Page 112

Remote sensing voor inspectie van waterkeringen

5.3.14 Mutatiedetectie Ook mutatiedetectie is geen techniek, maar een combinatie van technieken die gebruikmaakt van (een combinatie van) remotesensingbeelden. In Nederland hebben onder meer neo en TerraImaging hiermee ervaring. Het gaat al lang niet meer over het bepalen van het verschil tussen twee hogeresolutiesatellietbeelden of luchtfoto’s. Met behulp van slimme programmatuur kan een ruimtelijke analyse op een geheel andere manier plaatsvinden. In het Statusrapport digitale inwinning t.b.v. het product GIV B&O HWS [12] van Rijkswaterstaat wordt onder meer het pakket ECognition beschreven. Dit gebruikt een objectgeoriënteerde beeldanalyse. ECognition benadert een (satelliet)beeld meer op een manier zoals mensen dit doen. Het menselijke beeldinzicht is eerder gebaseerd op het onderzoeken van de relaties tussen objecten dan op geïsoleerde punten van beeldinformatie. Mensen gebruiken verscheidene eigenschappen bij het interpreteren van beelden: kleur, vorm, grootte, textuur, patroon en context. De meeste pakketten classificeren een beeld op basis van pixelwaarden. Deze moderne programmatuur segmenteert het beeld eerst in groepen pixels met overeenkomstige spectrale eigenschappen. Pas in een volgende stap worden deze segmenten in klassen ingedeeld. Daarbij kan niet alleen een hogeresolutiebeeld worden gebruikt, maar ook bijvoorbeeld vectordata als het dtb of de gbkn en bepaalde klassen kan men laten afhangen van de hoogte door het ahn erbij te betrekken. Naast de grootte van de segmenten en het gewicht van de afzonderlijke lagen is het ook mogelijk om de classificatie te laten beïnvloeden door de vorm van de te verwachten waar te nemen objecten. Met deze innovatieve technieken is classificatie en mutatiedetectie aanmerkelijk succesrijker geworden. Voor waterkeringbeheerders kan dit vooral interessant zijn met het oog op het handhaven van de keur. Mogelijk is de techniek ook geschikt voor classificatie van vegetatie op en rond de waterkeringen met het oog op natuurontwikkeling. Met dit laatste heeft Rijkswaterstaat agi ruime ervaring.

5.4

Kansrijke toepassing van remote sensing in het inspectieproces In de vorige paragrafen is per platform en per remotesensingtechniek aan de hand van een beschrijving een inschatting gegeven voor de toepasbaarheid bij inspectie van waterkeringen. In deze paragraaf wordt gepoogd deze conclusies overzichtelijk in een tabel te presenteren. Dit zou mogelijk zijn per inspectieparameter, zoals in de bijlage van het Overzicht van meettechnieken [43] en in Inspectietechnieken voor droge veenkaden [32] is gebeurd. Ook kan de compactere presentatie per indicator worden gevolgd, zoals deze zijn opgesomd in de tabel in bijlage B. Deze aanpak wordt hier echter omwille van de overzichtelijkheid en leesbaarheid niet gevolgd. Er wordt aangesloten bij de representatie van faalmechanismen zoals deze zijn opgesomd in tabel 2 in § 3.3. Omdat daarin de faalmechanismen reeds in verband zijn gebracht met de geotechnische en geometrische basiselementen van dijken als hoogte, helling, type bekleding, opbouw en grondsterkte, wordt de toepasbaarheid en potentie van remotesensingtechnieken gerelateerd aan deze basiselementen, omdat deze de meest compacte sleutel lijken tot de waarneembaarheid met remotesensingtechnieken. Het eerste deel van de onderstaande tabel herhaalt het in tabel 2 genoemde verband tussen faalmechanismen en geotechnische en geometrische basiselementen. Per basiselement wordt vervolgens voor elke remotesensingtechniek de mate van huidige toepassing en de

110

Swartvast

STOWA_VIW_2008_08a_remotesensing  

Remote sensing voor inspectie van waterkeringen L.M.Th. Swart in opdracht van

STOWA_VIW_2008_08a_remotesensing  

Remote sensing voor inspectie van waterkeringen L.M.Th. Swart in opdracht van

Advertisement