen. Goudzoekers beproeven er hun geluk. De dorpsbewoners proberen mee te delen in de winst, maar gaat dat lukken? IS volgt de ontwikkelingen in Farabako op de voet. Deze maand deel 3, waarin de bewoners elke avond samenkomen bij ziener Namagan om televisie te kijken.

tekst esther bakker beeld seydou camara

Wat vooraf ging In deel 2 keerde verloren zoon Silaba Kante  (30) uit Libië terug naar Farabako. Hij  moest vluchten vanwege de opstand in dat  land. Gedurende zijn afwezigheid is Farabako fl ink veranderd. Het was duidelijk dat  in het dorp goed geld werd verdiend in de  goudmijn. De mannen waren op vrijdag  aangeschoten en staken de ene sigaret met  de andere aan. De vrouwen draaiden overuren: overdag rijst stampen, ‘s nachts stenen vergruizen voor een extra zakcentje.  Hun nachtrust schoot erbij in. Ook de jonge  étrangère M’bamaka Kante (20) deed goede  zaken en had door haar werk in de mijn  geen tijd meer om in de groentetuin te werken. Ondertussen waren de voorraadschuren met maïs bijna leeg. Dorpshoofd Madou  Keita (70) hoopte dat iedereen in het  regenseizoen weer op de akkers zou komen  werken. Dorpssmid Diankini Kante (54) had  daar in elk geval alweer zin in. Zal het werk  op de akkers de goudkoorts genezen?

Mali

Bamako Farabako

Hoofdstad: Bamako Oppervlakte: 1.240.192 km2 (37 keer Nederland) Aantal inwoners: 14 miljoen BNP per hoofd: 1200 dollar Human Development Index: 160 (van 182 landen) President: Amadou Toumani Toure Ontwikkelingsgeld vanuit Nederland in 2011: 52,4 miljoen euro

22 november 2011 IS

“ Xxx ”

p het erf van Namagan Kante staat sinds kort een grote witte schotel, een ‘antenne parabolique’, verduidelijkt de traditionele zandlezer trots. “Ik kan televisieprogramma’s uit zestig landen ontvangen, maar ik kijk het liefst naar het programma over dierenoffers en jagers”, vertelt hij. Namagan doelt op een Malinees programma dat elke dinsdagavond in de Malinese taal Bambara wordt uitgezonden. De eerste televisie van Farabako is aangesloten op een accu die opgeladen wordt door een zonnecollector op het lemen huis van Namagan. Om zeven uur ’s avonds – als iedereen maïspap heeft gegeten en het duister werken onmogelijk maakt - gaat de tv aan. Met het volume voluit, ook al verstaat

O

Djeneba Kamara vrouw van de chief

IS november 2011 23


niemand een woord Frans, duwt de televisie de animistische burgers van Farabako in één keer de eenentwintigste eeuw in. Peuters, kinderen, pubers en hun ouders zien hoe een Franse boerin haar koeien melkt en daarna naar balletles gaat. Ze zien hoe een vrouwelijke dierenarts haar arm tot haar schouder in de koe laat verdwijnen om een stuitligging te constateren. Een bloederige keizersnee wordt onbewogen bekeken. Stilte Als de accu leeg is, stroomt het erf van Namagan ook leeg. De stille donkere nacht met het geroezemoes van dorpsbewoners neemt de zaak over. Wat in de stilte opvalt, is dat er geen gestamp klinkt. De ijzeren vijzels met gouderts staan ongebruikt tegen de muur van de hutten geleund. De goudmijn ligt stil in het regenseizoen, doordat de goudputten vol water staan. De logerende mijnwerkers zijn teruggekeerd naar hun dorp om daar maïs te verbouwen. Zandlezer Namagan heeft geen cliënten, want die hebben het te druk op de akkers. Namagans jongere broer Djaguina Kante is op zijn nieuwe motor naar Guinee vertrokken om zijn kruiden en traditionele medicij-

nen te verkopen. Ook M’bamaka Kante, de jonge étrangère uit een naburig dorp (in Farabako heet iedereen die van buiten komt een ‘vreemdeling’), is vertrokken met haar baby. Ze werkt op een goudmijn die geen last heeft van de regen. Haar man en oudste zoon zijn in Farabako achtergebleven en bewerken hun land. Alleen Alamako Kante stampt nog door in haar ijzeren vijzel. Ze heeft nog wat zakken ijzererts in reserve. Roofzuchtige parkieten De kinderen en volwassenen werken de klok rond op hun akkers vol maïs, gierst en pin-

da’s. Ze trekken onkruid uit en bestrijden ongedierte. In het eerste licht trekken groepen apen over de velden en plukken de bijna rijpe maïskolven. Maar nog erger zijn de roofzuchtige parkieten. Die trekken de beschermende bladen van de kolven los en knabbelen hapsnap wat weg. In een kwartier tijd kan een boer kilo’s maïs verliezen. Als verloskundige Djeneba Kante bij het eerste morgenlicht op haar veld aankomt, wacht haar een onaangename verrassing. Parkieten hebben een ravage aangericht op haar halve hectare maïs. Ze blijft er monter onder, het hoort erbij. Ze laat de omheining zien die ze met haar zonen aan het bouwen is. Over een maand wil ze een tuin aanleggen. De omheining moet de geiten en koeien buiten houden. Ze heeft besloten dat zij zich dit jaar op de tuin richt, terwijl haar zonen in de goudmijn werken. Zo spreidt zij haar kansen om geld te verdienen. Djeneba Kante heeft geluk dat haar akker niet zo ver weg is van Farabako. De meeste mensen slapen, vanwege de afstand, noodgedwongen op hun veld. Ook daarom is het

dorp deze weken zo leeg en rustig. De mensen komen alleen af en toe wat voorraden ophalen in Farabako. Niet dat er nog veel te eten is in het dorp. De voorraadschuur met maïs of gierst is al bijna leeg en de nieuwe oogst is nog niet rijp. Bijna iedereen op het platteland van Mali trekt in dit seizoen de broekriem aan. Groente is er al een half jaar niet meer, want vanaf april is het daarvoor te droog en te heet. Pas in november kan er weer groente gezaaid worden, als de akkers leeg zijn en de vrouwen weer tijd hebben voor de tuin. Vlees is vanzelfsprekend alleen voor feest en hoogtijdagen. Vertrek Mee-eters kan Farabako daarom niet gebruiken, dus de oorlog tegen de apen en parkieten wordt vol passie gevoerd. Kinderen timmeren op holle bamboebuizen om ze met lawaai te verjagen en vaders schieten met een handgemaakte buks. De jongens lopen rond met katapulten waarmee ze trefzeker de gekleurde vogels uit de boom schieten. Diankini Kante heeft geluk. De parkieten hebben het veld vol maïs van de dorpssmid met rust gelaten. Diankini verblijft van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat op zijn akker en loopt dan in het pikkedonker terug. Hij is gefrustreerd dat de gemeenschappelijke maïsmolen kapot is. Het lukt hem niet de dorpsbewoners te mobiliseren. “Het gaat maar om een reparatie van 75 euro. Als iedereen wat bijdraagt, is-ie zo opgeknapt. Maar de mensen hebben geen vertrouwen in elkaar of ze snappen het niet. Ze laten de oogsttijd

op zich afkomen zonder te bedenken dat er geen maïsmolen is. Ondertussen lijden de kinderen van Mali. Ze krijgen te weinig eten en hun ouders kunnen niet eens schoenen voor ze betalen.” Veel jonge kinderen gaan dood in Farabako, omdat er geen dokter in de buurt is of omdat er gebrek is aan medicijnen. De 25-jarige

“ Het dorp is te weinig ontwikkeld, ik verveel me rot” Benedja Keita verloor ook een kind, ze heeft nu nog een dochter van vijf. Benedja vertrekt uit Farabako. Haar man heeft goed verdiend in de goudmijn en heeft een perceel land gekocht in Sibi, vlakbij Bamako en dus dichtbij scholen en klinieken. Als hij het daar redt, gaat Benedja’s man niet meer terug naar de mijn. Hij prefereert de landbouw en Benedja wil een handeltje opzetten. Niet dat zij dat zelf bepaald heeft: “Mijn man heeft dat besloten, ik heb daar niets over te zeggen.” Als ze in de auto stapt met haar bundel spullen, zwaait iedereen haar uit. Ze moet huilen. De uit Libië gevluchte Silaba Kante zou het dorp juist het liefst zo snel mogelijk verlaten. “Het dorp is te weinig ontwikkeld, ik verveel me rot. Ik kan alleen een beetje naar muziek luisteren.” Silaba wil opnieuw ergens als

gastarbeider aan de slag. Zijn drie jaar in Libië smaken naar meer. Maar hij mag niet van zijn moeder. “Ze heeft me opgedragen een jaar in Farabako te blijven. Ik respecteer haar wens, maar ik vind het heel moeilijk. Zodra het jaar voorbij is, vraag ik haar toestemming om te vertrekken.” Het liefst neemt hij het vliegtuig naar Europa. Trouwen Farabako kampt dezer dagen met een generatiekloof. De jongeren die normaliter in de mijn werken, hangen maar wat rond. Het geld is allang op, geen sigaretten te bekennen. Jongeren die elders in Mali naar school gaan wachten op geld voor vervoer, of op schoolgeld voor het nieuwe jaar. Op de vraag waarom die jongeren niet helpen op het land antwoordt dorpssmid Diankini Kante bitter: “Dat vertikken ze. Ze willen niet. Ze luisteren helemaal niet. Zelfs als ik ze sla, komen ze nog niet naar het veld. Maar ze eten wel mee. Ze moeten trouwen en kinderen krijgen, dan gaan ze vanzelf aan de slag om eten in de pan te krijgen.” Zo simpel is dat niet. In Farabako moet je geld, grond en vee hebben om een vrouw te kunnen trouwen. Machtige mannen zoals Namagan Kante of de winkelier Komakan Keita plukken de leukste meisjes weg. Namagan trouwde vorig jaar zijn vierde vrouw en ze voegde zich deze zomer bij het gezin. Komakan Keita huwde vorig jaar zijn tweede vrouw Assata, een prachtig meisje van zestien jaar oud. Ze lijkt jaren jonger, een kind nog. “Ik verkoop alleen nog kleine hoeveelhe-

Salimata Kante

Assata Keita

vierde vrouw van Namagan Kante

vrouw van Komakan Namagan Kante kan met zijn nieuwe schotel tv-programma’s uit zestig landen ontvangen.

24 november 2011 IS

IS november 2011 25


Ton

Beeld Maurits Giesen

Ton Dietz is hoogleraar ‘Ontwikkeling in Afrika’ aan de Universiteit Leiden en directeur van het Afrika-Studiecentrum in Leiden. Hij was een van de initiatiefnemers van de Worldconnectors, een denktank voor mondiale vraagstukken.

Afro-agrohubs Silaba Kante wil Farabako zo snel mogelijk verruilen voor Europa.

den, want het geld is op in Farabako”, vertelt Komakan terwijl hij plastic zakjes vult met suiker. “Pas als de oogst binnen is en de goudmijn weer open, hebben de mensen weer geld om iets te kopen.” Heeft hij zijn bedrijf al uitgebreid, zoals hij een paar maanden geleden hardop droomde? “Nee, daar heb ik geen geld voor.” Het is niet altijd feest om meerdere vrouwen te hebben. Namagans derde vrouw liep weg van huis omdat er te veel ruzie was. Ze moest haar zoontje achterlaten, zo hoort dat in Mali. De kleine valt een beetje tussen wal en schip op het erf van Namagan en is veel te mager. Nu loopt hij ook nog moeilijk. Als hij zijn lange T-shirt optilt, wordt duidelijk waarom. Een abces, zo groot als een kippenei, hangt roodgeel glimmend aan zijn lies. Volgens Nassiran, de eerste vrouw van Namagan heeft het geen zin om naar de dokter 10 kilometer verderop te gaan. “Er zijn toch geen medicijnen in de kliniek.” Het is zeven uur, tijd voor televisie. Farabako kijkt naar een Braziliaanse soap die zich afspeelt in India, nagesynchroniseerd in het Frans. Aan de onderkant van het scherm rollen reclameboodschappen: ‘Wil je naar Canada emigreren? Wij zijn vijftien jaar actief en hebben 20.000 visa verzorgd. Waarom niet voor jou?’ Zou het de jongeren van Farabako op een idee brengen? Of kunnen ze nog twee maanden wachten tot de goudputten weer droog zijn?

26 november 2011 IS

V 

oedselzekerheid is weer in als thema van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. In bijna alle Knapenlanden is het een van de focusthema’s van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook andere ministeries, maatschappelijke organisaties en bedrijven storten zich met nieuw elan op dit beleidsterrein, dat twintig jaar lang weggedrukt is geweest uit het beleid. De Nederlandse ambassades in de vijftien landen die directe hulp krijgen van Nederland maken op dit moment hun meerjarenplannen. Daaruit zal blijken of Nederland echt weer wat gaat betekenen op dat terrein. Zal het voorgestelde beleid oude wijn in nieuwe zakken zijn? Of biedt de aanpak echt kans op een nieuwe pioniersrol? Wat ik ervan zie, toont aan dat het ‘ketendenken’ goed is geland. Niet hap-snap wat projecten, maar complete landbouwketens die versterkt worden met Nederlandse steun. Dat is winst. Maar zou het niet een stap verder moeten? In Nederland (Venlo!), maar ook in oostelijk Azië wordt volop geëxperimenteerd met zogenaamde agrohubs, voedselketens rondom de grote steden. Met aandacht voor productie, logistiek, distributie, marketing, kwaliteitszorg, land- en waterbeheer, opleiding, training, boeren en consumentenvoorlichting, kredietverlening, het wegnemen van bureaucratische en logistieke barrières, prijs- en subsidiebeleid, verzekeringen en ga zo maar door. Er komt daarbij steeds meer aandacht voor duurzaamheid. De eerste eco-agrohubs, of ‘greenports’, zijn geboren. Deze ontwikkeling wordt ook voor Afrika belangrijk. De stedelijke bevolking daar is tussen 1960 en nu gegroeid van 65 miljoen naar 450 miljoen. En die mensen moeten gevoed worden. In elk van de tien Afrikaanse partnerlanden zou Nederland innovaties kunnen leveren voor samenhangend beleid op het gebied van stedelijke voedselzekerheid, waarbij de boeren in de omgeving van die steden beter en meer gaan produceren en het voedselsysteem duurzamer en eerlijker wordt. Deze afro-agrohubs mogen dan ook best tuinbouwproducten voor de export bevatten als dat past in een breder plaatje, maar de link tussen stad en boerenommeland moet centraal staan. Daar heb je kennis voor nodig, vooral lokale kennis, maar ook Nederlandse inbreng. En daarom is kennisbeleid zo belangrijk. Beste staatssecretaris Knapen, werk aan de winkel met die Kennisbrief.


recent

Samenstelling: Lonneke van Genugten

Het land met de baarden Geen van ons keek om Tahmina Akefi / De Geus 232 pagina’s / ¤ 19,–

Tahmina Akefi was negen jaar oud toen in 1992 de oorlog in Afghanistan uitbrak. De Mujahedin, fundamentalisten die eerder tegen de Russen vochten en van Afghanistan een streng islamitisch land wilden maken, dwongen de president tot aftreden. Vervolgens konden ze het niet eens worden over de verdeling van de macht en bevochten ze elkaar. Na drie jaar oorlog vluchtte Akefi met haar ouders en broer naar Nederland. Hier studeerde ze journalistiek en werkte ze van 2007 tot 2011 bij het NOS journaal. In haar debuutroman Geen van ons keek om verwerkt ze de herinneringen aan haar jeugd

Opstandland. De strijd om Afghanistan, Pakistan en Kasjmir Gie Goris / De Bezige Bij / ¤ 24,90 Gie Goris, hoofdredacteur van het Belgische MO*magazine, verbleef langere tijd in India, Afghanistan en Pakistan en ging op de zoek naar de onderliggende oorzaken van de conflicten in dat gebied.

in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Het verhaal draait om de jonge buurmeisjes Tiba en Setara. Tiba’s vader is kolonel in het leger, net als de vader van Tahmina. Bij Tiba thuis heerst rust. Het huis van Setara’s familie heeft de dynamiek van een mierennest, de tuin is een speelplaats voor alle neefjes en nichtjes. Dan rukken de Mujahedin op naar Kabul. Het eerste bombardement verandert alles in één klap. Tiba en haar ouders vluchten naar de andere kant van de stad. Het is de vraag of ze Setara ooit zal terugzien. “Alles in mijn boek is echt gebeurd”, vertelt de auteur. Toch koos ze bewust voor de romanvorm. “Zo kon ik over gebeurtenissen vertellen waar ik zelf niet bij ben geweest, maar die wel veel indruk op me maakten.” Tahmina Akefi heeft een heldere schrijfstijl, zonder opsmuk. Tijdens het schrijven las ze bewust geen boeken van haar favoriete schrijvers, onder wie Haruki Murakami en Kader Abdolah, zodat ze niet door hun stijl beïnvloed zou worden. “Ik wilde dat het echt ‘mijn’ boek werd.” De laatste jaren zijn er tientallen boeken verschenen over het Afghanistan van na de val van de Taliban. Geen van ons keek om speelt zich af in een ander tijdperk en eindigt in 1995, als Tiba met haar ouders en broer op weg is naar een onbekende bestemming. “Ik wilde juist over deze eerdere periode schrijven, want die was nog onderbelicht”, zegt Akefi. “Ik wil laten zien hoe wij leefden, dat de vrouwen in Kabul vrij rondliepen. Maar ook hoe de spanning in de stad steeds verder opliep en Afghanistan veranderde in het land met de baarden. Akefi hoopt dat mensen na het lezen van haar boek het Afghanistan van nu beter begrijpen. "Waarom de Amerikanen en de nieuwe Afghaanse regering er niet in slagen om het vertrouwen van de bevolking te winnen. De Mujahedin van toen zitten nu in het parlement.” Ondertussen werkt Akefi alweer aan een volgend boek. “Dat speelt zich af in Nederland en draait om mijn ouders, hun moeite om hier te wennen en hun heimwee naar Afghanistan.” sanne terlingen

De eeuw van de kersenbloesem Miki Sakamoto / Boekerij / ¤ 19,95 Het is een beproefde methode: de geschiedenis van een land vertellen aan de hand van een familiegeschiedenis. De Japanse journalist Miki Sakamoto vertelt het verhaal van haar moeder en grootmoeder en brengt daarmee het Japan van de vorige eeuw tot leven.

Geschiedenis van een gevallen engel Henning Mankell/ De Geus / ¤ 24,90 De Zweedse sterauteur Henning Mankell, wereldwijd bekend van de thrillerreeks met inspecteur Wallander, neemt de lezer mee naar het Mozambique van 1905, waar een Zweedse scheepmansvrouw het schopt tot hoerenmadam.

Niet alleen kommer en kwel Een wereld apart. Ontwikkelingslanden van uitsluiting naar participatie Jacques van Nederpelt / Van Gorcum / 269 pagina’s / ¤41,–

Sociaal-geograaf Jacques van Nederpelt kennen we vooral als expert in tropische landbouw en economie. Zijn Ontwikkelingslanden en een verdeelde wereld (1993) was voor menig Nederlandse student de eerste kennismaking met de – toen nog – Derde Wereld. Ook Een wereld apart. De uitsluiting van de Derde Wereld (2004) heeft heel wat tentamenvragen opgeleverd. Van Nederpelt komt nu met een volledig herziene versie, mét nieuwe ondertitel. En niet zonder reden. De teneur van deze nieuwe uitgave is optimistischer. Het is niet alleen maar kommer en kwel in de wereld, meldt de auteur in de inleiding. Van Nederpelt signaleert hoopvolle ontwikkelingen in met name Azië en

De man die niet begraven wilde worden Rachida Lamrabet/ De Bezige Bij / ¤ 19,95 De tweede roman van de Vlaams-Marokkaanse schrijfster Rachida Lamrabet gaat over de Marokkaanse Moncif, die van lethargie een lugubere levenskunst maakt. Als je dit boek leest, krijg je (nog meer) spijt van alle keuzes die je niet gemaakt hebt.

Latijns-Amerika, maar laat ook zien dat Afrika nog steeds achterloopt. Hij illustreert basistheorieën over welvaart en verdeling met casussen die problemen en kansen van deze tijd weerspiegelen: van olie in Tsjaad en landroof in Ghana tot economische groei in Bangladesh en geëmancipeerde vrouwen in India. Het boek behandelt verder alle buzzwords binnen ontwikkelingssamenwerking: millenniumdoelen, schuldkwijtschelding, eerlijke handel en biedt daarmee een compleet overzicht voor wie wegwijs wil raken in de hulp. Alleen jammer dat het door de sobere vormgeving (een aantal kale tabellen, helaas geen foto’s) wel echt een studieboek blijft.

Bruggen, geen muren Izzeldin Abuelaish / Meulenhoff / ¤ 21,50 De Palestijnse arts Izzeldin Abuelaish verloor bij een Israëlische raketaanval zijn drie dochters. Hun tragische dood motiveerde hem om zich in te zetten voor een oplossing van het conflict in het Midden-Oosten.

IS november 2011 27


Interview Seth Berkley, directeur GaVI

was. Een kind uit een arm gezin dat in een afgelegen plattelandsdorp woont, zal eerder aan diarree overlijden dan een kind uit een even arm gezin in de stad. De aanpak van Unicef is nu dat ze zich eerst richten op die moeilijk te bereiken groepen. Wij ondersteunen ze daarin van harte.”

De beste waar voor je hulpgeld

Dus voor vaccinatieprogramma’s geldt hetzelfde als voor hulp in het algemeen: de grootste impact hebben programma’s die zich echt op de allerarmsten richten. “Ja, maar met een belangrijke kanttekening. We moeten ook blijven werken aan een zo hoog mogelijke dekkingsgraad binnen de totale bevolking. Want als we een groot gedeelte van de bevolking vaccineren, ontstaat er groepsimmuniteit: hoe meer mensen gevaccineerd zijn, des te groter is de kans dat degenen die niet gevaccineerd zijn toch beschermd zijn. Het virus krijgt simpelweg minder kans om zich te verspreiden en door-

“Wat is er belangrijker dan kinderlevens redden en ziektes voorkomen?”

Bono of Madonna maken er geen reclame voor, maar effectief zijn vaccinaties wel. Vooral dankzij massale inentingen daalde de wereldwijde kindersterfte in dertig jaar van 14 miljoen kinderen per jaar naar minder dan 8 miljoen. IS sprak Seth Berkley, directeur van de mondiale alliantie voor vaccinaties GaVI. Zijn missie: “Vaccins bereikbaar maken voor iedereen, ook voor de armsten.”

gegeven te worden. We moeten dus een tweeledige benadering hanteren: zowel aan de algehele dekking werken als ons specifiek op de armsten richten.” Hoe beantwoordt u de kritiek op ‘verticale fondsen’ die zich op bepaalde ziektes of onderdelen van gezondheidszorg richten, zoals aids, tuberculose of het geven van vaccins, wat verwaarlozing van de ‘gewone’ gezondheidszorg tot gevolg kan hebben? “Ik zie geen tegenstelling. Vaccinaties zijn een heel efficiënte investering, dus als je de gezondheid van een bevolking wilt bevorderen, vormen ze een belangrijk instrument. Daarnaast zijn inentingen heel simpel en tastbaar, en een van de weinige vormen van gezondheidszorg die overal geïmplementeerd kunnen worden.”

tekst frans van den boom & hans ariëns beeld bouwe van der molen

oor ons zijn ziektes als mazelen en polio echo’s uit het verleden, in arme landen maken ze nog steeds slachtoffers. Elk jaar sterven er 1,7 miljoen kinderen aan ziektes die met vaccinatie te voorkomen waren geweest. Dat is elke seconde een leven. Ouders kunnen vaccins niet altijd betalen en bovendien komt ook nog lang niet in elk klein dorp een verpleegkundige langs met een vaccinatiekit. Daarom zijn forse investeringen in vaccins nog altijd nodig, zegt Seth Berkley, directeur van de Global Alliance for Vaccination and Immunisation (GAVI). Dankzij GAVI worden kinderen in dertig arme landen ingeënt tegen onder

V

28 november 2011 IS

andere ernstige diarree en longontsteking, de grootste killers onder kinderen daar. U haalde in juni maar liefst 4,3 miljard dollar aan toezeggingen van donoren en private partijen op. Hoe krijgt u dat voor elkaar in een tijd waarin de hulpbudgetten krimpen? “Op het moment dat budgetten krap worden, willen mensen waar voor hun geld. En ze willen dat het geld naar meetbare doelen gaat. Het Engelse ontwikkelingsagentschap DfID heeft recent een evaluatie van al hun programma’s uitgevoerd. GAVI eindigde bovenaan, omdat het ons lukt de allerarmsten te bereiken. Je kunt echt tellen hoeveel kinderen er ingeënt zijn en wat er verder

met hen gebeurt. Dat maakt investeren in vaccinaties zo aantrekkelijk, als je het zo wilt noemen. Het is de biggest bang for the buck.” Hoe lukt het dan precies om de allerarmsten ook echt te bereiken? “We zijn daar voortdurend mee bezig. Unicef, een van onze belangrijkste partners voor de uitvoering van onze vaccinatieprogramma’s, is daar heel ver in. In het verleden begonnen we bij de makkelijkst te bereiken bevolkingsgroepen en streefden daarbij naar een zo hoog mogelijke dekking. Unicef concludeert terecht dat de moeilijk te bereiken groepen van die aanpak weinig profijt hebben, terwijl daar de ziektelast het grootst

De hulpwereld is flink in beweging. Samenwerking tussen zuidelijke landen onderling speelt tegenwoordig een belangrijke rol. In welke mate dragen opkomende economieën al bij aan GAVI? “Sowieso moet elk land z’n steentje bijdragen. We werken met co-financiering, naar rato van het nationaal inkomen. Daarnaast vragen we opkomende markten om vaccinatieprogramma’s te financieren. Niet alleen in eigen land, maar ook in arme landen. Tijdens onze laatste donorconferentie hebben Brazilië en Zuid-Afrika ook financiële toezeggingen gedaan. Ook Zuid-Korea zit in de overgangsfase van ontvanger naar donorschap. In de toekomst verwachten we ook bijdragen van China en India.”

In hoeverre brengen die landen ook al zelf vaccins op de markt? “Dat neemt hand over hand toe. Het is heel belangrijk dat er meer producenten van vaccins komen. Dat is niet alleen goed voor de prijs die je moet betalen voor vaccins, maar ook om innovatie te bevorderen. Die capaciteit groeit heel snel, vooral vanuit India, maar ook in China, Zuid-Korea en Brazilië. Voor ons staat voorop dat we stabiele voorraden van vaccins van hoge kwaliteit kunnen aanleggen, tegen de laagst mogelijke prijs. Wij kunnen met onze alliantie nu eenmaal meer vaccins aankopen én wij hebben aantoonbaar het beste financieringsmodel voor het ontwikkelen van vaccins, dat een kostbare aangelegenheid is.” Maar mondiale fondsen werken wellicht ook eerder corruptie in de hand, zoals met het Global Fund voor aids, tbc en malaria is gebeurd. “Wij sturen niet zelf enorme teams het veld in vanuit onze eigen organisatie, maar werken met partnerorganisaties in de armste landen. Je kunt nooit uitsluiten dat iemand zal proberen geld te misbruiken. Zowel GAVI als het Global Fund voert een zero tolerance-beleid tegen corruptie. Als je goed controleert, zul je gevallen van misbruik ook eerder opsporen. GAVI heeft te maken gehad met aantal kleine corruptiegevallen, die hebben we aangepakt en opgelost. Toch moet je als organisatie donoren op het hart drukken dat we dit soort risico’s nooit helemaal uit kunnen sluiten. Dan maak je het onmogelijk om te opereren in de armste landen – en daar levens te redden. Maar je moet er wel bovenop zitten.” Al jaren geleden noemde u vaccins een mondiaal publiek goed, een dienst waar iedereen toegang toe moet hebben. Dat was in die tijd een nieuw geluid. “Ja, ik denk dat je vaccins zo kunt beschouwen. Mensen zijn nog nooit zo mobiel geweest als nu en dat maakt dat infectieziekten zich dus ook makkelijker en sneller wereldwijd verspreiden. Mazelen kwamen in de VS nauwelijks meer voor, maar nu ontstaan er her en der weer kleine epidemieën omdat de ziekte geïmporteerd wordt. Hetzelfde geldt voor polio. Als we ziektes proberen te beheersen en uiteindelijk willen uitbannen, dan moeten we dat doen via een mondiaal publiekprivaat mechanisme. Dat vraagt om een andere werkwijze dan wanneer je alleen voor je eigen bevolking zorgt. Gelukkig zijn steeds meer mensen zich ervan bewust dat we samen één mondiale gemeenschap vormen.” Nu verandert ontwikkelingshulp steeds meer in de gezamenlijke zorg voor mondiale publieke goederen. Maar onderwijs en gezondheidszorg lijken daarbij ‘uit de mode’

te zijn geraakt. Hoe houd je gezondheidszorg op de mondiale agenda? “Het meest overtuigende argument is dat landen pas goed kunnen presteren als onderwijs en gezondheidszorg op orde zijn. Je hebt een gezonde en goed opgeleide bevolking

“Landen kunnen pas goed presteren als onderwijs en gezondheidszorg op orde zijn” nodig om vooruit te komen. Die logica houdt nog steeds stand. En je moet meetbare resultaten presenteren, zodat mensen zien dat het geld terechtkomt waar het terecht moet komen en effect heeft.” Hoe staat het met de publieke lobby voor vaccinatie? Anders dan bij aids bijvoorbeeld wordt het publiek niet of nauwelijks gemobiliseerd. “We moeten onze zaak zeker beter onder de aandacht brengen. Het Global Fund heeft veel goed werk verricht op dit gebied. Ze zijn met de actie ‘Product Red’ gekomen waarbij bedrijven speciale versies van hun producten brengen onder de naam (Product)Red, ze hebben popmuzikanten als Bono gerekruteerd en via de campagne Friends of the Fund hun boodschap verspreid. Ook GAVI moet het publiek kunnen raken. Wat is belangrijker dan kinderlevens redden en ziektes voorkomen? We moeten ons verhaal beter vertellen, zodat mensen de waarde van ons werk inzien. Niet alleen in de donorlanden, maar ook in de landen waar we opereren.”

Wat is GaVI? Seth Franklin Berkley (New York, 1956) is medisch epidemioloog en sinds augustus topman van de Global Alliance for Vaccination and Immunisation (GAVI). GAVI is een publiekprivaat partnerschap dat zich inzet voor kinderen en de volksgezondheid in het algemeen en zich daarbij focust op vaccinaties. GAVI brengt donorlanden, ontwikkelingslanden, maatschappelijke organisaties en de private sector bij elkaar om gezamenlijk dit doel te realiseren. GAVI bestaat sinds 2000 en heeft intussen gezorgd dat meer dan 280 miljoen kinderen gevaccineerd zijn. www.gavialliance.org

IS november 2011 29


Daar

Aandeel Afrika liberiaverkiezingen

Reddingsplan cacao

Juba overspoeld door handelsmissies

Oude vrienden verstrikt in politieke strijd

Ooit stond er de wieg van onze chocolade, maar de afgelopen decennia raakte Mexico de helft van zijn productie-areaal voor cacao kwijt. De aanplant van miljoenen nieuwe cacaobomen moet uitkomst bieden. “De Mayacultuur zal weer opleven.” “Cacao is een symbool, een deel van onze geschiedenis. Het is zelfs ons geldmiddel geweest, en het blijft belangrijk in het dagelijkse dieet in zuidelijke staten’’, zegt Pedro Ernesto del Castillo, algemeen coördinator Tropenprogramma van het ministerie van Landbouw. “We moeten de cacaoteelt redden.’’ In de provincie Tabasco verzorgen oude cacaoboeren op kleine percelen hun nóg oudere cacao­ bomen. “Tabasco stond bekend als Tuin van Eden’’, vertelt cacaohandelaar Celia Andrade. “Je gooide zaad op de grond en kon erbij gaan zitten wachten tot het vrucht gaf.   Die tijd is voorbij. Sinds 2005 hebben we driekwart van de productie verloren.’’   De plantages zijn allang over hun topproductie heen. De teelt lijdt onder gebrek aan water, maar vooral onder de

De Afrikanen – en dat zijn voor het overgrote deel jonge mensen - geloven in toenemende mate in hun toekomst. Zonder de ogen te sluiten voor de ellende die hen nog omringt, zijn zij ervan overtuigd dat ze kansen zullen krijgen, en die ook zullen grijpen. Correspondent Kees Broere laat hen op deze plek aan het woord. 30 november 2011 IS

schimmel Monilia. Dankzij een kweekprogramma, gesteund door de overheid, staan er nu drie miljoen schimmelresistente boompjes klaar, zegt Del Castillo. “Wij steunen iedereen die nieuwe plantages start. De wereldmarktprijs is goed, de enige rem is het aantal beschikbare bomen.’’   De huidige oogst van 26.000 ton per jaar zou op termijn omhoog kunnen naar 1,3 miljoen ton cacao per jaar, ruim eenderde van de cacao op de wereldmarkt, denkt Del Castillo.   De Amerikaan James Walsh plant de komende tijd op Maya Biosana, zijn biologische plantage ni Quintana Roo, alvast een miljoen nieuwe bomen. “Volgens een oude legende zal de Mayacultuur weer opleven als buitenlanders cacaozaden komen terugbrengen.”   edwin timmer

KIP DE-LUXE ‘I 

Twintig Nederlandse bedrijven bezochten deze maand Zuid-Sudan, dat pas drie maanden onafhankelijk is. Het land ligt ‘als een maagd’ te wachten op investeringen. “Het is nu de tijd om dit land te ontwikkelen. Niet alleen door middel van ontwikkelingshulp, ook door investeringen vanuit het bedrijfsleven”, zegt Agnes van Ardenne, voorzitter van Productschap Tuinbouw. De voormalige minister voor Ontwikkelingssamenwerking is na ruim vier jaar terug in Zuid-Sudan, nu aan het hoofd van een handelsmissie. Hoofdstad Juba wordt dezer dagen overspoeld met handelsmissies. De Nederlanders worden zelfs letterlijk uit een vergaderzaal verdreven door een Japanse groep die de ruimte aansluitend heeft geboekt. Al deze belangstelling is goed, meent Van Ardenne. “Er moet een economie gecreëerd worden. Als we mensen helpen om op eigen benen te staan,

ragua heeft op zes plekken een McDonald’s. Maar in Afrika laat het bedrijf zich nog nauwelijks zien. Terwijl de markt er klaar voor is. De lekkerste kip? ‘Kienyeji’ In Kenia moesten we het tot nu toe natuurlijk: dorpskip, scharrevooral doen met de lokale ‘Kenchic’. lend grootgebracht, onverdoofd Ook zeer geschikt voor de snelle vette geslacht, en daarna met zorg bereid hap, maar toch net niet met de allure volgens traditioneel recept. Van kop van een internationaal bedrijf. tot teen te genieten. Maar een simpel Want ook hier geldt dat wat van ver gebraden haantje mag ook. En eigen- lijkt gehaald, beter smaakt. We zijn lijk mag vrijwel alles. behalve op kip ook allemaal dol op Dol op kip, zo is het ook in Kenia. pretenties. De ‘gouden boog’ is ons tot nu toe niet En zie, het stille gebed is verhoord. vergund geweest (of, voor die enkele Sinds kort kunnen we in Nairobi na junkfood-hater: bespaard gebleven). de mis op zondag in één ruk door Vreemd wel. Zelfs een land als Nicanaar ‘The Junction’ waar dankzij de

dan steunen we echte onafhankelijkheid.” Voorlopig is er in Zuid-Sudan nog weinig te koop en importeert het land vrijwel alles. “Prima groente en fruit”, constateert Ed Swier terwijl hij over de grootste groentemarkt van Juba loopt. “Maar het is geïmporteerd uit buurland Uganda.” Swiers werkt voor zadenbedrijf Bakker Brothers. Tijdens de vierdaagse missie vindt hij een lokale importeur die wel zaden wil verkopen. Ook een Nederlandse aardappelteler in Kenia overweegt iets in Zuid-Sudan op te zetten. Nederlandse leveranciers van graafmachines, vrachtwagens en bussen zien ook al een nieuwe afzetmarkt. Maar met name investeerders worden verwelkomd. “Investeren is vaak een zaak van een lange adem”, weet Bob van der Bijl van de Netherlands Africa Business Council, organisator van de handelsmissie. “We kunnen tevreden zijn als de helft van de aanwezigen hier binnenkort investeert.”   arne doornebal

uitbreiding van dat winkelcentrum nu ook een heuse Kentucky Fried Chicken is geopend. Reken maar dat het er storm loopt; alleen geruchten over de verschijning van de maagd Maria zouden meer mensen trekken. De licentie voor deze KFC is in handen van een slimme Zuid-Afrikaanse zakenman. Hij doet het voorkomen alsof hij met zijn zaak een gat heeft gevonden in het hogere segment van de markt. Kip eten bij KFC is een manier om te laten zien dat je bij de meer welgestelden hoort. Heel chic dus. En waar koopt hij zijn kip? Precies, bij Kenchic.  kees broere

In Liberia is een politieke carrière de sleutel tot rijkdom en succes. Meer dan zevenhonderd kandidaten streden de afgelopen tijd om de 73 parlementszetels. Schrijver Vamba Sherif, geboren in Liberia, wonend in Groningen, was half oktober bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Mijn neef Vamba Dukuly en zijn oude vriend Vaforay Kamara deelden ooit een kamer. Hechter kan een vriendschap in Liberia niet worden. De mannen noemden zich broers en droomden samen van een leven dat hen in staat zou stellen hun familieleden financieel te onderhouden. Nu voeren ze een politieke strijd. Kamara was ook mijn jeugdvriend, een stotterende jongen van wie niemand verwachtte dat hij het ver zou schoppen. Dat veranderde toen hij zeven jaar geleden besloot een gooi te doen naar een zetel in het Huis van Afgevaardigden. Dukuly werd vanzelfsprekend zijn campagnemanager. De twee vrienden vochten zij aan zij. Tot ieders verbazing won Kamara de felbegeerde zetel. In drie jaar tijd werd hij een rijk man. Hij reed in een Mercedes en liet huizen bouwen. Dukuly bleef berooid achter, vergeten door zijn vriend. Nu ambieert hij ook een parlementszetel en stelt hij zich verkiesbaar. “Het is niet dat ik Kamara haat”, vertelt Dukuly. “Maar ik wil laten zien dat ik het ook kan.” Verdeeldheid Ik rijd met Dukuly in een gehuurde jeep naar het noorden van Liberia. Om twee uur ’s nachts arriveren we in mijn geboortestad Kolahu. Dukuly rijdt verder naar Massabolahun, het hoofdkwartier van kiesdistrict 2, tevens het strijdtoneel tussen hem, zijn oude vriend Kamara en vier anderen. De volgende dag bel ik met Kamara. ‘Ik heb Dukuly aangeraden om niet mee te doen”, zegt hij. “We zijn familie. Verdeeldheid zaait alleen maar haat.” Als ik Dukuly confronteer met de opmerking van zijn vriend, zegt hij: “Maar híj heeft die verdeeldheid gezaaid. Híj heeft die de deur in mijn gezicht dicht gedaan. Als hij echt eenheid wil, dan moet hij opstappen om anderen een kans te geven.” Maar Kamara wil niet opstappen. Geen van de honderden kandidaten verspreid over het hele land wil dat. Ze ruiken allemaal macht en rijkdom. Dit is politiek op Liberiaanse wijze. Te beginnen met een president, Ellen Johnson Sirleaf, die één termijn beloofde om vervolgens die belofte te breken. Alle kandidaten zijn vol zelfvertrouwen, zeker van de overwinning. “Ik ga winnen, Vamba, let maar op”,

Journalist en Afrikakenner Roeland Muskens wordt durfkapitalist. Hij investeert in een bedrijf in Burkina Faso. Voor IS doet hij verslag van zijn mede-eigenaarschap.

zegt een politicus in spe. Hij heeft vrachtwagens vol mensen betaald om naar zijn district te komen en daar op hem te stemmen. Gratis maaltijd Elke kandidaat heeft een eigen campagnecentrum, waar eten in overvloed is. Iedereen die honger heeft, kan er aanschuiven voor een gratis maaltijd. Muzikanten schudden hun ratelaars en zingen met stemmen die een deur openslaan naar mijn herinneringen. Ik spring in de menigte en begin te dansen. Mijn neef Dukuly komt mij halen. Het is tijd om campagne te voeren. Zijn campagneteam beschikt over twaalf motoren. We rijden diep de provincie in. Het campagneteam gaat van deur tot deur. “We zijn familie van elkaar”, zeggen ze steeds. Mijn neef legt zijn methode uit: “Ik laat de mensen zien dat ik een van hen ben. Kamara probeert stemmen te kopen en de dorpsoudsten voor zich te winnen.” Beeld LoXxx

sudanhandel

Beeld Arne Doornebal

mexicolandbouw

Aap versus baviaan Op de dag van de verkiezingen ga ik ’s ochtens vroeg naar Massabolahun. Honderden mensen lopen al richting het stembureau. Daar hangt een rustige sfeer, de spanning is verdwenen. Tijdens de campagne gaven de presidentskandidaten elkaar allerlei namen. Overal in het land hoorde je liedjes over de epische strijd tussen de aap, Ellen Johson Sirleaf, en de baviaan, ex-voetballer George Weah. Drie dagen later volgt een grote verrassing. Terwijl andere kandidaten, onder wie Dukuly en Kamara, maandenlang campagne voerden, bleef één kandidaat stil. Ik zag nergens posters van hem hangen, hij maakte geen reclame. Maar het was juist deze kandidaat die in ons district de zetel bemachtigde. Hij heet Fofie Bemba, en hij behoort tot de Eenheidspartij van Sirleaf. Heeft hij zijn zege te danken aan de populariteit van de president? Of komt het door de angst van de mensen voor het onbekende? Ik denk dat het een beetje van beide is. Afgelopen jaren wist Sirleaf de vrede te handhaven. Ze kreeg er zelfs de Nobelprijs voor. Volgens een dorpshoofd dat op haar heeft gestemd, is er niks waardigers dan vrede. “Omdat we de oorlog écht zat zijn, Sherif”, zegt hij. Dit is waar elke Liberiaan naar verlangde: blijvende vrede. Echte democratie komt later, in een land zonder angst voor een nieuwe oorlog. vamba sherif Lees het volledige verhaal op www.ismagazine.nl

No nuts, no glory

T  

etereteeee! Tis weer karité-tijd! De landbouw in Burkina Faso staat een beetje stil en de vrouwen van Dabare hebben nu de gelegenheid om de karité-noten te verwerken tot karité-boter. De spiegelparabolen van mijn ondernemer William moeten nu overuren draaien, lijkt mij. Misschien is dit seizoen de tijd gekomen voor de eerste winst op mijn investering van duizend euro. Vanuit Haarlem is dat lastig te controleren. Ik mail William. Het mailtje dat ik eindelijk van hem terugkrijg is ontnuchterend: “In fact Dabare doesn’t have good nuts because the Ouaga region has a high density so there is a big competition on the harvest of forest products, and the nuts are pick up often before they are ripped.” Wat William bedoelt, is dat er door de overbe-

Zal ik dit seizoen eindelijk winst maken? volking geen noten over zijn om karité-boter van te maken. Ik schrik ervan. Waarom hoor ik dat nu pas? Het hele project was gebaseerd op een overschot aan karité. Ik bel William. Er is geen probleem, zegt hij. Hij kent genoeg boeren in andere delen van Burkina om aan ruim voldoende noten te komen. Die moeten alleen naar Dabare vervoerd worden. Dat is alles. Oké. Het lijkt me niet zo handig om de noten naar onze spiegelparabool te brengen. Kan dat niet beter andersom? Nee hoor, zegt William, het is al geregeld. In november krijgen de vrouwen in Dabare 250 kilo noten. Die gaan ze verwerken. Terwijl ze dat doen, komt er een controleur van het Lacon bio-certificatie instituut. Die kan dan gelijk zien dat het allemaal biologisch en verantwoord verloopt. Met een bio-certificaat kan de karité-boter geleverd worden aan de cosmetische industrie in Europa. Zo simpel is het, zegt William. En dat vervoer van die noten dan, William? Is dat wel zo eco? No nuts, no glory, toch? Dat vindt William erg grappig: “No nuts, no glory. You’re right.” roeland muskens IS november 2011 31


indiahulp

Eerste mutsjes bereiken India Ruim tweehonderdduizend mutsjes leverde de actie ‘Brei mee voor India’ van Save the Children op. De eerste Indiase moeders hebben de mutsjes opgehaald. Terwijl ze haar dochtertje Anusi met één arm vasthoudt, gebruikt Baby (21) haar andere hand om een zachtroze mutsje over het hoofd van haar acht maanden oude kindje te wurmen. Het is een middag in oktober en nog altijd behoorlijk warm in Delhi, maar aan de hoofdstraat van de arme wijk Sarai, waar Baby woont, staan tientallen jonge moeders met baby’s in de rij voor een wollen kindermutsje. Ze worden uitgedeeld in mobiele klinieken, die sinds een jaar wekelijks zestig sloppenwijken in rijden om medische zorg te verlenen aan zwangere vrouwen en aan kinderen tot vijf jaar. Het is een uitdaging om vrouwen naar de kliniek te krijgen. “Ze hebben vaak geen vertrouwen in de overheidsziekenhuizen, vanwege lange rijen en een gebrek aan dokters”, zegt Archana Choudhary, medewerkster van Save the Children in Delhi. Door middel van

huis-aan-huisbezoeken worden de vrouwen overgehaald om toch te gaan. Ook de Nederlandse mutsjes lijken te helpen om de vrouwen over de streep te trekken. Normaal gesproken komen er zo’n honderd vrouwen op een ochtend naar de mobiele kliniek. Vandaag zijn er 173 geregistreerd. Zij zullen allemaal uitleg over het nut van een muts krijgen. Niet dat het zo’n bijzonder cadeau is: net als de meeste vrouwen in de wijk, kocht Baby tijdens eerdere winters gewoon zelf een muts voor haar driejarige zoontje. “Natuurlijk red je met het breien van een mutsje geen kinderleven. Met de actie willen we vooral mensen in Nederland betrekken bij ons werk”, zegt Sabine Copinga, campagnemedewerkster van Save the Children. “Hoe meer mensen ons steunen, hoe meer we kunnen doen voor kinderen in India.” aletta andré

boliviaprotest

Protesteren kun je leren

32 november 2011 IS

nigeriagezondheid

op doorreis

Nieuwe gezichten in Nigeria

Wie: Irakli Petriashvili, voorzitter van de vakcentrale GVV (Georgisch Verbond van Vakverenigingen) Waar: Op de conferentie World Day for Decent Work in Amsterdam Waarom: Om de FNV Vakbondsrechtenprijs 2011 in ontvangst te nemen

Zoveel mogelijk patiënten helpen met de armoedeziekte Noma, een bacterie die delen van het gezicht verwoest. Met dat doel reisde een Nederlands medisch team afgelopen maand voor de vijftigste keer af naar Nigeria.

“Het is als een schip repareren op open zee, net als de storm uitbreekt”, zo omschrijft Irakli Petriashvili de omstandigheden waaronder vakbonden in Georgië opereren. Nieuwe arbeidswetten maken het mogelijk werknemers, zonder opgaaf van redenen, op staande voet te ontslaan. “Dit werkt discriminatie en onderdrukking in de hand.” Wat maakt uw werk zo moeilijk? “De arbeidsomstandigheden in Georgië zijn slecht. Ik lees vaak in westerse ogen: ‘Waarom staken jullie niet?’ Maar de mentaliteit hier is anders. We hebben te maken met een disfunctionerend systeem, een Sovjetnalatenschap. Onafhankelijke vakbonden kenden we niet en Georgiërs zijn niet gewend voor hun rechten op te komen. Bovendien hangt werknemers die zich organiseren, ontslag of gevangenschap boven het hoofd. Maar het vertrouwen in ons groeit. Hoe meer onze vakbondsleden onder druk worden gezet, hoe populairder we worden.” Wat betekent deze vakbondsprijs voor u? “Deze prijs behoort toe aan alle arbeiders die geloven in vakbonden en solidariteit. Ik wil mensen leren hoe ze zich kunnen organiseren in democratische vakbonden om hervormingen te realiseren. Daarbij kunnen we internationale steun en expertise, zoals van de FNV, goed gebruiken.”

Inheemse gemeenschappen in de Amazone pikken het niet langer dat wegen en dammen letterlijk in hun achtertuin worden aangelegd. Ze gaan op cursus om te leren protesteren. Honderden kilometers legden een paar duizend Bolivianen vanuit de Amazone naar hoofdstad La Paz af, om te protesteren tegen de autoweg die president Morales door het Nationaal Park TIPNIS wil aanleggen.   De snelweg is onderdeel van de infrastructurele projecten die de economische integratie van Zuid-Amerika moeten bevorderen. Inheemse organisaties worden vaak niet betrokken bij de besluitvormingsprocessen rondom deze projecten. “We zijn bezorgd over wat we achterlaten voor de volgende generaties”, zegt Adriana Saavedra, een vooraanstaand leider van de Organisatie voor Inheemse Vrouwen in Bolivia. Zij moest de protestmars na vijftig dagen noodgedwongen verlaten vanwege uitputtingsverschijnselen.

wereldmensen

Adriana neemt met andere inheemse leiders uit de Amazonelanden deel aan een training, gesteund door de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Both Ends.   Adriana: “Wij stonden met lege handen als we werden geconfronteerd met de effecten van politieke besluiten. Nu weet ik hoe wij bij de VN, Wereldbank en bij andere Zuid-Amerikaanse financiers onze stem kunnen laten horen.”   Het internationale cursusgezelschap heeft intensief gewerkt aan voorstellen voor alternatieve vormen van ontwikkeling, waarin natuurbehoud een centrale rol speelt. Adriana: “Ik weet nu dat inheemse mensen in andere landen met dezelfde problemen kampen. Laten we hopen dat onze voorstellen serieus worden genomen!’’ ralph schreinemachers

U mag als onderdeel van de prijs een lobbytour maken langs Nederlandse overheidsinstellingen en Brussel. Wat verwacht u daarvan? “Ik wil er zoveel mogelijk uit halen. Georgië krijgt handelsvoordelen in Europa, maar aan de voorwaarden die de EU stelt, bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten, voldoet onze regering niet. Ik ga de Europese Commissie vragen een formeel onderzoek in te stellen. Ik hoop dat onder dreiging van opschorting van handelsvoordelen de Georgische overheid zich genoodzaakt voelt arbeidsrechten te waarborgen.” marije rosing

Zenuwachtig zit de Nigeriaanse Hadiza op een stoel terwijl artsen van de Nederlandse Noma Stichting haar bekijken. Aan de rechterkant zien ze een mooi opgemaakt gezicht. Draait Hadiza zich om, dan is het even schrikken. Van de linkerkant van haar gezicht is bijna niets over. In het Noma Children’s Hospital in de noordelijke stad Sokoto hoopt ze een nieuw gezicht te krijgen. De operatie is zo gecompliceerd dat Afrikaanse artsen de hulp van het westerse team nog steeds nodig hebben. Noma komt voor bij jonge, extreem ondervoede kinderen in arme gebieden in de wereld. Een bacterie in de mond keert zich tegen het lichaam en verwoest daarbij delen van het gezicht. Negen op de tien kinderen overlijdt hieraan.   De patiëntjes die deze acute fase overleven, kampen de rest van hun leven met mismaakte gezichten. De Wereldgezondheidsorganisatie schat het aantal slachtoffers

wereldwijd op minimaal 140.000 per jaar. Maar door de sociale isolatie van nomapatiënten is het moeilijk een juiste inschatting te maken. Vooral in Afrika gelooft men dat de ziekte een slecht voorteken of een straf van God is.   Voor patiënten is de operatie dan ook meer dan een gezichtsreconstructie.   De Nederlandse teamleider Jan Sluimers vertelt: “Een nieuw gezicht betekent voor hen eigenlijk een heel nieuw leven.” Hadiza kwam bijna nooit buiten. Maar mensen durven zich na een operatie eindelijk weer in het openbaar te vertonen en kunnen naar school of aan het werk. Hadiza vertelt dat het haar niet uitmaakt hoe ze eruit komt te zien. Alles is beter dan hoe ze er nu uitziet. Haar grote droom is om te gaan werken.  Met haar nieuwe kaak en wang kan ze straks in elk geval de buitenwereld weer aan. maike winters

sudanontwikkeling

“Mensen zijn weer bang” Het conflict dat afgelopen zomer in de Nuba-bergen uitbrak tussen de regering van president Omar al-Bashir en opstandelingen heeft het zuidelijke deel van Noord-Sudan weer teruggeworpen in de tijd. Tussen 1989 en 2002 vochten Nuba-opstandelingen aan de zijde van de rebellen van Zuid-Sudan. Nu zijn de Nuba opnieuw verwikkeld in een oorlog met de regering. Ze voelen zich gemarginaliseerd. De eerste oorlog bracht het gebied terug naar het stenen tijdperk. De bevolking zocht bescherming in de bergen. Ook nu leven mensen weer in grotten en spelonken.   “In plaats van ontwikkeling breng ik mensen overlevingstactieken bij”, vertelt ontwikkelingswerker Sakina Hamad. “Ik leer ze voedsel herkennen dat in het wild groeit, en hoe ze dat moeten bereiden. Mensen zijn bang om in de velden te werken door de bombardementen en beschietingen.” Het regeringsleger

heeft de bergen omsingeld. “Met gevaar voor eigen leven worden spullen binnengesmokkeld. Daardoor is benzine bijvoorbeeld erg duur”, vertelt Sakina. De gezondheidscentra die na 2002 werden gebouwd, zijn nu gesloten vanwege een gebrek aan medicijnen. In de klaslokalen van de scholen wonen ontheemden. Sakina moet een berg op klauteren om een rapport aan een buitenlandse hulporganisatie te e-mailen. Khartoum heeft alle mobiele en internetverbindingen verbroken. “Boven op die rots heb je een beetje netwerk. We waren zo goed op weg. Maar de vooruitgang is achteruitgang geworden.” ilona eveleens

Marcia Marcia Luyten is journalist en publicist. Tot vorig jaar woonde ze met man en drie kinderen in U­ ganda. www.marcialuyten.nl

Beeld Maurits Giesen

Daar

Ineens was er zorg W 

ie in Uganda in een staatskliniek belandt, heeft een goede beschermengel nodig. De kans is groot dat er geen bloedplasma is, medi­ cijnen zijn er niet altijd en in de operatiekamer kan zomaar de zuurstoffles leeg zijn. Ook is het lang niet zeker dat er een arts is, want die zit het grootste deel van de tijd in zijn privé­ kliniek. Daar verkoopt hij de medicijnen die hij heeft meegenomen uit de staatskliniek. In 2009 werd soms wel 70 procent van die medicijnen gestolen. Van dit graaien en het nepotisme kijkt in Uganda niemand op. Wie iets te besteden heeft, brengt zijn dierbare naar een privékliniek. Maar er is een kort intermezzo geweest. Eind jaren negentig was er even een minister die het anders wilde. Het was hem menens met de zorg. En om de corruptie de kop in te drukken, publiceerde hij data over hoeveel geld aan welke kliniek was uitgegeven én gegevens over wat daarmee was gedaan. Over de gevolgen hadden Ugandezen het jaren later nog. Ineens was er zorg in het ziekenhuis. Totdat president Museveni geld nodig had voor zijn herverkiezing. Hij klopte aan bij de minister voor Gezondheid. Die was nog steeds serieus over zijn opdracht en weigerde een deel van het budget af te staan. De minister werd vervangen door een vazal van de president. Deze Jim Muhwezi zou jaren later terechtstaan voor het verduisteren van miljoenen dollars bestemd voor het vaccineren van kinderen. Het was in mijn column van vorige maand niet mijn bedoeling de indruk te wekken dat ik tegen ‘open data’ zou zijn. Transparantie over middelen en prestaties kunnen in Afrikaanse staten spectaculaire gevolgen hebben. Hivos-directeur Manuela Monteiro wees in NRC Handelsblad op het grote succes van open data in het onderwijs. Informatie die via sms verzameld en gepubliceerd is, brengt de leraar terug voor de klas. Dat is niet minder dan structurele armoedebestrijding. Alleen aarzel ik om van ‘open data’ een geloofsartikel maken. Waar het gaat om het herwinnen van het vertrouwen van de Nederlandse donateur, zijn open data een oplossing voor het verkeerde probleem. Daar komt bij dat onleesbare telefoonboeken het wantrouwen alleen maar zullen vergroten.

IS november 2011 33


Interview ontwikkelingseconoom Esther duflo

“Armen zijn geen heiligen” “We moeten accepteren dat we geen knop hebben om de armoede definitief uit te roeien.” Na ‘groteideeënmannen’ Jeffrey Sachs en William Easterly is nu het woord aan ontwikkelingseconoom Esther Duflo. In haar boek Poor Economics pleit de Française er samen met haar mentor, de Indiase econoom Abhijit Banerjee, voor om de grote vragen te laten voor wat ze zijn en te proberen om de logica van armoede te begrijpen, door ons oor te luisteren te leggen bij arme mensen zelf. tekst pieternel gruppen & lonneke van genugten beeld patrick imbert

ocktailparty’s waar ze haar boek in twee zinnen toe mag toelichten, zijn aan Esther Duflo niet besteed. Interviews ziet ze als noodzakelijk kwaad en aan fotosessies doet ze niet. Duflo staat tegen wil en dank in de schijnwerpers. Verwacht van haar niet dat ze gaat vertellen of hulp goed of slecht is, zoals haar ‘voorgangers’ Jeffrey Sachs en William Easterly deden. Duflo wil laten zien dat we niet machteloos staan tegenover armoede. Dat hulp soms iets goeds

C

34 november 2011 IS

uitricht, maar soms ook niet. Juist deze genuanceerde boodschap valt goed in tijden dat het doemdenken over het nut van ontwikkelingssamenwerking de maatstaf lijkt en we op zoek zijn naar iemand die ons een sprankje optimisme kan bieden. Duflo wordt al getipt voor de Nobelprijs, is een graag geziene gast bij TedX, gesprekspartner voor Bill Gates, en in ontwikkelingskringen de talk of the town. Ook in Nederland wordt reikhalzend uitgekeken naar haar komst. In december zal ze

de presentatie van de Nederlandse vertaling van haar boek bijwonen, nadat een eerder bezoek eind september op het laatste moment afketste. IS kon niet langer wachten en reisde af naar Parijs, waar Duflo is opgegroeid en nog regelmatig neerstrijkt. In het bescheiden appartement van haar vader, waar we laveren tussen stapels boeken en tijdschriften, moet Duflo hartelijk lachen als we vertellen hoe Poor Economics al een paar maanden rondzingt in Nederland. “In Frankrijk zeggen we in zo’n geval: Je bent heel beroemd in je eigen flatgebouw.” Van India tot aan de Verenigde Staten wordt uw boek lovend ontvangen, en u bent voortdurend op tournee. Bent u verbaasd over de respons? “Toen Abhijit en ik ons boek schreven, stonden we helemaal niet stil bij wat het teweeg zou brengen. In India is het heel goed ontvangen. Beleidsmakers willen met ons in gesprek om te kijken hoe ze voorbeelden uit ons boek in de praktijk kunnen brengen. Zelf ben ik nu zo veel tijd kwijt met vertellen wat ik aan het doen ben, dat ik geen tijd heb om het ook echt te doen. Het liefst zou ik al mijn tijd besteden aan het uitvoeren van empirische experimenten.” Experimenten zoals vaccinaties belonen met een zak linzen, kunstmest opslaan als appeltje voor de dorst en het al dan niet gratis uitdelen van klamboes, om wat voorbeelden uit uw boek te noemen. Wat kunnen we verder verwachten van de ‘proefjes’ die vanuit uw Poverty Lab wereldwijd onder uw leiding worden uitgevoerd? “De experimenten die we in ons boek beschrijven, zijn eigenlijk de stukjes van een grote puzzel die inzicht biedt in het menselijk gedrag. Maar je kunt ze niet klakkeloos in elk land toepassen. Als iets werkt in Malawi, hoeft dat nog niet te gelden in Laos. Ik werkte bijvoorbeeld met vrouwelijke politici in het westen van India die ervoor kozen om te investeren in water en wegen. Niet overal waar vrouwen het voor het zeggen hebben, blijken zij in water en wegen te investeren. Op een andere plek is dat misschien wel het vaccineren van kinderen. Maar vrouwen zullen wel overal de belangen van zichzelf en hun gezin behartigen. Daarom moet je per experiment goed stilstaan bij wat je nu precies geleerd hebt en dat vergelijken met de uitkomsten van IS november 2011 35


Vijf lessen over armoede Bij gebrek aan een wondermiddel om armoede te beëindigen delen Duflo en Banerjee vijf lessen met de lezer om het leven van armen in elk geval te verbeteren:

andere experimenten. Samen kunnen ze leiden tot een algemene conclusie over wat wel of niet werkt. Ik geloof dat er veel meer goed zou kunnen gaan in de hulp als we meer tijd zouden besteden aan het uitpluizen van specifieke problemen in plaats van gemakzuchtig elk probleem tot dezelfde algemene oorzaken reduceren. Ik zie het als mijn taak om mogelijke oplossingen voor concrete problemen uit te proberen, de lessen eruit te trekken en die te delen met anderen. Ook zullen we moeten accepteren dat we het soms bij het verkeerde eind hebben. We moeten elk idee, ook als het heel vanzelfsprekend lijkt, aan strenge empirische toetsen onderwerpen.”

kwestie van opleiding en hersencapaciteit, waarvoor voeding in de eerste levensmaanden zelfs al van cruciaal belang is. Armen maken bovendien hun eigen afwegingen, die in onze ogen niet altijd logisch zijn. Om meer te begrijpen van armoede, moeten we daarom goed kijken naar de redenering achter die keuzes.” U roept in uw boek op om armen niet als eendimensionale stripfiguren te beschouwen voor wie je óf bewondering óf medelijden voelt. Bent u zelf al vrij van de clichés?

Vanaf wanneer bent u armen als ‘gewone mensen’ gaan zien? “Echt bepalend voor mijn kijk op de armen was een reis die ik op mijn achttiende naar Madagaskar maakte. Ik deed een zomer lang vrijwilligerswerk bij een lokale ontwikkelingsorganisatie. Ik heb zelf niet zo veel nuttigs gedaan, maar het verblijf daar heeft wel mijn ogen geopend. De medewerkers van die organisatie verdiepten zich echt in de levens van arme mensen. Ze bedachten praktische oplossingen voor hun problemen. Ik herinner me dat ze een opslagplaats voor rijst bouwden, zodat de boeren na de oogst niet meteen alle rijst hoefden op te eten of te verkopen.”

“Vroeger zag ik armen als slachtoffers. Ik bewonderde moeder Theresa, wentelde me als kind helemaal in het ‘We are the World’gevoel toen ik die videoclip op tv zag. Mijn moeder inspireerde mij daarbij omdat zij als kinderarts de wereld rondreisde om oorlogsslachtoffers te helpen. Ik kom uit een typisch links, protestants gezin waar het vanzelfsprekend was om bij de scouts te gaan en je steentje bij te dragen aan een betere wereld. Als tiener deelde ik in de voorsteden van Parijs koffie en broodjes uit aan daklozen en bezocht ik gevangenen.”

De keuzes van arme mensen zijn voor buitenstaanders soms moeilijk te begrijpen. U heeft onderzocht dat in Udaipur, India, een gemiddeld arm huishouden 30 procent meer aan voedsel kan uitgeven als men zou bezuinigen op alcohol, tabak en festivals. “Armen zijn inderdaad geen heiligen. Wat voor leven heb je als je alleen maar bezig bent om lichamelijk fit te blijven en elke cent verantwoord uit te geven? Arme mensen verschillen wat dat betreft niet van rijke mensen. De meesten van ons doen wel eens dingen waarvan we weten dat ze niet goed voor ons zijn, zoals een trommel koekjes leeg eten of roken. We weten dat we er op de lange termijn gezondheidsproblemen van kunnen krijgen, maar de verleiding is te sterk.”

“Waarom zouden we ons niet mogen bemoeien met de armen?” Daarmee los je misschien een paar concrete problemen op, maar krijg je armoede niet de wereld uit. “Praten over wereldproblemen zonder met een aantal uitvoerbare oplossingen te komen, werkt eerder verlammend dan inspirerend. Armoede wordt vaak veroorzaakt door een combinatie van concrete problemen. Ik geloof in het helpen van mensen hier en nu in plaats van grote dromen. Soms kan iets kleins een heel nieuwe dynamiek starten.”

36 november 2011 IS

Beeld ©BBC

Waarom experimenteren de armen zelf niet om erachter te komen hoe ze hun leven kunnen verbeteren? “Een Ghanese boer kan zich dat domweg niet veroorloven. Hij heeft al zijn energie nodig om te overleven. Soms ontbreekt het ook aan heel basale kennis. Laatst sprak ik een van mijn studenten. Die was heel verbaasd dat Indiase boeren, die al hun leven lang koeien houden, niet wisten dat je door het toevoegen van mineralen in het voer de melkkwaliteit kunt verhogen. Wij denken dat iedereen in de positie is om de juiste beslissingen te nemen, maar dat is niet waar. Het is van groot belang dat je relevante informatie hebt, en die heeft niet iedereen. Bovendien moet je in staat zijn om af te wegen wat de waarde is van informatie die je tot je beschikking hebt. En dat is weer een

U schrijft in uw boek over Oucha Mbarbk die in een afgelegen Marokkaans dorp woont. Zijn gezin heeft niet genoeg te eten, maar hij heeft wel een televisie in zijn huis staan. Da’s toch vreemd? “In het begin was ik wel verbaasd als ik in huizen kwam waar niets stond behalve een televisie. Maar nu kijk ik daar allang niet meer van op. Oucha had af en toe een saai baantje, maar meestal geen werk. Dan heb je alleen je familie en tv om je dagen mee door te komen. Het dorpsleven kan heel saai zijn. Ook voor armen geldt dat zaken die het leven minder saai maken, prioriteit hebben.”

Economen Abhijit Banerjee en Esther Duflo in India. Banerjee groeide op in India, met 'uitzicht op de sloppenwijken'.

Geboren worden in armoede beperkt de kansen op succesvol leven, daarvan staan tal van voorbeelden in uw boek. Ondervoeding leidt tot slechtere schoolresultaten en een lager inkomen op volwassen leeftijd. Hoe zou uw eigen leven eruit hebben gezien als u bij-

voorbeeld in een arm gezin in Jakarta was geboren? “Dat is een vraag die ik mij mijn hele leven heb gesteld. Als kind las ik van die boekjes over kleine meisjes in arme landen die kilometers moesten lopen om water te halen. Stel dat ik zo’n meisje was geweest? Je leven ligt behoorlijk vast door de omstandigheden

“Niets doen is ook een vorm van paternalisme, daarmee neem je ook een beslissing voor andere mensen” waarin je opgroeit. In Jakarta was het misschien nog wel goed met mij gekomen, omdat Indonesië onderwijs hoog in het vaandel heeft staan. Ik was er misschien op school wel uitgepikt om verder te mogen leren. In een dorpje in Afrika of India was dat al moeilijker geweest. Een absoluut genie zou nog wel worden opgemerkt maar een gemiddelde leerling zoals ik was, niet. Bovendien zou ik nog kleiner zijn dan ik nu al ben, omdat ik minder goed gevoed zou zijn. Waarschijnlijk zou ik ook niet zijn ingeënt tegen diverse ziektes. Alle belangrijke dingen in het leven liggen al vast omdat je arm bent” Onze verwachtingen van ‘de armen’ zijn vaak heel hoog. Met een beetje ontwikkelingsgeld moeten ze het ver schoppen, terwijl ze dagelijks zo veel hobbels op hun weg tegenkomen. Wat doen we aan die hobbels? “Dat is het grote verschil tussen rijke en arme mensen. Arme mensen moeten alles zelf uitzoeken. Als je water nodig hebt, moet je het eerst halen, soms kilometers verderop en dan nog eens koken voordat je het kunt drinken. In het Westen zijn we enorm in het voordeel dankzij al die dingen die we als vanzelfsprekend beschouwen. We moeten ‘duwtjes’ bedenken om ook voor arme mensen essentiële voorzieningen die het leven makkelijker en gezonder maken, automatisch te regelen. Zet bijvoorbeeld een chloorpompje naast de dorpsput, zodat het eenvoudig wordt om water te zuiveren. Hoe meer obstakels we voor arme mensen uit de weg ruimen, hoe meer ruimte er voor ze over blijft om over echt belangrijke zaken na te denken.”

1 

Geef goede informatie op een simpele manier Het ontbreekt armen vaak aan essentiële informatie, bijvoorbeeld op het gebied van vaccinaties, of over de beste manier om landbouwgrond te bewerken. Verkeerde ideeën leiden tot verkeerde beslissingen, soms met grote gevolgen. Denk aan boeren die twee keer zoveel kunstmest gebruiken als nodig is of kinderen die niet worden ingeënt door gebrek aan kennis bij de ouders. Informatie moet aantrekkelijk en simpel worden gebracht, bijvoorbeeld via film of theater.

2 

Geef een duwtje in de goede richting Armen dragen de veranwoordelijkheid voor te veel aspecten in hun leven. Hoe rijker je bent, hoe meer hobbels er voor je uit de weg worden geruimd. Het leven van armen zou aanzienlijk gemakkelijker worden als ze een duwtje in de goede richting zouden krijgen, door bijvoorbeeld zout te verrijken met ijzer en jodium of mogelijkheden te bieden om een spaarrekening te openen.

3 

Gratis is oké! Wees niet bang om goederen en diensten, zoals klamboes of een bezoek aan een gezondheidskliniek gratis beschikbaar te stellen. Beloon mensen als ze iets doen wat goed voor hen is. Als ouders sneller geneigd zijn hun kind te laten inenten als zij daarvoor een zak linzen of een ander 'cadeautje' krijgen, heeft dat op langere termijn een positief effect. Je kunt daarmee een spiraal omhoog in gang zetten.

4 

Wie het kleine niet eert…. Wees niet blind voor het feit dat kleine veranderingen grote gevolgen kunnen hebben. Je hoeft niet meteen bestaande maatschappelijke en politieke structuren om te gooien om bestuur en beleid te verbeteren. Soms kan een verandering in de marge al een kleine revolutie bewerkstelligen. Als bij dorpsvergaderingen iedereen wordt uitgenodigd, worden er ineens heel andere beslissingen genomen.

5 

Durf te verwachten Het is belangrijk om verwachtingspatronen bij te stellen. Als toch niemand iets verwacht van leerkrachten, politici of verpleegkundigen, krijgen zij ook geen prikkels om hun werk beter te doen. Als de situatie een klein beetje verbetert, beïnvloedt dat de opvattingen van mensen en hun gedrag.

IS november 2011 37


Kleinschalige oplossingen als remedie tegen doemdenken over hulp

Experimenten

"Ga op zoek naar de redenering achter de keuzes die arme mensen maken", benadrukt Esther Duflo keer op keer.

Dat riekt naar paternalisme, dat vinden we tegenwoordig een vies woord in Nederland. “Het is een vorm van paternalisme, dat klopt, maar daar heb ik geen problemen mee. Het is makkelijk om vanuit onze veilige en hygiënische huizen moralistisch te doen. Wij staan er misschien niet bij stil, maar voor ons wordt ongemerkt van alles geregeld: dat we licht en water hebben, geld op de bank kunnen zetten, ingeënt worden tegen gevaarlijke ziektes. Onze overheid bemoeit zich voortdurend met ons, neemt beslissingen voor ons. Waarom zouden we ons dan niet mogen bemoeien met de armen? Niets doen vind ik trouwens ook een vorm van paternalisme, daarmee neem je namelijk ook een beslissing voor andere mensen.” We vinden in uw boek weinig terug over de rol van het bedrijfsleven bij ontwikkeling, op dit moment het toverwoord in het Nederlandse hulpbeleid. “Dat komt niet omdat ik het niet belangrijk vind, maar omdat er nog maar zo weinig empirische resultaten zijn als het gaat om hoe je het bedrijfsleven kunt stimuleren. We geven in ons boek wel het belang aan van banen met goede werkomstandigheden. Maar wie er voor die banen gaat zorgen? In 38 november 2011 IS

veel landen, zoals India, ontbreekt het aan middelgrote bedrijven. In andere landen zie je dat de overheid de grootste werkgever is. Maar als de regering iedereen maar in dienst moet nemen, krijg je een soort Griekenland. Het is vaak een combinatie van factoren en een beetje geluk waardoor een land het economisch goed doet. Kijk naar Bangladesh. Ze hadden helemaal niets daar en nu doen ze het geweldig! Toch kun je de succesformule van Bangladesh niet op een willekeurig ander land toepassen. Ik hoop oprecht dat we over een jaar of tien beter begrijpen hoe we de private sector tot bloei kunnen brengen.” Wat moeten we in de tussentijd doen? “We moeten blijven investeren in onderwijs en gezondheidszorg. Ik vind het echt een vergissing om te stoppen met het opbouwen van dit soort basissteun. Ook al weten we nog niet hoe het bedrijfsleven zich verder ontwikkelt, we weten in elk geval dat de armen makkelijker profiteren van economische vooruitgang als ze gezond zijn en naar school zijn geweest. En ook al blijkt er straks geen economische hausse te komen, we zijn het sowieso moreel verplicht om het leven van armen nu te verbeteren.”

Esther Duflo (1972) is professor armoedebestrijding en ontwikkelingseconomie aan het Massachusetts Institute of Technology in de VS. Ze studeerde economie in Parijs. Duflo behoort tot de randomista’s: een groep economen die experimenteert met het bestrijden van armoede. Ze voeren zogeheten ‘randomized controlled trials’ uit. Dit zijn experimenten waarbij de werking van een ingreep wordt getoetst door deze bij de ene helft van een groep wel uit te voeren en bij de andere helft niet. In de sociale wetenschappen en de geneeskunde is deze manier van werken, waarbij ‘proefpersonen’ willekeurig (‘random’) over testgroepen worden verspreid, de normaalste zaak van de wereld. Om het effect van een medicijn te testen, geven onderzoekers deze aan een aantal patiënten wel en aan een aantal niet. Duflo, Banerjee en de andere randomista´s onderzoeken op dezelfde manier welke hulp werkt en welke niet. Ze geven bijvoorbeeld een dorp een bepaalde vorm van voorlichting over het gebruik van kunstmest en een verderop gelegen dorp een variant daarop. Na verloop van tijd toetsen ze in welk dorp kunstmest het effectiefst gebruikt wordt. Door te variëren met de voorlichting komen de onderzoekers er steeds beter achter welke elementen onder welke omstandigheden het beste werken. Bovendien ontstaat inzicht in de omstandigheden waarin arme mensen leven en hun ideeën daarover. Het grote verschil met andere armoedebestrijders is dat de randomista’s niet werken vanuit ideologische kaders. Ze willen weten wat werkt en wat niet, zonder daar een moralistisch of ideologisch oordeel over te hebben. Ook schuwen ze Grote Ideeën die De Oplossing voor armoede zouden zijn. Deze zijn volgens de randomista’s nauwelijks te toetsen, en daarom is het beter om te streven naar kleinschalige oplossingen waarvan je bewijs hebt dat ze werken. In 2003 richtte Esther Duflo samen met anderen het Poverty Action Lab op. In 2010 hadden onderzoekers al in 40 landen over de wereld meer dan 240 experimenten in het bestrijden van armoede uitgevoerd. Arm en Kansrijk, de Nederlandse vertaling van Poor Economics, is in oktober verschenen bij Nieuw Amsterdam (€22,95). LEZING Op donderdag 22 december geeft Esther Duflo de 34e Globaliseringslezing in Felix Meritis te Amsterdam. Aanvang 20:30 uur. Kaarten via www.felix.meritis.nl

Hou ’t klein * Armoede in één klap de wereld uit helpen,

na jaren van optimisme geloven we eigenlijk niet meer dan het kan. Maar we hoeven niet bij de pakken neer te zitten. Onze hoop is nu gevestigd op de ‘small solution’. * Het zoveelste sprookje of een beproefd recept om armoede eindelijk echt de wereld uit te helpen? IS verdiept zich in kleine oplossingen voor grote problemen. tekst sanne terlingen beeld zsuzsanna ilijin

eniaanse kinderen die twee jaar lang een ontwormingskuur krijgen, verdienen later 20 procent meer dan kinderen die slechts een jaar ontwormingspillen slikken. Dat blijkt uit onderzoek van het Poverty Lab van ontwikkelingseconomen Esther Duflo en Abhijit Banerjee, auteurs van het boek Poor Economics. Het is een voorbeeld van een ‘small solution’, een kleine oplossing voor een groot probleem. Kosten: 1,36 dollar per kind per jaar.

K 

Grote vragen kennen geen eenduidig antwoord, grote problemen geen eenduidige oplossing, menen Banerjee en Duflo. Ze vinden weerklank bij zakenblad Forbes (‘Microoplossingen zijn een duurzaam antwoord’, december 2010) en The New York Times. Die krant publiceerde eind september zelfs een serie ‘small fixes’ voor gezondheidsproblemen in arme landen – van poepzakjes die mest maken van ontlasting tot huishoudazijn om baarmoederhalskanker te ontdekken. Specifieke oplossingen zoeken voor specifieke problemen, ook in Nederland krijgt deze ontwikkelingsaanpak steeds meer voet aan de grond. “Je ziet het ook in het befaamde WRR-rapport Minder pretentie, meer ambitie”, zegt Jeroen de Lange, hoofd strategie, kennis en innovatie bij ontwikkelingsorganisatie Cordaid en voormalig econoom bij de Wereldbank. “Het rapport adviseert om specifieke keuzes te maken, per land te investeren in één probleem met de aanpak die daar het beste werkt.”

Gratis kunstmest Het armoedeprobleem is enorm. Elk jaar sterven 6 miljoen kinderen aan ziektes als malaria, diarree en longontsteking. Maar liefst 68 miljoen kinderen gaan niet naar school, 584 miljoen vrouwen kunnen geen letter lezen. Eén miljard mensen leven van minder dan een dollar per dag. De afgelopen twintig jaar was het de norm om grote problemen groots aan te pakken. Dat is ook het idee van Jeffrey Sachs, de bekendste ontwikkelingseconoom van deze tijd en auteur van The end of poverty. Je kunt dorp A wel een waterput geven en dorp B een school. Maar als de pomp in dorp A stuk gaat, beschikt geen dorpeling over de kennis om ’m te repareren. En in dorp B missen kinderen lessen doordat vervuild drinkwater hen ziek heeft gemaakt. In de door hem ontworpen millenniumdorpen pakt Sachs alle facetten van armoede tegelijk aan. Hij verstrekt gratis kunstmest, schoolmaaltijden, gezondheidszorg in gloednieuwe klinieken en laat waterputten slaan. “Complexe problemen vragen om geïntegreerde oplossingen”, zegt Paul Pronyk, directeur monitoring en evaluatie van het millenniumdorpenproject. “Wij zoeken nu naar de juiste manier om die oplossingen te implementeren, zodat een goed werkend systeem ontstaat.” Sterke staat Banerjee en Duflo noemen Sachs’ masterplan holistisch, net als de millenniumdoelen, de acht meetbare doelen gericht op het uitbannen van wereldwijde armoede die in 2015 moeten zijn gehaald. Maar liefst 189 landen schaarden zich achter de doelen, zakken vol geld zijn eraan besteed. Toch gaan de doelen in sub-Sahara Afrika niet gehaald worden. Mensen die aanvankelijk geïnspireerd werden door deze masterplannen, zijn nu teleurgesteld. Toch moeten we geld in Afrika blijven investeren, vinden Banerjee en Duflo. 'Als we de ellende laten voortwoekeren en woede en geweld gaan overheersen, kan dat elke nieuwe ontwikkeling in de kiem smoren', zo schrijven zij. We laten ons echter verlammen door de omvang van het armoedeprobleem. Ook ont-

wikkelingseconomen hebben daar last van. William Easterly (The White Man’s Burden) en Dambisa Moyo (Dead Aid) stellen dat we maar helemaal geen hulp meer moeten geven. Jeffrey Sachs bestrijdt de hulpverlamming door juist zo veel mogelijk oplossingen tegelijk uit de kast te halen. “Een grote, planmatige aanpak is niet altijd slecht”, zegt Jeroen de Lange. “Dankzij het Chinese planbureau heeft dat land zich razendsnel ontwikkeld. Dat ging niet altijd even subtiel, maar de aanpak was wel effectief.” De Chinese plannen werden echter uitgevoerd door een sterke staat. De meeste Afrikaanse staten zijn niet bij machte een

Vissaus met ijzer Probleem: Bloedarmoede in Azië. In India lijden 24 procent van de mannen en 56 procent van de vrouwen eraan, in Indonesië heeft 38 procent van de vrouwen te weinig ijzer in haar bloed. Kleine oplossing: Vissaus verrijkt met ijzer. Kosten per jaar: 7 dollar. Waarna het jaarlijkse inkomen gemiddeld met 46 dollar stijgt.

IS november 2011 39


Zuiver water Probleem: 884 miljoen mensen hebben geen toegang tot veilig drinkwater. In het Westen leidde de introductie van stromend water en verbeterde sanitaire voorzieningen ertoe dat de kindersterfte tussen 1900 en 1946 met driekwart daalde. Toch sterven in ontwikkelingslanden jaarlijks 1,5 miljoen kinderen aan diarree. Het is te duur om overal waterleidingen aan te leggen. Kleine oplossing 1 : Population Service International verkoopt in achttien landen lokaal geproduceerde chloride tegen gesubsidieerde prijzen. Voor 0,18 dollar (gecorrigeerd naar koopkracht) kan een gezin van zes personen een maand lang water zuiveren. Kleine oplossing 2 : LifeStraw, een rietje ontworpen door het Zwitserse bedrijf Vestergaard Frandsen. Een rietje kan 1000 liter water filteren, genoeg drinkwater voor één persoon voor één jaar. Aanvankelijk werden de LifeStraws door hulporganisaties uitgedeeld na rampen als de aardbeving in Haïti. Maar in mei deelde Vestergaard Frandsen 900.000 familie-rietjes (goed voor 18.000 liter gezuiverd water per rietje) uit aan huishoudens in West-Kenia. In ruil krijgt het bedrijf ‘Carbon Credits’ voor de hoeveelheid hout die nu niet verbrand wordt om water te koken. Kleine oplossing 3: Na het uitdelen van zeep en uitleg over handenwassen, halveerde in een sloppenwijk in Karachi, Pakistan, het aantal kinderen dat stierf aan longontsteking of diarree.

40 november 2011 IS

Kleine proefprojecten Staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking Ben Knapen zegt desgevraagd dat het er niet om gaat of een oplossing klein of groot is, maar of een interventie wel of niet werkt. Of een ingreep slaagt, hangt volgens Knapen af van de context. Kleinere projecten zijn makkelijker toe te snijden op lokale omstandigheden dan alomvattende plannen. “Het is inderdaad heel belangrijk om aan ontwikkelingsdiagnostiek te doen”, zegt Tom van der Lee. “Om binnen de context uit te zoeken welke obstakels er zijn en vervolgens de goede behandeling toe te passen. Is die niet voorhanden, dan is het verstandig om met kleine proefprojecten te testen wat werkt.”

Aidspatiëntenclub Probleem: Elk jaar sterven 2 miljoen mensen aan de gevolgen van hiv/aids. Wereldwijd zijn 33,4 miljoen mensen besmet. De VN schatten dat 10 miljoen mensen niet de benodigde aidsremmers krijgen. Ook zijn er te weinig dokters beschikbaar. Mozambique telt bijvoorbeeld slechts 2,7 dokters per 100.000 inwoners. Kleine oplossing 1 : Als de dokter niet naar de patiënten gaat, moeten de patiënten naar het ziekenhuis in de stad. Tom Decroo, die in Mozambique voor Artsen zonder Grenzen werkte, deelde aidspatiënten op in groepen van zes personen. Zo hoefden ze niet allemaal elke maand hun medicijnen te halen, maar slechts twee keer per jaar. Ze delen de transportkosten. Na twee jaar was 2 procent van de patiënten in de groep overleden, versus 20 procent van de aidspatiënten die niet in een groep zaten. Kleine oplossing 2 : Mannenbesnijdenis, daarmee neemt de kans op besmetting met 60 procent af. Het besnijden van 20 miljoen mannen in 14 Afrikaanse landen kost 2 miljoen dollar. Daarmee wordt echter 16,5 miljoen dollar bespaard omdat 4 miljoen besmettingen (en de bijbehorende behandeling) worden voorkomen.

Want ook al zijn het kleine oplossingen, op grote schaal kan de impact enorm zijn. Is de werking niet bewezen, dan kunnen de resultaten desastreus zijn. “In klinieken in Uganda moesten patiënten altijd een kleine vergoeding betalen”, vertelt Jeroen de Lange. “Toen gezondheidszorg gratis werd, stelden mensen ineens geen eisen meer aan dokters en verpleegkundigen.” De kwaliteit van de zorg holde achteruit. Het effect van Nederlandse ontwikkelingsprogramma’s wordt pas achteraf geëvalueerd, de uitkomsten kunnen dus pas gebruikt worden bij nieuwe programma’s, niet om tussentijds bij te sturen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken werkt daarom aan een methode om ‘real time’ informatie te verzamelen over wat werkt en wat niet. Door middel van ‘open data’ wil het ministerie die informatie openbaar en voor iedereen beschikbaar maken. Daarnaast wil Knapen dat lokale organisaties de kennis verwerven om zelf te kunnen beoordelen of hun project werkt of niet. Zo bouwt Nederland volgens de staatssecretaris aan zelfredzaamheid en het verbeteren van systemen. “Kleine oplossingen zijn belangrijk”, aldus Knapen. “Maar met alleen kleine oplossingen komen we er niet.” Beweging Die opvatting deelt Knapen met William Easterly. “De experimenten waarmee Duflo en Banerjee hun kleine oplossingen testen, zijn niet bruikbaar om het effect van goede instituties en goed macro-economisch beleid te meten”, schrijft Easterly op zijn weblog

Nectar met gif Probleem: Elk jaar sterven bijna een miljoen mensen als gevolg van malaria, daarvan komt 91 procent uit Afrika en is 85 procent jonger dan 5 jaar. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie ‘kost’ malaria landen met een epidemie jaarlijks 1,3 procent economische groei. Kleine oplossing: Vruchtennectar met boorzuur, gif dat voor mensen net zo gevaarlijk is als keukenzout. Het is per vrachtwagenlading te kopen, en uit testen bleek dat muggenpopulaties dankzij het aas met 90 procent werden teruggebracht.

Aid Watch. “Voor echte ontwikkeling blijft een goed systeem nodig. Door alles klein te houden, verlagen economen hun ambities.” Maar ook kleine oplossingen kunnen het systeem in beweging brengen. Jeroen de Lange, die een aantal jaar in Uganda heeft gewoond, verwijst naar zijn eigen kleine oplossing Trac: “Tijdens een Ugandese radioshow stelt de dj een vraag, bijvoorbeeld: ‘Welk stadsdeel heeft de slechtste wegen?’ of ‘Moet de overheid investeren in gezondheidszorg of onderwijs?’. Luisteraars antwoorden gratis per sms. De dj logt in op de website van Trac en ziet de resultaten in een grafiek. Vervolgens praat hij erover in zijn show. Als kranten de kwestie vervolgens ook oppakken, wordt de druk opgevoerd om er wat aan te doen.” Transformatief werken, noemt De Lange het. “Niet de overheid aanvallen, maar zorgen dat de overheid levert.” Goed nieuws Kleine oplossingen kunnen het systeem van onderaf veranderen. Door steeds één facet aan te pakken, wordt de kluwen van armoedeproblemen steeds verder ontward. Afrikanen die niet genoeg geld hebben om een bankrekening te openen, kunnen via het Mahala Free Banking Platform sparen met hun mobiele telefoon. Hebben zij genoeg gespaard om een telefoon met internet te kopen, dan kunnen zij met de applicatie Bribespot invoeren welke ambtenaar hen waar om een steekpenning heeft gevraagd. De resultaten worden weergegeven op een landkaartje. Kleine oplossingen die zichtbaar resultaat opleveren kunnen de publieke steun voor ontwikkelingssamenwerking vergroten, denkt Tom van der Lee van OxfamNovib. “Al geldt ook hier dat slecht nieuws over mislukte projecten eerder de ronde doet dan goed nieuws over geslaagde projecten.” Gelukkig is er sinds deze maand ook een kleine oplossing voor Nederlanders die, lamgeslagen door de omvang van het armoedeprobleem, niet meer weten aan welk goed doel ze geld willen geven. Het is een draagbaar fitnesscomputertje met de naam Striiv. Het apparaatje telt het aantal stappen dat je zet en daagt je uit om dat bezoekje aan de sportschool niet langer uit te stellen. Bovendien gaat er in ruil voor elke kleine stap die je - letterlijk - zet geld naar een goed doel. Kijk voor de volledige reactie van Paul Pronyk en meer small solutions op www.ismagazine.nl

Monique Monique Samuel (1989) is politicoloog en auteur. Ze studeert momenteel International Relations and Diplomacy aan de Universiteit Leiden.

Beeld Maurits Giesen

Small is beautiful De neiging van economen om zich op ‘het systeem’ te richten, werd al in 1973 aangestipt in het boek Small is Beautiful. Geen bestseller, maar wellicht komt dat nog. De Britse premier David Cameron (juist, die conservatieve leider die níet op ontwikkelingshulp bezuinigt) is namelijk groot fan van de auteur, Ernst Friedrich Schumacher (Bonn, 1911-1977). Volgens Schumacher denken economen ten onrechte dat armoede een gevolg is van een

verkeerde verdeling. En dus dat armoede eenvoudig op te lossen is door productiemiddelen en kennis naar het Zuiden over te hevelen. Schumacher vindt echter dat mensen zonder disclipine, onderwijs en de juiste samenwerking niet in staat zijn om productiemiddelen ten volle te benutten en winst op een effectieve manier te herinvesteren. Kortom, het Westen kan de armen in zwakke staten niet helpen met een masterplan. Maar hoe dan wel? Terug naar Duflo en Banerjee. Die schrijven: 'Armen dragen verantwoordelijkheid voor te veel aspecten van hun leven. Net als wij stellen ze dingen die moeite kosten uit – denk aan een bezoekje aan de sportschool. Wij kunnen ze helpen om de goede beslissingen te nemen. Een gratis zak linzen bij een vaccinatie kan een moeder overhalen wél de dagtocht naar een kliniek te maken.' Hier maakt de kleine oplossing een groot verschil. Het kind zal minder vaak ziek zijn, vaker naar school gaan en uiteindelijk beter betaald werk kunnen verrichten. Nog een voorbeeld: in ontwikkelingslanden is weinig werk. Dat is groots op te lossen door een fabriek neer te zetten waar een aantal mensen heel veel kunnen produceren. Maar Schumacher schreef al in 1973: 'Als heel veel mensen een beetje produceren, dan ervaren meer mensen dat hun tijd en inzet van waarde zijn, en zullen dus meer mensen geïnteresseerd zijn om zichzelf nog waardevoller te maken.' Het mobiele technologiebedrijf Jana houdt het klein en verstrekt klusjes per sms die worden uitbetaald in beltegoed. Inmiddels is Jana actief in meer dan tachtig landen, waarvan negentien in sub-Sahara Afrika. “Wij zijn erg enthousiast over het idee van small solutions”, zegt Tom van der Lee, campagnedirecteur bij Oxfam Novib. “Nederlandse ontwikkelingsorganisaties die via lokale partners werken, hebben er al jaren goede ervaringen mee. Een voorbeeld? De Somalische organisatie Candlelight heeft op een berg in Somaliland terrassen aangelegd, dat resulteerde in meer water en gras voor de kuddes geiten.”

Beeld Maurits Giesen

plan van een dergelijke omvang uit te voeren. “Het werkt niet als het Westen aan landen een plan of systeem gaat opleggen”, zegt De Lange. “Kijk maar naar Afghanistan en Irak.”

Wet boven mens J 

e was een jongen toen je naar Nederland kwam. Je begreep er niets van, van dit koude en grijze land, maar daar waar je vandaan kwam zeiden ze dat het beter is, mooier, dat het gras er groen is en de mensen er blond zijn. 
 Je voetbalde en rende met de buurjongetjes door de straat. 
Je leerde een zacht dialect en vergat je kleur en taal. Je ging bij de voetbalclub en leerde spelling en rekenen op school. Het dorp kende je, de mensen hielden van je. Je was eigenlijk niet zo anders dan de andere jongens, maar het mocht niet baten, het onherroepelijke terugkeerbevel van de immigratiedienst kwam er toch wel.


Ach, je bent slechts een nummer, een ongewenste immigrant Want ergens daar diep in Afrika heb jij je huis. En of je je biologische moeder nu kent of niet, zij is je thuis. 
Kun je Angola aanwijzen op de kaart? Ach, je bent slechts een nummer, een ongewenste immigrant. Wat doe je hier nog? Ga weg! Ga terug naar je eigen land! 
 Je werd achttien en wat voor velen een mijlpaal in hun jeugd is, is voor jou slechts het keiharde tikken van de klok, de realiteit dat je niet langer kind bent, de zogenaamde waarheid dat je prima terug kunt naar daar waar je vandaan komt. Naar dat wat je thuis behoort te zijn.
 
Zouden al die politici en bureaucraten, al die ambtenaren en partijbobo’s zich ooit afvragen hoe het is om jou te zijn, Mauro? Om op een dag wakker te worden en te weten dat je weg moet, al heb je geen idee waarheen? Zouden al die regels en procedures hen geruststellen? Hun harten bevrijden, hun handen wassen in onschuld? 
 Jouw verhaal is het volgende morele faillissement van dit land en tekent slechts het onvermogen van deze overheid om achter namen mensen te zien en achter statistieken gezichten te herkennen. 
 Het spijt me, Mauro, het spijt me dat dit land jou dit aandoet. Vergeef me dat mijn land niet bereid is jouw land te zijn. 
De wet is hier boven de mens verheven. Jij gaat door, Mauro, maar wij blijven steken.

IS november 2011 41


Nederlandse melkboer in Pakistan

Een frisse douche voor de koe * Staatssecretaris Ben Knapen wil de kennis

van het Nederlandse bedrijfsleven inzetten voor ontwikkelingssamenwerking. * IS volgt de Nederlandse ondernemer Joachim Westerveld, die Pakistaanse melkveehouders adviseert. “Met een kleine handreiking verdubbelt de productie.” tekst & beeld wilma van der maten

og voordat de chauffeur de motor tot stilstand heeft gebracht, springt Joachim Westerveld (36) al uit de glanzende blauwe jeep. Op zijn laarzen struint de Nederlandse ondernemer tussen de grazende buffels door het dorre, vergeelde landschap. Hier, naast de uit leem opgetrokken huizen, staat de modernste melkveehouderij van Pakistan. In een oase van rust worden 1200 koeien volautomatisch gemolken. Westerveld liet deze veehouderij een half jaar geleden bouwen voor een rijke Pakistaanse industrieel. In Pakistan is een tekort aan melk, waardoor de melkprijs er hoger ligt dan in Nederland. Met 180 miljoen consumenten die dol zijn op melkproducten, liggen hier volgens Westerveld volop kansen voor ondernemers in de zuivelmarkt.

N 

Rasstieren “Dat er niet genoeg melk wordt geproduceerd, ligt niet aan het aantal koeien”, legt Westerveld uit. Er lopen maar liefst 50 miljoen koeien en buffels in Pakistan rond. Maar door slechte bedrijfsvoering levert een Pakistaanse koe gemiddeld nog geen 3 liter melk per dag, tegenover de 30 liter die een Nederlandse koe dagelijks produceert. Daarom richtte Westerveld in 2007 het 42 november 2011 IS

bedrijf ProFarm Pakistan op, een samenwerking tussen zijn eigen bedrijf The Blue Link, dat investeert in ontwikkelingslanden, en het bedrijf CRV, gespecialiseerd in de productie van stierensperma. ProFarm leert boeren dat ze hun melkproductie omhoog kunnen brengen door een beter ras te fokken met sperma van Nederlandse rasstieren, en door dieren hoogwaardig veevoer te geven. De rijke Pakistanen vormen maar een klein deel van Westervelds klantenkring. Het merendeel bestaat uit kleinere melkveehouders, die gemiddeld vijf koeien per boer bezitten. Westerveld beschouwt het als zijn missie om hen te helpen met hun dagelijkse

bedrijfsvoering, en zo een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het land. “Pakistaanse boeren weten niet zo goed hoe ze een melkveehouderij moeten leiden. Ze denken bijvoorbeeld dat ze hun koeien, die ze de hele dag strak aanlijnen, niet vaker dan twee keer per dag water hoeven geven. Als je weet dat melk voor 85 procent uit water bestaat, en dat de temperatuur hier 45 graden is, dan besef je dat deze koeien veel te weinig drinken. Met een kleine handreiking van onze kant kan de boer zijn melkproductie in korte tijd verdubbelen, waardoor zijn economische positie al snel verbetert.”   Kennis en ervaring Inmiddels heeft Westerveld honderdduizend kleine boeren als klant. Zijn bedrijfsaanpak ligt in lijn met het beleid van staatssecretaris Ben Knapen van Ontwikkelingssamenwerking. Die wil bedrijven als ProFarm Pakistan inzetten als katalysator voor duurzame economische groei. ‘Van hulp naar handel en investeren’, luidt zijn motto. Door hun kennis en ervaring kunnen Nederlandse bedrijven volgens Knapen effectiever en doelmatiger armoede bestrijden dan ontwikkelingsorganisaties. Daar is Westerveld het ‘100 procent mee eens’. Hij gelooft niet in ontwikkelingshulp zoals die wordt geboden door maatschappe-

lijke organisaties. Westerveld spreekt uit ervaring, hij werkte vier jaar als projectmanager in Afrika voor War Child en de Verenigde Naties. “Aan het einde van een project gaat het er bij die organisaties om hoeveel armen er zijn gered, niet of de economische situatie op de langere termijn is verbeterd.” Volgens Westerveld hebben arme Pakistaanse boeren vooral baat bij economische groei. “Ontwikkelingsorganisaties investeren veelal in onderwijs en gezondheidszorg, maar als het economisch goed gaat met een land, komen die scholen en ziekenhuizen er vanzelf. Bovendien zorgt meer welvaart voor minder ongelijkheid en zijn jongeren minder geneigd zich bij radicale groepen aan te sluiten, zoals in Pakistan gebeurt.” Lekker koel Aan een rijke industrieel biedt Westerveld een ander pakket dan aan een arme boer. In de moderne modelboerderij hangen waaiers en sproeiers. Iedere 15 minuten krijgen de uit Australië geïmporteerde koeien een koude douche. Zo blijven ze, ondanks de hoge temperaturen buiten, lekker koel. Als het hek voor hun stal automatisch opent, lopen de koeien uit zichzelf naar de machine die ze volautomatisch melkt. Een chip in hun oor zorgt ervoor dat hun dagelijke melkproductie wordt geregistreerd in een computer. Voor de kleine, eenvoudige boeren organiseert Westerveld informatiedagen. Hij legt uit hoe een koe functioneert en wat het dier moet eten om haar melkproductie te verhogen. Veel boeren zijn analfabeet, dus wordt de informatie met plaatjes overgebracht. Westerveld profiteert er zelf ook van als deze

boeren hun melkomzet vergroten. Zij hebben dan meer geld om zijn ‘dure’ veevoer en sperma van Nederlandse stieren te kopen. Uiteindelijk gaat het de Nederlandse ondernemer ook om de winst.

bekend als het gevaarlijkste land ter wereld, helemaal nu bekend is dat terrorist Osama bin Laden zich er jarenlang schuilhield. Maar Westerveld vindt dat te simpel geredeneerd. “Pakistan is een land met veel potentie en ondernemende mensen. De meeste spijkerbroeken, T-shirts en voetballen komen uit Pakistan. Er zijn veel grondstoffen.” De markt in Pakistan zal de komende jaren alleen maar groeien. Nu wonen er 180 miljoen mensen, in 2025 zullen dat er volgens de Wereldbank 250 miljoen zijn. Het land staat op plaats 105 (van de 183) van de Ease of doing business-index 2012, boven landen als Kenia, Egypte en Bangladesh. En Pakistan staat te springen om buitenlandse investeerders. Fatima Bhutto, de nicht van de vermoorde premier Benazir Bhutto, zei onlangs in een interview dat hulpgeld toch in de bodemloze zakken van corrupte politici verdwijnt. Buitenlandse bedrijven daarentegen kunnen volgens Bhutto werkgelegenheid scheppen voor de stijgende groep werkloze jongeren.

Land met potentie Westerveld voelt zich in Pakistan als een vis in het water. “Voor mij is dit land één grote speelgoedwinkel. Ik hou ervan om nieuwe dingen op te zetten.” Hij beseft dat zijn enthousiasme in Nederland niet altijd begrip oogst. Pakistan staat

Pakistaanse zakenpartners “Het is hypocriet dat we wel bereid zijn om geld te geven aan Pakistan, maar niet om hun producten af te nemen”, zegt Westerveld. “Als we werkelijk ontwikkelingslanden er bovenop willen helpen, zullen we alle handelsbarrières moeten afbreken.”

“In 2025 wonen er 250 miljoen consumenten in Pakistan, de markt zal alleen maar groeien”

Een Pakistaanse koe geeft gemiddeld 3 liter melk, een Nederlandse koe produceert wel 30 liter.

Westerveld: “Waarom gebruiken we het geld van hulporganisaties niet om een handelsmissie op te zetten?”

De voormalig ontwikkelingswerker zou het geld dat we nu aan hulporganisaties geven willen gebruiken om een handelsmissie op te zetten. “De Amerikanen, de Britten en de Canadezen doen het ook. Die zijn op zoek naar Pakistaanse zakenpartners. Nederland zou bijvoorbeeld interessante agrarische bedrijven kunnen zoeken om mee samen te werken. De landbouwsector is hier nog zo onderontwikkeld dat je met een paar kleine veranderingen al snel resultaat boekt.”

Subsidie voor ondernemers Nederlandse bedrijven die in Pakistan een onderneming willen opzetten, komen in aanmerking voor subsidie van de ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en Buitenlandse Zaken. Hun Private Sector Investeringsprogramma (PSI) vergoedt de helft van de opstartkosten als een bedrijf duurzaam samenwerkt met een lokale partner. Ook Westerveld ontving startkapitaal van de Nederlandse overheid. “Als ondernemer moet je met een stevig bedrijfsplan komen dat levensvatbaar en uiteindelijk winstgevend is. Ik had een miljoen euro nodig. Toen ik kon aantonen dat we binnen een jaar anderhalf miljoen euro winst hadden gemaakt, kreeg ik de helft van onze investeringen terug.”

IS november 2011 43


Essay Het woord ‘neger’ is geen taboe meer in de Nederlandse media

* Opeens duikt de Neger weer op in krantencolumns en televisieprogramma’s. * Mag je het in 2011 over negers hebben, vraagt publicist Marcia Luyten zich af. tekst marcia luyten illustratie martyn f. overweel

De neger is kloek gebouwd; de romp is breed en goed geproportioneerd, de ledematen zijn goed ontwikkeld. Hij leert vlug maar dit vermogen verzwakt vlug tengevolge van sexuele overdaad en misbruik van gegiste dranken. Uit: Reisgids voor Kongo en Ruanda Urundi, 1952

De Neger is terug 44 november 2011 IS

Prinsjesdag 2011: Voor het gebouw van de Tweede Kamer loopt een verslaggever van televisieprogramma PowNews. Hij stapt af op een groepje mensen in traditionele dracht: de grote zwarte man is gewikkeld in rode doeken, de West-Afrikaan draagt een boubou, een traditionele jurk met wijde mouwen, een frêle vrouw draagt een glinsterende sari. De verslaggever heeft het over ‘een bus met zielige negertjes’. (Ze zijn hier op initiatief van VoiceOver 2015, dat in het debat over ontwikkelingshulp een zuidelijk geluid wil laten horen.) De journalist houdt zijn microfoon onder de neus van de Masai: ‘Kunt u alstublieft mijn schoenen poetsen?’ De zwarte man kan zijn oren niet geloven. ‘Uw wat?!’ Verslaggever Rutger Castricum draait zich naar de volgende in de rij: ‘Bent u vrij op 5 december?’ Ook deze man kijkt de interviewer nietbegrijpend aan. Castricum legt uit: ‘Ik ben op zoek naar een zwarte piet.’ ‘Hoe bedoelt u?’, vraagt de Afrikaanse man. ‘Nou, ik heb op 5 december een zwarte piet nodig.’ ‘Ach, het spijt me, meneer. Ik ben bang dat dat niet gaat lukken.’ ‘Volgeboekt zeker!’ Heilig huisje Het lijdt geen twijfel: de Neger is terug. Alsof de Reisgids voor Belgisch Kongo zijn etnografische kompas is, zo zeikt Rutger Castricum ‘zielige negertjes’ af. Hij koketteert met zijn afkeer van het heilige huisje dat ‘neger’ heet. Gedreven door een sadistisch verlangen tot vernederen doet Castricum denken aan The Joker. Hij heeft vrij spel omdat het Binnenhof geen Batman heeft. Uit angst het mikpunt te worden van diens spot proberen ook

linkse kopstukken de kwelgeest te behagen. Maar niet alleen PowNews komt met de Neger. Volkskrant-columnist Sylvia Witteman gooit graag ‘de neger’ in de groep, in opgewonden afwachting van boze reacties. Ze twitterde: ‘Is er een neger in de zaal? Wat vindt u van het woord ‘neger’?’ In de snikhete stad Pisa zag Witteman ‘negers’ die niet zweetten, zelfs niet onder hun ijscomutsje. De dag voor Prinsjesdag presenteerden De Jakhalzen in De Wereld Draait Door (DWDD) het ‘Neger Uur Journaal’: ‘Welkom dames, heren en negers. Gaat u lekker zitten, negers kunnen blijven staan…’ Even later mag de neger De Jakhalzen een drankje serveren. Aanleiding voor deze persiflage was een Volkskrant-column van Annemarie Oster. Daarin beklaagde zij zich over het gebrek aan mannelijke aandacht. ‘Inmiddels zijn er vele jaren verstreken en zien zelfs negers mij niet meer staan.’ De Jakhalzen bespreken het leed van Annemarie Oster (‘een lekker wijf opgesloten in een oud lijf ’) met de Surinaamse presentator Humberto Tan en de op Curaçao geboren

Rutger Castricum: ‘Ik ben op zoek naar een zwarte piet’ Surinaamse PvdA-politicus John Leerdam. Ze praten over zwarte piet en de slaventekening op de Gouden Koets. Het Neger Uur Journaal sluit af met het weer: ‘Morgen weer regen. Dat lijkt vervelend, maar bedenk dan dat ‘regen’ een anagram is van ‘neger’.’ Onkies of grappig Wat maakt nou het Neger Uur Journaal tot een persiflage, en PowNews racistisch? Dat is niet alleen het verschil in publiek. Makers en kijkers van DWDD behoren tot het deel van de bevolking dat tot voor kort hoeder was van de politieke correctheid waardoor de liefhebbers van PowNews zich jarenlang onderdrukt hebben gevoeld. Wanneer DWDD met de Neger spot, oogt dat als zelfbevrijding. Wanneer PowNews met de Neger spot, is het alsof de xenofoob zijn masker afwerpt. Het is niet alleen de perceptie van de kijker die de ene uitzending onkies maakt en de tweede best grappig. Het grote verschil is dat De Jakhalzen ‘Negerzaken’ bespreken met mensen die weten wie De Jakhalzen zijn. Mensen die de taal en de vragen begrijpen. De ironie druipt ervan af.

PowNews maakt misbruik van de argeloosheid van de ondervraagden. Op een savanne ziet de Masai de hyena op honderden meters afstand. Op het Plein herkent hij hem niet. Beleefd en behulpzaam staan de Afrikanen de journalist te woord. Castricum op zijn beurt zaait verwarring, oogst hoongelach. Die vernedering is geen ongelukje. En dat is pijnlijk. Buys Zoenen Maar laat al die beeldexegese even voor wat ze is. Kijk alleen naar het woord ‘neger’. Mag je het in 2011 over negers hebben? ‘De neger’ is drager van een historisch trauma, de slavernij. Hoe akelig groot de Nederlandse bijdrage aan de Afrikaanse slavenhandel is, wordt duidelijk in de serie De Slavernij, die nu wordt uitgezonden door de NTR. Die geschiedenis is onvoltooid verleden tijd. Pas tien jaar geleden bood de Nederlandse regering de Surinamers eindelijk excuses aan. Het verwerken van dat verleden is belemmerd door het massieve taboe dat in de jaren tachtig eerst over het begrip ‘neger’ is gelegd, en vervolgens over alles met een andere kleur dan blank. De ‘negerzoenen’ uit mijn jeugd werden ‘Buys Zoenen’. De donkerbruine sigaren aan de lisdodden worden nergens meer ‘negerpiemels’ genoemd. Politieke correctheid censureerde na de jaren zestig het Nederlandse debat. Een betekenisvol gesprek over omgaan met verschillen was onmogelijk. Toen ik midden jaren negentig in het Amsterdamse debatcentrum De Balie werkte, ontbrandde daar een felle strijd over de vraag of Frits Bolkestein er mocht komen spreken. De VVD-voorman doorbrak het taboe op het bekritiseren van andere culturen. De doorsnee Nederlandse neger schoot daar allemaal weinig mee op. De Bijlmer, Amsterdamse buitenwijk met een hoge concentratie Surinamers, werd synoniem voor werkloosheid, drugsoverlast, criminaliteit en verloedering. Zo bot mogelijk Inzake mores en moraal heeft Nederland een talent voor doorslaan. Zo gezagsgetrouw als de gemiddelde Nederlander vóór de Tweede Wereldoorlog was, zo groot was zijn afkeer van handhaving, discipline en gezag na de jaren zestig. Het bijbehorende taboe op het open en kritisch bevragen van nieuwkomers, het taboe op het woord ‘neger’, slaat nu om in zijn tegendeel. Ineens moet alles zo bot mogelijk gezegd. Rutger Castricum en Geert Wilders

gedragen zich als de frontsoldaten. Met een sloophamer gaan ze niet alleen taboes, ook beschaving in haar letterlijke betekenis (minder ruw maken, verfijning) te lijf. Nederland mist een kompas voor het leefbare midden. De politieke correctheid is ver-

De Koningin moet de afbeelding op haar Gouden Koets vooral laten zitten stikkend en daarmee gevaarlijk - het ressentiment van vandaag is gevoed door dertig jaar morele repressie. Tegelijkertijd wordt samenleven onmogelijk waar afzeiken en uitlachen de omgangsvorm zijn. Vernedering is de kiem van geweld. Afkrabber Het midden is ergens waar wit of zwart niet uitmaakt. Waar we een negergrap kunnen maken, zoals we kunnen lachen om Belgen of Chinezen, in het besef van het onmenselijke leed dat de slavernij miljoenen Afrikanen en hun nakomelingen heeft aangedaan. Voor we daar zijn, moeten we door de wederzijdse pijn over de slavernij heen. De koningin moet de afbeelding op haar Gouden Koets vooral laten zitten. Het tableau met zwarte dienaren die geschenken aanbieden aan de Nederlandse vorstin is een monument voor dat beladen verleden. We moeten dat verleden niet afkrabben, zoals GroenLinks voorstelde. We moeten het onder ogen zien. Zoals leerlingen op de basisschool horen over de Tweede Wereldoorlog, zo moeten ze leren wat de slavernij was - en ís. Intussen is het afzeiken waar Rutger Castricum een patent op heeft, een ‘kunstje’ geworden. En naarmate dat uitlachen meer gemeengoed wordt, voert PowNews Nederland naar een meer Afrikaanse stijl van humor en sociale omgang. In de zes jaar dat ik in Afrika woonde, zag ik dat leedvermaak gemeengoed is. Empathie jegens vreemden is er dungezaaid. Wie in Afrika van zijn fiets valt, wordt eerder uitgelachen dan geholpen. Toen mijn Rwandese vriend Deo in de stationshal van Amsterdam Centraal met koffer en al van de trap af donderde, was hij verbijsterd door de reactie van omstanders. Die hielpen hem overeind. Beschaamd keek hij rond. Niemand lachte. Zo bezien is PowNews hard op weg zijn programma te modelleren naar een soort van ‘negernieuws’. IS november 2011 45


duurzaam gemak

Winkel

Tekst: Guerrilla-interviews.nl Fotografie: Lizzy Kalisvaart

Samenstelling: Marieke Aafjes Suggesties? Mail: is@ncdo.nl

in Dieren. Het ontlakken, poedercoaten en  monteren gebeurt in een sociale werkplaats.”  Arbeidsintensief is hun missie wel, ervaren de  Roetz-oprichters. Tiemen gaat hoogstpersoonlijk de fi ets-inzamelpunten van de gemeenten  Rotterdam en Den Haag langs om geschikte  fi etsen uit te kiezen. “Dat is iets anders dan de  hele dag achter je computer zitten en af en toe  een praatje maken met je collega’s. Dat heb ik  trouwens altijd prima gevonden, maar wat ik  nu doe is veel concreter.” 

Tas met boodschap

ArtBag (vanaf 26 november) x 5,www.stopaidsnow.nl

Robuust stalen retro-ros

Design theedoek Sint &… Nooit meer vergeefs zoeken naar de juiste letter in de supermarktschappen. Fair  Trade Original introduceert de ‘vergeten’ letter & die je al je vrienden en familieleden kunt geven. Met deze chocoladeletter wil Fair Trade laten weten de cacao-  en suikerboeren in Afrika en Latijns-Amerika niet te vergeten. Zij kunnen rekenen  op eerlijke handelsvoorwaarden & een ontwikkelingspremie voor bijvoorbeeld de de aanleg van elektriciteit of landbouwtrainingen. & voor ons? Wij vinden het  vooral heel lekker. 

Bij Pure Coverz vind je  duurzaam en origineel  bedden- en keukengoed.  Deze theedoeken bijvoorbeeld: Deens  design meets 100 procent biologische katoen  uit India. Bij het kleuren  en bewerken wordt het  milieu zo min mogelijk  belast.  Theedoek (53x86 cm) x 10,www.purecoverz.nl

Fair Trade Original Chocoladel&tter x 2,49 www.wereldwinkel.nl

Voor kinderen van een tot vijf jaar is de Wishbonebike loopfi ets een leuk cadeau  voor de feestdagen. De 3-in-1 loopfi ets kan op drie hoogtes worden ingesteld en  groeit dus met je kind mee: bij de allerjongsten als stabiele driewieler-loopfi ets,  later als tweewieler. Bovendien zijn de banden van gerecycled materiaal, is het  hout duurzaam en is zelfs bij de verpakking rekening gehouden met het milieu.

46 november 2011 IS

¤ 10,–

Tiemen ter Hoeven (31) en Mark Groot Wassink (30) hadden allebei een sjieke baan en dito salaris. Maar ze verruilden dat werk met liefde voor een nieuw avontuur dat volgens hen maatschappelijk relevanter is. Nu maken ze Roetz-bikes, puike fietsen gemaakt van onderdelen van gebruikte tweewielers.

¤ 179,–

De Roetz-collectie telt nu twee modellen, voor heren en dames. De ‘Roetz Road’ (vanaf B 499,-) is een robijnrode stadsfiets met één versnelling. De grijsblauwe Roetz-Retro (B 699,-), met nostalgisch frame, is uitgevoerd als klassieke transportfiets met een voordrager..

Groen blaadje

Revolutionair

A

We moeten rennen, lopen, fietsen

Wishbonebike x 179,www.greenjump.nl

Roetz Bikes www.roetz-bikes.nl

Mark: “In Nederland worden elk jaar een miljoen fi etsen verkocht. Vrijwel hetzelfde aantal  wordt afgedankt en eindigt op de schroothoop.   Doodzonde. Vaak zijn het frame en de afzonderlijke onderdelen nog in prima staat. Daarom strippen we de oude fi etsen, pikken  we de geschikte onderdelen eruit en maken we  daar een puntgave stadsfi ets van. Het frame  lakken we in onze eigen Roetz-kleuren rood en  grijsblauw."  De draaiende onderdelen, zoals lagers, ketting  en pedalen, worden vervangen. "We monteren  spatborden uit hout met het FSC-keurmerk,  handvatten van duurzame kurk en een mooi  leren zadel dat wordt geproduceerd bij Lepper 

Garantie Als het aan Roetz ligt, zijn straks alle onderdelen van hun fi etsen hergebruikt. “Nu vervangen  we de sturen en zadelpennen nog door nieuwe  exemplaren. Maar uiteindelijk hopen we zo’n  grote verzameling onderdelen te hebben dat  dat niet meer hoeft. Oud spul dat nog prima  functioneert, heeft al een natuurlijke selectie  ondergaan en blijkt vaak van een betere kwaliteit dan wat nu op nieuwe fi etsen wordt  gemonteerd. We durven dan ook gerust vijf  jaar garantie te geven op onze frames.”  Inmiddels zijn de eerste honderdvijftig Roetzfi etsen verkocht en is er een bescheiden dealernetwerk opgericht. In Amsterdam, Haarlem,  Leiden, Den Haag en Groningen heeft Roetz al  een verkooppunt. “Daar kunnen wat ons  betreft nog tientallen fi etsenwinkels bij. De  reacties van klanten zijn goed. Onze fi etsen rijden lekker en elke fi ets is letterlijk uniek.”

merika protesteert. We hebben er genoeg van. De banken en hun onverantwoorde praktijken, de oneerlijke belastingverdeling, bedrijven die grote winsten opstrijken maar niks doen voor hun werknemers, de door geld gedomineerde politiek, bedrijven die hun afval dumpen in ons milieu, de elite (1 procent van de bevolking) die profiteert. Wie nog twijfelt aan de legitimiteit van het protest doet er goed aan de fantas-

tische documentaire Inside Job te bekijken. We protesteren tegen het systeem. Een systeem dat, hoewel lange tijd succesvol, zijn langste tijd gehad heeft. De protesten ademen diepe woede, wanhoop en onvrede, maar ook opwinding, vreugde en optimisme. Ze zijn het allebei: anarchie, maar ook het aanbreken van een nieuwe tijd, simpelweg omdat we kei- en keihard tegen de grenzen van het huidige systeem aanlopen. We protesteren tegen het systeem waar we zelf deel van uitmaken noodgedwongen, maar, eerlijk is eerlijk, ook met veel plezier. Allemaal zijn we, tot op zekere hoogte,

verweven met dit systeem: we hebben geld op de banken, we stemmen op politici en we kopen de producten van de bedrijven waar we diep in ons hart van vinden dat ze schandalig bezig zijn. Ik juich de revolutie toe, want ik kan niet langer wachten op de prachtige baby die nu met veel pijn en lijden gebaard wordt. Tip voor de thuisblijvers: protesteren kunnen we elke dag, met elke euro die we uitgeven. En zelfs met elke euro die we niet uitgeven: bent u al van bank veranderd? En dat is een taal waarvan we zeker weten dat de ‘big business’ die verstaat.

Beeld Maurits Giesen

¤ 2,49

De ArtBags van Stop Aids Now! zijn jarig. Met de  opbrengst van deze kunstige, stevige tassen, waaraan  kunstenaars en ontwerpers belangeloos meewerken,  fi nanciert Stop Aids Now! al tien jaar aidsprojecten.  Eén tas kan een kind met aids  vijf dagen medicijnen geven, of  zorgen dat een kind zonder hiv  wordt geboren.  ¤ 5,– De jubileumuitgaves zijn  gemaakt met bijdragen  van Viktor & Rolf, Pip  Studio en Dick Bruna. 

Annick Hedlund - de Witt (1978) doet aan de Vrije Universiteit promotieonderzoek naar de relatie tussen wereldbeelden en duurzame ontwikkeling.

IS november 2011 47


Drie voormalig expatkinderen over opgroeien buiten Nederland

“Als je iets mist, moet je het zelf creëren” Wie: Ilse Griek (31) Woont in: Utrecht Is: promovenda rechtsantropologie aan de Universiteit van Tilburg & bestuurslid stichting 3R (Respect for Refugee Rights) Groeide op in: Mexico, Zuid-Korea

“Ik herken het ontheemde gevoel” De baan van papa bepaalt. Hoe is het om als kind naar een ver land te verhuizen waar je blonde haar een bezienswaardigheid is? De ervaringen in het buitenland hebben soms grote invloed op keuzes in je latere leven. tekst tisha eetgerink beeld martin waalboer

Ilse Griek et studerend in Utrecht en vol heimwee liep Ilse een Mexicaans restaurant aan de Oudegracht binnen. Of er ook Mexicanen werkten? Er werd gewezen naar een man achterin met lichtgetinte huid en een staartje. Uitgelaten begon ze een waterval in het Spaans. Over zichzelf, over Mexico, over alles wat ze zo miste. De man met de paardenstaart zei niks terug en keek haar alleen maar niet-begrijpend aan. Bleek hij Turks te zijn. Ze kan er nu hard om lachen, maar in 1998 was het een teleurstelling. “Ik miste Mexico heel erg. Vooral de warmte van mensen, dat je elkaar knuffelt of zomaar uitgenodigd wordt op een bruiloft. Door mijn vaders werk bij Nationale Nederlanden en later ING, ben ik vanaf mijn achtste opgegroeid in Zuid-Korea en Mexico. In Seoul was ik een bezienswaardigheid door mijn lange, blonde haar. In een museum keken ze liever naar mij dan naar de kunst. Ik ben daar vijf jaar vrij verlegen geweest en stortte me op mijn studieboeken. Toen we in 1994 naar Mexico verhuisden, dacht ik: nu ga ik het allemaal anders doen. Dat lukte, ik legde makkelijk contact. Aan vier jaar Mexico heb ik niets dan goede herinneringen. Mijn ouders zijn er blijven wonen en ik ben het lang als thuisbasis blijven zien. Pas sinds kort is dat aan het veranderen. Dat komt door mijn vriend en mijn schoonfamilie en doordat we hier een huurhuisje hebben. Voor het eerst sinds lange tijd staan al mijn spullen bij elkaar. Toch zie ik mezelf geen huis kopen en voor altijd hier blijven. Mijn

N 

48 november 2011 IS

vriend gelukkig ook niet. Ik heb trouwens wel die Mexicaanse warmte geïntroduceerd in mijn vriendenkring. Als je iets mist, moet je het zelf creëren. Ik heb vooral internationale vrienden. Het buitenland was het ‘normale’ geworden en hier moest ik plotseling ‘Nederlandse’ zijn. Ik kon over allerlei dingen niet meepraten, terwijl dat wel van me werd verwacht. Dat heeft absoluut doorgewerkt in mijn baankeuze. Eerst als vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk en nu bij 3R, Respect for Refugee Rights. Want al is de context anders, dat ontheemde gevoel herken ik bij vluchtelingen. Ik doe nu onderzoek naar geschillenbeslechting in een vluchtelingenkamp in Nepal, waar kinderen opgroeien die hun thuisland Bhutan nooit hebben gezien.”

Saskia Peerdeman aar je me ook neerzet, ik heb binnen de kortste keren iets opgebouwd. Mijn jeugd heeft me flexibiliteit gebracht.” Saskia werd geboren in NieuwGuinea en groeide tot haar twaalfde op buiten Nederland. Haar vader werkte aan grote wegen- en waterbouwkundige projecten, zoals havens en droogdokken. “Mijn moeder, broer en ik gingen tot aan mijn middelbare school gewoon mee naar Nigeria, Colombia of Curaçao.” Het was altijd weer wennen in een nieuw land, in een nieuwe klas. “Contact leggen leer je op die manier wel. Ik maakte vrienden en moest weer afscheid nemen, maar dat heb ik nooit als een probleem ervaren. Het wás simpelweg zo. Als je nooit van je leven pindakaas hebt

“W 

gegeten...” Pas toen Saskia later voor langere tijd in Nederland was, merkte ze dat het ook anders kon. “Ik kwam in een klas waar iedereen elkaar al heel lang kende. Ik zie dat bij mijn eigen kinderen van begin twintig ook. Zij hebben jarenlang dezelfde vrienden en groeien wat dat betreft anders op dan ik.” Een tijd lang wilde Saskia tropenarts worden. “Het buitenland voelde vertrouwd. Ik heb tijdens mijn opleiding geneeskunde in Jordanië gewerkt en ook in Nigeria, waar ik dus als kind heb gewoond. Geen prettig land. Het is enorm frustrerend als je als arts mensen gezonder wilt maken, maar tegen zaken aanloopt waar jij niets aan kunt veranderen. Ik heb respect voor mensen die het doen, maar ik kon er niet tegen om een kind met buikloop op te lappen en het dan terug te sturen naar een open riool waar het weer ziek zou worden. Ik ben geswitcht naar neurochirurgie. Een tak van de geneeskunde met maar weinig vrouwen. Met steun van mijn ouders trok ik me daar niets van aan. Juist omdat ik geleerd heb dat de ene keer dít en de andere keer dát normaal kan zijn, werd ik niet gehinderd door geïnternaliseerde vooroordelen. Ik heb lang last gehad van van onrust. Nu is dat minder, maar helemaal weg is het niet. Het komt doordat ik gewend was om telkens opnieuw te beginnen. Ik kan heel goed dingen starten, ze ook afmaken vind ik iets lastiger. Vandaar dat ik graag nieuwe projecten oppak. Met een bevriende kaakchirurg heb ik een stichting opgezet, MediChange. We willen medische zorg in ontwikkelingslanden bevorderen. Allemaal praktisch en direct. Nekkragen die hier maar één keer IS november 2011 49


“Het buitenland voelt vertrouwd” Wie: Saskia Peerdeman (50) Woont in: Bilthoven Werkt als: neurochirurg, VU medisch centrum Groeide op in: Nigeria, Colombia, Curaçao

zijn gebruikt, kunnen daar nog prima, en in Paramaribo hebben ze nu een operatiemicroscoop en een goede boor. We gaan elk jaar een tijdje naar de tropen om te helpen met opereren. Ik herken de vochtigheid en de geuren, maar mijn thuis is inmiddels Nederland, waar mijn kinderen zijn.”

Piet Briët e parel in zijn jeugdherinnering. Zo omschrijft Piet Briët de twee jaar die hij als kind doorbracht in Malawi, waar zijn vader voor Unilever werkte. “Met uitzondering van die eerste schooldag dan. Mijn uniform was nog niet klaar, dus had ik mijn netste kleren uit Nederland aangetrokken. Stond ik in de tropen in mijn warme ribbroek voor een klas waar ik met niemand kon praten! Later hoorde ik dat alle meisjes op slag verliefd waren vanwege die broek, maar die dag heb ik hard gehuild. Gelukkig trok dat snel bij. In mijn herinnering is Malawi één groot buitenavontuur met wildparken, bergbeklimmen en kamperen onder de sterren. Mijn zusjes en ik hebben nog steeds contact met onze nanny uit Malawi, Ann. We sponsoren de kunstmest voor haar stukje grond.” Zijn er nadelen aan opgroeien als kind van expats? “Vlak voor vertrek, ik was toen tien jaar, kreeg ik in de klas een kussensloop met alle namen erop. Vriendjes moesten huilen. Ik vond het vooral hartstikke spannend. Ik ben gezegend met een positieve inslag en heb daardoor de neiging vervelende ervaringen te vergeten. Ik was wel altijd zoekende, geloof ik. Waar hoor ik thuis? Wat wil ik? Doordat je veel ziet, weet je dat het aantal mogelijkheden legio is. Het heeft me gemaakt tot wie ik ben. Ik voel me snel thuis en weet dat je dingen moet dóen om iets voor elkaar te krijgen. Ik heb grote verschillen gezien, maar ben opgevoed met het idee dat iedereen gelijkwaardig is, waardoor ik even makkelijk praat met een directeur als met een dakloze. Dat helpt ook in mijn werk, waarin ik met lokale bewoners én met overheidsvertegenwoordigers praat.” Met zijn vriendin Jet woont Piet Briët nu in een bovenhuis met dakterras in Amsterdam. Vier jaar alweer. “Toen ik voor mijn werk op verschillende plekken in Europa woonde, besefte ik dat ik behoefte had aan een vastere sociale omgeving. Ik heb mijn baan in de olie- en gasindustrie opgezegd. Ik wilde mijn juridische kennis en ervaring op een duurzame manier inzetten. Weg uit het voor een fiscalist zo logische bedrijfsleven. Ik houd niet van vijfsterrenhotels, ik wil met iedereen kunnen omgaan. Nu werk ik onder andere aan een duurzaam drinkwaterproject in Suriname. Dat reiselement is erin gebleven, dat zit ook in mij, maar mijn basis ligt nu hier.”

D 

50 november 2011 IS

“Mijn basis ligt nu hier” Wie: Piet Briët (35) Woont in: Amsterdam Is: adviseur in duurzaamheid en innovatie bij IMSA Amsterdam Opgegroeid in: Malawi

IS november 2011 51


Jonge Zimbabwanen proberen het te maken in eigen land

Er ligt weer champagne in de winkels * Ondanks alle politieke en economische

*

problemen hebben Zimbabwanen de hoop op een betere toekomst voor hun land niet opgegeven. Ondernemende jongeren komen uit vrije wil terug uit Zuid-Afrika, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Ze dromen van een eigen club of investeringsbank.

tekst elles van gelder beeld davina jogi

p de vlucht voor een economische en politieke crisis, gecreeerd door president Robert Mugabe, verlieten Zimbabwanen het afgelopen decennium massaal hun thuisland. Van de graanschuur van Afrika werd Zimbabwe één van de snelst krimpende economieën ter wereld. Het land werd geplaagd door hyperinflatie, grote tekorten aan brandstof en voedsel, bezettingen van blanke boerderijen en gewelddadige verkiezingen. Zimbabwanen van alle rangen en standen vertrokken en gingen werken als verpleegster in Groot-Brittannië, als souvenirverkoper in Zuid-Afrika of studeren in de Verenigde Staten. Maar het leven in hoofdstad Harare lijkt de laatste tijd beter. Hoewel

O

52 november 2011 IS

de wegen nog steeds vol gaten zitten en de stroom vaak uitvalt, liggen de winkels vol; van rijst en diepvrieskip tot zelfs pesto en champagne. Hoewel maar een klein deel van de bevolking de kurken kan laten knallen, weet de ‘gewone’ Zimbabwaan in elk geval weer hoeveel zijn geld waard is. Sinds twee jaar is de Zimbabwaanse dollar vervangen door de Amerikaanse dollar en Zuid-Afrikaanse rand. En dat stemt vooral jonge, hoger opgeleide Zimbabwanen optimistisch. Ze komen nu niet alleen terug omdat ze het elders niet redden of hun papieren niet in orde krijgen, maar ook omdat ze kansen ruiken. Het is een kentering van de braindrain hoogopgeleide Zimbabwanen brengen de kennis die zij in het buitenland hebben op gedaan naar hun thuisland. Nachtclub Blikken vol felrode verf staan op de vloer van wat ooit een donker Indiaas restaurant in Harare was. Werklieden installeren wastafels en boren in de betonnen vloer. Op een podium dat in de hoge ruimte is gebouwd, komen de draaitafels van de dj. Hier in de wijk Newlands opent de dertigjarige Zimbabwaan Asa Jogi een nachtclub. Hij studeerde en werkte in het Zuid-Afrikaanse

Zimbabwe Harare

Hoofdstad: Harare Oppervlakte: 390.757 km2 (10 keer Nederland) Aantal inwoners: 12 miljoen BNP per hoofd: 500 dollar Pagina 53 Salim Eceolaza werkte in New York en Londen. Nu koppelt hij kopers en verkopers van aandelen en werft hij fondsen voor Zimbabwaanse bedrijven. Pagina 54 Clive Msipha keerde terug uit Londen. “Hier kun je op je 29e bankdirecteur worden!”

Human Development Index: 172 (van 182 landen) President: Robert Mugabe Ontwikkelingsgeld vanuit Nederland in 2011: 0 euro Pagina 55 boven Asa Jogi studeerde en werkte in Kaapstad. Hij hoopt straks de hipste nachtclub van Harare te openen. Pagina 55 onder Lorraine Chilinanzi woonde vier jaar in de Verenigde Staten. In april keerde ze terug om aan de slag te gaan als weddingplanner.

Kaapstad. “Eerst wilde ik niet naar huis”, vertelt hij in zijn kleine kantoor in de club. Maar toen hij vorig jaar februari op bezoek kwam, was hij verbaasd over de vooruitgang die hij zag. “Ik voelde een ongebruikelijke opwinding over mijn land.” Een half jaar later verhuisde hij terug. Onlangs opende Jogi de Red Bar die hij nu tot club omtovert. “Het Zimbabwe waar ik naar ben teruggekeerd is niet het Zimbabwe dat ik heb verlaten. Toen moest je uren in de rij staan voor benzine en kon je ’s avonds de deur niet uit. Dat is gelukkig niet meer zo.” Jonge generatie Harde cijfers over het aantal Zimbabwanen dat terugkeert, ontbreken. Maar iedere Zimbabwaan in Harare somt moeiteloos een rijtje namen op. Ook rekruteringsbedrijven zien dat Zimbabwanen naar huis willen. Rekruteerder CV People Africa verwerkt zo’n zeshonderd cv’s per maand van Zimbabwanen uit de diaspora. “Het is belangrijk dat de jonge generatie terugkomt, want die heeft in het buitenland veel ervaring opgedaan”, zegt directeur Mouse Bhika. “Maar veel middenen kleinbedrijven zijn verdwenen door de economische neergang.” Als je een negentot-vijf-baan zoekt en geen dokter bent, of

ingenieur in de mijnbouw, of is het lastig een baan te vinden. Toch is Bhika optimistisch: “Zimbabwanen zijn erg ondernemend.” Dat beaamt de 29-jarige Salim Eceolaza. In

“Zimbabwe biedt kansen die ik niet kan laten lopen” overhemd met jasje staat hij op de aandelenbeurs van Harare. Hoge bedragen gaan over tafel. Hij is mededirecteur van IHGroup, een bedrijf dat kopers en verkopers van aandelen koppelt en fondsen werft voor Zimbabwaanse bedrijven. De gedreven Eceolaza vertrok in 2005 vanwege de hyperinflatie. Hij voelde dat hij in de crisiseconomie niet de werkervaring kon opdoen die hij wilde. Hij belandde in de financiële wereld in New York en Londen en had daar kunnen blijven. “Maar ik kon de kansen hier niet laten lopen. Dit is de tijd dat jonge mensen een verschil kunnen maken. Zimbabwe heeft nieuwe energie nodig.” Politieke onzekerheid Volgens minister van Financiën Tendai Biti groeit de Zimbabwaanse economie met 9,3

procent. Vooral de mijn- en landbouwindustrie doen het goed. Het land heeft grote voorraden platina, goud, kool en diamanten. Maar het Internationaal Monetair Fonds zegt dat de groei wordt overschat en houdt het op 7,3 procent. Ook de Zimbabwaanse econoom Prosper Chitambara tempert het optimisme. “De cijfers klinken hoog omdat we diep zijn gevallen. De werkloosheid ligt nog rond de 85 procent. Bovendien zijn de onderliggende oorzaken van de crisis niet weg”, waarschuwt hij. Ook politiek gezien is er veel onzekerheid. Sinds 2009 delen de politieke partijen ZANU PF van president Mugabe en MDC van premier Tsvangirai de macht. Het is een vechtkabinet dat als compromis tot stand kwam, nadat verkiezingen in 2008 omgeven waren door fraude en geweld, en oppositiepartij MDC zich in een tweede ronde terugtrok. Op belangrijke punten, zoals de controle over politie en leger en de vrijheid van de media, is weinig vooruitgang geboekt. Bovendien wil Mugabe nog altijd geen afstand doen van de macht. De vrees is groot dat nieuwe verkiezingen weer gewelddadig zullen verlopen. Toch kunnen Zimbabwanen dankzij de relatieve economische stabiliteit wel plannen IS november 2011 53


maken en bedrijven openen, zegt Chitambara. Makkelijk is dat niet. De overheid stimuleert ondernemerschap niet en er is veel papierwerk nodig om te starten. Bovendien is het moeilijk om een lening te krijgen omdat banken niet genoeg geld hebben. Fantastische dingen doen Toch hebben jonge Zimbabwanen het gevoel dat ze in eigen land meer kunnen bereiken dan in het buitenland. Thuis is het glazen plafond makkelijker te doorbreken. Twintiger Clive Msipha vertrok in 2005 naar Londen, maar kwam terug naar Zimbabwe toen de Amerikaanse dollar werd geïntroduceerd. Hij zette Untu Microfinance op, een microfinancieringsbedrijf dat leningen verstrekt aan het midden- en kleinbedrijf. “Ik kwam niet terug omdat ik het land miste, maar vanwege de kansen. Je kunt hier fantastische dingen doen, die je elders nooit had kunnen bereiken, zoals op je negenentwintigste bankdirecteur worden!” Ambitieuze jongeren die terugkeren, worden door de rekruteringsbedrijven met open armen ontvangen. “Zimbabwanen uit het buitenland zijn gewild omdat een deel van het management hier lui is geworden tijdens de hyperinflatie”, zegt James Crouch van PRI, 54 november 2011 2010 IS IS

een rekruteringsbedrijf gespecialiseerd in de diaspora. PRI verwerkt tweehonderd cv’s van Zimbabwanen per maand, veelal uit het topmanagement. “In de crisistijd kon je makkelijker geld verdienen met de handel in benzine dan met je reguliere baan.” Mensen die naar het buitenland trokken, hebben zich ontwikkeld, zij zijn gewild. Er wordt meer gehandeld met het Westen dan met andere Afrikaanse landen. Teruggekeerde Zimbabwanen ‘kennen’ dus hun klanten.

“In de crisistijd kon je makkelijker geld verdienen met de handel in benzine dan met je reguliere baan” Winst Niet alleen kansen, ook de zon, familie en vrienden lokken Zimbabwanen terug naar hun moederland. Dat geldt zeker voor de 23-jarige Lorraine Chilinanzi, die een zwarte avondjurk met nepdiamanten draagt. Voor haar baan als weddingplanner, organisator van bruiloften, moet ze er representatief uitzien. In april kwam ze terug na vier jaar in Amerika te hebben gewoond. “Er is nog geen dag

geweest dat ik hoopte dat ik weer in de VS was.” Chilinanzi verwoordt een gevoel dat ook de andere terugkeerders noemen. Thuis kan ze volwaardig meedoen. “In een ander land voel je je een tweederangsburger”, zegt ze. “Je moet vechten om iets voor elkaar te krijgen.” Eceolaza, Msipha, Jogi en Chilinanzi namen grote risico’s. Ze zetten met spaargeld hun bedrijven op, ze klopten aan bij vrienden en familie en zochten investeerders. Clive Msipha’s bedrijf is inmiddels gegroeid van 3 man personeel naar 25 en steunt 500 ondernemers. Eceolaza heeft veertien werknemers in dienst en is trots dat zijn bedrijf al die gezinnen kan voeden. Chilinanzi hoopt eind dit jaar winst te maken; december is het bruiloftseizoen in Harare. En Jogi twijfelt er niet aan dat zijn club de hipste club van de stad wordt, waar mensen iedere avond gezien willen worden. Bang voor de toekomst zijn ze niet. Ook al roept president Mugabe om nieuwe verkiezingen volgend jaar. Jogi:“Ik zie het alleen misgaan met mijn zaak als de Zimbabwaanse dollar weer wordt geïntroduceerd. Maar dat gebeurt niet. Dat zou namelijk ook roet in het eten gooien van de zakelijke plannen van de ministers en Mugabe zelf. En crisis of niet, gedronken wordt er altijd.” IS november 2011 55


Agenda Samenstelling: Eva Hol

Uitgelicht

West-Afrikaans duo

Tentoonstelling Verleidelijk en bedrieglijk De tentoonstelling Indië in scène toont ruim honderd foto’s van Indië als tropisch paradijs, verleidelijk en tegelijkertijd bedrieglijk. Fotostudio Ohannes Kurkdjian zet het romantische beeld van koloniaal Nederlands-Indië in een ander daglicht. t/m 15 januari Tropenmuseum, Amsterdam www.tropenmuseum.nl

Het dak eraf met La Pegatina De zevenkoppige band La Pegatina uit Barcelona doet denken aan Manu Chao en Che Sudaka, maar voegt naast cumbia, merengue en disco ook punk en ska toe. Doel? Iedereen aan het dansen krijgen. Ze kwamen in 2003 bij elkaar en hebben inmiddels ruim vierhonderd concerten achter de rug. Vorig jaar waren ze een van de grote successen op het Lowlands-festival. VPRO’s 3voor12 oordeelde: ‘La Pegatina blaast het tentzeil eraf. Publiek neemt maar geen genoegen: Meer! Meer! Meer!’ 17 december, 20.30 uur Tivoli Oudegracht, Utrecht www.tivoli.nl.

Voorstelling In Ongenade

Agenda november & december 2011 Muziek Argentijnse chacarera’s Tango is Argentijnse muziek, maar niet alle Argentijnse muziek is tango. Dat demonstreren de muzikanten in dit groepsconcert van gitaristen. Vrijwel alle stijlen en genres komen langs: van klassiek tot eigentijds, van oude chacarera’s tot Piazzolla’s tango nuevo. 18 november, 20.30 uur Tropentheater, Amsterdam www.tropentheater.nl

Tango Tangoconcert met tangozanger Juan Carlos Tajes en pianist Wim Warman. Naast de tango’s vertolkt Tajes ook liedjes van de Italiaanse zanger Paolo Conte. 25 november, 20.30 uur Pianolamuseum, Amsterdam www.pianola.nl

Indiase volksliedjes

kreeg twintig jaar les van de beste leraren. 1 december, 20.30 uur RASA, Utrecht www.rasa.nl

Hollandse roots

Wie luistert naar de trompettiste Maite Hontelé stelt zich een Zuid-Amerikaanse man voor, geen Hollandse blondine. Hontelé woont en werkt in Colombia. Ze speelde op grote festivals in Colombia, op North Sea Jazz en in ZuidKorea, Amerika en Israël. Haar muziek is een mix van Colombiaanse folklore, salsa en latin-jazz. 17 december, 21.00 uur RASA, Utrecht www.rasa.nl

Evenementen Literatuur & muziek Op het Crossing Border Festival staat de combinatie van literatuur, muziek, film en beeldende kunst centraal. Naast grote namen als Heather Nova, Deus en Paulien Cornelisse beklimmen ook onbekende artiesten het podium om waargebeurde verhalen te vertellen. 16 t/m 19 november Koninklijke Schouwburg, Den Haag www.crossingborder.nl

56 november 2011 IS

De Turkse rockster Özlem Tekin wisselt rock, pop en disco af met het traditionele Turkse ritme. Hij mag zowel pop- als rockliefhebbers tot zijn fans rekenen. 26 november, 20.30 uur Paradiso, Amsterdam www.paradiso.nl

De wereld in Maastricht Acht concerten, een dansvoorstelling, films en een expositie. Muziek uit Italië, het Midden-Oosten, Spanje, Afrika en Brazilië. Het Global Culture Festival is een vierdaags multicultureel evenement en haalt de hele wereld naar Maastricht. 24 t/m 27 november Meerdere plaatsen in Maastricht www.maastrichtuniversity.nl/ studiumgenerale

schoolgeld te betalen voor kinderen in Senegal. 25 november, 20.00 uur ASTA Cultuurcentrum, Beek (LB) Aanmelden via: ndaggasenegal@gmail.com

Haal Tibet in huis

Gegoten Lood #2 is een fusie van kunst, theater, politiek en debat. On stage reageren kunstenaars, wetenschappers, politici, journalisten, activisten, bloggers en twitteraars op en vanuit de Arabische Lente.

Hoe ziet de toekomst van de buitenlandjournalistiek eruit? Vind het antwoord tijdens de Avond van de Buitenlandjournalistiek. Er zijn workshops en debatten met o.a. Indonesië-correspondent Step Vaessen, fotograaf Geert van Kesteren, Kenia-correspondent Koert Lindijer en Ruslandverslaggever Olaf Koens. 29 november, 18.00 – 22.00 uur Pakhuis de Zwijger, Amsterdam www.dezwijger.nl

Op deze Tibetaanse workshopdag wordt een ‘Shakyamuni Boeddha’ geschilderd volgens de traditionele schema’s en maken de deelnemers een zilveren Tibetaans amulet. De dag wordt verzorgd door Artfriends/Creative Partner en kunstenaar Tashi Norbu. 10 december Atelier Artfriends, Culemborg www.artfriends.nl

Het Grote Media Debat N’dagga! t/m 28 november Oude Graanmarkt 5, Brussel www.gegotenlood.nl

Soiree Senegal (N’dagga!) is een feestavond voor iedereen die houdt van Afrikaanse muziek, dans en eten. De opbrengst wordt gebruikt om

Toneelgroep Amsterdam speelt de voorstelling In Ongenade. Een bewerking van de roman van de Zuid-Afrikaanse schrijver Coetzee. Vader gaat bij dochter Lucy op het platteland wonen. Lucy wordt verkracht, maar wil geen aangifte doen. Vader leeft nog volop in het oude Zuid-Afrika. Lucy weet dat ze moet leren omgaan met de nieuwe realiteit. 1 december t/m 24 maart Stadsschouwburg, Amsterdam en elders toneelgroepamsterdam.nl

Dubbelconcert van de Malinese Bako Dagnon en Tipougoumba Lakoande uit

Tijdens drie talkshows onderzoeken wetenschappers en journalisten, onder wie schrijver Joeri Boom, samen met het publiek hoe nieuws tot stand komt en hoe het wordt

Babah Babah Tarawally is journalist, verhalenverteller en schrijver van het boek De god met de blauwe ogen.

Cubaanse Revolutie

Burkina Faso. Bagnon treedt op met een nieuw en akoestisch ensemble. Tipougoumba brengt traditionele muziek en dans uit de streek Fada N’Gourma in het oosten van Burkina Faso. 20 november, 15.00 uur Tropentheater, Amsterdam www.tropentheater.nl

Schubert in Matadouro De dansvoorstelling Matadouro is gebaseerd op de sleutelroman Hautes Terres over het negentiende eeuwse Brazilië van Euclides da Cunha. Met muziek van Schubert. 26 november, 14.00 uur AINSI, Maastricht theateraanhetvrijthof.nl

Flamencokweekvijver De Spaanse flamencodanser Joaquín Grilo danst samen met de Bulgaarse Theodosii Spassov. Met een aantal gastartiesten verkennen ze

stad. In de toekomst zal dit aantal waarschijnlijk alleen maar toenemen. Hoe voorkom je dat steeds groter groeiende steden aan zichzelf ten onder gaan? Jacqueline Cramer gaat in gesprek met Rijksbouwmeester Frits van Dongen. 15 december, 20.00 tot 21.30 uur Academiegebouw, Utrecht www.sg.uu.nl

Debat Groeiende steden, stervende steden? 

Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in de

Welke invloed heeft de Cubaanse revolutie gehad op Latijns-Amerika? Sprekers op dit symposium zijn Zelmys Domínguez Cortina, ambassadeur van Cuba in Nederland en Dirk Kruijt, emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht en oprichter van de Netherlands Association for Latin American and Caribbean Studies. 17 november, 19.00 uur Instituto Cervantes, Utrecht www.utrecht.cervantes.es

ACTIE Innovatieve deals A Call 2 Action is een initiatief van een groep jonge mensen die met concrete acties willen bijdragen aan vernieuwing en verbetering van internationale samenwerking. Op deze dag sluiten plannenmakers ‘innovation deals’ voor de toekomst met o.a. René Grotenhuis, Herman Wijffels, Joke Brandt, Wassila Hachchi en Arjan El Fassed. 10 december, 11.00 – 17.00 uur Casa 400, Amsterdam www.acall2action.nl

Mijn aanrader

Buitenlandjournalistiek Arabische Lente

Turkse rock

De Indiase zanger Pushkar Lele zingt lichtklassieke thumri’s, tappa’s, veredelde volksmelodieën. Pushkar behoort tot de top van de Indiase liedkunstenaars, hij

muzikale einders. Ze gaan vanuit de Balkan naar de Andalusische flamencokweekvijver en terug. 2 december, 20.30 uur RASA, Utrecht www.rasa.nl

Muzikaal & verhelderend Wie: Natalie Uiterloo Wat: SuperSobia van rij 5, een muzikale voorstelling van theatergroep Crash Wanneer: t/m 16 februari in scholen en theaters De muzikale voorstelling SuperSobia vertelt het verhaal van twee jonge meisjes in een kleding­ fabriek. Fabriekseigenaar Kamal regeert met harde hand over zijn werknemertjes. Sobia werkt hard en ondergaat haar lot zoals het is, in de hoop dat ze ooit haar familie terugziet. Savi is nieuw en wil helemaal niet hard werken. Ze sleurt de serieuze Sobia mee in haar fantasiewereld waar ze samen spannende avonturen beleven. “Het is een voorstelling voor kinderen vanaf zes jaar”, zegt tekstschrijver Henkelien van den Herik. “Het is moeilijk om zulke jonge kinderen uit te leggen dat kinderen aan de andere kant van de wereld onder zulke barre

omstandigheden moeten werken en niet naar school gaan. Daarom laten we vooral zien wat alle kinderen met elkaar gemeen hebben: fantasie. Fantasie is belangrijk, maar we laten zien dat het je ook erg in de weg kan staan. Als je echt iets wil, moet je ervoor gaan.” Natalie Uiterloo, die samen met haar kinderen van tien en vier jaar kwam kijken, valt haar bij. “Voor de ouders is het heel verhelderend. We leven hier zo gehaast. Er is helemaal geen tijd om stil te staan bij het lot van kinderen in de rest van de wereld. Het open einde van het toneelstuk geeft je de keuze om na te denken over deze problemen.” Speelijst: www.tgcrash.nl eva hol

Beeld Maurits Giesen

ontvangen. Hoe kun je bijvoorbeeld nieuws uit conflictgebieden op waarde schatten? 15, 22 en 29 november, 20.00 tot 21.30 uur Academiegebouw, Utrecht www.hetgrotemediadebat.nl

Buurman Fons

S 

inds het begin van deze maand heb ik mijn winterjas weer aan. Bij een kop warme chocolademelk mijmer ik over die paar zonnige dagen waarvan we deze zomer hebben mogen genieten. Met rugdekking van de zon voelen mijn Nederlandse buren en ik ons vrijer en houden we onze deuren wijd open voor elkaar. Onze spelende kinderen vormen samen een prachtige regenboog­ natie. Onder het genot van een verfrissend drankje keuvelen we over het leven. Op een warme middag zat ik in mijn eentje te genieten van de zon toen onze zelfbenoemde wijkagent langsliep met zijn hondje. Buurman Fons spreekt mensen graag vermanend toe als ze in zijn ogen een fout maken. Ik mag hem graag, want hij brengt me terug naar mijn jeugd in een dorpje in Sierra Leone, waar je niet kon ontsnappen aan de sociale controle. “Hé Afrikaantje, heb je geen werk meer?” “Ik ben werkloos geworden, buurman”, loog ik. “Ja, het gaat slecht met Nederland, wordt het niet eens tijd om terug te gaan naar Afrika?” “Heb je last van mij of zo?” Het hondje blafte en maakte aanstalten om mij te bijten. Buurman Fons trok aan de lijn en schreeuwde: “Hé Murphy, ben je gek geworden?” Murphy bond in, maar bleef mij strak aankijken alsof hij wilde zeggen: ‘je bent gewaarschuwd!’ “Zie je, Babah, ik weet niet wat het is, maar Murphy heeft iets met buitenlanders.” “Hoezo je hond? Hij voelt gewoon de angst van zijn baas”, reageerde ik laconiek. Buurman Fons draaide zich subiet om en vertrok met Murphy in zijn kielzog. Nu de zon niet meer schijnt, is er voor dit jaar ook een eind gekomen aan het contact met mijn buren. In de herfstzon doen de kinderen in een dikke jas nog wel een voorzichtige poging tot voetballen op straat, maar de zomerse argeloosheid waarmee we met de buren het glas heffen of zomaar een praatje maken, is verdwenen. Ook buurman Fons heeft zich binnen zijn vier muren verschanst. De wereld ziet er koel, triest en verlaten uit. Ik verlang nu al naar de volgende zomer.

IS november 2011 57


Een dag uit het leven van Samm

“Woorden kunnen voor verandering zorgen” tekst & beeld elles van gelder

09.30

11.00

Samm Farai Monroe (31) Is: protestzanger, poëet en oprichter van Magamba, een organisatie die muziek inzet om voor verandering te zorgen Waar: Harare, Zimbabwe Eet graag: zadza (maïsmeelpap) en ossenstaart Drinkt graag: bier, witte wijn, whisky Droom: een democratisch Zimbabwe Kijk op www.youtube.nl voor clips van Samm (zoeken op zijn artiestennaam Comrade Fatso)

Samms telefoon gaat non-stop. Nu belt zijn agent om de komende optredens in Europa door te nemen. Daarna telt Samm het aantal exemplaren van zijn cd House of Hunger dat hij wil meenemen voor verkoop tijdens de tournee. House of Hunger is verboden op de Zimbabwaanse radio omdat in de liedteksten het regime van president Robert Mugabe wordt bekritiseerd.

Samm Farai Monroe maakt koffie en een geroosterde boterham met honing in de keuken van zijn kantoor in het centrum van Harare. Zijn organisatie Magamba organiseert deze week een festival met protestzangers en woordkunstenaars. “Woorden kunnen voor verandering zorgen. Ik wil mensen inspireren en hen laten zien dat ze het heft in eigen hand kunnen nemen om hun leven te verbeteren.”

15.00

Samm gaat op bezoek in de township Glenora, waar zijn organisatie Magamba jonge rappers begeleidt om nog betere muziek te maken. “Het verbaast mij echt hoe ver deze jongens in een paar jaar gekomen zijn. Ze rappen over hun dagelijks leven. Veel jongeren hier zijn werkeloos en hebben een onzekere toekomst.”

21.00

18.00 Tijd voor pizza en pasta met goede vrienden in een Italiaans restaurant. Samm vertrekt de volgende dag op een internationale tournee voor twee maanden. De eerste stop is Denemarken. “Ik hou van optreden, daar doe je het voor. Voordat ik op tournee ga, probeer ik mijn vrienden te zien.”

58 november 2011 IS

24.00 Samm treedt op tijdens het festival dat hij heeft georganiseerd. De set duurt een half uur. Nu is hij niet langer Samm, want het publiek kent hem als Comrade Fatso. In verkiezingstijd worden zijn optredens ook wel bezocht door de geheime dienst.

Inpakken voor de tournee. Favoriete T-shirts, jeans en gympen gaan mee. “Maar de koffer gaat niet te vol. Ik wil kleding kopen in Europa. de keuze in Zimbabwe is beperkt.”


Ingezonden

Colofon IS is een gratis uitgave van NCDO. NCDO staat voor Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling. NCDO betrekt mensen in Nederland bij internationale samenwerking. www.ncdo.nl Meningen en standpunten die te lezen zijn in dit blad, worden niet noodzakelijkerwijs door NCDO onderschreven.

Ticket to the tropics JoHo is een belangenorganisatie die vrijwilligers uitzendt naar ontwikkelingsprojecten wereldwijd.

IS werkt samen met lokaalmondiaal en Vice Versa in het Wereldmediahuis. www.wereldmediahuis.nl

Filippijns familieleven Help een hele Filippijnse familie door mee te draaien in een leercentrum voor ex-verslaafde jongeren. Kinderen uit de buurt krijgen er onder andere les in Engels en rekenen. De ouders bakken traditionele koekjes zodat ze weer in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Op de boerderij Enthousiast geworden na het lezen van het verhaal van de Pakistaanse melkboer in deze IS? In Uganda kun je helpen bij lokale boerderijen, huisbezoeken afleggen en trainingen geven over landbouw en duurzaamheid. Vrouwenvoetbal Trap een balletje met jonge meiden in Kenia, en ontwikkel tijdens het spel hun zelfvertrouwen en leiderschapscapaciteiten. Deze en talloze andere vrijwilligerswerkvacatures vind je in de oriëntatie- en keuzegidsen van de JoHo Go Abroad services. vrijwilligerswerkinhetbuitenland.nl

Vanaf 15 december ontvangt u het nieuwe magazine OneWorld. OneWorld verschijnt tien keer per jaar.

Redactie Hans Ariëns (hoofdredacteur), Lonneke van Genugten (eindredacteur), Sanne Terlingen (redacteur), Eva Hol (stagiaire) Aan dit nummer werkten mee

* Geen excuus * (twee dagen Een klap omdat ze te sexy gekleed was (gisteren) en t klets veel geleden), eentje omdat ze te kast stond. koel de in bier koud geen nog één omdat er Merian won ’ Met haar poster ‘Always New Excuses… e Naties nigd Vere de van rijd Plaat de advertentiewedst t mensen moe er post De ’. Nee! : wen vrou n ‘Geweld tege vrouwen ervan bewust maken dat een op de drie eld. gew van t word r toffe wereldwijd slach

Neem eeN aboNNemeNt op Vice Versa eN krijg eeN gratis boek! Na het lezen van IS nog niet genoeg gekregen van ontwikkelingssamenwerking? Lees dan verder in de Vice Versa, hét vakblad over ontwikkelingssamenwerking, en leer over alle ins en outs van de ontwikkelingssector. Met kritische reflecties, uitgebreide achtergronden en praktische tips is de Vice Versa een must voor iedereen die méér wil weten! Als u nu een abonnement neemt, krijgt u er een gratis boek bij! U kunt kiezen uit ‘Arm en Kansrijk’ van Esther Duflo en Abhijit Banerjee, ‘Een zonnig eiland’ van Aad van den Heuvel en ‘Kinderen van Afrika’ van Ton van der Lee. Bij Vice Versa #6 van dit jaar krijgt u bovendien een magazine over buitenlandjournalistiek in de brievenbus!

Gerbert van der Aa, Marieke Aafjes, Aletta André, Karolien Bais, Esther Bakker, Frans van den Boom, Kees Broere, Evelijne Bruning, Seydou Camara, Ton Dietz, Arne Doornebal, Tisha Eetgerink, Ilona Eveleens, Louise Fresco, Elles van Gelder, Pieternel Gruppen, Guerilla-interviews.nl, Annick Hedlund-de Witt, Annemiek Huyerman, Anneke Hymmen, Zsuzsanna Ilijin, Patrick Imbert, Bas Jongerius, Janneke Juffermans, Peter van Lieshout, Kadir van Lohuizen, Bengt van Loosdrecht, Marcia Luyten, Wilma van der Maten, Bouwe van der Molen, Roeland Muskens, Evert Nieuwenhuis, Bram van Ojik, Jolke Oppewal, Bram Posthumus, Marije Rosing, Ralph Schreinemachers, Vamba Sherif, Babah Tarawally, Stan Termeer, Paul Teule, Edwin Timmer, Martin Waalboer, Han van de Wiel, Maike Winters

Basisontwerp Luis Mendo, GOOD Inc. Art direction en vormgeving Bouwe van der Molen Graphic Design, Wouter Overhaus (Atelier van GOG) Beeldredactie Anja Koelstra Bladconcept Fred Hermsen, Maters & Hermsen Journalistiek Lithografie MediaTraffic Press, Amsterdam Druk Habo DaCosta, Vianen Redactieraad: Pieter Broertjes (voorzitter), Frans van den Boom, Tineke Ceelen, Anna Chojnacka, Annemarie van Doorn, René Grotenhuis, Aad van den Heuvel, Bram van Ojik, Fatma Wakil Abonnementen

Als u abonnee bent van IS, wordt dit abonnement per december automatisch omgezet in een abonnement op het nieuwe tijdschrift OneWorld. Een abonnement op OneWorld is gratis. Abonneren, opzeggen of adreswijzigingen doorgeven kan via de website www.ismagazine.nl/oneworld Of stuur een briefje naar: Abonnementenservice OneWorld SP Abonneeservice Antwoordnummer 10016 2400 VB Alphen aan de Rijn Tel: 0172-476085 Mailen kan ook: oneworld@spabonneeservice.nl

Redactieadres Postbus 94020, 1090 GA Amsterdam tel.: 020-5682055, is@ncdo.nl www.ismagazine.nl

Vice Versa verschijnt zes keer per jaar en kost 37,50.

Surf snel naar www.viceversaonline.nl of stuur een mail naar abonnementen@viceversaonline.nl. Bellen kan ook, naar: 026 442 90 83.

IS november 2011 59


OneWorld.nl Elke dag OneWorld? Op de vernieuwde  website www.oneworld.nl vind je opinie  van prominente commentatoren én  van bezoekers, cijfers en fi lmpjes bij de  verhalen in het magazine, vacatures,  vrijwil ligerswerk en praktische tips om  bewuster te leven hier en daar.

OneWorld magazine In het eerste nummer van OneWorld  maken we kennis met de vrouwen van  Nollywood, de Nigeriaanse fi lmindustrie.  We vragen ons af waarom toeristen  massaal op zoek gaan naar het échte  Afrika en authentiek Azië. En verder:  Groen leven met schrijfster Marie-Claire  van den Berg, een interview met Mabel  van Oranje, vertrouwde bijdragen in een  nieuw jasje van Babah Tarawally,  Monique Samuel en Peter van Lieshout  en nieuwe verhalen van Marcel van  Roosmalen, Abdelkader Benali en Loethe  Olthuis.


OneWorld gaat verder waar IS ophoudt. Op www.oneworld.nl vindt u vanaf medio december dagelijks nieuws, tips, vacatures en blogs uit de hele wereld. Abonnees in Nederland ontvangen voortaan automatisch OneWorld magazine. OneWorld zal nóg meer dan IS de link leggen tussen hier en daar. We besteden meer aandacht aan duurzame lifestyle en carrière, met onder meer een maandelijkse bedrijvencheck en een kijkje bij lezers thuis. Naast deze nieuwe rubrieken en (ver)gezichten vindt u in het nieuwe blad ook de interviews met denkers en doeners, essays, (foto)reportages en de dilemma’s binnen hulp en globalisering die u van ons gewend bent. Nog geen abonnee? Meld u aan via www.ismagazine.nl/oneworld

LET OP! S ABONNEE IN HET ENLAND IT U B

Voor abonnees buiten Nederland zijn wij helaas genoodzaakt om vanaf 2012 porto- en verwerkingkosten in rekening te brengen. In december ontvangt u het eerste nummer van OneWorld. Daarna wordt uw abonnement automatisch beëindigd. Als u OneWorld wilt blijven ontvangen in het buitenland, dient u zich opnieuw aan te melden voor een abonnement. Dat kan via www.ismagazine.nl/oneworld Onze tarieven: Abonnement buiten Nederland, in Europa (tien nummers): y 30,Abonnement buiten Europa (tien nummers): y 40,-


IS 09