Page 1

Lossnay WTW-unit

Een schoolvoorbeeld van luchtverversing

Oktober 2011 | Jaargang 40 | Nr 10

JAARGANG 39 NR. 10 TVVL MAGAZINE OKTOBER 2011

Lossnay WTW schoolventilatie

Klimaatverandering Commissioning loont Installatiegeluid in ‘frisse scholen’

Energie besparen in de ok

Kijk voor de Lossnay scholen actie op www.alklima.nl Adv Lossnay A4_ALKhoek.indd 1 TM1011_cover.indd 1

16-05-11 13:28 3-10-2011 12:46:08


Inhoudsopgave Redactieraad: Drs.ir. P.M.D. (Martijn) Kruijsse (voorzitter) Ir. J. (Jan) Aufderheijde Mw. dr. L.C.M. (Laure) Itard H. (Henk) Lodder G.J. (Geert) Lugt Mw. drs. C. (Carina) Mulder Ing. O.W.W. (Oscar) Nuijten Mw. drs.ir. I. (Ineke) Thierauf Ing. J. (Jaap) Veerman Ing. R (Rienk) Visser Ing. F.J. (Frank) Stouthart (eindredacteur) Redactie: Drs.ir. P.M.D. (Martijn) Kruijsse (voorzitter) Ir. J. (Jan) Aufderheijde Mw. drs. C. (Carina) Mulder Ing. F.J. (Frank) Stouthart (eindredacteur) Redactie-adres: TVVL: De Mulderij 12, 3831 NV Leusden Postbus 311, 3830 AJ Leusden Telefoon redactie (033) 434 57 50 Fax redactie (033) 432 15 81 Email c.mulder@tvvl.nl

TVVL MAGAZINE Oktober 2011 Comfort in tijden van klimaatverandering Ing. F. (Fadil) Imsirovic en R. (Rik) Molenaar

4

Commissioning loont Ing. P.A. (Bert) Elkhuizen

8

Power quality, kwaliteit van spanning en stroom Dr.ir. J.F.G. (Sjef) Cobben

12

E-veiligheid vraagt om objectief keurmerk S. (Simon) van der Heide Uitgave: Merlijn Media BV Zuidkade 173, 2741 JJ Waddinxveen Postbus 275, 2740 AG Waddinxveen Telefoon (0182) 631717 Email info@merlijnmedia.nl www.merlijnmedia.nl secretariaat: Email info@merlijnmedia.nl

16

Van commissioning naar prestatieborging Prof.ir. (Wim) Zeiler en ir. J.A.J. (Joep) van der Velden 18

Energie besparen boven de operatietafel J. (Joost) Visser

24

Ing. J.H.N. (Jan) Buijs en W. (Wietse) Koornneef

Het abonnement wordt geacht gecontinueerd te zijn, tenzij 2 maanden voor het einde van de abonnementsperiode schriftelijk wordt opgezegd.

Airconditioning zonder ventilatoren, just a joke!

Prepress: Yolanda van der Neut Druk: Ten Brink, Meppel ISSN 0165-5523 © TVVL, 2011 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. Publicaties geschieden uitsluitend onder verantwoording van de auteurs. Alle daar in vervatte informatie is zorgvuldig gecontroleerd. De auteurs kunnen echter geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor de gevolgen van eventuele onjuistheden.

28

Kan het iets stiller?

Abonnementen: Merlijn Media BV Postbus 275, 2740 AG Waddinxveen Telefoon (0182) 631717 Email info@merlijnmedia.nl Benelux € 107,Buitenland € 210,Studenten € 85,Losse nummers € 18,Extra bewijsexemplaren € 13,-

Advertentie-exploitatie: Merlijn Media BV Ruud Struijk Telefoon (0182) 631717 Email r.struijk@merlijnmedia.nl

Installatiegeluid in scholen

28

Het roer gaat om S. (Sarah) Valkering

34

Steun voor duurzame warmte in 2012 Ing. K. (Klaas) de Jong

36

A.H.H. (Harry) Schmitz

40

Interview Projectbeschrijving Actueel Uitgelicht regelgeving Internationaal summary lezers schrijven voorbeschouwing Agenda

44 48 53 57 59 61 64 64 65 66

REVIEWED: Artikelen in TVVL Magazine zijn beoordeeld ‘door redactieraadleden’. De uniforme ‘peer review’ waarborgt de onafhankelijke en kwalitatieve positie van TVVL Magazine in het vakgebied. Een handleiding voor auteurs en beoordelingsformulier voor de redactieraadleden (‘peer reviewers’) zijn verkrijgbaar bij het redactie-adres.

Interview: Paul Settels

Project: Nieuwbouw NIOO

44 48

TVVL Magazine is het officiele orgaan van TVVL Platform voor Mens en Techniek. De vereniging, opgericht op 26 mei 1959, heeft tot doel de bevordering van wetenschap en techniek op gebied van installaties in gebouwen en vergelijkbare objecten. Als lid kunnen toetreden personen, werkzaam (geweest) in dit vakgebied, van wie mag worden verwacht, dat zij op grond van kennis en kunde een bijdrage kunnen leveren aan de doelstelling van de vereniging. Het abonnement op TVVL Magazine is voor leden en begunstigers van TVVL gratis. De contributie voor leden bedraagt € 111,- per jaar. Informatie over de bijdrage van begunstigers wordt op aanvraag verstrekt.

3

TM1011_inhoud.indd 3

6-10-2011 13:22:56


Comfort in tijden van klimaatverandering Het is de laatste jaren een trend om andere klimaatjaren of andere comforteisen te hanteren. Het oude klimaatjaar 1964-1965 wordt steeds vaker vervangen door jaren zoals 1995, 1998 of nieuwe klimaatreferentiejaren conform de NEN 5060:2008. Ook de comforteisen veranderen. De eis van 150 gewogen overschrijdingsuren die de Rijksgebouwendienst jarenlang hanteerde, wordt steeds vaker vervangen door een eis met een maximale binnentemperatuur van 25 °C of adaptieve temperatuurgrenswaarden (ATG), zoals omschreven in ISSO-publicatie 74. Wat is de invloed van gewijzigde klimaatjaren en comforteisen op het comfort en het op te stellen koelvermogen? Ing. F. (Fadil) Imsirovic en ir. R. (Rik) Molenaar, Techniplan Adviseurs, Rotterdam

Om te bepalen welke invloed de keuze van een ander klimaatjaar en andere comforteis heeft op het koelvermogen, is een rekenstudie uitgevoerd met behulp van Vabi 114, versie 2.29. Als uitgangspunt voor de dynamische simulatie van het binnenklimaat is gekozen voor een standaard kantoorvertrek (lengte x breedte x hoogte: 5,4 x 3,6 x 2,7; percentage glas maal ZTA is 0,10) op vier oriëntaties (N, O, Z en W). De klimaatinstallatie van dit vertrek bestaat uit gebalanceerde ventilatie in combinatie met een lokale fancoilunit voor koeling en verwarming. Het vertrek is per oriëntatie door middel van een temperatuurverschrijdingsberekening (TO-berekening) getoetst aan de volgende klimaatjaren: -  De Bilt (‘64/’65); - 1995; -  RA2008T5 (overschrijdingskans 5%); -  RA2008T2 (overschrijdingskans 2%); -  RA2008T1 (overschrijdingskans 1%). Dit is gebeurd conform de volgende comforteisen:

4

TM1011_imsirovic_2061.indd 4

- ‘150 GTO’: PMV+0,5 met maximaal 150 Gewogen Temperatuur Overschrijdingsuren; - ‘max 25 °C’: de binnentemperatuur mag tijdens bedrijfstijd niet hoger zijn dan 25 °C; -‘ ATG 80% Bèta’: het binnenklimaat voldoet aan de ATG-criteria ‘Bèta gebouw met max. 80% acceptatie’ (ISSO-publicatie 74). Met behulp van deze berekening is voor elke combinatie van klimaatjaar en comforteis het koelvermogen bepaald waarmee precies voldaan wordt aan de comforteis. Als referentie in de vergelijkingen is De Bilt ‘64/’65 en 150 GTO aangehouden.

  PER COMFORTEIS In figuur 1 zijn de resultaten voor het koelvermogen uitgesplitst naar de comforteis ‘150 GTO’. Het koelvermogen neemt toe met 11 tot 26% bij de keuze van een ander klimaatjaar. Dit effect is het kleinst voor de oriëntatie West en het grootst voor Oost. Het zwaarste referentiejaar is ‘2008T1’, maar dit is redelijk ver-

gelijkbaar met 1995. Figuur 2 laat de resultaten zien voor de comforteis ‘ATG 80% Bèta’. Het koelvermogen neemt maximaal toe met 13% bij keuze van een ander klimaatjaar. Opvallend is dat bij deze eis het referentiejaar 1995 veelal minder streng is dan ‘64/’65. Verder valt op dat ‘2008T1’ weliswaar het zwaarst is voor Zuid en West, maar dat voor Noord en Oost juist ‘RA2008T5’ zwaarder is. Figuur 3 toont de resultaten voor de comforteis ‘max 25 °C’. Het koelvermogen neemt toe met 9-20% bij de keuze van een ander klimaatjaar. Opvallend is de uitschieter van ‘RA2008T5’ op Oost. Over het algemeen is op deze oriëntatie ‘RA2008T2’ het zwaarst. Om de toename van het koelvermogen bij de nieuwe klimaatjaren beter te kunnen vergelijken, is de toename van het koelvermogen (Pkoel) per klimaatjaar in tabel 2 samengevat. Referentie is het koelvermogen voor klimaatjaar ‘64/’65 bij de betreffende comforteis. Uit deze tabel blijkt dat de keuze voor een ander klimaatjaar dan ‘64/’65 kan leiden tot een

TVVL Magazine | 10 | 2011 KLIMAATVERANDERING

3-10-2011 13:24:07


-Figuur 1- Resultaten voor het koelvermogen uitgesplitst naar comforteis ‘150 GTO’

-Tabel 1- Bouwkundige en installatietechnische uitgangspunten van het standaard kantoorvertrek -Figuur 2- Resultaten voor het koelvermogen uitgesplitst naar comforteis ‘ATG 80% Bèta’

-Tabel 2- Samenvatting toename koelvermogen

 VERGELIJKING COMFORTEISEN De ‘150 GTO-eis’ is gebaseerd op het warmtebalansmodel voor thermische behaaglijkheid, ontwikkeld door Fanger (1970), en daarmee op het gemiddeld percentage klagenden. Dit mag maximaal 150 gewogen overschrijdingsuren boven de 10% zijn, waarbij een hoger percentage zwaarder meetelt. Bij een overstap naar de ATG-eis wordt naar de maximaal optredende operatieve temperatuur (gemiddelde van de lucht- en stralingstemperatuur) gekeken. Deze mag niet boven een bepaalde waarde uitkomen, die afhankelijk is van de gewogen gemiddelde buitentemperatuur. Deze eis is met name een verzwaring in de tussenseizoenen. En bij de eis ‘max 25 °C’ mag de binnentemperatuur nooit boven de 25 °C komen.

koelvermogen dat 6% lager tot 26% hoger is. Met name bij de comforteisen ‘150 GTO’ en ‘max 25 °C‘ is de stijging bij toepassing van een ander klimaatjaar groot.

  VERGELIJKING COMBINATIES Om de combinaties van klimaatjaren en comforteisen per oriëntatie te kunnen vergelijken,

TVVL Magazine | 10 | 2011 KLIMAATVERANDERING

TM1011_imsirovic_2061.indd 5

-Figuur 3- Resultaten voor het koelvermogen uitgesplitst naar comforteis ‘Maximaal 25 °C’

is de toename van het koelvermogen ten opzichte van de referentie in de figuren 4 (volgende pagina) procentueel weergegeven langs drie assen (referentie 100% is klimaatjaar ‘64/65 met ‘150 GTO’). In deze figuren is te zien dat het koelvermogen met circa 40-63% toeneemt bij de comforteisen ‘ATG 80% Bèta’ en ‘max 25 °C’. De grootte van deze toename

hangt af van het klimaatjaar en de oriëntatie, omdat de zonbelasting op elke oriëntatie anders is. Uit tabel 3 blijkt hoe groot de invloed is van de keuze van een referentiejaar en comforteis op het op te stellen vermogen. De keuze van een ander referentiejaar resulteert in een toename van circa 15 tot 20% (behalve bij

5

3-10-2011 13:24:09


de ‘ATG methode’, waarbij de toename circa 5% is). De invloed van een andere comforteis bedraagt circa 20% tot 60%. In de nieuwe referentiejaren ‘RA2008’ is dit circa 30% voor de ‘ATG-methode’ en circa 55% voor de ‘max 25 °C’-eis. Een combinatie van een ander klimaatjaar en andere comforteis kan leiden tot een toename van het koelvermogen tot ruim 80%. Uit deze resultaten blijkt het belang van een overwogen keuze van een klimaatjaar en comforteis. Deze kan immers grote invloed hebben op het op te stellen vermogen.

  INVLOED OP HET COMFORT

 CONCLUSIES De invloed van het nieuwe referentiejaar ‘RA2008’ op het op te stellen koelvermogen is ongeveer 20%, afhankelijk van oriëntatie en comforteis. Dit kan worden beschouwd

-Tabel 3- Gemiddelde resultaten voor alle oriëntaties

als het extra koelvermogen dat nodig is om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. De drie referentiejaren in NEN 5060 verschillen onderling niet veel in het effect op het benodigd koelvermogen. Het effect van de gekozen comforteis kan echter veel groter zijn: van 20% tot wel 60% extra koelvermogen om te voldoen aan de eis. In combinatie met een aangepast referentiejaar kan dit 80% extra koelvermogen opleveren ten opzichte van de referentie ‘64/’65 en ‘150 GTO’.

Zuid

West

Oost

Noord

Het nieuwe referentiejaar RA2008 sluit aan op het huidige klimaat, met een overschrijdingskans van 1% tot 5%. Door de wijzigingen in het buitenklimaat tussen 1964 en nu, moet er circa 20% extra koelvermogen worden opgesteld om tot hetzelfde comfortniveau te komen als destijds. De aanpassingen in de comforteis hebben werkelijk effect op het comfortniveau van de gebruikers. Het toepassen van de ATG-eis levert met name minder overschrijdingen in het tussenseizoen op, en het toepassen van maximaal 25 °C als eis resulteert in een afname van het aantal ‘oncomfortabele uren’ (met PMV> 0,5) van maximaal 150 gewogen overschrijdingsuren naar vaak minder dan 20

uur. Zoals voor veel zaken geldt dat deze laatste verbeteringsslag extra veel inspanning kost. Uitgaande van klimaatjaar ‘RA2008T2’ moet, om van 150 gewogen overschrijdingsuren naar maximaal 25 °C te gaan, het vermogen met 54% verhoogd worden. De maximaal optredende binnentemperatuur zakt dan van 28 °C (Westzijde) naar 25 °C en het aantal gewogen overschrijdingsuren van 150 naar 0. Bij het bepalen van het comfortniveau zal in beschouwing genomen moeten worden of deze verbetering van het comfortniveau opweegt tegen de verhoging van de investeringen en exploitatielasten.

-Figuur4- Toename van het koelvermogen t.o.v. de referentie voor de verschillende tussenvertrekken

6

TM1011_imsirovic_2061.indd 6

TVVL Magazine | 10 | 2011 KLIMAATVERANDERING

3-10-2011 13:24:15


Introductie van een verlichtings- en besturingssysteem dat 50% sneller te configureren is

Een complete infrastructuur voor een kantoorinstallatiesysteem met geïntegreerde voeding, data en besturing Voeding, data en besturing die elke werkvloer beter maken

OptiLineTM 50 kabelmanagementsysteem

Verhoog het comfort en de productiviteit van de werknemer

KNXTM-kantoorbesturing

Configureer de verlichting van elk kantoor snel en eenvoudig

Lagere energierekening en verhoogde efficiëntie op de werkvloer

UNIQTM energiemanagementsysteem

Roombox

Roombox is de flexibele oplossing die de configuratie versnelt en de kosten tot een minimum beperkt Als de lay-out van een kantoor verandert, dan geldt de regel 'hoe sneller, hoe beter'. Het verlichtings- en besturingssysteem van de Roombox™ helpt uw klanten bij het vlug aanpassen van hun kantoorruimte, waardoor kosten aanzienlijk worden geminimaliseerd en kostbare tijd wordt bespaard. Dat is waarom we bij Schneider Electric™ flexibele en energie-efficiënte oplossingen ontwerpen die de productiviteit van de werknemers verhogen en elke kantoorruimte zo efficiënt mogelijk maakt.

Meer informatie over de Roombox Download GRATIS de Roombox-brochure en maak automatisch kans op een Lenovo® all-in-one touchscreen PC! Ga naar SEReply.com, actiecode 93970t ©2011 Schneider Electric. All Rights Reserved. Schneider Electric, OptiLine, KNX, UNIQ, and Roombox are trademarks owned by Schneider Electric Industries SAS or its affiliated companies. All other trademarks are property of their respective owners. Schneider Electric B.V. Diakenhuisweg 29-35, 2033 AP Haarlem Tel. +31 (0)23 5 124 124 • 998-3716_NL

TVVL_NL_93970t.indd 1 TM1011_schneider_07.indd 7

2011-09-27 15:33:34 4-10-2011 11:21:00


Kosteneffectiviteit van commissioning in nieuwbouw en bestaande bouw

Commissioning loont Voor het initiëren van een markt voor commissioning is het overtuigen van marktpartijen van het nut van commissioning net zo belangrijk als het opstellen van richtlijnen en cursusmateriaal. Naast maatschappelijke argumenten blijft de economische rentabiliteit van commissioning (terugverdientijd) het belangrijkste argument. Vanuit het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (in de context van de 3P’s van People, Profit en Planet) en de kwaliteitsprocessen die zijn afgeleid van ISO 9001 en ISO 14001 is er extra aandacht voor commissioning. Dit artikel geeft een aanzet voor een kosten/batenanalyse van commissioning. Het doel is om belanghebbende partijen met elkaar in gesprek te brengen en deze informatie met elkaar te delen. Ing. P.A. (Bert) Elkhuizen, TVVL Stuurgroep Commissioning, Cofely Energy Solutions

 INLEIDING In Nederland is tot nu toe nog weinig ervaring opgedaan met het toepassen van commissioning in utiliteitsgebouwen. Daardoor kunnen we ook niet putten uit ervaringcijfers om een duidelijke kosten/batenanalyse voor commissioning op te stellen. In andere landen, zoals de Verenigde Staten en Engeland, is die ervaring er wel en zijn er zelfs effectiviteit- en evaluatiestudies uitgevoerd voor gerealiseerde commissioningprojecten. De informatie uit deze buitenlandse studies vormt de basis van een Nederlandse kosten/batenanalyse. Er worden twee kosten/batenanalyses toegelicht: - analyse van Retro-commissioning op bestaande gebouwen; - analyse van Initiële commissioning op nieuwe gebouwen. Internationaal wordt er onderscheid gemaakt in verschillende typen commissioning (volgens Ashrae), zie figuur 1 en kadertekst op rechter-

8

TM1011_elkhuizen_2051.indd 8

pagina. Van de varianten Re-commissioning en Cont-commissioning (On-going) is nog geen informatie beschikbaar die een uitgebreide analyse rechtvaardigt. Dit moet op basis van in Nederland beschikbaar materiaal worden geschat.

 KOSTEN/BATENANALYSE Bij een kosten/baten analyse is het belangrijk om duidelijk weer te geven welke investeringen en baten worden meegenomen. Uit Amerikaanse literatuur blijkt dat vaak alleen de baten worden meegenomen uit gerealiseerde energiebesparing. Echter, andersoortige baten zijn ook interessant om mee te nemen. Hierbij valt te denken aan eenvoudig te kwantificeren besparingen en lastiger te kwantificeren besparingen door: (i) minder storingen in de installaties, (ii) vermindering van klimaatklachten, (iii) vermindering van improductieve uren door klimaatklachten, (iv) vermindering van kosten voor het oplossen van problemen.

En natuurlijk niet te vergeten de impact van een niet-optimaal binnenklimaat op de (v) arbeidsproductiviteit en het kortdurend ziekteverzuim. Een bijzonder probleem is en blijft het verschijnsel van de ‘split van kosten/baten’. Met andere woorden: de marktpartij die investeert in een maatregel (bijvoorbeeld commissioning) zal niet altijd ook de baten verwerven. Dit komt mede door de opsplitsing van het bouwproces en de vele marktpartijen daarin.

 INTERNATIONALE RESULTATEN In het Amerikaanse onderzoek ‘The cost-effectiveness of commissioning’ [1] zijn 224 gebouwen betrokken, verdeeld over 21 staten. Het blijkt dat de investering voor commissioning voor bestaande gebouwen circa $3 per vierkante meter en bij nieuwe gebouwen $10 per vierkante meter bedragen. De terugverdientijd is, uitgedrukt als ‘mediaanwaarde’, 0,7 jaar bij

TVVL Magazine | 10 | 2011 COMMISSIONING

3-10-2011 14:17:48


bestaande gebouwen en 4,8 jaar bij nieuwe gebouwen. De spreiding over deze gemiddelde waarde is groot. Dit geeft aan dat het altijd een projectspecifieke terugverdientijd is, afhankelijk van de eigen specificaties en omgeving. In de genoemde terugverdientijd zijn alleen baten door energiebesparing opgenomen. Indien andere baten (niet aan energiebesparing gerelateerde baten) worden meegenomen, zal de terugverdientijd fors minder zijn. De kosten om initial-commissioning te laten uitvoeren betreft een gemiddelde van 0,7% op de totale bouwkosten. Ter vergelijking: de gemiddelde investering in Nederland voor een installatieadviseur bedraagt 2 tot 3% van de totale bouwkosten. Hierbij wordt uitgegaan van 30 tot 40% installatiekosten als percentage van de bouwkosten en circa 6% (veelal 3,5 tot 8%, afhankelijk van de complexiteit en omvang van het gebouw) voor advieskosten als percentage van de installatiekosten voor W en E.

 ANALYSE INITIËLE COMMISSIONING (VS) De vraag is nu, met welke kosten moet rekening worden gehouden voor initiële commissioning als functie van de totale bouwkosten. Figuur 2 geeft de commissioningkosten

gerelateerd aan de totale bouwkosten voor 69 bouwprojecten. Af te lezen is dat de spreiding van de commissioningkosten tussen de 0,25 en 2,0% ligt van de totale bouwkosten. Nettokostenberekening Er is sprake van een zogenoemde netto kostenberekening als voor commissioning rekening wordt gehouden met de effecten van een beter ‘getuned’ installatieontwerp (bijvoorbeeld lager geïnstalleerd vermogen koelmachine). In figuur 2 is dit weergegeven met de rode punten. In 10% van de projecten (7 stuks) blijken de financiële besparingen groter te zijn dan de investeringen voor commissioning. Er is een directe besparing van 1% op de totale bouwkosten, vandaar de -1% in figuur 2. Terugverdientijden op basis van energiebesparing In figuur 2 is de relatie weergegeven tussen totale bouwkosten en commissioningkosten. Het is nu interessant om na te gaan met welke terugverdientijden rekening moet worden gehouden op basis van energiebesparing. In figuur 3, op de volgende pagina, is van 33 projecten de relatie weergegeven tussen commissioningkosten en de energiebesparing voor het totale gebouw. Uit deze relatie is de

  TYPEN COMMISSIONING Initial commissioning (I-Cx) Bij I-Cx gaat het om een nieuw gebouw of een bestaand gebouw waarin een grote renovatie is gepland. Commissioning is een voortschrijdend systematisch verificatieproces dat de kwaliteit/ prestaties van de gebouwgebonden installatie garandeert. Dit wordt bereikt door het uitvoeren van testen en documenteren. Het proces begint bij het voorontwerp tot minimaal één jaar na oplevering van gebouw en installatie. Dit verificatieproces zorg ervoor dat installaties (i) werken zoals vastgelegd in het ontwerp en (ii) in overeenstemming zijn met de gebruikerswensen. Retro-commissioning (Retro-Cx) Bij Retro-Cx gaat het om een bestaand gebouw waarin nog niet eerder commissioning is toegepast. Bij Retro-Cx wordt ook het ontwerp beoordeeld. Re-commissioning (Re-Cx) Bij Re-Cx gaat het om een bestaand gebouw waar al eerder I-Cx of Retro-Cx is toegepast. De reden om Re-Cx toe te passen kan heel verschillend zijn. In de huidige praktijk blijkt dat voornamelijk te zijn (i) voor het verhelpen van klimaatklachten en (ii) vanwege een hoog energiegebruik. Een andere belangrijke reden om Re-Cx toe te passen is wanneer de interne bedrijfsprocessen zijn veranderd. Re-Cx gebeurt ook wel, al of niet periodiek, om te controleren of de installaties nog de afgesproken ontwerpprestaties leveren. Dit wordt ook wel Periodieke Re-Cx genoemd. Continuous commissioning (Cont-Cx) Cont-Cx, On-going in figuur 1 genoemd, wordt bij voorkeur toegepast gedurende de gehele levenscyclus van een gebouw. Een gebouwbeheersysteem (GBS) houdt continu de prestaties van de installatie in de gaten. Bij Cont-Cx wordt niet meer gekeken naar de ontwerpprestaties van het proces, maar wordt het proces geoptimaliseerd in termen van (i) bedrijfsvoering, (ii) comfort, (iii) energiegebruik en (iv) aanpassingen voor verbetering.

TVVL Magazine | 10 | 2011 COMMISSIONING

TM1011_elkhuizen_2051.indd 9

-Figuur 2- Commissioningkosten van 69 projecten gerelateerd aan de totale bouwkosten

terugverdientijd af te leiden. De terugverdientijden vertonen een grote spreiding tussen 1 en 20 jaar! Wel moet gerealiseerd worden dat in de berekening alleen rekening is gehouden met de baten van energiebesparing. Baten die niet aan energiebesparing zijn gerelateerd Het is ook belangrijk te weten welke andere baten er nog zijn: de niet aan energiebesparing gerelateerde baten. Uit de geëvalueerde projecten kwamen verschillende actoren/ argumenten naar voren. In totaal waren er 95 verschillende, niet energiebesparende baten te onderscheiden in de 44 projecten.

-Figuur 1- De verschillende typen commissioning tijdens de verschillende fasen van het ‘bouwproces’

9

3-10-2011 14:17:50


In figuur 4 zijn deze ingedikt tot acht hoofdcriteria.

 ANALYSE RETRO- EN RE-COMMISSIONING (VS) In figuur 5 is de terugverdientijd van commissioning weergegeven voor bestaande gebouwen (Retro- en Re-Comissioning) op basis van gerealiseerde energiebesparing. Terugverdientijden op basis van energiebesparing De gerealiseerde terugverdientijden vertonen een groot verschil met nieuwbouwprojecten. De spreiding ligt tussen de 1 en 12 maanden! Ook hier is bij de berekening alleen rekening gehouden met de baten van energiebesparing. Baten die niet aan energiebesparing zijn gerelateerd Bij de in totaal 36 projecten waren in totaal 81 verschillende, niet aan energiebesparing gerelateerde baten te onderscheiden. In figuur 6 zijn deze ingedikt naar acht hoofdcriteria. De verlenging van de levensduur van apparatuur springt er uit met 33%, een derde dus van het totaal!

-Figuur 3- De gerealiseerde terugverdientijden van commissioning van 33 nieuwbouwprojecten

ERVARINGSGETALLEN IN NEDERLAND In Nederland is niet veel informatie bekend over projecten waarin commissioning is toegepast. Laat staan dat er informatie beschikbaar is over de kosteneffectiviteit. Toch zijn er wel enige referentiekaders op te maken. Retro-commissioning In de afgelopen jaren is een aantal optimalisatietrajecten uitgevoerd voor grote gebouwbeheerders. Een dergelijk traject is representatief voor Retro-commissioning. De investeringen en baten van een dergelijk traject zijn als volgt: Investeringen -  uren eigen beheerorganisatie; - inschakelen externe kennispartijen/commissioningautoriteit; -  investering voor hardware/software; -  kosten voor uitvoeren van de aanpassingen. Baten -  besparing op energiekosten; - besparing door minder klimaatklachten: -  melden van klacht; -  verwerking en registratie in FMIS; - inzet van personeel om klacht te tackelen en op te lossen (symptoombestrijding); -  toename productieve uren: -  toename arbeidsproductiviteit; -  afname kortdurend ziekteverzuim; - toename tevredenheid van huurder en verhuurder. Niet alle aspecten van de baten zijn bekend.

10

TM1011_elkhuizen_2051.indd 10

-Figuur 4- De baten die niet aan energie zijn gerelateerd bij het toepassen van commissioning

-Figuur 5- De gerealiseerde terugverdientijden van 100 Retro-commissioningprojecten

TVVL Magazine | 10 | 2011 COMMISSIONING

3-10-2011 14:17:51


-Figuur 6- De niet gerelateerde energiebaten bij het toepassen van Retro-commissioning

-Figuur 7- Continu verbeteren met commissioning en ISO 14001

bel is. Een gemiddelde terugverdientijd van 4,8 jaar is aantrekkelijk. Daarnaast moet worden vermeld dat het toepassen van commissioning stimulerend is voor het verkrijgen van een gebouwlabel met een classificatie voor de mate van ‘duurzaamheid’. LEED en Breeam-NL kennen zogenaamde ‘credits’ toe bij het toepassen van commissioning. Daarmee is erkend dat commissioning bijdraagt aan het verduurzamen van gebouwen. Ervaringen in Nederland (hoe beperkt ook) tonen aan dat de economische rentabiliteit van Retro-commissioning (bestaande bouw) zeer positief is. In de Verenigde Staten blijken de terugverdientijden te liggen tussen één en 12 maanden. De ervaringen opgedaan in 15 projecten in Nederland geven aan dat de terugverdientijd minder is dan zes maanden. De analyses in dit artikel tonen duidelijk aan dat commissioning: - leidt tot verbetering van de kwaliteit van comfort en energie-efficiëntie; - leidt tot verduurzaming van gebouwen (LEED en Breeam-NL label); - economisch rendabel is. Al met al voldoende redenen om in Nederland over te gaan op grootschalige toepassing van commissioning. Op basis van de hiervoor gepresenteerde resultaten is dit artikel een aanmoediging voor opdrachtgevers om commissioning standaard in hun projecten toe te gaan passen. Maak het ook een onderdeel van ISO 9001- en ISO 14001-procedures (zie figuur 7). Voor de onderaannemers (adviseurs, bouwers, installateurs) is dit een aanmoediging om zich te gaan bekwamen in het commissioningproces.

 REFERENTIES

Alleen de baten voor ‘minder klimaatklachten’ en ‘toename arbeidsproductiviteit’ zijn bekend of redelijk in te schatten. De businesscase voor een optimalisatietraject kan ook op basis van de wel bekende gegevens enigszins worden ingeschat. De investeringsniveaus voor deze Nederlandse case zijn vergelijkbaar met de kengetallen uit Amerika. De gegevens zijn niet per gebouw bekend maar als resultaat over ongeveer 15 gebouwen. Hieruit valt eenduidig te concluderen dat de terugverdientijd minder is dan 6 maanden!! In werkelijkheid zal de terugverdientijd nog korter zijn dan de hier gegeven inschattingen, als alle baten worden meegerekend.

TVVL Magazine | 10 | 2011 COMMISSIONING

TM1011_elkhuizen_2051.indd 11

Continuous-commissioning Van projecten in Nederland waarin ‘continuous commissioning’ is toegepast zijn geen specifieke gegevens over kosten en baten bekend.

 OPMERKINGEN De doelstelling van dit artikel is om de economische rentabiliteit van commissioning nader te analyseren en van daaruit aan te tonen dat commissioning niet alleen interessant is vanwege de gewenste kwaliteit van comfort en een minimaal energiegebruik. Informatie uit de Verenigde Staten geeft aan dat initiële commissioning in nieuwbouwprojecten en grote renovaties economisch renda-

1. The Cost-Effectiveness of CommercialBuildings commissioning. A Meta-Analysis of Energy and Non Energy Impacts in Existing Buildings and New Construction in the United States; Evan Mills, Hannah Friedman, Tehesia Powell, Norman Bourassa, David Claridge, Tudi Haasl, Mary Ann Piette; Lawrence Berkeley National Laboratory; Portland Energy Conservation Inc.; Energy Systems Laboratory, Texas A&M University; December 15, 2005; LBNL – 56637(Rev.)

11

3-10-2011 14:17:52


Power quality, kwaliteit van spanning en stroom Een kortere levensduur van lampen, slecht werkende besturingen, verbrande kabels, oververhitte motoren, hinderlijk flikkerende verlichting, uitval van processen of een slechte benutting van de installatie. Dit zijn enkele van de veel voorkomende problemen die te wijten zijn aan de onvoldoende kwaliteit van spanning en stroom. Dit artikel belicht de belangrijkste ‘Power Quality’onderwerpen, zoals spanningsdip, harmonischen, flikker, aarding en transiënten. Dr.ir. J.F.G. (Sjef) Cobben, CO-ED, Consultancy and Education

Een onvoldoende kwaliteit van spanning en stroom veroorzaakt jaarlijks tientallen miljoenen euro aan kosten en waarschijnlijk zijn hiermee lang niet alle kosten boven water. Vaak zijn er nog veel verborgen kosten, zoals een kortere levensduur van motoren, transformatoren, condensatoren, lampen en andere toestellen die gevoelig zijn voor vervormingen in stroom en spanning. Figuur 1 geeft een overzicht van de verdeling van de kosten naar de diverse optredende fenomenen [1]. Hieruit blijkt dat flikker geen grote bijdrage levert aan de kosten, terwijl hierover het meest wordt geklaagd.

 SPANNINGSDIP Een spanningsdip ontstaat meestal door een kortsluiting in het hoog- of middenspanningsnet. Bij veel klanten die op dit net zijn aangesloten, zullen ook op het aansluitpunt de gevolgen van deze sluiting zichtbaar zijn. De spanning zakt behoorlijk in elkaar gedurende de tijd van de kortsluiting. Een voorbeeld van een spanningsdip, gemeten op een aansluitpunt van een installatie is te zien in figuur 2. Een spanningsdip kan in een industriële omgeving leiden tot grote kosten. Het uitvallen van regel- en besturingsapparatuur, magneetschakelaars, frequentieregelaars en andere apparatuur die gevoelig is voor spanningsdips leidt tot ontregeling van complete

12

TM1011_cobben_2049.indd 12

productiestraten, met als gevolg: uitval van productie, verlies van materialen, onrendabele mensuren, imagoschade en velerlei andere kosten. Elke industrie zou zich dus moeten verdiepen in de gevoeligheid van de installatie en zijn componenten. Extra investeringen om de componenten minder gevoelig te maken kunnen afgewogen worden tegen de kosten die ontstaan bij een dip. Wel is hiervoor een inschatting nodig van de mogelijke dips die op een bepaald aansluitpunt kunnen ontstaan. Dit dipprofiel kan met behulp van de netbeheerder worden gemaakt. Zo’n overzicht kan er uit zien zoals weergegeven in figuur 3. Mogelijke oplossingen om problemen met dips te voorkomen zijn ononderbroken voedingen (UPS) of minder gevoelige apparatuur (bijvoorbeeld overeenkomstig SEMI F47). Ook kunnen er maatregelen worden genomen om de kosten te beperken, zoals een snelle herstart van een bepaald proces.

uit een fundamentele stroom en vele ‘hogere harmonischen’. Andere voorbeelden van toestellen die een niet-sinusvormige stroom vragen en dus ook bijdragen aan de aanwezigheid van ‘hogere harmonischen’, zijn spaarlampen (zie figuur 5), frequentieregelaars en andere regelbare aandrijvingen, en LED-verlichting. Kortom, veel van de tegenwoordig toegepaste toestellen. De vraag is in hoeverre dit schadelijk is. Het

 HARMONISCHEN Harmonischen zijn vervormingen in de spanning en de stroom. Een voorbeeld van een bron van harmonische stromen zijn alle gelijkrichters (zie figuur 4), die zowel bij kleine vermogens als bij grotere vermogens (als 6- of 12-pulsige bruggen) worden toegepast. De stroom die het net levert, is niet meer sinusvormig en kan dus opgebouwd worden

-Figuur 1- Overzicht van de verdeling van kosten naar PQ-problemen.

TVVL Magazine | 10 | 2011 ELEKTROTECHNIEK

6-10-2011 22:04:07


antwoord op deze vraag is afhankelijk van de grootte van de harmonische stromen en in hoeverre er al rekening mee is gehouden in het ontwerp van een installatie. Harmonische stromen zullen leiden tot: -  hogere belasting van voedingsleidingen; - hogere belasting van de voedende transformator; - grote stromen door de nul- en soms ook PE-geleider.

-Figuur 2- Spanningsdip op een aansluitpunt

-Figuur 3- Dipprofiel voor een bepaalde industriële klant

-Figuur 4- Niet-sinusvormige stroom van een gelijkrichter

Zeker in een zwak net (bijvoorbeeld aan boord van schepen of olieplatforms of bij noodbedrijf van een installatie met eigen generatoren) zullen grote harmonische stromen leiden tot een grote vervorming van de spanning. Een grote vervorming van de spanning leidt weer tot: -  verstoring van besturingen/regelingen; -  beschadiging van condensatoren; -  oververhitting van motoren. Kortom, er is alle reden om goed te kijken naar de harmonische stromen die er lopen en naar de vervorming die dit tot gevolg heeft in de spanning. In extreme situaties waar resonantie optreedt, kunnen al heel snel problemen optreden. In minder extreme situaties kan ernstige vermindering van de levensduur van componenten het gevolg zijn. Moeten we nu al weer de lampen vervangen of (bijvoorbeeld) de condensatoren? Ja, maar ook een controle op harmonischen kan ervoor zorgen dat deze vraag niet zo vaak meer wordt gesteld! De conclusie is dat bij het ontwerpen van een installatie goed naar voornoemde aspecten moet worden gekeken. De onderlinge interactie tussen spanning en stroom is belangrijk, net als de verantwoordelijkheden van alle partijen (netbeheerders, aangeslotenen en fabrikanten). Een Power Quality-meting bij oplevering en in bedrijfneming van een installatie is geen overbodige luxe, net zo min als een continue bewaking van de stromen en vermogens die er op het aansluitpunt lopen. Preventief werk levert altijd rendement op!

 AARDING

-Figuur 5- Niet-sinusvormige stroom van een spaarlamp

TVVL Magazine | 10 | 2011 ELEKTROTECHNIEK

TM1011_cobben_2049.indd 13

Een goed aardingssysteem is van groot belang om storingen (en gevaarlijke situaties) te voorkomen. Veel EMC-problemen en problemen met transiënten zijn het gevolg van een niet goed ontworpen of aangelegd aardingssysteem. Een aardingssysteem heeft meerdere functies, zoals: - de bescherming van personen en dieren tegen elektrische schok bij een fout in de elektrische installatie; - het beperken van optredende overspanningen en het afleiden van bliksemstromen voor de beveiliging tegen bliksem;

13

6-10-2011 22:04:08


- het beperken van overspanningen en storingen in apparatuur door hoogfrequente verschijnselen (EMC-problemen). Potentiaalvereffening in een gebouw is een belangrijke randvoorwaarde om aan alle aspecten voldoende invulling te geven. Daarnaast moeten de aardverbindingen zo kort mogelijk zijn en moet het oppervlak tussen aardleidingen en voedende kabels ook zo klein mogelijk gehouden worden. Het aardingssysteem moet geschikt zijn voor alle functies en de algemene strekking is dan ook alle te aarden systemen met elkaar te verbinden. De laatste jaren is voor deze problematiek wel meer aandacht, maar het blijft zaak om ook bij nieuwe aanleg, uitbreidingen en aanpassingen de filosofie van een gemeenschappelijk aarding consequent aan te houden. -Figuur 6- Gemeten spanningen door het schakelen van de condensorbatterij

TRANSIëNTEN Transiënten zijn kortstondige spanningsveranderingen die gedurende zeer korte tijd plaatsvinden. De tijdsduur kan variëren tussen een klein onderdeel van een periode (μsec tot een paar msec) en een paar perioden. De hoogte van de transiënten kan oplopen tot ongeveer 6 kV en in extreme gevallen nog wel hoger. Belangrijkste oorzaken van transiënten zijn: - sluitingen in netten of installaties; - schakelhandelingen; - bliksemontladingen. Bij schakelen van condensatoren en spoelen kunnen ook overspanningen ontstaan. Hierbij is het vooral van belang op welk moment de spoel of condensator wordt in- of uitgeschakeld. Stel dat een condensator geheel ontladen is (spanning 0 Volt) en hij wordt ingeschakeld op een moment dat de voedende spanning zich op de topwaarde bevindt van de spanning. Door het grote spanningsverschil zal er een grote stroom gaan lopen en kunnen overspanningen optreden, zoals bijvoorbeeld te zien is in figuur 6 Uiteraard kan het nog ongunstiger. Als een condensator nog niet ontladen is en de spanning is negatief, kan inschakelen op de top van de sinus van de voedende spanning schadelijke gevolgen hebben voor de condensator, de schakelaars en vele gevoelige apparatuur in de omgeving. Schakelhandelingen kunnen ook plaatsvinden in apparatuur. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gestuurde bruggen of frequentieregelaars. Hierbij wordt met de vermogenselektronica veelvuldig geschakeld. Zonder spoelen in het circuit kunnen hierdoor ook grote stromen en spanningsvervormingen ontstaan. Ten slotte hebben we dan de bliksemontla-

14

TM1011_cobben_2049.indd 14

dingen. Bij een directe blikseminslag ontstaan natuurlijk zeer grote bliksemstromen en heel grote overspanningen. Deze zijn van heel korte duur maar gezien de grootte van de stromen en spanningen kunnen ze veel schade aanrichten. Ook bij een indirecte blikseminslag (inslag niet direct op de eigen installatie maar ergens in de omgeving) kan via de aarde of de voedende kabel een overspanning optreden. Ook deze is van korte duur en de hoogte van de overspanning is meestal beperkt. Dit komt mede door de dempende werking van de netkabel. Oplossingen voor transiënten kunnen voor een deel liggen in het voorkomen van transiënten (schakelhandelingen) en anderzijds het beveiligen tegen transiënten (bliksemontladingen). Bij het schakelen van grote condensatorbanken kan het wenselijk zijn om: - te schakelen op de nuldoorgang van de spanning; - een voorschakelweerstand in serie te zetten die later kan worden overbrugd. Hiermee kunnen optredende transiënten worden geminimaliseerd door het probleem bij de bron aan te pakken. Bij sluitingen in het middenspanningsnet kunnen overspanningen op het laagspanningsnet worden voorkomen door een deugdelijk aardingssysteem. Zowel in NEN 1010 als in NEN 1014 zijn hier richtlijnen voor gegeven. Bij bliksemontladingen kunnen we de bron (de bliksem) niet weghalen maar de gevolgen voor een installatie kan wel worden geminimaliseerd door het aanleggen van een goed aardingssysteem en een concept van overspanningsbeveiliging.

 FLIKKER Wie heeft dit fenomeen nog niet meegemaakt? Eigenlijk constateert iedereen wel eens een verandering in het verlichtingsniveau. Dit is het gevolg van een verandering in het spanningsniveau door stroomverandering (inschakelstroom). Hoe groot de spanningsverandering is, hangt af van de netimpedantie. Kortom: ook bij dit fenomeen zijn er vele onderlinge afhankelijkheden. In figuur 7 is te zien welke partijen verantwoordelijk zijn voor het beheren van een goede kwaliteit van spanning en stroom. De netbeheerder is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de spanning en voor een voldoende sterk net. Een voldoende sterk net betekent een net met een hoog kortsluitvermogen of een voldoende lage impedantie. De installatie, waarvoor de eigenaar verantwoordelijk is, moet op het aansluitpunt een stroom vragen of leveren die geen hinder veroorzaakt. Dit betekent dat de vervorming in de stroom niet te groot mag zijn maar ook de veranderingen (inschakelstromen e.d.) mogen niet te groot zijn. In de netcode [2] zijn die verantwoordelijkheden geregeld. In figuur 8 zijn de eisen weergegeven voor snelle spanningsvariaties, zoals opgenomen in de netcode,. De maximale snelle spanningsvariatie op het aansluitpunt van een installatie mag (uitzonderingen daargelaten) niet groter zijn dan 3%. De index Pst en Plt zeggen iets over het aantal en de grootte van de spanningsvariaties per tijdseenheid (10 gemiddeld voor Pst en 2 uur gemiddeld voorPlt). Aan het net worden eisen gesteld aan de lange termijn index Plt en de maximale snelle span-

TVVL Magazine | 10 | 2011 ELEKTROTECHNIEK

6-10-2011 22:04:09


ningsvariatie. Aan de kant van de installatie worden eisen gesteld aan de bijdrage aan de korte en lange termijn index. Ook is vermeld met welke ‘referentieimpedantie’ mag worden gerekend.

CONCLUSIE De kwaliteit van spanning en stroom zijn belangrijke onderwerpen om bij stil te staan. De levensduur van veel componenten in de installatie wordt nadelig beïnvloed door een slechte kwaliteit van de spanning en stroom. Ook leggen deze een onnodig beslag op de capaciteit van de installatie en leveren ze onnodige verliezen op. Een eerste stap in de bewustwording is het monitoren van de spanning en stroom. Na analyse van de kwaliteit kan worden gekeken naar de mogelijke vervormingen en de gevolgen hiervan. Waar nodig kunnen dan maatregelen worden genomen om de situatie te verbeteren.

-Figuur 7-Interactie tussen spanning en stroom

 LITERATUUR 1. Cobben J.F.G. , Power Quality, Problemen oplossingen, Uitgever SDU, Den Haag, ISBN9789012582117. 2. Energiekamer, Netcode, www.energiekamer.nl, zie elektriciteit, codes

-Figuur 8- Interactie op het aansluitpunt van een installatie

Betrouwbare en kostefficiënte HVAC instrumenten / rV & CO2 Wanneer de prestaties uw eerste bezorgdheid zijn kiest u de oplossingen van Vaisala voor vocht- en CO2-meting.

Meer informatie over de nieuwe producten: www.vaisala.com/HVAC

benelux.sales@vaisala.com

tel. +31(0)6 28422031

TVVL Magazine | 10 | 2011 ELEKTROTECHNIEK

TM1011_cobben_2049.indd 15

fax. +49 (0)228 2497111

15

6-10-2011 22:04:10


Zelfregulering inspectiemarkt slechts deels gelukt

Elektrotechnische veiligheid vraagt om objectief keurmerk Het is steeds vaker in het nieuws: 50% van alle branden wordt veroorzaakt door elektrotechnische installaties. Per jaar bedraagt de schadelast €450 miljoen en sterven er 150.000 dieren. Reden voor verzekeraars, de politiek, dierenbescherming en LTO Nederland om op zoek te gaan naar mogelijkheden die aan deze situatie een eind kunnen maken. Na de liberalisering van de energiebedrijven is het toezicht op de veiligheid van elektrotechnische installaties sterk afgekalfd. iKeur, een nationaal platform dat de veiligheid van de elektrotechnische bedrijfsvoering optimaliseert, wil deze leemte opvullen. S. (Simon) van der Heide, coördinator iKeur

De wetgeving is helder: nieuwe installaties in gebouwen moeten voldoen aan de eisen in het Bouwbesluit. Bestaande installaties in gebouwen waarin wordt gewerkt, vallen onder de eisen in het Arbobesluit. Maar wie controleert nog of al die laagspanningsinstallaties inderdaad aan deze eisen voldoen? De meeste installaties zijn zwaar verouderd en tegelijkertijd overbelast door de sterke groei van het aantal aangesloten apparaten de laatste jaren.

  TERUGTREDENDE OVERHEID De markt moet het zelf regelen, zo meent de terugtredende overheid, die steeds meer wetgeving passief handhaaft. Dit wil zeggen dat een installatie-eigenaar en zijn installateur pas in geval van letsel of schade moeten kunnen aantonen dat aan de geldende wettelijke voorschriften was voldaan. Dit kan door de installaties met een bepaalde regelmaat te laten inspecteren, zoals wordt voorgeschreven in normen als de NEN 3140 en NEN 1010. Dat hierbij tal van mankementen aan het licht komen, laten de foto’s op de rechter pagina zien. Maar echt verplicht is zo’n inspectie niet. Bovendien kost een inspectie geld. Dus meer dan de helft van alle installatie-eigenaren in

16

TM1011_vdheide_2055.indd 16

ons land laat zijn elektrotechniek nooit inspecteren. Maar gaat er wat mis, dan is de eigenaar de klos. Naast het menselijk leed is dan ook de economische schade vaak niet te overzien. Dat laatste is in onze technologieafhankelijke maatschappij ook steeds vaker het geval bij ‘gewone’ installatie-uitval, dus zonder brand of ongelukken.

 CERTIFICERING Maar hoe weet de installatie-eigenaar, die zijn eigendommen wél netjes in een door de normen voorgeschreven regelmaat wil laten inspecteren, zeker dat hij met een bekwaam bedrijf in zee gaat? Dat weet hij niet, want er bestaat geen onafhankelijke certificeringsregeling. Hierdoor komt het ene inspectiebedrijf met een drie keer lagere offerte voor dezelfde inspectieklus als het andere bedrijf. En de opdrachtgever is niet in staat die offertes technisch/inhoudelijk met elkaar te vergelijken. Hij wil immers niet voor niets een deskundig inspectiebedrijf inhuren.

 BEROEPSVERENIGING De zelfregulering van de inspectiemarkt zoals die door de overheid wordt nagestreefd is tot

op heden dan ook slechts deels gelukt, zo luidt de constatering van iKeur. Deze beroepsvereniging voor elektrotechnische inspecteurs werd opgericht in 2004 en streeft sindsdien naar één landelijke, eenduidige en onafhankelijke waarborg voor de kwaliteit van elektrotechnische inspecteurs in de richting van hun opdrachtgevers. Dit om ervoor te zorgen dat installatie-eigenaren niet worden bedot door Beun de Haas zonder visie en vakkennis.

 BORGING Dat zo’n certificeringsregeling sinds al die tijd niet branchebreed van de grond kwam, heeft in 2010 geleid tot ingrijpende beleidsombuigingen bij de vereniging. Doel: iKeur wordt een privaatrechtelijk keurmerk. Aan de inspecteurs die dit keurmerk mogen toekennen, stelt de eigen vereniging hoge eisen. Op die eisen worden de aangesloten inspectiebedrijven periodiek getoetst. Dit alles onder toezicht van een onafhankelijke organisatie buiten de eigen vereniging.

 NORMEN Daarnaast gaat de inspecteursvereniging zich, samen met de vakgroep Beheer & Inspectie

TVVL Magazine | 10 | 2011 VEILIGHEID

3-10-2011 14:25:51


van brancheorganisatie Uneto-VNI, nadrukkelijker bezighouden met de normalisatie van het elektrotechnische inspectiewerk bij het Nederlands Normalisatie-instituut NEN in Delft. Daartoe is de gezamenlijke Nederlandse Vereniging van Inspectiebedrijven (NVIB) opgericht.

 MARKGERICHTER Verder gaan de verenigde inspecteurs de elektrische veiligheid marktgerichter aanpakken. De complete NEN 3140 wordt opgedeeld in een soort modulen, speciaal gericht op de behoeften in de markt. Daarbij valt te denken aan: -inspecties gericht op uitsluitend brandveiligheid voor verzekeraars; -ondersteuning installatieverantwoordelijken; -risicogerichte inspecties voor ziekenhuizen, industrie, agrarische bedrijven en horeca. In de modulen worden specifieke eisen gesteld aan de inspectie van installaties in verschillende toepassingen. Parallel wil iKeur net zo specifieke eisen gaan stellen aan de mensen die deze inspecties uitvoeren. Iemand die een ziekenhuis, vliegveld of olieraffinaderij inspecteert, heeft heel andere vaardigheden nodig dan iemand die zich alleen richt op magazijnen en kantoren of op de horeca. Zo wil iKeur de waarborg worden voor een objectieve en onafhankelijke elektrotechnische inspectie (zie kader).

 PERSOONSCERTIFICATEN Het plan van iKeur tot regulering van de Nederlandse inspectiemarkt voorziet in afzonderlijke certificaten voor de inspectie van onder andere: - laagspanningsinstallaties algemeen (gereed); - arbeidsmiddelen (gereed); - thermografisch onderzoek (gereed); - installaties onder de Europese Atex-richtlijnen; - installaties onder de Europese Machinerichtlijn; - hoogspanningsinstallaties; - installaties in medische ruimten (in ontwikkeling). De beroepsvereniging voor elektrotechnische inspecteurs schrijft geen opleiding voor, maar bepaalt uitsluitend de eindtermen waaraan een specifieke inspecteur moet voldoen. Hierop wordt hij getoetst door Examenbureau Vanneau, waarvan de objectiviteit onder toezicht staat van de Nederlandse Examenkamer. Deze houdt ook toezicht op de examens van onder meer de Stichting Atex en alle VCA-certificaten. Meer informatie: www.ikeur.nl

-Foto 1- Met een thermografische camera registreert de inspecteur wat met het blote oog niet waarneembaar is, een temperatuur van 103˚C bij de middelste aansluiting. De oorzaak is meestal een sterk gegroeid aantal aangesloten apparaten en machines, zonder dat de installatie hierop is aangepast.

-Foto 2- Als het deksel niet meer sluit hebben spinnen en stof vrij spel met mogelijke oververhitting en vervolgens brand tot gevolg.

-Foto 3- Ook zonder thermografische camera is oververhitting ten gevolge van overbelasting vaak zichtbaar, voelbaar of te ruiken. Inspecteurs zijn in ons land echter niet bevoegd een installatie buiten bedrijf te stellen zonder toestemming van de eigenaar.

-Foto 4- Als er niet regelmatig wordt geïnspecteerd en er ontstaat overbelasting, dan smelt de isolatie weg. Daarnaast is de kabel zo aangetast door corrosie, dat er een overgangsweerstand in de aansluiting kan ontstaan met extra temperatuurverhoging tot gevolg. Inspectie kan dit voorkomen.

TVVL Magazine | 10 | 2011 VEILIGHEID

TM1011_vdheide_2055.indd 17

17

3-10-2011 14:25:53


Van commissioning naar prestatieborging De huidige klimaatinstallaties presteren in de praktijk niet conform ontwerp en basisuitgangspunten. Dit betreft het gerealiseerd comfort (veel klimaatklachten) en energiegebruik (toename van 25%). Het probleem is het signaleren van langzaam verlopende instellingen en beperkte afwijkingen in het functioneren. Dé doelstelling voor de komende jaren moet daarom zijn: het vinden van een innovatieve oplossing voor ondersteunende tools die de prestaties van gebouw en installaties continu bewaken gedurende de gebruiksfase. Dit artikel beschrijft veelbelovende ontwikkelingen op het gebied van Bondgraaftechniek. Prof.ir. (Wim) Zeiler, TU/e Faculteit Bouwkunde, Kropman bv; ir. J.A.J. ( Joep) van der Velden, Kropman bv

-Figuur 1- Integratie van verschillende databronnen in Data Warehouse [3]

Veel installaties in bestaande gebouwen functioneren niet naar behoren. Uit recent onderzoek is gebleken dat dit leidt tot veel klimaatklachten en een verhoogd energiegebruik. Gemiddeld neemt het energiegebruik toe tot wel 25% ten opzichte van wat op basis van het ontwerp kon worden verwacht [1]. Commissioning in bestaande gebouwen heeft bewezen een goede manier te zijn om de prestaties te verbeteren. Net als bij de oplevering van nieuwe gebouwen wordt met een momentane inspectie het functioneren van gebouw en installaties gecontroleerd. Helaas blijkt de bereikte verbetering geen permanent karakter te hebben [2]. De energiebesparingen zijn moeilijk vast te houden en het gevolg is, ook nu weer, een stijging van het energiegebruik. Continue commissioning kan uitkomst bieden. Hiervoor is het nodig de verschillende data uit een gebouw en het gebouwbeheersysteem op te slaan. Meerdere stakeholders, met ieder hun specifieke doelstelling, kunnen hiervan vervolgens gebruikmaken. De laatste ontwikkeling op dit gebied is ‘Data Warehouse technology’, waarmee het geïntegreerd managen en analyseren van gebouwmonitoringdata mogelijk is,

-Figuur 2- Key Factors methodology schematisch weergegeven [4] TVVL Magazine | 10 | 2011 COMMISSIONING

TM1011_zeiler_2059.indd 18

3-10-2011 14:27:33


zie figuur 1 [3]. Deze technologie kan onderdeel zijn van BIM (Building Information Model). Verschillende onderzoekers hebben de meerwaarde van continue commissioning aangetoond [4]. Bij deze vorm van commissioning interpreteren experts de data. Maar er zijn te weinig experts. Een ‘tool’ om de data automatisch te analyseren en interpreteren, is dus gewenst. Verschillende problemen moeten dan worden opgelost. Eén daarvan is de interpretatie van de enorme stroom data die via de huidige gebouwbeheersystemen uit een gebouw komt. Hiervoor ontwikkelt IEA Annex 47 momenteel een systematische methode, de zogenaamde ‘Key Factors methodology’, zie figuur 2 [4]. Daarin vormt een gekalibreerde gebouwenergiesimulatie de kern. Echter, het bouwen en verifiëren van een gebouwmodelsimulatie is nog complex en kostbaar. Bovendien ontbreken vaak voldoende kennis en gegevens om de samenhang tussen alle invloedsfactoren kwantitatief te kunnen modelleren. De huidige ontwikkelingen lossen niet alle problemen op die er zijn met continue commissioning. Er is onderzoek nodig naar nieuwe technologie die op een aantal essentiële punten betere resultaten geeft. Doelstelling is het onderzoeken van nieuwe technologie en benaderingen die de processen van continue commissioning automatisch laten verlopen. Er moet een onafhankelijke softwaremodule worden ontwikkeld die additioneel op bestaande beheersystemen kan worden toegepast. Toepassing op grote schaal is zo mogelijk.

 PROBLEEMSTELLING Maken nieuwe ontwikkelingen op het gebied van het modelleren van installaties, gebouwen en personen met behulp van Archi Bond Graphs en Qualitative Hybrid Bondgraphs continue commissioning mogelijk? Dit al dan niet in combinatie met het toepassen van Multi Agent Systems. Het betreft agents zoals die zijn ontwikkeld door Canmet, in hun opzet van het Diagnostic Agent for Building Operators (DABO) [5] met Key Factors voor de overall utiliteitsfunctie [4]. Deze combinatie van technologie heeft veel sterke conceptuele voordelen boven de huidige technologieën. Op het gebied van foutdetectie is al het nodige gedaan. Toch is het nog een grote stap naar het blijvend garanderen van comfort- en energieprestaties. De benodigde wetenschappelijke en technische kennis van de laatste Bondgraaftechnologie [6] dient verworven en verder uitgebouwd te worden binnen het kader van dit onderzoekproject.

  STATUS EN ALTERNATIEVEN In Nederland ontwikkelen verschillende adviesbureaus monitoringsystemen. Zo werkt

TVVL Magazine | 10 | 2011 COMMISSIONING

TM1011_zeiler_2059.indd 19

-Figuur 3- Algemene systeemopzet van het Diagnostic Agent for Building Operators (DABO), ontwikkeld door Canmet Energy Technology Centre [5]

Haskoning aan een universeel systeem die de werking van installaties realtime volgen. Dit zogenaamde dashboard is een aanvulling op het gebouwbeheersysteem en vormt een hulpmiddel bij het beheer. IF Technology heeft het energie- en projectmanagamentsysteem LIFT ontwikkeld. Data wordt door middel van een koppeling met het gebouwbeheersysteem uitgelezen en daarna in dit systeem verwerkt tot managementinformatie. De juiste gegevens worden automatisch opgehaald en kunnen worden verwerkt tot een rapportage. Ook hier vindt uit de ruwe data van het gebouwbeheersysteem een vertaalslag plaats die inzicht geeft in de efficiëntie van de installatie. Eén van de bekendere tools is de Automated Building Commissioning Analysis Tool (Abcat), ontwikkeld door het Energy Systems Laboratory van de Texas A&M Universiteit [7]. Dit prototype is toegepast op het Vertigogebouw van de Technische Universiteit Eindhoven. De opgedane ervaring met dit gebouw toonde de noodzaak aan om deze tool verder te ontwikkelen [2]. Een verdere automatisering van het FDD-proces is nodig om minder afhankelijk te zijn van de ervaring en kennis van de gebruiker van het systeem. Een andere ontwikkeling is de FT Data Analysis Tool van het Lawrence Berkely National Labaratory. Deze tool gebruikt een bibliotheek van data-analyseroutines om testdata te analyseren die een commissioningprovider aanlevert en manueel wordt ingevoerd. Het componentniveau FDD maakt gebruik van een bottum-up benadering om individuele fouten of afwijkingen te constateren. Dit gebeurt door de prestaties van afzonderlijke componenten van de klimaatinstallaties te analyseren. Mei 2007 is een veldtest uitgevoerd door

drie commissioningprovidors in New York en California. De conclusie was dat de tool in haar huidige vorm niet in staat is de problemen met de besturing van de klimaatinstallaties te detecteren. Een andere GBS-ondersteunende commissioningstool is Diagnostic Agent for Building Operators (DABO), ontwikkeld door Canmet Energy Technology Centre – Varennes [5]. Het systeem analyseert de data met behulp van agentsystemen die ieder hun eigen functie hebben. Er is een agent voor de energiestromen, een agent voor FDD, een agent voor commissioning en een agent voor conditieafhankelijk onderhoud, zie figuur 3. De ontwikkeling van dit systeem is een voortzetting van het werk dat begon onder IEA Annexes 25 (1996), 34 (2001), 40 (2005) en nu verder uitgebouwd wordt in IEA Annex 47 Cost-Effective Commissioning for Existing and Low Energy Buildings. Volgens de laatste beschrijving bestaat het systeem inmiddels uit 800 expertregels voor ‘consistentie analyse’, ‘efficiëntie beoordeling en goede bedrijfsvoering’ en ‘275 prestatie indicatoren’ om niet optimale bedrijfssituaties te herkennen alsmede over- of ondergedimensioneerde componenten. De functionaliteit van het syteem is nog beperkt; verder uitbouwen is nog nodig. In Nederland is DWA bezig om met behulp van het softwareprogramma SMT inzicht te krijgen in prestaties van installaties op verschillende niveaus. Het systeem fungeert als een paraplu over een GBS en klassificeert de data naar presatieniveau om afwijkingen en storingen te signaleren. Er is bij gebruikers duidelijk behoefte aan meer dan alleen een slimme tool om de data uit een GBS geschikt te maken om in een energierap-

19

3-10-2011 14:27:33


portage op te nemen. Bij continue commissioning is foutdetectie en diagnostiek (FDD), in het Engels Fault Detection and Isolation (FDI), van groot belang. FDD is niet alleen belangrijk om achterom te kijken, maar juist om actief het functioneren te bewaken. Vermindering van het functioneren van installaties kan zo verder worden voorkomen. Er zijn in principe verschillende FDD-methoden bruikbaar voor de bepaling van correct systeemgedrag van GBS, gebaseerd op: (1) ‘first principle’modellen gebaseerd op fysische wetmatigheden, (2) statistische regressieanalyse van sensorwaarden, (3) artificiële neurale netwerken (ANN’s), (4) ‘íf-than’kennisregels in expertsystemen, (5) een model gebaseerd op basisprincipes. Alle principes worden toegepast en hebben hun eigen specifieke sterke en zwakke kanten. Op dit moment zijn ze nog in ontwikkeling en wordt de functionaliteit van prototypen van de tools verder uitgebouwd. Nog niet alle gevraagde functionaliteiten voor continue commissioning worden geboden. Daarom is er gezocht naar andere mogelijke technologiëen voor continue commissioning. Actueel is de Bondgraaftechniek als een mogelijke kwantitatieve maar ook kwalitatieve analyse van mens, gebouw en installaties. In de hiervoor beschreven voorbeelden zijn met name de mensen niet meegenomen. De door Tsai en Gero ontwikkelde Archi Bond Graph (ABG’s) [6] bieden wel de mogelijkheid om naast installaties ook het gebouw en de mensen erin te modelleren, zie tabel 1. De ABG’s geven zowel een op kwalitatieve als kwantitatieve energie gebaseerde uniforme representatie van gebouwen [6]. Figuur 4 toont de ontwikkeling van een uniforme representatie van een gebouwanalyse van Regular Bond Graph’s (RBGs) naar Multiple domain Bond Graph’s (MBGs) en ABG’s met mogelijke koppeling. Figuur 4 laat verder een voorbeeld zien van drie verschillende systemen die gekoppeld zijn door Bondgraafmodellering in een totaal systeem. Door het toepassen van een kwalitatieve benadering gebaseerd op zowel natuurwetten als expertkennis en regels, ontstaan zogenaamde Qualitative Archi Bond Graphs (QABG’s). Hierbij kunnen operatoren worden gedefineerd in een soort waarheidstabel die door het QABG’s element worden geactiveerd. Dit maakt het mogelijk om kwalitatieve redeneerprocessen te implementeren, die zijn gebaseerd op expertkennis of fysische wetmatigheden, zodat verschillende interacties tussen het ‘ruimte-mensen’-systeem en het gebouwenergysysteem kunnen worden weergeven, zie figuur 5 en 6. Een andere ontwikkeling op het gebied van Bondgraaftechnologie is het gebruik van

20

TM1011_zeiler_2059.indd 20

Effort, e

Unit people-energy

e = people-energy/people change

Flow, f

People-flow

f = people-change/time

Momentum, p

People-impuls

p =∫(unit people-energy-energy)dt = people-energy x time/people-change

Displacement, q

People-change

Power, P

People-energy-flow

P = unit people-energy x people-flow = people-energy/time

-Tabel 1- ABG-variabelen voor een ‘space people’-systeem [6]

-Figuur 4- De ontwikkeling van een universele representatie voor gebouwanalyse [6]. Verschillende representaties van verlichting, ruimten en het hydraulisch verwarmingssysteem, en de gekoppelde Bondgraafweergave van het totale systeem.

-Figuur 5- QABG operations [6]

-Figuur 6- Types interactie tussen ‘ruimte-mensen’-systeem en het gebouwenergysysteem [6]

TVVL Magazine | 10 | 2011 COMMISSIONING

3-10-2011 14:27:34


-Figuur 7- Architetuur van een QHBG FDI-syteem [8]

-Figuur 8- Architetuur van een Bondgraafrepresentatie van een supervised systeem [9]

TVVL Magazine | 10 | 2011 COMMISSIONING

TM1011_zeiler_2059.indd 21

Quantitative Hybrid Bond Graph’s voor Fault Detection and Isolation (FDI) [8] alsmede bicausal Bond Graph’s used in a supervised sysem based on Bond Graph representation [9], zie figuur 8. Het continu optimaliseren, bewaken en bijsturen van energiestromen gebeurt in de praktijk nog niet. Door beter inzicht in de actuele vraagbehoefte van de gebruiker en de toepassing van de nieuwste technologie is het beheer verregaand te automatiseren. De innovatieve benadering vormt ook de basis voor nieuwe tools als aanvulling op gebouwbeheersystemen; tools voor de interpretatie van de vraag naar comfort, energie en duurzaamheid. Het primaire resultaat zijn nieuwe vormen van energiedienstverlening (energiebeheer, energiemanagement, ‘energy contracting’ en outsourcing) door geoptimaliseerde regelstrategieën en energieconcepten. De basis is een integrale analysemethode, die is gebaseerd op een ontwerpmethodiek voor de conceptuele fase van (energie)concepten voor gebouwen. Het systeem kan een module zijn bij het door Kropman ontwikkelde GBSplatform InsiteView [10]. De doelstelling is dit platform verder uit te bouwen om meer dynamische externe invloedsfactoren mee te nemen in gebouw en installaties dan nu het geval is. De techniek achter het idee is gebruik te maken van de zogenaamde ‘performance index’ gebaseerde methode, zie figuur 9 op de volgende pagina, zoals die in Annex 47 is aangegeven. Dit is vervolgens te combineren met de een ‘logic tracer’ functionaliteit, ook vanuit de opzet van Annex 47 (zie figuur 10 op de volgende pagina). Maar in plaats van trendanalyse zal de nadruk meer liggen op de individule logica van de uitkomst op component- of syteemniveau, analoog aan de aanpak zoals beschreven door Xiao en Wang [11]. Hierbij kunnen op basis van modellen van componenten of systemen met behulp van de Bondgraaftechnologie interpretatie/ classificatiefuncties worden ingebracht voor de foutdetectie en diagnostiek (FDD) bij continue comissioning, zie figuur 11 op de volgende pagina. Door ‘Kritische Performance Indicators’ te gebruiken wordt het mogelijk om met vereenvoudigde modellen de functie van componenten of deelsystemen te bewaken op basis van grenswaarden of distributieverdelingen van ouput parameters. De logica van schakelingen in het systeem kan worden gecontroleerd en bewaakt met behulp van de ‘logic tracer’ functies, die de handelingen van regelkringen beschrijven en waarmee dus getoetst kan worden of de processen zo verlopen als ontworpen en gebaseerd op onderliggende fysische processen (causaliteitsprincipe van Bondgrafen).

21

3-10-2011 14:27:35


BELANGRIJKSTE EISEN Het garanderen van het werkelijke comfort- en energiegebruik conform het eerste ontwerp blijkt nu in de praktijk niet realiseerbaar. De oorzaken zijn divers: de toegepaste techniek, de organisatie van de bouwkolom en het marktmechnisme waarbij meer sprake is van inspanningscontracten dan van prestratiecontracten. Daarmee staat dé uitdaging voor de komende jaren: innovatieve oplossing voor techniek en organisatievorm voor met name het beheer van gebouw en installaties. De klant wordt een afnemer van comfort en energie. Hoe de klanten te verzorgen, komt steeds meer op het bordje van de technische dienstverlener te liggen. Ervaringen opgedaan in eerdere onderzoekstrajecten bij Kropman laten een nieuwe benadering zien die verder gaat dan het regelen van het comfort in een kantoor of een gebouw. Doordat er steeds meer functies gekoppeld worden aan het regelsysteem voor het klimaat, ontstaan mogelijkheden om de functionaliteit verder uit te breiden: - dynamische inzet en bewaking op basis van beschikbaarheid, duurzaamheid en rendement; - energiebeheer en energieoptimalisatie van bestaande systemen; -  comfortbeheer en -bewaking; - energiemanagement; Het project beoogt de noodzakelijke ondersteuning te ontwikkelen om de duurzame energiedienstverlening in de gebouwde omgeving te versterken. Voor Kropman is het van groot belang dat deze diensten beter aansluiten bij de behoefte van de klant en dat ze door optimale ondersteuning effectiever verlopen. Dit vergroot ook de mogelijkheid van ondersteunende diensten door bijvoorbeeld adviesbureaus. Zij kunnen nu eenvoudig het beheer en energiemanagement verzorgen voor opdrachtgevers, die zich dan volledig kunnen bezighouden met hun kernactiviteiten.

 REFERENTIES 1. Elkhuizen B., Rooijakkers E., 2006, Hoe te komen tot hoog kwalitatieve installaties, VV+, juli/augustus 2. Peitsman H.C., Aker K.P.A. van, Claridge D.E., Bynum J.D., 2010, Energieanalyse en foutdiagnose Vertigo-gebouw TU/e, TVVL Magazine, No. 6, 2010 3. Ahmed A., Ploennings J., Mensel K., Cahill B., 2010, Multi-dimensional building performance data management for continuous commissioning, Adv. Eng. Informat. (2010), doi:10.1016/j.aei.2010.06.007 4. Costa A., Keane M., Raftery P., O’Donnell J., 2009, Key factors-methodology for enhancement and support of building energy

22

TM1011_zeiler_2059.indd 22

-Figuur 9- Perfomance index gebaseerde methode (Annex 47)

-Figuur 10- Algemene opzet van de logica traceerder van de klimaatprocesregeling (Annex 47)

-Figuur 11- Logisch schema van modelgebaseerde foutdetectiesystemen in combinatie met Bondgraaftechnologie en diagnoseproces [11]

performance, in Proceedings Building Simulation, Glasgow, UK, 2009. 5.  Choinière D., Corsi M., 2003, A BEMSassisted commissionings tool to improve the energy performance of HVAC systems, Proceedings 3th International Conference for Enhanced Building Operations, Berkely, California, October 13-15, 2003 6. Tsai JJ-H., Gero, J.S., 2008, The scalability and flexibility of qualitative Archi Bond Graphs for building simulation, Proceedings Innovation in Architecture, Engineering and Construction, 2008, Antalya 7. Curtin J.C., 2007, The development and testing of an automated building commissioning analysis tool (Abcat), MSc thesis, Texas A & M University, August 2007 8. Low C.B., Wang D., Arogeti, S., Luo M.,

2010a, Quantitative Hybrid Bond GraphBased Fault Detection and Isolation, IEEE Transactions on automation science and engineering vol.7, No.3, July 9. Ould Bouamama B., Samantaraya,A.K., Medjahera K., Staroswieckib M., DauphinTanguy G., 2005, Model builder using functional and bond graph tools for FDI design, Control Engineering Practice 13 (2005) 875–891 10. Helm R.Th.C van der., Wortel W., Zeiler W., 1999, Het internet GBS; Insite View, Verwarming & Ventilatie, December 1999 11. Xiao F., Wang S., 2009, Progress and methodologies of lifecycle commissioning of HVAC systems to enhance building sustainability, Renewable and Sustainable Energy Reviews, 13 (2009) 1144-1149

TVVL Magazine | 10 | 2011 COMMISSIONING

3-10-2011 14:27:36


Focus op uw kernactiviteiten EfficiĂŤntie en effectiviteit zijn binnen uw installatieprocessen van groot belang. Technische Unie stemt haar dienstverlening voortdurend af op uw wensen. Uitgangspunt hierbij is dat wij ervoor zorgen dat uw producten compleet, op het juiste tijdstip ĂŠn op de juiste plaats geleverd worden. Met Installatielogistiek bieden we nu diensten die uw installatieproces zelfs tot op de werkplek ondersteunen. Logistiek maatwerk dus. Zo houdt u meer tijd over en kunt u zich blijven concentreren op uw installatiewerkzaamheden. U de techniek, wij de logistiek! Technische Unie. Daar heb je meer aan.

www.technischeunie.com

advTuInstLog.indd 1 TM1011_TU_23.indd 23

12-09-11 13:37 4-10-2011 11:23:06

TVVL oktober 2011  

TVVL oktober 2011

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you