Page 1

Doen! Anders willen, anders denken, anders doen

DOEN! is een eenmalige uitgave van de Gemeente Leiden | Drie jaar transformeren in Leiden


Inhoudsopgave

Voorwoord

Voorwoord 1 Een bijzondere plek in de stad

2

Leiden is in beweging. Dit geldt zeker op het gebied van zorg en welzijn, jeugdhulp en werk en inkomen.

Hup...naar de Vitalityclub! 4

Als gevolg van de decentralisaties in 2015 zijn de taken en verantwoordelijkheden van gemeenten en

Merenwijk 6

instellingen ingrijpend veranderd. Hierdoor staan we voor de uitdaging om nieuwe, innovatieve

Werkt ‘Eigen kracht’ ook bij suïcidale jongeren?

8

oplossingen te vinden voor problemen in de samenleving. En dat doen we met onze inwoners als

Samen DOOR: Pilot bij 150 mensen

11

uitgangspunt.

iDOE, samen houden we de stad levendig!

13

Omalief 15

In de afgelopen drie jaar zijn door inwoners, organisaties, instellingen en gemeente allerlei nieuwe

Scrabble-oma 16

projecten en initiatieven in de stad ontwikkeld. Hierbij tonen we lef en durven we te experimenteren.

Debt? To No Debt! 18

We zoeken naar andere manieren van samenwerken, kennis vergaren en kennis delen. We pakken

Miranda over Debt? To No Debt!

19

problemen op een andere manier aan en organiseren oplossingen vanuit de leefwereld van onze

Even schuilen onder de ExposeYour-paraplu

20

inwoners. Inwoners geven samen met hun eigen netwerk zo zelfstandig mogelijk vorm aan hun leven

Jongereninitiatief: ‘Je bent welkom bij The Spot’

22

en krijgen passende ondersteuning daar waar dat nodig is.

Studio Moio 24 Welzijn Op Recept 28

Door deze transformatie in denken en doen, ontstaan nieuwe kansen en mogelijkheden voor inwoners

Je komt elkaar tegen in de Ruilbus

30

om actief mee te kunnen doen in onze stad. In dit magazine wordt een aantal van de vele initiatieven

‘Er zit veel kracht in mensen zelf’

31

in de stad aan u voorgesteld. De personages (waaronder wijzelf) die op de cover van het magazine

Een goede BUUV is goud waard

33

worden afgebeeld, hebben stuk voor stuk een link met transformatie. Zij zijn de rode draad die u door

Zaaien van initiatief 34 PiëzoMethodiek in Leiden 35 Kom je een bakkie doen ?

37

Geheugenverlies of beginnende dementie?

38

de verhalen heen leidt. Laat u verrassen en inspireren!

Het belang van aanmodderen 40 Samen Kennis Maken 42 GO4IT! 46 GO Noord! wil van Leiden Noord de gezondste wijk maken

49

Onderzoek arbeid in perspectief Hogeschool Leiden

53

We are Leiden! 56 Burgertop 59

Marleen Damen

Roos van Gelderen

Jongerentheater HARDT is bloedserieus

Wethouder Werk en Inkomen, Wijken en Financiën

Wethouder Jeugd, Zorg en Welzijn

61

Het Zoete Land 64 Beter onderwijs door inzicht in geldstromen

66

Vrienden van Het Singelpark 68 Diamantplein: het kloppend hart van de wijk

70

Nawoord 72 Colofon 72

3


Een bijzondere plek in de stad Lunchroom Hof van Sijthoff

Lunchroom Hof van Sijthoff is een leer-werkbedrijf van de Gemiva-SVG Groep. Hier werken mensen met een beperking. Ze worden opgeleid om eventueel door te stromen naar een baan in de horeca. De uitgebreide menukaart van Hof van Sijthoff staat vol met eerlijke en heerlijke huisgemaakte producten, met ingrediënten van eigen bodem. Hiske Faber, projectleider van Gemiva-SVG vertelt vol vuur over de gezellige lunchroom. ‘Het begon allemaal met een idee om een horeca-leerwerkplek voor onze cliënten te vinden. Van daaruit zijn we verder gegaan. Dat ging niet alleen maar van een leien dakje: zo was het best even zoeken naar een professionele kok die begrijpt wat het betekent om met mensen met een beperking te werken. Maar het is gelukt koks te vinden die zich willen verdiepen in de omgang met onze cliënten en hun beperkingen.’ Onmisbare vrijwilligers De hulp van vrijwilligers is echt onmisbaar, vertelt Hiske. ‘Zo komt Martin van Ham van restaurant het Prentenkabinet hier één keer in de week een uurtje training geven in de bediening. Maar er is ook een asielzoeker die ervaring heeft in de horeca en die de taal wil leren. Hij komt ook regelmatig helpen. Zo helpen we elkaar.’ Stage lopen Eén van de cliënten was zó enthousiast over haar werk bij Sijthoff dat zij het aandurfde om zelf bij bakkerij Us Bertus een stage te regelen. ‘Het gaat om kleine dingen, zoals het helpen bij het maken van broodjes, maar er ging een wereld voor haar open. Dat moedigde ons aan verder te zoeken. Inmiddels lopen cliënten van ons stage bij De Vriend, Het Prentenkabinet, het Koetshuis, Dartel, Van Maanen en ga zo maar door. Te veel om op te noemen!’ Samenwerken met partners Hof van Sijthoff gebruikt de keuken alleen overdag. Daardoor kunnen andere partners de keuken ook gebruiken. Zo koken leerlingen van de Leo Kannerschool er op dinsdagavond. Deze leerlingen met een autismespectrumstoornis kunnen er de praktijk-

4

‘Het gaat niet om een volledige stageplek of baan, een uurtje helpen met indekken of polijsten van bestek en servies is al een hele stap en belangrijk voor de cliënten’ Wie is Gemiva-SVG Groep? De Gemiva-SVG Groep is er voor mensen met een beperking of chronische ziekte. De organisatie ondersteunt iedereen die op eigen kracht -nog- niet zelfstandig kan meedoen in de samenleving. Cliënten kunnen zich in hun eigen tempo ontwikkelen, in de eigen woon- of werkomgeving, op school of op een van de locaties.

bodem van eigen n te n e maalië d Ingre errukkelijk v e d r o o v ndeels nten men grote o De ingredië k ff o th ij Hof van S ben een tijden van er: ‘We heb b a F e k is H in bij land. eg , een tu w van eigen e rs a a n e n de Wass Alphen aa kwekerij op oerderij in b n e e , , n n ij neste rken cliënte Hoeve Cro . Overal we e d A d u O in Land. de Rijn en Het Zoete n a v n e s n t me k krijgen gerichte leerweg of de basis/kaderberoepsd-Staalwij samen me ta s in u T e klab in d gerichte leerweg volgen. ‘Ze brengen hier het geleerde e tuinderij Via het wij die we op d rd e v le e g aan chillen in praktijk en doen zo restaurantervaring op. halen de s we schillen n te n ë li c e ren. Twe Op donderdagavond koken de vrijwilligers van Resto aan een composte dragen bij e Z . p o ts e r wat akfi van Harte hier betaalbare diners voor mensen met met een b zorgen voo n e g in v le samen . een kleine beurs. Het gaat er om gezellig samen eten, duurzame n in de wijk r de oudere o o v er van k a id er komen dus veel mensen die alleen zijn.’ le ra aansp en bege e n e k ij w uit de in het zeil. Vrijwilligers een oogje n e d u o h VG Gouden netwerk Gemiva-S Voor de Leidse Burgertop is Hof van Sijthoff gevraagd te cateren in de Stadsgehoorzaal. Hiske: ‘Tijdens de voorbereidingen spraken we met de mensen van de Stadsgehoorzaal en toen bleek elkaars expertise en netwerk. Onze cliënten en hun dat hun professionele keuken niet intensief gebruikt vrijwilligers kunnen van elkaar leren en we creëren wordt. Nu mogen wij daar met onze cliënten maalsamen doorstroommogelijkheden.’ Het Transtijden bereiden voor de locaties van Gemiva-SVG. formatieteam van de gemeente helpt Gemiva Voor het transport van de maaltijden mogen we de het verhaal te verspreiden en de kennis te delen. geweldige foodtruck van Resto van Harte gebruiken, ‘Als we elkaar weten te vinden, kunnen we elkaar een oude verbouwde brandweerwagen. Hoe gaaf is versterken.’ Een spannend begin is er al: een dat, zo’n gouden netwerk?!’ documentaire over de aanpak van Gemiva-SVG.

Wordt vervolgd Gemiva-SVG wil het netwerk in stand houden en uitbreiden. ‘Anderen moeten ook aan kunnen haken. Samen met Resto van Harte willen we ons concept verduurzamen. We maken gebruik van

‘Volgens een klant hebben we ‘ De beste kroket van Leiden’ Mooi toch?’ 5


Hup... naar de Vitality Club! Dagelijks bewegen is gezond en geeft structuur aan de dag. Het is noodzakelijk om leeftijdsgerelateerde ziekten, zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en zelfs dementie, te voorkomen of te vertragen. Bij ouderen kan bewegen zelfs angst, depressie en valrisico verminderen, en de mobiliteit, kwaliteit van leven en levensduur verhogen. Toch voldoen veel mensen niet aan de Nederlandse norm gezond bewegen van minstens 150 minuten per week. Huidige beweeginterventies onder begeleiding van een professional zijn effectief, maar weten, mede door de hoge kosten, hun effect niet op lange termijn te borgen. Beweeggroepen zonder professionals, maar waar deelnemers elkaar motiveren tot dagelijkse beweging, zijn goedkoper, even

6

Voor een euro per week kunnen 50-plussers daar elke doordeweeks dag van 09.00 tot 10.00 uur in de buitenlucht bewegen, onder begeleiding van vrijwilligers. In Cuba zijn er ongeveer 13.000 grootouderkringen met totaal 820.000 mensen die samen in de buitenlucht bewegen. Dit willen wij ook in Nederland; in alle wijken een Vitality Club! Wilt u meer informatie of wilt u een keer meedoen? Neem dan contact op met Paul van de Vijver: tel. 071-524 0960 of e-mail vijver@leydenacademy.nl

effectief en kunnen overal en door iedereen worden opgericht. Met deze vorm van zelforganisatie (peer coaching) brengt de Vitality Club ouderen bij elkaar. Zo motiveren ze elkaar om dagelijks in beweging te komen en gezonder en gelukkiger oud te worden. Daarnaast wordt het sociale aspect zeer gewaardeerd. In het kader van onderzoek zijn met behulp van Gemeente Leiden Vitality Clubs opgericht in Leiden Noord en in de Professoren-/Burgemeesterswijk.

Foto: Kitty van der Stoep

Vitality Club is een initiatief van Leyden Academy on Vitality and Ageing, een kennisinstituut dat zich voor de kwaliteit van leven van oudere mensen inzet door kansen te scheppen voor een vitaal en betekenisvol leven, hecht verbonden binnen de gemeenschap. Meer informatie vindt u op www.leydenacademy.nl

Onder het motto ‘Goed voorbeeld doet goed volgen’ is ook in Leiden Noord een Vitality Club van start gegaan.

7


Een weg ontstaat

door hem te belopen. ZHUANG ZI

Merenwijk Drie enthousiaste Leidse Merenwijkers richten zes jaar geleden mobiel theater Geurend Hooi op. De eerste jaren maken zij met elkaar theater voor het Merenwijk festival Kunst in de Stal. Het doel is daarbij wijkbewoners te verbinden via ludieke acts. De optredens smaken al snel naar meer en het drietal gaat aan de slag met maatschappelijke thema’s. Zo maken ze theater voor de Voedselbank in Leiden, voor het COC, spelen ze meer dan 25 voorstellingen over de

Vluchtelingencrisis en staan nu met een voorstelling over polarisatie op de planken. (‘Onder Anderen’) Hierbij worden ze ondersteund door diaconaal Centrum De Bakkerij en M25. Na de voorstelling gaan ze altijd in gesprek met hun publiek. Theater blijkt een uitstekende manier om discussie op gang te brengen. In de dialoog mogen alle meningen er zijn en wordt het publiek verleid om echt naar elkaar te luisteren.

Voor meer informatie: https://geurendhooi.weebly.com/

8

9


Werkt ‘Eigen kracht’ ook bij suïcidale jongeren? Je netwerk is sterker dan je denkt Soms kunnen mensen het even niet alleen. Een Eigen Kracht-conferentie kan dan uitkomst bieden: samen met familie, vrienden en bekenden stellen ze een plan op om uit het dal te klimmen. Maar werkt dit ook voor jongeren die suïcidaal zijn? Dat onderzoekt Roosmarijn Simons van Curium/LUMC, met steun van de gemeente Leiden. ‘Soms zijn jongeren verbaasd over hoeveel mensen om hen geven.’ Roosmarijn heeft ervaring als Eigen Krachtcoördinator. ‘Je brengt familie, vrienden en bekenden van de cliënt bijeen’, vertelt ze. ‘Samen met de cliënt stellen zij een plan op dat de cliënt weer regie geeft over zijn problemen. Het plan bestaat uit zowel praktische hulp, waarbij iedereen van het netwerk een taak heeft, als professionele hulp. De kring wordt zo groot mogelijk gemaakt, zodat er meer denkkracht is en de zorgen gedeeld worden. Iedereen levert een relatief kleine inspanning, maar als kring zorgen ze ervoor dat iemand bijvoorbeeld zelfstandig kan blijven wonen of dat kinderen veilig op kunnen groeien.’ Eigen Kracht gaat dus uit van het eigen netwerk van cliënten. Dat netwerk kan, indien nodig, professionele hulp inroepen.

Anders werken Met steun van de gemeente Leiden onderzoekt Roosmarijn nu of dit voor meer suïcidale jongeren kan werken. ‘Dit sluit helemaal aan bij de nieuwe manier van werken in het sociale domein: het brengt mensen samen, maakt de cliënt (mede)verantwoordelijk voor de oplossing, is innovatief en leidt tot betere zorg. Bovendien hoop je extreme en dure maatregelen, zoals opname, te kunnen voorkomen of verkorten.’ En hoe ging het verder met de jongen? ‘Goed. Hij gaat weer naar school, spreekt vaker met vrienden af die hem ook steunen bij zijn problemen en heeft weer meer regie over zijn eigen leven.’

Made in Nieuw-Zeeland Suïcidale jongeren De ervaringen met Eigen Kracht-conferenties zijn positief. Dat bracht Roosmarijn en haar collega’s bij Curium op het idee om te onderzoeken of het ook werkt bij een heel moeilijke doelgroep; suïcidale jongeren. ‘Deze jongeren zijn vaak moeilijk te bereiken, ook door professionele hulpverleners. Ze voelen zich eenzaam, geen onderdeel van een netwerk en een last voor hun omgeving. De omgeving is op haar beurt bang om iets verkeerd te doen en denkt dat opname een veilige keus is. Maar een opname alleen helpt niet. In zo’n situatie kan een Eigen Kracht-conferentie heel waardevol zijn. Het laat zien hoeveel mensen om hen geven en iets voor hen willen doen.’ Een jongere zei letterlijk: ‘Ik dacht dat het niemand iets boeide of ik leefde.’ ‘Dat er zoveel mensen waren die hem een steuntje in de rug wilden geven, was een openbaring. Familie, school, klasgenoten; samen stelden ze een plan voor de toekomst op. Dit gaf deze jongeren weer perspectief.’

Eigen Kracht-conferenties zijn begonnen in Nieuw-Zeeland, waar het traditie is dat

Foto: Caroline van Pagée

het netwerk bijeenkomt als er problemen zijn met een persoon. Sinds 2000 wordt er ook in Nederland mee gewerkt, bijvoorbeeld in de jeugdhulpverlening, -bescherming en volwassenenpsychiatrie. De werkwijze kan een hele mooie aanvulling zijn op de gereedschapskist waar de hulpverlening over beschikt. Het geeft de regie terug aan de cliënt, met ondersteuning van zijn netwerk.

Een Eigen Kracht-conferentie verloopt in drie stappen: Stap 1 Tijdens het informatieve gedeelte zitten de mensen die meedenken en steun kunnen verlenen, samen met de hoofdpersoon en hulpverleners, in een kring. De hoofdpersoon en hulpverleners vertellen wat er aan de hand is. Ook is er ruimte voor vragen vanuit het netwerk. Hier wordt alle informatie opgedaan om een plan te maken. Stap 2 De Eigen Kracht-coördinator en de hulpverleners verlaten de kamer. De cliënt en zijn netwerk praten over wat er aan de hand is en bedenken op basis van de concrete hulpvraag een plan voor hoe het verder moet. Hierdoor past dit plan bij de cliënt en zijn netwerk.

Hierdoor wordt denkkracht gebundeld en worden de lasten verdeeld. Vele handen maken licht werk – dat geldt ook hier.

Stap 3 De coördinator en eventueel de hulpverleners komen erbij om het plan door te nemen en te vragen of de afspraken voor iedereen duidelijk zijn. Iedereen zet zijn handtekening eronder. En dan aan de slag!

Voor meer informatie: R.H.B.Simons-van_Alphen@curium.nl

10

11


Pilot bij 150 mensen: Samen DOOR

Project DOOR wil alle Leidenaren actief laten deelnemen aan de samenleving, ook mensen voor wie dat moeilijk is. Er is een proef gestart bij ruim 150 mensen die al langer dan anderhalf jaar in de bijstand zitten en die in een sociaal isolement verkeren. Marlies Tiepel en Sophy Wolters gaan bij hen op huisbezoek. Ze onderzoeken wat mensen kunnen en proberen hen te bewegen weer iets te ondernemen. ‘Er is behoefte aan een nieuwe ‘er-op-áf-aanpak’ om deze mensen te betrekken bij de samenleving’, zeggen ze. Het team is actief in het Bos- en Gasthuisdistrict, Roodenburg en de Slaaghwijk.

Het geheim van verandering is om je energie niet te richten op het bestrijden van het oude, maar op het realiseren van het nieuwe. SOCRATES

Project DOOR is een samenwerking tussen de gemeente, het contactpunt voor vrijwillige inzet iDOE, Libertas Leiden, DZB en allerlei andere Leidse organisaties. Marlies Tiepel en Sophy Wolters gaan voor het project de wijken in. Marlies: ‘We vragen mensen bijvoorbeeld of ze mee willen doen aan een activiteit in het Huis van de Buurt of dat ze wat vrijwilligerswerk willen doen. Mensen bepalen zelf wat ze doen. En deelname is vrijwillig.’ Op dit moment is Project DOOR nog een ‘pilot’ bij 150 mensen, maar uiteindelijk willen Marlies en Sophy een methodologie ontwikkelen voor heel Leiden. Kick-start Inmiddels zijn zo’n honderd huisbezoeken afgelegd, bij veel verschillende mensen. Het kan bijvoorbeeld om een gezin met een migratieachtergrond gaan. ‘Als de kinderen naar school gaan, is er ruimte voor de ouders om mee te doen in de samenleving. Een vader volgt nu computerles en Nederlandse les en de moeder neemt deel aan de knutselclub en volgt ook computerles.’ Een ander voorbeeld is een buurtbewoner uit de Tuinstadwijk, die na een bezoek van het team besloot om het computercafé voor buurtbewoners te gaan runnen. Het is altijd maatwerk. Samen met de deelnemer wordt een persoonlijk plan van aanpak gemaakt.

als een n e i z t e th ‘Je moe -start. Om in bben e ck soort ki g te komen, h je t n bewegi mensen een ze e op sommig e motor moet D nodig. men.’ o gang k 12

Marlies en Sophy werken hierbij samen met andere organisaties in de wijk, waaronder de Sociale Wijkteams. De eerste stap is belangrijk De huisbezoeken hebben Marlies en Sophy een aantal dingen duidelijk gemaakt.‘Niemand wil in de bijstand zitten’, constateren ze. ‘Sommige mensen lukt het alleen niet om de weg naar de samenleving te vinden. Dat heeft verschillende redenen: iemand kan ziek zijn of een ggz-achtergrond hebben. Soms is er ook sprake van schulden of hebben mensen niet de juiste opleiding.’ Het aanbod aan organisaties, initiatieven en vrijwilligers is zo overweldigend, dat mensen niet weten waar ze moeten beginnen. Bovendien zit hun hoofd vaak vol en twijfelen cliënten nogal eens aan zichzelf. Marlies: ‘Wij kunnen dan helpen, door goede matches te maken en doordat we korte lijntjes hebben met mensen die in de wijk werken en wonen. We kunnen doorverwijzen naar het Sociaal Wijkteam of naar Jeugd en Gezin, of contact leggen met de buren. Kleine dingen kunnen de mensen al weer zelf-

13


geslaagd vertrouwen geven, de eerste stap is belangrijk.’ Sophy vult aan: ‘Je moet het zien als een soort kick-start. Om in beweging te komen, hebben sommige mensen een zetje nodig. De motor moet op gang komen.’

Geluk telt Alleen: voordat mensen die eerste stap zetten, moet er heel wat gebeuren. Sophy en Marlies weten zeker dat een professional nodig is om mensen de deur uit te krijgen. ‘En een laagdrempelige plek om naar toe te gaan moet er ook zijn. Denk bijvoorbeeld aan de Buurtontmoetingsplek (BOP) of de Buurttafel.’ Van daaruit proberen ze de volgende stap te zetten. Soms zijn ze zelf verrast door het resultaat. ‘Mensen worden actief in de buurt als vrijwilliger. Daar worden ze niet alleen zelf beter van, maar ook de buurt. Zo is er bij het Jacques Urlus Plantsoen bijvoorbeeld minder overlast en gaat de leefbaarheid erop vooruit.’ Hun aanpak werkt niet bij iedereen. ‘Onze aanpak is experimenteel. We kijken daarom bij wie het wel, en bij wie het niet werkt en of we de aanpak moeten bijstellen voor sommige mensen. Maar tot dusver zijn we best tevreden. Veel van onze cliënten zijn gelukkiger. En dat telt!’ Voor meer informatie: sophy@i-doe.nl marlies@i-doe.nl www.i-doe.nl

iDOE

Samen houden we de stad levendig! iDOE matcht vrijwilligers en organisaties. Maar daar blijft het niet bij, vertelt teammanager Kirsten Zitman: ‘We doen zó veel meer... We organiseren trainingen en workshops en geven informatie en advies. En we houden ons bezig met promotie- en waarderingsprojecten, trajectbegeleiding en maatschappelijke stages. Zo dragen we eraan bij dat vrijwilligers zich kunnen inzetten voor de stad op de manier die het best bij hen past.’ In een maatschappij in beweging, staat iDOE niet stil. iDOE krijgt duizenden mensen in beweging. ‘We zijn gestart in 2009’, zegt Kirsten Zitman, ‘en sindsdien sterk gegroeid. Niet alleen in aantallen vrijwilligers en activiteiten, maar ook qua samenwerkingspartners en zelfs qua gebied: we werken nu regionaal.’ iDOE wil het enorme potentieel aan vrijwilligers in de stad benutten. ‘Dus brengen we organisaties en vrijwilligers bij elkaar, op basis van vraag en aanbod. We hebben een vacaturebank, een organisatiebank, een vrijwilligersbank en fysieke contactpunten om mensen te woord te staan en te helpen. Daar kunnen vrijwilligers en organisaties elkaar vinden.’ Waar ben je goed in? Vrijwilligers kunnen een uitgebreid profiel invullen en

ontvangen vacatures op maat. ‘Houd je van groen? Dan ga je lekker aan de slag in een park of kweektuin. Ben je graag sociaal bezig? Dan kun je bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding gaan doen. Houd je van muziek? Ga helpen bij een festival. En weet je nog niet wat je leuk vindt? Dan bieden we ‘snuffelplekken’: een laagdrempelige mogelijkheid om kennis te maken met verschillende organisaties en klussen. Zo ontdek je wat je leuk vindt en waar je goed in bent.’ Vrijwilligerswerk is een prima tijdsbesteding, betrekt mensen bij de maatschappij, bevordert het zelfrespect en de talenten van mensen én zorgt ervoor dat allerlei organisaties kunnen blijven draaien. ‘Het is dan wel belangrijk dat mensen werk doen dat echt bij hen past. Soms zijn daarvoor workshops of training

Te midden van de moeilijkheid ligt de mogelijkheid. EINSTEIN

14

15


Omalief

nodig; die bieden we dus ook. En hebben mensen wat meer ondersteuning nodig, dan bieden we individuele begeleidingstrajecten. We kijken bijvoorbeeld samen met de vrijwilliger naar waar hij het best op zijn plek is en coachen hem bij het bereiken van leerdoelen.’ iDOE benadert ook bedrijven en stimuleert ook organisaties dat te doen. ‘Dat gaat goed. Steeds meer bedrijven willen maatschappelijk actief zijn. Wij kunnen hen passende activiteiten bieden. Denk bijvoorbeeld aan het opknappen van een speeltuin of een kinderboerderij. De werknemers vinden het leuk en het zorgt voor een positieve sfeer in de onderneming. Dit is belangrijk voor zowel de profit als non-profit sector. Met elkaar houden we de stad in beweging, en op het event Beursplein 071 op 14 november komt dit mooi tot zijn recht!’ Beursplein 071 is een regionaal evenement waar bedrijven en non-profit organisaties elkaar ontmoeten. Dit jaar is het thema ‘vitale verbindingen’; door mensen, netwerken, kennis, materiaal en faciliteiten te matchen, maken we de samenleving vitaler. Studenten motiveren Sinds enige tijd benaderen Kirsten en haar team ook studenten. ‘We verzorgen gastcolleges op de universiteit en bij hogescholen en vragen studenten gastcolleges te verzorgen. Daarnaast informeren we organisaties over het motiveren van studenten voor vrijwilligerswerk. Dit vraagt een eigentijdse benadering: je hebt meer kans met kortlopende projecten die leuk staan op hun CV en met een drankje achteraf. Of met klussen van een paar uur per maand. Je krijgt dan enthousiaste vrijwilligers, die soms in een paar uur wonderen kunnen doen. Denk bijvoorbeeld aan een ict-klus of het op orde brengen van de boekhouding; voor het bestuur van een gymvereniging kan dat een enorme opgave zijn, terwijl een vrijwilliger met specifieke kennis daar zijn hand niet voor omdraait.’ Zonder vrijwilligers staat alles stil Met campagnes en evenementen brengt iDOE het vrijwilligerswerk in de spotlights:de Leidse Vrijwilligersprijs en de jaarlijkse waarderingsactie voor vrijwilligers zijn daar voorbeelden van. ‘Die waardering is belangrijk voor onze vrijwilligers. En het is ook nodig dat men ziet wat wij en onze partners – zoals de gemeente, het centrummanagement, EVA, Radius, noem maar op – samen met vrijwilligers allemaal tot stand brengen. Echt, zonder vrijwilligers

Op dinsdag naar je Scrabble-oma

‘Hoe kunnen wij als Turks/Islamitische gemeenschap iets betekenen voor de samenleving waar wij deel van uitmaken?’ Dat was de vraag waar Mustafa Kus mee rondliep, tot hij de ingeving kreeg ‘Omalief’ op te richten, een stichting die de vereenzaming van ouderen wil tegengaan. ‘Met Omalief geven wij ouderen een plek in onze harten en in ons leven’, zegt Kus.

staat alles stil.’ Kirsten hoopt dat iDOE nóg dynamischer wordt. Of dat lukt, is niet zeker. ‘Een deel van onze activiteiten wordt gefinancierd uit gelden voor de Participatiewet. Die gelden zijn niet gegarandeerd. We gaan daarom nog meer samenwerken met partners en fondsen benaderen. En we gaan met de gemeente in conclaaf.’ Eén ding is zeker: het ontbreekt iDOE niet aan inspiratie en ook niet aan energie. Voor meer informatie: kirsten@i-doe.nl | www.i-doe.nl

‘Het draait allemaal om menslievendheid’, zegt Mustafa Kus. ‘We moeten oog hebben voor een ander. Als wij op een nieuwe manier leren samenleven, dan wordt de maatschappij veiliger en fijner. We hebben dat allemaal in ons, maar soms moet je wat moeite doen om dat boven te halen.’ Moeite doet de voormalig politieman en jongerenwerker zeker. ‘Maar dat doe ik graag. Met pijn in het hart zag ik de laatste jaren de verhouding tussen allochtonen en autochtonen verslechteren. Jongeren voelden zich niet meer welkom in Nederland, Nederlanders sloten zich af. Ik wilde de mensen graag samenbrengen, zodat ze elkaar leren kennen en respecteren. En hoe mooi is het dan als je tegelijk een sociaal probleem kunt aanpakken. Vijftig jongeren Voor Omalief maakt Mustafa Kus groepjes van drie allochtone jongeren. Zij ‘adopteren’ een oma of opa die in een zorginstelling woont en weinig bezoek krijgt. De zorginstelling geeft aan welke oudere eenzaam is en open staat voor contact. Op een vaste dag in de week en op een vast tijdstip bezoeken de jongeren dan in duo’s hun ‘eigen’ opa of oma. De derde jongere is de achtervang, zodat het bezoek gegarandeerd door kan gaan. ‘Ze geven een uurtje aandacht, ze luisteren, maken een praatje, lezen voor of spelen een spelletje. Soms maken ze een wandelingetje met hun opa of oma.’ Mustafa kan een beroep doen op de jongeren uit zijn eigen familie en uit zijn netwerk bij een Turkse stichting in Leiden. Zo komt hij op een vaste groep van ongeveer 25 jongeren, waarvan sommigen al vier jaar met dezelfde oudere optrekken. Daarnaast haken het ROC en het HBO in Leiden aan. ‘Vanuit deze scholen doen ook zo’n 25 jongeren mee. Omdat zij alleen het schooljaar beschikbaar zijn, hebben we een bijzonder concept voor hen: Omalief Flexibel. Zij gaan niet naar één specifieke opa of oma, maar bellen bij iedereen aan om te horen of ze iets kunnen betekenen.’

Hartverwarmend De reacties zijn hartverwarmend, zegt Mustafa. ‘De ouderen bloeien op, ze voelen zich geliefd. En de jongeren krijgen er positieve energie van. Ze zien dat ze een rol van betekenis kunnen spelen, ze nemen medeverantwoordelijkheid voor de samenleving en voelen zich gewaardeerd.’ Er ontstaan warme banden, soms zo hecht dat Omalief na het overlijden van de oudere gevraagd wordt de kist te dragen. ‘Op zulke momenten ben ik tot tranen toe geroerd’, bekent Mustafa Kus. Heel bijzonder is ook de omgang met demente ouderen. ‘Het is heel moeilijk voor jongeren om daar een band mee op te bouwen, maar ik leg uit dat deze mensen ons het hardst nodig hebben. Zij zijn immers altijd eenzaam. En als het dan lukt een keer door de mist heen te breken, dan is dat onbetaalbaar.’ Inmiddels is ook Omalief Grens-Loos gestart, in de Robijnhof. ‘Hier gaat het om vluchtelingen, die aangaven dat ze het fijn vonden om de liefde, die normaal gesproken aan hun eigen ouderen in hun eigen land geven, nu aan Nederlandse opa’s en oma’s te kunnen geven. Ondanks hun eigen verdriet zijn zij bereid om anderen te verblijden, net zoals de Hollandse opa’s en oma’s hen vertrouwden in hun huis en leven.’ Beter samenleven Ook andere gemeenten pakken het concept op: in Leiderdorp, Amersfoort en Arnhem bellen nu ook jongeren wekelijks aan bij hun adoptie-oma. En Mustafa gaat door, wat hem betreft tot de laatste oudere niet meer eenzaam is. ‘En ik wil nog veel meer bereiken’, zegt hij. ‘Omalief is voor mij onderdeel van een groter plan, ‘Socialize’, de manier waarop wij de samenleving de juiste richting uit willen sturen. Maar daarvoor is geld nodig. De Hogeschool Leiden werkt het idee daarom uit tot een soort business plan, dat we daarna hopelijk uit kunnen gaan voeren. Inspiratie volop; nu de middelen nog!’ Meer weten of mee doen met Omalief? Kijk dan op www.stichting omalief.nl

Voor meer informatie: kirsten@i-doe.nl | www.i-doe.nl 16

17


Scrabble-oma

Op bezoek bij ‘Scrabble-oma’. Zo noemt Mustafa Kus mevrouw Janny Lagas-de Graaf. Mevrouw Lagas heeft haar leven lang veel spelletjes gespeeld. Maar scrabble is haar lievelingsspel. Ze kijkt de afgelopen weken extra uit naar de dinsdagmiddag. Dan komt Halima een potje scrabble spelen. Part-time WMO-adviseur Halima las op Facebook over het initiatief ‘Omalief’. Ze nam contact op met Mustafa om te horen of er voor haar ook een bezoekoma of -opa was. Zo kwam zij in contact met mevrouw Lagas. Halima: ‘Het klikte direct. Ik had nog nooit eerder gescrabbeld, maar vind het erg leuk. Ik kan het nog niet van haar winnen, maar het gaat steeds beter.’ Sterker nog: vandaag wint ze voor de eerste keer! De deur niet meer uit Nadat haar man overleed, verhuisde mevrouw Lagas op haar 82e , nu ruim 16 jaar geleden, naar een woning bij de Robijnhof. Tot voor kort deed ze alles nog zelf, maar nadat ze een poosje geleden viel, heeft ze meer hulp nodig. Ze komt eigenlijk de deur niet meer uit. Mevrouw Lagas: ‘Maar ik kook nog wel mijn eigen potje hoor! Mijn zoon en schoondochter doen de boodschappen voor me. En ik heb twee lieve kleindochters. Die wonen helaas allebei niet in de buurt, dus kunnen ze niet iedere week komen. Maar als ze er zijn, word ik altijd erg door ze verwend.’

Niet digitaal = leuk Nu ze de deur niet meer uitkomt, zijn de bezoekjes van Halima extra fijn. ‘Vandaag zijn we zelfs met zijn viertjes, omdat Wusala en Shabnam ook wel eens wilden weten hoe dat nou gaat, een oma-bezoekje en potje scrabble.’ Wusala is enthousiast: ‘Ik vind scrabble erg leuk, en het is extra leuk omdat het niet digitaal is.’ Er wordt fanatiek gespeeld. Shabham vraagt: ‘Mevrouw Lagas, mag je ‘XS’ neerleggen?’ Van de Scrabble-oma mag het. Maar verder wordt er streng via de regels gespeeld. Sjoemelen is er niet bij. Wil je meer weten of mee doen met Omalief, kijk dan op: www.stichtingomalief.nl 1 Halima, Wusala en Shabnam komen speciaal uit Den Haag om mee te doen aan Omalief. 2 Wusala is betrokken bij een ander project van Mustafa Kus, Hotel Happiness. Shabnam is een vriendin van haar.

Kennis gaat met stappen vooruit,

niet met sprongen THOMAS BUBINGTON

18

19


Debt? To No Debt!

Geeft jongeren met schulden weer een toekomst Schulden, je hebt ze zo maar. En ze hebben diepe impact op je leven. Dat ervaren jongeren maar al te vaak. In Leiden is een pilot gestart waarbij de stad de schuld van 25 jongeren overneemt. De jongeren betalen de schuld in 15 jaar volledig terug. Ondertussen kunnen ze wel verder met hun leven. De helft van de Nederlandse jongeren tussen 18 en 27 jaar heeft het laatste jaar een schuld gehad, blijkt uit onderzoek. Een deel hiervan heeft problematische schulden. Daardoor komen ze bijvoorbeeld niet in aanmerking voor woonruimte of kunnen ze geen vervolgopleiding volgen. ‘Hun leven staat in de wacht, de schuld verlamt hen. Ze slapen niet meer, ze worden angstig en kunnen hun aandacht niet meer bij hun opleiding houden. De schulden ontnemen hen zo hun toekomstperspectief’, zegt schuldhulpverlener Stella Meijer van de gemeente Leiden. Schulden kunnen snel opgebouwd worden, bijvoorbeeld bij de telefoonprovider, de zorgverzekeraar of de Belastingdienst. Maar het afbetalen van de schulden is vaak moeilijk. Jongeren komen bovendien meestal niet in aanmerking voor de reguliere schuldhulpverlening. Met het project ‘Debt? To No Debt!’ wil de gemeente Leiden hen helpen. Hoe werkt het? Hoe gaat dat in zijn werk? Stella Meijer: ‘De gemeente heeft een fonds van € 300.000,- in het leven geroepen. Voor maximaal 25 jongeren lossen we de schulden af. Bovendien krijgen ze begeleiding: we leren hen met geld om te gaan, een sociaal vangnet op te bouwen of weer een studie te gaan volgen. De coaching is verplicht, evenals het volledig terugbetalen van de schuld.’ De begeleiding is in handen van organisaties die de jongeren kennen: Cardea, De Binnenvest, ROC Leiden, Libertas, de GGZ, Studio MOIO, Humanitas en Schuldhulpmaatje. ‘De jongeren stellen zelf doelen; ze zijn zelf eigenaar van het probleem en de oplossing. De coaching ondersteunt hen bij het bereiken van de doelen. De organisaties houden bij of de doelen ook echt gehaald worden’, vertelt Stella. Zij en haar collega’s onderhandelen ondertussen met de schuldeisers. ‘We bieden hen aan in één keer de schuld te

20

voldoen, in ruil voor korting op de schuld. Dat is ook in hun eigen belang, want dan krijgen ze het bedrag zeker binnen, zonder dat ze daar kostbare tijd aan hoeven te spenderen.’ Wat gebeurt er met de korting? Stella Meijer: ‘Het bedrag aan korting gaat terug in het fonds. Dat wordt ze een zelfvullend fonds. En daarmee willen we weer andere jongeren helpen.’ Ontzettend opgelucht De pilot ging in september 2016 van start. Inmiddels maken 23 jongeren gebruik van de regeling. ‘Ze zijn ontzettend opgelucht’, zegt Stella. ‘En eigenlijk geldt dat ook voor ons: we zijn blij dat we iets voor ze kunnen doen, zodat ze hun leven weer op de rails krijgen.’ Dat betekent niet dat alles van een leien dakje gaat. ‘Het is niet voor niets een experiment. Als je iets nieuws in gang zet, loop je onvermijdelijk op tegen dingen waar je vooraf niet bij stil stond. Zo lukt het soms niet om snel afspraken te maken met een schuldeiser, maar wil je toch het traject opstarten; wat doe je dan? Dan moet je flexibel zijn. Voor een ambtenaar is dat soms best lastig, we zijn niet gewend om buiten de kaders te treden. Maar meestal lukt het ons goed om te denken in kansen en oplossingen. Dat past ook helemaal bij de nieuwe werkwijze van ‘Anders willen, anders denken en anders doen. De jongeren zijn het waard.’ Dit najaar kijkt de gemeente Leiden of de pilot zo werkt als bedoeld. Het uitvoerende team Debt? To no debt! – Gemeente Leiden - bestaat uit: Marco Baars I Jacco Heida I Gaitrie Koendan I Stella Meijer

Miranda over ‘Debt? To No Debt! ‘Maak gewoon die post open!’

Je bent jong, woont bij je broer en volgt een particuliere kappersopleiding. Je wordt depressief. Je gaat in therapie en het lukt niet om ook nog je opleiding af te maken. Ondertussen tikt de teller door: het geld gaat er wel uit, maar inkomsten zijn er niet. Miranda vat een nare tijd samen: ‘Een uitkering kreeg ik niet, want mijn broer kon en wilde voor me zorgen. En werken kon ik ook niet. Zo bouwde ik een flinke schuld op, onder andere aan de opleiding en de zorgverzekering.’ Werk of opleiding? De post opende ze al lang niet meer – maar ze lag er wel wakker van. Haar psychiater wees haar op Humanitas. ‘Al bij de intake begrepen die dat er iets aan de schulden moest gebeuren. Samen hebben we de post open gemaakt en geordend. Toen wist ik in elk geval hoe ik ervoor stond.’ Schuldhulpverlening vond

dat Miranda moest gaan werken om haar schulden af te betalen. ‘Ik kon toch wel achter de kassa gaan zitten? Ik begrijp dat wel en er is ook niets mis met kassawerk, maar ik wilde zo graag kapster worden.’

21


‘Ik overtref mezelf’ Het project ‘Debt? To No Debt!’ bood uitkomst. ‘Zij nemen de hele schuld over en ik mag een opleiding tot kapper volgen aan het ID College. Na de zomer begin ik aan de Beroeps Begeleidende Leerweg: 24 uur per week werken en één dag per week naar school. Tot die tijd ben ik al bij een kapsalon aan de slag. Ik overtref mezelf, ik werk 32 uur per week. Ik had nooit gedacht dat ik zo hard kon werken. Ik betaal elke maand 50 euro af, maar ben van plan om méér af te lossen. Anders duurt het dertien jaar voordat ik van de schuld af ben.’ ‘Independent woman’ Miranda heeft het gevoel weer grip op haar leven te hebben. ‘Ik wilde altijd een ‘independent woman’ zijn, ook financieel. Zo ver is het nog niet – ik woon nu bij mijn vriend en hij betaalt nog veel –, maar ik weet wat ik wil en wat ik daarvoor moet doen. Ik heb zicht op een gewoon leven zonder schulden. Ik ben blij met alle steun die ik heb gekregen, ook met de morele steun van mijn naaste familie. Ik probeer nu zelf anderen te helpen. Laatst heb ik samen met een vriendin haar post open gemaakt. Want die les heb ik geleerd: problemen gaan niet vanzelf weg, dus maak gewoon je post open en kijk wat je moet doen!’

Brent Beeuwkes, Anne Droog, Martin Wiersema en Elze Verboket

hulpverleners aan elkaar, zodat ze samen de jongere kunnen ondersteunen.’

Even schuilen onder de ExposeYour-paraplu ExposeYour is een samenwerkingsplatform vóór en dóór jongeren en vóór en dóór organisaties die met jongeren te maken hebben. Initiatiefnemer zijn Cardea en Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden Holland. Marieke Josten van Cardea vertelt: ‘We geven informatie en advies en behartigen de belangen van jongeren. Juist de groep van 17-27 jaar valt vaak tussen wal en schip als er iets mis gaat in het leven.’ In Leiden zijn veel instanties die jongeren helpen: Cardea, de Binnenvest, de Sociaal Wijk Teams, de Brijder, Jeugd- en Gezinsteams en het Jongeren Outreach Team. ‘En toch lukt het niet altijd om jongeren zo te ondersteunen dat ze het op eigen kracht redden, raar hè’, zegt Marieke Josten. Juist bij jongeren met meerdere problemen gaat

22

het mis. Denk bijvoorbeeld aan een jonge vrouw die verslaafd, zwanger en depressief is, of aan een jonge man die zijn baan kwijtraakt en wegens schulden zijn woning uit wordt gezet. ‘Jongeren vallen in de hulpverlening net tussen wal en schip of ze vinden gewoon de juiste hulpverlener niet. ExposeYour geeft hun informatie en wijst hen de weg. We knopen de

Een lastige doelgroep Jongeren zijn een lastige doelgroep voor hulpverleners. Ze hebben de papieren niet op orde, ze weten niet bij wie ze om hulp moeten vragen, ze zijn teleurgesteld, achterdochtig of boos. Ze hebben moeite afspraken te onthouden en op tijd te komen, bijvoorbeeld doordat ze steeds ergens anders verblijven of omdat ze geen geld hebben voor vervoer. Door de veranderingen in de jeugdzorg, andere regelgeving bij Werk en Inkomen en de wet op passend onderwijs komen deze jongeren soms in de knel. Marieke en haar collega zijn de drijvende kracht achter het ‘Doorbrekersoverleg’, waar de hulpverleners samen kijken wat ze kunnen betekenen voor deze jongeren. De vaste uitvalsbasis is stedelijk jongerencentrum Nieuw Pancrat, aan de Middelstegracht in Leiden. Nieuw Pancrat is ook een inlooppunt waar jongeren voor informatie en hulp terecht kunnen. Stortvloed aan projecten Daarnaast organiseert ExposeYour een stortvloed aan projecten, vertelt Marieke: ‘We hebben GGD Sense- en SOA-spreekuren, organiseren samen met het DIMS het partydrugstestpunt en werken we samen met de Brijder en zijn betrokken bij allerlei initiatieven op het gebied van wonen voor jongeren. We stimuleren bijvoorbeeld de totstandkoming van

nieuwe woonvormen en we regelen dagbestedingsplekken voor de doelgroep. In het ‘Jonge Oudersproject’ dat van start gaat, willen we de betrokkenheid van vaders bij hun kinderen bevorderen en moeders een plek geven om elkaar te ontmoeten. Voor dit project is samenwerking gezocht met Naaiatelier De Springplank. Ook zijn we betrokken bij The Spot, een ontmoetingsplek die jongeren gaan vormgeven, vergelijkbaar met De Buurt.’ Impuls uit Transformatiebudget In eerste instantie financierde Cardea ExposeYour. In 2016 kreeg het initiatief een impuls uit het Transformatiebudget. ‘Daar zijn we enorm blij mee’, zegt Marieke Josten. ‘Er is ontzettend veel te doen, maar je moet er wel de tijd voor krijgen. Die hebben we nu.’ Maar ze heeft nog wel een wens. ‘We kunnen met alle hulpverleners samen nog beter presteren als we een ‘ontschot budget’ krijgen; financiering van hulp is vaak gekoppeld aan een instantie en bepaalde voorwaarden. Als meerdere instanties samen hulp verlenen, sluit de hulp wel, maar de financiering niet altijd goed op elkaar aan. Een ontschot budget kan uitkomst bieden.’ Daarmee zouden de 80 tot 100 kwetsbare en soms dakloze jongeren nog beter geholpen zijn. Voor meer informatie: www.exposeyourleiden.nl

23


Jongerenitiatief:‘Je bent welkom bij The Spot!’ Wie kan er beter bedenken waar jongeren behoefte aan hebben, dan jongeren zelf? En wat is er leuker dan dat ze dat vervolgens ook zelf uitvoeren? Via het platform ExposeYour en de Burgertop kwamen Brent Beeuwkes, Anne Droog, Martin Wiersema en Elze Verboket met elkaar in contact. Nu bouwen ze samen met andere jongeren aan The Spot, een plek voor en door jongeren.

Brent (20) woont in een ‘naastwonendenhuis’ van Cardea. Hij zit in de jongerenraad van de organisatie en werkt mee aan workshops en trainingen. Anne Droog (21) is stagiair bij ExposeYour. Ze organiseerde verschillende straatacties. Martin Wiersema (21) is na zijn opleiding Maatschappelijk Werk inmiddels als ICT-ondersteuner aan de slag bij Cardea en Elze Verboket (17) vindt ExposeYour gewoon ‘een geweldige plek waar ik graag kom en ook vrienden mee naar toe neem. Je kunt hier met elke vraag terecht!’ Samen pitchten ze bij de Burgertop het idee van The Spot, een plek waar jongeren voor van alles terecht kunnen. Anne: ‘Ze kunnen er socializen, sporten, er is horeca, muziek en ze kunnen er workshops geven of volgen. Het hoeft geen vaste plek te zijn, het is een concept dat reist van de ene buurt naar de andere, met steeds nieuwe mensen die er iets organiseren. Zo is het elke keer nieuw en past het goed bij de buurt waar The Spot op dat moment is.’ Ontwikkel jezelf Martin: ‘Veel jongeren willen zichzelf ontwikkelen; The Spot geeft hen die kans. The Spot kan mensen de ruimte geven om zich te laten zien, op voorwaarde dat ze iets teruggeven. Zo kan een kunstenaar een expositie houden als hij ook een workshop of performance geeft. Iemand anders kan ter plekke sieraden maken en zo anderen inspireren. Of een yogales geven. Ook als je weinig geld hebt, kun je bij The Spot zo een leuke tijd hebben.’ The Spot is niet exclusief bestemd voor jongeren, benadrukt Anne: ‘Ook oude-

ren zijn welkom, net als bij De Buurt (een vergelijkbaar initiatief bij het station in de zomer van 2016, red.), we willen graag dat mensen elkaar ontmoeten.’ De jongeren hopen dat bedrijven, de gemeente en hulporganisaties in hun idee willen investeren. ‘Bedrijven hebben jongeren nodig als werknemer, de gemeente heeft veel leegstaand onroerend goed en jongerenorganisaties zijn op zoek naar zinvolle dagbesteding voor hun cliënten; The Spot biedt uitkomst!’ Niet op vakantie, wel naar The Spot Sinds de pitch hebben jongeren uit de Jongerenraad van Cardea, ExposeYour, King for a Day, Studio Moio en de politiek de koppen bij elkaar gestoken. Er is ook overlegd met de mensen achter ‘De Buurt’. Zo is het concept verder uitgewerkt. Tijdens Werfpop is aan jongeren gevraagd wat hun favoriete plek voor The Spot zou zijn. Nu is het tijd voor een ondernemingsplan: wat gaat er komen, hoe trek je mensen aan, hoe financier je dit initiatief? Brent: ‘We willen graag voor de zomer van 2018 aan de slag. Er zijn best veel jongeren die niet op vakantie kunnen, omdat er geen geld is of omdat ze mantelzorger zijn. Daar mogen we best iets voor doen, iets laagdrempeligs. Het is beter dat ze naar The Spot komen, dan dat ze eenzaam thuis zitten terwijl ze op Instagram of Snapchat zien hoe andere mensen aan het partyen zijn.’ Martin: ‘Yo, kom gewoon! Het maakt niet uit wie of wat je bent, je bent welkom!’ Meer informatie via: www.exposureleiden.nl

Transformatie betekent letterlijk voorbij de vorm gaan. WAYNE DYER

24

25


Studio Moio

Van schoolverlater

tot sociaal ondernemer Studio Moio wil het verschil maken in de maatschappij. Te beginnen bij jongeren die uitvallen op school, of die dreigen dat te gaan doen. ‘Deze jongeren lopen vast in het systeem. Wij dagen hen uit om innovaties te ontwikkelen voor sociale vraagstukken. Daarmee ontdekken ze tegelijkertijd welke toegevoegde waarde zij hebben voor onze samenleving’, zegt Nathalie Lecina, sociaal ondernemer met een missie.

Studio Moio is een laboratorium voor maatschappelijke vernieuwing. Het kan nog zo veel beter in Nederland; in de ouderenzorg, de jeugdzorg en de omgang met vluchtelingen bijvoorbeeld. Daarbij zet Studio Moio jongeren in die dreigen te stoppen met hun mbo-opleiding of die dat al gedaan hebben. Jongeren die in het duister tasten over hun talenten en hun toegevoegde waarde in de samenleving. Jongeren die worstelen en hoe zij van waarde kunnen zijn. Voor sommigen heeft het te maken met hun afkomst, huiselijk geweld, armoede, een beperking, angsten of vooroordelen. Veel vaker heeft het te maken met een gebrek aan ruimte in het onderwijs of thuis om zichzelf te leren kennen. De druk op prestaties is zo hoog, dat het halen van een diploma belangrijker lijkt dan het ontdekken wie je bent. Nathalie Lecina haalt ze binnenboord en maakt

onderzoekers, ontwikkelaars, makers en doeners van ze. ‘Juist zij zijn in staat om anders te kijken, te denken en te doen. Met hun prettige ‘Ik-heb-niets-te-verliezen-mentaliteit’ staan ze open voor vernieuwing. En dat past bij een wereld in transitie.’ In de praktijk ontdekken of het werkt Studio Moio daagt deze jongeren uit om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Nathalie laat jongeren concepten, campagnes en evenementen ontwikkelen én uitvoeren. ‘We bedenken iets en gaan dan aan de slag. Zo ontdekken we in de praktijk of de concepten werken en schaven we ze bij. Vaak werken we samen met betrokken opdrachtgevers, zoals scholen of bedrijven, maar niet altijd: als wij vinden dat een project nodig is, maar er is geen opdrachtgever voor te vinden, dan doen we het zelfstandig.

Nathalie: ‘We proberen van een probleem een kracht te maken. Heeft iemand bijvoorbeeld pleinvrees? Dan vragen we hem buurtgenoten te gaan interviewen voor een wijkdocumentaire.’

pact, er zorg geKoplop op het r e n in s, ward w nderwij TEDx a tie in o a v o n u n in rnie bied va zorgve le a n voor natio award r top 10 e s is V ren, rijs, Jo or oude o wingsp v n e k ijf bete erbedr le e wat we t s e b ineerd ijffels Genom rman W e H n e b . s-b tieprijs innova

26

27


We zijn een eigenwijs clubje, de ideeën van jongeren zijn het uitgangspunt bij alles wat we doen.’ Studio Moio werkt ook graag samen met andere organisaties in het sociaal domein, van De Binnenvest tot Rosa Manus. Van probleem kracht maken De MBO-studenten doen ook zelf het onderzoek dat nodig is voor het ontwikkelen en uitvoeren van concepten. Nathalie: ‘We hebben bijvoorbeeld met twintig jongeren gewerkt aan eigen onderzoek naar verbeteringen in het MBO-onderwijs. De jongeren brachten zelf knelpunten in beeld en droegen oplossingen aan. Je ziet dan dat jongeren die adviezen ook direct in de praktijk gaan brengen, echt geweldig! Als je jongeren zelf onderdeel van de oplossing maakt, krijg je geen rapport dat ongebruikt in de la belandt, maar oplossingen die werken!’ Dat Studio Moio een eigen filmploeg heeft, die via mediauitingen voor iedereen zichtbaar maakt wat er allemaal gebeurt, spreekt ook enorm aan. Hang Oud Op dit moment werken we onder meer aan een project ‘Hang-Oud’. Jongeren en ouderen komen elkaar niet vaak vanzelf tegen. Ze leven in verschillende werelden. Als dat wel zou gebeuren kan er meer wederzijds begrip ontstaan. Op die manier hopen we jongeren en ouderen met elkaar verbinden. Uit verschillende projecten die we gedaan hebben bleek dat ze heel veel voor elkaar kunnen beteken. Bijvoorbeeld het kickboxen met ouderen. Een van onze stagiaires werd vroeger gepest en had zelf ervaren wat het betekent om angstig te zijn. Kickboksen had haar weer zelfvertrouwen gegeven. Haar lijf en geest werden er sterker van. Uit een onderzoek bleek dat ouderen met beginnende dementie dat ook al als een angstig periode ervaren. Samen met Marente ouderenzorg zijn we aan de slag gegaan en hebben we met een aantal van onze jongeren kickboksen met ouderen georganiseerd. En het mooie was ‘beiden hadden het gevoel de andere een toffe dag te hebben bezorgd’. Verbonden samenleving Studio Moio ontwikkelde inmiddels tientallen initiatieven, die vaak gericht zijn op verbinding. Ze brengen mensen samen die in dezelfde buurt wonen maar elkaar niet kennen, ze verbinden jong en oud, PVV’ers en DENK-aanhangers. Nathalie: ‘Zo snapten twee van ‘onze’ jongeren de islam niet. Met wat aanmoediging zijn ze naar een moskee

28

gegaan en hebben ze gesproken met de imam. Ze kregen antwoord op veel vragen en het lukte hen daarna om ook andere zaken met een open mind te benaderen.’ Jongeren van Studio Moio zijn ook nauw betrokken bij ontmoetingsplek The Spot en gaan, samen met het Straatpastoraat, zeefdrukken met dak- en thuislozen. Het is maar een greep uit de vele projecten waarmee jongeren een bijdrage leveren aan een verbonden samenleving. Zo ontdekken ze waartoe ze zelf in staat zijn. Nathalie: ‘Ik ben ervan overtuigd dat als je zelf van betekenis kunt zijn voor een ander, er gelijkwaardigheid ontstaat.’ Social enterprise In de vier jaar dat Nathalie bezig is met Studio Moio, heeft ze moeten knokken voor inkomsten. ‘We zijn een social enterprise’, zegt ze. ‘De stichting genereert middelen, die volledig ten goede komen aan de jongeren die we begeleiden. Het gaat bijvoorbeeld naar de begeleiding, fondsvorming voor de toekomst en naar workshops. We bieden ook echte banen.’ Dat geldt bijvoorbeeld voor Ruben Engelkes, allround projectbegeleider. ‘Ik begeleid jongeren en help hen creatieve oplossingen bedenken.’ Ruben heeft een vaste baan bij Studio Moio. ‘Daardoor kon ik een hypotheek krijgen voor een woning.’ Nathalie is erg blij met Ruben: ‘Hij inspireert en enthousiasmeert iedereen. Zijn werk maakt, net als dat van andere jongeren die aan de slag gaan bij Studio Moio overigens, echt verschil. Daar hoort dus een serieuze beloning tegenover te staan.’ Ze heeft inmiddels ruim 30 jongeren een betaalde job kunnen geven. Daar is ze terecht trots op, en vooral heel blij mee. ‘Ik vind het geweldig dat we samen een bijdrage kunnen leveren aan een in alle opzichten positieve toekomst van jongeren voor wie dat niet vanzelfsprekend is.’

Van probleem kracht maken

Meer informatie over de projecten van Studio Moio vindt u op: www.studiomoio.nl

29


Welzijn Op Recept

Achtergrond Veel mensen die regelmatig de huisarts

‘Ik zou zo graag zien dat de mensen die door bijvoorbeeld de huisarts naar ons doorverwezen worden

bezoeken, kampen met psychosociale

zichzelf deze gesprekken gunnen’. Nu denken ze vaak nog ‘past dat wel bij mij’.

problemen. Die kunnen het gevolg zijn

Aan het woord is Karin Witteman. Zij is welzijnscoach in het Sociaal Wijkteam Mors.

van ingrijpende gebeurtenissen, verlies van werk, relatieproblemen of een zieke

Karin legt uit: ‘Patiënten met klachten als piekeren, sociaal isolement, somberheid, overbelasting, overgewicht, verveling of angstklachten kunnen naar ons door verwezen worden. Wij hebben meer tijd dan de huisarts om met hen in gesprek te gaan om er achter te komen waar ze mee geholpen zouden zijn. We gaan samen met hen op zoek naar activiteiten in de wijk die bij hen passen en waar ze blij van worden.‘ In de wijk ‘Wij hebben uitgebreide kennis van wat er allemaal in de wijk te doen is. Dit kan van alles zijn: sociale activiteiten ondernemen zoals samen een kop koffie drinken en een spelletje doen, bewegen met elkaar, iets nieuws leren, of bijvoorbeeld samen dingen ondernemen. Maar ook helpen we hen als ze zich bijvoorbeeld op willen geven voor vrijwilligerswerk bij I-Doe of we wijzen hen op de site van BUUV, een organisatie die hulpvragen van buren met elkaar verbindt. De mensen die wij spreken zijn heel divers. De een zal het leuk vinden om een kopje koffie te schenken, anderen willen mensen wel helpen met het invullen van formulieren en een ander wil vooral een praatje maken’. Duwtje in de rug Welzijn op recept is er voor iedereen die een duwtje in de rug krijgt van de huisarts om zelf iets te gaan doen, in beweging te komen, leeftijd maakt niet uit.. Karin ‘Een mooi voorbeeld vind ik het verhaal van de Marokkaanse dame uit de Crisisopvang die naar ons doorverwezen werd. Ik heb een aantal gesprekken met haar gevoerd en zij volgt nu taal- en computerles, , heeft leren fietsen en komt nu met de bus en de fiets om onder meer vrijwilligerswerk in de Ruilbus te doen’. Ook komen er mensen met levensvragen bij ons, zoals die oudere meneer van 85 plus, hij wilde graag met iemand praten over ‘als ik er niet meer ben’. Die meneer hebben we doorverwezen naar Katja Beerman, die heeft een spreekuur Levensvragen bij de BOP – Buurtontmoetingsplekop de Herenstraat. http://www.buurtkantoor.info/

30

Meedoen is gezond. Sommige klachten verminderen als u zelf iets gaat doen! Van zorg naar welzijn Een huisarts heeft het vaak erg druk met vragen op het gebied van zorg, de meer fysieke vragen zoals bijvoorbeeld rugpijn. Hij schrijft dan medicatie of een verwijzing naar de fysiotherapeut voor. Dat is heel gewoon en geaccepteerd. Je wilt tenslotte van je pijn af. Als een arts doorverwijst als het gaat om je beter te voelen als je verdriet hebt of eenzaam bent dan ervaren mensen dat toch anders. Als mensen na verwijzing niet met ons bellen nemen we zelf contact op. We maken dan vaak een afspraak op een locatie in de wijk of bij hen thuis. Of we maken een afspraak voor een wandeling. Dat vinden mensen soms ook heel prettig.

partner. De psychosociale problemen uiten zich vaak in lichamelijke klachten, somberheid, stress of angstklachten. Voor een groot deel van deze klachten of om erger te voorkomen kan het helpen om meer te gaan bewegen, iets zinvols te doen of gewoon met anderen iets leuks te

Welzijn Op Recept is een samenwerking tussen huisartsenpraktijen, Radius, Kwadraad, Libertas Leiden, Reos, MEE, WMO gemeente Leiden en GGD- Hollands Midden. Tevens wordt samengewerkt met professionals, vrijwilligers en actieve burgers die activiteiten aanbieden

‘Het werkt niet voor iedereen helaas. Iets voor jezelf doen is voor sommige mensen een lastig gebied’.

ondernemen. Karin Witteman van SWT Mors k.witteman@swtleiden.nl

Samenwerking Het doel van Welzijn Op Recept is om mensen, die soms veel zorg vragen, toe te leiden naar leuke activiteiten, sport of vrijwilligerswerk waardoor ze zich beter gaan voelen. Uiteraard alleen als ze dat zelf ook wel willen. We hebben regelmatig contact met de praktijkondersteuners van de huisartsen zodat we van elkaar goed weten wat er mogelijk is. Welzijn op recept is niet alleen in de Mors gestart, ook in de Stevenshof en in Leiden Noord schrijven huisartsen welzijnsrecepten uit. In Bos- en Gasthuisdistrict en in de Merenwijk wordt het project voorbereid.

31


Je komt elkaar tegen in de Ruilbus

‘Er zit veel kracht in mensen zelf’

De Leidse Ruilbus is een buurtwinkeltje op wielen. Maar dan wel een winkel waar niets te koop is. ‘

‘Vroeger werkten instanties vaak langs elkaar heen. Soms kwamen ze elkaar bij de voordeur tegen en deden ze soortgelijk werk met dezelfde bewoner. Nu doen we geen dubbel werk meer, en werken we efficiënter.’ Aan het woord is Manon van der Hoeven, sociaal werker bij Sociaal wijkteam Roodenburg.

Je komt hier om te ruilen: kleding, speelgoed of boeken. En tegelijk maak je een praatje’, vertelt Karin Witteman van het Sociaal Wijkteam uit de Mors. Wethouder Marleen Damen is enthousiast: ‘Ik vind het een prachtig initiatief, dat echt vanuit de vrijwilligers zelf komt. Samen hebben ze een mooie plek gecreëerd waar mensen elkaar tegen komen en spulletjes kunnen ruilen. Een inspirerend voorbeeld!’ In de Morswijk raakten vrouwen in gesprek over ‘elkaar ontmoeten op een andere manier’. Ze beseften dat het makkelijker wordt om met elkaar in gesprek te raken als je een doel hebt. Dat doel kán zijn het ruilen van kleding. Zo ontstond het idee van een laagdrempelige ontmoetingsplek, waar je kleding kunt ruilen en een kopje koffie kunt drinken. Karin Witteman: ‘Het zijn vaak de kleine dingen die het doen. Door te ruilen zorg je voor tweerichtingsverkeer en daarmee voor gelijkwaardigheid. De kleding moet natuurlijk wel schoon en heel zijn. Naast kleding kunnen er ook andere spullen, zoals (klein) speelgoed en boeken in de bus worden geruild. Overal in de stad De vrijwilligers bedachten verder dat het leuk zou zijn als het een mobiele locatie zou worden, zodat er overal in de stad geruild en gepraat kon worden. En zo ontstond het idee om op zoek te gaan naar een bus. Een Ruilbus. Karin Witteman: ‘De bus is gevonden in Leiden Noord, maar moest wel helemaal opgeknapt worden. De vrijwilligers hebben geld bijeen gekregen door verschillende fondsen aan te schrijven. Sponsoren zijn de gemeenten Leiden en Leiderdorp, Libertas, de stichting WOZFonds en Fonds 1818.’ Handen uit de mouwen Vervolgens hebben heel veel vrijwilligers de handen uit de mouwen gestoken om er iets moois van te maken. Zo hebben mensen van de Stichting Uitgeprocedeerde Vluchtelingen (STUV) en buurmannen uit de wijk de bus behangen. Ook de buurvrouwen lieten zich niet onbetuigd, zij hebben de gordijnen genaaid. De gemeente Leiderdorp schakelde een kunstenaar in om de bus een mooi uiterlijk te

geven. En daar blijft het niet bij. Vrijwilligers halen en brengen de bus naar de verschillende standplaatsen in Leiden Noord, de Slaagwijk, de Merenwijk, de Mors en Leiderdorp. Want de bus staat elke week op een andere plek. Wil je weten waar en wanneer? Zie onderaan de pagina. Als de bus een succes is, wordt het aantal standplaatsen uitgebreid. Tot ziens in de Ruilbus!

Foto JP/Gaby Hueber De Ruilbus werd officieel geopend door de wethouders Marleen Damen (Leiden) en Angelique Beekhuizen (Leiderdorp)

Standplaatsen: Woensdag- Merenwijk: Slaagwijk in de Valkenhorst en Smellekenshorst van 14.00 -16.00 uur Donderdag- Morstwijk: Topaaslaan, tegenover het huis van de buurt Morschwijk van 13.00 -15.00 uur. Vrijdag - Leiden Noord: van Riebeeckhof, Charlotte de Bourbonhof, Anna van Burenhof van 13.00 tot 15.30 uur. 32

Sinds 2014 werkt Manon van der Hoeven vanuit Libertas Leiden bij het Sociaal wijkteam (SWT) Roodenburg. ‘Hier kun je met al je vragen terecht over welzijn, zorg, ondersteuning en de WMO’, vertelt ze. ‘Verschillende instanties werken hier samen om deze vragen te beantwoorden. Vroeger werkten al deze organisaties onafhankelijk van elkaar. We stemden de hulp niet af en er werd veel dubbel gedaan. Dat is nu sterk verbeterd. We werken volgens een ‘T-shaped model’, wat wil zeggen dat ieder van ons het eerste gesprek met een bewoner kan voeren, maar dat afhankelijk van de vraag de meest geschikte sociaal werker aan de slag gaat met die bewoner. We leren ook veel van elkaar, er is echt sprake van kruisbestuiving.’ ‘Sociale VVV’ Mensen vinden het SWT via de huisarts, de politie, de woningbouwvereniging of gewoon via de buurvrouw. ‘We werken ook samen met buurtontmoetingsplekken, trefpunten en wijkgroepen. We willen zo laagdrempelig mogelijk zijn.’ Bij het SWT kun je terecht met allerlei vragen en problemen, of het nu gaat over echtscheiding, huiselijk geweld, geldproblemen of overspannen mantelzorgers. ‘Als we het zelf kunnen oplossen, dan doen we dat. Anders verwijzen we door, we zijn een soort sociale VVV.’ Het SWT is er niet om alle problemen voor de mensen op te lossen, benadrukt Manon: ‘We gaan uit van de eigen kracht en het eigen netwerk van mensen. We ondersteunen waar nodig, maar verwachten wel dat mensen zich zelf ook sterk maken.’ Er wordt gekeken naar wat echt nodig is en naar wat je daar zelf aan kunt bijdragen.’ Verschil maken Stuit het team op veel dezelfde klachten in een buurt, dan worden deze als één geheel benaderd. Manon geeft een voorbeeld: ‘Geluidsoverlast en troep op straat kan te maken hebben met een gebrek aan

sociale cohesie. Mensen die elkaar niet kennen, bespreken gezamenlijke irritaties niet makkelijk en het gaat van kwaad tot erger. We proberen zo’n spiraal dan om te draaien. We vragen mensen om mee te denken over wat hun buurt leuker zou maken. We bundelen de suggesties en organiseren een buurtborrel. Zo kwam in Roodenburg de Werkgroep Wijkwens van de grond, onder de bezielende leiding van opbouwwerker Ali. Groepen buurtbewoners adopteerden de knelpunten. Zo bekommeren de ‘Social Pickers’ zich om zwerfafval, vinden er buurtschouwen plaats en gaat een groep gezellig samen een social sofa mozaïeken. Woningbouwvereniging Ons Doel heeft daar een ruimte voor beschikbaar gesteld. Zo ontstaat een positieve dynamiek. Mensen zien dat het echt verschil maakt als je er samen de schouders onder zet.’ Minder escalatie Manon is enthousiast over de bundeling van expertise binnen het SWT en de nieuwe werkwijze, die de verantwoordelijkheid zo dicht mogelijk bij de mensen en de buurt zelf legt. ‘Ik ben ervan overtuigd dat dit werkt. Er zit veel kracht in mensen. Als je die kunt benutten, escaleren problemen minder heftig en is er minder professionele ondersteuning nodig.’ Meer informatie via: m.van.der.hoeven@swtleiden.nl www.leiden.nl/sociaalwijkteam 33


Een goede BUUV is goud waard In de wijk Tuinstad Staalwijk vormt een actieve club bewoners samen een Wijklab. Ook ondernemers uit de straat voelen zich hierbij betrokken. De fysiotherapeut wist dat een van zijn cliënten best een boodschapje wilde doen voor mensen die zelf niet de deur uit konden. Kende het Wijklab zulke mensen? Het Wijklab trok het breder: wat zouden we als buurtgenoten voor elkaar kunnen doen? En zo kwam BUUV naar Tuinstad Staalwijk.

‘Education is not the learning of facts, but training the mind to think’ ALBERT EINSTEIN

BUUV is voor iedereen. BUUV mee!

www. buuv. nu Ida Odijk ging met een aantal mensen op onderzoek uit en ontdekte het landelijke online platform BUUV. Ze werd, samen met Martin Keesenberg de eerste BUUV-ambassadeur in Leiden. Ida: ‘Veel mensen willen best iets voor hun buurtgenoten doen, maar weten niet wat en voor wie. BUUV is een platform waar iedereen hulp kan zoeken en aanbieden. Het gaat om kleine hulpvragen waarvoor je geen professional hoeft te zijn. Dit kan van alles zijn: koken, een praatje, het uitlaten van de hond, een lift naar de dokter of een klusje in de tuin. En je hoeft echt niet altijd klaar te staan, je helpt een handje wanneer het je uitkomt. Of je nou jong of oud bent, ziek of gezond: je bent welkom bij BUUV.’

34

De BOP zijn Niet alles gaat online. Ida vertelt hoe belangrijk het is dat er ook een fysieke plek is waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. ‘Op dinsdagochtend zit ik in de Buurtontmoetingsplek (de BOP). Daar heb ik al verschillende mensen die voor een praatje binnen kwamen attent gemaakt op BUUV. Ze zijn gelijk actief geworden, een win-win-situatie!’ Een voorbeeld is Desiree, die kwam binnenlopen om te zien of er iets te doen was, zoals breien of haken. Ze ontdekte BUUV en doet nu allerhande klusjes voor mensen die het zelf niet kunnen. Ook professionals weten BUUV te vinden, zoals de medewerkers van het Sociaal Wijkteam. Zij doen dienst als ambassadeur en verwijzer. En BUUV gaat door: het doel is om in elke wijk een ambassadeur te krijgen. Wijklab bruist Wijklab Tuinstad Staalwijk bruist. Naast BUUV en de BOP – waar je ook terecht kunt voor het spreekuur iDoe, het Netwerk Levensvragen en het Buurtkantoor – , zijn er nog veel andere initiatieven. Denk bijvoorbeeld aan het Schillenboerproject, Galerie TuinStaal, de Tuinstaalvertellingen en de Raapstelen (iedere 2e en 4e zaterdag van de maand samen een uurtje vuilrapen in de wijk). Meer info: http://www.buurtkantoor.info/

De Top 6 van BUUV-onderwerpen: • Gezelschap • Koken • Huishouden en boodschappen • Klussen en tuinieren • Huisdieren • Computer en administratie

35


‘Zaaien van initiatief’

Met het project het ‘Zaaien van Initiatief’ worden twee inwoners uit Leiden ondersteund om in de stad samen met andere inwoners een bewonersinitiatief op te zetten waarmee ze de stad socialer en groener willen maken. Nina Kortekaas is één van deze inwoners die door het Transformatieteam van de gemeente Leiden is geselecteerd om haar lokale idee te realiseren. Nina deelt haar verhaal!

PiëzoMethodiek in Leiden Niet voor iedereen is meedoen in de samenleving vanzelfsprekend. Om te zorgen dat mensen niet aan

Tien jaar geleden alweer kwam ik voor het eerst naar Leiden. Als jonge studente begon ik aan de opleiding Kunstzinnige therapie aan Hogeschool Leiden. Nu, tien jaar later, ben ik kersverse ondernemer in de Leidse stad! Sinds april 2017 ben ik namelijk als onderdeel van het project ‘Zaaien van Initiatief’ bezig met de oprichting van het Re-Style Lab ‘Een Straaltje Los’. Met ‘Een Straaltje Los’ creëer ik een laagdrempelige plek in Leiden waar mensen zoals jij en ik de ruimte krijgen om creatief aan de slag te gaan met hergebruikte en natuurlijke materialen. Een plek waar ongebruikte spullen een nieuw leven krijgen, ontmoetingen ontstaan en mensen met diverse achtergronden vanuit hun eigen talent en kracht samen de handen uit de mouwen steken.

de kant blijven staan, is de PiëzoMethodiek ontwikkeld. De stapsgewijze aanpak maakt de weg voor mensen vrij naar vrijwilligerswerk, een baan of een opleiding. Deze aanpak is ingezet bij EpiCentrum Slaaghwijk, leer/werkcentrum van stichting Piëzo en bij de Leidse partners Kringloopbedrijf het Warenhuis, stichting ZON, Libertas, iDoe en Radius. Verder doen veel andere organisaties en bedrijven in Leiden mee door het bieden van ontwikkel- en stageplekken. Naar opleiding De afgelopen tweeënhalf jaar zijn 73 deelnemers uit fase 4 gestart met een 1-jarige mbo-opleiding Entree niveau 1 en Zorg, Welzijn en Facilitair niveau 2. Zij worden voorbereid op het werken in een bedrijf via praktijkgerichte opdrachten en vakken. De groepen zijn klein en de opleiding geeft veel structuur. De opleidingen zijn ontwikkeld en worden uitgevoerd door MBO Rijnland (voorheen Id College) en Piëzo samen.

Waarom ik dit doe is het beste te omschrijven met het woord Verbinding. Spullen opknappen, dat is het niet alleen. Ik wil mensen laten nadenken over wat hun gelukkig en tevreden maakt. We weten dat verbinding met elkaar, met jezelf of met de natuur bijdraagt aan een gevoel van geluk. Maar je kunt ook verbinding maken met je spullen! Door het zelf te maken, door te weten waar de grondstoffen vandaan komen. Spullen heb je namelijk de hele dag om je heen. Leiden bouwt aan een duurzame stad, wij aan een duurzame inrichting. En een onderneming opzetten dat kan ik niet alleen. Stichting Wijkontwikkeling ondersteunt bij het vormen van een team van mede-inwoners die mijn gedachtengoed, mijn visie delen. Inmiddels heb ik een prachtig team van zeven inwoners (die elkaar nog niet kenden) en werken we samen aan een gedegen organisatieplan. Samen staan we sterk. Leiden straks een plek rijker waar iedereen uit de stad samen de handen uit de mouwen kan steken en heerlijk aan de slag kan gaan met zijn of haar spullen. Ben je nieuwsgierig, wil je meer weten of meedoen? Neem gerust contact met me op! Je kunt me bereiken via nina_rozemarijn@msn.com

36

Stapsgewijze aanpak Een belangrijke succesfactor van de methodiek is de stapsgewijze aanpak. ‘Mensen gaan meedoen aan lessen en activiteiten in het EpiCentrum om zich verder te ontwikkelen’, vertelt Thera Leenman coördinator EpiCentrum. ‘Vervolgens gaan ze als lerend vrijwilliger aan de slag. Bijvoorbeeld als gastvrouw, baliemedewerker of door een cursus te geven in het EpiCentrum. Daarna gaan ze buiten het EpiCentrum aan de slag bij één van onze partnerorganisatie in Leiden waarna ze kunnen doorstromen naar opleiding en werk. Mensen kunnen in elke fase in- of uitstromen, afhankelijk van hun (voor)opleiding, talent, capaciteiten en wensen.’

Mariam Abdelgadir, één van de deelnemers aan de eerste mbo1-groep in Leiden, nam in juni dit jaar haar diploma vol trots en emotie in ontvangst. Een jaar geleden had ze nog geen verblijfsvergunning en nu staat ze al hier. Door haar stage in de kinderopvang heeft ze nu voor een aantal uur in de week een betaalde baan in de buitenschoolse opvang. In januari 2018 gaat ze starten met de mbo2-opleiding. Meer informatie: info@stichtingpiezo.nl Of kom langs in het EpiCentrum Valkenpad 34-36, 2317 AN Leiden 071-5232022/thera@stichtingpiezo.nl

37


Kom je een bakkie doen? Bij het Zelfregiecentrum Leiden ben je van harte welkom. Maakt niet uit waar je vandaan komt, welke bagage je meesleept of wat je wilt doen. Er is altijd tijd voor jou en de koffie is bruin. ‘De koffie is bruin, inderdaad, maar alleen de éérste kop. Daarna moet je het zelf zetten!’ Aan het woord is Sonja van der Flier, voorzitter van het Zelfregiecentrum Leiden.

Begeer niet alles te weten, opdat u niet in alles onwetend blijft. DEMOCRIT US

38

Het Zelfregiecentrum Leiden is een burgerinitiatief. Sonja en een aantal andere mensen vonden het tijd om een plek te realiseren die je stimuleert om de regie over je leven in eigen handen te nemen. Iedereen is welkom, en zeker mensen die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken. ‘Denk bijvoorbeeld aan mensen die langdurig werkloos zijn, psychische problemen hebben of thuisloos zijn’, zegt Sonja. ‘Zelfregie is: doen waar je blij van wordt en je verantwoordelijkheid pakken wanneer dat nodig is. In de hulpverlening wordt veel vóór de mensen georganiseerd. Dat is prima, maar eigenlijk wil je dat mensen zélf hun talenten gaan benutten. Dat ze ontdekken wat ze willen en waartoe ze in staat zijn – en daar ook iets mee gaan doen. Dat ze de regie over hun leven weer in eigen handen nemen. Dat geeft hen perspectief en versterkt hun gevoel van eigenwaarde. Daar helpen we bij.’ Vlammetje aanwakkeren Sonja hoorde over een Zelfregiecentrum in Venlo. Ze bezocht het centrum en raakte zó geïnspireerd dat ze ook in Leiden een centrum wilde openen. Samen met collega-initiatiefnemers en met steun uit Venlo heeft ze inmiddels met wel honderd mensen gesproken over zelfregie. Er is een stichting opgericht en er zijn fondsen aangeschreven. Libertas stelde een ruimte ter beschikking in het Huis van de Buurt Matilo. ‘Vorig jaar hadden we al 103 ‘unieke’ bezoekers, van jong tot hoogbejaard’, vertelt Sonja. ‘Inmiddels zijn we zes middagen in de week open en groeit het aantal bezoekers snel.’ Er is een warm welkom voor elke bezoeker. De initiatiefnemers staan open voor een praatje, maar dat is geen verplichting. ‘Wil je lekker rustig in een hoekje zitten? Prima!’, lacht Sonja. Laten de bezoekers echter merken wel iets te willen gaan doen, dan zal het aan Sonja en de anderen niet liggen: initiatief wordt toegejuicht en ondersteund. ‘We proberen te voelen waar het vlammetje zit en dat op vriendelijke wijze aan te wakkeren. Wil je iets met voorlezen, breien, schilderen of schaken? Weet je veel van de natuur en

wil je daar iets over vertellen? Kun je goed sushi maken? Wil je een praatgroep beginnen? Bij het Zelfregiecentrum kun je aan de slag en wij ondersteunen je graag. We doen het niet vóór je, maar mét je.’ Ezels zijn spiegels Bezoekers kunnen gratis terecht bij het centrum. Door fondsen te werven voorzien Sonja en haar collega’s in koffie, koekjes en materialen. Fonds1818 financierde wandelingen met ezels, een activiteit

39


met verrassend positieve effecten. ‘Ezels zijn net spiegels: ben jij niet duidelijk naar hen toe, dan trekken zij hun eigen plan’, legt Sonja uit. ‘Zo is het ook in het gewone leven. Jouw gedrag is van invloed op dat van de ander. Het is goed je daarvan bewust te zijn en er aan te werken.’ Niet meer weg te denken is ook de kookgroep: elke zaterdag wordt er samen gekookt. Iedereen neemt een ingrediënt mee en daar worden de lekkerste maaltijden mee bereid. Na afloop ruimen de disgenoten samen op. Mensen die thuis nooit afwasten, doen dat op de groep wel. En daarna thuis ook, zegt Sonja.

zoveel geleerd’, zegt ze. ‘Over zelfregie en het omgaan met mensen, maar ook over het werven van fondsen en het opbouwen van netwerken met de gemeente en maatschappelijke organisaties. Het centrum kost veel energie, maar het is geweldig om mensen te zien opbloeien. Iedereen kan iets, iedereen is op zijn eigen manier fantastisch. En op een gegeven moment komt dat eruit!’ Meer informatie: www.zelfregiescentrumleiden.wordpress.com

‘Iedereen is fantastisch’ Het Zelfregiecentrum is ook voor Sonja een ontdekkingstocht naar nieuwe mogelijkheden. ‘Ik heb al

Geheugenverlies of beginnende dementie?

Deur Odensehuis Leiden staat wijd open Vermoedens van dementie kunnen zorgen voor onrust of zelfs paniek. Er is behoefte aan informatie en advies. Wat is het dan prettig als je informeel kennis en ervaringen kunt uitwisselen met mensen in een vergelijkbare situatie, op het moment dat het jou schikt en in een prettige omgeving. Dat kan straks allemaal in het Odensehuis in Leiden. ‘Het wordt een toegankelijke, leuke plek’, benadrukken Paula Gerring (Radius) en mantelzorger Marie-Anne Vroom. Mantelzorger Marie Anne Vroom weet hoe ingrijpend dementie kan zijn. Toen bij haar man de diagnose Alzheimer werd gesteld, besloot ze om vanuit de Achterhoek terug te verhuizen naar Leiderdorp. ‘Hier hebben wij ons sociaal netwerk, onze familie. Daar hebben we beiden steun aan.’ Praktische steun is er ook, vanuit het persoonsgebonden budget. Marie-Anne klaagt dan ook beslist niet. Maar toch... er ontbrak iets. Een plek waar zowel zijzelf als haar man naartoe kunnen gaan, om mensen te ontmoeten die op hun eigen manier met dementie leren

40

omgaan. Een plek waar ze zich thuis voelen en waar kwaliteit van leven centraal staat. Een plek die ze niet associëren met ziek zijn en zorginstellingen. ‘De stap naar de dagbesteding is voor beginnend dementerenden heel groot’, zegt Marie-Anne. ‘En het Alzheimer Café is een mooi initiatief, maar vooral gericht op informatieverstrekking en bovendien maar tien avonden per jaar open.’ De deur staat wijd open Er is behoefte aan een positieve, laagdrempelige plek.

Daar wordt hard aan gewerkt, onder andere door project- en ontwikkelmedewerker Paula Gerring van Radius. Zij trekt de kar van het Odensehuis. ‘De afgelopen jaren heb ik een bijzondere interesse voor ouderen met dementie ontwikkeld’, zegt ze. ‘De impact van deze ziekte heb ik van dichtbij ervaren, wat voor mij een sterke persoonlijke drijfveer is om van dit project een succes te maken.’ In Amsterdam maakte ze kennis met de ‘Odensehuizen’, laagdrempelige inloop-, informatie- en ontmoetingsplekken voor mensen met geheugenproblemen en hun naasten. ‘Je loopt er vrijelijk naar binnen, zonder dat er een diagnose of indicatie vereist is. De deur staat ook wijd open voor naasten. Mensen ontmoeten elkaar hier, krijgen informatie, ondersteuning en advies en ze ondernemen activiteiten. De bezoekers dragen zelf bij aan het draaiend houden van het Odensehuis huis en aan de activiteiten. Ieders talent wordt benut, er wordt gefocust op wat mensen wél kunnen. Dit geeft hen voldoening en biedt perspectief. Een coördinator faciliteert en ondersteunt bij het creëren van een stimulerende omgeving.’

organisaties, zorgondersteuners, de zorgverzekeraar, belangenbehartigers voor ouderen, dementerenden en mantelzorgers en natuurlijk mantelzorgers en vrijwilligers zelf. ‘Ik heb eigenlijk niemand hoeven overtuigen, zegt Paula. ‘Iedereen ziet de noodzaak en is enthousiast.’ Een werkgroep is aan de slag gegaan en inmiddels wordt er druk gezocht naar een coördinator en een ruimte. ‘Voor het eind van dit jaar hopen we dat het Odensehuis er is’, zegt Paula. Marie-Anne, die als mantelzorger meedenkt over de invulling en er straks ook wil bijdragen aan activiteiten, ziet er naar uit: ‘Het aantal mensen met geheugenverlies en dementie groeit snel. Hoe verschillend die ook zijn, het Odensehuis is er voor ieder van hen’. Voor meer informatie: p.gerring@radiuswelzijn.nl www.radiuswelzijn.nl

Iedereen ziet de noodzaak Mensen met dementie, mantelzorgers en vrijwilligers vormen het hart van het Odensehuis. ‘Logisch dat deze toekomstige bezoekers een grote, belangrijke rol hebben bij het opzetten van het Odensehuis’, zegt Paula. In minder dan een jaar tijd heeft Paula een grote groep betrokkenen bijeengebracht die zich aan het Odensehuis hebben verbonden: welzijns-

41


Het belang van aanmodderen

Co-creatie bij langer zelfstandig wonen Inwoners weten als geen ander hoe fijn het is om je thuis te voelen in je huis, je wijk en je stad. En hoe belangrijk het is om in een huis te wonen dat past bij je levensfase. Met inwoners en partnerorganisaties kijken we naar wat daar voor nodig is. Een leuke en uitdagende samenwerking, die we in dit artikel belichten vanuit de pilot Langer zelfstandig wonen in de Profburgwijk. Het ouderencontact Profburgwijk, hogeschool en gemeente Leiden werken sinds november 2015 samen aan de pilot langer zelfstandig wonen. Na een gezamenlijk opgestelde en door 55% van de 1182 ouderen in de wijk ingevulde enquête, kregen we een indruk van de factoren die van belang zijn om prettig te wonen en gelukkig oud te worden. Ook de verhuiswensen kwamen in beeld. Woonwens Wat opviel aan de onderzoeksresultaten en de groepsgesprekken tussen ouderen en lokale organisaties (o.a. welzijn en projectontwikkelaars) die op 31 augustus 2016 plaatsvonden in de Vredeskerk, is dat veel ouderen zeer tevreden zijn met de wijk en er graag willen blijven wonen. De Profburgwijk krijgt gemiddeld een 8,3. Veel oudere wijkbewoners, zowel eigen woningbezitters als huurders, zien echter problemen aankomen met de toegankelijkheid van hun woning. Woningopgave In de Profburgwijk wonen in vergelijking met heel Leiden relatief veel mensen in koopwoningen. Van de 80 plussers is dat nog altijd 66%, van alle 65-plussers is dat 79%. Elf procent van de ouderen heeft moeite met traplopen en moet toch een opstapje of trap op. Achttien procent van de ouderen denkt dat de huidige woning niet geschikt is om voor altijd te kunnen blijven wonen. Wat ook opvalt: slechts 8% van de 80-plussers deelt deze opvatting. Een eventuele verslechtering van de gezondheid is de meest genoemde reden om te verhuizen. Tien procent van de ouderen geeft aan zeker te willen verhuizen, 39% zegt dat misschien te willen.

42

Foto’s: Edwin Weers

Van de bewoners die neigen naar verhuizen wil 29% binnen nu en 5 jaar verhuizen, naar schatting in totaal 69 huishoudens. Daarnaast zoeken naar schatting 135 huishoudens op langere termijn naar een geschiktere woning. Het gaat dus om een substantiële groep ouderen die op zoek is naar passende woonruimte in de wijk.

Welzijnsvoorzieningen worden het meest gebruikt door 80-plussers, sportvoorzieningen worden vaker gebruikt door 65 tot 70-jarigen (37%). Veel ouderen missen niets in het welzijnsaanbod (77%), maar 11% mist wel een ontmoetingsplek zoals een horecagelegenheid of buurthuis. Uit het onderzoek blijkt dat er 70 inwoners zijn die behoefte hebben aan een fysieke ontmoetingsplek. Er komen gemiddeld 80 ouderen op de wekelijkse activiteit die door het Ouderencontact Profburgwijk georganiseerd wordt. Dit initiatief is daarmee belangrijk voor veel ouderen in de wijk. Er wordt gewandeld en er zijn spelletjes en politieke café’s in de BSO ruimte van de buitenschoolse opvang (BSO) in het Trigon sportgebouw. We onderzoeken hoe we deze ontmoetingsfunctie kunnen borgen in de wijk.

loopbestendige en betaalbare woon- en ontmoetingsruimtes voor inwoners is onderdeel van de verstedelijkingsopgave van Leiden. Bij nieuwe plannen in de Profburgwijk, wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de uitkomsten uit de enquête. We willen inwoners stimuleren om na te denken over hun woonwensen, informeren over mogelijkheden en ondersteunen bij verhuisplannen. Daartoe analyseren we tot eind 2017 initiatieven in het land op het gebied van langer zelfstandig wonen en doen we aanbevelingen voor Leiden. Dit blijven we samen met ouderen doen. Co-creatie is lastig, het is aanmodderen. Maar het is vooral leerzaam, inspirerend en uiteindelijk heel nuttig. Meer weten? Neem dan contact op met beleidsmedewerker

Waar aan gewerkt wordt Het realiseren van voldoende toegankelijke, levens-

Lilja Perdijk (l.perdijk@leiden.nl).

Het belang van een ontmoetingsplek Een sociaal netwerk is een van de belangrijkste factoren om gelukkig en gezond oud te worden.

43


Samen Kennis Maken Transformeren met participatief actieonderzoek Kennis maken Op straat vang ik iemand zijn blik. We lachen even, en weten, dat we de ander zien. Het eerste contact is gelegd, en op deze non-verbale ontmoeting volgt een gesprek; ‘fijn kennis met je te maken!’ beamen we allebei. En dat is het ook; in de ontmoeting ben ik even uit mijn wereldje gekomen, om met elkaar iets nieuws te maken: kennis. Leiden staat bekend als een kennisstad. Daarbij denk je misschien al snel aan alle ‘kennisinstituten’ die Leiden rijk is, zoals universiteiten of onderzoekscentra, en die actief naar kennis ‘op zoek’ zijn. Kennis wordt dan al snel iets wat voorbehouden lijkt te zijn aan het gebied van de wetenschap, waar kennis wordt gezocht, of een museum, waar kennis wordt bewaard. We vergeten dan dat kennis maken ook gebeurt in onze alledaagse ontmoetingen, in ons doen en laten, in ons vallen en in ons opstaan. Ieder van ons is van nature een kennismaker. Kennis wordt ook gemaakt wanneer mensen samen komen, om met elkaar van gedachtes en ervaringen te wisselen over wat er zich in hun stad afspeelt. Na zo’n gesprek kriebelen de handen; het nadenken en spreken over de kwestie maakt iets los en dat leidt er regelmatig toe dat we iets willen gaan doen.

Participatief actieonderzoek Binnen de transformatie is men zich er van bewust dat kennis niet alléén door wetenschappers wordt gemaakt, of door professionals, maar door ons allemaal. Een manier van onderzoeken die hier recht aan doet, is participatief actieonderzoek. Deze manier van onderzoeken gaat voorbij aan het meer traditionele onderscheid, en ook wel afstand, tussen onderzoeker en onderzochte. De participatieve onderzoekers blijven niet op een ‘neutrale’ en ‘objectieve’ afstand staan van de mensen of kwesties die zij onderzoeken, maar ze stappen ín de werkelijkheid van de onderzochten. Daar nodigen ze ‘onderzochten’ uit om ook onderzoeker te zijn. En dan gaat kennis stromen. Willen we goed omgaan met de complexe, taaie vraagstukken die zich in onze gemeente voordoen, is het nodig dat we de grenzen tussen verschillende groepen mensen doorbreken. Grenzen die bijvoorbeeld voelbaar zijn op de momenten dat het gemeentelijk beleid van ambtenaren en burgerinitiatieven van bevlogen wijkbewoners niet (goed) op elkaar aansluiten, of wanneer verschillende groepen burgers, met uiteenlopende belangen, elkaar niet lijken te verstaan.

iets op een rijtje zetten, nazoeken en uitproberen. Meedoen aan een werkplaats is zo toegankelijk ongeacht voorkennis, opleiding, positie en leeftijd. Daarmee wordt in de werkplaats een ruimte gecreëerd waarin iedereen gelijkwaardig zijn eigen ervaring en kennis kan inbrengen en delen. En zo zijn we aan de gang gegaan in het Kooipark. De achterliggende gedachte bij zo’n concrete, lokale plek, is dat dit een goede afspiegeling is van wat er in bredere zin in de wijk speelt. Kwestie Kooipark Het Kooipark is een prachtig park. Bewoners zijn er trots op. Toch zijn er spanningen. Spanningen tussen verschillende groepen parkbezoekers en omwonenden. Zo wordt er overlast ervaren van jongeren en voelen verschillende groepen zich niet thuis in de nabijheid van de ander. Ook zijn er spanningen tussen de vele mensen en organisaties die proberen bij te dragen aan goed samenleven in de Kooi. In een werkplaatsreeks van zes bijeenkomsten zijn we onderzoekend in actie om de lokale kwestie – in dit geval het Kooipark - verder te brengen. Een dergelijke kwestie kan niet geïsoleerd worden bekeken; al gauw komen tijdens de sessies ook daarmee verband houdende zaken op tafel uit de omgeving van de kwestie, de wijk. En zo wordt, wat op eerste gezicht een redelijk simpele kwestie lijkt, het al snel een stuk ingewikkelder. En dat leidt haast onvermijdelijk tot spanningen over de

kwestie tussen de deelnemers: momenten van moeite noemen we dat. Deze momenten gaan we niet uit de weg, in tegendeel, we gaan ze aan. Immers, deze momenten van moeite, soms over iets ogenschijnlijk kleins, verhullen vaak een grotere taaie kwestie. Al werkend ontstaan zo inzichten en een analyse die langzamerhand de vorm van een bloem aanneemt. Vanuit de werkplaats proberen we steeds met kleine acties en interventies dit ‘vastzitten’ te doorbreken. We zoeken naar nieuwe combinaties van ideeën, energie, mensen en middelen. Dat is niet gemakkelijk, want elk van ons is gewend om het op een bepaalde, eigen manier te doen. En in het verleden heeft bijna iedereen in de werkplaats negatieve ervaringen en teleurstellingen opgedaan, die het soms lastig maken om het nog een keer op een andere manier te proberen. Dit komt vaak op het volgende neer: we hebben ook in de werkplaatsreeks Kooipark gemerkt hoe moeilijk dat is, onder andere door oude pijn, door verschillende opvattingen en teleurstellingen, in de onderlinge dialoog. En voor elk probleem is een voorziening opgetuigd, wordt beleid gemaakt, staan professionals klaar of hebben burgers een initiatief opgetuigd. In dit bos zie je vaak de bomen niet meer, en zo raak je snel verdwaald, hetgeen weer toevoegt aan het gevoel van teleurstelling en verder ingraven op het eigen eiland. Een soort vicieuze cyclus die moeilijk blijkt te doorbreken zowel aan bewonerskant,

Werkplaatsen Die ontmoetingen vinden plaats in wat wij ‘werkplaatsen’ noemen. In zo’n werkplaats gaat een gevarieerde groep van mensen samen aan de slag met een echte levende kwestie, die voor hen allemaal op een bepaalde manier van belang is. Het gaat dan om lokale, concrete kwesties die ieder van de deelnemers in het dagelijks leven iets aan gaat. Net als een kunstenaar dat doet in zijn atelier, of een ambachtsman dat doet in zijn werkplaats, gaat deze groep van (mede)onderzoekers samen al makend, denkend, onderzoekend, spelenderwijs, lerend en handelend aan het werk. Onderzoeken en maken gaat vanaf de allereerste bijeenkomst hand in hand. Hierdoor wordt ín het traject door de groep niet alleen ‘kennis over de kwestie’ gemaakt, maar wordt ook daadwerkelijk iets aangepakt. We maken daarbij gebruik van uiteenlopende onderzoeks- en maaktechnieken: interviews en (analyse van) verhalen, kunstzinnige technieken zoals werken vanuit fascinatie en makend onderzoeken, maar ook alledaagse technieken zoals spelenderwijs ontdekken,

44

45


aan de kant van de professionals en privéinitiatieven en aan de beleidskant. Maar in de kleine acties en initiatieven waarmee we experimenteren vinden we ook nieuwe speel- en maakruimte. En dat geeft weer mogelijkheden om samen kennis te maken en elkaar te ontmoeten. Steeds opnieuw komen we tot de ontdekking: ‘alles is er al’. Dat wil zeggen: alles wat nodig is om iets aan de spanningen te doen, is al aanwezig. Steeds als we in de werkplaats een ‘oplossing’ formuleren, blijkt die er al te zijn (bijvoorbeeld jongerenruimte binnen, alternatieve speelplek voor kinderen, spelbegeleiding in het park). Maar er wringt iets. De al bestaande oplossing, wordt helemaal niet als zodanig door iedereen ervaren. Of de bestaande oplossing wordt helemaal niet gezien of geaccepteerd. Of de nodige samenwerking komt niet goed van de grond. We leven op eilandjes en vinden het lastig bruggen te bouwen. Alle puzzelstukjes liggen voor ons, en toch lukt het ons niet om samen de puzzel op een andere manier te leggen. We hebben in de werkplaats Kooipark een vijftal dilemma’s gevonden die nu het stromen van kennis, initiatieven en middelen doen stokken, in alle lagen en tussen de lagen. Deze dilemma’s werden door de deelnemers herkend: het ontstaan en in stand houden van eilandjes die isolement maar ook geborgenheid bieden. Ervaringen van teleurstelling in elkaar, soms ook in jezelf, de gemeente, de professionals, het burgerinitiatief, die kennis maken belemmeren. Ook is er soms sprake van botsende waarden, waarden die vaak onzichtbaar en onuitgesproken blijven. Daarnaast is er een stille, maar soms ook lawaaiige strijd gaande over de verdeling van de schaarse beschikbare middelen. En tenslotte: alles lijkt er wel te zijn, maar is ook vaak onzichtbaar en daardoor regelmatig ontoegankelijk. De vijf door ons gevonden dilemma’s vertonen samenhang en werken op elkaar in. In deze dilemma’s schuilen tegelijkertijd ook de mogelijkheden om wel (kennis)stroming op gang te brengen. Niet door grote vergezichten of enorme projecten, maar juist door zelf in het kleine, in het menselijke, in het dagelijkse werk en leven net even anders met deze dilemma’s om te gaan.

46

Tweede ring Rondom de werkplaatsen is een ‘tweede ring’ ontstaan met mensen die op enige afstand staan van de praktijk van de kwestie. Ze bekleden sleutelposities in de verschillende sferen van de gemeente Leiden (bijvoorbeeld beleidsmakers of bestuurders van uitvoeringsorganisaties). Met deze groep maken we samen actief de verbinding tussen de (ervarings) kennis en voorstellen uit de lokale werkplaatsen en de bestaande structuren, instituties en bestuur. In de tweede ring wordt dus de (nieuw) gemaakte kennis direct ingebracht in het grotere systeem dat de gemeente Leiden is. Als deze tekst naar de drukker gaat, zijn we nog volop bezig. De eerste inzichten bieden aangrijpingspunten. De vaak gehoorde wens ‘dat we nu maar iets moeten gaan doen’ lijkt te ontkennen dat er al van alles gebeurt, dat er al heel veel wordt gedaan. Maar ook dat veel onzichtbaar blijft. Daarnaast is er

structuren, regels en procedures, de complexiteit van het samenleven proberen op te lossen. In andere woorden: er wordt vaak over elkaar gepraat, in plaats van met elkaar, en zo plaatsen we onszelf buiten het vraagstuk. In onze verhalen klinkt enige angst voor grenzen door. Terwijl heel veel grenzen waar we het over hebben, helemaal niet bestaan. Er zitten veel aannames over wat we wel of niet zouden mogen en kunnen, en wat de ander doet of bedoelt. We merken vaak pas wat een grens is, als we die hebben overschreden. Dan kan er een gesprek over de grenzen ontstaan. Maar het is ook zo, dat er in de wijk veel mensen zijn met een hoop energie en een hart voor de wijk. Het zijn geen angsthazen die allemaal niet buiten de lijntjes durven te handelen. Dat hebben ze vaak gedaan. Maar op den duur vindt er wel iets van verkramping plaats en kan de moed ons in de schoenen zinken. We spreken af dat mensen uit de tweede ring mee gaan werken bij de kleine acties die in de werkplaats zijn ontstaan. Enerzijds omdat de tweede ring vanuit hun positie kan helpen om beweging te brengen of grenzen te verleggen. Anderzijds, om zelf te ervaren waar het taai is en te onderzoeken wat dit met het eigen werk (als beleidsmaker, veranderaar of manager) te maken heeft.

Kleine acties en interventies waaraan we in de werkplaats Kooipark werken zijn: • Gemeenschappelijke programmering van activiteiten buiten en binnen • Het speelgoed van het gestopte project Sleuteldrop beschikbaar maken voor activiteiten voor en door ouders en buurtbewoners • De zoektocht naar een activiteitenplek binnen voor jongeren

www.organisatieatelier.com info@organisatieatelier.com

Filmpje over de Transformatie https://youtu.be/KAQDLy1hjAo

sprake van ongeduld, waarin we het idee hebben dat we in een paar maanden iets kunnen oplossen, dat bij nadere beschouwing heel taai blijkt te zijn. Het zijn deze terugkerende momenten van moeite die nu eenmaal bij het leven horen. Het is de kunst niet steeds teleurgesteld te zijn als onze problemen niet meteen worden opgelost. Er is geen eindpunt waar het allemaal geregeld is. Steeds moeten we ons verhouden tot wat er gebeurt, het gedoe wat het leven is, aangaan. Kortom, samenleven is altijd complex - mensen zijn nou eenmaal onvoorspelbaar en ieder heeft zijn eigen perspectief- maar het wordt pas echt ingewikkeld als we met louter nadruk op

47


GO4IT! Factsheet Gezondheid & Jongerenlab in Leiden-Noord

11

34

34 48

5 49


GONoord! wil van Leiden Noord de gezondste wijk van Leiden maken Begin 2016 heeft Publieke Versnellers het project GONoord! geïnitieerd. Dit project is onderdeel van het landelijk, door Fonds Nuts Ohra, uitgezet programma ‘Een gezonde toekomst dichterbij’. In de tweede helft van 2016 is een projectteam uit Leiden Noord samen met buurtbewoners en organisaties uit Leiden Noord gestart met het verzamelen van ideeën van buurtbewoners en het realiseren van een aantal uit deze ideeën voortkomende initiatieven. GONoord! beoogt op deze manier een beweging op gang te brengen die ervoor gaat zorgen dat buurtbewoners gemakkelijker zelf ideeën kunnen vormgeven en initiatieven ontplooien die bijdragen aan een gezonde leefstijl. Zo werkt GONoord! eraan om van Leiden Noord de gezondste wijk van Leiden te maken.

GO staat voor Gezonde Ontwikkeling, Gezond Ontbijten, Gezond Ontspannen, Groet en Ontmoet en nog veel meer.

Voor meer informatie: JOGG regisseur Leiden Chantal van der Zijl

De ideeën die buurtbewoners aandragen zijn grofweg te verdelen in vier groepen:

bewegen en in beweging komen

gezond eten en drinken

groen in de buurt

samen dingen doen met hart en ziel

Cvanderzijl@ggdhm.nl 50

51


Wat heeft GONoord! al bereikt? In het afgelopen jaar zijn niet alleen ideeën verzameld, maar is een aantal succesvolle initiatieven gestart. Het projectteam van GONoord! helpt buurtbewoners en organisaties waar nodig met het op gang brengen van de initiatieven en bij succes er mede voor te zorgen dat de initiatieven kunnen blijven bestaan. Verder ontwikkelde GONoord! een website waar buurtbewoners hun nieuwe ideeën of projecten kunnen aanmelden. Inmiddels heeft GONoord! al meer dan 750 buurtbewoners bereikt die iets hebben gedaan door een idee aan te leveren, een initiatief te nemen, aan deze initiatieven deel te nemen of mee te werken aan het onderzoek. In de komende 2 jaar wil GONoord! nog veel meer ideeën ophalen en helpen realiseren. Hierbij wil zij (nog) meer aandacht richten op jongeren uit Leiden Noord. Van Verwonderwandelen tot Gezond Ontbijten en een zwemuur voor vrouwen Voorbeelden van initiatieven van GONoord! zijn onder meer: Verwonderwandelingen door Leiden Noord, een zwemochtend voor en door vrouwen in zwembad de Zijl en Nadia’s Cantina, een pop-up kantine in het Marecollege waar jongeren uit Leiden Noord (leren) koken voor buurtbewoners. Ook zijn er nieuwe samenwerkingen tussen organisaties tot stand gekomen, zoals met Tuinvereniging Ons Buiten, Wijkacademie Ouders van Libertas, de leefstijlambassadeurs van Stichting Sportenderwijs en Zwembad de Zijl. Met GO4it is ook een aantal experimenten gestart die jongeren uit Leiden Noord meer bewust moet maken om gezonde keuzes te maken. In de Slaaghwijk werd samengewerkt met Kinderresto van Harte en kregen kinderen kookworkshops. Technolab ontwikkelde een workshop voor kinderen waarin zij kunnen onderzoeken wat voor voedingsstoffen er zitten in pindakaas. De werkwijze van GONoord! wordt onderzocht door Leyden Vitality en door universitair onderzoek.

Tweemaandelijks terugkerend evenement waar tussen de 80 en 100 buurtbewoners met elkaar een gezond ontbijt eten en waar buurtbewoners uit Leiden Noord elkaar informeren over bestaande initiatieven en elkaar inspireren tot het nemen van nieuwe initiatieven. Zwemuur voor en door vrouwen in zwembad de Zijl ‘Ik durf nu alleen met mijn vriendin en onze kinderen naar het zwembad te gaan’ Sinds januari 2017 zwemmen er wekelijks op vrijdagochtend 50-60 vrouwen in Zwembad de Zijl. En het zullen er binnenkort nog veel meer zijn. De vrouwen krijgen zwemles of zwemmen recreatief. De organisatie ligt bij GONoord, de werving gebeurt door vrouwen uit Leiden Noord en het toezicht wordt gehouden door vrouwen die opgeleid zijn door de Leidse Reddingsbrigade. Door te (leren) zwemmen voelen de vrouwen zich blij, minder angstig, meer zelfverzekerd en ontstaan nieuwe ontmoetingen tussen verschillende groepen vrouwen.

Gezond Ontbijt in het Gebouw ‘Een laagdrempelige en gezellige manier om elkaar te ontmoeten en over de initiatieven in Leiden Noord te horen’ Foto’s: Janna Bedaux 52

53


Nadia’s Cantina in het Marecollege ‘Ik wil heel graag verder gaan met het koken voor de buurt. Het is heel leuk en leerzaam.’ In de schoolkantine van het Marecollege, een grote middelbare school midden in Leiden Noord, heeft GONoord! in 2016 twee keer een pop-up kantine georganiseerd waar jongeren (leren) koken voor buurtbewoners. Dit alles onder de professionele begeleiding van Nadia Kanbier. Zij runt de schoolkantine dagelijks. Voor het komende seizoen staan nog een aantal Cantina’s op de planning. Meer informatie over GONoord! is te vinden op www.gonoord.nl En via facebook.

Onderzoek Arbeid in Perspectief Hogeschool Leiden Hogeschool Leiden doet onderzoek naar de gevolgen van de Participatiewet in de Leidse regio. Werkzoekenden met een arbeidsbeperking staan hierbij centraal. De Transformatie vraagt veel van burgers uit de nieuwe doelgroepen van de gemeente. Maar ook professionals en werkgevers hebben te maken met veranderingen in hun werk sinds de invoering van de Participatiewet. In het onderzoek worden de ervaringen vanuit deze drie perspectieven (werkzoekende, professional, werkgever) belicht. Wat vraagt de Transformatie van de werkzoekende? Waar de burger met een arbeidsbeperking voorheen door het UWV onder de hoede werd genomen, is nu de gemeente verantwoordelijk. Hoe verloopt de aansluiting van jongeren uit het Vso/Pro-onderwijs op de arbeidsmarkt? En wat gebeurt er met werkzoekenden die wel een beperking hebben, maar geen indicatie voor een garantiebaan of voor beschut werk?Met het onderzoek brengen we in kaart welke groepen mogelijk tussen wal en schip vallen.

Wat vraagt de Transformatie van de professional? Klantmanagers van de gemeente en consulenten van DZB zijn als professionals nauw betrokken bij de re-integratie van burgers met een beperking. Worden er van professionals andere competenties gevraagd dan voorheen? Is er behoefte aan nieuwe diagnose-instrumenten? Hoe staat het met kennis over (psychische en lichamelijke) beperkingen en gesprekstechnieken? En hoe verloopt de samenwerking tussen uitvoerende partijen die allen als doel hebben zoveel mogelijk mensen met een beperking aan het werk te krijgen? Door het zo goed mogelijk beantwoorden van deze vragen, draagt de hogeschool ook bij aan dit doel.

‘Mijn werk is complexer geworden, maar ook inhoudelijk interessanter’ (consulent DZB) Wat vraagt de Transformatie van de werkgever? Wat zijn de motieven om iemand met een beperking in dienst te nemen? En wie is eigenlijk verantwoordelijk voor de begeleiding? Hoe reageren andere werknemers op een collega met een beperking? Voor de beantwoording van deze vragen gaan studenten van de hogeschool op zoek naar ervaringen van werkgevers in de Leidse regio.

‘Bij werkgevers is veel onwetendheid over de invloed van psychische beperkingen. DZB helpt werkgevers zich te realiseren dat sommige mensen echt begeleiding nodig hebben’ (consulent DZB) Studenten van Hogeschool Leiden zijn de professionals van de toekomst Als maatschappelijk betrokken werkgever draagt de hogeschool graag bij aan arbeidsinclusie in de regio. Hierbij werken wij samen met vele partners in de regio binnen het sociale domein en sluiten we nauw aan bij

54

55


lopende initiatieven. Ook hebben wij als kennisinstelling de missie om door praktijkgericht onderzoek nieuwe kennis en inzichten te genereren voor onze samenwerkingspartners. Daarnaast geeft het onderzoek de mogelijkheid om actuele onderwerpen, zoals participatie van arbeidsbeperkten, verder vorm te geven in de opleiding Toegepaste Psychologie, deels door het creĂŤren van stageplaatsen en afstudeeropdrachten bij DZB, werkgevers en Vso/Pro-scholen. Op deze manier groeien onze studenten in hun rol van toekomstig professional en snijdt het mes aan twee kanten.

Kennis is nog geen wijsheid. ARTHUR SCHOPENHAUER

Project Arbeid in perspectief Periode april 2017 – april 2018 Uitvoering Hogeschool Leiden, opleiding Toegepaste psychologie Contactpersonen Suzanne Slotboom (slotboom.s@hsleiden.nl) en Wendeline Heijl (heijl.w@hsleiden.nl), docenten/onderzoekers

56

Oproep Wij zijn steeds op zoek naar onderzoeks- of adviesopdrachten voor onze studenten Toegepaste Psychologie, in het kader van hun minor of stage. Heeft u mogelijk een opdracht die te maken heeft met de participatie van arbeidsbeperkten? Neemt u dan contact met ons op!

57


We are Leiden!

In Leiden worden dit jaar op verschillende plekken in de stad (tijdelijke) woningen gerealiseerd voor statushouders. Ondanks dat deze groep nieuwe inwoners woonruimte en de professionele ondersteuning wordt geboden, blijven vragen zoals: hoe ‘thuis’ voelen statushouders zich in een nieuwe stad, hoe bouwen zij een sociaal netwerk op en hoe komen ze in contact met mensen die al in de stad wonen? Het waren dit soort vragen die de aanleiding vormden voor het initiatief We Are Leiden. De opzet Tijdens een bijeenkomst van Stadslab Leiden opperde architect Josse Popma het idee om iets te doen om de connectie tussen inwoners en nieuwkomers te bevorderen. ‘Hoe moeilijk kon het nu eigenlijk zijn om mensen bij elkaar te brengen’, aldus Josse. Vanuit deze positieve en welwillende instelling, ontstond het idee voor We Are Leiden.

58

stad zichzelf kon opgeven als nieuwkomer. Zowel Leidenaren als nieuwkomers konden zich opgeven via de website van het evenement en We Are Leiden matchte vervolgens de deelnemers op basis van interessegebieden.

Het idee werd opgepikt door Stadslab, Stichting Stadsprogrammering, Studio Kordaat en een aantal betrokken Leidenaren die het idee omvormden tot een project: in juni startte zij met een campagne waarbij ze 150 Leidenaren uitdaagden om 150 nieuwkomers een persoonlijke rondleiding te geven in de binnenstad.

Persoonlijk Het concept was simpel: op zondag 27 augustus trokken Leidenaren en nieuwkomers in koppels voor een dag met elkaar op om allerlei activiteiten in de stad te ondernemen en meer te zien van Leiden. Deelnemers konden bijvoorbeeld een kopje koffie gaan drinken op een zonnig terras, samen naar het park, een boottochtje maken of samen de mooiste Leidse hofjes en verborgen monumentale pareltjes in de stad gaan bekijken.

‘Nieuwkomers’ waren niet alleen de statushouders, maar konden ook expats en (internationale) studenten zijn. De regel was dat iedereen die nieuw was in de

Het ‘persoonlijke’ element speelde een belangrijke rol voor We Are Leiden: Leiden werd door de ogen van de inwoners getoond aan nieuwe bewoners. Daarnaast

59


We Are Leiden. Zij verzamelden zich op zondagmiddag op de Burcht. Na het openingswoord van stadsprogrammeur Pepijn Smit, gingen zij in koppels en groepjes op pad. De organisatie van We Are Leiden had daarbij ook aan de groep nieuwkomers gecommuniceerd dat zij, indien zij dit wilden, familieleden mochten meenemen naar het evenement.

Burgertop

Dialoog tussen Leidenaren levert honderden ideeën op Wat vinden bewoners belangrijk voor hun stad en leefomgeving? Met die vraag begonnen wij, een

In de binnenstad waren verschillende activiteiten opgezet door We Are Leiden waar deelnemers aan mee konden doen. Zo konden zij meedoen aan een bierproeverij bij het Stadsbrouwhuis, één van de Leidse musea bezoeken en werden zij ontvangen door de bewoners van het Jan Persijnhofje in Leiden. Nadat de deelnemers terugkeerden naar de Burcht, werden zij nog toegesproken door Burgemeester Henri Lenferink. In zijn toespraak benadrukte Lenferink dat de stad niet gemaakt wordt door de stenen en gebouwen die het rijk is, maar door de mensen die er wonen. Daarna sloot We Are Leiden de dag af met een grote gezamenlijke stadspicknick op de Burcht. Hier werd de ontmoeting tussen mensen verder voortgezet en werd met elkaar gegeten. Er waren ook muziekoptredens en deelnemers konden nog meedoen met activiteiten als danslessen, een speeddatesessie met Leidse organisaties op de informatiemarkt en een Leidse pubquiz.

was natuurlijk ook het doel om mensen, die elkaar doorgaans niet zo snel ontmoeten, met elkaar in contact te brengen. De werving voor deelnemers liep via de verspreiding van flyers in de stad, social media en lokale media-aandacht. Daarbij werd ook samengewerkt met verschillende organisaties uit de stad, zoals het Expatcentre Leiden, Orientation Week Leiden (introductieweek voor internationale studenten), Stichting Vluchteling en JA Statushouders van de Gemeente Leiden, om nieuwkomers op de hoogte te brengen. De organisatie bezocht ook inburgeringslessen en taalcafe’s om tijdens deze bijeenkomsten meer te vertellen over We Are Leiden. Meer dan 300 mensen meldden zich uiteindelijk aan om mee te doen aan het evenement. We Are Leiden Op 27 augustus deden uiteindelijk 300 deelnemers van ruim 40 verschillende nationaliteiten mee aan

60

Afloop We Are Leiden heeft veel positieve reacties ontvangen en o.l.v. Stichting Stadsprogrammering worden komend najaar nog andere projecten opgezet onder de vlag van We Are Leiden. Stadsprogrammeur Pepijn Smit: ‘We zijn blij dat zowel Leidenaren als nieuwkomers We Are Leiden hebben omarmd. We krijgen van alle kanten positieve reacties hierover en willen ook zeker meer gaan organiseren om Leidse inwoners dichter bij elkaar te brengen.’ Informatie: www.weareleiden.com

groepje van circa twintig Leidenaren, vorig jaar aan de voorbereiding van de eerste Leidse Burgertop. Onze ambitie was een dialoog tot stand te brengen tussen mensen uit alle lagen van de bevolking en hen uit te dagen met plannen en ideeën te komen. Ons initiatief is financieel mogelijk gemaakt door het Druckerfonds en het Transformatieteam van de gemeente Leiden. Het idee van een Burgertop is afkomstig van de Vlaamse schrijver David van Reybrouck. Toen het na de Belgische parlementsverkiezingen van 2011 maar niet lukte een kabinet te vormen, organiseerde hij een G1000 van duizend gelote burgers die over de toekomst van het land spraken. Dit democratische experiment is inmiddels in veel Nederlandse steden nagevolgd. Meestal op touw gezet door een groepje inwoners, maar soms ook door de gemeente.

Op deze website van L750 staan alle ideeën die tijdens de huiskamergesprekken en Burgertop zijn bedacht. Hier is ook meer informatie te vinden over de voortgang van de burgerpanels, die werken aan een plan van aanpak.

In Leiden zijn we anders begonnen dan gebruikelijk is bij dit soort initiatieven. Wij zagen af van loting, omdat we er niet op vertrouwden dat alle genodigden zouden komen. In plaats daarvan organiseerden wij huiskamergesprekken als ‘voorronde’ van de echte Burgertop. We riepen belangstellenden op een huiskamergroep van maximaal tien mensen te vormen om over de toekomst van de stad te praten. Sommige groepen die ondervertegenwoordigd waren, benaderden we direct. Onder hen dak- en thuislozen, ouderen, jongeren en gehandicapten. Tussen november 2016 en februari 2017 zijn 63 huiskamergesprekken gehouden. Elke groep mocht vijf ideeën aandragen voor de Burgertop. Dat leverde honderden uiteenlopende ideeën op om de stad mooier en beter te maken. We hebben alle ideeën gerangschikt in negentien thema’s waarover tijdens de Burgertop op 22 maart verder in groepen is gepraat aan 35 tafels. Elke ‘tafel’ werd gevraagd met één concreet voorstel te komen, dat verdere uitwerking verdient. De driehonderd deelnemers hebben daaruit twaalf voorstellen gekozen die met ondersteuning als eerste van start gaan. Daarvoor werd nog dezelfde avond een begin gemaakt met de vorming van burgerpanels die daarvoor de nodige menskracht proberen te organiseren. De overgebleven ideeën verdwijnen niet in de prullenbak.

Foto’s: Freddy Bischoff

61


Het staat iedereen vrij daarmee aan de gang te gaan. In samenspraak met gemeenten, bedrijven en maatschappelijke organisaties werken de burgerpanels aan een plan van aanpak inclusief financiering. Sommige panels gaan heel snel, andere zijn nog nauwelijks van de grond gekomen, bijvoorbeeld door een gebrek aan menskracht. Op 11 november werd er een Burgertop MatchMarkt gehouden, waar de panels zich konden presenteren en op zoek konden gaan naar ondersteuning bij de verdere ontwikkeling en uitvoering van hun ideeën. Daarbij wordt nadrukkelijk de samenwerking met de politiek en het maatschappelijk middenveld gezocht, waarvan wij verwachten dat zij zich ook in hun eigen activiteiten laten inspireren door ideeën die uit de samenleving opkomen. Lopende het proces kunnen we alvast stellen dat de huiskamergesprekken een groot succes waren, omdat daar mensen aan het woord kwamen die zich doorgaans niet gehoord voelen. Het deelnemersveld van de Burgertop was helaas minder divers dan we hadden gehoopt. Kennelijk was de drempel van de Stadsgehoorzaal hoger dan die van een huiskamer.

Onze ambitie is voort te borduren op dit model van een democratie van onderop door een permanente dialoog tussen stadgenoten te stimuleren en een platform te bieden voor initiatieven die hieruit voortkomen. Transformatie betekent immers dat je niet top-down stuurt, maar bottom-up iedereen laat meedenken en meedoen. Simon Kooistra, Initiatiefgroep L750 Zie voor meer informatie: www.leideningesprek.nl

Jongerentheatergroep HARDTis bloedserieus De ‘pay off’ is zo veel groter

‘Mijn werk is voorstellingen maken, ongeveer tien per jaar. Eén voorstelling per jaar maak ik met Jongerentheater Hardt, dat een speciaal plekje in mijn hart heeft.’ Aan het woord is Katelijn Udo de Haes, docent, theatermaaktster, regisseur, productieleider, decorbouwer en ’halve moeder’ van jongerentheatergroep Hardt. Met de theatergroep maakt zij, op eigen initiatief, al ruim tien jaar locatietheater met jongeren in Leiden. In juli voert Hardt een voorstelling op. De jongeren zijn meestal tussen de 15 en 23 jaar oud en komen overal vandaan, van het Marecollege tot het AZC. Theater maken is meer dan een voorstelling op de planken zetten, legt Katelijn uit. ‘De productie is een heel proces dat we met de hele groep doormaken. Het is een heel sterke beweging en behelst veel meer dan spelen alleen. We bedenken samen het onderwerp van de voorstelling, dus het is altijd iets dat leeft bij de jongeren zelf. Zo ging het in vorige voorstellingen bijvoorbeeld over het niet willen laten zien van angst, over alles willen verbergen, over het ontkennen van je

gevoel en over liefde tussen twee jongens. Meestal is de ene voorstelling een ‘antwoord’ op de vorige.’ In de zomer borrelen bij Katelijn de ideeën voor een volgende voorstelling al weer op. ‘Na de zomer leg ik die voor aan de groep en toets ik ze bij de jongeren. Wat we doen is gebruikmaken van wat er is, letterlijk en figuurlijk, en dat zichtbaar maken. We laten zien wat jongeren in zich hebben. Ze zijn vaak onzeker, maar laten dat niet merken. Ik wil ze graag sterken in

Foto’s: Alexander Schippers

62

63


Ze nemen bijvoorbeeld plaats achter de kassa, of staan achter de bar. Mijn eigen zoons steken trouwens ook vaak de handen uit de mouwen. Mijn beloning haal ik vooral uit de dankbaarheid van de jongeren over wat ze meegemaakt hebben.’

Bijzondere locaties Katelijn: ‘Voor de nieuwe voorstelling ben ik nog op zoek naar een goede locatie. We maken locatietheater, dus ik fiets rond, zoek en kijk en kom zo op bijzondere locaties terecht. Vorig jaar bijvoorbeeld in een pand van Kluivers Vuilverbranding, en het afgelopen jaar in een loods op de Hoge Morsweg.’ Meer weten over Hardt? Kijk op: http://www.theatergroephardt.nl/

hun ontwikkeling, richting geven zodat ze waarachtig kunnen zijn.’ Het thema van de komende voorstelling is jongeren die vastzitten in bepaald gedrag, maar dit willen doorbreken. Geen taboes Katelijn: ‘Tijdens het uitwerken van het gekozen thema maken we een storyboard met daarop de verschillende personages en de scenes die we bedenken. Omdat we intensief samenwerken en elkaar goed leren kennen, komen we tot heel mooie, serieuze gesprekken. Die zijn heel open, echt alles kan op tafel komen. Het gaat immers niet om het gedrag, maar om wat er achter zit.’ De theatergroep is bloedserieus, vertelt Katelijn: ‘De lat ligt heel hoog. Er moet een professionele voorstelling komen. Ik heb veel geduld, maar eis ook veel. Ik ga uit van de eigen verantwoordelijkheid van de jongeren. Als ze bijvoorbeeld te laat komen, heeft dat effect op de anderen. Dat wordt dan ook door de anderen naar ze teruggekoppeld. Maar de sfeer blijft goed. Er heerst een mentaliteit van ‘Ook al doe je stomme dingen, we laten je niet vallen.’ De essentie is, volgens Katelijn, dat het gaat om wezenlijk contact. ‘Onze theatermakers stellen zich open op, naar zichzelf en naar elkaar. Ze gaan een

64

‘Ik vind het mooi dat talenten zichtbaar worden tijdens het werken aan de voorstelling’

verbinding aan. Iets mooiers bestaat niet. Het is nooit saai. Je kunt niet op routine draaien, dan ontstaat er geen contact’. Doorstromen Ieder jaar na de zomer meldt zich weer een wisselend aantal meiden en jongens in de leeftijd van ongeveer 15 tot 23 jaar aan om mee te doen. Veel deelnemers stromen later door naar toneelopleidingen en andere artistieke opleidingen, zoals de filmacademie. Anderen ontwikkelen hun muzikale talenten. De basis hiervoor wordt gelegd bij Hardt, de pay off is zodoende groot. Vaak blijven ze betrokken bij Hardt. Katelijn: ‘De productie wordt gemaakt met en door de jongeren, maar kan niet tot stand komen zonder mensen die vrijwillig helpen of hun diensten tegen een heel lage prijs aanbieden. Gelukkig dragen veel mensen Hardt een warm hart toe. En dat zijn ook vaak jongeren die eerder bij een productie betrokken waren.

‘De mensen op de vloer zijn mijn inspiratie’ “Ze maken me gek, ze maken me wanhopig, maar ze dragen me ook‘ 65


Het Zoete Land Meer lokaal geteeld voedsel op de Leidse borden, dat geproduceerd is met een meerwaarde voor bodem en stadsnatuur waar de Leidenaren van kunnen meegenieten. Dat was de doelstelling toen we in 2014 de kans kregen stadslandbouw bij het Singelpark te realiseren. In 2012 werden we benaderd door Vrienden van Het Singelpark met de vraag of we wilden onderzoeken of stadslandbouw mogelijk is in het toekomstige Singelpark. We zijn met de gemeente rond de tafel gegaan en na het bepalen van de locatie hebben we de omwonenden geïnformeerd en hen betrokken bij de ontwikkeling van het project. Hiertoe hebben we middels interviews een onderzoek gedaan en de waarden, die stadslandbouw kan leveren en die omwonenden belangrijk vinden, in kaart gebracht. Maart 2014 kon de eerste schop de grond in. Het eerste jaar gebruikten we om de bodem te verbeteren met bloeiende planten en om deelnemers te werven. Deelnemers kunnen zowel vrijwilligers zijn die op de tuin komen helpen als donateurs die het project financieel mogelijk maken en delen in de oogst, de zogenaamde oogstdeelnemers. We hebben gekozen voor dit concept waarbij we voor de jaarlijkse kosten onafhankelijk zijn van subsidies, deze kosten worden gedekt door de donaties. Duurzaamheid in de teeltwijze, maar dus ook in relaties en financiële zekerheid. 100 donateurs tonen met hun bijdrage en hun wekelijkse oogstbezoek hun betrokkenheid. Met momenteel 26 tuinvrijwilligers wordt de tuin onderhouden onder leiding van de tuinder. Het is een bont gezelschap van gepensioneerden, werkende twintigers tot en met zestigers, stagiaires en werkzoekenden die met hun eigen doel op Het Zoete Land werkzaam zijn. Beweging, sociale contacten, leren over biologische landbouw en ‘het hoofd leegmaken’ zijn onder andere drijfveren om een paar uurtjes per week te komen wieden, zaaien, schoffelen en scheppen. Werken aan bodemvruchtbaarheid in plaats van verarmen (wat wereldwijd een groot probleem is), het samenwerken met de natuur en toch een grote, gevarieerde oogst realiseren zijn kenmerken van hoe we werken en die we graag delen. Met bezoekers maar ook met scholen. Veel kinderen komen ook mee met

66

Het is op zaterdagochtend zo’n mooi begin van het weekend. hun ouders om te oogsten. Het is bewezen dat kinderen meer verschillende groente eten als ze het zelf telen. Door zelf te oogsten, te ruiken en te proeven, maken ze al van jongs af aan kennis met de smaak en groeiwijze van groenten. Het Zoete Land is van onderaf opgebouwd en ondertussen bij veel Leidenaren bekend en geliefd. Na drie jaar pionieren is er nu meer tijd om de samenwerkingsverbanden aan te gaan en te intensiveren met omliggende instellingen en initiatieven. Bijvoorbeeld met de Lorentzhof, waarvan bewoners met een vorm van dementie wekelijks de tuin bezoeken. Maar ook met scholen, naastgelegen BSO Het Kasteel, Het Singelpark, de schooltuinen en Resto van Harte met wie we al intensief samenwerken. We hebben goed contact met de naastgelegen Korfbal Trigon, buurtverenigingen Het Plantsoen en Professoren- Burgemeesterswijk en doen regelmatig mee met evenementen zoals de jaarlijkse Plansoenborrel. Als er dingen spelen op of rond de locatie informeren we elkaar en zoeken zo nodig samen naar een oplossing. Op het gebied van biodiversiteit is dit gebied met sprongen vooruit gegaan, wat aansluit bij de Duurzaamheidagenda van de Gemeente Leiden. De grote variatie aan (bloeiende) planten heeft een grote aantrekkingskracht op verschillende vlinders, bijen en andere insecten. Ook Leidenaren weten steeds vaker de weg naar de tuin te vinden om hier te wandelen en te genieten. Door: Jessica Zwartjes Initiatiefnemer en tuinder van Het Zoete Land www.hetzoeteland.nl

Bezoekadres:hoek Cronesteinkade/ Zoeterwoudsesingel Altijd open Mail: info@hetzoeteland.nl 67


Beter onderwijs door inzicht in geldstromen School maken in Leiden

Hoe verlopen de geldstromen binnen een school? En wat is de relatie tussen dat geld en de kwaliteit van het onderwijs? Marije van den Berg, zelf ouder van een kind in de basisschoolleeftijd, verbaasde zich over het gebrek aan transparantie. ‘Als we samen de geldstromen in kaart brengen, dan krijgen we inzicht in knelpunten. Ook kunnen we de efficiency en effectiviteit van bestedingen beoordelen en zo bepalen of het geld optimaal ingezet wordt. We kunnen trefzekerder mogelijkheden zoeken voor samenwerking en kruisbestuiving én we hebben een betere basis voor een gesprek tussen school, schoolbestuur en ouders over keuzes die je als school kunt maken. Marije verbaasde zich er als ouder over dat het gesprek met de school eigenlijk nooit gaat over de besteding van middelen. ‘Toen mijn middelste bijles nodig had omdat het heel slecht ging met lezen en schrijven, heb ik dat geregeld. Toen vroeg ik me af: weten scholen/leerkrachten hoeveel geld er aan ‘buitenschools onderwijs’ (remedial teaching, bijles, coaching maar ook bijvoorbeeld Squla-abonnementen) door hun school en klas stroomt? En kan dat geld ook effectiever benut worden?’ De school had geen pasklaar antwoord. Marije zocht verder. ‘Ik stelde vragen als: weten we hoeveel geld we over kunnen houden voor onderwijs als we flink investeren in duurzamere schoolgebouwen? En wie draait er dan op welke plek aan welke knop om die ‘business case’ rond te maken? Wie mag daar invloed op hebben? Waar slaat die besparing neer? Dat zijn in onderwijsland ongelofelijk ingewikkelde vragen. Dat vond ik interessant en daar wilde ik iets aan doen.’ Zo kwam het project ‘Geldstromen door de School’ tot stand. Sturen op geld In haar eigen werk is Marije veel bezig met het sturen op en met geld. ‘Ik onderzoek hoe we publieke organisaties democratischer kunnen maken. Daarmee bedoel ik: transparanter, met meer zeggenschap van burgers, inclusiever en zuiniger met belastinggeld.’ Het is een logische gedachte om dat ook in het onderwijs toe te passen. Marije: ‘Na mijn eerste kleine speurtocht werd ook de directeur van onze school enthousiast en toen dacht ik: we hebben wat te pakken. Ik ben in gesprek gegaan

68

met de Stichting Ouders Onderwijs (de landelijke koepel voor ouderbetrokkenheid bij het onderwijs) en ‘Geldstromen door de wijk/Labyrinth’ (een onderzoeksbureau dat een methode op wijkniveau heeft die ik graag wilde benutten voor onze school). Ook een medewerker van het schoolbestuur schoof aan, naast natuurlijk een aantal mensen uit de MR en de GMR. Verder zijn de Stichting Openbaar Primair en Speciaal Onderwijs en de schoolleiding betrokken.’ Lucas van Leyden Het project gaat van start op basisschool Lucas van Leyden. Marije: ‘We hopen allereerst dat we door dit project een aantal scherpe keuzes kunnen maken voor de Lucas van Leyden, keuzes die geld en dus ruimte voor kwaliteitsverbetering opleveren. Ook hopen we de betrokkenheid van mensen bij de school te verhogen.’ In eerste instantie richt het project zich op de geldstromen rond de zorgstructuur en rond duurzaamheid/huivesting/vastgoed. ‘Het inzicht dat we krijgen, moet ons helpen om slimmer en beter gebruik te maken van het geld.’ De opgedane kennis blijft niet beperkt tot de Lucas van Leyden. ‘Dankzij de financiële ondersteuning door de gemeente én doordat Stichting Ouders School met hun expertise meedoet, kunnen we een werkmethode of aanpak maken voor het in kaart brengen en slimmer benutten van onderwijsgeld. Daar kunnen niet alleen de Lucas van Leyden en andere Leidse scholen, maar hopelijk ook scholen elders in het land mee aan de slag. Laten we hier vooral school mee maken, als Leids onderwijs!’

27,8 miljard euro als ‘lumpsum’ Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen maakte in 2016 27,8 miljard euro als ‘lumpsum’ over aan onderwijsinstellingen. Scholen mogen dit naar eigen inzicht aan onderwijs besteden en verantwoorden zich hiervoor op hoofdlijnen. Maar waar de scholen dit geld precies aan uitgeven, is niet uit de jaarrekeningen van de schoolbesturen op te maken. Door nadruk te leggen op geldstromen, kan er meer op kwaliteit gestuurd worden.

Planning

Stap 1 Verkennende fase Tot juli 2017 Stap 2 Geldstromen Lucas van Leyden in beeld brengen en aan de knoppen draaien Aug-dec 2017 Stap 3 Verzilvering: resultaten oogsten, ROI uitrekenen, methodiek boekstaven Voorjaar 2018 Stap 4 Verspreiden: Methodiek regionaal Voorjaar 2018

Twijfel is de wachtkamer van inzicht. CONFUCIUS

69


Vrienden van Het Singelpark Vanaf de start van het Singelparkproject in 2012 hebben de Vrienden van Het Singelpark zich gerealiseerd dat het Singelpark snel zichtbaar en tastbaar moest worden. Niet alleen ontwerpen bedenken, vergaderen en voorbereiden. Zo zijn we gestart met een kweektuin bij Leiden CS. Een plek om bomen en struiken te doneren maar ook om met elkaar bezig te zijn in het groen van onze stad. Elke week en nu al vier jaar lang zijn vrijwilligers op dinsdag- en zaterdagochtend aan het werk in de tuin. Inmiddels wordt het door steeds meer Leidenaren en bezoekers gewaardeerd als parkje. In 2015 zijn we gestart met het publiek beheer in het Huigpark. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het park en het gras en de bomen, maar de Vrienden vullen het aan met extra bloemen en bollen en beheer van de perken. We doen dat met vrijwilligers vanuit alle hoeken, omwonenden, maar ook cliĂŤnten van De Binnenvest en Gemiva. Ook scholieren doen mee en bouwen mee aan verfraaiing van het park. We maken ook verbinding met sporters en sportcoaches waarmee het park nog meer en beter wordt gebruikt. Woningcorporaties als Portaal, wijkverenigingen en gemeente dragen telkens bij. Het park wordt een park van de mensen. Echt een Singelpark voor en door Leidenaren!

Foto: Annemieke Sterrenburg

Nu steeds meer parkdelen worden opgeleverd trekken we deze lijn door om dit effect in het hele Singelpark te bereiken. Per parkdeel zoeken we de aanhaking die het beste past. Telkens blijkt dat het aanstekelijk werkt en zien we nieuwe en verrassende mogelijkheden en verbindingen. Klinkt dit te mooi om waar te zijn? Laat je overtuigen en hoogstwaarschijnlijk doe je binnenkort mee!

Foto: Annemieke Sterrenburg

Mail naar participatie@singelpark.nl en wordt in ieder geval vriend via de website Singelpark.nl

Gezin aan zet Gezin aan Zet is een project in de regio’s Holland Rijnland en Den Haag met als hoofddoel om Jeugd(- en Gezins)teams te ondersteunen bij het versterken van de regie van gezinnen. Voor meer informatie: http://www.samenvoordejeugd.nl/projecten1/lopende-projecten/gezin-aan-zet

Foto: Marieke Jas

70

Foto: LAFV, Rina Noordegraaf

69


Diamantplein: het kloppend hart van de wijk! In de wijk de Hoge Mors in Leiden ligt het winkelcentrum Diamantplein. Het winkelcentrum Diamantplein heeft veel potentie zich te ontwikkelen tot het kloppend hart van de wijk: een krachtig winkelcentrum en een fijne plek voor verbinding in de buurt. Echter, er zijn al langere tijd signalen over achteruitgang van het winkelcentrum. Een deel van de winkelruimte staat leeg. Dit tot grote bezorgdheid van de wijkbewoners en ondernemers gevestigd in het winkelcentrum. Zij willen graag hun hart van de wijk terug! Experimenteren met participatie Het opknappen van het Diamantplein is veel meer dan een vastgoedkwestie. Bijvoorbeeld ook het plein, de bewoners, de winkeliers, gemeentelijk beleid, de ontwikkelingen van omliggende gebouwen, voorzieningen, veiligheid en groen bepalen of het Diamantplein het kloppend hart van de wijk wordt. Om die reden is een integrale en participatieve aanpak nodig waarbij óver domeinen heen en met partijen sámen wordt gewerkt aan een oplossing die voor alle partijen waarde oplevert. Maar hoe doe je dat in de praktijk? Om die vraag te beantwoorden is een experiment gestart. TNO begeleidt dit experiment door middel van actie-onderzoek. Het doel is enerzijds om te achterhalen of de aanpak van toegevoegde waarde is, en anderzijds om een oplossing te vinden voor het Diamantplein. Bouwen aan samenwerking en ideeën Een belangrijk vraagstuk in het traject is hoe bewoners, winkeliers, de vastgoedeigenaar van het winkelcentrum en mogelijk ook eigenaren van omliggende gebouwen en de verschillende afdelingen binnen de gemeente samen kunnen bouwen aan een integraal plan voor het Diamantplein. Om hier begrip van, en grip op te krijgen zijn er eerst door TNO met alle partijen afzonderlijk interviews gehouden. Daarna is stapsgewijs gebouwd aan een kerngroep van bewoners, ondernemers, gemeente en eigenaren. Dit proces is nog volop in ontwikkeling. De eerste successen zijn al zichtbaar. Zo hebben bewoners, ondernemers en gemeente al meerdere avonden ideeën en opvattingen uitgewisseld. Een concreet resultaat is een ideeënboek om het Diamantplein het kloppend hart van de wijk te maken. In het ideeënboek is er zowel ruimte voor de rol van ondernemers en bewoners zelf, als voor oproepen

72

aan de eigenaren van het winkelcentrum en de gemeente. Anders willen, anders denken, anders doen De manier waarop gemeente en stad met elkaar samenwerken verandert niet zomaar. Dat blijkt ook in dit project. Het leren over elkaars rol en het experimenteren met participatie en een integrale aanpak is nog volop in actie! Het actie-onderzoek biedt partijen de ruimte om te proberen en te reflecteren op wat werkt en wat niet. Het anders willen, anders denken en anders doen, en een flinke dosis uithoudingsvermogen creëert kansen voor het kloppend hart van de wijk.

‘Het gaat er niet over of wij de ideeën hebben, die hebben we! Het gaat er niet over of we de energie hebben, die hebben we! Het gaat er mij om dat er kansen zijn om het participatief aan te pakken.’ Meer weten over het actie-onderzoek? Neem dan contact op met: Chrissie van der Meijden: C.van.der.Meijden@leiden.nl of Marlies Maat: m.maat@leiden.nl

‘Zijn vormt de weg naar doen’ TAO TE CHING


Iedereen wist dat het niet kon, tot iemand kwam die dat niet wist In dit magazine heeft u kennis kunnen maken met 30 van de ruim 60 projecten die de afgelopen jaren in onze stad door vele enthousiaste mensen zijn bedacht, uitgevoerd en gerealiseerd. Projecten over gezondheid, wijk en buurt, welzijn, samen leven, wonen, onderwijs, onderzoek, werk en combinaties daarvan. Allemaal leveren ze hun bijdrage aan een gezonde stad waarin in alle diversiteit iedereen telt en mee mag en kan doen. Geen holle woorden, maar daden en DOEN! Met transformeren zijn we nog niet klaar. Maar samen zijn we wel op weg. Transformatie team gemeente Leiden

‘Staak het streven. Dan zal er

transformatie zijn’ ZHUANG ZI Colofon Redactie en eindredactie Pico Communicatie | Caroline Piet & Bureau Lorient Communicatie bv | Alinda Wolthuis Vormgeving Hakijk | Karin van Iterson Productie Duocore Beeld cover Fields of Wonder Fotografie cover Stikstofstudio | Nina Kleingeld In opdracht van Transformatieteam Leiden. Met dank aan alle mensen die meegewerkt hebben!

74

75


‘If you want to travel fast, go alone. If you want to travel far, go together’

76

DOEN! is een eenmalige uitgave van de Gemeente Leiden | Drie jaar transformeren in Leiden

Doen magazine  
Doen magazine