Page 1

vuile zwarte


PAUL BELOY FRANK VAN LAEKEN

VUILE ZWARTE Racisme in het Belgische voetbal

Houtekiet Antwerpen / Utrecht


INHOUD

‘Als ik stop met voetballen, word ik een neger’ Inleiding

1

‘De voetbalbond wilde geen zwarte zien uitblinken in de nationale ploeg’

2

3

4

5

79

Anthony Mbachu vs Maria-ter-Heide Voorzitter Johan Vermeersch (fc Brussels) Voorzitter Carlo Tavecchio (Italiaanse bond) Eigenaar Donald Sterling (L.A. Clippers, nba)

‘Ja, ik heb gevraagd om niet te veel Afrikanen aan te nemen’

61

Open brief van een bezorgde mama (rdk Gravelo) Nog een bericht van een bezorgde mama (City Pirates Linkeroever) Riechedly Bazoer vs ado Den Haag

‘Kruip in een boom en eet een tros bananen’

41

Julio Bravo (slachtoffer bij Sparta Ursel) ‘Hamas, Hamas, alle Joden aan het gas’ (Feyenoord vs Ajax) Voetbalantisemitisme in België

‘De hardste klap komt pas later’

23

Joachim Van Damme vs David Addy Zwarte pioniers uit Belgisch-Congo

‘We gaan op Jodenjacht’

9

Stad Gent vs Racing Gentbrugge ‘Kosovo, Kosovo’ (Germinal Beerschot) ‘Kawashima Fukushima’ (Beerschot ac)

93


6

‘Elke week een aap genoemd worden: dat is onleefbaar’

7

‘Allah is een hoer’

8

9

10

179

Positieve voorbeelden (Club Brugge, boka United, vc Groot Dilbeek, fc Mere, City Pirates Antwerpen) Sportdiversiteit in de stad Antwerpen Philippe Muyters (Vlaams minister van Sport)

11 ‘Voetbal moet een feest zijn voor iederéén’ Jeugdvoetbal zonder tegenstanders (Club Brugge)

157

Moslimspeler vs vrouwelijke scheidsrechter Mahmoud ‘Trezeguet’ Hassan vs de vrouwen Jo Vanhecke, de Voetbalcel en de Voetbalwet François De Keersmaecker en An De Kock (nationale voetbalbond vs racisme) Selahattin Koçak (Vlaamse voetbalbond vs racisme)

‘Kunt ge er niet mee lachen misschien?’

137

Burgemeester Jonet vs Souleymane Thiaw Round-up van voetbalracisme wereldwijd Egyptische invasie in Lier Ivoriaanse invasie in Beveren

‘Die ‘No to racism’-campagne, dat is windowdressing’

115

Carnavalsmatch in Aalst ‘Say no to racism’ (uefa) vs racisme in de Europese competities De strijd van Lilian Thuram

‘Laat zien dat je beter bent dan die strontneger’

105

Christian Kabasele vs kv Kortrijk Luis Suárez vs Patrice Evra John Terry vs Anton Ferdinand

201

Vormingspakket ‘Ouders & clubs: één doel?!’ Adrian Hart vs zero tolerance Facebookreacties na de dood van een 15-jarige Genkenaar met Marokkaanse roots Hapoel Beër Sjeva vs onverdraagzaamheid Een elftal suggesties om het probleem racisme te tackelen

Bronnen Dankwoord Over de auteurs

219 223 227


Voor al wie slachtoffer is of was van racistische beledigingen op of naast het voetbalveld, en voor al wie de strijd tegen racisme ernstig neemt en er bewust op een vreedzame wijze actie tegen onderneemt


‘De geschiedenis heeft ons geconditioneerd, van generatie tot generatie, om onszelf in de eerste plaats te zien als zwart, blank, Maghrebijn, Aziaat. We maken allemaal deel uit van dezelfde familie, maar iedereen is uniek: racisme moet worden uitgeroeid’ – Lilian Thuram (Frans recordinternational, antiracisme-activist)


inleiding

‘ALS IK STOP MET VOETBALLEN, WORD IK EEN NEGER’ Maak kennis met de auteurs en hun confrontatie met racisme in en om het voetbal, voor de ene al directer dan voor de andere. Frank, blank, 57, wou op zijn achtste al sport­ journalist worden en werd dat veel later ook. Paul, zwart, 59, kwam op zijn vijfde vanuit het onafhankelijke Congo naar België en bouwde hier een leven op. Hun gemeenschappelijke interesse: Beerschot. Frank als supporter, Paul als speler, vele jaren later beiden als medewerker.


‘Fascisme en racisme kan je alleen maar aanpakken door ze te begrijpen’ – Herman De Coninck


11

‘Oe-oe-oe!’ (Een Ierse pub in Padua – het verhaal van Frank)

13

juni 2016. Tweede dag van de vakantie die mijn echtgenote en ik hebben gepland, en die ons voor het zoveelste jaar op rij naar Italië voert. Na een tussentop aan de Duits-Zwitserse grens rijd ik iets sneller dan gebruikelijk naar ons tijdelijke verblijf in de buurt van Padua. Daar is een goede reden voor: vliegensvlug uitpakken en dan, hop, naar de stad op zoek naar een groot scherm om Italië-België te kunnen bekijken, de eerste wedstrijd van de Rode Duivels op Euro 2016. Tégen Italië en we zitten ín Italië, klinkt alvast bijzonder. Op de televisieloze logeerplaats waar we inchecken hebben ze snel opgezocht waar er voetbal kan gekeken worden in Padua. Vreemd genoeg zitten daar geen grote schermen op pleinen bij, wel een aantal cafés. Ik pik er een Ierse pub uit. Om 20 over 8 vertrekken we richting St. John’s aan de Via Cristoforo Moro 2. Drie kwartier rijden geeft de gps aan. Over een afstand van minder dan vijftien kilometer? Ik sta op ontploffen, maar gelukkig verandert de tijdsvoorspelling al na de tweede bocht: twaalf minuten. Vreemde snuiters, die gps’en! Slecht voor de bloeddruk, vaak ook ongeschikt om de weg te vinden. Weinig verkeer op straat, valt ons op. Het is nochtans de eerste droge avond in een week in Italië. Ik had toeterende tifosi verwacht, maar we arriveren in een slaperig stadje dat zich pas de volgende dagen – wanneer de supporter tot bedaren is gekomen – zal pre­senteren als bijzonder aimabel en met een kunsthistorische weelde. We rijden pardoes voorbij de pub, parkeren halfweg de Via Cristoforo Moro en gaan dan in steenkolenitaliaans hulp vragen


12

VUILE ZWARTE

aan een voorbijwandelende signora. Een vriendelijke dame, die even naar huis belt, raad vraagt, en ons dan mee naar de vorige hoek voert, waar het zou moeten zijn. En inderdaad, St. John’s pub, kwart voor negen. Over een kwartier wordt er afgetrapt, het terras zit halfvol en binnen is er nog voldoende plek, stellen we vreugdevol vast, tot we de ‘Riservato’ lezen op de tafeltjes. Dan maar met z’n tweeën aan de toog gaan zitten, waar mijn oog valt op de tapkast. Guinness, of course, maar ook Leffe en Hoegaarden. Buiten de tapkranen doet niets vermoeden dat je hier in een pub zit. Niets Brits of Iers aan deze inrichting. Niets Italiaans ook, trouwens. Verschillende stijlen door elkaar, met een stijlloos resultaat. Stijlloos is ook de vertoning van de Rode Duivels. Ze worden tactisch overklast. Tijdens de rust staat het nul-één voor de Azzurri. De barman ziet mijn gedeprimeerde blik als ik mijn tweede Leffe van de avond bestel. ‘Belga?’, vraagt hij zich luidop af. Ik knik. Samenzweerderig houdt hij zijn rechterwijsvinger voor de lippen: hij zal het niet verklappen aan het andere clientèle in de volle zaak. De Belgen blijven in de tweede helft knoeien, ik tweet een handvol vlijmscherpe opmerkingen over Wilmots en de zijnen (maar toch vooral over Wilmots). Halfelf, 73ste minuut van de wedstrijd. Wilmots doet wat hij meestal doet als het niet draait. Hij vervangt een speler door iemand die op dezelfde positie plaatsneemt. In dit geval een spits door een spits. De teleurstellende Romelu Lukaku gaat eraf, Di­­ vock Origi komt erin. Als de Franse regie Lukaku close in beeld brengt, hoor ik achter mij een vol terras ‘Oe-oe-oe!’ roepen. Een eenstemmig koor van wel honderd man. Ik draai me niet om, maar ik weet dat ze dáár zitten: de racisten. En natuurlijk sta je dan niet op en ga je in je eentje een hele bende te lijf, maar o wat voel ik me rot. Origi verschijnt op de tv-schermen. Zelfde ritueel. Oe-oeoe! Het is pavloviaans. Een stel kwijlende honden dat oerwoudgeluiden slaakt als ze een zwarte in beeld krijgen. Een zwarte van de an­­dere ploeg, uiteraard, want onze zwarte, goede zwarte, hun zwarte, domme neger. Primitief, wansmakelijk, mijn maag krimpt ervan samen. Ik heb zin om op te stappen, maar blijf zitten. Noem


ALS IK STOP MET VOETBALLEN, WORD IK EEN NEGER

13

het gerust laf. Of overdreven voorzichtig. En, ja, ik ben opportunistisch genoeg om de wedstrijd te blijven volgen, al interesseert die me nu een pak minder. In de toegevoegde tijd maakt Graziano Pellè er nul-twee van, de afgang is compleet. Maar nog meer dan Wilmots en elf Rode Duivels op die grasmat in Lyon, gaat voor mij een stel inwoners van Padua af. En ik ben er zeker van dat de ‘Oe-oe-oe!’ op datzelfde ogenblik ook te horen zal geweest zijn op terrassen en pleinen in Milaan, Turijn, Bologna, Firenze, Genua, Rome, Napels, Como, San Remo, Perugia, Bari en Lecce. Grote en kleine steden, verenigd in hun liefde voor het vaderland, hun haat tegenover de tegenstanders en, ja, hun racisme. Voor sommigen is dat tijdelijk – ze laten zich opjutten en doen gewoon mee met de rest. Voor anderen is dat vanuit overtuiging. Dit is niet voor niets het land van Mussolini, Berlusconi en de Lega Nord. De kiem voor dit boek was al veel eerder aanwezig, van toen Paul en ik samenwerkten bij Beerschot AC: hij als communitymanager, ik als persverantwoordelijke. De interesse van de uitgever dateerde al van vele maanden voor Euro 2016. Het contract was zelfs al ondertekend voor ik met vakantie vertrok. Maar daar en dan, op die dertiende juni in Padua, voelde ik meer dan ooit de nood om dit boek mee tot stand te helpen komen. Racisme is van alle tijden, ook in het voetbal. ‘Word iemand naar wie men opkijkt, anders blijf je je leven lang een neger’ (Grasduinend in het persoonlijke knipselarchief van Paul)

15 april 1978. Het gebeurde tijdens de derby Antwerp-Beerschot op de Bosuil. Ik liep naast de zijlijn om in te werpen toen er plots vanuit het Antwerpvak een banaan voor mijn voeten werd geworpen. Ik nam de banaan op, legde hem opzij en gooide gewoon in. Case closed. Maar als ik mijn voetbalalbum vandaag doorblader, ben ik verrast dat racisme ook al in de jaren zeventig een gevoelig onder-


14

VUILE ZWARTE

werp was in de sportmedia. Ik besef nu dat ik er van in het begin persoonlijk mee bezig was. Enkele citaten uit persknipsels van toen. • KV Mechelen, 1976, ‘Ik moet soms in de spiegel kijken om te weten dat ik zwart ben’ ‘Een paar jaar geleden zocht ik een vakantiejob en de mensen waarmee ik zou moeten werken stelden: “Als hij komt, gaan wij”. Het gevolg was dat ik het zonder job moest stellen.’ • KV Mechelen, 1976, ‘Zwart duel attractie in aantrekkelijke wed­ strijd’ ‘De tweede helft was net een kopij (sic) van de eerste. Sanonraids en Beloy-reddingen sloegen bij het publiek in.’ • Beerschot VAV, 1979, ‘Ik word altijd tweemaal beoordeeld: als voetballer en als kleurling’ ‘Vooraan bij Beerschot loopt de “zwarte parel”, de stijlrijke Haïtiaan Sanon. Achteraan meer als kwajongen, de Zaïrees Beloy. Voor supporters zijn het gewoon twee zwarten die goed spelen, maar in feite zijn het twee verschillende figuren die toevallig dezelfde huidskleur hebben en daardoor vaak samen front moeten vormen tegen het onbarmhartige ra­­ cisme dat overal opduikt.’ • Beerschot VAV, 1980, ‘Als ik stop met voetballen, word ik een neger’ ‘Ik drink zelden. Maar stel je eens voor wat er zou gebeuren als je eens een keertje over de schreef gaat. Dan ben je niet meer Paul Beloy, dan ben ik opnieuw “die zatte neger”. Als wij ons gedragen zoals sommige blanken dat doen, dan zijn wij wilden.’ • Beerschot VAV, 1981, ‘Niet langer dat goedkope negertje’ ‘Beloy is dus dra Antwerpenaar. Hij behoudt te Mechelen veel vrienden. En toch ook… bij KV Mechelen. Waar men hem destijds voor verrader uitkreet, toen hij voor Beerschot een forfaitaire transfer tekende. Men had toen achter de kazerne verwaarloosd Paul een contract te laten tekenen als achttienjarige. Hij was braaf, zo bedeesd in de omgang. Een “goedkoop negertje” dacht men. Ten onrechte…’


ALS IK STOP MET VOETBALLEN, WORD IK EEN NEGER

15

• Lierse SK, 1984, ‘Zwak, erg zwak’ ‘Ik heb natuurlijk het voordeel dat hij (journalist Bob Deps, red.) in geen jaren een interview met mij zal komen maken. Maar ernstig, ik denk dat die mens een beetje heimwee heeft naar de koloniale tijden. Blijkbaar moeten wij nog steeds dankbaar zijn omdat wij in een zwart verleden een opvoeding hebben mogen krijgen van de blanken. Bijgevolg is hij van mening dat hij zich een beetje mag amuseren met ons belachelijk te maken.’ • Lierse SK, 1985, ‘Paul Beloy, een oude bekende…’ ‘Een hoogtepunt uit de voetbalcarrière van Paul Beloy, de Zaïrees die Belg werd, was beslist zijn militaire dienst. De Beer­schotter kwam goed terecht. Zo goed dat de toenmalige legerleiding Paul Beloy uitkoos als kapitein van de nationale militairenploeg.’ • RKC Waalwijk, 1986, ‘Word iemand naar wie men opkijkt, zei mijn prof, Jef Brouwers, anders blijf je je leven lang een neger’ ‘Slechts de kenners weten het: Paul Beloy maakt momenteel furore bij het Nederlandse RKC, een eerstedivisieclub uit Waal­wijk, een klein stadje van 30.000 inwoners, even voorbij Breda.’ • RKC Waalwijk 1986, ‘Paul Beloy en het toeval’ ‘Want spreekt de vroegere Zaïrees vlot Frans, zijn eerste taal is toch het Nederlands en daar heeft toeval een groot aandeel in gehad. Zoals in zoveel momenten van zijn leven. “Eerst spraken ze wat Frans met ons, nadien Nederlands en zo is Nederlands mijn moedertaal geworden.” Ander toeval: zijn voetballoopbaan. “Ik liep college in Mechelen en via de NSVO-competitie werd ik opgemerkt door KV. Daar is alles begonnen.” Derde toeval: het fitnesscenter in Edegem. “Vier jaar geleden zijn we ermee gestart. Ik had als profvoetballer wat vrije tijd en uiteindelijk ook een basisvorming. Mijn vrouw die ook regentes lichamelijke opvoeding is, zat zonder werk en vroeg niet liever om haar studies te rentabiliseren.”’


16

VUILE ZWARTE

In 1999 kreeg ik een verantwoordelijke functie in het onderwijs. Via het Atheneum van Antwerpen kwam ik uiteindelijk terecht in het Atheneum van Hoboken als coördinator ‘Anderstalige Nieuwkomers’. In 2004 werd ik daarnaast ook communitymanager bij Germinal Beerschot, de fusieclub die in 1999 was ontstaan na het faillissement van Beerschot. Ik zou dat als zelfstandige in bijberoep blijven doen tot 2012, toen de club van naam was veranderd en Beerschot AC heette. Op het Kiel startte ik al snel Beerschot Downtown op, de sociale poot van de club. Het project steunde op drie pijlers: sport, onderwijs en tewerkstelling. We creëerden een aanbod voor kansarmen om wekelijks te voetballen op de oefenvelden van (Germinal) Beerschot. We maakten de link met het onderwijs door stageplaatsen aan te bieden voor jongeren van nabijgelegen scholen. En we gaven tweewekelijks een vijftigtal jongeren de kans om werk­ ervaring op te doen tijdens de thuiswedstrijden van het eerste elftal: in de horeca, in het standje waar drankbonnen werden verkocht, bij het afhalen en wegbrengen van gasten voor en na de wedstrijd. Het seizoen 2011/2012 was het eerste volledige seizoen onder de nieuwe voorzitter, Patrick Vanoppen. Ik leerde toen ook Frank kennen, de nieuwe woordvoerder. Het klikte meteen, mijn projecten kregen veel aandacht op de website van de club. Maar Vanoppen was niet geïnteresseerd in communitywerking. Ik werd uit de club gewerkt en het sociale project Beerschot Downtown sneuvelde, hoewel dit hem geen geld kostte, integendeel zelfs: de werking steunde volledig op subsidies van de Vlaamse gemeenschap, de provincie en de stad Antwerpen. Typisch: community werd van dan af toegevoegd aan het merchandisingluik… Het was het begin van het einde van de club, want een jaar later was Beerschot AC failliet en verdween Vanoppen met de noorderzon. Vandaag ben ik betrokken bij het multiculturele project City Pirates Antwerpen en werk ik als vervolgcoach Anderstalige Nieuw­komers, nog altijd op het atheneum van Hoboken.


ALS IK STOP MET VOETBALLEN, WORD IK EEN NEGER

17

‘Dit is geen zwart-witverhaal’ (Wat dit boek beoogt – het verhaal van Paul & Frank, of Frank & Paul)

Nee, de volgorde van onze namen heeft geen belang, al geeft dit soms twijfels. Wie staat er vooraan op de foto? Of wie mag er op een verhoogje plaatsnemen? Wie rechts, wie links? We beseffen dat de discussie over racisme soms neigt tot muggenziften, veelvuldig en langdurig nadenken over op het eerste gezicht pietluttige details. Ach, liever dat, dan voetstoots aannemen dat alles kan. Dat een ‘Oe-oe-oe!’ meer of minder niet zo erg is. Lukaku en Origi zijn grote jongens en bovendien konden ze in het verre Lyon de Ita­ liaanse oerkreten niet horen. Klopt. Maar ze horen die wel als dat gebeurt in het stadion waar ze spelen. En ze hoorden dat wel toen ze nog bij de jeugd voetbalden, zoals tientallen spelertjes dat elk weekend meemaken. Met een – toegegeven – ietwat ongelukkige vergelijking zou je kunnen stellen dat het met racisme is zoals met verkrachtingen. Amper tien op de honderd aanrandingen en verkrachtingen worden aangegeven. Omdat het slachtoffer zich schaamt. Omdat het slachtoffer vreest voor represailles van de daders, als ze hen ‘verraadt’. Omdat het slachtoffer niet gelooft dat de politie veel werk zal steken in het opsporen van de dader(s). Dat de kranten op maan­dag niet vol staan van kleine en grote verhalen over racisme op onze velden komt omdat we het te gewoon zijn geworden, het nog altijd als minder belangrijk wordt geacht dan de strikte sportieve actualiteit en slachtoffers te weinig naar buiten treden. We moeten het probleem niet opblazen, maar oplossen, en in de eerste plaats moeten we het durven te signaleren. In december 2015 pakte Fan, het voetbalweekblad van Het Nieuws­ blad, uit met een enquête waaruit bleek dat een op vier toeschouwers in een voetbalstadion geen probleem heeft met racistische opmerkingen en oerwoudgeluiden. Om het met een flauwe, Franstalige woordspeling te zeggen: ze vragen zich af ‘Oe-oe-oe’ est le pro­ blème?


18

VUILE ZWARTE

Een op vier Vlamingen stemde in 2004 op het Vlaams Blok. Een op vier Vlamingen vindt het geen probleem dat er racistische kreten worden geslaakt op een voetbaltribune. Is dat toeval? Het is een beetje kort door de bocht om te stellen dat het om diezelfde personen gaat – vooral omdat niet alle kiezers sportliefhebbers zijn –, maar je kunt wel stilaan met enige redelijkheid besluiten dat een op vier Vlamingen xenofoob of racistisch is, of racisme tolereert en dus vindt dat blanken superieur zijn ten opzichte van anderskleurige medemensen. Wij vinden dat eerlijk gezegd verontrustend. Er waren nóg pijnlijke vaststellingen in die enquête van Fan, die bij meer dan duizend voetbalfans werd georganiseerd en dus toch enige geloofwaardigheid mag worden toebedacht. De helft van de ondervraagden durft niet te reageren tegen oerwoudgeluiden (en, ja, het is bepaald ironisch dat een medeauteur van dit boek dat ook niet deed op een Italiaans terras in juni…). Een op zeven doet zelfs vrolijk mee. Een kwart van de Vlaamse voetballiefhebbers vindt de etnische mix van de Rode Duivels geen goed voorbeeld voor de jeugd. Verbijsterend, niet? Maar, vragen we ons onmiddellijk af, hoe komt het toch dat je dit fenomeen wél tegenkomt in en om het voetbalstadion en niet op tribunes van andere sporten? In het basketbal lopen al vijf decennia zwarte spelers rond. Toch krijgen die geen bananen naar hun hoofd geslingerd en begint een deel van het publiek niet ‘Oeoe-oe’ te roepen telkens die speler de bal krijgt. Het fenomeen ‘Onze zwarte, goede zwarte, hun zwarte, domme neger’ kent men daar niet. Ook in andere sporten is multiculturalisme een algemeen aanvaard feit. Toch hebben we geen weet van racistische opmerkingen of supporters die dat in die sport een slecht voorbeeld voor hun kinderen vinden. We pijnigen onze hersenen en kunnen maar één reden bedenken waarom racisme in het voetbal wél en in andere sporten nauwelijks of niet voorkomt: de macht van het getal. Het aantal toeschouwers. Op voetbaltribunes zit een pak meer volk dan in andere sportstadions of -hallen. En als je een massa volk samenbrengt,


ALS IK STOP MET VOETBALLEN, WORD IK EEN NEGER

19

ontstaat kuddegeest. Tribale reflexen. Er hoeft maar één iemand ‘Oe-oe-oe’ te roepen en anderen volgen slaafs, omdat ze deel willen blijven uitmaken van hun sociale groep. Hoe meer alcohol achter de kiezen, hoe erger het wordt. De massa wordt dom gehouden, roepen marxistische denkers nu al bijna twee eeuwen. Maar met de beschikbaarheid van steeds meer informatie voor iedereen, kun je ook rustig stellen dat de massa zelf dom ís of er op zijn minst weinig moeite voor doet om slimmer te worden. Ignorance is bliss, schreef de Britse poëet Thomas Gray in 1742. Zalig zijn de onwetenden. Niet verwonderlijk dat je dit spreekwoord vooral in de Verenigde Staten vaak hoort, het land waar een brulboei presidentskandidaat is. Nee, we beweren niet dat de modale voetballiefhebber minder intelligent is dan de modale basket- of hockeyfan. We stellen wel dat het in een massa van 20.000 mensen makkelijker is om, excusez le mot, na-aapgedrag te vertonen of misschien wel je eigen diepe negatieve gevoelens en stevig gewortelde vooroordelen te uiten. Zo’n beetje zoals de Vlaams Blok/Belangkiezers die in het verleden schrik hadden om hun politieke voorkeur toe te geven in de polls, maar dat wel deden in de anonimiteit van het stemhokje. Sociologen en politicologen hebben zich daar jarenlang op verkeken. Het resultaat was dat een openlijk racistische partij op een bepaald moment een op de vier Vlaamse kiezers wist te verleiden. Ook dat was verbijsterend. Sportpsycholoog Jef Brouwers, een gewezen prof van Paul, deed in het kader van ‘intercultural awareness’ onderzoek naar het fenomeen racisme, samen met Fons Trompenaars, een autoriteit inzake interculturalisatie. Brouwers verwoordde dit in een briefwisseling met Paul. ‘De geschiedenis is hierin een zeer belangrijke factor. Joden zijn steeds vervolgd en vernietigd geweest – niet alleen door de Duitsers –, zwarten werden als ik jong was gezien als wilden die in bomen leefden, verhalen die door missionarissen werden onderhouden door te vertellen aan mensen dat zij geld nodig hadden om de “zwartjes” te christenen. Moslims zijn terroristen. Wat een mens


20

VUILE ZWARTE

doet wordt zeer vaak onmiddellijk aan het verschil gekoppeld en aan de geschiedenis die men heeft met die mensen.’ Brouwers geeft vervolgens het voorbeeld van Zuid-Afrika, een land waar hij vaak komt en waar blanken op de achtergrond nog altijd de baas zijn. ‘Een figuur die dit oversteeg was Nelson Mandela, geëerd door blank en zwart. Hij oversteeg dit door alle menselijke vaardigheden die ons doen verschillen van dieren, positief te gebruiken. Ik zie hem als een absolute leider in het wegwerken van verschillen, het rationeel aanpakken van racisme en het constructief opbouwen van een nieuwe maatschappij.’ Als er niets aan de hand is, kunnen mensen best met elkaar op­schieten, stelt Brouwers. Máár: er is altijd wel iets aan de hand in de wereld. ‘Ieder mens wil van nature zijn eigen situatie optimaliseren. In het voetbal is dat natuurlijk niet zo duidelijk. Maar veel blanken zullen onmiddellijk (onbewust) teruggrijpen naar de ge­­ schiedenis en wat men over Afrika zegt. Bananenrepublieken, trainers die in Afrika gaan coachen worden gezien als nulliteiten die elders geen werk kunnen hebben, Afrika is armoede door luiheid (men vergeet dat wij het zo goed hebben omdat ons klimaat voorspelbaar is en zodoende alles te plannen is hier, in Afrika niet). Men zet dus de verschillen in de verf en vergeet dat het gewoon over mensen gaat die gelukkig willen zijn, zoals wij. Het respect – dat op alle truitjes staat van de fifa – is dode letter.’ ‘Het totaal zinloze bestaan van Cercle en Club Brugge, ge­­ba­ seerd op verschillen: dat is racisme voor mij, weliswaar in zeer gesublimeerde vorm,’ schrijft Brouwers. ‘Als je een witte tegen een zwarte zet en de witte vindt dat de zwarte hem hindert, dan zal de zwarte kleur de instigator zijn van de racistische opmerking. Uiteraard zal elke persoon daarna verontwaardigd verklaren dat hij dat niet gezegd heeft. Maar op het moment zelf denkt men niet na en komt de overtuiging. De zwarte zal zelden zeggen “Vuile witte”, want dat helpt hem niet.’ Racisme zit in ons allen, besluit Jef Brouwers, en hij komt met een persoonlijke vaststelling: ‘Ik moet moeite doen – en dit is geen bekentenis van racisme, maar een bewijs dat ik behoor tot de


ALS IK STOP MET VOETBALLEN, WORD IK EEN NEGER

21

mensheid – om mannen van Maghrebijnse origine met een baard niet even te bekijken als: “Dat zijn ze dus”. Integratie is een voortschrijdend bewustzijn en alles in de mens is een bijzonder traag proces.’ De strijd tegen het racisme moet gevoerd worden door sportbonden, -clubs, -spelers en supportersfederaties. In het voetbal zouden meer wedstrijden moeten worden stilgelegd of stopgezet als een stel idioten plat racisme verkiest boven positief aanmoedigen, kreten waarmee je een individu zwaar beledigt en nodeloos kwetst. Het is een strijd die in alle openheid en krachtdadig moet worden gevoerd. Want, om de titel van een kritisch boekje uit 1984 te citeren: Racisten hebben ongelijk. Altijd en overal. In dit boek diepen we een aantal incidenten van de voorbije twee jaar op, laten we alle betrokken partijen aan het woord, slachtoffers én daders, als ze wilden praten natuurlijk, en gaan na hoe het is kunnen gebeuren. Wat drijft spelers en supporters om anderen te beledigen? Daarnaast frissen we het geheugen op door een aantal racistische incidenten uit de voetbalgeschiedenis uit het archief te halen. Er is ook ruimte voor positieve voorbeelden en signalen, want er wordt wel degelijk opgetreden tegen racisme, zij het te weinig, onvoldoende gecoördineerd en niet altijd van harte. We brengen een hommage aan Jo Vanhecke, onbekend bij het grote publiek, maar als hoofd van de Voetbalcel jarenlang strijdend – in de goede zin van het woord – tegen alle uitwassen in en om voetbalstadions, óók het beledigen van mensen met een andere huidskleur. En we gaan na bij de voetbalbond en de politiek wat ze deden, doen en van plan zijn te doen om racisme aan te pakken. Volledig zijn we, helaas, niet, en niet alleen omdat heel wat incidenten nooit aan het licht komen. Het boek zou veel te dik worden, als we alle bekende incidenten op een rij zouden zetten. Dit boek wil informeren, wakker schudden, tot actie doen aanzetten, maar ook in alle rust analyseren. In de hoop dat het een voorbijgaand fenomeen is, al klinken we dan wel zéér naïef. Wat dit


22

VUILE ZWARTE

boek vooral niet mag zijn is een zwart-witverhaal. Dat zou in deze context zeer misplaatst zijn. Ondanks het moeilijke en vooral heikele thema wensen we u prettige lectuur. Paul Beloy Frank Van Laeken oktober 2016


1 ‘DE VOETBALBOND WILDE GEEN ZWARTE ZIEN UITBLINKEN IN DE NATIONALE PLOEG’ Wat gebeurde er werkelijk in de wedstrijd KV Mechelen-Waas­ land Beveren in september 2014 tussen Joachim Van Damme en David Addy. Racisme? Of: een doorsnee woordenwisseling in het heetst van de strijd? Het blijft tot op vandaag woord tegen woord. Voor de auteurs vormde dit incident het embryo­ nale stadium dat zou leiden tot dit boek, vandaar dat we ermee openen. We duiken daarna terug in het verre verleden: de eerste Congolese voetballers in het Belgisch voetbal, vanaf de zomer van 1957. Léon Mokuna, Paul Bonga Bonga, André Assaka. Zwarte pioniers, mannen die kleur brachten in de blanke competitie, maar die ook geconfronteerd werden met racisme, al werd dat toen maar zelden zo benoemd.


‘Je kan racisme niet deleten. Het is als een sigaret. Je kan niet stoppen met roken als je dat niet wilt, en je kan racisme niet stoppen als de mensen dat niet willen’ – Mario Balotelli, Italiaans international met Ghanese roots


25

‘Fucking nigger, get up!’ (Joachim Van Damme versus David Addy)

D

ie 27ste september 2014 behaalde KV Mechelen een makkelijke 2-0 overwinning tegen Waasland-Beveren. Doelpunten van de Serviërs Obradović en Veselinović. De thuisploeg werd flink geholpen door ‘een domme rode kaart’ van David Addy, de linksachter van Waasland-Beveren, zo vernamen we die avond via de sportmedia. Addy had in de 32ste minuut een kopstoot gegeven aan de Mechelse middenvelder Joachim Van Damme, na een ogenschijnlijk onschuldige tackle en een korte woordenwisseling. Scheids­rechter Frederik Geldhof bevond zich op drie meter ervandaan en kon niet anders dan de Ghanese international vroegtijdig te gaan laten douchen. Na de wedstrijd moest Addy ook nog worden tegengehouden toen hij Van Damme in de gang naar de kleedkamers interviews zag geven aan de schrijvende pers. Pas een dag later kwam de ware toedracht aan het licht. Of beter: twee verschillende toedrachten. Addy had zich afgereageerd omdat Van Damme hem ‘Fucking nigger, get up!’ had toegebeten. Nee, repliceerde Van Damme, het was ‘Fuck off, get up!’. De scheidsrechter had de kopstoot gezien, maar niets gehoord, zo verklaarde hij in de pers. ‘Na de wedstrijd is Addy zich komen verontschul­ digen in de kleedkamer en daar heeft hij melding gemaakt dat er racistische uitlatingen zijn geweest van Van Damme. Dat heb ik zo ook genoteerd in mijn rapport.’ Op de website van Waasland-Beveren liet die club ’s zondags al weten dat het volledig achter de versie van Addy stond. ‘Hoewel wij de feiten afkeuren, kunnen wij ook begrip opbrengen voor

Vuile zwarte  

Racisme in het Belgische voetbal

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you