P³ | Nr 1 - Herfst 2015 | Nederlands

Page 1

Dossier: Bloed Hoe voed je 3000 vliegen? Antwerpen top 10

“Ik overleefde ebola” Jean Pé Kolie vertelt zijn verhaal

Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen | P³ | Nr 1 - september 2015


Colofon verantwoordelijke uitgever Bruno Gryseels hoofdredacteur Roeland Scholtalbers redactionele coördinatie Eline Van Meervenne redactiecomité Ildikó Bokros Nathalie Brouwers Nadia Ehlinger Stefan De Pauw Alexandra Hörlberger Roeland Scholtalbers Mieke Stevens Nico Van Aerde Eline Van Meervenne Marc Vandenbruaene Luc Verhelst Daphné Vleeschouwer Maria Zolfo layout & fotografie Stefan De Pauw vertalingen Kristien Wynants contact communicatie@itg.be +32 (0)3 247 07 29

Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt de eerste editie van het nieuwe ITG-magazine P³. Zoals u in de voetnoot kan lezen vat deze naam de actieradius van ons Instituut goed samen. Twee keer per jaar opent P³ een deur van een kamer in het ITG. Zowel onderwijs, onderzoek als dienstverlening komen aan de orde, met de menselijke verhalen als rode draad. In deze eersteling is dat letterlijk het geval, want we namen bloed als uitgangspunt. Deze levenslijn voor voedingsen afvalstoffen speelt een vitale rol speelt in elke lichaamsfunctie, maar wordt ook belegerd door bacteriën, parasieten of virussen. P³ richt zich tot iedereen die het ITG een warm hart toedraagt, in de eerste plaats het personeel en de studenten, van toen en van nu. P³ is er ook voor alle mensen die met ons samenwerken, of graag meer willen weten over onze activiteiten. Aan het ITG werken we met veel passie aan een wetenschappelijke vooruitgang en een gezondere wereld. We hopen dat dit blad een stukje van die passie weet over te brengen. Ik wens de redactie veel geluk en succes met dit nieuwe initiatief, en u allen veel leesgenot. Vriendelijke groeten, Prof. dr. Bruno Gryseels Directeur

*P³ - de kern van het ITG in één letter Ons innovatief en interdisciplinair onderzoek gaat uit van Pathogenen (Departement Biomedische Wetenschappen), Patiënten (Departement Klinische Wetenschappen) en Populaties (Departement Volksgezondheid). ITG-onderzoekers werken aan een beter begrip van tropische ziekten en ontwikkelen hiervoor verbeterde diagnose-, behandelings- en preventiemethoden. Anderen bestuderen de organisatie en het management van de gezondheidszorg en ziektebestrijding in regio’s waar de nood hoog is maar de middelen beperkt zijn. We focussen ook op de gezondheid van dieren en bestuderen daarbij vooral ziektes die op de mens overdraagbaar zijn.


5 6 Dossier: ‘Bloed’

Ik overleefde ebola

14 8 10 Doctors and vampires

13

Hoe voed je 3000 vliegen?

Teek versus Diptank

Kunnen muggen dronken worden?

18 15 ITG-cijfer

16 Onderzoeker, vroedvrouw, moeder

20 Antwerpen top 10

1933 - Van Brussel naar Antwerpen

22 24 Portret - Marco Rafael Coral Almeida

ITG en ik - Romantiek en wetenschap

© De inhoud van deze publicatie mag niet volledig of gedeeltelijk gereproduceerd worden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. Foto’s in deze publicatie weren genomen met het volledige begrip, deelname en toestemming van de geportretteerden. De beelden geven de afgebeelde situatie waarheidsgetrouw weer met de bedoeling de lezer de mogelijkheid te geven een beter beeld te vormen van ons werk.


Ontdek de wereld van tropische geneeskunde en internationale gezondheid in Antwerpen

Cursusoverzicht 2016-2017 beschikbaar op www.itg.be/education • Master of Science in Public Health • Master of Science in Tropical Animal Health • Postgraduaten • Korte cursussen


dossier

Bloed De rode vloeistof die door onze aderen stroomt levert, in ruil voor kooldioxide en afvalproducten, voedingsstoffen en zuurstof aan de weefsels. Overal ter wereld is bloed aanwezig in de taal, beladen met culturele en religieuze symboliek. Bloed is dikker dan water, maar als wandaden worden gepleegd in koelen bloede, kleeft er bloed aan onze handen, wat kwaad bloed zet en tot bloedwraak leidt! In vele religies is bloed de levenskracht van levende wezens, terwijl andere het zien als een stof die moet worden gemeden. In Sub-Saharaans Afrika worden zwakte en ziekte vaak toegeschreven aan een gebrek aan bloed. We wijden het themadossier van deze eerste editie van P続 aan het allesomvattende onderwerp bloed, de kern van veel activiteiten aan het ITG, en gingen op zoek naar verhalen, feiten en evenementen.


“Ik overleefde ebola” Student geneeskunde Jean Pé Kolie kreeg ebola in maart 2014, nog voor gezondheidswerkers zich ook maar realiseerden dat het om een uitbraak van deze verwoestende virusziekte ging. De verpleging van een van de eerste ebolapatiënten in het Kipéhospitaal in de Guineese hoofdstad Conakry kostte hem bijna het leven. Maar het gaf zijn leven, na maanden van eenzaam herstel, meteen ook een nieuwe impuls. Roeland Scholtalbers

“Niemand had ooit een patiënt gezien die genas van ebola. Mensen vermeden en stigmatiseerden mij. Alleen mijn moeder en een vriendin van de universiteit stonden mij bij”, vertelt de 28-jarige Jean Pé. Jean Pé groeide op in Nzekoré, een plaatsje in het binnenland van zijn geboorteland Guinee. Zijn droom, een carrière uitbouwen in volksgezondheid, bracht hem naar de kust en hoofdstad Conakry, zijn haven van waaruit hij zou vertrekken om levens te redden. Jean Pé was van plan dat ofwel eigenhandig te doen of door bij P³ | 6

te dragen aan het maken of beïnvloeden van het beleid om het gammele gezondheidszorgstelsel van zijn land te transformeren. Bij een specialisatiestage, begin 2014, deed de student werkervaring op in het operatiekwartier van het Kipé-hospitaal in een bruisende wijk van Conakry. Op 22 maart had Jean Pé nachtdienst: “Een man werd opgenomen na zonsondergang. Ik verzorgde hem tijdens de nacht, want hij had koorts en braakte regelmatig. Hij had erg veel pijn.”

Jean Pé beschrijft met vaste stem de nacht die zijn leven veranderde en wat er daarna gebeurde. Hij veronderstelde dat de man aan malaria of buiktyfus leed. In het ziekenhuis was er geen beschermende kledij voorzien om zeer besmettelijke ziekten te behandelen. Hij verloor er zijn baas, collega’s en vrienden aan ebola. “Ik werd depressief toen ik vernam dat ik ebola had. Dit leek het einde, want ik wist uit de wetenschappelijke literatuur dat de ziekte een hoog sterftecijfer had. Mijn moeder spendeerde twee dagen in een taxi om mij


te komen bezoeken, maar geen enkele van mijn vrienden kwam opdagen. Voor hen was ik al dood.”

“Mijn moeder spendeerde twee dagen in een taxi om mij te komen bezoeken, maar geen enkele van mijn vrienden kwam opdagen. Voor hen was ik al dood.”

Jean Pé verbleef drie weken in het onlangs geopende Donkaebolabehandelingscentrum, gerund door Artsen zonder Grenzen. Het duurde daarna nog eens drie maanden voor hij volledig hersteld was. Zijn proefschrift over “niet-traumatische abdominale chirurgische urgenties” leek een vage herinnering en een carrière in volksgezondheid een onhaalbare droom.

weer op krachten kwam, was ik vastbesloten de draad van mijn studie weer op nemen en mezelf nuttig te maken in de strijd tegen ebola.”

Toch zit ik, minder dan een jaar later, in Conakry’s Gamal Abdel Nasser Universiteit te luisteren naar een gedetailleerde uiteenzetting over appendicitis, peritonitis, pancreatitis en andere acute buikgevallen. Jean Pé’s geheven wijsvinger geeft het ritme aan van zijn presentatie aan de promotiecommissie. “Toen ik

En dat deed hij dan ook. Jean Pé vervoegde het gezondheidsteam van Artsen Zonder Grenzen en raakte later betrokken bij een klinische studie met bloedplasma van overlevers, geleid door het Instituut voor Tropische Geneeskunde. Dit door de Europese Unie gefinancierd project onderzoekt of antilichamen

in het bloed van ebola-overlevenden symptomatische patiënten kan helpen ebola te bestrijden. Het onderzoek had nooit tot stand kunnen komen zonder de actieve betrokkenheid van overlevenden. Jean Pé werd vertegenwoordiger van de Guineese vereniging van ebola overlevenden in het Ebola-Tx project. Samen met zijn collega Achilles en een groep van tien overlevenden, geeft Jean Pé de bevolking voorlichting en maakt hen duidelijk dat mensen die genezen zijn niet langer een gevaar vormen voor hun dierbaren. “We hebben deze vreselijke ziekte zelf doorgemaakt. We weten hoe we het kregen, wat de symptomen zijn en wat voor soort zorg patiënten krijgen in de behandelingscentra. Gebrekkige informatie over de epidemie, vooral in de beginfase, heeft geleid tot mythes en misverstanden die moeilijk

7 | P³


Doctors and Vampires recht te zetten zijn. Maar de overlevenden zijn wel het best geplaatst om dit te proberen.” Ze mobiliseren ook plasmadonoren voor de klinische studie. Hun bijdrage kan mogelijk levens redden. “Overlevenden staan te popelen om plasma te geven om hun landgenoten te helpen. Onze rol is om donoren en hun familie te begeleiden in dit proces, vooral omdat bloeddonatie een zeer gevoelig onderwerp is in Guinee. De donoren hebben ook tal van praktische vragen over de donatie zelf en het gebruik van hun bloedplasma.” Jean Pé draagt het concept van zijn proefschrift, veilig opgeborgen in zijn rugzak, elke dag met zich mee. Hij geeft me een duidelijk antwoord als ik hem vraag of ebola zijn leven of zijn plannen voor de toekomst heeft veranderd. “Ik ben er nog zekerder van dat ik een carrière in volksgezondheid wil nastreven. Wat ik het afgelopen jaar heb meegemaakt, is kostbare bagage om dat waar te maken.” Meer informatie en een korte film over het Ebola TX project waar Jean Pé in voorkomt vind je op www.ebolatx.eu .

P³ | 8

Bloed en onderzoek in Sub-Saharaans Afrika

Door Marc Vandenbruaene

“Bloed is zwanger van symboliek”, zei Flor Peeters, docent aan de Interactie-Academie, in 2001, naar aanleiding van een mediahype in Vlaanderen over met hiv-positief bloedgeschilderde werken van de kunstenaar Dave Schweitzer. “Bloed is een verbindend element.” “Het manipuleren van bloed is een oerthema in de menselijke geschiedenis. Denk maar aan offers. Als er geofferd moest worden, moest er bloed vloeien. Als spanningen te hoog opliepen in een maatschappij, moest er eerst bloed vloeien. Bloed verbindt zoals de woorden ‘bloedband’ of ‘bloedverwant’ suggereren. Het wijst op solidariteit. Maar bloed is ook heilig. Het heeft te maken met het mysterie van de dood en van het leven. Bloed is leven, passie en dood. Kortom je raakt er niet zomaar aan.” Dat was in vele culturen zo, maar het geldt vandaag de dag nog in Sub-Saharaans Afrika, beschrijven Koen Peeters

Grietens, Charlotte Gryseels en het team van de Dienst Medische Antropologie in een artikel in de American Journal of Tropical Medicine & Hygiene in 2014 en in de Lancet in 2015 in relatie tot ebola. Prof. Koen Peeters Grietens: “Het zou niet goed zijn om de geruchten en overtuigingen dat bloed verkocht wordt, alleen maar te bestempelen als een teken van onwetendheid. Iedereen, overal ter wereld probeert zin en orde te scheppen in de chaos van de realiteit, als je met ziekte en dood geconfronteerd wordt. Zelfs de wetenschap doet dat: zin, orde en causaliteit proberen te vinden vanuit de realiteit zoals we ze waarnemen.


In Gabon, waar we werkten, zijn er inderdaad hardnekkige overtuigingen, die kaderen in het fenomeen dat de lokale bevolking ‘le evou’ noemt: onverklaarbaar succes of tegenslag wordt verklaard door een mysterieus agens uit een onzichtbare wereld, dat door de bevolking in het Frans wordt vertaald als ‘le vampire’. Let wel: het is niet gerelateerd aan wat we hier verstaan onder vampirisme en de levende doden van de menige tv-series. Volgens het lokale geloof is ‘le vampire’ passief aanwezig in de meeste mensen. Maar het is een actieve kracht die gebruikt wordt in magie wanneer men ‘le vampire’ gebruikt om ziekte te verspreiden of door genezers om mensen te helen. Mensen die op een ‘onnatuurlijke’ manier succesvol zijn, worden ervan verdacht dat ze extra krachten verwierven door, via het kopen en drinken van bloed, de zielen van onschuldigen te eten die op mystieke manier gedood werden.

En laat bloed afnemen nu net datgene zijn, dat iedere dag gebeurt in centra waar klinische studies plaatsvinden, opgezet door westerse instanties. Deze geruchten en overtuigingen kaderen ook in sociale onrechtvaardigheid en asymmetrische machtsverdelingen, dus tussen lokale gemeenschappen en buitenlandse instanties die de touwtjes in handen hebben. “Het is helemaal niet eenvoudig om als onderzoeker te anticiperen op deze geruchten en overtuigingen. Denk maar niet dat het uitschrijven van een, in onze ogen zeer duidelijk, informed consent-formulier soelaas kan brengen. Wat men soms probeert, is leiders van de lokale gemeenschappen uit te nodigen om een laboratorium of een site van een klinische studie te bezoeken, om te laten zien wat er in realiteit met het bloed gebeurt en dat er dus totaal geen sprake is van het te verkopen aan machtige mensen. Je zou bijvoorbeeld ook de

kleur rood kunnen vermijden in symbolen, producten, folders, of teksten. Maar dan nog is er nog nooit diepgaand onderzoekgedaan hoe je deze geruchten of overtuigingen moet aanpakken en ombuigen in klinische studies.” Doctors and Vampires in SubSaharan Africa: Ethical Challenges in Clinical Trial Research Koen Peeters Grietens, Joan Muela Ribera, Annette Erhart, Sarah Hoibak, Raffaella M. Ravinetto, Charlotte Gryseels, Susan Dierckx, Sarah O’Neill, Susanna Hausmann Muela and Umberto D’Alessandro. Am. J. Trop. Med Hyg., 91(2),2014,pp.213-215

Blood as medicine: social meanings of blood and the success of Ebola trials Melanie Bannister-Tyrrell, Charlotte Gryseels, Alexandre Delamou, Umberto D’Alessandro, Johan van Griensven, Koen Peeters Grietens on behalf of the Ebola-TX platform The Lancet 01/2015; 385(9964). DOI:10.1016/S0140-6736(14)62392-8 · 39.21

9 | P³


beeldverhaal

Hoe voed je 3000 vliegen? Ildik贸 Bokros

Tseetseevliegen vindt men in Sub-Saharaans Afrika en zijn overbrengers van de verwoestende Afrikaanse trypanosomiasis , slaapziekte in de volksmond. Onbehandeld, kan slaapziekte fataal zijn bij zowel mens als dier. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie lopen ongeveer 70 miljoen mensen in 36 landen gevaar. En dan spreken we nog niet over de schade voor veehouderij, landbouw en voedselveiligheid. Onderzoekers van het ITG verrichten al decennialang onderzoek naar de ziekte. Zij bestuderen daarbij de interactie tussen de tseetseevlieg, de trypanosoom-parasiet, de menselijke of dierlijke gastheer en de weerstand van de parasiet tegen de beschikbare medicijnen. Om de wetenschappers te helpen bij hun onderzoek, heeft het ITG in 1985 haar eigen kleine tseetseevliegkolonie opgericht.

P鲁 | 10


beeldverhaal

De kolonie De tseetseevliegenkolonie bestaat uit ongeveer 3000 niet-geïnfecteerde productieve vrouwtjes. Met een levensduur van zes weken brengen ze drie à vier nakomelingen voort. Elke kooi bevat ongeveer 30 tseetseevliegen en staat in een kamer die, bij een temperatuur van 26,5°C en 70% luchtvochtigheid, hun natuurlijke habitat simuleert.

Het bloederige voedingsproces Tseetseevliegen leven van bloed. Ze worden gevoed via met silicoonrubber-membranen overdekte schotels, waarin zich koeienbloed bevindt. Onder de bakken ligt een mat, met een temperatuur van 37 à 39°C, de lichaamstemperatuur van een levend dier.

ongeveer 600 ml per dag of vijf liter per twee weken. Ze hoeven niet elke dag te eten en worden slechts vier dagen per week gevoederd. Per keer gebruikt men drie trays voor de 42 kooien. Met vijf minuten per kooi duurt het voederen in totaal dus anderhalf uur. Omdat vliegen liever in het donker eten, worden de kooien afgedekt met een doek.

Het bloed wordt gedefibrineerd, oftewel onstolbaar gemaakt, om klontering te vermijden. Het wordt behandeld met gammastraling en gesteriliseerd om mogelijke virussen te vernietigen, en wordt daarna ingevroren. Nieuwe partijen bloed ondergaan steeds een “test run”: vliegen worden gevoederd gedurende twee voortplantingscycli en hun nakomelingen worden getest. Als ze gezond blijven, kan het bloed gebruikt worden. De vliegen van de ITG-kolonie verbruiken gemiddeld 140150 liter bloed per jaar. Dat is

11 | P³


beeldverhaal

Het verleden Vroeger kwamen de tseetseevliegen aan hun bloed dankzij de oren van labkonijntjes. Door het verhoogd ethisch bewustzijn in de wetenschap en de beperkingen op het gebruik van proefdieren, zocht het ITG naar alternatieve voedingsmethoden. Het gebruik van konijnen voor dergelijke doeleinden werd stopgezet. Het instituut is overgeschakeld op silicoonmembranen en runderbloed, met als extra voordeel dat de voedertijd gehalveerd is. De voormalige labkonijntjes werden geadopteerd en zijn erg gelukkig in hun nieuwe thuis!

Lord of the Flies Jos van Hees, een derde generatie Antwerpenaar, werkt al 30 jaar bij het ITG. Na een bachelor in rechten, besefte hij dat hij liever “met zijn handen” werkt. In 1985 vroeg wijlen professor Mortelmans hem een relatief goedkope vliegenkweekeenheid op te zetten voor ITGexperimenten. In de loop der jaren is de kolonie stevig gegroeid, maar Jos wordt “zijn” vliegen nooit moe. Hij doet alles alleen en maakt zelf de vliegenkooien. Terwijl anderen de vliegenkweek misschien eenzaam vinden, geniet hij net van het alleen werken en zijn onafhankelijkheid met, niet te vergeten, het luisteren naar zijn eigen muziek!

P³ | 12


Teek versus diptank Eline Van Meervenne

Iedereen kent de teek. Het minuscule beestje komt in de hele wereld voor en voedt zich met het bloed van zijn gastheer. Teken kunnen een hele reeks ziektes overdragen op mens en dier. In het Zuiden vormt dit niet alleen een gevaar voor de gezondheid van de bevolking en het vee, ook de economische gevolgen van ziek vee zijn groot. Wetenschappers van het ITG werken samen met partners in het Zuiden om de ziektes die teken overdragen op het vee te monitoren. Het onderzoek wordt gesteund door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. “If livestock dies, so does the village.” Het is een bekende Afrikaanse uitspraak die aantoont dat boerderijdieren een belangrijke economische waarde hebben. Vooral arme gezinnen zijn afhankelijk van vee. Koeien, schapen en geiten vormen een bron van voedsel, ze bewerken het land en ze generen inkomsten door het verkopen van hun melk, vlees, etc. Het ITG werkt samen met de Universiteit van Pretoria in Zuid-Afrika om de gezondheid van vee en bevolking te garanderen. Hun werkterrein omvat twee gebieden waar boeren en hun vee met wilde dieren in aanraking komen, vlakbij het Kruger National Park in Zuid-Afrika en het Limpopo National Park in Mozambique. De wilde dieren

uit de natuurparken kunnen diverse ziektes overdragen op het vee en omgekeerd. Eén van die ziektes is de corridor disease. De teek Rhipicephalus appendiculatus draagt de Theileria parva-parasiet over van buffels naar runderen. De ziekte kan al na enkele weken fataal zijn. In Oost-Afrika komt een gelijkaardige ziekte voor, East Coast fever. Deze ziekte wordt overgedragen van runderen op runderen door dezelfde parasiet, via dezelfde teek. Zelfs als het dier de nodige medicatie krijgt en overleeft, wordt de koe drager van de parasiet en kan East Coast fever opnieuw via teken worden verspreid. In Zuid-Afrika werd East Coast fever volledig uitgeroeid. De behandeling van dieren met corridor disease is er verboden omdat deze dieren na hun behandeling nog steeds drager kunnen zijn van de parasiet en dus een gevaar zouden betekenen voor de veestapel. “Het in kaart brengen van corridor disease en het opvolgen van deze ziekte is essentieel om te begrijpen of er misschien in de

toekomst terug East Coast fever zou kunnen opduiken in ZuidAfrika,” vertelt prof. Maxime Madder van het ITG. Het vee wordt beschermd tegen teken door ze te behandelen met acariciden in diptanks. Dat zijn baden met een anti-tekenproduct, waar de koeien door worden gedreven. “Het is een indrukwekkende gebeurtenis,” vervolgt Maxime. “Verschillende boeren brengen hun vee naar de diptanks. Er vormt zich dan letterlijk een file van honderden tot soms duizenden koeien. Eén voor één springen de koeien in het bad. Daarin zit een antitekenproduct, dat ervoor zorgt dat de aanwezige teken sterven of loslaten. De diptanks bevinden zich vlakbij natuurparken. Het vee wordt na het dippen ook gescreend op andere ziektes die ze kunnen krijgen van wilde dieren, zoals mond-en-klauwzeer.” Onze wetenschappers onderzoeken daarnaast ook de opkomende resistentie bij de teken en ze ontwikkelen testen om de ziektes en resistentie op te sporen. 13 | P³


fun fact

Kunnen muggen dronken worden? Wij vroegen het aan ITG-entomoloog prof. Marc Coosemans. Marc Vandenbruaene

Muggen hebben het enzym alcohol-dehydrogenase. Het enzym zorgt ervoor dat alcohol kan worden afgebroken. Dat betekent dat muggen in contact komen met alcohol, anders zou het gen voor het enzym al weggeselecteerd zijn in de lange loop van de evolutie. Muggen voeden zich met fruitsappen en nectars van bloemen, die kunnen gisten waardoor er alcohol ontstaat. Na tien drankjes heeft een mens een alcoholpromille van 0,2%. Voor een mug is een bloedmaaltijd van zo’n persoon gelijk aan een pintje dat 25 keer verdund is. Te weinig om van een dronken mug te kunnen spreken. Onderzoekers hebben vastgesteld dat dronken mensen buitengewoon aantrekkelijk zijn voor muggen. Mensen die een glaasje op hebben zweten meer, dat zorgt voor een sterkere lichaamsgeur. Vrouwelijke muggen selecteren hun gastheer op basis van die lichaamsgeur. Zwetende, dronken mensen zijn op die manier echte muggenmagneten.

Boek uw medische consultatie online: • Reisgeneeskunde • Hiv en soa’s


itg-cijfer

Vorig jaar ontving ons Centraal Laboratorium voor Klinische Biologie 10.350 bloedstalen voor hematologisch onderzoek. In totaal voerde het laboratorium 595.373 analyses uit van 33.260 patiĂŤnten. Hierbij wordt getest op tropische ziektes zoals dengue en chikungunya. Maar liefst 130.497 analyses werden uitgevoerd in het kader van de rol die het ITG vervuld als nationaal referentiecentrum voor de diagnose van infectieziekten en tropische aandoeningen.

15 | PÂł


Onderzoeker, vroedvrouw, moeder Drie vrouwen over de uitdagingen van gezondheid voor moeder en kind Dagelijks sterven ongeveer 800 moeders aan complicaties als gevolg van een zwangerschap of bevalling. Nochtans kunnen de meerderheid van deze complicaties perfect vermeden worden, als er deskundige zorg en efficiënte opvolging is. Hoewel moeder- en kindersterfte sinds 1990 met bijna 50% is gedaald, zijn de Millenniumdoelstellingen (MDG’s) omtrent kindersterfte (MDG 4) en de gezondheid van moeders (MDG 5), nog steeds niet bereikt. Het ITG zal in november 2015, samen met haar Marokkaanse partner, l’Ecole Nationale de Santé Publique (ENSP), het 57ste colloquium wijden aan dit thema (zie kader). Drie vrouwen: een onderzoeker, een vroedvrouw en een moeder delen hun verhaal over het moederschap Alexandra Hörlberger & Eline Van Meervenne

Sociale dood Bouchra Assarag – Onderzoeker ITG en ENSP

Na haar diploma in geneeskunde behaalde Bouchra Assarag uit Marokko een Master in Public Health (MPH). In 2002 ging ze werken in een gezondheidscentrum in een afgelegen berggebied. Ze werd er geconfronteerd met de problemen van moeders: weinig tot geen opvolging van de zwangerschap, geen mogelijkheid tot keizersneden, de sociale stigma’s als gevolg van slepende complicaties, etc. Deze ervaring overtuigde Bouchra ervan dat meer onderzoek naar de gezondheid van

moeder en kind noodzakelijk is. Ze besloot te doceren in maternale morbiditeit aan het ITG. Als complicaties die na of tijdens de zwangerschap optreden, niet goed worden opgevolgd kunnen ze leiden tot ernstige (permanente) aandoeningen. “Voor vele vrouwen betekenen deze aandoeningen een sociale dood,” vertelt Bouchra. “De vrouwen lopen het risico om uitgestoten te worden door hun man en schoonfamilie. Er wordt weinig over seksuele gezondheid gepraat en de ongelij-ke relatie tussen man en vrouw maakt het niet eenvoudiger.” Bouchra benadrukt dat het belangrijk is dat dokters, vroedvrouwen en verpleegkundigen meer getraind worden in de menselijke factoren rond bevallen. Een heldere en open communicatie is essentieel. Dankzij Bouchra’s doctoraat wordt er voor de eerste keer in Marokko diepgaand onderzoek gevoerd naar de sociale gevolgen die moeders met complicaties met zich meedragen.

P³ | 16

De ontbrekende schakel Marie Chesnay - Oud-studente MPHDisease Control 2014-2015 bij het ITG

Vroedvrouw Marie Chesnay kwam oog in oog te staan met de harde realiteit van de gezondheid van moeders toen ze in Tsjaad werkte. Meisjes, veel te jong om al moeder te worden, leden vaak onherstelbare schade door een bevalling. Anderen, die in verafgelegen gebieden wonen, zochten te laat medische hulp, met fatale gevolgen. Maar het was ook in Tsjaad dat Marie haar krachtigste ervaring als vroedvrouw meemaakte. Op een dag werd een onrustige, jonge vrouw door haar familie in allerijl naar het ziekenhuis


gebracht. De hoogzwangere tiener had weeën en een verwijde baarmoederhals. Ze leed aan een psychische aandoening waardoor ze niet vlot meewerkte met de vroedvrouw en de verpleegsters. Het medisch team, bang dat ze bezeten was door kwade geesten die haar grillige gedrag veroorzaakten, probeerden haar met geweld in bedwang te houden. Er was geen communicatie tussen het personeel en de patiënte en de situatie dreigde uit de hand te lopen. Toen nam Marie de leiding en bevrijdde de tiener uit greep van de aanwezigen. De familie werd gevraagd buiten te wachten terwijl Marie een veilige omgeving creëerde voor de jonge vrouw. De jonge vrouw weigerde om op de tafel te blijven liggen, wrong zich in allerlei bochten van de pijn en verkoos om op de grond te liggen. De lokale verpleegsters keken vol ongeloof toe terwijl Marie zich naast haar op de grond zette en haar hielp om een gezonde baby op de wereld te zetten. Marie benadrukt dat een vroedvrouw de brug vormt tussen het medische en het sociale domein. De vroedvrouw

biedt ondersteuning zonder vooroordelen en neemt alle stressfactoren weg, zodat de moeder zich kan focussen op de geboorte van haar kind.

De menselijke toets Kévine Nkaghere Mbuenbue – Oudstudente MPH-Health Systems Management and Policy 2014-2015

Kévine Nkaghere uit Kameroen is arts, studeerde aan het ITG en is moeder van twee kinderen. Haar jongste kindje werd geboren tijdens haar studiejaar in Antwerpen, maar haar eerste kindje werd geboren in een heel andere context. In Kameroen moeten gezinnen sparen voor

Het Colloquium wil aanbevelingen formuleren over hoe gezondheid van moeders kan verbeterd worden in een geïntegreerd post-2015 ontwikkelingskader, dat verder gaat dan de vermindering voor het sterftecijfer en streeft naar een gezond leven voor iedereen, in lijn met de UN Global Strategy for Women’s, Children’s and Adolescents’ Health. De conferentie zal drie thema’s belichten: • respectvolle bevalling; • maternale morbiditeit en de gevolgen daarvan voor de gezondheid van de pasgeborenen en de moeders; • controle op monitoring van moedersterfte.

een geboorte, want het ontvangen van gezondheidszorg brengt veel out-of-pocket (directe) kosten met zich mee. Wie het zich kan veroorloven kiest voor een gyneacoloog om de zwangerschap te begeleiden. Minder welvarenden zoeken hulp bij een vroedvrouw. Maar de zorg die de vrouwen krijgen, is vooral praktisch en er is direct contact tussen de zorgverlener en patiënt, wat de toekomstige moeder geruststelt. In België kreeg Kévine uitstekende pre- en postnatale zorg, maar ze voelde een zekere afstand. Naast de goede opvolging en de hightech-apparatuur had ze liever een menselijkere aanpak gehad. Kévine beviel van een gezond kindje in een Belgische kraamkliniek, omringd door haar moeder en driejarige dochter. Als ze in Kameroen was bevallen, zou dit tussen vele andere vrouwen, weg van haar familie, gebeurd zijn. Kévine benadrukt dat beide landen hun voor- en nadelen hebben en dat ze veel geleerd heeft van beide ervaringen.

MATERNAL & NEONATAL HEALTH BEYOND 2015 ITM-ENSP Colloquium 2015 Rabat, 24-27 November 2015

www.itg.be/colloq15

17 | P³


de lijst Henryk Bonte

ITG-alumnus Henryk Bonte onthult zijn 10 favoriete activiteiten in Antwerpen.

Antwerpen top 10

1. Uitgaansagenda voor Antwerpen Na mijn studie geneeskunde in Gent schreef ik me vorig jaar in voor de post-graduaatcursus Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheidszorg aan het ITG. Ook al ben ik een Belg, het was spannend om in mijn eentje naar Antwerpen te verhuizen. Ik heb altijd in Gent gewoond en gestudeerd en Antwerpen was voor mij nog vrij onbekend terrein. Gelukkig bleek het een bruisende stad, waar je je niet snel verveelt. Ik lijstte mijn top 10 in Antwerpen op. Probeer ze gerust uit maar voel je vrij om ook zelf de stad met je nieuwe ITG-vrienden te verkennen!

P³ | 18

Weet je niet wat doen? Ga naar www.weekup.be en bekijk wat Antwerpen te bieden heeft. Een wekelijkse online-agenda met allerlei activiteiten in Antwerpen.

De Boer van Tienen, start een feestje in De Pallieter of proef de gratis tapas in Korsakov op zondagnamiddag. Om de hoek vind je Izzy Maze, waar zowel rastas als advocaten samen op de dansvloer swingen.

3. Een balletje trappen

2. Mechelseplein Het Mechelseplein is de perfecte plek, in de buurt van het ITG, om een avond te beginnen of te eindigen. Een charmant plein met gezellige café’s en terrasjes. Geniet van een drankje in het oudste café van Antwerpen,

Mijn klasgenoten en ik voetbalden elke week. In de winter reserveerden we een sportzaal in de Middelheimcampus van de Universiteit Antwerpen en speelden we binnen. Als de zon scheen, voetbalden we buiten in één van de vele Antwerpse parken. Doorheen het centrum vind je pleintjes waar je kan basketten samen met de lokale jeugd.


4. Antwerpen = cultuur Koop een boekje met cultuurcheques bij de Studentendienst van het ITG en geniet van het geweldig cultureel aanbod van Antwerpen. Ontdek nieuwe muziek in concertzalen zoals Trix of De Roma. Bezoek de vele musea of wandel gewoon rond in de stad.

5. Drinken! Ben je op zoek naar gezelligheid, pintjes voor € 1,80 en goede muziek? Probeer dan Cabron vlakbij het stadhuis, speel poolbiljart bij Boogaloo aan de Troonplaats of ga naar het Zeezicht aan de Dageraadplaats voor een drankje, alvorens te gaan eten in restaurant Overvloed.

6. Eten! Maak een keuze uit de vele restaurants in Antwerpen. Ga voor falafel in Falafeltof of Benny Falafel. Eet vegetarisch in Overvloed of de Broers van Julienne. Probeer Chinees in Chinatown. Als je uit eten gaat in groep, smul dan van het In-

disch buffet bij “Aahaar” (slechts 10 euro per persoon) vlakbij het Centraal Station.

7. Internationaal Antwerpen Eén van de grootste troeven van Antwerpen is de internationale sfeer die de stad uitademt. Breid je culinaire horizon uit en bezoek de vele Indische, Marokkaanse of Poolse winkels in Antwerpen. Een belangrijk pluspunt: het is er vaak goedkoper dan in de supermarkt! Bezoek Chinatown, een straat, met allerlei winkels en restaurants. Vind Sun Wah, een enorme Chinese supermarkt met etenswaren, vuurwerk en zelfs kung fu-schoenen.

9. Bezoek Doel Vijfentwintig kilometer van Antwerpen vind je het verlaten dorp Doel. Nadat de inwoners hun huizen moesten achterlaten als gevolg van de uitbreiding van de haven, namen verschillende kunstenaars het dorp over. Organiseer een fietstocht en bewonder de indrukwekkende graffitikunst.

10. Cartoon’s

8. Minigolf Zoek je de ideale activiteit voor een luie zondagmiddag? Speel dan minigolf in Wilrijk (slechts 3,5 kilometer van Antwerpen). Voor € 4 kan je minigolfen, een sport die kracht, intelligentie en sluwheid combineert. Pas op voor de ‘hole 10’ – a pain in the ass!

Cinema Cartoon’s heeft een houten ticketbox, rood fluwelen stoelen en films van regisseurs zoals Woody Allen, Ken Loach, enz. Vergeet niet je cultuurcheque te gebruiken, dan krijg je een korting. De cinema heeft ook een leuke bar waar je voor en na de film gezellig kan bijpraten en je mag zelfs je drankje mee in de zaal nemen. Je vindt de links naar de hierboven vermelde adressen in de online versie van dit krantje.

19 | P³


<< rewind

1933 – Van Brussel naar Antwerpen Eline Van Meervenne

In de rijke geschiedenis van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) is het jaartal 1933 een sleutelmoment. Het Instituut verhuisde toen van Brussel naar Antwerpen en werd van School voor Tropenziekten omgedoopt tot Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde.

Meer dan 100 jaar geleden, in 1906, opende de School voor Tropenziekten haar deuren, met als doel artsen en verpleegkundigen op te leiden in tropische geneeskunde. Geen overbodige luxe, want malaria, gele koorts en slaapziekte richtten ware ravages aan in de Congo-Vrijstaat, tussen 1885 en 1908 privéeigendom van Koning Leopold II. Niet de Leopold uit de naam van het ITG, dat is Leopold III. Het sterftecijfer ligt er alarmerend hoog, zowel bij de

Congolezen als bij de Europeanen. De school startte met een handjevol docenten en drie leslokalen in de gebouwen van de Brusselse École Coloniale. Door de jaren heen breidde de school langzaam maar zeker uit en verhuisde onder leiding van directeur Alfons Broden naar Villa Duden in Brussel. In de jaren ‘20 werd er tussen de staat en de provincie Antwerpen stevig gelobbyd om een Instituut voor Tropische GeneesCongoboot in de haven van Antwerpen

kunde op te richten in Antwerpen. Deze zou geïntegreerd worden in de gebouwen van het Provinciaal Instituut voor Hygiëne, die op dat moment in opbouw waren. Het complex lag op een steenworp van de Congodokken. Zieke kolonialen en missionarissen konden zo meteen na hun aankomst per boot opgenomen worden in de kliniek. Ecole de médecine tropicale, Park Duden, 1920

P³ | 20


<< rewind Op 11 februari 1931 werd de School voor Tropenziekten omgedoopt tot het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde. Het Instituut had als doel de opleiding van koloniale artsen en gezondheidsagenten, het onderzoek naar tropische ziekten en het inrichten van laboratoria en ziekenhuizen. De toenmalige directeur, Jérôme Rhodain, was intens betrokken bij de overheveling van Brussel naar Antwerpen. In zijn visie had het Instituut drie kerntaken: kwalitatief hoogstaand onderwijs, ondersteund door actief wetenschappelijk onderzoek en het adviseren en coördineren van de laboratoria in Congo. Op 4 november 1933 was het dan zover, het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde werd officieel ingehuldigd in de Nationalestraat, Antwerpen. Het spiksplinternieuwe gebouw was het resultaat van een wedstrijd. In 1925 werden

Eerste steenlegging in Antwerpen, 7 augustus 1925

architecten aangemoedigd om een plan te ontwerpen voor de gebouwen van het Provinciaal Instituut voor Hygiëne. De jury, waarin de bekende Belgische architect Victor Horta zetelde, selecteerde het ontwerp van Paul Lebon en Marcel Spitael. Acht jaar later mocht het resultaat

er wezen. Een indrukwekkend gebouw in art-deco -stijl waarin geen enkel detail over het hoofd werd gezien. Vooral de imposante traphal, de excellente uitrusting van de laboratoria en het vernuftige airco-systeem werden geprezen tijdens de huldiging van het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde.

Bibliotheek (Zaal Broden), Antwerpen ±1933

21 | P³


portret

Marco Rafael Coral Almeida

doctoraatsstudent Alexandra Hörlberger & Ildikó Bokros

Waarom besloot je aan het ITG te studeren? Het ITG is wereldwijd bekend voor zijn werk op het gebied van o.a. hiv, tuberculose en malaria en trok mijn aandacht door mijn achtergrond als veearts. Het ITG heeft ook een aantal lopende projecten in mijn vaderland, Ecuador, en sommige collega’s, en zelfs mijn vroegere baas, zijn ITG-alumnus. Welke cursussen heb je gevolgd? Ik voltooide een Master in Tropical Animal Health in 2010-2011. Wat doe je momenteel bij het ITG? Voor mijn doctoraat onderzoek ik Taenia solium, oftewel varkenslintworm, meer bepaald de manier van transmissie P³ | 22

binnen een bevolking en de impact ervan volgens verschillende scenario’s. Varkenslintworm kan zeer gevaarlijk zijn voor de gezondheid van mens en dier. Terwijl de twee tot drie meter lange volwassen worm vaak geen symptomen geeft, kunnen de larven zich nestelen in menselijke spieren en de hersenen, met allerlei problemen als gevolg: chronische hoofdpijn, verworven epilepsie, geheugenverlies. De prevalentie in Ecuador is tot 5% en in bepaalde delen van Afrika kan dit zelfs oplopen tot 20%. Wat zijn je plannen voor de toekomst, na het ITG? Ik kreeg al een aantal jobaanbiedingen van universiteiten in Ecuador. Internationaal werk (WHO, FAO, enz.) lijkt me ook erg aantrekkelijk, omdat

je dan een grotere impact kan hebben op de verbetering van de leefomstandigheden van de lokale en mondiale bevolking. Heb je goede herinneringen aan je studententijd? Ik heb er zo veel! Ik herinner me een klas met wijlen prof. Peter Van Den Bossche, waarin hij enkel twee woorden op het bord schreef en daarna een briljante lezing gaf. Ik kreeg ook enorme steun van het ITG-personeel toen ik mijn oma verloor, die me eigenlijk heeft opgevoed, enkele dagen voor de verdediging van mijn masterthesis. Ik ontving toen een mooie kaart ondertekend door iedereen van het Departement Biomedische Wetenschappen.


portret Waardoor ontstond je interesse in wetenschap? Ik was altijd al nieuwsgierig naar het leven en zijn processen. Als kind las ik boeken over wetenschap en was ik geïnteresseerd in de natuur. Mijn familie was ook al betrokken in de wetenschap, dus het is een domein waarin ik me goed voel. Op welke manier houd je werk en leven in evenwicht? Ik probeer zo gezond mogelijk te eten, koop biologische producten en kook voor mezelf. Ik sport geregeld en dat helpt me te ontspannen. De beste ideeën komen als ik sport of muziek maak. Muziek, en de basgitaar in het bijzonder, is mijn passie. Ik denk dat muziek en wetenschap elkaar aanvullen en kan niet denken aan het een zonder het ander.

Wat vind je van het One Health concept? Hoe beïnvloeden menselijke en dierlijke gezondheid elkaar? One Health zou het eerste concept moeten zijn dat mensen leren bij alles wat betrekking heeft op de de studie van gezondheidszorg. Mens en dier zijn met elkaar verbonden. We zijn gevoelig voor veel dezelfde ziektes, we delen de levenscyclus van vele ziekteverwekkers en als mens zijn we afhankelijk van dierlijke producten. Als we elke ziekte efficiënt willen bestrijden, moeten we hieraan werken in zowel de menselijke als de dierlijke populaties en hun milieu.

Wat zijn de uitdagingen voor huidige studenten, vergeleken met bijvoorbeeld 50 jaar geleden? 50 jaar geleden was informatie schaars en de toegang ertoe beperkt. Vandaag worden jonge onderzoekers geconfronteerd met een informatieoverdaad. Een deel van de publicaties is “ruis”, er wordt gepubliceerd om te publiceren. Het vinden van kwaliteitsinformatie en het publiceren van iets “nieuws” is erg moeilijk geworden. Op welke prestatie ben je het meest trots? Het werken met gemeenschappen en er verandering waarnemen!

Taenia solium (varkenslintworm)

23 | P³


itg en ik

Romantiek en Wetenschap Oktober 1982. Als pas afgestudeerd arts zette ik mijn eerste stappen in het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde voor het volgen van de gelijknamige opleiding die 5 maanden zou duren. Dat was de deur van de tropen openen en een magische wereld binnenkomen. Jan Philippé (UGent, lid van de Raad van Bestuur van het ITG)

Alhoewel het de winter van ’82-’83 overbrugde herinner ik mij deze periode als één lange zwoele zomer. Via de magistrale art-deco inkomsthal vonden we onze weg naar allerlei leslokalen en halfschemerige laboratoria waar de meest diverse insecten werden bestudeerd in de lessen entomologie, platte en ronde wormen in de cursus helminthologie en de levenscycli van protozoa. Memorabele lesgevers als de professoren Gigase en Piot deelden hun kennis met ons. Tijdens mijn opleiding geneeskunde had ik nooit een besef gehad van het laboratoriumwerk dat zoveel inzichten verschafte. Hier werd dat plots een bevreemdende

P³ | 24

maar tegelijk reële wereld. Het binnenkomen door deze toegangspoort zou daarom niet alleen leiden tot enkele onvergetelijke Zaïrese tropenjaren, maar ook mijn latere professionele loopbaan als klinisch bioloog in het klinisch lab vastleggen. Jarenlang bleef het ITG een zoete herinnering, waar ik af en toe een bloedstaal ter controle naartoe stuurde. Het zou bijna 30 jaar duren vooraleer ik het majestueuze ITG terug zou betreden. De Universiteit Gent had mij gevraagd om haar te vertegenwoordigen in de Raad van Bestuur van het ITG. Ik was ruim te vroeg voor mijn eerste zitting en kon de dossiers nog

eens grondig doornemen in de heerlijke tuinen die de gebouwen omringen. Een oase in de stad. Intussen was het ITG uitgebreid met het gebouw in de Sint-Rochusstraat, nu een esthetisch genot dankzij de geslaagde combinatie van een moderne architecturale ingreep in een oud maar gracieus klooster. Ook in het gebouwencomplex gelegen aan de Nationalestraat bevinden zich nu de meest moderne laboratoria, waarbij niets verloren is gegaan van de vroegere grandeur, wellicht nog best bewaard in de bibliotheek van zaal Broden. Het is mij telkens een waar genoegen hier (thuis) te komen.


itg en ik

25 | P続


Kalender 23-25 23-27 27-30 27 1 2-5

OKT NOV NOV NOV DEC DEC

Alumni meeting Ethiopia Colloquium 2015 Alumni meeting Indonesia Nationaal hiv-symposium (georganiseerd door BREACH) Wereldaidsdag Alumni meeting Colombia

Blijf op de hoogte Wij staan open voor uw vragen, opmerkingen of suggesties via communicatie@itg.be. U kunt via deze weg ook exemplaren van dit magazine bestellen.

Lees P3 online: www.itg.be/magazine

Instituut voor Tropische Geneeskunde Stichting van Openbaar Nut RPR 0410.057.701 | IBAN BE 38 2200 5311 1172 Nationalestraat 155 | 2000 Antwerpen | BelgiĂŤ Tel: +32 (0)3 247 66 66 Fax: +32 (0)3 216 14 31