__MAIN_TEXT__

Page 1

Het Tijdschrift

De Kritieke Massa


De Kritieke Massa OVER DEELTJES, DE EENLING EN HET GROEPSMENS.

De term kritieke massa – ook wel kritische massa genoemd – is oorspronkelijk afkomstig uit de natuurkunde. Daarin verwijst hij naar de minimale hoeveelheid materiaal die nodig is om een kettingreactie tot stand te brengen. In de volksmond, maar ook in sociale theorie, wordt de kritieke massa echter ingezet als metafoor: wanneer genoeg mensen zich achter een idee of beweging scharen, kan een kentering ontstaan. Maar de kritieke massa gaat niet alleen over de massa die nodig is om een kantelpunt te veroorzaken. Het gaat ook over de enkeling, de uitbijter die als eerste een andere kant op gaat en daarmee wellicht het begin is van een nieuwe beweging, een nieuwe kritieke massa. De kritieke massa vraagt: hoeveel is nodig om verandering teweeg te brengen? Hoeveel unieke eigenschappen heeft een mens nodig om zichzelf te zijn? Hoeveel deeltjes zetten een proces in gang? Met dit thema gingen wij eind 2019 vol goede moed aan de slag. Tot het maart 2020 werd en het jaar stokte voor het goed en wel begonnen was. COVID-19 hield ons thuis, gescheiden van elkaar. We hielden ons voortdurend bezig met grafieken, IC-bedden en coronadoden en leerden wat het betekende om de curve te ‘flattenen’. En het virus dwong ons om de rust te nemen die we in het normale leven vaak niet kunnen vinden. Het gaf ruimte voor reflectie en de kans om na te denken over de massa’s waar we zelf deel van uitmaken. Dat bepaalde systemen anno corona tijdelijk worden stilgelegd of voor altijd veranderen, laat zien dat dingen die soms vanzelfsprekend lijken wel degelijk kunnen veranderen. Dat de Black Lives Matter-beweging na de tragische dood van George Floyd eindelijk breed gedragen wordt, kan bijvoorbeeld niet volledig aan het toeval toegeschreven worden. Bij Into The Great Wide Open geloven we nog altijd dat ook kunst in de breedste zin van het woord haar steentje kan bijdragen aan een betere wereld. Daarom lieten we ons voor dit tijdschrift niet alleen inspireren door de kritieke massa, maar ook door The Whole Earth Catalogue, de paperbackversie van het wereldwijde web die eind jaren 60 als lijfblad van de eerst tech-hippies uit San Francisco gold. Daarin werd een ecologische en zelfvoorzienende levensstijl gepropageerd. Ons tijdschrift richt zich op het gedachtegoed van Into The Great Wide Open, waarin tegencultuur geen vreemde is. Makers en denkers uit verschillende disciplines komen aan bod en laten zien hoe zij op geheel eigen wijze toewerken naar een toekomst waarin ze geloven. Stuk voor stuk stellen ze – expliciet of impliciet – vragen die horen bij de kritieke massa. Wat of wie maakt het verschil? Wanneer is iets ‘just enough’? Moeten we een massa vormen of is het bestaan van een massa juist een reden om de andere kant op te gaan, een eigen weg in te slaan en te zijn wie we willen zijn?


2


Voorwoord

Eind vorig jaar popte in Team ITGWO een thema op voor 2020: De kritieke massa. Met name ‘de kunst’ zou gaan over kleine deeltjes die grote reacties kunnen veroorzaken. Denk aan de vlinder in China die een tornado in Texas veroorzaakte. Of aan Gretha Thunberg die in haar uppie wereldwijd klimaatmarsen instigeerde. En toen kwam COVID-19 ons aller leven op aarde ondermijnen; over de impact van kleine deeltjes gesproken … Onze sector raakte compleet ontwricht. Maar de creativiteit en scheppingsdrang bleef, met de ambitie om dat vermaledijde thema toch uit te gaan werken. Ziedaar Het Tijdschrift. Een magazine waarin we proberen deze Tijd op Schrift te stellen met portretten, verhalen, beelden en essays over eenlingen en voortrekkers. Mensen die inspireren, ons de toekomst laten zien en niet wachten tot anderen die voor hen bepalen. Zoals Arjan Witte, die troep terugbrengt naar de producent, Nederlandse rappers die institutioneel racisme aan de kaak stellen en Petra Possel die plantaardiger wil eten. Wij hopen dat u - als lezer - de goede voorbeelden volgt, of zelf nieuwe initiatieven neemt en die weer deelt. Omdat wij geloven dat het wél helpt. Team Into The Great Wide Open

HET TIJDSCHRIFT

3

beeld cover: Jeugdkamp op Vlieland, 1950 credit: Anefo


Inhoud

001

De kritieke massa – over deeltjes, de eenling en het groepsmens

006

Armies of One – een essay van filmmaker Mike Hoolboom

010

Over kikkers, vuurvliegjes, uitvinding en imitatie – een essay van kunstenaar Matteo Marangoni

013

Komorebi Larva Do It Yourself kit – met deze kit en bouwinstructies kun je zelf een larva bouwen, ontwikkeld door kunstenaars Dieter Vandoren en Matteo Marangoni

016

De meest invloedrijke band ooit – muziekjournalist Leendert van der Valk stelde een volledig vrouwelijke allstarband samen

028

Silent Sky Project# – kunstenaar Rob Sweere onderzoekt hoe mensen over de hele wereld van elkaar verschillen of juist gelijkenissen vertonen

034

De Blauwe Droom – overdenkingen van Roberta Petzoldt na een gesprek met Rob Sweere

036

NOBU & BABA – een fotoserie door theatermaker en regisseur Sarah Blok en mode-ontwerper Lisa Konno

040

Unlikely Activist: Malou Geenevasen – verrichtte een jaar lang elke dag een goede daad en vraagt anderen soms hetzelfde te doen

042

Notes On Imagining – een essay over verbeelding van beeldend kunstenaar, curator, onderzoeker en schrijver Charl Landvreugd

046

De Gids: Raquel van Haver – beeldend kunstenaar vertelt over het werk ‘Parliament of Ghosts’ van Ibrahim Mahama

050

Collectiviseer de toekomst – een essay over kunst, kritieke massa en trillion-dollar companies van kunstenaar Jonas Staal

054

De Glimmende Appel – een column van DJ St. Paul over indie en mevrouw Pekelharing

056

Wijd Open – de leegte van de locaties van Into The Great Wide Open vastgelegd door Cleo Campert

070

Recepten van Ús Hôf – drie recepten van smakelijke dranken die je prima thuis kunt maken

074

De grote oversteek – een essay over de verhuizing naar het lege landschap en de transitie naar een plantaardiger bestaan door Petra Possel

078

Unlikely Activist: Ed Koomen – adopteert kerstbomen en haalde nooit zijn rijbewijs


080 Portret van Elijah McClain – centerfold door Brian Elstak 082 De Gids: Mirjam Marks – regisseur van jeugddocumentaires en -series deelt haar liefde voor Le Centquatre-Paris en de binnenlanden van Suriname 086 Lab Vlieland – praktische handvaten om gezamenlijk een nieuwe circulaire en klimaatneutrale wereld te bouwen 088 YOUARETHESOURCE – een kunstproject van Sophia Bulgakova 094 De Gids: Laura van der Have – mede-eigenaar van koffiebranderij Bitter & Real over onder andere haar favoriete wijn 098 Toen Het Kwam – een fictief verhaal op basis van antieke ansichtkaarten van Vlieland uit de collectie van Tineke Luis 109 Don’t push me – een kort verhaal van A.H.J. Dautzenberg, met een illustratie van S. Lloyd Trumpstein 116 Hiphop in Nederland – hoe Nederlandse hiphopartiesten helpen de weg vrij te maken voor het tergend langzaam veranderen van de witte mainstreamvisie op de rol van afkomst en huidskleur in dit land 122 Unlikely Activist: Roosje Klap – ontwierp een opensourcekledingstuk met daarop de dertig artikelen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens 124 De Duizend Kamers/Le Mille Stanza – een sprookje door Spinvis 128 0.0146 seconds – kunstenaar en ontwerper Julia Janssen onderzoekt de impact van technologie op de samenleving 130 Studio Moniker – beschilder de wereld 132 Unlikely Activist: Arjan Witte – brengt zwerfvuil terug naar de producent 134 Ik zoek niet, ik vind – een ouderwetse contactpagina met zeven brieven van vaste festivalbezoekers waarin ze zich voorstellen en vertellen naar wie ze op zoek zijn 136 De Gids: Sinead O’Brien – Ierse muzikant, dichter en modeontwerper over het Belgische dansgezelschap Peeping Tom 140 Misbaksels – het recept voor kaiserschmarrn 142 Kolderkrant – een selectie uit elf jaargangen 143 Advertentie – van De Waardeloze Winkel 146 Stout Konijn Dwaalspoor – maak je eigen Stout Konijn speurtocht


Armies Armies Armies Armies Armies Armies of of of of of of One One One One One One ESSAY

6

tekst: Mike Hoolboom illustratie: Jannete Mark


Mike Hoolboom (Canada, 1959) begon al op jonge leeftijd met het maken van films, in eerste instantie met de oude Super 8-camera van zijn vader. In 1980 debuteerde hij met de korte film ‘Song for Mixed Choir’. Sindsdien maakte hij 65 films, zowel korte films als features. Zijn meest recente werk is getiteld  ‘Judy Versus Capitalism’, een aangrijpend portret van zijn goede vriendin Judy Rebick die als feministe, activiste en journaliste vocht tegen het onrecht in de wereld en de demonen in haar leven. 

Ik heb nooit geleerd hoe ik me op een feestje moet gedragen, en ik begrijp eigenlijk niet goed waarom. Jarenlang was ik een stille drinker, in de hoop mijn ongewenste zelf te verliezen in muziek en fermentatie. Om onverklaarbare redenen werden op de middelbare school verplichte lessen gegeven waarin werd verteld dat licht zowel een golf als een deeltje kon zijn. Misschien moedigde dat aan om flexibel te zijn in relaties? Waarom waren er geen lessen in omgang met anderen? Of een curriculum waarin je van jezelf leert houden? Tijdens de lockdown is me steeds gevraagd of ik iets nieuws wilde produceren, zodat ik “contact kon maken met anderen” of “mensen zou kunnen steunen in deze moeilijke tijd”. Alsof dit goede redenen zijn om kunst te maken. Ik heb elke keer vriendelijk bedankt. Contact met anderen helpt ons de cirkel rond te maken en in contact te komen met jezelf. Is dat niet het hele idee van cultuur, mensen dichter bij elkaar brengen? Ruim tien jaar geleden zag ik steeds meer vrienden en bekenden zich wenden tot het Gestalt Instituut. Tijdens de opleiding voor therapeut hadden ze feestjes waar iedereen verkleed ging als iemand die ze niet wilden zijn. Ze creëerden nieuwe familiedrama’s waarbij gewillige kandidaten ouderlijke rollen kregen toegewezen. Als andermans tumor bewogen ze zich door de ruimte. Het klonk als performance art met bepaalde voordelen. Een stukje van de website: “Gestalt-therapietraining herstelt het vergetene, in de wetenschap dat we nooit gescheiden zijn geweest van onze families, onze gemeenschappen, onze collega’s, onze vijanden, onze planeet, maar dat we belangrijke delen van onszelf hebben opgegeven om ergens bij te horen.” Wat geef ik precies op om erbij te horen? Ik heb jarenlang geprobeerd het zogenoemde ‘fringe filmmaking’ te stimuleren en ondersteunen. Noem het gemeenschapswerk. Vrijwilligerswerk. Maar toen Rob Todd de hand aan zichzelf sloeg, Joe Gibbons naar de gevangenis ging, Louise ziek werd, David zijn baan én zijn zorgverzekering verloor, toen een senior filmmaker hier in Toronto jonge vrouwelijke artiesten begon lastig te vallen, toen vroeg ik me af: wat is dit voor gemeenschap? Voor wie is die er eigenlijk? Houdt het hyperindividualisme van het filmmaken – waarbij we worden aangemoedigd, of zelfs verplicht, om films op onze eigen unieke manier te maken – ons alleen maar uit elkaar? Was de race naar premièrefilms op chique feesten niet het bewijs van een neoliberale stroming? Silvia Federici over postkapitalisme: “We hebben een culturele transformatie nodig die een einde maakt aan het wantrouwen van anderen, dat door de media voortdurend wordt aangewakkerd. We willen een samenleving die onze relaties met anderen waardeert, omdat zij de bron zijn van onze creativiteit en onze werkelijke rijkdom. ” Contact is de moeder.

HET TIJDSCHRIFT

7


Mijn moeder vertelde ons verhalen nooit maar één keer. Ze vertelde ze honderd keer, vijfhonderd keer, totdat ze legendes en overleveringen werden. Onze familie, onze relaties, ze begonnen met het volgende evangelie. Ze is zes jaar oud en wordt langzaam wakker door een overweldigende lucht. Ze springt uit bed, terwijl het huis zich vult met rook en ze zoekt verwoed naar haar ouders en haar zus. Die ziet ze uiteindelijk buiten staan, waar ze elkaar vasthouden en naar het brandende huis kijken. Net als zij kwamen enkele van mijn belangrijkste herinneringen in de vorm van een mythe, droom, metafoor. Tijdens de lockdown overlijdt Alex’ moeder. Hij mag haar niet zien vanwege het besmettingsgevaar. Ze gaat heen te midden van professionals. Verzorging, intimiteit, begeleiding, het wordt nu allemaal gedaan door vreemden die worden betaald door de staat. Werk dat je probeert achter je te laten als je weer teruggaat naar het comfort van je eigen huis. Tijdens de lockdown komt ook Kana’s vader ten val en wordt naar het ziekenhuis gebracht, waar hij af en toe het bewustzijn verliest. Waar ben ik? Wie zijn deze vreemde mensen? Ben ik ook een vreemde? Ze mag hem niet zien vanwege besmettingsgevaar. Ze proberen met elkaar te praten over de telefoon, maar het object heeft een vreemde vorm. Handen zijn vreemd. De lucht is vreemd. Ze zien elkaar één keer, live en persoonlijk, en gaan dan terug naar de sociale afstand. Hij sterft kort daarna, elke dag is een eeuwigheid. Mijn moeder was gemaakt van taal. De moedertaal. Ze maakte een praatje met vreemden in de lift en elke serveerster was haar beste vriendin. Toen ik op mysterieuze wijze mijn rug brak en thuis in het gips lag, kocht ze spellingboeken die we elke dag samen uitvoerden. Maar bovenal, zelfs toen ik nog een kind was, beschreef ze het universum van haar gevoelens. En als ik zelf tegen dingen aan liep, dan vertelde ze me hoe ik daarmee om moest gaan. Ze schonk me woorden, een levend woordenboek, gevuld met beschrijvingen die steeds weer herhaald werden, zoals geschriften, totdat ik het gevoel kreeg dat ze van mijzelf afkomstig waren. De dag nadat mijn vader stierf, ging ik aan de slag met een film over hem. Wilde ik gewoon een vinkje zetten, een kapitalistische behoefte aan overproductie bevredigen? Ik krabbelde wat woorden, verzamelde wat beeldmateriaal. Het was een manier om bij hem te zijn, terwijl dat niet meer kon. Een welkomsmat voor zijn geest, mocht die daar behoefte aan hebben. En ja hoor, ik begon een lichte wind in mijn rug te voelen, een zachtaardige aanmoediging. Ik wist dat hij dichtbij was.

digender zouden zijn, dan zouden we geen behoefte voelen om vijf spijkerbroeken te kopen om de leegte te vullen of de angst weg te masseren. Spullen zijn een manier om meer macht te voelen in een wereld waarin we maar zo weinig hebben.” Mijn vriend Clint heeft honderd films gemaakt, kleine lo-fi producties, speels en serieus, met veel samenwerkingen, en ondertussen altijd anderen helpen door een soundtrack te componeren of een nieuwe edit aan te passen. Hij is een teamspeler, houdt van grote groepen en verwelkomt vreemden. Maar de afgelopen jaren maakt hij geen films meer. Voor wie doe je het eigenlijk, vroeg hij zich af. Natuurlijk allereerst voor jezelf, en dan voor een paar vrienden, maar na een lange periode in Toronto was het plezier verdwenen. Hij hoefde er niet bij te zeggen: te veel vechten om de kruimels, verwrongen persoonlijkheden, formalistische opperheren en powerplayers die hun zwakke tronen nooit zullen opgeven. Misschien zijn deze verdelingen wat ‘we’ gemeen hebben? De basis van een fringe-filmgemeenschap die geen gemeenschap is. Mijn broer herinnert zich een scène in onze woonkamer. Vader zit achter de krant verstopt, moeder is aan het breien en mijn broer zit op de grond tv te kijken. Op het nieuws wordt bericht over een jonge vrouw die werd aangevallen door haar vriendje. “Alle mannen zijn klootzakken”, ejaculeert mijn moeder, en dan na een dramatische pauze, “allen hier aanwezig uitgesloten”. Valerie Solanis: “Onze samenleving is geen gemeenschap, maar slechts een verzameling geïsoleerde familie-eenheden. Wanhopig onzeker, bang dat zijn vrouw hem zal verlaten als ze wordt blootgesteld aan andere mannen of iets wat ook maar enigszins lijkt op leven, probeert de man haar te isoleren van anderen en het beetje beschaving dat er is en verhuist haar naar de buitenwijken, een verzameling van in zichzelf gekeerde koppels en hun kinderen. Isolatie stelt hem ook in staat zijn veronderstelde status als individu overeind te houden door een ‘ruige individualist’ te zijn, een eenling, een gedachte waarbij niet samenwerken en eenzaamheid gelijkgesteld worden met individualiteit. Walt Odets: “We identificeren onbewust dingen van onszelf waar we ons het meest ongemakkelijk bij voelen, schrijven die toe aan anderen, die we definiëren als groep en die we vervolgens verwerpen, beschamen en ontkrachten. Dit is een beschrijving van de geschiedenis van homostigmatisering, een gedraging die op grote schaal binnen onze eigen gemeenschappen plaatsvindt.”

Silvia Federici: “Consumentisme kenmerkt een samenleving waarin sociale relaties beperkt en onbevredigend zijn. We worden voortdurend zó verslagen door de levens die we leiden, dat we ze moeten vervangen door objecten. Want als onze relaties bevre-

Mijn moeder nam afscheid tijdens de covidpandemie in een laatste uitbarsting van moed en verwondering. Ik dacht na over de lijn tussen ons, noem het de Berlijnse muur, noemt het een scheidingsbarrière. Ik heb ‘m altijd in stand gehouden, de bewakers hebben nooit een nacht vrij gehad. Dus als ik hoor dat onteigende inheemse volkeren in Latijns-Amerika nieuwe sociale relaties aangaan vanuit coöperatieve guerrilla-economische structuren gebaseerd op voedselsoevereiniteit, dan wil ik meedoen.

ESSAY

8

Ik wil er deel van uitmaken, maar in plaats daarvan verstop ik me nog steeds achter de muur. Silvia Federici: “We moeten naar een maatschappij toe waarin veel meer wordt samengewerkt, in plaats van dat we allemaal weggestopt zitten in onze eigen huizen, gescheiden van elkaar. In de afgelopen jaren draaide mijn werk om ons gemeenschappelijk bezit, een sociaal-economisch-cultureel principe. Het verwijst naar een samenleving waarin we gezamenlijk beslissingen nemen over ons voortbestaan, over de belangrijkste kwesties in ons leven. We zijn geen passieve ontvangers van beslissingen van bovenaf. We hebben geen regeringen die ons vertellen wat we moeten doen omdat zij het beter weten. We hebben vijfhonderd jaar kapitalistisch bewijs dat ons laat zien hoe regeringen werken om de elite te verrijken.” De verkiezing van Barack Obama was een van de gelukkigste momenten in het leven van mijn moeder. Ze noemde hem “onze president”, ondanks dat ze in Canada woonde. Hiermee doelde ze op de koude schouders en de afwijzingen, de momenten in een rij waarop ze ineens onzichtbaar was geworden. Als kleurling leefde ze aan de zelfkant van de maatschappij, en daar zou ‘onze’ president voor eens en voor altijd verandering in brengen. Ik heb haar nooit tegengesproken, heb haar nooit gewezen op zijn moordmachines en immigratiewreedheden. Omdat hij voor even, in haar noodzakelijke verbeelding, in het centrum van de wereld zou gaan staan en plaats zou maken voor iedereen die werd uitgesloten, zelfs een klein oud vrouwtje uit Burlington. Toen ik films begon te maken, moesten we de spullen delen, en daarvoor was een ruimte nodig. We maakten en keken daar samen films. Vandaag de dag gebruiken we thuis de computer en het internet. Hoe kunnen we met deze nieuwe isolatietechnieken een zorgmaatschappij creëren, de vermoeide oude mannen en vrouwen die weigeren hun kunstbanen te verlaten, de blanke scene, de neoliberale overnames van onze scholen en kunstraden? Het is tijd voor een grote schoonmaak. Laten we de dekens uitkloppen, afstoffen. Over een paar uur gaan we naar het noorden om een demonstratie bij te wonen voor Regis Korchinski-Paquet, die door de politie van het balkon is afgeduwd. Samen staan we apart. Met maskers en handschoenen aan. Onze handen in de lucht. De volgende stap zetten. Deze ‘ik’ bevat ook Post-Capitalism door Silvia Federici, webinar May 28, 2020 (aantekeningen) Scum Manifesto door Valerie Solanis Out of the Shadows door Walt Odets


JOIN CLIMATE CLEANUP We are people reversing

climate change Fundamental conditions

We grow the new nature economy e.g. by creating doughnut-based natural carbon removal accounting

We pioneer

We pioneer natural climate solutions, particularly seaweed, agroforestry and rock weathering

We imagine

We show the future we want, in collaboration with Drawdown, 2040 Join the Regeneration and others JOIN THE CLUB Become a member of Climate Cleanup Reverse climate change and regenerate the world climatecleanup.org

JOIN NOW and get a free copy of Drawdown and an exclusive online screening of the documentary 2040


Over kikkers, kikkers, kikkers, vuurvliegjes, vuurvliegjes, vuurvliegjes, uitvinding uitvinding uitvinding en

ESSAY

10

imitatie imitatie imitatie tekst: Matteo Marangoni vertaling: Anouk Suwout


Er is niets origineel aan mijn werk. Die gedachte vervult me met gevoelens van schaamte en verbondenheid, terwijl ik wederom door een boek blader over het werk van Felix Hess, de wetenschapper die kunstenaar werd. Meer dan tien jaar geleden, toen ik als bachelorstudent in Florence onderzoek deed voor mijn proefschrift over geluidskunst, kwam ik tussen de internationale publicaties zijn werk tegen in de prachtige monografische catalogus ‘Light as Air’ (Stadtgalerie Saarbrücken met Kehrer Verlag, Heidelberg, 2001).

Het verhaal van Felix Hess is een inspirerend voorbeeld van een cross-over tussen kunst en wetenschap: als natuurkundige werd hij tijdens zijn doctoraalonderzoek over de aerodynamica van boemerangs in Australië gegrepen door het geluid van ‘kikkerconcerten’. Eenmaal terug in thuisland Nederland miste Hess het kwakende geluid van de amfibieën zo erg, dat hij het wilde nabootsen met kleine elektronische ‘geluidsbeestjes’ die het gedrag van de kikkers konden reproduceren. Zijn elektronische wezentjes luisterden, en als de omstandigheden goed waren (dat wil zeggen als het circuit voldoende ‘gretig’ was en een bepaald ‘gewenst’ geluid werd herkend) dan maakten ze een kwakend geluid. Samen vormden de apparaatjes een waar kikkerkoor van kwakende elektronische schakelingen. Toen ik voor mijn masterstudie in ArtScience naar Den Haag verhuisde, stelde ik voor om Felix Hess uit te nodigen voor een lezing. Ik wilde hem graag ontmoeten maar hij sloeg de uitnodiging af. Door het lezen van zijn boek raakte ik gefascineerd door zijn werk, maar ik wilde meer. In het boek stond een afbeelding van Hess waarop hij tussen een kleine zwerm luidsprekerrobots op wielen zat. Voor mijn afstudeerproject maakte ik een sonisch ballet waarin twee grotere robotluidsprekers ronddansen in een galmende ruimte die de echo’s van hun eigen geluiden weerkaatst. Helaas had ik niet geleerd van de fouten van mijn voorganger. Tijdens het werken aan het project beschadigde ik namelijk mijn gehoor, net zoals Hess het in zijn boek beschrijft: “Ik begon een onderzoek naar de ruimtelijke aspecten van geluiden die door een paar luidsprekers in een kamer geproduceerd kunnen worden. [...] Ik had gemerkt dat de ruimte gevuld kan worden met een veelvoud aan scherpe tikken, die allemaal heel precies driedimensionaal gepositioneerd lijken te zijn. [...] Verrukt danste ik door de kamer; wat prachtig! Het geluid leek aanvankelijk niet heel erg hard te zijn, maar daarna had ik wel een piep in mijn oren.” Ondanks mijn opgelopen oorsuizen besprak ik een paar jaar later ideeën voor samenwerking met Dieter Vandoren, een voormalig medestudent van ArtScience die ook werkte aan immersieve audiovisuele performances en belichaamde digitale instrumenten. We raakten geïnteresseerd in het idee om een zwerm elektronische wezens te creëren en die uit te delen aan publiek in een zaal, zodat het geluid vervolgens door de ruimte verspreid zou worden. Dat zou ons de moeite besparen om deze robots op wielen te zetten! We hebben toen ongeveer 70 wezentjes gemaakt die we Lampyridae noemden, naar de Latijnse naam voor vuurvliegjes. Onze Lampyridae zijn gevoelig voor licht en geluid en reageren ook met licht en geluid. Ik wilde de ideeën waarmee Felix Hess had geëxperimenteerd door het gebruik van analoge elektronica toepassen op een flexibeler digitaal systeem waarmee we verschillende zwermgedragingen konden uitproberen. Ons ontwerp, dat gebaseerd is op een digitale microcontroller, kan steeds weer op een totaal verschillende manier worden geprogrammeerd, iets wat moeilijk zou zijn geweest met het handjevol analoge componenten dat Hess gebruikte.

HET TIJDSCHRIFT

11


Het gedrag dat we in de Lampyridae hebben geprogrammeerd, is allemaal gebaseerd op een eenvoudige cyclus: het apparaat luistert gedurende een bepaald tijdsinterval en reproduceert dat vervolgens, soms met wat variaties (dan wel geprogrammeerd dan wel door fouten). Bij het gebruik van slechts twee apparaatjes levert dit een behoorlijk eentonig geluid op; het ene kwaakt, het tweede reageert en dat gaat zo een tijdje door totdat een cyclus wordt gemist en ze allebei stil worden. Er gebeurt echter iets interessants als we een derde ‘diertje’ toevoegen. De eerste Lampyridae produceert een toon, de tweede antwoordt met een toon, en de derde die naar de eerste twee luisterde kopieert beide tonen waardoor een gecombineerd patroon begint te groeien. De uitkomst van dit algoritme deed me op een of andere manier denken aan de Hegeliaanse dialectiek van de filosofieklas op de middelbare school: these-antithese-synthese. De eerste zegt A, de tweede zegt B en de derde AB. En zo gaat het verder als een gesprekje tussen buitenaardse wezens die in formele logica praten zonder dat er een duidelijk doel is. Een fluisterspelletje met cocktailpartyeffect. Toen ik het gedrag van deze drie observeerde, begon ik na te denken over de vraag die mensen op elk creatief gebied bezighoudt: wat is nou imitatie en wat is innovatie? In ‘In Defense of Serendipity, For a Radical Politics of Innovation’ (Repeater Books, Londen, 2016) adresseert Sebastian Olma deze vraag door te verwijzen naar het werk van de negentiende-eeuwse socioloog Gabriel Tarde, die een “microsociologie van uitvinding en imitatie” ontwikkelde. Olma beschrijft duidelijk de relatie tussen uitvinding, innovatie, imitatie en variatie: “Uitvindingen vormen de benodigdheden en de motor van het proces van sociale verandering. Maar uitvindingen worden alleen innovatie door middel van imitatie. [...] Dit wil zeggen dat uitvindingen door een belangrijk deel van de bevolking moeten worden opgepikt om sociale betekenis te verwerven. [...] Maar dit proces van herhaaldelijk imiteren is altijd onderhevig aan kleine aanpassingen en herschikkingen.” De samenvatting die Olma geeft van Tarde’s sociologie sluit aan bij het gedrag dat Dieter en ik programmeerden, geïnspireerd door de elektronische geluidsdiertjes van Felix Hess. “Hoewel de microkrachten die imitatiestralen door de samenleving sturen sterk variëren, zijn ze volgens Tarde in twee categorieën onder te brengen: geloof en verlangen. Dat wil zeggen dat de inventieve imitatiestralen worden gepropageerd, geremd of veranderd op basis van het feit dat ze respectievelijk overtuigend/ niet-overtuigend of wenselijk/ongewenst zijn voor de individuen die ze doorgeven. [...] Door Tarde’s focus op deze microkrachten als aanjagers van sociale processen ziet hij de samenleving als een netwerk van hersenen, of zelfs een sociaal brein.”

met een kleine groep Lampyridae, bleek te vervallen in willekeur toen we het loslieten op een grotere zwerm. Hoe konden we de zo aantrekkelijke dynamiek van een trio- of kwartetformatie uitbreiden naar een geheel zelfstandig functionerend orkest? Ik begon met interesse in elektronische muziek en ruimtelijke auditieve ervaringen, dus ik had er toen niet echt kennis van, maar in de praktijk werden we al snel geconfronteerd met problemen die werden bestudeerd door onderzoekers op het gebied van zwermintelligentie en complexiteitstheorie. In ‘Sync, How Order Emerges from Chaos in the Universe, Nature and Daily Life’ (Hyperion, New York, 2003) beschrijft Steven Strogaz een wereld die wordt geregeerd door systemen van gekoppelde oscillatoren. Centraal in dit brede onderzoeksveld staat de bescheiden vuurvlieg, een insectensoort waarvan het mannetje lichtpulsen afgeeft om paringskandidaten aan te trekken. Wetenschappers hebben zich in de afgelopen eeuw het hoofd gebroken over het vermogen van bepaalde soorten vuurvliegjes om hun knipperpatroon te synchroniseren, zodat een hele zwerm eenstemmig pulseert. De verrassende ontdekking was dat vuurvliegjes die synchronisatie weten te bereiken zonder de aanwezigheid van een centrale dirigent, zonder leiders of hiërarchieën. Dit was waarschijnlijk nog moeilijk te begrijpen voor mensen die gewend waren te leven in maatschappijen die al duizenden jaren lang volgens hiërarchische structuren zijn georganiseerd, maar het idee kreeg steeds meer tractie toen de tegencultuur van de jaren 60 opkwam, die op zoek was naar nieuwe manieren van samenleven. Decentrale structuren zijn tegenwoordig niet langer een sociale utopie. Het is het model van wereldwijde informatienetwerken. Strogaz beschrijft hoe modellen die de synchronisatie van vuurvliegjes beschrijven, ingenieurs hielpen communicatieprotocollen op te stellen voor het opkomende world wide web.

Ik was gefascineerd door het idee dat onze zwerm elektronische wezentjes zo’n ‘sociaal brein’ zou kunnen vormen, met korte kwaakpatronen die nieuwe ideeën vertegenwoordigen die zich door de samenleving verspreiden. Maar het imitatie- en variatieprogramma dat we maakten en dat intrigerend was om naar te luisteren

De uitleg die wetenschappers geven voor de synchroniserende vuurvliegjes is vergelijkbaar met de oplossingen die we hebben gevonden om onze Lampyridae te programmeren. Een verklaring die Strogaz voor het gedrag van de insecten geeft, is niet gebaseerd op samenwerking maar op concurrentie: “Elke vuurvlieg probeert de eerste te zijn die flitst (omdat de vrouwtjes daar de voorkeur aan lijken te geven), maar als ze dat allemaal doen volgt automatisch synchronisatie.” Dit komt overeen met wat we hebben ontdekt terwijl we aan de code voor onze eigen wezentjes werkten. Ik was gefrustreerd door het feit dat de Lampyridae het grootste deel van de tijd ‘door elkaar heen praten’, waardoor er onvoldoende stiltes zijn om de interacties tussen hen te kunnen volgen. Ik herinnerde me dat mijn moeder me als kind altijd inprentte dat ik moest wachten met praten tot anderen waren uitgesproken. Dus voegde ik aan onze code een regel toe dat de Lampyridae alleen van ‘luisteren’ naar ‘spreken’ konden overschakelen wanneer ze een stilte-interval detecteerden die lang genoeg was. De tijdsduur van die interval had ik ingesteld op een vaste waarde, met het onbedoelde gevolg dat de groep ging synchroniseren. Vanaf het laatste geluid

ESSAY

12

begonnen ze dan met het aftellen van het opgegeven interval om vervolgens gelijktijdig te reageren. Onze Lampyridae gedroegen zich als echte vuurvliegjes! In de winter van 2019 nodigde het openluchtfestival Into The Great Wide Open ons uit om een project te presenteren over het natuurgebied op Vlieland. Dit leek een uitgelezen kans om met onze zwerm nieuwe ideeën uit te proberen. In deze outdoor setting zouden we kunnen werken met de klok die het meeste leven op aarde synchroniseert, het circadiaanse ritme. Kunnen we een compositie tot stand brengen die zich in een cyclus van 24 uur ontwikkelt als reactie op zonlicht? Strogaz legt uit hoe speciale fotoreceptoren in het menselijk oog die door zonlicht worden geactiveerd, een centrale klok in onze hersenen helpen onze lichaamsfuncties dag en nacht te reguleren. Hoe kunnen we hetzelfde principe gebruiken om het gedrag van een zwerm kunstmatige wezens te coördineren? Door de huidige omstandigheden zijn we gedwongen dit project uit te stellen. Hopelijk is het in 2021 wel mogelijk om het uit te voeren. Ondertussen hebben we een eerste prototype ontwikkeld voor de hardware van een nieuw lichtgevoelig elektronisch wezen dat we beschikbaar stellen als kit, die festivalgangers zelf thuis kunnen samenstellen. De naam van het nieuwe wezentje is Komorebi, een Japans woord dat vertaald kan worden als ‘zonlicht gefilterd door de bomen’. Als je door het bos loopt, verschijnen er soms prachtige patronen van zonlicht en schaduw op de grond. Dit schaduwspel is een beeld van de beweging van wind, wolken, de zon en patronen in de vegetatie. Als een enkel wezen reageert Komorebi op deze fladderende schaduwen. Ook dit is geen nieuw idee. Felix Hess beschreef al een soortgelijk experiment dat hij uitvoerde met zonnepanelen: “Het daglicht komt mijn woonkamer binnen door de bladeren en takken van bomen die buiten staan, niet ver van de ramen, en het verandert door de wind als het op de vloer valt. Dit licht wordt door twee zonnepanelen omgezet in elektriciteit. Mijn elektronische circuit, een paar gekoppelde oscillatoren met een eigenaardig ontwerp, was experimenteel van opzet zodat de onderdelen gemakkelijk konden worden verwisseld. Op de vloer, links en rechts, stonden luidsprekers, elk bestaande uit een piëzoplaat die door een steen tegen een plaat balsahout werd gedrukt met een lucifer eronder. De geluiden die uit deze luidsprekers kwamen, waren delicaat en ongebruikelijk en veranderden voortdurend.” De beschrijving van dit experiment heeft me altijd erg nieuwsgierig gemaakt, hoe zou dit geluid klinken? Ik wil het ook heel graag een keer imiteren. Net als de vuurvliegjes van Strogaz willen we misschien allemaal wel de eerste zijn die met briljante nieuwe ideeën komt. De realiteit is dat we alles aan anderen te danken hebben, en dan niet alleen andere mensen.


De Komorebi is een elektronische levensvorm die is ontwikkeld door kunstenaars Dieter Vandoren en Matteo Marangoni. Naar verwachting zal hij tijdens Into The Great Wide Open 2021 in de natuur van Vlieland waar te nemen zijn. Tot voor kort was alleen de volwassen vorm bekend. Nu is ook een eerder ontwikkelingsstadium waargenomen: de Komorebi Larva. Met een DIY-kit kun je die Larva nu zelf bouwen. HET TIJDSCHRIFT

13


Hoewel de volwassen Komorebi altijd in grote zwermen voorkomt, ontwikkelt de Larva zich in afzondering. Hij kan door lezers thuis geassembleerd worden. De Larva vertoont gelijkenissen met de volwassen Komorebi: hij heeft een autonome microcontroller-kern, reageert op licht en brengt geluid voort. Maar er zijn ook verschillen. De Larva is nog doof, vertoont geen luminescentie en heeft geen weersbestendig omhulsel. Eenmaal geassembleerd (lezers die geen kit besteld hebben kunnen zelf de componenten vergaren), kan het bijzondere gedrag van de Larva bestudeerd worden: een steeds evoluerend klankspel dat gevoelig is voor veranderingen in lichtintensiteit. Dit valt het beste te observeren door het specimen in verschillende situaties te plaatsen: in een bos waar de zonnestralen en bladeren een flakkerend tapijt van schaduw en licht creëren, onder de open hemel waar wolkenslierten voorbij trekken, achter het raam bij het vallen van de avond. De eerste onderzoeken lijken erop te wijzen dat het gedrag van de soort zich het beste laat waarnemen door het geruime tijd onberoerd te laten. Eenmaal in positie gebracht laat men het ongestoord zijn gang gaan. De dynamiek van zijn klankspel krijgt dan de nodige tijd en ruimte om zich te ontwikkelen. We nodigen eenieder uit om zijn Larva in 2021 mee te nemen naar Vlieland. Ze zullen ernaar snakken om met soortgenoten verenigd te worden. In een workshop zullen we ze dan verder ontwikkelen en samen laten zingen. Misschien ontpoppen ze zich wel tot volwassen Komorebi? Voor het zover is: de instructies voor de DIYkit. Componenten: • Breadboard • LiPo (lithium polymer) accu • Wemos Lolin D32 microcontroller board (met ESP32 processor) • PAM8302 2,5 watt audioversterkerboard • LM358 op-amp (signaalversterker) • BPW34 photodiode (lichtsensor) • 3 watt, 8 ohm speaker • set weerstanden: 330 ohm, 1k ohm, 10k ohm, 100k ohm • set jumper wires Niet meegeleverd: micro-USB kabel voor het opladen van de accu (en optioneel herprogrammeren van de microcontroller), schroevendraaier voor speakerconnectie. KUNST

14


Komorebi Larva DIY-kit

330 Ω 1k Ω 10k Ω 100k Ω

Instructies: 1. Het zogenaamde breadboard is een hulpmiddel voor het maken van elektronische circuits zonder te solderen. Erg handig bij het experimenteren. Zichtbaar is een matrix van gaatjes waar componenten ingeprikt kunnen worden. Daaronder liggen geleidende banen die de gaatjes met elkaar verbinden. Aan de boven- en onderkant liggen telkens twee horizontale banen die met elkaar verbonden zijn, met een onderbreking in het midden. De rest van de matrix (verticaal gelabeld van A tot Z en horizontaal van 1 tot 60) is met verticale banen verbonden. De banen lopen niet door de geul in het midden van het breadboard, dus de bovenste en onderste helft zijn niet verbonden. Begin door de microcontroller, versterker, op-amp en photodiode op het breadboard te prikken zoals te zien is in de illustratie. Let goed op de oriëntatie van de componenten. Omgekeerd geplaatst zullen ze niet functioneren en mogelijk stukgaan door kortsluiting. De op-amp en photodiode zijn gemerkt met een (heel) kleine stip. Die wijst bij beide naar links. 2. Verbind dan met jumpers de stroomvoeding van de microcontroller (3V- en GND-pinnen) met de onderste twee horizontale banen van het breadboard. Maak dan alle andere connecties. De jumperkleuren volgen de gebruikelijke conventies, maar hebben geen invloed op de functie.

De weerstand bepaalt de versterkingsfactor van de op-amp en daarmee de lichtgevoeligheid van het circuit. Hoe groter de weerstand, hoe groter de versterking. De kleurcodering geeft de ohmwaarde aan. Met de meegeleverde set kan het circuit aangepast worden aan zowel het gebruik in direct zonlicht in de open lucht als bij gedimd kunstlicht binnenshuis. Experimenteer om de meest geschikte versterking in een bepaalde situatie te vinden. De weerstand kan vervangen worden terwijl het circuit loopt. Om het een verse start te geven, kan de resetknop op de microcontroller ingedrukt worden.

het rode ledlichtje brandt en stopt vanzelf. (Let op: laat een opladende LiPo-accu niet onbeheerd achter, een defecte accu kan ontvlammen. Een opgezwollen accu moet meteen afgekoppeld worden.)

4. Verbind de speaker met de schroefconnectoren aan de versterker. Polariteit (welk draadje aan welke connector komt) is hier onbelangrijk.

Microcontroller herprogrammeren: de kit wordt geleverd met een code op de microcontroller en kan onveranderd functioneren. Wie echter zelf verder wil experimenteren en dat moedigen we ten zeerste aan - kan de microcontroller herprogrammeren. Je kan de code aanpassen om het gedrag te veranderen. Of je kan aan een geheel nieuw project beginnen, met je eigen circuit eromheen. De D32-microcontroller heeft vele functies die in deze kit niet gebruikt worden, zoals wifi en bluetooth. Er valt dus nog heel wat te ontdekken!

5. Verbind de accu met de microcontroller. Het circuit is nu functioneel! (Let op: de connectie van de accudraadjes aan de plug is fragiel. Trek de accu nooit uit aan de draadjes, maar pak de plastic plug vast.) Audiovolume: in de audioversterker is een instelbare weerstand geïntegreerd. Dat is het metalen schijfje op een witte plastic basis. Draai daar voorzichtig met een kleine platte schroevendraaier aan om het volume harder of zachter te zetten. Bij een te lage stand zal geen geluid hoorbaar zijn. Bij een te hoge stand zal het signaal overstuurd worden.

3. Kies één weerstand. Buig de pootjes om zodat je ze in kan prikken. Probeer ze zo recht mogelijk te houden, dan gaan ze er gemakkelijk in en uit.

Accu opladen: prik de accu in de microcontroller. Neem een mobiele oplader of computer en een micro-USB-kabel en prik die kabel in de USB-connector op de microcontroller. De accu is aan het laden zolang

HET TIJDSCHRIFT

15

Body geven: de Komorebi Larva wordt onbeschermd geboren. We kunnen hem weerbaarder maken door hem een behuizing te geven. Dan wordt het ook makkelijker transporteerbaar om in verschillende omgevingen te observeren. De speaker klinkt ook beter wanneer het in een klankkastje gemonteerd wordt. Hoe de behuizing eruitziet, bepaal je zelf.

Dit is te downloaden via www.dietervandoren.net/komorebi-larva-kit.zip. Lees de instructies goed. Circuitillustraties zijn gemaakt met Fritzing en gepubliceerd onder CC-By-SA-licentie.


DE MEEST INVLOEDRIJKE BAND OOIT Je mag een allstarband samenstellen uit de hele popgeschiedenis. Wie zet je op gitaar, bas, toetsen en drums? En wie gaat zingen, wie leidt jouw band? Voor de muzieknerdbonus mag je ook een manager en een producer selecteren. Regels zijn er niet, dood of levend, het maakt niet uit. Stel gewoon je allerbeste band op. Nou ja, ĂŠĂŠn regel dan: het moeten vrouwen zijn. ARTIKEL

16

tekst: Leendert van der Valk


Gek toch, hoeveel moeilijker het dan opeens wordt? Kon je eerst niet kiezen uit de tien gitaristen die spontaan bij je opkwamen, nu heb je moeite er twee te bedenken. Google op ‘best drummer’ en je vindt top 50-lijstjes van uitsluitend mannen. Bassisten idem. Alleen die leadzang, dat gaat nog wel. De zoekactie ‘best female musician’ levert lange lijsten van indrukwekkende popvrouwen op: allemaal zangeressen. Maar waar zijn de instrumentalisten? Voor wie nu werkelijk denkt dat vrouwen minder goed gitaar kunnen spelen dan mannen, ligt er aan het eind van dit artikel een enkeltje naar de jaren vijftig klaar. De verklaring voor het bizar lage aantal vrouwen in de popcanon kun je beter zoeken in het seksisme in de muziekindustrie. Het is in deze digitale eeuw gelukkig langzaam aan het veranderen, maar door de jaren heen is het voor vrouwen bijzonder lastig gebleken om überhaupt een kans te krijgen te excelleren op een instrument. Ook de schrijvers van de popcanon, de critici, kijken niet veel verder dan hun overwegend mannelijke neus lang is. Lijstjes maken is op zichzelf een tamelijk kinderachtige manier van het documenteren van popgeschiedenis. Ze zeggen vaak niet veel over kwaliteit, maar vooral over succes en zichtbaarheid. En juist die factoren zijn nogal aan seksisme onderhevig. Misschien is het samenstellen van een allstarvrouwenband dus wel net zo kinderachtig en seksistisch. Maar, zoals ook de Amerikaanse popjournalist Ann Powers beargumenteerde toen ze de 150 beste albums gemaakt door vrouwen publiceerde, een alternatieve lijst kan ook een startpunt zijn van een nieuwe conversatie. Een manier om de canon te herschrijven dus. Laten we daarom eens meegaan in de lijstjesfetisj van de popmuziek en gewoon die band samenstellen. HET TIJDSCHRIFT

17


Maar dan wordt het wel meteen de meest invloedrijke band ooit. De leden van onze band stuurden de loop van de (muziek)geschiedenis. Ze leerden rockmuzikanten gitaar spelen, brachten hiphop naar de studio, streden voor gelijke rechten en legden akkoorden onder de strafste protestliederen. Deze vrouwen vertegenwoordigen de kritieke massa. GITAAR Uit een onderzoek van gitaarfabrikant Fender in 2018 blijkt dat de verdeling onder nieuwe gitaarspelers fiftyfifty is voor mannen en vrouwen. Het wordt ook wel het Taylor Swifteffect genoemd. En zeker, er zijn zat vrouwelijke popsterren met een gitaar om de schouders. Het gekke is dat ze meestal geroemd worden om hun zang. Joni Mitchell bijvoorbeeld. Die kwam op nummer 1 in de eerder genoemde album top 150 van Ann Powers, maar het wordt nogal eens vergeten dat zij haar liedjes schrijft met een eigenzinnige gitaarstijl (die ze zelf ‘Joni’s weird chords’ noemt). Ook een hedendaags pop-icoon als St. Vincent is een begenadigd gitarist. Maar voor onze band zoeken we een vrouw die de popgeschiedenis een draai in de richting van rock gaf. Of eigenlijk de vrouw bij wie de rockmuziek begint. De godmother of rock ’n roll: Sister Rosetta Tharpe. Yep, rock begint met een badass gospeldame. Tharpe, geboren in 1915 in Arkansas, groeide al snel uit tot de populairste gospelartiest van voor de oorlog. Dat deed ze onder meer door haar gitaar te versterken, iets wat tot dan toe slechts enkele bluesgitaristen in Chicago durfden. Haar vingers vlogen al langs de hals voordat hardrockers het shredding gingen noemen. En ze deed de windmill al ver voordat Pete Townshend van The Who die populair zou maken. ARTIKEL

18

beeld: Pictorial Press, Alan John Ainsworth / Heritage Images


In 1947 hoorde zij de toen veertienjarige Little Richard zingen bij haar kleedkamer. Ze vroeg hem op het podium en betaalde hem voor zijn optreden. Daarna zou hij het podium eigenlijk nooit meer verlaten. De rock-’n-roll pionier dankte de start van zijn carrière aan Tharpe. Haar gitaarspel, en ook haar zang, zouden de meeste anderen van de eerste generatie rock-’n-roll artiesten inspireren: Elvis Presley, Jerry Lee Lewis, Johnny Cash en Chuck Berry. Met Sister Rosetta Tharpe op gitaar hebben we eigenlijk meteen de hele rockgeschiedenis in de band. Oh ja, en ze had – naast verschillende huwelijken – ook lesbische affaires. In de jaren veertig en vijftig toerde ze samen met haar vriendin, zangeres Marie Knight, door het zuiden van Amerika. Twee lesbische zwarte vrouwen on the road door een van de meest racistische regio’s op aarde, terwijl ze met versterkte gitaar de popmuziek deden ontluiken. Toep daar maar eens overheen. BAS Natuurlijk, we hebben keuze uit virtuoze bassisten als Meshell Ndegeocello en Esperanza Spalding, maar met enkel eigenzinnige types in de band wordt het een zooitje. We hebben iemand nodig die de basis legt onder hits. Misschien een vrouw die op de achtergrond een aanzienlijk deel van de popsound vormgaf? Weinig bassisten hebben zo veel credits op hun naam als Carol Kaye. Ze speelt op grofweg tienduizend opnames. Ze begon als jazzmuzikant in de jaren vijftig, maar kwam er al snel achter dat met studiowerk als bassist en gitarist meer geld te verdienen was. Na onder meer gespeeld te hebben op de alltime hitplaat ‘La Bamba’ kwam ze samen met Sam Cooke in de fameuze huisband van producer Phil Spector terecht, The Wrecking Crew. Frank Sinatra, Simon & Garfunkel, Stevie Wonder, The Supremes; de lijst met namen HET TIJDSCHRIFT

19


CAROL KAYE, 1975 ARTIKEL

20

beeld: Jon Sievert/Michael Ochs Archives/ Getty Images


achter wie zij baste is eindeloos. Zo kwam ze ook bij de Beach Boys terecht en was een van de muzikanten op het baanbrekende album ‘Pet Sounds’. Volgens Paul McCartney was het haar basspel dat hem inspireerde op het album ‘Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band’. Maar het was niet makkelijk, als enige vrouw in de hitmachine van Spector. In 1969 raakte ze uitgeput en was klaar met het geluid dat ‘als karton’ begon te klinken. En toen kwam het onheil. In twee weken tijd stierven haar ex-man én haar verloofde. Bovendien sloeg onder muzikanten de angst toe toen in die periode sekteleider Charles Manson, die ooit met de Beach Boys werkte, verschillende moorden liet plegen in Hollywood. Kaye trok zich langzaam terug. Ze begon een eigen uitgeverij voor haar lesboek ‘How To Play Electric Bass’. Alsof ze met haar hits nog niet genoeg invloed had op toekomstige bassisten. TOETSEN Enkele van de mooiste en krachtigste stemmen uit de popgeschiedenis begeleiden zichzelf op toetsen. Je zou haast vergeten dat Aretha Franklin een geweldige pianist was. Dat geldt ook voor de toetsenist die we kiezen voor onze meest invloedrijke band ooit. Ms Nina Simone. Het is een beetje valsspelen natuurlijk, want zo hebben we meteen ook een ijzersterke vocalist in ons midden, maar we hebben vooral iemand die de muziek ontstijgt. Zoals rappers nu speechen tijdens Black Lives Matter-protesten en songs uitbrengen die de actualiteit van scherp commentaar voorzien, zo deed Nina Simone dat tijdens de burgerrechtenbeweging, met bijvoorbeeld ‘Mississippi Goddam’ en ‘To Be Young, Gifted and Black’. Maar bovenal was ze pianist. Vanaf haar derde zat ze achter de toetsen en leerde Bach, Chopin, Brahms en Beethoven. HET TIJDSCHRIFT

21


Ze wilde klassiek concertpianist worden. Toen ze naar Philadelphia verhuisde werd ze niet aangenomen op het conservatorium daar. Gezien haar talent valt er weinig in te brengen tegen haar claim dat de schoolweigering te maken had met racisme. Het onrecht, al die obstakels in haar jeugd en carrière en al dat talent leiden er uiteindelijk toe dat Nina Simone misschien wel de meest eigenzinnige en activistische pianist uit de popgeschiedenis werd. Ze smeedde pop, jazz, blues en klassiek samen tot één stijl: die van Ms Nina Simone. De anderen krijgen het nog lastig in de band. DRUM Toen onderzoekers in 1979 aan ouders vroegen welke instrumenten waren weggelegd voor hun zoons en dochters in de schoolband, categoriseerden de ouders de drumkit als het meest masculiene instrument. Fluit en viool waren het meest feminien. Geen wonder, alleen Karen Carpenter zag je in die tijd soms achter een drumkit zitten, en ook haar werd het in de schoolband aanvankelijk afgeraden en het management van de latere succesband The Carpenters pushten haar toch vooral om te zingen. Leuk voor het plaatje.

Wie?

ARTIKEL

Later zou Sheila E met en zonder Prince het stokje overnemen, en zag je Cindy Blackman achter Lenny Kravitz zitten. Maar voor onze band vragen we iemand anders. Iemand die je vermoedelijk niet kent, maar al vaak hoorde: Bobbye Hall. Ms Bobbye Hall. Ze kreeg de naam van Carole King. Ze speelt graag samen met vrouwen – Tracy Chapman, Joni Mitchell, Dolly Parton, Sarah Vaughn – maar er is vaak meer werk bij mannen – Bob Dylan, Tom Waits, 22

beeld: Media Punch , A.F. Archive


Bill Withers, The Doors en zo’n beetje elke Motown-artiest die je kunt bedenken. Op haar elfde ging ze voor het eerst naar de studio in Detroit. Voor veel van haar vroege Motown-werk kreeg ze geen credits, maar haar conga’s en handpercussie bepalen het ritme van heel wat songs op het label. Bijna altijd was ze de enige vrouw in de studio. Ze viel soms in bij de fameuze huisbands als The Wrecking Crew en The Funk Brothers. Ze is te horen op 22 toptienhits, waarvan zes de eerste positie behaalden. Bobbye Hall zat naast Janis Joplin op de avond dat die haar legendarische album ‘Pearl’ opnam. Hall zou de volgende dag terugkomen om haar percussie in te spelen, maar die nacht stierf Joplin. Wat je hoort op het album is wat ze een week later alsnog opnam, in een studio die ze volledig had laten verduisteren als eerbetoon. ZANG Female-fronted bands genoeg, maar we zoeken nog een wereldstem, en iemand met invloed, binnen en buiten de muziek. En trouwens, ook iemand van wie onze toetsenist Nina Simone het accepteert dat ze de leadzang doet. Dat is haar vriendin Miriam Makeba. De in Kaapstad geboren Makeba gaf niet alleen een prachtige stem aan de antiapartheidsbeweging, ze werd ook wel gezien als de stem voor de vrouwen van een heel continent. Haar naam Mama Africa lijkt wat overdreven, maar andere bijnamen wijzen in dezelfde richting: The Queen of African Music en Africa’s First Superstar. Feit is dat ze al in de jaren vijftig een band oprichtte in Zuid-Afrika die volledig uit vrouwen bestond. Haar internationale carrière begon toen ze in 1960 op toer niet meer terug mocht keren van het regime en in Amerika bleef. HET TIJDSCHRIFT

23


Ze was populair in Afrika, Amerika en Europa: een van de eerste echte wereldsterren. Makeba’s grote hit ‘Pata Pata’ was volgens haarzelf een van haar meest nietszeggende songs. Het grootste deel van haar werk was popmuziek op zijn meest activistisch. Ze was betrokken bij de Amerikaanse Black Panthers en was een kritische stem binnen het feminisme. Pas in 1990 keerde ze terug naar Zuid-Afrika, op aandringen van de net vrijgekomen Nelson Mandela. Mama Africa stierf in 2008 aan een hartaanval kort nadat ze ‘Pata Pata’ had gezongen tijdens een benefietconcert voor de Italiaanse antimaffiaschrijver Roberto Saviano. Met Miriam Makeba hebben we een van de mooiste, krachtigste en meest integere stemmen als leadzangeres. MANAGEMENT EN PRODUCTIE Prima bandje zo, maar we hebben wel hits nodig. En wie gaat ze in het gareel houden? Wie zorgt ervoor dat er geen hotelkamers afbranden en dat er geen ruzie in de studio ontstaat? Nou, Sylvia Robinson bijvoorbeeld. Die heeft zelf wat ervaring als muzikant en als producer, maar zou vooral de popgeschiedenis veranderen door het platenlabel Sugar Hill Records op te richten. De meeste mensen hadden nog nooit van rap gehoord toen de Sugar Hill Gang in 1979 de eerste commerciële raphit ooit uitbracht op het label: ‘Rapper’s Delight’. Ook de vrouwen funk/ rap-groep The Sequence (met Angie Stone) stond op haar label en in 1982 bracht Robinson die andere grote klassieke hiphophit uit: ‘The Message’ van The Furious Five. Robinson is in staat om revolutionaire muziek aan een breed publiek te slijten. In de studio kan ze de hulp inroepen van Linda Perry. De zangeres van 4 Non Blondes ARTIKEL

24

beeld: Michael Ochs Archives/Getty Images, Michael Ochs Archives/Getty Images


SISTER ROSETTA THARPE, 1938 HET TIJDSCHRIFT

25


(‘Whats up?’) weet hoe het is om met succesvolle sterke vrouwen te werken. Ze was producer van hits voor Pink (‘Get This Party Started’) en Christina Aguilera (‘Beautiful’) en werkte met een lange lijst popvrouwen: Alicia Keys, Gwen Stefani, Solange Knowles, Courtney Love, Britney Spears en tientallen anderen.

Dit is de meest invloedrijke band ooit. De leden ervan stonden niet alleen aan de wieg van de grootste veranderingen in de popmuziek, maar ook in de maatschappij zelf. Hun songs brachten mensen op de been, deden regimes wankelen, gaven stemmen aan stemlozen en ze doorbraken de ongelijkheid. Dit is het bandje waarvan je, onterecht, de leden zelden bovenaan de lijstjes zag. ARTIKEL

26

beeld: Habans Patrice/Paris Match Archive/ Getty Images


NINA SIMONE, 1965 HET TIJDSCHRIFT

27


SILENT SKY PROJECT# Met Silent Sky Project# onderzoekt Rob Sweere hoe mensen over de hele wereld van elkaar verschillen of juist gelijkenissen vertonen. Al ruim 15 jaar vraagt Sweere groepen mensen om samen een halfuur lang in stilte naar de hemel te kijken. 88 keer vond zo’n ritueel inmiddels plaats, op 29 plekken op vrijwel alle continenten. Na iedere actie vraagt Sweere deelnemers naar hun reactie: hoe was het om dit te doen? Hun antwoorden maken duidelijk dat de deelnemers ondanks hun diverse culturele achtergronden enorm op elkaar lijken: van de township in Kaapstad tot aan het minidorp hoog boven de poolcirkel in Groenland. In ons hart delen we meer dan we zelf denken. Op elke foto van Silent Sky Project# zie je een groep mensen met een natuurlijke sociale verbinding. Een groep studenten, een groep ziekenverzorgers of mensen die allemaal in hetzelfde gebouw werken. Ook de locatie van de actie heeft met de groep te maken: het dak van het kantoor, het festivalterrein met al zijn bezoekers, een gemeenschappelijke tuin. De aarde is het sculpturale element van dit kunstproject, die reist als een grote bol met mensen door de ruimte. Wij zijn terranauten. In ons dagelijks leven zijn we voornamelijk gericht op vooruitgang óp aarde: hoe we ons voortbewegen, hoe we met elkaar communiceren en ook hoe we conflicten hebben, bijvoorbeeld over landsgrenzen. Maar als je op je rug gaat liggen en in stilte omhoogkijkt, is daar een

eindeloze ruimte zonder begrenzingen. Vanuit elk punt op de aardbol kun je zo de ruimte inkijken.

KUNST

28

Silent Sky Project# wil daarnaast een alternatief mentaal perspectief bieden: door samen een halfuur in stilte op de grond te gaan liggen en de eindeloze ruimte te kijken, wordt gewoontegedrag doorbroken en ontstaat ruimte voor onverwachte patronen, dromen, nieuwe waarnemingen en andere gedachten. MEEDOEN AAN SILENT SKY PROJECT#89 Het 89ste Silent Sky Project# is onderdeel van het kunstprogramma van Into The Great Wide Open 2020. Door alle maatregelen rondom corona, is het een speciale

editie. We kijken samen met een groep in stilte naar de hemel vanaf verschillende locaties. Samen blijven we allemaal thuis. Zoek een stille plek waar je de hemel kunt zien en waar je niet gestoord wordt. Op zondag 30 augustus 2020 zal Rob Sweere door middel van een livestream een introductie geven en de 89ste Silent Sky-actie vanuit huis begeleiden. Maar ook lang daarna, op je eigen moment, kun je meedoen met dit ritueel. We kijken 20 minuten in stilte naar de hemel. Je mag denken wat je wilt, voelen wat je wilt, je kunt je ogen openhouden en ook dichtdoen. Deze tijd, dit moment is helemaal voor jou en je hoeft helemaal niks. Er zijn geen doelen om te behalen. Let’s meet in heaven.

kunstenaar: Rob Sweere


Silent Sky Project#29 April 2nd 2009, 12.35 – 1.05 pm, 15 participants, Gangjin, Korea.

Silent Sky Project#9 May 9th  2006, 12.20 – 12.50 am, 31 participants, Utrecht, The Netherlands.

HET TIJDSCHRIFT

29


KUNST

30


Silent Sky Project#13 June 18th  2006, 12.25 – 12.55 pm, 2000 participants, Terschelling, The Netherlands.

HET TIJDSCHRIFT

31


KUNST

32


Silent Sky Project#21 July 7th  2007, 5.30 – 6.00 pm, 126 participants, Kröller-Müller Museum, The Netherlands.

HET TIJDSCHRIFT

33


De De De De De De

Op de vlakte loopt een mier met zijn voelsprieten de hemel in, een wolk geeft een opening waardoor de oneindigheid van de kosmos in paarsblauw door de dampkring straalt. Het microvliegtuig als een diamant op de tand van een mens vliegt veel te snel door de lucht. Verder weg zou langzamer moeten gaan. Overdenkingen na een gesprek met Rob Sweere.

Blauwe Blauwe Blauwe Blauwe Blauwe Blauwe

Droom Droom Droom Droom Droom Droom PROZA

34

tekst: Roberta Petzoldt


Het zware hart ligt op de grond. Probeert niks te denken, maar is zich bewust van de dag die het is, van de tijd die zich afspeelt en de ontbrekende mensen die samen met dit lichaam een vorm kunnen maken. Het denkt aan de concentratie die door de anderen vastgehouden kan worden. Aan de rustgevende stem van Rob die als een vader tijd en plaats zal bepalen en een tunnel de hemel in zal blazen. Jaloers denkt het aan de Peruaanse hemelkijkers, die visioenen in de wolken zagen. Het ziet wolken, steeds veranderen, zich in de verschillende luchtlagen anders uitdrukken. Opgeklopt eiwit, scherpe korstmossen, de glasgeblazen vormen in ééntellers, drippings, waterverfvegen. Verzet zich tegen de vergelijking, net als tegen het zien van het mannetje in de maan wil het geen gezicht zien, het wil de wolk zien. Verstikt de wil de fantasie? Achter, het klotsen van de Kralingse golven. Die al klotsten voor de plas een naam had. Die klotsten tegen het rubber van het bootje. Het bootje waar het kleine hart de eerste horizonten mee verlegde, waar het de prijs niet van kende, dat er gewoon was, omdat het kind was en in de kindertijd alles is. En alles dat er niet is, is er niet. Vandaag harkt Neptunus met de zwaarmoedige snor zijn drietand door het zand. Vandaag zijn alle verlangens vervelend. Onmogelijk als Pluto. Dominant als Mars en ongrijpbaar als de wolken. Zweven op thermiek is een goedkope manier van reizen, zie het bewijs een kilometer boven het zware hart waar een meeuw in gestrekte vlucht minutenlang zweeft, en een ander die veel lager over scheert brengt het naar de kustlijn waar dit lichaam eens per jaar versmelt met het zand en de zee en nooit meer wenst dan, dan en daar, voor een kort interglaciaal. IK DENK AAN DE TIJD DIE TIKT EN AAN DE HEMEL DIE NOOIT TIKT. DE HEMEL DIE EEUWIG IS. Heeft de tijd invloed op het licht? Nee het zwellende en krimpende licht is wat we tijd noemen. Maar nooit heeft de tijd de zon veranderd of het tollen van de aarde vertraagd. De tijd vertraagt mijn stappen en ik zak door het uitspansel. Er is geen zonsopkomst of -ondergang in de ruimte, er is alleen tederheid in de harten van astronauten voor het aardoppervlak dat zo veel fragieler oogt dan het beneden voelt.

en de 512 mensen die allemaal aandacht verdienen. Het dankdiner voor de vrouwen bij wie ik mijn complete garderobe waste. Het antwoord op de brief die ik twee maanden door Suriname sjouwde, het meisje dat op een beukennootje lijkt en in een bos woont dat onder water groeit, degene die plotseling op straat tegen het lijf gelopen moet worden, de juiste grap om de bullebak te laten struikelen, het ragfijne theelepeltje voor de vrouw met de naam van een boom, omdat het zo goed bij haar vingers past, het extra woord van vriendelijkheid voor de loonslaaf, de dank aan de redacteur die me hielp aan een huis te komen dat ik toch niet kreeg, de surrealistische fantasieën die uitgeleefd moeten worden, het ontbijtplekje dat uit de braamstruiken moet worden gehakt, de te sjouwen potgrond, het oliën van de stembanden, de oefening van het lichaam, de esthetisch verantwoorde etiketten die nergens te koop zijn, de te verven muur, het rottende stapeltje administratie, het hoekje hout dat nog niet in de meubelwas staat en de scheluw hor. Aandacht, maar in welke volgorde? Rob vertelt me van zijn. Wat het hem leerde dat de mensen over heel de wereld gelijksoortige dingen ervaren. Om een week later te mijmeren dat de beleving van ieder mens dan toch wel weer anders is. De een vindt serene rust op een oorverdovend dak in Bogota en de man die dagen alleen over de ijsvlaktes glijdt, noemt gemompel lawaai en spreekt van sluipende passen. Rob geloofde maar één man van iedereen die zei dat ze zelf ook vaak een halfuur naar de hemel keken. Ik dacht ook dat ik dit vaker had gedaan. Ik kijk vaak naar de lucht, op de fiets, in de avond, in de trein en vele momenten van verveling en verwondering. De tuurmomenten compleet met grasspriet in de mond op een met paardenbloemen bespikkelde dijk, bleken slechts skygazing light. Ik heb nog nooit zo lang de hemel aangekeken. Op de 25e minuut wilde ik weg van het geouwehoer in mijn hoofd en zag mezelf liggen. Een streepje op een veld – bij een plas – in een bos – in een stad – in een land – op de wereld. De schaduw van een zonnewijzer die langzaam langs de graden van ons zonnestelsel wordt bewogen door de rotatie van hemellichamen. Wat een rusteloos streepje.

De minuten tellen zich in gedachten uit. De pinnige brief aan de verre vriendin die de oude buur plaagt, de gevreesde liefde en hoe hier bij voorbaat uit te komen, de telefoontjes met nog 77 wachtenden voor mij

Dagen later besloot ik een tweede confrontatie aan te gaan. Nogmaals dertig minuten naar de eeuwigheid. Tweemaal kwam ik overeind: plotseling zonder na te denken of het gesprek met de hemel te willen stoppen, vond ik mezelf opeens rechtop. Om me heen hoog riet, niemand die me zag, zelfs niet de kleine vogels die over me heen vlogen of de Atalanta’s die in een verhitte dans om elkaar heen spiraalden. Alleen de wolfspinnetjes, die met hun niet te wegen gewicht over me heen bewogen, wisten van mij en ik wist van hen door de minuscule aanraking op mijn benen. Eerst probeerde ik ze te laten, als de Sadhoe die de vlieg over zijn gezicht laat lopen, maar voor ik het wist was mijn meditatie in acceptatie afgelopen en veegde ik ze van me af. Ik probeerde te onthouden wat ik dacht, wat ik zag, waarom onrust af en toe in me opvlamde. Waarom alle 27 meeuwen naar de zon zeilden.

HET TIJDSCHRIFT

35

Het felle sterlicht drukt op mijn oogbollen die wegdraaien als in een droom waar het niet lukt om de ogen open te houden. Ik nies hartgrondig en zie hondjes over het gras schieten, ruimtevaarders, dwaal af naar het geklets van de populierbladeren tot ik besef dat de zwaartekracht mijn blik weer omlaag heeft getrokken. Sla opnieuw mijn ogen ten hemel en kijk naar binnen, maar het hemelgewelf is oogverblindend en laat zich niet vangen in de hersenpan.

Wat de kraai in zijn snavel droeg en of ik de vorm van zijn vleugels onthouden kon om later te tekenen. Ik zag het stof op mijn hoornvlies drijven en ik zag lichtpuntjes die ik eens heb horen beschrijven als (the kingdom of light) in een esoterisch boek dat mijn vader las toen ik kind was en altijd wilde horen over koninkrijken. Nooit meer hoorde ik het iemand noemen, of vond ik mensen die zagen wat ik zag of het een natuurkundige naam konden geven. Het ziet eruit als oplichtende stipjes die even door de hemel zwemmen, de beweging van microben om dan weer te doven, interfererend met triljoenen die eenzelfde kort leven vertonen. Een soort lichtamoeba of iriserend sperma. Om dit door mij eenzaam gadegeslagen schouwspel van leven en dood, dat zich wel of niet in mijn eigen hoofd afspeelt, te illustreren vlogen bleekwitte dansmuggen die eenzelfde beweging beschreven, een paar meter boven me. Ik dacht aan de hoer die Licht heette en het hart van een man op een boot in vlam zette. Zijn vriend kijkt naar de vurige gebaren waarmee hij vertelt over haar betovering, en voelt zijn eigen eenzaamheid. Ik hoor de cicaden in het lange gras, zie de lage zon die door het halmen snijdt, het wilgenpluis dat met de snelheid van alle tijd zijdezacht in het licht drijft. Ik herinner me dat dit de zomer is. Dit is de zomer. Alsof die pas aanbreekt op vakantie, in een ander land, waar niemand me kent en mijn agenda me niet vinden kan, maar het klinkt hier als vroeger op de eindeloze zomervakanties. Waarom duurt kindertijd langer? Zitten er meer minuten in een kinderuur? Of is het juist omdat daar geen uren zijn? Alleen de ervaring van de cicaden die in het gras zingen, de stok die gevonden wordt en later de eerste paal van een hut blijkt, de limonade die er opeens is, en waar het laatste slokje van vergeten wordt, omdat de volgende ervaring het kinderwezen heeft opgeslokt. En als na lange onderhandelingen schoorvoetend de eindeloze zomerdag wordt ingeruild tegen een badje en een bedje verschijnen er dromen in de diepe overgave van het kinderlichaam. Mooie blauwe dromen waar gevlogen wordt door de hemel van het collectief onderbewustzijn.


FOTOSERIE

36

beeld: Sarah Blok & Lisa Konno


Ceylan Utlu en Nobuaki Konno kwamen beiden veertig jaar geleden naar Nederland. De één vanuit een dorp in Turkije, de ander vanuit een dorp in Japan. Beiden hadden het idee ooit weer terug te keren, maar het leven liep anders. Ze werden verliefd op Nederlandse vrouwen en kregen Nederlandse kinderen. In de films ‘BABA’ en ‘NOBU’ zien we de humor en de fragiliteit van deze biculturele vader-dochter relaties. De films bestaan uit sterk gestileerde scenes ontworpen door modeontwerper Lisa Konno en geregisseerd door Sarah Blok. De twee films zijn onderdeel van het online filmprogramma van Into The Great Wide Open 2020. Het makersduo reisde voor deze fotoserie naar Vlieland om fragmenten uit hun films te reproduceren in de context van het eiland. Sarah Blok studeerde in 2015 af als theaterschrijver aan HKU (writing for performance). Lisa Konno studeerde in 2014 af als modeontwerper aan de ArtEZ. De twee vonden elkaar in liefde voor genrekruisend werk en de combinatie van lichtvoetigheid met engagement.

HET TIJDSCHRIFT

37


FOTOSERIE

38


HET TIJDSCHRIFT

39


INTERVIEW

40

tekst: Maartje den Breejen beeld: Barrie Hullegie


UNLIKELY ACTIVIST: MALOU GEENEVASEN MALOU GEENEVASEN MALOU GEENEVASEN Malou Geenevasen (34) is zelfstandig psychotherapeut, psycholoog en adoptie (ervarings)deskundige – als baby werd ze geadopteerd uit Sri Lanka door een Nederlands stel. Ze gelooft heilig in de kracht van verbinding. Op Instagram volgen meer dan 5000 mensen haar Kindness Therapy-account. “Toen ik van Gouda naar Amsterdam verhuisde, viel me op dat mensen elkaar hier minder gedag zeggen en hun buren soms zelfs niet kennen. Ik wilde iets verzinnen waarmee ik mensen kon stimuleren vriendelijk te zijn voor zichzelf en anderen.

Hoe concreter je wordt – een lift geven, koken, een kind ophalen – hoe makkelijker het voor iemand wordt om je aanbod te aanvaarden. Ik leerde ook te ontvangen en anderen de kans te geven iets liefs te doen en zich daar goed bij te voelen.

Maar ook mezelf. Hulp aanbieden is best eng. Stond er een oude man bij het stoplicht te twijfelen om over te steken, dan was ik bang hem in verlegenheid te brengen door een helpende hand te bieden. Achteraf had ik dan spijt dat ik niets had gedaan.

Ergens in het jaar heb ik ook zelfzorg toegevoegd als goede daad. Soms gunde ik mezelf een lange wandeling of een dag zonder verplichtingen. Het is zoals in het vliegtuig, waar je eerst zelf het zuurstofmasker op moet zetten om anderen te kunnen helpen.

In 2015 opende ik het Instagram-account Kindness Challenge, met het voornemen 365 dagen lang dagelijks een positieve daad te verrichten en die daar vast te leggen.

Compassie is als een spier die je traint en die steeds sterker wordt. Als je er eenmaal op gaat letten, zie je overal compassie om je heen. Bij mijn stoere neef die mijn oma helpt met eten. Of bij iemand die een deur voor je openhoudt. Goede daden hoeven niet nobel en groot te zijn. Alle kleine dingen tellen bij elkaar op en vormen samen iets groters, verbinding tussen mensen.

Door de uitdaging die ik mezelf stelde, had ik een excuus om me over mijn angsten heen te zetten en mensen te benaderen. Bij de supermarkt betaalde de vrouw die na mij in de rij stond met heel veel muntjes. Ze had niet genoeg. Ik zag paniek in haar ogen en vroeg haar: ‘Mag ik voor u pinnen?’ Ze was er ontzettend blij mee. Op Nationale Pannenkoekdag in maart heb ik met hulp van vrienden en mijn broertje bijna honderd pannenkoeken gebakken voor de hele buurt. Ik vond het heel spannend om te doen, maar het was succes en we doen het nog ieder jaar. Die actie was een groot gebaar, veel vaker maakte ik een klein gebaar: een petitie tekenen, een daklozenkrant kopen en een praatje aanknopen, of eten maken voor iemand die ziek is. Het ging me steeds makkelijker af om op een positieve manier contact met mensen te leggen. Ik leerde dat je concreet moet zijn in je aanbod. Mensen die een dierbare hebben verloren horen vaak: als ik iets voor je kan doen, moet je het zeggen! Maar dat is heel vaag.

HET TIJDSCHRIFT

41

De laatste dag van het jaar heb ik mensen opgeroepen zelfa ook een goede daad te verrichten, zodat we die 365 daden konden verdubbelen. Dat is gelukt. Het account gebruik ik nog steeds als medium om verbinding te creëren, maar niet binnen het stramien van een uitdaging. Ik heb ervaren dat ik de vrijheid heb om iets moois van mijn leven te maken. Dat probeer ik dagelijks te doen.”


Notes Notes Notes Notes Notes Notes on on on on on on Imagining Imagining Imagining Imagining Imagining Imagining ESSAY

42

tekst: Charl Landvreugd vertaling: Anouk Suwout


VERBEELDING

Vanuit een persoonlijke en artistieke subjectpositie gaat de verbeelding die ik voorsta uit van hybriditeit als een gegeven, dat onlosmakelijk verbonden is aan creativiteit. Door middel van onderzoek naar (zelf)identificatieprocessen, vul ik mijn eigen visuele praktijk aan en stel ik me een ruimte voor van waaruit ik de werkpraktijken van mijn collega’s kan bezien. Om de grenzen te verleggen waarbinnen bepaalde historische omstandigheden liggen opgesloten, stel ik de verbeelding voor als onderzoeksmiddel naar hoe verschillende culturen en momenten in de tijd samensmelten tot een ​​ nieuwe artistieke omgeving die verdergaat dan de bekende vormen van representatie. Als uitgangspunt kijk ik hierbij naar Nederlandse Afrokunstenaars, die vanzelfsprekend zijn gevormd door verschillende culturele achtergronden en evenals alle anderen zijn geïnspireerd door de mediacultuur. Zij stellen zich een subjectiviteit voor die diasporisch, zelfreferentieel en tegelijkertijd onderdeel van de Nederlandse cultuur is.

HET TIJDSCHRIFT

43

HERKOMST Rotterdam, 2015 Ik ben als creool geboren. In het Amazonegebied, aan de noordkant van het regenwoud in Paramaribo, Suriname. In deze multi-etnische samenleving is creools een verwijzing naar mensen van Afrikaanse afkomst met meerdere raciale achtergronden. Mijn geboorte is het resultaat van eeuwenlange gedwongen en vrijwillige migratie vanuit het Iberisch Schiereiland, West-Afrika, India en China, naar het Zuid-Amerikaanse continent. Om die reden bestaat mijn creoolsheid uit slavenhandelaren, tot-slaaf-gemaakten, vrije zwarten en contractarbeiders. Allemaal delen ze een verleden van onderdrukking, migratie, overleving en aanpassingsvermogen. De verschillende voorouderlijnen maken dat de cultuurverschillen uit de verschillende diaspora’s intern beleefd worden als een eenheid die fundamenteel is aan de creoolse subjectiviteit. Creoolsheid lijkt altijd een etnische categorie te omvatten die zijn oorsprong vindt in een ander land, een vorm van altijd ergens anders thuishoren. De Caraïben worden gezien als het geografische gebied van mijn fysieke oorsprong. Zwart staat voor anders. In Nederland word ik gezien als immigrant, in Groot-Brittannië als black British, in de Verenigde Staten als Afro-Amerikaans of Zwart, en in Egypte als een Nubiër of een Europeaan. Gezien worden als raciaal Afrikaans, etnisch Zuid-Amerikaans en cultureel Europees vraagt om een radicale heroverweging van die specifieke creoolse subjectiviteit. Afhankelijk van de context lijkt het concept culturele identiteit, dat etniciteit en een veronderstelde sociale status omvat te veranderen. De historische betekenis en de beleving van het creools zijn, en dan met name die kenmerkende veelzijdigheid, gaan bij de vertaling ervan altijd verloren. In reactie op dit gevoel van verlies heb ik geprobeerd dit probleem in kaart te brengen met behulp van een aantal vragen. Hoe creëer je nu een eigentijds zelfbeeld dat inzicht geeft in een culturele identiteit die geworteld is op het Europese continent (met name Nederland) en in het creools zijn? Hoe zou je een zelfbeeld kunnen vormen dat een vereenzelviging is met Europa en de Afrikaanse diaspora tegelijkertijd? In ‘One Finger Does Not Drink Okra Soup’ legt Gloria Wekker uit dat de ‘ik’ in Surinaamse creoolse subjecten wordt opgevat als een meervoud. Dit is in overeenstemming met de vanzelfsprekende raciale, etnisch en culturele meervoudigheid van het creoolse zelfbeeld. Op basis van deze gedachte is ‘de Europeaan’ een voltallig making op de creoolse identiteit van de ‘ik’ als een “caleidoscopische, altijd in beweging zijnde samentrekking” (Wekker, 1997, p. 366) met meerdere verschijningsvormen. Deze conceptualisering schept de mogelijkheid om serieuzer na te kunnen denken over meerlagige subjectiviteiten op basis van het Afro-Surinaamse ‘ik’-concept. Wat ik voorstel is dat we de meervoudige persoonlijke subjectposities en veranderende perspectieven zouden moeten omarmen, waardoor de focus minder komt te liggen op culturele identiteiten die niet cultuureigen zouden zijn.


Het hedendaagse afrobewustzijn laat zien dat Nederlandse Afrokunstenaars, als meerlagige subjectiviteiten, zich willen positioneren buiten de bekende kaders van postkolonialisme en migratie, die gebruikt worden om hen en hun werk te interpreteren. Om deze bedoelingen onder de aandacht te brengen als vanzelfsprekend aan het Nederlandse artistieke landschap, wordt de kunsttheorie rondom diasporakunstenaars als onderdeel van het proces gezien. Dat gezegd hebbende, moeten concepten en ook taal die specifiek afkomstig is, of afgeleid, van de Afro-Amerikaanse en Black British uitingen worden onderzocht om te bepalen of hun betekenis een-op-een kan worden toegepast op de Nederlandse situatie, de Nederlandse probleemruimte. Zoals David Scott stelde in ‘Conscripts of Modernity’ (2004): “Een probleemruimte is een bepaalde historische periode met haar eigen specifieke problemen die haar eigen vragen oproepen en een horizon creëren van toekomstige doelstellingen. Het is bedoeld om een ​​discursieve omgeving, een omgeving van taal en argumentatie en dus van interruptie, af te bakenen. Die context wordt bepaald door “vragen die het waard zijn gesteld te worden en antwoorden die het waard zijn gegeven te worden” (p. 4). “… wat voor hen een ‘toekomsthorizon’ was, is ons ‘toekomstverleden’ geworden - een horizon die we niet langer kunnen verbeelden, najagen, toe-eigenen, of inderdaad op dezelfde manier kunnen creëren, zien of uitbeelden” (Hall, 2006, p. 7). Het concept van de probleemruimte is een handig hulpmiddel om te kijken naar het probleem van niet-lokale concepten en taal afkomstig uit een andere historische periode en plaats. Hebben de vragen op het Europese continent hetzelfde soort antwoorden nodig? Welk type interruptie is er nodig op het continent en welke mogelijkheden liggen aan de horizon van de toekomst? Door allerlei vertaalprocessen verliezen en winnen de termen die te maken hebben met overeenkomsten en verschillen in de diaspora aan betekenis. De terminologie op dit gebied moet zowel taalkundig als cultureel worden vertaald om in de Nederlandse context haar eigen volle betekenis te krijgen. Belangrijk hierbij is om op te merken dat het publieke debat in Nederland is gebaseerd op cultuur en het nationale idee van nietraciale gelijkwaardigheid. Het gelijkwaardigheidsprincipe is verankerd in de grondwet, wat heeft geleid tot een samenleving waarin tolerantie boven acceptatie gaat. Waargenomen etnische (en raciale) verschillen worden beschouwd als culturele verschillen. Het gebruik van een op ras gebaseerde terminologie wordt dan ook als onwenselijk geacht, omdat het in tegenspraak is met en het bovengenoemde idee van niet-raciale gelijkwaardigheid. Het gesprek over rassen in Nederland wijst consequent op de blinde vlek van de effecten van het kolonialisme. De suggestie van racisme openbaart telkens weer de nationalistische sentimenten van Nederlandse culturele superioriteit die voortkomen uit een latent idee van raciale superioriteit.

ESSAY

TOEKOMST Als zwarte cultuurmaker die gelooft in het nationale idee van niet-raciale gelijkwaardigheid opent dit mogelijkheden tot nadenken over een taal in deze door cultuurdenken gedomineerde omgeving. Een taal die de lokale herhaling van gebeurtenissen die elders in de diaspora hebben plaatsgevonden kan vertalen naar een vorm van Diaspora-denken die past bij Nederland en Europa. In plaats van een taalkundig en conceptuele achterstand in denken over kleur in Nederland kan dit leiden tot een ‘ik’vorm transformatie van het lokale culturele landschap. Ik pleit dan ook voor een taal die op basis van onze specifieke gevoeligheden stappen kan zetten in de richting van 21ste eeuwse culturele en artistieke subjecten. Hoe deze tactieken werken en welk nut ze hebben bij de verkenning ervan, staat centraal in mijn lopende onderzoek. Om deze transformatie te laten plaatsvinden, moeten nieuwe kennisvelden zoals continentale Afro-Europese kunst goed worden beschreven en/of genormaliseerd. Theoretische kaders en artistieke kennis uit de Diaspora kunnen als basis dienen om versneld inzicht te krijgen in lokale systemen. Mijn onderzoek laat zien dat alle stappen van rechtvaardiging, emancipatie, representatie en voorbij-aan-representatie die zijn verbonden aan historische diasporaprobleemruimten momenteel tegelijkertijd plaats vinden. Bij Nederlandse Afrokunstenaars leidt dit tot een constructieve paradox die ‘afroheid’ omarmt en er niet over spreekt als ras of etniciteit, maar als cultuur. Het is diaspora op een zelfreferentiële manier, wat betekent dat men zich volledig bewust is van de genealogie ervan, terwijl het ook de culturele oorsprong in Europa bevestigt. Hier komen drie verschillende opvattingen bij elkaar: het Britse ‘einde van het essentiële zwarte subject’ (Stuart Hall), het Amerikaanse post-zwarte tijdperk (Thelma Gold) en het hedendaagse continentaal Europese moment. Ze zijn alle drie verbonden, maar omdat ze uit verschillende probleemruimtes komen, zal dit verschillende uitkomsten opleveren.

BIBLIOGRAFIE 1. Golden, T., (2001), ‘Freestyle’, Freestyle, Studio Museum in Harlem, New York. 2. Hall, S., (2006), ‘Black Diaspora Artists in Britain: Three ‘Moments’ in Postwar History’, History Workshop Journal (Spring), Oxford University Press. 3. Hall, S., (1996), ‘New Ethnicities’ in Stuart Hall: Critical Dialogues in Cultural Studies’, Morley, D en Chen, K. H. (eds), Routledge. 4. Landvreugd, C., (2010), ‘Notes on Black Dutch Aesthetics’, Conversations on Paramaribo Perspectives, Dölle, M. (eds), TENT, Rotterdam. 5. Scott, D., (2004), ‘Conscripts of Modernity: The Tragedy of Colonial Enlightenment’, Durham & London, Duke University Press. 6. Wekker, G., (1997), ‘One Finger Does Not Drink Okra Soup: Afro-Surinamese Women and Critical Agency’ in M. J. Alexander en C. T. Mohanty (eds) Feminist Genealogies, Colonial Legacies, Democratic Futures, New York, Routledge Press.

Rotterdam, 2020 Deze tekst is een bewerking van het essay ‘Notes on Imagining Afropea’ (2015), waarin ik de term Afropea gebruik om de verbeelding naar de toekomst te duiden. Sinds 2015 gebruikte ik de term Afropea niet meer, omdat die zou suggereren dat deze herconceptualisering van het Nederlandse en Europese culturele burgerschap alleen van toepassing is op afro-onderwerpen, terwijl het breder is dan dat. De term die ik nu voor deze ruimte gebruik, is de ‘ingebeelde normale ruimte’.

44

illustratie: Jannete Mark beeld: Charl Landvreugd


HET TIJDSCHRIFT

45


DE GIDS: RAQUEL VAN HAVER RAQUEL VAN HAVER RAQUEL VAN HAVER RAQUEL VAN HAVER RAQUEL VAN HAVER RAQUEL VAN HAVER

BEELDEND KUNSTENAAR INTERVIEW

46

tekst: Dirk Baart illustraties: Mariavittoria Campodonico


‘Luid’, dat woord gebruikt de Colombiaanse kunstenaar Raquel van Haver graag om haar installaties, schilderijen en tekeningen te beschrijven. Haar werk is expressief en sociaal geëngageerd, draait vaak om de interactie tussen mensen, met empathie voor gemeenschappen overal ter wereld. “Ik reis veel en ben echt een verhalenverteller. In mijn werk probeer ik een verband te leggen tussen mijn eigen visie en verhalen van andere mensen.” De actualiteit heeft dan ook vanzelfsprekend zijn weerslag op het werk van Van Haver. Maar dat wil niet zeggen dat ze een reactieve kunstenaar is. “Soms zeggen mijn werken wel iets over wat zich nu afspeelt, maar dat wil niet zeggen dat ik ze met die bedoeling heb gemaakt. Mijn werk gaat vaak over universele thema’s, niet per se over wat er nu in Nederland aan de hand is. Ik werk vaak twee of drie jaar vooruit aan een tentoonstelling, dus vaak zijn de werken daarin al lang in de maak. Ik laat ook graag ruimte open voor interpretatie, zodat mensen hun eigen verhaal aan mijn werk kunnen verbinden.”

Mijn favoriete muziek: Karima el Fillali & Shishani Vranckx “Ik ken deze dames al heel lang en vind dat ze samen betoverende muziek maken. Ik ben geregeld bij de jamsessies geweest waar ze samen speelden, dus ik heb ze ook zien groeien. Hun muziek is echt een mix van verschillende stromingen. De vereniging van hun beide achtergronden, stemmen en klanken zorgt voor een prachtige boodschap.”

Tijdens de lockdown werkte Van Haver door aan een tentoonstelling die op 28 september opent in het Maastrichtse Bonnefantenmuseum. De show gaat over sociale leiders in Colombia, het land waar de in Amsterdam wonende Van Haver in 1989 geboren werd. “Het zijn vaak vrouwen die sociaal betrokken zijn. Ze zetten klasjes op voor kinderen of helpen mensen in achterstandswijken door EHBO-posten op te zetten die door de wijken heen trekken en gratis doktersafspraken aanbieden. Ze worden vaak met de dood bedreigd en soms zelfs vermoord, omdat mensen niet willen dat die vrouwen een stem hebben.” Het probleem krijgt nauwelijks aandacht in de media, dus toog Van Haver zelf naar haar geboortegrond. Met behulp van haar lokale netwerk ging ze op onderzoek uit en sprak ze de betrokkenen. De reis mondt nu uit in een film en verscheidene installaties. “Misschien komt er ook nog een boek. Er is veel gaande nu.”

Mijn favoriete kunstenaar: Ibrahim Mahama

HET TIJDSCHRIFT

47

“Zijn werk ‘Parliament of Ghosts’ is heel mooi. Het is boven alles een setting, een bijna arena-achtige vorm waarin Mahama verschillende mensen met verschillende ideeën samen laat komen om te praten over politiek. Tegelijkertijd gaat het over de koloniale geschiedenis van Ghana en omstreken, en de verhalen die daarover níét worden verteld. Hij heeft het project over de hele wereld uitgevoerd, heel indrukwekkend. Vorig jaar heeft hij in Tamale in Noord-Ghana een eigen museum geopend [The Savannah Centre for Contemporary Art, red.]. Daar stoomt hij jonge mensen klaar voor een toekomst in de kunstwereld.”


Mijn favoriete voorstelling: Los Incontados: Un Tríptico “Het theatergezelschap Mapa Teatro komt uit Colombia, maar werkt vanuit Zwitserland. Vorig jaar heb ik ze met deze voorstelling gezien op het Holland Festival. Het is een prachtig toneelstuk waarin de geschiedenis van Colombia met veel gevoel wordt verteld en waarin aandacht is voor de manier waarop verschillende lagen binnen de Colombiaanse samenleving zich in de loop van die geschiedenis hebben ontwikkeld. Als deze voorstelling nog ergens te zien is, zou ik er zeker naartoe gaan. Maar hun andere voorstellingen zijn ook erg mooi.”

In de rubriek De Gids raden mensen rond Into The Great Wide Open hun favorieten aan. Van gebouwen tot gerechten en van boeken tot films. INTERVIEW

48


HET TIJDSCHRIFT

49

beeld: Leendert van der Valk


Collectiviseer Collectiviseer Collectiviseer Collectiviseer Collectiviseer Collectiviseer

de de de de de de

Toekomst Toekomst Toekomst Toekomst Toekomst Toekomst

Over Kunst, Kritieke Massa en Trillion Dollar Companies ESSAY

50

tekst: Jonas Staal


Te midden van de pandemie lanceerden advocaat Jan Fermon en ik een rechtszaak tegen Facebook, getiteld Collectivize Facebook. Onze aanklacht, die we zullen indienen bij het Mensenrechten Hof van de Verenigde Naties in Genève, was reeds een jaar in de maak, maar viel samen met een moment waarop onze afhankelijkheid van techmonopolies alleen nog maar groter is geworden.

Collectivize Facebook, Jonas Staal en Jan Fermon, 2020.

Collectivize Facebook, Jonas Staal en Jan Fermon, 2020.

Multinationals als Facebook en Amazon maakten in wat voor anderen het coronavirus crisiskwartaal was, recordcijfers bekend. Waren deze monopolisten niet reeds een gevaar voordat het virus zich verspreidde, nu zijn ze het zeker. Dit toont aan dat onze catastrofe hun marktmodel is. Het typeert de omgang van het globaal kapitalisme met crisis. De pandemie is feitelijk een markt voor corporate “sociale” media en andere telecommunicatiebedrijven, maar ook voor de farmaceutische en surveillance industrie. Zoals de klimaatcatastrofe een markt is voor bedrijven die investeren in geo-engineering en het koloniseren van Mars. Voor kapitalisten is zelfs onze uitroeiing een vorm van kapitaal. Maar roof- en rampenkapitalisme is niet de enige manifestatie in deze periode van de pandemie. Er is ook een hernieuwd collectief besef over het belang van universele gezondheidszorg, goed betaalde zorgwerkers en schoonmakers, universeel basisinkomen, de noodzaak voor het ontmantelen van repressieve en racistische structuren in het politieapparaat en het militair industrieel complex. Is dit de manifestatie van een ander virus, niet biologisch maar ideologisch? Een “rood virus”, waar, in de woorden van Jodi Dean, een “collectief verlangen naar collectiviteit” uit spreekt? Duidelijk is dat onze neoliberale orde niet synchroon loopt met de verspreiding van het rode virus; met het collectieve verlangen tot collectiviteit. Schandalige nationale competitie tussen EU-landen over maskers en beademingsapparaten hebben eens te meer getoond dat onze unie vooral een economisch kartel is, die elkaar – letterlijk – laat stikken op het moment dat eenheid een existentiële noodzaak is. Het belooft weinig goeds dat een relatief goed te bestrijden virus blijkbaar genoeg reden gaf tot deze roofmentaliteit, zeker met oog op de door klimaatcrisis gedreven pandemieën van de nabije toekomst, de miljoenen klimaatvluchtelingen en massaal gefaalde oogsten die nog gaan komen. De pandemie heeft, in de woorden van The Red Nation, ons huidige systeem ontmaskerd voor wat het werkelijk is: “anti-leven” (anti-life). In tijden van crisis wordt het verlangen terug te keren naar een “normaal” van weleer groter. Nostalgie verwordt tot politiek kapitaal. Dat gold reeds voor Trumps retroscience fiction slogan “Make America Great Again,” maar manifesteert zich eveneens in tragische figuren als de Democratisch presidentskandidaat Joe Biden, voor wie een terugkeer naar de Obamajaren – de “soul of America” in zijn woorden – het voornaamste handelsmerk vormt. Dit is levensgevaarlijk, want het oude normaal staat niet in tegensstelling met het nieuwe normaal: zij is er de oorsprong van. De vernietiging van ecosystemen, massale veehouderij, een hyperfragiel globaal fossiel-gedreven transportsysteem, dat is het oude normaal. En zonder dat oude normaal geen coronavirus, en geen klimaatcatastrofe. Er is, in andere woorden, geen normatieve wereld om naar terug te keren. Het rode virus belichaamt dat gegeven. Zij staat voor het collectief, en de noodzaak tot het collectiviseren van het heden om een

HET TIJDSCHRIFT

51


toekomst waar een zinvolle vorm van overleven kan bestaan af te dwingen. Collectivisering dus van de middelen die egalitaire levensvormen mogelijk maken in de vorm van herverdeling, (koloniale) reparatie, gemeenschappelijk bezit en bestuur. Of, in het ergste geval, spreken we over de collectivisering van onze uitroeiing, om te garanderen dat deze gemeenschappelijk gedragen wordt, en de 1% heersende klasse niet vanuit hun Mars-kolonie toekijken hoe wij, het planetaire precariaat, ten koste van hun overleven ten onder gaan.

Collectivize Facebook, Video #2, Jonas Staal en Jan Fermon, 2020 Maar wat betekent dit concreet? Het woord ‘collectivisering’ zal voor velen naargeestige associaties opwekken met gedwongen industrialisatie en collectieve boerderijen in de Stalinistische periode. Maar de rechtszaak die Fermon en ik tegen Facebook voeren vraagt niet om ‘nationalisering’. Noch vragen wij om interne “hervorming” van corporaties. Het gaat ons om het coöperatiseren van Facebook: de overdracht van eigendom van dit platform naar haar gebruikers schept een nieuw transnationaal coöperatief. En waarom niet? Facebookgebruikers werken al jaren onbetaald voor Facebook als neo-feodale data-arbeiders. Onze informatie is Facebook’s businessmodel, en de corporatie biedt deze ter verkoop aan derde partijen, targeted marketing en reclame. Wij werken al lang voor Facebook, en zoals Amnesty International reeds stelde, is Facebook voor vele mensen “onvermijdelijk”: voor hun inkomen, sociale en werkrelaties, etc. Maar wij zijn nooit betaald door Facebook. Wij hebben Facebook gemaakt, waarom zou zij niet consequent tot ons collectieve bezit – tot ons publieke domein – behoren?

door Facebook, haar rol in het beïnvloeden van verkiezingen, en zelfs het rechtstreeks adviseren van autoritaire regimes, zoals dat van Rodrigo Duterte in de Filipijnen. De impact op het collectieve welzijn van het bedrijf is zo enorm, dat het eigenlijk ondenkbaar is dat zij zonder enige vorm van democratische controle kan opereren. De diepgewortelde heiligverklaring van privébezit evenals het feit dat Facebook zich als het ware vermomt als publieke ruimte, heeft mogelijk bijgedragen aan het tolereren van de totstandkoming van een dergelijk machtsmonopolie en haar kritieke impact op het algemeen belang. En de gefragmenteerde en geatomiseerde aard van het kapitalistisch systeem ondermijnt de mogelijkheid onszelf te herkennen als kritische massa die in staat is grootschalige systemen te veranderen en gezamenlijk te besturen. “Connecting the world” is de cynische slogan waarmee Facebook “gratis” internet aanbiedt in het globale Zuiden, maar dan alleen “gratis” wanneer Facebook als browser wordt gebruikt, en de gebruiker daarmee dus essentieel een onbetaalde arbeider voor Facebook wordt. Onder het mom van “publieke dienstverlening” ontwikkelt het bedrijf zich feitelijk, in de woorden van Manuel Beltrán, tot alternatieve corporate staatsvorm: de Facebook State. Die afhankelijkheid van publieke middelen en arbeid enerzijds, en de vermomming als weldoener anderzijds typeert ook de modus operandi van veel andere trillion-dollar companies. Amazon had niet kunnen bestaan zonder publiek gefinancierde infrastructuur, inclusief de postdiensten van de overheid, maar had desondanks de durf aan consumenten in de periode van de pandemie te vragen om donaties voor haar “publieke dienstverlening” (dit ondanks de schaamteloze precaire condities van haar arbeiders, waarvan sommigen zelfs in een luier werken omdat ze geen mogelijkheid hebben binnen het Amazon arbeidsregime naar een toilet te gaan). Apple-producten stellen te staan voor innovatie, maar werken voort op publiek gefinancierd onderzoek – in tegenstelling tot wat de zogeheten ‘Apple universiteiten’ claimen. Monsanto patenteert zaden waarover de kennis over eeuwen is opgebouwd door verschillende, vaak inheemse, volkeren. Wat hier wordt gepatenteerd is onze collectieve arbeid, onze collectieve investeringen, ons collectieve geheugen, ons publiek domein. De vermeende ‘goede doelen’ waarmee deze bedrijven hun roof maskeren zijn niets dan een cynische afleidingsmanoeuvre van hun feitelijke doel: de bestaande staat ontmantelen, en de nieuwe, ongecontroleerde, bestuursvorm van de wereld worden.

Collectivize Facebook, Video #1, Jonas Staal en Jan Fermon, 2020 In onze aanklacht beargumenteren wij dat de huidige bezitsvorm van Facebook als zodanig een schending is van het collectieve en individuele recht op zelfbeschikking, zoals vastgelegd in Artikel 1 van het handvest van de Verenigde Naties. En dat gaat verder dan onze rol als datawerkers alleen. Het raakt ook aan de schending van privacy

Collectivize Facebook, Video #2, Jonas Staal en Jan Fermon, 2020

ESSAY

52

Kritieke massa mobiliseren voor collectivisering middels coöperativisering, het scheppen van nieuwe bestuursvormen voorbij de corporatie en de staat, dat is de taak die voor ons ligt. En hier ligt een nadrukkelijke rol voor de kunst, voor de artistieke verbeelding. Een verbeelding die de spreuk van het privébezit als kern van het globaal kapitalistische systeem fundamenteel moet bestrijden. Een verbeelding die onze atomisering tot individu doorbreekt, en ons zichtbaar maakt als kritische massa, in staat tot collectief handelen, tot het scheppen van nieuwe coöperatieve vormen, en het voeren van gemeenschappelijk bestuur. Het opeisen van trillion-dollar bedrijven als publiek domein is logisch en bescheiden. Radicaal is het feit dat wij hebben getolereerd dat dergelijke rooforganisaties ongecontroleerd hun gang hebben kunnen gaan. Het collectiviseren van Facebook, van Google, van Monsanto, van Apple en Microsoft is het begin van een nieuwe transnationale vorm van coöperatief bestuur, voorbij de corporatie en voorbij de staat. De kunst, als plek van radicale verbeelding, heeft een belangrijke rol in het propageren van de nieuwe horizon die is opgewekt door het rode virus, voortbouwend op de vele groepen en bewegingen die in deze pandemie de onleefbaarheid van ons huidige systeem hebben aangetoond. Nu is een kans bij te dragen aan het collectieve verlangen tot collectiviteit, en te verbeelden, te visualiseren, te agiteren, om de collectivisering van ons heden – en daarmee van onze toekomst – een realiteit te maken. Van artistieke verbeelding, naar politieke verandering.

Collectivize Masks, Jonas Staal en Jan Fermon, 2020. De volledige aanklacht tegen Facebook inzien en medeaanklager worden kan via http://www.collectivize.org


Energie Coรถperatie Vlieland EVC is een energiecoรถperatie gerealiseerd door en voor inwoners en gebruikers van Vlieland. Speerpunten zijn het leveren van duurzame energie van Nederlandse bodem, het verminderen van energiegebruik en het ontwikkelen van duurzame energiebronnen. De ECV is lid van om | nieuwe energie.Zij verzorgen de levering van energie aan leden/klanten van de ECV.

www.ecvlieland.nl HET TIJDSCHRIFT

53


De Glimmende Appel

COLUMN

54

tekst: DJ St. Paul beeld: Félice Hofhuizen


In een interview werd mij onlangs maar weer eens de vraag gesteld: “Wat is indie?” Het antwoord dat het toch vooral een handige vergaarbak is voor leftfield popmuziek werd niet geaccepteerd. “Wat is leftfield?” Nou ja, eigenwijs. “Wat maakt popmuziek eigenwijs?” Dat het niet generiek is. “Die Smiths van jou maakten toch ook gebruik van klassieke popelementen?” Na een martelgang van kernachtige vragen, kon ik alleen nog maar stamelen dat indie een afkorting is van het woord independent. “Zijn we niet allemaal afhankelijk van elkaar?” Op de socratische bodem van het leven begint de zingeving. Er ontstond een heel ander gesprek. Over de hardnekkige aantrekkingskracht van dat woord, indie. Algauw ging het alleen nog maar over schoonheid. En hoe iedereen daar gevoelig voor is. Maar dat niet iedereen het op het juiste moment aangereikt krijgt. Het is geen prestatie om mooie muziek te willen luisteren. Het is onvermijdelijk. Mits je niet al doof en blind geconditioneerd bent door alle voordehandliggendheden. Had mijn grote broer niet dat bandje van de Pixies opgenomen, de Britse platenzaakmedewerker niet het debuut van The Stone Roses aangereikt, de boze voetbaltrainer niet ‘Fear of a Black Planet’ van Public Enemy voorgesteld, dan stond ik nu waarschijnlijk ook op het Vrijthof een sjoeske te drinken bij André Rieu. Ik heb altijd een oneindige dankbaarheid gevoeld naar alle mensen die de muziek introduceerden die mij door een moeizame puberteit heen zou helpen. Juist omdat ik ook altijd om me heen gezien heb hoe makkelijk het is om – zonder die microinfluencers – voor al je emoties veroordeeld te blijven tot de Best Of van Phil Collins. Dit faciliteren van de juiste muziek op het juiste moment is mijn grootste drijfveer geweest om dj te worden. Het rolmodel was mijn lerares Engels, mevrouw Pekelharing. Zij nodigde ons uit om naast literatuur ook songteksten op de eindlijst te zetten. Ik koos voor Neil Young, Nirvana en Tracy Chapman. Over een songtekst van die laatste stelde mevrouw Pekelharing haar eerste vraag. Gewoon, om er even lekker in te komen. Tijdens een mondeling eindexamen diep in het katholieke zuiden. “Wat bedoelt Tracy Chapman in het nummer ‘All That You Have Is Your Soul’ als ze zingt ‘don’t be tempted by the shiny apple’?” Ik had geen idee. Het teleurgestelde gezicht van mijn favoriete leraar was onverteerbaar en ik begon aan een wanhoopsmonoloog over alle muziek die ik uitgezocht had. Waarom het zo mooi was. Waarom het zo veel voor me betekende. Over willen branden. En niet uitdoven. De gemiddelde examencommissaris had me honend de deur gewezen. Mevrouw Pekelharing noteerde een negen. Een paar maanden later begon ik in Nijmegen met draaien. Om nooit meer te stoppen.

HET TIJDSCHRIFT

55

De enige drijfveer was en is mooie muziek een plek geven. Dikke hits of obscure nuggets. Het maakt me geen bolle bips uit. Iets stom vinden alleen maar omdat het op 1 staat is net zo onnozel als iets mooi vinden alleen maar omdat het op 1 staat. Alleen vereisen de nuggets nu eenmaal wat meer aandacht. Ik ging voor het eerst een eigen avond organiseren. De Avond van het Kippenvel. Een ode aan veelal onderbelichte liedjes, zeker op een dansvloer. Op een gegeven moment kwamen hier ook bands bij. Neutral Milk Hotel, Camera Obscura en The La’s op de dansvloer. Daryll-Ann, Johan en Spinvis op het podium. Iedere keer als ik een nieuwe favoriete act probeerde te boeken, kwam ik bij hetzelfde label uit (Excelsior Recordings). Wilde ik iets over deze bands lezen, kwam ik bij dezelfde schrijvers uit (Gijsbert Kamer, Norbert Pek, Ionica Smeets). Er ontstond een besef van een beweging. Nou weet ik dat Henk Krol ook bij iedere verkiezingen weer opnieuw zoiets beseft. Maar dit was anders. Dit was hecht. Een band voor het leven, alleen maar gebaseerd op het moeten delen van al die geweldige, maar onderbelichte muziek. Gedachten gaan uit naar de avontuurlijke programmeur van de Sjor in Roggel, het hoofd marketing van 013 met haar sturm und drang of die ene barman van Rotown met zijn nonchalante, maar altijd rake tips voor de dansvloer aan het einde van de avond. Meer dan een voorzichtig besef was het allemaal nog niet. In de praktijk stond je nog steeds de helft van de tijd achter de draaitafels uit te leggen waarom je liever een goeie hiphopplaat draaide dan voor de zoveelste keer The Prodigy. Of waarom Pulp een stuk grappiger is dan de Bloodhound Gang, als je eenmaal besloot te luisteren. Het is geen harde wetenschap, maar de eerste keer dat ik een gevoel kreeg van een kritieke massa, van een onomkeerbare sociale dynamiek en een definitieve groepering van over het cultuurlandschap verspreide liefhebbers, dat was op Into The Great Wide Open. Van binnenuit georganiseerd. Van buitenaf omarmd. Ik zie de eenzame festivalbezoeker met gitaar nog lopen langs alle kampvuren op het strand, aan het eind van de eerste editie. Mag ik hier dan misschien ‘Under the Bridge’ spelen? Nee joh, kom er gewoon lekker bij zitten! Tot de volgende ochtend werd er gepraat over Art Brut en Lykke Li. Zeevrouwenkoor was ons nieuwe favoriete woord. En Vlieland de mooiste plek op aarde. Inmiddels heeft het festival haar dadendrang ook verplaatst naar het terrein van duurzaamheid, streekproducten en een organisatiecultuur die de gedwongen zzp’er van vandaag niet wegzet bij het vuil van gister. Maar voor mij blijft het eerst en vooral het manifest van een groeiend zielsverwantschap. Een nieuwe muzikale orde die schoonheid op 1 zet. Het bewijs dat Nile Rodgers en Anna Meredith of Ronnie Flex en The Orwells gewoon naast elkaar kunnen bestaan. Moeten bestaan. Tot de dag dat een triviale term als indie niet meer nodig zal blijken. Against all odds.


WIJD OPEN

FOTOSERIE

56

beeld: Cleo Campert


Bij afwezigheid van Into The Great Wide Open ligt Vlieland er deze zomer onverminderd wijds en open bij. De plekken waar anders de festivalpodia opgebouwd zouden worden, blijven nu onaangeroerd. Fotograaf Cleo Campert liet zich voor haar serie Festivalland al eerder inspireren door volle ĂŠn lege festivalterreinen. Nu toog ze naar het eiland om de leegte vast te leggen. Van het Sportveld, dat dit jaar gewoon een sportveld blijft, tot Vuurboetsduin en de Tokkelbaan.

HET TIJDSCHRIFT

57


FOTOSERIE

58

Fortweg


HET TIJDSCHRIFT

59


FOTOSERIE

60

Open Plek


HET TIJDSCHRIFT

61


FOTOSERIE

62

Sportveld


HET TIJDSCHRIFT

63


FOTOSERIE

64

Tokkelbaan


HET TIJDSCHRIFT

65


FOTOSERIE

66

Strand


HET TIJDSCHRIFT

67


FOTOSERIE

68

Vuurboetsduin


HET TIJDSCHRIFT

69


RECEPTEN VAN ÚS HÔF

Into The Great Wide Open staat bekend om zijn keuken. De vaak verrassend verse en smakelijke gerechten en dranken komen op een zo duurzaam mogelijke manier tot stand. Hoe het festival tegen eten en drinken aankijkt en ook de sociale waarde ervan onderstreept, kwam in de zomer van 2020 tot uiting tijdens twee kookdagen in het Friese Sibrandabuorren. Op Ús Hôf, waar biologische groenten worden verbouwd, nodigde Kees Elfring een aantal bijzondere (festival)chefs uit om samen te koken voor seizoensarbeiders. Het volk dat normaal vanuit het niets festivals uit de grond trekt, maar deze zomer op het land van verschillende biologische boeren mee aan het werken is. De smakelijke drankjes die ze voorgeschoteld kregen, zijn ook thuis te bereiden.

ARTIKEL

70

tekst: Jasper van den Dobbelsteen beeld: Tom van Huisstede


MARK VAN DER VEEK - MISTER TREE CIDER Mark stond drie jaar geleden voor het eerst op Into The Great Wide Open met zijn ciderbar met veel bijzondere ciders. Vorig jaar maakte hij een eigen Into The Great Wide Open -cider.

ÚS HÔF Ús Hôf is een project van Kees Elfring, een chef en ondernemer die Into The Great Wide Open tot zijn vrienden mag rekenen. Onlangs verkocht hij zijn Amsterdamse zaken Marius en Worst en vertrok hij naar Friesland. Daar stort hij zich in een weiland even buiten Sneek - eigendom van Bregje en Michel op Ús Hôf, een zelfoogsttuin vol groenten, fruitbomen, bessenstruiken en bloemen. Er wordt een vorm van landbouw bedreven die de relatie tussen producent en consument herstelt. Zonder bestrijdingsmiddelen, puur natuur. De lijnen van de bodem naar het bord zijn er kort. Op Ús Hôf bouwde Elfring een outdoor kookstudio, waar hij kookworkshops organiseert en kennis overdraagt met HupHup Foodlab.

Mark houdt van experimenteren en heeft als chemicus veel kennis over (wilde) vergisting en kijkt verder dan alleen de appel; zijn cider van 2019 was gerijpt met dennen en jeneverbes, te vinden op Vlieland. Momenteel experimenteert Mark met wilde gisten, gevangen op het eiland. CIDER (2 LITER) Benodigdheden en ingrediënten 5kg zoetzure appels, bijv. Elstars en Goudrenetten Foodprocessor, hakselaar of slow juicer Zootje goed schoongemaakte PETfrisdrankflessen 2 ballonnen Zakje gist (wijngist/biergist/cidergist) of het bezinksel in een speciaalbiertje 4 theelepels suiker of 2 borrelglaasjes appelsap

Bereiding Gooi de appels in stukjes door de processor/hakselaar/juicer. Knijp iedere druppel appelsap uit de pulp. Vul de flessen voor 80% met sap, sprenkel er wat gist of bezinksel bij en schud dat flink door het sap. Doe een slap ballonnetje over de opening van de flessen en zet deze een paar weken weg, uit direct zonlicht. In het appelsap zullen kleine belletjes ontstaan en de ballonnen zullen opblazen. Na ongeveer 3 weken zal de rust wederkeren in de flessen. Op de bodem van de fles ontstaat drab, erboven cider. Overhevelen! Zorg dat de cider zo min mogelijk met zuurstof in aanraking komt door hem voorzichtig, zonder plonzen, over te gieten in een schone PET-fles. Kies een fles die je zo vol mogelijk kunt doen. Pitch er per liter cider 2 theelepels suiker bij en schroef de dop erop. Je kunt ook in plaats van suiker 1 borrelglaasje appelsap per liter cider toevoegen. Zet de flessen op kamertemperatuur zodat de gist de vers toegevoegde suiker of appelsap kan omzetten in koolzuur. De bubbeltjes in de cider! Als je in de fles knijpt kun je voelen of er al een bubbeltje in zit. Wacht zolang het je lukt, minimaal 2 weken, maar als je het redt 4 maanden. Zet een fles koud en drink je zelfdoencider met vrienden en een lekker borrelhapje.

HET TIJDSCHRIFT

71

Schep op over vergisting, appelrassen, natuurcider, de rotzooi in de keuken, deze specifieke smaak die je precies zo wilde, het wachten op koolzuur… en voor je ‘t weet is de eerste fles leeg. Proost!


SIEWERD NICOLAS & JIRI BRANDT BUTCHA Butcha maakt volwassen frisdranken en ging er vorig jaar met Bojan Bajic, eilandbewoner en vriend van Into The Great Wide Open op uit om wild te plukken op Vlieland. Zo ontstond er een heerlijke rozenbottel en duindoornbes kombucha.

Na 7 dagen kun je het brouwsel proeven. Als de smaak goed is, verwijder de SCOBY en 15% van de vloeistof om te gebruiken als starter voor je volgende brouwsel. De kombucha kan nu in een schone fles gedaan worden en je kunt hierbij diverse smaken toevoegen, zoals kruiden of stukken fruit. De tweede fermentatie start door de gesloten fles 2 dagen buiten de koelkast te houden. Bewaar daarna de kombucha koud tot je deze gaat drinken.

Leslie maakt siropen. Deze zijn een stuk minder zoet en veel fruitiger en kruidiger dan de mainstream soda’s. Met kraanwater en siropen van Vlieland maakt Leslie op Into The Great Wide Open een lokale frisdrank.

SIROOP VAN BLAUWE BES MET MUNT EN KRUIDNAGEL

KOMBUCHA

Benodigdheden en ingrediënten 1 ltr water 500 gr blauwe bessen (koop biologische uit de diepvries, die zijn te betalen en je krijgt meer leven in de bodem er voor terug) 500 gr lichte rietsuiker 25 ml balsamico azijn 5 gram citroenzuur Liefst een stuk kaasdoek, of een fijne zeef

Benodigdheden en ingrediënten 1 brouwpot (glazen pot van minimaal 3ltr) Doek (theekdoek, t-shirt etc), geen kaasdoek! Elastiek 2 ltr water 16 gr thee (liefst bladeren van de theeplant; zwarte, groene of witte thee, geen kruidige aftreksels zoals rooibos) 120 gr organische rietsuiker 300 ml kombucha starter vloeistof 1 SCOBY (Symbiotic Culture Of Bacteria and Yeast), minimaal zo groot als een bierviltje

Bereiding Zet het water op met de blauwe bessen in het kaasdoek geknoopt en breng het tegen de kook aan totdat de bessen helemaal leeggelopen en zacht zijn. Zeker 20 minuten. Haal de kaasdoek er uit en duw flink uit of zeef het geheel door een fijne zeef. Restje bewaren voor door de muesli.

Bereiding Maak alles echt goed schoon voor je begint en zet 1 liter gezoete thee; kook water, haal van het vuur en voeg vervolgens in een aparte kan de theebladeren en suiker aan het water toe. Roer tot de suiker is opgelost en laat nog 15 minuten trekken. Verwijder vervolgens de theebladeren en voeg 1 liter koud water toe.

Voeg de suiker, de azijn en de citroenzuur toe, los het op maar laat het dan niet meer koken. Vul evt heet af in een heel schone fles om langer te bewaren, anders laten afkoelen en in de koelkast, er zit te weinig suiker in om vanzelf lang houdbaar te zijn.

Laat nog even verder afkoelen om te voorkomen dat de brouwpot scheurt en de temperatuur goed is om je SCOBY toe te voegen. De thee moet onder de 35 graden zijn.

Als je sjieke gasten hebt, kneus een paar blaadjes munt met een houten cocktailstamper alvast in het glas, of met iets zwaars en kleins op je snijplank en doe de muntblaadjes onderin het glas, lekker grote blokken ijs, 50ml siroop en 200ml bruiswater. En dan 2 druppels eetbare kruidnagel-olie (wespen houden daar niet van en dat helpt dus ook bij het maken van de siroop). Was je tegelijkertijd ook al aan het barbecuen dan rooster je een tak rozemarijn als roerstokje. Garneren met het mooiste stukje munt.

Voeg 300 ml kombucha starter vloeistof en de SCOBY toe (deze zal waarschijnlijk zinken, maar geef het wat tijd en hij zal weer gaan drijven). Bedek de pot met het doek en de elastiek. Bewaar op een donkere plek die warm is (20–30 graden) zoals een keukenkastje. Voorkom dat de pot aangeraakt of bewogen wordt in de eerste 7 dagen. De fermentatiemagie is begonnen en je ziet bovenop een nieuwe SCOBY laag vormen.

ARTIKEL

LESLIE DRONKERS - SARU SODA

72


HET TIJDSCHRIFT

73


De De De De De De

Grote Grote Grote Grote Grote Grote

ESSAY

Oversteek Oversteek Oversteek Oversteek Oversteek Oversteek 74

tekst: Petra Possel illustraties: Mariavittoria Campodonico


Op het nippertje laadde ik de verwaarloosde hardhouten groentebakken die ergens achteraf stonden de verhuisbus in, ik sloeg de deuren dicht en gaf vol gas. Op naar het noorden, naar mijn nieuwe plattelandsleven. Die groentebakken deden tot voor kort dienst als moestuinbakken; er stonden doperwten, kerstomaatjes en sperziebonen in, maar de oogst was ook dit jaar weer bijzonder karig. Ik ging verkassen, en ondanks de teleurstellende oogst mochten mijn groentebakken toch mee. Misschien bloeiden ze daar wel op. Het is nu vijf jaar geleden dat ik in mijn eentje van de grote stad Amsterdam naar het piepkleine dorpje Gaast in ZuidwestFriesland ging. Dertig jaar lang had ik, officieel een provinciemeisje, alle hoeken van die grote stad verkend. Er was werkelijk geen plek te vinden die ik niet kende. Maar gaandeweg begon het stadse leven me steeds meer tegen te staan en droomde ik stiekem over een huis zónder bovenburen en mét een tuin. Hoe dat verlangen naar een ander, ruimer bestaan werd geboren, weet ik niet meer precies. Het was iets met ouder worden, afscheid nemen, opnieuw beginnen en heldere inzichten. En het had te maken met het gevoel opgesloten te zijn. Opgesloten in mezelf, opgesloten in mijn leven waarin ik geregeerd werd door afspraken en werk en opgesloten in een kleine, peperdure flat in een overbevolkt stadsdeel, de Pijp. Ik voelde me opgefokt en opgehokt, een kip die geen kant op kon. Ik wilde vrije uitloop, scharrelen op een erf, een graantje meepikken van het plattelandsleven.

Misschien is het die nauwelijks verholen nostalgie die mijn verlangen naar de eilanden heeft aangewakkerd. Het strand dat ooit het decor was van mijn onbezorgde, jonge leven waarin nooit iets mislukte en niemand dood kon gaan. Nadat ik zelf een jong meisje op de wereld had gezet, meende ik dat ik haar ook zo’n zorgeloze herinnering mee moest geven. Zomers lang gingen we naar ‘Vlie’, zoals zij het liefkozend noemde. Kamperen op Stortemelk, zelfs toen mijn door een hernia geplaagde rug het eigenlijk niet meer aankon. In een lijstje aan de muur hangt een foto van mijn dochter die hard rennend op mij af komt op dat grote brede waddenstrand; de armen breed uitgestrekt in de helderblauwe lucht, het haar wild en door de war. Zonder bikinihesje trouwens, ze was nog maar vijf. Elke vakantie gingen we een keer chique eten bij Het Armhuis waar het eten culinair verantwoord was. Dan wapperde ik gul met mijn creditcard, en verder kookten we simpele maaltijden op onze gasfles of aten we pannenkoeken in de Dorpsstraat. We deden boodschappen bij de Spar, in de wijde omgeving was geen boer met een stalletje aan de weg te bekennen en van royale visvangsten op het strand was geen sprake. Kapitein Iglo deed wel goede zaken, ook met ons.

EILANDLEVEN Om lucht te happen, reisde ik tijdens mijn stadse jaren een of twee keer per jaar af naar Schiermonnikoog en Vlieland, en dan wist ik weer wat vrije uitloop was. Als ik hijgend de duinen op fietste zag ik de brede, lege stranden aan mijn voeten liggen. Die leken op de stranden uit mijn jeugd, de stranden van Denemarken waar ik vroeger met mijn ouders, broer en drie zusjes naartoe ging op vakantie. Als sardientjes in blik reden we in onze gehuurde Opel Rekord op de eerste dag van de Grote Vakantie de nieuwbouwwijk uit. Op het dak zaten een grote bungalowtent en een klein tentje vastgebonden en wij zaten achterin op een stapel slaapzakken. Eenmaal daar sprongen we in het rond als een roedel wilde wolven. Uitgelaten renden we het strand op waar de vrouwen topless liepen en niemand daar vreemd van opkeek. In mijn herinnering waren ze allemaal groot, slank, blond en knap. Het waren ook stranden waar de vissers dag in, dag uit royale vangsten binnenhaalden, ik meen me te herinneren dat ze allemaal baarden hadden. Mijn vader had ook een baard, maar dan zo’n jarenzeventigbaard, en ging uit vissen met een Deen. Hij kwam terug met een vis die groter was dan ik ooit had gezien. Hij had nog nooit gevist en ook nog nooit een vis gefileerd, maar het lukte hem een graatloze versie af te leveren.’s Avonds aten we voor onze tent vis die nu eens niet vierkant was; het was de allerlekkerste en allerverste vis ooit. De groenten haalden we zelf bij het stalletje bij de boer vooraan de weg, je gooide gewoon wat muntgeld in een bakje. Bij ons hing er dan geen touwtje uit de brievenbus, maar de proporties van het alledaagse leven waren nog goed te overzien.

LEVEN IN COCAGNE In al mijn levendige herinneringen komt eten voor, of het nou een visstick of iets deftigers betreft. Mijn leven is eten. Niet alleen eten om te overleven of te voeden, eten is de taal waarmee mijn dagelijks leven is doordesemd. Als ik ’s ochtends wakker word, denk ik aan eten en als ik ’s avonds in slaap val, droom ik alvast over het ontbijt. Ik ben uiteindelijk goddank met een kok getrouwd. Ik heb weleens gedacht dat ik kilo’s aankwam alleen al door zo veel aan eten te denken, toch ging ik er stug mee door. Tijdens mijn stadse jaren werd ik eindeloos op mijn wenken bediend, op elke straathoek viel wel iets lekkers te eten. Gaandeweg werd ik een geoefend restaurantgast. Zo geoefend dat ik van eten mijn beroep kon maken. Ik kreeg een radioprogramma over eten en koken, en werd een poosje later restaurantrecensent. Week in, week uit koos ik zorgvuldig uit het grote aanbod van oude en nieuwe, kleine en grote, klassieke en hippe restaurants. Ik leerde al doende flink bij en wist langzamerhand steeds meer over restaurants en de ingrediënten waarmee werd gewerkt: plofkip, oude vis, zure melk, slappe sla, taaie biefstuk, zoete meuk, zilt zeewier, mals buikspek, krokante koek, beetgare venkel, goed brood. Het bord werd een plat laboratorium waarop ik met mes en vork het gerecht langzaam ontleedde, het leek soms op een anatomische les, maar dan zonder dr. Nicolaes Tulp. En door al dat buiten de deur eten kwam ook het thuis koken wat meer op gang, het was een logisch vervolg. Ik evolueerde van een jonge studente die het vooral moest hebben van haar ‘stamppot gras’, zoals mijn vriendinnen smaalden, naar een thuiskok van het type niet te ingewikkeld. Ik meed bereidingen van schuim, crème of alles wat emulsie heet als de pest, maar leerde wel bouillon trekken, mayonaise maken, boeuf bourguignon stoven, een kippetje grillen en zalm op de huid bakken. Ik maakte mijn eerste sauzen, van rode wijnsaus gemonteerd met koude klontjes

HET TIJDSCHRIFT

75

boter tot een egale saus met saffraan voor bij de vis. De rijke, bourgondische keuken van de grote, Franse chefs was mij op het lijf geschreven en ook al bleek ik geen groot kok, ik was wel een grootafnemer van boter en room. Het hedonisme was een levensstijl die voor mij uitgevonden leek, een levensstijl die naadloos bij mijn stadse leven paste. Ik wist de weg naar mijn ‘dealers’ moeiteloos te vinden: de Franse slager op de Albert Cuyp, de joodse kaasboer op de Marnixstraat, de biologische markt in de Jordaan en ook de wijnwinkel had voor mij nauwelijks geheimen. En toch… toch was er een stemmetje dat me ook in Cocagne wist te bereiken en me influisterde dat rijkdom een andere kant kent. Was dit mijn gereformeerde opvoeding die me alsnog parten speelde of waren de jaren des onderscheids nu eindelijk aangebroken? Genot is namelijk niet onbeperkt houdbaar, genot duurt een moment en geen eeuwigheid. Een mooi moment, een moment waarnaar je telkens weer verlangt, maar ook een moment dat vervliegt en waarvoor je uiteindelijk een prijs betaalt. Dat betekent in mijn hoogst particuliere geval: een prijs in gewicht schoon aan de haak. Elk jaar kwam er een kilo van mijzelf bij. Maar het betekent ook een prijs die te maken heeft met ‘de toestand in de wereld’ zoals politiek commentator mr. G.B.J. Hiltermann zo mooi plechtig kon zeggen: dierenleed, milieuschade, stikstofuitstoot en alles wat te maken heeft met het welzijn van de wereld, van mens en dier. Met mijn vertrek van stad naar platteland groeide het besef dat het anders moest, linksom of rechtsom, eenvoudigweg omdat ik met mijn neus op de feiten werd gedrukt. In de stad had ik nauwelijks een idee van wat er zich allemaal buiten die bubbel afspeelde. Het plattelandsleven leek op afstand ruimtelijk, groen en vol water. In werkelijkheid bleek die ruimte steeds meer opgevuld, was het groen grotendeels uitgeput en het water vervuild. Onbeperkt spareribs eten leek mij steeds meer ongepast. LEVEN MET AGV Eerlijk is eerlijk, ik ben nog in transitie. Ik schakel langzaam van een dieet van eiwitten en dierlijke producten naar een plantaardiger bestaan. Foie gras eet ik alleen nog maar als ik de grens naar Frankrijk ben gepasseerd, het is een laf compromis, ik weet het. Ik probeer, terwijl ik dol ben op sudderlapjes, rundvlees te vermijden. Worst haal ik steeds minder in huis, ik zoek mijn heil in kip en vis. De 70/30-regel (70% groenten en 30% vlees of andere eiwitten) haal ik vaak niet, maar komt langzaam in zicht. Het valt nu eenmaal niet mee voor een carnivoor pur sang om om te turnen tot herbivoor. Oude gewoontes zitten mij gegoten als een warme winterjas. Temeer omdat ik mijn heil heb gezocht in een provincie waar de maaltijd draait om het heilige trio agv: aardappelen, groente, vlees. Waarbij de letters eigenlijk in de verkeerde volgorde staan, want de groenten sjokken wat zielig achter de koolhydraten van de aardappelen en de eiwitten van het vlees aan. In Friesland is agv een levensvoorwaarde die zich vertaalt in rundvlees en Frieslanders, vastkokende aardappels die in vijfkilozakken hoog opgetast in elke supermarkt liggen.


Verhuizing naar het lege landschap

DE BOER OP Om mijn plantaardiger leven te realiseren, heb ik natuurlijk met de gedachte gespeeld mijn groentebakken weer te vullen met aarde en een minimoestuin op te starten, maar de jaren des onderscheids hebben ook zelfkennis gebracht: ik heb geen groene vingers. En dus tuf ik langs ‘s-heren wegen op zoek naar mooie ingrediënten om een verantwoorde, voedzame en bovenal lekkere maaltijd te maken. Ik bezoek de noeste kaasmaker uit It Heidenskip die tientallen Jerseykoeien in de wei heeft staan en hun melk gebruikt om boerenkazen te maken. Ik rij naar een jonge boer in Gaasterland die asperges op Friese zandgrond teelt en deze vanachter een luikje aan de weg verkoopt. Geld in het potje, het lijkt Denemarken wel! In Witmarsum, nog geen tien minuten van mijn Friese huisje, koop ik brood bij een jonge vrouw die molenaar werd en van haar meel de mooiste broden bakt. Ik heb mijn adresjes voor goede vis, biologische geitenkaas, verse schapenkaas, wilde oesters, paddenstoelen, wijn, rauwmelkse boter en ja, ook voor de lekkerste droge worst van Friesland. Vanochtend heb ik een revolutionaire stap gezet in mijn transitie naar een plantaardiger leven: om elf uur maakte ik kennis met Jan Tjerk, die met twee kratten groenten op de stoep stond. Hij begroette me of ik een oude vriendin was en ik wilde die vriendin maar al te graag zijn. Hij zette twee kratten in de gang en toen hij weg was, pakte ik de ene na de andere groente voorzichtig uit, alsof het kroonjuwelen waren: lamsoren, snijbiet, mesclun, verse kapucijners, gele courgette, grote groene bladeren palmkool, tuinbonen nog in de schil, dubbeldekse verse knoflook, kurkumawortels, paksoi, krakendverse radicchio, zanderige chioggiabiet, trostomaten, wat verfomfaaide soeptomaten en komkommer. Alles biologisch, alles vers en alles uit de regio. Ik stalde het uit op tafel, overzag de weelde en dacht: je kan het meisje uit de provincie halen, maar de provincie niet uit het meisje. Petra Possel is presentator van het Radio 1-programma ‘Mangiare’ (NTR) over eten en koken en schrijft restaurantrecensies voor NRC Handelsblad. In 2019 kwam bij uitgeverij Podium haar derde verhalenbundel uit: ‘De stad uit. Mijn hart verpand aan het platteland’.

ESSAY

76


HET TIJDSCHRIFT

77


INTERVIEW

78

tekst: Maartje den Breejen beeld: Barrie Hullegie


UNLIKELY ACTIVIST: ED KOOMEN ED KOOMEN ED KOOMEN Ed Koomen (76) is gepensioneerd maatschappelijk werker bij de Jellinek. Hij adopteert kerstbomen die aan de straat zijn gezet. Hij is actief lid van de Amsterdamse afdeling van de Fietsersbond, de belangenbehartiger van bijna 1 miljoen fietsers. In zijn vrije tijd ontwerpt hij bijzondere bakfietsen en maakt hij van twee oude barrels één goede fiets. Hij heeft een kamer in zijn huis ingericht als museum van gevonden voorwerpen. “In 1971 heb ik een aantal rijlessen genomen, maar ik heb nooit mijn rijbewijs gehaald. Ik besloot al snel: in mijn leven komt geen auto. Dat zo’n ding slecht is voor het milieu was ook toen al lang en breed bekend. Ik houd al vanaf mijn eenentwintigste een dagboek bij – dat ik overigens geen dagboek, maar een weekboek noem – en daarin ging ik al tekeer tegen de auto. Het leven is ook veel jachtiger geworden doordat iedereen met dat ding maar voortdurend van hot naar her jakkert.”

‘Ik dacht bij mijn besluit ook aan mijn gezondheid en die van de familie. Als je geen auto hebt, word je gedwongen te bewegen. Als ik iets moet vervoeren, dan gebruik ik een van mijn drie bakfietsen, die knutsel ik zelf in elkaar. Met Henk Pfann, ook wel bekend als Mosis Sneeuw, heb ik lang geleden de Amsterdamse Bakfiets Club opgericht. Henk zei: ‘Jij wordt voorzitter en penningmeester, want als ik penningmeester ben, denken mensen dat ik geld heb en dat heb ik niet. Ik word bouwbegeleider.’ Henk is in 2006 overleden en begraven in de bak op zijn fiets in de vorm van een bijbel.” “Ellie en ik gaan ook altijd op de fiets naar onze vakantiebestemming. Altijd naar Texel. Vroeger gingen we met onze drie dochters, en die fietsten vanaf hun zesde jaar gewoon zelf. Dan deden we er twee dagen over en overnachtten we in Bergen aan Zee. Inmiddels gaan we met zijn tweeën en dan zijn we er binnen een dag. Ellie fietst die 120 kilometer vanaf onze flat in Amsterdam op haar omafiets, ik meestal op mijn transportfiets.”

HET TIJDSCHRIFT

79

“Nee, zo’n elektrische fiets is niets voor ons. Ik ben gedeeltelijk blij dat die dingen er zijn, want ze moeten toch door mensen worden voortbewogen, maar er komt ook elektra aan te pas en daar worden weer fossiele brandstoffen voor gebruikt. Die grote bergen kolen bij het Hembrugterrein zullen er dus nog wel even liggen. De trend om massaal op de wielrenfiets te stappen juich ik ook toe. Alles wat met een fiets te maken heeft is goed. Alleen mijn manier van bewegen is het niet. Wielrenners gedragen zich niet altijd even sociaal en ze kijken alleen maar naar de grond. Het idee van fietsen is voor mij juist dat je onderdeel wordt van het geheel.” “Ik doe er alles aan om niet mee te gaan in de consumptiemaatschappij. Als jongeman was ik meer dan tien jaar bedrijfsleider bij de Albert Heijn, maar ik heb van de ene op de andere dag ontslag genomen. Ik kon er niet meer tegen dat de hele bedrijfscultuur gericht was op winst en groei. In mijn huis heb ik nu een museum met spullen die ik vind op het strand of bij het vuil. Sinds een aantal jaar adopteer ik ook kerstbomen. Na de kerst staan overal van die zielige bomen tegen vuilnisbakken geleund. Mijn hart breekt al helemaal bij een boom zonder kluit. Die zien er toch uit als een mens zonder benen? Ik gooi de bomen die nog te redden zijn in mijn bakfiets en dan plant ik ze terug in een wild stuk natuur ergens in Amsterdam-West. Een stuk of twaalf van die bomen zijn inmiddels al flink groot geworden.”


portret van Elijah Jovan McClain illustratie: Brian Elstak


DE GIDS: MIRJAM MARKS MIRJAM MARKS MIRJAM MARKS MIRJAM MARKS MIRJAM MARKS MIRJAM MARKS

REGISSEUR VAN JEUGDSERIES EN DOCUMENTAIRES INTERVIEW

82

tekst: Dirk Baart illustraties: Mariavittoria Campodonico


Al lang voordat regisseur Mirjam Marks series, films en documentaires maakte, was ze gefascineerd door de onbevangenheid van kinderen. “In mijn eigen kinderjaren paste ik veel op en maakte ik poppenkastvoorstellingen voor de verjaardagen van andere kinderen. Blijkbaar vond ik dat toen al interessant.” Halverwege de jaren 80 kwam Marks, nadat ze haar opleiding theaterwetenschap had afgerond, terecht op de afdeling jeugdtelevisie van de VPRO. “Aan stages deden ze destijds niet en na lang volhouden kon ik bij een programma aan de slag. Ik kreeg ook een baan aangeboden bij Festival aan de Werf in Utrecht, maar ik voelde dat ik bij de VPRO wilde werken. Achteraf beschouw ik die keuze als een kruispunt in mijn leven: wat als het niet zo was gelopen? Mijn mazzel was dat ik bij de omroep kwam te werken in een tijd waarin nog meer ruimte voor risico’s was. Als je overtuigd was van je ideeën, kreeg je ook de kans om de mogelijkheden ervan te onderzoeken.” Dat Marks zich specialiseert in jeugdfilms wil niet zeggen dat haar werk geen serieuze onderwerpen aansnijdt. In haar projecten worden grote thema’s juist belicht vanuit onverwachte perspectieven. “Dat is mijn manier om de barricades op te gaan.” Zo bedacht Marks het idee om samen met kinderen op azc’s een tv-serie op te nemen: ‘Zara en de magische kicksen’ gaat over een meisje dat graag wil voetballen, maar te onzeker is om haar kunsten te vertonen voor de selectie van het azc-voetbalteam. Voor de acteurs en crew was het de eerste keer dat ze een azc bezochten. Marks’ recente film ‘JovannaForFuture’ gaat over kinderen van over de hele wereld die geïnspireerd zijn geraakt door de jonge klimaatactivist Greta Thunberg. “Ik wil kinderen niet zien als slachtoffer, maar juist hun onbevangenheid laten zien als kracht.”

Mijn favoriete gebouw: Le Centquatre-Paris “Sinds mijn achttiende heb ik vrienden in Parijs. Zij nemen me regelmatig mee naar interessante plekken. Dit is een inspirerend complex in het gebouw waar vroeger het mortuarium zat. Je kunt er doorheen lopen alsof het een grote straat is. Er zijn expositieruimtes, winkels en restaurant, maar het gebouw heeft vooral een pleinfunctie waar iedereen uit de buurt gebruik van maakt. In het hoekje bij de wc’s staat een hiphopgroep te repeteren, verderop oefent een danseres in haar eentje haar ballet, zit een oude man een boek te lezen of zingt er iemand opera. Het is een heel diverse plek, ook qua programmering.” Mijn favoriete bestemming: Het binnenland van Suriname “Ik heb zes jaar in Suriname gewoond met mijn gezin en kom er nog vaak. Het fascineert me dat er op school Nederlands wordt gesproken, maar dat het gebied tegelijkertijd nog verstoken is van elektriciteit, dat er nauwelijks internet is. Omdat er geen stranden zijn, is er geen massatoerisme ontstaan. Hierdoor is het gebied nog erg ongerept. Ik vind het heel bijzonder om een leven te ervaren dat zo in symbiose met de natuur is.”

HET TIJDSCHRIFT

83


Mijn favoriete boek: ‘De Alchemist’ van Paulo Coelho “Ik houd van reizen. Het maakt me blij als ik niet weet waar ik die avond slaap. Dat is een drijfveer, in mijn werk en mijn privéleven. In ‘De Alchemist’ schrijft Coelho over een herdersjongen die steeds mensen voorbij ziet komen en wil weten waar die mensen vandaan komen. Dat heb ik ook: ik wil dingen meemaken en mensen ontmoeten die me nieuwe inzichten geven. In het boek staat ook dat je beginnersgeluk moet hebben. Ik geloof heel erg in de onbevangen houding ten opzichte van projecten. Het geeft me kracht om op intuïtie te varen. Soms weet ik ook niet precies hoe iets moet, maar voel ik dat het goed zit en ga ik het maar gewoon proberen.”

In de rubriek De Gids raden mensen rond Into The Great Wide Open hun favorieten aan. Van gebouwen tot gerechten en van boeken tot films. INTERVIEW

84


QUIET Quiet zet zich in voor mensen in armoedesituaties in Nederland door het vertellen van verhalen over het roeien tegen de stroom in, het versterken van elkaar in de Quiet Community’s en het verzachten van de armoede met producten, diensten en verwennerij.

Word ook actief en draag bij www.quiet.nl HET TIJDSCHRIFT

85

beeld: Leendert van der Valk


LAB VLIELAND Klimaatontwrichting is ĂŠĂŠn van de grootste uitdagingen van onze tijd. De oplossing ligt uiteindelijk in handen van de kritieke massa. Daarom deze lijst van Lab Vlieland met praktische handvaten, om gezamenlijk een nieuwe circulaire en klimaatneutrale wereld te bouwen. Het kan, dus laten we gaan. JAAR 2013 2014 2014 2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

ONTWIKKELD Krnwtr: ITGWO biedt gratis kraanwater aan bezoekers De Stille Vloot: klimaatneutraal transport van artiesten per zeilboot Grijswater-project: spoelwater van de barren gebruiken voor het spoelen van de toiletten Energiemonitor: samenwerking faculteit Energy Science (Universiteit Utrecht) Go Fishing-project Ecolodges op Stortemelk: duurzame inpassingsoplossingen Circulaire Cultuur Camping voor Staatsbosbeheer Fountain Of Wayne: kraanwaterpunt op Vlieland Wind- en zonne-energie bij Concert at Sea en Into The Great Wide Open Oprichting van Innofest Green Deal: pact voor afvalvrije festivals Ontwikkeling Strandtuin: festivallocatie die draait op duurzame energie WAD-fles: de mooi ontworpen fles waarmee mensen thuis en horecaondernemers lokaal kraanwater op een aantrekkelijke manier op tafel kunnen zetten. Zonneweide Vlieland: technische ondersteuning en advies Biobrandstof voor stroomproductie: geavanceerde biobrandstof (plantaardige restolie) levert 90% CO2-besparing. Groenafval van crewcatering composteren. CO2-dashboard voor Vlieland CO2-vrije vrachtlijndienst: gezeilde vrachtlijndienst voor de Wadden Kampus Vlieland: ontwikkelingskamp voor kennisinstellingen en bedrijven Snelcomposteermachine: omzetten van al het organische restafval in waardevolle grondstoffen Theetuin: kruiden verbouwen op eigen compost en hiervan ijsthee en limonades maken Vlieland Stapt Over: campagne om Vlieland collectief te laten overstappen op Nederlandse zonne- en windenergie. Ontwikkeling Vliehouse: nieuwe generatie mobiele, remontabele en circulair fabriceerbare onderkomens voor op de Wadden en daarbuiten Waterbar: dranken op basis van Vlielands water + de algehele waterkringloop in beeld brengen Cateraars afrekenen per Kwh: door middel van afrekenen op verbruikte energie gebruiken cateraars veel minder. Lab Vieland geeft advies. Bagageservice: stuur je bagage fossielvrij naar het festival De eerste CO2-vrije Handelsmissie Afvalvrij Publieksterrein: geen wegwerpplastics, of andere zaken die restafval worden meer op het publieksterrein. Alle verpakkingen en etensresten zijn vanaf deze editie geheel herbuikbaar of composteerbaar. Afval = Grondstof Fossielvrije Zone: streven naar een volledig fossielvrij festival, als organisatie en bezoeker Plasticvrije tour: aan Waddenondernemers wordt op ITGWO getoond dat plasticvrij een verrijking is voor bezoekers in plaats van een beperking Fossielvrij vliegen: de eerste artiesten ter wereld worden ingevlogen op duurzame bio-kerosine Fossielvrij naar Vlieland: door middel van fuel replacement is het mogelijk om fossielvrij naar Vlieland te varen met de reguliere dienstregeling van Doeksen. Bezoekers dragen vrijwillig bij door duurzame biobrandstof te kopen om de fossiele diesel te vervangen. Green Deal - Circular Festivals: 25 internationale festivals werken samen toe naar circulaire festivals in 2025 Handleiding wormencomposter maken: in de Into The Great Wide Open Doos zit een handleiding om (met of zonder kinderen) zelf een wormencompost te maken. Kortingskaart klimaatneutrale energie in de Into The Great Wide Open Doos: instapkorting bij samenom.nl (Nederlandse wind- en zonne-energie) WAD (Water Achter de Duinen) fles: deze nieuwe WAD fles zit in de Into The Great Wide Open Doos. Toekomstmuziek - Goede Reis: een vaste reistoeslag in de ticketprijs. Alle bezoekers krijgen deze terug als ze fossielvrij reizen naar het festival. De overige toeslagen worden gebruikt om gemaakte uitstoot door middel van fuel replacement alsnog klimaatneutraal te maken.

GROENE PROPAGANDA

86

TAG Promotie Kunde Kunde Kennis Kennis Kennis Kennis Kunde Kunde Kennis Kennis Kunde Kunde Kunde Kunde Kunde Kunde Kunde Kennis Kunde Kunde + Promotie Kunde + Promotie Kunde Kennis + Kunde+ Promotie Kunde Kunde + Promotie Kennis Kunde Kunde Kennis + Promotie Kunde Kunde Kennis Kennis + Kunde Kennis Promotie Promotie

tekst: Jasper van den Dobbelsteen, Dirk Baart


DOEL

WAT KUN JE ZELF DOEN

Kraanwater herwaarderen CO2-reductie: alternatief transport ontwikkelen en aanjagen Minder watergebruik

Drink kraanwater in plaats van wegwerpflessen. Pak de fiets of de trein in plaats van de auto.

Energie-efficiëntie Werken aan biobased-oplossingen voor duurzaamheidsvraagstukken op de Wadden Duurzaam bouwen Duurzaam kamperen Kraanwater herwaarderen CO2-reductie: duurzame energiebronnen Delen van kennis: innovatie & duurzaamheid Delen van kennis: innovatie & duurzaamheid CO2-reductie: duurzame energiebronnen Kraanwater herwaarderen CO2-reductie: duurzame energiebronnen CO2-reductie: duurzame energiebronnen Circulair materiaalgebruik Energie-efficiëntie CO2-reductie: alternatief transport ontwikkelen en aanjagen Kennis ontwikkelen Circulair materiaalgebruik Circulair materiaalgebruik CO2-reductie: duurzame energiebronnen Circulair materiaalgebruik Kraanwater herwaardering Energie efficientie CO2-reductie: alternatief transport ontwikkelen en aanjagen Werken aan innovatieve-oplossingen voor duurzaamheidsvraagstukken op de Wadden Circulair materiaalgebruik CO2-reductie: gebruik duurzame energie, alternatief transport ontwikkelen en aanjagen Circulair materiaalgebruik CO2-reductie: gebruik duurzame energie

CO2-reductie: gebruik duurzame energie Circulair materiaalgebruik, klimaatneutraal transport, duurzame energie Delen van kennis: innovatie en duurzaamheid Gebruik duurzame energie Kraanwater herwaarderen CO2-reductie: alternatief transport ontwikkelen en aanjagen

Door middel van een duurzame douchkop, waterbesparende kraan of opzetstuk en zuinige (af)wasmachine bespaar je simpel 50-90% van je drinkwatergebruik. En de energierekening gaat drastich omlaag, win win dus. Thuis kun je ook makkelijk zien hoeveel energie je gebruikt en hoe en waar je energie precies wordt opgewekt. Deze info kan je vinden door bij je energieleverancier in te loggen, of door een dashboard als enelogic.com op je telefoon te downloaden Vervang je iets in huis of op kantoor, doe het op een duurzame manier. Duurzame bouwmaterialen zijn ook voor thuis te krijgen, bijvoorbeeld via eco-bouwmaterialen.nl of groenebouwmaterialen.nl. Denk na bij wat je doet: kan het op een duurzame manier? Drink kraanwater in plaats van water uit wegwerpflessen. Overweeg zonnepanelen op je huis en minder je gebruik. Denk na bij wat je doet: kan het op een duurzame manier? Gebruik je eigen verpakkingsmaterialen zoals een broodtrommel. Overweeg zonnepanelen op je huis en minder je gebruik. Drink kraanwater in plaats van water uit wegwerpflessen. Stap over naar een energieleverancier die lokale Nederlandse wind- en zonne-energie levert. Dat kan eenvoudig online. Goede biobrandstof voor dieselrijders kan je hier krijgen: neste.nl/neste-my-hvo-diesel/ tank-hier-neste-my. Je eigen groenafval composteren is eenvoudig en levert veel op. Bijv. door met wormen te composteren. Afval = Grondstof. Thuis zie je makkelijk hoeveel energie je gebruikt en hoe (en waar) je energie precies wordt opgewekt. Deze info vind je door bij je energieleverancier in te loggen, of door een app enelogic.com te downloaden. Ook buiten de festivalperiode reis je fossielvrij naar de Waddeneilanden, namelijk per zeilschip, heb je gelijk een avontuur om nooit meer te vergeten. Denk na bij wat je doet: kan het op een duurzame manier? Je eigen groenafval composteren is eenvoudig en levert veel op. Bijv. door met wormen te composteren. Afval = Grondstof. Je eigen groenafval composteren is eenvoudig en levert veel op. Bijv. door met wormen te composteren. Afval = Grondstof. Stap over naar een energieleverancier die lokale Nederlandse wind- en zonne-energie levert. Dat kan eenvoudig online. Duurzame bouwmaterialen zijn ook voor thuis te krijgen, bijvoorbeeld via eco-bouwmaterialen.nl of groenebouwmaterialen.nl. Drink kraanwater in plaats van water uit wegwerpflessen. Bespaar op energie: zuinige apparaten, LED lampen en vloer-, dak-, muur- en glasisolatie verdienen zich snel terug. Je spullen verstuur je simpel klimaatneutraal met Groene Post van PostNL. Let ook op de verpakking (zo weinig mogelijk en duurzaam) en zorg ervoor dat de ontvanger het pakket bij de eerste aflevering ontvangt. Denk na bij wat je doet: kan het op een duurzame manier? Verklein de hoeveelheid restafval door materialen te scheiden: GFT, glas, papier, plastic (allen grondstoffen) en rest. Probeer het eens en zie hoe weinig restafval (wat verbrand moet worden) je overhoudt. Ga lopen, fietsen of met de trein, leuk en gezond. Met de auto? Elektrische (deel/huur/buurt) auto’s staan overal klaar, biodiesel krijg je bij neste.nl/neste-my-hvo-diesel/tank-hier-nestemy. En toch vliegen, compenseer dan minimaal 5x je CO2-uitstoot via een compenseerder met goldstandard. Via flygrn.com/nl wordt er automatisch 1x CO2 gecompenseerd. Je spullen verstuur je simpel klimaatneutraal met Groene Post van PostNL. Let ook op de verpakking (zo weinig mogelijk en duurzaam) en zorg ervoor dat de ontvanger het pakket bij de eerste aflevering ontvangt. Voor privépersonen is bio-kerosine nog niet beschikbaar, maar wil je met je bedrijf fossielvrij vliegen dan kan dat al wel met https://skynrg.com. Moet je toch vliegen compenseer dan minimaal 5 x je uitstoot via een Gold Standard-compensatiesite, dan beperk je de klimaatschade flink. Vind je dat veel werk, boek dan via flygrn.com/nl dan wordt je uitstoot 1x automatisch gecompenseerd. Ook buiten de festivalperiode reis je fossielvrij naar de Waddeneilanden, namelijk per zeilschip, heb je gelijk een avontuur om nooit meer te vergeten. Denk na bij wat je doet: kan het op een duurzame manier? Je eigen groenafval composteren is eenvoudig en levert veel op. Bijv. door met wormen te composteren. Afval = Grondstof. Stap over naar een energieleverancier die lokale Nederlandse wind- en zonne-energie levert. Dat kan eenvoudig online. Met deze fles kan iedereen zijn eigen kraanwater op een aantrekkelijke manier op tafel zetten. Ga lopen, fietsen of met de trein, leuk en gezond. Met de auto? Elektrische (deel/huur/ buurt)auto’s staan overal klaar, biodiesel krijg je bij neste.nl/neste-my-hvo-diesel/ tank-hier-neste-my. En toch vliegen, compenseer dan minimaal 5x je CO2-uitstoot via een compenseerder met goldstandard. Via flygrn.com/nl wordt er automatisch 1x CO2 gecompenseerd.


SOPHIA BULGAKOVA

KUNST

88

tekst: Sophia Bulgakova


HOW TO READ: 1. Look at letters in any order. 2. Close your eyes. 3. Repeat.

HET TIJDSCHRIFT

89


DE GIDS: LAURA VAN DER HAVE LAURA VAN DER HAVE LAURA VAN DER HAVE LAURA VAN DER HAVE LAURA VAN DER HAVE LAURA VAN DER HAVE

MEDE-EIGENAAR VAN KOFFIEBRANDERIJ BITTER & REAL INTERVIEW

94

tekst: Dirk Baart illustraties: Mariavittoria Campodonico


De afgelopen jaren is Laura van der Have een graag geziene gast op Into The Great Wide Open. En dan met name in de ochtend. Als mede-eigenaar van Bitter & Real brengt ze goede koffie naar het eiland, op een manier die het milieu zo min mogelijk belast. “In 2014 ontstond het idee om koffie van hoge kwaliteit naar plekken te brengen die op facilitair gebied uitdagend zijn. Samen met mijn vriend en compagnon Niels – die destijds een soort uitvinder was – ben ik op zoek gegaan naar een busje dat omgebouwd kon worden tot mobiele koffiebar.” Na een zoektocht van anderhalf jaar stuitte het duo op een Citroën HY uit 1971, die ervoor zorgde dat Bitter & Real zijn verhaal op allerlei plekken kon vertellen. Toch was er ook het verlangen naar een (semi)vaste stek. Vlak voor Van der Have en haar partner dit jaar de festivalzomer zagen vervliegen, ging die wens in vervulling: Bitter & Real trad aan als koffieleverancier van Villa Augustus, een kleurrijk hotel en restaurant in Dordrecht. “Villa Augustus heeft een moestuin en een marktcafé waar je alle ingrediënten kunt kopen waarmee in het restaurant wordt gekookt. Het is een heel markante plek, waar oude gebouwen zo veel mogelijk in stand worden gehouden. De structuur blijft bestaan, maar krijgt een nieuwe functie. Ik vind dat een mooie waarde, die ook belangrijk is voor Bitter & Real. Het oude moet niet zomaar verdwijnen”, aldus Laura.

Mijn favoriete koffie: Bombe washed

“Mijn wereld draait vooral om eten en drinken, dus mijn tips komen uit die hoek. Er gaat voor mij weinig boven een fruitige filterkoffie in de zon, op zo’n moment dat je gewoon tien minuten om je heen gaat zitten kijken buiten. Ik kan me zo op dat bakkie verheugen dat het een reden is om vroeg naar bed te gaan en vroeg op te staan. Een Ethiopische koffie is mijn favoriet. De Bombe Washed, bijvoorbeeld. Die is zacht, sprankelend en helder als de ochtendzon.” Mijn favoriete gerecht: Gefrituurde courgettebloemen “Ik kan me het hele voorjaar verheugen op de courgettebloemen uit de moestuin van mijn vader. Het liefst maak ik ze klaar op z’n Italiaans, een beetje streetfood-achtig. Ik vul de courgettebloemen met buffelmozzarella en ansjovis en frituur ze in een tempurabeslag van zuurdesemstarter. Deze week zijn de bloemen al zó groot dat er een flink stuk mozzarella in past.”

HET TIJDSCHRIFT

95


Mijn favoriete wijn: Danger 380V “Dit is een bruisende witte wijn die ik laatst heb ontdekt. Hij komt uit Tsjechië en wordt gemaakt door Milan Nestarec. Ik heb hem eigenlijk puur op het coole logo gekocht, maar de smaak bevalt ook heel goed. Hij past vooral perfect bij warme zomeravonden. Ik koop meestal een doosje, dan hoef ik niet te wachten op een speciale gelegenheid. Als we met vrienden pizza’s aan het maken zijn komt er tijdens het koken vaak wel zo’n fles tevoorschijn. Maar bij gefrituurde courgettebloemen vloekt hij vast ook niet.”

In de rubriek De Gids raden mensen rond Into The Great Wide Open hun favorieten aan. Van gebouwen tot gerechten en van boeken tot films. INTERVIEW

96


HET TIJDSCHRIFT

97


TOEN HET KWAM Ooit. Toen. Er was eens. Vrijwel iedereen is het vergeten. Dat normaal ineens verdween. En ze dingen niet meer deden. Ook op dit eiland. Raar was dat. Nauwelijks te bevatten. Wanneer je nu de beelden ziet. Wat zien we als we de archieven van de laatste eeuw openen? Een wereldoorlog, een grote overstroming, de val van het communisme, de opkomst en ondergang van de Tupperwareparty. Wat we niet zien is die ene dramatische gebeurtenis, hoewel je er bijna niet omheen kunt. Sommigen herinneren zich met enige moeite nog een ansichtkaart die ligt te verstoffen achter in een la.

Toch is er geen enkel requiem, herdenkingsboek, geen monument, noch gedenkdag. Misschien omdat niemand precies meer weet wanneer het kwam en weer ging.

De ansichten zijn afkomstig uit de collectie van Tineke Luis. Foto’s (in volgorde van publicatie): MUVA; Althuis Boekhandel, Harlingen; Foto Hommema, Vlieland; Algemene Postvereeniging; J.L. van Gorkum Boekhandel, Arum; A. Cupido; Haus Pestalozzi; Atelier Carl Schäfer; VAKA; Sj. Kroese, Speciaalzaak ’t Hoekje, Vlieland; Hek’s Warenhuis, Vlieland; Foto Hommema, Vlieland; H. Kiewiet, Tabak en Souvenirs, Vlieland; V.E.B.O.; Noordzeebad, Vlieland; Van Leer’s Fotodrukindustrie; Van Leer’s Fotodrukindustrie; Uitgeverij van der Meulen Sneek; Agfa; M. Hamstra, Harlingen; Atelier Carl Schäfer; M. Hamstra, Harlingen; Van Leer’s Fotodrukindustrie; Foto Hommema, Vlieland.

PROZA

98

tekst en samenstelling: Adwin de Kluyver


Ondanks de nieuwsberichten leek er aanvankelijk nog niet zoveel aan de hand. Hoewel de Anderen bij aankomst met argwaan werden bekeken. En een rode trui gold als een symbool van stil protest.

Het zou zijn ontstaan door een overdracht van geit op mens, zeiden ze. Hoewel sommigen de zandhagedis verdachten.

Het Commandocentrum was hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Via een fax publiceerde de Massaregieploeg iedere nacht om twee uur hoeveel mensen hen nog wel en hoeveel mensen hen niet meer geloofden.

In de Dorpsstraat gold een afstandsregel van twee bomen. Toen het tekort aan brandstof toenam werd dit omgezet naar twee stronken.

HET TIJDSCHRIFT

99


Om de toekomst van de bevolking veilig te stellen, moest uit ieder gezin de oudste dochter 1,5 meter afstand houden tot de overige familieleden.

Tijdens de middagklok mochten de Eilandbewaarders hun woonhuis alleen verlaten mits zij nog wel lichamelijk contact onderhielden met het pand.

Iedere dag moesten de kinderen verplicht ontspannen bij het radioprogramma Sesjun. Het verbod op jazzmuziek, twee decennia later, zou hier een direct gevolg van zijn.

Om de kinderen gezond te houden, liepen ze de eerste twee maanden na aankomst een avondveertigdaagse. Omdat veel deelnemers door het vele zingen last kregen van de stembanden en de bestelde medailles niet meer leverbaar waren, werd het wandelevenement op dag 32 afgelast.

PROZA

100


Om het vakmanschap te onderhouden, diende het horecapersoneel dagelijks lege borden op.

Verklaart U mij aan te nemen tot uw wettige echtgenote en belooft U getrouw alle plichten te zullen vervullen, die door de Wet aan de huwelijkse staat verbonden worden? Ja, zei de vrouw tegen zichzelf in de spiegel. Vanwege de quarantaineregels was het alleen nog mogelijk om met jezelf te trouwen.

Pas na het spannen van extra scheerlijnen en de inname van zaklampen, slaagde het bevoegd gezag erin om ’s nachts de Helden en Heldinnen van de Hulp bij elkaar weg te houden.

HET TIJDSCHRIFT

De multifunctionele ruimte waarin de Helden van de Hulp zich ontspanden, werd op last van de autoriteiten gesloten, nadat was gebleken dat er opiaten werden gebruikt en er een vertoning was geweest van ‘Emanuelle 2’.

101


Het aantal echtscheidingen steeg snel toen de mannen maar bleven aandringen dat je het leven moest leven alsof het je allerlaatste dag was.

Nadat de veerboot nog maar één persoon per keer mocht vervoeren, trachten de Anderen tijdens eb met voertuigen over het wad het eiland te bereiken.

De pogingen om een luchtbrug op te zetten naar het vasteland werden gestaakt toen bleek dat de vuurtoren op het naburige eiland in vlammen was opgegaan.

Iedereen die vanaf het strand vertrok naar veiliger oorden liet een schoen achter.

PROZA

Zo staan we nog met één been in het vaderland, zeiden ze.

102


Om de komst van nog meer Anderen te voorkomen, moest een cordon van doelloos dobberende weeskinderen de nieuwkomers ontmoedigen.

Wat zich aan de andere kant van het eiland afspeelde, wist niemand. Er werden soms ijselijke kreten gehoord. In de nachten klonk onophoudelijk gezang. De raspende bedelroep van de jonge lepelaars ging door merg en been.

Toen er tekorten ontstonden aan Ikea-meubels en linkersportschoenen, sloeg de wanhoop toe en saboteerden de Anderen de vuurtoren, waarna schepen die tussen de eilanden trachten te manoeuvreren, vastliepen op het strand.

Natuurrampen zijn oneerlijk. Ziektes zijn oneerlijk. Waarom zou welvaart dan eerlijk zijn? Toen het voedsel schaars werd en de onderlinge paranoia toenam, sloegen de struikrovers hun slag.

HET TIJDSCHRIFT

103


Alle flessen Juttersbitter hadden ze meegenomen. Alleen de geur van gebakken eieren en oud vet herinnerde nog aan de Anderen.

Nadat alle bomen waren gekapt werd de situatie uitzichtloos.

De eerste generatie van de Nieuwe Beschaving bracht de tijd voornamelijk door met het bouwen van huizen en het graven van kuilen.

Om de kwade geesten te verjagen, marcheerde de nieuwe generatie ieder jaar aan het einde van de zomer vier dagen met veel lawaai over het eiland.

De enkele Eilandbewaarders die achterbleven, kregen de taak een Nieuwe Beschaving te beginnen.

Niemand durft het met zekerheid te zeggen, maar het schijnt dat die oude traditie later, toen alle bomen waren herplant, de huizen weer bevolkt en de boten weer vol, is voortgezet in een muziekfeest waarvan de klanken nog jaarlijks die grote, vroegere leegte vullen.

PROZA

104


Loopbrug Koegelwieck Harlingen beeld: Beeldbank Rijkswaterstaat


FOTOSERIE

106


HET TIJDSCHRIFT

107

beeld: Joop van Houdt Beeldbank Rijkswaterstaat


Bezoek van Koningin Juliana aan Vlieland, 1967. beeld: Eric Koch/Anefo


DON’T PUSH ME

HET TIJDSCHRIFT

‘De Zeeheldenbuurt!’ Frenk legt zijn hand op de schouder van zijn zoon. Even wachten, nu oversteken. Op de stoep mag Joey weer alleen lopen, zijn vader volgt op korte afstand. Een tikje tegen een schouder zegt of Joey naar links of rechts moet afbuigen. Woorden zijn als richtingaanwijzer verboden. Joey is geblinddoekt; een opgerolde doek in reggaekleuren is strak over zijn ogen getrokken en op zijn achterhoofd vastgeknoopt. Geen piepgaatjes. De zon staat aan de helderblauwe hemel, maar Joey ziet alleen zwart, ook als hij zijn oogleden optrekt. Dikke stof. Blindemannetje op avontuur, Joey speelt het spelletje graag, en zeker vandaag. De rollen wisselen; om en om zijn ze blind, afhankelijk van elkaar. Frenk wil hiermee hun band versterken en het zelfvertrouwen van zijn zoontje opkrikken. Joey is in zijn ogen te zacht, te kwetsbaar voor deze wereld. Hij moet harden, en snel een beetje. Fake it till you make it. Het is hún spelletje. Joey’s moeder hoeft dit alles niet te weten. Ze zou het verbieden, roepen dat Frenk weer onverantwoordelijk bezig is, zijn taken als vader niet serieus neemt, eindelijk eens volwassen moet worden, blablabla. Voorbijgangers bemoeien zich regelmatig met het curieuze duo. Ze maken opmerkingen of stellen een vraag, vooral wanneer het Joey is die geblinddoekt loopt. Niet reageren is onderdeel van het spel, van de training. Een enkele keer gaat het mis, eist iemand op verongelijkte toon een verklaring. Dan is het einde oefening. ‘Pa-hap!’ Geen reactie. ‘Ik zei iets. De Zeeheldenbuurt!’ Joey heeft het snel geraden. Te snel deze keer. Meestal duurt het langer, maar jongens van zijn leeftijd zijn nieuwsgierig, leren snel, onderzoeken alle hoekjes van hun woonplaats. Ze leven dicht op de straat, worden niet afgeleid door de toekomst. Elke steen heiligt het heden. En zo groot is Barendrecht nu ook weer niet. ‘Ik hoor je wel.’ 109 tekst: A.H.J. Dautzenberg


PROZA

Frenk is lichtelijk geïrriteerd. Hij had een ongebruikelijke route gekozen om het zijn zoontje moeilijk te maken. Enkele straten doorkruiste hij twee keer en hij hield zijn ergernis over de botanische stoepkrijters, mogelijk een aanwijzing voor Joey, voor zich. ‘Maar wáár in de Zeeheldenbuurt?’ Frenk maakt met zijn armen enkele vliegbewegingen, de irritatie lost snel op. ‘Flauw hoor, pappa.’ Gisteren was Joey jarig, hij is twaalf geworden. Vandaag vieren ze het, de hele middag zijn ze samen, daarna gaat de jongen weer twee weken naar zijn moeder. Ze woont aan de andere kant van het station, de goede kant van de stad, de flatloze kant. Drie jaar geleden leerde ze Wil kennen, een man met bravoure, en na twee maanden trok hij bij haar in. Joey kan goed met Wil opschieten. Voor de crisis gingen ze samen naar de thuiswedstrijden van Excelsior, in de witte Hummer, ze kijken urenlang Netflix, het liefst misdaadseries, ze houden allebei van Nederlandstalige rap, en de nasi van Wil is net iets lekkerder dan die van mamma, zoeter. Pappa kookt nooit voor hem, die laat de maaltijden bezorgen door de toko. Niet gezond, volgens zijn moeder, maar ze smaken prima volgens Joey. Frenk heeft een bijzonder cadeau voor zijn zoontje bedacht. Een cadeau dat past bij de opvoeding die hij voor ogen heeft. Het heeft hem veel voorbereiding gekost. Zo lamlendig is hij dus helemaal niet, zijn ex zal verbaasd zijn. De laatste tijd denkt Joey regelmatig na over het vlindereffect. Gehoord op school. Een mens kan met een geringe inspanning, met één enkele actie of actietje de levens van velen veranderen. Hij probeert zich voor te stellen of hij dat ook kan, de levens van velen veranderen, maar hij heeft geen idee hoe of wat. Zijn vader reageerde niet toen hij het ter sprake bracht, dus misschien moet hij het er eens met Wil over hebben. ‘Flauw is niet het juiste woord, Jay. Ontwikkelen. Dat is het woord. Ont-wik-ke-len.’ ‘Ik heb de wijk toch geraden?’ ‘Het spel ont-wik-kelt zich. De moeilijkheidsgraad neemt toe, net als in het echte leven.’ ‘Ik ken de namen van de straten niet. Ik weet hoe ze eruitzien, welke winkels er zijn, wie een smart-tv heeft.’ ‘Die namen zijn belangrijk, Jay.’ ‘Van straten? Vind ik niet.’ ‘Die namen hebben betekenis.’ ‘Niet voor mij. Even verderop is een kapper en daar schuin tegenover een bazaar. In het raam naast ons staat een beeld van een olifant met vier armen.’ 110


HET TIJDSCHRIFT

Er klinkt trots door in zijn stem. En ongeduld, hij is benieuwd naar zijn cadeau. Volgens zijn vader is het iets bijzonders; iets wat grote indruk zal maken, had hij hem verteld. Frenk telt de armen van het zittende, in wit porselein uitgevoerde dier. Vier. De olifant houdt twee handen in de lucht, alsof hij wordt aangehouden en zich overgeeft. Met de twee andere speelt hij op een fluit of knaagt hij op een wortel. ‘De gordijnen zijn dicht’, antwoordt Frenk kortaf en hij tikt zijn zoon op de rug, doorlopen. ‘Over die namen hebben we het later nog wel eens.’ Joey voert het tempo op, uit ergernis. Frenk heeft de loods van een kennis gehuurd. De hele maand had hij in de avonduren heimelijk aan het cadeau gewerkt. Van techniek heeft hij veel verstand, altijd al gehad. Van analoge techniek dan, met computers kan hij maar moeilijk overweg; hij houdt niet van de overmacht, raakt de controle kwijt. Frenk heeft de ruimte met een wand verkleind om de installatie aan het oog te onttrekken. De contragewichten kon hij van een collega lenen; het vervoer was nog een hele klus. De drukknop en de meeste andere materialen moest hij kopen. Een dure grap, maar het gaat om de opvoeding van Jay en dan is alles veroorloofd. Power doesn’t change you, it just further exposes your true self. ‘Niet leuk’, zegt Joey mokkend. ‘Ik moest de wijk raden, dat was de afspraak.’ ‘Spelregels kunnen veranderen.’ ‘Wanneer het jou uitkomt, ja. Op deze manier is het de laatste keer dat ik dit spelletje met je speel.’ ‘Dat zou kunnen, Jay. Dat zou zomaar eens kunnen ... We zijn er bijna, nog één bocht.’ Hij tikt op beide schouders van zijn zoon. Joey schuift de stof omhoog, maar hij wist ook blind waar ze zijn. Bedrijventerrein De Punt. Hier fietst hij regelmatig met zijn vriendjes. In en rondom de afvalcontainers liggen vaak bruikbare spullen. Laatst vonden ze een grote zak met niet-gebruikte schroeven; die brachten ze naar Ricardo’s vader. Ze lopen via de parkeerplaats naar de loods. Frenk checkt de tijd op zijn horloge. De jongens zouden er moeten zijn. ‘De zij-ingang’, zegt Frenk tegen Joey, ‘rechts om het hoekje.’ Hij houdt zijn pas in en laat zijn zenuwachtige zoon vooroplopen. ‘Verrassing!’ klinkt het uit zes monden, ongeveer tegelijk. Wesley, Sam, Winston, Ricardo, Arie en Raf. Stralende gezichten. Joey loopt naar ze toe en geeft ze een boks. 111


PROZA

Dit had hij niet verwacht. Ook Frenk begroet de jongens met een vuist. Winston begint te zingen, maar hij krijgt een por van Sam. ‘Alsjeblieft niet’, zegt Joey lachend. ‘Echt tof dat jullie er zijn. Wat een verrassing.’ ‘De échte verrassing moet nog komen’, zegt Frenk. De jongens kijken naar de in bonte kleuren verpakte doos die Winston in zijn handen heeft. ‘Dat ook’, zegt Frenk, ‘dat ook, maar het aller-echtste cadeau …’ Hij spreidt zijn armen en maakt vliegbewegingen, trage vliegbewegingen. De jongens kijken vragend van hem naar Joey. Die haalt zijn schouders op. ‘Goed geheimgehouden’, zegt Joey tegen zijn vrienden. ‘Op nadrukkelijk verzoek van je vader’, antwoordt Wesley. ‘Snitchen zou grote gevolgen hebben’, vult Raf aan en kijkt daarbij naar Frenk. Frenk negeert de jongens, pakt de sleutel uit de borstzak van zijn bodywarmer en opent de deur. De jongens lopen achter hem aan. Ze komen in een nagenoeg lege ruimte terecht. Op de vloer zijn zes helderwitte cirkels geschilderd – twee horizontale rijen van drie, precies achter elkaar. Een paar meter daarvoor staat een paal met bovenop een rode drukknop. ‘Het is de bedoeling dat jullie zo meteen in de cirkels gaan staan’, zegt Frenk ongeduldig. Hij heeft opeens haast. ‘Met de voeten binnen de lijnen. En jij bij de drukknop.’ Hij wijst naar Joey. ‘Moeten we niet eerst het cadeau geven?’ vraagt Winston en hij houdt het pakket in de lucht. ‘Nee, nee’, antwoordt Frenk. ‘Houd dat maar goed vast. Jay krijgt eerst míjn cadeau. Dat is de volgorde. Jullie moeten dus in de cirkels gaan staan.’ Joey weet niet goed hoe hij moet reageren. Hij glimlacht verontschuldigend naar zijn vrienden. ‘Anderhalve meter’, vervolgt Frenk. ‘De cirkels liggen precies op anderhalve meter van elkaar. Op de centimeter.’ ‘Dat geldt toch niet voor ons’, zegt Raf en kijkt daarbij naar Joey. Die probeert de blik te ontwijken. Frenk begint opeens te rappen en zwaait daarbij opnieuw met zijn armen door de lucht, als een vogel. ‘Don’t push me, cause I’m close to the edge. I’m trying not to lose my head. It’s like a jungle sometimes, it makes me wonder how I keep from going under. It’s like a jungle sometimes, it makes me wonder how I keep from going under.’ Na het laatste woord kijkt hij de zes 112


HET TIJDSCHRIFT

113

beeld: S. Lloyd Trumpstein


PROZA

jongens om de beurt uitdagend aan. Ze weten niet hoe ze moeten reageren en beginnen zenuwachtig te lachen. ‘Pap, wat doe je raar?’ Frenk richt zich nu tot Joey. ‘I’m trying not to lose my head’, herhaalt hij rappend. De jongens kijken nu geamuseerd toe. Dat moet wel een heel bijzonder cadeau worden … ‘En waarom moeten mijn vrienden in de cirkels gaan staan?’ Joey klinkt bezorgd. Hij heeft hier steeds minder zin in. Hij wil naar zijn moeder. En naar Wil. ‘Verrassing, Jay. Verrassing. Twaalf jaar, dat kan ik niet zomaar voorbij laten gaan. Je wordt nu snel een man. Daarom heb ik een prachtig cadeau voor je, een cadeau dat veel indruk zal maken. Mannen, kunnen jullie klaar gaan staan?’ Winston loopt naar voren, de doos houdt hij nog altijd stevig vast. ‘Welke, Frenk?’ ‘Jullie mogen zelf een cirkel uitkiezen. Volg je gevoel!’ Joey voelt een trilling in zijn broek, een bericht. Hij kijkt op zijn telefoon. Zijn moeder. ‘Hoi knullie, heb je het leuk?’ Joey stuurt een opgestoken duimpje. Schoorvoetend lopen de jongens naar de cirkels. Raf kiest die in het midden vooraan, de anderen gaan gewoon ergens staan. Frenk haalt een meetlint uit zijn bodywarmer en begint de lengte van de jongens op te meten. Lacherig ondergaan ze de handeling. Vervolgens pakt Frenk een van de dozen die naast de deur staat en haalt er houten plankjes uit. ‘Ze zijn precies één centimeter dik.’ Hij houdt een plankje in de lucht. ‘Jullie moeten allemaal op dezelfde hoogte staan. Sam, wat was jouw lengte ook alweer? Eén meter drieënzestig?’ ‘Yep.’ ‘Twaalf voor jou.’ Frenk stapelt het hout op in het midden van Sams cirkel. De jongen stapt op de plankjes. ‘Yo!’ Hij torent nu boven iedereen uit, slaat zijn armen over elkaar en begint stoer te knikken. Verlegen kijkt Joey toe. Hij snapt hier niets van, wil van alles vragen, maar zijn vader is geconcentreerd bezig, diens lichaamstaal schreeuwt: nu even niet. Ook de andere jongens houden zich koest; ze voelen zich enigszins geïntimideerd en ze willen geen spelbreker zijn. Wanneer alle zes op dezelfde ooghoogte staan, loopt Frenk naar Joey. ‘Hand op de rode knop, maar pas drukken wanneer ik “go” zeg. Niet eerder. Begrepen?’ ‘Ik weet niet of ik dit zo leuk vind’, zegt Joey. ‘Je zult verrast worden, Jay. Geloof me. 114


De grootste verrassing uit je leven. Mannen, kin omhoog.’ De jongens doen wat ze gevraagd wordt. ‘En nu zo stoer mogelijk kijken’, commandeert Frenk. ‘Als een echte gangsta, een mean madafaka.’ De jongens knijpen hun ogen samen en duwen hun getuite lippen naar voren. ‘Perfect. En omhooghouden die kin!’ Joey voelt zich niet op zijn gemak, maar hij legt zijn rechterhand voorzichtig op de knop. Hoe sneller dit achter de rug is, hoe beter. ‘De vlinder gaat zo meteen vliegen, Jay.’ Frenks stem schiet omhoog. ‘De vlinder spreidt zijn vleugels en zal de wereld veranderen. Jouw wereld. De wereld van je vrienden. Hun familie. De buurt, het land, de hele wereld!’ ‘De vlinder?’ vraagt Joey verbaasd. ‘Welke vlinder?’ Frenk kijkt naar de drie horizontale gleuven in de achterwand. Op exact één meter vierenvijftig. Vakwerk. ‘De rode knop, Jay. Concentreer je op de rode knop. Mannen, kin in de lucht! Ja, goed zo. Laat de vlinder maar vliegen, Joey! Drie… Twéé… Eén… GO!!’

HET TIJDSCHRIFT

115


In Nederland stellen hiphopartiesten al decennialang institutioneel racisme aan de kaak. Rappers helpen tegen de stroom in de weg vrij te maken voor het tergend langzaam veranderen van de witte mainstreamvisie op de rol van afkomst en huidskleur in dit land. “I want to see black reporters, black radio to support us, black television, black people giving orders ”, rapte Remon ‘The Anonymous Mis’ Stotijn in 1999 aan het begin van het nummer ‘In Doubt ’99’ met E-Life. Het ging buitengewoon goed met Stotijn in dat jaar. Zijn rapgroep Postmen had met het sterke debuutalbum ‘Documents’ het verkooprecord voor Nederlandse hiphopalbums gebroken. Hij was spil en inspirator van het in de scene baanbrekende hiphopcollectief Committee Gunmen, stond met enthousiast ontvangen shows op de grote popfestivals en won de jaarlijkse Popprijs - de belangrijkste prijs voor popmuziek in Nederland. ARTIKEL

116

tekst: Saul van Stapele


Maar in zijn interviews en muziek klonk Stotijn in die periode verre van gearriveerd. Hij was fel en strijdbaar en zeer uitgesproken over structurele ongelijkheid in Nederland en institutioneel racisme in onder andere de media en muziekindustrie, maar ook op andere gebieden. Bij zijn succes als hiphopartiest hoorde ook een sociale verantwoordelijkheid, vond Stotijn. Naast zijn artistieke carrière richtte hij daarom stichting Social Life op waarmee hij onder meer workshops in gevangenissen organiseerde. Zich uitspreken over structureel racisme en de hindernissen die zwarte Nederlanders in een door wit gedomineerde samenleving tegenkomen, hoorde voor de voorman van Postmen bij zijn positie als succesvolle hiphopartiest.

“Hiphop is een manier om onze eigen banen te creëren”

“Hiphop is een manier om onze eigen banen te creëren”, zei Stotijn in die periode tegen me. “Het is een tool om aan mensen te laten zien dat je op je eigen voorwaarden je plek in deze samenleving kan veroveren.” Het risico dat hij door dergelijke uitspraken persona non grata zou worden in het witte medialandschap en de Nederlandse muziekindustrie, nam hij op de koop toe. “Ik ben een rebel, een ziekte waartegen geen medicijn bestaat. Ik zeg dingen die niemand wil horen, ook al betekent dit dat media me gaan boycotten. Ik weet dat ik als muzikant een bijdrage kan leveren aan een nieuwe samenleving. Iedereen doet alsof het hier zo’n paradijs is, maar voor veel allochtonen is Nederland een kil en gecompliceerd land waar voor hen eigenlijk geen plaats is”, aldus Stotijn.

Praten over structureel racisme, over de rol die afkomst en huidskleur spelen in Nederland, over de racistische karikatuur Zwarte Piet – het was in de mainstream lang onbespreekbaar. We hebben de afgelopen jaren gezien hoe sleutelfiguren die hier aandacht voor opeisten, door de gevestigde orde luidkeels van talkshowtafels en redacties werden weggehoond. HET TIJDSCHRIFT

117


‘De lange rij zwarte activisten, schrijvers, politici en wetenschappers die ondanks deze krachtige institutionele tegenwerking overeind bleef, maakt de weg vrij voor antiracistische gezichtspunten en concrete ervaringen van ongelijkheid, zelfs in de tergend langzame mainstream.’ De Nederlandse hiphopscene kent een lange traditie van je in muziek en publieke optredens uitspreken tegen racisme. Bijna tien jaar voor ‘In Doubt ’99’, was er bijvoorbeeld de Eindhovense rapgroep 24K. In 1990 ging het op hun goed ontvangen album ‘No Enemies’ in het titelnummer al over onderwerpen als racisme, zwarte trots en solidariteit in een corrupte wereld, en over het internationale antizwarte politiegeweld: “Cops don’t think to pull the trigger, saying it’s just another ni**er. ” Net als in Amerika, eisen ook in Nederland rappers ruimte op om structurele ongelijkheid aan de kaak te stellen, om thema’s aan de orde te stellen die in de massamedia eigenlijk pas sinds kort wat serieuzer de aandacht krijgen. De onderwerpen variëren van het belang van zwarte rolmodellen tot de noodzaak ons als land opnieuw te verhouden tot onderwerpen als ons koloniale verleden en Zwarte Piet.

“Sinterklaas heeft geen neusbel.” ARTIKEL

Eind jaren 90 maakte ik een reportage voor Nieuwe Revu met Def Rhymz, ongeveer rond dezelfde tijd dat het nummer van Postmen uitkwam. Hier bezochten we in het kader van Sinterklaas de Bijlmer. Def Rhymz was verkleed als ‘Sinterdef ’ met een mijter, staf en gewaad. Naast hem zijn knechten: twee witte, blonde dames in een pietenpak die pepernoten rondstrooiden. Op straat riepen volwassenen rood aangelopen dat we dit toch niet konden maken en dat we aan de kinderen moesten denken. Maar de kinderen vonden het wel best. 118


Op één kritische jongen na, die niet geloofde dat Def Rhymz Sinterklaas was: “Sinterklaas heeft geen neusbel.” Hiphop is meer dan entertainment. Het is zwarte cultuur die in de kern de status quo uitdaagt. Het ontstond als een laagdrempelige en autonome tegencultuur op straat en werd internationaal succesvol via feesten op pleinen en parken, en via mixtapes, pionierende platenzaken en lokale dj’s. Het was een jong, krachtig en onafhankelijk alternatief voor wat er al was en trok zich weinig aan van bestaande noties en regels.

‘White silence is violence’

Zeker in die vroege fase was hiphop een vrije ruimte voor het etaleren, ontwikkelen en exploiteren van eigen visies, buiten de verstikkende en uitsluitende institutionele kaders om. Dat gebeurde op talloze domeinen, zoals muziek, esthetiek, beeldende kunst, dans, auteursrecht, commercie, individuele ontwikkeling, ondernemerschap, design, mode en activisme, en juist daardoor joeg de stroming constante culturele vernieuwing en innovatie aan. Het werd een wereldwijd platform voor door de mainstream gemarginaliseerde stemmen.

Dat is onder meer de reden waarom in de hiphopscene vaak stevige kritiek wordt geuit op witte rappers en anderen die binnen de hiphopcultuur een carrière hebben opgebouwd, als zij zich afzijdig houden van thema’s die de zwarte gemeenschap direct raken. Je kunt niet alleen deel uitmaken van de scene als het jou uitkomt, daarvoor is het belang van de cultuur te groot voor de gemeenschap waar ze uit voortkomt. ‘White silence is violence’, zoals op de T-shirts stond die hiphopartiest Ray Fuego van het Amsterdamse SMIB op instagram deelde tijdens de wereldwijde massaprotesten tegen racisme en antizwart politiegeweld dit voorjaar. HET TIJDSCHRIFT

119


Hiphop is inmiddels een miljardenindustrie, en ook in Nederland al een tijd de meest invloedrijke cultuur. Dat succes zorgt er ook voor dat artiesten op veel grotere schaal onderwerpen kunnen aansnijden dan in de pionierstijd van 24K het geval was.

“Waarom is de taal van grote steden

Typhoon, die vergelijkbare successen beleeft als Postmen twee decennia eerder, benoemde tijdens een optreden in het centrum van de Nederlandse macht – in de Ridderzaal in Den Haag en in het bijzijn van de koning en koningin – de pijn rondom de racistische karikatuur Zwarte Piet. Hij vroeg in interviews en via social media aandacht voor het aanhoudend racistisch profileren door de politie van jonge zwarte mannen zoals hijzelf die in een mooie auto rondrijden.

Winne richtte met zijn album ‘So So Lobi’ een complete beweging op voor een nieuwe generatie. Hij werd het boegbeeld van een nieuwe lichting Rotterdamse hiphopartiesten en richtte in zijn muziek met één gloedvolle oneliner een monument op voor zowel de veerkracht van zijn gemeenschap als die van zijn moeder: “Van niets naar iets, vriend, wij kunnen alles, net als zwarte moeders.” Samen met Fresku nam hij het nummer ‘Blond en Blauw’ op, over zelfhaat, verdriet en de worsteling met de zwarte identiteit in een witte wereld. Fresku besteedt in zijn interviews, online sketches en muziek al jaren afwisselend strijdbaar, poëtisch en absurdistisch aandacht aan onderwerpen als blackface, racistisch populisme en witheid als de absolute norm in media, muziekindustrie en samenleving. In de videoclip van ‘Zo Doe Je Dat’ schminkte Fresku in 2015 zijn gezicht wit en rapte hij dat hij als witte man moet klinken om op de radio te komen. Hij vertelde me voor een interview in NRC dat hij hierna boze reacties kreeg van prominente figuren uit media en

niet de taal die we horen in de media?” ARTIKEL

120


“Van het hele land

muziekindustrie, “Maar het gaat erom dat er meer zwarte kaders moeten zijn”, aldus Fresku. “Ik vind het gênant dat ik in elk tv-programma bepaalde woorden moet uitleggen. Waarom is de taal die we in grote steden spreken niet de taal die we horen in de media?”

“Van het hele land zie ik alleen de multiculturele kant”, rapt Extince met soepele zachte g op zijn debuutalbum ‘Binnenlandse Funk’ uit 1998. “Ik ben een man als ik presteer maar nog steeds een kutn***r als ik protesteer”, rapt Leeroy van Zwart Licht in het twintig jaar later verschenen ‘Gunshots’. Hier hoorde een door Brian Elstak geanimeerde videoclip bij waarin extreemrechtse relschoppers achter een moslima aan rennen, onder meer blokkeerfriezen, Donald Trump, Thierry Baudet, Johan Derksen, Michiel De Ruyter en Ku Klux Klan-leden figureren, en waarin Sinterklaas de zwarte schmink van zijn gezicht af slaat.

zie ik alleen de multiculturele kant”

Ook Leeroy, Akwasi en Hayzee van Zwart Licht vragen in muziek en interviews al ruim tien jaar nadrukkelijk aandacht voor de negatieve connotatie van het woord ‘zwart’, het belang van inspirerende zwarte rolmodellen en supersterren, het probleem van racistisch profileren en van structurele discriminatie. Ze onderstrepen het belang van aandacht voor een rijkere zwarte geschiedenis en het vermenselijken van slachtoffers van slavenhandel.

Het zijn slechts wat voorbeelden. En per definitie incompleet. Hiphop als uitingsvorm is even veelzijdig als uiteenlopend, maar een constante in de rapgeschiedenis van Nederland is wel dat diverse artiesten heel nadrukkelijk aandacht vragen voor dringende onderwerpen die pas sinds kort, zij het schoorvoetend en niet zelden met voelbaar stevige tegenzin, op steeds grotere schaal besproken worden. HET TIJDSCHRIFT

121


INTERVIEW

122

tekst: Maartje den Breejen beeld: Barrie Hullegie


UNLIKELY ACTIVIST: ROOSJE KLAP ROOSJE KLAP ROOSJE KLAP Roosje Klap (47) is grafisch ontwerper. Ze heeft haar eigen studio en is cohoofd van de afdelingen Grafisch Ontwerpen (BA) en Non Linear Narrative (MA) aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Ze werkt aan de Universiteit van Leiden aan een wetenschappelijk onderzoek naar de rol en invloed van artificial intelligence in de designwereld. “Als kind van de jaren 80 ben ik opgegroeid met de politieke T-shirts van Katharine Hamnett. Net als George Michael en Andrew Ridgeley in de videoclip van ‘Wake Me Up Before You Go-Go’, liep ik rond in haar T-shirt met de opdruk: Choose Life. Ik ontdekte dat je politieke standpunten ook kunt delen zonder de woorden uit te spreken. In die tijd is de kiem gelegd voor de feministische activist die ik nu ben. Ik heb een educatieve drang om mensen wakker te schudden en kennis bij te brengen. Die drang manifesteert zich in alles wat ik maak en doe, in mijn autonome werk als grafisch ontwerper, in mijn lezingen, in de manier waarop ik bestuur en ook als ik lesgeef. Twee jaar geleden kreeg ik een uitnodiging om mee te doen aan de Koreaanse Typojanchi Biënnale voor typografie. De organisatie had twintig internationaal bekende ontwerpers benaderd met de opdracht: ontwerp drie vlaggen. Verder geen tekst en uitleg. Ik zette eerst wat feiten voor mezelf op een rijtje: een vlag is hét symbool van de natiestaat. Je zegt er eigenlijk mee: dit is mijn landje en nu ik er een vlag op heb gezet, kan iedereen ook zien dat het van mij is. Dat druist nogal in tegen mijn idee van hoe je met elkaar om zou moeten gaan, tenslotte moeten we deze aarde met elkaar delen. Mijn eerste reactie was dan ook: bekijk het maar, ik doe niet mee. Maar toen ik de lijst met deelnemers beter bekeek en zag dat van de twintig ontwerpers slechts drie vrouwen waren uitgenodigd, werd de activist in me wakker. Misschien kon ik wel een vlag maken die precies het tegenovergestelde kon doen: geen grenzen afbakenen, maar ze juist opengooien!

HET TIJDSCHRIFT

123

Tijdens het ontwerpproces ontdekte ik dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens het jaar erop precies 70 jaar bestond. Uiteindelijk heb ik al mijn ideeën en politieke opvattingen gebundeld in het ontwerp van The Universal Kimono. Deze kimono kun je zelf samenstellen uit drie veelkleurige vlaggen, waarop de dertig artikelen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens staan. Het ontwerp heb ik beschikbaar gemaakt als een opensourcekledingstuk. Je kunt het patroon downloaden van de website, in elkaar naaien en The Universal Kimono met de dertig artikelen naar eigen smaak (uit)dragen. De kimono is nu veranderd in een kledingstuk waarmee je je eigen waardigheid en respect voor dat van anderen uitdrukt, ongeacht ras, geslacht, taal of religie. Ik draag mijn kimono bij speciale gelegenheden, zoals onlangs tijdens het Black Lives Matter-protest op de Dam. Mensen zien eerst alleen maar een mooie kimono, dan beginnen ze de teksten te lezen en ontdekken ze vaak voor het eerst wat er in de Universele Verklaring staat. Vanzelf onstaat een gesprek over vrijheid, rechten en verworvenheden. Ik zie de kimono dan ook als een conversation piece. Zou ik gelukkig zijn als morgen iedereen in mijn kimono rondloopt? Tuurlijk, maar je moet ‘m wél zelf in elkaar zetten. Dus maak gebruik van je rechten en kom in actie!”

Download het patroon van de kimono op www.ark.amsterdam.


beeld: Spinvis


0.0146 SECONDS

JULIA JANSSEN Microfilm reader voor artikelen en kranten

KUNST

128

tekst: Julia Janssen beeld: Haifa University library, the 1980s


In 0,0146 seconden honderden privacyvoorwaarden accorderen. Het klinkt ondenkbaar, maar het is vaker regel dan uitzondering. Het verlenen van ‘weloverwogen toestemming’ is een van de grondslagen voor het verzamelen en gebruiken van persoonsgegevens, maar in de praktijk maakt die overweging doorgaans plaats voor een gedachteloos ‘akkoord’. In het geval van dailymail.co.uk geeft een enkele klik op ‘got it’ toestemming aan 835 privacyvoorwaarden. Dat zijn 825 pagina’s tekst. We aanvaarden deze voorwaarden in gemiddeld 0,0146 seconden, maar het zou honderden uren duren om ze allemaal te lezen. Een onmenselijke opdracht om aan één persoon te geven. Daarom is ‘0.0146 seconds’ een collectieve voorleesperformance waarin een grote hoeveelheid mensen één voor één een deel van de voorwaarden voor haar rekening neemt. De performance loopt door tot alle voorwaarden als auditief kunstwerk zijn opgenomen in een pop-upradiostudio. Het project is van kunstenaar en ontwerper Julia Janssen. Met haar werk onderzoekt ze de impact van technologie op de samenleving. In 2016 constateerde ze dat we lijden aan dataslavernij en sindsdien verdiept ze zich in (het gebrek) aan data-eigenaarschap, de monetaire waarde van persoonsgegevens en de toekomst van (digitale) identiteit. De 835 voorwaarden die voorbijkomen in het project van Janssen, zijn bijgesloten als microfilm. Ze zijn niet afgedrukt in een boekwerk van 825 pagina’s, maar in sterk verkleinde vorm op transparant fotografisch materiaal. De fiches kunnen worden gelezen met een microfilm reader, zoals hiernaast. Deze readers zijn tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk te verkrijgen, maar een zoekopdracht op Google of eBay doet wonderen. Met dank aan deze vorm van archivering blijven de digitale voorwaarden van dailymail.co.uk de komende vijfhonderd jaar bewaard. Op de website www.wedonotaccept.com vind je meer informatie over ‘0.0146 seconds’. Zoals de podcast ‘Achter de klik’ waarin Julia Janssen vertelt wat de voorwaarden echt betekenen en wat de gevolgen zijn voor het individu, de markt en de politiek.

HET TIJDSCHRIFT

129


@studiomoniker KUNST

130

studiomoniker.com


Beschilder de wereld 1

Onze wereld is fragiel. We houden afstand om gezond te blijven. Maar we verlangen ernaar om samen te zijn en bedenken creatieve manieren om toenadering te zoeken.

Ga naar buiten

2

Ga op je telefoon naar https://painted.earth

3

Loop om te schilderen

4

Deel een screenshot op Instagram met #paintedearth

5

De leukste schildering wint 2 tickets voor ITGWO 2021 HET TIJDSCHRIFT

131

Painted Earth is een digitaal penseel, ontwikkeld door de interactieve designstudio Moniker, om ’s werelds grootste collaboratieve schilderij te maken. Door te lopen laat je een spoor van kleur achter op het oppervlak van onze planeet. Net als bij graffiti blijft je kunstwerk bestaan zolang niemand eroverheen schildert. Ben jij de eerste die jouw straat beschildert? Uit jezelf in deze tijd van crisis, ga naar buiten, pak je telefoon en begin met schilderen op de website www.painted.earth. Win 2 tickets voor Into The Great Wide Open 2021 door voor 6 september 2020 een screenshot van je creatie te delen op Instagram met #paintedearth.


INTERVIEW

132

tekst: Maartje den Breejen beeld: Barrie Hullegie


UNLIKELY ACTIVIST: ARJAN WITTE ARJAN WITTE ARJAN WITTE Arjan Witte (58) is dichter en publiceerde naast meerdere romans een biografie van Oswald Spengler. Hij was medeoprichter van het tijdschrift Vrijstaat Austerlitz, waarin hij een streng milieupamflet publiceerde. Hij was toetsenist bij Spinvis en bij Hank The Knife & The Jets. Hij speelt nu in muziekinitiatief Fröbelton en binnenkort verschijnt zijn dichtbundel ‘Kapot Heel’. “Als ik in de ochtend met mijn Roemeense hond langs de uiterwaarden van de Nederrijn wandel, raap ik afval. Dat rapen doe ik mijn hele volwassen leven al, maar ik ben geen eenzame idioot meer. Tegenwoordig maak ik deel uit van een wereldwijd netwerk. Ik stuur foto’s van het afval dat ik vind – inclusief coördinaten van de vindplek en steekwoorden als ‘bier, blik, aluminium, Heineken’ – naar Litterati, een app die wereldwijd wordt gebruikt om producenten en consumenten van zwerfvuil in kaart te brengen. Zo nu en dan breng ik zwerfvuil terug naar de producent. Niet te vaak, anders word ik binnen de kortste keren gezien als de dorpsgek. Laatst vond ik een plastic tas vol met Jumbo-troep en die kwakte ik neer bij de klantenservice van de supermarkt. ‘Hier heb je je spullen terug’, zei ik. Hetzelfde deed ik al eens met junkfoodafval van McDonald’s. Een zak met ongesorteerde rotzooi leverde ik af bij het gemeentehuis. De reactie is standaard: ‘Dat willen we niet hebben.’ Dan zeg ik: ‘Ik wil het ook niet hebben.’ Tegenwoordig hebben we alleen nog maar zorgplicht voor onszelf, en zelfs die plicht verzaken we. Het meeste van wat we eten bestaat uit suiker, vet en alcohol. De mens als consument overvleugelt het werk van de duivel. We maken niks meer, maar kopen alleen nog maar. En wat we kopen, is van een dermate slechte kwaliteit dat de verpakking belangrijker is dan het product. Die verpakking wordt vervolgens weggeflikkerd. Zie daar de moderne, gespleten mens. De neergang van de complete mens is te illustreren aan de hand van het fenomeen ‘festival’ in de westerse maatschappij. Als je kijkt

HET TIJDSCHRIFT

133

naar opnames van het Newport Jazz Festival in 1956, dan zie je alleen maar nette mensen in mooie kleren die zichtbaar plezier hebben en hun eigen rommel opruimen. Mijn theorie is dat de omslag die daarna kwam deels is veroorzaakt door de opkomst van de industrie, maar ook door drie moorden. Na de moord op Kennedy in 1963 wordt een stuk hoop weggeslagen. The Beatles en de Stones gaan er steeds slonziger bij lopen. De festivals worden steeds ranziger. In 1967 is het zelfrespect weer iets gegroeid. Pink Floyd treedt op tijdens het UFO Festival en de bandleden dragen mooie pakken van kamgaren en stropdassen met paisleydesign. Daarna gelooft niemand meer in de haalbaarheid van een positieve maatschappij waarin je vooruit denkt en fantaseert. Vanaf dat moment ziet elke popmuzikant eruit als een zwerver. De interviews die op Woodstock worden gehouden, hebben zonder uitzondering een bittere ondertoon. Het vredesteken dat omhoog wordt gehouden, is gemaakt van afvalzakken die het publiek massaal heeft achtergelaten. Into The Great Wide Open wil een klimaatneutraal festival zijn. Dat streven juich ik toe. Denk groot, handel klein. Dat is mijn devies.”


BRIEF 1 Ik (m, 39, 023) nooit getinderd. Het heelal is eerder een grote gedachte dan een grote machine.- Sir James Jeans, geciteerd in Dr. H.J. Witteveen, Universeel soefisme Coronaproof date: wandelen altijd goed (en zoekende naar een passende vorm wat een relatie betreft). Hardloop, buiten zijn, lees, dagboekschrijver, slechte samenslaper, thuisdanser, lach, werk en verwonder. Geen kat, oom spelen prima. Echte vega. BRIEF 2 Leuke mede-liefhebber, A.g.v. covid-19 zoek ik een ‘designated survivor’. Die ene persoon die binnen de anderhalve meter mag komen. I.e. een hr. v. 45-50 jr. die een huishouden en een restauranttafeltje wil delen. Of gewoon wat levensplezier. Bijvoorbeeld op Vlieland, de Veluwe of de Mookerheide. Een tent. De buitenlucht. De geur van dennennaalden en koffie in de ochtend. Met de camper op avontuur door Europa. Of bourgondisch tafelen met vrienden… Fijn? Ik ben een rationele romanticus (vr. 46) die hv. buitenspelen. Ik werk in het onderwijs en in het theater als regisseur / theatermaker. The best of both worlds. Ratio en gevoel. Stad en natuur. Thuis en uit. Festival en museum. Speels en serieus. Dat is waar het vaak om gaat. En om liefde. Ook zonder coronahuishouden. Ik ben sowieso nieuwsgierig naar jou en zou het leuk vinden als je terug schrijft. Wie weet hebben we elkaar wel iets te vertellen. Mooier toch, dan wensenlijstjes? Want wie past daar nu in? Je vindt mij in 024 e.o. maar NL verder ontdekken is ook leuk. Gr. BRIEF 3 Vooruitkijken samen met een feminien vrouw. Durf jij te reageren? Omg. Frl. Op zoek naar een maatje ongeveer dito leeftijd (60-65). Ik vul mijn dagen met lezen, reizen, koken, biertje op terras, popfestivals, tentje, humor. Kortom, gezelligheid, maar ook momenten van vrijheid. Ook wederzijdse zorgzaamheid, betrouwbaarheid, lepeltje lepeltje, eerlijk en respectvol in de omgang. De zgn. klik met elkaar. Spreekt jou dit aan, reageer dan! Oscar Wilde gaf zijn onderstaande visie op het leven: Leef! Leef het prachtige leven dat in u is! Laat niets aan u verloren gaan. Wees altijd op zoek naar nieuwe ervaringen. Wees bang voor niets. Inspirerende woorden voor mijzelf. Na mijn werkzame leven hoop ik in het nieuwe decennium (2021) de AOW- en pensioengerechtigde leeftijd te bereiken. Hoop, want ik heb geen garantiecertificaat waarop dat staat. Ik heb de intentie om mijn vrijwilligers-

CONTACTADVERTENTIES

werk bij Humanitas Thuisadministratie te blijven doen. Daarnaast zou ik graag langere vakantiereizen in Azië gaan maken. Met (gepensioneerde) vrienden genieten van eten en drinken. Mijn latente schrijverservaringen opfrissen en diverterende columns, categorie cabaret, en poëzie op papier zetten en in bredere kring delen dan alleen met familie en vrienden. Gezondheid is de crux in bovenstaande. Om in de stijl van Oscar Wilde af te sluiten: Alles valt te overleven, behalve de dood. BRIEF 4 Gezocht: een man om geschiedenis mee te schrijven Sinds januari van dit jaar heb ik (aantrekkelijke, slanke en slimme vrouw; nuchter en warm; jurk en stoere laarzen; de vijftig ruim gepasseerd; muziekliefhebber en vaste bezoeker van ITGWO; fietser; niet doorsnee, wel normaal. Ben je er nog?) mij gestort op het online daten. Ik fantaseer inmiddels over een verhalenbundel, waarin ik vrijmoedig verslag doe van mijn avonturen: de valse beloftes van de musicus. Nachtelijk gegrom in een Vinex-wijk. In een ruimteschip naar Wim in Utrecht. Wat Katja kan, kan ik ook. Ik ben Diederik uit Brussel, 42 jaar, en ik vind u een prachtige vrouw. Foto’s met iets meer vlees misschien? Ach, het daten in coronatijd zorgt voor aangename reuring – in mijn hoofd én in real life–, maar mijn droomprins heb ik nog niet aan de haak geslagen. En daarom, leuke jongensachtige vijftiger of zestiger, ben ik hier. Mijn gedroomde liefde? Dat is een man die slank, slim en aantrekkelijk is. Een man die veel wil delen, maar niet de behoefte heeft altijd alles samen te doen. Die belangstellend is en open en warm. Een man om knetterverliefd op te worden. Een man om geschiedenis mee te schrijven. Het hoeft niet per se groots te zijn, wel graag meeslepend: samen intens genieten van een concert van Nick Cave of Radiohead of Spinvis, films zien waar we totaal van ondersteboven zijn, waanzinnig mooie fietstochten maken (geen e-bike ;-)), elkaar tot diep in de nacht mooie muziekjes laten horen, samen huilen van het lachen, fijne en verrassende gesprekken vormen, dansen op ‘Temptation’ van New Order, heel hard ‘We Can Be Heroes’ of (iets eigentijdser) ‘Proxima B’ van Benjamin Gibbard meebrullen tijdens het koken. En nog zo veel meer. Ben jij die man? BRIEF 5 Geachte lezer, mooi mens, Gedachteloos scrolde mijn rechterduim door social media, tot mijn aandacht werd getrokken door een old school contactadvertentie. Er verscheen een glimlach op mijn gezicht en van binnen schaterlachte ik om de 5 nette heren die op zoek waren naar 5 dames om met hen genoeglijk de kermis te passeren. Gecharmeerd over het fenomeen ouderwetse contactadvertentie, reageer ik hierop en laat mij graag verrassen. Ik ga dit avontuur aan omdat ik uit kijk naar nieuwe ontmoetingen met mensen die

134

zich herkennen in termen als Bon Vivant en kleurrijk. Ontmoeten als spiegel voor onszelf, verbinden door echt contact. Te zien en te horen hoe jij de dingen ziet, elkaar op nieuwe ideeën brengen en leren van elkaar. Vanuit liefde en echte aandacht voor elkaar als mens, vriend(in) of wie weet als levenspartner. Ik: vrouw, 45 jaar. Met het hoofd in de wolken en de poten in de klei. Genieten en ontdekken. Verwondering en dromen. Sfeer: strandleven, sunset, natuur, kunst en kampvuur, goede wijn, buiten. Met de seizoenen mee en mijmeren. Slapen onder de sterren. Into The Great Wide Open. Samen: prachtige verhalen, indrukwekkende gebeurtenissen, enthousiasme delen. Het verhaal achter jou: niet wat je doet maar wie je bent. Een laatst gelezen mooi boek of schitterende film. Samen ondernemen, bootje varen, lanterfanteren, de diepte in en vooral ook lachen, gieren en brullen. Dansen in het zand. Op eigen benen staan, vrijheid in verbinding. Wie gaat er mee vertragen in de parallel aan het hectisch bestaan? Gelijkgestemde jongens en meisjes (vriend(in)schap), en (niet zo) nette heren: vol verwachting klopt mijn hart… Ik kijk er naar uit je te ontmoeten. BRIEF 6 Vr, 33jr uit A’dam, zkt Vro Frans en/of Hndge Harry. Liefst een krullenbol zodat we lekker onze eigen gang kunnen gaan en zeggen ‘laat ze maar lullen, wij hebben krullen’. Ben niet zo’n goeie mannenjager, wel andere kwaliteiten: zonnige blik en gulle lach, ult combi van lief en gemeen (volgens beste vrinden), extr goed in dingen bedenken, iets minder in uitvoeren. Vandaar de HH: lijkt me leuk om samen dingen te maken. Houd van rdsls, bkkstvn, rbrbrtrtjs, knstg actvttn, schrrln i/d tn, bwmrktn, bttrblln, wrdgrptgrmmn. Nieuwsgierig: schrijf me een brief, ben nl ook dol op post! BRIEF 7 “Ik zoek niet, ik vind.” (citaat van Picasso) Welke man, 60er, sl. en sl. laat zich door mij vinden en vindt mij interessant genoeg om het zoeken te laten rusten? Vrouw, 64, kl. en sl., o.v.h.l., beeldend kunstenaar van beroep en zal nooit geheel met pensioen gaan, verlangt eenvoudige en intieme momenten te delen met integere man. Ik reis per f. en ov. Voel me nooit eenzaam in natuur en tussen de vogels. Zou graag de stilte willen delen zonder sprakeloos te worden. Het leven heeft zo zijn geschiedenis gemaakt. Volwassen kinderen, op hun pootjes terecht gekomen. Vreugde en verdriet gekend in relaties. Hoop iemand te vinden met wie het soepel verkeren is, die kan genieten van alle weersomstandigheden. Het bijzondere zien en ervaren in het nabije en simpele. Woon in een prettige stad, hoewel ik hier niet ben geboren. Wellicht vinden we elkaar via deze creatieve weg.


IK ZOEK NIET, IK VIND

Wie een jaar geleden had voorspeld dat het RIVM adviezen zou verstrekken over knuffelmaatjes en seksbuddies, was vast voor gek verklaard. Maar wat blijkt: ook – juist! – menselijk contact is onderhevig aan allerhande omstandigheden. Voor wie een levenspartner, vriend of andersoortig gezelschap zoekt, blijft de ouderwetse contactadvertentie dan ook een goed redmiddel. Vaste bezoekers van Into The Great Wide Open stuurden eerder deze zomer een brief over zichzelf in, waarin ze zich voorstellen en vertellen naar wie ze op zoek zijn. En misschien ben jij dat wel, waarde lezer. Mocht dat het geval zijn, schrijf dan een brief over jezelf aan info@intothegreatwideopen.nl onder vermelding van ‘Brief onder nummer’. De adressen van de schrijvers hieronder zijn bij de redactie bekend.

HET TIJDSCHRIFT

135


DE GIDS: SINEAD O’BRIEN SINEAD O’BRIEN SINEAD O’BRIEN SINEAD O’BRIEN SINEAD O’BRIEN SINEAD O’BRIEN

MUZIKANT, DICHTER EN MODEONTWERPER INTERVIEW

136

tekst: Dirk Baart illustraties: Mariavittoria Campodonico


De Ierse Sinead O’Brien zou dit jaar met puntige postpunk en poëtische teksten haar opwachting maken op Into The Great Wide Open. In plaats daarvan brengt ze de zomer door in de tuin van haar Londense huis. Ze is een geluksvogel, zegt ze. Ze werkt vrijwel voortdurend aan nieuwe muziek en kan haar baan bij het modehuis van het Britse punkicoon Vivienne Westwood behouden. “Het is een uitdagende periode, maar er is ook veel ruimte voor groei. Ik doe wat meer instinctieve en lichamelijke dingen, maar keer me ook naar binnen door meer te lezen dan ik normaal gesproken voor elkaar krijg. Ik heb allerlei nieuwe inzichten opgedaan. Er zijn natuurlijk veel optredens niet doorgegaan, maar ik heb vrij snel besloten dat niet als verlies te zien. Volgend jaar ben ik gewoon veel beter voorbereid dan ik nu was.” O’Brien is dus niet alleen muzikant, maar ook dichter en modeontwerper. In haar tijd op de kunstacademie vond ze op natuurlijke wijze haar weg in de verschillende disciplines. Vivienne Westwood rekent ze inmiddels tot een van haar mentoren. “Mode was tijdens mijn opleiding mijn grootste passie. Maar muziek en poëzie hebben me altijd gelegen. Het was voor mij ook heel logisch om die twee te combineren. Vanaf het begin was het voor mij essentieel om muziek toe te voegen aan mijn gedichten. Het tempo dat zo’n combinatie oplevert, geeft het geheel een bepaalde urgentie wat mij betreft.”

Mijn favoriete modeontwerper: Martin Margiela “De Belgische modeontwerper Martin Margiela is voor mij een voorbeeld van een kunstenaar met heel solide kernwaarden. Hij wordt vaak de filosoof van de mode genoemd en hecht veel waarde aan deconstructivisme. In zijn werk is het proces belangrijk genoeg om getoond te worden. En als je zijn proces eenmaal herkent, zie je een soort code die als een rode draad door al zijn collecties loopt, van de jaren tachtig tot nu. Voor ik Margiela kende, zag ik alleen de esthetische waarde van mode. Nu zie ik het belang van terugkerende thema’s en probeer ik te onderzoeken wat mijn eigen codes zijn. We hebben allemaal obsessies waar we ons aan toewijden en ik probeer daar in mijn werk voor open te staan. Als een tekst die ik al eerder heb gebruikt nog een keer gebruikt wil worden, laat ik dat gebeuren.” Mijn favoriete regisseur: Terrence Mallick “De eerste film die ik van Terrence Mallick zag was ‘The Tree of Life’, dat was best een commercieel succes. Maar zijn laatste films – ‘To the Wonder’, ‘Knight of Cups’ en ‘Song to Song’ – hebben me vooral geïnspireerd. Die films zijn voor mij sterk met elkaar verbonden en verschillen van ‘The Tree of Life’. Ze liggen dichter bij de manier waarop ik het leven zelf zie. Ik denk dat het met name door het camerawerk komt, dat is vaak handheld. Soms zien zijn films er bijna uit alsof ze met een telefoon gefilmd zijn. Daardoor voelt het alsof je voortdurend in

HET TIJDSCHRIFT

137


beweging bent, op een reis gaat en geen moment krijgt om stil te zitten. Mallick legt graag de nadruk op alledaagse momenten, maar tegelijkertijd stelt hij regelmatig grote vragen die van een romantisch wereldbeeld getuigen. De laatste tijd wandel ik vaak hetzelfde rondje en dan denk ik aan zijn films. Juist omdat ik zijn films als realistisch beschouw, zorgen ze ervoor dat ik mijn eigen leven op een meer filmische manier ervaar.” Mijn favoriete dansgezelschap: Peeping Tom “Ik ben erg geïnteresseerd in dans. Dit Belgische gezelschap bevindt zich op de grens van dans en theater. Er zit weinig dialoog in hun voorstellingen, het verhaal wordt vooral verteld door middel van beweging en aanraking. Toch zou ik hun werk niet abstract noemen. Peeping Tom creëert weliswaar een eigen wereld, maar doet ook zijn best om een zekere helderheid te behouden. Hun kostuums – dat is natuurlijk erg belangrijk voor mij – zijn geweldig en dragen echt bij aan de voorstellingen. Je kunt veel van hun werk online vinden, maar om Peeping Tom écht te ervaren, moet je ze live aan het werk zien. Hun recente trilogie ‘Vader’, ‘Moeder’ en ‘Kind’ vind ik het best.”

In de rubriek De Gids raden mensen rond Into The Great Wide Open hun favorieten aan. Van gebouwen tot gerechten en van boeken tot films. INTERVIEW

138


Geen veerboot, geen golven, geen haven, geen tent opzetten en geen zand in je slaapzak, geen broodjes halen bij de campingwinkel, geen rij voor de douche. Niet wachten tot het terrein open gaat, niet eerst je bandje halen, niet betalen met muntjes, niet slapen met het hoofdpodium op de achtergrond. Niks laten taxeren in de Waardeloze Winkel, niks bakken met de Taartrovers, niks bouwen met Hotmamahot, niks typen voor de Kolderkrant. Toch op zoek naar Stout Konijn, toch nog een misbaksel, toch 100 flut voor straks alvast, toch een beetje Kolderkrant.

beeld: Lieke Romijn


Taartrovers houden enorm van misbaksels. Daarom brachten we in onze vrolijke keuken op Into The Great Wide Open een ode aan verrukkelijke mislukkingen. Keurig binnen de lijntjes? Precies volgens het boekje? Alles onder controle? Niks van dat alles! De mooiste dingen ontstaan als alles mislukt, per ongeluk en bij toeval. Samen met alle kinderen op het festival gingen we afgelopen zomer op zoek naar de beste misbaksels. Knoeiende keukenklunzen konden een potje breken. Bij Taartrovers vielen zij met hun neus in de boter! Wil je thuis ook lekker knoeien? Pak dan een pan, een garde en scharrel wat ingrediĂŤnten bij elkaar. Als je het recept niet zo goed volgt, dan mislukt het voortreffelijk! We bakken Kaiserschmarrn. Wil je weten hoe het verhaal ging? Een tijdje geleden was er een keizer in Oostenrijk, die heel erg veel van pannenkoeken hield. De kok van deze keizer deed enorm haar best, en bakte een grote pannenkoek. Toen ze deze wilde omkeren in de pan, scheurde hij in kleine stukjes. Ondertussen had de keizer honger. Hij riep de kok bij zich. Hatseflats, vlugvlug strooide deze er een zachte laag poedersuiker over om de stukjes te bedekken. Maar het zag er nog steeds niet uit.

KIDS

Terwijl de rommelige pannenkoek nog even doorbakte in de pan, pakte ze de allermooiste schaal en stapelde daar de stukjes pannenkoek op. Met trots (en ook een beetje angst) presenteerde ze het aan de keizer, die dolgelukkig de hele schaal leeg snoepte. Vanaf nu wilde hij niets anders meer. De kok noemde deze keizerlijke pannenkoek Kaiserschmarrn.


Wil je zelf Kaiserschmarrn bakken? Verzamel voor het beslag: • 4 eieren • 25 gram suiker • zout • 100 gram zelfrijzend bakmeel • 120 ml melk

Voor het bakken: • 40 gram boter • 40 gram poedersuiker

Splits het eigeel van het eiwit, en doe beide in een aparte kom. Klop met een mixer de eiwitten luchtig.

In de andere kom mix je het meel, met een snufje zout, suiker, de dooiers (eigeel) de melk tot een glad beslag. Roer er dan de luchtige eiwitten door.

Zet een grote koekenpan op het fornuis en laat daar de helft van de boter in smelten. Giet het beslag in de pan en laat hem op een rustig pitje warm worden. Als de randen droog worden probeer je hem in een keer om te draaien. Als het goed gaat mislukt dat! Schep je koek dan in stukjes om en bak de onderkant nog even.

Zet het vuur wat hoger, doe de rest van de boter er bij en strooi er de poedersuiker over. Schep de stukjes nog even om. De suiker karamelliseert een beetje en dat is lekker. Pak je mooiste schaal en maak een mooie rommelige berg met stukjes pannenkoek. Eet het met iedereen die je lief vindt samen op!


- advertentie -

5

wat je had ku nnen k open

Het topstuk uit de editie van 2019! Een uitgedroogde plakaat verf dat zich op de bodem van een verfpot bevond. Als je goed kijkt is het een waar spectakel.

85

100

als je deze 100 u itknip t

© De Waardeloze Winkel

volge n d j a ar w e l k a n k o p en

In de winkel hadden we in 2017 voor het eerste jaar een Waardeloze Apotheek opgezet. In deze apotheek kon men allerlei middelen verkrijgen die oorspronkelijk de gezondheid bevorden, maar nu niet meer. De niet-plakkende en onhygiënische pleister is daar een voorbeeld van, maar we verkochten ook: lege pillenstrips, onleesbare bijsluiters, lege zalftubes en leesbrillen zonder glazen.

Deze oorbellen werden in hoge oplage geproduceerd wegens hoge vraag. Eén klant kocht ze voor zijn moeder vanuit de hoop dat ze zou stoppen met roken.

maar n u niet kan ko 25 pen

45

Lang werden deze aluminium patronen tegen veel flut ingekocht. Echter was op een gegeven moment het aanbod zo groot (hele potten zaten vol) dat de prijs enorm kelderde. Dit resulteerde in een strengere selectie van de patronen: enkel bijzondere exemplaren werden ingenomen, zoals dit zwaargebutste exemplaar, of een exemplaar dat rood zag van de roest.


Deze vaste klant kocht voor iedere vinger 1 ring. Bijzonder was zijn zeer spefieke voorkeur waardoor hij steeds terug moest komen om de nieuwste aanwinsten te bekijken.

- advertentie -

len e m a z er v r a a j t blijf di

0 0 1

© De Waardeloze Winkel

FLUT

Ingeleverd door een oudere man, die eerst een schroef wilde inleveren (maar daar kan je nog mee schroeven), daarna een knoopje (maar dat kan je nog op een kledingstuk naaien) en tot slot onder het bed van zijn zoon dook en er deze waardeloze schat vond: een dot stofpluizen.

g dan no kan je kopen meer

Een groepje middelbare vrouwen liep de winkel binnen en keken naar dit potje. ‘Wat mooi’, zei de vrouw, ‘een kleine schapenschedel’. Toen ze beter keek zag ze dat het een gebruikt zakdoekje was. In de blik van de vrouw zag je haar eigen verbazing dat ze hierin zoiets moois had kunnen zien. Met dat hernieuwde zelfinzicht liep ze weer voldaan naar buiten.

70

d jaar volgen

eg w p o je n e p l 0 he 0 1 deze ERD HOND

25

14

t e r p r o l vo e k n e u n r o o v

99

Een echtpaar dat al 25 jaar getrouwd was, kocht dit paar trouwringen om hun gelofte te vernieuwen. De vrouw lekker uitbundig, de man iets ingetogener.


beeld: Lieke Romijn


Het Tijdschrift is een bijzondere uitgave van Stichting Great Wide Open, organisator van de festivals Here Comes The Summer en Into The Great Wide Open die in 2020 vanwege de maatregelen rondom het coronavirus geen doorgang konden vinden. HET TIJDSCHRIFT Hoofdredactie: Jasper van den Dobbelsteen Eindredactie: Feri Roseboom, Anouk Suwout (Alphawerken) Redactie: Dirk Baart, Paulien Dresscher, Maire Haverkort, Ferry Roseboom Beeldredactie: Floor Koomen Vormgeving: Loes Claessens, Roosje Klap Redactieassistent: Lisane Renalda Auteurs: Dirk Baart, Douwe-Sjoerd Boschman (Stout Konijn), Maartje den Brejen, Sophia Bulgakova, Tijl Couzy, Anton Dautzenberg, Mike Hoolboom, Julia Janssen, Adwin de Kluyver, Charl Landvreugd, Matteo Marangoni, Paul Nederveen, Petra Possel, Jonas Staal, Saul van Stapele, Rob Sweere, Leendert van der Valk Fotografen/illustratoren: Anefo, Beeldbank Rijkswaterstaat, Remco van Bladel, Sarah Blok, Cleo Campert, Mariavittoria Campodonico, Rianne van Duin (Kolderkrant), Iris van der Eijken (Taartrovers), Brian Elstak, Tessa van Grafhorst (Taartrovers), Félice Hofhuizen, Joop van Houdt, Pavel van Houten (Waardeloze Winkel), Tom van Huisstede, Barrie Hullegie, Lisa Konno, Tineke Luis (collectie kaarten Vlieland), Ricardo Makosie (Stout Konijn), Jannete Mark, Lieke Romijn, Spinvis, Studio Moniker, S. Lloyd Trumpstein, Dieter Vandoren HET TEAM Bestuur: Janke Brands, Henk Eigenbrood, Margriet van Kraats, Cor Schlösser, Kees Terwisscha van Scheltinga, Jan van der Veen Kernteam: Dirk Baart, Nienke Bodewes, Floris Burgers, Loes Claessens, Margriet Colenbrander, Tijl Couzy, Anke Croonen, Stef Deters, Pim van Dinther, Jasper van den Dobbelsteen, Paulien Dresscher, Ron Euser, Marieke de Graaff, Tessa Hagen, Maire Haverkort, Marnik van den Heuvel, Peter van Hoof, Dago Houben, Arnout de la Houssaye, Marieke van Hove, Tom van Huisstede, Bas Jansen, Roosje Klap, Floor Köster, Noortje Koster, Belle Lammers, Eva Laurillard, Jildou Loskamp, Douwe Luijnenburg, Erwin Maas, Luca Naus, Niek Nellen, Anna van Nunen, Pauline Otten, Pip Passchier, Lane Reckman, Govert Reeskamp, Lisane Renalda, Ferry Roseboom, Minke Schat, Kester Scholten, Suzan Slinger, Naomi Smulders, Sam Stobbelaar, Willem Verheij, Rinke Wils, Sytse Wils, Juliet van Zon MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR


Profile for intothegreatwideopen

Het Tijdschrift van Into The Great Wide Open  

In 2020 is De Kritieke Massa het thema van Into The Great Wide Open. Hoe veroorzaken eenlingen bewegingen? En wanneer weegt een beweging zwa...

Het Tijdschrift van Into The Great Wide Open  

In 2020 is De Kritieke Massa het thema van Into The Great Wide Open. Hoe veroorzaken eenlingen bewegingen? En wanneer weegt een beweging zwa...

Advertisement